Grote en Heilige Week, de dinsdag – houdt uw lampen branden

”     Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen.
Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal 
de komst van de Zoon des mensen zijn.
Want zoals zij in die dagen voor de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop
Noach in 
de ark ging en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.
    Dan zullen er twee in het veld zijn, een zal aangenomen worden en een achtergelaten worden;
    twee vrouwen zullen aan het malen zijn met de molen, een zal aangenomen worden, en een achtergelaten worden.
                Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Heer komt” Matth.24: 36-42.

”      Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet.
En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs.
       Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie;
doch de wijze namen olie in haar kruiken, met 
haar lampen.
Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig 
en sliepen in.
En midden in de nacht klonk een geroep:
De bruidegom, 
zie, gaat uit hem tegemoet!
Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf.
Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten.
       Later kwamen ook de andere maagden en zeiden:

       ” Heer, heer, doe ons open!”.
Maar hij antwoordde en zei:
“Voorwaar, ik zeg u, 
ik ken u niet’.
 
Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur”. Matth.25: 1-13

Matth. 24:36 – 26-2.
Wanneer we de gelijkenis van de tien maagden goed bekijken, dienen we van tevoren vast te stellen dat er veel discussie is geweest over de betekenis van deze woorden van onze Heiland. Ten minste één aspect van deze gelijkenis kan met absolute zekerheid bekend zijn. De bruidegom is Jezus Christus en deze gelijkenis beschrijft Zijn wederkomst.
In het eerste Verbond met Israël beeldt God Zichzelf uit als de “echtgenoot” – “Hij, Die is en altijd zal zijn” van Israël:
”     
Vrees niet, want gij zult niet beschaamd staan; word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; ja, gij zult de schande van uw jeugd vergeten en aan de smaad van uw weduwschap niet meer denken. 
Want uw man is uw Maker, Heer der Heerscharen is zijn naam; en uw losser is de Heilige van Israël, God van de ganse aarde zal Hij genoemd worden. Want als een verlaten en diep bedroefde vrouw heeft u de Heer geroepen, als een vrouw uit de jeugdtijd, nadat zij versmaad werd, zegt uw God ” Isaiah 54: 4-6; en
”     Men zal u niet meer noemen: Iemand, die Verlaten is en men zal uw land niet meer noemen: Woestenij; maar gij zult genoemd worden: Mijn Welgevallen, en uw land: Gehuwde. Want de Heer heeft een welgevallen aan u, en uw land wordt ten huwelijk genomen. Want zoals een jongeling een maagd huwt, zullen uw zonen u huwen, en zoals de bruidegom zich over de bruid verblijdt, zal uw God Zich over u verblijden” Isaiah 62: 4-5 ; alsmede bij:
”     Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming;  Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de Heer kennenHosea 2: 19,20.
In de nieuwe verbintenis van de Blijde Boodschap van Christus wordt deze afgebeeld als de bruidegom van de Kerk:
”     Johannes antwoordde en zei: ‘Geen mens kan iets aannemen, of het moet hem uit de Hemel[en] gegeven zijn. Gij kunt zelf van mij getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet, maar ik ben voor Hem uit gezonden.  Die de bruid heeft, is de bruidegom; maar de vriend van de bruidegom, die erbij staat en naar hem luistert, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de bruidegom. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld” John. 3: 27-30;
”     Jezus zeide tot hen: Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is, en dan zullen zij vastenMatth.9 : 15 en op dezelfde wijze
”     En Jezus zei tot hen: Kunnen bruiloftsgasten dan vasten, terwijl de bruidegom bij hen is? Zolang zij de bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is en dan zullen zij vasten, te dien dageMarc 2: 19-20;
terwijl Paulus de Kerk beschrijft en op gelijk niveau stelt als een Verbonds-huwelijk dat wordt afgesloten als de bruid van Christus:
”      Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet. Zo zijn ook de mannen verplicht hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief;  want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het zoals Christus de gemeente, omdat wij leden zijn van zijn lichaam. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn. Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en op de gemeenteEph.5: 25-32.

Wat gebeurt er als alles wat Geloof aangaat om je heen verandert?
Wanneer we deze vraag ernstig nemen begrijpen we plotseling dat deze ogenschijnlijk zo ver afgelegen tekst heel actueel wordt, omdat dat precies inhoudt waar we vandaag de dag op een dramatische manier mee geconfronteerd worden: – de transformatie van al datgene wat met religie van doen heeft – ; de scheiding tussen kerk en staat is een kenmerk van de westerse samenleving geworden. Nationalisme blijkt in de moderne tijd de religie te hebben vervangen voor het sacrale, datgene wat onmisbaar is en waarvoor we willen sterven – niets lijkt meer te zijn van wat het voorheen was.
Ouders ervaren hoe zij hun kinderen de taal van de Blijde Boodschap, de taal van de Kerk, niet meer over kunnen brengen – het lijkt of je tegen een muur oploopt. Er zijn nog lichtpunten onder sommige jongeren, maar hoewel er steeds meer mensen zich totaal in de wereld verliezen, lijken de verschillende bloedgroepen van de Kerk zich zelfs niet af te vragen wat er van deze mensen zal worden.
Wel worden ze herhaald opgetrommeld wanneer het ergens uit de hand lijkt te lopen – bij echtscheiding, ongeluk en verslavingen aan de meest vreemde producten van de wereld.
De voorheen grote gemeenschappen zien het aantal teruglopen en worden gedwongen hun onroerend goed van de hand te doen – het is niet meer op te brengen en de Geloofsgemeenschappen zelf worden achtervolgt door steeds hogere schulden.
Waar ga je heen met je problemen – de verzorgingsstaat loopt vast en blijkt ontoereikend te zijn de maatschappelijke problemen op te lossen. Het enige wat je ziet is dat rijken nog rijker worden en een kleine groep top-figuren het totale vermogen van de samenleving in handen hebben. Wat kan de generatie die opgroeit nog doen – loonslaven, de massa van de samenleving worden armlastig en vallen terug op het minimum – leuk vooruitzicht of niet soms?
Waar ga je heen? Wat is het alom heersend bezwaar tegen de ontoereikendheid waarmee het gewone volk niet meer in overeenstemming kan komen met aloude begrippen, welke in de Blijde Boodschap wordt onderwezen.
Het zijn niet slechts vijf maagden, die hun lamp niet brandend hebben weten te houden – de mensen zijn totaal niet ontvlamd en we keren terug naar de tijd van de Apostelen waarbij slechts een kleine groep Volgelingen van Christus de werkelijke Boodschap heeft ervaren.

