5e Zondag van de Vasten – dit jaar het feest van de Annunciatie van Maria, de Theotokos i.p.v. Maria van Egypte.

 

Annunciatie‘ en zij werd de ‘God’-barende; “البشارة” وأنها أصبحت “الله” الحامل; «Ευαγγελισμός» και έγινε ο «Θεός» που φέρει; “Verkündigung” und sie wurde zum “Gott”; ‘Annunciation’ and she became the ‘God’ -bearing.

      Na die dagen werd Elisabeth, zijn vrouw, zwanger, en zij verborg zich vijf maanden, want, zei zij: ‘Aldus heeft de Heer aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij neerzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen’.
       In de zesde maand nu werd de engel Gabriel van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth, tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Joseph, uit het huis van David, en de naam van de maagd was Maria.
      En toen hij bij haar binnengekomen was, zei hij: “Wees gegroet, gij vol van Genade, de Heer is met u’. Zij, [de maagdelijke mens] ontroerde bij dat Woord en overlegde, welke de betekenis van die groet mocht zijn.
      En de engel zei tot haar: ‘Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt Genade gevonden bij God.
En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Heer God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als Koning over het huis van Jaäcob heersen tot in eeuwigheid, en Zijn Koningschap zal geen einde nemen’.
     En Maria zei tot de engel: ‘Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb?’.
     En de engel antwoordde en zei tot haar: ‘De Heilige Geest zal over u komen en de Kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden.

    En zie, Elisabeth, uw verwante, is eveneens zwanger van een zoon in haar ouderdom en dit is reeds de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar heette. Want geen Woord, dat van God komt, zal krachteloos wezen’.
    En Maria zei: ‘Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw Woord’.
En de engel ging van haar heen
Luc.1: 24-38.

      Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen en Hij zegt:
        ‘Uw naam zal ik aan mijn broeders verkondigen, in het midden van de gemeente zal ik U lof zingen; en wederom: Ik zal op Hem vertrouwen, en wederom: Ziehier ik en de kinderen, die God mij gegeven heeft. Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de Macht over de dood had, de duivel, zou onttronen en allen zou bevrijden, die gedurende hun gehele leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.
Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham’.
        Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen.
Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komenHebr.2: 11-18.

lezing Metten:

Αγιογραφίες, de begroeting van Elisabeth bij het bezoek van Maria

      Maria dan maakte zich op in die dagen en reisde met spoed naar het bergland naar een stad van Juda. En zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth.
       En toen Elisabeth de groet van Maria hoorde, geschiedde het, dat het kind opsprong in haar schoot, en Elisabeth werd vervuld met de Heilige Geest. En zij riep uit met luider stem en sprak: ‘Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de Vrucht van uw schoot.
       En waaraan heb ik dit te danken, dat de moeder van mijn Heer tot mij komt?
Want zie, toen het geluid van uw groet in mijn oren klonk, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. En zalig is zij, die geloofd heeft, want wat vanwege de Heer tot haar gezegd is, zal volbracht worden’.
       En Maria zei: ‘Mijn ziel maakt groot de Heer en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland, omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat van zijn dienstmaagd. Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten, omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige’Luc.1: 39-49,56.

Het is dit jaar heel bijzonder, want het feest van de Blijde Boodschap aan de Moeder Gods, de Theotokos valt in de Juliaanse [nieuwe stijl] kalender op de 5e Zondag van de vasten.
Deze zondag, die van oudsher wordt toegewijde aan Maria van Egypte.

Je behoeft je in deze wereld nergens over te verwonderen, dit kan niet anders of dit dient een hoger doel. De Orthodoxe wereld schrikt echter eveneens op naar aanleiding van het feit dat er vanuit Rome een oproep klinkt 2e Pinksterdag aan de Moeder Gods toe te wijden – een dag, die in de Orthodoxe kalender is toegewijd aan de Heilige Geest.
Al met al signalen, welke niet voor niets afgegeven worden en waarbij wij het een en ander te overwegen hebben en dat doen we dan ook.
Neem van mij aan – als voormalig Rooms Katholiek, na de perikelen van het 2e Vaticaans Concilie uit balans geraakt en m’n Christelijke voortgang via de vroeg-Christelijke Orthodoxe Kerk hervonden hebbend, neem ik een uitspraak van één van de voorlieden binnen de Kerk nog steeds serieus.
Paus Franciscus mag voor mij -onder de mensen- de eerste onder gelijken zijn en Metropoliet van het diocees Rome, ik zal me toch dienen af te vragen wat bedoelt Hij daarmee, Hij meent immers het gelijk, ‘de Waarheid’ aan zijn kant te hebben.
De Rooms Katholieke Kerk heeft naar mijn menig de neiging de Moeder Gods op een dermate hoog voetstuk te zetten, dat zij haast aan God gelijk is geworden; derhalve gaan bij mij allerlei alarmbellen af. Ontbreekt het aan aandacht voor  de Moeder Gods, op de feestdagen, welke vanaf oudsher door de Kerkvaders zijn vastgesteld?

