4e Zondag van Pascha – Zondag van de Verlamde

      Jezus ging op naar Jeruzalem.
Nu is er te Jeruzalem bij de Schaapspoort een bad, dat in het Hebreeuws de bijnaam Bethesda draagt, met vijf zuilengangen. Daarin lag een menigte zieken, blinden, verlamden en verschrompelden, die wachtten op de beweging van het water.
        Want van tijd tot tijd daalde een engel des Heren neer in het bad; dan bewoog het water; wie er dan het eerst in kwam na de beweging van het water werd gezond, wat voor ziekte hij ook had.
        En daar was een man, die reeds achtendertig jaar lang ziek geweest was.
Hem zag Jezus liggen en daar Hij wist, dat hij daar reeds lange tijd was, zei Hij tot hem: ‘Wilt gij gezond worden?’.
De zieke antwoordde Hem:
Heer, ik heb geen mens om mij, zodra er beweging komt in het water, in het bad te werpen; en terwijl ik onderweg ben, daalt een ander voor mij af.
Jezus zei tot hem:
‘ Sta op, neem uw matras op en wandel’.
En terstond werd de man gezond en nam zijn matras op en ging zijns weegs.
         Nu was het sabbath op die dag. De Joden dan zeiden tot de genezene: Het is sabbath  
en dan mag jij je matras niet dragen.
         Doch hij antwoordde hun: Die mij gezond gemaakt heeft, die heeft tot mij gezegd: ‘Neem uw matras op en ga uws weegs’.
        Zij vroegen hem: ‘Wie is de mens, die tot u gezegd heeft: Neem op en ga uws weegs?’.  En de genezene wist niet, wie het was; want Jezus was ontweken, omdat er een [grote] schare op die plaats was.
       Daarna vond Jezus hem in de tempel en zei tot hem:
‘ Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers zal overkomen.
       De man ging heen en zeide tot de Joden, dat het Jezus was, die hem gezond gemaakt had“ John.5: 1b-15

      En het geschiedde, toen Petrus overal rondreisde, dat hij ook bij de heiligen kwam, die te Lydda woonden.
Daar vond hij een man, genaamd Eneas, een verlamde, die reeds acht jaren bedlegerig was geweest.
        En Petrus zeide tot hem: Eneas, Jezus Christus geneest u; sta op en maak zelf uw bed op. En hij stond onmiddellijk op.
En alle bewoners van Lydda en Saron zagen hem en bekeerden zich tot de Heer
        En er was te Joppe een discipelin, genaamd Tabitha, hetgeen, vertaald, betekent Dorkas. Deze was overvloedig in goede werken en aalmoezen, die zij gaf.
En het geschiedde in die dagen, dat zij ziek werd en stierf; en na haar gewassen te hebben, legde men haar in een bovenzaal.
En daar Lydda dicht bij Joppe lag, zonden de discipelen, toen zij hoorden, dat Petrus daar was, twee mannen tot hem met het verzoek: ‘Kom zonder dralen tot ons’.

Αγία Ταβιθά; Saint Dorcas, [known as Tabitha, the widow]

En Petrus stond op en ging met hen mee. Toen hij daar aangekomen was, bracht men hem naar de bovenzaal en al de weduwen kwamen bij hem staan, en lieten hem onder tranen al de lijfrokken en mantels zien, die Dorkas, toen zij nog bij hen was, gemaakt had.
        Maar Petrus zond hen allen naar buiten en knielde neer en bad. En hij wendde zich tot het lichaam en zei: ‘Tabitha, sta op!’.
En zij opende haar ogen en zag Petrus en ging overeind zitten en hij gaf haar de hand en richtte haar op; toen riep hij de heiligen en de weduwen en stelde haar levend voor hen. 
En het werd bekend door geheel Joppe en velen kwamen tot Geloof in de Heer“ Hand.9: 32-42.

God is geestelijk, scheppend actief
God, de Vader werkt van den beginne tot heden toe en
Christus werkt eveneens, maar nu via mensen.

sheep’s anointing

      Christus, Die door het Geloof in uw harten woning maak. Geworteld en gegrond in de Liefde, zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is en te kennen de Liefde van Christus, Die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid van God. Hem nu, Die blijkens de Kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, Hem zij de Heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! AmenEph.3: 17-21.
In het begin van Handelingen wordt verteld van de uitstorting van de Heilige Geest.
Vanaf dat moment gaat het, door de Heilige Geest, hard met de verspreiding van de Blijde Boodschap, de Pedagogie van onze Heer Jezus Christus.
God is het Mysterie, het geheim dat we aanduiden met: “Ik zal er zijn/ Abba/ Vader”. Het is een levend Mysterie en daardoor ook veranderend, groeiend.
We ontdekken sporen van dit Mysterie, omdat God een levende Kracht is, Die met ons en de wereld bezig is.
Er was een Joods feest gaande, dat is hetgeen voorafgaat aan de geschiedenis en iedereen verwacht dan dat het zich allemaal voortzet tot een ontmoeting van Jezus met de Joden in de Tempel van Jeruzalem.
Heeft religie niet zulke overgeleverde gebruiken, heilige hoogtepunten en heilige feesten nodig, enerzijds het ernaar toeleven en vervolgens afbouwen?
Wordt het geheel van onze feesten en de samenstelling daarvan niet toegeschreven aan de Traditie, het geheel van orthodoxe gebruiken en wederkerende overeenkomsten?
Na zó’n inleiding zou je verwachten dat het vervolg op deze wijze wordt voortgezet, zo pleegt een schrijver dit te doen maar Johannes wijkt hier van af.
Hij gaat verder dat Jezus ‘òp ging‘ naar Jeruzalem en dat Hij bij de Schaapspoort een mens tegenkomt – Hij de Herder van Zijn schapen komt daar een mens tegen, die reeds achtendertig jaar lang – ‘een half leven’ – ziek geweest is. Nou, dat hakt er in – dat is diep tragisch. Vanaf koning David wordt de herder in positieve zin als beeld gebruikt voor een Goede Koning.

      En het gerucht van Christus drong door tot in geheel Syrië; en men bracht tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, gekweld door allerlei ziekten en pijnen, bezetenen en maanzieken en verlamden en Hij genas hen.  En Hem volgden vele scharen uit Galilea en Deka-polis en Jeruzalem en Judea en het Over-Jordaanse” Matth. 4: 24,25.
God woont, zó maakt Johannes òns hier duidelijk, ‘niet’ waar een ceremonie volgens de officiële gebruiken wordt gevierd, ‘maar’ religie manifesteert zich als vanzelf als toevlucht voor al degenen, die in ellende verkeren, bovenstaande tekst gaat aan de bergrede vooraf.
      Toen Christus nu de scharen zag, ging Hij de berg op en nadat Hij Zich had neergezet, kwamen zijn discipelen tot Hem en toen werd het feest van de levende Kracht van God geopenbaard:
      En Chrisus opende Zijn mond en leerde hen, zeggende:
– Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
– Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
– Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
– Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
– Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
– Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
– Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.
– Zalig de vervolgden omwille van de Gerechtigheid, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
– Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
– Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want
alzo hebben zij de Profeten voor u vervolgd
Matth.5: 1-12.

God heeft actieve mensen nodig
Maar wat verwacht God van Zijn herders:
1.].    Het woord des Heren kwam tot mij:
Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël [de Kerk],
profeteer en  zeg tot hen, tot die herders: zo zegt de Heer der Heerscharen:
‘wee de herders van Israël [de Kerk], die zichzelf weiden!
Moeten de herders niet de schapen weiden?
Het vet eet gij, met de wol kleedt gij u, het gemeste slacht gij, maar
de schapen weidt gij niet;
Zwakke versterkt gij niet, zieke geneest gij niet, gewonde verbindt gij niet,
afgedwaalde haalt gij niet terug, verlorene zoekt gij niet, maar
gij heerst over hen met hardheid en geweldenarij.
Zij raken verstrooid, omdat er geen herder is, en zij
worden tot voedsel voor al het gedierte van het veld;
zo raken zij verstrooid.
Mijn schapen dwalen rond op alle bergen en op elke hoge heuvel;
over de gehele aarde zijn mijn schapen verstrooid zonder
dat er iemand is die naar hen vraagt of ze zoekt
Ezech.34: 1-6.
2.].      De weg van de Vrede kennen zij niet en er is geen recht in hun sporen;
zij gaan langs kronkelpaden; niemand die ze betreedt, kent vrede.
Daarom blijft het Recht ver van ons en de Gerechtigheid bereikt ons niet.
Wij wachten op Licht en zie, er is duisternis; op stralende helderheid en wandelen in dichte donkerte.
Wij tasten als blinden langs de wand, als wie geen ogen hebben, tasten wij;
wij struikelen op de middag als in de schemering,
wij zijn in de kracht van ons leven aan doden gelijk.
Wij grommen allen als beren en kirren droevig als duiven;
wij wachten op Recht, maar het is er niet; op Verlossing,
maar zij blijft verre van ons
Isaiah 59: 8-11.
3.].      En nu, zie, ik [Paulus te Ephese] weet, dat gij allen, onder wie
ik rondgereisd heb met de prediking van het Koninkrijk,  mijn aangezicht niet meer zien zult.
Daarom verklaar ik u op de dag van heden, dat ik rein ben van aller bloed; want ik heb niet nagelaten u al de raad van God te verkondigen.
Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u
tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die
Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft
Hand.20: 25-28.
4.].      Toen zij dan de maaltijd gehouden hadden, zei Jezus tot Simon Petrus:
‘Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief, meer dan dezen?’.
Hij zei tot Hem: ‘Ja Heer, Gij weet, dat ik U liefheb’.
Hij zei tot hem: ‘Weid Mijn lammeren’.
Hij zei ten tweeden male weer tot hem: ‘Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief?’.
En hij zei tot Hem: ‘Ja Heer, Gij weet het, dat ik U liefheb’.
Hij zei tot hem: ‘Hoed Mijn schapen’.
Hij zei ten derden male tot hem: ‘Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief?’.
Petrus werd bedroefd, dat Hij voor de derde maal tot hem zei: ‘Hebt gij Mij lief?’.
En hij zei tot Hem: ‘Heer, Gij weet alles, Gij weet, dat ik U liefheb’.
Jezus zei tot hem: ‘Weid Mijn schapen’
John.21: 15-17.

            De manier waarop Jezus deze vragen stelt is opmerkelijk.
Bij de eerste en tweede keer dat Hij de vraag aan Petrus stelt,
staat er in het Grieks het woord ‘agapeo’[αγαπεω].
Dit woord staat voor de liefde die zichzelf verloochent en opoffert, een goddelijke liefde.
Petrus’ antwoord is vervolgens:
‘Ja Heer, U weet dat ik van U houd’, dat vertaald wordt met ‘philio’ [φιλιω].
Deze vorm van liefde is niet zo diepgaand als het woord dat Jezus gebruikt,  philio’ kan ook wel vertaald worden met een diepe genegenheid of vriendschappelijke relatie.
Het is opmerkelijk dat Jezus dit verschil in woordgebruik niet benoemt, maar in de derde vraag als het ware afdaalt naar Petrus’ woordkeus en niveau.
Jezus stelt de vraag voor de derde keer, maar nu met ‘philio’.
Hij legt niet aan Petrus uit dat ze het over een ander soort liefde hebben en dat ze daardoor niet op gelijk niveau met elkaar spreken.
Neen, Hij brengt zichzelf op het niveau van Petrus.
Op die manier wordt Petrus’ relatie met Jezus niet alleen hersteld, Petrus wordt ook hersteld in zijn geestelijk werk.
Hij krijgt een taak toegewezen: ‘zorg voor Mijn schapen’, met een diepe genegenheid of vriendschappelijke relatie.

Wat hebben jij en ik nodig om in het Koninkrijk van God dienstbaar te zijn?
De vraag die Jezus stelt is confronterend; God kijkt tot op de bodem van ons hart.
Petrus had al eerder gezegd dat hij zijn leven voor Jezus wilde geven.
Maar dàt waren lege woorden, want ze werden niet omgezet in daden.
Nadat Petrus voor de derde keer loog over zijn vriendschap met Jezus, werd hij opgeschrikt door het kraaien van de haan.
Ook deze keer wordt hij geraakt en verdrietig wanneer Christus hem voor de derde keer vraagt of hij van Hem houdt.
In de wereld van God gaat het niet om onze resultaten of ons imago.
Het gaat er niet om hoeveel kennis we hebben.
Het gaat er niet om hoeveel tijd wij besteden in Gods Koninkrijk.
Het gaat erom of -ons hart- naar God uitgaat.
    Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest
ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar
verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest
ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. 
Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijnMatth.6: 19-21.
    De Heer nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is Vrijheid. 
En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de Heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot Heerlijkheid, immers door de Heer, die Geest is2Cor3: 17,18.
        Doe, zoals ik u bij mijn reis naar Macedonië aangeraden heb:
blijf nog te Ephese, om sommigen te bevelen geen andere leer te brengen, 
noch zich bezig te houden met fabels en eindeloze geslachtsregisters, die veeleer moeilijkheden ten gevolge hebben dan door God gegeven leiding in het Geloof.
En het doel van [alle] vermaning is Liefde uit een rein hart, uit een goed geweten en een ongeveinsd Geloof.
Door dit spoor te verlaten zijn sommigen vervallen tot ijdel gepraat; zij willen leraren van de Wet zijn, zonder ook maar te beseffen wat zij zeggen of waarover zij zo stellig spreken1Tim.1: 3-7.
      Ik heb u op Kreta achtergelaten met de bedoeling, dat gij in orde zoudt brengen hetgeen nog verbetering behoefde, en dat gij, zoals ik u opdroeg, in alle steden als oudsten zoudt aanstellen mannen, die onberispelijk zijn, een vrouw hebben, die gelovige 
kinderen hebben, die niet in opspraak zijn wegens losbandigheid of van geen tucht willen weten.
Want een opziener moet onberispelijk zijn als een beheerder van het huis van God, niet aanmatigend, niet driftig, niet aan de wijn verslaafd, niet opvliegend, niet op oneerlijke winst uit, maar gastvrij, met Liefde voor wat goed is, bezadigd, rechtvaardig, vroom, ingetogen, zich houdende aan het betrouwbare Woord naar de leer, zodat hij ook in staat is te vermanen op grond van de gezonde leer en de tegensprekers te weerleggenTitus 1: 5-9.
De essentiële voorwaarde voor een geestelijk spelleider zijn:
persoonlijk karakter, de gezinssituatie en de persoonlijke geestelijke bekwaamheid’. Het is ontegenzeggelijk dat, ook al voldoet iemand aan alle kwalificaties,  hij pas ten volle deze functie kan uitoefenen, indien hij/zij  officieel is erkend binnen Christus Lichaam, de Kerk.
Het is deze erkenning die hem/haar de autoriteit geeft die hij/zij nodig heeft om te kunnen functioneren.
Mijn conclusie is dan ook dat we geen geldige geestelijke spelleiders zullen voortbrengen in het Lichaam van Christus, tenzij we bereid zijn hen als zodanig te erkennen, hen bij de gegeven naam [-zonder noemenswaardige titel-, het maakt hen ‘
ontoonbaar’] te noemen en alles wat er mee samenhangt te omarmen.

Apolytikion     tn.3.
Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion   tn.3
Door vele zonden en tegennatuurlijke daden
is mijn ziel geheel en al verlamd, o Heer.
Maar doe haar weer opstaan door Uw Goddelijke tegenwoordigheid,
zoals Gij eens de Verlamde hebt opgericht,
opdat ik, gered, tot U mag roepen:
Barmhartige Christus, ere zij Uw Kracht
”.

Orthodoxie & de Goddelijke verbintenis

De mens als icoon

De Blijde Boodschap toont ons dat God ons nu door Christus ziet als mensen die wèl dag in dag uit beseffen dat zij slechts stof zijn‘; ‘Τα καλά νέα μας δείχνουν ότι ο Θεός μας βλέπει τώρα μέσω του Χριστού σαν ανθρώπους που συνειδητοποιούν καθημερινά ότι είναι μόνο σκόνη‘; ‘ The Good News shows us that God now sees us through Christ as people who realize day in and day out that they are only dust‘; ‘تبين لنا الأخبار الجيدة أن الله الآن يرانا في المسيح كأناس يدركون يوما بعد يوم أنهم غبار فقط‘.

