12e Zondag na Pinksteren – De rijke jongeling en wie kan dan behouden worden?

        En zie, iemand kwam tot Hem en zei: ‘Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’.
          Hij zei tot hem: ‘Wat vraagt gij Mij naar het goede? Een is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden’.
          Hij zei tot Hem: ‘Welke?’.
          Jezus zei: ‘Deze: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’.
          De jongeling zei tot Hem: ‘Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort?’.
         Jezus zei tot hem:

Heilige Marcos, de asceet – ‘Elke beproeving test onze wil en laat zien of tot het goede of kwaad is geneigd. Daarom wordt een onvoorziene verdrukking een test genoemd, omdat het een mens in staat stelt zijn verborgen wensen te testen‘.

‘Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben en kom hier, volg Mij’.
         Toen de jongeling [dit] woord hoorde, ging hij bedroefd heen, want hij bezat vele goederen.
Jezus zei tot zijn discipelen: ‘Voorwaar, Ik zeg u, een rijke zal moeilijk het Koninkrijk der hemelen binnengaan.  Wederom zeg Ik u, het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat’.
Toen de discipelen dit hoorden, waren zij zeer verslagen en zeiden: ‘Wie kan dan behouden worden?’.
Jezus zag hen aan en zei:
‘Bij de mensen is dit onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk’
Matth.19: 16-26.

Jezus Christus, Hij is gisteren en vandaag en tot in eeuwigheid DeZelfde.

      Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat, waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zo vasthoudt, als ik het u verkondigd heb, tenzij gij tevergeefs tot Geloof zoudt gekomen zijn.
Want voor alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: ‘ Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften en Hij is verschenen aan Kephas, daarna aan de twaalven. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen. Vervolgens is Hij verschenen aan Jacobus, daarna aan al de apostelen; maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene.
       Want ik ben de geringste der apostelen, niet waard een apostel te heten, omdat ik de gemeente Gods vervolgd heb. Maar door de genade Gods ben ik, wat ik ben, en Zijn Genade aan mij is niet vergeefs geweest, want ik heb meer gearbeid dan zij allen, doch niet ik, maar de Genade Gods, die met mij is.  Daarom dan, ik of zij, zo prediken wij, en zo zijt gij tot het Geloof gekomen1Cor.15: 1-11.

De strekking van de leer van de Blijde Boodschap van vandaag is:
Wie kan dan behouden worden? &   Ik ben de geringste, de grootste zondaar!’ , want slechts door de Genadegaven van God zijn wij tot het Geloof in Christus gekomen”.

 Keizer Julianus de Afvallige [331 – 363 na Chr.] spreekt al eeuwenlang tot de verbeelding van menigeen. Hij was namelijk de laatste ‘heidense’ keizer van het Romeinse Rijk. Tijdens zijn korte, maar veelbewogen regeringsperiode, heeft hij actief geprobeerd de opmars van het Christendom in de kiem te smoren. Even ten noorden van Rome, bij de zogeheten Milvische Brug verdedigde Maxentius de eeuwige stad ‘Rome’ en de aanvaller en overwinnaar is de geschiedenis ingegaan als ‘Constantijn de Grote‘.
Zijn zege maakte deze Constantijn tot alleenheerser van het westelijke deel van het Romeinse Rijk, maar de legende heeft de betekenis van zijn zege nog vergroot: ‘de keizer zou vlak voor de veldslag een visioen hebben gehad die hij heeft uitgelegd als een oproep Christen te worden’. Historisch klopt daar maar weinig van, uiteindelijk zou de Kerk blij zijn geweest verlost te zijn van het Byzantijnse juk – de macht der politici heeft de Kerk immers nooit goed gedaan; ook in onze tijd niet.  Al tijdens het bewind van Julianus de afvallige bleek deze over een verblindend inzicht te beschikken en trachtte de oorspronkelijke leer naar zijn hand te zetten.

Liefdadigheid, door François Bonvin [1851]

 In het begin van de middeleeuwen ontstonden er in het westen opvanghuizen voor daklozen en passanten, welke veelal vanuit godsdienstig oogpunt door rijke lieden werden opgezet. Dit soort weldoeners waren tot het inzicht gekomen dat geld en goederen niet lonen en stelden zich een leven zonder rijkdom en luxe voor ogen. Zo heb je in Utrecht in een monumentaal pand nog steeds het het Bartholomeus Gasthuis aan de Lange Smeestraat en in Brugge het Juliaansgasthuis aan de Boeveriestraat, welke door enkele ‘geestelijke dochters‘ uit Atrecht onder de hoede van de H. Maria Aegyptiaca stonden. Vanaf 1290 kregen ze hiervoor financiële steun van de stad Brugge, maar kregen daarbij tevens twee voogden die namens de stad een oogje in het zeil hielden. In dezelfde straat bevond zich een opvanghuis voor behoeftigen, onder de patroonsnaam van Sint-Juliaan. In 1305 nam het stadsbestuur het initiatief om beide instellingen te verenigen in het huis van de ‘geestelijke dochters’ maar onder de naam ‘Sint-Juliaans‘ en onder de leiding van ‘de Meester’ van Sint Juliaans, die het bewind voerde.
 In onze tijd herkennen wij hetzelfde proces aan het begin van de 20e eeuw hadden we de armenwet, welke ontstond uit het liefdadigheidswerk van de kerken, welke na de 2e wereldoorlog overging in de Algemene Bijstandswet, een ‘vangnet’ voor alle hulpbehoevenden. Ook hier zie je de invloed van de overheid, die na de werkelijke opvang van hulpbehoevenden dusdanig op de uitgaven beknibbelt, dat Caritas [van het Lat. ‘carus‘ = duur, dierbaar], welke ten onrechte in verband wordt gebracht met het Griekse [‘charis‘ = genade] of liefdewerk [‘oud papier’] in onze tijd weer doet opkomen.
 Ik herinner me nog het blokje eikenhout, wat in de kerkbanken werd doorgegeven, na afloop van de officiële collecte met twee gaatjes erin – ‘voor kerk en armen‘; wie hier nu het meeste voordeel uit behaalde weet ik niet; wel weet ik dat de Caritas in Utrecht een zeer rijk en machtig financieel gebeuren was, welke het liefdadigheidsbewind voerde. Ook hier zaten de rijken en notabelen weer aan de stuurknuppel en besloten wie al dan niet in aanmerking kwamen.
In deze tijd van transparantie, waarbij de waarheid [en van alles] boven tafel komt, behoeft het in deze ons niet te verrassen of ons wantrouwen op te roepen – ook in onze tijd blijken de heren bestuurders er -maar al te vaak- een dusdanig leventje op na te houden dat je de rijkdom en de daarbij behorende glorie als vanzelfsprekend zou gaan verachten. Zij scoren namelijk enorm op de maatschappelijke ladder en uit Christus Woord valt op te maken dat dit soort vooraanstaande en leidinggevende mensen het maar moeilijk hebben Gods geboden te onderhouden; ze hebben ons gebed dus hard nodig.

De Goddelijke Waarheid

Maar de Goddelijke Waarheid is niet onnodig verrast, laat hierin geen gebrek aan gevoel of vertrouwen de kop op steken, want we beschikken immers over talloze heiligen als voorbeeld, die de rijkdom en glorie hebben veracht en de goddelijke perfectie wel degelijk bereikt hebben.  Tevens zijn er mensen uit hoogstaande kringen bekend, die zich onder de goddelijke leiding hebben laten meevoeren en zich wel degelijk aan Zijn geboden hebben gehouden, veelal door ‘bewust‘ afstand te doen van datgene wat hen in de schoot werd geworpen.
Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden!”. 

Zoals we vandaag zien laat dit onze Heer niet koud, want Hij ziet dat de mens het ernstig meent. Hij acht mensen in staat de grote beslissing te nemen en wil hen graag opnemen in de groep van rondtrekkende leerlingen. Hij zegt tegen ons – maar met ander woorden: ‘vraag niet naar het eeuwig leven, doe alleen díe stap die je weg een bijzondere inhoud kan geven; doe het op jouw manier, op jouw niveau’. ‘Kom en trek op die manier met Mij door je land, zet je maar op jouw manier in voor het heil en het welzijn van de mensen. Op díe bijzondere manier heb ik je nodig, wees een vrij mens, beschikbaar, flexibel en open voor de steeds wisselende situaties van de mensen, die jou steeds maar weer gaan ontmoeten.
Het is duidelijk dat de jongeman uit de Blijde Boodschap van vandaag ècht op zoek is naar de zin die z’n leven zou kunnen hebben. Hij wil niet langer genoegen nemen met datgene wat voor handen is. Hij zoekt naar iets – wat met zijn mogelijkheden – de moeite waard is, wat naar een hoger doel leidt.
Hij zoekt eigenlijk naar iets wat hij al heeft, hij is rijk, hij heeft talenten en wordt daarmee gerespecteerd; hij is immers een fatsoenlijk mens. En als aanvulling zoekt hij bovendien wat de Heer bedoelt met het Rijk Gods.
Maar Christus stelt zijn religieuze bezitsdrang niet ten voorbeeld door er nog meer bezit aan toe te voegen, maar door zijn bezit te vervangen door andere rijkdom. Hij vult datgene wat een mens heeft niet aan met hoogstaande tot aan de hemel reikende waarden, maar hij wil een nieuwe dialoog, een nieuwe gerechtigheid tussen mensen, die over vanzelfsprekende talenten beschikken en zij die wat minder bedeeld zijn.
Deze jongeman is rijk aan geld, bezittingen, macht en weet niet hoe hij dat mèt z’n naasten zou kunnen delen. Een ander mens is rijk aan andere talenten, die hij weliswaar heeft maar eveneens onbenut laat.

➥➥➥ Christus Lichaam [de Kerk] heeft behoefte aan personen, die waarachtig ‘in de apostolische opvolging‘ staan, aan ‘werkelijke‘ profeten, die durven te zeggen waar het op staat, aan ‘werkelijke‘ mensen, die in woord en de daarop volgende daad ‘het Christelijk Geloof’ verkondigen door de manier waarop ze leven; als ‘werkelijke‘ herders, die hart ‘op de juiste plaats‘ hebben voor hun schapen, en tenslotte aan ‘werkelijke‘ leraren, die door woord, geschrift of beeld [iconen] Gods Blijde Boodschap verkondigen en uitdragen.
Er is dus geen twijfel mogelijk en Christus geeft in Zijn leer van de Blijde Boodschap ook aan dat ‘volmaaktheid‘ maar moeilijk te bereiken is voor de mens, het blijkt echter mogelijk en gemakkelijk te worden gemaakt door de gratis Genadegaven, van de Heilige Geest, die ons bergen laat verzetten, zoals Christus het zelf aangeeft: “    Bij de mensen is dit onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk”.

Wanneer die rijke jongeling zich als gelovig beschouwt en verkondigt:
“ dat hij immers in Christus gelooft “, vraagt Hij opnieuw aan hem, maar nu op een andere wijze: “ Waarom noem je Mij goed” alsof Hij hem in andere woorden duidelijk probeert te maken: “Geloof je dan niet dat Ik [de Zoon van] God ben, Waarom noemt je Mij goed? Niemand is goed dan God alleenMarc.10: 18-19.
Christus weigerde hem dus gewoon tegemoet te komen onder de titel dat degenen die niet geloven het alleenrecht bezitten om het goede te doen.
Niet iedereen, die “Heer, Heer zegt zal het Koninkrijk der Hemelen binnengaan, maar degenen, die de werken Gods doen“. Hij zegt in feite: “Doe gewoon het werk dat ik van je verlang, het werk in de wijngaard [zie volgende week]”, want op die wijze wordt iedereen getoetst wat z’n persoonlijke oprechtheid aangaat.
Hij gebruikt de Joodse geestelijken niet alleen als aanspreektitels, maar ook de koning, de keizer en de honderdman . . . . . om hen duidelijk te maken dat dit soort lieden niet de enigen waren, die slechts door God worden uitgenodigd.
Christus geeft in de Blijde Boodschap ‘alle‘ vermoeide mensen een advies. “Komt allen tot Mij die belast en beladen zijt, Ik zal u verlichting schenken“. Maar direct daarachter zegt Hij: “Neem Mijn juk op en volg Mij!” De Heer ‘Jezus Christus Zelf‘ is Gods weg tot het Hemels Koninkrijk en de enige manier om gered te worden is om Christus in je hart en ziel persoonlijk door je Geloof te ontvangen als zijnde jouw persoonlijke Verlosser en dit in je huidige omgeving te realiseren.
”     Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.  Indien gij Mij zou kennen, zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezienJohn14: 6,7.

1.].
      Wij weten allemaal dat een juk bedoeld is om zware lasten te dragen. Maar waarom zouden wij zware lasten op onze schouders nemen? De tijdgenoten van Jezus wisten wat Christus met dat juk bedoelde. Waren de geestelijke en wereldse wetten langzamerhand geen ondraagbaar juk geworden? Wetten die bedoeld waren om het leven wat overzichtelijker en lichter te maken, waren omgebogen tot ondraaglijke lasten. Velen dreigden er aan onder door te gaan.
Onze Heer zegt: “Hun lasten neem Ik over!” Maar een leven zonder juk belooft Hij ons niet. Niet de wetten maken mensen vrij, maar de onderlinge saamhorigheid, de wederzijdse Liefde, die van twee kanten dient te komen. Niet door dit te verkondigen en vervolgens je ‘oude vertrouwde‘ leventje weer voort te zetten – zonder ‘werkelijke‘ aandacht.
Neen, de Heer zegt: “ Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapenJohn.10: 11. “      “Wie van u overtuigt Mij van zonde? Als Ik de Waarheid spreek, waarom gelooft gij Mij [dan] niet?John.8: 46.
Christus was bekend met de uiterlijkheden van de rijke notabelen en hun liefdesbesef met de daarbij behorende waardigheid, die de mensen hen als hoogstaande personen dienden te betonen, alsof onze Heer en Zaligmaker door dit antwoord hen wilde overtuigen hun hart te zuiveren van de liefde voor hun rijkdom en de daaraan verbonden ijdelheid door zich op hun waardigheid en titels te beroepen.

2.]. Wat is het verschil tussen de realisatie van het eeuwige leven en het verwezenlijken van goddelijke volmaaktheid?
Het blijkt uit de woorden van de Heer, ”     Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de gebodenMatth.19: 17 en van Paulus, ”     Want er is geen aanzien des persoons bij God. Want allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder [liefdes-] wet verloren gaan; en allen, die onder de wet gezondigd hebben, zullen door de [liefdes-] wet geoordeeld worden; want niet de hoorders der wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd wordenRom.2: 11-13.

‘Ascese’ = beoefening van een zuivere levenswandel

Het behoud als gevolg van de goddelijke geboden redt degenen die werkelijk in Christus geloven en die Hem ‘werkelijk‘ metterdaad volgen op de weg naar het  eeuwige leven.  Echter, hun zogenaamde verheven volmaaktheid, brengt hen geen stap verder op de weg naar het Hemels Koninkrijk.
      Uw hart zal niet ontroerd worden; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weerom en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben. En waar Ik heenga, daarheen weet gij de wegJohn.14: 1-4.
M.a.w jullie weten donders goed wat het grootste gebod van Mijn Vader is en wanneer je op die liefdevolle wijze door het leven gaat, zul je de beloofde schat in de Hemelen verwerven, want iedere geestelijke schat, die je op aarde in liefde verwerft, zal je in de Hemel tienvoudig, honderdvoudig terug ontvangen. Maar zoals jullie je -hier en nu- gedragen bereik je alleen je eigen genoegens en de mensen hebben dat heus wel door.
De waarachtige Blijde Boodschap houdt in dat het werk wat jij voor de andere -meestal minder bedeelde mensen- hebt gedaan jou ‘werkelijk‘ in staat zal stellen jezelf tot in de hoogste Hemelen
te verheffen. De [liefdes-]geboden hebben een geestelijke verborgen waarde behouden en wanneer ‘die‘ niet behouden wordt , maar geschonden heeft dit kommer en kwel tot gevolg, geestelijke kwelling. Hoewel de rijke jongeling een perfecte volgeling van Christus meende te zijn, kwam hij te kort wat betreft de diepgang – want de goddelijke perfectie vraagt om ascese. Ascese [Gr: ἄσκησις] is het streven naar of het beoefenen van een reine levenswandel door de eigen hartstochten en begeerten te beteugelen en zelftucht toe te passen, de onthouding van alle zingenot ten behoeve van God en de naasten.

in de greep van het geld

3.]. Waarom zal een rijke moeilijk het Koninkrijk der hemelen binnengaan?
Christus zegt, “ Uit liefde voor het geld” die zo’n beetje al de mensen, die zich in weelde verkeren, henzelf tegelijkertijd tot slaaf van hun leven maakt.
Degenen die veel hebben maken zich druk om nòg méér geld/goederen/macht te verkrijgen ten koste van de naasten; terwijl degenen, die haast niets of zeer weinig hebben niet tot slaaf verworden, maar zelfs vindingrijk zijn om hun hoofd boven water te houden en hen niet tot slaven van het beoogde maakt.
De lust voor het grotere, het geld, de goederen en de macht maakt mensen armoedig van hart. 
Hierbij maakt het voor onze Heer meer tot vreugde en wenselijk wanneer de mens in al z’n eenvoud, inzicht heeft in z’n zwakke punten – als antwoord z’n rijkdom/bezittingen en bij machte is de beslissingsbevoegdheid over te dragen aan de anderen. Aangezien de rijke jongeling hiertoe niet in staat was – hij had veel geld/goederen en macht ging hij stil en verdrietig heen en vervolgde zijn aloude weg. Hij ontkent datgene waar de Heer 
met vreugde en verlangen naar uitkijkt,
en dat is dat hij zijn talenten gebruikt ‘ten dienste‘ van anderen in plaats van aan de eigen inzichten vast te houden. Je eigen zwakheden maar gewoon te accepteren, door de zaal te verlaten en geen antwoord te geven op de vraag, die aan je gesteld wordt.  Zwijgen en weglopen is een zwaktebod en laat blijken dat je niet van plan bent ook maar iets van je plannen te wijzigen, ook maar een cent toe te geven.

Tempel en troon, verontrusting

4.]. Waarom zijn dit soort volgelingen verontrust en blijven ze arm en behoeftig?
Omdat ze het idee hebben [Machts-]schade te ondervinden ten behoeve van het Heil van anderen; ja, zij hebben zelfs het idee dat ze een lijzaam leven leiden, omdat zij een zeer groot mededogen zouden hebben jegens hun naasten en voelen zich tegelijkertijd boven hen verheven, omdat zij het ‘beter’ weten en de minderbedeelden zelfs nog wat van hen zouden kunnen leren. In feite zijn zij ontzettend bang en omringen zich met geld, goederen en macht om hun wereldje te beheersen en onder controle te houden, zij beven en vrezen voor de wereld.
De Heer der Heerscharen geeft hen echter een geheel tegenstrijdig  antwoord en verzekerd hen dat zij met onmogelijke dingen bezig zijn en dat het wanhopig handhaven van hun positie hen doet afzien als gevolg van de onmogelijke ideeën die zij hebben, maar dat het doel van het leven is: ‘God te dienen en je naasten met hart en ziel [‘werkelijk’] te beminnen als jezelf‘.
We kunnen ons natuurlijk afvragen wat dit verhaal ons nu nog -hier en nu- te zeggen heeft. Wij leven immers in een westerse geïndustrialiseerde wereld.
Het is gewoon een feit dat niemand van ons -ook al is hij/zij nog zo’n in overeenstemming met z’n principes levende christen- alles verkoopt wat hij heeft en de opbrengst aan de een of andere caritatieve organisatie schenkt, om vervolgens zonder geld, zonder bezit, zonder vooruitzichten, waaronder de  ouderdomsvoorziening, zonder ziektekostenverzekering, zonder woning en zonder beroep te gaan leven volgens de richtlijnen, die hij vandaag via onze Heer gehoord heeft.
Ik zou dat ook niet doen en zou er bovendien zelfs totaal ongeschikt voor zijn.
Ik kan me niet voorstellen dat ik het met 50 asceten zou moeten kunnen vinden in plaats van mijn éne, liefhebbende echtgenote; ik zou me niet aan een dergelijk veelomvattend regiem kunnen aanpassen. Ik ben blij dat ik het met één persoon red, laat staan met vijftig !!!
Wat hebben wij dan eigenlijk met deze confrontatie te maken?
We dienen ons -in onze tijd eens af te vragen, wat ons belet doorslaggevende beslissingen te nemen, die even fundamenteel zijn. We zouden dan misschien begrijpen waarom de vraag naar de zin van ons leven vaak onbeantwoord blijft in een rijke en onverzadigbare omgeving.
Wanneer Paulus wil bewijzen dat hij een apostel is, vertelt hij dat hij niet één stad voor Christus gewonnen heeft, maar wijd en zijd in de wereld de Blijde Boodschap, Gods evangelie verkondigd heeft. En ook dat hij niet gebouwd heeft op het fundament van iemand anders, maar dat hij kerken geplant heeft waar de Naam van de Heer nog totaal onbekend was. ”  Paulus, door de Wil van God een apostel van Christus Jezus, en Timoteus, de broeder, aan de gemeente Gods, die te Corinthe is, met al de heiligen in geheel Achaje2Cor.1: 1.
Achaje  [Gr. Αχαΐα Achaïa; Lat. Achaea] betekent ‘narigheid‘,  het was politiek georganiseerd als een verbond van vrije steden, een Grieks genootschap, bekend als Achaeïsche Bond, die de eigenmachtig de heerschappij probeerde te voeren”.    Want dit is onze roem, het getuigenis van ons geweten, dat wij in heiligheid en reinheid Gods, niet in vleselijke wijsheid, maar in de Genade van God, in de wereld verkeerd hebben, in het bijzonder ten opzichte van u2Cor.1: 12.

– Het Licht zien –

Herders en leraren hebben in de Kerk een gewone taak, het is niets om over naar huis te schrijven en prat op te gaan. Apostelen, profeten en evangelisten heeft de Heer aan het begin van Zijn Rijk laten opstaan en die laat Hij ook tegenwoordig zo nu en dan nòg steeds opstaan als de tijden dàt nodig maken.
”     Zalig de Zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven. Zalig die hongeren en dorsten naar de Gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de Barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden. Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zienMatth.5: 5-8.

Apolytikion     tn.3.
Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.3.
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij
”.

Theotokion     tn3.
Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

11e Zondag na Pinksteren – Zondag van de onbarmhartige slaaf [dienaar] – oordelen en veroordeeld worden, geven en vergeven worden.

De onbarmhartige schuldenaar

    Daarom is het Koninkrijk der Hemelen te vergelijken met een koning, die afrekening wilde houden met zijn slaven.
      Toen hij begon te rekenen, werd een voor hem geleid, die tienduizend talenten schuldig was. Omdat hij niet bij machte was te betalen, beval zijn heer hem te verkopen, met zijn vrouw en kinderen en al wat hij bezat, opdat er betaald kon worden. De slaaf wierp zich als smekeling ter aarde en zei: ‘Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen’.
De heer van die slaaf kreeg medelijden met hem en hij liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt.
      Toen die slaaf wegging, trof hij een zijner medeslaven aan, die hem honderd schellingen schuldig was, en hij greep hem bij de keel en zeide: Betaal wat gij schuldig zijt. De medeslaaf nu wierp zich voor hem neer en bad hem dringend, zeggend: ‘Heb geduld met mij en ik zal u betalen’. Doch hij wilde niet, maar ging heen en zette hem gevangen, totdat hij het verschuldigde zou betaald hebben.      Toen nu zijn medeslaven zagen, wat er gebeurd was, werden zij zeer verdrietig en gingen hun heer al wat er gebeurd was, mededelen.
      Toen ontbood zijn heer hem en zeide tot hem: ‘Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, daar gij het mij dringend hadt gevraagd. Hadt ook gij geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ook ik medelijden had met u?’.      En zijn meester werd toornig en gaf hem in handen van de folteraars, totdat hij hem al het verschuldigde zou betaald hebben.
      Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeftMatth.18: 23-35.

de Genade en Vrede van God en van onze Heer Jezus Christus

      Genade zij u en Vrede van God, onze Vader en van de Heer Jezus Christus. Ik dank God te allen tijde over u, vanwege de Genade Gods, die u in Christus Jezus geschonken is; want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem: in alle woord en alle kennis, gelijk het getuigenis aangaande Christus onder u bevestigd is, zodat gij ten aanzien van geen enkele Genadegave te kort komt, terwijl gij uitziet naar de Openbaring van onze Heer Jezus Christus.
Hij zal u ook bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Heer Jezus Christus1Cor.1:3-9.

Uit den Hoge zijt Gij neergedaald, Barmhartige om ons van het lijden te bevrijden”.

Wanneer je de Pedagogie Christus opneemt als richtlijn voor jouw leven – worden er je dwingend diepgaande begrippen onder de aandacht gebracht.  Soms ontmoeten we vragen welke voortkomen uit de gedachten van anderen, zoals vandaag de apostel Petrus, degene die Hem heeft beleden als zijn Koning en God. Herinner je het Mysterie van de [Orthodoxe] doop, waarbij je tevens hebt verklaard dat je jezelf bij Christus hebt aangesloten.
    Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.
            Toen kwam Petrus bij Hem en zei: ‘Heer, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zei tot hem: ‘Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaalMatth. 18: 22-23.

Vertrouwen op Gods Genadegaven

God vernedert Zichzelf en komt als Barmhartige tot ons om ons van ons lijden te bevrijden. God wil gewoon niet dat wij mensen, maaksel van Zijn hand, voor Hem verloren gaan en zeker niet wanneer het om onderlinge verhoudingen gaat.
God is Liefde en Hij verwacht dat Zijn kinderen op dezelfde wijze met elkaar omgaan.
      Zo bestaat bij uw Vader, die in de Hemelen is, de Wil niet, dat een van deze kleinen verloren gaat. Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen. Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen. Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa. Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de gemeente. Indien hij naar de gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaarMatth. 18: 14-17.

Er blijkt dus voor ons mensen, wie we ook zijn, een noodzaak te bestaan jezelf te vernederen teneinde van binnen – in ons hart – een diepgaand begrip te krijgen wat ons nu eigenlijk werkelijk beweegt:  Soms komen we wezenlijke vragen tegen die voortkomen uit onze gedachten of vragen, die anderen ons stellen, teneinde inzicht te krijgen in datgene wat ons verheft of vernedert; het kan immers zo maar het tegenovergestelde zijn dan wij voor ogen hebben en onszelf méér kwaad dan goed doen.
1.]. “Gij zult naast God uw naaste liefhebben als uzelfMatth.22: 39.
God, Die de mensen liefheeft vraagt ons eveneens liefde op te brengen voor de ander, wie dat ook mag zijn.
Christus heeft ons tevens gezegd: “Niet allen vatten dit Woord, alleen zij, aan wie het gegeven is. Er zijn immers gesnedenen, die zo uit de moederschoot geboren zijn, en er zijn gesnedenen, die door de mensen gesneden zijn, en er zijn gesnedenen, die zichzelf gesneden hebben, ter wille van het Koninkrijk der hemelen. Die het vatten kan, die vatte hetMatth.19: 11,12.

Laat de kinderen tot Mij komen” Luc.18: 16

Vervolgens roept hij de kinderen bij zich.
Een kind is namelijk onbevooroordeeld, is onpartijdig, heeft zich voorafgaand nog geen mening gevormd; zij staan ‘open’ voor veranderingen.
2.].  Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijnLuc. 14: 26.
Is het hier eveneens God, Die ons vraagt te haten?          
Bij een oppervlakkige weergave van teksten ontdek je hoe er vanuit een bepaalde manier waarop iemand iets waarneemt een tegenspraak kan ontstaan; echter een ‘juist‘ begrip zal ons aantonen, dat deze teksten elkaar aanvullen en niet tegenstrijdig zijn. Want God is goed en Hij doet wonderen en alleen Hij heeft de redding van alle mensen en het bereiken van het Hemels Koninkrijk voor ogen. God heeft echter een inzicht op hoger niveau, Hij overziet de menselijke eenvoud en streeft naar een leeromgeving waar Zijn volgelingen uitgerust worden met vaardigheden op meerdere niveaus.
God heeft het totaal niet nodig om verwantschapsverhoudingen te sussen ten koste van de eenvoudigen, noch de relatie tussen familieleden te bevestigen ten einde het eeuwige Heil te bereiken. Hoewel Hij ogenschijnlijk onenigheid oproept, vraagt hij ons om onszelf als mens te haten en elk verlangen naar het kwaad te veroordelen, niet onze aardse gehechtheid aan te tonen, en niet langer de grillen van onze ziel te volgen, maar de positie in te nemen van een eerlijk en oprecht zelfbewustzijn, m.a.w. zelfbestuur. Hij vraagt ons om kritisch ten opzichte van onszelf te zijn en nederig van hart. In deze geven deze ogenschijnlijk tegenstrijdige verzen ons een inzicht in het zelfde, maar vanuit een verschillende windrichting, een hoogstaand geestelijke niveau.

de tegenstrever

De tegenstrever gebruikt dit soort tegenstrijdigheden eveneens als wapen om de mensheid op het verkeerde been te zetten.
Het bewijs hiervan tekent zich al af wanneer onze Heer en Meester Zich zojuist door Johannes de Doper heeft laten bevestigen, door degene met de stem, die roept in de woestijn: “  Bereidt de weg des Heren, maakt recht Zijn padenMarc.1: 3.

