Het Pascha, de Opstanding van onze Heer en God en Heiland, Jezus Christus

In de ‘tijd’ van onze Heer Jezus, de Christus bracht het Joodse Pascha [Hebr: פֶּסַח, Pesach] de gelovigen van Mozes samen naar Jeruzalem met het doel het paaslam te offeren en te nuttigen. Dit herdacht de Exodus die de Hebreeën bevrijdde van de Egyptische slavernij. Vandaag verenigt het Christelijke Pascha [Gr. Πάσχα, Pascha] de volgelingen van Christus, de Christenen in gemeenschap met hun Heer, het waarachtige Lam Gods. Het brengt hen in verbintenis met Zijn dood en Opstanding, Die hen bevrijd heeft van zonde en dood.

Er is een duidelijke continuïteit van het ene feest, dat volgt op het andere, maar het perspectief is veranderd in de overgang van het oude naar het Nieuwe Verbond [een hernieuwde verbintenis, de bevestiging van het doopcontract] door tussenkomst van Jezus – ‘Pascha – .

Vanaf het begin, dat het Volk samensmolt was het Pascha een familiefeest.
Het werd gevierd in de nacht, bij de volle maan van de lente-equinox, de 14e van de maand Abib of van het koren [na de ballingschap- Nisan genoemd].
Een jong lam, dat jaar geboren, werd aangeboden aan de Heer, onze God om de goddelijke zegeningen over de kudden af te smeken.
Het slachtoffer was een lam of een jong geitje, van het mannelijk geslacht, zonder smet; geen enkel botje van dit dier mocht worden gebroken.
Zijn bloed werd als verf, als een teken van behoud, gebruikt bij de ingang van iedere woning.
Het vlees van het geofferde lam werd gegeten tijdens een snelle maaltijd, snel zoals gasten zich haasten wanneer zij op het punt staan op reis te gaan.
Deze nomadische en huiselijke eigenschappen suggereren een zeer oude oorsprong rond het Pascha: het had een offer kunnen zijn dat de Israëlieten aan Farao vroegen – teneinde het in de woestijn te vieren. Het gaat dus terug tot de tijd van Mozes en het vertrek uit Egypte, dit gaf de Exodus zijn definitieve betekenis.

De grote lente van Israël [de Kerk en de wereld] vindt plaats wanneer God Zijn geestelijk Volk bevrijdt van het onderdrukkend, verslavend [Egyptisch, woestijn-] juk van de wereld door een reeks van providentiële interventies, waarvan de meest opvallende tot uiting komt in de tiende plaag: het doden van de eerstgeborenen van het kwaad [de Egyptenaren].
Bij deze gebeurtenis treedt in de Traditie later op in het offer van
de eerstgeborene van de kudde en de verlossing van de eerstgeboren Israëliet.
In Rooms Katholieke kringen was het nog gebruik dat de oudste zoon van het gezin – priester, of indien het een meisje was – moniale [non] werd.
Deze parallelle vergelijking blijft secundair.
Waar het om gaat is dat het Pascha samenvalt met de bevrijding van de Israëliet – de gelovige Christen van het kwaad, van de duvel en z’n malle moer]:
het werd het gedenkteken van de Exodus,
de grootste gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid.
Het herinnerde eraan dat God het kwaad had verslagen en zijn gelovigen had gespaard.
Van nu af aan zal dit de betekenis zijn van het Pascha en de nieuwe betekenis van zijn naam.

Pasch is het equivalent van de Griekse Pascha ,
afgeleid van de Aramese Pasha en de Hebreeuwse Pesah .
De oorsprong van deze naam wordt betwist. Sommigen geven het een vreemde etymologie, Assyrisch [pasahu , om te sussen] of Egyptisch [pa-sh , de herinnering, pe-sah , de slag];
maar geen van deze hypotheses is overtuigend.
De Heilige Schrift, de Blijde Boodschap associeert pesah met het werkwoord pasah, wat betekent ofwel te meppen, ofwel een rituele dans rond een offer te verrichten, of figuurlijk, “springen”, “doorgeven”, “sparen” .
Het Pascha is de doorgang van de Heer, Die ging over het Israëlitisch huis, de Kerk en haar gelovigen en de huizen van de wereld komt, terwijl God de huizen van de verdoemden [de Egyptenaren] trof.

