10e Zondag na Pinksteren – afscheid van het feest van Transfiguratie en de genezing van de maanzieke jongen

Christus geneest maanzieke ​​jongen, afb. William Brassey.

      Er kwam iemand tot Christus, knielde voor Hem neer en zei:            ‘ Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water. En ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen’.
      Jezus antwoordde en zei: ‘O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng hem Mij hier’. En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af.
     Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren:
‘Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?’.
     Hij zei tot hen: ‘Vanwege jullie kleingeloof. Want voorwaar, Ik zeg jullie, indien je een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u van hier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn. Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten’.
     Terwijl zij samen in Galilea verkeerden, zei Jezus tot hen: ‘De Zoon van de mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen en zij zullen Hem ter dood brengen en ten derden dage zal Hij opgewekt wordenMatth.17: 14b-23b.

Zelfreflectie – استبطان – ενδοσκόπηση

      Want het schijnt mij toe, dat God ons, apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen.  Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.  Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven; wij verrichten zware handenarbeid;
worden wij gescholden, wij zegenen;
worden wij vervolgd, wij verdragen;
worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk;
wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe.
Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Want al hadden jullie duizenden opvoeders in Christus, jullie hebben niet vele vaders. Immers, ik heb u in Christus Jezus door het evangelie verwekt. Ik vermaan u dus: ‘volgt mijn voorbeeld’1Cor.4: 9-16.

Transfiguratie

Een absoluut hoogtepunt in de Blijde Boodschap is de beklimming van de berg Thabor, waar de Transfiguratie plaatsvindt.
Daar is ‘de Hemel’ voor dat moment open gegaan en heeft Christus Zich in ‘Zijn Ware Gedaante’ getoond als ‘de Verheerlijkte’ op de berg in het bijzijn van de profeten Mozes en Elia.
Nog voordat Zijn Licht van Pascha is het ‘Licht van Pascha’ al aan de drie medeleerlingen verschenen, ja, nog voordat Christus aan Zijn lijdensweg is begonnen: een ervaring, die een Mystieke eenheid, verbondenheid heeft opgeroepen.
Maar de werkelijkheid, het echte leven daar beneden aan de voet van de berg; daar is nog niets veranderd, daar kom je weer met beide voeten op de grond.

lunatism, جنوني, ανισόρροπος

Op hoogtepunten volgen ook dieptepunten, daar behoef je geen profeet voor te zijn, het leven is immers een golfbeweging. Maanziekte of lunatisme is een vermeende geestesziekte waarbij mensen door stemmings-wisselingen zouden worden getroffen wanneer de maan in haar schijntoestand van volle maan verkeert en deze heeft up’s en down’s tot gevolg.
Ook zou het gaan om mensen die erg wispelturig zijn en continue van stemming veranderen, een bipolaire stoornis hebben, die ook wel een manisch-depressieve stoornis genoemd wordt.
De oude Grieken hadden hier een remedie tegen door het eten van knolselderij voor te stellen – selderij sélion, afgeleid van sélène, wat maan betekent.
Maanziekte is niet wetenschappelijk bewezen; het is een folkloristisch geloof dat teruggaat tot de oudheid en zelfs de prehistorie. De Engelse termen lunacy [= gekte] en lunatic of loony [“gek”] stammen af van dit geloof in maanziekte.
Ook werd slaapwandelen en epilepsie werd met de invloed van de maan in verband gebracht.

Wij zijn allemaal wel eens ontmoedigd, het is iets wat algemeen voorkomt; ook christenen kunnen ontmoedigd raken, het is iets wat steeds weer de kop op steekt. We kunnen ook elkaar aansteken, je zou kunnen zeggen dat het aanstekelijk is, doordat wij andere mensen kunnen ontmoedigen, doordat je zelf ontmoedigd bent.