Verzoeking van de Heer

De satan wordt namelijk geconfronteerd met de Heer der Heerlijkheden, Die Zijn Goddelijkheid inborst in het verborgene draagt, het Mysterie van de menswording. Dit verstoort de duivel en trekt hem aan tot tegenactie.
De aan de aarde gebonden en in de war gebrachte mens probeert hij te verleiden met een heel aantrekkelijk menselijk argument:
Indien je zo verheven bent; indien je kind van God bent”.
Dit geeft de boosaardigheid van de satan weer, hij streelt de mens in z’n vermeende verheven positie, in de positie, die hij zichzelf ‘eigen’ heeft gemaakt, zich verheven te voelen boven de ander.
De duivel verstoort verlossing zoals deze tot Christus zei: “ Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan naar beneden; er staat immers geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u, en op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot”.
Maar Jezus zei tot hem: “Er staat ook geschreven: Gij zult de Heer, uw God, niet verzoekenMatth.4: 6,7. En Marcus zegt dan: “    Hij was bij de wilde dieren [in de woestijn] en de engelen dienden Hem.    En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galilea om het Evangelie van God [de Vader] te prediken en Hij zei:  ‘De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het Evangelie’Marc.1: 13-15.
De Liefde Gods werd door de tegenstrever aangerand, de satan probeerde de Heer te misleiden, Die ons een juist begrip bijbrengt van de Blijde Boodschap.
Je kunt niet zo maar een bijbels begrip uit z’n verband rukken. Teneinde inzicht te krijgen in de Blijde Boodschap dien je deze van kaft tot kaft bestuderen. Het belangrijkste is de geest van het geheel en niet een eenzame tekst, want:
    als medewerkers [Gods] vermanen wij u ook de Genade van God niet tevergeefs te ontvangen, 
want Hij zegt: ten tijde van het welbehagen heb Ik u verhoord en ten dage van het heil ben Ik u te hulp gekomen; zie, nu is het de tijd van het welbehagen zie, nu is het de dag van het Heil.
       Wij geven in geen enkel opzicht enige aanstoot, opdat onze bediening niet gesmaad zal worden, maar wij doen onszelf in alles kennen als dienaren van God2Cor.6: 1-4a.

We bedoelen -hier- letterlijk
de Liefde tot God en tot de medemens, de naasten; het gaat om de inhoud van de Goddelijke Boodschap en niet
om het een of andere door de wereld gedefinieerde studie of de wetenschap van het menselijk lichaam.
Het voor ons geopenbaarde is niet zo eenvoudig en wordt ons niet zo maar terloops eventjes gezegd, maar het biedt ons een door God georkestreerde mogelijkheid. Ons wordt een mogelijkheid aangeboden welke ons gunstig en positief beïnvloedt – het openbaart ons de twee wijzen waarop wij grip kunnen krijgen op de door Hem bedoelde Boodschap.
1.]. Het oppervlakkig begrip: Je haalt een aantal verzen aan en probeert ze in hun samenhang te verenigen en uit te wisselen en zoekt datgene wat afwijkt van de eigenschappen die iedere mens heeft [het aan de wereld gebonden zijn].
Het totaal legt men terzijde en bouwt vervolgens op wat men wil, teneinde tot de eigen overtuiging te komen en komt als het ware tot een valse overtuiging en probeert dit met zichzelf te verzoenen. Dat is wat de tegenstrever doet: ‘hij bemiddelt in de vervalsing van het oorspronkelijk mensbeeld – hij ontkracht het geslapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis’.
2.]. Het gedegen, diepgaand en grondig begrip:  Het uitgangspunt hierbij is de oorspronkelijkheid, het bereiken van de naakte Waarheid, dat is de Geest van Christus. Het humanisme is daarentegen bereid om haar eigen grote tevredenheid te ondergaan, zelfs wanneer die in strijd is met de persoonlijke wensen [zelfbeschikking over leven en dood].
De enige manier om de oorspronkelijke weg te gaan is om alle verzen van de Blijde Boodschap in z’n geheel te bezien, als een geïntegreerd geheel, dat er geen onderdeel daarvan wordt afgescheiden. 
Dit kan alleen plaats vinden zonder toevlucht te nemen tot de eigen interpretatie van mijn persoonlijke verbeeldingskracht of door woorden te manipuleren of de betekenis ervan te verkrachten . . . . . [Dit proces is door Thomas van Aquino in gang gezet; hij wist het zelf wel, beter dan de oorsronkelijke Kerk].
Dit is allemaal noodzakelijk voor de persoonlijk christelijke inzet, toewijding en integriteit welke zijn grenzen niet kent. Dit alles met een volledig bewustzijn van de vreze Gods, welke haar dezelfde rechtvaardigheid meegeeft – met inbegrip van een permanente beoordeling van wat als overeenstemming heeft bereikt, of men bijvoorbeeld niet het een of andere aspect heeft gemist  – en bovenal – in de aardse gebondenheid over het hoofd heeft gezien en dus de bereidheid tot aanpassing van de conclusie zal kunnen leiden.

de Russisch Orthodoxe Kerk, zoals deze alleen bekend is bij ingewijden, afb. Igor Hofbauer, Le Monde.

Dit zelfinzicht, is precies de aanpak van de vroeg-christelijke [Orthodoxe] Kerk; De Griekse naam orthodox betekent letterlijk “rechtgelovig”, het ‘ware Geloof’ behoudend. De vroeg-christelijke [Orthodoxe] Kerk  is daarom in de eerste plaats een liturgische en [aan-] biddende Kerk; de doctrine en ethiek kunnen alleen binnen de context van deze Goddelijke aanbidding worden uitgelegd, of, zoals de eminente orthodoxe theoloog George Florovsky dit uitdrukte:
Het christendom is een liturgische religie’.
Het gaat daarbij om de rechte gedachte en het waarachtig Geloof in datgene wat onze Heer, verwijzend naar Zijn Vader, ons via de Heilige Geest als Blijde Boodschap heeft willen meegeven.
Hoewel we menen dat de gemeenschapszin met veel verzen tegenstrijdig zou zijn dwingt het ons om met gebruik van de totale Goddelijke Boodschap een verzoening te bewerkstelligen en bepaalde verzen van de Boodschap tot vereniging met haar doelstelling te bewerkstelligen.

farizeeën & sadduceeën
en het verborgen manna, Bol.com

Dit inzicht – het met de oorspronkelijke betekenis op de loop gaan, het ondermijnen, bewust verkeerd toepassen, aantasten en besmetten was aanwezig bij de sadduceeën en farizeeën. De sadduceeën [Hebr.: צְדוּקִים Ṣĕdûqîm, Gr. Koinè: κοινὴ, gebruiken] waren aristocraten, inclusief aristocratische priesters, die de mozaïsche wet volgden, maar niet de relatief nieuwe “tradities” van de farizeeën. De Joodse bevolking diende – aldus leerden zij, de wetten van het Oude Testament onvoorwaardelijk te bewaren en werden daarom [in hun absolute rechtlijnig wettisch denkpatroon] dom gehouden – ‘doof’ en niet ontvankelijk voor de werkelijke boodschap van Gods Liefde en waren gericht op wereldse grondbeginselen; hun meningen en denkbeelden werden bewust verkeerd toegepast. Het juiste begrip van God’s Woord werd verblind en zo bestrafte de Heer der Glorie hen, zeggend:
  Dwaalt gij niet daarom, dat gij de Schriften niet kent noch de Kracht van God?Marc.12: 24, want hun inzichten waren in het geheel niet zo goed – als gevolg van hun ‘eigen smaak‘.  Zij lieten zich niet beperken door het Woord des Heren, waren harteloos en in feite zonder enige betekenis. Christus ‘toon’ stond hen niet aan en ‘Zijn stijl en houding betreurden zij’.
Daarom is het dat het ons christenen, die de vroeg-christelijke [orthodoxe] beweegredenen volgen, die Christus volgen de Blijde Boodschap op de juiste wijze te bestuderen om te voorkomen dat de duivel ons bedriegt. Bedriegers zijn in deze wereld in staat zich zelf te ontpoppen als grootmachten van het algemeen Heil en het algemeen begrip van de Blijde Boodschap aan te tasten, die het richtsnoer vormen van de vroeg-christelijke [orthodoxe] Kerk.
Het basisbegrip vindt toepassing op talrijke gebieden, maar veelal beperken zij zich tot drie modellen: de centrale geldvoorziening, de grip op de organisatie en het vergroten van hun positie in de organisatie door de organisatie met leningen op te zadelen. Zij verwerven zich tevens van een reputatie, die hen belangrijk maakt op het gebied van vermeende noodzakelijke internationale contacten.

Wat is de betekenis van het Woord ‘redding’?
1.]. Redding is dat de mens zich ontdoet van de slechte staat waarin hij verkeerd en die hij zich laat welgevallen, dat kan z’n redding zijn:
1a.]. redding kan zowel lichamelijk, fysiek of psychisch zijn: – zoals verlossing van vijanden of van  besmettelijke- en alledaagse ziekten, hongersnood of perioden dat het economisch slecht gaat, zgn. financiële crises . . . . . . . etc. Zoals de verlossing van verdriet [kommer] en kwel vanwege het verlies van een geliefde, of omdat men blootgesteld is aan vernedering of smaad of de ontkenning van vermeende machtige posities  . . . etc.
2.]. Redding is dat de mens geestelijk verlost wordt: – zoals de redding van de macht van de satan en zonde, de hoogmoed en het zelfvoldaan zijn,  zich als mens als god beschouwt, hetgeen  verdeeld is in twee delen: – 

Ten eerste: de tijdelijke redding van mijn ziel: In de huidige wereld, de verlossing redding van verzoekingen van de duivel en de redding van de erfelijke zonden zoals die ons als mens door onze voorvaders [ingebakken] via Adam is overgedragen, beter gezegd, waar we zelf aan toegegeven hebben.
En voor het overige genieten van de Goddelijke afstamming en daarmee worden blootgesteld aan de bijbehorende tegenslagen en opnieuw in zonde vervallen, die nu eenmaal automatisch door tegenslagen worden opgevolgd en ons niet langer inspannen ook maar iets te doen aan de terugkeer naar de oorspronkelijke staat, het evenbeeld te zijn van God. De situatie waarin men verkeerd wordt als normaal beschouwd en kan worden opgevolgd door het vasthouden aan de zonde, wegzinken in deze gelukzaligheid en zich toch wel verlost achten door Christus’ bloed.
  Ten tweede: de redding van mijn ziel zonder of met weinig inhoud: de definitieve bevrijding van de aanvallen van de duivel en van alle zonden, daar naast van al de materiële, fysieke en psychologische pijn, die wij ervaren wordt slechts verdragen.
De overgang naar de situatie van permanente gelukzaligheid, met Christus, zal eerst voor eens en voor altijd plaatsvinden wanneer we naar de hemelse gewesten zijn overgegaan. We kunnen –hier en nu– in het ondermaanse toch niet tegen die verleidingen op, maar wanneer wij christenen opstijgen naar het beoogde verheerlijkte lichaam en naar lichaam en geest bekleed zullen worden met het hemelse dán zal het Mysterie z’n beslag krijgen. Met andere woorden, wij zijn gedoopt en noemen ons volgeling van Christus en hebben als zodanig tòch niets te verliezen, er bestaat geen mogelijkheid om tot verderf te vervallen, want ons is voorzeker blijvend een betere onsterfelijke gesteldheid voorzegd. 

Hoe verkrijgen we deze eeuwige redding, deze betere onsterfelijke gesteldheid?
Deze betere onsterfelijke gesteldheid, dit eeuwige Heil wordt door de vroeg-christelijke [orthodoxe [Kerk] als zeer kostbaar geacht, omdat de zonde – een eigenschap is, die we persoonlijk van onze voorouders als nalatenschap hebben meegekregen – het is zeer ongunstig en gevaarlijk en wordt uiteindelijk bestraft met de dood en veel van onze zonden, zijn derhalve ook tijdens ons leven vele malen gedoemd om tot de dood te leiden.
Deze nietsontziende gesteldheid is niet alleen de dood van het lichaam, maar het is de eeuwige kwelling van zowel lichaam als ziel in het eeuwige vuur. Dit wordt zo omschreven omdat het hier gaat vanwege het voor eeuwig ontbreken van de Goddelijke zorg.  Zowel het lichaam als de ziel behoren tot de eenheid, die God bedoeld heeft en zijn deelgenoot aan alle menselijke lichamelijke of geestelijke inspanning om haar levensopdracht te vervullen. Aldus is het voor de mens hoe dan ook onmogelijk geweest om deze zaligheid te verkrijgen.
Maar God – heeft in ‘Zijn Goddelijke Barmhartigheid‘, die zonder grenzen is – toegegeven en ons vlees aangenomen, dat tot de dood veroordeeld was en in alles is Hij door Zijn Zoon aan de mens gelijk geworden behalve in de door Hem verafschuwde zonde.

Christus, Hogepriester
+ 7 kandelaren, Trier

    Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze [als wij] verzocht is geweest, doch zonder te zondigenHebr.4: 25;
      Immers, zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: heilig, zonder schuld of smet, gescheiden van de zondaren en boven de hemelen verheven; Die niet, gelijk de hogepriesters, van dag tot dag eerst offers voor zijn eigen zonden behoeft te brengen en daarna voor die van het volk, want dit laatste heeft Hij eens voor altijd gedaan, toen Hij Zichzelf ten offer brachtHebr. 7: 26;
      En van wie heeft Hij een afkeer gehad, veertig jaren lang? Was het niet van hen, die gezondigd hadden en wier lijken in de woestijn lagen? Aan wie anders zwoer Hij, dat zij tot Zijn rust niet zouden ingaan, dan aan hen, die ongehoorzaam geweest waren?Hebr.3: 17,18;
      Want elk huis wordt door iemand gebouwd, maar de Bouwmeester van alles is God. Nu was Mozes wel getrouw in geheel zijn huis als dienaar om te getuigen van hetgeen gesproken 
zou worden, maar Christus als Zoon over Zijn huis. Zijn huis zijn wij, indien wij de vrijmoedigheid en de Hoop, waarin wij roemen, tot het einde onverwrikt vasthoudenHebr.3: 4-6.
God heeft dus via de dood van Zijn eengeboren Zoon betaald voor de zonden van de mens. Hij heeft genoegdoening gegeven voor iedereen van Adam tot de gehele mensheid en tot in de eeuwigheid verduren wij met Zijn dood aan het Groot en Heilig Kruis, waardoor Zijn bloed aan het Kruis is vergoten als de boetedoening voor de zonden van de gehele wereld.
De dood van God, de Zoon onder ons mensen heeft niet tot gevolg gehad dat de Theologie eveneens teniet is gedaan. Het betekent de dood van de menselijkheid – die door de Theologie vleesgeworden is, die Hem heeft verheerlijkt en degenen die Hem wagen te beledigen en te vernederen , Die de allergrootste Waardigheid toekomt – niet alleen de dood van de mensheid teniet doet maar dit duivels werk theoretisch toegeschreven als een verzamelde Eenheid, de satan teniet doet. 

  • Het Goddelijk Heil en de Goddelijke verlossing worden dus duur betaald, nochtans kan Één door -het slechts af te kopen- alle middelen van bestaan verkrijgen om de mensheid te verlossen, dus heeft God heeft dit de volkeren gratis en voor niets ter beschikking gesteld. Net zoals God het de eerste mens Adam gratis en voor niets het overdadig weelderige Paradijs ter beschikking stelde.
    De omstandigheden verschillen in niets ondanks Zijn Achtenswaardige positie heeft God ons de zaligheid in de eeuwen der eeuwen -‘om niet’- ter beschikking gesteld, maar Hij stelde wel de voorwaarden op.
    Zijn benadering ten voorbeeld voor de mensen is dat er geen tegenstrijdigheid is tussen het onderwijs wat Hij de mens meegaf en de voorwaarden, die Hij nu als steun aan Zijn onderwijs toevoegt. Ook in onze hedendaagse periode behoeven wij geen cent te betalen voor deze Pedagogie, Die Hij ons ter beschikking stelt.
    En dat onderwijs is geen ellende die Hij achterlaat, maar een systematisch gebeuren met voorwaarden, zoals het invullen van een formulier en het vervolgens bijhouden van de lessen, die je dient te volgen – God laat je volkomen vrij.  Je mag je huiswerk doen en eventueel examen doen [beproefd worden].
    Je krijgt geen officieel diploma of certificaat – ondanks de fouten die je gemaakt mocht hebben, niet voor degenen die in Zijn gemeenschap [de Kerk] aanwezig zijn en zij die het hebben laten afweten. De uiteindelijke prijs, die je kunt ontvangen is niet afhankelijk van of je nu een persoon bent, die zich voornamelijk bezighoudt met dingen die je graag doet [behalve de negatieve werken van een bewust manipulator], Hij is voor iedereen loyaal; Hij maakt geen onderscheid tussen zondaars en tollenaars.   
  • Het door God ontworpen kunstwerk van het Heil, waarvoor Hij het systeem en de voorwaarden ook Zelf vast heeft gesteld is de Heer en de heerlijkheid Zelf:
        Eén is Heilig, éen is Heer, Jezus Christus, tot heerlijkheid van God de Vaderuit de ‘Goddelijke Liturgie van Johannes Chrysostomos’.
    Hij gaf dit aan Zijn volgelingen en de apostolische opvolging mee en voltooide dit door Zijn Heilige Geest op de mensheid te laten neerdalen om hen in regelmaat en beschikking overeenkomstig Zijn Wil te begeleiden en op te vangen.
    Dit systeem is door de Heer der heerlijkheid, door God Zelf ingesteld en wordt Zijn Lichaam ‘de Kerk’ genoemd, los van datgene wat de mensen er in de loop van de eeuwen zelf van gemaakt hebben.
  • Wat het onderwerp van het heil betreft verstrekte de Heer der Heerlijkheid Zelf en gaf Hij dit aan Zijn volgelingen mee en maakte dit door Zijn gezonden Heilige Geest af om hen te blijven volgen en de Kerk daarmee volgens een bepaald systeem op niveau te brengen.
    Dit systeem door God in Zijn Kerk, Zijn Lichaam vastgesteld en is: – de “rituele Kerk, opnieuw verwoord in een Griekse woord “Ekklesia” [Gr: εκκλησία], oorspronkelijk het concept van de vergadering, die overeenkomt met het Spartaanse “Apella” , waarbij burgers, inwoners van de stad politieke rechten hadden, zich verzamelden en de vergadering bijeengeroepen werd om beslissingen voor de gemeenschap te nemen.  De Kerk heeft deze beschrijving behouden omdat het tevens een oproep doet om haar samenstelling en beoogd resultaat daarvan te behouden. In het verloop van de geschiedenis is deze term eveneens in zwang geraakt om de ‘autocefale’ [de organisatie per land of groep landen] kerkelijke macht, die in een land kan ontstaan te benoemen.
    De Kerk wordt aldus geacht de wijze te formeren waarop Christus Zijn volgelingen, voor het eerst in Antiochië ‘Christenen’ genoemd, aan voorwaarden verbindt, waarop zij krijgen ‘de vrij gekozen redding‘ verkrijgen.
    ‘Het Ware Geloof’, ‘de Waarachtige Doop’, de Bekering, een juiste erkenning zoals het christendom in de christelijke levenshouding en het priesterschap vorm wordt gegeven. Evenals de huwelijksverbinding is ook deze Goddelijke verbintenis, zoals een mens door God bedoeld is om mens te zijn, want indien we zonder deze invulling het Heil van het Hemels Koninkrijk willen bereiken wijken we van Gods beoogde opzet af. Er dient derhalve altijd sprake te zijn van transparantie en onderlinge communicatie.
  • De Satan en Zijn trawanten trachten ons daarvan te weerhouden, omdat onze christelijke redding betekent dat wij ons trachten te ontdoen van zijn macht over ons. Hij is degene, die dan ook alles in het werk stelt het systeem dat God heeft opgezet, om onze Verlossing te bewerkstelligen, onderuit te halen.
    De duivel [‘en zijn malle moer’] is de vijand van het geheel van de bewegingen van de Kerk en daarom wordt de strijd die gevoerd wordt – een oorlog, die  meedogenloze vormen aanneemt.

    ‘Machtstrijd’ Geestelijken bijeen op Kreta

    Het is in deze dan ook niet verwonderlijk dat met name, de hiërarchie van de Kerk, van de kant van de tegenstrever, de indringendste aanvallen kan verwachten. Daarom werden in de vroeg-christelijke [Orthodoxe Kerk] bisschoppen geroepen vanuit de asceten, mensen, die hun strepen verdiend hadden in hun gevecht tegen de vijand. Asceten afgeleid van ascese [Gr.: ἄσκησις] is het streven naar of het beoefenen van een reine levenswandel door ‘de eigen hartstochten en begeerten te beteugelen‘ en ‘zelftucht toe te passen‘. Het mag duidelijk zijn dat een dergelijke staat eerst na een lange beoefening van de godsdienstige praktijk, boetedoening en een zéér sober leven wordt bereikt en niet als eretitel wordt gedragen. Veelal verzetten dit soort nederige op zichzelf levende persoonlijkheden zich tegen de aanstelling tot een bisschopsambt; in onze tijd wordt dit nogal eens over het hoofd gezien.
    Vrijheid is immers geen vrij-zijn vàn-elkaar, maar vóór-elkaar. Als het goed gaat met mij ten koste van jou, gaat het echt niet goed met mij. Op een abstract niveau kan ik me losdenken van anderen, van de gemeenschap, de structuur en de dingen waaruit, waarvan en waarin ik leef; maar dat is abstractie.
    Concreet is een mens tot in zijn vezels, tot in z’n zijn diepste gevoelens, bepaald door een ‘wij’ dat verbindt. Dit betekent enerzijds dat wij andermans vrijheid niet mogen beschadigen, en anderzijds geen ‘vrij’ spel mogen geven aan wie onze vrijheid of die van onze medeburgers/kinderen/schapen probeert te ontkennen, ja te vernietigen door een ‘open‘ gesprek onmogelijk te maken. [Ik was het wel van plan, maar ik had het twee-en-een-half jaar lang zó druk].
    Dat er een ‘goede’ koers gevaren wordt die méér is dan een aller-individueelste vrijheid om anderen en een confrontatie te ontlopen.
    Het principe is dat leefregels gemeenschappelijk bezit zijn. Als wij zo denken over onszelf en over het [kerkelijke] wereldje waar wij goedschiks en kwaadschiks bijhoren, zullen wij niet gauw last krijgen van zogenaamde gevoelens van machteloosheid die dienen als camouflagenet voor gefrustreerde machtsdromen. Dat ik verantwoordelijk ben, wil niet zeggen dat ik hèt antwoord op de situatie heb, maar míjn antwoord. Het antwoord van wie ik ‘nu‘ ben met wat ik ‘nu‘ in huis heb, inclusief al mijn handicaps.

  • Logo AOKN

    We identificeren ons met een bepaalde groep of organisatie omdat die het beste aan ons zelfbeeld beantwoordt.
    We zien onszelf op een bepaalde manier en we zien dat een bepaalde gemeenschap het beste beantwoordt aan het beeld dat we van onszelf hebben.
    We kiezen dan voor de spiritualiteit omdat we graag één van die mensen willen zijn. Wij identificeren ons met een bepaald gedrag en een bepaald waardesysteem.
    Het identificatieproces is bekend; kinderen identificeren zich met hun ouders.
    Dat betekent dat kinderen allemaal dingen gaan nadoen die hun ouders ook doen, omdat ze graag op hen willen lijken. Ze hebben een ideaalbeeld van hun vader en hun moeder. Die zien allebei dingen die ze zelf nog niet kunnen en waarvan ze het prachtig zouden vinden als ze die ook konden doen.
    Een kind dat in veel dingen op z’n vader of moeder lijkt, wordt daarom automatisch gewaardeerd.
      Zo kan het ook met spiritualiteit gaan. Ik ontdek een op God gerichte groep met een spiritualiteit waarvan ik denk dat de waarden daarvan precies bij mij passen; daarom ga ik me met die groep identificeren. Nu kan het zijn die groep die ik kies het ook leuk vindt dat ik erbij wil horen; dat die groep mij daarom gaat waarderen.
    Laten we hierbij nu eens voor ogen nemen een groep waar de gerechtigheid centraal staat. Het gevolg van mijn kiezen voor gerechtigheid is, dat ik gewaardeerd wordt omdat ik tot de groep wil gaan behoren. Nu kan het voorkomen dat die twee zaken, de inhoud van mijn spiritualiteit en wat ik onbewust als resultaat binnenhaal op gespannen voet staan.
    Een gevolg kan zijn dat mijn kiezen voor spiritualiteit van de groep voortdurend ondermijnt wordt naarmate ik minder waardering ontvang. Daardoor zal ik in die gemeenschap allerlei problemen ontmoeten. Het kan dus zijn dat een bepaalde groep via identificatie dingen in mij bevestigt die in feite op gespannen voet leven met de inhoud van de spiritualiteit.
     Er is nog een andere ontwikkeling denkbaar. Die mogelijkheid komt ook in het proces van opvoeding voor. Mensen kunnen als doel van de opvoeding kiezen het zelfstandig maken van de medeburgers/kinderen/schapen. Hierbij kunnen toch nog weer andere, zelfs tegengestelde belangen een rol meespelen. Het streelt namelijk een bepaalde behoefte van sommige ouders wanneer hun kinderen afhankelijk blijven. Zo is het zelfs mogelijk dat ouders kiezen voor een opvoeding van medeburgers/kinderen/schapen tot onafhankelijkheid willen brengen, maar dat desondanks onbewust op het afhankelijk blijven van hen wordt aangestuurd. Dat waarvoor ouders/leidinggevenden/gezagsdragers kiezen wordt dan voortdurend ongedaan gemaakt door andere onbewuste verlangens en behoeften.
    Het eerste wat opvalt is dat er bij de ‘keuzevrijheid’ algemene normen gegolden hebben. Misschien zijn die er wel, maar persoonlijke voorkeuren hebben er volgens mij toe geleid dat deze en niet heel andere vormen van spiritualiteit geopenbaard worden. Ik merk mijn eigen voorkeuren, er zijn werken van de Heilige Geest waar ik ademloos bij stil sta, waarvan ik kippenvel krijg, en er zijn andere Genadegaven waar ik achteloos of verveeld aan voorbij ga.
      Wat is spiritualiteit en wat niet? Heeft iemand daar criteria voor? Dient ieder maar voor zich te besluiten wat daaronder valt en wat niet? Is er een algemeen houvast?
    Het spijt me maar bij sommige invullingen door geestelijk opgeleide personen wordt ik een beetje cynisch. Ik zie dat het hen aan lef heeft ontbroken, maar tegelijkertijd komt er een zinnetje in mijn oor van een Braziliaans pionier een romanschrijver, dichter, dramaturg en kortverhaal schrijver, Machado de Assis. Hij wordt weliswaar beschouwd als de grootste schrijver van de Braziliaanse literatuur en daardoor blijft het volgende mij boeien: “
    ambities met grote vleugels, die wind veroorzaken, enkel om te slaan“.
    Ik weet dat niet alleen het mooie maar ook het buitensporige een plaats kàn hebben in een gemeenschap; dat niet alleen het verhevene, maar ook het gedrochtelijke en laag-bij-de-grondse mij diep kan raken in een herkenning, die bevrijdend werkt; er zijn nu eenmaal banaal lelijke dingen, die mij alleen maar afstoten.
    Een besluit neem je niet vanuit het niets, je bent daar onbewust – sinds lang naar toe gegroeid; het hing in de lucht. Keuzen zijn nooit alleen van jezelf, omdat je tevens een product bent van een [christelijke] cultuur en van het huidige tijdgewricht. Je zet lijnen voort die al uitgestippeld waren, je slaat een weg in die al bestaat vóór je hem inslaat.
    Met een besluit hak je een knoop door; na zorgvuldige overweging valt de keuze: zodra je het doet, bestaat het niet meer. Nu dient er iets te gebeuren, want door te kiezen heb je ‘jezelf‘ op het spel gezet. Vanaf nu geen gestoei en geflirt meer met mogelijkheden – hier begint het ‘metterdaad’ willen – hier gebeurt iets nieuws, een nieuwe koers: praktisch en tastbaar. Wanneer het besluit een manier is om trouw te blijven aan jezelf ontstaat innerlijke continuïteit, ‘Je ne regrette rien!’.

