11e Zondag na Pinksteren – Zondag van de onbarmhartige slaaf [dienaar] – oordelen en veroordeeld worden, geven en vergeven worden.

De onbarmhartige schuldenaar

    Daarom is het Koninkrijk der Hemelen te vergelijken met een koning, die afrekening wilde houden met zijn slaven.
      Toen hij begon te rekenen, werd een voor hem geleid, die tienduizend talenten schuldig was. Omdat hij niet bij machte was te betalen, beval zijn heer hem te verkopen, met zijn vrouw en kinderen en al wat hij bezat, opdat er betaald kon worden. De slaaf wierp zich als smekeling ter aarde en zei: ‘Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen’.
De heer van die slaaf kreeg medelijden met hem en hij liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt.
      Toen die slaaf wegging, trof hij een zijner medeslaven aan, die hem honderd schellingen schuldig was, en hij greep hem bij de keel en zeide: Betaal wat gij schuldig zijt. De medeslaaf nu wierp zich voor hem neer en bad hem dringend, zeggend: ‘Heb geduld met mij en ik zal u betalen’. Doch hij wilde niet, maar ging heen en zette hem gevangen, totdat hij het verschuldigde zou betaald hebben.      Toen nu zijn medeslaven zagen, wat er gebeurd was, werden zij zeer verdrietig en gingen hun heer al wat er gebeurd was, mededelen.
      Toen ontbood zijn heer hem en zeide tot hem: ‘Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, daar gij het mij dringend hadt gevraagd. Hadt ook gij geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ook ik medelijden had met u?’.      En zijn meester werd toornig en gaf hem in handen van de folteraars, totdat hij hem al het verschuldigde zou betaald hebben.
      Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeftMatth.18: 23-35.

de Genade en Vrede van God en van onze Heer Jezus Christus

      Genade zij u en Vrede van God, onze Vader en van de Heer Jezus Christus. Ik dank God te allen tijde over u, vanwege de Genade Gods, die u in Christus Jezus geschonken is; want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem: in alle woord en alle kennis, gelijk het getuigenis aangaande Christus onder u bevestigd is, zodat gij ten aanzien van geen enkele Genadegave te kort komt, terwijl gij uitziet naar de Openbaring van onze Heer Jezus Christus.
Hij zal u ook bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Heer Jezus Christus1Cor.1:3-9.

Uit den Hoge zijt Gij neergedaald, Barmhartige om ons van het lijden te bevrijden”.

Wanneer je de Pedagogie Christus opneemt als richtlijn voor jouw leven – worden er je dwingend diepgaande begrippen onder de aandacht gebracht.  Soms ontmoeten we vragen welke voortkomen uit de gedachten van anderen, zoals vandaag de apostel Petrus, degene die Hem heeft beleden als zijn Koning en God. Herinner je het Mysterie van de [Orthodoxe] doop, waarbij je tevens hebt verklaard dat je jezelf bij Christus hebt aangesloten.
    Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.
            Toen kwam Petrus bij Hem en zei: ‘Heer, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zei tot hem: ‘Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaalMatth. 18: 22-23.

Vertrouwen op Gods Genadegaven

God vernedert Zichzelf en komt als Barmhartige tot ons om ons van ons lijden te bevrijden. God wil gewoon niet dat wij mensen, maaksel van Zijn hand, voor Hem verloren gaan en zeker niet wanneer het om onderlinge verhoudingen gaat.
God is Liefde en Hij verwacht dat Zijn kinderen op dezelfde wijze met elkaar omgaan.
      Zo bestaat bij uw Vader, die in de Hemelen is, de Wil niet, dat een van deze kleinen verloren gaat. Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen. Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen. Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa. Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de gemeente. Indien hij naar de gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaarMatth. 18: 14-17.

Er blijkt dus voor ons mensen, wie we ook zijn, een noodzaak te bestaan jezelf te vernederen teneinde van binnen – in ons hart – een diepgaand begrip te krijgen wat ons nu eigenlijk werkelijk beweegt:  Soms komen we wezenlijke vragen tegen die voortkomen uit onze gedachten of vragen, die anderen ons stellen, teneinde inzicht te krijgen in datgene wat ons verheft of vernedert; het kan immers zo maar het tegenovergestelde zijn dan wij voor ogen hebben en onszelf méér kwaad dan goed doen.
1.]. “Gij zult naast God uw naaste liefhebben als uzelfMatth.22: 39.
God, Die de mensen liefheeft vraagt ons eveneens liefde op te brengen voor de ander, wie dat ook mag zijn.
Christus heeft ons tevens gezegd: “Niet allen vatten dit Woord, alleen zij, aan wie het gegeven is. Er zijn immers gesnedenen, die zo uit de moederschoot geboren zijn, en er zijn gesnedenen, die door de mensen gesneden zijn, en er zijn gesnedenen, die zichzelf gesneden hebben, ter wille van het Koninkrijk der hemelen. Die het vatten kan, die vatte hetMatth.19: 11,12.

Laat de kinderen tot Mij komen” Luc.18: 16

Vervolgens roept hij de kinderen bij zich.
Een kind is namelijk onbevooroordeeld, is onpartijdig, heeft zich voorafgaand nog geen mening gevormd; zij staan ‘open’ voor veranderingen.
2.].  Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijnLuc. 14: 26.
Is het hier eveneens God, Die ons vraagt te haten?          
Bij een oppervlakkige weergave van teksten ontdek je hoe er vanuit een bepaalde manier waarop iemand iets waarneemt een tegenspraak kan ontstaan; echter een ‘juist‘ begrip zal ons aantonen, dat deze teksten elkaar aanvullen en niet tegenstrijdig zijn. Want God is goed en Hij doet wonderen en alleen Hij heeft de redding van alle mensen en het bereiken van het Hemels Koninkrijk voor ogen. God heeft echter een inzicht op hoger niveau, Hij overziet de menselijke eenvoud en streeft naar een leeromgeving waar Zijn volgelingen uitgerust worden met vaardigheden op meerdere niveaus.
God heeft het totaal niet nodig om verwantschapsverhoudingen te sussen ten koste van de eenvoudigen, noch de relatie tussen familieleden te bevestigen ten einde het eeuwige Heil te bereiken. Hoewel Hij ogenschijnlijk onenigheid oproept, vraagt hij ons om onszelf als mens te haten en elk verlangen naar het kwaad te veroordelen, niet onze aardse gehechtheid aan te tonen, en niet langer de grillen van onze ziel te volgen, maar de positie in te nemen van een eerlijk en oprecht zelfbewustzijn, m.a.w. zelfbestuur. Hij vraagt ons om kritisch ten opzichte van onszelf te zijn en nederig van hart. In deze geven deze ogenschijnlijk tegenstrijdige verzen ons een inzicht in het zelfde, maar vanuit een verschillende windrichting, een hoogstaand geestelijke niveau.

de tegenstrever

De tegenstrever gebruikt dit soort tegenstrijdigheden eveneens als wapen om de mensheid op het verkeerde been te zetten.
Het bewijs hiervan tekent zich al af wanneer onze Heer en Meester Zich zojuist door Johannes de Doper heeft laten bevestigen, door degene met de stem, die roept in de woestijn: “  Bereidt de weg des Heren, maakt recht Zijn padenMarc.1: 3.

Verzoeking van de Heer

De satan wordt namelijk geconfronteerd met de Heer der Heerlijkheden, Die Zijn Goddelijkheid inborst in het verborgene draagt, het Mysterie van de menswording. Dit verstoort de duivel en trekt hem aan tot tegenactie.
De aan de aarde gebonden en in de war gebrachte mens probeert hij te verleiden met een heel aantrekkelijk menselijk argument:
Indien je zo verheven bent; indien je kind van God bent”.
Dit geeft de boosaardigheid van de satan weer, hij streelt de mens in z’n vermeende verheven positie, in de positie, die hij zichzelf ‘eigen’ heeft gemaakt, zich verheven te voelen boven de ander.
De duivel verstoort verlossing zoals deze tot Christus zei: “ Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan naar beneden; er staat immers geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u, en op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot”.
Maar Jezus zei tot hem: “Er staat ook geschreven: Gij zult de Heer, uw God, niet verzoekenMatth.4: 6,7. En Marcus zegt dan: “    Hij was bij de wilde dieren [in de woestijn] en de engelen dienden Hem.    En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galilea om het Evangelie van God [de Vader] te prediken en Hij zei:  ‘De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het Evangelie’Marc.1: 13-15.
De Liefde Gods werd door de tegenstrever aangerand, de satan probeerde de Heer te misleiden, Die ons een juist begrip bijbrengt van de Blijde Boodschap.
Je kunt niet zo maar een bijbels begrip uit z’n verband rukken. Teneinde inzicht te krijgen in de Blijde Boodschap dien je deze van kaft tot kaft bestuderen. Het belangrijkste is de geest van het geheel en niet een eenzame tekst, want:
    als medewerkers [Gods] vermanen wij u ook de Genade van God niet tevergeefs te ontvangen, 
want Hij zegt: ten tijde van het welbehagen heb Ik u verhoord en ten dage van het heil ben Ik u te hulp gekomen; zie, nu is het de tijd van het welbehagen zie, nu is het de dag van het Heil.
       Wij geven in geen enkel opzicht enige aanstoot, opdat onze bediening niet gesmaad zal worden, maar wij doen onszelf in alles kennen als dienaren van God2Cor.6: 1-4a.

We bedoelen -hier- letterlijk
de Liefde tot God en tot de medemens, de naasten; het gaat om de inhoud van de Goddelijke Boodschap en niet
om het een of andere door de wereld gedefinieerde studie of de wetenschap van het menselijk lichaam.
Het voor ons geopenbaarde is niet zo eenvoudig en wordt ons niet zo maar terloops eventjes gezegd, maar het biedt ons een door God georkestreerde mogelijkheid. Ons wordt een mogelijkheid aangeboden welke ons gunstig en positief beïnvloedt – het openbaart ons de twee wijzen waarop wij grip kunnen krijgen op de door Hem bedoelde Boodschap.
1.]. Het oppervlakkig begrip: Je haalt een aantal verzen aan en probeert ze in hun samenhang te verenigen en uit te wisselen en zoekt datgene wat afwijkt van de eigenschappen die iedere mens heeft [het aan de wereld gebonden zijn].
Het totaal legt men terzijde en bouwt vervolgens op wat men wil, teneinde tot de eigen overtuiging te komen en komt als het ware tot een valse overtuiging en probeert dit met zichzelf te verzoenen. Dat is wat de tegenstrever doet: ‘hij bemiddelt in de vervalsing van het oorspronkelijk mensbeeld – hij ontkracht het geslapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis’.
2.]. Het gedegen, diepgaand en grondig begrip:  Het uitgangspunt hierbij is de oorspronkelijkheid, het bereiken van de naakte Waarheid, dat is de Geest van Christus. Het humanisme is daarentegen bereid om haar eigen grote tevredenheid te ondergaan, zelfs wanneer die in strijd is met de persoonlijke wensen [zelfbeschikking over leven en dood].
De enige manier om de oorspronkelijke weg te gaan is om alle verzen van de Blijde Boodschap in z’n geheel te bezien, als een geïntegreerd geheel, dat er geen onderdeel daarvan wordt afgescheiden. 
Dit kan alleen plaats vinden zonder toevlucht te nemen tot de eigen interpretatie van mijn persoonlijke verbeeldingskracht of door woorden te manipuleren of de betekenis ervan te verkrachten . . . . . [Dit proces is door Thomas van Aquino in gang gezet; hij wist het zelf wel, beter dan de oorsronkelijke Kerk].
Dit is allemaal noodzakelijk voor de persoonlijk christelijke inzet, toewijding en integriteit welke zijn grenzen niet kent. Dit alles met een volledig bewustzijn van de vreze Gods, welke haar dezelfde rechtvaardigheid meegeeft – met inbegrip van een permanente beoordeling van wat als overeenstemming heeft bereikt, of men bijvoorbeeld niet het een of andere aspect heeft gemist  – en bovenal – in de aardse gebondenheid over het hoofd heeft gezien en dus de bereidheid tot aanpassing van de conclusie zal kunnen leiden.

de Russisch Orthodoxe Kerk, zoals deze alleen bekend is bij ingewijden, afb. Igor Hofbauer, Le Monde.

Dit zelfinzicht, is precies de aanpak van de vroeg-christelijke [Orthodoxe] Kerk; De Griekse naam orthodox betekent letterlijk “rechtgelovig”, het ‘ware Geloof’ behoudend. De vroeg-christelijke [Orthodoxe] Kerk  is daarom in de eerste plaats een liturgische en [aan-] biddende Kerk; de doctrine en ethiek kunnen alleen binnen de context van deze Goddelijke aanbidding worden uitgelegd, of, zoals de eminente orthodoxe theoloog George Florovsky dit uitdrukte:
Het christendom is een liturgische religie’.
Het gaat daarbij om de rechte gedachte en het waarachtig Geloof in datgene wat onze Heer, verwijzend naar Zijn Vader, ons via de Heilige Geest als Blijde Boodschap heeft willen meegeven.
Hoewel we menen dat de gemeenschapszin met veel verzen tegenstrijdig zou zijn dwingt het ons om met gebruik van de totale Goddelijke Boodschap een verzoening te bewerkstelligen en bepaalde verzen van de Boodschap tot vereniging met haar doelstelling te bewerkstelligen.

farizeeën & sadduceeën
en het verborgen manna, Bol.com

Dit inzicht – het met de oorspronkelijke betekenis op de loop gaan, het ondermijnen, bewust verkeerd toepassen, aantasten en besmetten was aanwezig bij de sadduceeën en farizeeën. De sadduceeën [Hebr.: צְדוּקִים Ṣĕdûqîm, Gr. Koinè: κοινὴ, gebruiken] waren aristocraten, inclusief aristocratische priesters, die de mozaïsche wet volgden, maar niet de relatief nieuwe “tradities” van de farizeeën. De Joodse bevolking diende – aldus leerden zij, de wetten van het Oude Testament onvoorwaardelijk te bewaren en werden daarom [in hun absolute rechtlijnig wettisch denkpatroon] dom gehouden – ‘doof’ en niet ontvankelijk voor de werkelijke boodschap van Gods Liefde en waren gericht op wereldse grondbeginselen; hun meningen en denkbeelden werden bewust verkeerd toegepast. Het juiste begrip van God’s Woord werd verblind en zo bestrafte de Heer der Glorie hen, zeggend:
  Dwaalt gij niet daarom, dat gij de Schriften niet kent noch de Kracht van God?Marc.12: 24, want hun inzichten waren in het geheel niet zo goed – als gevolg van hun ‘eigen smaak‘.  Zij lieten zich niet beperken door het Woord des Heren, waren harteloos en in feite zonder enige betekenis. Christus ‘toon’ stond hen niet aan en ‘Zijn stijl en houding betreurden zij’.
Daarom is het dat het ons christenen, die de vroeg-christelijke [orthodoxe] beweegredenen volgen, die Christus volgen de Blijde Boodschap op de juiste wijze te bestuderen om te voorkomen dat de duivel ons bedriegt. Bedriegers zijn in deze wereld in staat zich zelf te ontpoppen als grootmachten van het algemeen Heil en het algemeen begrip van de Blijde Boodschap aan te tasten, die het richtsnoer vormen van de vroeg-christelijke [orthodoxe] Kerk.
Het basisbegrip vindt toepassing op talrijke gebieden, maar veelal beperken zij zich tot drie modellen: de centrale geldvoorziening, de grip op de organisatie en het vergroten van hun positie in de organisatie door de organisatie met leningen op te zadelen. Zij verwerven zich tevens van een reputatie, die hen belangrijk maakt op het gebied van vermeende noodzakelijke internationale contacten.

Wat is de betekenis van het Woord ‘redding’?
1.]. Redding is dat de mens zich ontdoet van de slechte staat waarin hij verkeerd en die hij zich laat welgevallen, dat kan z’n redding zijn:
1a.]. redding kan zowel lichamelijk, fysiek of psychisch zijn: – zoals verlossing van vijanden of van  besmettelijke- en alledaagse ziekten, hongersnood of perioden dat het economisch slecht gaat, zgn. financiële crises . . . . . . . etc. Zoals de verlossing van verdriet [kommer] en kwel vanwege het verlies van een geliefde, of omdat men blootgesteld is aan vernedering of smaad of de ontkenning van vermeende machtige posities  . . . etc.
2.]. Redding is dat de mens geestelijk verlost wordt: – zoals de redding van de macht van de satan en zonde, de hoogmoed en het zelfvoldaan zijn,  zich als mens als god beschouwt, hetgeen  verdeeld is in twee delen: – 

Ten eerste: de tijdelijke redding van mijn ziel: In de huidige wereld, de verlossing redding van verzoekingen van de duivel en de redding van de erfelijke zonden zoals die ons als mens door onze voorvaders [ingebakken] via Adam is overgedragen, beter gezegd, waar we zelf aan toegegeven hebben.
En voor het overige genieten van de Goddelijke afstamming en daarmee worden blootgesteld aan de bijbehorende tegenslagen en opnieuw in zonde vervallen, die nu eenmaal automatisch door tegenslagen worden opgevolgd en ons niet langer inspannen ook maar iets te doen aan de terugkeer naar de oorspronkelijke staat, het evenbeeld te zijn van God. De situatie waarin men verkeerd wordt als normaal beschouwd en kan worden opgevolgd door het vasthouden aan de zonde, wegzinken in deze gelukzaligheid en zich toch wel verlost achten door Christus’ bloed.
  Ten tweede: de redding van mijn ziel zonder of met weinig inhoud: de definitieve bevrijding van de aanvallen van de duivel en van alle zonden, daar naast van al de materiële, fysieke en psychologische pijn, die wij ervaren wordt slechts verdragen.
De overgang naar de situatie van permanente gelukzaligheid, met Christus, zal eerst voor eens en voor altijd plaatsvinden wanneer we naar de hemelse gewesten zijn overgegaan. We kunnen –hier en nu– in het ondermaanse toch niet tegen die verleidingen op, maar wanneer wij christenen opstijgen naar het beoogde verheerlijkte lichaam en naar lichaam en geest bekleed zullen worden met het hemelse dán zal het Mysterie z’n beslag krijgen. Met andere woorden, wij zijn gedoopt en noemen ons volgeling van Christus en hebben als zodanig tòch niets te verliezen, er bestaat geen mogelijkheid om tot verderf te vervallen, want ons is voorzeker blijvend een betere onsterfelijke gesteldheid voorzegd. 

Hoe verkrijgen we deze eeuwige redding, deze betere onsterfelijke gesteldheid?
Deze betere onsterfelijke gesteldheid, dit eeuwige Heil wordt door de vroeg-christelijke [orthodoxe [Kerk] als zeer kostbaar geacht, omdat de zonde – een eigenschap is, die we persoonlijk van onze voorouders als nalatenschap hebben meegekregen – het is zeer ongunstig en gevaarlijk en wordt uiteindelijk bestraft met de dood en veel van onze zonden, zijn derhalve ook tijdens ons leven vele malen gedoemd om tot de dood te leiden.
Deze nietsontziende gesteldheid is niet alleen de dood van het lichaam, maar het is de eeuwige kwelling van zowel lichaam als ziel in het eeuwige vuur. Dit wordt zo omschreven omdat het hier gaat vanwege het voor eeuwig ontbreken van de Goddelijke zorg.  Zowel het lichaam als de ziel behoren tot de eenheid, die God bedoeld heeft en zijn deelgenoot aan alle menselijke lichamelijke of geestelijke inspanning om haar levensopdracht te vervullen. Aldus is het voor de mens hoe dan ook onmogelijk geweest om deze zaligheid te verkrijgen.
Maar God – heeft in ‘Zijn Goddelijke Barmhartigheid‘, die zonder grenzen is – toegegeven en ons vlees aangenomen, dat tot de dood veroordeeld was en in alles is Hij door Zijn Zoon aan de mens gelijk geworden behalve in de door Hem verafschuwde zonde.

Christus, Hogepriester
+ 7 kandelaren, Trier

    Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze [als wij] verzocht is geweest, doch zonder te zondigenHebr.4: 25;
      Immers, zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: heilig, zonder schuld of smet, gescheiden van de zondaren en boven de hemelen verheven; Die niet, gelijk de hogepriesters, van dag tot dag eerst offers voor zijn eigen zonden behoeft te brengen en daarna voor die van het volk, want dit laatste heeft Hij eens voor altijd gedaan, toen Hij Zichzelf ten offer brachtHebr. 7: 26;
      En van wie heeft Hij een afkeer gehad, veertig jaren lang? Was het niet van hen, die gezondigd hadden en wier lijken in de woestijn lagen? Aan wie anders zwoer Hij, dat zij tot Zijn rust niet zouden ingaan, dan aan hen, die ongehoorzaam geweest waren?Hebr.3: 17,18;
      Want elk huis wordt door iemand gebouwd, maar de Bouwmeester van alles is God. Nu was Mozes wel getrouw in geheel zijn huis als dienaar om te getuigen van hetgeen gesproken 
zou worden, maar Christus als Zoon over Zijn huis. Zijn huis zijn wij, indien wij de vrijmoedigheid en de Hoop, waarin wij roemen, tot het einde onverwrikt vasthoudenHebr.3: 4-6.
God heeft dus via de dood van Zijn eengeboren Zoon betaald voor de zonden van de mens. Hij heeft genoegdoening gegeven voor iedereen van Adam tot de gehele mensheid en tot in de eeuwigheid verduren wij met Zijn dood aan het Groot en Heilig Kruis, waardoor Zijn bloed aan het Kruis is vergoten als de boetedoening voor de zonden van de gehele wereld.
De dood van God, de Zoon onder ons mensen heeft niet tot gevolg gehad dat de Theologie eveneens teniet is gedaan. Het betekent de dood van de menselijkheid – die door de Theologie vleesgeworden is, die Hem heeft verheerlijkt en degenen die Hem wagen te beledigen en te vernederen , Die de allergrootste Waardigheid toekomt – niet alleen de dood van de mensheid teniet doet maar dit duivels werk theoretisch toegeschreven als een verzamelde Eenheid, de satan teniet doet. 

  • Het Goddelijk Heil en de Goddelijke verlossing worden dus duur betaald, nochtans kan Één door -het slechts af te kopen- alle middelen van bestaan verkrijgen om de mensheid te verlossen, dus heeft God heeft dit de volkeren gratis en voor niets ter beschikking gesteld. Net zoals God het de eerste mens Adam gratis en voor niets het overdadig weelderige Paradijs ter beschikking stelde.
    De omstandigheden verschillen in niets ondanks Zijn Achtenswaardige positie heeft God ons de zaligheid in de eeuwen der eeuwen -‘om niet’- ter beschikking gesteld, maar Hij stelde wel de voorwaarden op.
    Zijn benadering ten voorbeeld voor de mensen is dat er geen tegenstrijdigheid is tussen het onderwijs wat Hij de mens meegaf en de voorwaarden, die Hij nu als steun aan Zijn onderwijs toevoegt. Ook in onze hedendaagse periode behoeven wij geen cent te betalen voor deze Pedagogie, Die Hij ons ter beschikking stelt.
    En dat onderwijs is geen ellende die Hij achterlaat, maar een systematisch gebeuren met voorwaarden, zoals het invullen van een formulier en het vervolgens bijhouden van de lessen, die je dient te volgen – God laat je volkomen vrij.  Je mag je huiswerk doen en eventueel examen doen [beproefd worden].
    Je krijgt geen officieel diploma of certificaat – ondanks de fouten die je gemaakt mocht hebben, niet voor degenen die in Zijn gemeenschap [de Kerk] aanwezig zijn en zij die het hebben laten afweten. De uiteindelijke prijs, die je kunt ontvangen is niet afhankelijk van of je nu een persoon bent, die zich voornamelijk bezighoudt met dingen die je graag doet [behalve de negatieve werken van een bewust manipulator], Hij is voor iedereen loyaal; Hij maakt geen onderscheid tussen zondaars en tollenaars.   
  • Het door God ontworpen kunstwerk van het Heil, waarvoor Hij het systeem en de voorwaarden ook Zelf vast heeft gesteld is de Heer en de heerlijkheid Zelf:
        Eén is Heilig, éen is Heer, Jezus Christus, tot heerlijkheid van God de Vaderuit de ‘Goddelijke Liturgie van Johannes Chrysostomos’.
    Hij gaf dit aan Zijn volgelingen en de apostolische opvolging mee en voltooide dit door Zijn Heilige Geest op de mensheid te laten neerdalen om hen in regelmaat en beschikking overeenkomstig Zijn Wil te begeleiden en op te vangen.
    Dit systeem is door de Heer der heerlijkheid, door God Zelf ingesteld en wordt Zijn Lichaam ‘de Kerk’ genoemd, los van datgene wat de mensen er in de loop van de eeuwen zelf van gemaakt hebben.
  • Wat het onderwerp van het heil betreft verstrekte de Heer der Heerlijkheid Zelf en gaf Hij dit aan Zijn volgelingen mee en maakte dit door Zijn gezonden Heilige Geest af om hen te blijven volgen en de Kerk daarmee volgens een bepaald systeem op niveau te brengen.
    Dit systeem door God in Zijn Kerk, Zijn Lichaam vastgesteld en is: – de “rituele Kerk, opnieuw verwoord in een Griekse woord “Ekklesia” [Gr: εκκλησία], oorspronkelijk het concept van de vergadering, die overeenkomt met het Spartaanse “Apella” , waarbij burgers, inwoners van de stad politieke rechten hadden, zich verzamelden en de vergadering bijeengeroepen werd om beslissingen voor de gemeenschap te nemen.  De Kerk heeft deze beschrijving behouden omdat het tevens een oproep doet om haar samenstelling en beoogd resultaat daarvan te behouden. In het verloop van de geschiedenis is deze term eveneens in zwang geraakt om de ‘autocefale’ [de organisatie per land of groep landen] kerkelijke macht, die in een land kan ontstaan te benoemen.
    De Kerk wordt aldus geacht de wijze te formeren waarop Christus Zijn volgelingen, voor het eerst in Antiochië ‘Christenen’ genoemd, aan voorwaarden verbindt, waarop zij krijgen ‘de vrij gekozen redding‘ verkrijgen.
    ‘Het Ware Geloof’, ‘de Waarachtige Doop’, de Bekering, een juiste erkenning zoals het christendom in de christelijke levenshouding en het priesterschap vorm wordt gegeven. Evenals de huwelijksverbinding is ook deze Goddelijke verbintenis, zoals een mens door God bedoeld is om mens te zijn, want indien we zonder deze invulling het Heil van het Hemels Koninkrijk willen bereiken wijken we van Gods beoogde opzet af. Er dient derhalve altijd sprake te zijn van transparantie en onderlinge communicatie.
  • De Satan en Zijn trawanten trachten ons daarvan te weerhouden, omdat onze christelijke redding betekent dat wij ons trachten te ontdoen van zijn macht over ons. Hij is degene, die dan ook alles in het werk stelt het systeem dat God heeft opgezet, om onze Verlossing te bewerkstelligen, onderuit te halen.
    De duivel [‘en zijn malle moer’] is de vijand van het geheel van de bewegingen van de Kerk en daarom wordt de strijd die gevoerd wordt – een oorlog, die  meedogenloze vormen aanneemt.

    ‘Machtstrijd’ Geestelijken bijeen op Kreta

    Het is in deze dan ook niet verwonderlijk dat met name, de hiërarchie van de Kerk, van de kant van de tegenstrever, de indringendste aanvallen kan verwachten. Daarom werden in de vroeg-christelijke [Orthodoxe Kerk] bisschoppen geroepen vanuit de asceten, mensen, die hun strepen verdiend hadden in hun gevecht tegen de vijand. Asceten afgeleid van ascese [Gr.: ἄσκησις] is het streven naar of het beoefenen van een reine levenswandel door ‘de eigen hartstochten en begeerten te beteugelen‘ en ‘zelftucht toe te passen‘. Het mag duidelijk zijn dat een dergelijke staat eerst na een lange beoefening van de godsdienstige praktijk, boetedoening en een zéér sober leven wordt bereikt en niet als eretitel wordt gedragen. Veelal verzetten dit soort nederige op zichzelf levende persoonlijkheden zich tegen de aanstelling tot een bisschopsambt; in onze tijd wordt dit nogal eens over het hoofd gezien.
    Vrijheid is immers geen vrij-zijn vàn-elkaar, maar vóór-elkaar. Als het goed gaat met mij ten koste van jou, gaat het echt niet goed met mij. Op een abstract niveau kan ik me losdenken van anderen, van de gemeenschap, de structuur en de dingen waaruit, waarvan en waarin ik leef; maar dat is abstractie.
    Concreet is een mens tot in zijn vezels, tot in z’n zijn diepste gevoelens, bepaald door een ‘wij’ dat verbindt. Dit betekent enerzijds dat wij andermans vrijheid niet mogen beschadigen, en anderzijds geen ‘vrij’ spel mogen geven aan wie onze vrijheid of die van onze medeburgers/kinderen/schapen probeert te ontkennen, ja te vernietigen door een ‘open‘ gesprek onmogelijk te maken. [Ik was het wel van plan, maar ik had het twee-en-een-half jaar lang zó druk].
    Dat er een ‘goede’ koers gevaren wordt die méér is dan een aller-individueelste vrijheid om anderen en een confrontatie te ontlopen.
    Het principe is dat leefregels gemeenschappelijk bezit zijn. Als wij zo denken over onszelf en over het [kerkelijke] wereldje waar wij goedschiks en kwaadschiks bijhoren, zullen wij niet gauw last krijgen van zogenaamde gevoelens van machteloosheid die dienen als camouflagenet voor gefrustreerde machtsdromen. Dat ik verantwoordelijk ben, wil niet zeggen dat ik hèt antwoord op de situatie heb, maar míjn antwoord. Het antwoord van wie ik ‘nu‘ ben met wat ik ‘nu‘ in huis heb, inclusief al mijn handicaps.

