12e Zondag na Pinksteren – bij God zijn alle dingen mogelijk

Jaäcob’s droomGen.28: 10-16

      En zie, iemand kwam tot Hem en zei:
    Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’.
Christus zei tot hem:
‘ Wat vraagt gij Mij naar het goede? Eén is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden.
Hij zei tot Hem: ‘Welke?’  Jezus zei daarop:
➻ ‘ Deze: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’.
De jongeling zei tot Hem:
‘Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort?’.
Jezus zei tot hem:
⁌  ‘ Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij’.
Toen de jongeling [dit] Woord hoorde, ging hij bedroefd heen, want hij bezat vele goederen.
Jezus zei tot Zijn discipelen:
⁌  ‘ Voorwaar, Ik zeg u, een rijke zal moeilijk het Koninkrijk der hemelen binnengaan.
⁌  
Wederom zeg Ik jullie, het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat.
Toen de discipelen dit hoorden, waren zij zeer verslagen en zeiden:
➻ ‘Wie kan dan behouden worden?’.
Jezus zag hen aan en zei:
⁌  ‘Bij de mensen is dit onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk’“ Matth.19: 16-26.

      Ik maak jullie bekend, broeders, het Evangelie, dat ik jullie verkondigd heb, dat jullie ook ontvangen hebben, waarin jullie ook staan, waardoor jullie ook behouden worden, indien jullie het zo vasthouden, als ik het jullie verkondigd heb, tenzij jullie tevergeefs tot Geloof gekomen zijn.
Want voor alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, en Hij is verschenen aan Cephas, daarna aan de twaalven.
Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen [aan de volheid van al degenen, die Hem zouden volgen].
Vervolgens is Hij [ook] verschenen aan Jaäcobus [Hebr. = hielenlichter, onderkruiper], daarna aan al de apostelen; maar het allerlaatst is Hij ook aan mij [Paulus,Hebr.= klein] verschenen, als aan een ontijdig geborene.
        Want ik ben de geringste der apostelen, niet waard een apostel te heten, omdat ik de gemeente van God vervolgd heb.
        Maar door de Genade van God ben ik, wat ik ben, en Zijn Genadegave aan mij is niet vergeefs geweest, want ik heb meer gearbeid dan zij allen, doch niet ik, maar de Genade van God, die met mij is.
Daarom dan, ik of zij, zo prediken wij, en zo zijt gij tot het Geloof gekomen1Cor.15: 1-11.

De Gemeenschap in Christus

Paulus [en de Kerk] zit in de gevangenis, waar precies weten wij niet, als mensen hebben wij geen zicht op God’s bedoelingen.
Maar hoe moet het met de voortgang van z’n verkondiging van de Blijde Boodschap nu hij/zij als een van de belangrijkste verkondigers onder de apostelen [de navolgers van Christus] langzamerhand wordt uitgeschakeld?
In de Christelijke gemeenschap van Philippi [liefhebbers van het Woord] maakt men zich daar zorgen over. En vervolgens laat Paulus [de Kerk] weten:
      Ik wil, dat gij weet, broeders, dat hetgeen mij overkomen veeleer is tot bevordering van de 
evangelieprediking heeft gestrektPhil.1: 12.
Het Woord van God is niet gebonden door tijd en omstandigheden waarin wij door de hand van God dienen te verkeren.
Als gevolg van de verkondiging van de Blijde Boodschap is de Kerk en Paulus in de gevangenis terecht gekomen, wàt zij ook in haar onnozele handelingen heeft uitgespookt. Paulus [en de Kerk] zit er niet bij als een zware misdadiger [hoewel, maar als een gezant van Christus, die ook in gevangenschap niet kan blijven zwijgen, maar voluit de Naam van Christus mag blijven verkondigen.
Zelfs zó dat zijn gekleed, verbonden zijn, met/in Christus toch openbaar geworden is aan het gehele hof en aan al de anderen. Het is/was voor allen, onze  medegevangenen en het gevangenis-personeel, duidelijk dat Paulus niet zomaar een delinquent, een boef was, maar een bijzonder mens, omdat hij een bijzondere God mocht dienen en van Wie hij [als Kerk] mag getuigen.
Zo is het ook met de huidige Kerk, waar het gonst van de beschuldigingen en aantijgingen, waar ieder weldenkend mens ‘ach en wee’ over roept.
Paulus prediking wordt onderwerp van gesprek, wij denken in dit verband aan zijn rechters en het personeel van de rechtbank en alle anderen [de totale omgeving] met wie Paulus in aanraking kwam.
Men heeft uitgerekend dat Paulus, indien hij elke dag door twee soldaten werd bewaakt en dit elke dag twee anderen waren, hij in 2 jaar tijd zo’n 1400 soldaten in zijn nabijheid heeft gehad – ga maar eens na hoe dat bij jou persoonlijk is.
En onder al die verschillende mensen waren er voor wie Paulus een middel was om te komen tot Geloof in de Naam van Christus.
Wie zijn broeders zijn is niet met zekerheid te zeggen, maar het gaat hier om het merendeel waarvoor geldt dat zij zich bekleed hebben [en nog zullen bekleden]  met Christus, door wie wij met hen geroepen zijn als gevolg van het kloppen op het hart – waaraan wij/zij vervolgens gevolg hebben gegeven.
Velen hebben door contact met Paulus [en ons] de moed opgevat om het Woord van God te verkondigen. Een minderheid is er die juist door de gevaren geen vrijmoedigheid heeft, dat is immers altijd de bedoeling van de tegenstrever, dat een mens zwijgt en niet meer spreekt in de Naam van Christus, de Zoon van God – ook in onze tijd.
Ondanks ons verdriet, mag de blijdschap toch overheersen omdat de Naam van Christus, de Zoon van God alom verkondigd ‘blijft’ worden ondanks de omstandigheden waarin wij momenteel verkeren.
En wij verkeren in een tijd dat spelleiders onomwonden verkondigen dat zij betwijfelen of Christus, de Zoon van God is – zij zich verschonen door te verkondigen, dat zij dit doen om de discussie met niet-gelovigen levend te houden. En indien ze volhardende christenen tegenkomen zeggen ze dat zij hen in een bepaald filosofisch hokje stoppen en brengen de gemeenschap daardoor in opperste verwarring. “Heer, kom ons in ons ongeloof te hulp, Heer, haast U ons te helpen?”.
        Indien wij echter hopen op hetgeen wij ‘niet’ zien, verwachten wij ‘het’ met volharding. En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met ‘onuitsprekelijke verzuchtingen’.
En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling van de Geest, dat Hij namelijk naar de Wil van God voor heiligen pleit. Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. Want, die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het Beeld van Zijn Zoon, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijktRom.8: 25-30.

 

Onze Heer en Verlosser wordt niet beperkt door plaats of tijd, Hij is daar waar wij Hem niet verwachten, wanneer wij als mens maar reikhalzend naar Hem uitkijken; ربنا ومخلّصنا لا يقتصران على المكان أو الزمان ، إنه هناك حيث لا نتوقعه ، عندما نتطلع إليه كبشر بشغف; Our Lord and Savior is not limited by place or time, He is there where we do not expect Him, when we as human beings look forward to Him eagerly. 

Onze Heer en Verlosser, de Opper-rechter van Hemel en aarde, zal het voor Zijn knechten opnemen, het recht zal uiteindelijk zegevieren, òf Paulus nu de Martelaarsdood zal sterven, òf dat hij uiteindelijk vrij gelaten zal worden.
Paulus en in zijn voetsporen wij, mogen net als Job, weten dat onze Heer en Verlosser leeft.
Wie op de Heer zijn vertrouwen stelt, zal nimmer beschaamd uitkomen en kruipt door het oog van de naald. Dit vertrouwen wordt nu omringd door het gebed niet alleen van Paulus voor de  gemeente, maar ook van de gemeente voor Paulus [hun onafscheidelijke spelleider].
➻ Op die manier wordt de gemeenschap van de Heiligen beoefend en in één adem noemt hij naast het gebed van de gemeente, de hulp van de Heilige Geest.
➻ Christus is het, Die hulp verschaft in nood – ook al laten wij mensen, ik weet niet hoeveel steken vallen.
➻ Dit is de Geest, Die Christus Jezus verworven heeft en aan Zijn Volk geeft.
➻ Dit is de Geest, Die het werk van God in leven zal houden en het zal onderhouden en ons alles geven wat nodig is; in welke omstandigheden wij ook verkeren.
“ Christus is onder ons, Hij is en zal zijn !”.

Apolytikion     tn.3.
  Dat Hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.3.
  Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij


Theotokion     tn3.
  Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

God is Degene, Die uit respect voor de door Hem geschapen mens niets anders doet, dan Zijn Liefde aan ons laat toekomen

Wie en wat is een mens?
Een mens is degene, die z’n schatten weet te bewaren.
”  Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijnMatth.6: 21.
Maar wat omvat de werkelijke schat van de mens? Wat vindt hij leuk?
Natuurlijk houdt hij van het lichaam, datgene wat hem vanaf z’n geboorte is toevertrouwd – hetgeen onlosmakelijk met hem is verbonden en aan hem/haar  gebonden zal blijven totdat hij in het graf wordt begraven.
Het is door hem dat hij ziet, hoort, waarneemt en reproduceert.
Een verschrikkelijke, stormachtige oerkracht beweegt het universum, daarom is het lichaam iets waaraan we ontzettend gehecht zijn.
Op de een of andere manier is ieder van ons gehecht aan zijn lichaam.
Wanneer wij zoals nu in afwachting van de ontslaping van de Theotokos, de Moeder Gods [1-15 Augustus] vasten, dan wordt ons voorgehouden om al datgene wat ons met de wereld/aarde verbindt te elimineren. De mens is aan zijn lichaam gehecht geraakt omdat hij niet graag doodgaat.
De gelovige houdt ervan om aan de wereld te sterven om rede dat hij/zij Christus, Zijn Geliefde probeert te ontmoeten.
Daarom hongeren we onszelf [in stilte!, niet opvallend – opdat we ons er niet op kunnen beroepen] van voedsel totdat we de autoriteit over het lichaam van ons kunnen afleggen, teneinde onszelf te leren beheersen.
Daarmee wordt een begin gemaakt de Heerschappij van het leven te beheersen en wordt eveneens begonnen, de tirannie van de dood te vernietigen.
Daarmee vindt telkenmale – in Christus- een nieuwe geboorte plaats, door Zijn toedoen is door Hem een nieuw leven geworden, wordt een nieuwe orde van bestaan geopenbaard, wordt onze aard getransformeerd – vindt er een Transfiguratie plaats! Deze geboorte wordt niet tot stand gebracht door menselijke generatie, door de wil van een mens, of door de wens van het vlees, maar door God.

Indien je jezelf nu [met de hogepriester Nicodemus] blijft afvragen hoe dit kan geschieden, zal ik proberen het je in duidelijke taal uit te leggen.
Geloof is de baarmoeder, die dit nieuwe leven omvat, de doop is de weder-geboorte waarmee dit aan het Licht wordt gebracht.
De Kerk, het Lichaam van Christus, is haar verpleegster; haar leringen zijn haar melk, het brood uit de hemel is haar voedsel.
Het wordt tot volwassenheid gebracht door de beoefening van deugd; het wordt bevochtigd aan de Wijsheid [God’s Heilige Geest]; het wekt Hoop op en doet het Geloof uitgroeien/opbloeien.
Haar thuis is het Koninkrijk der Hemelen; het omvat de rijke erfenis van de vreugden van het paradijs; het einde is niet de menselijke dood, maar het gezegende en eeuwige leven wordt bereid voor degenen die het Goddelijke waard zijn.

Heilig de dag des Heren

Dìt is de dag die de Heer heeft gemaakt – een dag die heel anders is dan die welke plaatsvond toen de wereld voor het eerst werd geschapen en die in de loop van de tijd wordt uitgemeten.
Dìt is het begin van een nieuwe creatie.
Op deze dag, zoals de profeet zegt, maakt God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat is deze nieuwe hemel dan wel niet? mag je jezelf afvragen.
Het is het Mysterie, het uitspansel van ons persoonlijk Geloof in Christus.
En wat is de nieuwe aarde?
Het is het hart van een vervuld mens, een hart dat als de aarde werkt, dat het [doop-]water, de regen opslaat die erop valt en een rijke oogst in het vooruitzicht stelt. 
In deze nieuwe schepping is ‘zuiverheid van leven’ de zon, ‘de deugden’ zijn de sterren, ‘de transparante goedheid’ is de lucht, en ‘de diepten van de rijkdom aan wijsheid en kennis’, de zee.
De Blijde Boodschap, ‘de waarachtige Pedagogie van de Heer’, de Goddelijke leringen zijn het gras en de planten die Gods kudde voeden, de mensen die hij als Herder hoedt; houdt Hij ‘de Geboden’ voor, welke de vruchten vormen, die door de bomen worden gedragen.
Op deze dag, die de Heer heeft gemaakt, wordt de waarachtige mensn geschapen, de mens die geschapen wordt naar het Beeld en de Gelijkenis van God. 
Op deze dag, die de Heer heeft gemaakt, heeft God het begin van deze nieuwe wereld gemaakt. 
Op deze dag, die de Heer heeft gemaakt, zegt de Profeet dat het niet is zoals andere dagen, noch is deze nacht zoals andere nachten. 
Maar toch hebben we niet gesproken over de grootste Genadegave, het grootste geschenk dat het ons heeft gebracht. 
Op deze dag, die de Heer heeft gemaakt, heeft God de pijn van de dood vernietigd en bracht Hij, Zijn Zoon, de Eerstgeborene van de doden ter wereld.
En vervolgens constateert de Zoon van God, dat Hij opstijgt naar Zijn Vader en naar jouw Vader, naar Mijn God en naar jouw God en wij hebben de Genadegave ontvangen Hem daarin te volgen. 
Is dat geen Blijde Boodschap, is dat geen goed nieuws? 
Hij die voor ons mensen werd zoals wij zijn, vlees en bloed teneinde ons zijn broers/zusters te maken, stelt zijn waarachtige Almachtige Vader nu z’n eigen menselijkheid voor om al zijn verwanten naar zich toe te trekken“.
conf. Heilige Gregory of Nyssa

Metropoliet George Khodr van het Aartsbisdom van Byblos en Batroun

God’s Liefde overstijgt de liefde van de mens – een mens kan die Liefde onmogelijk evenaren, want zij is alles-omvattend.
Wat wij het Oude Verbond noemen – tussen God en de mens – heeft ‘niets’ te maken met datgene wat de mens ooit heeft nagestreefd, heeft gezocht.
Voordat Christus op aarde neerdaalde heeft het Verbond tussen God en de mens niets met de menselijke wil te maken; het omvat de vrije manifestatie van de Schepper om niet alleen van de mens te houden, maar ondanks het gedrag van de mens deze liefde vast te houden en daarin tot het uiterste mee door te gaan. God is uiterst liefdevol in Zijn Genadegaven; Hij heeft de mens ontzettend lief. Zijn erbarmen, Zijn ontferming, Zijn inlevingsvermogen met de zondaar omvat het onbeschrijflijke; dit is zo zichtbaar dat je het kunt omschrijven dat God alle grenzen van de menselijke mogelijkheden overstijgt en is derhalve niet met de onderlinge liefde van een echtpaar te vergelijken.

God is niet verplicht van de mens te houden – een mens kan zich ten opzichte van God uiten door Hem te lasteren, te haten en zich anderszins ten opzichte van Hem te uiten, maar de mens zal zich nimmer ten opzichte van Zijn liefdevolle Genadegaven kunnen verzetten.
Indien je het aangenaam vindt –  aanvaard je Zijn Genadegaven; je neemt het aan en ‘ook al‘ wijs je Hem af – ‘Hij’ – zal er niet negatief op reageren. God verwacht in Zijn onmetelijke Goedheid ook absoluut niets terug.
God geeft Zichzelf en gunt jou de voldoening, welk Hij je ‘om niet’ [gratis] doet toekomen en al reageer je er niet op – Hij geeft Zich geheel en al.
Al datgene wat wij in het leven tentoon spreiden is ijdelheid – “Hij is de Enige bestaansbron“, “Hij is God”, de Heer en Meester van ons Leven.

Het leven in ons is een geschenk van God.
Alleen God geeft leven en alleen God neemt het terug.
Wij mensen dienen derhalve geen zelfmoord te plegen of onszelf schade toe te brengen en iemand heeft zeker niet het recht om iemand’s leven te nemen, zelfs niet van een ontsponnen vrucht.
Iedere mens ontvangt zowel zijn/haar persoonlijk leven als het leven van z’n naaste van God.
Ieder ander heeft de vrijheid om te leven zoals hij wil, maakt de keuzes, die hij/zij wil. Zo deze ervoor open staat is het ‘onze plicht’ hem/haar te adviseren, hem gezelschap te houden, hem te dienen en hem te helpen zijn situatie te verbeteren om een beter leven te gaan leiden.
Door dit te doen, wordt onze eigen geest beter.
Maar je hebt absoluut niet het recht om iemand anders te doden, zelfs als deze persoon je daarom vraagt – het op papier vastlegt, omdat hij geen recht heeft om een einde te maken aan zijn leven dat door God aan hem/haar is toevertrouwd.
Daarom kàn abortus niet worden toegestaan omdat de moeder niet haar foetus bezit. Evenzo heeft een arts niet het recht om zijn patiënt te doden [euthanasie te plegen], ongeacht hoe slecht zijn/haar toestand ook is.
De arts, de hulpverlener of wie dan ook bezit het lichaam van zijn patiënt/ hulpbehoevende niet. Hij kan niet de beslissing nemen om een patiënt te doden, zelfs niet in geval van alzheimer/ dementie of een langdurige coma.
Je lichaam is geen object om er maar mee te doen en te laten, wat je maar wilt.
Je lichaam is een deel van jou als persoon; het is een [‘door God gegeven’] autoriteit niet toegestaan om te slaan of om zich als  rechter uit te spreken een doodstraf uit te voeren.

denk erom, ik ben de baas

In onze hoogmoed en onder invloed van humanistisch [VVD, D66] gedachtengoed trekt de mens het beschikkingsrecht over de ander tot zich – maar dit is ‘God’s-lastering, de mens verheft zich hiermee boven God. Door de ander te vernietigen vernietig je jezelf en ontken je – keer je je af van de Heerschappij van God over jullie beiden.
Iedere zonde is vervreemding, een ontkenning van een van God’s eigenschappen: een ontkenning van Gods geduld, Genade en Liefde.
Doden is een ‘absolute‘ ontkenning van God omdat het een ontkenning van Hem is als Heer en Gever van Leven.
Een mens is in staat z’n tegenstander te vernietigen, omdat hij beslist dat de ander zijn plan, zijn zaken, passies of vrijheid belemmert. De mens heeft zich daarmee ingebeeld dat hij alleen op deze manier veilig kan zijn en de garantie tot Heerschappij [Zelfbeschikkingsrecht] heeft.
Dit omvat zowel de isolatie van die mens in zijn/haar verbeelding – als de vergoddelijking van het zelf. In zijn geest en diepste gedachten vervangt de mens hiermee de overheersende God, de Pamtocrator.
Daarom bidden wij aan de hand van Psalm 50[51]:
Ik zal de overtreders Uw wegen leren en de goddelozen zullen zich tot U bekeren.
Red mij van bloedschuld, o God, God van mijn heil; laat mijn tong over Uw Gerechtigheid jubelen
”.

