Orthodoxie & het blindgeboren zijn aan de Goddelijke verbintenis

De mensen die Christus al van jongs-af-aan kenden, onderkenden niet Wie hij in werkelijkheid was; The people who knew Christ from a very early age did not recognize Who he really was.

    Jezus zei tot hen: Indien God uw Vader was, zoudt gij Mij liefhebben, want Ik ben van God uitgegaan en gekomen; want Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden.
Waarom begrijpt gij niet wat Ik zeg? Omdat gij Mijn Woord niet kunt horen.
Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensen-moordenaar van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.
Maar omdat Ik u de Waarheid zeg – Mij gelooft gij niet.
                       Wie van u overtuigt Mij van zonde? Als Ik waarheid spreek, waarom gelooft gij Mij niet?
                      Wie uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gij niet, omdat gij uit God niet zijt.
De Joden antwoordden en zeiden tot Hem: ‘Zeggen wij niet terecht, dat Gij een Samaritaan zijt en bezeten zijt?’.
Jezus antwoordde: Ik ben niet bezeten, maar Ik eer Mijn Vader, en gij onteert Mij.
Maar Ik zoek niet mijn eer; Een is er, die haar zoekt en die oordeelt.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien iemand Mijn Woord bewaard heeft, hij zal de dood in eeuwigheid niet aanschouwenJohn.8: 42-51.

Engel, reddend; Angel, saving; Άγγελος, εξοικονόμηση; الملاك ، الادخار.

      En na een ogenblik van overleg, ging hij [Petrus, die uit z’n gevangenis bevrijd was] naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, bijgenaamd Marcus, waar velen vergaderd waren in gebed.
En toen hij aan de deur van het voorportaal klopte, kwam een slavin, met name Rode, voor om te horen wat er was; en toen zij de stem van Petrus herkende, deed zij van blijdschap het voorportaal niet open, maar liep naar binnen om mede te delen, dat Petrus voor het portaal stond.
En zij zeiden tot haar: ‘Gij spreekt wartaal’.
Doch zij bleef volhouden, dat het zo was.
En zij zeiden: ‘Het is zijn engel’.
Maar Petrus bleef kloppen en toen zij opengedaan hadden, zagen zij hem en waren verbijsterd. En hij wenkte met zijn hand, dat zij zwijgen moesten en verhaalde hun, hoe de Heer hem uit de gevangenis had geleid en hij zeide: Bericht dit aan Jaäcobus en de broeders.
En hij vertrok en reisde naar een andere plaats
Hand.12: 12-17.

    Petrus, tot zichzelf gekomen, zei:
‘Nu weet ik waarlijk, dat de Heer Zijn engel uitgezonden heeft en mij gerukt heeft
uit de hand van Herodes en uit al wat het volk der Joden verwachtte
’” Hand 12: 11.

In navolging van Christus – Doop en eucharistische verbondenheid in de Vroeg-Christelijke Kerk
    Hoort, Hemelen, en aarde, neig uw oor, want de Heer spreekt:
    Ik heb kinderen grootgebracht en opgevoed, maar zij zijn van Mij afvallig geworden. 
Een rund kent z’n eigenaar en een ezel de krib van z’n meester, maar Israël [de Kerk] heeft geen begrip, Mijn Volk geen inzicht’Isaiah 1: 2,3.