  • Logo AOKN

    We identificeren ons met een bepaalde groep of organisatie omdat die het beste aan ons zelfbeeld beantwoordt.
    We zien onszelf op een bepaalde manier en we zien dat een bepaalde gemeenschap het beste beantwoordt aan het beeld dat we van onszelf hebben.
    We kiezen dan voor de spiritualiteit omdat we graag één van die mensen willen zijn. Wij identificeren ons met een bepaald gedrag en een bepaald waardesysteem.
    Het identificatieproces is bekend; kinderen identificeren zich met hun ouders.
    Dat betekent dat kinderen allemaal dingen gaan nadoen die hun ouders ook doen, omdat ze graag op hen willen lijken. Ze hebben een ideaalbeeld van hun vader en hun moeder. Die zien allebei dingen die ze zelf nog niet kunnen en waarvan ze het prachtig zouden vinden als ze die ook konden doen.
    Een kind dat in veel dingen op z’n vader of moeder lijkt, wordt daarom automatisch gewaardeerd.
      Zo kan het ook met spiritualiteit gaan. Ik ontdek een op God gerichte groep met een spiritualiteit waarvan ik denk dat de waarden daarvan precies bij mij passen; daarom ga ik me met die groep identificeren. Nu kan het zijn die groep die ik kies het ook leuk vindt dat ik erbij wil horen; dat die groep mij daarom gaat waarderen.
    Laten we hierbij nu eens voor ogen nemen een groep waar de gerechtigheid centraal staat. Het gevolg van mijn kiezen voor gerechtigheid is, dat ik gewaardeerd wordt omdat ik tot de groep wil gaan behoren. Nu kan het voorkomen dat die twee zaken, de inhoud van mijn spiritualiteit en wat ik onbewust als resultaat binnenhaal op gespannen voet staan.
    Een gevolg kan zijn dat mijn kiezen voor spiritualiteit van de groep voortdurend ondermijnt wordt naarmate ik minder waardering ontvang. Daardoor zal ik in die gemeenschap allerlei problemen ontmoeten. Het kan dus zijn dat een bepaalde groep via identificatie dingen in mij bevestigt die in feite op gespannen voet leven met de inhoud van de spiritualiteit.
     Er is nog een andere ontwikkeling denkbaar. Die mogelijkheid komt ook in het proces van opvoeding voor. Mensen kunnen als doel van de opvoeding kiezen het zelfstandig maken van de medeburgers/kinderen/schapen. Hierbij kunnen toch nog weer andere, zelfs tegengestelde belangen een rol meespelen. Het streelt namelijk een bepaalde behoefte van sommige ouders wanneer hun kinderen afhankelijk blijven. Zo is het zelfs mogelijk dat ouders kiezen voor een opvoeding van medeburgers/kinderen/schapen tot onafhankelijkheid willen brengen, maar dat desondanks onbewust op het afhankelijk blijven van hen wordt aangestuurd. Dat waarvoor ouders/leidinggevenden/gezagsdragers kiezen wordt dan voortdurend ongedaan gemaakt door andere onbewuste verlangens en behoeften.
    Het eerste wat opvalt is dat er bij de ‘keuzevrijheid’ algemene normen gegolden hebben. Misschien zijn die er wel, maar persoonlijke voorkeuren hebben er volgens mij toe geleid dat deze en niet heel andere vormen van spiritualiteit geopenbaard worden. Ik merk mijn eigen voorkeuren, er zijn werken van de Heilige Geest waar ik ademloos bij stil sta, waarvan ik kippenvel krijg, en er zijn andere Genadegaven waar ik achteloos of verveeld aan voorbij ga.
      Wat is spiritualiteit en wat niet? Heeft iemand daar criteria voor? Dient ieder maar voor zich te besluiten wat daaronder valt en wat niet? Is er een algemeen houvast?
    Het spijt me maar bij sommige invullingen door geestelijk opgeleide personen wordt ik een beetje cynisch. Ik zie dat het hen aan lef heeft ontbroken, maar tegelijkertijd komt er een zinnetje in mijn oor van een Braziliaans pionier een romanschrijver, dichter, dramaturg en kortverhaal schrijver, Machado de Assis. Hij wordt weliswaar beschouwd als de grootste schrijver van de Braziliaanse literatuur en daardoor blijft het volgende mij boeien: “
    ambities met grote vleugels, die wind veroorzaken, enkel om te slaan“.
    Ik weet dat niet alleen het mooie maar ook het buitensporige een plaats kàn hebben in een gemeenschap; dat niet alleen het verhevene, maar ook het gedrochtelijke en laag-bij-de-grondse mij diep kan raken in een herkenning, die bevrijdend werkt; er zijn nu eenmaal banaal lelijke dingen, die mij alleen maar afstoten.
    Een besluit neem je niet vanuit het niets, je bent daar onbewust – sinds lang naar toe gegroeid; het hing in de lucht. Keuzen zijn nooit alleen van jezelf, omdat je tevens een product bent van een [christelijke] cultuur en van het huidige tijdgewricht. Je zet lijnen voort die al uitgestippeld waren, je slaat een weg in die al bestaat vóór je hem inslaat.
    Met een besluit hak je een knoop door; na zorgvuldige overweging valt de keuze: zodra je het doet, bestaat het niet meer. Nu dient er iets te gebeuren, want door te kiezen heb je ‘jezelf‘ op het spel gezet. Vanaf nu geen gestoei en geflirt meer met mogelijkheden – hier begint het ‘metterdaad’ willen – hier gebeurt iets nieuws, een nieuwe koers: praktisch en tastbaar. Wanneer het besluit een manier is om trouw te blijven aan jezelf ontstaat innerlijke continuïteit, ‘Je ne regrette rien!’.

– Vrij zijn is het uitoefenen van eigen autonomie, maar ‘naar boven toe’, door het goddelijke ben je zelf slechts in dienst en onderworpen aan het geheel waar je persoonlijk dienst van uitmaakt.
Het individu-op-zich, de medeburger/het kind/ het schaap, is los van de grote samenhang een abstractie. Individuele vrijheid op zich is dus even abstract, hoewel vrij kiezen [met de kreet: ‘Daar kies ik voor!’] soms ten onrechte gesteld wordt als iets wat je in je eentje doet, hopende dat de anderen en de jouw omringende gemeenschap niet te veel stokken in de wielen steken.
            Hieruit volgt niet dat medeburgers/kinderen/schapen alleen maar onvrij zijn, maar dat hun vrijheid bestaat in een grotere samenhang. Er zijn zelfs dingen die, boven alle kleinere gehelen en machtsblokken uit, àlle mensen met elkaar verbinden. Dat een mens vrij en uniek is, kan hij niet tegen de structuren en klippen op bevechten en bevestigen. Om vrij te zijn dien je je [bescheiden] plaats te kennen en die ‘ìn‘ te nemen. Door een betrouwbare partner, vader of collega te zijn, door je verantwoordelijk/aansprakelijk te voelen voor het geheel,  saamhorigheid, het steunen van anderen, het gevoel van verbondenheid, door vertrouwen te geven. Door ‘eigen‘ levenservaringen te delen met de komende generaties, zonder hen te willen beleren of te bekeren.
Nog ruimer gedacht ben ik een vrij iemand wanneer ik besef dat ik een plaats inneem in de verborgen samenhang van àl het bestaande; dat de solidariteit die mij oneindig overstijgt tegelijk in mijn binnenste aanwezig is. Deze visie helpt mij verder te kijken dan het kringetje van mijn gevoelens, mijn religieuze afkomst, financiële belangen en [kerk-]politieke belangen.
           Daarentegen is -‘het ontbreken van vrijheid‘- een onoprechtheid, een drijfveer die een mens een toonbeeld kan maken van een beheerder die het idee heeft geen fouten te maken, veelal kent deze zichzelf grote verdiensten [en inkomen] toe en leidt een alles behalve heldhaftig en ascetisch leven. Dit soort beheerders-attituden is in de westerse kerkelijke cultuur vanaf de middeleeuwen in zwang geraakt en heeft de waarachtige christelijke verlichting van medeburgers/kinderen en schapen onderuit gehaald. Bisschoppen werden wereldse heersers, noemden zichzelf ‘prinsen van de kerk’ en er zijn er nog maar weinigen, die dáár inzicht in hebben. Misschien is het daarom wel dat er zich zoveel vluchtelingen uit het midden-oosten door onze Heer naar de Lage Landen worden gebracht, teneinde de westerse gevallen staat tot origineel voorbeeld te zijn. Aardige bijkomstigheid is dat zij in het midden-oosten van rechts naar links schrijven/lezen, terwijl wij hier in het westen precies de andere kant op als culturele schrijf-, leeswijze hebben meegekregen. Misschien komt de inhoud van de tekst dan wel veel beter over, nog los van het feit dat het aan het Aramees is verwant.
            De grootste fout die de vorige eeuw in de Kerk gemaakt is/was die van het Vaticaans Concilie, er werd hierbij naar een grotere vrijheid van de medeburgers/ de kinderen, schapen gestreefd. Verandering, zoals die veelal van bovenaf wordt georkestreerd, creëert de eerste stap, die uiteindelijk uitloopt op overbelasting en organisatorische chaos, deze hebben zoals is gebleken een sterke weerstand ontlokt bij de gelovigen, die het meest getroffen werden – zij lieten zich uiteindelijk massaal uitschrijven. Grote en kleine wijzigingen dienen beetje bij beetje te worden doorgevoerd op de juiste tijdstippen. Grote en kleine wijzigingen dienen geleidelijk en op het juiste tijdstip te worden ingevoerd, de gevolgen van de ‘massale snelle‘ invoer zijn immers niet meer terug te draaien.
    Zal God dan zijn rechtvaardigen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en 
laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het Geloof [nog] vinden op aarde?Luc.18: 7,8.

Teneinde de medeburgers/ de kinderen, schapen niet in chaos te laten belanden, hen nog enig spiritueel comfort te bieden is geen beheerder/toezichthouder/bisschop in staat hen te besturen, het enige wat nu nog helpt is een beleid dat geleidelijke “verandering zonder ophef/ eigendunk” tot stand brengt, dit houdt veelal in dat we teruggrijpen op bestaande vroeg-christelijke structuren. In deze periode na de geboorte van de Kerk was er geen sprake van ‘eersten zonder gelijken’ [Πρώτα χωρίς ίση, أولا دون المساواة], die op zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen maar ondergeschikt en minderwaardig vonden. De Kerk, in het westen, welke nominatie je ook noemt, heeft al snel met het veranderingsproces dienen te leren omgaan om terug te schakelen en terug te grijpen naar oorspronkelijke begrippen.

  • De indeling van het door de kerkvaders aangegeven, getijden-gebed, is door de westerse kerk verworpen en deze vooruitgang is vals, omdat de manier waarop er heden-ten-dage geïmproviseerd wordt – niet de reden onderschrijft, voor de aanvaarding van het gebed, omdat “de mens in tegenstelling tot de vroeg-christelijke mens gerechtvaardigd naar huis terugkeert. Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd wordenLuc.18: 14.
  • Het oorspronkelijke gebed wordt niet verworpen, zoals blijkt uit het ‘Onze Vader’, hetgeen ons door de Heer Zelf is voorgehouden:
      Bidt gij dan aldus: ‘Onze Vader die in de Hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd; Uw Koninkrijk kome; Uw Wil geschiede, gelijk in de Hemel alzo ook op de aardeMatth.6: 9.
    De acceptatie of afkeuring om aldus te bidden – is wat de improvisatie betreft ten opzichte van het terzijde schuiven – te wijten aan de mate waarin het hart een rol speelt, teruggrijpend op Isaiah:  Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat
    zij leringen leren, die geboden van mensen zijn
    Matth.15: 8.
      Het offer der goddelozen is een gruwel, hoeveel te meer, als hij het met boze bedoeling brengt. Een leugenachtig getuige zal omkomen, maar een mens die luistert, zal zegevierend sprekenSpr. 21: 27,28.

    Henoch wordt door God opgenomen uit de volkeren naar Gods eeuwig Licht.

    ”      Door het Geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij aan God welgevallig was geweest; maar zonder Geloof is het onmogelijk [God] welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken. Door het Geloof heeft Noach, nadat hij een godsspraak ontvangen had over iets, dat nog niet gezien werd, eerbiedig de ark toebereid tot redding van zijn huisgezin; en door dat [Geloof] heeft hij de wereld veroordeeld en is hij een erfgenaam geworden van de  Gerechtigheid, Die aan het Geloof beantwoordtHebr.11: 5-7.
    De opbouw en samenhang van de Kerk is niet onderworpen aan de weersomstandigheden, er geen sprake van een door God [de Heilige Geest] gegeven Mysterie van de Doop wanneer deze niet wordt opgevolgd door de deelname, de ontmoeting in Het Mysterie van de Eucharistie [het van jongs-af-aan ontvangen van de bijbehorende communie] en de erkenning van Het Heilige. Dit is – volgens de ritus van de vroeg-christelijke Kerk onlosmakelijk met elkaar verbonden.  Wie niet naar de oorspronkelijke vroeg-christelijke catechese wil luisteren, luistert niet alleen niet naar Christus Lichaam [de Kerk], maar geeft ruimte aan de tegenstrever om ons te laten vallen en is de vernietiging nabij, dat is onvermijdelijk. 

Onze Heer sprak:  Ziet toe en wacht u voor de zuurdesem der Farizeeën en SadduceeënMatth.16: 6. Wij zijn een erfgenaam geworden van de Gerechtigheid, wij, die aan het Geloof beantwoorden en het is een solide boetedoening voor ons dat Jezus Christus, de vleesgeworden God, uit de doden is opgestaan en opgevaren is naar de Hemel en dat Hij weer zal komen om levenden en doden te beoordelen en dat Hij ieder individueel mens persoonlijk de beloofde beloning of eeuwige straf zal schenken. dat is reden genoeg om waakzaam te blijven voor al datgene wat nodig is om tot het Hemels Koninkrijk toegang te krijgen. De oproep van het goddelijke voor ieder mens, geen nominatie of culturele achtergrond uitgezonderd. “     Bekeert u en een ieder van u dient zich te laten dopen op de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave van de Heiligen Geest ontvangen. Want voor u is de Belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn zovelen als de Heer, onze God, ertoe roepen zalHand.2: 38,39.
      En Crispus, de overste der synagoge, kwam tot Geloof in de Heer met zijn gehele huis en vele van de inwoners van Corinthe, die hem hoorden, geloofden en lieten zich dopen. En de Heer zei in de nacht door een gezicht tot Paulus: ‘Wees niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet; want Ik ben met u en niemand zal het op u toeleggen om u kwaad te doen, want Ik heb veel volk 
in deze stadHand. 18: 8-10. En de Paulus en Silas zeiden tot de gevangenbewaarder:”  Stel uw vertrouwen op de Heer Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis. En zij spraken het Woord van God tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren. En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mee om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen; en hij bracht hen naar boven in zijn huis en richtte een tafel aan, en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis tot het Geloof in God gekomen was”. Hand.16: 31-34.
    Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden” Matth. 16: 6.
De werking van de Heilige Geest dient voor de gehele geloofsgemeenschap ervaarbaar te zijn; ook is spiritualiteit niet bij voorkeur weggelegd voor gevoelsmensen, zij lopen juist het gevaar oppervlakkig te blijven zolang zij iets ervaren; spiritualiteit ligt namelijk iets dieper dan het gevoelsleven.
De definitieve uitstorting van de Heilige Geest is gegeven voor de gehele Kerk en voor alle tijden. De Kerk heeft hele periodes van geestvervaging gekend, maar toch is er altijd voor ieder een mogelijkheid aangeboden geweest om te delen in de volheid van de Heilige Geest.
Deze realiseert zich via onderricht en bewuste bezinning op de pneumatologie van de Blijde Boodschap [= de leer van de Heilige Geest]. 

Het spreken vanuit de Heilige Geest en de manier van leven, die gericht is op het Geloof, dat daarmee samenhangt komt nog maar sporadisch in voor het christelijk leven of wordt in het kerkelijk leven ervaren. We dienen ons derhalve af te vragen hoe we de toegang daartoe weer een betekenis kunnen laten krijgen tot ons dagelijks bestaan. Christus leert door de ‘Geest der Wijsheid’ in het hart en opent het verstand tot de ‘Geest der Openbaring’ in het Woord.

De verkondiging bij Lucas spreekt de waarschuwing van het zuurdesem uit in het bijzijn van duizenden mensen, die bijeengekomen waren, zodat zij elkander verdrongen, tot de apostelen; dit heeft een reden iedereen  het mag horen.
Ook in de apostolische opvolging bestaat huichelarij, en zo zegt onze Heer:
    Er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden, en verborgen, of het zal bekend worden. Daarom, al wat gij in het donker gesproken hebt, zal in het licht gehoord worden en wat gij aan het oor gezegd hebt, in de binnenkamer, zal van de daken gepredikt wordenLuc.12: 1-3.
Farizeeën en Sadduceeërs staan in de Blijde Boodschap bekend vanwege de slechte invloed die zij uitgeoefend hebben op het christelijke Geloof en zij hadden een grote invloed en zijn diep doordrongen naar alle gelederen en klassen; ook in onze tijd. Hun invloed, welke vanwege hun gezag geen tegen-kracht/woord dulden – de ‘vrije stijl en houding‘ werd door hen de kop in gedrukt –  gaf ruimte aan de onzin, waarmee zij een dermate invloed op het systeem uitoefenen dat dit hen tot onvervalste gevaarlijke leraren heeft gemaakt.
Het is/was dezelfde perverse blindheid die hen ertoe leidde om Jezus als Messias af te wijzen, ondanks alle bewijzen die ten behoeve van hun ommekeer waren aangedragen. Paulus zegt daarom tot de Galaten:
    Gij liept goed. Wie is u in de weg gekomen, dat gij aan de Waarheid niet meer gehoorzaamt? Die overreding kwam niet van Christus, Die u roept. Een weinig zuurdeeg maakt het gehele deeg zuur. Ik voor mij ben van u overtuigd in de Heer, dat gij geen andere mening zult hebben. Maar wie u in verwarring brengt, zal zijn straf hebben te dragen, wie hij ook zijGal.5: 7-10. en tot de inwoners van Corinthe: “    Uw roem deugt niet. Weet gij niet, dat een weinig zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt? Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn; gij zijt immers ongezuurd. Want ook ons paaslam is geslacht: ‘Christus’1Cor.5: 6,7.
Elders maakt Christus een onderscheid tussen wat deze leerkrachten hebben geleerd en wat zij in deze op hun eigen gezag of door de praktijken waar zij zich zoal mee bezig hielden:
            De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben zich gezet op de stoel van Mozes. Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel, maar doen het niet. Zij binden zware lasten bijeen en leggen die op de schouders der mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren. Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen, want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot, zij houden van de eerste plaats bij de maaltijden en van de erezetels in de synagogen en van de begroetingen op de markten en om door de mensen rabbi genoemd te worden. Gij zult u niet rabbi laten noemen; want één is uw Meester en gij zijt allen broeders. En gij zult op aarde niemand uw vader[tje] noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de Hemelen is. Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, ‘de Christus’. Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar 
zijnMatth.23: 1-11.
Indien u geeft en uw mening over iets geeft, doe het dan ‘in liefde voor Christus’ en indien u vergeeft, doe dat dan ‘in Christus’ en laat ten slotte een eventuele be- of ver-oordeling ook aan ‘Hem’ over.
Christus zal over ons oordelen naar de mate waarin wij zelf vergevingsgezind zijn en dat is wanneer wij Hem onze eigen ongerechtigheden bekennen en wij onze houding tegenover onze eigen zonden veranderen.

Apolytikion     tn.2

“     Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.

En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,

riepen alle Machten der Hemelen:
‘Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U’“.

Kondakion     tn.2
“     Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser

en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.

De doden verrezen en heel Uw Schepping
verheugt zich samen met U.

Ook Adam jubelt en het Heelal mijn Verlosser,

zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion      tn.2
“    Onbegrijpelijk en hoog-Heerlijk zijn alle Mysteriën

Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.

Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,

zijt gij waarlijk Moeder geworden
 
en hebt gij de Ware God gebaard.

Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost”.

 

Augustus 15e – De ontslaping van de Moeder Gods en AltijdMaagd gebleven Maria

    Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp. En een vrouw, Martha geheten, ontving Hem in haar huis. En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten naar zijn woord luisterde.
      Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen. En zij ging bij Hem staan en zei: ‘ Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen’. Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
     ‘ Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts een; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen’.
       En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei: ‘Zalig de schoot, die U heeft gedragen en de borsten, die Gij hebt gezogen’.
Maar Hij zei: ‘Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren’“.
Luc.10: 38-42; 11: 27-28

Eenheid met Christus

    Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de gestalte Gods zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan de [gewone] mensen gelijk geworden is.
En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood van het Kruis.
      Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de Naam van Jezus zich alle knie [zich] zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn en alle tong zou belijden:  ‘Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!Phil.2: 5-11.

Horen, wie horen wil
 
Zalig zijn zij, die het Woord Gods horen en het bewarenLuc.11: 28.
Wat horen wij dan?, Wat zien wij?; luistert:

Wij gelovigen weten dat God de Hemelen en de aarde schiep, deze was woest en leeg en er was slechts duisternis over de getijden en de Geest van God zweefde over de wateren conf. Gen.1: 1,2. Omdat God uit niets anders bestaat dan wat goed is, God is immers Liefde, wilde God leven buiten Zichzelf scheppen, want Hij verlangde dat Zijn Liefde zou stromen en van buiten Hem naar Hem terug zou keren, in een eeuwigdurende kringloop die Hem de hoogste vreugde zou bereiden.
    Slechts datgene wat “Leven” inhoudt kan “Liefde” laten doorstromen, want het diepe wezen, de essentie, de brandstof van het Leven is de Goddelijke Liefde.  Zo schiep God de engelen en begiftigde hen met Zijn volkomen heilige Liefde, die hen in staat stelde om het ware Goddelijk Leven in zich in stand te houden. Zo werden de hemelen bevolkt met het doel heeft, een volmaakte aaneenschakeling van Licht.
Het  Licht is de Zijns-toestand van God, hetgeen we vorige week op de berg Thabor hebben ervaren, een toestand die bestaat uit Zijn volmaakte Wijsheid en het vermogen om “Leven” in de volmaakte Goddelijke Liefde in stand te houden.
Het Licht/Leven is het vermogen om alle dingen te zien zoals zij werkelijk zijn.
Voor de geschapen zielen is het dus ook het vermogen om zichzelf te zien zoals zij werkelijk zijn met betrekking tot God; “Licht” is daardoor eveneens het vermogen om de “Liefde” met alles en iedereen, die er bestaat heel “Heilig” te houden.

De Heilige Liefde van de Vader voor z’n kind; الحب المقدس هو المصدر الوحيد للحياة

De waarachtig “Heilige Liefde” is de gesteldheid waardoor de ziel in staat is om God te erkennen als “enige Bron van alle Leven” en Hem daarom boven alles, dus ook boven zichzelf, te stellen, en alle handelingen, gedachten en verlangens op Hem te richten, dit wil zeggen: ernaar te streven dat alles wat in de eigen ziel omgaat en wat van haar uitgaat, uitsluitend het doel heeft,
Gods intenties te verwezenlijken’.

Op de laatste dag van de schepping zei God: “ Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als 
onze gelijkenisGen.1: 26. Hij beëindigde Zijn Goddelijk werk met een persoonlijk en passend geschenk, een dienst aan Zichzelf.
God formeerde de mens uit de aarde en gaf hem leven door Zijn levensadem met hem te delen conf. Gen.2: 7. De mens is daarom uniek in de hele schepping en heeft daarom een materieel aspect [lichaam] en een immaterieel aspect [ziel/geest] en stijgt daarom boven de schepping van God uit.
Het “evenbeeld” of de “gelijkenis” van God betekent, in de meest eenvoudige zin, dat wij gemaakt zijn om op God te lijken. Adam leek niet op God omdat God vlees en bloed zou hebben.
Christus maakt ons via Zijn Woord tot de Samaritaanse vrouw duidelijk: “ God is geest en wie Hem aanbidden, dienen Hem te aanbidden in geest en in waarheidJohn.4: 24 en God bestaat daarom zonder lichaam. Maar in het menselijk lichaam wordt vanaf Adam het “Leven van God” weerspiegeld, omdat hij met een perfecte gezondheid werd geschapen en niet zou sterven.
Het evenbeeld van God slaat op het immateriële aspect van de mens.
Het onderscheidt de mens van de dierenwereld, maakt hem geschikt voor de “heerschappij” die God in gedachten had Gen.1: 28 en stelt hem in staat om met zijn Schepper te communiceren. Het is een mentale, morele en sociale gelijkenis.

    Mentaal gezien werd de mens als een rationeel persoon, die een actieve rol speelt in het Goddelijk proces, met een vrije wil geschapen. Met andere woorden: de mens heeft een rede en kan keuzes maken. Dit is een afspiegeling van Gods intellect en vrijheid.
Steeds wanneer een mens iets nieuws uitvindt, een boek schrijft, een landschap schildert, van een symfonie geniet, een rekensom maakt of een huisdier een naam geeft, dan verkondigt hij of zij het feit dat wij naar Gods evenbeeld zijn geschapen.

    Moreel gezien werd de mens in rechtschapenheid en perfecte onschuld geschapen, een weerspiegeling van Gods heiligheid. God bekeek alles wat Hij gemaakt had [inclusief de mens] en noemde dit “zeer goedGen.1: 31. Ons geweten of onze “morele richtingaanwijzer” is een overblijfsel van die oorspronkelijke toestand. Steeds als iemand een wet opstelt, zich van iets kwaadaardigs afwendt, goed gedrag prijst of zich schuldig voelt, bevestigt hij of zij het feit dat wij naar Gods evenbeeld zijn gemaakt.

    Sociaal gezien werd de mens geschapen om in gemeenschap met anderen te leven. Dit weerspiegelt Gods drieledige aard en Zijn liefde. In de hof van Eden, het aards paradijs, was de relatie met God de primaire relatie van de mens.
Gen.3: 8 betrekt ons in de gemeenschap met God en God schiep de eerste vrouw omdat het “niet goed is dat de mens alleen isGen.2: 18. Steeds wanneer iemand zich via een huwelijk met een nader verbindt, een vriendschap sluit, een kind knuffelt, of een kerk bezoekt, toont hij het feit dat de mens naar het evenbeeld van God is geschapen.
God heeft in de loop der tijden vele zaken [Mysteriën] voltrokken die bevorderlijk zijn voor het Heil van de zielen. Hij beoogt immers slechts één ding: dat zoveel mogelijk zielen de Eeuwige Gelukzaligheid in Zijn Tegenwoordigheid zouden kunnen beërven. God, onze Schepper heeft Zich echter door één regel laten binden: ‘De Wet der Goddelijke Gerechtigheid moet worden vervuld en elke menselijk ziel dient uit vrije wil te beslissen of zij de geschenken/de Genadegaven van haar God al dan niet in zich wil opnemen’.

Tot de allergrootste wonderen behoort zonder de geringste twijfel het unieke voorrecht van een mensenziel, de Moeder van de Tweede Goddelijke Persoon [onze Heer, Jezus Christus] te worden, en de voorbereiding door dewelke de ziel in staat kon wordt gesteld om Tabernakel of Draagster van de Allerheiligste te zijn.
Met dit Mysterie verbond de Meesteres van alle zielen Haar hoedanigheid als Ark van het Nieuw Verbond. Bij de joden van het Eerste [Oude] Verbond was de Ark een soort “draagkist”, waarin datgene werd bewaard dat voor de joden gold als symbolen voor de Tegenwoordigheid en de Werking van God.
De Meesteres van alle zielen noemt Zich niet slechts “Ark van het Verbond”, doch uitdrukkelijk “Ark van het Tweede [Nieuwe] Verbond” en wijst er daardoor op, dat Zij door God niet “slechts” tot Tabernakel, Draagster en “Schatkistje” van de Allerheiligste werd gemaakt, doch tevens tot Tabernakel van de Nalatenschap van Christus.
Precies op deze basis is immers Haar roeping gegrondvest om als Meesteres van alle zielen te onderrichten en zoals Zij zo treffend wordt weergegeven, de kennis der zielen van de ‘Leer van Christus’ te verdiepen en hun vermogen om deze Leer in hun dagelijks leven zo doeltreffend mogelijk toe te passen, in de hoogst mogelijke mate te vergroten.