godsspraak van de mens over Damascus

Elke vechtpartij, die eindigt in een genadeslag – hoe klein dan ook is een aanval op God’s Naam. Elk bloedbad is ‘religieus‘, in die zin dat etniciteit of politieke ideologie een pseudo-religie kan worden.
Ja, het uur nadert, dat een ieder, die u doodt, zal menen aan God een heilige dienst te bewijzen. En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennenJohn.16: 2,3.
We kunnen spreken van een “liturgie” van de complete vernietigen van iets.
Dit soort machthebbers  beschouwen massamoord als een door ~ ‘God’ ~ aangewezen, gegeven taak!
Hoe kijken wij mensen met gelovige ogen?
Er hangt immers zó véél af van wié er kijkt, wanneer en waar – de beschaving van de één is de barbarij van de ander. Totdat je beseft dat je hetzelfde al eens in het Grote Boek der Waarheid hebt gelezen – er zijn immers mensen, die de Waarheid briljant kunnen verkondigen, maar geen waarachtige toegewijde aan God zijn.
God laat ons door Zijn Barmhartigheid weten dat Hij van de mens houdt; wij zijn echt ‘niet’ Zijn oogappel, op wie Hij het meest gesteld is, wij zijn pas echt Zijn lieveling omdat wij goed doen in Zijn ogen.
Wie zijn wij, als mens? Wat hebben wij als mens te bieden, niets toch?
Om Hem tevreden te stellen, zit God in alle vrijheid ‘niet’ op ons te wachten en wanneer Hij toestaat dat jij Hem verkettert neemt Hij de vrijheid je te laten voortmodderen – totdat jij het besef krijgt hoe het ‘wèl’ overeenkomstig Zijn Wil dient te geschieden – daarom wordt Hij vergeleken met een vader, onze Vader.
Een vader geeft het beste van zichzelf en laat z’n kind na zijn aanwijzingen begaan tot het leert van z’n fouten. Het aanbod van Zijn Liefde blijft ongewijzigd dezelfde, wàt er ook gebeuren zal.
Jij bent de armzalige; Hij heeft je echt niet nodig.
Hij maakt Zichzelf klein, arm en nietig voor jou om je maar een ‘ietsje pietsje’ te laten aanvoelen; tot je erdoor ‘vertederd’ raakt.
Door je van de andere kant – van je goede kant – te laten zien wordt Hij geraakt.
Je bent Hem ter wille [Hem aan het verleiden] en Hij wordt er geen cent beter van.  Hij mag dit toch van jou verlangen – dit komt Hem toch toe?
Je bezit niet ‘echt’ – ‘wat’ je geeft, datgene wat je Hem geeft komt Hem toe;
alles wat je Hem doet toekomen, is immers van Hem.
Zowel het Oude als het Nieuwe Verbond is geen verbintenis, die van twee kanten komt. De Tijd komt God toe – iedere periode in de geschiedenis is alleen maar een tijdperk van God – bij God bestaat geen tijd, nu is gisteren en tegelijk altijd en voor eeuwig. Hij geeft altijd en eeuwig en indien jij in alle gemoedsrust aanvaardt wat je ontmoet – je ondergeschikt opstelt – zal Hij wanneer jij datgene afwijst wat Hij je doet toekomen niet beantwoorden – Hij doet niets en laat je begaan – nèt zo lang tot je jouw fouten zelf inziet.
Dàt geeft je uiteindelijk gezondheid.
Het is niet alles, maar het is de basis van zowel het natuurlijk [fysiek] bestaan als het  geestelijk [mentaal] bestaan.
En het belangrijkste wat jouw gezondheid goed doet [heiligt] geeft je een spiritueel leven,  elk leven in/met God geeft Heiligheid en dat behoeft geen plaatsbekleder [toezichthouder] ten opzichte van het volk te bevestigen.
Het is daarom een grote Genadegave [zegen in het leven] om te geloven dat jullie ‘allemaal’ door God gegeven zijn en dat jullie dit persoonlijk in alle vrijheid dienen te handhaven.
Verspil dit daarom niet met datgene wat je gezondheid tekort [pijn] doet of wat je geest tekort [pijn] doet òf datgene wat jouw spirituele leven in je verzwakt.
Bescherm en beveilig allereerst datgene, wat jullie allemaal goed doet en van boven gegeven is; hetgeen tot uiting komt wanneer jullie God gehoorzamen.

conf. George [Khodr],
metropoliet [aartsbisschop] van Byblos en Batroun en Libanon,
Patriarchaat van Antiochië en het gehele Oosten *.

* Geschiedkundige basis:

Logo Patriarchaat Antiochië

⁌  De stichting van dit Patriarchaat gaat met de vroeg-christelijke, oorspronkelijke Kerk terug tot de 1e eeuw.
⁌ is een van de vijf oorspronkelijk christelijke zetels welke “apostolisch”; bovendien werd ” in Antiochië voor het eerst de naam ‘Christenen’ gegeven aan haar volgelingen” Hand.11: 25-26.
⁌ De stad Antiochië is de historische zetel van het Patriarchaat, terwijl Damascus  [Syrië] de huidige zetel is. De zetel werd overgebracht naar Damascus onder pontificaat van de Patriarch van Antioch Pachomius [1378-1386] onder druk van de verwoesting van het Antiochië ten tijde van de Mamlukken [Ottomanen], welke in de middeleeuwse islamitische wereld dienaren waren, die voornamelijk van Turkse origine, opgeleid werden tot militair of bestuurder.
⁌ Ondanks de overdracht van de zetel naar Damascus is de historische en kerkelijke verwijzing naar Antiochië gebleven. De Patriarchen van Antiochië dragen altijd de titel van “Patriarch van Antiochië en heel het Oosten”.
⁌ De bevoegdheid van het Patriarchaat dekt Libanon, Syrië, Irak, Iran, het Arabisch schiereiland en in het Oosten en de zuidelijke regio’s van Turkije.
⁌ Vanwege migratiestromen zijn er nieuwe bisdommen gecreëerd in Europa [waaronder Midden-Europa, waar ‘vanaf 2015’ onze parochie toegewijd aan de ‘Moeder God’s’ in Nederland onder valt], Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.
⁌ De geestelijke toevlucht van Antiochië wordt beschouwd te zijn toegewezen  aan de bescherming door de twee vooraanstaande onder de Apostelen, Petrus en Paulus.

Balamand‘ klooster – foto van Camille Enlart (1921)

⁌ NB. In 1833 werd het eerste catechetische onderwijs in het voormalige Cisterciënzer klooster geopend, welke het startsein gaf aan de huidige grote onderwijsinstellingen ‘Balamand’.  Momenteel is rond dit klooster, het theologische instituut, de middelbare school en de universiteit gehuisvest.

Orthodoxie & vertrouwen, een appeltje voor de dorst in warme dagen

En op de derde dag was er een bruiloft te Cana in Galilea en de moeder van de Heer was daar; en ook Jezus en Zijn Volgelingen waren op die bruiloft uitgenodigd.
En toen er gebrek aan wijn kwam, zei de Theotokos, [de Moeder God’s] tot Hem:
‘Zij hebben geen wijn’.
En Jezus zei tot haar:
Vrouw, wat heb Ik met u van node?
Mijn uur is nog niet gekomen.
Zijn moeder zei echter tot hen, die bedienden: ‘Wat Hij u ook zegt, doet dat!’

Nu waren daar zes stenen watervaten neergezet volgens het reinigingsgebruik der Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten.
Jezus zeide tot hen:
‘Vult de vaten met water. En zij vulden ze tot de rand’.
En Hij zei tot hen:
‘Schept nu en brengt het aan de leider van het feest”.
En zij brachten het.Toen nu de leider van het feest het water proefde, dat wijn geworden was – en hij wist niet, waar deze vandaan kwam, maar de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het – riep de [spel-]leider 
van het feest de bruidegom, en hij zei tot hem:
‘Iedereen zet eerst de goede wijn op en als er goed gedronken is, de mindere gij echter hebt de goede wijn tot dit ogenblik bewaard’.
Dit heeft Jezus gedaan als begin van zijn tekenen te Cana in Galilea en Hij heeft zijn Heerlijkheid 
geopenbaard en Zijn discipelen geloofden in HemJohn 2: 1-11.

    Zo zegt de Heer:
‘ De Hemel is Mijn troon en de aarde de voetbank voor Mijn voeten, waar zou dan 
het huis zijn, dat gij Mij zoudt bouwen en waar de plaats van Mijn rust?
Dit alles heeft immers Mijn hand gemaakt en zo is dit alles ontstaan’, luidt het Woord des Heren; ‘op zulk soort mensen sla Ik acht: op de ellendige, de verslagene van geest en wie voor mijn woord beeft. Wie een stier slacht, verslaat een mens; wie een schaap offert, breekt een hond de nek; wie spijsoffer brengt, [offert] zwijnenbloed; wie wierook tot gedenkoffer ontsteekt, prijst een afgod. Zoals zij hun eigen wegen verkozen hebben en hun ziel in hun gruwelen behagen schept,
Zo zal Ik hun ongeluk verkiezen en dat wat zij vrezen, over hen brengen, omdat niemand geantwoord heeft, toen Ik riep, en zij niet gehoord hebben, toen Ik sprak, ‘maar gedaan hebben wat kwaad is in Mijn ogen en verkozen wat Mij mishaagt.
‘Hoort het Woord des Heren, gij die voor Zijn Woord beeft:  Uw broeders die u haten, die u verstoten omwille van Mijn Naam, zeggen:  Dat de Heer Zijn Heerlijkheid zal tonen, opdat wij uw vreugde aanschouwen. Maar zij zelf zullen beschaamd staan.
Er klinkt gedruis uit de stad!  Het klinkt uit de tempel!
De stem van de Heer, Die vergelding brengt over Zijn Vijanden’Isaiah 66: 1-6.

Theotokos“, de Moeder God’s, de vreugde van alle bedroefden.

Doe wat Hij je gebiedt om te doen” John. 2:  5 en “ Er klinkt gedruis uit de stad! Het klinkt uit de Tempel [van je hart]! De stem van de Heer, Die vergelding brengt over Zijn Vijanden

De Moeder des Heren was duidelijk en beslissend in haar woorden voor de discipelen: “Doe wat hij je zegt te doen”.
Indien we zorgvuldig naar de volgorde van de gebeurtenissen kijken, zullen we zien dat de God’s Moeder slechts geïnteresseerd was in de mensen van de bruiloft die bij een probleem als eerste haar Zoon benaderden: ”   toen er gebrek aan wijn kwam, zei zij als zijn moeder tot Hem: Zij hebben geen wijnJohn.2: 3.
Het heeft gewoon zo moeten zijn, dat zowel onze Heer als Zijn Moeder en Zijn volgelingen op de bruiloft uitgenodigd werden en het verzoek van de Vrouwe vormt alleen al het bewijs dat zij Christus, als God kende, zoals Christus de mens kent. 

Wij zien hier dat zij als Moeder God’s de belichaamde Liefde is, die weigert ànders om te gaan met de haar toegewezen mensheid dan uit liefde en tederheid.
De reactie van onze Heer en Verlosser suggereert een afwijzing, zo iets als van ‘bemoei je er niet mee’, maar de werkelijkheid laat ons wat anders zien – het uur van Christus als Verlosser van de mensheid is nog niet gekomen en wat vervolgens plaats vindt benadrukt dit alleen maar.
Het is geen hoky-poky, het is een Mysterie van God, Die te Zijner tijd uitkomst zal bieden. Dit door zaken vinden niet op oproep plaats – generaties nadien, tot in onze tijd zal de mensen de ogen geopend worden, wanneer we zullen doen wat Christus ons in Zijn Pedagogie voorhoudt.
Hoe vaak zegt Christus niet na afloop de genezingen, die plaatsvinden: Uw Geloof heeft u gered.
Christus’ Boodschap is: “   Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven; neem mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en je zult rust vinden voor je ziel; want mijn juk is zacht en mijn last is licht” Matth.11: 28-30.
De Theotokos gelooft in Christus en vertrouwt volkomen op de goede afloop – zij vertrouwt Hem volkomen en weet dat Hij zachtmoedig en nederig van hart is.
Zij weet dat Hij de eenvoud ‘Zelf’ is, Die Zich niet boven de ander verheft en zelfs in het eerstvolgende hoofdstuk van Johannes de Theoloog aan Nicodemus uit de Farizeeën, een overste van de Joden, die heimelijk [’s-nachts] bij Hem komt zegt:
“ Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien”. En de nuchtere lettervreter [geschoolde] zegt: “ Hoe kan een mens 
geboren worden, als hij al oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?”.
En onze Heer geeft hem en ons ten antwoord: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest. Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet opnieuw geboren worden. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren isJohn.3: 3-8.

Geloof en vertrouwen is het enige wat Christus van ons verlangt en daarop volgt dan een bewustzijn dat wij als mens zwaar te kort schieten ten opzichte van de oneindige Grootheid van God.
Het enige wat Christus doet is dat Hij ons ook hier van harte uitnodigt aan het Hemels koninkrijk deel te nemen.
Hij richt zich tot mensen die moe zijn van het leven onder het juk van hun eigen zonde.
De mens, die verdriet heeft, niet in de eerste plaats over de zonden van anderen, maar over zichzelf.
Tot die mensen, die het meer dan zat zijn om – steeds weer te vallen voor dezelfde tekortkomingen/ongerechtigheden, al zijn die nog zo verborgen.
Jezus wist: er zijn mensen die heel goed weten dat het héél anders dient te gaan in hun leven. Misschien onderken jij dàt ook, een aanhoudende onrust, een leegte die door niks in deze wereld gevuld kan worden, een verlangen naar God misschien zelfs zonder dat je dat onder woorden kunt brengen. Je hebt spijt van je hardheid, en je ziet je eigen arrogantie en egoïsme.
Je ervaart dat je onrein bent vanwege je eigen gedachten en fantasieën, die maar komen en gaan zonder dat je er grip op krijgt.
Daardoor voel je je schuldig. 
Hoe andere mensen jou beoordelen, òf ze jouw strijd zien – zal je een worst wezen. Wanneer het gaat over vechten en strijd in een christenleven, dan verwijst dit bijna altijd naar een innerlijke strijd die ontstaat wanneer zondige gedachten je verzoeken tot het kwade.
God’s Geest en het vleselijk bestaan in deze wereld staan tegenover elkaar.
Indien je hebt besloten om ‘alleen maar’ God’s Wil te doen, Hem stelt boven al het andere, omdat Hij nu eenmaal de Schepper van alle dingen is en je te laten leiden door Zijn Geest, dan ontstaat een conflict tussen…
– het van God gegeven inzicht of niet, en
– of je christen bent of niet, dat verandert niets aan het feit dat je zelf heel goed beseft dat het toch regelmatig nog niet goed met je gaat.
Je beseft dat er krachten in je leven zijn die sterker zijn dan jezelf en die jou in je gedachten bij God vandaan trekken naar dingen die niet goed voor je zijn en waardoor je in een spiraal van ellende terecht kunt komen.
Zou je dat negeren dan zou je niet meer eerlijk zijn; maar je wilt eerlijk zijn  en gaat tot het uiterste!
  Ik ben de alfa en de omega, zegt de Heer, onze God, Die is en Die was en Die komt de AlmachtigeOpenb. 1: 8.

1-jarig parochiefeest [2016], Antiochees Orthodoxe Parochie ‘Geboorte van de Moeder Gods‘ te Amersfoort; in de Ansfriduskerk.

Indien de Moeder God’s ons nooit duidelijk had gemaakt
– dat Christus ons mensen datgene vraagt te doen, wat Hij van ons verlangt
– dat wij durven op te kijken en Hem in geloof en vertrouwen te volgen,
dàn hadden wij slechts uit onwetendheid en zelfmedelijden gehandeld in plaats van uit innige Liefde tot God en onze naasten.
Door Zijn Leven te geven voor ons mensen heeft Christus ons verlost en uit Liefde tot Hem dienen wij een levensvervulling na te streven als Zijn Moeder, die van het begin af aan heeft ervaren wat het hart van de Liefde, onze Tempel, is.
Leef derhalve in navolging van Christus door net als Hij zachtmoedig en nederig van hart te zijn en je zult rust vinden voor je ziel tòt het ogenblik dat je Hem tegemoet mag treden.

Theotokos Θεραπεία; Moeder Gods van de toevlucht; 

”   Onder Uw hoede vluchten wij,
Maagd en Moeder van onze God.
Hoor onze smeking in alle noden en
verlos ons uit elk gevaar.
Gij, die alleen ongeschonden en gezegend zijt,
Alheilige Moeder Gods, bescherm ons“.

”   Ὑπὸ τὴν σὴν εὐσπλαγχνίαν,
καταφεύγομεν, Θεοτόκε.
Τὰς ἡμῶν ἱκεσίας,
μὴ παρίδῃς ἐν περιστάσει,
ἀλλ᾽ ἐκ κινδύνων λύτρωσαι ἡμᾶς,
μόνη Ἁγνή, μόνη εὐλογημένη”.
Mp3: 

“Подъ твою милость,
прибѣгаемъ богородице дѣво,
молитвъ нашихъ не презри в скорбѣхъ.
но ѿ бѣдъ избави насъ,
едина чистаѧ и благословеннаѧ”.

Christus Pantocrator; ‘de alleen Heerser’

”     En toen ik Hem zag,
viel ik als dood voor Zijn voeten;

de Heer legde [daarop]
Zijn rechterhand op mij en zei:

‘Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste,
en de Levende, en Ik ben dood geweest,
en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden,
en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.
Schrijf dan hetgeen gij gezien hebt en hetgeen is
en hetgeen na dezen geschieden zal’Openb.1: 17-19.

10e Zondag na Pinksteren – breng de maanzieke jongeling hier

      Er kwam iemand tot Hem, knielde voor Hem neer en deze zei:

‘Healing of the epileptic’ – Evangelarium Iviron 13 cnt

        ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water. En ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen.
       Jezus antwoordde en zeide:
‘ O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng hem Mij hier”.
       En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af.
       Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren: ‘Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?
Hij zei tot hen:
       ‘Vanwege uw kleingeloof. Want voorwaar, Ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterd-zaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn. Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten.
Terwijl zij samen in Galilea verkeerden, zei Jezus tot hen:
        ‘De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen en zij zullen Hem ter dood brengen en ten derden dage zal Hij opgewekt worden
Matth.17: 14b-23b.

      Want het schijnt mij toe, dat God ons, Apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en de mensen. Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.
Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven; wij verrichten zware handenarbeid; worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen; worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe.
        Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Want al hadt gij duizenden opvoeders in Christus, gij hebt niet vele vaders Immers, ik heb u in Christus Jezus door het Evangelie verwekt. Ik vermaan u dus: volgt mijn voorbeeld1Cor.4: 9-16.

Paulus maakt ons duidelijk dat wanneer je Christus hebt leren kennen en je jezelf bekleed hebt met Christus – er met andere woorden voor hebt gekozen om je oude leven los te laten.
Als christen heb je ervoor gekozen ‘ànders’ te zijn dan ‘niet’-christenen.
Je wilt Christus’ voorbeeld volgen en Zijn Liefde uitstralen naar iedereen om je heen. Op deze wijze geef je het voorbeeld aan de wereld, dat het ànders kan.

Paulus gaf de mogelijkheid van gezinsleven en stabiliteit ‘òp’ om als reizende
apostel door de gehele mediterrane wereld te reizen en bracht de Blijde Boodschap naar wie er dan ook voor open zou staan.
Paulus’ manier van leven was anders dan die van de andere apostelen, zelfs Petrus [Cefas] en de leden van de eigen familie van de Heer, zoals de H. Jaäcobus.
Hij deed wat ‘niet’ vereist was of zelfs maar verwacht werd teneinde de mensen voor Christus te winnen.
Hij beschreef zijn levensstijl op een wijze, die tot in onze tijd zal weerklinken:
Wij zijn dwaas om Christus’ wil”, God’s Wil.

Door de eeuwen heen heeft de Kerk deze term – dwaasheid om Christus wil – gebruikt teneinde een ​​beperkt aantal mensen te beschrijven wiens christelijke leven de ‘dwaasheid’ van de Bergrede hebben omarmd.
In de Orthodoxe Kerk noemen wij dit soort Heiligen – ‘Dwazen om Christus wil’ -.
Paulus haalt het begrip vaker aan:
➻  “      Gij hebt immers gaarne geduld met onverstandigen, omdat gij zo verstandig zijt: gij verdraagt het immers, als iemand u als slaven gebruikt, als iemand u opeet, als iemand beslag op u legt, als iemand groot doet, als iemand u in het aangezicht slaat2Cor.11: 19,20;
➻  “     niemand dient mij voor onverstandig te houden; of anders: aanvaardt mij als een onverstandige; dan kan ik ook een weinig roemen. Wat ik zeg, zeg ik niet naar de Heer, maar als in onverstand, aangenomen, dat wij mogen roemen2Cor.11: 16,17.
Zelfs predikt Paulus ook openlijk:
➻  “       Laat niemand zichzelf misleiden! Indien iemand onder u meent wijs te zijn in deze tijd, hij dient dwaas te worden, om wijs te worden. Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor 
God. Want er staat geschreven: Die de wijzen vangt in hun sluwheid; en elders: De Heer weet, dat de overleggingen van de wijzen vruchteloos zijn” 1Cor.3: 18-20.
Op ons westelijk halfrond -bekend om haar Joods-christelijke cultuur wordt het vaak gebruikt om mensen te beschrijven die leven, zoals weinigen van ons zouden doen om de behoeftigen en de uitgestotenen te dienen: “ ja, die zijn gek!” en worden ze regelmatig als malloten gemeden.

