30e Zondag na Pinksteren – Zondag voorafgaand aan de Geboorte van Christus, waarbij wij de Rechtvaardigen gedenken, die God aangenaam zijn geweest, van Adam tot/met Joseph, de verloofde van de Theotokos; het Voorfeest van Kerst.

    Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham.
Abraham verwekte Isaäc, Isaäc verwekte Jaäcob, Jaäcob verwekte Juda en zijn broeders, Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram,
Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon,
Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isai,
Isai verwekte David, de koning. David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria,
Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asa,
Asa verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia,
Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia,
Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amon, Amon verwekte Josia,
Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap.
     Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiel, Sealtiel verwekte Zerubbabel,
Zerubbabel verwekte Abihud, Abihud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor,
Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud,
Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob,
Jaäcob verwekte Jozeph, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt.
Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten.
De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus.
Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozeph, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, 
zwanger te zijn uit de heilige Geest.
Daar nu Joseph, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden.
     Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zei:
    Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest. Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die Zijn Volk zal redden van hun zonden.
       Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Heer door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide:
      Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, hetgeen betekent: God met ons.
   Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich. En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam JezusMatth.1: 1-25.

    Door het Geloof heeft Hij vertoefd in het land van de Belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaäc en Jaäcob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte; want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.
En wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van 
Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuël en de profeten, die door het geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij Kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weder hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij 
hebben rondgezworven in schapevachten en geitevellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig –
zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komenHebr.11: 9-10, 32-40.

Met de eerste twee Griekse woorden, biblos geneseōs [lett. ‘boek van de oorsprong’] in de weergave van de Blijde Boodschap naar Mattheüs wordt het boek Genesis in herinnering geroepen en een verband gelegd met de eerste hoofdstukken van de Bijbel.
Het kan dus zijn dat Mattheüs hier spreekt over het ‘boek van de geschiedenis’ en daarmee het hele hierna volgende Evangelieboek bedoelt. Maar aangezien alle geschreven teksten ‘boeken’ werden genoemd, kan het ook ‘geslachtslijst’ betekenen en dan heeft Mattheüs hier de lijst van zijn 1e hoofdstuk vers 2-17 op het oog.
In beide gevallen wordt echter een verband gelegd met de eerste hoofdstukken van de Blijde Boodschap.
De schepping van hemel en aarde [Gen.2: 4] en de schepping van de mens [Gen.5:  1] wordt met de ‘Geschiedenis’ van Jezus Christus in verband gebracht.
Via deze Joodse man, de Zoon van David, de Zoon van Abraham, zal de oorspronkelijke bedoeling van God met de Schepping, de mensheid en geheel Israël [incl. de Kerk] hersteld worden: 
    Gaat dan heen en maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereldMatth.28: 19-20.
Deze inleiding is te vergelijken met het prachtige begin van het Evangelie naar Johannes de Theoloog.

In het leven van onze Heer Christus Jezus nemen vrouwen een bijzondere plaats in. Maar dat begint al direct in de allereerste verzen van het eerste Evangelie in het Nieuwe Testament. Daar treffen we het geslachtsregister van Jezus Christus aan. Vrouwen in het geslachtsregister van de grote Koning. Een grotere revolutie binnen de cultuur van die tijd kon vrijwel niet.
We gaan er dus naar kijken.

Er is een heel concreet onderscheid tussen het geslachtsregister in Lucas en dat in Mattheus. Veel theologen worstelen met de verschillen die ze terugvinden in deze registers.
De belangrijkste oorzaak ligt in het feit dat ze niet opmerken dat elk Evangelie zijn eigen invalshoek heeft om het leven van Christus te belichten.
Zo tekent Lucas onze Heer als de Zoon des mensen.
    Vandaar dat het geslachtsregister van Lucas begint met de aardse naam Jezus en dan terugloopt in de geschiedenis naar de eerste mens: Adam. In deze menselijke lijn wordt – geen enkele keer – een vrouw vermeld.
      Mattheüs tekent Christus als de Koning. Het geslachtsregister welke hij optekent werkt vooruit in de geschiedenis, maar begint niet bij de eerste mens, maar bij Abraham. De eerste aan wie de beloften van het komende Koninkrijk gedaan zijn. Mattheus tekent de lijn vanaf Abraham naar Joseph, maar dan staat er in tegenstelling tot het geslachtsregister van Lucas bij dat hij de man was ‘van Maria, de Moeder God’s’.
       Het is zeer opvallend dat in de menselijke lijn geen vrouw genoemd wordt, maar juist als die lijn getekend wordt die recht geeft op de troon van David er -‘vier vrouwen’- vermeld worden.
Het was zo-wie-zo al heel apart dat er vrouwen vermeld worden in een geslachtsregister; dat deed men niet. Nu juist in die hoge lijn, waar het recht op de troon uit zal blijken, worden er maar liefst -‘vier vrouwen’- vermeld.

Letterlijk vertaald, begint Mattheüs met de woorden: ‘het boek van de ‘Genesis’ van Jezus …’. Daarna volgt een lange lijst met namen. Veel mensen hebben dan de neiging om dat saaie stukje maar over te slaan. Toch hebben zelfs de stambomen ons iets te vertellen.

De Joodse schrijver Mattheüs, bouwt zijn boek op volgens het model van de Thora [de Wet], die met Genesis begint. Genesis betekent ‘oorsprong, voortbrengsel’, maar ook ‘stamboom’.
Zo heeft Mattheüs zelfs het inleidende zinnetje uit Genesis 5:1 geleend, dat begint met: ‘Dit is het boek van de Genesis van Adam’.

Zowel in Mattheüs 1 als in Genesis 5 volgt er dan een stamboom. 
Mattheüs gebruikt in zijn geslacht’s-register het getal 14. Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God: de tien woorden van de Wet; het getal 4 duidt op de volheid in de schepping van deze wereld.
Mattheüs gebruikt 3 maal het getal 14, omdat er 3 maal 14 pleisterplaatsen waren waar Israël tijdens de uittocht verbleef [Numeri 33]. Het getal 42 [3×14] spreekt over de weg van de slavernij naar de Verlossing.
In navolging van de 42 pleisterplaatsen in Numeri 33, worden de meeste Thora-rollen zo geschreven dat er op ieder vel 42 regels onder elkaar staan, verdeeld in drie kolommen.

Iēsous is de Griekse vorm van het Hebreeuwse jēsjūa’, hetgeen ‘de Heer is redding’ betekent. Christos, (gezalfde) is Grieks voor ‘messias’, de persoon over Wie de profeten profeteerden en die Israël verwachtte. Jezus is de eigennaam en ‘Messias’ de ambtsnaam of titel.
Zoon van David’ was de meest gangbare messiaanse titel onder de Joden [vgl. Psalmen van Salomo, hfst.17]: de Messias zou voortkomen uit het geslacht van David, dat de belofte van een eeuwig koningschap had ontvangen [2Sam.7: 12-13; Isaiah.9: 6]. Deze benaming spreekt primair van Heil voor Israël [voor de Kerk].

Jezus was, evenals David, ook een nakomeling van Abraham [vs.2-16].
Abraham, zelf een heiden van geboorte, was de eerste die een messiaanse belofte ontving, die sprak over heil voor de volkeren [Gen.12: 3; 18: 18; 22: 18].
Deze belofte zal uiteindelijk in Jezus vervuld worden [vgl. Matth.8: 11-12; 28:19; Rom.4 :1-25; Gal.3: 6-29].

In de samenstelling van beide lijsten vindt men getallensymboliek.
Het duidelijkst is dit bij Mattheüs 1: 17. Hij noemt 3 x 14 generaties tussen Abraham en Jezus.
Maar ook bij Lucas komen we dit impliciet tegen. Hij plaatst Jezus in de wereld-geschiedenis die met Adam begint. ‘God’ niet meegeteld, geeft hij 77 namen, d.w.z. 11 x 7.
In de joodse literatuur komen we op verschillende plaatsen het verschijnsel tegen, dat ofwel de wereldgeschiedenis [vanaf Adam], ofwel de geschiedenis van Israël [vanaf Abraham] wordt ingedeeld in weken.
Een periode van zeven geslachten vormde in de apocalyptische tijdrekening een wereldweek. Men rekende wel met twaalf wereldweken.
Jezus staat zo gezien aan het einde van de elfde wereldweek, dat betekent dat met Hem een nieuw tijdperk begint, de twaalfde wereldweek.
De laatste wereldperiode, de tijd van het messiaanse Heil is met Hem aangebroken.
Na deze korte en krachtige typering van de persoon van Jezus volgt de geslachtslijst.
Het gaat er in de geslachtsregisters dus niet alleen om de exacte afkomst van Jezus te geven, maar veeleer om Hem te doen uitkomen als het hoogtepunt in een door God geleide historische ontwikkeling.
Het gaat er in de geslachtsregisters dus niet alleen om de exacte afkomst van Jezus te geven, maar veeleer om Hem te doen uitkomen als het hoogtepunt in een door God geleide historische ontwikkeling.

Hoe lang nog?, dat Hij wederkomt.
    Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naar dat zijn werk isOpenb.22: 12.
Wanneer is spoedig?
Als iets met spoed verstuurd moet worden of doorgegeven moet worden, dan dient het op korte termijn, zo snèl mogelijk plaats te vinden.
Maar spoedig, dat betekent dat het op korte termijn zal gebeuren.
Er wordt niet bij verteld op welk moment precies, maar het duurt niet lang meer.

            Onze Heer en Verlosser Jezus zegt tegen ons:
zie, Ik kom spoedig!” Het duurt niet lang meer, de tijd is gekomen.
Natuurlijk heeft onze Heer dat 2000 jaar geleden aan Johannes laten weten, maar
het zal niet lang meer duren.
Hoe lang nog?
Dat weten we niet, want tegen de engel schrijft in Openbaringen [3: 1-13] aan de
Geloofsgemeenschap van Sardis [Hebr.= Sered ‘vrees’ tot God]:
”    Ik kom als een dief in de nacht, u zult niet weten welk moment dat is“.
We kunnen niet zomaar zeggen op welk moment Jezus terugkomt, dat
is niet voor ons mensen weggelegd.

Tòch zijn er bepaalde zaken die aangeven dat de tijd dichterbij komt.

giro 555

         Onze Heer en Meester geeft Zelf de tekenen aan als Hij spreekt over hongersnood en ziektes, natuurrampen en oorlogen. We zien het allemaal om ons heen gebeuren en het lijkt steeds sneller na elkaar op te volgen en aan de natuurrampen blijken we zèlfs nog mee te werken ook. Daarnaast komen we ook weer terug bij het woordje spoedig, dat kan elk moment zijn. Het zijn allemaal tekenen dat Christus terug zal komen en Hij komt zeker!

We hebben twee kerstdagen en die mogen we allebei gebruiken.
We mogen deze gebruiken voor twee zaken:
1.]. Het gedenken en vieren van de komst van onze Heer en Verlosser Jezus, de Christus in het Vlees hier op aarde. Hij is naar ons toegekomen om de dood te overwinnen.
2.]. We mogen uitzien naar Zijn wederkomst.
Het moment dat alles ten einde loopt hier op aarde, dat het gewoon afgelopen is.
Die dag nadert met rasse schreden en het duurt niet lang meer, Hij komt spoedig.

Op die dag krijgen we ons loon, we krijgen ons loon naar onze werken.
– Wat hebben we voor Christus gedaan en
– hoe hebben we onze tijd hier op aarde besteed?
De kinderen van God krijgen hun loon, dat is niet zoals wij dat kennen.
Het gaat op God’s manier en hoe dat precies zal zijn, dàt weten we niet.
Onze Drie-ene God weet het en deze oproep staat er zodat we ons gereedmaken.
We moeten niet in slaap sukkelen, maar verwachten.
We dienen er helemaal klaar voor te staan.
En als ik dan om me heen kijk, dàn zie ik de tekenen van het einde.
Maar ik zie ook veel slapende mensen, ze doen maar wat en
leven bijna zònder God.
          Begrijp me goed, ik ben niets beter dan ieder ander, sterker nog ik ben de grootste zondaar en deze oproep geldt voor ons allemaal, maar we dienen waakzaam te zijn! Laten we dat daarom samen doen, elkaar hierin bevestigen!

Wat een heerlijk moment als Hij komt.
De pijn is weg en ook het verdriet, het zal goed zijn.
Niet zo ‘goed’ zoals wij het op aarde kennen, maar ontzagwekkend ‘goed’ zoals God het kent.
Dàt kennen wij nu nog niet, maar straks zullen we leren wat goed is.
Hij komt spoedig, laten we ons klaarmaken!

Hypakoi     tn.8.
Een engel maakte voor de Jongelingen het vuur koel als dauw;
zoals deze ook tot de Myrondraagsters sprak:
Waarom brengen jullie Myron? Wie gaan jullie zoeken in het graf?
Christus is opgestaan, want Hij is
het Leven en de Verlossing van het geslacht der mensen
”.

Apolytikion     tn.4.
“ Maak u gereed, Bethlehem [Hebr.= ‘huis van brood’ (voedsel)]
want nu is Eden [Hebr.= ‘ genoegen’] voor allen geopend.
Verheug u, Efrata [Hebr.= ‘ashoop: plaats van vruchtbaarheid’],
want de Boom des Levens is in de grot opgebloeid uit de Maagd.
Haar schoot was het geestelijk Paradijs, waarin
Zich de Goddelijke Spruit bevond.
En wanneer wij daarvan eten, zullen wij leven en niet zoals Adam sterven.
Want Christus wordt vlees om de gevallen icoon weer op te richten”.

Kondakion     tn.3.
    Ziet reeds  nadert de Maagd, om
het Woord dat voor de eeuwen is op
onuitsprekelijke wijze in een grot te baren.
Jubel, o wereld, nu jullie dit hoort;
roemt met de engelen en de herders voor
Hem, Die als een Kind ons verschijnen wil:
onze God, Die is voor alle eeuwigheid
”.

Hier kan zelfs Albert Einstein met al z’n wetenschappelijk optreden niet tegen op
– een deze dagen is zijn brief met bevindingen over iedere vorm van Godsdienst, welke als ‘primitief’ wordt afgedaan voor bijna 2,9 miljoen dollar verkocht.
In plaats van een loopjongen een fooi te geven gaf hij deze arme drommel de brief, die nù geveild werd. Heb je ooit een grotere aanval van de Humanisten op het Christelijk Geloof meegemaakt???
Laten wij ‘met God‘ wijzer zijn – wijzer, dan de wijzen, met hun macht en het geld van deze wereld:
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven” ontvangen hebben!
Is dàt in ons leven ook al gebeurd, in de gemeenschap van navolgers van Christus?
Hebben wij de boeteprediking ook al op die manier ontvangen, zodat we
in plaats van onszelf te verschonen, in plaats van onze zonden te bagatelliseren, te verkleinen, voor God in mochten vallen en zeggen:
Amen, het is waar. Heer, U bent rein in Uw spreken; 
‘Ik heb Uw Thora, Uw Wet geschonden. Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw ogen’“.
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven’ van oudsher ontvangen hebben!
In Sardis werd niet alleen de Wet gepredikt. Neen, ook de Blijde Boodschap van het evangelie werd daar verkondigd!
De blijde boodschap, die spreekt van ‘het Lam Gods Dat de zonden der wereld wegneemt‘, is ook daar in Sardis gebracht.
Hij is hun gepredikt, Die ons zo vriendelijk uitnodigt:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;
want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
De Vrucht van die prediking was dat er ook in Sardis mensen waren gekomen, die hun rein-making en zaligheid buiten zichzelf gingen zoeken.
Mensen voor wie onze Heer en Verlosser, Jezus Christus dierbaar is geworden;
die hebben leren verstaan wat de Bruid’s-Kerk van Hem getuigt in het Hooglied:
Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tienduizendHooglied 5: 10.
Zulk een is Mijn Liefste; ja, zulk een is Mijn VriendHooglied 5: 16.
Dat hartelijk aanroepen van de Naam des Heren:
U Heer Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met de mens, die U zo zeer hebt liefgehad?” {gebed van het hart].
Uw Zoon, uit het geslacht van Abraham, van Isaäc en Jaäcob en vervolgens Koning David, ontferm U toch over ons”;
“ U bent toch gegeven, o Heer, tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, ja tot een volkomen verlossing”.
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven’ ontvangen hebben!
Is dat ook in ons leven àl gebeurd?
Heeft bij ons die koersverandering al plaatsgevonden, om – zij het in beginsel – alle hulp en Kracht van Hem, van die Profeet, Priester en Koning te leren verwachten?
  Gedenk hoe jij ‘het Leven in Christus‘ ontvangen hebt!

Onze alledaagse ingesleten gewoonten dragen een verschrikkelijk groot gevaar met zich mee.

Een heilige plaats is die gelegenheid waar je jezelf opnieuw kunt vinden. We dienen ons als mens regelmatig terug te trekken uit het dagelijks leven en onszelf te bezinnen en vervolgens verfrist en bewuster tot onszelf te komen.
Het is als een rustplaats onderweg op de reis van ons leven en spiritueel bijtanken om te overleven. Indien je lange tijd niet gegeten hebt, gaat de honger pijn doen als een geheugensteun, dat je onderhoud nodig hebt. We krijgen onvermijdelijk spiritueel trek tenzij wij als mens regelmatig de ziel voeden. Veel mensen noemen dit gebed, anderen beoefenen meditatie, omdat het gedaan wordt door je zintuigen van de omgeving af te sluiten, er rustig voor gaat zitten en diep naar binnen te gaan.
Het mag klinken als een serieuze inspanning, waarbij je uit alle macht probeert steeds meer te ontwaken, je tot je innerlijke roep te richten. De innerlijke afweging heeft geen reden of doel op zich. Waarom staat er dan geschreven dat bidden een dialoog met God is, terwijl we in werkelijkheid fysiek gezien alleen spreken?

      Alles bijeengenomen, alles overziend, is het uiteindelijk een dialoog, omdat God Degene is Die luistert naar onze woorden, onze gebeden.
Wanneer we met Iemand praten, de Ander, Die luistert, instemt en goedkeurt wat we zeggen. Echter, van tijd tot tijd luistert God niet naar ons gebed. Maar ook dit is een antwoord van Zijn kant. Òf luister ernaar en het is nog steeds een dialoog, een communicatie, een gemeenschap met Hem. Soms wil ons hart graag zingen tot God, met behulp van eigen woorden. Hoe kunnen we bidden terwijl we met iemand anders zijn of in een kleine groep?
      Alles overwegend concluderen we dat een verhoogd gebed in een groep God zeer behaagt. We mogen daarbij in overweging nemen dat op het ogenblik dat de spelleider Petrus werd gearresteerd en gevangen gezet, ergens in een huis veel mensen samen kwamen om voor hem te bidden. Zijn omgeving heeft indertijd de gedachten op God gericht, op dezelfde wijze als met welke vurige pijlen, die men afvuurt – om aandacht te trekken. In zijn omgeving hadden de gelovigen allemaal hetzelfde verlangen, dezelfde hoop, hetzelfde gebed … Iedereen smeekte om dezelfde reden: dat deze steenrots in de branding zou worden bevrijd van de dood, want de volgende dag zouden ze hem in het openbaar ombrengen, voor de ogen van het volk van Jeruzalem. Die christenen vroegen dan dat deze  heilige Petrus uit de gevangenis werd bevrijd, uit de dood. En omdat ze allemaal baden met dezelfde vurigheid en dezelfde intentie in gedachten, beantwoordde God hun gebeden. Dus wanneer een groep mensen bidt, ‘s ochtends of’ s nachts – zoals we het vroeger bijvoorbeeld op school deden en één van ons om beurten uit de Blijde Boodschap voorlas, terwijl de anderen luisterden, het is iets heel moois … maar de enige voorwaarde is dat iedereen aandachtig is voor de woorden van het gebed.
      Het specifiek innerlijk gebed is beter, vanuit mijn gezichtspunt, omdat wanneer mijn geest uiteenvalt en ik de aandacht verlies van wat ik net heb gezegd, ik terug kan gaan en het kan herhalen.
Ik keer me in gedachten om, maak m’n excuses aan God voor mijn onoplettendheid en keer terug naar de oprechtheid van het gebed. Ik kan dit perfect doen als ik alleen ben. Maar als er meer mensen bij me zijn, kan ik niet iedereen vertellen om te stoppen en kunnen we teruggaan naar het punt waarop ik afgeleid werd.
Dat is de reden waarom ik verkondig dat groepsgebed erg goed is, wanneer iedereen volledig gefocust is en aandachtig is op datgene wat er gezegd wordt.
Maar zoals ik al zei, overkomt mij regelmatig, dat ik in gezamenlijk gebed afgeleid wordt en is naar mijn mening het persoonlijk gebed in je binnenkamer het beste: dat eenieder afzonderlijk bidt, en op ieders persoonlijk wijze gehoord wordt in het Mysterie van zijn leven.
       Ontwaken is als een los komen, bevrijden va datgene wat je als alledaagse last met je meedraagt. In dit opzicht is het iets anders dan al de andere dingen die we doen, behalve misschien muziek en ons op de muziek voortbewegen. We laten ons als het ware meedragen op de eeuwigheid – buiten de tijd. We zijn iet langer gericht op het bereiken van een bepaalde plek, positie of anderszins – het is als vliegen op de wind.
Gebed, een ontmoeting met het Mysterie is de ontdekking dat ‘leven’ altijd wordt bereikt in het -hier en nu- los van plaats, omstandigheden en het zelf. Het is als muziek en kunst, je laat je meevoeren naar hemelse sferen buiten jezelf, zoadat je als Petrus zegt: “Heer, laat ons hier drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia”.
Daar op de berg, die verhoging en verheffing zagen de apostelen een glimp van Christus’  Heerlijkheid terwijl Hij aan het bidden was. Zijn gebed is een gesprek met Mozes en Elia,  zij spraken over Zijn lijden en dood. Het kan niet anders dan dat het een gesprek is geweest, dat dicht op de huid zit; het gaat immers over de verdere afwikkeling van ons christelijk leven. Heeft ons stil-staan en het tot jezelf komen daar niet iets van weg?
Het aanzien, het gelaat van onze Heer en Verlosser transfigureerde, was heel ‘anders’, ook Zijn kleding schitterde. Wij weten dat wij als gelovigen in die Heerlijkheid van onze Heer zullen delen. Het is zoals de spelleider ‘Paulus’ ons duidelijk maakt:
    Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van Zijn Lichaam, dat is de [christelijke] Gemeenschap.
Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het Woord van God tot Zijn volle recht te doen komen, het Geheimenis
[Mysterie], dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan Zijn heiligen.
Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de Heerlijkheid van dit Geheimenis is onder de heidenen: ‘
Christus onder u, de Hoop der Heerlijkheid’. Hem verkondigen wij,  wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle Wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijnCol.1: 24-28.
De berg Thabor, de verheffing/verhoging van uzelf in gebed is nog steeds een heilige plaats, waar wij als goddelijk kind geboren worden. Het is een Theophanie, God toont Zichzelf.
Laat je op momenten zoals deze in herinnering blijven, dat je telkenmale werd opgenomen in intimiteit met God, en die opname mocht ervaren die gepaard gaat met intimiteit.
We staan onszelf vaak niet meer toe om te wennen aan de Goddelijke Liturgie of de Hemelse zang me de engelen, of de Glans van het Leven, of …  de beker van het leven te drinken, om er maar niet aan gewend te raken, want het kan bitter blijken te zijn.
Om ontzag te hebben wanneer de grootse actie van het leven plaatsvindt; met veel opwinding, bewustzijn en dankbaarheid naar God òm te kijken, aandacht te hebben voor het Goddelijke in ons leven.
Kunnen we altijd weer opnieuw als voor de eerste keer en misschien wel de laatste keer de Goddelijke Liturgie zo aanschouwen, als een werkelijke ontmoeting met onze Heer en Verlosser?
Welnu, in de gewoonte, in datgene wat we gewend zijn te doen, in hetgeen inslijt, daarin zit het grootste gevaar.
Bij de les blijven, op je ‘qui
vive’ blijven en in het persoonlijk gebed en
in de Goddelijke Liturgie en, en, en …
            Wanneer we als christen leven in het perspectief van ons Kruis, onze onafwendbare dood, dan maakt het niet langer uit                                                            hoe onaangenaam anderen bij ons zijn, hoeveel zij ons laten lijden, omdat we alert dienen te blijven op onze eigen ziel.
Stilte, gebed en tot jezelf komen zijn in dat soort situaties het enige goede wat ons nog overblijft.
Laten wij het kwaad overwinnen met vriendelijkheid, medelijden en liefde
Wanneer iemand Zijn Heer en Verlosser, in gebed of in de [lichamelijke] ontmoeting tijdens de Goddelijke liturgie geheel nabij probeert te ervaren – zich de Heer dicht nabij te voelen en zijn ideaal probeert te leven, is het nooit en te nimmer een gewoonte.
Maar, en dat is laten we het zo uitdrukken, niet te voorkomen,
om er een vaste regel van te maken, zoals de Kerkelijke Wet voorschrijft,
doet regeren de meeste mensen niet veel goed,
als een gebod optimale netheid, schoonheid, en onvoorwaardelijke overgave aan God in het leven in te bouwen, is ons als mens niet gegeven, dat hebben we onophoudelijk de Genadegaven van de Heilige Geest bij nodig.
Wees op die wijze de komende dagen bij ons aanwezig –
verheug u met uw komst in de overvolle kerken en
ervaar onze geest en onze manier van denken en
aandacht voor God en ervaar dat God daar bij ons is.
God heeft de mensen lief,
God is ons mensen allen genadig,
Hij zegent ons, geeft ons vrede,
zegen daarom de Heer en
heilig slechts Hem.