Na verloop van tijd werd een ander feest samengesmolten met het Pascha.
Het joodse feest van het ongezuurde brood was oorspronkelijk nogal verschillend, maar werd uiteindelijk geassocieerd vanwege de datum in de lente.
Het Pascha werd gevierd op de 14e van de maand; het ongezuurde brood werd uiteindelijk vastgesteld van de 15e tot de 21e.
Deze ongezuurde broden vergezelden het aanbieden van de eerste vruchten van de oogst.
De verwijdering van het oude zuurdesem was een rite van zuiverheid en van jaarlijkse vernieuwing, waarvan de oorsprong wordt verondersteld om nomadisch of agrarisch te zijn.
Wat het momenteel ook is, de Israëlitische Traditie associeerde deze rite ook met het vertrek uit Egypte.
Het herinnerde de haast van het vertrek uit Egypte, zo gehaast, omdat de Israëlieten hun deeg moesten afvoeren voordat het gezuurd was.
In de liturgische kalenders worden de feesten van het Pascha en Ongezuurde Broden soms onderscheiden en soms verward, daarom is het in de Orthodoxe Kerken verplaatst naar Transfiguratie, het feest van Christus Licht op de berg met Mozes & Elias. Dit werd oorspronkelijk in de Orthodoxe Kerken gevierd op de huidige zondag van Gregorius Palamas [zie aldaar] in de grote en heilige voorbereidingstijd, de vastenperiode.

Dus het Pascha is door de eeuwen heen geëvolueerd; erg hebben sommige kwalificaties en  wijzigingen plaatsgevonden, maar het belangrijkste is de innovatie van Deuteronomium die het oude familiefeest veranderde in een hoogfeest van de tempel, de woning van de Heilige Geest, ons hart.
De Messias, onze Heer Jezus Christus is inderdaad geboren [zie het Kerstfeest en de Doop in de Jordaan, Theophanie.
Om te beginnen nam onze Heer en Verlosser, Die reeds eeuwen door de Profeten voorzegd is, deel aan het joodse paasfeest; Zijn doel was om het te perfectioneren.
Hij zou het ten slotte verdringen en vervullen.

Op het moment van het Pascha sprak Jezus woorden uit en voerde acties uit die beetje bij beetje de betekenis ervan veranderden.
Zo hebben we het Pascha van de enige  Zoon, Die dicht bij het Heilige der Heiligen blijft omdat Hij weet dat Hij daar dichtbij Zijn Vader is; het Pascha van de nieuwe tempel, waar Jezus het tijdelijke heiligdom heeft gezuiverd en het definitieve heiligdom, Zijn opgestane lichaam, heeft aangekondigd; het Pascha van de vermenigvuldigde broden,
hetgeen Zijn lichaam zal zijn dat wordt geofferd als offer; ten slotte, en vooral het Pascha van het nieuwe Lam, waarin Jezus de plaats van het paas-offer inneemt.
Hij installeert de nieuwe paasmaaltijd en bewerkstelligt Zijn eigen exodus,
de ‘doorgang’ van deze zondige wereld naar het koninkrijk van de Vader.

De beschrijvers van de Blijde Boodschap, de Evangelisten begrepen
de bedoelingen van Jezus haarfijn en wierpen met verschillende nuances het Goddelijk Licht op hen.  De synoptische beschrijving beschrijft de laatste maaltijd van Jezus [zelfs als het aan de vooravond van het Pascha was verteerd] als een paasmaaltijd: het avondmaal wordt binnen de muren van Jeruzalem genomen en het bevindt zich in een liturgie die, onder andere, de recitatie van de Hallél. 

Halleel of Hallél [Hebr: הלל, Arab.: حَلاَلْ] is een van oorsprong Joods gebed
bestaande uit de psalmen 113 tot en met 118.
Hallèl betekent letterlijk “loof” of “prijs”. Het woord Halleluja is hiervan afgeleid.