Ogenschijnlijk beschrijft Johannes in historisch opzicht wat hij heeft beleefd, toen Hij door de Heer geroepen werd als een god die God in het achterhoofd achterliet. Dan komt Jezus met Zijn discipelen naar het land van Judea en het is alsof Johannes zich nog een laatste keer wil binden aan de religie waarin hij zelf is opgegroeid. In een terugkeer zou het vertrek van het volkomen nieuwe zich opnieuw in het verleden moeten wortelen.
Christus doopte naar mijn verwachting ook, evenals Zijn voorloper Johannes de Doper in tegenstelling tot de opmerking: ”     – ofschoon Jezus niet zelf doopte, maar zijn discipelen -” John.4: 2.  Alleen al omdat de toekomst opnieuw is versmolten met het verleden.
Om zeker te zijn, lijken Johannes historische uitspraken een aanfluiting.
Religie, dat betekent opnieuw zoals in het vroege christendom – in je gewone kloffie – de straat op en mensen opnieuw motiveren door aan te geven waarom zij in de wereld vastlopen en moeilijkheden ondervinden op allerlei vlakken.
De toekomst van het Christendom blijkt zich opnieuw  dienen te versmelten met het verleden.
Religie, dat betekent gewoon najagen mensen te bekeren en te dopen zoals Johannes de doper deed; hoewel Christus Zelf niet doopte; Onze Heer klopte slechts aan bij de mensen en maakte op die wijze volgelingen:

de vrouw aan de bron

”     Toen nu de Heer vernam, dat de Farizeeën gehoord hadden, dat Jezus meer discipelen maakte en doopte dan Johannes,  – ofschoon Jezus niet zelf doopte, maar zijn discipelen –  verliet Hij Judea en vertrok weer naar Galilea.
En Hij moest door Samaria gaan. Hij kwam dan in een stad van Samaria, genaamd Sichar, dicht bij het veld, dat Jaäcob aan zijn zoon Jozeph gegeven had; daar was de bron van Jaäcob. Jezus nu was vermoeid van de tocht en bleef zo bij de bron zitten; het was ongeveer het zesde uur. Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zei tot haar: ‘Geef Mij te drinken’John.4: 1-7.
Onze Heer klopt dus heel subtiel bij de mensen aan en vindt aldus Zijn volgelingen. Dit betekent dat de Kerk Zich eveneens in de puur uiterlijke dingen dient te manifesteren en pas in de tweede plaats met het doopwater op de proppen dient te komen. Om de uiterlijke vertoning van de geïnstitutionaliseerde religie op een dusdanige manier terug te brengen dat je met overeenkomstige middelen je eigen identiteit waarmaakt – waarmee je jezelf als Kerk karakteriseert en markeert en daarmee ‘getuigt’ dat ‘de Kerk’, het Lichaam van Christus, onlosmakelijk met het leven verbonden is – dat houdt in dat we terug naar de bron zullen dienen te gaan!  De bron van Abraham, Isaäc en Jaäcob, dus trek uit je voorland, je toekomstig lot. Wanneer onze jongeren opnieuw gemotiveerd willen worden – hun leven in te zetten voor verandering van het bestaan en zich daarbij gesteund weten dat zij dat doen in de naam van God, met Christus als voorbeeld, dan zou dat tot gevolg hebben dat zij een middenvinger leren op te steken tegen de minachting waarmee onze religie in de wereld behandeld wordt. Een waarachtige innerlijke ervaring komt voort uit het tot op het bot geroerd geraken en hoe kan dit anders dan het opheffen van geïsoleerde ivoren torens en je richten op de primaire behoeften van de mens.

primaire behoeften
Veel lichamelijke basisbehoeften zijn er vooral om in leven te blijven en de soort te laten voortbestaan. Eten, drinken, seks en de behoefte aan veiligheid, zijn onze grootste verlangens en zijn daarom door Maslow terecht als basis van zijn piramide opgenomen. Erkenning en waardering ontvangen is ook een belangrijke basisbehoefte, maar daaraan denken we niet zolang we honger hebben of voor ons leven vrezen. Behoeftes kennen nu eenmaal een prioriteit. Indien we honger hebben denken we niet langer aan onze veiligheid, en nemen we risico’s om aan eten te komen voor ons en onze kinderen. Maar met volle maag willen we vervolgens eerst een veilig gevoel voordat we zin in seks hebben. Ieder mens wil van jongs af aan waardering voor geleverde prestaties, hard werken, studie, ontwikkeling inzicht, aanleg, en allerlei andere goede eigenschappen. Maar we willen ook erkenning voor onze tekortkomingen, bij de pech die we hadden, het leed dat ons is overkomen. Indien dergelijke complimenten, respectievelijk armen over de schouders uitblijven, tast dat onze gezondheid aan zowel in geestelijk als in lichamelijk opzicht.
We breken dan misschien de banden met bekenden, raken gefrustreerd, zijn boos. We rusten niet totdat we schadevergoeding, excuses hebben gekregen etc.
Maslow spreekt niet over onze allergrootste behoefte, namelijk het constant inademen van zuurstofrijke lucht en schoon water, terwijl het tevens ook een bewezen feit is dat de behoefte aan jezelf kunnen uiten in kunst, muziek en humor, bij de mens eveneens bijzonder sterk is, ook al is het geen essentiële basisbehoefte. Zonder vloed geen eb, zonder ziekte geen gezondheid en zonder ongeluk geen geluk. Het is triest dat ellende en verdriet (van anderen) nodig zijn om ons prettig en dankbaar te voelen op de momenten dat we zelf geen hinder van dergelijk onheil ondervinden.
De term basisbehoeften heeft in de economie een nauwe relatie met de begrippen als schaarste en het ‘alternatief‘ aanwenden van middelen.
Alternatief betekent -‘niet gebaande wegen‘ volgen; vanuit je Geloof in de medemens [de naasten] door je voorbeeld en adviezen oplossingen bieden, waardoor zij weer lucht krijgen. Hoe kun je de mensen op een andere manier weer een gevoel van  onschuld terug geven, weer in harmonie e komen met zichzelf, zich weer in z’n leven onaantastbaar te kunnen voelen? Een mens, die ziek is, het leven weer mogelijkheden te bieden dit te [ver-]dragen; armoede en verslavingen overwinnen, opdat het zelfrespect weer een bloei kan doormaken; gevangenen en oorlogsslachtoffers bevrijden en opnieuw mogelijkheden aan te bieden teneinde van hun weg richting de ondergang te geraken; kort samengevat de slachtoffers van de menselijke samenleving [de wereld] weer opvangen.

