Orthodoxie & hoe je als christen kunt overleven

      Te dien tijde, toen Onze Heer vernam dat Johannes [de Doper] gevangene genomen was, vertrok Hij van Galiliea.
Christus verliet Nazareth en ging wonen te Kapharnaum, aan de zee, in het gebied van Zebulon en Naftali, opdat vervuld zou worden het woord, door de profeet Isaiah gesproken, toen deze zei:
              Het land Zebulon en het land Naftali, aan de zeeweg, over de Jordaan, Galilea der heidenen:  het volk, dat in duisternis gezeten is, heeft een groot licht gezien, en voor hen, die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods, is een licht opgegaan.
              Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen:
Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
Toen Hij nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt en Andreas, diens broeder, een net in zee werpen; want zij waren vissers.
              En Hij zei tot hen: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken. Terstond lieten zij hun netten liggen en volgden HemMatth.4: 12-20.

      Aan een ieder onzer afzonderlijk is de Genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt. Daarom heet het: ‘opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mee, gaven gaf Hij aan de mensen.Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten?
       Hij, Die neergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen. En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraren, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het Lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid van het Geloof en van de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom van de volheid van Christus  Eph.4: 7-13

In mijn beproeving riep ik om hulp tot de Heer; ik riep luid tot mijn God.
Vanuit Zijn heilige Tempel hoorde Hij mijn stem; mijn geween voor Zijn aanschijn bereikte Zijn  oren.
Toen wankelde bevend de aarde, de grondvesten der bergen werden geschokt.
Zij beefden, omdat God tegen hen toornde; rook steeg op van Zijn gramschap.
Vuur vlamde op van Zijn aanschijn: een brandende vuurgloed ging van Hem uit.
Hij boog de hemelen neer om af te dalen; er was duisternis onder Zijn voeten.
Hij besteeg de Cherubijnen en vloog, Hij vloog op de vleugels van de wind.
Hij maakte duisternis tot Zijn schuilplaats; onweerswolken tot een tent om Zich heen.
Maar voor de stralende gloed van Zijn aangezicht barstten de wolken uiteen, met hagel en vlammend vuur. De Heer deed het donderen uit de hemel, de Allerhoogste liet Zijn stem weerklinken. Hij schoot Zijn schichten af en verstrooide hen; talloze bliksems om hen te verwarren. Toen werden zichtbaar de bronnen der wateren, de grondvesten der aarde werden blootgelegdPsalm 17: 6-17, vert. ROK, ’s-Gravenhage.

De Duits monnik-theoloog Karl Rahner [Jezuïet, 1904-1984] heeft eens gezegd:
Der Mensch ist die Frage, auf die es keine Antwort gibt’.
Dat is een uitspraak die het voor ons ‘armen van geest‘ eigenlijk onmogelijk maakt om ook maar iets te zeggen over het wezen en de bestemming van de mens op de aarde.  
Niettemin probeer ik onafgebroken een antwoord te vinden op de vraag naar het menszijn.
We doen dat vanuit het Woord van God; de Blijde Boodschap. Dit is weliswaar geen handboek voor antropologie [de leer van de mens], maar geeft intussen toch wel heel duidelijk antwoord op de vraag naar het wezen en de zin van het mens-zijn. Worden wie je werkelijk bent, beeld naar God’s gelijkenis, zelfontplooiing – het hoogste geluk, wie wil dat niet?
Hoe doe je dat? Je kunt handvatten zoeken in zelfhulpgroepen en
bijbehorende lectuur, maar hoever kom je daarmee?
Indien je in God gelooft onderken je dat je een sociaal, religieus georiënteerd wezen bent. Je onderkent dat je een Vader in de Hemelen hebt en dat je pas echt mens wordt in en door je relaties met anderen, zoals Christus ons heeft geleerd.
Zelf waren we daar nimmer achtergekomen, indien je niet verder kijkt dan alleen jezelf
– met name jezelf opzij zetten, je kruis opnemen, het kan ontzettend bevrijdend werken. Een meer inhoudelijke omschrijving zou kunnen zijn dat het christendom de religie is van mensen die geïnspireerd worden door gedachten uit de Blijde Boodschap, het leven van Jezus Christus en Zijn sociale ethiek, die opkomt voor lijdende mensen.  Maar deze omschrijving wordt -zoals wij om ons heen zien- niet algemeen aanvaard.

kruisje bij het Mysterie van de doop

Je kruis opnemen
Alle geneesheren  stemmen met Hippocrates in, dat de vrolijkheid altijd een krachtig behoedmiddel is voor de gezondheid en niet zelden een geneesmiddel voor de ziekten.