– Vrij zijn is het uitoefenen van eigen autonomie, maar ‘naar boven toe’, door het goddelijke ben je zelf slechts in dienst en onderworpen aan het geheel waar je persoonlijk dienst van uitmaakt.
Het individu-op-zich, de medeburger/het kind/ het schaap, is los van de grote samenhang een abstractie. Individuele vrijheid op zich is dus even abstract, hoewel vrij kiezen [met de kreet: ‘Daar kies ik voor!’] soms ten onrechte gesteld wordt als iets wat je in je eentje doet, hopende dat de anderen en de jouw omringende gemeenschap niet te veel stokken in de wielen steken.
            Hieruit volgt niet dat medeburgers/kinderen/schapen alleen maar onvrij zijn, maar dat hun vrijheid bestaat in een grotere samenhang. Er zijn zelfs dingen die, boven alle kleinere gehelen en machtsblokken uit, àlle mensen met elkaar verbinden. Dat een mens vrij en uniek is, kan hij niet tegen de structuren en klippen op bevechten en bevestigen. Om vrij te zijn dien je je [bescheiden] plaats te kennen en die ‘ìn‘ te nemen. Door een betrouwbare partner, vader of collega te zijn, door je verantwoordelijk/aansprakelijk te voelen voor het geheel,  saamhorigheid, het steunen van anderen, het gevoel van verbondenheid, door vertrouwen te geven. Door ‘eigen‘ levenservaringen te delen met de komende generaties, zonder hen te willen beleren of te bekeren.
Nog ruimer gedacht ben ik een vrij iemand wanneer ik besef dat ik een plaats inneem in de verborgen samenhang van àl het bestaande; dat de solidariteit die mij oneindig overstijgt tegelijk in mijn binnenste aanwezig is. Deze visie helpt mij verder te kijken dan het kringetje van mijn gevoelens, mijn religieuze afkomst, financiële belangen en [kerk-]politieke belangen.
           Daarentegen is -‘het ontbreken van vrijheid‘- een onoprechtheid, een drijfveer die een mens een toonbeeld kan maken van een beheerder die het idee heeft geen fouten te maken, veelal kent deze zichzelf grote verdiensten [en inkomen] toe en leidt een alles behalve heldhaftig en ascetisch leven. Dit soort beheerders-attituden is in de westerse kerkelijke cultuur vanaf de middeleeuwen in zwang geraakt en heeft de waarachtige christelijke verlichting van medeburgers/kinderen en schapen onderuit gehaald. Bisschoppen werden wereldse heersers, noemden zichzelf ‘prinsen van de kerk’ en er zijn er nog maar weinigen, die dáár inzicht in hebben. Misschien is het daarom wel dat er zich zoveel vluchtelingen uit het midden-oosten door onze Heer naar de Lage Landen worden gebracht, teneinde de westerse gevallen staat tot origineel voorbeeld te zijn. Aardige bijkomstigheid is dat zij in het midden-oosten van rechts naar links schrijven/lezen, terwijl wij hier in het westen precies de andere kant op als culturele schrijf-, leeswijze hebben meegekregen. Misschien komt de inhoud van de tekst dan wel veel beter over, nog los van het feit dat het aan het Aramees is verwant.
            De grootste fout die de vorige eeuw in de Kerk gemaakt is/was die van het Vaticaans Concilie, er werd hierbij naar een grotere vrijheid van de medeburgers/ de kinderen, schapen gestreefd. Verandering, zoals die veelal van bovenaf wordt georkestreerd, creëert de eerste stap, die uiteindelijk uitloopt op overbelasting en organisatorische chaos, deze hebben zoals is gebleken een sterke weerstand ontlokt bij de gelovigen, die het meest getroffen werden – zij lieten zich uiteindelijk massaal uitschrijven. Grote en kleine wijzigingen dienen beetje bij beetje te worden doorgevoerd op de juiste tijdstippen. Grote en kleine wijzigingen dienen geleidelijk en op het juiste tijdstip te worden ingevoerd, de gevolgen van de ‘massale snelle‘ invoer zijn immers niet meer terug te draaien.
    Zal God dan zijn rechtvaardigen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en 
laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het Geloof [nog] vinden op aarde?Luc.18: 7,8.

Teneinde de medeburgers/ de kinderen, schapen niet in chaos te laten belanden, hen nog enig spiritueel comfort te bieden is geen beheerder/toezichthouder/bisschop in staat hen te besturen, het enige wat nu nog helpt is een beleid dat geleidelijke “verandering zonder ophef/ eigendunk” tot stand brengt, dit houdt veelal in dat we teruggrijpen op bestaande vroeg-christelijke structuren. In deze periode na de geboorte van de Kerk was er geen sprake van ‘eersten zonder gelijken’ [Πρώτα χωρίς ίση, أولا دون المساواة], die op zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen maar ondergeschikt en minderwaardig vonden. De Kerk, in het westen, welke nominatie je ook noemt, heeft al snel met het veranderingsproces dienen te leren omgaan om terug te schakelen en terug te grijpen naar oorspronkelijke begrippen.

  • De indeling van het door de kerkvaders aangegeven, getijden-gebed, is door de westerse kerk verworpen en deze vooruitgang is vals, omdat de manier waarop er heden-ten-dage geïmproviseerd wordt – niet de reden onderschrijft, voor de aanvaarding van het gebed, omdat “de mens in tegenstelling tot de vroeg-christelijke mens gerechtvaardigd naar huis terugkeert. Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd wordenLuc.18: 14.
  • Het oorspronkelijke gebed wordt niet verworpen, zoals blijkt uit het ‘Onze Vader’, hetgeen ons door de Heer Zelf is voorgehouden:
      Bidt gij dan aldus: ‘Onze Vader die in de Hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd; Uw Koninkrijk kome; Uw Wil geschiede, gelijk in de Hemel alzo ook op de aardeMatth.6: 9.
    De acceptatie of afkeuring om aldus te bidden – is wat de improvisatie betreft ten opzichte van het terzijde schuiven – te wijten aan de mate waarin het hart een rol speelt, teruggrijpend op Isaiah:  Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat
    zij leringen leren, die geboden van mensen zijn
    Matth.15: 8.
      Het offer der goddelozen is een gruwel, hoeveel te meer, als hij het met boze bedoeling brengt. Een leugenachtig getuige zal omkomen, maar een mens die luistert, zal zegevierend sprekenSpr. 21: 27,28.

    Henoch wordt door God opgenomen uit de volkeren naar Gods eeuwig Licht.

    ”      Door het Geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij aan God welgevallig was geweest; maar zonder Geloof is het onmogelijk [God] welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken. Door het Geloof heeft Noach, nadat hij een godsspraak ontvangen had over iets, dat nog niet gezien werd, eerbiedig de ark toebereid tot redding van zijn huisgezin; en door dat [Geloof] heeft hij de wereld veroordeeld en is hij een erfgenaam geworden van de  Gerechtigheid, Die aan het Geloof beantwoordtHebr.11: 5-7.
    De opbouw en samenhang van de Kerk is niet onderworpen aan de weersomstandigheden, er geen sprake van een door God [de Heilige Geest] gegeven Mysterie van de Doop wanneer deze niet wordt opgevolgd door de deelname, de ontmoeting in Het Mysterie van de Eucharistie [het van jongs-af-aan ontvangen van de bijbehorende communie] en de erkenning van Het Heilige. Dit is – volgens de ritus van de vroeg-christelijke Kerk onlosmakelijk met elkaar verbonden.  Wie niet naar de oorspronkelijke vroeg-christelijke catechese wil luisteren, luistert niet alleen niet naar Christus Lichaam [de Kerk], maar geeft ruimte aan de tegenstrever om ons te laten vallen en is de vernietiging nabij, dat is onvermijdelijk. 

Onze Heer sprak:  Ziet toe en wacht u voor de zuurdesem der Farizeeën en SadduceeënMatth.16: 6. Wij zijn een erfgenaam geworden van de Gerechtigheid, wij, die aan het Geloof beantwoorden en het is een solide boetedoening voor ons dat Jezus Christus, de vleesgeworden God, uit de doden is opgestaan en opgevaren is naar de Hemel en dat Hij weer zal komen om levenden en doden te beoordelen en dat Hij ieder individueel mens persoonlijk de beloofde beloning of eeuwige straf zal schenken. dat is reden genoeg om waakzaam te blijven voor al datgene wat nodig is om tot het Hemels Koninkrijk toegang te krijgen. De oproep van het goddelijke voor ieder mens, geen nominatie of culturele achtergrond uitgezonderd. “     Bekeert u en een ieder van u dient zich te laten dopen op de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave van de Heiligen Geest ontvangen. Want voor u is de Belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn zovelen als de Heer, onze God, ertoe roepen zalHand.2: 38,39.
      En Crispus, de overste der synagoge, kwam tot Geloof in de Heer met zijn gehele huis en vele van de inwoners van Corinthe, die hem hoorden, geloofden en lieten zich dopen. En de Heer zei in de nacht door een gezicht tot Paulus: ‘Wees niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet; want Ik ben met u en niemand zal het op u toeleggen om u kwaad te doen, want Ik heb veel volk 
in deze stadHand. 18: 8-10. En de Paulus en Silas zeiden tot de gevangenbewaarder:”  Stel uw vertrouwen op de Heer Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis. En zij spraken het Woord van God tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren. En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mee om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen; en hij bracht hen naar boven in zijn huis en richtte een tafel aan, en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis tot het Geloof in God gekomen was”. Hand.16: 31-34.
    Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden” Matth. 16: 6.
De werking van de Heilige Geest dient voor de gehele geloofsgemeenschap ervaarbaar te zijn; ook is spiritualiteit niet bij voorkeur weggelegd voor gevoelsmensen, zij lopen juist het gevaar oppervlakkig te blijven zolang zij iets ervaren; spiritualiteit ligt namelijk iets dieper dan het gevoelsleven.
De definitieve uitstorting van de Heilige Geest is gegeven voor de gehele Kerk en voor alle tijden. De Kerk heeft hele periodes van geestvervaging gekend, maar toch is er altijd voor ieder een mogelijkheid aangeboden geweest om te delen in de volheid van de Heilige Geest.
Deze realiseert zich via onderricht en bewuste bezinning op de pneumatologie van de Blijde Boodschap [= de leer van de Heilige Geest]. 

Het spreken vanuit de Heilige Geest en de manier van leven, die gericht is op het Geloof, dat daarmee samenhangt komt nog maar sporadisch in voor het christelijk leven of wordt in het kerkelijk leven ervaren. We dienen ons derhalve af te vragen hoe we de toegang daartoe weer een betekenis kunnen laten krijgen tot ons dagelijks bestaan. Christus leert door de ‘Geest der Wijsheid’ in het hart en opent het verstand tot de ‘Geest der Openbaring’ in het Woord.

De verkondiging bij Lucas spreekt de waarschuwing van het zuurdesem uit in het bijzijn van duizenden mensen, die bijeengekomen waren, zodat zij elkander verdrongen, tot de apostelen; dit heeft een reden iedereen  het mag horen.
Ook in de apostolische opvolging bestaat huichelarij, en zo zegt onze Heer:
    Er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden, en verborgen, of het zal bekend worden. Daarom, al wat gij in het donker gesproken hebt, zal in het licht gehoord worden en wat gij aan het oor gezegd hebt, in de binnenkamer, zal van de daken gepredikt wordenLuc.12: 1-3.
Farizeeën en Sadduceeërs staan in de Blijde Boodschap bekend vanwege de slechte invloed die zij uitgeoefend hebben op het christelijke Geloof en zij hadden een grote invloed en zijn diep doordrongen naar alle gelederen en klassen; ook in onze tijd. Hun invloed, welke vanwege hun gezag geen tegen-kracht/woord dulden – de ‘vrije stijl en houding‘ werd door hen de kop in gedrukt –  gaf ruimte aan de onzin, waarmee zij een dermate invloed op het systeem uitoefenen dat dit hen tot onvervalste gevaarlijke leraren heeft gemaakt.
Het is/was dezelfde perverse blindheid die hen ertoe leidde om Jezus als Messias af te wijzen, ondanks alle bewijzen die ten behoeve van hun ommekeer waren aangedragen. Paulus zegt daarom tot de Galaten:
    Gij liept goed. Wie is u in de weg gekomen, dat gij aan de Waarheid niet meer gehoorzaamt? Die overreding kwam niet van Christus, Die u roept. Een weinig zuurdeeg maakt het gehele deeg zuur. Ik voor mij ben van u overtuigd in de Heer, dat gij geen andere mening zult hebben. Maar wie u in verwarring brengt, zal zijn straf hebben te dragen, wie hij ook zijGal.5: 7-10. en tot de inwoners van Corinthe: “    Uw roem deugt niet. Weet gij niet, dat een weinig zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt? Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn; gij zijt immers ongezuurd. Want ook ons paaslam is geslacht: ‘Christus’1Cor.5: 6,7.
Elders maakt Christus een onderscheid tussen wat deze leerkrachten hebben geleerd en wat zij in deze op hun eigen gezag of door de praktijken waar zij zich zoal mee bezig hielden:
            De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben zich gezet op de stoel van Mozes. Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel, maar doen het niet. Zij binden zware lasten bijeen en leggen die op de schouders der mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren. Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen, want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot, zij houden van de eerste plaats bij de maaltijden en van de erezetels in de synagogen en van de begroetingen op de markten en om door de mensen rabbi genoemd te worden. Gij zult u niet rabbi laten noemen; want één is uw Meester en gij zijt allen broeders. En gij zult op aarde niemand uw vader[tje] noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de Hemelen is. Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, ‘de Christus’. Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar 
zijnMatth.23: 1-11.
Indien u geeft en uw mening over iets geeft, doe het dan ‘in liefde voor Christus’ en indien u vergeeft, doe dat dan ‘in Christus’ en laat ten slotte een eventuele be- of ver-oordeling ook aan ‘Hem’ over.
Christus zal over ons oordelen naar de mate waarin wij zelf vergevingsgezind zijn en dat is wanneer wij Hem onze eigen ongerechtigheden bekennen en wij onze houding tegenover onze eigen zonden veranderen.

Apolytikion     tn.2

“     Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.

En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,

riepen alle Machten der Hemelen:
‘Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U’“.

Kondakion     tn.2
“     Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser

en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.

De doden verrezen en heel Uw Schepping
verheugt zich samen met U.

Ook Adam jubelt en het Heelal mijn Verlosser,

zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion      tn.2
“    Onbegrijpelijk en hoog-Heerlijk zijn alle Mysteriën

Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.

Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,

zijt gij waarlijk Moeder geworden
 
en hebt gij de Ware God gebaard.

Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost”.

 

Augustus 15e – De ontslaping van de Moeder Gods en AltijdMaagd gebleven Maria

    Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp. En een vrouw, Martha geheten, ontving Hem in haar huis. En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten naar zijn woord luisterde.
      Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen. En zij ging bij Hem staan en zei: ‘ Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen’. Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
     ‘ Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts een; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen’.
       En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei: ‘Zalig de schoot, die U heeft gedragen en de borsten, die Gij hebt gezogen’.
Maar Hij zei: ‘Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren’“.
Luc.10: 38-42; 11: 27-28

Eenheid met Christus

    Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de gestalte Gods zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan de [gewone] mensen gelijk geworden is.
En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood van het Kruis.
      Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de Naam van Jezus zich alle knie [zich] zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn en alle tong zou belijden:  ‘Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!Phil.2: 5-11.

Horen, wie horen wil
 
Zalig zijn zij, die het Woord Gods horen en het bewarenLuc.11: 28.
Wat horen wij dan?, Wat zien wij?; luistert:

Wij gelovigen weten dat God de Hemelen en de aarde schiep, deze was woest en leeg en er was slechts duisternis over de getijden en de Geest van God zweefde over de wateren conf. Gen.1: 1,2. Omdat God uit niets anders bestaat dan wat goed is, God is immers Liefde, wilde God leven buiten Zichzelf scheppen, want Hij verlangde dat Zijn Liefde zou stromen en van buiten Hem naar Hem terug zou keren, in een eeuwigdurende kringloop die Hem de hoogste vreugde zou bereiden.
    Slechts datgene wat “Leven” inhoudt kan “Liefde” laten doorstromen, want het diepe wezen, de essentie, de brandstof van het Leven is de Goddelijke Liefde.  Zo schiep God de engelen en begiftigde hen met Zijn volkomen heilige Liefde, die hen in staat stelde om het ware Goddelijk Leven in zich in stand te houden. Zo werden de hemelen bevolkt met het doel heeft, een volmaakte aaneenschakeling van Licht.
Het  Licht is de Zijns-toestand van God, hetgeen we vorige week op de berg Thabor hebben ervaren, een toestand die bestaat uit Zijn volmaakte Wijsheid en het vermogen om “Leven” in de volmaakte Goddelijke Liefde in stand te houden.
Het Licht/Leven is het vermogen om alle dingen te zien zoals zij werkelijk zijn.
Voor de geschapen zielen is het dus ook het vermogen om zichzelf te zien zoals zij werkelijk zijn met betrekking tot God; “Licht” is daardoor eveneens het vermogen om de “Liefde” met alles en iedereen, die er bestaat heel “Heilig” te houden.

De Heilige Liefde van de Vader voor z’n kind; الحب المقدس هو المصدر الوحيد للحياة

De waarachtig “Heilige Liefde” is de gesteldheid waardoor de ziel in staat is om God te erkennen als “enige Bron van alle Leven” en Hem daarom boven alles, dus ook boven zichzelf, te stellen, en alle handelingen, gedachten en verlangens op Hem te richten, dit wil zeggen: ernaar te streven dat alles wat in de eigen ziel omgaat en wat van haar uitgaat, uitsluitend het doel heeft,
Gods intenties te verwezenlijken’.

Op de laatste dag van de schepping zei God: “ Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als 
onze gelijkenisGen.1: 26. Hij beëindigde Zijn Goddelijk werk met een persoonlijk en passend geschenk, een dienst aan Zichzelf.
God formeerde de mens uit de aarde en gaf hem leven door Zijn levensadem met hem te delen conf. Gen.2: 7. De mens is daarom uniek in de hele schepping en heeft daarom een materieel aspect [lichaam] en een immaterieel aspect [ziel/geest] en stijgt daarom boven de schepping van God uit.
Het “evenbeeld” of de “gelijkenis” van God betekent, in de meest eenvoudige zin, dat wij gemaakt zijn om op God te lijken. Adam leek niet op God omdat God vlees en bloed zou hebben.
Christus maakt ons via Zijn Woord tot de Samaritaanse vrouw duidelijk: “ God is geest en wie Hem aanbidden, dienen Hem te aanbidden in geest en in waarheidJohn.4: 24 en God bestaat daarom zonder lichaam. Maar in het menselijk lichaam wordt vanaf Adam het “Leven van God” weerspiegeld, omdat hij met een perfecte gezondheid werd geschapen en niet zou sterven.
Het evenbeeld van God slaat op het immateriële aspect van de mens.
Het onderscheidt de mens van de dierenwereld, maakt hem geschikt voor de “heerschappij” die God in gedachten had Gen.1: 28 en stelt hem in staat om met zijn Schepper te communiceren. Het is een mentale, morele en sociale gelijkenis.

    Mentaal gezien werd de mens als een rationeel persoon, die een actieve rol speelt in het Goddelijk proces, met een vrije wil geschapen. Met andere woorden: de mens heeft een rede en kan keuzes maken. Dit is een afspiegeling van Gods intellect en vrijheid.
Steeds wanneer een mens iets nieuws uitvindt, een boek schrijft, een landschap schildert, van een symfonie geniet, een rekensom maakt of een huisdier een naam geeft, dan verkondigt hij of zij het feit dat wij naar Gods evenbeeld zijn geschapen.

    Moreel gezien werd de mens in rechtschapenheid en perfecte onschuld geschapen, een weerspiegeling van Gods heiligheid. God bekeek alles wat Hij gemaakt had [inclusief de mens] en noemde dit “zeer goedGen.1: 31. Ons geweten of onze “morele richtingaanwijzer” is een overblijfsel van die oorspronkelijke toestand. Steeds als iemand een wet opstelt, zich van iets kwaadaardigs afwendt, goed gedrag prijst of zich schuldig voelt, bevestigt hij of zij het feit dat wij naar Gods evenbeeld zijn gemaakt.

    Sociaal gezien werd de mens geschapen om in gemeenschap met anderen te leven. Dit weerspiegelt Gods drieledige aard en Zijn liefde. In de hof van Eden, het aards paradijs, was de relatie met God de primaire relatie van de mens.
Gen.3: 8 betrekt ons in de gemeenschap met God en God schiep de eerste vrouw omdat het “niet goed is dat de mens alleen isGen.2: 18. Steeds wanneer iemand zich via een huwelijk met een nader verbindt, een vriendschap sluit, een kind knuffelt, of een kerk bezoekt, toont hij het feit dat de mens naar het evenbeeld van God is geschapen.
God heeft in de loop der tijden vele zaken [Mysteriën] voltrokken die bevorderlijk zijn voor het Heil van de zielen. Hij beoogt immers slechts één ding: dat zoveel mogelijk zielen de Eeuwige Gelukzaligheid in Zijn Tegenwoordigheid zouden kunnen beërven. God, onze Schepper heeft Zich echter door één regel laten binden: ‘De Wet der Goddelijke Gerechtigheid moet worden vervuld en elke menselijk ziel dient uit vrije wil te beslissen of zij de geschenken/de Genadegaven van haar God al dan niet in zich wil opnemen’.

Tot de allergrootste wonderen behoort zonder de geringste twijfel het unieke voorrecht van een mensenziel, de Moeder van de Tweede Goddelijke Persoon [onze Heer, Jezus Christus] te worden, en de voorbereiding door dewelke de ziel in staat kon wordt gesteld om Tabernakel of Draagster van de Allerheiligste te zijn.
Met dit Mysterie verbond de Meesteres van alle zielen Haar hoedanigheid als Ark van het Nieuw Verbond. Bij de joden van het Eerste [Oude] Verbond was de Ark een soort “draagkist”, waarin datgene werd bewaard dat voor de joden gold als symbolen voor de Tegenwoordigheid en de Werking van God.
De Meesteres van alle zielen noemt Zich niet slechts “Ark van het Verbond”, doch uitdrukkelijk “Ark van het Tweede [Nieuwe] Verbond” en wijst er daardoor op, dat Zij door God niet “slechts” tot Tabernakel, Draagster en “Schatkistje” van de Allerheiligste werd gemaakt, doch tevens tot Tabernakel van de Nalatenschap van Christus.
Precies op deze basis is immers Haar roeping gegrondvest om als Meesteres van alle zielen te onderrichten en zoals Zij zo treffend wordt weergegeven, de kennis der zielen van de ‘Leer van Christus’ te verdiepen en hun vermogen om deze Leer in hun dagelijks leven zo doeltreffend mogelijk toe te passen, in de hoogst mogelijke mate te vergroten.

Theotokos, visie van Christelijke eenheid

En wat de mens er ook van gemaakt heeft, in z’n oorlogen, in z’n woestijnen, op z’n puinhopen, in z’n verzet “God troost Zijn Volk  maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof des Heren; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en klanken van gezang.  Luistert naar Mij, Mijn volk, en Mijn natie, neig uw oor tot Mij. Want een wet zal van Mij uitgaan en Mijn recht zal Ik stellen tot een Licht der volkeren. Mijn Zege is nabij, Mijn Heil treedt te voorschijn, en Mijn armen zullen de volken richten; op Mij zullen de kustlanden wachten en op mijn arm zullen zij hopenIsaiah 51: 3-5.
    En de volken zullen weten, dat het huis van Israël [de Kerk] om zijn ongerechtigheid in ballingschap is gegaan; omdat zij Mij ontrouw geworden waren, had Ik mijn aangezicht voor hen verborgen en hen overgegeven in de macht van hun tegenstanders, zodat zij allen door het zwaard vielen. Naar hun onreinheid en hun overtredingen heb Ik hen behandeld en Mijn Aangezicht voor hen verborgen. Daarom, zo zegt de Heer der Heerscharen, nu zal Ik een keer 
brengen in het lot van Jacob en Mij ontfermen over het gehele huis van Israël en ijveren voor Mijn Heilige NaamEzech.39: 23-25

Annunciatie; en zij werd de ‘God’-barende

En dan klinkt in een achterkamertje van Nazareth de stem van de Theotokos, de Moeder Gods,Ik heb vernomen, Heer, het Mysterie van Uw Heilsorde; ik heb Uw Werken begrepen, daarom verheerlijk ik Uw Godheid”.
En Zij zingt de Ύμνοι εις την Θεοτόκον’, die wij dagelijks zingen:
  Mijn ziel verheft de Heer en gejuicht heeft mijn geest in God, mijn Redder.
U, eerbiedwaardiger dan de cherubijnen en onvergelijkelijk glorierijker dan de serafijnen,
Want  Hij  heeft  neergezien  op  de  nederigheid  van  Zijn  dienstmaagd, want zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen.
Want de Machtige heeft grote dingen aan mij gedaan, en heilig is Zijn Naam,  en Zijn barmhartigheid gaat van geslacht tot geslacht over hen die Hem vrezen.
Hij  heeft  Kracht  getoond  met  Zijn  arm, verstrooid de hoogmoedigen van hart.
Machtigen heeft Hij van hun troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd,  hongerigen heeft Hij met goede gaven vervuld en rijken zond Hij met lege handen weg.  Hij  heeft  Israël,  Zijn  dienaar,  bijgestaan  zoals  Hij  gesproken  heeft  tot onze vaderen: Zijn barmhartigheid indachtig voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid”.
Magnificat uit tekst Orthros, vert. klooster ‘Geboorte van de Moeder Gods’, Asten

De kerk belijdt dat Maria werkelijk de Moeder Gods [de Theotokos] is.
In de Blijde Boodschap wordt zij genoemd als ‘de moeder van onze Heer‘ [John.2: 1;19: 25], en haar Zoon is een kind van de Heilige Geest [Matth.1: 20; Luc.1: 35].
Haar nicht Elizabeth benoemt haar als ‘moeder van mijn Heer‘ [Luc.1: 43].
Haar Zoon is als mens geboren maar is tevens Niemand anders dan de eeuwige Zoon van de Vader, de tweede persoon van de Heilige Drie-eenheid, door haar ontvangen van de heilige Geest. De Kerk gelooft dat Maria was voorbestemd om de Zoon van God te baren -en zo moeder van God te zijn-. Teneinde Zijn Zoon ook waarlijk mens te laten zijn heeft God de vrijwillige medewerking van een schepsel gewild.
‘Door de volledige overgave van de Godbarende, de Theotokos, aan de wil van de Vader, aan het verlossingswerk van zijn Zoon en aan iedere ingeving van de heilige Geest is de maagd Maria voor de kerk het voorbeeld van Geloof en Liefde’.
Maria, de Moeder Gods wordt in de Kerk vereerd als de ‘alom geheiligde‘. ‘Zij is het aller-verhevenste en zeer uitzonderlijke lid van de Kerk’, zij is zelfs de voorbeeldige verwezenlijking, ‘het beeld’ van de kerk’
Ook na haar ontslaping blijft de Theotokos Haar heilbrengende taken uitoefenen; Zij wordt vereerd als ‘voorspreekster, helpster en middelares’.
Tot haar bescherming nemen gelovigen in al hun gevaren en noden hun toevlucht.
Hoewel de verering van de Moeder Gods een heel bijzonder karakter heeft, verschilt zij wezenlijk van de eredienst van aanbidding van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.  De verering van Maria krijgt uitdrukking in liturgische feesten die de aanbidding van God bevorderen.
Al eeuwen lang vierde de Kerk van Oost en West op 15 augustus het ‘ontslapen‘ van Maria, waarbij expliciet of impliciet erbij geloofd werd dat het lichaam van de Moeder Gods ‘het bederf niet heeft gezien‘.
De ontslaping en het ongeschonden [‘het bederf’ niet gezien hebbende] van de Theotokos is dus geen bijkomstigheid die je al dan niet in je “geloofspakket” kunt opnemen. Het behoort tot de intiemste leerstellingen van de Kerk
Waarom is het feest de ontslaping  van de Moeder Gods zo belangrijk? Omdat Maria ons in alles is voorgegaan. Zij is de nieuwe Eva, het beginpunt en het sluitstuk van het grote geheim van Gods menswording. En daar draait het om in ons christelijk Geloof, immers : “Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoondJohn.1: 14

De Theotokos is onlosmakelijk verbonden aan ons Geloof, want via haar is de menswording van God mogelijk geworden. Door haar jawoord werd zij de nieuwe Eva, de maagdelijke aarde waaruit de nieuwe Adam werd gevormd. In de Moeder des Heren zien wij het werk van de Goddelijke Genadegaven volmaakt gerealiseerd.
Het is dan ook passend dat zij die eer zou ontvangen die haar als Moeder van de Heer toekomt.
Eert uw vader en uw moeder“, heeft God immers zelf als een van de Tien Woorden meegegeven. Welke grotere eer kon onze Heer en Verlosser Zijn eigen Moeder meer geven dan haar deelachtig te maken aan Zijn eigen Mysterie van Zijn Verrijzenis en Hemelvaart?
Zo is de Theotokos voor ons als een voorbeeld meegegeven van datgene wat Christus ons voorhoudt:
            Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij. Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op Zijn troonOpenb.3: 20,21.
De Theotokos heeft op voorhand dit unieke privilege, het doel dat voor alle rechtvaardigen is bestemd bij de verrijzenis der doden.
Omdat Maria de “Moeder is van de Kerk“, dat wil zeggen: van alle verlosten.
Van op het kruis gaf Jezus haar ons, toen hij tot Johannes zei: “Ziedaar uw moeder” John.19: 27. Zij is ons model in de schikking van de Genadegaven.
Wat Jezus in haar heeft bewerkt, wil Hij in ons allemaal bewerken: Zijn eigen verheerlijking, tot Glorie van en Eer aan God de Vader, want
“Eén is Jezus Christus, Eén is Heer, tot eer aan God, de Vader!” uit Goddelijke Liturgie.
  Zalig zijn zij, die het Woord Gods horen en het bewarenLuc.11: 28.
Zingt de Heer een nieuw lied; Zijn lof zal weerklinken in de Kerk der heiligen. Opdat Israël zich over zijn Maker; dat de kinderen van Sion juichen over hun Koning. Dat zij met koorzang Zijn Naam loven; Hem bezingen met bekkens en psalter. Want de Heer heeft behagen in Zijn volk; Hij verheft de zachtmoedigen tot verlossing. Dat de gewijden zich beroemen in heerlijkheid; dat zij juichen op hun rustplaatsPsalm 149: 1-5.