Theotokos, visie van Christelijke eenheid

En wat de mens er ook van gemaakt heeft, in z’n oorlogen, in z’n woestijnen, op z’n puinhopen, in z’n verzet “God troost Zijn Volk  maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof des Heren; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en klanken van gezang.  Luistert naar Mij, Mijn volk, en Mijn natie, neig uw oor tot Mij. Want een wet zal van Mij uitgaan en Mijn recht zal Ik stellen tot een Licht der volkeren. Mijn Zege is nabij, Mijn Heil treedt te voorschijn, en Mijn armen zullen de volken richten; op Mij zullen de kustlanden wachten en op mijn arm zullen zij hopenIsaiah 51: 3-5.
    En de volken zullen weten, dat het huis van Israël [de Kerk] om zijn ongerechtigheid in ballingschap is gegaan; omdat zij Mij ontrouw geworden waren, had Ik mijn aangezicht voor hen verborgen en hen overgegeven in de macht van hun tegenstanders, zodat zij allen door het zwaard vielen. Naar hun onreinheid en hun overtredingen heb Ik hen behandeld en Mijn Aangezicht voor hen verborgen. Daarom, zo zegt de Heer der Heerscharen, nu zal Ik een keer 
brengen in het lot van Jacob en Mij ontfermen over het gehele huis van Israël en ijveren voor Mijn Heilige NaamEzech.39: 23-25

Annunciatie; en zij werd de ‘God’-barende

En dan klinkt in een achterkamertje van Nazareth de stem van de Theotokos, de Moeder Gods,Ik heb vernomen, Heer, het Mysterie van Uw Heilsorde; ik heb Uw Werken begrepen, daarom verheerlijk ik Uw Godheid”.
En Zij zingt de Ύμνοι εις την Θεοτόκον’, die wij dagelijks zingen:
  Mijn ziel verheft de Heer en gejuicht heeft mijn geest in God, mijn Redder.
U, eerbiedwaardiger dan de cherubijnen en onvergelijkelijk glorierijker dan de serafijnen,
Want  Hij  heeft  neergezien  op  de  nederigheid  van  Zijn  dienstmaagd, want zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen.
Want de Machtige heeft grote dingen aan mij gedaan, en heilig is Zijn Naam,  en Zijn barmhartigheid gaat van geslacht tot geslacht over hen die Hem vrezen.
Hij  heeft  Kracht  getoond  met  Zijn  arm, verstrooid de hoogmoedigen van hart.
Machtigen heeft Hij van hun troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd,  hongerigen heeft Hij met goede gaven vervuld en rijken zond Hij met lege handen weg.  Hij  heeft  Israël,  Zijn  dienaar,  bijgestaan  zoals  Hij  gesproken  heeft  tot onze vaderen: Zijn barmhartigheid indachtig voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid”.
Magnificat uit tekst Orthros, vert. klooster ‘Geboorte van de Moeder Gods’, Asten

De kerk belijdt dat Maria werkelijk de Moeder Gods [de Theotokos] is.
In de Blijde Boodschap wordt zij genoemd als ‘de moeder van onze Heer‘ [John.2: 1;19: 25], en haar Zoon is een kind van de Heilige Geest [Matth.1: 20; Luc.1: 35].
Haar nicht Elizabeth benoemt haar als ‘moeder van mijn Heer‘ [Luc.1: 43].
Haar Zoon is als mens geboren maar is tevens Niemand anders dan de eeuwige Zoon van de Vader, de tweede persoon van de Heilige Drie-eenheid, door haar ontvangen van de heilige Geest. De Kerk gelooft dat Maria was voorbestemd om de Zoon van God te baren -en zo moeder van God te zijn-. Teneinde Zijn Zoon ook waarlijk mens te laten zijn heeft God de vrijwillige medewerking van een schepsel gewild.
‘Door de volledige overgave van de Godbarende, de Theotokos, aan de wil van de Vader, aan het verlossingswerk van zijn Zoon en aan iedere ingeving van de heilige Geest is de maagd Maria voor de kerk het voorbeeld van Geloof en Liefde’.
Maria, de Moeder Gods wordt in de Kerk vereerd als de ‘alom geheiligde‘. ‘Zij is het aller-verhevenste en zeer uitzonderlijke lid van de Kerk’, zij is zelfs de voorbeeldige verwezenlijking, ‘het beeld’ van de kerk’
Ook na haar ontslaping blijft de Theotokos Haar heilbrengende taken uitoefenen; Zij wordt vereerd als ‘voorspreekster, helpster en middelares’.
Tot haar bescherming nemen gelovigen in al hun gevaren en noden hun toevlucht.
Hoewel de verering van de Moeder Gods een heel bijzonder karakter heeft, verschilt zij wezenlijk van de eredienst van aanbidding van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.  De verering van Maria krijgt uitdrukking in liturgische feesten die de aanbidding van God bevorderen.
Al eeuwen lang vierde de Kerk van Oost en West op 15 augustus het ‘ontslapen‘ van Maria, waarbij expliciet of impliciet erbij geloofd werd dat het lichaam van de Moeder Gods ‘het bederf niet heeft gezien‘.
De ontslaping en het ongeschonden [‘het bederf’ niet gezien hebbende] van de Theotokos is dus geen bijkomstigheid die je al dan niet in je “geloofspakket” kunt opnemen. Het behoort tot de intiemste leerstellingen van de Kerk
Waarom is het feest de ontslaping  van de Moeder Gods zo belangrijk? Omdat Maria ons in alles is voorgegaan. Zij is de nieuwe Eva, het beginpunt en het sluitstuk van het grote geheim van Gods menswording. En daar draait het om in ons christelijk Geloof, immers : “Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoondJohn.1: 14

De Theotokos is onlosmakelijk verbonden aan ons Geloof, want via haar is de menswording van God mogelijk geworden. Door haar jawoord werd zij de nieuwe Eva, de maagdelijke aarde waaruit de nieuwe Adam werd gevormd. In de Moeder des Heren zien wij het werk van de Goddelijke Genadegaven volmaakt gerealiseerd.
Het is dan ook passend dat zij die eer zou ontvangen die haar als Moeder van de Heer toekomt.
Eert uw vader en uw moeder“, heeft God immers zelf als een van de Tien Woorden meegegeven. Welke grotere eer kon onze Heer en Verlosser Zijn eigen Moeder meer geven dan haar deelachtig te maken aan Zijn eigen Mysterie van Zijn Verrijzenis en Hemelvaart?
Zo is de Theotokos voor ons als een voorbeeld meegegeven van datgene wat Christus ons voorhoudt:
            Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij. Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op Zijn troonOpenb.3: 20,21.
De Theotokos heeft op voorhand dit unieke privilege, het doel dat voor alle rechtvaardigen is bestemd bij de verrijzenis der doden.
Omdat Maria de “Moeder is van de Kerk“, dat wil zeggen: van alle verlosten.
Van op het kruis gaf Jezus haar ons, toen hij tot Johannes zei: “Ziedaar uw moeder” John.19: 27. Zij is ons model in de schikking van de Genadegaven.
Wat Jezus in haar heeft bewerkt, wil Hij in ons allemaal bewerken: Zijn eigen verheerlijking, tot Glorie van en Eer aan God de Vader, want
“Eén is Jezus Christus, Eén is Heer, tot eer aan God, de Vader!” uit Goddelijke Liturgie.
  Zalig zijn zij, die het Woord Gods horen en het bewarenLuc.11: 28.
Zingt de Heer een nieuw lied; Zijn lof zal weerklinken in de Kerk der heiligen. Opdat Israël zich over zijn Maker; dat de kinderen van Sion juichen over hun Koning. Dat zij met koorzang Zijn Naam loven; Hem bezingen met bekkens en psalter. Want de Heer heeft behagen in Zijn volk; Hij verheft de zachtmoedigen tot verlossing. Dat de gewijden zich beroemen in heerlijkheid; dat zij juichen op hun rustplaatsPsalm 149: 1-5.

Apolytikion     tn.1
    Hoewel Gij gebaard hebt, zijt gij Maagd gebleven
en naar uw sterven hebt gij de wereld niet achtergelaten, Moeder Gods.
Gij zijt opgegaan tot het Leven, ‘Moeder van het Leven’
en door Uw gebedebn redt gij onze zielen van de dood
”.

Kondakion     tn.2
    De Moeder Gods, die onvermoeibaar onze voorspraak is
en onze onwankelbare hoop door haar gebeden,
werd door graf noch dood overwonnen.
Want als Moeder van het Leven
heeft Hij haar overgebracht naar het Leven
Die eens woonde in haar maagdelijke schoot
”.

De Machten der Engelen waren buiten zichzelf, toen zij in Sion hun eigen Meester zagen, Die in Zijn armen droeg de ziel van een vrouw. Want tot haar, die Hem maagdelijk geboren had, sprak Hij als een Kind: Kom, Eerbiedwaardige, heers in Heerlijkheid met Uw Zoon en God.
Het Koor der Apostelen omringde uw lichaam, die Tempel Gods, aanschouwde het met ontzag en zong met klankrijke stem: Gij die opgegaan zijt naar het bruidsvertrek van de hemel bij Uw Zoon, Moeder Gods, red altijd uw erfdeel
Uit Meneon blz 447 uitg. ROK. Johannes de Doper, ‘s-Gravenhage.

9e Zondag na Pinksteren – Dit jaar, het Hoogfeest van Transfiguratie

Transfiguratie – Μεταμόρφωση – تجلي , Antiochian icon, Paris

            En zes dagen later nam Jezus Petrus en Jacobus en zijn broeder Johannes mede en Hij leidde hen een hoge berg op, in de eenzaamheid.
              En zijn gedaante veranderde voor hun ogen en Zijn gelaat straalde gelijk de zon en zijn klederen werden wit als het licht.
              En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.
Petrus antwoordde en zei tot Jezus: ‘Heer, het is goed, dat wij hier zijn; indien Gij het wilt, zal ik hier drie tenten opslaan, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een’.
Terwijl hij nog sprak, zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zei: ‘Deze is mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!’.
Toen de discipelen dit hoorden, wierpen zij zich op hun aangezicht ter aarde en werden zeer bevreesd. En Jezus kwam bij hen, raakte hen aan en zei: ‘Staat op en weest niet bevreesd’.
Toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand dan Jezus alleen. En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun, zeggende: ‘Vertelt niemand dit gezicht, voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewektMatth.17: 1-9.

kinderen en jong-volwassenen aanmoedigen en bijstaan om deel te nemen aan de Goddelijke Liturgie

            Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen. Want zo zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Heer en Heiland, Jezus Christus.
Daarom zal het steeds mijn voornemen zijn u hieraan te herinneren, hoewel gij het weet en in de Waarheid, Die bij u is, versterkt zijt.
Ik acht het mijn plicht, zolang ik in deze tent ben, u door herinnering wakker te houden, want ik weet, dat het afleggen van mijn tent spoedig komt, zoals ook onze Heer Jezus Christus mij heeft doen weten. Maar ik zal mij beijveren, dat gij ook na mijn heengaan telkens weer aan deze dingen kunt denken. Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heer Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn Majesteit.
Want Hij heeft van God, de Vader, eer en heerlijkheid ontvangen, toen zulk een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem kwam: Deze is mijn Zoon, mijn geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb. En deze stem hebben ook wij uit de hemel horen komen, toen wij met Hem op de heilige berg waren.
En wij achten het profetische woord [daarom] des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten2Petr.1: 10-19.

Transfiguratie – μεταμόρφωση – تجلي

Transfiguratie, de Verheerlijking van onze Heer, de verschijning van Christus in Zijn stralende Glorie, op de berg Thabor in het bijzijn van Zijn drie trouwste volgelingen wordt door de gehele Kerk als een hoogtepunt herdacht.
Het allerhoogste streven van de mens is namelijk de Leer, de Pedagogie van Christus, waarbij een volledige verandering van vooruitkomen of verschijning wordt nagestreefd teneinde een mooie spirituele staat te bereiken.

De Leer van Christus, de Zoon van God, Die in de woorden ”de Zoon des mensen” ligt besloten, kan in de volgende  hoofdstukken worden onderverdeeld:
de beproevingen van de Zoon des mensen en de Heerlijkheid van de Zoon des mensen; op deze wijze is Hij ons tot levend Voorbeeld geweest.
Dit geheel werd afgesloten met de Hemelvaart en de aangekondigde tweede komst van de Zoon des mensen [de Parousie], waarbij de Kerk in haar verwachting van de hernieuwde tegenwoordigheid van de Zoon des mensen gehonoreerd zal worden. Dit zal plaatsvinden hetzij in de nabije toekomst òf in de verst verwijderde tijdsperiode — waarin de wereld ‘nieuw’ gemaakt zal worden en er zowel ‘een geestelijke als lichamelijke Opstanding’ zal plaatsvinden en ‘Gerechtigheid en eeuwige Beloningen’ toegekend zullen worden.

1.]. Het begin van de hier geschetste indeling wordt bij voorbeeld gevormd door plaatsen, waar wordt verhaald hoe iemand bij onze Heer, Jezus Christus komt en zegt: “ Meester, ik zal U volgen al de dagen van mijn leven, waar U ook heen gaat”. Hij krijgt daarop als antwoord: : “ De vossen hebben holen en de vogelen des Hemels nestelen, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggenMatth.8: 20; Luc.9: 58.
Het is niet zo dat onze Heer en Verlosser met deze woorden alleen maar wil afschrikken, door te beschrijven hoe sober Zijn leefwijze is en voor ons eveneens dient te zijn.
De betekenis ervan is veeleer dat het eerste stadium van de weg van ieder waarachtig spiritueel streven ‘ontheemding’ met zich meebrengt.
Het ontheemd zijn, ‘het verliezen van het eigen thuis’, is het begin van de beproevingen op de weg van de Zoon des mensen. Dit geldt voor ieder mens die streeft naar innerlijke verdieping.

Tamariskboom ‘Gallica’, al groeiend ‘Bloeiend

2.]. Het eerste hoofdstuk van deze leer over het hogere wezen van de mens komt tot volledige ontplooiing in de woorden van onze Heer, die men pleegt aan te duiden als de ‘aankondiging van het lijden’. De eerste aankondiging wordt door Christus uitgesproken onmiddellijk na de belijdenis van Petrus; de tweede volgt nadat de drie uitverkoren volgelingen de Christus in Zijn Heerlijkheid hebben aanschouwd op de berg Thabor. Onder het afdalen van de berg na afloop heeft Christus reeds een woord vol raadselen over de Zoon des mensen gesproken: ”Vertel niemand van dit gezicht, voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewektMatth.17: 9. Daarmee wordt niet alleen bedoeld dat de drie discipelen tot Pascha het stilzwijgen wordt opgelegd, de gebeurtenis in het hart dienen te bewaren. Zij hebben op de berg het beeld mogen aanschouwen van de ‘volledig tot ontwikkeling gekomen’ mens als geestelijk wezen.
Eerst nadat zij alle stadia van de beproeving hebben doorgemaakt en het licht van de mens als geestelijk wezen ‘ook in hen’ als een nieuw levenslicht krachtig zal zijn ontvlamd – ‘eerst dan’ zullen zij vanuit het diepst van hun wezen het recht hebben, het geschouwde te verkondigen.

Vanaf dit ogenblik stelt Christus zijn volgelingen onvermoeibaar, steeds weer opnieuw en steeds krachtiger, beelden voor ogen, die hun de beproevingen en de stadia van het lijden tonen, die zij ‘
moeten’ doormaken.
Wanneer Christus over de marteldood van Johannes de Doper tot hen spreekt zegt Hij: “Zo zal ook de Zoon des mensen moeten lijdenMatth.17: 12.

Muren van Jericho, Labyrint – uit Farhi Bijbel [ca.1325]

In de leerstof van de Pedagogie aan de volgelingen wordt een geweven draad [een rode levenslijn] ingevlochten van ernstige waarschuwende woorden:
De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in handen van de mensen en zij zullen Hem ter dood brengen en ten derde dage zal Hij opgewekt worden” Matth.17: 22-23.
“ Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen. En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen om hem te bespotten en te geselen en te kruisigen, en ten derde zal Hij opgewekt worden
Matth.20: 18-19.
Gij weet, dat het over twee dagen Pascha is: dan wordt de Zoon des mensen overgeleverd worden om gekruisigd te wordenMatth.26: 2.
De Zoon des mensen gaat wel heen gelijk van Hem geschreven staat, doch wee die mens, door 
wie de Zoon des mensen verraden wordt. Het ware voor die mens goed geweest, als hij niet geboren wasMatth.26: 24-25a.
– Als de Zoon des mensen was Hij de onvermoeibare Zaaier die het zaad uitstrooide; als zodanig zal Hij straks de Maaier zijn, die de oogst in de hemelse schuren zal verzamelen.
– Als de Zoon des mensen heeft Hij nu de plaats die Hem toekomt in de hemel:
  En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die 
uit de hemel nedergedaald is de Zoon des mensen. En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebbenJohn 3: 13-15.
– Ten slotte zal Hij als Zoon des mensen het middelpunt zijn van alle dingen, de hemelse zowel als de aardse, want tot Nathanael zei hij:  Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u mensen, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en nederdalen op de Zoon des mensenJohn.1: 52.

God de Schepper heeft in het begin van de wereld de mens geschapen naar Zijn beeld. De eerste ‘Adam’ [ Hebr.: אָדָם ‘, “mens”, Arabisch آدم] – die uit de aarde was – heeft dat beeld verbroken.

De Zoon des mensen’ is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden

De Zoon van God kwam om dit te herstellen, om als Mens het raadsbesluit van God te volbrengen. Het werd als Zoon des mensen in Zijn Persoon verankerd in plaats van in eer en vertrouwen zoals God die tevoren aan de eerste mens had gegeven.
Deze titel, de naam ‘Zoon des mensen’ heeft zoals men ziet een ‘zeer rijke‘ betekenis en houdt verband met de Persoon van onze Heer Jezus, Christus.
Die Naam is verbonden met al Zijn lijden en met al Zijn waardigheden, behalve – dat spreekt vanzelf – de hoedanigheden die Hem toebehoren als God.
Onze Heer is het waard ‘boven alle dingen’ te worden geprezen tot in alle eeuwigheid. Hij is de gezalfde Mens, de menselijke Tempel zonder smet ‘gebouwd’ door de Heilige Geest en daarna door diezelfde Geest vervuld:
  De Heilige Geest zal over u [de Theotokos] komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom zal ook het Heilige,
dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden
Luc.1: 35.
De Zoon des mensen is de vernederde Mens, de Man van smarten, Die neerdaalde en Zichzelf heeft ontledigd:
  Hij, Die, in de gestalte Gods zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het KruisPhil.2: 7-8.
Ten slotte is de Zoon des mensen, de verhoogde Mens, gekroond met Goddelijke Eer en Heerlijkheid:
Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigenJohn.5: 39.
  Gij hebt Hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld, met Heerlijkheid en Eer hebt Gij Hem gekroond, alle dingen hebt Gij onder Zijn voeten onderworpen. Want bij dit: alle dingen Hem onderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat Hem niet onderworpen zou zijn. Doch thans zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn Hebr.2: 7,8.
Naast dat wij gewone mensen alle stadia van de beproevingen hebben doorgemaakt dienen wij willen wij het Licht van de verschijning van Christus in Zijn stralende Glorie, op de berg Thabor op z’n minst kunnen begrijpen,
in staat te worden gesteld ‘Zijn voedsel’ tot ons te nemen.
“Het is ‘Mijn’ voedsel”, zegt onze Heer en verlosser, “de Wil te doen van Degene die ‘Mij’ als Zoon des Mensen gezonden heeft en Zijn werk te volbrengenJohn.4: 34; 6: 38.

de Wil van God [de Vader]
Het is duidelijk dat Christus over de Wil van God [de Vader] spreekt als over iets ‘goeds’, iets ‘levends’, iets ‘warmhartigs’, dat ons leven voedt; voeding is ‘iets wat ons goed doet’ dat vreugde geeft, kracht; voedsel [het dagelijks brood] is immers een van de Genadegaven van God.
Heel dikwijls leeft er een zekere angst om de Wil van God te doen: wanneer ik me ertoe laat verleiden er aan toe te geven, dat dit mij totaal in beslag zal nemen; er zal geen rekening worden gehouden met m’n grenzen – ik dien me totaal óver te geven, zonder me door -wat dan ook- tégen te laten houden.
Wanneer ik ook maar een vingertje geef, dan zal God me helemaal grijpen en dan kan ik het als mens niet langer overzien en dat is voor een mens een verschrikking! Het weerhoudt hem daadwerkelijk de stap te maken.
Onze Heer en Verlosser spreekt niet op deze manier; het zijn waarschijnlijk foute voorstellingen, die wijzelf van het Kruis dat we met ons meedragen, hebben laten ontstaan, zelf hebben gevormd – God staat daarbuiten.

Daarom twee begrippen:
ten eerste wat je kunt noemen ‘het plan van God met de mensheid’ en
ten tweede ‘de Wil van God’;
willen we -op z’n minst- kunnen nagaan wat dit alles te betekenen heeft.

1.]. Het plan van God met de mensheid
    Want gelijk de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven, wie Hij wilJohn.5: 21.
    Want dit is de Wil van Mijn Vader, Dat een ieder, die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, eeuwig leven zal hebben en Ik zal hem opwekken ten jongsten dageJohn.6: 40.
    De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het Evangelie [de Blijde Boodschap] te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om de verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des HerenLuc.4: 18,19.
    Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet. Voorziet u niet van goud of zilver of koper in uw gordels, van geen reiszak voor onderweg, geen twee hemden, geen sandalen, geen staf, want de arbeider is zijn voedsel waardMatth.10: 7-10.
    Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden. De dief komt niet [anders] dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed. Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapenJohn.10: 9-11.

In de herhaling van de letterlijke woorden van Christus ontmoeten wij slechts Goddelijke Liefde en Leven. Het plan van God in het boek der Schepping [Genesis] is goed, want ‘Hij zag, dat het goed was‘; het menselijk wezen is gemaakt om het gegeven goede Leven te beleven; die mens wordt geplaatst tegenover het kwaad; het hoe en waarom wordt door de Bijbel niet uitgelegd noch verlicht; de oorsprong van het kwaad blijft een raadsel: hoe dan ook -het komt niet van God-; dit wordt symbolisch verbeeld door ‘de slang’, een schepsel ‘los’ van God, een onderkruipsel; Jezus is gekomen om ‘het kwaad’ te bestrijden; Hij wordt er Zelf het slachtoffer van; God is Dè Eerste, Die ‘met de mens‘ betrokken is door het directe gevecht tegen het kwaad.
Wij mensen leven in een wereld -‘getekend door het kwaad‘-, het lijden, de zonde; het komt erop aan dat we ons situeren tegenover deze werkelijkheid als zoon/dochter van God.
Jezus Christus, de Zoon van God heeft het kwaad voor ons overwonnen. Hij is er compleet door heengetrokken tot Hij er als mens aan ten onder ging – stierf en zo is Hij binnengegaan in de Verrijzenis. Hij heeft voor ons de dood overwonnen, zo proberen wij, die Hem aanschouwen en in Hem te geloven, Hem te volgen en daarmee het eeuwig leven te bereiken. 

Het plan van God kunnen we terugvinden in de Levenswetten: die wetten zijn ons gegeven en er wordt ons gevraagd om ze te onderhouden. We maken kennis met de voorwaarden van een vruchtbaar leven: hoe kunnen we ‘op de juiste manier‘ liefhebben? Door elkaar naar de mond te praten of de Waarheid proberen te achterhalen?
Dit is onze levensopgave, te achterhalen hoe we binnen onze vrijheid, kunnen beminnen. Zonder onszelf te laten vernietigen, in respect voor de ander, zonder een relatie te bevriezen, door ‘in de Waarheid te zijn !!!
In deze Levenswetten zit houvast opgeslagen, opdat ons leven ‘Vruchtbaar‘ zal kunnen zijn. De eerste vorm van gehoorzaamheid aan het plan van God is precies deze Wetten te kennen en te onderhouden. Het principe is om de bakens: deze bakens te leren kennen, ze aan te hangen – dat is nu net ‘voor mij‘ een eerste manier om te leven volgens de Wil van God.
Aldus ontdekken we dat het helemaal niet gaat om een vernietigende wil.
Integendeel !!! ; het ‘plan van God‘ zal het leven opbouwen.
Dit is iets wat we dienen te integreren, als levenskunstenaars, als kinderen van God, als dienaren van het Hemels Koninkrijk – wij hebben als taak het Hemels Koninkrijk op de wereld ‘wáár‘ te maken!

2.]. De Wil van God.
De Levenswetten zijn bedoeld voor de gehele mensheid, voor alle mensen; ze zijn universeel. Het zijn wetten als grondbeginselen, welke de wezenlijke basis vormen van ons bestaan, zijn in ons hart gegrift.
De Wil van God doen is de manier waarop ‘ik’ met geheel mijn persoonlijkheid antwoord geef, de wijze waarop ‘ik’ ze persoonlijk beleef, die Levenswetten.
Dit is dus erg privé, persoonlijk; dit hangt af van wie ik als persoontje ben in het geheel, van mijn geschiedenis, van mijn omgeving, van wat ik kan doen.
DE WIL VAN GOD is datgene wat God van ons verlangt [conf. André Louf, Cisterciënzer monnik, 1929-2010].
Je kunt deze woorden daarom ook anders horen, begrijpen:
“Het is mijn verlangen, zo zegt Christus Zelf, om het verlangen van God te realiseren. Het gaat om zowel mijn verlangen als Zijn {Gods] verlangen!”.
Het is zeker dat Christus een groot verlangen beleefde binnen datgene wat door Zijn Vader van Hem verwacht werd, met Wie Hij in de Heilige Geest een éénheid vormt en Hij dit ook in Liefde vervuld heeft, zij het met grote moeilijkheden, maar nogmaals met een grote vreugde in het hart.
Men kan niet gelukkiger zijn dan wanneer men Christus’ verlangen vervult, in gehoorzaamheid aan wat de Geest van God te zeggen heeft.
De ‘Blijde Boodschap van onze Heer en Verlosser‘ is het ‘Leven‘ tot op het einde tot op ja . . . . . je laatste snik dóór te geven.
Voldoe ik al aan de Wil van God, heb ik me die al ‘eigen’ gemaakt.
Welke plaats dien ik persoonlijk in te nemen in het Goddelijk plan met de mensen, met de mensen om mij heen? In welke levensfase bevind ik me, beweeg ik me wel overeenkomstig de Wil van God? Sta ik wel voldoende open voor God en de naaste, of ben ik alleen maar bezig m’n eigen ‘zin’-netje door te drukken?
Dit heeft een troostende uitwerking en onze Heer en Verlosser is mij dankbaar dat ik als Zijn Volgeling Zijn Goddelijke Wil aanhang, terwijl ik me op Zijn weg begeef.
Dat is de vertaling van het woord: ‘Hebreeër’ [
עברי ]: ‘degene, die zich onderscheidt van z’n omgeving, die daarin gelukkig is omdat hij onderweg is naar het Hemels Koninkrijk’.

zie PDF: – vervolg ‘de Wil van God’ ➽  PDF – vervolg ‘de Wil van God’

daarna:

 Er zijn diverse door de hoogste macht ingebakken regels waaraan ieder mens zich dient te houden, deze werden in de Joodse geloofsvoorschriften [de tien geboden] vastgelegd:
        Je dient te beslissen over jou leven;
        ondervindt je leven binnen jouw concrete grenzen;
        Geef jezelf vorm in het goede, in God, op een juiste afstand van de ander;
        Je bent een eenheid van lichaam en psychè en hart;
        Probeer zoveel mogelijk resultaat te bereiken [80% van de 20%].

Er wordt weer goud gevonden in Californië – op de een of andere manier hebben onderaardse verschuivingen goudaderen blootgelegd die door waterstroompjes aan het licht komen. Het Nederlands journaal roept lachend op je vakantie-bestemming maar om te gooien teneinde je financieel resultaat te vergroten.
Wij christenen hebben echter een goudmijn met velen te delen en dat vieren we op dit Hoogfeest van Transfiguratie; de droom van een gemeenschap, een vriendenkring, die de christelijke gemeenschap ondersteunt.
De Orthodoxie heeft de christengemeenschap in de Lage Landen iets te vertellen en daarom mag ‘haar Blijde Boodschap’ niet doodbloeden, anders verdwijnt niet enkel het religieuze leven, maar wordt ook het leven van de Kerk ‘Zelf’ verzwakt.
In onze drukke en versnipperde wereld zijn dergelijke van ‘geestelijk water’ voorziene plekken in de woestijn geen overbodige luxe. Het gaat hierbij niet om het nog meer vergaren van kerkgebouwen, maar om ‘de geest van de Orthodoxie’, het uitdragen en zo een ‘mee’ teken te zijn van Gods aanwezigheid in de Lage Landen.
De Orthodoxie is een gemeenschap, die haar rijke ‘vroegchristelijke’ en ‘door de kerkvaders doorgegeven’ spiritualiteit in een verdorde kerkelijke omgeving wil doen opbloeien.
Het is niet voor niets dat uit diverse oorspronkelijk vroegchristelijke landen de vluchtelingen hier een onderkomen zoeken. In de eerste plaats zoeken zij rust -na een periode van oorlog en geweld- maar daarnaast brengen zij ‘een door God gegeven spiritualiteit’ met zich mee, waar menig asceet nog aan kan tippen. Zij beleven nog ondanks hun financiële armoede, dat een schamele snee brood, voedsel betekent om er weer tegen te kunnen.