28e Zondag na Pinksteren – ga je gebukt onder zorgen; wil je gered worden, dan kan slechts God je rust geven

genezing van de gebochelde vrouw

    Onze Heer en Verlosser was bezig te leren in een van de synagogen op een sabbat. En zie, er was een vrouw, die reeds achttien jaren een geest van zwakheid had en verkromd was en zich in het geheel niet kon oprichten.
Toen Jezus haar zag, sprak Hij haar toe en zei tot haar:
Vrouw, gij zijt verlost van uw zwakheid; en Hij legde haar de handen op, en terstond richtte zij zich op en zij verheerlijkte God.
       Maar de overste der synagoge, het kwalijk nemende, dat Jezus op de sabbat genas, antwoordde en zei tot de schare: ‘ Zes dagen zijn er, waarop gewerkt moet worden, komt dan om u te laten genezen en niet op de sabbatdag’.
       Maar de Heer antwoordde hem en zei: ‘Huichelaars, maakt ieder van u niet op de sabbat zijn os of zijn ezel van de kribbe los en leidt hem weg om hem te laten drinken? Moest deze vrouw, die een dochter van Abraham is, welke de satan, zie, achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band op de sabbatdag?
En toen Hij dit zei, schaamden zich al zijn tegenstanders, en de gehele schare verheugde zich over al de heerlijke dingen, die door Hem geschieddenLuc.13: 10-17.

Heelwording van een gebroken mens‘, by Margaretha Coornstra; ‘Incarnation of a broken man‘, by Margaretha Coornstra; ‘Ενσάρκωση ενός σπασμένου άνδρααπό τη Μαργαρέτα Κοορνστά; تجسد رجل مكسور ، من قبل مارغريتا Coornstra.

    Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de Macht van Zijn Heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het Licht.
       Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden.
       Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de on-zichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het Lichaam, de gemeente.
Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is“. Col.1: 11-18.


Het zal je maar gebeuren, achttien jaar lang gebukt gaan onder de druk van een zwaar leven. Een getal, welke in de Blijde Boodschap wordt aangehaald heeft echter op de een of andere manier een geestelijke betekenis en wint daardoor voor ons aan schoonheid en aantrekking’s-kracht. Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God, terwijl het getal 8 het begin van een nieuw tijdperk aanduidt.
Over de Sabbath heb ik het onlangs al met u gehad, waarbij ik m’n verbazing heb uitgesproken dat niet méér navolgers van Christus in de wekelijkse ontmoeting met hun Heer en Meester van het leven, daadwerkelijk deelnemen aan die ontmoeting. Het wezenlijk contact met God is immers een levensvoorwaarde in deze van God [‘en gebod’] vervreemde samenleving.
Liturgie is geen Hemelse droom, maar een reëele daad op aarde ten opzicht van onze Heer en Verlosser, Die onze geest van zwakheid, die gekromd is toch maar -keer op keer – geheel weer opricht.
In het beeld van de onzichtbare God worden wij verlost uit de macht van de duisternis en in Liefde overgebracht in het Koninkrijk van God’s Zoon.

Na afloop van de dienst van het Woord, vervolgen wij dan ook de Goddelijke Liturgie met de Cherubijnen-hymne.

Cherub Charitas, communiebank 1650, museum Catharijne-convent Utrecht

        Tien tegen één dat bij het woord ‘cherubijn’ in onze samenleving gedacht wordt aan een kogelrond peutertje met vleugels. De meesten van onze omstanders weten niet beter; zo heeft ‘de Verlichting’ het ons immers voor-gehouden. Het zoet-sappige wezentje wordt al vanaf de Renaissance afgebeeld in talloze schilderijen en religieuze prentenboeken.
Theologen schudden echter het hoofd en wijzen erop dat dit vrolijke engeltje het product is van de aanhoudende pogingen van humanistisch getinte afvalligen om het christendom met heidense symboliek en mythologie te verzoenen. Zo heeft ‘kerstmis‘ volgens hen niet zozeer te maken met de werkelijke geboortedatum van onze Heer en Verlosser, maar veeleer met het vóór-christelijke midwinterfeest. Er wordt heden-ten-dage geen gelegenheid geschuwd om heiligen-feesten met niets-zeggende discussies van hun oorspronkelijke betekenis te beroven en het oorspronkelijk Christelijk Geloof onderuit te halen.
Kerst is waarachtig geen gezelligheidsfeest, waarbij supermarkten de meest uitgelezen producten trachten te slijten – het is en blijft de Geboorte in het Vlees van onze Heer en Verlosser, Diegene Wiens Blijde Boodschap, Zijn Pedagogie, de mens doet herleven – en nog steeds een mogelijkheid aanbiedt om te overleven.

     Daarom is het beslissende ogenblik in de Goddelijke Liturgie de ‘Grote Intocht‘, de processie waarin de voorganger, spelleider [priester] brood en wijn vanuit de proscomedie- [voorbereiding’s-] tafel naar het altaar wordt gebracht; het moment dat wij onze aardse zorgen terzijde stellen om de Koning van het heelal te ontvangen, onzichtbaar begeleid door engelenscharen, hetgeen wij kortweg de cherubijn-hymne noemen:

Vervolgens wordt de eucharistische Canon ingeleid en zingen wij samen met de engelen en aartsengelen, machten en krachten de lofzang tot God’s Heerlijkheid: “Heilig, heilig, heilig is de Heer Sabaoth” [Hebr. = ‘Heer der heerscharen’, benaming van God als hoogste bestrijder van het kwaad]. “Hemel en aarde zijn vol van Uw Heerlijkheid; Hosanna in den hoge.
Gezegend is Hij, Die komt in de Naam des Heren, Hosanna in den Hoge“.
Dit is de engelenzang, het grote Gloria, dat uit de hemelse eredienst [in de Kerstnacht] op aarde is gebracht. Eigenlijk doen we niets anders dan dat wij als engel-gelijkend met de  engelen meezingen:
Vervolgens volgt de Epiclese en ervaren wij dat: “God onder ons is – Hij is en zal zijn”, en dit betekent dat de tijd, de tijd waarin wij leven, door de indeling van het eeuwige Woord is geheiligd. De tijd, onze tijd, is niet een onverschillig tijdstip, niet een noodlottige gebondenheid, maar de wel-aangename tijd, de tijd, die heden in onze oren, ogen en hart vervuld is.

<<– Gebed des Heren

Wij bidden heel persoonlijk tot de Vader:
Allen :     Onze Vader, Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede, zoals in de hemel, zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood, en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven,

‘maar verlos ons van de Boze’

en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze“.
Voorganger:  Want van U is het Koninkrijk, en de Kracht en de  Heerlijkheid; Vader, Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
Allen:   “Amen”.
God’s verkeren met de mens gaat niet buiten de tijd om, niet in een mystieke verrukking, waarin tijd is als eeuwigheid en eeuwigheid als tijd, maar het geschiedt hier en nu, midden in de tijd, die door God’s scheppende en herscheppende daad is geworden tot God’s tijd, tot de Tegenwoordigheid van Jezus Christus, de Zoon van God, in ons midden.
De eredienst, ons gezamenlijk samenzijn als gemeenschappelijke navolgers van Christus geschiedt dus niet onafhankelijk van de tijd, maar in een vast verloop, wiens grond, basis-plan het verloop van de Heil’s-geschiedenis eerbiedig volgt. We treffen deze liturgische tijd aan in de dag-, week- en jaarcyclus van de Kerk, met andere woorden in het kerkelijk jaar. Wij mogen als navolgers van Christus, voorgegaan door de door Hem gezegende voorganger, spelleider [priester] de eredienst houden in het Jaar des Heren.
Het kerkelijk jaar is een menselijke poging, om de gang van de Heilsweg in de regelmatige eredienst van dag tot dag te volgen. In de Kerk, volgt de navolger van Christus, een door de kerkvaders ingericht, kerkelijk jaar, welke een waardevol tegenwicht biedt tegen de subjectiviteit van de hedendaagse prediking, men volgt bij de prediking niet z’n inval of de tijdsomstandigheden – met al z’n invloeden, maar de gang, die God Zelf met Zijn Kerk ging.

Antiocheens Orthodox in Amersfoort

Op die wijze blijft de gemeenschap voor eenzijdige prediking bewaard en komt in de orde van het perikopen-systeem de gehele inhoudt van de Blijde Boodschap achtereenvolgens ter sprake. Hetzelfde geldt in het gebed, de hymnen, de teksten van de vaders bij de verschillende handelingen.
Een eredienst kan en dient te alle tijde gehouden kunnen worden, – en daar dien  je misschien vandaag de dag niet mee aan te komen – , maar de kerk dient tevens onafgebroken ‘open’ te zijn, opdat de vele geroepenen aan de oproep van Christus gevolg kunnen geven.
Een treffend kenmerk van het tegenwoordige leven is zijn ingewikkeldheid en het onvermogen van de enkeling om het geheel te overzien;
want hoe we het wenden of keren -‘ook’- en met name in onze tijd richt onze Heer en Verlosser Zich onvermoeibaar tot de mensen, die moe zijn van het leven onder het juk van hun eigen zonden. Die verdriet hebben, niet in de eerste plaats over de zonden van anderen, maar over zichzelf – zij horen God’s roep:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal je rust geven;
neemt Mijn juk op je en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en jij zult rust vinden voor je ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.

”      Nog vier [het getal 4 kan duiden op de vier windstreken, de vier evangelisten in de schepping van
deze wereld] maanden, dan komt de oogst?
Zie, Ik zeg u, slaat uw ogen op en beschouwt de velden, dat zij wit zullen zijn om te oogsten.
Reeds ontvangt de maaier z’n loon en verzamelt hij vrucht ten eeuwigen leven, opdat de zaaier zich tegelijk met de maaier zal verblijden
John.4: 35,36.
In de Goddelijke Liturgie ontmoeten wij elkaar om God te danken, Hem te loven en Hem te verheerlijken vanwege de overvloedige Genadegaven en de rijke talenten, die Hij ons en onze gemeenschap in overvloed heeft doen toekomen.

Apolytikion     tn.3.
Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.3.
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij


Theotokion     tn3.
Gij zijt Middelaar
ster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

27e Zondag na Pinksteren – wij zijn allen blindgeboren en de Heer vraagt: ‘ Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?’.

    Het geschiedde nu, toen onze Heer en Verlosser in de nabijheid van Jericho kwam, dat een blinde aan de weg zat te bedelen.
Toen deze hoorde, dat er een schare voorbijging, vroeg hij, wat dit was. En zij vertelden hem, dat Jezus de Nazireeër voorbijkwam.
En hij riep en zei:
     ‘ Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’.
En die vooraan liepen, bestraften hem, dat hij zwijgen zou. Maar hij schreeuwde des te meer:
     ‘ Zoon van David, heb medelijden met mij!’.
Jezus nu stond stil en liet hem bij Zich brengen.
Toen hij naderbij gekomen was, vroeg Hij hem:
     ‘ Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?
Hij zei:
     Heer, dat ik ziende zal worden!’.
En Jezus zei tot hem:
     ‘ Word ziende; uw Geloof heeft u behouden’.
En terstond werd hij ziende en hij volgde Hem, God lovende.
En geheel het volk zag het en bracht lof aan God
Luc.18: 35-43.

hetzelfde staat in de weergave van Johannes de Theoloog:
En voorbijgaande zag Hij een man, die sedert zijn geboorte blind was.
En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: ‘Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?’
Jezus antwoordde: 
 ‘Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken van God moesten in hem openbaar worden. Wij moeten werken de werken doen van Degenen [de drieëenheid’s vorm], Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan.
Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld’John.9: 1-5.

  Voorts, weest krachtig in de Heer en in de sterkte van Zijn Macht. Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen van de duivel; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.
Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.
Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het Evangelie van de Vrede;
neemt bij dit alles het schild van het Geloof ter hand, waarmee gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven;
en neemt de helm van het Heil aan en het zwaard van de H. Geest, dat is het Woord van God.
      En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligenEph.6: 10-18.

Ouderling [staretz] Païsios [1924-1994] [een wijze oudere, die door veel monniken en leken op de berg Athos (Gr.) werd benaderd, die om raad waren verlegen], leerde dat we als bijen dienen te zijn.
Een bij zal de éne bloem vinden op een mestvaalt, zo zei deze grote 20ste eeuwse leraar van de Heilige berg Athos.
Het probleem is dat het merendeel van ons zich voordoen als vliegen, die de enige stapel mest in een veld vol bloemen vinden.
Gods Wil‘ is onze bloem, we dienen ‘Hem‘ te ontdekken, te benaderen en in onszelf te zoeken en daar ‘bij Hem‘ te rade te gaan en ‘Hem‘ te vinden.

    Ik zou liever m’n leven voor Christus opofferen,
dan dat ik over de gehele aarde
[incl. de kerk] zou heersen”.
H. Ignatius van Antiochië

Laat niemand de eerste plaats innemen, of enige waardigheid naar zich toetrekken, of rijkdom, of zichzelf belangrijker voor te doen, dan die werkelijk is;
en laat niemand hem vervolgens de lage positie of de armoe ontnemen.
Want de belangrijkste punten zijn:
Het behoud van het Geloof in God, de Hoop op Christus,
het genot van die goede dingen, die we om ons heen zien
vanuit de Liefde tot God en onze naaste
”.
H. Ignatius van Antiochië

De deugden worden slechts gevormd door het gebed
dat het gematigd zijn bewaard mag worden,
dat de woede onderdrukt mag worden en
de aandoening van hoogmoed en afgunst voorkomen wordt.
In gebed wordt de ziel naar de Heilige Geest geleid en
verheft de mens zich naar het koninkrijk der Hemelen
”.
H. Ephrem de Syriër

Neem daarom als gewoonte aan tijdens de maaltijd heilige boeken [voor] te lezen, en je zult niets dan verrukkingen ervaren.
Laat deze de loopbaan van je leven zijn en
je zult een goede nachtrust vinden
”.
H Ephrem de Syriër

Het is beter om een ​​lovenswaardige strijd te verkiezen
dan een zogenaamde Vrede, die ons van God scheidt.
Het Geloof dat mij geleerd werd door de Heilige Vaders,
dat ik te allen tijde voor ogen heb gehad zonder dit aan te passen aan de tijdgeest,
dit Geloof zal ik nooit ophouden te verkondigen;
Ik ben er mee geboren en ik leef ermee tot in eeuwigheid
”.
H. Gregorius de theoloog.

” Ik wil U belijden, Heer, uit heel mijn hart. Voor het aanschijn der Engelen zing ik een Psalm voor U, want Gij hebt alle woorden van mijn mond gehoord.
Ik wil neervallen voor Uw heilige Tempel, en Uw naam belijden, om Uw Barmhartigheid en Uw Waarheid.
Want boven alles hebt Gij Uw naam verheerlijkt.
Op welke dag ik U aanriep, hebt Gij onmiddellijk naar mij gehoord. Gij hebt mij hooggeschat om mijn ziel in Uw kracht.
Dat alle koningen op aarde U belijden, Heer, want zij hebben alle woorden van uw mond gehoord. Dat zij zingen op de wegen des Heren, want groot is de Heerlijkheid van de Heer.
Hoogverheven is de Heer: toch ziet Hij neer op het geringe. Maar wat zich hoog dunkt, dat kent Hij slechts van verre.
Al moet ik wandelen temidden van  verdrukking: Gij zult mijn leven behouden.
Tegen de toorn van mijn vijanden hebt Gij Uw hand uitgestrekt: Uw rechterhand heeft mij gered.
De Heer zal vergelden; Heer, Uw Barmhartigheid is eeuwig; versmaad niet het werk van Uw handen
Psalm 137[138] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

Wij zitten momenteel in de periode – een geweldige tijd waarbij wij ons door vasten en gebed voorbereiden op de Geboorte in het vlees van onze Heer en Verlosser; het zingen van hymnen heeft de eeuwen door met hymnen de menselijke ziel gevoed en de gedachten van de gelovigen daarbij gericht op het feest van Kerst. Daarom bijgaand een gezongen Hymne ter verheerlijking van Christus’ komst in het vlees, door monnik Maximos van het I.M. Vatopaidi, Athos [Gr.]:
MP3:

Apolytikion     tn.2 van de 27e Zondag na Pinksteren
Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U“.

Kondakion     tn.2
Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion     tn.2
Onbegrijpelijk en hoogHeerlik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.

 

26e Zondag na Pinksteren – de rijke hooggeplaatste en het oog van de naald

      En een hooggeplaatst man vroeg Hem en zei:
       ‘Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?
Jezus zei tot hem:
    Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.
Gij kent de geboden: Gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en moeder.
Hij zei:
        Dat alles heb ik van jongs af in acht genomen.
Toen Jezus dat hoorde, zeide Hij tot hem:
        Nog een ding komt gij te kort: verkoop alles wat gij bezit, en verdeel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in de hemelen, en kom hier, volg Mij.
        Toen hij dat hoorde, werd hij diep bedroefd, want hij was zeer rijk.
En Jezus zag hem aan en zei:
        Hoe moeilijk kunnen zij, die geld hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan. Want het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog ener naald, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.
En die dit hoorden, zeiden tot Hem:
Maar wie kan dan behouden worden?
Hij zeide tot hen:
        Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God’

Luc.18: 18-27.

Thans zijt gij licht in de Heer; wandelt als kinderen van het licht,
⁌  want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid en
⁌  toetst wat de Heer welbehaaglijk is.
En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.
Daarom heet het:

‘Heer en Meester, heb medelijden met mij’.

Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.
Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.
En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest, en spreekt onder elkander in Psalmen, Lofzangen en geestelijke Liederen, en
zingt en jubelt de Heer van harte

Eph.5: 8b-19

Heilig leven,
☛ van Genade op Genade
☛ met beide benen op de grond,
☛ mag je elke dag examen doen en
☛ vervuld worden met de Heilige Geest.
      En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar
wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkaar in Psalmen,
Lofzangen en geestelijke liederen en zingt en jubelt de Heer
van harte“,
dankt te allen tijde‘ in de Naam van onze Heer Jezus Christus God, de Vader, voor alles, 
en weest ‘onderdanig onder elkaar‘ in de vreze van ChristusEph.5: 18-21.

