6e Zondag na Pascha, Zondag van de Blindgeboren mens

‘En terwijl hij langs kwam zag Hij een mens die vanaf zijn geboorte blind was’ – ‘ Και όπως ο ίδιος πέρασε από, είδε έναν άνδρα τυφλός από τη γέννησή του ‘ – ‘وفيما هو مجتاز رأى إنساناً أعمى منذ ولادته’

    En voorbijgaande zag Hij een man [een mens] , die sedert z’n geboorte blind was.
En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: ‘Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?’.
      Jezus antwoordde: ‘Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden. Wij moeten werken de werken van Degene, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld’.

‘ Gered door het Spirituele inzicht ‘ – ‘σωσε από την πνευματική διορατικότητα’ – ‘ أنقذ البصيرة الروحية ‘

Na dit gezegd te hebben, spuwde Hij op de grond en maakte slijk van dit speeksel en Hij legde hem het slijk op de ogen, en zei tot hem: ‘Ga heen, was u in het badwater  Siloam, hetgeen vertaald wordt door: uitgezonden’. Hij dan ging heen, wies zich en kwam ziende terug.
      De buren dan en zij, die hem vroeger als bedelaar gekend hadden, zeiden: ‘Is hij dat niet, die zat te bedelen?’.  Sommigen zeiden: ‘Hij is het’; anderen zeiden: ‘Neen, maar hij gelijkt op hem’. Hij zei: ‘Ik ben het’. Zij dan zeiden tot hem: ‘Hoe zijn dan uw ogen geopend?’.      Hij antwoordde: ‘De mens, die Jezus genoemd wordt, maakte slijk, streek het op mijn ogen en zei tot mij: Ga heen naar Siloam en was u. Ik ging dan heen en toen ik mij gewassen had, werd ik ziende’.
En zij zeiden tot hem: ‘Waar is Hij?’. Hij zei: ‘Ik weet het niet’. Zij brachten hem, die vroeger blind geweest was, naar de Farizeeen.
Nu was het sabbat op de dag, dat Jezus het slijk maakte en zijn ogen opende.
Opnieuw vroegen hem ook de Farizeeen, hoe hij ziende was geworden. En hij zei tot hen: ‘Hij legde slijk op mijn ogen, ik wies mij, en nu kan ik zien’.
      Sommige dan van de Farizeeen zeiden: ‘Deze mens komt niet van God, want Hij houdt de sabbat niet’. Anderen zeiden: ‘Hoe kan een zondig mens zulke tekenen doen? En er was verdeeldheid onder hen’.
Zij dan zeiden nog eens tot de blinde, ‘Wat zegt gij van Hem, daar Hij uw ogen geopend heeft?’. En hij zei: ‘Hij is een profeet’. De Joden dan geloofden niet van hem, dat hij blind geweest en ziende geworden was, totdat zij de ouders geroepen hadden van hem, die ziende was geworden, en zij vroegen hun en zeiden: ‘Is dit uw zoon, van wie gij zegt, dat hij blind geboren is? Hoe kan hij dan nu zien?’.
Zijn ouders antwoordden en zeiden: .Wij weten, dat dit onze zoon is, en dat hij blind geboren is;  maar hoe hij nu zien kan, weten wij niet, en wie zijn ogen geopend heeft, wij weten het niet; vraagt het hemzelf, hij heeft zijn leeftijd, hij zal voor zichzelf spreken.. Dit zeiden zijn ouders, omdat zij bang waren voor de Joden, want de Joden waren reeds overeengekomen, dat, indien iemand mocht belijden, dat Hij de Christus was, hij uit de synagoge zou worden gebannen.
Daarom zeiden zijn ouders: ‘Hij heeft zijn leeftijd, vraagt het hemzelf’.
Zij riepen de man, die blind geweest was, dan voor de tweede keer en zeiden tot hem: ‘Geef aan God de eer; wij weten, dat deze mens een zondaar is’.
      Hij dan antwoordde: ‘Of Hij een zondaar is, weet ik niet; een ding weet ik, dat ik, die blind was, nu zien kan’.
Zij dan zeiden tot hem: ‘Wat heeft Hij aan u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?’.
     Hij antwoordde hun: ‘Ik heb het u al gezegd, en gij hebt er niet naar gehoord; waarom wilt gij het opnieuw horen? Wilt gij soms ook discipelen van Hem worden?’. En zij scholden hem uit en zeiden: ‘Gij zijt een discipel van Hem, maar wij zijn discipelen van Mozes; wij weten, dat God tot Mozes gesproken heeft, maar van deze weten wij niet, vanwaar Hij komt’.
     De man antwoordde en zei tot hen: ‘Hierin is toch iets wonderlijks, dat gij niet weet, vanwaar Hij komt, maar mijn ogen heeft Hij geopend. Wij weten, dat God naar zondaars niet hoort, maar is iemand godvruchtig, en doet hij zijn wil, die verhoort Hij. Van eeuwigheid is het niet gehoord, dat iemand de ogen van een blindgeborene geopend heeft.  Als deze niet van God was gekomen, Hij had niets kunnen doen’.
     Zij antwoordden en zeiden tot hem: ‘Gij zijt geheel in zonden geboren en wilt gij ons leren?’. En zij wierpen hem uit.
    Jezus hoorde, dat zij hem uitgeworpen hadden, en Hij zei, toen Hij hem aantrof: ‘Gelooft gij in de Zoon des mensen?’.
     Hij antwoordde en zei: ‘En wie is Hij, Here, dat ik in Hem moge geloven?’
Jezus zei tot hem: ‘Gij hebt Hem niet slechts gezien, maar Die met u spreekt, die is het’.
     Hij zei: ‘Ik geloof, Heer, en hij wierp zich voor Hem neer’John.9: 1-38.

