Orthodoxie & je kruis opnemen – het bestrijden van de harte- en liefdeloosheid

– ≫ De dienaar en zijn Heer ≪-

    Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter hand zijn:
Komt, gij gezegenden van Mijn Vader! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.
Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd. 
Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen.
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heer! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven? En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed?
En wanneer hebben wij U ziek gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen?
          En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen:
‘Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan’
Matth.25: 34-40.

Vooroordelen zijn aangeleerd en kunnen dus ook weer afgeleerd worden.
Kennis is hierbij een hulpmiddel.
Wanneer je een persoon of een groep mensen beter leert kennen, dan
merk je dat er van het vooroordeel vaak niets overblijft.
Ga eens een mediterrane winkel binnen en laat je eens
informeren over wat er allemaal te koop is,
je zult versteld staan van de verscheidenheid aan smaakvolle producten.
Wij zijn heden-ten-dage- op de hoogte dat kinderen
al vroeg in hun leven vooroordelen aanleren en
dat deze ‘dus’ ook weer kunnen worden afgeleerd.
Een preekwoord –wat de boer niet kent dat eet hij niet gaat dus niet langer op. Kennis is hierbij een hulpmiddel.
Wanneer je een persoon of een groep mensen beter leert kennen, dan
merk je dat er vaak van het voorbarig, meestal afwijzend vooroordeel niets overblijft.

Atheïsten
Wat ons Christelijk Geloof aangaat is ons als kind altijd voorgehouden
dat atheïsten slechte mensen zijn.
Het bleek erg kortzichtig – niet voldoende doordacht,
met respect voor ‘anders’ gezindten.
Naarmate de leeftijd vorderde hebben wij in onze Lage landen
dienen te ervaren dat er eigenlijk in ieder mens wel een atheïst schuilt;
steeds opnieuw komt je mensen tegen die twijfelen of God nog wel wel bestaat.
Wanneer je er dieper op in gaat ontdek je dat: hoe deze twijfel ook vaak veroorzaakt wordt door de spelleiders [de priesters] wier woorden niet overeenstemmen met hun leven.
Wanneer je iemand ontmoet die beweert dat hij niet in God gelooft, dan
dien je jezelf aan te leren de vraag te stellen:

“Wat voor God het is, Die voor die persoon niet bestaat en
waarin zij of hij dan niet gelooft?” 

Atheïsme is in die zin absoluut geen ‘goddeloosheid’ als in een afwijzing van God, maar veeleer een afwijzing van een bepaalde voorstelling van God,
een afwijzing van een specifieke vorm van theïsme.
Geloof is tevens geen ideologie maar een weg die nooit eindigt,
er worden ons door God geen zekerheden aangeboden, alleen geheimenissen.
Geloven betekent niet dat je alles zeker weet, maar  juist dat
je de uitdaging aanneemt en de discussie aangaat.
Daarom zullen de twijfelaar en ‘zinzoeker’ elkaar vinden
door een gesprek aan te gaan.
            “Je dient eens wat vaker te luisteren naar je hart, want je hart is heilig!”.
Deze hartenkreet komt me niet onbekend voor.
Ik verklaar namelijk ook weleens dat mensen vaker naar hun hart moeten luisteren. Maar ja, wat is dat dan? Hoe gaat zoiets?
Ik zie mezelf al liggen in bed, mijn dag overpeinzend,
starend naar het plafond, wachtend tot mijn hart iets roept.
Klop, klop, wie is daar?’.
Het luisteren naar mijn hartkloppen levert waarschijnlijk vooral frustratie op.
Want het is verdraaid lastig om op commando in gesprek te gaan met je hart.
Zo werkt het dus niet.
Het hart is vooral waakzaam, het laat pas iets van zich horen wanneer
jij zelf iets ontdekt, ziet of doet dat je geweten aan het werk zet.
Een vreemd iemand vraagt je om hulp – wat doe je?
Een collega wordt gepest op kantoor – wat zeg je?
‘Klop, klop, zegt het hart dan’, òf niet?.
Is hartentaal dan vooral de taal van het geweten? Of is het meer dan dat?
Misschien zegt hartentaal wel iets over de kwaliteit van onze ziel?
Voor de een is de ziel slechts een ander woord voor verhoogd bewustzijn, maar
voor de ander [voor mij!] is het een heilig geschenk van de Ene God.
Weer dat woord: heilig. Het hart is ‘heilig’. De ziel is ‘heilig’.
Het is een ongrijpbaar woord, maar wat mij betreft van levensbelang.

