11e Zondag na Pinksteren – Zondag van de onbarmhartige slaaf [dienaar] – oordelen en veroordeeld worden, geven en vergeven worden.

De onbarmhartige schuldenaar

    Daarom is het Koninkrijk der Hemelen te vergelijken met een koning, die afrekening wilde houden met zijn slaven.
      Toen hij begon te rekenen, werd een voor hem geleid, die tienduizend talenten schuldig was. Omdat hij niet bij machte was te betalen, beval zijn heer hem te verkopen, met zijn vrouw en kinderen en al wat hij bezat, opdat er betaald kon worden. De slaaf wierp zich als smekeling ter aarde en zei: ‘Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen’.
De heer van die slaaf kreeg medelijden met hem en hij liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt.
      Toen die slaaf wegging, trof hij een zijner medeslaven aan, die hem honderd schellingen schuldig was, en hij greep hem bij de keel en zeide: Betaal wat gij schuldig zijt. De medeslaaf nu wierp zich voor hem neer en bad hem dringend, zeggend: ‘Heb geduld met mij en ik zal u betalen’. Doch hij wilde niet, maar ging heen en zette hem gevangen, totdat hij het verschuldigde zou betaald hebben.      Toen nu zijn medeslaven zagen, wat er gebeurd was, werden zij zeer verdrietig en gingen hun heer al wat er gebeurd was, mededelen.
      Toen ontbood zijn heer hem en zeide tot hem: ‘Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, daar gij het mij dringend hadt gevraagd. Hadt ook gij geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ook ik medelijden had met u?’.      En zijn meester werd toornig en gaf hem in handen van de folteraars, totdat hij hem al het verschuldigde zou betaald hebben.
      Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeftMatth.18: 23-35.

de Genade en Vrede van God en van onze Heer Jezus Christus

      Genade zij u en Vrede van God, onze Vader en van de Heer Jezus Christus. Ik dank God te allen tijde over u, vanwege de Genade Gods, die u in Christus Jezus geschonken is; want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem: in alle woord en alle kennis, gelijk het getuigenis aangaande Christus onder u bevestigd is, zodat gij ten aanzien van geen enkele Genadegave te kort komt, terwijl gij uitziet naar de Openbaring van onze Heer Jezus Christus.
Hij zal u ook bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Heer Jezus Christus1Cor.1:3-9.

Uit den Hoge zijt Gij neergedaald, Barmhartige om ons van het lijden te bevrijden”.

Wanneer je de Pedagogie Christus opneemt als richtlijn voor jouw leven – worden er je dwingend diepgaande begrippen onder de aandacht gebracht.  Soms ontmoeten we vragen welke voortkomen uit de gedachten van anderen, zoals vandaag de apostel Petrus, degene die Hem heeft beleden als zijn Koning en God. Herinner je het Mysterie van de [Orthodoxe] doop, waarbij je tevens hebt verklaard dat je jezelf bij Christus hebt aangesloten.
    Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.
            Toen kwam Petrus bij Hem en zei: ‘Heer, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zei tot hem: ‘Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaalMatth. 18: 22-23.

Vertrouwen op Gods Genadegaven

God vernedert Zichzelf en komt als Barmhartige tot ons om ons van ons lijden te bevrijden. God wil gewoon niet dat wij mensen, maaksel van Zijn hand, voor Hem verloren gaan en zeker niet wanneer het om onderlinge verhoudingen gaat.
God is Liefde en Hij verwacht dat Zijn kinderen op dezelfde wijze met elkaar omgaan.
      Zo bestaat bij uw Vader, die in de Hemelen is, de Wil niet, dat een van deze kleinen verloren gaat. Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen. Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen. Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa. Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de gemeente. Indien hij naar de gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaarMatth. 18: 14-17.

Er blijkt dus voor ons mensen, wie we ook zijn, een noodzaak te bestaan jezelf te vernederen teneinde van binnen – in ons hart – een diepgaand begrip te krijgen wat ons nu eigenlijk werkelijk beweegt:  Soms komen we wezenlijke vragen tegen die voortkomen uit onze gedachten of vragen, die anderen ons stellen, teneinde inzicht te krijgen in datgene wat ons verheft of vernedert; het kan immers zo maar het tegenovergestelde zijn dan wij voor ogen hebben en onszelf méér kwaad dan goed doen.
1.]. “Gij zult naast God uw naaste liefhebben als uzelfMatth.22: 39.
God, Die de mensen liefheeft vraagt ons eveneens liefde op te brengen voor de ander, wie dat ook mag zijn.
Christus heeft ons tevens gezegd: “Niet allen vatten dit Woord, alleen zij, aan wie het gegeven is. Er zijn immers gesnedenen, die zo uit de moederschoot geboren zijn, en er zijn gesnedenen, die door de mensen gesneden zijn, en er zijn gesnedenen, die zichzelf gesneden hebben, ter wille van het Koninkrijk der hemelen. Die het vatten kan, die vatte hetMatth.19: 11,12.

Laat de kinderen tot Mij komen” Luc.18: 16

Vervolgens roept hij de kinderen bij zich.
Een kind is namelijk onbevooroordeeld, is onpartijdig, heeft zich voorafgaand nog geen mening gevormd; zij staan ‘open’ voor veranderingen.
2.].  Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijnLuc. 14: 26.
Is het hier eveneens God, Die ons vraagt te haten?          
Bij een oppervlakkige weergave van teksten ontdek je hoe er vanuit een bepaalde manier waarop iemand iets waarneemt een tegenspraak kan ontstaan; echter een ‘juist‘ begrip zal ons aantonen, dat deze teksten elkaar aanvullen en niet tegenstrijdig zijn. Want God is goed en Hij doet wonderen en alleen Hij heeft de redding van alle mensen en het bereiken van het Hemels Koninkrijk voor ogen. God heeft echter een inzicht op hoger niveau, Hij overziet de menselijke eenvoud en streeft naar een leeromgeving waar Zijn volgelingen uitgerust worden met vaardigheden op meerdere niveaus.
God heeft het totaal niet nodig om verwantschapsverhoudingen te sussen ten koste van de eenvoudigen, noch de relatie tussen familieleden te bevestigen ten einde het eeuwige Heil te bereiken. Hoewel Hij ogenschijnlijk onenigheid oproept, vraagt hij ons om onszelf als mens te haten en elk verlangen naar het kwaad te veroordelen, niet onze aardse gehechtheid aan te tonen, en niet langer de grillen van onze ziel te volgen, maar de positie in te nemen van een eerlijk en oprecht zelfbewustzijn, m.a.w. zelfbestuur. Hij vraagt ons om kritisch ten opzichte van onszelf te zijn en nederig van hart. In deze geven deze ogenschijnlijk tegenstrijdige verzen ons een inzicht in het zelfde, maar vanuit een verschillende windrichting, een hoogstaand geestelijke niveau.

de tegenstrever

De tegenstrever gebruikt dit soort tegenstrijdigheden eveneens als wapen om de mensheid op het verkeerde been te zetten.
Het bewijs hiervan tekent zich al af wanneer onze Heer en Meester Zich zojuist door Johannes de Doper heeft laten bevestigen, door degene met de stem, die roept in de woestijn: “  Bereidt de weg des Heren, maakt recht Zijn padenMarc.1: 3.