               Wanneer je goed kijkt bemerk je dat het de Heilige Geest is, Die ervoor zorgt dat mensen de roep van Christus beantwoorden en tòt Hem komen.
Tòt Christus, in Wie verlossing van de schuld en de aloude vloek is en
in Wie vernieuwing van het leven is.
Het is Heilige Geest zorgt ervoor dat ik mijn eigen ellende
– dusdanig onder ogen krijg – dat ik tot Christus leer vluchten.
En dat ik ‘in’ Christus zodanig inzicht krijg dat ik ‘tot’ Christus, als
de Zoon van God durf te vluchten.
En zodra iemand dàn tot Christus komt:
dàn  wordt de Heilige Geest in zijn hart geopenbaard.
dàn woont Hij in in de mens.
Alleen, eerst dàn kunnen er nog veel verzoekingen opdagen,
veel twijfel, maar ook veel lauwheid, want
de tegenstrever krijgt er lucht van, die is daarop getraind.
Maar ‘vervuld worden met de Heilige Geest’ wil zeggen:
dàn vult de Geest geheel en al mijn hart.
Niet als een bodempje water in het glas, maar Hij vult geheel het glas, van onder tot boven, ja tot . over de randen toe.
Zodat het hart van de mens volstroomt vanuit de Hemelen, want de Heilige Geest is de eersteling van de Hemelse Zaligheid.
De Heilige Geest is de eersteling van de volle oogst der Heerlijkheid van God.
De Heilige Geest brengt dus iets teweeg van de Hemel in het menselijk hart:
Zoals een van onze geestelijk voorgangers het mij duidde:
De Hemel was al in het menselijk hart neergedaald voordat het menselijk hart de Hemelen ontwaarde”, het was bij de schepping [in de genen] mee ingebakken
En we hoorden al eens eerder wàt er vervolgens in je hart opborrelt, vanuit de geestelijke Bron:
  Hemelse vreugde; Vreugde in de God van het heil; Verwondering over de Vader, Die de mens Lief heeft en heeft uitverkoren”.

Uit zo’n grote duizelingwekkende diepte heeft God de mens verheven, opgenomen en verkozen. Waarom mij persoonlijk, waarom ben ik, tot Uw kind geworden, als een rechtgeaarde Vader, Die Zich verwondert over de  komst van de eengeboren Zoon, Die ons mensen tot zo’n dure prijs heeft gekocht.
De Zoon van God, Die heeft liefgehad tot in de dood, de God-verlatenheid, het Groot en Heilig Kruis. Hoeveel heeft U, als God over de goden niet voor mij, als mens onder de mensen overgehad?
Verwondering over de Heilige Geest, Die zó vol Kracht en Geduld mij heeft getrokken en niet opgaf en er niet de brui aan gaf toen ik zo hardnekkig tegenwerkte en Hem weg wilde hebben, maar doorzette en inwon.
Hoeveel verzet heeft God niet willen doorbreken en verdragen, waardoor er in de Hemelse Gewesten Vreugde kwam over de zondaar, die zich bekeert, in het vooruitzicht op een eeuwigdurend heil.
En behalve Hemelse Vreugde geeft de vervulling met de Heilige Geest ook hemelse Liefde.

De Hemel is de Liefde van God tot de mens en Jezus Christus tot de degenen, die de eeuwige zaligheid genieten;
Liefde van welbehagen tot in eeuwigheid.
Liefde van het ‘Ik voor u’ van de Zoon;
Liefde uit de oorsprong van de eeuwigheid,
Liefde tot elke prijs en
Liefde tot in de dood.
En de liefde van de mens tot God, het intense verlangen bij Hem te zijn.
Liefde spontaan en diepgeworteld, Die Zich richt op het Lam, de Vader en de Geest.
Verlangen naar Hem; Verlangen naar de wederkomst:
de Geest en de bruid zeggen: “Kom, Heer Jezus, kom en haast U”.
Behalve Vreugde en Liefde is de Hemel Heiligheid; waarachtige dienst aan God, volkomen en in ruime mate.
Geen smet van leven zonder God/zonde, nog meer, geen zweem van eigen eer, eerzucht, zondige begeerte en lauwheid, Heiligheid wordt een menselijk verlangen.
Hoe heiliger hoe liever. hoe méér tijd en hoe dìchter bij de Heer hoe liever.
Zonder te vragen: hoe vèr kan ik hierbij gaan, maar hoe dicht kan ik bij God blijven.
Ook bij het zien en luisteren naar zonde gruwt ons hart hiervan:
Heer, er is geen heilige meer, de Waarheid wordt zeldzaam onder de volkeren!”.
Uw Liefdedienst heeft mij nog nooit pijn gedaan, mij verdrietig gemaakt.
En we haten het doen van de schenders van God’s Thora, God’s Wet en verafschuwen die smet, te beginnen met mijzelf.
Ontzettend gevoelig voor God’s eer; de Vervulling met de Heilige Geest.
Dàt heeft dus te maken met de beleving van de staat van geluk, de zaligheid, het Heil. Met een kwetsbare, tere omgang met de Heer, ‘Die Heilig is, Die Sterk is en On-Sterfelijk”, intens, innig en vol verlangen uitroepend: “Heer, ontferm U!”.
Vervulling met de Heilige Geest dat straalt ervan af; dat straalt wat uit.
En dat kan ook verzet oproepen en weerstand, want dàn moet ook ikzelf aan het werk, maar in elk geval: dàt glanst en schittert.
Zou dàt niet rijk zijn, naar je kinderen of kleinkinderen toe, wanneer je hen als vader, en moeder, als opa of oma binnenleidt en zij zich vergapen aan de Schoonheid van de Kerk, tijdens een Goddelijke Liturgie?, als leidinggevende of catecheet, naar kinderen en jongeren toe?
Wanneer je, als lid van een Christelijke Gemeenschap, naar je collega’s toe, je omgeving, je familie toe hen rondleidt in jouw Gemeenschap?, waar je trots op kunt zijn en waar je jezelf gedragen weet?
En voor jezelf, om van twijfel, lauwheid in al je benepenheid verlost te zijn en bóven de wereld verheven te zijn?
Is dat het niet waard om te horen naar die roep:
  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;
want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth. 11: 28-30.

Dàt is vervuld worden met de Heilige Geest, het levend geloof bouwt op het Woord, maar verlangt naar ervaring en vervulling – allebei en in deze volgorde; dàt is heel wezenlijk.
Dood Geloof meent te geloven en gered te zijn, Vrede met God te hebben en zegt:
wat wil ik nog meer?; “God’s Genade is mij immers genoeg”
Laat het dàt zijn en niet dat andere: ‘dronken van de wijn‘.
Dat noemt Paulus juist in deze brief wel juist omdat dàt in Ephese [Hebr.= “toegestaan”] algemeen gebruik was. In Ephese werd de God van de wijn vereerd: ‘Bacchus’; en vier keer per jaar waren er de Bacchusfeesten, waar overvloedig het product van Bacchus werd gebruikt: de wijn.
Dàn krijg je ook een bepaalde beleving, een goed gevoel, maar wèl van heel andere orde, want dronken van wijn daarin is overdaad.
En “overdaad schaadt”, letterlijk leidt het tot Heil-loos-heid,
Niet‘ tot volkomenheid de staat van geluk, de zaligheid, van het heil, maar zònder heil.
Dáár wáár de Heilige Geest vol van maakt, dàt verstikt de wijn.
Omgang met God, Vreugde, Liefde, Heiligheid, wie dronken is van de wijn, die
is dáár totaal onbekwaam en onverschillig voor [geworden].
Trouwens, dat kan ook door andere dingen gebeuren: als je in wat voor muziek dan ook òpgaat, als je helemaal blind staart naar een voetbalwedstrijd: ‘overdaad schaadt’, is heilloos. De omgang met God wordt erdoor verstikt en verstrooid.
Je kunt het ook merken: want je praat alleen nog maar daarover. Je wordt nogal loslippig, maar niet over de dingen van onze Heer en Zaligmaker.
Wat kunnen dat voor dingen zijn die heilloos voor je zijn: die je verlangen naar God uitdoven, je vreugde in God wegnemen, je open doen staan voor de wereld, je afsluiten voor de eeuwige dingen.
Doe dat niet!
Want wat slecht is voor de omgang met God: probeer het uit je leven te bannen; ik weet het je komt er haast niet om heen in dit tranendal, deze wereld.
Ten diepste is het óf – óf: een christenleven dat niet vervuld is met de Heilige Geest wordt hoe langer hoe meer ingenomen door dingen die heilloos zijn.
Voor de één is dat wijn [of sterker spul en andere stimulerende, geest verruimende middelen], bij een ander sport, een derde werk, een vierde z’n [m’n] computergebruik òf weer wat anders;
de tegenstrever is wat dàt aangaat zeer vindingrijk, maar je leven wordt hoe dan ook èrgens mee vervuld. Is het niet met de Geest dan door aardse dingen, steeds meer en meer.
En steeds lauwer, steeds gezapiger, steeds onverschilliger, steeds geruster ook al heb je geen zekerheid, geen vastheid, geen uitzicht, toch wel kalm en gerust.

De gaven van de Heilige Geest, mosaïc by Arie van de Meer

Wat niet tot goed kan leiden, het levert alleen maar slechte resultaten op,
het is slecht, verderfelijk, kortom heilloos-heid.
Daarom nog een keer:
Wordt vervuld met de Heilige Geest!”.
Daarom begint iedere Orthodoxe dienst aan God, van morgengebed tot avondgebed met de aanroep:
Hemelse Koning, Trooster Geest der Waarheid,
Gij Die overal tegenwoordig zijt en alles vervult,
Schatkamer van het goede, en Schenker van het Leven,
kom en verblijf in ons, reinig ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede
”.
Wordt aldus vervuld met de Heilige Geest.
Laten we daar eens goed naar kijken, want dat is een merkwaardige uitdrukking.
Indien je deze uitdrukking taalkundig ontleed is het een wonderlijke combinatie.
Het is een imperatief, een gebiedende wijs, een bevel met andere woorden.
Maar dan zou het logisch zijn als er stond: vult uzelf met de Heilige Geest.
En dàt staat er niet, het is een passieve vorm, een lijdende vorm.
Wordt vervuld, dat betekent: een ànder moet dat doen.
Het woordje worden geeft aan: iemand anders doet het.
Ik word vastgehouden door iemand anders, ik word gedragen door iemand anders. Ik word gefeliciteerd door iemand anders.
Dus het is een bevel aan mij gericht wat een ander doen moet!
Mij wordt iets bevolen wat een ander voor mij doen moet. Vreemd!
Dat betekent dus allereerst: ik vul mezelf niet met God’s Geest.
Vul jezelf met God’s Geest is onmogelijk.
Een mens beschikt niet over de Heilige Geest en kan de Geest niet naar zich toehalen. Een mens kan zichzelf niet vullen met de Geest van God.
Het kan zijn dat een mens veel denkt te weten van de Heilige Geest en van al wat Hij doet, daar met Pinksteren over gehoord heeft en dat goed opgenomen heeft.
Het kan zijn dat een mens daardoor vurig is gaan verlangen naar de vervulling met de Heilige Geest. Vurig verlangen, en dàn nòg of juist dàn merkt de mens:
Ik kan het mezelf dit niet geven. Ik ben machteloos. Ik sta verlamd en hulpeloos.
Hoe graag ik ook zou verlangen, ik maak mezelf niet vervuld‘.

Dat is die wonderlijke spanning in het Genadeleven, Die God soms
zo die laat’ voelen opdat . . . . . ja opdat . . . En toch staat er een bevel; “Hèt wordt vervuld”.
Dat wil me klem zetten, uiteindelijk, vroeg of laat kùn je niet anders en
zal je als mens [uiteindelijk] dienen toe te geven.
Dat je er als mens niet gelaten onder bent en je erin zult schikken,
nu, ja, je kunt dàt als mens niet uit jezelf, dat is nou eenmaal zo.
Nee, het wil me met sterke nadruk zovèr brengen,
vooruit voeren, drijven naar Wie het wel kan.
Het brengt mij als mens door de Heilige Geest, vroeg of laat
in positie ten opzichte onze Heer Jezus Christus, de Énige God-mens:
Ik dien als mens vervuld te worden met de Goddelijke Geest, maar ik kan me niet vullen, Heer en Verlosser, Jezus Christus vult U mij dan!
Want het is de Geest van Christus, de Zoon van God, onze Verlosser, Die de  Heilige Geest voor ons heeft verworven.
Hij heeft de wet vervuld, de gehoorzaamheid volbracht, de vloek gedragen.
Hij heeft de Geest verworven; Hij mag Hem uitdelen van de Vader.
Daarom kan Hij uitgedeeld worden!
Daarom kan Hij geschonken worden.
Wordt vervuld, Dàt is Wat hier wordt geopenbaard,
ten opzicht van de inwoners van Ephese [‘toegestaan’],
Die Zich aan mensen, die zich vergrijpen aan alles wat God verboden heeft, heeft geopenbaard, Die alles overstijgt.
Tot mensen de Heilige Geest àl hadden, met de Geest gedoopt, verzegeld waren.
Maar die vervulling is telkens opnieuw nodig, dat geeft de werkwoordsvorm ook aan. Wordt telkens weer vervuld, want dat hart van ons, is als een glas, neen een vergiet. Vandaag volgegoten en morgen weer leeg en dient steeds weer vervuld worden.
Vervuld met de Heilige Geest is geen aparte klasse christenen.
Zo van : dàt was ik eerst niet, nú wel, en och ja, mijn man, die moeder van mij, die is toch maar iemand, die zich voortdurend zorgen maakt over zijn/haar zielenheil, een tobber.
Vandaag vervuld, ben ik morgen ook weer leeg.
Dàn geldt opnieuw, steeds maar weer: word vervuld.
De meest vervulde christen is degene die het meest voor  Christus op de knieën ligt en smeekt:
“Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U, over mij arme, zondaar”,
teneinde toch maar weer vervuld te worden met Zijn Heilige Geest.
En eens, ja, ééns behoeft dat voor ons mensen niet meer: dàn is het eeuwig vol, vervuld, voor eens en voor altijd.

Vervuld met de Heilige Geest.
Dat is de bron zou je kunnen zeggen.
En uit die bron ontspringen 3 rivieren.
Zoals min of meer uit één bron of brongebied drie rivieren voorkomen: zoals de Waal, de Rijn en de IJssel:
  en spreekt onder elkaar in
Psalmen, Lofzangen en geestelijke liederen en
zingt en jubelt de Heer
van harte,
dankt te allen tijde in de Naam van onze Heer Jezus Christus God, de Vader,
voor alles en weest onderdanig onder elkaar in de vreze van Christus”
Eph.5: 19-21.
Het is
– De niet aflatende rivier/Bron van het spreken, zingen en psalmen;
– De niet aflatende rivier/Bron van het dankende.
– De niet aflatende rivier/Bron van het nederige, het onderdanig zijn.

1.]. het spreken, zingen en psalmen
Allereerst sprekende, hetgeen betekent dat je je mond open doet,
dat je vervuld met de Heilige Geest onder elkaar gaat spreken met
Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.
Die drie soorten tref je ook in het Psalmboek aan.
Boven sommige Psalmen staat: een Psalm zoals 3, 6, 8, 15, 73.
Boven andere staat: een lofzang, zoals 111, 112, 117,118.
Boven andere: een lied, zoals 92, 98, 108.
En in het Psalmboek vind je die Vreugde, die Liefde, die Heiligheid terug.

Het vloeit voort, welt op uit de vervulling met de Heilige Geest.
Dat kan ook niet anders: dat je na de tijd van de kerkdienst, op een gemeenschap’s-avond, een [Hoog-]feestdag het hebt over:
– ‘Ik vond dat dit wat te schèrp was, ik vond dat dàt wat méér gezegd had moeten worden’-.
Of dat je het hebt over:
– ‘het duurde niet zo lang vanmorgen en het was wel wat warm eigenlijk in de kerk, en die had zeker een nieuw kostuum aan’.
En op een verjaardag gaat het al helemaal nooit over onze Heer en Verlosser en
na het drinken van een ‘versnapering in de vorm van wijn’ kom je niet aan zingen toe, maar dien je wel degelijk op je woorden te passen; en zingen onder elkaar, daar kom je ook niet toe.
Hoe is waterstand in de rivier in uw leven?
Laag misschien? Bijna drooggevallen?
Wat een indruk moeten je kinderen wel niet krijgen of je ouders, wat een indruk krijgen niet- en ongelovigen, heidenen hiervan. Als die naar een voetbalwedstrijd gaan hebben ze het soms over hoe geweldig het was. Maar dàt hoor je die plichtgetrouwe kerkgangers nooit zeggen, net of het alleen maar hun ‘plicht‘ is en meer niet. De rivier, de Bron in uw leven staat bijna droog en wordt vervuld met de Heilige Geest!
Kijk, je kan een paar emmertjes erin gooien, maar dat haalt niet veel uit.
Echt anders wordt het als de bron gaat stromen en overlopen.
Je kan jezelf wat voornemen en nou ga ik, en nou zal ik; dat haalt niet veel uit en het is nog vervuild water ook.
Werkelijk anders wordt als Christus Zijn Geest laat stromen.
Dan stroomt het spreken en zingen;
Eén ding staat er echter nog bij:
psalmen zingend tot de Heer in uw hart.
Dat betekent niet: met gevoel, want gevoel zit in de nieren van de Blijde Boodschap. Je hart is je denkvermogen, het in jezelf overwegen – klopt het wat ik verkondig, òf ben ik vanuit m’n eigen stokpaardje aan het verkondigen.
Dus: dat je wéét wat je zingt, je doordenkt wat je verkondigt; elk woord wordt gewogen, beproeft en mag ervaren worden.
Wat zing ik? Dus niet zomaar mijn gevoel en of het goed in het gehoor ligt.
Zingen vanuit het hart van de mens is doordrongen zijn van wat je zegt, onder elkaar bespreekt en afgewogen verkondigt wordt.
Niemand zoekt als David van nature naar vergeving, maar vecht ertegen, dat is de hoogmoed, die is ingebakken.

2.]. De Bron van het dankende.

bron-des-levens

      dankt te allen tijde in de Naam van onze Heer Jezus Christus God, de Vader, voor alles“ Eph.5: 20.
Uit de bron van vervulling met de Geest vloeit voort, welt op: dankende te allen tijd over alle dingen God en de Vader.
Dàt is nogal niet wat: danken te allen tijd – altijd: wàt er ook gebeurt.
Noem het allemaal maar op: gezonde dagen, zieke dagen,
in dagen van trouw en van rouw,
in dagen van succes en van zakken en ontslag.
Te allen tijde, danken, dáár zit zelfs het woord voor ‘vreugde’ in.
  Verblijdt u in de Heer te allen tijde!
Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!
Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Heer is nabij.
Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen
door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God.
En de Vrede van God, Die alle verstand te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus
Phil.4: 4-7 en
    Ik wil de Heer zegenen ten allen tijde, altijd moge Zijn lof in mijn mond verblijven. 
In de Heer verheft zich mijn ziel, dat de zachtmoedigen het horen en zich verheugen.
Verheerlijkt de Heer met mij, laat ons tezamen Zijn naam verheffen.
Ik zocht de Heer en Hij heeft mij verhoord, Hij heeft mij bevrijd uit al mijn beproevingen.
Nadert tot Hem en wordt verlicht: uw gezicht zal niet beschaamd worden.
Deze arme heeft geroepen en de Heer heeft hem verhoord; Hij heeft hem verlost uit al zijn kwellingen.
De Engel des Heren legert zich rond die Hem vrezen, om hen te bevrijden“.
Psalm 33[34]: 1-7.
Met ‘vallen en opstaan’ is het de grondhouding van het christenleven en dat over alle dingen, in alle omstandigheden, dus met het oog op alles wat er gebeurt.
Want, want God namelijk de liefdevolle Vader:
Hij heeft mij verkoren uit zovelen in Zijn Verbond, Zijn Overeenstemming.
Hij heeft als Liefdevolle Vader uit nameloze diepten mij verkoren van eeuwigheid.
Hij heeft Zijn Zoon gezonden en voor mij laten sterven.
Hij zal daarom alle dingen doen medewerken ten goede.
Hij betoont in alle dingen Zijn vaderlijke zorg aan mij en
Hij leidt mij in Zijn voorzienigheid van uitkomst tot uitkomst.
➻ ✥ ➻ Is te allen tijd Toevlucht en Schuilplaats voor Zijn bange, zwakke kind.
Daarom: “ Hem dankende te allen tijde”, de grondhouding van het menselijk leven. Dat is de goudende diskos [RK = de pateen] die onder alles ligt.

