Orthodoxie & Christelijk samenleven – Alles is rein voor de reinen

de oerknal; the big Bang; الانفجار الكبير; το μεγάλο κτύπημα.

        In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.
           In het Woord was Leven en het Leven was het Licht der mensen; en het Licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen.
Er trad een mens op, van God gezonden, wiens naam was Johannes; deze kwam als getuige om van het Licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden.
Hij was het Licht niet, maar was om te getuigen van het Licht. Het waarachtige Licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld.
           Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem [het Licht] geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen” John.1: 1-11.

Apostle Titus & Paul holding Crete

Paulus, een dienstknecht van God, een apostel van Jezus Christus, naar het Geloof van  de uitverkorenen van God en de erkentenis van de Waarheid, Die naar de godsvrucht is, in de Hoop op het Eeuwige Leven, Dat God, Die niet liegt, voor eeuwige tijden beloofd heeft, terwijl Hij te zijner tijd Zijn Woord heeft openbaar gemaakt in de Verkondiging, Die mij is toevertrouwd in opdracht van God, onze Heiland: aan Titus, mijn waar kind krachtens (ons) gemeenschappelijk Geloof:
Genade zij u en Vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Heiland.
                                  ‘ Ik heb u op Kreta achtergelaten met de bedoeling, dat gij in orde zoudt brengen hetgeen nog verbetering behoefde, en dat gij, zoals ik u opdroeg, in alle steden als oudsten zoudt aanstellen mannen, die onberispelijk zijn, een vrouw hebben, die        gelovige kinderen hebben, die niet in opspraak zijn wegens losbandigheid of van geen tucht willen weten.
Want een opziener moet onberispelijk zijn als een beheerder van het huis Gods, niet aanmatigend, niet driftig, niet aan de wijn verslaafd, niet opvliegend, niet op oneerlijke winst uit, maar gastvrij, met liefde voor wat goed is, bezadigd, rechtvaardig, vroom, ingetogen,  zich houdende aan het betrouwbare woord naar de leer, zodat hij ook in staat is te vermanen op grond van de gezonde leer en de tegensprekers te weerleggen.
                                Want velen willen van geen tucht weten: het zijn ijdele praters en  misleiders, vooral die uit de besnijdenis zijn.
Men moet hun de mond snoeren, daar zij gehele gezinnen ondersteboven keren en, om oneerlijke winst te maken, onbehoorlijke dingen leren.
Iemand uit hun kring, hun eigen profeet, heeft gezegd: ‘ Leugenaars zijn de Kretenzen altijd, beesten en vadsige buiken’.
Dit getuigenis is waar. Daarom, weerleg hen kortweg, opdat zij gezond mogen zijn in het Geloof, en niet het oor lenen aan Joodse verdichtsels en geboden van mensen, die zich van de Waarheid afkeren.
Alles is rein voor de reinen, maar voor hen, die besmet en onbetrouwbaar zijn, is niets rein. Maar bij hen zijn zowel het denken als het geweten besmet. Zij belijden wel, dat zij God kennen, maar met hun werken verloochenen zij Hem, daar zij verfoeilijk en ongehoorzaam zijn en niet deugen voor enig goed werk’Titus 1: 1-16.

Door de eeuwen heen heeft de Kerk veel grote wetenschappers voortgebracht. Het was bijvoorbeeld de Belgische priester en fysicus Georges Lemaître, professor aan de Katholieke Universiteit Leuven, titulair kanunnik [1894-1966], die in 1927 de  de grootste ontdekking in de moderne kosmologie – ons universum breidt zich uit. Vier jaar later stelde hij voor dat het universum begon met één “enkele kwantum” – hetgeen we ‘nu‘ de oerknal noemen. Alleen al de hoge kerkelijke onder-scheidingen, die hij ontving laten zien, dat deze theorie het Geloof vanuit de Joods-Christelijk Traditie niet tegenspreekt. Er was in het begin zelfs veel tegenstand van buiten de Kerk tegen de ideeën van Lemaître, lid van de broederschap ‘Amis de Jésus’. Hij werd zelfs gesteund door paus Pius XII, die in 1958 overleed.
Hoewel het geen direct wetenschappelijk bewijs is van de schepping door God, is de theorie van de Oerknal in overeenstemming met de schepping uit het niets, die begon met Licht, met het Woord, want God sprak en het was Gen.1: 3.
Wij kunnen zonder probleem God zien als de aansteker van dat scheppende vuurwerk, zo’n 14 miljard jaar geleden!