Maar het is de maaltijd van “hèt Nieuwe Pascha“: waarmee met de rituele zegeningen bestemd voor brood en wijn,  onze Heer en Pedagoog het instituut van de Goddelijke Liturgie in [de Eucharistie] instelt, Door Zijn lichaam te eten en Zijn vergoten bloed te drinken, beschrijft Hij Zijn dood als het offer van het Pascha waarvan Hij het nieuwe Lam is. Johannes de Theoloog geeft er de voorkeur aan om te benadrukken, dat dit feit door het invoegen van een aantal verwijzingen naar Jezus het Lam in Zijn weergave:
      De volgende dag zag hij [Johannes de Doper] Jezus tot zich komen en zei: ‘Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt’“ & “      En toen hij Jezus zag gaan, zei hij: ‘Zie, het lam Gods!’John 1: 29 & 36,
en in het maken van samenvallen, op de middag van de 14e Nisan, het offeren van het lam
      Zij brachten Jezus dan van Kajafas naar het Gerechtsgebouw. En het was vroeg in de morgen; doch zelf gingen zij het gerechtsgebouw niet binnen, om zich niet te verontreinigen, maar het Pascha te kunnen eten“; “      En het was Voorbereiding voor het Pascha, ongeveer 
het zesde uur, en hij zeide tot de Joden: ‘Zie, uw koning!’”; “      De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven – want de dag van die sabbat was groot – vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden“; “      daar dan legden zij Jezus neer wegens de Voorbereiding der Joden, omdat het graf dichtbij wasJohn.18: 28; 19: 14,31,42.
en de dood aan het Kruis van het waarachtige Paas- Slachtoffer.
      Want dit is geschied, opdat het schriftwoord zou vervuld worden: Geen been van Hem zal verbrijzeld wordenJohn.19: 36.

de graankorrel

Gekruisigd aan de vooravond van een sabbat
      De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de 
lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven – want de dag van die sabbat was groot – vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden wordenJohn.19: 31, stond Jezus op de dag na diezelfde sabbat op; de eerste dag van de week, “      En zeer vroeg op de eerste dag der week gingen zij naar het graf, toen de zon opging. En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen afwentelen van de ingang van het graf?Marc 16: 2,3.
Het is ook op de eerste dag dat de apostelen hun verrezen Heer vinden in de loop van een maaltijd die een nieuwe versie van het avondmaal is:
– “      En het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte“, “      Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe. En Hij nam het en at het voor hun ogen  Luc.24: 30;42,43;
      Daarna verscheen Hij aan de elven zelf, terwijl zij aanlagen, en Hij verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen niet geloofden die Hem aanschouwd hadden, nadat Hij opgewekt wasMarc.16: 14;
      Toen het dan avond was op die eerste dag der week en ter plaatse, waar de discipelen zich 
bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zei tot hen: ‘Vrede zij u!’ En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Heer zagen. Jezus dan zei nogmaals tot hen: ‘Vrede zij u!’ – ‘ Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u’.
En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen: ‘Ontvangt de Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend.
En Thomas, een der twaalven, genaamd Didymus, was niet met hen, toen Jezus daar kwam. 
De andere discipelen dan zeiden tot hem: ‘Wij hebben de Heer gezien! Maar hij zei tot hen: ‘Indien ik in zijn handen niet zie het teken der nagels en mijn vinger niet steek in de plaats der nagels en mijn hand niet steek in zijn zijde, zal ik geenszins geloven’. En na acht dagen waren Zijn discipelen weer in het huis en Thomas met hen. Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zeide: ‘Vrede zij u!’“; “      Hierna openbaarde Jezus Zich opnieuw aan de discipelen bij de zee van Tiberias en Hij openbaarde Zich aldus.
Daar waren bijeen Simon Petrus, Thomas, genaamd Didymus, Natanaël van Cana in Galilea, de zonen van Zebedeus en nog twee van zijn discipelen. Simon Petrus zeide tot hen: Ik ga vissen. Zij zeiden tot hem: ‘Wij gaan met u mede. Zij vertrokken en gingen scheep, en in die nacht vingen zij niets. Toen het reeds morgen werd, stond Jezus aan de oever; de discipelen wisten echter niet, dat het Jezus was.
Jezus zei tot hen: ‘Kinderen, hebt gij ook enige toespijs?’.
Zij antwoordden Hem: ‘Neen’.
Hij nu zei tot hen: ‘Werpt uw net uit aan de rechterzijde van het schip en gij zult vinden. Zij 
wierpen het (net) uit en konden het niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.
Die discipel dan, dien Jezus liefhad, zei tot Petrus:
‘ Het is de Heer.
Simon Petrus dan, toen hij hoorde, dat het de Heer was, sloeg zijn opperkleed om, want hij was ongekleed, en wierp zich in zee; maar de andere discipelen kwamen met het schip, want zij waren niet ver van het land, slechts ongeveer tweehonderd el, en zij sleepten het net met de vissen.
Toen zij dan aan land gekomen waren, zagen zij een kolenvuur liggen en vis daarop en brood. Jezus zei tot hen: Brengt van de vissen, die gij thans gevangen hebt.
Simon Petrus ging aan boord en sleepte het net aan land, vol grote vissen, honderd drieënvijftig; en hoewel er zovele waren, scheurde het net niet.
Jezus zei tot hen: ‘Komt en houdt de maaltijd’. Niemand van de discipelen durfde Hem de vraag stellen: ‘Wie zijt Gij? Want zij wisten, dat het de Heer was.
Jezus kwam en Hij nam het brood en gaf het hun en evenzo de vis.
Dit was reeds de derde maal, dat Jezus na Zijn opwekking uit de doden Zich aan Zijn discipelen geopenbaard heeftJohn.20: 19-26; 21: 1-14;
      En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij [zei Hij] van Mij gehoord hebt“ Hand.1: 4

