4e Zondag na Pinksteren – juni 24e, Geboorte van de Heilige, Glorieuze Profeet en Voorloper Johannes, de Doper.

        Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het Woord geweest zijn, ben ook ik [Lucas,= lichtgevend] tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Theofilus [=vriend van God], opdat gij de betrouwbaarheid zoudt erkennen van de zaken, waarvan gij onderricht zijt.
        Er was in de dagen van Herodes [= heldhaftig], de koning van Judea [Jehoed (Aramees), het gebied van de stam van Juda [=geprezen], een priester, genaamd Zacharias [= De Heer herinnert Zich], behorende tot de afdeling van Abia [=mijn Vader is de Heer], en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron [=lichtbrenger] en haar naam was Elisabeth [= eed van God].
        Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk. En zij waren kinderloos, omdat Elisabeth onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen.
        En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor God verrichtte in de beurt van zijn afdeling, dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel van de Heer binnen te gaan en het reukoffer te brengen. En de gehele volksmenigte was buiten in gebed op het uur van het reukoffer.
        En hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar.
En Zacharias ontroerde bij dat gezicht, en vrees beving hem. Maar de engel zei tot hem: ‘Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabeth zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes [= de Heer, de genadige Gever heeft begunstigd] geven. En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor de Heer en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot van zijn moeder aan en velen van de kinderen van Israel [de Kerk] zal hij bekeren tot de Heer, hun God. En Hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de Kracht van Elia, om de harten van de Vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Heer een wel-toegerust Volk te bereiden’.
En Zacharias zei tot de engel: ‘Waaraan zal ik dit weten? Want ik ben een oud man en mijn vrouw is op hoge leeftijd gekomen’.
        En de engel antwoordde en zei tot hem: ‘Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze blijde mare [=bericht] te verkondigen. En zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken, tot de dag toe, dat deze dingen geschieden, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die op hun tijd in vervulling zullen gaan’.
En het volk stond op Zacharias te wachten en zij verwonderden zich, dat hij zo lang in de tempel vertoefde. Toen hij dan naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken en zij begrepen dat hij in de Tempel een gezicht gezien had. En hij wenkte hun toe en bleef stom.
        En het geschiedde, toen de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij vertrok naar zijn huis.
Na die dagen werd Elisabeth, zijn vrouw, zwanger, en zij verborg zich vijf maanden, want, zeide zij: ‘Aldus heeft de Heer aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij neerzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen.
. . . . .  Toen voor Elisabet de tijd vervuld was, dat zij baren zou, bracht zij een zoon ter wereld.
En haar buren en nabestaanden hoorden, dat de Heer zijn barmhartigheid aan haar had groot-gemaakt en zij verheugden zich met haar.
        En het geschiedde, toen de achtste dag was aangebroken, dat zij kwamen om het kind te besnijden, en zij wilden het naar de naam van zijn vader Zacharias noemen.
Doch zijn moeder antwoordde en zei: Neen, hij moet Johannes genoemd worden.
En zij zeiden tot haar: Er is toch niemand in uw familie, die die naam draagt.
En zij beduidden zijn vader, dat hij beslissen zou, hoe hij het kind genoemd wilde hebben.
En hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef deze woorden: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen.
        En terstond werd zijn mond geopend en zijn tong [losgemaakt], en hij sprak, God lovende.
En over allen, die in hun nabijheid woonden, kwam vrees, en in het gehele bergland van Judea werden al deze dingen besproken. En allen die het hoorden, namen het ter harte en zeiden: Wat zal er van dit kind worden? Want de hand des Heren was met hem.
En zijn vader Zacharias werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde, zeggende:
‘ Geloofd zij de Heer, de God van Israël [de Kerk], want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht.
. . . . .  En gij, kind, zult een profeet van de Allerhoogste heten; want gij zult uitgaan voor het aangezicht des Heren, om zijn wegen te bereiden, om aan Zijn Volk [de Kerk] te geven kennis van Heil in de vergeving van hun zonden, door de innerlijke barmhartigheid van onze God, waarmee de Opgang uit de hoogte naar ons zal omzien, om hen te beschijnen, die gezeten zijn in duisternis 
en schaduw des doods, om onze voeten te richten op de weg van de Vrede.
Het kind nu groeide op en werd gesterkt door de Geest. En hij vertoefde in de woestijnen tot op de dag, dat hij zich aan Israel vertoonde
Luc.1: 1-25, 57-68, 76-80.

    Want het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen van het Licht!
      Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd!
     Maar doet de Heer Jezus Christus aan [bekleed u met Christus] en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.
. . . . .  Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt?   Of hij staat of valt, gaat zijn eigen Heer aan.
Maar hij
[zij] zal [zullen] staande blijven, want
de Heer is bij Machte hem
[n] vast te doen staan” Rom.13:11b-14:4.

In navolging van het thema van de honderdman, welke zondag, de 24e juni van dit jaar, gevierd wordt blijkt ook hier onze Heer, de Genade-Schenker, Die ons Zijn volgelingen heeft begunstigd.

Johannes heeft de betekenis van ‘de Heer, de Genadige Gever’ heeft begunstigd en we komen er dus niet om heen ook volmondig te bevestigen dat de Heer ons staande doet blijven in ons Geloof en ons in staat blijft hardnekkig vast te houden aan ons Geloof.
Het Woord zegt: “u bent aan de wereld verslaafd geweest en dat doet het Woord, omdat het slechts wil, dat wij het Woord ter van onze zaligheid met een gewillig hart opnemen“.
En tegelijkertijd laat Christus, het Woord ons weten
dat daarmee uit de wereld ontslagen zijn en bevrijd zijn van de slavernij van zonde en
dat wij, die in de woestijn verblijven, temidden van die zogenoemde slavernij,
niet behoeven te denken: dat hebben we leuk gefikst, wij hebben ons van de zonde losgemaakt,
maar: “Gij zijt daarvan door Christus losgemaakt”.

➥ Wat hebben wij zelf gedaan, gepresteerd:
✓ Door de Doop in Christus hebben wij een anderen Heer aanvaard; en
deze Heer is God.
✓ Door ons over te geven, ons te laten onderdompelen in het Levend water heeft
onze Heer ons verlost, ons vrijgekocht, ons gerechtvaardigd, zodat de zonde
al haar rechten op ons verloren heeft; bij deze Heer staan wij Gelovigen, Die ons vertrouwen hebben gesteld op God in Zijn Gerechtigheid.
✓ Zoals wij ons voorheen aan de wereldse geest overgaven, hebben wij ons overgegeven aan God
en mogen wij ons verheugen op de redding in Zijn Naam.

Wij Gelovige Christenen zijn in de dienst gekomen van “de Gerechtigheid”;
dat betekent, dat  wijzelf zijn tot eigendom geworden van de Gerechtigheid;
van de Rechtvaardige, wij zijn in de dienst van God overgegaan, knechten, dienaren, slaven van God geworden.
Eindelijk gerechtigheid!” wordt wel gezegd, hetgeen een uitroep is wanneer iemand iets overkomt wat hem/haar naar redelijkheid al lang had dienen te overkomen.

H. Johannes de Doper, de stem van een roepende in de woestijn,the Voice in the desert La voix dans le désert, by James Tissot, Brooklyn Museum

De Genade van God voert de Heerschappij, door Gerechtigheid tot het eeuwige leven door Jezus Christus, onze Heer.
Christus heeft de mens niet zo Zalig gemaakt, dat de Wet daarbij toezicht zou dienen te houden; erop zou moeten toezien, hoe zij tot haar recht kwam,
òf dat de zonde daarbij de overhand zou kunnen verkrijgen.
  Toen Christus ons zalig maakte, door de dood te overwinnen,
toen was het eerste, wat Hij deed, dat Hij de Wet vervulde, vervolmaakte.
  Door vervulling van de Wet nam Hij de zonde uit ons midden weg;
daarvoor leed en stierf Hij als de tweede Mens;
daardoor bracht Hij een eeuwige Gerechtigheid teweeg en herstelde ons weer in de eeuwige Gerechtigheid in God.

Het feest van de Geboorte van de Heilige, Glorieuze Profeet en Voorloper Johannes, de Doper – houdt dus in dat er een aanvang wordt gemaakt met de Heils-geschiedenis.
Wij vrienden van God [-Theofili-] horen vandaag het begin van de verkondiging van een lichtdrager [-Lucas-], die alles wat de Apostelen hebben meegemaakt van meet af aan nauwkeurig heeft nagegaan, op volgorde heeft gezet en dit als de Blijde Boodschap voor ons opgeschreven heeft.

Dìt is nu onze zalige toestand; in onze Heer zijn wij met Gerechtigheid en Heiligheid bekleed; wij zijn vrij en los gekomen van de slavernij van de zonde en in de Zalige dienst van God overgegaan.
Dìt is onze Gerechtigheid uit God, en onze Gerechtigheid in de Heer, Die onze Gerechtigheid is.
Nu bezitten wij nog onze leden, de leden van het lichaam, waarmee de zonde ten uitvoer gebracht wordt; – met de ogen ziet men, en de begeerte komt op; met de oren hoort men, en men gehoorzaamt aan de lust; met de voeten betreedt men de verbodene wegen, met de handen grijpt men naar de verbodene dingen.

Wij maken ons nog bezorgd, dat de leden niet met onze geest méé vóórtwillen;
daarom, denken wij, dienen wij bij de Genade de Wet er tòch óók bij te betrekken, teneinde deze leden te beteugelen, ze misschien wel uit- en af te houwen.
Maar Paulus zegt ons: “Dat is de verkeerde weg !!!“.
Op die wijze hebt u het weleer gedaan, en zo doet u het ook nog heden; maar
wat komt daaruit voort?
Dit, dat gij, ondanks alle poging en inspanning,
om  rein en met de Wet in overeenstemming te zijn,
uw leden van de onreinheid en van de ongerechtigheid ten dienste stelt,
om onder het voorwendsel van Liefde tot de Wet u van de Wet te ontslaan en
in het geheel niet meer naar de Wet te vragen; ja,
om er u door te slaan met een gestolen troost zonder waarachtige rust.

Op de weg, waarop u het tot dusver gezocht hebt, hebt u niets anders gevonden, dan wáárover u uzelf schaamt, en wáárvan het einde de dood is.
Zoals jullie in Christus Jezus voor God in Gerechtigheid zijt gesteld,
zo hebt jullie ook je leden, uw zondige en zondigende leden van de Gerechtigheid dienstbaar gesteld!
Ga je die weg, dan zul je wèl ervaren, wat “onze Heer” zal veroorzaken.
De kinderen van Israël werden gereinigd en geheiligd en gerechtvaardigd in
het bloed van de [geslachte] lammeren, en werden zo verzoend en rein verklaard; hoeveel te méér zal de Gerechtigheid, waarin u in Christus Jezus voor God gesteld zijt, deze vrucht van Zich geven, dat uw leden zich bewegen zullen overeenkomstig deze zaligen toestand van de dienst Gods, waarin
u opgenomen zijt in de gekruisigde Christus Jezus, onze Heer.
Wanneer wij dus het woord “Gerechtigheid” hier goed verstaan, en als vanzelfsprekend Heiliging verwachten, zo zal het ons al duidelijker worden, wat de Apostel bewezen heeft, dat, de vermaning van de Apostel geenszins naar een Wet terugleidt, Die wij zouden dienen te volbrengen, maar dat wij gered zijn in de Heer, waarop gezegd wordt “ Mijn Genade is jullie genoeg”.
Het Genadige Heil is ons nu méér nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar -in deze woestijn- wandelen,
–  niet in brasserijen en drinkgelagen,
–  niet in wellust en losbandigheid,
–  niet in twist en nijd!

     Maar wij die ‘ons’ door Genade bekleed hebben met Christus en geen zorg schenken aan het vlees, zodat valse begeerten worden opgewekt en gaan onbezorgd de Zalige Toekomst van het Koninkrijk der Hemelen tegemoet, wat wij ook zullen tegenkomen.
Voorwaarts en niet vergeten!

5e Irmos     tn.4. uit de Metten [Orthros]
Nu zal ik opstaan, heeft God door de Profeet gezegd;
nu wil Ik Mij verheffen; nu word Ik verHeerlijkt,
want Ik heb op Mij genomen de gevallen mens,
en deze daardoor opgeheven tot
het wonderbare Licht van Mijn Godheid
”.

Heden is de Grootste van de Predikers ter wereld gebracht:
de stem die met de tong van de Geest aan allen de Zoon der Maagd verkondigt,
Die uit de Hemel zal neerdalen in ons menselijk lichaam.
De Heer heeft u tot Christus’ ware Lamp gemaakt,
die allen verlicht door de verkondiging van het Woord, de Zoon van God
”.

Het heelal stond vol verbazing om uw van-God-geschonken Heerlijkheid:
want gij, die in het huwelijk Maagd gebleven zijt, draagt in Uw schoot God,
Die alles te boven gaat, en hebt geboren de Zoon Die is boven alle tijd.
Schenk aan de u prijzenden de heilige Vrede

De zo zwak geworden menselijke natuur is weer sterk gemaakt om
de goede Vrucht te kunnen dragen, door  Uw Geboorte uit de onvruchtbare schoot, die het Leven verkondigt aan de sterflijken, alom geroemde Voorloper.
Als een ondoofbare Lamp verkondigt Gij de Zon der Heerlijkheid, Die zal opgaan uit de Maagd, om over de gehele mensheid te schijnen als het Licht van de Genade
”.

Theotokion
De praatzieke tongen van de goddeloosheid worden gebonden, maar
onze monden worden wijd geopend om de Heerlijkheid te doen horen van de Komst van de God van het Heelal, Die de Voorloper heden zo helder doet weerklinken over de aarde.
Op profetische wijze verkondigde Elisabeth Uw Heerlijkheid, toen zij vol vreugde de grote dingen verhaalde over uw Goddelijk Kind, Al-Reine;
want Gij zijt de blijdschap en de trots van ons allen
”.


Kondakion     tn.3.
    Zij die onvruchtbaar was, baart heden de Voorloper van Christus.
Hij is de vervulling van alle profetieën:
want toen hij Hem, Die de Profeten hadden verkondigd,
in de Jordaan met de hand aanraakte,
toonde hij zich als Profeet,
verkondiger en Voorloper van het Goddelijke Woord
”.

Apolytikion     tn.2. uit Goddelijke Liturgie
    Het aandenken der Gerechten wordt gevierd met hymnen.
Maar gij hebt het getuigenis des Heren, o Voorloper,
want gij zijt in waarheid de grootste der Profeten,
omdat Gij Hem, Die gij gepredikt had, mocht dopen in de wateren.
Nadat gij gestreden had voor de Waarheid,
hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de hades:
dat God in het vlees is verschenen,
om de zonden van de wereld weg te nemen
en ons de grote ontferming te schenken
”.

Kondakion     tn.3.
  God’s Profeet en Voorloper der Genade:
Johannes, geboren uit de onvruchtbare,
is de vervulling van alle profetieën.
Want toen hij Hem, Die de Profeten hadden verkondigd,
in de Jordaan met de hand aanraakte,
toonde hij zich als Profeet,
verkondiger en Voorloper van het Goddelijke Woord
”.

Theotokion     tn.2.
Door U hebben wij deel gekregen aan de goddelijke natuur,
altijd-maagdelijke Moeder God’s:
want gij hebt God in het vlees gebaard.
daarom zijn wij allen, zoals het past u vroom verheffen
”.

Prokimen     tn.7.
  De Rechtvaardige zal zich verblijden in de Heer
en op Hem vertrouwen” [refr]

– “  God, verhoor mijn gebed wanneer ik mij tot U richt;
maak mijn ziel vrij van vrees voor de vijand”

– “  Beschut mij tegen de samenzwering der booswichten; tegen de menigte van hen, die onrecht bedrijven”.

Alleluia
– “ De Gerechte zal bloeien als een palmboom;
als een ceder van de Libanon zal hij uitgroeien”.
– “ Zij worden geplant in het huis des Heren
en zullen bloeien in de voorhoven van onze God”.

1e Zondag na Pinksteren – Zondag van Alle Heiligen tot Heerlijkheid van God, de Vader.

Alle Heiligen, het is van enorm belang om ons aan Gods goedheid te herinneren, omdat lijden in ons leven kan veroorzaken dat we Gods goedheid vergeten; All Saints, it is of great importance to remember God’s goodness, because suffering in our lives can cause us to forget God’s goodness.

        Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de Hemelen is. 
         Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft 
boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. 
. . . . . Daarop antwoordde Petrus en zeide tot Hem: ‘Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?’.
Jezus zei tot hen: ‘Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon van Zijn Heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.
          En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eerstenMatth.10: 32-33, 37-38,19: 27-30.

      Zij, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, Gerechtigheid geoefend, de vervulling van de Belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de Opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere Opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
       Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
       Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof, Die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het Kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon van GodHebr.11: 33 – 12: 2.

Prokimen     tn.4.
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen,
de God van Israël
[de Kerk]” [refr.].
☛ “Looft God in de Kerken, de Heer uit de bronnen van Israël”.
☛ “De Heer schenkt Zijn Woord met grote Kracht aan de Verkondigers van de Blijde Boodschap”.

    Er ontstond nu een groot geroep van het Volk met hun vrouwen tegen hun Joodse volksgenoten.
• Er waren er, die zeiden:
‘Onze zonen en onze dochters zijn talrijk en wij willen koren hebben 
om te eten en te leven’.
• Ook waren er, die zeiden: ‘Onze velden, onze wijngaarden en onze huizen hebben wij moeten verpanden om in de honger koren te hebben’.
• Dan waren er, die zeiden: ‘Wij hebben geld voor de belasting van de koning geleend op onze velden en wijngaarden. Nu dan, wij zijn van hetzelfde vlees en bloed als onze broeders, onze zonen zijn even goed als de hunne en zie, wij moeten onze zonen en onze dochters tot slaven laten worden, en sommige van onze dochters zijn reeds tot slavinnen vernederd, zonder dat wij er iets tegen vermogen; en anderen hebben onze velden en wijngaarden in bezit’.
    En ik [de Profeet] werd zeer toornig, toen ik hun geroep en deze feiten gehoord had. Nadat ik alles goed had overwogen, verweet ik de edelen en de leiders:
    Gij neemt woeker, ieder van zijn volksgenoot.
Ook belegde ik tegen hen een grote vergadering en zei tot hen:
    Wij hebben onze broeders, de Joden, die aan de heidenen verkocht waren, losgekocht, 
voor zover wij konden; maar gij gaat uw broeders verkopen en zij verkopen zich aan ons!
En zij zwegen en vonden geen antwoord. Toen zei ik:
    Wat gij doet, is niet goed. Zult gij niet wandelen in de vreze voor onze God om de
hoon van de heidenen, onze vijanden, te ontgaan?Nehemia 5: 1-9.

Wat zijn de feiten?

“Adam, waar zijt gij?” Gen.3 : 9

De Wet van God wordt overtreden!
Staat daarin niet geschreven:
  “dat er geen armoede en honger onder het volk mochten voorkomen?” Deut. 15: 7,8;
  “dat het verboden is om rente op te leggen aan een arme die geld moest lenen?” Deut. 23: 19;
  “dat geen Jood bij een andere Jood slavenarbeid mocht verrichten?” Lev.25: 39.
De Profeet heeft weet van hoe het moet, wat God voor ogen heeft, maar hij ziet dat het leven in Gods stad een aanfluiting is. Dat vervuld hem van ‘heilige woede’.
Het is een boosheid die Mozes ook heeft gehad, toen
hij zag dat het volk danste en jubelde rondom het gouden kalf.
Het is een verontwaardiging als die van Onze Heer, toen
Hij merkte dat kooplieden handel dreven in de Tempel.
Het is een woede als van Paulus die zag dat de maaltijd des Heren in Corinthe
een aanfluiting was: “rijken namen voedsel mee en schrokten alles naar binnen zodat er voor de armen niks meer over was!”.
             En dàt diende als een Heilige viering, tot éér van God, de Vader, Die als het Hemels maal gevierd behoort te worden! A-sociaal gewoon!
Dàn drink en eet je jezèlf een oordeel! Onwaardig!, schrijft hij dan.
Horen we dat goed?
Dat je jezelf ‘een oordeel kunt eten en drinken’ en nog wel bij de Goddelijke Liturgie; het heeft dus niets te maken met of je jezelf wel waardig genoeg ervaart voor God en vooraf bij deze of gene spelleider behoort te biechten.
Het gaat er niet om of je de deelname aan het Goddelijk altaar wèl waard bent!
[- tenslotte is niemand het waard en zijn we allen als zondaars slechts door de Genade van God welkom -].
En met name dàt – jezelf waardig ervaren is een innerlijke zaak – een aan God, de Vader, toekomend gegeven.
Waar het wèl om gaat is of de algehele viering tòt de Eucharistie, je voorbereiding waardig is: of er rècht wordt gedaan aan de ander, of we gastvríj zijn naar elkáár. Waar de gastvrijheid met voeten wordt getreden wordt  een apostel woedend en evenzo de profeet Nehemia.
Daar ‘kàn‘ eenvoudig niet waardig worden gevierd!
            Een Profeet vlucht dan niet weg, neen, hij blijft; een Profeet blijft op z’n post en verstaat z’n opdracht. Hij kàn en wìl zich niet bij dit soort wantoestanden neerleggen òf de toezichthouder dient het hem onmogelijk te maken.
Hij láát z’n gemeenschap hun aan God toekomend werk onderbreken en doet hen samenkomen in een massale vergadering.
Dáár roept hij de uitbuiter[s] publiekelijk ter verantwoording; hij gaat de communicatie niet uit de weg, zoals zovelen doen;
òf de communicatie -door Machtsvertoon, op grond van positie- óverrulen.
Wàt u doet is niet goed!”, zegt hij hen.
Heb toch bij àlles wat u doet ontzàg voor onze God!
En daar achteraan:
Ook ik, mijn broeders en mijn mannen hebben geld en graan uitgeleend”.
Met andere woorden neem geen voorbeeld aan mij!
Is de Profeet een opschepper, die meent dat hij het allemaal veel bèter heeft gedaan dàn al de anderen?

       Neen, het idee bevestigt, dat de Profeet laat zien:
Ik kan geen dingen van anderen vragen, als ik me er zelf niet aan houdt.
Ik heb een voorbeeld-functie en ik loop daar niet voor weg.
De Profeet zet zichzelf op één lijn met zijn volksgenoten,
maakt zichzelf transparant, doorzichtig.
Hij laat door zijn gedrag zien waar hij voor staat.
Maar daarbij neemt hij geen blad voor de mond
”.
            Hij roept de geld en goed bezittenden ter verantwoording:
Hij maakte he[m]n verwijten”, zo staat er.
            Regelrecht verwijst hij naar God Zelf:
Wat jullie doen, dat verdraagt zich niet met ontzag voor God.
Daarmee halen jullie de hoon van de vijandelijke volkeren op de hals
”.
          Met andere woorden door zo te leven maak je jezelf bespottelijk!

Door deelname aan het Lichaam en Bloed van onze Heer, Jezus Christus wordt elke gelovige in Christus geheiligd.
          Het woord ‘heiligen’ is een theologisch begrip en velen onder ons kennen de werkelijke betekenis er niet van.
          Het begrip ‘heiligen’ heeft een relatie met ‘de Heiligen’ en dat is weer verbonden met het begrip ‘Heilig’ – heel zijn in de Blijde Boodschap.
In de Goddelijke liturgie zingen wij:
Eén is Heilig, één Heer, Jezus Christus, tot Heerlijkheid van God, de Vader”.
Wij worden door Christus na te volgen geheiligd en heiligheid heeft het aspect in zich -van de wereld afgescheiden te worden- voor God.
Iemand, die heilig is gemaakt, bevindt zich in het gebied waar God toegang heeft tot die persoon, en de duivel van het kwaad/de duisternis wordt daarbij buitengesloten.
Wij bevinden ons derhalve in het gebied waar we beschikbaar zijn voor God.
Geheiligd worden is dus -‘apart gezet worden’- voor God.
Net als rechtvaardigheid, kunnen we ook ‘heiliging’ [het geheiligd worden] niet ontvangen door werken, door ons best ervoor te doen of door godsdienstige handelingen te verrichten.
Wij ontvangen het alleen door het Geloof in het Lichaam en Bloed van onze Heer en Verlosser. Je bent daarmee eigendom van God, onder Gods controle en ben je beschikbaar voor God.
Alles wat niet van God is, heeft geen recht jou te benaderen; het wordt tegengehouden door onze Heer en Zaligmaker.

– alleen gebed kan u allen redden –

    Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van Zijn Wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Heer waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te groeien in de rechte kennis van God.
Zo wordt gij met alle Kracht bekrachtigd naar de Macht van Zijn Heerlijkheid tot alle volharding en geduld en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel van de heiligen in het Licht. Hij heeft ons verlost uit de Macht van de duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde  Col.1: 9-13.

