Juli de 1e – Heiligen Cosmas & Damianos, de onbaatzuchtigen

        En Hij riep zijn twaalf discipelen tot Zich en gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen.
Deze twaalf [Apostelen] heeft Jezus uitgezonden en Hij gebood hun, zeggend:
    Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen;
     begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis van Israël [de Kerk]’.
Gaat en predikt en zegt:
‘Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit.
Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet’Matth10: 1, 5-8.

      Gij nu zijt het Lichaam van Christus en ieder voor Zijn deel leden.
En God heeft sommigen aangesteld in de gemeente, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, verder krachten, daarna gaven van genezing, [bekwaamheid] om te helpen, om te besturen, en verscheidenheid van tongen.
Zijn zij soms allen apostelen? Allen profeten? Allen leraars? Allen krachten?
Hebben soms allen gaven van genezing? Spreken soms allen in tongen? Vertolken zij soms allen?
Streeft dan naar de hoogste gaven. En ik wijs u een weg, die nog veel verder omhoog voert.
        Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en van de engelen sprak, maar had de Liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal.
        Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het Geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de Liefde niet, ik ware niets.
        Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de Liefde niet, het baatte mij niets.
De Liefde is lankmoedig, de Liefde is goedertieren,
zij is niet afgunstig, de Liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen,
zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet,
zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwaad niet toe.
Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blij met de Waarheid.
Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.
De Liefde vergaat nimmermeer1Cor.12: 27-13: 8a.

Cosmas en Damianus [Gr: Κοσμάς και Δαμιανός] waren volgens de christelijke overlevering tweelingbroers, geboren in de tweede helft van de 2e eeuw in Syrië.
Over hun leven is niets -‘met zekerheid’- bekend; zij zouden allebei geneesheren zijn geweest, die kosteloos hun geneeskundige diensten aanboden.
Kosteloos je diensten aanbieden wil in de Orthodoxe Kerk zeggen dat je onbaatzuchtig bent en daarom heten deze beide geneesheren ook Agioi Anárgyroi, hetgeen wil zeggen de Heilige Onbaatzuchtigen. Dankzij hun levenswijze hebben vele ongelovigen zich tot het christendom bekeerd.

Tijdens de christenvervolging onder keizer Diocletianus behoorden zij tot de eerste slachtoffers. Zij werden door de stadhouder Lycias gearresteerd en ondervraagd.
Nadat zij over hun christelijke geloof hadden getuigd, werden zij in 303 onthoofd.
Boven hun graf in Cyrrhus in het huidige Syrië is een kerk gebouwd.

Cyrrhus [Gr: Κύρρος Kyrrhos] was en stad ontstaan in het oude Syrië en
is gesticht door Seleucus Nicator, een van de generaals van Alexander de Grote.
Deze stad ligt ongeveer 70 km ten noorden van Aleppo en was de hoofdstad van het uitgestrekte district Cyrrhestica , tussen de vlakte van Antiochië en  Commagene .  Cyrrhus werd al in een vroeg-christelijke periode een bisdom, van Hierapolis Bambyce , hoofdstad en grootstedelijke zee van de Romeinse provincie Euphratensis. Onder Justinianus werd het een autocefaal kerkelijke metropool, die rechtstreeks aan de Patriarch van Antiochië viel, maar zonder diocesane bisschop.
In een prachtige basiliek stonden de relikwieën van de heiligen Cosmas en Damianos, die rond 283 in die streek het martelaarschap hadden ondergaan en waarvan de lichamen naar de stad waren vervoerd, vandaar ook ‘Hagioupolis’.
Er waren in die periode veel heilige personen in die omstreken, vooral kluizenaars, waaronder de heiligen Acepsimas , Zeumatius, Zebinas, Polychronius, Maron [de patroonheilige van de Maronitische kerk], Eusebius, Thalassius, Maris en tevens Jacobus, de wonderdoener.
Bisschop Theodoret wijdde een heel werk aan de illustratie van hun deugden en mirakelen.
Deze bisschop van Cyrrhus [423-458] was een productief schrijver, bekend om zijn rol in de geschiedenis van het Nestorianisme, het Eutychianisme en het Marcionisme.
Hij verhaalt ons dat zijn kleine bisdom [ongeveer veertig vierkante kilometer] 800 kerken hebben bevat, wat een zeer dichte christelijke bevolking veronderstelt. 
In 476 hield een bisschop met de naam Ioannes een synode tegen
Peter Fullo welke van 471-488 de patriarch  van Antiochië was en niet-Chalcedonisch. Sergius I van Cyrrhus een Nestoriaan werd in de late 5e eeuw afgezet door de Byzantijnse keizer Justin I, opgevolgd rond 518 werd opgevolgd door Sergius II van Cyrrhus, een Jacobiet.
In de Latijnse kerk wordt het bisdom als een voormalig diocees gezien, dat niet langer functioneert, ook wel een “dood bisdom” genoemd.

Horen, wie horen wil

Onbaatzuchtigheid of Altruïsme is een persoonlijke waarde en drijfveer. Inzicht in je persoonlijke waarden is belangrijk om vast te stellen wat u het belangrijkste vindt in uw leven.
Waarden hebben te maken met zaken waarvoor u staat en waarvoor u gaat. Het zijn dus ook diepergaande motivaties; persoonlijke waarden worden dan wel  drijfveren genoemd. Het betreft een levensvisie waarbij men mensen wil helpen zonder het eigenbelang voorop te stellen; het belang van de medemens heeft de overhand, prevaleert. Het is dus een gericht zijn op het welzijn van de ander, waarbij men bereid is zichzelf beleefd aan de kant te zetten.
Wanneer onbaatzuchtig handelen als tegenhanger van egoïsme wordt omschreven in de zin van betrokken zijn op anderen, kunnen we ons daar prima in vinden. Zodra het echter wordt uitgelegd als voorbijgaan aan eigenbelang of zelfs als morele zelfopoffering, dan haken de mens veelal af.  Hulp bieden aan anderen te koste van jezelf, zou weinig continuïteit in het vooruitzicht stellen.
Bovendien zijn we er in onze westerse cultuur mee opgegroeid dat ieder mens een belang heeft, weliswaar niet altijd een commercieel of financieel belang, maar toch zal iemand niet iets doen zonder eigen belang op het oog te hebben.
Onbaatzuchtig betekent dus dat er geen financieel gewin is. Mensen geven hun tijd, kennis of geld weg ten  behoeve van de medemens. Onbaatzuchtig is nog wat anders dan belangeloos. Want er is altijd sprake van een belang. Ook  altruïsten vervullen hun behoeften wanneer ze iets doen of iets nalaten. Ze halen bijvoorbeeld hun persoonlijke waardering uit hun daden en uit hun handelen. Of ze kunnen hun behoefte aan waardering halen uit het dienstbaar zijn voor de medemens.

De onbaatzuchtige artsen gingen zo op in hun navolging van Christus, dat zij hun geneeskundig handelen beoefenden uit Christelijke naastenliefde. Omdat zij zich zo volkomen overgaven aan deze taak en de zorg voor zieken, schonk God hun vaak mystieke [wonderbaarlijke] genezingen, waar hun kennis tekort schoot.
Zonder enig onderscheid te maken behandelden zij rijken en armen, stadgenoten en vreemdelingen, zonder ooit enige vergoeding te vragen. Hun medelijdende liefde strekte zich uit over elk lijdend schepsel en de mensen kwamen ook met hun zieke dieren bij hen om genezing te vinden. Hun roem, in Goddelijke medeleven, steeg steeds hoger en van heinde en verre kwamen de zieken hen opzoeken.

Troparion     tn.8.
Heilige barmhartige wonderdoeners,
zie neer op onze zwakheden.
Om niet hebt u ontvangen,
schenk daarom ook om niet aan ons,
door uw gebeden tot Christus onze God,
worden onze zielen gered
”.

Kondakion     tn.2
  U hebt de gave van genezingen ontvangen
om gezondheid te schenken aan de zieken,
wonderbare artsen Cosmas en Damianos.
Door uw tussenkomst verslaat u de hoogmoedige vijand
en geneest u de wereld door uw Mysteriën
”.

Orthodoxie & Christelijke verkondiging tegen elke tegenstreven in

Geloof

Teneinde je medeburgers tot Christus te brengen roept Christus ons op om Zijnentwil ‘uit te gaan’ en de medemens te redden.
Daartoe dienen we in de eerste plaats Christus Zelf te gaan zoeken en in ons leven op te nemen.
We dienen daarbij allereerst eerlijk ten opzichte van onszelf te zijn en geheel ons leven aan God aan te bieden.
Daartoe dienen wij ons onafgebroken tot God richten en met onszelf af te spreken en ons in te zetten al datgene wat wij aan goede eigenschappen kunnen opbrengen in Gods dienst te stellen.
Voor zoiets heb je durf nodig – want onze misleidde medemens – zal zich in z’n onschuld verzetten. de tegenstrever zal al het mogelijke doen je aan de schandpaal te nagelen.
Dit zal pijn doen en dat hebben wij te verdragen, teneinde hen op het rechte pas terug te voeren. De zieken zullen om zich heen slaan en ons vervloeken en bespotten, dit dienen wij als trouw aan de aangenomen beginselen te accepteren en niet onder hun beledigingen gebukt te gaan, maar het gewoon te accepteren als noodzakelijk om hen in hun ongezond bestaan te schande te maken.

Christus geneesheer door Zijn Woord, door Christine Hales

De zieke mensheid zal het dokter’s tenue besmetten, maar de geneesheer geeft z’n behandeling niet op. In alle oprechtheid probeer je zoveel mogelijk aan te tonen dat het lichaam en de ziel verzorging nodig hebben – we zien immers dat veel zielen onder ons verloren gaan en verderf uitzaaien en anderen in hun val meeslepen. De samenleving is bedorven en tast ieder, die zich hier niet van bewust is, aan tot op het bot.
Weest vriendelijk en barmhartig jegens elkander, elkaar vergevend, zoals God in Christus jou vergeving geschonken heeftEph.4: 32.
Paulus gedroeg zich misschien niet zo, maar hij zei: “Is hij geduldig en ben ik niet mezelf? Wie is er schandalig en geeft mij niet de schuld?”.
Wij dienen elkaar dus te vergeven omdat God ons vergeeft.
Dat is een bekende gedachte. Wij hebben een belangrijke reden om elkaar te vergeven! Vervolgens dienen wij elkaar te vergeven zoals God ons vergeeft.
God heeft ons in Christus het voorbeeld gegeven van vergeven.
Dat is een iets minder bekende gedachte.
Hoe dienen wij dan te vergeven?
Ons wordt gevraagd precies zo te vergeven, zoals God dat doet.
Wij behoeven, bij wijze van spreken, niet soepeler en niet strenger te zijn dan Hij, indien  wij over vergeven tussen mensen nadenken.
Als wij het ‘omdat’ van vergeven vergeten, kunnen wij te vrijblijvend over vergeven gaan spreken. Als wij het ‘zoals’ vergeten, zouden wij wel eens te wettisch kunnen worden.

Zodat de aanvaarde vlam in je opbloeit, wanneer je een broeder verloren ziet gaan, zelfs wanneer deze je kleineert, je nadrukkelijk verklaart je aan te pakken, te bedreigen met vijandschap en niets anders beweert wanneer je alles dapper dient te doorstaan, teneinde zijn redding te verdienen.
Indien hij je vijand wordt, zal God je vriend worden en op die dag zal de Heer je belonen met grote goederen. Wij geloven immers dat God barmhartig is.
Zegen, mijn ziel, de Heer; al wat in mij is, zegen Zijn Heilige Naam. Zegen, mijn ziel, de Heer; vergeet toch al Zijn vergeldingen niet. Hij vergeeft al uw zonden; hij geneest al uw kwalenPsalm 103: 1-3.
Op een andere plaats zegt de psalmdichter dat God goed is en graag vergeeft hen die zijn Naam aanroepen: “Gij, Heer, zijt immers goed en zachtmoedig en rijk aan Barmhartigheid voor eenieder, die U aanroeptPsalm 86: 5.
Nehemia noemt God ondanks alles: “ Het Volk weigerde te horen en gedachten de wonderen niet die Gij onder hen gedaan hadt, en verhardden hun nek en stelden in hun weerspannigheid een hoofd aan, om terug te keren tot hun slavernij. – Maar Gij zijt een God van Vergeving, Genadig en Barmhartig, Lankmoedig en groot van Goedertierenheid, 
en hebt hen niet verlatenNehemia 9: 17.
Daniël zegt: “  Bij de Heer, onze God, is Barmhartigheid en Vergeving, hoewel wij tegen Hem weerspannig zijn geweest, niet geluisterd hebben naar de stem van de Heer, onze God en niet gewandeld hebben naar de wetten die Hij ons gegeven heeft door de dienst van zijn knechten, de ProfetenDaniël 9: 9.
  En in Hem hebben wij de Verlossing door Zijn Bloed, de Vergeving van de over-tredingen, naar de Rijkdom van Zijn Genade, Welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle Wijsheid en Verstand, door ons het Geheimenis van Zijn Wil te doen kennen, in  over-eenstemming met het Welbehagen, Dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de Hemelen en op de aarde is onder een 
hoofd, dat is Christus, samen te vatten, in Hem, in Wie wij ook het Erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het Voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil,  opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn Heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwdEph.1: 7-12.

Deze vergevende Liefde van God verbaast en verwondert ons.
Tòch mogen wij dit gelovig aanvaarden. Dit Geloof in God heeft consequenties.
God wil mij m’n zonden vergeven, wanneer ik de toevlucht tot Hem neem.
God wil ook de zonden vergeven van de misdadiger die mijn leven kapot gemaakt heeft, als hij berouw heeft.
Dan ben ook ‘ìk’ geroepen hem z’n zonden te vergeven.
Indien ik dat niet doe, ben ik ongehoorzaam en
heb Ik tevens absoluut niets begrepen van de Grootheid van
de Genadegave van en in Christus.

In de stad Phillipi ]sprak Paulus met Lydia [Hebr. ‘moeite’, een purperverkoopster uit Thyatira (Hebr. “geur van droefenis)]. Omdat er veel Romeinse soldaten in de stad Phillipi rondliepen deed Lydia met haar purperen mantels goede zaken.
De Romeinen zijn trots op hun Romeinse burgerrecht [politheuma]. Maar Paulus heeft het niet over een stad of een staat op aarde [geen Europese Unie] en Paulus heeft het niet over geld [of de Euro], maar over een Ouranopolis [een Hemelse Stad]. Dáár gaan mensen op een bijzondere manier met elkaar om. Mensen staan er met beide benen op de grond, maar het ene been is net even anders dan het andere been [Een been in de Hemel en het andere been op de aarde].

  Indien er dan enig beroep [op u gedaan mag worden] in Christus, indien er enige bemoediging is van de Liefde, indien er enige gemeenschap is des geestes, indien er enige ontferming en barmhartigheid is maakt [dan] mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, één in Liefdebetoon, één van ziel, één in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid dient de een de ander meer uitnemend te achten dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder dient ook op dat van anderen te letten. Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de Gestalte van God zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het KruisPhil.2: 1-8.

      Israël [de Kerk] wordt door de Heer verlost met een eeuwige Verlossing; gij zult noch beschaamd staan noch te schande worden in alle eeuwigheid.
       Want zo zegt de Heer, die de Hemelen geschapen heeft [Hij is God] Die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd [verwarde massa] heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd: Ik ben de Heer en er is geen ander.
Ik heb niet in het verborgene gesproken noch ergens in het land der duisternis;
Ik heb tot het nakroost van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs.
Ik, de Heer, spreek wat recht is, verkondig wat rechtmatig is.
        Vergadert u en komt, nadert tezamen, gij die uit de volkeren ontkomen zijt. Zij hebben geen begrip, die hun houten beeld dragen en bidden tot een god die niet verlossen kan.
        Verkondigt en voert gronden aan. Ja, laten zij tezamen beraadslagen. Wie heeft dit vanouds doen horen, het van overlang verkondigd?
Ben Ik het niet, de Heer?
En er is geen God behalve Ik, een Rechtvaardige, Verlossende God is er buiten Mij niet.
        Wendt u tot Mij en laat u verlossen, alle einden van de aarde, want Ik ben God en niemand meer.
        Want Ik heb gezworen bij Mij Zelf, Waarheid is uit Mijn mond uitgegaan, een Woord dat niet zal worden herroepen: dat voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong zal zweren.  Alleen bij de Heer, zal men van Mij zeggen, is Gerechtigheid en Sterkte,
tot Hem zal men komen; maar beschaamd zullen staan allen die tegen Hem in woede ontstoken zijn;
In de Heer wordt het gehele nakroost van Israël [de Kerk] gerechtvaardigd en zal het zich beroemenIsaiah 45: 17-23.

                                                                                     conf. H. Johannes Chrysostomos

5e Zondag na Pinksteren – de onderlinge verhouding met andersdenkenden

      Nadat Hij aan de overkant in het land der Gadarenen was gekomen, kwamen Hem twee bezetenen uit de grafsteden tegemoet, zeer gevaarlijke, zodat
‘niemand’ langs die weg kon voorbijgaan.
       En zie, zij schreeuwden, zeggende:
‘Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?’.
       Nu werd er ver van hen een grote kudde zwijnen gehoed.
De boze geesten smeekten Hem en zeiden: ‘Indien Gij ons uitdrijft, laat ons dan in de kudde zwijnen varen’.
En Hij zei tot hen: ‘Gaat heen!’
Zij voeren uit en gingen in de zwijnen; en zie, de gehele kudde stormde langs
de helling de zee in en zij kwamen om in het water.
       En de hoeders namen de vlucht en kwamen in de stad en berichtten alles, ook van de bezetenen. En zie, de gehele stad liep uit, Jezus tegemoet, en toen zij Hem zagen, drongen zij er bij Hem op aan hun gebied te verlaten.
       En in een schip gegaan zijnde, stak Hij over en Hij kwam in zijn eigen stadMatth.8: 28-9: 1.

      Broeders, de begeerte van mijn hart en mijn gebed over hun behoud gaan tot God uit. Want ik getuig van hen, dat zij ijver voor God bezitten, maar zonder verstand. Want onbekend met God’s Gerechtigheid en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden, hebben zij zich aan de gerechtigheid Gods niet onderworpen.
        Want Christus is het einde van de Wet, tot Gerechtigheid voor een ieder, die gelooft.
        Want Mozes schrijft: ‘  De mens, die de Gerechtigheid naar de Wet doet, zal daardoor leven’.
        Maar de gerechtigheid uit het Geloof spreekt aldus:
  Zeg niet in uw hart: Wie zal ten hemel opklimmen? namelijk om Christus te doen afdalen; òf: ‘Wie zal in de afgrond nederdalen? namelijk om Christus uit de doden te doen opkomen’.
Maar wat zegt zij?
Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het Woord – het Geloof, dat wij prediken. 
Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenisRom.10: 1-10.

    Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de Gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zal worden, tot alle goed werk volkomen toegerust2Tim3: 16,17.
De goddelozen worden tot leven gewekt in een afzonderlijke Opstanding – de Opstanding van veroordeling. Onze Heer en Verlosser heeft immers gezegd:
”     Ik zeg u, de ure komt en is nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van God zullen horen, en die haar horen, zullen leven. Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf.
En Hij heeft Hèm Macht gegeven om Gericht te houden, omdat Hij de Zoon des mensen is.
Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de Opstanding ten Leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de Opstanding ten oordeelJohn.5: 28,29.

“  Wij hebben de Messias gevonden, Die de Christus is”.
De enige Christus, Die van nature God is, heeft zich vernederd en is mens geworden. Hij toonde Andreas, de eerstgeroepene en alle andere Apostelen de Bron van het Mysterie en de Grootsheid van God’s Genadegaven.
En met die verzamelde Geroepenen [wij dus], bezoekt Christus het land der Gadarenen, hetgeen ten oosten van Galilea lag met de inwoners van het stadje Gerasa.
Het Griekse woord Garasenen, de bevolking  in de Brontekst is gerasènoon, van gergasènos, lett. naderende vreemdeling, zoals:
Het is een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker, ik zal hem gauw eens vragen naar zijn naam”.
Lucas verhaalt van de bevrijding van slechts één bezeten man; de bevreesde volksmassa van die streek vroeg daarop aan de enige Christus, Die van nature God is of Hij van hen ‘wilde weggaan‘.
Maar zijn we niet allemaal ‘zondaars’ en ‘bezeten‘ door de drang af te wijken van de Goddelijke weg? Een zondaar is immers iemand, die zich door zijn zonde en dat is alles wat buiten/zonder God’s-besef wordt gedaan, laat gebeuren.

Wie zich daarop als Christen terugtrekt omdat hij zich niet wil begeven in de ‘boze buitenwereld’ doet geen recht aan de Christelijke Opdracht, welke de Zoon van God ons ná de Zaligsprekingen meegaf:
  Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmee zal het gezouten worden?Matth.5: 13.
  Gij zijt het Licht van de wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de Hemelen is, verHeerlijkenMatth.5: 14-16.

Onze Christelijke strijd om vooruitgang.
Er bestaan veel obstakels voor het geestelijk leven.
Twee van de belangrijkste zijn: nieuwsgierigheid en eigenliefde.
1.]. De eerste is waarachtig tumor van de ziel.
Hij legt je op dat je alles behoort te weten, wat je ook hoort of ziet.
Het wordt slechts verwijderd door in vrede het gebed tot God te beoefenen en de studie van de blijde Boodschap op te pakken.
2.]. De eigenliefde is een zieke, buitensporige en wanordelijke liefde voor onszelf en blijft zich slechts vasthouden aan zondige genoegens, die  de Genadegaven God’s van binnenuit om zeep helpen.
Door deze belangrijkste obstakels te overwinnen, verbeteren we geleidelijk aan de kwaliteit van ons geestelijk leven, dat wil zeggen, onze relatie met Christus, onze Heer en Verlosser.

Wanneer wij als Christenen wegkwijnen -‘in zelfbeklag’- deugen wij nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt [òf overtroeft] te worden. Leven als een vreemdeling op deze wereld is iets anders dan jezelf terugtrekken in eigen kring en dat gebeurt zo dikwijls als wij ons afzetten ten opzichte van de ander.
Toen Israël in ballingschap ging riep de Heer het Volk dan ook op om “ De Vrede voor de stad te zoeken waarheen Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot de Heer, want in haar Vrede zal uw vrede gelegen zijnJer. 29: 7.
Door óók in Babylon ‘midden’ in het leven te staan  kon het Joodse Volk tot zegen zijn voor de omgeving, zonder op te gaan in de cultuur van Babylon, bleef men zich aldoor bewust van de eigen identiteit.

Bestuderen we het verleden -òf het nu om de sociale òf om de schoolstrijd gaat- dan zien we een voortdurende worsteling tussen Kerk en staat:
– in Christus tijd;
– in de periode van de Apostelen;
– in de opkomst van het instituut van de Kerk;
– ook in hoogtijdagen van het Rijke Christelijke leven is er telkenmale sprake van tweestrijd.

