Grote en Heilige Week, de maandag – de Vader, Die Mij heeft gezonden, heeft Zelf aan Mij een Gebod gegeven.


      ’s-Morgens vroeg, bij Zijn terugkeer naar de stad, werd Christus hongerig. En daar Hij een vijgenboom aan de weg zag staan, ging Hij erheen, doch Hij vond niets daaraan, dan 
alleen bladeren. En Hij zeide tot hem: Nooit zal aan u enige vrucht meer groeien, in eeuwigheid! En terstond verdorde de vijgenboom.
        En toen de discipelen dat zagen, verwonderden zij zich en zeiden: Hoe is de vijgenboom zo terstond verdord?
        Maar Jezus antwoordde en zei tot hen:

– meer aandacht te besteden aan de onrijpe vijgen van de vijgenboom –

Voorwaar, Ik zeg u, indien gij geloof hebt en niet twijfelt, zult gij niet alleen doen wat met de vijgenboom is gebeurd, maar zelfs indien gij tot deze berg zegt: Hef u op en werp u in de zee, het zal geschieden. En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen.
        En toen Hij de Tempel was binnengegaan, naderden de overpriesters en de oudsten van het Volk Hem, terwijl Hij leerde, en zij zeiden: ‘Krachtens welke bevoegdheid doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven?’.
        Jezus antwoordde en zei tot hen:

Ik zag je onder de vijgenboom

Ik zal u ook een vraag stellen en indien gij Mij daarop antwoord geeft, zal Ik u ook zeggen, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. Vanwaar was de doop van Johannes? Uit de hemel of uit de mensen?
En zij overlegden onder elkander en spraken:
‘ Indien wij zeggen: Uit de hemel, zal Hij tot ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd? Doch indien wij zeggen: Uit de mensen, zijn wij bevreesd voor de schare, want zij houden allen Johannes voor een profeet. En zij antwoordden en zeiden tot Jezus: Wij weten het niet.
Hij van Zijn kant zeide tot hen:  
        Dan zeg Ik u ook niet, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. Wat dunkt u? Iemand had twee kinderen. Hij ging naar de eerste en zei: ‘Kind, ga en werk vandaag 
in de wijngaard. En hij antwoordde en zei: Ja, heer, maar hij ging niet. Hij ging naar de tweede en sprak evenzo. En deze antwoordde en zei: Ik wil niet, maar later kreeg hij berouw en ging toch.  Wie van de twee heeft de Wil van Zijn Vader gedaan?
Zij zeiden: De laatste.
        Jezus zei [daarop] tot hen:
Voorwaar, Ik zeg u, de tollenaars en de hoeren gaan u voor in het Koninkrijk Gods. Want Johannes heeft u de weg der gerechtigheid gewezen en gij hebt hem niet geloofd. De tollenaars en de hoeren echter hebben hem geloofd, doch hoewel gij dat zag, hebt gij later geen berouw gekregen en ook in hem geloofd.
        Hoort een andere gelijkenis.

Parabel tot de werkers in de Wijngaard

Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en er een heg omheen zette, en er een wijnpers in groef en een toren bouwde; en hij verhuurde die aan pachters en ging naar het buitenland.
        Toen nu de tijd der vruchten naderde, zond hij zijn slaven naar die pachters om zijn vruchten in ontvangst te nemen.
        Maar de pachters grepen zijn slaven, sloegen de een, doodden de andere en stenigden een derde. Hij zond weer andere slaven, nog meer dan eerst, en zij behandelden hen op dezelfde wijze.
        Ten laatste zond hij zijn zoon tot hen, zeggend: ‘Mijn zoon zullen zij ontzien’.
Maar toen de pachters de zoon zagen, zeiden zij tot elkander:
Dit is de erfgenaam, komt, laten wij hem doden om zijn erfenis aan ons te brengen. En zij grepen hem en wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem.
Wanneer nu de heer van de wijngaard komt, wat zal hij met die pachters doen
Zij zeiden tot Hem: ‘Een kwade dood zal hij die kwaden doen sterven en de wijngaard zal hij verhuren aan andere pachters, die hem de vruchten op tijd zullen afleveren’.
        Jezus zei [daarop] tot hen:
‘ Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden; van de Heer is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt“
Matth.21: 18-43.

Een van de rollen van een spelleider is om een goed verteller te zijn, om de identiteit van de Geschiedenis, de Identiteit, de Waarden, Normen en de Emoties van de mensen [door alle tijden] te benadrukken. Christus, onze Heer en Verlosser echter ging nog een stap verder door niet alleen het verhaal van de mensen te vertellen, maar tevens door hen dit voor te leven:

“Er waren onder hen enige Grieken [en anderstalige Joden] onder hen, die opgingen om op het feest [Pascha] te aanbidden dezen dan gingen tot Philippos, die van Bethsaida [“Huis der Barmhartigheid”, ontzorgen] in Galilea was, en vroegen hem en zeiden:
        ‘Heer, wij zouden Jezus wel willen zien’.
Philippos ging en zei het aan Andreas; Andreas en 
Philippos gingen en zeiden het aan Jezus.
        Maar Jezus antwoordde hun en zei:
‘ De [Het] uur is gekomen, dat de Zoon des mensen verheerlijkt moet [dient te] worden.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort.
Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven. Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren. Nu is mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen?
Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hiertoe ben Ik in deze ure[n] gekomen. Vader, verheerlijk Uw naam! Toen kwam een stem uit de hemel[en]: ‘Ik heb hem verheerlijkt, en Ik zal hem nogmaals verheerlijken!’.
De schare dan, die daar stond en toehoorde, zei, dat er een donderslag geweest was; anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken.
        Jezus antwoordde en zei:
‘ Niet om Mij is die stem er geweest, maar om u. Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste van deze wereld buiten geworpen worden; en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken.
        En dit zei Hij om aan te duiden, welke dood Hij sterven zou.
De schare dan antwoordde Hem:
Wij hebben uit de Wet gehoord, dat de Christus tot in eeuwigheid blijft; hoe kunt Gij dan zeggen, dat de Zoon des mensen moet verhoogd worden? Wie is deze Zoon des mensen?
        Jezus dan zei tot hen:
‘Nog een korte tijd is het licht onder u. Wandelt, terwijl gij het licht hebt, opdat de duisternis u niet zal overvallen; en wie in de duisternis wandelt, weet niet, waar hij heengaat. Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn.
        Dit sprak Jezus en Hij ging heen en verborg Zich voor hen.
En hoewel Hij zovele tekenen voor hun ogen gedaan had, geloofden zij niet in Hem, opdat het woord van de profeet Isaiah vervuld werd, dat hij sprak:
        Heer, wie heeft geloofd, wat hij van ons hoorde? En aan wie is de arm des Heren geopenbaard?
Hierom konden zij niet geloven, omdat Isaiah elders gezegd heeft:
        Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, dat zij niet met hun ogen zien, met hun hart verstaan en zich bekeren, en Ik hen zal genezen.
Dit zei Isaiah, omdat hij Zijn Heerlijkheid zag en van Hem sprak.
En toch geloofden zelfs uit de oversten velen in Hem, maar ter wille van de Farizeeën kwamen zij er niet voor uit, om niet uit de Synagoge te worden gebannen; want zij waren gesteld op de eer der mensen, meer dan op de eer van God.
        Jezus riep en zei:
Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem, Die Mij gezonden heeft; en wie Mij aanschouwt, aanschouwt Hem, die Mij gezonden heeft. Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat een ieder, die in Mij gelooft, niet in de duisternis zal blijven. En indien iemand naar mijn woorden hoort, maar ze niet bewaart, Ik oordeel hem niet, want Ik ben 
niet gekomen om de wereld te oordelen, doch om de wereld te behouden. Wie Mij verwerpt en Mijn Woorden niet aanneemt, heeft een, die hem oordeelt het Woord, Dat Ik heb gesproken, dat zal hem oordelen ten jongsten dage. Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, die Mij heeft gezonden, heeft zelf Mij een Gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet. En Ik weet, dat Zijn Gebod eeuwig Leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zo als de Vader Mij gezegd heeftJohn.12: 20-50.

Zaaien, indien de Graankorrel sterft, brengt zij veel Vrucht voort; Σπορά, εάν ο σπόρος του σιταριού πεθαίνει, παράγει πολλά φρούτα; البذر ، إذا ماتت حبة القمح ، فإنها تنتج الكثير من الفاكهة’; Sowing, if the grain of wheat dies, it produces much fruit

Bij Christus neemt Zijn Vader tot getuige wanneer Hij zegt:
indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort. Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven. Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren”.
Paulus volgt Christus zijn grote voorbeeld op de voet en zegt: “      Want hiertoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij en over doden en over levenden Heerschappij zou voeren
Rom.14: 9 en
      Dwaas! Wat gij zelf zaait, wordt niet levend, of het moet gestorven zijn, 
en als gij zaait, zaait gij niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders. Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en wel aan elk zaad zijn eigen lichaam1Cor.15: 36-38.
En de tollenaar, die Hem volgde verkondigt:
      Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vindenMatth.10: 39 en “      Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren 
heeft om Mijnentwil, die zal het vinden. Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven? Want de Zoon des mensen zal komen in de Heerlijkheid van Zijn Vader, met zijn engelen, en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn dadenMatth.16: 25-27.

