3e Zondag na Pascha, Zondag van de Myron-dragende vrouwen

myrondraagsters, μυροφόρες,
العربات الجرارة مايرون

  Joseph van Arimathea, was een aanzienlijk lid van de Raad, die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte; en hij waagde het naar Pilatus te gaan en het lichaam van Jezus te vragen. En het bevreemdde Pilatus, dat Hij reeds gestorven zou zijn, en hij ontbood de hoofdman en vroeg hem, of Hij reeds lang gestorven was. En toen hij het van de hoofdman vernomen had, schonk hij het Lichaam aan Joseph. En deze kocht linnen en legde Hem in een graf, dat in een rots uitgehouwen was, en hij wentelde een steen voor de ingang van het graf.
     Maria van Magdala en Maria, de moeder van Joses, zagen, waar Hij was neergelegd.
En toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala en Maria [de moeder] van Jacobus, en Salome specerijen om Hem te gaan zalven.
En zeer vroeg op de eerste dag der week gingen zij naar het graf, toen de zon opging.
En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen afwentelen van de ingang van het graf?
En toen zij opzagen, aanschouwden zij, dat de steen afgewenteld was; want hij was zeer groot.
En toen zij in het graf gegaan waren, zagen zij een jongeling zitten aan de rechterzijde, bekleed met een wit gewaad, en ontsteltenis beving haar.
Hij zeide tot haar: ‘Weest niet ontsteld. Jezus zoekt gij, de Nazarener, de gekruisigde. Hij is opgewekt, Hij is hier niet; zie de plaats, waar zij Hem gelegd hadden. Maar gaat heen, zegt zijn discipelen en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien, gelijk Hij u gezegd heeft’.
En zij gingen naar buiten en vluchtten van het graf, want siddering en ontzetting hadden haar bevangen. En zij zeiden niemand iets, want zij waren bevreesdMarc.15: 43-16: 8.

de apostelen met de 70 discipelen,οι απόστολοι με τις 70 μαθητές, الرسل مع 70 تلاميذ

    En toen in die dagen de discipelen talrijker werden, ontstond er gemor bij de Grieks sprekenden tegen de Hebreeën, omdat hun weduwen bij de dagelijkse verzorging verwaarloosd werden. En de twaalven riepen de menigte der discipelen bijeen en zeiden: Het bevredigt niet, dat wij met veronachtzaming van het woord Gods de tafels bedienen. Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen;  maar wij zullen ons houden aan het gebed en de bediening van het woord.
En dit voorstel vond bijval bij de gehele menigte, en zij kozen Stephanos, een man vol van geloof en Heilige Geest, Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaus, een Jodengenoot uit Antiochie; hen stelden zij voor de apostelen, die, na gebeden te hebben, hun de handen oplegden. En het woord Gods wies en het getal der discipelen te Jeruzalem nam zeer toe en een talrijke schare van de priesters gaf gehoor aan het geloofActs 6: 1-7.

Het boek van de Blijde Boodschap

De weergave van degenen, die met Myron naar het graf kwamen verschilt nogal onderling bij de evangelisten, duidelijk is wel dat zij bij het graf kwamen, niet een keer, maar twee of drie keer, in gezelschap met Myron in en inderdaad al in de vroege morgen, maar niet op precies hetzelfde moment en de Magdalena ging alleen terug en bleef langer. Het weergeven doet er eigenlijk niet toe, want het gaat om onszelf; waar zijn wij hedendaagse christenen in deze Blijde Boodschap?
De volgelingen werden in die dagen talrijker en er ontstond gemor, omdat er minderheidsgroepen verwaarloosd werden bij de dagelijkse verzorging. Het bevredigde niet langer dat het Woord van God aan de altaren werd veronachtzaamd – het werd noodzakelijk uit te zien naar broeders/zusters, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat ook zij voor deze taak zouden worden aangesteld. Ja, óók vrouwen, het Patriarchaat Alexandrië heeft voor het Afrikaanse continent reeds vrouwelijke diakens gewijd, dat verneem je niet via de vrije nieuwsgaring der Lage Landen; die houden zich liever met schandalen bezig. De aanwezigheid van God ontvangt ieder van ons persoonlijk in z’n leven en dat kan onmogelijk in woorden worden uitgedrukt, dáár hebben we geen tolk voor nodig, de aanwezigheid van de Genadegaven blijkt uit datgene wat ieder van ons afzonderlijk – in Christus – in deze samenleving zal mogen voortbrengen.
Wij zijn allen met Myron gezalfd en hebben allen dezelfde opdracht meegekregen: “  Ga heen, doet gij evenzoLuc.10: 37

