Orthodoxie & de [bloed-vloeiende] vrouw – ‘Geloof heeft u behouden, ga heen in vrede!’.

the woman, who can be an unshakeable, a great assertive personality, by Dumas; de vrouw, die een onwankelbaar, een geweldig assertieve persoonlijkheid kan zijn, by Dumas; المرأة ، التي يمكن أن تكون غير متزعزعة ، شخصية حازمة جدا ، من قبل دوماس.

        Een van de Farizeeën nodigde Hem om bij hem te komen eten en Hij kwam in het huis van de Farizeeër en ging aanliggen.
          En zie een vrouw, die in de stad als zondares bekend stond, bemerkte, dat Hij aan tafel was in het huis van de Farizeeër. En zij bracht een albasten kruik met mirre [Myron] en zij ging wenende achter Hem staan, bij Zijn voeten, en begon met haar tranen Zijn voeten nat te maken en droogde ze af met haar hoofdhaar, en kuste Zijn voeten en zalfde ze met de mirre [Myron].
Toen de Farizeeër, die Hem genodigd had, dat zag, zeide hij bij zichzelf: Indien deze de profeet was, zou Hij wel weten, wie en wat deze vrouw is, die Hem aanraakt: dat zij een zondares is.
         En Jezus antwoordde en zei tot hem: ‘Simon [Hebr. שִׁמְע = “Hij (God) heeft gehoord”],
Ik heb u iets te zeggen’. Hij zei: ‘Meester, zeg het’.
‘Een schuldeiser had twee schuldenaars. De een was hem vijfhonderd schellingen schuldig, de ander vijftig. Toen zij niet konden betalen, schonk hij het hun beiden. Wie van hen zal hem dan het meest liefhebben?’.
Simon antwoordde en zei: ‘Ik veronderstel, hij, aan wie hij het meeste geschonken heeft.  Christus zei tot hem: ‘Gij hebt juist geoordeeld’.
        En Zich naar de vrouw wendende, zei Hij tot Simon:
‘ ………… Ziet gij deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen; water voor mijn voeten hebt gij Mij niet 
gegeven maar zij heeft met tranen mijn voeten nat gemaakt en ze met haar haren afgedroogd.
Een kus hebt gij Mij niet gegeven, maar zij heeft, van dat Ik binnengekomen ben, niet opgehouden mijn voeten te kussen. Met olie hebt gij mijn hoofd niet gezalfd, maar zij heeft met mirre [myron] mijn voeten gezalfd.
        Daarom zeg Ik u: ‘ ………… Haar zonden zijn haar vergeven, al waren zij vele, want zij betoonde veel liefde; maar wie weinig vergeven wordt, die betoont weinig liefde.
        En Hij zei tot haar: ‘ ………… Uw zonden zijn u vergeven’.
En die met Hem aan tafel waren, begonnen bij zichzelf te zeggen: ‘Wie is deze, dat Hij zelfs de zonden vergeeft?’.
En Hij zei tot de vrouw: ‘Uw Geloof heeft u behouden, ga heen in vrede!’Luc.7: 37-50.

Heavenly Jeruzalem, You see this city? Here God lives among men. He will make his home among them; they shall be his people…. Apocalypse 21: 1-5.

      En een vrouw, die sinds twaalf jaren aan bloedvloeiing leed en door niemand genezen kon  worden, kwam van achteren tot Hem en raakte de kwast van Zijn kleed aan, en terstond hield haar vloeiing op.
       En Jezus zei: ‘Wie is het, die Mij heeft aangeraakt?’.
En terwijl allen het ontkenden, zei Petrus: ‘Meester, de scharen drukken en verdringen U’.       Maar Jezus zei:
‘Iemand heeft Mij aangeraakt, want Ik heb kracht van Mij voelen uitgaan’.
Toen de vrouw zag, dat zij niet onopgemerkt bleef, kwam zij bevende naderbij, viel voor Hem neer en verhaalde Hem, voor al het volk, om welke reden zij Hem aangeraakt had en dat zij terstond beter was geworden.
       En Hij zei tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede
Luc.8: 43-44; tevens Marc.5: 24-30 en Matth.9: 20-22.