Nu wordt ons Christelijk gevoel, het Christelijk ego, totaal overhoop gehaald. 
Christus zei tot hen: “Mijn ziel is zeer bedroefd, tot sterven aan toe; blijft hier en waakt met Mij.  En Hij ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en badMatth.26: 38, 39a en “     Mijn ziel is uiterst beangst; Hoe lang wacht Gij, o Heer? Wend U tot mij, Heer; bevrijd mijn ziel; red mij, omwille van Uw erbarmen. Want in de dood is er niemand die U gedenkt: wie kan U belijden in de hades? Ik ben afgetobd door zuchten, elke nacht schrei ik mijn bed nat: ik besproei mijn rustplaats met tranen Mijn oog is dof van verdriet; ik ben oud geworden onder al mijn vijandenPsalm 6: 4-8.
En moet ik dan nu zeggen [bidden]: “Vader, verlos mij van dit uur?”. Neen, daarom ben ik [zover gekomen] naar dit uur gegaan! Vader, verheerlijk Uw NaamJohn.12: 27,28 en
      Als Ik Mijzelf eer, betekent mijn eer niets; mijn Vader is het, die Mij eert, van wie gij zegt: Hij is onze God, en gij kent Hem niet, maar Ik ken Hem. En indien Ik zei: Ik ken Hem niet, dan zou Ik u gelijk zijn, een leugenaar; doch Ik ken Hem en Zijn Woord bewaar ikJohn.8: 54,55 en “      Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het [Uw] Werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt. En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was. Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw woord bewaardJohn.17: 4-6 !!!
En “     Toen kwam een stem uit de hemel[en]: ‘Ik heb hem verheerlijkt, en Ik zal hem nogmaals verheerlijken!’conf.    Toen Judas dan heengegaan was, zei Jezus: ‘Nu is 
de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijktJohn.13: 31 en bij de doop in de Jordaan “      En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen. En zie, een stem uit de hemelen zei: ‘Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb’Matth. 3: 16,17 en op de berg Thabor terwijl Petrus nog sprak: “ zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zei: ‘Deze is mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!Matth.17: 5

          De schare dan, die daar stond en toehoorde, zei, dat er een donderslag geweest was; anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken.
        Jezus antwoordde en zei:
‘ Niet om Mij is die stem er geweest, maar om u. Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste van deze wereld buiten geworpen worden; en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken’.
        En dit zei Hij om aan te duiden, welke dood Hij sterven zouJohn.12: 29-33.

En daarop antwoord[t]de de schare [de wereld]:
Wij hebben van de Wet gehoord dat de Christus [de Messias] voor eeuwig blijft.
      de slaaf blijft niet eeuwig in het huis, de Zoon [Zonen] blijft [blijven] er eeuwig. Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn“ John.5: 35,36 en
    Mijn Waarheid en Mijn Barmhartigheid zullen met hem zijn; in Mijn Naam verheft hij zijn hoornPsalm 88[89]: 37 en “     Bij U is heerschappij op de dag van Uw Kracht, in de stralende luister van Uw heiligenPsalm 109[110]: 4 en “      En Mijn knecht [uit het huis van] David zal Koning over hen wezen; een Herder zal er voor hen allen zijn. Zij zullen naar Mijn verordeningen wandelen en naarstig Mijn inzettingen onderhoudenEzechiël 37: 24 en “      En Hem werd Heerschappij gegeven en eer en Koninklijke macht, en alle volkeren, natiën en talen dienden Hem. Zijn Heerschappij is een eeuwige Heerschappij, Die niet zal vergaan, en Zijn Koningschap is een, dat onbederfelijk isDaniël 7: 14.  
En Johannes de Theoloog gaat verder en verkondigt aan de hand van Zijn Blijde Boodschap: “ Hoe kunnen jullie dan zeggen, dat de Zoon des mensen moet verhoogd worden? Wie is deze Zoon des mensen?”, want hij neemt de woorden van de Heer ter hand: “ ‘ Nog een korte tijd is het Licht onder u. Wandelt, terwijl gij het Licht hebt, opdat de duisternis u niet zal overvallen; en wie in de duisternis wandelt, weet niet, waar hij heengaat. Gelooft in het Licht zolang gij het Licht hebt, opdat jullie kinderen van het Licht mogen zijnJohn.12: 35,36.

Bij de doop wordt ons het Levende Water -hetgeen de Heilige Geest symboliseert – Welke ons na Christus’ dood aan het kruis en Zijn Opstanding is beloofd, ter ver-Heerlijking gegeven

Het Licht is slechts een korte tijd onder ons mensen.
Mensen, ga toch op je pelgrimstocht door het leven, wanneer je het Licht hebt, zorg dan dat de duisternis je absoluut niet inhaalt. Zoals Christus bij de opwekking van Lazaros zei:
      Gaan er geen twaalf uren in een dag? Als iemand overdag loopt, stoot hij zich niet, omdat hij het licht van deze wereld kan zien; maar wanneer iemand bij nacht loopt, stoot hij zich, omdat het licht niet in hem isJohn.11: 9,10.
Dus wanneer je het Licht hebt bemachtigd, geloof dan in het Licht, opdat jullie zonen van het Licht moogt zijn: “     Want jullie waren vroeger duisternis, maar thans zijn jullie Licht in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht, – want de vrucht van het Licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid – en toetst wat de Heer welbehaaglijk is  Eph.5: 8-10 en “      Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief zou kunnen overvallen: ‘want jullie  zijn allen kinderen van het Licht en kinderen van de dag. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn. Want die slapen, slapen ’s-nachts en die zich bedrinken, zijn ’s-nachts dronken, maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van Geloof en Liefde en met de helm van de Hoop op de zaligheid; want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Heer Jezus Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven1Thess.5: 4-10.
Dat is wat Jezus zei; toen ging hij weg en verborg zich voor hen – net zoals toen zij Hem bedreigden: “      Zij namen dan stenen op om naar Hem te werpen; maar Jezus verborg Zich en verliet de TempelJohn.8: 59.

