Zondag van de Verloren Zoon, de genezing van het innerlijk Kind van God

de Verloren zoon

      En Christus zei:
Iemand had twee zonen.
De jongste van hen zeide tot zijn vader:
Vader, geef mij het deel van ons vermogen, dat mij toekomt.
En hij verdeelde het bezit onder hen.
En weinige dagen later maakte de jongste zoon alles te gelde en ging op reis naar een ver land, waar hij zijn vermogen verkwistte in een leven van overdaad.
Toen hij er alles doorgebracht had, kwam er een zware hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden. En hij trok er op uit en drong zich op aan een van de burgers van dat land en die zond hem naar het veld om zijn varkens te hoeden.
En hij begeerde zijn buik te vullen met de schillen, die de varkens aten, doch niemand gaf ze hem. Toen kwam hij tot zichzelf en zei:
‘Hoeveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed en ik kom hier om van de honger. 
Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten; stel mij gelijk met een van uw dagloners’.
     En hij stond op en keerde naar zijn vader terug. En toen hij nog veraf was, zag zijn vader hem en werd met ontferming bewogen.
En hij liep hem tegemoet viel hem om de hals en kuste hem.
En de zoon zei tot hem: ‘ Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten’.
Maar de vader zei tot Zijn slaven: ‘Brengt vlug het beste kleed hier en trekt het hem aan en doet hem een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten. En haalt het gemeste kalf en slacht het, en laten wij een feestmaal hebben, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden’.
En zij begonnen feest te vieren.
Zijn oudste zoon was op het land, en toen hij dicht bij huis kwam, hoorde hij muziek en dans. En hij riep een van de knechten tot zich en vroeg, wat er te doen was. Deze zei tot hem: ‘Uw broeder is gekomen en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten, omdat hij hem gezond en wel terug heeft’.
Maar hij werd boos en wilde niet naar binnen gaan. 
Toen kwam Zijn Vader naar buiten en drong bij hem aan. Maar hij antwoordde en zei tot Zijn Vader:
‘ Zie, zovele jaren ben ik al in uw dienst en nooit heb ik uw gebod overtreden, maar mij hebt gij nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Doch nu die zoon van u gekomen is, die uw bezit heeft opgemaakt met slechte vrouwen, hebt gij voor hem het gemeste kalf laten slachten’.
Doch Hij zei tot hem: ‘Kind, gij zijt altijd bij mij en al het mijne is het uwe. Wij moesten feestvieren en vrolijk zijn, want uw broeder hier was dood en is levend geworden, hij was verloren en is gevonden’Luc.15: 11-32.

Apostel Paulus onderwijst
Christus’ Blijde Boodschap

      Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig.
Alles is mij geoorloofd maar ik zal mij door niets laten knechten.
Het voedsel is voor de maag en de maag voor het voedsel, en God zal zowel het een als het ander teniet doen. Maar het lichaam is niet voor de ontucht, doch voor de Heer, en de Heer voor het lichaam. God heeft niet alleen de Heer opgewekt, maar zal ook ons opwekken door Zijn Kracht. Weten jullie niet, dat jullie lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan leden van Christus wegnemen om er leden van een ontuchtige van te maken? Volstrekt niet!
Of weten jullie niet, dat wie zich aan een ontuchtige hecht, een lichaam [met hem/haar] is? Want, zegt Hij, die twee zullen tot een vlees zijn.
Maar die zich aan de Heer hecht, is één Geest (met Hem).
Ontvlucht de ontucht. Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn eigen lichaam om. Maar door ontucht bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam.
Of weten jullie niet, dat jullie lichaam een Tempel is van de Heilige Geest, Die in jullie woont, die jullie van God ontvangen hebben, en dat jullie niet van jezelf bent?Want jullie zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met jullie lichaam1Cor.6: 12-20.

De Blijde Boodschap

Iemand die de Blijde Boodschap omarmt, liefheeft en niet kan ophouden te leren, kan een voorbeeld vormen voor anderen, zowel voor jongeren als ouderen.
De verbeeldingskracht en horizonten worden verruimd en aannames worden uitgedaagd. Zo iemand heeft een relatie opgebouwd met z’n Bron, Die waarachtig en leven-schenkend is.
Bron van Zijn, Die ontmoet in wat je ontroert; een Bron van Zijn, Die je positieve kracht geeft, jou inspireert om liefdevol in het leven te staan. De Bron, Die wordt aangeraakt wanneer jouw hart en ziel geraakt worden door het leven, door de ander.
Er kan op deze wijze openlijk over successen en uitdagingen gesproken worden, terwijl er bovendien een voortdurende nauwere relatie gesmeden wordt met de Schepper van alle dingen.

Antroposofen [van het Griekse: ἄνθρωπος, ánthrōpos “mens” en σοφία sophίa “wijsheid” [een leer van Rudolf Steiner (1861-1925)] gebruiken in deze de tafelspreuk:
Aarde droeg het in haar schoot, Zonlicht bracht het rijp en groot. Zon en aarde die ons dit schenken, dankbaar willen we u gedenken”. Doordat een mens zich echter los tracht te maken van de aloude Goddelijke [God = Licht] orde, door in haar schoot niet langer de suggestie te wekken een weerspiegeling te zijn van een orde uitstijgend boven bepaalde grenzen, verliest de hiërarchische gemeenschapsordening niet alleen haar fundament, want voor God is ieder mens gelijk. Een opvallend gedeelte in de brieven van Paulus vind je gedeelten over het [menselijk] lichaam.
Paulus schrijft dat ons lichaam een Tempel is van de Heilige Geest.
Verheerlijkt dan God met uw lichaam“, schrijft Paulus.
Maar hoe doe je dit als volgeling van Christus dan concreet?
Hoe kun je een relatie opbouwen en met geheel je lichaam God verheerlijken? 

Een Tempel overeenkomstig de
H. Schrift is een gebouw of ruimte waar
religieuze bijeenkomsten plaatsvinden.
Hier kàn een mens -‘in contact treden’- met haar of zijn God en deze vereren door de Hem dienstbaar [ondergeschikt] te zijn.
Sinds de tijd dat Christus als de beloofde Messias op aarde verschenen is
is dienstbaarheid aan God ‘in [‘door’] Hem’ in vervulling gegaan en
kunnen wij die stenen tempels in feite afbreken, want God wil vanaf den beginne, zo heeft Christus ons geleerd, in de mens wonen met Zijn Geest en niet langer in gebouwen.
Vandaar dat Paulus er nu op wijst: ‘God’s Tempel?
Dat zijn jullie zelf !

    Heer, open mijn lippen, opdat mijn mond Uw lof verkondige. Wilt Gij een offer, dan zou ik het brengen, maar in brandoffers schept Gij geen behagen.
Een offer voor God is een berouwvolle geest: God, Gij versmaadt geen vermorzeld en nederig hart

Psalm 50[51]: 17-19.

Om te weten hoe we God’s Tempel concreet dienen te zijn dienen we als voorbeeld in de geschiedenis terug te kijken naar die diensten in de Tempel van Salomo en hoe dat daar aan toeging.
Om een lang verhaal kort te maken, het ging er daar netjes en beheerst aan toe echter met een bijzondere nadruk op de Liefde.
Waar ging het om in die latere tempel daar in Jeruzalem ten tijde van Christus? Letterlijk staat er ‘het heilige’. Het heiligdom, dat is de plaats waar de Heer woont, het ‘heilige der heilige’.
Wanneer de Tempel van Salomo klaar is, bidt hij dáár tot God en eerst dàn daalt de Heer af in de Tempel:
Zodra Salomo zijn gebed geëindigd had, daalde vuur uit de hemel neer en verteerde het brandoffer en de slachtoffers; en de Heerlijkheid des Heren vervulde het huis. De priesters konden het huis des Heren niet binnengaan, want
de Heerlijkheid des Heren had het huis des Heren vervuld. Toen alle Israëlieten het Vuur [de Geest] en de Heerlijkheid des Heren op het huis zagen neerdalen, knielden zij met het aangezicht ter aarde op het plaveisel, bogen zich neer en prezen de Heer:
Want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid

2Kron.7: 1-3.
Proeven jullie het respect, het gevoel van bewondering, de eerbied.

Wanneer dit leven in God dan een ‘niet’ te belemmeren aangelegenheid is en
een nauwkeurig omschreven kwestie betreft, wat zijn dan de regels? 
Wanneer de Tempel ‘in‘ je is: de plek waar Licht uit de hemel op aarde valt
[-‘waar Christus met alle eigenschappen, die nodig zijn wordt geboren en opgroeit’-];  waar muziek heerst, blijdschap en liefde voor de armen dan heerst daar niet te vergeten een ervaring van veiligheid en Vrede.
Vele eeuwen na Salomo heeft Christus zojuist de bruiloft van Cana achter de rug
– teken van ons [huwelijks-] Verbond met God – en wat ziet Hij daar op het tempelplein. Op het Paasfeest met Pascha komt Hij op het tempelplein en wat ontmoet Hij daar. Op het tempelplein klinkt overal onrust en geschreeuw van handelaren. Mensen staan daar af te dingen, geldwisselaars schreeuwen de laatste koersen over het tempelplein. Aan de ene kant is die handel wel begrijpelijk; kerken dienen immers ook om hun voortbestaan te denken. En hoe handig lijkt dit niet en met wat voor ophef wordt dat tegenwoordig in tv-reli-shows  waargemaakt.
Maar, hoe zijn -‘mensen’- verworden: het gaat langzamerhand méér om de handel, het vergaren van geld, dan om God. Er worden woekerwinsten gemaakt:
vreemdelingen, die niets bezitten ten opzichte van projectontwikkelaars of
niet beschikken over vriendjes in het land van herkomst, die
zich aldaar verrijkt hebben ten koste van de armen en daarmee onze tempels steunen[, teneinde in de nabije toekomst invloed en macht te kunnen uitoefenen].
Dát treft onze Heer en zaligmaker allemaal aan, ook heden ten dage nog:
een marktplein vol onrust, geschreeuw en concurrentie. Meer loven en bieden, dan loven en bidden. Wat de mooiste plek op aarde zou dienen te zijn, verwordt tot een ordinaire marktplein. In de tijd van Christus stond heel deze handel bekend als: ‘de bazaar van Annas’;  Annas, de hogepriester [6 – 15 na. Chr.].

Christus verdrijft de handelaren

Christus gooit de instrumenten van de geldwisselaars omver en al hun vermogen rolt over de tegels:
Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!”, zo roept Hij, Die toch een menslievend persoon genoemd kan worden.
In een heilige woede veegt hij het tempelplein schoon; als een vuur trekt hij zonde en eredienst uit elkaar.
Je hoort de echo van de woorden:
plotseling zal tot Zijn Tempel komen de Heer, die jullie zoeken, namelijk de Engel van het Verbond, dat jullie begeren. Zie, Hij komt, zegt de Heer der heerscharen. Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van de smelter en als het loog van de blekers. Hij zal zitten, het zilver smeltend en reinigend
Maleachi 3: 1-3.
Dàt gebeurt daar op het tempelplein – als een vuur trekt Jezus zonde en eredienst uit elkaar -.
Je gaat naar een kerkgemeenschap om er te bidden, om dicht bij God te zijn. Je hebt er een lange reis voor gemaakt, je hebt er mogelijk van je minimum inkomsten voor gespaard. Zingend en vol verwachting was je naar de kerkgemeenschap onderweg; je verwacht daar rust, blijdschap, muziek, vrede en eerbied.
Maar wanneer je dáár aankomt is er van alles, alles behalve rust, blijdschap, muziek, vrede en eerbied. Wat zul je je dan onveilig voelen en je denkt: “Is dit God?
Is Hij een hebberige God, Die géén Hemelrijk vertegenwoordigt?
God, de Vader, is goed en liefdevol; een God die veel geeft en ook veel vergeeft – gratis en voor niets! Een God die jou gelukkig wil maken. Die de weduwe veiligheid wil geven; de vreemdeling een thuis.
Zó komt God’s Woord ook op ons over, want in Zijn Blijde Boodschap vertelt Hij ons, dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest.

Stel je toch eens voor: God woont in jouw hart, jouw hart is de plaats waar hemel en aarde elkaar raken! Wat een Mysterie, wat een wonder!
Maar dàn vraagt Christus:
Maar is mijn Vader wel echt welkom bij je? Hoe schoon is het in jouw tempel?
Staat je hart voor Hem open?
”.
Want het komt ook bij ons voor, dat je weliswaar in God gelooft, maar
dat je de wereld en haar zondig bestaan ook heel gemakkelijk een plek geeft in je hart. Trots of jaloezie, slechte gedachten over anderen, perverse begeerten [de ontucht].
Let òp waar je je in begeeft: God èn de zonde in hetzelfde hart!, dat kàn toch niet samengaan?
Je ziet het Mysterie, het wonder niet meer, dat de Heilige Geest in je woont.
Hoeveel kwaad laten wij wel niet toe in onze gedachten, ons lichaam?
Wat komt er allemaal onze tempel wel niet binnen door de lamp van ons oog?
Wanneer wij ons ‘vermaken’ met onze elektronische apparatuur en geestverruimende middelen?
Hoe groot is óók voor ons niet het gevaar, dat we daar ontzettend gemakkelijk in worden; en dien ik tot de slotsom te komen dat ik mij van alles veroorloofd heb en mij door de wereld heb laten knechten.

Toren van Babel – Pieter Brueghel de oude

Door die dénaturalisatie, het mijzelf buiten spel zetten, door me te hebben losgemaakt van Gods Beeld en gelijkenis, veroorzaakte transformatie, welke niet eenvoudigweg maar schuilt in de overgang van een orde die vroeger legitiem [natuurlijk] leek.
Je te begeven naar een orde die voortaan nog slechts berust op de macht van  overheersers of op de vrijwillige slavernij van de gedomineerden.
Deze verandering betreft niet alleen de organisatie van het gemeenschapsleven;
deze verandering gaat veel dieper.
Ze raakt inderdaad
⁌ aan de ervaring van de menselijkheid van de mens en
⁌ treft daardoor alle verhoudingen die de mensen met elkaar onderhouden,
⁌ de banden tussen de generaties, het stramien van de tijd dus, en
⁌ raakt zelfs de verhouding die elkeen heeft met zichzelf in zijn dagelijkse leven.
Ze genereert tevens een ‘nieuwe’ ervaring van de natuur, aangezien
ze een natuur laat zien die in de kern geen hiërarchische gemeenschapsordening meer omvat.
⁌ Tegelijkertijd biedt ze ook de mogelijkheid van een nieuwe ervaring van het transcendente, doordat ze de weg bereidt voor de ervaring van een terugtrekking van de tastbare aanwezigheid van het goddelijke uit de samenlevingsorganisatie, en
⁌ brengt ze ‘nieuwe’ verhoudingen tot de wereld met zich mee, precies doordat ze leidt tot een ‘ont-Goddelijking’ van het dagelijkse leven.
Terwijl in een pre-democratische maatschappij:
⁌ in een wereld die gegrondvest is op het principe van een natuurlijke differentiatie tussen de mensen,
⁌ de door de traditie gesteunde orde en de natuurlijke orde één en dezelfde orde,
⁌ één en dezelfde onlosmakelijk natuurlijke, bovennatuurlijke en normatieve wereld vormen,
— behoren het transcendente, het natuurlijke en de traditie in een democratische samenleving,
— in een wereld gebaseerd op het principe van de gelijkheid der condities, daarentegen
— niet langer tot één enkele en zelfde orde.
Het aantreden van de democratie is het aantreden van een wereld waarin
de mensen zich -‘door en door’- elkaars gelijken voelen, hun gemeenschappelijk ‘menszijn’ ervaren en daardoor ertoe gebracht worden een scheiding tussen de dagelijkse wereld en het transcendente te ervaren,
en, in de dagelijkse wereld zelf [een van het transcendente afgesneden,
ont-Goddelijkte dagelijkse wereld] een scheiding te ervaren tussen de Traditie en het normatieve, het natuurlijke en de Traditie, de natuur en het normatieve.
Vanaf dat ogenblik kan de Bron van de normen van het samenleven niet langer in de religie, in de natuur, of in de traditie gezocht worden.
☛Alleen de ‘verGoddelijkte’ mens verschijnt nog als Bron van normen.

De vastentijd is voor ons orthodoxen de periode om de leiding over onszelf opnieuw op te pakken; dit kost tijd en het zich veel inspanning getroosten.

Door het onthouden van bepaalde levensmiddelen, zo onze lichamelijke gesteldheid dat toelaat, de  studie van de geschriften en het geven aalmoezen, laat de Kerk ons zien, hoe we onze christelijke weg dienen te vervolgen.
Weer thuis komen betekent ons weer op onze weg naar redding begeven en
onze talenten op de juiste manier te gebruiken.
Ik denk niet dat we onze oude gewoonten kunnen veranderen zonder
de brieven van Paulus en de apostelen te bestuderen.
We dienen te werken aan onze persoonlijke relatie met God teneinde
God beter te begrijpen; dit zal ons helpen ònszèlf en èlkáár beter te begrijpen.
God heeft ons de Schriften, de Traditie en de Kerk gegeven om
ons te bij te staan onze heilige doelen te bereiken.

En God zei: ‘Laat er Licht schijnen en er was Licht’.

Elk gebed van een mens wordt door God gehoord;
laat je door niemand wijs maken dat God niet naar ons luistert omdat we zondaars zijn.
Honderdduizenden, miljoenen christenen proberen geestelijke oplossingen te vinden in hun leven. Zij bespreken dit aan de biechtstoel of schrijven brieven of mailtjes, maar vaker nog grijpen zij de telefoon, die immers onder handbereik is en vragen hun leidsman, hun spelleider, hun priester hen in z’n gebed op te nemen.
Daarbij worden grote en kleine, eenvoudige en hoogst ingewikkelde problemen aangedragen in velerlei variaties, niet alleen geestelijk maar ook voor familie, zelfs de naaste familie, psychologisch, ziekteverschijnselen, huwelijk, revalidatie en wat al niet meer . . . . .
– en het verzoek is komt altijd hierop neer – God luistert niet naar ons omdat we zondaars zijn.
God, heeft ons toen Hij zei: “Vraag en je zult verkrijgen, zoek en je zult vinden en klop en er zal worden open gedaanMatth.7: 7-8 en Luc.11: 9 geopenbaard dat Hij altijd en eeuwig voor je klaar staat, dat wil zeggen voor iedereen.

”ontferm U over mij, die gevallen ben”

Hij zei dat met name voor zondaars en Hij heeft hen niet van deze aansporing uitgesloten en mensen gevraagd om te bidden:
Waak en bid, opdat u niet in verzoeking komt;
de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak
Matth.26: 41
Veel meer dienen we natuurlijk waakzaam te zijn en te bidden, op elke plaats en in elke manier, die je maar kunt bedenken en met name wanneer we verleid worden door allerlei verzoekingen.
Zie een verzoeking als een testcase, een mogelijkheid, die God je geeft om hem eer te brengen en je liefde tot hem te tonen en wanneer je uitglijdt ga dan niet bij de pakken neerzitten.
Trouwens, de gelijkenissen van de tollenaar en de Farizeeër, toont ons de tollenaar, die het uit- schreeuwt: “Mijn God, wees mij zondaar, genadig” en slaat zich in z’n onvermogen op de borst.
Net zoals in de gelijkenis de verloren zoon, die op z’n schreden terugkeert het uitschreeuwt: “Ik heb tegen de hemel en tegen u gezondigd en ben niet langer waardig uw dienaar te zijn”; het is het bewijs dat de gebeden van de zondaars worden gehoord. Wanneer je maar volhoud, zul je je doel bereiken.

Het meest levendige voorbeeld van het Orthodox christelijk gebed is het levend gebed, het meest effectief gebed wat een zondaar, een overvaller, een moordenaar, een misdadiger aan het kruis kan maken is: het kruisteken met de woorden: “Gedenk mij, o Heer, wanneer U in Uw Koninkrijk komt”.
Hoeveel woorden zijn dat? acht negen, tien, hoeveel zijn er dat?
En toch werd hij de eerste burger van het Koninkrijk van God.
Dus wanneer christenen jou om gebed zouden verzoeken, of voor anderen buiten ons te bidden verzoeken, is de boodschap, die jij tot God richt er één van. “Gedenk hen, Heer, wanneer U in Uw Koninkrijk komt
Daarom bevelen wij naast het gebed van het hart:
Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar” vele soorten gebeden aan voor onze christenen.

