30e Zondag na Pinksteren – Zondag voorafgaand aan de Geboorte van Christus, waarbij wij de Rechtvaardigen gedenken, die God aangenaam zijn geweest, van Adam tot/met Joseph, de verloofde van de Theotokos; het Voorfeest van Kerst.

    Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham.
Abraham verwekte Isaäc, Isaäc verwekte Jaäcob, Jaäcob verwekte Juda en zijn broeders, Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram,
Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon,
Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isai,
Isai verwekte David, de koning. David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria,
Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asa,
Asa verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia,
Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia,
Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amon, Amon verwekte Josia,
Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap.
     Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiel, Sealtiel verwekte Zerubbabel,
Zerubbabel verwekte Abihud, Abihud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor,
Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud,
Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob,
Jaäcob verwekte Jozeph, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt.
Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten.
De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus.
Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozeph, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, 
zwanger te zijn uit de heilige Geest.
Daar nu Joseph, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden.
     Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zei:
    Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest. Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die Zijn Volk zal redden van hun zonden.
       Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Heer door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide:
      Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, hetgeen betekent: God met ons.
   Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich. En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam JezusMatth.1: 1-25.

    Door het Geloof heeft Hij vertoefd in het land van de Belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaäc en Jaäcob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte; want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.
En wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van 
Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuël en de profeten, die door het geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij Kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weder hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij 
hebben rondgezworven in schapevachten en geitevellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig –
zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komenHebr.11: 9-10, 32-40.

Met de eerste twee Griekse woorden, biblos geneseōs [lett. ‘boek van de oorsprong’] in de weergave van de Blijde Boodschap naar Mattheüs wordt het boek Genesis in herinnering geroepen en een verband gelegd met de eerste hoofdstukken van de Bijbel.
Het kan dus zijn dat Mattheüs hier spreekt over het ‘boek van de geschiedenis’ en daarmee het hele hierna volgende Evangelieboek bedoelt. Maar aangezien alle geschreven teksten ‘boeken’ werden genoemd, kan het ook ‘geslachtslijst’ betekenen en dan heeft Mattheüs hier de lijst van zijn 1e hoofdstuk vers 2-17 op het oog.
In beide gevallen wordt echter een verband gelegd met de eerste hoofdstukken van de Blijde Boodschap.
De schepping van hemel en aarde [Gen.2: 4] en de schepping van de mens [Gen.5:  1] wordt met de ‘Geschiedenis’ van Jezus Christus in verband gebracht.
Via deze Joodse man, de Zoon van David, de Zoon van Abraham, zal de oorspronkelijke bedoeling van God met de Schepping, de mensheid en geheel Israël [incl. de Kerk] hersteld worden: 
    Gaat dan heen en maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereldMatth.28: 19-20.
Deze inleiding is te vergelijken met het prachtige begin van het Evangelie naar Johannes de Theoloog.

In het leven van onze Heer Christus Jezus nemen vrouwen een bijzondere plaats in. Maar dat begint al direct in de allereerste verzen van het eerste Evangelie in het Nieuwe Testament. Daar treffen we het geslachtsregister van Jezus Christus aan. Vrouwen in het geslachtsregister van de grote Koning. Een grotere revolutie binnen de cultuur van die tijd kon vrijwel niet.
We gaan er dus naar kijken.

Er is een heel concreet onderscheid tussen het geslachtsregister in Lucas en dat in Mattheus. Veel theologen worstelen met de verschillen die ze terugvinden in deze registers.
De belangrijkste oorzaak ligt in het feit dat ze niet opmerken dat elk Evangelie zijn eigen invalshoek heeft om het leven van Christus te belichten.
Zo tekent Lucas onze Heer als de Zoon des mensen.
    Vandaar dat het geslachtsregister van Lucas begint met de aardse naam Jezus en dan terugloopt in de geschiedenis naar de eerste mens: Adam. In deze menselijke lijn wordt – geen enkele keer – een vrouw vermeld.
      Mattheüs tekent Christus als de Koning. Het geslachtsregister welke hij optekent werkt vooruit in de geschiedenis, maar begint niet bij de eerste mens, maar bij Abraham. De eerste aan wie de beloften van het komende Koninkrijk gedaan zijn. Mattheus tekent de lijn vanaf Abraham naar Joseph, maar dan staat er in tegenstelling tot het geslachtsregister van Lucas bij dat hij de man was ‘van Maria, de Moeder God’s’.
       Het is zeer opvallend dat in de menselijke lijn geen vrouw genoemd wordt, maar juist als die lijn getekend wordt die recht geeft op de troon van David er -‘vier vrouwen’- vermeld worden.
Het was zo-wie-zo al heel apart dat er vrouwen vermeld worden in een geslachtsregister; dat deed men niet. Nu juist in die hoge lijn, waar het recht op de troon uit zal blijken, worden er maar liefst -‘vier vrouwen’- vermeld.

Letterlijk vertaald, begint Mattheüs met de woorden: ‘het boek van de ‘Genesis’ van Jezus …’. Daarna volgt een lange lijst met namen. Veel mensen hebben dan de neiging om dat saaie stukje maar over te slaan. Toch hebben zelfs de stambomen ons iets te vertellen.

De Joodse schrijver Mattheüs, bouwt zijn boek op volgens het model van de Thora [de Wet], die met Genesis begint. Genesis betekent ‘oorsprong, voortbrengsel’, maar ook ‘stamboom’.
Zo heeft Mattheüs zelfs het inleidende zinnetje uit Genesis 5:1 geleend, dat begint met: ‘Dit is het boek van de Genesis van Adam’.

Zowel in Mattheüs 1 als in Genesis 5 volgt er dan een stamboom. 
Mattheüs gebruikt in zijn geslacht’s-register het getal 14. Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God: de tien woorden van de Wet; het getal 4 duidt op de volheid in de schepping van deze wereld.
Mattheüs gebruikt 3 maal het getal 14, omdat er 3 maal 14 pleisterplaatsen waren waar Israël tijdens de uittocht verbleef [Numeri 33]. Het getal 42 [3×14] spreekt over de weg van de slavernij naar de Verlossing.
In navolging van de 42 pleisterplaatsen in Numeri 33, worden de meeste Thora-rollen zo geschreven dat er op ieder vel 42 regels onder elkaar staan, verdeeld in drie kolommen.

Iēsous is de Griekse vorm van het Hebreeuwse jēsjūa’, hetgeen ‘de Heer is redding’ betekent. Christos, (gezalfde) is Grieks voor ‘messias’, de persoon over Wie de profeten profeteerden en die Israël verwachtte. Jezus is de eigennaam en ‘Messias’ de ambtsnaam of titel.
Zoon van David’ was de meest gangbare messiaanse titel onder de Joden [vgl. Psalmen van Salomo, hfst.17]: de Messias zou voortkomen uit het geslacht van David, dat de belofte van een eeuwig koningschap had ontvangen [2Sam.7: 12-13; Isaiah.9: 6]. Deze benaming spreekt primair van Heil voor Israël [voor de Kerk].

Jezus was, evenals David, ook een nakomeling van Abraham [vs.2-16].
Abraham, zelf een heiden van geboorte, was de eerste die een messiaanse belofte ontving, die sprak over heil voor de volkeren [Gen.12: 3; 18: 18; 22: 18].
Deze belofte zal uiteindelijk in Jezus vervuld worden [vgl. Matth.8: 11-12; 28:19; Rom.4 :1-25; Gal.3: 6-29].

In de samenstelling van beide lijsten vindt men getallensymboliek.
Het duidelijkst is dit bij Mattheüs 1: 17. Hij noemt 3 x 14 generaties tussen Abraham en Jezus.
Maar ook bij Lucas komen we dit impliciet tegen. Hij plaatst Jezus in de wereld-geschiedenis die met Adam begint. ‘God’ niet meegeteld, geeft hij 77 namen, d.w.z. 11 x 7.
In de joodse literatuur komen we op verschillende plaatsen het verschijnsel tegen, dat ofwel de wereldgeschiedenis [vanaf Adam], ofwel de geschiedenis van Israël [vanaf Abraham] wordt ingedeeld in weken.
Een periode van zeven geslachten vormde in de apocalyptische tijdrekening een wereldweek. Men rekende wel met twaalf wereldweken.
Jezus staat zo gezien aan het einde van de elfde wereldweek, dat betekent dat met Hem een nieuw tijdperk begint, de twaalfde wereldweek.
De laatste wereldperiode, de tijd van het messiaanse Heil is met Hem aangebroken.
Na deze korte en krachtige typering van de persoon van Jezus volgt de geslachtslijst.
Het gaat er in de geslachtsregisters dus niet alleen om de exacte afkomst van Jezus te geven, maar veeleer om Hem te doen uitkomen als het hoogtepunt in een door God geleide historische ontwikkeling.
Het gaat er in de geslachtsregisters dus niet alleen om de exacte afkomst van Jezus te geven, maar veeleer om Hem te doen uitkomen als het hoogtepunt in een door God geleide historische ontwikkeling.

Hoe lang nog?, dat Hij wederkomt.
    Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naar dat zijn werk isOpenb.22: 12.
Wanneer is spoedig?
Als iets met spoed verstuurd moet worden of doorgegeven moet worden, dan dient het op korte termijn, zo snèl mogelijk plaats te vinden.
Maar spoedig, dat betekent dat het op korte termijn zal gebeuren.
Er wordt niet bij verteld op welk moment precies, maar het duurt niet lang meer.

            Onze Heer en Verlosser Jezus zegt tegen ons:
zie, Ik kom spoedig!” Het duurt niet lang meer, de tijd is gekomen.
Natuurlijk heeft onze Heer dat 2000 jaar geleden aan Johannes laten weten, maar
het zal niet lang meer duren.
Hoe lang nog?
Dat weten we niet, want tegen de engel schrijft in Openbaringen [3: 1-13] aan de
Geloofsgemeenschap van Sardis [Hebr.= Sered ‘vrees’ tot God]:
”    Ik kom als een dief in de nacht, u zult niet weten welk moment dat is“.
We kunnen niet zomaar zeggen op welk moment Jezus terugkomt, dat
is niet voor ons mensen weggelegd.

Tòch zijn er bepaalde zaken die aangeven dat de tijd dichterbij komt.

giro 555

         Onze Heer en Meester geeft Zelf de tekenen aan als Hij spreekt over hongersnood en ziektes, natuurrampen en oorlogen. We zien het allemaal om ons heen gebeuren en het lijkt steeds sneller na elkaar op te volgen en aan de natuurrampen blijken we zèlfs nog mee te werken ook. Daarnaast komen we ook weer terug bij het woordje spoedig, dat kan elk moment zijn. Het zijn allemaal tekenen dat Christus terug zal komen en Hij komt zeker!

We hebben twee kerstdagen en die mogen we allebei gebruiken.
We mogen deze gebruiken voor twee zaken:
1.]. Het gedenken en vieren van de komst van onze Heer en Verlosser Jezus, de Christus in het Vlees hier op aarde. Hij is naar ons toegekomen om de dood te overwinnen.
2.]. We mogen uitzien naar Zijn wederkomst.
Het moment dat alles ten einde loopt hier op aarde, dat het gewoon afgelopen is.
Die dag nadert met rasse schreden en het duurt niet lang meer, Hij komt spoedig.

Op die dag krijgen we ons loon, we krijgen ons loon naar onze werken.
– Wat hebben we voor Christus gedaan en
– hoe hebben we onze tijd hier op aarde besteed?
De kinderen van God krijgen hun loon, dat is niet zoals wij dat kennen.
Het gaat op God’s manier en hoe dat precies zal zijn, dàt weten we niet.
Onze Drie-ene God weet het en deze oproep staat er zodat we ons gereedmaken.
We moeten niet in slaap sukkelen, maar verwachten.
We dienen er helemaal klaar voor te staan.
En als ik dan om me heen kijk, dàn zie ik de tekenen van het einde.
Maar ik zie ook veel slapende mensen, ze doen maar wat en
leven bijna zònder God.
          Begrijp me goed, ik ben niets beter dan ieder ander, sterker nog ik ben de grootste zondaar en deze oproep geldt voor ons allemaal, maar we dienen waakzaam te zijn! Laten we dat daarom samen doen, elkaar hierin bevestigen!

Wat een heerlijk moment als Hij komt.
De pijn is weg en ook het verdriet, het zal goed zijn.
Niet zo ‘goed’ zoals wij het op aarde kennen, maar ontzagwekkend ‘goed’ zoals God het kent.
Dàt kennen wij nu nog niet, maar straks zullen we leren wat goed is.
Hij komt spoedig, laten we ons klaarmaken!

Hypakoi     tn.8.
Een engel maakte voor de Jongelingen het vuur koel als dauw;
zoals deze ook tot de Myrondraagsters sprak:
Waarom brengen jullie Myron? Wie gaan jullie zoeken in het graf?
Christus is opgestaan, want Hij is
het Leven en de Verlossing van het geslacht der mensen
”.

Apolytikion     tn.4.
“ Maak u gereed, Bethlehem [Hebr.= ‘huis van brood’ (voedsel)]
want nu is Eden [Hebr.= ‘ genoegen’] voor allen geopend.
Verheug u, Efrata [Hebr.= ‘ashoop: plaats van vruchtbaarheid’],
want de Boom des Levens is in de grot opgebloeid uit de Maagd.
Haar schoot was het geestelijk Paradijs, waarin
Zich de Goddelijke Spruit bevond.
En wanneer wij daarvan eten, zullen wij leven en niet zoals Adam sterven.
Want Christus wordt vlees om de gevallen icoon weer op te richten”.

Kondakion     tn.3.
    Ziet reeds  nadert de Maagd, om
het Woord dat voor de eeuwen is op
onuitsprekelijke wijze in een grot te baren.
Jubel, o wereld, nu jullie dit hoort;
roemt met de engelen en de herders voor
Hem, Die als een Kind ons verschijnen wil:
onze God, Die is voor alle eeuwigheid
”.

Hier kan zelfs Albert Einstein met al z’n wetenschappelijk optreden niet tegen op
– een deze dagen is zijn brief met bevindingen over iedere vorm van Godsdienst, welke als ‘primitief’ wordt afgedaan voor bijna 2,9 miljoen dollar verkocht.
In plaats van een loopjongen een fooi te geven gaf hij deze arme drommel de brief, die nù geveild werd. Heb je ooit een grotere aanval van de Humanisten op het Christelijk Geloof meegemaakt???
Laten wij ‘met God‘ wijzer zijn – wijzer, dan de wijzen, met hun macht en het geld van deze wereld:
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven” ontvangen hebben!
Is dàt in ons leven ook al gebeurd, in de gemeenschap van navolgers van Christus?
Hebben wij de boeteprediking ook al op die manier ontvangen, zodat we
in plaats van onszelf te verschonen, in plaats van onze zonden te bagatelliseren, te verkleinen, voor God in mochten vallen en zeggen:
Amen, het is waar. Heer, U bent rein in Uw spreken; 
‘Ik heb Uw Thora, Uw Wet geschonden. Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw ogen’“.
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven’ van oudsher ontvangen hebben!
In Sardis werd niet alleen de Wet gepredikt. Neen, ook de Blijde Boodschap van het evangelie werd daar verkondigd!
De blijde boodschap, die spreekt van ‘het Lam Gods Dat de zonden der wereld wegneemt‘, is ook daar in Sardis gebracht.
Hij is hun gepredikt, Die ons zo vriendelijk uitnodigt:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;
want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
De Vrucht van die prediking was dat er ook in Sardis mensen waren gekomen, die hun rein-making en zaligheid buiten zichzelf gingen zoeken.
Mensen voor wie onze Heer en Verlosser, Jezus Christus dierbaar is geworden;
die hebben leren verstaan wat de Bruid’s-Kerk van Hem getuigt in het Hooglied:
Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tienduizendHooglied 5: 10.
Zulk een is Mijn Liefste; ja, zulk een is Mijn VriendHooglied 5: 16.
Dat hartelijk aanroepen van de Naam des Heren:
U Heer Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met de mens, die U zo zeer hebt liefgehad?” {gebed van het hart].
Uw Zoon, uit het geslacht van Abraham, van Isaäc en Jaäcob en vervolgens Koning David, ontferm U toch over ons”;
“ U bent toch gegeven, o Heer, tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, ja tot een volkomen verlossing”.
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven’ ontvangen hebben!
Is dat ook in ons leven àl gebeurd?
Heeft bij ons die koersverandering al plaatsgevonden, om – zij het in beginsel – alle hulp en Kracht van Hem, van die Profeet, Priester en Koning te leren verwachten?
  Gedenk hoe jij ‘het Leven in Christus‘ ontvangen hebt!

Onze alledaagse ingesleten gewoonten dragen een verschrikkelijk groot gevaar met zich mee.

Een heilige plaats is die gelegenheid waar je jezelf opnieuw kunt vinden. We dienen ons als mens regelmatig terug te trekken uit het dagelijks leven en onszelf te bezinnen en vervolgens verfrist en bewuster tot onszelf te komen.
Het is als een rustplaats onderweg op de reis van ons leven en spiritueel bijtanken om te overleven. Indien je lange tijd niet gegeten hebt, gaat de honger pijn doen als een geheugensteun, dat je onderhoud nodig hebt. We krijgen onvermijdelijk spiritueel trek tenzij wij als mens regelmatig de ziel voeden. Veel mensen noemen dit gebed, anderen beoefenen meditatie, omdat het gedaan wordt door je zintuigen van de omgeving af te sluiten, er rustig voor gaat zitten en diep naar binnen te gaan.
Het mag klinken als een serieuze inspanning, waarbij je uit alle macht probeert steeds meer te ontwaken, je tot je innerlijke roep te richten. De innerlijke afweging heeft geen reden of doel op zich. Waarom staat er dan geschreven dat bidden een dialoog met God is, terwijl we in werkelijkheid fysiek gezien alleen spreken?

