3e Zondag na Pascha – zondag van de Myrondraagsters

Myrondraagsters

      Jozef van Arimathea, een aanzienlijk lid van de Raad, die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte; en hij waagde het naar Pilatus te gaan en het lichaam van Jezus te vragen.
En het bevreemdde Pilatus, dat Hij reeds gestorven zou zijn, en hij ontbood de hoofdman en vroeg hem, of Hij reeds lang gestorven was.
        En toen hij het van de hoofdman vernomen had, schonk hij het lichaam aan Jozef. En deze kocht linnen en legde Hem in een graf, dat in een rots uitgehouwen was, en hij wentelde een steen voor de ingang van het graf.
Maria van Magdala en Maria, de moeder van Joses, zagen, waar Hij was neergelegd.
       En toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala en Maria (de moeder) van Jaäcobus, en Salome specerijen om Hem te gaan zalven. En zeer vroeg op de eerste dag der week gingen zij naar het graf, toen de zon opging.
       En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen afwentelen van de ingang van het graf? En toen zij opzagen, aanschouwden zij, dat de steen afgewenteld was; want hij was zeer groot.
       En toen zij in het graf gegaan waren, zagen zij een jongeling zitten aan de rechterzijde, bekleed met een wit gewaad, en ontsteltenis beving haar.
       Hij zei tot haar: Weest niet ontsteld. Jezus zoekt gij, de Nazarener, de gekruisigde. Hij is opgewekt, Hij is hier niet; zie de plaats, waar zij Hem gelegd hadden. Maar gaat heen, zegt zijn discipelen en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien, gelijk Hij u gezegd heeft.
       En zij gingen naar buiten en vluchtten van het graf, want siddering en ontzetting hadden haar bevangen. En zij zeiden niemand iets, want zij waren bevreesdMarc.15: 43-16: 8.

      En toen in die dagen de discipelen talrijker werden, ontstond er gemor bij de Grieks sprekenden tegen de Hebreeën, omdat hun weduwen bij de dagelijkse verzorging verwaarloosd werden.
       En de twaalven riepen de menigte der discipelen bijeen en zeiden: ‘Het bevredigt niet, dat wij met veronachtzaming van het woord Gods de tafels bedienen. Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen; maar wij zullen ons houden aan het gebed en de bediening van het Woord.
       En dit voorstel vond bijval bij de gehele menigte, en zij kozen Stefanus, een man vol van Geloof en Heilige Geest, Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaus, een Jodengenoot uit Antiochie; hen stelden zij voor de apostelen, die, na gebeden te hebben, hun de handen oplegden.
       En het Woord Gods wies en het getal der discipelen te Jeruzalem nam zeer toe en een talrijke schare van de priesters gaf gehoor aan het GeloofHand.6: 1-7.

Het Woord van God neemt toe
En het Woord van God wies [neemt in aantal onder de mensen toe] en het getal der discipelen in Jeruzalem nam zeer toe en een talrijke schare van de priesters gaf gehoor aan het Geloof.
. . . . . Eindelijk komen er massaal spelleiders [priesters] tot Geloof !!! Zij die al zo lang vastzitten in de ceremonies en wetten worden nu bevrijd door het Lam – dat voor eens en altijd het offer heeft gebracht.
Dit is een voorbeeld van een opwekking die niet alleen door gebed ontstaat, maar ook door goed toezicht, leiderschap. Verlang je naar een opwekking in je land, in de Benelux?
Bid er voor! Maar bid niet alleen.
Kijk ook hoe vanuit jou als spelleider en toezichthouder – vanuit het ‘leiderschap’ -, díe stappen kunt zetten die nodig zijn om het welbevinden, het welzijn van de gemeenschap door deemoed en dienstbaar zijn te bevorderen en door díe houding nieuw leiderschap laten ontstaan.
Leven behoort niet door verkrachting van de mens te ontstaan, door overrulen – iemand  over-reden is een vaardigheid, die je kunt leren door overleg te plegen en de mens in z’n waarde te laten – te overleggen.

De gemeente in Jeruzalem telt nu tussen de tien- en twintig- duizend leden.
Het is geweldig wàt God allemaal in zo’n korte tijd in Handelingen doet. In een periode van ongeveer twee jaar wordt een hele stad op z’n kop gezet door de Blijde Boodschap van het Evangelie, de ‘Goddelijke Leer’. 
De Goddelijke Leer is ‘geen’ persoonlijke hoogmoed door te overrulen, hetgeen hetzelfde is als iemand kleineren; de gelijkwaardigheid is weg en er is geen sprake meer van wederzijds respect; het gevolg is dat het vertrouwen in de relatie tot de Kerk een geweldig deuk oploopt.

God ìs mèt Jeruzalem alleen niet tevreden
De opdracht die Hij zijn volgelingen heeft gegeven gaat veel vèrder dan alleen het bereiken van Jeruzalem [ontstaan uit de woorden ‘jira’ (= ontzag, vrees) en ‘sjaleem’ (= volmaakt)].

‘ Wanneer je in een kaasland woont, moet je wel van kaas houden’; ‘ When you live in a cheese country, you have to love cheese’.

De plaats die God heeft uitverkoren om Zijn Naam daar te vestigen en daar Vrede te geven, de door God geliefde stad; een stad, die uit een gevoel van verwondering tot deemoed en volmaaktheid wordt gebracht.
Goddelijk Liefde bestaat uit het gevoel van ware empathie voor de andere ziel in zijn huidige leefsituatie. Joodse wijzen zeggen dat God in het oordeel van Schepping van de troon van zware veroordeling opstaat en gaat zitten op de troon van Genade.
Jeruzalem is de geliefde stad, kijk maar:
“     En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit de hemel en verslond hen, en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwighedenOpenb.20: 9,20.
       “   Gij zult Kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt en jullie zullen Mijn getuigen zijn te Jeruzalem en geheel Judea en Samaria en tot de uiterste van de aardeHand.1:8.
En Jeruzalem kan de vreugde niet òp, hoogmoedig menselijk opgebouwd bolwerk na bolwerk wordt afgebroken – mensen komen bij bosjes tot het Geloof. Er heerst een geweldige sfeer en mensen offeren ruimhartig, maar God heeft de wereld op het oog!