Er zijn periodes in ons leven, die wij niet meer zo helder voor de geest kunnen halen. ………… Maar op een onverwacht ogenblik komen ze ineens opduiken en staan ze ons helder voor de geest. Bij zo’n  moment wordt ons van het een op het andere ogenblik de Waarheid duidelijk en wordt ons een helder Inzicht geboden.
Op een dergelijk ogenblik krijgen we datgene wat we werkelijk willen en waarom we uiteindelijk ‘leven’ zichtbaar en krijgen we inzicht in de rode draad van ons leven – ons levenspad.
Tenslotte komen we er niet meer omheen, we kunnen onszelf niet langer voor de gek houden – er omheen draaien en het grote spel van de wereld spelen is niet langer mogelijk.
Òfwel het wordt ons duidelijk dat wij maar zwakkelingen zijn – dan heeft een dergelijke confrontatie ons niet eerder met beide benen op de grond gezet en dienen we verandering in onze situatie aan te brengen.
Òfwel ons wordt openbaar dat we op de goede weg zijn en wordt duidelijk dat we nog meer  vastberaden onze weg dienen te vervolgen en zoals de Heilige Climacos van de berg Sinaï ons voorhield ons verder hemelwaard’s te begeven.

Deze gedachtengang waarbij het persoonlijk bestaan van ons als mens in het middelpunt staat maakt ons duidelijk dat wij de wedren van ons leven, zoals de Apostel Paulus ons voorhoudt.
Paulus zegt niet dat er in de geestelijke strijd maar één christen is die de prijs krijgt, maar hij stelt het wel op zo’n manier voor, dat volgelingen van Christus de wedren dienen te lopen alsof het zo zou zijn dat er slechts één de prijs ontvangt.
Paulus beschouwt ons als goed getrainde sportlieden [Paralympisch of niet], die in staat zijn topprestaties te leveren – alsof ons leven een sportevenement is, een podium voor activisten.
De achterliggende Waarheid is dat God ons heeft geschapen om vanuit onze verbinding met ons innerlijke, door de Heilige Geest voortgestuwd worden tot een nieuw mens, tot verbetering van onszelf en onze omgeving. Met andere woorden God zet ons in tot een nieuwe Creatie.
Je zou kunnen spreken over ons ‘karakter‘, maar dit betekent veelal een invloed van buitenaf, iets waarvan we heel erg bezeten zijn; maar hier gaat het erom dat je volledig verantwoordelijk bent voor je eigen persoon en voor alles wat we bent, doet of laat.

Agios Pnevma

Hoe we ons gedragen op bepaalde beslissingsmomenten, we kunnen onszelf niet langer in het moment bepalen; er is geen ruimte voor reflectie, “ik zou graag zo willen zijn” of “ik zou dat zo graag gewild hebben”. Op het moment dat het ertoe doet wordt ons onomwonden gevraagd datgene te doen wat God van ons verlangt; er is geen ontkomen aan.
In de wereld van de navolgers van Christus wordt deze sport bij voorkeur in gezonde omgevingen beoefend, die ons instaat stellen op “Krachtige’ [door de H.Geest geïnspireerde] wijze vooruitgang te boeken; Samen als het samen kan, apart als het beslist niet anders kan.
Zo is de Heilige katholieke [over de gehele wereld verspreidde Kerk]  al vanaf eerste Pinksterdag  door Christus aansprakelijk gesteld [ook de Kerk zal tot verantwoording worden geroepen] voor zowel de gelovige Christenen als zij, die door Christus nog geroepen dienen te worden.
Gezamenlijk met de verschillende bloedgroepen mèt de Kerk er alles aan te doen om de mens mee te laten bewegen in de mondiale strijd tegen het kwaad!
Een handicap is namelijk allang geen reden meer om niet het allerbeste uit je lichaam te halen.
Oók de Kerk heeft in de wereld een grote maatschappelijke waarde, maar helaas gaat het ook hier wel eens behoorlijk fout. Bijvoorbeeld op het gebied van het sportief met elkaar omgaan en respect, zichzelf verheffen [eigendunk], discriminatie en zelfs fraude. Met name vanwege de ‘open’ samenleving, waarbij in alle situaties overleg nodig is, is er in onze tijd veel aandacht ontstaan voor grensoverschrijdend gedrag in de Kerk. Wij dienen dit te zien als een vingerwijzing van God, Die ons immers verzoekingen en verleidingen doet toekomen om ervan te leren.

        Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad1John.1: 9.
Wat een ongelofelijke belofte!
God vergeeft Zijn kinderen wanneer zij zondigen en alles wat zij hoeven te doen is berouwvol naar Hem toekomen en vragen om ontferming, vergiffenis.
Gods Genadegaven zijn zo groot dat zij de zondaars van hun zonden reinigt, zodat zij kinderen van God kunnen worden en is bij gevolg zo groot dat zelfs als we struikelen, we nog steeds vergeven kunnen worden.
in het boek Psalmen zegt de Profeet David: “Zo vèr àls het oosten is van het westen, zó vèr heeft Hij onze zonden van ons verwijderdPsalm 102[103]: 12.
Een van de meest doeltreffende listen waar de tegenstrever [de satan] Christenen mee aanvalt is om ons te overtuigen dat onze zonden ‘niet werkelijk‘ vergeven zijn, ondanks de belofte van God’s Woord.
Wanneer we daadwerkelijk in Geloof Christus volgen en Hem als Verlosser ontvangen hebben, maar toch ‘nog steeds’ dat ongemakkelijke gevoel blijven houden òf we wel ècht vergeven zijn, dan is dát mogelijk een demonische aanval.
Demonen hebben er immers een hekel aan wanneer mensen uit hun greep bevrijd zijn en  ze proberen onophoudelijk twijfel te zaaien in onze gedachten
over de echtheid en waarachtigheid van onze Verlossing.

En tòch: precies op het ogenblik dat een mens zich [opnieuw bekeert] tot de Waarheid bekent, Die in Christus is, gebeurt er iets dat zo vastbesloten daarmee in tegenspraak blijkt te zijn zodat we ervan schrikken wanneer we dit voor het eerst meemaken.  We zouden verwachtten dat het voor Christus van het grootste belang zou zijn, als de eenmaal uitgesproken Waarheid omtrent Zijn Persoon voortaan allerwegen zou worden verkondigd.
Maar precies dàt gebeurt dan niet; integendeel, onze Heer verbiedt het in eerste instantie aan Zijn Volgelingen, over de belijdenis van Petrus in het openbaar ook maar één woord te zeggen. Blijkbaar is onze Heer en Verlosser van mening dat de Waarheid over een [Zijn] persoon niet als een dogma, een doctrine of leerstelling naar buiten kan worden gedragen.
Zij blijft een geheim, een innerlijke vertrouwdheid, die in steeds nieuwe ervaringen dient te groeien en te rijpen en die men nooit en te nimmer kan onderbrengen als iets bekends en dat men van buiten heeft geleerd, als een wetenschap. 
Het Hebreeuws voor Messias, Redder of Verlosser is letterlijk Gezalfde. Deze term wordt/werd toegedicht aan iedereen die op de een of andere manier indrukwekkend was ofwel ‘gezag’ had. Messias komt van het Hebreeuwse woord
משגיח [mosjiach], hetgeen ‘toezichthouder, bewaker’ – ‘spelleider’  betekent.
Zo iemand wordt gezalfd, een ritueel waarbij heilige olie over iemands hoofd wordt gegoten.
Daardoor krijgt hij een speciale religieuze status. Een Messias brengt Vrede, Voorspoed en verlossing van het lijden.
Het is een koningsbegrip, een heerser’s-titel — voor de ‘zachte, al-reine, zondeloze’ Christus heel problematisch — in ieder geval voor allerlei misverstanden en -‘menselijk misbruik‘- vatbaar, maar voor God niet.
Er bestaat een koninklijke bestemming voor de mens, dat is zeker – het is immers bij de schepping ingebakken meegegeven.
Maar het is gewoon wáár: ieder individu is in zijn eigen leven een absoluut soeverein [alleen heersend]; maar het gaat dàn om een waarheid, die wij niet in de zin van een uiterlijke macht, steeds verbonden aan een zweem van willekeur en gewelddadigheid, kunnen uitdragen.
Onze Heer en Verlosser Jezus, de Christus, de Zoon van God, wilde absoluut geen god’s-rijk vestigen naar de maatstaven van deze wereld en Hij was er al helemaal niet op uit, aan de zogenaamd altijd gerechtvaardigde heerschappij van mensen over mensen via de hoogwaardigheid’s-titel ‘Gezalfde van God’ het recht op zogenaamde goddelijke onfeilbaarheid te geven.
Noch in Zijn privéleven noch in de openbaarheid wilde Hij een ‘heerser, een despoot, een alleenheerser’ zijn. Met Zijn Goddelijke achtergrond en opdracht, deze achtergrond is/was een degelijke partijdigheid, vooringenomenheid absoluut ‘niet’ verenigbaar.

