Zondag van het Laatste Oordeel – in zoverre gij dit aan een van deze van mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het aan Mij gedaan.

        Wanneer dan de Zoon des mensen komt in Zijn Heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de Troon van Zijn Heerlijkheid.
En al de volkeren zullen voor Hem verzameld worden en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand.
        Dan zal de Koning tot hen, die aan Zijn rechterhand zijn, zeggen:

‘Komt, jullie gezegenden van Mijn Vader, beërft het Koninkrijk, Dat voor u bereid is van de grondlegging van de wereld af. Want Ik heb honger geleden en jullie hebben Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en jullie hebben Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en jullie hebben Mij gehuisvest, naakt en jullie hebben Mij gekleed, ziek en jullie hebben Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en jullie zijn tot Mij gekomen’.
        Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende:
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebben U gehuisvest, of naakt, en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis gezien en zijn tot U gekomen?
        En de Koning zal hun antwoorden en zeggen:
‘ Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan.
        Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: ‘Gaat weg van Mij, jullie vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is.  Want Ik heb honger geleden en jullie hebben Mij niet te eten gegeven, Ik heb dorst geleden en jullie hebben Mij niet te drinken gegeven; Ik ben een vreemdeling geweest en jullie hebt Mij niet gehuisvest, naakt en jullie hebben Mij niet gekleed, ziek en in de gevangenis en jullie hebben Mij niet bezocht’.
        Dan zullen ook zij Hem antwoorden en zeggen: Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of als vreemdeling, of naakt of ziek, of in de gevangenis, en hebben wij U niet gediend?
        Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre jullie dit aan een van deze minsten niet gedaan hebben, hebben jullie het ook aan Mij niet gedaan.
En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven
Matth.25: 31-46.

“ Nu zal wat wij eten, ons niet bij God brengen; eten wij niet, wij zijn er niet minder om; eten wij wel, wij zijn er niet meer om. Maar ziet toe, dat deze bevoegdheid van u niet tot aanstoot voor de zwakken zal worden.
       Want indien iemand u, die kennis hebt, [aan tafel] ziet aanliggen in een afgodentempel, zal hij met zijn zwak geweten dan niet aangezet worden tot het eten van offervlees? Dan gaat er immers iemand, die zwak is, ten gevolge van uw kennis verloren, een broeder, om Wiens Wil Christus gestorven is.
        Door zo tegen de broeders te zondigen, en hun geweten, indien het zwak is, te kwetsen, zondigen jullie tegen Christus.
       Daarom, indien wat ik eet, mijn broeder aanstoot geeft, wil ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, om mijn broeder geen aanstoot te geven.
       Ben ik niet vrij? Ben ik geen apostel? Heb ik niet Jezus, onze Heer, gezien? Zijt gij niet mijn werk in de Heer? Indien ik voor anderen geen apostel ben, voor u toch zeker wel; want het zegel op mijn apostelschap zijn jullie in de Heer 1Cor.8: 8-9: 2.

Laatste oordeel – “allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan”
                                    “    Wee hem die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, zijn opperzalen met onrecht; die zijn naaste voor niets laat werken,  hem zijn loon niet geeft; die zegt:
Ik zal mij een groots huis bouwen, ruime opperzalen; die  daarin zijn vensters aanbrengt en het dekt met cederhout, het bestrijkt met [rode] menie.
Zijt gij een koning, als gij wedijvert in cederhout?
Uw vader, heeft hij niet gegeten en gedronken en recht en gerechtigheid gedaan?  Toen ging het hem wel.
Hij deed de ellendige en arme recht wedervaren; toen ging het wel.
Is dat niet Mij erkennen? luidt het woord des Heren.
Maar gij hebt enkel oog en hart voor uw onrechtmatig gewin en  voor het vergieten van onschuldig bloed, voor het begaan van onderdrukking en geweldJeremia 22: 13-17.