‘….. Lord, teach us to pray’

God gebruikt nèt als in onze tijd de kromme stok van de vervolging, die uitbreekt na de steniging van Stephanos, om een rechte slag te maken. Vanuit het lijden en de verwarring van de vervolging gaat gebeuren wat onze God voor Ogen heeft: “Uw Wil zal op aarde geschieden zoals in de Hemel”.
Zij dan, die verstrooid werden, trokken het land door, de Blijde Boodschap, de Liefdes-Leer van Christus verkondigend.
En ook Paulus, de christen-vervolger, bekeert zich en wordt tot een van de grootste voorvechters;
hij krijgt een bijzondere opdracht mee en mag het werk van de door hem vervolgde Stephanos [= ‘krans’ of ‘kroon’ en wèl ‘overwinningskrans’] voortzetten.

Totaal veranderd worden door dit bericht, deze tijding
In de loop van het verslag van Lucas in de Handelingen der Apostelen lezen we veertien keer hoe een stad of gebied totaal veranderd wordt door de Kracht van de Blijde Boodschap:
– als voorbeeld Antiochië: “de volgende sabbath kwam bijna de gehele stad bijeen om het Woord van God te horen. Toen nu de heidenen dit Evangelie hoorden, verblijden zij zich en verheerlijkten het Woord des Heren; en allen, die bestemd waren ten eeuwige leven, kwamen tot Geloof; en het Woord des Heren verbreidde zich door het gehele land” en
het brengt zelfs in Thessaloniki  zoveel onrust dat Paulus en de zijnen beschuldigd worden: “Dezen, die de wereld in opschudding hebben gebracht, zijn ook hier gekomen !!!”.

Hoe doe je dat ??? Het veroveren van de wereld, de mensheid ???
Hoe laat je een stad kennis maken met de Liefde en de Grootheid van onze Heer Jezus Christus ???

Kijk maar eens hoe Paulus dit in de stad Philippi [Gr: Φίλιπποι] aanpakt, hij doet het heel gewoon.
     Het is een zonnige zaterdagmorgen, bij een strak blauwe `hemel fluiten de vogeltjes, er waait een zacht briesje.
Aan de oever van de rivier zit een groepje vrouwen. Ze praten zachtjes met elkaar, ze zingen een lied, ze bidden en lezen een stukje uit de Joodse wet, de Thora.
Terwijl de vrouwen daar zo rustig bezig zijn wandelen drie mannen de stad uit, in de richting van de rivier. Zij zijn duidelijk op zoek naar iets of iemand.
De drie mannen volgend de loop van de rivier en kijken zoekend rond, ze spreken weinig met lekaar. Plotseling houden zij halt en luisteren.
Ja, zij horen zachtjes zingen van een groepje vrouwen. Ze versnellen hun pas en op een kleine open plek, aan de oever van de rivier stuiten ze op het groepje vrouwen. De vrouwen kijken verschrikt op. Een moment staan de drie mannen bewegingloos, dan doet één van de drie een stap naar voren en opent zijn mond:
Wat zijn wij blij, dat wij jullie hier aantreffen, wij hebben lang gereid om jullie te kunnen ontmoeten. Zouden we er even bij mogen komen zitten?
Ik zal mijzelf eerste even voorstellen: mijn naam is Paulus en dit zijn twee goede vrienden van mij, Silas en Lucas”.
De drie nemen plaats in de kring en beginnen te vertellen – over Jezus, Christus, Die gestorven en Opgestaan is voor alle mensen – ook voor dit groepje vrouwen.
En dan staat er geschreven: “En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster uit de stad Tyatira, die God vereerde, hoorde toe, en de Heer opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd. En toen zij gedoopt was en haar huis, nodigde zij 
ons, zeggende: Indien gij van oordeel zijt, dat ik de Heer getrouw ben, neemt dan uw intrek in mijn huis. En zij drong ons ertoeHand.16: 14,15.
Er worden geen conferenties georganiseerd, geen grootse kerken gebouwd, geen televisiepropaganda gemaakt, neen, heel eenvoudig zij gaan de weg, die de Geest des Heren hen wijst en als bij toeval geraakt iemands aandacht getrokken door het Woord.

God-dragend; Θεόφορος;
God-bearing; الله الحاملة.

Volg Christus en neem je kruis op
De Heer klopt en roept: “ Neem je kruis op en volg Mij”.
Wat bedoelde onze heer en Verlosser eigenlijk toen Hij zei: “Neem je kruis op en volg Mij?” Matth.6: 24, Marc.8: 34, Luc.9: 23 – meer hebben de apostelen immers niet te bieden.

Laten we beginnen met wat Jezus niet bedoelde.
Veel mensen interpreteren “het kruis” met een last die ze moeten dragen in hun leven: Een moeizame relatie, een ondankbare baan, een ziekte, etc.; met een zelf-medelijdende trots wordt dan overgebracht “dit is ‘mijn’ kruis wat ‘ik’ moet [ver-]dragen.”
Maar dat is in het geheel niet de juiste interpretatie wat Jezus bedoelde met “neem je kruis op en volg Mij”. Toen Jezus Zijn kruis droeg op weg naar Golgotha om te worden gekruisigd, dacht niemand eraan dat het kruis een symbolische betekenis had van een last die ze moesten dragen.
Voor een persoon die leefde in de eerste eeuw betekende het kruis maar één ding: de dood, op de meest pijnlijke en vernederende manier, die iemand ooit zou kunnen bedenken!
Christenen van onze tijd hebben het kruis als een gekoesterd symbool voor verzoening, vergeving, genade en liefde. Maar in Jezus tijd betekende het kruis niets meer of minder dan een marteldood en omdat de Romeinse soldaten veroordeelde criminelen dwongen om hun eigen kruis te dragen naar de plaats van executie/kruisiging, betekende het voor de mensen toen het dragen van hun eigen executie en het vooruitzien naar hun eigen dood.