Verzoeking van de Heer

De satan wordt namelijk geconfronteerd met de Heer der Heerlijkheden, Die Zijn Goddelijkheid inborst in het verborgene draagt, het Mysterie van de menswording. Dit verstoort de duivel en trekt hem aan tot tegenactie.
De aan de aarde gebonden en in de war gebrachte mens probeert hij te verleiden met een heel aantrekkelijk menselijk argument:
Indien je zo verheven bent; indien je kind van God bent”.
Dit geeft de boosaardigheid van de satan weer, hij streelt de mens in z’n vermeende verheven positie, in de positie, die hij zichzelf ‘eigen’ heeft gemaakt, zich verheven te voelen boven de ander.
De duivel verstoort verlossing zoals deze tot Christus zei: “ Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan naar beneden; er staat immers geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u, en op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot”.
Maar Jezus zei tot hem: “Er staat ook geschreven: Gij zult de Heer, uw God, niet verzoekenMatth.4: 6,7. En Marcus zegt dan: “    Hij was bij de wilde dieren [in de woestijn] en de engelen dienden Hem.    En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galilea om het Evangelie van God [de Vader] te prediken en Hij zei:  ‘De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het Evangelie’Marc.1: 13-15.
De Liefde Gods werd door de tegenstrever aangerand, de satan probeerde de Heer te misleiden, Die ons een juist begrip bijbrengt van de Blijde Boodschap.
Je kunt niet zo maar een bijbels begrip uit z’n verband rukken. Teneinde inzicht te krijgen in de Blijde Boodschap dien je deze van kaft tot kaft bestuderen. Het belangrijkste is de geest van het geheel en niet een eenzame tekst, want:
    als medewerkers [Gods] vermanen wij u ook de Genade van God niet tevergeefs te ontvangen, 
want Hij zegt: ten tijde van het welbehagen heb Ik u verhoord en ten dage van het heil ben Ik u te hulp gekomen; zie, nu is het de tijd van het welbehagen zie, nu is het de dag van het Heil.
       Wij geven in geen enkel opzicht enige aanstoot, opdat onze bediening niet gesmaad zal worden, maar wij doen onszelf in alles kennen als dienaren van God2Cor.6: 1-4a.

We bedoelen -hier- letterlijk
de Liefde tot God en tot de medemens, de naasten; het gaat om de inhoud van de Goddelijke Boodschap en niet
om het een of andere door de wereld gedefinieerde studie of de wetenschap van het menselijk lichaam.
Het voor ons geopenbaarde is niet zo eenvoudig en wordt ons niet zo maar terloops eventjes gezegd, maar het biedt ons een door God georkestreerde mogelijkheid. Ons wordt een mogelijkheid aangeboden welke ons gunstig en positief beïnvloedt – het openbaart ons de twee wijzen waarop wij grip kunnen krijgen op de door Hem bedoelde Boodschap.
1.]. Het oppervlakkig begrip: Je haalt een aantal verzen aan en probeert ze in hun samenhang te verenigen en uit te wisselen en zoekt datgene wat afwijkt van de eigenschappen die iedere mens heeft [het aan de wereld gebonden zijn].
Het totaal legt men terzijde en bouwt vervolgens op wat men wil, teneinde tot de eigen overtuiging te komen en komt als het ware tot een valse overtuiging en probeert dit met zichzelf te verzoenen. Dat is wat de tegenstrever doet: ‘hij bemiddelt in de vervalsing van het oorspronkelijk mensbeeld – hij ontkracht het geslapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis’.
2.]. Het gedegen, diepgaand en grondig begrip:  Het uitgangspunt hierbij is de oorspronkelijkheid, het bereiken van de naakte Waarheid, dat is de Geest van Christus. Het humanisme is daarentegen bereid om haar eigen grote tevredenheid te ondergaan, zelfs wanneer die in strijd is met de persoonlijke wensen [zelfbeschikking over leven en dood].
De enige manier om de oorspronkelijke weg te gaan is om alle verzen van de Blijde Boodschap in z’n geheel te bezien, als een geïntegreerd geheel, dat er geen onderdeel daarvan wordt afgescheiden. 
Dit kan alleen plaats vinden zonder toevlucht te nemen tot de eigen interpretatie van mijn persoonlijke verbeeldingskracht of door woorden te manipuleren of de betekenis ervan te verkrachten . . . . . [Dit proces is door Thomas van Aquino in gang gezet; hij wist het zelf wel, beter dan de oorsronkelijke Kerk].
Dit is allemaal noodzakelijk voor de persoonlijk christelijke inzet, toewijding en integriteit welke zijn grenzen niet kent. Dit alles met een volledig bewustzijn van de vreze Gods, welke haar dezelfde rechtvaardigheid meegeeft – met inbegrip van een permanente beoordeling van wat als overeenstemming heeft bereikt, of men bijvoorbeeld niet het een of andere aspect heeft gemist  – en bovenal – in de aardse gebondenheid over het hoofd heeft gezien en dus de bereidheid tot aanpassing van de conclusie zal kunnen leiden.

de Russisch Orthodoxe Kerk, zoals deze alleen bekend is bij ingewijden, afb. Igor Hofbauer, Le Monde.

Dit zelfinzicht, is precies de aanpak van de vroeg-christelijke [Orthodoxe] Kerk; De Griekse naam orthodox betekent letterlijk “rechtgelovig”, het ‘ware Geloof’ behoudend. De vroeg-christelijke [Orthodoxe] Kerk  is daarom in de eerste plaats een liturgische en [aan-] biddende Kerk; de doctrine en ethiek kunnen alleen binnen de context van deze Goddelijke aanbidding worden uitgelegd, of, zoals de eminente orthodoxe theoloog George Florovsky dit uitdrukte:
Het christendom is een liturgische religie’.
Het gaat daarbij om de rechte gedachte en het waarachtig Geloof in datgene wat onze Heer, verwijzend naar Zijn Vader, ons via de Heilige Geest als Blijde Boodschap heeft willen meegeven.
Hoewel we menen dat de gemeenschapszin met veel verzen tegenstrijdig zou zijn dwingt het ons om met gebruik van de totale Goddelijke Boodschap een verzoening te bewerkstelligen en bepaalde verzen van de Boodschap tot vereniging met haar doelstelling te bewerkstelligen.