      Alles bijeengenomen, alles overziend, is het uiteindelijk een dialoog, omdat God Degene is Die luistert naar onze woorden, onze gebeden.
Wanneer we met Iemand praten, de Ander, Die luistert, instemt en goedkeurt wat we zeggen. Echter, van tijd tot tijd luistert God niet naar ons gebed. Maar ook dit is een antwoord van Zijn kant. Òf luister ernaar en het is nog steeds een dialoog, een communicatie, een gemeenschap met Hem. Soms wil ons hart graag zingen tot God, met behulp van eigen woorden. Hoe kunnen we bidden terwijl we met iemand anders zijn of in een kleine groep?
      Alles overwegend concluderen we dat een verhoogd gebed in een groep God zeer behaagt. We mogen daarbij in overweging nemen dat op het ogenblik dat de spelleider Petrus werd gearresteerd en gevangen gezet, ergens in een huis veel mensen samen kwamen om voor hem te bidden. Zijn omgeving heeft indertijd de gedachten op God gericht, op dezelfde wijze als met welke vurige pijlen, die men afvuurt – om aandacht te trekken. In zijn omgeving hadden de gelovigen allemaal hetzelfde verlangen, dezelfde hoop, hetzelfde gebed … Iedereen smeekte om dezelfde reden: dat deze steenrots in de branding zou worden bevrijd van de dood, want de volgende dag zouden ze hem in het openbaar ombrengen, voor de ogen van het volk van Jeruzalem. Die christenen vroegen dan dat deze  heilige Petrus uit de gevangenis werd bevrijd, uit de dood. En omdat ze allemaal baden met dezelfde vurigheid en dezelfde intentie in gedachten, beantwoordde God hun gebeden. Dus wanneer een groep mensen bidt, ‘s ochtends of’ s nachts – zoals we het vroeger bijvoorbeeld op school deden en één van ons om beurten uit de Blijde Boodschap voorlas, terwijl de anderen luisterden, het is iets heel moois … maar de enige voorwaarde is dat iedereen aandachtig is voor de woorden van het gebed.
      Het specifiek innerlijk gebed is beter, vanuit mijn gezichtspunt, omdat wanneer mijn geest uiteenvalt en ik de aandacht verlies van wat ik net heb gezegd, ik terug kan gaan en het kan herhalen.
Ik keer me in gedachten om, maak m’n excuses aan God voor mijn onoplettendheid en keer terug naar de oprechtheid van het gebed. Ik kan dit perfect doen als ik alleen ben. Maar als er meer mensen bij me zijn, kan ik niet iedereen vertellen om te stoppen en kunnen we teruggaan naar het punt waarop ik afgeleid werd.
Dat is de reden waarom ik verkondig dat groepsgebed erg goed is, wanneer iedereen volledig gefocust is en aandachtig is op datgene wat er gezegd wordt.
Maar zoals ik al zei, overkomt mij regelmatig, dat ik in gezamenlijk gebed afgeleid wordt en is naar mijn mening het persoonlijk gebed in je binnenkamer het beste: dat eenieder afzonderlijk bidt, en op ieders persoonlijk wijze gehoord wordt in het Mysterie van zijn leven.
       Ontwaken is als een los komen, bevrijden va datgene wat je als alledaagse last met je meedraagt. In dit opzicht is het iets anders dan al de andere dingen die we doen, behalve misschien muziek en ons op de muziek voortbewegen. We laten ons als het ware meedragen op de eeuwigheid – buiten de tijd. We zijn iet langer gericht op het bereiken van een bepaalde plek, positie of anderszins – het is als vliegen op de wind.
Gebed, een ontmoeting met het Mysterie is de ontdekking dat ‘leven’ altijd wordt bereikt in het -hier en nu- los van plaats, omstandigheden en het zelf. Het is als muziek en kunst, je laat je meevoeren naar hemelse sferen buiten jezelf, zoadat je als Petrus zegt: “Heer, laat ons hier drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia”.
Daar op de berg, die verhoging en verheffing zagen de apostelen een glimp van Christus’  Heerlijkheid terwijl Hij aan het bidden was. Zijn gebed is een gesprek met Mozes en Elia,  zij spraken over Zijn lijden en dood. Het kan niet anders dan dat het een gesprek is geweest, dat dicht op de huid zit; het gaat immers over de verdere afwikkeling van ons christelijk leven. Heeft ons stil-staan en het tot jezelf komen daar niet iets van weg?
Het aanzien, het gelaat van onze Heer en Verlosser transfigureerde, was heel ‘anders’, ook Zijn kleding schitterde. Wij weten dat wij als gelovigen in die Heerlijkheid van onze Heer zullen delen. Het is zoals de spelleider ‘Paulus’ ons duidelijk maakt:
    Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van Zijn Lichaam, dat is de [christelijke] Gemeenschap.
Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het Woord van God tot Zijn volle recht te doen komen, het Geheimenis
[Mysterie], dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan Zijn heiligen.
Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de Heerlijkheid van dit Geheimenis is onder de heidenen: ‘
Christus onder u, de Hoop der Heerlijkheid’. Hem verkondigen wij,  wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle Wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijnCol.1: 24-28.
De berg Thabor, de verheffing/verhoging van uzelf in gebed is nog steeds een heilige plaats, waar wij als goddelijk kind geboren worden. Het is een Theophanie, God toont Zichzelf.
Laat je op momenten zoals deze in herinnering blijven, dat je telkenmale werd opgenomen in intimiteit met God, en die opname mocht ervaren die gepaard gaat met intimiteit.
We staan onszelf vaak niet meer toe om te wennen aan de Goddelijke Liturgie of de Hemelse zang me de engelen, of de Glans van het Leven, of …  de beker van het leven te drinken, om er maar niet aan gewend te raken, want het kan bitter blijken te zijn.
Om ontzag te hebben wanneer de grootse actie van het leven plaatsvindt; met veel opwinding, bewustzijn en dankbaarheid naar God òm te kijken, aandacht te hebben voor het Goddelijke in ons leven.
Kunnen we altijd weer opnieuw als voor de eerste keer en misschien wel de laatste keer de Goddelijke Liturgie zo aanschouwen, als een werkelijke ontmoeting met onze Heer en Verlosser?
Welnu, in de gewoonte, in datgene wat we gewend zijn te doen, in hetgeen inslijt, daarin zit het grootste gevaar.
Bij de les blijven, op je ‘qui
vive’ blijven en in het persoonlijk gebed en
in de Goddelijke Liturgie en, en, en …
            Wanneer we als christen leven in het perspectief van ons Kruis, onze onafwendbare dood, dan maakt het niet langer uit                                                            hoe onaangenaam anderen bij ons zijn, hoeveel zij ons laten lijden, omdat we alert dienen te blijven op onze eigen ziel.
Stilte, gebed en tot jezelf komen zijn in dat soort situaties het enige goede wat ons nog overblijft.
Laten wij het kwaad overwinnen met vriendelijkheid, medelijden en liefde
Wanneer iemand Zijn Heer en Verlosser, in gebed of in de [lichamelijke] ontmoeting tijdens de Goddelijke liturgie geheel nabij probeert te ervaren – zich de Heer dicht nabij te voelen en zijn ideaal probeert te leven, is het nooit en te nimmer een gewoonte.
Maar, en dat is laten we het zo uitdrukken, niet te voorkomen,
om er een vaste regel van te maken, zoals de Kerkelijke Wet voorschrijft,
doet regeren de meeste mensen niet veel goed,
als een gebod optimale netheid, schoonheid, en onvoorwaardelijke overgave aan God in het leven in te bouwen, is ons als mens niet gegeven, dat hebben we onophoudelijk de Genadegaven van de Heilige Geest bij nodig.
Wees op die wijze de komende dagen bij ons aanwezig –
verheug u met uw komst in de overvolle kerken en
ervaar onze geest en onze manier van denken en
aandacht voor God en ervaar dat God daar bij ons is.
God heeft de mensen lief,
God is ons mensen allen genadig,
Hij zegent ons, geeft ons vrede,
zegen daarom de Heer en
heilig slechts Hem.

Orthodoxie & wanhoop niet, wat je ook overkomt

Een spelleider – een bekleder van het ambt van voorganger wordt opgeroepen de spiritualiteit van het navolgeling-schap in de gelovigen te stimuleren.
Gelovigen hebben eveneens een medeverantwoordelijkheid in de kerkgemeenschap – het bestaat niet alleen uit financiële bijdragen aan de gemeenschap, het samen in gebed zijn en onderhorigheid.
De spiritualiteit van Christus  wordt begroet door het samen op weg zijn en gezamenlijk het ‘Kruis van Christus‘ te dragen.

    Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus Jezus. Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen.
        Maar ik [Paulus, spelleider] moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is en ik van de wereld.
      Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is. En allen, die zich naar die regel zullen richten – Vrede en Barmhartigheid zal over hen komen, en ook over het Israël van GodGal.6: 12-16.

Paulus was een spelleider en wat voor een; hij ging door dik en dun wanneer dit het navolgeling-schap van Christus betrof.
Maar waarom hield hij bovenstaande tekst aan de vroege christenen voor, aan  hen, die afkomstig uit het Joodse Geloof en zich door de doop bij Christus hadden aangesloten.
Het ging om de vraag of zij werkelijk in de praktijk brachten hetgeen zij bij hun doop hadden voorgenomen:
– “   Heb jij je verzaakt aan de satan en al zijn werken en al zijn geesten en al zijn diensten en al zijn pracht en praal“
– “ Heb jij je daad-werkelijk bij Christus aangesloten?, “Geloof je met hart en ziel in Hem?
”.
        Zovelen blijken uit verlangen een ​​goede vertoning in het vlees te maken, zich uiterlijk [te laten besnijden/dopen] voor te doen, maar gaan iedere gelegenheid, waarbij het Kruis in beeld komt uit de weg.
Maar God verhoede dat je zou moeten opscheppen, dan behalve in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld gekruisigd is en wij afgesneden zijn van de wereld.
      Ook in de tijd van Paulus waren er al mensen, die zich slechts uiterlijk als christenen voordeden, tienden betaalden, gezamenlijk in gebed waren, maar wat de onderhorigheid aan het Kruis betreft – distantieerden zij zich.

De dubbelzinnigheid van de mens
We hebben heden-ten-dage veel van dit soort mensen in de Kerk.
Mensen met twee petten op, met twee gezichten, zij zijn dubbelzinnig:
      Zij richten zich enerzijds op het Geloof in Onze Heer, Jezus Christus en anderzijds op de wereld om zich heen; in bepaalde opzichten trekt het ascetische, het monastieke hen misschien wel aan, maar aan de andere kant stellen zij zich ondergeschikt op aan de leiders van de wereld [òf aan de op de wereld gerichte leiders van de kerk].
Zij gaan gebukt onder de onvermijdelijke dubbelzinnigheid, waarvan de tegenstrever maar al te graag gebruik van maakt, omdat de ‘Kracht van het Kruis‘ in hun ontkennen verstrikt is geraakt.
Zij zoeken het gemak en het comfort; en juist ‘dìt’ vormt de grootste ketterij van onze tijd: een  Christendom zònder het Kruis; een christendom zònder opoffering; een christendom 
zònder ascese; blijkt een Christendom te zijn zònder liefde voor het vak!
We praten vandaag de dag over liefde, we horen – de hele tijd – over liefde, en meestal heeft het toch niets te maken met de liefde van God, doch betreft het de liefde voor het ‘zèlf’, welke overheerst!
En daardoor blijf je gevangen zitten in zelfvoldoening:
    wij [christenen] zijn goed en we leven [volgens iedereen om ons heen] overeenkomstig de wet, het vervullen ervan; we zijn gewoon goed in de ogen van God [en] wij, ja ‘wij‘ geloven.
Wij hebben het zo ontzettende getroffen met onszelf, met onze gemeenschap, met onze identiteit, maar ten opzichte van de liefde van Christus, ‘de liefde van Zijn Kruis’ hebben wij onszelf vèr van Hem verwijderd.
Mensen, die in de schaduw van de liefde tot zichzelf blijven hangen, uit zelfgenoegzaamheid, zijn levende slachtoffers binnen de kerk en verstoren het christelijke wereldbeeld, het φρόνημα [Gr. = , de christelijke ethos].
De Orthodoxe geest, het bemachtigen van het Hemels Koninkrijk, de staat van verheerlijking is een kwestie waarop het ware Orthodoxe Geloof wordt beoefend [= de ‘Orthopraxie’].
Of ze nu op de geestelijke weg -links of rechts- afwijken het maakt niet uit, ze blijven op de wereld gericht.  Zij blijken niet in staat te zijn de grootsheid van ‘het geestelijk leiderschap van Christus’ te onderkennen en dienen slechts als uiterlijke vertoning, voor de Wet, voor ‘zoals het volgens de mensen hoort‘ en vergeten
‘Wàt’ voor hun zielenheil als eerste voorop gesteld dient te worden.

          Het draait bij God in de eerste plaats om het navolgen van Christus, Zijn Zoon, Die ons via de Blijde Goddelijke Boodschap duidelijk heeft gemaakt dat wij ons Kruis dienen op te nemen en Hem via ons persoonlijke kruis dienen te volgen.

‘En dient zijn kruis op te nemen en Mij te volgen‘, Marc.8: 34

Eerst, Christus, eerst, het Kruis, en eerst dàn al het andere, inclusief onze wereldse identiteit, en alleen in Christus, en alleen in het Kruis,
alleen ‘Dàt’ geeft rust en heeft betekenis, diepte en regeneratie [geestelijke wedergeboorte].
Wij mensen zijn geprogrammeerd in vormen van geschiedenis, persoonlijke identiteit, nationaal denken, maar in plaats dat wij gered worden, verliezen we alles, omdat we ‘Christus en Zijn Blijde Boodschap‘ zijn kwijtgeraakt!
Alleen Christus kan het Volk, de mensen redden, alleen Hij kan de Kerk redden, alleen Hij wil en kan òns redden.
En wanneer we het offer van het Kruis ontkennen, ontkennen we de Genade van het Heil, de Vrijheid, Die op de Genadegave volgt.

En omdat ze twee heren proberen te dienen – spannen zij het paard achter de wagen – plaatsen de Heer, achter de wereld.  Je hebt daarbij de leidinggevenden, die zich niet inzetten voor nauwkeurigheid van het Geloof, het onderkennen van de menselijke tekortkomingen [zonden] – en zij die dìt doen noemen wij fundamentalisten, zeloten. Ze spreken van ‘updaten’, maar wat ze bedoelen is veranderen, perverteren, vervormen, het compromis met de wereld, omdat zij  Paulus niet navolgen en met hem weigeren te verkondigen dat:
    God verbiedt me dat ik mijzelf op de eerste plaats stel, in alles – behalve in het Kruis, wat  ik mij in Christus heb beloofd te zullen dragen‘ !
Ze maken het ascetisme bespottelijk, ze bespotten de onthouding, ze hebben ijver voor de uiterlijkheden, zij hebben geen ijver voor de nauwkeurigheid van het Geloof.  Ze proberen er zo voordeling mogelijk op de voorgrond te treden en als belangrijke personen de eerste plaats in te nemen in de ogen van de buiten-wereld, van die onbekeerden en beweren dat slechts ‘zij‘ de tradities van de voorvaders hebben verlaten.
Dat wil zeggen, ze zochten compromis met de geest van de wereld en het ongeloof van de Joden, met de vijanden van het Kruis !,
teneinde een compromis te sluiten om een hervorming uit de weg te gaan, omdat ze –‘niet werkelijk’– geloofden.  Onder al dit -op de wereldse werkelijkheid- gericht zijn, komt uiteindelijk deze weerstand klip en klaar naar voren en blijkt een gebrek aan vertrouwen te zijn in het offer van onze Heer en Verlosser.
Zij wilden ‘hèt hoof-item’, ‘hun’ Kruis zo veel mogelijk ontwijken!

‘Petrus verdrinkt’, byzantine mosaïc.

De geschiedenis van de kerk zit vol met zulke mensen, tot op de dag van vandaag aan toe en het lijkt wel of we er in onze tijd mee overweldigd worden- door veel van zulke valse, verraderlijke christenen.
De Heilige Johannes Chrysostomos zegt dat ze Christus liever beledigen en zelfs verwerpen, aangenaam zijn voor mensen; liever beledigen ze God om de mensen te behagen !
Ze behagen slechts de mens en haar vijandelijk tegenstanders van het Kruis.
Het leven van de Kruis vereist opoffering; Christus eist van ons offers, omdat
opoffering ‘liefde tot God en de naasten’ inhoudt.
Indien we onszelf niet opofferen, houden we niet van God en wanneer wij ons daarvan verwijderen, kunnen wij onmogelijk verenigd worden met God, Die onvoorwaardelijk ‘Liefde‘ is.
Het Kruis is ons pad, onze opening tot het leven van liefde met de Meester, het Eeuwige leven waar we allemaal naar op zoek zijn.
Indien we het Kruis opzij zetten, wijken we af van de weg naar God; want we leggen de liefde opzij. Als we het kruis verloochenen, ontkennen we het offer, wij ontkennen de kruisiging van ons intellect.