Apolytikion     tn.1
    Hoewel Gij gebaard hebt, zijt gij Maagd gebleven
en naar uw sterven hebt gij de wereld niet achtergelaten, Moeder Gods.
Gij zijt opgegaan tot het Leven, ‘Moeder van het Leven’
en door Uw gebedebn redt gij onze zielen van de dood
”.

Kondakion     tn.2
    De Moeder Gods, die onvermoeibaar onze voorspraak is
en onze onwankelbare hoop door haar gebeden,
werd door graf noch dood overwonnen.
Want als Moeder van het Leven
heeft Hij haar overgebracht naar het Leven
Die eens woonde in haar maagdelijke schoot
”.

De Machten der Engelen waren buiten zichzelf, toen zij in Sion hun eigen Meester zagen, Die in Zijn armen droeg de ziel van een vrouw. Want tot haar, die Hem maagdelijk geboren had, sprak Hij als een Kind: Kom, Eerbiedwaardige, heers in Heerlijkheid met Uw Zoon en God.
Het Koor der Apostelen omringde uw lichaam, die Tempel Gods, aanschouwde het met ontzag en zong met klankrijke stem: Gij die opgegaan zijt naar het bruidsvertrek van de hemel bij Uw Zoon, Moeder Gods, red altijd uw erfdeel
Uit Meneon blz 447 uitg. ROK. Johannes de Doper, ‘s-Gravenhage.

Augustus 15e – Orthodoxie & de Ark van het Verbond en de toegang tot onze God

Voorvader Koning & Profeet David

    Toen stond koning David op en zei: Hoort mij aan, mijn broeders en mijn volk. Ik zelf had het voornemen, een huis tot rust te bouwen voor de Ark van het Verbond des Heren en als de voetbank van onze God; ik heb de bouw dan ook voorbereid”
1Cron.28: 2.

Ark van Noach heeft de mensheid de watervloed [Tsunami] doen overwinnen.

Bij de machtsoverdracht van David naar Salomon ontstaat een verlangen een Tempel voor de drager van het Allerheiligste, de Ark van het Verbond te bouwen.
Wat het eerste punt betreft, draagt David het volk op om Salomo goed te dienen; hij draagt Salomo op de Heer God te dienen met zijn hele hart: ‘ En gij, mijn zoon Salomo, ken de God van uw vader, en dien Hem met een volkomen toegewijd hart en een bereidwillig gemoed, want de Heer doorzoekt alle harten en doorgrondt al wat de gedachten beramen. Indien gij Hem zoekt, zal Hij Zich door u laten vinden; doch indien gij Hem verlaat, zal Hij u voor eeuwig verwerpen.want de Heer doorzoekt alle harten en doorgrondt al wat de gedachten beramen. Indien gij Hem zoekt, zal Hij Zich door u laten vinden; doch indien gij Hem verlaat, zal Hij u voor eeuwig verwerpen’ 1Cron.28: 9.

Gebed

David gelast Salomo met de bouw van de tempel waarvoor hij, al zoveel voorzieningen getroffen heeft, zie alle Psalmen. Het gaat als voornaamste punt niet alleen om de bouw van een godshuis in het stoffelijke, maar vooral om de Tempel van ons hart; Koning en Profeet David is immers in de eerste plaats bekend als degene, die ons via de lofprijzing van de Psalmen, eer aan God te brengen heeft geleerd.
Het volk verheugde zich over hun gewilligheid, want zij gaven [zich] met een volkomen toegewijd hart vrijwillig [over] aan de Heer; ook koning David verheugde zich met grote vreugde.  Toen prees David de Heer ten aanschouwen van 
de gehele gemeente, en David zei: ‘Geprezen zijt Gij, Heer, God van onze vader Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Van U, o Heer, is de Grootheid en de Kracht, de Heerlijkheid, de Roem, de Majesteit, ja, alles wat in de hemelen en op de aarde is; van U is de heerschappij, o Heer, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven1Cron.29: 9-11.

. . . . Vooropgesteld dient te worden dat 1 en 2 Cronieken verschillen van de boeken van Samuël en Koningen [hoewel de Cronieken in grote lijnen verslag doen van dezelfde periode uit de geschiedenis  als Samuël en Koningen] in het feit dat ze veel meer nadruk leggen op het zuidelijke koninkrijk van Juda, nadat de monarchie uiteenvalt. Zelfs op dat ogenblik echter, tijdens de periode van het verenigde koninkrijk, gaan 1 en 2 Kronieken in veel ruimere mate in op alles wat te maken heeft met de Tempel.
Er wordt niets geschreven over de poging van Davids zoon Adonia om zich meester te maken van de troon vooraleer Salomo gekroond kon worden, of over Batseba’s strategische bescherming van haar zoon Salomo. Adonia [vernoemd naar de beeldschone Griekse godin] de vierde zoon van koning David via zijn moeder Chaggit [feestelijk, genade] die in Hebron geboren was. Toen David op leeftijd gekomen was, mobiliseerde Adonia een privéleger om zelf de macht over te nemen. Echter door ingrijpen van zowel de profeet Nathan als Davids vrouw Batseba [de moeder van Salomo, met wie David overspel pleegde. naam: ’Yahweh is licht’] mislukte deze poging.
Er wordt eveneens niets vermeld over het feit dat Salomo zijn eerstgeboren broeder Adonia liet ombrengen na een verzoek welke deze via Batseba deed [ 1Kon.2]. Al de aandacht ligt hier op de machtsoverdracht en daar waar deze invloed heeft op de bouw van de Tempel Gods. 

tabernakel = plaats der aanbidding

Er is echter een nieuw element van het grootste belang. Er wordt ons verteld dat David Salomo ook het ontwerp gaf van alles wat hij zelf al had bedacht: voor de voorhoven van het huis des Heren, voor alle vertrekken in het rond, voor de schatkamers van het huis Gods en voor die van de geheiligde voorwerpen 1Cron.28: 12.  Tevens gaf David aanwijzingen voor de indeling van de priesters en Levieten, het gewicht aan goud of zilver dat voor het diverse gerei moest gebruikt worden, enzovoort 1Cron.28: 13-17.
Meer dan al het andere gaf hij hem ook het plan voor ‘de wagen, de cherubs, die met uitgespreide vleugels de ark van het verbond des Heren, in het heilige der heiligen dienden te  bedekken1Cron.28:1 8.
Alles staat’, aldus David, ‘in een geschrift, ontvangen uit de hand des Heren,  waarin Hij mij onderrichtte aangaande de gehele uitvoering van het ontwerp1Cron.28: 19.

Tempelgang van de Theotokos, 21Nov.;       de Nieuwe middelaarster voor de gelovigen bij God

Dit wordt dan ook weer door Paulus, maar dan met een nuance vermeld in:
      Dezen verrichten slechts dienst bij een afbeelding en schaduw van het Hemelse, blijkens de godsspraak, die Mozes ontving, toen hij de tabernakel 
zou gereedmaken. Zie toe, zegt Hij immers, dat gij alles maakt naar het voorbeeld, dat u getoond werd op de berg [Sinaï]Hebr.8: 5.
Het geeft overduidelijk aan dat de tabernakel maar een afbeelding was van een groter origineel. Impliciet wordt dezelfde zorg besteed aan de bouw van de tempel, met David en niet Mozes die nu fungeert als de middelaar.
Paulus dringt er bij Timotheüs op aan:
    Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen,  voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid.  Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland,  
die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis van de Waarheid komen. Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, Die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd”.

koningen & hooggeplaatsten

Voor de mensen onder ons, en met name de koningen en de hooggeplaatsten van deze wereld bidden wij vooral opdat wij een vrij, stil en rustige leven mogen leiden en daardoor in godsvrucht en waardigheid onze weg kunnen vervolgen;
voor wat hoort wat’, maar dat is niet altijd het geval.
De aanduiding ‘mens‘ wijst in andere richting. Als God wil dat alle mensen behouden worden, dan heeft Hij voor al die mensen – één Middelaar aangesteld, Die zo algemeen mogelijk is en voor ieder toegankelijk:

Ο Ιησούς Χριστός, ο ενσαρκωμένος Υιός του Θεού,
يسوع المسيح، ابن الله المتجسد

Christus Jezus, de mensgeworden Zoon van God. Wie onze Heer Jezus Christus aanneemt wint daardoor tegelijk de geneugten van het kind van God, waarbij God, de Vader van de mensheid wordt beschouwd. De Heilige Geest reageert op onze overgave en doet ons opnieuw geboren worden. Wanneer men de deur van z’n hart ontsluit, de Tempel ‘in’ onszelf, dan komt de Heer ook werkelijk binnen. Hij klopt niet voor niets aan de deur van ons hart. Hij wil liever bij ons binnenkomen dan dat wij persoonlijk bereid zijn Hem binnen te laten. Soms lijkt het opnieuw geboren worden op een zware bevalling, als de overgaven maar zó-zó [= vaag] is of als er bepaalde ongerechtigheden niet opgeruimd worden. Maar wordt men ‘radicaal‘, dan breekt het ‘Licht’ in volle kracht door.
Christus zal ons tot duizelingwekkende hoogte voeren en ons in Hem mede een plaats geven in het Koninkrijk der Hemelen. En wat dienen wij hier tegenover te stellen? Niets, helemaal niets.
      God echter, Die rijk is aan erbarmen, heeft, om Zijn grote Liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door Genade zijt gij behouden – en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende Rijkdom van Zijn Genadegaven te tonen naar [Zijn] Goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Want door Genade zijt gij behouden, door het Geloof en dat niet uit uzelf: het is een Gave van God; niet uit werken, opdat niemand zal roemen. Want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelenEph.2: 4-10.

Dit wordt echter niet door iedereen gewaardeerd, het afgesneden zijn van God en het slechts voor de wereld [het voor ‘onbeperkt genot‘ en ‘eigenliefde‘] leven, betekent de dood en dat kan ons erg in de weg zitten. Ook Koning David onderkende dit en sprak: “     Heer, hoe talrijk zijn mijn verdrukkers; hoevelen staan tegen mij op ! Velen zeggen over mijn ziel: Er is geen verlossing voor hem bij zijn God. Maar Gij, Heer, zijt mijn beschermer: mijn Glorie, die mij het hoofd doet verheffen. Met mijn stem roep ik tot de Heer en Hij verhoort mij vanaf Zijn heilige berg. Ik had mij neergelegd om te slapen: ik kon weer opstaan, omdat de Heer mij beschermt. Ik heb geen vrees voor de duizenden uit het volk, die mij van alle kanten omringen Psalm 3: 1-6.

Drieeenheids icoon, Rublev

De Geboorte van Christus is een Trinitaire verzoening: Met God; Met Onszelf en Met de Anderen”. citaat ‘Antiocheense’ Orthodoxe Kerk in Nederland

Theotokos – orante

De Ark van het Verbond is bij uitstek de typering van “Christus Geboorte“.
De komst van de Messias had immers tot doel God Zijn zetel te laten innemen in het Hemels Jeruzalem.
De weg daar naar toe wordt echter door ongehoorzaamheid, al struikelend en door vergrijp onderbroken, daarom is het goed jezelf in samenhang met de anderen in je omgeving te verzoenen.
het Boek der Wijsheid van Salomo laat zien dat heiliging, heiligdom en de heiligen bekend zijn, manifest en vervuld worden in het Koninkrijk van God.

De boodschap herinnert ons eraan dat “de Allerhoogste voor hen zorgt” door Zijn uitstorting van Genadegaven en gunsten aan Zijn Kerk. Dit geschenk wordt aangeboden aan alle mensen, met inbegrip degenen, die zich als wij, [orthodoxe] christenen noemen.
In de Goddelijke Liturgie, neemt de priester, aan het einde van anafora, het Lam in beide handen en maakt daarmee het teken van het kruis over de diskos, zeggende: “Het Heilige voor de heiligen”, hetgeen een uitnodiging is tot zelfonderzoek: “ Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het Lichaam en Bloed des Heren.Maar ieder beproeve zichzelf en ete dan van het brood en drinke uit de beker. Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt.
Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen.
Indien wij echter onszelf beoordeelden, zouden wij niet onder het oordeel komen.
Maar onder het oordeel des Heren worden wij getuchtigd, opdat wij niet met de wereld zouden veroordeeld worden
1Cor.11: 27-32.
de mensen reageren,
” Eén is heilig, één is Heer: Jezus Christus, tot heerlijkheid van God de Vader. Amen”.

De bouw van de Tempel van Jeruzalem vormt een tegenstelling ten opzichte van het feit dat Mozes in Exodus er bij zijn tijdgenoten en ons de nadruk legt dat ‘de tabernakel’, de tent der samenkomst als plaats van aanbidding beschouwd diende te worden in precieze overeenstemming met het plan dat Mozes getoond werd op de berg. De tien geboden geven immers aan:
Ik ben de eeuwige, uw God, die u uit het land Egypte,
uit het diensthuis, geleid heb.
Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
Gij zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken.
Gedenk de dag des Heren, dat gij die heiligt etc.; aan het verzamelde volk werden de tweede stenen tafelen waarop deze gegrift waren opgedragen deze in de ark van het Verbond te bewaren.
De Joden geloofden dat de ark van het verbond niet aan bederf onderhevig was. Overeenkomstig de traditie, werd de ark door de Profeet Jeremia gered, toen de tempel van Jeruzalem werd verwoest en verborgen op de berg Nebo; vervolgens wordt aangenomen dat deze aan het einde van de tijden opnieuw tevoorschijn zal komen.

Ontslaping van de Moeder Gods

Wanneer de Ark van het verbond al niet aan bederf onderhevig was hoeveel te meer dient ‘de Theotokos’ de Moeder Gods onvergankelijk te zijn; degene die in zich de Schepper van het Leven heeft gedragen kon het bederf van het graf niet ervaren. De intocht van de ark naar Jeruzalem, de heilige stad was voor haar inwoners al een reden voor een feestje, derhalve diende het feest van de ontslaping en de daaropvolgende opname in de Koninkrijk der Hemelen een herhaald Hoogfeest worden waarbij grote vreugde geuit werd.

In het Evangelie van het hoogfeest van de Ontslaping van de Moeder Gods wordt in de beschrijving van Lucas aan de hand van verschillende verwijzingen duidelijk gemaakt dat de Theotokos de ‘ware’ Ark van het Verbond is.
    Maria dan maakte zich op in die dagen en reisde met spoed naar het bergland naar een stad van Juda. En zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth. En toen Elisabeth de groet van Maria hoorde, geschiedde het, dat het kind opsprong in haar schoot, en Elisabeth werd vervuld met de Heilige Geest.
En zij riep uit met luider stem en sprak: ‘Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de Vrucht van uw schoot. En waaraan heb ik dit te danken, dat de moeder van mijn Heer tot mij komt? Want zie, toen het geluid van uw groet in mijn oren klonk, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. En zalig is zij, die geloofd heeft, want wat vanwege de Heer tot haar gezegd is, zal volbracht worden’.
En Maria zei: ‘Mijn ziel maakt groot de Heer en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland, omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat van zijn dienstmaagd. Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten, omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige. En Heilig is Zijn Naam en Zijn Barmhartigheid van geslacht tot geslacht voor wie Hem vrezen. 
Hij heeft een krachtig werk gedaan door zijn arm en Hij heeft hoogmoedigen in de overlegging van hun harten verstrooid; Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudigen verhoogd, hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden. Hij heeft Zich Israël, Zijn knecht, aangetrokken, om te gedenken aan barmhartigheid, – gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen – voor Abraham en Zijn nageslacht in eeuwigheid’.
En Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar en keerde terug naar haar huis
Luc.1: 39-56.

Het Mysterie van de Tempel – het wonen van God hier op aarde, de ontmoeting van God met de mens – heeft Zich in Maria vervult. God woont werkelijk in de mens en is in/met ons tegenwoordig op de aarde.
De Theotokos is ons voorbeeld en wordt derhalve de ark, “Tent van God”… genoemd. De heilige Augustinus zegt: “Nog voordat zij de Heer in haar lichaam ontving, had zij Hem reeds in haar ziel ontvangen”. Zij had voor Hem reeds haar ziel geopend en werd aldus de ware Tempel, waarin God als Mens op deze aarde tegenwoordig kwam.

Op deze wijze is in de Moeder Gods, Gods woning onder de mensen, reeds zijn eeuwige woonplaats voor altijd voorbereid.
De Theotokos is “eeuwig gelukkig [in het hiernamaals]”, omdat zij – op volmaakte wijze met ziel en lichaam – de woning van de Heer is geworden…
De Moeder Gods geleidt ons, wijst ons de weg door het leven, toont ons hoe wij zalig kunnen worden en de weg naar de Hemelse Grootheid en de Kracht en de ‘Heer’-lijkheid kunnen vinden.
Dit is de enige reden waarom wij [Orthodoxe] Christenen het feest van de ontslaping van de Theotokos vieren; los van het feit dat de Griekse geestelijkheid dit feest heeft doen omslaan naar een nationaal ‘bevrijdings’-feest, vanwege de overwinning op de Moren. Niet-Grieken beschouwen dit als een oneigenlijk ‘mis’-bruik van dit Hoogfeest vanuit politieke overwegingen en ergeren zich mateloos wanneer na afloop van de Liturgie politici worden ontvangen en onder hevig vlagvertoon het Griekse Volkslied wordt gezongen.
Christus heeft ons in deze geboden: “Zeker, zalig, die het woord Gods horen [bestuderen] en het bewaren”! Luc.11: 28. Wanneer we dit realiseren, zullen ook wij delen in dezelfde glorieuze Hemelse zaken als die de Theotokos ten deel zijn geworden. Dus “  zoekt eerst Zijn [Hemels] Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken wordenMatth.6: 33. De Kerk en haar diensten zijn er om het volk te onderwijzen en laat je a.u.b. niet in de war brengen door nationale voorkeuren.
De Apostelen werden uitgezonden tot degenen, die zij als priester hadden aangesteld en hebben daarbij slechts een gedeeltelijke bevoegdheid ontvangen. Ze kregen daarbij ‘niet’ de macht om de bijzondere genadegaven eenzijdig naar zich toe te trekken, die God, door de Heilige Geest, slechts aan diep gelovigen onder hen verleent en datgene vertrekt wat hen ten dienste staat om de zending van Christus te bewerkstelligen en het opbouwen van het Rijk Gods apostolaat te sturen – en niet om dit te doorkruisen en in verwarring te brengen.
De gekoesterde nalatenschap van de apostelen, die normaliter de ‘apostolische successie’ wordt genoemd, is slechts de overdracht van de Genadegaven van het priesterschap, die de Heilige Geest op Pinksteren heeft doen neerdalen.
Het vermogen wat hen via de ‘apostolische successie’ is toebedeeld is slechts het toezicht deze staat van het werk van de apostelen en de Heiland genadig voort te zetten, d.w.z. toezicht op de heiliging en de daarbijbehorende prediking van de Kerk en daartoe voor de wereld de pastorale autoriteit te vormen.
De geestelijkheid heeft via haar [Mystieke] wijding de macht van de Waarheid van het Geloof onveranderd te houden en is te toetsen aan de Waarheid, dewelke door de menswording van Christus en Zijn Blijde Boodschap is geopenbaard.
– Het is derhalve beslist niet de bedoeling dat degenen, die als toezichthouder zijn aangesteld, zich met bestuurlijke aangelegenheden van de individuele christelijke  gemeenschap gaan bezighouden, dat is de bevoegdheid van de priester in samenspraak met het gemeenschapsbestuur.

– Dat er in de tegenwoordige tijd Patriarchaten en bisschoppen zijn, die zich al dan niet laten financieren door de staat of hier zelfs eigenmachtig financiële leningen voor afsluiten is derhalve geheel in strijd met de hun toegewezen bevoegdheden.
– De Kerk wordt via verzamelde gelovigen, de potentiële dragers van het Allerheiligste, in door hen opgezette gemeenschappen opgebouwd en vervolgens voorzien van een geestelijk bewindvoerder [priester, met een, door het volk gekozen, bestuur,] en niet van bovenaf geïnitieerd.
– De Kerk speelt een Heil’s-bemiddelende rol tussen God en de mensen, gelovigen en ongelovigen; dit is de oorspronkelijke ecclesiologie en communion, welke aansluit bij de heilige Traditie en de canonieke praktijk van de Orthodoxe Kerk !!!
      Maak er ernst mee u wel beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het Woord der Waarheid2Tim.2: 15.

Augustus 12e – de Heiligen Aniketos en Photios

De Goddelijke zegen, van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

Het is redelijk om te veronderstellen dat deze toegewijde christenen uit de vroege Romeinse tijd, de heiligen Aniketos en Photios, die zich aan de bekendheid/publiciteit onttrokken hebben ten einde aan de vervolging te ontsnappen er niet alleen in geslaagd zijn om hun activiteiten onopgemerkt te laten blijven, maar zich eveneens uit de geschiedenis hebben weggecijferd, uitgaande van een anonimiteit die ze tot aan hun dood hebben weten te bewaren.
Want van de vele dingen, die we van hen mogen vernemen en aanschouwen, al was het maar in één enkele vermelding in de geschiedenis van de Kerk, zijn er maar weinig wiens leven parallel zal lopen aan die van Aniketos en zijn neef Photios.

H. Photios en Aniketos, martelaren van Nicodemia

Zij hebben een leven voor Christus geleid en stierven om Zijnentwil in de derde eeuw, een periode waarop christenen met diepe afkeer terug  kijken, omdat deze voor het overgrote deel in afschuwelijke omstandigheden werd doorgebracht.

Gedrags- en omgangsvormen die slechts zijn te omschrijven als totale wreedheid, afschuwelijke banaliteiten, die in deze eeuw door miljoenen mensen werden ondervonden en die de mens van deze tijd al zou hebben geschokt omdat ze de eenvoudige weergave ervan zouden weigeren te geloven.
Christendom wordt ook in onze tijd voor wat haar vervolging aangaat slechts op achterafpagina’s in kleine artikeltjes weergegeven – in die tijd was het niet anders, het waren slechts op kleine aantekenboekjes gekrabbeld weergaven door historici en geestelijken uit de oudheid, waarin de daadwerkelijke gevolgen en omstandigheden door het overgrote deel van de toenmalige en de tegenwoordige wereld nog niet eens gemist worden.
Ze lijken minder gruwelijk omdat het lot van zulke helden als Aniketos en Photios zo lang geleden is beklonken, dat ze zich voor ons in onze tijd minder wreed en minder geloofwaardig van betekenis zouden zijn .
Wanneer er in die tijd zoiets als een camera zou hebben bestaan, en datgene wat daar heeft plaatsgevonden aan kinderen tijdens de catechese zou zijn voorgelegd, zou menig ouder hier het grootste bezwaar tegen hebben gemaakt. Aangezien de meeste afrekeningen met christelijke martelaren onvermijdelijk eindigden met afschuwelijke marteling en een gruwelijke dood, dat hun ondergang bijna net zo routinematig werd voltrokken als dit vandaag de dag als methode wordt aanvaard en werden dezelfde gruwelijkheden door de vervolgers van lang geleden zonder pardon toegepast. De geschiedenis herhaald zich, ook ten aanzien van de christelijke kerken en daar doen de alleenheersers, die anderen hun wil opleggen, van toen en nu niet voor elkaar onder.
De levensgeschiedenis van Aniketos en in dood opgevolgd door zijn neef Photios , is iets wat ook in die tijd nog als een afwijking van de norm van de dag werd beschouwd, maar het dient tevens om aan te geven dat het hier om een tweetal gaat die voorzeker in God’s gunst moet zijn opgevallen.

Diocletianus’ paleis, copy

Tijdens het bewind van de duivelse keizer Diocletianus in de derde eeuw was er niet zoiets als wat wij tegenwoordig een politiek activist noemen, omdat er geen politieke ideologie de moeite waard was om voor te sterven.
Maar er waren in grote aantallen gelovigen, die niet voor de Blijde Boodschap van Christus opkwamen, omdat de dreiging met de dood nog een voldoende afschrikmiddel bleek te zijn voor de ‘ware’ volgeling van Jezus Christus.
Hoewel niet is vast te stellen of Aniketos een gewijd geestelijke of een leken-  prediker was, is het voldoende om te weten dat hij een opmerkelijk religieus leider was, die overduidelijk over onbetwistbare moed beschikte.
Zijn niet aflatende toewijding aan de Vorst, Die slechts Vrede sticht ‘Christus‘ viel zelfs de onschadelijke heidenen op, die het misschien niet met hem eens waren, maar die het niet konden nalaten in de prediking van het Woord van de Verlosser te herkennen dat er een Goddelijke Liefde voor de gehele mensheid werd aangeboden. Dit pakten de verbeten Romeinen op, die ofwel de christenen als een bedreiging beschouwden, of zij die in de arena dezelfde vrijstaande persoonlijke emotie na hun dood als een sport leek te zien en hen als gladiatoren beschouwden. Ongeacht de omstandigheden werd Aniketos als een leidend christelijke persoonlijkheid gezien van Rome beschouwd en waren zijn activiteiten tot op het hoogste niveau, zelfs bij de keizer bekend.

keizer Diocletianus, borstbeeld

Deze door de duivel aangedreven keizer Diocletianus had het idee opgevat deze christelijke predikant eens te toetsen op zijn welsprekendheid, die hij als verspilde moeite beschouwde en een waardeloze ijveraar van het christendom. De keizer was de dag van de ontmoeting in een van zijn bijzonder lelijke stemming toen hij beval dat Aniketos voor hem gebracht diende te worden voor een twistgesprek.
Er werd verwacht dat de geweldige positie van de keizer, evenals de ondersteunig door zijn valse goden, Anikitos vrijwel sprakeloos zouden maken.
Het omgekeerde bleek waar te zijn, toen Aniketos verscheen en de argumenten ter verdediging van de ‘stenen’ afgoden volledig onderuit haalde.
Het gevolg was dat de niet tot inkeer te brengen keizer het gezagswoord van een wereldse rechter uitsprak, die ‘t recht van leven of dood meent te mogen uitspreken.
De keizer was zo woedend dat hij beval Aniketos voor de leeuwen te gooien, samen met zijn begeleidende neef Photios, die het lef had gehad zijn oom ter ondersteuning bij te staan.
Beiden werd nog uitgebreid en breedvoerig het aanbod gedaan dat zij clementie konden krijgen als ze Jezus Christus gewoon zouden verloochenen, maar dit aanbod werd door hen afgewezen, waarop de twee christenen werden afgevoerd teneinde als voer voor de beesten te worden vernietigd.
Toen zij beiden in het zand van de arena naast elkaar om Kracht stonden te bidden, werd een hongerige leeuw uit z’n kooi losgelaten en in de arena losgelaten. Het viel de leeuw op dat beiden stonden te bidden maar hij werd door een onzichtbare barrière weerhouden bij hen in de buurt te komen en zich aan hen als voedsel te goed te doen.
Dit had een grote hilariteit van het publiek tot gevolg en dit voedde de koninklijke gramschap nog meer en hij gaf de opdracht ehn dan maar aan het vuur prijs te geven antwoord op hun vermeende toverkunsten.
Toen de vlammen hun werk hadden gedaan, namen christenen de lichamen van deze doden uit de arena vandaan, die niet het minste of geringste spoor van brand vertoonden.
Deze twee voor de meesten onder ons onbekende heiligen gaven hun leven voor Christus op 12 augustus 289 en zo is het velen in de loop van de geschiedenis tot op de dag van vandaag vergaan.

Heilige Aniketos

God beoordeelt de mens met iets kostbaars; voor God zijn wij net zo’n kostbare schat als God voor ons is.
Omdat gij kostbaar zijt in Mijn ogen en hooggeschat en Ik u liefheb, geef Ik mensen voor u in de plaats en natiën in ruil voor uw levenIsaiah 43: 4.
Uw sieraad zij niet uitwendig: het vlechten van haar, het omhangen van goud of het dragen van gewaden,  maar de verborgen mens van uw harten, met de onvergankelijke [tooi] van een zachtmoedige en stille geest, die is kostbaar in het oog van God1Petr. 3: 3,4.

Heilige Photios

Christus kwam naar deze aarde om te zoeken naar die mensen die verloren dreigen te gaan. Hij is Die Hemelse Koopman die een mens is geworden om Zijn kostbare schat of parel te zoeken onder de mensheid in een wereld die vervloekt is geraakt door de zonde.
Hij vind Zijn schat in de aarde, in het vuil en in de modder; Hij komt in een wereld waarin niemand nog bereid lijkt te zijn om de schat van het Hemels Koninkrijk te zoeken.
Hij kwam in een wereld die gehuld was in spirituele duisternis en toch komt God ‘Zelf‘ naar deze aarde om die kostbare schat te zoeken en uit te graven; want ‘Christus is onder ons, Hij is en zal zijn‘.