Wij Christenen dienen zo vaak als mogelijk aan God toe te geven en Hem in de kleinste dingen te waarderen, wanneer dit door de wereld in beslag wordt genomen en bij dit verloren gaan dienen wij ons af te vragen of we ons gevoel van verwondering tot God niet verliezen. De moderne ontwikkelingen als aanzienlijke verbeteringen in transport, koeling, technologie en materieel comfort brengen ons ertoe dat ten minste sommige vormen naastenliefde i.p.v. een zegen een bedreigd verschijnsel aan het worden is.
De westerse wereld begrijpt bijvoorbeeld niet meer wat het Christelijk concept van broederschap en zusterschap inhoudt; de westerse wereld houdt ons immers voor dat je je vrienden dient te zoeken onder mensen, die nèt zó denken en ongeveer hetzèlfde inkomen hebben en zich bij dezèlfde partijen aansluiten [en bij gemeenteraadsverkiezingen gelijkwaardig stemmen] en zo’n beetje hetzèlfde ‘golflengte’-gebrek of -geneugte hebben als jij. Zulke mensen zijn lekker veilig en zij zullen niet opeens om een hulpverleningsgesprek of financiële ondersteuning vragen. Indien je een gedegen afstand tot hen houdt, zal de relatie niet besmeurd geraken met verwachtingen en verplichtingen.
         Zulke vriendschappen zijn ‘mooi’ zolang de bodem niet onder je leven [je voeten] wegvalt, wanneer je geconfronteerd wordt met een dringend probleem, langdurige werkloosheid, een intens tragisch verlies of een ernstige ziekte. Plotseling realiseer je jezelf eerst dàn pàs, dat er niemand is die zich veel van je aantrekt. Je hebt niet geïnvesteerd in het leven van iemand anders en nu je zelf iets moet opnemen, staat er dus ook geen tegoed op de vriendschapsbank.
Christelijk vriendschappen zijn anders. Je vindt een paar broeders en zusters en besluit van meet af aan dat je jezelf voor hen zult weggeven. Je investeert tijd, energie en vaak ook geld in hen, de monastieke weg is dat je ook die barrière loslaat en jezelf arren moede oplegt – alles loslaat en daarbij geheel op God vertrouwt.