Getooid als een bruid dient de aan God toegewijde Christen aandacht te besteden aan het beeld van God welke hij/zij tentoon spreidt; de mens is immers geschapen naar het Beeld en de Gelijkenis van z’n Heer en dient zich als zodanig te gedragen.

“Toen God Zijn onderhoud met Mozes op de berg Sinaï beëindigd had overhandigde Hij hem de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven door de vinger GodsEx.31: 18.

De mens, die slechts op de wereld gericht is benadrukt daarmee de ondergang van zichzelf, aangezien hij zich ik-gericht gedraagt, waarmee hij voor zichzelf een schijnwereld opbouwt.
Hij/zij geeft er eenvoudig mee aan dat hij nu eenmaal is zoals zijn karakter uitdrukt en daarom vinden we in het westen vele leringen, die het IK aanspreken, het ophemelen, dan wel het verachten, of afstraffen.
Wat niet werkelijk is, de schijnwereld, kan niet sterven, het is reeds gestorven; òftewel het is nooit wedergeboren, zoals Christus dit tot Nicodemos uitdrukt.
Het is het tijdelijk idee, waar niemand zeker van is – een schijnwereld niet de moeite waard om bij stil te staan.
Zodra we zeggen: je dient eerst een persoonlijkheid te zijn om tot de erkenning te komen van het niet-zijn, bevatten deze woorden eigenlijk het herkennen van de betrekkelijkheid van het goddelijk element in de mens en daarmee  de mogelijkheid te herleven in de eeuwigheid.
Alle methoden tot het zich onthouden van aardse genoegens –  verworden dàn tot een doen alsòf, een toneelspel òf het zich inzetten voor de waanzinnige buitenwereld; iets dat ‘niet‘ bestaat, het kàn immers geen aanzet zijn/worden tot leven. Spiritualiteit, hoe we deze ook etiketteren, heeft te maken met de eeuwigheid, het goddelijk-geestelijke, aldus gaat deze het lichamelijk bestaan niets aan; daar we echter gebruik maken van het tijdelijke als existentie, is het van belang een harmonische, zijn plaats kennende natuur, te bezitten.
Dat we deze levensovertuiging zo weinig in het westen tegenkomen, vloeit voort uit de eeuwenlang gebruikte methoden die slechts het lichamelijk bestaan aanspreken, vleiend dan wel bestraffend. Alle menselijke verboden slaan op dat menselijk bestaan – alle goddelijke geboden slaan op de ziel, deze is tenslotte “gevallen”, nietwaar?

De hang naar Macht en Overheersing van de mens komt voor altijd uit voort een á-spiritueel gedrag, d.w.z. eigenlijk van een psychisch ziek mens.
Zodra iemand zijn ego het overwicht laat krijgen boven de inwonende ander, beweegt hij/zij zich buiten de ordening, de natuurwet en de geestelijke wet.
Dit noemt men met een christelijk dogmatisch woord “zonde” -van God los-  het is niet langer goddelijk tot de naaste gericht maar op het zelf; de grootste “zondaar” op aarde maakt gebruik van de mede-mens ten eigen bate.
”   Met de tong loven wij de Heer en Vader en
met haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis Gods geschapen zijn: 

uit diezelfde mond komt zegening en vervloeking voort” Jac.3: 9,10.
Hetzelfde is van toepassing op het geraffineerd gebruiken van ons eigen ego, men stelt zich op als spiritueel wezen, dan wel ontkent men het belang van de ander; over énige spirituele weg of leer behoeft men dàn al lang niet meer te praten, die is totaal onbereikbaar geworden. 

Zoals de grootste tiran zich kleedt in de vlag van de vrijheid, zo kan de grootste mens-‘mis’-leider zich kleden met het kleed van theoretische menselijkheid en spiritualiteit.

Byzantijnse vlag

Dit wordt benadrukt in de hymne van de doop:
    Gij allen, die u in Christus zijt gedoopt, gij hebt [de waarachtige] Christus aangedaan”.
Christus, de Zoon van de Heilige Drieëenheid, heeft met de Vader en de Heilige Geest geen schijngestalte; “Hij is en zal zijn”.
Degene, die dit gebeuren als een maskerade en toneelspel hanteert, pleegt derhalve Godsschennis, begaat een zonde tegen de Heilige Geest – waar de dood op staat.
Willen we een spiritueel, doordenkend mens zijn, dan zullen we elke menselijke dwingelandij, elke emotionele egocentrisch gerichte drift, elke geraffineerde ego-explosie moeten beschouwen als een tegennatuurlijk teken, derhalve a-spiritueel.

Zodra we deze uitwassen nog in onszelf herkennen zijn we nog steeds, in de beste zin, zoekende en ergens verdwaald op een dwaalspoor geraakt.
Wij hebben onszelf iets voorgehouden of het werd ons aangepraat, dat het ego waarde heeft met betrekking tot spiritualiteit, waarde, als gecultiveerde schijnfiguur, dan wel als een gemarteld wezen, bloedend aan een kruis.
Dat heeft ook waarde, maar in werkelijkheid is het ego noch het éne noch het àndere. Het is een tijdelijk instrument geworden, dat gebruikt, misbruikt, dan wel afgekeurd  kan worden en elke handeling heeft z’n gevolgen.
Degene die hier werkelijk wat te zeggen heeft, iets in te brengen heeft, is díe waarachtige mens, díe ziel, díe gevallen rebel, tot wie God’s Geboden Zich richten, maar díe immuun is geworden voor de menselijke verboden en dwingelandij, het Goddelijk Gebod overstijgt elke menselijk gebod.  

Wat gekneveld en gemanipuleerd wordt is dat het ego en uit moeilijkheden en frustraties ontkomen, uiteindelijk die egocentrisch gerichte mens daardoor krijgt, wordt hij als draagbaar voor die ziel onbruikbaar.  Vervolgens krijg je als gevolg  tegennatuurlijke, a-spirituele, hopeloos chaotische menselijke schepsels.
Er is ingegrepen in een oerprincipe, de menselijke vrijheid.
God heeft ons -als gevallen mens- de vrijheid gegeven en daar dient iedereen, inclusief de spelleider in kerkelijke zin van àf te blijven.

Vrijheid en de gevallen mens
De mens is geschapen met een geest die lijkt op die van de engelen en met een ziel die lijkt op die van de dieren. God gaf de mens volmaakte vrijheid.
De mens kan kiezen om God gehoorzaam te zijn, maar ook kon hij kiezen om tegen God te rebelleren. Dit is een zeer belangrijk punt: [ook] in ons spiritueel leven berooft God ons nooit van onze vrijheid! Tenzij wij actief meewerken, zal God niets voor ons ondernemen.
Noch God, noch de duivel, kan enig werk doen zonder eerst onze instemming te verkrijgen, want de wil van de mens is vrij.

Oorspronkelijk was de geest van de mens als het ware de heer des huizes. Hij gaf de ziel, als huismeester, opdrachten, die deze doorgaf aan de dienstknecht, het lichaam.
De huismeester, de ziel, leek wel de baas te zijn, maar in feite was het de heer des huizes, de geest, die bepaalde wat er gebeurde.
Gods bedoeling hiermee was dat de geest van de mens het volle geestelijke leven en de waarheid van God zou ontvangen en dit zou doorgeven aan de ziel.
De gaven die Hij de mens gaf zijn bedoeld om zich de wil en de kennis van God volkomen eigen te maken.
De mens zou dan zijn wil oefenen om de vruchten van de boom des levens te eten zodat -‘Gods Eigen Leven‘- via de geest van de mens zijn ziel zou doordrenken en zijn hele wezen zou transformeren tot onvergankelijkheid.
Zo zou hij dan in het bezit komen van “eeuwig leven”.
In de val van de mens is deze normale volgorde verstoord geraakt en heeft de “huismeester” een coupe gepleegd. De ziel is nu heerser geworden in het wezen van de mens.

de levensboom, Christus en zijn kruis

De ziel heeft de boom van kennis van goed en kwaad verkozen boven de boom des levens.
De mens was gewaarschuwd, dat als hij dat deed, het gevolg zou zijn dat hij zou sterven:
      Maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker stervenGen.2: 17.
God wees hem alle bomen aan en benoemde specifiek Zijn wens dat de mens zou eten van de boom des levens. Het was Gods verlangen dat de mens eeuwig leven zou hebben.
Dat was Zijn bedoeling!

In die situatie plaatste Hij de mens, in volle keuzevrijheid!

Het eten van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad had tot gevolg dat de menselijke ziel werd verhoogd en dat zijn geest werd onderdrukt. Gevolg daarvan was weer dat het geestelijk leven van de mens werd verstikt. De ware kennis van God – die alleen via de geest van de mens kan worden verkregen – ontglipte de mens en hiermee werd hij als dood voor God.

Het verbod op het eten van die vrucht was niet alleen om de mens te testen, maar een daad van oneindige Goddelijke Liefde en Barmhartigheid.
De kennis van goed en kwaad is in zichzelf kwaad.
Het ontledigt het geestelijk leven tot op een punt dat elke kennis van God verloren is en het geestelijk leven effectief dood is geworden. Een innerlijk onevenwichtig mens is een verstoorde verbinding tussen het hemelse en aardse. Zolang wij ons aan menselijke voorschriften vastklampen zijn we onvolwassen, ofwel een verstoord. Uit een innerlijk evenwichtig mens kan  het nieuwe of het hernieuwde voortkomen, onder invloed van het Licht, de Verlossing.
De geestelijk ingestelde mens gaat zich aanleren uit Liefde tot God zich volkomen afhankelijk van Hem te stellen en is tevreden met wat uit zijn hand wordt ontvangen.
Het onstoffelijk levensbeginsel, de ziel, het hart streeft naar God en wil zoeken en vinden wat God niet of nog niet gegeven heeft.

Geest, ziel en lichaam na de val
De mens leefde vóór de val in scherp besef van Gods aanwezigheid – door zijn geest.
Maar als gevolg van de val stierf de geest van de mens. God had immers gezegd dat de mens “voorzeker zou sterven” wanneer hij van de vrucht zou eten. Toch leefden Adam en Eva nog honderden jaren. Dat laat zien dat de dood die God voorspelde begon in de geest van de mens.
Volgens de wetenschap is dood: “het ophouden van communicatie met de omgeving” [daarom is onderlinge communicatie zo ontzèttend belangrijk].
De dood van de geest is het einde van de communicatie met God.
De dood van het lichaam is het einde van de communicatie tussen geest en lichaam. Dus, als we zeggen dat de geest dood is wil dat niet zeggen dat er geen geest meer is, we bedoelen dat de geest zijn gevoeligheid voor God heeft verloren en daardoor dood is voor Hem.
De geest is dan niet langer in staat gemeenschap te hebben met God, het geestelijk instinct is dood. Zo’n mens kan religieus zijn, morele waarden hebben, sterk, slim, zelfs wijs zijn, maar hij is dood voor God. Daarom verwijst het Nieuwe Testament naar hen die in het vlees leven, als doden.
De dood die in de geest van de mens was begonnen breidde zich langzaam verder uit, totdat deze ook zijn lichaam bereikte en hij tot stof weerkeerde.
Omdat zijn innerlijke mens tot chaos was vervallen moest ook zijn uiterlijke mens aftakelen en uiteindelijk worden vernietigd. Vanaf dat moment lag Adams geest – net als die van al zijn nakomelingen – onder de druk van zijn ziel, totdat hij langzamerhand daarin opging, zodat die twee haast tot één werden.
Paulus, de Apostel van de heidenen zegt daarom:
      Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het 
dringt door, zo diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten; en geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggenHebr.4: 12,13.
Gods Woord brengt scheiding aan tussen ziel en geest.
Dit uit elkaar halen is zó ontzttend nodig, omdat de mens nu is overgeleverd aan zijn psychische zijns-toestand, en daarom nú alles wat de mens doet wordt gedreven door zijn verstand, òf door zijn gevoel. De geest is als het ware in coma en functioneert niet meer.
Dat wil niet zeggen dat de geest van de mens er niet meer is, immers God is de “God der geesten van alle vleesNum.16: 22.

Hoewel de geest van de mens dood is voor God, kan deze nog steeds actief zijn, soms zelfs zeer sterk. Er zijn mensen met een geest die sterker is dan hun ziel of hun lichaam. Zulke personen zijn “geest-gericht” ingesteld.
Net zoals veel mensen gericht zijn op hun ziel en/of hun lichaam zijn zij gericht op “geestes” zaken, omdat hun geest zo sterk is. Dit zijn tovenaars of heksen. Zij onderhouden via hun geest contact met het geestelijke rijk van satan en zijn demonen. Dood voor God, en levend voor satan volgt deze mens de boze geest[en] die in hem aan het werk is/zijn. Doordat de mens zich te buiten gaat aan de hartstochten en begeerten van zijn lichaam is  daarmee zijn ziel slaaf daarvan geworden. Voor de Heilige Geest is het nutteloos geworden om een woonplaats voor God te zoeken in zo’n mens.
Vandaar “Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben, hij is vleesGen.6 :3.
Als de mens eenmaal onder de heerschappij van het vlees is, heeft hij geen mogelijkheden meer om zichzelf er van te verlossen. Als hij al op zoek is naar God vindt dat helemaal plaats op de kracht en de wil van zijn ziel, los van de openbaring van Gods Heilige Geest.
De ziel is niet alleen onafhankelijk van de geest geworden, maar staat nu onder de heerschappij van het lichaam. De door God bedoelde volgorde is volkomen omgedraaid!
Het resultaat is een op “geesten” gerichte zaken, mopperende mens, die er heidense hartstochten op nahoudt en scheuringen veroorzaakt.
        Doch een niet-geestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. 
Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld. Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten?  Maar wij hebben de zin van Christus1Cor.2: 14-16.
Zolang de mens in deze staat is, is hij ‘niet‘ in staat om de bedekking van het Woord des levens af te nemen. Zonder leiding van de Heilige Geest is het intellect niet alleen onafhankelijk, maar ook extreem gevaarlijk, omdat het zaken van goed en kwaad met elkaar verwisselt.
Het verduisterd verstand van de mens leidt hem onveranderlijk naar een eeuwige dood. Hoe geweldig zou het zijn als alle niet-wedergeboren zielen dit konden zien!

Zo is de mens – die eerst geestelijk was en de mogelijkheid had om gemeenschap te hebben met de Allerhoogste – vervallen tot een op geesten gericht bestaan, waarbij hij zijn verstand en/of zijn gevoel volgt en tot hoogste waarheid maakt.
En in laatste instantie is hij vleselijk geworden, slaaf van zijn lichaam en haar begeerten en hartstochten, die hem keer op keer overweldigen.
Het vlees overheerst nu de mens in zijn gevallen staat.
De zonde heeft de ziel onafhankelijk gemaakt, en slaaf van de vleselijke begeerten.

De gezindheid van Christus
Laat die gezindheid [‘dit gevoelen’] in u zijn die ook in Christus Jezus was
Phil.2: 5.
Paulus formuleert dit gevoelen als een gebod, een gebiedende wijs gericht op al degenen. die  Christus volgen. Paulus maakt duidelijk hoe die atmosfeer van denken in het leven van de gelovigen zichtbaar behoort te zijn. Het grote voorbeeld is Christus Jezus, aan God gelijk, die desondanks Slaaf werd,
Mens werd, vernederd werd, en die gehoorzaamde tot de kruisdood toe. 
Hij gaat nog verder: “  Ik voor mij ben van jullie overtuigd in de Heer, dat jullie geen andere mening zullen hebben. Maar wie jullie in verwarring brengt, zal zijn straf hebben te dragen, wie hij ook zal zijnGal.5: 10.

