6e Zondag na Pascha – de Zondag van de Blindgeborene

de blindgeborene; ο Τυφλός;                          the man who was blind born.

      En voorbijgaande zag Hij een mens, die sedert zijn geboorte blind was.
En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?
Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden. Wij moeten werken de werken doen van Degene, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld.
        Na dit gezegd te hebben, spuwde Hij op de grond en maakte slijk van dit speeksel en Hij legde hem het slijk op de ogen en zeide tot hem:
        ‘Ga heen, was u in het badwater Siloam, hetgeen vertaald wordt door: uitgezonden.
Hij dan ging heen, wies zich en kwam ziende terug.
De buren dan en zij, die hem vroeger als bedelaar gekend hadden, zeiden: Is hij dat niet, die zat te bedelen?
Sommigen zeiden: Hij is het; anderen zeiden: Neen, maar hij gelijkt op hem.
Hij zei [zelf]: Ik ben het.
Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn dan uw ogen geopend?
Hij antwoordde: De mens, die Jezus genoemd wordt, maakte slijk, streek het op mijn ogen en zei tot mij: ‘Ga heen naar Siloam en was u. Ik ging dan heen en toen ik mij gewassen had, werd ik ziende’.
En zij zeiden tot hem: ‘Waar is Hij? Hij zeide: Ik weet het niet’.
Zij brachten hem, die vroeger blind geweest was, naar de Farizeeën.
Nu was het Sabbath op de dag, dat Jezus het slijk maakte en zijn ogen opende.
Opnieuw vroegen hem ook de Farizeeën, hoe hij ziende was geworden.
En hij zei tot hen: ‘Hij legde slijk op mijn ogen, ik waste mij, en nu kan ik zien’.
Sommige dan van de Farizeeën zeiden: Deze mens komt niet van God, want Hij houdt de Sabbath niet.
Anderen zeiden: Hoe kan een zondig mens zulke tekenen doen? En er was verdeeldheid onder hen. Zij dan zeiden nog eens tot de blinde. Wat zegt gij van Hem, daar Hij uw ogen geopend heeft? En hij zei: Hij is een profeet.
De Joden dan geloofden niet van hem, dat hij blind geweest en ziende geworden was, totdat zij de ouders geroepen hadden van hem, die ziende was geworden en zij vroegen hun en zeiden:
‘Is dit uw zoon, van wie gij zegt, dat hij blind geboren is? Hoe kan hij dan nu zien?’.
Zijn ouders antwoordden en zeiden: ‘Wij weten, dat dit onze zoon is, en dat hij blind geboren is; maar hoe hij nu zien kan, weten wij niet, en wie zijn ogen geopend heeft, wij weten het niet; vraagt het hemzelf, hij heeft zijn leeftijd, hij zal voor zichzelf spreken’.   Dit zeiden zijn ouders, omdat zij bang waren voor de Joden, want de Joden waren reeds overeengekomen, dat, indien iemand mocht belijden, dat Hij de Christus was, hij uit de synagoge zou worden gebannen.
Daarom zeiden zijn ouders: Hij heeft zijn leeftijd, vraagt het hemzelf.
Zij riepen dan ten tweeden male de man, die blind geweest was, en zeiden tot hem: Geef aan God de eer; wij weten, dat deze mens een zondaar is.
Hij dan antwoordde: Of Hij een zondaar is, weet ik niet; een ding weet ik, dat ik, die blind was, nu zien kan.
Zij dan zeiden tot hem: Wat heeft Hij aan u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?
Hij antwoordde hun: ‘Ik heb het u al gezegd, en gij hebt er niet naar gehoord; waarom wilt gij het opnieuw horen? Wilt gij soms ook discipelen van Hem worden?’.
En zij scholden hem uit en zeiden: ‘Gij zijt een discipel van Hem, maar wij zijn discipelen van Mozes; wij weten, dat God tot Mozes gesproken heeft, maar van deze weten wij niet, vanwaar Hij komt’. De man antwoordde en zei tot hen:
‘ Hierin is toch iets wonderlijks, dat gij niet weet, vanwaar Hij komt, maar mijn ogen heeft Hij geopend. Wij weten, dat God naar zondaars niet hoort, maar is iemand godvruchtig, en doet hij zijn wil, die verhoort Hij. Van eeuwigheid is het niet gehoord, dat iemand de ogen van een blindgeborene geopend heeft. Als deze niet van God was gekomen, Hij had niets kunnen doen’.
Zij antwoordden en zeiden tot hem: ‘Gij zijt geheel in zonden geboren en wilt gij ons leren?’. En zij wierpen hem uit.
Jezus hoorde, dat zij hem uitgeworpen hadden, en Hij zei, toen Hij hem aantrof: ‘Gelooft gij in de Zoon des mensen?’.
Hij antwoordde en zei: ‘En wie is Hij, Heer, dat ik in Hem moge geloven?’.
Jezus zei tot hem: ‘Gij hebt Hem niet slechts gezien, maar die met u spreekt, die is het’.
Hij zei: ‘Ik geloof, Heer en hij wierp zich voor Hem neer’John.9: 1-38.

