Orthodoxie – sexualiteit & de menselijke veroordeling

        Het voedsel is voor de maag en de maag voor het voedsel, en God zal zowel het een als het ander teniet doen. Maar het lichaam is niet voor de ontucht, doch voor de Heer, en de Heer voor het lichaam. God heeft niet alleen de Heer opgewekt, maar zal ook ons opwekken door Zijn Kracht.
Weten jullie niet, dat jullie lichamen leden van Christus zijn?
Zal ik dan leden van Christus wegnemen om er leden van een ontuchtige [een prostituee, hoer] van te maken? Volstrekt niet!
Of weten jullie niet, dat wie zich aan een ontuchtige hecht, een lichaam [met hem/haar] is?
Want, zegt Hij, die twee zullen tot een vlees zijn 
Maar die zich aan de Heer hecht, is een geest [met Hem].
                                    Ontvlucht de hoererij.
Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn eigen lichaam om. Maar door hoererij bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam.
Of weten jullie niet, dat je lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u woont,
Die gij van God ontvangen hebt, en dat je niet van jezelf bent?
Want jullie zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met jullie lichaam1Cor.6: 13-20

heerser over het ontbijt

      Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen? God is het, Die rechtvaardigt; wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand  Gods is, Die ook voor ons pleit.
Wie zal ons scheiden van de Liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard?
Gelijk geschreven staat:
‘Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen. 
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehadRom 8: 34-37.

Je kunt als gelovige toch niet voor waar beschouwen, dat God vrouwen/meisjes tot een bepaalde leefwijze aanstelt, waardoor mannen/jongens aan hun trekken zouden kunnen komen.
Zou God het menselijk lichaam daarvoor zo hebben geschapen? Wat is de achtergrond, de reden waarom veel meisjes en vrouwen in de prostitutie terecht komen? Hoeveel zouden er werkelijk vrijwillig prostituee zijn?
Hoe minderwaardig en gebruikt zouden veel van dit soort meisjes zich voelen?!
Zou God een mens een lichaam geven om er zo liefdeloos mee om te gaan?!
Dat er in de Blijde Boodschap over gesproken word, staat er niet om maar op te volgen, maar ter waarschuwing en het wordt ook veroordeeld.
Jezus had maar één doel in Zijn aardse bestaan:
zondaars te bevrijden van hun zonden en uit hun onmenselijke leven’.

H. Maria van Egypte, vlucht na haar diep getroffen bekering bij de Kerkdeur de woestijn in om daar een ascetisch leven te gaan leiden.

       Zo wordt ons ook voorgehouden met de levensgeschiedenis van Maria van Egypte;
       zij dompelde zich onder in berouw nadat zij te Jeruzalem door de Heer geroepen werd
       haar leven geheel om te gooien en zij vertrok naar de woestijn en
       door een leven van vasten en gebed kwam zij weer in het rechte spoor.

      Jezus begaf Zich naar de Olijfberg [om er ’s-nachts te bidden]. En ’s-morgens vroeg was Hij weer aanwezig in de tempel en al het volk kwam tot Hem en Hij zette Zich neer en leerde hen.
En de schriftgeleerden en de Farizeeën brachten een vrouw, op overspel betrapt, en zij stelden haar in het midden en zeiden tot Hem:
      Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt bij het plegen van overspel;
        en in de wet heeft Mozes ons bevolen zulken te stenigen;
        Gij dan, wat zegt Gij?
En dit zeiden zij om Hem in verzoeking te brengen, opdat zij iets hadden om Hem aan te klagen. Maar Jezus bukte neder en schreef met de vinger op de grondJohn.8: 1-6.  Wat zou Christus daar geschreven hebben?