Hier komen we bij de betekenis die het woord heeft en ook verderop in deze brief:
      Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren; maar hetgeen wij bereikt hebben, in dat spoor dan 
ook verder! Weest allen mijn navolgers, broeders, en ziet op hen, die evenzo wandelen, gelijk gij ons tot voorbeeld hebtPhil.3: 15-17.
Het gaat op deze plaatsen inderdaad ook over iets ‘bedenken’, maar dan in de specifieke betekenis van ‘een bepaalde gezindheid hebben’, oftewel een bepaalde atmosfeer van denken vertonen waartoe we als gelovigen worden opgeroepen.
      Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.
Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult
ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheidCol.3: 2-4.
Kennelijk doen we dat als gelovigen niet automatisch!
Er was maar één Persoon die ononderbroken dacht en handelde in een volmaakte,  door God bepaalde en op God gerichte atmosfeer, oftewel manier van denken en dat was onze Heer en Verlosser Zelf.
Een ‘bepaalde gezindheid hebben’, oftewel een bepaalde atmosfeer van denken vertonen waartoe we als gelovigen worden opgeroepen werd in de vroeg-christelijke Kerk gedurende een lange leerperiode onderwezen en getoetst.
wanneer de Blijde Boodschap van harte aanvaard werd en men verklaarde in Jezus te 
geloven als de beloofde Messias, vond de doop plaats.
Zo stonden belijdenis en doop met elkaar in het nauwste verband; door de Geloofsbelijdenis en de doop werd de weg gebaand tot deelname aan de Mysteriën, hetgeen in de Orthodoxe Kerk nog steeds het geval is. Zo vindt na afloop van de doop en de Myronzalving – ook bij kinderen – de deelname aan de communie plaats – waarna de catechumeen als volledig Christen in de Gemeenschap werd opgenomen.
In de Apologie van Justinus de Martelaar [± 150 na Chr.] lezen we hierover:
Dit voedsel heet bij ons Eucharistie [ Gr. Goede, Genadegaven, Lichaam en Bloed van Christus]. Niemand mag er van nemen behalve hij/zij die ons onderwijs voor wáár houdt [= dat dus openlijk heeft beleden], die het bad tot vergeving der zonden om wedergeboren te worden [doop, Myronzalving en communie] ontvangen heeft en die -leven-, zoals Christus heeft overgeleverd”.

Wie lid wilde worden van de Kerk en deel wilde nemen aan de Goddelijke Mysteriën, werd dus eerst onderwezen, legde daarna getuigenis af dat hij het onderwijs van harte beaamde, mocht vervolgens de Mysteriën ontvangen.

In de derde eeuw wordt de weg tot de Kerk nog duidelijker bewaakt. Wie christen wilde worden, moest zich door een borg [getuige] laten aanbevelen. Vervolgens werd een onderzoek ingesteld naar de gezindheid en de motieven van de nieuweling. Hij kreeg daarna onderricht aangaande de inhoud van het Christelijke Geloof.
Hierbij kwam de nadruk te liggen op de kennis van Jezus, Christus, als de Zoon van God en de Opgestane Heer. Ook kwamen de Geboden hierbij aan de orde met betrekking tot de levenswandel.
Indien iemand dit Geloof aanvaardde en bereid was volgens de geboden te leven, vond een inwijding plaats [initiatie] met diverse riten, zoals: de biecht met de vergeving van zonden, de duiveluitbanning, de Geloofsbelijdenis, de tekening van het kruis, de [totale] onderdompeling, de Myronzalving en het ontvangen van de Heilige Eucharistie.
De periode van de Catechumeen was een voorbereiding op het Belijdenis doen en de Doop. Dit duurde een drietal jaren; jonge kinderen uit christelijke gezinnen werden na de geboorte gedoopt en als vanzelfsprekend opgevoed als kinderen Gods. De nieuwkomers of catechumenen [doopleerlingen] moesten getrouw de prediking bijwonen, vrij uitvoerig onderricht worden in de leer, waarbij vooral de Apostolische Geloofsbelijdenis, het ”Onze Vader, de tien geboden en de Heilige Schrift” [Oude en Nieuwe testament en het verband daartussen] gelezen en uitgelegd werden.
De oude christelijke kerk nam de toelating tot het gebruik aan de Mysteriën heel serieus. Er ging een lange tijd van voorbereiding, onderwijs en beproeving aan vooraf. Er was ook een nadrukkelijk verband tussen onderwijs in de christelijke leer en het daarna openlijk en persoonlijk belijden van deze leer als een weg tot het volgeling van Christus worden. Belijdenis, Doop/Myronzalving en deelname aan de Eucharistie waren geheel met elkaar verbonden.

3e Zondag na Pascha – zondag van de Myrondraagsters

Myrondraagsters

      Jozef van Arimathea, een aanzienlijk lid van de Raad, die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte; en hij waagde het naar Pilatus te gaan en het lichaam van Jezus te vragen.
En het bevreemdde Pilatus, dat Hij reeds gestorven zou zijn, en hij ontbood de hoofdman en vroeg hem, of Hij reeds lang gestorven was.
        En toen hij het van de hoofdman vernomen had, schonk hij het lichaam aan Jozef. En deze kocht linnen en legde Hem in een graf, dat in een rots uitgehouwen was, en hij wentelde een steen voor de ingang van het graf.
Maria van Magdala en Maria, de moeder van Joses, zagen, waar Hij was neergelegd.
       En toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala en Maria (de moeder) van Jaäcobus, en Salome specerijen om Hem te gaan zalven. En zeer vroeg op de eerste dag der week gingen zij naar het graf, toen de zon opging.
       En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen afwentelen van de ingang van het graf? En toen zij opzagen, aanschouwden zij, dat de steen afgewenteld was; want hij was zeer groot.
       En toen zij in het graf gegaan waren, zagen zij een jongeling zitten aan de rechterzijde, bekleed met een wit gewaad, en ontsteltenis beving haar.
       Hij zei tot haar: Weest niet ontsteld. Jezus zoekt gij, de Nazarener, de gekruisigde. Hij is opgewekt, Hij is hier niet; zie de plaats, waar zij Hem gelegd hadden. Maar gaat heen, zegt zijn discipelen en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien, gelijk Hij u gezegd heeft.
       En zij gingen naar buiten en vluchtten van het graf, want siddering en ontzetting hadden haar bevangen. En zij zeiden niemand iets, want zij waren bevreesdMarc.15: 43-16: 8.

      En toen in die dagen de discipelen talrijker werden, ontstond er gemor bij de Grieks sprekenden tegen de Hebreeën, omdat hun weduwen bij de dagelijkse verzorging verwaarloosd werden.
       En de twaalven riepen de menigte der discipelen bijeen en zeiden: ‘Het bevredigt niet, dat wij met veronachtzaming van het woord Gods de tafels bedienen. Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen; maar wij zullen ons houden aan het gebed en de bediening van het Woord.
       En dit voorstel vond bijval bij de gehele menigte, en zij kozen Stefanus, een man vol van Geloof en Heilige Geest, Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaus, een Jodengenoot uit Antiochie; hen stelden zij voor de apostelen, die, na gebeden te hebben, hun de handen oplegden.
       En het Woord Gods wies en het getal der discipelen te Jeruzalem nam zeer toe en een talrijke schare van de priesters gaf gehoor aan het GeloofHand.6: 1-7.

Het Woord van God neemt toe
En het Woord van God wies [neemt in aantal onder de mensen toe] en het getal der discipelen in Jeruzalem nam zeer toe en een talrijke schare van de priesters gaf gehoor aan het Geloof.
. . . . . Eindelijk komen er massaal spelleiders [priesters] tot Geloof !!! Zij die al zo lang vastzitten in de ceremonies en wetten worden nu bevrijd door het Lam – dat voor eens en altijd het offer heeft gebracht.
Dit is een voorbeeld van een opwekking die niet alleen door gebed ontstaat, maar ook door goed toezicht, leiderschap. Verlang je naar een opwekking in je land, in de Benelux?
Bid er voor! Maar bid niet alleen.
Kijk ook hoe vanuit jou als spelleider en toezichthouder – vanuit het ‘leiderschap’ -, díe stappen kunt zetten die nodig zijn om het welbevinden, het welzijn van de gemeenschap door deemoed en dienstbaar zijn te bevorderen en door díe houding nieuw leiderschap laten ontstaan.
Leven behoort niet door verkrachting van de mens te ontstaan, door overrulen – iemand  over-reden is een vaardigheid, die je kunt leren door overleg te plegen en de mens in z’n waarde te laten – te overleggen.

De gemeente in Jeruzalem telt nu tussen de tien- en twintig- duizend leden.
Het is geweldig wàt God allemaal in zo’n korte tijd in Handelingen doet. In een periode van ongeveer twee jaar wordt een hele stad op z’n kop gezet door de Blijde Boodschap van het Evangelie, de ‘Goddelijke Leer’. 
De Goddelijke Leer is ‘geen’ persoonlijke hoogmoed door te overrulen, hetgeen hetzelfde is als iemand kleineren; de gelijkwaardigheid is weg en er is geen sprake meer van wederzijds respect; het gevolg is dat het vertrouwen in de relatie tot de Kerk een geweldig deuk oploopt.

God ìs mèt Jeruzalem alleen niet tevreden
De opdracht die Hij zijn volgelingen heeft gegeven gaat veel vèrder dan alleen het bereiken van Jeruzalem [ontstaan uit de woorden ‘jira’ (= ontzag, vrees) en ‘sjaleem’ (= volmaakt)].

‘ Wanneer je in een kaasland woont, moet je wel van kaas houden’; ‘ When you live in a cheese country, you have to love cheese’.

De plaats die God heeft uitverkoren om Zijn Naam daar te vestigen en daar Vrede te geven, de door God geliefde stad; een stad, die uit een gevoel van verwondering tot deemoed en volmaaktheid wordt gebracht.
Goddelijk Liefde bestaat uit het gevoel van ware empathie voor de andere ziel in zijn huidige leefsituatie. Joodse wijzen zeggen dat God in het oordeel van Schepping van de troon van zware veroordeling opstaat en gaat zitten op de troon van Genade.
Jeruzalem is de geliefde stad, kijk maar:
“     En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit de hemel en verslond hen, en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwighedenOpenb.20: 9,20.
       “   Gij zult Kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt en jullie zullen Mijn getuigen zijn te Jeruzalem en geheel Judea en Samaria en tot de uiterste van de aardeHand.1:8.
En Jeruzalem kan de vreugde niet òp, hoogmoedig menselijk opgebouwd bolwerk na bolwerk wordt afgebroken – mensen komen bij bosjes tot het Geloof. Er heerst een geweldige sfeer en mensen offeren ruimhartig, maar God heeft de wereld op het oog!

‘….. Lord, teach us to pray’

God gebruikt nèt als in onze tijd de kromme stok van de vervolging, die uitbreekt na de steniging van Stephanos, om een rechte slag te maken. Vanuit het lijden en de verwarring van de vervolging gaat gebeuren wat onze God voor Ogen heeft: “Uw Wil zal op aarde geschieden zoals in de Hemel”.
Zij dan, die verstrooid werden, trokken het land door, de Blijde Boodschap, de Liefdes-Leer van Christus verkondigend.
En ook Paulus, de christen-vervolger, bekeert zich en wordt tot een van de grootste voorvechters;
hij krijgt een bijzondere opdracht mee en mag het werk van de door hem vervolgde Stephanos [= ‘krans’ of ‘kroon’ en wèl ‘overwinningskrans’] voortzetten.

Totaal veranderd worden door dit bericht, deze tijding
In de loop van het verslag van Lucas in de Handelingen der Apostelen lezen we veertien keer hoe een stad of gebied totaal veranderd wordt door de Kracht van de Blijde Boodschap:
– als voorbeeld Antiochië: “de volgende sabbath kwam bijna de gehele stad bijeen om het Woord van God te horen. Toen nu de heidenen dit Evangelie hoorden, verblijden zij zich en verheerlijkten het Woord des Heren; en allen, die bestemd waren ten eeuwige leven, kwamen tot Geloof; en het Woord des Heren verbreidde zich door het gehele land” en
het brengt zelfs in Thessaloniki  zoveel onrust dat Paulus en de zijnen beschuldigd worden: “Dezen, die de wereld in opschudding hebben gebracht, zijn ook hier gekomen !!!”.

Hoe doe je dat ??? Het veroveren van de wereld, de mensheid ???
Hoe laat je een stad kennis maken met de Liefde en de Grootheid van onze Heer Jezus Christus ???

Kijk maar eens hoe Paulus dit in de stad Philippi [Gr: Φίλιπποι] aanpakt, hij doet het heel gewoon.
     Het is een zonnige zaterdagmorgen, bij een strak blauwe `hemel fluiten de vogeltjes, er waait een zacht briesje.
Aan de oever van de rivier zit een groepje vrouwen. Ze praten zachtjes met elkaar, ze zingen een lied, ze bidden en lezen een stukje uit de Joodse wet, de Thora.
Terwijl de vrouwen daar zo rustig bezig zijn wandelen drie mannen de stad uit, in de richting van de rivier. Zij zijn duidelijk op zoek naar iets of iemand.
De drie mannen volgend de loop van de rivier en kijken zoekend rond, ze spreken weinig met lekaar. Plotseling houden zij halt en luisteren.
Ja, zij horen zachtjes zingen van een groepje vrouwen. Ze versnellen hun pas en op een kleine open plek, aan de oever van de rivier stuiten ze op het groepje vrouwen. De vrouwen kijken verschrikt op. Een moment staan de drie mannen bewegingloos, dan doet één van de drie een stap naar voren en opent zijn mond:
Wat zijn wij blij, dat wij jullie hier aantreffen, wij hebben lang gereid om jullie te kunnen ontmoeten. Zouden we er even bij mogen komen zitten?
Ik zal mijzelf eerste even voorstellen: mijn naam is Paulus en dit zijn twee goede vrienden van mij, Silas en Lucas”.
De drie nemen plaats in de kring en beginnen te vertellen – over Jezus, Christus, Die gestorven en Opgestaan is voor alle mensen – ook voor dit groepje vrouwen.
En dan staat er geschreven: “En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster uit de stad Tyatira, die God vereerde, hoorde toe, en de Heer opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd. En toen zij gedoopt was en haar huis, nodigde zij 
ons, zeggende: Indien gij van oordeel zijt, dat ik de Heer getrouw ben, neemt dan uw intrek in mijn huis. En zij drong ons ertoeHand.16: 14,15.
Er worden geen conferenties georganiseerd, geen grootse kerken gebouwd, geen televisiepropaganda gemaakt, neen, heel eenvoudig zij gaan de weg, die de Geest des Heren hen wijst en als bij toeval geraakt iemands aandacht getrokken door het Woord.

God-dragend; Θεόφορος;
God-bearing; الله الحاملة.

Volg Christus en neem je kruis op
De Heer klopt en roept: “ Neem je kruis op en volg Mij”.
Wat bedoelde onze heer en Verlosser eigenlijk toen Hij zei: “Neem je kruis op en volg Mij?” Matth.6: 24, Marc.8: 34, Luc.9: 23 – meer hebben de apostelen immers niet te bieden.

Laten we beginnen met wat Jezus niet bedoelde.
Veel mensen interpreteren “het kruis” met een last die ze moeten dragen in hun leven: Een moeizame relatie, een ondankbare baan, een ziekte, etc.; met een zelf-medelijdende trots wordt dan overgebracht “dit is ‘mijn’ kruis wat ‘ik’ moet [ver-]dragen.”
Maar dat is in het geheel niet de juiste interpretatie wat Jezus bedoelde met “neem je kruis op en volg Mij”. Toen Jezus Zijn kruis droeg op weg naar Golgotha om te worden gekruisigd, dacht niemand eraan dat het kruis een symbolische betekenis had van een last die ze moesten dragen.
Voor een persoon die leefde in de eerste eeuw betekende het kruis maar één ding: de dood, op de meest pijnlijke en vernederende manier, die iemand ooit zou kunnen bedenken!
Christenen van onze tijd hebben het kruis als een gekoesterd symbool voor verzoening, vergeving, genade en liefde. Maar in Jezus tijd betekende het kruis niets meer of minder dan een marteldood en omdat de Romeinse soldaten veroordeelde criminelen dwongen om hun eigen kruis te dragen naar de plaats van executie/kruisiging, betekende het voor de mensen toen het dragen van hun eigen executie en het vooruitzien naar hun eigen dood.