Heiligen

‘de enige keer dat je alles kunt veranderen, is hier en nú !’; ‘The only time you can change everything is here and now!’. 

Het woord heilige is afkomstig αγιος [Gr. agios. Dit betekent “aan God toegewijd, heilig, gezalfd, aan God dienstig”.
Het wordt bijna altijd in het meervoud gebruikt: άγιοι [“Gr. heiligen].
Over Paulus wordt gezegd: “ Heer, ik heb van velen over deze man gehoord, hoeveel kwaad hij uw Heiligen te Jeruzalem aangedaan heeft; en hier heeft hij volmacht van de overpriesters om allen, die Uw Naam aanroepen, gevangen te nemenHand.9: 13;
Op een grote rondreis kwam Petrus ook bij de Heiligen die in Lydda woondenHand.9: 32;
Vele Heiligen heb ik met machtiging van de hogepriesters in gevangenissen opgesloten…Hand.26: 10.
Er is maar één geval waarin het woord in enkelvoudige zin gebruikt wordt: “Groet iedere Heilige in Christus Jezus …Phil.4: 21.
In de Blijde Boodschap het meervoud άγιοι “Gr. heiligen” 67 keer gebruikt, terwijl het enkelvoud “Heilige” dus maar één keer wordt gebruikt.
En zelfs in dat geval wordt aangegeven dat er meerdere Heiligen zijn: “…iedere Heilige…” Phil. 4: 21.

Het idee achter het woord “Heilige” is dat er een groep mensen van de wereld wordt afgezonderd voor de Heer en Zijn Hemels Koninkrijk.
We vinden in de Blijde Boodschap 3 verwijzingen naar het Godvruchtige karakter van de Heiligen: “Ontvang haar in de Naam van de Heer, op een wijze die bij de Heiligen past…Rom.16: 2.
Om de Heiligen toe te rusten voor het werk in Zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwdEph.4: 12.
Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht – deze dingen horen niet bij HeiligenEph.5: 3; hieruit kun je opmaken dat hoogmoed en zedeloosheid niet alleen in onze tijdsperiode ontstaan zijn, de kop opsteken, maar van alle tijden is en een ingebakken menselijk begrip is.
Daarom zijn “Heiligen” in het perspectief van de Schrift het Lichaam van Christus, de Christenen, de Kerk. Alle Christenen worden als Heiligen beschouwd, tot het tegendeel uit hun gedrag kan worden opgemaakt, in dat geval ontmoet je zo genaamde huichelaars, die maar doen alsof, die het hoogmoedige spel spelen.
Alle Christenen zijn Heiligen… en tegelijkertijd worden alle Christenen opgeroepen om Heiligen te zijn.
Aan de Gemeenschap van God te Corinthe, aan hen die, geheiligd in Christus Jezus, tot een Heilig leven zijn bestemd…1Cor.1: 2.
De woorden “geheiligd” en “Heilig” stammen uit hetzelfde Griekse stamwoord, dat gewoonlijk met “heiligen” wordt vertaald.
Christenen zijn Heiligen vanwege hun verbinding en navolging van Christus.
Christenen worden tot een heilig leven opgeroepen; hun dagelijkse leven hoort steeds meer te gaan lijken op hun positie in Christus. Dit is de beschrijving en de roeping van de Heiligen overeenkomstig de Blijde Boodschap; zij bevinden zich rond de troon van God, zowel in de Hemelen als op aarde en vormen als zodanig de Kerk. Heiligen worden opgeroepen om alleen God te eren en te aanbidden en om alleen tot God te bidden voor het heil, de heiliging van de mensheid. Heiligen van alle tijden, plaatsen en godsdiensten van zowel vóór als ná Christus glorievol verblijf op aarde.

Heilige dappere Dodo
Zo ook een heilige uit de dertiende eeuw,
uit een niets-zeggend fries gehucht, Dodo van Haske.
Een levensbeschrijving van Dodo meldt dat hij het gewone leven ontvluchtte, zoals aartsvader Lot Sodom  de wereld de rug toekeerde en er aan trachtte te ontkomen.
Hij is dan al getrouwd maar dat weerhoudt hem er niet van om te kiezen voor een kluizenaarsbestaan.
Het is ook nog bekend waar zijn eenzame verblijf zich bevond, op de plek waar nu de kerk van Haskerdijken staat.
De protestantse Heilige Dodo verrichtte wonderbaarlijke genezingen en onderwierp het vleselijke monster in zichzelf door vasten, gebed en zelfkastijding.
Zó kennen wij ze ook wel in onze tijdsperiode, je dient alleen goed te kijken en dat blijkt niet altijd uit de uiterlijke vorm.

Apolytikion     tn.4.
Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid
met het bloed van Uw Martelaren als met byssus en purper;
en door hen roept zij tot U, Christus God:
Zend over Uw Volk Uw Barmhartigheid neer;
schenk Vrede aan Uw Wereld,
en aan onze zielen grote Genade
”.

Kondakion     tn.8.
Als eerstelingenozfer der natuur
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal
de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe Vrede
Uw Kerk, Uw woning bij de mensen,
en bescherm haar door de Moeder Gods,
Barmhartige
”.

”  Ik wil de Heer zegenen ten allen tijde, altijd dient Zijn lof in mijn mond te blijven. In de Heer verheft zich mijn ziel, dat de zachtmoedigen het horen en zich
verheugen. Verheerlijkt de Heer met mij, laat ons tezamen Zijn Naam verheffen.
Ik zocht de Heer en Hij heeft mij verhoord,  Hij heeft mij bevrijd uit al mijn beproevingen. Nadert tot Hem en wordt verlicht: uw gezicht zal niet beschaamd worden.
Deze arme heeft geroepen en de Heer heeft hem verhoord; Hij heeft hem verlost uit al zijn kwellingen.
De Engel des Heren legert zich rond die Hem vrezen, om hen te bevrijden.
Proeft en ziet dat de Heer goed is: zalig de mens, die op Hem vertrouwt.
Vreest de Heer gij al Zijn heiligen, want voor wie Hem vrezen is er geen gebrek.
Rijken werden arm en noodlijdend, maar wie de Heer zoeken zal het aan geen enkel goed ontbreken.
Komt kinderen, luistert naar mij: ik zal u de vreze des Heren leren.
Wie is de mens die het Leven wil, die smacht om goede dagen te zien?
Dat zijn tong ophoude met kwaad te spreken, zijn lippen met bedrog te plegen.
Keer u af van het kwade en doe het goede, zoek de vrede en jaag die na.
De ogen des Heren zijn op de Rechtvaardigen, Zijn oren naar hun smeking.
Maar het aanschijn des Heren is tegen hen die kwade doen, om hun gedachtenis te verdelgen van de aarde.
De rechtvaardigen roepen en de Heer verhoort hen; Hij bevrijdt hen uit al hun kwellingen.
De Heer is nabij aan een vermorzeld hart, de nederigen van geest schenkt Hij verlossing. Talrijk zijn de beproevingen der rechtvaardigen, maar de Heer bevrijd hen uit alle kwellingen.
De Heer bewaart al hun beenderen: niet een er van zal worden gebroken.
De dood der zondaars is rampzalig, want wie de gerechten haten bezondigen zich. De Heer bevrijd de zielen van Zijn dienaren: allen die op Hem vertrouwen zijn vrij van zondePsalm 33[34] vert. ROK ‘s-Gravenhage

Orthodoxie & de vaardigheid de Verkondiging tot je te nemen

Hoe zien mensen dat je christen bent, je hebt de roep van Christus beantwoord, je bent gedoopt en bekleed met Christus, vanaf dat ogenblik behoor je tot het algemeen priesterschap.
Er bestaat een ambtelijk priesterschap en met de volgelingen van Christus, de  Gelovigen, de Heiligen, delen beiden, ieder op eigen wijze, in het ene priesterschap van Christus.
Doordat de ambtelijk priester door de wijding, die hij aanvaard heeft, namens zijn gemeenschap het priesterlijk volk voorgaat, voltrekt hij ‘in de persoon van Christus’ het Eucharistisch offer en draagt dit in naam van heel het volk aan God op. De gelovigen van hun kant werken krachtens hun koninklijk priesterschap mee tot het opdragen van de Eucharistie en zij oefenen dit priesterschap uit:
1.]. In het ontvangen van de Mysteriën [Sacramenten];
2.]. In het gebed en de dankzegging tot God;
3.]. Door het getuigenis van hun heilig leven,
4.]. Door zelfverloochening en werkzame liefde.
De vraag de vaardigheid de Verkondiging tot je te nemen
dient voor sommigen onder ons niet gesteld te worden,
doch wanneer je om je heen kijkt en je oor te luisteren legt
– de wispelturigheid onder de mensen waarneemt – dan
vraag je jezelf wel eens af wordt de Blijde Boodschap nog wel gehoord?
Uiteraard dienen we ervan uit te gaan dat de gedoopte christen serieus te werk gaat en zich dag in dag uit onvermoeid inzet de werken des Heren te realiseren.
Dat is immers datgene wat van het begin der religieuze scholing door Profeten en Apostelen als uitgangspunt werd genomen. Je staat immers niet tegen een muur te verkondigen.

onafgebroken afwegen; continuously weighing; συνεχώς ζυγίζοντας; وزنها باستمرار

Niet-aflatende zelfkritiek is nodig om te blijven leren, teneinde elk detail van de Blijde Boodschap, welke op de Goddelijke Liefde is gebaseerd als richtlijnen voor het dagelijks leven tot je te laten doordringen.
Dit blijkt al uit het feit dat het in de oudheid gewoon was het herinneren van elk hoofdstuk en vers van de bron van de Joodse Wet en de bijbehorende Theologie te reciteren – dusdanig vaak te herhalen dat het zou beklijven en er over van gedachte te wisselen.
Het is eenvoudiger het woord ‘God‘ uit te spreken, dan God, òf Zijn Zoon te ervaren – laat staan te omschrijven.
Of je nu je eerste gedragsregel opschrijft of je carrière verandert, het basisprincipe is dat je jezelf aansluit bij degenen, die de handigheid bezitten, die je nodig hebt om je vaardigheden te verbeteren en op de goede weg te blijven.
De activeringscode om het digitaal uit te drukken is de Goddelijke Persoon Zelf, met dit doel werden Abraham, Isaäc en Jaäcob geroepen en werd via Mozes met het oog op de goede doelen aan de godzoekers codes en richtlijnen opgesteld.
Dit bleek zich in de geschiedenis te ontwikkelen tot een evoluerend proces, waarbij het niet anders mogelijk bleek de vaardigheden van volmaakt leven via de Zoon van God en de Heilige Geest te vervolmaken.
Dat is hetgeen Israël en de Kerk in hun jaarlijks terugkerende Hoog- en bijfeesten hebben trachten over te brengen; dat vormt de basis van onze Joods- christelijke cultuur.

       We kunnen vaststellen dat de hedendaagse mens zich temidden van interessante tijden bevindt. Sommigen genieten ervan, anderen komen tot het besef dat de overdaad schaadt en dat dàt nu juist moeilijkheden en complexiteit teweeg brengt.
Moeilijkheden omdat bestaande vanzelfsprekendheden onderuit worden gehaald – we leven in een tijd van cultureel pluralisme, ontkerkelijking en secularisatie.
De traditionele waardensystemen verweken, zodat mensen minder houvast hebben. Een herwaardering van alle waarden -eens geprofeteerd door de filosoof Nietzsche- is momenteel gemeengoed geworden.
       We ervaren een grote historische overgang en socio-culturele transformatie.
Dit is niet zo verwonderlijk – al vele malen is de mensheid geconfronteerd met omgevingsveranderingen; Christus was hier een ‘Lichtend’ voorbeeld van en wij Christenen gaan ervan uit dat de Goddelijke Geest ons in dit soort processen zal leiden.
⁌       Opnieuw in de geschiedenis zitten we in een structurele verandering, die het resultaat is van op elkaar inwerkende en versterkende ontwikkelingen op het gebied van economie, cultuur, technologie, instituties en natuur en milieu.
Het collectief  gedragspatroon, dat zich historisch heeft ontwikkeld, zoals sociaal, religieus gebruik, het onderwijs en rechtssysteem zal hiervan de gevolgen ondervinden.
We zitten in een overgang van nationale staten naar een mondiaal gebeuren.
  We zitten in een structurele verandering van een warme familie- en nationalistisch verband naar een eenzaam en naar zingeving zoekend bestaan.
Deze structurele verandering accepteren betekent ópen gaan staan voor een nieuwe, mondiale, gemeenschap en wat ons Christenen aangaat het herijken van onze grondbeginselen. De huidige culturele structurele verandering wordt immers deels veroorzaakt door de technologische ontwikkeling en tevens zijn er politieke en sociale redenen in het spel.
Wij, gelovigen stellen vast dat de traditionele cultuur, zoals onze ouders die kenden, langzamerhand aan het verdwijnen is. Er breekt een nieuw tijd aan en dat vraagt om aanpassing van ons bestaan, welke gebaseerd is op de Blijde Boodschap.

Living in the Power of the Holy Spirit; Ζώντας στη δύναμη του Αγίου Πνεύματος; الذين يعيشون في قوة الروح القدس

Wat zou het mooi zijn wanneer datgene wat door sommigen betiteld wordt als de eindtijd, het begin is van een Nieuwe Hemel en een Nieuwe aarde; dàt is hetgeen een Orthodox  Christen dient uit te stralen – “We can wear the change”- ‘wij Christenen kunnen de verandering dragen‘, wij laten ons niet ‘beïnvloeden’ door de wereld om ons heen; ons vaderland is vanaf den beginne ‘het Hemels Koninkrijk’.
Wanneer je verkondigt: -“I want to be moved by Christ”- ‘ik wil door Christus worden bewogen’, dan draagt juist dàt een grote verantwoordelijkheid.
In een periode waarin de mens opnieuw onveiligheid ervaart en alleen komt te staan, dient hij/zij zich opnieuw open te stellen voor de naakte werkelijkheid zelf, los van alle façades en constructies. Er is dan sprake van een leegte, maar een ervaren leegte is niet slechts een gebrek aan iets, voor een Christen betekent dit het opnieuw zoeken naar de geborgenheid in Christus; wij christenen geven deze woorden graag dóór wanneer er iemand in de verdrukking komt. 

Alle dingen zijn ons immers gegeven door God, de Vader en niemand kent God [de Vader], dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbare:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Van buitenaf gezien is de mens slechts een natuurlijk verschijnsel, de wereld tracht ons dat maar al te zeer in te prenten: ‘Kom toch voor jezelf op, een ander doet het niet’. De leegte, die dàn ontstaat kan wanhoop en eenzaamheid opleveren; het ware inzicht en de ontdekking ligt bij jezelf, in de diepte van je bestaan, in het menselijk hart.

Levensboom?; Tree of life?

De levenskunst bestaat in het zodanig vormgeven van je leven dat je komt tot realisatie van een persoonlijk potentieel en dàt kun je onmogelijk alleen – dat is de geschiedenis door gebleken.
De mens waant zich in een paradijs, heeft alles wat z’n hartje begeert, maar
de Kroon op z’n leven ontbreekt. Die Kroon op het leven is alleen te bereiken doordat God Zich over de mens ontfermd heeft en Zijn Zoon naar de wereld heeft gezonden om de mens te redden.
Regelmatig botst de stem van het hart met de stem van de buitenwereld, welke
stem is dan de ware?
Is de mens- zoals de humanisten ons willen laten geloven -slechts een eendagsvlieg in de eeuwigheid-, een  alledaags natuurverschijnsel als gevolg van de [‘Big-boom] “Oer-knal”?
Òf zit er een grenzeloos potentieel in ons bestaan verborgen?

Hoe dan ook het blijft een Mysterie, wat voor de mens verborgen blijft.
Maar door de Openbaring van onze Heer en Verlosser Jezus, Christus hebben wij volgelingen van Christus, ons bekleed, Christus Beeld en Gelijkenis op ons genomen en de Belofte op ons genomen en kunnen wij ons verheugen een erfdeel in de Hemelen te bezitten – een innerlijk besef van oneindigheid, welke wij in Christus omzetten in concrete daden, kunnen wij het wezen worden dat we denken te zijn. Levenskunst bestaat uit een reactie op de kloof, die bestaat tussen de Hoop enerzijds en de beperkingen van de buitenwereld anderzijds.
      Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. Want door dit [Geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven.
  Door het Geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord van God tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.
  
Door het Geloof heeft Abel aan God een beter offer gebracht dan Caïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.
  Door het Geloof is Henoch [=toegewijd] weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij aan God welgevallig was geweest;  maar zonder Geloof is het onmogelijk [Hem welgevallig te zijn].
  Want wie tot God komt, dient te geloven, dat Hij bestaat en een Beloner is voor wie Hem ernstig zoekenHebr.11: 1-6.
De woorden Geloof, Hoop en Liefde zijn niet alleen mooi, troostend of bemoedigend. Ze plaatsen ons tevens steeds voor een keuze.
We kunnen namelijk de keuze maken om wèl òf niet lief te hebben. In die zin is liefde niet alleen maar een gevoel maar veel vaker een kwestie van een keuze maken. We kunnen er voor kiezen om te geloven. Wanneer we kiezen om te geloven en  Lief te hebben, wat er zich ook voordoet, dan hebben we ook Hoop.
Toen Jezus hier op aarde rondliep nodigde Hij mensen steeds uit om Zijn weg te gaan, de weg, die Zijn Vader Hem door de Heilige Geest aangaf.
Dat is voor ons allemaal de vraag: welke weg gaan we?
Onze Heer Zelf zegt dat Hij de weg, de Waarheid en het Leven is.
Hij bedoelt daarmee dat Zijn persoon en Zijn woorden en daden
het Leven‘ zoals het door God, de Vader bedoeld is ‘in‘ zich heeft.
  In eerste instantie om opnieuw in contact met God te leven.
  In tweede instantie om te leven volgens de principes van Gods Hemels Koninkrijk.
Christus nodigt uit om met Hem op weg te gaan naar een Nieuwe toekomst.
Nu al door Geloof, Hoop en Liefde samen met Hem vorm te geven in ons leven.
En straks door voor altijd met Hem samen te leven in het Hemels Koninkrijk!

Deze gehele kwestie werpt licht op het doel van het Christelijk leren.
Met oprechtheid en gevoeligheid dienen we méér doordacht te gaan nadenken
over de manier waarop we de Blijde Boodschap overbrengen en onze doelen voor de beoefening van de traditionele kennisoverdracht weergeven en overdragen.
De Blijde Boodschap is echter een ervaring, een oefening in toewijding; de individuele leerervaring is een leerproces, hetgeen wordt opgedaan in het dagelijks leven. 
Lange tijd was men jaloers op mensen, die begiftigd waren met een wonderbaarlijk geheugen, die in staat waren om ‘alles’ letterlijk te herinneren  [zij bezaten een ‘actieve‘ herinnering] – de Blijde Boodschap memoriseerden, door het dagelijks -mondje voor mondje- van buiten leerde. Daar behoef je in onze tijd helaas niet meer mee aan te komen, we hebben immers het World Wide Web – waar je -als bij een grote encyclopedie- al informatie onmiddellijk paraat hebt.
Tegenwoordig concludeert de mens dat de ‘slimme geleerde‘, niet alleen parate kennis kan weergeven, maar tevens door de Heilige Geest ingegeven [-op basis van aangeboren talent-] onderscheidingsvermogen heeft – en dàt verdient in ònze tijd de voorkeur.
Het onthouden en parate kennis was goed, maar het door de Heilige Geest begiftigd zijn teksten te onderzoeken en nieuwe betekenis en ideeën te ontwikkelen wordt als béter ervaren.
Wanneer dit samengaat met het in eenvoudige bewoordingen overbrengen op de zoekende mens, die hiermee in zijn/haar leven vooruit kan heeft de Blijde Boodschap haar oorspronkelijke waarde hervonden.
Hoe vaak komt het niet voor dat men na afloop van een conferentie niet eens kan weergeven wat de waarde ervan voor de christen geweest is; veelal vindt men het interessant en gaat over tot de orde van de dag.
De kampioen onder de gelovigen blijft degene, die datgene wat verkondigt wordt in z’n binnenkamer praktiseert, werkelijk een verbintenis met God opbouwt. 

Uiteraard kun je eenzijdig prachtige projecten opzetten, indien deze echter niet door de gemeenschap gedragen worden – is het als water naar de zee.
De principiële basiseigenschap van spelleiders en toezichthouders is
in deze dat zij verantwoordelijk en integer ingesteld zijn;
het behoeven geen vooraanstaande geleerden op de kansel te zijn.
Dit wordt ook wel geestelijke intuïtie genoemd, een innerlijk weten.
Een soort weten vanuit je hart, dat voorbij gaat aan rationele overwegingen.
Dit weten kan zonder tussenkomst van jezelf door de Heilige Geest
tot stand komen, dàn is het er opeens zonder dat je de afkomst kunt verklaren.
De kunst is te luisteren naar die eerste impuls en daar iets mee te doen;
regelmatig wordt deze eerste impuls door rationele gedachten of
de drukte van de wereld om je heen vervormt en/of afgewezen.
Daarom is het noodzakelijk een eenvoudig, regelmatig en rustig leven te leiden.
Je aandacht wordt immers gericht door een balans in zien, horen of ervaren.
Ook je overtuigingen, normen en waarden bepalen wat je waarneemt;
je omgeving speelt derhalve een grote rol, wie je vrienden en
de gemeenschappen zijn, waarbij je jezelf bij aansluit.
Een levenshouding vraagt om eenvoud en keuzes in tijd, die
je hiervoor vrij maakt en hoe je jezelf door
de eenvoud van anderen laat inspireren.
Gedachtenuitwisseling geeft informatie van hetgeen
  bij de ander de aandacht heeft getrokken en
  bevestigt de betrokkenheid naar de gemeenschappelijke zoektocht.
De gepropageerde oostelijk beoefende meditatievormen sluiten de menselijke belevingen in de persoon òp en veroorzaken een inbreuk op de noodzakelijke onderlinge dialoog.
De gelovige Christen krijgt de innerlijk ervaring dat het Koninkrijk der Hemelen in al Zijn Kracht in z’n hart intrek genomen heeft.
Deze toestand is zeer goed beschreven in “De weg van een Pelgrim”, een Russische boer, die door de beoefening en de overgave van z’n gebed tot Christus deze staat van de door de Heilige Geest geschonken Genade verworven heeft.
En zo zwerf ik nu”, vertelt hij, “en herhaal onafgebroken het gebed van het hart [het Jezusgebed], dat mij kostbaarder en zoeter is dan alles wat de wereld mij kan bieden. Soms leg ik wel vijftig kilometer per dag af en voel zelfs niet dat ik wandel;
ik ben mij alleen bewust van het feit, dat datgene wat ik doe – door de Heer gedragen wordt;
wanneer de snerpende kou door mij heen dringt, begin ik m’n gebed nog nadrukkelijker te zeggen en spoedig doortrekt mij een heerlijke warmte;
wanneer de honger mij plaagt, roep ik nog vaker de Naam van mijn Heer en Meester aan en mijn verlegen naar voedsel wordt gestild.
wanneer ik ziek wordt en de pijn in armen, benen en gewrichten krijg, vestig ik m’n gedachten op het gebed en voel ik de pijn niet meer.
wanneer iemand mij kwaad doet, behoef ik enkel maar te denken: hoe heerlijk is mijn gebed tot mijn Meester en zowel letsel als boosheid gaan voorbij en ik vergeet alles
”.
Het Koninkrijk der Hemelen blijkt niet zo ingewikkeld te zijn, zo hoog verheven:
het Koninkrijk der Hemelen is binnen in ons”.
Zo God het dan toelaat ontvangt allen het begrip, wat ondanks wetenschappelijke vorming dom is, zoveel lichter, waarop je gemakkelijk dingen begrijpen en overdenken kunt, waar je voorheen niet bij stil hebt gestaan.

niet alleen de Doop, maar ook de Transformatie is noodzakelijk om Christus in Zijn Goddelijkheid te ontmoeten; not only Baptism, but also Transformation is necessary to meet Christ in His Divinity; όχι μόνο το βάπτισμα, αλλά και η Μεταμόρφωση είναι απαραίτητη για να συναντηθεί ο Χριστός στη Θεότητά Του; ليس فقط المعمودية ، ولكن أيضا التحول ضروري لمقابلة المسيح في لاهوته

Volgens de leer van de Orthodoxe Kerk opent dit Licht, de zinnelijke en geestelijke ogen van de volgeling van Christus – het is hetzelfde Licht dat Christus op de berg Thabor aan de discipelen geopenbaard heeft en dat later in de nacht van de Opstanding de wereld in straalde.
Zij, die dat Licht in hun hart ontvangen, bevinden zich in een verheerlijkte toestand, waarin zij de Heerlijkheid van Christus’ Opstanding aanschouwen en die een voorgevoel is van de zaligheid die de Rechtvaardigen geopenbaard zal worden op de dag van de algemene Opstanding. Het is hun eigen innerlijke opstanding uit de dood van de zonde reeds vóór de algemene Opstanding. In deze toestand wordt de menselijke ziel opgewekt uit de doden en in haar worden de woorden van onze Heiland vervuld: “ Die in Mij gelooft – heeft het eeuwig Leven”.
      En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo dient ook de Zoon van de mensen verhoogd te worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal 
hebben. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven za hebben. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zal veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zal wordenJohn.3: 14-17.
      Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal 
ze uit mijn hand roven. Wat Mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand van Mijn Vader. Ik en de Vader zijn eenJohn.10: 27-30.
    Beproef mij, God, doorgrond mijn hart; onderzoek mij en ken mijn wegen. Zie toe, of er een onterechte weg in mij is; maar leid mij op de weg tot de eeuwigheid” 
Psalm.138[139]: 23,24.  