Paulus reageert vandaag als eerste:
Weet je niet dat jouw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik daarom de leden van Christus nemen en hen tot een prostituee maken?
Nooit! Weet je niet dat hij die zich bij een prostituee voegt, één lichaam met haar wordt? Want, zoals er staat geschreven: “De twee zullen één worden
”.
Ons menselijk lichaam is niet bedoeld voor immoraliteit, maar voor de Heer en de Heer voor het lichaam . . ., daarmee wordt aangeven dat het seksuele karakter van menselijke personen een ‘positieve‘ rol speelt in de menselijke spiritualiteit.
Zoals al de menselijke aangelegenheden dient ongerijmde seksualiteit net als andere mistoestanden door God te worden bestraft maar dient door de Heilige Geest geïnspireerd te worden, d.w.z. gebruikt te worden voor de doeleinden die God hiermee heeft bedoeld.
En nèt zoals alle menselijke aangelegenheden misbruikt worden, kan seksualiteit door misbruik worden verdraaid en gecorrumpeerd en instrument van de zonde worden in plaats van het middel om God te verheerlijken en zichzelf te verheffen, zoals God ons gemaakt heeft naar Zijn Beeld en overeenkomstig gelijkenis aan Hem.
Daarmee wordt duidelijk gemaak dat sexualiteit niet veroordeeld wordt maar het misbruik ter egoïstische bevrediging van de mens zelf.
De leer van de apostel Paulus over seksualiteit is analoog aan zijn leer over eten en drinken en alle lichamelijke behoeften.
Lichamelijke behoeften zijn door God aan de mens gegeven om spirituele redenen, teneinde te worden gebruikt voor Zijn Glorie; op zichzelf zijn ze heilig en puur.
Wanneer ze worden misbruikt of aanbeden als een doel op zichzelf, worden ze het instrument van zonde en dood. Teveel eten is -zoals wij maar al te goed weten- niet goed voor ons; je overgeven aan ongerijmde drankgebruik is vernietigend en sexualiteit kan op dezelfde wijze misbruikt en verdraaid worden. De apostel zegt specifiek dat alle seksuele perversies als hun directe oorzaak de rebellie van de mens tegen God hebben.

Daarom gebied God ons de lust van ons hart, welke hunkert naar onreinheid, naar het onteren van onze lichamen onder elkaar, af te wijzen, omdat dit de waarheid over God inruilt tegen een leugen en het schepsel aanbeden wordt in plaats van de Schepper, Die voor altijd gezegend is. 

God heeft de mens vrij geschapen, de mens maakt zèlf zijn/haar afwegingen en kan zich als zodanig overgeven aan oneerbare passies.
Mannen zijn eveneens in staat de natuurlijke relaties met vrouwen op te geven en te worden verteerd met passie voor elkaar en de vrouwen onder de mensen kunnen hun natuurlijke relaties uitwisselen voor onnatuurlijke relaties, mannen zijn eveneens in staat hun sexualiteit tot in uiterste door te voeren en schaamteloze handelingen aangaan met mannen en daardoor zichzelf in eigen  persoon verheerlijken en zich aan elkaar te buiten te gaan.

