7e Zondag na Pascha – de Kerkvaders van het Eerste Oecumenisch Concilie [Nicea, 325 na Chr.].

      Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zei: Vader het uur is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U zal verheerlijken, gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken. Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt. Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt. En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.

Ο Χριστός αγαπά τον δικαστή; Christus liefdevolle Rechter; Christ loving Judge.

Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben Uw Woord bewaard. Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in Waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
        Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U en al het mijne is het uwe en het uwe is het mijne en Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U.
Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij.
Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd. Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle mijn blijdschap in zichzelf mogen hebbenJohn 17: 1-13.

    Want Paulus had zich voorgenomen Ephese voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen, want hij haastte zich om, zo mogelijk, op de Pinksterdag te Jeruzalem te zijn.
       Maar hij zond iemand van Milete naar Ephese en ontbood de oudsten der gemeente; en toen zij bij hem gekomen waren, zei hij tot hen:
       Gij weet, hoe ik van de eerste dag aan, dat ik in Asia voet aan wal zette, al die tijd onder u verkeerd heb.          . . . . .  Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft.
Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken. Waakt dan en herinnert u, dat ik drie jaren lang nacht en dag niet heb opgehouden ieder afzonderlijk onder tranen terecht te wijzen.
En nu, ik draag u op aan de Heer en het Woord van Zijn Genade, aan Hem, die bij machte is te bouwen en het erfdeel te geven onder alle geheiligden. Ik heb niemands zilver of goud of kleding begeerd; zelf weet gij, dat deze handen in mijn behoeften en in die van hen, die bij mij waren, hebben voorzien. Ik heb u in alles getoond, dat men door zo te arbeiden zich de zwakken moet aantrekken en zich de woorden van de Heer Jezus herinneren, die Zelf gezegd heeft: Het is zaliger te geven dan te ontvangen. En toen hij dit gezegd had, boog hij de knieën en heeft hij met hen allen gebedenHand.20: 16-18,28 36.

Al datgene wat we hier in onze wereld doen, is slechts als een voorloper of
als een nabeeld van
➻ deze op zichzelf staande, eeuwige wereld, ontdaan van alle vergankelijkheid,
➻ deze hemelen – zó vèr verwijderd van alle lijden.
Wat ons vanuit dit wereldbeeld tot ons is gekomen in het christendom, heeft zeker de vroomheid van het oosten in de vorm van de Orthodoxe Kerk diepgaander bewaard dan de Latijnse ritus van het westen en wanneer
deze diensten slechts gekopieerd worden, blijken ze nog een slecht aftreksel.
Wanneer de Blijde Boodschap in de Byzantijnse kerken wordt geopend, wordt het Woord van God gevierd, als een geur van wierook en als een avondoffer dat oprijst uit de harten van mensen en terugkeert naar de Hemelen, wanneer het als het eeuwige Woord, neergedaalde God in onze tijd.
Men behoeft, zoals we gewend zijn, het offer van Christus niet te gedenken als een afdaling op een lang pad door de woestijn naar het beloofde land, integendeel, men viert de gemeenschap van het Goddelijke onder de mensen, alsof de Hemelen slechts van korte duur zouden zijn en wilde Christus Zelf al naar de aarde terugkomen en we zouden met z’n allen -hier en nu- al delen in de eeuwige muziek van geluk en gelukzaligheid in de intuïtie, het vermogen om ook maar een beetje te ontdekken van God, want God omvatten en uitbeelden kan niemand, dan Christus als Zijn Zoon alleen.

De Orthodoxe Kerk doet het in haar erediensten voorkomen dat Godsdienst,
Religie uiteindelijk goed voor ons is en dat wij als mensen God en onze medemensen daaruit alleen maar dankbaarheid voor kunnen voortbrengen.  Wanneer de Kerk in staat is ons naar het Hemels Koninkrijk te voeren, realiseren wij ons als nietige wezens wat de werkelijke Waarheid is en wordt duidelijk wie we zijn en wat onze roeping is.
De roeping van de mens is mens te zijn!” – “Misschien is niets geheel waarachtig, en zelfs dàt niet!”.