Dit is het brood van de bedelaar, dat onze voorvaders in Egypte aten.
Iedereen die honger heeft – kom en eet!
Iedereen die het nodig heeft – kom en maak Pesach.
Nu zijn we hier – volgend jaar in het land Israël.
Nu zijn we slaven – volgend jaar vrije mensen”.
Dit is een alinea uit de door de hedendaagse Joden veelvuldig gelezen verteller/prediker van religieuze verhalen welke de “
מַגִּיד = de Maggid” opent, het deel van de Seder waarin het verhaal van de Exodus wordt gememoreerd,  hetgeen joodse commentatoren al eeuwen heeft verbijsterd. De meest voor de hand liggende bijzonderheid is dat dit het ‘enige deel’ is van de Haggada is dat in het Aramees is gecomponeerd [met uitzondering van een paar laatmiddeleeuwse composities die aan het einde zijn toegevoegd en die geen deel uitmaken van de “hervertelling” van de Exodus, maar de plaatsing binnen de Haggadah en de interne structuur zijn ook ongebruikelijk].
            Als Orthodoxen herkennen wij wel het een en ander, met name uit de preek van Pascha van onze Heilige onder de Vaders Johannes Chrysostomos.
De preken en catecheses laten op een originele manier het krachtenveld zien waarin de gelovigen in Antiochië zich bevinden.
In de hen omringende Joodse en heidense wereld moesten zij zich zien te handhaven. Sommigen zien ertegen op om zich te laten dopen, anderen keren na hun doop terug tot hun vroegere leven in het heidendom. Weer anderen sluiten zich in het geheim aan bij de Joodse synagogen, omdat men in het geval van ziekte graag gebruikmaakte van Joodse toverformules en genezende amuletten. Nog weer anderen hangen geschriften van de Apostelen en Evangelisten [de Blijde Boodschap]  als een soort amulet naast hun bed, om hun hals of om de hals van hun kinderen. Het zijn met name vrouwen die dit doen. Mannen gebruiken andere amuletten. Munten van de legendarische koning en veroveraar Alexander de Grote, voorzien van een gaatje en met een leren riempje aan de enkel bevestigd, werden geacht de dragers ervan ook legendarische krachten te verschaffen. Andere mannen droegen de munten met een koordje of kettinkje zelfs om hun hals.
           Dit zijn geen heidenen, het zijn [bij-]gelovige christenen. En welbeschouwd het is in onze tijd niet anders – menig christen weet niet meer wat nu wèl en niet tot de Waarheid behoort.

           En ook Christus zegt vandaag: “   Indien God uw Vader was, zoudt gij Mij liefhebben, want Ik ben van God uitgegaan en gekomen; want Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. Waarom begrijpt gij niet wat Ik zeg? Omdat gij Mijn Woord niet kunt horen”.
         
Liefhebben betekent dat wij ons met Christus bekleden, de gehele dag aan Hem toewijden – bij elke stap, die we doen of laten overdenken: ” Wat had Christus Zijn Vader volgend in deze situatie zullen doen“.
Maar wij hebben het hedendaagse nieuws, worden omringd door reclame en wanneer je met vrienden of kennissen [electronisch] in contact bent wordt je alsnog belaagd – leef het leven van de wereld, omring je met de luxe van deze tijd, verlang, koop nog meer, drink, eet, maak van elke dag een feest en blijf kopen, want dat is wat het hart van de hedendaagse mens behaagt.

Met Christus verbonden zijnis een thema dat wij in het Nieuwe Testament in de brieven van Paulus al een aantal keren zijn tegengekomen.
        Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is. Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken.
           Doch een niet-geestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.
Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten? Maar wij hebben de zin van Christus” 1Cor.2: 12-16.
                                      
Persoonlijk kennen wij steeds meer mensen om ons heen, die niet meer in een kerk komen. Ook in onze families, … ja ook in onze gezinnen. En dat raakt me !; en mij niet alleen, daarvan ben ik overtuigd !; dit speelt bij veel meer christenen onder ons – óók bij Paulus in díe begintijd:
      Ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen, allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee, allen hetzelfde geestelijke voedsel aten, en allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen meeging, en die rots was de Christus. En toch heeft God in het merendeel van hen geen welgevallen gehad, want zij werden neergeveld in de woestijn. Deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden 
hebben, zoals zij die hadden1Cor.10: 1-6. En hoe reageert Paulus:
          Dit is hun overkomen tot een voorbeeld [voor ons] en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is. Daarom, wie meent te staan [te zijn opgestaan!], zie toe, dat hij niet zal vallen.
Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt1Cor.10: 11-13. Met ander woorden, laat dit aan God over en hou je bij jezelf en zorg dat je niet meegezogen wordt in de manier van leven van deze tijd.