Het Nieuwe Testament leert ons dat deze twee zaken [Kerk en staat] los van elkaar staan. Juist omdàt we vreemdelingen op aarde zijn, is het niet ònze taak om maatschappelijke structuren te veranderen òf een christelijke staat te vestigen. God roept ons òp te verkondigen, teneinde slechts ‘het verlorene in de wereld te zoeken’ aan de hand van de Blijde Boodschap, zodat mensen worden gewezen op het Leven in Jezus Christus.
En of je je in een christelijk, mohammedaans, fascistisch, communistisch of seculier land bevindt, het maakt niet uit. Die Opdracht staat overal centraal en zal ten alle tijde om samenwerking met je medechristenen en om overleg en inzet vragen.

Wàt heeft de onderlinge verhouding met onze medeburgers
tot ons christenen te zeggen?
Wie in Christus is, is een burger van het Koninkrijk der Hemelen.
Dat betekent ‘niet’ de wereld ontvluchten, je op je eilandje [in jouw specifieke Geloof’s-gemeenschap terug te trekken], maar in diezelfde wereld doen wàt God van jou vraagt.
Hij roept ons òp om de Vrede voor de wereld te zoeken.
Wat betekent dit concreet?
Dat begint àl met mensen, die je ontmoet en hen vriendelijk gedag te zeggen.
En daarbij vraag je jezelf voortdurend af òf je wàt voor anderen zal kunnen betekenen; God brengt vanzelf behoeftige mensen op je weg.
De één geeft zijn Hemels burgerschap handen en voeten door tafels af te ruimen en af-te-wassen, leiding te nemen in een onderneming; een ander doet dat bijvoorbeeld door het voortouw te nemen bij een protest.

Vreemdelingen in een land verlangen immers
naar het komende Koninkrijk van God !
Wat houdt dit in?
Dat is een besef, de innerlijke overtuiging, dat we hier zelf op aarde geen koninkrijk kunnen vestigen, dat àlles zich in God’s hand bevindt en wij ooit door God naar Huis [– de Hemel – ] worden geroepen wanneer ons werk er hier òp zit.
Regelmatig mogen we daarbij met blijdschap denken aan ‘thuis’, waar alles volmaakt zal zijn.

Na het óverlijden van een geliefde wordt de Hemel pas voor velen nòg concreter dan voorheen gemaakt. De Hemel wordt op dat soort momenten veel persoonlijker en komt dichterbij “Onze Geliefden vieren daar feest”, maar dit verlangen kan uitmonden in vluchtgedrag.
We komen gesprekken tegen met mensen, die menen dat het leven hier op aarde ‘maar zinloos’ is geworden; zij willen in hun onmacht eveneens naar de Hemel en vermijden ieder vorm van lijden en zijn er aan toe zèlf uit te maken, wanneer de tijd er òp zit. Tijdens dit soort gesprekken wordt duidelijk dat er mensen rondlopen, die hun werk – hun levensopdracht – een stuk minder ‘goed’  vervullen.
Het overlijden van een Geliefde kan mensen frustreren en dàt blijkt geen goede motivatie om naar de Hemel te verlangen. Als burger van het Hemels Koninkrijk is er sprake van een gezonde balans: het is goed om hier te zijn èn ‘nog beter’ om ooit bij God te verblijven.
Dat betekent dat wij onze opdracht van de Zaligsprekingen serieus nemen en de handen onafgebroken uit de mouwen steken om het anderen naar de zin te maken.
Een van de meest belangrijke hoofdstukken in de Blijde Boodschap eisen nu onze aandacht op;  dit te meer omdat de Openbaring van de verborgenheden van het Koninkrijk der Hemelen, Die de Heer ons gegeven heeft, veelal verkeerd begrepen en uitgelegd worden.
1.]. De gelijkenis van de Zaaier, Matth. 13:1-23;
2.]. Het onkruid op de akker, Matth.13: 24-30;
3.]. De gelijkenis van het mosterdzaad, Matth.13:31-32;
4.]. De gelijkenis aan het zuurdeeg, Matth.13: 33-43; 
Inleiding op de schat in de akker en de ene schone parel
5.]. De schat in de akker, Matth.13:44;
6.]. De éne parel van grote waarde, Matth.13: 45-46;
7.]. De gelijkenis van het visnet, Matth.13: 47-58.

Wat ons dient òp te vallen is dat Christus ons zegt:
Omdat het u gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te verstaan, maar hun [buitenstaanders] is het niet gegevenMatth.13: 11 en
dat er geschreven staat:
Al deze dingen sprak Jezus tot de scharen in gelijkenissen en zonder gelijkenis sprak Hij niet, opdat vervuld zou worden hetgeen gesproken is door de profeet”, zeggende: “Ik zal Mijn mond opendoen in Gelijkenissen; Ik zal dingen uitspreken die van de grondlegging der wereld af verborgen zijn geweestMatth.13: 34,35.
Deze verzen opgetekend door Mattheus zeggen ons wàt de Heer ons allemaal onderwijst, bekend maakt, namelijk “de verborgenheden van het Koninkrijk der Hemelen” – “zaken uitspreken die van de grondlegging der wereld af verborgen zijn geweest”, een Mysterie zijn en op bepaalde punten ook zal blijven [vbld. geen mens kent God en datgene wàt wij van God kennen is ons slechts door Zijn Zoon  in de Heilige Geest geopenbaard].

De Pharao gaf [aartsvader] Joseph de naam ‘Zafnath Paäneah’ en gaf hem Asnath, de dochter van Potipherah, een priester uit On, tot vrouwGen.41: 45.
De naam ‘Zafnath Paäneah’, welke naam volgens Rabbijnse uitlegging betekent: “Onthuller of Ontdekker van Verborgenheden”.
Het is deze Joseph, de Hebreeuwse slaaf, door zijn medebroeders verworpen, de meest volmaakte typologie in het Oude Verbond van onze Heer Jezus Christus.
Ná zijn verwerping werd Joseph, dè Onthuller van de Verborgenheden en dat door de Geest van Wijsheid, van God Zelf.
Christus is voor ons eveneens verschenen als dè Verworpene.
Nadat het aanbod van het Koninkrijk en Hij Zelf als Koning eveneens verworpen is, wordt Hij, als dè ‘Zoon van God’, de Onthuller van de Verborgenheden en
laat Hij zien wat er plaats zal vinden na de verwerping door Israël [de Kerk].

En op die dag ging Jezus uit het huis en zette Zich bij de zeeMatth.13: 1.
Het huis verlaten betekent dat Hij Zich scheidde van de verbinding met Zijn Volk, zoals we aan ‘t einde van het twaalfde hoofdstuk van Mattheus kunnen zien.
De zee is het type van de Volkeren; plaats nemen bij de zee wijst er op, dat Zijn getuigenis de Verborgenheden, Die geopenbaard worden, voor wijder kring bestemd zijn, betrekking hebben op al de Volkeren, niet alleen toen, maar ook in het hier en nu . . . . .
En vele scharen verzamelden zich tot Hem zodat Hij in een schip ging en Zich neerzette; en de ganse schare stond op de oever”.
  Ik schep de Vrucht der lippen: Vrede, Vrede voor hem die verre, en voor hem die nabij is, zegt de Heer; en Ik zal hem genezen. Maar de goddelozen zijn als de zee, zo opgezweept, dat zij niet tot rust kan komen, en wier wateren slijk en modder op-woelen. De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen VredeIsaiah 57: 1
9-21.
Hij scheidt Zich af van de mensen, terwijl Hij Zich ten behoeve van de Verkondiging van de Blijde Boodschap midden tussen de schare beweegt.
Wat Hij zegt, spreekt Hij in Gelijkenissen en zonder Gelijkenissen sprak Hij niet.
    Welzalig zijt gij, Israël [de Kerk]; Wie is aan u gelijk? Een Volk, verlost door de Heer, Die het Schild van uw hulp en het Zwaard van Uw Hoogheid is. Daarom zullen uw vijanden veinzen u hulde te brengen, en Gij zult op hun hoogten tredenDeut 33: 29.
Onze Heer en Verlosser zegt ons telkenmale: “Het Koninkrijk der Hemelen is gelijk geworden”.
Wat bedoelt Hij met deze uitdrukking?
Dat het niet meer het Koninkrijk der Hemelen is, zoals in het Oude Verbond voorzegd, beloofd en aangeboden aan Israël, is bewezen.
Het aanbod was gedaan en verworpen.
De prediking van Hem en Zijn boodschappers die Hij uitzond, is:
☦️  Het Koninkrijk der Hemelen is nabij gekomen. Bekeert uMatth.4: 17.
☦️En zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het EvangelieMarc.1: 15.
☦️Ik zeg u lieden, dat er alzo blijdschap zal zijn in de Hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negen en negentig rechtvaardigen, die de bekering niet nodig hebbenLuc.15: 7.
☦️  Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden van de verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des HerenHand.3: 19.
☦️Die zal weten, dat degene, die een zondaar van de dwaling van zijn weg bekeert, een ziel van de dood zal behouden en een menigte van zonden zal bedekkenJac.5: 20.
☦️  Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal snel bij u komen en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeertOpenb.2: 5.

De negenvoudige Zegen uit de Zaligsprekingen, Die voorzien is onder de Genade -“de Vrucht van de Heilige Geest”. Men zal dàn zien dat àl wat geëist wordt onder de Wet van het Koninkrijk, als voorwaarde tot Zegen, onder de Genade ‘Goddelijk voorzien’ is.
Alle Zegeningen in het Koninkrijk bij elkaar zijn niet vergelijkbaar met  de overvloedige “Vrucht van de Heilige Geest”: “Liefde, Blijdschap, Vrede, lankmoedigheid [in staat om veel te verdragen, wanneer men boos wordt], Goedertierenheid, Goedheid, Geloof, Zachtmoedigheid en MatigheidGal. 5: 22-23.

”    Wij hebben de Messias gevonden, Die de Christus is”,
De enige Christus, Die van nature God is, heeft zich vernederd en is mens geworden.  Hij toonde Andreas en alle andere apostelen de bron van het Mysterie en de grootsheid van God’s Genadegaven.
Tracht na dit inzicht uw omgeving te overtuigen, dat het ‘goed’ is God te dienen, dat dit niet alleen ‘ons’ ten hoogste goed doet, maar dat het eveneens dè waarachtige bevordering van ziel en zaligheid is.
Je kunt dit zeggen en met voorbeelden onderbouwen, dat men alleen bij zulk een levenswijze vergenoegd, blij en vrolijk z’n dagen kan doorbrengen,
ja zelfs wèl tevreden en getroost kan zijn in bedroefde perioden en dingen die de mens zoal kan meemaken, laat dit vooral uit uw eigen voorbeeld blijken.
Niets schrikt een ander méér af ‘van de dienst tot God‘, dan het ongegrond vooroordeel, dat vanzelfsprekend lastig en vervelend is.
Dit vooroordeel dien je de ander trachten te ontnemen, wanneer je bemerkt dat het reeds bij hen heeft postgevat òf nagaan hoe je dit kunt voorkomen, opdat het niet aan kracht toeneemt.
Spreekt vervolgens eerst dàn opzettelijk met de ander over het belang van de dienstbaarheid in de Naam des Heren; doet dit evenwel met beleid.
Op het ene moment is dit meer geschikt dat op het andere
– soms doen er zich echter ongedwongen zeer gepaste aanleidingen voor –
laat die niet voorbijgaan – doch wanneer deze zich voordoen – doe het dan kort en doeltreffend met een gevoel en een ernst welke stof geeft tot nadenken.

Apolytikion     tn.4
  Nadat zij de Blijde Boodschap van de Opstanding
en van de Bevrijding van de veroordeling van de Stamhouders
uit de mond van de Engel gehoord hadden,
riepen de Myrondraagsters jubelend tot de Apostelen:
Vernietigd is de dood, Christus de Heer is opgestaan,
en heeft aan de wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.4
  Mijn Heiland en Verlosser
heeft als barmhartige God de aardgeborenen opgewekt,
uit de ketenen van het graf.
Hij heeft de poorten van de hel verbrijzeld
en is als Gebieder na drie dagen verrezen
”.

Theotokion     tn.4
  Het van eeuwigheid verborgen en aan de Engelen onbekende Mysterie,
is door U aan de aardbewoners openbaar geworden, Moeder Gods:
in onvermengde eenheid is God vlees geworden
en heeft Hij om ons het Kruis op Zich genomen.
Daardoor heeft Hij de Eerst-geschapene weer opgewekt
en onze zielen uit de dood verlost
”.

Juni 29e – de heilige Glorieuze en alom-geprezen Apostelen, Petrus en Paulus

Deze twee apostelen waren totaal verschillend kwa karakter en toch worden ze meestal afgebeeld terwijl zij elkaar omarmen of een kerkgebouw tussen hen in houden.
De Liefde van Christus overstijgt de persoonlijke voorkeuren en de verschillen in karakter. Het nauwgezet lezen van de levens van de heiligen onthult bij velen [vooral onder de heilige hiërarchen en theologen] dat zij eenvoudigweg niet met elkaar overweg kunnen. Zoals een doorleefd  ‘spelleider’ mij eens onthulde:
We zijn geroepen om van elkaar te houden, al passen we totaal niet bij elkaar.

De onschatbare Waarde van het Christelijk Geloof, de Pedagogie van Christus hebben deze Apostelen aan ons overgeleverd.
Van hen ontvingen we het Heilige Evangelie en de brieven van de apostelen. Als beginnend leidinggevenden [κορυφαίοι] legden zij daartoe een stevig fundament voor de Kerk van Christus.
De Apostelen zijn in de volle zin van het woord – onze voorlopers – in het Heilig Christelijk Geloof.
Door hun werkzaamheid en inzet gaf God de mensheid en elke natie in de Kerk, het Lichaam van Christus ‘alles’ wat beschouwd wordt tot de Goddelijke Apostolische Traditie te behoren.
Zowel Petrus als Paulus kregen van de Heer een nieuwe naam, die hun verbintenis met God aangaf. In ons christelijk doen en laten dienen we daarom niet te vergeten dat we alles uit hun handen hebben gekregen; alles wat we aan christelijke waarden -‘om niet’- bezitten, hebben we te danken aan hun apostolische inspanningen en hun gebeden . . . . .
De heilige apostel Paulus claimt de eerste plaats, want in zijn brieven heeft hij de Kerk de rijke openbaring van God gegeven en een schat aan goddelijke leringen….
Het liturgisch jaar geeft de Apostel Petrus echter de eerste plaats en kent hem twee dagen in het jaar toe, namelijk 16 januari – het feest van ‘Petrus Banden‘ en 29 juni, samen met de Apostel Paulus.
Op 29 juni viert onze Oosterse Kerk met grote plechtigheid dit feest, dat in onze liturgische boeken wordt genoemd:
De heilige roemruchte en alom-geprezen Apostelen, Petrus en Paulus”.
Beide apostelen onderscheiden zich door hun karakter, hun ijverige apostolische arbeid en hun grote culturele waarde in de Heilige Katholieke en Apostolische Kerk.

Paulus
Paulus [Hebr.: שאול התרסי, Šaʾul HaTarsi, “Saul van Tarsus”] was van de stam van Benjamin en leefde in Tarsus in Cilicië. Hij beschreef zichzelf ooit als een Hebreeër, een Israëliet van het zaad van Abraham 2Cor.11: 22. Hij was ook een farizeeër en een tentmaker Hand.18: 3, die de Wet met Gamaliël in Jeruzalem had bestudeerd. Hij werd Saul genoemd en had de Kerk vervolgd, hetgeen wij weten uit zijn aanwezigheid bij de steniging van Stephanos – Hand.7: 58. Toen  hij onderweg naar Damascus door een verschijning van Christus werd bekeerd, geraakte hij verblind en werd door Ananias genezen, die hem de handen oplegde en doopte in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest – Hand.9: 18.
De Apostel Paulus predikte de Blijde Boodschap in Griekenland, Klein-Azië en in Rome, daarnaast schreef hij totaal 14 brieven. De Traditie leert ons dat hij in Rome door het zwaard werd vermoord rond 68 na Chr.

Wij Christenen jagen als toonbeeld van ons leven een Verlosser na, die elke mens in z’n ontwikkeling ten goede komt, zowel man als vrouw hemelt Christus op.
Daartegenover is het enige wat Christus van ons verlangt, dat wij ons losmaken van de verderfelijke banden van de wereld en ons uiteindelijk met Zijn Geestelijke Invloed laten bevruchten.
De invloed van dit verlangen tot onze Heer en Zaligmaker wordt tevens gevolgd door het voorbeeld van de Heilige Apostel Paulus voor ogen te stellen.
Deze heilige [geheelde] koos ervoor slechts de deugden te omarmen dewelke zijn tegenstanders vonden dat het zwakheden waren – 2Cor.11: 21-23.
Hij stelde daarmee waarheden op een hoger plan, die alom als onwaardig werden geacht – 2Cor.11: 22-26.
Hij vereenzelvigde zich met degenen, die zich als zwak beschouwden en met zichzelf wat betreft de Blijde Boodschap aangaat in conflict leven en er maar moeilijk mee uit de voeten kunnen – 2Cor.11: 28-29 en hij aanvaardde zijn hele leven lang oprecht z’n persoonlijke en fysieke tekortkomingen – 2Cor.11: 27, 30, 7-9.
Is je het wel eens opgevallen hoeveel mensen er wel niet beweren dat ze zachtmoedig zijn, deemoedig, vergevingsgezind, dienstbaar aan anderen en de Liefde als grote idealen respecteren, terwijl ze in deze in de praktijk als zeer ondoeltreffend beoordelen en maar niets vinden?
In het dagelijks leven wijzen ze dergelijke deugden af omdat ze namelijk niet doeltreffend zouden blijken te zijn en in strijd zijn met de wereld, die nu eenmaal draait om het behalen van persoonlijk winst, die slechts gericht is op zelfverheerlijking en persoonlijk ophemelen.
Het draait in de blijde Boodschap om een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde en dat vraagt om enorme spirituele veerkracht, zoals het leven van onze Heer Jezus Christus en te Apostelen te zien geeft.
Ware deugden zijn niet absoluut, maar afhankelijk van moreel gedrag en hoe men er naar kijkt en handelt; maar teneinde de christelijke deugden in waarde te doen afnemen, draait de wereld zich in allerlei bochten om dit verstandelijk te benaderen en zich daaraan te onttrekken.
Een voorbeeld daarvan is een verkozen regeringsleider, die zich beroept op mens-onwaardig gedrag om z’n doelen te kunnen bereiken; ouders en kinderen zijn ook als zij dingen doen, die jou niet uitkomen, niet van elkaar te scheiden – dat is onmenselijk. Wanneer je zegt “God save the U.S.A.” dien je op je tellen te passen.

De Joods-Christelijke tegenstanders van de Apostel Paulus ontlenen valse macht/kracht aan hun beroep op de Wet, welke zij uit hun op de Wet gebaseerde Traditie ontlenen – 2Cor.11: 22. Het stelt hen in staat niet alleen arrogant en egoïstisch, maar tevens liefdeloos en meedogenloos te zijn.
Ze hebben dat betoogd ten einde de bediening in de Naam van God alleen het [eigen] Volk [Israël, de Kerk] ten goede zou dienen te komen.
verg. “ Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël [de Kerk]” Matth.15: 24.
Ze verzetten zich heftig tegen andersdenkenden, wensen heidenen, niet- en anders- gelovigen, vluchtelingen ‘niet’ te ontvangen en welk onderscheid een mens wel niet allemaal weet te verzinnen.
Paulus en vele navolgers van Christus betalen hier hun prijs voor – Paulus werd geslagen en gestenigd – diende zelf regelmatig te vluchtten – om trouw te blijven aan de Waarheid dien je stevig in je schoenen te staan en menig ‘
paars’ pantoffelheld, die zich, hoewel hij een ander leer verkondigt en zich aan de wereld overgeeft weten dit onderscheid eveneens niet te maken.
Paulus propageert daarom dat hij zich vastklampt aan de ‘zwakke’ krachten van Christus, teneinde Hem trouw na te volgen en slechts ‘de Waarheid’ voorop te stellen.
De wereld steunt slechts op meerderheid’s-vooroordelen [‘eigen Volk eerst’] en wijst daarmee de trouw aan de dienstbaarheid van Christus af – 2Cor.11: 23-25.
Waarheid is datgene waar je voor staat en in de wereld wordt dit maar al te vaak verworpen – ‘succesvolle’ politici en juridisch geschoolden kennen deze waarheid maar al te goed er uitvoering aan geven ‘hó maar‘.

De Apostel Paulus kòn het derhalve absoluut niet hebben dat er een negatief standpunt werd ingenomen ten opzicht van het toelaten van heidenen tot de Kerk en distantieerde zich resoluut van de traditioneel joods geaccepteerde toelatingspraktijk [de besnijdenis].
Het Christelijk gevoel van de Apostel verwierp een dergelijke veilig geachte toelatingseis en daarop kreeg hij een enorme vijandigheid van de meerderheid van de Joden en van sommige heidenen op z’n nek. Voor de joden was hun religie immers een veilige haven in de Grieks-Romeinse samenleving, maar de werken van de Heilige Apostel Paulus bleken in navolging van Christus de voorbode te zijn van twee eeuwen van afwijzing en vervolging van de Kerk van Christus – tot aan het moment dat keizer Constantijn de vervolging van de gelovigen een halt toe riep.
Wij, Christenen leven momenteel in een gelijksoortige tijd, het gaat weer strijd kosten en je dient je af te zetten ten opzichte van algemeen aanvaarde begrippen wil je je Geloof gestalte kunnen geven.
Toch omarmde de Apostel niet alleen zwakheid als de modus voor het Christelijk Geloof, hij deed dit tevens met overtuiging en hield voet bij stuk – 2Cor.11: 24-26.
De grote Apostel diende hiermee de gemeenschappen die hij tot Christus had gebracht. Hij domineerde ze niet, maar deelde onwankelbaar in hun nederlagen en gevechten – 2Cor.11: 28.
Dáár kwam geen Macht en krachtig optreden aan te pas – zijn tegenstanders probeerden echter met nieuwe manieren om hem de mond te snoeren, òm te vormen en waren op hun èigen voordeel uit.
Uit innerlijke Liefde tot de gelovigen, voor ‘alle’ dienaren van Christus, omhelsde de Heilige Apostel Paulus de ‘zwakte’ van het dienstbaar zijn, wàt hem ook mocht overkomen.
Heilige Apostel blijf ervoor pleiten, dat de Kerk uw goede belijdenis ten opzicht van Zichzelf tot haar laatste adem mag bewaren”.
Overweeg daarbij tevens dat de kwaal van deze Apostel, welke bestond uit -zijn ‘doorn in het vlees’- wat het ook volgens bepaalde theorieën geweest mag zijn, welke variëren van slecht zicht tot oorpijn, hoofdpijn of epilepsie – 2Cor.12: 17.
Zoals onze Heer in de Hof van Olijven [Gethsemane], vroeg de Apostel God driemaal dat deze beproeving misschien zouden kunnen worden verwijderd, maar deze heilige aanvaardde de fysieke zwakheid als de Wil des Heren, van God – 2Cor12: 7-9.
God gebruikt zwakheden en lichamelijke tekortkomingen indien we ze omhelzen en aan Christus aanbieden om God’s Macht door hen aan de mens te openbaren.
De tegenstanders van de Apostel beschouwden zijn lichamelijke problemen als een zeker teken dat Paulus ‘buiten’ Gods Genade was gevallen. In feite gaf Christus Zijn heilige Kracht om onder verdrukking te gedijen 2Cor12: 9.