Gij, Zijn dienaren, looft de Heer; looft de Naam des Heren.
De Naam des Heren zij gezegend, van nu af tot in eeuwigheid.
Van zonsopgang tot zonsondergang, dient de Naam des Heren gezegend te worden.
Hoogverheven boven alle volkeren is de Heer; boven alle Hemelen is Zijn heerlijkheid.
Wie is als de Heer onze God ?
Hij woont in de hoge, maar ziet neer op het geringe van Hemel en aarde.
Hij richt de arme op van de grond, Hij heft de behoeftige op uit het slijk.
Om hem te doen zitten bij vorsten, bij de vorsten van zijn volk.
En de onvruchtbare doet Hij wonen in een huis, als blijde moeder van de kinderen”.
Psalm 112, Mesorion [tussenuur] van het 9e uur, vert. ROK ’s-Gravenhage

Lucas is naast schrijver en iconenschilder, van oorsprong een geneesheer en hij stelt vast: ‘niemand had de bloed-vloeiende  vrouw kunnen genezen’; met andere woorden, het probleem, de kwaal is ongeneeslijk. En hij zegt tevens: ‘ze heeft al haar leeftocht, al haar geld, al haar vermogen uitgegeven aan allerlei dokters, maar het heeft allemaal niets geholpen. Want… de kwaal was ongeneeslijk’.
Marcus, ja dat zegt een arts niet in het openbaar, die voegt er nog iets aan toe:
Ze had veel geleden, niet alleen haar ziekte, maar ook van de dokters. Ze had veel geleden van de dokters en het was alleen maar erger geworden”.
Ja, als dokter zeg je ‘dàt’ natuurlijk niet van je collega’s, maar het is wèl waar.
Marcus zegt als gewoon mens [geen geneesheer]: “ Zij was chronisch, ongeneeslijk ziek en dan ook nog een kwaal waar je niet zo maar mee te koop loopt”.
Wanneer je een kwaadaardige ziekte hebt en je krijgt chemokuren, dan is dat zwaar.  Dan is dat heel zwaar, maar je kunt het nog wel delen met mensen.
En de mensen sturen je kaartjes en leven met je mee.
Maar je hebt ook van die dingen die je eigenlijk liever niet deelt met mensen.
Waarvan je eigenlijk liever niet hebt dat de mensen het weten, want je schaamt je ervoor. Bijvoorbeeld wanneer je hart tot bloedens toe verwond is, door verkeerde beslissingen in je leven. Dat zijn immers kwalen, waar je ontzettend mee kan tobben, ja, eindeloos mee kan tobben.
Na verloop van tijd raken ze misschien een beetje in de vergetelheid, die wij niet meer zo helder voor de geest kunnen halen. Maar op een onverwacht ogenblik komen ze ineens opduiken en staan ze ons weer helder voor de geest.
Wie hartenpijn heeft, dusdanig dat je bloed verliest, is volgens de wet van Mozes onrein. Wie in Israël als vrouw, als meisje, [neen mannen hebben geen hartenpijn] ongesteld was, was zeven dagen onrein. En alles wat deze mens aanraakte, was ook onrein tot aan de avond en moest dan afgewassen worden.
En iedereen die jij aanraakte werd eveneens onrein en mocht een week lang niet meedoen in de eredienst.
Ja, zonde kàn besmettelijk zijn, ook voor mannen – met name voor mannen.
Ziekte, en met name deze ziekte, die je achtervolgt, is een beeld van de zonde.
Het valt trouwens op dat de Blijde Boodschap helemaal geen naam heeft voor deze mens.  Jairus heet Jairus, maar deze mens [zonder naam] wordt geïdentificeerd met zijn/haar ziekte. Eigenlijk is dat het zelfde als dat je tegenwoordig zou zeggen: dàt mens met die en die ziekte – de ziekte is haar naam geworden, zó wordt ze aangeduid.

Genezing wordt slechts via Jezus Christus bewerkstelligd – Geloof het en neem het in ontvangst; Healing comes through Jezus Christ, believe it & receive!

Zó is het eveneens met ons, die gezondigd hebben; onze kwaal is onze naam, want wij heten ‘zondaars’. Zonde sloopt onze zielen en lichamen, zonde maakt het hele leven als het ware stuk: gebrokenheid in gezinnen, in huwelijken, verwijderingen in families, conflicten op het werk, jaloezie die goede verhoudingen stuk maakt . . .
Het is allemaal het gevolg van onze zonde.
Maar de zonde doet méér, zonde maakt vooral ook onrein.
De zonde breekt de gemeenschap, dat wil zeggen breekt de intieme verbondenheid met onze  Heer en Zaligmaker.  Zonde verwijdert ons van God en sluit ons buiten.  Buiten de dienst van God en maakt ons onrein in de ogen van de ‘Heilige, ‘dè’ Sterke en Onsterfelijke God’.
En onze zonde, is daarbij ook een dodelijke kwaal.
Door de zonde zijn we vanaf het Paradijs door onze hoogmoed gescheiden van onze Schepper, onze Boetseerder.  We zijn onrein geworden en we kunnen in de ogen van de heilige God eigenlijk niet meer bestaan.
Bovenstaande geschiedenis gaat derhalve ten diepste ‘in geestelijke zin’ dus ook over ons. Toen de vrouw zag, dat zij niet onopgemerkt bleef, kwam zij bevende dichtbij, viel voor Hem neer 
en vertelde Hem, ten overstaan van al het volk, om welke reden zij Hem aangeraakt had en dat zij terstond beter was geworden.
       En Hij zei tot haar: “Dochter, je Geloof heeft je behouden, ga heen in Vrede”.