Bij God is de diepste vernedering, de je mag ervaren de grootste overwinning en het heeft zo dienen te zijn, omdat degenen die hier slachtoffer van worden, die in navolging van Christus daar gedood is, is eveneens van God.
God is overal aanwezig – “Ik ben” – Hij houdt van de mens en dat is de taal waarmee God Zichzelf aan de Joden en aan de Kerk van deze tijd al vanuit het Oude Testament heeft onthuld.
Christus kwam als mens van God, heeft als God de menselijke vorm aangenomen, maar datgene wat Hij de wereld duidelijk maakte was dat hij ‘Licht’ bracht in de duisternis, wierp hij ‘Licht’ over het onbekende, datgene wat de mens uit zichzelf niet kon bevatten en boodt de mens een verbreding aan van z’n inzicht in het niet waarneembare.
De polarisatie tussen Hemel en hel, tussen God en Satan heeft in de wereld een concrete vorm aangenomen en vanaf dat ogenblik zul je een keuze dienen te maken tussen zonde en Geloof in de Absolute.
Het woord ‘zonde‘ blijkt ook een term geworden te zijn voor bestuurlijke praktijken in het christendom; àlles wordt daar verklaard, àlles wordt verstevigd, àlles wordt voor de mens  gedefinieerd – en het gevolg is dat er niets meer wordt begrepen! Want de hiërarchie heeft de heerschappij en de voorschrift overgenomen en voorzeker datgene wat op zo’n juiste manier toebehoort aan de waarachtige Kerk, het Lichaam van Christus! En [maar] het Lichaam van Christus zijn wij [toch] allen tezamen, niet alleen de hierarchie:
Zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkanderRom.12: 5.

Bij de verzoening met God door het Kruis zijn wij “tot één Lichaam verbondenEph.2: 16.
“ Één Heer, één Geloof, één Doop, één God en Vader van allen, Die is boven allen en door allen en in allen” Eph.4: 5,6.
Het lijkt wel of de mens van deze tijd ‘zelf’ geen gevoel meer heeft, geen inzicht heeft in doen en laten, ‘zelf’ geen afweging zou behoren te kunnen maken tussen goed en kwaad:
God is Liefde en ‘de mens’  [dus ieder voor zich] zal in liefde ten opzichte van God z’n afwegingen dienen te maken”.
Waar in het verleden verschillende beschouwingen waren over één gedachte, over één gevoel, over één bepaalde uitdrukking, condenseert deze nu in één [van bovenaf opgelegde] enkele code van het eigen onderscheidend vermogen: maar
zout, geeft het voedsel smaak”  opdat het eetbaar is volgens de gewoonten van ieders eigen tijd, cultuur en niet te vergeten, volgens ieders eigen religieuze Traditie.
De tong, die met de mond belangrijk is bij het spreken; bij het vormen
van het woord speelt de tong een belangrijke rol bij de smaak van de mens.
De tong bevat veel smaakpapillen, die verantwoordelijk zijn voor de gewaarwording
van zoet, zuur, bitter en zout.
Tranen die niemand meer huilt of die in blinde ogen als ijskristallen zijn geworden.
♨︎ Maar dit alles wordt niet meer gezegd, maar men dient het te herkennen aan de woordontwikkeling van deze tekstdichter.
Het is alsof een roos rijpt en zich wikkelt in haar mooiste jurk, om het op zekere  dag van de bloembladeren te ontdoen en een vrucht te laten worden en
het zich te laten ontwikkelen tot een schijnbaar onooglijke hoeveelheid van zaden. Maar deze zaden willen worden verspreid en zijn dan op zoek naar voedende aarde;
net zoals de woorden in de weergaven van de Blijde Boodschap van Johannes, de Theoloog.
Ze zijn zó kòrt weergegeven dat ze ‘alléén maar begrepen kunnen worden in de context van de ontwikkeling degenen die haar weg gevonden hebben.
Wat deze woorden ècht bedoelen, kan alléén maar worden vastgesteld en gemeten wanneer iemand probeert hèn in z’n leven op te nemen, te proeven.
Wanneer deze woorden in het eigene in het ego worden opgenomen, zodat zij zich ‘op zichzelf‘ herstel van de menselijke oorsprong teweeg brengt.
Alleen in déze zin – met betrekking tot het bestaan – wordt de vraag opgeroepen waar deze tekst eigenlijk over gaat.
Men vermoedt opnieuw de absolute spanning en ervaart òf dit – òf dat.
Maar wie zou wat dienen te beslissen?
Dienen we die persoonlijke afwegingen aan de hiërarchie over te laten en eerst dàn onze weg vervolgen en het idee hebben dat het dàn wel goed komt met het Oordeel?
Onze persoonlijke ontwikkeling, onze weg hemelwaarts zullen wijzèlf dienen te zoeken en te vinden, dat láát je beslist niet over aan degene, die de mogelijkheid in zich meedragen de begeerten van een wereld nastreven. En dat blijkt regelmatig voor te komen.
Wat wordt bedoeld met al die raadsels die in feite onthullende toespraken zijn?
Laten we eens beginnen met de zin die het duidelijkst lijkt aan te spreken:
Indien je bij het Woord blijft, bij het Mijne, waarachtig bent, dan ben jij Mijn volgeling.
En je zult daarmee de niet-verborgenheid van onze God [de Waarheid] leren kennen en dit niet langer verborgenheid zijn van God zal je bevrijden”.