Het diepste wat we kunnen doen in iemands leven en het laatste wat we aan het einde van een leven voor elkaar kunnen doen, is bidden.
Elke sterke liefde zal de limiet bereiken van wat we kunnen krijgen, maken en voor elkaar kunnen doen. Voor een eindig en beperkt wezen, zoals we zijn, is het enige wat overblijft dan om de ander waarvan je houdt, vrij te laten in het rijk van het oneindige en voor hem te bidden vanuit het hart.
Dus daarom kijken we uiteindelijk naar de afscheidsrede van Jezus in het evangelie van Johannes met een gebed:
Op het kruispunt van ons leven, aan het einde van alle menselijke mogelijkheden, hebben we geen andere keuze dan dicht bij elkaar voor God te verzamelen en om voor elkaar te pleiten, net zoals Johannes de Theoloog het in zijn weergave van de Blijde Boodschap weergeeft. Op dit ogenblik van ons laatste ‘niet-langer-weten-vermogen’ blijft ons niets anders over dan ons tot het oneindige, tot God te wenden – althans blijft ons niets anders over dan de oneindig troostende gelegenheid tot een diep gebed voor de ander teneinde voor hem/haar het eeuwig leven binnen te stappen en rust te vinden bij de Schepper.
      Alles wat we in onze liefde diep verlangen is precies dit:
dat de ander eeuwig kan zijn in heel zijn/haar bestaan, dat is van God, en in God kan hij/zij 
voor altijd gelukkig zijn; deze gebeden komen voort uit liefde.
Indien je van iemand houdt, kun je hem/haar dit alleen maar voor altijd toewensen.

Je vraagt in feite om zoveel mogelijk, oneindig goddelijk geluk; dat wil zeggen, men hoopt voor hem/haar dat hij/zij God in zijn/haar eigen hart mag ervaren op zo’n manier dat God zijn/haar hele leven innerlijk kan vervullen en de eeuwigheid in leiden. Het leven is immers voltooid, wanneer God de regie over het leven volledig overneemt.
Het is niet voor niets dat dit gebed aan het einde van de afscheidsrede van onze Heer en Verlosser Jezus Christus het Hoog Priesterlijk gebed wordt genoemd – in de allerhoogste mate terecht, want iets anders verdient het niet “priester” genoemd te worden en bij de doop hebben we ‘allemaal’ de priesterlijke kruinschering ontvangen!.
Christus gaat ons als ‘spelleider’ vóór op de pelgrimstocht van het leven, zoals het gebed tot heil en zegen voor de naasten [de anderen] tot God teneinde tot goddelijke zuiverheid, bescherming en waarheid te komen.   
De woorden  en de vragen, die onze Heer en Verlosser stelt aan Zijn Vader voor ieder van ons, tonen hoe uniek Zijn Blijde Boodschap is en hoe Christus God’s volledig Beeld en gelijkenis aan ons voorhoudt.
Dit is precies wat Jezus ons in alles wat hij deed wilde laten zien; met betrekking tot Zijn volgelinge is Zijn gebed daarom een ​​dankgebed. Maar omdat we nog steeds in de wereld leven lopen wij [door de tegenstrever] gevaar en met het oog op onze pelgrimstocht betreft het ook een voorbede, dat God ons zal beschermen zoals onze weg een aanvang nam door ons antwoord op de roep van de persoon van Jezus van Nazareth.

Dit gebed is derhalve  een gebed van onze Heer en Meester van ons leven uit dankbaarheid en vertrouwen, en in elk woord is het een gebed van vertrouwen.
“Vader” – zo begint het gebed – alles wat Jezus aan ons heeft toevertrouwd en als erfenis
heeft overgedragen wordt in dit gebed tot de Vader ten behoeve van Zijn kinderen uitgedrukt.
Temidden van deze wereld – die als een woestenij wordt ervaren – willen we ons veilig en zeker voelen onder de vaderlijke [moederlijke] vleugels van de Allerhoogste, onszelf in ons kleine bestaan ​​verenigd weten als deelnemer aan Gods heerlijkheid; we willen onszelf ontdekken als iets dat bijdraagt ​​aan de grootsheid van God.
Daarom wanneer wij in de ons omgevende vertrouwelijke ruimte bidden,  kunnen we alleen maar met geheel ons hart verlangen dat we deelgenoot mogen zijn in dit eeuwige gebed met de Heer de Troon in de hemelse gewesten en dat onze Vader ons net als de verloren zoon ons tegemoet komt en innig omarmt.
Laten wij dan bidden, dat ieder van degenen om ons heen – in onze wereld – mag de roep mag erkennen en absolute kennis mag verkrijgen Wie de man van Nazareth is – uit de stad waar niets goeds uit voort kon komen – en wat Hij wel niet allemaal voor ons mensen betekent. Het omvat een erkenning dat ons leven voor God iets is wat waarachtig is en dat welbewust in ons bestaan en het plan van God wordt verenigd.