Men kan zeggen: alles wat de Kerkelijke inspiratie ooit kon bereiken en voortbrengen, wordt tot uiting gebracht in de gestrengheid en ernst die de diensten in de tijd kenmerken.
      Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de Gestalte van God zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de 
mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood van het Kruis.
Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in de Naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: ‘Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!’Phil.2: 5-11.

2e Pinksterdag – dag van de Heilige Geest

Een Gelovige zien is het herkennen van Jezus Christus“;                                       ” Seeing a believer is recognizing Jesus Christ“;         ” Βλέποντας έναν πιστό αναγνωρίζει τον Ιησού Χριστό“;                                          “رؤية المؤمن هو التعرف على يسوع المسيح”.     

Komt alle Volkeren,
om de Goddelijke Drie-persoonlijke Godheid te aanbidden: de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de mede-eeuwige en meer-tronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verHeerlijkt met de Zoon.
Éen Macht, één Wezen, éen Godheid: wij allen aanbidden en zeggen:
Heilig bent U, God, Die door de Zoon alles geschapen heeft, tezamen met de energie van de Heilige Geest.
Heilig is de Sterke, door Wie wij de Vader mogen kennen en
door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is.
Heilige is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster, Die uitgaat van de Vader en Die rust in de Zoon.
Heilige Drie-eenheid, ere zij U

      Ziet toe, dat gij niet een dezer kleinen veracht.
Want Ik zeg u, dat hun engelen in de Hemelen voortdurend het Aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de Hemelen is. [Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te behouden].
Wat dunkt u? Indien een mens in het bezit is gekomen van honderd schapen en een ervan raakt verdwaald, zal hij dan niet de negenennegentig op de bergen laten en heengaan om het dwalende te zoeken? En gebeurt het, dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich over dat ene meer verblijdt dan over de negenennegentig, die niet verdwaald waren.
        Zo bestaat bij uw Vader, Die in de Hemelen is, de Wil niet, dat een van deze kleinen verloren gaat.
        Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen.
        Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen.
        Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring 
van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa.
        Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de Gemeente.
        Indien hij naar de Gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar.
Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de Hemel,
en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel.
Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van mijn Vader, Die in de Hemelen is.
Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun middenMatth.18: 10-20.

      Thans zijn jullie licht[-end voorbeeld] in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht,
– want de vrucht van het licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid en
– toetst wat aan de Heer wel-behaaglijk is.
En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het Licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.
Daarom heet het: Ontwaak, jullie die slapen en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten.
Ziet dus nauwlettend toe, hoe jullie wandelen, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.
En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen en zingt en bejubelt de Heer van harteEph.5.: 8b-19.

De weg die wij Gelovigen gaan heeft een goede basis, wij trekken door de woestijn van het leven, maar weten ons gedragen door een betrouwbare leidsman, de goede Herder.
De beeldspraak van kudde en herder vindt zijn oorsprong in de herinnering aan de woestijntocht, toen de Heer Zijn volk uit Egypte door de Woestijn heen heeft geleid naar het land van belofte: als een Goddelijke Herder Zijn kudde.
De Mysteriën [wonderen] die Hij gedaan heeft ten aanschouwen van onze voor-vaderen, in het land van Egypte, in de vlakte van Tanis”.
De vlakte van Tanis = de gehele vlakte van de Jordaan, die van de doop, de gehele vlakte waar de Jordaan doorheen liep van de zee van Galilea tot Zoar [= onbeduidend of onbelangrijk] toe, zodat de dode zee er onder begrepen werd. Voornamelijk denken we aan de vlakte, waar Sodom en Gomorra, Adama en Seboïm, hun ondergang tegemoet gingen.
Eer de Heer Sodom en Gomorra verdorven had was de vlakte van de Jordaan als de hof des Heren en als het land van Egypte te weten àls òf dáár gezegd wordt jullie komen van/te Zoar.

      Abram bleef wonen in het land Canaan en Lot vestigde zich in de steden van de Streek, en sloeg zijn tenten op tot bij Sodom. De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegen-over de HeerGen.13: 12,13.
Het lijkt onbeduidend, maar wij leven in de vlakte van Tanis en worden geleid naar het land van de Belofte – het staat er reeds vanaf den Beginne, je dient het alleen maar te lezen en te zien, te horen.
En de mensen van Sodom waren boos en grote zondaars tegen alles wat
God hen maar geboden had
– alle mensen zijn van nature boos en zondaars, daar is niemand van uitgezonderd, zelfs niet één, zo zegt David:
Allen zijn afgedwaald, zij zijn omkoopbaar: er is niemand, die het goede doet, zelfs niet één, Hun keel is een open graf, hun tong pleegt bedrog; addervergif zijn hun lippen. Hun mond is vol verwensing en bitterheid; hun voeten zijn vlug om bloed te vergieten. Hun wegen zijn verderf en ongeluk, maar de weg van Vrede kennen zij niet; de vreze voor God staat hun niet voor ogenPsalm 13: 4-7, vert. ROK ’s-Gravenhage.

‘Christus’ klopt aan jouw deur

Nadat wij de roep van de Herder beantwoord hebben en ons hebben laten dopen trekken wij weliswaar door de woestijn van het leven, maar weten ons gedragen door een betrouwbare leidsman, de goede Herder; wij wandelt als kinderen van het Licht
    Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de Kracht en de komst van onze Heer Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn Majesteit.
     Want Hij [Christus, onze Leidsman] heeft van God, de Vader, eer en Heerlijkheid 
ontvangen, toen zulk een stem van de Hoogwaardige Heerlijkheid [uit de Hemelen] tot Hem kwam: ‘Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Wie Ik Mijn Welbehagen heb. En deze stem hebben ook wij uit de Hemel horen komen, toen wij met Hem op de Heilige Berg [Thabor] waren.
        En wij achten het profetische woord [daarom] des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie van de Schrift [de Blijde Boodschap] een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil vaneen mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken2Petr.1: 16-21.

De Kerk roept ons via haar eerst-geroepenen op:
    Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en Godsvrucht strekt, begiftigd door de Kennis van Hem, Die ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; 
door Deze zijn wij met kostbare en zeer grote Beloften begiftigd, opdat jullie [mensen] daardoor deel zouden hebben aan de Goddelijke Natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
       Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw Geloof de deugd, door de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de Liefde [jegens allen].
Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden, laten zij u niet zonder werk of vrucht voor de kennis van onze Heer Jezus Christus
[uw aller Herder]”  2Petr.1: 3-8.

Luistert, gij zonen van Abraham, Isaäc en Jaäcob, luistert naar Israël [de Kerk];
de 12 stammen van Israël – gelijk de 12 apostelen van de Kerk:
        Ruben [= zie, een zoon] , mijn eerstgeborene zijt gij, mijn sterkte en de eersteling van mijn  Kracht, de voornaamste in Hoogheid, de voornaamste in vermogen. Gij, die opbruist als water, gij zult de voornaamste niet zijn, omdat gij het bed van uw vader beklommen hebt; toen hebt gij het ontwijd. Hij heeft mijn leger-stede beklommen.
        Simeon [= luisterend, gehoord] en Levi [= verbonden] zijn broeders; hun gereedschappen zijn werktuigen van geweld. Mijn ziel zal geen deel hebben aan hun [wereldse] beraadslaging, mijn geest zal zich niet aan-sluiten bij hun vergadering, want in hun toorn hebben zij mannen [de mensheid] gedood en in hun moedwil hebben zij runderen de pezen doorgesneden. Vervloekt zij hun toorn, want die is hevig, en hun grimmigheid, want die is hard. Ik zal hen verdelen onder Jaäcob [= hielenlichter] en verstrooien onder Israël [= God heeft de overhand, God zegeviert].
     Juda [= geprezen, hij zal geprezen worden], u zullen uw broeders loven, uw hand zal zijn op de nek van uw vijanden, voor u zullen de zonen van uw vaderen zich neerbuigen. Een leeuwenwelp is Juda; na de roof zijt gij omhoog geklommen, mijn zoon; hij kromt zich, legt zich neer als een leeuw of als een leeuwin; wie durft hem opjagen? De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heerser’s-staf tussen zijn voeten, totdat Silo [= plaats van rust bij de eigenaar] komt en hem zullen de volken gehoorzaam zijn. Hij zal zijn ezel aan de wijnstok binden en het jong 
van zijn ezelin aan de wingerd; hij zal zijn kleed in wijn wassen en in druivenbloed zijn gewaad.
Hij zal donkerder van ogen zijn dan wijn en witter van tanden dan melk.
        Zebulon [= verheven, bewoning] zal wonen aan het strand der wijde zee, ja, hij zal wonen aan het strand bij de schepen, en zijn zijde zal naar Sidon [= de jacht, het jagen naar] gekeerd zijn.
        Issakar [= er bestaat beloning] is een bonkige ezel, die tussen de stallingen ligt; Als hij ziet, dat de rust goed is, en dat het land liefelijk is, buigt hij zijn schouder om te torsen en leent zich tot slaafse herendienst.
        Dan [= rechter] zal zijn volk richten als een der stammen van Israël. Moge Dan een slang op de weg zijn, een hoornslang op het pad, die in de hielen van het paard bijt, zodat zijn berijder achterover valt. Op uw Heil wacht ik, o Heer.
        Gad [= een binnenvaller of troep of fortuin], een bende zal hem belagen, maar hij zal hun hielen belagen.
        Aser [= gezegend, gelukkig], zijn spijze zal vet zijn, en hij zal koninklijke lekkernijen leveren.
        Naftali [= worstelend, wordteling] is een losgelaten hinde; hij laat schone woorden horen.
        Jozef [= de Heer heeft toegevoegd, laat hem toevoegen] Een jonge vruchtboom is Jozef, een jonge vruchtboom aan een bron; zijn takken stijgen boven de muur uit; De boogschutters hebben hem getergd, beschoten en vijandig bejegend, maar zijn boog bleef stevig en zijn sterke handen bleven lenig, door de handen van de Machtige van Jaäcob, daar de Steenrots van Israel [de Kerk] Zijn herder is; Door de God uws vaders, die u zal helpen, en de Almachtige, die u zal zegenen met zegeningen uit de Hemelen van boven, met zegeningen van de watervloed, die beneden ligt, met zegeningen van de borsten en de moederschoot.  De zegeningen van uw vader gaan de zegeningen van mijn voorvaderen te boven, reikende tot het kostelijkste der eeuwige heuvelen; zij zullen komen op het hoofd van Jozef, op de schedel van de uitverkorene onder zijn broeders.
         Benjamin [ de jongste, zoon van de rechterhand of zoon van geluk] is een verscheurende wolf; in de morgen verslindt hij zijn prooi en tegen de avond verdeelt hij de buit.
Dit zijn al de stammen van Israël, twaalf in getal; en dit is wat hun vader over hen gesproken heeft, toen hij hen zegende; ieder zegende hij met een eigen zegen” Gen.49: 6- 28.

“Gij richt een tafel voor mij aan voor de ogen van mijn verdrukkers”;

God, onze Vader trof alle eerstgeborenen in Egypte,  de eerst-verwekten in de tenten van Cham [= verhit, heet]; maar Zijn uitverkoren Volk liet Hij als schapen uitgaan, ging hun kudde vóór, door de woestijn;  veilig leidde Hij hen – niets te vrezen! – had de zee niet hun vijand bedekt?
Wanneer onze Heer en Verlosser, Jezus Christus Zichzelf de Goede Herder noemt, dan dienen wij dit beeld voor ogen te houden, niet zozeer met op de achtergrond Zijn weldoende rondgaan door dorpen en steden, als wel Zijn Pascha, ons Geloof van Pascha, de verlossing uit de dood, uit de slavernij van het uitzichtloze door de dodende zee heen, opgestaan tot eeuwig Leven.
Aan het einde van de woestijntocht verneemt Mozes dat hij gaat sterven.
Vervolgens bidt/smeekt hij tot zijn God,
“Heer, ontferm U” dat deze voor Israël [de Kerk] Iemand zou aanstellen, ‘Die hen uitleidt en thuisbrengt’, toen sprak Mozes tot de Heer:
        De Heer, de God der geesten van alle levende schepselen, laat Hem over de vergadering een man aanstellen , Die voor hun aangezicht uitgaat en Die voor hun aangezicht ingaat, en Die hen doet uittrekken en hen weer terugbrengt, opdat de vergadering des Heren niet zij als schapen die geen herder hebbenNum.27: 15-17.
De Gemeenschap van God, het uitverkoren Volk des Heren zou ‘een kudde zonder herder’ worden. En de God van onze Vaderen stelde vervolgens Iemand aan, Die redding brengt [= Joshua]. “Jezus” is het Griekse woord voor de Hebreeuwse naam Joshua, die oorspronkelijk luidde Hoshea [= redding] :
      Mozes noemde Hosea, de zoon van Nun [= nageslacht], Jozua “ Num.13: 8,16, die Hij uitzond om het Beloofde Land te verkennen.

Wanneer onze Heer en Verlosser over Zichzelf getuigt dat Hij de Goede Herder is, voegt Hij er expliciet aan toe:
‘dit is de opdracht die Ik van mijn Vader heb ontvangen’.  Dit betekent dan voor Hem: ‘een Koningschap, een Koninkrijk op de wijze van David, met als de twee criteria van zijn leiderschap: oprechtheid enerzijds, met omzichtige hand anderzijds.
Oprechtheid, de waarheid, desnoods de harde waarheid; maar ‘niet’ de harde hand, ‘wel’ de hartelijke hand, de hand van het hart.

De profeten van de ballingschap, in het bijzonder Isaiah, zien de terugkeer uit Babylonië als een nieuwe woestijntocht naar het land van de belofte.
      Zie, hier is uw God! Zie, de Heer der Heerscharen zal komen met Kracht en Zijn arm zal Heerschappij oefenen; zie, Zijn loon is bij Hem en Zijn vergelding gaat voor Hem uit.
       Hij zal als een herder Zijn kudde weiden, in Zijn arm de lammeren vergaderen en ze in Zijn Schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden.
       Wie mat de wateren met Zijn holle hand, bepaalde de omvang der Hemelen met een span, vatte met een maat het stof der aarde, woog de bergen met een waag en de heuvelen met een weegschaal?
Wie bestuurde de Geest des Heren en onderrichtte Hem als zijn raadsman?
Wie raadpleegde Hij, dat deze Hem inzicht zou geven, het rechte pad zou leren, kennis bijbrengen en de weg van het verstand doen kennen?
Zie, volkern zijn geacht als een druppel aan een emmer en als een stofje aan een weegschaal;
zie, 
eilanden zijn als fijn stof, dat uitgestrooid wordt; de Libanon [= witheid] is niet toereikend als brandhout, en zijn wild gedierte niet ten brandoffer.
Alle volkeren zijn als niets voor Hem, zij worden 
door Hem beschouwd als nietig en ijdel. Met wie dan wilt gij God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?Isaiah 40: 10-18.
Als Christus Zich de Goede Herder noemt, dan is het ons Geloof dat in Hem de geschiedenis van de mensheid, onze geschiedenis, telkens opnieuw een kéér zal nemen: vàn ballingschap náár terugkomst thuis, vàn vallen náár opstaan, vàn zonde náár verzoenende vergeving.
Maar, zó stellen daarna dezelfde Profeten vast – hun woordvoerder is nu in de eerste plaats Ezechiël – de herders [de spelleiders] van Israël [de Kerk] ‘weiden zichzelf‘.
Hun schapen buiten ze uit en die raken verstrooid over de gehele aarde, de kudde wordt geplunderd en valt ten prooi aan de wilde dieren.
Dàn zegt de Heer onze God, via Zijn Geest bij monde van Zijn profeet:
Ik zal zelf omzien naar mijn schapen en ervoor zorgen…
Ik zal zelf mijn schapen weiden en ze een rustplaats wijzen…
Ik zal over hen één herder aanstellen die hen weiden zal: mijn dienaar David.
Die zal ze weiden, die zal hun herder zijn…
Ik, de Heer, zal hun God zijn en mijn dienaar David hun vorst…
Zo luidt de godsspraak van Jahwe de Heer:
Jullie zijn toch Mijn schapen, de schapen die Ik weid;
 Jullie zijn Mijn mensen en Ik ben jullie God.
En Jezus zegt: “Ik ben de Goede Herder,  de nieuwe, de door Jahwe beloofde,
de enige, de waarachtige“.
Dat wil zeggen: “Uw Barmhartigheid volgt mij van nabij, alle dagen van mijn levenPsalm 22: 8; oftewel dat Ik garant sta voor Leven, doorheen al uw lijden en de dood. Zijn Volk laat Hij als schapen uitgaan, Hij gaat Zijn kudde vóór door de woestijn. Hij staat èr garant voor -om hen- in Oprechtheid en Hartelijkheid voor te gaan

Transfiguratie, ‘Heer, laat ons tenten bouwen’.

    Heer, wie mag wonen in Uw tent, wie mag verblijven op Uw Heilige Berg?
Hij die wandelt zonder vlek en de werken der Gerechtigheid doet. Die waarheid spreekt in zijn hart, die geen bedrog pleegt met zijn tong.
Die geen bedrog pleegt tegen zijn naaste, noch kwaad wil horen over hen die hem na-staan. 
Wie kwaad doen, zijn in zijn ogen gering; maar wie de Heer vrezen, eert hij. Als hij zweert voor zijn naaste, houdt hij zijn woord; hij geeft zijn geld zonder rente. Hij aanvaardt geen geschenken tegen schuldelozen.
Wie zo doet staat onwankelbaar tot in  eeuwigheidPsalm 14, vert ROK ’s-Gravenhage.

De wereldse mens zal opmerken:
dat is prachtige Bijbelse poëzie; het mag dan voortreffelijke Theologie zijn;
maar wat heeft het concreet te betekenen in deze moderne tijd van
computer en hightech waarin wij leven?
Is er een concreter, completer, moderner, universeler levensprogramma denkbaar dan  dat van de oude psalmen, profeten en parabels?
Dat wij in de Geest van God, in de voetsporen van de verrezen Heer, Die ons tot Leven wekt, voor elkaar garant staan voor geluk en genade;
dat wij voor elkaar garant staan voor leven ondanks lijden en dood, sterker dan lijden en dood;
dat wij ‘in open overleg‘ er -garant voor te staan- vertrouwelijk
met elkaar om te gaan  in oprechtheid en met zachte hand,
rechtlijnig en zachtzinnig;
dat wij ervoor garant staan telkens weer te kiezen voor
verzoening en elkaar nieuwe kansen te gunnen,
voor elkaar mensen van Ontferming en Vrede te zijn;
dat wij ons daarom met Gelovige Zekerheid geborgen weten
in God’s Vaderhart en in de Liefde van de Goede Herder.

Ondanks datgene wat de wereld ons voorhoudt
blijven wij Gelovigen in de Geest van God, met
onze Heer aankloppen en zeggen met Hem:
    Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven;
neem mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en je zult rust vinden voor je ziel; want mijn juk is zacht en
mijn last is licht
” Matth.11: 28-30.

 

Christus zegent de kinderen, ‘Laat de kleinen tot mij komen, belet het hen niet, want in hen verblijft het Koninkrijk der Hemelen!’

Onze Heer en Zaligmaker, de Zoon van God is er namelijk van overtuigd dat
er mensen zijn die heel goed weten, dat het heel ànders dient te gaan in hun leven. Misschien herken jij dàt ook, een voortdurende onrust, een leegte, die door niets  in deze wereld gevuld kan worden, een verlangen naar God misschien zelfs zonder dat je dàt onder woorden kunt brengen.
Je hebt spijt van je hardheid, en je ziet je eigen arrogantie en egoïsme.
Je ervaart dat je onrein bent vanwege je eigen hooghartige gedachten en fantasieën die maar blijven opkomen en weer gaan zonder dat je er grip op krijgt. Daardoor voel je je misschien schuldig.
Hoe andere mensen jou beoordelen, òf ze jouw strijd zien of niet, en
òf je christen bent of niet, dat verandert niets aan het feit dat
je zelf heel goed beseft dat het toch niet zo goed met je gaat, als je
je omgeving doet voorkomen.
Je weet dat er krachten in je leven zijn die sterker zijn dan jezelf en
die jou in je gedachten bij God vandaan trekken naar dingen die
niet goed voor je zijn en waardoor je in een spiraal van
ellende terecht kunt komen.
Zou je dàt nòg langer negeren dàn zou je niet eerlijk meer zijn
ten opzichte van jezelf.

Komt alle Volkeren,
om de Goddelijke Drie-persoonlijke Godheid te aanbidden:
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de mede-eeuwige en meer-tronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verHeerlijkt met de Zoon.
Éen Macht, één Wezen, éen Godheid: wij allen aanbidden en zeggen:
– ‘ Heilig bent U, God, Die door de Zoon alles geschapen heeft,
tezamen met de energie van de Heilige Geest.
– ‘ Heilig is de Sterke, door Wie wij de Vader mogen kennen en
door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is.
– ‘ Heilige is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster,
Die uitgaat van de Vader en Die rust in de Zoon.
Heilige Drie-eenheid, ere zij U

Bezingen wij de Een-wezenlijke Drie-heid:
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, want
zo is het ons verkondigd door
alle Profeten, de Apostelen en de Martelaren

uit: Pentecostarion, blz.466 ROK ’s-Gravenhage.

Prijslied
[refr.] “Wij vereren U, wij vereren U Leven-schenker Christus,
en vereren Uw Al-Heilige Geest, Die
U van de Vader over Uw
God-dragende Leerlingen gezonden hebt“.

– “De Hemelen verhalen de Heerlijkheid Gods,
het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen“. [refr.]

– “Over de gehele aarde klinkt hun [Blijde] Boodschap,
tot aan de grenzen der wereld hun woorden.
Door de adem van Zijn mond
is heel hun kracht bevestigd“.  [refr.]

– “Vuur vlamde op van Zijn aanschijn,
een brandende vuurgloed ging van Hem uit:
een geweldige storm omringt Hem
Alle einden der aarde zullen zich herinneren en
tot de Heer terugkeren;
alle geslachten zullen voor Hem neerbuigen“.  [refr.]

– “Het getuigenis des Heren is waar,
en geeft wijsheid aan de kleinen:
de oordelen des Heren zijn recht zij verblijden het hart.
De aarde werd geschokt en de hemelen dropen,

voor het aangezicht van de God van de berg Sinaï“.  [refr.]

-“Zend Uw Geest uit, en alles zal geschapen worden:
U zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
Uw goede Geest geleide mij in een effen land“.  [refr.]

-” God schep in mij een zuiver hart;
vernieuw in mijn binnenste de rechte Geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht;
neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.
Geef mij de vreugde terug van Uw Heil;
sterk mij met Uw besturende Geest“.  [refr.]

-” De Heer schenkt met Macht het Woord
aan de brengers van de Blijde Boodschap.
De Heer zal Zijn volk Kracht schenken:
de Heer zal Zijn Volk zegenen met Vrede

Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen

Hypakoi     tn.8
Na Uw Opstanding uit het graf, o Christus,
en Uw Goddelijke Opvaart naar de hoogste Hemelen,
hebt U over de God-schouwenden Uw Heerlijkheid gezonden, Barmhartige,
en de rechte Geest hernieuwd in Uw Leerlingen.
Zo hebben zij, als een welluidende harp,
op Mystieke wijze door God bespeeld,
Uw Woorden en Heilsorde doen weerklinken“.
uit: Pentecostarion, blz.470,471 ROK ’s-Gravenhage.