Profeet Job [Arabisch: أيوب]
De taak van de Profeten is niet om de toekomst in verbluffende details of grimmige opluchting te verkondigen. Het is hun taak om ons te vertellen wat ze zien, wat ze begrijpen; het is niet om dingen uit te leggen.
Hoe weinigen van de toehoorders, of ze nu gewijd of seculier zijn, hebben echt de diepe onderbouwing begrepen van wat ze als Christenen met anderen dienden te delen? Maar zelfs in het aangezicht van de naakte erkenning dat er altijd een gebrek aan volledig begrip is, bezwijkt elke profeet uiteindelijk voor de dwang om anderen van hun [voet-]stuk te brengen, omdat dat noodzakelijk is; zelfs als het in de praktijk niet perfect is, overstijgt de ware en juiste boodschap de boodschapper.
En dat maakt hen tot moeilijke mensen om mee om te gaan, laat staan om hen in hun waarde te laten; ze worden immers voortdurend tegengesproken, zonder ooit echt van zich te doen spreken. Het zijn echter bloed-serieuze mensen en veelal, bieden ze ons momenten van vreugde en verkwikking.
De zeven werken van barmhartigheid zijn:
1.]. De hongerigen spijzen;
2.]. De dorstigen laven;
3.]. De naakten kleden;
4.]. De vreemdelingen herbergen;
5.]. De zieken verzorgen;
6.]. De gevangenen bezoeken.
7.]. De doden begraven.
Zes van deze werken zijn gebaseerd op de woorden van Christus in het jaar 1207 tijdens de pest in Europa werd hier een zevende werk aan toegevoegd: ‘de doden begraven’. Het is ontleend aan het Bijbelboek Tobit, waarin naast twee bekende, ook door Christus genoemde werken van barmhartigheid, speciaal de zorg voor de overledenen wordt benadrukt:
Ik gaf brood aan de hongerigen en kleren aan de naakten; als ik het lijk van een volksgenoot buiten de muren van Ninevé [‘het nageslacht is blijvend’] zag liggen, dan begroef ik hetTobit 1: 17.
Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven.
Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven,
Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest,
naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht;
Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen
Matth. 25, 35-36.

Naast de lichamelijke werken van barmhartigheid werden in de middeleeuwen zeven geestelijke werken van barmhartigheid uitgewerkt:
het zijn werken gericht op het lenigen van geestelijke nood.
De zeven geestelijke werken van barmhartigheid zijn:
1.]. De onwetenden onderrichten;
2.]. In geval van vermoeiden goede raad geven;
3.]. De bedroefden troosten;
4.]. De zondaars vermanen;
5.]. Het onrecht geduldig lijden;
6.]. Beledigingen vergeven;
7.]. Voor de levenden en overledenen bidden.
Alle ontwikkeling hangt af van een loskomen van ingesleten gewoonten,
een sprong in het duister [hetgeen je niet schijnt te herkenen en daarop volgt dan de vraag. Ik zou willen beweren dat dit de manier is waarop de mens leert;
hier vindt de [her-]opvoeding plaats en het is aan de Kerk, als Lichaam van Christus’ de educatieve taak in te vullen – zonder God mislukt immers alles.
Teneinde situaties waarin de mens wordt geplaatst positief te bevorderen
naar het creërende moment, dat hij/zij begint te vragen,
in alle toonaarden van zijn/haar stem:
‘Waarom?’, ‘moet dat nou?’.
Over het Goddelijk beginsel van de Blijde Boodschap als
weergegeven door de Zoon van God is geen discussie mogelijk.
Zijn komst naar de wereld was noodzakelijk omdat ‘de mens zèlf‘ niet in staat was zelfstandig de weg naar de oorspronkelijke bedoeling van God terug te vinden. Christus toont ons God als de onveranderlijke, betrouwbare Vader, Die waakt over z’n kinderen.

Kwaad, bederf en wereldgerichte slavernij kàn geen onvergankelijkheid beërven; wanneer Christus wederkomt vestigt Hij het Hemels Koninkrijk, de eeuwige staat, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde in de meest volledige zin.
Alle voorafgaande dingen zullen afgedaan [voorbijgegaan] zijn, wanneer
Christus op Zijn Troon zit en levenden en doden zal oordelen.
      En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de Hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.
En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: ‘Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan’.
En Hij, die op de troon gezeten is, zei [zal zeggen]: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw’.
En Hij zei [zal zeggen: ‘Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig
Openb.21: 1-5.