farizeeën & sadduceeën
en het verborgen manna, Bol.com

Dit inzicht – het met de oorspronkelijke betekenis op de loop gaan, het ondermijnen, bewust verkeerd toepassen, aantasten en besmetten was aanwezig bij de sadduceeën en farizeeën. De sadduceeën [Hebr.: צְדוּקִים Ṣĕdûqîm, Gr. Koinè: κοινὴ, gebruiken] waren aristocraten, inclusief aristocratische priesters, die de mozaïsche wet volgden, maar niet de relatief nieuwe “tradities” van de farizeeën. De Joodse bevolking diende – aldus leerden zij, de wetten van het Oude Testament onvoorwaardelijk te bewaren en werden daarom [in hun absolute rechtlijnig wettisch denkpatroon] dom gehouden – ‘doof’ en niet ontvankelijk voor de werkelijke boodschap van Gods Liefde en waren gericht op wereldse grondbeginselen; hun meningen en denkbeelden werden bewust verkeerd toegepast. Het juiste begrip van God’s Woord werd verblind en zo bestrafte de Heer der Glorie hen, zeggend:
  Dwaalt gij niet daarom, dat gij de Schriften niet kent noch de Kracht van God?Marc.12: 24, want hun inzichten waren in het geheel niet zo goed – als gevolg van hun ‘eigen smaak‘.  Zij lieten zich niet beperken door het Woord des Heren, waren harteloos en in feite zonder enige betekenis. Christus ‘toon’ stond hen niet aan en ‘Zijn stijl en houding betreurden zij’.
Daarom is het dat het ons christenen, die de vroeg-christelijke [orthodoxe] beweegredenen volgen, die Christus volgen de Blijde Boodschap op de juiste wijze te bestuderen om te voorkomen dat de duivel ons bedriegt. Bedriegers zijn in deze wereld in staat zich zelf te ontpoppen als grootmachten van het algemeen Heil en het algemeen begrip van de Blijde Boodschap aan te tasten, die het richtsnoer vormen van de vroeg-christelijke [orthodoxe] Kerk.
Het basisbegrip vindt toepassing op talrijke gebieden, maar veelal beperken zij zich tot drie modellen: de centrale geldvoorziening, de grip op de organisatie en het vergroten van hun positie in de organisatie door de organisatie met leningen op te zadelen. Zij verwerven zich tevens van een reputatie, die hen belangrijk maakt op het gebied van vermeende noodzakelijke internationale contacten.

Wat is de betekenis van het Woord ‘redding’?
1.]. Redding is dat de mens zich ontdoet van de slechte staat waarin hij verkeerd en die hij zich laat welgevallen, dat kan z’n redding zijn:
1a.]. redding kan zowel lichamelijk, fysiek of psychisch zijn: – zoals verlossing van vijanden of van  besmettelijke- en alledaagse ziekten, hongersnood of perioden dat het economisch slecht gaat, zgn. financiële crises . . . . . . . etc. Zoals de verlossing van verdriet [kommer] en kwel vanwege het verlies van een geliefde, of omdat men blootgesteld is aan vernedering of smaad of de ontkenning van vermeende machtige posities  . . . etc.
2.]. Redding is dat de mens geestelijk verlost wordt: – zoals de redding van de macht van de satan en zonde, de hoogmoed en het zelfvoldaan zijn,  zich als mens als god beschouwt, hetgeen  verdeeld is in twee delen: – 

Ten eerste: de tijdelijke redding van mijn ziel: In de huidige wereld, de verlossing redding van verzoekingen van de duivel en de redding van de erfelijke zonden zoals die ons als mens door onze voorvaders [ingebakken] via Adam is overgedragen, beter gezegd, waar we zelf aan toegegeven hebben.
En voor het overige genieten van de Goddelijke afstamming en daarmee worden blootgesteld aan de bijbehorende tegenslagen en opnieuw in zonde vervallen, die nu eenmaal automatisch door tegenslagen worden opgevolgd en ons niet langer inspannen ook maar iets te doen aan de terugkeer naar de oorspronkelijke staat, het evenbeeld te zijn van God. De situatie waarin men verkeerd wordt als normaal beschouwd en kan worden opgevolgd door het vasthouden aan de zonde, wegzinken in deze gelukzaligheid en zich toch wel verlost achten door Christus’ bloed.
  Ten tweede: de redding van mijn ziel zonder of met weinig inhoud: de definitieve bevrijding van de aanvallen van de duivel en van alle zonden, daar naast van al de materiële, fysieke en psychologische pijn, die wij ervaren wordt slechts verdragen.
De overgang naar de situatie van permanente gelukzaligheid, met Christus, zal eerst voor eens en voor altijd plaatsvinden wanneer we naar de hemelse gewesten zijn overgegaan. We kunnen –hier en nu– in het ondermaanse toch niet tegen die verleidingen op, maar wanneer wij christenen opstijgen naar het beoogde verheerlijkte lichaam en naar lichaam en geest bekleed zullen worden met het hemelse dán zal het Mysterie z’n beslag krijgen. Met andere woorden, wij zijn gedoopt en noemen ons volgeling van Christus en hebben als zodanig tòch niets te verliezen, er bestaat geen mogelijkheid om tot verderf te vervallen, want ons is voorzeker blijvend een betere onsterfelijke gesteldheid voorzegd. 

Hoe verkrijgen we deze eeuwige redding, deze betere onsterfelijke gesteldheid?
Deze betere onsterfelijke gesteldheid, dit eeuwige Heil wordt door de vroeg-christelijke [orthodoxe [Kerk] als zeer kostbaar geacht, omdat de zonde – een eigenschap is, die we persoonlijk van onze voorouders als nalatenschap hebben meegekregen – het is zeer ongunstig en gevaarlijk en wordt uiteindelijk bestraft met de dood en veel van onze zonden, zijn derhalve ook tijdens ons leven vele malen gedoemd om tot de dood te leiden.
Deze nietsontziende gesteldheid is niet alleen de dood van het lichaam, maar het is de eeuwige kwelling van zowel lichaam als ziel in het eeuwige vuur. Dit wordt zo omschreven omdat het hier gaat vanwege het voor eeuwig ontbreken van de Goddelijke zorg.  Zowel het lichaam als de ziel behoren tot de eenheid, die God bedoeld heeft en zijn deelgenoot aan alle menselijke lichamelijke of geestelijke inspanning om haar levensopdracht te vervullen. Aldus is het voor de mens hoe dan ook onmogelijk geweest om deze zaligheid te verkrijgen.
Maar God – heeft in ‘Zijn Goddelijke Barmhartigheid‘, die zonder grenzen is – toegegeven en ons vlees aangenomen, dat tot de dood veroordeeld was en in alles is Hij door Zijn Zoon aan de mens gelijk geworden behalve in de door Hem verafschuwde zonde.