Eenzaamheid is een belangrijke factor in ons leven; eenzaamheid is de naaste opzoeken; het delen van de eenzaamheid vindt plaats in stilte en die stilte -het tot onszelf komen- vraagt om tijd en ruimte. Het plaats maken voor de uitdrukkelijke ontmoeting met de levende God.
Dit vraagt om gedragsregels, het lekkers weer eens opnieuw antwoord geven op de roepstem van God.
Het doel van ons leven is immers ‘God‘ en dat leven zijn wij hier in onze westerse beschaving onderweg kwijtgeraakt. Het eeuwige Leven, het Hemels Koninkrijk, is de onderlinge liefdesband van de Heilige Drie-eenheid; het eeuwige leven betekent dat wij door de Heilige Geest en de Zoon van God de Vader weer leren kennen. We leren God kennen door uit Hem geboren te zijn en als kinderen van één Vader mogen wij uit Hem leven.
Wij kunnen Hem niet ‘ALLEEN’ kennen door studie er dienen momenten en gelegenheden te zijn van verinnerlijking, bezinning op het leven.
Het elkander [de naaste] liefhebben komt voort uit de liefde tot God en Die zijn we kwijtgeraakt, dus weten we ook niet meer wie onze naasten zijn, ook al doen we alsof en strooien de goegemeente zand in de ogen.
We zijn niet ‘meer’ in staat om te beminnen zoals Hij dat van ons vraagt, zoals ‘Hij‘ ons bemint. Wij zijn niet ‘meer’ in staat te beminnen zoals ‘Hij‘ ons heeft liefgehad.
Christus zocht dikwijls de eenzaamheid op om Zijn vader te ontmoeten en de Wil van de Vader te doen; Hij is -voor ons christenen- ons leven en de volle zin van ons leven. ‘Hem’ leren kennen….. door ‘Hem’ gevonden te worden, om ‘door Hem’ en ‘in Hem’ te leven.
Hij dient voor ons weer ‘alles’ te worden; want ‘in Hem’ dienen we de Vader te vinden. Ons christelijk leven dient weer afgestemd te worden op het leven ‘in‘ Christus en ‘door‘ Christus, zo hebben onze voorvaderen het ons geleerd.
In de eenzaamheid van ons bestaan ontmoeten wij de dorheid en de lusteloosheid van deze tijd.
Loop in de winkelstraten en de overvolle vakantie-gelegenheden en zie de jagende mens – zie onze jongeren, die zich gevangen weten in alcohol, xtc en drugs. Wanneer wij in de woestijn om ons heen de stilte proberen op te zoeken, leren we onszelf kennen . . . . .
de ervaring van onze zwakheid kan een kans zijn om ons leven over te geven aan de leiding van de Heilige Geest. We dienen een keuze maken op de tweesprong . . . . .  in geloof en vertrouwen en dit is ‘de Transfiguratie’, Die ons op dit hoogfeest voor ogen wordt gehouden.

Van nu af zult de Hemel geopend zien en de Engelen van God opklimmen en neerdalen op de Zoon des mensenJohn.1: 52.

     We worden door de Heerlijkheid van Christus op de berg in het bijzin van Mozes en Elia geconfronteerd ‘met onszelf in de aanwezigheid van God’.
Het vraagt oefening en geduld . . . . . om te volharden in gebed en in de stilte.
Het vraagt om een verandering van onze houding, mentaliteit, die tot verhoging van onszelf, van ver-’Heerlijk’- [Christelijk-] king leidt.
We leggen ons leven in Gods handen, we zien Hem aan en blijven kijken naar Zijn zachte liefdevolle vaderlijke blik.
We dalen af naar de eenzaamheid van ons hart . . . . . ook tijdens onze dagelijkse bedoeningen . . . ons hart dient gezuiverd te worden . . . van ijdele trots, hoogmoed  en jaloezie . . .
We dienen onze nietigheid te erkennen . . . inzicht te krijgen in de noodzakelijke overgave . . .
De weg van de zuivering en de omvorming is een lange doorgang door de rode zee een levensweg. Op die wijze groeit er een innerlijke rust en vrede. Er is die strijd van de oude mens tegenover de nieuwe mens.
In de eenzaamheid leef je in relatie met God, de wereld . . . het is geen breuk in relatie met de wereld, maar we zijn niet langer ‘van’ de wereld.
We komen tot een hechtere band met God, met de medemens, met onszelf.
Hoe meer je God nadert, hoe meer je dichter bij de mensen nadert.
Wanneer we leven in verbondenheid met de gehele schepping ervaren we ook het lijden van de mensheid.
Verwerf ‘de innerlijke vrede‘ en duizenden om je heen zullen gered wordenH. Silouan, de Athoniet.

“In ontwakend Geloof volharden . . .”, wanneer we werkelijk -diep in ons hart- geloven dat wij de persoonlijke Tempel vormen van de Heilige Drie-eenheid dan zijn wij niet langer alleen. Door te volharden in eenzaamheid ben je nooit alleen, daar is je vaderland, want je bent verbonden met jouw oorsprong en hebt de sprong gemaakt naar ‘verbondenheid’, het je verbonden weten.
En die verbondenheid geeft je Zijn Heiligheid, Zijn Sterkte, Zijn onsterflijke Kracht en het spontane verlangen om je “liefde tot God” beantwoord te krijgen.
In deze eenzaamheid kun je stoten op Gods stilte. Dit zijn momenten waaraan we niet aan kunnen ontkomen . . . . . er is geen tweegesprek, God is ver weg.
Er volgt een ontmetelijke stilte, een onbekende stilte . . . . .
God is dan een woestijn . . . maar jij dient Hem ‘jouw tijd‘ te geven, die je van Hem krijgt . . . . . een paar jaar in Zijn eeuwigheid is niets vergeleken bij onze tijd van wachten.
Maar het zwijgen van God spreekt van Zijn aanwezigheid; Zijn zwijgen is voor ons de ruimte om Zijn aanwezigheid te beleven. In die stilte is God aanwezig en Hij wil niets anders dan Zich dichter bij ons te brengen; het is het geheim van Zijn onmetelijke Liefde, Die Zich openbaart.

Dit bereiken wij slechts door trouw te blijven aan ons dagelijks gebedsleven; op die manier is Hij als ‘onze Vader’ bij ons met geheel Zijn Wezen [“Ik ben, Die ben, die is . . .; Gr. Ἐγώ εἰμι’, Lat. ‘Ego sum’, Arabisch.’أنا ‘ ].
En zo manifesteert Christus, de Zoon van God Zich in Zijn Heerlijkheid op de Berg Thabor.
Heer, vijf talenten heb Gij mij gegeven: kijk, nog eens vijf heb ik erbij verdiend.
Goed zo trouwe dienaar, omdat ge in weinig trouw geweest zijt, zal ik u over veel aanstellen, treedt binnen in de vreugde van uw Heer’’ uit de gelijkenis Matth.25: 14-30.

Apolytikion     tn.7.
    Gij werd verheerlijkt op de berg, o Christus God
en aan Uw Leerlingen toonde Gij Uw Heerlijkheid.
Doe ook voor ons, zondaars Uw eeuwig Licht stralen:
Gij,Die ons het Licht schenkt, eer aan U
”.

Kondakion     tn.7.
    Op de berg werd Gij verheerlijkt
en vol verbazing mochten Uw Leerlingen Uw Heerlijkheid aanschouwen.
Opdat zij, wanneer zij U gekruisigd zouden zien,
Uw Lijden als vrijwillig zouden erkennen,
en aan de wereld zouden verkondigen,
dat Gij in Waarheid zijt de Afglans van de Vader
”.

Exapostilarion     tn.3a
  Onveranderlijk Licht,
Aanvangloos Licht uit het Licht van de Vader, o Woord.
In Uw stralend Licht hebben wij U
heden op de Thabor geschouwd,
als het Licht Dat van de Vader is,
en als Licht de Heilige Geest,
Die heel de schepping verlicht
”.

Augustus de 1e – Het Koninklijk defilé van het eerbiedwaardige Hout van het Levenschenkende Kruis des Heren

Groot en Heilig Kruis boven de iconostase – Kerk van alle Heiligen, Stavrovouni, Cyprus

      Toen dan de overpriesters en hun dienaars Christus zagen, schreeuwden zij en zeiden: Kruisigen, kruisigen!
Pilatus zeide tot hen: Neemt gij Hem en kruisigt Hem: want ik vind geen schuld in Hem.
De Joden antwoordden hem: Wij hebben een wet en naar die wet moet Hij sterven, want Hij heeft Zichzelf Gods Zoon gemaakt.
Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij nog meer bevreesd en hij ging weer het gerechtsgebouw binnen en zei tot Jezus: ‘Waar zijt Gij vandaan?’. Maar Jezus gaf hem geen antwoord. Pilatus dan zei tot Hem: ‘Spreekt Gij niet tot mij? Weet Gij niet, dat ik macht heb U los te laten, maar ook macht om U te kruisigen?’.
Jezus antwoordde: ‘Gij zoudt geen macht tegen Mij hebben, indien het u niet van boven gegeven ware: daarom heeft hij, die Mij aan u heeft overgeleverd, groter zonde.
        Pilatus dan hoorde deze woorden en hij liet Jezus naar buiten brengen en zette zich op de rechterstoel, op de plaats, genaamd Litostrotos
[Λιθοστρωτος = kasseien], in het Hebreeuws Gabbata [
גבתה = verzamelde]. En het was Voorbereiding voor het Pascha, ongeveer het zesde uur, en hij zei tot de Joden: ‘Zie, uw koning!’
Zij dan schreeuwden: ‘Weg met Hem! Weg met Hem! Kruisig Hem!’ Pilatus zei tot hen: ‘Moet ik uw koning kruisigen? De overpriesters antwoordden:’ Wij hebben geen koning, alleen de keizer!’. Toen gaf hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden. Zij dan namen Jezus en Hij, Zelf Zijn Kruis dragende, ging naar de zogenaamde Schedelplaats, in het Hebreeuws genaamd Golgota
[
גולגותא], waar zij Hem kruisigden en met Hem twee anderen, aan weerszijden een en Jezus in het midden. En Pilatus liet ook een opschrift schrijven en op het kruis plaatsen; er was geschreven: ‘Jezus, de Nazoreeer, de Koning der Joden.
Dit opschrift dan lazen vele der Joden, want de plaats, waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad, en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks.
        En bij het Kruis van Jezus stonden Zijn moeder en de zuster van Zijnr moeder, Maria van Cleophas en Maria van Magdala. Toen dan Jezus zijn moeder zag en de discipel, die Hij liefhad, bij haar staande, zei Hij tot zijn moeder: “ Vrouw, zie, uw zoon”. Daarna zei Hij tot de discipel: ‘Zie, uw moeder. En van dat uur af nam de discipel haar bij zich in huis. Hierna zei Jezus, daar Hij wist, dat alles reeds volbracht was, opdat de Schrift vervuld zou worden:’Mij dorst!’
        Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: ‘Het is volbracht!’. En Hij boog het hoofd en gaf de geest.
De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven – want de dag van die sabbat was groot – vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden. De soldaten dan kwamen en braken de benen van de eerste en van de andere, die met Hem gekruisigd waren; maar toen zij bij Jezus gekomen waren en zagen, dat Hij reeds gestorven was braken zij zijn benen niet,
maar een van de soldaten stak met een speer in zijn zijde en terstond kwam er bloed en water uit.
     En die het gezien heeft, heeft ervan getuigd en zijn getuigenis is waarachtig en hij weet, dat hij de Waarheid spreekt, opdat ook gij gelooft
John.19: 6-11,13-20, 25-28, 30-35.

        Want het Woord van het Kruis is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een Kracht van God.
Want er staat geschreven: ‘Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen.
Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd? Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt?
Want daar de wereld in de Wijsheid van God door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het aan God behaagd door de dwaasheid van de prediking te redden hen die geloven.
     Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, [prediken wij] Christus, de Kracht van God en de Wijsheid van God
1Cor.1: 18-24.

In de onregelmatige verandering van plaats en houding van deze tijd, zowel in onszelf als om ons heen, dient er -méér dan ooit- aandacht geschonken te worden, dat we -alleen nog maar- genoegen dienen te nemen met het beste voedsel, hetgeen ons geschonken wordt vanuit het Koninkrijk der Hemelen.
Velen verkondigen een mening, die heel vaak en regelmatig verkondigd wordt, maar die vertekenen de kern van de Blijde Boodschap.

het Kostbaar en Levendmakend Kruis [Brugge-Oostende]

Paulus sprak over ‘niets anders’ dan “Jezus Christus, en Die gekruisigd”.
Lett. “   Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd. Ook ik kwam in zwakheid, met veel vrezen en beven tot u; mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op Kracht van God1Cor 2: 2-5.
Paulus had er om zo te zeggen ook opnieuw over nagedacht.
Over die vraag wat er in het centrum van zijn leven en ook van zijn prediking moest staan. Je kunt je dat misschien ook wel voorstellen. In telkens nieuwe situaties moest hij de Pedagogie van Christus overbrengen. En ook hij wist natuurlijk van de boodschap en de gespletenheid in onszelf. Van het gapende gat tussen het de Blijde Boodschap vanuit den hoge en het leven van de mens hier op aarde. En al z’n verstand gebruikend en zich iets in gedachten voorstellend was hij opnieuw op basis van de beschikbare informatie gekomen: Inderdaad, alleen het kruis van Jezus Christus overbrugt die gespletenheid.Dat houdt een leven in van je Kruis opnemen en Christus domweg volgen.
Niet voor niets waarschuwt Christus vanaf de berg: “      Niet een ieder, die tot Mij zegt: ‘Heer, Heer, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam boze geesten uitgedreven en in Uw Naam vele krachten gedaan?’. En dan zal Ik hun ‘openlijk’ zeggen: ‘Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid’Matth. 7:21-23. Christus bedoelt dat het je niets baat, wanneer slechts in naam volgeling van hem bent en de rest maar laat waaien.
Wat zijn nu hoofdoorzaken van het verlangen naar geestelijke kant en klare brokken, met geen enkele voedingswaarde in plaats van ècht geestelijk voedsel?
We leven in een ‘ik- gerichte’, slechts op de materie en de mens gerichte consumptie  maatschappij met onze blik gericht op ‘de snelle hap’ een snelle bevrediging van onze behoeften.
Lijden is ongewenst. De huidige cultuur propageert -kant en klare- oplossingen voor pijn en ziekte, die de oorzaak van deze pijn [lichamelijk en/of emotioneel] niet wegnemen.
Waarachtig geestelijk voedsel tot je nemen kost tijd, energie, inspanning kortom investering en appelleert aan ‘verantwoording NEMEN‘ in plaats vrijblijvend in een mum van tijd de maaltijd des Heren weg te schrokken.
Veelal wordt er een “lichte” maaltijd aangeboden, een boodschap, die er maar al te gemakkelijk ingaat, waardoor de innerlijke mens verzwakt raakt. Een met melk aangelengde Blijde Boodschap, waaraan niemand aanstoot durft te nemen.
Een Blijde Boodschap welke de Kracht van het dragen van je persoonlijk Kruis ontwijkt en enkel over de Hemelse genoegdoening spreekt dan over de valkuilen van de tegenstrever.
Er wordt tegenwoordig maar zelden gesproken over lijden, opoffering en een eeuwig oordeel. Alles is er op gericht het wereldtoneel klaar te maken voor de komende Antichrist, de zoon des verderf.
We zien dat de overheden, leidinggevenden alles op alles zetten om het wankele evenwicht, het Babylonisch denken, overeind te houden.
Wij zijn relatief ondankbaar voor alle Genadegaven en [financiële] zegeningen en vergeten vaak deze uit te delen aan degenen, die minderbedeeld zijn.
Er is ‘nog’ géén echte vervolging zoals in de oorlogslanden, dáár is geen middenweg; de keuze voor Christus kan je dáár het leven kosten.
In het zgn. vrije Westen kan men zich – ondanks de opgedrongen slaafse hang naar meer – nog veroorloven de kantjes er af te lopen; dat denkt immers de overgrote meerderheid, totdat de tijd drastisch gaat veranderen.
Er zijn te veel keuzes; bij geestelijke of lichamelijke problemen zijn er nog altijd de specialisten, die pillen, therapieën voorschrijven en hebben we God nog niet ècht nodig.
Behalve wanneer we zoals dat netjes heet medisch uitbehandeld zijn en ‘aan het eind van ons Latijn’, aan onze eigen kleinmenselijke mogelijkheden zijn.
Onverwerkte trauma’s: onverwerkte pijn en verdriet maken velen erg vatbaar voor allerlei misleidingen en verleidingen:
– Gelovigen die diep verwond geraakt zijn, moeten eerst innerlijke genezing ontvangen alvorens ze heilig en rein kunnen leven.
– Dergelijke gelovigen zoeken onbewust nog naar ’hapsnap’-bevrediging door middel van alcohol, drugs, seks e.d. Vanuit hun verwerping zijn ze ook zéér gevoelig voor geestelijke misleiding en voor manipulatie. Ze hebben nog niet de innerlijke kracht en stabiliteit om consistent een christelijke levenswandel te onderhouden.
Ze missen een Vader[figuur], Die bevestigt, verzorgt, corrigeert en aanstuurt.

Groot & Heilig Kruis, achter de iconostase dienst AOKN, in de Ansfriduskerk, Amersfoort 2017

Maar wat dan – hoe en waar word je in deze tijd nog een volwassen ‘geestelijk’ volgeling van Christus, van de Zoon van God?
1.]. door een levensstijl na te jagen, waarin ‘de vreze Gods’ centraal staat.
      Van al het gehoorde is het slotwoord: Vrees God en onderhoud Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. Want God zal elke daad doen komen in het gericht over al het verborgene, hetzij goed, hetzij kwaadPred.12: 13,14.
De vreze Gods is absoluut geen feestje in de Brasserie ‘Tamboerke’ in de Hèrbakkersstad Eeklo [B].

kinderen en jong-volwassenen aanmoedigen en bijstaan om deel te nemen aan de Goddelijke Liturgie

2.]. door een houding te ontwikkelen waarin je met niet minder genoegen neemt dan met de volheid van Jezus Christus. Wij volgelingen zijn als een tak geënt op Christus, de wijnstok.
      Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen, beroem u dan niet tegen de takken! Indien gij u ertegen beroemt – niet gij draagt de wortel, maar de wortel u. Gij zult dan zeggen: er zijn takken weggebroken, opdat ik als loot geënt zou wordenRom.11: 17-19.
Dezelfde kracht als ‘in Hem‘ en ‘door Hem‘ is is ook van ons. Dezelfde Geest, Die Hem uit de dood deed Verrijzen/Opstaan is ook in ons werkzaam.
3.]. door bereid te zijn alles en iedereen op te geven, -wat het ook kost- ten behoeve van “de Wil van God” [er volgt een artikel met nadere uiteenzetting].

Logo AOKN

4.] door toe te laten dat de Heilige Geest -als op de berg Thabor, bij Transfiguratie- tot in de kèrn van ons wezen
-“Zijn Licht”- laat schijnen om vervolgens alles te reinigen.
Dàn zal pas kan de “Volheid van de Goddelijke Liefde, Zijn Licht, Zijn Leven en Zijn Geestelijk Vuur” ons deel worden en zal ons volkomen Heel, Heilig maken.

Tot slot voor de velen, die nu nog twijfelen, wankelen en worstelen:
      Te dien dage zal het geschieden, luidt het Woord van de Heer der Heerscharen, dat Ik op de middag de zon zal doen schuilgaan en bij klaarlichte dag het land in het donker zal zetten.Dan zal Ik uw feesten in rouw verkeren, en al uw liederen in klaagzang. Dan zal Ik rouwgewaad brengen op alle heupen en kaalheid op elk hoofd. En Ik zal het maken als de rouw over een eniggeborene en het einde ervan als een bittere dag.
Zie, de dagen komen, luidt het Woord van de Heer der Heerscharen, dat Ik een honger in het land zal zenden. Geen honger naar brood, en geen dorst naar water, maar om de Woorden des Heren te horen.
Dan zullen zij zwerven van zee tot zee, en van het noorden naar het oosten zullen zij dolen, om te zoeken het Woord des Heren; maar vinden zullen zij het niet.
Te dien dage zullen de schone maagden en de strijdbare jongelingen in onmacht vallen van dorst, die zweren bij wat de schuld van Samaria is, die zeggen: Zo waar uw God leeft, o Dan! en: Zo waar de bedevaart naar Berséba leeft! Ja, zij zullen vallen en niet weer opstaan
Amos 8: 9-14.
– Berséba was een knooppunt van karavaanwegen, waar Abraham een tamariskboom plantte en aldaar de Naam van de HEER, de eeuwige God, aanriep [Gen.21: 33], derhalve een bedevaartsplaats.

Cross – houtsnijwerk van een aankomend monnik, I.M.Karakallou, Athos

3e Irmos Kruisverheffing     tn.4
    Een staf was voorafbeelding van Uw Mysterie,
want door zijn bloei wees deze de hogepriester aan.
Zo bloeit ook in de Kerk, die eerst onvruchtbaar was,
het Hout van het Kruis tot op heden toe,
als haar Kracht en haar Sterkte

Prokimenon     tn.4
“     Alle einden van de aarde
hebben gezien het Heil van onze God

Orthodoxie & de godverlaten lage landen, ‘Heer onze Verlosser, verlos het wanhopige volk !’

Bid met elkaar om te kunnen overwinnen in de geestelijke strijd

      En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezonden.
En toen Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden. Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen.
         Doch het schip was reeds vele stadiën van het land verwijderd, geteisterd door de golven, want de wind was tegen. In de vierde nachtwake kwam Hij tot hen, gaande over de zee. Toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan, werden zij verbijsterd en zeiden: Het is een spook! En zij schreeuwden van vrees.
        Terstond sprak Jezus hen aan en zeide: ‘Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd!’.
Petrus antwoordde Hem en zei: ‘Heer, als Gij het zijt, beveel mij dan tot U te komen over het water’. En Hij zei: ‘Kom!’.  En Petrus ging uit het schip en liep over het water en ging naar Jezus. Maar toen hij zag op de wind, werd hij bevreesd en begon te zinken en hij schreeuwde: ‘Heer, red mij !’.
Terstond stak Jezus hem de hand toe en greep hem en zeide tot hem: ‘Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen?’.
En toen zij in het schip geklommen waren, ging de wind liggen. Die in het schip waren, vielen voor hem neer en zeiden:

‘Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!’.
En toen zij overgestoken waren, kwamen zij in Gennesareth aan land
Matth.14: 22-34.

Onze Lieve Vrouwe“-toren , Amersfoort

Het kadastrale midden van Nederland wordt gemarkeerd door een toren, toegewijd aan de Al-heilige Moeder Gods, voor Orthodoxen ‘de Theotokos’, de God-barende. De stad Amersfoort heeft een rijke religieuze geschiedenis, evenals de kerkprovincie Utrecht, die van oudsher ‘de bakermat‘ is van het christelijk Geloof in de Lage Landen. Niet voor niets vind je er een skala aan voormalige kloosters en kerken, want haar tentakels verspreiden zich over geheel de Nederlandstalige BeNeLux.
Vanaf 1600 werd dit aanleiding de religieuze geschiedenis -een stimulans te geven- hetgeen als religieuze vrijheid werd ervaren, los komen van de verstikkende verkoop van aflaten en het kerkgezag vanuit het kerk als instituut.

Maarten Luther en Katharina von Bora –
portret door z’n vriend
Lucas Cranach, de oude 1529

Het was aanvankelijk helemaal de bedoeling niet een “eigen heilig gemenebest” via het protestantisme op te zetten; in deze richting werd de diepgelovige Luther door de conservatieve oppositie gedwongen, die hervormingen verwierp en de stroming bestempelde als zijnde ketters. De meest radicalen onder hen, beweerden dat met deze hervormingen de kerk in de handen van ‘de antichrist’ viel. De protesterende RK-gelovigen beschouwden zichzelf echter als een “stad op een heuvel”, een Lichtend voorbeeld van het religieuze leven en de praktijk voor de wereld. Luther werd als augustijner monnik door de conservatieve kerkgemeenschap verraden, middels de ‘inquisitie’ vervolgd en na zoveel eeuwen later zou je verwachten dat met name de kerkelijke macht, het instituut kerk hiervan geleerd zou hebben.

Christ, The Bridegroom, by Julia Bridget Hayes

– Voor alle duidelijkheid dienen we te beginnen met de bruidegom, Christus Zelf. Het valt op, dat nergens rechtstreeks in de Schrift vermeld wordt dat Christus de bruidegom is! De tekst die het dichtst in de buurt komt is die uit Openbaringen: “ Laten wij blij zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligenOpenb.19: 7,8.
– Uit de context van Openbaring kunnen we echter wel opmaken dat met het Lam Christus wordt bedoeld. Tegen de volgelingen van Johannes de Doper gaf Jezus wel een hint dat Hijzelf de bruidegom is. Dit kunnen we lezen in: “ Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem en vroegen: Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw discipelen niet? Jezus zei tot hen: ‘Kunnen bruiloftsgasten soms treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is, en dan zullen zij vastenMatth.9: 14,15.”

John the Baptist – from Nazareth to Theophany

– Ten slotte sprak Johannes [de doper], die, te Enon bij Salim, doopte omdat daar veel water was, ook nog over Jezus als bruidegom. Dit is vastgelegd in: “ Die de bruid heeft, is de Bruidegom; maar de vriend van de Bruidegom, die erbij staat en naar Hem luistert, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de Bruidegom. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld. Hij moet wassen, ik moet minder worden. Die van boven komt, is boven allen; wie uit de aarde is, is uit de aarde en spreekt van de aarde. Die uit de hemel komt, is boven allen; wat Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij en Zijn Getuigenis neemt niemand aan. Wie Zijn Getuigenis aanvaardt, heeft bezegeld, dat God waarachtig isJohn.3: 29-33.
Dat Jezus de Bruidegom is, mag daarmee voldoende zijn aangetoond. Let wel dat de  Heer, Jezus Christus, Die in de toekomst Zijn bruid mag ontmoeten niet dezelfde Heer is die hier op aarde heeft rondgelopen. De ‘aardse’ Heer en Verlosser is immers gestorven! De Opgestane Heer, Die ten hemel is gevaren en aan de rechterhand van God op de Koninklijke Troon zit, is ‘ een Ander’.
Bijgevolg, mijn broeders, zijt ook gij dood voor de Wet door het Lichaam van Christus om het eigendom te worden van ‘een Ander’, van Hem, Die uit de doden opgewekt is, opdat wij ten opzichte van God vrucht zouden dragen. Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet geprikkeld worden, in onze leden, om voor de dood vrucht te dragen; maar thans zijn wij van de Wet ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in de nieuwe staat van de Heilige Geest en niet in de oude staat van de letter der WetRom.7: 4-6

Doopvont in de vroeg-christelijke Kerk

Voordat je een verbintenis aangaat, lees je het contract voordat je het ondertekent lees je het eerst nauwkeurig door. Zeker bij arbeidscontracten, waarbij ergens in de kleine lettertjes ongemerkt tegenvallers kunnen opduiken. Maar toch heeft iedereen, die ik ken, op de een of andere manier binnen de Kerk wel niet-openbare, verborgen geniepigheden meegemaakt. Ondanks de maatregelen om problemen te voorkomen lijkt het voortdurend zo te zijn dat mensen, die kerkelijk actief zijn, uit onverwachte hoek worden verrast. Wanneer je verder verdiept in het liefdewerk als de Bruid van Christus, heb je de indruk dat je niet zo gauw wordt overrompeld door een zekere vorm van tegenstand – in het ergste geval van verraad.
Maar waarom worden we zo verrast?
Op hoeveel verschillende manieren heeft God, Zelf in de Blijde Boodschap niet aangetoond dat de mens wispelturig is. Hoe vele keren is God Zelf hiermee niet geconfronteerd en maakte Hij Persoonlijk deel uit van zo’n zware tegenvaller?
De menselijke schandalige toekenning van deze eigenschap blijkt al uit zijn ongehoorzaamheid in de tuin van Eden; de mens is niet te vertrouwen.
Het scheelt vervolgens niet veel of de vrijmoedige inzet van de Bruid van Christus bezwijkt aan de stemming, die niet rechtstreeks tot uiting komt, maar voor ingewijden wel goed te merken is binnen de kerken. Het komt regelmatig voor dat gelovigen hierdoor een trauma ‘voor het leven’ oplopen, die hun geloofsleven niet langer normaal doet functioneren.
Het verslag van feiten, die al dan niet waar gebeurd zijn van de volmaakte romance tussen God en Gods volk is een aantrekkelijkheid met ups en downs.
Gods volk [de Kerk] neemt maar al te vaak aan dat hun belang ‘op een ander vlak ligt’, dan die van de uit het gevaar bevrijdende God die hen uit de slavernij heeft geleid en hen in de woestijn naar de geneugten van het beloofde land deed verlangen; een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde.
In plaats daarvan willen ze rozengeur en maneschijn, borrelhapjes en wijn, een goed inkomen en om het kort uit te drukken het comfort van de wereld.

Gods Volk verwacht heil van boven

      Ontucht, wijn en most nemen het verstand weg. Mijn volk raadpleegt zijn hout, en zijn staf moet het voorlichten. Want een geest van ontucht doet hen dwalen, zodat zij zich in ontucht aan hun God onttrekken. Op de toppen der bergen slachten zij offers en op de heuvelen ontsteken zij die, onder eik, populier en terebinth, omdat de schaduw ervan aangenaam is. Daarom bedrijven uw dochters ontucht en plegen uw schoondochters overspelHosea 4: 11-13.
Verleiding en ontrouw moet voor ons -ingewijden- dus geen verrassing zijn en dàt ‘in de steek gelaten worden’, verraden te worden houdt zich ook op in de kerk-gemeenschappen.
Wanneer het mogelijk is dat Gods Volk [de Kerk] ’God Zelf’ kan verraden, waarom zouden we elkaar dan niet verraden?
Ik heb diverse voorgangers meegemaakt, die verschillende soorten van verraad hebben meegemaakt, zowel vanuit de leiding als vanuit het gelovige volk en dat zij er eelt op hun ziel mee hebben opgelopen, zal menigeen bevestigen.
Sommigen zijn in staat geweest om relaties te herstellen, sommige zijn verhuisd en hebben elders een ‘betere’ positie kunnen innemen, weer anderen hebben hun toog aan de wilgen gehangen, omdat de wonden te diep waren en hun ziel ‘niet’ te genezen was.