De parabel van de verloren Zoon gaat in velerlei opzicht over de mens, die zich door de wereld gegrepen voelt en méér wil ervaren dan hij in werkelijkheid aankan.
Ondanks het feit dat hij/zij er niet mee om weet te gaan laat de Vader hem/haar een noodlottige toekomst, buiten zijn toezicht tegemoet treden.
Het menselijk bestaan als zodanig wordt bedreigd en gaat in de richting van iets -‘wat komen gaat’- en waar ze -‘niet langer’- grip op heeft.
Om velerlei redenen blijven wij -westerlingen- onze wereldse weg vervolgen en
sleuren de rest van de wereld naar een abrupt einde, wij kunnen de industriële en elektronische ontwikkeling onmogelijk ontlopen.
We zien het aan onze kinderen, die geheel in beslag worden genomen door apparatuur en op latere leeftijd genot’s ervaringen, die hun aandacht volledig opeisen.
De mens verkeert in een soort gevangenschap, groeit op met verspilling
al wat men draagt of gebruikt wordt niets ontziend weggegooid,
zelfs het gemis aan werkelijk inhoud, die beslag legt op de menselijke entiteit wordt niet aangesproken op het ontbreken van datgene wat mis is.
Alles wat je je leven binnenbrengt, komt naar je toe vanwege iets wat jij aan de buitenwereld geeft en daardoor ben jij verantwoordelijk voor wat je overkomt 

Je waant je op een weg, welke door een circus gaat en
kunt slechts met moeite een eigen weg vervolgen
” zei Paulo Freire [1921-1997]
de opvoeder, die  bekend is geworden door zijn boek ‘Pedagogie van de onderdrukten’.
Het draait hier om het verval van de mens, de factoren, die de ontwikkeling van de mens bepalen en de wijze waarop de mens van onze tijd zich manifesteert.
– We zien dit in aristocratische samenlevingen, dat wil zeggen in pre-democratische samenlevingen, men ziet daar zijn/haar gelijken enkel onder de leden van de ‘eigen’ streng afgescheiden en bewaakte sociale klasse.
– In democratische samenlevingen daarentegen, die gebaseerd zijn op het principe van de gelijkheid van de bestaansvoorwaarden, zien de mensen hun gelijken niet alleen bij diegenen die op een zelfde manier leven, denken, handelen en voelen.
Zij zien van meet af aan en spontaan in alle mensen hun gelijken en communiceren ook als zodanig.
Tegelijkertijd ziet elkeen in ‘wie’ hij als gelijke ervaart dadelijk en essentieel een mens.
Zodra het principe van de gelijkheid van bestaansvoorwaarden, het principe van de menselijke autonomie en van de individuele onafhankelijkheid hun intrede doen in de zeden, komen de mensen ertoe elkaar beetje bij beetje te behandelen als gelijken,
te ontdekken dat zij in wezen op elkaar gelijken, en derhalve zichzelf spontaan te zien als ‘door en door’ menselijk.
              Als gevolg van deze verandering in de ervaring van het gelijke, van de andere, van de menselijkheid van de mens, lijkt de hiërarchische gemeenschapsordening niet langer natuurlijk:
ze maakt zich los van de natuurlijke orde en ze wekt niet langer de suggestie de manifestatie te zijn van bovennatuurlijke krachten: ze koppelt zich los van de transcendentie.
De hiërarchische gemeenschapsbanden die de wereldorde structureren lijken niet langer natuurlijk, noch bovennatuurlijk, noch normatief.
Hoe zouden de mensen, zodra zij zich in wezen aan elkaar gelijk beginnen te voelen,
de hiërarchische verhoudingen die hen op natuurlijke wijze van elkaar lijken te onderscheiden en de communautaire banden die hen van nature van elkaar afhankelijk lijken te maken,
nòg langer kunnen ervaren als natuurlijk of als bovennatuurlijk of als normatief?
De in de hiërarchische gemeenschapsordening ingeschreven normen leken natuurlijk en van ‘goddelijke origine’, maar worden voortaan begrepen als normen zonder fundament, die slechts berusten op Macht, zij het die van de wapens of die van de gewoonte, òf
op de misleide wil van wie zich daaraan onderwerpt.

      God echter bewijst Zijn Liefde jegens ons [mensen], doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn Bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn. Want wanneer wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft; en dat niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Heer Jezus Christus, door wie wij nu de verzoening ontvangen hebbenRom.5: 8-11.
Alle mensen zijn, zo heeft Mozes het eeuwen geleden verwoord, net
als Adam en Eva, die een beeld zijn van de komende generaties,
ongehoorzaam geworden aan Gods goede wetten en geboden.
Jacobus, de broeder des Heren, zegt het zo:
We zijn allemaal zondaars geworden en
de dood is het wetmatige gevolg van de zonde
Jac.1: 14-15.

de Verloren Zoon

God heeft in Zijn grote Liefde een uitweg gegeven door zijn Zoon Jezus Christus.
Hij is net als wij mens geworden en heeft hier op aarde
de zonde en de dood overwonnen en
daardoor het eeuwige Leven geschonken.

Door berouw en Geloof in Jezus krijgen we vergeving, maar er is meer!
Toen wij nog zondaren waren” houdt immers in dat we ‘niet langer’ zondaren zullen zijn.
Het bewijs van Gods Liefde kan je dagelijks in je eigen leven ervaren door de Kracht die Hij jou geeft, wanneer je oprecht gelooft en besluit niet langer te zondigen. Dat maakt je echt gelukkig.
                                  Ik wil U belijden, Heer, uit heel mijn hart. Voor het aanschijn van de Engelen zing ik een Psalm voor U, want Gij hebt alle woorden van mijn mond gehoord. Ik wil neervallen voor Uw heilige Tempel en Uw naam belijden, om Uw Barmhartigheid en Uw Waarheid. Want boven alles hebt U Uw naam verheerlijkt.
Op welke dag ik U
[ook] aanriep, hebt U onmiddellijk naar mij gehoord. U hebt mij hooggeschat om mijn ziel in Uw Kracht”.
Psalm 137[138]: 1-5, vert. ROK ’s-Gravenhage.
Elk woord dat we opschrijven wordt krachtiger ingeprent, omdat we onze tijd moeten nemen om zowel te schrijven als te lezenuit ‘De laude scriptorum [‘de schriftelijke lofprijzing’]  Johannes Trithemius [1462-1516] .

Wanneer je God, de Vader [Zijn Zoon en de Heilige Geest] vanuit de hemel ons beziet ten opzichte van de mensheid in nood en wij Zijn Hart zien branden uit Liefde voor de mensen, méér dan wie dan ook zich maar voor zou kunnen stellen en je leest vervolgens de parabel van de Verloren Zoon –
wordt dàn niet duidelijk wat Christus met deze parabel voor ogen heeft.
Christus maakt ons duidelijk dat we wàt wij in onze onnozelheid ook uithalen
God, de Vader ons liefdevol staat op te wachten.

Open voor mij de poort

  Zo iemand zich voelt als de Verloren Zoon, laat hij dan, zoals velen, de moed oppakken en tot Christus gaan; want de poort van het Goddelijk Medelijden is voor allen geopend.
-“Door Uw onzegbare mensenliefde, Christus onze God, ontferm U over ons”-

Troparion     Tn.4.
Spoed U tot mij en open Uw Vaderlijke armen; mijn leven heb ik verkwist.
Doch zie slechts op de onuitputtelijke Rijkdom van Uw Barmhartigheid,
veracht niet mijn hongerend hart.
Vol berouw roep ik tot U:
ik heb gezondigd, Vader,
tegen de hemel en tegen U
”.

Kondakion     tn.3.
Vol onbezonnenheid heb ik Uw Vaderlijke Heerlijkheid weggeworpen,
en met zondaars heb ik de mij door U geschonken ‘Rijkdommen’ verkwist.
Daarom roep ik tot U het woord van de Verloren Zoon:
tegen U heb ik gezondigd, barmhartige Vader,
neem mij aan nu ik boete doe,
en maak mij tot een van Uw loondienaren
”.

Theotokion     tn.2.
Onze Verlosser, de Heer Jezus Christus, hebt u gebaard.
Schenk redding, o Bruid, aan mij
die tot zulk een die armoede vervallen ben
en die zoveel goederen heb verloren, Al-reine,
opdat ik uw grote daden mag bezingen
”.

de Opdracht van onze Heer en Verlosser Jezus Christus in de Tempel [ontmoeting des Heren], 2 Februari.

      En toen de dagen van hun reiniging naar de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem aan de Heer voor te stellen, gelijk geschreven staat in de Wet des Heren: Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Heer en om een offer te brengen overeenkomstig hetgeen in de Wet des Heren gezegd is, een paar tortelduiven of twee jonge duiven.
       En zie, er was een man te Jeruzalem, wiens naam was Simeon, en deze man was rechtvaardig en vroom, en hij verwachtte de vertroosting van Israël en de Heilige Geest was op hem. En hem was door de Heilige Geest een godsspraak gegeven, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Christus des Heren gezien had.
       En hij kwam door de Geest in de tempel. En toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen overeenkomstig de gewoonte der Wet, nam ook hij Het in zijn armen en hij loofde God en zei:
      ‘Nu laat U, Heer, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw Woord, want mijn ogen hebben Uw Heil aanschouwd, dat U bereid hebt voor het aangezicht van alle volken: Licht tot openbaring voor de heidenen en Heerlijkheid voor Uw Volk Israël.
       En Zijn vader en Zijn moeder stonden verwonderd over hetgeen van Hem gezegd werd.
En Simeon zegende hen en zei tot Maria, Zijn moeder:
      ‘Zie, deze is gesteld tot een val en Opstanding van velen in Israël en tot een teken, dat weersproken wordt – en door uw eigen ziel zal een zwaard gaan -, opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden.
      Ook was daar Hanna, een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud en zij diende God onafgebroken in de Tempel, met vasten en bidden, nacht en dag.
En zij kwam op datzelfde ogenblik daarbij staan, en zij loofde mede God en sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten.
En toen zij alles volbracht hadden, wat volgens de Wet des Heren te doen was, keerden zij terug naar Galilea, naar hun stad Nazareth.
Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met wijsheid, en de genade Gods was op HemLuc.2: 22-40.

Christus, de mens geworden Wijsheid Gods, zegent

      Nu is het onweersprekelijk, dat het mindere door het meerdere wordt gezegend. En hier ontvangen sterfelijke mensen tienden, doch daar iemand, van Wie wordt getuigd, dat Hij leeft.
Ja, om zo te zeggen, is zelfs Levi, die tienden heft, door Abraham aan het tiendrecht [van een ander] onderworpen, want hij was nog in de lendenen van zijn vader, toen Melchizedek deze tegemoet kwam.
Indien nu het Levitische priesterschap het volmaakte gebracht had, immers, daaronder heeft het Volk de Wet ontvangen – waarom was het dan nog nodig, dat een andere priester naar de ordening van Melchizedek opstond, van wie niet gezegd werd, dat hij naar de ordening van Aaron is?
Want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van Wet.
Want Hij, van wie aldus wordt gesproken, heeft behoord tot een andere stam, waaruit niemand met het altaar te doen had: het is immers duidelijk, dat onze Heer uit Juda is gesproten, ten aanzien van welke stam Mozes met geen woord van priesters gerept heeft.
En nog veel duidelijker wordt het, als naar het evenbeeld van Melchizedek een andere priester opstaat, die dit niet geworden is krachtens een Wet met een voorschrift betreffende vleselijke afkomst, maar krachtens een onvernietigbaar leven.
Want van Hem wordt getuigd: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek“ Hebr.7: 7-17.

Dit jaar het accent op de Apostel-lezing:
In de Orthodoxe Kerk heet dit feest ‘het feest van de ontmoeting’; daarmee wordt de aandacht op Jezus gericht. De Orthodoxe Kerk wordt wel ‘Christocentrisch’ genoemd. Christenen en de Orthodoxe Kerk in het bijzonder, geloven dat God ervoor gezorgd heeft dat de Blijde Boodschap, de H. Schrift door God – in de loop van de eeuwen – is geopenbaard.
Want God is niet de Onbekende, Die op afstand blijft, maar de God Die verbondenheid zoekt, Die zich laat kennen, Die spreekt van hart tot hart. Vooral dat laatste is typisch voor de God van de Blijde Boodschap: Hij is een sprekende God!  Deze God heeft Zich ten diepste uitgesproken in Zijn Zoon Jezus Christus:
God heeft eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken in de profeten, Hij heeft nu in het laatst van de dagen tot ons gesproken in Zijn Zoon, Die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door Wie Hij ook de wereld geschapen heeftHebr.1: 1-2.
Zoals we met De Geboorte van Christus in het vlees de herders het Kind in de kribbe aantreffen, zo treffen twee andere vertegenwoordigers van het volk, Simeon en Hanna, het Kind aan in de Tempel. Het feest heet tegenwoordig ‘de Opdracht van onze Heer en Verlosser Jezus Christus in de Tempel’, of ‘de ontmoeting des Heren’ en daarmee is onze aandacht gericht op Christus.
De Blijde Boodschap, de H.Schrift geeft z’n Wijsheid pas prijs door het ‘reddende Geloof’ in Christus. Paulus zegt daarom tot zijn geestelijk kind:
  Mijn kind, Blijf jij echter bij wat je geleerd en toevertrouwd is, wel bewust van wie je het hebt geleerd en dat je van kindsbeen af de heilige schriften kent, die je wijs kunnen maken tot zaligheid door het Geloof in Christus Jezus2Tim.3: 14,15.
Wie de H. Schrift, de Blijde Boodschap leest zonder Christus, leest de Bijbel niet; dat is de ene kant. Maar er is ook een andere kant: ‘Wie Christus wil leren kennen’ – zònder de Bijbel te lezen, zal Hem ‘niet’ leren kennen !!!
Het is waar dat we God ook leren kennen in de schepping. Want alles wat geschapen is vertelt over Zijn Eer:
De hemelen verhalen de Heerlijkheid van God, het uitspansel verkondigt het Werk van Zijn handenPsalm 18[19]: 2.
Maar als we alleen zouden zijn aangewezen op de schepping en Gods Glorie daarin, zouden we Christus en de volkomen Verlossing, Die alleen Hij kan geven, niet leren kennen. Want Hem ontmoeten we in de H. Schrift, de Blijde Boodschap.
Daarom vormt het omgaan met de Bijbel een onmisbare geestelijke oefening voor wie willen groeien in het kennen van de Zoon van God.
Daarbij is het uiterst waardevol om gericht te zijn op het vergroten van je kennis van en inzicht in het geheel van de Bijbel, wanneer de aandacht altijd maar geconcentreerd blijf op het zoeken en zien van de rol van Christus in het geheel der dingen.
In de schepping manifesteert God zich als een Vader, Die de oorsprong is van het leven en Die Zijn almacht toont door te scheppen.
De beelden die de Blijde Boodschap daarvoor gebruikt roepen bepaalde voorstellingen op.  Als een Goede en Machtige Vader zorgt Hij voor wat Hij geschapen heeft met een Liefde en Trouw die – onveranderlijk – niet kleiner worden; dàt is wat de psalmen herhalen;
– “ Ik wil U belijden onder de volkeren, Heer, ik wil de Psalm voor U zingen onder de heidenen
Psalm 56[57]: 11;
– “ Wees verheven boven de hemelen, God, over heel de aarde zal Uw Heerlijkheid zijn”.
Psalm 107[108] : 5;
– “Heer, in de hemel is Uw Barmhartigheid, Uw Waarheid reikt tot boven de wolken.
Uw Rechtvaardigheid is hemelhoog gebergte; Uw oordelen een bodemloze zee

Psalm 35[36] : 6,7

Zo wordt de schepping de plaats waar de Almacht en Goedheid des Heren gekend en erkend worden en wordt zij voor de gelovigen een uitnodiging tot Geloof om God als Schepper te belijden.
Geloof doet ons zien”, zegt Paulus:
      Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembareHebr.11: 3.
Geloof impliceert dus dat men het onzichtbare erkent door het spoor ervan in de zichtbare wereld te herkennen. De gelovige kan het grote boek van de natuur lezen en zijn taal begrijpen; maar het Woord van Gods openbaring dat het Geloof wekt, is noodzakelijk opdat de mens tot het volle besef zou komen van de realiteit van God als Schepper en Vader.
Door het lezen van de H. Schrift, door je te verdiepen in de Blijde Boodschap kan het menselijk verstand met het Licht van het Geloof, de sleutel vinden om de wereld te begrijpen.
    Elke dag openbaart een [Gods] Woord aan de volgende dag; van nacht tot nacht wordt kennis verkondigd. Niet met gesproken woorden, er wordt geen klank vernomen. Toch klinkt over heel de aarde hun boodschap, tot aan de grenzen van de wereld hun woorden.
God heeft een tent gemaakt voor de zon, die als een bruidegom uit zijn bruidsvertrek treedt. Hij juicht als een reus om zijn baan te doorlopen; hij gaat op aan het einde des hemels. Zijn loop gaat tot het andere einde; niemand kan zich verbergen voor zijn gloedPsalm 18[19]: 2-7.
Dit is een metafoor zoals de dichter David de Heerlijkheid God’s ziet.
Het hoogtepunt is van heel de schepping is de Schepping van man en vrouw, de mens, de enige die bekwaam is Zijn Schepper te kennen en te beminnen.
De Psalmist bevraagt zich af terwijl hij naar de hemelen kijkt:
Als ik opzie naar de hemelen, het werk van Uw vingers: naar maan en sterren die U heeft gemaakt. Wat is dan de mens, dat U hem gedenkt? Wat is een mensenkind, dat U acht op hem slaat?Psalm 8: 4-5.
De mens, door God tot Liefde voor de mens geschapen, is maar klein ten overstaan van de immensiteit van het heelal; wanneer wij gefascineerd naar de enorme afstanden in het firmament kijken, bemerken wij soms ook onze begrensde werkelijkheid.
In de mens leeft de paradox: onze kleinheid en eindigheid wonen samen met de grootsheid van wat Gods eeuwige liefde voor hem gewild heeft.
Het Geloof is alles voor zover als het een werktuig en middel is teneinde Christus aan te grijpen, die ons mensen tot goddelijke volheid, een -‘nieuw mens’- brengt; net zoals iemand door het aangrijpen van een tak [van de wijnrank] behouden wordt.
Van het ‘nieuwe schepsel’ wordt gezegd alles [de goddelijke volheid] te zijn.
Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is.

En allen, die zich naar die regel zullen richten – Vrede en Barmhartigheid zal over hen komen en ook over het Israël God’sGal. 6: 15,16; en het ‘nieuwe schepsel’ is alles [de goddelijke volheid]; voor zover als het ons tot de hemel bekwaam maakt. “Jaagt naar Vrede met allen en naar de Heiliging, zonder welke niemand de Heer zal zienHebr.12: 14.

Taal is nooit onschuldig, zij verraadt een manier van denken.

De Goddragende Simeon & de Profetes Anna

Zowel Simeon [betekenis: ‘gehoord, luisteren’], een rechtvaardig en vroom man en hij verwachtte de vertroosting van Israël [= ‘God heeft de overhand’, ‘God zegeviert’] en de Heilige Geest was op hem, dus was hij een Profeet en Anna [Gr. vorm van Hebr. Hanna הינה, hetgeen ‘lieflijke, genadige’ betekent], een profetes, een dochter van Fanuël [‘het gelaat van God’], uit de stam Aser [‘gezegend, gelukkig’] èn Paulus [Lat. ’klein’,’gering’] getuigen vandaag over het kind, wat door z’n ouders in de Tempel overeenkomstig de Joodse Wet aan God wordt opgedragen.
Er wordt van Hem wordt getuigd: “Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek [‘Mijn koning is gerechtigheid’]”; “ Anna sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten“ en loofde met de profeet Simeon dat: “Dit kind is Licht tot openbaring voor de heidenen en Heerlijkheid voor Uw Volk Israël“.
Wie is deze Melchizedek eigenlijk?

Melchizedek, door de H. Geest Profeet, icon ‘aan de Zoon van God gelijkgesteld

Rondom de persoon van Melchizedek, die slechts in drie Bijbelboeken genoemd wordt, zijn de wildste theorieën en geruchten ontstaan.
Zo zou hij een engel zijn? Of, naar de Joodse overleveringen, Sem [
שם = ‘er’, de zoon van Noach [נוח=‘comfortabel’]?
Òf Melchizedek zou Henoch zijn, waarvan we ook niets meer hebben vernomen, na zijn opname in de hemelse gewesten? Dit komt omdat Paulus van Melchizedek zegt: “koning der gerechtigheid, vervolgens ook:
koning van Salem, dat is: koning des Vredes; zonder Vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens en aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altijdHebr.7: 2,3.
Als je door Paulus op die wijze benoemd wordt, kan het niet anders of je zal ‘een hoogstaande priester’ geacht worden, zoals je maar weinig tegenkomt.
Melchizedek bracht voort: ‘brood en wijn’. je kunt zeggen: “Gelijk Christus ons heeft meegegeven” en Melchizedek zegende Abram. Iemand zegenen is doorgaans de uitbeelding van het werk van de priester; ook wanneer een vader zijn zoon zegent, blijft het de uitbeelding van het werk van de priester; Abram, een vermogend man, gaf Melchizedek van alles dat hij had, een tiende.
Opmerkelijk is dat Paulus vermeldt dat Melchizedek zelf ook deel uitmaakt van de van diverse oorlogen tegen koningen; daarbij werd Lot, Abrams broer, ook slachtoffer werd deze gevangen genomen:
      Want deze Melchizedek, koning van Salem, priester van de allerhoogste God, die Abraham bij zijn terugkeer na het verslaan van de koningen tegemoet kwam en hem zegendeHebr.7: 1.
Paulus noemt deze Melchizedek, koning van Salem [afgeleid van שלום (Hebr.  Shalom= Vrede)] ongeveer 1000 jaar nadat David 1000 jaar gewacht heeft om Melchizedek te bezingen in:
    De Heer zegt tot mijn Heer: zit neer aan mijn rechterhand. Opdat Ik uw vijanden zal maken  
tot een steun onder uw voeten. Een scepter van Kracht zal de Heer u zenden vanuit Sion: Heer, temidden van Uw vijanden. Bij U is Heerschappij op de dag van Uw Kracht, in de stralende luister van Uw heiligen. Uit de schoot heb ik U voortgebracht vóór de morgenster. De Heer heeft gezworen, onveranderlijk: Gij zijt de priester in eeuwigheid, volgens de orde van Melchizedek.
De Heer is aan uw rechterhand; Hij verbrijzelt koningen op de dag van Zijn toorn. Hij oordeelt de volkeren, maakt talrijk de gevallenen; de hoofden van velen verplettert Hij op de grond. Uit een beek onderweg zal Hij drinken en dan het hoofd verheffen
” Psalm 109[110], vert. ROK ’s-Gravenhage.