Omgaan met de zieken

Genezing van de zieken

De volgende Joods- Christelijke dienst tot de naasten hebben eeuwigheidswaarde
en zijn in de Blijde Boodschap verankerd:
eerbied voor je ouders; het verlenen van diensten voor de naasten;
het verlenen van gastvrijheid en ziekenbezoek.
De zorg voor de zieke bestaat uit zowel de geestelijke als de lichamelijke zorg.
          De plicht om zieken te bezoeken bestaat uit twee onderdelen:
het voorzien in de behoeften van de zieke persoon en het gebed voor de zieke.
Zorg voor zieken bestaat immers uit:
Het gebed om Gods barmhartigheid; het schoonhouden van de ziekenkamer en het verzorgen van de zieke; alle overige behoeften van de zieke regelen [was, boodschappen] en de persoonlijke aandacht en zorg.
          Wanneer je op bezoek gaat bij een zieke
vraag je jezelf misschien af
wat je moet zeggen en zie je tegen het bezoek op.
Dien je te doen alsof er niets aan de hand is, of
dien je juist veel medelijden hebben?
Dit zijn een van de vele vragen die je misschien wel hebt.
Hoe kun je het beste omgaan met een zieke dierbare?
Je wilt misschien wel van alles weten over de ziekte en
hoe de patiënt zich voelt.
De juiste manier van vragen stellen is bijvoorbeeld:
“Hoe gaat het nu met je?” of “Hoe voel je je vandaag?”
Dan laat je de keuze bij zieke zelf om er uitvoerig op in te gaan of juist niet.
Probeer gesloten vragen waarop alleen het antwoord
“ja” of “nee” gegeven kan worden zoveel mogelijk te vermijden.
Hiermee kun je de indruk geven dat je geen uitgebreid antwoord wilt horen.
Je kunt ook vragen stellen zoals:
“Kan ik wat voor je doen?” of “Waarmee kan ik je helpen?”
Doe dit alleen als je het echt meent en een ander echt wilt helpen.

Misschien vind je het moeilijk om contact te zoeken en
heb je al wel tien keer op het punt gestaan om te bellen, maar durf je niet zo goed.
Je weet namelijk niet wat je moet zeggen.
Wees eerlijk, bel op en zeg: “Ik weet niet precies wat ik moet zeggen.”
Dat is altijd nog beter dan helemaal niets van je laten horen. Je kent de zieke waarschijnlijk al lange tijd, dus het hoeft niet eng te zijn.
Wanneer je de zieke aanspreekt,
behoef jij niet alleen maar degene te zijn die praat.
Sommige zieken zijn blij dat ze het even van zich af kunnen praten,
anderen willen alleen stilte en zijn blij dat je bij hen bent.
De kans is tevens aanwezig dat jij alleen maar behoeft te luisteren.
Het sturen van een kaartje bijvoorbeeld et een lieve tekst, een mailtje of een sms-je. Sommige mensen die de hele dag op bed liggen vinden het fijn om
een geschreven briefkaart te ontvangen.
Het is persoonlijk en de die zieke kan er steeds naar kijken of nogmaals lezen.
Het geeft een gevoel dat er aan hem/haar wordt gedacht en
dat hij/zij er niet alleen voor staat.