Voor ieder van ons is Christus’ Woord gericht – hetgeen verkondigd wordt in de Blijde Boodschap tot de verlamde mens, die totaal hulpeloos en eenzaam bij het bad van Bethsaida [“Huis der Barmhartigheid”, ontzorgen]  doorbracht: na tientallen jaren van verlatenheid werd hij/zij zich bewust van de ogen van Christus, die op hem/haar gericht waren en de hartelijke begroeting, dat hij/zij zelf een neem eigen krachtig standpunt diende in te nemen en zelf eigen stappen in het leven diende te maken, zodat hij zijn brancard op de sabbath naar zijn/haar huis kon dragen [John.5: 1-18.
Mogen we bidden dat de genezende handen van onze Heer ook onze ogen mogen aanraken en open zullen gaan staan ​​voor het Licht:
      De mens, die Jezus genoemd wordt, maakte slijk, streek het op mijn ogen en 
zei tot mij: Ga heen naar Siloam en was u. Ik ging dan heen en toen ik mij gewassen had, werd ik ziende. En zij zeiden tot hem/haar: Waar is Hij? Hij zei: Ik weet het niet.
Zij brachten hem/haar, die vroeger blind geweest was, naar de Farizeeën.
Nu was het sabbat op de dag, dat Jezus het slijk maakte en zijn/haar de ogen opende.
Opnieuw vroegen hem/haar ook de Farizeeën, hoe hij/zij ziende was geworden. En hij/zij  zei tot hen: ‘Hij legde slijk op mijn ogen, ik waste mij en nu kan ik zien’
Sommige dan van de Farizeeën zeiden: ‘Deze mens komt niet van God, want Hij houdt de sabbath niet’. Anderen zeiden: ‘Hoe kan een zondig mens zulke tekenen doen? En er was verdeeldheid onder hen’. Zij dan zeiden nog eens tot de blinde. Wat zegt gij van Hem, daar Hij uw ogen geopend heeft? En hij/zij zei: ‘Hij is een Profeet’John.9: 11-17.
Inderdaad, ons gehele leven kan uit de duisternis van de dood te voorschijn komen in de eeuwige glorie van de dag – zoals bij de opwekking van Lazaros [zie John.11: 28-54].
Hierbij zullen wij onszelf en onze naasten als zonnetjes ervaren en kan gelden wat onze  Heer en Verlosser ons heeft vóór geleefd als Zijn levensopdracht en Zijn werk: dat HijZelf ons voedsel, ons brood is:
      Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren
en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten
John.6: 35.
Maar ons hele leven zal net als onze Meester gericht dienen te zijn op God, Die wij als realiteit èn -het uiteindelijk weten- èn -als enige herkennen-, 
waar wij als kinderen van God echt uit bestaan.

Grote en Heilige week – de maandag in de Goede week

Juda met Tamar is de patrilineaire voorouder in de opvolging tot koning David, Constantin Flavitsky

      Dit nu zijn de namen der zonen van Israël, die met Jaäcob naar Egypte gekomen zijn; zij kwamen er ieder met zijn gezin: Ruben, Simeon, Levi en Juda; Issakar, Zebulon en Benjamin; Dan en Naftali, Gad en Aser. De afstammelingen van Jaäcob waren zeventig zielen in het geheel.
Jozef echter was reeds in Egypte.
En Jozef stierf, benevens al zijn broeders en dat gehele geslacht.

oseph[Patriarch] was the first son of Jacob by his second wife Rachel, and the eleventh son Jacob had fathered

De Israëlieten nu waren vruchtbaar en breidden zich snel uit; zij vermenigvuldigden zich en werden uitermate talrijk, zodat het land met hen vervuld werd.
       Toen kwam er een nieuwe koning over Egypte, die Jozef niet gekend had. Deze nu zei tot zijn volk: Zie, het volk der Israëlieten is groter en talrijker dan wij. Welnu, laten wij met beleid tegen hen optreden, opdat zij zich niet vermenigvuldigen en zich, als wij in oorlog komen, bij onze tegenstanders aansluiten, tegen ons strijden en uit het land wegtrekken.
       Daarom stelde men opzichters van herendiensten over hen aan om hen door de hun opgelegde dwangarbeid te onderdrukken: zij moesten voor Farao voorraadsteden bouwen, Pitom en Raämses. Maar hoe meer men hen onderdrukte, des te meer vermenigvuldigden zij zich en breidden zij zich uit, zodat men bevreesd werd voor de Israëlieten. Toen lieten de Egyptenaren de Israëlieten onder mishandeling werken; ja, zij maakten hun het leven bitter door harde slaven-arbeid met leem en tichelstenen en door allerlei arbeid op het veld. Alle werk, waartoe zij hen onder mishandeling als slaven gebruikten.
       Ook beval de koning van Egypte de vroedvrouwen der Hebreeuwse vrouwen, van wie de een Sifra heette en de ander Pua: ‘Wanneer gij de Hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpt, dan moet gij goed toezien bij de verlossing; indien het een zoon is, dan moet gij hem doden, maar indien het een dochter is, mag zij blijven leven’. De vroedvrouwen echter vreesden God en deden niet wat de koning van Egypte haar gezegd had, maar lieten de jongens in leven.
Toen ontbood de koning van Egypte de vroedvrouwen en zei tot haar: ‘Waarom hebt gij dit gedaan en de jongens laten leven? En de vroedvrouwen zeiden tot Farao: ‘De Hebreeuwse vrouwen zijn niet als de Egyptische; zij zijn sterk: voordat een vroedvrouw bij haar komt, hebben zij al gebaard’.  En God deed de vroedvrouwen wel; het volk vermenigvuldigde zich en werd zeer talrijk’Ex.1: 1-20.