En dan komen we Melchizedek uitgebreid tegen bij Paulus in de Hebreeën. Namelijk negen keer bij naam. Eerst in Hebr.5 waar Paulus spreekt over de nieuwe Hogepriester en vervolgens in Hebr.6 dat Christus ons is voorgegaan, het voorhangsel voorbij, omdat Hij Hogepriester is in eeuwigheid;
✦         “      Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer toegekend hogepriester te worden maar Hij, die tot Hem sprak: ‘Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt; zoals Hij ook op een andere plaats spreekt: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van MelchizedekHebr.5: 5,6.
✦         “      Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden, en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden, door God aangesproken als hogepriester naar de ordening van MelchizedekHebr.5: 7-10.
✦         “      Daarom heeft God, toen Hij des te nadrukkelijker aan de erfgenamen der belofte het onveranderlijke van zijn raad wilde doen blijken, Zich onder ede verbonden, opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die [tot Hem de] toevlucht genomen hebben, een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt. Haar hebben wij als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en dat reikt tot binnen het voorhangsel, waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan naar de ordening van Melchizedek hogepriester geworden in eeuwigheidHebr.6: 17-20.
Paulus legt uit dat Christus de Priester is geworden, maar dit niet uit de stam van Levi, door erfopvolging heeft ontvangen, maar op grond van Zijn Opstanding uit de doden:
✦      “      Indien nu het Levitische priesterschap het volmaakte gebracht had, immers, daaronder heeft het volk de Wet ontvangen – waarom was het dan nog nodig, dat een andere priester naar de ordening van Melchizedek opstond, van wie niet gezegd werd, dat hij naar de ordening van Aäron is? Want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van Wet. 
Want Hij, van wie aldus wordt gesproken, heeft behoord tot een andere stam, waaruit niemand met het altaar te doen had: het is immers duidelijk, dat onze Heer uit Juda is gesproten, ten aanzien van welke stam Mozes met geen woord van priesters gerept heeft.
En nog veel duidelijker wordt het, als naar het evenbeeld van Melchizedek een andere priester opstaat, die dit niet geworden is krachtens een Wet met een voorschrift betreffende vleselijke [afkomst, maar krachtens een onvernietigbaar leven. Want van Hem wordt getuigd: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van MelchizedekHebr.7: 11-17.

Apostel Paulus, I.M. Stavronikita Monastery, Athos [16th cnt]
Op de vraag, die daarop volgt: “Hoe kon Paulus dit weten?” is zijn antwoord:
      Tracht ik thans mensen te winnen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn. Want ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, Hetwelk door mij verkondigd is, niet is naar de mens. Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door Openbaring van Jezus ChristusGal.1: 10-12.
En dat is Paulus’ meest eerlijke antwoord welke wij uit de Blijde Boodschap kunnen halen.
Paulus heeft deze kennis, ja ‘al zijn kennis’, van Christus ontvangen. Daar werd in zijn dagen al aan getwijfeld, maar in onze dagen net zo goed. Hij kan niet volledig aan ons verzoek voldoen en blijft daarom zeggen: 
      Wat ik u schrijf, zie, voor het aangezicht van God, ik lieg nietGal.1: 20. De nieuwe punten die Paulus in Hebr.7 heeft aangehaald, dienden verborgen te blijven, tot het moment dat God Zelf hem en ons het zal openbaren.
Openbaren is immers het tegenovergestelde van verbergen !!!
Deze verborgen punten zijn kennelijk van essentieel belang de periode, dat wij ons volledig overgeven aan het Geloof, die ook wordt aangeduid als de Genadegave van de verborgenheid.
Paulus verwoordt dat door te zeggen dat hij God wil behagen en niet de mensen en dat hij daarom – in tegenstelling tot z’n voorgeschiedenis- dienstknecht van Christus is geworden. De Blijde Boodschap, de H. Schrift geeft z’n Wijsheid immers pas prijs door het ‘reddende Geloof’ in Christus.
Het doel van Christus’ komst naar de wereld is, dat iedere volgeling van Hem, door de Heilige Geest in Hem zou leven, zoals Hij Zelf leeft in relatie met Zijn Vader:

Christus als pedagoog [opvoeder].
      Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven. Te dien dage zult gij weten, dat Ik in [en] Mijn Vader ben en gij in [en] Mij en Ik in [en] u. Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door Mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbarenJohn.14: 18-21.
Om ‘in’ [en alsChristus [christen] te kunnen zijn, dient iemand eerst ‘in’ [-‘tot’-] Christus te  komen. Degene, die een diepgaande studie maakt over Gods plan, teneinde van zonde verlost te worden en daarmee z’n ziel tracht  te redden, raakt er van overtuigd dat de redding alleen door het Geloof komt.
Het Geloof nu is de zekerheid van de dingen, die men Hoopt en
het bewijs der dingen, die men ‘niet’ ziet.
Want door dit [Geloof] is aan de ouden een Getuigenis gegeven.
  Door het Geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord van Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.
Door het Geloof heeft Abel aan God een beter offer gebracht dan Kaïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.
Door het Geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij aan God welgevallig was geweest;
maar zonder Geloof is het onmogelijk [Hem] welgevallig te zijn.
Want wie tot God komt, dient te geloven, dat Hij bestaat en
een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken
Hebr.11: 1-6.

Troparion     tn.1.
  Verheug u, Hoog-begenadigde Moeder Gods en Maagd;
want uit U is opgegaan de Zon der Gerechtigheid: Christus onze God,
Om hen te verlichten, die in duisternis gezeten zijn.
Verheug u ook, rechtvaardige Grijsaard,
want in uw armen hebt u gedragen de Bevrijder van onze zielen,
Die ons ook de Opstanding schenkt
”.

Kondakion     tn.1
  Door Uw Geboorte hebt U de maagdelijke schoot geheiligd,
en de armen van de gerechten Simeon gezegend.
Gij zijt gekomen, Christus God, om heden ons te redden.
Schenk vrede aan Uw stad en versterk hen.
die U bemint, o enig menslievende
”.

Theotokion     tn.1 – bij 7e Ode [H. Simeon & Anna 3-2]
Zonder de schoot van de voortbrengende Vader te verlaten,
heeft de Volmaakte God in uw schoot gewoond, Al-reine;
en Hij heeft deze daardoor gemaakt tot Zijn geheiligde Troon
”.


Theotokion     tn.1. – bij 8e Ode [H. Simeon & Anna 3-2]
Het Woord, de God, Die alles te boven gaat,
heeft u voor Zichzelf genomen als een lelie,
als een welriekende roos, met hemelse geur, al-reine Bruid van God.
Hij heeft in uw schoot gewoond en daardoor onze menselijke natuur,
die door de zonde met stank en ontbinding was overgegaan,
weer geurend van leven gemaakt, Maria, de Moeder Gods
”.

Theotokion    tn.1.- bij 9e Ode [H. Simeon & Anna 3-2]
Toen de hoogbejaarde u zag komen als de Moeder Gods,
Heeft hij profetisch gesproken:
Zie uw Zoon zal strekken tot val en Opstanding van velen, Koningin
en zal een teken van tegenspraak zijn
”.

Orthodoxie & een wereld om ons heen zonder God

Christus, de Zaaier

        En Christus trok Zich met zijn volgelingen terug naar de zee. En een talrijke menigte uit Galilea ging met Hem mee. Ook uit Judea en uit Jeruzalem en uit Idumea en het over-Jordaanse en de streken van Tyrus en Sidon kwam een talrijke menigte tot Hem, daar zij hoorden, hoeveel Hij deed . . . . .
. . . . . En Christus zei: Alzo is het Koninkrijk Gods, als een mens, die zaad werpt in de aarde en slaapt en opstaat, nacht en dag, en het zaad komt op en groeit, zonder dat hij zelf weet hoe.
       De grond brengt vanzelf vrucht voort; eerst een halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar. Wanneer dan de vrucht rijp is, laat hij er terstond de sikkel in slaan, omdat de oogsttijd aangebroken is.
         En Hij zei: Hoe zullen wij het Koninkrijk Gods afbeelden, of onder welke gelijkenis zullen wij het brengen?
       Het is als een mosterdzaadje, dat, wanneer het in de aarde gezaaid wordt, het kleinste is van alle zaden op de aarde en toch, als het gezaaid is, opkomt en groter wordt dan alle tuingewassen, en grote takken maakt, zodat in zijn schaduw de vogelen van de hemel kunnen nestelenMarc.3: 7,8; 4: 26-32.

Een kostbare, invloed bezittende beeldspraak over het Koninkrijk van God in bovenstaande perikoop: ‘het is als iemand die zaad verspreidt dat groeit en groeit; werk verborgen in de aarde dat uiteindelijk zal rijpen en een oogst tot gevolg zal hebben’. Of ons werk klein of groot lijkt, God kan het aannemen, zaaien en tot iets moois laten groeien.
Zoals Alphons Ariëns [1860-1928] franciscaner priester het ons vorige eeuw verwoordde:  “ Het gaat er niet om ‘grote’ dingen te doen, maar datgene wat je doet ‘groots’ te doen”.  

Atheïsten zijn van mening dat het ontstaan van het heelal geen werk is van een schepper of een superwezen. Atheïsten geloven niet in God en dit uiten ze vaak door gelovigen aan te vallen.
Maar waarom? Misschien wel in eerste instantie omdat gelovigen God niet kunnen bewijzen.  God is vaak nog de ‘God van de grote gaten’, oftewel God als Almachtige wordt gebruikt door gelovigen ter verklaring van onbegrijpelijke verschijnselen.  Vroeger waren zaken als onweer, ziekten en wind niet te begrijpen. Wanneer een persoon iets niet kon beschrijven of niet wist waarom iets gebeurde, dan kon hij zeggen: “God laat dit toe”.

Tegenwoordig vindt de wetenschap steeds meer antwoorden op vragen.
Verschijnselen in de natuur zijn beter te verklaren dan honderden jaren geleden, waardoor er minder gaten overblijven om te vullen. Hierdoor is de ‘God van de grote gaten’ stervende.
Waar gaat het nu in de nabije toekomst heen met de wereld? Wordt iedereen atheïst? Keren alle mensen dan God, onze Vader, Die in de Hemelen is, de rug toe, innen zij hun erfenis en vetrekken zij de wijde wereld in?
Stel dat er geen geloof naast wetenschap kan voortbestaan, dan blijft er slechts over:
1.]. de oorlog tussen wetenschap en religie breekt uit: één van de twee wint;
2.]. wetenschap en religie staan voor dezelfde zoektocht en kunnen volledig en soepel in één grootse synthese verenigd worden;
3.]. Een derde mogelijkheid is dat beide partijen elkaar niet overlappen en dat Geloof in God, de Vader van Hemel en aarde, en wetenschap naast elkaar blijven bestaan.
In tegenstelling tot wat de atheïsten en agnostici door de eeuwen heen beweerd hebben, kan de mens onmogelijk leven zonder God. De mens kan een moreel bestaan hebben zonder God te erkennen, maar kan niet zonder het feit dat God bestaat. Wanneer God, onze Schepper en het begin van het menselijk leven is, dan kàn de mens niet zonder God leven. Wanneer je zegt dat de mens zonder God kan leven, zeg je tegelijkertijd dat een horloge kan bestaan zonder horlogemaker of een verhaal zonder verteller; ontwaak dus menselijke ziel – niemand is goed genoeg om zichzelf te redden. 

Mozes heeft dit aldus verwoord:
      En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar Gods [even]Beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. En God zegende hen en God zei tot hen: ‘Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar’“ Gen.1: 27,28a; met andere woorden wij danken ons bestaan aan de God in Wiens Evenbeeld we gemaakt zijn. Ons bestaan is afhankelijk van God, of we Zijn bestaan nu erkennen of niet, anders zijn wij mensen niet in staat een fatsoenlijk leven te leiden, dan zijn alle beestachtige [duivelse] remmen los.
“ God doet bronnen ontspringen in de dalen: midden tussen de bergen stroomt het water. Om alle dieren van het veld te drenken; de woudezels wachten erop voor hun dorst. Daarboven nestelen de vogelen des hemels; temidden der rotsen doen zij hun stem weerklinken. Vanuit Zijn bovenzalen drenkt Hij de bergen; met de vrucht van uw werken wordt de aarde verzadigd.
God doet gras ontspruiten voor het vee, jong groen, ten dienste der mensen. Om brood voort te brengen uit de aarde, en wijn, die het hart des mensen verheugt. Om met olie het gelaat te doen stralen, en s’mensen hart te sterken met brood. Ook de bomen in de vlakten brengen hem voedsel. Maar in de ceders van de Libanon, die Hij geplant heeft, nestelen vogels: de reiger maakt er zijn nest. De hoge bergen zijn voor de herten en de rots is een toevlucht der hazen.
God heeft de maan geschapen voor de verschillende tijden; de zon weet wanneer hij onder moet gaan. Dan is het duister, en wordt het nacht: dan komen allerlei dieren uit de struiken tevoorschijn. 
Welpen roepen om prooi: zij vragen hun voedsel aan God.
Daarna gaat de zon op, en zij kruipen bijeen, om te rusten in hun holen.
Dan gaat de mens uit naar zijn werk, naar al wat hij doet tot de avond.
Hoe groot zijn Uw werken, o Heer; Gij hebt alles met wijsheid gemaakt.
Uw scheppingskracht vervult de aarde: daar is ook de zee, groot en uitgestrekt. Daar wemelen ontelbare wezens: kleine dieren, en grote. Daar varen schepen, maar ook zeemonsters, die Gij gemaakt hebt om er te spelen. Allen verwachten van u, dat Gij hun voedsel geeft te rechter tijd. Gij geeft het hun, en zij zamelen in; Gij opent Uw hand, en allen worden met het goede verzadigd.
Maar als Gij Uw aangezicht afwendt, dan worden zij verbijsterd,
Gij neemt hun adem weg, en zij bezwijken: zij keren terug tot hun stof.
Gij zendt Uw Geest uit, en zij worden herschapen: Gij maakt nieuw het aanschijn der aarde.
De heer zij roem in eeuwigheid; dat de Heer zich zal verheugen over Zijn werken. Hij ziet neer op aarde, en doet haar beven; Hij raakt de bergen aan, en zij gaan op in rookPsalm 103[104]: 10-32. vert. ROK ’s-Gravenhage.
Zo bezingt een van de grootste kunstenaars van alle tijden Gods werken en vele schilders, dichters en componisten zijn David daarin sinds mensenheugenis gevolgd.

Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen. Wie in Mij niet blijft, is buiten geworpen als de rank en is verdord en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand”.

God is leven:
    Christus zei tot hem [en ons]: ‘Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Indien jullie Mij zouden kennen, zouden jullie ook Mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kennen jullie Hem en hebben jullie Hem gezien’John.14: 6
De gehele schepping wordt samengehouden door de kracht van Christus:
      Christus is [als mensgeworden Zoon van God] het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de gehele schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Christus is voor alles en alle dingen hebben hun 
bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is“ Col.1: 15-18.
Zelfs degenen, die God afwijzen ontvangen de dingen zie ze nodig hebben van Hem:
Hij laat Zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigenMatth.5: 45.
Te denken dat de mens kan leven ‘zonder God’ is hetzelfde als
denken dat een zonnebloem kan blijven leven zonder licht of een roos zonder water. 

Mozes heeft het aldus omschreven:
God heeft Adam en Eva gewaarschuwd dat ze op de dag dat zij Hem zouden afwijzen, zich als mens boven God zouden verheffen zij “onherroepelijk zullen sterven”:
    Maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker stervenGen.2: 17.
Zoals we weten, waren ze inderdaad ongehoorzaam, maar ze stierven die dag nog niet lichamelijk; ze stierven eerder geestelijk. Iets in hen stierf—het geestelijk leven dat ze eerder hadden, de gemeenschap met God, de vrijheid om van Hem te genieten, de onschuld en puurheid van hun ziel—het was allemaal weg.
Adam, die geschapen was om in gemeenschap met God te leven, werd vervloekt met een volledig vleselijk bestaan. Wat God bedoeld had als een transformatie van stof naar glorie was nu voorbestemd tot een reis van stof tot stof.
Net als Adam functioneert de mens zonder God vandaag de dag in een aards bestaan.
Zo’n persoon lijkt misschien gelukkig; er zijn natuurlijk ook genot en plezier te vinden in dit leven. Maar zelfs dat genot en plezier kan niet volledig ontvangen worden ‘zonder’ relatie met God. 

Sommigen die God afwijzen leiden levens van afleiding en vreugde. De vleselijke dingen die ze nastreven lijken een zorgeloos en bevredigend leven te brengen.
De Blijde Boodschap van de H.Schrift zegt dat er een zekere hoeveelheid geluk in zonde te vinden is:
      Door het Geloof heeft Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter, maar hij heeft liever met het volk Gods kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergeldingHebr.11: 24-26.
Het probleem is dat het tijdelijk is; het leven in deze wereld is kort:
    Keer de mens niet af in vernedering, U hebt immers gezegd: “Bekeer u kinderen
  der mensen”. Want duizend jaar, Heer, zijn in Uw ogen gelijk aan de dag van gisteren, die voorbij is. Als een nachtwake, zo gering worden die jaren geschat.
‘s Morgens verwelkt hij als gras, hij bloeit ‘s morgens en verwelkt; ‘s avonds valt hij af, verdort.
Want wij bezwijken onder Uw toorn, wij zijn geheel ontsteld door Uw gramschap.
Gij hebt U onze boosheid voor ogen gesteld; onze levenswijze staat in het licht van Uw aanschijn. Daarom gaan al onze dagen te gronde; wij bezwijken onder Uw toorn. Onze jaren zijn vluchtig als spinrag: de dagen van ons leven zijn zeventig jaren. Bij de sterken duren zij tachtig jaar, maar het meeste ervan is moeite en leed. Want dan komt de zwakheid over ons; dan worden wij gekweldPsalm 89[90]: 3-12.
Vroeg of laat zal de hedonist [iemand, die het genot boven alles stelt, zoals de verkwistende zoon in de gelijkenis ‘van de Verloren Zoon’], bemerken dat werelds genot niet blijvend is.
De wereld in de tijdsperiode om ons heen is in de loop van maar enkele decennia veranderd, alles is een geheel nieuwe ervaring geworden, die ons 24 uur per dag, 7 dagen in de week opeist. Daarom is het ‘nog’ noodzakelijker geworden de Pedagogie van onze Heer van Zijn Blijde Boodschap te blijven volgen om onszelf te distantiëren van de druk, die ons omringt.
We dienen ons voortdurend bewust te zijn dat we rust vinden voor onze ziel. Geheel ontkomen aan de wereld om ons heen kunnen wij niet; God kan immers ook niet zonder ons, teneinde Zijn Hemels Koninkrijk te bevorderen. Op dezelfde manier kunnen we niet zonder God.
Je kunt Gods werk herkennen in je basishouding:
              houd je je hand open, stel je voor dat je werk daar in je handpalm zit, alsof het een klein
              mosterdzaadje is. Besteed tijd aan dit verbeelden van je dag met God.
              Bied je werk aan God op, de mensen die je zult ontmoeten en
              overdenk dit ’s-morgens en’s-avonds in je gebedstijden en
              vraag om Gods zegen over jouw dag’.
God zegt je ‘volg Mij’ ‘ – ‘de tijden zijn rijp en het Koninkrijk van God is naderbij gekomen;
bekeer je en geloof in de Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer
’.
Niet iedereen die God afwijst is op zoek naar leeg genot.
Er zijn velen die niet-gered zijn, die gedisciplineerde, nuchtere levens leiden—gelukkige en vervullende levens zelfs. De Blijde Boodschap en de Pedagogie van de Heer geeft zekere morele principes welke iedereen ten goede komen — trouw, eerlijkheid, zelfbeheersing, etc.
Maar, nogmaals, zònder God heeft de mens alleen deze wereld.
Gemakkelijk door dit leven gaan is geen garantie dat we klaar zijn voor het hiernamaals. De mens zonder God is geestelijk dood; wanneer zijn fysieke leven voorbij is, staat hem een eeuwige scheiding van God te wachten.
De mens is een unieke creatie. God heeft een gevoel van eeuwigheid in onze harten gezet:
      Alles heeft God voortreffelijk gemaakt op Zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in het hart van de mens gelegd, zonder dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekkenPred.3: 11; en dat gevoel van een tijdloze toekomst kan alleen vervulling vinden in God zelf.

De pottenbakker
Heer als ik de klei ben,
dan ben ik buiten gelaten in de zon,
gebarsten en droog, zoals de modder van de stal. Nog steeds vasthouden aan de verloren zoon,
maar ik ben op weg terug naar huis.
Ja, ik ben op weg naar Uw Huis.

In handen, in Uw handen
dat maakt wijn tot levenschenkende wijn uit het water
In de handen, in Uw handen,
de handen van de pottenbakker

Heer als ik dan de klei ben,
laat dan Uw Levende Water stromen.
Verzacht mijn grenzen, Heer,
opdat iedereen het al doende zal weten,
maar ik ben op weg terug naar huis
Ja, ik ben op weg naar Uw Huis

En Heer, wanneer U luistert naar het lied van m’n leven,
Laat het, laat het maar eenvoudig zijn, een lied zo zacht
Laat het, laat het maar eenvoudig zijn, een lied zo zoet
Laat maar gaan weerklinken . . .
Heer, wanner ik de klei ben, leg me dan neer
op Uw draaiende pottenbakker’s wiel
Vorm me in datgene dat U kunt vullen
met iets wat waarachtig is, iets voortgekomen uit onze Verbintenis.