opgraving – Herbouwen van muur rond Jeruzalem onder leiding van profeet Nehemia

Maar waardoor geraken mensen ontmoedigd?
1.]. Allereerst hangt het samen met vermoeidheid. De mensen uit Juda ten tijde van de profeet Nehemia, die de muur van Jeruzalem aan het bouwen waren zeiden: “    De kracht van de dragers schiet tekort en er is teveel puin en stof, zodat wij aan de muur niet zullen kunnen bouwen. 
Onze tegenstanders echter zeiden: ‘Zij zullen het niet gewaarworden, tot wij in hun midden komen, hen doden en op die manier zullen wij het werk doen ophouden’”. “En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons weerkeertNeh.4: 10-12.
Met andere woorden zij waren uitgeput.
Soms komen er mensen op ons pad, die zeggen: “     Misschien moet ik m’n leven wel weer helemaal opnieuw aan de Heer toewijden”. Hun werkelijk probleem is echter dat zij totaal opgebrand zijn. Uit allerlei problemen is op te maken dat zij rust nodig hebben. Soms is dan het meest geestelijke wat je kunt doen – gewoon naar bed gaan en jezelf ontspannen, of zo het binnen je budget past, er een een periode tussen uit gaan.
     Wanneer steken vermoeidheid en ontmoediging de kop op?
Wanneer je halverwege een project bent, zoals de Judeeërs bij het bouwen van de muur.  Bij de aanvang van een verbintenis/ een project is iedereen enthousiast, het is immers iets nieuws, maar na een tijdje is het nieuwtje eraf en wordt de inzet moeilijker, omdat het eentonig wordt. Het leven wordt een sleur, vervolgens wordt het een routine en vervolgens een ritueel, ook in huwelijken.
     Heb je wel eens een kamer behangen, eerst zwoegen om die oude lagen eraf te krijgen, oneffenheden egaliseren, voorstrijken vanwege het vliesbehang. Wanneer je halverwege bent, kijk je om je heen en zegt: ‘Ik wordt het al zat en ik ben nog maar op de helft. En dat alleen, maar wanneer ik klaar ben, moet ik ook nog assauzen in de goede kleur en al die troep opruimen’.
Vermoeidheid is de grootste oorzaak van ontmoediging en het overkomt je vaak halverwege; dat is de reden waarom veel mensen er niet toe komen een klus volledig af te maken.

opgraving muur Jeruzalem; er is teveel puin en stof

2.]. Er is een tweede oorzaak waardoor een mens ontmoedigd kan geraken. Zoals het Joodse Volk zei: “   Er is teveel puin en stof; we zijn niet in staat de muur te bouwenNeh.4: 10. Dat is omdat zij gefrustreerd raken – “ In het zweet van jouw aanschijn zul je brood eten, totdat je tot de aardbodem weerkeert, omdat je daaruit genomen bent; want stof ben jij en tot stof zul je weer-kerenGen.3: 19. Zij waren ontmoedigd en gefrustreerd – wat een puin en stof – ze waren een nieuwe muur aan het bouwen, maar er lag over wel wat, gehakt afval van de stenen, lege zakken en opgedroogd cement, een en al viezigheid en het kleeft nog aan je huid en kleren. Ze verloren het doel uit het oog; er was zoveel troep in hun leven ontstaan, dat ze niet meer wisten even-wichtig voort te gaan; laat staan dat ze wisten hoe zij verder te gaan met de dingen, die er wel toe deden. Het lijkt wel – naarmate je verder gaat – dat de rommel, die je zelf veroorzaakt zich steeds verder ophoopt, dat je geen lucht meer krijgt.
Je kunt onmogelijk voorkomen dat de rommel zich in je leven opstapelt – het zijn de alledaagse dingen, die je tijd verspillen en je energie opvreten en je dermate gaan frustreren, dat je niet langer meer de persoon bent, die je wilt zijn – die je ervan weerhouden datgene te doen wat noodzakelijk is. De rommel in je dingen zijn zaken, die je in de weg staan, de onderbrekingen, die je weerhouden om je doel te bereiken. Dit zijn zaken, die we uit ons leven dienen op te ruimen.
3.]. De derde oorzaak waardoor de mensen ontmoedigd raken wordt eveneens vermeld: “ Wij zijn niet in staat de muur te bouwen”. Weet je wat dat wil zeggen, je begint te twijfelen, je hebt geen vertrouwen meer in jezelf: je denkt “dat kan ik niet, dat is mij onmogelijk, het was dom van mij om het te proberen”. Het Joodse Volk begon te klagen, geraakten ontmoedigd en zeiden: “We kunnen het niet, dus stoppen we er maar mee”.
     De vraag is nu – hoe ga je met eigen falen om; ga je over tot zelfmedelijden. Begin je zitten te kermen en te klagen als het Joodse Volk en gooi je het bijltje erbij neer? Nou dan ga ik maar scheiden, zoek de eerste de beste therapeut om dit te bevestigen en vervolgens eenzaamheid en opnieuw zelfbeklag, tot je een volgend slachtoffer als partner vindt.
     Of je geeft ‘de ander’ de schuld – iedereen liet ‘mij’ zitten – ‘zij’ hebben steken laten vallen en ‘hun werk’ niet goed gedaan.