Eduard Douwes Dekker, beter bekend als Multatuli
[hetgeen betekent: ‘ik heb veel (leed) gedragen’],
is een van de grootste Nederlandse schrijvers aller tijden. Zijn boek Max Havelaar, of de koffie-veilingen van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, waarin hij de misstanden in Oost-Indië veroordeelt behoort niet alleen tot de wereldliteratuur, maar bracht een ommekeer in het denken over de Nederlandse kolonie teweeg. 

onze roeping en wie we als mens zijn
En daarom sluit de dienst van de Orthodoxe Kerk zo goed op ons bestaan: om te weten dat God tegelijkertijd betekent om te weten waar we aan toe zijn, en vertrouwend op God kunnen we dit allemaal aan elkaar doorgeven,
➻➻➻ iedereen is op deze manier door de liefde tot en van de medemens naast hem “priesterlijk” wanneer de mens iets van de schoonheid van God waarachtig zichtbaar laat worden in z’n leven, opent hij/zij een venster naar de ander,
hetgeen hem/haar ook het zicht op het Hemels Koninkrijk geeft.
En dat is het einde van bovenstaand gebed van Christus:
dat God, de Vader, ons kan behouden zoals we reeds in vertrouwen en
in liefde tot Hem en de medemens zijn geworden.
Net zoals onze Heer en Meester één is met Zijn Vader,
zo mogen wij ook één zijn met elkaar in Hem
tot het einde van alle dagen, voor eeuwig.
      de Heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij een zijn, gelijk Wij een zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot een, opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om Mijn Heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging van de wereld.
Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; en Ik heb hun uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij in Ik in hen
John.17: 22-26.
En op die manier kan het zó maar gebeuren dat droogstoppels, de prototypes van
inhalige, fantasieloze mensen, die zichzelf -óh zó- godsvruchtig vinden,  
geen enkel oog meer hebben voor hun medemens.

H. Christophoros; Άγιος Χριστόφορος.

De roeping van de mens is mèns te zijn!‘ is Multatuli’s motto en een van de vele aforismen uit de zevendelige reeks Ideeën die hij publiceert.
In navolging van Benedictus [of Baruch] de Spinoza, geboren uit Portugees- Joodse ouders gelooft hij dat de mens overeenkomstig de wetten van de natuur dient te gaan leven, die inherent goed is.
Indien de mensen elkaar echter regels willen gaan opleggen gaat het absoluut mis en  ontbreekt het ethisch principe ‘respect’ voor elkaar het inzicht in de werkelijkheid en het geluk van de mens zijn hetzelfde; vooral religie kan zich dusdanig vervormen, dat het een bron wordt van het kwaad, kijk maar naar al de onrust, die momenteel om ons heen de mens en zijn bestaan vernietigt.

De Blijde Boodschap van de hand van Johannes, de Theoloog, kent, zoals herhaaldelijk al is opgemerkt, geen scheiding tussen deze wereld en de andere wereld, tussen een tijd waarlangs wij ons voortbewegen en een eeuwige ‘tijd‘ die aanbreekt ná de dood; volgens de Theoloog Johannes bestaat er maar één realiteit waarin alles samensmelt; want er bestaat niet langer de angst meer die ons om het hart slaat en ons verlamt;
➻ er is geen geweld en dwang als gevolg van schuld, waarin we ons leven en
waarin we elkaars bestaan beklagen, hoogmoed zal meer en meer ontbreken;
➻ er bestaat niet langer de afgrond van wanhoop, waarbij wij ons met
alle kracht van de wereld aan de rand van het leven blijven vasthouden, alsof
er alleen in dit korte leven heil en zegen voor ons en de naasten overblijft en
er niets anders in het verschiet ligt.
Johannes de Theoloog verkondigt ons dat onze Heer en Verlosser ons met Zijn Blijde Boodschap vertrouwen heeft gegeven:
waarmee wij in staat zijn op een dusdanige manier van het leven te genieten,
dat de dood ons weliswaar te wachten staat, maar dat het geen schaduw meer geworpen wordt op het Licht van God, Dewelke onze zielen verkwikt.

Dááròm worden bovenstaande woorden van het Hoog-priesterlijk gebed
vandaag bij de herinnering aan de Kerkvaders voor ogen gesteld, 
want onze Heer en Zaligmaker is niet alléén maar een gebed tot de Allerhoogste,
maar geeft ons tevens een overzicht wàt Christus’ Blijde Boodschap
voor ons mensen  in ons leven kan betekenen en
daarbij staat de mens boven de christelijke organisatie,
oftewel datgene wat wij mensen er in onze hoogmoed van gemaakt hebben.

