1e Zondag na Pinksteren – Zondag van Vaders van het 2e Oecumenisch Concilie [Nicea, 381]

      De overpriesters en de Farizeeën dan riepen de Raad samen en zeiden: ‘Wat doen wij, want deze mens doet vele tekenen? Als wij Hem zo laten geworden, zullen allen in Hem geloven en de Romeinen zullen komen en ons zowel onze plaats als ons volk ontnemen’.
Maar een van hen, Kajafas [=als bevallig], de hogepriester van dat jaar, zei tot hen: ‘Gij weet niets en gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat een mens sterft voor het volk en niet het gehele Volk verloren gaat’.
       Doch dit zei hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij, dat Jezus zou sterven voor het volk en niet alleen voor het volk, maar om ook de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen. Sinds die dag dan beraadslaagden zij om Hem te doden.
      Jezus dan bewoog Zich niet meer vrij onder de Joden, maar vertrok vandaar naar de landstreek dicht bij de woestijn, naar een stad, Efraïm [‘Ik zal dubbel vruchtbaar zijn’] genaamd en Hij bleef daar met Zijn discipelen“ John.11: 47-54

      Dit is een getrouw Woord en ik wil, dat gij op dit punt een krachtig Getuigenis geeft, opdat zij, die hun vertrouwen op God gebouwd hebben, ervoor zorgen vooraan te staan in goede werken.
Die zijn schoon en voor de mensen nuttig; maar dwaze vragen, geslachtsregisters, twist, en strijd over de Wet moet gij ontwijken, want dat is nutteloos en doelloos.
                  Een mens, die scheuring maakt, moet gij, na hem een en andermaal terechtgewezen te hebben, afwijzen; gij weet immers, dat zo iemand het spoor geheel bijster is, en dat hij zondigt, terwijl hij zichzelf veroordeelt.
       Doe uw best, zodra ik Artemas [‘veilig’] of Tychikus [‘noodlottig’] tot u zend, tot mij te komen te Nicopolis [‘stad van de overwinning’], want ik heb besloten daar de winter door te brengen.
       Help Zenas [‘van de god Jupiter’], de wetgeleerde, en Apollos [‘gegeven door Apollo’] met alle ijver voort, opdat hun niets zal ontbreken.
       En laten ook de onzen leren voor te gaan in goede werken, ter voorziening in hetgeen noodzakelijk is, opdat zij niet onvruchtbaar zijn.
       Allen, die bij mij zijn, laten u groeten. Groet hen, die ons in het Geloof liefhebben.  De Genade zij met u allenTitus [‘verpleger’] 3: 8-15.

een verbintenis aangaan
Huwelijk’s contract tussen man en vrouw …
Het komt regelmatig voor, zeker wanneer er grote financiële belangen op het spel staan, dat het eigendom in geval van de een aan de ander wordt overgedragen doormiddel van een notariële akte: “Als de man sterft voor de vrouw zal zij het bezit verkrijgen  en is de vrouw eerder dan gebeurt dat andersom“.
          Ze waren nog niet zo aan elkaar gewend, maar hun huwelijksleven was nog niet begonnen òf er werd al over de dood nagedacht.
Vaak staat in het contract tevens beschreven wat er zal gebeuren als een zou kind sterven, hetgeen zij zullen voortbrengen: “Als het kind dat zal worden geboren sterft, zal dit òf dat gebeuren”. Zelfs over de afstammeling wordt niet heengekeken en er wordt al rekening gehouden met de beslissing na zijn dood, indien dit zal plaatsvinden!
Wat willen we daarmee duidelijk maken?
Dat, door naar de notaris te gaan voor het opstellen van een contract, iedereen weet dat de dood hem of haar soms persoonlijk zal kunnen overvallen.
Iedereen vindt dit volkomen normaal en het is niet te vermijden.

met God verbonden

‘wanneer de dood nadert, baat geen rijkdom’, by Maarten van Heemskerck [1508], Rijksmuseum; ‘when death approaches, no wealth avails’

Maar wanneer de dood nadert, dan vergeet de mens te beschrijven wat hem overkomt en tot de anderen te zeggen. “Moest ik zoiets lijden?”.
Schreeuwt de verlamde mens niet klagend uit en wordt er verzucht. “Verwachtte ik zo’n ramp tegen te komen en mijn vrouw te verliezen?”.
Wat denk je ervan, m’n mensenkind?
Toen je dacht, òf liever dacht dat je dat je het helemaal was, wèg van de dood, kende je de natuur-wetten; nu je het ongeluk hebt onder-gaan, ben je dit vergeten? God heeft je vrouw misschien tot Zich genomen
– omdat Hij je tot matigheid wil leiden;
– omdat hij je geschikt acht voor een nòg grotere strijd; met het oog op een nòg hoger spiritueel leven, en heeft Hij je daarom bevrijd van de huwelijksband. 
H. Johannes de Chrysostomos.

in liefde verbonden zijn

1. Shelter from God, 2. Surrender, 3. Trust.

Vandaag de dag heeft de mensheid behoefte aan waarachtige christelijke liefde. We houden niet van liefde, want indien we zouden liefhebben, zouden onze werken daarvan  getuige zijn.
De werken getuigen van wat ons leven is en wat onze gedachten zijn.
Hoeveel gebroken huwelijken komen wij in onze tijd niet tegen.
Dat is de reden waarom in ons verborgen leven, hetgeen voor de buiten-wereld[-wacht] niet zichtbaar is, de geheime werken -christelijk werk, -in navolging van Christus-  opofferend dient te zijn.
Niet voor niets kroont de ene partner de ander bij de huwelijksvoltrekking
– de kroon is de zegening van de een over de ander, maar is
– tevens een teken van Martelaarschap.
Het betreft de verborgen geestelijke gesteldheid -het basiselement van de onbaat-zuchtige liefde- welke staat voor openheid en eerlijkheid ten opzichte van onze broeders/zusters niet alleen om te leven, maar ook om de overledenen niet vergeten, eeuwig te gedenken.
De pijn van zieke en wanhopige mens en de pijn van de veroordeelde mens in de gevangenis van Gods veroordeling wordt onze eigen pijn.
En wanneer dit dag in dag uit onze pijn wordt, zal God ons genezen.
Ouderling Ephraïm, de Philotheoriet [=afkomstig van het klooster Philotheou, Athos]

Daadkracht van de Blijde Boodschap

‘Wat is dan de Blijde Boodschap?’

We weten heel goed wat nodig is, ondanks momenten in ons leven, waarin we twijfelen over wat we dienen te doen, maar we ervaren maar al te goed wat goed is, wat de morele verplichting aangaat en beseffen wat ons te wachten staat indien wij ‘anders’ doen.
De Heilige Sterke en onsterfelijke God heeft toch ‘het bèste met ons vóór’ en
neemt het ons kwalijk, indien wij de strijd met onszelf niet aangaan en
de verheven staat trachten te behouden, alleen maar omdat wij rekening houden  met de reacties van de mensen, om ons heen en onze eigen wisselvallige persoonlijke interesses najagen, elke druk die je op de een of andere manier ervaart.
Dìt is derhalve een overduidelijk gegeven in de Joods- Christelijke samenleving en wordt ook inderdaad door iedereen gerespecteerd en als universeel aanvaard. Het geeft uiting aan de Joods-, Christelijke uitingsvorm, het geeft aan dat hoewel  iedereen gevarieerd reageert op de daadkracht van de Blijde Boodschap onafgebroken ‘lof’ aan God wordt gebracht.
De mens geeft daarmee tevens aan dat de rijkdom en macht niet per sé ‘slecht‘ behoeft te zijn, noch gedemoniseerd in de perceptie van de christelijke moraal, want indien ten doel wordt gesteld dat de schijnbaar rijken, de zwakken te ondersteunen, komt dit de eer ‘aan God‘ ten goede.
De schijnbaar, rijke, de sterke, de kritisch levende persoon geeft om iemand die schijnbaar zwak is. Het ons geschonken ‘Lichaam van Christus’, het samen Kerk zijn, wil zeggen dat wij bereid zijn iedere liefdesuitwisseling die plaats vindt -‘stilletjes’- op God gericht te laten zijn; stilletjes omdat het stilzwijgend en in het verborgene wordt gedaan, zonder enige ophef.

Uiteindelijk zal de Heilige God dit werk en deze persoon zegenen, de mens, die in de eeuwigheid, overeenkomstig God’s Wil besloten heeft God’s diensten openbaar te maken in de beslotenheid van De Blijde Boodschap.
Waar zijn individuen anders voor geschapen dan opdat God, Die allen oneindig liefheeft, elk van hen verschillend liefheeft.

In de woestijn verblijven

Jij bent die mens in de woestijn!

In het woord ‘woestijn‘ wordt dit landschap aangeduid als een gebied dat aan zich zelf is overgelaten en niet door mensen gecultiveerd is. Het is verwant met het Latijnse ‘vastus’ dat zowel met uitgestrektheid als met verwoesting te maken heeft. En het Latijnse ‘desertum’ benoemt het gebied als een streek die door mensen verlaten is.
Degene die zich daarin begeeft, stelt zich niet alleen bloot aan droogte en verzengende hitte, maar vooral ook aan de dientengevolge ontstane eenzaamheid. De woestijn is de plaats waar mensen die zich willen concentreren, zich terugtrekken en tijdelijk de eenzaamheid zoeken.
Zo’n verblijf kan dus de voorbereiding zijn op een profetisch optreden in het openbaar. En dan lijkt het Mysterie [het mirakel, het wonder] plaats te vinden, dat de woestijn gaat bloeien en dat vàn-dáár-uit een stem gehoord wordt, Die van beslissende betekenis blijkt te zijn.
Johannes de Doper was/is
de stem van roepende in de woestijn’;
      Hij nu, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing. Toen liep Jeruzalem en heel Judea en de gehele 
Jordaan-streek tot hem uit en zij lieten zich in de rivier, de Jordaan, door hem dopen, onder belijdenis van hun zondenMatth.3: 4-6.
Deze extravagante persoonlijkheid heeft op zijn manier een interessante uitleg gegeven aan de functie van eenzaamheid en beschouwing als voorbereiding op een openbaar leven van Christus, Die Zich in bovenstaande lezing -een tijdelijke retraite- gunt, ‘opdat zij niet onvruchtbaar zijn’ te midden van een hectische samenleving. Wie spiritueel wil worden dient eerst de woestijn in te gaan, dat is een telkenmale terugkerend motief in de blijde Boodschap – de woestijn is een leerschool voor profeten.
Als dat zo is en dat blijkt onmiskenbaar het geval te zijn, waarom zou dan die stem, die profetisch roept in de woestijn, altijd maar weer opnieuw
-tot op de dag van vandaag-
worden uitgelegd als een vergeefs geluid?

Horen, wie horen wil

wee-klagen

Die niet horen wil, dient het maar te ervaren’, die niet naar vermaningen wil luisteren, dient maar op onaangename wijze de gevolgen te dragen van zijn onwil – zo zal een liefdevolle Vader in de Hemelen eveneens reageren.
Al eeuwen lang heeft een spiritueel gelovend Volk in de polder een betere uitleg voor de Blijde Boodschap ondervonden; sinds enige decennia weet zij het te vervormen tot een van de meest dorre frustraties.
Bouwen steeds maar weer bouwen aan het eigen ego blijkt het antwoord niet te zijn; steeds meer jongeren geraken psychologisch in de war en de specialisten weten zich op dit gebied geen raad.
Wat is er aan de hand in Oude Pekela? En in Ommen? In die gemeenten start de Raad voor de Kinderbescherming relatief vaak een onderzoek, zo blijkt uit nieuwe cijfers. Het is de eerste keer dat de raad cijfers uitsplitst per gemeente en
vergelijkt met algemene risico’s op kindermishandeling.
Kinderen hebben meer kans op schade in een gemeente die meer gescheiden ouders, eenoudergezinnen en tienermoeders telt.
Ook armoede, lage huizenprijzen voor krotwoningen en criminaliteit zijn risicofactoren, net als een laag opleidingsniveau van ouders. Hoe kan een op vooruitgang beluste samenleving hier bezuinigingen accepteren?
Grote steden rond het groene hart scoren hoog op beide vlakken:
ze vertonen zowel een piek in kinderbescherming’s-onderzoek als in risico-factoren. Niet alleen heel verrassend bij grote steden, maar ook Heerlen, Arnhem, Kerkrade en Vlissingen springen eruit in negatieve zin.
De kinderbescherming komt in beeld als het zo slecht gaat met een kind of gezin dat vrijwillige hulp niet meer voldoende is.
De raad is verzoeker van kinderbescherming’s-maatregelen en adviseert de rechtbank bij scheidingen en jeugdstrafzaken. Het zijn aardige inkijkjes, dat kinderen in de knel niet gezien worden – en dat er opvoedproblemen zijn,
inclusief ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de kinderen;  rijk en arm, blank en gekleurd, ervaren en onervaren: het zit allemaal in hetzelfde schuitje.

Christus zegent de kinderen, ‘Laat de kleinen tot Mij komen, belet het hen niet, want in hen verblijft het Koninkrijk der Hemelen!’

Ouderlijk gezag en de manier waarop kinderen worden grootgebracht heeft in het algemeen betrekking op:
• de dagelijkse verzorging en [opvoeding];
• de zorg en verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn [zorg];
• zorg en verantwoordelijkheid voor de veiligheid [toezicht];
• het bevorderen van de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind [ontwikkeling];
• het geestelijk en lichamelijk vermogen van de minderjarige;
• de vertegenwoordiging van de minderjarige in juridisch opzicht.

De eigen verantwoordelijkheid van ouders en hun ‘netwerk’ laten het àfweten;
het accent ligt op produceren en consumeren en indien je het voorgeschotelde ideaal niet kunt bereiken – lever je jezelf als vanzelfsprekend over aan de financiering daarvan door lenigen aan te gaan.
De mens wordt gevangene van het systeem en weet niet meer hoe daar uit te geraken. Jeugdzorg-professionals en gedrags-wetenschappers binnen organisaties trachten aan de hand van wetmatig vastgelegde richtlijnen oplossingen te bieden.
Richtlijnen zijn vastgelegd aan de hand van uithuisplaatsing, echtscheiding, ADHD etc. Bevoegdheden, het geven van een schriftelijke aanwijzing, het uitwisselen van informatie met andere professionals, zoals betrokken psychiaters of therapeuten, verzoekschrift aan de kinderrechter, het voorleggen van geschillen betreffende de uitvoering en medische behandeling, verdeling van zorgtaken bij gescheiden ouders, gezinsvoogden en pleegouders, inclusief het vaststellen van een omgangsregeling en ondertoezichtstelling.
Onder het mom van vrijwillig, maar niet vrijblijvend,  wordt er van alles bedacht om kinderen te beschermen en zijn er formele wettelijke maatregelen vastgesteld. Het is allemaal verwant met het genoemde Latijnse vastus.

Net als alle andere soorten vormt de alomvattende interne strijd, deze innerlijke tweespalt een teken van het menselijke ego, waarbij de mensheid ‘veel zieker, haast dood’ is dan het wil bekennen, de schrikbarende duidelijkheid welke aan de dag wordt gelegd.
Het gevolg is : homo homini lupus [de ene mens is voor de andere een wolf].

Het draait om de verhouding tussen de soevereiniteit van de mens en de Christus Pantocrator, de alom heersende Macht van God. De individuele mens ‘ìs’ geen superheld en geen wijze, maar een anti-held geworden, bezeten van de wil zichzelf in stand te houden en daarbij heeft de mens behoefte aan alles-omvattende richtlijnen. Onttrekt de mens zich hieraan dan verscheuren ze elkaar, zodra hun egoïstische-haren overeind gaan staan.

De vraag wordt beantwoord in de verklarende, historische context van het Christendom, welke in korte tijd -zonder slag of stoot- de rug is toegekeerd.
Leviathan, het zeemonster is de complete ondermijning van het gedachtegoed  van de loyalisten die de Koning van de wereld trouw zijn bleven.
Deze Koning van de wereld verkondigde van oudsher de Blijde Boodschap:
    Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning.
      Hoor, uw wachters verheffen de stem, zij jubelen tezamen, want met eigen ogen zien zij, hoe de Heer naar Sion weerkeert.
      Breekt uit in gejuich, jubelt eenparig, puinhopen van Jeruzalem, want de Heer heeft Zijn Volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost. De Heer heeft zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volkeren en alle einden der aarde zullen zien het Heil van onze God.
     Vertrekt, vertrekt, gaat uit vandaar; raakt het onreine niet aan, gaat weg uit haar midden, reinigt u, gij die de vaten des Heren draagt. Want niet overhaast zult gij uittrekken en niet in vlucht heengaan: de Heer immers gaat voor u heen en uw achterhoede is de God van IsraëlIsaiah 52: 7-12.
Onze Heer en Meester van ons leven zendt Zijn dienaren uit opdat ze de Blijde Boodschap overal zullen verkondigen : “Het Koninkrijk der Hemelen is nabij, ‘Christus is onder ons !’”.

Heel het gewone volk van Galilea en Judea is veroverd, maar de farizeeën – de schijn-heiligen, ergeren zich slechts. Johannes-de-Doper leefde in de woestijn in de strengste boetedoeningen; maar de leerlingen van onze Meester leiden een gewoon leven ! En Hij is Zelf een eenvoudig mens geworden, Die zelfs op uit-nodigingen van zondaars ingaat !

Inderdaad  : Christus predikt een ‘eenvoudige’ Blijde Boodschap.
Hij vraagt niets heldhaftigs of iets buitengewoons;
Hij wil alle mensen redden op voorwaarde dat
de mens inspanning aan de dag legt om zich te bekeren en Hem als Redder te volgen, Die zó schoon en zó goed is voor hen.
En Zijn Lichaam, de geïnstitutionaliseerde Kerk zal op haar beurt eeuw na eeuw haar armen openspreiden voor de massa’s kleine zielen, die bevrijd zijn van hun zonden.
Op zekere dag kwam Christus, onze Verlosser voorbij en
Hij nam hen bij de hand zoals de schoonmoeder van Petros die
Hij genas van koorts, eenvoudig door haar bij de hand te nemen.
Hij verandert ons van zondaars in nieuwe mensen,
Zoals de z’n halve leven lang verlamde die zich in het geneeskrachtig zwembad wil gooien maar het nooit op tijd kan bereiken.
Zoals de zondares die zich aan zijn voeten gooit,  in tranen uitbarst en zich bekeert.
Zoals Zacheüs die spijt heeft en gul de helft van al zijn bezittingen aan de armen geeft.
Dàt is de Blijde Boodschap :
een Genadegave en een Mysterie [wonder] van God !
Dàt is het Goede Nieuws van onze redding.
Wij dienen het alleen maar te aanvaarden en trouw te beantwoorden aan  de Goddelijke Genadegaven en dan zullen wij  altijd hand in hand met onze Heer en Verlosser, Jezus Christus onze weg vervolgen, tot wij Hem in het Hemels Koninkrijk ontmoeten.

” Heer, mijn hart is niet hoogmoedig; ik heb mijn ogen niet trots opwaarts geslagen.
Ik houd mij niet op met grote dingen, noch met wat te wonderbaar voor mij is.
Als ik niet nederig gezind was, of zo ik mijn ziel had verheven.
Als een gespeend kind op de schoot van zijn moeder, zo had Gij mijn ziel vergolden.
Doch Israël vertrouwe op de Heer,
van nu af tot in eeuwigheid
Psalm 130[131] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

”   Bewaar mij Heer, want ik vertrouw op U en zeg: Gij zijt mijn God, mijn goederen hebt Gij niet nodig.
Voor de heiligen in Zijn land heeft de Heer al Zijn wonderen gedaan.
Zij waren van zwakheid vervuld, maar met Zijn hulp werden zij snel.
Ik wil niet deelnemen aan hun  bloedbijeenkomsten, noch hun naam met mijn lippen gedenken.
De Heer is mijn erfdeel, mijn deel aan de kelk: Gij toch hebt mij hersteld in mijn erfdeel.
Het meetsnoer viel voor mij in het vruchtbaarste land; als erfdeel kreeg ik het beste.
Ik wil de Heer zegenen die mij tot inzicht heeft gebracht: zelfs in de nacht onderricht Hij mijn hart.
Ik heb de Heer gedurig voor ogen: Hij staat naast mij, opdat ik niet wankel.
Daarover verheugt zich mijn hart en juicht mijn tong; zelfs mijn vlees zal wonen in vertrouwen.
Want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan de hades; Gij zult Uw gewijde het bederf niet doen zien.
Gij hebt mij de wegen des levens doen kennen, door Uw Aanschijn hebt Gij mij met vreugde vervuld. De genietingen aan Uw rechterhand duren tot in eeuwigheid”
Psalm 15[16] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

Apolotykion     tn.8.        officie 6, Concilievaders
”   Boven allen zijt Gij verHeerlijkt, o Christus onze God,
die onze Vader op aarde als sterren bevestigd hebt.
Door hen hebt Gij ons het ware Geloof gebracht;
Barmhartige Heer, ere zij U
“.

Kondakion     tn.8.        officie 6, Concilievaders
”    De Verkondiging van de Apostelen,
evenals de dogma’s van de Vaderen,
bewaren de Kerk in eenheid van Geloof.
Zij draagt het bruiloftskleed van de Waarheid,
geweven door de Theologie vanuit den hoge,
om het grote Geloofs-Mysterie recht te prediken
en te verheerlijken“.

1e Zondag na Pinksteren – Zondag van Alle Heiligen tot Heerlijkheid van God, de Vader.

Alle Heiligen, het is van enorm belang om ons aan Gods goedheid te herinneren, omdat lijden in ons leven kan veroorzaken dat we Gods goedheid vergeten; All Saints, it is of great importance to remember God’s goodness, because suffering in our lives can cause us to forget God’s goodness.

        Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de Hemelen is. 
         Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft 
boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. 
. . . . . Daarop antwoordde Petrus en zeide tot Hem: ‘Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?’.
Jezus zei tot hen: ‘Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon van Zijn Heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.
          En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eerstenMatth.10: 32-33, 37-38,19: 27-30.

      Zij, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, Gerechtigheid geoefend, de vervulling van de Belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de Opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere Opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
       Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
       Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof, Die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het Kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon van GodHebr.11: 33 – 12: 2.

Prokimen     tn.4.
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen,
de God van Israël
[de Kerk]” [refr.].
☛ “Looft God in de Kerken, de Heer uit de bronnen van Israël”.
☛ “De Heer schenkt Zijn Woord met grote Kracht aan de Verkondigers van de Blijde Boodschap”.

    Er ontstond nu een groot geroep van het Volk met hun vrouwen tegen hun Joodse volksgenoten.
• Er waren er, die zeiden:
‘Onze zonen en onze dochters zijn talrijk en wij willen koren hebben 
om te eten en te leven’.
• Ook waren er, die zeiden: ‘Onze velden, onze wijngaarden en onze huizen hebben wij moeten verpanden om in de honger koren te hebben’.
• Dan waren er, die zeiden: ‘Wij hebben geld voor de belasting van de koning geleend op onze velden en wijngaarden. Nu dan, wij zijn van hetzelfde vlees en bloed als onze broeders, onze zonen zijn even goed als de hunne en zie, wij moeten onze zonen en onze dochters tot slaven laten worden, en sommige van onze dochters zijn reeds tot slavinnen vernederd, zonder dat wij er iets tegen vermogen; en anderen hebben onze velden en wijngaarden in bezit’.
    En ik [de Profeet] werd zeer toornig, toen ik hun geroep en deze feiten gehoord had. Nadat ik alles goed had overwogen, verweet ik de edelen en de leiders:
    Gij neemt woeker, ieder van zijn volksgenoot.
Ook belegde ik tegen hen een grote vergadering en zei tot hen:
    Wij hebben onze broeders, de Joden, die aan de heidenen verkocht waren, losgekocht, 
voor zover wij konden; maar gij gaat uw broeders verkopen en zij verkopen zich aan ons!
En zij zwegen en vonden geen antwoord. Toen zei ik:
    Wat gij doet, is niet goed. Zult gij niet wandelen in de vreze voor onze God om de
hoon van de heidenen, onze vijanden, te ontgaan?Nehemia 5: 1-9.

Wat zijn de feiten?

“Adam, waar zijt gij?” Gen.3 : 9

De Wet van God wordt overtreden!
Staat daarin niet geschreven:
  “dat er geen armoede en honger onder het volk mochten voorkomen?” Deut. 15: 7,8;
  “dat het verboden is om rente op te leggen aan een arme die geld moest lenen?” Deut. 23: 19;
  “dat geen Jood bij een andere Jood slavenarbeid mocht verrichten?” Lev.25: 39.
De Profeet heeft weet van hoe het moet, wat God voor ogen heeft, maar hij ziet dat het leven in Gods stad een aanfluiting is. Dat vervuld hem van ‘heilige woede’.
Het is een boosheid die Mozes ook heeft gehad, toen
hij zag dat het volk danste en jubelde rondom het gouden kalf.
Het is een verontwaardiging als die van Onze Heer, toen
Hij merkte dat kooplieden handel dreven in de Tempel.
Het is een woede als van Paulus die zag dat de maaltijd des Heren in Corinthe
een aanfluiting was: “rijken namen voedsel mee en schrokten alles naar binnen zodat er voor de armen niks meer over was!”.
             En dàt diende als een Heilige viering, tot éér van God, de Vader, Die als het Hemels maal gevierd behoort te worden! A-sociaal gewoon!
Dàn drink en eet je jezèlf een oordeel! Onwaardig!, schrijft hij dan.
Horen we dat goed?
Dat je jezelf ‘een oordeel kunt eten en drinken’ en nog wel bij de Goddelijke Liturgie; het heeft dus niets te maken met of je jezelf wel waardig genoeg ervaart voor God en vooraf bij deze of gene spelleider behoort te biechten.
Het gaat er niet om of je de deelname aan het Goddelijk altaar wèl waard bent!
[- tenslotte is niemand het waard en zijn we allen als zondaars slechts door de Genade van God welkom -].
En met name dàt – jezelf waardig ervaren is een innerlijke zaak – een aan God, de Vader, toekomend gegeven.
Waar het wèl om gaat is of de algehele viering tòt de Eucharistie, je voorbereiding waardig is: of er rècht wordt gedaan aan de ander, of we gastvríj zijn naar elkáár. Waar de gastvrijheid met voeten wordt getreden wordt  een apostel woedend en evenzo de profeet Nehemia.
Daar ‘kàn‘ eenvoudig niet waardig worden gevierd!
            Een Profeet vlucht dan niet weg, neen, hij blijft; een Profeet blijft op z’n post en verstaat z’n opdracht. Hij kàn en wìl zich niet bij dit soort wantoestanden neerleggen òf de toezichthouder dient het hem onmogelijk te maken.
Hij láát z’n gemeenschap hun aan God toekomend werk onderbreken en doet hen samenkomen in een massale vergadering.
Dáár roept hij de uitbuiter[s] publiekelijk ter verantwoording; hij gaat de communicatie niet uit de weg, zoals zovelen doen;
òf de communicatie -door Machtsvertoon, op grond van positie- óverrulen.
Wàt u doet is niet goed!”, zegt hij hen.
Heb toch bij àlles wat u doet ontzàg voor onze God!
En daar achteraan:
Ook ik, mijn broeders en mijn mannen hebben geld en graan uitgeleend”.
Met andere woorden neem geen voorbeeld aan mij!
Is de Profeet een opschepper, die meent dat hij het allemaal veel bèter heeft gedaan dàn al de anderen?

       Neen, het idee bevestigt, dat de Profeet laat zien:
Ik kan geen dingen van anderen vragen, als ik me er zelf niet aan houdt.
Ik heb een voorbeeld-functie en ik loop daar niet voor weg.
De Profeet zet zichzelf op één lijn met zijn volksgenoten,
maakt zichzelf transparant, doorzichtig.
Hij laat door zijn gedrag zien waar hij voor staat.
Maar daarbij neemt hij geen blad voor de mond
”.
            Hij roept de geld en goed bezittenden ter verantwoording:
Hij maakte he[m]n verwijten”, zo staat er.
            Regelrecht verwijst hij naar God Zelf:
Wat jullie doen, dat verdraagt zich niet met ontzag voor God.
Daarmee halen jullie de hoon van de vijandelijke volkeren op de hals
”.
          Met andere woorden door zo te leven maak je jezelf bespottelijk!

Door deelname aan het Lichaam en Bloed van onze Heer, Jezus Christus wordt elke gelovige in Christus geheiligd.
          Het woord ‘heiligen’ is een theologisch begrip en velen onder ons kennen de werkelijke betekenis er niet van.
          Het begrip ‘heiligen’ heeft een relatie met ‘de Heiligen’ en dat is weer verbonden met het begrip ‘Heilig’ – heel zijn in de Blijde Boodschap.
In de Goddelijke liturgie zingen wij:
Eén is Heilig, één Heer, Jezus Christus, tot Heerlijkheid van God, de Vader”.
Wij worden door Christus na te volgen geheiligd en heiligheid heeft het aspect in zich -van de wereld afgescheiden te worden- voor God.
Iemand, die heilig is gemaakt, bevindt zich in het gebied waar God toegang heeft tot die persoon, en de duivel van het kwaad/de duisternis wordt daarbij buitengesloten.
Wij bevinden ons derhalve in het gebied waar we beschikbaar zijn voor God.
Geheiligd worden is dus -‘apart gezet worden’- voor God.
Net als rechtvaardigheid, kunnen we ook ‘heiliging’ [het geheiligd worden] niet ontvangen door werken, door ons best ervoor te doen of door godsdienstige handelingen te verrichten.
Wij ontvangen het alleen door het Geloof in het Lichaam en Bloed van onze Heer en Verlosser. Je bent daarmee eigendom van God, onder Gods controle en ben je beschikbaar voor God.
Alles wat niet van God is, heeft geen recht jou te benaderen; het wordt tegengehouden door onze Heer en Zaligmaker.

– alleen gebed kan u allen redden –

    Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van Zijn Wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Heer waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te groeien in de rechte kennis van God.
Zo wordt gij met alle Kracht bekrachtigd naar de Macht van Zijn Heerlijkheid tot alle volharding en geduld en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel van de heiligen in het Licht. Hij heeft ons verlost uit de Macht van de duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde  Col.1: 9-13.

Heiligen

‘de enige keer dat je alles kunt veranderen, is hier en nú !’; ‘The only time you can change everything is here and now!’. 

Het woord heilige is afkomstig αγιος [Gr. agios. Dit betekent “aan God toegewijd, heilig, gezalfd, aan God dienstig”.
Het wordt bijna altijd in het meervoud gebruikt: άγιοι [“Gr. heiligen].
Over Paulus wordt gezegd: “ Heer, ik heb van velen over deze man gehoord, hoeveel kwaad hij uw Heiligen te Jeruzalem aangedaan heeft; en hier heeft hij volmacht van de overpriesters om allen, die Uw Naam aanroepen, gevangen te nemenHand.9: 13;
Op een grote rondreis kwam Petrus ook bij de Heiligen die in Lydda woondenHand.9: 32;
Vele Heiligen heb ik met machtiging van de hogepriesters in gevangenissen opgesloten…Hand.26: 10.
Er is maar één geval waarin het woord in enkelvoudige zin gebruikt wordt: “Groet iedere Heilige in Christus Jezus …Phil.4: 21.
In de Blijde Boodschap het meervoud άγιοι “Gr. heiligen” 67 keer gebruikt, terwijl het enkelvoud “Heilige” dus maar één keer wordt gebruikt.
En zelfs in dat geval wordt aangegeven dat er meerdere Heiligen zijn: “…iedere Heilige…” Phil. 4: 21.

Het idee achter het woord “Heilige” is dat er een groep mensen van de wereld wordt afgezonderd voor de Heer en Zijn Hemels Koninkrijk.
We vinden in de Blijde Boodschap 3 verwijzingen naar het Godvruchtige karakter van de Heiligen: “Ontvang haar in de Naam van de Heer, op een wijze die bij de Heiligen past…Rom.16: 2.
Om de Heiligen toe te rusten voor het werk in Zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwdEph.4: 12.
Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht – deze dingen horen niet bij HeiligenEph.5: 3; hieruit kun je opmaken dat hoogmoed en zedeloosheid niet alleen in onze tijdsperiode ontstaan zijn, de kop opsteken, maar van alle tijden is en een ingebakken menselijk begrip is.
Daarom zijn “Heiligen” in het perspectief van de Schrift het Lichaam van Christus, de Christenen, de Kerk. Alle Christenen worden als Heiligen beschouwd, tot het tegendeel uit hun gedrag kan worden opgemaakt, in dat geval ontmoet je zo genaamde huichelaars, die maar doen alsof, die het hoogmoedige spel spelen.
Alle Christenen zijn Heiligen… en tegelijkertijd worden alle Christenen opgeroepen om Heiligen te zijn.
Aan de Gemeenschap van God te Corinthe, aan hen die, geheiligd in Christus Jezus, tot een Heilig leven zijn bestemd…1Cor.1: 2.
De woorden “geheiligd” en “Heilig” stammen uit hetzelfde Griekse stamwoord, dat gewoonlijk met “heiligen” wordt vertaald.
Christenen zijn Heiligen vanwege hun verbinding en navolging van Christus.
Christenen worden tot een heilig leven opgeroepen; hun dagelijkse leven hoort steeds meer te gaan lijken op hun positie in Christus. Dit is de beschrijving en de roeping van de Heiligen overeenkomstig de Blijde Boodschap; zij bevinden zich rond de troon van God, zowel in de Hemelen als op aarde en vormen als zodanig de Kerk. Heiligen worden opgeroepen om alleen God te eren en te aanbidden en om alleen tot God te bidden voor het heil, de heiliging van de mensheid. Heiligen van alle tijden, plaatsen en godsdiensten van zowel vóór als ná Christus glorievol verblijf op aarde.

Heilige dappere Dodo
Zo ook een heilige uit de dertiende eeuw,
uit een niets-zeggend fries gehucht, Dodo van Haske.
Een levensbeschrijving van Dodo meldt dat hij het gewone leven ontvluchtte, zoals aartsvader Lot Sodom  de wereld de rug toekeerde en er aan trachtte te ontkomen.
Hij is dan al getrouwd maar dat weerhoudt hem er niet van om te kiezen voor een kluizenaarsbestaan.
Het is ook nog bekend waar zijn eenzame verblijf zich bevond, op de plek waar nu de kerk van Haskerdijken staat.
De protestantse Heilige Dodo verrichtte wonderbaarlijke genezingen en onderwierp het vleselijke monster in zichzelf door vasten, gebed en zelfkastijding.
Zó kennen wij ze ook wel in onze tijdsperiode, je dient alleen goed te kijken en dat blijkt niet altijd uit de uiterlijke vorm.

Apolytikion     tn.4.
Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid
met het bloed van Uw Martelaren als met byssus en purper;
en door hen roept zij tot U, Christus God:
Zend over Uw Volk Uw Barmhartigheid neer;
schenk Vrede aan Uw Wereld,
en aan onze zielen grote Genade
”.

Kondakion     tn.8.
Als eerstelingenozfer der natuur
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal
de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe Vrede
Uw Kerk, Uw woning bij de mensen,
en bescherm haar door de Moeder Gods,
Barmhartige
”.

”  Ik wil de Heer zegenen ten allen tijde, altijd dient Zijn lof in mijn mond te blijven. In de Heer verheft zich mijn ziel, dat de zachtmoedigen het horen en zich
verheugen. Verheerlijkt de Heer met mij, laat ons tezamen Zijn Naam verheffen.
Ik zocht de Heer en Hij heeft mij verhoord,  Hij heeft mij bevrijd uit al mijn beproevingen. Nadert tot Hem en wordt verlicht: uw gezicht zal niet beschaamd worden.
Deze arme heeft geroepen en de Heer heeft hem verhoord; Hij heeft hem verlost uit al zijn kwellingen.
De Engel des Heren legert zich rond die Hem vrezen, om hen te bevrijden.
Proeft en ziet dat de Heer goed is: zalig de mens, die op Hem vertrouwt.
Vreest de Heer gij al Zijn heiligen, want voor wie Hem vrezen is er geen gebrek.
Rijken werden arm en noodlijdend, maar wie de Heer zoeken zal het aan geen enkel goed ontbreken.
Komt kinderen, luistert naar mij: ik zal u de vreze des Heren leren.
Wie is de mens die het Leven wil, die smacht om goede dagen te zien?
Dat zijn tong ophoude met kwaad te spreken, zijn lippen met bedrog te plegen.
Keer u af van het kwade en doe het goede, zoek de vrede en jaag die na.
De ogen des Heren zijn op de Rechtvaardigen, Zijn oren naar hun smeking.
Maar het aanschijn des Heren is tegen hen die kwade doen, om hun gedachtenis te verdelgen van de aarde.
De rechtvaardigen roepen en de Heer verhoort hen; Hij bevrijdt hen uit al hun kwellingen.
De Heer is nabij aan een vermorzeld hart, de nederigen van geest schenkt Hij verlossing. Talrijk zijn de beproevingen der rechtvaardigen, maar de Heer bevrijd hen uit alle kwellingen.
De Heer bewaart al hun beenderen: niet een er van zal worden gebroken.
De dood der zondaars is rampzalig, want wie de gerechten haten bezondigen zich. De Heer bevrijd de zielen van Zijn dienaren: allen die op Hem vertrouwen zijn vrij van zondePsalm 33[34] vert. ROK ‘s-Gravenhage

Orthodoxie & de vaardigheid de Verkondiging tot je te nemen

Hoe zien mensen dat je christen bent, je hebt de roep van Christus beantwoord, je bent gedoopt en bekleed met Christus, vanaf dat ogenblik behoor je tot het algemeen priesterschap.
Er bestaat een ambtelijk priesterschap en met de volgelingen van Christus, de  Gelovigen, de Heiligen, delen beiden, ieder op eigen wijze, in het ene priesterschap van Christus.
Doordat de ambtelijk priester door de wijding, die hij aanvaard heeft, namens zijn gemeenschap het priesterlijk volk voorgaat, voltrekt hij ‘in de persoon van Christus’ het Eucharistisch offer en draagt dit in naam van heel het volk aan God op. De gelovigen van hun kant werken krachtens hun koninklijk priesterschap mee tot het opdragen van de Eucharistie en zij oefenen dit priesterschap uit:
1.]. In het ontvangen van de Mysteriën [Sacramenten];
2.]. In het gebed en de dankzegging tot God;
3.]. Door het getuigenis van hun heilig leven,
4.]. Door zelfverloochening en werkzame liefde.
De vraag de vaardigheid de Verkondiging tot je te nemen
dient voor sommigen onder ons niet gesteld te worden,
doch wanneer je om je heen kijkt en je oor te luisteren legt
– de wispelturigheid onder de mensen waarneemt – dan
vraag je jezelf wel eens af wordt de Blijde Boodschap nog wel gehoord?
Uiteraard dienen we ervan uit te gaan dat de gedoopte christen serieus te werk gaat en zich dag in dag uit onvermoeid inzet de werken des Heren te realiseren.
Dat is immers datgene wat van het begin der religieuze scholing door Profeten en Apostelen als uitgangspunt werd genomen. Je staat immers niet tegen een muur te verkondigen.

onafgebroken afwegen; continuously weighing; συνεχώς ζυγίζοντας; وزنها باستمرار

Niet-aflatende zelfkritiek is nodig om te blijven leren, teneinde elk detail van de Blijde Boodschap, welke op de Goddelijke Liefde is gebaseerd als richtlijnen voor het dagelijks leven tot je te laten doordringen.
Dit blijkt al uit het feit dat het in de oudheid gewoon was het herinneren van elk hoofdstuk en vers van de bron van de Joodse Wet en de bijbehorende Theologie te reciteren – dusdanig vaak te herhalen dat het zou beklijven en er over van gedachte te wisselen.
Het is eenvoudiger het woord ‘God‘ uit te spreken, dan God, òf Zijn Zoon te ervaren – laat staan te omschrijven.
Of je nu je eerste gedragsregel opschrijft of je carrière verandert, het basisprincipe is dat je jezelf aansluit bij degenen, die de handigheid bezitten, die je nodig hebt om je vaardigheden te verbeteren en op de goede weg te blijven.
De activeringscode om het digitaal uit te drukken is de Goddelijke Persoon Zelf, met dit doel werden Abraham, Isaäc en Jaäcob geroepen en werd via Mozes met het oog op de goede doelen aan de godzoekers codes en richtlijnen opgesteld.
Dit bleek zich in de geschiedenis te ontwikkelen tot een evoluerend proces, waarbij het niet anders mogelijk bleek de vaardigheden van volmaakt leven via de Zoon van God en de Heilige Geest te vervolmaken.
Dat is hetgeen Israël en de Kerk in hun jaarlijks terugkerende Hoog- en bijfeesten hebben trachten over te brengen; dat vormt de basis van onze Joods- christelijke cultuur.

       We kunnen vaststellen dat de hedendaagse mens zich temidden van interessante tijden bevindt. Sommigen genieten ervan, anderen komen tot het besef dat de overdaad schaadt en dat dàt nu juist moeilijkheden en complexiteit teweeg brengt.
Moeilijkheden omdat bestaande vanzelfsprekendheden onderuit worden gehaald – we leven in een tijd van cultureel pluralisme, ontkerkelijking en secularisatie.
De traditionele waardensystemen verweken, zodat mensen minder houvast hebben. Een herwaardering van alle waarden -eens geprofeteerd door de filosoof Nietzsche- is momenteel gemeengoed geworden.
       We ervaren een grote historische overgang en socio-culturele transformatie.
Dit is niet zo verwonderlijk – al vele malen is de mensheid geconfronteerd met omgevingsveranderingen; Christus was hier een ‘Lichtend’ voorbeeld van en wij Christenen gaan ervan uit dat de Goddelijke Geest ons in dit soort processen zal leiden.
⁌       Opnieuw in de geschiedenis zitten we in een structurele verandering, die het resultaat is van op elkaar inwerkende en versterkende ontwikkelingen op het gebied van economie, cultuur, technologie, instituties en natuur en milieu.
Het collectief  gedragspatroon, dat zich historisch heeft ontwikkeld, zoals sociaal, religieus gebruik, het onderwijs en rechtssysteem zal hiervan de gevolgen ondervinden.
We zitten in een overgang van nationale staten naar een mondiaal gebeuren.
  We zitten in een structurele verandering van een warme familie- en nationalistisch verband naar een eenzaam en naar zingeving zoekend bestaan.
Deze structurele verandering accepteren betekent ópen gaan staan voor een nieuwe, mondiale, gemeenschap en wat ons Christenen aangaat het herijken van onze grondbeginselen. De huidige culturele structurele verandering wordt immers deels veroorzaakt door de technologische ontwikkeling en tevens zijn er politieke en sociale redenen in het spel.
Wij, gelovigen stellen vast dat de traditionele cultuur, zoals onze ouders die kenden, langzamerhand aan het verdwijnen is. Er breekt een nieuw tijd aan en dat vraagt om aanpassing van ons bestaan, welke gebaseerd is op de Blijde Boodschap.

