4e Zondag van de Vasten – Heilige Johannes Climacos – van de Ladder

Roeping van Mattheüs, Catharijne Convent, Utrecht; Κάλεσε τον Ματθαίο; استدعاء ماثيو; Calling Matthew.

      En Hem volgden vele menigten uit Galilea en Decapolis en Jeruzalem en Judea en het Over-Jordaanse.
       Toen Hij nu de menigte zag, ging Hij de berg op en nadat Hij Zich had neergezet, kwamen zijn discipelen tot Hem. En Hij opende Zijn mond en leerde hen, zeggend:
       Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
       Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
       Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
       Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
       Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
       Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
       Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.
       Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
       Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
       Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want
zo hebben zij de profeten voor u eveneens vervolgdMatth.4: 25-5;12.

    Want de vrucht van het Licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid -, en toetst wat aan de Heer welbehaaglijk is.
       En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar wanneer dat alles door het Licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is Licht.
      Daarom heet het: ‘Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten‘.
     Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
     Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de Wil des Heren is.
     En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en  zingt en bejubelt de Heer van harteEph.5: 9-19.

“de oudste zoon was verontwaardigd”; “الابن البكر كان ساخطا”; “ο μεγαλύτερος γιος ήταν αγανακτισμένος”;”the eldest son was indignant”.

Alle dingen zijn mogelijk voor degene, die gelooft.
Broeders, zusters, op deze 4e zondag van de vastentijd, herinneren we ons de heilige Johannes Climacos die bekend staat als de heilige Johannes van de ladder.  De Icoon van ‘De ladder van de goddelijke weg richting de hemel’ in onze Orthodoxe Gemeenschap toont de monniken die omhoog klimmen naar Jezus Christus. Het is een metafoor voor ons leven en voor hoe we voortdurend dienen te streven naar vooruitgang, we dienen onophoudelijk de ene deugd boven de andere aan onze levensstijl toe te voegen.
Maar waar dienen we in hemelsnaam te beginnen, het is zoveel dat ons belast?
De Heer wijst ons de weg en geeft ons een handvat om te beginnen.
Hij zei tegen ons:
Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen”.
Dat zo zegt Hij als begin van de toespraak op de berg en wijst ons daarna meerdere mogelijkheden, maar dit is het fundament.
‘Trots’ vernietigt immers al wat goed is.
Armen van geest zijn, nederig zijn, herkennen wat er ‘in’ jezelf is,
herken vanuit je binnenste binnenste hoe sterk je bent, maar dat je zwak bent zonder Christus. Het is om te erkennen dat je bent zoals een mens die in de spiegel kijkt, maar in tegenstelling tot die in de Schriften, onthoudt hoe hij er even later nog steeds uitziet.
Het dient de persoon te zijn die weet dat hij tienduizend talenten schuldig is en
dat hij dit allemaal door ons Heer en Verlosser kwijtgescholden kreeg.
Dit kàn niet anders dan onderkennen dat je arm van geest bent.
En we weten heus wel dat dit helemaal geen kleine stap is.
Het is het begin, maar het is een zeven-mijl’s-laarzen stap omdat
het in directe tegenspraak is met de wereld om ons heen.
De wereld is vol trots, vol arrogantie, blinde en egocentrische eigenliefde.
En helaas zouden wij Christenen niet van deze wereld dienen te zijn, maar
we zijn in de wereld en deze is er op uit ons de das om te doen,
door ons te verleiden en van God af te wenden.
En op die wijze houden we méér van onszelf dan van anderen.
We denken véél méér aan onszelf dan aan dat wat wij voor goeds kunnen doen aan anderen.
We zetten onszelf voortdurend in vooraanstaande posities;
blazen onszelf als kikkers op om er voordeel mee te behalen.
Wanneer je kritisch naar de rode draad van je leven kijkt,
hoe alles tot nu toe is verlopen, zul je inzien dat
je helemaal niet ‘arm van geest’ bent en dit is slechts de eerste trede.
Maar om op zijn minst bij het begin te beginnen is een goede zaak.

Laten we dus onthouden dat wij de persoon zijn die de tienduizend talenten aan Zijn Heer verschuldigd is.
Wij zijn de persoon die vroeger ver weg in ballingschap was en nu opnieuw door het kloppen van Christus wordt opgewekt en door Zijn Genadegaven – waaronder het Geloof –  zijn we gered en dat dit niet uit onszelf voortkomt:
                                   Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!”.

Menigeen verzucht: “Waar blijft de tijd?” We zitten nu al weer halverwege Maart! De winter is zowat voorbij en het de Lente begint te gloren.
Het verschijnsel “tijd” heeft de mensen altijd al bezig gehouden. Je zou zelfs kunnen spreken van een soort “oer-beleven” van de tijd. Het is een ervaring van de mens van alle tijden, dat de tijd vergaat. Iedereen weet, dat het ogenblik, dat wat hij nú beleeft, er stràks niet meer zal zijn, ja nooit meer zal terugkeren. Elk moment is uniek!