Profeet Job en zijn vrienden

      Er was in het land Us* een man, wiens naam was Job, en die man was vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad. Hem werden zeven zonen en drie dochters geboren.
Zijn bezit bestond uit zevenduizend stuks kleinvee, drieduizend kamelen, vijfhonderd span runderen, vijfhonderd ezelinnen en een zeer grote slavenstoet, zodat deze man de rijkste was van alle bewoners van het Oosten.
Zijn zonen nu plachten een feestmaal aan te richten, ieder op zijn beurt in eigen huis, en nodigden dan hun drie zusters uit met hen te eten en te drinken.
Telkens wanneer de dagen van het feestmaal om waren, ontbood Job hen en heiligde hen; hij stond dan des morgens vroeg op en bracht voor ieder van hen een brandoffer, want Job dacht:
‘ Misschien hebben mijn kinderen gezondigd en in hun hart God vaarwel gezegd’.
Zo deed Job altoos weer.
       Op zekere dag nu kwamen de zonen Gods om zich voor de Heer te stellen, en onder hen kwam ook de satan.
En de Heer zei tot de satan: Vanwaar komt gij?
En de satan antwoordde de Heer: Van een zwerftocht over de aarde, die ik doorkruist heb.
Toen zei de Heer tot de satan: Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is als hij, zo vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad.
En de satan antwoordde de Heer: Is het om niet, dat Job God vreest? Hebt Gij zelf niet hem en zijn huis en al wat hij bezit aan alle kanten beschut? Het werk van zijn handen hebt Gij gezegend, en zijn bezit is zeer toegenomen in het land. Strek daarentegen uw hand uit en tast alles aan wat hij bezit; of hij U dan niet openlijk zal vaarwel zeggen!
       En de Heer zei tot de satan: Zie, al wat hij bezit, zij in uw macht; alleen tegen hemzelf zult gij uw hand niet uitstrekken. Toen ging de satan van des Heren aangezicht heenJob 1: 1-12.

  • Us betekent niet de United States.
    Waar lag Us? We hoeven daarover niet onzeker te zijn. De streek Us lag ten zuiden en zuidoosten van de Dode Zee. Us lag in het land van de Edomieten [ Hebr: 
    אֱדוֹם ‘Edôm – vermoedelijk rood, afgeleid van de haar kleur van stamvader Esau en de kleur van de grond]. Us lag in Arabia Petraea, de beroemde kloof bij Petra.
take away the stone

      Toen Christus op de Olijfberg gezeten was, kwamen Zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: ‘     Zeg ons wanneer zal dat geschieden, en wat is het Teken van Uw Komst en van de Voleinding van de wereld?’.
En Jezus antwoordde en zei tot hen: ‘ Ziet toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden. Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën. Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijns Naam. En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden.  En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen’Matth.24: 3-12.

thema
1.]. Het leven van aartsvader Josef de Rechtvaardige, die enthousiast met zijn broeders optrok en die hem vooralsnog toch maar in een diepe put gooiden en daarmee hun vader hebben bedrogen met behulp van een met bloed-doordrongen kledingstuk die hem zogenaamd door een beest zou zijn aangedaan. Ze verkochten hem vervolgens voor dertig zilverstukken aan kooplieden, die hem bij de koning van de koning in Egypte neerlegden.
2.]. De vruchteloze vrucht van de vijgenboom, die de Heer heeft aangeduid welke onmiddellijk was opgedroogd uit Matth.21: 19; Marc.11: 13. Het symboliseert zowel de Joodse Synagoge, die geen geestelijke vruchten voortbracht, en tevens iedere mens die geestelijke vruchten mist, de  deugden. De Heer heeft Zijn macht getoond in de levenloze boom en heeft daarmee de mens  laten zien dat Hij als God-mens in deze wereld niet alleen de macht in bezit waar iedereen profijt van kan trekken, maar ook in staat is om een oordeel te vellen en te straffen.

‘learn to pray the Prayer Mercy with every breath you take and every beat of your heart’.