Zondag van Pinksteren – Πεντηκοστή, de Nederdaling van de Heilige Geest

”     Zie temidden van de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggend:
‘Indien iemand dorst heeft, hij dient tot Mij te komen en te drinken! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’.
Dit zei Hij van de Geest, welke zij, die tot Geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.
Sommigen dan uit de schare, die naar deze woorden geluisterd hadden, spraken:
‘Deze is waarlijk de profeet’. Anderen zeiden: ‘Deze is de Christus’;
weer anderen zeiden: ‘De Christus komt toch niet uit Galilea? Zegt de Schrift niet, dat de Christus komt uit het geslacht van David en van het dorp Betlehem, waar David was?’
Er ontstond dan verdeeldheid bij de schare om Hem; en sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand sloeg de handen aan Hem. De dienaars dan gingen naar de overpriesters en Farizeeën en die zeiden tot hen: ‘Waarom hebt gij Hem niet medegebracht?’.
De dienaars nu antwoordden hun: ‘Nooit heeft een mens zo gesproken, als deze mens spreekt!’.
De Farizeeen dan antwoordden hun: ‘Zijt gij soms ook verleid? Heeft soms een van de oversten in Hem geloofd, of van de Farizeeën? Maar die schare, die de wet niet kent, vervloekt zijn zij!’.
Nicodemus, die vroeger tot Hem was gekomen, een van hen, zei tot hen:  ‘Veroordeelt onze wet dan een mens, tenzij men zich eerst van hem op de hoogte gesteld heeft en kennis genomen van wat hij doet?’.  Zij antwoordden en zeiden tot hem: ‘Zijt gij soms ook uit Galilea? Ga maar na en zie, dat uit Galilea geen profeet opstaat. Opnieuw  dan sprak Jezus tot hen en zei:
‘Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het Licht van het Leven bezittenJohn.7: 37-52;8: 12.

Met Pinksteren vieren wij de geboorte van de Kerk.
Christus, de Zoon van God, die geleden heeft en aan het kruis is gestorven, is met Pasen verrezen uit de doden. Daarna verschijnt Hij nog aan de leerlingen en met Hemelvaart vieren we dat Hij definitief terug gaat naar God de Vader in de hemel en zetelt aan Zijn rechterhand.
Voordat Jezus wegging heeft Hij beloofd de gelovigen niet alleen te laten. De ons toegezegde Heilige Geest wordt ons gegeven om met God verbonden te blijven.
Maar ook om, geholpen door de ingevingen van die Heilige Geest, het Evangelie van Christus te kunnen verkondigen.

Wij, geschapen uit het slijk der aarde, zijn als mensen niet in staat op eigen kracht de volle leer van Jezus’ Blijde Boodschap [= Evangelie] te verkondigen;
de Heilige Geest helpt ons daarbij.
Op de dag van Pinksteren [ook wel Pentecoste, dat is “de vijftigste dag” na Pasen] gaan de Apostelen voor het eerst na Pasen verkondigend naar buiten en spreken in allerlei talen de mensen toe.
Pas nu zijn zij in staat overtuigend en duidelijk te spreken vàn en óver de Blijde Boodschap, de Pedagogie, het Geloof wat Christus hen heeft geleerd en voorgeleefd.
En met wàt voor een overtuiging! Velen bekeren zich, laten zich dopen en worden aldus eveneens   getuigen van Christus.

Veel mensen in Nederland weten alleen nog dat Pinksteren een extra dag vrij betekend – Het liedje ‘Op een mooie Pinksterdag’ spreekt iedereen dan ook aan.
Echter er zit een veel grotere betekenis achter Pinksteren dan alleen maar dat extra dagje vrij.
De geschiedenis van Pinksteren gaat namelijk vèr terug in de tijd.
Christenen zien Pinksteren als een neerdaling van de Heilige Geest over de apostelen, met het feest Pinksteren herdenkt de Kerk deze heilige gebeurtenis.
Het woord Pinksteren is ontstaan uit het Griekse woord Πεντηκοστή [Pentekosté], wat vijftig betekend.
Dit refereert aan de dag wanneer Pinksteren wordt gevierd, dit is namelijk de vijftigste dag.
Christenen herdenken de vijftigste dag dus als de neerdaling van de Heilige Geest op de apostelen, terwijl het Jodendom het ziet als het Wekenfeest.
Pinksteren is namelijk ontstaan uit het joodse zeven weken na Pesach-feest, hetgeen ook wel Sjavoeot genoemd wordt; met dit feest wordt gevierd dat de Tora aan het joodse volk is gegeven. De synagogen worden op deze dag geheel versierd met bloemen. Op deze manier herinneren de joden zich dat God de berg Sinaï ook helemaal had versierd met bloemen toen Hij hen de Torah, de Wet gaf.
Vroeger was Pinksteren alleen een dankfeest voor het binnenhalen van een goede oogst en pas in de tweede eeuw na Christus kreeg Pinksteren een nieuwe betekenis. Toen kreeg Pinksteren als betekenis om het Nieuwe Verbond tussen God en het Nieuwe Israël [de Kerk] te herdenken, de Nederdaling van Gods Geest.
Met Pinksteren viert de Kerk formeel haar ontstaan.
Onze Kerk bestaat dus vanaf Pinksteren in het jaar 33 en viert in 2033 haar 2000 jarig bestaan.
De Christelijke Kerk ziet Pinksteren als een neerdaling van de Heilige Geest over de apostelen, met het feest Pinksteren herdenken wij deze heilige gebeurtenis.

 

Pentecost, 14th cnt

De Heilige Geest is de Derde Persoon van de Ene God, naast de Vader en de Zoon, zo geloven wij. Het is een Gods-Mysterie, een Gods-wonder, maar het is een werkelijkheid, het is reëel, wanneer je je als volgeling van Christus voor Hem openstelt, de Heilige Schrift [hardop] leest en dit op je in laat werken.
Bijvoorbeeld het moment waarop Jezus, de Zoon, gedoopt wordt met de Heilige Geest.
De Heilige Geest wordt vaak afgebeeld als Vurige tongen, omdat de leerlingen vol vuur waren van de Boodschap, die ze gingen verkondigen en de liefdesboodschap, die ze in alle talen de mensen konden doorgeven.
Ook als duif wordt de Geest voorgesteld, omdat de duif voor reinheid en zachtmoedigheid staat, maar bovenal voor Hemelse inspiratie, vrede en de ziel.
De Heilige Geest is inderdaad de bezieling voor de Kerk om ook in onze tijden de boodschap van God onder de mensen te brengen.

Om het belang van dit Hoogfeest aan te geven kent dit feest ook een “Tweede Pinksterdag”, zoals dat ook met Kerstmis en Pasen is.
Dit noemen wij de Traditie van de Kerk, ondanks datgene wat sommige humanistische partijen hiervan vinden, maar een Hoogfeest wordt dusdanig gevierd dat wij er maar niet genoeg van kunnen krijgen om een dergelijk feest in één dag vieren. De 2e Pinksterdag wordt namelijk gevierd als de dag van de Heilige Geest en het is ontzettend jammer dat bepaalde groeperingen dit willen omzetten naar nog maar weer een ‘Maria-feest‘, zij werken daarmee zelf de afbraak van de Traditie in de hand.

De Heilige Geest moet onze zwakheid te hulp komen en daarom vragen wij steeds om de bijzondere Genadegaven: we  vragen om de heilige Geest te mogen ontvangen, zodat onze geest van zelfzucht wordt bekeerd, omgekeerd, bekeerd tot een geest van nederigheid.

In de avond van de eerste dag van de week“.
De Christelijke Zondag. Geruisloos heeft de Joodse Sabbat plaats gemaakt voor de Christelijke Zondag. Geen revolutie, maar een haast naadloze overgang.
Of beter: de ontreddering van deze revolutie heeft onze Heer Zelf opgevangen.
Want om helemaal opnieuw te kunnen beginnen was het nodig, dat het oude werd losgelaten.
Dat loslaten heeft Christus gedaan: Zijn milieu, Zijn geboortegrond, Zijn verwanten, Zijn goede Naam, de trouw van Zijn leerlingen, Zijn gezondheid, Zijn moeder, Zijn leven, kortom alles wat onze Heer, Jezus Christus, bond aan de Joodse grond, aan de Joodse wet, aan het Oude Verbond, Hij werd eruit ontworteld.
Aan al het oude afgestorven is Jezus voor ons de nieuwe innerlijke Tempel geworden en is Zijn Gloriedag onze zondag, de dag des Heren geworden, de dag van onze Heer.

Toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen…“.
Het verheerlijkte Lichaam van onze Heer is niet meer gebonden aan de begrenzingen van tijd en ruimte. Maar ook daarvoor heeft Hij de prijs betaald.
Eerst heeft Hij zich tot het uiterste toe gebonden aan de begrenzingen van het menselijke bestaan en heeft Hij elke overschrijding van die grenzen als een bekoring afgewezen. Vanaf  Zijn Geboorte in een grot tot en met de mensonwaardige executie op het Kruis is Jezus trouw gebleven aan de voorwaarden van het gewone menselijke bestaan.
Door Zich vrijwillig te binden aan de begrensdheid door tijd en plaats heeft Jezus alle plaatsen en alle tijden overstegen en is Hij de mens voor allen geworden om nu te kunnen zijn overal waar mensen zijn.
Wil ons leven een betekenis hebben die uitgaat bóven de nauwe grenzen van onze menselijke situatie, dàn behoeven wij ons niet aan de greep van onze menselijke oorsprongssituatie te onttrekken, ons te ontwortelen, maar dàn moeten wij juist ten einde toe eraan trouw blijven.

“Hij ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u“.
Dat is het aanschouwelijk beeld van de kerk: Jezus in het midden, zijn Vrede schenkend.
Niet de vrede zoals de wereld die geeftJohn.14: 27.
Niet de vrede van deze wereld, want dat is een vrede die gebonden blijft aan vredige omstandigheden.
Het is een Vrede “die alle begrip te boven gaat” [Phil. 4: 7], een Vrede in omstandigheden waarbij mensen zich afvragen hoe iemand daarbij nog de Vrede kan bewaren. Met die Vrede heeft Christus de wereld overwonnen:
Dit heb Ik u gezegd, opdat jullie de vrede zouden bezitten in Mij. Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnenJoh.16: 33.

Na dit gezegd te hebben, toonde
Hij hun Zijn handen en Zijn zijde
“.
De tekenen dus van zijn nederlaag.
De Vrede van Christus is dus de Vrede waarmee de nederlaag wordt verdragen.
Christus heeft het kwaad overwonnen door zich er niet kwaad over te maken en het actief te bestrijden, maar door het met een zacht en vredig gemoed te dragen.
Deze nederigheid schept eenheid onder de mensen: Vrede.
Hoogmoed schept verdeeldheid.
Als we tegen elkaar opbieden, onszelf voortdurend in een concurrentiepositie plaatsen tegenover anderen: nog sneller, nog rijker, nog meer Macht, nog meer luxe, nog meer comfort, anderen de ogen uitsteken, ontstaat er verdeeldheid en geweld. Anderen willen niet onderdoen, zij doen zichzelf en anderen geweld aan om hetzelfde inkomen te krijgen. Daardoor komen anderen weer te kort: kinderen, zieken, minderbedeelden, zwakker begaafden.
Er is geen tijd meer voor hen. Van louter voortvarendheid loopt men ook zichzelf voorbij en teert men in op de zwakkere, maar zoveel kostbaardere krachten in zichzelf:
inkeer, gebed, stilte, tijd nemen voor zichzelf en voor elkaar, spel, contemplatie,
allerlei niet-nuttige bezigheden, lezen, genieten van de natuur, poëzie, muziek enz.
Christus en de Kerk zijn ervoor om voor díe zachte krachten een lans te breken.

Nogmaals zei Jezus tot hen: Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u“. De apostelen en wij worden opgenomen in Jezus’ eigen Goddelijke  Vredeszending. Een innerlijke Vrede dus, een Vrede van het hart, maar niet een Vrede die inwendig blijft.
De Vrede van Christus bepaalt vanuit onze kern heel ons wezen en van daaruit al onze contacten.
Nu dien ik mijn contacten na te gaan of ik er de Vrede die Christus in mijn hart legt, dieper in kan laten doorsijpelen. Met name bij de personen met wie ik het minder goed kan vinden en over de onderwerpen die gevoelig liggen en die ik steeds maar weer uit de weg ga.

Na deze woorden blies Hij over hen en zei: Ontvangt de heilige Geest“.
De heilige Geest, dat is Jezus zelf in zijn eenheid met de Vader.
Het is de Persoon, die zoals in de Geloofsbelijdenis staat, “die voortkomt van de Vader”.
Wanneer we Jezus over de Vader horen spreken en we ervaren bij zo’n woord van Jezus over de Vader een beweging van genegenheid voor de Vader, een opwelling van liefde voor Hem, dan hebben wij op zo’n moment contact met de heilige Geest, dan worden wij ons bewust hoe we zijn opgenomen in de liefdesstroom tussen de Zoon en de Vader.
Soms denken mensen: God is zo ver weg, zo hoog – hoog in de hemel.
Of Jezus, Die is zo lang geleden, al bijna twee duizend jaar.
Dan mogen we bedenken: de Heilige Geest, dat is Jezus en de Vader levend en vlak bij, de kracht en het licht van God in het eigen hart.
Precies wat er in het evangelie staat: “En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden; ook Ik zal hem beminnen en Ik zal Mij aan hem openbarenJohn.14: 21.
Luisteren naar wat de woorden van Jezus in je doen en laten, dat is “Geestelijk Leven“.
Geestelijk of pneumatisch leven, het leven in de heilige Geest.

Pinksteren: « de Hemel komt vandaag naar de aarde »; Pentecost: «Heaven is coming to earth today»; Πεντηκοστή: «Ουρανός ημίν γέγονε σήμερον η γη»

Onderaan de Pinkster-icoon ziet men een keizerlijk personage, die de tijdelijke wereld voorstelt.
Deze allegorische figuur ziet men op de icoon vanaf de XIVe eeuw.
Zij benadrukt de kosmische dimensie van Pinksteren. Byzantium, het nieuwe Rome, was uitverkoren als hoofdstad door de Romeinse keizer Constantijn, die haar herdoopte met de naam Constantinopel. Constantijn was de eerste keizer die zich bekeerde tot het christendom.
Het Romeinse Rijk dat Christelijk geworden was werd nadien vanwege de uitvoerende macht in tweeën verdeeld.  Constantinopel werd de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk – Rome van het West-Romeinse Rijk.

Deze keizer op de icoon houdt in een gebaar van dankzegging aan God een linnen doek vast met de twaalf schriftrollen van de apostolische verkondiging.
Dit soort linnen doek ziet men ook in de antieke kunst bij de afbeelding van de allegorieën van de seizoenen van de aarde; het doek bevat dan meestal vruchten en verbeeldt de overvloed van de vruchten van de aarde. Men kan dit linnen doek ook zien als een bootje. Het schip is vaak gebruikt om de Kerk voor te stellen.
De H. Clemens [3e eeuw] zegt: “Het lichaam van de Kerk is als een groot schip dat in een grote storm mensen van verschillende herkomst vervoert, die in het Koninkrijk Gods willen wonen. Beschouw God derhalve als de kapitein van dit schip, Christus als de stuurman, de bisschop als de man op de uitkijkpost, de priesters als de bemanningsleden, de gemeenschap van broeders als de passagiers, de wereld als de onpeilbare diepte van de dood...”

De apostelen waren eenvoudige vissers en werden geroepen om in zee te gaan aan boord van het schip dat de Kerk is, om vissers van mensen te worden.
Alle volkeren moeten de Blijde Boodschap horen: dat de gave [de genade] van de Heilige Geest voor iedereen is.

Troparion           tn8
Gij zijt gezegend, o Christus, onze God,
Die met Uw Wijsheid de Vissers hebt vervuld,
door hen te vervullen met Uw Heilige Geest.
Door hen hebt Gij heel de wereld buitgemaakt;
Minnaar der mensen, ere zij U
“.

Kontakion          tn8
Toen de Allerhoogste nederdaalde,
verwarde Hij de talen en scheidde de volkeren.
Toen Hij echter de Vuurtongen uitdeelde
riep Hij allen tot eenheid.
Laat ons daarom eenstemmig de Heilige Geest
verheerlijken
“.

Gij allen die in Christus zijt gedoopt,
gij hebt u bekleed met Christus

hymne tijdens de Goddelijke Liturgie [“in de plaats van Heilige God . . .”]

Orthodoxie & als schapen onder de wolven

Sodom & Gomorra, by Pieter Schoubroeck

      Voorwaar, Ik zeg u, het zal voor het land van Sodom en Gomorra draaglijker zijn in de dag van het oordeel dan voor die stad.
Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duiven.
Maar wacht u voor de mensen; want zij zullen u overleveren aan de gerechtshoven en zij zullen u geselen in hun synagogen; gij zult ook geleid worden voor stadhouders en koningen om Mijnentwil, tot een getuigenis voor hen en voor de volkeren.
        Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in die ure gegeven worden wat gij spreken moet; want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest van uw Vader, Die in u spreektMatth.10:15-20.

      Mocht ik nog wegblijven, dan weet je, hoe men zich behoort te gedragen in het huis van God, dat is de Gemeenschap van de levende God, een pijler en fundament van de Waarheid. En buiten elke twijfel, Groot is het Mysterie van de godsvrucht: Die Zich geopenbaard heeft in het vlees, is gerechtvaardigd door de Geest, is verschenen aan de Engelen, is verkondigd onder de heidenen, geloofd in de wereld, opgenomen in Heerlijkheid1Tim.3: 15,16.

Saint Ignatios Antiochan – Osios Loukas monastery chapel [Gr.]

Verdubbel daarom uw inspanningen om het Rijk de Hemelen te bereiken; Kijk goed naar de tijd waarin je leeft. Verwacht slechts onze Heer en Verlosser Jezus Christus die boven alle tijden leeft,  eeuwig en onzichtbaar, maar Die Zich aan ons heeft geopenbaard.
Hij, Die onaantastbaar is en Die niet kan accepteren dat ook maar iemand verloren raakt;  Hij heeft de hartstochtelijke Liefde tot de mens ervaren en heeft ingestemd met alle lijden.
Ik wijs jullie op de Genadegaven waarmee jullie zelf bekleed zijn, verdubbel je ijver en moedig alle medebroeders en zusters aan om gered te worden.
        Toon je daarmee rechtvaardig als gevolg van jullie waardigheid en wees altijd zowel in het vlees en de geest waakzaam; blijf streven naar éénheid, omdat in Christus iets anders er niet meer toe doet.
        Heb geduld met al jouw broeders en zusters, aanvaard ze zoals zij zijn, zoals onze Heer een Verlosser ook met u geduld heeft. Verdraag het, zoals je al doet, met liefde, in Christus” conf. Heilige Ignatios van Antiochië.

recht door zee = ‘natuurgetrouw’; straight through the sea = ‘true to nature’.

Waardig Recht door zee zijn, op je woord te vertrouwen:
De term “φρονίμοϊ” [Gr. phronimoi = wijs], het woord dat onze Heer ten opzichte van de slang gebruikte, is
Wijs; doordrongen van de Heilige Geest, God-gegeven inzicht.
Het betekent in positieve betekenis: inzichtelijk, verstandig, praktisch slim in de regulatie van ons menselijk leven
      Een ieder nu, die deze Mijn Woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig mens, die zijn/haar huis bouwde op de rotsMatth.7: 24;
      Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duivenMatth.10: 16;
      Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf [δούλος, doulos, soms vertaald met knecht] , die de heer over zijn dienstvolk gesteld heeft om hun op tijd hun voedsel te geven?Matth.24: 45;
      En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs,  doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen –  en de dwaze zeiden tot de wijze: ‘Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit’“ Matth.25: 2,4 + 8f;
      En de Heer zei: ‘Wie is dan de trouwe, de verstandige rentmeester, die de Heer over Zijn bedienden zal stellen om hun op tijd hun deel te geven?“ Luc.12: 42;
      En de Heer prees de onrechtvaardige rentmeester, dat hij met overleg gehandeld had, want de kinderen van deze wereld gaan ten aanzien van hun geslacht met veel meer overleg te werk dan de kinderen van het Licht“ Luc.16: 8;
      Ik spreek immers tot verstandige mensen; beoordeelt dan zelf, wat ik zeg“ 1Cor.10: 15.

Iemand wantrouwen; twijfel oproepend; gewetensbezwaar veroorzakend.
In ieder geval is er het woord “δόλος” [Gr. dolos = bedrog, fraude, sluwheid, leugenachtigheid, boosaardigheid] zoals in;
• “      zij beraamden een plan om Jezus door list in handen te krijgen en te dodenMatth 26: 4;
• “      diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstandMarc.7: 22 en
• “      Nu was het na twee dagen Pascha en het feest van de ongezuurde broden. En de overpriesters en de schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem door list in handen zouden krijgen en dodenMarc.14: 1;
• “      En Nathanaël zei tot hem: ‘Kan uit Nazareth iets goeds komen?’. Filippus zei tot hem: ‘Kom en zie’John.1: 47;
• “      Zoon van de duivel, vol van allerlei list en streken, vijand van alle gerechtigheid, zult gij niet ophouden de rechte wegen des Heren te verdraaien?Hand.13: 10;
• “      vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheidRom.1: 29;
• “      Het zij zo; tot overlast ben ik u niet geweest, ik ben nu eenmaal sluw, met list heb ik u gevangen2Cor.12: 16;
• “      Want ons vermanen komt niet voort uit dwaling, noch uit onzuivere bedoeling het gaat ook niet met list gepaard1Thess.2: 3;
• “       Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de vreemdelingen, die in de verstrooiing zijn in 
Pontus, Galatie, Kappadocie, Asia en Bitynie, die door Hem gelooft in God, die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof tevens hoop is op God1Petr.2:1,22; alsmede
• “      Want: wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, zijn tong van het kwade te weerhouden en zijn lippen van bedrog te spreken1Petr.3: 10.

Op eigen wijze ‘wijs’ zijn
Maar in negatieve zin betekent wanneer er gesproken wordt van “φρονίμοϊ” [Gr. phronimoi = wijs] echter anders: het alleen verstandig wijs, intelligent, slim, maar ‘niet’ waarachtig, ‘niet’ echt:
– “      Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over Israël [de Kerk] gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat en aldus zal geheel Israël [de Kerk] behouden wordenRom.11: 25;
– “      Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige. Weest niet eigenwijsRom.12: 16;
– “      Gij hebt immers gaarne geduld met onverstandigen, omdat gij zo verstandig zijt2Cor 11: 19.

NB. De uitspraak van Paulus, “      Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere1Cor.4: 10
behoort waarschijnlijk tot deze groep, hoewel een beslissing in die richting niet buiten gevaar kan worden gemaakt.

Lijden om Christus wil [dwaas om Christus]
‘Lijden’ is een heel groot woord.
De uitdrukking ‘lijden’ wil echter bij christenen iets zeggen over het feit dat je van alles over je heen krijgt, omdat je Christus wilt volgen. Het is namelijk helemaal niet zo gemakkelijk in navolging van Christus te leven. Je wordt uitgelachen, bespot en in uiterste gevallen vervolgd en gedood.
Nu zal het lichamelijk doden in een omgeving van vrijheid van Godsdienst niet zo gauw voorkomen, maar iemand geestelijk niet serieus nemen, respect onthouden – in een zwaar belaade hoek zetten – komt maar al te vaak voor – zelfs zo sterk dat je het discriminatie kunt noemen.

Treed je dus in de voetsporen van Christus dan zul je ongenuanceerde opmerkingen tegenkomen; of irritatie, welke een vroom gesprek bij anderen kan oproepen. In hun ogen heb je dat over jezelf afgeroepen en hebben zij het grootste gelijk van de wereld.
Maar het kàn zijn dat jij vanwege het feit dat je in God gelooft tot andere keuzes komt dan jouw omgeving; ja zelfs in de hoogste regionen van de Kerk komt dit voor en dat weerstand tegen bepaalde beslissingen niet geaccepteerd worden.
In plaats dat je met respect behandeld wordt – wordt je door de gemeenschap niet langer geaccepteerd, zwaar bekritiseerd – je kunt zelfs het gevoel krijgen er niet meer bij te horen. Zodra je ‘anders’ bent, je kritisch bent, je onafhankelijk van de massa opstelt, dien jij je te verantwoorden, want jij verstoort het zogenoemde groepsgevoel.
Jij wordt in jou overtuigde ‘navolging van Christus’ op de proef gesteld.
De vraag is dan: blijf je trouw aan je eigen mening of laat je jezelf leiden
door het schaapachtig angstig groepsgevoel.

In een brief aan Diognetus schreef Mathetus in de 2e eeuw na Christus:
Christenen vallen niet op door hun nationaliteit, taal of gewoontes. Ze wonen niet in afgescheiden steden, spreken geen dialect en volgen geen grillige groteske gewoontes. Ze volgen gewoon de gewoontes van de steden en de streek waar ze toevallig wonen.
En toch is er iets buitengewoons aan hun leven. Ze wonen in hun land alsof ze er tijdelijk zijn, als vreemdelingen. Zij vervullen hun rol als burgers, maar ze hebben als vanzelfsprekend dezelfde beperkingen als vreemdelingen.
Ieder land kan hun vaderland zijn, maar waar ze ook zijn: het is vreemd land voor hen.
Net als anderen trouwen ze en krijgen ze kinderen, maar ze leggen ze niet te vondeling – ze delen hun maaltijden, maar niet hun vrouwen. Ze laten zich niet door het lichamelijke beheersen; ze leven hun leven op aarde als burgers in de Hemel.
Ze gehoorzamen de wetten, maar op een niveau dat ieder wet overstijgt. Ze leven in armoede, maar verrijken velen. Ze zegenen wanneer ze uitgescholden worden en reageren hoffelijk op beledigingen. Als ze gestraft worden, verheugen ze zich, alsof ze nieuw leven ontvangen”.

