Zondag van de Verdrijving uit het Paradijs – onthouden van alle zuivelproducten – Vergeving’s Zondag

Verdrijving uit het Paradijs, conf. Masaccio [1401-1428]

      Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.
En wanneer gij vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; want zij maken hun aangezicht ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen, wanneer zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds.
       Maar gij, zalf uw hoofd, als gij vast, en was uw gelaat, om u niet bij uw vasten aan de mensen te vertonen, maar aan uw Vader, die in het verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
        Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de Hemelen, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen.
Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn“                   Matth.6: 14-21.

‘Herinnering aan het Paradijs’, detail Hieronymus Bosch 1400-1562

    Het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen van het Licht! Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd!
       Maar doet de Heer Jezus Christus aan en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.
       Aanvaardt de zwakke in het geloof, maar niet om overwegingen te beoordelen.
De een gelooft, dat hij alles eten mag, maar de zwakke eet plantaardig voedsel.
Wie wel eet, dien niet hem te minachten, die niet eet, en wie niet eet, dient niet hem te oordelen, die wel eet, want God heeft hem aanvaard.
      Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt? Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan. Maar hij zal staande blijven, want de Heer is bij machte hem vast te doen staanRom.13: 11b-14:4.

‘Op de terugweg’, detail Hieronymus Bosch; ‘أوب، دي، تيروغويغ’، فصل، هيرونيموس، بوش; «Στο δρόμο πίσω», λεπτομερώς Hieronymus Bosch.

Ieder mens, geen enkele ziel wordt uitgesloten, dient zich te onderwerpen aan de door God ingestelde krachten [εξουσίαι, exousiai], wat meer inhoudt dan een door de mensen ingestelde  burgerlijke overheid.
Gods geboden, waaronder de tien Woorden [10 Geboden] blijven ook in het Nieuwe Verbond van kracht, het zijn immers leefregels [lichtbakens op de weg] die een voordele geven van wat Liefde nu eigenlijk wel is. Zij dienen nooit als middel tot verplichting, maar dienen als leefregels tot heiliging [hoe de geroepen rechtvaardige door Geloof kan, zal en wil leven].

De Liefde achterna; Ακολουθήστε την Αγάπη; اتبع الحب

De tien woorden staan in negatieve vorm: “ Gij zult niet . . .”, omdat God en de zonde nimmer samen kàn gaan; God ‘is’ immers ‘Liefde’.
Goddelijke Liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen,  zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe. Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blij met de Waarheid1Cor.13: 4-6.