En daarom betekent: “neem je kruis op en volg Mij” een bereidwilligheid om te sterven [aan jezelf] om onze Heer Jezus Christus, onze verlosser tot op het bot te kunnen volgen.
Dit wordt bedoeld met: “sterven aan jezelf”, het is een oproep om je volledig en totaal over te geven aan Hem!
Elke keer als Jezus sprak over “je kruis dragen” zei Hij:
      Want wat baat het een mens, als hij de gehele wereld wint, maar zichzelf verliest of zelf schade lijdt? Want ieder, die zich voor Mij en voor mijn woorden zal schamen, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij komt in Zijn Heerlijkheid en Die van de Vader en de heilige engelen. Ik zeg u in Waarheid, er zijn sommigen onder degenen die hier staan, welke voorzeker de dood niet zullen smaken, voordat zij het Koninkrijk Gods gezien hebbenLuc.9: 25-27.
Jezus volgen lijkt gemakkelijk wanneer het leven je toelacht, onze toewijding aan Hem wordt pas duidelijk indien we op de proef gesteld worden of als er negatieve dingen plaatsvinden, die ons pijn doen. En onze Heer en Zaligmaker heeft ons verzekerd dat ons dit voorzeker zal overkomen:
      Ziet toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen: 
Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden. Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën.
     Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijn NaamMatth.24: 4-9.
    Voorwaar, Ik zeg u, geen profeet is aangenaam in zijn vaderstad. Doch Ik zeg u naar waarheid, er waren vele weduwen in de dagen van Elia in Israël, toen de hemel drie jaren en zes maanden lang gesloten bleef en er grote hongersnood was over het gehele land en tot geen van haar werd Elia gezonden, doch wel naar Sarepta, bij Sidon, tot een vrouw, die weduwe was. En er waren vele melaatsen in Israel ten tijde van de profeet Elisa, en geen van hen werd gereinigd, doch wel Naaman de SyriërLuc.4: 24-27.

  •   Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat de beproevingen van uw Geloof volharding uitwerkt. Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schietJac.1: 2-4.
  •       Hoeveel mensen reageren vandaag de dag op een oproep om Christus aan te nemen en naar voren te komen wanneer wij verkondigen:
      Komt allen tot mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
    Indien wij die verkondigend rondgaan de geroepenen vertellen: “Kom en volg Jezus, en je zal je kruis moeten opnemen en Hem volgen, sterven aan jezelf en je zult misschien je vrienden kwijtraken of je familie, je reputatie, je carrière en misschien zelfs wel je leven”.
    Het aantal van on-èchte bekeringen zal flink dalen! En toch is dit precies wat Jezus bedoelde toen Hij zei: “neem je kruis op en volg Mij”.
    Volgeling van Christus zijn vraagt totale toewijding aan Hem, en Jezus heeft nooit het kostenplaatje voor het volgen van Hem verborgen gehouden.
           En toen zij op weg waren, zei iemand tot Hem: ‘Ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat’. En Jezus zei tot hem: ‘De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen’.
      En Hij zei tot een ander: ‘Volg Mij’. Maar deze zei: ‘Sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven’. Maar Hij zei tot hem: ‘Laat de doden hun doden begraven; maar ga gij heen en verkondig het Koninkrijk Gods’.
      En weer een ander zeide: ‘Ik zal U volgen, Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten. Maar Jezus zei [tot hem]: ‘Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods’Matth.11: 28-30.

Van de drie mensen, die onze Heer wilden volgen hadden allen een uitvlucht en reageerden bij navraag niet geheel beschikbaar te zijn – maar half. Ze hadden de kosten van het volgen van Jezus niet berekend. Ze waren niet bereid hun kruis op te nemen en daarop hun eigen ik te kruisigen.  Daarom weerhield Jezus ze ervan om Hem te volgen, ze konden helemaal geen discipel zijn.
Wij mensen vergeten dat wij door Christus te volgen kunnen leren en de hoogste hoogten kunnen bereiken – maar daar staat ‘volledige overgave’ tegenover.

Myrondragende vrouwen

Hij diende, heerste niet; Υπηρέτησε, δεν κατάφερε; خدم ، لم يحكم;
He served, did not rule

Christus is niet streng of onvriendelijk,  Hij is nederig van hart – Hij kan jou derhalve onmogelijk een te zware last opleggen zal je niet overvragen; en als tegenprestatie zal jij rust vinden voor je ziel.

De zoon des mensen, heeft een veelvoudige betekenis, enerzijds is het een Aramees idioom met de zin van: ‘een mens als alle anderen‘, dus zo maar iemand.  Anderzijds is het een apocalyptische titel, bekend uit:
      Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des Hemels kwam Iemand gelijk een mensenzoon; Hij begaf Zich tot de Oude van dagen, en men leidde Hem voor deze; en Hem werd heerschappij gegeven en eer en Koninklijke Macht en alle volken, natiën en talen dienden Hem. Zijn Heerschappij is een eeuwige Heerschappij, Die niet zal vergaan, en Zijn Koningschap is een, dat niet aan bederf onderhevig isDaniël 7: 13,14.

Christus zal als Zoon van God, als mensenzoon geen rust vinden, Die is zoals iedere pionier dag en nacht in de weer, maar “ Zijn juk is zacht en Zijn last is licht !!!”.
            Het juk van Christus opnemen; is dat niet een nieuwe last die je op je neemt? Het roept de gedachte op van dingen die zult dienen te doen, je kan er gewoon niet omheen – je moet reageren, wanneer Hij klopt.
Wanneer je Christus volgt: dan kan het niet anders of je dient naar Zijn kerkgemeenschap te gaan. Als het enigszins kan dien je op z’n minst de Blijde Boodschap te bestuderen, regelmatig de H. Schrift te lezen en ook nog ’s-morgens en ’s-avonds je gebedsregel te houden.
Je dient je vervolgens aan allerlei regeltjes te houden en ze te blijven onderhouden. Christus heeft aangegeven dat Zijn juk zacht is en Zijn last licht.
Zacht wil zeggen dat Hij, in tegenstelling tot de wereld het goede met jou voor heeft; wat Hij aanreikt is wèrkelijk heilzaam.
Zijn juk is licht, omdat Hij jou tevens voorziet in de mogelijkheid om het te kunnen dragen.
Hij nodigt uit om Zijn juk op je te nemen en van Hem te leren.
Dit betekent dat je bij Hem mag komen, naar Hem mag luisteren en rust bij Hem kunt vinden.

Myronzalving, een ritueel ten leven; anointing with Myron, a ritual to life; مايرون مسحة ، طقوس في الحياة.

De Myron-geur, die Hij verspreid stinkt niet, is Rechtvaardig, is Barmhartig – stelt niet het onmogelijke voor, zoals de wereld doet. De wereld dwingt, zet je voor voldongen feiten, is niet te vertrouwen – Christus daarentegen wacht af, laat je jouw eigen weg vervolgen, dáár kun je van op aan.
Zacht wil zeggen dat Jezus het goede met jou voor heeft. Wat hij aanreikt is heilzaam. Zijn juk is licht, omdat hij voorziet in de mogelijkheid om het te kunnen dragen. Hij nodigt uit om Zijn juk op je te nemen en van Hem te leren. Dit betekent dat je bij Hem mag komen, naar Hem mag luisteren en rust bij Hem zult kunnen vinden.
Zachtmoedig en nederig worden, dat leren we van Christus.
Zachtmoedigheid heeft te maken met vriendelijkheid, dienstbaarheid en geduld.
Nederig worden is je eigen trots, je wensen, verlangens, ambities en allerlei andere door de wereld opgelegde zaken loslaten en jezelf overgeven aan Christus.
Het navolgen van jouw Heer en Zaligmaker brengt rust, omdat je leert te wandelen op God’s weg, God’s Wil te doen, temidden in een wereld die zich bevindt in gebrokenheid en onzekerheid.
Bij Deze Heer en Zaligmaker vind je bescherming en zekerheid, Zijn Vrede vervult jouw hart.
Dit is een groeiproces dat zich voltrekt als jij je blik gericht houdt op Hem.
      Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof, Die, om de Vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is aan de rechterzijde van de troon van God. Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt”.
En eerst dàn wordt ons klip en klaar voorgehouden waarom het niet zonder kruis gaat:
    Jullie hebben nog niet ten bloede toe weerstand geboden in jullie worsteling tegen de zonde  en jullie hebben de vermaning vergeten, die tot jullie als tot zonen [Gods] spreekt:
‘ Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Heer en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt
Hebr.12: 2-6.

If we change ourselves in order not to lose people, we lose ourselves

Je krijgt het niet allemaal cadeau – je zult er iets voor dienen te doen – je zult je kruis dragen. Je kruis dragen betekent dat we bereid moeten zijn om je van alle andere personen en zaken af te  keren, die ons verhinderen om Christus te volgen.  Volgelingen van Christus dienen bereid te zijn om alles op te geven wat een hindernis is in het volgen van de Christelijke weg.
Al zouden dat akkers en wijngaarden, broers en zusters, zelfs onze vader en moeder, ja al zou het ons eigen leven zijn, de Christelijke dringende voorwaarde is radicaal. Wie iets anders liefheeft boven Christus, is Hem niet waardig, zo iemand kan Zijn discipel niet zijn. Teneinde de Goddelijke weg te volgen dien je Christus boven alle andere personen en zaken lief  te hebben; anders houd je het gewoon niet vol.
Christus zegt het zo dikwijls:
Die Mijn discipel wil zijn, die dient zich, zijn kruis op te nemen en Mij te volgen”.
Dat is het beeld van de Blijde Boodschap voor een christen, veel van ons hebben er ècht geen idee van dat slechts het kruis opnemen de voorwaarde is. En dit beeld is ook zó verschrikkelijk anders dan het beeld dat ons zo dikwijls voorgehouden wordt. Want het beeld van de Christen dat ons door sommigen wordt getekend, is het beeld van een mens die op de roep gevolg heeft gegeven, Christus gevolgd heeft en vervolgens vanaf die dag lovende en prijzend – alleluja roepend – door het leven gaat. Het is een christendom zonder kruis, een christendom zonder strijd. Maar dàn heb je de boodschap totaal niet begrepen:
Volwassen worden – Volmaaktheid bereiken – Christus volgeling zijn – Hem te volgen, betekent je kruis opnemen, zoals Hij deed en Hem door dik en dun te volgen. We mogen er niet voor weglopen, we mogen er niet over klagen [onszelf ook niet verheffen] en ons er niet tegen verzetten. We mogen geen ander kruis begeren of denken dat een ander kruis beter bij ons past; we mogen er ook niet koud en onverschillig onder worden.
We dienen het tot heil en zegen van onszelf ‘op ons te nemen’, dat is:
vrijwillig aanvaarden en dragen, vanuit de wetenschap dit kruis van ons leven
ons is opgelegd door een wijs en liefhebbend Vader tot ons nut en onze zaligheid‘.
Onze Heer, Die het beste met ons voorheeft, oordeelt anders dan de wereld om ons heen. Onze Vader gebruikt voor Zijn kinderen het kruis als geneesmiddel.
In de bekering van mensen voegt God het kruis dikwijls bij Zijn Woord.
De mens wil van zichzelf naar het Woord niet luisteren.
Hij mag het uiterlijk als leer aanvaarden, maar laat zich niet door God en Zijn Woord gezeggen. Hij geeft niet werkelijk acht op de bedreigingen en beloften van het Woord van God.
Zo leeft menigeen niet-bekeerd verder onder de prediking van het Woord van God. Om die mens op het Woord te richten voegt onze Heer en Zaligmaker dàn bij het Woord het kruis van tegenspoed, een bepaalde vorm van ziek zijn, van dood en enorme teleurstelling.
Dat had de volgeling van Christus niet verwacht – heling vraagt om vernedering tot op het bot.

Tekortkomingen ervaren
Degenen, die handicapt zijn, aangeboren of door anderen of eigen onvoorzichtigheid arbeidsongeschikt zijn geworden, dienen niet stilletjes te laten merken dat zijn ontevreden zijn in hun bestaan, maar hun [geestelijk] begeleider dient hen aan te zetten God in alle nederigheid te verheerlijken en in hun leven Christus na te volgen.
Wanneer het gebed zwakker wordt, geeft het jezelf, door gedwongen aandacht, geestelijke troost en warmte. Maak gebruik van korte gebeden, vooral het gebed des Heren; bestudeer de Blijde Boodschap en lees religieuze boeken.
De beste bescherming tegen de weg kwijtraken is – het persoonlijk sterven, het bijbehorende oordeel, de Hemel naast de hel tegen de weldaden die God ons doet toekomen – tegenover elkaar te zetten en je aldus tegen de zonde te beschermen
Bedenk altijd dat God ons hart [laat] bewaken zal en de inhoud ervan controleert.
Hiermee zullen we de vreze Gods bevruchten, het gericht blijven op onze eigen vooruitgang, de afstoting van slechte gedachten en gevoelens en de waakzaamheid van morele zuiverheid.
Laten we onszelf voortdurend onderzoeken, ons bekeren t.o.v. het verleden en onze zwakheden vermijden.
Laten we de hoop op onze redding nimmer verliezen.
De vreze Gods is oprecht, roept op tot een zekere geestelijke verlegenheid, gevoeligheid. Degenen, die godsdienstig trachten te leven kunnen worden aangescherpt, dit bijslijpen, scherpzinniger maken druipt als honing op het hart, een goddelijk ingesteld mens martelt zichzelf niet met z’n leven, maar bedankt God voor de Genadegaven. Gods bewegingen zijn subtiel en voorzichtig, de mens ervaart diep van binnen de aanwezigheid van God, de engelen en de heiligen.
Hij/zij ervaart de beschermengel naast zich, die slechts toekijkt.
Hij blijft zich in gedachten houden dat zijn lichaam de Tempel van de Heilige Geest is [1Cor.3:16 en 6:19] en zet z’n/haar leven in eenvoudig, puur en heilig voort. Overal waar hij/zij gaat, gedraagt ​​hij/zij zich met zorg en verlegenheid en ervaart alle levende heiligdommen om zich heen, inclusief z’n/haar naasten. Hij/zij aanschouwt slechts stralende iconen, in plaats van hun schaduwzijde“.
H. Païsios, de Athonitische staretz

In Zijn ontferming maakt God dat ons persoonlijk levensleed ons naar Zijn Blijde Boodschap in het Woord doet luisteren. God opent daarmee ons hart voor het Woord door middel van het kruis. Het kruis is als een medicijn, als balsem, als Myron op de wonde voor hen die door Gods Genade door de doop wedergeboren zijn. Het is het medicijn tot de doding van de oude mens en tot de kruisiging van het zondige vlees. Het is onmisbaar tot vernedering van onze hoogmoed.
Er is dus een Goddelijke zegen verborgen in het kruis; God verwondt niet zonder reden. God verwondt – doodt de oude mens – om te genezen en vernedert om te verhogen. God draagt ons dan ook geen boosheid, wraakgevoelens toe wanneer Hij ons straf laat ondergaan en ons het kruis oplegt. Hij kastijdt zoals een vader zijn zoon kastijdt: ons tot voordeel diende, waar wij iets aan hebben;
kastijding is het bewijs van Zijn Vaderlijke liefde.
Zo zegt de Apostel Paulus:
    Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een 
engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen. Driemaal heb ik de Heer hierover gebeden, dat Hij dit van mij zou afnemen. En Hij heeft tot mij gezegd: ‘Mijn Genadegave is u genoeg, want de Kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de Kracht van Christus over mij zal komen. Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, onderga ik smaad, draag ik noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want als ik zwak ben, dan ben ik machtig2Cor.12: 7-10.
Waar dient dit kruis voor waar Paulus zo onder zuchtte?
De Apostel antwoordt:
                                   Opdat ik mij niet zou verheffen”.