Geloof wordt regelmatig in de kerkgemeenschap ‘zelf‘ afgebroken

         Schandalig gedrag en verraad schendt het Geloof voor een respectvol iemand, die eerlijk is en goede bedoelingen heeft. Het breekt iets heiligs, een uitgesproken of onuitgesproken belofte de ander te beschermen, de ander te ondersteunen, lief te hebben en de ander te verheffen. Dit vertrouwen kan door zowel grote als kleine voorvallen geschonden worden; maar het laat voor altijd het bedrogen en kwetsbare gevoel achter wat daardoor lang naklinkend is blootgelegd. Vaak is de pijn zó diep doorgedrongen, omdat de relatie niet datgene geboden heeft wat er van verwacht werd en blijkt het eeuwen te duren alvorens er weer van enige toenadering sprake is.
We christenen dienen allemaal ‘
het uiterste in onszelf’ te investeren, om zowel zelf als de ander te laten ontdekken dat een relatie, waarin wij geloven ‘wederkerig’ dient te zijn, òf niet soms.

Christus staat aan de deur en klopt

Je mag jezelf als een vreemdeling beschouwen‘, zoals de een of andere kerk kan verkondigen, aan wie slechts een ‘formeel‘ lid, of zich aangesloten heeft bij de christenen van dien aard.
Maar tegen jou’, zal Christus zeggen, ‘Jij bent een Goddelijk kind, een kind van God. ‘Ik’ heb je gedoopt door Mijn Heilige Geest, ‘Ik’ heb je bevestigd. ‘Ik’ heb met jou een Verbond gesloten en je in ‘Mijn’ huwelijk gekroond, ‘Ik’ beschouw je als ‘Mijn’ eigen kind. ‘Mijn deur’ staat voor je open. Je mag komen op elk moment dat je maar wilt”.
Want het is uiteindelijk de wil van de mens die zijn terugkeer tot Christus definitief zal maken, ook wanneer je Anglicaans, oud [Katholiek] gelovig, Protestant of Vrijzinnig bent; het is “Christus”,
Die de uiteindelijke Pantocrator is en niet de menselijke instituten.

Mensen hebben vaak genoeg meegemaakt dat iemand met een leidinggevende functie in de kerkgemeenschap, met wie zij samenwerkten, tegen hen had gelogen. Zij kwamen die leugen niet alleen ‘tégen’, maar ontdekten dat anderen, hier eveneens weet van hadden en gewoonweg zwegen. Zij wisten van het bedrog en het werd de goegemeente niet verteld – om reden ‘geen slapende gelovigen wakker te maken’ òf om ‘hun eigen leventje niet te laten verstoren’; aldus werd ‘hun christelijke ziel aan de duivel verkocht’.
De pijn van dit soort slagen in je gezicht, kom je nimmer te boven; de angel van de leugens, het gedraai; het vreselijk gevoel voor de gek te zijn gehouden; het besef dat je door mensen, die jij vertrouwde, voor de mal werd gehouden.
Het is als een ervaring van de steken, die een reusachtig kwal nalaat, die z’n tentakels het gif over je heeft uitgestort.
Het gif van het verraad liet zich voortdurend  af- en toenemen en was tot in de uitersten van de ziel doorgedrongen. De leugen werd als een piep in de oren, die nimmer meer is verdwenen, zo verstrekkend zijn de gevolgen van dit soort gebeurtenissen.
Ik ken ook ‘heden-ten-dage’ nog voorgangers, die onder hun aanhangers hun scherpste beoordelaars hebben meegemaakt; dit soort leden van de kerkgemeenschap, deze medewerkers en vrijwilligers gaven hen kracht en dit zijn dezelfde mensen, die het vuur uit hun sloffen liepen om de functie van psalmist, het onderhoud en schoonhouden van de kerkruimten, de catechese, de organisatie van de feestdagen, het verzorgen van de koffie en noem maar op te vervullen.
Wanneer dit de voorgangers zelf overkomt betreft dit veelal kleine aangelegenheden, maar het komt ook voor dat dit in een gemeenschap en hele bevolkingsgroepen verlammend kan werken.
Wat we zelf doen met dit soort verraad, dit beschadigen van vertrouwen kan sterk variëren en zijn er momenten waarop je het recht hebt om je ‘eigen weg’ te gaan.
Geestelijke mishandeling kan tenslotte nimmer worden getolereerd. Misbruik door de kerk, en zeker van degenen, die met de leiding, het gezag zijn belast kan maatschappelijk niet worden aanvaard.
– Het is ‘goed’ om dit soort zaken aan de kaak te stellen en het is voor jezelf gezond om je uit dergelijke instituten terug te trekken. Maar dit soort zaken kunnen niet onder de mat worden geschoven en zullen hoe dan ook littekens achter laten.
Ik geef toe dat kerkgemeenschappen met de nodige voorzichtigheid benaderd dienen te worden en dat vertrouwen gekoesterd dient te worden. Daarom is toezicht van de omgeving in elke positie van de Kerk [van hoog tot laag] dan ook noodzakelijk – want de menselijke geest waait waarheen des wil en dat is niet altijd in de Goddelijke richting, Die de Heer en Verlosser in Zijn Blijde Boodschap bedoeld heeft.
Zet je dus schrap en bezin je voor je ergens aan begint, maar weet dat je nog steeds van Christus en van Zijn Lichaam dient te blijven houden, de Kerk, zoals Hij het bedoeld heeft. En wees ontzettend voorzichtig met instituten, opdat je niet opnieuw teleurgesteld zult raken.

Ik bezocht onlangs een orthodoxe eredienst, omringd door vluchtelingen,              – geslagen mensen uit een vreemd land -, die steun bij elkaar zoeken en ervaringen uitwisselen,  mensen die onze Heer en Verlosser oprecht lief heeft. Iedere bank in de ter beschikking gestelde RK gastkerk was gevuld met iemand voor wie onze Heer Zijn Leven gaf, iemand voor wie Hij alles -in het leven- heeft meegemaakt. We werden door de voorganger, de priester van die gemeenschap in de Arabische taal uitgenodigd en ik verstond de woorden die ik duizenden keren eerder gehoord heb:
    واضافانه بموته على الصليب، وينحدر الى الهاوية. لأنه ملأ الكون مع نفسه، وقد اطلق مخاض الموت نفسه فدية عن الموتى، التي بعنا كل خطيئة .. وارتفعت و في اليوم الثالث وبذلك تكون قد مهدت الطريق لجميع القيامة اللحوم من بين الأموات. لذلك لم يكن من الممكن لأصل الحياة تحت سلطة سيأتي من التسوس. وهكذا، فإن باكورة الراقدين أيضا كان بكر من الموتى “[باسلالقداس]“ – fonetisch: wa’adaf “anah bimawtih ealaa alsalibi, wayanhadir ‘iilaa alhawiata. li’anah mala alkawn mae nafsihi, waqad ‘atlaq makhad almawt nafsih fidyatan ean almutaa, alty baena kla khatiya .. wairtafaet w fi alyawm alththalith wabadhalk takun qad mahadat altariq lajamie alqiamat allihum min bayn al’amwati. ldhlk lm yakun min almmkn li’asl alhayat taht sultat sayati min altasaws. wahukdha, fa’iin biakwrat alraaqidin ‘aydaan kan bikr min almawtaa “[basla-alqdas] – Nederlands:
  Hij heeft Zichzelf gegeven als losprijs voor de dood, waaraan wij allen verkocht waren door de zonde. Door Zijn kruisdood is Hij afgedaald in de hades. Doordat Hij het heelal met Zichzelf vervulde, heeft Hij de smarten van de dood ontbonden. Hij is opgestaan op de derde dag en heeft zo de weg gebaand voor alle vlees tot Opstanding uit de dood. Het was immers niet mogelijk dat de Oorsprong van het Leven onder de macht zou komen van het bederf. Zo werd de Eersteling van de ontslapenen ook de Eerstgeborene uit de dodenBasilios-Liturgie.
Ik heb die woorden gelezen.
Van jongs-af-aan- heb ik die woorden gehoord. Ik heb de strekking van die woorden gedeeld met diverse christelijke gemeenschappen: Rooms Katholiek, Oud Katholiek, Protestants, Anglikaans, diverse orthodoxe geledingen – in het Latijn, Nederlands, in het Duits en het Frans, Engels, Italiaans en Spaans.
Maar voor de eerste keer, klonken  deze Arabische woorden in mijn oren als een trompetgeschal:
كان واضافانه بذل نفسه فدية عن الموتى، التي بعنا كل خطيئة.” من الليل …” – “   Hij heeft Zichzelf gegeven als losprijs voor de dood, waaraan wij allen verkocht waren door de zonde “.

Het groot en Heilig Kruis van Christus, onze Verlosser

God leed als vleesgeworden mens, in het vleesgeworden Woord, aan het verraad uit de handen van één van Zijn volgelingen – degene van wie werd verondersteld dat die Hem zou steunen, stond voor Hem, hield op z’n eigen wijze van Hem, maar verkocht Hem voor winst.
De gevolgen waren enorm en het veroorzaakte ontzettend veel leed.
Zijn eigen moeder, de Theotokos, de God-barende, keek toe hoe Hij gemarteld werd en uiteindelijk geëxecuteerd.
En de verrader zelf werd zo overmand door verdriet dat hij zich het leven benam.
En Zijn andere vrienden hielden zich afzijdig en hebben Hem evengoed verraden, ontkenden zelfs dat zij Hem kenden, tot Zijn volgelingen behoorden.
Verraad, het ontbreken, verbreken van de onderlinge saamhorigheid [trouw] laat een spoor van vernietiging na. Het is méér dan een doodssteek, welke de menselijke ziel doorboort, ’
het scheidt de mens van het Goddelijk hart, de Liefde- ’.
كان للخيانة من الليل …” – “In de nacht werd Hij verraden …
en de priester aan het altaar gaat verder:
“ “
في نفس الليلة التي هو نفسه أعطى لحياة العالم، وأخذ خبزا في يديه المقدسة ودنس، خصصت لك، لقد أعطى الله الآب شكرا، المباركة، قدس، وكسر: وتبريده لأتباعه والرسل، قائلا: خذوا كلوا هذا هو جسدي الذي كسر لك لمغفرة الخطايا “ – fonetisch: “fy nfs allaylat alty hu nafsuh ‘aetaa lihayat alealim, wa’akhadh khubzana fi yadayh almuqadasat wadansin, khusisat lika, laqad ‘aetaa allah alab shukraan, almubarakatu, qads, wakusr: watabriduh li’atbaeih walrusuli, qayila: khudhuu kuluu hadha hu jasdiun aldhy kasr lak lamaghfirat alkhataya “ – Nederlands:
  In dezelfde nacht waarin Hij Zichzelf overleverde voor het leven van de wereld, nam Hij Brood in Zijn heilige en onbevlekte handen, droeg het op aan U, God de Vader, dankte, zegende, heiligde en brak het: en gaaf het aan Zijn volgelingen en apostelen, zeggend: Neemt, eet, dit is Mijn Lichaam, dat voor U gebroken wordt, tot vergeving van de zonden”.

Christus Pantocrator icoon uit de 6e eeuw [bewaard in het Grieks-Orthodoxe Sint Catharina-klooster in de Sinaïwoestijn, Egypte] waarop Hij zegenend is afgebeeld. Dit is tevens het kruisteken zoals de oudgelovigen dat nog steeds maken. De twee vingers staan voor de dualiteit van de Christus: God en mens; de drie vingers symboliseren de Heilige Drie-eenheid.
Op de avond dat Hij werd verraden, deed onze Heer en Verlosser iets voor ons en via onze verbintenis met Hem, gaf Hij ons in ons christelijk Leven een Opdracht mee om iets voor Hem te doen. En aldus blijf Hij verbonden met Z’n bruid, Zijn Lichaam, de Kerk en het breken van het Brood met die Bruid [de Kerk] en de Liefde voor die christelijke gemeenschap.
En wanneer wij nu voor het probleem van de angel van het verraad gesteld worden, dienen wij ons te herinneren dat Onze Heer en Verlosser de pijnlijke steek oneindig veel meer voelde dan wij ooit zullen ervaren.
En vanwege hetgeen er voortvloeit uit wat Hij voor òns gedaan heeft, na de avond dat Hij werd verraden, blijven wij getrouwe christenen alleen Hem in onze eigen gekozen christelijke gemeenschap dienen uit Liefde voor Zijn bruid.

Apolytikion      tn.8
  Uit den hoge zijt Gij neergedaald, o Barmhartige,
en zijt drie dagen in het graf gebleven,
om ons van het lijden te bevrijden.
Gij zijt ons Leven en onze Verrijzenis;
Heer, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8
  Nadat Gij zijt opgestaan uit het graf,
hebt Gij de doden opgewekt,
en Adam weer doen opstaan.
De einden der wereld jubelen
over Uw ontwaken uit de doden,
o Al-barmhartige
”.

Theotokion     tn.5
  Om ons zijt Gij uit de Maagd geboren,
en hebt Gij het Kruis ondergaan, o Goede.
Door Uw dood hebt Gij de dood overwonnen
en ons als God de Opstanding getoond.
Veracht het werk van Uw handen niet;
toon ons Uw mensenliefde, o Barmhartige.
Verhoor haar die U gebaard heeft:
de Moeder Gods, die voor ons bidt,
en verlos Verlosser het wanhopige volk
”.

 

Orthodoxie & wat de wereld te wachten staat

Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen. Wie in Mij niet blijft, is buiten geworpen als de rank en is verdord en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand.

Wanneer wij vanuit de Blijde Boodschap opnieuw een wonderverhaal horen,
voelen wij mensen van het computertijdperk ons min of meer ongemakkelijk.
Dat komt omdat onze gewone manier van denken uitgaat van de materiële werkelijkheid, die voor ons de echte en enig betrouwbare werkelijkheid lijkt; daaruit trachten wij dan spirituele gedachten af te leiden.
Bij de Goddelijke Boodschap, in Christus Pedagogie ligt dit juist precies andersom: de echte werkelijkheid die allereerst op de voorgrond treedt, is niet de materiële zichtbare werkelijkheid, maar de geestelijke ‘onzichtbare’ werkelijkheid.
        Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. Want door dit [Geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven. Door het Geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare” Hebr.11: 1-3.

Wij vergeten maar al te vaak dat Gods Boodschap niet geschreven is om een materiële situatie uiteen te zetten, die vele duizenden jaren geleden heeft plaatsgevonden, maar om Jezus’ optreden aan te tonen in de geestelijke situatie van de Kerkelijke Gemeenschap waar dit ‘Woord” -hier en nu- gelezen wordt. Wanneer we dat van nu-af-aan voor ogen houden krijgt dit onderwijs een buitengewone spirituele kracht en vormt het een stimulans voor ons leven van vandaag de dag.

Psalm 50: 10

De Kerkvaders zeggen dat het lezen van het “Woord” altijd een actueel gebeuren is: het is alsof wij vandaag in het Heilig Land zouden staan luisteren naar de Zoon van God, Die die tot ons spreekt.
Daarom, gaan we ook staan wanneer het Evangelie gelezen en wordt er uitgeroepen: “Staat recht”.
Dit is vanaf de eerste christentijd [de Orthodoxe] algemeen gebruikelijk geweest: ‘Onze Heer en Verlosser spreekt er tot ons en wat heeft ons dat -hier en nu- te zeggen’. Wanneer Jezus verneemt dat Johannes de Doper tijdens het verjaardagsfeest van Herodes is vermoord, trekt Hij zich tijdelijk uit het openbaar terug en zoekt Hij de eenzaamheid op. Hij heeft hierbij het plotseling verlies van Johannes te verwerken en dan heeft iedereen rust en stilte nodig.
Het volk dat Hem genegen is komt daarmee in een situatie terecht waar Jezus niet meer in de openbaarheid gevonden kan worden.

In de loop der eeuwen zal die situatie onder het godsvolk, de Kerk, zich keer op keer herhalen, hetzij bij vervolgingen, hetzij bij algemene Geloofs-onverschilligheid. Dat is ook zo in onze tijd het geval, de situatie van vandaag-de-dag: God en de Pedagogie van Zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus verdwijnen Beiden uit het openbaar leven.
God is weliswaar ‘-niet-dood-‘, maar Geloof is een privé-zaak geworden. En daarmee dient er ook door ons op zoek gegaan te worden naar God, Die slechts in de eenzaamheid gevonden kan worden.
In de stilte en die eenzaamheid kunnen we ook het best ‘door Hem’ genezen worden van onze beschavingsziekten als eenzaamheid, hopeloosheid, stress, depressie en moedeloosheid.
Jezus heeft immers ‘diep‘ medelijden met de grote menigte die Hem met hun ziekten achterna komen tot in de eenzaamheid.
De leerlingen, hoewel weinig, slechts een 70 in aantal, voelen zich overrompeld,
ze zouden zich gemakkelijk opsluiten in hun kleine groepje: zij weten zich niet bij machte om blijvend ‘in’ te blijven staan voor de geestelijke noden van zo’n grote massa. Wat hebben ze het volk nog te zeggen, wat kunnen zij hen voor-houden?

Wat hebben zij nog te bieden?
Gezien het feit dat de godsdiensten de menselijke problemen niet hebben opgelost, hebben de meeste ontwikkelde mensen in onze tijd het Geloof in een werkelijk bestaande God opgegeven. Dat is begrijpelijk – want de mensheid heeft zich van de ‘ware‘ religie afgekeerd, zij ervaren daar ‘niets‘ meer – die zijn alleen met hun eigen eigenaardigheden bezig.
De meeste religies -ook de christelijke- van deze wereld onderwijzen en handelen op een manier die volkomen in strijd is met de waarheid die in de Bijbel wordt geopenbaard, hetgeen zij verkondigen; zij worden als ‘schijnheilig‘ aangeduid .

Wie het ‘Woord’ leest, komt terecht in een wereld en een cultuur, die totaal anders is dan de onze; maar we ontmoeten daar tevens mensen, die voor dezelfde levensvragen staan als wij.
Mensen, die gevangen zitten in ingewikkelde sociale structuren, maar
die hun leven op orde willen krijgen en hun energie willen steken in wat werkelijk waardevol en verrijkend is.
Wat ons verbindt met de wijzen uit het verre verleden zijn ‘soms‘ de antwoorden, maar nog veel vaker de ‘vragen‘ die het dagelijks leven ‘ook hun‘ stelde.
Daarop reflecteren maakt de mens ‘wijs‘.

Diegenen die tégen de stroom in toch willen begrijpen kùnnen nog weten dat er werkelijk een God bestaat. Er is een grote Schepper en Bestuurder van het universum en Hij is bezig hier op aarde een groot doel te verwezenlijken.
Jij wordt persoonlijk in staat gesteld dat doel te begrijpen – indien je dat maar  werkelijk wilt.

In het Nieuwe Verbond inspireerde God de apostel Petrus te schrijven:
    En wij achten het profetische woord [daarom] des te vaster en
gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die
schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en
de morgenster opgaat in uw harten
” 2Petr.1: 19.

Wanneer jij je bereidheid toont, de feiten van de geschiedenis onder ogen te zien, kun je voor jezelf bewijzen dat de God van deze Blijde Boodschap inderdaad in het verloop van de grote gebeurtenissen van de menselijke geschiedenis -keer op keer- heeft ingegrepen.
Hij is een werkelijk bestaande Mystieke Persoonlijkheid, Die de opkomst en het verval van naties en wereldrijken leidt.
Koning Nebukadnezar van het oude Babylon was een van die machtigste vorsten in de geschiedenis, maar God liet hem letterlijk krankzinnig worden om hem – en ons – een belangrijke les te leren.
Waarom deed God dat? Hij antwoordt:
“ Dit bevel berust op het besluit van de wachters en deze zaak op het woord der heiligen, opdat de levenden mogen weten, dat de Allerhoogste Macht heeft over het koningschap van de mensen en dat geeft aan wie Hij wil, ja, zelfs de nederigste onder de mensen daarin aanstelt” Dan.4: 17.

God, de Schepper van onze wereld

Inderdaad, God grijpt in – wanneer Hij dat verkiest – om de zaken van de mens te leiden teneinde ‘Zijn’ uiteindelijk Goddelijk doel te bereiken.
En de algemene omstandigheden die Hij wenst te leiden worden geopenbaard in de gehele Blijde Boodschap – het geïnspireerde Woord van God.
De meeste christelijke kerken -behorend tot de hoofdstroom- begrijpen dit totaal niet.
Zij spreken simpelweg over een -‘Jezú lieve Heer’-, Die klaarblijkelijk ‘los’ staat van de wereldgebeurtenissen en van
de opkomst en val van naties.
Niettemin zegt God ons in zijn geïnspireerde Woord:
Het getuigenis van Jezus is … de geest van de Profetie” Openb.19: 10.
Want God inspireerde de Heilige Schrift door Jezus Christus – en meer dan een vierde van dit Heilig Boek is profetie!

Wij dienen dus inzicht te verkrijgen door dit te bestuderen.
Naarmate de naties en de menselijke instituten om ons heen
uiteen beginnen te vallen en veel van onze Hoop en dromen
in deze samenleving op niets beginnen uit te lopen, dienen wij ons richten op het enige werkelijke antwoord:
de zeer waarachtige God, Die Zich van het begin der mensheid heeft geopenbaard.

Want ‘Hij’, God zal ingrijpen -nog in het leven van de meesten van u- die dit Heilige Geschrift lezen.
Hij zal, als alleenheerser, als Pantocrator, een schitterende nieuwe wereld tot stand brengen – de Wereld van Morgen – een geheel nieuwe Hemel en een nieuwe Aarde die berust op Zijn Goddelijke Liefde, op Zijn Vreugde en Vrede.
Wanneer jij je werkelijk in dit Heilig Boek verdiept, het van kaft tot kaft bestudeert, zul je dit feit —keer op keer— geopenbaard en verklaard zien.
Let op hoe de geïnspireerde apostel Petrus ons in een van zijn eerste preken zegt dat God:
        En nu, broeders, ik weet, dat gij uit onkunde hebt gehandeld, gelijk ook uw oversten; maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt 
had, dat zijn Christus moest lijden. Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, Die voor u tevoren bestemd was, Jezus [met Kerst], heeft gezonden;  Hem moest de Hemel [op Hemelvaartsdag] opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher” Hand.3: 17-21.

De ‘onder ons’ levende Christus zal spoedig de verheven overheden van onze door oorlog verscheurde wereld overnemen.
Aanvankelijk zullen de natiën en machthebbers van deze aarde Zijn volmaakte regering mogelijk weerstaan, maar Christus zal met alle Macht van God terugkeren om deze aarde Zijn Vrede op te leggen.
Christus zal terugkeren als hoogste Machthebber over alle regeringen en koningen van deze aarde, die Hem ondergeschikt zullen zijn:
“ Uit Zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen. En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de Naam: ‘Koning der koningen en Heer over de heren’” Openb. 19: 15,16.
Honderden jaren vóór de menselijke Geboorte van Jezus Christus,
[welke wij met Kerst vieren] inspireerde God de profeet Isaiah ertoe
een profetie op te schrijven over wat Zijn taak uiteindelijk zou zijn:
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid…” Isaiah 9: 5-6.

Wie zal er regeren onder Christus?
God leidde in elk geval Abraham op voor een toppositie met
grote verantwoordelijkheid in de komende wereld.
De Heilige Schrift noemt Abraham ”een erfgenaam van de wereld” Rom.4: 13.
God zal Abraham belonen voor zijn Geloof door hem een dienstverlenende positie over de hele wereld te geven.
In Ezechiël 37:15-28 laat God zien dat Hij Israël en Juda zal herenigen.
Over deze twee naties zegt Hij:
Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen van Israël. Zij zullen allen één Koning als koning hebben. Zij zullen niet langer als twee volken zijn, en niet langer nog in twee koninkrijken verdeeld zijn” Ezech. 37: 22.

Christus’ interactie met de Rijke Jonge Heerser                    – Η αλληλεπίδραση του Χριστού με τον Πλούσιο Νέο Χάρακα                                           – تفاعل المسيح مع ريتش الحاكم الشاب

Christus zal op een bijzonder rechtstreekse manier over de natiën van Israël [en de Kerk, Zijn Lichaam] regeren, omdat Zijn hoofdkwartier in Jeruzalem zal zijn.
Lees hoe specifiek er geschreven wordt over Zijn regering over het huis van Jacob. God riep dat huis, ook bekend als het huis Israël [de Kerk], om Zijn uitverkoren Volk te zijn en een Goddelijk Licht te vormen voor de rest van de wereld.
Zij werden uitverkoren, niet als favorieten, maar als mensen die een taak dienen te vervullen – iets waarin zij tot nog toe volkomen gefaald hebben.
Gedurende de komende duizendjarige regering van Christus zal het huis Israël worden herenigd met het huis Juda, en samen zullen zij de voornaamste natie op aarde zijn om onder Christus mee te helpen het voorbeeld te geven en Zijn regering over de hele aarde uit te voeren.

Onder Christus als Koning der koningen zal de opgestane koning David direct over het verenigd huis van Israël regeren:
En Mijn knecht David zal koning over hen zijn.
Voor hen allen zal er één herder zijn.
Zij zullen in Mijn bepalingen wandelen en
Mijn verordeningen in acht nemen en die houden
” Ezech. 37: 24.

Ook de christenen die in dit leven groeien in ‘Genade, vaardigheden en kennis‘, zullen in Christus Millennium functies onder Christus krijgen:
En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt,
hem zal Ik macht geven over de heidense volkeren.
En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf…
” Openb.2: 26-27.
En we zien dat “Christus ons voor onze God [heeft] gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde” Openb.5: 10.

Jezus gaf de Gelijkenis van de ponden om te laten zien dat Christenen in dit leven hun menselijke natuur dienen te overwinnen, hun tijd en talenten goed en in overeenstemming met Gods wetten dienen te gebruiken en zich dienen voor te bereiden op een positie van Macht en Verantwoordelijkheid in de spoedig komende regering van God op deze aarde.
Let op Zijn uitspraak tot de mens die het meest had overwonnen en tien ponden winst had gemaakt:
Goed gedaan, goede slaaf!
Wees, omdat u in het minste trouw bent geweest,
machthebber over tien steden
” Luc.19: 17.
Waarin zijn zij trouw geweest: Christus heeft hun opgedragen het toegewezen voedsel aan de mensen uit te reiken dat Jezus aan het Volk ter beschikking heeft gesteld.
Het weinige dat wij – ‘slechts onderlinge liefde’- Hem in onze armoede kunnen aanreiken, zal Jezus vermenigvuldigen met Zichzelf. Er zal iets gebeuren wat het vermogen van de apostelen [en hun opvolgers] absoluut te boven gaat.
Geheel het Volk van de kinderen van God wordt Jezus’ tafelgenoot, het Rijk der hemelen wordt ingewijd aan de dis van de Goddelijke Liturgie.
Voor ieder van de twaalf apostelen blijft er een volle korf over om mee naar de toekomst te gaan en dat brood zal niet opraken, want het is het onsterfelijk Woord. Jezus, onze Heer blijft Zich geven door de ‘ware’ bedienaren van Zijn Lichaam, de Kerk.

Met zijn slotnotitie drukt Matteüs nog eens door dat we de weergave van de broodvermenigvuldiging dienen te lezen vanuit de Goddelijke Liturgie, en niet de eucharistie vanuit de broodvermenigvuldiging. ‘Het waren ongeveer 5.000 mannen die gegeten hadden, vrouwen en kinderen niet meegerekend’, zegt hij. Hij telt hier overeenkomstig de manier van het Oude Testament, waar alleen de mannen van rechtswege lid waren van de gemeenschap.
Bij de christenen echter werden, vanaf den beginne, vrouwen en kinderen gedoopt en dus aangenomen als leden [mede-priester] van de gemeenschap. De eerste christenen hebben zich de vraag gesteld of ze niet geheel het Oude Testament overboord moesten gooien, met die wraakzuchtige God, met dat ‘oog om oog, tand om tand’, en met dat alles wat niet strookt met de Blijde Boodschap. Ze kwamen tot de conclusie dat het beter was het Oude Testament te behouden, maar het -overeenkomstig  de ontmoeting van de twee broeders op de weg naar Emmaüs- geheel te herlezen en te her-begrijpen vanuit Christus. Daarom wordt op de maandag na Pascha het Evangelie van de Emmaüs-gangers gelezen, daarom staat in de RK traditie de paaskaars naast de lezenaar: al de schriftlezingen dienen begrepen te worden in het Licht van de Opgestane/Verrezen Christus. Het verhaal van de broodvermenigvuldiging is een verhaal dat, zoals het Oude Testament, en dient begrepen te worden vanuit de Goddelijke Liturgie/ de Eucharistie, dat is de wenk die Mattheüs ons meegeeft.  Nog eens, de onzichtbare werkelijkheid, de geestelijke werkelijkheid van de de Goddelijke Liturgie/de Eucharistie, die broodvermenigvuldiging die doorheen de eeuwen blijft duren, staat zó centraal, dat de vier evangeliën er tot zesmaal toe een zichtbare afspiegeling van aangestipt hebben.
In de viering van de Goddelijke Liturgie ervaren wij onze Heer Jezus Christus als ‘de Levende’, in het ‘hier-en-nu’, God is onder ons, Hij is en zal zijn.
Wanneer wij, in navolging van Hem, brood breken en delen, ervaren wij dat Hij nog steeds Zijn Goddelijke Leven deelt, dat Hij de honger van hart en ziel stilt. Jezus blijft onder ons, Hij verzegelt Zijn Liefde met Zijn lichaam en bloed.
Hij verwezenlijkt de diepste droom van eenheid die wij koesteren met onze geliefde: ‘Hij in ons en wij in Hem‘.