MP4: مشاهد من جبل اثوس اثناء الفصح المقدس – de heilige berg Athos tijdens Pasen:

Dit is de  allereerste les welke ons door de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan door de Heer Zèlf is gegeven: “Wie naar het huis van God gaat en Gods Barmhartigheid kent, bemint ‘nog niet’ automatisch zijn naaste!“.
Je kunt héél de Blijde Boodschap via de Schrift leren kennen, je kunt alle regels van de Goddelijke Liturgie kennen, je kunt héél de [Orthodoxe] Theologie bestudeerd hebben, maar uit het kennen volgt niet automatisch het beminnen: beminnen is een heel andere weg, er is verstand, inzicht en gevoel voor nodig, maar ook iets meer . . . . . Genadegaven.
Om te zorgen dat het christenvolk voortdurend de gerechtigheden leert te onderhouden preken bisschoppen en priesters, onder aanvoering van de diakens brengt het volk God eer en lof door via de wereld haar offer te brengen, door als Christus het kruis te dragen. Niemand stelt eisen aan hoeveel z’n medemens dient te doen, eenieder doet wat hij kan. En wie flink ook maar het geringste doet oogst geen lof, wie minder doet geen kritiek, zo is men dat onder christenen gewoon. Onder Christenen wordt gecommuniceerd, bestaat géén enkele àndere meerdere dan Christus. Er bestaat geen ‘ware’ Godsdienst, Dienst aan God, wanneer Die Zich niet vertaalt in dienst aan de naaste. Laten we nooit vergeten: dat mèt het lijden van zoveel mensen voor ogen, uitgeput door honger, door geweld en door onrecht, wij christenen onmogelijk langer toeschouwers dienen te blijven. Wat betekent het lijden van de mens miskennen? Het betekent dat we ‘God’ miskennen! Wanneer je niet dichtbij die lijdende mens komt, bij die man, die vrouw, bij dat kind, bij die bejaarde man of vrouw, dan nader je óók niet tot God.

De betekenis van de namen van de eerste diakenen;
Stephanos [Στεφανος] is ‘
gekroond’; van de naam Philippos [philos (φίλος) = vriend, hippos (ἵππος) = paard], dus paardenliefhebber; van de Naam Prochoros [Προχορος] voordanser; van de naam Nikanor [Νικανωρ] zegevierende strijkracht; Timon [hangt samen met het Grieks τιμή = eer] God trotsmakend; Parmenas = blijvend, onveranderlijk en Nikolaos zegevierende mens.