Living in the Power of the Holy Spirit; Ζώντας στη δύναμη του Αγίου Πνεύματος; الذين يعيشون في قوة الروح القدس

Wat zou het mooi zijn wanneer datgene wat door sommigen betiteld wordt als de eindtijd, het begin is van een Nieuwe Hemel en een Nieuwe aarde; dàt is hetgeen een Orthodox  Christen dient uit te stralen – “We can wear the change”- ‘wij Christenen kunnen de verandering dragen‘, wij laten ons niet ‘beïnvloeden’ door de wereld om ons heen; ons vaderland is vanaf den beginne ‘het Hemels Koninkrijk’.
Wanneer je verkondigt: -“I want to be moved by Christ”- ‘ik wil door Christus worden bewogen’, dan draagt juist dàt een grote verantwoordelijkheid.
In een periode waarin de mens opnieuw onveiligheid ervaart en alleen komt te staan, dient hij/zij zich opnieuw open te stellen voor de naakte werkelijkheid zelf, los van alle façades en constructies. Er is dan sprake van een leegte, maar een ervaren leegte is niet slechts een gebrek aan iets, voor een Christen betekent dit het opnieuw zoeken naar de geborgenheid in Christus; wij christenen geven deze woorden graag dóór wanneer er iemand in de verdrukking komt. 

Alle dingen zijn ons immers gegeven door God, de Vader en niemand kent God [de Vader], dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbare:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Van buitenaf gezien is de mens slechts een natuurlijk verschijnsel, de wereld tracht ons dat maar al te zeer in te prenten: ‘Kom toch voor jezelf op, een ander doet het niet’. De leegte, die dàn ontstaat kan wanhoop en eenzaamheid opleveren; het ware inzicht en de ontdekking ligt bij jezelf, in de diepte van je bestaan, in het menselijk hart.

Levensboom?; Tree of life?

De levenskunst bestaat in het zodanig vormgeven van je leven dat je komt tot realisatie van een persoonlijk potentieel en dàt kun je onmogelijk alleen – dat is de geschiedenis door gebleken.
De mens waant zich in een paradijs, heeft alles wat z’n hartje begeert, maar
de Kroon op z’n leven ontbreekt. Die Kroon op het leven is alleen te bereiken doordat God Zich over de mens ontfermd heeft en Zijn Zoon naar de wereld heeft gezonden om de mens te redden.
Regelmatig botst de stem van het hart met de stem van de buitenwereld, welke
stem is dan de ware?
Is de mens- zoals de humanisten ons willen laten geloven -slechts een eendagsvlieg in de eeuwigheid-, een  alledaags natuurverschijnsel als gevolg van de [‘Big-boom] “Oer-knal”?
Òf zit er een grenzeloos potentieel in ons bestaan verborgen?

Hoe dan ook het blijft een Mysterie, wat voor de mens verborgen blijft.
Maar door de Openbaring van onze Heer en Verlosser Jezus, Christus hebben wij volgelingen van Christus, ons bekleed, Christus Beeld en Gelijkenis op ons genomen en de Belofte op ons genomen en kunnen wij ons verheugen een erfdeel in de Hemelen te bezitten – een innerlijk besef van oneindigheid, welke wij in Christus omzetten in concrete daden, kunnen wij het wezen worden dat we denken te zijn. Levenskunst bestaat uit een reactie op de kloof, die bestaat tussen de Hoop enerzijds en de beperkingen van de buitenwereld anderzijds.
      Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. Want door dit [Geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven.
  Door het Geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord van God tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.
  
Door het Geloof heeft Abel aan God een beter offer gebracht dan Caïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.
  Door het Geloof is Henoch [=toegewijd] weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij aan God welgevallig was geweest;  maar zonder Geloof is het onmogelijk [Hem welgevallig te zijn].
  Want wie tot God komt, dient te geloven, dat Hij bestaat en een Beloner is voor wie Hem ernstig zoekenHebr.11: 1-6.
De woorden Geloof, Hoop en Liefde zijn niet alleen mooi, troostend of bemoedigend. Ze plaatsen ons tevens steeds voor een keuze.
We kunnen namelijk de keuze maken om wèl òf niet lief te hebben. In die zin is liefde niet alleen maar een gevoel maar veel vaker een kwestie van een keuze maken. We kunnen er voor kiezen om te geloven. Wanneer we kiezen om te geloven en  Lief te hebben, wat er zich ook voordoet, dan hebben we ook Hoop.
Toen Jezus hier op aarde rondliep nodigde Hij mensen steeds uit om Zijn weg te gaan, de weg, die Zijn Vader Hem door de Heilige Geest aangaf.
Dat is voor ons allemaal de vraag: welke weg gaan we?
Onze Heer Zelf zegt dat Hij de weg, de Waarheid en het Leven is.
Hij bedoelt daarmee dat Zijn persoon en Zijn woorden en daden
het Leven‘ zoals het door God, de Vader bedoeld is ‘in‘ zich heeft.
  In eerste instantie om opnieuw in contact met God te leven.
  In tweede instantie om te leven volgens de principes van Gods Hemels Koninkrijk.
Christus nodigt uit om met Hem op weg te gaan naar een Nieuwe toekomst.
Nu al door Geloof, Hoop en Liefde samen met Hem vorm te geven in ons leven.
En straks door voor altijd met Hem samen te leven in het Hemels Koninkrijk!

Deze gehele kwestie werpt licht op het doel van het Christelijk leren.
Met oprechtheid en gevoeligheid dienen we méér doordacht te gaan nadenken
over de manier waarop we de Blijde Boodschap overbrengen en onze doelen voor de beoefening van de traditionele kennisoverdracht weergeven en overdragen.
De Blijde Boodschap is echter een ervaring, een oefening in toewijding; de individuele leerervaring is een leerproces, hetgeen wordt opgedaan in het dagelijks leven. 
Lange tijd was men jaloers op mensen, die begiftigd waren met een wonderbaarlijk geheugen, die in staat waren om ‘alles’ letterlijk te herinneren  [zij bezaten een ‘actieve‘ herinnering] – de Blijde Boodschap memoriseerden, door het dagelijks -mondje voor mondje- van buiten leerde. Daar behoef je in onze tijd helaas niet meer mee aan te komen, we hebben immers het World Wide Web – waar je -als bij een grote encyclopedie- al informatie onmiddellijk paraat hebt.
Tegenwoordig concludeert de mens dat de ‘slimme geleerde‘, niet alleen parate kennis kan weergeven, maar tevens door de Heilige Geest ingegeven [-op basis van aangeboren talent-] onderscheidingsvermogen heeft – en dàt verdient in ònze tijd de voorkeur.
Het onthouden en parate kennis was goed, maar het door de Heilige Geest begiftigd zijn teksten te onderzoeken en nieuwe betekenis en ideeën te ontwikkelen wordt als béter ervaren.
Wanneer dit samengaat met het in eenvoudige bewoordingen overbrengen op de zoekende mens, die hiermee in zijn/haar leven vooruit kan heeft de Blijde Boodschap haar oorspronkelijke waarde hervonden.
Hoe vaak komt het niet voor dat men na afloop van een conferentie niet eens kan weergeven wat de waarde ervan voor de christen geweest is; veelal vindt men het interessant en gaat over tot de orde van de dag.
De kampioen onder de gelovigen blijft degene, die datgene wat verkondigt wordt in z’n binnenkamer praktiseert, werkelijk een verbintenis met God opbouwt. 

Uiteraard kun je eenzijdig prachtige projecten opzetten, indien deze echter niet door de gemeenschap gedragen worden – is het als water naar de zee.
De principiële basiseigenschap van spelleiders en toezichthouders is
in deze dat zij verantwoordelijk en integer ingesteld zijn;
het behoeven geen vooraanstaande geleerden op de kansel te zijn.
Dit wordt ook wel geestelijke intuïtie genoemd, een innerlijk weten.
Een soort weten vanuit je hart, dat voorbij gaat aan rationele overwegingen.
Dit weten kan zonder tussenkomst van jezelf door de Heilige Geest
tot stand komen, dàn is het er opeens zonder dat je de afkomst kunt verklaren.
De kunst is te luisteren naar die eerste impuls en daar iets mee te doen;
regelmatig wordt deze eerste impuls door rationele gedachten of
de drukte van de wereld om je heen vervormt en/of afgewezen.
Daarom is het noodzakelijk een eenvoudig, regelmatig en rustig leven te leiden.
Je aandacht wordt immers gericht door een balans in zien, horen of ervaren.
Ook je overtuigingen, normen en waarden bepalen wat je waarneemt;
je omgeving speelt derhalve een grote rol, wie je vrienden en
de gemeenschappen zijn, waarbij je jezelf bij aansluit.
Een levenshouding vraagt om eenvoud en keuzes in tijd, die
je hiervoor vrij maakt en hoe je jezelf door
de eenvoud van anderen laat inspireren.
Gedachtenuitwisseling geeft informatie van hetgeen
  bij de ander de aandacht heeft getrokken en
  bevestigt de betrokkenheid naar de gemeenschappelijke zoektocht.
De gepropageerde oostelijk beoefende meditatievormen sluiten de menselijke belevingen in de persoon òp en veroorzaken een inbreuk op de noodzakelijke onderlinge dialoog.
De gelovige Christen krijgt de innerlijk ervaring dat het Koninkrijk der Hemelen in al Zijn Kracht in z’n hart intrek genomen heeft.
Deze toestand is zeer goed beschreven in “De weg van een Pelgrim”, een Russische boer, die door de beoefening en de overgave van z’n gebed tot Christus deze staat van de door de Heilige Geest geschonken Genade verworven heeft.
En zo zwerf ik nu”, vertelt hij, “en herhaal onafgebroken het gebed van het hart [het Jezusgebed], dat mij kostbaarder en zoeter is dan alles wat de wereld mij kan bieden. Soms leg ik wel vijftig kilometer per dag af en voel zelfs niet dat ik wandel;
ik ben mij alleen bewust van het feit, dat datgene wat ik doe – door de Heer gedragen wordt;
wanneer de snerpende kou door mij heen dringt, begin ik m’n gebed nog nadrukkelijker te zeggen en spoedig doortrekt mij een heerlijke warmte;
wanneer de honger mij plaagt, roep ik nog vaker de Naam van mijn Heer en Meester aan en mijn verlegen naar voedsel wordt gestild.
wanneer ik ziek wordt en de pijn in armen, benen en gewrichten krijg, vestig ik m’n gedachten op het gebed en voel ik de pijn niet meer.
wanneer iemand mij kwaad doet, behoef ik enkel maar te denken: hoe heerlijk is mijn gebed tot mijn Meester en zowel letsel als boosheid gaan voorbij en ik vergeet alles
”.
Het Koninkrijk der Hemelen blijkt niet zo ingewikkeld te zijn, zo hoog verheven:
het Koninkrijk der Hemelen is binnen in ons”.
Zo God het dan toelaat ontvangt allen het begrip, wat ondanks wetenschappelijke vorming dom is, zoveel lichter, waarop je gemakkelijk dingen begrijpen en overdenken kunt, waar je voorheen niet bij stil hebt gestaan.

niet alleen de Doop, maar ook de Transformatie is noodzakelijk om Christus in Zijn Goddelijkheid te ontmoeten; not only Baptism, but also Transformation is necessary to meet Christ in His Divinity; όχι μόνο το βάπτισμα, αλλά και η Μεταμόρφωση είναι απαραίτητη για να συναντηθεί ο Χριστός στη Θεότητά Του; ليس فقط المعمودية ، ولكن أيضا التحول ضروري لمقابلة المسيح في لاهوته

Volgens de leer van de Orthodoxe Kerk opent dit Licht, de zinnelijke en geestelijke ogen van de volgeling van Christus – het is hetzelfde Licht dat Christus op de berg Thabor aan de discipelen geopenbaard heeft en dat later in de nacht van de Opstanding de wereld in straalde.
Zij, die dat Licht in hun hart ontvangen, bevinden zich in een verheerlijkte toestand, waarin zij de Heerlijkheid van Christus’ Opstanding aanschouwen en die een voorgevoel is van de zaligheid die de Rechtvaardigen geopenbaard zal worden op de dag van de algemene Opstanding. Het is hun eigen innerlijke opstanding uit de dood van de zonde reeds vóór de algemene Opstanding. In deze toestand wordt de menselijke ziel opgewekt uit de doden en in haar worden de woorden van onze Heiland vervuld: “ Die in Mij gelooft – heeft het eeuwig Leven”.
      En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo dient ook de Zoon van de mensen verhoogd te worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal 
hebben. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven za hebben. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zal veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zal wordenJohn.3: 14-17.
      Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal 
ze uit mijn hand roven. Wat Mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand van Mijn Vader. Ik en de Vader zijn eenJohn.10: 27-30.
    Beproef mij, God, doorgrond mijn hart; onderzoek mij en ken mijn wegen. Zie toe, of er een onterechte weg in mij is; maar leid mij op de weg tot de eeuwigheid” 
Psalm.138[139]: 23,24.  

Men kan zeggen: alles wat de Kerkelijke inspiratie ooit kon bereiken en voortbrengen, wordt tot uiting gebracht in de gestrengheid en ernst die de diensten in de tijd kenmerken.
      Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de Gestalte van God zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de 
mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood van het Kruis.
Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in de Naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: ‘Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!’Phil.2: 5-11.

2e Pinksterdag – dag van de Heilige Geest

Een Gelovige zien is het herkennen van Jezus Christus“;                                       ” Seeing a believer is recognizing Jesus Christ“;         ” Βλέποντας έναν πιστό αναγνωρίζει τον Ιησού Χριστό“;                                          “رؤية المؤمن هو التعرف على يسوع المسيح”.     

Komt alle Volkeren,
om de Goddelijke Drie-persoonlijke Godheid te aanbidden: de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de mede-eeuwige en meer-tronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verHeerlijkt met de Zoon.
Éen Macht, één Wezen, éen Godheid: wij allen aanbidden en zeggen:
Heilig bent U, God, Die door de Zoon alles geschapen heeft, tezamen met de energie van de Heilige Geest.
Heilig is de Sterke, door Wie wij de Vader mogen kennen en
door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is.
Heilige is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster, Die uitgaat van de Vader en Die rust in de Zoon.
Heilige Drie-eenheid, ere zij U

      Ziet toe, dat gij niet een dezer kleinen veracht.
Want Ik zeg u, dat hun engelen in de Hemelen voortdurend het Aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de Hemelen is. [Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te behouden].
Wat dunkt u? Indien een mens in het bezit is gekomen van honderd schapen en een ervan raakt verdwaald, zal hij dan niet de negenennegentig op de bergen laten en heengaan om het dwalende te zoeken? En gebeurt het, dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich over dat ene meer verblijdt dan over de negenennegentig, die niet verdwaald waren.
        Zo bestaat bij uw Vader, Die in de Hemelen is, de Wil niet, dat een van deze kleinen verloren gaat.
        Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen.
        Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen.
        Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring 
van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa.
        Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de Gemeente.
        Indien hij naar de Gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar.
Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de Hemel,
en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel.
Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van mijn Vader, Die in de Hemelen is.
Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun middenMatth.18: 10-20.

      Thans zijn jullie licht[-end voorbeeld] in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht,
– want de vrucht van het licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid en
– toetst wat aan de Heer wel-behaaglijk is.
En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het Licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.
Daarom heet het: Ontwaak, jullie die slapen en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten.
Ziet dus nauwlettend toe, hoe jullie wandelen, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.
En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen en zingt en bejubelt de Heer van harteEph.5.: 8b-19.

De weg die wij Gelovigen gaan heeft een goede basis, wij trekken door de woestijn van het leven, maar weten ons gedragen door een betrouwbare leidsman, de goede Herder.
De beeldspraak van kudde en herder vindt zijn oorsprong in de herinnering aan de woestijntocht, toen de Heer Zijn volk uit Egypte door de Woestijn heen heeft geleid naar het land van belofte: als een Goddelijke Herder Zijn kudde.
De Mysteriën [wonderen] die Hij gedaan heeft ten aanschouwen van onze voor-vaderen, in het land van Egypte, in de vlakte van Tanis”.
De vlakte van Tanis = de gehele vlakte van de Jordaan, die van de doop, de gehele vlakte waar de Jordaan doorheen liep van de zee van Galilea tot Zoar [= onbeduidend of onbelangrijk] toe, zodat de dode zee er onder begrepen werd. Voornamelijk denken we aan de vlakte, waar Sodom en Gomorra, Adama en Seboïm, hun ondergang tegemoet gingen.
Eer de Heer Sodom en Gomorra verdorven had was de vlakte van de Jordaan als de hof des Heren en als het land van Egypte te weten àls òf dáár gezegd wordt jullie komen van/te Zoar.

      Abram bleef wonen in het land Canaan en Lot vestigde zich in de steden van de Streek, en sloeg zijn tenten op tot bij Sodom. De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegen-over de HeerGen.13: 12,13.
Het lijkt onbeduidend, maar wij leven in de vlakte van Tanis en worden geleid naar het land van de Belofte – het staat er reeds vanaf den Beginne, je dient het alleen maar te lezen en te zien, te horen.
En de mensen van Sodom waren boos en grote zondaars tegen alles wat
God hen maar geboden had
– alle mensen zijn van nature boos en zondaars, daar is niemand van uitgezonderd, zelfs niet één, zo zegt David:
Allen zijn afgedwaald, zij zijn omkoopbaar: er is niemand, die het goede doet, zelfs niet één, Hun keel is een open graf, hun tong pleegt bedrog; addervergif zijn hun lippen. Hun mond is vol verwensing en bitterheid; hun voeten zijn vlug om bloed te vergieten. Hun wegen zijn verderf en ongeluk, maar de weg van Vrede kennen zij niet; de vreze voor God staat hun niet voor ogenPsalm 13: 4-7, vert. ROK ’s-Gravenhage.

‘Christus’ klopt aan jouw deur

Nadat wij de roep van de Herder beantwoord hebben en ons hebben laten dopen trekken wij weliswaar door de woestijn van het leven, maar weten ons gedragen door een betrouwbare leidsman, de goede Herder; wij wandelt als kinderen van het Licht
    Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de Kracht en de komst van onze Heer Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn Majesteit.
     Want Hij [Christus, onze Leidsman] heeft van God, de Vader, eer en Heerlijkheid 
ontvangen, toen zulk een stem van de Hoogwaardige Heerlijkheid [uit de Hemelen] tot Hem kwam: ‘Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Wie Ik Mijn Welbehagen heb. En deze stem hebben ook wij uit de Hemel horen komen, toen wij met Hem op de Heilige Berg [Thabor] waren.
        En wij achten het profetische woord [daarom] des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie van de Schrift [de Blijde Boodschap] een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil vaneen mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken2Petr.1: 16-21.

De Kerk roept ons via haar eerst-geroepenen op:
    Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en Godsvrucht strekt, begiftigd door de Kennis van Hem, Die ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; 
door Deze zijn wij met kostbare en zeer grote Beloften begiftigd, opdat jullie [mensen] daardoor deel zouden hebben aan de Goddelijke Natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
       Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw Geloof de deugd, door de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de Liefde [jegens allen].
Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden, laten zij u niet zonder werk of vrucht voor de kennis van onze Heer Jezus Christus
[uw aller Herder]”  2Petr.1: 3-8.

Luistert, gij zonen van Abraham, Isaäc en Jaäcob, luistert naar Israël [de Kerk];
de 12 stammen van Israël – gelijk de 12 apostelen van de Kerk:
        Ruben [= zie, een zoon] , mijn eerstgeborene zijt gij, mijn sterkte en de eersteling van mijn  Kracht, de voornaamste in Hoogheid, de voornaamste in vermogen. Gij, die opbruist als water, gij zult de voornaamste niet zijn, omdat gij het bed van uw vader beklommen hebt; toen hebt gij het ontwijd. Hij heeft mijn leger-stede beklommen.
        Simeon [= luisterend, gehoord] en Levi [= verbonden] zijn broeders; hun gereedschappen zijn werktuigen van geweld. Mijn ziel zal geen deel hebben aan hun [wereldse] beraadslaging, mijn geest zal zich niet aan-sluiten bij hun vergadering, want in hun toorn hebben zij mannen [de mensheid] gedood en in hun moedwil hebben zij runderen de pezen doorgesneden. Vervloekt zij hun toorn, want die is hevig, en hun grimmigheid, want die is hard. Ik zal hen verdelen onder Jaäcob [= hielenlichter] en verstrooien onder Israël [= God heeft de overhand, God zegeviert].
     Juda [= geprezen, hij zal geprezen worden], u zullen uw broeders loven, uw hand zal zijn op de nek van uw vijanden, voor u zullen de zonen van uw vaderen zich neerbuigen. Een leeuwenwelp is Juda; na de roof zijt gij omhoog geklommen, mijn zoon; hij kromt zich, legt zich neer als een leeuw of als een leeuwin; wie durft hem opjagen? De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heerser’s-staf tussen zijn voeten, totdat Silo [= plaats van rust bij de eigenaar] komt en hem zullen de volken gehoorzaam zijn. Hij zal zijn ezel aan de wijnstok binden en het jong 
van zijn ezelin aan de wingerd; hij zal zijn kleed in wijn wassen en in druivenbloed zijn gewaad.
Hij zal donkerder van ogen zijn dan wijn en witter van tanden dan melk.
        Zebulon [= verheven, bewoning] zal wonen aan het strand der wijde zee, ja, hij zal wonen aan het strand bij de schepen, en zijn zijde zal naar Sidon [= de jacht, het jagen naar] gekeerd zijn.
        Issakar [= er bestaat beloning] is een bonkige ezel, die tussen de stallingen ligt; Als hij ziet, dat de rust goed is, en dat het land liefelijk is, buigt hij zijn schouder om te torsen en leent zich tot slaafse herendienst.
        Dan [= rechter] zal zijn volk richten als een der stammen van Israël. Moge Dan een slang op de weg zijn, een hoornslang op het pad, die in de hielen van het paard bijt, zodat zijn berijder achterover valt. Op uw Heil wacht ik, o Heer.
        Gad [= een binnenvaller of troep of fortuin], een bende zal hem belagen, maar hij zal hun hielen belagen.
        Aser [= gezegend, gelukkig], zijn spijze zal vet zijn, en hij zal koninklijke lekkernijen leveren.
        Naftali [= worstelend, wordteling] is een losgelaten hinde; hij laat schone woorden horen.
        Jozef [= de Heer heeft toegevoegd, laat hem toevoegen] Een jonge vruchtboom is Jozef, een jonge vruchtboom aan een bron; zijn takken stijgen boven de muur uit; De boogschutters hebben hem getergd, beschoten en vijandig bejegend, maar zijn boog bleef stevig en zijn sterke handen bleven lenig, door de handen van de Machtige van Jaäcob, daar de Steenrots van Israel [de Kerk] Zijn herder is; Door de God uws vaders, die u zal helpen, en de Almachtige, die u zal zegenen met zegeningen uit de Hemelen van boven, met zegeningen van de watervloed, die beneden ligt, met zegeningen van de borsten en de moederschoot.  De zegeningen van uw vader gaan de zegeningen van mijn voorvaderen te boven, reikende tot het kostelijkste der eeuwige heuvelen; zij zullen komen op het hoofd van Jozef, op de schedel van de uitverkorene onder zijn broeders.
         Benjamin [ de jongste, zoon van de rechterhand of zoon van geluk] is een verscheurende wolf; in de morgen verslindt hij zijn prooi en tegen de avond verdeelt hij de buit.
Dit zijn al de stammen van Israël, twaalf in getal; en dit is wat hun vader over hen gesproken heeft, toen hij hen zegende; ieder zegende hij met een eigen zegen” Gen.49: 6- 28.