Franciscus, kruisdrager

Ze worden vergeleken met de Heilige Franciscus van Assisi, die zich in jute zakken hulde – bij het verkondigen van z’n overtuigingen, niet alleen door woorden, maar tevens door de wijze van leven die hij omarmde.
Franciscanen-monniken, zijn volgelingen, staan bekend vanwege de eenvoud overeenkomstig de Blijde Boodschap in plaats van het ophemelen van de waarden van ons tijdperk. Ook andere waaronder diverse missionarissen kenmerken zich door deze leefstijl.

In de Orthodoxe Kerk is de term “Fool for Christ’s Sake” aan een ander type getuige van Christus gegeven.
Als Orthodoxe ‘dwazen‘ worden zij beschouwd, die aan de rand van, of zelfs buiten, de gemeenschap van respectabele christenen zijn gaan leven.
Zij imiteerden de dwaasheid als onnozele kinderen van God en deden zelfs alsof ze in sommige gevallen gestoord waren om het de Blijde Boodschap te verkondigen aan degenen, die het niet langer konden bevatten.

H. Basilios van Moscow

⁌ Misschien was de beroemdste wel de H. Basilios, de wonderdoener van Moskou, die Ivan de Verschrikkelijke kon berispen en ermee wegkwam omdat hij, levend op straat, niets te verliezen had. Het is ironisch dat de meest weelderige – en excentrieke – kathedraal in het Kremlin in Moskou naar hem is vernoemd.
⁌ Een bijna-hedendaagse ‘Fool for Christ’ was een bakker in een buitenwijk van Athene, die in de volksmond bekend stond als ‘Crazy John’.

‘Crazy John’ by Dionysios A. Makris [uitg. Amazon]

Hij kocht regelmatig twee grote zakken brood van zijn  zijn loon en deelde ze uit aan de ouderen en armen in zijn buurt. Hij ging de eer van zijn daden uit de weg en zei altijd dat het brood
een geschenk was van de heer Apostoly de bakker, zodat je deze zult gedenken in je gebeden”.
Dwazen voor Christus vertonen vaak een soort van spirituele aanblik, een bijzondere gave van de Heilige Geest.
Op een dag kwam John niet opdagen voor werk, men trof hem aan bij het schoonmaken van de waterafvoeren [de afvoerputten] in zijn buurt, bewerend dat hij op zoek was naar twee munten, die hij verloren had. Later op de dag overspoelde een grote overstroming het gebied – behalve de omgeving van ‘Crazy John’, die geen schade opliep,
omdat de rioolputten waren schoongemaakt!
Door de jaren heen werd Crazy John vereerd in zijn buurt voor de zorg die hij zowel geestelijk als materieel aan behoeftigen toonde.
Op zijn eigen manier evenaarde hij de verhalen, die wij kennen over de H. Nicolaas van Myra, tot genoegen van de handelaren, kocht hij regelmatig grote hoeveelheden kinder- en vrouwenbenodigdheden op de markt. Op een dag volgde iemand hem en kwam er op die manier achter dat hij deze spullen achterliet bij de armen, die zich de aanschaf niet konden veroorloven. Toen hij stierf, hield zijn achtergebleven spelleider deze buitengewone lofrede:
God heeft hem misschien geen spelleider [priester] gemaakt, maar hij heeft hem zeker tot toezichthouder [bisschop] gezalfd voor onze omgeving” en degenen, die hem mee begraven hebben riepen uit: “Axios, Axios, Axios”.

De vraag, die nu gesteld kan worden is, wie van ons kan een dergelijke tegenstrijdigheid met onze menselijke natuur overwinnen; het antwoord is al heel oud:
    Wie zal oversteken naar de overkant der zee, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat [ook] wij het volbrengen? Maar dit Woord is heel dicht bij u, in uw mond en in uw hart, om het te volbrengenDeut.30: 13b-14.
Toen Paulus over de navolging van Christus, het christelijke leven schreef, drong hij erop aan dat dwaasheid deel zou uitmaken van de levenswijze van elke gelovige:
➥        “Laat niemand zichzelf misleiden! Indien iemand onder u meent wijs te zijn in deze tijd, hij dient dwaas te worden, om wijs te worden1Cor.3: 18.

Maanziekte werd in verband gebracht met slaapwandelen en duidt op de grilligheid en wispelturigheid van het menselijk handelen.
Een [werk-]paard is maanziek, als het een op bepaalde tijden terugkomende zinking op de ogen heeft, die zich vervolgens ‘dof en tranend’ voordoen. Meestal zijn de ogen afwisselend ontstoken en de ziekte eindigt gewoonlijk met volslagen ‘blindheid’.
Paulus stelde de wijze waarop de Leer van Christus, de weg van Christus, wordt nagevolgd  tegenover de gewoonten van degenen die ‘wijs zijn in deze tijd‘, die het allemaal -‘zó goed’- weten en bestudeerd hebben hoe het systeem van onze wereldse samenleving in elkaar zit, teneinde daar optimaal gebruik van te kunnen maken. Zíj kennen de juiste mensen, de juiste bewegingen, de manier waarop dingen in een bepaalde cultuur worden gedaan – niet om anderen te helpen, maar om met behulp van hun persoonlijke vriendenkring [netwerk] ‘eigen troost‘ te vergaren òf  om ‘zichzelf‘ op te hemelen en niet te vergeten van een bovenmatig heerlijk leventje te genieten.
Zij personifiëren zich in tegenstelling tot de overleden Patriarch Pavle van Servië, als – “de wijsheid van dit tijdperk” – tot bewondering van velen.
Elke tijdsperiode en elke sociale gemeenschap heeft zijn eìgen-‘wijsheid’. In een tijd van hoog-conjunctuur verlangen politieke leiders méé te regeren en wanen zich ‘heer en meester’ onder de paraplu van het groot-kapitaal.
In een tijd van laag-conjunctuur wordt de onderlaag van de bevolking, de werk- en daklozen, de gehandicapten en de mensen, die de boot op een of andere manier gemist hebben, uitgeknepen – teneinde het groot-kapitaal ter wille te zijn.
En ten alle tijden dienen dit soort spel- en toezichthouders op handen gedragen te worden en zwelgen in hun persoonlijke inkomensvoorziening[en] ten koste van de minderbedeelden.

      Voor degenen die Christus en de Apostel Paulus voor ogen houden, overwint de dwaasheid van de manier van leven van de Blijde Boodschap echter de wijsheid van ‘elke’ tijdsperiode.
In navolging van Christus leven overeenkomstig de Joods-Christelijke cultuur is het verkiezen bóven de mensen van aanzien te staan en zich ten opzichte van de wereld te distantiëren.
Een wereld – om ons heen – welke zich sociaal, zakelijk of religieus afkeren van deze ‘tijdsperiode’, die er slechts naar streeft ‘erbij’ te willen horen en daarmee flink uit de ruif mee-te-eten.

➥ ➥ ➥    Maar ik vermaan u, broeders, dat gij hen in het oog houdt, die, in afwijking van het onderwijs, dat gij hebt ontvangen, de onenigheden en de verleidingen veroorzaken, en mijdt hen. Want zulke lieden dienen niet onze Heer Jezus Christus, maar hun eigen buik, en misleiden door hun schoon klinkende en vrome taal de harten der argelozenRom.16: 17,18.    
☛ Heer, heb medelijden met onze behoeftigen, want zij zijn ziek op de golven van de economie en zijn er veelal slecht aan toe; want dikwijls vallen zij buiten de boot in het water. En ik heb hen naar uw volgelingen gebracht en zij hebben hen niet kunnen genezen.

Het blijkt dat ook in Christus tijd de oproep tot saamhorigheid en
gezamenlijke actie reeds werd gehoord . . . . .
Er bestaat helaas bij veel mensen die de Blijde Boodschap als richtsnoer voor hun denken en doen belijden dat dit een misverstand betreft en dat solidariteit á-religieus en een typisch politiek-socialistisch begrip is.
Het woord solidariteit komt inderdaad niet letterlijk in de H. Schrift voor, maar de zaak en de bedoeling zijn daarin ‘oprecht‘ en ‘volop‘ aanwezig.

Solidariteit, overleg en polderen als woord zijn het eerst in de economie gebruikt, om de samenwerking tussen werkgevers en werknemers aan te duiden. Daarna kwamen deze woorden en begrippen ook in zwang in de sociologie, de politiek, de psychologie en ook in de theologie.
Het woord solidariteit is afgeleid van het Latijnse ‘solidus’ met de dubbele betekenis van sterk, solide en gezamenlijk, met andere woorden overleg teneinde tot overeenstemming te komen.  Tegenwoordig duidt men ermee aan dat men samen voor een zaak of ideaal staat en daarvoor actie voert. We kunnen daarbij drie doelstellingen onderscheiden:
1.]. een positieve, wanneer een bepaald goed doel wordt nagestreefd of wanneer men een ongunstige situatie wil verbeteren of herstellen;
2.]. een negatieve, wanneer men zich gezamenlijk keert tegen verkeerd geachte overheden, wetten, partijen, werkgevers of zelfs individuele personen;
3.]. meestal is het een combinatie van positieve en negatieve actie.

Het Mysterie van de Drie-eenheid

We kunnen stellen dat –‘de meest absolute vorm van solidariteit’– in de Leer en Pedagogie van Christus is te vinden. Dogmatisch gezien is de Drieëenheid de hoogst Goddelijke vorm van samenleven in Liefde. Bij en in God is de volmaakte eenheid in zijn, denken en handelen.
De Vader en de Zoon en de Heilige Geest werken -‘in alles’- gezamenlijk; dat straalt ook uit in de schepping van de kosmos en de mens. Evenzeer is God’s Gerechtigheid en Zijn Liefde tot in alle consequenties een bewijs van Zijn ondeelbare bedoeling.
Een afschaduwing daarvan behoort in de christelijke Gemeenschap, als het Lichaam van Christus, en in het huwelijk gevonden te worden.
Door de zonde heeft dat laatste helaas niet op die manier de tand des tijds overwonnen! Het gevolg is dat in de Bijbel een dubbele solidariteit is aan te wijzen:

De mensheid heeft één Vader: God de Schepper. God heeft alle mensen geschapen en Zijn geboden gelden voor alle mensen.
Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat jullie kinderen mogen zijn van de  Vader, Die in de Hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigenMatth.5: 44,45.

Er is solidariteit in de zonde. Alle mensen hebben de wet overtreden en wantrouwen God en Zijn goede bedoelingen. Daarin spannen mensen samen tegen hun Vader en Zijn Koningschap.
Na de zondeval wordt zichtbaar dat er één beweging is, in haat gericht tegen God, en een andere, door Zijn Genadegaven om Hem lief te hebben en te gehoorzamen.

Steeds opnieuw wordt ieder mens opgeroepen te onderscheiden  in welke richting de oproep tot solidariteit leidt.
Hoe te onderscheiden wat een goede oproep tot solidariteit is?
Daarvoor dienen we het antwoord te onderscheiden op verschillende criteria:
1.]. Wat is de bedoeling van de gepropageerde solidariteit?
Gaat het erom vrij en los te komen van de Wet van God of gaat het om Hem en om het onderhouden van Zijn geboden?
        Moge, Heer, Uw barmhartigheid over ons komen, zoals wij op U gehoopt hebben. Gezegend zijt Gij, Heer, leer mij Uw voorschriften.
Gezegend zijt Gij, Meester, geef mij inzicht in Uw voorschriften.
Gezegend zijt Gij, Heilige, verlicht mij door Uw voorschriftenuit de Doxologie
2.]. Wie zijn de spelleiders? Willen ze werkelijk dienaren zijn van elkaar en van het goede, of willen ze, heimelijk of openlijk, heersers en ‘δεσποτα’ te zijn?
3.]. Welke middelen worden in de solidariteitsactie gebruikt? Zijn de betoging en het protest vreedzaam en wil men slechts zonder dwang overtuigen, òf worden beschuldigingen, laster, stakingen, geweldsdaden en zelfs terrorisme gebruikt?
4.]. Tegen of voor wie worden we opgeroepen tot solidariteit? Helaas overheerst in veel oproepen tot solidariteit het negatieve. Dan gaat het tegen de eigen regering, bepaalde politieke leiders, overheersende regimes of bezettende machten, de bureaucratie in allerlei vormen, de bezittende, rijke klasse, tegenstanders in het algemeen, etnische minderheden, mensen van een ander ras of uit een ander land, etc. Ieder van ons kent hiervan voorbeelden te over.
5.]. Wat gebeurt er met mensen die, mogelijk wegens gewetensbezwaren, weigeren mee te doen aan de opgeroepen solidariteit? Worden ze geboycot, bedreigd, lastiggevallen of vervolgd?
6.]. Zijn we er zeker van dat er achter de oproep tot solidariteit geen verborgen agenda steekt?
7.]. Zijn mensen vrij om af te haken wanneer blijkt dat de gevraagde solidariteit toch een verkeerde richting inslaat of dreigt in te slaan?

Wie enigszins op de hoogte is van wat er plaatsvindt in de samenleving, merkt dat al deze zeven criteria vanuit de recente geschiedenis te illustreren zijn.
Maar aan de hand van het hierboven gegeven overzicht zijn er ook verschillende gebeurtenissen te onderscheiden uit de Bijbelse Historie. Deze voorbeelden zijn een lering voor ons. Dat is nodig, want we laten ons gemakkelijk misleiden.
Bij elk van de volgende voorbeelden dienen we te proberen ons te verplaatsen in de situatie van die tijd, achteraf oordelen is wel gemakkelijk, maar helpt in de actuele keuze niet.
• De torenbouw van Babel, uit Gen. 11. Tegen de intentie en opdracht van God wilden mensen hun eigen ideaal van eenheid en zekerheid handhaven.
• De uittocht van het nog niet gestabiliseerde volk Israël uit Egypte, Ex.13 en volgend. Telkens strijdt de begeerte om ‘vrij’ te zijn en Mozes te volgen met de angst voor de onzekere reis door woeste streken en het gemis van bepaalde zaken in Egypte. Het verzoek aan Aäron om ‘een gouden beeld te maken’ was een solidariteitsactie:
  Toen rukte het gehele volk zich de gouden ringen die in hun oren waren, af en zij brachten ze aan Aäron. Hij nam ze van hen aan, gaf er vorm aan met een stift en maakte er een gegoten kalf van. En zij zeiden:’ Dit is uw god, Israël, die u uit het land Egypte heeft gevoerdEx.32, 3,4.
• De opstand van de groep rond Korach en de zijnen tegen het leiderschap van Mozes uit Numeri 16.
• Het massale en gewelddadige verzet van het Israëlische Volk na de dood van koning Salomo tegen de regeringsverklaring van Rehabeam uit 1Kon.12.
• De vele voorbeelden van gezamenlijke afdwalingen in de tijd van de Profeten.
• Joodse leiders en veel inwoners van Jeruzalem waren één in de veroordeling van Jezus en verwezen Hem naar het kruis op Goede Vrijdag. Ze meenden daarin gezamenlijk goed te doen.
• Daartegenover staat de solidariteit in de eerste christelijke Gemeenschap:
    En zij bleven volharden bij het onderwijs van de Apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebedenHand.2: 42. Maar er was daar tevens het misbruik van Ananias en zijn vrouw.
• Paulus prijst in zijn brieven de jonge gemeentes om hun steun aan de behoeftigen, niet alleen in eigen kring maar ook voor de verre anderen. Vanuit Antiochië hielp men Jeruzalem.
• Bij de opstand tegen de Romeinse bezettende macht weigerden de christenen in Jeruzalem in het jaar 70 na Christus solidair te zijn in die strijd en weken uit naar het buitenland.

De oproep tot solidariteit vindt veelal daar plaats in de samenleving waar aandacht ontstaat voor wat men sociaal en maatschappelijk onrecht noemt. En hoewel wij in West-Europa tot de meest rijke en bevoorrechte bevolkingsgroepen van de wereld behoren, is er ook bij ons nog veel wat verre van ideaal is. Veel meer geldt dat van mensen in andere delen van de wereld.
Er is onvoorstelbare armoede, er zijn allerlei soorten ziektes, er is onderdrukking tot slavernij toe, corruptie lijkt onuitroeibaar, bureaucratie kan wanhopig maken, discriminatie is aan de orde van de dag. Allemaal redenen om mensen tot solidaire actie op te roepen. Ook christenen horen die oproep. Dikwijls wordt gesteld dat juist christenen vooraan op de barricades behoren te staan.
Is dat overeenkomstig onze werkelijkheid?

Als christenen, die rekening met de Blijde boodschap begeren te behouden, dienen we meer en meer onze mond open te doen en daarnaast persoonlijk onze handen uit de mouwen te steken. Vanwaar komen al de hierboven genoemde ellendige zaken? Het is toch geen noodlot?
Het is een tijd lang mode geweest om de oorzaak van alle ellende in de wereld te zoeken bij verkeerde systemen en omstandigheden. Verander de omstandigheden en het komt weer goed.
Zelfs de meest rigoureuze pogingen daartoe hebben echter geen wezenlijke verandering ten goede gebracht. De Apostolische oproep tot onderlinge samenwerking en verantwoordelijkheid [= vroeg-Christelijke solidariteit] mogen dan voor een groot deel hebben afgedaan, de idee dat het kwade overwonnen kan worden door allerlei maatregelen overheerst nog sterk.

Christenen hebben geleerd dat het kwade en verkeerde niet in de eerste plaats in onjuiste stelsels en regels zit, maar zijn oorzaak vindt in de zonde van het egoïsme en de rebellie tegen God. Wanneer wij dàn op die manier blijven geloven dat onze houding en ons leven niet radicaal veranderd kan worden,
blijft ieder mens tevens zijn eigen belang ten koste van anderen zoeken.
Ondanks alle mooie woorden, solidariteitsacties en zelfrechtvaardiging.
Die zelfhandhaving en dat eigenbelang vinden we zowel bij slachtoffers als bij de spelleiders en toezichthouders, die zich als hulpverleners opwerpen.

Voor christenen geldt primair dat mensen veranderd dienen te willen worden, zich tot het Goddelijke, het goede dienen te keren. God zoeken en nastreven, dàt is de Blijde boodschap en zending van de Kerk, heb God lief door je naasten ten dienste te zijn. In deze zijn wij onderwezen door onze Heer en Zaligmaker, Jezus Christus, Die wij  zeggen te volgen.
Dat betekent niet dat we de andere kant op kijken, niets behoeven te doen om de materiële nood in de wereld aan te pakken en om de omstandigheden te verbeteren. Het dient wèl gelijk op te gaan met de oproep om zich tot God te bekeren. Wanneer voor díe boodschap geen plaats en ruimte is bij een bepaalde solidariteitsactie, worden we gedwongen af te haken. Dat verklaart en rechtvaardigt ook dat naast diverse seculiere acties tot leniging van noodsituaties kerken en christenen een eigen aanpak kiezen.

Apolytikion     tn.1
“   Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1
“   Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
“   Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.

9e Zondag na Pinksteren – wij kleingelovigen zinken, net zoals Petrus

      En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezonden.
        En toen Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden. Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen.
        Doch het schip was reeds vele stadiën van het land verwijderd, geteisterd door de golven, want de wind was tegen.
        In de vierde nachtwake kwam Hij tot hen, gaande over de zee.
Toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan, werden zij verbijsterd en zeiden: Het is een spook! En zij schreeuwden van vrees.
        Terstond sprak Jezus hen aan en zeide: ‘Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd !’.
Petrus antwoordde Hem en zei:
‘ Heer, als Gij het zijt, beveel mij dan tot U te komen over het water’.
        En Hij zei: ‘Kom !’. En Petrus ging uit het schip en liep over het water en ging naar Jezus.