Christus, Hogepriester
+ 7 kandelaren, Trier

    Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze [als wij] verzocht is geweest, doch zonder te zondigenHebr.4: 25;
      Immers, zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: heilig, zonder schuld of smet, gescheiden van de zondaren en boven de hemelen verheven; Die niet, gelijk de hogepriesters, van dag tot dag eerst offers voor zijn eigen zonden behoeft te brengen en daarna voor die van het volk, want dit laatste heeft Hij eens voor altijd gedaan, toen Hij Zichzelf ten offer brachtHebr. 7: 26;
      En van wie heeft Hij een afkeer gehad, veertig jaren lang? Was het niet van hen, die gezondigd hadden en wier lijken in de woestijn lagen? Aan wie anders zwoer Hij, dat zij tot Zijn rust niet zouden ingaan, dan aan hen, die ongehoorzaam geweest waren?Hebr.3: 17,18;
      Want elk huis wordt door iemand gebouwd, maar de Bouwmeester van alles is God. Nu was Mozes wel getrouw in geheel zijn huis als dienaar om te getuigen van hetgeen gesproken 
zou worden, maar Christus als Zoon over Zijn huis. Zijn huis zijn wij, indien wij de vrijmoedigheid en de Hoop, waarin wij roemen, tot het einde onverwrikt vasthoudenHebr.3: 4-6.
God heeft dus via de dood van Zijn eengeboren Zoon betaald voor de zonden van de mens. Hij heeft genoegdoening gegeven voor iedereen van Adam tot de gehele mensheid en tot in de eeuwigheid verduren wij met Zijn dood aan het Groot en Heilig Kruis, waardoor Zijn bloed aan het Kruis is vergoten als de boetedoening voor de zonden van de gehele wereld.
De dood van God, de Zoon onder ons mensen heeft niet tot gevolg gehad dat de Theologie eveneens teniet is gedaan. Het betekent de dood van de menselijkheid – die door de Theologie vleesgeworden is, die Hem heeft verheerlijkt en degenen die Hem wagen te beledigen en te vernederen , Die de allergrootste Waardigheid toekomt – niet alleen de dood van de mensheid teniet doet maar dit duivels werk theoretisch toegeschreven als een verzamelde Eenheid, de satan teniet doet. 

  • Het Goddelijk Heil en de Goddelijke verlossing worden dus duur betaald, nochtans kan Één door -het slechts af te kopen- alle middelen van bestaan verkrijgen om de mensheid te verlossen, dus heeft God heeft dit de volkeren gratis en voor niets ter beschikking gesteld. Net zoals God het de eerste mens Adam gratis en voor niets het overdadig weelderige Paradijs ter beschikking stelde.
    De omstandigheden verschillen in niets ondanks Zijn Achtenswaardige positie heeft God ons de zaligheid in de eeuwen der eeuwen -‘om niet’- ter beschikking gesteld, maar Hij stelde wel de voorwaarden op.
    Zijn benadering ten voorbeeld voor de mensen is dat er geen tegenstrijdigheid is tussen het onderwijs wat Hij de mens meegaf en de voorwaarden, die Hij nu als steun aan Zijn onderwijs toevoegt. Ook in onze hedendaagse periode behoeven wij geen cent te betalen voor deze Pedagogie, Die Hij ons ter beschikking stelt.
    En dat onderwijs is geen ellende die Hij achterlaat, maar een systematisch gebeuren met voorwaarden, zoals het invullen van een formulier en het vervolgens bijhouden van de lessen, die je dient te volgen – God laat je volkomen vrij.  Je mag je huiswerk doen en eventueel examen doen [beproefd worden].
    Je krijgt geen officieel diploma of certificaat – ondanks de fouten die je gemaakt mocht hebben, niet voor degenen die in Zijn gemeenschap [de Kerk] aanwezig zijn en zij die het hebben laten afweten. De uiteindelijke prijs, die je kunt ontvangen is niet afhankelijk van of je nu een persoon bent, die zich voornamelijk bezighoudt met dingen die je graag doet [behalve de negatieve werken van een bewust manipulator], Hij is voor iedereen loyaal; Hij maakt geen onderscheid tussen zondaars en tollenaars.   
  • Het door God ontworpen kunstwerk van het Heil, waarvoor Hij het systeem en de voorwaarden ook Zelf vast heeft gesteld is de Heer en de heerlijkheid Zelf:
        Eén is Heilig, éen is Heer, Jezus Christus, tot heerlijkheid van God de Vaderuit de ‘Goddelijke Liturgie van Johannes Chrysostomos’.
    Hij gaf dit aan Zijn volgelingen en de apostolische opvolging mee en voltooide dit door Zijn Heilige Geest op de mensheid te laten neerdalen om hen in regelmaat en beschikking overeenkomstig Zijn Wil te begeleiden en op te vangen.
    Dit systeem is door de Heer der heerlijkheid, door God Zelf ingesteld en wordt Zijn Lichaam ‘de Kerk’ genoemd, los van datgene wat de mensen er in de loop van de eeuwen zelf van gemaakt hebben.
  • Wat het onderwerp van het heil betreft verstrekte de Heer der Heerlijkheid Zelf en gaf Hij dit aan Zijn volgelingen mee en maakte dit door Zijn gezonden Heilige Geest af om hen te blijven volgen en de Kerk daarmee volgens een bepaald systeem op niveau te brengen.
    Dit systeem door God in Zijn Kerk, Zijn Lichaam vastgesteld en is: – de “rituele Kerk, opnieuw verwoord in een Griekse woord “Ekklesia” [Gr: εκκλησία], oorspronkelijk het concept van de vergadering, die overeenkomt met het Spartaanse “Apella” , waarbij burgers, inwoners van de stad politieke rechten hadden, zich verzamelden en de vergadering bijeengeroepen werd om beslissingen voor de gemeenschap te nemen.  De Kerk heeft deze beschrijving behouden omdat het tevens een oproep doet om haar samenstelling en beoogd resultaat daarvan te behouden. In het verloop van de geschiedenis is deze term eveneens in zwang geraakt om de ‘autocefale’ [de organisatie per land of groep landen] kerkelijke macht, die in een land kan ontstaan te benoemen.
    De Kerk wordt aldus geacht de wijze te formeren waarop Christus Zijn volgelingen, voor het eerst in Antiochië ‘Christenen’ genoemd, aan voorwaarden verbindt, waarop zij krijgen ‘de vrij gekozen redding‘ verkrijgen.
    ‘Het Ware Geloof’, ‘de Waarachtige Doop’, de Bekering, een juiste erkenning zoals het christendom in de christelijke levenshouding en het priesterschap vorm wordt gegeven. Evenals de huwelijksverbinding is ook deze Goddelijke verbintenis, zoals een mens door God bedoeld is om mens te zijn, want indien we zonder deze invulling het Heil van het Hemels Koninkrijk willen bereiken wijken we van Gods beoogde opzet af. Er dient derhalve altijd sprake te zijn van transparantie en onderlinge communicatie.
  • De Satan en Zijn trawanten trachten ons daarvan te weerhouden, omdat onze christelijke redding betekent dat wij ons trachten te ontdoen van zijn macht over ons. Hij is degene, die dan ook alles in het werk stelt het systeem dat God heeft opgezet, om onze Verlossing te bewerkstelligen, onderuit te halen.
    De duivel [‘en zijn malle moer’] is de vijand van het geheel van de bewegingen van de Kerk en daarom wordt de strijd die gevoerd wordt – een oorlog, die  meedogenloze vormen aanneemt.