– de echtgenote van Socrates, Xanthippe [Gr. “Blonde Merrie”, ouderen onder ons kennen daar nog een gezellig liedje van], behoort niet bepaald onder de tegenstanders van de emancipatie van de vrouw.
Reeds vóór haar huwelijk stond zij bekend als iemand, die alle eigenschappen bezat, om het haar echtgenoot zo moeilijk mogelijk te maken.
                   Dit schijnt Socrates heel goed geweten te hebben: immers gaf hij eens aan z’n leerling Anthithenes [ca. 445-365 v.Chr], die hem vroeg waarom hij zo’n furie als levensgezel had genomen, ten antwoord: “Ik heb haar als vrouw genomen, om er zeker van te zijn, dat, als ik mèt ‘háár’ goed zou kunnen huishouden, ik ongetwijfeld met allerlei soorten mensen goed zou kunnen omgaan”.
— Op zekere dag, had de wijsgeer enige van zijn vrienden bij zich thuis uitgenodigd, om een paar aangename uurtjes door te brengen. Of het een aangenaam en gelegen tijdstip was weet ik niet; maar zijn vrouw ging die dag zo vreselijk te keer, dat de goede man het raadzaam achtte met zijn gasten een luchtje te gaan scheppen; met het ogenblik dat hij met z’n gezelschap de deur uitgaat, werpt Xanthippe boven uit het raam hem een kunstmatige waterval op het hoofd.
Socrates lachte en sprak tot zijn vrienden: “ Ik had wel gedacht, dat het ná zo’n donderbui wel zou gaan regenen”.

De Hemelen opende Zich en de stem van de Vader sprak

De Heilige Geest, Welke wij met de doop ontvangen hebben, getuigt dat wij kinderen van God zijn; wij zijn zonen en dochters van God, die door de Geest geleid worden. Wij zijn door God niet geaccepteerd om in een geest van slavernij bevreesd door het leven te gaan. ☦️  Wij delen door ons kruis op te nemen in Christus lijden met de Verheerlijking, de Verrijzenis in het vooruitzicht, de Opstanding voor ogen. God wil niet dat wij ons afvragen hoe wij er bij Hem voor staan. De innerlijke getuigenis van de Heilige Geest is een Mysterie [een wonder]; we kunnen dàt niet verklaren of beschrijven, maar er wel degelijk van getuigen dat het waarachtig is.
Wanneer mensen tegen ons zeggen: ‘Ik weet niet of ik wel christen ben, Ik denk dat ik het misschien wel ben, ik hoop het’ – dan stemt mij dat bedroefd, ik begin me dan  ernstig zorgen te maken.
De Blijde Boodschap stelt namelijk heel duidelijk dat de Heer werkelijkheid voor je wordt wanneer je je hart aan Hem geeft en dat je weet dat je aan Hem toebehoort: “  Hij nu, die ons met u bevestigt in de Gezalfde en ons heeft gezalfd, is God, Die ook [door de Heilige Geest] Zijn zegel op ons gedrukt en de Geest tot onderpand in onze harten gegeven heeft” en
vervolgens stelt de apostel:
– Wij getuigen, die werken vanuit de Kerk – :
“ Wij voeren ‘geen heerschappij‘ over uw Geloof;
neen, wij zijn medewerkers aan ‘uw blijdschap‘, want
door het Geloof
[in Christus] staat gij vast . . . . .” 2Cor.1: 21-24.
De Heilige Geest woont in je hart en fluistert telkenmale: “ Vertrouw er maar op — je bent ledemaat van God’s gezin, “je bent Zijn kind en mag op Hem vertrouwen, dat alles goed komt”.

Het getuigenis van de Heilige Geest laat zien hoe God de mensen in Christus liefheeft — niet als een statistisch gegeven van het CBS [Centraal bureau Statistiek, die momenteel verklaart dat wij in de Lage Landen tot een van de gelukkigste landen van de wereld behoren], maar als individuele mensen die meetellen in het Hemels Koninkrijk.
God wil niet dat wij beschroomd of angstig zijn, dat wij leven onder de voortdurende dreiging van de verdoemenis. Hij wil dat wij ons bewust zijn van de Genadegaven, Die Hij ons onophoudelijk doet toekomen en dat wij ons veilig weten in Zijn Liefde.

de benodigde eigenschappen
Wat is er nodig om de Wil van God, de Vader te doen?