‘Help, ik verdrink’ ; ‘Help, I drown’;          ‘مساعدة ، أنا غرق’; ‘Βοήθεια, πνίγω’

Maar toen hij zag op de wind, werd hij bevreesd en begon te zinken en hij schreeuwde:  ‘Heer, red mij!’.
        Terstond stak Jezus hem de hand toe en greep hem en zei tot hem:
        Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen?
En toen zij in het schip geklommen waren, ging de wind liggen. Die in het schip waren, vielen voor hem neer en zeiden: ‘Waarlijk, Gij zijt God’s Zoon!’Matth. 14: 22-34.

Door het Geloof blijf je drijven op de levenszee; Μέσω της Πίστης συνεχίζετε να επιπλέετε στη θάλασσα της ζωής; من خلال الإيمان تبقي عائمة على بحر الحياة; Through the Faith you keep floating on the sea of life.

      Want Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij.
Naar de Genade van God, Die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt.
Maar ieder zie wel toe, hoe hij daarop bouwt.
       Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen.
Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro,  ieders werk zal aan het licht komen.
Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken.
        Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen.
        Weten jullie niet, dat jullie God’s Tempel zijt en dat de Geest van God in jullie woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden.
Want de Tempel Gods’, en dat zijn jullie, is heilig!
1Cor.3: 9-17.

De Blijde Boodschap gaat over God, èn over mensen, die in hun leven ervaren wat God voor mensen betekent. Ze vertellen over onze Heer Jezus Christus, Die met Zijn leven liet zien hoe het mensenleven naast God, onze Vader kan zijn.
Daarom is de Blijde Boodschap ook waardevol, omdat het richting geeft aan je leven.
Het roept vragen op en het wijst je de weg, om mee verder te leven.
Petrus ging uit het schip en liep over het water en ging naar Jezus.
Maar toen hij opzag in de waan van z’n denken, het houvast, waaraan hij gewend was, werd hij bevreesd en zonk weg in de golven. Geloven, dat is de stormen van het leven niet uit de weg gaan, maar blijven vertrouwen.
Het is het ‘blijven’ vasthouden aan het verlangen naar het Enige, het Eeuwige, de oase in de  woestijn kunnen we dáár vinden wáár we ons temidden van desillusies bevinden.
Wij blijven ons laten leiden door het verlangen -een zodanig leven met een open horizon, dat het besef van dat -‘er méér is’- een kans krijgt in ons bestaan en ook dat wij die Hoop levend houden.
En tegelijk durven wij zonder reserve te roepen:
“Red mij, Heer”, omdat we op zijn tijd allemaal ook ‘kleingelovigen’ zijn, ieder op z’n eigen wijze zijn getekend, gevormd.
Onze Heer heeft Zijn Volgelingen in het schip [de Kerk] in een storm terecht laten komen. Hij, Die hen [en ons] op weg heeft gestuurd, zat Zèlf niet in de boot, maar kwam Zijn Volgelingen “op het einde van de nacht” in hun moeilijkheden tegemoet.
De Volgelingen zien Hem echter temidden van de chaos van wind en water [de chaotische wereld]  aan voor een Mysterie en schreeuwen het uit van angst.
Blijkbaar, zo concludeerde ik, is het lang niet altijd duidelijk te onderscheiden – wat nu de redding is èn – wat de bedreiging, waarvan God ons redt.
De Heer drukt ons op het hart rustig te blijven: “Ik ben het, wees niet bang”.
Waar God of Zijn Gezalfde verschijnt, wordt in de Blijde Boodschap de angst verdreven.
Het is Petrus die opmerkelijk op het Mysterie reageert, ergens onderkent hij de Hand van God. Hij zegt: “Heer, als Jij het bent, zeg mij dan over het water naar jou toe te komen”.
Wanneer hij inziet dat onze Heer en Verlosser in de chaotische wereld en de bedreiging alom overeind blijft, concludeert Petrus dat niet in het schip [de Kerk], maar in de nabijheid van onze Heer de waarachtige veiligheid te vinden valt. Hij vraagt daarom geroepen te worden door het Mysterie van Degene, Die hij ziet doen wat hij tot dan toe onmogelijk heeft geacht:
overeind blijven in de golven van het leven en de tegenwind van de wereldgeschiedenis’.
Onze Heer zegt immers namelijk maar één Woord: “Komt allen en volgt Mij”.
En deze grote Apostel, met z’n grote mond en een ontzettend klein hartje stapt uit de relatieve veiligheid van de boot [de Kerk], loopt over het water alsof het de gewoonste zaak van de wereld is en komt naar de Heer toe.

De boot [de Kerk], die wordt gebeukt door de schijnbaar onoverwinnelijke oerkrachten van wind en water, het is wat mij betreft een beeld van ‘wáár’ we ons bevinden als cultuur, als gezamenlijke christenen, als christelijke gemeenschap in een tumultueuze tijd.
Onze tijd heeft slechts aandacht voor sensatie, prikkeling van de zintuigen en het behouden van het aloude Geloof is maar niks, dat is illusie – zinsbegoocheling, dàt geloof je toch niet.
In zo’n situatie dien je niet veilig te ‘willen’ zijn, maar dien je dáár te gaan waar redding zich aandient, ook al roept dat je verder de onveiligheid in.

‘Petrus verdrinkt’, byzantine mosaïc.

Temidden van de golven ziet de grote Volgeling met het kleine hartje ineens in, dat hij zich in een gans onmogelijke situatie hij verkeert.
Hij merkt de Kracht van de Wind [van de Heilige Geest] op, staat er, waarvan hij eerder gezegd bemerkt dat dit “tegen hem in werkt” [de beproevingen] en hij wordt bang.
En terwijl hij begint te zinken, roept hij en wij met hem: “ ‘Heer, red me!’ – ‘Heer, Jezus Christus, ontferm U over mij, zondaar’ ”.
Blijkbaar zijn de angst en het zinken twee kanten van dezelfde realiteit, een realiteit die tegenover het Geloof staat dat het eerste opkwam en hem deed vragen – geroepen te worden en zonder aarzelen naar Christus toe doen gaan. Maar dáár wáár wij, kleingelovigen in twijfel wegzinken, blijft onze Heer ons echter trouw: “Hij steekt Zijn hand uit en grijpt ons vast”. 
Hij stapt met onze kleingelovigheid de boot [de Kerk] weer in en de chaotische wind [beproeving] gaat liggen.
Jezus noemt ons terecht “kleingelovig”, maar dat lijkt Hij haast liefkozend te zeggen, zoals ouders een kind “stom” kunnen noemen wanneer zij het overeind helpen nadat het is gevallen, of z’n vingers ergens aan brandt.
Onze Heer herinnert Petrus en ons eraan dat hij/wij toch kònden weten dat onze angst onnodig is. Maar als wij in onze ellende dreigen weg te zinken, trekt Hij ons eruit en leert ons zo waarachtig te vertrouwen, te geloven.

Op deze wijze leren wij nog altijd wàt waarachtig geloven is:
niet voorkomen dat je “Heer, ontferm U” dient te roepen,
maar het werkelijk zonder enige reserve durven en het wagen te roepen.

Als samenvatting wordt dit tevens een leidraad.
Een aansporing om niet te proberen – altijd tevergeefs! – mij in welke boot [kerkgemeenschap] dan ook  te verschansen, maar in plaats daarvan te zeggen:
Heer, als U het bent, zeg mij dan over het water naar U toe te komen”.
Met de Hoop dat de roep dóórklinkt en het voornemen dàn óók wèrkelijk tot werkelijkheid zal komen. Ook als ik het eigenlijk niet durf en daardoor dreig weg te zinken.

De Heer is verheven, want Hij woont in den hoge. Hij heeft Sion met Recht en gerechtigheid vervuld. En Zijn tijden zullen bestendig zijn, een rijkdom van Heil, Wijsheid en Kennis; de vreze des Heren is Zijn schatIsaiah 33: 5,6.

  God’s mede-arbeiders zijn wij; God’s akker, God’s bouwwerk zijt gij”.
Wanneer je deze tekst zo onsamenhangend zou lezen, dan zou je de indruk kunnen krijgen dat wij vooral moeten ‘werken’. Dat wij met z’n allen in God’s tuin, in Zijn schepping aan het werk -aan de slag dienen te gaan.
Maar op de een of andere manier – is dit voor iedereen verschillend en zijn wij allemaal anders dan anderen tot het Geloof gekomen, nadat onze Heer ons geroepen heeft. Wij zijn geplant en door de een of de ander begoten, veelal iemand vanuit de Kerk, maar God gaf de groeikracht [wasdom].

    Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft. Wie plant en wie begiet, staan gelijk; alleen zal elk zijn eigen loon krijgen naar zijn eigen werk1Cor.3: 7,8.

Paulus maakt ons in de lezing van de Apostel iets heel belangrijks duidelijk.
Hij zegt vrij vertaald dit: ‘het doet er niet toe wie de blijde boodschap verteld en wie de ‘katechese geeft’.  Je zou nu kunnen opmerken, waaròm doet dat er niet toe?
Omdat God Degene is Die groei [wasdom] geeft, zowel binnen als buiten Zijn Kerk.  En zo gaat Paulus verder, Hij, Die de Blijde Boodschap ‘openbaart’ en Hij, Die ‘katechese’ geeft zijn daarin Één.
De ene mens is niet ‘méér’ dan de ànder, want God geeft ons de woorden.
Niet wij zijn het, die spreken maar op de een of andere Mysterieuze wijze spreekt God tot en door ons.

Nu denkt u misschien, ja maar… wij zullen loon naar werken ontvangen, dat staat er. Maar dat is geen loon of beloning, in de zin van, wat heb ‘JIJ’ dàt even effectief en goed gedaan, nu krijg jij, persoonlijk ‘extra plusjes’ achter je naam in het grote boek des levens.
Neen, de beloning is dat jij ‘het planten en begieten’ [in Genadegave] ‘om niet’
mag doen en dat je ‘dàt’ mag beseffen.
Dáárin ben je dus gezegend en ‘dàt’ is je loon,
niet dat ‘JIJ’ zo bijzonder bent als spelleider of toezichthouder!
Je dient je nadrukkelijk te beseffen, dat GOD degene is Die ALLES een plaats geeft. Dàt is de grote zegen tot de mensen! Besef dàt! Dàt is ons loon.
Dat is trouwens ook heel simpel aan te tonen.
Enige hoofdstukken verder lezen we dat Paulus zegt:
Wat is dan mijn loon? Dit: door mijn evangelieprediking het evangelie om niet te mogen brengen, en zo van mijn bevoegdheid als evangelieprediker geen gebruik te maken. Want hoewel ik vrij sta tegenover allen, heb ik mij allen dienstbaar gemaakt, om er zoveel mogelijk te winnen; en ik ben voor de Joden geworden als een Jood, om Joden te winnen; hun, die onder de Wet staan, als onder de Wet – hoewel persoonlijk niet onder de Wet – om hen, die onder de Wet staan, te winnen; hun, die zonder Wet zijn, ben ik geworden als zonder Wet – hoewel niet zonder de Wet van God, want ik sta onder de wet van Christus – om hen, die zonder wet zijn, te winnen. Ik ben voor de zwakken zwak geworden, om de zwakken te winnen; voor allen ben ik alles geweest, om in elk geval enigen te redden1Cor.9: 18-22.

In die wetenschap lezen we verder, er staat: want Gods medearbeider zijn wij. Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij.
Je zou nu de volgende gedachte kunnen hebben, hier staat toch echt dat ‘ik’, persoonlijk voor God dien te gaan arbeiden, dat ‘IK’ God wel eventjes dien te gaan helpen, want Zijn medearbeider ben ik.
Maar deze gedachte zou de voorgaande verzen ‘en dat wij Gods akker zijn!’ tegenspreken, we lazen immers dat God, de groeikracht, de wasdom geeft.
Neen, we zijn medearbeiders ten opzichte van elkaar!;  en God werkt dóór ons als mede-arbeiders heen.  Hij is de Bron, de initiator, de formeerder, de schepper, Hij maakt ons tot ‘getekenden’.
Je ziet dus nadrukkelijk dat God centraal staat en niet de mensen en
wat de mensen er ook allemaal van gemaakt hebben.
Gelukkig maar, want de mens [en z’n instituties] falen en zijn niet altijd zo trouw, dat je ze op hun ogen kunt geloven en blindelings kunt navolgen,
maar God overziet het einde vanaf het begin en is Barmhartig, Trouw en onveranderlijk en Christus is ‘Waarlijk, de Zoon van God!’.

Apolytikion     tn.8.
  Uit den Hoge zijt Gij neergedaald, o Barmhartige,
en zijt drie dagen in het graf gebleven,
om ons van het lijden te bevrijden.
Gij zijt ons Leven en onze Verrijzenis;
Heer, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8.
  Nadat Gij zijt opgestaan uit het graf,
hebt Gij de doden opgewekt,
en Adam weer doen opstaan.
De einden der wereld jubelen
over Uw ontwaken uit de doden,
O Al-Barmhartige

Theotokion     tn.8.
  Om ons zijt Gij uit de Maagd geboren,
en hebt Gij het Kruis ondergaan, o Goede.
Door Uw dood hebt Gij de dood overwonnen
en ons als God de Opstanding getoond.
Veracht het werk van Uw handen niet;
toon ons Uw mensenliefde, o Barmhartige.
Verhoor haar die U gebaard heeft:
de Moeder Gods, die voor ons bidt
en verlos Verlosser het wanhopige Volk
”.

Orthodoxie & Dankbaarheid voor hetgeen wij in onze schoot geworpen krijgen

… “Wij danken U, o Christus, onze God, dat Gij ons met Uw aardse goederen gezegend hebt.
Laat toch het Hemels Koninkrijk
voor ons niet verlorene gaan?
”…

Niet velen onder ons zullen dit gebed voorafgaand aan de maaltijd voor ogen hebben. Veelal wordt er een ‘Onze Vader’ gepreveld en zakt iedereen op z’n stoel neer om de maaltijd te nuttigen; reeds sinds de dagen van Karel de Grote maakten het ‘Onze Vader’ de kern uit van de volksdevotie; het werd immers door Christus ‘Zelf’ gepropageerd.
Toch staat bovenstaand gebed in het Nederlands Orthodoxe gebeden boek en
je kunt het nog zingen ook. Telkenmale wanneer we genieten van een maaltijd en dit gebed zingen/bidden, danken we onze Heer en Meester van ons leven,
dat Hij ons een land van melk en honing heeft gegeven,
dat we krijgen wat ons hartje begeert,
dat het ons ontzettend goed gaat en
 dat wij rijkelijk door Hem worden bedacht.
Toch zijn er velen, die zonder gebed ‘aanvallen’, afstand nemen en uiteindelijk
verraad plegen aan het Geloof dat hen van jong’s-af-aan werd bijgebracht.
In onze verwaandheid nemen we veel dat gebeurt in ons leven maar voor lief.

Al Bisharah Camp, 16-20 juli 2018

Het lijkt als vanzelfsprekend dat we te eten hebben, een dak boven ons hoofd, een leuke baan en een zorgzame partner of lieve vrienden hebben, maar dat is het niet. Stel je eens voor als je deze essentiële zaken niet zou hebben?
Inderdaad eerst dàn ervaar je dankbaarheid.
Een vorm van dankbaarheid is tevreden zijn over ons eigen handelen, een gevoel van voldoening – maar besef je wel dat dit niet zo maar een gegeven is; dit wordt je van hogerhand om niets via de ander geschonken.
Gezond zijn, financiële onafhankelijkheid en ‘leven in Vrede’ zijn voor ons aan de orde van de dag, maar sta jij er weleens bij stil dat dit voor velen onder ons ‘niet’ zó vanzelfsprekend is?
Je wordt ’s-morgens wakker en je kunt meer waardering ervaren wanneer je eerst eens de eerste 5 minuten stil staat bij jezelf, je leven en alles waarvoor je dankbaar mag zijn; het besef dat het allemaal ‘niet’ zo vanzelfsprekend is.

Er kan verdriet zijn, maar ook dankbaarheid – verdriet en lijden komt ‘niet’ alleen – ; tranen doen ons beseffen dat we door het water heen een rode draad dienen te gaan zoeken; datgene wat van belang is om weer in evenwicht te komen.
Wanneer je vaker dankbaarheid ervaart, zul je merken, dat je minder negatieve gevoelens, zoals stress, onzekerheid en boosheid, zult ervaren.
Oók zul je je vrienden, familie en eventuele partner meer waarderen en zul je eerder geneigd zijn om belangeloos voor anderen klaar te staan.
Kortom dankbaarheid zal jouw leven en dat van anderen een stuk aangenamer en waardevoller maken.
Veelal zult u denken dat we dankbaar zijn voor datgene wat wij in ons leven als goed en blijmoedig beschouwen, maar daar tegenover staat datgene wat ‘wenselijk’ is en dat is voor velen een Mysterie, iets wat vanwege z’n ingewikkeldheid maar wordt verzwegen.

Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijn wij; We are God’s co-workers; God’s field, God’s building is us; Είμαστε οι συνεργάτες του Θεού. Το πεδίο του Θεού, το κτίριο του Θεού είναι εμάς; نحن زملاء الله. حقل الله ، بناء الله لنا.

God gaf ons alles wat maar begerenswaardig is, – een land van melk en honing – , maar wij betalen Hem veelal met trouweloosheid terug. Sterker nog we doen alsof het een ‘eigen’ verdienste is, datgene wat ons overkomt.
Door God’s Genadegaven hebben we het verdiend om [opnieuw] door de straten van een vrij land bewandelen – “een droom van honderd- en duizenden jaren” -, een droom die vele afgedwaalden zich niet waardig achten te gedenken; het is toch vanzelfsprekend dat de zon voor ons opgaat en ’s-avonds weer vertrekt, dat leert de wereldse wetenschap ons.
En religieus besef – het besef van hoger waarden – dankbaarheid is niet meer op God gericht ‘de ervaring ervan slijt weg’; we hebben er gewoon geen woorden meer voor.
Velen onder ons herkennen de culturele verandering doordat de relatie met het hogere is wegvallen, bijvoorbeeld bij rituelen, een van de aspecten van geestelijke zorg, waarmee de zielzorg zich bezighoudt.
Bij de meeste rituelen staat de relatie met God centraal, echter in de verwereldlijkende westerse omgeving zijn mensen individualistischer en bepalen veel meer ‘zelf’ hun eigen levensverhaal; het –‘Ik’-je viert hoogtij.
En dàn blijft ons een land boordevol halfslachtige gelovigen, die de Kerk niet meer serieus nemen en die klagen dat ‘de Kerk‘ verwoest is, door velen geminacht en … verlaten is en slechts bewoond is door grijsaards.
Toch is er naast het verdriet, dankbaarheid … voor het zaad, dat gezaaid is – voor ons onzichtbaar, klaar om te ontkiemen, teneinde weer vrucht te gaan dragen.
God heeft Israël en de Kerk immers een natie beloofd, een hemels Koninkrijk, dat wil zeggen na het tijdperk van de individuele grijsaards voor wie iedereen ‘nog’ respect kan opbrengen.
De ‘westerse mens’ zoekt het in andere dingen, andere mensen, of het lot: ‘ik ben dankbaar dat het lot mij en mijn partner bij elkaar heeft gebracht’.
Het verschil in houding tussen religieuzen en humanisten wordt goed zichtbaar bij de geboorte van een kind. Gelovige mensen danken God nog steeds voor voor dit geschenk uit de Hemel, hetgeen hun leven een nieuwe glans gaat geven.