‘de enige keer dat je alles kunt veranderen, is nú !’; ‘ο μεγαλύτερος γιος ήταν αγανακτισμένος !’;’الابن البكر كان ساخطا!’

Vroeger gaf men tijd aan met behulp van een zandloper.
Onherroepelijk stromen de korrels door de nauwe opening en wie kan ze tegenhouden? Zo vergaat de tijd. Het glipt als ’t ware tussen onze vingers door!

Dit is dan ook voor alle mensen en alle volkeren altijd als het meest pijnlijke ervaren, dat  je de tijd niet tégen kunt houden. De tijd stroomt als maar door: van het nu tot het straks, tot het nog niet van het niet meer.
Zo beleeft de mens de tijd als een harde werkelijkheid, waar je geen vat op hebt. Ook de mens levend overeenkomstig de Blijde Boodschap van Christus heeft dat gevoel.
Hij worstelde met de tijd, tot hij gaat inzien dat het niet nodig is, omdat onze God  ‘Heer en Meester’ is ook over de tijd.
Meer en meer gaat de gelovige mens inzien, dat  God Zèlf de tijd maakt en vult met Zíjn daden.  En dat God dat altijd zal blijven doen, totdat de tijd niet meer zal zijn. Want dát is het opmerkelijke, dat zij gingen geloven, dat  eens de tijd er niet meer zou zijn! en zij niet meer kunnen bidden:
                                            Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!, Heer haast U om mij te helpen”.

Tijd wordt in de Blijde Boodschap in de eerste plaats “Gods tijd”, door  God bepaalde tijd, dat wordt ook “Genade-tijd” genoemd. Voor de gelovige mens is dit een zéér troostvolle gedachte! We behoeven ons niet meer zo druk te maken over de tijd als iets van ons, want het is iets van God. En dat betekent, dat Hij er wel voor zorgen zal. Dat neemt het onzekere van de tijd weg; want, zo zegt de ascetische psalmdichter:
          Maar ik vertrouw op U, o Heer, en zeg: U bent mijn God, in Uw handen ligt mijn lotPsalm 30[31]: 18.
In al die tijden, die ons gegeven zijn, mogen we ons vasthouden aan God, Die onze tijden in de hand heeft, in Zijn hand. Dat zijn de grote daden van God, die in het verleden geweest zijn, maar tevens Gods grote daden die we nog mogen verwachten. 
Wij mogen ons hieraan vasthouden, koesteren en ons daar aan optrekken.
Zo wordt onze tijd geen lege tijd, maar gevulde” tijd: door God vol gemaakt. Elke dag wordt zo een feestdag, een dag met God. Onze tijden liggen in Zijn Hand! Een hele geruststellende gedachte. Nu kunnen we met een gerust gevoel de tijd door onze vingers laten glippen. Nu is het ook niet meer zo erg, bij het ouder worden, te bedenken dat de tijd steeds korter lijkt te worden. Immers we lopen al vooruit op de ontmoeting, in Zijn Hemels Koninkrijk.

Het enige wat ons te doen staat is de levenschenkende Wet van God te accepteren. Dit houdt in:
1.]. God te accepteren als de Schepper van alle zichtbare en onzichtbare dingen;
2.]. Jezus Christus te accepteren als de Zoon van God en als Zijn Vertegenwoordiger, Die met de opdracht naar de wereld is neergedaald om de Blijde Boodschap van God te verkondigen en de
Verlosser van de mensheid te zijn;
3.]. De Heilige Geest te aanvaarden als de geest van God en Jezus Christus;
4.]. De universeel geldige [=katholieke] Kerk te accepteren als Lichaam van Christus in de wereld;
5.]. Om Gods materiële en immateriële wetten te accepteren; en
6.]. door daaraan te gehoorzamen als beloning nu en na dit leven het eeuwig Koninkrijk te verwerven; en
7.]. als vergelding voor ongehoorzaamheid geoordeeld te worden en straf in het vooruitzicht gesteld wordt.