10e Zondag na Pinksteren – afscheid van het feest van Transfiguratie en de genezing van de maanzieke jongen

Christus geneest maanzieke ​​jongen, afb. William Brassey.

      Er kwam iemand tot Christus, knielde voor Hem neer en zei:            ‘ Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water. En ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen’.
      Jezus antwoordde en zei: ‘O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng hem Mij hier’. En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af.
     Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren:
‘Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?’.
     Hij zei tot hen: ‘Vanwege jullie kleingeloof. Want voorwaar, Ik zeg jullie, indien je een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u van hier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn. Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten’.
     Terwijl zij samen in Galilea verkeerden, zei Jezus tot hen: ‘De Zoon van de mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen en zij zullen Hem ter dood brengen en ten derden dage zal Hij opgewekt wordenMatth.17: 14b-23b.

Zelfreflectie – استبطان – ενδοσκόπηση

      Want het schijnt mij toe, dat God ons, apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen.  Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.  Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven; wij verrichten zware handenarbeid;
worden wij gescholden, wij zegenen;
worden wij vervolgd, wij verdragen;
worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk;
wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe.
Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Want al hadden jullie duizenden opvoeders in Christus, jullie hebben niet vele vaders. Immers, ik heb u in Christus Jezus door het evangelie verwekt. Ik vermaan u dus: ‘volgt mijn voorbeeld’1Cor.4: 9-16.

Transfiguratie

Een absoluut hoogtepunt in de Blijde Boodschap is de beklimming van de berg Thabor, waar de Transfiguratie plaatsvindt.
Daar is ‘de Hemel’ voor dat moment open gegaan en heeft Christus Zich in ‘Zijn Ware Gedaante’ getoond als ‘de Verheerlijkte’ op de berg in het bijzijn van de profeten Mozes en Elia.
Nog voordat Zijn Licht van Pascha is het ‘Licht van Pascha’ al aan de drie medeleerlingen verschenen, ja, nog voordat Christus aan Zijn lijdensweg is begonnen: een ervaring, die een Mystieke eenheid, verbondenheid heeft opgeroepen.
Maar de werkelijkheid, het echte leven daar beneden aan de voet van de berg; daar is nog niets veranderd, daar kom je weer met beide voeten op de grond.

lunatism, جنوني, ανισόρροπος

Op hoogtepunten volgen ook dieptepunten, daar behoef je geen profeet voor te zijn, het leven is immers een golfbeweging. Maanziekte of lunatisme is een vermeende geestesziekte waarbij mensen door stemmings-wisselingen zouden worden getroffen wanneer de maan in haar schijntoestand van volle maan verkeert en deze heeft up’s en down’s tot gevolg.
Ook zou het gaan om mensen die erg wispelturig zijn en continue van stemming veranderen, een bipolaire stoornis hebben, die ook wel een manisch-depressieve stoornis genoemd wordt.
De oude Grieken hadden hier een remedie tegen door het eten van knolselderij voor te stellen – selderij sélion, afgeleid van sélène, wat maan betekent.
Maanziekte is niet wetenschappelijk bewezen; het is een folkloristisch geloof dat teruggaat tot de oudheid en zelfs de prehistorie. De Engelse termen lunacy [= gekte] en lunatic of loony [“gek”] stammen af van dit geloof in maanziekte.
Ook werd slaapwandelen en epilepsie werd met de invloed van de maan in verband gebracht.

Wij zijn allemaal wel eens ontmoedigd, het is iets wat algemeen voorkomt; ook christenen kunnen ontmoedigd raken, het is iets wat steeds weer de kop op steekt. We kunnen ook elkaar aansteken, je zou kunnen zeggen dat het aanstekelijk is, doordat wij andere mensen kunnen ontmoedigen, doordat je zelf ontmoedigd bent.

opgraving – Herbouwen van muur rond Jeruzalem onder leiding van profeet Nehemia

Maar waardoor geraken mensen ontmoedigd?
1.]. Allereerst hangt het samen met vermoeidheid. De mensen uit Juda ten tijde van de profeet Nehemia, die de muur van Jeruzalem aan het bouwen waren zeiden: “    De kracht van de dragers schiet tekort en er is teveel puin en stof, zodat wij aan de muur niet zullen kunnen bouwen. 
Onze tegenstanders echter zeiden: ‘Zij zullen het niet gewaarworden, tot wij in hun midden komen, hen doden en op die manier zullen wij het werk doen ophouden’”. “En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons weerkeertNeh.4: 10-12.
Met andere woorden zij waren uitgeput.
Soms komen er mensen op ons pad, die zeggen: “     Misschien moet ik m’n leven wel weer helemaal opnieuw aan de Heer toewijden”. Hun werkelijk probleem is echter dat zij totaal opgebrand zijn. Uit allerlei problemen is op te maken dat zij rust nodig hebben. Soms is dan het meest geestelijke wat je kunt doen – gewoon naar bed gaan en jezelf ontspannen, of zo het binnen je budget past, er een een periode tussen uit gaan.
     Wanneer steken vermoeidheid en ontmoediging de kop op?
Wanneer je halverwege een project bent, zoals de Judeeërs bij het bouwen van de muur.  Bij de aanvang van een verbintenis/ een project is iedereen enthousiast, het is immers iets nieuws, maar na een tijdje is het nieuwtje eraf en wordt de inzet moeilijker, omdat het eentonig wordt. Het leven wordt een sleur, vervolgens wordt het een routine en vervolgens een ritueel, ook in huwelijken.
     Heb je wel eens een kamer behangen, eerst zwoegen om die oude lagen eraf te krijgen, oneffenheden egaliseren, voorstrijken vanwege het vliesbehang. Wanneer je halverwege bent, kijk je om je heen en zegt: ‘Ik wordt het al zat en ik ben nog maar op de helft. En dat alleen, maar wanneer ik klaar ben, moet ik ook nog assauzen in de goede kleur en al die troep opruimen’.
Vermoeidheid is de grootste oorzaak van ontmoediging en het overkomt je vaak halverwege; dat is de reden waarom veel mensen er niet toe komen een klus volledig af te maken.

opgraving muur Jeruzalem; er is teveel puin en stof

2.]. Er is een tweede oorzaak waardoor een mens ontmoedigd kan geraken. Zoals het Joodse Volk zei: “   Er is teveel puin en stof; we zijn niet in staat de muur te bouwenNeh.4: 10. Dat is omdat zij gefrustreerd raken – “ In het zweet van jouw aanschijn zul je brood eten, totdat je tot de aardbodem weerkeert, omdat je daaruit genomen bent; want stof ben jij en tot stof zul je weer-kerenGen.3: 19. Zij waren ontmoedigd en gefrustreerd – wat een puin en stof – ze waren een nieuwe muur aan het bouwen, maar er lag over wel wat, gehakt afval van de stenen, lege zakken en opgedroogd cement, een en al viezigheid en het kleeft nog aan je huid en kleren. Ze verloren het doel uit het oog; er was zoveel troep in hun leven ontstaan, dat ze niet meer wisten even-wichtig voort te gaan; laat staan dat ze wisten hoe zij verder te gaan met de dingen, die er wel toe deden. Het lijkt wel – naarmate je verder gaat – dat de rommel, die je zelf veroorzaakt zich steeds verder ophoopt, dat je geen lucht meer krijgt.
Je kunt onmogelijk voorkomen dat de rommel zich in je leven opstapelt – het zijn de alledaagse dingen, die je tijd verspillen en je energie opvreten en je dermate gaan frustreren, dat je niet langer meer de persoon bent, die je wilt zijn – die je ervan weerhouden datgene te doen wat noodzakelijk is. De rommel in je dingen zijn zaken, die je in de weg staan, de onderbrekingen, die je weerhouden om je doel te bereiken. Dit zijn zaken, die we uit ons leven dienen op te ruimen.
3.]. De derde oorzaak waardoor de mensen ontmoedigd raken wordt eveneens vermeld: “ Wij zijn niet in staat de muur te bouwen”. Weet je wat dat wil zeggen, je begint te twijfelen, je hebt geen vertrouwen meer in jezelf: je denkt “dat kan ik niet, dat is mij onmogelijk, het was dom van mij om het te proberen”. Het Joodse Volk begon te klagen, geraakten ontmoedigd en zeiden: “We kunnen het niet, dus stoppen we er maar mee”.
     De vraag is nu – hoe ga je met eigen falen om; ga je over tot zelfmedelijden. Begin je zitten te kermen en te klagen als het Joodse Volk en gooi je het bijltje erbij neer? Nou dan ga ik maar scheiden, zoek de eerste de beste therapeut om dit te bevestigen en vervolgens eenzaamheid en opnieuw zelfbeklag, tot je een volgend slachtoffer als partner vindt.
     Of je geeft ‘de ander’ de schuld – iedereen liet ‘mij’ zitten – ‘zij’ hebben steken laten vallen en ‘hun werk’ niet goed gedaan.

Jeruzalem ten tijde van profeet Nehemia

4.]. Er is een vierde oorzaak, waardoor mensen ontmoedigd geraken.
    Onze tegenstanders echter zeiden: ‘Zij zullen het niet gewaarworden, tot wij in hun midden komen, hen doden en alzo zullen wij het werk doen ophouden’Neh.4: 11.
Zowel in het beloofde land van de Joden als in de Lage landen zijn er tegenstanders, die niet willen dat er een muur gebouwd wordt, dat een en ander succesvol verloopt. Een muur rond de stad houdt tevens in dat de stad/ het levensproject/het Verbond verdedigd wordt en ‘iedere’ stadsgenoot zich veilig weet en daarom willen de tegenstrevers niet dat de muur wordt afgemaakt. Dus wordt er door de omgeving door ‘deze of gene’ dingen uitgehaald waardoor het project op niets uitloopt en wordt de onderlinge samenwerking bedreigd waardoor de overeenkomst om het project/het Verbond tot een goed einde teniet wordt gedaan – zij doden je tenslotte wanneer jij het project toch voortzet.
De bouwers [van de muur] geraken ontmoedigd door de vierde oorzaak van de ontmoediging -“ANGST”-. Het waren de joden die bij hen woonden [Neh.4: 12], de Joden, die het dichtst bij de vijand woonden. Vervolgens ontmoedigden zij de anderen door te zeggen: “We zullen niets merken, totdat ze in ons midden zijn en ons zullen doden”. Je weet wat er gebeurt wanneer je maar lang genoeg met een tegenwerkend persoon omgaat; “waar je mee om gaat, daar wordt je mee besmet”. Dus weet wie je vrienden en vriendinnen zijn, wanneer je het moeilijk hebt. Wanneer je steeds van iemand [die misschien wel in hetzelfde schuitje zit] te horen krijgt: ‘Dat gaat je nooit lukken’, zul je hem/haar uiteindelijk gaan geloven. Dat is het gevaar van een echtscheidingsmakelaar of ‘Mediation’ zoals zij dat tegenwoordig noemen, dat is ‘geen‘ bruggen slaan – ‘geen‘ moeilijkheden overwinnen, maar valkuilen graven.
Het verschil tussen winnaars en verliezers – zij, die hun 50 jarig jubileum behalen is dat winnaars het falen slechts zien als een tijdelijke tegenslag, die overwonnen dient te worden.
Zijn er angsten, die je ervan weerhouden te groeien en jezelf te ontwikkelen?
Ben je bang voor kritiek van een werkelijke hulpverlener òf ben je bang om voor schut te staan, wat zal die andere ‘gewijd persoon’ er wel niet van denken? Bent u nu werkelijk zo naïef dat u de enige bent, die met dit soort problemen rond-loopt. Hoe kom je er achter dat angst de oorzaak is van je ontmoediging, dat het jouw probleem is?
Je hebt de neiging om hard weg te lopen – je wilt ontsnappen aan de druk van het leven; de natuurlijke reactie is dan – ‘wegwezen’, ontlopen die handel. Er zijn in het leven maar drie manieren van bewegen: ‘tegen’ iets uit boosheid, ‘weg’ uit iets ‘uit de angst‘ en ‘samen’ met iets ‘vanuit liefde‘.
Een Profeet blijkt hier de enig overgebleven leider, geleid door de Heilige Geest van God. Hij had zich werkelijk in het probleem verdiept en wist waardoor de mensen ontmoedigd waren en daardoor kwam hij met de juiste maatregelen om het probleem uit de wereld te helpen. Er zijn drie manieren om mensen bij te staan, die op het punt staan een verbintenis op te geven: “reorganisatie, herinnering en verzet”.

Wederopbouw van de muren van Jeruzalem

Re-organisatie, is het opnieuw en anders inrichten van een georganiseerde groep mensen ten einde te overleven. Met andere woorden: we gaan het hier helemaal anders doen; we voeren een nieuw systeem in.
Jullie gaan daar staan en jullie op deze plek en wij [buitenstaanders] zullen dit probleem wel eventjes voor jullie oplossen.
          Het eerste principe in het overwinnen van ontmoediging is dit:
reorganiseer je leven, de manier waarop je alles tot nog toe deed wordt –
stukje bij beetje– onderzocht en er wordt . . . . .  gezamenlijk– overlegd.
Je begint met vast te stellen wat –je doelen zijn– wanneer je ontmoedigt raakt, dien je niet je oorspronkelijke doelen op te geven; in tegendeel, bedenk –
een andere– aanpak.
Het wil niet zeggen dat je het verkeerde doet; je kunt het goede doen, maar op de verkeerde manier. Was het verkeerd dat de Joden de muur bouwden? Helemaal niet; het was goed.
Ze deden het goede echter op de verkeerde manier, waardoor ze ontmoedigd werden. 
          Heb je een probleem? Verander dan je leven, reorganiseer het.
Heb je problemen in je huwelijk? Geef niet op, probeer een ander houding aan te meten.
Heb je problemen in je kerkgemeenschap? Probeer een andere aanpak, niet zeggen bij mij thuis loopt het niet goed, dus het probleem wat ik met kerkfabrieken heb zal ik in dat andere land ‘anders’ aanpakken, ik leg het ze gewoon op, zonder enige vorm van overleg met het gelovige volk.
Heeft u problemen met uw geestelijk leven, geef niet op probeer een andere manier bij het invullen van je gebedsleven. Heb je gezondheidsproblemen, probeer een andere arts – geef niet op, ga door met doorgaan.

Bombardement 1695

          Enkelen van ons zijn ontmoedigd omdat ze onder enorme druk staan; ze hebben ongelooflijk veel werk – een overvolle agenda – door de bomen het bos niet meer zien.
Gods boodschap is dan ‘reorganiseer‘.
Reorganiseer je tijd, verander je schema; richt je op een andere manier op je doel. Verwijder alle rommel, puin en onbelangrijke dingen, de dingen waarmee je je tijd verspilt. Reorganiseer de dingen daarna dusdanig dat je naar je hoofddoel toewerkt.
In het tijdsmanagement noemen ze dit ROI-tijd – ‘Return On Investment’ [optimale opbrengst zien te behalen uit datgene wat je investeert].
We besteden namelijk 80% van onze tijd aan de 20% van onze bezigheden, die niet productief zijn; met gevolg frustratie. Wat we dat dienen te ondernemen is: 8o% van onze tijd te besteden aan de 20% van ons werk die het meeste resultaat heeft. Met andere woorden gebruik de maximale tijd voor die paar zaken, die de beste resultaten opleveren.
We hebben medechristenen nodig om elkaar te ondersteunen en op te richten. Wanneer ik het niet meer zie zitten, weet ik wie mij ondersteunt en wanneer jij het niet meer ziet zitten steun ik jou; dat noemt men supporting. Het is daarbij nodig dat dit zo dicht mogelijk op de werkvloer plaatsvindt – want daar wordt opgemerkt wat de noden zijn. Daar wordt meegeleden met de behoeftigen en de dorstenden, daar is aandacht voor hen die vallen.
Wederom aanschouwde ik een ijdelheid [hoogmoed] onder de zon: Daar is er een zonder metgezel, ook zoon of broeder heeft hij niet, en er is geen einde aan al z’n zwoegen; ook worden z’n ogen niet verzadigd van rijkdom; Voor wie tob ik mij dan af en ontzeg ik mij het goede? Ook dit is ijdelheid [hoogmoed] en een kwaad ding. Twee zijn beter dan een, omdat zij een goede 
beloning hebben bij hun zwoegen. Want, indien zij vallen, dan richt de een de ander weer op; maar wee de ene die valt zonder dat een metgezel hem opricht! Ook indien er twee neerliggen, zullen zij warm worden, maar hoe zal één alleen warm worden?  Kan iemand er een overweldigen, twee zullen tegenover hem kunnen standhouden; en een drievoudig snoer wordt niet spoedig verbrokenPred.4: 7-12.
In deze is de Liefdesband van de Heilige Drie-eenheid een al-oud christelijk begrip. “    Wanneer je geen liefde hebt voor anderen, beteken je niets1Cor.13. en wat je niet hebt, dat kun je niet geven.

Gods Woord geeft Kracht

Herinnering; bedenk wie “Wie” is.
Hoe kun je nog meer ontmoediging te boven komen?
Kijk eens hoe de profeet Nehemia het aanpakt, hij zegt:
      Ik zag toe, en stond op en zei tot de edelen, de leiders èn het overige volk: Vreest toch niet voor hen; denkt aan de Grote en Geduchte Heer en strijdt voor uw broeders, uw zonen en uw dochters, uw vrouwen en uw huizenNeh.4: 14.
Wat betekent aan de Grote, Heilige, Sterke en Onsterflijke Heer denken?
Dat betekent jezelf ‘opnieuw‘ aan Hem toewijden; dat betekent opnieuw in Zijn Geestelijke Kracht gaan staan.
Wanneer je bij jezelf nagaat en je herinnert wat God in geheel je leven voor jou geweest is; hoe Hij Zich –zonder aanzien des persoons– onder het gewone werkende volk begaf en Zich hun lot aantrok.
Wanneer je jezelf realiseert hoe dicht God Zich als Vader ‘om jou‘ gegeven heeft, dan zal je Geest van Liefde weer opgericht worden. Hij is bij je òf je het nu ervaart of niet, want Hij heeft gezegd:
    Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, wees tevreden met wat je hebt. Want Hij heeft gezegd: ‘Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Heer is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?Hebr.13: 5,6.
Denk aan Gods Kracht voor de toekomst – Hij zal u in Zijn Genadegaven Kracht geven:
      Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden zowel in overvloed als in gebrek.  Ik vermag alle dingen in Hem, Die mij Kracht geeft. Toch hebt gij er goed aan gedaan, te delen in 
mijn verdrukkingPhil.4: 12-14.
Richt je wanneer je ontmoedigd bent niet op je omstandigheden, maar op de Heer, want omstandigheden maken je somber en ontmoedigen.
      Bedenk daarbij dat je gedachten bepalend zijn voor je gevoelens. Wanneer je jezelf ontmoedigd voelt, dan komt dat omdat je ontmoedigende gedachten denkt. Wanneer je jezelf bemoedigd wilt voelen, ga dan bemoedigende gedachten denken. Zoek een aantal bemoedigende teksten op: “de Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets, op grazige [groene] weiden laat Hij mij grazen, ik vrees geen kwaadconf. Psalm 22 en “ Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft” Marc.9:23.
” Want waar uw hart is, daar zal ook uw schat zijn” Matth.6: 21
Een schat wordt hier vergeleken met het hart. Die schat of die parel is God waar je hart naar opzoek is en het weet te vinden. Die schat is kostbaarder dan alles wat je bezit en je bent bereid om alles te verkopen om die kostbare schat te bezitten. Het is een onbetaalbare schat en meer waard dan alle schatten van de aarde. Zo’n illustratie kan je ook lezen bij het verhaal van de rijke jongeling,  waarin een jongeman aan de Heer vraagt  wat hij moet doen om deel uit te maken van het Hemels Koninkrijk. Jezus verteld hem vervolgens dat hij alles moet verkopen en hem moet volgen. De jongeman loopt vervolgens teleurgesteld weg omdat hij veel bezittingen heeft. Deze jongeman had zijn hart dan ook gericht op aardse schatten en niet op hemelse schatten.

Verzet, ga het gevecht aan

Reconstructie Jeruzalem, de oude stad van David

Ja, je kunt tegen ontmoediging vechten.
    strijdt voor uw broeders, uw zonen en uw dochters, uw vrouwen en uw huizenNeh.4: 14.
Geef niet zonder slag of stoot op geef niet toe aan de ontmoediging; verzet je er tegen.
Wij christenen zijn verwikkeld in een bovennatuurlijke conflict, een geestelijke oorlog, een strijd met negatieve krachten. De tegenstrever is de aanklager van de christenen; hij houdt ervan om ons omlaag te drukken en zijn belangrijkste wapen is de ontmoediging, want hij weet maar al te goed dat een ontmoedigde christen een gewillig slachtoffer is.
Wij behoeven niet ontmoedigd te zijn in ons leven, de keuze is aan onszelf. Bijzondere mensen en dat zijn wij, wij christenen zijn afgezonderd – hebben de wereld de rug toegekeerd, weigeren eenvoudig zich te laten ontmoedigen. Zij geven nooit op, zelfs niet wanneer zij vermoeid of zich tekort gedaan voelen. Bijzondere mensen zijn gewone mensen met – door God gegeven –  ongewone hoeveelheid volharding; houden gewoon vol en geven nooit op.

Was het op de berg dat ons “een stralend Licht” werd getoond, dan is het hier beneden in hoge mate, behoorlijk donker.
De zon is weg, “het Licht” gedoofd . . . . .
De gebrokenheid van het menselijk bestaan wordt met slechts enkele woorden gekenschetst in het portret van die maanzieke jongen:
    hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water“.  Het is een beeld om iets uit te drukken:
deze maanzieke jongen staat voor de mens in zijn onzeker bestaan .
De maan heerst over deze mens. Hij zit gevangen in de schijngestalten van de maan . . . Hij vindt geen houvast, nergens. Hij valt, steeds weer opnieuw en staat weer op. Erger nog: hij vervalt, deze mens, in extremen: “dan weer in het vuur en dan weer in het water”.
De mens kan z’n evenwicht niet vinden; hij/zij is de gevallen mens . . . . .
die helemaal vast is komen te zitten en zich geen raad meer weet;
niet weet waar hij het zoeken moet.
Hij/zij is er ‘erg aan toe’, de gevallen mens . . . . . ,
die wel wil opstaan, maar telkens weer opnieuw valt hij/zij . . . . .

Wie zal hem/haar oprichten ? Wie zal hem/haar redden ?
Hij/zij ziet vreselijk af . . . [afzien =  hij/zij moet zich heel erg inspannen en lijden]
Hij/zij lijdt onder het kwaad en het lijden is te moede, maar
hij/zij staat weer op . . . . .
Geloven in de bijbelse zin van het Woord is: in het leven staan met wederzijds vertrouwen . . . . .
Geloven is in onze tijd een nogal beladen begrip: maar het verwijst naar
een diep menselijke geestkracht om het menselijk bestaan te doorstaan,
naar het je kruis opnemen en Christus te volgen, de moed om te zijn:
gelovig zijn, dat is vertrouwen in het Licht, in het Leven, In het ver-‘Heer’lijkte Licht  van de Zoon, Die in de Heilige Geest verwijst naar de Vader . . . . .
Christenen wisten vroeger veel, wat tegenwoordig bijna onbekend en zelfs door de geestelijkheid vergeten is. Een ‘al te rationele manier van‘ nadenken over het christelijk geloof heeft ons veel ontnomen. Zo ook de ervaring van de ‘extase‘, het be-‘vuurd’ zijn, het gevoel van groot geluk en buiten onszelf te zijn. Extase betekent eigenlijk: ’Ik verhef me,  ik sta rechtop, uit mezelf vandaan’. Ik treed buiten mezelf en richt me op.
In het vroege christendom is er veel gebeurd langs de weg van de extase, veel om de mens te helpen en te genezen. Niet op een wijze, dat men het had kunnen plannen of door luchtkastelen bouwen. Extase is altijd een spontaan gebeuren; het vindt plaats of het blijft uit. Maar wanneer het gebeurt, dan verandert het de mensen, bezielt ze en maakt het ze vrij en onafhankelijk; zij richten zich op.
Wij denken als we over extase praten aan drugs of aan andere suggestieve trucjes, die verslavend werken en maar van korte duur zijn.
Maar extase is zó’n ontzettend belangrijk proces in de ziel van de mens, zó verlossend en behulpzaam, dat het hoog tijd wordt het weer terug te vinden, waar het dan ook maar mogelijk is.
    
Richt je dus op en geloof weer vanuit de grond van je hart in je [Christelijk] Geloof, zoals je in de liefde gelooft, ook als je voor beiden geen bewijzen hebt. Geloof, dat je ‘jawoord’ aan je bestaan, je lot, jezelf uitdrukking aan je Geloof geeft, ook als dat je niet dagelijks mocht lukken.
    Er kwam iemand tot Christus, knielde voor Hem neer en zei:
‘ Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water. Help hem als je kunt!’”.
“‘Wie gelooft kan alles’”
antwoordt onze ‘van God gezonden‘ gezalfde Geneesheer. Dan roept de man in tranen uit: “ ‘Ik wil immers geloven, Heer’!  ‘Kom mijn ongeloof te hulp!’”. En Jezus pakt de jongen bij de hand en richt hem op.

  • Geloven dat is, je met je hele bestaan, je hele hebben en houwen,
    in al je gebrokenheid en de wonden, die je onderweg hebt opgelopen,
    maar je door niets of niemand laten afbrengen van die éne basisovertuiging:
    dat alleen al het feit dat je er bent, genoeg kan zijn om een leven lang Kracht uit te putten,
    te leven in Verwondering en dat God jou zal geven wat komen moet.
    Dat is wat onze Heer en zaligmaker van ons verwacht; dat iemand jou bij de hand durft te nemen, als jij hem uitstrekt. Het vertrouwen, dat er iemand is, die je opricht. Het is ‘een en al‘ staan, ook als je geen vast punt ziet, waarop je zou kunnen staan. Het vertrouwen, dat je iemand vastpakt als je je evenwicht verliest, waar het jou aan ontbreekt. Dat er veranderingen in je zullen plaatsvinden, waaruit je eigenlijke definitieve gestalte, als evenbeeld van God, tevoorschijn zal komen.
    Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm u, mij vernederde zondaar”.
  • David & Saul by Ernst Josephson

    Gezond kan men de mens ook noemen als hij in staat is gebleken het Zijne op Goddelijke wijze in deze wereld en onder de mensen te doen. De boeken Samuel vertellen over de opkomst en ondergang van het koningschap in Israël: “Doe, wat er op je weg komt, want God is met je” zei die profeet eens tegen een jongeman, die voorbestemd was om koning te worden.
         Het gaat er dus altijd om, wat je in de praktijk doet. Je weg naar binnen blijft nooit lang binnen, het gaat over waar je God werkelijk volgt, direct naar buiten en heeft zijn uitwerking. Als je niet, bij iedere stap misschien weer anders, naar buiten komt naar de mensen, betrokken op hun noden, hun leed, dat je ziet en aan den lijve ervaart, de problemen en de machten, dan is er iets goed fout. Je bent een vrij mens, doe dus, wat vrije mensen doen.

➥➥➥            Alleen: waar haal je de moed vandaan?
Heel nuchter: uit de toetsing van machtsverhoudingen. Moed is nodig om een macht tegemoet te treden; Macht is bedreigend en moed betekent de bedreiging te trotseren. Toets dus: wat voor een macht staat er tegenover me? Met hoeveel macht kan ik het opnemen?
Onze Heer Jezus Christus zegt het ons heel simpel: als je Degene kent, in Wiens opdracht je handelt, onder Wiens bescherming je staat, de “
God van de Hemelen en de aarde”, dan wordt elke macht gerelativeerd, die mensen of systemen of verhoudingen zouden willen uitoefenen. Overschat dus nooit de macht van mensen. Vertrouw op de Waarheid, waarvoor je staat. En laat degene, die denkt dat hij machtig is, terzijde staan, in jouw doen en laten geëlimineerd worden.
Ga je weg als vrije, onafhankelijke mens en leef in harmonie met de hogere wil.
            Verzamel dus moed en handel anders. Wat normaal gesproken door mensen wordt gedaan, wat men juist vindt, wat men prijst of beloont, laat zelden je vrijheid beperken/uitdoven, maar pas je eerder aan ten opzichte van verhoudingen, regels en meningen, zoek je eigen weg.
Christus zegt ons: “Kom en ga een andere weg- verlaat het gebruikelijke – je zekerheid, je goede naam, je huis. Doe het andere, het buitengewone”.
            Doe het zo, zegt Jezus, dat je handelingen met je doel overeenstemmen, als je datgene wilt bereiken wat je zoekt. Streef naar het Koninkrijk van God en naar het rechtvaardige, dan zul je met al het andere waarnaar je streeft, je doel bereiken. Hoe vanzelfsprekend. Wat je zoekt, dat zal je ook toevallen.

Wat is gerechtigheid?

Wat is gerechtigheid?