Jeruzalem ten tijde van profeet Nehemia

4.]. Er is een vierde oorzaak, waardoor mensen ontmoedigd geraken.
    Onze tegenstanders echter zeiden: ‘Zij zullen het niet gewaarworden, tot wij in hun midden komen, hen doden en alzo zullen wij het werk doen ophouden’Neh.4: 11.
Zowel in het beloofde land van de Joden als in de Lage landen zijn er tegenstanders, die niet willen dat er een muur gebouwd wordt, dat een en ander succesvol verloopt. Een muur rond de stad houdt tevens in dat de stad/ het levensproject/het Verbond verdedigd wordt en ‘iedere’ stadsgenoot zich veilig weet en daarom willen de tegenstrevers niet dat de muur wordt afgemaakt. Dus wordt er door de omgeving door ‘deze of gene’ dingen uitgehaald waardoor het project op niets uitloopt en wordt de onderlinge samenwerking bedreigd waardoor de overeenkomst om het project/het Verbond tot een goed einde teniet wordt gedaan – zij doden je tenslotte wanneer jij het project toch voortzet.
De bouwers [van de muur] geraken ontmoedigd door de vierde oorzaak van de ontmoediging -“ANGST”-. Het waren de joden die bij hen woonden [Neh.4: 12], de Joden, die het dichtst bij de vijand woonden. Vervolgens ontmoedigden zij de anderen door te zeggen: “We zullen niets merken, totdat ze in ons midden zijn en ons zullen doden”. Je weet wat er gebeurt wanneer je maar lang genoeg met een tegenwerkend persoon omgaat; “waar je mee om gaat, daar wordt je mee besmet”. Dus weet wie je vrienden en vriendinnen zijn, wanneer je het moeilijk hebt. Wanneer je steeds van iemand [die misschien wel in hetzelfde schuitje zit] te horen krijgt: ‘Dat gaat je nooit lukken’, zul je hem/haar uiteindelijk gaan geloven. Dat is het gevaar van een echtscheidingsmakelaar of ‘Mediation’ zoals zij dat tegenwoordig noemen, dat is ‘geen‘ bruggen slaan – ‘geen‘ moeilijkheden overwinnen, maar valkuilen graven.
Het verschil tussen winnaars en verliezers – zij, die hun 50 jarig jubileum behalen is dat winnaars het falen slechts zien als een tijdelijke tegenslag, die overwonnen dient te worden.
Zijn er angsten, die je ervan weerhouden te groeien en jezelf te ontwikkelen?
Ben je bang voor kritiek van een werkelijke hulpverlener òf ben je bang om voor schut te staan, wat zal die andere ‘gewijd persoon’ er wel niet van denken? Bent u nu werkelijk zo naïef dat u de enige bent, die met dit soort problemen rond-loopt. Hoe kom je er achter dat angst de oorzaak is van je ontmoediging, dat het jouw probleem is?
Je hebt de neiging om hard weg te lopen – je wilt ontsnappen aan de druk van het leven; de natuurlijke reactie is dan – ‘wegwezen’, ontlopen die handel. Er zijn in het leven maar drie manieren van bewegen: ‘tegen’ iets uit boosheid, ‘weg’ uit iets ‘uit de angst‘ en ‘samen’ met iets ‘vanuit liefde‘.
Een Profeet blijkt hier de enig overgebleven leider, geleid door de Heilige Geest van God. Hij had zich werkelijk in het probleem verdiept en wist waardoor de mensen ontmoedigd waren en daardoor kwam hij met de juiste maatregelen om het probleem uit de wereld te helpen. Er zijn drie manieren om mensen bij te staan, die op het punt staan een verbintenis op te geven: “reorganisatie, herinnering en verzet”.