Het teken dat Christus beloofde aan de generatie die Hem niet en Zijn Blijde Boodschap niet zal hebben opgepakt had is ‘het teken van Jonah, de profeet’- d.w.z. ‘het teken van Zijn Eigen Wederopstanding’.
De naam Jonah [Χονάς, knieën] is de Griekse variant van het Hebreeuwse Jonah [
זונח]; de Hebreeuwse betekenis is [vredes-]duif, letterlijk: ‘kermer’, ‘klager’. Hoor maar eens hoe zij kunnen klagen, ‘s-morgens in de tuin.
Het leven van iedere asceet, van iedere geroepene, van iedere gezalfde, van iedere christen is getekend met het teken van Jonah, omdat wij allemaal zullen
leven door de kracht van Christus’ Opstanding.
Maar je ervaart tevens dat je eigen leven heel in het bijzonder van dit grote teken is voorzien, in het doopsel en de daarbij behorende verbintenis en de Myronzalving, welke de Heilige Geest heeft gebrand in de wortels van jouw wezen, want net als Jonah blijk jij te reizen naar je bestemming in de buik van
iets wat een tegenstrijdigheid lijkt te zijn, maar bij nader inzien niet tegenstrijdig blijkt te zijn, een paradox.
Het is als het ware dat je als – ‘een nachtwacht’– met de door de zuinig bewaarde Myron [olie] van de Heilige Geest jouw lamp in het leven brandend hebt weten te houden en telkenmale stil staat bij wat er dààr plaats vindt en ziet wàt er zoal omgaat in zowel je eigen hart als het hart van je naasten.
Het betreft een waarachtig beeld, een gelijkenis welke Christus ons voorhoudt voor het leven van de mens.

Climacos [de ladder]

Daarbij steekt de vergelijking van bestijging van de Ladder van Johannes Climacos, welke de Kerk ons deze 4e zondag van de Vasten voor ogen stelt schitterend af.
Het gehele leven van de mens wordt door de Heilige Geest als een adem van wind voort-gedreven en  bestijgt trede na trede tot de hand van Christus, Die ons vanuit de Hemelen wenkt.
Het vooruitzicht op ons erfdeel, het Koninkrijk der Hemelen  over de uitgestrekte zee van donkerte en gebed.
         Dit geslacht kan door niets uitvaren, tenzij door gebed.
Zal het zo zijn, tot op het moment van mijn dood?
Houdt Christus voor mij de deur open van boete en nederigheid en Hij zal mijn voeten begeleiden als op een ladder onder de maan en mij meevoeren tussen de sterren tot het Hemels Koninkrijk?

In de vroeg-Christelijke Kerk ontmoeten we Christus’ Volgelingen en de Apostelen over wie Petrus als eerste onder gelijken werd aangesteld. Er bestonden geen wetten naast Christus Blijde Boodschap en dit bevestigde de levenschenkende Wet van God, die wij vanaf Mozes al kenden.
Er werd geen regel opgelegd om hen in staat te stellen zich te handhaven door gebouwen op te richten als ontmoetingsplaats voor instructie en aanbidding, zij predikten in bestaande Synagogen.
Zij hielde hun ban van broeder- zusterschap in staand door de Liefdesmaaltijd bij elkaar thuis. Zij verhaalden elkaar van de tijd dat Christus nog onder hen was en deelden het voedsel en de geneugten, waarna zij dankten en baden tot God. 
Het bestond toen niet zoals het in de loop der tijd is ontstaan met huishoudelijk recht om het in staat te stellen zich te handhaven, grootse kathedralen te bouwen, religieuze instituten en diverse andere plaatsen voor het onderwijzen en verspreiden van de Blijde Boodschap.
In de instructies van Christus treffen wij geen enkele opdracht voor de apostelen aan die grootse organisaties of tot stichtingen zouden leiden dergelijke zaken te organiseren.

Vispassage riviertje Berkel [vanuit Duitsland, hier in Zuid-Holland],  zodat vissen weer beter stroomopwaarts kunnen zwemmen; Fish passage river Berkel [from Germany, here in South Holland], so that fish can swim better upstream again.