Paulus opnieuw:
      Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. Zij immers hadden de waarheid van God vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen. Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten, want hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. Eveneens hebben de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkander ontbrand, als mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende en daardoor het welverdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende. En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt:
‘vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid; oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen [= verwaand, laatdunkend, hoogmoedig, trots zijn], overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam; onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid.
Immers, hoewel zij de rechtseis van God kenden, namelijk, dat zij, die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen, doen zij ze niet alleen zelf, maar schenken ook nog hun bijval aan wie ze bedrijvenRom.1: 24-32.
En in het 1e Verbond was reeds bekend:
      Een man, die echtbreuk pleegt met iemands vrouw, echtbreuk pleegt met de vrouw van zijn naaste, zal zeker ter dood gebracht worden; zowel de overspeler als de overspeelster.
       Een man die gemeenschap heeft met de vrouw van zijn vader, de schaamte van zijn vader heeft hij ontbloot; beiden zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.
       Een man die gemeenschap heeft met zijn schoondochter; beiden zullen zeker ter dood gebracht worden, schandelijke ontucht hebben zij bedreven, hun bloedschuld is op hen.
       Een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijk geslacht, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw, of beiden hebben een gruwel gedaan, zij zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.
       Een man die een vrouw en ook haar moeder neemt [bloedschande is het] met vuur zal men hem en haar verbranden, opdat er geen bloedschande in uw midden zij.
       Een man die met een dier gemeenschap heeft, zal zeker ter dood gebracht worden; het dier zal men afmaken.
       Een vrouw die tot enig dier nadert, opdat het met haar gemeenschap zal hebben, de vrouw en het dier zult gij doden, zij zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen“ Lev.20: 10-16.
Aangezien deze tekst in de oude tijd werd geschreven en mannen slechts een positie bekleden en op gedrag aangesproken werden, de vrouw nog ondergeschikt werd bevonden, kunnen we in het bovenstaande in onze geëmancipeerde tijd in bovenstaande tekst ook vrouw lezen i.p.v. man.

Door deze leer te volgen, terwijl ze hopen op de Genadegaven van God en de Vergeving van Christus voor alle zondaars, zijn de Schriften in het Nieuwe Testament nog strikter in hun eisen met betrekking tot seksuele reinheid.

“Wat de apostel Johannes heeft gezien en gehoord: het Woord dat leven is, verkondigt hij ook aan ons opdat wij met Hem verbonden zijn in de Vader en zijn Zoon Jezus Christus”

      Doch toen zij Hem bleven vragen, richtte Hij Zich op en zei tot hen: ‘Wie van u zonder zonde is, dient het eerst een steen naar haar te werpen. En weer bukte Hij neer en schreef op de grond.
Maar toen zij dit hoorden, gingen zij een voor een weg, te beginnen bij de oudsten, en zij lieten Jezus alleen en de vrouw in het midden.
En Jezus richtte Zich op en zei tot haar: ‘Vrouw, waar zijn zij? Heeft niemand u veroordeeld?’.
       En zij zei: ‘Niemand, Heer.
       En Jezus zei: ‘Ook Ik
[Zoon van God en voorbeeld van Liefde onder de mensen] veroordeel u niet. Ga heen, zondig van nu af niet meer!John.8: 7-11.
En de berouwvolle vrouw waste met haar haren Zijn voeten uit dankbaarheidLuc.7: 36-50.
En vervolgens gaf Christus op de Berg in Zijn rede het volgende mee: “Je hebt gehoord dat er werd gezegd: “Je zult geen overspel plegen.” Maar ik zeg je dat iedereen die wellustig naar een vrouw kijkt al overspel met haar in zijn hart heeft gepleegd. Als je rechteroog je tot zonde maakt, trek het dan weg en gooi het weg; het is beter dat je een van je leden verliest dan dat je hele lichaam in de hel gaatMatth.5: 27-28;
er werd tevens gezegd: “    Degene die van zijn vrouw scheidt, laat hem een echtscheidingsbrief geven. Maar ik zeg u dat een ieder die zijn vrouw verlaat, behalve op grond van onkuisheid, haar een overspelige vrouw maakt; en wie met een gescheiden vrouw trouwt pleegt overspelMatth.  19: 3-9.

De Apostel Paulus zegt onomwonden:
Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet beërven zullen?
Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapen-schenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters zullen het Koninkrijk Gods niet beërven
1Cor.6: 9-10; en:
      Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees – want deze staan tegenover elkander – zodat gij niet doet wat gij maar wenst.
Indien gij u echter door de Geest laat leiden, dan zijt gij niet onder de wet.
Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke, waarvoor ik u waarschuw, zoals ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven, het Koninkrijk Gods niet zullen beërvenGal 5: 17-21; en     Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen. Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, weest tevreden met wat jullie hebben. Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: ‘De Heer is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?Hebr.13: 4-6.