gelijkenis van de Maagden [coptische icoon]

De maagden, die vol verwachting de komst van de Heer afwachten [competitie]
En natuurlijk breekt er vervolgens een onmiddellijk strijd uit onder degenen, die  bepalen welke kant de gemeenschap opgaat en er ontstaat onrust.
Er ontstaat onmiddellijk een puur kwalitatieve en kwantitatieve rivaliteit welke oud-gedienden nog wel “succesvol” blijken te zijn.
Maar de onenigheid, die nu ontstaat – het geschil – heeft een algemeen dogmatisch thema: het mindere maakt plaats voor het meerdere, dat wil zeggen het kan niet anders of er vindt een schoonmaak plaats.
Dit is helemaal niet erg – het werkt vernieuwend – en zal eerst na enige decennia z’n nut bewijzen – zo niet, dan zal een hele generatie verloren gaan.
Uitgangspunt zal echter wèl dienen te zijn dat er onderling gecommuniceerd wordt – zònder communicatie absoluut geen gemeenschap; en de hiërarchische structuur zal behoorlijk dienen in te binden en zich zoals in de vroeg-christelijke Kerk alleen met het toezicht dienen te bemoeien.
De Kerk wordt niet voor niets al vanaf z’n prille begin in de voorvaderlijke oudheid vergeleken met een huwelijk, een huwelijk is alleen mogelijk op basis van wederzijds respect.
Het haast vervallen menselijk Lichaam van Christus duidt op een stervensproces en de Kruisdood zal allereerst dienen te worden ondergaan voordat er sprake kan zijn van leven; van een opstanding – van een herleven – dit proces heeft zich in de kerkelijke geschiedenis al meermalen bewezen.
Hetgeen betekent reiniging van de mensen, van het Lichaam van Christus – het gaat erom de mens van deze tijd weer te beroeren – het overbrengen van de oorspronkelijke ontroering, iedere oorspronkelijke betekenis van het navolgen van Christus dient weer zin te krijgen – iets van ons eigen leven te weerspiegelen. De breuk tussen de vroeg christelijke Kerk en het jodendom is onderbouwd met bewijzen, terwijl in de formuleringen van het getuigenis van Johannes parallellen worden getrokken.
Vertrek van het principe dat alle mensen gelijk geschapen zijn- en pas dat toe.
En doe een beroep op de gulden regel, zoals Confucius het formuleerde: “leg anderen niet op wat je zelf niet verlangt, maar overleg en kom tot overeenstemming met vernieuwende initiatieven.
De wereld doet dit voortdurend: met financiële en militaire macht zaken opleggen aan anderen die we zelf echt niet zouden verlangen.
De wereld blijft geen bewoonbare plek, tenzij we alle mensen, of we hen nu graag hebben of niet, of ze onze belangen dienen of niet, echt gelijk gaan behandelen en daar dient de Kerk het voortouw in te nemen.
De Kerk – dat is een historische ontmoetingsplek – al van het begin van de schepping af waar we nog steeds toegang toe hebben.
Er worden verschillende ontwikkelingsassen gevormd en slechts één moet door God worden gecertificeerd; iedereen wordt opzij geschoven.
Dit is momenteel het historische thema: ‘vormen van religie in competitie met elkaar‘. Maar wat ècht op het spel staat, is iets heel anders met dit onderwerp;
Wàt er op het spel staat, is de knagende vraag wat religie kan en zou dienen te  zijn. Het verandert, zoveel is neem ik aan nu wel duidelijk, maar waarom?
Vanuit welke krachten dient ze te veranderen? Wat gebeurt er als het verandert?
Als het goed is heb – ontzettend veel water uit de geestelijke Bron – beschikbaar en dat trekt grote menigten te blijven?
Om het verhaal compleet te maken:
religie,  op een zodanige wijze is identiek aan de overeenkomstige binnenkomende middelen, ze “getuigt” door hun gemarkeerd interesse in massabewegingen!
In één zin zodanig kan het verlies worden beschreven geen echte innerlijke ervaring nauwelijks duidelijker dan hier gebeurt.
En natuurlijk breekt er onmiddellijk strijd uit in de nabijheid van zo’n religie. Onmiddellijk gaat het niet over een puur kwantitatieve rivaliteit, maar over welke groepen mensen “succesvol” zullen zijn is relatieve competentie.
Kwaliteit is een dogmatisch thema, hetgeen inhoudt een grote totale aanpak en schoonmaak van het christendom. Hoe kun je anders  aan de mensen een gevoel van hun onschuld teruggeven, want de harmonie met zichzelf, omvat de integriteit van hun leven.

Completen 8e ode
tn.2.

Mozes en de brandende braambos

Hem, Die in de braambos op de berg Sinaï,
aan Mozes het wonder van de Maagd heeft vóóraf gebeeld, prijst en verheft Hem in alle eeuwigheid“.

Hoewel voor Hem, Die de tijden beheerst,
het einde van de tijd niet onbekend kan zijn,
heeft Hij toch voorzegd dat Hij als mens die dag niet wist, om te doen zien binnen welke grenzen wij in deemoed gebonden zijn“.

Wanneer Gij als Rechter zult zetelen om, zoals U voorzegd hebt, als een Herder de bokken af te scheiden van de schapen, ontzeg ons dan niet, Verlosser, het staan aan Uw Goddelijke rechterzijde“.

Gij zijt ons Pascha Dat, als Lam en offer en Verzoening
voor de zonden voor allen geslacht wordt.
Daarom verheffen wij in alle eeuwen Uw goddelijk Lijden, o Christus“.

Heel ons aardse leven heeft Christus samengevat in die woorden over de molen, de akker en het huis. Verwerf u daarom een hart dat gereed is voor God, zodat het niet met het vlees in verderf opgaat“.