Christus’ instructies aan Zijn volgelingen, Zijn apostelen waren om de Zijnen te leiden, te begeleiden, de Blijde Boodschap bij te brengen en Zijn Evangelie aan ‘alle’ naties te verkondigen.
Ontkende Christus ook maar iemand het recht om Zijn Blijde Boodschap, Zijn Evangelie te verkondigen? Wij antwoorden met het meest nadrukkelijke, Neen!
Indien iemand dan de Waarheid van Zijn Evangelie met goede bedoelingen verkondigt teneinde bekeerlingen te maken voor het Christelijk Geloof, hoe verschilt zijn positie dan van die van wèlke àndere genomineerde leraar van dezelfde dingen? 
Als leraren staan ​​beiden op precies dezelfde manier en godsdienstige verheffing, beiden onderwijzen ze de essentie van de redding, beiden zijn ledematen van de Heilige Kerk van Christus, beiden volgen hetzelfde gedrag voor de christen die is voorgeschreven door het Evangelie.
      Johannes zei tot Christus: ‘Meester, wij hebben iemand, die ons niet volgt, in uw naam boze geesten zien uitdrijven, en wij wilden het hem beletten, omdat hij ons niet volgde’.
        Doch Jezus zei: ‘Belet het hem niet; want er is niemand, die een Kracht doen zal in Mijn Naam en kort daarna smadelijk van Mij zal kunnen spreken. Want wie niet tegen ons is, is voor ons’”. Marc.9:  38-40.
            ‘Niet alleen‘ voor de discipelen als groep was het nodig berispt en gecorrigeerd te worden. Evenals Petrus aan het begin van dit hoofdstuk [9] op de berg van de Verheerlijking [Thabor], verraadt Johannes, eer het hoofdstuk eindigt, de geest van egoïsme juist door de menselijke wijze waarop hij tracht aan Christus een hoge plaats te geven.
       Immers, hierdoor werd en wordt ‘de eigenlijke Heerlijkheid‘ van Christus verhuld. Wat wij hier tegenkomen is niet hetzelfde als in Mattheüs [12], waar Christus verworpen wordt door het ongeloof, waartoe de tegenstrever [de duivel] de mensen had aangezet, een ongeloof dat blind is voor het getuigenis van de Heilige Geest, Gods Geest, en dat die getuigenis haat en lastert.
Dan is èlk compromis onmogelijk, èlk halfslachtigheid gevaarlijk en fataal:
Wie niet met mij is, is tegen mij en wie niet met Mij verzamelt, verstrooitMatth.12: 30.
Gaat het om een keuze tussen Christus òf de macht van de duivel, waardoor het Licht wordt weggenomen en gelasterd, dan is de énig veilige plaats: ‘met Christus zijn’ en het énige wat we voor Hem kunnen doen is: ‘met Hem verzamelen’.
Maar wanneer een dergelijke kwestie ‘niet‘ aan de orde is en iemand naar de mate van zijn kennis trouw is aan de Naam van de Heer — laten wij hem dan met blijdschap erkennen, ook al is hij weinig bekend, heeft hij geen diploma’s en zou hij daardoor maar weinig weten òf heeft de persoon in kwestie geen wijding ondergaan.
De grootste heiligen van de Kerk hadden veelal géén ènkel diploma of opleiding genoten, maar werden onderwezen door de Heilige Geest. Laten —ook wij— dan met vreugde de eer erkennen die de Heer hem zo duidelijk schenkt, ook al volgt hij ‘òns’ niet [altijd]. Hij is immers geen vijand van de Naam des Heren, want zijn naam heeft Christus als de beste erkend.
In een dergelijke situatie zegt de Heer: “Wie niet tegen ons is, is voor ons”.
Wie de Naam des Heren eert, al is het maar in de kleinste dingen, zal niet vergeten worden; maar het verachten van die Naam en het tot struikelen brengen van zelfs de geringste gelovige, leidt tot verderf van de persoon, die zich daaraan schuldig maakt [41,42].

Onze Heer en Verlosser knoopt hier nog een waarschuwing aan vast, die diep ernstig genomen dient te worden:
“En indien uw hand u tot zonde verleidt, houw haar af. Het is beter, dat gij verminkt ten leven ingaat, dan dat gij met uw twee handen ter helle vaart, in het onuitblusbare vuur, [waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust].
En indien uw voet u tot zonde zou verleiden, houw hem af. Het is beter, dat gij kreupel ten leven ingaat, dan dat gij met uw twee voeten in de hel geworpen wordt, waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust. En indien uw oog u tot zonde zou verleiden, ruk het uit. Het is beter, dat gij met een oog het Koninkrijk Gods binnengaat, dan dat gij met twee ogen in de hel geworpen wordt, waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust” Marc.9: 43-48.
Het drie maal herhaald worden: “ waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust” dient iemand, die geraakt is in z’n geweten in de oren te klinken als het luiden van de doodsklok,  die een misdadiger z’n executie aankondigt.
      Want wij dienen allen voor de rechterstoel van Christus te verschijnen en het zal openbaar worden, opdat een ieder zal wegdragen wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naar datgene wat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.
Daar wij dan weten, hoezeer de Heer te vrezen is, trachten wij de mensen te overtuigen; voor God echter is ons bedoelen openbaar en, naar ik hoop, is het ook in uw geweten openbaar” 2Cor.5: 10,11.
Voor de discipelen is er echter ook een directe toepassing.
Want ook al is het waar dat:   een ieder met vuur gezouten zal worden”, het is evenzeer waar dat “elke offerande met zout gezouten zal worden”.
Terwijl de eerste uitspraak zich, naar ik meen, tot elke mens als zodanig uitstrekt, heeft de tweede nadrukkelijk en uitsluitend betrekking op de Gelovigen, de Heiligen, die door God zijn afgezonderd.
” Het zout is goed; indien het zout echter zoutloos wordt, waarmee zult gij het smaak geven?  Hebt zout in uzelf en houdt vrede onder elkander” Marc.9: 50.
Een eerste vereiste is dat deze Heilige, bederfwerende Kracht in onszelf aanwezig is en blijft; en vervolgens dat wij onder elkaar een geest van Vrede hebben.
De broeder des Heren formuleert dit nog als volgt:
      Wie is wijs en verstandig onder u?
Hij dient uit zijn goede wandel door zijn werken te tonen met wijze zachtmoedigheid.
Indien gij echter bittere naijver en zelfzucht [hoogmoed] in uw hart hebt, beroemt u dan niet en liegt niet tegen de Waarheid.
Dat is niet de wijsheid, die van boven komt, maar zij is aards, on-geestelijk, duivels; want waar naijver en zelfzucht [hoogmoed] heerst, daar is wanorde en allerlei kwade praktijk.
Maar de Wijsheid van boven is vooreerst rein, vervolgens vreedzaam, vriendelijk, gezeglijk, vol van ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd. Maar gerechtigheid is een vrucht, die in vrede wordt gezaaid voor hen, die vrede stichten
Jac.3: 13-18