Indien iemand mij van nu af nog iets ‘uit Liefde’ voor mijn verjaardag geeft, hetgeen me niet zo aanstaat, maar het ligt op een gouden diskos, wat zal ik dan nog mopperen?
Wat zal ik klagen dat wat erop ligt niet zo veel waarde lijkt te hebben?
            Alles ligt op die gouden diskos [met de stukjes brood van de proforen] van Zijn Vaderlijke verkiezing, aanneming, verzorging.
Als je dàt niet ziet, ja dàn krijg je het Volk Israël [de Kerk] in de woestijn.
Indien ze niet meer zagen waar ze wel niet van verlost waren en waar ze heengingen, dàn gingen ze mopperen, murmureren, klagen, werden ze jaloers, opstandig, verbitterd.
Dankende te allen tijd God van de Vader in de Naam van onze Heer Jezus Christus en Zijn Heilige Geest, eer aan de Heilige Drieëenheid.
In God’s Naam. In God’s opdracht, in God’s  Heiligheid, in God’s Kracht:
Hij hing aan het kruis: ontkleed, gepijnigd zonder pijnstillers, verlaten van mensen en God, onder de vloek.
Zou ik in Zijn Naam niet danken? Danken dat ‘ik‘ daar niet hang, dat ik het zoveel beter heb, dat ik toegang tot de Vader heb?
Hoe is waterstand in de Bron van dankbaarheid in ons leven? Laag misschien? Bijna drooggevallen? Wat een indruk moeten je kinderen wel niet krijgen of je ouders, wat een indruk krijgen onkerkelijken ervan.
Zo weinig dankbaar, zo vaak morren en klagen, opstandig verbitterd.
Die Bron staat bijna droog. Wordt vervuld met de Heilige Geest!
Kijk, je kunt er een paar emmertjes erin gooien, maar dat haalt niet veel uit.
Echt anders wordt het als de Bron gaat stromen en overlopen.
Je kunt jezelf nogal wat voornemen en nou ga ik, en nu zal ik; dàt haalt niet veel uit en het is nog vervuild water ook.
Echt anders wordt als Christus Zijn Geest laat stromen, onze harten vervuld.
– uit bij ‘Heer, ik roep:’ Hoogfeest van Pinksteren:
    Komt, volkeren, om de Drie-persoonlijke Godheid te aanbidden:
De Vader en de zoon en de Heilige Geest.
Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de mede-eeuwige en meetronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verheerlijkt met de Zoon.
Één Macht, één Wezen, één Godheid: wij allen aanbidden en zeggen:
Heilig zijt Gij, God Die door de Zoon alles geschapen hebt, tezamen met de energie van de Heilige Geest.
Heilig is de Sterke, door Wie wij de Vader mogen kennen en door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is.
Heilige is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster, Die uitgaat van de Vader en Die rust in de Zoon.
Heilige Drieëenheid, eer aan U
”.

geketend

3.]. Bron van het nederige, het onderdanig zijn.
Elkaar onderdanig zijnde in de vreze God’s.
en weest onderdanig onder elkaar in de vreze van ChristusEph.5: 21.
Dit vers is de kapstok voor het gedeelte tot en met 6: 9 van  de brief van Paulus aan de inwoners van Ephese [Hebr.= “toegestaan”].
Want dat wordt op hierna uitgewerkt:
⁌  in vrouwen weest aan uw eigen mannen onderdanig, Eph. 5: 22.
⁌  in kinderen zijt uw ouders gehoorzaam, Eph.6: 1.
⁌  in dienstknechten [Gr.= δοῦλος, slaaf] weest uw heren gehoorzaam, Eph.6: 5.
Dàt heeft te maken met een woord, nederigheid, onderdanigheid,
dat betekent: dat ieder zijn toegewezen plaats inneemt en zich aan de regels van het spel houdt. Denk aan een orkest met verschillende instrumenten; dàn heeft elk instrument zijn eigen partij en dàn klinkt het mooi.
Maar als alle instrumenten of de dirigent, de dwarsfluit partij gaan spelen en ieder er eigen regels op nahoudt dàn is het geen gehoor. Maar als ieder zich houdt aan zijn eigen rol, eerst dan wordt het een mooie Symphonie.
Zó heeft God mensen een plaats beschikt, ingedeeld in het leven.
Je bent man, je bent vrouw; je bent vader of moeder, je bent kind van deze vader en moeder; dáár kies je niet zelf voor, dàt is voor je beschikt door de Heer.
En de Heilige Geest leert je juist om je in-te-voegen en te houden aan de plaats en de regels waartoe je aangesteld bent.
De Heilige Geest leert je juist om je in die structuur in te voegen.
In datgene wat de Vader heeft beschikt.
En dan geldt bij de vrouw: weest uw man onderdanig [hoe vervelend dat in onze tijdgeest ook klinkt]; dan geldt heel ouderwets voor kinderen: wees je ouders gehoorzaam.
Dat betekent dus: man, wees dusdanig man dat je vrouw dàt doen kan.
Wees als man echt hoofd van je vrouw, ‘Wijs, liefdevol, gericht op haar welzijn‘,
dat uw vrouw Christus in u ziet en opmerkt. Zodat het heerlijk en goed voor haar is om te volgen. Ouders, wees als ouders zó ouders dat het goed voor je kind als het je gehoorzaamt.
Wees vader naar Gods beeld. Troost als moeder zoals God troosten kan.
Vervul de taak die bij je positie hoort, dat uw kind of uw omgeving de hemelse Vader in u opmerkt en proeft.
En dàn óók: vrouwen, weest onderdanig. Gericht op Gods eer, zolang het kan.
     Zolang het niet tegen God ingaat en je welzijn verwoest, wees onderdanig.
     Zolang het mogelijk is. Kinderen, wees gehoorzaam, zolang het kan.
     Zolang het niet tegen God ingaat en je welzijn verwoest, wees gehoorzaam.
Ook als je man zo makkelijk niet is of doet, ook als je ouders niet zo makkelijk zijn of doen.
Zoek naar de uiterste grenzen, in gerichtheid op God, van onderdanigheid en gehoorzaamheid zó lang als mogelijk is.
Hoe is waterstand in de Bron van onderdanigheid in uw leven?
Laag misschien? Bijna drooggevallen?
Wat een indruk moeten je kinderen wel niet krijgen of je ouders, wat een indruk krijgen onkerkelijken ervan; zo weinig als Christus, als God de Vader,
zo weinig zoekend naar onderdanigheid en gehoorzaamheid.
De Bron staat bijna droog; wordt vervuld met de Heilige Geest!
Kijk, je kan een paar emmertjes erin gooien, maar dat haalt niet veel uit.
Echt anders wordt het als de bron gaat stromen en overlopen.
Je kunt jezelf wat voornemen en nou ga ik, en nou zal ik.
Dat haalt niet veel uit en is nog vervuild water ook.
Pas ècht anders wordt als Christus Zijn Geest laat stromen, de harten van mensen vervuld.

Heer Jezus Christus, onze Verlosser, vervul de mensheid toch met Uw Geest.
Mijn hart, gezin, mijn gemeenschap, die zo dacht ik het meest bij mij past, die kerkgemeenschap. Dan stroomt de nederigheid, de onderdanigheid.
Heer Jezus, geef ons uw Geest, opdat Uw Lichaam van de Heilige Kerk leven zal!
En die rivieren, die uit die Bron voortkomen, zullen stromen naar de zee.
De zee van het Hemels Koninkrijk, van de eeuwige Heerlijkheid.
Daar is het eeuwig zingen, eeuwig danken en eeuwig op mijn plaats zijn, zoals
de Heer en Verlosser het heeft bedoeld.
En het leven door en met de Heer, onze Verlosser,
kent iets van die voortstuwing van het bloed in het Lichaam van Christus,
naar het eeuwig Hemels Koninkrijk, daarheen, voor eeuwig.
Amen.

    En een aanzienlijk, hooggeplaatst man vroeg Hem en zei:
       ‘Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?’.
Jezus zei tot hem:
    Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.
Gij kent de geboden: Gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en moeder’.
aanzienlijk, hooggeplaatst man zei:
        ‘Dat alles heb ik van jongs af in acht genomen’.
Toen Jezus dat hoorde, zeide Hij tot hem:
        ‘Nog een ding komt gij te kort: verkoop alles wat gij bezit, en verdeel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in de hemelen, en kom hier, volg Mij’

Luc. 18: 18-22.

Apolytikion     tn.1
“   Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1
“   Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
“   Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal ‘in U‘ het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons ‘door uw baren‘ heeft bevrijd
”.

November 21e – Tempelgang van de Alheilige Moeder Gods

      Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp. En een vrouw, Martha [Hebr.= ‘zij was opstandig’] geheten, ontving de Heer in haar huis. En deze vrouw had een zuster, genaamd Maria [Hebr.= ‘hun opstand’], die, aan de voeten des Heren gezeten naar Zijn Woord luisterde.
Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen.
En zij ging bij Hem staan en zei:
Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen.
        Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts een; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen.
        En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei: ‘Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen.
        Maar Hij zei:
Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren
Luc.10:38-42; 11: 27,28.

      Nu had ook wel het eerste [Verbond] bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld. Want er was een tent ingericht, de voorste, waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het heilige genoemd; en achter het tweede voorhangsel was een tent, genaamd het Heilige der Heiligen, met een gouden reukoffer-altaar en de ark van het Verbond, rondom met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen van het Verbond [met de Thora]; daarboven waren de cherubijnen der Heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwen; hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden.
Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedrevenHebr.9: 1-7.

Mozes en de brandende braambos

Het begin van alle kennis is ontzag voor de Heer.
Immers:
    Hoor, mijn kind, de tucht van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet; want zij zijn een lieflijke krans voor uw hoofd, een keten voor uw halsSpr.1: 8,9.

De wereld bereidt zich voor op de Komst des Heren en terwijl zij te hoop liepen maakten zij  zich opstandig druk over de knecht van de Heilige, is die zwart of wit. “Maar dit geslacht is een boos geslacht. Het begeert een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona” [Hebr.= ‘duif’] Luc.11: 29.
Uit lijfsbehoud volgt een mensenkind blindelings de aanwijzingen van de Vader.
De aanleiding voor het feest van vandaag is het kleine meisje Mirjam [Hebr.= ‘hun opstand’], dat als gevolg van de Gelofte tot de Heer van haar ouders naar de Tempel werd gebracht om daar dienstbaar te zijn.
Het is een apocrief verhaal en vermeld staat dat zij als 3-jarig meisje zelfstandig de 15 treden opliep, die haar naar het Heiligdom leidde.
Dit kind volgde in gehoorzaamheid aan de aloude Traditie de aanwijzingen van haar ouders en besteeg de 15 treden naar het Heiligdom.
Om dit te begrijpen dien je kennis te hebben van hetgeen de Profeten hebben voorzegd;
Profeten hebben in die toekomst gezien en wonderlijke dingen voorzegd.
In onze huidige vertalingen wordt nogal wat weg-vertaald en slechts de Statenvertaling bevat nog in het opschrift van de Psalmen 119[120] t/m 133 [134] de Hebreeuwse titel laten staan:
שיר הממלוטח [Shir Hammaaloth, Hebr.= ‘Lied van deugden’],
de Orthodox Study Bible ‘An ode of ascents’ [‘een ode van opstijgingen’].
Dit betekent zo iets als: ‘het lied van de treden’ – het zijn pelgrim’s liederen, gradualen, welke op hoogfeesten voorafgaand aan ‘het Woord’, de lezing van de Blijde Boodschap werden gezongen.
Zo wordt Psalm 131[132] als Messiaanse Psalm, voorafgaand aan  de Geboorte van onze Heer gebruikt, want vers 11 van deze Psalm laat zien dat “God, de Zoon, mens werd in haar schoot”: “ Vrucht van uw [David’s] lichaam zal ik plaatsen op uw troon, als uw zonen Mijn Verbond onderhouden” vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Het liturgisch samenkomen

Antiocheens Orthodoxe samenkomst  in Amersfoort

De oudtestamentische aspecten van de eredienst blijven gelden in het Nieuwe Verbond, zeker zolang de tempel nog staat [tot de verwoesting in het jaar 70], maar er komen steeds meer nieuwe accenten.
De nadruk op de Éne God wordt gehandhaafd, waarbij ook blijkt dat deze God Zich geopenbaard heeft in Jezus Christus. “God’s Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoondJohn.1: 14. Jeruzalem blijft het centrum van de dienst aan de ene God, ook als mensen uit andere volkeren tot Geloof in Onze Heer en Verlosser, Jezus Christus kom [Rom.15: 27; 2Cor.8: 4].

Geloof draagt je door het leven; الإيمان يحمل لك الحياة; Faith carries you through life.

Toch kan God op ‘alle’ plaatsen gediend worden, omdat Hij daar woont [1Cor.3: 16; 2Cor.6: 16; Eph.2:21; 1Cor.3: 16,17; 6: 19].
Het betekent dat de navolgers van Christus hun lichamen behoren over te geven als een offer, dienstbaar behoren te zijn aan God en de naasten, omdat dit God welgevallig is:
  ”      Jij zult nauwgezet de geboden van de Heer, jouw God, onderhouden en de getuigenissen en de inzettingen, die Hij jou opgelegd heeft; Jij zult doen wat recht en goed is in de ogen des Heren, opdat het jou wel ga en jij het goede land, dat de Here aan jouw vaderen onder ede beloofd heeft, binnengaat en in bezit neemt, door al jouw vijanden voor u uit te jagen, zoals de Heer heeft gesprokenDeut.6: 17-19.
  “      Laat je niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwaad door het goedeRom.12: 21.
De gelovigen vormen het Lichaam van Christus, een Koninkrijk van priesters:
      Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk [aan God] ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar Licht: u, eens niet Zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen1Petr.2: 9,10.
De gemeenschap van navolgers van Christus op aarde en de gelovigen afzonderlijk worden een Tempel van de Heilige Geest genoemd omdat God daar woont.
In de gemeenschap zijn toezichthouders, spelleiders – apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het Lichaam van Christusconf. Eph.4: 11-12.
De Christelijke Gemeenschap viert in het Mysterie van de Doop en de deelname aan de Goddelijke Liturgie/ het avondmaal, de verbondenheid met Christus, als Zoon van de levende God. Met oude en nieuwe liederen, waartoe ook de Psalmen behoren, zingt men de lof aan God:
– “  En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zei: ‘Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden’. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader. En na de lofzang gezongen te hebben vertrokken zij naar de Olijfberg.
Toen zei
[onze Heer en Verlosser] Jezus tot hen:
  Gij zult allen aan Mij aanstoot nemen in deze nacht. Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden. Doch nadat Ik zal zijn opgewekt, zal Ik u voorgaan naar Galilea
[Hebr.= ‘kring’]“ Math.26: 27-32.
– “  en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Heer van harte,  dankt te allen tijde in de Naam van onze Heer Jezus Christus God, de Vader, voor alles, en weest elkander onderdanig in de vreze van ChristusEph.5: 19-21.
Het gaat hier met name om de tijd van de wederkomst van Christus, waarin ‘alle’ profetieën vervuld zullen worden. Over die tijd heeft onze Heer en Verlosser Jezus Christus Zelf eveneens herhaaldelijk gesproken toen Hij nog op aarde was.

Opgang naar de Geboorte des Heren

Christus, Geboorte in het vlees

In een tijdperk waarin zoveel mensen van goede wil, met edelmoedigheid, toewijding en ijver de Vrede zoeken waar de mensheid levensbehoefte aan heeft, is het onontbeerlijk dat de Christelijke Gemeenschap terugkeert naar het Woord van God, naar de Bron van het leven en naar de Traditie, Die dat Woord verklaart en actualiseert, teneinde in deze oude en nieuwe schatten, Die God ons heeft toevertrouwd, woorden van onderricht en aansporing te putten, aangepast aan de actuele omstandigheden.
De Vaders van de Kerk, van Oost en West, of ze nu in het Grieks, Latijn, Russisch Syrisch of Coptisch schrijven, zijn voor ons op de eerste plaats getuigen van het Geloof, dat in Jezus Christus telkenmale wordt vernieuwd door de Heilige Geest, Zij getuigen van de Kerk, het Lichaam van Christus in haar verrezen Heer, uitdeler van God voor het Heil van de mensen:
      Toen het dan avond was op die eerste dag van de week en ter plaatse, waar de discipelen [volgelingen] zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zei tot hen:
  Vrede zij u!’ En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Heer zagen.
Jezus dan zei nogmaals tot hen: ‘Vrede zij u!’ Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u
John.20: 19-23.
Het Mysterie van het Heil, sinds alle eeuwigheid door de welwillendheid van de Vader besloten, door de Zoon in de Kracht van de Heilige Geest verwezenlijkt, is geheimenisvol aan het werk in de menselijke geschiedenis en zichtbaar aan het werk in de Kerk. Onvermoeibaar en dienstbaar herinneren de Vaders er aan, in het spoor van de heilige Johannes en Paulus,
dat de Vrede op aarde de vrucht is van Vrede tussen God en de mensen, die door de gekruisigde Christus werd hersteld;
dat deze Vrede een aspect is van Liefde en eenheid die in de Kerk moeten heersen, opdat de wereld zal geloven, dat deze Vrede de gehele schepping [Engelen en mensen, de mensen onderling, de mens in zichzelf, de mens en de natuur, bezield en niet bezield] tot verzoening brengt:
      Gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe.
En plotseling was er bij de engel een grote Hemelse legermacht, die God loofde, zeggend: ’ Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen van het welbehagen
Luc.2: 12-14.

Het begin van alle kennis is ontzag voor de Heer.

De alheilige wereldomvattende Kerk, ‘een Mysterie’ – icoon

    De gemeenschap in Christus dan door geheel Judea
[Hebr.= ‘het gebied van de stam van Degene, Die geprezen zal worden’], Galilea [Hebr.= ‘kring’] en Samaria [Hebr.= ‘ wachtberg, voogdijschap’]
had Vrede; zij werd opgebouwd en wandelde in de vreze des Heren, en
zij nam in aantal toe door de bijstand van de Heilige Geest
Hand.9: 31.
      Dient de Heer in vreze, juicht Hem toe met ontzagPsalm 2: 11.
God voegt in Zijn Wijsheid via de profeet David de twee elementen vreze en ontzag samen die onverenigbaar lijken en vraagt ons vervolgens te vertrouwen op Zijn Wijsheid.
Voor ons werelds, vleselijke denken slaat dàt nergens op en dat blijkt wel wanneer beide elementen in de Kerk gaan ontbreken, de gevolgen van de massale uittocht zie je – als gevolg van de onderlinge ‘broederstrijd’ – voor ogen.
Maar de ‘vreze des Heren’ èn ‘de troost van de Heilige Geest’ ná het toejuichen uit ontzag kunnen samengaan – indien je maar wilt !!!
      Mijn kinderen, indien jullie Mijn woorden aannemen en mijn geboden bij u bewaren, Zodat uw oor de Wijsheid opmerkt en gij uw hart neigt tot de Verstandigheid,
Ja, indien gij tot het inzicht roept en tot de Verstandigheid uw stem verheft; indien gij haar zoekt als zilver en naar haar speurt als naar verborgen schatten.
Dan zult gij de Vreze des Heren verstaan en de kennis van God vinden
Spr.2: 1-5.
      Weest [dàn] heilig, want Ik ben heilig. En indien gij Hem als Vader aanroept, Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in vreze de tijd van uw vreemdelingschap, wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud [winstbejag en macht’s uitoefening] zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die [u] van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus, als van een on-berispelijk en vlekkeloos lam1Petr.1: 15-19.
De bron van de vijandschap is de zonde [gebaseerd op de hoogmoed] welke de vijandschap tussen de mensen onder elkaar en God en de mensen deed ontstaan.
De Liefde van de prins van de Vrede om te spreken met de Profeet volgt op:
      Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn Schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, VredevorstIsaiah 9: 5.
De Liefde van de prins van de onderlinge Vrede heeft de vijandschap omgebouwd tot Vrede. In de mate waarin de navolger van Christus, door het Doopsel als Mysterie zich bekleed heeft met Christus, een verandering tet heiliging heeft ondergaan, is hij óók geroepen ‘zelf’ als mens vrede te worden [zie tevens H. Gregorius van Nyssa in zijn “over de Volmaaktheid”].
Laten wij dan deze ‘in de hitte van de strijd opgelopen’ vijandschap niet in leven houden, maar door onze nederigheid te beoefenen laten zien, dat ze dood is; uit angst dat we ze, nu ze gelukkig en tot ons heil door God gedood werd, niet zelf en tot onze schade weer tot leven zouden wekken en onze ziel te gronde richten door onderlinge toorn en wrok.
Het is hard werken voor Martha, maar Maria heeft aan de voeten van haar Heer het goede deel uitgekozen en dat zal van haar voorzeker niet worden weggenomen!

Apolytikion     tn.4.
  Heden is het begin van ons welbehagen: de voorbereidende Verkondiging van de Verlossing van de mensen.
De Maagd komt in de Tempel van God
en verkondigt reeds aan allen de Christus.
Tot haar willen ook wij met de Engel roepen:
verheug U, Vervulling van het Heilsplan van de Schepper
”.

Kondakion      tn.4.
De alreine Tempel van de Verlosser,
   het kostelijke Bruidsvertrek,
   de geheiligde Schatkamer van God’s Heerlijkheid,
wordt binnengeleid in het Huis des Heren.
Zij brengt daar de Genade van God’s Heilige Geest,
terwijl de engelen zingen:
‘ Zie dáár is de Hemelse woontent’
”.

23e Zondag na Pinksteren – Orthodoxie – Christus en de slaaf – de dienstknecht

Lazaros & de RijkeΟ Λάζαρος και οι πλούσιοιLazaros and the rich – لازاروس والأغنياء.

“ En er was een rijk man, die gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag schitterend feest hield. En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol zweren, neergelegd bij zijn voorportaal, die verlangde zijn honger te stillen met wat van de tafel van de rijke afviel; zelfs kwamen de honden zijn zweren likken.
Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot. Ook de rijke stierf en hij werd begraven.
En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot.
En hij riep en zei: ‘Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus opdat hij de top van zijn vinger in water zal dopen en mijn tong zal verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlam’.
Maar Abraham zei: ‘Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn. En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die van hier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen’.
Doch hij zei:
Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader zendt, want ik heb vijf broeders. Laat hij hen dan ernstig waarschuwen, dat ook zij niet in deze plaats der pijniging komen.
Maar Abraham zei: ‘Zij hebben Mozes en de profeten, naar hen moeten zij luisteren’.
Doch hij zei:
‘Neen, vader Abraham, maar indien iemand van de doden tot hen komt, zullen zij zich 
bekeren’.
Doch hij zei tot hem:
‘ Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen’
” Luc.16:19-31.

“ God echter, die rijk is aan erbarmen, heeft, om zijn grote liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door Genade zijt gij behouden – en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom van Zijn Genade te tonen naar [Zijn] Goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Want door Genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand zal roemen. Want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen” Eph.2: 4-10.

de Kerk als brug van barmhartigheid

“ Woedt [= razen en tieren], o volkeren, en weest verslagen; ja, neemt ter ore, alle verre streken der aarde; gordt u aan en weest verslagen; gordt u aan en weest verslagen.
Beraamt een plan, maar het wordt verbroken; spreekt een woord, maar het zal niet tot stand komen, want God is met ons.
Want aldus heeft de Heer tot mij gezegd, toen Zijn hand mij overweldigde en Hij mij waarschuwde niet op de weg van dit volk te gaan:     Gij zult geen samenzwering noemen alles wat dit volk een samenzwering noemt en voor hetgeen zij vrezen, zult gij niet vrezen noch schrikken. De Heer der heerscharen, Hem zult gij heilig achten en Hij moet het voorwerp van uw vrees en Hij moet het voorwerp van uw schrik zijn.
[Eerst] Dàn zal Hij tot een heiligdom zijn, en tot een steen, waaraan men zich stoot, en tot een rotsblok, waarover men struikelt, voor de beide huizen van Israël, tot een klapnet en tot een valstrik voor de inwoners van Jeruzalem“ Isaiah 8: 9-14.