reizen van de apostel
Paulus

    En het geschiedde, toen wij naar de gebedsplaats gingen, dat een zekere slavin, die een waarzeggende geest had, ons tegenkwam, welke aan haar eigenaars met waarzeggen veel voordeel aanbracht.
     Deze liep Paulus en ons achterna, luid roepende: ‘Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, die u de weg tot behoudenis boodschappen’. En dit deed zij vele dagen lang. Maar toen dit Paulus verdrietig maakte, wendde hij zich tot de geest en zei: ‘Ik gelast u -in de naam van Jezus Christus- van haar uit te gaan’. En hij ging uit op datzelfde uur.
     Toen nu haar eigenaars zagen, dat hun kans op voordeel verdwenen was, grepen zij Paulus en Silas en sleurden hen naar de markt voor de overheid, en toen zij hen bij de hoofdlieden gebracht hadden, zeiden zij: Deze mensen brengen onze stad in rep en roer, daar zij Joden zijn, en zij verkondigen zeden, die wij als Romeinen niet mogen aanvaarden of volgen. Ook de menigte schoolde tegen hen samen en de hoofdlieden scheurden hun de kleren van het lijf en lieten hen met de roede geselen; en na hun vele slagen gegeven te hebben, wierpen zij hen in de gevangenis met bevel aan de bewaarder hen zorgvuldig te bewaken.
      Daar deze zulk een bevel ontvangen had, zette hij hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten zorgvuldig in het blok.
Maar omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gods lof, en de gevangenen luisterden naar hen.  Doch plotseling kwam er een zware aardbeving, zodat de grondvesten der gevangenis schudden; en terstond gingen alle deuren open en de boeien van allen raakten los.
      En de bewaarder, uit zijn slaap opgeschrikt, zag de deuren der gevangenis openstaan, trok zijn zwaard en was op het punt zelfmoord te plegen, in de waan, dat de gevangenen ontsnapt waren.
Maar Paulus riep met luider stem: Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allen hier! En hij liet licht brengen, sprong naar binnen en wierp zich, bevende over al zijn leden, voor Paulus en Silas neer.

geef ruimte om te groeien in Christus – Δώστε χώρο για να αναπτυχθούν στο Χριστό – إعطاء مجال للنمو في المسيح

En hij leidde hen naar buiten en zei: ‘Heren, wat moet ik doen om behouden te worden?’.
      En zij zeiden: ‘Stel uw vertrouwen op de Heer Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis’. En zij spraken het woord Gods tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren.
      En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mee om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen; en hij bracht hen naar boven in zijn huis en richtte een tafel aan, en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis tot het Geloof in God gekomen wasHand.16: 16-34.