De alheilige wereldomvattende Kerk, ‘een Mysterie’ – icoon

Het sieraad, o Israël [Kerk], op uw hoogten ligt het verslagen! Hoe zijn de helden gevallen! Verkondigt het niet te Gat [Hebr. = behorend aan de wijnpers], boodschapt het niet op de straten van Askelon [Hebr. het vuur van de schande of ik zal gewogen worden], opdat de dochters van de Philistijnen [immigrant of land van tijdelijke bewoners] zich niet verheugen, opdat de dochters van de onbesnedenen niet jubelen!
Bergen van Gilboa
[Hebr.= opgezwollen hoop], noch dauw, noch regen, zij op u, gij velden van de heffingen. Want daar is weggeworpen het schild der helden, het schild van Saul [Hebr.=verlangd], niet met olie bestreken.
Zonder het bloed van de verslagenen en het vet van de helden keerde de boog van Jonatan
[Hebr.= de Heer heeft geschonken] nimmer terug en ledig kwam het zwaard van Saul niet weerom.
Saul en Jonatan, de beminden en lieflijken, waren in leven en sterven niet gescheiden. Zij waren sneller dan arenden, sterker dan leeuwen
2Sam.1: 19-23.

Het Onze Vader, de Geloofsbelijdenis en de Tien Geboden vormen het volstrekte minimum dat een kind God’s dient te kennen. De ouders, aangespoord door spelleiders zijn daarvoor verantwoordelijk. Wie ze niet kent zou de Goddelijke Liturgie niet herkennen; waar zij immers onder aanvoering van een diaken worden gezongen/gebeden – vreemd is echter dat er zoveel verschillende vertalingen de ronde doen – éénheid in gebed zou de algemene christelijke levenswijze dienen te zijn.
Het volk dient te leren bidden, want het gebed is onontbeerlijk voor de Verlossing. Het Onze Vader is van alle gebeden het meest effectief, zowel omdat het ons door Christus is geschonken als om zijn zinvolle kortheid, waarin alles is begrepen wat wij moeten wensen en vragen.
Het is kenmerkend dat christenen meer bidden dan danken; er wordt meer gebeden omdat we van problemen verlost willen zijn.
We zouden ons meer op ‘danken’ dienen te bezinnen.
Indien je niet iets kunt bedenken om voor te danken, bid dan met je ogen geopend en dank Hem voor alles wat je ziet.
Na slecht nieuws komt dankbaarheid veelal niet bij ons op.
Ten opzichte van ontwikkelingslanden zijn mensen in onze ontwikkelde landen minder dankbaar en dat terwijl hier alle primaire levensbehoeften aanwezig zijn en wij niets te klagen hebben.
Het klopt dat dankbaar zijn een houding van een christen is.
Een christen dient daarin herkenbaar te zijn.
Hoe groot het lijden ook is, een christen wordt dankbaar
door de Hoop, Die er is, het Hemels koninkrijk.
Tel je zegeningen ‘laat zien wat je wél hebt’, God wil ons immers
laten ontdekken hoe we in Christus gezegend zijn.
Wat ons ook overkomt wij blijven vertrouwen op de goede afloop en danken onze Heer en Verlosser ook in moeilijke tijden, want we krijgen dit op onze weg om ervan te leren.
  Zij zagen de werken des Heren: Zijn wonderdaden in de geweldige diepte.
Hij sprak, en een stormwind stak op: de golven werden opgezweept.
Zij vlogen omhoog naar de hemel, en vielen omlaag in de diepte:
hun ziel kromp ineen van ellende.
Zij schudden en slingerden als waren zij dronken
al hun bedrevenheid schoot tekort
Psalm.106[107]: 22-25.

Op zeker niveau leert de Blijde Boodschap dat God de wereld schiep met ‘spraak’ [En God zei, ‘laat er licht zijn’, en er was licht, etc].
In het Joodse streven naar innige vereniging van de ziel van God, welke hunkert naar Verlossing wordt uitgelegd dat de 22 heilige letters van het Hebreeuwse alef-bet de spirituele ‘bouwblokken’ zijn van alle geschapen realiteit.
De naam van een Heilig bestaan van iets vertegenwoordigt in de Heilige Taal de combinatie van geheiligde letters die hun onderscheidende kenmerken en het doel en rol reflecteert naar waar het werd geschapen.
Zo wordt een Joodse [Hebreeuwse] naam de spirituele roepnaam, die de unieke karaktertrekken en de door God gegeven schenkingen symboliseren.
Ideaal gezien dient ieder mens, die 24 uur per dag te gebruiken, niet alleen wanneer je wordt opgeroepen om de Thora, de Blijde Boodschap [voor] te lezen of wanneer gebeden door of voor jou worden uitgesproken.
Je [Joods- Christelijke] naam functioneert als een geleide, die spirituele energie kanaliseert van God in je ziel en je lichaam. Dit is waarom, zo zeggen de Chassidische meesters, een onbewust persoon vaak zal antwoorden en zal opleven wanneer zijn of haar naam wordt genoemd.
Volgens Joodse gewoonte wordt een kritiek zieke persoon soms een toegevoegde Joodse naam gegeven – zoiets als een spirituele ‘bypass-operatie’ om nieuwe frisse spiritualiteit samen te voegen rond hun bestaande naam en in hun lichamen.
Als gevolg van de instroom van spiritualiteit wordt het lichaam hernieuwde kracht gegeven zichzelf te genezen.
Gewoonlijk wordt je veelal door de ouders een naam toegewezen na je geboorte.
Joodse jongens krijgen hun naam op de achtste dag na hun geboorte tijdens de Briet Mila [besnijdenis] en Joodse meisjes bij de Thora-lezing kort na de geboorte.
Je naam wordt gekozen door je ouders die je vaak vernoemen naar een geliefde die is overleden. Of, wanneer je niemand hebt om te herinneren een [Bijbelse, Christelijke of Hebreeuwse] naam naar eigen keuze. De Joodse wijzen hebben verklaard dat de keuze van de naam ‘een kleine profetie‘ inhoudt, omdat de naam die zij kiezen conform de aard van je ziel is.

Klim wedstrijd op een door oorlog gehavende muur

Indien wij onze jeugd achter ons hebben gelaten koestert de mens z’n kinderlijke identiteit, welke een beetje sneu overkomt, alsof hij/zij zich vastklampt aan een aloude, gênante betovering, die vooral van nut geweest is om blijk te geven van grote dadendrang.
Het blijken slechts ijdelheden, het draait in het leven niet om uiterlijkheden, niet om wie, maar om wàt iemand is, de aard en het karakter …..; je persoonlijke afkomst wordt bepaald ‘door de wijze waarop jij je gedraagt‘.
Op jeugdige leeftijd zijn de ‘enig’ echt belangrijke aspecten van iemands identiteit zijn/haar seksuele prestaties, z’n professionele wapenfeiten en geld – al ras blijkt dat de meesten op deze drie punten tekort schieten.
Dankij de aversie tegen dikdoenerij beseffen velen vervolgens dat ‘het gewichtig doen’ hen tegenstaat, dat ‘duur’ doen te patserig is en je ‘met eenvoud‘ in je eigen levensonderhoud dient te voorzien. We zijn niet allemaal geboren als rijkeluiszoontje en behoeven onszelf daarmee derhalve niet kwellen. We dienen zèlf te proberen onze broek op te houden en òf dat lukt hebben we veelal [als gevolg van gezondheid’s-problemen] niet zèlf in de hand.
Ambities worden vervolgens al snel in de kiem gesmoord.
Dat je een alledaags/gewoon leven gaat leiden is niet te wijten aan het feit dat je een slecht betalend beroep hebt gekozen of aan je ouders, omdat ze je niet voldoende hebben gestimuleerd.
Eigen verantwoordelijkheid en sociale bewogenheid dragen méér bij aan de persoonlijke ontwikkeling dan menigeen denkt. Het draait er in het leven niet om met buitenissige dingen indruk te maken. Het belangrijkste wat wij onze kinderen diene bij te brengen is dat zij in het leven staande kunnen blijven en dat begint naast esthetiek, sociaal bewustzijn, passie en toewijding met:
– leren lopen, leren luisteren, leren praten, leren fietsen [zeker in Nederland behoeven we niet allemaal een auto (via een banklening) te bezitten] en in Nederland is het ontzettend belangrijk te leren zwemmen.
– hoe eenvoudiger je je bestaan kunt inrichten, hoe rustiger ook je bestaan zal worden; wij zijn immers nomaden en verwachten iets groters, omdat juist dìt ons van Godswege beloofd is.

Narcistische spelleiders blijken niet zo goed te presteren, indien hun werk objectief onderzocht wordt, inderdaad, ze zijn bedreven in politieke spelletjes . . . . . en al helemaal niet als hun leiding wordt omschreven als “hufters [arseholes] op de vloer van de gemeenschap”. Slechte spelleiders versterken de hufters en slijmballen in de manier waarop gemeenschappen in elkaar zitten.
Eerst dàn blijkt wáár wij ten opzichte van elkáár tekortkomen
, elkáár tekortdoen en tekortschieten.
Goed, je hebt mensen die menen dat de Schepper hen zegent op al hun wegen en dus volmondig roepen dat God niet teleurstelt. Maar kijken ze wel iets verder dan hun neus lang is, dan hun eigen kleine leventje?
Naar deze wereld vol leed, ziekte en verdriet?
Wij gelovigen vinden het ‘not done’ om te verkondigen dat God teleurstelt.
Wij roepen maar al te vaak in koor: ”Mensen stellen teleur maar God nooit”.
Ik vind dat eigenlijk een beetje raar, je krijgt er het gevoel bij dat het een leugen is of napraterij. Laten we dàt nu eens even van ons afschudden en eerlijk zijn.
Er zijn dingen in ons en in iemand anders leven die [mits je er open ogen en oren voor/naar hebt] uiterst teleurstellend kunnen zijn.
Wanneer de Kerk beweert dat alles wat ons overkomt uit Gods hand komt,
dan is het vrij onlogisch om als je kind ziek wordt, daaraan lijdt en dàn gaat roepen dat God nooit teleurstelt.
Dat is een masker dragen van vroomheid en daaronder zit de pijn en het onbegrip over het hoe en waarom je gebeden voor je lijdende en wellicht reeds overleden kind of geliefde brandt.
Een van de allerbelangrijkste dingen in het leven is eerlijkheid, ten opzichte van jezelf en ten opzichte van anderen.
Daar is lèf voor nodig want ons is min of meer jarenlang voorgehouden dat een kind van God positief is en nimmer teleurstellingen op de diepe overtuiging van de Schepper schuift.
Te ervaren dat naast de mensen, zelfs God teleurstelt is een teken van ‘ongeloof en zwakte’. Zo werd het u en mij immers geleerd; nu ben ik maar al te vaak teleurgesteld door God.
Dat lag nimmer aan Hem, begrijp mij goed, doch het beeld dat ik van Hem gevormd had was fout.
☦️

Sunset Sunday 15th of July 2018 – foto Vincent van Buuren.

God is niet de grijze oude man op een wolk, zoals die in menige fresco of icoon wordt afgebeeld en ons wel eens even zal geven waar we om vragen.
Hij is in veel de onbegrepene, een groot Mysterie.
Neen, in onze hoogmoed vernedert, dienen wij een toontje lager te zingen en dient niet God veranderen, doch dienen wij ons beeld van Hem te veranderen.
Wij dienen te leren dat God Zich niet laat vangen in het kleine vakje van onze kleinmenselijke logica, ons werelds denkvermogen.
Eerst dàn zullen wij nimmer meer teleurgesteld worden in Hem, omdat wij beseffen dat Zijn denken anders, ja hoger is dan het onze.
Iedere dag opnieuw doet God Zijn Aangezicht bevrijdend over ons lichten.
Hij is een God, die ons draagt en voedt, koestert en bemint.
Ieder moment van de dag is Hij aanwezig en legt Zijn hand op je hoofd, noemt
je bij de naam en geeft je het brood des levens.
Vertrouwen op God, daar komt het op aan en dat misschien moeilijk te aanvaarden, maar niet onmogelijk ….. als je maar wilt.
God zal ons ook in deze tegemoet komen.
1.]. Verheug je wanneer je de eerste fase hebt bereikt;
2.]. Versterk jezelf door gebed wanneer je in de tweede fase bent aangeland
en
3.]. Stort je vreugde bij Hem uit wanneer je je dankbaarheid over de gelukzaligheid bij onze ‘Heer en Meester’ kenbaar kunt maken.

8e Zondag na Pinksteren – de wonderbare Broodvermenigvuldiging

      En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote menigte en Hij werd met ontferming over hen bewogen en genas hun zieken.
       Bij het vallen van de avond kwamen de discipelen tot Hem en zeiden:
‘ De plaats [hier] is eenzaam en de tijd is reeds verstreken; zend dan de menigte weg, dan kunnen zij naar de dorpen gaan om spijzen voor zich te kopen. 
Maar Jezus zei tot hen:
      Zij behoeven niet weg te gaan, geeft gij hun te eten.
Zij zeiden tot Hem:
‘ Wij hebben hier niets dan vijf broden en twee vissen.
Hij zei:
      Brengt Mij die hier’.
En Hij beval de scharen, dat zij in het gras zouden gaan zitten, nam de vijf broden en de twee vissen, en Hij zag op naar de Hemel, sprak de zegen uit, brak de broden en gaf ze aan zijn discipelen en de discipelen gaven ze aan de scharen.
En zij aten allen en werden verzadigd en zij raapten het overschot der brokken op, twaalf manden vol. Zij, die gegeten hadden, waren ongeveer vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezondenMatth.14: 14-22.

      Doch ik vermaan u, broeders, bij de Naam van onze Here Jezus Christus: weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn; weest vast aaneengesloten, een van zin en een van gevoelen.
       Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de [huisgenoten] van Chloe [Hebr. jonge scheut], dat er twisten onder u zijn.
       Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Paulus [klein, bescheiden]! En ik van Apollos [Hebr. gegeven door Apollo]! En ik van Kefas [Hebr. rotsblok]! En ik van Christus!
       Is Christus gedeeld?
      Is Paulus dan voor u gekruisigd,
òf zijt gij in de naam van Paulus gedoopt?
Ik ben dankbaar, dat ik niemand uwer gedoopt heb dan Crispus [Hebr. gekruld] en Gaius [Hebr. Heer]; zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt.
Ook heb ik nog het gezin van Stefanas [Hebr. gekroond] gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb.
       Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, en dat niet met Wijsheid van woorden, om niet het Kruis van Christus tot een holle klank te maken1Cor.1: 10-17.

  De Wijsheid heeft haar huis gebouwd, zij heeft haar zeven pilaren uitgehouwen,
Zij heeft haar slachtvee geslacht, haar wijn gemengd, ook heeft zij haar tafel bereid.
Zij heeft haar dienstmaagden uitgezonden,
zij roept boven op de hoogten van de stad: ‘
Wie onverstandig is, zal zich hierheen keren’;
tot de verstandeloze zegt zij: ‘
Komt, eet van mijn brood en drinkt van de wijn, die ik gemengd heb; laat varen het onverstand, dan zult je leven en betreed je de weg van het verstand’
Spr.9: 1-6.

Conversion of Apostle Pavlos

Paulus heeft hier beslist niet voor ogen om zich met deze woorden geringschattend over de navolging van Christus en de daarop volgende doop uit te laten, alsof die niet van belang zouden zijn. Integendeel, we weten maar al te goed hoe hij de bewuste navolging van Christus op zijn werkelijke waarde weet te schatten.
Bovenstaand wil hij ons openbaren waar zijn roeping ligt: in het verkondigen van de Blijde Boodschap aan de hand van de leer van Christus.
Tegelijk zegt hij hierbij iets uiterst belangrijks over tot het hoe en wat van die verkondiging – zeker ook voor onze tijd – terwijl wat hij zegt onthullend is ten aanzien van de gemeenschap te Corinthe en zo als het ware een ‘verborgen’ aansporen tot beter gedrag inhoudt, welke eveneens tot ons is gericht.

Paulus spreekt hier namelijk de mensen aan voor wie ‘Wijsheid’ vanuit de wereldse filosofie een tweede natuur geworden is, en dan met name de vrucht van het denken – zo belangrijk is geworden. Het van oorsprong Griekse denken staat in haar essentie haaks op het Joodse, maar zeker ook op het Nieuw-Testamentisch denken en beleven.
Een Wijsheid die in het Licht van God dan ook zonder meer en zonder verdere toelichting dwaasheid heet, terwijl omgekeerd Gods wijsheid in het werelds denken als een dwaasheid wordt beschouwd.
Als een en ander ergens expliciet naar voren komt dan is dit wel bij het Kruis –
neem je kruis op en volg Mij’ zegt Christus immers.
Wij behoeven ons eigen kruis niet te maken, ofschoon het ongeloof een voortreffelijk timmerman is in het vervaardigen van Kruisen; ook wordt het ons niet veroorloofd ons eigen kruis te kiezen, hoewel de eigen wil zo vaak ‘Heer en Meester’ van het eigen leven tracht te blijven.
Maar een kruis wordt voor ons geregeld en aangereikt door de Goddelijke Liefde.
Blijmoedig dienen wij het aan te nemen; wij dienen ons kruis op te nemen als het kenmerk van onze keuze, en niet er voor blijven staan om het ongevraagd te regelen.
Deze ontmoeting gebiedt u allen als Jezus uw schouder te buigen onder Zijn zachte juk. Wees dan niet weerspannig, verzet je er niet tegen, trap er niet op door zelfverheerlijking; val er niet onder neer in wanhoop; ontloop het ook niet in angst en vrees, maar neem het op als een waar volgeling van onze Heer Jezus Christus.
Onze Heer en Meester was een kruisdrager, Hij gaat ons voor op de weg van de smart; je zou je absoluut geen betere gids kunnen begeren!
En daar Hij een Kruis draagt, welk een edeler last zou jij dan nog weten te begeren? De weg van het Kruis is immers de veilige weg; vrees niet de met doornen overwoekerde paden te betreden; het menselijk kruis is immers niet met fluwelen paden geplaveid, het is zwaar en voor onwillige schouders kneuzend; maar het is geen ijzeren kruis, al schildert uw vrees het met een ijzerkleur; het is slechts een houten kruis, en gij kunt het dragen; want de Man der Smarten heeft het getorst.
En neem van mij aan, God zal z’n kinderen niet overbelasten – Hij zorgt dat je over de mogelijkheden/middelen beschikt om de weg te volbrengen.
Neem derhalve je kruis op en door de Kracht van Gods Geest zult je het weldra zo beminnen, dat je, net als Mozes, de smaadheid van Christus niet zou willen ruilen voor de schatten van Egypte.
Bedenk dat Christus hèt Kruis gedragen heeft en hèt Zijn zoete geur zal geven; bedenk dat er eertijds de Kroon van het leven op zal volgen.
Wij volgelingen van Christus dragen ons kruis met geestdrift, in vuur en vlam als in het boek Daniël.
Schijnbaar liepen de Corinthiërs het risico het kruis te veel te benaderen en te verkondigen vanuit de ‘eigen wijsheid’ in plaats vanuit de wijsheid van God.
Wat zij schijnbaar niet beseften was, dat het kruis op die manier tot een holle klank werd gemaakt. Dat wil feitelijk zeggen, van haar kracht beroofd.
Juist het kruis blijkt volgens Paulus het hart van de Blijde Boodschap van Christus en dus van Zijn Leer.

En wanneer iemand in elk opzicht van zijn bestaan heeft ervaren wat de Kracht van het Kruis is, dan is het Paulus wel geweest. Het heeft hem gegrepen en juist daardoor heeft hij de waarde aan inhoud ervan begrepen.
Hij weet als niemand anders wàt de Kracht wel niet is van de Verkondiging van de Leer van Christus, met als fundament het opnemen van je persoonlijk kruis.
Het persoonlijk kruis confronteert je namelijk met jezelf, het ontmaskert en onthult de verborgen zielenroerselen in het leven.
Het toont je de werkelijke verhouding tot God: ‘Waarom vervolg je Mij?’.
Het raakt je tot in het diepst van je wezen: ‘Adam waar ben je?’.
Wanneer dàt je overkomt, overvalt, kun je jezelf niet redden, je eigen ‘Ikje’ handhaven.
Dàn wordt eerst duidelijk wàt onze Heer en Verlosser verkondigd heeft, namelijk
dàt alleen in het totaal verliezen van jezelf ‘het vinden van het Leven’ ligt.
Hoe staat dit vandaag de dag dwars op het ‘werelds’ denken,
een denken dat als in de tijd van toen, de tijd van de Grieken,
gedreven wordt door de drang tot ‘zelfverwerkelijking’ en ‘zelfhandhaving’.
Paulus laat ons de menselijke onvolkomenheid zien in de confrontatie met
de gekruisigde, maar opgestane Jezus Christus, onze Heer.
Dan vallen de oogkleppen af en hoor je wat werkelijk de bedoeling is.