Dus, volgens de Openbaring van God, zijn seksuele relaties heilig en zuiver alleen binnen de gemeenschap van het huwelijk, met de ideale relatie die voor altijd tussen één man en één vrouw is. Degenen die niet getrouwd zijn en zij die kiezen door de wil [van God] om niet te trouwen, dienen zich als zodanig overeenkomstig hun keuze te onthouden van alle seksuele relaties, aangezien zulke relaties onmogelijk de functie kunnen vervullen die God in de schepping heeft gegeven aan de seksuele daad.

Bruiloft te Cana; عرس في قانا; Γάμος στην Κάνα; Wedding at Cana.

Dit betekent niet dat er geen seksueel kenmerk zal zijn voor het spirituele leven van de ongehuwde, want de ongehuwde man en de ongehuwde vrouw zullen nog steeds hun menselijkheid uitdrukken in mannelijke en vrouwelijke spirituele vormen. De deugden en vruchten van de Geest in elk, zoals bij degenen die getrouwd zijn, zijn identiek, maar de manier van hun incarnatie en expressie zal eigen zijn aan de specifieke seksuele vorm van hun gemeenschappelijke menselijkheid, evenals de individuele uniciteit van elke persoon.

In maagdelijke staat leven
De enige persoon die zijn of haar hele leven zonder dat man of vrouw leeft  zal als getuige tot maagdelijkheid wordt geroepen in deze wereld van het Koninkrijk van God waar “zij in de Opstanding niet huwen en zij niet ten huwelijk worden genomen, maar zij zijn als engelen in de hemelMatth.22: 30.
Het is om deze reden dat degenen die overeenkomstig een monastieke regel het leven doorbrengen, de “engelachtige gewoonte” op zich hebben genomen. Dit betekent niet dat ze ongeslachtelijk worden. Het betekent eerder dat ze God voortdurend dienen en prijzen als Zijn kinderen, die als het ware het universele gezin van God omvatten zonder zelf de leiders van families op deze aarde te zijn. Op deze manier drukken ze zichzelf uit als de vaders en moeders, broers en zussen van de hele mensheid in Christus, overeenkomstig het woord:
Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broeders?”.
En terwijl Christus Zijn handen uitstrekte naar Zijn volgelingen, zei hij:
Hier zijn mijn moeder en mijn broeders! Want wie de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moederMarc.3: 34-35.
      Word niet heftig [wees niet boos op] tegen een oude man, maar vermaan hem als een vader; doe het jonge mannen als broeders, oude vrouwen als moeders, jonge vrouwen als zusters, in alle reinheid. Houd als weduwen in ere, wie waarlijk weduwen zijn. Maar indien een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, laten zij dan eerst aan eigen familie godsvrucht tonen en aan het vorig geslacht vergelden wat zij hun te danken hebben, want dit is welgevallig aan God.
Een waarachtige weduwe dan, die alleen staat, heeft haar Hoop op God gevestigd en volhardt in haar smekingen en gebeden dag en nacht; doch zij, die een los[-bandig] leven leidt, is levend dood1Tim.5: 1-6.
Deze woorden zijn uiteraard bedoeld voor iedereen, getrouwd en ongehuwd, maar ze hebben ook duidelijk een speciale betekenis voor diegenen die, in hemelsnaam, het ongehuwde leven leiden.
Want zoals zij die getrouwd zijn, de taak hebben hun geestelijke leven te leiden met de zorgen van het gezin en binnen de context van haar behoeften en eisen, leeft de christen die alleenstaand is zijn of haar leven in Christus zonder deze voorwaarden. Ik zou willen dat alles was zoals ikzelf ben [d.w.z. ongehuwd] zo verklaart Paulus.
Maar eenieder heeft zijn eigen speciale geschenk van God, de een en de ander en de ander. . . .