“Gij richt een tafel voor mij aan voor de ogen van mijn verdrukkers”;

God, onze Vader trof alle eerstgeborenen in Egypte,  de eerst-verwekten in de tenten van Cham [= verhit, heet]; maar Zijn uitverkoren Volk liet Hij als schapen uitgaan, ging hun kudde vóór, door de woestijn;  veilig leidde Hij hen – niets te vrezen! – had de zee niet hun vijand bedekt?
Wanneer onze Heer en Verlosser, Jezus Christus Zichzelf de Goede Herder noemt, dan dienen wij dit beeld voor ogen te houden, niet zozeer met op de achtergrond Zijn weldoende rondgaan door dorpen en steden, als wel Zijn Pascha, ons Geloof van Pascha, de verlossing uit de dood, uit de slavernij van het uitzichtloze door de dodende zee heen, opgestaan tot eeuwig Leven.
Aan het einde van de woestijntocht verneemt Mozes dat hij gaat sterven.
Vervolgens bidt/smeekt hij tot zijn God,
“Heer, ontferm U” dat deze voor Israël [de Kerk] Iemand zou aanstellen, ‘Die hen uitleidt en thuisbrengt’, toen sprak Mozes tot de Heer:
        De Heer, de God der geesten van alle levende schepselen, laat Hem over de vergadering een man aanstellen , Die voor hun aangezicht uitgaat en Die voor hun aangezicht ingaat, en Die hen doet uittrekken en hen weer terugbrengt, opdat de vergadering des Heren niet zij als schapen die geen herder hebbenNum.27: 15-17.
De Gemeenschap van God, het uitverkoren Volk des Heren zou ‘een kudde zonder herder’ worden. En de God van onze Vaderen stelde vervolgens Iemand aan, Die redding brengt [= Joshua]. “Jezus” is het Griekse woord voor de Hebreeuwse naam Joshua, die oorspronkelijk luidde Hoshea [= redding] :
      Mozes noemde Hosea, de zoon van Nun [= nageslacht], Jozua “ Num.13: 8,16, die Hij uitzond om het Beloofde Land te verkennen.

Wanneer onze Heer en Verlosser over Zichzelf getuigt dat Hij de Goede Herder is, voegt Hij er expliciet aan toe:
‘dit is de opdracht die Ik van mijn Vader heb ontvangen’.  Dit betekent dan voor Hem: ‘een Koningschap, een Koninkrijk op de wijze van David, met als de twee criteria van zijn leiderschap: oprechtheid enerzijds, met omzichtige hand anderzijds.
Oprechtheid, de waarheid, desnoods de harde waarheid; maar ‘niet’ de harde hand, ‘wel’ de hartelijke hand, de hand van het hart.

De profeten van de ballingschap, in het bijzonder Isaiah, zien de terugkeer uit Babylonië als een nieuwe woestijntocht naar het land van de belofte.
      Zie, hier is uw God! Zie, de Heer der Heerscharen zal komen met Kracht en Zijn arm zal Heerschappij oefenen; zie, Zijn loon is bij Hem en Zijn vergelding gaat voor Hem uit.
       Hij zal als een herder Zijn kudde weiden, in Zijn arm de lammeren vergaderen en ze in Zijn Schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden.
       Wie mat de wateren met Zijn holle hand, bepaalde de omvang der Hemelen met een span, vatte met een maat het stof der aarde, woog de bergen met een waag en de heuvelen met een weegschaal?
Wie bestuurde de Geest des Heren en onderrichtte Hem als zijn raadsman?
Wie raadpleegde Hij, dat deze Hem inzicht zou geven, het rechte pad zou leren, kennis bijbrengen en de weg van het verstand doen kennen?
Zie, volkern zijn geacht als een druppel aan een emmer en als een stofje aan een weegschaal;
zie, 
eilanden zijn als fijn stof, dat uitgestrooid wordt; de Libanon [= witheid] is niet toereikend als brandhout, en zijn wild gedierte niet ten brandoffer.
Alle volkeren zijn als niets voor Hem, zij worden 
door Hem beschouwd als nietig en ijdel. Met wie dan wilt gij God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?Isaiah 40: 10-18.
Als Christus Zich de Goede Herder noemt, dan is het ons Geloof dat in Hem de geschiedenis van de mensheid, onze geschiedenis, telkens opnieuw een kéér zal nemen: vàn ballingschap náár terugkomst thuis, vàn vallen náár opstaan, vàn zonde náár verzoenende vergeving.
Maar, zó stellen daarna dezelfde Profeten vast – hun woordvoerder is nu in de eerste plaats Ezechiël – de herders [de spelleiders] van Israël [de Kerk] ‘weiden zichzelf‘.
Hun schapen buiten ze uit en die raken verstrooid over de gehele aarde, de kudde wordt geplunderd en valt ten prooi aan de wilde dieren.
Dàn zegt de Heer onze God, via Zijn Geest bij monde van Zijn profeet:
Ik zal zelf omzien naar mijn schapen en ervoor zorgen…
Ik zal zelf mijn schapen weiden en ze een rustplaats wijzen…
Ik zal over hen één herder aanstellen die hen weiden zal: mijn dienaar David.
Die zal ze weiden, die zal hun herder zijn…
Ik, de Heer, zal hun God zijn en mijn dienaar David hun vorst…
Zo luidt de godsspraak van Jahwe de Heer:
Jullie zijn toch Mijn schapen, de schapen die Ik weid;
 Jullie zijn Mijn mensen en Ik ben jullie God.
En Jezus zegt: “Ik ben de Goede Herder,  de nieuwe, de door Jahwe beloofde,
de enige, de waarachtige“.
Dat wil zeggen: “Uw Barmhartigheid volgt mij van nabij, alle dagen van mijn levenPsalm 22: 8; oftewel dat Ik garant sta voor Leven, doorheen al uw lijden en de dood. Zijn Volk laat Hij als schapen uitgaan, Hij gaat Zijn kudde vóór door de woestijn. Hij staat èr garant voor -om hen- in Oprechtheid en Hartelijkheid voor te gaan

Transfiguratie, ‘Heer, laat ons tenten bouwen’.

    Heer, wie mag wonen in Uw tent, wie mag verblijven op Uw Heilige Berg?
Hij die wandelt zonder vlek en de werken der Gerechtigheid doet. Die waarheid spreekt in zijn hart, die geen bedrog pleegt met zijn tong.
Die geen bedrog pleegt tegen zijn naaste, noch kwaad wil horen over hen die hem na-staan. 
Wie kwaad doen, zijn in zijn ogen gering; maar wie de Heer vrezen, eert hij. Als hij zweert voor zijn naaste, houdt hij zijn woord; hij geeft zijn geld zonder rente. Hij aanvaardt geen geschenken tegen schuldelozen.
Wie zo doet staat onwankelbaar tot in  eeuwigheidPsalm 14, vert ROK ’s-Gravenhage.

De wereldse mens zal opmerken:
dat is prachtige Bijbelse poëzie; het mag dan voortreffelijke Theologie zijn;
maar wat heeft het concreet te betekenen in deze moderne tijd van
computer en hightech waarin wij leven?
Is er een concreter, completer, moderner, universeler levensprogramma denkbaar dan  dat van de oude psalmen, profeten en parabels?
Dat wij in de Geest van God, in de voetsporen van de verrezen Heer, Die ons tot Leven wekt, voor elkaar garant staan voor geluk en genade;
dat wij voor elkaar garant staan voor leven ondanks lijden en dood, sterker dan lijden en dood;
dat wij ‘in open overleg‘ er -garant voor te staan- vertrouwelijk
met elkaar om te gaan  in oprechtheid en met zachte hand,
rechtlijnig en zachtzinnig;
dat wij ervoor garant staan telkens weer te kiezen voor
verzoening en elkaar nieuwe kansen te gunnen,
voor elkaar mensen van Ontferming en Vrede te zijn;
dat wij ons daarom met Gelovige Zekerheid geborgen weten
in God’s Vaderhart en in de Liefde van de Goede Herder.

Ondanks datgene wat de wereld ons voorhoudt
blijven wij Gelovigen in de Geest van God, met
onze Heer aankloppen en zeggen met Hem:
    Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven;
neem mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en je zult rust vinden voor je ziel; want mijn juk is zacht en
mijn last is licht
” Matth.11: 28-30.

 

Christus zegent de kinderen, ‘Laat de kleinen tot mij komen, belet het hen niet, want in hen verblijft het Koninkrijk der Hemelen!’

Onze Heer en Zaligmaker, de Zoon van God is er namelijk van overtuigd dat
er mensen zijn die heel goed weten, dat het heel ànders dient te gaan in hun leven. Misschien herken jij dàt ook, een voortdurende onrust, een leegte, die door niets  in deze wereld gevuld kan worden, een verlangen naar God misschien zelfs zonder dat je dàt onder woorden kunt brengen.
Je hebt spijt van je hardheid, en je ziet je eigen arrogantie en egoïsme.
Je ervaart dat je onrein bent vanwege je eigen hooghartige gedachten en fantasieën die maar blijven opkomen en weer gaan zonder dat je er grip op krijgt. Daardoor voel je je misschien schuldig.
Hoe andere mensen jou beoordelen, òf ze jouw strijd zien of niet, en
òf je christen bent of niet, dat verandert niets aan het feit dat
je zelf heel goed beseft dat het toch niet zo goed met je gaat, als je
je omgeving doet voorkomen.
Je weet dat er krachten in je leven zijn die sterker zijn dan jezelf en
die jou in je gedachten bij God vandaan trekken naar dingen die
niet goed voor je zijn en waardoor je in een spiraal van
ellende terecht kunt komen.
Zou je dàt nòg langer negeren dàn zou je niet eerlijk meer zijn
ten opzichte van jezelf.

Komt alle Volkeren,
om de Goddelijke Drie-persoonlijke Godheid te aanbidden:
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de mede-eeuwige en meer-tronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verHeerlijkt met de Zoon.
Éen Macht, één Wezen, éen Godheid: wij allen aanbidden en zeggen:
– ‘ Heilig bent U, God, Die door de Zoon alles geschapen heeft,
tezamen met de energie van de Heilige Geest.
– ‘ Heilig is de Sterke, door Wie wij de Vader mogen kennen en
door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is.
– ‘ Heilige is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster,
Die uitgaat van de Vader en Die rust in de Zoon.
Heilige Drie-eenheid, ere zij U

Bezingen wij de Een-wezenlijke Drie-heid:
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, want
zo is het ons verkondigd door
alle Profeten, de Apostelen en de Martelaren

uit: Pentecostarion, blz.466 ROK ’s-Gravenhage.

Prijslied
[refr.] “Wij vereren U, wij vereren U Leven-schenker Christus,
en vereren Uw Al-Heilige Geest, Die
U van de Vader over Uw
God-dragende Leerlingen gezonden hebt“.

– “De Hemelen verhalen de Heerlijkheid Gods,
het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen“. [refr.]

– “Over de gehele aarde klinkt hun [Blijde] Boodschap,
tot aan de grenzen der wereld hun woorden.
Door de adem van Zijn mond
is heel hun kracht bevestigd“.  [refr.]

– “Vuur vlamde op van Zijn aanschijn,
een brandende vuurgloed ging van Hem uit:
een geweldige storm omringt Hem
Alle einden der aarde zullen zich herinneren en
tot de Heer terugkeren;
alle geslachten zullen voor Hem neerbuigen“.  [refr.]

– “Het getuigenis des Heren is waar,
en geeft wijsheid aan de kleinen:
de oordelen des Heren zijn recht zij verblijden het hart.
De aarde werd geschokt en de hemelen dropen,

voor het aangezicht van de God van de berg Sinaï“.  [refr.]

-“Zend Uw Geest uit, en alles zal geschapen worden:
U zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
Uw goede Geest geleide mij in een effen land“.  [refr.]

-” God schep in mij een zuiver hart;
vernieuw in mijn binnenste de rechte Geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht;
neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.
Geef mij de vreugde terug van Uw Heil;
sterk mij met Uw besturende Geest“.  [refr.]

-” De Heer schenkt met Macht het Woord
aan de brengers van de Blijde Boodschap.
De Heer zal Zijn volk Kracht schenken:
de Heer zal Zijn Volk zegenen met Vrede

Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen

Hypakoi     tn.8
Na Uw Opstanding uit het graf, o Christus,
en Uw Goddelijke Opvaart naar de hoogste Hemelen,
hebt U over de God-schouwenden Uw Heerlijkheid gezonden, Barmhartige,
en de rechte Geest hernieuwd in Uw Leerlingen.
Zo hebben zij, als een welluidende harp,
op Mystieke wijze door God bespeeld,
Uw Woorden en Heilsorde doen weerklinken“.
uit: Pentecostarion, blz.470,471 ROK ’s-Gravenhage.

Zondag van Pinksteren – Πεντηκοστή, de Nederdaling van de Heilige Geest

”     Zie temidden van de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggend:
‘Indien iemand dorst heeft, hij dient tot Mij te komen en te drinken! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’.
Dit zei Hij van de Geest, welke zij, die tot Geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.
Sommigen dan uit de schare, die naar deze woorden geluisterd hadden, spraken:
‘Deze is waarlijk de profeet’. Anderen zeiden: ‘Deze is de Christus’;
weer anderen zeiden: ‘De Christus komt toch niet uit Galilea? Zegt de Schrift niet, dat de Christus komt uit het geslacht van David en van het dorp Betlehem, waar David was?’
Er ontstond dan verdeeldheid bij de schare om Hem; en sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand sloeg de handen aan Hem. De dienaars dan gingen naar de overpriesters en Farizeeën en die zeiden tot hen: ‘Waarom hebt gij Hem niet medegebracht?’.
De dienaars nu antwoordden hun: ‘Nooit heeft een mens zo gesproken, als deze mens spreekt!’.
De Farizeeen dan antwoordden hun: ‘Zijt gij soms ook verleid? Heeft soms een van de oversten in Hem geloofd, of van de Farizeeën? Maar die schare, die de wet niet kent, vervloekt zijn zij!’.
Nicodemus, die vroeger tot Hem was gekomen, een van hen, zei tot hen:  ‘Veroordeelt onze wet dan een mens, tenzij men zich eerst van hem op de hoogte gesteld heeft en kennis genomen van wat hij doet?’.  Zij antwoordden en zeiden tot hem: ‘Zijt gij soms ook uit Galilea? Ga maar na en zie, dat uit Galilea geen profeet opstaat. Opnieuw  dan sprak Jezus tot hen en zei:
‘Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het Licht van het Leven bezittenJohn.7: 37-52;8: 12.

Met Pinksteren vieren wij de geboorte van de Kerk.
Christus, de Zoon van God, die geleden heeft en aan het kruis is gestorven, is met Pasen verrezen uit de doden. Daarna verschijnt Hij nog aan de leerlingen en met Hemelvaart vieren we dat Hij definitief terug gaat naar God de Vader in de hemel en zetelt aan Zijn rechterhand.
Voordat Jezus wegging heeft Hij beloofd de gelovigen niet alleen te laten. De ons toegezegde Heilige Geest wordt ons gegeven om met God verbonden te blijven.
Maar ook om, geholpen door de ingevingen van die Heilige Geest, het Evangelie van Christus te kunnen verkondigen.

Wij, geschapen uit het slijk der aarde, zijn als mensen niet in staat op eigen kracht de volle leer van Jezus’ Blijde Boodschap [= Evangelie] te verkondigen;
de Heilige Geest helpt ons daarbij.
Op de dag van Pinksteren [ook wel Pentecoste, dat is “de vijftigste dag” na Pasen] gaan de Apostelen voor het eerst na Pasen verkondigend naar buiten en spreken in allerlei talen de mensen toe.
Pas nu zijn zij in staat overtuigend en duidelijk te spreken vàn en óver de Blijde Boodschap, de Pedagogie, het Geloof wat Christus hen heeft geleerd en voorgeleefd.
En met wàt voor een overtuiging! Velen bekeren zich, laten zich dopen en worden aldus eveneens   getuigen van Christus.

Veel mensen in Nederland weten alleen nog dat Pinksteren een extra dag vrij betekend – Het liedje ‘Op een mooie Pinksterdag’ spreekt iedereen dan ook aan.
Echter er zit een veel grotere betekenis achter Pinksteren dan alleen maar dat extra dagje vrij.
De geschiedenis van Pinksteren gaat namelijk vèr terug in de tijd.
Christenen zien Pinksteren als een neerdaling van de Heilige Geest over de apostelen, met het feest Pinksteren herdenkt de Kerk deze heilige gebeurtenis.
Het woord Pinksteren is ontstaan uit het Griekse woord Πεντηκοστή [Pentekosté], wat vijftig betekend.
Dit refereert aan de dag wanneer Pinksteren wordt gevierd, dit is namelijk de vijftigste dag.
Christenen herdenken de vijftigste dag dus als de neerdaling van de Heilige Geest op de apostelen, terwijl het Jodendom het ziet als het Wekenfeest.
Pinksteren is namelijk ontstaan uit het joodse zeven weken na Pesach-feest, hetgeen ook wel Sjavoeot genoemd wordt; met dit feest wordt gevierd dat de Tora aan het joodse volk is gegeven. De synagogen worden op deze dag geheel versierd met bloemen. Op deze manier herinneren de joden zich dat God de berg Sinaï ook helemaal had versierd met bloemen toen Hij hen de Torah, de Wet gaf.
Vroeger was Pinksteren alleen een dankfeest voor het binnenhalen van een goede oogst en pas in de tweede eeuw na Christus kreeg Pinksteren een nieuwe betekenis. Toen kreeg Pinksteren als betekenis om het Nieuwe Verbond tussen God en het Nieuwe Israël [de Kerk] te herdenken, de Nederdaling van Gods Geest.
Met Pinksteren viert de Kerk formeel haar ontstaan.
Onze Kerk bestaat dus vanaf Pinksteren in het jaar 33 en viert in 2033 haar 2000 jarig bestaan.
De Christelijke Kerk ziet Pinksteren als een neerdaling van de Heilige Geest over de apostelen, met het feest Pinksteren herdenken wij deze heilige gebeurtenis.

 

Pentecost, 14th cnt

De Heilige Geest is de Derde Persoon van de Ene God, naast de Vader en de Zoon, zo geloven wij. Het is een Gods-Mysterie, een Gods-wonder, maar het is een werkelijkheid, het is reëel, wanneer je je als volgeling van Christus voor Hem openstelt, de Heilige Schrift [hardop] leest en dit op je in laat werken.
Bijvoorbeeld het moment waarop Jezus, de Zoon, gedoopt wordt met de Heilige Geest.
De Heilige Geest wordt vaak afgebeeld als Vurige tongen, omdat de leerlingen vol vuur waren van de Boodschap, die ze gingen verkondigen en de liefdesboodschap, die ze in alle talen de mensen konden doorgeven.
Ook als duif wordt de Geest voorgesteld, omdat de duif voor reinheid en zachtmoedigheid staat, maar bovenal voor Hemelse inspiratie, vrede en de ziel.
De Heilige Geest is inderdaad de bezieling voor de Kerk om ook in onze tijden de boodschap van God onder de mensen te brengen.

Om het belang van dit Hoogfeest aan te geven kent dit feest ook een “Tweede Pinksterdag”, zoals dat ook met Kerstmis en Pasen is.
Dit noemen wij de Traditie van de Kerk, ondanks datgene wat sommige humanistische partijen hiervan vinden, maar een Hoogfeest wordt dusdanig gevierd dat wij er maar niet genoeg van kunnen krijgen om een dergelijk feest in één dag vieren. De 2e Pinksterdag wordt namelijk gevierd als de dag van de Heilige Geest en het is ontzettend jammer dat bepaalde groeperingen dit willen omzetten naar nog maar weer een ‘Maria-feest‘, zij werken daarmee zelf de afbraak van de Traditie in de hand.