Vergeving dankzij het Geloof in Christus
Hoe zou het toch komen dat de Blijde Boodschap bij
de mensen zo’n een slecht onthaal vindt?
We zouden de vraag óók anders kunnen stellen:
Hoe kwam het dat Jezus tijdens zijn omwandeling op aarde bij
de mensen zo bitter weinig gehoor vond?

Christus sprak

Dat kwam omdat Hij verkondigde:
Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering”.
Gekomen om zondaren tot Verlossing te brengen, en ‘zondaars’ dàt waren ze toch niet.
Onze Heer en Verlosser zou nog wèl bijval gevonden hebben, indien Hij Zijn hoorders hun vroomheid en werken had laten houden.
Het zou nog gegaan zijn indien Hij de mens, de vrome mens met zijn geestelijke ervaringen, wij zouden zeggen ‘de in het oog vallende vrome Christen‘, had gepredikt.
Maar dàt deed Hij niet, Christus predikte het Koninkrijk der Hemelen en zei:
De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen.
Bekeert u en gelooft het Evangelie
Marc.1: 15.
De grote massa in het leven van de Kerk in deze wereld is nèt zoals de mensen in de dagen van onze Heer. Men heeft helemaal geen behoefte aan ‘de gelovige volgeling’ die Christus heeft gepreekt, dat zijn doetjes.
Alleen dit verschil is er, dat velen zeggen: “Wij zijn zóndaren” en dáár blijft het dan bij. Maar men houdt vast aan de werken, al is het op een andere wijze dan in de tijd van Christus. Men houdt vast aan zijn bidden, aan zijn gevoel, aan het pogen ‘aan God aangenaam te zijn’, aan menselijke nauwgezetheid, aan de menselijke ervaringen.
Dáárom vindt de Blijde Boodschap zo’n slecht onthaal; dáárom wordt er geen aandacht besteed aan Christus ‘Evangelie’, de Leer, Die Christus ons voorhoudt.
Christus is gekomen om zondaren hier en in het hiernamaals gelukkig te maken.
En een zondaar is men alleen met de mond, niet vanuit het hart.
Zie, Christus is gekomen om juist zondaren zalig te maken, en hen te verblijden met de tijding dat er vergeving van zonden is.
Daarop wijst ons het Woord: “   Uw Geloof heeft u behouden, ga heen in vrede!” 
Lucas 7: 36‑47.  

Geloven op het moment dat alle middelen falen en dood voor onze ogen liggen, dat geeft eer aan God: het is het bekende ziel’s-reddend Geloof van allen.
Bid, vast en kijk in het zevende hoofdstuk van Lucas en overdenk deze goed.
In de laatste verzen wordt gezegd
En Hij zei tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede!”.
Maar voordat Jezus dit zei werd kwam haar geloof helemaal niet ter sprake.
Er is wèl sprake van haar Liefde tot God en: “Haar zonden zijn haar vergeven, al waren zij vele, want zij betoonde veel liefde”. 
Haar tranen over haar toestand worden ook benoemd “en zij ging wenende achter Hem staan, bij Zijn voeten, en begon met haar tranen Zijn voeten nat te maken en droogde ze af met haar hoofdhaar, en kuste Zijn voeten en zalfde ze met de mirre [Myron]”.
Haar tranen worden benoemd, haar vrijgevigheid en overvloed en haar liefde voor Christus.
Maar tòch . . . zegt onze Heer en Redder Jezus Christus niet: “Vrouw, uw tranen hebben u gered, ga in vrede”. Òf “Vrouw, uw berouw en uw vernedering hebben u behouden, ga in vrede”. Hij zegt eveneens niet “Uw liefde voor mij en uw overvloed hierin naar Mij toe hebben u behouden, ga in Vrede, vrouw”.
Neen, maar onze Heer zag een werk van vertrouwen -naar Hem toe- in deze vrouw, want ze was een groot zondaar, en Hij zegt tegen haar
Vrouw, uw Geloof heeft u behouden, ga in vrede!Luc.7: 48 , 50.