En daarom betekent: “neem je kruis op en volg Mij” een bereidwilligheid om te sterven [aan jezelf] om onze Heer Jezus Christus, onze verlosser tot op het bot te kunnen volgen.
Dit wordt bedoeld met: “sterven aan jezelf”, het is een oproep om je volledig en totaal over te geven aan Hem!
Elke keer als Jezus sprak over “je kruis dragen” zei Hij:
      Want wat baat het een mens, als hij de gehele wereld wint, maar zichzelf verliest of zelf schade lijdt? Want ieder, die zich voor Mij en voor mijn woorden zal schamen, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij komt in Zijn Heerlijkheid en Die van de Vader en de heilige engelen. Ik zeg u in Waarheid, er zijn sommigen onder degenen die hier staan, welke voorzeker de dood niet zullen smaken, voordat zij het Koninkrijk Gods gezien hebbenLuc.9: 25-27.
Jezus volgen lijkt gemakkelijk wanneer het leven je toelacht, onze toewijding aan Hem wordt pas duidelijk indien we op de proef gesteld worden of als er negatieve dingen plaatsvinden, die ons pijn doen. En onze Heer en Zaligmaker heeft ons verzekerd dat ons dit voorzeker zal overkomen:
      Ziet toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen: 
Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden. Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën.
     Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijn NaamMatth.24: 4-9.
    Voorwaar, Ik zeg u, geen profeet is aangenaam in zijn vaderstad. Doch Ik zeg u naar waarheid, er waren vele weduwen in de dagen van Elia in Israël, toen de hemel drie jaren en zes maanden lang gesloten bleef en er grote hongersnood was over het gehele land en tot geen van haar werd Elia gezonden, doch wel naar Sarepta, bij Sidon, tot een vrouw, die weduwe was. En er waren vele melaatsen in Israel ten tijde van de profeet Elisa, en geen van hen werd gereinigd, doch wel Naaman de SyriërLuc.4: 24-27.

  •   Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat de beproevingen van uw Geloof volharding uitwerkt. Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schietJac.1: 2-4.
  •       Hoeveel mensen reageren vandaag de dag op een oproep om Christus aan te nemen en naar voren te komen wanneer wij verkondigen:
      Komt allen tot mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
    Indien wij die verkondigend rondgaan de geroepenen vertellen: “Kom en volg Jezus, en je zal je kruis moeten opnemen en Hem volgen, sterven aan jezelf en je zult misschien je vrienden kwijtraken of je familie, je reputatie, je carrière en misschien zelfs wel je leven”.
    Het aantal van on-èchte bekeringen zal flink dalen! En toch is dit precies wat Jezus bedoelde toen Hij zei: “neem je kruis op en volg Mij”.
    Volgeling van Christus zijn vraagt totale toewijding aan Hem, en Jezus heeft nooit het kostenplaatje voor het volgen van Hem verborgen gehouden.
           En toen zij op weg waren, zei iemand tot Hem: ‘Ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat’. En Jezus zei tot hem: ‘De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen’.
      En Hij zei tot een ander: ‘Volg Mij’. Maar deze zei: ‘Sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven’. Maar Hij zei tot hem: ‘Laat de doden hun doden begraven; maar ga gij heen en verkondig het Koninkrijk Gods’.
      En weer een ander zeide: ‘Ik zal U volgen, Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten. Maar Jezus zei [tot hem]: ‘Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods’Matth.11: 28-30.

Van de drie mensen, die onze Heer wilden volgen hadden allen een uitvlucht en reageerden bij navraag niet geheel beschikbaar te zijn – maar half. Ze hadden de kosten van het volgen van Jezus niet berekend. Ze waren niet bereid hun kruis op te nemen en daarop hun eigen ik te kruisigen.  Daarom weerhield Jezus ze ervan om Hem te volgen, ze konden helemaal geen discipel zijn.
Wij mensen vergeten dat wij door Christus te volgen kunnen leren en de hoogste hoogten kunnen bereiken – maar daar staat ‘volledige overgave’ tegenover.

Myrondragende vrouwen

Hij diende, heerste niet; Υπηρέτησε, δεν κατάφερε; خدم ، لم يحكم;
He served, did not rule

Christus is niet streng of onvriendelijk,  Hij is nederig van hart – Hij kan jou derhalve onmogelijk een te zware last opleggen zal je niet overvragen; en als tegenprestatie zal jij rust vinden voor je ziel.

De zoon des mensen, heeft een veelvoudige betekenis, enerzijds is het een Aramees idioom met de zin van: ‘een mens als alle anderen‘, dus zo maar iemand.  Anderzijds is het een apocalyptische titel, bekend uit:
      Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des Hemels kwam Iemand gelijk een mensenzoon; Hij begaf Zich tot de Oude van dagen, en men leidde Hem voor deze; en Hem werd heerschappij gegeven en eer en Koninklijke Macht en alle volken, natiën en talen dienden Hem. Zijn Heerschappij is een eeuwige Heerschappij, Die niet zal vergaan, en Zijn Koningschap is een, dat niet aan bederf onderhevig isDaniël 7: 13,14.

Christus zal als Zoon van God, als mensenzoon geen rust vinden, Die is zoals iedere pionier dag en nacht in de weer, maar “ Zijn juk is zacht en Zijn last is licht !!!”.
            Het juk van Christus opnemen; is dat niet een nieuwe last die je op je neemt? Het roept de gedachte op van dingen die zult dienen te doen, je kan er gewoon niet omheen – je moet reageren, wanneer Hij klopt.
Wanneer je Christus volgt: dan kan het niet anders of je dient naar Zijn kerkgemeenschap te gaan. Als het enigszins kan dien je op z’n minst de Blijde Boodschap te bestuderen, regelmatig de H. Schrift te lezen en ook nog ’s-morgens en ’s-avonds je gebedsregel te houden.
Je dient je vervolgens aan allerlei regeltjes te houden en ze te blijven onderhouden. Christus heeft aangegeven dat Zijn juk zacht is en Zijn last licht.
Zacht wil zeggen dat Hij, in tegenstelling tot de wereld het goede met jou voor heeft; wat Hij aanreikt is wèrkelijk heilzaam.
Zijn juk is licht, omdat Hij jou tevens voorziet in de mogelijkheid om het te kunnen dragen.
Hij nodigt uit om Zijn juk op je te nemen en van Hem te leren.
Dit betekent dat je bij Hem mag komen, naar Hem mag luisteren en rust bij Hem kunt vinden.

Myronzalving, een ritueel ten leven; anointing with Myron, a ritual to life; مايرون مسحة ، طقوس في الحياة.