Ons is niet verteld wanneer en hoe het menselijk lichaam in een nieuwe toestand zal worden veranderd, en er wordt ons ook geen enkele verklaring gegeven hoe deze zal worden vertaald in de eeuwige wereld waar gerechtigheid heerst.
We kennen alleen het feit en dit is voor God voldoende geacht om ons te openbaren.
Christus heeft in Zijn Almacht alleen over Zijn rechterstoel gesproken en daar
heeft Hij eveneens geen details van vrijgegeven, dan dat: “   de gezegenden van Zijn Vader, het Koninkrijk zullen beërven, Dat voor hen bereid is van de grondlegging van de wereld afMatth.25: 34, en elders dat met de gezegenden van Zijn Vader wordt bedoeld: “     Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn Woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het levenJohn.5: 24.
Voor het overige heeft Christus niet over de details van Zijn Oordeel heeft gesproken; en in een dergelijk geval is het nederiger en waarachtiger, om wijs te zijn en niet zelf te gaan oordelen en dat zijn voorzeker degenen, die de stilte van de Heer het hardst verkiezen . . . . .

Een unieke blik op het begrip keuken
♥︎ –Een keuken zijn is meer dan alleen een plaats waar voedsel bereid wordt teneinde voedsel tot ons te kunnen nemen. Ze zijn het hart van het huis een plaats waar voedsel bereid wordt om ons tezamen naar lichaam en geest te laten genieten;
♥︎ – “ Een keuken is een plaats waar voedingsmiddelen en smaken worden ingebed in onze herinneringen; het voedsel dat we als kind hebben gegeten, de vele smaken tot volwassenheid, het verleidelijke vooruitzicht en aanwijzingen voor het maken van nieuwe inzichten en voorschriften;
♥︎ – “ Een keuken is een plaats die bezocht wordt om ontelbare variaties te ontmoeten voor de bereiding uit liefde voor de ander; er heerst warmte en gastvrijheid, je ervaart dat je welkom bent;
♥︎ – “ Een keuken doet ons een oproep ervaren tot actie, een erkenning van onze gemeenschappelijke medemenselijkheid – onze basisbehoefte om te eten en te genieten van het leven, een hoop op VredeTrevor Graham

Nu zal wat wij eten, ons niet bij God brengen;
eten wij niet,  wij zijn er niet minder om;
eten wij wel, wij zijn er niet meer om.

Maar ziet toe, dat de bevoegdheid van u om te eten
niet tot aanstoot voor de zwakken zal worden.
Elk aspect van ons leven dient gericht te zijn op vervolmaking in Christus, onze Heer.
Nu is wat wij eten afhankelijk van de keuken, waarin ons voedsel immers bereid wordt.
Daar wordt bepaald wat door ons genuttigd wordt;
Daar voor ons bereid, de grondlegging van ons bestaan in deze wereld;
Daar wordt ons eten en drinken vorm gegeven;
Daar wordt bepaald dat wij niet langer vreemdeling zijn en vinden wij huisvesting;
Daar worden wij bekleed en verzorgt wanneer wij ziek zijn;
Daar ervaren wij het vertrouwen;
Daar wordt de voelbare onderlinge band ervaren.

Waarom vraagt de Kerk ons dàn dàtgene wat zó primair is voor ons bestaan een periode te ontwijken; althans te proberen datgene wat ons hartje begeert een periode te laten staan?
Wij mensen zijn primair geïnteresseerd in eten en
juist dáárom wordt ons gevraagd om dit te beoefenen.
Je begrijpt het niet? . . . . . ben je ooit de strijd met jezelf aangegaan?
En heb je daarbij vermeden iets aan je voorafgaande leven te veranderen,
teneinde een betere toekomst voor te bereiden?
Vasten is het onthouden van voedsel, drank, slaap of seks
zodat je jezelf kunt concentreren op een periode van geestelijke groei.
Meer specifiek kunnen we stellen dat we door te vasten
iets lichamelijks achterwege laten om God te verheerlijken, teneinde
onze geest te doen groeien en om ons dieper in ons gebedsleven te begeven.
Je toont je daarmee waardig Gezegende van Je Vader genoemd te worden,
volgeling van Christus, Die datgene beërven zal dat voor jou bereid is van de grondlegging van de wereld af.
Christelijk vasten is geen “daad” of “opdracht”, die ons door Christus wordt opgedragen of door de H. Schrift wordt vereist.
Maar de Blijde boodschap raadt ons aan om vasten een plaats te geven in onze geestelijke groei. Het boek Handelingen legt vast hoe gelovigen vasten voordat zij belangrijke beslissingen nemen