Myron

Myronzalving, een ritueel ten leven; anointing with Myron, a ritual to life; مايرون مسحة ، طقوس في الحياة.

In de Orthodoxe Kerken gebruikt men een olie [een mengsel van olijfolie en welriekende kruiden] welke Myron heet, deze zalfolie wordt in de westerse kerk ‘chrisma’ genoemd. Tegenover de Joodse handeling van ingetogenheid en enkel een betrokkenheid op een mens is het een teken geworden van het zegel, het Mysterie [Sacrament] van de Gave van de Heilige Geest. Myron wordt in de Orthodoxe kerk gebruikt bij het Mysterie van het Doopsel met gelijktijdige zalving en communie alsmede bij de Ambtswijding tot priester en bisschop. Ook wordt Myron gebruikt bij de wijding van een altaar. Wereldwijd op witte donderdag voorafgaand aan het Pascha wordt de Myron in grote vaten in de Patriarchale hoofdkerk aangemaakt en over het gehele Patriarchaat verspreidt.

Myronzalving van Christus
        Jezus dan kwam zes dagen voor het Pascha te Bethanië, waar Lazarus was, die Jezus uit de doden had opgewekt. Zij richtten daar dan een maaltijd voor Hem aan en Martha bediende, en Lazarus was een van hen, die met Hem aan tafel waren.
         Maria dan nam een pond echte, kostbare Myron [nardus-mirre], en zij zalfde de voeten van Jezus en droogde zijn voeten af met haar haren; en de geur van de Myron verspreidde zich door het gehele huis.
         Maar Judas Iskariot, een van zijn discipelen, die Hem verraden zou, zei:
‘ . . . Waarom is deze Myron niet voor driehonderd schellingen verkocht en aan de armen gegeven?  Maar dit zei hij niet, omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was en als beheerder van de kas de inkomsten wegnam.
        Jezus dan zei:  . . . ‘Laat haar begaan en het bewaren voor de dag van Mijn begrafenis; want de armen hebt gij altijd bij u, maar Mij hebt gij niet altijdJohn.11: 1-8.

schematische weergave van onze doop in Christus; schematic representation of our baptism in Christ; تمثيل تخطيطي لمعموديتنا في المسيح.

Christus verwijst bij deze zalving naar Zijn komende dood en begrafenis, waarbij gewoonlijk ook de dode lichamen gebalsemd worden. Hier vinden wij dan ook de zalving ten teken van balseming en Gezalfde Dode alsook van de voorkomen van ontbinding of aardse vernietiging.
Deze daad waarbij opnieuw een vrouw een belangrijke rol speelt, vond twee dagen voor het Pascha plaats voorafgaand aan het laatste avondmaal, de gevangenneming en de daarop volgende veroordeling door Volk en haar gezaghebbers en de executie door de Kruisiging.
Bij deze balseming werden echter geen tranen vergoten, maar geeft onze Heer en Meester aan dat het een balseming van Zijn Lichaam betreft tòt Zijn begrafenis. Hieruit blijkt dat de vrouw deze zalving gedaan zou hebben met het oog op de begrafenis van onze Heer en Zaligmaker.
Na Jezus dood aan het houten Kruis werd Hij op verzoek van Jozef van Arimathea, een voornaam lid van de Hoge Raad, vrijgegeven; het afgestorven lichaam van Jezus werd door Pilatus overgedragen om begraven te worden vóór de Sabbath zou invallen. Jozef haalde het Lichaam van het Kruis en wikkelde het in een stuk fijn linnen, dat hij had gekocht. Daarna legde hij het in een graf dat in de rotsen was uitgehouwen en rolde een grote steen voor de opening. Maria van Magdala ook gekend als Maria Magdalena en Maria, de moeder van Joses, waren meegegaan om te zien waar Jezus werd neergelegd.
          Toen de Sabbath voorbij was, kochten Maria van Magdala, Salomé en Maria, de moeder van Jakobus, welriekende kruiden [Myron] om het lichaam van Jezus te balsemen. Op zondagmorgen, bij het opgaan van de zon, gingen zij naar het graf. Onderweg vroegen zij zich af hoe zij ooit die zware steen voor de opening konden wegrollen. Maar toen zij bij het graf kwamen, ontdekten zij dat de steen al weg was gerold. Ze stonden als aan de grond genageld want Jezus van Nazareth, hun Heer en Meester, Die zij wensten te zalven en een waardige plaats in het graf te bezorgen was daar niet meer, ook al had Hij er wel gelegen.
Ook al wil de wereld vandaag absoluut nog niet àl te veel van Christus weten, dienen wij beter te weten dan diegenen van zijn [ons] eigen land en van zijn [ons] eigen volk, waarvan de meerderheid hem nog steeds niet wil aanvaarden.
Zij die van Christus en God’s Volk zijn, de Israëlieten die Jezus wèl aanvaarden als Messias en nu Messiaanse Joden genoemd worden, dienen te beseffen dat onze Heer en Zaligmaker de weg geopend heeft voor iedereen om toegelaten te worden tot Gods Gemeenschap van mensen of Gods Volk.
Want aan allen die Christus, de Zoon van God wèl aanvaard hebben, heeft Hij via Zijn Zoon het [erf-]recht gegeven kinderen van God te worden.
Door het Geloof in Zijn Naam worden wij allen namelijk opnieuw geboren,
uiteraard niet als mens, maar geestelijk uit God.
Christus, onze Heer is hier op aarde geplaatst door de Kracht van God.
Met een menselijk lichaam leefde Hij hier — zonder te zondigen — op aarde onder alle gewone stervelingen en ging Hij ook zijn dood tegemoet.