de maan is een afspiegeling van het licht van de zon

Wat doe je als christen na afloop van een feest als Pascha? Het antwoord is duidelijk; verbonden zijn, solidair zijn, dat hoor je immers in de Blijde Boodschap als gevolg van de Paasboodschap. Dààr dienen we ‘toch wel’ eens even bij stil te staan. Hebben wij als gemeenschap inderdaad oog voor de mensen om ons heen? In de vasten hebben we weliswaar aandacht besteedt aan de vrijgevigheid en dat is goed; dat dient zo te blijven.
Met name in onze tijd van onverschilligheid, van “ieder voor zich en God voor ons allen”; mensen, die van de Bron des Levens hebben gedronken dienen echter aandacht, vriendschap en medeleven te betonen voor mensen, die dit nodig hebben bij een [echt-]scheiding, een sterfgeval en daarbij gaat het veelal niet om financiële steun.
De eerste stap -voor eenieder van ons- die we gewoon kunnen zetten is hartelijkheid, vriendelijke omgang met onze omgeving zonder druk uit te oefenen. Daarop zal al spoedig een tweede stap volgen, want degene, die vriendelijk is, wekt anderen op. Mensen zullen vlugger hun verhaal komen vertellen wanneer zij aanvoelen dat je meevoelt, dat je in staat ben te luisteren en niet alles alleen maar op jezelf projecteert. En dàn komt de volgende stap, die mensen bijstaat hen uit hun isolement te halen. Wanneer mensen aanvoelen dat wíj als christenen deel uitmaken van een ‘warme‘ gemeenschap, die aan ieder persoonlijke vrijheid en ruimte laat en waar toch óók verbondenheid en daadwerkelijke vriendschap heersen , dàn zal hun geloof in medemensen, in God als vanzelfsprekend weer opgewekt worden.
      Maar wij dienen dit te doen zonder bijbedoelingen om bijvoorbeeld een leeg kerkgebouw weer vol te krijgen; gewoon vanuit ons geloof in het Licht van Pascha, wat wij tenslotte zèlf om niets ontvangen hebben; het is een Genade, die God geeft om onszelf en de anderen te helpen weer òp te staan, te verrijzen uit de verlorenheid in deze wereld.

staretz Joseph, de hésychast

      Een staretz, dat is een [oudere] wijze monnik, die andere mensen/monniken bijstaat en levenslessen geeft vroeg aan een hem bezoekende monnik: “Wanneer je ’s-morgens opstaat uit je  bed, dien je onmiddellijk te kiezen tussen twee wegen: liefde tot God en liefde tot de naaste, maar wat gaat dan boven het andere uit, wat is werkelijk belangrijk“. De monnik wist het niet. de staretz zei: “In het gebedenboek dient te worden aangetekend: vóórafgaand aan het bidden dient men het volgende te zeggen:  ‘bemin je naaste als jezelf’”. De ware [Goddelijke] Liefde begint namelijk met de Liefde voor de mensen en als iemand zegt dat hij Liefde voor God heeft en geen Liefde voor de mensen bezit, kun je er zeker van zijn, dat hij liegt. Johannes schreef dat al: “ Want dit is de Liefde van God, dat wij Zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar, want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft; ons Geloof1John.5: 3,4. 
      Men kan gemakkelijk zeggen: “ ik hou van je, maar je gezicht bevalt me niet” òf “ de toon staat me niet aan”. Wanneer we beweren -en door onze kerkgang doen we dat- van Chrìstus te houden, dan dienen we ‘Hèm‘ [Christus] ook graag te zien in al die gezichten waardoor Christus ons aankijkt. Niet alleen door de gezichten van degenen, die in ons straatje passen, van degenen die ons welgevallig zijn, maar ook de angstige, verbitterde of teleurgestelde gezichten van de eenzamen, van de hulpbehoevenden; de wantrouwige gezichten van vreemdelingen of verschoppelingen . . . . ., die een ik weet niet hoe zwaar leven achter zich hebben.