Ascese en haar grootste bewustzijn
Dit is nu precies waar het, met name in de westerse wereld, faliekant verkeerd is gegaan – vanaf zo’n beetje het tweede millennium werden de voorgangers van de spelleiders [de priesters] geworven uit de elite, de welgestelden, de prinsen, graven en aanzienlijken – dit terwijl de bisschoppen van oorsprong [in de vroeg-Christelijke Kerk] uit de ervaren en doorleefde monnikenstand werden geroepen. Dit personeelsaanbod was  namelijk ‘gepokt en gemazzeld’ in de eenvoud, in de ontbering en ascese.
Dit principe is in de westerse kerken losgelaten – er werd/wordt aan carrière-planning gedaan, m.a.w. wat dien ik [voor de buitenwereld] te doen om hogerop te komen. Er wordt niet langer gekeken naar hoe iemand werkelijk is, wanneer er niemand kijkt òf niet alert genoeg is!
     In de oorspronkelijke Kerk wist je van je broeders en zusters op èlk moment dat je zó maar vijf of zes vrienden kon opbellen, die je een vervoermiddel, een plek om te wonen [kerk te houden] en alle benodigde hulp kon verkrijgen – dat is een van de grootste Genadegaven van het christelijk samenleven.
    Een dergelijk onvoorwaardelijke opofferende liefde is het fundament van ware broeder-, zuster-kaste en tevens basis voor een gezond en sterk huwelijk – en het sterkste huwelijk in de wereld is de ascetische wereld, waarbij de mens zich met hart en ziel vergaand aan God en de Goddelijke dienstbaarheid aan de mens heeft overgegeven. Ook in onze leken-woonomgeving in de wereld kan die Liefde zich tot vele mensen uitstrekken en een verrukking van ‘hèt Leven’ betekenen.
     Van huis uit is mij altijd bijgebleven: ‘Zorg dat je de mensen liefhebt, die jouw liefde het meest nodig hebben’.
Er zit echter -‘een addertje onder het gras’- want indien je jezelf opoffert en werkelijk toewijdt aan anderen, zul je al snel merken hoe buitengewoon uitputtend dat is. Wanneer je een periode lang gegeven, gediend èn opgeofferd hebt, kun je het gevoel gaan krijgen als òf je verdoofd, verslaafd bent, alsòf je niets meer te geven óver hebt, je begint opgebrand te geraken, je tank is leeg. 
      Sommige mensen met een sterk gestel en behoorlijke wat zelfdiscipline zeggen: ‘Zelfs al heb ik geen greintje liefde meer, ik blijf geven. Het gaat om de daad en niet om de gevoelens’. Hoewel ze daar volkomen gelijk in hebben komen ze uiteindelijk op het punt dat ze niet alleen leeg zijn maar ook negatieve gevoelens krijgen. Negatieve gevoelens op mensen die belangrijk zijn voor God, misschien zelfs kwaad zijn op God, Die hen maar laat aanmodderen.
      Iedereen, die zich in de frontlinie bevindt, kent dit gevoel: ‘Ik kan het niet aan, nòg meer hartzeer, nòg meer noden, nòg meer pijn, nòg meer mensen. Kon ik maar gewoon weglopen, een muur om me heen bouwen en kluizenaar worden’.
Dat is het ogenblik dat je zwaar op de proef gesteld wordt, in de verleiding komt om maar helemaal te stoppen met liefhebben. Dit door crisis komen voor op pastoraal vlak, dáár hebben de heren voorgangers van de spelleiders nauwelijks weet van – dàt is natuurlijk één manier om om te gaan met overspanning van je herders-honden.
Maar voor de slachtoffers is er een betere manier; het is mogelijk totaal door je liefde heen te geraken, door bijvoorbeeld een sabbatical  te nemen en je tank weer eens helemaal bij te vullen. Het is mogelijk mensen lief te hebben, niet alleen maar opofferend, maar ook volhardend. Dat is hetgeen waartoe God ons roept: ‘liefhebben van mensen is geen honderd meter sprint, maar een marathon‘. Daarvoor dienen we te leren hoe we weer op de been kunnen komen, bij kunnen tanken indien we door onze liefde heen beginnen te geraken.
          En David geraakte zeer in het nauw, omdat het Volk ervan sprak hem te stenigen, want het gehele volk was bitter gestemd, ieder om zijn zonen en dochters. Maar David sterkte zich in de Heer, zijn God. [m.a.w. hij nam een rustperiode] 
Toen beval David de priester Abjatar, de zoon van Achimelek: Breng mij de ephod. En Abjatar bracht David de ephod.
Daarop vroeg David aan de Heer: Moet ik deze bende achtervolgen? Zal ik ze inhalen? En de Heer antwoordde hem: Achtervolg, want stellig, gij zult hen inhalen en je volksgenoten bevrijden
1Samuel 30: 6-8.
            De ephod de heilige, hoogpriesterlijke kledij, de kleding, die wijst op het geestelijk schaduwbeeld van de levenswandel; deze heilige kleding duidt dus op de levensheiliging en werd dus door David gebruikt om de Eeuwige te raadplegen. Met andere woorden David liet de mensen met hun onophoudelijke eisen even alleen. Hij nam tijd voor zichzelf, ging er op z’n eentje op uit en had een lang gesprek met God, welke Zich aan hem openbaarde:
    Onze God is toevlucht en Kracht. Hij is een Helper in de beproevingen, die zo hevig over ons zijn gekomen. Daarom vrezen wij niet zelfs niet tijdens een aardbeving” [en wat ons ook overkomt]
Psalm 45[46]: 1,2.
Onze Heer en Verlosser deed hetzelfde na de genezing van de melaatse mens:
      Maar het gerucht over Hem ging steeds verder rond en vele menigten stroomden samen om te horen en zich te laten genezen van hun ziekten. Doch Hij trok Zich terug in de eenzame plaatsen om daar te biddenLuc.5: 15-16.
Wanneer nu zowel David als de Heer Zelf, Die ons verlost van alle ongerechtigheden van tijd tot tijd hier op aarde z’n menselijk lichaam rust diende te geven om bij te tanken, dan dienen mensen, die geestelijk actief zijn dat zeker. Wij menselijke wezens, òf we nu leken of hiërarchen zijn, dienen om te weten wat Gods Wil is, de bron voor Goddelijke Wijsheid te volgen over de weg die de mens dient te gaan en daar niet van af te wijken.
Daarom was het de normaalste zaak van de wereld, dat leidinggevenden in de Kerk, geronseld werden uit de asceten, die een ascetisch levenswandel achter de rug hadden en zich als David en de Profeten zonder comfort en genoegens van de wereld hadden bekwaamd.
De boom des levens die opstijgt uit de diepte der aarde bevestigt het Geloof in de Opstanding van Christus, Die erop genageld werd. Opgeheven in de hand van de priesters, verkondigt het Zijn Hemelvaart, waardoor het vlees waaruit wij gemaakt zijn, ontheven aan zijn aardse mislukking, reeds leeft in de hemelen
– uit: Kruisverering’s Hymne, 3e Zondag van de vasten.