Doordat hij zonder enige fout was, vol vergevende Liefde en Waarheid,
begenadigd door God, met de toelating van God om hier in Zijn Naam te spreken en te handelen, mocht hij verhoogd worden als Gezalfde van de Allerhoogste Heer des Heren.
De apostelen konden zien hoe Heilig, Sterk, en Onsterfelijk Hij was en de Macht had door Zijn dood de dood te overwinnen. Hij is/was, de enige Zoon van de Hemelse Vader en Johannes de Theoloog en de andere apostelen waren Zijn getuige. 
Omdat Christus [= de Gezalfde] zo oneindig veel heeft, hebben wij zoveel gekregen; Hij heeft ons met het goede overladen, zijn geheiligd.

In de wet van Mozes is ons al verteld wat wij wèl en niet moeten doen. Maar Jezus Christus bracht ons de Genade en de Waarheid.
Geen mens heeft God ooit gezien; maar Zijn enige Zoon, Jezus Christus, Die één met Hem is, heeft ons laten zien Wie God is.
Johannes de Doper getuigde van Hem en zei:
        Ik heb aanschouwd, dat de Geest nederdaalde als een duif uit de hemel, en Hij bleef op Hem. En ik kende Hem niet, maar Hij, Die mij gezonden had om te dopen met water, Die had tot mij gezegd: . . . . . ‘ Op Wie gij de Geest ziet nederdalen en op Hem blijven, Deze is Het, Die met de Heilige Geest doopt. En ik heb gezien en getuigd, dat deze de Zoon van God is’John.1: 32-34.
Naast dat onze Heer zegt: “haar zonden zijn haar vergeven“, verklaart Hij nog meer … “want zij heeft veel lief gehad“,
Wat bedoelt Christus daarmee? Prijst Hij haar liefde?
Was die liefde van de zondares de oorzaak van de vergeving van haar zonden?
Is dat de betekenis van het woordje “want”?
O, nee! Johannes zegt immers:
Hierin is de Liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden1John.4: 10.
Daarom kan het woordje “want” niet de oorzaak van de Vergeving aanduiden.
Het wil eenvoudig zeggen dat uit de liefde van de vrouw blijkt dat haar zonden vergeven zijn.
Haar liefde is het bewijs, dat de Heer haar eerst Lief heeft gehad en haar zonden vergeven heeft. Dat blijkt ook uit de Gelijkenis, die Christus zojuist heeft uitgesproken. En uit de verklaring van de gelijkenis, die Christus Zelf gaf, blijkt dit nog duidelijker. — Haar liefde is het gevolg van vergeving —.
Vergeving van zonden en Liefde zijn ‘onafscheidelijk‘ aan elkaar verbonden.
      Wilt gij weten, gij dwaze mens, dat het Geloof zonder de werken niets uitwerkt?Jac.2: 14-20; oftewel het Geloof zonder de werken is op zichzelf dood.
Het levend Geloof brengt de Liefde en de werken vanzelf met zich mee.
Daar zorgt God voor. Daar zorgt de Heilige Geest voor. De Heilige Geest, die Vuur en Liefde is en Die vanuit het hart alles doet voortkomen.
Het is God, Die in ons werkt, beiden, het willen en werken naar Zijn welbehagen.
En zó bewerkt men z’n opgang naar het Hemels Koninkrijk met vrees en beven;
op die wijze zijn Geloof en de Liefde tot God en de naasten de Bron van ware gehoorzaamheid.
Het Geloof, welke door de Liefde tot God wordt uitgewerkt [geschapen].
      God echter, Die Rijk is aan Erbarmen [ontferming], heeft, om Zijn grote Liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door Genade zijt gij behouden – en heeft ons mede opgewekt en ons mede een 
plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom van Zijn Genade te tonen naar [Zijn] Goedertierenheid over ons in Christus Jezus.       Want door Genade zijt gij behouden, door het Geloof en dat niet uit uzelf: het is een Gave van God;  niet uit werken, opdat niemand zal roemen.
Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen
Eph.2: 4-10.