Wederopbouw van de muren van Jeruzalem

Re-organisatie, is het opnieuw en anders inrichten van een georganiseerde groep mensen ten einde te overleven. Met andere woorden: we gaan het hier helemaal anders doen; we voeren een nieuw systeem in.
Jullie gaan daar staan en jullie op deze plek en wij [buitenstaanders] zullen dit probleem wel eventjes voor jullie oplossen.
          Het eerste principe in het overwinnen van ontmoediging is dit:
reorganiseer je leven, de manier waarop je alles tot nog toe deed wordt –
stukje bij beetje– onderzocht en er wordt . . . . .  gezamenlijk– overlegd.
Je begint met vast te stellen wat –je doelen zijn– wanneer je ontmoedigt raakt, dien je niet je oorspronkelijke doelen op te geven; in tegendeel, bedenk –
een andere– aanpak.
Het wil niet zeggen dat je het verkeerde doet; je kunt het goede doen, maar op de verkeerde manier. Was het verkeerd dat de Joden de muur bouwden? Helemaal niet; het was goed.
Ze deden het goede echter op de verkeerde manier, waardoor ze ontmoedigd werden. 
          Heb je een probleem? Verander dan je leven, reorganiseer het.
Heb je problemen in je huwelijk? Geef niet op, probeer een ander houding aan te meten.
Heb je problemen in je kerkgemeenschap? Probeer een andere aanpak, niet zeggen bij mij thuis loopt het niet goed, dus het probleem wat ik met kerkfabrieken heb zal ik in dat andere land ‘anders’ aanpakken, ik leg het ze gewoon op, zonder enige vorm van overleg met het gelovige volk.
Heeft u problemen met uw geestelijk leven, geef niet op probeer een andere manier bij het invullen van je gebedsleven. Heb je gezondheidsproblemen, probeer een andere arts – geef niet op, ga door met doorgaan.

Bombardement 1695

          Enkelen van ons zijn ontmoedigd omdat ze onder enorme druk staan; ze hebben ongelooflijk veel werk – een overvolle agenda – door de bomen het bos niet meer zien.
Gods boodschap is dan ‘reorganiseer‘.
Reorganiseer je tijd, verander je schema; richt je op een andere manier op je doel. Verwijder alle rommel, puin en onbelangrijke dingen, de dingen waarmee je je tijd verspilt. Reorganiseer de dingen daarna dusdanig dat je naar je hoofddoel toewerkt.
In het tijdsmanagement noemen ze dit ROI-tijd – ‘Return On Investment’ [optimale opbrengst zien te behalen uit datgene wat je investeert].
We besteden namelijk 80% van onze tijd aan de 20% van onze bezigheden, die niet productief zijn; met gevolg frustratie. Wat we dat dienen te ondernemen is: 8o% van onze tijd te besteden aan de 20% van ons werk die het meeste resultaat heeft. Met andere woorden gebruik de maximale tijd voor die paar zaken, die de beste resultaten opleveren.
We hebben medechristenen nodig om elkaar te ondersteunen en op te richten. Wanneer ik het niet meer zie zitten, weet ik wie mij ondersteunt en wanneer jij het niet meer ziet zitten steun ik jou; dat noemt men supporting. Het is daarbij nodig dat dit zo dicht mogelijk op de werkvloer plaatsvindt – want daar wordt opgemerkt wat de noden zijn. Daar wordt meegeleden met de behoeftigen en de dorstenden, daar is aandacht voor hen die vallen.
Wederom aanschouwde ik een ijdelheid [hoogmoed] onder de zon: Daar is er een zonder metgezel, ook zoon of broeder heeft hij niet, en er is geen einde aan al z’n zwoegen; ook worden z’n ogen niet verzadigd van rijkdom; Voor wie tob ik mij dan af en ontzeg ik mij het goede? Ook dit is ijdelheid [hoogmoed] en een kwaad ding. Twee zijn beter dan een, omdat zij een goede 
beloning hebben bij hun zwoegen. Want, indien zij vallen, dan richt de een de ander weer op; maar wee de ene die valt zonder dat een metgezel hem opricht! Ook indien er twee neerliggen, zullen zij warm worden, maar hoe zal één alleen warm worden?  Kan iemand er een overweldigen, twee zullen tegenover hem kunnen standhouden; en een drievoudig snoer wordt niet spoedig verbrokenPred.4: 7-12.
In deze is de Liefdesband van de Heilige Drie-eenheid een al-oud christelijk begrip. “    Wanneer je geen liefde hebt voor anderen, beteken je niets1Cor.13. en wat je niet hebt, dat kun je niet geven.