Woman & the Myron by Victor Wolfvoet

Niet alleen godsdienstigen, zoals Simon de Farizeeër, hebt Gij voor Uw maaltijd waardig geacht, Verlosser, maar ook tollenaars en zondaressen mogen deelnemen aan Uw Barmhartigheid“.

Bij het uitgieten van de Myron werd Judas, de door geldzucht bevangen verrader, op de gedachte gebracht de Meester te verkopen. Hij ging naar de wettelozen en kwam de prijs overeen“.

Zalig zijn de handen en de haren en de lippen van de zo wijze zondares! Want daarmee heeft zij de Myron over Uw voeten uitgegoten, Verlosser, en die afgedroogd en steeds weer gekust“.

Toen U bij de maaltijd aanlag, o Woord, kwam een vrouw bij Uw voeten staan.
Wenend goot zij een kruik met Myron  uit over Uw hoofd, Verlosser, Die Zelf de onsterfelijke Myron zijt“.

Nu en altijd . . .
Zegenen wij de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, de Heer.
Met de Vader verheerlijken wij de Zoon en de Heilige Geest:
de Heilige Drieëenheid in één Godheid.
en wij roepen: Heilig, Heilig, Heilig, zijt Gij in alle eeuwigheid“.

Zingen, zegenen en aanbidden wij de Heer,
Hem lovend en prijzend in alle eeuwigheid

Hem, Die in de braambos op de berg Sinaï,
aan Mozes het wonder van de Maagd heeft vóóraf gebeeld,
prijst en verheft Hem in alle eeuwigheid“.

Grote en Heilige Week, de dinsdag – De Heilige Geest neemt uit het Mijne en zal het u verkondigen

Bergrede, juiste relatie met Christus; Sermon on the Mount, right relationship with Christ; موعظة على الجبل ، العلاقة الصحيحة مع المسيح; Ομιλία στο Όρος, σωστή σχέση με τον Χριστό.

      Toen sprak Jezus tot de scharen en tot zijn discipelen, zeggende:
De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben zich gezet op de stoel van Mozes.
Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel, maar doen het niet.
Zij binden zware lasten bijeen en leggen die op de schouders der mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren.  Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen, want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot, zij houden van de eerste plaats bij de maaltijden en van de erezetels in de Synagogen en van de begroetingen op de markten en om door de mensen rabbi genoemd te worden. Gij zult u niet rabbi laten noemen; want één is uw Meester en gij zijt allen broeders.
                                     En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want Één is uw Vader, Hij, Die in de Hemelen is. Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, de Christus.
                                   Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar zijn. Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden en al wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden.
      Maar wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij sluit het Koninkrijk der Hemelen toe voor de mensen. Immers, gij gaat er niet binnen en die trachten binnen te gaan, laat gij niet toe daarin te komen.
⁌       [Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij eet de huizen der weduwen op, terwijl gij voor de schijn lange gebeden uitspreekt. Daarom zult gij zwaarder oordeel ontvangen].
⁌       Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij trekt zee en land rond, om een bekeerling te maken, en wanneer hij het wordt, maakt gij van hem een kind van de hel, tweemaal zo erg als gij het zelf zijt.
⁌       Wee u, blinde wegwijzers, die zegt: Heeft iemand bij de Tempel gezworen, dat betekent niets; maar heeft iemand bij het goud van de Tempel gezworen, dan is hij gebonden. Gij dwazen en blinden, wat toch is meer, het goud of de Tempel, die het goud geheiligd heeft? En heeft iemand bij het altaar gezworen, dat betekent niets; maar heeft iemand bij de [Genade]gave, die daarop ligt, gezworen, dan is hij gebonden. Gij blinden, immers, wat is meer, de [Genade]gave of het altaar, dat de [Genade]gave heiligt? Wie dus gezworen heeft bij het altaar, zweert daarbij en bij alles, wat erop ligt. En wie gezworen heeft bij de Tempel, zweert daarbij en bij Hem, Die erin woont. En wie gezworen heeft bij de Hemel, zweert bij de Troon God’s en bij Hem, Die daarop gezeten is.
⁌       Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij geeft tienden van de munt, de dille en de komijn en gij hebt het gewichtigste van de Wet verwaarloosd: het Oordeel en de  Barmhartigheid en de Trouw. Dit moest men doen en het andere niet nalaten. Gij blinde wegwijzers, die de mug uitzift, maar de kameel doorzwelgt.
⁌       Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij reinigt de buitenzijde van de beker en van de schotel, maar van binnen zijn zij vol roof en onmatigheid. Gij blinde Farizeeër, reinig eerst de inhoud van de beker; dan zal hij ook van buiten rein worden.
⁌       Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij gelijkt op gewitte graven, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid. Zo ook gij, van buiten schijnt gij de mensen wel rechtvaardig, doch van binnen zijt gij vol huichelarij en wetsverachting.
⁌       Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij bouwt de grafsteden van de  Profeten en verfraait de gedenktekenen der rechtvaardigen en gij zegt: Indien wij geleefd hadden in de dagen van onze vaderen, zouden wij met hen geen gemene zaak gemaakt hebben ten opzichte van het bloed van de Profeten. Gij getuigt dus van uzelf, dat gij zonen zijt van de moordenaars der Profeten.  Maakt ook gij de maat van uw vaderen vol! Slangen, adderengebroed, hoe zult gij ontkomen aan het oordeel van de hel? Daarom, zie, Ik zend tot u Profeten en Wijzen en Schriftgeleerden. Van hen zult gij sommigen doden en kruisigen en van hen zult gij anderen geselen in uw Synagogen en vervolgen van stad tot stad, opdat over u zal komen al het rechtvaardige bloed, dat vergoten werd op de aarde van het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar.

      Voorwaar, Ik zeg u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.
       Jeruzalem, Jeruzalem, dat de Profeten doodt, en stenigt, Wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb
       Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen 
haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild.
Zie, uw huis wordt aan u overgelaten.
      Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, Die komt in de Naam des Heren!Matth.23: 1-39.

Deze ochtend [avond] wordt gelezen: Matth.22: 15 – 23: 39;
het zal u opvallen dat deze week ochtend en avond door elkaar gehaald  worden, alsof de Kerk de weg een beetje kwijt is – wees niet verontrust wanneer u ‘s-avonds een Metten meemaakt of ‘s-ochtends een completen,
dat is in deze periode heel gewoon.