De Myron-geur, die Hij verspreid stinkt niet, is Rechtvaardig, is Barmhartig – stelt niet het onmogelijke voor, zoals de wereld doet. De wereld dwingt, zet je voor voldongen feiten, is niet te vertrouwen – Christus daarentegen wacht af, laat je jouw eigen weg vervolgen, dáár kun je van op aan.
Zacht wil zeggen dat Jezus het goede met jou voor heeft. Wat hij aanreikt is heilzaam. Zijn juk is licht, omdat hij voorziet in de mogelijkheid om het te kunnen dragen. Hij nodigt uit om Zijn juk op je te nemen en van Hem te leren. Dit betekent dat je bij Hem mag komen, naar Hem mag luisteren en rust bij Hem zult kunnen vinden.
Zachtmoedig en nederig worden, dat leren we van Christus.
Zachtmoedigheid heeft te maken met vriendelijkheid, dienstbaarheid en geduld.
Nederig worden is je eigen trots, je wensen, verlangens, ambities en allerlei andere door de wereld opgelegde zaken loslaten en jezelf overgeven aan Christus.
Het navolgen van jouw Heer en Zaligmaker brengt rust, omdat je leert te wandelen op God’s weg, God’s Wil te doen, temidden in een wereld die zich bevindt in gebrokenheid en onzekerheid.
Bij Deze Heer en Zaligmaker vind je bescherming en zekerheid, Zijn Vrede vervult jouw hart.
Dit is een groeiproces dat zich voltrekt als jij je blik gericht houdt op Hem.
      Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof, Die, om de Vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is aan de rechterzijde van de troon van God. Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt”.
En eerst dàn wordt ons klip en klaar voorgehouden waarom het niet zonder kruis gaat:
    Jullie hebben nog niet ten bloede toe weerstand geboden in jullie worsteling tegen de zonde  en jullie hebben de vermaning vergeten, die tot jullie als tot zonen [Gods] spreekt:
‘ Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Heer en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt
Hebr.12: 2-6.

If we change ourselves in order not to lose people, we lose ourselves

Je krijgt het niet allemaal cadeau – je zult er iets voor dienen te doen – je zult je kruis dragen. Je kruis dragen betekent dat we bereid moeten zijn om je van alle andere personen en zaken af te  keren, die ons verhinderen om Christus te volgen.  Volgelingen van Christus dienen bereid te zijn om alles op te geven wat een hindernis is in het volgen van de Christelijke weg.
Al zouden dat akkers en wijngaarden, broers en zusters, zelfs onze vader en moeder, ja al zou het ons eigen leven zijn, de Christelijke dringende voorwaarde is radicaal. Wie iets anders liefheeft boven Christus, is Hem niet waardig, zo iemand kan Zijn discipel niet zijn. Teneinde de Goddelijke weg te volgen dien je Christus boven alle andere personen en zaken lief  te hebben; anders houd je het gewoon niet vol.
Christus zegt het zo dikwijls:
Die Mijn discipel wil zijn, die dient zich, zijn kruis op te nemen en Mij te volgen”.
Dat is het beeld van de Blijde Boodschap voor een christen, veel van ons hebben er ècht geen idee van dat slechts het kruis opnemen de voorwaarde is. En dit beeld is ook zó verschrikkelijk anders dan het beeld dat ons zo dikwijls voorgehouden wordt. Want het beeld van de Christen dat ons door sommigen wordt getekend, is het beeld van een mens die op de roep gevolg heeft gegeven, Christus gevolgd heeft en vervolgens vanaf die dag lovende en prijzend – alleluja roepend – door het leven gaat. Het is een christendom zonder kruis, een christendom zonder strijd. Maar dàn heb je de boodschap totaal niet begrepen:
Volwassen worden – Volmaaktheid bereiken – Christus volgeling zijn – Hem te volgen, betekent je kruis opnemen, zoals Hij deed en Hem door dik en dun te volgen. We mogen er niet voor weglopen, we mogen er niet over klagen [onszelf ook niet verheffen] en ons er niet tegen verzetten. We mogen geen ander kruis begeren of denken dat een ander kruis beter bij ons past; we mogen er ook niet koud en onverschillig onder worden.
We dienen het tot heil en zegen van onszelf ‘op ons te nemen’, dat is:
vrijwillig aanvaarden en dragen, vanuit de wetenschap dit kruis van ons leven
ons is opgelegd door een wijs en liefhebbend Vader tot ons nut en onze zaligheid‘.
Onze Heer, Die het beste met ons voorheeft, oordeelt anders dan de wereld om ons heen. Onze Vader gebruikt voor Zijn kinderen het kruis als geneesmiddel.
In de bekering van mensen voegt God het kruis dikwijls bij Zijn Woord.
De mens wil van zichzelf naar het Woord niet luisteren.
Hij mag het uiterlijk als leer aanvaarden, maar laat zich niet door God en Zijn Woord gezeggen. Hij geeft niet werkelijk acht op de bedreigingen en beloften van het Woord van God.
Zo leeft menigeen niet-bekeerd verder onder de prediking van het Woord van God. Om die mens op het Woord te richten voegt onze Heer en Zaligmaker dàn bij het Woord het kruis van tegenspoed, een bepaalde vorm van ziek zijn, van dood en enorme teleurstelling.
Dat had de volgeling van Christus niet verwacht – heling vraagt om vernedering tot op het bot.