“Dit is het brood van de bedelaar, dat onze voorvaders in Egypte aten,
ze hadden zo’n honger door het lijden dat de wereld hen aandeed
”,
dat het Woord, het Zijne, de Waarheid van “Ik ben, Die Ik ben, Die is” hen uit
de gevangenis van het Leven in de Wereld bevrijde.

Orthodoxie & God, als de Vader.

De hemelse functie, 16e eeuw, Michaël Damaskinos

  omdat er geen andere God is, Die zó verlossen kan” Daniël 3: 29.
Een Vader wil er altijd zijn voor Zijn kinderen – zeker wanneer ze het moeilijk hebben.
      Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld.
En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren.
Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet;  maar wie Zijn Woord bewaart, in die is waarlijk de Liefde van God volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zo te wandelen, als Hij gewandeld heeft.
Geliefden, ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt.
Dit oude gebod is het Woord, Dat gij gehoord hebt.
Toch schrijf ik u een nieuw gebod, want – wat Waarheid is in Hem en in u – de duisternis gaat voorbij en het waarachtige licht schijnt reeds.
Wie zegt in het licht te zijn en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nu toe.
Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht en in hem is niets aanstotelijks; maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis en hij weet niet waar hij heengaat, want de duisternis heeft zijn ogen verblind.
         Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om wille van Zijn Naam.
Ik schrijf u, vaders, want gij kent Hem, die van den beginne is.
Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt de boze overwonnen.
Ik heb u geschreven, kinderen, want gij kent de Vader.
Ik heb u geschreven, vaders, want gij kent Hem, Die van den beginne is.
Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk en het Woord van God blijft in u en gij hebt de boze overwonnen.
Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is.
Indien iemand de wereld liefheeft, de Liefde van de Vader is niet in hem.
Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees,
de begeerte der ogen en een hovaardig leven,
is niet uit de Vader, maar uit de wereld.
En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar
wie de Wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid“
1John.2: 1-17.