Wanneer een mens in zonde valt, in welke zonde dan ook, dient hij echter de Liefde en Genegenheid van de Hemelse Vader voor Zijn kinderen niet vergeten.
Als we God’s Barmhartige Liefde tot de mensen vergeten, dan komen wij òm in een verscheidenheid van strafbare feiten, verwaarlozen wij het goede en wijken af van de voorgenomen geestelijke weg.
Omgekeerd wanneer we ons inzetten de tegenstand te weerstaan door òp te staan en te vechten tegen God’s vijanden, en iedere dag opnieuw proberen ons Kruis op te nemen en het beschadigde weer te herstellen en afstand nemen van degene wat de wereld ons voorhoudt, vormen wij het evenbeeld van de profeet, die zegt:
Verblijd u niet over mij, mijn vijanden: al ben ik gevallen, ik zal weer opstaan;
al zit ik in het duister, de Heer zal mij tot Licht zijn
Micha 7: 7-9.
We zijn in geen geval daarom in staat om de oorlog te stoppen en dienen daarom standvastig te blijven de gevolgen van een definitieve nederlaag te voorkomen en onze ziel in Christus, zolang Hij in ons leeft en ademt, proberen te redden.
Zelfs indien de drager van onze ziel elke dag te kort schiet en zijn geestelijke goederen verliest,
behoeven wij onze Hoop op redding niet te verliezen.
Het Geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet zietHebr.11: 1.
Wie het Woord veracht, zal te gronde gericht worden, maar wie het gebod vreest, hem zal dat vergolden wordenSpr.13: 13.
Wij worden in alles verdrukt, maar niet in het nauw gebracht; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld2Cor.4: 8.
Want in de Hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen?Rom.8: 24.
Tenslotte:
En dàn is er onze Heer en Verlosser, Die in Zijn strijd met ons mee lijdt en  Hij ziet wat voor ongelukje jou is overkomen en Hij zal in al Zijn Barmhartigheid jou de Kracht geven om geduldig te zijn en de agressieve vijandelijke pijlen tegen te werken.
Dàt is de Wijsheid, Die God de mens verleent en de mens is slechts een wijze zieke, wanneer deze zijn Hoop niet heeft verloren.
Het is beter om weerstand te bieden aan slechts een paar fouten, die we hebben gemaakt en die we niet wisten te corrigeren,  dan om onze strijd volledig te staken. 
H. Isaäc de Syriër

29e Zondag na Pinksteren- Zondag van onze Heilige Voorvaderen

Onze Heer en Verlosser zei tot een van de voornaamste Farizeeërs, bij wie Hij aan de maaltijd was uitgenodigd:
“ Iemand richtte een grote maaltijd aan en nodigde velen.
        En hij zond zijn dienaar/slaaf uit tegen het uur van de maaltijd om tot de genodigden te zeggen: Komt, want het is nu gereed. En zij begonnen zich allen opeens te verontschuldigen.
De eerste zei tot hem: ‘Ik heb een akker gekocht en ik moet die noodzakelijk gaan bezien; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd’.
En een ander zei: ‘Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga die keuren; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd’.
Weer een ander zei: ‘Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen’.
        En de dienaar/slaaf kwam terug en berichtte zijn heer deze dingen.
Toen werd de heer des huizes toornig en zei tot zijn dienaar/slaaf:
‘Ga aanstonds de straten en stegen van de stad in en breng de bedelaars en misvormden 
en blinden en lammen hier’.
En de dienaar/slaaf zei: ‘Heer, wat gij hebt opgedragen, is geschied en nog is er plaats’.
En de heer zei tot de dienaar/slaaf:
‘Ga de wegen en de paden op en dwing hen binnen te komen, want mijn huis moet vol worden’.
Want ik zeg u: ‘Niemand van die mannen, welke genodigd waren, zal van mijn maaltijd proeven.
        Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren’
”.
Luc.14: 16-24;Matth.22: 14.

    Wanneer Christus verschijnt, Die ons leven is, zal ook jij met Hem verschijnen in Heerlijkheid.
Doodt dan de leden, die op de aarde zijn:
ontucht, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke dingen de toorn van God komt.
Daarin hebt ook jij eertijds gewandeld, toen jij in die omstandigheden leefde.
Maar thans moet ook jij dit alles wegdoen:
toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond. 
Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van Zijn Schepper, waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf [dienaar] en vrije, maar alles en in allen is ChristusCol.3: 4-11.

De Farizeeën [Hebr.= פְּרוּשִׁים, pĕrûšîm, meervoud van פָּרוּשׁ, pārûš, “apart gezet” (van het werkwoord פָּרָשׁ, pārāš)] was een Joodse religieuze stroming, politieke partij en sociale beweging.          Hoewel sommigen ‘levieten, priesters’ farizeeër waren, bestond deze partij hoofdzakelijk uit leken. Weinig farizeeën waren sociaal of financieel ècht belangrijk, zij waren immers ‘vrijgesteld’, zoals we dat tegenwoordig noemen, behoefden naast hun studie en ‘belangrijk zijn’ geen werk voor hun levensonderhoud te verrichten. Wèl waren ze scherpzinnig in het op een bepaalde manier uitleggen, opvattingen over de Thora, de Wet van Mozes en hielden zich hier -‘wat hun buitenwereld aangaat’- behoorlijk streng aan. Ze hadden zo ook specifieke tradities, waarvan sommigen de wet strenger maakten en anderen de wet juist afzwakten – het volk had er om die reden geen zicht op en bewonderde hen, zette hen zoals wij dat tegenwoordig uitdrukken op een ‘voetstuk’. Ze geloofden in tegenstelling tot de aristocratische tegenstanders, de Sadduceeën, die de mozaïsche wet volgden, maar niet de relatief nieuwe “tradities” in ‘de Opstanding’.

IJdelheid, Vanity – by Bernardo STROZZI [1581-1644] Pushkin State Museum, Moscow
Nú één van hen en nog wel een belangrijk persoon, een vooraanstaande onder hen, zoals een opper-toezichthouder had onze ‘Heer en Meester van al wat bestaat’ uitgenodigd en lag met Hem aan tafel.  Èn zoals dat bij theologen gebruikelijk is gaat het er dan behoorlijk heftig aan toe, ‘confronterend‘ zeg maar en vervolgens komt Christus met bovenstaande gelijkenis.
Wij nemen uiteraard meteen positie in – scharen ons onmiddellijk achter onze Heer en Meester, dat zijn wij immers ‘in ons soort kringen‘ gewend.

          Maar waartoe wordt deze gelijkenis ons vandaag voorgehouden?

De Blijde Boodschap, het Evangelie is een spiegelbeeld van onszelf.
Ben jij op zoek naar iemand die jou persoonlijk en duurzaam gelukkig kan maken?
Kijk dan eens in de spiegel! Onze cultuur houdt ons vóór dat we ons geluk uitsluitend kunnen vinden in dingen en mensen die zich ‘buiten’ onszelf bevinden. Onze maatschappelijke positie met de daaraan verbonden voordelen, kortom ons werk, maar ook de kerkgemeenschap en andere organisaties waartoe wij behoren.
Indien je daarop vertrouwt, kom je bedrogen uit, want duurzaam geluk is alleen te vinden in je binnenste, in de ziel, die met jouw geest verbonden is.
De werkzame geestes-ziel is de prins op het witte paard, die jou persoonlijk duurzaam geluk kan schenken.

Waar spiegel jij je aan? Hoe en waarom laat jij je vormen? 

Durf jij jezelf te zijn òf zet je een alledaags masker op? En welke rol speelt God hierbij in je leven?
    Maar onze gedachten worden verhard. Want tot heden toe blijft dezelfde bedekking over de voorlezing van het oude zonder weggenomen te worden, omdat zij slechts in Christus verdwijnt.
Ja, tot heden toe ligt, telkens wanneer Mozes voorgelezen wordt, een bedekking over ons hart, maar telkens wanneer iemand zich tot de Heer bekeerd heeft, wordt de bedekking weggenomen.
De Heer nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid.
En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de Heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde Beeld van Heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Heer, Die Geest is  conf. 2Cor.3: 14-18.

Is dat zo?

En toch ontbreekt er iets, ‘de leemte in God’

Bouwen wij Christenen, door onafgebroken Christus te volgen, het Goddelijk Beeld in ons op?
In het Oude, Joodse Verbond heeft Mozes, als ‘een grote onder onze Heilige Voorvaderen’ God gezien. Hij mocht niet Gods aangezicht zien, maar heeft wèl ‘God‘ . . . . . ‘gezien‘.
Toen Mozes – ‘het Licht’ – God had gezien, straalde zijn gezicht, zelfs zo stralend dat hij doeken nodig had om de mensen niet de verblinden.
Mozes mocht God’s Aangezicht niet zien, maar in de Thora, de Wet kunnen we lezen dat wij met onbedekt gezicht de Heerlijkheid van de Heer -‘als in een spiegel’- mogen zien.
Ja, slechts in een spiegel, kijk maar naar de icoon van Transfiguratie. Wat is de Heerlijkheid des Heren?
Dat is Zijn Goedheid en Liefde, Zijn Genadegave voor ons als mensen. Dat is de pure Liefde van God, door Zijn Zoon Jezus Christus, aan ons bewezen als Verlosser en Zaligmaker.
God’s Heerlijkheid is niet te omschrijven en gaat ons verstand vèr te boven, maar in Zijn Zoon heeft Hij dit aan ons geopenbaard, getoond.
Hij heeft het laten zien in het verzoenende bloed en het gebroken vlees.
Omziende naar de mens die ‘tégen Hem’ is, heeft Hij persoonlijk gekozen, de keuze gemaakt de breuk weer te repareren die ontstaan is en als Almachtige is Hij afgedaald naar de aarde om ons, zondaren te redden.
Dàt is de Heerlijkheid van de Heer’, waar wij ons aan mogen spiegelen,
maar het is nog groter.
Dàt kunnen wij niet bevatten, maar dàt zullen we straks zien als Christus terugkomt!

              Christus toont ons Zichzelf en zó ziet God ons ook.
Hij ziet ons aan in Christus, wij staan niet langer meer voor eigen rekening wanneer Christus onze Zaligmaker is geworden, nee Christus heeft de rekening betaald en ons vrijgekocht.
Wij gaan –stapje voor stapje op de geestelijke ladder omhoog, wanneer wij toegeven aan Zijn onophoudelijk roepen – en gaan lijken op Hem, heel ons leven verandert, want het wordt op Hem gericht.
Wij staan ‘zelf’ niet centraal, maar ‘Christus’ staat centraal en daartoe worden zijn dienaren, de spelleiders en toezichthouders, kortom wij allemaal uitgezonden, dàt is onze taakomschrijving en daarbuiten dienen wij ons als ondergeschikte dienaren, als slaven van het God’s-volk te gedragen; niet méér en niet minder.

              ‘Christus’ is ‘Hèt’, Hij is het Hoogste van het hoogste, Die we zien in de spiegel en ‘Hij’ dient gevolgd te worden en daardóór een steeds grotere plaats in ons leven in te gaan nemen – Wij dienen ‘Hèm‘ toe te laten onafgebroken in ons leven geboren te worden.
Wij worden steeds kleiner, ‘Hij’ neemt onze plaats in, wàt er ook gebeuren zal – al is de gehele wereld tegen. Dat is tevens ook het mooiste wat een mens kan meemaken, gaan lijken op Christus – door dik en dun ‘navolger van Christus‘ te zijn. Wij zullen echter als mensen altijd ons gebroken vlees ervaren en behouden, maar toch mag dit tot wasdom komen, groeien in Heiligheid.

Orthodox gebedssnoer, Comboskini of Tjotki

De Geest werkt het allemaal uit in ons, dat behoeven we niet zelf te doen.
Door het ‘onafgebroken’ gebed worden we gesterkt en door het gebed groeien we.
      Heer, Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over mij, armzalige zondaar”.

Misschien lees je dit en – ‘durf je dàt niet’ – òf  – ‘zie je het niet zitten’ -.
De Heilige Geest wil je hierbij helpen.
Stel je daarvoor open en laat je hart vervullen door de Heilige Geest van God.
Hij is ervoor naar de aarde gezonden door Christus en Hij wil ons daarin begeleiden.
We behoeven het niet alleen te doen, de Heilige Geest is bij ons
– sterker nog, de Heilige Drieëenheid is, ‘de Heilige, de Sterke, de onsterflijke’, kortom: “God is onder ons, Hij is en zal zijn”.
‘Hij’ heeft ons – ‘hier en nu’ – in deze tijd het honderd,- duizend, onnoembaar-  voudige gegeven,
“Hij” heeft ons het eeuwige leven gegeven in de komende wereld.
En indien Hij ons -‘hier en nu’- zou vragen om te sterven,
zouden we dat dan doen,
in volledige overgave,
zonder de minste klacht?
Hij richtte een grote maaltijd aan, zond Zijn spelleiders uit en
nodigde er velen en Hij diende hierin tot het uiterste te gaan
teneinde ons te bewegen op Zijn uitnodiging in te gaan.
Het is maar dat je dat vanaf nú onderkent, dit beseft !!!

Prok. in de 8e toon:
refr. “ De Heer is nabij
aan allen, die tot Hem roepen”.
– “Genadig en Barmhartig is de heer;
grootmoedig en eindeloos Barmhartig
” refr.
– “Al Uw werken, Heer, belijden U;
al Uw gewijden zegenen U
”. refr.
– “ De Heer is nabij”,
slot: “aan allen, die tot Hem roepen”.

All. in de 8e toon:
Opent uw poorten, o Vorsten;
ga open, eeuwige poorten,
opdat inga de Koning der Glorie.
Wie is de Koning der Glorie?
De Heer der Heerscharen,
Hij is de Koning der Glorie”.

Apolytikion     tn.2.
    In het Geloof hebt U de Voorouders gerechtvaardigd, en
in hen hebt U reeds tevoren
de KERK uit de volkeren aan u verloofd, terwijl
zij zich verheugen in Heerlijkheid,
omdat uit hun zaad de vrucht is voortgekomen,
die zonder zaad gebaard heeft.
Door hun gebeden, o Christus God,
ontferm U over ons
”.

Kondakion      tn.6.
    Het met handen gemaakte beeld hebt gij niet willen vereren.
Daarom werd Gij beschut door de niet-gemaakte Wezenheid,
en in de arena van het vuur zijt gij verheerlijkt.
overwonnen temidden van de vlammengloed
heeft uw drietal de Ene God aangeroepen.
‘kom ook tot ons te hulp’,
U, Die de mensen Lief heeft, want
U kunt alles wat U wilt”
.

Ikos.     tn.6.
    Strek uit Uw Machtige hand,
waarvan U aan de Egyptenaren de Kracht hebt getoond,
zoals de door hen aangevallen Hebreeën mochten aanschouwen:
laat ons niet in de macht van de vijand,
lever ons niet over lande dood die ons verslinden wil,
en sta niet toe dat wij verzwolgen worden door de haat van de satan;
maar kom nader tot ons en red onze zielen, zoals
u eens de jongelingen in het vuur van Babylon gered hebt.
Zij hielden niet op U in hymnen te bezingen, toen zij
omwille van U geworpen werden in de brandende oven, van waaruit
zij tot U roepen:
‘Kom ons haastig te hulp,
U, Die de mensen Lief heeft, want
U kunt alles wat U wilt
”.

Synaxarion van de Voorvaders

Als gegoten in de juiste vorm

Deze voorlaatste zondag voor het Kerstfeest is de Zondag van de Heilige Voorvaders.
     Verheug u, Voorvaders uit oude tijden,
           nu u Christus, de Messias ziet naderen.
Verheug u Abraham, want u bent de Voorvader geworden van Christus God.
     Wij hebben allen gehoord over Abraham, want zijn leven wordt ons verhaald door de grote Profeet Mozes in het boek an de Schepping [Genesis], dat wordt voorgelezen in de grote en Heilige Vasten. Daardoor weten wij dat hij afkomstig was uit het heidense land van de Chaldeeën, zodat zijn vader een afgodendienaar was. Toch was deze afkomst voor hem geen hinderpaal om te komen tot de ware kennis van God, want hij werd als het ware bij de hand geleid om te geraken tot het begrip van de Waarheid.
Hij overdacht dat geen enkel schepsel ooit zelf god kon zijn, en dat de ode in de zichtbare dingen onze geest op het spoor brengt van een bestaan van hogere, onzichtbare dingen.

Christuskind, detail kind, Museum Catharijneconvent, Utrecht

Daarom aanbad en vereerde Abraham deze God, Die het heelal in stand houdt en bestuurt, en Die zulk een zichtbare harmonie teweegbrengt in de betrekkingen van al wat bestaat.
     Toen hij dan ook God’s roeping in zichzelf bespeurde, aarzelde hij niet en gehoorzaamde hij met een standvastig Geloof aan dit inzicht om zijn tehuis te verlaten.
     En in diezelfde overgave mocht hij, hoewel een oud en afgeleefd man, een zoon ontvangen uit zijn lendenen, en door hem tot vader te worden van talrijke volkeren.
     En dit gebeurt op nog veel verhevener wijze nu hij ook de voorvader blijkt te zijn van Christus, de tweede Adam, in Wie heel het geslacht der mensheid is vernieuwd.

de KERK heeft bepaald dat Abraham’s feest met al de Voorvaderen gevierd wordt kort voor de Geboorte in het vlees van onze Heer Jezus Christus, omdat onze Verlosser, in Zijn Liefde tot de mensen, hem als een van de Voorouders heeft uitverkoren.
“Door de gebeden van al Uw Heiligen, O God, heb medelijden met ons.Amen
”.
uit: Meneon I, Grote feesten, ROK, ’s-Gravenhage.

Orthodoxie en de roep des Heren

Storm op de levenszee

In deze tijd van het jaar, wanneer de winternachten het langst zijn,
is onze behoefte naar ‘het Licht’ intenser. 
Sommige mensen ervaren zelfs een bepaalde depressie veroorzaakt door een tekort aan zonlicht.
Hetzelfde overkomt ons, wanneer we door onze “lange, donkere nacht van de ziel” gaan, we snakken ook maar een kleinste sprankje van het genezende “Licht’ te mogen ervaren.
De grote profeet Isaiah schreef over een “Groot Licht” dat
op een dag zou komen om mensen uit de duistere duisternis te verheffen:  

            “Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot Licht;
over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een Licht.
Gij hebt het Volk vermenigvuldigd, Zijn Vreugde groot gemaakt;
het verheugt zich voor Uw Aangezicht als met de vreugde bij de oogst, zoals
men juicht bij het verdelen van de buit.
Want het juk dat het drukte, en de stang op zijn schouder,
de roede van zijn drijver, hebt Gij verbroken als op Midjansdag.
Want elke schoen die dreunend stampt, en elke mantel,  in bloed gewenteld, zal verbrand worden, een prooi van het vuur
Isaiah 9: 1-4.