Er is sprake van een langzaam proces dat naar de lastering voert:
☦️ irritaties van de joodse leidslieden, zij, die het allemaal zo goede geleerd hebben en het mogen weten, tegenover Jezus, conflicten.
Daarom gaat onze zachtmoedige Heer vandaag zo tekeer tegen de schriftgeleerden en Farizeeën.

Wanneer een blinde en stom mens bij Jezus wordt gebracht, die bovendien een prooi van de tegenstrever [de satan] is, geneest en verlost Jezus hem.
De satan verliest en de mensen weten niet wat ze zien.
Maar dan komen de Farizeeën naar voren, die dit waarachtig werk van de Heer als duivelswerk karakteriseren, tegen beter weten in.
In dat verband klinkt deze ernstige waarschuwing van onze Heer en verkettert Hij dit gedrag.
De lastering van de Heilige Geest bestaat in een bewust, tegen beter weten in, uit de haat ten opzichte van de H. Geest en Zijn werk. Zij lasteren en degenen die uit Hem geboren zijn, bespotten zij – zij ervaren zich vèr boven het Volk verheven.
De lastering tegen de Zoon des mensen is nog vergeeflijk, wanneer die uit zwakheid of onwetendheid plaatsvond.
☦️ Weet wel dat dit een zonde betreft, die alleen door kerkmensen bedreven kan worden;
☦️ zonde tegen de Blijde Boodschap en niet tegen de Wet – kan niet bedreven worden door ware gelovigen.
Deze zonde bestaat uit een definitieve afval van God en van de Kerk en wordt gekenmerkt door bewuste haat tegen God, Zijn Woord en Zijn volk; zij wordt zichtbaar in een onomkeerbare verharding. Iemand die ‘angst heeft’ de zonde tegen de Heilige Geest bedreven te hebben, draagt daarmee het bewijs in zich dat hij deze zonde ‘niet’ bedreven heeft.
Heer Gij hebt mij op Uw pad gezet en mij de toegang tot Uw Koninkrijk niet ontzegd !“.
Iemand die deze afschuwelijke zonde heeft begaan, heeft de mens tekort gedaan, zal er nooit last van krijgen, maar er in ten onder gaan.
Vandaar dat datgene wat onze Heer hier zegt; dienen we op te vatten als een waarschuwing; neem ieder mens, die je ontmoet – en jou iets zegt – bij voorbaat serieus ! [je kunt er alleen maar van leren]:

De Heilige Geest:

de ‘Trooster’, Geest der Waarheid

      En nu ga Ik heen tot Hem, die Mij gezonden heeft en niemand van u vraagt Mij: ‘Waar gaat Gij heen? Maar omdat Ik dit tot u gesproken heb, heeft droefheid uw hart vervuld.
Doch Ik zeg u de Waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.
En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van Gerechtigheid en van Oordeel;
☦️   van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;
☦️   van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet; 
☦️   van oordeel, omdat de overste van deze wereld geoordeeld is.
Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen;
doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen
tot de volle Waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar
al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.
Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen.
Al wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom zei Ik:
‘Hij neemt uit het Mijne en zal het u verkondigen
’’’ John.16: 5-15.

In de “afscheidsredes” van onze Heer en Zaligmaker Jezus Christus probeert de Blijde Boodschap van de hand van Johannes de Theoloog de vraag te beantwoorden wat er vervolgens zou moeten gebeuren – in het voortdurend groeien en biedt ons daarmee de oriëntatie en de ondersteuning in de navolging van Christus op onze levensweg.
Grotere verscheidenheid, variatie door middel van dagelijkse op- en neerwaardse beweging en veelvoudig aanpassen van onze waardeverhoudingen, bevorderen op deze manier door de persoon van Christus, Die in dit proces een actieve rol speelt en waardepunten aangeeft,  de weg naar het Hemels Koninkrijk. In het steeds toenemend tijdsverschil tot periode dat de boodschap werd verkondigt – en de oplossing, die Christus geopenbaard heeft – is Hij nooit geaarzeld in contact met ons te blijven.
Het draait er niet om een historisch correct bewijs te leveren van wat onze Heer twee, drie of ik weet niet hoeveel generaties in het verleden te zeggen had, het is van het hoogste belang om te verstaan – wat Hij ons innerlijk heeft mede te delen wat Hij ons – hier en nu – vanuit Zijn eeuwige heden te zeggen heeft; wat voor ons van belang is wat heeft God ons via Zijn Geest van de Zoon des mensen vandaag de dag te vertellen.
Op die manier begrijpen wij veel beter wat Zijn leven voor ons betekend heeft en dit verklaart het grote contrast met de huidige ‘wereld’.
Via de Zoon stelt God ons immers iedere dag weer dezelfde vraag: “Wie zeggen de mensen dat Ik ben”, oftewel waar geloven wij ècht in: Jagen wij de wereld na of zijn wij navolgers van Christus, de Zoon van God?

We weten donders goed dat er maar één vorm van echte ‘zonde’ is, van echt gedrag, welke bedoeld is om alles wat mooi is kapot te maken, de hopeloosheid en wanhoop, die daaruit voortkomt: – wanneer wij alles maar accepteren zoals ze ons voorgeschoteld wordt of zoals ze nu eenmaal zijn.

“ • Mensen zijn nu eenmaal zo – “; dat betekent dat we nog steeds [of opnieuw] in de verdediging gaan, d.w.z. oorlogspantsers, soldaten en slagvelden nodig hebben.
De geschiedenis leert het ons”, d.w.z. “het gelijk hebben, het juiste is altijd sterker” en “wee degenen die zwak is”, “men dient daarom met de wolven mee te huilen” en: “als we dat niet doen, dan  zullen de anderen dat wel voor ons doen“.
Dit alles betekent: “Dat je als individu, als een persoonlijkheid nergens meer een oordeel over hebt“; “en het ontbreken van een oordeel brengt een net zo groot nutteloos gevaar met zich mee“; en dat is dan wat je doet:
•  zodra je weigert bevelen te geven, afziet van gehoorzaamheid, je meerderen tegenspreekt en je trouw blijft aan de Waarheid
•  in feite verdwaal je temidden van de ‘wereld‘ waarin je de moed hebt om de zogenaamde machtigen uit te dagen of ze op hun plaats te zetten.
Maar dàt is nu precies zoals onze Heer was, die mens uit Nazareth, het plaatsje waar niets goeds uit voort kon komen.
Dat is nu precies wat onze Heer en Zaligmaker deed en dàt is precies hoe Hij in onze harten blijft spreken!
De niet aflatende vraag van onze Heer Jezus Christus is:
Wat is er zo slecht aan dat iemand verzandt alleen maar omdat hij trouw is?
Het was goed, zelfs voor Jezus persoonlijk, om eens ‘niet’ toe te geven aan
de angst en de volharding wanneer in deze wereld ‘eerlijkheid en oprecht gedrag
bestraft wordt met buitensluiten of met de dood.