Onvoorwaardelijke overgave

Theotokos, zwanger – Onvoorwaardelijke overgave; Theotokos, pregnant – Uncondational surrender;           أم الله ، حامل – الاستسلام غير المشروط.

Werkelijk liefhebben is niet gemakkelijk, het zal immer méér energie kosten dan je jezelf ooit hebt kunnen voorstellen.
De engel zei tot een ‘in stilte levend’ meisje in een gehucht Nazareth – wat kon dáár nú voor ‘goeds’ [goddelijks] uit voortkomen:
Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt Genade gevonden bij God.
En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Heer God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als Koning over het huis van Jaäcob heersen tot in eeuwigheid, en Zijn Koningschap zal geen einde nemen”.
Nadat zij tegensputterde met de woorden:
Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb?”, verzekerde de engel Gabriël haar dat hij/zij een goede bron was en “kwam de Heilige Geest over haar en werd zij overschaduwd door de Kracht van de Allerhoogste”.
Zij leefde in ascetische maagdelijke omstandigheden en vervolgde ook tijdens de actieve jaren van haar zoon, onze Heer Jezus Christus, haar leven op de achtergrond. Ook vóór en ná Pinksteren was zij het stilzwijgend middelpunt van het christelijk leven in de navolging van Christus, in het op zich nemen van Zijn Kruis, Zijn juk en in het volgen van Hem op de weg van de Blijde Boodschap, die Hij verkondigd heeft.
Eén van de deugden die het meeste past bij de leerlingen van Christus is wel ‘de nederigheid‘, welke gepraktiseerd werd in gemeenschap.
De nederigheid is geen bijkomstig aspect van het geestelijk leven van de christen:
de natuur van de mens is nederig en het is God die haar verheft tot zijn eigen heerlijkheid.
De nederigheid is geen negatieve waarde, zij is :
De wortel van de mens in de aarde geplant;
haar/zijn vruchten klimmen op voor de Heer van de grootheid
’.
Door nederig te blijven, ook in de aardse werkelijkheid waarin
de mens z’n leven indeelt, kan de christen in relatie treden met de Heer:
De nederige is nederig, maar haar/zijn hart verheft zich tot hemelse hoogten.
De ogen in haar/zijn gelaat beschouwen de aarde en
de ogen van haar/zijn geest de hemelse hoogte
’.
In de vroeg-christelijke Kerk beogen de volgelingen van Christus zich in een heldere ascetische en geestelijke dimensie:
Het Geloof is er de basis, de grondslag van;
Het maakt van de mens een tempel waar Christus Zelf woont.
Het Geloof maakt daardoor een oprechte liefde mogelijk, die
zich uitdrukt in de liefde jegens God en jegens de naaste.
Een ander belangrijk aspect van het vroege Christendom is het vasten,
welke door haar/hem in een brede zin wordt verstaan.
Het spreekt vanzelfsprekend over het vasten wat het voedsel aangaat als
van een noodzakelijke praktijk om liefdevol en maagdelijk te kunnen zijn;
over het zich onthouden van ijdele of afschuwelijke woorden,
over het zich weerhouden van de toorn,
over het zich ontzeggen van het eigendom van goederen met het oog op het dienstwerk,
over het zich ontzeggen van de slaap om zich aan het gebed te wijden.
Op deze wijze hebben de apostelen met in hun midden de Theotokos, de Moeder Gods, zich vanaf den beginne als voorbeeld gesteld voor de uit hun voortvloeiende Kerk, het Lichaam van Christus.
Het is derhalve niet vreemd dat onze jongeren -zich ‘dìt’ realiserend- zich verbazen en verontwaardigd toezien op de ontwikkelingen, die de Kerk in de loop der eeuwen heeft voortgebracht. Zij zijn niet zo zeer negatief gestemd op datgene wat de Kerk heeft – naar wat zij allemaal bezit, maar zij herkennen zich ‘niet langer’ in datgene wat de Kerk met de mond belijdt.
Nadat de Kerk alle tijd, al haar energie en al haar onroerend goed dat zij heeft kunnen missen verbruikt heeft, zal zij weer tijd dienen uit te trekken om tot zichzelf te komen, zodat zij weer kan putten uit de onnoembare Schat, Die tot haar beschikking staat.