      Toen vastten en baden zij [samen met de apostelen] en [deze] legden hun de handen op en lieten hen gaan. Dezen dan, door de Heilige Geest uitgezonden, trokken naar Seleucië [Gr. Σε λεύκεια = ‘tussen de gieren’, ‘koningstad, aanvoerhaven voor Antiochië] en voeren vandaar naar het oude Griekse eiland Cyprus [Gr. Κύπρος]; en in de havenplaats aan de oostkust van Cyprus Salamis [Gr. Σαλαμις] gekomen, verkondigden zij het Woord Gods in de Synagogen der Joden; en zij hadden ook Johannes tot helper . . . . .  en nadat zij voor hen in elke Gemeente oudsten hadden aangewezen, droegen zij hen onder bidden en vasten de Heer op, in Wie zij geloofd haddenHand.13: 3-5;14: 23.
Vasten en gebed gaan vaak hand in hand:
“ . . . Hanna [‘lieflijke, genadige’], de profetes, dochter van Phanuel [‘het gelaat van God’], uit de stam Aser [’gezegend, gelukkig’] was weduwe, ongeveer vier-en-tachtig jaar oud en zij diende God onafgebroken in de Tempel, met vasten en bidden, nacht en dag .
. . .   de Farizeeën en hun schriftgeleerden zeiden tot Christus: “De discipelen van Johannes vasten dikwijls en doen hun gebeden, en zo ook die der Farizeeën, maar die van U eten en drinkenLuc.2: 37;5: 33.

                       Maar al te vaak, ook in onze tijd, wordt de nadruk bij het vasten gelegd op een onthouding van voedsel.
                       Maar het doel van het vasten is om onze ogen af te wenden van de zaken van deze wereld en ons in plaats daarvan op God te concentreren.
Vasten is en blijft een gedrag om aan God en onszelf te laten zien dat we onze relatie met Hem serieus nemen.
Hoewel vasten in de Schrift bijna altijd betrekking heeft op het vasten van voedsel, zijn er ook andere manieren waarop we kunnen vasten.
Alles wat je tijdelijk kunt opgeven om je beter op God te kunnen concentreren kan als vasten worden beschouwd:
    Wat nu de punten betreft, waarover gij mij geschreven hebt, het is goed voor een mens niet 
aan een vrouw verbonden te zijn, maar met het oog op de gevallen van ontucht dient ieder zijn eigen vrouw te hebben en iedere vrouw haar eigen man. De man dient jegens de vrouw zijn [echtelijke] verplichtingen na te komen en evenzo de vrouw jegens haar man.
De vrouw heeft niet zelf over haar lichaam te beschikken, doch haar man; en eveneens [dus wederzijds] heeft de man niet zelf over zijn lichaam te beschikken, doch zijn vrouw.
Onthoudt dat elkander niet, tenzij met onderling goedvinden [en] voor een bepaalde tijd, om u te wijden aan het gebed, maar om daarna weer samen te komen, opdat niet de satan u zal trachten te verzoeken wegens uw gemis aan zelfbeheersing1Cor.7: 1-5.