Vreest hen dan niet, want er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden en
verborgen, of het zal bekend worden. Wat Ik u zeg in het donker, zegt het in het licht; 
wat gij u in het oor hoort fluisteren, predikt het van de daken.
En weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar
de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die
beide, ziel en lichaam, kan verderven in de he
l” Matth.10: 26-28.
En dit gebeurt, ook in de Kerk, met name door kerkmensen !!!

de tollenaar; the tax collector; του φορολογουμένου; جامع الضرائب.

Hoe langer of het duurt, hoe méér je begint te begrijpen wat Christus daarmee bedoelde en al Zijn woorden spreken hier heel helder en duidelijk over tot ons. Om waarachtige Vrede met God te ervaren is het ontzettend veel méér waard dan al het applaus tot de kerkelijke troon en het kerkelijk altaar.
Alle ‘duivelse bokkensprongen’ in deze “wereld” zijn gebaseerd op een
ontmoediging van de hoop dat een “andere” wereld – een
nieuwe Hemel en een nieuwe aarde”op zijn minst mogelijk is.
Er is een bepaalde vorm van ‘herkenbare werkelijkheid’ die uiteindelijk
tot de ondergang dient te voeren. Een God-mens als Jezus lijkt geen enkele poot meer aan de grond te krijgen; absoluut geen mogelijkheden meer te worden,
⤽ Hij wordt buitengesloten in plaats van omarmd !!! .

Maar de Bergrede werkt helemaal niet“, zo verkondigde een voormalig politicus in een discussie, “en we moeten nú iets doen – we kunnen onmogelijk wachten tot het Koninkrijk der Hemelen verschijnt”.
En dàt is nu precies waar het hier om gaat – de Bergrede werkt wèl, als je maar wilt en je er voor inzet.
Het “Hemels Koninkrijk, het rijk van God” behoeft helemaal niet te komen, zo verklaart de Blijde Boodschap overeenkomstig Johannes de Theoloog; de Goddelijke Waarheid is zó eenvoudig en de énige vraag is òf we het nog langer pikken òf dat we ondanks alles doorgaan.

Wie de Geest van onze Heer Jezus Christus ontvangt, wie zich mèt Hèm bekleed, wie gedoopt wordt en Zìjn Leer aanvaardt, zal ‘de wereld’ ontdekken, die is gebaseerd is op drie cruciale punten:
➥ Het is “zonde” [niet gericht op God’s goedheid], omdat ze hun gehechtheid aan hun angst en het daarbij behorende geweld niet loslaten,
➥ omdat zij weigeren om de Pedagogie van de mens uit Nazareth serieus te nemen. Door deze Pedagogie systematisch af te wijzen ontstaat dat ze nooit tot een “rechtvaardig leven voor God” kunnen komen
• te komen tot een “rechtvaardigheid” die zij niet willen afstaan;
• pertinent afwijzen van hun eigen rechten af te zien of dit af te laten dwingen
• maar stelselmatig proberen te worden gerechtvaardigd door een “goed en aangenaam leven voor God” ten koste van de behoeften van anderen;
en daarmee dus zelf gedoemd zijn te mislukken, aan het eigen gecreëerde ‘hof’, omdat ze met deze manier van doen alleen maar dood en geweld zaaien in plaats van dat zij ‘het leven’ van Christus schenken.

In de taal van het Evangelie van Matteüs is Jezus Pedagogie van het Koninkrijk van God en Zijn  spreken voor ‘allen die er slecht aan toe waren‘ het Ultieme middelpunt:
  En het gerucht van Hem drong door tot in geheel Syrië en men bracht tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, gekweld door allerlei ziekten en pijnen, bezetenen en maanzieken en verlamden en Hij genas henMatth.4: 24.

Het is het uiteindelijke centrum van een visie tot verandering van het leven en deze visie is niet  alleen mogelijk, maar absoluut noodzakelijk om de wereld haar menswaardige Goddelijke vorm [terug] te geven.

Op basis hiervan is het eigenlijk niets anders dan een excuus om te zeggen: “De Bergrede werkt niet“, want zonder de Christelijke Kerk zouden we nooit in de wereldse maatschappij in de hoffelijke “functie” zijn gebracht?

En hoe heeft het huidige [wereld-] beleid en de “menselijke rede” gewerkt?
De ene oorlog was altijd nog barbaarser dan de vorige, de productie van “wapens” is “geoptimaliseerd” tot de neutronenbom aan toe, de stelling dat zelfs miltvuur, pest en cholera misschien zelfs wel een welkome “munitie” zou vormen is al sociaal aanvaardbaar;
•                  dit alles heeft nooit en te nimmer een morele barrière op geworpen. laat staan gevonden.
De exploitatie van de Derde Wereld en de vernietiging van de leefomgeving drijven de mensheid op dit ogenblik -hier en nu- wereldwijd naar de rand van vernietiging.
Wat wij werkelijk dienen te beseffen is dat er alleen maar één keuze over blijft:
om te leven vanuit de bewijzen van de menselijkheid welke onze Heer en God Jezus  Christus de mensheid heeft voorgehouden.
Het alternatief loert om de hoek – het is het duivels dilemma –
de wereld op grote schaal “naar de hel te laten gaan”.
Alleen dient de vraag gesteld te worden:
als dit nu eenmaal zo is, wat dient dan toch nog de aarzeling te zijn?
Zoveel dient toch overduidelijk te zijn:
de betekenis van de persoon van de mens uit Nazareth kan alleen maar groeien,
➥      alles wat Hij, als God-mens belichaamt, blijkt de laatste kans te zijn, als het enige serieuze alternatief.
Utopisten” [mensen met onuitvoerbare plannen] zijn niet de mensen
die slechts geloven in de sfeer waarin Hij, als Heer ‘en Meester van het Heelal’
ons in geloofwaardigheid wil overtuigen.
Utopisten” blijken vandaag de dag nog steeds de mensen te zijn die zichzelf voor de gek houden, ze kunnen slechts slagen door te blijven zoals ze alles tot nu toe altijd al gedaan hebben.
In zekere zin laat het “vaarwel” van onze Heer en Zaligmaker daarom alleen maar zien,
hoe dicht Hij bij ons aanwezig is en hoe Hij innerlijk met ons verbonden is en voor ons opkomt,
indien wij waarachtig proberen spiritueel te leven en ons leven geestelijk, zinrijk in te delen.