Petrus
Jezus Christus, die al aan het begin van zijn roeping grote plannen had voor de heilige Petrus [Gr: Πέτρος], veranderde z’n naam Simon in de symbolische naam van Petrus-Kephas, wat rots betekent, want hij zou de rots zijn die de fundering van zijn kerk zou gaan  vormen.
Petrus was nauw verbonden met Christus tijdens zijn openbare leven:
hij was getuige van de glorie van Christus op de berg Thabor;
in de naam van alle apostelen, profeteerde hij de Goddelijkheid van Christus;
hij werd met Johannes uitgezonden om het Paasmaal te bereiden;
Hij was getuige van het lijden van Christus in de tuin van de olijven;
de tempelbelasting werd betaald door Christus voor Zichzelf en voor Petrus.
Al de Apostelen voorzagen zichzelf door noeste arbeid van een schamel inkomen.

Na Christus’ Hemelvaart werd de heilige Petrus het hoofd van de apostelen en de leider van de eerste christelijke gemeenschap in Jeruzalem.
Onder zijn leiding werd een nieuwe apostel gekozen om de plaats van Judas in te nemen. Petrus riep de eerste ‘Raad van kerken‘ [het 1e Concilie] in Jeruzalem bijeen.
De Heilige Johannes Chrysostomos noemt Petrus:
het eerstgeboren lam van de kudde van de Goede Herder”.
De Liefde van Christus was het belangrijkste motief van Petrus als leidraad voor de ‘apostolische’ activiteit, inzet en offerbereidheid.
Die liefde leidde hem uiteindelijk ertoe om te lijden en te sterven omwille van zijn geliefde Leraar.
Een vrome Traditie spreekt over het feit dat hij zichzelf onwaardig vond om aan het kruis te sterven zoals Christus deed, en daarom werd gevraagd om ondersteboven gekruisigd te worden. Deze Traditie wordt bevestigd door bisschop Eusebius  [ca.340] in zijn historische weergave van de Kerk en door de H. Johannes Chrysostomus in een preek over de apostelen [H. Petrus en Paulus], waarin hij zegt:
Verheug u, Petrus, die stierf met het hoofd naar beneden aan het kruis
Petrus stierf in Rome tijdens het bewind van keizer Nero [54-68], tussen de jaren 64 en 67 A.D .; H.Johannes Chrysostomos geeft volgens de Traditie aan als de dag van zijn dood.

Jezus vraagt zijn volgelingen onomwonden:
  Wie is volgens de opvatting van de mensen de Mensenzoon?.
En het regent vanzelfsprekende antwoorden:
  Wie U bent? Een bijzonder mens, maar jammerlijk genoeg door Uw tijdgenoten om het leven gebracht.
  Wie U bent? Voor mij bent u een revolutionair.
Ik heb U bij vrienden weleens op een afbeelding [icoon ?] gezien.
Daar droeg U een geweer om de schouder als Ernesto Guevara, beter bekend onder de naam Che Guevara [1928-1967].
Dat vond ik toch wel aardig, want dat U hard kunt optreden lezen we in de verhale, die over U de ronde doen, waarin staat dat U de kooplui met een zweep uit de Tempel heeft geranseld. 

 ⁌  Wie U bent? Voor mij degene die de maatschappij kan omturnen,
die mensen vrij kan maken van de wurgende greep van machtsmisbruikers en westerse kapitaalbaronnen;
⁌ Wie U bent? Voor mij de Jezus die tegenwoordig is in het H. Mysterie [het Sacrament],
de Jezus van mijn Eerste Communie. Degene die woont in mijn hart en spreekt in mijn geweten.
Mensen hebben de Naam van Christelijk verbonden aan hun huwelijk, hun vakbond, hun politieke partij, hun radio-omroep, hun kerk, hun bezit, hun naam, hun leven.

 Wie zeggen de mensen dat Ik ben?”.
Jezus prikt bij Zijn Volgelingen door met de vraag:
Maar jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?”.
En Petrus geeft het antwoord: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”.
Waar haalt-ie het vandaan, die visser? Dat is ándere taal dan wat de mensen van Hem zeggen. Petrus, voor wie de zaak van de Messias een zaak van leven en dood was. Evenals de andere apostel van wie we vandaag het feest vieren: de apostel Paulus. Petrus en Paulus, twee mensen die de traditie heeft samengevoegd op één feestdag.

Tòch mogen we niet vergeten dat het vanmorgen om twee totaal verschillende mensen gaat. Ze vertegenwoordigen twee vormen van trouw.
Zelfs bij een oppervlakkige lezing van de Handelingen der Apostelen wordt het verschil duidelijk tussen de spontane, soms zwakke, trouwhartige visser uit Galilea en de bijna fanatieke, theologisch gedreven tentmaker uit Tarsus.
De spanningen tussen Petrus en Paulus zijn in Handelingen onderhuids en in Paulus brieven’ zelfs boven-huids aanwezig.
In Antiochië komt ‘t conflict tot een uitbarsting.
Concreet gaat het dan over de vraag: “Kan iemand christen worden zonder zich tot het Jodendom te bekeren?”.
Het was een reëel probleem: theologisch, psychologisch, maatschappelijk, cultureel en dus ook “Kerkelijk”.
Uiteindelijk kiezen de Apostelen voor de visie van Paulus.
En ook Petrus, de eerste onder zijn ‘gelijke‘ broeders, sluit zich uiteindelijk bij de visie van Paulus aan.

 De historie van de Kerk laat zien dat ‘het Lichaam van Christus’ ook ‘n Kerk van mensen is; ook van de Kerk kan regelmatig gezegd worden “het lijken wel mensen”, waarmee we aangegeven dat het er heftig en tegenstrijdig in de Blijde  Boodschap aan-toe-kan-gaan.
Een kerk die voortdurend worstelt met de Waarheid
– pausen en kerkleraren, toezichthouders en spelleiders spreken elkaar samen met gemeenschapsleden al eeuwenlang tegen.
We spreken vaak over de éne Heilige Katholieke Kerk, maar in feite is de Kerk een verzameling van ruim één miljard mensen, die in de sporen van Schrift en Traditie ‘op zoek zijn’ naar God in hun leven.
De Geschiedenis leert ons dat er toezichthouders zijn die zich op de een of andere manier hebben misdragen; bv. als schuinsmarcheerders, slippendragers van koninklijke machthebbers, banken, presidenten en tirannen, maar tevens dat diezelfde mensen zich elk jaar as op het hoofd strooiden onder het uitspreken van de woorden: ‘Gedenk, mens, dat je van stof bent en tot stof zult wederkeren’.

‘Divina Commedia’Dante 1265-1321

In de tijd van de Italiaanse schrijver Dante was de kerk zó verloedert, dat
hij in zijn boek Divina Commedia een verhaal schrijft, waarin
Paus Nicolaas II in de hel terecht kwam.
We herinneren ons hier in het Westen tevens de treurige tijden, waarin
Frankrijk en Rome streden om de machtige pauselijke zetel.
Beurtelings heeft de Kerk de Cultuur gewantrouwd en bevorderd.
In haar spoor vinden we strenge kloosters met trappisten-monniken en uitbundige Barok-kerken. Eeuwenlang heeft de Kerk de seksualiteit gewantrouwd, maar het huwelijk tot Mysterie [Sacrament] verheven.
Praalzieke prelaten liepen naast eenvoudige monniken in één en dezelfde processie, hoewel ze elkaar niet konden luchten of zien.
Dat alles is mogelijk in één en dezelfde Kerk: dàt is het wonderlijke spanningsveld van de meest tegenstrijdige ideeën.
Elkaar tegensprekende idealen konden in al hun felheid naast elkaar bestaan.
De schrijver Chesterton schreef:
De geschiedenis van de Kerk laat geen kudde makke schapen zien, maar eerder een kudde pauwen, tijgers en stieren!”.

Petrus en Paulus, verschillend in karakter en visie, zijn het maar -‘al te vaak’- niet eens over elkaars opvattingen en praktijken, zijn soms zelfs elkaars tegenstanders in de leer, maar zij zijn wél solidair in de Éne: zij zijn beiden trouw gebleven aan de Levende!
Dàt is waar het op aankomt:
– ook al waait er een geweldige storm door de Kerk en wereld;
– al schijnt de één de ander met geld en macht te verdrukken.
Blijf trouw aan de verbondenheid in de Heer en schrijf niemand àf, haal je de zonde van zijn/haar ondergang niet op je nek. Want elkaar verketteren is een heilloze en zelfs afwijkende christelijke manier in de omgang met God en met elkaar. “De strijd om de Waarheid in Christus gaat verder
òf we het leuk vinden of niet”.

3e Irmos     tn.4
Wij vertrouwen niet op rijkdom, noch op wijsheid of macht,
maar op de Persoon-geworden Wijsheid van God;
want niemand is heilig dan Gij alleen, die mensen de mensen lief heeft
”.

Op de rots van uw Godsbelijdenis heeft de Heer Jezus onwankelbaar Zijn Kerk gebouwd.
Daarom verHeerlijken wij u, Apostel Petros”
Hoger dan de Engelen werd Petros verheven, toen Christus God hem voorzegde,
dat hij bij Zijn Komst, met Hem zou tronen om Israël
[de Kerk] te oordelen”.

Gij hebt een onwankelbare fundering onder ons Geloof gelegd, o Paulus:
de in alle opzichten volmaakte Hoeksteen en Sluitsteen, onze Verlosser en Heer.
Altijd hebt gij het sterven van Jezus in uw lichaam gedragen, gezegende Paulus
en daardoor zijt gij waardig bevonden voor het ware Leven”.

[Theotokion] “ In waarheid, alle geslachten der mensen prijzen u zalig, zoals gij voorzegd had, Alreine; want daardoor zijn wij gered”.

Hypakoi     tn.8
In welke stad zijt gij niet gevangen geweest: welke Kerk hebt gij niet geleerd? Damaskus zag u, door Goddelijk Licht verblind; Rome ontving uw laatste bloed; en Tarsos verheugt zich als zijn grootste Zoon, Apostel Paulus, roem van heel de aarde. Nu is uw verblijf in de Hemelen: bid daar voor ons allen”.

8e Irmos     tn.4
Gij, Die het heelal in stand houdt door Uw onzegbare Kracht,
hebt aan de Drie Jongelingen koelte gebracht
temidden van de helse vlammengloed, terwijl zij zongen:
‘Zegent, alle werken des Heren, de Heer’”.

Men zal uw handen uitstrekken en u beladen met een kruis,
zo heeft de Meester aan Petros geprofeteerd: en deze roept met ons:
‘Zegent, alle werken des Heren, de Heer’
”.

Christus, Gij hebt aan Petrus doen zien dat
de heidenen gereinigd waren door de uitstraling van Uw Geest:
reinig ook mijn geest, opdat ik mag roepen:
‘Zegent, alle werken des Heren, de Heer’
”.

Paulus werd neergeveld door Uw Liefde en
ontdekte vol verbazing hoe Heerlijk hij veranderd was.
De voor altijd Gedenkwaardige leefde niet meer voor zichzelf;
maar Gij, de Barmhartige, leefde in hem: tot is alle eeuwigheid

Gij moogt de Kerk aanbieden als een Bruid aan Christus, de Bruidegom,
want gij hebt u een waardige Bruidsleider getoond, door God geïnspireerde Paulus.
Daarom eert zij vol liefde uw gedachtenis
”.

[Theotokion] “ Verheug u, Vuurtroon des Heren;
verheug u, ongehuwde, maagdelijke Bruid;
verheug u, wolk waaruit opstaat de Zon der Gerechtigheid,
Die wij verheffen tot in eeuwigheid

Troparion     tn.4
Gij eerst-tronenden der Apostelen en Leraren van de wereld,
bidt tot de Meester van het heelal,
om aan de wereld Vreded te schenken,
en aan onze zielen de grote Genade
”.

Kondakion     tn.2
De trouwe Verkondigers van God, de eersten der Apostelen,
hebt Gij, o Heer, deelachtig gemaakt aan Uw goederen,
en doen binnentreden in de eeuwige rust.
Want hun zwoegen en sterven
was kostbaar voor U, boven alle offers,
omdat Gij de harten kent
”.

4e Zondag na Pinksteren – Geloof en Vertrouwen van de honderdman

Toen Hij nu Kapernaüm [= dorp van rust] binnenging, kwam een hoofdman tot Christus met een verzoek en zei:
‘Heer, mijn knecht ligt thuis, verlamd, met hevige pijn’.
Hij zei tot hem: ‘Zal Ik komen en hem genezen?’.
Doch de hoofdman antwoordde en zei:
‘Heer, ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn knecht zal herstellen. Want ik ben zelf een ondergeschikte met soldaten onder mij, en ik zeg tot de een: ‘Ga heen, en hij gaat heen, en tot een ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het’.
Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich en zei tot hen, die Hem volgden: ‘Voorwaar, zeg Ik u, bij niemand in Israel heb Ik een zo groot Geloof gevonden! Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Isaäc en Jaäcob in het Koninkrijk der  Hemelen; maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars’.
En Jezus zei tot de hoofdman:
‘Ga heen, u geschiede naar uw Geloof’.
En de knecht genas, juist op dat uur
Matth. 8: 5-13.

      Vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid.
Ik zeg dit van menselijk standpunt om de zwakheid van uw vlees. Want gelijk gij uw leden gesteld hebt ten dienste van de onreinheid en van de wetteloosheid tot wetteloosheid, zo stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging.
        Want toen jullie slaven waren van de zonde, waren jullie vrij van de Gerechtigheid.
Wat voor vrucht hadden jullie toen?
Dingen, waarover jullie je nu schamen; immers, het einde daarvan is de dood.
        Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven.
Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de Genade, Die God schenkt,
is het eeuwige Leven in Christus Jezus, onze Heer“ Rom.6: 18-23.

Nadat Christus iemand van z’n melaatsheid genezen had kwam er een vooraanstaand leider tot Hem met het verzoek ten behoeve van -een van z’n ondergeschikten- namelijk deze van z’n verlammingen en hevige pijnen te genezen.
Christus biedt dit deze persoon ook zeer welwillend aan, Hij immers door Zijn Vader tot de mensheid gezonden om hen te Verlossen.
Opvallend echter is dat iemand met een Romeinse identiteit van ‘n hoogstaand niveau zich tot Christus wendt en stelt: “dat Hij het niet waard is dat Christus onder z’n dak komt”, met andere woorden “He is sure to be not pure”, “Hij is overtuigd van zijn zondig bestaan en hij weet tevens dat “only rhymes [is identical to] with shore when he is wrangling his sheep”.
Hij legt z’n leven in God’s hand, openbaart onze Heer en Verlosser z’n weg en vertrouwt HemPsalm 36[37]: 5 , hetgeen je menig volgeling van Christus nog maar moet zien doen, óók in ònze tijd.
Stel uw vertrouwen op de Heer, uw God en Hij zal u er doorheen dragen, immers
Wie op de Heer vertrouwen zijn als de berg Sion; in eeuwigheid zal hij/zij niet wankelen, die woont in JeruzalemPsalm 124[125]: 1.
Yeroushalaïm [ירושלים] betekent “Stad van de Vrede“.
NB. Ook voor de moslims is Jeruzalem een heilige stad, onder meer omdat volgens de islamitische godsdienst de profeet Mohammed – in een wondere nachtreis – er op Buraq, een dier gelijkend op een ezel, vanuit Mekka naartoe is gereisd en vanaf de Tempelberg naar de hemelen is opgestegen. Een voetafdruk in de Rotskoepel [gebouwd 691-692] herinnert hieraan.

Er lopen nogal wat gelovigen in de Kerk rond, die het met zichzelf getroffen hebben en zich ronduit als verheven boven het volk beschouwen – kijk maar eens bij een gemeenschappelijk feest, wie zich naar de beste plaatsen aan tafel begeven. Helaas steekt datgene wat Christus afwijst onder de Farizeeën en Sadduceeën op dezelfde wijze in onze tijd de kop op; er zijn zelf christelijke groeperingen, die zich in hun geloofsbeleving boven de andere verheven hebben.
Zij willen dit ook duidelijk laten zien en streven er naar hun stroming overduidelijk ten toon te spreiden en hebben niet door dat zij zich daarmee op weg naar de afgrond begeven, het opent de deur naar de dood.
Zij zijn niet onverschillig ten opzichte van hun medebroeders – maar trekken vooral op met degenen, die tot hun niveau behoren.
Vele uiterlijk onverschillig lijkende ongelovigen zijn ook ten opzichte van anderen christelijke groeperingen loyaal en vermoedelijk zijn zíj de enig waarachtige volgelingen van Christus, die tot zijn Hemels Koninkrijk zijn uitverkoren. Zodra je in de waan mocht komen dat je het Hemels Koninkrijk al hebt bewerkt, dienen er allerlei alarmbellen bij je af te gaan.
Overigens ontmoet je op de levensweg groeperingen opgezet door handige mensen, die een slaatje weten te slaan uit de verkondiging en met veel opzien baren en bewust de publiciteit opzoeken; ze laten zich inhuren voor speciale programmadoeleinden en maken van het Christelijk Geloof een commercieel  evenement, waarmee zij een ziekelijke omgang ten toon spreiden. Ze beseffen niet dat onze Heer hier nu juist een hekel aan heeft.
Religieuze zelfgenoegzaamheid is een van de meest gevaarlijke zaken in het  geestelijk leven. De ascetische teksten spreken maar al te vaak over deze passie. Asceten hebben zich altijd in eenzaamheid teruggetrokken uit vrees dat de verleiding zij ten lange leste op het einde van hun leven in woord of gedachten, doen of laten zouden afdwalen van de deugd van de nederigheid.
De duivel treft de mens hier op het zwakke punt. Er zijn in de geschiedenis van de Kerk velen die geloven dat Engelen en gedoodverfde Heiligen de ondergang in werden getrokken nadat zij de hoogste hoogten hadden bereikt en zo in een onacceptabele toestand terecht kwamen.
Het auteursrecht van Heiligheid ligt bij onze Heer, Hij heeft als enige geleefd zonder te zondigen en wij zondaren zullen ontberingen ondergaan en door zware inspanningen ons hoofd boven water kunnen houden; dit is het enige wat wij in onze oren dienen te knopen.
Geestelijk zelfzucht is de zwaarste verzoeking voor iedereen, de kerkvaders benadrukken ons dit voortdurend. De essentie van het geestelijk leven berust op een zeer bescheiden nederig leven; dat is de Reden waarom de Heilige Silouan de Athoniet oproept: ”   “keep thy mind in Hell and despair not,”  waarachtige zondaars sterven voortdurend vanwege hun bewustzijn van zonde.
In de traditie van de Orthodoxe Kerk wordt derhalve het gebed van het hart, het Jezus gebed gebeden: ” “Heer, Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij, zondaar“. De voortdurende aanroep van de Heilige Naam,  verwarmt ons en doet het nieuwe leven van het hart ontstaan . . . [Arch. Zacharias Zaharou].
Geestelijk waakzaamheid berust niet op prestaties, maar op het beheersen van je persoonlijke zelfgenoegzaamheid.
Christus heeft daarnaast al eerder opgemerkt: “Elke dag heeft genoeg aan zichzelfMatth.6: 34b.
      Maakt u dan niet bezorgd, zeggend: ‘Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken van de heidenen uit. Want uw Hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeftMatth.6: 31-32.
De dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben;
elke dag heeft genoeg aan zijn eigen emoties.
Wij mensen zitten soms raar in elkaar
– terwijl onze omgeving ons gelukkig prijst – vanwege onze omstandigheden
kunnen wij persoonlijk ‘in zak en as zitten’ en ons zorgen maken over ‘nare dingen‘ die jezelf of familie zouden kunnen overkomen …
Op een gegeven moment wordt het zich zorgen maken niet alleen onproductief, maar ook ongezond. Piekeren kan uit te hand lopen en stress, angst, slaapgebrek en andere gezondheidsproblemen veroorzaken.
Elke keer wanneer er zorgen bij je opkomen, dien je voor jezelf een rust in te bouwen en behoor je als Christen je Genadegaven te tellen, je zegeningen.

Wanneer we er immers vanuit gaan dat Christus, onze Verlosser, het goede met ons voor heeft, is dit dus niet een aansporing om elke dag pessimistisch te zijn en om bedrukt ons leven te slijten.
Juist Hij roept ons hier op om in het „hier en nu‟ te leven.
Want deze tekst staat niet op zichzelf maar is het slotstuk van de hele tekst
Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”.
Indien we ons niet meer druk hoeven te maken over wat gisteren was
⁌ daar kunnen we toch niks meer aan veranderen-;
⁌ we kunnen wel alle zorgen en mistoestanden van gisteren overgedragen aan Hem  Die alle Macht heeft in de Hemelen en op aarde, dan mogen we die ook loslaten.
⁌ We behoeven ons dan ook niet meer bezorgd te maken over de dag van morgen, al kan die dag best heel spannend worden.
                 Christus zegt in dit zelfde hoofdstuk ook:
Daarom zeg Ik u: Wees niet bezorgd over uw leven,
over wat u eten en wat u drinken zult; ook niet over uw lichaam …,
uw Hemelse Vader voedt ze evenwel;
gaan jullie samen de vogels niet ver te boven?
”.
Zo wordt het leven toch een stuk lichter.
Er ontstaat ruimte voor onze dagelijkse zorgen, maar ook voor onze zorg taken.
En bovenal voor de relatie met onze Hemelse Vader.
Wat een liefdevolle Blijde Boodschap is ons in deze paar woorden gegeven.
Hieruit blijkt dat Hij echt de Heiland is. “Gaan jullie de vogels niet ver te boven?”.
Zo wordt het leven voor ons een stuk lichter.

A silhouette of a person riding a bike in front of the sun.

Dus stop met je zorgen maken over slechte dingen die jou of je familie kunnen overkomen.
In andere talen:
English: ‘Stop Worrying About Bad Things That Could Happen to You or Your Family’;
Deutsch: ‘Aufhören dir Sorgen darüber zu machen dass dir oder deiner Familie etwas zustoßen könnte’;
Français: ‘arrêter de s’inquiéter pour ce qui pourrait arriver’;
Español: ‘dejar de preocuparte por las cosas malas que podrían sucederte a ti o a tu familia, Bahasa’;
Português: ‘Parar de se Preocupar com Coisas Ruins que Poderiam Acontecer com Você ou sua Família’;
Italiano: ‘Smettere di Preoccuparti delle Cose Spiacevoli che Potrebbero Accadere a Te o alla Tua Famiglia’;
Grieks: ‘Σταματήστε να ανησυχείτε για τα κακά πράγματα που μπορεί να συμβούν σε εσάς ή την οικογένειά σας‘;
Arabisch:’ 
التوقف عن القلق بشأن الأشياء السيئة التي يمكن أن تحدث لك أو لعائلتك;
Russisch: ‘Прекратите беспокоиться о плохих вещах, которые могут случиться с вами или вашей семьей’;
Indonesia: ‘Berhenti Mengkhawatirkan Hal‐Hal Buruk yang Mungkin Menimpa Anda atau Keluarga’;
Tiếng Việt: Ngừng lo lắng về điều tồi tệ có thể xảy ra, 
العربيةالتوقف عن القلق بشأن أشياء سيئة يمكن أن تحدث لك أو لأسرتك한국어나와 가족에게 일어날 있는 좋은 일들에 대해 그만 걱정하는 ;
Chinees: [
中文]:不要擔心可能發生在您或您的家人身上的壞事.