Vastengebed:
”   Heer en Meester van mijn leven,
bewaar mij voor de geest van traagheid,
moedeloosheid, heerszucht en ijdel gepraat.
           Maar schenk mij; uw dienaar,
          een geest van ingetogenheid,
          nederigheid, geduld en liefde.
Ja, Heer en Koning,
doe mij mijn eigen fouten zien
en niet mijn broeder veroordelen,
          want Gij zijt gezegend
          in de eeuwen der eeuwen,  Amen”.
Heer, reinig mij van mijn zonden” [10x].

Troparion     tn.8
  De stroom van uw tranen heeft de onvruchtbare woestijn doen bloeien,
en door uw zuchten uit de diepte heeft uw arbeid honderdvoudig vrucht gedragen.
Zo zijt gij, onze heilige vader, een ster gewoonden,
die heel [met behulp van Christus] de wereld verlicht door Uw wonderen.
Bid tot Christus onze God, om onze zielen te redden
”.

Kondakion     tn.4
  Op de bergtop der onthouding heeft de Heer u geplaatst
als de waarachtige ster die niet tot dwaling verleidt,
en die straalt toto aarde einden der aarde,
wegwijzer, baken in de wilde zee, Vader Johannes
”.

“De Heer verheft ons door ons te laten drinken
van Zijn Bloed uit de kelk, deelgenoot te worden aan Zijn Lijden”.

Heilige Johannes Climacos
De Heilige Johannes Climacos wordt door de Kerk geëerd als een grote asceet en
als de auteur van een opmerkelijk werk met de titel “De ladder van goddelijke opgang” en daarom kreeg hij de titel “Climacos” òfwel “van de ladder”.

Er is heel maar heel weinig informatie over zijn afkomst bewaard en zo hoort het ook, een asceet verslindt zijn leven in eenvoud en stilte.
De traditie vertelt ons dat hij rond het jaar 570 werd geboren en de zoon was van de heilige Xenophon en Maria, die op 26 januari/ 28 februari worden herdacht. De Heilige Johannes kwam op 16-jarige leeftijd naar het klooster op de berg Sinaï in Egypte. Hegoumen, vader abt, Aba Martyrius werd zijn geestelijke vader en mentor. Vier jaar na zijn aankomst en verblijf op de berg Sinaï, werd Johannes, pas 20 jaar oud, tot monnik gewijd. Een van de daarbij aanwezige vaders voorspelde dat Johannes een groot licht zou worden van de kerk van Christus. Heilige Johannes werkte negentien jaar lang in ascese aan zichzelf, in gehoorzaamheid aan zijn geestelijke vader. Na de dood van Abu Martyrius, koos Johannes voor een leven in eenzaamheid en trok zich in een kluizenaarsverblijf terug in de woestijn met de naam ‘Thola’, waar hij veertig jaar in stilte doorbracht in vasten, gebed en tranen van berouw.
Het is niet toevallig dat de Heilige van de ladder zich op deze manier gedroeg, immers:
Zoals vuur brandt en dood hout vernietigt, reinigen zuivere tranen elke vorm van onzuiverheid, zowel innerlijk als uiterlijk”. Zijn gebed was krachtig en had zijn uitwerking – dit is op te maken door het volgende voorbeeld vanuit het leven van de grote asceet.
      Johannes had een discipel, zoals bij vele kluizenaars, de monnik Mozes.
Op een dag stuurde Johannes zijn discipel om de aarde op de tuinbedden om te spitten. Terwijl hij zijn dienst van gehoorzaamheid vervulde, geraakte deze monnik Mozes vermoeid als gevolg van de felle zomerhitte en leunde achterover in de schaduw van een grote bergwand. De Heilige Johannes was op dat moment in zijn cel en nam een beetje rust na zijn gebedsarbeid. Plotseling verscheen een mensengedaante met een eerbiedwaardig voorkomen en die wekte de asceet op en bestrafte hem: “Johannes, waarom rust je hier vredig terwijl je volgeling Mozes in gevaar is?” Johannes, de ‘Syrische kluizenaar‘ stond onmiddellijk op en begon te bidden voor zijn reisgenoot.
     Toen Mozes die avond terugkeerde, vroeg de heilige hem of hem die dag iets bijzonders was overkomend. De monnik antwoordde: “Nee, maar ik was in groot gevaar, een grote rots brak af van een bergwand waaronder ik ‘s middags in slaap was gevallen en me bijna had verpletterd. Gelukkig had ik een droom waarin jij mij riep en ik sprong op en rende weg; op dat moment viel een enorme rots met een botsing op dezelfde plek waar ik was … “.