Wees maar blij, want wij zijn medeburgers geworden van het Hemels Koninkrijk,  want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen . . . . . werken van Barmhartigheid.
  Ben je ziek? . . . . . ga er dan niet onder gebukt, maar wees gelukkig, want ieder kind, dat onze Heer en Verlosser aanneemt heeft Hij Lief en wie Hij liefheeft, tuchtigt en kastijdt de Heer, teneinde hem/haar te leren”. conf.  Hebr.12: 6.
  Ben je arm of behoeftig? Laat je ziel in vrede tevreden blijven, want de Genadegaven, zoals aan de arme Lazarus zijn gegeven, wachten op jou.
  Belasteren en minachten zij jou omwille van Christus?
Je bent gezegend, want datgene wat je aantrekkelijk maakt zullen de engelen in Hemelse Glorie omzetten.
  Ben je iemand, die een ander – als slaaf, dienaar – dient te gehoorzamen?
Wees God toch maar dankbaar, want juist daarom zul je altijd bij Hem als uitverkorene worden beschouwd, want onze God heeft de voorkeur voor degenen ‘die het meest door andere mensen‘ worden vernederd.
Dank Hem, want je bent in een betere toestand verzeild geraakt, dan wie dan ook,  omdat je noch in dwangarbeid werd uitgezonden of jezelf daarmee beschadigd hebt.
Indien God jou ‘onafgebroken‘ kent, indien Hij nooit ver van je verwijderd kan zijn, zelfs al zijn er onafgebroken valkuilen op je pad, dan kan het niet anders
òf er overkomt je op hetzelfde moment moet iets: met een vooropgezet doel, met betrekking tot de eerste beginselen, niet aan verandering onderhevig, zelfs wanneer je nieuwe dingen aanleert, van gedachten verandert en als maar voort-groeit èn word je Zijn dienstknecht [diena(a)r(es)].
conf. Heilige Basilius de Grote

In voorgaande artikelen, welke voornamelijk gebaseerd zijn op de Blijde Boodschap zijn we tegengekomen dat menselijke tekortkomingen leiden tot ongeloof en afgoderij, ja tot de onderbouwing van de te vormen gelijkvormige wereldgerichte [= globalisering, iedereen dezelfde] religie.
Tegelijkertijd zagen we dat onzorgvuldige nieuwe vertalingen het bewijs vormen van de tekenen van deze tijd.
De grote Apostel waarschuwt hier al voor:
      Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens van de wetteloosheid zich openbaren, de zoon van het verderf, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich [zelfs] in de tempel God’s zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is2Thess.2: 3,4.

Dat is iets waar we – ‘midden in’ – leven.
Mensen willen wel religieus zijn en in de “levende God” geloven, maar  dat God’s  Woord Waarheid is, dàt valt volgens hen nog te betwijfelen.
Ze lopen liever als makke schapen achter de kudde aan en geloven het wel –
nou ja, de boodschap die de Kerk ervan gemaakt heeft . . . . .,  daar kan men
soms nog wel wàt in zien [En die is voor iedereen anders . . . . .!, of niet soms? – zet maar eens duizend orthodoxen op een rij – ze geloven allemaal iets anders].
We waren gewoon nog niet klaar voor dit verdriet, deze erkenning dat we op het punt staan te verliezen, wat we immers altijd al hebben gekend; dat we tot nog toe gelukkig zijn geweest met de mogelijkheid voort te leven op basis van tegenstrijdigheden en nu staan we op het punt de sleutel in de goede richting om te draaien – dat wil zeggen ‘principieel te veranderen‘.

Is het Geloof dat God’s Woord slechts de Waarheid is. . . . . van Alfa tot Omega, van A tot Z, van kaft tot kaft . . . . . is dat nog mogelijk voor de mens anno 2018?
Toch hebben we ook gezien hoe een aantal vertalingen, die gevonden zijn en terug gaan tot ca. 70 en ca. 300 na Chr. èn nog eerder, laten zien dat de tekst die wij hebben in de Statenvertaling en de vooroorlogse NBG [Naardense vertaling] toch ècht wèl de tekst van de eerste Christenen is?
God heeft Zijn Woord voor ons door de eeuwen heen bewaard, exact zoals Hij beloofd heeft in Zijn Woord.
We ontdekken dat God ons niet in verzoeking leidt, zoals wij dagelijks bidden, maar dat alleen Hij, als God in staat is ons daarvan via Zijn Genadegaven te bevrijden.
In dit artikel zullen we, in het kader van de hiervoor genoemde studies, stilstaan bij het thema “Slaaf of dienstknecht”.
We gaan zien wat God’s Woord over dit onderwerp zegt en we gaan zien
wat er gebeurt als we vervolgens het Hebreeuwse of Griekse woordenboek gaan raadplegen . . . . . en wàt dàt zegt over deze woordenschat?
Opnieuw zullen we zien dat we God’s Woord vinden in de oude Statenvertaling en in de vertalingen, die er werkelijk toe doen, die zich bewust zijn van de oorspronkelijke tekst.
Nieuwe vertalingen spreken over “slaven van Christus”:
    Weet gij niet, dat wien gij uzelven stelt tot dienstknechten ter gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt van degenen, dien gij gehoorzaamt, of der zonde tot den dood, of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid? Maar aan God zij dank, dat gij wel dienstknechten van de zonde zijt geweest, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt; En vrijgemaakt zijnde van de zonde, zijt gemaakt dienstknechten van de GerechtigheidRom.6: 16-18.
Ja, ik weet dat het soms wel ouderwets Nederlands is, maar in de Statenvertaling lezen we over dienst-knechten van de zonde en over dienstknechten van de gerechtigheid, òf zoals even verder op over dienstknechten van God [Rom.6: 22].
En vergeet niet dat Lucas spreekt over: . . . . . “zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiedde naar Uw WoordLuc.1: 38.
In veel nieuwe vertalingen worden in tegenstelling tot de dienstmaagd als de Moeder Gods vaak geschreven en weergegeven door het woord “slaaf”.
bijvoorbeeld in het volgende: “We zijn bevrijd uit de macht van de zonde. We zijn nu slaven van de God, Die ons wil reddenRom.6: 18.
En dat zien we op meer plaatsen gebeuren.
Zo lezen we in de juiste vertaling van het Woord van God het volgende:
“  Niet naar ogendienst, als mensen-behagers, maar
– als dienstknechten van Christus, doende
– de Wil van God van harte
Eph.6: 6.
Hiervan wordt tegenwoordig gemaakt:
niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar
als slaven van Christus die van harte alles doen wat God wil
”.
En elders leest je:
Wees niet schijnheilig, en gehoorzaam je meester niet alleen als hij je ziet.
Maar gedraag je als een slaaf van Christus.
En doe met heel je hart wat God van je vraagt
”.
Hier zien we dus hoe men ons “slaven van Christus” noemt.

Er is echter een huizenhoog verschil tussen slaven en dienstknechten [maagden] . . . . .
Maar deze verandering, dat gelovigen “slaven van Christus” zouden zijn,
is in feite een heel betreurenswaardige verandering.
Want het woord slaaf laat niet zien dat wij ‘uit vrije wil’ in Hem zijn gaan geloven. Een slaaf is gevangen genomen,
hij/zij wordt vaak onder hele wrede omstandigheden gedwongen,
om arbeid te verrichten.
En dat terwijl er zoals reeds vermeld is staat dat wij,
“dienstknechten van Christus” zijn, “van harte doen wat de Wil van God is;
[de King James 1611 zegt: “from the heart” =  vanuit het hart].
En onze Heer Jezus Christus  heeft uitgesproken:
Indien dan de Zoon u vrijgemaakt zal hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijnJohn.8: 36.
Een slaaf doet zijn/haar werk niet uit vrije wil, niet vanuit het hart, maar
omdat hij/zij daartoe gedwongen wordt.
Dit verschil is zelfs zichtbaar in een woordenboek.
In Wolters’ handwoordenboek lezen we bij “dienstknecht”: “ondergeschikte, trouwe dienaar van God en betrachter [in acht doen nemen] van Zijn Geboden” [Groningen, 27e druk, 1985].
En bij het woord “dienaar” lezen we:
iem. die een ander dient tegen loon: de dienaren der kroon, ministers; iem. die een ander vrijwillig en nederig diensten en hulde bewijst” [Groningen, 27e druk, 1985].
Terwijl we bij “slaaf” vinden:
lijfeigene, die geen persoonlijke rechten heeft; iem. wiens vrijheden sterk beknot zijn, die aan een vreemde overheerser is onderworpen, die in harde dienstbaarheid verkeert” [Groningen, 27e druk, 1985].

dienstknechten onder het juk

leer de dienaren van de toekomst te ontsnappen aan de wereld; teach the servants of the future to escape the world.

Het probleem zit er natuurlijk in dat hetzelfde Griekse woord voor dienstknecht, “δούλος” [doulos], soms ook gebruikt zou kunnen worden voor “slaaf”.
In 1 Tim. 6 : 1 lezen we bijvoorbeeld: “De dienstknechten, zovelen als er onder het juk zijn, zullen hun heren alle eer waardig achten, opdat de Naam van God, en de leer niet gelasterd zal worden”.
Ik heb juist deze tekst uitgekozen, omdat hier heel duidelijk gesproken wordt over “onder het juk” zijn. Dat duidt niet op vrije wil.
Zo spreekt Paulus elders over de “dienstknechten van de zondeRom.6: 16.
En als dienstknechten van de zonde zijn de ongelovigen overgeleverd aan de “overste van de macht der lucht [innerlijke neigingen]”, waardoor zij “de wil van het vlees” doen.
  En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden, in welke gij eertijds gewandeld hebt naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid, onder welke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden van ons vlees, doende de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature kinderen van de toorn, gelijk ook de anderenEph. 2: 1-3. Mensen zijn van nature [opvoeding] dus overgeleverd aan de wil van het vlees, doordat zij leven onder heerschappij van “de god van deze eeuw”.
Hij, de tegenstrever, die ons allen misleidt, heeft ons namelijk verblind:
    ongelovigen, wier overleggingen de god van deze eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het Evangelie van de Heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is2Cor.4: 4.
Van nature is de duivel dan ook hun vader [Joh.8: 44].
En schrijft Paulus het volgende:
Daarom dat het bedenken van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich aan de Wet van God niet; want het kan ook niet. En die in het vlees zijn, kunnen God niet behagenRom.8: 7,8.
Of de mensen dit nu willen of niet, door de zondeval is dit de enige realiteit en daardoor zijn de mensen “dienstknechten der zonde”. En dit zou je dan ook eventueel “slavernij” kunnen noemen.

Over Verlossing
Maar… Uit de slavernij is ook de term “vrijkopen” bekend.
Een slaaf kon “vrijgekocht” worden.
Ook de Blijde Boodschap kent dit principe en dàn hebben we het over “verlossing”.
Het betekent in feite “iets terug kopen” of “bevrijding uit de macht van een ander, door betaling van een losprijs”.
Voorbeelden hiervan vinden we al in het Eerste Verbond:
Daarom zult gij, in het ganse land uwer bezitting, lossing voor het land toelaten. Wanneer uw broeder verarmd zal zijn, en iets van zijn bezitting verkocht zal hebben, zo zal zijn losser, die zijn nabestaande is, komen, en zal het verkochte van zijn broeder lossenLev.25: 24,25.
En iets verderop:
Indien nog vele van die jaren zijn, naar die zal zal hij tot zijn lossing van het geld, waarvoor hij gekocht is, teruggeven. En indien er nog weinige van die jaren overgebleven zijn, tot aan het jubeljaar, zo zal hij met hem rekenen; naar zijn jaren zal hij zijn lossing teruggeven Lev.15: 51,52.
We zien dus dat lossing inhoudt, dat men iets terug koopt wat ooit al eigendom is geweest.
In het Oude Testament was dat principe al in de Wet verwerkt!
We zien ook dat er sprake kan zijn van een Losser!
Een losser die iets of iemand terugkoopt, of die nageslacht voor een broer verwekt [Deut.25: 5,6]. We zien dat onder andere bij de geschiedenis van Ruth.
Naomi, die met haar man en zoons naar Moab trekt, vanwege de hongersnood in Bethlehem. In Moab komen haar man en zoons om het leven, en Naomi keert met haar Moabitische schoondochters terug naar Bethlehem. Althans, de ene schoondochter keert alsnog om naar Moab, maar Ruth gaat met Naomi mee. In Bethlehem lost Boaz de bezittingen van de man van Naomi, en huwt Ruth, zodat door lossing er toch nageslacht is voor Elimelech, de man van Naomi
[zie boek Ruth].

Onze Heer en Verlosser Jezus Christus heeft ons vrijgekocht!
En omdat de mens van nature “een dienstknecht der zonde” is, en overgeleverd is aan de “overste van de macht van de lucht”, is de Heer Jezus gekomen en heeft Zijn bloed voor ons vergoten aan het kruis van Golgotha.
Bij Paulus lezen we: “Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus; Die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd1Tim.2:5,6.
Of in de tekst: “Gij zijt duur gekocht, wordt geen dienstknechten van mensen1Cor.7: 23.
Een vrijgekochte slaaf is vrij, en is geen slaaf meer, in Christus zijn wij vrij – en alleen aan Christus verantwoording verschuldigd!

Daarom lezen we het volgende: “Want die in de Heer geroepen is, een dienstknecht zijnde, die is een vrijgelatene van de Heer; evenzo ook, die vrij zijnde geroepen is, die is een dienstknecht van Christus” 1Cor.7: 22.

Ook hier spreken sommige vertalingen over “slaven in Christus”! Wat dus helemaal niet kan, want een vrijgelatene is geen slaaf!
Maar een vrijgelatene kan wel een dienstknecht [dienstmaagd] zijn!
Iemand, die vrij is, kan in dienst zijn van iemand anders.
Vaak is dat dan voor loon. In ieder geval hebben we bovenstaand gezien dat we dan als dienstknechten “de Wil van God van harte doenEph.6 : 6.

En daar zie je het verschil. ‘Uit vrije wil‘ willen we Hem dienen!
En voor de uitoefening van die plicht danken wij Hem:
Maar God zij dank, dat gij wel dienstknechten van de zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, waartoe gij overgegeven zijtRom.6: 17.

In Navolging van Christus, je Kruis opnemen

Een gelovige, die aan Christus’ oproep voldoet Hem te volgen neemt vrijwillig zijn kruis op en is vrij in het Hem te dienen.
Wij zijn weliswaar gekocht door onze Heer en Verlosser, maar wij zijn wel vrij.
De ongelovige is gebonden aan de zonde, en kan de Heer geen plezier doen.
En hier hebben we een verschil met de gelovige.
De gelovige is in zijn leven vrij om een keus te maken in het dienen van de Heer.
Hierbij wordt gesproken over de werken van het vlees en de vruchten van de Geest: “En ik zeg: ‘Wandelt door de Geest en volbrengt de begeerlijkheid van het vlees niet’Gal.5: 16.
En wordt gezegd: “Indien wij door de Geest leven, zo laat ons ook door de Geest wandelenGal.5: 25.
Hieruit blijkt dus dat wij een keuze hebben. Omdat wij opnieuw geboren zijn [door de Geest leven] hebben wij de mogelijkheid om ons dienstbaar te onderwerpen aan de Heer en naar Zijn Geest te wandelen. Dan zullen we ook vrucht dragen [Gal.5: 22].
Natuurlijk geeft onze Heer en Verlosser de gevolgen van ons handelen aan:
– We ontvangen loon en kroon als we Hem dienen [1Cor.3: 14],
– we zullen schade lijden als we naar ons vlees leven [1Cor.3: 15], maar
behouden zijn we, want we zijn en blijven kinderen van God.
We hebben dus heus wel iets te verliezen.
Maar wij zijn vrijgemaakt van de zonde, en hoeven de zonde niet meer te gehoorzamen.
Daarom roept Christus ons als volgt op:
Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van GodRom.6: 12,13.
Die gevolgen, die zijn duidelijk in Zijn Pedagogie, maar de keuze hoe we daarmee omgaan, hoe we leven, is wel aan onszelf !!!
En op die manier wordt duidelijk dat wij, hoewel, dat is wel te hopen,
van harte dienstbaar zijn aan de Heer’ [Eph.6 : 6] en
wel degelijk oprecht vrij zijn, zoals we al eerder zagen: “Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijnJohn.8 : 36.

Het Griekse woord “δούλος” [doulos]

δούλος, by M. katsaros

Ook al zou het Griekse woord voor “dienstknecht”, “doulos”, soms “slaaf” kunnen betekenen [als dat al zo is, want er wordt niet voor niets gesproken over “dienstknechten … onder het juk” 1Tim.6: 1; slaven zijn immers  altijd “onder het juk”; maar dat laten we nu buiten beschouwing], voor de gelovige in relatie tot onze Heer en Verlosser gaat dit zeker niet op!
Het woord “δούλος” kan dus meerdere betekenissen hebben.
Het Oude Testament, ging weliswaar niet uit van het Grieks, maar vanuit het Hebreeuws en geeft hier een mooi voorbeeld van:
Maar van de Israëlieten maakte Salomo niemand tot slaaf; zij waren echter krijgslieden, zijn knechten, hovelingen [Hebr. עָ֫בֶד (ebed)], zijn vorsten, zijn hoofdlieden en oversten van zijn wagens en van zijn ruiters1Kon.9: 22
We zien hier dat in het eerste deel van de zin “geen slaaf” staat.
In het deel van de zin, dat beschrijft wat er onder de kinderen van Israël wel wordt verstaan en wordt hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt. Aangezien zij dat niet werden, moet ditzelfde woord hier een andere betekenis hebben.
En daar hebben we dan het verschil tussen “slaaf” en “dienstknecht” geïllustreerd.
Overigens ook in onze taal weten we dat één woord soms meerdere betekenissen kan hebben. U zou kunnen denken aan de zin: “De vorst [= koning] loopt over de door vorst [= vriezen] bevroren vijver”. Dit soort woorden worden homoniemen genoemd en zijn ook in onze taal een bekend verschijnsel.
We hebben gezien hoe het kind van God waarlijk vrij is.
Dat betekent dat de nieuwe vertalingen dus niet correct vertalen, wanneer zij het er over hebben dat gelovigen “slaven van God” en/of “slaven van Christus” zouden zijn.

NB; wordt God’s Woord in de praktijk door de eeuwen heen bewaard?
Volgens de ‘New Age’- beweging zijn Christenen slaven van God!
En het wordt nog schrijnender wanneer we beseffen dat men in de New Age-beweging Christenen omschrijft als slaven van hun God!
In het werk van Helena Blavatsky, een bekend occultiste in New Age kringen, lezen we bijvoorbeeld:
“   Het is het geloof in God en Goden dat tweederde van de mensheid tot slaven maakt van een handjevol die hen verleiden onder de valse claim hen te redden” [‘Unity of the World’s Religions’, Blavatsky Theosophy Group UK, The Teachings of H.P. Blavatsky & The Masters , http://blavatskytheosophy.com/unity-of-the-worlds-religions/].
Zij heeft ook het volgende uitgesproken:
“   Ik wil nog geen slaaf van God Zelf zijn, laat staan van mensen” [‘Theosophy: A Historical Analysis and Refutation’, James Skeen, Quodlibet Journal, Volume 4 Number 2-3, Summer 2002, bron: http://www.quodlibet.net/articles/skeen-theosophy.shtml#_ednref21].
Dit zijn slechts enkele uitspraken van een occultiste en haar New Age organisatie, die geloven dat satan de werkelijke god is! Zo was er bij een politie-onderzoek in California naar Satanische groepscriminaliteit en het ritueel doden het één en ander in beslag genomen.
Daarbij waren ook notities, waarin het volgende te lezen was:
Alle gelovigen in god zullen slaven worden van hun nieuwe meester. Omdat zij slaven zijn, is Christus de Koning van de slaven. […] Christus’ toekomst is de verwachting van het koude staal dat hem zal onthoofden, voor de ogen van al zijn huiverende volgelingen, allen die in zijn naam goed hebben gedaan. Satan zit op de troon van God, hij heft zijn met bloed gekleurde zwaard op en roept zichzelf uit als nieuwe heerser van het universum” [‘Demon Possession: 1986’, Paul Ries, Passport Magazine, Oct./Nov. 1986, pp. 12/13. Geciteerd in: ‘New Age Bible Versions’, G.A. Riplinger, A.V. Publications Corporation, Ararat, USA, 1993, 1999, blz. 222].