Myron-dragende wijze

Zo en op díe Myron-dragende wijze heeft God déze duistere zaak voor Paulus opgehelderd. Dáárom verhoorde God zijn gebeden om verlossing van het kruis niet.
Dáárom moest dat kruis blijven, opdat Paulus zich niet zou verheffen. Het was bedoeld om Paulus, die zulke Hemelse openbaringen had ontvangen, deemoedig te laten blijven, hem onder de knoet te houden.
De discipline van het kruis is dan ook méér dan nodig, het is als Myron voor de ziel. Het is nodig tot doding van de oude mens en om onze hoogmoed uit te roeien. Hij zoekt ons behoud, ons kruis slaat om te kunnen helen.  Indien iemand als maar zorgeloos voortleeft, zijn heil en geluk zoekt bij
de gebroken vaten van aards plezier, van werelds genot, van geld en goederen en
onze Heer slaat die gebroken vaten stuk, dan gebeurt dat uit liefde; dàn zoekt de Heer daardoor tot bekering te leiden.
Hoe velen van Gods kinderen danken hun eerste ontwaken aan kruis en tegenspoed. Soms aan de dood van een geliefde man, vrouw of kind; onze Heer en Zaligmaker heeft hen door middel van het kruis wakker geschud.
Hij heeft hen daardoor de leegheid en vergankelijkheid van de wereld getoond.
Het heeft hen geleerd wat het zeggen wil een ziel te bezitten en  op reis naar de eeuwigheid te zijn.
Door middel van alle smart en beproeving is het heilige Myron-vloeiend besef op hen gelegd, dat ze eens voor Gods rechterstoel zullen staan en rekenschap dienen af te leggen.
Eens was ik een vreemdeling voor God en mijn eigen hart. Ik kende geen schuld en ik was nergens bang voor, verhief mijzelf boven de wereld en kon alles aan.
Maar het genezing brengend kruis bracht hen tot de vraag:
Mijn ziel, doorziet gij uw lot, hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?
Het werd het begin van een zoeken naar de dingen van Gods Koninkrijk.
Zo lijkt het kruis eerst alleen maar een donkere wolk te zijn die op ons is gevallen, maar een periode later zegen we:
      En jullie zullen in die dagen zeggen: Ik loof U, Heer, omdat U toornig op mij bent geweest; Uw toorn heeft zich afgewend en U vertroost mij. Zie, God is mijn heil, ik vertrouw en vrees niet, want mijn sterkte en mijn psalm[gezang] is de Heer der Heerscharen, en Hij is mij tot Heil geweest. Dan zullen jullie met vreugde water scheppen uit de bronnen van het Heil. En jullie zullen te dien dage zeggen: Looft de Heer, roept Zijn naam aan, maakt onder de volkeren Zijn daden bekend, vermeldt, dat Zijn Naam verheven is.

Zingt Psalmen voor de Heer, want Hij heeft grootse dingen gedaan; dit zal bekend gemaakt worden op de gehele aarde. Juicht en jubelt, inwoners van Sion, want Groot is in uw midden is de Heilige van Israël [de Kerk]” Isaiah 12: 1-6.

Apolytikion     tn.2.
  De rechtvaardige Joseph nam Uw alleruiterst Lichaam van het Kruis
Hij wikkelde het met specerijen in een zuiver linnen doek;
daarna legde hij Het in een nieuw graf.
Maar Gij, Heer, zijt opgestaan op de derde dag,
en schenkt aa de wereld de grote Genade
[gaven]”.

Eer . . . nu en altijd . . .

  De Engel bij het graf riep tot de Myrondraagsters:
Myron past voor de gestorvenen.
Christus echter bleef vrij van het bederf.
Roept daarom luid: De Heer is opgestaan en
schenkt aan de wereld grote Genade
[gaven]”.

Kondakion     tn.2.
  Toen Gij tot de Myrondraagsters het “verheugt u’ riep,
kwam er een eind aan de klacht van de voormoeder Eva,
door de Opstanding, ohChristus God.
En Gij hebt aan de Apostelen bevolen om te verkondigen:
De Verlosser is opgestaan uit het graf
”.

Orthodoxie & ‘Ga heen, uw zoon leeft!’ – openheid van Geloof

Christus, de Geneesheer; Christ, the healer.

      En er was te Capernaüm een hoveling, wiens zoon ziek was. Toen deze hoorde, dat de Heer uit Judea naar Galilea gekomen was, ging hij tot Hem en verzocht Hem te komen en zijn zoon te genezen; want deze lag op sterven.
Jezus zei dan tot hem: Indien jullie mensen geen tekenen en wonderen ziet, zult gij niet geloven.
De hoveling zei tot Hem: ‘Heer, kom af, eer mijn kind sterft.
Jezus zei tot hem:
     ‘ Ga heen, uw zoon leeft!’
De man geloofde het woord, dat Jezus tot hem sprak en ging heen. 
En reeds terwijl hij afdaalde, kwamen zijn slaven hem tegemoet en zeiden, dat zijn kind leefde. Hij vroeg hun naar het uur, waarop de beterschap was ingetreden; zij zeiden tot hem: ‘Gisteren op het zevende uur werd hij vrij van koorts’.
De vader dan bemerkte, dat het dat uur was, waarop Jezus tot hem gezegd had Uw zoon leeft en hij werd zelf gelovig en zijn gehele huis.
En dit deed Jezus weer als tweede teken, toen Hij uit Judea naar Galilea gekomen wasJohn.4: 46-54.

David & Salomon

      En Stephanos, vol van Genade en Kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het Volk. Doch er stonden sommigen op van hen, die waren van de zogenaamde synagoge der Libertijnen, van de Cyreneeërs en van de Alexandrijnen en van de Joden uit Cilicië en Asia en redetwistten met Stephanos, en zij waren niet bij machte de wijsheid en de Geest, waardoor hij sprak, te weerstaan.
Toen schoven zij mannen naar voren, die zeiden: ‘Wij hebben hem lasterlijke woorden tegen Mozes en God horen spreken’.
En zij brachten zowel het Volk als de oudsten en 
de schriftgeleerden in opschudding; en op hem aandringende, sleepten zij hem mee en leidden hem voor de Raad, en voerden valse getuigen aan, die zeiden: ‘Deze mens spreekt onophoudelijk lasterlijke woorden tegen deze heilige plaats en de wet, want wij hebben hem horen zeggen, dat deze Jezus, de Nazoreeër, deze plaats zal afbreken en de zeden veranderen, die Mozes ons heeft overgeleverd’.
En allen, die in de Raad zitting hadden, zagen, toen zij hem aanstaarden, zijn gelaat als het gelaat 
van een engel.
En de hogepriester zei: Is dat zo?
En hij zei: ‘     Gij, mannen broeders en vaders, hoort toe. De God van de Heerlijkheid is verschenen aan onze vader Abraham, toen hij nog in Mesopotamië was, voordat hij in Haran ging wonen, en Hij zei tot hem: ‘Verlaat uw land en uw bloedverwanten en kom herwaarts naar het land, dat Ik u wijzen zal.
Toen vertrok hij uit het land der Chaldeeën en vestigde zich in Haran. En nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem vandaar over naar dit land, waar gij nu woont; en Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs niet een voet, maar Hij beloofde het hem en zijn nakomelingschap tot een bezitting te geven, ofschoon hij geen kinderen had.

David & Salomon

. . . . .  Maar [eerst] Salomo bouwde Hem een huis.
De Allerhoogste echter woont niet in wat men met handen maakt, zoals de profeet zegt:           De Hemel is Mij ten troon, en de aarde een voetbank voor mijn voeten. Wat voor huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heer, of wat is de plaats van Mijn rust? Heeft niet Mijn hand dit alles gemaakt?
Hardnekkigen en niet-besnedenen van hart en oren, gij verzet u altijd tegen de Heilige Geest; gelijk uw vaderen, zo ook gij.
Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? Zelfs hebben zij hen gedood, die geprofeteerd hebben van de komst van de Rechtvaardige, van wie gij nu verraders en moordenaars geworden zijt, gij, die de Wet ontvangen hebt op beschikking van engelen, doch haar niet hebt gehouden.
         Toen zij dit hoorden, sneed het hun door het hart en zij knersten de tanden tegen hem.
Maar hij, vol van de heilige Geest, sloeg de ogen ten hemel en zag de Heerlijkheid van God en Jezus, staande ter rechterhand van God.
         En hij zei: ‘     Zie, ik zie de Hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan de  rechterhand van God.
Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopte hun oren toe en stormden als een man op hem los; en zij wierpen hem de stad uit en stenigden hem. En de getuigen legden hun mantels af aan de voeten van een jonge man, Saulus genaamd.
En zij stenigden Stefanus, die de Heer aanriep, zeggend:
‘Heer Jezus, ontvang mijn geest’. En op de knieën vallende, riep hij met luide stem:
‘Heer, reken hun deze zonde niet toe! En met deze woorden ontsliep hijHand.6: 8-7: 5, 47-60.

De mensen die Christus al van jongsaf aan kenden, onderkenden niet Wie hij in werkelijkheid was; The people who knew Christ from a very early age did not recognize Who he really was.

Onze Heer heeft in de weergave van Johannes voorafgaand aan de ontmoeting met de hoveling van Herodes, wiens zoon dodelijk ziek was
een ontmoeting gehad met de vrouw aan de bron en vervolgens staat vermeld dat Hij getuigd heeft dat een Profeet in zijn vaderland niet in ere is, tevens begint de huidige perikoop met:
Christus kwam dan opnieuw te Cana in Galilea, waar Hij het water tot wijn gemaakt had”.
In de handelingen wordt vandaag ‘een vervolging van een diakon’ beschreven,
na de woorden:
” Hardnekkigen en niet-besnedenen van hart en oren, gij verzet u altijd tegen de Heilige Geest; gelijk uw vaderen, zo ook gij.
Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? Zelfs hebben zij hen gedood, die geprofeteerd hebben van de komst van de Rechtvaardige, van wie gij nu verraders en moordenaars geworden zijt, gij, die de Wet ontvangen hebt op beschikking van engelen, doch haar niet hebt gehouden”.
Het Evangelie van Johannes beschrijft de Blijde Boodschap als een adelaar, die
over een helikopterview beschikt en een dusdanig perspectief biedt dat
onderscheid wordt gemaakt tussen hoofdlijnen en minder belangrijke zaken.
Hij zweeft als het ware heen en weer tussen de Blijde Boodschap, de oplossingen, die worden aangeboden en zaken die daarmee in tegenspraak zijn; schaduw, warmte en licht wisselen elkaar af.

eenzame Pelgrim; lonely Pilgrim.

Wat in beide lezingen opvalt is dat een Profeet op zijn thuisbasis,
zijn vaderstad en onder zijn verwanten, in zijn eigen huis niet bewonderd zal worden, laat staan dat hij daar enige lof zal ontvangen.
Hier wordt gesproken over de genezing van een zoon van een hoveling van het hof van Herodes, welke gezien z’n achtergrond al helemaal geen aansluiting bij Christus zou behoren te zoeken. God heeft erbarmen met de armen en er wordt ons hier een genezing voorgehouden van een kind, dat opgevoed is door een van de koninklijk ambtenaren aan het hof van Herodes.
De Hemel is voor God een troon en de aarde een voetbank voor Zijn voeten.
Wat voor huis zal de mens Hem bouwen, of wàt is de plaats van Zijn rust?
Heeft Zijn hand dit niet allemaal gemaakt? Niet- of zwak- gelovigen sluiten hart en oren, zij verzetten zich altijd tegen de Heilige Geest. De Joodse bevolking, die in Galilea woonde, was in de ogen van degenen die in Judea woonden, nimmer beschouwd als een gemeenschap volstrekt vrome Joden, zij leefden immers in het gebied van de voormalige noordelijke koninkrijk; Orthodox, ècht ‘goed en vroom‘ Jood zijn dàt was ‘alleen‘ mogelijk in het zuiden, in Judea.
– ‘Kan uit Nazareth iets goeds voortkomen??John.1: 47 zo heeft Nathanaël reeds aan het begin gezegd. Dus Galilea wordt beschouwd als religieus onbetrouwbaar, maar onze Heer en Zaligmaker komt uit die streken voort en is derhalve Iemand,
Die iets geweldigs doet ontstaan:
>>> Hij geeft de aanzet tot een religieus relativisme ten opzichte van de Tempel van Jeruzalem. Alleen daardoor wordt Hij al gekend als een Profeet, Die Zich met
de moed der Hoop tegen de bestaande orde verzet.
God wil namelijk helemaal ‘niet‘ dat het priesterschap zich als koningen gedraagt
zichzelf ontzettend tegoed doet en zich goed bedeeld – en de kerkelijke organisatie met veel gezag en hoogmoed handhaaft door rituele diensten en raadselachtige handelingen.
Openheid van doen en laten en nederig handelen brengt de mens nader tot God in plaats dat dit het volk angst ingeboezemd wordt door verschillende gewoonten en gebruiken tot in uiterste door te voeren – doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg – het volk kijkt al genoeg tegen God op.
Dat behoeft de Kerk met haar groots voorkomen en gebouwen niet nog eens dunnetjes over te doen.

Wat in deze lezingen wordt getoond is dat wáár Geloof openheid van zaken geeft.
Eerst dàn wordt duidelijk dat Christus als Profeet niet als een komeet op aarde neerdaalt en door hoogmoed van mensen ten onder dreigt te gaan, maar een uitnodiging omvat om de mens zich in eigen leven dusdanig te laten gedragen dat er niet langer een scheiding bestaat tussen het gewone en het ongewone?

Dan begint het probleem dat Jezus waarschijnlijk al eerder heeft ervaren met zijn eigen familieleden, met zijn eigen dorpsgenoten.
          En Hij [Christus] ging in een huis; en er verzamelde zich opnieuw de menigte, zodat zij zelfs geen brood konden eten.
En toen zijn naastbestaanden dit hoorden, gingen zij heen om Hem te halen, want zij zeiden: ‘Hij is niet bij zijn zinnen’. En de schriftgeleerden, die van Jeruzalem gekomen waren, zeiden:
‘Hij heeft Beëlzebul, en door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit’.
            En Hij riep hen tot Zich en sprak tot hen in gelijkenissen:
‘Hoe kan de satan de satan uitdrijven? En indien een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is, kan dat koninkrijk zich niet staande houden. En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zal dat huis niet kunnen bestaan’Marc.3: 20-25.

Het is moeilijk om uit het Nieuwe Testament dit tafereel te wissen, waarin Maria en de broers van Jezus, de Profeet ontmoeten voor de toegang van de autoriteiten in Jeruzalem.
De orthodoxen joden verklaren dat alleen in naam van de allerhoogste, de Duivel, Christus de wonderen van genezing kan verrichten; de doodstraf staat in het pact van de duivel; bèter dáárom, dat iemand Jezus opsluit in de privé-gevangenis van zijn eigen huis als een mentale patiënt: “Hij is gek” – hij is gek geworden;  dìt is historisch gezien de diagnose van de broers en de moeder van Jezus over de toestand van de man uit Nazareth.
En hoe reageert onze Heer en Verlosser?
Hij gaat zitten en zegt:
Wie zijn Mijn moeder en broeders?
En rondziende over degenen, die in een kring rondom Hem zaten, zei Hij:
‘ Zie, Mijn moeder en Mijn broeders. Al wie de wil Gods doet, die
is Mijn broeder en zuster en moeder
Marc.3: 31-35.
Het gaat niet langer om familiebanden, maar om innerlijke saamhorigheid,
om een ​​leven met dezelfde glans van eenvoud.
En wat is diezelfde onderlinge Christelijke glans?
Dat is de wijze waarop een monnik leeft – evenwicht tussen werk en privéleven
– het nastreven van geluk ten koste van alles maakt ons eigenlijk ongelukkig –
het is immers niet de bedoeling voortdurend, de gehele tijd gelukkig te zijn.
Innerlijke rust zien te vinden in een hectische wereld van informatie, e-mails en overuren maken, m.a.w. je eigen ego oppoetsen.