      Wie klom op ten hemel en daalde weer neer, Wie heeft de wind in Zijn vuist verzameld? Wie heeft de wateren samengebonden in Zijn kleed, Wie heeft al de einden der aarde vastgesteld? Hoe is Zijn Naam en hoe de naam van zijn zoon? Gij weet het toch. Alle woord Gods is gelouterd; zij, die bij Hem schuilen, is Hij tot schild.
Doe niets aan Zijn woorden toe, opdat Hij u niet terecht zal wijzen en gij een leugenaar bevonden wordt.
Twee dingen vraag ik van U, onthoud ze mij niet, voordat ik sterf:
‘ Houd valsheid en leugentaal verre van mij, geef mij armoede noch rijkdom, voed mij met het Brood, mij toebedeeld; opdat ik, verzadigd zijnde, U niet zal verloochenen en zal zeggen: Wie is de Heer? noch ook, verarmd zijnde, zal stelen en mij aan de naam van Mijn God zal vergrijpen.
Belaster een knecht niet bij Zijn Heer, opdat Hij u niet zal vervloeken en gij ervoor moet boeten. Er is een geslacht, dat zijn vader vervloekt en zijn moeder niet zegent,
– een geslacht, dat rein is in eigen ogen, maar niet van zijn vuil is gewassen;
– een geslacht met trotse ogen en opgetrokken wimpers;
– een geslacht, welks tanden zwaarden, welks gebit messen zijn, om de ellendigen te verteren, zodat er geen meer zijn in het land, en geen behoeftigen onder de mensen

Spreuken 30: 4-14.

uit Liefde, relatie met God

Onze Vader, die van de Hemelen, zegt, Mijn Liefde overstijgt de tijd.
Mijn Liefde overstijgt de logica [Η αγάπη Μου υπερβαίνει τη λογική].
Mijn liefde overstijgt jouw falen, daarmee valt alles van je af.
Vanaf vandaag wordt je in staat gesteld, dat alles waarvan je dacht dat het een tekort betrof, jou vernederde, of hetgeen jij ‘jezelf‘ in schrijnende verwaarlozing dacht dat het jou goed deed en tevreden stelde, door Mij ongedaan te laten maken.
Laat al datgene je niet langer verontrusten, sta toe dat Mijn Liefde je vanaf vandaag en elke dag van je leven kan vervullen; “Mijn Genadegaven zijn jou genoeg“. Daar heb je geen hiërarchie voor nodig, daar draag jij ‘zelf‘ de verantwoordelijkheid voor en niet een of andere spelleider.
Wanneer je één vreugde zang voor de rest van je leven zou kunnen horen, wat zou dat dan zijn? Ik kan me alleen maar voorstellen, dat het een gemeenschap betreft die niet op houdt te roepen: “Κύριε, ἐλέησον” of een van de equivalenten in andere talen.
Dit “Heer ontferm U” is een van de meest herhaalde uitdrukkingen van de Orthodoxe Kerk. De verschillende litanieën welke, in dat geheel van overgeleverde gebruiken, gebruik zijn, hebben over het algemeen “Heer, ontferm U” als reactie op hun smeekbeden.

over de reactie

Lord, have Mercy?

Deze reactie  is afgeleid van verschillende verzen uit het Nieuwe Testament, in het bijzonder:
• wanneer de Kanaänitische vrouw Jezus toeroept: “Wees mij genadig, Heer, Zoon van DavidMatth.15: 22;
• wanneer twee naamloze blinden naar Jezus roepen: “Heer, wees ons genadig, Zoon van DavidMatth.20: 30,31;
• Ten slotte roept de blindgeboren Bartiméus uit: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mijMarc.10: 46.
Er zijn ook andere voorbeelden, zoals
✸ “      toen Hij in de nabijheid van Jericho kwam, dat een blinde aan de weg zat te bedelen. Toen deze hoorde, dat er een menigte voorbijging, vroeg hij, wat dit was. En zij vertelden hem, dat Jezus de Nazoreeër voorbijkwam. En hij riep en zeide: ✸ ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’. En die vooraan liepen, bestraften hem, dat hij zwijgen zou. Maar hij schreeuwde des te meer: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’Luc.18:35-39 en
✸ “      En terwijl Jezus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, al roepende en zeggende: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’ En toen Hij het huis was binnengegaan, kwamen de blinden tot Hem, en Jezus zei tot hen: ‘Geloven jullie, dat Ik dit doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heer. Toen raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘U geschiede naar uw Geloof’. En hun ogen gingen open. En Jezus verbood hun ten strengste en zeide: ‘Ziet toe, niemand mag dit weten!’. Maar zij gingen heen en maakten Hem in die gehele streek bekend Matth.9: 27-31.
De uitdrukking “Heer, heb genade” was voldoende in de Blijde Boodschap vastgelegd om de basis te worden voor het gebruik van “Κύριε, ἐλέησον” als een liturgisch gebed. Een belangrijk verschil is dat in het Nieuwe Testament de uitdrukking altijd gepersonaliseerd wordt door een reactie na de uitroep, terwijl het in de Goddelijke Liturgie van de Orthodoxe Kerk méér gezien wordt als een algemene uitdrukking van vertrouwen in Gods Liefde.
Onze redding in Christus betekent dat we in het Licht zijn, bevrijd van de straf en dood en ‘vrij’ om in een relatie te staan met onze Heilige, Liefhebbende God, de Vader.