De woorden van de ‘afscheidstoespraken’ van onze Heer en Verlosser bevestigen datgene wat de vroege Kerk reeds is overkomen:
• ze worden uit de Synagoge gezet, buitengesloten en door de gehele toenmalige wereld [het hele Romeinse rijk] vervolgt.
• Desalniettemin is het niet mogelijk teksten zoals deze tot een bepaalde tijd te beperken en ze van buiten te leren – en daardoor op een afstand te houden – als ware het documenten uit een ver verleden.
➥ Indien wij deze teksten op deze manier begrijpen, wordt de Waarheid, Die er in verkondigd wordt  alleen van de buitenkant begrepen; de inhoudt wordt omzeild.
➥ Deze toespraken vertegenwoordigen het middelpunt van de fundamentele beslissing betreffende elke cultuur en elke religie, de vraag of u zich wil verdiepen in de Waarheid.
➥ Het gaat niet om het buitenaanzicht het gaat er om dat wij willen begrijpen
òf dat wij willen doordringen tot op het bot en proberen van hieruit ons leven in te richten.
➥ Het draait hier om het maken van keuzes:
  òf wij verdiepen ons in – en geven miljarden uit – om kennis te vergaren in buitenaardse wezens en schaffen ons telescopen en ruimtevaartconstructies aan.
  òf wij verdiepen ons tot in uitersten in onze werkelijke waarachtige God, een keuze die Israël sinds haar ontstaan al diende te maken.


Dit was het essentiële bevel dat God op de berg Sinaï openbaarde:

Ik ben de Heer, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is“ Ex.20: 2-4.
  Wees trouw aan de God van uw vader en voorvaderen.

Maar zelfs dit gebod kan uiterlijk worden begrepen.
      Nu dan, u geldt, o priesters, deze aanzegging:

Indien gij niet hoort, en indien gij het niet ter harte neemt Mijn Naam eer te geven,
zegt de Heer der heerscharen, dan zal Ik onder u een vloek zenden en uw zegeningen in vloek verkeren; ja, Ik heb ze reeds in vloek verkeerd, omdat gij het niet ter harte genomen hebt.
        Zie, Ik zal uw nakroost bedreigen en vuil op uw gelaat werpen, het vuil uwer feesten, ja, men zal u daarheen slepen. Dan zult gij inzien, dat Ik u deze aanzegging gezonden heb, opdat mijn verbond met Levi besta, zegt de Heer der heerscharen.
        Mijn verbond met hem was: leven en vrede; Ik heb ze hem gegeven tot godsvrucht, opdat hij Mij zou vrezen en voor Mijn Naam beven. Betrouwbaar onderricht in de Wet was in zijn mond en ongerechtigheid werd op zijn lippen niet gevonden. In Vrede en in Oprechtheid wandelde hij met Mij en velen bracht hij van ongerechtigheid terug.
       Want de lippen van de priester bewaren kennis en uit zijn mond zoekt men onderricht in de Wet, want een bode van de Heer der heerscharen is hij.
Gij evenwel zijt van de weg afgeweken; gij hebt door het onderricht in de wet velen doen struikelen; gij hebt het verbond met Levi verdorven, zegt de Heer der heerscharen.
       Zo maak Ik u ook tot verachten en vernederden voor het gehele volk, omdat gij mijn wegen niet onderhoudt en bij het onderricht in de wet de persoon aanziet.
       Hebben wij niet allen een Vader? Heeft niet een God ons geschapen? Waarom zijn wij dan trouweloos tegenover elkander en ontheiligen het Verbond van onze vaderen?
– Juda is trouweloos geweest en een gruweldaad is bedreven in Israël en in Jeruzalem, want Juda heeft het Heilige des Heren, dat Hij liefheeft, ontheiligd, en heeft de dochter van een vreemde god getrouwd. De Heer zal de mens uitroeien, die zulks doet, wie hij ook zal zijn, uit de tenten van Jaäcob, ook al brengt hij offer aan de Heer der heerscharen.
– In de tweede plaats doet gij dit: gij bedekt met tranen het altaar des Heren, onder geween en gezucht, omdat Hij Zich niet meer tot het offer wendt, noch het uit uw hand aanneemt als Hem welgevallig. En dan zegt gij: Waarom? Omdat de Heer getuige geweest is tussen u en de vrouw uwer jeugd, aan wie gij ontrouw geworden zijt, terwijl zij toch uw gezellin en uw wettige vrouw is.

       Niet een doet zo, die voldoende geest bezit, want wat zoekt die ene? Het zaad Gods? Weest dan op uw hoede voor uw hartstocht, en dat men niet ontrouw dient te worden aan de vrouw van  zijn jeugd. Want Ik haat de echtscheiding, zegt de Heer, de God van Israël, en dat men zijn gewaad met geweldpleging overdekt, zegt de Heer der heerscharen.

Daarom, weest op uw hoede voor uw hartstocht en weest niet ontrouw.

Gij vermoeit de Heer met uw woorden. En dan zegt gij: Waarmee vermoeien wij Hem? Doordat gij zegt: Ieder die kwaad doet, is goed in de ogen van de Heer en aan hen heeft Hij een welgevallen; waar is anders de God van het Recht?Maleachi 2: 1-17.

Het gaat hier om ‘de belijdenis van een uitverkoren Volk‘ van een onfeilbare Goddelijke Openbaring, het beste karakteriseert dit Volk boven alle anderen en tot absolute Gehoorzaamheid aan deze Éne God, moet degene zijn koper  rechtvaardigen in een overvloed aan bijzondere wetten, toegewijde tradities en regelgeving. In feite heeft Jezus, teneinde de boodschap van de vrijheid, de menselijkheid en de liefde te weerleggen, dit geschil over leven en dood aangepakt. 
Het conflict was en is onvermijdelijk.

conflict is onvermijdelijk; conflict is inevitable.