Slechts vertrouwen op God
    Heer, neig Uw oor en verhoor mij, want ik ben arm en behoeftig.
Behoed mijn ziel, want ik ben U gewijd; mijn God, red Uw dienaar die op U vertrouwt.
Ontferm U over mij, o Heer, want heel de dag roep ik tot U.
Schenk vreugde aan de ziel van Uw dienaar, want tot U verhef ik mijn geest.
Gij, Heer, zijt immers goed en zachtmoedig en rijk aan barmhartigheid
voor ieder die U aanroept.
Leen Uw oor, Heer, aan mijn gebed; geef acht op de stem van mijn smeken.
Toen ik beproefd werd heb ik tot U geroepen, omdat Gij mij altijd verhoort.
Uws gelijke is er niet onder de goden, Heer: niets evenaart Uw werken.
Alle volkeren die Gij gemaakt hebt, Heer,  zullen komen en voor U neervallen; zij zullen Uw naam verheerlijken.
Want Gij zijt groot en Gij doet wonderen: Gij alleen zijt God.
Heer, leid mij op Uw weg, opdat ik voortga in Uw Waarheid.
Moge mijn hart zich verheugen, door het vrezen van Uw naam.
Ik wil U belijden, Heer mijn God, uit heel mijn hart; ik wil Uw Naam verheerlijken in eeuwigheid.
Want Uw barmhartigheid is groot over mij: Gij hebt mijn ziel ontrukt
aan de afgrond van de hades.
God, de overtreders zijn tegen mij opgestaan, de samenscholing der machtigen
belaagt mijn ziel: want zij houden U niet voor ogen.
Maar Gij, Heer mijn God, zijt goedertieren en barmhartig:
Grootmoedig, Rijk aan Genadegaven, en Waarachtig.
Zie op mij neer, ontferm U over mij, geef kracht aan Uw dienaar; red de zoon van Uw dienstmaagd.
Doe aan mij een teken ten goede, opdat zij die mij haten,
het zien en beschaamd staan.
Omdat Gij, Heer, mijn Helper zijt, Die mij hebt getroost”.
Psalm 85[86] vert. ROK ’s-Gravenhage   

“the beloved is Mine and I am his”.

    Verlaat uw land en uw bloedverwanten en kom herwaarts naar het land, dat Ik u wijzen zal.
. . . . .  Maar [eerst] Salomo bouwde Hem een huis [een onderkomen].
De Allerhoogste echter woont ‘niet’ in wat men met handen maakt, zoals de profeet zegt:
          De Hemel is Mij ten troon, en de aarde een voetbank voor mijn voeten. Wat voor huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heer, of wat is de plaats van Mijn rust? Heeft niet Mijn hand dit alles gemaakt?’”.
Probeer God niet mooier te maken dan Hij al is
– God ìs niet te evenaren door datgene wat men met mensenhanden maakt –
God bevindt Zich in de Tempel van het hart, al onze gedachten dienen gericht te zijn  op Zijn onuitputtelijke Liefde tot ons mensen, dàn zijn wij Gods Tempel.
Het is goed dat wij zorgen dat er plekken van stilte, dat er plekken van het Mysterie [het geheim] zijn, zoals onze ‘eenvoudige kerkgebouwen; eenvoudig omdat overdaad schaadt.
En het is goed dat wij zorgen dat zo’n ruimte geschikt blijft om er met het Mysterie [het geheim] van God in aanraking te komen.
Om te zorgen dat dit voor een kerkgebouw nòg méér kan opgaan, dient het eenvoudig te zijn, ook voor toekomstige generaties.
Tegelijk dienen wij er goed van doordrongen te zijn dat een kerkgebouw niet de Kerk is, niet de Tempel van God. Neen, de Kerk, het Lichaam van Christus, de Tempel van God, zijn de mensen. En de mensen, die spelen een spel in Zijn tuin.
En mensen zijn dat vooral in het diepst van hun hart, dáár waar zij, vèr voorbíj aan hun eigenbelangen, geraakt worden door God.
Maar zij zijn het ook samen, als zij zich inzetten voor elkaar, als  zij samen bouwen aan die ontzagwekkende plaats waar gediend en  God eer wordt toegebracht hetgeen de Kerk, het Lichaam van Christusm zou moeten zijn:
een mensengemeenschap waar Gods wetten, die van Rust – Vrede en Gerechtigheid heerst.
En Deze Heer, Jezus Christus, Die vredestichter, de weerloze mensenzoon,
maakt van touwen een zweep en slaat daarmee al diegenen, die alle soorten geld tegen elkaar uitwisselen, de handelaars de Tempel uit en hij gooit de tafels van de projectontwikkelaars om.
Hij, Deze zachtmoedige God-mens roept het van de daken:
De Allerhoogste echter woont niet in wat men met handen maakt !!!”
Misschien als mens een beetje arrogant, maar:
Niemand behoefde Hem iets over de mens te leren,
Hij wist Zelf donders goed wat men aan een mens had
”.
Dat is de Goddelijke Wijsheid en de Christelijke Geest en
daardoor leiden [lijden] wij een Christelijk leven.

Heer, Gij hebt mij op Uw pad gezet en
mij de toegang niet ontzegd”.

“Juich voor de Heer, gehele aarde, dien de Heer met vreugde.

Komt voor Zijn aanschijn met gejubel, weet dat de Heer werkelijk onze God is.
Hij heeft ons gemaakt, niet wijzelf:  wij zijn Zijn volk, de schapen van Zijn weide.
Gaat Zijn poorten binnen met belijdenis, Zijn voorhoven met Hymnen.
Belijdt Hem;  zingt de lofzang voor Zijn Naam.
Want de Heer is goed, Zijn barmhartigheid is voor eeuwig; en van geslacht tot geslacht duurt Zijn Waarheid“. Psalm 99[100] vert. ROK ‘s-Gravenhage

2e Zondag van Pascha – Thomaszondag – ‘opdat jullie, gelovende, het leven hebben in Zijn Naam..

Toen het dan avond was op die eerste dag van de week en ter plaatse, waar de discipelen zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zei tot hen: ‘Vrede zij u!’
En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Heer zagen.
Jezus dan zei nogmaals tot hen: ‘Vrede zij u!’.
Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.
En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen: ‘Ontvangt de Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend’. En Thomas, een der twaalven, genaamd Didymus, was niet met hen, toen Jezus daar kwam. De andere discipelen dan zeiden tot hem: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ Maar hij zei tot hen: ‘Indien ik in Zijn handen niet zie het teken van de nagels en mijn vinger niet steek in de plaats van de nagels en mijn hand niet steek in Zijn zijde, zal ik geenszins geloven.
En na acht dagen waren Zijn discipelen weer in het huis en Thomas met hen. Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zei: ‘Vrede zij u!’.
Daarna zei Hij tot Thomas: ‘Breng uw vinger hier en zie Mijn handen en breng uw hand en steek die in Mijn zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig.
Thomas antwoordde en zei tot Hem: ‘Mijn Heer en Mijn God!’.
Jezus zei tot hem: ‘Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven’.
Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen van Zijn discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat jullie geloven, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat jullie, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam” John.20: 19-31.

”      En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het Volk; en zij waren allen eendrachtig bijeen in de zuilengang van Salomo. 
Doch van de anderen durfde niemand zich bij hen aansluiten, maar het Volk stelde hen hoog. En des te meer werden er toegevoegd, die de Heer geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen, zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou vallen.
En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mede. En zij werden allen genezen.
     Maar de hogepriester stond op en allen, die met hem waren – de zogenaamde partij van de Sadduceeën – en zij werden vervuld met naijver [jaloezie] en zij sloegen de handen aan de apostelen en zetten hen in het huis van bewaring.
        Maar een engel des Heren opende ‘s-nachts de deuren van de gevangenis en leidde hen naar buiten en zei: 
Gaat heen, gaat in de tempel staan en spreekt tot het Volk al deze woorden van het levenHandelingen 5: 12-20.

Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.
De sterrenstelsels vallen uiteen van een geheel in z’n samenstellende delen; zo gaat het ook met onze lichamen, zij verouderen, sterven en vallen uiteen.
Alle zichtbare dingen gaan voorbij.
Daarom wordt verkondigt dat: “Wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig” 2Cor. 4:18.
Daar God eeuwig is, is Zijn woord ook eeuwig.
Heer, de aarde is vol van Uw Barmhartigheid; leer mij Uw Gerechtigheden” Psalm  118[119]: 60.
Zoek daarom de Heer met heel je hart, laat je niet afdwalen van Zijn Geboden.
Hij heeft immers Zijn Belofte in jouw hart opgeborgen, opdat jij je tegen Hem niet verzet door van Hem af te dwalen en je eigen weg te gaan.
In de Handelingen van de Apostelen wordt de genezing van een bedelaar beschreven, die vanaf de geboorte kreupel was.
Dit verslag is een ware icoon die onze kijk op de Opstanding/Verrijzens dient te  vergroten. De genezing van deze man door de handen en het gebed van Petrus transformeert de Opstanding van een geïsoleerde gebeurtenis, welke alleen betrekking zou hebben op Historische Christus, via de Heilige Geest heeft God, dit overgedragen op het Lichaam van Christus, de Kerk.
Christus heeft als mens ons de Kracht aangetoond van de Opstanding, van de opgestane Christus, Die ooit aan het werk was in deze wereld.
Christus geeft ons het Leven en bevrijdt ons van de vele graven waarin we met handen en voeten gebonden zijn, vastzitten.
De lamme mens met z’n levenslange beperkingen, is een bestaan ​​in de levende dood van de bedelaar, die parallel loopt aan de kwelling, die elke afstammeling van Adam grote schade en veel leed toebrengt, de mens in z’n ontwikkeling tegenwerkt. Ja, we worden sterfelijk geboren en worden de onvermijdelijke dood ingestuurd.
Twee apostelen komen de lamme man tegen terwijl hij om Genade smeekt;
niet een keer, maar ontelbare malen per dag:
Heer, Jezus Christus, wees mij zondaar, genadig”.
De Apostelen, dood de Heer onderwezen, doen wat het Lichaam van Christus, de  Kerk voor ons doet, gewone mensen, die eveneens door de zonde verlamd zijn en de Genadegaven van God afsmeken. Ze wekken het hart van de verwondde mens op tot de realiteit van het leven in Christus, teneinde op te gaan staan ​​en je weg met al de mogelijkheden en onmogelijkheden in de Hoop op de Opstanding voort te zetten.
De Kerk, het Lichaam van Christus heeft een opdracht: de Kracht van God van de Wederopstanding uit te breiden en te onthullen dat we kunnen lopen en dansen  voor God, onze Schepper, zoals Hij van plan is om te doen toen Hij de mens in het aards Paradijs plaatste.
We kennen de misvormingen van de zonde maar al te goed, en hoe onwaardig we zijn om de tuin, het Hemels Koninkrijk van de Heer binnen te gaan.
Toch wordt in de gemeenschappen van de Kerk de compassievolle Kracht van de Opgestane Heer Jezus, Christus, onze Verlosser ervaren, Die ons naar Zijn voetbank brengt.
Onze Heer heeft Zijn Volgelingen opgeroepen onze medemensen, die verlamd zijn het Hemels Koninkrijk binnen te leiden – door de Macht van de Opgestane Christus en hen voor het eerst te laten ervaren wat het is God in de tempel van het hart te aanbidden en te verheerlijken.
Laten we de voorwaarden onderzoeken waaronder het Lichaam van Christus de  Kracht van de Opstanding in ons leven doet toenemen.
Eerst en vooral gaat de kerk door met haar regelmatige cyclus van gebed en aanbidding.
Wij zijn niet met een opdracht uitgezonden op zoek naar bedelaars, gewonden of
verstotenen, maar gewoon om op het negende uur naar de Tempel van ons hart te gaan om aldaar de laatste dienst van de dag bij te wonen.
Genezing vindt dan plaats binnen de voortdurende routine van het gebed.
De Kracht van de Wederopstanding wordt gemanifesteerd in de context van het leven in samenhang met de eredienst van de Kerkgemeenschap.
Inderdaad, het negende uur markeert de tijd voor ‘dankzegging’ voor wat we gedurende de dag hebben gekregen en voor onze prestaties; de belijdenis van onze mislukkingen, onze vrijwillige of onvrijwillige wandaden, bewust of onbewust, hetzij in woord of daad of in het hart zelf,
Door onze gebeden God’s Genade afsmekend voor alles wat wij zoal meemaken.
De apostelen hebben het normale schema van het Joodse gebed gevolgd, wanneer ze worden geconfronteerd met de verlamde mens, die hulp nodig heeft en de Kerk van Christus heeft deze lijn voortgezet.
“De Heer zal ons altijd en overal blijven zegenen” en bereiden de Kerk ons erop voor om “de wederopstanding van Christus” te zingen: want
“daarin heeft Christus het Kruis voor ons ondergaan en heeft Hij de dood door de dood vernietigd”.
De kracht van de Wederopstanding komt vanuit de kerkelijke aanbidding voort.
Verder merken we op hoe de apostelen vertrouwen op de Naam van de Heer Jezus Christus:
“Heer, Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over mij zondaar”.

Verwachten wij ons erfdeel, het hemels Koninkrijk te bereiken, dan laat God ons zien dat “Hij dezelfde Heer over alles rijk is voor allen die Hem aanroepen.
Want degene die de Naam des Heren aanroept zal worden geredRom.10: 12-13.
Sterker nog  Christus volgelingen vertrouwen niet op hun eigen kunnen, zij  vertrouwen volledig op het gezag van Jezus Christus, onze Heer.
Dit geeft hen de zekerheid dat zij het weten, zij vertrouwen daarbij op Hem dat iedereen, die genezing nodig heeft -de kennis van de levende God gebracht dient te worden. Ze verwachten vervolgens dat Christus, hun verrezen Heer, zal handelen. “Vol Geloof nemen ze de lamme bij de hand en tillen hem opHand. 3: 7. Aan allen die vol verwachting naar de Kerk komen en antwoorden op de roep van de Heer breidt de Heer Zijn hand uit voor onze genezing.
Sta op O God’: red en verlos ons in Uw naam!“.

Orthodoxie & ‘Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht !’.

”          En er was iemand uit de Farizeeën, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden;  deze kwam ‘s-nachts tot Christus en zei tot Hem:
‘     Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is’. 
Jezus antwoordde en zei tot hem:
‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.
Nicodemus zei tot Hem:
‘Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?’.
Jezus antwoordde:
‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest. Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Jullie mensen dienen opnieuw geboren te worden. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is’.
Nicodemus antwoordde en zeide tot Hem: ‘Hoe kan dit geschieden?’
Jezus antwoordde en zei tot hem:
‘U bent de leraar van Israël [de Kerk], en deze dingen verstaat u niet?  Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wij spreken van wat wij weten en wij getuigen van wat wij gezien hebben, en gij neemt ons getuigenis niet aan. Indien Ik jullie mensen van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft, hoe zult gij geloven, wanneer Ik u van het hemelse spreek? En niemand is opgevaren naar de Hemel, dan Die uit de Hemel neergedaald is de Zoon des mensen. En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebben”  John.3: 1-15.

In die dagen zei Petros tot het Volk [de Kerk]:
Mannen van Israël [de Kerk], hoort deze woorden:
‘Jezus, de Nazoreeër, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals jullie zelf weten, Deze, naar de bepaalde raad en voorkennis van God uitgeleverd, hebben jullie door de handen van wetteloze mensen aan het Kruis genageld en gedood. God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, naardien het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden’ . . . . .;
. . . . . Wat moeten wij doen, mannen broeders?
 Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn zovelen als de Heer, onze God, ertoe roepen zal. 
En met nog meer andere woorden getuigde hij, en hij vermaande hen, zeggende ‘Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht’Hand. 2: 22-24; 38-40.