Indien je dus waarachtig, met volle overtuiging “Christus” wilt navolgen, dan kan het best nog wel eens heel moeilijk worden – en zo niet, dan dien je toch eens af te gaan vragen of je wel vól-wáárdig aan dàt Christelijk leven deel neemt.
Lach je mee, als er iemand wordt uitgelachen?
Ben je nieuwsgierig als er geroddeld wordt?
Of durf je er iets van te zeggen omdat je weet dat het niet klopt?
Je loopt het risico voor -‘heilig boontje’- te worden versleten,
niet serieus te worden genomen, ontwijkend te worden benaderd,
te worden uitgelachen.

Dat doet pijn – schelden doet geen pijn?
Zeker wel, het kan zelfs zó èrg worden dat je eronder gaat lijden – er kotsmisselijk en ziek van wordt.
Genegeerd worden, niet serieus, respectloos behandeld te worden is dodelijk en
dat komt in de beste gemeenschappen voor – het wordt alleen doodgezwegen.
Dat is wat de Blijde Boodschap bij zoiets noemt als “lijden om de Gerechtigheid”, – ‘lijden omdat je Christen bent’. In dat ‘anders’-zijn kun je een getuige zijn, ook in de manier waarop je omgaat met reacties die in het geheel niet Christelijk genoemd kunnen worden.
Dit alles zal je misschien heel ongeloofwaardig overkomen toch gaat het bij God om bemoediging. Ondanks alle ellende, die je op je weg mee zult maken, mag je  weten dat God jou steunt -al valt de gehele wereld voor je in duigen- Hij heeft namelijk de touwtjes in handen, ook al lijkt het niet altijd zo te zijn.
      Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal 
u in die ure gegeven worden wat gij spreken moet; want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest van uw Vader, Die in u spreekt.
Een broeder zal zijn broeder overleveren ten dode en een vader zijn kind, en kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood brengen.
En gij zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam; maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.
Wanneer men u vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere; want voorwaar, Ik zeg u, gij zult niet alle steden van Israël [de Kerk] zijn rondgekomen, voordat de Zoon des mensen komt. Een discipel staat niet boven Zijn MeesterMatth.10: 19-23.

Het is goed om de hartstochtelijke liefde tot God en de mensen te ervaren; het beste voor ons is de liefde te kennen van het Beste wat er bestaat, dus van God.

Maar indien we die liefde primair kenden alsof wij minnaars waren en God de beminde, alsof wij zochten en Hij gevonden werd, alsof Zijn Eigenschappen eerder het antwoord waren op onze behoeften in plaats van andersom, dan zouden we de liefde kennen in een vorm die de ware werkelijkheid ‘geen recht’ doet.

Want wij mensen zijn ‘niet meer dan’ schepselen, onze rol blijft –ten alle aardse tijden– die van lijdend voorwerp tegenover onderwerp, van mannelijk tegenover vrouwelijk, van spiegel tegenover het Licht, echo tegenover het Woord.
Onze hoogste activiteit is het antwoord geven, niet het initiatief nemen.
Indien we Gods Liefde werkelijk ervaren en niet in een vorm van een illusie, ervaren we die als overgave aan Zijn eis, onderwerping aan Zijn Wil. Het op tegengestelde manier ervaren is als het ware een overtreding van de spelregels van het Leven.

        Ik wil natuurlijk niet ontkennen dat we in zekere zin mogen spreken van het zoeken van de mens naar God, en over God, Die de Liefde van de mens ontvangt;
maar uiteindelijk kan het zoeken van de mens naar God alleen maar een ‘verschijningsvorm’ zijn van Gods zoeken naar de mens.
Want alles komt van God, alleen al onze capaciteit om lief te hebben is Zijn Genadegave aan ons en onze vrijheid is slechts de vrijheid om beter of slechter te reageren op Gods Liefde.
Daarom is niets zo duidelijk als dat heidens godsgeloof iets heel anders is dan Christendom, als de gedachte dat God, Zelf niet bewegend, het heelal beweegt zoals de Beminde haar Minnaar.

Volgens het Christelijk Geloof geldt juist:

Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden1John.4: 10

Op het verzoendeksel van de verbondsark [het altaar] in het Heilige der heiligen waren twee beelden van cherubijnen, die met hun vleugels het verzoendeksel overschaduwden;
ze waren één geheel met het verzoendeksel, alles uit één klomp goud vervaardigd.
Hun aangezichten waren tegenover elkaar en zagen naar het verzoendeksel [het antimention]. 

    De cherubs zullen twee vleugels uitgespreid houden naar boven, met hun vleugels het verzoendeksel bedekkende en hun aangezicht naar elkander gericht; naar het verzoendeksel zullen de aangezichten van de cherubs gericht zijn. Gij zult het verzoendeksel bovenop de ark leggen en in de ark zult gij de getuigenis leggen, die Ik u geven zal.

En Ik zal daar met u samenkomen en van het verzoendeksel af, tussen de beide cherubs op de ark van de getuigenis, over alles met u spreken wat Ik u voor de Israëlieten [het KerkVolk] gebieden zalEx.25: 20-22.

De cherubijnen op het verzoendeksel zijn ‘de Cherubijnen van de Heerlijkheid’; tussen de cherubijnen op de ‘troon der Genade‘ [het verzoendeksel, [het antimention]] woont God; daarom staat aan weerszijden op een Orthodox altaar nog steeds twee Tiara met afbeeldingen van de cherubijnen, naast het Groot en Heilig Kruis.

Profeet Ezechiël

In de visioenen van Ezechiël komen Cherubijnen voor in verband met de wielen van Gods troonwagen. Ze vertegenwoordigen de Heerlijkheid en de gang van Gods Rechtvaardige Regeringswegen met Israël [de Kerk].
Ze worden “levende wezens” temidden van vuur, genoemd, met de gezichten van een mensengedaante [rede], van een leeuw [sterkte], van een os [volharding] en van een adelaar [vlugheid]: “      En ik zag en zie, een stormwind kwam uit het noorden, een zware wolk met flikkerend vuur en omgeven door een glans; daarbinnen, midden in het vuur, was wat er uitzag als blinkend metaal. En in het midden daarvan was wat geleek op vier wezens; en dit was hun voorkomen: zij hadden de gedaante van een mens, Ieder had vier aangezichten en ieder van hen vier vleugelsEzechiël 1: 4-6. De verdere beschrijving van de Cherubijnen en de vurige kolen worden door deze profeet in zijn hoofdstuk 10 genoemd.
Maar het verhaal van onze Orthodoxe eredienst gaat verder:
      Toen hief de Geest mij op en bracht mij naar de Oostpoort van het huis des Heren, die op het oosten uitziet. En zie, bij de ingang van de poort waren vijfentwintig mannen; onder hen zag ik 
Jaazanja [‘de Heer hoort’], de zoon van Azzur [‘Hij, Die te hulp komt’], en Pelatja [‘de Heer bevrijdt’], de zoon van Benaja [‘de Heer heeft gebouwd òf heeft herbouwd’], de vorsten van het Volk. Hij zei tot mij: ‘Mensenkind, dit zijn de mannen die ongerechtigheid uitdenken en slechte raad geven in deze stad; ie zeggen: het komt nooit aan de orde huizen te herbouwen, dit is de pot en wij zijn het vlees. Daarom, profeteer tegen hen, profeteer, mensenkind!’. Toen viel de Geest des Heren op mij [de Profeet Ezechiël, ‘God maakt sterk’] en Hij zei tot mij: ‘Spreek: zo zegt de Heer: aldus hebt gij gesproken, huis van Israël [de Kerk] en wat in uw geest opkomt, is Mij bekend’Ezechiël 11: 1-5.
En wanneer we verder lezen wordt bekend:

Profetie Ezechiël, mozaïek in Osios David – Thessaloniki, 5e eeuw

      Daarom spreek: zo zegt de Heer der Heerscharen: ‘Hoewel Ik hen weggedreven heb onder de volkeren en in de landen heb verstrooid, zodat Ik hun slechts weinig ten heiligdom geweest ben in de landen waar zij gekomen zijn,
       Daarom spreek: zo zegt Heer der Heerscharen: Ik zal u vergaderen uit de volkeren en u bijeenbrengen uit de landen waarin gij verstrooid zijt, en Ik zal u het land Israël [de Kerk] geven; zij zullen daar komen en daaruit verwijderen al zijn afschuwelijkheden en al zijn gruwelen;
Ik zal hun een hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste en Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven, opdat zij naar Mijn inzettingen zullen wandelen en naarstig Mijn verordeningen onderhouden; zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn.
Maar de wandel van hen die hun hart verpand hebben aan hun afschuwelijkheden en gruwelen, zal Ik op hun hoofd doen neerkomen, luidt het woord van Heer der HeerscharenEzechiël 11: 16-21.
Wie van ons durft nu nog te verkondigen dat “Hierin de liefde Gods is, dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden”.
Ik ben toch goed zoals ik ben? Mankeert er soms iets aan mij?”.
Wij kunnen op onze klompen aanvoelen dat de werkelijkheid genuanceerder is

Illuminated Letter E, Ezekiel’s First Vision

dan de wereld ons doet voorkomen. We hebben gehoord hoe Ezechiël in Naam van God het gesprek aangaat met de Volksgenoten van zijn tijd.
Zij zaten in ballingschap ver van hun geboortegrond [hun oorsprong], weg van huis [kerkgemeenschap] en haard [warmte], van tempel [kerkgebouw] en eredienst voelt de mensheid zich ontheemd en van God verlaten.
Ze stellen zich de herkenbare en menselijke vraag: “Waarom? Waarom wij?
Hoe kan het dat wij in deze ellende terecht zijn gekomen?”

Op zo’n moment wordt al gauw gezegd: “Het ligt niet aan ons, maar aan onze ouders, die deden de dingen verkeerd, die leefden niet volgens de regels van de Eeuwige, zíj hebben niet geluisterd naar de profeten en hun leven veranderd.
Zij aten onrijpe druiven…en nu zitten wij hier en dragen de gevolgen van hun wangedrag”.

Het is ook wel makkelijk jezelf te verschuilen achter je ouders, òf achter onze opvoeding, òf onze omgeving. Zo doende behoeven we zelf geen verantwoordelijkheid meer te dragen voor ons gedrag, ècht stil te staan bij ons èigen handelen.
Dan ligt ‘hèt’ aan de ander, aan die en die omstandigheden, die slechte jeugd, die verkeerde vrienden, dat hij of zij zo geworden is, dat wij zo geworden zijn.
Tegen deze houding van het afschuiven van verantwoordelijkheden, van het verschuilen achter allerlei vaak oneigenlijke argumenten, daar gaat een profeet, ook in onze tijd, tegenaan, rebelleert hij.
In Naam van God benadrukt een profeet, ook in onze tijd, dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen handelen.

Wij mensen zijn de klei in God’s handen; We humans are the clay in God’s hands.

Hij zegt: ‘mensheid, jullie zijn weliswaar in deze situatie terechtgekomen, maar ga niet zitten jammeren over mogelijke oorzaken en maak geen verwijten richting je ouders…
Kom tot je oorspronkelijke zelf, zoals God je gevormd heeft; herstel je en herneem jezelf” en “maak wat van jullie leven!“.
Bovendien wordt benadrukt dat iedereen verantwoordelijk is voor z’n eigen daden, z’n eigen handelen. De schuld mag ook niet op God geschoven worden.
Want, zó horen we, het is God Die de enige Rechtvaardige is!
Veranderen… dàt is makkelijker gezegd dàn gedaan.
Want veranderingen gaan niet van vandaag op morgen.
We zouden wel willen dat er overal Vrede zou zijn, mensen op één lijn zitten, de natuur zich herstelt… dat als we morgen wakker worden, die onenigheid bijgelegd is, we nieuwe, betere mensen zijn.
Maar, zo gaat dat niet. Veranderen kost tijd, inspanning, tegenslag, terugvallen, doorzettingsvermogen, soms weer opnieuw beginnen.
Veranderen is een leerproces. Het leven als permanent leerproces.
En in de werking van dit Goddelijk leerproces zullen wij de Heilige Geest, de Heilige Strekte en onsterfelijkheid van God herkennen.
Op Grote Verzoendag, het Joodse Jom Kipoer [
יוֹם כִּפּוּר], wordt ook nu nog herdacht dat een mens – alleen de hogepriester! – het Heilige der heiligen mag binnengaan om verzoenend bloed op de kappórèt, het ‘verzoendeksel’, te sprenkelen.
Jezelf met God verzoenen is niet meer aan tijd gebonden, dit kan elk moment van de dag dat je hiertoe door Gods Genadegaven toe geroepen wordt. Vanaf Pasen,  Pinksteren en Kerst, de geboorte van de Kerk mag dat iedere dag.

Statements of our Lord

Iedere avond begint bij het ondergaan van de zon -de vespers- de tijd van het aanbreken van een nieuw begin. De eerste twee pelgrimsfeesten, Pesach en Sjawoeot, hebben hun christelijke tegenhanger gekregen in de vorm van Pasen en Pinksteren. Het Pasen vindt zijn voltooiing, zijn voleindiging met Pinksteren, waarbij de Heilige Geest neerdaalt op het Lichaam van Christus, de Kerk; anders geformuleerd, het is de geboortedag van de Kerk en dit wordt feestelijk gevierd.
In sommige Orthodoxe gemeenschappen is het gebruik geworden te gaan picknicken ergens in een park van de stad – de inkeer, vernieuwing en verzoening is voltooid en we mogen onder de hoede van de Heilige Geest onze weg vervolgen. De gewone mensen van de Kerk weten zich geïnspireerde om oude riten te vernieuwen, te zuiveren en te transformeren in feesten, die de geschiedenis van de Kerk markeren en tegelijk geladen zijn met een indringende ethische en spirituele betekenis.
Het appelleert aan het besef hoe wij geworteld zijn in de natuur, hoe wij overgeleverd zijn aan de grillen van het lot, onderworpen aan de voorzienigheid van Heer onze God.
Het geeft een indringend bewustzijn aan hoe dicht wij toch nog staan bij de oerelementen, een bewustzijn dat in onze luxueuze woonomgeving, temidden van onze moderne voorzieningen, maar àl te ‘verduisterd‘ is; hoe wij als schapen leven temidden van de wolven. 

Orthodoxie & de -in het hart bewaarde- vrees voor God.

Een drievoudig snoer in een huwelijk wordt niet spoedig verbroken” Pred.4: 12b

      Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.
         Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging van de wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht.
         In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van Zijn Wil,  tot lof van de Heerlijkheid van Zijn Genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
En in Hem hebben wij de verlossing door Zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van Zijn Genadegaven, welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, door ons het geheimenis van Zijn Wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de Hemelen en op de aarde is onder een hoofd, dat is Christus, samen te vatten;
        in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil, opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn Heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd.
        In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het Evangelie van uw behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen jij gelovig werd, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, Die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof van Zijner HeerlijkheidEph.1: 1-14.

Doopvont in de vroeg-christelijke Kerk

De angst voor God is de geboorte van het Geloof en een vereiste voor spirituele vooruitgang. Indien de vreze Gods zich in het hart vestigt, zoals de goede herder [hoeder], regelt Hij alles.

Maar zijn we dan bang voor God?
Voor de ongelovige is de vrees voor God de angst voor het oordeel van God en de eeuwige dood, die bestaat uit een eeuwige afzondering van God;
      Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, Die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem! Worden niet vijf mussen verkocht voor twee duiten en niet een van die is vergeten voor GodLuc.12: 5;
      De Heer zal Zijn Volk oordelen. Vreselijk is het, te vallen in de handen van de levende God!  
Herinnert u de dagen van weleer, toen gij, na verlicht te zijn, zo menigmaal lijden doorworsteld hebt, hetzij zelf een schouwspel van smaad en verdrukking, hetzij deelnemende aan het lot van hen, die in zulk een toestand verkeerden. Want gij hebt met de gevangenen mede geleden en de roof van uw bezit blijmoedig aanvaard, want gij wist, dat gijzelf een beter en blijvend bezit hebtHebr.10: 30b-34.

Voor de gelovige is de vrees voor God iets heel anders !!!
De vrees van de gelovige is een ontzag voor God.
Een goede beschrijving hiervan komt eveneens van Paulus tot de Hebreeën:
Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar Hemels Koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehaaglijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuurHebr.12: 28,29.
Deze eerbied en ontzag is precies wat de vrees voor God betekent voor ons Christenen. Dit is de motiverende factor voor onze overgave aan de Schepper van het Universum.
Wanneer dat zo is, laat ons onze Heer dan dankbaar wezen, Die dit aan ons heeft doen toekomen en laat Hem als een kostbare schat bewaard worden.
Maar indien we het niet gezien hebben of hebben willen inzien, laten we dan doen wat we kunnen om het te krijgen, wetende dat ons gebrek aan zorg te wijten is aan onze onvoorzichtigheid en verwaarlozing.

Uit Gods angst is geboren berouw, verbrijzeling, rouw om de zonden.
Ieder mens mag wensen dat dit gevoel, de voorloper van redding, nooit van het hart afwijkt!

Om de angst voor God in ons te behouden, dienen we de herinnering aan de dood en het oordeel ononderbroken te bewaren, verenigd met het bewustzijn van de tegenwoordigheid van de Heer: God is altijd in onze nabijheid en in ons nog steeds, alles waarnemen, zien, horen en kennen, en onze meest verborgen geheimenissen.

Het Mysterie van de Drie-eenheid

Wanneer dit offer aan de Drie-ëne God, de herinnering aan de dood, een gevoel van Goddelijke aanwezigheid -in ons Geloof, als een stempel wordt gevestigd, dan wordt het gebed spontaan uit het hart opgeheven, dan wordt de Hoop op redding bevestigd, als een voorschot op de erfenis, die ons te wachten staat.
Onze erfenis bestaat niet uit een fraaie villa of een dikke bankrekening. Onze erfenis bestaat uit een plaats in het Hemels Koninkrijk, de nieuwe Hemel en de nieuwe aarde waar wij ons als een kind zo blij geborgen mogen weten.
Daar is alle zonde vergeven en leven we in volkomen toewijding aan onze Heer.
Dat is ons grootste verlangen wanneer we weer eens zijn vastgelopen in onze eigenzinnige onvolkomenheid. Zelfs in een onvolkomen leven kan Christus nog zoveel moois bewerken, daar kun je versteld van staan.

Kom, Heilige Geest,
vervul de harten van uw gelovigen en
ontsteek in hen het vuur van Uw Liefde.
Heer zend Uw Geest uit en
alles zal herschapen worden
”.

God Gij hebt de harten van al de Gelovigen door
de verlichting van de Heilige Geest onderwezen:
geef dat wij door die Heilige Geest
de ware Wijsheid mogen blijven bezitten en
ons door Christus, onze Heer en Meester,
altijd over Zijn Troost mogen verblijden.

Onze vrees voor God betekent dat we een dusdanig ontzag voor Hem hebben,
dat dit een enorme invloed heeft op de manier waarop we ons leven leiden.
De vrees voor God bestaat uit het respecteren van Hem,
het onderwerpen aan Zijn tuchtiging en
het vol ontzag aanbidden van Hem, als
Heer en Meester van ons leven.
De acceptatie van de God als Heer en Meester is 
geen fase in de ontwikkeling tot onafhankelijkheid; 
het bouwt voort op de in Christus verkregen vrijheid.
Het impliceert een levenslange groei en ontwikkeling, 
om vanaf de doop de mens vrij te maken van z’n beperkingen
, teneinde tot een hoger niveau van vrijheid in gebondenheid te komen. 
Met het perspectief van een tweeledige benadering van 
het verwerven van vrijheid die als gevolg van die emancipatie is verkregen, 
kunnen we de volledige betekenis van het accepteren de vrees voor God beter waarderen. Alleen een waarlijk vrij volk, niet alleen fysiek maar 
tevens spiritueel bevrijd van haar ondergeschikt zijn, 
kan een Goddelijk Verbond tegemoet treden en 
de Vreze God’s als leidraad aanvaarden.

7e Zondag na Pascha – de Kerkvaders van het Eerste Oecumenisch Concilie [Nicea, 325 na Chr.].

      Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zei: Vader het uur is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U zal verheerlijken, gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken. Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt. Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt. En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.

Ο Χριστός αγαπά τον δικαστή; Christus liefdevolle Rechter; Christ loving Judge.

Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben Uw Woord bewaard. Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in Waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
        Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U en al het mijne is het uwe en het uwe is het mijne en Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U.
Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij.
Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd. Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle mijn blijdschap in zichzelf mogen hebbenJohn 17: 1-13.

    Want Paulus had zich voorgenomen Ephese voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen, want hij haastte zich om, zo mogelijk, op de Pinksterdag te Jeruzalem te zijn.
       Maar hij zond iemand van Milete naar Ephese en ontbood de oudsten der gemeente; en toen zij bij hem gekomen waren, zei hij tot hen:
       Gij weet, hoe ik van de eerste dag aan, dat ik in Asia voet aan wal zette, al die tijd onder u verkeerd heb.          . . . . .  Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft.
Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken. Waakt dan en herinnert u, dat ik drie jaren lang nacht en dag niet heb opgehouden ieder afzonderlijk onder tranen terecht te wijzen.
En nu, ik draag u op aan de Heer en het Woord van Zijn Genade, aan Hem, die bij machte is te bouwen en het erfdeel te geven onder alle geheiligden. Ik heb niemands zilver of goud of kleding begeerd; zelf weet gij, dat deze handen in mijn behoeften en in die van hen, die bij mij waren, hebben voorzien. Ik heb u in alles getoond, dat men door zo te arbeiden zich de zwakken moet aantrekken en zich de woorden van de Heer Jezus herinneren, die Zelf gezegd heeft: Het is zaliger te geven dan te ontvangen. En toen hij dit gezegd had, boog hij de knieën en heeft hij met hen allen gebedenHand.20: 16-18,28 36.

Al datgene wat we hier in onze wereld doen, is slechts als een voorloper of
als een nabeeld van
➻ deze op zichzelf staande, eeuwige wereld, ontdaan van alle vergankelijkheid,
➻ deze hemelen – zó vèr verwijderd van alle lijden.
Wat ons vanuit dit wereldbeeld tot ons is gekomen in het christendom, heeft zeker de vroomheid van het oosten in de vorm van de Orthodoxe Kerk diepgaander bewaard dan de Latijnse ritus van het westen en wanneer
deze diensten slechts gekopieerd worden, blijken ze nog een slecht aftreksel.
Wanneer de Blijde Boodschap in de Byzantijnse kerken wordt geopend, wordt het Woord van God gevierd, als een geur van wierook en als een avondoffer dat oprijst uit de harten van mensen en terugkeert naar de Hemelen, wanneer het als het eeuwige Woord, neergedaalde God in onze tijd.
Men behoeft, zoals we gewend zijn, het offer van Christus niet te gedenken als een afdaling op een lang pad door de woestijn naar het beloofde land, integendeel, men viert de gemeenschap van het Goddelijke onder de mensen, alsof de Hemelen slechts van korte duur zouden zijn en wilde Christus Zelf al naar de aarde terugkomen en we zouden met z’n allen -hier en nu- al delen in de eeuwige muziek van geluk en gelukzaligheid in de intuïtie, het vermogen om ook maar een beetje te ontdekken van God, want God omvatten en uitbeelden kan niemand, dan Christus als Zijn Zoon alleen.

De Orthodoxe Kerk doet het in haar erediensten voorkomen dat Godsdienst,
Religie uiteindelijk goed voor ons is en dat wij als mensen God en onze medemensen daaruit alleen maar dankbaarheid voor kunnen voortbrengen.  Wanneer de Kerk in staat is ons naar het Hemels Koninkrijk te voeren, realiseren wij ons als nietige wezens wat de werkelijke Waarheid is en wordt duidelijk wie we zijn en wat onze roeping is.
De roeping van de mens is mens te zijn!” – “Misschien is niets geheel waarachtig, en zelfs dàt niet!”.