De Apostel Paulus vult dit thema nog verder aan door te verkondigen:
stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging”.
Net als de machtige honderdman weet hij dat: “He is sure to be not pure” en
zeker niet ten opzichte van Christus, de Zoon van God en dat Deze onsde Blijde Boodschap brengt op aanwijzing van Zijn Vader, teneinde ons leven te veraangenamen in plaats van te verzuren.
Wij hebben God als heelmeester, nodig Die kennis van zaken heeft en ons bij kan sturen. Een goede heelmeester staat persoonlijk garant voor onze gezondheid.
Vertrouwen op God geeft een enorme zekerheid, je zult nooit teleurgesteld worden. We kunnen dan ook met een gerust hart ons leven in de hand van de Drie-ene God leggen.
Indien we via de Heilige Geest, van de Zoon vertrouwen op God, de Vader zal Hij uitvoeren: 
Leg je leven in God’s hand en vertrouwt op Hem,
zo openbaart onze Heer en Verlosser Z’n Weg
[God’s Blijde Boodschap]” Psalm 36[37]: 5.

Wij mensen bezitten een goddelijke oorsprong – die onlosmakelijk met ons verbonden is, waar we naar terug kunnen keren. Een thuisbasis, dat geldt met name voor onze geestelijke reis.
Ons verhaal van het leven is een bijzonder verhaal over het terugkeren naar onze goddelijke oorsprong.
De aanleiding daartoe wordt gevormd door het terugvinden van het ‘boek des Levens’ in de tempel van ons hart, het basale Leven.
Wanneer wij het kloppen van Onze Heer, Zijn oproep beantwoorden:
      Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U. Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren”.
Christus roept: “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth. 11: 26-30.

Wanneer je de Goddelijke roep in het Hart van de mens beantwoordt zul je het Leven vinden.
Dit antwoord op de Goddelijke oproep heeft tot op de huidige dag èlke ziel, die ook maar enige kennis aangaande het Leven uit God gehad heeft beziggehouden; dit vormt de grondslag van het menselijk Leven.
    Indien gij u dan Jood laat noemen, steunt op de Wet, u beroemt op God, Zijn Wil kent, weet te onderscheiden waarop het aankomt, daar jullie onderricht in de Wet geniet en u overtuigd houdt, dat jullie een leidsman van blinden zijt, een licht voor hen, die in duisternis zijn, een opvoeder van onverstandigen en een leermeester van onmondigen, daar jullie in de Wet de belichaming van de kennis en van de Waarheid bezit,
hoe nu, jullie, die een ander onderwijzen, onderwijzen jullie jezelf niet? Jullie,
  die prediken, dat men niet stelen mag, stelen jullie?
  die overspel verbieden, plegen jullie overspel?
  die gruwen van de afgoden, plegen jullie tempelroof?
  die jullie op de Wet beroemen, onteren jullie God door jullie overtreden van de Wet? Want de Naam van God wordt om jullie gelasterd onder de heidenenRom.2: 18- 24.
En vervolgens stelt de Apostel dat indien wij overtreders van de Wet zijn, wij door:
    De van nature onbesnedene [de heiden], doordat hij de [Goddelijke natuur-] Wet volbrengt, u oordelen die, hoewel in het bezit van letter en besnijdenis, een overtreder van de Wet zijt. 
Want niet hij is een Jood [een Gelovige], die het uiterlijk is en niet dat is besnijdenis [de doop] wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, maar hij is een Jood [een Gelovige], die  het in het verborgen is, en de [ware] besnijdenis [de doop] is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter.Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van GodRom.2: 27-29.
Getroffen in het hart horen wij onophoudelijk de roep van Christus en
bidden: “Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm u over mij, zondaar”.

Apolytikion     tn.3.
Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.3.
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij

Theotokion     tn3.
Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

4e Zondag na Pinksteren – juni 24e, Geboorte van de Heilige, Glorieuze Profeet en Voorloper Johannes, de Doper.

        Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het Woord geweest zijn, ben ook ik [Lucas,= lichtgevend] tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Theofilus [=vriend van God], opdat gij de betrouwbaarheid zoudt erkennen van de zaken, waarvan gij onderricht zijt.
        Er was in de dagen van Herodes [= heldhaftig], de koning van Judea [Jehoed (Aramees), het gebied van de stam van Juda [=geprezen], een priester, genaamd Zacharias [= De Heer herinnert Zich], behorende tot de afdeling van Abia [=mijn Vader is de Heer], en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron [=lichtbrenger] en haar naam was Elisabeth [= eed van God].
        Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk. En zij waren kinderloos, omdat Elisabeth onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen.
        En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor God verrichtte in de beurt van zijn afdeling, dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel van de Heer binnen te gaan en het reukoffer te brengen. En de gehele volksmenigte was buiten in gebed op het uur van het reukoffer.
        En hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar.
En Zacharias ontroerde bij dat gezicht, en vrees beving hem. Maar de engel zei tot hem: ‘Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabeth zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes [= de Heer, de genadige Gever heeft begunstigd] geven. En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor de Heer en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot van zijn moeder aan en velen van de kinderen van Israel [de Kerk] zal hij bekeren tot de Heer, hun God. En Hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de Kracht van Elia, om de harten van de Vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Heer een wel-toegerust Volk te bereiden’.
En Zacharias zei tot de engel: ‘Waaraan zal ik dit weten? Want ik ben een oud man en mijn vrouw is op hoge leeftijd gekomen’.
        En de engel antwoordde en zei tot hem: ‘Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze blijde mare [=bericht] te verkondigen. En zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken, tot de dag toe, dat deze dingen geschieden, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die op hun tijd in vervulling zullen gaan’.
En het volk stond op Zacharias te wachten en zij verwonderden zich, dat hij zo lang in de tempel vertoefde. Toen hij dan naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken en zij begrepen dat hij in de Tempel een gezicht gezien had. En hij wenkte hun toe en bleef stom.
        En het geschiedde, toen de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij vertrok naar zijn huis.
Na die dagen werd Elisabeth, zijn vrouw, zwanger, en zij verborg zich vijf maanden, want, zeide zij: ‘Aldus heeft de Heer aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij neerzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen.
. . . . .  Toen voor Elisabet de tijd vervuld was, dat zij baren zou, bracht zij een zoon ter wereld.
En haar buren en nabestaanden hoorden, dat de Heer zijn barmhartigheid aan haar had groot-gemaakt en zij verheugden zich met haar.
        En het geschiedde, toen de achtste dag was aangebroken, dat zij kwamen om het kind te besnijden, en zij wilden het naar de naam van zijn vader Zacharias noemen.
Doch zijn moeder antwoordde en zei: Neen, hij moet Johannes genoemd worden.
En zij zeiden tot haar: Er is toch niemand in uw familie, die die naam draagt.
En zij beduidden zijn vader, dat hij beslissen zou, hoe hij het kind genoemd wilde hebben.
En hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef deze woorden: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen.
        En terstond werd zijn mond geopend en zijn tong [losgemaakt], en hij sprak, God lovende.
En over allen, die in hun nabijheid woonden, kwam vrees, en in het gehele bergland van Judea werden al deze dingen besproken. En allen die het hoorden, namen het ter harte en zeiden: Wat zal er van dit kind worden? Want de hand des Heren was met hem.
En zijn vader Zacharias werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde, zeggende:
‘ Geloofd zij de Heer, de God van Israël [de Kerk], want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht.
. . . . .  En gij, kind, zult een profeet van de Allerhoogste heten; want gij zult uitgaan voor het aangezicht des Heren, om zijn wegen te bereiden, om aan Zijn Volk [de Kerk] te geven kennis van Heil in de vergeving van hun zonden, door de innerlijke barmhartigheid van onze God, waarmee de Opgang uit de hoogte naar ons zal omzien, om hen te beschijnen, die gezeten zijn in duisternis 
en schaduw des doods, om onze voeten te richten op de weg van de Vrede.
Het kind nu groeide op en werd gesterkt door de Geest. En hij vertoefde in de woestijnen tot op de dag, dat hij zich aan Israel vertoonde
Luc.1: 1-25, 57-68, 76-80.

    Want het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen van het Licht!
      Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd!
     Maar doet de Heer Jezus Christus aan [bekleed u met Christus] en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.
. . . . .  Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt?   Of hij staat of valt, gaat zijn eigen Heer aan.
Maar hij
[zij] zal [zullen] staande blijven, want
de Heer is bij Machte hem
[n] vast te doen staan” Rom.13:11b-14:4.

In navolging van het thema van de honderdman, welke zondag, de 24e juni van dit jaar, gevierd wordt blijkt ook hier onze Heer, de Genade-Schenker, Die ons Zijn volgelingen heeft begunstigd.

Johannes heeft de betekenis van ‘de Heer, de Genadige Gever’ heeft begunstigd en we komen er dus niet om heen ook volmondig te bevestigen dat de Heer ons staande doet blijven in ons Geloof en ons in staat blijft hardnekkig vast te houden aan ons Geloof.
Het Woord zegt: “u bent aan de wereld verslaafd geweest en dat doet het Woord, omdat het slechts wil, dat wij het Woord ter van onze zaligheid met een gewillig hart opnemen“.
En tegelijkertijd laat Christus, het Woord ons weten
dat daarmee uit de wereld ontslagen zijn en bevrijd zijn van de slavernij van zonde en
dat wij, die in de woestijn verblijven, temidden van die zogenoemde slavernij,
niet behoeven te denken: dat hebben we leuk gefikst, wij hebben ons van de zonde losgemaakt,
maar: “Gij zijt daarvan door Christus losgemaakt”.

➥ Wat hebben wij zelf gedaan, gepresteerd:
✓ Door de Doop in Christus hebben wij een anderen Heer aanvaard; en
deze Heer is God.
✓ Door ons over te geven, ons te laten onderdompelen in het Levend water heeft
onze Heer ons verlost, ons vrijgekocht, ons gerechtvaardigd, zodat de zonde
al haar rechten op ons verloren heeft; bij deze Heer staan wij Gelovigen, Die ons vertrouwen hebben gesteld op God in Zijn Gerechtigheid.
✓ Zoals wij ons voorheen aan de wereldse geest overgaven, hebben wij ons overgegeven aan God
en mogen wij ons verheugen op de redding in Zijn Naam.

Wij Gelovige Christenen zijn in de dienst gekomen van “de Gerechtigheid”;
dat betekent, dat  wijzelf zijn tot eigendom geworden van de Gerechtigheid;
van de Rechtvaardige, wij zijn in de dienst van God overgegaan, knechten, dienaren, slaven van God geworden.
Eindelijk gerechtigheid!” wordt wel gezegd, hetgeen een uitroep is wanneer iemand iets overkomt wat hem/haar naar redelijkheid al lang had dienen te overkomen.

H. Johannes de Doper, de stem van een roepende in de woestijn,the Voice in the desert La voix dans le désert, by James Tissot, Brooklyn Museum

De Genade van God voert de Heerschappij, door Gerechtigheid tot het eeuwige leven door Jezus Christus, onze Heer.
Christus heeft de mens niet zo Zalig gemaakt, dat de Wet daarbij toezicht zou dienen te houden; erop zou moeten toezien, hoe zij tot haar recht kwam,
òf dat de zonde daarbij de overhand zou kunnen verkrijgen.
  Toen Christus ons zalig maakte, door de dood te overwinnen,
toen was het eerste, wat Hij deed, dat Hij de Wet vervulde, vervolmaakte.
  Door vervulling van de Wet nam Hij de zonde uit ons midden weg;
daarvoor leed en stierf Hij als de tweede Mens;
daardoor bracht Hij een eeuwige Gerechtigheid teweeg en herstelde ons weer in de eeuwige Gerechtigheid in God.

Het feest van de Geboorte van de Heilige, Glorieuze Profeet en Voorloper Johannes, de Doper – houdt dus in dat er een aanvang wordt gemaakt met de Heils-geschiedenis.
Wij vrienden van God [-Theofili-] horen vandaag het begin van de verkondiging van een lichtdrager [-Lucas-], die alles wat de Apostelen hebben meegemaakt van meet af aan nauwkeurig heeft nagegaan, op volgorde heeft gezet en dit als de Blijde Boodschap voor ons opgeschreven heeft.

Dìt is nu onze zalige toestand; in onze Heer zijn wij met Gerechtigheid en Heiligheid bekleed; wij zijn vrij en los gekomen van de slavernij van de zonde en in de Zalige dienst van God overgegaan.
Dìt is onze Gerechtigheid uit God, en onze Gerechtigheid in de Heer, Die onze Gerechtigheid is.
Nu bezitten wij nog onze leden, de leden van het lichaam, waarmee de zonde ten uitvoer gebracht wordt; – met de ogen ziet men, en de begeerte komt op; met de oren hoort men, en men gehoorzaamt aan de lust; met de voeten betreedt men de verbodene wegen, met de handen grijpt men naar de verbodene dingen.

Wij maken ons nog bezorgd, dat de leden niet met onze geest méé vóórtwillen;
daarom, denken wij, dienen wij bij de Genade de Wet er tòch óók bij te betrekken, teneinde deze leden te beteugelen, ze misschien wel uit- en af te houwen.
Maar Paulus zegt ons: “Dat is de verkeerde weg !!!“.
Op die wijze hebt u het weleer gedaan, en zo doet u het ook nog heden; maar
wat komt daaruit voort?
Dit, dat gij, ondanks alle poging en inspanning,
om  rein en met de Wet in overeenstemming te zijn,
uw leden van de onreinheid en van de ongerechtigheid ten dienste stelt,
om onder het voorwendsel van Liefde tot de Wet u van de Wet te ontslaan en
in het geheel niet meer naar de Wet te vragen; ja,
om er u door te slaan met een gestolen troost zonder waarachtige rust.

Op de weg, waarop u het tot dusver gezocht hebt, hebt u niets anders gevonden, dan wáárover u uzelf schaamt, en wáárvan het einde de dood is.
Zoals jullie in Christus Jezus voor God in Gerechtigheid zijt gesteld,
zo hebt jullie ook je leden, uw zondige en zondigende leden van de Gerechtigheid dienstbaar gesteld!
Ga je die weg, dan zul je wèl ervaren, wat “onze Heer” zal veroorzaken.
De kinderen van Israël werden gereinigd en geheiligd en gerechtvaardigd in
het bloed van de [geslachte] lammeren, en werden zo verzoend en rein verklaard; hoeveel te méér zal de Gerechtigheid, waarin u in Christus Jezus voor God gesteld zijt, deze vrucht van Zich geven, dat uw leden zich bewegen zullen overeenkomstig deze zaligen toestand van de dienst Gods, waarin
u opgenomen zijt in de gekruisigde Christus Jezus, onze Heer.
Wanneer wij dus het woord “Gerechtigheid” hier goed verstaan, en als vanzelfsprekend Heiliging verwachten, zo zal het ons al duidelijker worden, wat de Apostel bewezen heeft, dat, de vermaning van de Apostel geenszins naar een Wet terugleidt, Die wij zouden dienen te volbrengen, maar dat wij gered zijn in de Heer, waarop gezegd wordt “ Mijn Genade is jullie genoeg”.
Het Genadige Heil is ons nu méér nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar -in deze woestijn- wandelen,
–  niet in brasserijen en drinkgelagen,
–  niet in wellust en losbandigheid,
–  niet in twist en nijd!

     Maar wij die ‘ons’ door Genade bekleed hebben met Christus en geen zorg schenken aan het vlees, zodat valse begeerten worden opgewekt en gaan onbezorgd de Zalige Toekomst van het Koninkrijk der Hemelen tegemoet, wat wij ook zullen tegenkomen.
Voorwaarts en niet vergeten!

5e Irmos     tn.4. uit de Metten [Orthros]
Nu zal ik opstaan, heeft God door de Profeet gezegd;
nu wil Ik Mij verheffen; nu word Ik verHeerlijkt,
want Ik heb op Mij genomen de gevallen mens,
en deze daardoor opgeheven tot
het wonderbare Licht van Mijn Godheid
”.

Heden is de Grootste van de Predikers ter wereld gebracht:
de stem die met de tong van de Geest aan allen de Zoon der Maagd verkondigt,
Die uit de Hemel zal neerdalen in ons menselijk lichaam.
De Heer heeft u tot Christus’ ware Lamp gemaakt,
die allen verlicht door de verkondiging van het Woord, de Zoon van God
”.

Het heelal stond vol verbazing om uw van-God-geschonken Heerlijkheid:
want gij, die in het huwelijk Maagd gebleven zijt, draagt in Uw schoot God,
Die alles te boven gaat, en hebt geboren de Zoon Die is boven alle tijd.
Schenk aan de u prijzenden de heilige Vrede

De zo zwak geworden menselijke natuur is weer sterk gemaakt om
de goede Vrucht te kunnen dragen, door  Uw Geboorte uit de onvruchtbare schoot, die het Leven verkondigt aan de sterflijken, alom geroemde Voorloper.
Als een ondoofbare Lamp verkondigt Gij de Zon der Heerlijkheid, Die zal opgaan uit de Maagd, om over de gehele mensheid te schijnen als het Licht van de Genade
”.

Theotokion
De praatzieke tongen van de goddeloosheid worden gebonden, maar
onze monden worden wijd geopend om de Heerlijkheid te doen horen van de Komst van de God van het Heelal, Die de Voorloper heden zo helder doet weerklinken over de aarde.
Op profetische wijze verkondigde Elisabeth Uw Heerlijkheid, toen zij vol vreugde de grote dingen verhaalde over uw Goddelijk Kind, Al-Reine;
want Gij zijt de blijdschap en de trots van ons allen
”.


Kondakion     tn.3.
    Zij die onvruchtbaar was, baart heden de Voorloper van Christus.
Hij is de vervulling van alle profetieën:
want toen hij Hem, Die de Profeten hadden verkondigd,
in de Jordaan met de hand aanraakte,
toonde hij zich als Profeet,
verkondiger en Voorloper van het Goddelijke Woord
”.

Apolytikion     tn.2. uit Goddelijke Liturgie
    Het aandenken der Gerechten wordt gevierd met hymnen.
Maar gij hebt het getuigenis des Heren, o Voorloper,
want gij zijt in waarheid de grootste der Profeten,
omdat Gij Hem, Die gij gepredikt had, mocht dopen in de wateren.
Nadat gij gestreden had voor de Waarheid,
hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de hades:
dat God in het vlees is verschenen,
om de zonden van de wereld weg te nemen
en ons de grote ontferming te schenken
”.

Kondakion     tn.3.
  God’s Profeet en Voorloper der Genade:
Johannes, geboren uit de onvruchtbare,
is de vervulling van alle profetieën.
Want toen hij Hem, Die de Profeten hadden verkondigd,
in de Jordaan met de hand aanraakte,
toonde hij zich als Profeet,
verkondiger en Voorloper van het Goddelijke Woord
”.

Theotokion     tn.2.
Door U hebben wij deel gekregen aan de goddelijke natuur,
altijd-maagdelijke Moeder God’s:
want gij hebt God in het vlees gebaard.
daarom zijn wij allen, zoals het past u vroom verheffen
”.

Prokimen     tn.7.
  De Rechtvaardige zal zich verblijden in de Heer
en op Hem vertrouwen” [refr]

– “  God, verhoor mijn gebed wanneer ik mij tot U richt;
maak mijn ziel vrij van vrees voor de vijand”

– “  Beschut mij tegen de samenzwering der booswichten; tegen de menigte van hen, die onrecht bedrijven”.

Alleluia
– “ De Gerechte zal bloeien als een palmboom;
als een ceder van de Libanon zal hij uitgroeien”.
– “ Zij worden geplant in het huis des Heren
en zullen bloeien in de voorhoven van onze God”.

3e Zondag na Pinksteren – de Heilige Nieuwe Martelaren onder de Ottomanen

de wereld, door de ogen van een theoloog

      De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn.
     Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!
Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen en Mammon.
        Daarom zeg Ik u:
Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of drinken, of over uw lichaam, waarmee gij het zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?
        Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven?
        Wie van u kan door bezorgd te zijn een el aan zijn lengte toevoegen?
        En wat zijt gij bezorgd over kleding? Let op de leliën van het veld, hoe zij groeien: zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze.
        Indien nu God het gras van het veld, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?
Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft.
        Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken wordenMatth.6: 22-33.

      Wij dan, gerechtvaardigd uit het Geloof, hebben Vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door Wie wij ook de toegang hebben verkregen in het Geloof tot deze Genade, waarin wij staan, en roemen in de Hoop op de Heerlijkheid in God.
        En niet alleen [hierin], maar wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding beproefd worden, en het beproefd worden Hoop; en de Hoop maakt niet beschaamd, omdat de Liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is, zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te zijner tijd voor goddelozen is gestorven.
       Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven – maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven?
       God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
       Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.
       Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeftRom.5: 1-10.

Het Ottomaanse rijk
De troepen van moslimleider Mohammed II namen op 29 mei 1453 de grote stad Constantinople in; hoewel orthodoxe christenen al meer dan 1000 jaar hadden aangenomen dat het Byzantijns Christelijk Rijk zou blijven bestaan.
Zij hadden hun stad altijd de ‘door God beschermde stad’ genoemd en inderdaad tot dan toe was de stad beschermd gebleven ondanks de aanvallen van de zijde van zowel Russische als de troepen van de stad Venetië, welke tot op de dag van vandaag pronken met de kunstwerken van Byzantijnse grootmeesters.
Maar toe hun keizer, Constantijn XI, ten val kwam, werd de heilige stad van Byzantium de hoofdstad van een nieuw rijk, het Ottomaanse Rijk, geregeerd door een heidens volk, vijanden van Christus en het christendom, de moslims. In dat deel van de wereld viel er op dat moment een duistere wolk over de orthodoxe christenen.
In hun overweldigende haat tegen het christendom, aangewakkerd door de misdaden van de Latijnse Kruisridders, operaties die door christelijk Europa in de middeleeuwen werden gehouden, begonnen de moslim-Turken aan een vervolgingsoperatie die tot doel had om de kudde van Christus effectief aan banden te leggen.
Hun strategie was niet minder wreed dan die van andere atheïstische fascisten, die in de huidige samenleving, God noch gebod kennen, om hun macht ten toon te spreiden; de parallellen met de huidige Islamitische staat zijn opvallend.
De meeste kerken en kunstwerken herinnerend aan de historie van vroegere tijden werden vernietigd, enige kerken, die wel van nut konden zijn werden omgebouwd tot moskeeën, zoals het majestueus bouwwerk de Hagia Sophia in Constantinopel. Net zoals in latere periode Petersburg werd veranderd in Leningrad werd de naam van Constantinopel verandert in Istanbul – dictators zijn weinig orgineel.
Hun verplaatsbare iconen werden vernietigd en hele muren van inspirerende en stralende mozaïeken werden bedekt met verf of gips. Kruisen werden van de koepels verwijderd en verwisseld door Moslim symbolen. De schoonheid van de Hagia Sophia werd verkracht door er minaretten bij te bouwen als speren ten teken van hun snoeimessen tegen al wat in hun nabijheid kwam.

stromende bloed rond de Turkse vlag

In 330 na Chr. wijdde keizer Constantijn de stad Constantinopel toe aan de Theotokos en hij voegde een ster toe aan de beginnende halve maan, die al het symbool van de stad was. Toen de Turken de stad veroverden, her-noemden zij deze stad tot Istanbul. Zij namen het bestaande symbool van de halve maan met daarin de ster en veranderden het zo tot een Islamitisch symbool. Het Rode Kruis gebruikt in Islamitische landen de rode halve maan op een witte achtergrond als alternatief voor het rode kruis symbool.