– De ongehuwde man is bezorgd over de aangelegenheden van de Heer, hoe hij de Heer dient te  behagen, maar de getrouwde man maakt zich zorgen over wereldse zaken, hoe hij zijn echtgenote       dient te behagen en zijn belangen zijn verdeeld.
– En de ongetrouwde vrouw of het meisje is bezorgd over de aangelegenheden van de Heer, hoe heilig te zijn in lichaam en geest;
– maar de getrouwde vrouw is bezorgd over wereldse zaken, hoe haar man te behagen.
Ik zeg dit voor uw eigen voordeel, niet om u enige terughoudendheid te betrachten, maar om een ​​goede orde te bevorderen en uw onverdeelde toewijding aan de Heer veilig te stellen
1Cor.7:  34-35.
Daaruit volgt dat degene die trouwt. . . het goed doet; en wie zich van het huwelijk onthoudt, zal het beter doen verg.1Cor.7: 7-40.
Het onderwijs van Paulus maakt hier duidelijk:
Mensen kunnen God dienen en een spiritueel leven leiden, zowel in het huwelijk als in het leven als enkeling. En mensen kunnen ook in beide posities zondigen:
Doch iedereen heeft van God zijn bijzondere Genadegave ontvangen, de een deze, de ander die1Cor.7: 7.
De apostel Paulus geeft als standpunt te kennen, dat van degenen die alles ten opzichte van God zo perfect mogelijk willen doen, overeenkomstig de beslissing nemen -‘bewust of onbewust’- niet te trouwen “het ‘beter’ zullen doen”:
      Wie dus zijn jongedochter uithuwelijkt, doet wel en wie haar niet uithuwelijkt, doet beter. 
Een vrouw is gebonden, zolang haar man leeft; maar indien haar man is ontslapen, is zij vrij om te trouwen, met wie zij wil, mits in de Heer. Toch is zij naar mijn mening gelukkiger, indien zij blijft,  zoals zij is; en ik meen ook de Geest Gods te hebben1Cor.7: 38-40.
De spirituele Traditie van de Kerk is het duidelijk met de apostel eens.
Dit betekent niet dat het huwelijk op een of andere manier kleineert of wordt geminacht. Het wordt door God gegeven en is een Mysterie [sacrament] van de Kerk en zij die het verafschuwen om “spirituele redenen” dienen te worden geëxcommuniceerd vanuit de Kerk [Canonieke wetten van het Concilie van Gangra]. Het betekent alleen dat je, praktisch gezien, een grotere dienaar van God kunt zijn en perfecter een getuige van zijn oneindig Hemels Koninkrijk indien je alles in deze wereld opgeeft, alles verkoopt wat je hebt en Christus volgt in totale onthechting en armoede; en zowel innerlijk als uiterlijk als zodanig leeft.
Het idee echter dat één enkel persoon zich kan overgeven aan de dingen van deze wereld, inclusief zijn/haar seksualiteit en tòch – een dienaar van God in Christus – kan zijn, wordt totaal verworpen en veroordeeld.
Men kan het huwelijk in het lichaam alleen verlaten voor meer vrijheid van “angst voor wereldlijke zaken” om zich bezig te houden met “de aangelegenheden van de Heer“. . . door zowel heilig te zijn in lichaam en geest.
Alleen de persoon die “heilig is in lichaam zowel als geest” heeft met niemand seksuele relaties.

vasten en gebed, het verhaal van Hanna
Het gebed van Hanna betekende ‘een keerpunt in Israëls geschiedenis’, dè ‘geschiedenis van de Kerk’. Het sluit [sloot] een tijd van vernedering en anarchie af en opende de deur naar een tijd van Israëls grootheid [van de Kerk]. De Kerk wordt afgebroken teneinde te herleven, Hoe?
Door vasten en gebed, want zoals de Heer ons leert is de tegenstrever slechts door vasten en gebed uit te drijven.
En deze verandering voltrekt zich tijdens het leven van een mens, Samuël [mogelijk afgeleid van
שם האלוהים Shem Alohim, “Naam van God” of שמע אלוהים Sh’ma Alohim, “God werd gehoord“], de zoon van Hannah [ חנה channa “Genade van God” of “God heeft mij begenadigd” – Gr. Anna].