Apostelen Petrus & Paulus, icoon I.M. Karakallou, Athos.

Deze opofferende Liefde zal een grotere beloning opleveren, dan Die waar zij ooit van gedroomd heeft. Zelfs haar Apostelen Petrus& Paulus, op wie de Kerk gebouwd is, verhalen van een moment in hun leven waarop zij zich begonnen af te vragen of alle op-offeringen, die zij zich getroost had, het wèl waard waren.
Na veel afzondering en gebed kon Petrus het antwoord herinneren: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?Matth.19: 27. Hij herinnert zich daarop dat Onze Heer en Verlosser dit antwoord gaf: “ Voorwaar, Ik zeg u, jullie, die Mij gevolgd zijn, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de Troon van Zijn Heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël [de Kerk] te richten. En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn naam, zal vele malen méér terugontvangen en het eeuwige leven erven. Maar véle éersten zullen de laatsten zijn, en véle láátsten de éerstenMatth.19: 28-30.
Het gaat hier in dit Christelijk antwoord om de gehechtheid aan de wereld, welke de spelleiders [de priesters] en hun hiërarchische structuur dienen ‘lòs’ te laten.
Want het Koninkrijk der Hemelen is gelijk aan een Heer van het Huis, die ’s-morgens vroeg arbeiders voor Zijn wijngaard ging huren. Toen Hij het met de arbeiders ééns geworden was voor slechts één schelling per dag [het minimum loon] zond hij hen in Zijn [Goddelijke] wijngaardMatth.20: 1,2.
Wanneer de mens, zowel clerus als leken zichzelf weggeven aan God en aan de anderen, zal God dit offer noteren in de Hemelse kanalen. De beloning die Hij dàn over ons zal uitstorten, zal zó overvloedig zijn, dat wij ons allen – inclusief onze jongeren – zullen verwonderen over de overvloed in ons leven. Wij zullen merken dat de gehele wereld uitbreekt in spontane uitbarstingen  van aanbidding.
In de Blijde Boodschap staat dat het Volk Israël [de Kerk] al snel na de bevrijding uit Egypte de oase Elim bereikte, in het middelpunt van de woestijn was er schaduw en vers water.

Maria van Egypte en de beker van het Heil

Israël [de Kerk] ontvangt dáár verkwikking. Ook Maria van Egypte vond dáár eveneens haar verlossing, nadat zij van de hieromonnik Zosimas de gaven uit de kelk ontvangen had.
Wij zoeken als Kerk verkwikking in de Blijde Boodschap, het Woord van onze Heer en Zaligmaker Jezus Christus.  Nu is Hij, vanuit de Vader en de Heilige Geest onze bron alwaar wij allen uit mogen putten.
De slotzegen aan de Kerk is geen ‘zegenbede’ het is niet minder dan een vrome wens; het is een Genadegave van God aan de Christelijke Gemeenschap geschonken:
Dat Christus, [Die opgestaan is uit de doden], onze waarachtige God, Zich over ons ontfermen en ons redden:
– door de Kracht van het kostbare en levendmakende Kruis;
– door de gebeden van Zijn al-onbevlekte Moeder Gods;
– door de bijstand van de roemrijke, Hemelse Krachten van de engelen;
– door de smeekbeden van de eerbiedwaardige, roemrijke Profeet, Voorloper en Doper Johannes;
– van de heilige, roemrijke, alom-geëerde Apostelen;
– van de heilige, roemrijke overwinning-dragende Martelaren;
– van de eerbiedwaardige, Christus-dragende Vaderen;
– van onze Vader onder de Heiligen, [Johannes Chrysostomos, Basilios de grote of
Gregorius de Grote (voorafgewijde gaven) en Jacobus, de broeder des Heren], wiens
Liturgie wij mogen vieren;
– van de Heilige, die wij op die dag herdenken en van alle Heiligen:
want God is goed en heeft de mensen lief
”.