In een religie van uitwendigheid en de buiten-wereldse besturing vallen alle zaken van de Waarheid blijkbaar verkeerd, institutioneel wordt alles goed beschermd en bewaakt men een ritueel, gewoon door van buitenaf te worden voorgeschreven met een goedkoop tarief en komt men aldus tot overeenstemming en bepaald dat het nog functioneel is ook. Alle dingen lijken er blijkbaar in òp te gaan ​​en te zorgen dat àlle mogelijke twijfels worden vermeden, men doet op deze wijze àlle zorgen voor elk individu in de organisatie verdwijnen en een dergelijk religieus systeem heeft daarmee àlles, maar dan ook àlles in zijn geestelijke greep, en aangezien er geen vragen meer zijn, wordt voorkomen dat alles niet zou beantwoorden aan de bestaande Traditie.

Eigenlijk moest alles gewoon voortgezet worden en wee de herrieschoppers, die dat zouden willen voorkomen! Zo’n religie ligt daar als een witte lappendeken over het [drassig] winterlandschap onder de sneeuw. Ze is schoon en opgeruimd; overal is de aarde hard en koud bevroren; zelfs de meren en rivieren kunnen veilig worden bewandeld en de hemel wordt door het ijs weerspiegeld onder de noordenwind; een en al verkilling.
Niets ademt nog een spoor van de drassige bodem, de koude en verharding transformeert de grond van slijk en moeras, voorkomt dat rivieren overstromen,
opent mogelijkheden voor zee en de bevroren meren, totdat er niets meer waarneembaar is, overduidelijk gemarkeerd en op het eerste gezicht duurzaam lijkt. Is de menselijke vrijheid volgens deze beschrijving geen chaos,
een vreselijk aanzicht voor alle fatsoenlijke mensen, die voor de gek worden gehouden?
Maar juist deze lentewind wenste onze Heer en Verlosser, ja, Hij belichaamde die geestelijke wind. Hij heeft er zelfs nog iets aan toegevoegd:
Hij beschouwt Zichzelf, zijn hele levensopdracht, als een Vuur dat uit de hemel komt en uiteindelijk zal ontbranden, met alle passie en de daarbij behorende consumerende sintels.
      Vuur ben Ik komen werpen op de aarde en wat is Mijn Wil, als het reeds ontstoken is?
Ik moet gedoopt worden met een doop, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is. Meent gij, dat Ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen?
Neen, zeg Ik u, veeleer verdeeldheid
Luc.12: 49-51.
      Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt. Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.
       En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, Die Ik bij U had, eer de wereld was. Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw Woord bewaard.
       Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
       Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U en al het Mijne is het Uwe en het Uwe is het Mijne en Ik ben in hen verheerlijktJohn.17: 3-10.

“Heer, Gij hebt mij op Uw pad gezet en mij de toegang tot Uw Hemels Koninkrijk niet ontzegd”.

David noemt God Heer; Utrechts Psalter, blz 52; Ο Δαβίδ καλεί το Θεό του Θεού Utrecht Psalter, σελ. 52; David calls God Lord; Utrecht Psalter, p. 52; 46/5000
داود يدعو الله رب. أوترخت مزامير ، صفحة 52.

Barmhartigheid en recht wil ik voor U zingen, Heer; ik wil psalmzingen en wijs zijn op een vlekkeloze weg.
Wanneer zult Gij tot mij komen? Ik heb gewandeld in de onschuld van mijn hart in het midden van mijn huis.
Geen slechte daden duld ik voor mijn ogen: die overtredingen begaan heb ik steeds gehaat.
Geen bedorven hart hangt mij aan: die van mij afwijkt naar het kwaad wil ik niet
kennen.
Wie heimelijk zijn naaste belastert, die heb ik uitgedreven.
Wie trots zijn van oog en onverzadiglijk van hart, met hen houd ik geen maaltijd.
Mijn ogen zijn op de getrouwen van het land; ik doe hen bij mij wonen.
Wie wandelt op de vlekkeloze weg, die mag mijn dienst verrichten.
In het midden van mijn huis mag niemand wonen die hoogmoed bedrijft, wie onrecht spreekt geldt niet als recht in mijn ogen.
Reeds s’morgens heb ik alle zondaars van het land gedood, om uit de stad des Heren allen die onrecht doen te verdelgenPsalm 100[101] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

Bij ‘Heer, ik roep’ van de Vespers:
tn.6.
Komt gelovigen, laat ons vol ijver werken voor de Meester,
want Hij verdeelt rijkdommen onder Zijn dienaren [slaven]
Laat ieder van ons het hem geschonken talent naar vermogen vermeerderen,
zodat de een door goede werken wijsheid verwerft, terwijl
de ander uitblinkt door Liefde tot de naaste;
laat de gelovige het Woord meedelen aan wie nog niet is ingewijd;
laat een ander zijn rijkdommen uitstrooien onder de armen.
Want zo vermenigvuldigen wij wat ons geleend is en
zullen wij, als trouwe rentmeesters der Genadegaven,
waardig worden geacht voor de Vreugde van de Meester.
Verleen ons dàt Christus God, als de Menslievende“.  [herhalen]

tn.6.
Wanneer Gij in heerlijkheid zult komen, met de machten der Engelen
en zult zetelen , Heer, op de rechterstoel:
zonder mij niet af, Goede Herder;
bij U zijn immers de wegen aan de rechterhand, maar die ter de linkerzijde zijn verkeerd.
Laat mij, die door zonde hard geworden ben, niet met de bokken verloren gaan,
maar tel mij bij de schapen aan Uw rechterhand,
en red mij in Uw menslievendheid“.

Eer . . . nu en altijd . . .
tn.7.
Zie mijn ziel, het talent dat de Meester jou toevertrouwt:
ontvang de Genadegaven met bevreesdheid.
Leen aan Hem, Die ze jou geschonken heeft,
en doe wel aan de armen om de Heer tot Vriend te maken;
op jij moogt staan aan Zijn rechterhand wanneer hij komt in Heerlijkheid,
opdat je de zalige stem mag horen zeggen:
Trouwe dienaar [slaaf] ga binnen in de Vreugde van uw Heer.
Acht mij daartoe waardig, hoewel ik ben afgedwaald,
Verlosser, in Uw Grote Genadegaven“.