Wie/Wat is dit “Grote Licht” waarover Isaiah heeft geprofeteerd?
Het Licht zou komen in de vorm van een kind, dat uiteindelijk over de Volkeren zou regeren in Barmhartigheid en Gerechtigheid, gezeten op de troon van Zijn Voorvader, David, voor de eeuwigheid.
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en
de Heerschappij rust op Zijn schouder en men noemt Hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.
Groot zal de Heerschappij zijn en eindeloos de Vrede op de troon van David en
over Zijn [Hemels] Koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met
Recht en Gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid.
De ijver van de Heer der heerscharen zal dit doen.
De Heer heeft een woord gezonden in Jaäcob en 
het is gevallen in Israël
Isaiah 9: 5-7.
Onze Heer roept onophoudelijk en klopt aan de deur van het hart:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; 
neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en
gij zult rust vinden voor uw zielen; 
want Mijn juk is zacht en
Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Onze Heer en Verlosser heeft gezegd:
Ik ben het Licht van de Wereld.
Wie Mij volgt, zal nooit in duisternis wandelen,
maar zal het Licht van het leven hebben” John.8: 12.
De profeet Isaiah is een bijzonder begenadigde dienstknecht des Heren.
Door in-spraken en in-gezichten openbaart de Heer hem hetgeen geschieden zal.
Diep wordt hij ingeleid in de kennis aangaande de toekomst van het God’s Volk [de Kerk]. Het is alsof de profeet is geleid op een hoge berg, vanwaar
hij de komende tijden kan overzien tot aan de verre, verre horizon.
Met het geestes-oog ziet hij een lange weg en  op die weg de volkeren van de wereld en temidden van die menigte, die schare ontward hij het kleine volk van het Verbond.
Isaiah ziet hetgeen in de toekomst openbaar zal worden onder God’s leiding,
Die het Hemel en aarde, de kosmos en al wat zich daarin en op bevindt bestuurt.
En bij het aanschouwen van die verborgenheden beeft zijn hart. Hoe kan het ook anders !

slachtoffers van oorlog en geweld – Canadese begraafplaats in Groesbeek

Het volk Israël [de Kerk] heeft zich van de dienst des Heren afgewend.
Zij hebben het Heilig Verbond ver-broken, zij doen geen moeite meer, kunnen het gewoon niet meer opbrengen.
Zij lopen wereldse goden na en doen al datgene wat God hen verboden heeft.
Zij hebben geen lust in het volbrengen van de geboden en de inzettingen des Heren. Immers het is veel aantrekkelijker jezelf te begeven in wereldse aangelegenheden; Recht en Gerechtigheid hebben zij verre van zich vervreemd.
    En het gehele Volk zal het ervaren, Ephraïm en de inwoners van Samaria, die
in hoogmoed en grootsheid van hart zeggen:
     ‘Tichelstenen zijn gevallen, maar met gehouwen stenen herbouwen wij;
wilde vijgenbomen zijn geveld, maar  ceders zetten wij daarvoor in de plaats’.
Doch de Heer verhief Resins tegenstanders tegen hen en Hij hitste hun vijanden op:
     Aram in het oosten en de Filistijnen in het westen, zodat zij Israel gulzig verslonden.
Ondanks dit alles keert zijn toorn zich niet af en blijft zijn hand uitgestrekt.
Doch het volk heeft zich niet bekeerd tot Hem die het sloeg, en
het heeft de Here der heerscharen niet gezocht
Isaiah.9: 8-12.

Je ziet het om je heen in welke stad vind je nog geen wolkenkrabbers als de torens van Babylon; we rennen met z’n allen de Moloch [- ‘iets waaraan alles wordt opgeofferd’ -] achterna. Wij hebben massaal het hart in ons verhard, zijn gevoelloos geworden en volharden in het kwaad.
Maar de profeet ziet toch óok nog stralen van Goddelijk licht vallen over de lange weg, de hij met z”n geestesoog volgen kan tot aan de gezichtseinder.
Immers er is in Israël [in de Kerk] nog een overblijfsel, dat de knieën voor Baal ‘niet‘ gebogen heeft.
Een rest, van wie gezegd kan worden, dat zij door voorkomende Genadegaven de getuigenissen des Heren genomen hebben tot een eeuwige erfenis.
            “  Heer, hoezeer bemin ik Uw Wet: deze is heel de dag in mijn gedachten.
Boven  mijn vijanden hebt Gij mij wijs gemaakt   door Uw Gebod, dat in eeuwigheid bij mij is. Ik heb meer begrip dan allen die mij moeten onderrichten, want Uw Getuigenissen zijn mijn overweging. Ik heb meer begrip dan de oudsten, want ik zoek steeds uw Geboden.
Bij elke weg tot kwaad heb ik mijn voeten weerhouden, opdat ik Uw Woorden zou vervullen.
Ik ben niet afgeweken van Uw Oordelen, want Gij hebt mij de Wet gegeven.
Uw Uitspraken zijn zoetheid voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond. Door Uw Geboden heb ik verstand gekregen; daarom heb ik een afkeer van elke wet ter  ongerechtigheid.
Uw Wet is een lamp voor mijn voeten, en een licht op mijn paden.
Ik zweer en ben vastbesloten, om de Oordelen van Uw rechtvaardigheid te onderhouden.
Ik ben ten uiterste vernederd; Heer, maak mij levend volgens Uw Woord.
Aanvaard toch, Heer, wat ik vrijwillig opdraag met mijn mond;
Leer mij Uw Oordelen.
Mijn ziel is steeds in Uw handen: Uw Wet vergeet ik nooit
uit: Psalm 118[119] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Ach, hoe weinigen zijn er die zelfs in Israël [zelfs in de Kerk] . . . . .
Doch de Heer heeft hen gegraveerd in de palmen van Zijn handen.
Dat is de Heerlijkste Getuigenis, dat van hen gegeven kan worden.
Wanneer het oordeel over Israël [de Kerk] zal komen, zal ook hun weg wel in de diepte geleid worden. Velen van hen zullen mede in ballingschap weggevoerd worden.  Harde kastijdingen zullen hen niet onthouden worden.
Maar in dit alles zal de Heer hen toch niet verlaten. Immers zij zijn voor eeuwig de Zijnen. De schapen, die Zijn hand zal weiden.
Hen wil de profeet in het bijzonder bemoedigen.
Die last legt onze Heer hem op.
Ach, hoe regelmatig komt het niet voor, dat het erfdeel des Heren moet klagen:
Uit de diepten roep ik tot U, o Heer . . . ! Heer! hoor de stem van mijn smeking ; laat Uw oren aandacht schenken aan de stem van mijn smeking” uit: Psalm 129[130].
Wat zijn er niet een noden en bekommernissen, die hen van tijd tot tijd terneer drukken.  Dan is het: “ Mijn tranen strekken mij tot brood bij dag en bij nacht . . . Als ik daaraan denk smelt mijn ziel in mij weg” uit: Psalm 41[42].
Het kan de schapen, die Zijn hand weidt – zo bang te moede worden, als zij een Kruis van ziekte of smart, ja doodsangst hebben te dragen.
Zij kunnen er zo twijfelmoedig onder worden wanneer zij zien op de welvaart en welstand van de dwazen en de vrede van de goddelozen.
Dan zeggen zij bij zichzelf:
  Er is immers geen samenzwering om hen te doden; zij vinden steun in hun kwelling. Zij delen niet in het leed der mensen, zij worden niet als andere mensen geslagen. Daarom worden zij overheerst door hoogmoed, zij zijn bekleed met hun eigen onrecht en goddeloosheid …
Zij zeggen immers: Hoe zou God het weten? Is er wel kennis bij de Allerhoogste?…
Heb ik dan vergeefs mijn hart gerechtvaardigd, en mijn handen in onschuld gewassen?”
uit: Psalm 72[73] vert. ROK ’s-Gravenhage

arrenmoede; φτώχεια; فقر; poverty.

De verdrukkingen kunnen hen zó aangrijpen, dat ze moedeloos worden en hun eerste liefde verlaten. De zonde kan hen zó aanklagen, dat ze vrezen moeten kinderen der duisternis te zijn en verstoken van alle Genade.
Kom, zegt de profeet Isaiah op God’s bevel tot hen:
    Sterkt de slappe handen en verstevigt de knikkende knieën. Zegt tot de versaagden van hart: Weest sterk, vreest niet; zie, uw God zal komen met wraak, met de vergelding God’s; Hij zal komen en Hij zal u verlossen.
Dàn zullen de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden;
Dàn zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen; want in de woestijn zullen wateren ontspringen en beken in de steppe, en het gloeiende zand zal tot een plas worden en het dorstige land tot waterbronnen; waar de jakhalzen verblijven en legeren, zal gras met riet en biezen zijn.
Dáár zal een gebaande weg zijn, die ‘de Heilige Weg’ genoemd wordt; geen onreine zal die betreden; maar hij zal alleen voor hen zijn; reizigers noch dwazen zullen erop dolen
Isaiah 35: 3-8.
Na alle lichamelijke straffen en verdrukkingen ziet de profeet Isaiah ‘nieuwe tijden van gelukzaligheid aanbreken voor de schapen, die Zijn hand weidt.
In het verre verschiet ziet hij de heerlijke lichtglans van een nieuwe dag, die de Heer zal doen aanbreken voor al Zijn navolgers.
Voor Israël [de Kerk] zal de ballingschap in Babel 70 jaar duren. In die jaren van verschrikking zullen er vele zielen tot de Heer bekeerd worden.
Een deel van het volk zal nog tot inkeer komen en alle zonde en schuld voor de Heer leren belijden. Dan gaan zij nog de knieën buigen voor de Heilige van Israël om Hem te erkennen als Oppertoezichthouder.
Zó alleen kunnen zij gebracht worden tot de begeerte, dat de Heer hen zal aannemen, alle gruwelen van hen wegdoen, zover als het Oosten verwijderd is van het Westen.
Al het oude zal doen voorbijgaan en er zal een nieuwe Hemel en een nieuwe arde gevormd worden.

In de ballingschap zal de Heer Zijn kudde toch weer vergaderen en stellen onder Zijn heilige hoede: degenen, die reeds vóór de ballingschap Hem toebehoorden en degenen, die tijdens de grote verdrukking van 70 jaar Hem zijn toegebracht in de weg van vernedering en bekering.
Die allen noemt de Heer ‘Zijn Overblijfsel’.
En Jesaja aanschouwt in het gezicht, dat de Heer hen zal bestralen met Goddelijke lichtglans.  Hij zal hen voeren uit de gevangenis en doen wederkeren naar Zion.
        Daar zal geen leeuw zijn en geen verscheurend dier zal daarop komen; zij worden daar niet gevonden. Maar de verlosten wandelen daarop; De vrij-gekochten des Heren zullen weerkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd zijn, blijdschap en vreugde zullen zij verkrijgen, maar kommer, kwel en zuchten zullen wegvluchten“.
Isaiah 35: 9-10.
Welke heerlijke onvoorstelbare beloften mag de profeet Isaiah ons doorgeven als het Volk van God, als de navolgers van Christus.
Als de dagen der beproevingen voorbij zijn, zal onze Heer en Verlosser Zich keren tegen Zijn vijanden en tegen de vijanden van Zijn volk.
Dit is het, waarvan gebeden, ja gejubeld wordt :
    Komt, laat ons jubelen voor de Heer, laat ons juichen voor God, onze Heiland.
Laat ons voor Zijn aanschijn treden met belijdenis en met Psalmen juichen voor Hem. Want God is een machtig Heer, een grote Koning over heel de aarde.
In Zijn hand zijn de einden der aarde, en de toppen der bergen behoren Hem toe. Van Hem is de zee, Hijzelf heeft die gemaakt, het droge land hebben Zijn handen geschapen.
Komt, laat ons aanbidden en voor Hem neervallen; laat ons schreien voor de Heer, onze Schepper.
Want Hij is onze God, en wij zijn het volk van Zijn weide, de kudde van Zijn hand. Heden, als gij Zijn stem verneemt, verhardt dan niet uw harten, zoals in de verbittering, ten dage der beproeving in de woestijn.
Daar stelden uw vaderen Mij op de proef: zij beproefden Mij en toch hadden zij Mijn werken aanschouwd. Veertig jaar heb Ik dit geslacht verzorgd, en moest zeggen:        altijd dwalen zij in hun hart, zonder Mijn wegen te kennen’.

Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: zij zullen niet ingaan in mijn rust“.
Psalm 94[95] vert. ROK ’s-Gravenhage

Met gejuich zullen De schapen, die Zijn hand zal weiden weerkeren naar Zion.
Dat is geschied aan het einde van de Babylonische ballingschap; dat gebeurt nog dagelijks, -hier  en nu- wanneer de Heer de Zijnen opneemt in Zijn Heerlijkheid.
Dat zal eenmaal geschieden in de Jongste Dag, wanneer Christus zal weerkomen op aarde om te oordelen de levenden en de doden.
Jezus Christus onze Heer en Verlosser is gekomen en heeft voor hen de losprijs betaald, die aan Gods genoegdoening eisende gerechtigheid voldeed.
Niet door goud of zilver of door Macht en aanzien  heeft de Heer hen gemaakt tot Zijn eigendom, maar door het Heilig Bloed van de Goddelijke Zaligmaker.
Eerst waren zij vleselijk, verkocht onder de zonde.
Thans : een verkregen volk, een Heilig Volk,  verlost uit de machten der duisternis.
Isaiah heeft in het visioen twee grondwaarheden aanschouwd: oordeel en verlossing.

Ladder van Armando, vrijheidsmonument Amersfoort

Wat is jouw deel ? . . . . . Onderzoek het bij je-zelf!
Vreselijk is het zonder Christus te zijn. Buiten Hem is er geen zaligheid.
Heerlijk is het als een vrijgekochte des Heren te mogen weerkeren naar Zion.
Onze Heer wil via Zijn Goddelijke Geest door de Vader deze Genadegaven
rijkelijk uitdelen aan al degenen, die Hem met een oprecht hart aanroepen.
Want Hij is nog een Beloner van degenen, die Hem zonder ophouden blijven zoeken.

Comboskini, gebedssnoer

Blijf Hem daarom persoonlijk onophoudelijk aanroepen, zeg zo vaak mogelijk het christelijke Jezusgebed”
Heer Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over mij, arme zondaar”,
hoe vaker je dit doet hoe meer de Genade van de Heilige Geest jou toewaait,
het geeft vrede in het hart in je ziel,
het doet het vuur van de Goddelijke Geest opbloeien en
de kracht om de strijd van het leven aan te gaan.
Onze Heer blijft roepen, Hij spoed je tegemoet.

Dit gebed is onmogelijk te zeggen indien je niet
de Genadegave van de Heilige Geest bezit, omdat
dit het Woord van God verkondigt, hetgeen zegt:
Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt:
Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Heer, dan door de Heilige Geest. 
Er is verscheidenheid in Genadegaven, maar Het is dezelfde Geest; en er is verscheidenheid in bedieningen, maar het is dezelfde Heer; en er is verscheidenheid in werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt”.
1Cor.12: 3-6.
Dat wil zeggen, dat niemand het gebed van het hart kan bidden en
onze Heer Jezus Christus kan aanspreken als “Heer, Meester en God”, tenzij
hij de Genadegave van de Heilige Geest heeft ontvangen.

28e Zondag na Pinksteren – ga je gebukt onder zorgen; wil je gered worden, dan kan slechts God je rust geven

genezing van de gebochelde vrouw

    Onze Heer en Verlosser was bezig te leren in een van de synagogen op een sabbat. En zie, er was een vrouw, die reeds achttien jaren een geest van zwakheid had en verkromd was en zich in het geheel niet kon oprichten.
Toen Jezus haar zag, sprak Hij haar toe en zei tot haar:
Vrouw, gij zijt verlost van uw zwakheid; en Hij legde haar de handen op, en terstond richtte zij zich op en zij verheerlijkte God.
       Maar de overste der synagoge, het kwalijk nemende, dat Jezus op de sabbat genas, antwoordde en zei tot de schare: ‘ Zes dagen zijn er, waarop gewerkt moet worden, komt dan om u te laten genezen en niet op de sabbatdag’.
       Maar de Heer antwoordde hem en zei: ‘Huichelaars, maakt ieder van u niet op de sabbat zijn os of zijn ezel van de kribbe los en leidt hem weg om hem te laten drinken? Moest deze vrouw, die een dochter van Abraham is, welke de satan, zie, achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band op de sabbatdag?
En toen Hij dit zei, schaamden zich al zijn tegenstanders, en de gehele schare verheugde zich over al de heerlijke dingen, die door Hem geschieddenLuc.13: 10-17.

Heelwording van een gebroken mens‘, by Margaretha Coornstra; ‘Incarnation of a broken man‘, by Margaretha Coornstra; ‘Ενσάρκωση ενός σπασμένου άνδρααπό τη Μαργαρέτα Κοορνστά; تجسد رجل مكسور ، من قبل مارغريتا Coornstra.

    Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de Macht van Zijn Heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het Licht.
       Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden.
       Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de on-zichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het Lichaam, de gemeente.
Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is“. Col.1: 11-18.


Het zal je maar gebeuren, achttien jaar lang gebukt gaan onder de druk van een zwaar leven. Een getal, welke in de Blijde Boodschap wordt aangehaald heeft echter op de een of andere manier een geestelijke betekenis en wint daardoor voor ons aan schoonheid en aantrekking’s-kracht. Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God, terwijl het getal 8 het begin van een nieuw tijdperk aanduidt.
Over de Sabbath heb ik het onlangs al met u gehad, waarbij ik m’n verbazing heb uitgesproken dat niet méér navolgers van Christus in de wekelijkse ontmoeting met hun Heer en Meester van het leven, daadwerkelijk deelnemen aan die ontmoeting. Het wezenlijk contact met God is immers een levensvoorwaarde in deze van God [‘en gebod’] vervreemde samenleving.
Liturgie is geen Hemelse droom, maar een reëele daad op aarde ten opzicht van onze Heer en Verlosser, Die onze geest van zwakheid, die gekromd is toch maar -keer op keer – geheel weer opricht.
In het beeld van de onzichtbare God worden wij verlost uit de macht van de duisternis en in Liefde overgebracht in het Koninkrijk van God’s Zoon.