Tekortkomingen ervaren
Degenen, die handicapt zijn, aangeboren of door anderen of eigen onvoorzichtigheid arbeidsongeschikt zijn geworden, dienen niet stilletjes te laten merken dat zijn ontevreden zijn in hun bestaan, maar hun [geestelijk] begeleider dient hen aan te zetten God in alle nederigheid te verheerlijken en in hun leven Christus na te volgen.
Wanneer het gebed zwakker wordt, geeft het jezelf, door gedwongen aandacht, geestelijke troost en warmte. Maak gebruik van korte gebeden, vooral het gebed des Heren; bestudeer de Blijde Boodschap en lees religieuze boeken.
De beste bescherming tegen de weg kwijtraken is – het persoonlijk sterven, het bijbehorende oordeel, de Hemel naast de hel tegen de weldaden die God ons doet toekomen – tegenover elkaar te zetten en je aldus tegen de zonde te beschermen
Bedenk altijd dat God ons hart [laat] bewaken zal en de inhoud ervan controleert.
Hiermee zullen we de vreze Gods bevruchten, het gericht blijven op onze eigen vooruitgang, de afstoting van slechte gedachten en gevoelens en de waakzaamheid van morele zuiverheid.
Laten we onszelf voortdurend onderzoeken, ons bekeren t.o.v. het verleden en onze zwakheden vermijden.
Laten we de hoop op onze redding nimmer verliezen.
De vreze Gods is oprecht, roept op tot een zekere geestelijke verlegenheid, gevoeligheid. Degenen, die godsdienstig trachten te leven kunnen worden aangescherpt, dit bijslijpen, scherpzinniger maken druipt als honing op het hart, een goddelijk ingesteld mens martelt zichzelf niet met z’n leven, maar bedankt God voor de Genadegaven. Gods bewegingen zijn subtiel en voorzichtig, de mens ervaart diep van binnen de aanwezigheid van God, de engelen en de heiligen.
Hij/zij ervaart de beschermengel naast zich, die slechts toekijkt.
Hij blijft zich in gedachten houden dat zijn lichaam de Tempel van de Heilige Geest is [1Cor.3:16 en 6:19] en zet z’n/haar leven in eenvoudig, puur en heilig voort. Overal waar hij/zij gaat, gedraagt ​​hij/zij zich met zorg en verlegenheid en ervaart alle levende heiligdommen om zich heen, inclusief z’n/haar naasten. Hij/zij aanschouwt slechts stralende iconen, in plaats van hun schaduwzijde“.
H. Païsios, de Athonitische staretz

In Zijn ontferming maakt God dat ons persoonlijk levensleed ons naar Zijn Blijde Boodschap in het Woord doet luisteren. God opent daarmee ons hart voor het Woord door middel van het kruis. Het kruis is als een medicijn, als balsem, als Myron op de wonde voor hen die door Gods Genade door de doop wedergeboren zijn. Het is het medicijn tot de doding van de oude mens en tot de kruisiging van het zondige vlees. Het is onmisbaar tot vernedering van onze hoogmoed.
Er is dus een Goddelijke zegen verborgen in het kruis; God verwondt niet zonder reden. God verwondt – doodt de oude mens – om te genezen en vernedert om te verhogen. God draagt ons dan ook geen boosheid, wraakgevoelens toe wanneer Hij ons straf laat ondergaan en ons het kruis oplegt. Hij kastijdt zoals een vader zijn zoon kastijdt: ons tot voordeel diende, waar wij iets aan hebben;
kastijding is het bewijs van Zijn Vaderlijke liefde.
Zo zegt de Apostel Paulus:
    Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een 
engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen. Driemaal heb ik de Heer hierover gebeden, dat Hij dit van mij zou afnemen. En Hij heeft tot mij gezegd: ‘Mijn Genadegave is u genoeg, want de Kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de Kracht van Christus over mij zal komen. Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, onderga ik smaad, draag ik noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want als ik zwak ben, dan ben ik machtig2Cor.12: 7-10.
Waar dient dit kruis voor waar Paulus zo onder zuchtte?
De Apostel antwoordt:
                                   Opdat ik mij niet zou verheffen”.

Myron-dragende wijze

Zo en op díe Myron-dragende wijze heeft God déze duistere zaak voor Paulus opgehelderd. Dáárom verhoorde God zijn gebeden om verlossing van het kruis niet.
Dáárom moest dat kruis blijven, opdat Paulus zich niet zou verheffen. Het was bedoeld om Paulus, die zulke Hemelse openbaringen had ontvangen, deemoedig te laten blijven, hem onder de knoet te houden.
De discipline van het kruis is dan ook méér dan nodig, het is als Myron voor de ziel. Het is nodig tot doding van de oude mens en om onze hoogmoed uit te roeien. Hij zoekt ons behoud, ons kruis slaat om te kunnen helen.  Indien iemand als maar zorgeloos voortleeft, zijn heil en geluk zoekt bij
de gebroken vaten van aards plezier, van werelds genot, van geld en goederen en
onze Heer slaat die gebroken vaten stuk, dan gebeurt dat uit liefde; dàn zoekt de Heer daardoor tot bekering te leiden.
Hoe velen van Gods kinderen danken hun eerste ontwaken aan kruis en tegenspoed. Soms aan de dood van een geliefde man, vrouw of kind; onze Heer en Zaligmaker heeft hen door middel van het kruis wakker geschud.
Hij heeft hen daardoor de leegheid en vergankelijkheid van de wereld getoond.
Het heeft hen geleerd wat het zeggen wil een ziel te bezitten en  op reis naar de eeuwigheid te zijn.
Door middel van alle smart en beproeving is het heilige Myron-vloeiend besef op hen gelegd, dat ze eens voor Gods rechterstoel zullen staan en rekenschap dienen af te leggen.
Eens was ik een vreemdeling voor God en mijn eigen hart. Ik kende geen schuld en ik was nergens bang voor, verhief mijzelf boven de wereld en kon alles aan.
Maar het genezing brengend kruis bracht hen tot de vraag:
Mijn ziel, doorziet gij uw lot, hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?
Het werd het begin van een zoeken naar de dingen van Gods Koninkrijk.
Zo lijkt het kruis eerst alleen maar een donkere wolk te zijn die op ons is gevallen, maar een periode later zegen we:
      En jullie zullen in die dagen zeggen: Ik loof U, Heer, omdat U toornig op mij bent geweest; Uw toorn heeft zich afgewend en U vertroost mij. Zie, God is mijn heil, ik vertrouw en vrees niet, want mijn sterkte en mijn psalm[gezang] is de Heer der Heerscharen, en Hij is mij tot Heil geweest. Dan zullen jullie met vreugde water scheppen uit de bronnen van het Heil. En jullie zullen te dien dage zeggen: Looft de Heer, roept Zijn naam aan, maakt onder de volkeren Zijn daden bekend, vermeldt, dat Zijn Naam verheven is.

Zingt Psalmen voor de Heer, want Hij heeft grootse dingen gedaan; dit zal bekend gemaakt worden op de gehele aarde. Juicht en jubelt, inwoners van Sion, want Groot is in uw midden is de Heilige van Israël [de Kerk]” Isaiah 12: 1-6.

Apolytikion     tn.2.
  De rechtvaardige Joseph nam Uw alleruiterst Lichaam van het Kruis
Hij wikkelde het met specerijen in een zuiver linnen doek;
daarna legde hij Het in een nieuw graf.
Maar Gij, Heer, zijt opgestaan op de derde dag,
en schenkt aa de wereld de grote Genade
[gaven]”.