     Wanneer we straks ‘boven’ komen [gaan hemelen] wordt er door velen de vraag gesteld: “zullen we onze geliefden terugzien?”. Ik ben ervan overtuigd dat dàt het geval is, maar eveneens ál die anderen, die wij in ons leven ontmoet hebben. Want Christus plaatst de Liefde tot de naaste en tot God op één lijn en Hij zet er als verwijzing ook de Liefde tot jezelf bij: “Bemin de ander zoals je jezelf bemint”. Wat wensen we voor onszelf? Wat zijn de ècht diepgaande dingen die ons gelukkig maken?
Iemand, die ècht en welgemeend vanuit z’n hart naar je luistert; de ander liefhebben is dan ook ècht luisteren naar die ander, vanuit het hart. Je hoopt dat de mensen je aandacht geven en met aandacht aan je denken; begin dan met zèlf attent te zijn voor die ander. Jij bent gesteld op vrijheden, levensruimte, je wilt je mening kunnen zeggen: zorg dat de ander dat ook kan doen. Jij hebt een redelijk inkomen en een warm huis voor jezelf, gun dat een ander ook. Dan wordt het Woord van Christus, onze Heer en Meester van ons leven, in de naastenliefde heel concreet.
Je voelt het vanuit je binnenste, zowel voor jezelf als voor die ander. Dàt is de Myron, Die wij de doden om ons heen toewensen. De Orthodoxe Kerk gelooft in het koninklijk priesterschap [1Petr.2: 9], dus alle leden van de christelijke gemeenschap zijn gelijkwaardige “priesters” in de gemeenschap waarin zij leven, in die zin dat zij zich verzamelen in Jezus Christus, in de Kerk [Zijn Lichaam] van hun leven. De roepstem van God heeft iets onweerstaanbaars, is lokkend en dwingend tegelijk; Gods stem is ‘niet’ mis te verstaan. Bij tijd en wijlen schrikken we hiervan; de invloed is zó ontzettend groot, maar voor het merendeel is ze een bron van gelukzaligheid, bovenal een uiting van Gods Liefde. Daarom kàn onze enige reactie zijn een liefdevolle overgave aan Zijn overwegingen; maar de roepstem van God is steeds opnieuw met een opdracht verbonden. Het gaan naar Hem is tevens een gaan naar Zijn broeders; er bestaat immers geen godsdienstig – ‘alleen aan jezelf’ – denken. Wat een mens ontvangt, dient hij door te geven; hij dient een klok te zijn, die luidt [een ‘klokkenluider’], een golf, die klotst, een stormwind, die meesleurt; hij dient een wegwijzer te zijn en tevens één [eenzaam] door God geleidde [‘projectiel‘] gids. Datgene wat die mens doorgeeft dient als een ‘bom’ in te slaan, zo indringend is de Goddelijke Blijde Boodschap.

Maria van Magdala

Een vrouw is de allereerste, die bij het graf komt, de eerste, die het graf leeg aantreft, de eerste aan wie Jezus verschijnt. Doch zij dient er niet zèlf op uit te trekken en te prediken, maar zij dient de leerlingen te gaan waarschuwen, voor wie de taak van de prediking is weggelegd. Vrouwendiensten zijn discreet, bescheiden, maar daarom niet minder belangrijk dan de dienst van de mannen, die zichtbaar en hoorbaar meer op de voorgrond treden. Alleen waar beide harmonisch samengaan vinden we de juiste door Christus gewilde orde. Het zou echter verkeerd zijn vrouwen iedere zending in de wereld te ontzeggen. Heiligen in de meest uiteenlopende eeuwen hebben het tegendeel bewezen. Het zou echter verkeerd zijn, aan de vrouwen de Kerk, vooral in de kerkelijke leer, de leiding toe te vertrouwen. Volgens de wil van Christus komt deze toe aan de mannen. Daarom is een vrouw de eerste, die de Verrezene aanschouwt en aldus het geluk van de nieuwe  zaligheid proeft. Doch zij treedt niet in het openbaar op, maar brengt de tijding aan de leerlingen en laat dit geheel aan hen over, de juiste weg te vinden om de Blijde Boodschap te verkondigen. Uit dergelijke passages in het Evangelie heeft de Kerk haar houding onttrokken en is daaraan door de eeuwen trouw gebleven. 

Apolytikion     tn.2
  De rechtvaardige Joseph naam Uw alleruiterst Lichaam van het Kruis.
Hij wikkelde Het met specerijen in een zuiver linnen doek;
daarna legde hij Het in een nieuw graf.
Maar Gij, Heer, zijt opgestaan op de derde dag
en schenkt aan de wereld de grote Genade
”.

Kondakion     tn.2
  Toen Gij tot de Myrondraagsters het ‘verheug u’ riep,
kwam er een eind aan de klacht van de Voormoeder Eva,
door Uw Opstanding, oh Christus God.
En Gij hebt aan de Apostelen bevolen om te verkondigen:
De Verlosser is Opgestaan/ Verrezen uit het graf
”.