We kunnen zeggen: ieder krijgt evenveel. Of: ieder krijgt hetzelfde. Of: ieder krijgt wat hij nodig heeft. Of: diegene krijgt de beloning of de straf die hij verdiend heeft. Maar we dienen goed te begrijpen, dat de Blijde Boodschap met ‘gerechtigheid’ iets anders voor ogen heeft dan de gerechtigheid van de verdeling of van wraak.
            Het staat er ongeveer zo: een mens is ‘rechtvaardig’, als hij zijn opdrachten ‘recht aandoet’ of zijn rol of zijn functie op de juiste wijze vervult. Hij voldoet aan wat de maatschappij van hem verwacht. Hij doet ’recht’ aan de verhoudingen of aan de bestaande afspraken. Gerechtigheid is voor de Blijde Boodschap niet iets dat je in een weegschaal legt, zoals die bij ons door vrouwe Justitia met geblinddoekte ogen in de hand wordt gehouden, maar het is ‘maatschappelijk gerechtvaardigd’ doen en laten. Als een mens voor God ‘gerechtvaardigd’ is, dan is dat niet zozeer omdat men hem geen onrecht kan verwijten, maar vooral omdat hij in zijn eigen doen en leven zijn betrekking tot God ‘recht’ heeft gedaan.
Zoals een herder zich verdiept in z’n schapen, weet wat hen bezig houdt en ‘zorg‘ heeft voor z’n kudde. 
 Dat hij zo leeft, doet en laat als de heilige God het bedoeld heeft. Onze Heer en Zaligmaker geeft het kortweg zo weer: “Streef naar het Koninkrijk der Hemelenen en doe wat God je opgedragen heeft”.
Wat is het doel dat de mensen zich stellen? Dat er orde en gerechtigheid is, de vrijheid en de welvaart wordt gewaarborgd voor iedereen?
            Over de gehele breedte van wat wij van onze Heer weten, is een duidelijk ‘trekken naar de onderkant van de samenleving’ merkbaar. Hij wendt zich tot de bedreigden, de uitgebuiten, de armen, de grensgevallen, de belasterden. De sociaal gerichte grondslag is voor Zijn gehele Christelijke Pedagogie kenmerkend.

Wie naar onze Heer luistert, merkt dat Hij Zich niet alleen om het individu en zijn ellende moet bekommeren, maar ook om de ‘verhoudingen’, hoe ze zijn en hoe ze niet zouden moeten zijn. Voor ieder die tegenwoordig naar vroomheid zoekt geldt, dat men een diep gevoel dient te krijgen voor al het lijden op deze aarde, het leed van de mensen en het leed van de schepping.
Er is een gevoel voor het sociale en de manier waarop men correct bestuurd wordt; er is een principieel gevoel voor gerechtigheid. Het is geen modieuze dwaling, wanneer er tegenwoordig christenen bestaan, die ervan overtuigd zijn, dat het eerste en belangrijkste van hun Geloof dit meevoelen en medelijden is met al wat zo ver weg schijnt, en het meehuilen en meewerken, waar het wereldgebeuren en onze participatie aan de oorzaken met name bij genoemd moeten worden.
    Daarom staat in de Apostel-lezing: “     Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.  Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven; wij verrichten zware handenarbeid;
worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen;
worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe”.

Apolytikion     tn.1

  Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1
  Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
  Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.

9e Zondag na Pinksteren – Dit jaar, het Hoogfeest van Transfiguratie

Transfiguratie – Μεταμόρφωση – تجلي , Antiochian icon, Paris

            En zes dagen later nam Jezus Petrus en Jacobus en zijn broeder Johannes mede en Hij leidde hen een hoge berg op, in de eenzaamheid.
              En zijn gedaante veranderde voor hun ogen en Zijn gelaat straalde gelijk de zon en zijn klederen werden wit als het licht.
              En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.
Petrus antwoordde en zei tot Jezus: ‘Heer, het is goed, dat wij hier zijn; indien Gij het wilt, zal ik hier drie tenten opslaan, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een’.
Terwijl hij nog sprak, zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zei: ‘Deze is mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!’.
Toen de discipelen dit hoorden, wierpen zij zich op hun aangezicht ter aarde en werden zeer bevreesd. En Jezus kwam bij hen, raakte hen aan en zei: ‘Staat op en weest niet bevreesd’.
Toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand dan Jezus alleen. En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun, zeggende: ‘Vertelt niemand dit gezicht, voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewektMatth.17: 1-9.

kinderen en jong-volwassenen aanmoedigen en bijstaan om deel te nemen aan de Goddelijke Liturgie

            Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen. Want zo zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Heer en Heiland, Jezus Christus.
Daarom zal het steeds mijn voornemen zijn u hieraan te herinneren, hoewel gij het weet en in de Waarheid, Die bij u is, versterkt zijt.
Ik acht het mijn plicht, zolang ik in deze tent ben, u door herinnering wakker te houden, want ik weet, dat het afleggen van mijn tent spoedig komt, zoals ook onze Heer Jezus Christus mij heeft doen weten. Maar ik zal mij beijveren, dat gij ook na mijn heengaan telkens weer aan deze dingen kunt denken. Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heer Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn Majesteit.
Want Hij heeft van God, de Vader, eer en heerlijkheid ontvangen, toen zulk een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem kwam: Deze is mijn Zoon, mijn geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb. En deze stem hebben ook wij uit de hemel horen komen, toen wij met Hem op de heilige berg waren.
En wij achten het profetische woord [daarom] des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten2Petr.1: 10-19.

Transfiguratie – μεταμόρφωση – تجلي

Transfiguratie, de Verheerlijking van onze Heer, de verschijning van Christus in Zijn stralende Glorie, op de berg Thabor in het bijzijn van Zijn drie trouwste volgelingen wordt door de gehele Kerk als een hoogtepunt herdacht.
Het allerhoogste streven van de mens is namelijk de Leer, de Pedagogie van Christus, waarbij een volledige verandering van vooruitkomen of verschijning wordt nagestreefd teneinde een mooie spirituele staat te bereiken.

De Leer van Christus, de Zoon van God, Die in de woorden ”de Zoon des mensen” ligt besloten, kan in de volgende  hoofdstukken worden onderverdeeld:
de beproevingen van de Zoon des mensen en de Heerlijkheid van de Zoon des mensen; op deze wijze is Hij ons tot levend Voorbeeld geweest.
Dit geheel werd afgesloten met de Hemelvaart en de aangekondigde tweede komst van de Zoon des mensen [de Parousie], waarbij de Kerk in haar verwachting van de hernieuwde tegenwoordigheid van de Zoon des mensen gehonoreerd zal worden. Dit zal plaatsvinden hetzij in de nabije toekomst òf in de verst verwijderde tijdsperiode — waarin de wereld ‘nieuw’ gemaakt zal worden en er zowel ‘een geestelijke als lichamelijke Opstanding’ zal plaatsvinden en ‘Gerechtigheid en eeuwige Beloningen’ toegekend zullen worden.

1.]. Het begin van de hier geschetste indeling wordt bij voorbeeld gevormd door plaatsen, waar wordt verhaald hoe iemand bij onze Heer, Jezus Christus komt en zegt: “ Meester, ik zal U volgen al de dagen van mijn leven, waar U ook heen gaat”. Hij krijgt daarop als antwoord: : “ De vossen hebben holen en de vogelen des Hemels nestelen, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggenMatth.8: 20; Luc.9: 58.
Het is niet zo dat onze Heer en Verlosser met deze woorden alleen maar wil afschrikken, door te beschrijven hoe sober Zijn leefwijze is en voor ons eveneens dient te zijn.
De betekenis ervan is veeleer dat het eerste stadium van de weg van ieder waarachtig spiritueel streven ‘ontheemding’ met zich meebrengt.
Het ontheemd zijn, ‘het verliezen van het eigen thuis’, is het begin van de beproevingen op de weg van de Zoon des mensen. Dit geldt voor ieder mens die streeft naar innerlijke verdieping.

Tamariskboom ‘Gallica’, al groeiend ‘Bloeiend

2.]. Het eerste hoofdstuk van deze leer over het hogere wezen van de mens komt tot volledige ontplooiing in de woorden van onze Heer, die men pleegt aan te duiden als de ‘aankondiging van het lijden’. De eerste aankondiging wordt door Christus uitgesproken onmiddellijk na de belijdenis van Petrus; de tweede volgt nadat de drie uitverkoren volgelingen de Christus in Zijn Heerlijkheid hebben aanschouwd op de berg Thabor. Onder het afdalen van de berg na afloop heeft Christus reeds een woord vol raadselen over de Zoon des mensen gesproken: ”Vertel niemand van dit gezicht, voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewektMatth.17: 9. Daarmee wordt niet alleen bedoeld dat de drie discipelen tot Pascha het stilzwijgen wordt opgelegd, de gebeurtenis in het hart dienen te bewaren. Zij hebben op de berg het beeld mogen aanschouwen van de ‘volledig tot ontwikkeling gekomen’ mens als geestelijk wezen.
Eerst nadat zij alle stadia van de beproeving hebben doorgemaakt en het licht van de mens als geestelijk wezen ‘ook in hen’ als een nieuw levenslicht krachtig zal zijn ontvlamd – ‘eerst dan’ zullen zij vanuit het diepst van hun wezen het recht hebben, het geschouwde te verkondigen.

Vanaf dit ogenblik stelt Christus zijn volgelingen onvermoeibaar, steeds weer opnieuw en steeds krachtiger, beelden voor ogen, die hun de beproevingen en de stadia van het lijden tonen, die zij ‘
moeten’ doormaken.
Wanneer Christus over de marteldood van Johannes de Doper tot hen spreekt zegt Hij: “Zo zal ook de Zoon des mensen moeten lijdenMatth.17: 12.

Muren van Jericho, Labyrint – uit Farhi Bijbel [ca.1325]

In de leerstof van de Pedagogie aan de volgelingen wordt een geweven draad [een rode levenslijn] ingevlochten van ernstige waarschuwende woorden:
De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in handen van de mensen en zij zullen Hem ter dood brengen en ten derde dage zal Hij opgewekt worden” Matth.17: 22-23.
“ Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen. En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen om hem te bespotten en te geselen en te kruisigen, en ten derde zal Hij opgewekt worden
Matth.20: 18-19.
Gij weet, dat het over twee dagen Pascha is: dan wordt de Zoon des mensen overgeleverd worden om gekruisigd te wordenMatth.26: 2.
De Zoon des mensen gaat wel heen gelijk van Hem geschreven staat, doch wee die mens, door 
wie de Zoon des mensen verraden wordt. Het ware voor die mens goed geweest, als hij niet geboren wasMatth.26: 24-25a.
– Als de Zoon des mensen was Hij de onvermoeibare Zaaier die het zaad uitstrooide; als zodanig zal Hij straks de Maaier zijn, die de oogst in de hemelse schuren zal verzamelen.
– Als de Zoon des mensen heeft Hij nu de plaats die Hem toekomt in de hemel:
  En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die 
uit de hemel nedergedaald is de Zoon des mensen. En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebbenJohn 3: 13-15.
– Ten slotte zal Hij als Zoon des mensen het middelpunt zijn van alle dingen, de hemelse zowel als de aardse, want tot Nathanael zei hij:  Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u mensen, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en nederdalen op de Zoon des mensenJohn.1: 52.

God de Schepper heeft in het begin van de wereld de mens geschapen naar Zijn beeld. De eerste ‘Adam’ [ Hebr.: אָדָם ‘, “mens”, Arabisch آدم] – die uit de aarde was – heeft dat beeld verbroken.

De Zoon des mensen’ is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden

De Zoon van God kwam om dit te herstellen, om als Mens het raadsbesluit van God te volbrengen. Het werd als Zoon des mensen in Zijn Persoon verankerd in plaats van in eer en vertrouwen zoals God die tevoren aan de eerste mens had gegeven.
Deze titel, de naam ‘Zoon des mensen’ heeft zoals men ziet een ‘zeer rijke‘ betekenis en houdt verband met de Persoon van onze Heer Jezus, Christus.
Die Naam is verbonden met al Zijn lijden en met al Zijn waardigheden, behalve – dat spreekt vanzelf – de hoedanigheden die Hem toebehoren als God.
Onze Heer is het waard ‘boven alle dingen’ te worden geprezen tot in alle eeuwigheid. Hij is de gezalfde Mens, de menselijke Tempel zonder smet ‘gebouwd’ door de Heilige Geest en daarna door diezelfde Geest vervuld:
  De Heilige Geest zal over u [de Theotokos] komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom zal ook het Heilige,
dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden
Luc.1: 35.
De Zoon des mensen is de vernederde Mens, de Man van smarten, Die neerdaalde en Zichzelf heeft ontledigd:
  Hij, Die, in de gestalte Gods zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het KruisPhil.2: 7-8.
Ten slotte is de Zoon des mensen, de verhoogde Mens, gekroond met Goddelijke Eer en Heerlijkheid:
Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigenJohn.5: 39.
  Gij hebt Hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld, met Heerlijkheid en Eer hebt Gij Hem gekroond, alle dingen hebt Gij onder Zijn voeten onderworpen. Want bij dit: alle dingen Hem onderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat Hem niet onderworpen zou zijn. Doch thans zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn Hebr.2: 7,8.
Naast dat wij gewone mensen alle stadia van de beproevingen hebben doorgemaakt dienen wij willen wij het Licht van de verschijning van Christus in Zijn stralende Glorie, op de berg Thabor op z’n minst kunnen begrijpen,
in staat te worden gesteld ‘Zijn voedsel’ tot ons te nemen.
“Het is ‘Mijn’ voedsel”, zegt onze Heer en verlosser, “de Wil te doen van Degene die ‘Mij’ als Zoon des Mensen gezonden heeft en Zijn werk te volbrengenJohn.4: 34; 6: 38.

de Wil van God [de Vader]
Het is duidelijk dat Christus over de Wil van God [de Vader] spreekt als over iets ‘goeds’, iets ‘levends’, iets ‘warmhartigs’, dat ons leven voedt; voeding is ‘iets wat ons goed doet’ dat vreugde geeft, kracht; voedsel [het dagelijks brood] is immers een van de Genadegaven van God.
Heel dikwijls leeft er een zekere angst om de Wil van God te doen: wanneer ik me ertoe laat verleiden er aan toe te geven, dat dit mij totaal in beslag zal nemen; er zal geen rekening worden gehouden met m’n grenzen – ik dien me totaal óver te geven, zonder me door -wat dan ook- tégen te laten houden.
Wanneer ik ook maar een vingertje geef, dan zal God me helemaal grijpen en dan kan ik het als mens niet langer overzien en dat is voor een mens een verschrikking! Het weerhoudt hem daadwerkelijk de stap te maken.
Onze Heer en Verlosser spreekt niet op deze manier; het zijn waarschijnlijk foute voorstellingen, die wijzelf van het Kruis dat we met ons meedragen, hebben laten ontstaan, zelf hebben gevormd – God staat daarbuiten.

Daarom twee begrippen:
ten eerste wat je kunt noemen ‘het plan van God met de mensheid’ en
ten tweede ‘de Wil van God’;
willen we -op z’n minst- kunnen nagaan wat dit alles te betekenen heeft.

1.]. Het plan van God met de mensheid
    Want gelijk de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven, wie Hij wilJohn.5: 21.
    Want dit is de Wil van Mijn Vader, Dat een ieder, die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, eeuwig leven zal hebben en Ik zal hem opwekken ten jongsten dageJohn.6: 40.
    De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het Evangelie [de Blijde Boodschap] te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om de verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des HerenLuc.4: 18,19.
    Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet. Voorziet u niet van goud of zilver of koper in uw gordels, van geen reiszak voor onderweg, geen twee hemden, geen sandalen, geen staf, want de arbeider is zijn voedsel waardMatth.10: 7-10.
    Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden. De dief komt niet [anders] dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed. Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapenJohn.10: 9-11.

In de herhaling van de letterlijke woorden van Christus ontmoeten wij slechts Goddelijke Liefde en Leven. Het plan van God in het boek der Schepping [Genesis] is goed, want ‘Hij zag, dat het goed was‘; het menselijk wezen is gemaakt om het gegeven goede Leven te beleven; die mens wordt geplaatst tegenover het kwaad; het hoe en waarom wordt door de Bijbel niet uitgelegd noch verlicht; de oorsprong van het kwaad blijft een raadsel: hoe dan ook -het komt niet van God-; dit wordt symbolisch verbeeld door ‘de slang’, een schepsel ‘los’ van God, een onderkruipsel; Jezus is gekomen om ‘het kwaad’ te bestrijden; Hij wordt er Zelf het slachtoffer van; God is Dè Eerste, Die ‘met de mens‘ betrokken is door het directe gevecht tegen het kwaad.
Wij mensen leven in een wereld -‘getekend door het kwaad‘-, het lijden, de zonde; het komt erop aan dat we ons situeren tegenover deze werkelijkheid als zoon/dochter van God.
Jezus Christus, de Zoon van God heeft het kwaad voor ons overwonnen. Hij is er compleet door heengetrokken tot Hij er als mens aan ten onder ging – stierf en zo is Hij binnengegaan in de Verrijzenis. Hij heeft voor ons de dood overwonnen, zo proberen wij, die Hem aanschouwen en in Hem te geloven, Hem te volgen en daarmee het eeuwig leven te bereiken. 

Het plan van God kunnen we terugvinden in de Levenswetten: die wetten zijn ons gegeven en er wordt ons gevraagd om ze te onderhouden. We maken kennis met de voorwaarden van een vruchtbaar leven: hoe kunnen we ‘op de juiste manier‘ liefhebben? Door elkaar naar de mond te praten of de Waarheid proberen te achterhalen?
Dit is onze levensopgave, te achterhalen hoe we binnen onze vrijheid, kunnen beminnen. Zonder onszelf te laten vernietigen, in respect voor de ander, zonder een relatie te bevriezen, door ‘in de Waarheid te zijn !!!
In deze Levenswetten zit houvast opgeslagen, opdat ons leven ‘Vruchtbaar‘ zal kunnen zijn. De eerste vorm van gehoorzaamheid aan het plan van God is precies deze Wetten te kennen en te onderhouden. Het principe is om de bakens: deze bakens te leren kennen, ze aan te hangen – dat is nu net ‘voor mij‘ een eerste manier om te leven volgens de Wil van God.
Aldus ontdekken we dat het helemaal niet gaat om een vernietigende wil.
Integendeel !!! ; het ‘plan van God‘ zal het leven opbouwen.
Dit is iets wat we dienen te integreren, als levenskunstenaars, als kinderen van God, als dienaren van het Hemels Koninkrijk – wij hebben als taak het Hemels Koninkrijk op de wereld ‘wáár‘ te maken!

2.]. De Wil van God.
De Levenswetten zijn bedoeld voor de gehele mensheid, voor alle mensen; ze zijn universeel. Het zijn wetten als grondbeginselen, welke de wezenlijke basis vormen van ons bestaan, zijn in ons hart gegrift.
De Wil van God doen is de manier waarop ‘ik’ met geheel mijn persoonlijkheid antwoord geef, de wijze waarop ‘ik’ ze persoonlijk beleef, die Levenswetten.
Dit is dus erg privé, persoonlijk; dit hangt af van wie ik als persoontje ben in het geheel, van mijn geschiedenis, van mijn omgeving, van wat ik kan doen.
DE WIL VAN GOD is datgene wat God van ons verlangt [conf. André Louf, Cisterciënzer monnik, 1929-2010].
Je kunt deze woorden daarom ook anders horen, begrijpen:
“Het is mijn verlangen, zo zegt Christus Zelf, om het verlangen van God te realiseren. Het gaat om zowel mijn verlangen als Zijn {Gods] verlangen!”.
Het is zeker dat Christus een groot verlangen beleefde binnen datgene wat door Zijn Vader van Hem verwacht werd, met Wie Hij in de Heilige Geest een éénheid vormt en Hij dit ook in Liefde vervuld heeft, zij het met grote moeilijkheden, maar nogmaals met een grote vreugde in het hart.
Men kan niet gelukkiger zijn dan wanneer men Christus’ verlangen vervult, in gehoorzaamheid aan wat de Geest van God te zeggen heeft.
De ‘Blijde Boodschap van onze Heer en Verlosser‘ is het ‘Leven‘ tot op het einde tot op ja . . . . . je laatste snik dóór te geven.
Voldoe ik al aan de Wil van God, heb ik me die al ‘eigen’ gemaakt.
Welke plaats dien ik persoonlijk in te nemen in het Goddelijk plan met de mensen, met de mensen om mij heen? In welke levensfase bevind ik me, beweeg ik me wel overeenkomstig de Wil van God? Sta ik wel voldoende open voor God en de naaste, of ben ik alleen maar bezig m’n eigen ‘zin’-netje door te drukken?
Dit heeft een troostende uitwerking en onze Heer en Verlosser is mij dankbaar dat ik als Zijn Volgeling Zijn Goddelijke Wil aanhang, terwijl ik me op Zijn weg begeef.
Dat is de vertaling van het woord: ‘Hebreeër’ [
עברי ]: ‘degene, die zich onderscheidt van z’n omgeving, die daarin gelukkig is omdat hij onderweg is naar het Hemels Koninkrijk’.

zie PDF: – vervolg ‘de Wil van God’ ➽  PDF – vervolg ‘de Wil van God’

daarna:

 Er zijn diverse door de hoogste macht ingebakken regels waaraan ieder mens zich dient te houden, deze werden in de Joodse geloofsvoorschriften [de tien geboden] vastgelegd:
        Je dient te beslissen over jou leven;
        ondervindt je leven binnen jouw concrete grenzen;
        Geef jezelf vorm in het goede, in God, op een juiste afstand van de ander;
        Je bent een eenheid van lichaam en psychè en hart;
        Probeer zoveel mogelijk resultaat te bereiken [80% van de 20%].

Er wordt weer goud gevonden in Californië – op de een of andere manier hebben onderaardse verschuivingen goudaderen blootgelegd die door waterstroompjes aan het licht komen. Het Nederlands journaal roept lachend op je vakantie-bestemming maar om te gooien teneinde je financieel resultaat te vergroten.
Wij christenen hebben echter een goudmijn met velen te delen en dat vieren we op dit Hoogfeest van Transfiguratie; de droom van een gemeenschap, een vriendenkring, die de christelijke gemeenschap ondersteunt.
De Orthodoxie heeft de christengemeenschap in de Lage Landen iets te vertellen en daarom mag ‘haar Blijde Boodschap’ niet doodbloeden, anders verdwijnt niet enkel het religieuze leven, maar wordt ook het leven van de Kerk ‘Zelf’ verzwakt.
In onze drukke en versnipperde wereld zijn dergelijke van ‘geestelijk water’ voorziene plekken in de woestijn geen overbodige luxe. Het gaat hierbij niet om het nog meer vergaren van kerkgebouwen, maar om ‘de geest van de Orthodoxie’, het uitdragen en zo een ‘mee’ teken te zijn van Gods aanwezigheid in de Lage Landen.
De Orthodoxie is een gemeenschap, die haar rijke ‘vroegchristelijke’ en ‘door de kerkvaders doorgegeven’ spiritualiteit in een verdorde kerkelijke omgeving wil doen opbloeien.
Het is niet voor niets dat uit diverse oorspronkelijk vroegchristelijke landen de vluchtelingen hier een onderkomen zoeken. In de eerste plaats zoeken zij rust -na een periode van oorlog en geweld- maar daarnaast brengen zij ‘een door God gegeven spiritualiteit’ met zich mee, waar menig asceet nog aan kan tippen. Zij beleven nog ondanks hun financiële armoede, dat een schamele snee brood, voedsel betekent om er weer tegen te kunnen.

Eenzaamheid is een belangrijke factor in ons leven; eenzaamheid is de naaste opzoeken; het delen van de eenzaamheid vindt plaats in stilte en die stilte -het tot onszelf komen- vraagt om tijd en ruimte. Het plaats maken voor de uitdrukkelijke ontmoeting met de levende God.
Dit vraagt om gedragsregels, het lekkers weer eens opnieuw antwoord geven op de roepstem van God.
Het doel van ons leven is immers ‘God‘ en dat leven zijn wij hier in onze westerse beschaving onderweg kwijtgeraakt. Het eeuwige Leven, het Hemels Koninkrijk, is de onderlinge liefdesband van de Heilige Drie-eenheid; het eeuwige leven betekent dat wij door de Heilige Geest en de Zoon van God de Vader weer leren kennen. We leren God kennen door uit Hem geboren te zijn en als kinderen van één Vader mogen wij uit Hem leven.
Wij kunnen Hem niet ‘ALLEEN’ kennen door studie er dienen momenten en gelegenheden te zijn van verinnerlijking, bezinning op het leven.
Het elkander [de naaste] liefhebben komt voort uit de liefde tot God en Die zijn we kwijtgeraakt, dus weten we ook niet meer wie onze naasten zijn, ook al doen we alsof en strooien de goegemeente zand in de ogen.
We zijn niet ‘meer’ in staat om te beminnen zoals Hij dat van ons vraagt, zoals ‘Hij‘ ons bemint. Wij zijn niet ‘meer’ in staat te beminnen zoals ‘Hij‘ ons heeft liefgehad.
Christus zocht dikwijls de eenzaamheid op om Zijn vader te ontmoeten en de Wil van de Vader te doen; Hij is -voor ons christenen- ons leven en de volle zin van ons leven. ‘Hem’ leren kennen….. door ‘Hem’ gevonden te worden, om ‘door Hem’ en ‘in Hem’ te leven.
Hij dient voor ons weer ‘alles’ te worden; want ‘in Hem’ dienen we de Vader te vinden. Ons christelijk leven dient weer afgestemd te worden op het leven ‘in‘ Christus en ‘door‘ Christus, zo hebben onze voorvaderen het ons geleerd.
In de eenzaamheid van ons bestaan ontmoeten wij de dorheid en de lusteloosheid van deze tijd.
Loop in de winkelstraten en de overvolle vakantie-gelegenheden en zie de jagende mens – zie onze jongeren, die zich gevangen weten in alcohol, xtc en drugs. Wanneer wij in de woestijn om ons heen de stilte proberen op te zoeken, leren we onszelf kennen . . . . .
de ervaring van onze zwakheid kan een kans zijn om ons leven over te geven aan de leiding van de Heilige Geest. We dienen een keuze maken op de tweesprong . . . . .  in geloof en vertrouwen en dit is ‘de Transfiguratie’, Die ons op dit hoogfeest voor ogen wordt gehouden.

Van nu af zult de Hemel geopend zien en de Engelen van God opklimmen en neerdalen op de Zoon des mensenJohn.1: 52.

     We worden door de Heerlijkheid van Christus op de berg in het bijzin van Mozes en Elia geconfronteerd ‘met onszelf in de aanwezigheid van God’.
Het vraagt oefening en geduld . . . . . om te volharden in gebed en in de stilte.
Het vraagt om een verandering van onze houding, mentaliteit, die tot verhoging van onszelf, van ver-’Heerlijk’- [Christelijk-] king leidt.
We leggen ons leven in Gods handen, we zien Hem aan en blijven kijken naar Zijn zachte liefdevolle vaderlijke blik.
We dalen af naar de eenzaamheid van ons hart . . . . . ook tijdens onze dagelijkse bedoeningen . . . ons hart dient gezuiverd te worden . . . van ijdele trots, hoogmoed  en jaloezie . . .
We dienen onze nietigheid te erkennen . . . inzicht te krijgen in de noodzakelijke overgave . . .
De weg van de zuivering en de omvorming is een lange doorgang door de rode zee een levensweg. Op die wijze groeit er een innerlijke rust en vrede. Er is die strijd van de oude mens tegenover de nieuwe mens.
In de eenzaamheid leef je in relatie met God, de wereld . . . het is geen breuk in relatie met de wereld, maar we zijn niet langer ‘van’ de wereld.
We komen tot een hechtere band met God, met de medemens, met onszelf.
Hoe meer je God nadert, hoe meer je dichter bij de mensen nadert.
Wanneer we leven in verbondenheid met de gehele schepping ervaren we ook het lijden van de mensheid.
Verwerf ‘de innerlijke vrede‘ en duizenden om je heen zullen gered wordenH. Silouan, de Athoniet.

“In ontwakend Geloof volharden . . .”, wanneer we werkelijk -diep in ons hart- geloven dat wij de persoonlijke Tempel vormen van de Heilige Drie-eenheid dan zijn wij niet langer alleen. Door te volharden in eenzaamheid ben je nooit alleen, daar is je vaderland, want je bent verbonden met jouw oorsprong en hebt de sprong gemaakt naar ‘verbondenheid’, het je verbonden weten.
En die verbondenheid geeft je Zijn Heiligheid, Zijn Sterkte, Zijn onsterflijke Kracht en het spontane verlangen om je “liefde tot God” beantwoord te krijgen.
In deze eenzaamheid kun je stoten op Gods stilte. Dit zijn momenten waaraan we niet aan kunnen ontkomen . . . . . er is geen tweegesprek, God is ver weg.
Er volgt een ontmetelijke stilte, een onbekende stilte . . . . .
God is dan een woestijn . . . maar jij dient Hem ‘jouw tijd‘ te geven, die je van Hem krijgt . . . . . een paar jaar in Zijn eeuwigheid is niets vergeleken bij onze tijd van wachten.
Maar het zwijgen van God spreekt van Zijn aanwezigheid; Zijn zwijgen is voor ons de ruimte om Zijn aanwezigheid te beleven. In die stilte is God aanwezig en Hij wil niets anders dan Zich dichter bij ons te brengen; het is het geheim van Zijn onmetelijke Liefde, Die Zich openbaart.