Na afloop van de dienst van het Woord, vervolgen wij dan ook de Goddelijke Liturgie met de Cherubijnen-hymne.

Cherub Charitas, communiebank 1650, museum Catharijne-convent Utrecht

        Tien tegen één dat bij het woord ‘cherubijn’ in onze samenleving gedacht wordt aan een kogelrond peutertje met vleugels. De meesten van onze omstanders weten niet beter; zo heeft ‘de Verlichting’ het ons immers voor-gehouden. Het zoet-sappige wezentje wordt al vanaf de Renaissance afgebeeld in talloze schilderijen en religieuze prentenboeken.
Theologen schudden echter het hoofd en wijzen erop dat dit vrolijke engeltje het product is van de aanhoudende pogingen van humanistisch getinte afvalligen om het christendom met heidense symboliek en mythologie te verzoenen. Zo heeft ‘kerstmis‘ volgens hen niet zozeer te maken met de werkelijke geboortedatum van onze Heer en Verlosser, maar veeleer met het vóór-christelijke midwinterfeest. Er wordt heden-ten-dage geen gelegenheid geschuwd om heiligen-feesten met niets-zeggende discussies van hun oorspronkelijke betekenis te beroven en het oorspronkelijk Christelijk Geloof onderuit te halen.
Kerst is waarachtig geen gezelligheidsfeest, waarbij supermarkten de meest uitgelezen producten trachten te slijten – het is en blijft de Geboorte in het Vlees van onze Heer en Verlosser, Diegene Wiens Blijde Boodschap, Zijn Pedagogie, de mens doet herleven – en nog steeds een mogelijkheid aanbiedt om te overleven.

     Daarom is het beslissende ogenblik in de Goddelijke Liturgie de ‘Grote Intocht‘, de processie waarin de voorganger, spelleider [priester] brood en wijn vanuit de proscomedie- [voorbereiding’s-] tafel naar het altaar wordt gebracht; het moment dat wij onze aardse zorgen terzijde stellen om de Koning van het heelal te ontvangen, onzichtbaar begeleid door engelenscharen, hetgeen wij kortweg de cherubijn-hymne noemen:

Vervolgens wordt de eucharistische Canon ingeleid en zingen wij samen met de engelen en aartsengelen, machten en krachten de lofzang tot God’s Heerlijkheid: “Heilig, heilig, heilig is de Heer Sabaoth” [Hebr. = ‘Heer der heerscharen’, benaming van God als hoogste bestrijder van het kwaad]. “Hemel en aarde zijn vol van Uw Heerlijkheid; Hosanna in den hoge.
Gezegend is Hij, Die komt in de Naam des Heren, Hosanna in den Hoge“.
Dit is de engelenzang, het grote Gloria, dat uit de hemelse eredienst [in de Kerstnacht] op aarde is gebracht. Eigenlijk doen we niets anders dan dat wij als engel-gelijkend met de  engelen meezingen:
Vervolgens volgt de Epiclese en ervaren wij dat: “God onder ons is – Hij is en zal zijn”, en dit betekent dat de tijd, de tijd waarin wij leven, door de indeling van het eeuwige Woord is geheiligd. De tijd, onze tijd, is niet een onverschillig tijdstip, niet een noodlottige gebondenheid, maar de wel-aangename tijd, de tijd, die heden in onze oren, ogen en hart vervuld is.

<<– Gebed des Heren

Wij bidden heel persoonlijk tot de Vader:
Allen :     Onze Vader, Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede, zoals in de hemel, zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood, en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven,

‘maar verlos ons van de Boze’

en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze“.
Voorganger:  Want van U is het Koninkrijk, en de Kracht en de  Heerlijkheid; Vader, Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
Allen:   “Amen”.
God’s verkeren met de mens gaat niet buiten de tijd om, niet in een mystieke verrukking, waarin tijd is als eeuwigheid en eeuwigheid als tijd, maar het geschiedt hier en nu, midden in de tijd, die door God’s scheppende en herscheppende daad is geworden tot God’s tijd, tot de Tegenwoordigheid van Jezus Christus, de Zoon van God, in ons midden.
De eredienst, ons gezamenlijk samenzijn als gemeenschappelijke navolgers van Christus geschiedt dus niet onafhankelijk van de tijd, maar in een vast verloop, wiens grond, basis-plan het verloop van de Heil’s-geschiedenis eerbiedig volgt. We treffen deze liturgische tijd aan in de dag-, week- en jaarcyclus van de Kerk, met andere woorden in het kerkelijk jaar. Wij mogen als navolgers van Christus, voorgegaan door de door Hem gezegende voorganger, spelleider [priester] de eredienst houden in het Jaar des Heren.
Het kerkelijk jaar is een menselijke poging, om de gang van de Heilsweg in de regelmatige eredienst van dag tot dag te volgen. In de Kerk, volgt de navolger van Christus, een door de kerkvaders ingericht, kerkelijk jaar, welke een waardevol tegenwicht biedt tegen de subjectiviteit van de hedendaagse prediking, men volgt bij de prediking niet z’n inval of de tijdsomstandigheden – met al z’n invloeden, maar de gang, die God Zelf met Zijn Kerk ging.

Antiocheens Orthodox in Amersfoort

Op die wijze blijft de gemeenschap voor eenzijdige prediking bewaard en komt in de orde van het perikopen-systeem de gehele inhoudt van de Blijde Boodschap achtereenvolgens ter sprake. Hetzelfde geldt in het gebed, de hymnen, de teksten van de vaders bij de verschillende handelingen.
Een eredienst kan en dient te alle tijde gehouden kunnen worden, – en daar dien  je misschien vandaag de dag niet mee aan te komen – , maar de kerk dient tevens onafgebroken ‘open’ te zijn, opdat de vele geroepenen aan de oproep van Christus gevolg kunnen geven.
Een treffend kenmerk van het tegenwoordige leven is zijn ingewikkeldheid en het onvermogen van de enkeling om het geheel te overzien;
want hoe we het wenden of keren -‘ook’- en met name in onze tijd richt onze Heer en Verlosser Zich onvermoeibaar tot de mensen, die moe zijn van het leven onder het juk van hun eigen zonden. Die verdriet hebben, niet in de eerste plaats over de zonden van anderen, maar over zichzelf – zij horen God’s roep:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal je rust geven;
neemt Mijn juk op je en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en jij zult rust vinden voor je ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.

”      Nog vier [het getal 4 kan duiden op de vier windstreken, de vier evangelisten in de schepping van
deze wereld] maanden, dan komt de oogst?
Zie, Ik zeg u, slaat uw ogen op en beschouwt de velden, dat zij wit zullen zijn om te oogsten.
Reeds ontvangt de maaier z’n loon en verzamelt hij vrucht ten eeuwigen leven, opdat de zaaier zich tegelijk met de maaier zal verblijden
John.4: 35,36.
In de Goddelijke Liturgie ontmoeten wij elkaar om God te danken, Hem te loven en Hem te verheerlijken vanwege de overvloedige Genadegaven en de rijke talenten, die Hij ons en onze gemeenschap in overvloed heeft doen toekomen.

Apolytikion     tn.3.
Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.3.
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij


Theotokion     tn3.
Gij zijt Middelaar
ster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

27e Zondag na Pinksteren – wij zijn allen blindgeboren en de Heer vraagt: ‘ Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?’.

    Het geschiedde nu, toen onze Heer en Verlosser in de nabijheid van Jericho kwam, dat een blinde aan de weg zat te bedelen.
Toen deze hoorde, dat er een schare voorbijging, vroeg hij, wat dit was. En zij vertelden hem, dat Jezus de Nazireeër voorbijkwam.
En hij riep en zei:
     ‘ Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’.
En die vooraan liepen, bestraften hem, dat hij zwijgen zou. Maar hij schreeuwde des te meer:
     ‘ Zoon van David, heb medelijden met mij!’.
Jezus nu stond stil en liet hem bij Zich brengen.
Toen hij naderbij gekomen was, vroeg Hij hem:
     ‘ Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?
Hij zei:
     Heer, dat ik ziende zal worden!’.
En Jezus zei tot hem:
     ‘ Word ziende; uw Geloof heeft u behouden’.
En terstond werd hij ziende en hij volgde Hem, God lovende.
En geheel het volk zag het en bracht lof aan God
Luc.18: 35-43.

hetzelfde staat in de weergave van Johannes de Theoloog:
En voorbijgaande zag Hij een man, die sedert zijn geboorte blind was.
En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: ‘Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?’
Jezus antwoordde: 
 ‘Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken van God moesten in hem openbaar worden. Wij moeten werken de werken doen van Degenen [de drieëenheid’s vorm], Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan.
Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld’John.9: 1-5.

  Voorts, weest krachtig in de Heer en in de sterkte van Zijn Macht. Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen van de duivel; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.
Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.
Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het Evangelie van de Vrede;
neemt bij dit alles het schild van het Geloof ter hand, waarmee gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven;
en neemt de helm van het Heil aan en het zwaard van de H. Geest, dat is het Woord van God.
      En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligenEph.6: 10-18.

Ouderling [staretz] Païsios [1924-1994] [een wijze oudere, die door veel monniken en leken op de berg Athos (Gr.) werd benaderd, die om raad waren verlegen], leerde dat we als bijen dienen te zijn.
Een bij zal de éne bloem vinden op een mestvaalt, zo zei deze grote 20ste eeuwse leraar van de Heilige berg Athos.
Het probleem is dat het merendeel van ons zich voordoen als vliegen, die de enige stapel mest in een veld vol bloemen vinden.
Gods Wil‘ is onze bloem, we dienen ‘Hem‘ te ontdekken, te benaderen en in onszelf te zoeken en daar ‘bij Hem‘ te rade te gaan en ‘Hem‘ te vinden.

    Ik zou liever m’n leven voor Christus opofferen,
dan dat ik over de gehele aarde
[incl. de kerk] zou heersen”.
H. Ignatius van Antiochië

Laat niemand de eerste plaats innemen, of enige waardigheid naar zich toetrekken, of rijkdom, of zichzelf belangrijker voor te doen, dan die werkelijk is;
en laat niemand hem vervolgens de lage positie of de armoe ontnemen.
Want de belangrijkste punten zijn:
Het behoud van het Geloof in God, de Hoop op Christus,
het genot van die goede dingen, die we om ons heen zien
vanuit de Liefde tot God en onze naaste
”.
H. Ignatius van Antiochië

De deugden worden slechts gevormd door het gebed
dat het gematigd zijn bewaard mag worden,
dat de woede onderdrukt mag worden en
de aandoening van hoogmoed en afgunst voorkomen wordt.
In gebed wordt de ziel naar de Heilige Geest geleid en
verheft de mens zich naar het koninkrijk der Hemelen
”.
H. Ephrem de Syriër

Neem daarom als gewoonte aan tijdens de maaltijd heilige boeken [voor] te lezen, en je zult niets dan verrukkingen ervaren.
Laat deze de loopbaan van je leven zijn en
je zult een goede nachtrust vinden
”.
H Ephrem de Syriër

Het is beter om een ​​lovenswaardige strijd te verkiezen
dan een zogenaamde Vrede, die ons van God scheidt.
Het Geloof dat mij geleerd werd door de Heilige Vaders,
dat ik te allen tijde voor ogen heb gehad zonder dit aan te passen aan de tijdgeest,
dit Geloof zal ik nooit ophouden te verkondigen;
Ik ben er mee geboren en ik leef ermee tot in eeuwigheid
”.
H. Gregorius de theoloog.

” Ik wil U belijden, Heer, uit heel mijn hart. Voor het aanschijn der Engelen zing ik een Psalm voor U, want Gij hebt alle woorden van mijn mond gehoord.
Ik wil neervallen voor Uw heilige Tempel, en Uw naam belijden, om Uw Barmhartigheid en Uw Waarheid.
Want boven alles hebt Gij Uw naam verheerlijkt.
Op welke dag ik U aanriep, hebt Gij onmiddellijk naar mij gehoord. Gij hebt mij hooggeschat om mijn ziel in Uw kracht.
Dat alle koningen op aarde U belijden, Heer, want zij hebben alle woorden van uw mond gehoord. Dat zij zingen op de wegen des Heren, want groot is de Heerlijkheid van de Heer.
Hoogverheven is de Heer: toch ziet Hij neer op het geringe. Maar wat zich hoog dunkt, dat kent Hij slechts van verre.
Al moet ik wandelen temidden van  verdrukking: Gij zult mijn leven behouden.
Tegen de toorn van mijn vijanden hebt Gij Uw hand uitgestrekt: Uw rechterhand heeft mij gered.
De Heer zal vergelden; Heer, Uw Barmhartigheid is eeuwig; versmaad niet het werk van Uw handen
Psalm 137[138] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

Wij zitten momenteel in de periode – een geweldige tijd waarbij wij ons door vasten en gebed voorbereiden op de Geboorte in het vlees van onze Heer en Verlosser; het zingen van hymnen heeft de eeuwen door met hymnen de menselijke ziel gevoed en de gedachten van de gelovigen daarbij gericht op het feest van Kerst. Daarom bijgaand een gezongen Hymne ter verheerlijking van Christus’ komst in het vlees, door monnik Maximos van het I.M. Vatopaidi, Athos [Gr.]:
MP3:

Apolytikion     tn.2 van de 27e Zondag na Pinksteren
Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U“.

Kondakion     tn.2
Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion     tn.2
Onbegrijpelijk en hoogHeerlik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.

 

26e Zondag na Pinksteren – de rijke hooggeplaatste en het oog van de naald

      En een hooggeplaatst man vroeg Hem en zei:
       ‘Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?
Jezus zei tot hem:
    Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.
Gij kent de geboden: Gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en moeder.
Hij zei:
        Dat alles heb ik van jongs af in acht genomen.
Toen Jezus dat hoorde, zeide Hij tot hem:
        Nog een ding komt gij te kort: verkoop alles wat gij bezit, en verdeel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in de hemelen, en kom hier, volg Mij.
        Toen hij dat hoorde, werd hij diep bedroefd, want hij was zeer rijk.
En Jezus zag hem aan en zei:
        Hoe moeilijk kunnen zij, die geld hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan. Want het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog ener naald, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.
En die dit hoorden, zeiden tot Hem:
Maar wie kan dan behouden worden?
Hij zeide tot hen:
        Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God’

Luc.18: 18-27.

Thans zijt gij licht in de Heer; wandelt als kinderen van het licht,
⁌  want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid en
⁌  toetst wat de Heer welbehaaglijk is.
En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.
Daarom heet het:

‘Heer en Meester, heb medelijden met mij’.

Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.
Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.
En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest, en spreekt onder elkander in Psalmen, Lofzangen en geestelijke Liederen, en
zingt en jubelt de Heer van harte

Eph.5: 8b-19

Heilig leven,
☛ van Genade op Genade
☛ met beide benen op de grond,
☛ mag je elke dag examen doen en
☛ vervuld worden met de Heilige Geest.
      En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar
wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkaar in Psalmen,
Lofzangen en geestelijke liederen en zingt en jubelt de Heer
van harte“,
dankt te allen tijde‘ in de Naam van onze Heer Jezus Christus God, de Vader, voor alles, 
en weest ‘onderdanig onder elkaar‘ in de vreze van ChristusEph.5: 18-21.

               Wanneer je goed kijkt bemerk je dat het de Heilige Geest is, Die ervoor zorgt dat mensen de roep van Christus beantwoorden en tòt Hem komen.
Tòt Christus, in Wie verlossing van de schuld en de aloude vloek is en
in Wie vernieuwing van het leven is.
Het is Heilige Geest zorgt ervoor dat ik mijn eigen ellende
– dusdanig onder ogen krijg – dat ik tot Christus leer vluchten.
En dat ik ‘in’ Christus zodanig inzicht krijg dat ik ‘tot’ Christus, als
de Zoon van God durf te vluchten.
En zodra iemand dàn tot Christus komt:
dàn  wordt de Heilige Geest in zijn hart geopenbaard.
dàn woont Hij in in de mens.
Alleen, eerst dàn kunnen er nog veel verzoekingen opdagen,
veel twijfel, maar ook veel lauwheid, want
de tegenstrever krijgt er lucht van, die is daarop getraind.
Maar ‘vervuld worden met de Heilige Geest’ wil zeggen:
dàn vult de Geest geheel en al mijn hart.
Niet als een bodempje water in het glas, maar Hij vult geheel het glas, van onder tot boven, ja tot . over de randen toe.
Zodat het hart van de mens volstroomt vanuit de Hemelen, want de Heilige Geest is de eersteling van de Hemelse Zaligheid.
De Heilige Geest is de eersteling van de volle oogst der Heerlijkheid van God.
De Heilige Geest brengt dus iets teweeg van de Hemel in het menselijk hart:
Zoals een van onze geestelijk voorgangers het mij duidde:
De Hemel was al in het menselijk hart neergedaald voordat het menselijk hart de Hemelen ontwaarde”, het was bij de schepping [in de genen] mee ingebakken
En we hoorden al eens eerder wàt er vervolgens in je hart opborrelt, vanuit de geestelijke Bron:
  Hemelse vreugde; Vreugde in de God van het heil; Verwondering over de Vader, Die de mens Lief heeft en heeft uitverkoren”.