 

Op de berg van God, de Horeb, sprak God op een steeds zachtere toon en Eliah kwam naar een grot waar hij zijn toevlucht nam. Toen zei de Heer tegen hem: “Ga naar buiten en sta op de berg voor het aangezicht van de Heer“.                       On the mountain of God, the Horeb, God spoke in an ever-softer tone and Eliah came to a cave where he took refuge. Then the Lord said to him: “Go out and stand on the mountain before the face of the Lord ….“. 

Onze Heer Jezus Christus sprak in eenvoudige verhalen, dat wist iedereen.
Daarom luisterde men graag naar Zijn Leer, Zijn parabels en levenslessen; iedereen verstond Hem, het was heel anders dan de woorden van de Schriftgeleerden, die hen slechts de Wet voorschreven.
Maar vandaag vertelt onbegrijpelijke dingen en gaat niet eens in op de vraag van de omstanders: ‘Hoe kan Hij ons Zijn vlees te eten geven?
Jezus gaat onverstoorbaar verder en lijkt de zaken op de spits te drijven.
Dat staat allemaal te lezen in de beschrijving van bovenstaand gebeuren door Johannes de Theoloog, een lange uiteenzetting die volgt op de wonderbare broodvermenigvuldiging.
      Ik ben het levende Brood, dat uit de Hemel neergedaald is.
Indien iemand van dit Brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, voor het Leven van de wereld.
De Joden dan streden onderling en zeiden: ‘Hoe kan Deze ons Zijn Vlees te eten geven?’.
Jezus dan zei tot hen:
‘ Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het Vlees van de Zoon des mensen eet en Zijn Bloed drinkt, hebt gij geen Leven in uzelf. Wie Mijn Vlees eet en Mijn Bloed drinkt, heeft eeuwig Leven en Ik zal hem opwekken op de jongste dag. Want Mijn Vlees is ware spijs en Mijn Bloed is ware 
drank. Wie Mijn Vlees eet en Mijn Bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hemJohn.6: 51-58.

Voor ons is dit ook niet altijd eenvoudig te begrijpen, het betreft namelijk een Mysterie [een wonderbare uiting van de Heilige Geest]; in feite gaat het hier over de eucharistie.
Het Brood is het Lichaam van onze Heer en de wijn Zijn Bloed.
De vraag ligt nu voor de hand: hoe kan dat nu?
Dat is een ernstige vraag. Ze heeft aanleiding gegeven tot grote theologische debatten en meters dikke boeken. Maar ze is in zekere zin ook misleidend alsof het om bovennatuurlijke scheikunde zou gaan.
We komen echter veel dichter bij de kern met de vraag:
“ Hoe kan iemand [God’s kind] in de Liefde zó vèr gaan, dat hij of zij zichzelf te eten geeft? Dat de persoon in kwestie wordt zoals het brood dat wij nodig hebben om te leven?”.

Jezus stelt Zijn omstanders voor een keuze.
Wat eten jullie eigenlijk? Waarvan leven jullie? En voedt dàt óók ècht?
Neemt dàt je honger weg, of blijf je tòch altijd maar weer met een lege maag zitten? Mensen hebben altijd al geweten dat ‘niet alles’ eetbaar en voedzaam is.
Goed en gezond voedsel, daar maken we ons al jaren stèrk voor; maar voedsel is nog zó véél méér dan dàtgene wat door de maag gaat.
De uitdagende woorden van onze Heer Jezus Christus gaan over àlles waarvan een mens leeft. Waarvan leef je in je gevoelsleven, in je contacten?
Met wie ga je om en waarom, en hoe?
Zijn dat contacten die anderen doen leven en waarin je andere tot leven brengt?
En geestelijk: voedt je jezelf met kennis en inzicht?
Met dingen die het weten waard zijn, òf met flauwe kost die je overal kunt krijgen?

Laatste avondmaal, Coptische icoon.

Eigenlijk spreekt Jezus vandaag ook maar eenvoudige taal. Alles wat Hij hier zegt is een commentaar op het Mysterie van het brood, op de wonderbare brood-vermenigvuldiging. Mensen worden pas door het Woord van God verzadigd geraakt, nadat het eerst door Christus’ handen is gegaan.
Wat Jezus vandaag eigenlijk zegt is:
laat dàt wàt jij belangrijk vindt, waarvan jij leeft, eerst door Mijn handen gaan‘.
Ik zal je duidelijk maken wàt voedzaam voor je is en wàt niet.
En, van wàt ik je dàn geef, zul je pas ècht in staat zijn te Leven.
Vervolgens is het aan ons om er een nieuwe Hemel en aarde mee op te bouwen.

Maar hoe doe je dat? En hoe geef je die bezieling door?
Maar hoe houd je de Geestdrift zo door het jaar levend en vurig?
Van oudsher komen christenen daarom bijeen op de dag des Heren, de zondag, omdat ze beseffen dat niets zo snel verwatert als ‘Geestelijke bezieling’.
Ze komen bijeen om te horen hoe Hij ons is voorgegaan, wat Hem heeft bezield.
Dat samenkomen is een ritme dat wij nodig hebben om elkaar te kunnen voeden en bezielde mensen te blijven.
Je hoort wel eens zeggen: ‘maar, thuis kun je toch ook bidden’, daarvoor behoef ìk ècht niet naar een Kerkgemeenschap te gaan, dit past dan uitstekend in onze ‘ìk-cultuur’ en zo werkt het niet bij God.
Maar we weten nog wèl hoe snel Geloof, z’n oude energie en vuur verliest; de Kracht van ons geloof is gelegen in de Gemeenschap, Die we samen vormen; de ‘Communio’, als overtuiging dat de verschijningsvormen van de Vrede onder de volkeren slechts blijft bestaan, zolang er gecommuniceerd wordt.
Vanuit de inspiratie, die we elkaar bieden, kun je zelf dankzij God’s Kracht ‘sterker’ in het leven staan en worden als mens bij alles wat je overkomt.
Natuurlijk kun je die inspiratie ook elders vinden, in de natuur, bij een concert of op een feest bij vrienden – maar Goddelijke Inspiratie bereik je dankzij God en bij God.
    Tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.
Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest. Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet opnieuw geboren worden. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren isJohn.3: 5-8. Onze Heer en Verlosser zegt dit in gesprek met een Joods leider, een man van naam, Nicodemus [Hebr. overwinnaar].

 

Christus & Nicodemos, durch Friedrich Hermann Carl von Uhde [ca.1886]

In dàt gesprek naar een Joodse leidsman, die eveneens net als ons blijft zoeken –  gaat het over de vraag: ‘Hoe werkt God nu in je leven?
In dat bekend geworden gesprek doet Jezus een heel radicale uitspraak:
Ik verzeker je: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het Koninkrijk van God zien en binnengaan“.
En even later werkt onze Heer dat nog verder uit, en Hij zegt dan:
Je hebt een natuurlijke geboorte, dat is de geboorte uit de schoot van je moeder. Maar er is ook een tweede geboorte, een wedergeboorte, een geboorte uit de Geest”. Een nieuw begin, doordat de Heilige Geest in je leven aan het werk is. 
Die Heilige Geest, Die maakt dàt je van binnenuit tòt een ander mens wordt en daarbij bovendien totaal vernieuwd wordt.
Wanneer Christus zegt: ‘De wind waait waarheen hij wil...’, dan kun je ook vertalen: ‘De Geest waait waarheen Hij wil…
Alleen al omdat Hij ons zegt:
“… je hoort Zijn geluid, maar je weet niet waar Deze [‘Geest’] vandaan komt en waar Hij heen gaat…”; alleen daarom is het wel heel duidelijk dat Hij die vergelijking trekt met de wind.
En Hij zegt er dan nog bij:
Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is, uit de Heilige Geest“.
Zo’n geboorte gaat – door levenspijn heen – en dàt kun je onmogelijk ontlopen.
Ná Zijn Opstanding verschijnt onze Heer ‘in de bovenkamer’ weer aan Zijn leerlingen, zij zijn daar gezamenlijk in gebed en dan staat er:
Vrede zij U”, zoals in de Goddelijke Liturgie
’Η ειρήνη είναι επάνω σου’ – ‘
السلام عليكم’ – ‘Мир всем’.
Hij blaast over ons allen [Zijn adem wordt tot wind], en Hij zegt:
Ontvang de Heilige Geest”.
Wind, adem, Geest, dat is het Mysterie van de Heilige Geest,
dat is eigenlijk de Levensadem, Die van God uitgaat.
En als God, Die Adem in ons leven blaast, dan komen wij tot Léven, tot nieuw Leven, tot een nieuwe geboorte en dàt vindt plaats in de gemeenschap met Christelijke mensen.

Dat is wat Jezus ook al benadrukt:
Als die Geest aan het werk is, dan gebéúrt er wat.
Liturgie [λειτουργία] is oorspronkelijk elke rechtstreekse dienstverlening
van de burger aan z’n staat, aan het Hemels Koninkrijk.
De vroeg-Christelijke Kerk was vanaf het begin een liturgisch Kerk, omdat
de Joden gewend waren aan vaste vormen in de Eredienst.
Het Nieuwe Testament verhaalt allerlei voorbeelden van liturgische praktijken,
van traditionele Joods praktijken [zoals dat Petrus en Johannes naar de Tempel gaan, omdat het het uur van het gebed was] tot Christelijke liturgische eredienst, waarbij ervan uitgegaan kan worden dat de vroege Christenen samenkwamen en Eredienst hielden volgens de Joodse Traditie en daar hun eigen accenten aan gaven, zoals de duiding van het breken van het -onder aanroeping van de Heilige Geest- geHeilige Brood en het drinken van de -op dezelfde wijze geHeiligde Wijn, welke als “Lichaam en Bloed van Christus’ de Maaltijd des Heren voor de gedoopte Christen vormde.
De navolging van Christus begon de vroeg-Christelijke Kerk niet met een schone lei, evenmin zoals onze Heer, dat deed. Ze baden als Joden en hielden hun eredienst als Joden. De eerste Christenen waren Joden die Jezus Christus erkenden als de beloofde Messias en de eredienst die ze hielden volgde de gebruikelijke Joodse vormen.
Daarom zien we in het Nieuwe Testament dat de eerste Christenen hun Joodse religieuze praktijken voortzetten, terwijl ze ook op Jezus Christus gerichte praktische invulling ontwikkelden, vanuit de woorden van onze Heer en Verlosser Jezus Christus gezegd heeft:”   Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis. Evenzo ook de drinkbeker na de maaltijd, en Hij zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in mijn bloed, dat voor u vergoten wordt” Luc.22: 19-20.
Het nieuw geduide maaltijd-ritueel dat ingesteld is bij het Laatste Avondmaal met Zijn Apostelen werd in de vroege Kerk aanvankelijk afzonderlijk gevierd.
Deze continuiteit [van Tempel naar Synagoge] naar de vroege Christelijke Kerk maakte het mogelijk dat de Christelijke Kerk aan het eind van de eerste eeuw reeds een ‘hoog’ ontwikkelde liturgische vorm had.
De Orthodoxe Kerken praktiseren de continuïteit zelfs in de vorm van een soort
onveranderlijkheid. De Orthodoxe Kerk wordt ook wel getypeerd als “vast-besloten om trouw te blijven aan het verleden, vasthouden aan het Mysterie van de levende continuïteit van de vroeg-Christelijke Kerk“.
Deze toewijding om de Blijde Boodschap te beschermen en om het Woord en de lof van/aan God in stand te houden komen voort uit de overtuiging dat het Geloof aan Christenen gegeven werd door Jezus Christus.
Indien Christenen “Apostolisch” willen zijn, dan dienen zij tot dezelfde Kerk te behoren, Die onze Heer en Verlosser, Jezus Christus stichtte, Die in de eerste eeuw tot stand kwam.
John Meyendorf, een bekend Orthodox Theoloog, haalde in z’n boek ‘Woman and the Priesthood’ aan, dat “alle Christenen op een bepaalde manier tijdgenoten van Jezus Christus dienen te worden…“. Dat dìt in de een-en-twintigste eeuw niet langer een absolute norm is, in de Apostolische eerste eeuw was het dàt voorzeker wèl.
  Komt, eet dan van Mijn Brood en drinkt van de Wijn, Die Ik gemengd heb;
laat varen het onverstand, dan zul je leven en betreed je de weg van de Wijsheid, het nuchtere verstand”.
  
Zoals het was in de tijd van Johannes, de Theoloog, zo is het ook in onze tijd:
Het Geloof staat of valt met de aanvaarding van de persoon van onze Heer Jezus Christus, Die ons heeft verlost.
Dàt aanvaarden van Jezus Christus, als Zoon van de Levende God, Hèm toelaten in je leven, Hem ontmoeten en vooral: Hem ‘eten en drinken’ – dat is vèrre van vanzelfsprekend.
Want ‘eten en drinken’ duidt op toetreden tot aan een persoonlijke intimiteit en op gemeenschap mèt Hèm, die jou bemint als z’n eigen broeder, zuster.

Apolytikion     tn.7.
  Door Uw Kruis zijt Gij de Overwinnaar van de dood
en hebt Gij het Paradijs geopend voor de Rover.
De droefheid der Myron-draagsters hebt Gij veranderd in vreugde,
en Gij hebt haar gezonden tot de Apostelen om te verkondigen,
dat Gij waart verrezen, o Christus onze God,
om aan de wereld grote Genade te schenken
”.


Kondakion     tn.7.
  Niet langer houdt de onderwereld de gestorvenen vast,
want Christus is er afgedaald,
en heeft diens kracht vernietigd.
De hades is geboeid;
de Profeten jubelen en roepen:
de Verlosser is aan de gelovigen verschenen.
verheft u in het Geloof, ter Opstanding
“.

Theotokion     tn.7.
  Gij zijt de schatkamer van onze Opstanding, o Albezongene.
Voer daarom hen die op U vertrouwen,
vanuit de poel en de afgrond omhoog.
Want Gij hebt ons,
die aan de zonden schuldig waren, verlost,
doordat gij de Verlossing gebaard hebt.
Voor deze Geboorte waart Gij Maagd,
en in die Geboorte waart Gij Maagd
en zijt na deze Geboorte Maagd gebleven
”.

Juli, de 20e – de Heilige Profeet Eliah, de ‘Tisbiet’

    En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken en de Heer zal hem oprichten.
En wanneer hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden.
      Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkaar, opdat jullie genezing ontvangen. Het gebed van een Rechtvaardige vermag veel, doordat er Kracht aan verleend wordt.
      Eliah was slechts een mens zoals wij en hij bad een gebed, dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land, drie jaar en zes maanden lang en hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten. 
Mijn broeders, indien bij u iemand van de Waarheid afdwaalt, en een ander brengt hem tot 
inkeer, weet dan, dat, wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, diens ziel van de dood zal behouden en tal van zonden bedekkenJac. 5: 15-20.

De Profeet Eliah [Hebr: אֵלִיָּהוּ, ’elijjāhû of verkort אֵלִיָּה, ’elijjāh, “[Mijn] God is  Heer (JHWH)”; Oudgrieks: Ἠλείας, Èleias; Arabisch: إلياس, Ilyās] was volgens de traditie van de Hebreeuwse Bijbel een van de belangrijke profeten.
Hij was afkomstig uit Tisbe in de streek Gilead en had daarom de bijnaam “de Tisbiet”. Eliah is jongensnaam afgeleid van Eli – als meisjesnaam komt het tereug in Elisabeth: Hebreeuws: ‘De Heer [‘Jahweh’] is [mijn] God’.

Het optreden van deze belangrijke profeet wordt geplaatst in de periode van de koningen Achab [870-851 v.Chr.] en Achazja [851-850 v.Chr.], waarbij de Israëlieten afvallig werden en ook goden als Baäl en Ašerah waren gaan aanbidden.
De Profeet Eliah ging naar koning Achab en kondigde een grote droogte aan.
Toen niemand zich bekeerde, verborg hij zich bij de beek Cherith, waar hij elke ochtend en avond door raven werd gevoed. Bekend is het verhaal van zijn ontmoeting met de weduwe van Sarfat. Hij zou daarbij twee Mysteriën [wonderen] hebben verricht:
1.]. het meel in de pot raakte niet op, de kruik met olie raakte niet leeg.
2.]. hij zou het gestorven zoontje van zijn gastvrouw weer tot leven hebben gewekt.
Op de berg Karmel kwam het tot een beslissende ontmoeting met priesters van de Kanaänitische god Baäl, waarbij God op Elia’s gebed vuur uit de hemel zou hebben laten neerkomen terwijl daarvoor de offers van de priesters van Baäl zonder vuur waren gebleven. Op bevel van Elia werden deze Baäl-priesters vervolgens door toekijkende Israëlieten gedood.
Hierna moest Eliah vluchten omdat koningin Izebel, de vrouw van koning Achab, dreigde hem te laten ombrengen.
Aangekomen bij de berg Horeb in de Sinaïwoestijn zou hij een diepgaand zielsgesprek met God hebben gehad, waarin hij opdracht kreeg om een opvolger [Elisha] te zalven.
Omdat koning Achab op onrechtmatige wijze de wijngaard van Naboth zou hebben verkregen, waarbij deze laatste werd gestenigd, moest Elia van God Achab en diens vrouw Izebel hun dood aanzeggen; hun sterven vond niet lang daarna plaats.

De Joden verwachten op grond van een voorspelling de terugkomst van Elijjāhû Maleachi 3:1, voorafgaand aan de komst van de Messias.
Men zet daarom nog steeds bij de besnijden van pasgeboren joodse jongetjes op de achtste dag [= isbriet mila] de deur open en een stoel voor hem klaar.
Door de besnijdenis wordt een man [net als onze Doop] opgenomen in het Verbond dat God gesloten heeft met aartsvader Abaraham;
net zoals een kind opgenomen wordt in het het navolgeling zijn van Christus. Weigert een onbesneden man zich te laten besnijden, dan kan hij ook niet worden opgeroepen voor de Thoralezing;
kan hij volgens sommige rabbinale geleerden niet deelnemen aan een Pesach-seder en wordt hij ook in verschillende andere zaken als een niet-jood beschouwd.
Over deze profeet Eliah wordt beschreven hoe hij door een vurige wagen naar de hemel werd gebracht 2Kon.2: 11; z’n leerling in het profeten-vak Elisha was hier getuige van.  Vanwege de verwachting dat deze profeet weer naar de aarde zal worden gezonden plegen de joden daarom tijdens de sederavond eveneens een extra bord op tafel te zetten en de deur open te laten voor het geval dat Elia op dat moment bij hen terugkomt.
Het is daarom in streng-christelijke gezinnen wel gebruik geweest, een extra plaats bij de hoofdmaaltijd voor Christus te dekken – om Hem in hun nabijheid te weten.

In de weergave van de Gedaanteverandering van onze Heer en Verlosser, Jezus Christus wordt  de Transfiguratie geopenbaard waarbij onze Heer Zich aan de uitgelezen Apostelen Petrus, Jaäcobus en Johannes op de berg Tabor i
n Zijn volle Heerlijkheid openbaart.
Christus wordt daarbij omschreven als het Goddelijk Licht en
wordt vanuit een wolk toegesproken door God:
Dit is mijn eniggeboren Zoon, Die ik Liefheb”; hierbij
werd Jezus door Elijjāhû [Eliah] en Moshje [Mozes] geflankeerd.
Mozes en Eliah waren twee personen in het Oude Testament die
⁌ De Wet en de profeten verbeeldden;
⁌ Beiden zouden volgens de Traditie niet gestorven zijn [de aartsengel Michaël  zou met de duivel om het lichaam van Mozes hebben gevochten [, zie Henoch];
⁌ Beiden zouden -als leiders van hun Volk- een ontmoeting met God op de berg Sinaï hebben gehad;
⁌ Beiden worden bij de Komst van de Messias terug verwacht .