Op de eerste dag van de week zullen de verzamelde christenen zich verenigen voor het breken van het brood: “      En toen wij op de eerste dag der week samengekomen waren om brood te breken hield Paulus een toespraak tot hen en, daar hij van plan was de volgende dag te vertrekken, zette hij zijn rede voort tot middernachtHand.20: 7;
      elke eerste dag der week legge ieder van u naar vermogen thuis iets weg, en hij zal dit opsparen, opdat er niet eerst na mijn komst inzamelingen gehouden dienen te worden“ 1Cor.16:  2.
Deze dag zou spoedig een nieuwe naam ontvangen: de dag des Heren, the day of the Lord, την ημέρα του Κυρίου,
يوم الرب, oftewel ‘zondag’:
      Ik kwam in vervoering van de geest op de dag des Heren en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, zeggend: ‘Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten’“ Openb.1: 10,11a.
Het herinnert al de Christenen op de gehele wereld aan de Opstanding van Christus,  waarin Hij hen verenigt en Zich verenigt met Hem in Zijn Goddelijke Liturgie [Eucharistie],
en wijst hen daarmee naar de hoop van Zijn Parousia:
      Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat 
Hij komt“ 1Cor.11: 26.

In de Paasnacht bereiden Christenen zich net als ieder Zondag voor op hun ontmoeting met hun Heer, die is Opgestaan – Zij vieren dit in het heilige avondmaal met het Lam van God die de zonden van de wereld draagt ​​en wegneemt en vervangen de Joodse paasmaaltijd na een periode van vasten expliciet door een hernieuwing van hun doop, gedoopt en daarmee een Verbond met hun Heer en Meester aangegaan vormen zij het God’s-Volk in ballingschap, ze gaan voorwaarts met hun lenden omgord, bevrijd van kwaad, in de richting van het beloofde land van het Koninkrijk der hemelen.
Aangezien Christus, hun paasoffer, is geofferd, dienen zij het feest niet te vieren met het oude zuurdesem van een slecht gedrag, maar met het ongezuurde brood van zuiverheid en waarheid.
Met Christus hebben zij persoonlijk het Mysterie van het Pascha, het Pasen geleefd door te sterven aan de zonde en op te staan ​​naar een Nieuw [herboren] leven.

Christus is opgestaan!” / “Hij is waarlijk Opgestaan!
“Christ is risen!” / “He is risen, Indeed!”
Christus ist auferstanden! “/ ‘Er ist wahrhaftig auferstanden!’
Christus is verrezen!“/ ‘Hij is waarlijk verrezen!
Christ est ressuscité!“/ ‘Il est vraiment ressuscité!
Cristo è risorto!“/ ‘È veramente risorto!
Hristos a înviat!” / ‘Cu adevărat a înviat!
Χριστὸς ἀνέστη! “/ ‘Ἀληθῶς ἀνέστη!’
[Khristós Anésti! / Alithós Anésti!]
– “Христóсъ воскрéсе!” / ‘Воистину воскресе!
[Christos voskrese! / Voistinu voskrese!]
“al-Masī qām!” / ‘aqqan qām!’
“Masī qām!” / ‘Belāqiqāti qām!’
– المسيح قام! حقا قام! [al-Masī qām! / aqqan qām!]’;
المسيح قام!   بالحقيقة قام! [al-Masī qām! / Belāqiqāti qām!]