Hij offerde Zich op voor degenen die hem haatten en gekruisigd, maar liet zijn vader hen vergeven – vader, vergeef hen, ze weten niet wat ze doenLuc. 23: 34.

                Uit het leven van de Heilige Johannes is bekend geworden, dat hij at wat toegestaan was overeenkomstig de vastenregel, maar dat hij dat binnen de maat deed. Hij sliep niet ’s-nachts niet doorlopend, hij sliep nooit meer dan nodig was om door zijn inzet de onophoudelijke waakzaamheid te ondersteunen en zijn geest door lange afwezigheid van z’n gebed niet negatief te beïnvloeden.
           Ik heb niet te snel voortbewogen“, zei hij over zichzelf, “ik heb geen verheffende nachtwake geleid, noch heb ik op de grond geslapen, maar ik heb mezelf vernederd ….. en de Heer heeft mij in m’n vasten gered”.
Het volgende voorbeeld van Johannes’ nederigheid is opmerkelijk.
Getalenteerd met een sterke, scherpe geest, die door een diepe spirituele ervaring tot bloei in wijsheid door de Heer was gevormd, leerde hij iedereen die naar hem toe kwam en leidde hen naar redding. Maar toen bepaalde anderen uit jaloezie hem beschuldigden van spraakzaamheid, waarvan zij zeiden dat dit voortgekomen was uit ijdelheid, besloot Johannes zich aan de ‘gelofte van stilte
[hesychasme] te houden om niemand zich ten opzichte van hem te laten onderwerpen en bleef dus een jaar lang z’n mond dicht te houden, reageerde dus gewoon nergens meer op – géén adviezen, géén woord, alles was hem om het even; gewoon goed.
Degenen, die zijn kwaliteiten, bekritiseerd hadden, gaven hun fout toe en smeekten de asceet om hen niet langer te beroven van zijn opbouwende en slechts verheffende instructies.
      Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren [het verkondigen van het goede, datgene wat de Blijde Boodschap ons mensen leert]. Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolkomene [hetgeen ons beperkt, incompleet maakt] afgedaan hebben1Cor.13: 9,10.

Om zijn ascetische arbeid voor de mensen verborgen te houden, trok de Heilige Johannes zich terug in z’n eenzame grot, maar de roem van zijn heiligheid strekte zich ver buiten zijn verblijf uit en mensen uit alle lagen van de bevolking kwamen naar hem toe op zoek naar een woord ter verheffing en redding.
Toen hij na veertig jaar ascetische arbeid in eenzaamheid, vijfenzeventig jaar oud geworden was, werd de heilige gekozen tot abt van het klooster van de Heilige Catharina op de berg de Sinaï.
De Heilige Johannes Climacos had gedurende vier jaar lang de leiding over dit heilig [I.M.] klooster. De Heer schonk hem tegen het einde van zijn leven vele Genadegaven, inclusief helderziendheid en liet hem wonderwerken verrichten.
Tijdens de periode dat hij als abt was aangesteld bezocht de andere bewindvoerder [abt] van het Raithu-klooster [zijn gedenkdag is zaterdag van de week van de melkonthouding] met het vriendelijk verzoek de beroemde ‘Ladder- instructies’, die hij verkondigde voor hem op te schrijven, teneinde eveneens gevoed te worden in de opgang naar spirituele perfectie.
De dertig treden van de ladder beschrijven de weg van de ascetisch ingestelde mens: ” Trouw zijn aan je keuze; vrij zijn; bewust de woestijn ingaan; gehoorzaam zijn aan het Woord; boetvaardig zijn; de dood ten alle tijde indachtig zijn; verdriet kunnen hebben; niet kwaad worden en zachtmoedig zijn; kwaad kunnen vergeven en vergeten; geen kwaad spreken; niet kletsen; oprecht zijn; nooit vertwijfeld raken; niet toegeven aan gulzigheid; kuis zijn; niet gierig zijn; armoede kunnen aanvaarden; bij jezelf trachten te komen; niet te veel toegeven aan slaap; alert zijn; niet bang zijn; niet op eer uit zijn, fouten durven te maken; niet trots zijn; zachtmoedig en eenvoudig zijn, argeloos zijn en het kwaad niet zoeken; bescheiden zijn; onderscheid kunnen maken; innerlijk stil zijn; kunnen bidden; zich door niets in de war laten brengen; vol zijn van Geloof, Hoop en Liefde“. Zijn leer was naast z’n eigen broeders óók bij andere kloosters in de omgeving bekend geworden< 
Namens zijn medebroeders verzocht de andere abt Johannes van Raithu, wetend van de wijsheid en geestelijke gaven van deze heilige, om “ware instructie voor hen die onwrikbaar op zoek zijn, en een soort standvastige ladder voor degenen die ernaar verlangen hen naar de hemelse poorten zal brengen … ”
De Heilige Johannes, Climacos, die een bescheiden mening had over zichzelf, verwierp deze opdracht in eerste instantie, maar ging vervolgens, uit van zijn gehoorzaamheid aan een meerdere, over tot het schrijven van de verhandeling en kwam de monniken van het Taithu-klooster tegemoet en daarmee tevens allen, die in de loop van de tijd van zijn leer kennis hebben genomen.
Hij noemde daarmee het werk wat ‘door de Heilige Geest’ geleid uit zijn handen kwam, ‘de ladder’. Daarmee zijn keuze voor het leven uitleggend: “Ik heb een ladder ter opgang opgebouwd ….. van aarde tot heiligheid ….. Ter ere van de dertig jaar, die de Heer hier op aarde doorbracht heb ik een ladder van dertig treden gebouwd, hetgeen als we deze gebruiken bij de opgang naar het tijdperk van de Heer, we zullen als gerechtvaardigd worden ontvangen en beveiligd worden voor de val in de duivels gewesten”.
Het doel van deze verhandeling was om ons aan te leren dat zelfverloochening en intense ascetische arbeid [het overwinnen van moeilijkheden] vereist, noodzakelijk voor het bereiken van Christus redding.
De ladder geeft aan dat we:
1.]. De reiniging voor van zondige onzuiverheid dienen te ondergaan, ‘het ontwortelen‘ van ondeugden en passies van de ‘oude mens‘;
2.]. Het toont het herstel aan van Gods beeld in de mens.
Hoewel het boek voor monniken is geschreven, zal elke christen die in de wereld leeft een betrouwbare gids vinden om òp te klimmen naar God.
Pijlers van het geestelijk leven zoals de Heilige Theodoros, de Studite,
de Heilige Sergios van Radonezh, de Heilige Joseph van Volokolamsk en
anderen grote asceten wezen voortdurend op deze instructie van ‘de Ladder
als het beste boek voor ziel’s-besparende instructies.