Constantine, the Great, as Leper, assures the mothers asking mercy on their sons, fresco by Petrus Agricola

Elke eredienst is immers ‘in wezen’ Liturgie omdat ze wordt uitgevoerd door
het gelovige Volk dat daarvoor God als Liturg [spelleider van de eredienst] heeft.
Gezegend is het Koninkrijk van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest,
nu, altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen
”.
Toen het Volk het water doorgegaan waren als over vaste grond en ontkwamen aan de slechtheid van Egypte, riepen de Israëlieten [de gelovigen van de Kerk] in grote vreugde uit: “Laat ons zingen voor onze Bevrijder en onze God.
Onze mond willen wij openen en vervuld van de Geest zingen; vol blijdschap willen wij U verheerlijken en verheugd Uw wonderen verkondigen.
Het gewelf van de Hemelen hebt U geschapen Heer, en de Kerk heeft U gegrondvest; doe ook ons verstaan in Uw Liefde, want ons diepst menselijk verlangen is slechts op U gericht, Sterkte van de gelovigen, alleen op U de  Menslievende gericht“.

Uit Meneon tn.4   –   24 Maart:
Het verborgen Mysterie, dat zelfs door de Engelen niet gekend was,
wordt toevertrouwd aan de aartsengel Gabriël.
Nu komt hij tot u, alleen ongerepte duif, terugroeping van het mensengeslacht.
Hij zal u, alheilige, ‘het verheug u’ toeroepen;
maak u gereed om op dàt woord,
het Woord van God in uw schoot te ontvangen”.

Theotokion tn.4.   –   24 Maart:
“    De Moeder Gods hoorde een stem die zij niet kende,
toen de aartsengel tot haar de woorden van de Blijde Boodschap sprak.
In Geloof heeft zij dit Heil aanvaard en U ontvangen, Die God zijt voor alle eeuwen.
Daarom roepen ook wij vol vreugde tot U:
God, Die in haar vlees geworden zijt, zonder verandering te ondergaan,
schenk de Vrede aan de wereld en aan onze zielen grote Barmhartigheid”.

bij Heer ik roep … tn.6  –  25 Maart:
Wanneer God het wil, dan wordt de orde der natuur overwonnen,
zo sprak de Onlichamelijke,
en dàn wordt volbracht wat bóven de macht der mensen gaat.
Vertrouw op mijn ware woorden, Al-Heilige en Onberispelijke.
Toen riep deze: Mij geschiede nu volgens uw woord;
ik zal Hem baren Die niet in het vlees is,
doch uit mij vlees wil aannemen, als de enige Almachtige,
om de mensen omhoog te voeren tot hun oorspronkelijke waardigheid,
door de god-mensheid
”.

eer… nu en …

tn.6
Heden werd de Aartsengel Gabriël gezonden om aan de ontvangenis te verkondigen.
Aangekomen in Nazareth dacht hij vol verbazing na over het wonder
hoe Hij, de Onvatbare uit den hoge, uit een Maagd geboren wordt.
Hij, Die de Hemel tot troon en de aarde als voetbank heeft,
treedt binnen in de schoot van een vrouw.
Hij tot Wie de zesvleugeligen hun ogen niet durven op te heffen,
wil door een enkel woord het vlees aannemen uit haar !
Het Woord Gods Zelf is aanwezig.
Daarom sta ik hier en zeg tot de Maagd:
Verheug u, Hoog-begenadigde, de Heer is met u !
Verheug u, onschuldige Maagd.
Verheug u, nooit gehuwde bruid.
Verheug u, Moeder van het Leven,
want gezegend is de Vrucht van uw schoot”.

Apolytikion tn.4      –     25 Maart:
Heden  is de aanvang van onze Verlossing,
en van de openbaring van het Mysterie
dat sinds alle eeuwen verborgen was;
want de Zoon van God
is de Zoon van de Maagd geworden
en Gabriël verkondigt de Blijde Boodschap der Genade.
Laat ons daarom met hem tot de Moeder Gods roepen:
‘ Verheug u, Hoog-begenadigde, de Heer is met u !’“.

Kondakion tn.8.
Tot u de Aanvoerster, die voor ons strijd,
en die ons van  rampspoed hebt bevrijd,
zingen wij, dank- en zegen-hymnen, Moeder Gods.
Gij die onoverwinnelijke macht bezit,
bevrijdt ons uit alle gevaren.
En wij roepen u:
‘verheug u, ongehuwde bruid !’”.