Maart 26e – Synaxis van de Aartsengel Gabriël

Het Griekse woord Engel ‘Ανγελος’ betekent letterlijk: “Boodschapper van God”. De betekenis van de naam ‘Gabriël’ [Hebr. גבריאל] : “de Kracht Gods” of: “Man Gods”; in het arabisch جبريل , Dzjibriel of جبرائيل , Dzjibrāʾiel.
In de Blijde Boodschap speelt de boodschapper van God een belangrijke rol; zowel volgens de joodse Tenach als het christelijke Oude en Nieuwe Testament.
In de islam is Gabriël bekend als Djibriel. Zijn naam is afgeleid van de Hebreeuwse woorden geber [sterke man] en el [God], dus “[sterke] man Gods”.
Deze engel wordt door velen net als de aanvoerder Michaël als een Aartsengel beschouwd.

Gabriël boodschapt Daniël

Gabriël treedt tweemaal op in het boek Daniël [onderdeel van de joodse Tenach en het christelijke Oude Testament]:
Daniël 8: 15-26 verhaalt over een visioen van de profeet Daniël. Daarin verschijnt hem iemand ‘die eruitzag als een man’. Een stem (van God?) vanuit de verte over het Ulaikanaal beveelt Gabriël ervoor te zorgen dat Daniël zijn visioen begrijpt. Er staat een man voor hem, die de Aartsengel is. Hij legt uit dat de ram met de twee horens betekende de koningen der Meden en Perzen, en de harige geit, de koning van Griekenland.
In Daniël 9: 21 gaat Gabriël tijdens het gebed van Daniël naar hem toe om uitleg te geven over hoe en wanneer God de zonden van de Israëlieten zal vergeven. Hoewel Gabriël hier als man en niet als een engel wordt aangeduid, is hij dat volgens de joodse en christelijke traditie wel.

The Angel of Death

In de joodse traditie wordt Gabriël niet alleen als boodschapper van God beschouwd, maar ook als de “engel des doods”. De Talmoed beschrijft hem als de enige engel die Syrisch en Chaldeeuws  [de Oost-Semitische Akkadische taal] sprak.

In het Eerste boek van Henoch, een Joodse tekst uit de tweede eeuw voor onze jaartelling, worden Michaël en Gabriël beschreven als:
Michaël, een van de heilige engelen, om te getuigen, hij die over het beste deel van de mensheid aangesteld is en over chaos en Gabriël, een van de heilige engelen, die aangesteld is over het Paradijs, de slangen en de Cherubijnen1Henoch 20: 6-8.

In het Nieuwe Testament, de aartsengel Gabriël naar Zacharias en kondigt aan dat de vrouw Elizabeth zwanger zal worden en aanleiding is tot de geboorte Johannes de Voorloper. Ook is de  Aartsengel Gabriel degene die de maagdelijke conceptie en geboorte van de Heiland Christus in de Maagd Maria verkondigt, hetgeen we gisteren hebben gevierd.

Apolotykion     tn.4.              [ook voor elke maandag]
Gij Aanvoerders der Hemelse Heerscharen,
wij onwaardigen bidden tot u,
dat gij ons beschermt door Uw gebeden,
en ons beschut met de dekking van uw vleugelen.
Behoed ons door uw bovenzinnelijke heerlijkheid,
nu wij neervallen en tot u roepen:
redt ons uit de gevaren,
Aanvoerders der Krachten uit den Hoge“.

Kondakion     tn.2.     [ook voor elke maandag]
Aanvoerders van Gods Heerscharen,
Liturgen van de goddelijke Heerlijkheid,
Begeleiders van de mensen en leiders van de engelen
bidt voor ons om het goede en de grote Genade,
gij Aanvoerders van de Onlichamelijken“.