Eliah heeft geen geschriften nagelaten, zoals de andere profeten, maar de weinige woorden die van hem zijn overgeleverd, zijn geladen met macht en daadkracht. Daardoor had hij een grote invloed op zijn volk, dat hij uit de Baälsdienst weer tot God wist terug te brengen.
Het is juist veelzeggend dat hij naast Mozes bij Christus’ Verschijnen op de Thaborberg naar voren treedt. Zijn taak is echter nog niet afgelopen: Christus noemt Johannes de Doper de Eliah, die komen moest. En in de visioenen van Johannes de Theoloog in zijn Openbaringen speelt Eliah een rol in de eindtijd van de wereld. 

Apolytikion     tn.4.
  U was een Engel in het vlees, het uitgangspunt van de profeten
en de tweede Voorloper van Christus’ komst, roemrijke Eliah.
U hebt uit de Hoogte uw geest gezonden op Elisha,
u verjaagt ziekten en reinigt melaatsen;
en doet zo ook genezing opwellen voor allen, die U vereren
”.

Kondakion     tn.2.
Profeet en Schouwer van God’s Machtige Daden, vermaarde Eliah,
die door uw woord de regenwolken gevangen hield,
bidt voor ons tot de Enige, Die de mensen liefheeft
”.

Orthodoxie & de Kerk is op haar best als lokale gemeenschapskerk

‘Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijn wij’                                   – ‘ We are God’s co-workers; God’s field, God’s building is us’
-‘ نحن زملاء الله. حقل الله ، بناء الله لنا’

De waarden, normen en structuren van de traditionele monastieke samenleving zijn heel sterk  doorgedrongen in orthodoxe manier van leven.
Nu gaat het dus in de Orthodoxie niet om steeds maar weer opnieuw nieuwe monastieke gemeenschappen te gaan opstarten, maar om het gegeven dat de plaatselijke kerk nauw verbonden is met het leven in de kloosters.
De geheel Liturgische opbouw binnen de Orthodoxie is namelijk gebaseerd op de monastieke gebedsregels; niet dat deze ook door de doorsnee gelovige in het dagelijks leven wordt toegepast, maar men heeft er weet van en vertrouwt erop dat de broeders en zusters in de kloosters, de aloude gebedsregel handhaven, daartoe hebben zij zich ten slotte uit de wereld teruggetrokken.
Vanuit kerkgemeenschappen zijn regelmatig groepjes leden, die een korte of langere tijd in een van de landelijke of internationale kloosters doorbrengen.

Monnikenwerk, I.M. Karakallou, Athos [Gr.]
Monastiek hetgeen afkomstig is van het leven van een eenzaam levend mens  [Gr: μοναχός] is de vroeg-christelijke praktijk van terugtrekking uit de wereld om zichzelf volledig en intens te wijden aan het leven van de Blijde Boodschap, de pedagogie welke op zoek gaat naar eenheid met Jezus Christus. De blik en het verkrijgen van de scherpte van het monnikendom is gericht op Theosis , het proces van perfectie waarnaar elke christen streeft.
Dit ideaal komt daar tot uiting waar de zaken, die God aangaan, boven alle andere dingen worden gesteld, hetgeen bijvoorbeeld te lezen is in de Philokalia,  een boek met Monastieke geschriften. Met andere woorden, een monnik, moniaal en in hun kielzog de christen, die in het nastreven van het Goddelijke een Verbond is aangegaan – heeft op zich genomen niet alleen de geboden van de Kerk te volgen, maar ook de raadgevingen [waaronder aandacht voor de  eenvoud, armoede, kuisheid, stabiliteit en gehoorzaamheid aan God].
De woorden van Jezus die de hoeksteen zijn van dit ideaal, zijn:
“Wees zo volmaakt als jouw Hemelse Vader volmaakt is”.

Dat er best veel mensen zijn dit dit nastreven blijkt uit het feit dat het in onze overbelaste samenleving alleen maar aan te bevelen is, dàt de mens -‘bij tijd en wijle’- gewoon eens helemaal tot bezinning en tot rust komt door een klooster te bezoeken. Dat zou in ieders leven een rechtmatige keuzemogelijkheid dienen te zijn – het geeft namelijk een kleur aan het leven met levensvragen. Veel mensen begeven zich hiermee bewust op het pad van ontwikkeling en verdieping.
Deze ontwikkeling -van buiten naar binnen-, de ontdekking dat het hart het centrum is van het tot jezelf komen is voor velen van onze tijd een enorme sprong.
Je zou dit alles als een normaal menselijk ontwikkelings- proces kunnen zien, welke zo oud is als de mensheid, te beginnen met voorvader Abraham, die zich geroepen voelde zijn land te verlaten.

”     Ga uit uw land en uit uw maagschap [verwantschap, waar je aan gewend bent] en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; Ik zal u tot een groot volk maken en u zegenen en uw naam groot maken en gij zult [alles] tot een zegen zijn.
Ik zal zegenen wie u zegenen en wie u vervloekt zal Ik vervloeken en met u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.
Toen ging Abram [=Hebr. verheven vader], zoals de Heer tot hem gesproken had en Lot [z’n echtegenote, =Hebr. sluier of bedekking] ging met hem en Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran [Hebr. het bergland] trokGen.12: 1-4.
De zoektocht is het gevolg van het kloppen van Christus, welke ons oproept naar een manier van leven, waarop wij volgeling van Hem [Christen] worden en uiteindelijk Gemeenschap’s-lid worden en deelnemer aan Zijn Kerk [Zijn Lichaam] worden, Die teruggaat naar de Kern en Zich daarom ook door het monastieke leven laat inspireren.
Het daagt ons uit -‘de wereld achter ons te laten‘- en met het weinige dat overblijft ‘waarachtig‘ de noodzakelijke zoektocht naar ~het Hemels Koninkrijk~ te vervolgen.
Wat is dan inderdaad nog van waarde en wat is vanaf nu niet langer belangrijk? Waar kunnen we -‘niet genoeg’- aandacht aan besteden?
Wat dient -‘als eerste’- aangepakt te worden en wat is slechts bijzaak?
Waar beginnen we, waar laten wij ons door leiden, volgens welk patroon, iedere dag, ieder week, of  -‘zonder meer’- maar meteen het diepe in te gaan?
Tot welke basisgemeenschap kunnen we ons aansluiten en wáár ~kom ik zelf~ als persoon het meest tot m’n recht?

Toen onze Heer Jezus Christus, onze Verlosser in de wereld verscheen, geloofden bijna alle volkeren dat de boze geesten sterk waren en de goede geesten maar zwak.
De kwade machten domineerden de wereld en daarom noemde Christus hen heer en meesters van de wereld, heersers van dit aards bestaan.
Geen wonder dat zelfs de spelleiders, de geestelijk leiders van de Joden alle Goddelijke Kracht van Christus toeschreven aan de duivel en gevallen engelen.
De goede geesten, de engelen, zijn oneindig veel sterker dan boze geesten, die in werkelijkheid geen enkele autoriteit bezitten om ook maar iets te doen wanneer De Almachtige God het niet toestaat.
Wanneer de alom-dragende van het goede, de Heer Jezus Christus, voor hen verschijnt, roepen zij van angst uit “      Wat hebt U met ons te maken, Zoon van God? Bent U hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?“.
Niemand is zo bang als degene die anderen overheerst en aanvalt en martelt.
De slechte geest martelt al honderdduizenden jaren de mens en heeft in de loop der tijd voldoening gevonden in deze wrede manier van pijn doen; het enige wat hen drijft is de ondergang van de mens.
Maar wanneer zij Christus ontmoeten, slaat hen de doodsangst om het hart voor hun grootste Rechter. Ze zijn bereid zich in zwijnen of andere afschuwelijke wezens te laten verdrijven, zodat Christus hen niet uit deze wereld zou kunnen verbannen.
➥ Maar Christus was niet van plan dit te doen, deze wereld zit immers vol met verschillende soorten van op elkaar inwerkende krachten. Het is een slagveld waar de mens volledig bewust en vrij zal dienen te kiezen:
– òf ze zullen de overwinnende Christus volgen,
– òf ze zullen meegaan met de onreine en verslagen geesten.

Christus kwam -als ‘Zoon van God‘- tòt mensen uit liefde vóór de mensen, want God is Liefde, teneinde de kracht van het goede ten opzichte van het kwade te tonen, en om het Geloof van mensen in het goede, òp God te bevestigen – Hij kwam alleen maar ten goede, als God, de Zoon.
Alles wat God heeft gedaan is goed, immers “en Hij zag dat het goed was” en dit gaat àlle menselijk geestelijke Waarheid te boven.
De gehele schepping is ontstaan om de mens te dienen, om hem te helpen en niet om hem pijn te doen.
Hoewel er zaken zijn, die de natuurlijke bevrediging van de mens, in de weg staan, maakt zèlfs dit werk dat het omwille van zijn ziel dusdanig gevormd is dat het hem uiteindelijk toch tot geluk brengt en verrijkt.
    Leid mij in Uw Waarheid en onderricht mij, want U bent God, mijn Verlosser, die ik heel de dag verwacht. Heer, gedenk uw ontferming en Uw Barmhartigheid, die immers van eeuwigheid zijn“ en “     Tot U, Heer, verhef ik mijn ziel; mijn God, ik vertrouw op U: laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid. Laat mijn vijand niet over mij spotten; allen immers die U verwachten zullen niet beschaamd staanPsalm 24[25]: 5,6 en 1,2.
Alles dat van God afkomstig is, is goed; de Bron van het Leven blijkt immers alleen ‘Leven’ te bevatten; bij God bestaat geen kwaad.
Hoe kan het dan kwaad van Hem zijn, dè Enige Bron van goedheid?
Veel onwetende en roekeloze mensen noemen ziekte boosaardig; maar ziekte kan niet slecht zijn. Sommige ziekten zijn het werk van goddelozen en anderen zijn de remedie voor het kwaad. Het kwaad is de boze geest, die op een krankzinnige of paranoïde [op] de mens be-[ en in-]werkt.
God verlangt ernaar ons innerlijke ervaringen te geven; wanneer we dit hebben leren herkennen, wordt ons gelijktijdig het inzicht gegeven en opent Hij de Blijde Boodschap voor ons vanuit die Openbaring.
Door onze ingebakken intuïtie aanvaarden we de feitelijke leiding van de Heilige Geest en kunnen wij de stem van God ervaren.
Ons leven in de Geest, onze relatie met God is dan ook een innerlijke, intuïtieve, geestelijke ervaring die plaatsvindt in ons hart.
      Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoorden wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.
        Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.
– Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods
Wij nu hebben niet de geest uit de wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is.
Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken.
– Doch een on-geestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
       Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld. Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten?
Maar wij hebben de zin van Christus
“ 1Cor.2: 9-16.

Wij zijn op het hart van het Geloof te vinden – door voor Uw Kruis een diepe buiging te maken;                  We can be found in the heart of the Faith – by making a deep bow for Your Cross 

Waarheid leren we kennen met ons hart, door ervaring.
Wanneer ik een kind zeg, “het vuur is heet” is dit kennis, die ik overdraag.
Wanneer het kind zijn vingers vervolgens brandt, is de waarheid een ervaring geworden.
Wanneer een Christen God niet intuïtief kent maar slechts rationeel, geraakt zo iemand hiermee onder andere de mogelijkheden kwijt om Christelijk te functioneren; hij/zij verliest  in een van de 9 Genadegaven van de Heilige Geest.
De gaven van de Geest zijn bijzondere vermogens die door de Heilige Geest
aan Christenen zijn gegeven met het doel om het de Kerk, het lichaam van Christus op te bouwen. De gaven zijn de ‘charisma’ [Gr. χάρισμα], uitstraling:
      aan een ieder wordt de Openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen.
Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest;
aan de een Geloof door dezelfde Geest en aan de 
ander gaven van genezingen door die ene Geest; aan de een werking van krachten, aan de ander profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen. Doch dit alles werkt een en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk de Goddelijke Geest het wil“. 1Cor. 12: 7-11.
De vruchten en Gaven van de Heilige Geest zijn de vindplaats van materiaal voor studie van de H. Schrift, studie van het Geloof, catechese op school of gemeenschap, het persoonlijke Geloof, studie thuis en in de  kerkgemeenschap, maar ook het officiële [Orthodoxe] Godsdienstonderwijs [voor Nederland in Gent (B.)], elke de zingeving en persoonlijke kennis vergroten.
Eerbied en respect voor God doet ons verstaan dat ‘alles‘ Genadegave is en
dat onze ware Sterkte alleen in de navolging van Christus bestaat en in het aanvoelen dat de Vader Zijn Goedheid en Barmhartigheid over ons kan uitstorten.
Het openen van het hart met het gevolg dat de Goedheid en Barmhartigheid van God tot ons komen.
Dat bewerkt de Heilige Geest door middel van de Genadegave van ontzag voor God: Hij opent de harten zodat de vergiffenis, de Barmhartigheid, de Goedheid en de Liefkozingen van de Vader ons bereiken, want wij zijn kinderen van Hem, Die oneindig bemind worden.
Wanneer we doordrongen zijn van ontzag voor God, zijn we geneigd de Heer met nederigheid, volgzaamheid en gehoorzaamheid te volgen.
Niet als gevolg van een houding van onderwerping, passief, zelfs klagend, maar
met kinderlijke verbazing en de bijbehorende vreugde waarmee wij ons door de Vader, gedragen, geholpen en bemind weten.
Ontzag voor God maakt van ons geen angstige Christenen die het opgeven, maar
het wekt ons tot moedig en krachtig volhouden!
Het is een Genadegave die ons – tegen wat voor stroom ook in- tot overtuigde en enthousiaste Christenen maakt, niet door angst aan de Heer onderworpen, maar ontroerd en gewonnen door Zijn Goddelijke Liefde!
Door Gods Liefde overmannen zijn, door de Liefde van God, de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, de Drie-éne God  Die ons intens, met geheel Zijn hart, bemint.
De Vrede Christus wordt versterkt wanneer we niet vergeten dat  wij, alle mensen, dezelfde Vader hebben en als broeders en zusters in Christus samenleven.

Heer redt Uw Volk en zegen Uw erfdeel en
bescherm Uw
Geloofs-gemeenschap door Uw Kruis
.

6e Zondag na Pinksteren – wij zijn verlamd door onze ongerechtigheden, maar houd moed, onze zonden worden vergeven

  En in een schip gegaan zijnde, stak Hij over en Hij kwam in Zijn Eigen stad.
En zie, men bracht een verlamde, op een bed liggende, tot Hem. 
En daar Jezus hun Geloof zag, zei Hij tot de verlamde:
‘Houd moed, mijn kind, uw zonden worden vergeven’.
     En zie, sommige van de schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: ‘Deze lastert God’. En daar Jezus hun overleggingen kende, zei Hij:
‘Waarom overlegt gij kwaad in uw hart? Want wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden worden vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel? Maar, opdat gij weten moogt, dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven’
– toen zei Hij tot de verlamde: ‘Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis’.
En hij stond op en ging naar huis.
Toen de scharen dit zagen, vreesden zij en zij verheerlijkten God, die zulk een macht aan de mensen gegeven hadMatth.9: 1-8.

De Genadegaven van de Heilige Geest, mosaïc by Arie van de Meer

Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de Genade, Die ons gegeven is:
– Profetie, naar gelang van ons Geloof;
– wie dient, in het dienen;
– wie onderwijst, in het onderwijzen;
– wie vermaant, in het vermanen;
– wie mededeelt, in eenvoud;
– wie leiding geeft in ijver;
– wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheid.
De liefde zij ongeveinsd.
Weest afkerig van het kwade, gehecht aan het goede.
Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld,
in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Heer.
Weest blijde in de hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed,
bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid.
Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt nietRom.12: 6-14.

    Want, gelijk wij in een lichaam vele leden hebben en de leden niet alle dezelfde werkzaamheden hebben, zo zijn wij, hoewel velen, een lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander . . . . .
Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden.
Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige.
Weest niet eigenwijs.
Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen.
Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt Vrede met alle mensen.
Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer.
Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen.
Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goedeRom12: 4-5,15-21.

Met het Licht en ongeveinsde Liefde op weg
Houd moed, kinderen van God, jullie zonden worden vergeven.
Heb je het idee gekregen dat God mens is geworden en dat Hij alleen maar gekomen is voor de mensen die zichzelf de beste van de Kerk vinden?
Hij is gekomen voor mensen die zichzelf niet meer zien zitten, teneinde
hen hoop en vreugde te geven.
Want zo zegt de Hoge en Verhevene,
Die in eeuwigheid troont en Wiens Naam de Heilige is:
In den hoge en in het heilige woon Ik en
bij de verbrijzelde en nederige van geest, om
de geest van de nederigen en het hart van de verbrijzelden te doen opleven.
Want Ik zal niet altijd met u van mening verschillen nòch voor eeuwig kwaad [woedend] zijn, anders zou de
[Goddelijke] Geest voor Mijn aangezicht bezwijken, terwijl  Ik toch Zelf de Levensadem heb gegevenIsaiah 57: 15,16.
Onze Heer, Jezus Christus is niet gekomen om te veroordelen,
zo zegt Hij meerdere malen, in Zijn Blijde Boodschap;
Hij is gekomen om ons te verlossen, te redden.

God is jou persoonlijke Verlosser, Hij is niet tégen je; Hij ‘is’, Die is om de mensheid te helpen.
God geeft jou en mij Zijn Goddelijke Liefde. Van vóór je geboren werd, was Hij al je God Die je slechts liefhad, méér dan je ooit kunt beseffen.
Hij heeft jou geroepen om Hem te leren kennen;
Hij heeft je tot Zich getrokken om Hem te vinden.
En Hij wil je tonen dat Hij er is om jou door Zijn Leer te verlossen !!!
Om je te bevrijden van je schuld – Hij is niet jouw vijand; Hij is je broeder.
Onze Heer ging naar de zondaars en at met hen.
Hij liet zien en Hij laat ook nu aan jou zien dat Hij bij jou wil zijn.

Daar staat wat tegenover, dat Christus verwachtingen heeft ten opzichte van ons;
dat wij Hem in al Zijn doen en laten volgen;
met andere woorden dat ons leven één Goddelijke Liturgie dient te zijn.
     God verandert mensen, ook al word je er misschien wat onrustig van,
omdat je denkt: er is nog zo weinig aan verandering te zien in mijn leven?
     Ervaar daarom dankbaarheid voor wat God in je leven allemaal al heeft gedaan?
òf ervaar je verzet: ‘alles is toch goed, wanneer ik maar niet behoef te veranderen, ik heb het immers ontzettend goed met mezelf getroffen.
    Paulus leert ons in navolging van Christus: dat God ons mensen een metamorfose laat ondergaan.

Wanneer je jouw vertrouwen gaat stellen op God, kan het niet anders of dingen veranderen.
Er gaat bij ons misschien nog genoeg mis, maar God leert ons bijvoorbeeld
Liefde, Vrede en Vergeving; wat ‘hard’ is in ons dat begint Hij ‘zacht’ te maken.
God verandert mensen:
1.]. Door je niet aan te passen aan de tijdgeest;
2.]. Door de vernieuwing van je gezindheid;
3.]. Al doende leer je in de praktijk wat God’s Wil is.

1.]. Door je niet aan te passen aan de tijdgeest
Elk seizoen worden wij er door de wereld weer opnieuw toe opgeroepen ons aan te passen –
de reclame roept ons op

specialized-Turbo e-bike

– zomergroenten te gebruiken;
– onze dorst met de meest uiteenlopende drankjes te ledigen;
– weer nieuwe seizoenskleding aan te schaffen;
– voorop te lopen door de meest luxe fiets, auto of ander vervoermiddel;
– ons uiterlijk bóven de ander te verheffen; het houdt allemaal niet op, er zijn oneindig veel mogelijkheden,
welk materiaal/stof, welk model, welke kleuren.
En nu is de vraag: Ga jij daar in mee?