Uit zo’n grote duizelingwekkende diepte heeft God de mens verheven, opgenomen en verkozen. Waarom mij persoonlijk, waarom ben ik, tot Uw kind geworden, als een rechtgeaarde Vader, Die Zich verwondert over de  komst van de eengeboren Zoon, Die ons mensen tot zo’n dure prijs heeft gekocht.
De Zoon van God, Die heeft liefgehad tot in de dood, de God-verlatenheid, het Groot en Heilig Kruis. Hoeveel heeft U, als God over de goden niet voor mij, als mens onder de mensen overgehad?
Verwondering over de Heilige Geest, Die zó vol Kracht en Geduld mij heeft getrokken en niet opgaf en er niet de brui aan gaf toen ik zo hardnekkig tegenwerkte en Hem weg wilde hebben, maar doorzette en inwon.
Hoeveel verzet heeft God niet willen doorbreken en verdragen, waardoor er in de Hemelse Gewesten Vreugde kwam over de zondaar, die zich bekeert, in het vooruitzicht op een eeuwigdurend heil.
En behalve Hemelse Vreugde geeft de vervulling met de Heilige Geest ook hemelse Liefde.

De Hemel is de Liefde van God tot de mens en Jezus Christus tot de degenen, die de eeuwige zaligheid genieten;
Liefde van welbehagen tot in eeuwigheid.
Liefde van het ‘Ik voor u’ van de Zoon;
Liefde uit de oorsprong van de eeuwigheid,
Liefde tot elke prijs en
Liefde tot in de dood.
En de liefde van de mens tot God, het intense verlangen bij Hem te zijn.
Liefde spontaan en diepgeworteld, Die Zich richt op het Lam, de Vader en de Geest.
Verlangen naar Hem; Verlangen naar de wederkomst:
de Geest en de bruid zeggen: “Kom, Heer Jezus, kom en haast U”.
Behalve Vreugde en Liefde is de Hemel Heiligheid; waarachtige dienst aan God, volkomen en in ruime mate.
Geen smet van leven zonder God/zonde, nog meer, geen zweem van eigen eer, eerzucht, zondige begeerte en lauwheid, Heiligheid wordt een menselijk verlangen.
Hoe heiliger hoe liever. hoe méér tijd en hoe dìchter bij de Heer hoe liever.
Zonder te vragen: hoe vèr kan ik hierbij gaan, maar hoe dicht kan ik bij God blijven.
Ook bij het zien en luisteren naar zonde gruwt ons hart hiervan:
Heer, er is geen heilige meer, de Waarheid wordt zeldzaam onder de volkeren!”.
Uw Liefdedienst heeft mij nog nooit pijn gedaan, mij verdrietig gemaakt.
En we haten het doen van de schenders van God’s Thora, God’s Wet en verafschuwen die smet, te beginnen met mijzelf.
Ontzettend gevoelig voor God’s eer; de Vervulling met de Heilige Geest.
Dàt heeft dus te maken met de beleving van de staat van geluk, de zaligheid, het Heil. Met een kwetsbare, tere omgang met de Heer, ‘Die Heilig is, Die Sterk is en On-Sterfelijk”, intens, innig en vol verlangen uitroepend: “Heer, ontferm U!”.
Vervulling met de Heilige Geest dat straalt ervan af; dat straalt wat uit.
En dat kan ook verzet oproepen en weerstand, want dàn moet ook ikzelf aan het werk, maar in elk geval: dàt glanst en schittert.
Zou dàt niet rijk zijn, naar je kinderen of kleinkinderen toe, wanneer je hen als vader, en moeder, als opa of oma binnenleidt en zij zich vergapen aan de Schoonheid van de Kerk, tijdens een Goddelijke Liturgie?, als leidinggevende of catecheet, naar kinderen en jongeren toe?
Wanneer je, als lid van een Christelijke Gemeenschap, naar je collega’s toe, je omgeving, je familie toe hen rondleidt in jouw Gemeenschap?, waar je trots op kunt zijn en waar je jezelf gedragen weet?
En voor jezelf, om van twijfel, lauwheid in al je benepenheid verlost te zijn en bóven de wereld verheven te zijn?
Is dat het niet waard om te horen naar die roep:
  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;
want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth. 11: 28-30.

Dàt is vervuld worden met de Heilige Geest, het levend geloof bouwt op het Woord, maar verlangt naar ervaring en vervulling – allebei en in deze volgorde; dàt is heel wezenlijk.
Dood Geloof meent te geloven en gered te zijn, Vrede met God te hebben en zegt:
wat wil ik nog meer?; “God’s Genade is mij immers genoeg”
Laat het dàt zijn en niet dat andere: ‘dronken van de wijn‘.
Dat noemt Paulus juist in deze brief wel juist omdat dàt in Ephese [Hebr.= “toegestaan”] algemeen gebruik was. In Ephese werd de God van de wijn vereerd: ‘Bacchus’; en vier keer per jaar waren er de Bacchusfeesten, waar overvloedig het product van Bacchus werd gebruikt: de wijn.
Dàn krijg je ook een bepaalde beleving, een goed gevoel, maar wèl van heel andere orde, want dronken van wijn daarin is overdaad.
En “overdaad schaadt”, letterlijk leidt het tot Heil-loos-heid,
Niet‘ tot volkomenheid de staat van geluk, de zaligheid, van het heil, maar zònder heil.
Dáár wáár de Heilige Geest vol van maakt, dàt verstikt de wijn.
Omgang met God, Vreugde, Liefde, Heiligheid, wie dronken is van de wijn, die
is dáár totaal onbekwaam en onverschillig voor [geworden].
Trouwens, dat kan ook door andere dingen gebeuren: als je in wat voor muziek dan ook òpgaat, als je helemaal blind staart naar een voetbalwedstrijd: ‘overdaad schaadt’, is heilloos. De omgang met God wordt erdoor verstikt en verstrooid.
Je kunt het ook merken: want je praat alleen nog maar daarover. Je wordt nogal loslippig, maar niet over de dingen van onze Heer en Zaligmaker.
Wat kunnen dat voor dingen zijn die heilloos voor je zijn: die je verlangen naar God uitdoven, je vreugde in God wegnemen, je open doen staan voor de wereld, je afsluiten voor de eeuwige dingen.
Doe dat niet!
Want wat slecht is voor de omgang met God: probeer het uit je leven te bannen; ik weet het je komt er haast niet om heen in dit tranendal, deze wereld.
Ten diepste is het óf – óf: een christenleven dat niet vervuld is met de Heilige Geest wordt hoe langer hoe meer ingenomen door dingen die heilloos zijn.
Voor de één is dat wijn [of sterker spul en andere stimulerende, geest verruimende middelen], bij een ander sport, een derde werk, een vierde z’n [m’n] computergebruik òf weer wat anders;
de tegenstrever is wat dàt aangaat zeer vindingrijk, maar je leven wordt hoe dan ook èrgens mee vervuld. Is het niet met de Geest dan door aardse dingen, steeds meer en meer.
En steeds lauwer, steeds gezapiger, steeds onverschilliger, steeds geruster ook al heb je geen zekerheid, geen vastheid, geen uitzicht, toch wel kalm en gerust.

De gaven van de Heilige Geest, mosaïc by Arie van de Meer

Wat niet tot goed kan leiden, het levert alleen maar slechte resultaten op,
het is slecht, verderfelijk, kortom heilloos-heid.
Daarom nog een keer:
Wordt vervuld met de Heilige Geest!”.
Daarom begint iedere Orthodoxe dienst aan God, van morgengebed tot avondgebed met de aanroep:
Hemelse Koning, Trooster Geest der Waarheid,
Gij Die overal tegenwoordig zijt en alles vervult,
Schatkamer van het goede, en Schenker van het Leven,
kom en verblijf in ons, reinig ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede
”.
Wordt aldus vervuld met de Heilige Geest.
Laten we daar eens goed naar kijken, want dat is een merkwaardige uitdrukking.
Indien je deze uitdrukking taalkundig ontleed is het een wonderlijke combinatie.
Het is een imperatief, een gebiedende wijs, een bevel met andere woorden.
Maar dan zou het logisch zijn als er stond: vult uzelf met de Heilige Geest.
En dàt staat er niet, het is een passieve vorm, een lijdende vorm.
Wordt vervuld, dat betekent: een ànder moet dat doen.
Het woordje worden geeft aan: iemand anders doet het.
Ik word vastgehouden door iemand anders, ik word gedragen door iemand anders. Ik word gefeliciteerd door iemand anders.
Dus het is een bevel aan mij gericht wat een ander doen moet!
Mij wordt iets bevolen wat een ander voor mij doen moet. Vreemd!
Dat betekent dus allereerst: ik vul mezelf niet met God’s Geest.
Vul jezelf met God’s Geest is onmogelijk.
Een mens beschikt niet over de Heilige Geest en kan de Geest niet naar zich toehalen. Een mens kan zichzelf niet vullen met de Geest van God.
Het kan zijn dat een mens veel denkt te weten van de Heilige Geest en van al wat Hij doet, daar met Pinksteren over gehoord heeft en dat goed opgenomen heeft.
Het kan zijn dat een mens daardoor vurig is gaan verlangen naar de vervulling met de Heilige Geest. Vurig verlangen, en dàn nòg of juist dàn merkt de mens:
Ik kan het mezelf dit niet geven. Ik ben machteloos. Ik sta verlamd en hulpeloos.
Hoe graag ik ook zou verlangen, ik maak mezelf niet vervuld‘.

Dat is die wonderlijke spanning in het Genadeleven, Die God soms
zo die laat’ voelen opdat . . . . . ja opdat . . . En toch staat er een bevel; “Hèt wordt vervuld”.
Dat wil me klem zetten, uiteindelijk, vroeg of laat kùn je niet anders en
zal je als mens [uiteindelijk] dienen toe te geven.
Dat je er als mens niet gelaten onder bent en je erin zult schikken,
nu, ja, je kunt dàt als mens niet uit jezelf, dat is nou eenmaal zo.
Nee, het wil me met sterke nadruk zovèr brengen,
vooruit voeren, drijven naar Wie het wel kan.
Het brengt mij als mens door de Heilige Geest, vroeg of laat
in positie ten opzichte onze Heer Jezus Christus, de Énige God-mens:
Ik dien als mens vervuld te worden met de Goddelijke Geest, maar ik kan me niet vullen, Heer en Verlosser, Jezus Christus vult U mij dan!
Want het is de Geest van Christus, de Zoon van God, onze Verlosser, Die de  Heilige Geest voor ons heeft verworven.
Hij heeft de wet vervuld, de gehoorzaamheid volbracht, de vloek gedragen.
Hij heeft de Geest verworven; Hij mag Hem uitdelen van de Vader.
Daarom kan Hij uitgedeeld worden!
Daarom kan Hij geschonken worden.
Wordt vervuld, Dàt is Wat hier wordt geopenbaard,
ten opzicht van de inwoners van Ephese [‘toegestaan’],
Die Zich aan mensen, die zich vergrijpen aan alles wat God verboden heeft, heeft geopenbaard, Die alles overstijgt.
Tot mensen de Heilige Geest àl hadden, met de Geest gedoopt, verzegeld waren.
Maar die vervulling is telkens opnieuw nodig, dat geeft de werkwoordsvorm ook aan. Wordt telkens weer vervuld, want dat hart van ons, is als een glas, neen een vergiet. Vandaag volgegoten en morgen weer leeg en dient steeds weer vervuld worden.
Vervuld met de Heilige Geest is geen aparte klasse christenen.
Zo van : dàt was ik eerst niet, nú wel, en och ja, mijn man, die moeder van mij, die is toch maar iemand, die zich voortdurend zorgen maakt over zijn/haar zielenheil, een tobber.
Vandaag vervuld, ben ik morgen ook weer leeg.
Dàn geldt opnieuw, steeds maar weer: word vervuld.
De meest vervulde christen is degene die het meest voor  Christus op de knieën ligt en smeekt:
“Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U, over mij arme, zondaar”,
teneinde toch maar weer vervuld te worden met Zijn Heilige Geest.
En eens, ja, ééns behoeft dat voor ons mensen niet meer: dàn is het eeuwig vol, vervuld, voor eens en voor altijd.

Vervuld met de Heilige Geest.
Dat is de bron zou je kunnen zeggen.
En uit die bron ontspringen 3 rivieren.
Zoals min of meer uit één bron of brongebied drie rivieren voorkomen: zoals de Waal, de Rijn en de IJssel:
  en spreekt onder elkaar in
Psalmen, Lofzangen en geestelijke liederen en
zingt en jubelt de Heer
van harte,
dankt te allen tijde in de Naam van onze Heer Jezus Christus God, de Vader,
voor alles en weest onderdanig onder elkaar in de vreze van Christus”
Eph.5: 19-21.
Het is
– De niet aflatende rivier/Bron van het spreken, zingen en psalmen;
– De niet aflatende rivier/Bron van het dankende.
– De niet aflatende rivier/Bron van het nederige, het onderdanig zijn.

1.]. het spreken, zingen en psalmen
Allereerst sprekende, hetgeen betekent dat je je mond open doet,
dat je vervuld met de Heilige Geest onder elkaar gaat spreken met
Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.
Die drie soorten tref je ook in het Psalmboek aan.
Boven sommige Psalmen staat: een Psalm zoals 3, 6, 8, 15, 73.
Boven andere staat: een lofzang, zoals 111, 112, 117,118.
Boven andere: een lied, zoals 92, 98, 108.
En in het Psalmboek vind je die Vreugde, die Liefde, die Heiligheid terug.

Het vloeit voort, welt op uit de vervulling met de Heilige Geest.
Dat kan ook niet anders: dat je na de tijd van de kerkdienst, op een gemeenschap’s-avond, een [Hoog-]feestdag het hebt over:
– ‘Ik vond dat dit wat te schèrp was, ik vond dat dàt wat méér gezegd had moeten worden’-.
Of dat je het hebt over:
– ‘het duurde niet zo lang vanmorgen en het was wel wat warm eigenlijk in de kerk, en die had zeker een nieuw kostuum aan’.
En op een verjaardag gaat het al helemaal nooit over onze Heer en Verlosser en
na het drinken van een ‘versnapering in de vorm van wijn’ kom je niet aan zingen toe, maar dien je wel degelijk op je woorden te passen; en zingen onder elkaar, daar kom je ook niet toe.
Hoe is waterstand in de rivier in uw leven?
Laag misschien? Bijna drooggevallen?
Wat een indruk moeten je kinderen wel niet krijgen of je ouders, wat een indruk krijgen niet- en ongelovigen, heidenen hiervan. Als die naar een voetbalwedstrijd gaan hebben ze het soms over hoe geweldig het was. Maar dàt hoor je die plichtgetrouwe kerkgangers nooit zeggen, net of het alleen maar hun ‘plicht‘ is en meer niet. De rivier, de Bron in uw leven staat bijna droog en wordt vervuld met de Heilige Geest!
Kijk, je kan een paar emmertjes erin gooien, maar dat haalt niet veel uit.
Echt anders wordt het als de bron gaat stromen en overlopen.
Je kan jezelf wat voornemen en nou ga ik, en nou zal ik; dat haalt niet veel uit en het is nog vervuild water ook.
Werkelijk anders wordt als Christus Zijn Geest laat stromen.
Dan stroomt het spreken en zingen;
Eén ding staat er echter nog bij:
psalmen zingend tot de Heer in uw hart.
Dat betekent niet: met gevoel, want gevoel zit in de nieren van de Blijde Boodschap. Je hart is je denkvermogen, het in jezelf overwegen – klopt het wat ik verkondig, òf ben ik vanuit m’n eigen stokpaardje aan het verkondigen.
Dus: dat je wéét wat je zingt, je doordenkt wat je verkondigt; elk woord wordt gewogen, beproeft en mag ervaren worden.
Wat zing ik? Dus niet zomaar mijn gevoel en of het goed in het gehoor ligt.
Zingen vanuit het hart van de mens is doordrongen zijn van wat je zegt, onder elkaar bespreekt en afgewogen verkondigt wordt.
Niemand zoekt als David van nature naar vergeving, maar vecht ertegen, dat is de hoogmoed, die is ingebakken.

2.]. De Bron van het dankende.

bron-des-levens

      dankt te allen tijde in de Naam van onze Heer Jezus Christus God, de Vader, voor alles“ Eph.5: 20.
Uit de bron van vervulling met de Geest vloeit voort, welt op: dankende te allen tijd over alle dingen God en de Vader.
Dàt is nogal niet wat: danken te allen tijd – altijd: wàt er ook gebeurt.
Noem het allemaal maar op: gezonde dagen, zieke dagen,
in dagen van trouw en van rouw,
in dagen van succes en van zakken en ontslag.
Te allen tijde, danken, dáár zit zelfs het woord voor ‘vreugde’ in.
  Verblijdt u in de Heer te allen tijde!
Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!
Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Heer is nabij.
Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen
door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God.
En de Vrede van God, Die alle verstand te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus
Phil.4: 4-7 en
    Ik wil de Heer zegenen ten allen tijde, altijd moge Zijn lof in mijn mond verblijven. 
In de Heer verheft zich mijn ziel, dat de zachtmoedigen het horen en zich verheugen.
Verheerlijkt de Heer met mij, laat ons tezamen Zijn naam verheffen.
Ik zocht de Heer en Hij heeft mij verhoord, Hij heeft mij bevrijd uit al mijn beproevingen.
Nadert tot Hem en wordt verlicht: uw gezicht zal niet beschaamd worden.
Deze arme heeft geroepen en de Heer heeft hem verhoord; Hij heeft hem verlost uit al zijn kwellingen.
De Engel des Heren legert zich rond die Hem vrezen, om hen te bevrijden“.
Psalm 33[34]: 1-7.
Met ‘vallen en opstaan’ is het de grondhouding van het christenleven en dat over alle dingen, in alle omstandigheden, dus met het oog op alles wat er gebeurt.
Want, want God namelijk de liefdevolle Vader:
Hij heeft mij verkoren uit zovelen in Zijn Verbond, Zijn Overeenstemming.
Hij heeft als Liefdevolle Vader uit nameloze diepten mij verkoren van eeuwigheid.
Hij heeft Zijn Zoon gezonden en voor mij laten sterven.
Hij zal daarom alle dingen doen medewerken ten goede.
Hij betoont in alle dingen Zijn vaderlijke zorg aan mij en
Hij leidt mij in Zijn voorzienigheid van uitkomst tot uitkomst.
➻ ✥ ➻ Is te allen tijd Toevlucht en Schuilplaats voor Zijn bange, zwakke kind.
Daarom: “ Hem dankende te allen tijde”, de grondhouding van het menselijk leven. Dat is de goudende diskos [RK = de pateen] die onder alles ligt.