Kortom: In de New Age-beweging ziet men Christenen als slaven van hun God.
En nu verschijnt er in de nieuwe vertalingen steeds vaker dat wij “slaven van Christus” zouden zijn! De nieuwe vertalingen worden klaarblijkelijk aangepast aan de leer van de New Age !!! 
En aangezien de meeste Bijbelgenootschappen [in het kader van de Oecumenische beweging] aansturen op de aanpassing van Gods Woord aan de één-wereldreligie, zoals we in andere studies gezien hebben, hoeft ons dit niet te verbazen.
Wij dienen bij het gebruik van diverse moderne bijbelvertalingen alert te zijn op tekstverandering, die de lading van de oorspronkelijke Pedagogie van onze Heer en Verlosser absoluut niet dekt.
Met name de Oecumenische beweging verleidt de mensenmassa tot globalisering [eenheidsworst].
Eenheid in Geloof is een ‘onmogelijkheid‘, denk alleen maar aan het feit dat al die verschillende hoogmoedige toezichthouders hun ‘óh zo begeerde en verworven’ positie dienen op te geven.
Eenheid betekent het accepteren van de verscheidenheid van ieder mens en denk nu heus niet dat al die Orthodoxen, die zich baseren op het vroeg-christelijk Geloof – allemaal hetzelfde geloven.
Geloven in Vrijheid als dienstknecht van de heer betekent dat we allen zoals we geschapen zijn naar het Beeld van God, het ideaal beeld van Zijn Zoon nastreven en daar te Zijner tijd verantwoording over dienen af te leggen.
Wij zijn geen slaven, maar vrijgekochten van onze Heer en Verlosser en wij mogen Hem van harte dienen, wat ons ook nog eens ‘loon en kroon’ naar werken in het eeuwige leven zal geven.
Het gaat in de ‘apostolische’ verkondiging om:
het oorspronkelijk Geloof, het opwekken tot dit Geloof; het kennis dragen van de Waarheid;
het zoeken er naar en die verkondigen en mensen tot een godvruchtig leven te leiden.
Mogen wij hopen dit oprecht aan te wakkeren en daar in toe te nemen; de Hoop op het eeuwige leven.
Eerst dàn zal er sprake zijn van alom heersende éénheid in Geloof en zullen wij zicht hebben op de tijden van God.
Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer! Hallelujah! Psalm 117: 26.
Psalm mp4 in het Arabisch, zoals het bij de Antiochenen klinkt: 

    We waren gewoon nog niet klaar voor dit verdriet, deze erkenning dat we op het punt staan te verliezen, wat we immers altijd al hebben gekend; dat we tot nog toe gelukkig zijn geweest met de mogelijkheid voort te leven op basis van tegenstrijdigheden en nu staan we op het punt de sleutel in de goede richting om te draaien – principieel te veranderen.
Wij zijn – alleen nog maar dienstbaar – aan onze Heer, Jezus Christus.
Laat ieder van u er vanaf dit ogenblik er zijn eigen mening op na houden;
voor mijzelf lijkt het geschikt het kostbaarste te dienen als Heer en Meester van mijn leven.
Het lijkt mij daarbij voldoende een zuivere ziel te handhaven; het is voor mij passender dan 
de kostbaarste edelstenen, die momenteel voor miljoenen bij Christies worden geveild.
Met andere woorden men dient het offer aan de Heer op te dragen vol innerlijke zuiverheid en edelmoedigheid, in moreel opzicht vanuit een hoogstaand karakter.
De Kerk, het Lichaam van de Heer, dient, naast eredienst, een plaats van verstilling te zijn met ruimte voor onderlinge aandacht en plaats van gesprek, geen persoonlijke ambitie maar een aansporing voor de gehele wereld om haar heen.

De hand des Heren was op hem – το χέρι του Κυρίου ήταν εκεί πάνω του – كانت يد الرب عليه – The hand of the Lord was upon him.

    En God, de Barmhartige Heilige Drieëenheid doet ons – als een liefdevolle Vader, nieuwe verzoekingen toekomen en wacht af tot we – ook in Zijn Huis, de Kerk – uiteindelijk van “Zijn nederige Barmhartigheid” hebben geleerd:
✥   Hij geeft wereldleiders nog grotere problemen, die onoplosbaar lijken, wanneer er op de aloude manier vanuit werken dienen te worden uitgevoerd waartoe men eigenlijk totaal niet in staat is. Werp je een dam op in de vorm van een muur, dan komt de massa in beweging en komt deze ontwikkelingshulp ‘halen’ en daar kan geen leger met geweld tegenop.
✥   Hij geeft in Zijn Huis [hoofd-]toezichthouders lessen, waarbij nog meer mensen zich afscheiden, teneinde hen allen aan te geven dat slechts één benadering “in Liefde” – het Mysterie – kan doen ontstaan.
Je kunt elkaar niet ‘vanuit de hoogte‘ ontwikkelingen opleggen, je veroorzaakt alleen nog maar meer chaos.
Vanuit de hoogte bereik je met al je stoere gedrag namelijk niets, je zult alleen nog maar meer ellende op je hals halen:
”     Nadat ‘Hij’ nu van de berg was ‘af’-gedaald, volgden Hem vele scharen. 
En zie, een melaatse [Lazaros en de rijke] kwam tot Hem en viel voor Hem neer, zeggend: ‘Heer, indien Gij wilt, kunt Gij mij [ons] reinigen‘. 
En Hij strekte [als God] de hand uit en raakte hem aan en zei:
‘Ik wil het, word rein’.
En terstond werd hij rein van zijn melaatsheid. 
En Jezus zei tot hem:
‘Zie toe, dat gij het aan niemand zegt, maar ga heen toon u aan de priester
en offer de gave, die Mozes heeft voorgeschreven, hun tot een getuigenis’Matth.8: 1-4.

Apolytikion     tn.6.
“ De scharen der Engelen stonden aan Uw graf en de wachters lagen als dood.
Bij het graf stond Maria Magdalena zoekend het alleruiterst Lichaam van haar Heer.
Gij hebt de hel overwonnen, zonder erdoor te worden aangetast.
Gij hebt de Maagd ontmoet, Levenschenkende, Die uit de dood zijt opgestaan.
Heer, ere zij U
”.

Kondakion     tn.6.
“ Met Uw levenschenkende Hand,
wekt Gij alle doden op uit het duistere dal,
O Levenschenkede, Christus onze God,
Die aan het mensengeslacht de Opstanding gegeven hebt.
Gij zijt waarlijk onze Heiland, onze Verrijzenis,
ons Leven en de God van het heelal
”.

Theotokion      tn.6.
  Gij hebt Uw Moeder de gezegende genoemd
en zijt vrijwillig tot het lijden gekomen.
Gij zijt opgestraald aan het Kruis, 
om Adam te zoeken,
terwijl Gij tot de Engelen sprak:
Verheugt u met Mij,
want Ik heb de drachme teruggevonden die verloren was.
Gij, Die alles in Wijsheid hebt ingericht,
Heer, eer aan U
”.

22e Zondag na Pinksteren – Het Woord van God is voor alle tijden geschreven, uw Geloof heeft u behouden, ga heen in Vrede.

tot de Dochter van Jaïrus, overste van de synagoge, zei Christus: ‘Meisje, Ik beveel je, sta op!’

      En zie, er kwam een man, genaamd Jaïrus, en deze was een overste der synagoge. En hij viel neer aan de voeten van Jezus en smeekte Hem naar zijn huis te komen, omdat zijn enige dochter, die ongeveer twaalf jaar oud was, op sterven lag.
Terwijl Hij erheen ging, drongen de scharen op Hem aan.
       En een vrouw, die sinds twaalf jaren aan bloedvloeiing leed en door niemand kon genezen worden, kwam van achteren tot Hem en raakte de kwast van zijn kleed aan, en terstond hield haar vloeiing op. En Jezus zei: ‘Wie is het, die Mij heeft aangeraakt?’.
En terwijl allen het ontkenden, zei Petrus: Meester, de scharen drukken en verdringen U.
Maar Jezus zei:
‘Iemand heeft Mij aangeraakt, want Ik heb kracht van Mij voelen uitgaan’.
Toen de vrouw zag, dat zij niet onopgemerkt bleef, kwam zij bevende nader, viel voor Hem neer en verhaalde Hem, voor al het volk, om welke reden zij Hem aangeraakt had en dat zij terstond beter was geworden.
En Hij zei tot haar:
‘Dochter, uw Geloof heeft u behouden, ga heen in Vrede’.
Terwijl Hij nog sprak, kwam er iemand van de overste der synagoge met de boodschap: ‘Uw dochter is gestorven, val de Meester niet meer lastig!’.
Maar Jezus hoorde het en antwoordde hem:
‘ Wees niet bevreesd, geloof alleen, en zij zal behouden worden’.
Toen Hij aan het huis gekomen was, stond Hij niemand toe met Hem naar binnen te gaan dan Petrus, Johannes en Jakobus en de vader van het kind en de moeder.
Allen nu weenden en weeklaagden over haar. Doch Christus sprak:
‘Weent niet; zij is niet gestorven, maar zij slaapt’.
En zij lachten Hem uit, omdat zij wisten, dat zij gestorven was. Maar Hij vatte haar hand en riep, zeggende:
‘Kind, sta op!’.
En haar geest keerde terug en zij stond dadelijk op en Hij beval, dat men haar te eten zou geven.
En haar ouders stonden versteld, maar Hij verbood hun tot iemand te spreken over hetgeen geschied was“ Luc.8: 41-56.

oren, die niet horen en ogen, die niet zien;     αυτιά που δεν ακούν και μάτια που δεν βλέπουν; الآذان التي لا تسمع والعينين التي لا ترى; ears that do not hear and eyes that do not see.

      Ziet, met hoe grote letters ik u eigenhandig schrijf!
Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus Jezus.
Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen.
Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik aan de wereld. 

De ‘heiligen’ onthullen de echt vrije persoon; The ‘saints’ reveal the truly tree person; Οι «Άγιοι» αποκαλύπτουν τον πραγματικά ελεύθερο άνθρωπο; يكشف “القديسين” الشخص الحر الحقيقي.

Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is.
En allen, die zich naar die regel zullen richten – vrede en barmhartigheid zal over hen komen en ook over het Israël van God.
Overigens dient niemand mij lastig te vallen, want ik draag de littekenen van Jezus in mijn lichaam. De Genade van onze Here Jezus Christus zij met uw geest, broeders! Amen“ Gal.6: 11-18.

Heer, Gij hebt Uw land gezegend, Gij hebt de gevangenen van Jaäcob teruggevoerd.
Gij hebt de ongerechtigheden van Uw volk vergeven, en al hun zonden bedekt.
Gij hebt heel Uw gramschap volkomen gestild; U afgewend van Uw wrekende toorn.
Bekeer ons, God van ons heil: keer Uw toorn van ons af.
Blijf niet eeuwig op ons vertoornd; wilt Gij Uw gramschap doen duren van geslacht tot geslacht?
God, keer U tot ons, om ons te doen leven; dan zal Uw volk zich verblijden in U.
Toon ons, Heer, Uw barmhartigheid, en schenk ons Uw Heil.
Ik wil horen wat de Heer God in mij spreekt, want Hij spreekt vrede tot Zijn volk.
Evenals tot Zijn gewijden, die hun hart tot Hem hebben bekeerd.
Ja, nabij is Zijn Heil voor wie Hem vrezen: Zijn heerlijkheid woont op onze aarde.
Barmhartigheid en Waarheid hebben elkander ontmoet: gerechtigheid en vrede kussen elkaar.
Waarheid ontspringt aan de aarde, en gerechtigheid ziet neer uit de hemel.
Want de Heer schenkt welwillendheid, opdat de aarde haar vruchten zal geven.
Gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht uitgaan, om op de weg Zijn schreden te richtenPsalm 84 [85] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Sociale transactie
Twee keer begint de lezing van vandaag met “ en zie . . . . .”.
Wat is er te zien – een illusionist, die de mens vermaakt met z’n Mysterieuze trucjes, handige trucjes door – het laten lijden van z’n dienaren – en hen vervolgens weer tot leven wekken?
Iemand liet mij weten dat zij naar de kerk kwam omdat zij er zo’n heerlijk gevoel aan overhield – een spiritueel hoogstandje, welke lijkt op een hemelse gewaarwording.
Maar Christus geeft ons ‘geen‘ tijdelijke gewaarwording – een gerichtheid, die boven het dagelijks leven uitgaat – Christus probeert ons een nieuwe werkelijkheid bij te brengen en dat vindt alleen plaats wanneer je met beide benen op de grond staat.
Christus geeft ons geen spirituele confrontatie, noch doet Hij ons een manier toekomen, die ons leven plotsklaps beter/en zonder gebreken zal maken. De persoon in kwestie vertelde me dat  spiritualiteit “lijkt op een hemelvaart, om die reden ging ze naar de kerk”.

 

ΙΣ ΧΣ ζωοδοτισ – Christus, de levende

Christus is weliswaar gelieerd aan spiritualiteit – maar huldigt een ‘nieuwe’ werkelijkheid en die is voor ieder mens verschillend – het zou anders erg eentonig worden.

Indien iedereen deze realiteit oppakt en het als voorhoede gebruikt van zijn ‘eigen’ zaken, is datgene wat hij/zij gelooft een verheffen boven de ander, het is als het opdoen van viezigheid welke in eigen ogen de werkelijkheid omzeilt, die aan allen eenzelfde leven belooft – dat wil zeggen ‘globalisering’ [de activiteit wordt eenduidig over de wereld verspreid, ieder mens gelooft hetzelfde].

uit -fim ‘Scream’ OUES Craven 2011

Het is als de vraag, die de mens aan God  wordt gesteld: “Heb ik u gevraagd, Maker, van mijn leem om mij te vormen tot mens? Heb ik u gevraagd mij vanuit de duisternis te promoten?” [Paradise Lost . 1667. Boek X, 743-45].
Het zijn vragen, die Adam [Eva] aan God stelt na het verlies van het Paradijs in Milton’s Paradise Lost. Opmerkelijk genoeg roepen deze regels ook verschillen op tussen de twee verhalen van Adam over de schepping van Adam:
– in Genesis 2 wordt Adam gevormd uit het stof van de aarde (klei) en verteld om de tuin te dienen;
– in Genesis 1 wordt hem verteld de aarde te domineren. 

In de ‘nieuwe’ werkelijkheid kunnen niet zeggen dat we van Christus zijn en aan de andere kant in ons eigen ‘kennen en kunnen’ geloven.  Christus wordt geopenbaard wanneer Hij ons voorlegt “hé, kinderen van God, Wie zeg jij dat Ik ben”.

Dit is precies zoals Christus/God is, “niet zoals de mens wil, dat Hij dient te zijn”.
Als we Christus willen zien, zoals ‘wij’ willen, dan willen we hetzelfde als de Joden, die een aardse koning in hem zagen. God komt bij ons tot uiting in de Glorie van het Martelaarschap.
Het Kruisbeeld achter het altaar in onze kerk draagt de inscriptie in top, welke duidelijk maakt dat Christus de “Koning der Glorie” is en dat onderstaand openbaart . . .
Maar wat is Glorie, aan Wie komt de lof toe? “Deze is genageld aan het Hout!”.
Zo paradoxaal is God in werkelijkheid, òf niet soms?

De vernedering is Zijn Heerlijkheid en dit is een schandaal voor de wereld en de wereld beschouwt het gewoon als domheid en laat het langs de kant van de weg liggen.
Zonder de Door Christus verkondigde ‘heilige nederigheid’ zullen wij nimmer in niet deze ‘nieuwe realiteit van het Hemels Koninkrijk’ leven. En in die ‘heilige nederigheid’ past onmogelijk “mijn eigen, mijn eigen spiritualiteit”; in eigengereidheid past niets wat ons fris en gezond maakt, een goede christelijke conditie doet toekomen.
Niets van ons mensen is als navolger van Christus in goede christelijk conditie.
Hier past alleen de Waarheid: ‘Onze dwaasheid om Christus wil maakt ons bescheiden en arren-moedig. Hoe kunnen we ons leven dusdanig vereenvoudigen teneinde Hem te ontmoeten? Laten we beginnen luxe te vermijden en vervolgens ons ego aan God aan te bieden.
Zoals in het ‘Axion Estin; wordt aangegeven, dat geeft precies aan zoals het is en niet zoals wij het zouden willen zien òf “onszelf oppept . . .”:
    “Waarlijk, u zalig te prijzen dienen wij, o Moeder van onze God, altijd gebenedijd [= gezegend]; u ongeschonden Moeder van onze Heer en God, u eerbiedwaardiger dan de cherubijnen en onvergelijkelijk glorierijker dan de Serafijnen. Ongerept hebt U het Woord gebaard: u bent waarachtig de Moeder Gods. U vereren wij”.

Vervolg het dochtertje van Jaïrus in pdf: het Dochtertje van Jaïrus, overste van de synagoge

➥  Maar nu gaan we een stap verder in het hier en het nu – in onze tijd, in het jaar des Heren ‘oktober’ 2018:
We hebben allemaal vernomen van de spanningen, die zijn ontstaan tussen het Patriarchaat van Moskou en het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel en ook dat doet pijn, ontzettend veel pijn; temeer omdat er wordt opgeroepen dat ook hier de inter-communie van de gelovigen, – ‘de persoonlijke ontmoeting met de Heer‘ – te misbruiken als macht’s-wapen.

Christus‘, de enige Hogepriester

Hoe is het mogelijk dat de prelaten van de Kerk zich ‘opnieuw’ hebben laten misleiden diep gelovige navolgers van Christus, te misbruiken in hun Liefdeloos macht’s-spel?
Waarom Heer, onze God, waarom grijpt U niet in‘,  – zo wordt er alom gebeden;
bidden dat deze verdrietige situatie niet te lang mag duren.
Maar gebed blijkt velen ‘niet genoeg‘ – de Kerk dient zich als gevolg van deze verzoeking te gaan bezinnen – te gaan bezinnen waarom het in deze ‘opnieuw’ zo faliekant de verkeerde kant op heeft kunnen gaan en de mens van zich afstoot.

Ga en doet gij evenzo‘, icoon van de barmhartige samaritaan

De wereld, zo weten wij beschouwt dit als een incident, een management’s-probleem; in de wereld wordt het gewoon als domheid beschouwd en laat men het, als de beroofde mens, gewoon langs de kant van de weg liggen, waar zelfs de geestelijke wereld aan voorbij gaat. De geestelijke wereld kijkt naar de hiërarchische structuur en verwacht àldáár een definitieve oplossing.
Maar zo werkt dit bij de Hogepriester niet, Die is een Barmhartige Samaritaan, Die naar het slachtoffer kijkt – niet alleen, die van vandaag, maar die vanaf het groteske begin, waarin de Kerk macht’s-bewustzijn ontwikkelde, oftewel, ‘ik ben beter dan jij‘, want ‘ik heb het voor het zeggen‘, want daar heb ‘ik’ in mijn ego voor gestudeerd en is het “Axios, Axios, Axios” over mij uitgeroepen.
Maar Christus heeft niet gestudeerd, Die is de Wijsheid en Liefde van God toegedaan en begaat andere wegen, de ‘Ascetische‘ zonder comfort en genoegens. Ook de Apostelen waren niet van dàt houtje gesneden, slechts de Apostel Paulus was als voormalig farizeeër, ingevoerd in de leer van de dienst aan God.

Theotokos, zwanger – Onvoorwaardelijke overgave; Theotokos, pregnant – Uncondational surrender; Θεοτόκος, έγκυος – Άδεια άνευ όρων; Богородицы, беременные – Безусловная капитуляция.

Tot de Dochter van Jaïrus [Hebr.= ‘God verlicht hem‘], overste van de synagoge, zei Christus: ‘Meisje, Ik beveel je, sta op!
Maar wie is dat meisje, die dochter van de overste van het Eerste Verbond; wie zouden wij als navolgers van Christus als dat meisje kunnen waarnemen?
Wie anders is de grote dochter van het Eerste Verbond, Die zo’n grote rol heeft  gespeeld en de hoedster is van de Kerk?
Precies, ik ken er maar één Vrouwe, Die daarvoor in aanmerking komt, de Theotokos, de Moeder God’s.
Spreekt Christus en de Evangelisten verhalen ons hetzelfde in Zijn doen en laten niet in parabels; nu een parabel [Gr. παραβολή] betekent “vergelijking” en dit Woord wordt gewoonlijk gesitueerd in het dagelijks leven, dat dient om een religieus, moreel of filosofisch idee te illustreren.
De Kerk zit op dit punt gewoon te slapen, en Christus wekt haar door haar te verzoeken gewoon op – doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg, stel je niet aan met je hooghartig gedoe.

⁌     En tot de hogere geestelijkheid dit:
”     Van uw ontelbare slechte werken wilt u dit niet openbaar gemaakt hebben“; kortom dat ook maar ‘iemand‘  daarvan op de hoogte wordt gesteld.
⁌     En een beetje liefdevolle raad aan ieder volgeling van Christus overeenkomstig het advies van Christus Zelf:
”     “Wie zonder zonde is dient de eerste steen te werpen”, een gezonde mate van ijdelheid daarentegen kan een simpel mens zeker helpen beter te presteren. Iemand die wat harder zijn best doet om goed voor de dag te komen, onder-scheidt zich nu eenmaal van de massa
Is het niet genoeg dat dit goede werk bekend is en door God wordt verwelkomd? Anderen maken een veelheid aan goede doelen: zij geven hun bezittingen aan de armen, verlichtten de wereld, redden vele zielen. En toch schepten ze niet op over dit alles. En u, die iets niet geweldigs gedaan hebt, schaamt u zich je voor niets? Waarom verlang je van anderen om je te prijzen voor een goede werk? Goed blijft nog steeds goed, zelfs als niemand het prijst.
Het kwaad blijft slecht, zelfs als geen hond iemand de schuld geeft. Indien alle mensen u prijzen, krijgt u niets. Indien niemand u prijst, zult u nergens van worden beroofd.
U doet het goede immers niet voor de mensen, maar voor God. Dus u wordt voldoende geacht om de beloning van God te ontvangen.
Indien u omringd wordt en uzelf verheugt en vereerd voelt door de mensen, wees dan niet enthousiast. En wanhoop niet indien u ongelukkig en veracht wordt. In zowel de eerste als de tweede Pedagogie van de Heer, in Zijn Blijde Boodschap, toonde Christus ons de gematigdheid en voorzichtigheid, omdat in het huidige leven ‘alles‘ variabel is. Vóór alles prijs je God en aanvaard je alles als afkomstig van Hem en Zijn Heilige Wil.
conf. H. Dimitrios Rostov.

Ben ik m’n broeders hoeder?: Είμαι ο φύλακας του αδερφού μου?; Я хранитель моего брата?; هل أنا حارس أخي؟; Am I my brother’s keeper?.