Omgaan met weduwen en wezen
Het is heel moeilijk als de patiënt zo ziek is dat hij/zij zal overlijden. Je ergste vermoedens zijn misschien wel uitgekomen.  Wanneer je de kans krijgt om afscheid te nemen, geef dan aan wat je gevoelens zijn. Het behoeven niet altijd veel woorden te zijn.
Wanneer de patiënt is overleden, kun je er met de andere dierbaren over praten.
Zo kun je aangeven dat je de persoon nooit zult vergeten, dat
je hem/haar zult missen en hoe erg het is.
Geef bijvoorbeeld aan dat je wilt helpen, wilt praten en
probeer het verlies voor jezelf een plek te geven.
Het is niet erg als je moet huilen en
het is goed om toe te geven aan je verdriet
Het verwerken van een verlies van een dierbare
is heel persoonlijk en is erg moeilijk.
De een heeft behoefte door er veel over te praten, terwijl
een ander het er liever niet vaak over heeft.
Geef toe aan je verdriet, erken dat het je is overkomen en
probeer er een positieve gedachte aan te geven.
Denk bijvoorbeeld aan de mooie herinneringen die je hebt,
wat voor een mooie tijd jullie hebben gehad,
hoe jullie samen gelachen hebben of dat jullie tijdens de ziekte
nog zulke fijne gesprekken hebben gehad.
Probeer een uitlaatklep te hebben voor je frustraties en verdriet.
Sommigen moeten daarvoor flink huilen, terwijl
anderen zich storten op hun werk of hobby.

aandacht voor de gevangenen
Als er iets is waarbij vooroordelen een rol spelen en aangeleerd zijn, maar ook weer kunnen worden afgeleerd, dan is dat bij de aandacht voor mensen, die op de een of andere manier de mist in zijn gegaan en gevangen zijn gezet.
Daarbij komt in de eerste plaats ‘zelfkennis’ van pas als hulpmiddel.
Weten we ècht wèl wie we zijn? Of spelen we verstoppertje voor anderen,
misschien voor onszelf en met God, dan blijkt pas ècht wie we zijn.
” Wie ben jij als er ff niemand kijkt?”.
De vraag komt onmiddellijk op wat doe ik wanneer
Onze Heer ons het voorbeeld heeft gegeven:
als volgeling van Mij dien je te verwijzen naar God, Bron van het goede !”.
Dit is Gods kapstok om Zijn visie op de samenleving uiteen te zetten.
Eigen verantwoordelijkheid neemt daar een belangrijke plaats in, dat is
de verantwoordelijkheid van anderen die professioneel met gevangenen te maken hebben, zoals de gevangenbewaarders en politieagenten.
Advocaten, rechters en managers dienen de eigen verantwoordelijkheid van de gevangene zelf onder ogen te zien, de verantwoordelijk voor zijn/haar daden en de verantwoordelijkheid om zijn/haar leven voortaan vorm te gaan geven.
Het is in onze tijd een gewoonte geworden, om over je leven, en dan vooral over misstappen, te spreken als ‘iets dat je overkomt’.
Alsof de misdaad iets is dat je gebeurt waar je weinig aan kunt doen.
Aan deze gedachte wordt wel de titel ontleend: ‘Het mes ging erin, alsof het mes een eigen willetje heeft en op eigen initiatief in de ander terecht gekomen is’.
Psychologen gebrabbel en zulk verhullend taalgebruik is misprijzend, ‘bekentenistaal’ waarin niets wordt bekend, een manier om over jezelf te praten zonder iets prijs te geven. Praten over je misdaden alsof je er zelf niet voor verantwoordelijk bent.
Ook dien je inzicht te hebben in instituties en ‘het systeem’. Wij zien individuen die hard werken en hun best doen, vaak degenen die op de werkvloer staan, zoals de agenten en bewaarders. Daar tegenover staat ‘het systeem’, dat individueel initiatief frustreert en bureaucratische verantwoording boven het welbevinden en eigen verantwoordelijkheid zet.