En ik ben op weg naar huis
Ja, ik ben op weg naar Uw Huis“.
onbekende dichter

Zondag van de tollenaar en de farizeeër – begin van het Triodion

de tollenaar en de farizeeër

      Christus sprak ook met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten, deze gelijkenis:
      Twee mensen gingen op naar de Tempel om te bidden; de een was een Farizeeër, de ander een tollenaar.
  De Farizeeër stond en bad dit bij zichzelf: ‘ O God, ik dank U, dat ik niet zo ben als de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als deze tollenaar; ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van al mijn inkomsten.
  De tollenaar stond van verre en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar hij sloeg zich op de borst en zei: ‘O God, wees mij, zondaar, genadig!’.
Ik zeg u: Deze keerde, in tegenstelling met de ander, gerechtvaardigd naar huis terug. Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd wordenLuc.18: 9-14.

      Gij daarentegen hebt volle aandacht geschonken aan mijn onderricht, wijze van doen, bedoeling, Geloof, lankmoedigheid [toegevendheid], Liefde, volharding, vervolgingen en lijden, zoals mij getroffen hebben te Antiochië, te Ikonium en te Lystra.
Al die vervolgingen heb ik
[in Christus] doorstaan en de Heer heeft mij uit alle gered. Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden.
      Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen; zij verleiden en worden verleid.
            Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wel bewust van wie gij het hebt geleerd en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het Geloof in Christus Jezus2Tim.3: 10-15.

Slechts Onze Heer en Verlosser,
Jezus Christus vormt voor ons het begin van redding & bevrijding, omdat wij nogal kortzichtig zijn sprak Hij eveneens  met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten.  Als Zoon van de liefdevolle Vader wil Hij bereiken dat de mens zich slechts voor Hèm openstelt,  teneinde het doel in het proces van verzoening, het doel van Zijn levensproject, te bereiken.
Moge God zowel voor jouw als voor mij, de grootste zondaar, de weg vereffenen, de weg naar “onze Vader”, Die ons het Hemels Koninkrijk binnenleidt en reeds van verre staat op te wachten.

Het Triodion, welke vandaag begint en tot Grote en Heilige Zaterdag duurt staat bekend als de weg tot het Licht. Deze voorbereidingsperiode op Pascha bestaat uit drie fasen:
1.]. de eerste periode is om je voor te bereiden op de vastenperiode.
2.]. de tweede periode de werkelijke periode van het vasten. 
3.]. de derde periode, de laatste week, die van de lijdensweek.
De Orthodoxe Kerk wijdt de eerste zondag van de voorbereidingsfase aan het thema van de tollenaar en de Farizeeër – de boodschap richt zich op de beoefening van de nederigheid.
Gebrek aan nederigheid is te herleiden tot trots, de wortel van het ontstaan van de zonde. Dat is herkenbaar, wie trots is, denkt immers in termen van wij-zij, goeden tegenover de slechten; je voelt je in elke geval beter dan die ander, je bent je in het geheel niet bewust van de blunders, die je maakt.
De ander wordt vervolgens buitengesloten; ‘Ik wil daar immers in het geheel niet meer mee te maken hebben’ – òf – ‘Ik ga alleen met je om als je nèt zo wordt als ik’, – òf – ‘Als je mijn culturele gewoonten niet overneemt, dien je er niet gek van òp te kijken, dien je niet te klagen als er vreemd tegen je wordt aangekeken en je er bij mij niet meer ‘in’ komt en je bijvoorbeeld ‘minder snel een baan krijgt’. Je sluit je op in je culturele vriendenkring en poetst je gezwollen ikheid [ego] op en sluit de rest van de wereld op jouw ‘nivo’ uit. 

De tijd van het Triodion is een periode, die deze zondag begint en eindigt op Stille Zaterdag; het is een tijdgebonden periode waarin de mens z’n/haar best doet terug te keren tot zichzelf en zich tot God wendt met het verzoek hem/haar tot een nieuw mens om te vormen.
Het woord Triodion is een Grieks woord en betekent drie Oden, van elk drie hymnen, het woord ωδή betekent lof, hetgeen uitgevoerd wordt door αείδώ [= zingen]. Het is een periode van zelfzuivering onder de aanroep: “ O, God wees mij genadig, ik ben een zondaar”.
Dit lezen we eigenlijk al aan het begin van Synaxarion op de eerste dag: “ O Schepper van al wat boven en beneden is, U aanvaardt de Hymne van het Trisagion van de Engelen: Neem ook aan het Triodion uit mijn mond, uit de mond van een mens”.

‘Open voor mij, o Leven-schenker, de poorten tot boete’?

Hoe goed past bij deze zondag de bijna juichende boetezang: “De deur der boete open mij, o Leven-schenker”, welke ons de komende weken zal begeleiden.
mp3:   فتح أبواب التوبة بالنسبة لي  = ‘open the repent doors for me’;

 

In de dagen van Christus rondgang op aarde waren farizeeërs mensen met passie voor geloofsopvoeding.
Zij zetten zich in om de rijke traditie van Mozes en de profeten te bewaren en over te leveren.
Zij willen niets liever dan voorkomen dat de mensen God zouden vergeten.
Het werkte echter in de hand dat het volk geleidelijk aan van God vandaan zou geraken, farizeeërs dàt waren immers dè schatbewaarders, zij waren immers geroepen om de enorme rijkdom aan Wijsheid en het Geloof te bewaren, daar kon het gewone volk niet bij.
En in het licht van die kostbare en rijke Traditie zijn ze niet enthousiast over nieuwigheidjes op geloofsgebied; zij onderstrepen dat het volgen van leefregels je slechts beschermt tegen afval, de buitenkant is slechts belangrijk. En zij zien een volstrekte sabbatsrust als een belangrijke – wekelijkse weg tot God; de spelleiders van het volk, de farizeeërs waren echter doorgeslagen in hun goede bedoelingen. Zij gingen zó vèr in hun ijver voor de Traditie en zij waren zó afgeknapt op de onverschilligheid van de gewone mensen, dat er iets verbetens en boosaardigs binnen was geslopen – zo werkt de tegenstrever.
Ze hadden het eigenlijk vooral nog over ‘de Wet van Mozes’ en het daarop volgend oordeel Gods; zij verloren daarbij Gods Liefde en Barmhartigheid uit het oog. Zij communiceerden niet meer met het gewone volk en concentreerden zich zo sterk op vormen en uiterlijkheden dat ze vergaten dat God het hart aanhangt en ziet wat er wèrkelijk van binnen plaatsvindt.

Wij, die onszelf, in eigen ogen, zulke brave christenen beschouwen, kunnen ons eigenlijk heel goed vinden in dat beeld van die farizeeër, wanneer we daar maar niet de tegenwoordige betekenis van “huichelaar” aan verbinden, want die betekenis hindert ons.
Maar wanneer wij ons bewust worden dat wij eigenlijk ‘net zo’ over onszelf denken als die mens uit de parabel, die over zichzelf dacht:
Wij komen netjes onze verplichtingen na, we bidden regelmatig, en we houden ons aan de wekelijkse en jaarlijkse Vastenregels; we doen eigenlijk nooit iemand kwaad; en wanneer we met iemand niet goed kunnen opschieten, dan is die ander toch gewoon ‘een volkomen onmogelijk mens’.
We zien maar al te goed hoe àndere mensen regelmatig tekort schieten en al zeggen we het niet met zulke mooie woorden, we zijn er toch innerlijk van overtuigd dat we ‘in God ogen‘ eigenlijk heel wat méér waard zijn dàn de meeste mensen, die zich immers nèrgens iets van aantrekken.
Wat hebben wij orthodoxen het toch goed met elkaar getroffen, òf niet soms? Ja, het gebeurt zelfs dat er openlijk vanaf het ambon verklaard wordt, dat je trots kunt zijn tot een bepaald Patriarchaat te behoren. 

    Doch sommigen van hen [de joden en de farizeeën] zeiden:
‘ Door Beëlzebub, de overste der boze geesten, drijft Hij de geesten uit’. Anderen begeerden, om Hem te verzoeken, van Hem een teken uit de hemel.
      Maar Christus kende hun gedachten en zei tot hen:
‘ Ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat ten onder, en het ene huis valt op het andere.
Indien ook de satan tegen zichzelf verdeeld is, hoe zal zijn koninkrijk kunnen standhouden? Want jullie zeggen, dat Ik door Beëlzebub de boze geesten uitdrijf. Indien Ik door Beëlzebub de boze geesten uitdrijf, door wie doen uw zonen het dan? Daarom zullen zij rechters over u zijn.
      Maar indien Ik door de vinger Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen.  Wanneer een sterke, goed gewapende man zijn eigen hof bewaakt, is zijn bezit in veiligheid. Maar wanneer iemand, die sterker is dan hij, hem aanvalt en hem overwint, rooft deze zijn wapenrusting, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit.
          Wie met Mij niet is, die is tegen Mij en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.
Zodra de onreine geest van de mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, en als hij die niet vindt, zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgevaren. En als hij komt, vindt hij het geveegd en op orde. Dan trekt hij heen en neemt zeven andere geesten mee, bozer dan hij zelf; en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met die mens in het einde erger dan in het begin’.
En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei:
‘ Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen’.
Maar Christus zei:
                ‘ Zeker, zalig, die het Woord Gods horen en het bewaren.
Toen de scharen te hoop liepen, begon Hij te zeggen:
                ‘ Dit geslacht is een boos geslacht. Het begeert een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona. Want gelijk Jona voor de Ninevieten ten teken geworden is, zo zal ook de Zoon des mensen het zijn voor dit geslacht. De koningin van het Zuiden zal in het oordeel optreden met de mannen van dit geslacht en hen veroordelen, want zij is gekomen van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen, en zie, meer dan Salomo is hier. De mannen van Nineveh zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen, want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en zie, méér dan Jona is hier
Luc.11: 15-32.

      Farizeeër                    en    de tollenaar

En dan is daar die andere figuur, daar achterin, achter die pilaar.
We hebben al snel een zwak voor hem, maar laten we van hem geen knuffel-tollenaar maken, hij heeft als mens net als wij terecht allerlei redenen om zich te schamen. Wanneer hij in de spiegel kijkt ziet hij niet bepaald de mens die hij altijd had willen worden. Hij is bepaald geen zegen geweest voor de gemeenschap, hij heeft niet veel licht en warmte verspreid; anderen niet erg gelukkig gemaakt, slechts gezegd waar het op stond. Hij heeft er geen levenslange vriendschappen aan overgehouden; wèl waren er erg veel conflicten, altijd spanning rond hem heen; veel donkere bladzijden in zijn leven; heel wat mensen heeft hij op hun ziel getrapt en pijnlijk bezeerd achter gelaten. Het verschil met de man daar voorin is, dat deze mens in de spiegel durft te kijken.
Hij is -‘niet’- blij is met wat hij daar in z’n rugzakje, zijn eigen hart aantreft.
Hij durft z’n blik -‘niet’- naar de hemel te richten.

farizeeër en de tollenaar, door Fabritius

Door deze passage van de Blijde Boodschap leren wij tevens het belang van het onophoudelijk gebed, het gebed van het hart en onderkennen we nog een vereiste om onze gebeden voor God  aanvaardbaar te doen zijn, dat wij kunnen bidden als waren wij de grootste dichters, die niet in staat zijn met de mooiste woorden Gods aandacht te trekken, we blijven mensen, die slechts van binnen dienen te beseffen, dat wij in ons doen en laten niets te ‘verdienen’ hebben.
Er blijft ons niets anders over en niet in staat iets anders te vragen dan Gods Genadegave: “O God, ontferm U over mij, zondaar“, alleen dàt blijft nog óver voor Gods genadige weg. Het belangrijkste in deze gelijkenis is dat Christus de menselijke bekering verbonden heeft met nederigheid. De H. Schrift laat duidelijk zien dat het de trots was die Satan deed vallen.
Nederigheid doet de mens zich in zichzelf terugtrekken om te erkennen dat hij ‘altijd maar weer‘ ongelijk heeft en dat hij op God dient te vertrouwen.
Het is het gebed van deze tollenaar welke de Kerk heeft gebracht tot  het gebed van het hart, het Jezusgebed – ‘Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar‘ en het komt dan ook in alle gebeden van de Kerk terug en wij blijven dit gebed maar onophoudelijk herhalen: ‘Heer ontferm U‘.
De laatste woorden -‘ontferm U‘- van dit gebed ten opzichte van onze Heer, toont de menselijke nederigheid en zelfopoffering en is het thema van de periode die op deze zondag begint en aan het einde van onze pelgrimstocht op aarde ‘de Opstandingsdag‘, ‘het Licht‘ van het Hemels Koninkrijk in het vooruitzicht stelt. De mens, hij/zij buigt zich voorover, slaat zich op zijn/haar borst en zegt: ‘Heer, wees mij, zondaar, genadig’.

    De deemoedige gezindheid van de Tollenaar werd voor hem een ladder, die hem deed opstijgen tot de Hemelse Gewesten [Hoogten]. Maar doordat de Farizeeër zichzelf verhief in de lichtzinnigheid van zijn ijdelheid, viel hij gebroken neer tot in de kerker van de hel. Vanuit een hinderlaag berooft de bedrieger de gerechten door ijdelheid. Hij vangt zondaars in de strik van de wanhoop. Maar laat ons de Tollenaar navolgen, om zo van beide kwaden te worden bevrijd7e Irmos

Ikos     tn.3.
   
Laten wij onszelf verdeemoedigen, broeders en zusters, en met klagend zuchten ons geweten slaan, zodat wij zonder schuld mogen staan in het eeuwige Gericht, daar wij dan vergeving hebben ontvangen. Dat is in waarheid de Rust, smeek dat wij deze mogen aanschouwen, waar kwelling noch smart meer worden gevonden, en wij niet meer behoeven te zuchten uit de diepte. Want dan zijn wij in het wonderbaar Paradijs, dat geschapen is door Christus, onze God, zonder begin, evenals de Vader”.

Kondakion      tn.4.
Laat ons vluchten de hoogmoedige grootspraak van de farizeeër,
maar navolgen de grootheid van de deemoed van de Tollenaar.
En laat ons rouwmoedig roepen tot de Verlosser;
Wees U ons genadig, Die alleen Verzoening wilt
”.

Kondakion      tn.3.
Laat ons, zondaars, aan de Heer opdragen
het zuchten van de Tollenaar en voor Hem neervallen,
want Hij is onze Meester.
Hij wil de Verlossing van alle mensen
en schenkt vergiffenis aan allen, die boete doen.
Want terwille van ons is Hij vlees geworden,
terwijl Hij God is;
zonder begin, evenals de Vader
”.

Theotokion     t.3.
  Wij erkennen u als de wonderbaarlijke heilige ladder,
welke eens door Jacob in de droom was aanschouwd,
en die vanuit de diepte tot in de hoogste hemelen reikt, Al-reine.
Want gij hebt God vanuit den hoge neergetrokken in het vlees
en hebt daardoor de sterflijken omhooggevoerd
”.

Orthodoxie & de geboren buitenstaander, nadat wij uit de duisternis zijn opgestaan.

Christus, vol Genade en Waarheid

      Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven zal hebben . . . . .
         Dit is het oordeel, dat het Licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het Licht, want hun werken waren boos
John.3: 16&19.

Met de wereld wordt de mensheid in het algemeen bedoeld.

      En Christus zei tot hen: ‘jullie zijn van beneden, Ik ben van boven; jullie zijn van deze wereld, Ik ben niet van deze wereld. Ik heb jullie dan gezegd, dat jullie in je eigen zonden zult sterven; want indien jullie niet geloven, dat Ik het ben, zullen jullie in je zonden stervenJohn.8: 23,24.

Christus behoorde dus weliswaar tot de wereld, waartoe Hij met God’s Opdracht was nedergedaald, maar Hij behoorde ‘niet  tot de mensenmaatschappij die er bestaat en daarmee gaf Hij aan dat Hij [als Zoon van God, afkomstig uit het Hemels Koninkrijk] onmogelijk een bepaalde zonde kon uitoefenen en noemde Hij de Satan de heerser van deze wereld.

nachtelijke wandeling

      Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste van deze wereld ‘buiten’ geworpen worden; en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken. En dit zei Hij om aan te duiden, welke dood Hij sterven zou“ John.12: 31-33.

Mozes benoemt het volk van Israël [de Kerk] als buitenstaanders van de wereld, die zich van de “massa” dienden te distantiëren:
      Jullie dienen de meerderheid:
in het kwade niet te volgen, noch in
een rechtsgeding getuigenis afleggen met de meerderheid mee, om het recht te buigen.
Ook zullen jullie een onaanzienlijke niet voortrekken in zijn rechtsgeding.
Wanneer je een verdwaald rund of ezel van uw vijand aantreft, zult je ze hem zeker terugbrengen.
Wanneer je de ezel van je vijand onder zijn last ziet bezwijken, zul je dit niet onverschillig aan hem overlaten. Je zult hem zeker helpen met afladen.
Je zult het recht van de arme onder jullie in zijn rechtsgeding niet buigen.
Van een bedrieglijke zaak dient je je vèr te houden. De onschuldige en de rechtvaardige mag je niet doden, want Ik verklaar de schuldige niet rechtvaardig.
Een geschenk zult je niet aannemen, want een geschenk maakt zienden blind en verdraait de zaak van de onschuldigen.
De vreemdeling dien je niet te benauwen, want je kent de gemoedsgesteldheid van de vreemdeling, omdat jullie zelf vreemdelingen zijn geweest in het land EgypteEx.23: 2-23.

Er bestaan dus wel méér omgangsvormen, dan in de ‘tien woorden’ [de tien Geboden] aan het Godsvolk werden mee-gegeven, die  beschreven staan en waar wij ons als Christenen eveneens aan dienen te houden; het “doel” van de “constitutie” die God aan het Godsvolk heeft geopenbaard en opgelegd.
Uit bovenstaande opsomming worden we tevens ingevoerd in de bijbehorende betekenis: het raamwerk van menselijke omstandigheden waarin iemand wordt geboren en waarin hij leeft en het overgrote deel van de mensen “de massa” welke vermeden dient te worden.
Sommige Bijbelvertalingen gebruiken het Griekse woord κόσμος [kosmos], maar ook drie andere Griekse woorden Γη [ge=aarde];αιων [ai′on=eeuw]; οικουμενε [oikoumene=we herkennen elkaar] en vijf verschillende Hebreeuwse woorden [ʼארץ eretz, van Eretz Jisrael, beloofde land; חאדהל; כילודה che′ledh, als een kind] en op sommige plaatsen wordt het met “wereld” weergegeven. Soms ook door het met allerlei andere dingen te verbinden.

Over de toekomst van de wereld wordt gezegd, dat deze wereld ‘absoluut zeker‘ voorbij gaat:
      Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de Liefde van de Vader is niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de Wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid
1John.2: 15-17 en
    Vernedert u dan onder de machtige hand Gods, opdat Hij u zal verhogen te zijner tijd. Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u1Petr.5: 6,7.
Petrus heeft deze oproep uit het Hooglied en het slaat op de uitroep:
      Sta op, word verlicht, want uw licht komt en
de Heerlijkheid des Heren gaat over u op.
Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de Heer opgaan en Zijn Heerlijkheid zal over u gezien wordenIsaiah 60: 1,2.
En Elihu wijst ons erop dat God Degene is,
Die alles heeft geschapen en Zijn Schepping in stand houdt. In Hem leven we en bewegen we en hebben ons bestaan te danken. Hij heeft en houdt de controle over onze bestemming:
    Indien jullie verstandig zijn, luister hiernaar, leen het oor aan het geluid van Mijn woorden. 
Kan iemand, die het recht haat, leidsman zijn en wilt gij de Rechtvaardige, de Geweldige, veroordelen, Hem, Die tot een koning zegt: Nietswaardige, tot edelen: gij goddelozen; die vorsten niet naar de ogen ziet, de aanzienlijke niet voortrekt boven de geringe, omdat zij allen het maaksel van Zijn [Gods] handen zijn? In een oogwenk sterven zij, ja, midden in de nacht, het volk wordt opgeschrikt en vergaat en de Machtige doet het verdwijnen, niet door mensenhand. Want Zijn ogen gaan over de wegen van de en Hij ziet al z’n schreden; Geen donkerheid is er, noch diepe duisternis, waarin de bedrijvers van ongerechtigheid zich kunnen verbergenJob 34: 16-22.
De mensheid heeft de neiging de tijd waarin zij leven te benoemen in superlatieven. Wanneer er hun gevraagd wordt de wereld waarin zij leven te omschrijven karakteriseren zij het veelal als ‘het beste‘ of ‘het slechtste‘ wat een mens ooit heeft meegemaakt. Dergelijke oordelen zijn meestal van weinig waarde. Elke generatie kan een duidelijk verschil vertonen met de voorgaande, maar de onderlinge verwantschap van een gewone mensheid bindt hen onlosmakelijk samen.

De eenheid van de Kerk, de verbondenheid van het Lichaam met Christus wordt als véél en véél groter en glorieuzer ervaren. Door haar lange voorgeschiedenis, die tot voor Abraham teruggaat bezit zij de invloed, die uitgaat  van veranderende situaties.
Met een geweldig vertoon van zowel voorspoed als minder goede tijden kunnen we in het algemeen van een gestage ontwikkeling spreken, van expansie en terugval, van warme spiritualiteit en van onaangename wereldlijke gerichtheid.
Maar te midden van de verschuivende getijden in haar levensloop, is de Kerk door de Heilige Geest, Die er heerst samengevoegd tot een zevenvoudige eenheid. ” Er is sprake van één Lichaam en een Geest, gelijk wij ook geroepen zijn in de ene Hoop van onze roeping, één Heer, één Geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die is bóven allen en dóór allen en ìn allenEph.4: 4-6.
In essentie blijft de Kerk in elk tijdperk hetzelfde, want zij is het Lichaam van Christus, de Gemeenschap van gelovigen, Die geroepen is om zich gezamenlijk te verheffen [heiligen] en gezamenlijk een getuigenis van Gods Genadegaven te vormen in Christus Jezus voor alle volkeren.