Dit bereiken wij slechts door trouw te blijven aan ons dagelijks gebedsleven; op die manier is Hij als ‘onze Vader’ bij ons met geheel Zijn Wezen [“Ik ben, Die ben, die is . . .; Gr. Ἐγώ εἰμι’, Lat. ‘Ego sum’, Arabisch.’أنا ‘ ].
En zo manifesteert Christus, de Zoon van God Zich in Zijn Heerlijkheid op de Berg Thabor.
Heer, vijf talenten heb Gij mij gegeven: kijk, nog eens vijf heb ik erbij verdiend.
Goed zo trouwe dienaar, omdat ge in weinig trouw geweest zijt, zal ik u over veel aanstellen, treedt binnen in de vreugde van uw Heer’’ uit de gelijkenis Matth.25: 14-30.

Apolytikion     tn.7.
    Gij werd verheerlijkt op de berg, o Christus God
en aan Uw Leerlingen toonde Gij Uw Heerlijkheid.
Doe ook voor ons, zondaars Uw eeuwig Licht stralen:
Gij,Die ons het Licht schenkt, eer aan U
”.

Kondakion     tn.7.
    Op de berg werd Gij verheerlijkt
en vol verbazing mochten Uw Leerlingen Uw Heerlijkheid aanschouwen.
Opdat zij, wanneer zij U gekruisigd zouden zien,
Uw Lijden als vrijwillig zouden erkennen,
en aan de wereld zouden verkondigen,
dat Gij in Waarheid zijt de Afglans van de Vader
”.

Exapostilarion     tn.3a
  Onveranderlijk Licht,
Aanvangloos Licht uit het Licht van de Vader, o Woord.
In Uw stralend Licht hebben wij U
heden op de Thabor geschouwd,
als het Licht Dat van de Vader is,
en als Licht de Heilige Geest,
Die heel de schepping verlicht
”.

Orthodoxie & de godverlaten lage landen, ‘Heer onze Verlosser, verlos het wanhopige volk !’

Bid met elkaar om te kunnen overwinnen in de geestelijke strijd

      En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezonden.
En toen Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden. Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen.
         Doch het schip was reeds vele stadiën van het land verwijderd, geteisterd door de golven, want de wind was tegen. In de vierde nachtwake kwam Hij tot hen, gaande over de zee. Toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan, werden zij verbijsterd en zeiden: Het is een spook! En zij schreeuwden van vrees.
        Terstond sprak Jezus hen aan en zeide: ‘Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd!’.
Petrus antwoordde Hem en zei: ‘Heer, als Gij het zijt, beveel mij dan tot U te komen over het water’. En Hij zei: ‘Kom!’.  En Petrus ging uit het schip en liep over het water en ging naar Jezus. Maar toen hij zag op de wind, werd hij bevreesd en begon te zinken en hij schreeuwde: ‘Heer, red mij !’.
Terstond stak Jezus hem de hand toe en greep hem en zeide tot hem: ‘Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen?’.
En toen zij in het schip geklommen waren, ging de wind liggen. Die in het schip waren, vielen voor hem neer en zeiden:

‘Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!’.
En toen zij overgestoken waren, kwamen zij in Gennesareth aan land
Matth.14: 22-34.

Onze Lieve Vrouwe“-toren , Amersfoort

Het kadastrale midden van Nederland wordt gemarkeerd door een toren, toegewijd aan de Al-heilige Moeder Gods, voor Orthodoxen ‘de Theotokos’, de God-barende. De stad Amersfoort heeft een rijke religieuze geschiedenis, evenals de kerkprovincie Utrecht, die van oudsher ‘de bakermat‘ is van het christelijk Geloof in de Lage Landen. Niet voor niets vind je er een skala aan voormalige kloosters en kerken, want haar tentakels verspreiden zich over geheel de Nederlandstalige BeNeLux.
Vanaf 1600 werd dit aanleiding de religieuze geschiedenis -een stimulans te geven- hetgeen als religieuze vrijheid werd ervaren, los komen van de verstikkende verkoop van aflaten en het kerkgezag vanuit het kerk als instituut.

Maarten Luther en Katharina von Bora –
portret door z’n vriend
Lucas Cranach, de oude 1529

Het was aanvankelijk helemaal de bedoeling niet een “eigen heilig gemenebest” via het protestantisme op te zetten; in deze richting werd de diepgelovige Luther door de conservatieve oppositie gedwongen, die hervormingen verwierp en de stroming bestempelde als zijnde ketters. De meest radicalen onder hen, beweerden dat met deze hervormingen de kerk in de handen van ‘de antichrist’ viel. De protesterende RK-gelovigen beschouwden zichzelf echter als een “stad op een heuvel”, een Lichtend voorbeeld van het religieuze leven en de praktijk voor de wereld. Luther werd als augustijner monnik door de conservatieve kerkgemeenschap verraden, middels de ‘inquisitie’ vervolgd en na zoveel eeuwen later zou je verwachten dat met name de kerkelijke macht, het instituut kerk hiervan geleerd zou hebben.

Christ, The Bridegroom, by Julia Bridget Hayes

– Voor alle duidelijkheid dienen we te beginnen met de bruidegom, Christus Zelf. Het valt op, dat nergens rechtstreeks in de Schrift vermeld wordt dat Christus de bruidegom is! De tekst die het dichtst in de buurt komt is die uit Openbaringen: “ Laten wij blij zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligenOpenb.19: 7,8.
– Uit de context van Openbaring kunnen we echter wel opmaken dat met het Lam Christus wordt bedoeld. Tegen de volgelingen van Johannes de Doper gaf Jezus wel een hint dat Hijzelf de bruidegom is. Dit kunnen we lezen in: “ Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem en vroegen: Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw discipelen niet? Jezus zei tot hen: ‘Kunnen bruiloftsgasten soms treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is, en dan zullen zij vastenMatth.9: 14,15.”

John the Baptist – from Nazareth to Theophany

– Ten slotte sprak Johannes [de doper], die, te Enon bij Salim, doopte omdat daar veel water was, ook nog over Jezus als bruidegom. Dit is vastgelegd in: “ Die de bruid heeft, is de Bruidegom; maar de vriend van de Bruidegom, die erbij staat en naar Hem luistert, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de Bruidegom. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld. Hij moet wassen, ik moet minder worden. Die van boven komt, is boven allen; wie uit de aarde is, is uit de aarde en spreekt van de aarde. Die uit de hemel komt, is boven allen; wat Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij en Zijn Getuigenis neemt niemand aan. Wie Zijn Getuigenis aanvaardt, heeft bezegeld, dat God waarachtig isJohn.3: 29-33.
Dat Jezus de Bruidegom is, mag daarmee voldoende zijn aangetoond. Let wel dat de  Heer, Jezus Christus, Die in de toekomst Zijn bruid mag ontmoeten niet dezelfde Heer is die hier op aarde heeft rondgelopen. De ‘aardse’ Heer en Verlosser is immers gestorven! De Opgestane Heer, Die ten hemel is gevaren en aan de rechterhand van God op de Koninklijke Troon zit, is ‘ een Ander’.
Bijgevolg, mijn broeders, zijt ook gij dood voor de Wet door het Lichaam van Christus om het eigendom te worden van ‘een Ander’, van Hem, Die uit de doden opgewekt is, opdat wij ten opzichte van God vrucht zouden dragen. Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet geprikkeld worden, in onze leden, om voor de dood vrucht te dragen; maar thans zijn wij van de Wet ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in de nieuwe staat van de Heilige Geest en niet in de oude staat van de letter der WetRom.7: 4-6

Doopvont in de vroeg-christelijke Kerk

Voordat je een verbintenis aangaat, lees je het contract voordat je het ondertekent lees je het eerst nauwkeurig door. Zeker bij arbeidscontracten, waarbij ergens in de kleine lettertjes ongemerkt tegenvallers kunnen opduiken. Maar toch heeft iedereen, die ik ken, op de een of andere manier binnen de Kerk wel niet-openbare, verborgen geniepigheden meegemaakt. Ondanks de maatregelen om problemen te voorkomen lijkt het voortdurend zo te zijn dat mensen, die kerkelijk actief zijn, uit onverwachte hoek worden verrast. Wanneer je verder verdiept in het liefdewerk als de Bruid van Christus, heb je de indruk dat je niet zo gauw wordt overrompeld door een zekere vorm van tegenstand – in het ergste geval van verraad.
Maar waarom worden we zo verrast?
Op hoeveel verschillende manieren heeft God, Zelf in de Blijde Boodschap niet aangetoond dat de mens wispelturig is. Hoe vele keren is God Zelf hiermee niet geconfronteerd en maakte Hij Persoonlijk deel uit van zo’n zware tegenvaller?
De menselijke schandalige toekenning van deze eigenschap blijkt al uit zijn ongehoorzaamheid in de tuin van Eden; de mens is niet te vertrouwen.
Het scheelt vervolgens niet veel of de vrijmoedige inzet van de Bruid van Christus bezwijkt aan de stemming, die niet rechtstreeks tot uiting komt, maar voor ingewijden wel goed te merken is binnen de kerken. Het komt regelmatig voor dat gelovigen hierdoor een trauma ‘voor het leven’ oplopen, die hun geloofsleven niet langer normaal doet functioneren.
Het verslag van feiten, die al dan niet waar gebeurd zijn van de volmaakte romance tussen God en Gods volk is een aantrekkelijkheid met ups en downs.
Gods volk [de Kerk] neemt maar al te vaak aan dat hun belang ‘op een ander vlak ligt’, dan die van de uit het gevaar bevrijdende God die hen uit de slavernij heeft geleid en hen in de woestijn naar de geneugten van het beloofde land deed verlangen; een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde.
In plaats daarvan willen ze rozengeur en maneschijn, borrelhapjes en wijn, een goed inkomen en om het kort uit te drukken het comfort van de wereld.

Gods Volk verwacht heil van boven

      Ontucht, wijn en most nemen het verstand weg. Mijn volk raadpleegt zijn hout, en zijn staf moet het voorlichten. Want een geest van ontucht doet hen dwalen, zodat zij zich in ontucht aan hun God onttrekken. Op de toppen der bergen slachten zij offers en op de heuvelen ontsteken zij die, onder eik, populier en terebinth, omdat de schaduw ervan aangenaam is. Daarom bedrijven uw dochters ontucht en plegen uw schoondochters overspelHosea 4: 11-13.
Verleiding en ontrouw moet voor ons -ingewijden- dus geen verrassing zijn en dàt ‘in de steek gelaten worden’, verraden te worden houdt zich ook op in de kerk-gemeenschappen.
Wanneer het mogelijk is dat Gods Volk [de Kerk] ’God Zelf’ kan verraden, waarom zouden we elkaar dan niet verraden?
Ik heb diverse voorgangers meegemaakt, die verschillende soorten van verraad hebben meegemaakt, zowel vanuit de leiding als vanuit het gelovige volk en dat zij er eelt op hun ziel mee hebben opgelopen, zal menigeen bevestigen.
Sommigen zijn in staat geweest om relaties te herstellen, sommige zijn verhuisd en hebben elders een ‘betere’ positie kunnen innemen, weer anderen hebben hun toog aan de wilgen gehangen, omdat de wonden te diep waren en hun ziel ‘niet’ te genezen was.

Geloof wordt regelmatig in de kerkgemeenschap ‘zelf‘ afgebroken

         Schandalig gedrag en verraad schendt het Geloof voor een respectvol iemand, die eerlijk is en goede bedoelingen heeft. Het breekt iets heiligs, een uitgesproken of onuitgesproken belofte de ander te beschermen, de ander te ondersteunen, lief te hebben en de ander te verheffen. Dit vertrouwen kan door zowel grote als kleine voorvallen geschonden worden; maar het laat voor altijd het bedrogen en kwetsbare gevoel achter wat daardoor lang naklinkend is blootgelegd. Vaak is de pijn zó diep doorgedrongen, omdat de relatie niet datgene geboden heeft wat er van verwacht werd en blijkt het eeuwen te duren alvorens er weer van enige toenadering sprake is.
We christenen dienen allemaal ‘
het uiterste in onszelf’ te investeren, om zowel zelf als de ander te laten ontdekken dat een relatie, waarin wij geloven ‘wederkerig’ dient te zijn, òf niet soms.

Christus staat aan de deur en klopt

Je mag jezelf als een vreemdeling beschouwen‘, zoals de een of andere kerk kan verkondigen, aan wie slechts een ‘formeel‘ lid, of zich aangesloten heeft bij de christenen van dien aard.
Maar tegen jou’, zal Christus zeggen, ‘Jij bent een Goddelijk kind, een kind van God. ‘Ik’ heb je gedoopt door Mijn Heilige Geest, ‘Ik’ heb je bevestigd. ‘Ik’ heb met jou een Verbond gesloten en je in ‘Mijn’ huwelijk gekroond, ‘Ik’ beschouw je als ‘Mijn’ eigen kind. ‘Mijn deur’ staat voor je open. Je mag komen op elk moment dat je maar wilt”.
Want het is uiteindelijk de wil van de mens die zijn terugkeer tot Christus definitief zal maken, ook wanneer je Anglicaans, oud [Katholiek] gelovig, Protestant of Vrijzinnig bent; het is “Christus”,
Die de uiteindelijke Pantocrator is en niet de menselijke instituten.

Mensen hebben vaak genoeg meegemaakt dat iemand met een leidinggevende functie in de kerkgemeenschap, met wie zij samenwerkten, tegen hen had gelogen. Zij kwamen die leugen niet alleen ‘tégen’, maar ontdekten dat anderen, hier eveneens weet van hadden en gewoonweg zwegen. Zij wisten van het bedrog en het werd de goegemeente niet verteld – om reden ‘geen slapende gelovigen wakker te maken’ òf om ‘hun eigen leventje niet te laten verstoren’; aldus werd ‘hun christelijke ziel aan de duivel verkocht’.
De pijn van dit soort slagen in je gezicht, kom je nimmer te boven; de angel van de leugens, het gedraai; het vreselijk gevoel voor de gek te zijn gehouden; het besef dat je door mensen, die jij vertrouwde, voor de mal werd gehouden.
Het is als een ervaring van de steken, die een reusachtig kwal nalaat, die z’n tentakels het gif over je heeft uitgestort.
Het gif van het verraad liet zich voortdurend  af- en toenemen en was tot in de uitersten van de ziel doorgedrongen. De leugen werd als een piep in de oren, die nimmer meer is verdwenen, zo verstrekkend zijn de gevolgen van dit soort gebeurtenissen.
Ik ken ook ‘heden-ten-dage’ nog voorgangers, die onder hun aanhangers hun scherpste beoordelaars hebben meegemaakt; dit soort leden van de kerkgemeenschap, deze medewerkers en vrijwilligers gaven hen kracht en dit zijn dezelfde mensen, die het vuur uit hun sloffen liepen om de functie van psalmist, het onderhoud en schoonhouden van de kerkruimten, de catechese, de organisatie van de feestdagen, het verzorgen van de koffie en noem maar op te vervullen.
Wanneer dit de voorgangers zelf overkomt betreft dit veelal kleine aangelegenheden, maar het komt ook voor dat dit in een gemeenschap en hele bevolkingsgroepen verlammend kan werken.
Wat we zelf doen met dit soort verraad, dit beschadigen van vertrouwen kan sterk variëren en zijn er momenten waarop je het recht hebt om je ‘eigen weg’ te gaan.
Geestelijke mishandeling kan tenslotte nimmer worden getolereerd. Misbruik door de kerk, en zeker van degenen, die met de leiding, het gezag zijn belast kan maatschappelijk niet worden aanvaard.
– Het is ‘goed’ om dit soort zaken aan de kaak te stellen en het is voor jezelf gezond om je uit dergelijke instituten terug te trekken. Maar dit soort zaken kunnen niet onder de mat worden geschoven en zullen hoe dan ook littekens achter laten.
Ik geef toe dat kerkgemeenschappen met de nodige voorzichtigheid benaderd dienen te worden en dat vertrouwen gekoesterd dient te worden. Daarom is toezicht van de omgeving in elke positie van de Kerk [van hoog tot laag] dan ook noodzakelijk – want de menselijke geest waait waarheen des wil en dat is niet altijd in de Goddelijke richting, Die de Heer en Verlosser in Zijn Blijde Boodschap bedoeld heeft.
Zet je dus schrap en bezin je voor je ergens aan begint, maar weet dat je nog steeds van Christus en van Zijn Lichaam dient te blijven houden, de Kerk, zoals Hij het bedoeld heeft. En wees ontzettend voorzichtig met instituten, opdat je niet opnieuw teleurgesteld zult raken.

Ik bezocht onlangs een orthodoxe eredienst, omringd door vluchtelingen,              – geslagen mensen uit een vreemd land -, die steun bij elkaar zoeken en ervaringen uitwisselen,  mensen die onze Heer en Verlosser oprecht lief heeft. Iedere bank in de ter beschikking gestelde RK gastkerk was gevuld met iemand voor wie onze Heer Zijn Leven gaf, iemand voor wie Hij alles -in het leven- heeft meegemaakt. We werden door de voorganger, de priester van die gemeenschap in de Arabische taal uitgenodigd en ik verstond de woorden die ik duizenden keren eerder gehoord heb:
    واضافانه بموته على الصليب، وينحدر الى الهاوية. لأنه ملأ الكون مع نفسه، وقد اطلق مخاض الموت نفسه فدية عن الموتى، التي بعنا كل خطيئة .. وارتفعت و في اليوم الثالث وبذلك تكون قد مهدت الطريق لجميع القيامة اللحوم من بين الأموات. لذلك لم يكن من الممكن لأصل الحياة تحت سلطة سيأتي من التسوس. وهكذا، فإن باكورة الراقدين أيضا كان بكر من الموتى “[باسلالقداس]“ – fonetisch: wa’adaf “anah bimawtih ealaa alsalibi, wayanhadir ‘iilaa alhawiata. li’anah mala alkawn mae nafsihi, waqad ‘atlaq makhad almawt nafsih fidyatan ean almutaa, alty baena kla khatiya .. wairtafaet w fi alyawm alththalith wabadhalk takun qad mahadat altariq lajamie alqiamat allihum min bayn al’amwati. ldhlk lm yakun min almmkn li’asl alhayat taht sultat sayati min altasaws. wahukdha, fa’iin biakwrat alraaqidin ‘aydaan kan bikr min almawtaa “[basla-alqdas] – Nederlands:
  Hij heeft Zichzelf gegeven als losprijs voor de dood, waaraan wij allen verkocht waren door de zonde. Door Zijn kruisdood is Hij afgedaald in de hades. Doordat Hij het heelal met Zichzelf vervulde, heeft Hij de smarten van de dood ontbonden. Hij is opgestaan op de derde dag en heeft zo de weg gebaand voor alle vlees tot Opstanding uit de dood. Het was immers niet mogelijk dat de Oorsprong van het Leven onder de macht zou komen van het bederf. Zo werd de Eersteling van de ontslapenen ook de Eerstgeborene uit de dodenBasilios-Liturgie.
Ik heb die woorden gelezen.
Van jongs-af-aan- heb ik die woorden gehoord. Ik heb de strekking van die woorden gedeeld met diverse christelijke gemeenschappen: Rooms Katholiek, Oud Katholiek, Protestants, Anglikaans, diverse orthodoxe geledingen – in het Latijn, Nederlands, in het Duits en het Frans, Engels, Italiaans en Spaans.
Maar voor de eerste keer, klonken  deze Arabische woorden in mijn oren als een trompetgeschal:
كان واضافانه بذل نفسه فدية عن الموتى، التي بعنا كل خطيئة.” من الليل …” – “   Hij heeft Zichzelf gegeven als losprijs voor de dood, waaraan wij allen verkocht waren door de zonde “.

Het groot en Heilig Kruis van Christus, onze Verlosser

God leed als vleesgeworden mens, in het vleesgeworden Woord, aan het verraad uit de handen van één van Zijn volgelingen – degene van wie werd verondersteld dat die Hem zou steunen, stond voor Hem, hield op z’n eigen wijze van Hem, maar verkocht Hem voor winst.
De gevolgen waren enorm en het veroorzaakte ontzettend veel leed.
Zijn eigen moeder, de Theotokos, de God-barende, keek toe hoe Hij gemarteld werd en uiteindelijk geëxecuteerd.
En de verrader zelf werd zo overmand door verdriet dat hij zich het leven benam.
En Zijn andere vrienden hielden zich afzijdig en hebben Hem evengoed verraden, ontkenden zelfs dat zij Hem kenden, tot Zijn volgelingen behoorden.
Verraad, het ontbreken, verbreken van de onderlinge saamhorigheid [trouw] laat een spoor van vernietiging na. Het is méér dan een doodssteek, welke de menselijke ziel doorboort, ’
het scheidt de mens van het Goddelijk hart, de Liefde- ’.
كان للخيانة من الليل …” – “In de nacht werd Hij verraden …
en de priester aan het altaar gaat verder:
“ “
في نفس الليلة التي هو نفسه أعطى لحياة العالم، وأخذ خبزا في يديه المقدسة ودنس، خصصت لك، لقد أعطى الله الآب شكرا، المباركة، قدس، وكسر: وتبريده لأتباعه والرسل، قائلا: خذوا كلوا هذا هو جسدي الذي كسر لك لمغفرة الخطايا “ – fonetisch: “fy nfs allaylat alty hu nafsuh ‘aetaa lihayat alealim, wa’akhadh khubzana fi yadayh almuqadasat wadansin, khusisat lika, laqad ‘aetaa allah alab shukraan, almubarakatu, qads, wakusr: watabriduh li’atbaeih walrusuli, qayila: khudhuu kuluu hadha hu jasdiun aldhy kasr lak lamaghfirat alkhataya “ – Nederlands:
  In dezelfde nacht waarin Hij Zichzelf overleverde voor het leven van de wereld, nam Hij Brood in Zijn heilige en onbevlekte handen, droeg het op aan U, God de Vader, dankte, zegende, heiligde en brak het: en gaaf het aan Zijn volgelingen en apostelen, zeggend: Neemt, eet, dit is Mijn Lichaam, dat voor U gebroken wordt, tot vergeving van de zonden”.

Christus Pantocrator icoon uit de 6e eeuw [bewaard in het Grieks-Orthodoxe Sint Catharina-klooster in de Sinaïwoestijn, Egypte] waarop Hij zegenend is afgebeeld. Dit is tevens het kruisteken zoals de oudgelovigen dat nog steeds maken. De twee vingers staan voor de dualiteit van de Christus: God en mens; de drie vingers symboliseren de Heilige Drie-eenheid.
Op de avond dat Hij werd verraden, deed onze Heer en Verlosser iets voor ons en via onze verbintenis met Hem, gaf Hij ons in ons christelijk Leven een Opdracht mee om iets voor Hem te doen. En aldus blijf Hij verbonden met Z’n bruid, Zijn Lichaam, de Kerk en het breken van het Brood met die Bruid [de Kerk] en de Liefde voor die christelijke gemeenschap.
En wanneer wij nu voor het probleem van de angel van het verraad gesteld worden, dienen wij ons te herinneren dat Onze Heer en Verlosser de pijnlijke steek oneindig veel meer voelde dan wij ooit zullen ervaren.
En vanwege hetgeen er voortvloeit uit wat Hij voor òns gedaan heeft, na de avond dat Hij werd verraden, blijven wij getrouwe christenen alleen Hem in onze eigen gekozen christelijke gemeenschap dienen uit Liefde voor Zijn bruid.

Apolytikion      tn.8
  Uit den hoge zijt Gij neergedaald, o Barmhartige,
en zijt drie dagen in het graf gebleven,
om ons van het lijden te bevrijden.
Gij zijt ons Leven en onze Verrijzenis;
Heer, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8
  Nadat Gij zijt opgestaan uit het graf,
hebt Gij de doden opgewekt,
en Adam weer doen opstaan.
De einden der wereld jubelen
over Uw ontwaken uit de doden,
o Al-barmhartige
”.

Theotokion     tn.5
  Om ons zijt Gij uit de Maagd geboren,
en hebt Gij het Kruis ondergaan, o Goede.
Door Uw dood hebt Gij de dood overwonnen
en ons als God de Opstanding getoond.
Veracht het werk van Uw handen niet;
toon ons Uw mensenliefde, o Barmhartige.
Verhoor haar die U gebaard heeft:
de Moeder Gods, die voor ons bidt,
en verlos Verlosser het wanhopige volk
”.

 

Orthodoxie & wees niemand ‘minder’ dan jezelf

Solliciteren is het                               gemakkelijkste verkoopgesprek, het zegt namelijk niets over wie je werkelijk bent

Na heel lang zoeken op de meest uiteenlopende plaatsen komen we tot de ontdekking dat we veranderd zijn. Omdat mensen zo verschillend zijn, zal beslist niet iedereen je even aardig vinden.
Wanneer iemand jou niet aardig vindt, wil dat nog niet zeggen dat er iets mis met je is. Jij wilt uiteraard het liefst mensen ontmoeten, die jou waarderen om wie je bent. De beste manier om mensen te vinden die van je houden om wie je bent, is je te gedragen zoals je werkelijk bent.
Je dient niet te proberen afwijzing te voorkomen door je te gaan gedragen zoals de ander dat van je verwacht. Dit is risicovol omdat je jezelf ‘kwijt‘ kunt raken. Met jezelf kwijt raken wordt bedoelt dat jij ‘jezelf niet meer écht ervaart’.  Met jezelf wordt ook wel eens ware zelf of ziel bedoelt.
Wanneer iemand zichzelf niet meer is, is die niet écht zichzelf kwijt. Het ware zelf of de ziel kan nooit kwijt zijn, maar wel de verbinding ermee.

apostel Paulus – vermomd zelfportret van Rembrandt van Rijn, 1661

de Apostel van de heidenen, Paulus zegt hierover:
Toen ik een kind was, sprak ik als een kind,  ervoer ik de dingen om mij heen als een kind, overlegde ik bij mezelf als een kind.  Nu ik mens geworden ben, heb ik afgelegd wat kinderlijk was1Cor.13: 11.
In het dagelijks leven dienen wij weliswaar ons best te doen om een goed mens te zijn, maar volmaakt – zoals de Martelaren en de Heiligen zullen er maar weinige onder ons worden.
Want zo gaat Paulus verder: “ Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht.  Nu ken ik onvolkomen, maar dàn zal ik ten volle kennen, 
zoals ik zelf gekend ben”.
Stop er dus mee ‘jezelf’ in een ander profiel te drukken, wees spontaan, kom voor jezelf op en doe datgene wat je intuïtie je ingeeft. Maak je minder druk om het commentaar van de ander; probeer jezelf te kennen, accepteer jezelf, vertrouw op jezelf en wees jezelf; dat is in de ogen van onze Heer en Zaligmaker ruim voldoende. 

Levensbeschouwingen [of ze nu godsdienstig zijn of niet]  zijn menselijke woordschikkingen, waarin door mensen gezag wordt toegekend aan bepaalde teksten, ervaringen en tradities. Binnen iedere levensbeschouwing [ook het christendom] zijn er intern discussies over
1.]. Welke teksten, ervaringen en tradities in aanmerking komen en
welke niet [of in welke volgorde, zoals Geloof, Hoop en Liefde].
2.]. Hoe die teksten, ervaringen en tradities precies geïnterpreteerd dienen te worden.
Niemand kan uit deze verklarende, ‘de bedoeling uitleggende‘, cirkel stappen.
Iedereen zal van mening zijn dat hij zelf de beste, de meest juiste, de zuiverste opvatting heeft, maar daarmee wil dat nog niet zeggen dat dat ‘de Waarheid’ is.

Maarten Luther en Katharina von Bora
portret door z’n vriend
Lucas Cranach, de oude 1529

De Rooms Katholieke bisschop van Rome -‘de eerste zonder gelijken‘ (‘first without equals‘) – i.p.v. de traditionele uitdrukking: ‘eerste onder gelijken‘ (‘first among equals’) – geraakte met de [RK] Augustijner pater Maarten Luther [1483 – 1546] in discussie en kwam in deze valkuil terecht betreffende de definitie van het christendom; zij verketterden elkaar over en weer en even later was het oorlog [een kerkscheiding].
Je kunt dus ook niemand het recht ontzeggen te claimen dat hij of zij deze of gene [christelijke] godsdienst aanhangt.
Je kunt er enkel naar streven om het gesprek daarover op een zinvolle manier te gaan voeren, zoals dit in de loop van enkele eeuwen binnen het christendom door schade en schande – dankzij de inbreng van de Heilige Geest is geleerd.
Voorwaarde is echter dat alle deelnemers aan dit gesprek het uitgangspunt accepteren: “God mag dan wel eeuwig zijn of absoluut”, onze interpretatie van wie Hij [of Zij of..] is, staat -ons als vrij gevormd mens- principieel ‘open’ voor een uitwisseling van meningen.
Degene die suggereert dat hij of zij als – ‘eerste zonder gelijken‘ [‘first without equals’] met beroep op ‘hèt [- de echte waarheid] te weten ‘helderheid’ kan scheppen op het terrein van de vele opvattingen, die over mens en het godvruchtig samenleven de ronde doen, houdt ‘zichzelf’ voor de gek, of hij zich nu theo-, filo-, socio- of antropoloog noemt.