De Heilige Geest moet onze zwakheid te hulp komen en daarom vragen wij steeds om de bijzondere Genadegaven: we  vragen om de heilige Geest te mogen ontvangen, zodat onze geest van zelfzucht wordt bekeerd, omgekeerd, bekeerd tot een geest van nederigheid.

In de avond van de eerste dag van de week“.
De Christelijke Zondag. Geruisloos heeft de Joodse Sabbat plaats gemaakt voor de Christelijke Zondag. Geen revolutie, maar een haast naadloze overgang.
Of beter: de ontreddering van deze revolutie heeft onze Heer Zelf opgevangen.
Want om helemaal opnieuw te kunnen beginnen was het nodig, dat het oude werd losgelaten.
Dat loslaten heeft Christus gedaan: Zijn milieu, Zijn geboortegrond, Zijn verwanten, Zijn goede Naam, de trouw van Zijn leerlingen, Zijn gezondheid, Zijn moeder, Zijn leven, kortom alles wat onze Heer, Jezus Christus, bond aan de Joodse grond, aan de Joodse wet, aan het Oude Verbond, Hij werd eruit ontworteld.
Aan al het oude afgestorven is Jezus voor ons de nieuwe innerlijke Tempel geworden en is Zijn Gloriedag onze zondag, de dag des Heren geworden, de dag van onze Heer.

Toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen…“.
Het verheerlijkte Lichaam van onze Heer is niet meer gebonden aan de begrenzingen van tijd en ruimte. Maar ook daarvoor heeft Hij de prijs betaald.
Eerst heeft Hij zich tot het uiterste toe gebonden aan de begrenzingen van het menselijke bestaan en heeft Hij elke overschrijding van die grenzen als een bekoring afgewezen. Vanaf  Zijn Geboorte in een grot tot en met de mensonwaardige executie op het Kruis is Jezus trouw gebleven aan de voorwaarden van het gewone menselijke bestaan.
Door Zich vrijwillig te binden aan de begrensdheid door tijd en plaats heeft Jezus alle plaatsen en alle tijden overstegen en is Hij de mens voor allen geworden om nu te kunnen zijn overal waar mensen zijn.
Wil ons leven een betekenis hebben die uitgaat bóven de nauwe grenzen van onze menselijke situatie, dàn behoeven wij ons niet aan de greep van onze menselijke oorsprongssituatie te onttrekken, ons te ontwortelen, maar dàn moeten wij juist ten einde toe eraan trouw blijven.

“Hij ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u“.
Dat is het aanschouwelijk beeld van de kerk: Jezus in het midden, zijn Vrede schenkend.
Niet de vrede zoals de wereld die geeftJohn.14: 27.
Niet de vrede van deze wereld, want dat is een vrede die gebonden blijft aan vredige omstandigheden.
Het is een Vrede “die alle begrip te boven gaat” [Phil. 4: 7], een Vrede in omstandigheden waarbij mensen zich afvragen hoe iemand daarbij nog de Vrede kan bewaren. Met die Vrede heeft Christus de wereld overwonnen:
Dit heb Ik u gezegd, opdat jullie de vrede zouden bezitten in Mij. Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnenJoh.16: 33.

Na dit gezegd te hebben, toonde
Hij hun Zijn handen en Zijn zijde
“.
De tekenen dus van zijn nederlaag.
De Vrede van Christus is dus de Vrede waarmee de nederlaag wordt verdragen.
Christus heeft het kwaad overwonnen door zich er niet kwaad over te maken en het actief te bestrijden, maar door het met een zacht en vredig gemoed te dragen.
Deze nederigheid schept eenheid onder de mensen: Vrede.
Hoogmoed schept verdeeldheid.
Als we tegen elkaar opbieden, onszelf voortdurend in een concurrentiepositie plaatsen tegenover anderen: nog sneller, nog rijker, nog meer Macht, nog meer luxe, nog meer comfort, anderen de ogen uitsteken, ontstaat er verdeeldheid en geweld. Anderen willen niet onderdoen, zij doen zichzelf en anderen geweld aan om hetzelfde inkomen te krijgen. Daardoor komen anderen weer te kort: kinderen, zieken, minderbedeelden, zwakker begaafden.
Er is geen tijd meer voor hen. Van louter voortvarendheid loopt men ook zichzelf voorbij en teert men in op de zwakkere, maar zoveel kostbaardere krachten in zichzelf:
inkeer, gebed, stilte, tijd nemen voor zichzelf en voor elkaar, spel, contemplatie,
allerlei niet-nuttige bezigheden, lezen, genieten van de natuur, poëzie, muziek enz.
Christus en de Kerk zijn ervoor om voor díe zachte krachten een lans te breken.

Nogmaals zei Jezus tot hen: Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u“. De apostelen en wij worden opgenomen in Jezus’ eigen Goddelijke  Vredeszending. Een innerlijke Vrede dus, een Vrede van het hart, maar niet een Vrede die inwendig blijft.
De Vrede van Christus bepaalt vanuit onze kern heel ons wezen en van daaruit al onze contacten.
Nu dien ik mijn contacten na te gaan of ik er de Vrede die Christus in mijn hart legt, dieper in kan laten doorsijpelen. Met name bij de personen met wie ik het minder goed kan vinden en over de onderwerpen die gevoelig liggen en die ik steeds maar weer uit de weg ga.

Na deze woorden blies Hij over hen en zei: Ontvangt de heilige Geest“.
De heilige Geest, dat is Jezus zelf in zijn eenheid met de Vader.
Het is de Persoon, die zoals in de Geloofsbelijdenis staat, “die voortkomt van de Vader”.
Wanneer we Jezus over de Vader horen spreken en we ervaren bij zo’n woord van Jezus over de Vader een beweging van genegenheid voor de Vader, een opwelling van liefde voor Hem, dan hebben wij op zo’n moment contact met de heilige Geest, dan worden wij ons bewust hoe we zijn opgenomen in de liefdesstroom tussen de Zoon en de Vader.
Soms denken mensen: God is zo ver weg, zo hoog – hoog in de hemel.
Of Jezus, Die is zo lang geleden, al bijna twee duizend jaar.
Dan mogen we bedenken: de Heilige Geest, dat is Jezus en de Vader levend en vlak bij, de kracht en het licht van God in het eigen hart.
Precies wat er in het evangelie staat: “En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden; ook Ik zal hem beminnen en Ik zal Mij aan hem openbarenJohn.14: 21.
Luisteren naar wat de woorden van Jezus in je doen en laten, dat is “Geestelijk Leven“.
Geestelijk of pneumatisch leven, het leven in de heilige Geest.

Pinksteren: « de Hemel komt vandaag naar de aarde »; Pentecost: «Heaven is coming to earth today»; Πεντηκοστή: «Ουρανός ημίν γέγονε σήμερον η γη»

Onderaan de Pinkster-icoon ziet men een keizerlijk personage, die de tijdelijke wereld voorstelt.
Deze allegorische figuur ziet men op de icoon vanaf de XIVe eeuw.
Zij benadrukt de kosmische dimensie van Pinksteren. Byzantium, het nieuwe Rome, was uitverkoren als hoofdstad door de Romeinse keizer Constantijn, die haar herdoopte met de naam Constantinopel. Constantijn was de eerste keizer die zich bekeerde tot het christendom.
Het Romeinse Rijk dat Christelijk geworden was werd nadien vanwege de uitvoerende macht in tweeën verdeeld.  Constantinopel werd de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk – Rome van het West-Romeinse Rijk.

Deze keizer op de icoon houdt in een gebaar van dankzegging aan God een linnen doek vast met de twaalf schriftrollen van de apostolische verkondiging.
Dit soort linnen doek ziet men ook in de antieke kunst bij de afbeelding van de allegorieën van de seizoenen van de aarde; het doek bevat dan meestal vruchten en verbeeldt de overvloed van de vruchten van de aarde. Men kan dit linnen doek ook zien als een bootje. Het schip is vaak gebruikt om de Kerk voor te stellen.
De H. Clemens [3e eeuw] zegt: “Het lichaam van de Kerk is als een groot schip dat in een grote storm mensen van verschillende herkomst vervoert, die in het Koninkrijk Gods willen wonen. Beschouw God derhalve als de kapitein van dit schip, Christus als de stuurman, de bisschop als de man op de uitkijkpost, de priesters als de bemanningsleden, de gemeenschap van broeders als de passagiers, de wereld als de onpeilbare diepte van de dood...”

De apostelen waren eenvoudige vissers en werden geroepen om in zee te gaan aan boord van het schip dat de Kerk is, om vissers van mensen te worden.
Alle volkeren moeten de Blijde Boodschap horen: dat de gave [de genade] van de Heilige Geest voor iedereen is.

Troparion           tn8
Gij zijt gezegend, o Christus, onze God,
Die met Uw Wijsheid de Vissers hebt vervuld,
door hen te vervullen met Uw Heilige Geest.
Door hen hebt Gij heel de wereld buitgemaakt;
Minnaar der mensen, ere zij U
“.

Kontakion          tn8
Toen de Allerhoogste nederdaalde,
verwarde Hij de talen en scheidde de volkeren.
Toen Hij echter de Vuurtongen uitdeelde
riep Hij allen tot eenheid.
Laat ons daarom eenstemmig de Heilige Geest
verheerlijken
“.

Gij allen die in Christus zijt gedoopt,
gij hebt u bekleed met Christus

hymne tijdens de Goddelijke Liturgie [“in de plaats van Heilige God . . .”]

Psalmen op basis van Waarheid samengesteld – Psalm 6 – de Heer heeft het maar moeilijk met ons mensen.

Laten we verder spreken over Christus, over het hoe, en wat en waartoe, dan
zal het Licht in ons blijven branden . . .
en krijgt de nacht ons niet te pakken . . .
’.
Emmaüsganger

Heer, berisp mij niet in Uw toorn; kastijd mij niet in Uw gramschap.
Ontferm U mijner, Heer, want ik ben zwak;
genees mij, Heer, want mijn gebeente is ontsteld.
Mijn ziel is uiterst beangst: hoe lang nog wacht Gij, o Heer ?
Wend U tot mij, Heer, bevrijd mijn ziel: red mij, omwille van Uw erbarmen.
Want in de dood is er niemand die U gedenkt: wie kan U belijden in de hades ?
Ik ben afgetobd door zuchten, elke nacht schrei ik mijn bed nat:
ik besproei mijn rustplaats met tranen.
Mijn oog is dof van verdriet; ik ben oud geworden onder al mijn vijanden.
Gaat weg van mij, gij allen die boosheid bedrijft, want
de Heer verhoort de stem van mijn droefheid.
De Heer verhoort mijn smeking, de Heer aanvaardt mijn gebed.
Dat al mijn vijanden te schande worden en in verwarring gebracht;
laat hen spoedig terugwijken en beschaamd staan”.
Psalm 6, vert. ROK ’s-Gravenhage.

Augustinus van Hippo: ‘de juiste weg is de weg naar God’

Heer, maak ook mij gezond?“, zegt Augustinus bisschop van Hippo,
ter wille van Uw standvastige Liefde”.
Augustinus weet dat het niet z’n eigen verdiensten zijn, dat hij wordt genezen: voor hem zondigt hij en overschrijdt hij een bepaald bevel, waaraan
gewoon een veroordeling verschuldigd zou zijn.
Genees mij daarom”, zegt hij, “niet om mijnentwil, maar ter wille van Uw niet onder druk van de omstandigheden bezwijkende, niet aflatende Liefde tot de mens”.

Het is voor sommige mensen moeilijk te geloven dat het niet kennen van Christus’ Liefde ernstige gevolgen zou kunnen hebben.
De moderne manier van denken leidt ertoe dat mensen niet geloven dat “iemand werkelijk wordt veroordeeld, dus hoe kan God Zijn schepping dan veroordelen?”.
Velen verwachten dat uiteindelijk ‘niemand’ door God wordt vervloekt en
iedereen een tweede kans krijgt.  Maar dan hebben we toch echt zelf een ‘eigen’ Geloofsbelijdenis gecreëerd.

Paulus, ‘Apostel der heidenen’.

De apostel Paulus zegt hierover het volgende:
      Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige en loutere toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden.
       Want indien de eerste de beste een ‘andere’ Jezus predikt, die wij niet gepredikt hebben, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander Evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel2Cor.11: 3-4; en
    En gij, broeders, wordt niet moede te doen wat goed is.
Als iemand niet luistert naar wat wij door onze brief zeggen, tekent hem en gaat niet met hem om, opdat hij beschaamd zal worden; houdt hem echter niet voor een vijand, maar
wijst hem terecht als een broeder.
En Hij, de Heer van de Vrede, geve u de Vrede, voortdurend, in elk opzicht. De Heer zij met u allen
2Thess.3: 14.
God heeft het goede voor ogen met ons mensen.
Aan de andere kant worden hen die de Heer liefhebben bijzondere dingen beloofd. Maar het is en blijft zoals het geschreven staat:
Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in
geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefheeft
1Cor.2: 9.
De Apostel waarschuwt mensen, die onderdeel uitmaken van de Kerk en
doen àlsòf ze volgelingen van Christus zijn, maar  niet van Hem houden en God niet serieus nemen. Zij zijn al vervloekt en veroordeeld.
Dit moet ons waarschuwen.
Laten we niet doen alsof we zijn gered door alleen naar de kerk te gaan.
Dan zijn we het onkruid tussen het tarwe:
de akker is de wereld; het goede zaad, dat
zijn de kinderen van het Koninkrijk
Matth.13: 38.
Dus laten we er iets aan doen voordat het te laat is.
Het is een hartenkreet van onze Heer en Verlosser.

☦️  Waarom heeft onze Heer en God het zo moeilijk met ons mensen?

Misschien heeft God ons het Mysterie van lijden, sterven en Opstanding wel bekend gemaakt, omdat Hij ons, hoogmoedige en trotse mensen, wil laten beseffen dat we zelf niet veel in te brengen hebben, zodat we onze hulp van de Heer verwachten.
God’s Wil is, dat we Hem leren vertrouwen; Hij heeft ons immers beloofd in voor- én tegenspoed Kracht te geven.

Van het begin van de Schepping is de mens zich bewust geweest dat het beter zou zijn onze Heer en God het niet moeilijk te maken door Hem in Z’n Vertrouwen tot de mensen te schaden.   

Mozes verbrijzelt de tafelen der wet – Rembrandt 1659, Berlijn [Dtslnd].

Toen greep ik [Mozes] de twee tafelen,
wierp ze met beide handen weg en verbrijzelde ze voor uw ogen.
Daarop wierp ik [Mozes] mij voor de Heer neer, zoals de eerste maal, veertig dagen en veertig nachten [brood at ik niet en water dronk ik niet], vanwege heel s’mensen zondig bedrijf: dat gij deedt wat kwaad is in de ogen des Heren en Hem krenkte.
Want ik vreesde de toorn en de grimmigheid, waarmee de Heer tegen ten opzichte van de mens toornig geworden was, zodat Hij u wilde verdelgen.
Maar ook ditmaal hoorde de Heer naar mij.
Ook op Aäron was de Heer zozeer vertoornd, dat Hij hem wilde verdelgen;
daarom bad ik
[Mozes] toen ook voor Aäron. Maar het voorwerp van s’mensen zonde, het kalf dat jullie gemaakt hadden, nam ik, verbrandde het met vuur, vergruizelde het en vermaalde het grondig, totdat het tot stof gestoten was; en het stof wierp ik in de beek, die van de berg afvloeitDeut.9: 17-21.
        Opdat zij God zouden vertrouwen en de werken Gods niet vergeten, maar Zijn geboden zouden onderhouden.
Om niet te worden als hun Vaderen, een boos en weerspannig geslacht.
Een geslacht dat zijn hart niet richtte; welks geest geen Geloof schonk aan God.
De zonen van Efraïm die de bogen bedienen, keerden zich af op de dag van de oorlog.
Zij onderhielden God’s Verbond niet; zij wilden niet wandelen volgens Zijn Wet.
Zij vergaten Zijn weldaden, Zijn wonderdaden die Hij hun had getoond.
De wonderen die Hij gedaan had ten aanschouwe van hun Vaderen, in het land van Egypte, in de vlakte van Tanis.
Hij kliefde de zee en voerde er hen doorheen; Hij deed het water rechtop staan als  een wijnzak.
Hij geleide hen door een wolk overdag, heel de nacht door een lichtend vuur.
Hij spleet de rots in de woestijn, en drenkte hen als aan grote wateren.
Hij deed water stromen uit de rots, als rivieren deed Hij water vloeien.
Maar niettemin bleven zij zondigen tegen Hem; zij verbitterden de Allerhoogste in waterloos land.
Zij stelden God op de proef in hun hart, door spijs te vragen volgens hun lust.
Zij spraken God tegen en zeiden: Kan God soms een tafel aanrichten in de woestijn?”. Psalm 77[78]: 9-22

David beschouwt al het leven in Gods handen [zijn wereldbeeld is Theologisch, niet op de wereld gericht].
Hoe zag David zijn zonde [2Sam. 11] van moord en overspel, lees maar:
  Ontferm U over mij, God, in Uw grote Goedheid; . . . tegen U alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad is in Uw ogen
Psalm 51: 1, 4.
Het zich houden aan de geboden en gedragsregels naar de Wil van God, waar  David over spreekt zijn niet in positieve zin te beschrijven:
      Ik weet, o Heer, dat het niet aan de mens staat z’n eigen weg te kiezen,
noch aan een mens  om te gaan en zijn schreden te richten.
Tuchtig mij, Heer, doch naar recht; niet in uw toorn, opdat Gij mij niet te gering maakt. Stort uw gramschap uit over de volken die U niet kennen, over de geslachten die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jaäcob verslonden,
ja, verslonden 
en verteerd, en zij hebben zijn motiverende Kracht tot een woestenij gemaaktJer.10: 23-25 en
      Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame Vrucht, Die bestaat in Gerechtigheid.
Heft [mens] dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën en maakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid zal geraken, doch veeleer zal genezen.
Jaagt naar Vrede met allen en naar de Heiliging, zonder Welke geen mens de Heer zal zien“. Hebr.12: 11-14
Om in Gerechtigheid te leven en dit uit Genadegaven te ontvangen;
gewend  te geraken aan orde en tucht, goed in staat om zich overeenkomstig de Wil van God te handhaven.
Hier bidt David dat hij niet tot de orde wordt geroepen in de woede van de Heer, dat hij geen straf zal ervaren die geen Vrucht draagt.
Het is moeilijk om getroffen te worden door iemand die boos is en alleen op
een straffende manier geslagen te worden zonder constructief resultaat
” aldus de Augustijner middeleeuwse monnik Maarten Luther.

Wat gebeurt er met degenen die discipline negeren?

Schepping, by Chagall

Zodat jullie in het laatst zouden kermen, wanneer jullie vlees en jullie lijf en leden [in het graf] verteerd zijn, En jullie zouden zeggen: ‘Hoe heb ik de tucht kunnen haten en heeft mijn hart de vermaning kunnen versmaden; waarom heb ik niet geluisterd naar de stem van mijn leermeesters, heb ik mijn oor niet geneigd naar hen die mij onderrichtten! Bijna was ik in alle kwaad geraakt; te midden van de gemeenschap en de vergadering der mensen’Spr.5: 11-14.

Wat leren we over iemand van z’n reactie op een herkansing?
      Wie een spotter terechtwijst, haalt schande over zich, wie een goddeloze tuchtigt, zijn eigen 
schandvlek.
Bestraf de spotter niet, opdat hij u niet zal haten, bestraf de wijze, dan zal hij u liefhebben.
Geef aan de wijze en hij zal nog wijzer worden; onderwijs de rechtvaardige en hij zal aan inzicht winnen.
De vreze des Heren is het begin van de wijsheid en het kennen van de Hoog-Heilige is verstand.
      Want door Mij worden uw dagen vermeerderd, worden jaren van leven u toegevoegd.
      Indien jullie wijs zijn, zijn jullie wijs tot jullie eigen welzijn, als jullie spotten, zullen jullie dat alleen dragenSpr.9: 7-12.

vers 3. Is jouw ziel is ook erg in de problemen?
Wat deed onze Heer toen zijn ziel in moeilijkheden verkeerde?
Hij zei: “     Nu is Mijn Ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure [deze moeilijke periode] !
Maar hiertoe ben Ik [in juist deze ure, periode] gekomen.
en onze Heer vervolgt:
Vader, verheerlijk Uw Naam! Toen kwam een stem uit de hemel:
‘Ik heb Hem [en de mensen met Hem] verheerlijkt, en
Ik zal Hem [en de mensen met Hem] nogmaals verheerlijken!John.12: 27.

En hoe dienen wij mensen te reageren op ons eigen lijden?
      Want dit is Genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt, leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt.
Want mag dat roem heten, als gij slagen moet verduren, omdat gij kwaad doet Maar als gij goed doet en dan lijden moet verduren, dat is Genade bij God.
Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u [mensen] een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in Zijn voetstappen zoudt treden; Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog is gevonden; Die, als Hij gescholden werd, niet terug heeft gescholden en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt; Die Zelf onze zonden in Zijn Lichaam op het Hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de Gerechtigheid zouden Leven; en door Zijn striemen zijt gij genezen.
Want gij waart dwalende als schapen, maar thans hebt gij u bekeerd tot de herder en hoeder van uw zielen1Petr.2: 21-25.