      En het geschiedde, toen wij naar de gebedsplaats gingen, dat een zekere slavin, die een waarzeggende geest had, ons tegenkwam, welke aan haar eigenaars met waarzeggen veel voordeel aanbracht. Deze liep Paulus en ons achterna, luid roepende:
      Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, die u de weg tot behoudenis boodschappen’.
En dit deed zij vele dagen lang. Maar toen dit Paulus verdroot, wendde hij zich tot de geest en 
zei: ‘Ik gelast u in de Naam van Jezus Christus van haar uit te gaan’. En hij ging uit op datzelfde uur.
Toen nu haar eigenaars zagen, dat hun kans op voordeel verdwenen was, grepen zij Paulus en Silas en sleurden hen naar de markt voor de overheid en toen zij hen bij de hoofdlieden gebracht hadden, zeiden zij: ‘  Deze mensen brengen onze stad in rep en roer, daar zij Joden zijn en zij verkondigen zeden, die wij als Romeinen niet mogen aanvaarden of volgen’.
Ook de menigte schoolde tegen hen samen en de hoofdlieden scheurden hun de kleren van het lijf en lieten hen met de roede geselen; en na hun vele slagen gegeven te hebben, wierpen zij hen in de gevangenis met bevel aan de bewaarder hen zorgvuldig te bewaken.
Daar deze zulk een bevel ontvangen had, zette hij hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten zorgvuldig in het blok.
Maar omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gods lof, en de gevangenen luisterden naar hen.
Doch plotseling kwam er een zware aardbeving, zodat de grondvesten der gevangenis schudden; en terstond gingen alle deuren open en de boeien van allen raakten los.
En de bewaarder, uit zijn slaap opgeschrikt, zag de deuren der gevangenis openstaan, trok zijn zwaard en was op het punt zelfmoord te plegen, in de waan, dat de gevangenen ontsnapt waren.
Maar Paulus riep met luider stem: ‘Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allen hier!’.
En hij liet licht brengen, sprong naar binnen en wierp zich, bevende over al zijn leden, voor Paulus en Silas neer. En hij leidde hen naar buiten en zei: “ Heren, wat moet ik doen om behouden te worden?’.
En zij zeiden: ‘Stel uw vertrouwen op de Heer Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis’.
En zij spraken het Woord van God tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren. En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mee om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen; en hij bracht hen naar boven in zijn huis en richtte een tafel aan, en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis tot het geloof in God gekomen wasHand.16: 16-34.

Een deel van bovenstaande genezing van de blindgeborene lijkt erg op een soortgelijk verhaal in de weergave van hetgeen Marcus [8: 22-26] van de mond van Petrus vernomen heeft.
Maar voor Johannes, die tenslotte Theoloog is, wordt de genezing van een mens niet gewoon als een gebeurtenis opgevat, die ooit gebeurd zou zijn.
Het verhalen, alsof het een geschiedenis is betekent voor Johannes de Theoloog een vernietiging van het Woord, er worden valse verwachtingen gewekt.
Het gaat de Theoloog Johannes ook niet om een philosofische verhandeling, hetgeen een kentheorie een beschrijving van een kennisleer, een probleem dusdanig beschrijven en tot een oplossing komen door een philosofische theorie uit te werken. Het gaat hier niet om een theorie, de interpretatie van een leer om eindelijk eens het verschil duidelijk te maken tussen de mensheid van deze wereld en het individuele licht, de verduidelijking, die kenbaar gemaakt wordt wat waarheid is in de juiste leer.