De inhoud van één van de stappen van ‘de Ladder’ [nr. 22]
bespreekt de moeizame inzet tot het ontwortelen van de hoogmoed, de ijdelheid.
H. Johannes Climacos schrijft:
    Net als de zon, die op allen hetzelfde schijnt, woekeren stralen op elke bezigheid. 
Wat ik bedoel is dit: ik vast en breng verandering aan in m’n hoogmoed, m’n ijdel gedrag.
– Ik stop met vasten zodat ik niet langer aandacht heb voor mijzelf op m’n geestelijke weg en ik word hoogmoedig [ijdel] over mijn voorzichtigheid. 
– Ik kleed me goed of slecht en ben in beide gevallen ijdel. 
– Ik praat of ik blijf stil en elke keer wordt ik in mezelf teleurgesteld, ben ik verslagen. 
– Het maakt niet uit hoe ik die stekelige zaken van mij afstoot, er blijft altijd een piek over om me tégen te werken in m’n goede bedoelingen, tégen het feit dat ikzelf tracht op te staan”.

Een hoogmoedig, ijdel mens is een gelovige afgodendienaar.
Het blijkt dat bij de menselijke inspanning om God te eren, de mens er op uit blijkt om God ‘niet‘ te behagen, en daarentegen slechts de mensen, dus zichzelf behaagt.
– Om een opschepper te zijn, om te pronken en pracht en praal te zoeken,
dien je verrukkelijk te zijn en de mensen een opgewonden gevoel te geven, alles dient bij jou voorzien te zijn van aanzien en grote opsmuk, je kunt niet anders dan jezelf op te blazen tot een belachelijke kikker, dat hoort immers zo bij jouw functie.
– Jij bent de belangrijkste en iedereen dient zich naar jouw wensen te richten.
        Echter door jezelf zó te blijven opstellen heeft het vasten geen zin.
– Het vasten van zo iemand blijft ten alle tijde onbeloond en het bijbehorend   gebed zal altijd nutteloos blijken te zijn, omdat deze persoon zowel het vasten als het gebed beoefent om lof te winnen.
– Een gulzige asceet bedriegt zichzelf dubbel, vermoeit z’n lichaam en krijgt geen beloning ….. bouwt geen ontzag op in het Koninkrijk der Hemelen.
– De Heer verbergt ons maar al te vaak zelfs de perfecties die we hebben verkregen. Maar de mens, die ons [de hemel in] prijst, of liever, die ons misleidt, opent onze ogen met zijn woorden en indien en wanneer onze ogen eenmaal zijn geopend, verdwijnen onze schatten als sneeuw voor de zon.
De vleier [en de medestanders, die je om je heen verzameld hebt] is een dienaar van de duivel, een leraar van trots, de vernietiger van berouw, een ruïne van de deugden, een perverse gids.
– De profeet zegt: Degenen die u eren, misleiden u; letterlijk:
Wee de goddeloze, het zal hem slecht gaan, want het werk van zijn handen zal hem worden vergolden. De tirannen [despoten] van Mijn Volk, zijn kinderen en vrouwen overheersen het.
Mijn Volk, uw leiders zijn verleiders en zij maken de weg die u tot pad moest zijn, tot een doolweg.
De Heer maakt Zich gereed om Zijn Rechtsgeding te voeren en Hij staat klaar om volken te richten.
De Heer zal in het Gericht gaan met de oudsten en de vorsten van Zijn Volk; gij toch, gij hebt de wijngaard verwoest; wat de ellendige ontroofd is, is in uw huizenIsaiah 3: 11-14.
       Mensen met een hoge geest ondergaan nobel en gewillig aanstoot.
Maar alleen de gewone heiligen en de Heiligen kunnen ongeschonden door lof gaan. 
Niemand kent de gedachten van een mens, behalve de geest in hem/haar.
      Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods. Wij nu hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij [gewone mensen] zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is1Cor.2: 11,12.
Vandaar dat degenen die ons willen prijzen voor ons gezicht, beschaamd zijn en dienen te zwijgen, derhalve ‘stil’ [als een hesychast] dienen te zijn.