Strikt genomen kent de Islam geen symbolen, in tegenstelling tot veel andere culturen mogen de moslims helemaal geen beeltenis maken van Allah [Arab. God] of van zijn profeet Mohammed; zij mogen zich enkel bedienen van teksten, zoals ‘God zij geprezen’[Subhan-Allah], ‘eer aan God’[Alhamdulillah] en ‘God is groot’ [Allãhu Akbar].

De moslims garandeerden christenen een definitieve plaats in de Turkse samenleving; maar dit betekende een zwaar ondergeschikte, een plaats van gegarandeerde minderwaardigheid. Orthodoxe Christenen dienden naast hun de normaal bestaande lasten – jaarlijks een hoofdbelasting betalen, zoals het afstaan van vee. Voor de Turken zijn het ongelovigen en ze hadden absoluut geen burgerrechten – zij dienden zelfs opvallende kleding [jurken] te dragen, waardoor zij van verre herkenbaar waren. Zij konden niet met moslims trouwen, noch mochten zij zich bezighouden met verkondiging op welke manier ook, niet in woord, niet in geschriften radio of van welke aard dan ook. In feite werd het als een misdaad beschouwd, gewoonlijk bestraft met de dood, om een moslim tot het christelijk geloof te bekeren. Nog steeds is het zo dat wanneer een moslim zich tot het Christendom bekeert, hij/zij zich het leven in de waagschaal stelt – de familie-eer dient gered te worden en er is geen ander pardon, dan de dood.
Alsof deze maatregelen nog niet genoeg waren, namen de moslims actief de leiding over van de kerkgemeenschap in hun contreien. De sultan beschouwde zichzelf ironisch genoeg als de ‘beschermer’ van de Orthodoxie, zogenaamd het voortbestaan van de kerk garanderend, maar het was feitelijk een vreselijke wurggreep, waarmee het christendom in de ban werd gehouden.  In dit systeem deinde elke patriarch een stevige vergoeding aan de Sultan te betalen alvorens hij kon worden toegelaten tot de patriarchale troon.

het bloed van Martelaren

De patriarch is/was niet in staat om het geld bij zijn toch al uitgebuite gelovigen te halen, aldus wordt/werd hij genoodzaakt een vergoeding op te eisen van elke nieuwe bisschop voordat hij hem in z’n bisdom installeert en deze verhaalt deze last uiteraard weer op z’n kudde gelovigen.
Door gebruik te maken van deze lucratieve handelspartner, dwingen/dwongen de Turken tot de  aanstelling van oude patriarchen, zodat er met een buitensporige snelheid nieuwe en herverkiezingen dienden plaats te vinden. De Turkse overheid dient de kandidaat voor het Patriarchaal Constantinopel nog steeds goed te keuren.
De meeste sultans waren zieke, door demonen geteisterde mannen, wiens irrationele heerschappij en ongebreidelde macht alleen maar de demorali-serende uitwerking van de Turkse heerschappij op de Kerk versterkten.

Niet zonder reden merkte een 17e eeuws handelaar in Istanbul op: “Elke goede Christen behoort met droefheid te overwegen zich aan dit regiem over te geven [moslim te worden] teneinde de eens zo glorieuze kerk te aanschouwen, die haar ingewanden scheurt en uitdeelt en hen als voedsel aan de gieren en de kraaien geeft”.
Stilzwijgend zijn heel wat families zich onder deze druk en ter verkrijging van privileges, zoals brood op de plank via een overheidsaanstelling, onder deze druk bezweken. Zo kom je in Turkije nog veel verlaten kerkjes tegen, die slechts uit toeristisch oogpunt nog overeind staan.  Het doel van de Orthodoxie in het Ottomaanse Rijk is simpelweg nog steeds een kwestie van overleven.
Ze konden er weinig van weten, in 1453, dat het zwaard van de Islam niet voor een generatie of twee, maar voor méér dan 500 jaar, tot an de dag van vandaag, al bijna zes ontzettend lange eeuwen van duisternis en moeilijkheden zou opleveren.

icoon van de Martelaren van Batak 1876 [Bulg.], de vergeten genocide!

Armeniërs, Bulgaren, Serviërs kunnen u hier heden-ten-dage nog veel meer van vertellen, maar vergeet deze tijd niet -president Erdogan- valt -met steun van een oud KGB-strijder -uit Moskou- zonder pardon de Koerden in Syrië aan en de wereld kijkt toe.
Maar zelfs onder dergelijke verwoestende omstandigheden laat God het ‘Licht van Christus’ niet onder hen uitdoven; zo goed en kwaad als het kan weet de Kerk zich in het midden en verre  oosten nog staande te houden; hoe? – door stilzwijgend de situatie te aanvaarden en de duivelse heersers hun zin te geven.

➥ Tot op de dag van vandaag verwijzen de ‘Nieuwe Martelaren’ op de Orthodoxe kalender van heiligen naar slachtoffers, die steeds maar opnieuw lijden vanwege hun Geloof onder het Ottomaanse juk. Hun leven is veelal niet bekend en toch vormen zij een -nog steeds niet afgesloten- rij van slachtoffers welke onder dit regiem vallen.

‘Servische actie’ Arch. Habakuk & Martelaren, 1815

⁌ Tot op de dag van vandaag blijkt het politiek systeem in Turkije af te wijken van de Joods- christelijke waarden en normen, zet het oude onmenselijk regiem openlijk zijn aloude gedrag voort – “voor degenen, die dit gedrag volhouden is geen weg onbegaanbaar” – de enige weg, die christenen overblijft is accepteren òf ten onder gaan.
Voor de westerse samenleving welke toch voornamelijk gebaseerd is op Joods-Christelijke principes dienen we -ook wat de politieke houding aangaat- ons niet te laten knevelen en waakzaam te blijven en ons niet laten verleiden tot gelijksoortige tegenacties.
Er zijn in het verleden vele beloningen gegeven in de vorm van geldelijk gewin en privileges aan die christenen die zich tot de moslimgodsdienst zouden bekeren.

Balkan oorlog 1878-79

Onze westerse maatschappij laat zich nòg àl te gemakkelijk verleiden door geldelijk gewin – je kunt uit de handel mèt een ‘dergelijke grote‘ groep mensen immers veelvuldig geldelijk gewin halen, wat hun waarden en normen aangaat – kijk je gewoon de andere kant op.
Wij, westerlingen, dienen ons echter absoluut geen zand in de ogen te laten strooien; ons hiervan te distantiëren – dit soort praktijken uit de weg te gaan.
Vele Christenen leven momenteel dagelijks nog in angst en beven, gaan nog steeds de Koninklijke  strijd aan met dit kamp van de tegenstander [de duivel] en handhaven in ‘het midden- en verre oosten’ nog steeds moedig -als strijdvaandel het Kruis van Christus- doordrongen van de heilige strijd het Christendom in de oorspronkelijke landen te handhaven, doorstaan zij verschrikkelijke martelingen. De overwinning van de martelaren wordt echter alleen vanuit een buitenaards perspectief begrepen, want zij bewaren diep in hun hart de worden van de Blijde Boodschap:
“            Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden.
              Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?
               Want de Zoon des mensen zal komen in de Heerlijkheid van Zijn Vader, met zijn engelen, en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn dadenMatth.15: 25-27

Een goede stellingname blijkt heden heden ten dage nog steeds te zijn:
Mensen gaan veelal voor direct resultaat, bevrediging van verlangens en gevoelens, dat toch maar bereiken – maar blijken zichzelf toch onderweg te verliezen”.
Christus is daar diep bezorgd over:
Hij wil ons het Eeuwige Leven geven, dàt is het Enige wat ons tot in het Koninkrijk der Hemelen overblijft”.
Daartoe roept Hij ons achter Zich, zoals Hij Petrus deed: “Ga verre van Mij, jij satan”, want wij hebben een ziel te verliezen en dat wil Hij niet.

Beeld van het Leven

Zorgen voor je ziel betekent, dat je de weg gaat achter Christus aan.
Dat is de weg van de radicale overgave van je zelf [ -je ziel, je leven- ] omwille van de blijde Boodschap.
Het is de bereidheid alles, ook je eigenste wezen, in te leveren om Christus te winnen.
De mens staat eerst dàn centraal wanneer z’n ziel opnieuw de hoofdnorm wordt van het menselijk bestaan.
Ofwel: ‘Christus wordt mijn leven!‘;
In Hem heb ik een wereld te winnen‘;
een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde.

Apolytikion     tn.2
Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U“.

Kondakion     tn.2
Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion     tn.2
Onbegrijpelijk en hoog-Heerliik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.

Kondakion     tn.8. van de Martelaren
”  Als het eerstelingen-offer der natuur,
offert de wereld U,
de Heer en Schepper van het heelal,
de God-dragende Martelaren.
Bewaar om hun gebeden Uw Kerk in diepe Vrede,
door de Moeder Gods, Barmhartige“.

Orthodoxie & een religie, die een land of staat domineert

Kerk en staat na de Perestrojka
Wanneer een specifieke religieuze groep dominant is in een staat of land, is het vaak de moeite waard om te kijken naar hoe zijn aanwezigheid de samenleving in het algemeen beïnvloedt, maar vooral hoe deze de politiek en het overheid’s-beleid beïnvloedt.
We zien dat niet alleen in Islamitische staten, maar ook in christelijke en met name in het overgebleven Rusland, alwaar de Russisch-Orthodoxe Kerk zich na de vervolgingen onder het communisme een nieuwe plek in de staatsideologie verwierf.
Er vond een ‘kerkelijke renaissance‘ plaats, die al gauw om Macht en onroerend goed bleek te draaien, sinds de afkondiging van de perestrojka door Michail Gorbatsjov heeft de Russisch-Orthodoxe Kerk een enorme weg afgelegd.
Je zou kunnen zeggen dat inhoudelijk de eerste drie eeuwen uit haar geschiedenis van het christendom zijn samengebald in deze dertig jaar van post-communistische  ‘kerkelijke renaissance’ in Rusland.

Het resultaat van de ontwikkelingen is hetzelfde: het episcopaat heeft opnieuw gekozen voor het gebruikelijke model van een ‘Rijkskerk’.
De kring die profiteerde van dit besluit is uiterst klein – de patriarch, bisschoppen van de grote steden en een klein deel van de geestelijkheid.
Aan de periode die in Rusland de ‘kerkelijke renaissance’ wordt genoemd, is stilletjes een einde gekomen. Niemand heeft de eindrekening opgemaakt, maar de prioriteiten zijn de afgelopen jaren duidelijk verlegd, en alle uitlatingen over deze ‘renaissance’ zijn zonder weerwoord naar het archief verwezen. De nieuwe fase in het kerkelijke leven heeft nog geen naam gekregen, maar de gestelde prioriteiten maken duidelijk dat er een streep is gezet onder de voorgaande onder-drukkende decennia.

Al van meet af aan had de ‘kerkelijke renaissance’ iets dubbels. Enerzijds breidden de kerkelijke activiteiten zich uit: nieuwe kerken gingen open, er kwam godsdienstonderwijs en aan de basis ontstonden allerlei zelfsturende organisaties. Anderzijds had de herleving een duidelijk politiek-maatschappelijke component: oppositie tegen al wat sovjet en communistisch was. Vooral daarom stond de Kerk zo dicht bij de jeugd, terwijl de oudere generatie over het algemeen gereserveerder was. Vaak lieten twintigers en dertigers zich al eind jaren tachtig, begin jaren negentig dopen, terwijl hun ouders hun voorbeeld pas een paar jaar later volgden.

Het was alsof de Russisch Orthodoxe kerk een alternatieve realiteit bood, een ‘ander’ Rusland, dat niet-sovjet was. De maatschappelijke verwachtingen waren zo hoog gespannen dat werkelijk alle monniken, priesters en bisschoppen werden aangezien als levende getuigen van dat àndere Rusland en om die reden enorm veel vertrouwen genoten. De Orthodoxe Kerk doorstond onder de atheïstische staat de meest wrede vervolgingen, waarover alleen fluisterend kon worden gesproken. Over een heiligverklaring van de nieuwe martelaren kon men in de sovjet-tijd alleen maar dromen. Na de Oktoberrevolutie van 1917 stond de kerk tegenover de communistische machthebbers, maar ook als ze zich loyaal betoonde, werd ze als serieuze ideologische tegenstander beschouwd.

In de nadagen van het ‘socialisme’ was de jeugd ideologisch en soms ook moreel op een dood spoor beland. De Orthodoxie leek een uitweg te bieden: een intens persoonlijke weg naar de waarheid en naar Christus. De vurige wens om Christelijk te leven deed velen besluiten een bestaan binnen de Kerk te zoeken: ze werden priester of monnik of gingen voor de kerkgemeenschap werken.
Veel hoger opgeleiden traden tot de Kerk toe en vormden de kern van nieuwe parochies en lekenorganisaties. De ‘kerkelijke renaissance’ speelde vooral in Moskou, Sint Petersburg en andere grote steden. Maar al snel traden de fundamentele problemen van de Russisch-Orthodoxe Kerk aan de dag.
1.].  Lang waren niet àlle priesters èn bisschoppen werkelijk vertegenwoordigers van dat àndere Rusland. Dit was al de derde generatie geestelijken die was opgegroeid in de Sovjet-Unie, in overweldigende meerderheid waren ze ‘volledig loyaal’ aan de staat. De gemeenschappen die de periode van grote terreur overleefden gingen ondergronds en hielden in de jaren zeventig-tachtig praktisch op te bestaan, waren uitgestorven. Natuurlijk maakten afzonderlijke priesters en leken deel uit van de ‘dissidenten’-beweging, maar dit had nauwelijks invloed op de situatie in de Kerk, die in hoge mate werd gecontroleerd door ‘de raad voor Godsdienstzaken’.
2.].  Lang niet àlle priesters bleken na de val van het communisme opeens ook bereid om te preken, zich met catechisatie bezig te houden of met mensen te werken. In de sovjet-tijd waren ze immers gewend geraakt aan ideologisch toezicht van staatszijde en aan maatschappelijke en culturele isolatie.
Preken dienden altijd te worden afgestemd met de gevolmachtigde van Godsdienstzaken, ‘Godsdienstonderwijs en liefdadigheid’ waren strikt verboden, net als doopplechtigheden en huwelijksinzegeningen: wie aan de sacramenten deelnam, zette zijn baan en inkomen op het spel. Deze priesters hadden geen flauw idee wat ze aan moesten met de nieuwe religieuze vrijheid.
De lekenbeweging bracht hiervoor deels uitkomst, maar kon slechts een paar jaar vrijelijk te werk gaan. Het episcopaat schrok van het lekenactivisme en legde in 1994 strenge beperkingen op aan de activiteiten van lekenorganisaties.
3.].   Daarop openbaarde zich het probleem van het episcopaat zelf.
Onder druk van de veiligheidsdienst [de K.G.B., waar óók Poetin uit voortkomt] en de raad voor Godsdienstzaken had het Patriarchaat alleen kandidaten tot bisschop mogen wijden, die bewezen hadden loyaal te zijn aan het communistische regime. Bovendien waren de permanente leden van de Synode volledig geïntegreerd in het systeem van speciale voorzieningen dat partijfunctionarissen toegang gaf tot schaarse producten, regering’s
-supermarkten, -sanatoria en -poliklinieken. En de Synode was verworden tot ‘een soort Politburo’, die uit de staatsruif meeaten, waarin de gezegende Metropolieten permanent zitting hadden tot aan hun dood.
In het post-communisme stond de kerkhiërarchie voor de taak de stemming onder het volk ‘te beteugelen’ en hier mogelijk van te profiteren: door haar macht te versterken, nieuw onroerend goed in handen te krijgen en zich in juridisch en canoniek opzicht ‘vrij te pleiten’ van collaboratie met de communistische machthebbers en van financiële en morele misdaden.
Natuurlijk werden voor deze problemen niet zó maar oplossingen gevonden.
Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verklaarde de heilige Synode:
Het Moskouse patriarchaat maakt géén aanspraak op een bijzondere positie in de staat, nòch op ideologische of politieke privileges’. Maar dit was slechts een kòrt, voorlopig moment van zwakte !!!
Al tegen het midden van de jaren negentig had het episcopaat zijn positie bepaald: het formuleerde ‘wat het allemaal onveranderd wilde behouden, en wat het precies van de staat wilde krijgen’. De Patriarch werd midden-voor van de Doema en klapt lustig mee met de zogenaamde volksvertegenwoordigers.
4.]. Het meest serieuze probleem ontstond toen in de jaren negentig bleek dat de Kerk geen catechisatie had weten te organiseren maar wel vrijelijk miljoenen gegadigden had gedoopt.
Daarmee beging ze een grote vergissing: terwijl ze opgetogen verhalen afstaken over de terugkeer van Rusland naar de orthodoxie, stonden priesters en bisschoppen geen ogenblik stil bij het gehalte van het Geloof van al die miljoenen. Ieder die wilde werd ingeschreven als lid van de Kerk van Christus. Pas later bleek dat het voor de nieuwe bekeerlingen voldoende was zich bevestigd te voelen in hun nationale identiteit, overeenkomstig de nieuwe, algemeen geaccepteerde formule: ‘Russisch, dus orthodox’, net zoals bij de Griekse bevolking.
De nieuwe kerkleden behielden echter een sovjet-kijk op de wereld: na een paar jaar zouden ze al terugverlangen naar een nieuw orthodox rijk.

De ‘rijkere‘ boerenklasse, die tijdens Stalins gewelddadige campagne voor de collectieve landbouw was heengestapt, zag in hoeveel schade het communisme Rusland had berokkend en die probeerde onder Jeltsin het communisme probeerde te vernietigen maar slaagde daar niet in vanwege zijn mentaliteit, omdat het communisme een wezenlijk bestanddeel van het Russische leven was gebleven.
Dat was precies de reden waarom de staat er in de jaren negentig almaar niet in slaagde op één golflengte te komen met de Kerk. Wel tekende zich een nieuw conflict af: in het land voltrokken zich democratische veranderingen, maar de Kerk neigde opnieuw naar de monarchie, of preciezer gezegd, vond dat de monarchie onlosmakelijk deel uitmaakte van haar symbolische kapitaal.
Behalve dat de Kerk en andere religieuze organisaties hun juridische rechten herwonnen, kerk- en kloostergebouwen [vaak niet meer dan ruïnes] terugkregen, welke met staatssteun werden gerestaureerd en de wet ‘Over vrijheid van geweten en religieuze organisaties’ werd aangenomen, veranderde er in de jaren negentig zo goed als niets in de verhouding tussen Kerk en staat. Deze situatie veranderde toen Vladimir Poetin president van Rusland werd en metropoliet Kirill patriarch van Moskou en heel Rusland.

Patriarch Kyrill & Tsaar Poetin

Mèt het aantreden van president Poetin brak een nieuwe tijd aan voor de Russisch-orthodoxe kerk. Zo wist patriarch Kirill met de staat overeenstemming te bereiken over de invoering op openbare scholen van het leervak ‘Grondslagen van religieuze cultuur en wereldse ethiek’, met als cruciaal onderdeel ‘Grondslagen van de orthodoxe cultuur’. De overheid ging ermee akkoord officieel 240 aalmoezeniers in de strijdkrachten aan te stellen voor bijstand aan gelovige dienstplichtigen. Uiteraard komen deze in meerderheid uit de orthodoxe geestelijkheid. Ten slotte werd een speciale federale wet aangenomen [‘Over de overdracht aan religieuze organisaties van eigendom met een religieuze bestemming in bezit van de staat of gemeentes’].
In Moskou werd samen met het stadsbestuur een programma gelanceerd voor de bouw van enkele honderden nieuwe kerken.  Na corruptieonderzoeken van Aleksej Navalny heeft de staat de federale wet ‘Over de staatsbeveiliging’ zodanig geamendeerd dat het mogelijk werd persoonlijke gegevens geheim te houden van alle personen die onder bescherming staan van de Federale Beveiliging’s-dienst [FSO].
Aangezien ook patriarch Kirill beveiligd wordt door deze instantie valt informatie over ‘zijn inkomsten en bezittingen’ onder de officiële geheimhouding.   In aanmerking nemend dat de Russisch-Orthodoxe Kerk geen enkel financieel overzicht of document over haar financiële transacties publiceert, beschermen de nieuwe wetsamendementen feitelijk de ondoorzichtige financiële structuur die zich in deze Christelijke Kerk heeft ontwikkeld.
Kortom, de patriarch en het episcopaat genieten, in letterlijke zin, goede relaties met de staatsmacht. De patriarch en de president [gekscherend de nieuwe Tsaar genoemd] ontmoeten elkaar regelmatig, niet alleen in het Kremlin, maar ook in het klooster op het eiland Valaam [waar zich een van de residenties van de Patriarch bevindt en toevalligerwijs ook een van de datsja’s van de Tsaar], òf op de Heilige Berg Athos in Griekenland. De spindokters van het Kremlin slagen er tamelijk goed in het beeld van een orthodoxe Russische president te creëren: een vriend van de Kerk en beschermer van traditionele waarden, zoals historisch te doen gebruikelijk was.

Niet toevallig is in de Russische wetgeving de wazige formulering ‘belediging van gevoelens van gelovigen’ opgedoken, al was deze aanvankelijk alleen opgetekend in het Wetboek van administratieve rechtsvordering, in 2002.

Pussy Riot een rel op het rode plein.

Na de scandaleuze actie van Pussy Riot in de Christus-Verlossers-kathedraal in 2013 werd aan artikel 148 van het Wetboek van strafrecht een artikel toegevoegd, dat voor religieuze krenking voorziet in straffen variërend van een boete of een werkstraf tot vrijheidsberoving voor een termijn van maximaal drie jaar.
Sindsdien doen orthodox-gelovigen voortdurend een beroep op dit artikel, en deskundigen waarschuwen dat het gebruikt kan worden voor het vervolgen van tegenstanders van de Orthodoxe Kerk.
Zo dreigde in mei 2017 bisschop Nectarius [Selezjnov] van Livny en Malo-archangelsk met dit artikel tegen de redactie van Orlovskië Novosti [Nieuwsblad van Orlov].
Hij was verontwaardigd over een publicatie over de nieuwe jeep die hij voor 6 miljoen roebel had gekocht, voor het district Orlov zonder meer een extreem luxueuze aankoop. Het schandaal werd gesust, de bisschop spande geen rechtszaak aan. In totaal zijn er relatief weinig vonnissen gewezen op basis van dit artikel, ondanks veelvuldige pogingen van orthodox-gelovigen.
Het is opmerkelijk dat de wet tegen zendingswerk, die een jaar geleden in één pakket met de antiterroristische wetgeving van parlementslid Jarovaja is aangenomen, in theorie ook gebruikt kan worden tegen orthodox-gelovigen, maar dat de autoriteiten deze vandaag de dag uitsluitend aanwenden tegen islamitische radicalen en protestantse gemeenschappen. Juristen van het Moskouse patriarchaat ondersteunen de wet en zien er geen enkel gevaar in voor de Orthodoxe Kerk. Mogelijk zijn er geheime afspraken gemaakt dat de wet niet zal worden ingezet tegen orthodox-gelovigen.