Christ Pantocrator [Sinaï]

We zijn geroepen om steeds méér op onze Verlosser te lijken.
Wij dienen een Verlosser Die beproevingen en verzoekingen heeft meegemaakt die vergelijkbaar zijn met de onze, maar niet zondigde:
      Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar Één, Die in alle dingen op gelijke wijze [als wij] verzocht is geweest, doch zonder te zondigenHebr.4: 15.
Indien we ons identificeren met Jezus, in Hem geloven, Zijn volgeling zijn, hoe kunnen we dan zondig gedrag blijven beoefenen? Johannes gebruikt een taal, die strakke regels hanteert, voor degenen die zonde tolereren of het zelfs achtervolgen terwijl hij beweert een Gelovige, Christus’ Volgeling te zijn.

δυναμισ, Salvador Dali

Morgen is vluchtig dus kijk vanaf nú recht omhoog, want Uw Koning is in Zijn Hemels Koninkrijk altijd voor jou beschikbaar/aanwezig.
De Zoon van God is in die omstandigheid en het is door Zijn Wil, dat je gered wordt en je doet Hem een groot Genoegen, dat je persoonlijk zult Opstaan uit alles wat je tegengehouden heeft je te laten redden; incl de hiërarchie.
Geloof ‘zelf’ en schud de twijfel van je af; je bent immers sterker dan je beseft en het is de vijand, de tegenstrever [de duivel] die je behoort te vrezen.
Sta deze dag op en ga niet terug voor om opnieuw uitgedaagd te worden door iets anders; Wat vóór je is, zul je doen aan de hand van wat je bevolen is, dus spreek met Hem, met de enige, die je kunt vertrouwen!
In jou Geloof ben je mede-scheppers en mede-erfgenamen geworden van het Hemels Koninkrijk.
God heeft jou met maar één doel, in macht en autoriteit over Zijn Schepping,  geschapen. Neem terug wat je ontnomen werd want de vijand dient dit met zijn trawanten steeds meer los’ te laten en de mens ‘vrij’ te laten de “Heer en Meester” van zijn  eigen leven te zijn en God daarmee te dienen.
God, de Vader zal je goed belonen, Mijn geliefden.

Velen wachten op een magisch wonder [een Mysterie] hetgeen een bevestiging zou zijn, ‘bij wijze van toestemming‘ om een dergelijke stap te zetten.
Je hebt die toestemming al meegekregen, bij jouw wording, dus haast je en doe wat God in je lichaam, geest en ziel heeft meegegeven, heeft opgenomen om dit te bereiken.
In werkelijkheid zijn er géén èchte gevangenismuren, dat blijken gewoon denkwijzen met beperkte verbeeldingskracht.
De komende tijdsperiode van je Leven wordt groots en heeft een eeuwigheidswaarde, die jou ten goede komt.
Maak optimaal gebruik van deze komende periode en maak wáár wat je hier als redding van je eeuwig Leven wordt voor ogen wordt gesteld.
Hoor datgene wat je werkelijk horen wil en zie datgene waar je nu eindelijk inzicht in krijgt.