Wilt u desondanks een advies – wacht niet af tot Christus het gehele tempel-, kerk-plein komt schoonvegen; zoek een definitieve oplossing voor de gehele christelijke kerkfamilie.
Zet de politieke agenda met het gebod van de intercommunie in z’n geheel overboord; wij herkennen elkaar immers allen ‘in het breken van het Brood en drinken uit dezelfde beker‘. De eigen Orthodoxe bloedgroep is tot nog toe op uw aanwijzen ‘onveranderd‘ gebleven – door dit incident zijn de ogen echter opengegaan, zij worden als politiek middel gebruikt.
Hoofdtoezichthouders [Patriarchen] toezichthouders [bisschoppen] dienen zich bij hun oorspronkelijke Apostolische opdracht terug te trekken en slechts toezicht te houden op de uitvoering. Zij dienen hiertoe slechts toezicht te houden op hun spelleiders in de verschillende christelijke gemeenschappen, waar

In Jezus Christus proberen we alles te weerstaan – de verleidingen, de stormen en orkanen, het lijden, de zonde, de dood en de tegenstrever; In Jesus Christ we try to resist everything – the temptations, the storms and hurricanes, the suffering, the sin, the death and the adversary.
volgelingen van Christus wekelijks bij elkaar komen en hun spelleiders niet als herdershond behandeld wensen te worden.
De verschillende christelijke gemeenschappen worden door elkaar respecterende bestuursleden bestuurd, onder voorzitterschap van een eerste onder gelijken en de gemeenschap geeft in vergadering bijeen het uiteindelijke akkoord. Op die wijze bestaan er geen specifieke beperkingen en kiest ieder lidmaat de gemeenschap, die het meest bij z’n eigen doelstellingen past.
De doelstelling van de navolger van Christus is niet om anderen te behagen, maar om God te dienen en hier en in het hiernamaals geluk te ondervinden.
De gevolgen van uw conflicten kunt u waarnemen, er zijn diverse lidmaten, die zich ‘niet meer‘ gebonden weten door één specifieke gemeenschap, die zij met de regelmaat van de klok bezoeken. De volgende stap is dat zij elders gaan ‘shoppen’ en het eind van het liedje is dat zij zich ‘in het geheel niet meer‘ met de Kerk gebonden weten.
Ga bedachtzaam te werk maar verspil geen energie aan nog meer regeltjes, breek ze eerder af, de mens is uiteindelijk ‘zelf’ verantwoordelijk en door Christus aanspreekbaar voor doen en laten.
Verspil geen materiaal, tijd en kosten, gebruik elkanders gebedsruimten, dat deed Christus en de Apostelen ook.  Zodra het uiterlijk te gekunsteld wordt of te veel tijd in beslag neemt, zit u op het verkeerde pad en wordt u er uiteindelijk op afgerekend.

Prokimen in de 5e toon.
Lezer: ”   Gij Heer, bewaar ons tegen dit geslacht tot in alle eeuwigheid
Volk herhaalt.
Lezer: “Red mij, Heer, er is geen Heilige meer”, de Waarheid wordt zeldzaam  onder de Volkeren
Volk: ”   Gij Heer, bewaar ons tegen dit geslacht tot in alle eeuwigheid
Lezer: ” Gij Heer, bewaar ons tegen dit geslacht“;
Volk: ”   tot in alle eeuwigheid !!!“.

Apolytikion      tn.5.
Komt laat ons bezingen en aanbidden
het met de Vader en de Geest mede-eeuwige Woord,
Dat om ons te verlossen uit de Maagd geboren is.
Want Hij heeft het op Zich genomen
Zijn Lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren,
Om door Zijn Roemrijke Opstanding
de doden op te wekken”.

Kondakion      tn. 5.
Ter helle zijt Gij neergedaald, mijn Heiland,
en in Uw Almacht hebt Gij de ijzeren poorten gebroken.
Als Schepper hebt Gij de gestorvenen opgewekt;
de prikkel des doods vernietigd,
en
Adam van de vloek bevrijd, o Menslievende.
Daarom roepen wij U allen toe: Heer, red ons”.

Theotokion      tn.5.
Gij zijt in waarheid de Cherubijnentroon,
want in U heeft het Woord woning genomen Alreine
en is in het vlees uit U voortgekomen.
Om ons heeft Hij het kruis ondergaan en
heeft Hij als God de Opstanding geschonken
Om onze natuur te verheerlijken.
Vraag voor ons om vergeving van zonden”.

22e Zondag na Pinksteren – Orthodoxie en de verering van de Moeder Gods

De Moeder god’s,                                de leven-schenkende bron;         Θεοτόκος, πηγή ζωής;                       Theotokos, the life-giving source 

  Terwijl Christus met Zijn Apostelen op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp.
En een vrouw, Martha geheten, ontving Hem in haar huis.
En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten naar zijn woord luisterde.
Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen. En zij ging bij Hem staan en zei:
“ Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen.
Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts een; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen.
En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei:
Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen.
Maar Christus zei:
‘Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren’
”.
Luc.10: 38-42; 11: 27-28.

    Nu had ook wel het eerste [Verbond] bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld. Want er was een tent ingericht, de voorste, waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het heilige genoemd; en achter het tweede voorhangsel was een tent, genaamd het heilige der heiligen, met een gouden reukofferaltaar en de ‘ark des verbond’s’, rondom met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen des verbond’s; daarboven waren de cherubs van de heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwen; hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden.
Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedreven
Hebr.9: 1-7.

    Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte God’s zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan de mensen gelijk geworden is. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het Kruis.
Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn en alle tong zou belijden:
‘ Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader! Phil.2: 5-11.

 

H. Porphyrios [Bairaktaris] of Kafsokalivia

Tegenwoordig proberen mensen geliefd te worden en  dàt is hetgeen waarom ze tekort schieten. Christelijke rechtvaardigheid is namelijk niet in je geïnteresseerd
indien de mensen van je houden, maar alleen wanneer jij onze Heer Jezus Christus lief hebt en in het verlengde van je naasten houdt.
Slechts op die wijze zal de ziel met het goddelijke vervuld worden
“.
H. Porphyrius Kafsokalyvitis

De term ‘Jom Kippoerim’ staat in het Hebreeuws altijd in het meervoud en betekent letterlijk ‘Dag van verzoeningen’. Het is een van de belangrijkste dagen in het Joods religieuze leven en staat centraal in de Tempeldienst van het oude Israël.
Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedrevenHebr.9: 6-7.
  Aäron zal met het bloed van het zondoffer der verzoening eenmaal per jaar op zijn hoornen verzoening doen; eenmaal per jaar zal hij er verzoening op doen voor uw geslachten; allerheiligst is het voor de HeerEx.30: 10.
Aansluitend lezen we hoe God Mozes opdraagt de Israëlieten van ‘twintig jaar‘ en ouder te tellen en voor ieder van hen een offer van een halve sjekel als losprijs voor hun zielen te laten betalen.
    Wanneer gij het getal der Israëlieten bij de telling opneemt, dan zullen zij, ieder voor zijn leven, aan de Heer een zoengeld geven, wanneer men hen telt, opdat er onder hen geen plaag zij bij de telling. Dit zal ieder die tot de getelden gaat behoren, geven: een halve sikkel, gerekend naar de heilige sikkel [deze sikkel is twintig gera]; een halve sikkel is de heffing voor de Heer. Ieder die tot de getelden gaat behoren van twintig jaar oud en daarboven, zal de heffing voor de Heer geven.
De rijke zal niet meer noch de arme minder dan een halve sikkel opbrengen, om die te geven als heffing voor de Heer ter verzoening voor uw leven.
En gij zult het geld der verzoening van de Israëlieten nemen en het bestemmen voor de dienst in de tent der samenkomst; het zal voor de Israëlieten tot een gedachtenis zijn voor het aangezicht van de Heer ter verzoening voor hun levenEx. 30: 11-16.
Het is duidelijk dat er een verband is tussen Jom Kippoer en de in de tekst genoemde verzoening voor levens [letterlijk: de zielen]. In deze omstandigheden was losgeld het enige middel om aan een plaag [straf] te ontkomen, het was een hefoffer voor verzoening.
Het Hebreeuwse woord voor losprijs כופר [Hebr. kopher= ‘losprijs’] is afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord קפחר [Hebr. kaphar], wat letterlijk ‘bedekken’ betekent.
We vinden dit woord voor het eerst tegen in: “Maak voor uzelf een ark van goferhout. In vakken ingedeeld moet u deze ark maken en hem van binnen en van buiten met pek bestrijkenGen.6: 14.

Voor een dienst in de synagoge is een minjan, oftewel tenminste tien mannen nodig.  Om er zeker van te zijn dat het aantal mannen voldoende is, wordt er een telling gedaan.  Het betreft dan geen telling van personen of namen, maar van benen. De som wordt dan door tweeën gedeeld waarmee het aantal aanwezigen is vastgesteld.
Aanleiding voor deze, voor ons vreemde manier van doen, is het verschrikkelijke oordeel dat David over het volk bracht, toen hij Israël en Juda telde zonder de instelling van de losprijs in acht te nemen. “ Maar deze zaak was kwaad in Gods ogen, en Hij sloeg Israël.
Toen zei David tot God: ‘Ik heb zwaar gezondigd, doordat ik dit gedaan heb; nu dan, doe toch 
de ongerechtigheid van uw knecht weg, want ik heb zeer dwaas gehandeld1Kron.21: 7,8.
David had berouw over zijn ongerechtigheid, beleed zijn zonde en sprong net als Mozes op de bres voor zijn volk.
Maar toch diende er nog steeds losgeld te worden betaald om de plaag die over het volk was gekomen tot stilstand te brengen: “Toen zei de engel van de Heer tegen Gad dat hij tegen David moest zeggen dat David de heuvel op moest gaan om voor de Heer op de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet, een altaar op te richten1Kron.21: 18.
De prijs voor de dorsvloer was 600 sikkel goud [1Kron.21: 25].
“Vervolgens bouwde David daar voor de Heer een altaar, en bracht brandoffers en dankoffers. Toen hij de Heer aanriep, antwoordde Hij hem door vuur uit de hemel, op het brandofferaltaar. Daarna zei de Heer tegen de engel dat hij zijn zwaard weer in zijn schede moest steken” 1Kron.21: 26, 27.
Hoewel het volk niet rechtstreeks schuldig was aan Davids overtreding, kwam het wel onder de vloek. En dàt illustreert hoe de verzoening van de zonde van onwetendheid werkt en hoe het losgeld weer ten dienste staat van de herstelde relatie en ontmoeting tussen de Heer en Zijn volk: “U moet het geld ter verzoening van de Israëlieten nemen en het bestemmen voor de dienst van de tent van ontmoetingExod.30: 16.
Wie het idee mocht krijgen dat het offer tot verzoening van alle zonden kon leiden, vergist zich. Offers mochten alleen gebracht worden voor zonden die onopzettelijk en dus in onwetendheid bedreven waren [Lev.4: 2; 5: 15,18; 22: 14; Num.15: 24-29; 35: 11,15].
Voor zonden ‘met opgeheven hand’, die het karakter van een bewuste, openlijke opstand tegen de Heer droegen, was geen verzoening mogelijk [Num.15: 30].
Op tal van vergrijpen, zoals het bedrijven van afgoderij, het vervloeken van z’n ouders en echtbreuk stond de doodstraf. De offerdienst ging niet over dergelijke zware vergrijpen, maar was gericht op verzoening van zonden, die in dwaling begaan en daarom minder zwaar aan te rekenen waren. We mogen aannemen dat zoenoffers vaak gebracht werden zodra men zich van dergelijke ongerechtigheden bewust werd [Lev.4: 13]. Maar voor wie dit niet gold, was er eens in het jaar Grote Verzoendag, waarop voor ieder een zondeoffer gebracht diende te worden.

Voorop ging de hogepriester met zijn familie [Lev.16 ; 6]; zelfs een ‘heilig’ mens als hij kon niet blijven leven zonder zondoffer. Er werd dus een zondoffer gebracht door achtereenvolgends de hogepriester, de gehele gemeenschap van Israël, de leider van het volk en vervolgens de ‘gewone’ man uit het volk [Lev.4: 3vv, 13vv, 22vv en 27vv].

de eerste Liefde

Het inwijdingsritueel -de priesterwijding van de [hoge-]priesters in Leviticus 8 geeft wèl aan hoe gewichtig de heiliging en heiligheid voor de priesters was.
Zij moesten verzoend worden voorafgaand aan het moment dat zij ‘hun arbeid‘ konden aanvangen [Lev.8: 34]. Daarom bidden priesters voorafgaand aan de Goddelijke Liturgie een vrijwaring’s-gebed.

Geboorte van onze Heer & Verlosser, Jezus Christus

Christus Jezus, is de mensgeworden Zoon van God. Wie onze Heer Jezus Christus aanneemt wint daardoor tegelijk de geneugten van het kind van God, waarbij God, de Vader van de mensheid wordt beschouwd.
De Heilige Geest reageert op onze overgave en doet ons opnieuw geboren worden. Wanneer men de deur van z’n hart ontsluit, de Tempel ‘in’ onszelf, dan
komt de Heer ook werkelijk binnen.
Christus klopt niet voor niets aan de deur van ons hart. Hij wil niets liever dan bij ons binnenkomen dan dat wij persoonlijk bereid zijn Hem binnen te laten.
Soms lijkt het opnieuw geboren worden op een zware bevalling, als de overgave maar zó-zó [= vaag] is of als er bepaalde ongerechtigheden niet opgeruimd worden.
Maar wordt men ‘radicaal‘, dan breekt het ‘Licht’ in volle kracht door.
Christus zal ons tot duizelingwekkende hoogte voeren en ons in Hem mede een plaats geven in het Koninkrijk der Hemelen.
En wat dienen wij hier tegenover te stellen?
Niets, helemaal niets.
“       God echter, Die rijk is aan erbarmen, heeft, om Zijn grote Liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door Genade zijt gij behouden – en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende Rijkdom van Zijn Genadegaven te tonen naar [Zijn] Goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Want door Genade zijt gij behouden, door het Geloof en dat niet uit uzelf: het is een Gave van God; niet uit werken, opdat niemand zal roemen. Want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen” Eph.2: 4-10.


Dit wordt echter niet door iedereen gewaardeerd, het afgesneden zijn van God en het slechts voor de wereld [het gaan voor ‘onbeperkt genot‘ en slechts ‘leven, gericht op de wereld‘] betekent de dood en dàt kàn ons nog wel heel eens erg gaan opbreken en in de weg gaan zitten.
Ook Koning David onderkende dit en sprak: “     Heer, hoe talrijk zijn mijn verdrukkers; hoevelen staan tegen mij op ! Velen zeggen over mijn ziel: Er is geen verlossing voor hem bij zijn God. Maar Gij, Heer, zijt mijn beschermer: mijn Glorie, die mij het hoofd doet verheffen. Met mijn stem roep ik tot de Heer en Hij verhoort mij vanaf Zijn heilige berg. Ik had mij neergelegd om te slapen: ik kon weer opstaan, omdat de Heer mij beschermt. Ik heb geen vrees voor de duizenden uit het volk, die mij van alle kanten omringen” Psalm 3: 1-6.

Logo AOKN

De Geboorte van Christus is een Trinitaire verzoening:
Met God; Met Onszelf en Met de Anderen” [citaat ‘Antiocheense’ Orthodoxe Kerk in Nederland].
De Ark van het Verbond is bij uitstek de typering van “Christus Geboorte“.
De komst van de Messias heeft immers tot doel gehad God Zijn zetel te laten innemen in het Hemels Jeruzalem.
De weg daar naar toe wordt echter door ongehoorzaamheid, al struikelend en
door vergrijp onderbroken, daarom is het goed jezelf in samenhang met de anderen in je omgeving te verzoenen.
het Boek der Wijsheid van Salomo laat zien dat heiliging, heiligdom en de heiligen bekend zijn, manifest en vervuld worden in het Koninkrijk van God.
De boodschap herinnert ons eraan dat “de Allerhoogste voor hen zorgt” door Zijn Goddelijke Voorzienigheid stort Hij Genadegaven en gunsten uit over Zijn Kerk.
Dit geschenk wordt aangeboden aan alle mensen, met inbegrip degenen, die zich als wij, [orthodoxe] christenen noemen – in Genadegaven maakt God echt geen onderscheid.
In de Goddelijke Liturgie, neemt de priester, aan het einde van anaphora, het Lam in beide handen en maakt daarmee het teken van het kruis over de diskos, zeggende: “Het Heilige voor de heiligen”, hetgeen een uitnodiging is tot zelfonderzoek: “ Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het Lichaam en Bloed des Heren.
Maar ieder dient zichzelf te beproeven en dient eerst dan van het brood te eten en uit de beker te drinken. Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen.
Indien wij echter onszelf beoordeelden, zouden wij niet onder het oordeel komen.
Maar onder het oordeel des Heren worden wij getuchtigd, opdat wij niet met de wereld zouden veroordeeld worden
” 1Cor.11: 27-32.
De mensen, het God’s-Volk reageren:
” Eén is heilig, één is Heer: Jezus Christus, tot heerlijkheid van God de Vader. Amen”.

— Theotokos van het teken —

Wanneer de Ark van het verbond al niet aan bederf onderhevig was/is,
hoeveel te meer dient ‘de Theotokos’ de Moeder Gods onvergankelijk te zijn;
degene die in zich de Schepper van het Leven heeft gedragen kon het bederf van het graf niet ervaren.
De intocht van de ark naar Jeruzalem, de heilige stad was voor haar inwoners al een reden voor een feestje, derhalve diende het feest van de ontslaping en de daaropvolgende opname in de Koninkrijk der Hemelen een herhaald Hoogfeest worden waarbij grote vreugde geuit werd.
In het Evangelie van het hoogfeest van de Ontslaping van de Moeder Gods wordt in de beschrijving van Lucas aan de hand van verschillende verwijzingen duidelijk gemaakt dat de Theotokos – de ‘ware’ Ark van het Verbond is.
“     Maria dan maakte zich op in die dagen en reisde met spoed naar het bergland naar een stad van Juda. En zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth. En toen Elisabeth de groet van Maria hoorde, geschiedde het, dat het kind opsprong in haar schoot, en Elisabeth werd vervuld met de Heilige Geest.
En zij riep uit met luider stem en sprak: ‘Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de Vrucht van uw schoot. En waaraan heb ik dit te danken, dat de moeder van mijn Heer tot mij komt? Want zie, toen het geluid van uw groet in mijn oren klonk, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. En zalig is zij, die geloofd heeft, want wat vanwege de Heer tot haar gezegd is, zal volbracht worden’.
En Maria zei: ‘Mijn ziel maakt groot de Heer en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland, omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat van zijn dienstmaagd. Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten, omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige. En Heilig is Zijn Naam en Zijn Barmhartigheid van geslacht tot geslacht voor wie Hem vrezen. Hij heeft een krachtig werk gedaan door zijn arm en Hij heeft hoogmoedigen in de overlegging van hun harten verstrooid; Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudigen verhoogd, hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden. Hij heeft Zich Israël, Zijn knecht, aangetrokken, om te gedenken aan barmhartigheid, – gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen – voor Abraham en Zijn nageslacht in eeuwigheid’.
En Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar en keerde terug naar haar huis
“ Luc.1: 39-56.

Het Mysterie van de Tempel – het wonen van God hier op aarde, de ontmoeting van God met de mens – heeft Zich ‘in‘ Maria, hoedster van het Lichaam van Christus vervult. God woont werkelijk in de mens en is in/met ons tegenwoordig op de aarde. De Theotokos is ons voorbeeld en wordt derhalve de ark, “Tent van God”… genoemd.
De heilige Augustinus zegt: “Nog voordat zij de Heer in haar lichaam ontving, had zij Hem reeds in haar ziel ontvangen”. Zij had voor Hem reeds haar ziel geopend en werd aldus de waarachtige Tempel, waarin God als Mens op deze aarde tegenwoordig kwam.

Kerk van mensen

   Op deze wijze is in de Moeder Gods, Gods woning onder de mensen, reeds zijn eeuwige woonplaats voor altijd voorbereid.
De Theotokos is “eeuwig gelukkig [gisteren, hier en nu en in het hiernamaals]”, omdat zij – op volmaakte wijze met ziel en lichaam – de woning van de Heer is geworden…
De Moeder Gods geleidt ons, wijst ons de weg door het leven, toont ons hoe wij zalig kunnen worden en de weg naar de Hemelse Grootheid en de Kracht en de ‘Heer’-lijkheid kunnen vinden.
⁌  Dit is de ‘enige’ reden waarom wij [Orthodoxe] Christenen het feest van de ontslaping van de Theotokos vieren; los van het feit dat de Griekse geestelijkheid dit feest heeft doen omslaan naar een nationaal ‘bevrijding’s’-feest, vanwege de overwinning op de Moren.

‘υψώστε-την-ελληνική-σημαία-παντού’- ‘hef overal de Griekse vlag op’, óké, echter doe dat in je ‘eigen land’ en niet in de Kerk – het bevorderd alleen maar het nationalistisch gevoel binnen de Kerk !!! – en dat is nu juist ‘niet‘ de bedoeling.