Gods Woord geeft Kracht

Herinnering; bedenk wie “Wie” is.
Hoe kun je nog meer ontmoediging te boven komen?
Kijk eens hoe de profeet Nehemia het aanpakt, hij zegt:
      Ik zag toe, en stond op en zei tot de edelen, de leiders èn het overige volk: Vreest toch niet voor hen; denkt aan de Grote en Geduchte Heer en strijdt voor uw broeders, uw zonen en uw dochters, uw vrouwen en uw huizenNeh.4: 14.
Wat betekent aan de Grote, Heilige, Sterke en Onsterflijke Heer denken?
Dat betekent jezelf ‘opnieuw‘ aan Hem toewijden; dat betekent opnieuw in Zijn Geestelijke Kracht gaan staan.
Wanneer je bij jezelf nagaat en je herinnert wat God in geheel je leven voor jou geweest is; hoe Hij Zich –zonder aanzien des persoons– onder het gewone werkende volk begaf en Zich hun lot aantrok.
Wanneer je jezelf realiseert hoe dicht God Zich als Vader ‘om jou‘ gegeven heeft, dan zal je Geest van Liefde weer opgericht worden. Hij is bij je òf je het nu ervaart of niet, want Hij heeft gezegd:
    Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, wees tevreden met wat je hebt. Want Hij heeft gezegd: ‘Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Heer is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?Hebr.13: 5,6.
Denk aan Gods Kracht voor de toekomst – Hij zal u in Zijn Genadegaven Kracht geven:
      Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden zowel in overvloed als in gebrek.  Ik vermag alle dingen in Hem, Die mij Kracht geeft. Toch hebt gij er goed aan gedaan, te delen in 
mijn verdrukkingPhil.4: 12-14.
Richt je wanneer je ontmoedigd bent niet op je omstandigheden, maar op de Heer, want omstandigheden maken je somber en ontmoedigen.
      Bedenk daarbij dat je gedachten bepalend zijn voor je gevoelens. Wanneer je jezelf ontmoedigd voelt, dan komt dat omdat je ontmoedigende gedachten denkt. Wanneer je jezelf bemoedigd wilt voelen, ga dan bemoedigende gedachten denken. Zoek een aantal bemoedigende teksten op: “de Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets, op grazige [groene] weiden laat Hij mij grazen, ik vrees geen kwaadconf. Psalm 22 en “ Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft” Marc.9:23.
” Want waar uw hart is, daar zal ook uw schat zijn” Matth.6: 21
Een schat wordt hier vergeleken met het hart. Die schat of die parel is God waar je hart naar opzoek is en het weet te vinden. Die schat is kostbaarder dan alles wat je bezit en je bent bereid om alles te verkopen om die kostbare schat te bezitten. Het is een onbetaalbare schat en meer waard dan alle schatten van de aarde. Zo’n illustratie kan je ook lezen bij het verhaal van de rijke jongeling,  waarin een jongeman aan de Heer vraagt  wat hij moet doen om deel uit te maken van het Hemels Koninkrijk. Jezus verteld hem vervolgens dat hij alles moet verkopen en hem moet volgen. De jongeman loopt vervolgens teleurgesteld weg omdat hij veel bezittingen heeft. Deze jongeman had zijn hart dan ook gericht op aardse schatten en niet op hemelse schatten.