    ‘Machtstrijd’ Geestelijken bijeen op Kreta

    Het is in deze dan ook niet verwonderlijk dat met name, de hiërarchie van de Kerk, van de kant van de tegenstrever, de indringendste aanvallen kan verwachten. Daarom werden in de vroeg-christelijke [Orthodoxe Kerk] bisschoppen geroepen vanuit de asceten, mensen, die hun strepen verdiend hadden in hun gevecht tegen de vijand. Asceten afgeleid van ascese [Gr.: ἄσκησις] is het streven naar of het beoefenen van een reine levenswandel door ‘de eigen hartstochten en begeerten te beteugelen‘ en ‘zelftucht toe te passen‘. Het mag duidelijk zijn dat een dergelijke staat eerst na een lange beoefening van de godsdienstige praktijk, boetedoening en een zéér sober leven wordt bereikt en niet als eretitel wordt gedragen. Veelal verzetten dit soort nederige op zichzelf levende persoonlijkheden zich tegen de aanstelling tot een bisschopsambt; in onze tijd wordt dit nogal eens over het hoofd gezien.
    Vrijheid is immers geen vrij-zijn vàn-elkaar, maar vóór-elkaar. Als het goed gaat met mij ten koste van jou, gaat het echt niet goed met mij. Op een abstract niveau kan ik me losdenken van anderen, van de gemeenschap, de structuur en de dingen waaruit, waarvan en waarin ik leef; maar dat is abstractie.
    Concreet is een mens tot in zijn vezels, tot in z’n zijn diepste gevoelens, bepaald door een ‘wij’ dat verbindt. Dit betekent enerzijds dat wij andermans vrijheid niet mogen beschadigen, en anderzijds geen ‘vrij’ spel mogen geven aan wie onze vrijheid of die van onze medeburgers/kinderen/schapen probeert te ontkennen, ja te vernietigen door een ‘open‘ gesprek onmogelijk te maken. [Ik was het wel van plan, maar ik had het twee-en-een-half jaar lang zó druk].
    Dat er een ‘goede’ koers gevaren wordt die méér is dan een aller-individueelste vrijheid om anderen en een confrontatie te ontlopen.
    Het principe is dat leefregels gemeenschappelijk bezit zijn. Als wij zo denken over onszelf en over het [kerkelijke] wereldje waar wij goedschiks en kwaadschiks bijhoren, zullen wij niet gauw last krijgen van zogenaamde gevoelens van machteloosheid die dienen als camouflagenet voor gefrustreerde machtsdromen. Dat ik verantwoordelijk ben, wil niet zeggen dat ik hèt antwoord op de situatie heb, maar míjn antwoord. Het antwoord van wie ik ‘nu‘ ben met wat ik ‘nu‘ in huis heb, inclusief al mijn handicaps.

  • Logo AOKN

    We identificeren ons met een bepaalde groep of organisatie omdat die het beste aan ons zelfbeeld beantwoordt.
    We zien onszelf op een bepaalde manier en we zien dat een bepaalde gemeenschap het beste beantwoordt aan het beeld dat we van onszelf hebben.
    We kiezen dan voor de spiritualiteit omdat we graag één van die mensen willen zijn. Wij identificeren ons met een bepaald gedrag en een bepaald waardesysteem.
    Het identificatieproces is bekend; kinderen identificeren zich met hun ouders.
    Dat betekent dat kinderen allemaal dingen gaan nadoen die hun ouders ook doen, omdat ze graag op hen willen lijken. Ze hebben een ideaalbeeld van hun vader en hun moeder. Die zien allebei dingen die ze zelf nog niet kunnen en waarvan ze het prachtig zouden vinden als ze die ook konden doen.
    Een kind dat in veel dingen op z’n vader of moeder lijkt, wordt daarom automatisch gewaardeerd.
      Zo kan het ook met spiritualiteit gaan. Ik ontdek een op God gerichte groep met een spiritualiteit waarvan ik denk dat de waarden daarvan precies bij mij passen; daarom ga ik me met die groep identificeren. Nu kan het zijn die groep die ik kies het ook leuk vindt dat ik erbij wil horen; dat die groep mij daarom gaat waarderen.
    Laten we hierbij nu eens voor ogen nemen een groep waar de gerechtigheid centraal staat. Het gevolg van mijn kiezen voor gerechtigheid is, dat ik gewaardeerd wordt omdat ik tot de groep wil gaan behoren. Nu kan het voorkomen dat die twee zaken, de inhoud van mijn spiritualiteit en wat ik onbewust als resultaat binnenhaal op gespannen voet staan.
    Een gevolg kan zijn dat mijn kiezen voor spiritualiteit van de groep voortdurend ondermijnt wordt naarmate ik minder waardering ontvang. Daardoor zal ik in die gemeenschap allerlei problemen ontmoeten. Het kan dus zijn dat een bepaalde groep via identificatie dingen in mij bevestigt die in feite op gespannen voet leven met de inhoud van de spiritualiteit.
     Er is nog een andere ontwikkeling denkbaar. Die mogelijkheid komt ook in het proces van opvoeding voor. Mensen kunnen als doel van de opvoeding kiezen het zelfstandig maken van de medeburgers/kinderen/schapen. Hierbij kunnen toch nog weer andere, zelfs tegengestelde belangen een rol meespelen. Het streelt namelijk een bepaalde behoefte van sommige ouders wanneer hun kinderen afhankelijk blijven. Zo is het zelfs mogelijk dat ouders kiezen voor een opvoeding van medeburgers/kinderen/schapen tot onafhankelijkheid willen brengen, maar dat desondanks onbewust op het afhankelijk blijven van hen wordt aangestuurd. Dat waarvoor ouders/leidinggevenden/gezagsdragers kiezen wordt dan voortdurend ongedaan gemaakt door andere onbewuste verlangens en behoeften.
    Het eerste wat opvalt is dat er bij de ‘keuzevrijheid’ algemene normen gegolden hebben. Misschien zijn die er wel, maar persoonlijke voorkeuren hebben er volgens mij toe geleid dat deze en niet heel andere vormen van spiritualiteit geopenbaard worden. Ik merk mijn eigen voorkeuren, er zijn werken van de Heilige Geest waar ik ademloos bij stil sta, waarvan ik kippenvel krijg, en er zijn andere Genadegaven waar ik achteloos of verveeld aan voorbij ga.
      Wat is spiritualiteit en wat niet? Heeft iemand daar criteria voor? Dient ieder maar voor zich te besluiten wat daaronder valt en wat niet? Is er een algemeen houvast?
    Het spijt me maar bij sommige invullingen door geestelijk opgeleide personen wordt ik een beetje cynisch. Ik zie dat het hen aan lef heeft ontbroken, maar tegelijkertijd komt er een zinnetje in mijn oor van een Braziliaans pionier een romanschrijver, dichter, dramaturg en kortverhaal schrijver, Machado de Assis. Hij wordt weliswaar beschouwd als de grootste schrijver van de Braziliaanse literatuur en daardoor blijft het volgende mij boeien: “
    ambities met grote vleugels, die wind veroorzaken, enkel om te slaan“.
    Ik weet dat niet alleen het mooie maar ook het buitensporige een plaats kàn hebben in een gemeenschap; dat niet alleen het verhevene, maar ook het gedrochtelijke en laag-bij-de-grondse mij diep kan raken in een herkenning, die bevrijdend werkt; er zijn nu eenmaal banaal lelijke dingen, die mij alleen maar afstoten.
    Een besluit neem je niet vanuit het niets, je bent daar onbewust – sinds lang naar toe gegroeid; het hing in de lucht. Keuzen zijn nooit alleen van jezelf, omdat je tevens een product bent van een [christelijke] cultuur en van het huidige tijdgewricht. Je zet lijnen voort die al uitgestippeld waren, je slaat een weg in die al bestaat vóór je hem inslaat.
    Met een besluit hak je een knoop door; na zorgvuldige overweging valt de keuze: zodra je het doet, bestaat het niet meer. Nu dient er iets te gebeuren, want door te kiezen heb je ‘jezelf‘ op het spel gezet. Vanaf nu geen gestoei en geflirt meer met mogelijkheden – hier begint het ‘metterdaad’ willen – hier gebeurt iets nieuws, een nieuwe koers: praktisch en tastbaar. Wanneer het besluit een manier is om trouw te blijven aan jezelf ontstaat innerlijke continuïteit, ‘Je ne regrette rien!’.