Eduard Douwes Dekker, beter bekend als Multatuli
[hetgeen betekent: ‘ik heb veel (leed) gedragen’],
is een van de grootste Nederlandse schrijvers aller tijden. Zijn boek Max Havelaar, of de koffie-veilingen van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, waarin hij de misstanden in Oost-Indië veroordeelt behoort niet alleen tot de wereldliteratuur, maar bracht een ommekeer in het denken over de Nederlandse kolonie teweeg. 

onze roeping en wie we als mens zijn
En daarom sluit de dienst van de Orthodoxe Kerk zo goed op ons bestaan: om te weten dat God tegelijkertijd betekent om te weten waar we aan toe zijn, en vertrouwend op God kunnen we dit allemaal aan elkaar doorgeven,
➻➻➻ iedereen is op deze manier door de liefde tot en van de medemens naast hem “priesterlijk” wanneer de mens iets van de schoonheid van God waarachtig zichtbaar laat worden in z’n leven, opent hij/zij een venster naar de ander,
hetgeen hem/haar ook het zicht op het Hemels Koninkrijk geeft.
En dat is het einde van bovenstaand gebed van Christus:
dat God, de Vader, ons kan behouden zoals we reeds in vertrouwen en
in liefde tot Hem en de medemens zijn geworden.
Net zoals onze Heer en Meester één is met Zijn Vader,
zo mogen wij ook één zijn met elkaar in Hem
tot het einde van alle dagen, voor eeuwig.
      de Heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij een zijn, gelijk Wij een zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot een, opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om Mijn Heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging van de wereld.
Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; en Ik heb hun uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij in Ik in hen
John.17: 22-26.
En op die manier kan het zó maar gebeuren dat droogstoppels, de prototypes van
inhalige, fantasieloze mensen, die zichzelf -óh zó- godsvruchtig vinden,  
geen enkel oog meer hebben voor hun medemens.

H. Christophoros; Άγιος Χριστόφορος.

De roeping van de mens is mèns te zijn!‘ is Multatuli’s motto en een van de vele aforismen uit de zevendelige reeks Ideeën die hij publiceert.
In navolging van Benedictus [of Baruch] de Spinoza, geboren uit Portugees- Joodse ouders gelooft hij dat de mens overeenkomstig de wetten van de natuur dient te gaan leven, die inherent goed is.
Indien de mensen elkaar echter regels willen gaan opleggen gaat het absoluut mis en  ontbreekt het ethisch principe ‘respect’ voor elkaar het inzicht in de werkelijkheid en het geluk van de mens zijn hetzelfde; vooral religie kan zich dusdanig vervormen, dat het een bron wordt van het kwaad, kijk maar naar al de onrust, die momenteel om ons heen de mens en zijn bestaan vernietigt.

De Blijde Boodschap van de hand van Johannes, de Theoloog, kent, zoals herhaaldelijk al is opgemerkt, geen scheiding tussen deze wereld en de andere wereld, tussen een tijd waarlangs wij ons voortbewegen en een eeuwige ‘tijd‘ die aanbreekt ná de dood; volgens de Theoloog Johannes bestaat er maar één realiteit waarin alles samensmelt; want er bestaat niet langer de angst meer die ons om het hart slaat en ons verlamt;
➻ er is geen geweld en dwang als gevolg van schuld, waarin we ons leven en
waarin we elkaars bestaan beklagen, hoogmoed zal meer en meer ontbreken;
➻ er bestaat niet langer de afgrond van wanhoop, waarbij wij ons met
alle kracht van de wereld aan de rand van het leven blijven vasthouden, alsof
er alleen in dit korte leven heil en zegen voor ons en de naasten overblijft en
er niets anders in het verschiet ligt.
Johannes de Theoloog verkondigt ons dat onze Heer en Verlosser ons met Zijn Blijde Boodschap vertrouwen heeft gegeven:
waarmee wij in staat zijn op een dusdanige manier van het leven te genieten,
dat de dood ons weliswaar te wachten staat, maar dat het geen schaduw meer geworpen wordt op het Licht van God, Dewelke onze zielen verkwikt.

Dááròm worden bovenstaande woorden van het Hoog-priesterlijk gebed
vandaag bij de herinnering aan de Kerkvaders voor ogen gesteld, 
want onze Heer en Zaligmaker is niet alléén maar een gebed tot de Allerhoogste,
maar geeft ons tevens een overzicht wàt Christus’ Blijde Boodschap
voor ons mensen  in ons leven kan betekenen en
daarbij staat de mens boven de christelijke organisatie,
oftewel datgene wat wij mensen er in onze hoogmoed van gemaakt hebben.

Paulus wil aan Ephese voorgaan om géén tijd in Asia te verliezen, want
hij -‘de pionier van het christendom onder de heidenen’-  had haast.
Hij wilde zo de omstandigheden het hem toelieten
op de Pinksterdag te Jeruzalem te zijn.

Het is een feit dat we onszelf kunnen openen en sluiten voor
het werk van de Heilige Geest – de Kracht van God. De heilige Geest wil ons inzicht geven in de geheimenissen en ons het praktisch leven vanuit Gods Kracht en Wijsheid binnen het Lichaam van Christus, de Christengemeente doen toekomen.
Maar we kunnen bij de vervulling met de Heilige Geest ook nog op
een andere manier denken, het vervuld zijn met de Heilige Geest
heeft tevens alles te maken met beheerst worden door de Heilige Geest.
        En dááròm wil Paulus geen tijd in Asia verliezen.
Hij wil naar Jeruzalem toe omdat àldáár de Heilige Geest is neergedaald.
Het gaat erom vernieuwd te worden in de geest en gezindheid
van ons denken door de Heilige Geest.
        Het gaat erom te leven uit wat de Doop in Christus uitbeeldt:
Om uit ‘de nieuwe mens, Jezus Christus’, Die het beeld van God is,
te leven in rechtvaardigheid en heiligheid.

1.]. Rechtvaardig kan een zondig mens alleen zijn door het Geloof in onze Heer, Jezus Christus. Zo komt de zondaar in de rechte verhouding tot God te staan, doordat de Heer Jezus de straf van de mens gedragen heeft en hij de gerechtigheid van Jezus Christus ontvangt.
Zo voldoen wij volkomen aan wàt God van ons vraagt in Zijn Woord en Wet.
Zonder Geloof en zonder bekering is er geen vergeving van zonden en
wacht het eeuwige oordeel, ook al zijn we gedoopt.
2.]. Heiligheid betekent dat ons leven toegewijd wordt aan de Heer en Zijn dienstwerk. Het is het nieuwe leven met Christus door de Geest.
Steeds gaat het er om te leven vanuit datgene wàt Christus heeft gedaan.
Concreet betekent dat een vervulling van
de heilige liefdeswet die Christus heeft vervuld.
De leugen kan niet blijven bestaan, boosheid die bestaat uit wraak en haat dient te worden omgesmolten in liefde voor vijanden en het goede nastreven voor elkaar. Stelen kan niet meer bestaan vanwege het hebzuchtig en zelfzuchtig leven, hetgeen zich tegen Christus verzet.
Liever trouw zijn door met eigen handen te werken en aldus ook te delen met anderen die minder hebben.
Het gaat er om elke vorm van zonde te haten en te ontvluchten.
Anders bieden we ruimte aan de verleidingen van de duivel en bedroeven we de Heilige Geest.
Wie van Christus is, heeft zich met Hem bekleed en als zodanig
behoort die mens Hem toe, die als een zegel op Zijn hart geprint.
Het gaat erom dat het leven met en door Christus
steeds ons nieuwe bestaan wordt.
We worden niet op onszelf teruggeworpen, maar om te leven vanuit de Doop:
Opnieuw geboren zijn door Bekering en Geloof
➻  het is de vernieuwing van ons hele leven door de Heilige Geest.
Hier is het ten dele, straks volmaakt wanneer Zijn Koninkrijk definitief komt.
Laten we onderzoeken of wij werkelijk kinderen van God zijn en
laten wij ons hele leven toewijden aan Hem Die ons is voorgegaan.

Daarom vermaant Paulus ons allen en wijst degenen, die
zich niet ordentelijk gedragen terecht en beurt hij de kleinmoedigen op:
       Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid,
  bekleed met het pantser der gerechtigheid,
de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het Evangelie van de Vrede;
neemt bij dit alles het schild van het Geloof ter hand, waarmee gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven;
en neemt de helm van het Heil aan en het zwaard van de {Heilige] Geest,
dat is het Woord van God.
  En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij
elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende
met  alle volharding en smeking voor alle Heiligen;
ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond
het Woord geschonken zal worden,
om vrijmoedig het geheimenis van het Evangelie bekend te maken,
waarvoor ik een gezant ben in ketenen.
Dàn zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals
ik behoor te spreken
Eph.6: 14-20.

En Hij, de God van de Vrede, zal u geheel en al heiligen en
geheel uw geest, ziel en lichaam zal bij
de [weder]komst van onze Heer Jezus Christus mogen blijken
in allen dele onberispelijk bewaard te blijven.
Die u aanroept, is getrouw;
Hij zal het ook doen.

Apolytikion     tn.6.
    Boven alles zijt Gij verheerlijkt, Christus onze God,
Die onze Vaders op aarde als sterren bevestigd hebt.
Door hen hebt Gij ons tot het ware Geloof gebracht.
Barmhartige Heer, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8.
    De Verkondiging van de Apostelen, evenals de dogma’s van de Vaderen,
bewaren de Kerk in eenheid van Geloof.
Zij draagt het bruiloftskleed van de Waarheid,
geweven door de Theologie vanuit den Hoge,
om het grote Geloofs-Mysterie recht te prediken en te verheerlijken
”.

Hemelvaart – onderzoek over religieus besef

      En terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in hun midden; en zij werden ontzet en verschrikt en meenden een geest te aanschouwen.
Doch Hij zei tot hen: Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart? Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het zelf ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb.
En bij dit woord toonde Hij hun zijn handen en voeten. En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden, zei Hij tot hen: Hebt gij hier iets te eten?
Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe. En Hij nam het en at het voor hun ogen.
Hij zei tot hen:
    Dit zijn Mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en de Profeten en de Psalmen moet vervuld worden.
Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen.
En Hij zei tot hen:
‘       Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden, en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. Gij zijt getuigen van deze dingen. En zie, Ik doe de Belofte van Mijn Vaders op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge’.
En Hij leidde hen naar buiten tot bij Bethanië en Hij hief de handen omhoog en zegende hen.
En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde.
En zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap en zij waren voortdurend in de tempel, lovende God
Luc.24: 36-53.

      Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teophilos, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft.
En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij [zei Hij] van Mij gehoord hebt.
Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze.
Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden:
‘Heer, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israel?
Hij zei tot hen: ‘Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en
Samaria en tot het uiterste der aarde.
En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze weer-komen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.
Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan
Hand.1: 1-12.

Christus icoon,
vormt in ons:
de Engel der stilte . . .!‘.

 

Er is een groep volgelingen van Christus die nu definitief buiten de boot lijkt te vallen; je ziet het verval in de Christelijk leer dag aan dag voor je ogen groter worden.
Uit een zeer recent onderzoek komt wat religie aangaat naar voren dat Geloof en eredienst, met een woord Godsdienst veel aandacht krijgt, vooral omdat het zich laat aanzien dat minder mensen zich heden ten dage identificeren als Christenen en zichzelf meer beschouwen als dat zij weliswaar iets met de een of andere religie hebben, doch dat zij de banden niet al te strak aanhalen.
Misschien is op z’n minst een deel van de reden voor deze geringe belangstelling dat mensen in het bestaande aanbod van kerkgenootschappen niet erg veel aangetroffen hebben wat het leven tot aan de dood in de Kerk, met alledaagse dingen waarmee ze vertrouwd zijn de moeite waard zou zijn geweest.
Hun ervaring weerspiegelt het falen van het overgrote deel van het huidig Christendom, waarin de Blijde Boodschap in onze cultuur belichaamd wordt met integriteit welke we deze dagen vieren met Hemelvaart.
Wij worden als mens immers uitgenodigd persoonlijk deel te nemen aan de vervulling van onze menselijkheid in de Opgestane en ten Hemel-gevaren Verlosser.
Veertig dagen na het Pascha is onze Heer en Meester ten Hemel opgevaren.
In Hem zijn menselijkheid en Goddelijkheid verenigd in één persoon; Hij is vanaf dit ogenblik in de Hemelen aanwezig als de God-Mens.
Bij Zijn Hemelvaart blijkt dat de Zoon al van vóór schepping deelt in de eenheid en Heerlijkheid die Hij had met de Vader en de Heilige Geest, dus al van vóór de schepping van de wereld.
En Hij verenigt ons, Zijn Volgelingen, in die Heerlijkheid met Hem; Hemelvaart is derhalve een briljante icoon van onze redding, want het maakt duidelijk dat onze Heer ons in al onze dimensies van ons bestaan heeft verhoogd, niet alleen uit het graf, niet alleen uit de Hades, maar in het eeuwige leven van de Heilige Drie-eenheid.
In de ten Hemel opgevaren Christus, zijn wij waarachtig uitgegroeid tot de deelnemers aan God, nemen wij door de Genadegaven deel aan de goddelijke natuur, zelfs al leven we en ademen we in een wereld die zo vaak Degene terzijde schuift, Die de mens in het bestaan gesproken heeft: “God ‘sprak’ en het ‘was’ en Hij ‘zag’ dat het goed wasGen.1:1; 2: 4a.

Hemelvaart herinnert ons eraan dat de Orthodoxe religie zich verheft tot Geloof Welke Heiligheid en Versmelting tracht te bereiken met de Heer in het leven zoals wij dit hier op aarde kennen.

Het punt is dat ons lichaam of elke dimensie van de aardse werkelijkheid niet aan de wereld kàn ontsnappen, maar om èlk aspect van ons leven aan Christus áán te bieden teneinde dat wij dankzij Die Goddelijke Zegen al het Hemelse leven op aarde mogen ervaren, zelfs in een wereld die God meer en meer als irrelevant [niet van belang voor het leven] ervaart.
Christus steeg met Zijn Verheerlijkt Lichaam op naar de Hemelen, en wij “verwachten de Opstanding van de doden en het Leven van de wereld die nog komen gaat” als de ultieme vervulling van Zijn waarachtig goede schepping.
Hemelvaart herinnert ons er tevens aan dat Jezus Christus, onze Heer niet alleen een groot leraar of voorbeeld is, òf zelfs maar als een engel of mindere god kan worden beschouwd.

‘De geschiedenis, dat zijn wij zelf’;          ‘History, that’s us’.

Toen de Kerkvaders van het eerste Oecumenische Concilie [op initiatief van keizer Constantijn I in Nicea in 325 na.Chr.] hebben verkondigd dat ‘Jezus Christus Licht van het Licht, waarachtig God uit waarachtig God, en één in wezen met de Vader, de eniggeboren Zoon van God is; de Enige Die als waarachtig Goddelijk en eeuwig is kunnen opstijgen naar de Hemelen en ons tot het Goddelijke brengt, het eeuwige Leven van de Heilige Drie-eenheid.
Dááròm heeft het Concilie van Nicaea de dwaalleer van Arius afgewezen, die het idee propageerde dat de Zoon van God niet volledig Goddelijk was afgewezen.
Dat is de reden waarom de Orthodoxe Kerk altijd heeft verklaard het niet eens te zijn met degenen die volledige Goddelijkheid van onze Heer en Zijn volledige menselijkheid trachten te ontkennen.
De Enige en Waarachtige, Die God en mens in het leven hier op aarde werkelijk kan samenbrengen tot het bovennatuurlijke Leven van God is Christus, onze  Verlosser.
Misschien dat sommige mensen vandaag de dag vinden dat het Christendom irrelevant is voor hun leven, komt omdat ze nog nooit ‘serieus’ in aanraking zijn gekomen met de Orthodoxe ervaring van Jezus Christus.
Velen in onze westerse cultuur lijken te denken dat onze Heer en Verlosser – weinig meer van doen heeft, dan een goede leraar en voorbeeld [zoals sommige grote voorbeelden van onze tijd] en verkondigen dat Christus niet veel verschilt van die van de seculiere en andere religieuze figuren.
Zij beweren dat wij heus geen uitzonderlijk bijzonder talent behoeven te hebben om erachter te komen dat het mogelijk is om een aardig persoon en een goede burger te zijn, zonder dat je christelijke of religieus betrokken bent.
Net als Arius, hebben velen door de eeuwen heen Christus met hun eigen voorstelling vergeleken als ‘een voorbeeldige mens‘ volgens welke standaard ze Hem in hun tijd en plaats zouden kunnen ervaren.
Terwijl dit soort idolen voor een aantal culturele of politieke agenda’s van nut zouden kunnen zijn, zullen dit soort interpretaties snel verdwijnen wanneer de  mensen er achter komen dat ook zij hun wereldse eind hebben dienen te bereiken en schijnen zij heel goed ‘zonder‘ een nogal religieuze kers op de taart begrijpen wat werkelijk in het eeuwig leven voor hen van belang is. In het beste geval levert deze houding een fastfoodrestaurant Geloof op dat niet lang zal duren en de meeste mensen zullen het niet serieus nemen.

In tegenstelling daarmee handhaaft het Orthodoxie het al-oude Geloof van de vroeg-Christelijk Kerk waarbij Jezus Christus, de God-mens, na z’n Kruisdood in Zijn Opstanding de dood heeft overwonnen, opgevaren is naar de Hemel, die voor ons beërft heeft en ons daarmee deelgenoot heeft gemaakt via de Goddelijke Genadegaven van de Heilige Geest aan het Leven van de Heilige Drie-eenheid.
We dienen nimmer te proberen om ons Geloof in onze Heiland te verheffen tot een werelds idool in een poging om Hem populair te maken, gemakkelijk te volgen, òf Hem volledig te laten opgaan in de harmonie van onze [westerse] cultuur.  Het zou ons dienen te verrassen dat wij ons leven door Hem mogen verheffen teneinde in onze verdorven wereld ‘door discipline‘ een leven van heiligheid op te bouwen, ‘door opofferingsgezindheid‘ en het uit de pas te lopen met de vele trends, die ons omringen.
Zou het niet vreemd zijn als wij net zo eenvoudig en uiteindelijk onbelangrijk en gewoon als aardig of goed-passend zouden aansluiten bij de sociale normen met de zegen van de gekruisigde, opgestane en opgevaren Heer?
Soms dienen we gewoon eens te kijken naar andere culturen, hetgeen ons helpt onze eigen situatie duidelijker te beoordelen.
Tot op de dag van vandaag geven veel christenen in het Midden-Oosten [zowel Orthodoxe als andere religies] hun leven als Martelaren voor hun Geloof in Jezus Christus; zij zitten als gewone burgers, zich van geen kwaad bewust, tussen de strijdende partijen en worden het slachtoffer van hun grillen. In die regio en in andere delen van de wereld, lijden onze broeders en zusters aan vervolging, misbruik en intimidatie van onderdrukkende regeringen en van vijandige extremistische groepen die hen en hun Geloof trachten te elimineren. Communisme en fascisme hebben in onze eigen geschiedenis van de 20e eeuw talloze Martelaren gemaakt. Hetzelfde tevens geldt voor de Armeense, Griekse en Assyrische genocide in de handen van de Turken die honderd jaar geleden begon.
Er zijn er maar heel weinig overgebleven, die in onze cultuur van de afgelopen eeuw niet erkennen dat vele miljoenen christenen zijn gestorven vanwege hun Geloof. Duizenden maken dit elk jaar nog steeds mee, ondanks alle herdenkingen van bevrijdingsfeesten, die her-en- der gevierd worden.
Net als de Martelaren van de vroeg-christelijke Kerk, gingen ze echt hun dood niet tegemoet uit loyaliteit aan een ‘louter menselijke‘ leraar of een voorbeeld van hoe je een morele of aangenaam persoon maar kunt tegenkomen.
Zij zijn dit voorzeker niet met open ogen tegemoet getreden omdat het-christen- zijn hen enige vorm van cultureel of wereldse voordeel zou hebben opgeleverd.
Nee, ze weigeren gewoon om een Heer af te vallen, Die zij [her-]kennen als God, Die de dood heeft overwonnen, opgevaren is naar de hemelen, en Die hen gesterkt heeft om te delen in Zijn eeuwige leven, zelfs als ze Hem letterlijk volgen door hun Kruis op zich te nemen. Ten alle tijde weigeren deze Martelaren Christus te verloochenen. 

Vergeet niet dat, in een kwestie van enkel dagen, de volgelingen in de bovenzaal vanwege hun broederschap tot Christus overgingen van de totale wanhoop en nederlaag bij Zijn kruisiging tot de verbazingwekkende Vreugde van het lege graf en de prachtige aanblik van Zijn Hemelvaart.
Dit waren grootse ervaringen, die hun leven totaal veranderd hebben, die hen de Kracht gaf alles op te geven en hun eigen leven op te offeren voor de Heer. Generaties van Martelaren hebben hun leven niet opgegeven voor zelfs ‘de beste docenten‘ en/of zij, die hen het goede voorbeeld hebben gegeven, maar de Kracht van de Opgestane en Opgevaren Zoon van God is in de Christelijke Kerk in het bijzonder in het getuigenis van de Martelaren aan deze dag verbonden gebleven, met hen die delen in een Overwinning die niet van deze wereld is.
De vroeg-christelijke leraar Tertullianus schreef dat “Het bloed van de martelaren  het zaad is van de Kerk”.
Het mag op de een of ander manier verrassend lijken, maar de volgelingen in de vroege geschiedenis van het Geloof werden getekend door het Getuigenis van degenen die hun leven gaven voor Christus.
Misschien voelden zij -meer dan heden ten dage – dat er ‘iets‘-anders was, iets bovennatuurlijks, iets nieuws, iets wàt echt de moeite van het leven en sterven waard was, want voor hen leidde dìt de Martelaren tot hun onmenselijk groot offer, dàt is wat zij blijkbaar wilden met hun eigen leven. En het mag je verwonderen, maar veel mensen doen dit vandaag de dag nog steeds. 

Hemelvaart, de Belofte van de H. Geest, SimeonArtschischez, miniatuur [1305]

Wanneer wij  het feest van Hemelvaart vieren, dienen wij te onderkennen dat wat we de wereld te bieden hebben – onze Getuigenis is, onze Doxologie [Credo] dat de gekruisigde, Opgestane en Opgevaren Heer ons het eeuwige Leven heeft geschonken, dat Hij deelt met Zijn Vader en de Heilige Geest.
Zijn Goddelijke Glorie schittert in het getuigenis van de Martelaren tot op de laatste dag en dient door ons te schijnen op een wijze, die zelfs de beste leraar, idool, of politieke activist te boven gaat en ons onmogelijk zou kunnen inspireren. We dienen met een enorme oprechtheid aan te tonen dat Christus de moeite waard is om voor te sterven in een cultuur en een wereld waar veel zaken tot god verheven worden.
We zullen dit doen door met Hem op te groeien tot een leven van briljante  Volheid, Heiligheid, zelfs wanneer wij in alle problemen met beide voeten op de grond blijven staan en ons door niets en niemand laten beïnvloeden. 

Hij roept ons op om te leven als levende iconen, gelijkend op onze Heer, op een wijze dat die anderen aangetrokken worden in de Vreugde, de Zaligheid, en de vervulling van komende Hemels Koninkrijk.
Christus stelt ons in staat om in deze wereld voort te leven als degenen die reeds geproefd hebben van Zijn Heil, er iets van te hebben meegekregen, door het zelf mee te maken.
Hij gebiedt ons om de Goddelijke Heerlijkheid waarin Hij ons tot deelnemers heeft gemaakt uit te stralen. Indien we dat doen, zullen wij getuigen van de Waarheid van de Hemelvaart, en zullen velen in onze cultuur voor de eerste keer in hun aandacht worden gevestigd op onze Heer, God en Heiland, Jezus Christus. En door Zijn genade, zullen zij zien dat Hij de Weg is, de Waarheid en het Leven.

Psalm 48[49], de rijke dwaas

    Hoort dit, alle volkeren;
luistert allen die de wereld bewoont.
Aardgeborenen en kinderen der mensen, iedereen, rijk en arm.
Mijn mond spreekt wijsheid,
de overweging van mijn hart verstand.
Ik zal mijn oor lenen aan een gelijkenis, mijn leerstuk uiteenzetten in een Psalm.
Waarom zou ik bevreesd zijn op de dag van onheil?

De ongerechtigheid die mijn hiel belaagt, omringt mij.
Zij vertrouwen op hun macht en beroemen zich op hun geweldige rijkdom.
Maar hun broeder kunnen zij niet vrijkopen: kan ooit een mens vrijgekocht worden?
Hij kan aan God immers geen genoegdoening geven; geen losprijs voor zijn ziel.
Al zou hij ook zwoegen in eeuwigheid en leven tot aan het einde.

Want zou hij het bederf niet aanschouwen, wanneer hij zelfs wijzen ziet sterven?Evenzo gaan dwaas en verstandloze ten gronde, en hun rijkdom wordt nagelaten aan vreemden.
Hun graven zijn hun tehuis voor eeuwig, daar wonen zij van geslacht tot geslacht; hun namen schrijft men op hun grafheuvels.

De mens die geëerd wordt, maar dit niet begrijpt, is te vergelijken met redeloos vee, en daaraan gelijk.
Hun eigen weg wordt hun tot struikelblok, terwijl hun mond die nog prijst.
Als schapen komen zij in de hades, de dood zal hun herder zijn.
De oprechten zullen over hen heersen in de morgenstond, hun hulp uit de tijd van heerlijkheid vergaat in de hades.
Wordt niet bevreesd wanneer een mens zich verrijkt en zijn huis in heerlijkheid toeneemt.