Hoe kan het dan van nut zijn als God niet onmiddellijk ingrijpt en ons lijden niet onmiddellijk verwijdert?
      Want indien ik [Paulus] wil roemen, zal ik niet onverstandig zijn, want ik zal de Waarheid zeggen; maar ik onthoud mij ervan, opdat men mij niet meer zal toekennen dan wat men van mij ziet en hoort en ook om het buitengewone van de openbaringen.
Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen.
Driemaal heb ik de Heer hierover gebeden, dat Hij van mij zou aflaten.
En Hij heeft tot mij gezegd: ‘Mijn Genade is u genoeg, want de Kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de Kracht van Christus over mij zal komen2Cor. 12: 6-9.

Abraham ontvangt bezoek, by Chagall

vers 5. Eenmaal dood zal er geen mens meer aan ons denken, wie zal ons dan gedenken in de hades?
Gedenken is volgens de Blijde Boodschap veel méér dan een puur mentale activiteit.
      Toen gedacht God Noach en al het wild gedierte en al het vee, dat met hem in de ark was, en God deed een wind over de aarde strijken, zodat de 
wateren daalden. De kolken der waterdiepte en de sluizen van de hemelen werden toegesloten en de regen uit de hemelen hield op en de wateren vloeiden gestadig van de aarde wegGen.8: 1-3.
      En God hoorde de klacht van het Volk en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, Isaäk en Jaäcob. Zo zag God de Israelieten [de Kerk] aan en God had bemoeienis met hen.
       Mozes nu was gewoon de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan, te hoeden. Eens, toen hij de kudde naar de overkant van de woestijn geleid had, kwam hij bij de berg Gods, Horeb.
Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een braamstruik. Hij keek toe, en zie, de braamstruik stond in brand, maar werd niet verteerd.

Mozes & de braamstruik, Marc Chagall

       Mozes nu dacht: Laat ik toch dat wondere verschijnsel gaan bezien, waarom de braamstruik niet verbrandt.
Toen de Heer zag, dat hij het ging bezien, riep God hem uit de braamstruik toe: ‘Mozes, Mozes!’
En hij antwoordde: ‘Hier ben ik’.
Daarop zei Hij: ‘Kom niet dichterbij: doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is heilige grond’.
Voorts zei Hij: ‘Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaäc en de God 
van Jaäcob. Toen verborg Mozes zijn gelaat, want hij vreesde God te aanschouwen.
En de Heer zei: ‘Ik heb terdege gezien de ellende van Mijn Volk, dat in Egypte is, en hun gejammer over hun drijvers gehoord, ja, Ik ken hun smarten. Daarom ben Ik neergedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te redden en uit dit land te voeren naar een goed en wijd land, een land vloeiende van melk en honig, naar de woonplaats van de Kanaänieten, Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten.
En nu, zie, het gejammer der Israëlieten is tot Mij doorgedrongen; ook heb Ik gezien, hoezeer de Egyptenaren hen verdrukken. Nu dan, ga, Ik zend u tot Farao, om Mijn Volk, de Israëlieten, uit Egypte te leiden’Ex.2: 24-3: 10.

    Zij worden gebracht met Vreugde en gejubel, zij worden geleid in de Tempel [van het hart] van de KoningPsalm 44[45]: 17.
Gedenken en eeuwige gedachtenis is
eveneens verbonden met
het handelend optreden tijdens het Laatste Avondmaal in de bovenzaal en datgene wat wij iedere Goddelijke Liturgie, Eucharistie verkondigen:
      Hetgeen de Heer Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd heeft voorgedaan, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zei: ‘Dit is Mijn Lichaam voor u, doet dit tot Mijn Gedachtenis’. Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zei: ‘Deze beker is het Nieuwe Verbond in Mijn Bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot Mijn Gedachtenis1Cor. 11: 24-25.
Welke handelingen verrichten wij in de Heer?
      Want zo dikwijls wij dit Brood eten en de Beker drinken, verkondigen wij de dood des Heren, totdat Hij [weer terug] komt1Cor.11: 26
En wat zal er vervolgens volgens onze Heer plaatsvinden?

God’s Uitverkorene, by Marc Chagall

      Want dit is het Bloed van mijn Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze Vrucht van de Wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn VaderMatth.26: 28,29.
Dit is een opmerkelijk vers, dat de heiligen meer de Godslastering van God vrezen dan de hel … David bidt om een eeuwig niet om een gedenken te vermijden, omdat daar een hel op volgt, het ontbreekt de mens dan aan lof van de Heer.
Het ontbreken van God is het ontbreken van Zijn Liefde, hetgeen zo koud is dat het ervaren wordt als vuur:
      En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel van het vuurOpenb.20: 15, het verschrikkelijkste aspect van de hel is dat het verstoken is van de lof van de Heer.

vers 6-7 afgetobd door zuchten, ouderdom? het ingrijpen van God is vereist
Deze verzen geven aan dat de Psalmist om zichzelf te helpen -zijn de capaciteit mist, zijn krachten  te boven gaat.
Welke hoop blijft er voor ons over als wij onszelf niet langer kunnen helpen?
Ik heb mijn ogen geheven naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp komt van de Heer, de Schepper van Hemel en aardePsalm120[121] :1,2.
        God echter, die Rijk is aan Erbarmen, heeft, om Zijn grote Liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door Genade zijt gij behouden – en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de Hemelse Gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende Rijkdom van Zijn Genade te tonen naar [Zij) Goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Want door Genade zijt gij behouden, door het Geloof en dat niet uit uzelf: het is een Gave van God;  niet uit werken, opdat niemand zal roemenEph.2: 4-9.

Dit verzochten eveneens de Emmaüsgangers, Die met Hem opliepen en Christus herkenden aan het breken van het Brood.
      En zij drongen sterk bij Hem aan en zeiden:
‘Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is reeds gedaald’. En Hij ging binnen om bij hen te blijven en het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte
Luc.24: 29,30.
Wanneer andere hulpverleners falen en het het gemak van een gerieflijk leventje verdwijnt, komt de Goddelijke hulp voor de hulpelozen en blijf Christus, de Zoon van God bij ons.

Hoe karakteriseert deze tekst, die tot Christelijke Hymne is omgezet dit leven?
  Hoe werkt dat in de Blijde Boodschap,
hoe stellen wij de nacht van het leven voor?
      En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: Meester, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat de mens blind geboren is?
       Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in de mens openbaar worden.
       Wij [mensen] dienen de werken te doen van Degene, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan. Zolang Ik, de Heer in de wereld ben, ben Ik het Licht van de wereldJohn.9: 2-5.
  En wat zegt de Blijde Boodschap over de duisternis?
      Laat niemand u misleiden met drogredenen, want door zulke dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid, doet dan niet met hen mee !
Want jullie waren vroeger duisternis, maar thans zijn jullie licht in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht, – want de Vrucht van het Licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid en toetst wat de Heer wel-behaaglijk isEph.6: 6-10.
  En wat wordt er gezegd over de nacht van het leven en de duisternis?
      Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou: want gij zijt allen kinderen van het Licht en kinderen van de dag.
Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, 
doch wakker en nuchter zijn.
       Want die slapen, slapen des nachts en die zich bedrinken, zijn ’s-nachts dronken, maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van Geloof en Liefde en met de helm van de Hoop op de Zaligheid; want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van Zaligheid door onze Heer, Jezus Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven1Thess.5: 4-10.

vers 7.mijn oog is dof van verdriet
Een helder oog is een indicatie van Sterkte en Goede Gezondheid;
Een helder [in-] zicht bewaren tot in lengte van jaren
      Mozes was honderd twintig jaar oud, toen hij stierf; zijn oog was niet verduisterd en zijn Kracht was niet geweken“ Deut.34: 7.

vers 8-10. Vrede behouden temidden van beroering van de wereld
In deze laatste verzen vindt een verschuiving plaats.
Hoewel zijn externe omstandigheden niet zijn veranderd, beschouwt David zijn gebed als  
goed, als beantwoord.
Ditzelfde vindt plaats in Psalm 21[22]: 21, waar de klaagzang overgaat in lof.
En zie de Profetie over Christus:
      Zie, Mijn Knecht zal voorspoedig zijn, Hij zal verhoogd, ja, ten hoogste verheven zijn.
Zoals velen zich over U ontzet hebben [zozeer misvormd, niet meer menselijk was Zijn Verschijning en niet meer als die van de mensenkinderen Zijn Gestalte]
Zo zal Hij vele volkeren doen opspringen, om Hem zullen koningen verstommen, want wat hun niet verteld was, zien zij, en wat zij niet gehoord hadden, vernemen zij.

De Gekruisigde,  by Chagall – omgeven door een aureool dat eindeloze cirkels trekt om hem heen, brengt meer dan zijn hoofd, een nieuwe orde: een groene zon en een blauwe maan – een uitdrukking van het hoogst Goddelijke bewustzijn [zon] heeft genomen over de kleur van de aarde en de hele schepping, en de primitieve scheppende kracht die zich een weg baant door de boom des levens naar de hoogten van de hemel [maan].

       Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?
Want als een loot schoot Hij op voor Zijn aangezicht en als een wortel uit dorre aarde; Hij had gestalte noch luister, dat wij Hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij Hem zouden hebben begeerd. Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als Iemand, voor Wie men het gelaat verbergt; Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.
           Nochtans, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden Hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.
       Maar om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de Vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de Heer heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen neerkomenIsaiah. 52: 13-53: 6.
ondanks het feit dat het nog niet zal plaatsvinden beschrijft deze Profeet de kruisiging, die meer dan 700 jaar later vanaf die tijd.

  Er is een constante spanning tussen het “hier en nu” en het “nog niet” in het Christelijke leven. Hoewel we dat al [hier en nu] zijn geweest – gedoopt in Christus’ overwinning op de dood en het eeuwige leven
      Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de Majesteit van de Vader,
zo ook wij in nieuwheid van het Leven zouden wandelen.
Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan Zijn dood, zullen wij het ook zijn [met hetgeen gelijk is] aan Zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens mee-gekruisigd 
is, opdat aan het lichaam van de zonde z’n kracht ontnomen zou worden en wij niet langer slaven  van de zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zondeRom.6: 3-7.
  Derhalve zijn wij als Christenen deelgenoot geworden aan een Leven dat al is begonnen en nooit zal eindigen:
      Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen.
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, Die ons heeft liefgehad. Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de Liefde van God, Welke is in Christus Jezus, onze HeerRom.8: 36-39.
  we wachten desondanks op het finale besef van de overwinning van Christus in de Opstanding: 
      En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het Woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: ‘ De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw 
prikkel?’. De prikkel van de dood is de zonde en de kracht van de zonde is de Wet.
Maar aan God zij de dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heer Jezus Christus“  1Cor.15: 54-57.

vers 7-8, 10.Hoe kunnen de goddelozen toch bijdragen aan
het volbrengen van God’s doeleinden?“.
        Te dien dage zal de Heer met een scheermes, aan de overzijde van de Rivier gehuurd, met de koning van Assur, het hoofdhaar en het haar der benen afscheren, ja, ook de baard zal Hij wegnemenIsaiah 7: 20;
        Want zo zegt de Heer: Zie, Ik maak u tot een schrik voor uzelf en voor al uw vrienden; zij zullen door het zwaard van hun vijanden vallen, dat uw ogen het zien, en geheel Juda zal Ik overgeven in de macht van de koning van Babel; hij zal hen wegvoeren naar Babel, hen slaan met het zwaard; heel het bezit van deze stad, al haar have en al haar waardevol bezit, met al de schatten der koningen van Juda, zal Ik geven in de macht van hun vijanden, die ze zullen buitmaken en meenemen en brengen naar BabelJeremia 20: 4,5.

vers 8.Gij allen die boosheid bedrijft
Hoe kijken de “werkers van het kwaad” tegen zichzelf aan?
En op welke manier slaat onze Heer acht op hen?
      Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heer der Heerscharen, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam boze geesten uitgedreven en in Uw Naam vele Krachten gedaan?
       En dan zal Ik hun openlijk zeggen: ‘Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers van de wetteloosheidMatth.7: 22-23.

vers 9.De Heer verhoort mijn smeking, de Heer aanvaardt mijn gebed
Wanneer heeft God nog meer het gejammer gehoord heeft van Zijn kind, die in ellende verkeerde en heeft Hij daarop gehandeld om hen bij te staan, hen te hulp te komen?
      Toen kwam de dochter van Farao om in de Nijl te baden, en intussen wandelden haar dienaressen langs de Nijl; zij zag het kistje in het riet en zond haar slavin om het te halen.
       Toen zij het open deed, zag zij het kind, en zie, het jongetje [Mozes] schreide, zodat zij medelijden met hem kreeg en zei: ‘Dit is een Hebreeuws kind’.
       Toen zei zijn zuster tot de dochter van Farao: ‘Zal ik voor u uit de Hebreeuwse vrouwen een voedster gaan roepen, om het kind voor u te zogen?’.
       En de dochter van Farao zeide tot haar: ‘Ja’.
Toen ging het meisje de moeder van het kind roepen. En de dochter van Farao zei tot deze: ‘Neem dit kind mee en zoog het voor mij, dan zal ik u het u toekomende loon geven’.  Daarop nam de vrouw het kind mee en zoogde het
Ex.2: 5-9.

vers 10.Dat al mijn vijanden te schande worden en in verwarring worden gebracht“.
Bovenstaand [in vers 3]  waren we al tegengekomen dat de ziel van David door zijn ongerechtigheden “uiterst beangst”  is geworden en in verwarring gebracht als gevolg van zijn vijanden – z’n eigen zonde.
Laten mijn vijanden, mijn zonden spoedig terugwijken en laat de duivel, die mij ertoe aanzet beschaamd staan; met ander woorden een totale ommekeer:
        En Maria zei:
Mijn ziel maakt groot de Heer en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn 
Heiland, omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat van Zijn dienstmaagd.
Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten, omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige. En heilig is Zijn Naam en Zijn Barmhartigheid van geslacht tot geslacht voor  degenen die Hem vrezen.
• Hij heeft een Krachtig werk gedaan door Zijn arm en
• Hij heeft hoogmoedigen in de overlegging van hun harten verstrooid;
• Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudigen verhoogd,
• Hij heeft hongerigen met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden.
• Hij heeft Zich Israël, Zijn knecht [Zijn Volk, de Kerk] aangetrokken, om te gedenken aan Barmhartigheid,
gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen
voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheidLuc.1: 46-55.

Orthodoxie & als schapen onder de wolven

Sodom & Gomorra, by Pieter Schoubroeck

      Voorwaar, Ik zeg u, het zal voor het land van Sodom en Gomorra draaglijker zijn in de dag van het oordeel dan voor die stad.
Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duiven.
Maar wacht u voor de mensen; want zij zullen u overleveren aan de gerechtshoven en zij zullen u geselen in hun synagogen; gij zult ook geleid worden voor stadhouders en koningen om Mijnentwil, tot een getuigenis voor hen en voor de volkeren.
        Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in die ure gegeven worden wat gij spreken moet; want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest van uw Vader, Die in u spreektMatth.10:15-20.

      Mocht ik nog wegblijven, dan weet je, hoe men zich behoort te gedragen in het huis van God, dat is de Gemeenschap van de levende God, een pijler en fundament van de Waarheid. En buiten elke twijfel, Groot is het Mysterie van de godsvrucht: Die Zich geopenbaard heeft in het vlees, is gerechtvaardigd door de Geest, is verschenen aan de Engelen, is verkondigd onder de heidenen, geloofd in de wereld, opgenomen in Heerlijkheid1Tim.3: 15,16.

Saint Ignatios Antiochan – Osios Loukas monastery chapel [Gr.]

Verdubbel daarom uw inspanningen om het Rijk de Hemelen te bereiken; Kijk goed naar de tijd waarin je leeft. Verwacht slechts onze Heer en Verlosser Jezus Christus die boven alle tijden leeft,  eeuwig en onzichtbaar, maar Die Zich aan ons heeft geopenbaard.
Hij, Die onaantastbaar is en Die niet kan accepteren dat ook maar iemand verloren raakt;  Hij heeft de hartstochtelijke Liefde tot de mens ervaren en heeft ingestemd met alle lijden.
Ik wijs jullie op de Genadegaven waarmee jullie zelf bekleed zijn, verdubbel je ijver en moedig alle medebroeders en zusters aan om gered te worden.
        Toon je daarmee rechtvaardig als gevolg van jullie waardigheid en wees altijd zowel in het vlees en de geest waakzaam; blijf streven naar éénheid, omdat in Christus iets anders er niet meer toe doet.
        Heb geduld met al jouw broeders en zusters, aanvaard ze zoals zij zijn, zoals onze Heer een Verlosser ook met u geduld heeft. Verdraag het, zoals je al doet, met liefde, in Christus” conf. Heilige Ignatios van Antiochië.

recht door zee = ‘natuurgetrouw’; straight through the sea = ‘true to nature’.

Waardig Recht door zee zijn, op je woord te vertrouwen:
De term “φρονίμοϊ” [Gr. phronimoi = wijs], het woord dat onze Heer ten opzichte van de slang gebruikte, is
Wijs; doordrongen van de Heilige Geest, God-gegeven inzicht.
Het betekent in positieve betekenis: inzichtelijk, verstandig, praktisch slim in de regulatie van ons menselijk leven
      Een ieder nu, die deze Mijn Woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig mens, die zijn/haar huis bouwde op de rotsMatth.7: 24;
      Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duivenMatth.10: 16;
      Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf [δούλος, doulos, soms vertaald met knecht] , die de heer over zijn dienstvolk gesteld heeft om hun op tijd hun voedsel te geven?Matth.24: 45;
      En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs,  doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen –  en de dwaze zeiden tot de wijze: ‘Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit’“ Matth.25: 2,4 + 8f;
      En de Heer zei: ‘Wie is dan de trouwe, de verstandige rentmeester, die de Heer over Zijn bedienden zal stellen om hun op tijd hun deel te geven?“ Luc.12: 42;
      En de Heer prees de onrechtvaardige rentmeester, dat hij met overleg gehandeld had, want de kinderen van deze wereld gaan ten aanzien van hun geslacht met veel meer overleg te werk dan de kinderen van het Licht“ Luc.16: 8;
      Ik spreek immers tot verstandige mensen; beoordeelt dan zelf, wat ik zeg“ 1Cor.10: 15.

Iemand wantrouwen; twijfel oproepend; gewetensbezwaar veroorzakend.
In ieder geval is er het woord “δόλος” [Gr. dolos = bedrog, fraude, sluwheid, leugenachtigheid, boosaardigheid] zoals in;
• “      zij beraamden een plan om Jezus door list in handen te krijgen en te dodenMatth 26: 4;
• “      diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstandMarc.7: 22 en
• “      Nu was het na twee dagen Pascha en het feest van de ongezuurde broden. En de overpriesters en de schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem door list in handen zouden krijgen en dodenMarc.14: 1;
• “      En Nathanaël zei tot hem: ‘Kan uit Nazareth iets goeds komen?’. Filippus zei tot hem: ‘Kom en zie’John.1: 47;
• “      Zoon van de duivel, vol van allerlei list en streken, vijand van alle gerechtigheid, zult gij niet ophouden de rechte wegen des Heren te verdraaien?Hand.13: 10;
• “      vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheidRom.1: 29;
• “      Het zij zo; tot overlast ben ik u niet geweest, ik ben nu eenmaal sluw, met list heb ik u gevangen2Cor.12: 16;
• “      Want ons vermanen komt niet voort uit dwaling, noch uit onzuivere bedoeling het gaat ook niet met list gepaard1Thess.2: 3;
• “       Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de vreemdelingen, die in de verstrooiing zijn in 
Pontus, Galatie, Kappadocie, Asia en Bitynie, die door Hem gelooft in God, die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof tevens hoop is op God1Petr.2:1,22; alsmede
• “      Want: wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, zijn tong van het kwade te weerhouden en zijn lippen van bedrog te spreken1Petr.3: 10.

Op eigen wijze ‘wijs’ zijn
Maar in negatieve zin betekent wanneer er gesproken wordt van “φρονίμοϊ” [Gr. phronimoi = wijs] echter anders: het alleen verstandig wijs, intelligent, slim, maar ‘niet’ waarachtig, ‘niet’ echt:
– “      Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over Israël [de Kerk] gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat en aldus zal geheel Israël [de Kerk] behouden wordenRom.11: 25;
– “      Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige. Weest niet eigenwijsRom.12: 16;
– “      Gij hebt immers gaarne geduld met onverstandigen, omdat gij zo verstandig zijt2Cor 11: 19.

NB. De uitspraak van Paulus, “      Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere1Cor.4: 10
behoort waarschijnlijk tot deze groep, hoewel een beslissing in die richting niet buiten gevaar kan worden gemaakt.

Lijden om Christus wil [dwaas om Christus]
‘Lijden’ is een heel groot woord.
De uitdrukking ‘lijden’ wil echter bij christenen iets zeggen over het feit dat je van alles over je heen krijgt, omdat je Christus wilt volgen. Het is namelijk helemaal niet zo gemakkelijk in navolging van Christus te leven. Je wordt uitgelachen, bespot en in uiterste gevallen vervolgd en gedood.
Nu zal het lichamelijk doden in een omgeving van vrijheid van Godsdienst niet zo gauw voorkomen, maar iemand geestelijk niet serieus nemen, respect onthouden – in een zwaar belaade hoek zetten – komt maar al te vaak voor – zelfs zo sterk dat je het discriminatie kunt noemen.