Moshe at the Burning Bush, Sarajevo Haggadah

De meeste dagen van ons gewone mensen verlopen eentonig, om niet te zeggen saai; waarschijnlijk, net zoals de dagen van de herder Mozes.
Iedere dag hetzelfde liedje in de poging z’n schapen in beweging te krijgen, even blijven op een plek waar nog gras is en dan eventjes terug en nog verder trekken.
Liep hij alleen, of zou hij de enige zijn geweest, die zich door die vlammen van de Heilige Geest liet verrassen? Misschien was er wel een collega-spelleider die riep: ‘loop toch door! Wij hebben wel wat anders te doen dan naar een brandje [in ons hart] te kijken’.
Zo kan ik mezelf voorstellen dat onze Heer, Jezus Christus de aandacht van Zijn toehoorders richtte op de vogels in de lucht, het gras en de de bloemen [en de Wind, Die er over heen waait] op het veld. Sommigen van hen mopperden:
Wat een onzin! Praat toch over serieuze zaken; de bezetting door de machthebbers, het onrechtvaardige belastingsysteem [die de multinationals, de geldwisselaars en de belastinginners [voor hun oorlogen en eigen baten] ten goede komt’.
Maar Onze Heer maakt een sprong: door middel van de gewone dingen, zichtbaar en voelbaar voor allen [rijk en arm, zakkenvullers en sloebers] te maken, wijst Hij ons de weg naar de gever van alle Goeds, God onze Vader, Die in de Hemelen verblijft en nimmer gezien is. Christus opent ons voor de Verwondering – het Mysterie van het Leven – en de daarbij behorende dankbaarheid aan de Schepper van Hemel en aarde.

Bespiegelende observatie – weergave van de Verrezen Heer:

Christus verschijnt na Zijn Verrijzenis aan Maria Magdalena, Rembrandt; Christ appeared after His Resurrection to Mary Magdalene – by Rembrandt; يظهر المسيح لمريم المجدلية – بواسطة رامبرانت بعد قيامته; Ο Χριστός εμφανίστηκε μετά την Ανάστασή Του στη Μαρία Μαγδαληνή – του Ρέμπραντ

Het beeldt niet de ‘terugkerende‘ Christus van de eerste Evangeliën uit, maar
de Christus, Die in de gehele Blijde Boodschap van Johannes, de Theoloog ‘een  Lichtfiguur’ weerspiegelt, Die ‘de dood’ heeft overwonnen; Hij ziet de toeschouwer – met half gesloten ogen – aan, die vol begrip en mededogen zijn.
Boven zijn hoofd is een nimbus nauwelijks zichtbaar, Zijn volle baard en Z’n lang, krullend haar suggereren Z’n Wijsheid; de wonden als gevolg van de kruisiging zijn op het ontblote lichaam verdwenen.
Op Z’n schouders ligt een mantel in de witte kleur van onschuld gedrapeerd, die naar links valt en aan de rechterkant gerimpeld is . . .
Het licht valt op de blote borst en op een deel van het gezicht met het doordringend uitziende rechteroog, dat een centrale plaats op de afbeelding lijkt te innemen, zelfs het in schaduw wegvallende linkeroog straalt een bepaalde kracht uit.
Het is precies dit contrast van licht en donker dat zo dicht bij de Johannitisch beschreven  Icoon van de ‘Verrezen Heer‘ komt.
De afbeelding ‘Christus’ van de hand van de Nederlandse Kunstschilder Rembrandt Harmen’s-zoon van Rijn is nog steeds gehuld in het schaduwrijke halfdonker; maar alles wacht op het Licht dat uit de vergrote haard komt om te reflecteren op de persoon van de waarnemer en voor de figuur van de Verrezene om gehuld te worden in pure helderheid . . .