Want als hij sterft zal hij niets kunnen meenemen; evenmin zal zijn heerlijkheid met hem  afdalen.
Want zijn ziel wordt gezegend tijdens zijn leven en hij prijst u als gij haar goed doet.
Maar hij zal ingaan tot het geslacht van zijn  vaderen; tot in eeuwigheid zal hij het licht niet meer zien.
De mens die geëerd wordt, maar dit niet begrijpt, is te vergelijken met redeloos vee en daaraan gelijkPsalm 48[49] vert. ROK ’s-Gravenhage.

3e ant.
1.].Hoort dit alle volkeren, luistert allen die de wereld bewoont”.

Apolytikion     tn.4.  [refrein]
In Heerlijkheid zijt Gij opgestegen, o Christus onze God,
en hebt Uw Leerlingen verblijd door de Belofte van de Heilige Geest.
Want door Uw zegen leerden zij dat Gij de Zoon van God bent
en de Verlosser van de wereld
”.

2.].Mijn mond spreekt wijsheid en de overweging van mijn hart verstand”.

3.].God verlost Mijn ziel uit de macht van de hades wanneer Hij Mij opneemt”.

4.].Eer aan de Vader . . .

Kondakion     tn.8.
Nadat Gij de heilsorde had volbracht,
en het hemelse met het aardse verenigd had,
zijt Gij opgestegen in heerlijkheid, o Christus onze God,
zonder van ons heen te gaan zoadat er geen scheiding kwam.
En hun die Gij liefhebt, roept gij toe:
‘Ik ben met u en niemand tegen u
”.

Orthodoxie & zicht op religieus leiderschap

    En onze Heer Jezus Christus zei:
‘Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat wie niet zien, zien mogen en wie zien, blind worden’.
Dit hoorden sommigen uit de Farizeeën, die bij Hem waren, en
zij zeiden tot Hem: ‘Zijn wij soms ook blind?’.
       Jezus zei tot hen:
‘ Indien gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben; maar nu zegt gij: Wij zien; daarom blijft uw zonde. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie niet door de deur de schaapskooi binnenkomt, maar op een andere plaats inklimt, die is een dief en een rover; maar wie door de deur binnenkomt, is de herder der schapen. Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen naar zijn stem en hij roept zijn eigen schapen bij name en voert ze naar buiten.
Wanneer hij zijn eigen schapen alle naar buiten gebracht heeft, gaat hij voor ze uit en de schapen
volgen hem, omdat zij zijn stem kennen; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen’.
       In dit beeld sprak Jezus tot hen, maar zij begrepen niet, wat het was, dat Hij tot hen sprak.
Jezus zei dan nogmaals:
‘ Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur der schapen. Allen, die voor Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben naar hen niet gehoord. Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.
De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.  Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen     maar wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht – en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen – want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte.
Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij,  gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen’John.9: 39-10: 15.

                   In religieuze en spirituele gemeenschappen neemt leiderschap vaak een specifieke vorm aan.
Religieuze leiders zoals Patriarchen staan namelijk –  ‘verschillend ’ van seculiere leiders zoals keizers – centraal in het verbinden van gelovigen, t.o.v. het transcendente en de buitenwereld.
In het Russisch wordt de term ‘maffia‘ gebruikt voor de ‘corrupte politieke elite‘, die altijd verbonden is/was met machthebbers; in de Sovjetperiode werden met ‘maffia‘ mensen aangeduid die verantwoordelijk waren voor bepaalde goederen of diensten, of degenen die hoge posities op de maatschappelijke ladder hadden [номенклатура , воры в законе – kort omschreven, dieven onder de wet].
Het goed functioneren van religieuze en spirituele gemeenschappen is grotendeels afhankelijk van dit leiderschap.
Religieus leiderschap en religieuze gemeenschappen staan in een tijd van de-ïndividualisatie, de-secularisatie en super-diversiteit sterk onder druk.
Onderzoek laat zien dat men in dit soort tijden van onzekerheid behoefte heeft aan charismatische leiders die richting en veiligheid kunnen verschaffen. Daarnaast zorgt een onzekere of aarzelende situatie er ook voor dat leiders meer mogelijkheden hebben om charismatisch [goeroe-]gedrag te gaan vertonen.
Dit wekt nieuwsgierigheid op wat betreft de ervaringen met charismatisch leiderschap in religieuze en spirituele geloofsgemeenschappen.
Alles is nu eenmaal geschapen, voordat het tot het bestaan kwam, zelfs de mens, als sluitstuk van de Schepping; komt voort uit Gods Liefde tot verlangen naar iets wat van verre [uit het hart] voortkomt; de wens Goed te doen en overwoekerd te worden door Goddelijk Licht, is ontstaan uit de onmetelijke schoonheid van het Goddelijk Licht.

Wanneer we bovenstaande woorden van de Blijde Boodschap van de hand van Johannes horen, lijken ze in eerste instantie te doen afnemen, ze zijn bijna weerzinwekkend, ze zijn al meer dan tweeduizend jaar voer voor handelaren, voor een schijntje te koop op de marktplaatsen van de theologie:
– Onze Heer Jezus Christus is ‘de ware Herder en degenen die in Hem geloven, vormen de kudde’, – die de relatie en de klasse beschrijft van de Christelijk leider en de ‘en masse’ Christus volgende gelovigen, inclusief alle vormen van mogelijk misbruik.
Een natie van “schapen” heeft leiderschap nodig.
Iedere gedragspsycholoog kan ons uitleggen waarom: ‘In tegenstelling tot de sluwe geiten, degenen die zich in de hoge bergen voortbewegen, ten opzichte van de schapen die zich in de dalen op uitgestrekte boomloze vlakten bevinden, waar slechts gras en mos groeit, althans zo lag het er ongeveer achtduizend jaar geleden bij voordat zij aan het menselijk leven gewend was geraakt, voordat zij zich in de wereld thuis begonnen te voelen. Het menselijk leven is afhankelijk van erkenning, respect van degene die dat aanlevert, deze ervaring begeleidt en beschermt’.
Meer dan het geblaat en het exploiteren van deze dieren kan zelfs in een noodgeval niet worden vertrouwd. Wanneer een dergelijk gedrag als een model van “gelovigen” wordt voorgesteld, mag  het tevens duidelijk worden waarom de [schaaps-]kudde gelovigen aan Christus een centrale uitgangspunt toekennen en Hem als het onmiskenbare centrale Hoofd van de Kerk dienen te herkennen, de Enige [God-]mens, op Wie je werkelijk je vertrouwen kunt stellen.
Hier wordt dus klip en klaar gesteld: “ Ja, Jezus Christus, de Zoon van God is de Herder, de behoeder van de Kerkgemeenschap”.
Christus maakt dit hier duidelijk aan ieder mens, die zich als herder, als spelleider, als toezichthouder in Zijn stal aanmeldt om er te komen werken!

Deze scène is tevens opgenomen in de sterk sentimentele weergave van het erfgoed van de Nazarener: een herder die vredig in de avondschemering bij zijn kudde doorbrengt; hij trekt met hen op, met allen, alsof er geen gevaar dreigt.
Vele van dit soort fresco’s en iconen zijn te vinden in de christelijke kerken in Israël, Jordanië, Libanon en Syrië als ingevoerd product uit het koloniaal verleden van het Christendom tot in de 21e eeuw aan toe. Een enkele blik op de bergen van Galilea of ​​Judea zou je andere dingen kunnen laten zien: ‘Hoe bewerkelijk het werk van een herder is en wat de werkelijkheid inhoudt‘.
Bij de weergave van Johannes is er zelfs sprake van een naderende dood, van een leven vol avontuur, van een verbintenis tot ‘alles of niets’, hetgeen een herder als ‘beroepsrisico’ dient in te calculeren en als heel natuurlijk daarop volgend, één opmerking:
Het betreft het uitgangspunt dat het gedrag van de spelleider en toezichthouder, als herder ten opzichte van de schapen afhankelijk is van hoe we tegen de relatie tussen God en de mens aankijken. Geloof en erkenning van de uitvoering daarvan wordt niet beschouwd als taak waarvan de vervulling charismatisch gelegitimeerde eisen stelt aan de mens zelf’.

Met name nieuwe religieuze splintergroeperingen kenmerken zich door een charismatisch leiderschap als een ‘levend voorbeeld’, van een profeet, een mysticus of plaatsvervanger van God. Charismatische leiders worden door hun volgelingen en ook door zichzelf [een soort zelfhypnose] beschouwd als ‘ontzettend’ bijzondere personen met wèl ‘héél bijzondere’ eigenschappen, een soort supermens, die van alle markten thuis is, òf zij doen het slechts voorkomen en spelen het spel, zoals dat van hen verwacht wordt.
Charismatische leiderschap onderscheidt zich in een ideaaltype in contrast met de twee andere vormen van leiderschapsautoriteit, gezag of macht: ‘legaal’ leiderschap en ‘traditioneel’ leiderschap.
       Bijzondere [Genade-]gaven om anderen te inspireren en te leiden is een bepaalde eigenschap van een individuele persoonlijkheid, dankzij welke hij/zij [de geit op de berg] zich onderscheidt van de gewone mens [het schaap in de steppe] en behandeld wordt als begiftigd met bovennatuurlijke, bovenmenselijke, of op z’n minst specifiek uitzonderlijke krachten of kwaliteiten.
Deze eigenschappen zijn dusdanig dat gewone mensen er absoluut geen toegang toe hebben, maar beschouwd worden als ‘van goddelijke oorsprong’ òf wat als voorbeeld kan dienen en het individu dat deze eigenschappen bezit wordt op grond hiervan als leiderschapsfiguur behandeld.
       Na nadrukkelijke bestudering van dit onderwerp is het algemeen min of meer gebruikelijk geworden, begrippen als charisma of charismatisch leiderschap nog uitsluitend op te vatten als omschrijvingen van innerlijke kwaliteiten van een persoon onafhankelijk van de omgeving.

Persoonlijke uitstraling
De charismatische autoriteit berust op “geloven” in de desbetreffende ‘profeet‘, op de “erkenning” die de charismatische ‘held’ zichzelf verwerft en toekent of ermee door de mand valt.
Niettemin ontleent het z’n autoriteit niet aan deze erkenning door degenen, die in de wereld regeren; Macht uitoefenen. Integendeel: Geloof en erkenning worden beschouwd als taken, waarvan de vervulling ‘charismatisch gelegitimeerde eisen’ stelt aan zichzelf [Maximilian C.E. (Max) Weber 1864–1920].
De vraag die daarop volgt is of charisma overdraagbaar is, kunnen de volgelingen worden vastgehouden wanneer de voorafgaande leider er niet meer is, wat gebeurt er als het charisma z’n glans gaat verliezen, minder interessant, minder de moeite waard wordt?
Dit is het vraagstuk van de institutionalisering van het charisma of, zoals Weber het noemt, de routinematig behouden van charisma. De charismatische leider heeft ideeën en idealen, die ook na zijn verscheiden, bewaard en uitgedragen dienen te worden; om de leider heen bevindt zich een groep van mensen, die economisch en sociaal van hem afhankelijk zijn geworden en er zijn volgelingen die het geloof en het vertrouwen in hun leidsman willen behouden, eventueel ook geritualiseerd.
De socioloog Weber gaat er van uit dat charismatisch leiderschap in zijn puurste vorm een zo onzeker, instabiel en vluchtig gegeven is, dat er in de praktijk bijna altijd reeds na een korte tijd een routinematig behouden van het charisma gaat optreden. De mensen rond de charismaticus en vaak ook de leider zelf, willen immers zekerheid en continuïteit; zij tolereren geen enkele tegenstand.

Krishnamurti is een typische voorbeeld van een charismatisch leider, die zich juist ‘tégen’ het routinematig behouden van z’n charisma in een georganiseerde vorm heeft verzet, de ‘antimeester’, zoals godsdienstige leermeesters dit noemen.

De tragiek van de charismatisch leider is dat hij naarmate hij méér succes heeft, meer en meer van z’n oorspronkelijke charisma verliest. Het is een opeenvolgend proces dat vrij gemakkelijk te herkennen is.
1.]. Iemand wordt een charismatisch leider, wanneer hij volgelingen krijgt die zijn charisma herkennen en erkennen. Hij is dan de leider [‘hoofdspelleider’ kon Weber in zijn tijd nog onbelast zeggen] en zijn volgelingen zijn ‘de jongelingen’.
2.]. In de tweede fase, wanneer het leiderschap in bredere kring erkend wordt, worden de volgelingen beschermers en bewakers. Zij gaan om de leider heen staan, onttrekken hem aan het directe contact met de meerderheid van de volgelingen. Om hem zijn charismatische werking niet te doen verliezen, tillen ze hem op, verheffen ze hem tot een zichtbaar, maar onbereikbaar idool.
3.]. In de derde fase zijn de beschermers en de bewakers van de charismatische leiders tot zijn beheerders geworden: het charisma wordt gemanipuleerd ten behoeve van de organisatie die zich om de leider heeft ontwikkeld. De charismatische leider is een marionet geworden van zijn omgeving.
4.]. In de vierde fase tenslotte zijn de beheerders geëvolueerd tot bestuurders en de charismatische leider is nog slechts een herinnering, die de legitimatie is voor de handelingen van de bestuurders. De marionet is dan een mascotte geworden: een symboolfiguur.

De leermeester als algemeen ‘spelleider van de ziel’ is vandaag de dag de ‘religieus charismaticus’ bij uitstek: hij is geen plaatsvervanger zoals iemand die de Blijde Boodschap verkondigt, hij is eveneens geen profeet, die oude waarheden vernieuwt, maar hij ontpopt zich als mysticus, de ‘verlichte’, die z’n volgelingen kan helpen en bijstaan [als starets] zelf de toestand te bereiken, die  zijn bestaan uitmaakt.
De eerbiedwaardige persoon is geen geroepene, geen uitverkorene, maar een ‘verlichte’, een navolgbare [dat weinigen dat stadium van ‘verlicht’ zijn bereiken, is principieel niet van belang]. De leermeester wordt vereerd als voorbeeld en als methode; dat is heel sterk het geval bij geestelijk leidslieden uit India en het verre oosten. Bij velen van hen heeft dit aspect na het overlijden van de stichter reeds duidelijk aan betekenis ingeboet. Interessant is dat vele leermeesters hun eigen charisma ook als afgeleid of overgenomen zien worden. Hieruit blijkt meteen al hoe persoonlijke kwaliteiten ‘alleen’ al onvoldoende zijn voor de erkenning van het charismatisch leiderschap.
De intelligente, steeds wisselende en dagelijks optredende geestelijk leidsman is niet méér of minder dan een charismatisch – verwende, materialistische en intellectueel spelleider. Als eerbiedwaardig spelleider hebben beiden overigens wel ieder een eigen publiek en een eigen functie. Of iemand ‘waarachtig’ de kwaliteiten bezit, die hem door z’n eigen optreden en de reactie daarop van z’n omgeving worden toegeschreven is eigenlijk niet relevant.
Waar het om gaat is of de charismatisch spelleider ‘integer’ is: gelooft hij in z’n eigen charisma en in de opdracht die daarin besloten ligt of in ieder geval als daarin besloten liggend door hem wordt uitgedragen?
Een charismatisch leider kan immers een bedrieger zijn; daarmee is zijn charismatisch leiderschap geen bedrog, maar wèl het misbruik dat hij ervan maakt.
                         Een probleem dat hiermee samenhangt is de enscenering van het charismatisch leiderschap. Iedere charismatisch leider die succes heeft, komt in de situatie terecht dat hij zijn charismatische eigenschappen moet gaan ‘opvoeren’ , zowel in het spel wat gespeld wordt als de mate waarin het gemanifesteerd wordt.
Een steeds groter publiek met steeds grotere verwachtingen dienen in zijn charismatische eigenschappen te blijven geloven, ook buiten het persoonlijk contact om.
Dat vraagt op zijn beurt weer om enscenering van het charisma, om vertoon van bijzondere kwaliteiten en om vertoon van ‘de grote spelleider’.
Dit betekent tevens dat charisma als zodanig tot op grote hoogte tot een schijnvertoning op te voeren is. In zekere zin gaat het hier om een behendigheid, die aangeleerd wordt door het regelmatig [voor de spiegel] geoefend te hebben, het zogenaamde geroutineerd charisma.
De onzekerheid en het wantrouwen dat de enscenering oproept bij degenen die zich niet in de ban van de charismatische leider bevinden, klinken als verontwaardiging door in het commentaar op de levensstijl van de leiders van nieuwe religieuze bewegingen. De buitenwacht veronderstelt bij hen misbruik van het charisma ter verwerving van macht, vermogen en seksueel genot.
– ‘All the groups that we are talking about have living leaders who ware demonstrably wealthy’ [Clark, 1976].
– ‘Zwischen dem anspruchslosen Leben der Guru-Anhänger und dem luxuriösen Lebensstil ihres vollkommenen Meisters Maharaj Ji klafft ein tiefer Graben’ [Löffelmann, 1979],
– ‘Er worden boeken verkocht, waarvan Hubbard [oprichter van Scientology] de royalties opstrijkt: zijn inkomsten worden geschat op enkele miljoenen per jaar’ [Köllen, 1980, 180].
De dag- en weekbladjournalistiek is op dit punt nog veel onverbloemder. Voortdurend vindt men verwijzingen naar de wijze, waarop sekten en sekteleiders zich vergrijpen aan alles wat de burger zo angstig voor zich behoudt en zo gretig anderen ziet verliezen:
geld, bloed, zweet, tranen, eer’.
Geen goeroe zonder giro’, wordt in de pers regelmatig gezegd en hoewel de goeroe daarin dan juist niet van de gemiddelde Nederlander zou verschillen,
drukt deze korte en kernachtig stelling toch vooral een onverbloemd wantrouwen tegen de charismatische godsdienstige spelleider uit, met name wat betreft het inkomen van de toezichthouders.
Zeker ook wat betreft de erfopvolging; je leidt je opvolger als het ware op ten einde verzekerd te zijn van de voortzetting van het charismatisch – verwende, materialistische en intellectueel spel. De volgelingen worden als het ware ‘voor’-geprogrammeerd om ook de voortzetting op handen te dragen, te voeden en te versterken.

Christus geeft het verschil aan
Overeenkomstig deze inleiding sprak ook onze Heer, Jezus  Christus tot ons, maar wij gelovigen begrepen niet, wat het was, waarover Hij – in te tijd- tot ons sprak.
Jezus zei daarom dan nogmaals:
‘ Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur der schapen. Allen, die voor Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben naar hen niet gehoord. Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.
De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.  Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen     maar wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht – en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen – want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte’”.
De autoriteit van Christus berust enkel en alleen bij Christus en stelt hoge eisen aan degenen, die zich tot Zijn Blijde Boodschap geroepen voelen, zowel aan de geiten als aan de schapen.
Willen wij het Koninkrijk der Hemelen bereiken dan dienen wij ons alle ondergeschikt aan onze ‘Heer en Meester’ van ons leven op te stellen.
Daarom wordt in het vasten gebed gebeden: “Bewaar mij voor een geest van luiheid, moedeloosheid, heerszucht en ijdel gepraat. Maar schenk mij; Uw dienaar, een geest van ingetogenheid, nederigheid, geduld en liefde. Ja, Heer en Koning, doe mij m’n eigen fouten zien en niet mijn broeder veroordelen, want Gij zijt gezegend In de eeuwen der eeuwen. Amen”.
Een bitter voedingsmiddel was het die Adam in z’n hoogmoed uit het Paradijs verdreven heeft; hij weigerde om zich te onthouden [van z’n verheffing] volgens het gebod van z’n Heer en werd toen veroordeeld om de aarde, waaruit hij genomen was, met veel moeite te bewerken en z’n brood te eten in het zweet van z’n aanschijn. Vernedert u dan onder de Machtige hand van God, opdat Hij u zal verhogen te Zijner tijd.
Dit gaat geheel tegen de mentaliteit van de wereld van vandaag in, waarin je vooral bijgebracht  wordt om voor jezelf op te komen.
Waar spelleiders soms manipuleren en controleren, een machtspositie innemen.
Waar spelleiders zich monseigneur, vader, pastor of apostel laten noemen, profeet of doctor of welke titel dan ook. Ze lopen uiteraard graag in keurige pakken met stropdas, wonen in paleizen en berijden voertuigen, die menigeen van ons onmogelijk kan bekostigen.
                             Mensen kijken vaak naar de buitenkant, hoe mensen overkomen, hoe ze zich gedragen. Mensen zetten spelleiders en toezichthouders op een voetstuk, kijken tegen ze op.
                             Mensen zien aan wat voor ogen is, maar God ziet het hart aan!
      Gij zijt het, die voor rechtvaardig wilt doorgaan voor de mensen, maar God kent uw harten. Want wat hoog is bij mensen, is een gruwel voor GodLuc.16: 15.
      Hij sprak tot de genodigden een gelijkenis, omdat Hij bemerkte, hoe zij de eerste plaatsen uitkozen, en zei tot hen: ‘Wanneer gij door iemand op een bruiloft genodigd zijt, ga dan niet op de eerste plaats aanliggen. Misschien is er iemand, voornamer dan gij, door hem genodigd; en dan zou hij, die u en hem genodigd heeft, komen en tot u zeggen: Maak plaats voor deze, en 
dan zoudt gij tot uw schande de laatste plaats moeten gaan innemen. Maar wanneer gij genodigd zijt, ga dan, als gij erheen gaat, op de laatste plaats aanliggen. Dan zal misschien hij, die u genodigd heeft, wanneer hij binnenkomt, tot u zeggen: ‘Vriend, kom meer naar voren. Dan zal dat u tot eer zijn tegenover allen, die met u aanliggen. Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden Luc.14: 7-11.
Onze Heer en Verlosser vernederde Zichzelf en
was z’n gehele leven een vriend voor de uitgestotene en de zwakke; stond naast hem in z’n eenvoudig leven. 

Religie uit balans
Vooral het type religie op basis van eenzijdige macht is herhaaldelijk ondersteund door theologische verwijzingen naar de mens als schapen onder de leiding van een meerdere [de geiten]. Mensen – onder hen stellen sommige kerkleden vandaag nog voor als echte “schapen“, kijken op ze neer als wezens die God totaal uit het zicht hebben verloren, omdat ze alleen maar om zichzelf heen draaien en zelfs hun “zonden” als deugden voor de hemel claimen.
Met zulke koppige existenties dient God op een strikte en beslissende manier van reageren aan de dag te leggen teneinde hun goddeloosheid te doorbreken.
God, komt altijd van buitenaf, komt onder zulke omstandigheden altijd van buiten; wanneer Hij komt, bedient Hij Zich van zelfverzekerdheid van de “zondaars” te verpletteren, Hij dient de mensen aan te spreken als ware Hij de officier van Justitie met de Wet in de hand met het doel de ondeugden en de zonden van mensen aan het daglicht bloot te stellen. Hij staat onmiddellijk klaar ​​om te straffen en de mens ter verdoemenis uit te stoten.
God verschijnt daar als de tegenstander van de mens en dat wil zeggen dat er een verbinding, een brug tussen dient te worden opgebouwd, die God Zelf heeft geschapen en de God die op de mens wacht.
Net zoals de mens op z’n God wacht, wordt deze onmiddellijk overvleugeld en
wordt deze onmiddellijk ondergesneeuwd door “zelfverlossing” te prediken: ‘God wordt op een afstand geplaatst en wordt onderwezen als zou de mens dienen te leven op een manier die God overbodig maakt’.
In feite, als het niet nodig is om de mens van z’n “schuld” te redden, dan bestaat er misschien helemaal geen god, dan is dit misschien gewoon een hersenschim, een bedenksel van de mens; en leidt zo’n opvatting dan niet automatisch tot pantheïsme of atheïsme? Dan is er helemaal geen God, alleen de mens en zijn ziel!

Godzijdank heeft de Blijde Boodschap van Johannes zich anders uitgedrukt dan hedendaagse theologen welke het om dogmatische redenen in tegenstellingen onder woorden brengen.
Het vierde Evangelie kiest een tussenweg, een rotsachtige, steile maar letterlijk besparende manier om valse alternatieven te vermijden.
Het is onmogelijk dat God en de mens één en dezelfde zijn, integendeel, het benadrukt, per zin, hoe noodzakelijk de mens God nodig heeft om te bestaan; maar omgekeerd ook: wat God de mens in de persoon van Jezus te zeggen heeft – dat is overduidelijk in het Evangelie van Johannes – het is geen verkondiging van een vreemdeling, van een overweldigende, van een aanklager, maar eerder van een zeer stille, vriendelijke en vriendschappelijke samenspraak.
In de inleiding tot de ‘pastorale rede’, vormt Johannes daaruit zijn antithese: er zijn altijd mensen in de geschiedenis van religie geweest die zijn uitgegaan van het verschil tussen God en de mens:
– hoe lager ze de mens benaderden, hoe groter werd hun macht, want
– hoe verder ze uit elkaar werden gedreven, bewoog God Zich als een wolk in de nabijheid van en behorend tot het volk,
– hoe meer ze Hem op een hoger niveau stelden – verhieven zij zichzelf daarmee boven al het aardse en werden zij als Zijn boodschappers herkend.
Allen die dàt op die wijze realiseren, zo verklaart onze Heer overeenkomstig de formulering van het Evangelie van Johannes, zijn in de schaapskooi gekomen alsof ze van een vreemd land zijn, alsof ze van buiten komen en wat ze bezeten en voor ogen hadden, kan gezien, opgevat worden als de uitwerking van hun aantrekkingskracht, hun optreden.