Treed je dus in de voetsporen van Christus dan zul je ongenuanceerde opmerkingen tegenkomen; of irritatie, welke een vroom gesprek bij anderen kan oproepen. In hun ogen heb je dat over jezelf afgeroepen en hebben zij het grootste gelijk van de wereld.
Maar het kàn zijn dat jij vanwege het feit dat je in God gelooft tot andere keuzes komt dan jouw omgeving; ja zelfs in de hoogste regionen van de Kerk komt dit voor en dat weerstand tegen bepaalde beslissingen niet geaccepteerd worden.
In plaats dat je met respect behandeld wordt – wordt je door de gemeenschap niet langer geaccepteerd, zwaar bekritiseerd – je kunt zelfs het gevoel krijgen er niet meer bij te horen. Zodra je ‘anders’ bent, je kritisch bent, je onafhankelijk van de massa opstelt, dien jij je te verantwoorden, want jij verstoort het zogenoemde groepsgevoel.
Jij wordt in jou overtuigde ‘navolging van Christus’ op de proef gesteld.
De vraag is dan: blijf je trouw aan je eigen mening of laat je jezelf leiden
door het schaapachtig angstig groepsgevoel.

In een brief aan Diognetus schreef Mathetus in de 2e eeuw na Christus:
Christenen vallen niet op door hun nationaliteit, taal of gewoontes. Ze wonen niet in afgescheiden steden, spreken geen dialect en volgen geen grillige groteske gewoontes. Ze volgen gewoon de gewoontes van de steden en de streek waar ze toevallig wonen.
En toch is er iets buitengewoons aan hun leven. Ze wonen in hun land alsof ze er tijdelijk zijn, als vreemdelingen. Zij vervullen hun rol als burgers, maar ze hebben als vanzelfsprekend dezelfde beperkingen als vreemdelingen.
Ieder land kan hun vaderland zijn, maar waar ze ook zijn: het is vreemd land voor hen.
Net als anderen trouwen ze en krijgen ze kinderen, maar ze leggen ze niet te vondeling – ze delen hun maaltijden, maar niet hun vrouwen. Ze laten zich niet door het lichamelijke beheersen; ze leven hun leven op aarde als burgers in de Hemel.
Ze gehoorzamen de wetten, maar op een niveau dat ieder wet overstijgt. Ze leven in armoede, maar verrijken velen. Ze zegenen wanneer ze uitgescholden worden en reageren hoffelijk op beledigingen. Als ze gestraft worden, verheugen ze zich, alsof ze nieuw leven ontvangen”.

Indien je dus waarachtig, met volle overtuiging “Christus” wilt navolgen, dan kan het best nog wel eens heel moeilijk worden – en zo niet, dan dien je toch eens af te gaan vragen of je wel vól-wáárdig aan dàt Christelijk leven deel neemt.
Lach je mee, als er iemand wordt uitgelachen?
Ben je nieuwsgierig als er geroddeld wordt?
Of durf je er iets van te zeggen omdat je weet dat het niet klopt?
Je loopt het risico voor -‘heilig boontje’- te worden versleten,
niet serieus te worden genomen, ontwijkend te worden benaderd,
te worden uitgelachen.

Dat doet pijn – schelden doet geen pijn?
Zeker wel, het kan zelfs zó èrg worden dat je eronder gaat lijden – er kotsmisselijk en ziek van wordt.
Genegeerd worden, niet serieus, respectloos behandeld te worden is dodelijk en
dat komt in de beste gemeenschappen voor – het wordt alleen doodgezwegen.
Dat is wat de Blijde Boodschap bij zoiets noemt als “lijden om de Gerechtigheid”, – ‘lijden omdat je Christen bent’. In dat ‘anders’-zijn kun je een getuige zijn, ook in de manier waarop je omgaat met reacties die in het geheel niet Christelijk genoemd kunnen worden.
Dit alles zal je misschien heel ongeloofwaardig overkomen toch gaat het bij God om bemoediging. Ondanks alle ellende, die je op je weg mee zult maken, mag je  weten dat God jou steunt -al valt de gehele wereld voor je in duigen- Hij heeft namelijk de touwtjes in handen, ook al lijkt het niet altijd zo te zijn.
      Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal 
u in die ure gegeven worden wat gij spreken moet; want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest van uw Vader, Die in u spreekt.
Een broeder zal zijn broeder overleveren ten dode en een vader zijn kind, en kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood brengen.
En gij zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam; maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.
Wanneer men u vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere; want voorwaar, Ik zeg u, gij zult niet alle steden van Israël [de Kerk] zijn rondgekomen, voordat de Zoon des mensen komt. Een discipel staat niet boven Zijn MeesterMatth.10: 19-23.

Het is goed om de hartstochtelijke liefde tot God en de mensen te ervaren; het beste voor ons is de liefde te kennen van het Beste wat er bestaat, dus van God.

Maar indien we die liefde primair kenden alsof wij minnaars waren en God de beminde, alsof wij zochten en Hij gevonden werd, alsof Zijn Eigenschappen eerder het antwoord waren op onze behoeften in plaats van andersom, dan zouden we de liefde kennen in een vorm die de ware werkelijkheid ‘geen recht’ doet.

Want wij mensen zijn ‘niet meer dan’ schepselen, onze rol blijft –ten alle aardse tijden– die van lijdend voorwerp tegenover onderwerp, van mannelijk tegenover vrouwelijk, van spiegel tegenover het Licht, echo tegenover het Woord.
Onze hoogste activiteit is het antwoord geven, niet het initiatief nemen.
Indien we Gods Liefde werkelijk ervaren en niet in een vorm van een illusie, ervaren we die als overgave aan Zijn eis, onderwerping aan Zijn Wil. Het op tegengestelde manier ervaren is als het ware een overtreding van de spelregels van het Leven.

        Ik wil natuurlijk niet ontkennen dat we in zekere zin mogen spreken van het zoeken van de mens naar God, en over God, Die de Liefde van de mens ontvangt;
maar uiteindelijk kan het zoeken van de mens naar God alleen maar een ‘verschijningsvorm’ zijn van Gods zoeken naar de mens.
Want alles komt van God, alleen al onze capaciteit om lief te hebben is Zijn Genadegave aan ons en onze vrijheid is slechts de vrijheid om beter of slechter te reageren op Gods Liefde.
Daarom is niets zo duidelijk als dat heidens godsgeloof iets heel anders is dan Christendom, als de gedachte dat God, Zelf niet bewegend, het heelal beweegt zoals de Beminde haar Minnaar.

Volgens het Christelijk Geloof geldt juist:

Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden1John.4: 10

Op het verzoendeksel van de verbondsark [het altaar] in het Heilige der heiligen waren twee beelden van cherubijnen, die met hun vleugels het verzoendeksel overschaduwden;
ze waren één geheel met het verzoendeksel, alles uit één klomp goud vervaardigd.
Hun aangezichten waren tegenover elkaar en zagen naar het verzoendeksel [het antimention]. 

    De cherubs zullen twee vleugels uitgespreid houden naar boven, met hun vleugels het verzoendeksel bedekkende en hun aangezicht naar elkander gericht; naar het verzoendeksel zullen de aangezichten van de cherubs gericht zijn. Gij zult het verzoendeksel bovenop de ark leggen en in de ark zult gij de getuigenis leggen, die Ik u geven zal.

En Ik zal daar met u samenkomen en van het verzoendeksel af, tussen de beide cherubs op de ark van de getuigenis, over alles met u spreken wat Ik u voor de Israëlieten [het KerkVolk] gebieden zalEx.25: 20-22.

De cherubijnen op het verzoendeksel zijn ‘de Cherubijnen van de Heerlijkheid’; tussen de cherubijnen op de ‘troon der Genade‘ [het verzoendeksel, [het antimention]] woont God; daarom staat aan weerszijden op een Orthodox altaar nog steeds twee Tiara met afbeeldingen van de cherubijnen, naast het Groot en Heilig Kruis.

Profeet Ezechiël

In de visioenen van Ezechiël komen Cherubijnen voor in verband met de wielen van Gods troonwagen. Ze vertegenwoordigen de Heerlijkheid en de gang van Gods Rechtvaardige Regeringswegen met Israël [de Kerk].
Ze worden “levende wezens” temidden van vuur, genoemd, met de gezichten van een mensengedaante [rede], van een leeuw [sterkte], van een os [volharding] en van een adelaar [vlugheid]: “      En ik zag en zie, een stormwind kwam uit het noorden, een zware wolk met flikkerend vuur en omgeven door een glans; daarbinnen, midden in het vuur, was wat er uitzag als blinkend metaal. En in het midden daarvan was wat geleek op vier wezens; en dit was hun voorkomen: zij hadden de gedaante van een mens, Ieder had vier aangezichten en ieder van hen vier vleugelsEzechiël 1: 4-6. De verdere beschrijving van de Cherubijnen en de vurige kolen worden door deze profeet in zijn hoofdstuk 10 genoemd.
Maar het verhaal van onze Orthodoxe eredienst gaat verder:
      Toen hief de Geest mij op en bracht mij naar de Oostpoort van het huis des Heren, die op het oosten uitziet. En zie, bij de ingang van de poort waren vijfentwintig mannen; onder hen zag ik 
Jaazanja [‘de Heer hoort’], de zoon van Azzur [‘Hij, Die te hulp komt’], en Pelatja [‘de Heer bevrijdt’], de zoon van Benaja [‘de Heer heeft gebouwd òf heeft herbouwd’], de vorsten van het Volk. Hij zei tot mij: ‘Mensenkind, dit zijn de mannen die ongerechtigheid uitdenken en slechte raad geven in deze stad; ie zeggen: het komt nooit aan de orde huizen te herbouwen, dit is de pot en wij zijn het vlees. Daarom, profeteer tegen hen, profeteer, mensenkind!’. Toen viel de Geest des Heren op mij [de Profeet Ezechiël, ‘God maakt sterk’] en Hij zei tot mij: ‘Spreek: zo zegt de Heer: aldus hebt gij gesproken, huis van Israël [de Kerk] en wat in uw geest opkomt, is Mij bekend’Ezechiël 11: 1-5.
En wanneer we verder lezen wordt bekend:

Profetie Ezechiël, mozaïek in Osios David – Thessaloniki, 5e eeuw

      Daarom spreek: zo zegt de Heer der Heerscharen: ‘Hoewel Ik hen weggedreven heb onder de volkeren en in de landen heb verstrooid, zodat Ik hun slechts weinig ten heiligdom geweest ben in de landen waar zij gekomen zijn,
       Daarom spreek: zo zegt Heer der Heerscharen: Ik zal u vergaderen uit de volkeren en u bijeenbrengen uit de landen waarin gij verstrooid zijt, en Ik zal u het land Israël [de Kerk] geven; zij zullen daar komen en daaruit verwijderen al zijn afschuwelijkheden en al zijn gruwelen;
Ik zal hun een hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste en Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven, opdat zij naar Mijn inzettingen zullen wandelen en naarstig Mijn verordeningen onderhouden; zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn.
Maar de wandel van hen die hun hart verpand hebben aan hun afschuwelijkheden en gruwelen, zal Ik op hun hoofd doen neerkomen, luidt het woord van Heer der HeerscharenEzechiël 11: 16-21.
Wie van ons durft nu nog te verkondigen dat “Hierin de liefde Gods is, dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden”.
Ik ben toch goed zoals ik ben? Mankeert er soms iets aan mij?”.
Wij kunnen op onze klompen aanvoelen dat de werkelijkheid genuanceerder is

Illuminated Letter E, Ezekiel’s First Vision

dan de wereld ons doet voorkomen. We hebben gehoord hoe Ezechiël in Naam van God het gesprek aangaat met de Volksgenoten van zijn tijd.
Zij zaten in ballingschap ver van hun geboortegrond [hun oorsprong], weg van huis [kerkgemeenschap] en haard [warmte], van tempel [kerkgebouw] en eredienst voelt de mensheid zich ontheemd en van God verlaten.
Ze stellen zich de herkenbare en menselijke vraag: “Waarom? Waarom wij?
Hoe kan het dat wij in deze ellende terecht zijn gekomen?”

Op zo’n moment wordt al gauw gezegd: “Het ligt niet aan ons, maar aan onze ouders, die deden de dingen verkeerd, die leefden niet volgens de regels van de Eeuwige, zíj hebben niet geluisterd naar de profeten en hun leven veranderd.
Zij aten onrijpe druiven…en nu zitten wij hier en dragen de gevolgen van hun wangedrag”.

Het is ook wel makkelijk jezelf te verschuilen achter je ouders, òf achter onze opvoeding, òf onze omgeving. Zo doende behoeven we zelf geen verantwoordelijkheid meer te dragen voor ons gedrag, ècht stil te staan bij ons èigen handelen.
Dan ligt ‘hèt’ aan de ander, aan die en die omstandigheden, die slechte jeugd, die verkeerde vrienden, dat hij of zij zo geworden is, dat wij zo geworden zijn.
Tegen deze houding van het afschuiven van verantwoordelijkheden, van het verschuilen achter allerlei vaak oneigenlijke argumenten, daar gaat een profeet, ook in onze tijd, tegenaan, rebelleert hij.
In Naam van God benadrukt een profeet, ook in onze tijd, dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen handelen.

Wij mensen zijn de klei in God’s handen; We humans are the clay in God’s hands.

Hij zegt: ‘mensheid, jullie zijn weliswaar in deze situatie terechtgekomen, maar ga niet zitten jammeren over mogelijke oorzaken en maak geen verwijten richting je ouders…
Kom tot je oorspronkelijke zelf, zoals God je gevormd heeft; herstel je en herneem jezelf” en “maak wat van jullie leven!“.
Bovendien wordt benadrukt dat iedereen verantwoordelijk is voor z’n eigen daden, z’n eigen handelen. De schuld mag ook niet op God geschoven worden.
Want, zó horen we, het is God Die de enige Rechtvaardige is!
Veranderen… dàt is makkelijker gezegd dàn gedaan.
Want veranderingen gaan niet van vandaag op morgen.
We zouden wel willen dat er overal Vrede zou zijn, mensen op één lijn zitten, de natuur zich herstelt… dat als we morgen wakker worden, die onenigheid bijgelegd is, we nieuwe, betere mensen zijn.
Maar, zo gaat dat niet. Veranderen kost tijd, inspanning, tegenslag, terugvallen, doorzettingsvermogen, soms weer opnieuw beginnen.
Veranderen is een leerproces. Het leven als permanent leerproces.
En in de werking van dit Goddelijk leerproces zullen wij de Heilige Geest, de Heilige Strekte en onsterfelijkheid van God herkennen.
Op Grote Verzoendag, het Joodse Jom Kipoer [
יוֹם כִּפּוּר], wordt ook nu nog herdacht dat een mens – alleen de hogepriester! – het Heilige der heiligen mag binnengaan om verzoenend bloed op de kappórèt, het ‘verzoendeksel’, te sprenkelen.
Jezelf met God verzoenen is niet meer aan tijd gebonden, dit kan elk moment van de dag dat je hiertoe door Gods Genadegaven toe geroepen wordt. Vanaf Pasen,  Pinksteren en Kerst, de geboorte van de Kerk mag dat iedere dag.

Statements of our Lord

Iedere avond begint bij het ondergaan van de zon -de vespers- de tijd van het aanbreken van een nieuw begin. De eerste twee pelgrimsfeesten, Pesach en Sjawoeot, hebben hun christelijke tegenhanger gekregen in de vorm van Pasen en Pinksteren. Het Pasen vindt zijn voltooiing, zijn voleindiging met Pinksteren, waarbij de Heilige Geest neerdaalt op het Lichaam van Christus, de Kerk; anders geformuleerd, het is de geboortedag van de Kerk en dit wordt feestelijk gevierd.
In sommige Orthodoxe gemeenschappen is het gebruik geworden te gaan picknicken ergens in een park van de stad – de inkeer, vernieuwing en verzoening is voltooid en we mogen onder de hoede van de Heilige Geest onze weg vervolgen. De gewone mensen van de Kerk weten zich geïnspireerde om oude riten te vernieuwen, te zuiveren en te transformeren in feesten, die de geschiedenis van de Kerk markeren en tegelijk geladen zijn met een indringende ethische en spirituele betekenis.
Het appelleert aan het besef hoe wij geworteld zijn in de natuur, hoe wij overgeleverd zijn aan de grillen van het lot, onderworpen aan de voorzienigheid van Heer onze God.
Het geeft een indringend bewustzijn aan hoe dicht wij toch nog staan bij de oerelementen, een bewustzijn dat in onze luxueuze woonomgeving, temidden van onze moderne voorzieningen, maar àl te ‘verduisterd‘ is; hoe wij als schapen leven temidden van de wolven. 

Orthodoxie & de -in het hart bewaarde- vrees voor God.

Een drievoudig snoer in een huwelijk wordt niet spoedig verbroken” Pred.4: 12b

      Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.
         Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging van de wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht.
         In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van Zijn Wil,  tot lof van de Heerlijkheid van Zijn Genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
En in Hem hebben wij de verlossing door Zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van Zijn Genadegaven, welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, door ons het geheimenis van Zijn Wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de Hemelen en op de aarde is onder een hoofd, dat is Christus, samen te vatten;
        in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil, opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn Heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd.
        In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het Evangelie van uw behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen jij gelovig werd, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, Die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof van Zijner HeerlijkheidEph.1: 1-14.

Doopvont in de vroeg-christelijke Kerk

De angst voor God is de geboorte van het Geloof en een vereiste voor spirituele vooruitgang. Indien de vreze Gods zich in het hart vestigt, zoals de goede herder [hoeder], regelt Hij alles.

Maar zijn we dan bang voor God?
Voor de ongelovige is de vrees voor God de angst voor het oordeel van God en de eeuwige dood, die bestaat uit een eeuwige afzondering van God;
      Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, Die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem! Worden niet vijf mussen verkocht voor twee duiten en niet een van die is vergeten voor GodLuc.12: 5;
      De Heer zal Zijn Volk oordelen. Vreselijk is het, te vallen in de handen van de levende God!  
Herinnert u de dagen van weleer, toen gij, na verlicht te zijn, zo menigmaal lijden doorworsteld hebt, hetzij zelf een schouwspel van smaad en verdrukking, hetzij deelnemende aan het lot van hen, die in zulk een toestand verkeerden. Want gij hebt met de gevangenen mede geleden en de roof van uw bezit blijmoedig aanvaard, want gij wist, dat gijzelf een beter en blijvend bezit hebtHebr.10: 30b-34.

Voor de gelovige is de vrees voor God iets heel anders !!!
De vrees van de gelovige is een ontzag voor God.
Een goede beschrijving hiervan komt eveneens van Paulus tot de Hebreeën:
Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar Hemels Koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehaaglijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuurHebr.12: 28,29.
Deze eerbied en ontzag is precies wat de vrees voor God betekent voor ons Christenen. Dit is de motiverende factor voor onze overgave aan de Schepper van het Universum.
Wanneer dat zo is, laat ons onze Heer dan dankbaar wezen, Die dit aan ons heeft doen toekomen en laat Hem als een kostbare schat bewaard worden.
Maar indien we het niet gezien hebben of hebben willen inzien, laten we dan doen wat we kunnen om het te krijgen, wetende dat ons gebrek aan zorg te wijten is aan onze onvoorzichtigheid en verwaarlozing.

Uit Gods angst is geboren berouw, verbrijzeling, rouw om de zonden.
Ieder mens mag wensen dat dit gevoel, de voorloper van redding, nooit van het hart afwijkt!

Om de angst voor God in ons te behouden, dienen we de herinnering aan de dood en het oordeel ononderbroken te bewaren, verenigd met het bewustzijn van de tegenwoordigheid van de Heer: God is altijd in onze nabijheid en in ons nog steeds, alles waarnemen, zien, horen en kennen, en onze meest verborgen geheimenissen.

Het Mysterie van de Drie-eenheid

Wanneer dit offer aan de Drie-ëne God, de herinnering aan de dood, een gevoel van Goddelijke aanwezigheid -in ons Geloof, als een stempel wordt gevestigd, dan wordt het gebed spontaan uit het hart opgeheven, dan wordt de Hoop op redding bevestigd, als een voorschot op de erfenis, die ons te wachten staat.
Onze erfenis bestaat niet uit een fraaie villa of een dikke bankrekening. Onze erfenis bestaat uit een plaats in het Hemels Koninkrijk, de nieuwe Hemel en de nieuwe aarde waar wij ons als een kind zo blij geborgen mogen weten.
Daar is alle zonde vergeven en leven we in volkomen toewijding aan onze Heer.
Dat is ons grootste verlangen wanneer we weer eens zijn vastgelopen in onze eigenzinnige onvolkomenheid. Zelfs in een onvolkomen leven kan Christus nog zoveel moois bewerken, daar kun je versteld van staan.

Kom, Heilige Geest,
vervul de harten van uw gelovigen en
ontsteek in hen het vuur van Uw Liefde.
Heer zend Uw Geest uit en
alles zal herschapen worden
”.

God Gij hebt de harten van al de Gelovigen door
de verlichting van de Heilige Geest onderwezen:
geef dat wij door die Heilige Geest
de ware Wijsheid mogen blijven bezitten en
ons door Christus, onze Heer en Meester,
altijd over Zijn Troost mogen verblijden.

Onze vrees voor God betekent dat we een dusdanig ontzag voor Hem hebben,
dat dit een enorme invloed heeft op de manier waarop we ons leven leiden.
De vrees voor God bestaat uit het respecteren van Hem,
het onderwerpen aan Zijn tuchtiging en
het vol ontzag aanbidden van Hem, als
Heer en Meester van ons leven.
De acceptatie van de God als Heer en Meester is 
geen fase in de ontwikkeling tot onafhankelijkheid; 
het bouwt voort op de in Christus verkregen vrijheid.
Het impliceert een levenslange groei en ontwikkeling, 
om vanaf de doop de mens vrij te maken van z’n beperkingen
, teneinde tot een hoger niveau van vrijheid in gebondenheid te komen. 
Met het perspectief van een tweeledige benadering van 
het verwerven van vrijheid die als gevolg van die emancipatie is verkregen, 
kunnen we de volledige betekenis van het accepteren de vrees voor God beter waarderen. Alleen een waarlijk vrij volk, niet alleen fysiek maar 
tevens spiritueel bevrijd van haar ondergeschikt zijn, 
kan een Goddelijk Verbond tegemoet treden en 
de Vreze God’s als leidraad aanvaarden.