Christelijk samenleven

Christus geneest de zieken, ets Rembrandt – Teylers Museum Haarlem.

Wat een mens waard is, kunnen wij gewoonlijk te weten komen aan datgene, waartoe hij zich in het leven wezenlijk verhoudt. Wij noemen onszelf nog steeds Christenen en zouden daarmee willen uitdrukken, dat er in ons leven niets waardevoller bestaat dan Die wel meest raadselachtige Persoonlijkheid  uit de geschiedenis van de mensheid, Jezus van Nazareth.
Vanuit Hem trachten wij te leven, aan Hem hebben wij te danken, wat wij ‘christenen’ ‘het Leven’ noemen. Wij leven vanuit onze Joods-Christelijke Traditie.
De naam christenen, zo lezen we in het boek Handelingen van Lucas, is al heel vroeg ontstaan, voor het eerst in de gemeenschap te Antiochië, aan de kust van de Middellandse zee, net ten noord-westen van Syrië, in de golf, waar ook het eiland Cyprus is gelegen.
Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden, hun, die in Zijn Naam geloven; Die niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van een man, doch uit God geboren zijnJohn.1: 12-13
Ondanks Zijn Goddelijke Waardigheid nam ‘God Zelf’ de menselijke natuur aan, Hij sloeg Zijn Tempel –‘in ons’– op, opdat wij – ‘Zijn Heerlijkheid’ – mochten aanschouwen.
Immers Mozes vroeg God: “    Doe mij toch Uw Heerlijkheid zienEx.33: 18 en
Isaiah roept ons op het Verbond met de Heer indachtig te zijn: “  Sta op, word verlicht, want uw Licht komt en de Heerlijkheid des Heren gaat over u op. Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de Here opgaan 
en zijn heerlijkheid zal over u gezien wordenIsaiah 60: 1,2 en
de Apostel verklaart:“   Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de Kracht en de Komst van onze Heer Jezus Christus hebben verkondigd, maar 
wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn Majesteit. Want Hij heeft van God, de Vader, Eer en Heerlijkheid ontvangen, toen zulk een stem van de Hoogwaardige Heerlijkheid tot Hem kwam: “Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb2Petr.1: 16,17.
Hij toonde ons Zijn roemrijke Glorie, want een degelijke eer, die een mens vervuld – kan alleen met Genadegaven en Waarheid aan de eniggeboren Zoon door God, de niet-zichtbare Vader, verleend worden.
Aldus is het Woord vlees geworden en Het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn Heerlijkheid aanschouwd, een Heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader, vol van Genade en WaarheidJohn.1: 14.

Rembrandt, Boerengezin, onderweg [1652 – Teylersmuseum, Haarlem]; Rembrandt, οικογένεια των αγροτών, στο δρόμο [1652 – Teylersmuseum, Χάρλεμ]; رامبرانت ، عائلة المزارعين ، في الشارع.
De Grieks naam ‘Christen’ betekent niet alleen maar ‘mensen’, die de ‘Gezalfde’, de Christus volgen, hij kan ook betekenen: de Chrestoi [Χρήση του] en dat kan neerziend zoveel betekenen als: ‘prettige mensen, lieden, die aangedaan in de omgang zijn’; maar in het Grieks ‘van de straat’ [het plebs] uit de tijd van Jezus [slang, informeel taal gebruik van een bepaalde groep] kan dat woord ook de betekenis krijgen van : ‘nuttige idioten, goedmoedige stommelingen ‘, en precies die dubbele betekenis schijnt zoiets als ‘een eretitel’ te zijn geweest voor degenen, die Christus beleden.

arrenmoede; φτώχεια; فقر; poverty.