Dit vormt een duidelijk criterium om te testen wat religie ons waard is; uiteraard kan dit voor van alles worden misbruikt.
Dan komen er dieven, dan verschijnen degenen die de mens overvallen: ook zij houden zich bezig met de schapen, maar alleen met het doel ze af te slachten en te exploiteren, – καταστρέψτε [= te vernietigen], zegt het Griekse woord op zo’n moment. Je kunt religie zo ‘tegenkomen’ dat uiteindelijk geloofsvragen niets meer of minder zijn verworden, dan goedkope hulpmiddelen om macht, geld, invloed en posities te verwerven.
Dit alles is maar al te vaak gebeurd en dit zal aldus, in de Naam van God, in alle tijden doorgaan en, zoals je kunt zien, zelfs in de Naam van Jezus Christus, onze Heer, maar het precies hetzelfde als diefstal en dit stelen heeft niets mee te maken met datgene wat onze Nazarener daarmee voorhad.

De God-mens uit Nazareth
Wanneer de mens zich inzet om inzicht te verkrijgen in Wie de God-mens uit Nazareth wel niet voorstelt en overeenkomstig het Evangelie van Johannes Hem dient weer te geven, doet dat op  deze manier, want Christus spreekt heel intiem met de mensen, zoals een herder tot zijn schapen. 
Op een heel natuurlijke wijze blijkt de gelijkenis van de Goede Herder zich in te voegen en wordt ogenschijnlijk gerechtvaardigd door de historische verschijning van onze Heer, Jezus Christus, waarin Hij op dit punt Gods evenbeeld openbaart, zoals Hij verkondigt heeft, maar zich tegelijkertijd de verloren mens, de ‘zondaars’ tegemoet trad en Zich daarvoor inspande.
        Al de tollenaars nu en de zondaars plachten tot Hem te komen om naar Hem te horen.
En de Farizeeën en de schriftgeleerden morden en spraken: ‘Deze ontvangt zondaars en eet met hen’. En Hij sprak deze gelijkenis tot hen en zei:
        Wie van u, die honderd schapen heeft en er een van verliest, laat niet de negenennegentig in de wildernis achter en gaat het verlorene zoeken, totdat hij het vindt? En als hij het vindt, tilt hij het met blijdschap op z’n schouders en thuisgekomen, roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tot hen: ‘Verblijdt u met mij, want ik heb m’n schaap gevonden, dat verloren was.
Ik zeg u, dat er alzo blijdschap zal zijn in de Hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebbenLuc.15: 1-7;
Christus vervulde daarmee tevens de messiaanse visie van een herder,
zoals God Hem heeft aangegeven:
De Herder en z’n schapen

profetie Ezechiël, mozaïek in Osios David – Thessaloniki, 5e eeuw

      Het woord des Heren kwam tot mij:
‘ Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer en zeg tot hen, tot die herders: zo zegt de Heer der Heerscharen:
‘ wee de herders van Israël, die zichzelf weiden! Moeten de herders niet de schapen weiden?
• Het vet eet gij, met de wol kleedt gij u, het gemeste slacht gij, maar de schapen weidt gij niet;
• Zwakke versterkt gij niet, zieke geneest gij niet, gewonde verbindt gij niet, afgedwaalde haalt gij niet terug, verlorene zoekt gij niet, maar gij heerst over hen met hardheid en geweldenarij.
• Zij raken verstrooid, omdat er geen herder is, en worden tot voedsel voor al het gedierte van het veld; zo raken zij verstrooid.
• Mijn schapen dwalen rond op alle bergen en op elke hoge heuvel; over de gehele aarde zijn mijn schapen verstrooid zonder dat er iemand is die naar hen vraagt of ze zoekt.
Daarom, gij herders, hoort het woord des Heren.  Zo waar Ik leef, luidt het woord van de Heer der Heerscharen,
omdat mijn schapen tot een prooi geworden zijn,
omdat mijn schapen tot voedsel geworden zijn voor al het gedierte van het veld
doordat er geen herder is [want Mijn herders vragen niet naar Mijn schapen; de herders weiden zichzelf, maar Mijn schapen weiden zij niet]
Daarom, gij herders, hoort het woord des Heren. Zo zegt de Heer der Heerscharen:
  Zie, Ik zal die herders! Ik eis Mijn schapen van hen terug, en Ik zal een eind maken aan dat schapenweiden van hen. De herders zullen niet langer zichzelf weiden, Ik zal Mijn schapen uit hun mond redden, zodat die hun niet meer tot voedsel dienen.
Want zo zegt de Heer der Heerscharen:
Zie, Ik zal Zelf naar Mijn schapen vragen en naar hen omzien;
Zoals een herder naar zijn kudde omziet, wanneer hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik naar Mijn schapen omzien en ze redden uit alle plaatsen waar zij verstrooid zijn geraakt op de dag van wolken en duisternis.
Ik zal ze midden uit de volkeren doen uittrekken, uit de landen bijeen-vergaderen en ze naar hun eigen land brengen;
Ik zal ze weiden op de bergen van Israël, bij de beekbeddingen en in alle bewoonde streken van het land.
In een goede weide zal Ik ze weiden, en op de hoge bergen van Israël zal hun weideplaats zijn. Daar zullen zij zich legeren op een goede weideplaats en zullen zij in een vette weide grazen, op de bergen van Israël.
Ik Zelf zal Mijn schapen weiden, Ik zelf zal ze doen neerliggen, luidt het woord van de Heer der  Heerscharen;
De verlorene zal Ik zoeken en de afgedwaalde terughalen;
de gewonde zal Ik verbinden en
de zieke versterken,
maar de vette en krachtige zal Ik verdelgen.
Ik zal ze weiden zoals het behoort.
En gij, Mijn schapen, zo zegt de Heer der Heerscharen, zie, Ik zal rechtspreken tussen het ene schaap en het andere, tussen de rammen en de bokken. Is het u niet genoeg, dat gij de beste weide afweidt en de rest van de weiden met uw hoeven vertreedt; dat gij het helderste water drinkt en wat overblijft met uw hoeven vertroebelt? Moeten mijn schapen dan afweiden wat uw hoeven hebben vertreden en drinken wat uw hoeven hebben vertroebeld?
Daarom, zo zegt de Heer der Heerscharen tegen hen:
Zie, Ik ga zelf rechtspreken tussen de vette en de magere schapen; omdat gij al wat zwak is, met flank en schouder wegdringt en met de horens stoot totdat gij ze naar buiten gedreven hebt, zal Ik mijn schapen verlossen, opdat zij niet langer tot een prooi zijn;
Ik zal rechtspreken tussen het ene schaap en het andere. 
Dan zal Ik een herder over hen aanstellen, die hen weiden zal: Mijn knecht David. Die zal hen weiden, die zal hun herder zijn.
Ik, de Heer, zal hun tot een God zijn, en Mijn knecht David zal vorst wezen in hun midden.
Ik, de Heer, heb het gesproken.
Ik zal met hen een Verbond van Vrede sluiten en het wild gedierte uit het land wegdoen, zodat zij veilig kunnen wonen in de steppe en slapen in de bossen.
Ik zal die, ja al wat rondom mijn heuvel ligt, tot een zegen stellen;
Ik zal de regen doen neerdalen op zijn tijd, zegen-brengende regens zullen het zijn;
Het geboomte van het veld zal zijn vrucht geven en het land zijn opbrengst.
Veilig zullen zij in hun land leven. En zij zullen weten, dat Ik de Heer ben, 
wanneer Ik de stangen van hun juk verbreek en hen bevrijd uit de macht van wie hen knechten.
Dan zullen zij de volken niet langer tot een prooi zijn; het wild gedierte der aarde zal ze niet meer verslinden, maar zij zullen veilig wonen, zonder dat iemand hen opschrikt.
Ik zal voor hen een plantengroei doen opschieten, waarvan men overal spreekt, zodat niemand in het land meer door honger zal worden weggerukt en zij de smaad der volkeren niet langer te dragen hebben.
En zij zullen weten, dat Ik de Heer, hun God, met hen ben, en dat zij, het huis van Israël, Mijn volk zijn, luidt het woord van de Heer der Heerscharen.
Gij toch zijt Mijn schapen, de schapen die Ik weid; gij zijt mensen en Ik ben uw God, luidt het woord van de Heer der HeerscharenEzech.34: 1-31.

Theologie wetenschap of persoonlijke ervaring
Maar zoals Paulus, dat in verwoord vermijdt Johannes in zijn weergave bijna al de traditionele zinnen van Jezus te citeren en op te nemen; Johannes geeft er de voorkeur aan zijn eigen interpretaties van gebeurtenissen over de persoon van de God-mens uit Nazareth en Zijn Blijde Boodschap in ‘eigen’ woorden om te zetten;
Paulus laat “zijn” Heer en Meester zeggen wat zich allemaal decennia later uit zal kristalliseren als “Theologie“.
Hoe belangrijker is het niet dat Johannes, als meest nabije apostel van de Heer, de betekenis van onze Heer bepaalt, in de speciale ‘Acte de présence’ van wat eenmaal aan de oevers van het meer van Galilea gezegd zou zijn; de doorslag-gevende factor voor hem is de wijze waarop onze Heer en Meester tot de mens spreekt, hij verwoord wat werkelijk bedoeld wordt.
Wie hem begrijpt, hoort in z’n hart een vertrouwd geluid zonder een enkele valse toon; over zaken, die sinds de prehistorie tijd reeds bekend zijn gemaakt, sommigen komen ons helemaal niet vreemd voor, omdat zij bij de Liefde van God voor de mens passen, maar als uit de eeuwigheid vernomen hun zegje doen en om die reden graag beantwoord willen worden vanuit het hart van de mens.
De taal van de ‘herder‘ als zijn ‘schaap‘, zoals belichaamd in de weergave van Johannes, is kennelijk niets meer dan een dialoog op basis van liefde.
En is ‘dìt’ de gehele religie zoals, die verstaan dient te worden, er is geen andere weergave mogelijk: de relatie tussen God en de mensen dient te worden gezien als de dialoog van Liefde, waarin het Goddelijke Woord niet als vijand, bedreigend of sinister wordt opgevat, maar als iets wat een bepaalde tendens vertoont, iets geheel gevoeligs, kwetsbaar.

Net zoals iemand liefde nodig heeft, zo heeft de mens eveneens behoefte aan deze taal van God, God is tenslotte de Liefde Zelf.
Waarachtig stilstaan en een verdieping op datgene wat Christus bedoeld heeft
dient minder beoefend te worden als een terugblik op het verleden, maar
als een bekroning van een leven dat goed geleefd is.
Begin derhalve met een nieuwe start, leeg en in tegenstelling tot een leven
waarin in het verleden verkeerde keuzes werden gemaakt en
de icoon werd gekwetst die niet kon worden hersteld.
Een goddelijke benadering van de problemen is de liefde zelf en
Christus verklaart ons als ontsnapt aan en technisch vrij van zonden.

Het getuigenis over ons werk in Christus [overeenkomstig Johannes].
      Toen kwam het Vernieuwingsfeest te Jeruzalem; het was winter.
En Jezus wandelde in de tempel, in de zuilengang van Salomo.
De Joden dan omringden Hem en zeiden tot Hem:
‘Hoelang houdt Gij onze ziel nog in spanning? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons ronduit’.
Jezus antwoordde hun:
        Ik heb het u gezegd en gij gelooft het niet;
         de werken, die Ik doe in de naam van Mijn Vader, die getuigen van Mij; maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort.
         Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand roven. Wat Mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand van Mijn Vaders. Ik en de Vader zijn een’John.10: 22-30.
                            Oorspronkelijk was de Blijde Boodschap als een kabbelende beek, die zich verbreedde tot een steeds breder wordende rivier en uiteindelijk samen-smolt tot een grote stroming.
De boodschap van Jezus werd overgebracht naar een heel andere cultuur, de wereld van het Hellenisme en dáár in dezelfde bewoordingen [vertaald] en woorden werden geïnterpreteerd op een manier die vreemd is, soms zelfs in strijd met de oorsprong.
Het heeft geholpen vorm van de wolken te geven aan het water dat ooit op aarde stroomde en het door het land te laten drijven, door de eeuwen heen en de millennia to nu toe.
Maar niemand kan op de wolken leven. Het werk van iedereen, die het Evangelie van de hand van Johannes leest, dient uitvoerend te zijn – om de wolken te laten regenen, zodat ze de aarde hydrateren.
             Het dient daarom onze vraag te zijn wat de concepten, de woorden, de gedachten die in de mond van Jezus in het Evangelie van Johannes werden weergegeven, oorspronkelijk bedoeld waren – wat zij in die tijd in deze nieuwe, zo volledig heidense, hellenistische wereld zeiden – wat ze ons vandaag kunnen vertellen in weer een andere, ja, een totaal andere cultuur.
Niet voor niets verwijst ‘herder’ Franciscus de Duitse bisschoppen terug naar hun eigen Duitse overleg, teneinde nieuwe wegen te banen op basis van het Goddelijk-Liefdes-gebod. Iedere tijdspanne en iedere omgeving vraagt z’n eigen liefdevolle oplossingen. De mens is zèlf verantwoordelijk in de keuzes, die hij maakt en zal te Zijner tijd door Christus op basis van een liefdevolle benadering beoordeeld worden – God is geen aanklager, maar handelt in de context van wetten met betrekking tot het maatschappelijk middenveld – het belang van eerlijke getuigenissen in een rechtbank en een juiste behandeling van de medemens:
        In het zevende jaar zult gij het land braak laten liggen en het met rust laten, opdat de armen van uw volk eten, en wat zij overlaten zal het gedierte van het veld eten. Evenzo zult gij doen met uw wijngaard en met uw olijfbomenEx.23: 11. Neem in deze de tijd – inzake lastige beslissingen gas terug -; op die wijze zal de Wet der Liefde Z’n Goddelijk Scheppingswerk doen. Het heeft in de huidige omstandigheden de ondergang van de kerkgemeenschap tot gevolg wanneer er op basis van Macht ingegrepen wordt in bestaande structuren/processen; het uitwisselen van informatie op basis van liefdevol contact is daarbij een basisvoorwaarde. Je kunt het merendeel van je gemeenschappen niet opheffen, omdat je zelf door [financieel] wanbeleid, tekorten hebt opgebouwd – iedere gemeenschap vraagt een eigen aanpak en onderling overleg.
Het gezamenlijk gebruik van kerkruimte door verschillende bloedgroepen dient hierbij als een overlevingsstrategie overwogen te worden – jezelf terugtrekken op ‘eigen’ eilandjes is in deze niet uit te leggen aan de breed-georiënteerde samenleving. Kerkgebouwen kunnen gezamenlijk dienst doen ter ere van Christus, de Zoon van God, de zondagsrust wordt ‘gezamenlijk’ in acht genomen.
      Zes dagen zult gij uw werk doen, maar op de zevende dag zult gij [in uw gemeenschap rust nemen] rusten, opdat uw rund en uw ezel [lichaam en geest] kan uitrusten, en de zoon van uw slavin en de vreemdeling adem kan scheppen.
Ten aanzien van alles, wat Ik u bevolen heb, zult gij op uw hoede zijn; de naam van andere goden zult gij niet noemen, hij zal uit uw mond niet gehoord wordenEx.23: 12,13.

Wie is Jezus van Nazareth?
Het begint allemaal als een historische herinnering, leidend tot de tweedeling die in het midden van alle controverse stond tussen de vroege Kerk en het jodendom in de eerste eeuw na Christus. Wie was Jezus van het Nazareth?
           Was Hij, zoals de vroegchristelijke Kerk beweerde, de Messias, of niet?
Voordat we een stuk van ten minste de omstandigheden aan de hand van het verleden op deze vraag duidelijk kunnen maken, dienen we te beginnen met de opmerking dat de historische Jezus de suggestie dat hij slechts de Messias was bruusk heeft verworpen.
      En Hij vroeg hun: ‘Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?’
Petrus antwoordde en zei: ‘Gij zijt de Christus’. En Hij verbood hun nadrukkelijk met iemand hierover te spreken [en dan gebeurt het juist toch]. En Hij begon hen te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden en gedood worden en na drie dagen opstaan.
       Hij sprak dit woord vrijuit. En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen.
Doch Hij keerde Zich om en, ziende naar zijn discipelen, bestrafte Hij Petrus en zei:
‘ Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die van de mensen’
Marc.8: 29-33.
Het verhaal in Marcus onthult dat de titel “Jezus, is de Christus” tijdens Zijn leven ondenkbaar was en niet eerder de overhand kreeg dan na Zijn dood.
Misschien is het echt zo gedragen, zoals sommige commentatoren denken dat men Jezus is bekend als “Koning” in strijd om de titel, die op Golgotha ​​aan Hem werd gegund aan het Groot en Heilig Kruis.
De Romeinse procurator stelt vervolgens als een schuldig vonnis dat de gekruisigde “de koning van de Joden” is; Dit is een Romeinse naam die een Jood nooit zou gebruiken.
Koning van Israël – dat zou Joods zijn; “Koning der Joden” – dat is de uitgesproken uitdrukking vanuit het Romeinse gezichtspunt van iemand die Macht en Royalty wil veroveren, maar die het niet kan winnen.
Hij wordt daarom zowel gestraft voor rebellie als voor machteloosheid. Het ene is de reden, de andere is het gevolg van Zijn arrogantie.   Macht komt immers alleen aan Rome toe en die strijdt woed nog steeds voort.
Dat Jezus veroordeeld werd onder deze term: “Koning der Joden” – is een van de weinige vaststaande historische feiten! – iedereen die zich in z’n leven als volgeling achter Hem heeft geschaard, veroorzaakt dit geestelijke pijn: was deze macabere titel, de beoogde politieke bekleding toch niet helemaal goed?
Jezus, als ‘Christus Koning’ [een roomse uitdrukking] – Christus heeft dit persoonlijk nimmer willen zijn; maar aan de andere kant: wie zijn hier degenen die zichzelf in het verhaal voor koningen uitgeven? Voelt de ene bloedgroep van Christenen zich niet verheven boven de andere en heeft de ander ongelijk?

  • Het is onmogelijk om dit te herkennen en het is zelfs na Golgotha nog onmogelijker dan ooit tevoren. Als iets het menselijk leven zou kunnen bepalen, zodat het de troost van de levenden zou dienen, zodat het zou kunnen bijdragen aan de humanisering ervan, dan was en is het de Blijde Boodschap van de Jezus van Nazareth. Maar dienen we niet tegen alle vervorming in nog meer te benadrukken: ‘Hij is de Koning der koningen, de enige waarachtige Koning?’.
    Dient men Hem dan niet met de liefdevolle ogen van God te zien, met hetzelfde zelfvertrouwen waarmee hij God als Zijn vader tot mens wilde brengen? Vrij spoedig al groeit, op basis van de Palestijnse gemeenschap, het Geloof dat de Jezus uit de plaats Nazareth, waar niets goed uit kon voortkomen, toen hij stierf, “verheven” werd tot God, dat wil zeggen, tot koning gemaakt, zoals in het oude Egypte aan degene, die gestorven was een plaats werd toegekend aan de rechterhand van de zon, als heerser in de Hemelen anders gezegd over de hemelen.
  • Zij geloofden vurig, er werd vanaf dat moment gehoopt en gebeden, dat Jezus van Nazareth Zijn macht, Zijn Koning der koninklijke Waardigheid, zou tonen bij de val van deze ‘wereld’.
    Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was. Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de Liefde1Cor.13: 11-13.
    Hiervan is/was een ding zeker: het einde zou heel spoedig komen, en de tijdspanne tot die tijd zou alleen tot de laatste ademhaling duren, want dan hield de tijd voor het individu op te bestaan en sta je meteen in de goddelijke eeuwigheid.
    Het is/was koortsachtig aan het anticiperen op deze tijd; maar dan werd die komst van het einde der tijden werd uitgesteld en uitgerekt tot het werkelijk zal plaatsvinden.
    Er zijn al een aantal passages in de weergave van Marcus waaruit blijkt dat – men steeds maar is doorgegaan – om van Jezus van Nazareth, de door God aan-gewezen Messias, aan te geven dat Deze Zoon van God op de laatste dag de Koning der Koningen zou zijn.
    Het was voor degenen die waarachtig in Hem geloofde ondenkbaar dat Christus slechts in de Hemel zit af te wachten, om het zo uit te drukken, als de keizer Barbarossa in Kyffhäuser, om het geluid van de laatste bazuin af te wachten.
    Degenen die in Hem geloofden, zagen Hem al aan de Macht, en zelfs hier op aarde was Hij niet, zoals de mensen Hem aanschouwden.
    Boven alles begint de Grieks, Hellenistiche cultuur, die volledig vreemd is aan de God-mens uit Nazareth hier parten te spelen en dit als vraag op te nemen.
    Degenen die door Zijn Blijde Boodschap worden bewogen – aangeraakt, zien reeds in de op aarde verblijvende Jezus, de Koning, de Messias, de Heer der Heerscharen en niet alleen in het verborgene, maar als Degene, Die Zich heeft geopenbaard en in het bijzonder in door Zijn werken.
  • Dit is de wenk, die het Evangelie van Johannes ons geeft:

    Reddende Christus, Mysterie en Goddelijke Liturgie’; ‘Saving Christ, Mystery and Divine Liturgy’

    Je kunt je over de persoon van Jezus van Nazareth tussen Joden blijven verwonderen, het blijft een Mysterie – wat overblijft is dat we nu kunnen vaststellen, zoals Griekse christenen vaststellen: een debat aan te gaan vanuit de verdeelde mens, maar er blijft een argument op de achtergrond van het Evangelie van Johannes overeind, waarover men vanuit dit perspectief in staat is te ontkennen: “Dat dit de “Mysteriën” – de wonderen zijn die Jezus als God-mens op aarde heeft verricht“.
    Reeds Marcus bereidt zich alvast een beeld in de weergave van Mattheüs voor; en men vraagt zich af: ‘Wat zijn deze daden waarin Jezus zichzelf als Koning de koningen zou moeten bewijzen, dus het zijn alle genezingen, die Hij als God-mens vooral voor de verdrukten, de zwakken en de zieken werkte’.
    De weergave van de Blijde Boodschap van Johannes kan niet genoeg krijgen om de genezing van de blinde mens aan Jeruzalem’s poort aan te halen als een “bewijs” dat Jezus waarachtig  van God kwam.
    maar Ik behoef het getuigenis van een mens niet, doch Ik zeg dit, opdat gij behouden wordt. Hij was de brandende en schijnende Lamp en gij hebt u een tijdlang in zijn Licht willen verheugen. Maar Ik heb een getuigenis, gewichtiger dan dat van Johannes [de Doper]; want de werken, die Mij de Vader gegeven heeft om te volbrengen, juist die werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat de Vader Mij gezonden heeft. En de Vader, die Mij gezonden heeft, Die heeft van Mij getuigenis gegeven. Gij hebt nooit Zijn Stem gehoord of Zijn Gedaante gezien en Zijn Woord hebt gij niet blijvend in u, want Die Hij gezonden heeft, gelooft gij niet. 
    Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen en toch wilt gij niet tot Mij komen om [eeuwig] Leven te hebben.
    Eer van mensen behoef Ik niet, maar Ik ken u: gij hebt de Liefde Gods niet in uzelf. Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader en gij neemt Mij niet aan; indien een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen.
    Hoe kunt gij tot geloof komen, gij, die eer van elkander behoeft en de Eer, Die van de enige God komt, niet zoekt? John.5: 34-44.

  • Pinksteren is in aantocht
    Over heel de aarde klinkt hun Boodschap tot aan de grenzen van de wereld hun woorden. De Hemelen verhalen de Heerlijkheid van God, het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen. De Wet [van de Liefde] is onbevlekt en bekeert de zielen; het gebod des Heren is stralend en verlicht de ogen”.
    Prijslied:
    Koningin verheug U, die de Heerlijkheid van de maagdelijkheid verenigt met het Moederschap. Want in Uw schoot droeg U het Woord, de Zoon van God, als een sterveling, Die de zwakheid van onze natuur, doordat Hij als God heeft willen lijden, genezen heeft. Nu zetelt Hij op de Troon van Zijn Vader.
    Nu zendt Hij ons de Genade[-gaven] van Zijn Heilige Geest
    ”.