‘de wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God’ 1Cor.3: 19

      De dwaze mens zegt in zijn hart: Er is geen God. Verdorven en afschuwelijk zijn z’n gewoonten: er is niemand die het goede doet, zelfs niet één.
De Heer ziet uit de hemel neer op de mensenkinderen, om te zien of er iemand inzicht heeft en God zoekt. Allen zijn afgedwaald, zij zijn omkoopbaar: er is niemand die het goede doet, zelfs niet één. Hun keel is een open graf, hun tong pleegt bedrog: addervergif zijn hun lippen. Hun mond is vol verwensing en bitterheid; hun voeten zijn vlug om bloed te vergieten. Hun wegen zijn verderf en ongeluk, maar de weg van Vrede kennen zij niet; de vreze Gods staat hun niet voor ogen.
        Weten zij dan niets, die onrecht bedrijven; die Mijn Volk verslinden als een stuk brood ? Zij roepen de Heer niet aan, zij beven van angst waar niets te vrezen valt: maar God is met een rechtvaardig geslacht. Het besluit van de arme hebt gij geminacht, omdat hij vertrouwt op de Heer.
        Wie zal dan uit Sion verlossing brengen aan Israël ?
Wanneer de Heer de gevangenen van Zijn Volk terugvoert, zal Jacob juichen en Israël zich verheugenPsalm 12[13] conf. vert ROK ’s-Gravenhage.

Onze Heer heeft gezegd: “Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat wie niet zien, zien mogen, en wie zien, blind worden. Dit hoorden sommigen uit de Farizeeën, die bij Hem waren, en zij zeiden tot Hem: Zijn wij soms ook blind?”.
Jezus zei tot hèn: “Indien gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben; maar nu zegt gij: Wij zien; daarom blijft uw zondeJohn.9: 39-41.

Gods gedachten en hoe God Zich gedraagt zijn totaal verschillend en zijn tevens afhankelijk van onszelf! Het ontbreekt ons vaak aan vertrouwen en wij zijn méér met onze pleziertjes bezig, dan dat wij voor onszelf aan ‘God’ een ereplaats toekennen, die Hem toekomt.
God heeft vanaf de Schepping -in den beginne- aan ons proberen duidelijk te maken dat er manieren en gewoontes zijn aan te leren waardoor wij kunnen overleven, maar dat wordt tegenwoordig veelal als ouderwets afgedaan, als oplossingen, die al lang geleden zijn afgelegd en die geen betekenis meer of waarde zouden hebben voor de -op de wereld- gerichte mens.

Saint John Damascene with Saint Cosmas the  Hymnographer composing                            the Canon of Pascha

➽      De wereldse mens maakt de verkeerde keuzes; het gehele aardse leven wordt gekenmerkt door het menselijke misbruik van zijn verkregen [keuze-]vrijheid.
Als gevolg hiervan ontstaat de ijdelheid [hoogmoed, Eccl.1: 2,14] in het leven welke zijn oorsprong vindt in de dominantie binnen elke menselijke hypostase [Gr. ὑπόστασις = de basishoedanigheid van het wezen, de filosofisch gezien diepere behoefte aan egoïstisch welbevinden] van “deze monsters”: vóórliefde tot plezier, vóórliefde lof toegezwaaid te krijgen en de vóórliefde tot geld en macht. Waar kan ik ‘m’n’ gepassioneerde attractie in de wereld bekomen? Waar kan ik door  tussenkomst van anderen ‘mijn eigen’ kansen vergroten? Waar is kan ik uiteindelijk het meeste munt [goud, zilver] uit slaan? Waar kan ik m’n huishouden dusdanig uitbouwen dat iedereen ‘mijn’ dienaar wordt?“.
conf. Heilige Johannes Damascinos blz 34. ‘Theology, Image and Melody’ – ISBN 978-9953-452-57-9.
       Gods gedachten en hoe Hij zich gedraagt zijn verschillend en afhankelijk van ons! Het ontbreekt ons vaak aan vertrouwen en wij zijn méér met onze pleziertjes behept, dan dat wij voor onszelf ‘God’ de ereplaats toekennen, die Hem toekomt.
       God heeft vanaf den beginne ons proberen duidelijk te maken dat er manieren en gewoontes zijn aan te leren waardoor wij kunnen overleven, maar dat wordt als ouderwets afgedaan, als oplossingen, die al lang geleden zijn afgelegd en die geen betekenis meer of waarde zouden hebben voor de op de wereld-gerichte mens.
Paulus roept zijn geestelijk kind niet voor niets op het Geloof in de Liefde tot God en de medemens te bewaren: “    Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wel bewust van wie gij het hebt geleerd, en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het Geloof in Christus Jezus. Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust2Tim.3: 14-17En daar tegenover stelt hij: “     Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen; zij verleiden en worden verleid2Tim.3: 13.