Wanneer je hoort dat je buurman of je vriend je achter je rug heeft aangeklaagd of zelfs in je aanwezigheid verraad pleegt, laat hem slechts Liefde zien en probeer hem desondanks een complimentje te geven. Het is een grote prestatie om de lof van mensen van je ziel op te halen, groter is het nog  om de lofprijzing van demonen te verwerpen.

Het is niet de zelfkritiek die haar nederigheid onthult
[want heeft niet iedereen op de een of andere manier slechts met zichzelf te doen?]. Het is eerder de mens die blijft houden van de persoon die hem heeft bekritiseerd …..

Onze naaste is niet zozeer geraakt door een oprechte en nederige manier van praten en de manier waarop het gedrag dit aan het daglicht brengt.
Het is een voorbeeld en een aansporing voor anderen om nooit hoogmoedig te worden, trots en anderen te vernederen. En er is niets hiervan dat hier enig voordeel uit behaalt …..

De Heer vernedert de ijdele mensen vaak door hen te schande te maken.
En inderdaad, de eerste stap in het overwinnen van de hoogmoed, ijdelheid is
om enkel maar te zwijgen en schande maar al te graag te verdragen, te aanvaarden.
– Het middel om elk stadium, elke daad van ijdelheid te bedwingen is het te trachten kwijt te geraken, zodra de gedachten ook maar opkomt.
– De afsluiting en het achter je laten is het moment –  dat er sprake is van een einde komt aan de val; het is de vernedering voor anderen accepteren zonder het nog langer echt te voelen …..

Wanneer degenen die ons prijzen, of liever degenen die ons op een dwaalspoor brengen, ons persoonlijk beginnen te verheffen, dienen we daaraan voorafgaand
de veelheid van onze tekorten, onze zonden te herinneren en op deze manier zullen we ontdekken dat we niet verdienen wat er in onze zonden wordt toegezegd of aangedaan, onze eer.

Deze en andere uitspraken die we in De Ladder kunnen vinden, dienen als een voorbeeld van
  die heilige aandachtige inzet, die  voor onze redding die nodig is
  voor iedereen die een vroom leven wil leiden;
  deze geschreven verhandeling, is de vrucht van overvloedige en subtiele observatie
van de eigen ziel van de mens samen met een zeer diepe spirituele ervaring;
  het vormt iets waarmee je je een groot voordeel kunt doen
en is gids op het pad van Waarheid en Goedheid.

licht in een kerkje, in een ijzige koude wereld; نور في كنيسة ، في عالم بارد كالثلج; το φως σε μια εκκλησία, σε έναν παγωμένο κόσμο; light in a church, in an icy cold world.

     De treden van ‘De Ladder’ zijn de opgang van Genade op Genade, van kracht naar kracht op het menselijke pad naar perfectie, die alleen geleidelijk en niet van de een op de andere dag kan worden bereikt; want, in de woorden van de Heiland, lijdt het Koninkrijk der hemelen aan geweld en de gewelddadigen nemen het met geweld aan:
      Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en geweldenaars grijpen ernaar. Want al de profeten en de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe; en indien gij het wilt aanvaarden: Hij is Elia [Hebr. ‘Jahweh is (mijn) God’], Die komen zou. Wie oren heeft, die hore!Matth.11: 12-15.
      Kom, Heer Jezus! kom.
En de Genadegaven van de Heer Jezus Christus zij met allen” conf. Apocalyps 22: 20,21.