”        Heer, onze Heer, hoe wonderbaar is Uw Naam over heel de aarde !
Want hoog boven de hemelen is Uw Heerlijkheid verheven.
Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij U lof bereid.
En om Uw vijanden brengt Gij vijand en wreker ten verderve.
Als ik opzie naar de hemelen, het werk van Uw vingers: naar maan en sterren die Gij hebt gemaakt.
Wat is dan een mens, dat Gij hem gedenkt ? Wat is een mensenkind dat Gij acht op hem slaat ?   Toch hebt Gij hem slechts weinig beneden de Engelen geplaatst:  Gij hebt hem gekroond met glorie en eer.
Gij hebt hem over de werken Uwer handen gesteld: alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd. Schapen en kudden van allerlei dieren; zelfs de dieren van het  veld. De vogels in de lucht en de vissen in de zee, die gaan langs de paden der zee.
Heer, onze Heer, hoe wonderbaar is Uw Naam over heel de aarde !“.
Psalm 8 vert. ROK ‘s-Gravenhage

8e Zondag na Pinksteren – het Mysterie van de Broodvermenigvuldiging

– Mysterie van de Broodvermenigvuldiging  – Μυστήριο του ψωμιού Πολλαπλασιασμός   – سر الخبز الضرب“     

En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote schare, en Hij werd met ontferming over hen bewogen en genas hun zieken. Bij het vallen van de avond kwamen de discipelen tot Hem en zeiden: ‘De plaats [hier] is eenzaam en de tijd is reeds verstreken; zend dan de scharen weg, dan kunnen zij naar de dorpen gaan om spijzen voor zich te kopen’.
Maar Jezus zei tot hen: ‘Zij behoeven niet weg te gaan, geeft gij hun te eten’. Zij zeiden tot Hem: ‘Wij hebben hier niets dan vijf broden en twee vissen’. Hij zei: ‘Brengt Mij die hier’. En Hij beval de scharen, dat zij in het gras zouden gaan zitten, nam de vijf broden en de twee vissen, en Hij zag op naar de hemel, sprak de zegen uit, brak de broden en gaf ze aan zijn discipelen en de discipelen gaven ze aan de scharen. En zij aten allen en werden verzadigd en zij raapten het overschot der brokken op, twaalf manden vol. Zij, die gegeten hadden, waren ongeveer vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezonden” Matth.14: 14-22

“     Doch ik vermaan u, broeders, bij de Naam van onze Heer Jezus Christus: weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn; weest vast aaneengesloten, een van zin en een van gevoelen.
Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de huis- [kerk-] genoten van Chloe, dat er twisten [onenigheden] onder u zijn. Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Paulus! En ik van Apollos! En ik van Kefas! En ik van Christus!
Is Christus gedeeld?
Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt? 
Ik ben dankbaar, dat ik niemand van u gedoopt heb dan Crispus en Gajus; zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt. Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het Kruis van Christus tot een holle klank te maken”  1Cor.1: 10-17.

alles wordt ‘Goed’ en ‘in orde” bevonden, de Mystieke icoon van de Heilige Kerk

     Jezus koos het schip niet omdat de andere kust ver weg was, maar omdat Hij alleen wilde reizen. Hij wilde met zijn volgelingen naar een eenzame en afgelegen  plaats. Hij wilde zijn kerkvolk toerusten.
Hij maakte zich daarom los van de scharen en voer naar het verderop gelegen woeste land van Betsaïda. Het was waarschijnlijk geen woestijn, want er was groen gras [Marc.6: 39]; die streek was de lievelingsregio van de Heiland. Daar lag ‘de berg’ [John.6: 3, Matth.14: 23 en Marc.6: 46]. Het is de omgeving van ‘de Bergrede‘ [Matth. hfdst. 5-7]. De duizenden volgden Christus te voet. Ze konden wel raden dat Hij nu naar ‘Zijn‘ bekende plaats van tijdelijke afzondering zou gaan om zich te bezinnen. Ze waren er –’lopend langs de oever‘– nog eerder dan de Heer, Die zich had ingescheept .

Er is nog een andere reden waarom Jezus zich terugtrekt. In John.6: 14 & 15 beschrijft Johannes de reactie van de mensen op het teken dat Jezus gedaan had. De duizenden zijn razend enthousiast over wat Jezus gedaan heeft bij de broodvermenigvuldiging. Hij is ongetwijfeld dè Profeet, Die komen zou.
Hun mondelinge reactie dreigt uit te monden in een daadwerkelijke actie. Zal deze door God gezonden mens net als Mozes het Volk [de Kerk] voorgaan op weg van de bevrijding?

Profeet Isaiah & de cherubijn                         – Προφήτης Ησαΐας & Χερουβείμ                 – إشعياء النبي والملاك

Het broodverhaal is in alle vier weergaven van de Blijde Boodschap zo belangrijk omdat de band tussen de Christus, de Zoon van God en de profeten uit het eerste Verbond sterk doet uitkomen: zoals Christus in sommige verhalen de indruk wekt een tweede Mozes te zijn, zo krijgt Hij hier de houding van een echte Profeet.
“         Toen Elisa naar Gilgal terugkeerde, was er honger in het land. Terwijl de profeten voor hem gezeten waren, zei hij tot zijn knecht: ‘Zet de grootste pot op en kook moes voor de profeten. Daarop ging er een naar het veld om groenten te plukken; en hij vond een wilde slingerplant en 
plukte daarvan wilde kolokwinten, zijn kleed vol. Toen hij teruggekomen was, sneed hij die in stukjes in de moespot; want zij kenden ze niet. Vervolgens schepte men voor de mannen op om te eten. Maar zodra zij van het moes hadden gegeten, schreeuwden zij het uit: ‘De dood is in de pot, man Gods!’ En zij konden het niet eten.
Doch hij zei: ‘Haal dan meel. En hij wierp het in de pot en zei: ‘Schep op voor het volk, opdat zij eten’. Toen was er niets kwaads meer in de pot.
Er was een man gekomen uit Baal-salisa; deze bracht de man Gods in zijn tas brood van de eerstelingen, twintig gerstebroden en vers koren.
En hij 
[Elisa] zei: ‘Geef het aan het volk, opdat zij eten’. 
Maar zijn dienaar zeide: Hoe kan ik dit aan honderd man voorzetten? En hij zei: ‘Geef het aan het volk, opdat zij eten. Want zo zegt de Heer: Men zal eten en overhouden’. Daarop zette hij het hun voor, en zij aten en hielden over, naar het woord des Heren” 2Kon.4: 38-44.

     Uit weinig eten of drinken een grote hoeveelheid te voorschijn halen is een veel voorkomend verhaalpatroon. Dezelfde Elisa laat uit een vaatje olie een hele reeks kruiken tappen, waarmee een arme weduwe en haar kinderen de hun schuldeisers kunnen betalen:  

Profeet Elisa, fresco XVII eeuw – Yaroslavl

“       Een van de vrouwen der profeten riep tot Elisa om hulp en zei: ‘Uw knecht, mijn man, is gestorven, en gij weet zelf, dat uw knecht de Heer vreesde. En nu is de schuldeiser gekomen om mijn beide kinderen als slaven voor zich weg te halen’. En Elisa vroeg haar: ‘Wat kan ik voor u doen? Vertel mij, wat gij in uw huis hebt’. En zij antwoordde: ‘Uw dienstmaagd heeft niets in huis behalve een kruikje olie’.
Toen zei hij: ‘Ga heen, vraag buitenshuis vaten van al uw buren, ledige vaten; laat het er niet weinige zijn. Ga dan naar binnen, sluit de deur toe achter u en uw zonen en giet in al die vaten; en wat vol is, moet ge laten wegzetten’.
Zij ging van hem weg, sloot de deur achter zich en haar zonen toe; dezen plaatsten steeds [de] vaten bij haar en zij goot steeds door. Toen de vaten vol waren, zei zij tot haar zoon: ‘Breng mij nog een vat’. Maar hij zei tot haar: ‘Er is geen vat meer’. Toen hield de olie op te stromen. Zij ging het de man Gods vertellen, en deze zei: ‘Ga heen, verkoop de olie en betaal uw schuld, en leef met uw zonen van het overige’” 2Kon.4: 1-7.
Op vraag van Mozes laat God Zelf 40 jaar, elke ochtend het Manna neerdalen in de woestijn.   Het Godsvolk leert hiermee hoe zij samen kunnen overleven, door de ‘gebruiksaanwijzing’ te leren respecteren: “brood blijkt alleen eetbaar wanneer je het deelt” oftewel wat ‘opgepot wordt, begint te stinken’. Dat geldt niet voor de situatie waarbij macht’s-wellustelingen het e.e.a. jarenlang ‘onder de pet’ houden en je laten verkommeren.  Een samenleving waarin eten genoeg is voor allen vraagt voortdurend ‘broodvermenigvuldiging’.

Heilige Arnoldus van het bier, uit: ‘over bierheiligen‘.

Heiligen’, zowel mannen als vrouwen blijken volgens de overlevering ‘via Christus‘ in staat om voedselwonderen te voltrekken. Er zijn de traditionele wijn- en bierwonderen [Mysteriën] door o.a. Arnold van Soissons [1040-1087], de patroon van de brouwers. Franciscus van Assisi [1181-1226] vermenigvuldigde brood voor hongerige passagiers op een schip onderweg naar Syrië. De Brigitta van lerland [451-523] abdis van Kildare deed hetzelfde met de melk van haar

Graanwonder‘,             H. Nicolaas van Myra

koeien; ook de Italiaanse Don Bosco [1815-1888], die zich het lot aantrok van de jongeren en wiens mand niet leeg raakte in het opvangtehuis voor kansarme kinderen. De Turkse bisschop de Heilige Nicolaas van Myra [280-352] zorgde eveneens voor een graanwonder voor arme kinderen, door een graanvoorraad [uit een boot] te herverdelen.
De kern van dit soort overleveringen is steeds dezelfde: De weergave van het Mysterie toont hoe mensen bekommerd zijn om de basisbehoeften van allen en hoe zij die problemen aanpakken en tot een oplossing komen.
Het gebaar van [eten en drinken] breken en delen met elkaar en met de zwaksten in de samenleving, is in de christelijke traditie uitgekozen als één van de meest sprekende gebaren van Jezus en zijn volgelingen, de christenen.
Het ritueel van de Goddelijke Liturgie, dat dagelijks/wekelijks de herinnering aan Jezus wil oproepen, roept ook telkens de droom en het verlangen wakker naar een solidaire wereld, waar eten en drinken is voor allen.  
Het Mysterie van de Goddelijke Liturgie’ is niet alleen de gedachtenis aan het lijden sterven en de Opstanding/Verrijzenis van Christus, het toont tevens de bereidheid tonen om zulk een solidaire samenleving mee te helpen verwezenlijken [mede te lijden] waar je kan.  
Dit veronderstelt dat christenen zich beoefenen in een houding van solidariteit, want tussen ‘schrokkers en hongerigen is samenleven onmogelijk‘ Dorothee Sölle † 2003, Dtslnd. 
Deze droom van ‘eten en drinken voor allen‘, blijft tot op de-dag-van-vandaag nog een visioen.

Dagelijks een portie lekker en gezond voedsel, dat is momenteel niet weggelegd voor 800 miljoen mensen. Volgens berekeningen van wetenschappers zijn wij in staat om alle wereldburgers te voeden, maar dan wel op voorwaarde dat de rijkste landen een versobering en een herverdeling doorvoeren.  Sommige vegetarische groeperingen zijn omwille van deze reden tegen het eten van vlees, omdat dieren zeer veel graan verorberen dat anders onder mensen kan verdeeld worden voor rechtstreekse consumptie. In de oudheid werd het als een ‘vorstelijk’ gebaar gezien als een koning ‘gratis brood‘ liet uitdelen!!
Daarom trekt Jezus zich terug op de berg in de eenzaamheid. De ware aard van zijn koningschap is totaal anders. Hij hoeft ook niet tot koning uitgeroepen te worden; Hij is reeds tot Koning gezalfd, Hij is immers Gods Gezalfde [ο Χρισμένος του Θεού].
Wanneer Christus op die plek aankomt varen, ziet het er zwart van mensen.
Ouders dragen hun verlamde zoon, vrouwen ondersteunen gehandicapte  gezinsleden, bejaarden strompelen voort op zelfgemaakte krukken.
Iedereen wil die Verlosser, de Immanuel [Hebreeuws 
עִמָּנוּאֵל “God (is) met ons“] zien.
Het zelfde tafereel zien we in Genésareth [Marc.6: 53]. Het gemoed van Jezus schiet vol, het gaat Hem door merg en  been [Marc.6: 34]. Hij wordt met ‘ontferming’ bewogen, omdat al die mensen ‘als schapen zonder herder zijn’. Ondertussen hebben de leerlingen nog steeds niet gegeten.  Zo druk was het. En een ogenblik van rust kennen ze al helemaal niet, moet je eens kijken wat een mensenmassa! En in dit verlaten oord kun je ook helemaal niets kopen.
Maar dan komt Jezus met een oplossing, die niet alleen voor de leerlingen bestemd is, maar voor die duizenden die van alle kanten zijn samengestroomd en tevens voor ons. Hij verricht het wonder van de broodvermenigvuldiging.

Bergrede‘, detail

Nu wordt ons in Marc.8: 1-10 door Marcus nog een tweede verhaal van de brood-vermenigvuldiging verteld; het gaat om dezelfde streek als die waarin het eerste verhaal zich afspeelt. Voor de tweede keer is Jezus met zijn leerlingen aangekomen “bij de berg”; de streek herinnert ons aan de feestelijke maaltijd voor 5.000 man enige tijd geleden.
Sommigen denken ‘daarom’ dat we in de twee verhalen met één broodvermenigvuldiging te maken hebben met het benadrukken van ‘het Woord’ – twee vormen, die hetzelfde betekenen; de ene gebeurtenis zou twee keer zijn verteld.  Ik heb deze indruk niet. Waarom niet? In de eerste plaats herinnert Jezus ‘later’ aan beide wonderen Marc.8: 19,20. In de tweede plaats worden deze wonderen ‘met hun verschillen’ nauwkeurig in de Evangeliën beschreven! Verder noteert Marcus dat Jezus direct na de maaltijd per schip vertrok naar Dalmanuta, waarschijnlijk een  regio aan de westelijke oever van het meer. Vandaar gaan ze nog Kafarnaüm Dat zijn allerlei verschillen bij beide broodvermenigvuldigingen.
Toch blijft het ‘die’ ene eenzame plek, waar Jezus bidt, waar Jezus spreekt, waar Jezus geneest en waar God zich openbaart.
        O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk. Waarom weegt gij geld af voor wat geen brood is en uw vermogen voor wat niet verzadigen kan?Hoort aandachtig naar Mij, opdat gij het goede eet en uw ziel zich in overvloed zal verlustigen. Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw ziel zal leven; Ik zal met u een eeuwig Verbond sluiten: de betrouwbare Genadebewijzen van David. Zie, Ik heb hem tot een getuige voor de natiën gesteld, tot een vorst en gebieder der natiën.
Zie, een volk dat gij niet hebt gekend, zult gij roepen, en een volk dat u niet kende, zal tot u snellen ter wille van de Heer, uw God, en van de Heilige van Israël [de Kerk], omdat Hij u verheerlijkt heeft.
Zoekt de Heer, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.
De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechte mens zijn gedachten en hij dient zich te bekeren tot de Heer, dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het Woord des Heren” Isaiah 55: 1-8.
In het licht van deze tekst uit het eerste Verbond, kan men er van uitgaan dat de tekst over de wonderbare broodvermenigvuldiging allereerst de weergave is van mensen die Jezus achterna gaan om zich te voeden met Zijn Woord.
Aldus wordt deze tekst het beeld van het stillen van de geestelijke honger van de mensen; de honger naar wat hun leven zinvol kan maken.
De broodvermenigvuldiging die wel 7 keer voorkomt in het Nieuwe Testament, zorgden ervoor dat  de eerste christenen er al heel vlug een beeld hebben gevormd van de betekenis van Jezus in hun leven. In de loop van de jaren hebben ze dit gebeuren verder gekneed en gevormd, zodat deze tekst in de catechese, het geloofsonderricht kon gebruikt.
De hoeveelheden brood, de hoeveelheid vis, de hoeveelheid overschot, werden aangepast aan wat men ermee wilde zeggen:
 twee vissen: zou kunnen verwijzen naar de twee delen van de bijbel [Oude en Nieuwe Testament]
 vijf broden: zou kunnen verwijzen naar de vijf boeken van Mozes [de Pentateuch], waarin het programma van God [De Wetten] te vinden zijn.
Dat Jezus het Kerkvolk overvloedig voedt met brood en vis, maar vooral met ‘Zijn bevrijdend Woord’, betekent dat de tijd van de Messias [“God (is) met (onder) ons”] is aangebroken.
Wortels in het eerste Verbond zorgen ervoor dat de broodvermenigvuldiging duidelijk maakt dat Jezus, net zoals God, Zijn Volk niet in de steek laat.
En het ‘groene gras‘ in de tekst [Marc.6: 39] heeft niets te maken met de mogelijkheid dat dit gebeuren zich afspeelde in de lente, maar is vóór alles een verwijzing naar:
            De Heer is mijn Herder, het ontbreekt mij aan niets. 
Op grazige [groeneweiden doet Hij mij verblijven; aan verkwikkende wateren heeft Hij mij geleid. Hij heeft mijn ziel bekeerd. Hij leidt mij langs het pad der gerechtigheid omwille van Zijn NaamZelfs al ga ik midden in de schaduw van de dood, dan vrees ik geen kwaad, want Gij zijt met mij. Uw staf en Uw stok, juist deze zijn mijn troost. Gij richt een tafel voor mij aan, voor de ogen van mijn verdrukkers. Met olie zalft Gij mijn hoofd: hoe heerlijk is Uw heilige Kelk! Uw barmhartigheid volgt mij van nabij, alle dagen van mijn leven. Ik mag wonen in het Huis des Heren, tot in lengte van dagen “Psalm 22[23] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

  • De weergave van Mattheüs en Lucas wijdden niet verder uit over de vissen waarover Marcus en Johannes het hebben. Hierdoor trekken ze de aandacht met name op het brood dat een grote symbolische waarde heeft. Later hebben de eerste christenen die Grieks spraken, die vissen terug opgenomen in de beeldspraak.
    Elke letter van het Griekse woord voor vis [oud Grieks IXTUS, (nieuw Grieks ‘psári)] was de beginletter van vijf woorden, die de betekenis van Jezus weergeven: Jezus, Christus, Zoon van God, Redder.  Aan dit teken herkenden zij elkaar als broeders en zusters, als kinderen van God.
     Een andere historische symbolische weergave is het mozaïek uit de 4e eeuw wat in

    Tabgha, mozaiek

    Tabgha is ontdekt; dit kunstwerk verwijst naar die brood-vermenigvuldiging. Wat opvalt is dat de Byzantijnse mozaïeklegger ‘vier‘ broden en twee vissen afbeeldt, terwijl Johannes spreekt van vijf broden en twee vissen. Zo verwijst de kunstenaar symbolisch naar het vijfde brood, het eucharistisch brood tijdens de Goddelijke Liturgie op het altaar.
     Toen Christus in de woestijn door de tegenstrever in verleiding werd gebracht, verzocht werd [‘bekoord werd’] verkondigde Hij, leerde Hij ons: “ Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat”.
    Christus citeerde hier uit:
    “ Ja, God, Mijn Vader, heeft u Zijn Macht doen kennen, Hij deed u honger lijden en gaf u het manna te eten, dat gij niet kende en dat ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des Heren uitgaat. Het kleed dat gij draagt, is niet versleten en uw voet is niet gezwollen in deze veertig jaar. Erken dan van harte, dat de Heer, uw God, u vermaant, zoals een man zijn kind vermaant en onderhoud de geboden van de Heer, uw God, door in Zijn wegen te wandelen en Hem te vrezen. Want de Heer, uw God, brengt u in een goed land, een land van beken, bronnen en wateren, die in de dalen en op de bergen ontspringen; Een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen en honig; een land, waarin gij niet in armoede uw brood zult eten, waarin gij aan niets gebrek zult hebben; een land, waarvan de stenen ijzer zijn en uit welks bergen gij koper zult houwen. Gij zult eten en verzadigd worden en de Heer, uw God, prijzen om het goede land dat Hij u gaf” Deut 8: 3-10.
    ⁌ Relationele moeilijkheden ontstaan vaak door onhandige omgang met de Waarheid. “Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de huis- [kerk-] genoten van Chloe, dat er twisten [onenigheden] onder u zijn” 1Cor.1; 11,12. Op geestelijk vlak is er de angst voor het onbekende, het ‘hopeloos‘ zoeken naar zin en het moeilijke gevecht om het schamele vlammetje van de Hoop ‘levendig‘ te houden.
    Er zijn niet alleen dingen die we nodig hebben als brood, maar ook het ‘Woord’ Hetgeen betekenis geeft aan “het leven van de mens”.
    De Hoop en het Geloof sterkt ons in tegenstelling tot het gebukt gaan
    onder angst om fouten te maken en bewogen te worden door de angst
    ons op te sluiten in:
     structuren die ons een valse bescherming bieden,
     in de normen die ons veranderen in onfatsoenlijke en onverzoenlijke rechters,
     in de gewoonten waarbij wij ons gerust voelen, terwijl er buiten een hongerige menigte is en onze Heer, Jezus Christus onophoudelijk tegen ons herhaalt:
    Geeft gij hun toch te eten” Marc.6: 37.
    Vergeet niet dat mensen wanneer zij iets ontzettend hard nodig hebben zeggen dat ze iets “broodnodig” hebben en dat wij in het gebed des Heren bidden : “geef ons heden ons dagelijks brood”, waarmee we aangeven dat wij ‘Gods’  Genadegaven en hulp ‘broodnodig’ hebben.
    ⁌ Christus geeft ons al vanaf het begin der tijden aan dat we de dingen, die
    we gebruikt hebben dienen te recycleren [het ‘her-te-gebruiken’].
    – Onze Heer vraagt Zijn leerlingen de resten van het brood te verzamelen; zij vullen twaalf manden met overschot. Hieruit kun je opmaken dat God vindt dat ‘niets verspild mag worden’, dat ‘alles en iedereen‘ in de ogen van God ‘waardevol’ is. 

  • Wij christenen zoeken naar nieuwe wegen om de inhoud van het geloof in deze tijd duidelijk te maken. Een ,,uitnodigend en creatief” aanbod van geloofs-onderricht moet inspelen op de religieuze beleving van de hedendaagse mens. Die geeft ‘zelf’ zijn overtuiging vorm en heeft minder behoefte aan een al-omvattende leer of moraal. Nieuwe vormen van catechese zijn nodig, omdat de
    Patriarch Pavle

    huidige generatie religie en spiritualiteit anders beleeft dan het voorgeslacht. ,,Mensen kiezen nu veeleer zelf hun eigen overtuigingen en de wegen die ze willen volgen op levensbeschouwelijk vlak” Tradities en instituties hebben niet langer zonder meer gezag, slechts zij die door ‘eigen gedrag’ laten zien dat hun Geloof en Overtuiging betekenis hebben voor het concrete leven en die tevens in hun ‘eigen‘ leven Geloof uitstralen, verwerven gezag. Onze tijdgenoten zijn ‘minder‘ aanspreekbaar op een alomvattende leer of een moraal, maar vragen naar ‘authentieke beleving en getuigenis‘ en dat blijkt uit de wijze waarop wij en met name onze voorgangers zich gedragen. Wanneer de behoefte aan daadwerkelijke ruimte tot gemeenschapsopbouw wordt ontnomen, zoeken de behoeftigen hun Heil ergens anders.

“     Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het brood des levens. Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven;  dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet zal sterven. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld” John.6: 47-51.

Orthodoxie is een ‘state of heart.

uitgegeven door Arch. Meletios Webber, priester van de parochie H. Nicolaas van Myra, Amsterdam

Jezus zegt tot drie keer toe dat Hij in Eigen Persoon het Brood is dat Leven geeft [John.6: 35, 48 en 51]. Brood staat daarbij voor de eerste levensbehoefte van mensen. Hij doet dat in een onderwijs-leergesprek dat volgt op de wonderbare broodvermenigvuldiging [6: 1-15]. Onze Heer, onze Pedagoog heeft oog voor de honger van de mensen die Hem volgen, en Hij vermenigvuldigt ‘Zijn ‘Leven’s-beschouwing’ totdat iedereen genoeg heeft gegeten.
Het verdeelde brood stilt de honger; maar voor Jezus is dit mirakel [Mysterie] vervolgens tevens aanleiding om nòg dieper te gaan.
Hij neemt het de mensen die alleen voor een nieuw broodmirakel komen [John.6: 25-27] 
‘kwalijk’ dat zij ‘niet vèrder‘ kijken, dan hun neus lang is.
Het voedsel dat vergaat heeft voorzeker een eigen plaats, maar er is méér: voedsel is ‘Zijn ‘Leven’s-beschouwing’ Die ‘niet‘ vergaat.
En dáár dient in geïnvesteerd te worden en ruimte aan gegeven te worden !!!
Een groot wonder, maar toch waren de mensen uiteindelijk gestorven [John.6: 49]. Jezus opent 
ons de ogen voor een volkomen nieuwe werkelijkheid: Hij is in ‘Eigen’, ‘Goddelijk’ – ‘Persoon’ het Brood dat ons het ‘Leven’ geeft, dat van de Vader neerdaalt uit de Hemel.
Wanneer je dit eet, ben ‘Ik in jou en jij in Mij’ en ontvang je het eeuwig leven.  
Wanneer onze Heer, als Pedagoog, dit broodbeeld gebruikt, klinken nog veel andere bijbelse motieven mee: toonbroden in de tabernakel, Bethlehem als broodhuis, de duivelse verzoeking aan/voor Jezus om van stenen brood te maken, de bede om ons dagelijks brood, de graankorrel [basis voor brood] die in de aarde valt en sterft.
Hoe brengen we mensen in aanraking met onze Heer, Jezus Christus, Die ons het Leven en de zaligheid geeft?
Hoe zijn wij christenen het brood dat leven geeft?
Wij christenen zijn als het brood dat bij de maaltijd van de Heer wordt genomen, gezegend, gebroken en gedeeld.
Vergelijk hierbij: “Jezus” –
1.]. “nam het brood“,
2.]. “sprak de zegenbede uit“,
3.]. “brak het” en
4.]. “gaf het aan zijn leerlingen” Luc.24:30 .
Wanneer wij christenen dàt toepassen op een werkzame grondhouding op
de komende weekdagen, waarbij het Heilige Brood en Wijn, Die Leven voortbrengen, dan mogen we het zo leren zien:
1.]. ‘We worden door God uitgekozen om Zijn leven te ontvangen: Hij heeft ons Lief in Christus‘.
2.]. ‘We worden door God gezegend om zijn leven door te geven: hij zegent ons in Christus‘.
3.]. ‘We worden door God gebroken om juist in en door onze kwetsbaarheid vrucht te leren dragen: hij gebruikt onze zwakheid om Christus’ Kracht te kunnen tonen‘.
4.]. ‘We worden door God uitgedeeld om dichtbij mensen te kunnen komen: hij verspreidt ons in deze wereld om brood te zijn dat leven geeft‘.

Apolytikion     tn.7
”     Door Uw Kruis zijt Gij de Overwinnaar van de dood
en hebt Gij het Paradijs geopend voor de rover.
De droefheid van de Myrondraagsters hebt Gij veranderd in Vreugde
en Gij hebt haar gezonden tot de Apostelen om te verkondigen,
dat Gij verrezen was, o Christus onze God,
om aan de wereld grote Genadegaven te schenken“.

Kondakion     tn.7
”     Niet langer houdt de onderwereld de gestorvenen vast,
want Christus is er afgedaald en heeft dienst kracht vernietigd.
De hades is geboeid; de Profeten jubelen en roepen:
De Verlosser is aan de gelovigen verschenen.
Verheft u in het Geloof, ter Opstanding“.

Theotokion     tn.7
”     Gij zijt de schatkamer van onze Opstanding, o Albezongene.
Voer daarom hen die op U vertrouwen, 
vanuit de poel en de afgrond van de zonden omhoog.
Want Gij hebt ons, die aan de zonden schuldig waren, verlost,
doordat gij de Verlosser gebaard hebt.
Voor deze Geboorte was U Maagd
en zijt na deze Geboorte Maagd gebleven“.