Wat heeft Patriarch Kirill de Tsaar allemaal te bieden in ruil voor deze gulle giften?  Uiteraard was de verwachting vooral dat de Kerk hem zou laten delen in haar symbolische kapitaal.
De orthodoxie speelde een hoofdrol bij de vorming van een nieuwe ideologie en de consolidatie van de natie en de politieke elite. Patriarch Kirill heeft het Kremlin twee tamelijk geslaagde concepten aan de hand gedaan: de ‘Russische wereld’ en ‘traditionele waarden’.
Beiden zijn eind jaren negentig geformuleerd door het Wereldconcilie van het Russische Volk onder leiding van Kirill, die toen nog slechts Metropoliet en supervisor over de R.O.K in West-Europa was [welke positie hij als Patrairch heeft vastgehouden].
Het eerste concept veranderde tamelijk snel van een ‘soft power’-instrument in een primitief wapen van het grote-mogendheid’s-denken, waarvan tegenwoordig praktisch geen gebruik meer wordt gemaakt; ‘traditionele waarden’ gingen in de derde presidentstermijn van Poetin echter een belangrijke rol spelen, zowel in de buitenlandse als in de binnenlandse politiek. De president zal zich dit ongetwijfeld het klappen op de voorste rij van de Doema herinneren en de Patriarch innig dankbaar zijn.
Het kan geen kwaad die ‘traditionele waarden’ eens onder de loep te nemen.
Dit begrip, dat recentelijk zó aan populariteit heeft gewonnen, is zowel in het religieuze als het politieke discours nieuw te noemen.
In de jaren negentig kwam ‘waarde’ doorgaans voor in een vaste combinatie als het wijdverbreide begrip geestelijke en morele waarden, terwijl het adjectief ‘traditioneel’ meestal gereserveerd werd voor religies: ‘traditionele religies’. Maar eind jaren negentig veranderde de politiek-maatschappelijke context.
In september 1997 nam de Staatsdoema een wet aan ‘Over de vrijheid van geweten en over religieuze verenigingen’. In het voorwoord bij deze wet spreekt de staat ronduit van ‘de bijzondere rol van de orthodoxie in de geschiedenis van Rusland en in het ontstaan en de ontwikkeling van ’s lands spiritualiteit en cultuur’; bovendien werd gewag gemaakt van christendom, islam, boeddhisme en jodendom als ‘onvervreemdbaar deel van de historische erfenis van de volkeren van Rusland’. Dit betekende het einde van de discussie over de vraag welke religies in Rusland traditioneel genoemd konden worden en derhalve op steun van de overheid mochten rekenen.
Het begrip ‘geestelijke en morele waarden’ was in zekere zin verouderd geraakt. Opgekomen op het breukvlak van de jaren tachtig en negentig als antithese van de communistische waarden, gaf het een te brede definitie van spiritualiteit, die zich moeilijk liet inperken tot een orthodox begrip.
Daarom verlangde de nieuwe maatschappelijke en politieke situatie een precisering.
Er vormde zich in die jaren een orthodoxe denktank, bestaande uit een kring van publicisten rond het Wereldconcilie van het Russische Volk, een maatschappelijk forum dat werd opgericht en geprotegeerd door Kirill, destijds metropoliet van Smolensk en Kaliningrad en sinds 2009 patriarch van Moskou en heel Rusland.
De geschiedenis van het begrip is binnen de orthodoxe context vrij goed te volgen. Lange tijd werd het uitsluitend gebruikt door de kring publicisten en vertrouwelingen rond het Wereldconcilie en metropoliet Kirill, maar het raakte slechts langzaam in zwang.
Buiten de kring van metropoliet Kirill werd het begrip niet gebruikt in het kerkelijke milieu, en naar alle waarschijnlijkheid niet eens opgemerkt.
Pas ruim een decennium later ontdekten Russische politici de term. Dat zegt genoeg over de geringe politieke invloed van de orthodoxe Kerk in postsovjet-Rusland. Haar theoretische verhandelingen drongen niet tot de politiek door, totdat ze onderdeel werden van de staatsideologie en dus van de propaganda.

In 2013, na gekozen te zijn voor een volgende ambtstermijn -hij is inmiddels begonnen aan zijn vierde en wordt al de nieuwe tsaar genoemd, zei Vladimir Poetin in zijn eerste Boodschap aan de Federatieve Vergadering:
Vandaag staan in vele landen zeden en fatsoensnormen ter discussie en vervagen de verschillen tussen nationale tradities en culturen. Tegenwoordig eist men van de samenleving niet alleen een redelijke erkenning van ieders recht op vrijheid van geweten, politieke opvattingen en privéleven, maar ook zonder meer erkenning van de gelijkwaardigheid, hoe vreemd dit ook lijkt, van goed en kwaad, van begrippen die inhoudelijk elkaars tegenpolen zijn. Een dergelijke vernietiging van traditionele waarden [cursivering van de auteur] ‘van bovenafheeft niet alleen negatieve gevolgen voor de samenleving, maar is in wezen anti-democratisch, aangezien zij voortkomt uit abstracte, geconstrueerde ideeën, die ingaan tegen de wil van de volksmeerderheid, die de continue verandering en voorgestelde herziening niet accepteert’.
Dit is de sleutelpassage van de hele navolgende politieke retoriek.
Letterlijk alles is hier nieuw:
1.]. het accent verspringt van culturele vraagstukken naar zeden en fatsoen.
2.]. de problematiek van ‘goed en kwaad’ wordt ondubbelzinnig aangekaart.
3.]. kritiek op andere landen [zonder overigens concreet aan te geven welke]
4.]. strijdretoriek [cruciale ‘vernietiging’ in combinatie met ‘traditionele waarden’].
5.]. aanspraak op de uitdrukking ‘de wil van de volksmeerderheid’.
Maar in 2017 stimuleerde deze retoriek van ‘traditionele waarden‘ nogal gevaarlijke, radicaliserende tendensen binnen de Russische samenleving.
Oproepen tot het verdedigen van traditionele waarden, zonder precies uit te leggen wat er onder die waarden verstaan moet worden, leveren een explosief mengsel op.
Was de oproep verdedigen! duidelijk afleesbaar in de overheidspropaganda, in het geheel niet duidelijk was wat er precies verdedigd moest worden.
Als gevolg hiervan kregen de Orthodoxe Patriotten de opdracht uit het Russische sprookje mee: ‘kijk maar/ ik weet niet waar/ En breng me dat…/ ik weet niet wat’.
Daar er geen enkele consensus over de inhoud bestond, werd inhoud gelijk aan vorm [the medium is the message].
De religieuze fundamentalistische activist Dmitri Tsorionov, beter bekend onder zijn pseudoniem Enteo, was de eerste die dit begreep en toepaste. Zijn acties tegen Pussy Riot, op de tentoonstelling van Vadim Sidoer en anderen, waren een breuk met alles wat Orthodox-Christelijke-Gelovigen daarvóór hadden gedaan.
Het was een artistiek gewelds-game ter verdediging van Orthodoxe waarden, een soort orthodox aktionisme.
[Inmiddels beweert Enteo de buik vol te hebben van het Orthodoxe aktionisme, en zijn romance met Maria Aljochina, lid van Pussy Riot, heeft ertoe geleid dat zijn strijdmakkers van de fundamentalistische groep –‘God’s wil’- hem uit hun beweging hebben gezet].
Maar de geest was uit de fles. Het idee om geweld te gebruiken ter verdediging van traditionele waarden tegen aanslagen van liberale zijde, is ook opgepikt door de bestrijders van de film Matilda [over de liefdesaffaire tussen de latere tsaar Nicolaas II en balletdanseres Matilda Krzjesinska – red.]. Deze doorsnee pseudohistorische film heeft aanleiding gegeven tot talloze manifestaties van soms radicale en in wezen zelfs terroristische aard.
Zo stuurde de beweging ‘Christelijke staat – het Heilige Roes’ aan alle bioscopen van Rusland brieven waarin werd gedreigd met brandstichting als ze niet afzagen van de vertoning van Matilda. Het heeft er alle schijn van dat Christelijke Staat een fake-organisatie is met niet meer dan drie of vier leden, maar hun oproepen tot geweld zijn niet ongehoord gebleven.
Het orthodoxe tsarenrijk is een traditionele waarde geworden en de door de Russisch-Orthodoxe Kerk gecanoniseerde Nicolaas II is daarvan de verpersoonlijking.
De regisseur van de film, Aleksej Oetsjitel, is de vijand die zich aan hem vergrijpt, hem vals interpreteert en zijn nagedachtenis – en daarmee alle orthodoxe gelovigen en heel Rusland – bezoedelt. Ogenschijnlijk zijn er geen redenen voor een conflict van nationale omvang, maar door een samenloop van omstandigheden is de spanning in de samenleving tot ongekende hoogten opgelopen.
De Kerk reageerde ambivalent, ze probeerde zich te onthouden van een duidelijke stellingname, maar een reeks kerkelijke hiërarchen en priesters sprak zich openlijk uit tegen de film.
Deze film is geproduceerd met geld van de staat, en de staat heeft ondanks de protesten toestemming gegeven de film te vertonen. Maar tegelijkertijd is Natalja Poklonskaja, Doema-afgevaardigde en gewezen officier van justitie op de Krim, een van de belangrijkste bestrijders van de film. Zij zoekt naarstig gronden om de vertoning te verbieden en wil de regisseur tegelijkertijd betrappen op financiële machinaties, zodat hij kan worden aangeklaagd.
In totaal heeft de Hoofdofficier van Justitie van Poklonskaja 43 klachten ontvangen over Matilda en zijn regisseur. In dit opzicht is het tamelijk onheilspellend dat er een poging was tot brandstichting van een bioscoop in Jekaterinburg en dat er auto’s in brand zijn gestoken voor het Moskouse kantoor van Oetsjitels advocaat.
In het eerste geval gaf de dader ronduit toe dat hij brand had gesticht om vertoning van de film te voorkomen; in het tweede geval was er bij de uitgebrande auto’s een brief achter-gelaten met de boodschap: ‘Branden voor Matilda’.
     Naar alle waarschijnlijkheid is er eind oktober een einde gekomen aan de perikelen rond de film. De première op 26 oktober in Moskou was een succes: de zaal was afgeladen, toeschouwers zaten zelfs op de traptreden. Niet alleen bij de première in Moskou, maar ook in Sint Petersburg waren extra veiligheidsmaatregelen getroffen.
Er vonden geen noemenswaardige provocaties plaats, de groepjes demonstranten vielen nauwelijks op.

Echter uit de acties van de orthodoxe radicalen zijn drie conclusies te trekken.
1.]. Er een relatief omvangrijk en tamelijk actief contingent orthodox-gelovigen zichtbaar geworden met een eigen agenda, die bij hun acties altijd ‘strijd voeren tegen…’:
– tegen nieuwe paspoorten,
– tegen sofinummers,
– tegen een ontmoeting van de patriarch met de paus,
– tegen de uitkomst van de DNA-identificatie van de stoffelijke resten van de tsarenfamilie, – tegen toneelvoorstellingen en exposities,
– tegen de film Matilda, et cetera.
Voor hen heeft slechts het verleden een sacrale status. Het is best mogelijk dat de orthodoxe radicalen in de ogen van de samenleving het orthodoxe conservatisme als zodanig in diskrediet zullen brengen.
2.]. Na Matilda is het vertrouwen in de officiële Kerk nog verder gedaald. Haar positie heeft ertoe geleid dat men én de radicalen niet kan opgeven [want ze zijn nu eenmaal allemaal orthodox] èn de staatsmacht, die de film heeft ondersteund, niet te veel tegen de haren mag instrijken.
        Het is niet uitgesloten dat de protesten tegen Matilda als een katalysator zullen werken voor anti-orthodoxe sentimenten, niet alleen in de samenleving maar ook bij de politieke elite. De ontevredenheid over de politiek van patriarch Kirill neemt de laatste jaren alleen maar toe en het is heel goed mogelijk dat in maatschappelijke discussies de Kerk blijvend harde kritiek zal oogsten.

De eerste tekenen zijn er al.
De politicoloog Stanislav Belkovski, die aangezocht werd om zitting te nemen in de verkiezingsstaf van Ksenia Sobtsjak, verklaarde op radio Echo Moskvy dat ‘de liquidatie van de Russisch-Orthodoxe Kerk van het Moskouse patriarchaat en de begrafenis van Lenin’ uitgangspunten zijn van het verkiezingsprogramma. Er dient volledig afstand te worden gedaan van het sovjet-verleden.
In plaats van de door Stalin gecreëerde religieuze organisatie zou er een confederatie moeten komen ‘van onafhankelijke parochies naar protestants voorbeeld’.
Weliswaar maakte hij het voorbehoud dat dit nog niet Sobtsjaks programma was, maar zijn visie op hoe het programma er mogelijk uit ging zien.
De Russisch-Orthodoxe Kerk heeft op het breukvlak van de twintigste en eenentwintigste eeuw enkele historische fases doorlopen:
van een van hoop vervulde ‘kerkelijke renaissance’ naar een stabiel en welvarend leven als ‘Rijkskerk’.
Nu breekt een nieuwe crisis aan; het is moeilijk te voorspellen hoe de Russisch-Orthodoxe Kerk hieruit tevoorschijn zal komen –
zeker in een land, die bij eigen mistoestanden, gewoon de andere kant opkijkt en niet terug schrikt eigen falen openlijk te ontkennen.
Hoe lang zal een geslagen volk een onderdrukking door
een kleine ‘rijke’ en autoritaire elite nog aanvaarden?

conf. Sergej Tsjapnin’s artikel in Venster op Rusland,
nov. 2017, podium voor kennis, analyse en debat

De achtergrond van het extreem geweld en het opkomend politieke Appèl tot herstel van het Ottomaanse Rijk


1.]. Het Islamitische Geloof
Bovenstaand Ottomaanse Rijk begon met een Turkse stam in Centraal-Azië en was een islamitisch rijk dat gesticht werd door de Oguz Turken onder Osman Het kan beschouwd worden als de opvolger van het Seltsjoekse sultanaat Rûm. De komst van de Turken uit  Centraal-Azië naar het Midden-Oosten voltrok zich in twee grote migratiegolven.
Tijdens de eerste golf aan het einde van de tiende eeuw stak een groot deel van de Turkse Oghuznomaden de rivier de Oxus over en trok verder tot  Khorasan [het huidige Iran] en  Azerbeidzjan. Onderweg naar het westen bekeerde een groot deel van deze Oghuzstammen zich tot de islam. Vanuit Khorasan bouwden deze Turkse nomaden in de elfde eeuw het grote  Seltsjoekenrijk op. De Seltsjoeken brachten nieuwe politieke stabiliteit in de verdeelde middeleeuwse moslimwereld en beheersten een uitgestrekt gebied van de Hindoekoesj tot in Anatolië. Deze Seltsjoeken raakten in conflict met het Byzantijnse Rijk. Met de Slag bij Manzikert begon in 1071 een reeks Byzantijns-Seltsjoekse oorlogen, die ertoe leidden dat rond 1290 het Byzantijnse Rijk als belangrijke macht in Anatolië had afgedaan. Dit opende de weg voor de Turkse volkeren om zich in Anatolië te vestigen.

          Met de neergang van het sultanaat van Rûm [± 1300] ontstond in Anatolië een groot aantal kleine onafhankelijke staten, de zogenaamde Ghazi-emiraten of beiliks. Het Byzantijnse Rijk was inmiddels ernstig verzwakt en had het grootste gedeelte van Anatolië verloren aan tien verschillende Ghaziprinsdommen. Een prinsdom in het noordwesten van Anatolië werd vanaf circa 1280 geleid door Osman I, zoon van Ertuğrul. Osman Beg was met zijn onmiddellijke voorouders naar Anatolië gekomen tijdens de tweede grote Turkse migratiegolf in de vroege dertiende eeuw, onder druk van de veroveringstochten van de Mongolen onder leiding van Dzjengis Khan. Oorspronkelijk behoorden de Osmanen ook tot de Oğuzen. Osman Beg verplaatste zijn hoofdstad van Söğüt naar Bursa.
De migratie van de Turkse nomaden naar westelijk Anatolië, op de vlucht voor de Mongoolse invallen, was een belangrijke factor in de Ottomaanse staatsvorming. Met de overwinning op een Byzantijns leger in 1302 in de Slag bij Bapheus slaagde hij erin om een onafhankelijke politieke eenheid te creëren. Hiermee kreeg Osman een grote reputatie als Gazi-krijger en groeide hij uit tot een charismatische leider die steeds meer volgelingen aantrok. Osman Gazi bracht meerdere gemeenschappen van Turkmeense nomadische krijgers en van ex-Byzantijnse gouverneurs, zoals onder andere Köse Mihal [‘baard-loze Michael’], onder zijn vaandel samen.
Naast veroveringen ging Osman allianties aan met de naburige Byzantijnse gouverneurs om zijn invloedssfeer uit te breiden. Hij verenigde de afzonderlijke rijkjes en bouwde nieuwe netwerken op via handelsbetrekkingen en strategische huwelijken. Met name in de 15e en 18e eeuw zijn verschillende Grieken in de Byzantijnse gebieden bekeerd tot de islam. Andersom werd er weinig opening geboden aangezien de extreme reactie en de verdediging van de bloedverwantschap vele Islamieten de overgang naar het christendom met de dood hebben moeten bekopen.

2.]. Ontstaan van de Islam

Islamitische expansie van aan de Middellandse Zee [7e-8e eeuw]

Sinds 610 verspreidde zich eerst de islam over de wereld, beginnende met Mohammed, die volgens de islamitische Traditie een Openbaring van God kreeg. Als gevolg van de handels-contacten met andere volkeren, zoals de joden, de Byzantijnen en Abessijnse christenen, alsmede de Perzische zoroastristen, hadden de Arabieren reeds kennis genomen van verschillende  monotheïstische godsdiensten. Zelf waren de Arabieren in Mekka henotheïstisch, dat wil zeggen dat ze meerdere goden aanbaden, waarvan er wel één als oppergod werd beschouwd.

de profeet Mohammed [± 570-632]

Hoewel het geboortejaar van Mohammed niet met zekerheid kan worden vastgesteld, gaat men ervan uit dat hij geboren is rond 571. Overeenkomstig de islamitische traditie, verklaart Mohammed op 40-jarige leeftijd in het jaar 611, openbaringen van God via de engel Gabriël te hebben ontvangen. Na eerst beangstigd te zijn, Mohammed vreesde aanvankelijk zelfs dat hij bezeten was door een boze geest, verkondigde hij daarna de boodschap van het monotheïsme. In de 23 jaar die volgde, openbaarde God volgens de islamitische opvattingen de boodschappen die hij gefaseerd [al-tandjim] zou hebben ontvangen en die later zijn opgetekend in de Koran, hetgeen is afgeleid van het werkwoord qara’a [=‘reciteren’].
Omstreeks 613 begon Mohammed in het openbaar zijn leer te verkondigen, waarbij de eerste bekeerlingen waren volgens de overlevering zijn vrouw Khadija, de vrijgelaten slaaf Zaid ibn Haritha, het kind Ali en de in aanzien staande Aboe Bakr, trouw bondgenoot en schoonvader van Mohammed.
          Al gauw ontstond er een sterke weerstand tegen Mohammeds boodschap. De ‘overgave aan de ene God‘ was niet alleen een nieuw begrip voor de zelf fier ervaren Arabieren, de inwoners van Mekka  vreesden vooral dat hij hun bron van inkomsten, de cultische verering van zo’n 360 goden in de Kaäba, zou ondermijnen. Bovendien vreesden de toenmalige plaatselijke machthebbers voor hun eigen godsdiensten, hun gezag over Mekka en voor de pelgrimsindustrie.
Er werd zoveel gedreigd, gehinderd, vervolgd en gemarteld, dat Mohammed in 615 enige van zijn  volgelingen adviseerde naar het christelijke Abessinië te vluchten.
In 619 overleed zijn eerste vrouw Khadidja en daarna zijn geliefde oom Aboe Talib. Als gevolg van het overlijden van zijn invloedrijke schoonvader werd Mohammed niet langer  beschermd en kreeg hij opdracht van God uit Mekka weg te gaan.

oude afbeelding Madīnah

          Yathrib, [= Medinah (Madīnah)] ongeveer 350 km ten noorden van Mekka, wilde hem graag ontvangen. De machtigen van het dorp vertelden hem over de ongelijkheid in Yathrib. Ze beweerden dat wanneer de Islam het gezamenlijke geloof werd, het beter zou gaan met het dorp Yathrib, welke later uitgroeide tot de stad Medina. De afvaardiging van de gezanten naar Yathrib noemt men de Hadj.
Mohammed maakte in 622 met z’n schoonvader Aboe Bakr de lange reis, die bekendstaat als het jaar van de verhuizing, de Hidjra. De stad Yathrib werd vanaf toen Medinat al-Nabi genoemd, de ‘stad van de profeet‘. Deze voor moslims belangrijke gebeurtenis markeert het begin van de islamitische jaartelling.
          Echter, in tegenstelling tot sommige oriëntalisten, veranderde Mohammeds boodschap niet: dat hij het Zegel der Profeten en de laatste profeet was, gekomen voor de gehele mensheid, de boodschap die Mohammed reeds in Mekka verkondigd had. Ayat zoals En de meeste mensen willen niet geloven zelfs al wens je het vurig. Gij vraagt er hun geen beloning voor. Het is niets dan een vermaning aan alle werelden. [soera Jozef 103-104] en En Wij hebben u (Mohammed) slechts als genade voor de werelden gezonden. [soera De Profeten 107] zijn Mekkaans. Het is dus ten onrechte dat soms gedacht werd dat Mohammed deze boodschap pas ging verkondigen na de successen in Medina. De enige aya met eenzelfde strekking die in Medina werd geopenbaard is soera De Partijscharen [40], Mohammed is niet de vader van een uwer mannen, maar de boodschapper van God en het zegel der profeten; God heeft kennis van alle dingen, waarmee het eerder in Mekka gestelde slechts bevestigd werd.
Het zogenoemde Verdrag van Medina werd in 622 door de verschillende partijen in Medina bevestigd. Het legt daarmee een blauwdruk van de eerste islamitische samenleving. Het legt formeel vast dat Mohammed een verbond aangaat met de Arabische en joodse stammen van Medina. De diverse stammen van de oase zouden hun oude vijandschap begraven en als het ware een nieuwe superstam vormen. De moslims en de joden dienden vredig naast de heidenen van Medina te wonen. God was het hoofd van de gemeenschap en alle stammen vormden de oemma. Zij die geen moslim zijn of zich niet bekeren kunnen in Medina blijven wonen, zolang zij niet samenspannen met de Qoeraisj uit Mekka.