Verzet, ga het gevecht aan

Reconstructie Jeruzalem, de oude stad van David

Ja, je kunt tegen ontmoediging vechten.
    strijdt voor uw broeders, uw zonen en uw dochters, uw vrouwen en uw huizenNeh.4: 14.
Geef niet zonder slag of stoot op geef niet toe aan de ontmoediging; verzet je er tegen.
Wij christenen zijn verwikkeld in een bovennatuurlijke conflict, een geestelijke oorlog, een strijd met negatieve krachten. De tegenstrever is de aanklager van de christenen; hij houdt ervan om ons omlaag te drukken en zijn belangrijkste wapen is de ontmoediging, want hij weet maar al te goed dat een ontmoedigde christen een gewillig slachtoffer is.
Wij behoeven niet ontmoedigd te zijn in ons leven, de keuze is aan onszelf. Bijzondere mensen en dat zijn wij, wij christenen zijn afgezonderd – hebben de wereld de rug toegekeerd, weigeren eenvoudig zich te laten ontmoedigen. Zij geven nooit op, zelfs niet wanneer zij vermoeid of zich tekort gedaan voelen. Bijzondere mensen zijn gewone mensen met – door God gegeven –  ongewone hoeveelheid volharding; houden gewoon vol en geven nooit op.

Was het op de berg dat ons “een stralend Licht” werd getoond, dan is het hier beneden in hoge mate, behoorlijk donker.
De zon is weg, “het Licht” gedoofd . . . . .
De gebrokenheid van het menselijk bestaan wordt met slechts enkele woorden gekenschetst in het portret van die maanzieke jongen:
    hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water“.  Het is een beeld om iets uit te drukken:
deze maanzieke jongen staat voor de mens in zijn onzeker bestaan .
De maan heerst over deze mens. Hij zit gevangen in de schijngestalten van de maan . . . Hij vindt geen houvast, nergens. Hij valt, steeds weer opnieuw en staat weer op. Erger nog: hij vervalt, deze mens, in extremen: “dan weer in het vuur en dan weer in het water”.
De mens kan z’n evenwicht niet vinden; hij/zij is de gevallen mens . . . . .
die helemaal vast is komen te zitten en zich geen raad meer weet;
niet weet waar hij het zoeken moet.
Hij/zij is er ‘erg aan toe’, de gevallen mens . . . . . ,
die wel wil opstaan, maar telkens weer opnieuw valt hij/zij . . . . .

Wie zal hem/haar oprichten ? Wie zal hem/haar redden ?
Hij/zij ziet vreselijk af . . . [afzien =  hij/zij moet zich heel erg inspannen en lijden]
Hij/zij lijdt onder het kwaad en het lijden is te moede, maar
hij/zij staat weer op . . . . .
Geloven in de bijbelse zin van het Woord is: in het leven staan met wederzijds vertrouwen . . . . .
Geloven is in onze tijd een nogal beladen begrip: maar het verwijst naar
een diep menselijke geestkracht om het menselijk bestaan te doorstaan,
naar het je kruis opnemen en Christus te volgen, de moed om te zijn:
gelovig zijn, dat is vertrouwen in het Licht, in het Leven, In het ver-‘Heer’lijkte Licht  van de Zoon, Die in de Heilige Geest verwijst naar de Vader . . . . .
Christenen wisten vroeger veel, wat tegenwoordig bijna onbekend en zelfs door de geestelijkheid vergeten is. Een ‘al te rationele manier van‘ nadenken over het christelijk geloof heeft ons veel ontnomen. Zo ook de ervaring van de ‘extase‘, het be-‘vuurd’ zijn, het gevoel van groot geluk en buiten onszelf te zijn. Extase betekent eigenlijk: ’Ik verhef me,  ik sta rechtop, uit mezelf vandaan’. Ik treed buiten mezelf en richt me op.
In het vroege christendom is er veel gebeurd langs de weg van de extase, veel om de mens te helpen en te genezen. Niet op een wijze, dat men het had kunnen plannen of door luchtkastelen bouwen. Extase is altijd een spontaan gebeuren; het vindt plaats of het blijft uit. Maar wanneer het gebeurt, dan verandert het de mensen, bezielt ze en maakt het ze vrij en onafhankelijk; zij richten zich op.
Wij denken als we over extase praten aan drugs of aan andere suggestieve trucjes, die verslavend werken en maar van korte duur zijn.
Maar extase is zó’n ontzettend belangrijk proces in de ziel van de mens, zó verlossend en behulpzaam, dat het hoog tijd wordt het weer terug te vinden, waar het dan ook maar mogelijk is.
    