De gehele Blijde Boodschap wordt door God geïnspireerd en dient slechts om ons winst op te leveren en ons goed te doen; een christen kan geen enkel gedeelte van het Woord verwaarlozen zonder verlies te lijden: ” Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting van de Schriften de Hoop zouden vasthouden. De God nu van de volharding en de vertroosting moge u/ons eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn naar [het voorbeeld van] Christus Jezus, opdat jullie/wij eendrachtig uit een mond de God en Vader van onze Heer Jezus Christus zullen mogen verheerlijkenRom.15: 4-6. Over en weer maakt de Heilige Geest in het Nieuwe Testament figuurlijke verwijzingen naar de tabernakel [het draagbare heiligdom in ons hart] en haar meubelen, en veel in de apostelbrief aan de Hebreeën kan ‘niet’ begrepen worden zonder verwijzing naar de inhoud van Exodus en Leviticus.

Psalm tot eer en glorie aan God

Het heiligdom in ons hart [de tabernakel] is een van de belangrijkste en instructieve types. Hier is zo’n verscheidenheid aan waarheden, hier bevindt zich zo’n onnoemlijke volheid en opeenstapeling van geestelijk onderwijs, hetgeen ons de grootste moeite kost om alle verschillende lessen en aspecten met elkaar te combineren die het voorstelt. Het heiligdom [de Tempel] van ons hart heeft niet minder dan drie betekenissen.
1.]. Het is de aanduiding van een zichtbare illustratie van die hemelse plaats waarin God Zijn woning heeft.
2.]. Het is de aanduiding van de gelijkenis aan Jezus Christus, De ontmoetingsplaats tussen God en de mens.
3.]. Het is de aanduiding van de gelijkenis aan Christus in Zijn Lichaam [de Kerk] – de gemeenschap van de christen met alle gelovigen in Zijn Lichaam [de Kerk].
    Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods. Ik bedoel namelijk, dat Christus ter wille van de waarachtigheid Gods, een dienaar van hen die besneden zijn, geweest is, om de beloften, aan de vaderen gedaan, te bevestigen, en dat de heidenen God ter wille van zijn ontferming gaan verheerlijken, gelijk geschreven staat: ‘Daarom zal ik U loven onder de heidenen en Uw Naam met snarenspel prijzen’.
En verder zegt Hij: ‘Verheugt u, heidenen, met Zijn Volk’.
En verder: ‘Looft, al gij heidenen, de Heer, en laten alle volkeren Hem prijzen’ En verder zegt Isaiah: ‘Komen zal de wortel van Isaï, en Hij, Die opstaat, om over de heidenen te regeren; op Hem zullen de heidenen hopen. De God nu van de Hoop zal u met louter Vreugde vervullen en Vrede in uw Geloof, om overvloedig te zijn in de Hoop, door de kracht van de Heilige GeestRom.15: 7-13.

Het is onder jongeren nogal ‘in’ om je aanwezigheid in deze wereld te delen via een WhatsApp, dit is een technische invulling van het feit dat zij behoefte hebben aan contact – maar het blijkt slechts een dooddoener te zijn, wanneer het slechts gaat om aantallen elektronische contacten.
De behoefte is méér dat zij hun verlangens willen
delen en zichzelf willen manifesteren, waarmaken – maar dat lukt niet door eenvoudig op wat knopjes in te drukken, dat vraagt om betrokkenheid, inlevingsvermogen, medeleven, aan iemand toegewijd zijn, –‘bíj’– iemand zijn.
Wanneer er iets aan de hand is met een kind of een jongere, dan is het beter ‘niet’ onmiddellijk in gesprek te gaan. Wanneer het echt nodig is begint het kind zelf’ wel te praten. Je kunt beter je mond houden en troost bieden via je aanwezigheid, na een hele tijd zwijgen kun je misschien een arm om hem/haar heen leggen. Antwoorden, adviezen en al helemaal geen verwijten of beschuldigingen – daar zitten een kind ècht niet op te wachten. ‘Gewoon bij iemand zijn’ naast elkaar zitten; zijn of haar plaats delen – een vader of moeder wil er immers altijd voor hen zijn – zeker wanneer zij het moeilijk hebben.

De Goddelijke zegen, van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

De Aanwezige of Zijnde is hetzelfde als God, Die zegt: “Ik ben”, dat is de grootste openbaring van God over Zichzelf.
Zijn Naam is niet overwegend ‘de Almachtige’ òf ‘de Alwetende’ – ook niet dè Rechtvaardige of dè Onoverwinnelijke.
Neen, wanneer Hij Zich voorstelt noemt Hij Zich: ‘“Ik ben’; Hij is, Hij is -bij- ons.
Dat is ook de Naam, Die Jezus krijgt: “Zijn Naam zal zijn, Immanuel, God -met- ons”. God is zoals Christus ons in het gebed leert een Vader en Die wil er altijd voor je zijn – zeker wanneer je het moeilijk hebt.