Omdat de Kerk door de inwonende Geest, de Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer heeft meegekregen en in dit Woord, deze Waarheid bewaard is gebleven, blijft haar Boodschap voor elk generatie in principe hetzelfde. Individuen kunnen verschillen in de radicalisering qua begrip en de toe-eigening van deze waarheid. Grote delen van de georganiseerde Kerk kunnen afwijken en qua geloof defect raken dat voor ‘eens en voor altijd’ aan de ‘heiligen is overgeleverd‘.
Maar zelfs -‘op z’n best‘- kent de Kerk in deze wereld zichzelf in de kern slechts gedeeltelijk en profeteert daarin slechts gedeeltelijk:
      Want ‘on’-volkomen is ons kennen en ‘on’-volkomen ons profeteren.
Doch, als ‘het Volmaakte’ komt, zal datgene wat onvolkomen is afgedaan hebben. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een volwassen ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was. Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben
1Cor.13: 9-12.

      In de dagen van die koningen zal de God des Hemels een Koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan en waarvan de Heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar Zelf zal het bestaan in eeuwigheidDan.2: 44.
De Goddelijke Waarheid in Christus, blijkt altijd voller, groter en rijker dan enige vertegenwoordiging daarvan en aldus blijft de getuigenis van de Kerk voor de wereld ongewijzigd.
Dit is de onvervreemdbare erfenis die aan de Kerk door de Goddelijke Genadegaven is meegegeven. Dit soort zaken dienen wij altijd voor ogen te houden en te herinneren, wanneer er over het leven van de Kerk in onze tijd gesproken wordt – in ‘betere‘ tijden en in ‘minder goede‘ tijden.
     Het kan voorkomen dat Christus de hand blijkt te hebben in de slechte dagen, die ons overkomen, waarop wij slechts op gepaste wijze dienen te bekennen, dat
wij slechts een zondig mens zijn en ‘God‘ het beste met ons voor heeft.
     De geschiedenis van de Kerk kan uit dit alles onvoldoende geheimenis in haar leven ontlenen. Door uitverkoren Liefde van God in Christus heeft zij door de Heilige Geest nieuw leven gekregen, hetgeen gecommuniceerd wordt, overeenkomstig dit nieuwe leven draagt zij door alle eeuwen deze getuigenis met zich mee; zij bezit geen andere Boodschap.

Goddelijke Liturgie, Grote intocht

     Op basis van dit Geloof smeekt zij dagelijks [tijdens de Grote intocht] voor alle gelovigen:
  Gedenke de Heer ons in Zijn Koninkrijk, immer, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen”.
Vervolgens zet de priester al knielend de Kelk en de disk op het antimention en bidt, terwijl hij de velums weg neemt van de disk en kelk:
  De rechtvaardige Joseph nam Uw aller-zuiverst Lichaam van het Kruis. Hij wikkelde het in een zuiver linnen doek met reukwerk en legde Het in een nieuw graf”. de priester bewierookt de aër en legt deze over de gaven en bidt:
  In het graf was U in Uw vlees; in de onderwerp met Uw ziel, maar als God in het Paradijs met de Rover.
En op de Troon, o Christus, met de Vader en de Geest, vervelt U alles, o Onbeschrijflijke.
Leven-brengend en schoner dan het Paradijs, en waarlijk stralender dan het schoonste koningspaleis: zo is voor ons Christus, Uw graf, de bron van onze Opstanding
”.
     De band die de leden van de Kerk samenbindt als heilige Gemeenschap is overeenkomstig het Heilig Evangelie, de Blijde Boodschap van haar redding in Christus.

de Kerk legt getuigenis af van onze voorvaderen

Om ervoor te zorgen dat zij terecht door de mensheid begrepen wordt, getuigt de Kerk dagelijks overeenkomstig haar Belofte teneinde dit kostbare erfgoed, de Kerk, adequaat te blijven verdedigen behoudt zij de band die haar verbindt met de heiligen, die zij heeft voortgebracht en is trouw aan de vorige generaties, de voorouders.
In die tijden werd de Kerk eveneens verstoord door ketterij en scheuringen door schisma’s; zowel met als zonder vijanden werd de Kerk van binnenuit als om haar heen meedogenloos in haar voortbestaan aangevallen. Tijdens vervolgingen is het niet gelukt haar te verleiden tot een verraad aan de waarheid, zij werd ze bedreigd door bepaalde vormen van uitleg van haar evangelische Boodschap.
Maar zij is voorzichtig gebleven en heeft onafgebroken gewaakt over degenen die Christus had verlost door Zijn bloed en riep Zijn Vader tot Getuige:
    Ik heb hun Uw Woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn, gelijk Ik niet uit de wereld ben. Ik bid niet, dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze. Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben. Heilig hen in Uw [Goddelijke] Waarheid; Uw Woord is de Waarheid. Gelijk U Mij [als Uw Zoon] gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereldJohn.17: 14-18.
Iedere volgeschreven bladzijde uit de Geschiedenis van de Kerk getuigt van de Goddelijke Aanwezigheid en Macht, van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. We zouden ons daarom schuldig maken aan grove oppervlakkigheid en slechts ondankbaarheid betonen, wanneer wij de stem van de geschiedenis zouden verwaarlozen.
Wat Gods mensen uit vorige generaties geloofden en predikten, is vandaag eveneens van betekenis voor ons; hun inzichten zijn bewaard gebleven om ons leven te verrijken. Hun verdediging van Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer is een arsenaal van waaruit we ons in de strijd kunnen bewapenen en die ons alleen maar goed van pas zullen komen.
De trouw aan de Heiland van onze voorvaderen juicht -ondanks het zicht op grote ellende en 
afvalligheid- niet alleen ons hart toe maar moedigt ons ook aan om Christus loyaal trouw te blijven, Die ons mensen liefheeft en Zichzelf overgegeven heeft voor onze redding.
Laten we derhalve -als buitenstaanders van de wereld- Zijn Opstanding uit de doden bezingen.

Apolytikion     tn.1
“   Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1
“   Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
“   Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.

33e Zondag na Pinksteren – Zacheüs’-zondag

      En Hij kwam Jericho binnen en ging erdoor. En zie, er was een man, Zacheüs geheten, die oppertollenaar was, en hij was rijk. En hij trachtte te zien, wie Jezus was, en slaagde er niet in vanwege de schare, want hij was klein van gestalte. En hij liep hard vooruit en klom in een wilde vijgenboom om Hem te zien, want Hij zou daarlangs komen.
En toen Jezus bij die plaats kwam, keek Hij naar boven en zei tot hem:
‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want heden dien Ik een tijdje in uw huis te verblijven’.
En hij kwam vlug naar beneden en ontving Hem met blijdschap.
En toen zij het zagen, morden zij allen en zeiden:
‘ Hij is bij een zondig man binnengegaan om zijn intrek te nemen.
Maar Zacheüs ging staan en zei tot de Heer:
‘ Zie, de helft van mijn bezit, Heer, geef ik de armen, en indien ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig’.
En Jezus zei tot hem:
‘Heden is aan dit huis redding geschonken, omdat ook deze een zoon van Abraham is. 
Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te reddenLuc.19: 1-10.

      Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard. Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Heiland is voor alle mensen, inzonderheid voor de gelovigen.
Beveel en leer dit.
Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid.
In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren.
Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een woord als die van de profeten geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten.
Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen mag blijken, dat gij vooruitgaat1Tim.4: 9-15.

Evangelieboek & Kruis op de plaats, waar gebiecht wordt !

Wij, christenen, zijn ons allen bewust dat wij zondaars zijn, het zondaar-schap komt in onze beste kringen voor, zelfs onder spelleiders, priesters, wij schamen ons niet onszelf zondaars te noemen, er is immers geen mens die niet leeft zonder te zondigen.
Daarom roemen wij ons door alle generaties heen op het Groot en Heilig Kruis, want ons kruis wat wij in Christus liefdevol met ons meedragen is de roem van alle Christenen.

Grote buiging

Na het oude Verbond is de nieuwe tijd aangebroken, wij hebben de besnijdenis, de oude ceremoniële Joodse Wet achter ons gelaten en hebben deze door Christus vervangen door de vrijheid van de Genade en onderwijzen een andere Boodschap, de Blijde Boodschap van de Zoon van God, welke gerealiseerd wordt in de Liefde tot God, onszelf en de ander [de naaste].
Wij, christenen, onderwijzen in navolging van Christus, onze Heer en Verlosser een ander Evangelie! Niets minder dan een ander Blijde Boodschap, omdat wij met de vervulling van het Heil voor ogen een andere [ketterse] leer weigeren te aanvaarden en wij blijven niet langer bij het type, die zich slechts in de schaduw bevinden, van het puur menselijke, hetgeen ‘
niet’ verlost, hetgeen mensen ‘niet’ nieuw maakt tot prachtige iconen in Christus, onze Heer.
De geschiedenis van de Kerk zit vol met zulke mensen, tot op de dag van vandaag en in onze tijd en misschien hebben we veel – veel van zulke ‘valse’, ‘verraderlijke’ christenen onder ons.
  De Heilige Johannes Chrysostomos zegt dat ze Christus liever beledigen en zelfs verwerpen aangenaam zijn voor mensen; liever beledigen ze daarmee God om de mensen te behagen!
Ze zijn mensen, die slechts behaagd willen worden, medewerkers met de vijanden van het Kruis.
Het leven van het Kruis vereist opoffering, jezelf kwetsbaar durven opstellen, openhartig zijn over hoe je over bepaalde dingen denkt.
Christus eist van ons offers, omdat opoffering liefde is. Wanneer wij Christenen onszelf niet opofferen, houden we niet van de mensen, wanneer we niet van onszelf en de naasten houden en daarmee onze redding bewerkstelligen, kunnen we niet verenigd worden met de God, Die slechts Liefde is, tot de naaste en onszelf.
  De Heilige Johannes van Kronstadt zegt; “dat Christus ons leven schenkt, zodat wij ons met geheel ons hart tot God zouden keren, voor onze zuivering en ter correctie; wees je hiervan bewust en corrigeer jezelf. Waarom voegt onze Heer dag in dag uit, jaar na jaar aan ons bestaan toe?  Zodat we geleidelijk zouden wegtrekken en het kwaad van onze zielen opzij zouden zetten”.
Hij zegt dit aan de hand van : “      Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit Mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen; Leert goed te doen, tracht naar recht, houdt de geweldenaar in toom, doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak van de weduwe” Isaiah 1: 16,17; “eenieder dient in eigen persoon een gezegende eenvoud aan te leren; zodat we bijvoorbeeld zouden kunnen worden als zachtmoedige lammetjes, zoals eenvoudige baby’s. Ons aardse leven zou onder alle omstandigheden een constante hoop in de Heer dienen te zijn, want alles wat wij bezitten bekomen wij van de Heer”, aldus deze grote Russische spelleider, priester te Kronstadt.

Zacheüs [Aramees, ‘rein’, ‘zuiver’], die oppertollenaar was, was rijk en was dit niet alleen lichamelijk, maar toonde zich tevens geestelijk klein, vernederde zich en klom in een vijgenboom.
De vijgenboom [ficus] wordt bij vele volkeren als heilige boom vereerd.
Deze boom is naast de olijfboom en de druivenstruik symbool van vruchtbaarheid, overvloed en ontwaken. Wij komen hem vooral tegen in de Indiase godsdienst waar een vanuit de hemel omlaag groeiende vijgenboom symbool van de wereld is. 
Wanneer op aarde Christus neerdaalt schaft Hij de inwijding van de vijgenboom af.  Op een heel bijzondere manier staat dit beschreven in de Heilige Schrift:
Twee leerlingen die zelf krachtens hun naam duidelijk de kentekenen dragen van een innerlijk-hoge geestelijke rang, converseren en zeggen, dat de Messias, waarover men zoveel duizenden jaren heeft gesproken, thans op aarde gekomen moet zijn”.
Het zijn de leerlingen Philippos en Nathanaël.
– Philippos, een Griekse naam, samengesteld uit ‘Φίλος, Philos’ en ‘Υπός, Hipos’ betekent: vriend van het paard. Het is Christus, onze Verlosser, Die in het boek Openbaring, de Apocalyps [hfdst.19] op een wit paard ten strijde trekt en …
– De andere naam is ‘Nathanaël’; ‘Nath [
נתח] is het Hebreeuwse woord voor de nacht, Nathan is een ‘zoon van de nacht’, van de Mysteriën, het verborgene. En wat doet hij in het nacht-bewustzijn? Nathanaël, hij woont in ‘El’, in Hem, de Grote, in de godheid; ‘De zoon van het Mysterie in God’.
Philippus, de vriend van de Mysterieuze Zoon van God, is in gesprek met Nathanaël en zegt: ‘Laten wij Hem gaan zien’. Wanneer zij Hem naderen, zegt de Christus: “Ziedaar een Israëliet, in wie geen smet noch vlek is”. En terecht vraagt Nathanaël: “Heer, vanwaar kent gij mij?”. Hoe kan Jezus van Nazareth, die Nathanaël ziet aankomen, weten, dat hij zonder smet of vlek is?
En daarop antwoordt de Christus: “Eer gij hier waart, ken ik u van onder de vijgenboom!”.  Met andere woorden: ‘Ik heb u met vanuit mijn hoge positie, de geestelijke kennis overgedragen,  ‘Ik was bij u’.

 

Christus, vol Genade en Waarheid

Dit is geen teken van machtsvertoon van de zijde van de Messias; maar ieder die nadenkt begrijpt, dat de Messias geen gewoon wezen is, maar de Zoon van de levende God. Wanneer wij onze gebeden doen – waarschijnlijk is het warm, de magen knorren – zijn er momenten dat ons ‘ego‘ een barstje zal vertonen, dat het alledaagse ‘wel weten wie we zijn’ even wegvalt, of wanneer wij die paar keer door de knieën gaan en ons voorhoofd het stof op de grond raakt. Misschien is er dàn even zicht op of een bewogenheid door iets oneindig groots, waartegenover wij oneindig klein zijn.
Mag hierbij dan worden verklaard waarom Zacheüs, belastinginner in de grensstad Jericho hier door Lucas afgeschilderd wordt als een nederig mens, die in een vijgenboom klimt om de Heer te zien. 
Paulus zegt elders, dat hij en de spelleiders, die als gelijkgestemden onder zijn supervisie vallen,  hebben een ‘ander‘ een ‘nieuw‘ Evangelie onderwezen! Niets minder dan een andere Blijde Boodschap, Evangelie, gebruikt om ‘het goede’, de leer van God te bestuderen, omdat ze verlost zijn, en tot ‘nieuwe’ mens g emaakt zijn, naar het beeld en de gelijkenis van God Zelf.

Vijgenboom

Maar de vijgenboom, doet tevens denken aan de vijgenbladeren waarmee Adam en Eva hun schaamte probeerden te bedekken. Er zijn immers mensen die de neiging hebben in hun boom te klimmen, zich a.h.w. verstoppen voor Christus, maar aan de andere kant toch nog wel een glimp van Hem willen opvangen.
      Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het Kruis van Christus Jezus. Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen. Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereldGal.6: 12-14.
Daarom roept Christus  -nadat de anderen het laten afweten- [‘het zo goed met zichzelf getroffen hebben’], de armoedzaaiers en zieken van de straten en  pleinen ten einde bij Hem aan te komen zitten in het Hemels Koninkrijk, want alleen zij staan nog open voor verandering:
      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Dit zegt Onze Heer, Jezus Christus, Die ons hier zo van harte uitnodigt; 
De Zoon des mensen is gekomen, wel etende en drinkende, en zij [hier] zeggen:
‘Zie, een vraatzuchtig mens en een wijndrinker, een vriend van tollenaars en zondaars. En de Wijsheid is gerechtvaardigd op grond van haar werken
Matth.11: 19; en vervolgens:
      Wee u, Chorazin [=rokende oven], wee u, Betsaida [=vergevingsgezinde]! Want indien in Tyrus [= stenen, benauwend] en Sidon [= opjagend] die krachten waren geschied, welke in u geschied zijn, reeds lang zouden zij zich in zak en as bekeerd hebben“ Matth.11: 21.

Paulus, ‘Apostel der heidenen’.

Paulus zegt ons vandaag: “Dit is een betrouwbaar Woord en alle aanneming waard . . . . . Beveel en leer dit.
Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid.
In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren. Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een woord als die van de profeten geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten.
Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen mag blijken, dat gij vooruitgaat“.
Net zoals wij eerder te horen kregen:
Maar aan ieder van ons werd Genade gegeven volgens de Gave Die Christus uitdeelt …  En Hij gaf sommigen om apostelen te zijn, sommigen om profeten te zijn, sommigen om evangelisten te zijn, en sommige voorgangers en leraren.
Ze zouden de heiligen toerusten voor het werk van dienstbetoon om het lichaam van Christus op te bouwen, totdat we allemaal de eenheid van het geloof en de kennis van de Zoon van God bereiken, tot de maat van de volwassen bevolking van de volheid van Christus
” Eph.4: 7,11-13.

Logo AOKN

In mijn thuiskerk wordt naar deze passage gekeken en realiseren Christenen van Antiochië ons dat niet alleen de apostelen en profeten buitengewoon zeldzaam zijn in het Westen, maar wanneer ze zo-af-en-toe opduiken, nog verschijnen, worden de mensen doodsbang, krijgen het [‘spaans’-] benauwd want het Christendom heeft consequenties, verwacht trouw te zijn aan de oorspronkelijke Traditie.
Vooral wanneer je jezelf apostel of profeet durft te noemen. Dit komt waarschijnlijk voort uit een [westers, protestantse] aandoening, een [ziek] verschijnsel dat [naar hun mening] de Genadegaven van de Heilige Geest zijn opgehouden – dat het einde van het apostolische tijdperk een einde zou hebben gemaakt aan Mysteriën en wonderen die met dat tijdperk verband hielden; dit is in tegenstelling aan het continuationisme, welke leert dat de Heilige Geest op ‘elk moment van de dag’ de Genadegaven kan geven aan andere personen dan de oorspronkelijke twaalf apostelen en hun opvolgers.
Sterker nog soms berust het leergezag van de Kerk juist bij de slachtoffers, als de ‘me-too’-beweging. Zij vormen een even stil als krachtig bewijs voor dat de ‘ecclesia docens’ [= de Hierarchiek onderrichtende Kerk, dus van bovenaf] juist in de soms schrijnende werkelijkheid van de Kerk niet gevormd wordt door het leerambt. Zij wordt meer en meer gevormd door slachtoffers, die alles en iedereen uitnodigen of zelfs dwingen tot compassie en steun, begrip en ‘het nieuw Verbond‘, hetgeen voornamelijk bestaat uit waarachtige liefde tot God en de naasten. Zij blijven de Kerk onafgebroken voorhouden dat zij lerend dient te blijven: ‘ecclesia discens’ [= de lerende Kerk van onderaf] dus.
Wie ook in deze of welke hoedanigheid tot de Kerk behoort, hij of zij zal altijd leerling van hen dienen te zijn en zich dienstbaar dienen op te opstellen.
De strikte rolverdeling is echter theologisch ongezond.
De gehele Kerk wordt onderwezen door de Heilige Geest; zowel de hiërarchie als de leken leren binnen de Ecclesia.
Er zijn dè twéé aspecten van de éne gemeenschap; het zijn twee adjectieven die twee gelijkwaardige praktijken van de hele gemeenschap beschrijven.

Grote Versplintering

Het zijn geen twee zelfstandige naamwoorden die de gemeenschap splitsen. . . . . er is één wederzijdse leer in de Kerk. . . . . de hiërarchie wordt gelijkwaardig lid van de ‘Ecclesia discens’ en de leken worden gelijkwaardig lid van de ‘Ecclesia docens’.
Lukt dat niet, dan zal de Kerk weliswaar blijven bestaan, maar in elke geval niet als “Licht onder de Volkeren”.
In afwachting van de wederkomst des Heren dienen wij ons derhalve toe te leggen op het voorlezen, het vermanen en het leren. 
Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een woord als die van de profeten geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten. Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen mag blijken, dat gij vooruitgaat”.

Apolytikion     tn.8.
  Uit den Hoge zijt Gij neergedaald, o Barmhartige,
en zijt drie dagen in het graf gebleven,
om ons van het lijden te bevrijden.
Gij zijt ons Leven en onze Verrijzenis;
Heer, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8.
  Nadat Gij zijt opgestaan uit het graf,
hebt Gij de doden opgewekt,
en Adam weer doen opstaan.
De einden der wereld jubelen
over Uw ontwaken uit de doden,
O Albarmhartige
”.


Theotokion     tn.8.
  Om ons zijt Gij uit de Maagd geboren,
en hebt Gij het Kruis ondergaan, o Goede.
Door Uw dood hebt Gij de dood overwonnen
en ons als God de Opstanding getoond.
Veracht het werk van Uw handen niet;
toon ons Uw mensenliefde, o Barmhartige.
Verhoor haar die U gebaard heeft:
de Moeder Gods, die voor ons bidt
en verlos Verlosser het wanhopige Volk
”.