Daar draait het niet om -het is geen kennis in de zin van een intellectueel proces-, het draait hier om de absolute verlorenheid, de totale vervreemding van de werkelijkheid waarin de mens zich bevindt. De bevroren toestand van de menselijke vanwege het ontbreken van inzicht over het verkrijgen van een lichtere en warmere wereld.
Sommige theologen beginnen hun theorieën pas in twijfel te trekken wanneer zij in aanraking komen met eigen of andermans lijden en de hemel-schreiende tragedie van grote groepen mensen, zoals momenteel in de oorlogshaarden op deze planeet.

Wat houd blindheid nu eigenlijk in – neem van mij aan het draait hier niet om het dragen van een centimeters dikke bril, die zwaar op de neus wordt gedrukt. Het draait om een ander blindheid, zoals een nachtblindheid, je kunt uitstekend zien, maar om de een of andere reden, ben je niet in staat alles helder waar te nemen, je bezit gewoon het onderscheiding’s-vermogen niet.

Zoals bijvoorbeeld de christelijke kerken bijna tweeduizend jaar na de Blijde Boodschap, de Liefdesleer van Christus op het beslissende moment van de Holocaust een blinde koers bewandelde : ‘Wat gebeurde er vlak voor hun ogen – ze konden het zien, maar ze wilden de achtergronden van de bedoelingen niet zien, met betrekking tot de vrome aanhangers van hun instelling waren ze blind; geen mond opende zich, er weerklonk geen jammerklacht‘.
Ja, achteraf worden excuses verzonnen en personen Heilig verklaard, die zich wel tegen de macht van de duisternis verzetten- maar toen het gevaarlijk was en het systeem gevaar liep werd elk gebaar van bewust verzet omzeild en vermeden.
Maar ook nu nog in onze tijd wordt vanuit de weelde van het westen, de wapenhandel – ook in de lage Landen – in stand gehouden; technisch vernuft ingezet om nieuwe vernietiging te ont-wikkelen, als ons economisch systeem maar overeind blijft.
De honger en ellende zou al lang de wereld uit geweest zijn indien we het kapitaal en de inzet welke in kennis van kernfusie is gestoken niet voor oorlogsmiddelen en ruimtevaart, maar voor liefdevolle ontwikkeling hadden ingezet.
De vraag rijst wat ons eigenlijk verhindert te zien wat we als christenen behoren te zien. De mogelijkheden en het antwoord welke Johannes de Theoloog op dit centrale probleem oppert, verschilt wat de hoofdzaken aangaat van de discussies die gehouden worden door de platonische kennisleer, hoe we tot de ware kennis kunnen komen.
De eenvoudigste achtergrond voor menselijke blindheid uit de woorden van Johannes is om je ogen eenvoudig te sluiten òf de andere kant op te kijken vanwege de angst die je benauwd wanneer je alles nauwlettend zou volgen en tot de conclusie komt dat je zelf een groot risico zou lopen. Stel je voor dat de gehele economie van het westen in elkaar zou storten wanneer wij ons menslievend en vredelievend zouden opstellen ten opzichte van onze verre naasten.
Het is beter om weg te kijken, het is beter om je hoofd letterlijk in het zand te steken, het is beter om het fijne zand van het slaapmannetje in de ogen te laten strooien,  het is beter om na afloop te kunnen zeggen: Dat hebben we niet geweten, we waren ons van geen kwaad bewust.
Daarom is het belangrijk om de angst op te lossen -in de ervaring van elk individueel mens- en de mens aan te moedigen om dat ook waarachtig te geloven. Een mens lijdt immers het meest door het lijden dat hij vreest, wat zit een mens toch raar in elkaar. [het rijmpje gaat nog verder en is compleet:

Een mens lijdt immers
het meest door ‘t lijden dat hij vreest, 
Doch dat nooit op komt dagen. 
Zo heeft hij meer te dragen,
dan God te dragen geeft
”.