De traditionele Arabische cultuur zoals de familie-eer, persoonlijke trots en trouw aan de clan werden binnen de jonge moslimgemeenschap veranderd; gelijkwaardigheid van afkomst, een goede behandeling van wezen en trouw aan de islam namen hun plaats over. Hoewel tot op de dag van vandaag de traditionele, Arabische cultuur nog steeds een rol in het sociale leven speelt.

3.]. gebruik van extreem geweld

Islam – Hamza and Ali voerden de Moslims aan te Badr

Arabische stammen waren van oudsher gewend om op z’n tijd karavanen van andere Arabieren en andere doortrekkende kooplieden te overvallen. Deze expedities [Arabisch: غزوة (vermoedelijk razzia)] waren algemeen geaccepteerd behalve in de ‘heilige maand’ rajab waarbij een ‘wapenstilstand’ gold.
Een jaar na zijn entree in Medina organiseerde Mohammed de eerste expeditie, naar Waddan en Abwa, op zoek naar een karavaan van zijn voormalige stadsgenoten, maar keerde onverrichter zake terug. Een tweede tocht naar Bowat bleef eveneens zonder resultaat.
Bij de derde expeditie hoopte Mohammed een rijke karavaan van Mekka naar Syrië bij Osheira te onderscheppen, maar kwam te laat. Mohammed sloot hierbij verdragen met enkele lokale stammen. Net een week terug in Medina trok Mohammed er opnieuw op uit, ditmaal om veedieven van de Fihri-stam te achtervolgen. Hij kwam tot in de vallei van Safwan maar wist daar geen overwinning te behalen. Drie expedities hierna, niet persoonlijk geleid door Mohammed, bleven ook zonder resultaat.
Vervolgens stuurde Mohammed Abdallah ibn-Jahsh met een kleine groep moslims naar Nakhla om daar een kleine onbeschermde karavaan van de Qoeraisj te overvallen. Dit gebeurde in radjab, de heilige maand voor de moslims, maar tevens voor de ongelovige Arabieren.
                                  In deze periode waren alle vijandelijkheden strikt verboden. De moslims hadden succes bij de overval en brachten de buit mee naar Medina. Het schenden van de heilige maand werd verantwoord in Soera De Koe 217, waarin uitgelegd wordt dat het schenden van een heilige maand een zonde is, maar de toegang weigeren tot de Kaäba (zoals de Mekkanen deden) een grotere zonde is.

Veldslag bij Badr [Arabic: غزوة بدر , uitgevochten op Dinsdag, 13 Maart 624]

                                  Kort hierna deed zich opnieuw de mogelijkheid voor een karavaan te onderscheppen, namelijk die van Abu Sofyan die terugkeerde uit Syrië naar Mekka. Mohammed kon volgens biograaf Ibn Ishaq beschikken over een leger van ruim 300 man.
De moslims misten weliswaar de karavaan zelf, maar troffen wel het Mekkaanse leger dat gestuurd was om de karavaan te beschermen. Deze Slag bij Badr liep uit op een klinkende overwinning voor de moslims, die hierbij niet alleen veel kamelen, wapens en leer buitmaakten, maar ook nog losgeld voor krijgsgevangen Mekkaanse soldaten opstreken.
Na deze succesvolle expeditie zouden er tijdens het leven van Mohammed nog tientallen volgen, waaronder de Slag bij Khaybar. Enkele jaren na de hidjra vochten de inwoners van Mekka en die van Medina twee slagen uit, de Slag bij Badr en de Slag bij Uhud. Uiteindelijk namen de moslims in 630 Mekka in. Persoonlijk smeet Mohammed de afgodsbeelden in de Kaäba kapot. Als overwinnaar stelde hij zich coulant op, zodat hij toch veel inwoners van Mekka voor zich wist in te nemen. Velen bekeerden zich tot de islam.

Tijdens Mohammeds leiderschap werd het grootste deel van het Arabisch Schiereiland vrij snel onder islamitisch bestuur gebracht, voornamelijk doordat Mohammed de verschillende stammen door militaire campagnes wist te verenigen.
De krachtige persoonlijkheid van Mohammed trok de bewoners van het Arabisch Schiereiland aan. Ook door zijn beloften van redding voor hen die stierven tijdens de strijd voor de islam, kreeg hij mensen achter zich.
Door overvallen op karavanen in de vroege jaren van de islam en daarna oorlogen op volle schaal, was er een aantrekkelijk vooruitzicht op rijke buit voor hen die succesvol waren in de strijd.

4.]. Verhouding Islam t.ov. de ‘dhimmi’s’, de mensen van het Heilige Boek

Vrijheid van Godsdienst?

Op het Arabisch Schiereiland woonden toentertijd ook joden en christenen. In Medina bijvoorbeeld leefden wel drie verschillende joodse groepen of stammen.
– In de eerste fase van de verkondiging van zijn leer heeft Mohammed geprobeerd hen voor zijn nieuwe godsdienst te winnen.
– In 624 werd de stam Bani Qainuqa uit Medina verbannen, in 625 Banu Nadir. – Na de Slag van de gracht in 627 keerde het leger van Mohammed zich tegen de stam Banu Qurayzaomdat daar deze zich bij de strijd afzijdig had gehouden.
Na hun overgave werden alle volwassen mannen onthoofd, de vrouwen en kinderen werden als slaaf verkocht. Volgens sommige bronnen werd de krijgsgevangen joden de gelegenheid gegeven zelf een rechter te kiezen, waarbij de keuze op Sa’d viel.
!!!          Deze paste niet de islamitische, maar de joodse Wet toe.
De joodse Wet stelt dat als een vrede niet gevonden wordt in een stad na een vredesvoorstel, dan dat alle mannen omgebracht dienen te worden; vrouwen, kinderen, vee en alles wat in de stad is mag tot buit gemaakt wordenDeut.20: 10-17. Andere bronnen stellen dat Mohammed Sa’d als rechter koos; hierna was er in Medina geen joodse stam meer over.

Zowel Joden als Christenen werden echter door Mohammed gerespecteerd als Mensen van het Boek. Moslimgelovigen werden aangemoedigd naar hen te luisteren en hen zelfs te beschermen. Maar deze ‘dhimmi’s’ moesten wèl beseffen dat ze ‘tweederangsburgers’ waren en als ze zich onafhankelijker wilden opstellen moesten ze op hun ondergeschikte positie ‘terug’ geplaatst  worden, niet goedschiks of kwaadschiks.

Tussen 630 en 631 bezocht een groep christenen uit Najran onder leiding van bisschop Abu Harita de moslims en Mohammed in Medina.
De delegatie verbleef daar enkele dagen om in de moskee over religieuze kwesties te discussiëren. Mohammed bood de christenen een slaapplek vlak bij de moskee aan en het stond de christenen vrij de moskee te gebruiken voor hun ritus.
Het was de eerste keer dat christenen in een moskee baden. Zoals Soera Het Geslacht van Imraan 61 voorschrijft vergeleken beide groepen hun Geloof.
Volgens sommige bronnen kwamen de Christenen daarop tot de conclusie dat de moslims hetzelfde Geloof [?] hadden als Eutyches, die omwille van zijn monofysitische opvattingen werd veroordeeld tijdens het Concilie van Chalcedon.
Hoewel men geen overeenstemming kon vinden over religieuze kwesties zoals de Drie-eenheid, leidde het bezoek wel tot een politieke overeenkomst:
– er werd een verdrag gesloten dat de inwoners van Najran veiligheid en vrijheid van godsdienst bood in ruil voor het betalen van jizya – !!!

Bepaling of de convenanten authentiek zijn.
De eerste methode is om te kijken of de inhoud overeenkomt met andere bronnen. Veel van deze inhoud komt overeen met eerdere verdragen. Delen van de convenanten zien we ook terug in de hadith-literatuur, letterlijke overleveringen.
Veel van de inhoud wordt ook beschreven in sira, levensloop/geschiedenis-literatuur via de eerder genoemde auteurs. Ook zijn er overeenkomsten in ketenen van overleveraars, de isnad, en kun je onderzoek doen naar de jaartallen die in de convenanten genoemd worden, alsmede de getuigen die de pacten ondertekend hebben.

Verder wordt het papier waarop de convenanten gevonden zijn archeologisch onderzocht op jaartal en wordt in andere bronnen [ook niet-islamitische bronnen] onderzocht of bepaalde christelijke gemeenschappen en de Profeet Mohammed elkaar historisch wel echt ontmoet [kunnen] hebben. Wat ik misschien nog wel het meest sterk vind is het ‘vergelijkende onderzoek’. We zien dat latere kaliefen en heersers soms letterlijk dezelfde termen en afspraken maken en dat de gekozen bewoording precies hetzelfde is en dat duidt dus op een gezamenlijke bron.
De oudste primaire bronnen van deze convenanten dateren uit de tijd van de Profeet, met name het laatste derde deel van zijn Profeetschap. Van 4-12 Hijra/ 625-632 na Chr.
Vervolgens zie je dat latere documenten zeggen dat het een kopie is van een specifiek document, en dan met een stempel van de toenmalige heerser. Deze documenten komen uit de 9e-16e  eeuw.

5.]. De oorlog met militante extremistische moslimorganisaties
De tweede helft van de 20e eeuw wordt gekenmerkt door een toenemende tegenstelling tussen westerse, seculiere waarden enerzijds en traditionele, islamitische waarden anderzijds.
De meeste regimes werden seculier. Religieuze uitingen werden vaak afgedaan als ‘achterlijk’ of soms verboden. Met name in Egypte en Iran leidde dit tot onlusten.
          In Iran onderdrukte de westers georiënteerde dictator sjah Mohammad Reza Pahlavi de religieuze vrijheid. Zo liet hij zijn soldaten eens schieten op betogers voor een moskee in Mashhad, waar zij demonstreerden voor het recht islamitische, traditionele kleding te mogen dragen. Honderden onschuldige burgers kwamen hierbij om.
De Iraanse Revolutie van 1979 waarbij de sjah van Perzië [ ik herinner me dat er in Nederland furore heerste, vanwege het feit dat Fardiba een zoon kreeg] verdreven werd en in een later stadium vervangen werd door een islamitisch bestuur onder ayatollah Khomeini; dit dient dan ook deels als reactie op het dwingende secularisme van de sjah gezien te worden.
          Een ander voorbeeld van een heftige confrontatie is Algerije. Hier won het islamistische FIS de verkiezingen van 1992. De zittende seculiere regering verwierp met steun van westerse landen, Frankrijk voorop, de overwinning van het FIS. Uiteraard accepteerde het FIS dit niet, en enkele militante fracties grepen naar de wapenen. De burgeroorlog kostte aan tienduizenden burgers het leven.

          Na de ontbinding van de Sovjet-Unie bloeide de islam ook op in verschillende voormalige Sovjetstaten. Tijdens de Sovjetbezetting van Afghanistan had de Amerikaanse CIA het religieus-georiënteerde verzet tegen de Sovjets sterk gestimuleerd met geld en wapens. President Ronald Reagan noemde hen zelfs “freedom fighters”. Na terugtrekking van de Sovjets verviel Afghanistan in anarchie, waarbij vanaf 1997 de ultraorthodox en extremistisch islamitische Taliban de macht in handen kregen. Zij voerden een waar schrikbewind, gebaseerd op een zeer strikt gecontroleerde naleving van een zeer strenge vorm van de sharia.

De westerse wereld werd op 11 september 2001 opgeschrikt door aanslagen gepleegd door extremistische moslims van al Qaida georganiseerd door Osama bin Laden. Hierna verklaarde de Verenigde Staten, gesteund door haar NAVO-partners en andere landen, de oorlog aan de militante moslimorganisaties.
Dit resulteerde in de zogeheten strijd tegen terrorisme, waar de Oorlog in Afghanistan deel van uitmaakt. Ook de Golfoorlog van 2003 tegen het Irak van dictator Saddam Hoessein werd als onderdeel hiervan gezien, ofschoon later bleek dat er geen banden tussen Irak en de fundamentalistisch-islamitische kapers van 9/11 bestonden.

6.]. De Islam in Europa
De islam is na het Christendom de grootste godsdienst in Europa.
Inclusief Europees Rusland en Turkije leven er zo’n 50 miljoen moslims op het continent.
Diverse inheemse volkeren op de Balkan, in de Kaukasus en in de Wolga-regio belijden in meerderheid de islam. Onder hen zijn met name Turkse volkeren, maar ook enkele Slavische, zoals Bosniakken, en andere Indo-Europese, zoals Albanezen.
De islam verscheen het eerst in Europa op het Iberisch schiereiland in de 8e eeuw met de veroveringen van de Moren, en in de Kaukasus en de Pontische Steppe gedurende de 9de eeuw, toen de Khazaren zich deels ertoe bekeerden.
Vanuit Oost-Europa en Anatolië kwam het geloof ook op de Balkan terecht, en vestigden zich kleine groepen islamitische Tataren in Centraal-Europa, zoals de Lipka-Tataren in Polen en Litouwen.
In de 2e helft van de 20e eeuw [jaren 60] kwamen via het gastarbeider programma ook veel moslims naar Europa, met name uit Turkije [in de Germaans-talige landen] en de Noord Afrikaanse landen [vooral in Frankrijk].

Zowel in Nederland als in België is de islam qua aantal volgelingen de tweede godsdienst. In Nederland wonen ongeveer 500.000 Turken en zo’n 350.000 Marokkanen.
Frankrijk telt vooral veel moslims uit de voormalige kolonie Algerije. Het Verenigd Koninkrijk telt met name moslims uit Pakistan en Bangladesh. In Spanje wonen veel immigranten uit Marokko. In de Europese Unie wonen naar schatting 9 miljoen burgers van Turkse afkomst, voornamelijk in Duitsland, Nederland, België, Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland.
Sinds de aanslagen in NewYork op 11 september 2001 is er in diverse West-Europese landen een, soms gespannen, publiek debat gevoerd over de islam en de rol van deze godsdienst in de samenleving. In Nederland speelde daarbij de moord op de regisseur en criticus Theo van Gogh een belangrijke rol, maar ook Pim Fortuyn had zich uitgesproken over de islam die hij onder meer een “achterlijke cultuur” noemde.
VVD’er Frits Bolkestein had zich in voorgaande decennia al eerder met immigratieproblematiek beziggehouden, maar deze heeft daar nooit de religie aan verbonden. Enkele voornamelijk cultuurgebonden aspecten van de islam die West-Europa tot wetgeving hebben geleid zijn de boerka en minaretten. De Nederlandse overheid zag de zogenoemde  extremistische radicale islam als een potentiële bedreiging van de nationale veiligheid.

7.]. Leefwijze:
Op het moment dat een moslim iets wil gaan doen of willen zeggen ze: ‘bismillah’ [= In Naam van god]. Daarmee geven ze aan dat ze door voorbeeldig te handelen en de leer van de islam te verkondigen, verlangen te leven volgens de wil van de Schepper.
De islam geeft regels voor het leven van de mens in al zijn aspecten [economisch, politiek, sociaal en religieus], wijst de gelovigen de juiste levensweg en biedt oplossingen voor alle problemen.
Zo is de islam niet alleen een geloof, maar ook een richtlijn voor een goed leven.
Het geloof in de eenheid van Allah [= god] leidt tot de ‘rechte weg’, dat wil zeggen de manier van leven die vastgelegd is in de sjarie’a, de islamitische wetgeving.
De islam geldt voor het leven van mensen in alle tijden: overgave aan god is de beste garantie voor succes in dit leven en in het hiernamaals.
De Koran beschrijft overduidelijk de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen; eenieder heeft  dezelfde rechten en plichten, zoals het vasten, het bidden, het geven van aalmoezen en het gedenken van god. De islam roept alle mensen op onderwijs te volgen en stimuleert het beoefenen van de wetenschap.
Gelovigen dienen zichzelf in te spannen hun kennis aan anderen over te dragen.
Tevens roept de islam op om eerlijk met geld om te gaan.
Het geloof verbiedt onwettige exploitatie, zoals bedrog en corruptie in transacties.
Zorg dragen voor de armen, de weduwen en de wezen is een van de goede daden die de islam voorschrijft aan de gelovigen. Moslims betalen daarom de armenbelasting [zakaat].
De islam moedigt het vrije denken aan, maar
wel binnen de grenzen van het Geloof in god en
van de menselijke verantwoordelijkheid voor de schepping.
Een Hadith [=overlevering van Mohammed]:
Aboe Hoerairah verhaalt dat de Profeet zei:
‘Er zijn zeven [soorten mensen] die Allah van Zijn schaduw zal geven
op de Dag dat er geen schaduw zal zijn dan de schaduw van Hem:
1.]. de rechtvaardige leider;
2.]. een jongeling die terwijl hij opgroeide Allah de Verhevene heeft aanbeden;
3.]. iemand wiens hart met de moskee verbonden is;
4.]. twee personen die omwille van Allah van elkaar de naasten [Moslims, zowel als Christenen]
liefhebben – Dit soort mensen geloven:
Zij houden [terwille van die liefde voor Allah] van elkaar,
zowel bij het komen als bij het gaan en wensen elkaar Gods zegen toe;
5.]. de man die door een mooie vrouw met een hoge positie uitgenodigd [verleid] wordt
en vervolgens uitroept: ‘Voorwaar, ik vrees Allah‘;
6.]. degene die in het geheim liefdadigheid geeft, zodat
zijn linkerhand niet weet wat zijn rechter hand geeft;
7.]. Iemand die in stilte Allah gedenkt, terwijl zijn tranen vloeien’.
      Het aandeel moslims dat bereid is geweld uit naam van de islam
te accepteren is veel kleiner dan wordt voorgesteld

de intolerante cultuur
Westerse democratieën dienen zich veel weerbaarder op te gaan stellen tegen de hardere, intolerante cultuur van de islam: Je ziet dat -onbuigzamen- aan het langste eind trekken.
Radicalen stappen naar de rechter als ze hun zin niet krijgen, wij westerlingen ergeren ons alleen maar.
Van de moslims van Turkse en Marokkaanse komaf in Nederland dient 45 procent als ‘fundamentalistisch’ te worden beschouwd:
1.]. Aangezien zij maar één interpretatie van de Koran tolereren en
2.]. de Koran boven de Nederlandse wet stellen en
3.]. Je dient vast te stellen dat van het zo’n miljard moslims in de wereld
bijna de helft een intolerante vorm van de islam aanhangt.
Van die 500 miljoen mensen, blijkt uit onderzoek,
is 10 tot 20 procent bereid om geweld te accepteren –ook tegen burgers–
teneinde de islam te verdedigen.
Dat zijn minstens 50 miljoen moslims !!!.

Die 50 miljoen, 5% van de moslims wereldwijd
wonen in zeer verschillende landen, waaronder conflictgebieden.
Om de dreiging van extremisten te kunnen inschatten dienen we onderscheid te leren maken tussen radicalisme en extremisme en daarvoor hebben we méér nodig dan de drie bovenstaande kenmerken.

           Radicalisme en extremisme beperken zich niet alleen tot de islam.
Je hebt links-radicalen, rechts-radicalen en religieuze radicalen.
Radicalisme [binnen westerse landen] kenmerkt zich door de combinatie van zes kenmerken.
                      Let op!!!;
Het gaat om de combinatie van alle zes de kenmerken en
niet om een selectie uit deze kenmerken.
1.]. Allereerst vindt iedere radicaal dat de eigen groep onder vuur ligt en bedreigd wordt. De radicale moslim in Nederland vindt dat de moslims onder vuur liggen en bedreigd worden, de PVV-stemmer vindt dat autochtoon Nederland onder vuur ligt en bedreigd wordt.
2.]. Radicalen vinden dat de ‘eigen’ elite bestaat uit verraders. Radicale moslims vinden Nederlandse imams verraders en Wilders vindt dat ‘de elite’ bestaat uit verraders.
3.]. De radicaal verdedigt een orthodoxe interpretatie van het eigen gedachtengoed.
De radicale moslim stelt dat er maar één interpretatie van de Koran is en
de PVV-kiezer verdedigt met hand en tand Zwarte Piet en de ‘echte’ Nederlandse cultuur.
4.]. Het ‘eigen’ gedachtengoed is superieur.
De radicale moslim vindt de Koran superieur aan de Nederlandse wet en
de PVV-kiezer vindt onze cultuur superieur aan die van de islam.
5.]. Radicalen vinden dat verzet tegen de autoriteiten gerechtvaardigd is.
Radicale moslims verdedigen de moslimgemeenschap actief [ik heb het hier over geweldloze actie] en Wilders twittert #kominverzet.
6.]. De radicaal heeft het ‘echte’ lid van de groep een actieve rol.
Radicale moslims vinden dus dat je actief dient te zijn en Wilders vraagt dat ook van zijn achterban.

          Extremisme voegt hier drie kenmerken aan toe en heeft dus negen kenmerken.
De extremist vindt:
7.]. dat de creatie van de ideale samenleving het hoogste doel is.
Het leven van Mohammed B. en Anders Breivik stond volledig in het teken van hun idealen.
8.]. dat ‘de Ander’ het absolute kwaad, de duivel, is.
Voor Mohammed B. vertegenwoordigde Theo van Gogh een duivels gedachtengoed.
Voor Breivik waren de sociaal-democraten in Noorwegen het absolute kwaad.
9.]. dat geweld geoorloofd is om zijn of haar doel te bereiken.
Dit leidde bij Mohammed B. tot de moord op Theo van Gogh en bij Breivik tot het vermoorden van 77 mensen [waarbij hij zich expliciet beriep op het gedachtengoed van Wilders].

Radicalisme kan en mag niet binnen een democratie – het is als water en vuur;  extremisme mag en kan uiteraard ook niet.
Je mag in Nederland vinden dat er maar één interpretatie van de islam is, maar
dat díe niet boven de Nederlandse wet staat en de “islamitische wet” of “de wet van God”, de sharia [Arab.: شريعة, sjarī’a] de overhand laat nemen.
Net zoals je in Nederland Orthodox Christen mag zijn en je, zoals sommige politici, geen vertrouwen in de wereldse, rechterlijke macht mag hebben.

  • twee van de zes kenmerken van radicalisme
    [één interpretatie van de Koran en het ‘eigen’ superieure gedachtengoed] en
    één van de drie extra kenmerken van extremisme [geweld].
    Hiermee wordt een onvolledig beeld en overschatting veronderstelt van
    de omvang en de dreiging van de radicale en extremistische islam [in Nederland].
    Extremisme [geweld op basis van een overtuiging] komt voort uit radicalisme en
    veronderstelt een bredere en diepere overtuiging dan fundamentalisme.
    Binnen het Salafisme-onderzoek scoort 4,2 procent van de Nederlandse moslims
    4 of hoger op een 6-punts radicalisme-schaal.
    Voor 5 of hoger is dat 1 procent.
    Dat is dus maar een klein deel van de 45 procent, die wel door sommigen geopperd wordt.
    Als hiervan 10 tot 20 procent geweld legitimeert om zijn geloof te verdedigen, dan gaat dat om een relatie kleine groep, een niet te verwaarlozen en belangrijke groep, maar niet zo omvangrijk als gesuggereerd wordt.

Om radicalisme en extremisme ‘tegen te gaan’ dienen we deze stromingen te begrijpen en daarvoor is een volledige analyse nodig.
Hierbij kunnen we ons niet alleen beperken tot moslims; het zou immers zomaar kunnen dat een radicale politieke partij de grootste wordt bij de komende Tweede Kamerverkiezingen. En ook onder deze radicalen is een bepaald percentage extremistisch en bereid geweld te accepteren om zijn idealen te verdedigen.