– Vrij zijn is het uitoefenen van eigen autonomie, maar ‘naar boven toe’, door het goddelijke ben je zelf slechts in dienst en onderworpen aan het geheel waar je persoonlijk dienst van uitmaakt.
Het individu-op-zich, de medeburger/het kind/ het schaap, is los van de grote samenhang een abstractie. Individuele vrijheid op zich is dus even abstract, hoewel vrij kiezen [met de kreet: ‘Daar kies ik voor!’] soms ten onrechte gesteld wordt als iets wat je in je eentje doet, hopende dat de anderen en de jouw omringende gemeenschap niet te veel stokken in de wielen steken.
            Hieruit volgt niet dat medeburgers/kinderen/schapen alleen maar onvrij zijn, maar dat hun vrijheid bestaat in een grotere samenhang. Er zijn zelfs dingen die, boven alle kleinere gehelen en machtsblokken uit, àlle mensen met elkaar verbinden. Dat een mens vrij en uniek is, kan hij niet tegen de structuren en klippen op bevechten en bevestigen. Om vrij te zijn dien je je [bescheiden] plaats te kennen en die ‘ìn‘ te nemen. Door een betrouwbare partner, vader of collega te zijn, door je verantwoordelijk/aansprakelijk te voelen voor het geheel,  saamhorigheid, het steunen van anderen, het gevoel van verbondenheid, door vertrouwen te geven. Door ‘eigen‘ levenservaringen te delen met de komende generaties, zonder hen te willen beleren of te bekeren.
Nog ruimer gedacht ben ik een vrij iemand wanneer ik besef dat ik een plaats inneem in de verborgen samenhang van àl het bestaande; dat de solidariteit die mij oneindig overstijgt tegelijk in mijn binnenste aanwezig is. Deze visie helpt mij verder te kijken dan het kringetje van mijn gevoelens, mijn religieuze afkomst, financiële belangen en [kerk-]politieke belangen.
           Daarentegen is -‘het ontbreken van vrijheid‘- een onoprechtheid, een drijfveer die een mens een toonbeeld kan maken van een beheerder die het idee heeft geen fouten te maken, veelal kent deze zichzelf grote verdiensten [en inkomen] toe en leidt een alles behalve heldhaftig en ascetisch leven. Dit soort beheerders-attituden is in de westerse kerkelijke cultuur vanaf de middeleeuwen in zwang geraakt en heeft de waarachtige christelijke verlichting van medeburgers/kinderen en schapen onderuit gehaald. Bisschoppen werden wereldse heersers, noemden zichzelf ‘prinsen van de kerk’ en er zijn er nog maar weinigen, die dáár inzicht in hebben. Misschien is het daarom wel dat er zich zoveel vluchtelingen uit het midden-oosten door onze Heer naar de Lage Landen worden gebracht, teneinde de westerse gevallen staat tot origineel voorbeeld te zijn. Aardige bijkomstigheid is dat zij in het midden-oosten van rechts naar links schrijven/lezen, terwijl wij hier in het westen precies de andere kant op als culturele schrijf-, leeswijze hebben meegekregen. Misschien komt de inhoud van de tekst dan wel veel beter over, nog los van het feit dat het aan het Aramees is verwant.
            De grootste fout die de vorige eeuw in de Kerk gemaakt is/was die van het Vaticaans Concilie, er werd hierbij naar een grotere vrijheid van de medeburgers/ de kinderen, schapen gestreefd. Verandering, zoals die veelal van bovenaf wordt georkestreerd, creëert de eerste stap, die uiteindelijk uitloopt op overbelasting en organisatorische chaos, deze hebben zoals is gebleken een sterke weerstand ontlokt bij de gelovigen, die het meest getroffen werden – zij lieten zich uiteindelijk massaal uitschrijven. Grote en kleine wijzigingen dienen beetje bij beetje te worden doorgevoerd op de juiste tijdstippen. Grote en kleine wijzigingen dienen geleidelijk en op het juiste tijdstip te worden ingevoerd, de gevolgen van de ‘massale snelle‘ invoer zijn immers niet meer terug te draaien.
    Zal God dan zijn rechtvaardigen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en 
laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het Geloof [nog] vinden op aarde?Luc.18: 7,8.

Teneinde de medeburgers/ de kinderen, schapen niet in chaos te laten belanden, hen nog enig spiritueel comfort te bieden is geen beheerder/toezichthouder/bisschop in staat hen te besturen, het enige wat nu nog helpt is een beleid dat geleidelijke “verandering zonder ophef/ eigendunk” tot stand brengt, dit houdt veelal in dat we teruggrijpen op bestaande vroeg-christelijke structuren. In deze periode na de geboorte van de Kerk was er geen sprake van ‘eersten zonder gelijken’ [Πρώτα χωρίς ίση, أولا دون المساواة], die op zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen maar ondergeschikt en minderwaardig vonden. De Kerk, in het westen, welke nominatie je ook noemt, heeft al snel met het veranderingsproces dienen te leren omgaan om terug te schakelen en terug te grijpen naar oorspronkelijke begrippen.