Het is een zeer oneerlijke manier van verwoorden, al helemaal naar degenen, die gebukt gaan als gevolg van onze welvaart, de ontwikkelingslanden, om maar te zeggen: ‘God geeft eenieder lijden te dragen en Hij geeft jou dìt lijden te dragen‘. Erger blijkt het te zijn wanneer onze ontwikkelingshulp gebaseerd is op de winst van onze eigen ondernemingen. Dat is kortzichtig, doet af aan de natuurlijke werkelijkheid, de goddelijke wetten, bewegingen, etc, en is slechts een invulling die wij geven aan het lijden dat wij zien. wij kunnen, als mensen, kunnen God namelijk heel eenvoudig voor de voeten lopen.

Wanneer iemand heeft begrepen wat er in werkelijkheid in de wereld plaats-vindt, kan men hardop zeggen: “Wij willen [massaal, met de gehele mensheid] niet langer dergelijke dingen gebeuren, plaatsvinden”.
Er is veel wat we beter niet onder ogen kunnen krijgen, wanneer je alles zou doorzien zou je jezelf dood schrikken.
En tòch zolang wij adem hebben, de Heilige Geest ons bewust maakt,
wij met onze ziel kunnen zien, niet langer tot de blindgeborenen behoren;
dient geen door de staat gemandateerde opening geboden worden tot
datgene wat niet door de beugel kan en zou dit onmiddellijk dienen te veranderen.
Je kunt derhalve de toekomst niet vormgeven, wanneer je doet voorkomen
alsof je van het verleden hebt geleerd.

En wat doet de tegenpartij, die blijft wegkijken en de Waarheid blijft ontkennen?
de tegenpartij maakt gebruik van de onenigheid en zegt alsof het de gewoonste zaak van de wereld is:
    Deze mens komt niet van God, want Hij houdt zich niet aan onze regels”; òf
zij schelden je voor naïef uit en verklaren: “God heeft tot die en die mens gesproken, maar van deze mens weten wij niet, vanwaar Hij komt”; òf
wanneer ze je als bedelaar gekend hebben, vernederend: “ Is hij dat niet, die zat te bedelen?”; òf ze maken je omgeving bang en brengen/houden de omgeving in de veronderstelling dat  ze mee-uitgestoten zullen worden; òf
als ons systeem maar overeind blijft, dan zul je beslist geen honger,  ziekte en ellende verwachten, wij zorgen wel dat het goed verloopt. En aldus worden mensen blind/dom gehouden – wordt er nog even [tot de volgende crisis] verdiend en worden rijken steeds rijker en armen steeds armer.
De grootste opgave, die men dient op te lossen is het  probleem dat  steeds maar weer blijft liggen; als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem,  dan dient het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang te ontstaan en dan als nog te worden opgelost oftewel na mij de zondvloed [=als ik er niet meer ben].
Maar een succesvolle spelleider en dat kun je van Christus, van God toch wel zeggen, Die weet hoe het probleem ècht dient te worden opgelost, zodat de kans dat het zich nogmaals voordoet zeer gering wordt.
En mocht het zich desondanks toch weer voordoen, dan is er sprake van een wezenlijk ander aspect van het probleem wat voorheen niet zichtbaar was en ook dat is bij God zeker niet het geval.

Apolytikion     tn.5.
  Komt laat ons bezingen en aanbidden
het met de Vader en de Geest mede-eeuwige Woord,
Dat om ons te verlossen uit de Maagd geboren is.
Want hij heeft het op Zich genomen
Zijn Lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren,
om door Zijn roemrijke Opstanding de doden op te wekken
”.

Kondakion     tn.5.
    Ik ben blind aan de ogen van mijn ziel,
maar ik kom tot U, Christus,
zoals de blindgeborene,
en vol berouw roep ik tot U:
Gij zijt het helder-stralende Licht
voor allen die in het duister zijn
”.