de moed om je aan te sluiten, Paulus

Allereerst is het nodig de moed op te brengen om je bewust aan te sluiten en je bewust verbonden te weten bij een christelijke gemeenschap, een gezin welke door de wereld verkeerd begrepen wordt, sterker nog verafschuwd wordt.
Er is discipline en uithoudingsvermogen nodig om aan de opdrachten, die God ons voor ogen houdt en voor ons als Zijn kinderen heeft opgesteld, te voldoen.
Er is inzicht nodig en hoe dit zich verder dient te ontwikkelen om bepaalde onvermijdelijke problemen te overwinnen en te zien wàt God hiermee in het leven van Zijn kinderen ontwikkelt, voortdurend laat ontstaan, schept.
Er is een onnoemlijk uithoudingsvermogen en een incasseringsvermogen nodig om je broeders en zusters trouw te blijven, zeker wanneer het zoveel gemakkelijker is om je eigen weg te gaan.
♥︎ En ‘last-but-not-least’ is er Liefde nodig om het zaakje, God’s gezin bij elkaar te houden en anderen te blijven uitnodigen erbij te komen — kwetsbare, gevoelige, maar onverzettelijke, opofferende, heel ver gaande – haast niet op te brengen Liefde. En Mysterie op Mysterie [wonder boven wonder], dat is nu precies datgene wat Christus ons in Zijn Persoonlijkheid aanbiedt – Hij vraagt ons Hem daarin te volgen.
De Apostel zegt:
      Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het 
beeld van Zijn Zoon, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broeds [en zusters]; en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijktRom.8: 29,30.
God heeft ons voorbestemd van de moederschoot af, ja zelfs al van vóór wij geboren waren; Hij heeft ons innerlijke eigenschappen meegegeven, zoals die van hun oudere broeder, Jezus Christus. God doet dat door de werken van de Heilige Geest, Die Zijn vertegenwoordiger is in onze harten:
      Telkens wanneer iemand zich tot de Heer bekeerd heeft, wordt de bedekking [wereldse gerichtheid] weggenomen. De Heer nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid.
En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking [wereldse gerichtheid] meer is, de Heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van Heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Heer, Die Geest is2Cor.3: 16-18.

♨︎           God schrijft via de Heilige Geest de karaktereigenschappen eigen aan onze Heer, Jezus Christus, Zijn Zoon op in ons hart:
          De Vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersingGal.5: 22.
            Nadat Christus ons geroepen heeft, de Vader ons als Zijn kind geadopteerd heeft, nodigt God ons via Zijn geest in ons hart uit om onze erfenis op te eisen, dezelfde schitterende Beloning, en Overwinning [op ons mens zijn] die onze Heer en Verlosser heeft opgeëist na Zijn Opstanding.
Ons leven en de manier waarop wij ermee omgaan valt dus linea recta samen met de gelijkenis van de Verloren zoon, die zijn erfenis opeiste, het gevecht met de wereld aanging en bij Zijn Hemels vader terugkeerde.
Onze Heer kijkt ernaar uit de erfenis met ons te delen en verwacht dat wij daartoe de wereld en al haar tekortkomingen de rug toekeren.
— Eet daarom van Zijn Brood, proef [ruik] niet alleen het eten, maar
ook de menselijke onverdraagzaamheid, fijnslijperij en schijnheiligheid van jezelf, etend proef je het geheimenis van de vergeving, dat ‘in het al’, in de Ene, in God is.
— drinken uit de beker of [drink-]kelk [Hebr.’kos’
כוס]: “ De Heer is mijn erfdeel, mijn deel van de kelk: Gij toch hebt mij hersteld in mijn erfdeel. Het meetsnoer viel voor mij in het vruchtbaarste land; als erfdeel kreeg ik het bestePsalm 15[16]: 5,6.
— vervolgens mogen wij ons verheugen, want Christus was bereid de beker van Gods toorn tot de laatste druppel voor ons leeg te drinken:
    Hij knielde neer en bad deze woorden: ‘Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet mijn wil, maar Uw Wil geschiede!’Luc.22: 42.
Zijn bittere beker werd voor ons tot zegenrijke en troostvolle ‘heilsbeker!’, waarop de Opstanding voor ons mogelijk werd gemaakt. Gods beker brengt zegen en heil voor de rechtvaardigen, maar vloek en oordeel voor de goddelozen.
Het Koninkrijk der Hemelen betreft twee elementaire dingen:
1.]. Gods verlangen om ons genezing, vrede, overwinning en verlossing te brengen.
2.]. onze overgave aan de wil van God.
Wij mensen vinden het heel moeilijk te geloven dat de overwinning ligt in overgave, maar dat is het principe van hoe je als christen kunt overleven tot in het Hemels Koninkrijk.