  • De indeling van het door de kerkvaders aangegeven, getijden-gebed, is door de westerse kerk verworpen en deze vooruitgang is vals, omdat de manier waarop er heden-ten-dage geïmproviseerd wordt – niet de reden onderschrijft, voor de aanvaarding van het gebed, omdat “de mens in tegenstelling tot de vroeg-christelijke mens gerechtvaardigd naar huis terugkeert. Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd wordenLuc.18: 14.
  • Het oorspronkelijke gebed wordt niet verworpen, zoals blijkt uit het ‘Onze Vader’, hetgeen ons door de Heer Zelf is voorgehouden:
      Bidt gij dan aldus: ‘Onze Vader die in de Hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd; Uw Koninkrijk kome; Uw Wil geschiede, gelijk in de Hemel alzo ook op de aardeMatth.6: 9.
    De acceptatie of afkeuring om aldus te bidden – is wat de improvisatie betreft ten opzichte van het terzijde schuiven – te wijten aan de mate waarin het hart een rol speelt, teruggrijpend op Isaiah:  Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat
    zij leringen leren, die geboden van mensen zijn
    Matth.15: 8.
      Het offer der goddelozen is een gruwel, hoeveel te meer, als hij het met boze bedoeling brengt. Een leugenachtig getuige zal omkomen, maar een mens die luistert, zal zegevierend sprekenSpr. 21: 27,28.

    Henoch wordt door God opgenomen uit de volkeren naar Gods eeuwig Licht.

    ”      Door het Geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij aan God welgevallig was geweest; maar zonder Geloof is het onmogelijk [God] welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken. Door het Geloof heeft Noach, nadat hij een godsspraak ontvangen had over iets, dat nog niet gezien werd, eerbiedig de ark toebereid tot redding van zijn huisgezin; en door dat [Geloof] heeft hij de wereld veroordeeld en is hij een erfgenaam geworden van de  Gerechtigheid, Die aan het Geloof beantwoordtHebr.11: 5-7.
    De opbouw en samenhang van de Kerk is niet onderworpen aan de weersomstandigheden, er geen sprake van een door God [de Heilige Geest] gegeven Mysterie van de Doop wanneer deze niet wordt opgevolgd door de deelname, de ontmoeting in Het Mysterie van de Eucharistie [het van jongs-af-aan ontvangen van de bijbehorende communie] en de erkenning van Het Heilige. Dit is – volgens de ritus van de vroeg-christelijke Kerk onlosmakelijk met elkaar verbonden.  Wie niet naar de oorspronkelijke vroeg-christelijke catechese wil luisteren, luistert niet alleen niet naar Christus Lichaam [de Kerk], maar geeft ruimte aan de tegenstrever om ons te laten vallen en is de vernietiging nabij, dat is onvermijdelijk. 

Onze Heer sprak:  Ziet toe en wacht u voor de zuurdesem der Farizeeën en SadduceeënMatth.16: 6. Wij zijn een erfgenaam geworden van de Gerechtigheid, wij, die aan het Geloof beantwoorden en het is een solide boetedoening voor ons dat Jezus Christus, de vleesgeworden God, uit de doden is opgestaan en opgevaren is naar de Hemel en dat Hij weer zal komen om levenden en doden te beoordelen en dat Hij ieder individueel mens persoonlijk de beloofde beloning of eeuwige straf zal schenken. dat is reden genoeg om waakzaam te blijven voor al datgene wat nodig is om tot het Hemels Koninkrijk toegang te krijgen. De oproep van het goddelijke voor ieder mens, geen nominatie of culturele achtergrond uitgezonderd. “     Bekeert u en een ieder van u dient zich te laten dopen op de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave van de Heiligen Geest ontvangen. Want voor u is de Belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn zovelen als de Heer, onze God, ertoe roepen zalHand.2: 38,39.
      En Crispus, de overste der synagoge, kwam tot Geloof in de Heer met zijn gehele huis en vele van de inwoners van Corinthe, die hem hoorden, geloofden en lieten zich dopen. En de Heer zei in de nacht door een gezicht tot Paulus: ‘Wees niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet; want Ik ben met u en niemand zal het op u toeleggen om u kwaad te doen, want Ik heb veel volk 
in deze stadHand. 18: 8-10. En de Paulus en Silas zeiden tot de gevangenbewaarder:”  Stel uw vertrouwen op de Heer Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis. En zij spraken het Woord van God tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren. En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mee om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen; en hij bracht hen naar boven in zijn huis en richtte een tafel aan, en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis tot het Geloof in God gekomen was”. Hand.16: 31-34.
    Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden” Matth. 16: 6.
De werking van de Heilige Geest dient voor de gehele geloofsgemeenschap ervaarbaar te zijn; ook is spiritualiteit niet bij voorkeur weggelegd voor gevoelsmensen, zij lopen juist het gevaar oppervlakkig te blijven zolang zij iets ervaren; spiritualiteit ligt namelijk iets dieper dan het gevoelsleven.
De definitieve uitstorting van de Heilige Geest is gegeven voor de gehele Kerk en voor alle tijden. De Kerk heeft hele periodes van geestvervaging gekend, maar toch is er altijd voor ieder een mogelijkheid aangeboden geweest om te delen in de volheid van de Heilige Geest.
Deze realiseert zich via onderricht en bewuste bezinning op de pneumatologie van de Blijde Boodschap [= de leer van de Heilige Geest]. 

Het spreken vanuit de Heilige Geest en de manier van leven, die gericht is op het Geloof, dat daarmee samenhangt komt nog maar sporadisch in voor het christelijk leven of wordt in het kerkelijk leven ervaren. We dienen ons derhalve af te vragen hoe we de toegang daartoe weer een betekenis kunnen laten krijgen tot ons dagelijks bestaan. Christus leert door de ‘Geest der Wijsheid’ in het hart en opent het verstand tot de ‘Geest der Openbaring’ in het Woord.