Richt je dus op en geloof weer vanuit de grond van je hart in je [Christelijk] Geloof, zoals je in de liefde gelooft, ook als je voor beiden geen bewijzen hebt. Geloof, dat je ‘jawoord’ aan je bestaan, je lot, jezelf uitdrukking aan je Geloof geeft, ook als dat je niet dagelijks mocht lukken.
    Er kwam iemand tot Christus, knielde voor Hem neer en zei:
‘ Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water. Help hem als je kunt!’”.
“‘Wie gelooft kan alles’”
antwoordt onze ‘van God gezonden‘ gezalfde Geneesheer. Dan roept de man in tranen uit: “ ‘Ik wil immers geloven, Heer’!  ‘Kom mijn ongeloof te hulp!’”. En Jezus pakt de jongen bij de hand en richt hem op.

  • Geloven dat is, je met je hele bestaan, je hele hebben en houwen,
    in al je gebrokenheid en de wonden, die je onderweg hebt opgelopen,
    maar je door niets of niemand laten afbrengen van die éne basisovertuiging:
    dat alleen al het feit dat je er bent, genoeg kan zijn om een leven lang Kracht uit te putten,
    te leven in Verwondering en dat God jou zal geven wat komen moet.
    Dat is wat onze Heer en zaligmaker van ons verwacht; dat iemand jou bij de hand durft te nemen, als jij hem uitstrekt. Het vertrouwen, dat er iemand is, die je opricht. Het is ‘een en al‘ staan, ook als je geen vast punt ziet, waarop je zou kunnen staan. Het vertrouwen, dat je iemand vastpakt als je je evenwicht verliest, waar het jou aan ontbreekt. Dat er veranderingen in je zullen plaatsvinden, waaruit je eigenlijke definitieve gestalte, als evenbeeld van God, tevoorschijn zal komen.
    Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm u, mij vernederde zondaar”.
  • David & Saul by Ernst Josephson

    Gezond kan men de mens ook noemen als hij in staat is gebleken het Zijne op Goddelijke wijze in deze wereld en onder de mensen te doen. De boeken Samuel vertellen over de opkomst en ondergang van het koningschap in Israël: “Doe, wat er op je weg komt, want God is met je” zei die profeet eens tegen een jongeman, die voorbestemd was om koning te worden.
         Het gaat er dus altijd om, wat je in de praktijk doet. Je weg naar binnen blijft nooit lang binnen, het gaat over waar je God werkelijk volgt, direct naar buiten en heeft zijn uitwerking. Als je niet, bij iedere stap misschien weer anders, naar buiten komt naar de mensen, betrokken op hun noden, hun leed, dat je ziet en aan den lijve ervaart, de problemen en de machten, dan is er iets goed fout. Je bent een vrij mens, doe dus, wat vrije mensen doen.

➥➥➥            Alleen: waar haal je de moed vandaan?
Heel nuchter: uit de toetsing van machtsverhoudingen. Moed is nodig om een macht tegemoet te treden; Macht is bedreigend en moed betekent de bedreiging te trotseren. Toets dus: wat voor een macht staat er tegenover me? Met hoeveel macht kan ik het opnemen?
Onze Heer Jezus Christus zegt het ons heel simpel: als je Degene kent, in Wiens opdracht je handelt, onder Wiens bescherming je staat, de “
God van de Hemelen en de aarde”, dan wordt elke macht gerelativeerd, die mensen of systemen of verhoudingen zouden willen uitoefenen. Overschat dus nooit de macht van mensen. Vertrouw op de Waarheid, waarvoor je staat. En laat degene, die denkt dat hij machtig is, terzijde staan, in jouw doen en laten geëlimineerd worden.
Ga je weg als vrije, onafhankelijke mens en leef in harmonie met de hogere wil.
            Verzamel dus moed en handel anders. Wat normaal gesproken door mensen wordt gedaan, wat men juist vindt, wat men prijst of beloont, laat zelden je vrijheid beperken/uitdoven, maar pas je eerder aan ten opzichte van verhoudingen, regels en meningen, zoek je eigen weg.
Christus zegt ons: “Kom en ga een andere weg- verlaat het gebruikelijke – je zekerheid, je goede naam, je huis. Doe het andere, het buitengewone”.
            Doe het zo, zegt Jezus, dat je handelingen met je doel overeenstemmen, als je datgene wilt bereiken wat je zoekt. Streef naar het Koninkrijk van God en naar het rechtvaardige, dan zul je met al het andere waarnaar je streeft, je doel bereiken. Hoe vanzelfsprekend. Wat je zoekt, dat zal je ook toevallen.