Niet-Grieken beschouwen dit als een oneigenlijk ‘mis’-bruik van dit Hoogfeest vanuit politieke overwegingen en ergeren zich mateloos wanneer na afloop van de Liturgie politici worden ontvangen en onder hevig vlag-vertoon het Griekse Volkslied wordt gezongen. Nationalisme en al haar machtsvertoon heeft de Kerk, het Lichaam van Christus verziekt/verontreinigd.
Christus heeft ons in deze geboden: “Zeker, zalig, die het Woord God’s horen [bestuderen] en het bewaren! Luc.11: 28.
Wanneer we dit realiseren, zullen ook wij delen in dezelfde glorieuze Hemelse zaken als die de Theotokos ten deel zijn geworden.
Dus “  zoekt eerst Zijn [Hemels] Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden” Matth.6: 33.
De Kerk en haar diensten zijn er om het volk te onderwijzen en laat je a.u.b. niet in de war brengen door nationale voorkeuren.
⁌  De Apostelen werden uitgezonden tot degenen, die zij als priester hadden aangesteld en hebben daarbij slechts een gedeeltelijke bevoegdheid ontvangen.
Ze kregen daarbij ‘niet’ de macht om de bijzondere genadegaven eenzijdig naar zich toe te trekken, die God, door de Heilige Geest, slechts aan diep gelovigen onder hen verleent en datgene verstrekt wat hen ten dienste staat om de zending van Christus te bewerkstelligen en het opbouwen van het Rijk Gods apostolaat te sturen – en niet om dit te doorkruisen en in verwarring te brengen.
De gekoesterde nalatenschap van de Apostelen, die normaliter de ‘Apostolische Successie’ wordt genoemd, is slechts de overdracht van de Genadegaven van het priesterschap, die de Heilige Geest op Pinksteren heeft doen neerdalen.
Het vermogen wat hen via de ‘Apostolische Successie’ is toebedeeld is slechts het toezicht deze staat van het werk van de apostelen en de Heiland Genadig [door de Heilige Geest ondersteund] voort te zetten, d.w.z. toezicht op de heiliging en de daarbijbehorende prediking van de Kerk en daartoe voor de wereld de pastorale autoriteit te vormen.
De geestelijkheid heeft via haar [Mystieke] wijding de taak/macht van de Waarheid van het Geloof onveranderd te houden en is te toetsen aan de Waarheid, dewelke door de menswording van Christus en Zijn Blijde Boodschap is geopenbaard.
Het is derhalve beslist niet de bedoeling dat degenen, die als toezichthouder zijn aangesteld, zich met bestuurlijke aangelegenheden van de individuele christelijke  gemeenschap gaan bezighouden, dat is de bevoegdheid van de priester in samenspraak met het gemeenschapsbestuur.
Dat er in de tegenwoordige tijd Patriarchaten en bisschoppen zijn, die zich al dan niet laten financieren door de staat of hier zelfs eigenmachtig financiële leningen voor afsluiten is derhalve geheel in strijd met de hun toegewezen bevoegdheden!!! Dat is hun wereldse toegeëigende natuur en niet van ‘God’ afkomstig.

kerk van mensen

– De Kerk wordt via verzamelde gelovigen, de potentiële dragers van het Allerheiligste, in door hen opgezette gemeenschappen opgebouwd en vervolgens voorzien van een geestelijk bewindvoerder [priester, met een, door het volk gekozen, bestuur] en niet van bovenaf geïnitieerd. De door wereldse machthebbers [ Constantijn (Oost) en Charlemagne (West)] ingevoerde institutionalisering is slechts een hulpmiddel geweest welke van bovenaf werd aangereikt om te komen waar we ‘hier en nu‘ anno 2018 zijn aangekomen – hetgeen echter in de ‘harten van de gelovige mensen‘ als achterhaald wordt beschouwd! Het Kerkvolk heeft genoeg van politieke agenda’s en machtsvertoon, wordt dit niet de rug toegekeerd, dan volgt een nog grotere massale leegloop en trekt de mens zich terug in ‘huiskamerbijeenkomsten’.
⁌ De Kerk speelt een Heil’s-bemiddelende rol tussen God enerzijds en de mensen anderzijds, gelovigen en ongelovigen; dit is de oorspronkelijke ecclesiologie en communion, welke aansluit bij de heilige Traditie en de canonieke praktijk van de Orthodoxe Kerk !!!
      Maak er ernst mee u wel beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het Woord der Waarheid“ 2Tim.2: 15.
En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei:  Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen. 
Maar Christus zei:  ‘Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren’Luc.11: 27-28.

Apolytikion     tn.4.
“     Heden viert het Orthodoxe Volk heet stralend feest van uw komst.
En staande voor uw reine Icoon roepen wij smekend tot u:
Verlos ons uit alle nood en
bid tot Uw Zoon, Christus God,
om onze zielen te redden”.

Kondakion     tn.3.
“    Heden staat de Maagd voor het altaar,
om onzichtbaar met alle heiligen voor ons te bidden tot God.
De Engelen buigen samen met de Hogepriesters
en de Apostelen juichen met de Profeten.
Want zij, uit wie God geboren is,
smeekt tot God, Die is voor alle eeuwen”.

Orthodoxie & de theologie van de feministen

    En het geschiedde kort daarna, dat Christus van stad tot stad en van dorp tot dorp trok, verkondigende het Evangelie van het Koninkrijk van God en de twaalven met Hem en enige vrouwen, die genezen waren van boze geesten en van ziekten: Maria, met de bijnaam: van Magdala [Hebr.= een toren], van wie zeven boze geesten uitgegaan waren, en Johanna [Hebr.= de Heer is een genadig gever], de vrouw van Chusas [Hebr.= zich haastend], de rentmeester van Herodes, en Susanna [Hebr.= lelie] en vele andere, die hen dienden met hetgeen zij bezatenLuc.8: 1-3.

De slagzin ‘het persoonlijke is politiek‘ betekende voor feministen op het westerlijk halfrond vanaf de jaren zeventig een vastberaden zoektocht naar een nieuwe levensstijl en identiteit, die niet zelden uitmondde in een moralistische levenshouding met totalitaire trekjes.
Vanuit gelovig perspectief zou je kunnen zeggen dat God in onze Heer Jezus Christus is geïncarneerd, in het vlees is gekomen; derhalve als een mannelijke mens.
Op zich heeft de mens één doel in het leven na te streven en dat is God te begrijpen voor zover het hem/haar gegeven is. Al de menselijke handelingen, het doen en laten en al de uitingen dienen dusdanig te zijn, dat ze de mens op dit doel richten, zodat er onder alles wat de mens doet niets is, wat daar niet op gericht is.
Nu had in theorie God ook een vrouw kunnen zijn, maar voor een christen is de menswording van Christus, die tegelijk God is, de Immanuël, God-met-ons nu eenmaal een man en dat is absoluut niet los te koppelen.
Theologisch gezien kun je geen argument aan voeren dat dit niet mogelijk zou kunnen zijn. Maar vanuit de historische werkelijkheid zou je het onwaar en onbetrouwbaar vinden, wanneer onze Heer Jezus Christus als vrouw werd voorgesteld.

Met name de katholieke zuil heeft op het westerlijk halfrond haar politieke systeem en het functioneren van katholieke vrouwen daarbinnen decennia lang beïnvloed. De bevoogdende houding van politici en clerus liet weinig ruimte voor de politieke en maatschappelijke ontplooiing van ‘het zwakke [?] geslacht‘.
Na het 2e [Rooms-Katholieke] Vaticaans concilie werden nogal wat oude waarheden onderuit gehaald en daardoor ontstonden onder katholieke vrouwen in navolging van de politieke stromingen vrouwenorganisaties, die vindingrijk konden zijn in het creëren van netwerken en het ontduiken van allerlei regels, zoals de toestemming van het episcopaat bij de oprichting van welke katholieke  organisatie dan ook. Het is om die reden iets minder verwonderlijk dat juist zij die doelstellingen van de feministische kiesrecht-beweging maximaal manifesteerden. Wij kunnen als theologen [man en vrouw] ook niet ontkennen dat de Blijde Boodschap vrouwelijke beelden kent. Onze Heer en Verlosser spreekt over Zichzelf als de hen, het vrouwtje van de hoender-achtigen, die de kuikens onder haar vleugels bij elkaar houdt. In de beschrijving van Mattheus 23 en in Jesaja lezen we over God in vrouwelijke beelden; de Heilige Geest wordt wel als vrouwelijk voorgesteld.
Maar historisch gezien klopt het niet om Jezus als vrouw voor te stellen, het zou dan ook tot ongeloofwaardigheid leiden. Als theoloog is het mogelijk dit gedachten-experiment te ondersteunen, als spelleider of toezichthouder laat je dat zeker wel uit je hoofd. In die situatie bekleed je vooral een beschermende taak, je beschermt de leer van de wereldomvattende Kerk van Christus en haar gelovigen. Een toezichthouder en een priester bekleden daarin per definitie een conserverende rol, al is het wel een levende traditie die zij dienen te bewaren.

Een vrouwelijke Christus, een ‘Christa’, is een breuk met de Orthodoxe visie, die gedeeld wordt door bijna alle andere Tradities binnen het wereld-Christendom.
Het vraagt te veel intellectuele nuance om die stap te maken en als gevolg daarvan dan niet tot een breuk te komen. Het gaat wèl over het hart van het Geloof. God is geen man en geen vrouw, Hij ‘overstijgt’ het geslachtelijke denken.
Als theoloog zou je wel als denkoefening een vrouwelijke Jezus Christus kunnen voorstellen, God wordt immers in de Bijbel soms met moederlijke beelden beschreven. De persoon van onze Heer, Jezus Christus is in de Blijde Boodschap een kwetsbare man, geweldloos ook, bij hem zien we geen stoere mannelijkheid.
Ook in het klassieke christendom zijn man en vrouw voor God volstrekt gelijkwaardig. Onze Heer en Verlosser is gekruisigd en opgestaan voor zowel mannen als vrouwen.

Christus als vrouw? Waarom zou je daarvoor kunnen vallen, dat zo kunenn kiezen? Feministische theologie wordt daarom wel beschouwd als een theologisch speculeren en niet als een provoceren, eerder als ongeloofwaardig.
Je komt daarbij op het gebied van het theologisch speculeren.
Stel dat Jezus een vrouw was geweest, waren Zijn discipelen dan ook vrouwen geweest? De consequenties daarvan zijn voor sommigen groter dan voor anderen. Je zou daarentegen wel mogen zeggen dat man en vrouw in Christus ‘gelijkwaardig’ zijn.
Je kunt niet weten of God wel redenen heeft gehad om onze Heer en Verlosser als man te laten incarneren, dàt gaat voorbij aan de Openbaring.
Wèl is het zo dat we ons in het westen Christus als westerling voorstellen, hetgeen eveneens nergens op stoelt.
Maar wij dienen het als goed te beschouwen om ons in alle openheid Christus voor te stellen in een andere cultuur; als Chinees, als Jood, als Afrikaan.
William Burns was de eerste zendeling die zich in China als Chinees heeft gekleed, met lange mantel en zijn haar in een paardenstaart. Eerst toen hij dat aan de chinezen duidelijk maakte bereikte hij aldaar de mensen met het de Blijde Boodschap. Zelf kun je in het huidige China ook afbeeldingen tegenkomen van onze Heer en Verlosser als Chinees. Dat is misschien vreemd voor ons, maar wij dienen wel te erkennen dat er recht en reden voor is. Het is arrogant om Jezus uitsluitend als westerse man voor te stellen. Historisch gezien dient Hij als Jood te worden afgebeeld.

Wat win je er eigenlijk mee om bestaande cultureel bepaalde voorstellingen van Christus los te laten teneinde het Geloof te verspreiden, òf om tevens bestaande cultureel bepaalde voorstellingen van Christus los te laten?
Het zou immers averechts kunnen werken, volgelingen van het ware Geloof [de vroeg-Christelijke vorm] zullen het als blasfemisch [godslasterlijk] opvatten, je ontmoet dan al gauw nieuwe polarisatie, verharding.
Daarom is het beslist geen goed idee, het is te ingewikkeld, gezocht, misschien wel aantrekkelijk in de stroom van de hang naar vernieuwing, maar zó zit de orthodoxe leer, de leer van de oude stempel – de vroeg-christelijke leer niet in elkaar. Het zal bovendien blokkerend werken, gelovigen in de ziel aantasten en alleen daarom al dienen wij als gelovigen, die Christus navolgen hier grote afstand van te nemen, wanneer we ermee geconfronteerd worden.

Indien de menselijke geest dan toch voortgang zoekt in de diepgang is het verstandiger jezelf te richten op de wijze waarop de heilige vrouwen zich in de Kerk hebben gemanifesteerd, zoals in bovenstaande perikoop door de Kerk op 9 October wordt voorgeschreven.
De Apostellezing geeft tevens aan:
      Doet alles zonder morren of bedenkingen, opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld, het Woord van het Leven vast-houdend, mij [Paulus] ten roem tegen de dag van Christus, dat ik niet vruchteloos [mijn wedloop gelopen, noch vruchteloos mij ingespannen heb.
       Maar ook indien ik geplengd word bij de offerande en de eredienst van uw Geloof, verblijd ik mij, en ik verblijd mij met u allen. Verblijdt gij u evenzo en verblijdt u met mij. 
Ik hoop in de Heer Jezus Christus Timotheüs [Hebr.= God vererend] spoedig tot u te zenden, opdat ook ik welgemoed moge zijn, wanneer ik vernomen heb, hoe het u gaat.
Want ik heb niemand die zo een van geest [met u] is, om uw belangen getrouw te behartigen; want allen zoeken zij hun eigen belang, niet de zaak van Christus Jezus.
Zijn beproefde trouw kent gij echter, dat hij, gelijk een kind zijn vader, mij in de dienst van het Evangelie heeft geholpen. Hem hoop ik terstond te zenden, zodra ik zie, hoe het met mijn zaak looptPhil.2: 14-23.

  De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken.
– Hij wijst mij te liggen in grazige weiden,
– Hij voert mij naar wateren der rust.
– Hij behoedt mijn ziel voor verdwalen.
– Hij leidt mij in sporen van Waarheid getrouw aan Zijn Naam.
Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods, kwaad zou ik niet vrezen.
Want naast mij staat Gij, uw stok en uw staf, zij doen mij getroost zijn.
Een tafel richt Gij mij aan in het aangezicht van mijn belagers en zalft met olie mijn hoofd. Mijn beker vloeit over.
Zo zijn dan geluk en genade om mijn schreden al de dagen van mijn leven.
Verblijven mag ik in het huis van de Heer tot in lengte van dagenPsalm 22[23], vert. Ida Gerhardt [1905-1997]

Apostel-lezing van de 4e October:
      Wat doet het ertoe? In elk geval, hetzij met een bijoogmerk, hetzij in oprechtheid, wordt Christus verkondigd; en daarin verblijd ik mij, en zal ik mij ook verblijden.
Want ik weet, dat dit mij tot behoud zal strekken door uw gebed en de bijstand van de  Geest van Jezus Christus, naar mijn vurig verlangen en hopen, dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nu Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood. Want het leven is mij Christus en het sterven gewin.
       Indien ik in het vlees blijf leven, betekent dat voor mij werken met vrucht en wat ik moet kiezen, weet ik niet. Van beide zijden word ik gedrongen: ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; maar nog in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil.
       En in deze overtuiging weet ik, dat ik zal blijven en voortdurend bij u allen zijn, opdat gij verder moogt komen en u in het Geloof verblijden. Dan zult gij ruimschoots reden hebben om over mij te roemen in Christus Jezus, wanneer ik weer bij u kom.
       Alleen, gedraagt u waardig het Evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat gij vaststaat in een geest, een van ziel medestrijdende voor het Geloof aan het EvangeliePhil.1: 18-27.

Evangelielezing van de 5e October
    Waarmede zal Ik dan de mensen van dit geslacht vergelijken en waaraan zijn zij gelijk? Zij zijn gelijk aan kinderen, die op de markt zitten en elkander toeroepen het bekende: ‘Wij hebben voor u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst wij hebben klaagliederen gezongen en gij hebt niet geweend’.
       Want Johannes de Doper is gekomen, geen brood etende of wijn drinkende, en gij zegt: Hij heeft een boze geest!
       De Zoon des mensen is gekomen, wel etende en drinkende, en gij zegt: Zie, een vraatzuchtig mens en een wijndrinker, een vriend van tollenaars en zondaars!
En de wijsheid is gerechtvaardigd door al haar kinderenLuc.7: 31-35.

Op de 5e October vieren we het feest van de Heilige Charitini, een navolgster van Christus, die tijdens het bewind van Diocletianus [284-305 na Chr.] de marteldood stierf . Zij was een slaaf van een rijk man genaamd Claudius, die haar waardeerde en haar respecteerde vanwege haar karakter en Genadegaven.
Haar manier van leven maakte haar inderdaad aantrekkelijk omdat ze ijverig was, zich goed gedroeg en zich met respect en liefde gedroeg tegenover haar heer en haar mede-slaven. Het duurde niet lang of het werd openbaar dat ze een Christen was, want dat bleek immers tevens uit haar gedrag.
Haar gehele manier van leven en gedrag verschilde van de afgod- aanbiddende slaven, die meestal antipathie en haat hadden voor hun meesters en voortdurend onderling met elkaar botsten.
Toen Claudia Charitini werd gearresteerd, kleedde Claudius zichzelf om zijn treurnis aan te tonen en terwijl hij haar een bruidsmeisjes-jurk aandeed huilde Charitini ondraaglijk.
Procureur Dometius, gaf omdat hij er niet in slaagde haar te overtuigen ‘Christus‘  te verloochenen en te offeren aan afgoden, het bevel haar het hoofdhaar af te scheren. Haar haar groeide echter terstond weer aan en de procureur gaf toen in zijn negatieve gevoelen de opdracht om haar hoofd met houtskool te bekleden en zuur over haar heen te gieten.
De heilige bad vurig tot de Heer door te smeken om deze onrechtmatigheid niet te laten plaatsvinden, waarop Christus onmiddellijk haar zuivere en zuivere ziel overnam.

Het leven en de staat van de Heilige Charitini geven ons de gelegenheid om het volgende te benadrukken:
1.]. De wijze waarop zij haar leven inrichtte en het gedrag van de heilige beïnvloedde haar meester Claudius zo goed dat het pijn en verdriet zou veroorzaken om zijn slavin [dienaar] te onderdrukken. En laten we niet vergeten dat dit gebeurde in een tijd dat de slavernij volop bloeide en slaven als waardeloos werden beschouwd die door hun meester op elk moment gebruikt konden worden zoals hem dat goed dunkte. Hij zou zelfs zijn slaven kunnen doden zonder iemand hem ook maar iets in de weg legde.
Maar ook voor haar mede slavenen degenen met wie zij samenwerkte was zij  een voorbeeld geworden dat diende te worden na gevolgd, en het is heel natuurlijk dat de mensen, die het goed bedoelen positief worden beïnvloed en ten goede verandering ondergaan.

H. Anthonius, De verzoeking van de heilige Antonius, Jheronimus Bosch

De Heilige Antonius de Grote noemt mensen menslievend wanneer zij diegenen, hoewel ze ongeschoold zijn, positief kunnen beïnvloeden, zodat zij hun zelf-gekozen, opbouwende doeleinden leren lief te hebben, maar ook degenen die in staat zijn om hun omgeving te genezen van hun ontuchtige handelingen en deze dusdanig om te buigen dat ook zij op humane wijze aan menselijke deugden gevolg kunnen geven.
    Iemand dient menslievend te worden genoemd, wanneer deze ten opzichte van de behoeftige, krachtig en verhelderend een voorbeeld blijkt te zijn en door zijn/haar gedrag een opvoedende werking op anderen uitoefent.
Op dezelfde manier heeft onze Heer en Verlosser  zijn Volgelingen tijdens Zijn aards bestaan, Zijn omgeving een rechtvaardige en hervormde staat bij gebracht, die wij als van God gegeven noemen. Het voorbeeld geven van een hervormde staat, wordt ook in de huidige tijd als humanistisch betiteld voor mensen, die verlossing bewerkstelligen. Lof, geduld, gelukzaligheid en hoop zijn bemoedigend in de geest van de mensen om ons heen “ conf. Philokalia.
2.]. God staat beproevingen en verleidingen toe voor de training en redding van mensen, maar laat niemand meer ervaren dan hij kan verdragen. Hij stond ook niet toe dat de duivel de mens ongecontroleerd plaagde, maar stelde hem voorwaarden, voorwaarden en beperkingen.
Toen de duivel om toestemming vroeg om Job pijn te doen, stond God toe dat Job het  diepe geloof van de oud-vaders onthulde en -hoewel voorwaardelijk- tot een voorbeeld van geduld en geduld werd. Hij benadrukte expliciet en ondubbelzinnig dat “zijn ziel bewaard bleef“. En in het geval van de heilige martelares Charitini zou God mogen worden verleid en gemarteld om te schitteren “zoals goud in een smeltkroes” en tot op zekere hoogte plaats maakt voor Geloof als standaard voor  geduld en voorzichtigheid.
Toen de duivel haar ziel wilde kwetsen en er op uit trok om dit te bewerkstelligen, openden zich onmiddellijk de hemelse woningen, opdat corruptie de kop in werd gedrukt en de  zuiverheid en de maagdelijkheid bewaard werd.
Zeker in deze tijd, die vol is van “me-too”-bewegingen wordt tevens het feit onthult dat God Degene is Die het persoonlijke leven van elke persoon leidt en Zich bekommert om de redding van de mens, zonder de natuurlijk gegeven vrijheid te schenden.
Maar er blijven nu eenmaal -ook in onze tijd en geledingen- enkele personen, die zich arrogant als goden en gehumaniseerd voordoen, maar zonder de Genade en de Kracht van God in de Openbaring en de Kerk hun dingen doen, die tot verschillende problemen in menselijke relaties en veel sociale afwijkingen geleid hebben.
Vergoddelijking is het natuurlijk doel van het menselijk leven, vanaf de opname in de Kerk, vanaf de Christelijke doop behoort dit als de enige ervaring en levensstijl te zijn, als gevolg van de werking van de Heilige Drie-enige God, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Dit is zo omdat God degene is die de Theosis en de zaligheid van de mens aan iedereen bij de schepping voor ogen heeft gehad.
Door de heilige levens, zoals die van de Heilige Martelares Charitini en al haar mede martelaressen te volgen, zullen wij het oorspronkelijk leven bereiken zoals Christus bedoeld heeft.

    Zalig allen, die de Heer vrezen; die wandelen op Zijn wegen.
De vrucht van uw moeiten zult gij eten; gij zijt gelukkig, en het zal u welgaan.
Uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok, die groeit langs de muur van uw huis. Uw kinderen als scheuten van een olijfboom, rondom uw tafel.
Zie, zo wordt een mens gezegend, die de Heer vreest.
Moge de Heer u zegenen uit Sion; moogt gij het welzijn van Jeruzalem zien, al uw levensdagen. Ja, moogt gij de kinderen van uw kinderen zien, dat er Vrede mag heersen over Israël [en Zijn Kerk]” Psalm 127[128], vert. ROK ‘s-Gravenhage.