Want inderdaad wilde Christus dit op deze wijze en voorspelde Hij dat Zijn Volgelingen zich diende te distantiëren van de wereld, want de mensen van de wereld zullen u allen overleveren aan Gerechtshoven van de wereld en zij zullen u geselen in hun synagogen;  gij zult ook geleid worden voor stadhouders en koningen om Mijnentwil, tot een getuigenis voor hen en voor al de volkeren.
Christus zond Zijn volgelingen uit als: “  als schapen midden onder wolven” en riep hen op: voorzichtig als slangen en argeloos als duiven te zijnMatth.10: 16-18.
1.]. Wanneer Christus aan Zijn volgelingen vraagt: “Wie zeggen de mensen dat Ik ben” weet Hij best dat de mensen ‘zo veel dingen zeggen’ en dat Zijn leerlingen dat weten. Maar er komt een ogenblik in ons persoonlijke leven, waarop uitwijken niet meer helpt en het niet langer mogelijk is met citaten van anderen ‘langs onszelf heen’ te leven.
Ooit zal de vraag, die onze Heer ons stelt anders klinken: “Maar jullie, voor Wie houden jullie Mij?”. In de belangrijke, wezenlijke vragen van ons leven geldt alleen en uitsluitend ‘onze‘eigen’beslissing’.
We kunnen absoluut géén relatie krijgen met Christus, de Zoon van God, indien we een ‘objectieve’, een verhandeling op basis van feiten schrijven en zelfs wanneer wij alleen slechts de antwoorden weergeven, die door anderen zijn gegeven, zullen wij altijd weer opnieuw herinnerd worden aan personen, die van hun tijdgenoten ‘een – ‘onvoorwaardelijke’ – ‘beslissing’ hebben gevraagd.
In de ogen van veel tijdgenoten zet Christus voort, wat Johannes de Doper begon.
Wàt dit ook mag betekenen, het wil zeggen dat men in Hem een grote morele leraar [Pedagoog] ziet, Iemand Die, zoals de Doper aan de Jordaan, Die mensen trachtte te veranderen, door hen te zeggen hoe zij zich dienden te gedragen – louter eisen stellen en die goed ná te leven en die de wereld zouden kunnen verbeteren, indien ze in praktijk werden gebracht.
Is onze Heer wèrkelijk, zoals zo velen denken, een tweede Johannes, een moralist; Hij is beslist niet de Pedagoog, Die het ethische als ‘algemeen geldend‘ beschouwd en aan anderen voorstelt.
Integendeel, Wanneer we goed luisteren naar wat Hij werkelijk te zeggen had, dan wilde Hij niet geloven, dat God identiek zou zijn met het ethische algemene.
Omdat Hij onze zwakheden kende en wist dat wij vatbaar zijn voor verzoekingen en niet in staat tot het goede, hoe graag wij dat ook zouden willen, omdat Hij onze hulpeloosheid besefte, dááròm geloofde Hij dat God, veel meer dan de belichaming van goed en kwaad, de levende grond van de vergeving van alle kwaad is, een Kracht, Die ons de moed zou willen en moeten geven om ons leven aan te pakken, onverschillig in welke verhoudingen en in welke noodlottigheden het gevangen is.
God, zoals Zijn Zoon Hem ziet, is niet van zins ons te ‘oordelen’, maar ons òp te richten in de energie van Hoop.