. . . . . ’God heeft ons verhoord, begenadigd’. . . . . ,
de profeet Samuël zou goed bij onze tijdsperiode passen, want, toen zijn moeder Hanna geen kinderen kon krijgen, heeft zij hem van God afgesmeekt zie,1Sam.1: 20. Blijf dus bidden en vasten, want de redding is nabij.
Het gebed wat je hebt en Christus, Die je daarbij volgt in totale onthechting en armoede; bezorgt je een zowel innerlijk als uiterlijk opleving en als zodanig zul je herleven. Dit kind Samuël werd na z’n geboorte, drie jaar en was van de moederborst af. Toen heeft Hanna hem naar het heiligdom gebracht, zoals zij God beloofd had. Het jongetje werd knecht en leerling van Eli.
Beroemd is het verhaal, hoe God voor het eerst het woord tot hem richt.

De tijdsperiode, te vergelijken met de onze.
        Zij rekenden niet met de Heer, noch met het recht van de priesters tegenover het volk. Telkens wanneer iemand een slachtoffer bracht, kwam, zodra men het vlees ging koken, de knecht van de priester, met een drietandige vork in zijn hand.
En stak die in de pot of in de pan of in de ketel of in de kookpot; al wat de vork naar boven bracht, nam de priester voor zich.
Zo behandelden zij alle Israëlieten, die daar te Silo kwamen.
Zelfs eer zij het vet in rook deden opgaan, kwam de knecht van de priester en zei tot de man die het slachtoffer bracht: ‘Geef de priester vlees om te braden, want gekookt vlees wil hij van u niet aannemen, alleen rauw’.
Als de man hem dan antwoordde: ‘Maar men moet het vet toch eerst in rook doen opgaan, neem dan voor u zoveel als uw hart begeert, dan zei hij tot hem:
    Terstond zult gij het geven, anders neem ik het met geweld.
Zo was de zonde van die jonge mannen zeer groot voor het aangezicht van de Heer, want de mensen gingen het offer des Heren gering achten
1Sam.2: 13-17.

Het beroemde vervolg van het verhaal
De jonge Samuël deed dienst in het heiligdom van de Heer onder het toeziend oog van Eli.
In die dagen was een woord van de Heer een zeldzaamheid en een visioen kwam niet vaak voor. Op zekere dag had Eli zich te slapen gelegd op zijn gewone plaats;
zijn ogen begonnen zwak te worden en hij kon niet meer zien.
De lamp van God was nog niet gedoofd en Samuël lag te slapen in het heiligdom van de Heer, waar de ark van God stond.
Toen riep de Heer: “Samuël!” Samuël antwoordde: “Hier ben ik”.
Hij liep haastig naar Eli en zei: “Hier ben ik. U hebt mij immers geroepen?”.
Maar Eli antwoordde: “Ik heb niet geroepen; ga maar weer slapen”.
En hij ging weer terug en legde zich te slapen.
Toen riep de Heer opnieuw: “Samuël!”. Samuël stond op, ging naar Eli en zei: “Hier ben ik.
U hebt mij immers geroepen?”. Eli antwoordde: “Ik heb niet geroepen, mijn jongen; ga maar weer slapen”.

Samuël kende de Heer nog niet; een woord van de Heer was hem nog nooit geopenbaard.
En voor de derde keer riep de Heer Samuël. Samuël stond op, ging naar Eli en zei: “Hier ben ik. U hebt mij immers geroepen?”.
Toen besefte Eli dat het de Heer was die de jongen riep. En hij zei tegen Samuël: “Ga maar weer slapen.
En mocht Hij je roepen, dan moet je zeggen: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’”.