Paulus wil aan Ephese voorgaan om géén tijd in Asia te verliezen, want
hij -‘de pionier van het christendom onder de heidenen’-  had haast.
Hij wilde zo de omstandigheden het hem toelieten
op de Pinksterdag te Jeruzalem te zijn.

Het is een feit dat we onszelf kunnen openen en sluiten voor
het werk van de Heilige Geest – de Kracht van God. De heilige Geest wil ons inzicht geven in de geheimenissen en ons het praktisch leven vanuit Gods Kracht en Wijsheid binnen het Lichaam van Christus, de Christengemeente doen toekomen.
Maar we kunnen bij de vervulling met de Heilige Geest ook nog op
een andere manier denken, het vervuld zijn met de Heilige Geest
heeft tevens alles te maken met beheerst worden door de Heilige Geest.
        En dááròm wil Paulus geen tijd in Asia verliezen.
Hij wil naar Jeruzalem toe omdat àldáár de Heilige Geest is neergedaald.
Het gaat erom vernieuwd te worden in de geest en gezindheid
van ons denken door de Heilige Geest.
        Het gaat erom te leven uit wat de Doop in Christus uitbeeldt:
Om uit ‘de nieuwe mens, Jezus Christus’, Die het beeld van God is,
te leven in rechtvaardigheid en heiligheid.

1.]. Rechtvaardig kan een zondig mens alleen zijn door het Geloof in onze Heer, Jezus Christus. Zo komt de zondaar in de rechte verhouding tot God te staan, doordat de Heer Jezus de straf van de mens gedragen heeft en hij de gerechtigheid van Jezus Christus ontvangt.
Zo voldoen wij volkomen aan wàt God van ons vraagt in Zijn Woord en Wet.
Zonder Geloof en zonder bekering is er geen vergeving van zonden en
wacht het eeuwige oordeel, ook al zijn we gedoopt.
2.]. Heiligheid betekent dat ons leven toegewijd wordt aan de Heer en Zijn dienstwerk. Het is het nieuwe leven met Christus door de Geest.
Steeds gaat het er om te leven vanuit datgene wàt Christus heeft gedaan.
Concreet betekent dat een vervulling van
de heilige liefdeswet die Christus heeft vervuld.
De leugen kan niet blijven bestaan, boosheid die bestaat uit wraak en haat dient te worden omgesmolten in liefde voor vijanden en het goede nastreven voor elkaar. Stelen kan niet meer bestaan vanwege het hebzuchtig en zelfzuchtig leven, hetgeen zich tegen Christus verzet.
Liever trouw zijn door met eigen handen te werken en aldus ook te delen met anderen die minder hebben.
Het gaat er om elke vorm van zonde te haten en te ontvluchten.
Anders bieden we ruimte aan de verleidingen van de duivel en bedroeven we de Heilige Geest.
Wie van Christus is, heeft zich met Hem bekleed en als zodanig
behoort die mens Hem toe, die als een zegel op Zijn hart geprint.
Het gaat erom dat het leven met en door Christus
steeds ons nieuwe bestaan wordt.
We worden niet op onszelf teruggeworpen, maar om te leven vanuit de Doop:
Opnieuw geboren zijn door Bekering en Geloof
➻  het is de vernieuwing van ons hele leven door de Heilige Geest.
Hier is het ten dele, straks volmaakt wanneer Zijn Koninkrijk definitief komt.
Laten we onderzoeken of wij werkelijk kinderen van God zijn en
laten wij ons hele leven toewijden aan Hem Die ons is voorgegaan.

Daarom vermaant Paulus ons allen en wijst degenen, die
zich niet ordentelijk gedragen terecht en beurt hij de kleinmoedigen op:
       Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid,
  bekleed met het pantser der gerechtigheid,
de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het Evangelie van de Vrede;
neemt bij dit alles het schild van het Geloof ter hand, waarmee gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven;
en neemt de helm van het Heil aan en het zwaard van de {Heilige] Geest,
dat is het Woord van God.
  En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij
elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende
met  alle volharding en smeking voor alle Heiligen;
ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond
het Woord geschonken zal worden,
om vrijmoedig het geheimenis van het Evangelie bekend te maken,
waarvoor ik een gezant ben in ketenen.
Dàn zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals
ik behoor te spreken
Eph.6: 14-20.

En Hij, de God van de Vrede, zal u geheel en al heiligen en
geheel uw geest, ziel en lichaam zal bij
de [weder]komst van onze Heer Jezus Christus mogen blijken
in allen dele onberispelijk bewaard te blijven.
Die u aanroept, is getrouw;
Hij zal het ook doen.