Een Vader
Een Vader wil er altijd zijn voor Zijn kinderen – zeker wanneer ze het moeilijk hebben:
      Gaat dan heen en maakt al de volkeren tot Mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereldMatth.28: 19,20.
Johannes de Theoloog nodigt ons, wanneer wij ons bekeerd hebben, tevens uit regelmatig de omgang met God te bevestigen via de deelname aan de Heilige Communie, want “onze gemeenschap is waarachtig met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus1John.1: 3.
Deelname aan de Heilige Communie zorgt ervoor dat we “In het Licht blijven wandelen als Hij, Die in het Licht is … gemeenschap met elkaar te hebben en het Bloed van Jezus Christus Zijn Zoon u en mij zal reinigen van alle zonden1John.1: 7.
Johannes, die Jezus persoonlijk zeer van nabij gekend heeft, stelt dat deelname aan Christus Lichaam en Bloed de gemeenschap bevestigt met God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Zoals de Apostel zegt: “we hebben gezien met onze ogen … we hebben gekeken en onze handen hebben … het Woord des levens behandeld1John.1: 1.
Het vermogen om God ‘Licht’ te noemen en om gemeenschap met Hem te hebben ontstond rechtstreeks uit ons inter-persoonlijk contact met de God-Mens,
Jezus Christus Die “reinigt … van alle zonden1John.1: 7.
Hij werd ‘gemanifesteerd‘ als Jezus van Nazareth, de “Leven-schenker” 1John.1: 2.
De Apostel zegt over Hem, als Licht: “Wij hebben gezien en getuigen ervan en verklaren u dat het eeuwige leven dat bij de Vader was … aan ons is geopenbaard1John.1: 2.
Gemeenschap met Hem is het eeuwige leven, “als we in het Licht wandelen zoals Hij in het Licht is1John.1: 7.
Het ‘God-Die-is-Licht’,  Christus, onze Redder, met wie we gemeenschap en eeuwig leven kunnen hebben.
      Daarom verlangt de Heer ernaar u Genadig te zijn en daarom zal Hij Zich verheffen om Zich over u te ontfermen, want de Heer is een God van recht; welzalig allen die op Hem wachten.
Want gij volk, dat op Sion, in Jeruzalem, woont, gij zult niet blijven wenen. Hij zal u zeker genadig zijn op uw luid geroep; zodra Hij dat hoort, zal Hij u antwoorden.
De Heer heeft u wel brood der benauwdheid en water der verdrukking gegeven, maar uw leraars zullen zich niet meer verbergen, doch uw ogen zullen uw leraars zien; en wanneer gij rechts of wanneer gij links zoudt willen gaan, zullen uw oren achter u het woord horen: Dit is de weg, wandelt daarop.
Dan zult gij het zilveren overtrek van uw gesneden beelden en het gouden bekleedsel van uw gegoten beelden onrein achten; gij zult ze als iets onreins wegwerpen.
Weg! zult gij ertegen zeggen.
Dan zal Hij regen geven voor het zaad, waarmee gij uw akker bezaait, en brood als opbrengst van de akker, dat smakelijk en voedzaam zal wezen.
Uw vee zal te dien dage op uitgestrekte weiden grazen; en de runderen en ezels, die de akker bewerken, zullen gezouten voedsel eten, dat gezeefd is met wan en zeef.
En op elke hoge berg en op elke verheven heuvel zullen beken, waterstromen, zijn ten dage van de grote slachting, wanneer de torens zullen vallen.
Dan zal het licht der blanke maan zijn als het licht van de gloeiende zon en het licht van de gloeiende zon zevenvoudig als het licht van zeven dagen; op de dag, waarop de Heer de breuk van Zijn volk verbindt en de toegebrachte wonde geneest
Isaiah 30: 16-28.