Vasten dient dus tot een vooraf vastgestelde periode beperkt te worden, vooral als het om het vasten van voedsel gaat. Langere periodes waarin niet gegeten wordt zijn schadelijk voor het lichaam. Vasten is niet bedoeld om ons lichaam te straffen, maar om ons op God te kunnen concentreren.
Vasten dient ook ‘niet‘ als een “dieetmethode” te worden gezien.  We dienen niet te vasten om gewicht te verliezen, maar om een diepere gemeenschap met God te bereiken.
Jazeker: iedereen kan vasten. Sommige mensen kunnen weliswaar ‘niet’ van voedsel vasten [zieken en diabetici, bijvoorbeeld], maar iedereen kan wel het een of ander tijdelijk opgeven om zich beter op God te kunnen concentreren.
Zelfs een tijdlang geen voetbal, telefoon [what’s app] of televisie vroegtijdig uitzetten kan een effectieve manier van vasten zijn.
De enige Bijbelse reden om te vasten is om op je levensweg dichter bij God te zijn.
Door onze ogen van de zaken van deze wereld af te keren, kunnen we ons beter op Christus concentreren.
Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonenMatth.6: 16-18.
Christelijk vasten is veel méér dàn het onthouden van voedsel of andere zaken voor het lichaam; het is een opofferende leefstijl voor God.
In het oude verbond leren we bij Isaiah wat “echt vasten” is:
      Roep luidkeels, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin en maak mijn volk zijn overtreding bekend en het huis van Jaäcob zijn zonden. Wel zoeken zij Mij dag aan dag en hebben zij een welgevallen aan de kennis mijner wegen, als een volk dat gerechtigheid doet en het recht van zijn God niet veronachtzaamt.
Zij vragen Mij rechtvaardige verordeningen, zij hebben er een welgevallen aan tot God te naderen.
Waarom vasten wij, als Gij er toch niet op let: verootmoedigen wij ons, als Gij er toch geen acht op slaat?
Zie, op uw vastendag doet gij zaken en drijft gij al uw arbeiders aan. Zie, tot twist en tot strijd vast gij en om te slaan met snode vuist; gij vast heden niet om uw stem in den hoge te doen horen.
Zou dit het vasten zijn, dat Ik verkies, een dag, waarop de mens zichzelf verootmoedigt: dat hij zijn hoofd laat hangen als een oeverplant met lange stengel en zich rouwgewaad en as tot een leger spreidt? Noemt gij dat een vasten, dat een dag die de Heer welgevallig is?
Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien der goddeloosheid los te maken, de banden van het juk te ontbinden, verdrukten vrij te laten en elk juk te verbreken?
Is het niet, dat gij voor de hongerige uw brood breekt en arme zwervelingen in uw huis brengt, ja, als gij een naakte ziet, dat gij hem bekleedt en u niet onttrekt aan uw eigen vlees en bloed?
Dàn zal uw licht doorbreken als de dageraad en uw wond zich spoedig sluiten uw heil zal voor u uit gaan, de heerlijkheid des Heren zal uw achterhoede zijn.
Als gij dàn roept, zal de Heer antwoorden; als jullie om hulp roepen, zal Hij zeggen: ‘Hier ben Ik’.
Wanneer jullie uit uw midden het juk wegdoet, het wijzen met de vinger en het spreken van boosheid nalaat, wanneer gij de hongerige schenkt wat gij zelf begeert en de verdrukten verzadigt, dan zal in de duisternis uw licht opgaan en uw donkerheid zal zijn als de middag.
En de Heer zal u voortdurend leiden, u in dorre streken verzadigen en uw gebeente krachtig maken; dan zult gij zijn als een besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleurstelt.
En de uwen zullen de overoude puinhopen herbouwen, de grondvesten van vorige geslachten zult gij herstellen, en men zal u noemen: Hersteller van bressen, Herbouwer van straten.
Indien jullie niet over de sabbat heenlopen door uw zaken te doen op Mijn Heilige Dag, maar de sabbat een verlustiging noemt, de Heilige Dag des Heren van gewicht en die eert door noch uw gewone bezigheden te doen, noch uw zaken te behartigen, of ijdele taal uit te slaan,
Dan zullen jullie je verlustigen in de Heer en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw [voor]vader Jaäcob, want de mond des Heren heeft het gesprokenIsaiah 58: 1-14.
Het is niet zomaar een eenmalige handeling die uit nederigheid en zelfontkenning voor God wordt uitgevoerd, maar het is een leefstijl waarin anderen worden gediend.
Isaiah vertelt ons dat vasten bescheidenheid bevordert, de boosaardige boeien opent, de banden van het juk losmaakt, de onderdrukten hun vrijheid geeft, de hongerigen voedt, voor de armen zorgt en naakte mensen kleding geeft.
Dit concept van het vasten is dus niet iets dat maar één dag duurt: het is een leefstijl waarin je God en anderen dient.
Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen ‘allemaal‘ – Gods oordeel.
God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Christus werd begraven en Hij stond op uit de dood.
Wanneer jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en
alleen onze Heer en Verlosser als je Redder aanvaardt door te zeggen:
Eén is Heer, één is Heilig, Jezus Christus tot Heerlijkheid van God de Vader”,
dan zul je van het oordeel worden gered en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen. 

Troparion     tn.6
    Ik denk aan die vreeswekkende dag en ween over mijn slechte daden.
Hoe zal ik verantwoording afleggen voor de onsterfelijke Koning?
Hoe zal ik, ongelukkige, de Rechter durven aan schouwen?
Barmhartige Vader, een geboren Zoon en Heilige Geest,
ontferm U over mij
”.

Kondakion     tn.1
Wanneer U, o God, met Heerlijkheid op aarde weerkomt,
het heelal siddert en een rivier van vuur voor Uw rechtersel stroomt,
wanneer de boeken geopend worden:
red mij dan uit het onblusbare vuur,
en maak mij waardig om te staan aan Uw rechterhand,
U, Die de rechtvaardigste Rechter bent
”.