28e Juli , Heilige Irene afkomstig uit Chrysovalantou 9e eeuw

Heilige Irene, Hegoumena van het convent van Chrysovalantou

De Heilige Irene Chrysovalantou [Αγία Ιρένε Χρυσοβαλάντου] groeide op in de periode na de dood van de hebzuchtige keizer Theophilos I.
Na zijn overlijden betrad z’n echtgenote, de eerbiedwaardige en Godelievende Theodora de troon.
Keizerin Theodora steunde het Orthodoxe Geloof en herstelde de verering van de heilige iconen, evenals de Traditie binnen de Orthodoxe kerk van Byzantium.
Keizerin Theodora regeerde als voogd van haar zoon Michael, die nog niet de leeftijd had om de regering over het rijk te aanvaarden.
Toen Michael twaalf jaar oud was, probeerde Theodora voor hem een geschikte vrouw te vinden. Ze stuurde haar verkenners op een pad om een zowel schoon als nobel en deugdzaam meisje te vinden dat tevens waardig zou zijn om keizerin te worden.
In de binnenlanden van Cappadocië leefde zo’n mooie deugdzame deerne, die de dochter was van adellijke ouders en haar naam was Irene.
De verkenners onderkenden de deugdzaamheid en schoonheid van Irene en brachten haar snel onder de aandacht van de keizerin in de hoop dat ze ooit een keizerin zou worden. Irene had een zus die door de broer, ‘Vardis’ van de keizerin tot vrouw werd genomen.

H. Ioannikios, de Grote

Toen de scouts de eerlijke Irene naar Byzantium begeleidden, kwamen ze langs Olympus. Irene had gehoord van een man die op de berg Olympus een extreem ascetisch leven leidde, ene ‘Ioannikios de Grote’ en wist dat hij een heilig leven leidde die ze heel graag zou willen ontmoeten. Ze smeekte de verkenners om haar naar de heilige te begeleiden, zodat ze zijn zegen zou kunnen ontvangen. Ze kwam met haar begeleiders tot overeenstemming, maar de H. Ioannikios bleek slechts de waardigheid van het hart te bezitten.
Toen het gezelschap naderbij kwam herkende de H. Ioannikios de spirituele vooruitgang van het jonge meisje en riep uit: “Welkom Goddelijke dienares, Irene. begeef je naar de hoofdstad en verheug je voorafgaand bij het daar gelegen klooster, waar men jou te Chrysovalantou als maagd zal  opnemen”.
Irene was verbaasd te horen, dat deze heilige niet alleen haar naam, maar zelfs haar lot kende. Zij viel daarop voor hem neer en geraakte vervolgens in een diepgaand gesprek. Voordat ze op weg ging, gaf de H. Ioannikios haar geestelijk advies teneinde haar in haar voornemens te versterken.

Toen Irene uiteindelijk bij het hoofdstad aankwam, wachtte familieleden, die in de stad woonde, haar op om haar begroeten. Ze hadden allemaal hun eigen politieke achtergrond onder andere aan het hof. Zij kwamen met een aantal van hun notabele vrienden naar voren en begroetten haar met veel eer, zoals haar toekwam. De Koning der koningen echter, die alle dingen uit het niets heeft gemaakt, had bepaald dat de aardse huwelijkskandidaat een paar dagen daarvoor, reeds een ànder meisje had uitverkoren, voordat Irene zich zelfs maar had voorgesteld/vertoond. Irene was hier niet van op de hoogte, maar zij dankte God dat Deze de huwelijkskandidaat aangezet had een andere vrouw te kiezen.
Vele andere edelen en leiders, de rijkste mannen van Constantinopel, probeerden Irene, vanwege haar vanwege haar schoonheid en edelmoedigheid tot hun vrouw te krijgen. Zij wenste echter geen andere bruidegom dan de Hemelse Bruidegom. Ze verwierp -in haar door God verkregen wijsheid- alle tijdelijke en aardse zaken en zocht een rustige plaats om haar leven in alle rust, vreedzaam en aangenaam voor God door te brengen.
De woorden van de H. Ioannikios de Grote herinnerend, stuurde zij mensen naar het klooster van Chrysovalantou, zodat ze te weten kwam hoe het daar aan toe ging. Deze berichtten haar dat het klooster Chrysovalantou, een vrij mooie en rustige plek was met een verrassend goede gemeenschap monialen [nonnen].
Bij de hoorzitting waarbij de kloosterlingen de goede bekendheid opviel, was de H. Irene zo blij dat ze niet alleen al de dure kleding die haar ouders haar hadden gegeven aan de armen overdroeg, maar tevens alle kostbaarheden die de keizerin haar had toegeschreven. Ze gaf al haar bedienden en slaven de vrijheid, knipte de lange gouden lokken van haar haar af  en trad met alle jeugdige gretigheid toe in het klooster van Chrysovalantou.
Irene heeft iedere wereldse ijdelheid en elke wereldse manier van denken daadwerkelijk achter zich gelaten. Zij, de tedere, edele en mooiste, beklede zich -ondanks haar hoge afkomst- en verheugde zich bovenmatig toen ze het lichte juk van Christus, de Gezalfde en Meest Zoete Meester op zich nam. Ze heeft zich met een overweldigende nederigheid onderworpen aan alle mede-monialen en heeft zonder ooit tegen te spreken alle zorgvuldige en onvermoeibare behoeften van het klooster gediend.
Ze heeft zich nooit beroepen dat ze van een adellijke familie afkomstig was en toonde zich nimmer te goed voor zulk zwaar werk en bracht de meest vernederende diensten zonder klachten tot een einde. Haar uitstraling was helder en in haar ziel betrachtte ze boetvaardigheid naast gelukzaligheid. Ze beschouwde nooit dat ze van adellijke afkomst was en veel te goed voor zulk werk en de meest vernederende diensten voerde  zij zonder klachten uit. Haar voorkomen was stralend als licht in de morgenstond en in haar ziel bezat zij  boetvaardigheid naast gelukzaligheid. 

De Hegoumena – abdis van het klooster- was een deugdzame vrouw, stond bekend als een strijder bij de geestelijke beproevingen en zij zette haar medezusters aan tot goede werken. Irene had van God de genade ontvangen, die Zijn Mystiek geheel op haar deed afstralen. Deze zelfde genade leerde haar wat voor haar ziel zonder twijfel voordeel bracht, zoals de Heer Zelf zegt:
Ik ben de ware wijnstok en Mijn Vader is de landman. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht drage. Gij zijt nu rein om het Woord, dat Ik tot u gesproken heb; blijft in Mij, gelijk Ik in u. Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft.
Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doenJohn.15: 1-5.
Zo heeft deze onvergetelijke, als goede en vruchtbare aarde, vrucht voor Christus voortgebracht in de ogen van God en heeft zij ten opzichte van de gehele zustergemeenschap van het klooster bevredigend geleefd en waren al haar medezusters onverwacht verwonderd door haar optreden.
Zo had daar zo het vertrouwen gekregen dat Irene van hen kreeg opgedragen  dat zij als penning-meesteres èn verantwoordelijk werd voor de inkopen van het klooster werd aangesteld èn de verzorging van de zilveren stukken van het klooster te verzorgen kreeg.
Ze deed ten opzichte van iedereen, die zij ontmoette, wat van haar verlangd werd, vertoonde grote nederigheid, en maakt nooit op pijnlijke wijze haar medezusters te schande. Ze was geliefd en werd door alle nonnen gerespecteerd. Irene was niet alleen in staat om al haar lichamelijke plichten te voldoen, maar deed dit nog meer op geestelijk vlak.

H. Arsenius de Grote [ca. 354-449], de Romein of diaken, woestijnvader

Ze ontbrak nooit in de kerkdiensten en ze las in haar cel de levensverhalen van eerbiedwaardige kloosterlingen en woestijnvaders, teneinde hun leven na te bootsen en haar mede-zusters te onderwijzen en hen te stimuleren tot soortgelijke inspanningen. Op zekere dag toen ze het leven van de H. Arsenios de Grote had gelezen en leerde dat hij tot de ochtenduren wakker bleef om te bidden, wilde ze deze manier van leven ook op zich nemen  en vroeg daarom toestemming van haar supervisor om deze geestelijke strijd te kunnen uitoefenen. De hegoumena aarzelde aanvankelijk om Irene haar zegen te geven om deze ascetische daad uit te voeren, omdat ze bang was dat zij ziek zou worden door overmatige uitputting, maar daar zij haar inzet, haar nederigheid en haar stabiliteit kende, koos zij de zijde van Irene en gaf haar de zegen om deze ascetische praktijk uit te voeren. Irene begon deze bovenmenselijke strijd, hoewel ze nog slechts een jaar in het klooster verbleef. De Goddelijke Genadegaven gaven haar de kracht en zij zou van ’s-avonds tot vroeg in de morgen als Mozes met haar handen opgeheven tot God staan te bidden. Vele andere keren zou ze hetzelfde doen van de vroege ochtend tot de volgende dag bij zonsopgang en andere keren zou ze de hele dag en nacht in gebed staan. De hegoumena kwam steeds meer onder de indruk van Irene’s vooruitgang.
Inmiddels waren er drie jaar versteken, en de H. Irene doorliep in deze tegen een grote ascetische strijd aan, tegen de aartsrivaal van al het goede, de duivel zelf, deze zag haar grote strijd en probeerde haar te overreden in overtreding te gaan;  het gelukte hem echter niet. De H. Irene ging niet op de beproevingen in en had zoveel veel zorg voor haar vlees ter wille van haar ziel dat ze alle fysieke dingen [eten, glorie, geld, kleding, macht en al dit soort aangelegenheden] heeft afgewezen en volledig verachtte. Ze had slechts één gewoonte aangenomen, het was haar gewoonte geworden haar kleding voor het eerst op Pascha te dragen en er één jaar lang in te blijven rondlopen, zonder het af te nemen of ooit te wassen. Eerst wanneer het Pascha naderde zou ze de nieuwe habijt aantrekken en haar oude aan de armen geven. Haar dieet bestond uit brood en water, eens per dag, misschien wel eens wat kruiden erbij. Ze was niet geneigd om als mens te leven en had haar notabele opvoeding totaal vergeten.
De demon, die er niet in slaagde om de H. Irene aan te zetten om zonde te bedrijven, riep in Irene’s gedachten op -door haar te herinneren aan het plezier van haar vroegere leven- en haar te te beroeren met vleeslijke verlangens. Hij, die de mens van God probeert af te houden, haatte haar tevergeefs, want ze herkende zijn aanval maar al te goed en ze weerstond zijn pogingen tegen haar, zodat ze aan de verleiding van deze demon zou ontkomen, en zij vervolgde haar strijd als voorheen. Op een avond, zoals zij normaal was, haar gebeden te doen, nam een duivel de vorm van een erg lelijke zwarte man aan die haar van verre stond te beledigen, uit zwakte wilde hij zo ver te gaan de dienaar van God de schrik aan te jagen. De duivel zei tegen haar: ‘Jij hoogmoedige en kwaad-aardige vrouw, jij vecht tegen mij zonder jezelf te realiseren wat ik wel niet ben en hoe groot mijn kracht wel niet is?’ Deze en andere beledigingen heeft deze meest achterbakse verleider haar voor de voeten geworpen, maar onze heilige heeft uit ontzag voor God het kruisteken gemaakt en de demon verdween onmiddellijk. Enige dagen later werd de H. Irene geteisterd met zware en donkere inbeeldingen. Hoewel deze haar gemoedsrust diep gestoord hadden, kwam ze moedig op tegen de passies van het vlees en gaf duidelijk blijk van de overwinning. Zij zou vaak op de grond vallen en met tranen bidden tot de Heer.
Zij riep regelmatig de alHeilige Moeder Gods, de Theotokos aan om hulp en tot de aartsengelen Michaël en Gabriël aan wie de kerk van het klooster was toegewijd.

Heilige Drieëenheid, toonbeeld van Goddelijke Liefde

Zij riep ook de hulp in van alle hemelse heiligen, om haar uit de strikken en onreine suggesties van de demonen te komen redden.
De H. Irene bad met behulp van deze woorden, “Al-heilige. Almachtige Drie-eenheid, door de gebeden van de Al-heilige Moeder Gods en de smekingen van de aartsengelen Michaël en Gabriël, en alle hemelse krachten en alle heiligen, kom mij te hulp in mijn beproevingen?”.
Wie deze heilige van God, deze Irene, aanschouwde, zag in haar het grote en heilige verlangen en haar vele van God-verkregen Genadegaven. Ze was het uitverkoren schip geworden, zoals de grote Apostel Paulus zegt en een hoeder van de Heilige Geest, welke in haar ziel, haar hart, de levende Christus, aanschouwt. Ze leefde niet meer in het vlees, maar in haar geest voor Christus, terwijl Christus in haar woonde, zoals de Heilige Apostel het beschrijft. Op deze manier werd de H. Irene totaal verlicht en leidde veel zielen naar het Licht der Waarheid. Het geschiedde dat mensen van alle klassen in rijen naar haar zouden toestromen. Zij heeft ze met plezier leren kennen en geleerd en met voorzichtigheid en zachtmoedigheid te benaderen en te adviseren.

Plotseling werd echter de hegoumena van het klooster erg ziek. Alle nonnen rouwden in hun cellen, omdat ze wisten dat ze het einde van haar aardse leven had bereikt. Aangezien de hegoumena zo deugdzaam was, waren zij bedroefd door haar dreigende vertrek. De nonnen rouwden, maar de nederige Irene treurde nog meer. De stervende zei tegen haar mede-zusters in de abdij met alle zachtmoedigheid: “Wees niet verdrietig over mij, want je hebt een goede opvolger, die bekwamer en veel wijzer is dan ik en blijf haar en jezelf allemaal gehoorzaam met hart en ziel”.
Deze woorden sprak zij over Irene, de dochter van het Licht, het lammetje van God, het schip van de Al-heilige Geest en kies voor jezelf daarom geen andere voorbeeld dan Irene. De gezegende kloosterling, die haar laatste uur bereikt had, zei tot slot tegen haar Heer en Meester: “Dankzij Uw Genade, o Heer, de eer komt U toe!”  Op deze manier gaf ze haar ziel over aan de engelachtige handen die op haar wachten en haar hemelwaarts voerden. 
De eerbiedwaardige Irene was niet aanwezig toen de hegoumena de aardse wereld verliet en ging hemelen. Evenzo vertelde geen van de nonnen Irene wat de hegoumena had gezegd, omdat zij Irene’s grote nederigheid kenden en hoe zij zich afwend van trots en ijdelheid, ze waren bang dat ze het klooster zou verlaten wanneer ze dergelijke woorden zou vernemen. Daarom begroeven zij de overledene hegoumena, omdat het passend was en zij gingen vervolgens naar de kerk om God te smeken, dat Hij hen zou komen verlichten.

H. Methodius, patriarch van Constantinopel [843 tot 847]

Op dat moment was Methodios, de patriarch van Constantinopel, geestelijk vader van het klooster. Tijdens de iconoclastische periode had deze heilige patriarch veel martelingen ondergaan en droeg op zijn lichaam de kenmerken van de prijs die hij voor de Orthodoxie betaald had. Hij  bezat de Genadegave van de Heilige Geest en kon in de toekomst schouwen. Toen de andere mede-zusters zich gereed hadden gemaakt voor een bezoek aan het patriarchaat, wilde Irene niet met hen mee gaan en had een groot skala aan redenen en obstakels om hen niet te volgen. De nonnen slaagde er echter  gezamenlijk in om Irene te dwingen.
Toen ze in de nederige stulp van de patriarch waren aangekomen en de zegen van hem hadden ontvangen, vroeg hij hen welke van alle nonnen zij zelf hadden overwogen als de nieuwe hegoumena, het is namelijk de gewoonte dat een Metropoliet of Patriarch de kloosterlingen ‘bijstaat‘ in deze benoeming.
Zij antwoordden dat zij voor ‘niemand’ de voorkeur hadden, maar eerder hun vertrouwen hadden ‘in God en in zijne heiligheid de patriarch’, daar hij in de Heilige Geest zijn leven leidde.
Daarom werd Hem gevraagd de beslissing te nemen, dat de Heilige Geest hem in deze beslissing zou zou leiden. De Goddragende antwoordde toen dat hij wist dat alle nonnen de eerbiedwaardige en zuivere Irene wilden en dat ook hun mening goed en aangenaam was voor onze Heer en God. De patriarch dankte daarop God en bedankte Hem dat Deze hem de deugdzame daden van zijn dienstmaagd Irene had geopenbaard.
De zusters waren verbaasd en eerden hem door te zeggen: “Waarlijk, God woont in uw rechtvaardige ziel en Hij heeft u geopenbaard en maakt dat verborgen dingen aan u bekend zijn”. Onmiddellijk stond het heilige patriarch van zijn ereplaats in hun midden op en zong de vereiste hymnen, zegende hen namens de Heer, en stelde Irene voor als geestelijk leider van de Grote Kerk, omdat zij door de Heilige Geest met schoonheid bekleed/begenadigd was. Hij las even later ‘de gebeden van de installatie van een hegoumena’, over haar uit. Hij gaf haar vervolgens nog instructies over hoe ze de begeleiding van haar mede-zusters zou dienen voort te zetten op de weg van hun redding en vrede. Hij dankte Irene evenals haar mede-zusters voor hun komst en stuurde ze terug naar hun klooster.
Irene huilde lang en vanuit het diepst van haar wezen; ze voelde zich onwaardig om zo’n positie te bekleden. De mede-zusters probeerden haar te troosten door te zeggen tegen haar: ‘Het geschiedde naar Gods Woord’. 
Toen ze bij het klooster aankwamen, droegen zij haar in haar functie aan God op en begeleidden Irene naar haar cel in het klooster.
Irene liet hen begaan en zij sloot de deur van haar nieuwe cel en viel op languit op de grond:
Meester, Heer Jezus Christus, Goede Herder, onze Gids en leraar, help Uw dienstmaagd en deze u toebehorende kleine schaapsstal en bevrijd ons uit de greep van de zielenwolf, want U kent onze zwakte en dat we niets goed kunnen doen zonder Uw hulp en Genade’.

Ze heeft heel lang op deze manier tot de Heer gebeden en zichzelf aangespoord door te zeggen: ‘En jij, armzalige Irene, weet je misschien wat een last die Christus op je schouders heeft gelegd voorstelt? Je neemt de verantwoordelijkheid voor zielen op je waarvoor God ons menselijk vlees heeft aangenomen, toen God mens werd en Zijn al-heilige en allerhoogste bloed heeft vergoten. Als jij ook maar één ziel verloren laat gaan, dan zal jij op de Goddelijke oordeelsdag je hierop dienen te verantwoorden. Jij ontvangt slechts de hel als beloning omdat je zelf de zorg op je hebt genomen zoveel zielen te begeleiden, wanneer jij je onverschillig gedraagt en één van deze zielen zal worden veroordeeld. De Heer Zelf zegt dat elke ziel méér waard is dan de gehele wereld. Wees daarom waakzaam, vast, bid en let op een dusdanig manier op en wees oplettend wat je doet opdat wanneer vanaf vandaag door jouw toedoen een van je mede-zusters iets overkomt waardoor deze haar ziel verloren zal gaan. Want zoals Christus Zelf gezegd heeft, een blinde begeleidt een blinde mens en veroorzaakt dat de twee in één kuil vallen. Laat dit niet in u verwezenlijkt worden’.

H. Irene Chrysovalantou

Irene worstelde harder dan ooit en bracht vele dagen in gebed en vasten.
Ze zou ook ’s-nachts neervallen en vele buigingen maken. Ze gaf haar lichaam nooit rust, opdat de Heer haar diepe strijd zou zien, zou Hij haar genadig kunnen zijn en haar wijsheid geven om haar kudde Gods op een aangename wijze leiding te geven.
Overeenkomstig haar verlangen gaf de Heer haar veel wijsheid en zij werd zij waardig bevonden om haar mede-zusters te begeleiden. Zij leerde in nederige wijsheid de grote leraren en retorici te  overtreffen.
Hierna treft u een kleine selectie aan van enkele van haar voorschriften en vermaningen:

 ‘We verlieten de charme van deze wereld en lieten ‘al het onjuiste‘ aan ons voorbij gaan, teneinde die ware en eeuwige zaken te kunnen beërven. Wanneer  wij ons derhalve in onze ellende niet aan Gods geboden houden, ellendig als wij zijn, dan zullen we deze voorbijgaande dingen verliezen, samen met de eeuwige dingen evenals de onverstandige maagden, zullen wij echt als onwaardig en dwaas beschouwd worden. Aangezien de ziel niet in twee delen kan worden verdeeld, is iemand die op zoek is naar genotzucht èn een temperament bezit van een hoogmoedig mens èn die zogenaamd nederig is en al onze werken totaal zal verafschuwen, moeite hebben om zulke wereldse verlangens uit onze ziel te verwijderen. Onze innerlijke gemoedstoestand dient gelijk te zijn aan onze uiterlijke staat en wij zijn in staat gesteld onszelf te richten op het bereiken van alle andere deugden. We houden ons aan de geboden van de Heer, ellendig als wij zijn en eerst dan zullen we deze voorbijgaande dingen achter ons laten en wanneer wij ons samen slechts met de eeuwige zaken verbinden zoals de onverstandige maagden, zullen wij pas echt onwaardig en dwaas zijn’.
⁌ ‘Onthoud dat de deugden van de ziel de voorkeur hebben aan de deugden van het lichaam. Vasten en waakzaamheid en de andere benauwenissen van het lichaam leveren ons bar weinig op wanneer de deugden van de H. Geest blijken te ontbreken. De deugden van de H.Geest zijn nederigheid, liefde, begrip, aalmoezen geven aan de armen en alle andere goede werken en God welbehagen schenkende daden. Na al deze dingen laten we ook werken aan de deugden van het vlees en laten we zo veel mogelijk aantrekkelijkheden van de wereld achter ons laten’.
Deze en anderen adviezen waren het, die de H. Irene haar kudde met moederlijke genegenheid voorhield. Haar spirituele kinderen zouden er alles aan doen om ze rond te vertellen en ze brachten veel geestelijk vruchten voort. Onze eerbiedwaardige Moeder Irene heeft, gezien het feit dat haar raad veel beloning voor de zielen van de mede-zusters opgebracht, zich hierover verheugt en trok op met de Heer van Wie zij naar lichaam en ziel heeft gehouden.
Met een onwrikbaar vertrouwen op God en een onmetelijke liefde voor haar mede-zusters durfde de H. Irene van God van een grote en bovennatuurlijke Gave te aanvaarden, het geschenk van geestelijke voorzienigheid. Zij wilde de geheime overtredingen van al haar mede-zusters weten, niet uit de menselijke nieuwsgierigheid, maar om ze te corrigeren, zodat ze uiteindelijk niet tot de hel veroordeeld zouden worden.

De Heer hoorde, gezien het feit dat haar doel goed was, onmiddellijk haar verzoek in en stuurde van haar vanuit de hemel een licht-dragende engel die haar bekleed heeft met een prachtig wit kledingstuk. Irene werd niet bang en geraakte niet gestoord bij de blik van de engel, maar was eerder verheugd. De engel begroette haar door te zeggen: “Aller trouwste en productieve dienstmaagd van God! De Heer heeft mij gestuurd om u te dienen volgens uw verzoek voor degenen die zijn bestemd om door u te worden gered. De Heer heeft mij bevolen om u altijd bij te staan en om de geheimen van ieder dagelijks  gebeuren verstandig te onthullen”. Dit gezegd hebbend, verdween de engel vooralsnog. Onze eerbiedwaardige moeder viel in vreugde op de grond, dankte de Heer en vanaf die tijd was deze engel haar altijd nabij. Deze engel leek haar aan te spreken, met haar als een vriend te spreken, elke keer wanneer het nodig was om een geheim te ontwaren. Dit geschenk werd haar niet alleen gegeven ten behoeve van al de nonnen, die aan haar geestelijke zorg waren toevertrouwd, maar ook voor de vele die tot haar kwamen om haar gouden woorden te vernemen. Wanneer Irene iemand zou zien die een verkeerde handeling had begaan, zou ze hem leren over de eeuwige verschrikking, waar alle diegenen die zich bewust distantieren van Gods Woord sterven, veroordeeld worden. De H. Irene zou op deze manier spreken of ze nu een geestelijk, gewijd iemand, een non of een leek haar niet aanstond. Ze heeft zich nooit voor wie dan ook behoeven te verontschuldigen, die zij voor eigen bestwil heeft gecorrigeerd. Zij heeft hen niet onrechtmatig vernederend, maar ze heeft de juiste manier gevonden om elke persoon tot inkeer, berouw te brengen.
De H. Irene zou van de vroege avond tot de tijd van de dienst van Orthros voor allen bidden, na de dienst zou even rusten/slapen totdat de zon opkwam. Zij zou dan naar de kerk gaan en de zusters een voor een tot bekentenis en ommekeer oproepen en wanneer een van hen niet alle ongerechtigheden openbaarde die zoal gepleegd werden, zou de H.Irene hen adviseren zoals de engel haar zou aangeven. Alle mede-zusters kwamen iedere morgen opnieuw om haar als een groot voorbeeld na te volgen en  te respecteren. De heiligheid van het klooster van Chrysovalantou werd al snel wijd en zijd bekend. Bij honderden kwamen de inwoners van de stad om deze eervolle en eerbiedwaardige persoonlijkheid te aanschouwen.
De mensen van adel, de politieke leiders, vrouwen, maagden, jong en oud, H. Irene leerde met zo’n wijsheid en innige vermurwing van het hart dat de naam van de heilige hegoumena van Chrysovalantou tot in onze tijd zo populair maakte. 
En in haar eenvoud bleef de H. Irene hardop en lang bidden. ’s-Nachts terwijl ze met haar handen, naar de hemel opgeheven, aan het bidden was kwamen de demonen in haar cel en begonnen met afschuwelijke stemmen te keer te gaan; zij spraken woorden, die niet voor mensenoren geschikt worden geacht en probeerden onze heilige moedertje van het gebed af te houden. Zij waren echter niet in staat deze heilige te overheersen. Desalniettemin bleven de demonen de H. Irene aanvallen en riepen door bewegingen van het gelaat en gebaren en door haar toe te roepen toe:
Onhandige Irene, uw verstijfde voeten houden u vast. Hoe lang zal u ons ras martelen, hoe lang brengt u ons met uw gebeden in verlegenheid en hoe lang zal u ons nog pijn doen en ons  verdrietig maken? “.

Onze eerbiedwaardige moeder bleef hier echter geen aandacht aan hen schenken. Deze duistere demon stootte vervolgens een vlam uit de ikonenlamp en deze zette de mantel en sluier van de heilige zelf in vuur en vlam. De vlammen kwamen tot op de grond en brandden niet alleen de kleding van de heilige, maar drong diep door  in de huid op haar schouders, borst en rug. Haar hele lichaam zou zeker verbrand  zijn wanneer dit niet door een van de mede-zusters werd opgemerkt en die haastte zich om het vuur uit te doven nadat ze het vanuit haar eigen cel in de gang was opgevallen. Het is niet te geloven dat de heilige door de hele gebeurtenis onaangedaan was blijven staan. Irene stond rechtop, de handen nog steeds in de lucht en bleef tot onze Heer in de hemelen bidden. ‘Mijn kind’, zo zei Irene tot haar mede-zuster om haar tegen de angst te wapenen, ‘waarom heb je zulke slechte dingen laten gebeuren en het goede terzijde geschoven? We dienen ons niet over de menselijke dingen druk te maken, maar liever bij de goddelijke dingen stil te staan. Er stond een engel voor mij, die een krans samenstelde van verschillende prachtige en geurige bloemen en toen hij zijn hand uitstrekte om deze krans op mijn hoofd te plaatsen, kwam jij, m’n mede-zuster binnen. Je dacht dat je een lofwaardige handeling pleegde, maar in plaats daarvan verrichtte je de meeste onbetamelijke  daad. De engel zag je en verliet mij. Je hebt me verdriet gebracht en er ging een geweldige mogelijkheid verloren
De mede-zuster begon te huilen toen ze de kledingrestanten van dit gebeuren van onze eerbiedwaardige moeder begon te verwijderen. Aldus werden de verwondingen en haar gedeeltelijk verbrand vlees aan de wereld openbaar en vastgelegd. Er kwam een glorieuze geur van haar af, deze geur was als goddelijke Myron, zoeter ruikend en krachtiger dan alle kostbare parfums die kunnen worden gekocht. De aroma van de Myron heeft het klooster vele dagen gevuld en de monialen verheerlijkten God omdat dit als een waarachtig Mysterie [wonder] werd beschouwd. De H. Irene had geen tweede kledingstuk en dus bracht haar celbediende haar een nieuwe. Binnen enkele dagen werden de wonden die de meeste mensen gedood zouden hebben, op wonderbaarlijk genezen door de Geneesheer van onze zielen en lichamen en deze heilige werd op deze wijze profetische Genadegaven toegekend.