Eer . . . nu en altijd . . .

  De Engel bij het graf riep tot de Myrondraagsters:
Myron past voor de gestorvenen.
Christus echter bleef vrij van het bederf.
Roept daarom luid: De Heer is opgestaan en
schenkt aan de wereld grote Genade
[gaven]”.

Kondakion     tn.2.
  Toen Gij tot de Myrondraagsters het “verheugt u’ riep,
kwam er een eind aan de klacht van de voormoeder Eva,
door de Opstanding, ohChristus God.
En Gij hebt aan de Apostelen bevolen om te verkondigen:
De Verlosser is opgestaan uit het graf
”.

Orthodoxie & ‘Ga heen, uw zoon leeft!’ – openheid van Geloof

Christus, de Geneesheer; Christ, the healer.

      En er was te Capernaüm een hoveling, wiens zoon ziek was. Toen deze hoorde, dat de Heer uit Judea naar Galilea gekomen was, ging hij tot Hem en verzocht Hem te komen en zijn zoon te genezen; want deze lag op sterven.
Jezus zei dan tot hem: Indien jullie mensen geen tekenen en wonderen ziet, zult gij niet geloven.
De hoveling zei tot Hem: ‘Heer, kom af, eer mijn kind sterft.
Jezus zei tot hem:
     ‘ Ga heen, uw zoon leeft!’
De man geloofde het woord, dat Jezus tot hem sprak en ging heen. 
En reeds terwijl hij afdaalde, kwamen zijn slaven hem tegemoet en zeiden, dat zijn kind leefde. Hij vroeg hun naar het uur, waarop de beterschap was ingetreden; zij zeiden tot hem: ‘Gisteren op het zevende uur werd hij vrij van koorts’.
De vader dan bemerkte, dat het dat uur was, waarop Jezus tot hem gezegd had Uw zoon leeft en hij werd zelf gelovig en zijn gehele huis.
En dit deed Jezus weer als tweede teken, toen Hij uit Judea naar Galilea gekomen wasJohn.4: 46-54.

David & Salomon

      En Stephanos, vol van Genade en Kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het Volk. Doch er stonden sommigen op van hen, die waren van de zogenaamde synagoge der Libertijnen, van de Cyreneeërs en van de Alexandrijnen en van de Joden uit Cilicië en Asia en redetwistten met Stephanos, en zij waren niet bij machte de wijsheid en de Geest, waardoor hij sprak, te weerstaan.
Toen schoven zij mannen naar voren, die zeiden: ‘Wij hebben hem lasterlijke woorden tegen Mozes en God horen spreken’.
En zij brachten zowel het Volk als de oudsten en 
de schriftgeleerden in opschudding; en op hem aandringende, sleepten zij hem mee en leidden hem voor de Raad, en voerden valse getuigen aan, die zeiden: ‘Deze mens spreekt onophoudelijk lasterlijke woorden tegen deze heilige plaats en de wet, want wij hebben hem horen zeggen, dat deze Jezus, de Nazoreeër, deze plaats zal afbreken en de zeden veranderen, die Mozes ons heeft overgeleverd’.
En allen, die in de Raad zitting hadden, zagen, toen zij hem aanstaarden, zijn gelaat als het gelaat 
van een engel.
En de hogepriester zei: Is dat zo?
En hij zei: ‘     Gij, mannen broeders en vaders, hoort toe. De God van de Heerlijkheid is verschenen aan onze vader Abraham, toen hij nog in Mesopotamië was, voordat hij in Haran ging wonen, en Hij zei tot hem: ‘Verlaat uw land en uw bloedverwanten en kom herwaarts naar het land, dat Ik u wijzen zal.
Toen vertrok hij uit het land der Chaldeeën en vestigde zich in Haran. En nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem vandaar over naar dit land, waar gij nu woont; en Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs niet een voet, maar Hij beloofde het hem en zijn nakomelingschap tot een bezitting te geven, ofschoon hij geen kinderen had.

David & Salomon

. . . . .  Maar [eerst] Salomo bouwde Hem een huis.
De Allerhoogste echter woont niet in wat men met handen maakt, zoals de profeet zegt:           De Hemel is Mij ten troon, en de aarde een voetbank voor mijn voeten. Wat voor huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heer, of wat is de plaats van Mijn rust? Heeft niet Mijn hand dit alles gemaakt?
Hardnekkigen en niet-besnedenen van hart en oren, gij verzet u altijd tegen de Heilige Geest; gelijk uw vaderen, zo ook gij.
Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? Zelfs hebben zij hen gedood, die geprofeteerd hebben van de komst van de Rechtvaardige, van wie gij nu verraders en moordenaars geworden zijt, gij, die de Wet ontvangen hebt op beschikking van engelen, doch haar niet hebt gehouden.
         Toen zij dit hoorden, sneed het hun door het hart en zij knersten de tanden tegen hem.
Maar hij, vol van de heilige Geest, sloeg de ogen ten hemel en zag de Heerlijkheid van God en Jezus, staande ter rechterhand van God.
         En hij zei: ‘     Zie, ik zie de Hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan de  rechterhand van God.
Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopte hun oren toe en stormden als een man op hem los; en zij wierpen hem de stad uit en stenigden hem. En de getuigen legden hun mantels af aan de voeten van een jonge man, Saulus genaamd.
En zij stenigden Stefanus, die de Heer aanriep, zeggend:
‘Heer Jezus, ontvang mijn geest’. En op de knieën vallende, riep hij met luide stem:
‘Heer, reken hun deze zonde niet toe! En met deze woorden ontsliep hijHand.6: 8-7: 5, 47-60.

De mensen die Christus al van jongsaf aan kenden, onderkenden niet Wie hij in werkelijkheid was; The people who knew Christ from a very early age did not recognize Who he really was.