Indien iemand mij van nu af nog iets ‘uit Liefde’ voor mijn verjaardag geeft, hetgeen me niet zo aanstaat, maar het ligt op een gouden diskos, wat zal ik dan nog mopperen?
Wat zal ik klagen dat wat erop ligt niet zo veel waarde lijkt te hebben?
            Alles ligt op die gouden diskos [met de stukjes brood van de proforen] van Zijn Vaderlijke verkiezing, aanneming, verzorging.
Als je dàt niet ziet, ja dàn krijg je het Volk Israël [de Kerk] in de woestijn.
Indien ze niet meer zagen waar ze wel niet van verlost waren en waar ze heengingen, dàn gingen ze mopperen, murmureren, klagen, werden ze jaloers, opstandig, verbitterd.
Dankende te allen tijd God van de Vader in de Naam van onze Heer Jezus Christus en Zijn Heilige Geest, eer aan de Heilige Drieëenheid.
In God’s Naam. In God’s opdracht, in God’s  Heiligheid, in God’s Kracht:
Hij hing aan het kruis: ontkleed, gepijnigd zonder pijnstillers, verlaten van mensen en God, onder de vloek.
Zou ik in Zijn Naam niet danken? Danken dat ‘ik‘ daar niet hang, dat ik het zoveel beter heb, dat ik toegang tot de Vader heb?
Hoe is waterstand in de Bron van dankbaarheid in ons leven? Laag misschien? Bijna drooggevallen? Wat een indruk moeten je kinderen wel niet krijgen of je ouders, wat een indruk krijgen onkerkelijken ervan.
Zo weinig dankbaar, zo vaak morren en klagen, opstandig verbitterd.
Die Bron staat bijna droog. Wordt vervuld met de Heilige Geest!
Kijk, je kunt er een paar emmertjes erin gooien, maar dat haalt niet veel uit.
Echt anders wordt het als de Bron gaat stromen en overlopen.
Je kunt jezelf nogal wat voornemen en nou ga ik, en nu zal ik; dàt haalt niet veel uit en het is nog vervuild water ook.
Echt anders wordt als Christus Zijn Geest laat stromen, onze harten vervuld.
– uit bij ‘Heer, ik roep:’ Hoogfeest van Pinksteren:
    Komt, volkeren, om de Drie-persoonlijke Godheid te aanbidden:
De Vader en de zoon en de Heilige Geest.
Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de mede-eeuwige en meetronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verheerlijkt met de Zoon.
Één Macht, één Wezen, één Godheid: wij allen aanbidden en zeggen:
Heilig zijt Gij, God Die door de Zoon alles geschapen hebt, tezamen met de energie van de Heilige Geest.
Heilig is de Sterke, door Wie wij de Vader mogen kennen en door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is.
Heilige is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster, Die uitgaat van de Vader en Die rust in de Zoon.
Heilige Drieëenheid, eer aan U
”.

geketend

3.]. Bron van het nederige, het onderdanig zijn.
Elkaar onderdanig zijnde in de vreze God’s.
en weest onderdanig onder elkaar in de vreze van ChristusEph.5: 21.
Dit vers is de kapstok voor het gedeelte tot en met 6: 9 van  de brief van Paulus aan de inwoners van Ephese [Hebr.= “toegestaan”].
Want dat wordt op hierna uitgewerkt:
⁌  in vrouwen weest aan uw eigen mannen onderdanig, Eph. 5: 22.
⁌  in kinderen zijt uw ouders gehoorzaam, Eph.6: 1.
⁌  in dienstknechten [Gr.= δοῦλος, slaaf] weest uw heren gehoorzaam, Eph.6: 5.
Dàt heeft te maken met een woord, nederigheid, onderdanigheid,
dat betekent: dat ieder zijn toegewezen plaats inneemt en zich aan de regels van het spel houdt. Denk aan een orkest met verschillende instrumenten; dàn heeft elk instrument zijn eigen partij en dàn klinkt het mooi.
Maar als alle instrumenten of de dirigent, de dwarsfluit partij gaan spelen en ieder er eigen regels op nahoudt dàn is het geen gehoor. Maar als ieder zich houdt aan zijn eigen rol, eerst dan wordt het een mooie Symphonie.
Zó heeft God mensen een plaats beschikt, ingedeeld in het leven.
Je bent man, je bent vrouw; je bent vader of moeder, je bent kind van deze vader en moeder; dáár kies je niet zelf voor, dàt is voor je beschikt door de Heer.
En de Heilige Geest leert je juist om je in-te-voegen en te houden aan de plaats en de regels waartoe je aangesteld bent.
De Heilige Geest leert je juist om je in die structuur in te voegen.
In datgene wat de Vader heeft beschikt.
En dan geldt bij de vrouw: weest uw man onderdanig [hoe vervelend dat in onze tijdgeest ook klinkt]; dan geldt heel ouderwets voor kinderen: wees je ouders gehoorzaam.
Dat betekent dus: man, wees dusdanig man dat je vrouw dàt doen kan.
Wees als man echt hoofd van je vrouw, ‘Wijs, liefdevol, gericht op haar welzijn‘,
dat uw vrouw Christus in u ziet en opmerkt. Zodat het heerlijk en goed voor haar is om te volgen. Ouders, wees als ouders zó ouders dat het goed voor je kind als het je gehoorzaamt.
Wees vader naar Gods beeld. Troost als moeder zoals God troosten kan.
Vervul de taak die bij je positie hoort, dat uw kind of uw omgeving de hemelse Vader in u opmerkt en proeft.
En dàn óók: vrouwen, weest onderdanig. Gericht op Gods eer, zolang het kan.
     Zolang het niet tegen God ingaat en je welzijn verwoest, wees onderdanig.
     Zolang het mogelijk is. Kinderen, wees gehoorzaam, zolang het kan.
     Zolang het niet tegen God ingaat en je welzijn verwoest, wees gehoorzaam.
Ook als je man zo makkelijk niet is of doet, ook als je ouders niet zo makkelijk zijn of doen.
Zoek naar de uiterste grenzen, in gerichtheid op God, van onderdanigheid en gehoorzaamheid zó lang als mogelijk is.
Hoe is waterstand in de Bron van onderdanigheid in uw leven?
Laag misschien? Bijna drooggevallen?
Wat een indruk moeten je kinderen wel niet krijgen of je ouders, wat een indruk krijgen onkerkelijken ervan; zo weinig als Christus, als God de Vader,
zo weinig zoekend naar onderdanigheid en gehoorzaamheid.
De Bron staat bijna droog; wordt vervuld met de Heilige Geest!
Kijk, je kan een paar emmertjes erin gooien, maar dat haalt niet veel uit.
Echt anders wordt het als de bron gaat stromen en overlopen.
Je kunt jezelf wat voornemen en nou ga ik, en nou zal ik.
Dat haalt niet veel uit en is nog vervuild water ook.
Pas ècht anders wordt als Christus Zijn Geest laat stromen, de harten van mensen vervuld.

Heer Jezus Christus, onze Verlosser, vervul de mensheid toch met Uw Geest.
Mijn hart, gezin, mijn gemeenschap, die zo dacht ik het meest bij mij past, die kerkgemeenschap. Dan stroomt de nederigheid, de onderdanigheid.
Heer Jezus, geef ons uw Geest, opdat Uw Lichaam van de Heilige Kerk leven zal!
En die rivieren, die uit die Bron voortkomen, zullen stromen naar de zee.
De zee van het Hemels Koninkrijk, van de eeuwige Heerlijkheid.
Daar is het eeuwig zingen, eeuwig danken en eeuwig op mijn plaats zijn, zoals
de Heer en Verlosser het heeft bedoeld.
En het leven door en met de Heer, onze Verlosser,
kent iets van die voortstuwing van het bloed in het Lichaam van Christus,
naar het eeuwig Hemels Koninkrijk, daarheen, voor eeuwig.
Amen.

    En een aanzienlijk, hooggeplaatst man vroeg Hem en zei:
       ‘Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?’.
Jezus zei tot hem:
    Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.
Gij kent de geboden: Gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en moeder’.
aanzienlijk, hooggeplaatst man zei:
        ‘Dat alles heb ik van jongs af in acht genomen’.
Toen Jezus dat hoorde, zeide Hij tot hem:
        ‘Nog een ding komt gij te kort: verkoop alles wat gij bezit, en verdeel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in de hemelen, en kom hier, volg Mij’

Luc. 18: 18-22.

Apolytikion     tn.1
“   Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1
“   Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
“   Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal ‘in U‘ het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons ‘door uw baren‘ heeft bevrijd
”.

Orthodoxie & door vallen en opstaan.

een ‘reizende apostel‘; a ‘traveling apostle‘; ένας «μετακινούμενος απόστολος»; “رسول السفر”.

    Paulus, een apostel van Christus Jezus naar de Opdracht van God, onze Heiland, en van Christus Jezus, onze hoop,
aan Timotheüs [Hebr.=’God vererend’], mijn waar kind in het geloof:
Genade, Barmhartigheid en Vrede zij u van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Heer.
Doe, zoals ik u bij mijn reis naar Macedonië [Hebr.= ‘uitgestrekt land’] aangeraden heb: blijf nog te Efeze [Hebr.= ‘toegestaan’], om sommigen te bevelen geen andere leer te brengen, noch zich bezig te houden met fabels en eindeloze geslacht’s-registers, die veeleer moeilijkheden ten gevolge hebben dan door God gegeven leiding in het Geloof.
       En het doel van [alle] vermaning is Liefde uit een rein hart, uit een goed geweten en een ongeveinsd Geloof. Door dit spoor te verlaten zijn sommigen vervallen tot ijdel gepraat; zij willen leraars der wet zijn, zonder ook maar te beseffen wat zij zeggen of waarover zij zo stellig spreken
1Tim.1: 1-7.
Julian [New Style] calendar, Orth Fellowship Saint John the Baptist, verkrijgbaar £4.00 ofsjbcalendar@gmail.com 

De mens is kwetsbaar en de gevolgen van een val kunnen grote invloed hebben op de kwaliteit van leven.
Een val uit de Genade van God kan leiden tot ernstig geestelijk letsel en tot een negatief gevolg leiden in de voortgang op de geestelijke weg, niet alleen voor jezelf maar ook voor je omgeving.
Daarom roept de Kerk de navolgers van Christus enkele perioden van het jaar, voorafgaand aan de hoogfeesten òp tot inkeer.
Met name in die periode zoeken de navolgers hun toevlucht tot het Mysterie, welke onze Heer ter genezing heeft voorgesteld. Alleen in oprechte, diepe genegenheid tot de Verlosser, die zij navolgen, ervaren zij zich als compleet verbonden met de Christelijke gemeenschap.

Het doel van vasten en berouw is een ommekeer in de wijze waarop men
op de weg van het leven, een verkeerde afslag heeft genomen.
In alles wat de mens – zonder goddelijke inspiratie – onderneemt schuilt het gevaar, dat hij/zij door de verleidingen van het kwaad worden overvallen.
Op zich is dit niet verwonderlijk, juist daarin ben je als mens onvolkomen – wil je echter zonder schaamte het hoogfeest vieren, dan zijn daar de voorwaarde aan verbonden je te ontdoen van onvolkomenheden opdat je jouw Heer en Verlosser zonder schaamte kunt naderen.

bekering door vasten en gebed; repentance by fasting and prayer; μετάνοια με νηστεία και προσευχή; التوبة بالصيام والصلاة.

Over het algemeen wordt er voorafgaande aan de communie, de ontmoeting met de Heer, vanaf de avond voorafgaand niets genuttigd – men onthoudt zich van voedsel. Het instellen van een periode van vasten is dus een heel goede reden willen wij ons met hart en ziel tot God richten. Indien we dit naar eer en geweten doen verkrijgen onschatbare vergoedingen voor de moeite en inzet, die het ons kost.
Staan we metterdaad nog op het juiste nederig niveau ten opzichte van de Heilige, Sterke en Onsterfelijke God? Durven wij ‘Onze Vader’ als kind nog onbekommerd te naderen en klinkt de kinderlijke stem nog door in ons hart?
Òf is onze Hemelse Vader en het Hemels koninkrijk vèr van ons verwijderd geraakt? We behoeven niet te veronderstellen dat de verwijdering onoverbrugbaar is, want God heeft de mens lief in een land, waar wij de juiste weg zijn kwijt geraakt. 

✥✥✥   Afgelopen week, de 15e is met het feest van Philippus de vasten als voorbereiding tot Kerst begonnen. Gedurende die periode van vasten houden orthodoxe christenen zich bezig met een aantal grotere geestelijke oefening dan de alledaagse, terwijl zij toevlucht te nemen tot de Mysteriën [RK. Sacramenten] , die daartoe beschikbaar zijn. De belangrijkste daaronder is de ontmoeting met de Heer tijdens de maaltijd des Heren, het hoogste wat een mens maar kan bereiken.

          Na een gedegen voorbereiding behoef je jezelf niet bezorgd te maken dat je vurige kolen op je hoofd stapelt, waarmee bedoeld wordt dat je iets verkeerds of slechts hebt gedaan en wordt gestraft.
        Wie is zij, die daar ‘opklimt’ uit de woestijn, en liefelijk leunt op haar Liefste? Onder de appelboom heb ik u opgewekt, daar heeft u uw moeder met smart voortgebracht, daar heeft zij u met smart voortgebracht, die u gebaard heeft.
Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des Heren. Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet verdrinken; al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem te enenmale verachtenHooglied 8: 5-7.
        Het blijkt als bij Elia [Hebr.= ‘mijn God is Heer’] dat God juist heel vriendelijk voor hem is, hij wordt weer op weg gestuurd naar de woestijn van Damaskus [Hebr.= ‘de zakkenwever zwijgt’] en zalft daar Hazaël [Hebr.= ‘een die God ziet’] als koning over Syrië [Hebr.= ‘verheven’].
De profeet Elia werd met de dood bedreigd door Izebel [Hebr.= ‘Baäl prijst òf echtgenoot van Baäl, van onkuis’], die al enkele honderden collega’s van Elia had laten ombrengen. Ontmoedigd trok Elia zich terug. Onder een jeneverboom viel hij in slaap, in de hoop nooit meer te ontwaken. Maar een engel [een boodschapper van God] wekte hem en gaf hem te eten, zie 1kon.19: 1-15.

NB. De jeneverboom is een struik, die zelden opgroeit tot een boom en heeft puntige stekende bladeinden, zodat iemand daar niet gemakkelijk onder zal rusten. De Jeneverschaduw zoals Virgilius opmerkt, bezwaart de geest en indien iemand daar lang onder slaapt wordt hij daardoor, als door teveel wijn, bedwelmd.
         “  Maar een van de serafijnen vloog naar mij toe met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar genomen had; hij raakte mijn mond daarmee aan en zei:          Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; nu is uw ongerechtigheid geweken en uw zonde verzoendIsiaiah 6: 6,7.

Het is dus verwonderlijk dat ‘niet méér’ mensen de Mysteriën van de Kerk naderen, welke immers een gewijde handeling in het Christendom betreft, waardoor God kòmt . . . tòt de mens.
In die zin staat een Mysterie tegenover het gebed en het offer, waarin de mens nadert tot God. Verschillende Mysteriën markeren een belangrijk moment in het leven van de volgelingen van Christus. Het Latijnse begrip is afgeleid van het woord ‘sacramentum’, hetgeen [geloof’s-]geheim betekent.
De Christelijke Kerk definieert een Mysterie als een directe handeling van onze Heer en Verlosser Jezus Christus, die teruggaat op het Woord en het aardse leven van Jezus Christus. De Mysteriën zijn, volgens de Christelijke kerkleer, ‘persoonlijk‘ ingesteld door onze Heer en Zaligmaker.
Het ontvangen van deze Mysteriën is zowel ‘recht als plicht‘ van de gedoopte volgelingen van Christus. Een Mysterie wordt steeds toegediend ‘in en door‘ de Kerk, daarom vindt de toediening altijd plaats in Liturgische vorm. Men ontvangt de heilzame werking, waardoor men wordt opgenomen in het Mysterie-volle leven van het Lichaam van Christus, de Kerk.

NB. Uitsluiting van gelovigen van het ontvangen van de Mysteriën is alleen mogelijk als gevolg van excommunicatie, staat van publieke zonde [in bepaalde gevallen] en ketterij.
Niet-Orthodoxen mogen niet worden toegelaten tot de Orthodoxe Mysteriën, hetgeen niet bedoeld is als afwijzing, maar om binnen de Orthodoxie het Orthodoxe Geloof zuiver te bewaren.
De laatste tijd is hieromtrent nogal wat te doen geweest, aangezien hoofdtoezichthouders hier ‘onterecht‘ een strijdmiddel voor onderlinge strijd van maken.

”       Wij weten [heus wel], dat de wet goed is, indien iemand haar ‘wettig‘ toepast, wel wetend, dat de wet niet gesteld is voor de rechtvaardige, maar voor wettelozen en tuchtelozen, voor goddelozen en zondaars, voor onverlaten en onheiligen, voor vadermoorders en moedermoorders en doodslagers,  hoereerders, knapen-schenders, ziel-verkopers, leugenaars, meinedigen, en ‘al wat verder ingaat tegen de gezonde leer‘,  in overeenstemming met het Evangelie der Heerlijkheid van de zalige God, dat mij is toevertrouwd.
        Ik [Paulus] breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft, hoewel ik vroeger een godslasteraar en een vervolger en een geweldenaar was Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof, gedaan heb en zeer overvloedig is de Genade van onze Heer geweest, met het Geloof en de Liefde in Christus Jezus 1Tim.1: 8-14.