Wanneer Paulus vandaag zegt: “ Het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen” heeft hij het over de tijd [καιρός, kairos] en doelt hij op de eindtijd, wanneer onze Verlossing [het Heil] compleet gemaakt wordt.
De tijd is een verwijzing naar de laatste fase van de wereldgeschiedenis: “      En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeterenHand.2: 17-18.
Christenen hebben een plaats in “de voleinding der eeuwen”: “      Want Christus is niet binnengegaan in een Heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de Hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen; ook niet om Zichzelf dikwijls te offeren, gelijk de hogepriester jaarlijks met ander bloed dan het zijne in het heiligdom gaat, want dan had Hij dikwijls moeten lijden sinds de grondlegging der wereld; maar thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doenHebr. 9: 24-26.
Elke dag brengt ons dichter bij de wederkomst des Heren en onze uiteindelijke volledige Verlossing. Onze sterfdag is voor ieder van ons ‘de laatste dag’ voor deze eindtijd, want de tijd houdt voor ons op te bestaan.
Daarom is het leven in ons lichaam en de staat van onze ziel zo belangrijk; ons leven in het lichamelijke leven heeft een beslissende betekenis! “ De nacht is vèr gevorderd, de dag des Heren is nabij”.
Dit betekent dat ‘Christus spoedig komt’, hetgeen niet mag worden opgepakt als een dreigend iets: het is een op handen zijnde gebeurtenis, die van de wederkomst van Christus.
Voorafgaand dient de Blijde Boodschap van het Koninkrijk der Hemelen verkondigd te worden tot getuigenis voor alle volkeren.
Eerst dient er afval plaats te vinden; eerst dient de menselijke wetteloosheid zich te openbaren – eerst dán komt Christus om hieraan definitief een einde te brengen.
Er is in de Blijde Boodschap geen onderscheid tussen ‘de komst’ [παρουσία, parousia = aanwezigheid] en de Apocalyps [αποκαλψης = verschijning], hier worden dezelfde woorden voor voor de ene en enige wederkomst van Christus gebruikt.
Ook Petrus gebruikt dezelfde verwijzing: “      Het einde aller dingen is nabijgekomen. Komt dus 
tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden. Hebt bovenal bestendige liefde jegens elkander, want de liefde bedekt tal van zonden1Petr.4: 7,8. 
Het gaat in de Blijde Boodschap om de ‘nabijheid van het profetisch perspectief ‘ en niet om het chronologisch [en berekenend] perspectief.
Voor iedere Christen geldt dat z’n/haar fysieke dood ‘het einde van het aardse en het beging van het nieuwe leven’ is; daarom is er voor iedere mens nog maar een beperkte tijd over om de Wil van God te doen en Hem ter wille te zijn.
Pas op die komende dag‘, waar niemand omheen kan, komen alle verborgen dingen in het Licht te staan; alle mensen zullen voor de rechtersel in Christus voor God geplaatst worden:
      Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd Hij, die mij beoordeelt is de Heer. Daarom, velt geen oordeel voor de tijd, dat de Heer komt, Die ook hetgeen in de duisternis verborgen is, aan het Licht zal brengen en de raadslagen der harten openbaar maken. En dan zal aan elk zijn lof geworden van God1Cor.4: 4,5.
De tegenwoordige tijd wordt enerzijds gekenmerkt door onrechtvaardige rentmeesters, door sensatie en redetwisters, door heersers in de duisternis, door mensen, die door de god van deze tijd [eeuw] met blindheid geslagen zijn, door een boze wereld om ons heen — maar wordt anderzijds gekenmerkt door Christus en Zijn Volgelingen, die mensen trachten te plunderen uit de macht van de duisternis en overbrengen naar het Koninkrijk van Christus.
Wij leven in “het einde der eeuwen”, in “de voleinding der eeuwen”:
      maar thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen. En zoals het de mensen beschikt is, eenmaal te sterven en daarna het oordeel, zo zal ook Christus, nadat Hij Zich eenmaal geofferd heeft om veler zonden op Zich te nemen, ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden door hen, die Hem tot hun heil verwachtenHebr.9: 26-28.
Daarom wordt u allen vandaag aan het officiële begin van de vastenperiode gevraagd:
||| Bereid u allen voor op de ontmoeten met de Heer – bekleedt u met Christus, opdat u waardig mag worden geacht binnen te treden in het Hemels Koninkrijk.
      dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die tot het verderf zal gaan, als gevolg van zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar [de Wil van] God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en 
heiligheidEph.4: 22-24.

Vergeving
Vergeving is het opzettelijke en vrijwillige proces waarbij een slachtoffer een verandering in gevoelens en houding ten aanzien van en overtreding ondergaat, waarbij negatieve emoties zoals wraakzucht, met een verhoogd vermogen om de overtreder goed te wensen, wordt losgelaten.
Vergeving is iets anders dan vergiffenis [de actie niet als verkeerd beschouwen en vergeving nodig hebben].
De meeste wereldreligies bevatten leringen over de aard van vergeving, en veel van deze leringen bieden een onderliggende basis voor veel verschillende moderne tradities en gebruiken van vergeving.
Sommige religieuze doctrines  of filosofieën leggen meer nadruk op de behoefte aan mensen om een soort van goddelijke vergeving te vinden voor hun eigen tekortkomingen, anderen leggen meer nadruk op de behoefte aan mensen om elkaar te vergeven, terwijl anderen weinig of geen onderscheid maken tussen mensen en goddelijke vergeving.
Het begrip ‘vergeving‘ wordt over het algemeen als ongebruikelijk beschouwd op werelds, politiek gebied.
De Orthodoxie is echter de mening toegedaan dat het “vermogen tot vergiffenis” zijn plaats heeft in ‘openbare aangelegenheden‘; wij geloven dat vergeving middelen zowel individueel als collectief kan vrijmaken in het gezicht van het onherstelbare.
Bij God, als de meest menslievende is immers ‘alles’ mogelijk. 

Troparion     tn.4
  Een bittere spijs was het die Adam uit het Paradijs verdreven heeft:
hij weigerde te vasten volgens het gebod van zijn Heer,
en werd toe veroordeeld om de aarde, waaruit hij genomen was,
met veel moeite te bewerken en zijn brood te eten in het zweet des aanschijns.
Laat ons daarom het vasten beminnen, opdat
wij niet als Adam wenen moeten buiten het Paradijs,
maar dat wij daarin mogen binnentreden
”.

Kondakion     tn.6
  Gids van Wijsheid, Schenker van het verstand,
Opvoeder van de onverstandigen en beschermer van de armen,
beestig en onderricht mijn hart, o Meester.
Schenk mij het woord, Gij, Die het Woord van de Vader zijt,
want zie, mijn lippen houden niet op om tot U te roepen:
Barmhartige, ontferm U over mij, die gevallen ben
”.