Samuël ging dus weer op zijn gewone plaats slapen.
Toen kwam de Heer bij hem staan en riep evenals de vorige keren: “Samuël! Samuël!”.
En Samuël antwoordde: “Spreek, uw dienaar luistert”“.
Eenmaal groot geworden werd Samuël Gerechtsdienaar, Richter van God, hij gaf de juiste richting aan.
Dàt waren nog eens gezagsdragers, die leiding gaven aan een stam van Israël [de Kerk].
Samuël behoort als opvolger van de profeet Eli tot de zogeheten vroege profeten.
In zijn tijd ging het volk over op de monarchie, het koningschap.
De eerste koning heette Saul en deze werd door Samuel gewijd.
Toen Saul bij God in ongenade was gevallen, wees hij de jonge David als zijn opvolger aan.

Persoonlijke ontwikkeling
In welke taal we het ook verkondigen, in het Nederlands, in het Grieks, Russisch, Hebreeuws of Arabisch – het komt allemaal op hetzelfde neer – het gaat om het ontkomen aan de gevangenis van het tijdsbestek waar wij met z’n allen in leven. Onze leermeesters zijn niet degenen met wie wij de school bezochten teneinde een wereldse carrière te maken, ònze leermeesters zijn de armen van geest, zij, die de goddelijke boodschap nog inzien en horen.
Men behoeft ons niet te verklaren dat wij géén Latijn, Grieks, kerk-slavisch òf Arabisch kennen – we hebben genoeg meegekregen om ons te handhaven met de taal, die we van huis uit hebben meegekregen, de taal van de Heilige Geest, die van het hart.
De belangstelling van de spelleiders lijkt zich meer toe te spitsen op de verschillende talen, die in de Kerk gebezigd worden, teneinde de Boodschap dichter bij het volk te brengen. We vergeten daarbij dat de taal van de Heilige Geest, de ‘taal van het hart’ is – de taal, die wij van onze [voor-]moeders overgeleverd hebben gekregen.
De inquisiteurs treden steeds meer in de taal van de wereld en de opvoeding, die de wereldse scholing hebben meegegeven, het zijn rechters en accountants, managers geworden en de taal van het hart, van de Heilige Geest wordt niet meer gesproken.
Wie weet of het pure nieuwsgierigheid is, op grond van een soort antropologische belangstelling, of dat zij de naam in de taal van de een of andere leraar hebben getracht te vernemen of de herkomst ervan hebben trachten te achterhalen. Maar de Goddelijke Boodschap is ons allen zéér nabij, het ligt in ons hart. Het is ons ná aan het hart en dàt zal altijd zo blijven.
Als het goed is leidt de nu opkomende verbijstering tot een nieuwe nieuwgierigheid.
Hoe leven deze armen van geest eigenlijk, dient vanaf dit ogenblik de voornaamste vraag te worden. Immers zowel de profeten en de apostelen hebben de Blijde Boodschap tot op het bot herkent en hebben zich in onderlinge Liefde bij Christus aangesloten. Interesse en in het bijzonder de interesse in inzicht, is de enige succesvolle weg om uit vele angsten te geraken.
Wie dagelijks probeert vol interesse en dankbaar te leven is beschermd tegen het verlies van zijn idealisme, omdat niets de persoonlijkheid meer uit zijn evenwicht kan brengen; deze heeft de vlam van de 10 maagden brandend gehouden.
De persoon in kwestie is tevens beschermd tegen de twee doodlopende wegen van de zelfontwikkeling, namelijk de zelfoverschatting en de zelfonderschatting, die weer verbonden zijn met trots en angst.
Dankbaarheid en interesse worden als middelen ter overwinning in zelfopvoeding van trots en angst aangevoerd.