➽ Het lijkt erop, zo laat de filosoof  Van der Waal in zijn ‘Mystiek voor goddelozen’ ISBN 978-9021-404-35-6 weten dat religie wat hem betreft voor veel tijdgenoten geen houvast meer biedt; de jongeren dagen ons uit. Zij tonen ons misschien allereerst dat het Beeld van God Die altijd nabij is – nieuwe en grotere aandacht verdient.   Zij tonen ook dat hedendaags christelijk denken méér dan ooit een persoonlijk-existentieel en tegelijk holistisch [de waarde legt van het geheel met onderdelen die met elkaar samenhangen] karakter dient te dragen.
Geen Pantheïsme [‘alles is God’], want dat zou het verschil tussen God en de materiële werkelijkheid ontkennen, maar wel een pan-en theïsme: ‘alles-is-in-God’ en ‘God-is-in-alles’. Een wisselwerking die van een alles doordringbare Aanwezigheid, Die wij zonder verdienste erkennen, herkennen en waaruit wij leven en constant veranderen, groeien. Omdat Geloof – minstens in haar christelijke variant- uiteindelijk niet gekozen is, het wordt ons ‘om niet’ verleend, is dit dus geen verdienste, maar een Genadegave, door de Heilige Geest.
Wanneer jongeren leven, leven ze méér in de wereld, dan dat zij met God en de hemel bezig zijn – dat kan ook niet anders, want daar is hun hele onderwijs op gericht – er moet immers brood op de plank komen.
Bagage voor tijdens met problemen of mislukkingen krijgen ze hierdoor marginaal mee; zo zit onze consumptie maatschappij in elkaar, het ‘geluk’ vliegt ons de mond in. Er wordt op die leeftijd veelal niet ervaren dat je wanneer je zònder God gewoon dood gaat, niet leeft.
Een volgend levensjaar wordt voor de meesten als vanzelfsprekend ervaren en dat vinden ze maar goed ook. 
Duisternis, het ontbreken van het Goddelijk helder stralende Licht voor de blindgeborene uit de Blijde Boodschap wordt terzijde geschoven door buitensporig gedreven opgaan in vermakelijke mogelijkheden, die de wereld ons aanbiedt. Een diepte, maar ook de volheid van de Blijde Boodschap wordt nauwelijks onderwezen, maar Gods Woord en Wijsheid is veelzijdig in z’n toepassing. Veelal bevat een enkele gelijkenis [bijvoorbeeld van de Zaaier en de roepende in de woestijn] belangrijke praktische aanwijzingen, leerstellige instructies en een profetische voorspelling. Op een gegeven moment wordt door een crisis of anderszins een behoefte ervaren de leegte anders te vullen dan met kunst, muziek of verslavende genotsmiddelen. De gevolgen van het van ‘God’ los zijn doet de mens ervaren dat geluk niet als een broodje op een schaaltje ligt te wachten.

➽ Er wordt een roep ervaren om tot bezinning te komen, omdat het leven zoals het ‘gevierd’ werd geen genoegdoening meer geeft.
De ontmoeting met Geloof vindt op velerlei manieren plaats, voor de een is het de kunst [muziek of ikonen] voor de ander een toevallige gebeurtenis, voor weer een ander een bewust langdurig zoeken. Soms gebeurt het door een gesprek, zoals de ontmoeting bij de bron van vorige week: “Geef Mij te drinkenJohn 4: 7.
Op de een of andere manier wordt de mens geraakt en voelt een Liefde, die hij/zij niet kent, want God ontmoeten is de Liefde ontmoeten. We bemerken in ons leven een dubbele kracht waardoor we mensen “ontmoeten”. Er is eerst een onzichtbare stroming van onze vrijheid: daardoor nemen we beslissingen, we ontmoeten wie we “willen” zien. En dan is er de onzichtbare stroming: noem je dat toeval, noem je dat voorzienigheid, waardoor we mensen ontmoeten, die ‘niet’ op onze agenda stonden. Waarom hunkert de mens naar zijn Heer? Omdat hij de Genade bij de eerste ontmoeting heeft herkent – en als God deze Genadegave verleent en het toelaat dat die persoon blijft leven om getuigenis te geven van de Heer aan zijn medemensen. Dat hunkeren zal op een gegeven moment verminderen, dat is de test, de beproeving, die God toelaat, opdat zo’n persoon dit ervaart als een gemis, zoals een kind dat zijn moeder/vader verloren heeft.