Heb je de plank wel erg mis geslagen dan is er het Mysterie van de Verzoening, middels het Mysterie van de boete en verzoening, een van de zeven Mysteriën van de Kerk. In Mysterie van de Biecht kan een gevolmachtigd spelleider, priester, in Christus’ Naam zonden vergeven. Deze priesterlijke functie wordt wel biechtvader genoemd.
De biecht is gebaseerd op de woorden die onze Heer heeft gericht tot zijn Apostelen op de dag van Zijn verrijzenis: “    Hij blies op hen en zei tot hen:
  Ontvangt de Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; 
wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend’“ John.20: 22-23.
Doordat een vastenperiode een periode van verdieping [lezing] en verdieping [ zelfonderzoek] is zullen vele gedoopten zich ook in deze periode overgeven, teneinde  kwijtschelding van ongerechtigheden te  verkrijgen.
➻      Na de begroeting maakt de spelleider/priester bekend dat ‘ook hij‘ maar een mens is van vlees en bloed is met ongerechtigheden, dat hetgeen hem gezegd wordt ‘tot Christus‘ gezegd wordt en veelal zal de priester de bekentenis aanhoren terwijl hij het gebed van het hart bidt, daarmee aangevend dat het slechts onze Heer is, Die onder de indruk is van de deemoed van de biechteling. Het Mysterie wordt in de Orthodoxe Kerken bij voorkeur voltrokken voor de Christus icoon van de iconostase.

De priester is als instrument gehouden tot een streng biecht-geheim. Dit betekent, dat niet alleen een rechtstreekse schending, maar ook de onrechtstreekse schending van het biechtgeheim door de priester door de Kerk bestraft kan worden. Een spelleider/priester kan wèl proberen om, indien iemand een zware misdaad opbiecht, deze persoon te overreden daarmee naar buiten te treden en de juridische gevolgen van zijn daad te accepteren; een besluit daartoe moet echter van de zondaar zèlf uitgaan.
De spelleider/priester, biechtvader zal de biechteling vervolgens onder zijn epitrachilion, het symbool van zijn priesterschap leiden en totale kwijtschelding en schuld uitspreken.

De aan het vlees gebonden stoffelijke mens ziet in dat z’n/haar Christelijke gebondenheid, door het lichaam en bloed van Christus, het offer aan het Kruis, geleid heeft tot deze vergeving en beseft dat z’n innerlijke ziel en geest behoefte heeft aan vergeving. Een priester zal hier derhalve nooit meer op eigen initiatief op terugkomen, niet persoonlijk, maar ook niet op andere wijze door daar in gesprek of preek een nadere verklaring aan te verbinden.
Op deze wijze wordt zowel in de Kerk als in het dagelijks leven in de wereld respect getoond aan dit Mysterie. De spelleider, de gemeenschapspriester toont zich aldus een spiritueel bevlogen beoefenaar.
Hij zal u te woord staan als en uw vragen beantwoorden alsof God Z’n kind antwoord geeft. Waarom zijn onze levens zo onrein geworden, zo vol van hartstochten en verworden to zondaars? Omdat veel van onze verwondingen en pijnen diep in ons geestelijk bewustzijn verborgen liggen, met tot gevolg dat die pijn ons voortdurend irritatie opwekt, waardoor zij telkenmale onbewust te voorschijn treden en is het niet mogelijk om wie dan ook daar een medicijn voor te geven.

indien een mens valt, opstaat en gered wordt” wordt onderkent dat eenieder een zondaar is, voortdurend valt en wordt met behulp van de Genadegaven van de Heilige Geest, stapje voor stapje, aangeleerd hoe de mens zich kan verheffen, door nauwlettend te blijven, Deze Wijsheid te verkrijgen.
De Wijsheid ontstaat hierin doordat de val ons tegen de borst stuit onder toeziend oog van een Barmhartige Vader, Die toeziet op de ontwikkeling van het goddelijk kind.
Na een oprecht berouw, welke wordt uitgedrukt in de woorden van de Profeet en Koning David, zal de vergeving van zonden over ons leven lichten, het dusdanig verlichten dat het ons geestelijke verlichting schenkt.
      Spelleiders zijn dus als in de Apostolische lijn, gezanten van Christus, alsof God door hun mond u vermaande; in naam van Christus vragen zij u: laat u met God verzoenen. Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden Gerechtigheid van God in Hem” conf. 2Cor.5: 20-21.
Alleen op grond van ons Geloof worden geestelijke bergen verplaatst – de hoogten, diepten en het gewicht van onze zonden.
Daarom, zeggen we wel eens wanneer wij als Christenen door berouw en belijdenis zijn vrijgesteld van de last van de zonden:
Eer en dank aan God, want de gehele belasting is mij van de schouders genomen”.

November 21e – Tempelgang van de Alheilige Moeder Gods

      Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp. En een vrouw, Martha [Hebr.= ‘zij was opstandig’] geheten, ontving de Heer in haar huis. En deze vrouw had een zuster, genaamd Maria [Hebr.= ‘hun opstand’], die, aan de voeten des Heren gezeten naar Zijn Woord luisterde.
Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen.
En zij ging bij Hem staan en zei:
Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen.
        Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts een; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen.
        En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei: ‘Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen.
        Maar Hij zei:
Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren
Luc.10:38-42; 11: 27,28.

      Nu had ook wel het eerste [Verbond] bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld. Want er was een tent ingericht, de voorste, waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het heilige genoemd; en achter het tweede voorhangsel was een tent, genaamd het Heilige der Heiligen, met een gouden reukoffer-altaar en de ark van het Verbond, rondom met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen van het Verbond [met de Thora]; daarboven waren de cherubijnen der Heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwen; hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden.
Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedrevenHebr.9: 1-7.

Mozes en de brandende braambos

Het begin van alle kennis is ontzag voor de Heer.
Immers:
    Hoor, mijn kind, de tucht van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet; want zij zijn een lieflijke krans voor uw hoofd, een keten voor uw halsSpr.1: 8,9.

De wereld bereidt zich voor op de Komst des Heren en terwijl zij te hoop liepen maakten zij  zich opstandig druk over de knecht van de Heilige, is die zwart of wit. “Maar dit geslacht is een boos geslacht. Het begeert een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona” [Hebr.= ‘duif’] Luc.11: 29.
Uit lijfsbehoud volgt een mensenkind blindelings de aanwijzingen van de Vader.
De aanleiding voor het feest van vandaag is het kleine meisje Mirjam [Hebr.= ‘hun opstand’], dat als gevolg van de Gelofte tot de Heer van haar ouders naar de Tempel werd gebracht om daar dienstbaar te zijn.
Het is een apocrief verhaal en vermeld staat dat zij als 3-jarig meisje zelfstandig de 15 treden opliep, die haar naar het Heiligdom leidde.
Dit kind volgde in gehoorzaamheid aan de aloude Traditie de aanwijzingen van haar ouders en besteeg de 15 treden naar het Heiligdom.
Om dit te begrijpen dien je kennis te hebben van hetgeen de Profeten hebben voorzegd;
Profeten hebben in die toekomst gezien en wonderlijke dingen voorzegd.
In onze huidige vertalingen wordt nogal wat weg-vertaald en slechts de Statenvertaling bevat nog in het opschrift van de Psalmen 119[120] t/m 133 [134] de Hebreeuwse titel laten staan:
שיר הממלוטח [Shir Hammaaloth, Hebr.= ‘Lied van deugden’],
de Orthodox Study Bible ‘An ode of ascents’ [‘een ode van opstijgingen’].
Dit betekent zo iets als: ‘het lied van de treden’ – het zijn pelgrim’s liederen, gradualen, welke op hoogfeesten voorafgaand aan ‘het Woord’, de lezing van de Blijde Boodschap werden gezongen.
Zo wordt Psalm 131[132] als Messiaanse Psalm, voorafgaand aan  de Geboorte van onze Heer gebruikt, want vers 11 van deze Psalm laat zien dat “God, de Zoon, mens werd in haar schoot”: “ Vrucht van uw [David’s] lichaam zal ik plaatsen op uw troon, als uw zonen Mijn Verbond onderhouden” vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Het liturgisch samenkomen

Antiocheens Orthodoxe samenkomst  in Amersfoort

De oudtestamentische aspecten van de eredienst blijven gelden in het Nieuwe Verbond, zeker zolang de tempel nog staat [tot de verwoesting in het jaar 70], maar er komen steeds meer nieuwe accenten.
De nadruk op de Éne God wordt gehandhaafd, waarbij ook blijkt dat deze God Zich geopenbaard heeft in Jezus Christus. “God’s Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoondJohn.1: 14. Jeruzalem blijft het centrum van de dienst aan de ene God, ook als mensen uit andere volkeren tot Geloof in Onze Heer en Verlosser, Jezus Christus kom [Rom.15: 27; 2Cor.8: 4].

Geloof draagt je door het leven; الإيمان يحمل لك الحياة; Faith carries you through life.

Toch kan God op ‘alle’ plaatsen gediend worden, omdat Hij daar woont [1Cor.3: 16; 2Cor.6: 16; Eph.2:21; 1Cor.3: 16,17; 6: 19].
Het betekent dat de navolgers van Christus hun lichamen behoren over te geven als een offer, dienstbaar behoren te zijn aan God en de naasten, omdat dit God welgevallig is:
  ”      Jij zult nauwgezet de geboden van de Heer, jouw God, onderhouden en de getuigenissen en de inzettingen, die Hij jou opgelegd heeft; Jij zult doen wat recht en goed is in de ogen des Heren, opdat het jou wel ga en jij het goede land, dat de Here aan jouw vaderen onder ede beloofd heeft, binnengaat en in bezit neemt, door al jouw vijanden voor u uit te jagen, zoals de Heer heeft gesprokenDeut.6: 17-19.
  “      Laat je niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwaad door het goedeRom.12: 21.
De gelovigen vormen het Lichaam van Christus, een Koninkrijk van priesters:
      Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk [aan God] ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar Licht: u, eens niet Zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen1Petr.2: 9,10.
De gemeenschap van navolgers van Christus op aarde en de gelovigen afzonderlijk worden een Tempel van de Heilige Geest genoemd omdat God daar woont.
In de gemeenschap zijn toezichthouders, spelleiders – apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het Lichaam van Christusconf. Eph.4: 11-12.
De Christelijke Gemeenschap viert in het Mysterie van de Doop en de deelname aan de Goddelijke Liturgie/ het avondmaal, de verbondenheid met Christus, als Zoon van de levende God. Met oude en nieuwe liederen, waartoe ook de Psalmen behoren, zingt men de lof aan God:
– “  En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zei: ‘Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden’. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader. En na de lofzang gezongen te hebben vertrokken zij naar de Olijfberg.
Toen zei
[onze Heer en Verlosser] Jezus tot hen:
  Gij zult allen aan Mij aanstoot nemen in deze nacht. Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden. Doch nadat Ik zal zijn opgewekt, zal Ik u voorgaan naar Galilea
[Hebr.= ‘kring’]“ Math.26: 27-32.
– “  en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Heer van harte,  dankt te allen tijde in de Naam van onze Heer Jezus Christus God, de Vader, voor alles, en weest elkander onderdanig in de vreze van ChristusEph.5: 19-21.
Het gaat hier met name om de tijd van de wederkomst van Christus, waarin ‘alle’ profetieën vervuld zullen worden. Over die tijd heeft onze Heer en Verlosser Jezus Christus Zelf eveneens herhaaldelijk gesproken toen Hij nog op aarde was.

Opgang naar de Geboorte des Heren

Christus, Geboorte in het vlees

In een tijdperk waarin zoveel mensen van goede wil, met edelmoedigheid, toewijding en ijver de Vrede zoeken waar de mensheid levensbehoefte aan heeft, is het onontbeerlijk dat de Christelijke Gemeenschap terugkeert naar het Woord van God, naar de Bron van het leven en naar de Traditie, Die dat Woord verklaart en actualiseert, teneinde in deze oude en nieuwe schatten, Die God ons heeft toevertrouwd, woorden van onderricht en aansporing te putten, aangepast aan de actuele omstandigheden.
De Vaders van de Kerk, van Oost en West, of ze nu in het Grieks, Latijn, Russisch Syrisch of Coptisch schrijven, zijn voor ons op de eerste plaats getuigen van het Geloof, dat in Jezus Christus telkenmale wordt vernieuwd door de Heilige Geest, Zij getuigen van de Kerk, het Lichaam van Christus in haar verrezen Heer, uitdeler van God voor het Heil van de mensen:
      Toen het dan avond was op die eerste dag van de week en ter plaatse, waar de discipelen [volgelingen] zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zei tot hen:
  Vrede zij u!’ En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Heer zagen.
Jezus dan zei nogmaals tot hen: ‘Vrede zij u!’ Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u
John.20: 19-23.
Het Mysterie van het Heil, sinds alle eeuwigheid door de welwillendheid van de Vader besloten, door de Zoon in de Kracht van de Heilige Geest verwezenlijkt, is geheimenisvol aan het werk in de menselijke geschiedenis en zichtbaar aan het werk in de Kerk. Onvermoeibaar en dienstbaar herinneren de Vaders er aan, in het spoor van de heilige Johannes en Paulus,
dat de Vrede op aarde de vrucht is van Vrede tussen God en de mensen, die door de gekruisigde Christus werd hersteld;
dat deze Vrede een aspect is van Liefde en eenheid die in de Kerk moeten heersen, opdat de wereld zal geloven, dat deze Vrede de gehele schepping [Engelen en mensen, de mensen onderling, de mens in zichzelf, de mens en de natuur, bezield en niet bezield] tot verzoening brengt:
      Gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe.
En plotseling was er bij de engel een grote Hemelse legermacht, die God loofde, zeggend: ’ Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen van het welbehagen
Luc.2: 12-14.

Het begin van alle kennis is ontzag voor de Heer.

De alheilige wereldomvattende Kerk, ‘een Mysterie’ – icoon

    De gemeenschap in Christus dan door geheel Judea
[Hebr.= ‘het gebied van de stam van Degene, Die geprezen zal worden’], Galilea [Hebr.= ‘kring’] en Samaria [Hebr.= ‘ wachtberg, voogdijschap’]
had Vrede; zij werd opgebouwd en wandelde in de vreze des Heren, en
zij nam in aantal toe door de bijstand van de Heilige Geest
Hand.9: 31.
      Dient de Heer in vreze, juicht Hem toe met ontzagPsalm 2: 11.
God voegt in Zijn Wijsheid via de profeet David de twee elementen vreze en ontzag samen die onverenigbaar lijken en vraagt ons vervolgens te vertrouwen op Zijn Wijsheid.
Voor ons werelds, vleselijke denken slaat dàt nergens op en dat blijkt wel wanneer beide elementen in de Kerk gaan ontbreken, de gevolgen van de massale uittocht zie je – als gevolg van de onderlinge ‘broederstrijd’ – voor ogen.
Maar de ‘vreze des Heren’ èn ‘de troost van de Heilige Geest’ ná het toejuichen uit ontzag kunnen samengaan – indien je maar wilt !!!
      Mijn kinderen, indien jullie Mijn woorden aannemen en mijn geboden bij u bewaren, Zodat uw oor de Wijsheid opmerkt en gij uw hart neigt tot de Verstandigheid,
Ja, indien gij tot het inzicht roept en tot de Verstandigheid uw stem verheft; indien gij haar zoekt als zilver en naar haar speurt als naar verborgen schatten.
Dan zult gij de Vreze des Heren verstaan en de kennis van God vinden
Spr.2: 1-5.
      Weest [dàn] heilig, want Ik ben heilig. En indien gij Hem als Vader aanroept, Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in vreze de tijd van uw vreemdelingschap, wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud [winstbejag en macht’s uitoefening] zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die [u] van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus, als van een on-berispelijk en vlekkeloos lam1Petr.1: 15-19.
De bron van de vijandschap is de zonde [gebaseerd op de hoogmoed] welke de vijandschap tussen de mensen onder elkaar en God en de mensen deed ontstaan.
De Liefde van de prins van de Vrede om te spreken met de Profeet volgt op:
      Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn Schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, VredevorstIsaiah 9: 5.
De Liefde van de prins van de onderlinge Vrede heeft de vijandschap omgebouwd tot Vrede. In de mate waarin de navolger van Christus, door het Doopsel als Mysterie zich bekleed heeft met Christus, een verandering tet heiliging heeft ondergaan, is hij óók geroepen ‘zelf’ als mens vrede te worden [zie tevens H. Gregorius van Nyssa in zijn “over de Volmaaktheid”].
Laten wij dan deze ‘in de hitte van de strijd opgelopen’ vijandschap niet in leven houden, maar door onze nederigheid te beoefenen laten zien, dat ze dood is; uit angst dat we ze, nu ze gelukkig en tot ons heil door God gedood werd, niet zelf en tot onze schade weer tot leven zouden wekken en onze ziel te gronde richten door onderlinge toorn en wrok.
Het is hard werken voor Martha, maar Maria heeft aan de voeten van haar Heer het goede deel uitgekozen en dat zal van haar voorzeker niet worden weggenomen!

Apolytikion     tn.4.
  Heden is het begin van ons welbehagen: de voorbereidende Verkondiging van de Verlossing van de mensen.
De Maagd komt in de Tempel van God
en verkondigt reeds aan allen de Christus.
Tot haar willen ook wij met de Engel roepen:
verheug U, Vervulling van het Heilsplan van de Schepper
”.

Kondakion      tn.4.
De alreine Tempel van de Verlosser,
   het kostelijke Bruidsvertrek,
   de geheiligde Schatkamer van God’s Heerlijkheid,
wordt binnengeleid in het Huis des Heren.
Zij brengt daar de Genade van God’s Heilige Geest,
terwijl de engelen zingen:
‘ Zie dáár is de Hemelse woontent’
”.