Orthodoxie & Geloof en zelfheiliging

    O, onverstandige volgelingen van Christus [Galaten], wie heeft u in de huidige toestand gebracht [betoverd], aan wie Jezus Christus toch als gekruisigde voor de ogen gesteld [geschilderd] is? Dit alleen zou ik van jullie willen weten: Hebben jullie de Geest ontvangen ten gevolge van werken van de Wet [op basis van de voorschriften, of van de prediking van het geloof [op basis van het vertrouwen en liefde in God?
Zijn jullie zo onverstandig? Jullie zijn begonnen met de [Liefde en het Vertrouwen vanuit] Geest, eindigt gij nu met het vlees?
Was het dan tevergeefs, dat jullie zoveel hebt ondervonden?
Ware het [dan] slechts tevergeefs! . . . . .
. . . . . Indien er een wet gegeven was, die levend kon maken, dan zou inderdaad uit
een wet de gerechtigheid voortgekomen zijn.
Neen, de Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het Geloof [en het Vertrouwen] in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen, die geloven.
Doch voordat dit Geloof kwam, werden wij onder de wet in verzekerde bewaring gehouden met het oog op het Geloof, Dat geopenbaard zou worden.
De Wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit Geloof [en het Vertrouwen] Gerechtvaardigd zouden worden. Nu echter het Geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester.
Want gij zijt allen kinderen van God, door het Geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleedGal. 3: 1-4, 21-27.

  Wees niet bezorgd over wat je hebt, maar over wat je bent …
Heilige Gregory van Nyssa;
  Het gaat er niet om dat je grote dingen doet, maar dat je datgene wat je doet ‘groots’ doetAlphons Ariëns [1860-1928], franciscaner priester, Twente;
”   In Genadegaven groeien wij, in dienstbaarheid, die wij met betrekking tot God ontwikkelen en door Zijn Liefde tot Hem en onze naasten, wordt de innerlijke opbouw versterkt” Patriarch van Antiochië Johannes X.

De wereld houdt ons voor en misleidt ons met:
Zou het niet geweldig zijn om jezelf je gehele leven maar te ontspannen, lol te hebben, goed te eten, niets ontziend van het heerlijke leventje te genieten?
Een gelukkig, comfortabel, een op jezelf toegesneden leventje.

Zo op het eerste gezicht klinkt het goed . . . . . maar zou het werkelijk zo goed zijn?
Sinds de dag, dat Christus stierf aan het Groot en Heilig Kruis krijgt de Wet van God de ene aanval na de andere te verduren.
Waarom zo zwaar op de hand, zo onderdrukkende en hard voor jezelf, kan dat nu eigenlijk niet anders, is dat nou goddelijk?
En daarop gaan sommige kerken, sinds de dagen van de apostelen, zóvèr om de normen en waarden dàn maar áán te passen, te hèrschrijven naar de vleselijke verlangens van de mens.
Paulus waarschuwde in zijn dagen de Thessalonicenzen al dat het geheimenis der wetteloosheid in de wereld om ons heen werkzaam is.
      Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is2Thess.2: 7.
En wanneer we de geschiedenis van de Kerk gaan bekijken zien we dat de Goddelijke Wetten altijd ‘hèt’ middelpunt zijn geweest van verzet en onafgebroken aangevallen werd.

Kelk, avondsmaalbeker
barock Schreibmayr [Sw.]
Maar tòch bestaat er nog steeds zo iets als een godsdienstig juk van dienstbaarheid, hetgeen feitelijk gelijk staat met een vorm van slavernij, men noemt dat het wetticisme.
Het is beslist een misleiding van de tegenstrever, met de bedoeling om ons opnieuw te binden. Met wetticisme wordt bedoeld, een godsdienst die alleen maar bestaat uit wetten en reglementen. 
Wanneer je dus het gevoel hebt dat jouw godsdienst, òf jouw kerk òf jouw geloofsrichting; je vooral bindt en dwingt, is er toch iets grondig, naar grond smakend, mis.
Deze misleiding houdt in, dat mensen in een kerk of gemeente soms regels en wetten maken, om vervolgens te doen alsof het bepalingen zijn van God.
De Blijde Boodschap is ‘niet‘ een lijstje met geboden en verboden, waar je verplicht bent aan te gehoorzamen.
God heeft ons in Christus juist wedergeboren doen worden en Zijn geboden a.h.w. in ons hart geschreven.
Dat betekent dat iemand die Christus dankbaar is voor de verlossing en vergeving van zijn zonden, als vanzelfsprekend bereid zal zijn om Hem ook te dienen. God ‘dwingt‘ ons in ieder geval nooit, maar nodigt ons daarentegen wèl uit om Hem uit Liefde te gehoorzamen.

Paulus richt zich tot christenen die gedoopt zijn in de heilige Geest en zegt:
Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidtRom.8: 15.
Paulus waarschuwt gelovigen hier voor een vorm van godsdienstige slavernij, waarbij we eerst verlost zijn van de slavernij van satan om daarna weer in een nieuwe slavernij terecht te komen.
We praten vandaag de dag over Liefde in Christus, we horen het onophoudelijk, de gehele tijd maar door over de liefde, en meestal heeft dit dàn ook niets te maken met de liefde tot God, maar veeleer tot de liefde voor onszelf!
Wij blijven maar gevangen zitten in zelfvoldoening: wij hebben het zó met onszelf getroffen, zijn zó tevreden met onszelf, wíj zijn zó goed en wíj leven overeenkomstig de wettelijke maatstaven, volgen zoals de meesten onder ons de wet, het vervullen ervan;  we zijn gewoon goed in de ogen van God, want we geloven immers.
We zijn ontzettend tevreden met onszelf, met onze op nationalisme gebaseerde geloofs-gemeenschap, met de identiteit, die we daaraan ontlenen, maar de Liefde van Christus is:
de Liefde van Zijn Kruis en deze is vèr, ja, mijlen-vèr van ons verwijderd.
Deze mensen, die in de schaduw, die in zelfliefde blijven hangen,
in zelfgenoegzaamheid zijn ze levende gevallenen binnen de Kerk en
ze verstoren het Christelijke wereldbeeld, het Πρόνεμμα  του πνευματος [= de profetie van de Heilige Geest] en daarmee de Christelijke ethos.

Grote Versplintering

Of ze nu naar links of naar rechts neigen te vallen, het maakt weinig uit,
ze houden zich op in de schaduw, in de stilte van de wereld.
Dit is een aspect, een gebied, waar velen niets meer zien en . . . en vervolgen na een moeilijk leerproces in hun hoogmoed, het uiteindelijk resultaat mislopen.

Er zijn mensen, die zich aan de rechterkant van de samenleving bevinden en in de verleiding zijn van diezelfde rechterkant.
Mensen, die zich blindelings, maar op een onverdraagzame wijze  inzetten voor de christelijke ideeën, die het slechts voor de buitenkant doen, de verpakking, die voor de vorm met ons oplopen vanwege de Wet, het secundaire, het tertiaire of zelfs het tegenovergestelde.
Dit soort mensen bevinden zich op vele fronten,
zij, die het idee hebbend dat ze hierin gespaard of gered zullen worden en toch van de wereld zijn en slechts offeren uit [zelf-]liefde.
Ze zijn niet in staat om de dingen in z’n juiste verhouding te zien, teneinde ze in de juiste volgorde te plaatsen. Ze herkennen de Bron niet langer van al het goede en de zegeningen, die hen tegemoetkomt.
Alles in Liefde tot Christus, tot het opnemen van je kruis en dan al het andere, inclusief onze wereldse identiteit afleggen; alleen maar op basis van liefde tot Christus je Kruis op nemen en Hem volgen, geeft rust en geeft heeft betekenis, diepte en regeneratie.
Alleen in liefde tot Christus en in liefde tot Zijn Groot en Heilig Kruis!
Veel individuen kunnen momenteel hun sociale verplichtingen niet meer nakomen en blijven alleen overeind door voedselbanken en het aanvaarden van liefdadigheid.
Ten alle tijden blijven de solidariteitsverplichting gelden: de mens dient de noodlijdenden helpen.
Dit wordt momenteel concreet gerealiseerd door…het verbod om te stelen te ontwijken, door zelfverrijking ten koste van anderen.
Bij diefstal spelen verschillende motieven een rol: macht, geldingsdrang [een ziekelijke neiging], afgunst, hebzucht, genotzucht, egoïsme.
Tegenwoordig wordt diefstal vaak niet meer gezien als een vergrijp, maar veeleer als een onbelangrijk delict. Plannen bedenken die ingaan tegen de economische existentie van de medemens, legaal en onrechtmatig schenden het recht van eigendom en zijn tegenwoordig aan de orde van de dag in het economische leven.
En aldus verliezen we ‘alles’, wanneer we niet meer in staat om de dingen in z’n juiste verhouding te zien en de hiërarchie opbouw van de dingen om ons heen naast ons neer te leggen;
’t is er wel, maar het is er ook niet, want je doet alsof het niet bestaat en loopt er met een grote bocht omheen.
Wij hebben het idee gekregen dat we voor de vorm, voor de buitenkant,
de geschiedenis, de identiteit, de natie kunnen redden, maar in plaats daarvan verliezen we ‘alles’, omdat we ‘Christus’ en Zijn Blijde Boodschap zijn kwijtgeraakt!

Ins Blaue hinein

Alleen Hij kan de Christelijke Verenigde Gemeenschap, alleen Hij kan de mensen redden, alleen Hij kan de Kerk redden, alleen Hij kan òns mensen redden.
En wanneer wij het offer van het Kruis ontkennen, ontkennen we de heilsgenade van het Groot en Heilig Kruis, de vrijheid die met de Genadegave op de koop toe komt . . . . .
We spannen het paard achter de wagen, zetten de wagen voor het paard en uiteindelijk gaan we nergens heen . . . . . ‘ins blauwe hinein’.

En mensen, die zich aan de linkerkant van de samenleving bevinden vallen eveneens: omdat ze twéé heren proberen te dienen, de wereld en de Heer der Heerscharen.
Dus je hebt de wereld, de modernisten, de vernieuwers, die de kruisiging van hun geest en van hun lichaam en van hun leven [in deze wereld] ontkennen.
Het Lichaam van Christus doet derhalve niet aan politiek, Christus staat bóven
de politiek en haar macht, want Christus is de Opperstalmeester, de Opperherder van de stal.
Mensen, die het ascetisme bespottelijk maken, die de vasten en de onthouding bespotten, ze beijveren zich enkel voor de uiterlijkheden, zij hebben geen ijver voor de nauwkeurigheid van het Geloof, van het Geloof in een oprechte Biecht en zij die dat doen, worden aanhangers genoemd van een fundamentalistische richting.
Ze spreken van aanpassen aan de hedendaagse tijd, van updaten, maar wat ze bedoelen is veranderen, perverteren, vervormen, als  compromis met de wereld, omdat ze niet met Paulus kunnen zeggen dat:
      Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beërven?1Cor.6: 9 en
      Geliefde, ik bid, dat het u in alles wel ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wel gaat3John.1: 2.

H.Martinus, patroonheilige van de stad Utrecht

Kunnen zij dàt zeggen? Kunnen wij dàt echt oprecht verklaren?
Òf verheffen we onszelf, in onze prestaties, in onze vermeende aangename verplichtingen. Dit is op persoonlijke niveau: veel van ons zullen dat kunnen herkennen – de arrogantie, de ijdelheid, de trots in onszelf; niet eenieder van ons, maar sommigen onder ons òf toch velen onder ons, kunnen zich zó gedragen.
Kunnen we de andere soort herkennen?
Dat we trots zijn op een identiteit, die werelds en aards is, en we denken dat dit ons zal redden… dat we tot de giganten van de geredden behoren?
Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereldGal.6: 14 [zowel rechts als links].
En dan zegt Paulus:  Gij allen zijt immers één in Christus Jezus. Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen“; en we kunnen toevoegen zoals we verder hoorden zeggen
Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk“, noch Grieks, noch Russisch noch Nederlands Orthodox, noch Holebi; geen van allen besneden of onbesneden heeft iets anders, maar alleen een Nieuwe schepping leidt tot herkenning bij God.

Kruis, Willibrordskerk, Utrecht

Worden we gerégénereerd? Hebben we de passies overwonnen? Zijn we ‘vrij’ geworden van de passies, de wanen van deze tijd, de identiteit van de wereld?
De overweldigende identiteit van de wereld!
Velen van ons denken dat er redding in is onze wereldlijke identiteit.
Broeders en zusters, in de hemel is er geen Grieks Orthodoxe, geen Russisch-orthodoxe, geen Nederlands, Lage Landen -orthodoxe ziel-.
Er is enkel een ouderwetse [orthodox, vroeg-christelijke] christelijke ziel, die zijn leven heeft geleefd in Europa [oost- of west], of in Amerika [noord- of zuid], het [midden- of verre] Oosten, Azië, Australië, Nieuw Zeeland, Afrika, noord- of zuid. 

Er zijn geen identiteiten van deze wereld in de volgende wereld, daar is maar ‘één en hetzelfde‘ Vaderland en dat is het Koninkrijk Gods.

Laten we dit tijdelijke, snelle voorbijgaande leven en onze identiteit daarin niet verwarren, met de  wedergeboorte, met het Kruis van Christus, met opoffering en liefde!
Zij zijn twee verschillende dingen.
We kunnen slechts één ding bezitten, Christus en het Kruis en de gehele santekraam kan op de schroothoop, kan geregenereerd worden.
Dàt is de Glorie van de geschiedenis van de Kerk, het Lichaam van Christus!
Dàt is Christus, Die kwam en voor ons het Kruis op Zich nam en wij door Zijn Opstanding mede werden opgewekt en vernieuwd en gered en grootgebracht naar de hemelse gewesten en hier op aarde enkel heilige  menselijke inspanningen mogen verrichten of het nu in de kunsten, in de literatuur en muziek, of als gewoon werknemer is, wanneer je ”     datgene wat je doet maar ‘groots’ doet”.

Wij zijn op het hart van het Geloof te vinden – door voor Uw Kruis een diepe buiging te maken

In de eerste plaats Christus en Zijn Kruis en eerst dàn deze wedergeboorte en dàn deze nieuwe creatie, zoals Paul zegt.
En hij geeft ons één belangrijke geloofsregel mee; hij geeft ons deze geloofsregel wanneer hij zegt: “      wanneer de Geest der Waarheid komt, zal Hij u de weg wijzen tot de volle Waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. Hij zal Mij [God, de Vader in Christus, de Zoon van God] verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne [de Blijde Boodschap] nemen en het u verkondigen“ John.16: 13-14.
Zo velen als er zullen wandelen volgens deze regel van wedergeboorte, van kruisiging van de geest, van de kruisiging van de huidige wereldse identiteit, rust en genade zal op hen komen en op het Israël [de Kerk] van God!.

‘een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid’

De Christelijke Gemeenschap heeft de corrigerende Waarheid van de Galaten vandaag de dag evenzeer nodig als dat het nodig was in de dagen van Paulus.
Niet alleen is de rechtvaardiging van de zondaar slechts door Geloof en los van de werken van de Wet, maar zo is óók de heiliging, òf de vervolmaking, van de heilige door de prediking van het Geloof, los van de werken der Wet:
      Dit alleen zou ik van u willen weten: Hebt gij de Geest ontvangen ten gevolge van werken der wet, of van de prediking van het Geloof?
Zijt gij zo onverstandig? Gij zijt begonnen met de Geest, eindigt gij nu met het vlees?
Gal.3: 2,3.
Hij zegt [dit] aan de fyletisten [afstammelingen van een gemeenschappelijke voorouder] van zijn tijdsperiode, voor hen die gevangen zitten in de identiteit van deze wereld, de Joden, die al duizenden jaren een monopolie hadden opgebouwd rond de komst van Christus en de heidenen.
Wie zou kunnen beweren dat hun cultuur, hun identiteit, de identiteit zou dienen te zijn van iedereen op de aarde, dan behalve de Joden, waaruit onze Redder voortkwam?
Kunnen zij dit opeisen, dit claimen?
Neen, dat konden ze niet.
De tijd, die hen voorafgang, was slechts een schaduw die naar ‘Het Licht’ leidde!
Dus zegt Paulus tot Zijn mede-Joden, ‘Vrede en Genade zij met u’, wanneer u overeenkomstig 
deze regel uw weg voortzet; wanneer je [echter] in deze wereld blijft [of dit nu rechtsom of linksom plaatsvindt maakt weinig uit], wanneer je een buitenstaander een vreemdeling blijft voor het Kruis en de bijbehorende offerande, dan ben je verloren!
Je dient, zo zegt Hij, je Kruis op te nemen en het te dragen – en hiermee eindigt Hij – dat zijn de kenmerken van onze Heer Jezus Christus.

Mogen wij ook, Paulus navolgend, waardig worden gemaakt om de kenmerken van onze Heer te dragen; Jezus Christus, de kruisiging van ons intellect, de kruisiging van onze wereldse identiteit!
En in de oude Kerk toen ze vervolgd werden, wat zeiden de christenen toen?;
en wat zeggen de Antiochenen, die het eerst Christen genoemd werden nu nog steeds?
Propageren zij, hoor je ze ooit zeggen: “Ik ben een Christen uit Antiochië en niet uit Moskou of Athene? . . . . .
Neen, ze zeiden en zeggen het nu nog steeds: “Ik ben een Christen “, . . . . . “Na alles wat ik meegemaakt heb ben ik nog steeds een Christen”,
. . . . . “Ik draag de kenmerken van onze Heer Jezus Christus, ik kruisig mijzelf en geef mijn leven voor het Hemels Koninkrijk van God!”.
En dit zeggen zij ook nog steeds tegen hun vervolgers en daarom vallen er zoveel martelaren in het Midden-Oosten.
Dit is waar wij in deze laatste dagen in het westen behoefte aan hebben;
aan zulke christenen hebben wij hier in het westen ‘schreeuwend’ behoefte . . . . .
mogen we waardig zijn, mogen wij christenen hier in de Lage Landen waardig worden gemaakt . . . . . op die wijze het Hemels Koninkrijk te betreden.
Heer, Jezus Christus, ontferm u over mij, zondaar”.
Soms komen wij christenen tegen en horen hen zeggen hoe God ons eerst dàn een gemakkelijke leven zal geven zolang we er maar voor bidden.
Maar wij dienen beter te weten: dat het leven als christen je maar al te zwaar en moeilijk zal kunnen vallen en het is goed wanneer we elkaar als christenen daarin bijstaan.
Vraag het maar aan Paulus, die in de voetsporen van Christus liep!
Hij had honger, hij verduurde pijn, Hij voelde zich verloren en alleen gelaten, werd voor de gek gehouden, in de gevangenis gestopt en op nog vele andere wijzen beproefd; het leven was voor hem alles behalve gemakkelijk.

‘Kerkbankbijbel’ naar de Statenvertaling

Als christenen weten we dat God van ons houdt en dat Hij wil dat we gelukkig zijn.  Maar laten we onthouden dat God ons met Christus voor altijd het vreugdevolle, comfortabele, pijnvrije leven zal willen geven . . . . . in het Hemels Koninkrijk!

Bid elke dag tot God:
      Indien jullie in Mij blijven en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat jullie maar willen, en het zal u gewordenJohn.15: 7;
Lees iedere dag in de Schrift de Blijde Boodschap:
    Deze broeders onderscheidden zich gunstig van die te Thessaloniki,
daar zij het Woord met alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen of deze dingen zo waren
Hand.17: 11 en begin met het de woorden uit het Evangelie van Johannes:
Gehoorzaam God altijd:
      Wie Mijn Geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door Mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbarenJohn.14:  21;
Wees een getuige van Christus in woord en daad :
      Christus zeide tot hen [ons]: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken“ Matth.4: 19;
      Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat jullie veel vrucht draagt en jullie zullen Mijn discipelen zijnJohn.15: 8;
Vertrouw God elk detail van uw leven toe:
      Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u1Petr.5: 7;
Laat uw dagelijks leven leiden door de Heilige Geest, om in Zijn kracht elke dag een goede getuige van Christus te kunnen zijn:
      Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees – want deze staan tegenover elkander – zodat gij niet doet wat gij maar wenstGal.5: 16,17;
      Jullie zullen Kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over julie komt, en jullie zullen Mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde  Hand.1: 8.
Aldus belijden wij ons Geloof en weten wat ons te doen staat.

32e Zondag na Pinksteren – Zondag na Theophanie & afscheid van Theophanie

    Toen Hij vernam, dat Johannes overgeleverd was, trok Hij Zich terug naar Galilea. En Hij verliet Nazareth en ging wonen te Kapharnaüm, aan de zee, in het gebied van Zebulon en Naftali, opdat vervuld zou worden het woord, door de profeet Isaiah gesproken, toen hij zei:
      ‘Het land Zebulon en het land Naftali, aan de zeeweg, over de Jordaan, Galilea der heidenen: het volk, dat in duisternis gezeten is, heeft een Groot Licht gezien en voor hen, die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods, is een Licht opgegaan.
     Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen: ‘

Christus is de levende Waarheid‘;                       ‘Ο Χριστός είναι η ζωντανή Αλήθεια‘;                ‘المسيح هو الحقيقة الحية

Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen’Matth.4: 12-17.             Maar aan een ieder van ons afzonderlijk is de Genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt.
Daarom heet het: ‘opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mee, Gaven gaf Hij aan de mensen’.
Wat betekent dit: ‘Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook neergedaald is naar de lagere, aardse gewesten?
       Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen.
En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid van het Geloof en van de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom van de volheid van ChristusEph.4: 7-13.

De oudere – ‘Arsenios’ onderwijst de jongere ‘Paisios’                                    كبار السن – ‘أرسينيوس’ يعلم الصغار ‘بايسيوس’

Er vallen ons twee zaken op in deze lezingen:
1.]. ‘ Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen’ en
2.].Het toerusten van de Heiligen tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid van het Geloof en van de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom van de volheid van Christus’.

De Evangelielezing van ‘het afscheid van Theophanie’ is een herhaling:   Jezus uit Galilea kwam naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen . . . . .  En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods neerdalen als een duif en op Hem komen. En zie, een stem uit de hemelen zei: Deze is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb” Matth.3: 13; 16b,17.
En de Apostel van ‘het afscheid van Theophanie’:
    Want de Genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd,
rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de Zalige Hoop en de Verschijning van de Heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, Die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.  Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkander hatende. Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland [en] God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest, die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de Hoop van het eeuwige  levenTit.2: 11-14;3: 4-7.