 

Paaszaterdag in de Grote en Heilige week, Stille Zaterdag – Christus rooft de Hades leeg en het gloren van het Paradijs.

de Goddelijke Raad

”     God staat in de Goddelijke Raad: in hun midden oordeelt Hij goden. Hoe lang nog zullen jullie onrechtvaardig oordelen en zijn jullie partijdig voor Zondaars?”.

“Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

Doe recht aan wezen en zwakken, wees gerecht voor hen die gering zijn en de armen. Verlos behoeftigen, bevrijd de arme uit de hand van de zondaar“.

“Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

Zij weten niets en begrijpen niets, zij tasten in het duister. Alle grondvesten van de aarde, wankelen en worden geschokt“.

“Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

Ikzelf heb gezegd: jullie zijn goden, allen zijn jullie zonen van de Allerhoogste. Toch zullen jullie sterven als mensen, als elk ander vorst zullen jullie vallen. Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

“Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.
Hymne conform Psalm 81[82] voorafgaand aan het Evangelie tijdens de Basilios-Liturgie, deze morgen.

NB. Voor de Orthodoxe gelovigen van de oude kalender is het dit jaar een heel bijzondere Stille Zaterdag, want bij hen wordt tevens het feest van de Boodschap aan de Moeder Gods gevierd

Het Paradijs en de hel
De Heilige Païsios, geestelijk leidsman op de berg Athos heeft een geschiedenis bekend gemaakt over God, Die het Paradijs en de Hel aan een eenvoudig mens openbaarde [misschien wel aan deze heilige zelf, want bij mijn ontmoeting met hem, heb ik waarachtige eenvoud mogen ervaren].
Dit is zijn resumé:
Wel, op een nacht terwijl dat deze eenvoudig levende mens sliep,
hoorde hij een stem zeggen:’    Kom, ik zal je de hel tonen’. 
Hij bevond zich toen in een kamer waar veel mensen rond een tafel zaten,
in het midden van die tafel stond een grote pot met voedsel. 
Toch hadden ze allemaal honger, omdat ze niet konden eten. 
Ze hadden elk een heel lange lepel waarmee ze voedsel uit de pot haalden,
maar met zo’n lange lepel waren zij niet in staat hun mond te bereiken. 
En dus klaagden sommigen, anderen schreeuwden, terwijl anderen zelfs huilden . . . . . “.
Toen hoorde deze eenvoudig levende mens dezelfde stem zeggen:
‘ Kom, ik zal je nu ook het Paradijs laten zien. 
Hij bevond zich vervolgens in een andere kamer, waar eveneens veel mensen rond een tafel zaten, net zoals de vorige. 
En, nogmaals stond er een grote pot met voedsel in het midden op tafel en de mensen hadden dezelfde lange lepels. 
Ze waren echter allemaal goed gevoed en gelukkig, omdat iedereen met z’n lepel voedsel uit de pot kon nemen
en
zo waren ingesteld dat de persoon naast hem gevoed werd. 
Begrijp je nu ook hoe jij, vanuit dit aardse leven vooruit kunt komen en
het leven van het Paradijs op aarde al kunt [be-]leven?”.

Ieder van ons heeft een soort “lepel” gekregen die we kunnen gebruiken om met anderen te delen of om het voor onszelf te proberen. waar het dus om draait is:
Hoe gebruik je de aan jou persoonlijk verleende “lepel?”
Hoe maak jij persoonlijk gebruik van de aan jou persoonlijk verleende talenten [de Genadegaven], die je van God hebt gekregen?