Toen de Heer Jezus Christus Zijn volgelingen voorbereidde op Zijn Laatste heldhaftige strijd in Zijn aardse bestaan en Zijn opdracht ten einde liep, sprak Hij met zijn volgelingen over de dingen die in de laatste dagen zouden komen en leverde een even duidelijke boodschap:
Ik kom [terug] op een moment dat je het totaal niet verwacht”.
Hoewel deze verzen in een Mysterie gehuld zijn en maar moeilijk te onderscheiden zijn, maken ze de werkelijke gebeurtenissen bekend, die zich op deze aarde zullen voordoen voorafgaand aan de wederkomst van Christus.
Er zal een intense vervolging komen over degenen die in Christus geloven, maar God zal ook Zijn toorn uitstorten op deze aarde vanwege de zonde en goddeloosheid die de wereld op dat moment heeft doordrongen.
Het is duidelijk dat dit een vreselijke tijd zal zijn voor iedereen die op de aarde verblijft.
De mensen op deze wereld bezitten van huis uit een natuurlijk verlangen
  naar betere dagen [alles zal ten allen tijde goed komen],  zij verlangen al
  vanaf het begin van de mensheid naar een tijd van vrede en harmonie tussen de volkeren,
  een grotere economische stabiliteit en minder criminaliteit,
  het onder de knie krijgen van ziekte en tweedracht.
Maar de Schrift is duidelijk dat, ondanks tijdelijke perioden van verbetering [in opgaande en neergaande lijn], zijn alle dingen/zaken bestemd om veel erger te worden voordat ze permanent beter worden; vandaar de golfbeweging in dit soort processen.
De menselijke samenleving staat voor ogen dat er een tijd zal komen, die
rampzaliger zal zijn dan ooit tevoren . . . . . 
De Verdrukking zal de gehele wereld omvatten, maar zich tevens richten op de natie en het volk van Israël [de Kerk]. Het zal het begin betekenen van de laatste dagen en het einde van de mensheid, waarna onze Heer en Verlosser zal heersen met Macht en Majesteit.
De antichrist – dienaar van de Satan zal tijdens de komende Verdrukking op het wereldtoneel verschijnen en een verwoesting en vernietiging op de aarde veroorzaken.
Hij is in het boek Daniël voorzegd en wordt tevens geopenbaard in het boek Openbaringen.
      En hem werd een mond gegeven, die grote woorden en godslasteringen spreekt; en hem werd macht gegeven dit tweeënveertig maanden lang te doen. En [het beest] opende zijn mond tot lasteringen tegen God, om zijn naam te lasteren en zijn tent en hen, die in de hemel wonen.
En hem werd gegeven om tegen de heiligen oorlog te voeren en hen te overwinnen; en hem werd macht gegeven over elke stam en natie en taal en volk. En allen, die op de aarde wonen, zullen het (beest) aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is sedert de grondlegging der wereldOpenb. 13: 5-8.
Onze Heer Jezus Christus waarschuwde voorafgaand aan Zijn Lijden voor de tijd dat de antichrist op de heilige plaats zou worden gevonden.
Dit zal daadwerkelijk het moment zijn waarop de ware identiteit en agenda van anti-Christus zal worden onthuld, maar we hebben ook ondersteunende Schriftgedeelten die veel onthullen over de omstandigheden in die tijd.

We ‘weten‘ dat er:
1.]. Sociale verdorvenheid zal komen
   De eindtijd zal worden gekenmerkt door het volledig verwerpen van
waarheid en rechtvaardigheid voor de lust van het vlees.
De meerderheid zal op die dag geen verlangen meer kunnen opbrengen naar de wegen van God, en is alleen nog op zoek naar het bevredigen van eigen wellustige verdorvenheid.
Paulus waarschuwde hier al voor waarbij hij sprak over het klimaat dat
de wereld in de laatste dagen zal verzieken:
    de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun [voor-]ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand2Tim.3: 1-5.
Het is allemaal al lang bekend – ook al worden in onze tijd opnieuw waarschuwingen in dezelfde stijl afgegeven en leeft eenieder in hetzelfde tempo gewoon door – kijken we bewust de andere kant op.
2.]. Spirituele afvalligheid zal komen
⁌  –  We weten ook dat de eindtijd zal worden gekenmerkt door een grote afval, de mens zal dekkers en haar waarheid van de Blijde Boodschap massaal de rug toekeren:
      Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.
Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb?2Thess.2: 3-5.
Je ziet het toch met eigen ogen:
onze kerkgebouwen worden massaal verkwanseld en voor andere doelen misbruikt – het door onze [voor-]ouders met stuivers en dubbeltjes bijeengebracht geld voor de bouw van godshuizen wordt verkwanseld aan investeringsmaatschappijen – geld is de kerkelijke god geworden.
De waarheden van het Evangelie, de gerechtigheid van God en de voorrang  welke onze Heer Jezus Christus toekomt wordt te grabbel gegooid en het lijkt  haast of dit bewust met een vooropgezet plan wordt voortgezet:
      Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; wacht slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal onze
Heer Jezus Christus doden door de adem van Zijn mond en machteloos maken door Zijn verschijning, als Hij komt“.
Het is al een realiteit en dat duidt op de Verdrukking, want velen roepen het onomwonden rond dat het de hel is, die losbreekt en dat is dan ook letterlijk het geval.
Kun je jezelf nog een wereld voorstellen waarin de Geest van God niet actief is en
men alle zeilen dient bij te zetten om de tegenstrever [de satan] en het kwaad te bedwingen?
3.]. De uitstraling van één persoon, die zich voordoet als de redder van de wereld.
⁌  –  Ook dit dient ter sprake te worden gebracht er zal zich een persoon opwerpen, die het idee heeft, dat alleen hij/zij de wereld nog kan redden.
Deze persoonlijkheid zal hoewel deze bij de grote staten zal [ook door de Kerk] worden omarmd als de grootste leider, die de wereld ooit heeft gekend.
Hij zal succesvol zijn in het bewerkstelligen van wat wordt gezien als politieke, sociale en financiële hervorming. De mensheid zal snel deze nieuwe gedoodverfde wereldleider omarmen en zijn wereldwijde agenda ondersteunen.
De Blijde Boodschap onthult:

  • Hij zal de Naties en de wereldeconomie verenigen:
        En ik zag uit de zee een beest opkomen met tien horens en zeven koppen; en op zijn horens tien kronen en op zijn koppen namen van godslastering. En het beest, dat ik zag, was een luipaard gelijk, en zijn poten als van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht” Openb.3: 1,2.
          En het maakt, dat aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen de vrijen en de slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofd en dat niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken, de naam van het beest, of het getal [nummer] van zijn naam heeft“ Openb.13: 16-17. Je ziet de Voortekenen en de agenda van de antichrist al jaren verder opkomen en we omarmen het als nuttig, overal om ons heen.
  • Hij zal voor een korte periode de wereldvrede brengen: “      En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest isDan.9: 27.

      Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens van de wetteloosheid zich openbaren, de zoon van het verderf, de tegenstrever, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel van God zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is. Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb?2Thess.2: 3-5.
    Maar deze wereld draait maar door;
    We verorberen deze vreselijke Octopus door ons keelgat en spoelen het met Ouzo, het gastronomisch water van Kreta of met Wodka de Russische equivalent weg en benevelen onszelf, het idee inbeeldend dat wij het zo goed hebben!  De campagne van dood en vernietiging zal in alle ernst losbarsten en de anti-christ zal ontelbare heilige kinderen van God over de gehele wereld trachten te vernietigen, inclusief iedereen die weigert hem te aanbidden:
          En hem werd gegeven om tegen de heiligen oorlog te voeren en hen te overwinnen; en hem werd macht gegeven over elke stam en natie en taal en volk. En allen, die op de aarde wonen, zullen het [beest] aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is sedert de grondlegging der wereld“.
    En Jezus heeft het ons voorafgaand aan Zijn lijdensweg voorzegd:
          Ziet toe, dat niemand u zal verleiden!
    Want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen:
    Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden.
    Ook zullen jullie horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen.
    Kijk toe, zie het gebeuren en wees niet verontrust; want dit dient te geschieden,
    maar het einde is het nog niet.
    Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en
    er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn.
    Doch dit alles is slechts het begin van de weeën.
    Dan zullen zij jullie overleveren aan verdrukking en zij zullen jullie doden, en
    jullie zullen door alle volkeren gehaat worden omwille van van Mijn Naam.
    En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten.
    En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. 
    En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen’

    Matth.24: 4-12.

Hoe moeilijk dit ook is om te overwegen, dit zijn ontnuchterende gebeurtenissen om te overwegen, zeker in onze tijdsperiode en je ziet het allemaal werkelijkheid worden. Iedereen die de reddende Genadegaven door de H. Geest, welke ons via de doop zijn verleend, zal –blijven- verwerpen, zal worden geconfronteerd met het oordeel en de toorn van God.
Zelfs degenen die vóór de Verdrukking zonder Christus gestorven zijn, zullen voor de Heer staan bij het Oordeel van de Grote Witte Troon en veroordeeld worden voor hun overtredingen.
Allen die zonder bekleed te zijn met Christus sterven, zullen daar zijn en
de woede van een rechtvaardige God onder ogen zien.

Ik dien jullie daarom te vragen en je te blijven inspannen om Christus te herkennen als je persoonlijke hulp en toeverlaat, je Redder.
Wordt allen gered door Zijn Genadegaven, want dit is de ‘enige’ ontsnapping aan de toorn van God. Indien je nog niet gered bent, dan vraag ik je dringend om vandaag nog te reageren terwijl de Geest leidt. Stel het niet uit tot het eeuwig te laat is, opdat je met de profeet Elia kunt zeggen:
    Heer, Gij hebt mij bekoord en ik heb mij door U laten bekoren1Kon.19: 13.
Je zou dan alleen nog kunnen beweren dat je -tot die tijd- hebt zitten afwachten en eerst dàn gered hoopt te worden; dàt laat je jezelf toch niet gebeuren. 

uit: ‘Heer ik roep’ Vespers Palmzondag

tn.3.
    Vreeswekkend is het in handen te vallen van de levende God:
Hij is Rechter over de herinneringen en gedachten van ons hart.
Laat niemand uit nieuwgierigheid binnentreden in deze Heilige Week,
Maar ertoe naderen met Geloof en ontzag voor Christus,
opdat wij erbarmende ontvangen en Genade vinden te rechter tijd

Allen einden red aarde
aanschouwen het Heil van onze God
Psalm 97[98]: 5.

tn7.
    Ontsteek uw lamp, Jeruzalem,
want de Heer komt als Bruidegom te middernacht,
om het Verbond [met de mensheid] te hernieuwen met U, het nieuwe Sion,
die de erfgenaam zijt van het oude.
Want Hij, Die door de Vader gezonden is,
moet binnen uw muren lijden en sterven, om
de profetieën in vervelling te doen gaan:
daarom hebben de kinderen tot Hem geroepen:
‘ Hosanna de Zoon van David,
gezegend Hij Die komt in de Naam des Heren
”.