Apolytikion     tn.6.
    Boven alles zijt Gij verheerlijkt, Christus onze God,
Die onze Vaders op aarde als sterren bevestigd hebt.
Door hen hebt Gij ons tot het ware Geloof gebracht.
Barmhartige Heer, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8.
    De Verkondiging van de Apostelen, evenals de dogma’s van de Vaderen,
bewaren de Kerk in eenheid van Geloof.
Zij draagt het bruiloftskleed van de Waarheid,
geweven door de Theologie vanuit den Hoge,
om het grote Geloofs-Mysterie recht te prediken en te verheerlijken
”.

Orthodoxie & de Kerkvaders

Ο προφήτης Ιωνάς ρίχτηκε στη θάλασσα, Κατακόμπε Χ. Πέτρος και Μαρκελινός, Ρώμη, 3ος, 4ος αιώνας; Prophet Jonah thrown into the sea, Catacombe H. Petros and Marcellinos, Rome, 3rd, 4th century; Profeet Jonah in de zee gegooid, Catacombe H. Petros en Marcellinos, Rome, 3e,4e eeuw.

De vroeg-christelijke kerk heeft een groot aantal mensen gekend, die
een belangrijke rol hebben gespeeld bij de verdediging en verdieping van het christelijke Geloof. Dit bestond onder andere uit de verdediging van het Christelijke Geloof tegen ketterse stromingen binnen de kerk en/of het heidense geloof daarbuiten.
De verdieping van het eigen Geloof gebeurde door Homilieën en geschreven studies van de Blijde Boodschap, etc..
De term Kerkvader heeft zijn oorsprong in het feit dat toezichthouders, welke in de Apostolische opvolging stonden in de vroege kerk werden gezien als leraren van de gelovigen. Zij waren het die de hen toegewezen gemeenschap dienden in te wijden in het Geloof.
Zij werden daarom vaak aangeduid met Vader.
Sommige toezichthouders overstegen in hun taak
de grenzen van hun eigen toegewezen gemeenschap, zodat
ze waarachtige Vaders van de Kerk genoemd ‘konden’ worden.
De term werd overigens later niet meer exclusief voor toezichthouders gebruikt, maar werd overgeheveld naar hun herdershonden,
de spelleiders in de gemeenschappen.

Op dit moment bevat de
geaccepteerde lijst van kerkvaders meer dan 300 personen.
Als criteria voor een toekenning van de titel kerkvader aan een bepaalde persoon gelden:
• Hij dient in de Orthodoxe Geloofstraditie te staan.
• Hij dient al vanaf het begin Kerkelijke goedkeuring te genieten.
• Hij diende veelal ook een langdurige monastiek en diepgaande levenservaring
te hebben opgedaan, hetgeen een diep-menselijk contact met de Heer veronderstelt.
• Hij dient daardoor een Heilige levenswandel te hebben geleid.
• Hij dient tot de periode van de Christelijke Oudheid of
daarvan afgeleid te behoren.
Dat deze kenmerken niet altijd even strak worden gehanteerd blijkt wel uit het feit dat Origenes en Tertullianus ook over het algemeen tot de kerkvaders worden gerekend. De eerste is èchter in 553 als ketter veroordeeld, terwijl
de laatste zich op latere leeftijd bij de als ketters beschouwde stroming van de Montanisten [extatische en starre prediking rond Montanus †195] heeft aangesloten.

Het Grieks voor ‘vader’ is: ‘πατέρα’, splits je dat woord in ‘πα τέρα’ dan is de betekenis ‘helemaal opnieuw’. Het Grieks-Nederlands woordenboek vertaalt ‘‘πατέρα’’ met: vader, stamvader, voorvader; schepper, stichter, oorzaak ook vertaalt  met o.a.: de verwekker of mannelijke voorouder
de bewerker en overdrager van iets [iemand die anderen met zijn eigen geest heeft doordrongen, die hun gedachten in beweging brengt en regeert];
            ’πατέρα’ wordt in de vertaling NBG51 nog steeds vertaald door ‘vader’.

van de steigers af?; van de hoge werkplek afdalen; from the scaffolding?; descend from the high workplace; από το ικρίωμα? κατεβαίνουν από τον υψηλό χώρο εργασίας.