Profeet Isaiah & de cherubijn – Προφήτης Ησαΐας & Χερουβείμ – إشعياء النبي والملاك

”          Zie, Mijn knecht, Die Ik [God] ondersteun; Mijn uitverkorene, in Wie Ik een welbehagen heb. Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd: Hij zal de volkeren het recht openbaren.
Hij zal niet schreeuwen noch Zijn stem verheffen, noch die op de straat doen horen.
Het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal Hij niet uitdoven; naar waarheid zal Hij het recht openbaren.
Hij zal niet kwijnen en niet geknakt worden, tot Hij op aarde het recht zal hebben gebracht; en op Zijn wetsonderricht zullen de kustlanden wachten.
Zo zegt God, onze Heer,
• Die de Hemel schiep en hem uitspande;
• Die de aarde uitbreidde met alles wat daaruit ontsproot;
• Die aan de mensen die daarop wonen, de adem gaf en de geest aan hen die daarop wandelen:
Ik, de Heer, heb u geroepen in gerechtigheid, uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot een Verbond voor het Volk, tot een Licht van de natiën: 
• Om blinde ogen te openen,
• Om gevangenen uit de kerker te leiden,
• Uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn.
Ik ben de Heer, dat is Mijn Naam, en Mijn eer zal Ik aan geen ander geven noch mijn lof aan de gesneden beeldenIsaiah 42: 1-7.

Neem je Kruis op en volg Mij !

In plaats van de aan de volgeling van Christus de door de wereld voorgestelde Vreugde dienen wij het Kruis te verdragen en de schande van het lijden niet te  verachten.
”       Ik wil de Heer zegenen, Die mij tot inzicht heeft gebracht: zelfs in de nacht onderricht Hij mijn hart.
Ik heb de Heer voortdurend voor ogen; Hij staat naast mij, opdat ik niet wankel.
Daarover verheugt zich mijn hart en juicht mijn tong: zelfs mijn vlees zal wonen in vertrouwen. 
Want U geeft mijn ziel niet prijs aan de hades; U zult Uw gewijde [Uw gedoopte] het bederf niet doen zien.
U hebt mij de wegen van het leven doen kennen, door Uw aanschijn hebt U mij met vreugde vervuld.
De genietingen aan Uw rechterhand duren tot in eeuwigheid“.
Psalm 15[16]: 7-12 vert. ROK ‘s-Gravenhage.

Orthodoxie – Pascha samenkomen en wat dan?

”     [Doch Petrus stond op en liep snel naar het graf. En toen hij zich bukte, zag hij alleen de windsels. En hij ging weg, bij zichzelf].
Hij [Wij] was [zijn nog steeds] verbaasd over wat er mocht gebeurd zijn.
En zie, twee van hen waren juist op die dag op weg naar een dorp, zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd, genaamd Emmaüs [warme baden], en zij spraken met elkander over al wat voorgevallen was.
En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen meeging [met ons optrekt].
Maar hun ogen waren bevangen, zodat zij Hem niet herkenden. Hij zei tot hen:
‘Wat zijn dit voor gesprekken, die gij al wandelende met elkander voert?’.
En zij bleven met somber gelaat staan. Een dan van hen, genaamd Cleopas, antwoordde en zei tot Hem:

‘Zijt Gij de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen geschied is?’.  
En Hij zei tot hen: ‘Wat dan?’ 
Zij zeiden tot Hem: ‘Hetgeen geschied is met Jezus de Nazarener, een man, die een profeet was, machtig in werk en woord voor God en het ganse volk
en hoe Hem onze overpriesters en oversten overgegeven hebben om Hem ter dood te veroordelen en Hem gekruisigd hebben. Wij [allen] echter leefden [leven] in de hoop, dat Hij het was, die Israël [de Kerk zal] verlossen zou.
Maar met dit al is het thans reeds de derde dag, sinds dit geschied is.
Maar ook hebben enige vrouwen uit ons midden ons doen ontstellen: zij waren in de vroegte bij het graf geweest en hadden zijn lichaam niet gevonden en zijn toen komen zeggen, dat zij ook een verschijning van engelen gezien hadden, die zeiden, dat Hij leeft. En enigen van de onzen zijn naar het graf gegaan en hebben het zo bevonden, als de vrouwen ook gezegd hadden, maar Hem hebben zij niet gezien’.
En Hij zei tot hen:
                                ‘O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had’.
En zij naderden het dorp, waar zij heengingen, en Hij deed, alsof Hij verder zou gaan. En zij drongen sterk bij Hem aan en zeiden: Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is reeds gedaald. En Hij ging binnen om bij hen te blijven. 
En het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte. En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij verdween uit hun midden.
En zij zeiden tot elkander: ‘Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende?’.
En zij stonden op en keerden terzelfder tijd terug naar Jeruzalem en zij vonden de elven en die bij hen waren, vergaderd en dezen zeiden:
De Heer is waarlijk opgewekt en is aan Simon verschenen.
En zij verhaalden wat onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend was bij het breken van het brood” Luc.24: 12-35.

”     Maar Petrus stond met de elven op, en hij verhief zijn stem en sprak hen toe: ‘ ‘     Gij Joden en allen, die te Jeruzalem woonachtig zijt, dit zij u bekend en neemt mijn woorden ter ore. Want deze mensen zijn niet dronken, zoals gij veronder-stelt, want het is het derde uur van de dag; maar dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joel:
‘     En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen:
ja, zelfs op Mijn dienstknechten en Mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm.
De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt.
En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden zal worden
Hand..2: 14-21

Huldah, de Profetes – 10 April

Is een eenzame profetes in staat verandering teweeg te brengen?; Is a lonely prophetess able to bring about change?; Είναι μια μοναχική προφήτης ικανή να επιφέρει αλλαγές; هل نبية وحيدة قادرة على إحداث التغيير؟.

”     de profetes Huldah [wezel, het kleinste roofzoogdier], de vrouw van de klederbewaarder Sallum [vergelding], de zoon van Tikwa [hoop], de zoon van Charchas [streng]. Zij nu woonde te Jeruzalem [maak dubbel vrede] in het nieuwe gedeelte. En zij spraken met haar.
Zij zei tot hen:
‘     Zo zegt de Heer, de God van Israël [de Kerk]: zegt tot de man die u tot Mij gezonden heeft:  “Zo zegt de Heer [tot ons de Kerk]:
Zie, Ik breng onheil over deze plaats en over haar inwoners: de gehele inhoud van het boek dat de koning van Juda gelezen heeft;
Omdat zij Mij verlaten hebben en offers ontstoken voor andere goden, teneinde Mij te krenken met al het maaksel van hun handen. Daarom zal mijn gramschap over deze plaats ontbranden, zonder geblust te worden.
Maar tot de koning van Juda, die u zond om de Heer te raadplegen, tot hem zult gij aldus zeggen: Zo zegt de Heer [tot ons de Kerk]:
de God van Israël [de Kerk]: wat de woorden betreft, die gij gehoord hebt,
Omdat uw hart week geworden is en gij u verootmoedigd hebt voor het aangezicht des Heren, toen gij hoordet wat Ik gesproken heb tegen deze plaats en haar inwoners, dat zij een voorwerp van ontzetting en van vervloeking zullen worden, en omdat gij uw klederen gescheurd hebt en geweend voor mijn aangezicht, zo heb ook Ik gehoord, luidt het woord des Heren2Kon.22: 14.

Ja, wat gaan we doen nadat wij dit alles de afgelopen dagen hebben meegemaakt?

de burgermaatschappij regeert; κανόνες της κοινωνίας των πολιτών; civil society rules; قواعد المجتمع المدني.

Vergeten we het waarachtige Lam Gods, welke ons in verbintenis heeft gebracht met Zijn dood en Opstanding, Die ons bevrijd heeft van zonde en dood; pakken we het aloude leventje weer gewoon op.
Spreken we slechts met onze omstanders over wat voor mooi Pascha wij Orthodoxen hebben gevierd en blijft alles gewoon weer bij het oude?
Dient Christus dan ook tot ons te zeggen:
”     ‘O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had”.
Vervallen wij gewoon weer in het oude patroon van oorlogen en bedrog en leugens, tot in de Verenigde Naties aan toe? Is het dan zó dat er helemaal niets geleerd wordt?
Hebben wij opnieuw voor de zóveelste keer God verlaten en gaan we òpnieuw offers ontsteken voor ándere goden, teneinde God gewoon wéér te krenken met al het maaksel van onze handen. Het geld wat ons allen beheerst, de Moloch, die zelfs regeringen monddood maakt, hoogmoed die alom de kop weer opsteekt?
Daarom zal God’s gramschap over deze plaats [deze aarde] ontbranden, zonder geblust te worden en brengen wij onszelf te gronde; wij vernietigen onszelf.

Maar laten we het als individu positief benaderen: Van nu af aan nemen we iedere morgen in ons gezin een eierdopje half gevuld met wijn [kinderen en zwakken doen het met druivensap] en nemen een stuk brood en breken het en verdelen het onder elkaar. En zeggen tot onze Heer en Verlosser: “Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is reeds gedaald“. En Christus zal bij ons binnen komen om bij ons te blijven: “Christus is onder ons, Hij is en zal zijn!“.
En neem van mij aan het zal geschiedden, dat wanneer Christus zó mèt ons de maaltijd viert, het brood genomen wordt, Hij de zegen uitspreekt, èn dit brood samen met ons deelt èn over ons  de zegen uitspreekt wanneer Hij dit brood breekt en ons geluk en vrede doet toekomen.
En zo zullen ons de ogen worden geopend en zullen wij Hem herkennen en
hoewel Hij niet waarneembaar is blijft Hij de gehele dag in onze herinnering. in  temidden van Zijn Volgelingen.  En kunnen wij, Christenen, tot elkander zeggen:
‘Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende?’.

De paas-groet: Christus is opgestaan – Hij is waarlijk opgestaan

Ja, Christus is opgestaan! – Hij stond ècht op!


Hoe geweldig heeft deze paas-groet gisteren geklonken
in alle talen was deze in de dienst te horen!
De harde stemmen van de [land-] arbeider, de visser [naar meer],
òf het nu een geestelijke geschoold iemand was òf een eenvoudig gelovige
het klonk gisteren over berg en dal, langs heide en strand teneinde
de Verrijzenis van Christus te verkondigen.
Niemand van ons kòn die oproep weerstaan en jubelde mee
– het was een ware opkomst een tumult in onze parochiekerk!
Veertig dagen werden lang tot aan Hemelvaart zal deze feestkreet door de gelovigen weer herhaald worden in hun begroeting.
En vandaag, slechts één dag ná de dag des Heren, ná de Opstandingsdag,
klinkt deze roep als van ouds – en groet eenieder, heel  gewoon zeggend: Christus is opgestaan!.  en je antwoord het genadige antwoord, als was het een felicitatie: “Hij is waarlijk, Hij is ‘waarachtig’ opgestaan!”.
Zal dit de wereld doen veranderen?;
zullen de tijden van ‘Vreugde en onderlinge Liefde weerkomen?
Het ontzag van alle mensen in de aanbidding van de Blijde Boodschap,
bij het verkondigen van het Evangelie op de Paasdag is/was iets heel bijzonders en doet/deed een warmte ontspringen onder de mensen:
“In het begin was het Woord . . .
en het Woord was bij God . . .
en het laatste Woord is bij God,
zònder Hém is er ‘niets’ geworden van hetgeen geworden is . . . ” etc.
Lees het opnieuw en laat deze woorden opnieuw indalen,
zeker waneer je de dodelijke vrieskou weer om je heen ervaart,
de neerwaardse druk, die het beest van de wereld ons oplegt.
Maar laat je niet verontrusten, veer opnieuw òp en júbel:
“Christus is Opgestaan!” en antwoord:
“Hij is waarlijk opgestaan!”

…… en Hij heeft ons het eeuwige Leven geschonken,
wij aanbidden Zijn Opstanding op de derde dag”.

De Evangelie & Apostellezing van Paaszondag – Johannes 1: 1-17, Handelingen 1: 1-8

Het Evangelie van Paaszondag 8-4-2018; het Evangelie van het hart: het veranderingsproces dat door de Zoon van God in de mens en de gehele wereld op gang is gebracht op aarde:

>>> “ Jezus Christus leeft en regeert” <<<

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God.
Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.
In het Woord was leven en het leven was het Licht der mensen; en het Licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen.
Er trad een mens op, van God gezonden, wiens naam was Johannes; deze kwam als getuige om van het Licht te getuigen, opdat allen door Hem geloven zouden.
Hij was het Licht niet, maar was om te getuigen van het Licht. Het waarachtige Licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld.
Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend.
Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden, hun, die in Zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van een man, doch uit God geboren zijn.
Het Woord is Vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn Heerlijkheid aanschouwd, een Heerlijkheid als van de eniggeborene van de  Vader, vol van Genade en Waarheid.
Johannes heeft van Hem getuigd en heeft geroepen, zeggend:
‘Deze was het, van wie ik zei: Die ná mij komt, is vóór mij geweest, want Hij was eer dan ik.
Immers uit Zijn Volheid hebben wij allen ontvangen zelfs Genade op Genadegave; want de Wet is door Mozes gegeven, de Genade en de Waarheid zijn door Jezus Christus gekomen“.

God is voor ons onbenoembaar vanwege de onbegrensdheid van alle zijn in Hem. Al onze begrippen en namen drukken echter iets uit wat begrensd is. Op die manier kunnen we met ons verstand nooit beredeneren Wie of Wat God is. Maar wat wij vanuit de Heilige Geest, vanuit het hart zeker weten is dat Hij is opgestaan – Hij is waarlijk opgestaan en Hij heeft ons via Zijn Zoon de onvoorwaardelijke Wet van de liefde tot Hem en de liefde tot onze naasten geopenbaard, als principe, als levensvoorwaarde.
God heeft Zich via Zijn Zoon volledig bekend gemaakt en Deze is/was het, Jezus Christus, want Hij was eer dan ik. Immers uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs Genade op Genadegave; want de Wet door Mozes gegeven, was te beperkt, maar de Genade door de Heilige Geest en de Waarheid van God zijn door Jezus Christus geopenbaard.

Christus is opgestaan” – “Hij is waarlijk opgestaan!”.

Dit is de dag des Heren,
die de Heer gemaakt heeft,
laten wij juichen en ons verheugen
Belijd de Heer, want Hij is goed;
in eeuwigheid duurt Zijn Erbarmen

De Apostellezing Handelingen 1: 1-9
Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Theofilus * [Gr.: Θεόφιλος = vriend van God], over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest Zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na Zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft.
En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die jullie [zei Hij] van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar jullie zullen met de Heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze. Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Heer, herstelt U in deze tijd het koningschap voor Israel?  Hij zei tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar jullie zullen Kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over jullie komt, en jullie zullen Mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde
“.

Alleluia! Alleluia!Alleluia!
Heer, sta op om U over Sion te ontfermen;
het is tijd om Barmhartig te zijn”.
“De Heer ziet neer uit de Hemelen;
Hij aanschouwt alle kinderen der mensen“.
– ‘Zalig Pasen‘ –

* Theofilus is een naam met een diepere betekenisVan oorsprong is het een koppeling van twee Griekse woorden. Theos wat God betekent, en filos wat vriend betekent. Een Vriend van God dus. Naderhand kwamen er meerdere varianten op deze naam zoals Theo en Thea, of Theofiel en Theodorus.

 

Het Pascha, de Opstanding van onze Heer en God en Heiland, Jezus Christus

In de ‘tijd’ van onze Heer Jezus, de Christus bracht het Joodse Pascha [Hebr: פֶּסַח, Pesach] de gelovigen van Mozes samen naar Jeruzalem met het doel het paaslam te offeren en te nuttigen. Dit herdacht de Exodus die de Hebreeën bevrijdde van de Egyptische slavernij. Vandaag verenigt het Christelijke Pascha [Gr. Πάσχα, Pascha] de volgelingen van Christus, de Christenen in gemeenschap met hun Heer, het waarachtige Lam Gods. Het brengt hen in verbintenis met Zijn dood en Opstanding, Die hen bevrijd heeft van zonde en dood.

Er is een duidelijke continuïteit van het ene feest, dat volgt op het andere, maar het perspectief is veranderd in de overgang van het oude naar het Nieuwe Verbond [een hernieuwde verbintenis, de bevestiging van het doopcontract] door tussenkomst van Jezus – ‘Pascha – .