Maar hoe staat het met ontevredenheid? Ook hiervoor bestaat een tegenmiddel, een remedie. Dit middel is het beoefenen van geduld.
Heer, geef mij geduld en wel onmiddellijk!”.

Ontwikkeling zonder geduld is volslagen onmogelijk.

Menigeen onder ons heeft vast wel eens een avocado-pit in een bloempot gestopt en wekenlang tevergeefs gewacht tot er een avocado-plant zou gaan ontspruiten.
Heb je toen niet telkens voorzichtig gekeken of er nog niets te zien was?
Maar op zekere dag komt het eerste bladpuntje te voorschijn en dan gaat het plotseling -onder invloed van zon, licht, water en vruchtbare grond- zeer  snel.
Elke stap in het aardse leven heeft tijd nodig. Wie zichzelf de tijd niet geven kan en wie het anderen ook niet wil gunnen, kweekt een klimaat van ontevredenheid, dat werkt altijd storend op de ontwikkeling.

Onze tijdsperiode is sterk ontwikkeld op technische vooruitgang; dit heeft echter ook zijn terugslag op mensen. Instinctief eist de mens van zichzelf, dat hij/zij zelf of een sociaal verband net zo foutloos dient te functioneren als een machine.
Dat is een volslagen onmenselijke gedachte en dat verlangt God ook niet van ons. Want een mens is nooit voleindigd, ‘nooit als God’, altijd in wording en daardoor volstrekt ongelijk aan een machine, die altijd slechts voor een doel geconstrueerd is, om te produceren en dan ook perfect en foutloos dient te functioneren.

De mens geeft zijn omgeving voortdurend opnieuw vorm, brengt veranderingen aan en gaat er nooit in op en daardoor is de mens nooit helemaal op z’n plaats in z’n omgeving. De mens streeft altijd naar verheffing, naar iets daar bovenuit, naar een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde, naar het Goddelijke.
Het is zaak om dit ontwikkelingsvermogen van de mens in samenhang met de daarmee verbonden onvolmaaktheid en onafheid in z’n betekenis voor het menszijn opnieuw te waarderen. Dan valt het ook weer gemakkelijker om geduld te beoefenen, zodat er een beschermde ruimte voor ontwikkelingsprocessen ontstaat.

Hiermee helpt het, indien je de een of andere kunstzinnige activiteit onderneemt. Het maakt daarbij niet uit of je kunt schrijven, goed kunt zingen of een muziekinstrument kunt bespelen, iconen gaat schilderen of een expressieve podiumkunst gaat beoefenen. Wie kunstzinnig aan de slag gaat, ook al is dit maar een of tweemaal per week, zal beleven hoeveel tijd er nodig is voor kleine vorderingen en hoeveel regelmatige oefening, voordat deze vordering werkelijk te zien is of te horen. De ware kunstenaar – ook de meest vooraanstaande is in ontwikkeling en zal nooit op zijn/haar lauweren gaan rusten.

Zo ook met de vechtsport, waarmee de Apostel de geestelijke ontwikkeling vergelijkt. Op het moment dat de betekenis van de herhaling voor het oefenen erkend wordt en er vreugde aan de herhaling ontwikkeld is, is het niet moeilijk meer om het noodzakelijk geduld op te brengen om het tot het einde aan toe vol te houden.

Dit is ook te merken aan de wijze waarop momenteel met kunst wordt omgegaan – omdat die dikwijls ook alleen nog maar geconsumeerd wordt in plaats dat er geoefend wordt en omdat er naar [onmiddellijke] perfectie gestreefd wordt in plaats van door het beoefenen van de kunst ontwikkelingsmogelijkheden te ontdekken – er ook toe bijdraagt, de vreugde van het beoefenen van kunst en religie wordt ondergraven.

      Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen?
God is het, Die rechtvaardigt; wie zal veroordelen?
Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die
ter rechterhand
Gods is, Die ook voor ons pleit.
Wie zal ons scheiden van de Liefde van Christus?”.