Onze Heer heeft in de weergave van Johannes voorafgaand aan de ontmoeting met de hoveling van Herodes, wiens zoon dodelijk ziek was
een ontmoeting gehad met de vrouw aan de bron en vervolgens staat vermeld dat Hij getuigd heeft dat een Profeet in zijn vaderland niet in ere is, tevens begint de huidige perikoop met:
Christus kwam dan opnieuw te Cana in Galilea, waar Hij het water tot wijn gemaakt had”.
In de handelingen wordt vandaag ‘een vervolging van een diakon’ beschreven,
na de woorden:
” Hardnekkigen en niet-besnedenen van hart en oren, gij verzet u altijd tegen de Heilige Geest; gelijk uw vaderen, zo ook gij.
Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? Zelfs hebben zij hen gedood, die geprofeteerd hebben van de komst van de Rechtvaardige, van wie gij nu verraders en moordenaars geworden zijt, gij, die de Wet ontvangen hebt op beschikking van engelen, doch haar niet hebt gehouden”.
Het Evangelie van Johannes beschrijft de Blijde Boodschap als een adelaar, die
over een helikopterview beschikt en een dusdanig perspectief biedt dat
onderscheid wordt gemaakt tussen hoofdlijnen en minder belangrijke zaken.
Hij zweeft als het ware heen en weer tussen de Blijde Boodschap, de oplossingen, die worden aangeboden en zaken die daarmee in tegenspraak zijn; schaduw, warmte en licht wisselen elkaar af.

eenzame Pelgrim; lonely Pilgrim.

Wat in beide lezingen opvalt is dat een Profeet op zijn thuisbasis,
zijn vaderstad en onder zijn verwanten, in zijn eigen huis niet bewonderd zal worden, laat staan dat hij daar enige lof zal ontvangen.
Hier wordt gesproken over de genezing van een zoon van een hoveling van het hof van Herodes, welke gezien z’n achtergrond al helemaal geen aansluiting bij Christus zou behoren te zoeken. God heeft erbarmen met de armen en er wordt ons hier een genezing voorgehouden van een kind, dat opgevoed is door een van de koninklijk ambtenaren aan het hof van Herodes.
De Hemel is voor God een troon en de aarde een voetbank voor Zijn voeten.
Wat voor huis zal de mens Hem bouwen, of wàt is de plaats van Zijn rust?
Heeft Zijn hand dit niet allemaal gemaakt? Niet- of zwak- gelovigen sluiten hart en oren, zij verzetten zich altijd tegen de Heilige Geest. De Joodse bevolking, die in Galilea woonde, was in de ogen van degenen die in Judea woonden, nimmer beschouwd als een gemeenschap volstrekt vrome Joden, zij leefden immers in het gebied van de voormalige noordelijke koninkrijk; Orthodox, ècht ‘goed en vroom‘ Jood zijn dàt was ‘alleen‘ mogelijk in het zuiden, in Judea.
– ‘Kan uit Nazareth iets goeds voortkomen??John.1: 47 zo heeft Nathanaël reeds aan het begin gezegd. Dus Galilea wordt beschouwd als religieus onbetrouwbaar, maar onze Heer en Zaligmaker komt uit die streken voort en is derhalve Iemand,
Die iets geweldigs doet ontstaan:
>>> Hij geeft de aanzet tot een religieus relativisme ten opzichte van de Tempel van Jeruzalem. Alleen daardoor wordt Hij al gekend als een Profeet, Die Zich met
de moed der Hoop tegen de bestaande orde verzet.
God wil namelijk helemaal ‘niet‘ dat het priesterschap zich als koningen gedraagt
zichzelf ontzettend tegoed doet en zich goed bedeeld – en de kerkelijke organisatie met veel gezag en hoogmoed handhaaft door rituele diensten en raadselachtige handelingen.
Openheid van doen en laten en nederig handelen brengt de mens nader tot God in plaats dat dit het volk angst ingeboezemd wordt door verschillende gewoonten en gebruiken tot in uiterste door te voeren – doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg – het volk kijkt al genoeg tegen God op.
Dat behoeft de Kerk met haar groots voorkomen en gebouwen niet nog eens dunnetjes over te doen.

Wat in deze lezingen wordt getoond is dat wáár Geloof openheid van zaken geeft.
Eerst dàn wordt duidelijk dat Christus als Profeet niet als een komeet op aarde neerdaalt en door hoogmoed van mensen ten onder dreigt te gaan, maar een uitnodiging omvat om de mens zich in eigen leven dusdanig te laten gedragen dat er niet langer een scheiding bestaat tussen het gewone en het ongewone?

Dan begint het probleem dat Jezus waarschijnlijk al eerder heeft ervaren met zijn eigen familieleden, met zijn eigen dorpsgenoten.
          En Hij [Christus] ging in een huis; en er verzamelde zich opnieuw de menigte, zodat zij zelfs geen brood konden eten.
En toen zijn naastbestaanden dit hoorden, gingen zij heen om Hem te halen, want zij zeiden: ‘Hij is niet bij zijn zinnen’. En de schriftgeleerden, die van Jeruzalem gekomen waren, zeiden:
‘Hij heeft Beëlzebul, en door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit’.
            En Hij riep hen tot Zich en sprak tot hen in gelijkenissen:
‘Hoe kan de satan de satan uitdrijven? En indien een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is, kan dat koninkrijk zich niet staande houden. En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zal dat huis niet kunnen bestaan’Marc.3: 20-25.

Het is moeilijk om uit het Nieuwe Testament dit tafereel te wissen, waarin Maria en de broers van Jezus, de Profeet ontmoeten voor de toegang van de autoriteiten in Jeruzalem.
De orthodoxen joden verklaren dat alleen in naam van de allerhoogste, de Duivel, Christus de wonderen van genezing kan verrichten; de doodstraf staat in het pact van de duivel; bèter dáárom, dat iemand Jezus opsluit in de privé-gevangenis van zijn eigen huis als een mentale patiënt: “Hij is gek” – hij is gek geworden;  dìt is historisch gezien de diagnose van de broers en de moeder van Jezus over de toestand van de man uit Nazareth.
En hoe reageert onze Heer en Verlosser?
Hij gaat zitten en zegt:
Wie zijn Mijn moeder en broeders?
En rondziende over degenen, die in een kring rondom Hem zaten, zei Hij:
‘ Zie, Mijn moeder en Mijn broeders. Al wie de wil Gods doet, die
is Mijn broeder en zuster en moeder
Marc.3: 31-35.
Het gaat niet langer om familiebanden, maar om innerlijke saamhorigheid,
om een ​​leven met dezelfde glans van eenvoud.
En wat is diezelfde onderlinge Christelijke glans?
Dat is de wijze waarop een monnik leeft – evenwicht tussen werk en privéleven
– het nastreven van geluk ten koste van alles maakt ons eigenlijk ongelukkig –
het is immers niet de bedoeling voortdurend, de gehele tijd gelukkig te zijn.
Innerlijke rust zien te vinden in een hectische wereld van informatie, e-mails en overuren maken, m.a.w. je eigen ego oppoetsen.