Vanuit de diepte van mijn hart,
roep ik tot de Heer, Die
mij steeds gedenkt

Paaszaterdag of Stille Zaterdag volgt op Goede Vrijdag;
maar wat is zo bijzonder aan deze dag?
Eenieder, die de diensten bezoekt wordt geconfronteerd met een Mystiek gegeven; het is de zaterdag vóór Pasen en de laatste dag van de vastentijd en lijdensweek die voorbereidt op het christelijke paasfeest.
Deze zaterdag wordt ook wel Stille Zaterdag genoemd, omdat op die dag de klokken niet luiden tot aan de Paaswake.
In de nacht ná Goede Vrijdag tot zaterdagmorgen herdenken christenen de tijd dat het dode lichaam van Jezus Christus in het graf ligt; je kunt dit ook aanschouwen wanneer je op deze nacht/ochtend in een Orthodoxe Kerk bent geweest – er heerst een zwijgende drukte, omdat de actieve parochianen druk doende zijn met de onafgebroken lezing van de Evangeliën – hetgeen een gebruik is bij overledenen, voorafgaand aan de begrafenisdienst.
De apostel Petrus verkondigt:
      Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als Rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis [de hades,de hel], die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden1Petr.3: 18-20.

In de Orthodoxe Kerk wordt deze dag Heilige en Grote Zaterdag of de Grote Sabbat genoemd, omdat op deze dag Christus fysiek “rustte” in het graf.
Maar men gelooft tevens dat Christus op deze dag geestelijk nederdaalde in de hel, de  Hades veroverde, om de zielen van hen die daar vastgehouden waren te redden en naar het Paradijs te voeren.

De Metten van de Heilige en Grote Zaterdag [meestal gehouden op de avond van Goede Vrijdag, zodat meer gelovigen er aan deel kunnen nemen] nemen een vorm aan van een begrafenisdienst voor Christus.
De gehele dienst vindt plaats rond de Epitaphios [Kerkslavisch Plasjenitsa], een icoon in de vorm van een geborduurde of geschilderde doek met de afbeelding van de graflegging van Christus.
Op zaterdagmorgen, wordt er een gecombineerde vesperdienst met de Goddelijke Liturgie van de Heilige Basilius de Grote gevierd.
Dit is de langste Goddelijke Liturgie van het gehele kerkelijk jaar en traditioneel ook degene die qua uur het laatst gevierd wordt.
Na de Kleine Intocht zijn er 15 oud-oudtestamentische lezingen.
1.]. Genesis 1: 1-13
2.]. Isaiah 60: 1-16
3.]. Exodus 12: 1-11
4.]. Jonah 1: 1-4: 11.
5.]. Joshua 5: 10-15
6.]. Exodus 13: 20-15: 19
7.]. Zephaniah 3: 8-15
8.]. 3[1] Koningen 17: 8-24
9.]. Isaiah 61: 10-62: 5
10.]. Genesis 22: 1-18
11.]. Isaiah 61: 1-9
12.]. 4[2] Koningen 4: 8-37
13.]. Isaiah 63: 11- 64: 5
14.]. Jeremia 31: 31-34
15.]. Danie2l 3: 1-23; waarna de Hymne van de drie Jongelingen in de vuuroven. 

Net voor de Evangelielezing [Matth.28: 1-20] worden alle
[altaar-]bekledingen en gewaden veranderd van zwart naar wit.
De diaken bewierookt de gehele kerk.
In de Griekse traditie strooit de geestelijkheid laurierbladeren en bloembladeren door de gehele kerk om de verbrijzelde poorten en verbroken ketenen van de hel en Jezus’ overwinning op de dood te symboliseren [de Koninklijke deuren wordt uit de scharnieren gelicht en opzij tegen de iconostase gezet.
Terwijl de liturgische sfeer verandert van verdriet naar blijdschap, wordt de paasgroet “Christus is Opgestaan” nog nèt niet uitgewisseld.
Deze klinkt pas héél zachtjes door in afwachting van de Paasvigilie.
De gelovigen gaan door met de vasten, nuttigen slechts wat studentenhaver.