Wat is gerechtigheid?

Wat is gerechtigheid?

We kunnen zeggen: ieder krijgt evenveel. Of: ieder krijgt hetzelfde. Of: ieder krijgt wat hij nodig heeft. Of: diegene krijgt de beloning of de straf die hij verdiend heeft. Maar we dienen goed te begrijpen, dat de Blijde Boodschap met ‘gerechtigheid’ iets anders voor ogen heeft dan de gerechtigheid van de verdeling of van wraak.
            Het staat er ongeveer zo: een mens is ‘rechtvaardig’, als hij zijn opdrachten ‘recht aandoet’ of zijn rol of zijn functie op de juiste wijze vervult. Hij voldoet aan wat de maatschappij van hem verwacht. Hij doet ’recht’ aan de verhoudingen of aan de bestaande afspraken. Gerechtigheid is voor de Blijde Boodschap niet iets dat je in een weegschaal legt, zoals die bij ons door vrouwe Justitia met geblinddoekte ogen in de hand wordt gehouden, maar het is ‘maatschappelijk gerechtvaardigd’ doen en laten. Als een mens voor God ‘gerechtvaardigd’ is, dan is dat niet zozeer omdat men hem geen onrecht kan verwijten, maar vooral omdat hij in zijn eigen doen en leven zijn betrekking tot God ‘recht’ heeft gedaan.
Zoals een herder zich verdiept in z’n schapen, weet wat hen bezig houdt en ‘zorg‘ heeft voor z’n kudde. 
 Dat hij zo leeft, doet en laat als de heilige God het bedoeld heeft. Onze Heer en Zaligmaker geeft het kortweg zo weer: “Streef naar het Koninkrijk der Hemelenen en doe wat God je opgedragen heeft”.
Wat is het doel dat de mensen zich stellen? Dat er orde en gerechtigheid is, de vrijheid en de welvaart wordt gewaarborgd voor iedereen?
            Over de gehele breedte van wat wij van onze Heer weten, is een duidelijk ‘trekken naar de onderkant van de samenleving’ merkbaar. Hij wendt zich tot de bedreigden, de uitgebuiten, de armen, de grensgevallen, de belasterden. De sociaal gerichte grondslag is voor Zijn gehele Christelijke Pedagogie kenmerkend.

Wie naar onze Heer luistert, merkt dat Hij Zich niet alleen om het individu en zijn ellende moet bekommeren, maar ook om de ‘verhoudingen’, hoe ze zijn en hoe ze niet zouden moeten zijn. Voor ieder die tegenwoordig naar vroomheid zoekt geldt, dat men een diep gevoel dient te krijgen voor al het lijden op deze aarde, het leed van de mensen en het leed van de schepping.
Er is een gevoel voor het sociale en de manier waarop men correct bestuurd wordt; er is een principieel gevoel voor gerechtigheid. Het is geen modieuze dwaling, wanneer er tegenwoordig christenen bestaan, die ervan overtuigd zijn, dat het eerste en belangrijkste van hun Geloof dit meevoelen en medelijden is met al wat zo ver weg schijnt, en het meehuilen en meewerken, waar het wereldgebeuren en onze participatie aan de oorzaken met name bij genoemd moeten worden.
    Daarom staat in de Apostel-lezing: “     Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.  Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven; wij verrichten zware handenarbeid;
worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen;
worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe”.

Apolytikion     tn.1

  Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1
  Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
  Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.