  • Wanneer je een huis vòl hebt met spullen, je kasten uitpuilen met allerlei zaken, die je niet meer gebruikt – waar je anderen een groot plezier mee zou kunnen doen.
  • ‘Al die spullen’ zijn nog goed en je doet er niets mee – leg je die weg en wil jij
    koste wat het kost met de nieuwste mode mee?
  • Misschien bekijk jij wel eens reclamefolders van supermarkten.
    Wat eet jij thuis? Eten jullie datgene wat de supermarkt voor jullie heeft uitgezocht deze week of trek je een èigen lijn in wat je koopt? Sla je ook wel eens aanbiedingen over? Niet om iets duurders te kopen, maar omdat je helemaal geen behoefte hebt aan wat je aangeboden wordt?
  • En, het is nu niet het seizoen, maar als het Kerst is, moet jij dan per se gourmetten met half Nederland mee, of eet je dan ook wel eens, zeg maar, boerenkool met worst?
  • Wie bepaalt wat jij doet? Bepaalt de omgeving, de modegril dat? Het aanbod dat door anderen gestuurd wordt? Ben je een slaaf van je omgevingsfactoren?… Of dien je de Heer?
  • Laat je jouw ‘doen en laten‘ door Hem bepalen?…
    Dat is de vraag die Paulus ons voorhoudt.
    In hoeverre maken wij ons afhankelijk van de tijd en de wereld waarin wij leven?

Mensen leven vaak enorm als kuddedieren.
Niet alleen in rages en hypes kwa kinderspeelgoed; maar ook in gadgets voor volwassenen. Ook in dure dingen.

Maar de apostel Paulus zegt: “Conformeer je niet aan het schema van deze eeuw”.
Pas je niet steeds aan, aan het tijdperk waarin jij leeft.
Ook niet aan de tijd waarin je ouders en voorouders leefden;
maak jezelf niet tot slaaf van trends in de tijd.
Wàt Paulus hier zegt is een bekend thema in de Blijde Boodschap!
  Tegen Abraham zei God al:
Ik wil jouw God zijn. Ga uit jouw land en familie met hun goden en zekerheden,
naar het land dat Ik jou wijs
”.
  Toen God Zijn Volk Israël [de Kerk] uit Egypte leidde en naar het Beloofde Land bracht, zei God: “Ik ben jullie God. Wanneer je straks in het land woont, ga je dan niet mengen met die volken en hun dienst aan de afgoden daar. Leef niet volgens hun patronen”.
  Het geldt ook in de Kerk wanneer dáár dingen scheef gaan.
De Joodse leiders leren het Volk mooie dingen, maar ze handelen er zelf niet naar. Dan zegt onze Heer en Verlosser tegen God’s Volk:
Pas je niet bij hen aan. Doe hen in hun gedrag niet na”.

Indien wij ons wèl aanpassen aan onze tijd met z’n eigen leven’s stijl dan gebeurt dit:
     
dan bepalen de trend, de mode en de hypes van vroeger of vandaag wat wij denken, willen en doen.
     
dan laten we de tijdsgeest de baas over ons zijn.
We onderwerpen ons niet aan God en wat God wil, maar aan wat gedurende een bepaalde tijd ‘in’ is.
Buiten de Kerk of in de kerkgemeenschap, waartoe wij behoren; we gedragen ons als een kameleon en bekennen niet ‘echt’ de Christelijke kleur.

Indien we op die manier leven, dat blijkt dat uiteindelijk niet goed voor ons te zijn.
Dat ligt hieraan:
de tijd waarin wij mensen leven is doortrokken van een houding die tégen God ingaat. Dàt was zo toen Paulus zijn brief aan de gemeente van Rome schreef en dàt is nog steeds zo.
Je van God verwijderen door je eigen weg te gaan dat zit ons mensen in onze genen sinds de opstand van de mens tégen God.
Vanàf dàt moment vinden wij naar onze aard ‘alles‘ goed…, indien er maar geen plek is voor het Goddelijke en Christelijke.
Paulus heeft dáár -‘in navolging van Christus’- herhaald over geschreven.

Indien we vanuit dié houding denken en leven, dàn verwijderen we ons steeds verder van God. Dàn kunnen Christus en Zijn [monastieke] levenswijze geen vaste grond krijgen in ons leven, geen fundament vinden.
Dáárom is het belangrijk dat we onderkennen wáár wij vastzitten aan de wereld, aan de trends en verlokkingen van onze tijd.
Wáár we ons dáár door laten overmeesteren in plaats onze God als Heer en Meester van ons leven te erkennen.
En het is dáárom belangrijk dat we met de wereld breken en ons weer op God richten en op wat Hij wil.

2.]. Door de vernieuwing van je gezindheid
Tegenover je ergens aan te conformeren of aan te passen
plaatst de Apostel de metamorphose oftewel van binnen uit veranderd worden.
De verandering waarover Paulus het heeft daarin zit het woord metamorphose.
Een metamorphose is een gedaanteverandering.
Eerst is er bijvoorbeeld een rups, die wordt een pop of cocon en dan opeens komt er een vlinder tevoorschijn. En je denkt: Wat mooi, komt die prachtige vlinder dáár uit voort?
De Blijde Boodschap gebruikt dat woord voor verandering als metamorphose
op nog twee andere plekken.

Transfiguratie μεταμόρφωση

  Misschien herken je bovenstaande wel in het feest dat we de 6e Augustus gaan vieren:  De Verheerlijking van onze Heer en Verlosser op de berg Thabor.
Onze Heer is daar met Petrus, Johannes en Jaäcobus; voor hun ogen verandert Hij van Gedaante, Zijn gezicht straalt als de zon en Zijn kleren worden wit als Licht. De Goddelijke Majesteit manifesteert Zich hier, wordt openbaar gemaakt.
  Paulus maakt ook gebruik van dat woord veranderen als in een metamorphose.
Hij onderwijst: “ En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de Heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde Beeld van Heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Heer, Die Geest is2Cor.3: 18.
Hoe méér wij Christus navolgen, hoe meer we Hem ontvangen door de heilige Geest, des te meer zullen we door Hem uitstralen. Hij gaat afstralen van je gezicht, datgene wat je zegt, je doen en je laten en anderen valt dat op.

Make-over

– Misschien heb je wel eens gehoord van een make-over, het op-pimpen. Dat kan gaan over een woning, keuken of een tuin die compleet opnieuw wordt gerenoveerd en wordt her-ingericht.
Maar vaak gaat het over het uiterlijk van mensen, in gezicht, haar en kleding. Vaak van vrouwen.
Meesteressen willen graag een ander uiterlijk, ze krijgen een behandeling en zij komen met een heel ander uiterlijk tevoorschijn. Dat is alleen maar een verandering van de buitenkant. De verandering waar Paulus het over heeft begint aan de binnenkant.
Paulus leert: “Word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid”.
Je gezindheid dat is iets dat binnen in je zit; het is je ‘mind’; je manier van denken, maar het woord dat Paulus gebruikt daar hoort
eveneens je ervaring bij en de wil waarmee je besluiten neemt.
Eerst dient alles in jou wat je brengt tot de daadwerkelijke keuzes die je maakt te worden vernieuwd. Eerst dàn ben je in staat waarachtig hernieuwd, herboren naar buiten te komen.

Het is goed om te beseffen dat dat pàs ècht de grote verwachte verandering teweeg brengt. Paulus heeft in het voorgaande geschreven hoe diep de mens gevallen is toen hij zich van God verwijderde, bij Hem vandaan liep. Maar dat God ons blijft roepen, teneinde ons naar Zijn oorspronkelijke Beeld en Gelijkenis terug te voeren – op de weg van Geloof en de navolging van Jezus Christus, onze Heer.
Hoe meer je beseft hoe diep ingrijpend de aantasting was, des te meer besef je hoe diep ingrijpend het herstelwerk van God in ons is; het is geen make-over van de buitenkant alleen. Het zou je nog méér dienen te treffen, dan de wonderlijke metamorphose van de rups die een vlinder wordt.
Het is een Transfiguratie, een transformatie die God vanuit ons diepste innerlijk in beweging zet. Paulus heeft eerder al geschreven dat God dit herstelwerk in ons doet door Zijn Woord en de Heilige Geest.

– Voordat we naar praktijkvoorbeelden gaan wil ik één ding samen met jullie helder krijgen. Dat gaat over die Metamorphose. Ben jij niet méér dan die vlinder of ben je méér dan die cocon – of als de volgels en de mussen . . . . .
Wanneer je hier bij stil staat: Soms stralen Christenen in hun leven als die vlinder, bijvoorbeeld in de Paasnacht, maar wij kunnen ook heel erg in onszelf of onze gemeenschap opgesloten zijn en maar heel weinig van onze Heer en Verlosser in de wereld uitstralen.
Misschien herken je dáár iets van uit jouw omgeving.

☦️ Wat we, óók als gemeenschap dienen te voorkómen is dat we alleen maar in die cocon blijven zitten, omdat we denken: het wordt toch nooit wat met ons, wanneer wij ons naar buiten manifesteren.
☦️ Wat we tevens dienen te voorkómen is dat als we in ons leven momenten of fasen hebben waarin we ‘niet’ zo schitteren, we onszelf de vleugels uittrekken en veroordelen – bij de pakken gaan neerzitten.

God heeft een reddingsplan.
Hij wil een machtige metamorphose in ons en door ons tot stand brengen. Van binnen uit naar buiten toe. Hij doet dat door ons – in Jezus Christus – plaats te laten innemen in onze omgeving.
Indien je waarachtig met Hem bekleed bent, aan Hem verbonden bent dan ben je een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuwe schepping en dat mag gezien worden, opdat ook anderen die weg kunnen gaan.

En tegelijkertijd:
Wàt we ook zíjn dat dienen we met z’n allen – door vallen en opstaan – steeds verder te laten groeien, laten vervolmaken.
God verandert mensen, God verandert onze gemeenschap in Christus.
Mensen kunnen terugvallen. Mensen kunnen tegenvallen; óók opnieuw geboren christenen, zèlfs gewijde prelaten.
Maar wat zij doen is dit: zij gaan elke keer terug naar de barmhartigheden van God.
Weet je nog hoe de Apostel dit hoofdstuk begon?
      Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de Barmhartigheden van God, dat jullie je  lichamen stelt tot een Levend, Heilig en aan God welgevallig Offer: dit is uw redelijke eredienst [de Goddelijke Liturgie]. En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de Wil van God is, het Goede, Welgevallige en datgeen wat volkomen isRom.12: 1,2.
Ons Christelijk houvast ligt niet in hóe slècht we wel niet zijn, of hòe goed we zijn. Oók niet in hoe veranderd we zijn. Maar ons Christelijk houvast ligt in de ontelbare onverdiende gunsten van God voor de ander in Christus Jezus, onze Heer.

een gekruisigde Christus’, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid

  Indien we dàn met Paulus naar de feitelijke toepassing gaan kijken dan dienen we ons niet zo maar zorgeloos op weg te begeven en zonder opletten te gaan handelen.
Wij kunnen ons persoonlijk gaan gedragen alsof God met ons géén diepe levensverandering voor ogen heeft.
Nee, God wil ook ons leven helemaal op z’n kop zetten – of je nu een bepaalde wijding hebt ondergaan of niet – wij dienen een metamorphose, een transfiguratie, verandering te ondergaan, terug te keren naar Zijn Beeld en Zijn Gelijkenis.  Dáárvoor zijn wij door Christus geroepen en hebben ons in een Christelijke Gemeenschap verenigd – komen we in de kerkgemeenschap.
Indien je alleen maar naar de kerk komt voor onderlinge [nationaal-gebonden] contacten en informatie, dan kom je naar de Kerk met een verkeerde houding.
God wil ons Grieken, Roemenen, Russen, Serviërs, Syriërs èn Nederlanders niet informeren, maar God wil ons persoonlijk leven omvormen, transformeren – ons een metamorphose laten ondergaan. Dáárvoor heeft Christus, ons ter Verlossing geroepen !!!

⁌ Aan de andere kant worden we ook niet moedeloos vanwege alles waar we nog tekort in schieten. Kijk dan naar het Mysterie [het wonder] van de Verlamde.
Paulus leert ons niet dat wij onszelf dienen te transformeren, maar dat wij een metamorphose dienen te ondergaan, dat ‘Christus‘ ons zal transformeren.
Gericht op de geroepene – heel persoonlijk: Jij dient jezelf niet te veranderen, maar je wórdt veranderd !!! …
Stop dan alle pogingen om van jezelf een beter mens te maken dan je al bent en die doet wat God wil. Al je tekortkomingen en gebreken waar jij telkens weer tegen aan loopt:
Erken dat jij dàt niet kunt veranderen, maar vraag Gód dat in jou te doen… door Jezus en zijn Geest !“.
Blijf dat onvermoeibaar aan God vragen, ‘Hij’ gáát met je aan het werk;
‘Hij’ zal je steeds méér laten worden wie je bent.

⁌ En als je daarbij tekort schiet en kopje onder gaat, struikelt.
Ook daarbij behoef je niet de Hoop op te geven.
Gods Woord leert ons eerlijk te laten kijken naar onze onvolkomenheden en vergeving te vragen. De Geest leert ons dat door het Woord van God, door de pedagogie van onze Heer, Jezus Christus, Die ons zal verlossen en heeft vrijgekocht van alle afkeuring, smet.

Zo geeft God ons een persoonlijke plaats in Zijn ruimte, in Zijn Hemels Koninkrijk; in de ruimte van Zijn Barmhartigheid.
In een levenslang proces van vergeving en vernieuwing en al dat schone wat Hij in ons gelegd heeft toen Hij ons schiep, en gezekerd heeft in Jezus Christus, dàt zal Hij tevoorschijn roepen.
Nu nog stukje bij beetje, steeds iets meer en straks helemaal af, een nieuwe  Hemel en een nieuwe aarde, het Hemels Koninkrijk.

3.]. Al doende leer je in de praktijk wat God’s Wil is.
De omvorming, de verandering, metamorphose of transformatie van binnenuit werkt door naar buiten toe. Hoe weet je of de mens doet waarvoor hij gemaakt is?
Echt niet uit mooie woorden – een preek met prachtige theorieën, maar uit  door het te doen.
    Want dit Gebod, dat ik u heden opleg, is niet te moeilijk voor u en het is niet ver weg. 
Het is niet in de Hemel, zodat gij zoudt moeten zeggen: ‘Wie zal opstijgen ten Hemel, het voor ons halen en het ons doen horen opdat wij het volbrengen?’.
En het is niet aan de overkant van de zee, zodat gij zoudt moeten zeggen: ‘Wie zal oversteken naar de overkant van de zee, hèt voor ons halen, en hèt ons doen horen opdat wij hèt vol-brengen?
Maar dit woord is zéér dicht bij u, in uw mond en in uw hart, om het te volbrengen.
Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwade:
‘Doordat ik u heden gebied de Heer, uw God, lief te hebben door in zijn wegen te wandelen en zijn geboden, inzettingen en verordeningen te onderhouden, opdat gij leeft en talrijk wordt en de Heer, uw God, u zegene in het land, dat gij in bezit gaat nemenDeut.30: 11-16.
Je denken, je ervaren [voelen] en je wil zullen vernieuwd worden.
Dàn kun je onderscheiden wat God wil en het in de praktijk testen.
Dat woord testen in de praktijk gebruikt Paulus: de Kerk is de tuin, de proefperiode van de Heilige Geest. Wij zijn de proefpersónen die door ons praktische leven mogen laten zien Wie God wel niet is.
Wij Christenen mogen het als een eer beschouwen dat wij God’s Wil in de praktijk mogen brengen! Met alle vallen en opstaan, maar toch echt proefondervindelijk praktiseren.
Door die praktijkervaring leren we dat het ècht klopt:
Onze God is een waarachtige God, Hij is goed en Hij heeft de mensen lief.
Wàt God wil dat is het goede, het welgevallige en het volledig mens zijn, naar hart en nieren. Goed, aangenaam, gaaf; dàt blijkt voor onszelf en voor de mensen om ons heen.

In het vervolg van zijn brief geeft Paulus daar praktische voorbeelden bij.
De verandering die God in ons werkt die werkt door in al onze relaties:
– in relatie tot onszelf:
    Want krachtens de Genade, Die mij geschonken is, zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het Geloof, Dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeldRom.12: 3.
– in de relatie tot de [kerk-]gemeente:
    Want, gelijk wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden niet alle dezelfde werkzaamheden hebben, zo zijn wij, hoewel velen, een Lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander.
Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de Genade, die ons gegeven is: Profetie, naar gelang van ons Geloof; wie dient, in het dienen; wie onderwijst, in het onderwijzen; wie vermaant, in het vermanen; wie mededeelt, in eenvoud; wie leiding geeft in ijver; wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheidRom.12: 4-8.
Samen vormen we één Lichaam, we krijgen gaven om elkaar te ondersteunen en op te bouwen. Wij hebben elkaar nodig! God maakt dat wij dàt ook willen, dàt we samen één gemeente vormen, dàt we elkaar aanvullen en dienen met de mogelijkheden die we hebben gekregen.
De gemeenschap is oefenplaats voor de nieuwe gezindheid die God ons geeft, teneinde er vervolgens mee naar buiten te treden.

– God verandert mensen, dàt blijkt in de relatie tot elkaar en tot de mensen om ons heen:
    De Liefde zij ongeveinsd. Weest afkerig van het kwaad, gehecht aan het goede.
Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld, in ijver on-verdroten, vurig van geest, dient de Heer.
Weest blij in de Hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid.
Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet. Weest blij met degenen, die blij zijn, weent met degenen, die  wenen. Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige. Weest niet eigenwijs.
Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, Vrede met alle mensen. Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: ‘Mij’ komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer. Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwaad door het goedeRom.12: 9-21.
Het nieuwe leven dat God geeft bruist op vanuit de Liefde van God en bewijst zich in liefde naar elkaar en naar buiten. Die liefde bestaat in oprechtheid, onderscheidingsvermogen, innigheid, respect [hoogachting], enthousiasme, standvastigheid, vrijgevigheid, gastvrijheid, goedheid, sympathie, eensgezindheid en nederigheid…

Jezus Christus, Hij is gisteren en vandaag en tot in eeuwigheid

Je ziet Christus, onze Verlosser voor je ogen opdoemen.

Zó wil God ons leven veranderen, nu al met een waarachtig begin. Niet meer aangepast aan deze tijd en waar wij mensen allemaal maar achter aan rennen, maar Hij verandert ons naar Wie onze Heer en Verlosser is.
Hij komt je tegemoet, jij mag Hem ontvangen en vervolgens komt Hij door ons heen naar buiten. Onze woorden zijn eigenlijk Zijn woorden, onze blik is eigenlijk Zijn blik.
Ons luisterend oor is eigenlijk Zijn luisterend oor.
Onze arm om de schouder van de ander is Zijn arm om de schouder.
Onze waarachtig menselijk voorkomen is Christus!
Hij straalt van je gezicht af, maar dat komt omdat Hij woont in je hart en
je van binnenuit verandert door Zijn Heilige Geest!

Apolytikion     tn.5.
Komt laat ons bezingen en aanbidden
het met de Vader en de Geest mede-eeuwige Woord,
Dat om ons te verlossen uit de Maagd geboren is.
Want Hij heeft het op Zich genomen
Zijn Lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren,
Om door Zijn Roemrijke Opstanding
de doden op te wekken
”.


Kondakion     tn. 5.
“ Ter helle zijt Gij neergedaald, mijn Heiland,
en in Uw Almacht hebt Gij de ijzeren poorten gebroken.
Al Schepper hebt Gij de gestorvenen opgewekt;
de prikkel des doods vernietigd,
en Adam van de vloek bevrijd, o Menslievende.
Daarom roepen wij U allen toe: Heer, red ons
”.


Theotokion     tn.5.
  Gij zijt in waarheid de cherubijnentroon,
want in U heeft het Woord woning genomen Alreine
en is in het vlees uit U voortgekomen.
Om ons heeft Hij het kruis ondergaan en
heeft Hij als God de Opstanding geschonken
Om onze natuur te verheerlijken.
Vraag voor ons om vergeving van zonden
”.