fresco I.M. John the Baptist, Maldon [GB] دير-جداري-القديس-يوحنا-المعمدان،-مالدون-انجلترا
➽  Heer, hoezeer hebt U uw schepsel lief? Mijn ziel kan Uw rustige, zachtmoedige blik niet vergeten.
Heer, heel de dag en heel de nacht is mijn ziel U indachtig en ik zoek U.
Uw Geest sleept mij mee om U te zoeken en de gedachte aan U verblijdt mijn geest.
Mijn ziel heeft U lief gekregen, zij verheugt zich dat U mijn God en mijn Heer zijt en tot tranen toe verlang ik naar U
conf. H.Silouan, de Athoniet.

De Heilige Geest leert ons de Goddelijke Liefde kennen en deze Liefde is van de Heilige Geest. Het is een Mysterie, en wonder: door de Heilige Geest leert de mens zijn Heer en Schepper kennen, Hem te zien, te horen, te ervaren. De mens weet dat deze Liefde van een ongeschapen natuur is door haar ‘smaak’. Kennis en Liefde dienen als identiek te worden beschouwd. God geeft ons ‘om niet’ de liefde voor Hemzelf. Wanneer God niet de H. Drieëenheid was, maar slechts één persoon, zou dit gelijk staan met zelfverheerlijking. Maar het zijn goddelijke personen die ons dezelfde Liefde brengen, Die Liefde, Die Elk van de goddelijke personen heeft voor de anderen, voor de Vader en voor de Zoon en voor de Heilige Geest: ‘de Nederige Liefde’.
conf. lezing monachia MAGDALEN klooster Saint John the Baptist, Maldon [GB].

Saint Silouan, the Athonite [1866-1938]

  En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot uJohn.14: 16-18.
Het is de vertrouwelijke, als gelijke met iemand omgaande, Genadegave van de H. Drieëenheid, Die eeuwig de band is tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, één in wezen.
Zo kunnen wij vragen: “O Heer, Gij ziet hoe machteloos mijn ziel is zonder Uw Genade en dat zijn nergens rust vindt. Geef Gij, Die onze vreugde zijt en onze Hemelse Vader, ons de kracht om U lief  te hebbenconf. H.Silouan, de Athoniet.

Wanneer de liefde tot God haar hoogste volmaaktheid heeft bereikt die voor een mens op aarde mogelijk is, dan bemint hij de gehele mensheid vanaf Adam tot de laatste die uit een vrouw geboren wordt, als zichzelf.
De heilige Silouan verbindt de liefde voor God en onze naaste in praktische zin, toepasbaar voor allen.
Als wij onze broeders liefhebben komt de liefde van God tot ons. Iedere dag dienen wij onszelf te dwingen tot het goede en uit alle macht zoeken naar de nederigheid van Christus”. Wij hebben hier een contemplatief ingebeeld leven, het is niet op een hoogmoedige wijze dat wij beweren God te zien, maar wel:
    Bedenk dat de Heer jou ziet en wees ervoor beducht om je broeder door iets pijn te doen of te verwonden; kijk niet op hem neer en bedroef hem niet, zelfs niet door een oogopslag of uitdrukking op je gelaat en de Heilige Geest zal jou liefhebben en Hijzelf zal je in alles helpen”.
Wanneer je de Heer wilt leren kennen, word dan tot het uiterste nederig, wees gehoorzaam en gematigd in alles, bemin de waarheid en de Heer zal je voor zeker verlenen Hem te zien, te leren kennen door de Heilige Geest; dan zal je bij ervaring weten wat de liefde is voor God en wat de liefde is voor de mens”.

God bewijst Zijn Liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van nog ergens kwaad over te wordenconf. Rom.5: 8.

Apolytikion     tn5
    Komt, laat ons bezingen en aanbidden
het met de Vader en de Geest mede-eeuwige Woord,
Dat om ons te verlossen uit de Maagd geboren is.
Want Hij heeft het op Zich genomen
Zijn Lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren,
om door Zijn roemrijke Opstanding de doden op te wekken
”.

Kondakion     tn.4
   
Ik ben blind aan de ogen van mijn ziel,
maar ik kom tot U, Christus, zoals de blindgeborene,
en vol berouw roep ik tot U:
Gij zijt het helder stralende Licht
voor allen, die in het duister zijn
”.