Nu luidt een Nederlands spreekwoord:
als het huis afgebouwd is, dan breekt men de steigers af’,
hetgeen gehanteerd wordt, wanneer ‘het doel bereikt is, vergeet men de helpers’.
In die zin kan het woord vader misschien geaccepteerd worden, maar
over het algemeen mag duidelijk zijn dat een Goeroe en Goeroegedrag in de Orthodoxie ‘niet’ geaccepteerd wordt;
de mens dient namelijk in vrijheid z’n christelijk leven te kunnen beleven en
niet de roede of gram van een of andere ‘vader’ op z’n nek te halen, wanneer
men zich tot een andere ‘minder‘ overheersende gemeenschap wendt.
Jezus daagt een religieus spelleider uit om ‘wakker’ te worden en
te begrijpen dat de ‘Waarheid’, Christus Zelf recht tegenover hem staat.
Wanneer deze mens Jezus ‘goed‘ noemt dan dient deze persoon een begin te maken te begrijpen dat  onze Heer en Verlosser, Jezus Christus ‘God’ is en
geen religieus spel speelt, maar tot oprecht en vrij Geloof dient te komen.
Jezus ontkent niet dat Hij God is; Hij bevestigt dat Hij als Zoon, God is en
dat de mens deze erkenning waarachtig dient te onderkenen en ook werkelijk nodig heeft.  

Eeuwige vragen’ zijn niet simpelweg religieuze speculatie, maar
de fundamentele vragen van de menselijke ziel.
En ‘alleen God’ kan antwoord geven op diep menselijke vragen.
Wanneer een spelleider er op staat ‘met ‘Vader’ of ‘Monseigneur’ aangesproken
‘wenst’ te worden, mag je dàt voor mij -stilletjes- beschouwen als ziekmakende hoogmoedigheid.
Wie kan dàn nog gered worden?’ vroeg Petrus en
Hij kreeg van de Zoon van God, de Verlosser het antwoord:
      Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God”.
Toen zei Petrus:
Maar wij hebben alles wat we bezaten achtergelaten om u te volgen’.
Jezus zei tegen hen:
Ik verzeker jullie: iedereen die huis of vrouw, broers of zusters, ouders of kinderen heeft achtergelaten omwille van het Koninkrijk van God, zal reeds in deze tijd het veelvoudige ontvangen en in de tijd die komt het eeuwige levenLuc.18: 28-30 en
maak je geen zorgen wanneer je aan het volgende gevolg geeft:
Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader en wat gij ook vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen, opdat
de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden.
Indien gij Mij iets vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen.
Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.
En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der Waarheid,
Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet;
maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijnJohn.14: 12-17.

En zo lang je jezelf in de eerste plaats blijft toeleggen ‘toegerust te worden
met de Heilige Geest en dáár aanhoudend om blijft bidden
zal Christus overheersen in onze levens.
Gelukkig mogen veel van onze jongeren en ouderen weten dat
Christus voor hun zonden gestorven is en uit de doden is Opgestaan;
ze mogen zich daarin ook verblijden.
Maar hoeveel mensen weten nog dat hun eigen ik-gerichte leven,
hun oude Adam’s-natuur met Christus gekruisigd is?
Hoeveel gelovigen -ook spelleiders- leven uit de Waarheid,
dat hun oude eigengereide leven gekruisigd is
[dus: als een verleden tijd en een voldongen feit]?
De weg van het Kruis, het gekruisigde leven,
is een voortdurend leven uit het vaste feit:
Niet meer ik, maar Christus”.
Wat een bevrijding is deze ontdekking.
men behoeft en kan niets meer van zichzelf verwachten, maar
mag uit de volheid van Christus leven.
Wanneer we déze Waarheid gaan verstaan, dan
wordt de wááràchtige Christelijke Vrijheid in ons leven openbaar.
Leven vóór en úit Christus in een Heilig, zonde-overwinnend leven.
Alles, maar dàn ook alles slechts van Christus verwachten!; van Christus
ontvangen via de Heilige Geest van God de Vader.
En dit leven is beschikbaar voor iedereen, die Christus werkelijk volgt,
hetgeen zich werkelijk uitstrekt naar een Heilig en toegewijd leven.

Heer, Gij zijt mijn toevlucht en mijn vreugde
in de
beproeving die mij omgeeft;
bevrijd mij van hen die mij hebben omsingeld.
Hij zal mij begrip geven,
mij de weg leren die ik
 moet gaan;
‘k zal mijn ogen op U richten

conf. Psalm 31[32]: 7,8, vert. ROK ‘s-Gravenhage.