Johannes de doper kondigt de nederdaling ter helle aan de rechtvaardigen van de hades [Slovetsky klooster [17e eeuw]

De reden hiervoor is dat, de Goddelijke Liturgie op Heilige en Grote Zaterdag de verkondiging voorstelt, van Jezus’ overwinning op de dood, aan hèn in de Hades. De Opstanding is nòg niet verkondigd aan de mensen op de aarde
[dit zal plaatsvinden tijdens de Paasvigilie]
De Grote Vasten was van oorsprong
de periode van catechese voor de catechumenen teneinde hen voor te bereiden op de doop en Myronzalving op Pascha [Pasen].
Voor het samenstellen van het hedendaagse Paasvigilie van Johannes Damascinos was deze dienst dè belangrijkste Paasviering.
Volgens de traditie vindt de doop of de inzegening/het ontvangen van de catechumenen plaats na deze dienst.

Voorafgaand aan de Paasvigilie komen de mensen in een stille, niet-verlichte kerk, alwaar de handelingen van de Apostelen worden gelezen.
Later op de avond [meestal rond 23:00 u., begint de Paasvigilie met het Middernachtsgebed, waarbij de canon van de Heilige Zaterdag wordt herhaald.
De weinige kandelaars en lampen, die in de duistere kerk nog enig oriëntatie- gevoel geven worden gedoofd.
En allen wachten in duisternis en stilte op de processie die voorafgaat aan de [Licht-]viering van de Opstanding.

Hij is niet hier, want Hij is opgewekt!
      Laat na de Sabbat, tegen het aanbreken van de eerste dag der week, ging Maria van Magdala en de andere Maria het graf bezien . . . . .
. . . . . En zie, er kwam een grote aardbeving, want een engel des Heren daalde uit de hemel neer en kwam nader, en hij wentelde de steen weg en zette zich daarop.
. . . . . Zijn uiterlijk was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw.
. . . . . .En de bewakers werden door vrees voor hem bevangen en zij werden als doden [zij schrokken zich dood en geraakten buiten zichzelf van vrees].
. . . . . Doch de engel antwoordde en zeide tot de vrouwen: ‘Weest gij niet bevreesd; want ik weet, dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft; komt, ziet de plaats, waar Hij gelegen heeft. En gaat terstond op weg en zegt zijn discipelen, dat Hij is opgewekt uit de doden. En zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd’.
En zij gingen terstond weg van het graf, met vrees en grote blijdschap, en liepen haastig voort om het Zijn discipelen te berichten.
. . . . . En zie, Jezus kwam haar tegemoet en zeide: ‘Weest 
gegroet’. Zij naderden Hem en grepen Zijn voeten en zij aanbaden Hem.
. . . . . Toen zeide Jezus tot haar: ‘Weest niet bevreesd. Gaat heen en bericht mijn broeders, dat zij naar Galilea gaan, en daar zullen zij Mij zien’.

Toen zij onderweg waren, zie, enigen van de wacht kwamen in de stad om de overpriesters al het gebeurde te berichten. En in een vergadering met de oudsten kwamen zij tot een besluit en zij gaven de soldaten veel geld, en zij zeiden: ‘Zegt, zijn discipelen zijn ’s-nachts gekomen en hebben Hem gestolen, terwijl wij sliepen. En indien dit de stadhouder ter ore komt, wij zullen het in orde brengen en maken, dat gij buiten moeite blijft. En zij [de soldaten] namen het geld aan en deden zoals hun gezegd was. En dit gerucht is onder de Joden verbreid tot de dag van heden toe.

En de elf discipelen vertrokken naar Galilea, naar de berg, waar Jezus hen bescheiden had. En toen zij Hem zagen, aanbaden zij, maar sommigen twijfelden.
En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggend:
. . . . . ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan heen en maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en leert hen onderhouden al wat Ik jullie bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereld’
Matth.28: 1-20.

Hymne bij de grote Intocht met de offergaven:
Dat alle sterflijk vlees zal zwijgen, en met vrees en ontzag staande, niets aards in het hart meer zal denken. Want de Koning van de koningen, De Heer van de heersers nadert nu als Offer ter slachting, tot Spijs van de Gelovige, Amen.
Voor Hem schrijden de Koren van de Engelen: de Vorstendommen en Machten, de Cherubijnen en Serafijnen, terwijl zij hun aangezicht bedekken
”.

Communiezang:
de Heer is ontwaakt, als iemand, die slaapt:
Hij is opgestaan om ons te redden!
”.

Laat ons nu verder zwijgen en vol ontzag in stilte de avond afwachten,
en ons verheugen op het komend voortgezet feestgebeuren.