Vanaf het begin, dat het Volk samensmolt was het Pascha een familiefeest.
Het werd gevierd in de nacht, bij de volle maan van de lente-equinox, de 14e van de maand Abib of van het koren [na de ballingschap- Nisan genoemd].
Een jong lam, dat jaar geboren, werd aangeboden aan de Heer, onze God om de goddelijke zegeningen over de kudden af te smeken.
Het slachtoffer was een lam of een jong geitje, van het mannelijk geslacht, zonder smet; geen enkel botje van dit dier mocht worden gebroken.
Zijn bloed werd als verf, als een teken van behoud, gebruikt bij de ingang van iedere woning.
Het vlees van het geofferde lam werd gegeten tijdens een snelle maaltijd, snel zoals gasten zich haasten wanneer zij op het punt staan op reis te gaan.
Deze nomadische en huiselijke eigenschappen suggereren een zeer oude oorsprong rond het Pascha: het had een offer kunnen zijn dat de Israëlieten aan Farao vroegen – teneinde het in de woestijn te vieren. Het gaat dus terug tot de tijd van Mozes en het vertrek uit Egypte, dit gaf de Exodus zijn definitieve betekenis.

De grote lente van Israël [de Kerk en de wereld] vindt plaats wanneer God Zijn geestelijk Volk bevrijdt van het onderdrukkend, verslavend [Egyptisch, woestijn-] juk van de wereld door een reeks van providentiële interventies, waarvan de meest opvallende tot uiting komt in de tiende plaag: het doden van de eerstgeborenen van het kwaad [de Egyptenaren].
Bij deze gebeurtenis treedt in de Traditie later op in het offer van
de eerstgeborene van de kudde en de verlossing van de eerstgeboren Israëliet.
In Rooms Katholieke kringen was het nog gebruik dat de oudste zoon van het gezin – priester, of indien het een meisje was – moniale [non] werd.
Deze parallelle vergelijking blijft secundair.
Waar het om gaat is dat het Pascha samenvalt met de bevrijding van de Israëliet – de gelovige Christen van het kwaad, van de duvel en z’n malle moer]:
het werd het gedenkteken van de Exodus,
de grootste gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid.
Het herinnerde eraan dat God het kwaad had verslagen en zijn gelovigen had gespaard.
Van nu af aan zal dit de betekenis zijn van het Pascha en de nieuwe betekenis van zijn naam.

Pasch is het equivalent van de Griekse Pascha ,
afgeleid van de Aramese Pasha en de Hebreeuwse Pesah .
De oorsprong van deze naam wordt betwist. Sommigen geven het een vreemde etymologie, Assyrisch [pasahu , om te sussen] of Egyptisch [pa-sh , de herinnering, pe-sah , de slag];
maar geen van deze hypotheses is overtuigend.
De Heilige Schrift, de Blijde Boodschap associeert pesah met het werkwoord pasah, wat betekent ofwel te meppen, ofwel een rituele dans rond een offer te verrichten, of figuurlijk, “springen”, “doorgeven”, “sparen” .
Het Pascha is de doorgang van de Heer, Die ging over het Israëlitisch huis, de Kerk en haar gelovigen en de huizen van de wereld komt, terwijl God de huizen van de verdoemden [de Egyptenaren] trof.

Na verloop van tijd werd een ander feest samengesmolten met het Pascha.
Het joodse feest van het ongezuurde brood was oorspronkelijk nogal verschillend, maar werd uiteindelijk geassocieerd vanwege de datum in de lente.
Het Pascha werd gevierd op de 14e van de maand; het ongezuurde brood werd uiteindelijk vastgesteld van de 15e tot de 21e.
Deze ongezuurde broden vergezelden het aanbieden van de eerste vruchten van de oogst.
De verwijdering van het oude zuurdesem was een rite van zuiverheid en van jaarlijkse vernieuwing, waarvan de oorsprong wordt verondersteld om nomadisch of agrarisch te zijn.
Wat het momenteel ook is, de Israëlitische Traditie associeerde deze rite ook met het vertrek uit Egypte.
Het herinnerde de haast van het vertrek uit Egypte, zo gehaast, omdat de Israëlieten hun deeg moesten afvoeren voordat het gezuurd was.
In de liturgische kalenders worden de feesten van het Pascha en Ongezuurde Broden soms onderscheiden en soms verward, daarom is het in de Orthodoxe Kerken verplaatst naar Transfiguratie, het feest van Christus Licht op de berg met Mozes & Elias. Dit werd oorspronkelijk in de Orthodoxe Kerken gevierd op de huidige zondag van Gregorius Palamas [zie aldaar] in de grote en heilige voorbereidingstijd, de vastenperiode.

Dus het Pascha is door de eeuwen heen geëvolueerd; erg hebben sommige kwalificaties en  wijzigingen plaatsgevonden, maar het belangrijkste is de innovatie van Deuteronomium die het oude familiefeest veranderde in een hoogfeest van de tempel, de woning van de Heilige Geest, ons hart.
De Messias, onze Heer Jezus Christus is inderdaad geboren [zie het Kerstfeest en de Doop in de Jordaan, Theophanie.
Om te beginnen nam onze Heer en Verlosser, Die reeds eeuwen door de Profeten voorzegd is, deel aan het joodse paasfeest; Zijn doel was om het te perfectioneren.
Hij zou het ten slotte verdringen en vervullen.

Op het moment van het Pascha sprak Jezus woorden uit en voerde acties uit die beetje bij beetje de betekenis ervan veranderden.
Zo hebben we het Pascha van de enige  Zoon, Die dicht bij het Heilige der Heiligen blijft omdat Hij weet dat Hij daar dichtbij Zijn Vader is; het Pascha van de nieuwe tempel, waar Jezus het tijdelijke heiligdom heeft gezuiverd en het definitieve heiligdom, Zijn opgestane lichaam, heeft aangekondigd; het Pascha van de vermenigvuldigde broden,
hetgeen Zijn lichaam zal zijn dat wordt geofferd als offer; ten slotte, en vooral het Pascha van het nieuwe Lam, waarin Jezus de plaats van het paas-offer inneemt.
Hij installeert de nieuwe paasmaaltijd en bewerkstelligt Zijn eigen exodus,
de ‘doorgang’ van deze zondige wereld naar het koninkrijk van de Vader.

De beschrijvers van de Blijde Boodschap, de Evangelisten begrepen
de bedoelingen van Jezus haarfijn en wierpen met verschillende nuances het Goddelijk Licht op hen.  De synoptische beschrijving beschrijft de laatste maaltijd van Jezus [zelfs als het aan de vooravond van het Pascha was verteerd] als een paasmaaltijd: het avondmaal wordt binnen de muren van Jeruzalem genomen en het bevindt zich in een liturgie die, onder andere, de recitatie van de Hallél. 

Halleel of Hallél [Hebr: הלל, Arab.: حَلاَلْ] is een van oorsprong Joods gebed
bestaande uit de psalmen 113 tot en met 118.
Hallèl betekent letterlijk “loof” of “prijs”. Het woord Halleluja is hiervan afgeleid.

Maar het is de maaltijd van “hèt Nieuwe Pascha“: waarmee met de rituele zegeningen bestemd voor brood en wijn,  onze Heer en Pedagoog het instituut van de Goddelijke Liturgie in [de Eucharistie] instelt, Door Zijn lichaam te eten en Zijn vergoten bloed te drinken, beschrijft Hij Zijn dood als het offer van het Pascha waarvan Hij het nieuwe Lam is. Johannes de Theoloog geeft er de voorkeur aan om te benadrukken, dat dit feit door het invoegen van een aantal verwijzingen naar Jezus het Lam in Zijn weergave:
      De volgende dag zag hij [Johannes de Doper] Jezus tot zich komen en zei: ‘Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt’“ & “      En toen hij Jezus zag gaan, zei hij: ‘Zie, het lam Gods!’John 1: 29 & 36,
en in het maken van samenvallen, op de middag van de 14e Nisan, het offeren van het lam
      Zij brachten Jezus dan van Kajafas naar het Gerechtsgebouw. En het was vroeg in de morgen; doch zelf gingen zij het gerechtsgebouw niet binnen, om zich niet te verontreinigen, maar het Pascha te kunnen eten“; “      En het was Voorbereiding voor het Pascha, ongeveer 
het zesde uur, en hij zeide tot de Joden: ‘Zie, uw koning!’”; “      De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven – want de dag van die sabbat was groot – vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden“; “      daar dan legden zij Jezus neer wegens de Voorbereiding der Joden, omdat het graf dichtbij wasJohn.18: 28; 19: 14,31,42.
en de dood aan het Kruis van het waarachtige Paas- Slachtoffer.
      Want dit is geschied, opdat het schriftwoord zou vervuld worden: Geen been van Hem zal verbrijzeld wordenJohn.19: 36.

de graankorrel

Gekruisigd aan de vooravond van een sabbat
      De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de 
lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven – want de dag van die sabbat was groot – vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden wordenJohn.19: 31, stond Jezus op de dag na diezelfde sabbat op; de eerste dag van de week, “      En zeer vroeg op de eerste dag der week gingen zij naar het graf, toen de zon opging. En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen afwentelen van de ingang van het graf?Marc 16: 2,3.
Het is ook op de eerste dag dat de apostelen hun verrezen Heer vinden in de loop van een maaltijd die een nieuwe versie van het avondmaal is:
– “      En het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte“, “      Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe. En Hij nam het en at het voor hun ogen  Luc.24: 30;42,43;
      Daarna verscheen Hij aan de elven zelf, terwijl zij aanlagen, en Hij verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen niet geloofden die Hem aanschouwd hadden, nadat Hij opgewekt wasMarc.16: 14;
      Toen het dan avond was op die eerste dag der week en ter plaatse, waar de discipelen zich 
bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zei tot hen: ‘Vrede zij u!’ En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Heer zagen. Jezus dan zei nogmaals tot hen: ‘Vrede zij u!’ – ‘ Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u’.
En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen: ‘Ontvangt de Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend.
En Thomas, een der twaalven, genaamd Didymus, was niet met hen, toen Jezus daar kwam. 
De andere discipelen dan zeiden tot hem: ‘Wij hebben de Heer gezien! Maar hij zei tot hen: ‘Indien ik in zijn handen niet zie het teken der nagels en mijn vinger niet steek in de plaats der nagels en mijn hand niet steek in zijn zijde, zal ik geenszins geloven’. En na acht dagen waren Zijn discipelen weer in het huis en Thomas met hen. Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zeide: ‘Vrede zij u!’“; “      Hierna openbaarde Jezus Zich opnieuw aan de discipelen bij de zee van Tiberias en Hij openbaarde Zich aldus.
Daar waren bijeen Simon Petrus, Thomas, genaamd Didymus, Natanaël van Cana in Galilea, de zonen van Zebedeus en nog twee van zijn discipelen. Simon Petrus zeide tot hen: Ik ga vissen. Zij zeiden tot hem: ‘Wij gaan met u mede. Zij vertrokken en gingen scheep, en in die nacht vingen zij niets. Toen het reeds morgen werd, stond Jezus aan de oever; de discipelen wisten echter niet, dat het Jezus was.
Jezus zei tot hen: ‘Kinderen, hebt gij ook enige toespijs?’.
Zij antwoordden Hem: ‘Neen’.
Hij nu zei tot hen: ‘Werpt uw net uit aan de rechterzijde van het schip en gij zult vinden. Zij 
wierpen het (net) uit en konden het niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.
Die discipel dan, dien Jezus liefhad, zei tot Petrus:
‘ Het is de Heer.
Simon Petrus dan, toen hij hoorde, dat het de Heer was, sloeg zijn opperkleed om, want hij was ongekleed, en wierp zich in zee; maar de andere discipelen kwamen met het schip, want zij waren niet ver van het land, slechts ongeveer tweehonderd el, en zij sleepten het net met de vissen.
Toen zij dan aan land gekomen waren, zagen zij een kolenvuur liggen en vis daarop en brood. Jezus zei tot hen: Brengt van de vissen, die gij thans gevangen hebt.
Simon Petrus ging aan boord en sleepte het net aan land, vol grote vissen, honderd drieënvijftig; en hoewel er zovele waren, scheurde het net niet.
Jezus zei tot hen: ‘Komt en houdt de maaltijd’. Niemand van de discipelen durfde Hem de vraag stellen: ‘Wie zijt Gij? Want zij wisten, dat het de Heer was.
Jezus kwam en Hij nam het brood en gaf het hun en evenzo de vis.
Dit was reeds de derde maal, dat Jezus na Zijn opwekking uit de doden Zich aan Zijn discipelen geopenbaard heeftJohn.20: 19-26; 21: 1-14;
      En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij [zei Hij] van Mij gehoord hebt“ Hand.1: 4

Op de eerste dag van de week zullen de verzamelde christenen zich verenigen voor het breken van het brood: “      En toen wij op de eerste dag der week samengekomen waren om brood te breken hield Paulus een toespraak tot hen en, daar hij van plan was de volgende dag te vertrekken, zette hij zijn rede voort tot middernachtHand.20: 7;
      elke eerste dag der week legge ieder van u naar vermogen thuis iets weg, en hij zal dit opsparen, opdat er niet eerst na mijn komst inzamelingen gehouden dienen te worden“ 1Cor.16:  2.
Deze dag zou spoedig een nieuwe naam ontvangen: de dag des Heren, the day of the Lord, την ημέρα του Κυρίου,
يوم الرب, oftewel ‘zondag’:
      Ik kwam in vervoering van de geest op de dag des Heren en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, zeggend: ‘Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten’“ Openb.1: 10,11a.
Het herinnert al de Christenen op de gehele wereld aan de Opstanding van Christus,  waarin Hij hen verenigt en Zich verenigt met Hem in Zijn Goddelijke Liturgie [Eucharistie],
en wijst hen daarmee naar de hoop van Zijn Parousia:
      Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat 
Hij komt“ 1Cor.11: 26.

In de Paasnacht bereiden Christenen zich net als ieder Zondag voor op hun ontmoeting met hun Heer, die is Opgestaan – Zij vieren dit in het heilige avondmaal met het Lam van God die de zonden van de wereld draagt ​​en wegneemt en vervangen de Joodse paasmaaltijd na een periode van vasten expliciet door een hernieuwing van hun doop, gedoopt en daarmee een Verbond met hun Heer en Meester aangegaan vormen zij het God’s-Volk in ballingschap, ze gaan voorwaarts met hun lenden omgord, bevrijd van kwaad, in de richting van het beloofde land van het Koninkrijk der hemelen.
Aangezien Christus, hun paasoffer, is geofferd, dienen zij het feest niet te vieren met het oude zuurdesem van een slecht gedrag, maar met het ongezuurde brood van zuiverheid en waarheid.
Met Christus hebben zij persoonlijk het Mysterie van het Pascha, het Pasen geleefd door te sterven aan de zonde en op te staan ​​naar een Nieuw [herboren] leven.

Christus is opgestaan!” / “Hij is waarlijk Opgestaan!
“Christ is risen!” / “He is risen, Indeed!”
Christus ist auferstanden! “/ ‘Er ist wahrhaftig auferstanden!’
Christus is verrezen!“/ ‘Hij is waarlijk verrezen!
Christ est ressuscité!“/ ‘Il est vraiment ressuscité!
Cristo è risorto!“/ ‘È veramente risorto!
Hristos a înviat!” / ‘Cu adevărat a înviat!
Χριστὸς ἀνέστη! “/ ‘Ἀληθῶς ἀνέστη!’
[Khristós Anésti! / Alithós Anésti!]
– “Христóсъ воскрéсе!” / ‘Воистину воскресе!
[Christos voskrese! / Voistinu voskrese!]
“al-Masī qām!” / ‘aqqan qām!’
“Masī qām!” / ‘Belāqiqāti qām!’
– المسيح قام! حقا قام! [al-Masī qām! / aqqan qām!]’;
المسيح قام!   بالحقيقة قام! [al-Masī qām! / Belāqiqāti qām!]