7e Zondag na Pascha – de Kerkvaders van het Eerste Oecumenisch Concilie [Nicea, 325 na Chr.].

      Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zei: Vader het uur is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U zal verheerlijken, gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken. Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt. Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt. En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.

Ο Χριστός αγαπά τον δικαστή; Christus liefdevolle Rechter; Christ loving Judge.

Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben Uw Woord bewaard. Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in Waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
        Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U en al het mijne is het uwe en het uwe is het mijne en Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U.
Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij.
Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd. Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle mijn blijdschap in zichzelf mogen hebbenJohn 17: 1-13.

    Want Paulus had zich voorgenomen Ephese voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen, want hij haastte zich om, zo mogelijk, op de Pinksterdag te Jeruzalem te zijn.
       Maar hij zond iemand van Milete naar Ephese en ontbood de oudsten der gemeente; en toen zij bij hem gekomen waren, zei hij tot hen:
       Gij weet, hoe ik van de eerste dag aan, dat ik in Asia voet aan wal zette, al die tijd onder u verkeerd heb.          . . . . .  Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft.
Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken. Waakt dan en herinnert u, dat ik drie jaren lang nacht en dag niet heb opgehouden ieder afzonderlijk onder tranen terecht te wijzen.
En nu, ik draag u op aan de Heer en het Woord van Zijn Genade, aan Hem, die bij machte is te bouwen en het erfdeel te geven onder alle geheiligden. Ik heb niemands zilver of goud of kleding begeerd; zelf weet gij, dat deze handen in mijn behoeften en in die van hen, die bij mij waren, hebben voorzien. Ik heb u in alles getoond, dat men door zo te arbeiden zich de zwakken moet aantrekken en zich de woorden van de Heer Jezus herinneren, die Zelf gezegd heeft: Het is zaliger te geven dan te ontvangen. En toen hij dit gezegd had, boog hij de knieën en heeft hij met hen allen gebedenHand.20: 16-18,28 36.

Al datgene wat we hier in onze wereld doen, is slechts als een voorloper of
als een nabeeld van
➻ deze op zichzelf staande, eeuwige wereld, ontdaan van alle vergankelijkheid,
➻ deze hemelen – zó vèr verwijderd van alle lijden.
Wat ons vanuit dit wereldbeeld tot ons is gekomen in het christendom, heeft zeker de vroomheid van het oosten in de vorm van de Orthodoxe Kerk diepgaander bewaard dan de Latijnse ritus van het westen en wanneer
deze diensten slechts gekopieerd worden, blijken ze nog een slecht aftreksel.
Wanneer de Blijde Boodschap in de Byzantijnse kerken wordt geopend, wordt het Woord van God gevierd, als een geur van wierook en als een avondoffer dat oprijst uit de harten van mensen en terugkeert naar de Hemelen, wanneer het als het eeuwige Woord, neergedaalde God in onze tijd.
Men behoeft, zoals we gewend zijn, het offer van Christus niet te gedenken als een afdaling op een lang pad door de woestijn naar het beloofde land, integendeel, men viert de gemeenschap van het Goddelijke onder de mensen, alsof de Hemelen slechts van korte duur zouden zijn en wilde Christus Zelf al naar de aarde terugkomen en we zouden met z’n allen -hier en nu- al delen in de eeuwige muziek van geluk en gelukzaligheid in de intuïtie, het vermogen om ook maar een beetje te ontdekken van God, want God omvatten en uitbeelden kan niemand, dan Christus als Zijn Zoon alleen.

De Orthodoxe Kerk doet het in haar erediensten voorkomen dat Godsdienst,
Religie uiteindelijk goed voor ons is en dat wij als mensen God en onze medemensen daaruit alleen maar dankbaarheid voor kunnen voortbrengen.  Wanneer de Kerk in staat is ons naar het Hemels Koninkrijk te voeren, realiseren wij ons als nietige wezens wat de werkelijke Waarheid is en wordt duidelijk wie we zijn en wat onze roeping is.
De roeping van de mens is mens te zijn!” – “Misschien is niets geheel waarachtig, en zelfs dàt niet!”.

Eduard Douwes Dekker, beter bekend als Multatuli
[hetgeen betekent: ‘ik heb veel (leed) gedragen’],
is een van de grootste Nederlandse schrijvers aller tijden. Zijn boek Max Havelaar, of de koffie-veilingen van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, waarin hij de misstanden in Oost-Indië veroordeelt behoort niet alleen tot de wereldliteratuur, maar bracht een ommekeer in het denken over de Nederlandse kolonie teweeg. 

onze roeping en wie we als mens zijn
En daarom sluit de dienst van de Orthodoxe Kerk zo goed op ons bestaan: om te weten dat God tegelijkertijd betekent om te weten waar we aan toe zijn, en vertrouwend op God kunnen we dit allemaal aan elkaar doorgeven,
➻➻➻ iedereen is op deze manier door de liefde tot en van de medemens naast hem “priesterlijk” wanneer de mens iets van de schoonheid van God waarachtig zichtbaar laat worden in z’n leven, opent hij/zij een venster naar de ander,
hetgeen hem/haar ook het zicht op het Hemels Koninkrijk geeft.
En dat is het einde van bovenstaand gebed van Christus:
dat God, de Vader, ons kan behouden zoals we reeds in vertrouwen en
in liefde tot Hem en de medemens zijn geworden.
Net zoals onze Heer en Meester één is met Zijn Vader,
zo mogen wij ook één zijn met elkaar in Hem
tot het einde van alle dagen, voor eeuwig.
      de Heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij een zijn, gelijk Wij een zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot een, opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om Mijn Heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging van de wereld.
Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; en Ik heb hun uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij in Ik in hen
John.17: 22-26.
En op die manier kan het zó maar gebeuren dat droogstoppels, de prototypes van
inhalige, fantasieloze mensen, die zichzelf -óh zó- godsvruchtig vinden,  
geen enkel oog meer hebben voor hun medemens.

H. Christophoros; Άγιος Χριστόφορος.

De roeping van de mens is mèns te zijn!‘ is Multatuli’s motto en een van de vele aforismen uit de zevendelige reeks Ideeën die hij publiceert.
In navolging van Benedictus [of Baruch] de Spinoza, geboren uit Portugees- Joodse ouders gelooft hij dat de mens overeenkomstig de wetten van de natuur dient te gaan leven, die inherent goed is.
Indien de mensen elkaar echter regels willen gaan opleggen gaat het absoluut mis en  ontbreekt het ethisch principe ‘respect’ voor elkaar het inzicht in de werkelijkheid en het geluk van de mens zijn hetzelfde; vooral religie kan zich dusdanig vervormen, dat het een bron wordt van het kwaad, kijk maar naar al de onrust, die momenteel om ons heen de mens en zijn bestaan vernietigt.

De Blijde Boodschap van de hand van Johannes, de Theoloog, kent, zoals herhaaldelijk al is opgemerkt, geen scheiding tussen deze wereld en de andere wereld, tussen een tijd waarlangs wij ons voortbewegen en een eeuwige ‘tijd‘ die aanbreekt ná de dood; volgens de Theoloog Johannes bestaat er maar één realiteit waarin alles samensmelt; want er bestaat niet langer de angst meer die ons om het hart slaat en ons verlamt;
➻ er is geen geweld en dwang als gevolg van schuld, waarin we ons leven en
waarin we elkaars bestaan beklagen, hoogmoed zal meer en meer ontbreken;
➻ er bestaat niet langer de afgrond van wanhoop, waarbij wij ons met
alle kracht van de wereld aan de rand van het leven blijven vasthouden, alsof
er alleen in dit korte leven heil en zegen voor ons en de naasten overblijft en
er niets anders in het verschiet ligt.
Johannes de Theoloog verkondigt ons dat onze Heer en Verlosser ons met Zijn Blijde Boodschap vertrouwen heeft gegeven:
waarmee wij in staat zijn op een dusdanige manier van het leven te genieten,
dat de dood ons weliswaar te wachten staat, maar dat het geen schaduw meer geworpen wordt op het Licht van God, Dewelke onze zielen verkwikt.

Dááròm worden bovenstaande woorden van het Hoog-priesterlijk gebed
vandaag bij de herinnering aan de Kerkvaders voor ogen gesteld, 
want onze Heer en Zaligmaker is niet alléén maar een gebed tot de Allerhoogste,
maar geeft ons tevens een overzicht wàt Christus’ Blijde Boodschap
voor ons mensen  in ons leven kan betekenen en
daarbij staat de mens boven de christelijke organisatie,
oftewel datgene wat wij mensen er in onze hoogmoed van gemaakt hebben.

Paulus wil aan Ephese voorgaan om géén tijd in Asia te verliezen, want
hij -‘de pionier van het christendom onder de heidenen’-  had haast.
Hij wilde zo de omstandigheden het hem toelieten
op de Pinksterdag te Jeruzalem te zijn.

Het is een feit dat we onszelf kunnen openen en sluiten voor
het werk van de Heilige Geest – de Kracht van God. De heilige Geest wil ons inzicht geven in de geheimenissen en ons het praktisch leven vanuit Gods Kracht en Wijsheid binnen het Lichaam van Christus, de Christengemeente doen toekomen.
Maar we kunnen bij de vervulling met de Heilige Geest ook nog op
een andere manier denken, het vervuld zijn met de Heilige Geest
heeft tevens alles te maken met beheerst worden door de Heilige Geest.
        En dááròm wil Paulus geen tijd in Asia verliezen.
Hij wil naar Jeruzalem toe omdat àldáár de Heilige Geest is neergedaald.
Het gaat erom vernieuwd te worden in de geest en gezindheid
van ons denken door de Heilige Geest.
        Het gaat erom te leven uit wat de Doop in Christus uitbeeldt:
Om uit ‘de nieuwe mens, Jezus Christus’, Die het beeld van God is,
te leven in rechtvaardigheid en heiligheid.

1.]. Rechtvaardig kan een zondig mens alleen zijn door het Geloof in onze Heer, Jezus Christus. Zo komt de zondaar in de rechte verhouding tot God te staan, doordat de Heer Jezus de straf van de mens gedragen heeft en hij de gerechtigheid van Jezus Christus ontvangt.
Zo voldoen wij volkomen aan wàt God van ons vraagt in Zijn Woord en Wet.
Zonder Geloof en zonder bekering is er geen vergeving van zonden en
wacht het eeuwige oordeel, ook al zijn we gedoopt.
2.]. Heiligheid betekent dat ons leven toegewijd wordt aan de Heer en Zijn dienstwerk. Het is het nieuwe leven met Christus door de Geest.
Steeds gaat het er om te leven vanuit datgene wàt Christus heeft gedaan.
Concreet betekent dat een vervulling van
de heilige liefdeswet die Christus heeft vervuld.
De leugen kan niet blijven bestaan, boosheid die bestaat uit wraak en haat dient te worden omgesmolten in liefde voor vijanden en het goede nastreven voor elkaar. Stelen kan niet meer bestaan vanwege het hebzuchtig en zelfzuchtig leven, hetgeen zich tegen Christus verzet.
Liever trouw zijn door met eigen handen te werken en aldus ook te delen met anderen die minder hebben.
Het gaat er om elke vorm van zonde te haten en te ontvluchten.
Anders bieden we ruimte aan de verleidingen van de duivel en bedroeven we de Heilige Geest.
Wie van Christus is, heeft zich met Hem bekleed en als zodanig
behoort die mens Hem toe, die als een zegel op Zijn hart geprint.
Het gaat erom dat het leven met en door Christus
steeds ons nieuwe bestaan wordt.
We worden niet op onszelf teruggeworpen, maar om te leven vanuit de Doop:
Opnieuw geboren zijn door Bekering en Geloof
➻  het is de vernieuwing van ons hele leven door de Heilige Geest.
Hier is het ten dele, straks volmaakt wanneer Zijn Koninkrijk definitief komt.
Laten we onderzoeken of wij werkelijk kinderen van God zijn en
laten wij ons hele leven toewijden aan Hem Die ons is voorgegaan.

Daarom vermaant Paulus ons allen en wijst degenen, die
zich niet ordentelijk gedragen terecht en beurt hij de kleinmoedigen op:
       Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid,
  bekleed met het pantser der gerechtigheid,
de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het Evangelie van de Vrede;
neemt bij dit alles het schild van het Geloof ter hand, waarmee gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven;
en neemt de helm van het Heil aan en het zwaard van de {Heilige] Geest,
dat is het Woord van God.
  En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij
elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende
met  alle volharding en smeking voor alle Heiligen;
ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond
het Woord geschonken zal worden,
om vrijmoedig het geheimenis van het Evangelie bekend te maken,
waarvoor ik een gezant ben in ketenen.
Dàn zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals
ik behoor te spreken
Eph.6: 14-20.

En Hij, de God van de Vrede, zal u geheel en al heiligen en
geheel uw geest, ziel en lichaam zal bij
de [weder]komst van onze Heer Jezus Christus mogen blijken
in allen dele onberispelijk bewaard te blijven.
Die u aanroept, is getrouw;
Hij zal het ook doen.

Apolytikion     tn.6.
    Boven alles zijt Gij verheerlijkt, Christus onze God,
Die onze Vaders op aarde als sterren bevestigd hebt.
Door hen hebt Gij ons tot het ware Geloof gebracht.
Barmhartige Heer, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8.
    De Verkondiging van de Apostelen, evenals de dogma’s van de Vaderen,
bewaren de Kerk in eenheid van Geloof.
Zij draagt het bruiloftskleed van de Waarheid,
geweven door de Theologie vanuit den Hoge,
om het grote Geloofs-Mysterie recht te prediken en te verheerlijken
”.

Orthodoxie & de Kerkvaders

Ο προφήτης Ιωνάς ρίχτηκε στη θάλασσα, Κατακόμπε Χ. Πέτρος και Μαρκελινός, Ρώμη, 3ος, 4ος αιώνας; Prophet Jonah thrown into the sea, Catacombe H. Petros and Marcellinos, Rome, 3rd, 4th century; Profeet Jonah in de zee gegooid, Catacombe H. Petros en Marcellinos, Rome, 3e,4e eeuw.

De vroeg-christelijke kerk heeft een groot aantal mensen gekend, die
een belangrijke rol hebben gespeeld bij de verdediging en verdieping van het christelijke Geloof. Dit bestond onder andere uit de verdediging van het Christelijke Geloof tegen ketterse stromingen binnen de kerk en/of het heidense geloof daarbuiten.
De verdieping van het eigen Geloof gebeurde door Homilieën en geschreven studies van de Blijde Boodschap, etc..
De term Kerkvader heeft zijn oorsprong in het feit dat toezichthouders, welke in de Apostolische opvolging stonden in de vroege kerk werden gezien als leraren van de gelovigen. Zij waren het die de hen toegewezen gemeenschap dienden in te wijden in het Geloof.
Zij werden daarom vaak aangeduid met Vader.
Sommige toezichthouders overstegen in hun taak
de grenzen van hun eigen toegewezen gemeenschap, zodat
ze waarachtige Vaders van de Kerk genoemd ‘konden’ worden.
De term werd overigens later niet meer exclusief voor toezichthouders gebruikt, maar werd overgeheveld naar hun herdershonden,
de spelleiders in de gemeenschappen.

Op dit moment bevat de
geaccepteerde lijst van kerkvaders meer dan 300 personen.
Als criteria voor een toekenning van de titel kerkvader aan een bepaalde persoon gelden:
• Hij dient in de Orthodoxe Geloofstraditie te staan.
• Hij dient al vanaf het begin Kerkelijke goedkeuring te genieten.
• Hij diende veelal ook een langdurige monastiek en diepgaande levenservaring
te hebben opgedaan, hetgeen een diep-menselijk contact met de Heer veronderstelt.
• Hij dient daardoor een Heilige levenswandel te hebben geleid.
• Hij dient tot de periode van de Christelijke Oudheid of
daarvan afgeleid te behoren.
Dat deze kenmerken niet altijd even strak worden gehanteerd blijkt wel uit het feit dat Origenes en Tertullianus ook over het algemeen tot de kerkvaders worden gerekend. De eerste is èchter in 553 als ketter veroordeeld, terwijl
de laatste zich op latere leeftijd bij de als ketters beschouwde stroming van de Montanisten [extatische en starre prediking rond Montanus †195] heeft aangesloten.

Het Grieks voor ‘vader’ is: ‘πατέρα’, splits je dat woord in ‘πα τέρα’ dan is de betekenis ‘helemaal opnieuw’. Het Grieks-Nederlands woordenboek vertaalt ‘‘πατέρα’’ met: vader, stamvader, voorvader; schepper, stichter, oorzaak ook vertaalt  met o.a.: de verwekker of mannelijke voorouder
de bewerker en overdrager van iets [iemand die anderen met zijn eigen geest heeft doordrongen, die hun gedachten in beweging brengt en regeert];
            ’πατέρα’ wordt in de vertaling NBG51 nog steeds vertaald door ‘vader’.

van de steigers af?; van de hoge werkplek afdalen; from the scaffolding?; descend from the high workplace; από το ικρίωμα? κατεβαίνουν από τον υψηλό χώρο εργασίας.

Nu luidt een Nederlands spreekwoord:
als het huis afgebouwd is, dan breekt men de steigers af’,
hetgeen gehanteerd wordt, wanneer ‘het doel bereikt is, vergeet men de helpers’.
In die zin kan het woord vader misschien geaccepteerd worden, maar
over het algemeen mag duidelijk zijn dat een Goeroe en Goeroegedrag in de Orthodoxie ‘niet’ geaccepteerd wordt;
de mens dient namelijk in vrijheid z’n christelijk leven te kunnen beleven en
niet de roede of gram van een of andere ‘vader’ op z’n nek te halen, wanneer
men zich tot een andere ‘minder‘ overheersende gemeenschap wendt.
Jezus daagt een religieus spelleider uit om ‘wakker’ te worden en
te begrijpen dat de ‘Waarheid’, Christus Zelf recht tegenover hem staat.
Wanneer deze mens Jezus ‘goed‘ noemt dan dient deze persoon een begin te maken te begrijpen dat  onze Heer en Verlosser, Jezus Christus ‘God’ is en
geen religieus spel speelt, maar tot oprecht en vrij Geloof dient te komen.
Jezus ontkent niet dat Hij God is; Hij bevestigt dat Hij als Zoon, God is en
dat de mens deze erkenning waarachtig dient te onderkenen en ook werkelijk nodig heeft.  

Eeuwige vragen’ zijn niet simpelweg religieuze speculatie, maar
de fundamentele vragen van de menselijke ziel.
En ‘alleen God’ kan antwoord geven op diep menselijke vragen.
Wanneer een spelleider er op staat ‘met ‘Vader’ of ‘Monseigneur’ aangesproken
‘wenst’ te worden, mag je dàt voor mij -stilletjes- beschouwen als ziekmakende hoogmoedigheid.
Wie kan dàn nog gered worden?’ vroeg Petrus en
Hij kreeg van de Zoon van God, de Verlosser het antwoord:
      Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God”.
Toen zei Petrus:
Maar wij hebben alles wat we bezaten achtergelaten om u te volgen’.
Jezus zei tegen hen:
Ik verzeker jullie: iedereen die huis of vrouw, broers of zusters, ouders of kinderen heeft achtergelaten omwille van het Koninkrijk van God, zal reeds in deze tijd het veelvoudige ontvangen en in de tijd die komt het eeuwige levenLuc.18: 28-30 en
maak je geen zorgen wanneer je aan het volgende gevolg geeft:
Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader en wat gij ook vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen, opdat
de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden.
Indien gij Mij iets vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen.
Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.
En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der Waarheid,
Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet;
maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijnJohn.14: 12-17.

En zo lang je jezelf in de eerste plaats blijft toeleggen ‘toegerust te worden
met de Heilige Geest en dáár aanhoudend om blijft bidden
zal Christus overheersen in onze levens.
Gelukkig mogen veel van onze jongeren en ouderen weten dat
Christus voor hun zonden gestorven is en uit de doden is Opgestaan;
ze mogen zich daarin ook verblijden.
Maar hoeveel mensen weten nog dat hun eigen ik-gerichte leven,
hun oude Adam’s-natuur met Christus gekruisigd is?
Hoeveel gelovigen -ook spelleiders- leven uit de Waarheid,
dat hun oude eigengereide leven gekruisigd is
[dus: als een verleden tijd en een voldongen feit]?
De weg van het Kruis, het gekruisigde leven,
is een voortdurend leven uit het vaste feit:
Niet meer ik, maar Christus”.
Wat een bevrijding is deze ontdekking.
men behoeft en kan niets meer van zichzelf verwachten, maar
mag uit de volheid van Christus leven.
Wanneer we déze Waarheid gaan verstaan, dan
wordt de wááràchtige Christelijke Vrijheid in ons leven openbaar.
Leven vóór en úit Christus in een Heilig, zonde-overwinnend leven.
Alles, maar dàn ook alles slechts van Christus verwachten!; van Christus
ontvangen via de Heilige Geest van God de Vader.
En dit leven is beschikbaar voor iedereen, die Christus werkelijk volgt,
hetgeen zich werkelijk uitstrekt naar een Heilig en toegewijd leven.

Heer, Gij zijt mijn toevlucht en mijn vreugde
in de
beproeving die mij omgeeft;
bevrijd mij van hen die mij hebben omsingeld.
Hij zal mij begrip geven,
mij de weg leren die ik
 moet gaan;
‘k zal mijn ogen op U richten

conf. Psalm 31[32]: 7,8, vert. ROK ‘s-Gravenhage.