Slechts vertrouwen op God
    Heer, neig Uw oor en verhoor mij, want ik ben arm en behoeftig.
Behoed mijn ziel, want ik ben U gewijd; mijn God, red Uw dienaar die op U vertrouwt.
Ontferm U over mij, o Heer, want heel de dag roep ik tot U.
Schenk vreugde aan de ziel van Uw dienaar, want tot U verhef ik mijn geest.
Gij, Heer, zijt immers goed en zachtmoedig en rijk aan barmhartigheid
voor ieder die U aanroept.
Leen Uw oor, Heer, aan mijn gebed; geef acht op de stem van mijn smeken.
Toen ik beproefd werd heb ik tot U geroepen, omdat Gij mij altijd verhoort.
Uws gelijke is er niet onder de goden, Heer: niets evenaart Uw werken.
Alle volkeren die Gij gemaakt hebt, Heer,  zullen komen en voor U neervallen; zij zullen Uw naam verheerlijken.
Want Gij zijt groot en Gij doet wonderen: Gij alleen zijt God.
Heer, leid mij op Uw weg, opdat ik voortga in Uw Waarheid.
Moge mijn hart zich verheugen, door het vrezen van Uw naam.
Ik wil U belijden, Heer mijn God, uit heel mijn hart; ik wil Uw Naam verheerlijken in eeuwigheid.
Want Uw barmhartigheid is groot over mij: Gij hebt mijn ziel ontrukt
aan de afgrond van de hades.
God, de overtreders zijn tegen mij opgestaan, de samenscholing der machtigen
belaagt mijn ziel: want zij houden U niet voor ogen.
Maar Gij, Heer mijn God, zijt goedertieren en barmhartig:
Grootmoedig, Rijk aan Genadegaven, en Waarachtig.
Zie op mij neer, ontferm U over mij, geef kracht aan Uw dienaar; red de zoon van Uw dienstmaagd.
Doe aan mij een teken ten goede, opdat zij die mij haten,
het zien en beschaamd staan.
Omdat Gij, Heer, mijn Helper zijt, Die mij hebt getroost”.
Psalm 85[86] vert. ROK ’s-Gravenhage   

“the beloved is Mine and I am his”.

    Verlaat uw land en uw bloedverwanten en kom herwaarts naar het land, dat Ik u wijzen zal.
. . . . .  Maar [eerst] Salomo bouwde Hem een huis [een onderkomen].
De Allerhoogste echter woont ‘niet’ in wat men met handen maakt, zoals de profeet zegt:
          De Hemel is Mij ten troon, en de aarde een voetbank voor mijn voeten. Wat voor huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heer, of wat is de plaats van Mijn rust? Heeft niet Mijn hand dit alles gemaakt?’”.
Probeer God niet mooier te maken dan Hij al is
– God ìs niet te evenaren door datgene wat men met mensenhanden maakt –
God bevindt Zich in de Tempel van het hart, al onze gedachten dienen gericht te zijn  op Zijn onuitputtelijke Liefde tot ons mensen, dàn zijn wij Gods Tempel.
Het is goed dat wij zorgen dat er plekken van stilte, dat er plekken van het Mysterie [het geheim] zijn, zoals onze ‘eenvoudige kerkgebouwen; eenvoudig omdat overdaad schaadt.
En het is goed dat wij zorgen dat zo’n ruimte geschikt blijft om er met het Mysterie [het geheim] van God in aanraking te komen.
Om te zorgen dat dit voor een kerkgebouw nòg méér kan opgaan, dient het eenvoudig te zijn, ook voor toekomstige generaties.
Tegelijk dienen wij er goed van doordrongen te zijn dat een kerkgebouw niet de Kerk is, niet de Tempel van God. Neen, de Kerk, het Lichaam van Christus, de Tempel van God, zijn de mensen. En de mensen, die spelen een spel in Zijn tuin.
En mensen zijn dat vooral in het diepst van hun hart, dáár waar zij, vèr voorbíj aan hun eigenbelangen, geraakt worden door God.
Maar zij zijn het ook samen, als zij zich inzetten voor elkaar, als  zij samen bouwen aan die ontzagwekkende plaats waar gediend en  God eer wordt toegebracht hetgeen de Kerk, het Lichaam van Christusm zou moeten zijn:
een mensengemeenschap waar Gods wetten, die van Rust – Vrede en Gerechtigheid heerst.
En Deze Heer, Jezus Christus, Die vredestichter, de weerloze mensenzoon,
maakt van touwen een zweep en slaat daarmee al diegenen, die alle soorten geld tegen elkaar uitwisselen, de handelaars de Tempel uit en hij gooit de tafels van de projectontwikkelaars om.
Hij, Deze zachtmoedige God-mens roept het van de daken:
De Allerhoogste echter woont niet in wat men met handen maakt !!!”
Misschien als mens een beetje arrogant, maar:
Niemand behoefde Hem iets over de mens te leren,
Hij wist Zelf donders goed wat men aan een mens had
”.
Dat is de Goddelijke Wijsheid en de Christelijke Geest en
daardoor leiden [lijden] wij een Christelijk leven.

Heer, Gij hebt mij op Uw pad gezet en
mij de toegang niet ontzegd”.

“Juich voor de Heer, gehele aarde, dien de Heer met vreugde.

Komt voor Zijn aanschijn met gejubel, weet dat de Heer werkelijk onze God is.
Hij heeft ons gemaakt, niet wijzelf:  wij zijn Zijn volk, de schapen van Zijn weide.
Gaat Zijn poorten binnen met belijdenis, Zijn voorhoven met Hymnen.
Belijdt Hem;  zingt de lofzang voor Zijn Naam.
Want de Heer is goed, Zijn barmhartigheid is voor eeuwig; en van geslacht tot geslacht duurt Zijn Waarheid“. Psalm 99[100] vert. ROK ‘s-Gravenhage