Christus verschijnt als tuinman, Rijksmuseum Amsterdam

2.]. De tweede opvatting graaft dieper: Onze Heer zou de weer opgestane profeet Elias zijn. Met de persoon van Elias worden wij vooral in verband gebracht met de onverbeterlijke strijd tegen de verering van de Kanaänitische god Baäl en zijn gevecht tegen de politieke en sociale onderdrukking in het zogeheten Noord-Rijk.
Vastberaden zette Elias zich in voor het beëindigen van de heerschappij van mensen óver mensen; nadrukkelijk verlangde – ‘hij’ – de terugkeer van menslievendheid van de gelijkheid van allen in de ogen van de God van Israël [de Kerk].
Om de noodzakelijke Gerechtigheid in de samenleving van Gods Volk weer te herstellen, zag ook – ‘hij’ – geen andere weg dan de sociale en politieke hervormers uit alle tijden van de mensengeschiedenis; het middel van het geweld. 

Toekomst?

‘tiny church’ by Pieter ter Veen, 40 personen; μικρή εκκλησία» από τον Pieter ter Veen, 40 άτομα; “كنيسة صغيرة” للفنان بيتر تير فيين ، 40 شخصًا ؛.

Verwondering, verbazing: daarmee bedoelen wij een hele eigen wijze van kennen. Een kennen, welke ons geopenbaard wordt door de beproevingen van onze tijd heen.
We worden verrast, omdat de werkelijkheid – òf de mensen, die we meenden te kennen, die we meenden helemaal dóór te hebben  – toch ineens –
iets nieuws’ – openbaren.
Die Verwondering, die ons overkomt – is niet van deze wereld – en tegelijk is ze niet mogelijk zonder openheid van onze kant. Wij kunnen niet zonder de Verwachting naar – ‘een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde’ – [dat is Verlang en Vertrouwen tegelijkertijd], dat goede [Goddelijke] dingen onverwachts kunnen gebeuren.
Het ontkiemt’ zegt de Profeet, bijna niet te zien, maar al aanwezig.
      Denkt niet aan hetgeen vroeger gebeurde en
let niet op wat oudtijds is geschied;
Zie, Ik maak iets nieuws, nu zal het uitspruiten; zult gij er geen acht op slaan?
Ja, Ik zal een weg in de woestijn maken, rivieren in de wildernis.
Het gedierte van het veld  zal Mij eren, jakhalzen en struisen, want
Ik geef water in de woestijn, rivieren in de wildernis
om – ‘Mijn Uitverkoren Volk’ – te drenken.
Het volk dat Ik Mij geformeerd heb,
zal Mijn Lof verkondigen
Isaiah 43: 18-21.
Kerkgebouwen en de kloosters worden in mijn geboorteplaats Utrecht gesloten en verkwanseld aan de project-ontwikkelaars, een enkele gemeenschap tracht nog te overleven.

Het waren voorheen kerkgebouwen, temidden van een wijk-gerichte opbouw,
een plaats waar iemand de mogelijk geboden werd te ‘leven’ en te ‘wonen
temidden van een gelukkige gemeenschap.
Dàt is waar het uiteindelijk om gaat, doch die tijd schijnt voorbij te zijn.
Christelijk samenleven biedt plaats aan een gemeenschap via een systeem van huizen, binnenplaatsen en een labyrint van tussenliggende paden.

Samenleven = samen leven;                            العيش معا = العيش معا;
Living together = real living together.

Het lijkt erop dat christenen – werkelijk  een verbintenis dienen aan te gaan een Verbond met God èn de naasten; een verbintenis dienen af te sluiten en dit voor hun hele leven dienen te onder- en te onthouden:
de verschillende gezinssamenstellingen van de –‘juiste’– Tempel  de ‘goddelijke inborst’ te voorzien.
Een gemeenschap kan uit woningen bestaan in zes categorieën – die elk een reeks huisvestingsopties hebben, van bescheiden één-kamer-eenheden tot ruime huizen, geschikt voor een reeks van inkomens.
Maar voor een ‘leven’ en te ‘wonen’ temidden van een gelukkige gemeenschap, dient een goddelijke beginsel aanwezig te zijn; dient -‘alles rein te zijn voor de reinen’- en hoe dàt er uit gaat zien zal de toekomst ons door ondervinding leren.