Het lijkt me dan véél zinvoller om er voortaan op te letten wanneer we over individuen en godsdiensten/levensbeschouwingen spreken, dat we een verduidelijking toevoegen,  in de zin van: . . . ‘volgens mijn’ persoonlijke’ interpretatie van het christendom…, òf zoals wij dit hier te lande beleven… etc.
Dan benader je godsdiensten niet als quasi ‘
onveranderlijke’ en ‘starre’ instituten, maar als één door God geleid, menselijk fenomeen,
[die al dan niet geïnstitutionaliseerd zijn met het oog op bepaalde functies].
De aanpak van de manier waarop godsdienstige overtuigingen hun plaats
‘dàn’ kunnen krijgen in de maatschappij, kan vervolgens zorgen voor een grote verscheidenheid en de uitwisseling van argumenten erover zal aan nuance winnen. De innerlijke mens zal hierdoor groeien.

Pan Orthodox Concilie, Kreta 2016 – LOGO

Vervolgens kun je de vraag beantwoorden waar een legio jonge ouders mee rond lopen: “dien ik mijn kind -in deze tijd- nog wel een opvoeding  overeenkomstig een Christelijk Geloof mee te geven?”.
     Met andere woorden is christelijke opvoeding een opdracht van God; een godsdienstige opvoeding, gericht op bekering van het hart en de verhouding met God. Er zijn legio gelovigen, die zich vandaag-de-dag nog steeds beroepen op de [pedagogische] ideeën van weleer en die ideeën zijn blijkbaar niet onomstreden. Na het tweede Vaticaans Concilie heeft er ‘in de Lage landen‘ een beeldenstorm plaatsgevonden, die de storm van de periode van Luther vèr te boven gaat [een tsunami, veroorzaakt door een onderzeese aardbeving en een vloedgolf].
Het gehele christelijk erfgoed en niet alleen de Roomse ging op de schop en heeft het maar nauwelijks overleefd. De Orthodoxe Kerk kan in haar geledingen via de eindconclusie van het Pan-Orthodox Concilie op Kreta wel laten lijken of dit aan haar gelederen voorbij gegaan is, de tweedracht blijkt uit de grote hoeveelheid restricties van bisschoppen, die de eindconclusies wèl en nièt ondertekend hebben. Toch blijft het gebruik van vaststaande teksten [‘formulieren’] bij liturgische handelingen zoals de bediening van de Mysteriën en het vieren van christelijke feestdagen overeind staan, maar dat er ook hier spanningen zijn en er sprake is van onopgeloste conflicten kan niet langer ontkend worden.

Christus, man van het Volk

Christus was net als Mozes een voorbeeld van iemand, die geleerd had om de kwesties waar het om draait in het leven op te lossen. Als geheel God en geheel mens werd Hij het grootste voorbeeld van Degene, Die een innerlijke Vrede heeft. Omdat Hij de juiste keuze maakte en vaststelde wat er werkelijk belangrijk is in het menselijk leven, was Hij in staat door Zichzelf een Goddelijk Leven te bewerkstelligen en daarmee een -voor een mens- de allergrootste verantwoordelijkheid op Zich te nemen.
Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet 
ziet. Want door dit [Geloof in God] is aan de ouden een getuigenis gegeven. Door het Geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord van God tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembareHebr.11: 1-3.
En vervolgens somt Paulus de eregalerij op van al die vrouwen en mannen van Geloof, die ons in het oude Testament voorgingen. De christelijke Kerk handhaaft deze Traditie nog steeds door martelaren en heiligen tot de vriendenkring van Gods Hemels Koninkrijk te benoemen en daarmee weten wij hoe wij voor onszelf ‘Vrede en innerlijke rust’ kunnen bewaren in deze drukke en overspannen wereld.
We kunnen in hetzelfde hoofdstuk van Paulus aan de Hebreeën lezen met welke vier vragen wij als christen te maken krijgen:
Wie ben ik?”. Hebr.1: 24
Wat wil ik werkelijk zijn?”. Hebr.1: 25 – vervolgens wordt de vraag gesteld:
Wat is werkelijk belangrijk in het leven?”. Hebr.1: 26 en
“ Hoe ga ik dit leven invullen?”. Hebr.1: 27.
Dit zijn de fundamentele punten waar wij als mens uit zullen dienen te komen en op deze wijze nam Mozes in het Oude Verbond de juiste besluiten, zodat men hem tot op de dag van vandaag nog steeds eert en zijn levensindeling als voorbeeld stelt.

Het is de Heer, Die barmhartigheid doet, en recht verschaft aan allen die onrecht lijden. Hij heeft Zijn wegen aan Mozes doen kennen, Zijn Wilsbeschikkingen aan de kinderen van Israël [de Kerk]. Vol ontferming en barmhartig is de Heer: grootmoedig en vol erbarmenPsalm 102: 6-8 vert. ROK ‘s-Gravenhage
1.]. Mozes weigerde, toen hij opgegroeid was, gezien te worden als de zoon van Farao’s dochter. We kennen -‘wanneer onze ouders ons dit hebben meegegeven‘- het verloop van zijn leven, waarop door zijn opvoeding een conflictsituatie ontstond. Mozes was eigenlijk een jood, maar de dochter van de Farao voedde hem op als een Egyptenaar. Iedereen beschouwde hem als een Egyptenaar. Jaren later, toen hij ongeveer 40 jaar oud was, werd hij aangesteld als tweede man van het koninkrijk, waardoor hij voor de keuze werd gesteld: “Wat wil ik met mijn leven doen?“. Ik weet dat ik een Jood ben, maar iedereen ziet aan mijn voorkomen en mijn comfort dat ik een Egyptenaar ben:  Wie ben ik?Hebr.1: 24. Ben ik een Jood of een Egyptenaar – ga ik bij een stelletje [“eenvoudige hardwerkende“] Joodse slaven wonen of blijf ik hier in de luxe van mijn [‘verworven?’] paleis.
Mozes nam het ‘juiste’ besluit, hij deed zich niet mooier voor dan hij was, met gevolg dat hij de volgende jaren van zijn leven in de woestijn diende door te brengen.
2.]. Ieder van ons dient met zichzelf in het reine te komen op dit punt van zijn identiteit, dáár zal eerst blijken wat en wat voor uitwerking een opvoeding heeft.
We bezitten allemaal de diepe behoefte om innerlijk te accepteren wie wij zijn. Wanneer je probeert om iemand te zijn, die je ‘niet echt‘ bent, is dat een prima methode om snel een maagzweer of hartkwalen te krijgen, omdat je dan onder druk komt te staan. Mozes herkende deze druk en hij besloot te stoppen met te doen alsof. Hij accepteerde ‘zijn’ ware identiteit. Probeer niet iemand te zijn, die je niet bent.
God heeft je gevormd en Hij houdt van je zoals je bent, voor Hem ben jij speciaal.
        Je kunt net doen of je iemand anders bent, òf je kunt Gods plan accepteren en zijn zoals je eigenlijk bedoeld bent. Hoe zouden wij anders Mozes herinneren als hij besloten had aan het hof van de Farao te blijven? Misschien wel als een Egyptische mummie in het een of ander museum met een gouden masker op.
Hij nam echter het moeilijke besluit en in ‘het Licht’ van de eeuwigheid was dat ook het beste besluit.
Dat is wat Christus, onze Heer, eveneens voor ons doet. God geeft ons niet alleen een identiteit, maar Hij geeft ons tevens onze waardigheid. Iedereen met wie Christus in contact komt in het Nieuwe Verbond – of dat nu een overspelige vrouw, een melaatse of een verschoppeling is – wordt door Hem geaccepteerd en geliefd. Hij zei: ” Ik ken je bij je naam!!!

Het kunnen
Op die dag, dat deze mensen voor Gods Troon komen te staan, zullen velen tegen Jezus Christus zeggen: “Heer, we hebben in Uw Naam allemaal goede dingen gedaan. Voor U”. Hoe bitter zal het dan zijn als de Heer zal moeten antwoorden: “Ja, maar Ik ken u niet”.
Het is blijkbaar mogelijk om voor God te werken en geestelijke dingen voor Hem doen, zonder een relatie met Jezus Christus te hebben.

Het kennen
God wil dat wij een relatie hebben met Jezus Christus. Dat we Hem kennen.
  God is getrouw, door wie jij bent geroepen tot gemeenschap met Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer1Cor.1: 9.
Hij wil dat deze relatie wederzijds is. Daarom zegt Paulus vervolgens “  Indien iemand zich inbeeldt enige kennis verworven te hebben, dan heeft hij nog niet leren kennen, zoals het behoort; 
maar heeft iemand God lief, dan is deze door Hem gekend1Cor.8: 2,3.
Dat dit belangrijk is blijkt eveneens uit de weergave van de Blijde Boodschap volgen Mattheüs:
      Niet een ieder, die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het Koninkrijk der Hemelen binnengaan, maar wie doet de wil van Mijn Vader, Die in de Hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam boze geesten uitgedreven en in Uw Naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik [Christus Pantocrator] hun openlijk zeggen: ‘Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid’Matth.7: 21-23.
God wil geen religie maar relatie en dat is een gevoelskwestie.
Religie heeft namelijk niets te maken met het kennen van onze Heer Jezus Christus, de Zoon van God; een relatie met Hem hebben wel.
Laten we daarom opgroeien en volwassen worden in het kennen van onze Heer en -door Zijn Genadegaven de vruchten dragen die daarbij horen-.

Mozes en de brandende braambos

Wat hier nog aan toegevoegd dient te worden is de kwestie van de persoonlijke verantwoordelijkheid. Mozes koos er uiteindelijk voor om ‘met’ het Joodse Volk slecht behandeld te worden, in plaats van te genieten van de zondige geneugten van het paleis van de Farao in de woestijn. Eerst weigerde hij te zijn wie hij in werkelijkheid niet was en vervolgens maakte hij de keuze ervoor te zorgen de Goddelijke weg te gaan bewandelen.
Het werkend grondbeginsel is het volgende: Je kunt iets negatiefs altijd vervangen door iets positiefs. Je stopt niet alleen met iets, je maakt ook een begin met heel iets anders.
Het christelijk leven is niet iets van afkeurende, kritiek hebbende wetten en regels; het is een kwestie van een relatie hebben met God, met anderen en met jezelf.

Mozes ontmoet de Heer in het brandende braambos – miniature

Mozes nam het besluit om volwassen te worden: Het is een teken van volwassenheid wanneer jij persoonlijk je verantwoordelijkheid neemt [Hebr. 11; 24-26]. Na zijn geboorte, zijn opgroeien, zijn pubertijd en het bereiken van zijn 40 jarige leeftijd [leeftijd van de ‘mid-life-crises] moest hij wel een beslissing nemen, de verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven op zich nemen en voorwaarts gaan.
De Waarheid’ over persoonlijke verantwoordelijkheid is echter in onze tegenwoordige samenleving een impopulaire vanzelfsprekendheid geworden. We leven in een cultuur die ervan houdt om een ander ergens de schuld van te geven, zaken te verdraaien en geen persoonlijke verantwoordelijkheid op je te nemen. Iedereen houdt ervan de ander de schuld te geven, maar we hebben er allemaal, niemand uitgezonderd, een hekel aan om de schuld te krijgen. Het is gemakkelijker om anderen de schuld te geven van uw situatie:
Ik zou meer aan Christus zijn toegewijd als mijn gezin ook christen werd”;
“ Ik zou waarachtig Gods weg zijn gegaan wanneer mijn vriend, vriendin, vader of moeder, echtgenote of echtgenoot mee zou zijn gegaan”;
 
Ik zou nu een beter mens zijn als ik betere ouders had gehad”.

Mozes legde de schuld niet bij de ander: hij nam ‘zelf’ de verantwoordelijkheid voor ‘zijn eigen leven’ op zich en besloot wat van zijn leven te maken.

     Het is natuurlijk waar dat er veel dingen in het leven zijn waar je geen macht over hebt. Je hebt er immers niets over te zeggen wie je ouders zouden zijn; jij kon niet bepalen waar je geboren zou worden en dat je al dan niet christelijk gedoopt zou zijn. Jij had geen macht over de genen, die jij in het leven met je mee zou krijgen.
     Er is echter één ding waar jij persoonlijk de absolute macht over meegekregen hebt en dat is “de manier waarop jij op het leven reageert”.
Je kunt ervoor kiezen om op een negatieve manier, kritische manier op het leven te reageren, of je kunt -in ‘zelfbewustzijn’, in ‘Geloof’- ervoor te kiezen te reageren op een positieve manier.

beteugelen van de storm

Hoe ga je reageren, regeren over jezelf en via jou ten opzichte van de ander? De keus is aan jezelf, jij hebt de omstandigheden die zich in het leven kunnen voordoen niet voor het uitkiezen, maar je kunt wel kiezen of die dingen u een bitter [onaangenaam] of een beter mens zullen maken. Het is aan jouwzelf, jij bent de enige die je leven te gronde kan richten. De duivel kan dat niet, omdat hij daar de macht toe niet heeft gekregen; hij kan het je alleen maar lastig maken. God doet dat niet omdat Hij van je houdt, Hij kan je alleen maar met z’n Genadegaven stimuleren. Alleen jijzelf kunt je eigen leven verprutsen.

  • Niemand kan je eigen houding van je afpakken tenzij je die houding opgeeft. Wanneer jij de verantwoordelijkheid over je eigen houding in je leven op je neemt, kun je innerlijke vrede beginnen te ervaren.
    3.]. Stel je eigen voorkeuren vast.
    – De meeste mensen willen maar al te graag aardig gevonden worden binnen hun leefomgeving, maar er zit één groot nadeel aan populariteit; het houdt nooit stand. Je kunt een tijdje de bink uithangen binnen je omgeving; in de groep waarin jij je thuis voelt en die jij daarom hebt uitgekozen, geformeerd.
    Maar wanneer je na een periode van vermeende successen tot bezinning komt, zul je ontdekken dat niemand je werkelijk kent, je hebt een cocon om jezelf heen gebouwd. Populariteit houdt geen stand.
    – Dan is er nog het plezier dat je ergens aan beleeft. Plezier ergens in hebben is niet verkeerd, tenzij het je afgod wordt. We leven momenteel in een door plezier bezeten samenleving: “Je leeft maar één keer, dus haal je eruit wat er in zit”, iedere dag feest, luxe en trotsheid om je heen, zalig toch. En als het niet loopt zoals je het had verwacht neem je een drankje, een pilletje of een jointje; lang leve de lol.
    Plezier heeft echter ook een nadeel, het houdt niet stand.
    Mozes verwierp het kortstondig plezier omdat hij zijn eigen voorkeuren had vastgesteld; zijn blik was gericht op iets hogers. Daar had hij niet ‘de door hem gevormde‘ jeugdvrienden voor nodig, daar had hij het schamele, ‘werkende volk’ voor nodig; zijn blik was gericht op iets hogers.

     Er is niets mis met het bezitten van geld, macht, invloed, bezittingen en juwelen.
  Ziet toe, dat gij u wacht voor alle hebzucht, want ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit. En Hij sprak tot hen een gelijkenis en zei: ‘Het land van een rijk man had veel opgebrachtLuc.12: 15-16. Al deze dingen brengen uiteindelijk geen ultieme blijdschap met zich mee. Hoeveel geld hebt u nodig om gelukkig te zijn? Meestal net ietsje meer en het is een feit dat de meeste arme mensen ontzettend gelukkig kunnen worden wanneer zij in hun armoe een inventiviteit hebben ontwikkeld, een vindingrijkheid hebben gevonden om in hun armoede toch rond te komen.
Geld behoort gebruikt te worden om mensen tot ontwikkeling te brengen en si niet bedoeld om eigen voorkeuren naar eigen believen door te drukken. God wil dat je van de mensen houdt en wanneer je van de mensen houdt, dan ga je van de behoeften van die mensen uit en niet die van jezelf.  Mozes had zijn voorkeuren juist gesteld; hij wees z’n eigen behoeften af opdat hij het volk als belangrijker in zijn leven beschouwde.

In Jezus Christus proberen we alles te weerstaan – de verleidingen, de stormen en orkanen, het lijden, de zonde, de dood en de tegenstrever;

4.]. Mozes volhardde in z’n leven, hij bleef standvastig. Het is een feit dat er in dit leven niets uit het niets voorkomt, God formeerde zelfs de mens uit aarde. Geen zege, geen overwinning wordt behaald zonder inspanning, geen vooruitgang zonder tegenslagen. Het is bij dit punt belangrijk, dat je leert omgaan met moeilijkheden, met zaken, die niet zo gemakkelijk verlopen en je de grootste moeite kosten.
      Mozes maakte een succes van zijn leven omdat hij volhardde.
      Wij christenen dienen ons nooit te laten verontrusten en moeilijkheden uit de weg gaan. De sleutel tot innerlijke vrede is namelijk dat je onderkent dat elk leven moeilijkheden kent en dat je weet dat -God met ons is- en je -via Zijn Geest- weet hoe je daar op een goede manier op kunt reageren.
– Door de problemen, die jij op je weg meekrijgt, laat God de Vader jou als Zijn kind tot ontwikkeling komen, God laat dit soort situaties toe om door voor Hem bepaalde redenen, die wij onmogelijk kunnen overzien.
     Zonder volharding, zonder standvastigheid zul je het in dit leven niet ver schoppen. Innerlijke Vrede komt wanneer jij de verantwoordelijkheid voor de keuzes in je leven op je neemt, Gods prioriteiten kiest en vervolgens voor vertrouwen volhardt.

Orthodoxie & persoonlijke voornemens tot veranderingen/metamorfoses

Ieder mens krijgt te maken met de een of andere meer persoonlijke verstoring van de normale gang van zaken in zijn/haar leven. Een situatie die diep ingrijpt, je gevoel van veiligheid behoorlijk verstoort en die een ongewenste verandering met zich meebrengt.

Leidende Engel,                      Salvador Dali

Wanneer je terugkijkt, zul je merken dat zo’n persoonlijke verandering ergens al lang in de lucht is blijven hangen, omdat er iets is scheefgegroeid en er broodnodig een correctie dient plaats te vinden.
Je blijft maar iets doen wat contraproductief blijkt te werken òf je blijft vasthouden aan datgene wat in beginsel gewoon niet langer als ‘gezond omgaan‘ met de problemen beschouwd kan worden.
Je bent blijkbaar zelf niet langer in staat met besef van ‘eigen‘ waarde en kwaliteiten een correctie door te voeren. Daarom zorgen je innerlijke bewegingen hiervoor; waaronder angst voor veranderingen dat je niet in beweging komt, dat je alles blijft doen zoals je het gewend bent, lekker veilig en overzichtelijk.
Een verstoring van jouw openbare orde dwingt je er in feite toe om veranderingen door te voeren die je eerder had kunnen/dienen door te voeren, maar hetgeen je in je opleidingsperiode constant uit de weg ging òf waarvan je het idee gewoon niet aan zou kunnen. Als je middenin een ogenblik van ommekeer beland bent, ervaar je het uiteraard als een heftige periode.
Toch behoeft een metamorfose niet alleen als een nare, zware periode beleefd te worden. Het kan immers ook een periode zijn waarin je dingen opnieuw gaat ontdekken en het eens van een andere kant gaat bekijken.
Je dient gewoon te ervaren dat je méér in huis hebt dan je dacht: je kunt en doet dingen die je nooit van jezelf gedacht had. De situatie zorgt ervoor dat je uit je comfort-zone stapt en dat blijkt ineens onverwacht veel op te kunnen opleveren.
Jij bent persoonlijk in staat, hoe gek dat ook mag klinken, er bewust voor kiezen om nu eens géén verzet meer te bieden tegen de verandering die er nu eenmaal dient plaats te vinden, maar eruit te halen wat erin zit.
Omdat, nu toch alles op z’n kop staat, je ongezonde gedachte- en levenspatronen onder de loep te nemen en rigoureus te veranderen. Je kunt dingen heel anders gaan doen, nieuwe dingen leren, ‘nieuwe‘ patronen laten inslijten.
De kunst is nu om tijdens een persoonlijke veranderingsproces niet weg te zakken in ‘zelfmedelijden‘ en ‘zelfbeklag‘, je oude zekerheden van het gezagswoord ‘nu eens niet‘ uit de kast te halen, maar samen met anderen te ontdekken wat al langere tijd vraagt om een ingrijpende metamorfose. Te ontdekken naar welke wake-up call dit persoonlijke veranderingsproces je wil doen laten luisteren!

Lege haven, rust

In onze hedendaagse wereld schijnt er maar weinig goed op elkaar aan te sluiten en dat kan nog wel eens tot problemen leiden. Veel van de opgaven, die je dient op te lossen zijn te herleiden tot een gebrek aan de zorg voor heel veel problemen, die maar zijn blijven liggen. Dit is te herleiden tot een tweedracht, onenigheid in de principes, die ‘jij zelf‘ hanteert – je had eerder tot een inzicht dienen te komen en in je opleidingsperiode je omgeving niet langer dienen te accepteren. Harmonie ervaren is geen doel op zich, maar een resultaat van een aantal bewuste stappen. Wees wie jij bent en doe je niet anders voor; schaam je niet voor waar je vandaan komt of wat achter je ligt. Doe, als het even kan, geen dingen die jij niet aankunt, waar je ‘totaal‘ geen talent voor hebt; je behoeft geen duizendpoot te zijn; laat dàt over aan een ander die er meer geschikt voor is.
Forceer je zelf niet en voorkom dat je dingen doet die totaal niet bij je passen; wees je bewust van wat voor jou een goede omgeving is.
Ben je iemand die actie en dynamiek nodig heeft, die gedijt bij reuring; zoek dan zo’n context vol met levendigheid op en slijt je uren niet op plaatsen waar deze elementen ontbreken; dan gedij je gewoon niet.  Heb je een rustige, prikkelarme omgeving nodig, zoek die zoveel mogelijk op; dat levert een bijdrage aan jouw gevoel van harmonie; zoek een omgeving die voedend ‘voor jou‘ is.
Werk aan het loslaten van gedachtes en denkbeelden over je zelf die je zelf klein houden en beperken en die niet overeenkomen met wat je kunt; sta waarderend in het leven en let op je taalgebruik.
Vergeef, sluit hoofdstukken af en ga verder; richt je op waar jouw invloed wèrkelijk ligt, waar je goed in bent. Laat gaan wat niet in je invloedssfeer ligt; dat wel doen is energieverlies.
Een perfecte staat van harmonie bereiken is waarschijnlijk geen staat die je als mens kunt bereiken. Je zelf meer in harmonie ervaren is wel degelijk mogelijk wanneer je werkelijk weet wat belangrijke ingrediënten zijn.

Voor het oplossen van complexe vraagstukken zie je dat er steeds meer gewerkt gaat worden met multi-disciplinaire teams. Teams waarin mensen met verschillende achtergronden, kwaliteiten en perspectieven/zienswijzen ‘samen’ [zonder ‘eerste zonder gelijken’] aan het werk gezet worden met als doel een werkende oplossing te vinden. Als een dergelijk team wordt samengesteld, is het bewustzijn er:
dat voor het aanpakken/oplossen van een complex probleem meerdere zienswijzen en verschillende disciplines noodzakelijk zijn om antwoorden te vinden;
dat het beter is om met meerdere mensen samen te werken in een georganiseerd verband dan in je uppie je tanden erin te zetten;
dat iedereen beperkt is in zijn/haar kunnen en kennen en dat door verschillende mensen samen te brengen van elkaar kan worden geleerd.

De praktijk laat zien dat dit soort teams productief zijn als ieder lid bereid is tot geven, tot delen, te leren van een ander met heel andere achtergrond en inbreng wordt aanvaard en tot meebewegen en  flexibiliteit wordt aangezet. Mensen die enthousiast zijn over het werken in zo’n setting geven aan dat ze hierdoor meer zicht hebben gekregen op wat ze zelf in huis hebben en veel geleerd hebben en beter weten wat er ‘nog meer’ beschik-baar is ‘buiten’ het ‘eigen’ domein.

In je persoonlijke leven kan een multi-dimensionaal team om je heen ondersteunend zijn. Want complexe persoonlijke problemen, waar jezelf altijd een onderdeel van bent, kun je niet eenvoudig in je uppie of in eigen kleine kring oplossen.
Dan zijn er nieuwe, frisse blikken nodig, mensen die vragen stellen die
nooit in jou op zouden komen of waartegen je opziet om ze te beantwoorden, terwijl ze wel nodig zijn om verder te komen.

beyond the rain‘, wood engraving by Richard Wagener

Zo’n team kan bestaan uit mensen die wat meegemaakt hebben in hun leven, die een geheel ‘eigen‘ levensvisie hebben, die ‘geen‘ schroom hebben om vragen te stellen en dingen te benoemen en die hoofd- en bijzaken uit elkaar kunnen halen, die communiceren. Daarnaast spelen aspecten als discretie, voldoende afstand, integriteit etc. een rol bij het kiezen van jouw teamleden.
Laat toch los het idee dat je al je complexe issues in je uppie of alleen met meest nabije mensen kunt of dient op te lossen. Vorm je eigen multi-dimensionale teams – desnoods met ieder een eigen specifiek werkgebied en vraag hen om je daadwerkelijk verder te helpen; geen doen alsof en tòch zèlf de beslissingen naar je toe blijven trekken of door te drukken.
Waar je mee omgaat word, je mee besmet’, is een oud en waar spreekwoord. Dit laat zien dat de omgeving waar je in verkeert, invloed op je heeft. Zwijg jij, dan verzwijgen zij [laten nimmer het achterste van hun tong zien], durf jij, dan durven zij eveneens. Méér dan je denkt, méér dan je wilt, ben jij een kuddedier. Dit kan een tegenstelling zijn met hoe je jezelf ervaart [of wilt zien!]: een zelfstandige, autonome persoonlijkheid die regie heeft over zijn/haar leven. Je kunt er vraagtekens bij zetten of dit klopt, of dit werkelijk wel zo is.
Je wilt niet buiten de boot vallen, je wilt niet opvallen, je wilt erbij horen.
Het is verstandig om als lid van de groep een beetje mee te bewegen, niet te moeilijk te doen. Daar heb je veel voor over, want niets lijkt zo erg dan [er] alleen [voor] staan.
Je kopieert onbewust van alles van een ander:  gedachtes, gewoonten, handelingen, voorkeuren en gedragingen. Door mee te gaan met de groep, de meerderheid, doe je meer dan je lief is geweld aan zaken die bij jou horen: je waarden, je opvattingen, je idealen.
Je hebt het idee dat je ‘eigen’ keuzes maakt, maar als je daar eerlijk en bewust naar kijkt, merk je hoe jij niet in je eentje keuzes maakt, maar hoe de situatie waarin je verkeert en je omgeving, mogelijk volstrekt onbewust, hier een grote rol in spelen. Méér dan je je realiseert bepalen de cultuur, de waarden en normen in je omgeving, de [griekse] tradities, de codes van de groep met wie je omgaat in je doen en je laten.
Je weliswaar ogenschijnlijk persoonlijke keuzes zijn minder vrij dan je denkt.
Wil je keuzes maken die passen bij je waarden, bij je visie, bij je levensbeschouwing dan is het beslist handig om onder ogen te zien dat je je net als de ander laat beïnvloeden door wat je om je heen ziet, door wat anderen doen. Dat je je realiseert dat je in de meeste gevallen de weg van de minste weerstand kiest en dat van onafhankelijke, individuele keuzes maar in beperkte mate sprake is.
Wanneer jij je realiseert dat dàt waarschijnlijk je realistische uitgangssituatie is,
weet je ook dat het nieuw gedrag vraagt om verandering te krijgen.
Het vraagt dat je je bij allerlei keuzes even afsluit van de wereld om je heen en
bij je zelf te rade gaat hoe je primaire impuls, òf je eerste reactie zich verhoudt tot de waarden die voor jóu belangrijk zijn, tot de doelen die jij hebt in je leven.
Stel dat je je primaire reactie volgt, past dat inderdaad bij jou als christen die je tenslotte wilt zijn?
Je zelf uit de situatie halen, je ontkoppelen en je terugtrekken in jezelf en toetsen of je impulsen passen bij wat voor jou belangrijk is en wat je wilt, kost tijd.
Het kan door je omgeving als lastig worden ervaren en er kan in je directe omgeving zelfs wrijving of frictie ontstaan.
Door dìt te doen maak je ‘bij jou‘ passende  keuzes.
Het zal niet zonder slag of stoot gaan, het zal goddelijke pijn doen, het zal als een kruis ervaren worden.
Je zult merken dat er veel ‘krachten’ van binnenuit en van buitenaf zijn die je vragen om jezelf aan te passen, om niet zo ingewikkeld te doen.
Je zult merken dat als je werkelijk autonome beslissingen neemt die werkelijk aansluiten bij jou als christen, het beslissingen zijn die niet altijd begrepen of gedragen zullen worden door je directe omgeving.
Autonome beslissingen zullen in een aantal gevallen van je vragen om je ìn te houden, já, of juist néé te zeggen, discipline te betrachten. Autonomie houdt niet in toch lekker doen wat ‘jij‘ persoonlijk wilt, maar keuzes maken die bijdragen aan hoe jij als christen wilt leven.
En dat kan betekenen:
regelmatig ‘ja’ of ‘nee’ zeggen tegen wat gangbaar is in je directe omgeving of
juist gewenst is voor de gehele geloofsgemeenschap, de Kerk.