Paulus was een van de eersten die de verwrongen concepten van de God van de Vader en de Zoon van God later op Jezus Christus introduceerde in de leringen van Jezus.

Dankzij de Genadegaven van God is ons, die gezeten zijn in het land en de schaduw van de dood via de Heilige Geest een Licht opgegaan in de duisternis. Voorheen waren wij heiligen immers ook verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkander hatende.
Maar nu wij door de doop met de Heilige Geest toegerust zijn tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid van het Geloof en van de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben, zouden wij de mannelijke rijpheid en de maat van de wasdom van de volheid van Christus kunnen bereiken.

Ons doel, als volgelingen van Christus, is te wandelen in de volheid van de Heilige Geest en tot de eenheid van de volmaakte mens te komen.
Deze woorden betrekken ons in datgene waar iedere gelovige van doordrongen dient te zijn. Zoals wij ons als gemeenschap in Christus verenigd hebben streven wij naar eenheid van het Geloof en de volle kennis van de Zoon van God.
Het woord “volheid” in deze passage komt van het Griekse woord πληρότητα en betekent: “wie niets mist, perfectie nastreven, de taak compleet maken teneinde de volheid te bereiken“.
Dat is de taak die God ons heeft gegeven: de volheid van de zegen van Christus in ons persoonlijke leven na te jagen.
Paulus gaat hier verder over door als hij schrijft:
Er is…. één Heer, één Geloof, één Doop, één God en Vader van allen, Die is boven allen en door allen en in allenEph.4: 4-6.
Ik heb u in een vorig schrijven al kenbaar gemaakt dat Ephese een rijke handelsstad was, die bewoond werd door tal van rijke jongelingen, die in overvloed leefden. Op den duur bevredigt dit een mens niet en hij/zij loopt tegen zichzelf op, geraakt in een crisis en bidt de vellen van de Hemel om verlost te worden. God bepaalt wanneer het zover is, daar helpt geen lieve moedertje aan.

God de Vader en de Zoon en de Heilige Geest verblijven in al Gods kinderen en daarvan is niemand op deze wereld uitgezonderd, je dient het alleen te aanvaarden. Christus, onze Verlosser beloofde toen Hij nog onder ons was:
Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn Woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonenJohn.14: 23.

verloren zekerheid, samen me Paulus op zoek naar de weg

Paulus maakt ons duidelijk dat we allemaal dezelfde toegang tot de Vader hebben. Daarom hebben we allemaal een zelfde mogelijkheid om Zijn steeds groter wordende Zegen/Genadegaven van boven te verkrijgen.
Inderdaad, onze levens zouden steeds meer in de “Genadegaven van Christus” dienen toe te nemen.
Bedenk hoe de mate van de Genadegaven van Christus was in het leven van Paulus. Ondanks zijn vroeger strijd tegen het Christendom ontving deze mens persoonlijk openbaringen van Jezus. Hij schrijft dat Christus Zichzelf in hem openbaarde.
Natuurlijk wist Paulus dat hij nog niet perfect was; maar hij wist ook, dat er niets in zijn leven was dat de stroom van de Genadegaven van Christus verhinderde, daar was geen twijfel mogelijk. Daarom kon Paulus zeggen:
En ik weet, dat ik bij mijn komst onder de uwen met een volle Zegen van Christus zal komen. Maar, broeders, ik vermaan u bij onze Heer, Jezus Christus en bij de Liefde  van de Heilige Geest, ‘om samen met mij’ te worstelen in de gebeden voor mij tot God, 
opdat ik behoed zal worden voor de weerspannigen in mijn omgeving en dat mijn dienstbetoon voor het land waar ik ben neergezet gunstig zal worden opgenomen door de heiligenconf. Rom.15: 29-31.
Als toezichthouder en hoeder van de spelleiders had Paulus een heilig vertrouwen in zijn wandel met Christus.
Hij verzekerde z’n omgeving: ” En hierin oefen ik mijzelf, altijd een onergerlijk geweten te hebben voor God en de mensen. En na verloop van vele jaren ben ik gekomen om aalmoezen voor mijn volk te brengen en offeranden, waarmede men mij, geheiligd zijnde, in de tempel bezig vond, zonder volksoploop of opschuddingHandelingen 24:16-18.

Hier valt een bijzonder Nederlands woord op: “een onergerlijk geweten” hebben voor God en de mensen.
We bezitten allemaal een geweten daarvoor behoef je heel eenvoudig maar in gedachten een bepaalde herinnering op te roepen, waarover jij je momenteel schaamt. Paulus zegt hierover aan z’n geestelijk kind:
    Alles is rein voor de reinen, maar voor hen, die besmet en onbetrouwbaar zijn, is niets rein. Maar bij hen zijn zowel het denken als het geweten besmet.
Zij belijden wel, dat zij God kennen, maar met hun werken verloochenen zij Hem, daar zij verfoeilijk en ongehoorzaam zijn en niet deugen voor enig goed werk
Tit.1: 15-,16.
In de Blijde Boodschap zie ik in handelingen twee mensen tegenover elkaar staan.  Een groot, haast onoverbrugbaar contrast!
1.]. We zien Felix op zijn troon. Zijn naam betekent: gelukkig, gefeliciteerd; Hij is machtig en rijk; Hij heeft carrière gemaaktHij is opgeklommen.
Hij is de rechter, maar hij heeft een slecht geweten, want als er gesproken wordt van rechtvaardigheid en matigheid en het toekomende oordeel, dan wordt deze ‘gelukkige’ ongelukkig en zéér bevreesd.
2.]. Tegenover hem staat de apostel Paulus.
Hij is gevangen en waarschijnlijk ook geboeid.
Ik zie hem daar voor het gerecht staan, met de kettingen aan de handen en voeten, zoals hij in het volgende hoofdstuk zegt tegenover Festus: “Ik wenste wel dat u in alle dingen was zoals ik, uitgenomen deze banden, deze boeien”.
Zo staat hij daar; als een veroordeelde, als een crimineel, opgepakt door de sterke hand.
Vals beschuldigd.
En toch in het hart van Paulus…. is geen spoortje vrees. Hij staat daar vrij, want hij heeft een goed geweten!
Hij formuleert het ook: “Daarin beoefen ik mijzelf, om altijd een onergerlijk geweten te hebben, voor God en de mensen”.
“Waar ze me ook van beschuldigen”, zo zegt Paulus, “daar ben ik van op de hoogte, dit weet ik, maar ik sta hier als een vrij man, met een goed geweten”.

Wie is er hier nu eigenlijk de gevangene? Paulus of Felix?
Paulus is vrij! En Felix? Die zit gevangen in z’n structuren, moet naar de pijpen dansen van z’n hogergeplaatsten en kan niet anders dan datgene uitvoeren wat zijn superieuren in deze -‘van God verlaten‘- wereld hem opdragen.
Zoals één van de streng protestantse richting in Engeland [de Puriteinen] het in woorden uitdrukte: “Een kwaad geweten is een gevangenis, waaruit je nooit meer kunt ontsnappen”.
Ons persoonlijk geweten -ook die van ‘hoog aangestelde plaatsbekleders‘ van de wereldse macht is een door de zonde bevlekt geweten en het is daarom niet per definitie zo dat de gewetensstem de stem van God is.
Wel kan God door middel van het geweten tot de mens spreken, waardoor een mens -‘door Christus Bloed‘-, want er zal een flinke strijd voor nodig zijn, tot een Genadevol inzicht kan komen en kan omkeren op de hem/haar zo vertrouwde weg.
Hoeveel te meer zal het Bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om -de levende God- te dienen? En daarom is Christus de middelaar van een nieuw Verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan, om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste Verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden.
Want waar een testament is, moet noodzakelijk van de dood van de erflater melding gemaakt worden; een testament toch wordt alleen van kracht, indien er iemand gestorven is, daar het nog geen gevolg heeft, zolang de erflater leeftHebr.9:14-17.

Het onderwijs, de pedagogie, die de Heer Zijn Lichaam, de Kerk heeft meegegeven is ‘zó ontzèttend’ belangrijk; soms mis je echter de directe toepassing in de praktijk en lijkt het niet compleet.
En wanneer je de hoofdstukken gelezen hebt tussen de tekst, die
gisteren en vandaag en morgen in de kerkelijke kalender werd voorgeschreven,
dan blijft het maar gaan over het Volmaakte Offer en het onvolmaakte offer.
En het gaat dan telkens over dat we Mozes, de profeten en via Christus’  voetsporen Paulus, dus Gods Wil dienen te volgen.
Maar wanneer je al deze Pedagogie van De Heer hebt laten binnenkomen, en op één lijn plaatst, het binen laat komen, dan kunnen we slechts één conclusie trekken.
Wanneer je gelooft en belijdt dat Jezus, Christus, de Zoon van God,
het ware Offer is dat ons echt met God verzoend en
dat Jezus als Koning en Priester ons weer terugbrengt in de gemeenschap met God, dan is je hart gereinigd van je slechte geweten.
Door het Geloof wordt van Godswege door Christus het menselijk geweten hersteld. Ervaar je dat altijd zo? Neen, maar dit is wel de Waarheid die Gods Woord ons geeft.

Mijn Lichaam en  Mijn Bloed

En hoe méér je in dit Geloof leeft en het beleeft, hoe méér je geweten gezuiverd wordt. Dàt is de Mysterieuze Kracht van het Bloed van onze Heer Jezus Christus.
Er wordt aldoor om ons heen gezegd dat we zondaars blijven tot onze laatste snik en we overwinnen de zonden nooit, of niet soms?
Dat is een leugen, er zullen altijd zonden blijven, maar
door de “nieuwe en levende” weg naar het Hemels Koninkrijk, van het lijden en de verzoening van onze Heer Jezus Christus te gaan, breken wij mensen -beetje bij beetje- de zonden in ons leven af.
Dat is de absolute Kracht van Christus als Hogepriester.

Maar daardoor mag je ook zeker weten dat je waarachtig mag naderen tot God.
Iedereen is helemaal welkom, wanneer je over ‘deze Weg’, ‘deze Ladder‘ die nieuwe en levende Weg, samen met onze Heer over de Weg tot God naar het Hemels Koninkrijk gaat.
En dàn mag je geweten je niet meer aanklagen, want
dàn weet je door je persoonlijk Geloof dat God
geen zonden meer ziet in jouw leven.
Hij ziet het niet eens meer, omdat je volgeling van Zijn Zoon bent.
En soms dien je er misschien wel heel concreet om vragen
of God je geweten ècht wil reinigen en je wil wegleiden
van al datgene wat je tot verkeerde dingen aanzet.
Maar dat is dàn voor jouw persoonlijke beleving
omdat er zonden op je netvlies staan die niet weg willen.
Maar vanuit God mag je wèrkelijk naderen met
een schoon geweten en een rein hart.

Er is namelijk maar één Hogepriester, één kerkelijke Opperspelleider met al de eigenschappen van de afgelopen dagen Die met Zijn Eigen lichaam door het voorhangsel is gegaan.
God was/is onzichtbaar, maar door Onze Heer en Verlosser is de weg naar het Vaderhart opengescheurd.
God verscheurde het Zelf, vanwege het leven van Christus, ging het voorhangsel [in de Koninklijke deuren] open; van Boven naar beneden.
      Thans  bent u allen in Christus Jezus, die eertijds veraf waren, dichtbij gekomen door het Bloed van Christus. Want Hij is onze Vrede, Die de twee een heeft gemaakt en de tussenmuur [het voorhangsel], die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, 
doordat Hij in Zijn Vlees de Wet van de geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, Vrede makende, de twee tot een nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot een Lichaam verbonden, weer met God te verzoenen door het Kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeftEph.2: 13-16.
Met alles wat je bezighoudt, mag je daarom opgaan tot het heiligdom [het ambon],  tot in het Vaderhart van God en Hem ontvangen door Christus, onze Heer.

Apolytikion     tn.7.
  Door Uw Kruis zijt Gij de Overwinnaar van de dood
en hebt Gij het Paradijs geopend voor de Rover.
De droefheid der Myrondraagsters hebt Gij veranderd in vreugde,
en Gij hebt haar gezonden tot de Apostelen om te verkondigen,
dat Gij waart verrezen, o Christus onze God,
om aan de wereld grote Genade te schenken
”.

Kondakion     tn.7.
  Niet langer houdt de onderwereld de gestorvenen vast,
want Christus is er afgedaald,
en heeft dienst kracht vernietigd.
De hades is geboeid;
de Profeten jubelen en roepen:
de Verlosser is aan de gelovigen verschenen.
verheft u in het Geloof, ter Opstanding
“.

Theotokion     tn.7.
Gij zijt de schatkamer van onze Opstanding, o Albezongene.
Voer daarom hen die op U vertrouwen,
vanuit de poel en de afgrond omhoog.
Want Gij hebt ons,
die aan de zonden schuldig waren, verlost,
doordat gij de Verlossing gebaard hebt.
Voor deze Geboorte waart Gij Maagd,
en in die Geboorte waart Gij Maagd
en zijt na deze Geboorte Maagd gebleven
”.

 

32e Zaterdag na Pinksteren – Heer, geef ons meer Geloof

Christus sprak

De Heer heeft gezegd:
    ‘Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem en indien hij berouw heeft, vergeef hem’.
En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt ten zevenmaal tot u terugkomt en zegt: ‘Ik heb berouw, zult gij het hem vergeven’.
En de apostelen zeiden tot de Heer: ‘Geef ons meer Geloof’.
De Heer zei daarop: ‘Indien gij een Geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze moerbeiboom zeggen: Word ontworteld en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzamen.
Wie van u zal tot zijn slaaf, die voor hem ploegt of het vee hoedt, als hij van het land thuiskomt, zeggen: Kom terstond hier aan tafel?
Zal hij niet veeleer tot hem zeggen:
Maak mijn maaltijd gereed, schort uw kleren op en bedien mij, tot ik klaar ben met eten en drinken, en daarna kunt gij eten en drinken?
Zal hij de slaaf soms danken, omdat hij deed wat hem bevolen was?
Zo moet ook gij, nadat gij alles gedaan hebt wat u bevolen is, zeggen: Wij zijn onnutte slaven; wij hebben slechts gedaan, wat wij moesten doen’Luc.17: 3-10.

De ‘schijnbare’ . . . “afwezigheid” van God is altijd een zware test geweest voor alle grote zielen die op Hem hebben vertrouwd.
Vroeg of laat zullen allen de martelende aanvallen ervaren – God lijkt te ‘verdwijnen‘ of impotent te worden op het moment dat Zijn interventie het hardst nodig lijkt.
⁌ De profeet Habakuk heeft het ervaren:
      Hoelang, Heer, roep ik om hulp, en Gij hoort niet; schreeuw ik tot U; met geweldige overtuigingskracht! en Gij verlost niet?
Waarom doet Gij mij ongerechtigheid zien en aanschouwt U ellende? Ja, onderdrukking en 
geweld zijn voor mijn ogen, en er is twist, en tweedracht verheft zichHab.1: 2-3;
⁌ dat deed Jeremia ook:
      U hebt mij overreden, Heer, en ik heb mij laten overreden; U bent mij te sterk geweest en hebt overmacht. Ik ben tot een bespotting geworden de gehele dag, allen honen zij mij. Want telkens wanneer ik spreek, moet ik het uitschreeuwen, van geweld en onderdrukking roepen;
want het woord des Heren is mij geworden tot smaad en spot de gehele dag.
Maar zo zei ik: ‘Ik wil aan Hem niet denken en in Zijn Naam niet meer spreken, dan werd het in mijn hart als brandend vuur, opgesloten in mijn gebeente; wel matte ik mij af om het in te houden, maar ik kon het niet. Want ik heb gehoord het gemompel van velen [schrik van rondom!]: Brengt iets aan, opdat wij hem aanbrengen. Alle lieden met wie ik bevriend ben, loeren op mijn val: wellicht zal hij zich laten verlokken, zodat wij hem overweldigen, ten onder brengen en wraak op hem kunnen nemen.
         Vervloekt zij de dag waarop ik geboren ben; de dag waarop mijn moeder mij baarde, zij niet gezegend. Vervloekt zij de man die mijn vader de blijde boodschap bracht: U is een jongen geboren, waarmee hij hem zozeer verblijdde; die man zij als de steden die de Heer onderstboven 
heeft gekeerd, zonder dat het Hem berouwde; hij zal horen ’s-morgens geschreeuw en ’s-middags krijgsrumoer, omdat Hij mij niet deed sterven in de moederschoot, zodat mijn moeder mijn graf zou zijn geworden en haar schoot voor immer zwanger gebleven. Waarom toch ben ik uit de moederschoot voortgekomen om moeite en kommer te aanschouwen en opdat mijn dagen in schande ten einde spoeden?Jer. 20: 7-10.14-18;
en zelfs Jezus Christus, op het hoogtepunt van zijn lijden op Golgotha:
      Omstreeks het negende uur riep Jezus met luide stem, zeggende: ‘Eli, Eli, lama sabachtani?’. Dat is: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’”. Matth.27: 46 en “   Ik ben ver van mijn heil verwijderd door de woorden van mijn zonden. Mijn God, overdag roep ik tot U, maar U verhoort mij nietPsalm 21:  2-3.

Door de eeuwen heen, tot aan onze dagen, is het – ‘niet handelen‘ van God – bitter en afgekeurd gevoeld.

In de kwellingen van de martelingen die zijn toegebracht aan onschuldige mensen [vaak vanwege hun Trouw aan hun Geloof); in de verschrikkingen van concentratiekampen, of de stalinistische ‘goelags‘; of de gruweldaden gepleegd door de Rode Khmer onder leiding van Pol Pot; of in de “etnische zuiveringen” die zelfs in onze dagen in verschillende delen van de wereld plaatsvinden; of in de huilende ellende van de conglomeraat van kraker-slaapplekken, vol vuiligheid, dampen, modder. . . zonder beschutting, elektriciteit en medische zorg; of in veel psychiatrische ziekenhuizen, in de prostitutie holen; in de landen of regio’s waar mensen slechts een “arbeidskracht” zijn die door de staat of de plaatselijke magnaat wordt uitgebuit. . .
Men vraagt daar: “Waar is God hier?
En “Waarom maakt Hij Zijn aanwezigheid en gerechtigheid niet ?!

Geen mens, met zijn beperkte intellectuele en morele middelen, kan dergelijke vragen met zekerheid en overtuigend beantwoorden.
Alleen God Zelf kan het.
De profeet Habakuk verzekert ons dat God een antwoord heeft en het zeker zal geven.  Maar Hij zal dat op Zijn Eigen tijd doen.
    Want wel wacht het gezicht nog tot de bestemde tijd, maar het spoedt zich zonder falen naar het einde; als het vertoeft, verbeid het, want komen zal het gewis; uitblijven zal het nietHab.2: 3.
Want God heeft Zijn Eigen ritme, Zijn Eigen wegen, Zijn Eigen plannen. En zo vaak zijn ze anders dan de onze.
      Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten. Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar door-, bevochtigt eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter, op dezelfde wijze zal Mijn Woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zendIsaiah 55: 8-11.

Alleen degenen die de Genadegave van het Geloof hebben, kunnen blijven geloven in Gods actieve aanwezigheid, zelfs in de donkerste momenten van de menselijke geschiedenis en van hun leven.
Het is het Geloof dat hen/ons de unieke zekerheid geeft dat God aanwezig en actief is, zelfs als hun/onze zwakke geest niet kan bevatten of vaststellen waar en hoe.

“Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp”       – يا رب، أنا أصدق الكفر

Vaak beginnen we na jaren te begrijpen waarom God bepaalde vreselijke gebeurtenissen heeft toegestaan.
Het was voor een zuivering, of om een veel groter goed naar voren te brengen. . . .
We kunnen ook beginnen te begrijpen hoe God aanwezig en actief was in het mededogen dat Hij inspireerde,
in de vrijgevigheid en naastenliefde die Hij bij velen aanbracht . . . in ons zelf misschien.
In veel gevallen zullen we deze Mysteries alleen in het hiernamaals kunnen ‘begrijpen‘.
Dan zullen we kunnen begrijpen dat God aanwezig en actief was, zelfs in de meest treurige gebeurtenissen, omdat Hij aanwezig is in het duistere geheim onder de oppervlakte van de velden waar Hij het zaad laat rotten om de spruit te laten barsten en de harde korst van de grond tot de rijkdom van een nieuwe oogst. . . .
                          God is Liefde en heeft de mensen lief en is te allen tijde aanwezig en actief. Overal.
Wij mensen, dienen op Hem te vertrouwen, omdat Hij weet wat Hij doet en wil dat we ons best blijven doen om te leven volgens de morele principes die Hij ons heeft gegeven:
– om zorgzame, genereuze en liefhebbende mensen te zijn.
– Hij behandelt ons als verantwoordelijke volwassenen van wie wordt verwacht dat ze hun best doen om de problemen op te lossen.
– Hij zou alles Zelf kunnen doen, maar meestal geeft Hij ons het voorrecht en de uitdaging om de ‘instrumenten‘ te zijn van Zijn zorg, Zijn zorg, Zijn macht.
Dit is zo vaak gebeurd in de geschiedenis.
– Het gebeurt nu overal, vooral waar Hij mensen vindt die het Geloof hebben dat platanen kan verplanten en bergen kan verzetten, en de nederigheid om dat te herkennen.
– Hij is de kracht achter alles, terwijl zij/wij slechts vervangbare dienaren zijn.
      Bidt en u zal gegeven worden;
zoekt en gij zult vinden;
klopt en u zal opengedaan worden.
Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.
Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven?
Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang geven?
Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden“ Luc.7: 7-11.