Het wordt iets anders wanneer een land of een ‘onderling verbonden’ groep personen en  een aantal landen -de democratie aan de kant schuiven of een democratie voorwenden- en de religieuze voorkeur van de bevolking misbruiken om machtspolitiek te bedrijven. Je hebt talloze vormen van heerschappij hier op aarde. Presidenten, Koningshuizen, zich democraten noemende volks-vertegenwoordigers, starre bureaucraten, slimme rebellenleiders en brute dictators. Zich beroepend op de Wet of de gemanipuleerde wil van het volk of op de kracht van hun wapens [politie en leger]. En dan zijn er nog de onpersoonlijke machten van het geld of een superioriteitsgevoel, met daarachter de onzichtbare, maar heel reële machten van de duivel en z’n handlangers d[e Satan].
Er ontstaan abrupt grootse plannen [conform de herleving van het ‘oude’ Rusland en het Ottomaanse Rijk van voorheen], er is opeens veel geld voor gewelddadige plannen beschikbaar en radicale predikers krijgen de overhand.
De Joden, Christenen en Islamieten, die de ‘moderne – bevrijdende leer’ aanhangen worden monddood gemaakt, systematisch bedreigd en het leven onmogelijk gemaakt. De invloedssfeer wordt systematisch uitgebreid door financiering van kerken en moskeeën in oost en west, waardoor ook dáár radicalisering en tegenstreven, jà ook daar ‘oorlog’ gevoed wordt.
Maar de gelovigen -ook de Orthodoxe- storen zich daar niet aan: „Wij hebben het voor elkaar, onze eigen plek en moet je eens zien hoe wij dit met een ledenbestand van hooguit 30 personen, dit voor elkaar hebben gekregen, zo’n oorspronkelijke inrichting van òns gebouw”.

Zonder eigen financiële middelen een eigen kerk of moskee beginnen – daar heeft een kleine groep gelovigen toch ‘hard’ aan gewerkt???
De spelleider heeft hiertoe stad en land afgereisd, maar mèt het geld komt ook buitenlandse invloed naar ons land. De verwerving en inrichting van een pand was onmogelijk zonder beïnvloeding van elders, ondanks het alom bekende spreekwoord: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt”.
Wanneer fundamentalistisch ingestelde gelovigen de macht grijpen en er schimmige financiering wordt aangetrokken – loopt het ‘vrije’ Geloof van de mens gevaar in handen van de duivel te belanden; welke religie of je ook maar bekijkt en zijn tegenstand en maatregelen hoogst noodzakelijk.
Het vergt moed om je als vrij gelovige te verzetten tegen fundamentalistisch, radicale geloofsgenoten; veel gelovigen  zwijgen uit angst voor represailles.
Daarom moeten zij die wèl hun nek durven uitsteken,
kunnen rekenen op de bescherming en steun van buitenaf.

Laat ons echter zingen voor de Heer, want roemvol is Hij verheerlijkt:
de paarden met hun ruiters heeft Hij in zee geworpen.
Een Helper en Beschermer is Hij: Hij is mij tot heil geworden. Deze is mijn God en ik zing Hem ter eer; vanaf mijn Voorvaderen is Hij God en ik verhef Hem.
De Heer vernietigt de oorlog:
Zijn Naam is Heer; 
de wagens van de Farao en zijn macht wierp Hij in zee.
Zijn uitgelezen aanvoerders zijn in de Rode Zee bedolven; zij zijn in de diepte van de zee gezonken als een [bak-]steen.
Uw rechterhand Heer, is verheerlijkt door Kracht; Uw rechterhand, Heer, verplettert de vijand. In de Volheid van Uw Heerlijkheid hebt U de opstandelingen vernietigd. U hebt Uw toorn uitgezonden die hen verslindt als stoppels [het overgebleven deel van de halm, nadat het graan gemaaid is].
Door Uw levensadem werd het water opgestuwd, het stond als een muur;
de golven werden vast in het midden van de zee.
De vijand sprak: ‘ik zal hen achtervolgen en inhalen; verzadigen zal zich mijn ziel.
Ik zal mijn zwaard [van het Geloof] trekken en  mijn hand zal hen doden.
Maar U zond Uw adem uit en de zee overdekte hen; zij zonken als lood in de geweldige wateren.
Wie onder de goden is er aan U gelijk, Heer? Wie is als U?
U, de Heerlijke onder de heiligen; wonderbaar in heerlijkheid, Die wonderen doet
”.
Ex.15: 1-15 1e ode [1-2] lied van Mozes, vert. ROK ’s-Gravenhage.

Het geeft je moed wanneer Moefti’s [islamitische spelleiders] die uitspraken doen over juridische en theologische kwesties in Groot Britannië de Joodse gemeen-schap slalom toewensen. Hieruit blijkt dat het lijden de ‘vrije’ Gelovigen onder de mensen hen eveneens raakt.
Tegelijkertijd dien je jezelf af te vragen deugt alle aandacht voor de christen-vervolging nog wel; is dit geen valkuil van de tegenstrever, teneinde ons massaal de verkeerde kant op te leiden.
Je kunt inderdaad voor de christenvervolging bidden, wanneer het wáár ook ter wereld slècht met hen gaat. Maar wanneer wij voor de vervolgden bidden, dient dat niet alleen voor onze kerkgenoten te zijn.
De verdrukking gaat over het feit dat mensen bepaalde dingen niet in vrijheid kunnen beleven, Regelmatig komt daar fysiek geweld bij kijken.
De term onderdrukking is veel breder, er valt veel meer onder, van discriminatie tot het onderling ongelooflijk diep treiteren – het leven onmogelijk maken.
Specifiek opkomen voor christenen kan ook uit verkeerde motieven voortkomen.
De wijze waarop wij hier in het westen christenvervolging verstaan geeft aan dat ons begrip niet eenduidig is, wij meten met twee maten
– en bovendien gaat het in dit onderwerp om een geleidelijke opheffing van tegenmaatregelen, wij rechtvaardigen onze hoogmoedige houding; wij verheffen ons boven al het andere!
De vraag is tevens, hoe wij dàn dienen te reageren – andere gebezigde termen doen meer recht aan datgene waar het werkelijk om gaat.
Wereldwijd hebben ‘vrije’ gelovigen genoeg van alles wat met oorlog en vernietiging te maken heeft; de positie van de machtigen der aarde dient wereldwijd te veranderen.
Dàt is Geloof, dàt vormt de geloofs- emancipatie in de wereld van ‘vrije’ gelovigen.
Wij dienen alle religies te respecteren; dàt is hetgeen wat onze Heer en Zaligmaker, onze God graag zou zien – dàt geeft vorm aan een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde.
Dàt vernietigt het kopschuw reageren op mensen, die zich ànders gedragen dan wij gewoon zijn – of het nu religie of levensovertuiging betreft, indien wij elkaars grenzen maar respecteren.
Eerst dàn is het niet meer nodig dat mensen hun ogen neerslaan, wanneer je hen recht aankijkt en je hen contact-schuw/monddood in hun lange kleding aan je voorbij ziet ruisen.
God heeft ook hèn voor het eeuwig léven geschapen, dat zij tevens mogen genieten van datgene wat hèn overkomt. De kunst van het samenleven is zoals een goed huwelijk, je màg regelmatig ruzie maken, maar alleen over futiliteiten en niet over Dàtgene wat [God, Die] ons in deze wereld heeft samen gebracht. Uiteraard zijn mensen verschillend, maar verschillen kunnen in liefde en respect voor elkaar opgevangen worden.
Wat gebeurt er achter de bureaus van de Machtigen – zijn zij met het Heil [de heelmaking] van de wereld begiftigd?; dan beschouwen zij de mens niet als een pion, die al naar gelang het hen invalt -zonder enige communicatie- opzij geschoven kunnen worden.
Je verbaast je telkens weer met welk gemak dit plaatsvindt – de één doet niet ònder voor de ànder en het eigen-, religie-, staats-belang staat veelal voorop.

Vrede – gouden regels

De thema’s van de verschillende religies zijn macht en onmacht, recht en onrecht; van onmondigen, daklozen tot gedetineerden in verschillende landen. Vrouwen en kinderen, die misbruikt werden en uit schaamtegevoel jarenlang gezwegen hebben.
Wanneer je vluchtelingen uit zuid-oost Europa en het midden oosten spreekt wist iedereen voorheen, ondanks de verschillen met elkaar om te gaan; tot de machtigen der aarde met elkaar gingen stoeien en de mensen via de geloofsovertuiging achter hun karretje wisten te spannen.
Het bleek dat het paard achter de wagen werd gespannen, een ingewikkeld conflict met opdrachtgevers – waardoor onderlinge verhoudingen werden verstoord, welke eeuwen lang hebben kunnen voortwoekeren. Wij als ‘vrije’ toeschouwers kunnen zèlf oordelen, waarschijnlijk zal déze ontwikkeling de doorslag geven, wàt God met ons mensen voorheeft.
De enige opdracht van de mens is de zuivere Waarheid na te volgen en te verkondigen
Voor ons Orthodoxen, die het vroeg-christelijk Geloof onvervalst trachten te belijden, is de Waarheid te verheerlijken in de Goddelijke Drieëenheid welke ons Door Jezus Christus, de Zoon van God, door God de Vader en de Heilige Geest is en nog steeds wordt doorgegeven.
Uiteraard respecteren wij de heterodoxe en niet-christenen, maar wij gezamenlijke Christenen verkondigen dat er éénheid is in de Waarheid, één is de waarachtige God en Die komt alleen voort dankzij onze Heer Jezus Christus, de Verlosser van de wereld; Hij verheerlijkt God en is daardoor de overwinnaar op de dood. De Heerlijkheid van God is ons leven, ons geluk en onze eeuwige redding; wij maken aanspraak op de Heer en ‘in Zijn vrijheid’ te proberen Zijn Goddelijke Heerlijkheid te evenaren en verwachten daarop bij Zijn uiteindelijk [laatste] Oordeel beoordeeld te worden, want alleen
-Zijn-Hemels-Koninkrijk- kent geen einde [is eeuwig].

2e Zondag na Pinksteren – Zondag van alle Heiligen van Nederland [en de wereld]

De eerstelingen, de Apostelen, de eerstgeroepenen; The firstfruits, the Apostles, the first called.

      Toen Hij nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, diens broeder, een net in zee werpen; want zij waren vissers.
       En Hij zei tot hen: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken.
       Zij nu lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem.
En vandaar verder gegaan zijnde, zag Hij nog twee broeders, Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, terwijl ze bezig waren hun netten in orde te brengen, en Hij riep hen.
       Zij lieten dan terstond het schip en hun vader achter en volgden Hem.
En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun Synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het VolkMatth.4: 18-23.

    Allen, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend,
de vervulling van de Belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd,
de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij Kracht ontvangen,
zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig
– zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
       Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
       Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
       Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het GeloofHebr.11: 33-12:12a.

”  We hebben de Messias gevonden, Die de Christus is ”  De enige Christus, Die van nature God is, heeft zich vernederd en is mens geworden. Hij toonde Andreas en alle andere apostelen de bron van het Mysterie en de grootsheid van God’s Genadegaven. God is getrouw, door wie ook jullie zijn geroepen tot gemeenschap met Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer.
Allen, die geroepen worden -en dat zijn wij-
wij zullen dus àllen dóór het Geloof koninkrijken van de wereld dienen te onderwerpen, gerechtigheid te beoefenen en daardoor de vervulling van de Belofte te verkrijgen.
De koninkrijken van de wereld zullen dit niet accepteren; wees er dus maar op voorbereid dat je een golf van tegenwerkingen en boosheid over je heen zult krijgen.
Dàt is de dood, die ons westerlingen vandaag voor ogen wordt gehouden.
Vandaag stellen we ons de vraag:
waarin bestaat deze algemene roeping om heilig te worden?
En hoe kunnen wij haar verwerkelijken?
Allereerst dienen we goed beseffen dat Heiligheid niet iets is, dat wij voor onszelf kunnen verwerven, iets dat wij verkrijgen dankzij onze kwaliteiten en capaciteiten.
Heiligheid is een Genadegave, de Gave, Die onze Heer Jezus Christus ons schenkt, wanneer Hij ons op Zijn weg mèt Zich mééneemt, ons mèt Hem bekleedt en ons maakt zoals Hijzelf.
Christus verschaft ons het beeld naar Zijn Gelijkenis !!!
Christus heeft de Kerk liefgehad en heeft Zich voor haar overgeleverd
om haar Heilig en rein te maken
Eph.5: 25-26.
Nu dan, Heiligheid is werkelijk de mooiste icoon van de Kerk:
==> het uit zich, door het herontdekken van innige vereniging, gemeenschap met God, in de Volheid van Zijn Goddelijk leven en Zijn Liefde.
Daarop begrijpen we tevens dat Heiligheid niet een voorrecht is van slechts ènkelen, zogenaamde bevoorrechten, de gewijden:
Heiligheid is een Genadegave, Die aan àllen, niemand uitgezonderd, wordt aangeboden en waardoor het ‘afwijkend‘ karakter van elke volgeling van Christus wordt omgevormd.

Bovenstaande geeft ons inzicht dat het om Heilig te worden niet ‘per sé’ nodig is een speciale wijding te ondergaan, als toezichthouder, spelleider òf als gevolg van een bijzondere religieuze zalving, waarna de drievoudige uitroep ‘Axios’:
  we zijn ‘allemaal’ als Christen geroepen om heilig te worden, ‘niemand uitgezonderd’ !  -.
In de wereld worden we echter -door uiterlijk vertoon- verleid ons in te beelden dat Heiligheid alleen is weggelegd voor degenen die zich de mogelijkheid hebben toegeëigend om te kunnen ontsnappen, vrijgesteld te worden aan de alledaagse beslommeringen, om zich uitsluitend te wijden aan het gebed.
Dat is beslist ‘niet zo’! Heiligheid is iets veel groters.
Sommigen denken dat de Heiligheid betekent je ogen sluiten en
een vroom gezicht trekken als op een icoon-afbeelding.
Dat behoeft geen heiligheid in te houden!
Heiligheid is iets immens groters, het heeft een véél grotere en diepere inhoud,
welke God ons als Genadegave geeft.
Heiligheid staat helemaal los van ‘wat’ wij kunnen doen alsof; het spel, de buitenkant.
Heiligheid ontstaat door waarachtig te leven vanuit de Goddelijke Liefde en dit vervolgens dóór het geven, door middel van een waarachtige Christelijk getuigenis, in onze dagelijkse beslommeringen, waarmee wij onze omgeving klip en klaar tonen dat ‘wij’ persoonlijk geroepen zijn Heilig [= voor God volmaakt] te worden.

Dat wordt ons vandaag voorgehouden:
       Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
       Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof”
              En dat geldt voor iedereen in de omstandigheden en de levensstaat waarin hij zich bevindt.
  Ben je een man of een vrouw, die tegen een wijding is opgelopen en leid je inderdaad een op God gericht voorbeeldig leven?
Wees dan een voorbeeld voor je omgeving, door je Genadegaven en verricht je dienstwerk in Liefde en Vreugde. te beleven.
  Ben je gehuwd? Wees dan een voorbeeld voor je omgeving en kom je verplichtingen na – door je man of je vrouw waarachtig lief te hebben en voor haar of hem te zorgen, zoals Christus met zijn Kerk heeft gedaan.
  Ben je gedoopt en niet gehuwd? Wees dan een voorbeeld voor je omgeving en kom je verplichtingen na – door je werk eerlijk en bekwaam te verrichten en je tijd te besteden aan de dienst van je broeders, altijd en overal.
Ook als putjesschepper, ook als vroeg-gehandicapte, ook als zijnde werkloos, ook als verschoppeling kun je in deze wereld laten zien dat je leven door Christus gedragen wordt.
Dáár waar je geplaatst bent, kun je heilig worden.
God geeft je de Genadegaven om volmaakt te leven en je leven Heilig in te richten; God laat je in het gebed weten hoe, Hij deelt Zich aan jou mee.
Altijd en overal kun je Heilig worden, dat wil zeggen dat wij ontvankelijk kunnen zijn voor deze Genadegaven die ons van binnen bewerkt en ons tot de volwaardig Christen brengt.
Ben je vader geworden, als moeder belast met kinderen, òf opa, oma ?
Wees dan volmaakt door je kinderen of kleinkinderen met hartstocht over onze Heer Jezus Christus, onze Verlosser te vertellen en hen te leren Hem te volgen. Het gezin is immers de baarmoeder van de Kerk en daarvoor is ontzettend veel geduld voor nodig.
Je kunt er geen opleiding voor volgen, om een goede vader, een goede opa, een goede moeder, een goede oma te zijn, dus in dat geduld komt de volmaaktheid, de Heiligheid:
enkel en alleen door geduld te oefenen.
Iedere kerkgemeenschap zou een crisisopvang dienen te hebben, als christenen het appèl niet meer horen om zich onvoorwaardelijk in te blijven zetten in de strijd voor het christelijk leven, dan is het ook moeilijk te verwachten dat de mensen uit de wereld een helpende hand zullen  toesteken.
➻➻➻ Geef je catechese-lessen, ben je catecheet, onderwijzer of gewoon vrijwilliger?
Wees dan heilig door een levend teken te worden van de liefde van God en
van Zijn Aanwezigheid onder ons blijk te geven.
Elk gezin zou als vanzelfsprekend gericht dienen te zijn op  dienstbaarheid aan de ander.

Elke levensstaat leidt tot de roep van Christus:
      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;  want het Christelijk juk is zacht en de Christelijke last is licht“ conf. Matth.11: 28-30.
Je behoeft je niet uit te sloven met in je achterhoofd: ‘Kijk mij eens’ ‘. . . doe het gewoon, dan doe je gek genoeg’.   Thuis, op straat, op het werk, in de Kerk, op dit moment en in jouw levensstaat ligt de weg naar de Heiligheid open.
Wees niet bang om die eenvoudige weg te bewandelen.
God geeft je die Genade; als tegenprestatie is het enige dat God van ons vraagt:
dat wij in gemeenschap zijn met Hem en ten dienste staan van onze broeders”;
dat is heiligheid en niets anders, dus laat je niet belachelijk maken.

Christus staat aan de deur en klopt

Zodra de Heer ons roept, uitnodigt heilig te worden, roept Hij ons niet op tot iets moeilijks, iets treurigs . . . Integendeel!
Het is een uitnodiging om zijn vreugde mee te beleven, om elk moment van ons leven in vreugde te beleven en aan te bieden, en al doende tegelijkertijd een Liefdegave te worden voor de mensen om ons heen.
Wanneer wij dàt begrijpen, verandert àlles en krijgt àlles een nieuwe inhoud, een mooie betekenis, te beginnen met de kleine dingen van elke dag.
Het gaat er namelijk helemaal niet om iets ‘groots’ te doen het gaat er om wat ‘klein’ wordt beschouwd een grotere inhoud te geven.
Iedere stap in je leven kan bijdragen tot heiligheid, wanneer je zelf het initiatief neemt iets in liefde aan God op te dragen, zonder weerzin, met geduld en fantasierijk – dàt is al een stap in de goede richting.
Dàn aan het einde van de dag zijn we allemaal moe, maar dan is het tijd voor het gebed.
We zeggen onze gebeden, dàt is een volgende stap in de richting van de heiligheid.
Dàn komt het weekend en worden we opgeroepen voor de Heilige Diensten, onder andere de Goddelijke Liturgie en het ontvangen van de communie.
dit wordt voorafgegaan door een voorbereiding en indien nodig door
de belijdenis van onze misstappen/ongerechtigheden, hetgeen op onze weg kan begeleiden.
==> Dagelijks gebed, waaronder het gebed van het hart kan ons eveneens begeleiden op de Christelijke weg; of je nu op straat loopt of in de bus je weg vervolgt.
Het zijn maar kleine dingen, maar evenzovele kleine stappen naar de volmaaktheid.
Elke stap voorwaarts zal een beter mens van ons maken, ons bevrijden van egoïsme en van het opgesloten zijn in onszelf, en zal ons openen voor onze broeders en hun behoeften.

      Dient elkander, een ieder naar de Genadegave, Die hij/zij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei Genade van God.
       Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God; dient iemand, laat het zijn als uit kracht, door God verleend, opdat in alles God verheerlijkt zal worden door Jezus Christus, aan Wie de Heerlijkheid is en de Kracht, in alle eeuwigheid! Amen.
        Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds zal overkomen. Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus opdat gij u ook met Vreugde zult mogen verblijden bij de Openbaring van Zijn Heerlijkheid
1Petr.4: 10-13.
Als vrienden onder elkaar, die je regelmatig tegenkomt kunnen problemen veel groter worden ervaren dan elders. Dan is het contact mogelijk niet zo leuk meer omdat je elkaar [mogelijk tijdelijk] niet meer zo veel meer te vertellen hebt, doordat je teleurgesteld bent in iemand.
Maar wat maakt het uit in een gemeenschap, het is toch logisch dat daar mensen in zitten met wie je een sterkere band hebt dan met anderen? Heb in de gemeenschap gewoon iets minder contact met deze persoon maar respecteer elkaar gewoon wel voor wie je bent, met alle onvolmaaktheden.
Laten wij díe met vreugde ontvangen en elkaar ondersteunen in de goede dingen, omdat je de weg naar de volmaaktheid niet alleen loopt -iedereen voor zichzelf- , maar die weg doorloop je samen, in dat éne Lichaam dat de Kerk is, geliefd en Heilig gemaakt door de Heer Jezus Christus.
Laten we daarom met goede moed ons Kruis dragen en verder gaan op deze weg naar de Heiligheid.

6e Irmos, Canon van Pinksteren     tn. 7.
  Zoals op de golven wordt mijn geest
door de dagelijkse zorgen geslingerd.
Mijn zonden hebben mij in zee geworpen;
het zielenrokende monster dreigt mij te verslinden.
Daarom roep ik, o Christus, als Jonah tot U:
ontruk mij uit de diepte van de dood
”.

7e Irmos, Canon van Pinksteren     tn. 7.
  De drie jongelingen in de vuuroven
veranderden het vuur in dauw door hun loflied,
en zij riepen:
Gezegend zijt Gij, Heer, God van onze vaderen
”.

8e Irmos, Canon van Pinksteren     tn. 7.
  Het braambos, dat in het vuur niet verbrandde,
sprak God-verkondigend op de Sinaï,
tot Mozes, die slecht bespraakt was.
Ook de Jongelingen,
die door het vuur niet werden aangetast,
werden door hun ijver voor God tot zangers;
Alle week des Heren zegent de Heer,
en verheft Hem in alle eeuwigheid
”.

9e Irmos, Canon van Pinksteren     tn. 7.
  Gij onbevlekte, hebt gedragen in uw schoot,
het Woord dat alles geschapen heeft,
en hebt daaraan het vlees geschonken, o Moeder zonder man.
Maagd, en Moeder Gods,
omvattend Hem, Die zonder grenzen is;
woonplaats van de eindeloze Schepper,
wij verheerlijken U”

Apolytikion     tn.1.
“   Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1.
“   Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
“  Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.