aandacht voor de Vluchtelingen
In de tijd voor Pasen waken kerken uit Amsterdam en omgeving regelmatig bij het Justitieel Complex Schiphol om de gevangenen die daar onschuldig onder artikelen 6 en 59 van de vreemdelingenwet vastzitten een hart onder de riem te steken.
Ook willen de kerken middels zo’n herhalend straatgetuigenis de gedachtevorming op gang brengen rond vrijere migratie waarbij de muur
misschien eerder staat rond de sociale voorzieningen [de trapsgewijze toegang middels ‘inverdienen‘] en de controle meer plaats vindt op de werkvloer op zwartwerk en op werken onder het minimumloon of de CAO norm, dan
het huidige beleid met enorme visum restricties en een hek rond Europa en
het illegaliseren of segregeren in opvangkampen van wie er toch weet binnen te komen.
Hoe zou onze wereld eruitzien wanneer migranten en vluchtelingen ‘zelf’ iets van hun leven kunnen maken, met hulp van vrienden, familie en sympathisanten en makkelijk verder kunnen reizen of terugkeren indien
de omstandigheden hier tegen blijken te zitten of juist thuis verbeteren?
En hoe zou onze wereld eruit zien indien wij
pogen ons aandeel in de oorzaken van migratie aan te pakken?

geweldloos weerbaar maken van gezonde persoonlijkheden
Geweldloze weerbaarheid is een methode, die is ontwikkeld om de mens te bevrijden van de demonen van angst, oordeel, obsessie, spijt, twijfel, verslaving, ziekte, hoogmoed en onwetendheid.
Een boze geest, een demon behoort tot een niet-zichtbare wereld die je niet moet bestrijden, maar moet koesteren met een liefhebbende geest, zodat
ze zelfs tot een bondgenoot kunnen worden.
De methode van bestrijden bestaat eruit om het kwaad onder ogen te zien en te bevragen wat er nodig is om het gegeven ook met alle liefde te omgeven waar het om vraagt door het eigen lichaam te slachtofferen, als offerande aan te bieden.
De theorie en de methode van beoefening is in wezen een techniek die
in de psychotherapie bekend staat als ‘voice dialogue’.
Hierbij gaat een cliënt een discussie aan met een of twee van
zijn/haar deelpersoonlijkheden die alleen of in combinatie met elkaar
problemen opleveren in zijn/haar leven.
Iedere deelpersoonlijkheid krijgt een stoel toegewezen.
Teneinde het probleem uit te diepen
verplaatst de cliënt zich in de deelpersoonlijkheid
door op diens stoeltje te gaan zitten en in die hoedanigheid
de vragen van de begeleider te beantwoorden.
Vervolgens neemt de cliënt weer plaats in zijn eigen stoel,
overweegt de antwoorden van zijn/haar deelpersoonlijkheid en
formuleert een stel nieuwe vragen.
Daarna verplaatst hij/zij zich weer in de energie van zijn/haar deelpersoonlijkheid.
Dit gaat net zolang door tot er een compromis wordt bereikt en
alle partijen zijn tevredengesteld, al of niet door tussenkomst van
een zogenaamd wijs deel van de cliënt.
In deze procedure wordt de cliënt zich bewust van zijn/haar  eigen schaduwzijde,
hetgeen  het doel is van elke psychotherapie.
De beoefenaar stelt zich van beide zijden telkens de vragen en de eventuele begeleider heeft part noch deel aan het onderling wederzijds deel-persoonlijkheid’s-gesprek.

Deze manier van aanpak leidt vaak tot een onnatuurlijk verloop en daar om zal de begeleider overeenkomstig de ‘voice dialogue’ methode instructies geven en vragen stellen aan de ene of de andere partij, zonder zelf een standpint in te nemen.            Deze bijeenkomst is er een van een indrukwekkende schoonheid en diepgang, die zeer tot nadenken stemt. Het draait aan de ene kant om troost en vertrouwen tegenover duivelse vuiligheid, uitwerpselen, zwart en afschuwelijk. Het is het symbool van Christus die alle aan de aardse gehecht zijnde verbintenissen heeft opgeofferd en  zo van aangezicht tot aangezicht
is komen te staan met God. In navolging van Christus is dit het eindpunt van
het individuatieproces van ieder mens. 

De algemene ervaring is dat alle beelden en ingevingen
zijn afgestemd op het ontwikkelingsniveau van de beoefenaar.
Ze worden gestuurd door wijsheid en intelligentie.
Niet iedereen zal daarom de vuiligheid en uitwerpselen van
de satan voor zijn kiezen krijgen.
Voor mensen met een psychische stoornis is
deze beoefening echter niet geschikt.
Voor hen staan wel mildere therapieën ter beschikking om
de traumata uit het verleden te genezen.