Op zeker moment kwam een zekere eunuch van haar zus [de vrouw van Caesar Vardis] om de heilige te bezoeken. Irene stelde hem op de hoogte van een diep geheim en zei tegen hem: ‘Kyrillos, [dit was de naam van de eunuch], vertel mijn zus om haar hierop voor te bereiden, want binnen enkele dagen zal haar man sterven als gevolg van een samenzwering van koning Michaël. Na een tijdje zal deze koning ook zijn koninkrijk en zijn leven verliezen door een ander komplot tegen hem wegens zijn dwaze misdaden. Wees voorzichtig om tegen iemand maar iets hierover te zeggen. Niemand van onze familie zou durven opstaan tegen de nieuwe koning die hierna de troon zal bemachtigen. Ze zouden hem ook niet moeten afschrikken, zelfs niet wanneer deze de troon na een moord zal bemachtigen, want God heeft hem liefgehad omdat hij Hem vreest en God is hem nog genadig geweest’.
Nadat zij hier toch van op de hoogte werd gesteld, vertelde de zus van Irene haar man van de profetieën, die door haar liefde voor hem overwonnen werd. Haar man reageerde echter daarop in trots en dwaasheid, in plaats van met tranen naar de Heer te rennen en barmhartig af te smeken en bleef onverschillig. Hij was alleen geïnteresseerd te weten te komen wie de volgende koning zou worden en vele malen bood hij dienstbewijzen aan onze heilige moeder Irene aan om de naam van de toekomstige koning te weten te komen. Een paar dagen later werd hij in het militaire kamp vermoord. Koning Michael werd op dezelfde manier gedood en Basilios van Macedonië werd koning.

Een notabele, mooie vrouw uit Cappadocia, de geboortestad van de H.Irene, was verloofd met een bepaalde man. Later echter, bedacht zij zich en besloot daarentegen van een huwelijk af te zien. In plaats daarvan werd zij moniale in het beroemde klooster van Chrysovalantou. De demon bleef echter jaloers en vulde haar ex-verloofde met enorme seksuele passie. De man wist echter wel dat hij niet in het klooster kon komen. In plaats daarvan hield hij een machtige goochelaar aan, een van de bekwaamste dienaren van de duivel aan wie de ex-verloofde veel geld gaf voor de bevrijding van de vrouw die hij als zijn echtgenote wilde. De tovenaar heeft zijn slechte kunst in Cappadocia dusdanig ten uitvoer gebracht dat de vrouw in het klooster helemaal uit haar bol ging. Ze begon rond het klooster te rennen en ze schreeuwde de naam van haar ex-verloofde en vloekte en tierde dat wanneer haar mede bewoners de deuren van het klooster niet zouden openen, zij zichzelf zou verstikken. Onze eerbiedwaardige moeder hoorde de opkomst en schreeuwde: “Wee mij ellendige, wanneer ik door onverschilligheid als herder de wolven het schaap laat weghalen. Maar jouw inzet is tevergeefs, o duivelse tegenstander, omdat Christus dit niet zal toestaan, jij bent slechts gekomen om mijn lammetje te verslinden”. Zij riep de mede-zusters gezamenlijk op en gaf hen de opdracht om zich tegen de strikken van de demonen te verweren en ze beval hun allen om de hele week te vasten en elk van hen onder tranen per dag duizend grote metanieën [buigingen] te maken voor deze mede-zuster en ondertussen tot God te bidden hen van deze beproeving, die zij als klooster ondergingen, te verlossen. “Wee mij ellendige, wanneer deze wolven door onverschilligheid van haar herder de schapen laat weghalen. Maar tevergeefs werk jij, slim heerschap van een duivel, omdat Christus jou echt niet zal toelaten om mijn lammetje te verslinden”.

Basilius de Grote, genezing van de melaatsen

✥ Onze eerbiedwaardige moeder heeft daarop dagelijks in haar cel voor deze medezuster gebeden en op de derde dag zag zij de Heilige Basilios de Grote voor zich en deze zei tot haar:
Waarom toch, kom laat u ons, Irene, wanneer de zon opkomt, deze zieke volgeling van je meenemen en haar naar Vlachernae brengen en daar zal de moeder van onze Heer en Meester Jezus Christus, Die krachtig genoeg is, haar beter maken”. Dat gezegd hebbend, verdween de Heilige Basilios en de H. Irene nam de zieke mede-zuster samen met twee andere nonnen mee en kwam in de Kerk van Vlachernae aan, daar hebben ze de hele dag met tranen in hun ogen voor de icoon van de Theotokos [Pokrov] Haar Wonderlijke Bescherming voor het komend onheil afgesmeekt.
Omstreeks middernacht viel de H. Irene in slaap en zag ze in haar slaap een massa mensen in briljante gouden kleren gekleed en deze verzorgden de weg met de meest geurige bloemen en wierook. Onze eerbiedwaardige hegoumena vroeg daarop waarom er zoveel voorbereiding plaatsvond. Zij antwoordden dat de Moeder van Gods langs zou komen en hen gewaarschuwd had zichzelf op haar komst voor te bereiden opdat zij waardig zouden worden bevonden om de Moeder Gods, de Theotokos te vereren. Daarop kwam de Moeder van het Leven daar langs,  gevolgd door een enorme menigte. Het aangezicht van de Maagd straalde zo enorm, dat het niet mogelijk was om haar met ook maar een sterfelijke blik aan te kijken.  Onze-Lieve-Vrouwe heeft aan alle zieken die in de kerk waren verzameld aandacht besteed, zij keek eveneens naar de volgeling van de H. Irene. Onze eerbiedwaardige moeder Irene viel vol angst en beven voor de voeten van de vlekkeloze Moeder Gods.

H Anastasia, steun van de martelaren en genezeres van hen, die vergiftigd worden.

De Theotokos vroeg daaraan de H. Basilios de Grote wat deze eerbiedwaardige Hegoumena van haar verlangde en deze stelde haar precies wat de H. Irene nodig had. Hiervan horende antwoordde de Theotokos: “Roep hiertoe hier, de H. Anastasia aan!”
De God-barende was vertederd en zowel de H. Anastasia als de H. Basilios haasten zich vanuit de hemelse gewesten om deze opgedragen taak ten uitvoer te brengen. Onze eerbiedwaardige moeder Irene hoorde een stem en zei: “Ga naar je klooster terug en het zal allemaal goed komen”. Toen zij ontwaakte vertelde Irene aan haar medezusters wat zij in haar dromen meegemaakt had en vol vreugde keerden zij gezamenlijk huiswaarts. Toen ze bij het klooster aankwamen was het vrijdag tegen de tijd van Vespers en werden alle monialen in de kerk verzameld.
H. Irene zette allen uiteen wat haar was voorgespiegeld en verzocht hen allen de handen en ogen naar de hemel op te heffen en vanuit hart en ziel en brandend verlangen uit te roepen:
Heer, door de gebeden van de al-Heilige Moeder en de door haar aanbevolen heiligen, wees ons genadig!” Na lange tijd, toen de gehele in verdieping hiervan vervuld was en doordrongen was de tranen van de mede-zusters, verscheen de H. Basilius de Grote en de Grootmartelaar Anastasia onder hen en hoorden de zusters zeggen: “Wanneer zij de Goddelijke Liturgie hebben bijgewoond, dient de dienstdoende priester olie uit de ikonenlamp van de Heer en Verlosser te nemen en Gods menslievendheid zal als levend-schenkende kolen neerdalen”.
Na de Goddelijke Liturgie heeft de priester de zieke moniale met olie uit de betreffende ikonenlamp  op al haar zintuigen gezalfd. Daarop daalde Gods menslievendheid en levend-schenkende Kracht op haar neer. en werden haar zintuigen hersteld. En terwijl dit plaatsvond klonk er een dierlijk geluid hetgeen op varkens leek, die geslacht werden. De monialen keerden daarop naar het klooster terug en verheerlijkten God Die hen met zulke vreemde en prachtige dingen tegemoet was gekomen en bij het klooster aangekomen vertelden ze iedereen, die het maar horen wilde, wat hen overkomen was.
De eenvoudige Irene, veroordeelde zichzelf des te meer, daar zij gezien het feit dat zij voor haar heilige daden werd vereerd en er bleven onafgebroken tranen in haar ogen. Zij zou vooral tijdens de Heilige Liturgie tranen de vrije loop geven wanneer de priester God op het heilige altaar zou Zijn offer laten opofferen. Zij overwoog daarbij hoe de onzichtbare en onsterfelijke God door de mensen aanvaard diende te worden en omwille van de Liefde tot ons gekruisigd wordt en voor ons die Goddelijke Mysteriën heeft voorbereid, opdat wij ze zouden ontvangen wanneer wij ons via Zijn heilig Lichaam en Bloed met Hem verenigd weten. Overmand door wroeging, was zij niet in staat om haar verdriet nog langer in te houden haar verdriet en ze zou haar hoofd daarop diep buigen, opdat niemand haar huilen ook maar zou kunnen waarnemen, het gevoel dat ook zij slechts een dief en boosdoener kon worden beschouwd en grote wandaden had begaan.

De H. Irene stond er op dat het feest van de H. Basilios de Grote met grote toewijding gevierd werd omdat deze ook van Capadocië afkomstig was. Een zeker jaar hoorde ze na afloop van dit feest gedurende een nacht een stem, die haar liet weten dat zij de volgende dag een zeeman diende te verwelkomen.Haar werd duidelijk gemaakt dat deze ruwe bolster haar zou verrassen met wat fruit.
De volgende dag kwam er een zeeman en die bleef in de kerk tot na de Goddelijke Liturgie. Hij sprak de H. Irene aan en vertelde haar dat hij onlangs van Patmos was gekomen. Toen hij daar wilde afvaren wilde afvaren werd hij onderweg ondanks de goede wind opgehouden en een oude man kwam hem over het water lopend tegemoet. Deze oude man gaf de zeeman drie appels, die zo zei hij door God, de Vader, namens Zijn discipel Johannes “aan Zijn geliefde kind” deed toekomen.
De H. Irene heeft daarop met dank aan God voor dit prachtige cadeau een hele week een zware vasten ingelast. Vervolgens heeft zij veertig dagen elke dag kleine stukjes van de eerste appel gegeten, zonder iets anders te eten of te drinken. Op Grote en Heilige Donderdag in de Goede Week nadat de mede-zusters de Heilige Geheimen [de Communie] hadden ontvangen gaf ze hen ieder een stukje van de tweede appel. De monialen bemerkten een buitengewone zoetheid op en voelden zich alsof hun zielen met zaligheid werd gevoed.
Een engel liet daarop aan de Heilige Irene weten dat zij op de dag volgend op het feest van Panteleimon door de Heer zou worden opgeroepen om zich bij Hem te vervoegen en aangezien de feestdag van het klooster op 26 juli viel werd de H. Irene voorbereid door een gehele week vast feest te vieren. Ze nam daarop slechts een beetje water en kleine stukjes van de derde appel die haar door de H. Johannes de Theoloog namens God was toegestuurd. Gedurende deze hele periode was het klooster doordrongen van een hemelse geur.
Op 28 juli riep de H. Irene de nonnen samen om afscheid van hen te nemen. Ze liet daarbij ook weten dat zij haar mede-zuster Maria als haar opvolgster had uitverkoren, want deze zou hen op de smalle weg houden die tot het Leven leidt. Nadat ze God had gevraagd om haar kudde te beschermen tegen de kracht van de duivel, glimlachte ze toen zij de engelen zag die waren uitgezonden om haar te ontvangen. Toen sloot ze haar ogen en gaf haar ziel over aan God.
De Heilige Irene was meer dan 101 jaar oud toen ze stierf, maar haar gezicht had nog steeds een jonge en mooie uitstraling. Een grote menigte kwam op haar begrafenis en vele wonderen vonden plaats bij haar graf.
Door de gebeden van de H. Irene van het klooster te Chrysovalantou, Heer Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met ons en red ons“.
Er zijn vrouwen, die op haar feestdag appels mee naar de kerk nemen om deze te laten zegenen in de hoop dat ze zwanger worden. Met name de kerkgemeenschappen, die aan de H. Irene zijn toegewijd houden deze traditie vanuit Griekenland in ere en geven ze aan al de mensen, vooral aan vrouwen die hulp nodig hebben. De appel is echter niet alleen voor vrouwen die zwanger willen worden, maar voor iedereen die tot de H. Irene Chrysovalantou bidt en daardoor Gods zegen voor goede werken wil verkrijgen.

MP3 [Gr.]:  Apolytikion van de H. Irene van het klooster te Chrysovalantou: 

vert. Apolytikion     tn.4
Onbewust heeft u het Hemels Koninkrijk op aarde gebracht,
maar Christus, uw mooiste Bruidegom,
heeft u daarop de hemelse kroon verleend 
en nu regeert u eeuwig als koningin bij hem.
Want u hebt zich met geheel uw ziel aan Hem toegewijd,
o Heilige Irene, ons rechtvaardig moedertje,
u prachtig geschenk uit Chrysovolantou
u machtige hulp van alle orthodoxe gelovigen“.

6e Zondag na Pinksteren – genezing van de Verlamde en de vergiffenis

De alheilige wereldomvattende Kerk,     ‘een Mysterie’ – icoon

          En in een schip gegaan zijnde, stak Hij over en Hij kwam in zijn eigen stad. En zie, men bracht een verlamde, op een bed liggende, tot Hem.
            En daar Jezus hun Geloof zag, zei Hij tot de verlamde:
‘ Houd moed, mijn kind, uw zonden worden vergeven’.
En zie, sommige der schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: ‘Deze lastert God.
            En daar Jezus hun overleggingen kende, zei Hij: ‘ Waarom overlegt gij kwaad in uw hart? Want wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden worden vergeven, of te zeggen: ‘Sta op en wandel?’.

genezing van de ‘verlamde’

Maar, opdat gij weten moogt, dat de Zoon van de mensen Macht heeft op aarde zonden te vergeven
            – toen zei Hij tot de verlamde: ‘Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis’.
En hij stond op en ging naar huis. Toen de scharen dit zagen, vreesden zij en zij verheerlijkten 
God, die zulk een macht aan de mensen gegeven hadMatth. 9: 1-8.

        Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de Genade, die ons gegeven is:
 Profetie, naar gelang van ons Geloof; wie dient, in het dienen; wie onderwijst, in het onderwijzen; wie vermaant, in het vermanen; wie mededeelt, in eenvoud; wie leiding geeft in ijver; wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheid.
Uw liefde zij ongeveinsd. Weest afkerig van het kwade, gehecht aan het goede.
Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld, in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Heer. Weest blijde in de hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid. Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt nietRom.12: 6-14.

Slecht horen of anderen helemaal niet meer kunnen verstaan geeft een verstoorde communicatie en ontstaat er een communicatieprobleem; de normale omgang met andere mensen wordt bemoeilijkt.
Een onderling gesprek met het gelovige volk vertroebelt en het volk komt in een isolement terecht. Tegen beter weten in zijn we genoodzaakt op zoek te gaan naar andere vormen van communicatie en richten ons op elkaar. Het is bekend dat mensen heel wat kunnen zeggen zonder dat zij ook maar één woord spreken; je behoeft elkaar maar aan te kijken en je weet genoeg.

Zo is het eveneens met zien en ervaren, sommige mensen ervaren bepaalde dingen gewoon niet en hebben er totaal geen gevoel bij als zij iets ondernemen en niet stil staan bij de gevolgen voor anderen.
Paulus zegt ons vandaag dat wij in broederliefde elkander genegen, gunstig gezind dienen te zijn.

achterwaardse, neerwaardse buiging

Vanuit ons christelijke eerbied en ontzag voor het Hemels Koninkrijk -welke door ‘Christus‘ bestuurd wordt- dienen wij in dankbaarheid en onwankelbaar datgene te aanvaarden wat wij op onze weg tegenkomen om aldus God te dienen op een manier dat ‘Hij’ er behagen in schept. Dat ‘God’ Koning is van deze wereld is niet te zien. Toch verkondigen wij iedere Goddelijke Liturgie:
Eén is heilig, één is Heer, Jezus Christus tot Heerlijkheid van God de Vader”. Dat is alleen maar te dragen in aanvaarding en niet op grond van ‘eigen‘ enthousiast idealisme of ‘eigen‘ degelijk conservatisme, òf omdat je toch wát dienen te geloven. Het is enkel en alleen omdat Christus ‘Zelf‘ zegt dat Hij èn Koning èn Heer en Meester van ons leven is.
Je kunt niet in het Hemels Koninkrijk geloven, wanneer je niet gelooft dat ‘Hij de Machtige is, de Allerhoogste en Allergrootste‘. God gaat het maken [herscheppen] op Zijn ‘Eigen’ onnavolgbare manier. Het enige wat wij gelovigen kunnen doen is ons hoofd deemoedig te buigen om het vervolgens dankbaar op te heffen en Hem dankbaar aan te zien – en de gehele dag tot een verheffing aan te bieden voor Hem – dat is wat jij persoonlijk kunt doen voor jouw grote Koning.

Dit doen wij uit de Liefde, die wij vanuit de onderlinge liefdesband ervaren tussen de Goddelijke Drieëenheid. Liefde is het enige dat ons werkelijk ‘maakt’ wie we zijn. Liefde is niet voorbehouden aan een relatie hebben met een partner, ten opzichte van je kind òf je ouders.  Wanneer je jouw liefde werkelijk laat stromen, zul je deze naar àlles om je heen uitzenden: die kleine meid op de kinderfiets [Herman van Veen], het varken [zwijn] van de kudde en die grote oude vijgenboom [het eerste Verbond]; dát is scheppende Liefde.
Het maakt daarbij niet uit of je een partner of kinderen hebt, want liefde is universeel en gericht op alles om je heen. Liefde is het enige dat zich vermeerdert door het ‘weg te geven‘ en het komt altijd terug. Je kunt en wilt altijd liefhebben, het is namelijk de enige taak die we hebben hier op aarde. Wanneer jij dit niet zo ervaart of er moeite mee hebt, is er in jouw wezen iets geblokkeerd, waar aan gewerkt zal dienen te worden teneinde weer ‘heel‘ [‘heilig’] te worden.

hechtingstheorie, rotstekening

De hechtingstheorie vertelt ons dat we zijn geprogrammeerd om liefde en acceptatie na te jagen, wat onze angst voor afwijzing begrijpelijk maakt.
Maar er is misschien ook nog een andere angst die minder zichtbaar is:
de angst voor acceptatie’, ook deze maakt ons onzeker. 
De angst voor afwijzing klinkt nog logisch, wanneer we in het verleden [op jonge leeftijd] zijn bekritiseerd, beschaamd of beschuldigd dan leren we dat de wereld ‘niet‘ veilig is. Iets in ons beschermt ons hart tegen verder verdriet. Maar deze defensieve houding beschermt ons niet alleen tegen het vooruitzicht om afgewezen te worden, maar het beschermt ons tevens tegen acceptatie en verwelkoming.
Want deze antenne beschermt ons ‘niet alleen’ tegen gevaar, het geeft ons ‘ook niet’ altijd het juiste advies. Je weet hierdoor misschien toch ‘niet‘ hoe je om dient te gaan met complimenten of positieve aandacht.

Wat blokkeert je, wat heeft je in de tang?

Je gaat ‘op slot’ en blokkeert jezelf dusdanig dat anderen je niet kunnen zien. Wanneer je het toestaat om met iemand een connectie te krijgen, en als ze je na enige tijd niet langer accepteren, dan doet dat misschien pas ècht veel pijn. Dus kies je voor de in jouw ogen veiligste weg en houd je afstand tot anderen om zo ‘mogelijke’ pijn in de toekomst te vermijden en ervaart ‘eenzaamheid‘ in jouw geïsoleerde positie.
Wanneer jij ervan overtuigd bent dat niemand van jou -in jouw situatie- zal houden of dat relaties toch nooit werken, dan onderdruk jij mogelijk je eigen levenslust en plezier om voor ‘de werkelijk veilige weg’ te kiezen en ben je geblokkeerd, oftewel verlamd. Omdat je bang bent voor ‘mogelijke’ afwijzing – houd je automatisch afstand, omdat je bang bent dat een connectie of acceptatie tussen jou en de ander – ‘toch niet stand zal houden’. Om niet àl te veel op te vallen omring je jezelf met oude klasgenoten en ondergeschikten, die je nimmer zullen afvallen – zo zit je veilig in het omhulsel wat je zelf geformeerd hebt, je cocon en wanneer je daar in blijft zitten verteer je in je eigen onvermogen lief te hebben.

toename ‘eenzaamheid’

Om de angst voor acceptatie te overwinnen dienen we te onderzoeken wàt ons blokkeert en waaróm we verlamd raken en in onszelf blijven vastzitten. Dit kan inhouden dat je jouw zelfbeeld radicaal dient te wijzigen. Je dient jezelf meer positief te gaan bekijken -en de potentie om liefde te geven en te ontvangen positiever in te gaan schatten-; dit houdt dan in dat jij jouw leven de potentie geeft om te veranderen. En die verandering is dikwijls heel erg benauwend.
Het kan een afkeer oproepen om open te staan voor andermans pijn en de zorgen, die daar uit voortkomen en te accepteren dat dit ook een onderdeel is van het mens zijn onder de mensen, hetgeen de weg ‘opent‘ naar anderen.
Schaamte zorgt er veelal voor dat we onze ‘echte gevoelens’ niet zien of toestaan; het veroorzaakt een innerlijke strijd die ervoor zorgt dat we onszelf niet accepteren zoals we zijn.
We streven naar de ‘hoogst mogelijke’ perfectie, zodat we onszelf niet behoeven teleur te stellen en onszelf te schamen. We denken dat we ‘sterk’ dienen over te komen, op alle gebied deskundig en intelligent dienen te zijn, grappig of onverstoorbaar dienen te zijn om niet te worden afgewezen of beschaamd. Maar dit -‘door schaamte gedreven’- gedrag verbreekt ons van ons ‘oorspronkelijk bedoelde‘ zelf en isoleert ons.

Wanneer wij ons als mens realiseren dat we kwetsbaar zijn, kunnen we -‘net zoals iedereen’-  beginnen met zelfacceptatie. Onze schaamte begint te helen wanneer we dit onder ogen zien en we “liefdevol, communicatief en openhartig” dienen te zijn in plaats van onderkoeld, strakke regels hanterend, onbewogen hard.

Wanneer jij met iemand samen bent, wiens glimlach of lieve woorden suggereren dat hij jou respecteert of accepteert en je ervaart dat jij ‘boven hem/haar’ verheven bent of dat ‘zij‘ alleen maar vriendelijk zijn om bij jou in het gevlij te komen, van jou [‘financieel’] afhankelijk zijn- bedien, jij je omgeving -‘als eerste onder ‘on’gelijken’- je kunt op die wijze niet langer liefhebben.
Slechts een voortdurende – indringende begeleiding kunnen je misschien leren om weer ‘van jezelf en je omgeving’ te gaan genieten. Alleen degenen, die werkelijk met je begaan zijn, je werkelijke vrienden, zullen je als een verlamde, op een bed liggende, bij Christus aanbieden.

Liefde & Genegenheid

Wij christenen dienen ons op die genegenheid voor elkander toe te leggen, we dienen bij elkaar betrokken te zijn, elkander tot eerbetoon op te roepen en daarmee in ijver, onverdroten, [in de Heilige Geest] vurig van geest [bewogen] de Heer te dienen.
Vervolgens dien wij ons in Geloof te richten en opgewekt te zijn in de Hoop, dat alles vanuit het Goddelijk beginsel ‘goed’ zal komen.  Wij verlenen gastvrijheid aan iedereen [Abraham & de drie Engelen], zijn geduldig wanneer wij in de verdrukking komen [Abraham & Isaäk], volharden in het gebed en dragen bij aan de grote noden in gevaarlijke situaties van anderen. Zegenen, die ons ‘wreed‘ behandelen omdat
zij ‘anders’ zijn en vervloeken hen niet.
We laten ons in alle rust [geduldig] overheersen en zien wel waar het op uitloopt.
Waarachtige liefde voor jezelf, is ook Liefde voor de Schepper, Die immers alles volmaakt geschapen heeft, met alle innerlijke menselijke vermogens om lief te hebben. Deze liefde dient alleen maar aangeboord en geactiveerd te worden.
Door respect en liefde voor jezelf te hebben, ontstaat er als vanzelfsprekend een basis om ook anderen lief te hebben, en daar mee kwistig rond te strooien.
En daar Jezus hun Geloof zag, zei Hij tot de verlamde: “    Houd goede moed, m’n kind, jouw zonden worden je vergeven” en de Verlamde werd genezen.

Apolytikion     tn.6
De scharen der Engelen stonden aan Uw graf en de wachters lagen als dood.
Bij het graf stond Maria Magdalena zoekend het alleruiterst Lichaam van haar Heer.
Gij hebt de hel overwonnen, zonder erdoor te worden aangetast.
Gij hebt de Maagd ontmoet, Levenschenkende, Die uit de dood zijt opgestaan.
Heer, ere zij U
”.

Kondakion     tn.6
Met Uw levenschenkende Hand,
wekt Gij alle doden op uit het duistere dal,
O Levenschenkede, Christus onze God,
Die aan het mensengeslacht de Opstanding gegeven hebt.
Gij zijt waarlijk onze Heiland, onze Verrijzenis,
ons Leven en de God van het heelal
”.

Juli 9e – Hieromartelaar Pancratius,  bisschop van Taormina op het eiland Sicilië [It.]

Hieromartelaar Pancratius van Taormina, Sicilië [It.]

Hiero-martelaar Pancratius werd geboren toen onze Heer Jezus Christus nog op aarde verbleef; de ouders van Pancratius waren inwoners van Antiochië.
Bij het horen van het goede nieuws over de werken van Jezus Christus, nam Pancratius’ vader zijn nog jonge zoon met zich mee en ging naar Jeruzalem om de grote Leraar zelf te ontmoeten en te zien. De wonderdaden deden hem versteld staan en toen hij de Goddelijke Blijde Boodschap en de pedagogie hoorde, geloofde hij onmiddellijk in Jezus Christus als de Zoon van God.

Hij werd bij de leerlingen van de Heer opgenomen, in het bijzonder door de heilige apostel Petrus. Het was tijdens deze bijzondere periode dat de jonge Pancratius de heilige apostel Petrus leerde kennen. Na de hemelvaart des Heren, onze Verlosser, kwam een van de apostelen naar Antiochië en doopte de ouders van Pancratius samen met geheel z’n huishouden.
Toen de ouders van Pancratius stierven, liet deze zijn geërfde bezittingen achter zich en ging op Pontus in een grot wonen, terwijl hij zijn dagen doorbracht in gebed en diepe spirituele contemplatie.
De heilige Apostel Petrus, bezocht Pancratius regelmatig op Pontus, wanneer hij op doorreis die contreien bezocht. Hij nam hem mee naar Antiochië, waar de heilige apostel Paulus toen verbleef. Tijdens hun gezamenlijk verblijf te Antiochië wijdden deze Heilige Apostelen Petrus en Paulus hem voor de verkondiging van de Blijde Boodschap tot bisschop en zonden hem uit naar Taormina op Sicilië.

De kerk van San Pancrazio, bisschop en martelaar, de patroonheilige van Taormina, staat op de ruïnes van de Griekse tempel van Jupiter Serapis

Sint Pancratius zette zich ijverig in voor de Christelijke verlichting onder het gewone volk. Binnen één maand bouwde samen met anderen – door eigen lichamelijke inzet – zonder een enkele kopercent, maar uit leem en stenen uit de omgeving, een kerk waar de Goddelijke kerkdiensten gevierd konden worden. Door zijn nederig voorbeeld groeide het aantal gelovigen enorm en al spoedig waren bijna alle inwoners van Taormina en de omliggende steden overgaan tot het christelijk geloof. Diep christelijk Geloof roept -door persoonlijk voorbeeld- het geloof bij anderen op.

De Heilige Pancratius behoedde zijn kudde voor vele jaren in alle rust.
Er verschenen echter heidenen, die op hun beurt anderen tegen de heilige opzetten en zij grepen een geschikt moment aan, waarop zij hem aanvielen en  stenigden tot de dood erop volgde.
Op deze wijze werd het leven van deze Heilige Pancratius beëindigd en werd  als heilig hiero- [=priester] martelaar vereerd.

De relieken van deze heilige zijn overgebracht naar Rome, waar zij in een kerk,  welke naar hem is vernoemd rusten, zijn gedachtenis is op 9 februari van de heiligenkalender.


Apolytikion     tn.8
Als een brandende pijl werd je verheven
om via het bisschopsambt Taormina te bevrijden van goddeloosheid
en de harten van de gewone gelovigen te verlichten.
Je bevestigde hen in het Geloof door het Woord van God.
En als je catechese was afgerond moest je lijden door bloedgetuige te worden, Hieromartelaar Pancratius,
bid voor iedereen die uw gedachtenis prijzen
”.
Apolytikion     tn.4
Door de weg van de apostelen te volgen,
werd je een opvolger van hun troon.
Door het beoefenen van de deugd,
vond je de weg tot goddelijke contemplatie,
zo inspireerde je de Liefde Goddelijke Drie-eenheid;
Door zonder misstappen het onderwijs van het Woord der Waarheid te bewaren, verdedigde je het christelijk Geloof,
zelfs door uw eigen bloed te vergieten.
Hieromartyr Pancratius smeek tot Christus God
onze zielen te redden
”.

object of art and veneration kept in the Saint Nicholas Cathedral of Taormina is the Byzantine Theotokos Icon

Kondakion     tn.8
Je was een stralende ster in Taormina,
O gezegende Pancratius 
en je werd aldaar hieromartelaar voor Christus.
Wij staan nu voor Zijn icoon,
terwijl je bidt voor degenen, die jou vereren
”.
Kondakion     tn. 4
Pancratius, je werd geopenbaard
als een stralende ster
voor de inwoners van Taormina;
je werd tevens voor ons getoond dat
je een lijdzaam volgeling voor Christus bent.
omdat je nu voor Zijn Troon mag staan, gezegende,
bid voor degenen die jou vereren
”.