31e Zondag na Pinksteren – Nafeest Theophanie & Synaxis van de Heilige Glorieuze Profeet en Voorloper Johannes de Doper.

      De volgende dag zag Johannes de Doper Jezus tot zich komen en zei:
‘Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Deze is het, van wie ik zei: ‘Na mij komt een man, die voor mij geweest is want Hij was eer dan ik.
       En zelf wist ik niet van Hem, maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom kwam ik dopen met water.
     En Johannes getuigde en zei: ‘Ik heb aanschouwd, dat de Geest nederdaalde als een duif uit de hemel, en Hij bleef op Hem. En ik kende Hem niet, maar Hij, die mij gezonden had om te dopen met water, die had tot mij gezegd: Op wie gij de Geest ziet nederdalen en op Hem blijven, deze is het, die met de heilige Geest doopt. En ik heb gezien en getuigd, dat deze de Zoon van God is’John.1: 29-34.

      En terwijl Apollos te Corinte was, geschiedde het, dat Paulus, na door de bovenlanden gereisd te zijn, te Ephese kwam, en daar enige discipelen vond.
       En hij zei tot hen: ‘Hebt gij de Heilige Geest ontvangen, toen jullie tot het Geloof kwamen?’. Doch zij zeiden tot hem: ‘Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een Heilige Geest is’.
       En hij zei tot hen: ‘Waarin zijt gij dan gedoopt?’.
En zij zeiden: ‘In de doop van Johannes’.
Maar Paulus zei:
     ‘ . . . . . Johannes doopte een doop van bekering en zei tot het volk, dat zij moesten geloven in Hem, Die na hem kwam, dat is in Jezus’.

‘uit water èn geest’

En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in de Naam van de Heer Jezus
En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen en zij spraken in tongen en profeteerden. En het waren in het geheel ongeveer twaalf mannen.
En Paulus ging naar de synagoge en trad drie maanden lang vrijmoedig op, om hen door besprekingen te overtuigen aangaande het Koninkrijk GodsHand.19:1-8.

Drie maanden lang trad Paulus, de Apostel van de heidenen vrijmoedig in de synagoge op, om hen door besprekingen te overtuigen. Drie maanden, dat is 65 dagen, ieder morgen opnieuw, ging Hij het Joods gebedshuis binnen, werd aldaar dus getolereerd om de Blijde Boodschap aangaande het Koninkrijk Gods te verkondigen.
Epheze was in de oudheid een grote Ionische haven- en handelsstad aan de westkust van Klein-Azië in de huidige provincie Izmir in Turkije, tegenover het eiland Samos.
De zondag van de 30e zondag na Pinksteren is weggevallen, door al het feestgedruis, maar dit was een stad van ‘rijke Jongelingen’, die zich aan de kust van klein-Azië een liederlijk leven konden veroorloven.
Een schril contrast met Johannes de Doper, een dwaas om Christus Wil, die, al was hij een neef van Jezus, het fijne zelf niet van Hem wist, maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom kwam hij in de Jordaan dopen met water.
Hij kende z’n eigen neef niet, zoals Jezus eigenlijk was, maar God, Die hem gezonden had om te dopen met water, Die hem naar de Jordaan geroepen had,
Die had hem gezegd:
Op wie jij de Geest ziet nederdalen en op Hem blijven, Deze is het, Die met de heilige Geest doopt. En Hij heeft het gezien en getuigt hier van Hem, dat Deze de Zoon van God isconf john.1: 33-34.
Is dit niet een grotere getuigenis dan de getuigenissen uit het oude- en nieuwe Verbond, die op deze site met Kerst aan u werd voorgehouden.
Johannes was een profeet, een dwaas om God’s Wil, hij was gekleed met kameelhaar en met 
een lederen gordel om zijn lendenen, en hij at sprinkhanen en wilde honing; en hij doopte in de Jordaan de doop der bekering tot vergeving van zonden; en het gehele Joodse land liep tot hem uit en alle inwoners van Jeruzalem;   en zij lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan onder belijdenis van hun zonden . . . . .
Als dit nog geen goddelijke getuigenis is, wie zal ons dan nog overtuigen?

Nogmaals brengt de Blijde Boodschap voor ons het onderwerp van rijkdom, materiële goederen, het dagelijkse leven, voor ogen, omdat zij in ons botsen met ons eeuwige verlangen om het ware geluk te vinden dat niet ver van God ligt.
Het avontuur van het rijke ‘nieuwe‘ van het offer van vandaag en het pad dat Christus opent, geeft ons de gelegenheid om te genieten van de grote problemen, de dood en het leven om ons heen.
De grenzen van onze beschaving worden ons hier getoond: de rijke jongeling, met alle provocaties van het dagelijks leven, in de volheid van materiële goederen, voelt zich langzamerhand wegzinken, verdrinken.
Daarom vraagt deze ooggetuige om adem [Πνεύμα]; de mens stikt haast in de geneugten van deze wereld. Christus
 vraagt om een andere geest, een andere bezieling, Hij vraagt om de Heilige Geest, de Άγιο Πνεύμα.
Vanaf het begin dat de jongeling uit vreemde landen, de vluchteling hier in de Lage Landen neerstrijkt, blijkt de buitenkant, het aanlokkelijke van deze wereld, de omlijsting, heel anders dan hij/zij in z’n/haar midden-oosterse, christelijke wereld heeft meegekregen. Hij/zij blijkt zich niet helemaal verbonden te voelen met het alledaagse leven hier om zich heen.
. . . . . . . . . . De vluchteling heeft heel andere interesses en diepe bezorgdheid slaat deze, door de ellende in het midden-oosten verjaagde, mens om het hart.
Hij wendt zijn blik naar de Hemelen en zoekt -als van huis-uit-gewend- naar de betekenis van het leven in de Lage Landen. Reizen door de wildernis, de woestijn van het leven, is essentieel voor de spirituele groei en zo ontmoet elke vluchteling de bezorgdheid van de Heer onze God.
Via de oorspronkelijke Blijde Boodschap, die ingebakken zit in iedere mens, gaat hij zijn moedigste prepositie [verdrongen vorm, datgene waaruit de mens gevormd is] zoeken: Het Goddelijke in de mens doet de mens weten z’n bezittingen te verkopen, z’n geld aan de armen te geven en Christus te volgen!

Zó komen wij  mensen tot verheffing, tot Hemelse adel, tot waarachtige volmaaktheid, het hoogste niveau van de deugd; natuurlijk niet beperkt tot een autonome, individuele ‘spiritualiteit’, maar ééntje, die Christus-gecentreerd is, die ons veilig leidt naar het Hemelse Koninkrijk Gods.
Zo’n keuze is [en was] hier op aarde helemaal niet gemakkelijk, daar is strijd en je kruis dragen voor nodig. In het dilemma, de normaal in de wereld aanvaarde òf de Hemelse waardevolle bezittingen, die door de Heer beloofd zijn, dient de mens binnen het Christendom te verkiezen boven al het andere, wat aangeboden wordt in de wereld om je heen.
De Kerkvaders hebben, als èchte herders, alle mensen in liefde omarmd en hun leven doorgebracht, door ons het lijden van Christus voor ogen te stellen.
In navolging van Christus, en de Apostelen, zijn zij nooit opgehouden de hoogmoed en de bijbehorende macht en hebzucht, als afgodendienst, te veroordelen.   Zij stellen de heersende klasse-maatschappij ter discussie, een gevolg van de door de wereld opgelegde  ziekte”, die de mens ongevoelig maakt voor de noden en ons afleid van onze oorspronkelijke bestemming. 

Dicht bij je oorspronkelijke bestemming blijven
Hoe dichter we bij onszelf blijven, des te gelukkiger we ons voelen.
Hoe verder we ons laten verleiden tot gedrag dat niet bij ons past,
des te minder zullen wij ons geluk ervaren:
1.]. Heb de moed om tevreden te zijn.
Het is in de wereld oh, zo verleidelijk om altijd méér te willen, om steeds méér te hebben.  Om steeds weer te verlangen naar iets nieuws, iets beters, iets duurders.
Maar juist een gevoel van tevredenheid geeft je voldoening en houdt je dicht bij jezelf. 
Want wanneer je tevreden bent, bevestig je aan jezelf dat je leven prima is zoals het is. Jij bent goed zoals je bent, en je leven is goed zoals het is. En dat voelt heerlijk.
2.]. Probeer niet te oordelen.
Wanneer je anderen veroordeelt, dan veroordeel je eigenlijk ook een stukje van jezelf.  Vaak veroordelen we namelijk in anderen die eigenschappen die we in onszelf zo haten. Eigenschappen die ons maken wie we zijn.
  Je worstelt met je sociale vaardigheden en je veroordeelt mensen die
                hier helemaal geen kaas van gegeten hebben.
  Je bent bezig met een gezonder eetpatroon en je veroordeelt ineens
                mensen die niet gezond eten.
  Je doet je best om duurzamer te leven en je wordt verontwaardigd
                waneer je ziet hoe andere mensen geen aandacht hebben voor het milieu.
•   Je doet je best inzicht te krijgen in kerkelijke structuren en verworden samenlevingen en ziet dat je gewoon overvallen wordt.
Besef dat je een ander niet kunt beoordelen, omdat je nooit het gehele verhaal kent.  Laat dingen maar gaan zoals ze gaan, en betrek niet alles op jezelf, je verandert nog geen poes, laat staan een ander mens of ingebakken structuren.  Probeer je oordeel om te buigen naar een gevoel van compassie.
Precies, dat voelt al een stuk prettiger en je komt er ook een stuk verder mee.
3.]. Stop met te vragen naar zelfbevestiging.
Ieder mens wil graag bevestigd worden. Goedkeuring geeft je een gevoel van geliefd zijn, het gevoel dat je erbij hoort en dat je ertoe doet.
Hoe onzekerder je jezelf voelt, des te meer goedkeuring je van anderen nodig hebt om je goed te voelen. Maar deze hunkering naar goedkeuring kan je ook uit de tent lokken, het kan ervoor zorgen dat je je anders voor gaat doen dan wie je werkelijk bent.
Allemaal in de hoop dat mensen je leuk zullen vinden.  Maar dat is het niet waard:
  Wanneer jij je anders voordoet dan je bent, dan
                leren mensen nooit de ‘echte’ ik kennen.
  Het kan zijn dat ze je de goedkeuring geven die je verlangt, maar
                ze gaan ook houden van iemand die je ‘niet’ bent.
  Jezelf zijn en blijven is soms lastiger.
               Maar je trekt wel mensen aan die van je houden om wie je echt bent.
Blijf bij jezelf, geef jezelf goedkeuring. Je bent goed zoals je bent, en dat hoeft niet door anderen constant bevestigd te worden. Wanneer je dit moeilijk vindt, schroom dan niet om aan je zelfvertrouwen te gaan werken.
Want hoe meer zelfvertrouwen je hebt, des te makkelijker dit wordt.
4.]. Wees dankbaar.
Dankbaarheid is als een waarheidsserum.
Je kunt deze emotie altijd activeren en zo je complete gemoedstoestand in één ogenblik totaal omdraaien – omkeren op je oorspronkelijke weg, zoals dat in Christelijke termen heet.
Door je regelmatig dankbaar te voelen kom je dichter bij wie je bent.
Want door intens van je leven te genieten verdwijnt de neiging om jezelf te bewijzen, je anders voor te doen en te vragen om goedkeuring.
Vraag jezelf gewoon maar eens af:
• Wat gaat er allemaal goed in mijn leven?
• Wat is er goed en mooi aan mij?
• Waar kan ik vandaag dankbaar voor zijn – hoe klein het ook is?
Ervaar dat je dankbaar en gelukkig kunt zijn, waardeer je persoonlijke eigenschappen en je unieke karakter. Wees dankbaar voor het leven dat je gegeven is en merk hoe makkelijk je bij jezelf kunt blijven.
5.]. Wees buigzaam en soepel, zowel voor jezelf als anderen.
Wat je doet en wie je bent zijn twee verschillende dingen.
Wanneer je dicht bij jezelf wilt blijven, dan hoeft dat niet te betekenen
dat je altijd principieel hoeft te zijn.
Wees buigzaam; gedraag je niet als een boorplatform, maar als een schip; laat je rustig meedeinen op de golven, de ups en downs van je leven.
Het is namelijk heel goed mogelijk om jezelf te blijven in woelige tijden;
sterker nog, hoe dichter je bij jezelf blijft, des te makkelijker je over je tegenslagen heen komt.
6.]. Open je hart, speel open kaart, zowel voor jezelf als anderen.
Pas als je echt van jezelf houdt, kun je echt van anderen houden.
Wanneer je dicht bij jezelf staat dan houd je van jezelf en kun je je hart openstellen voor anderen, zowel vreemden als bekenden.
Geef je liefde niet weg, maar laat liefde door jou heen stromen.
Open je hart voor alle mensen, durf liefde te ontvangen en durf het te delen.
7.]. Accepteer je verleden en probeer het los te laten
Alles wat er in het verleden is fout gegaan is niet meer terug te draaien.
Het verleden kun je niet veranderen; het heden ook niet.
Het enige waar je invloed op hebt, is de toekomst.
Dus accepteer je verleden en laat het los.
Dat is niet altijd makkelijk, maar je kunt het stap voor stap doen.
Alles wat er is gebeurd is onderdeel van wie jij bent geweest.
Bepaal van-nu-af-aan; telkens weer hier-en-nu, wie jij in de toekomst wilt zijn en
richt daar al je hebben en houden, al je vermogens op.
8.]. Volg de hoofdstroom, de rode lijn van je leven.
Leef niet in je hoofd, maar leef in het moment.
Wanneer je dicht bij jezelf wilt blijven dan kun je dat letterlijk doen
door je aandacht in het hier en nu te brengen.
Het hier en nu is namelijk de enige plek waar jij je op dit moment bevindt.
Blijf niet eindeloos rondjes draaien in je hoofd, laat je gedachten niet op hol slaan.  Leef hier-en-nu, in het bewustzijn dat je geleid wordt door je schepper.
Gebruik je zintuigen, ervaar je ademhaling, de warmte van de zon en de frisheid van een lentebui.
Laat het leven een beetje over je heen komen, volg je directe ervaringen en
maak je niet al te druk over de toekomst.  Het leven komt en gaat met de hoofdstroom van je leven en  ervaar hoe licht en gelukkig je je kunt voelen.
Jij bent een geweldig mens, dus blijf dicht bij wie je bent;  dat maakt jouw leven een stuk gemakkelijker en gelukkiger.

      Wie Mijn Geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door Mijn Vader en Ik zal hem [als Zijn kind] liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren. Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn Woord bewaren en Mijn Vader zal hem [als Zijn kind] liefhebben en Wij zullen tot Hem komen en bij Hem wonen.
Wie Mij niet liefheeft bewaart Mijn Woorden niet; en het Woord, dat gij hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, die Mij gezonden heeft.
       Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden
[als aan Zijn kind] zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd hebJohn.14: 21-26.

De oneindige Hemelen kunnen samen met de andere schepselen de Schepper niet bevatten; alleen de ziel van de Gelovige mens is Zijn woning en zetel en dit alleen door de Liefde, Die trouweloze mensen missen.

Christus sprak

Want zo spreekt de Waarheid:
“. . . . . Wie Mij liefheeft, zal door Mijn Vader bemind worden; en ook Ik zal hem als Zijn kind beminnen en Wij zullen tot Hem komen en woning bij Hem maken . . . . .”;
Blijf derhalve in Mij, zoals Ik in jouw blijf”.
Wanneer wij rekening houden met het pad dat macht en geld in de geschiedenis van de mensheid gespeeld heeft, valt het ons op dat het slechts rituelen betreft, die zich telkens inzetten voor het verwerven van meer daarvan, het beheersen en overheersen van de medemens, maar ook het veelvuldig misbruik maken van zowel de Hemel [– ja, ook van de Kerk-] als de aarde en al wat zich daarop bevindt.
Wanneer wij rekening houden met het oorspronkelijke onderwijs van Christus en de oorspronkelijke Traditie van onze Kerk, Zijn Lichaam, heeft de mens ‘totaal géén recht op‘ daarin voorkomende, overheersende gedachten, die de Wil van onze Heer en Verlosser vertroebelen, ja, trachtten uit te wissen.
Wij gelovige mensen, vragen ons af, wànnéér zal de enorme ongelijkheid en de eindeloze drama’s, die daarvan het gevolg zijn, verdwijnen; de vernietiging van de economie en de sociale & ecologische samenhang, die we eigenlijk tollereren – maar door de hebzucht van maniakale “kredietverstrekkers” en speculanten ontstaan. En inderdaad, hoe onverschillig en meedogenloos rekenen zij zich rijk en doen zij alsof ze de zegen van de Almachtige God hebben!
Hoeveel machthebbers [- ja, óók in de Kerk] rekenen zich onbekommerd God’s macht toe? We krijgen -ook in de Lage Landen- haast spijt van de door hun verkondigde “Blijde Boodschap” en we zien al onze geliefden in die gemeenschappen lijden.
Maar laten we ons daarbij afvragen, hoeveel kansen we wel niet verliezen wanneer onze Heer veel kleinere offers van ons vraagt. Laat de Machthebbers hun macht en de kredietverstrekking hun geld, laat hen financiële malversaties plegen zo veel ze willen en zich via spelleiders de [‘kerkelijke’] macht toe-eigenen.
Hierbij worden wij geconfronteerd met het gevaar om vast te houden aan macht en materiële goederen en daardoor onverschillig geraken aan onze persoonlijke spirituele behoeften.
Laat het wèl tot ons doordringen en stel je medemens ervan op de hoogte, opdat wìj daardoor de goede weg naar het Hemels koninkrijk blijven bewandelen, welke ons en onze naasten immers voortdurend uitnodigt en laat horen, de goede en rechte weg te blijven vervolgen.
Deze prachtige “Winter”-periode, met alle moeilijkheden en doorgangen, begunstigt de zoektocht naar de wáre persoonlijkheid in Christus, die ons allemaal met de ‘Kerk’ roept “volg Mij”.
Alleen zó kunnen wij worden gered door wáre spelleiders, die zich slechts beheerders voelen en gelovigen niet gebruiken om ons en anderen te misleiden. In onszelf, echter, zoals het beeld zich aan ons voordoet, worden persoonlijke beslissingen gevraagd en keuzes aan onszelf overgelaten.

– • Doordrongen zijn van het besef van Gods Liefde is een voorwaarde om God lief te hebben. We kunnen niet houden van wat uiteindelijk niet liefdevol is. Onszelf onvoorwaardelijk te laten liefhebben is God in ons te laten wonen, toestaan dat Hij door ons heen straalt. Zijn aanwezigheid in ons zal verschijnen als een geest van geweldloosheid, rechtvaardigheid, barmhartigheid en liefde voor de armen.
– • De Heilige Geest, de Bondgenoot en Geest van onze Heer Jezus Christus, de Verlosser blijft bij ons doorheen ons leven. Hij bewaart de woorden van de Heer in onze geest en helpt ons ze meer en meer te begrijpen, zodat wij ze kunnen toepassen in de steeds veranderende situaties waarin wij ons bevinden.
– • Heer en Verlosser, dikwijls voel ik dat mijn leven vormeloos en doelloos is, maar U benadrukte herhaaldelijk het belang van het beluisteren van het Woord en om het te vervullen in een leven dat zijn dienstbare liefde weerspiegelt. Kom wonen in mijn armzalig hart en breng als het U belieft tot uw Vader. Dank U voor de gave van de Geest Die mij nabij is, Die mij verdedigt, Die mij troost en Die mij de wegen van de liefde leert; “Kom, Heilige Geest en ontsteek in mij het vuur van de Liefde”.
– • Deze 12 Kerstdagen herinneren ons aan het wachten van de eerste apostelen op de komst van Gods Heilige Geest. Vreugdevol denken wij aan de zegeningen van vandaag, tevens overwegen wij wat voor waardevols God ons in de Paas- en Pinkstertijd heeft gegeven.

➥ . . . . . . . . . De Heilige Geest werkt reeds in ons leven: wanneer wij herinnerd worden aan Gods Woord voor ons persoonlijk, wanneer wij aangemoedigd worden om te handelen zoals Christus dit Zelf deed. Het volstaat reeds dat wij bidden om ons meer te mogen toevertrouwen aan Gods Geest, dat Hij in ons aanwezig zal blijven.
Heer onze Heer, wij smeken U, verhoor ons“.

Apolytikion     tn.6
“ De scharen der Engelen stonden aan Uw graf en de wachters lagen als dood.
Bij het graf stond Maria Magdalena zoekend het alleruiterst Lichaam van haar Heer.
Gij hebt de hel overwonnen, zonder erdoor te worden aangetast.
Gij hebt de Maagd ontmoet, Levenschenkende,
Die uit de dood zijt opgestaan, Heer, ere zij U
”.

Kondakion     tn.6
“ Met Uw levenschenkende Hand,
wekt Gij alle doden op uit het duistere dal,
O Levenschenkede, Christus onze God,
Die aan het mensengeslacht de Opstanding gegeven hebt.
Gij zijt waarlijk onze Heiland, onze Verrijzenis,
ons Leven en de God van het heelal
”.

Theotokion      tn.6.
  Gij hebt Uw Moeder de gezegende genoemd
en zijt vrijwillig tot het lijden gekomen.
Gij zijt opgestraald aan het Kruis, om Adam te zoeken,
terwijl Gij tot de Engelen sprak: Verheugt u met Mij,
want Ik heb de drachme teruggevonden die verloren was.
Gij, Die alles in Wijsheid hebt ingericht, Heer, eer aan U
”.