De verkondiging bij Lucas spreekt de waarschuwing van het zuurdesem uit in het bijzijn van duizenden mensen, die bijeengekomen waren, zodat zij elkander verdrongen, tot de apostelen; dit heeft een reden iedereen  het mag horen.
Ook in de apostolische opvolging bestaat huichelarij, en zo zegt onze Heer:
    Er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden, en verborgen, of het zal bekend worden. Daarom, al wat gij in het donker gesproken hebt, zal in het licht gehoord worden en wat gij aan het oor gezegd hebt, in de binnenkamer, zal van de daken gepredikt wordenLuc.12: 1-3.
Farizeeën en Sadduceeërs staan in de Blijde Boodschap bekend vanwege de slechte invloed die zij uitgeoefend hebben op het christelijke Geloof en zij hadden een grote invloed en zijn diep doordrongen naar alle gelederen en klassen; ook in onze tijd. Hun invloed, welke vanwege hun gezag geen tegen-kracht/woord dulden – de ‘vrije stijl en houding‘ werd door hen de kop in gedrukt –  gaf ruimte aan de onzin, waarmee zij een dermate invloed op het systeem uitoefenen dat dit hen tot onvervalste gevaarlijke leraren heeft gemaakt.
Het is/was dezelfde perverse blindheid die hen ertoe leidde om Jezus als Messias af te wijzen, ondanks alle bewijzen die ten behoeve van hun ommekeer waren aangedragen. Paulus zegt daarom tot de Galaten:
    Gij liept goed. Wie is u in de weg gekomen, dat gij aan de Waarheid niet meer gehoorzaamt? Die overreding kwam niet van Christus, Die u roept. Een weinig zuurdeeg maakt het gehele deeg zuur. Ik voor mij ben van u overtuigd in de Heer, dat gij geen andere mening zult hebben. Maar wie u in verwarring brengt, zal zijn straf hebben te dragen, wie hij ook zijGal.5: 7-10. en tot de inwoners van Corinthe: “    Uw roem deugt niet. Weet gij niet, dat een weinig zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt? Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn; gij zijt immers ongezuurd. Want ook ons paaslam is geslacht: ‘Christus’1Cor.5: 6,7.
Elders maakt Christus een onderscheid tussen wat deze leerkrachten hebben geleerd en wat zij in deze op hun eigen gezag of door de praktijken waar zij zich zoal mee bezig hielden:
            De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben zich gezet op de stoel van Mozes. Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel, maar doen het niet. Zij binden zware lasten bijeen en leggen die op de schouders der mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren. Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen, want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot, zij houden van de eerste plaats bij de maaltijden en van de erezetels in de synagogen en van de begroetingen op de markten en om door de mensen rabbi genoemd te worden. Gij zult u niet rabbi laten noemen; want één is uw Meester en gij zijt allen broeders. En gij zult op aarde niemand uw vader[tje] noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de Hemelen is. Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, ‘de Christus’. Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar 
zijnMatth.23: 1-11.
Indien u geeft en uw mening over iets geeft, doe het dan ‘in liefde voor Christus’ en indien u vergeeft, doe dat dan ‘in Christus’ en laat ten slotte een eventuele be- of ver-oordeling ook aan ‘Hem’ over.
Christus zal over ons oordelen naar de mate waarin wij zelf vergevingsgezind zijn en dat is wanneer wij Hem onze eigen ongerechtigheden bekennen en wij onze houding tegenover onze eigen zonden veranderen.

Apolytikion     tn.2

“     Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.

En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,

riepen alle Machten der Hemelen:
‘Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U’“.

Kondakion     tn.2
“     Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser

en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.

De doden verrezen en heel Uw Schepping
verheugt zich samen met U.

Ook Adam jubelt en het Heelal mijn Verlosser,

zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion      tn.2
“    Onbegrijpelijk en hoog-Heerlijk zijn alle Mysteriën

Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.

Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,

zijt gij waarlijk Moeder geworden
 
en hebt gij de Ware God gebaard.

Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost”.

 

Augustus 15e – De ontslaping van de Moeder Gods en AltijdMaagd gebleven Maria

    Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp. En een vrouw, Martha geheten, ontving Hem in haar huis. En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten naar zijn woord luisterde.
      Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen. En zij ging bij Hem staan en zei: ‘ Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen’. Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
     ‘ Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts een; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen’.
       En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei: ‘Zalig de schoot, die U heeft gedragen en de borsten, die Gij hebt gezogen’.
Maar Hij zei: ‘Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren’“.
Luc.10: 38-42; 11: 27-28

Eenheid met Christus

    Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de gestalte Gods zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan de [gewone] mensen gelijk geworden is.
En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood van het Kruis.
      Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de Naam van Jezus zich alle knie [zich] zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn en alle tong zou belijden:  ‘Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!Phil.2: 5-11.

Horen, wie horen wil
 
Zalig zijn zij, die het Woord Gods horen en het bewarenLuc.11: 28.
Wat horen wij dan?, Wat zien wij?; luistert:

Wij gelovigen weten dat God de Hemelen en de aarde schiep, deze was woest en leeg en er was slechts duisternis over de getijden en de Geest van God zweefde over de wateren conf. Gen.1: 1,2. Omdat God uit niets anders bestaat dan wat goed is, God is immers Liefde, wilde God leven buiten Zichzelf scheppen, want Hij verlangde dat Zijn Liefde zou stromen en van buiten Hem naar Hem terug zou keren, in een eeuwigdurende kringloop die Hem de hoogste vreugde zou bereiden.
    Slechts datgene wat “Leven” inhoudt kan “Liefde” laten doorstromen, want het diepe wezen, de essentie, de brandstof van het Leven is de Goddelijke Liefde.  Zo schiep God de engelen en begiftigde hen met Zijn volkomen heilige Liefde, die hen in staat stelde om het ware Goddelijk Leven in zich in stand te houden. Zo werden de hemelen bevolkt met het doel heeft, een volmaakte aaneenschakeling van Licht.
Het  Licht is de Zijns-toestand van God, hetgeen we vorige week op de berg Thabor hebben ervaren, een toestand die bestaat uit Zijn volmaakte Wijsheid en het vermogen om “Leven” in de volmaakte Goddelijke Liefde in stand te houden.
Het Licht/Leven is het vermogen om alle dingen te zien zoals zij werkelijk zijn.
Voor de geschapen zielen is het dus ook het vermogen om zichzelf te zien zoals zij werkelijk zijn met betrekking tot God; “Licht” is daardoor eveneens het vermogen om de “Liefde” met alles en iedereen, die er bestaat heel “Heilig” te houden.

De Heilige Liefde van de Vader voor z’n kind; الحب المقدس هو المصدر الوحيد للحياة

De waarachtig “Heilige Liefde” is de gesteldheid waardoor de ziel in staat is om God te erkennen als “enige Bron van alle Leven” en Hem daarom boven alles, dus ook boven zichzelf, te stellen, en alle handelingen, gedachten en verlangens op Hem te richten, dit wil zeggen: ernaar te streven dat alles wat in de eigen ziel omgaat en wat van haar uitgaat, uitsluitend het doel heeft,
Gods intenties te verwezenlijken’.

Op de laatste dag van de schepping zei God: “ Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als 
onze gelijkenisGen.1: 26. Hij beëindigde Zijn Goddelijk werk met een persoonlijk en passend geschenk, een dienst aan Zichzelf.
God formeerde de mens uit de aarde en gaf hem leven door Zijn levensadem met hem te delen conf. Gen.2: 7. De mens is daarom uniek in de hele schepping en heeft daarom een materieel aspect [lichaam] en een immaterieel aspect [ziel/geest] en stijgt daarom boven de schepping van God uit.
Het “evenbeeld” of de “gelijkenis” van God betekent, in de meest eenvoudige zin, dat wij gemaakt zijn om op God te lijken. Adam leek niet op God omdat God vlees en bloed zou hebben.
Christus maakt ons via Zijn Woord tot de Samaritaanse vrouw duidelijk: “ God is geest en wie Hem aanbidden, dienen Hem te aanbidden in geest en in waarheidJohn.4: 24 en God bestaat daarom zonder lichaam. Maar in het menselijk lichaam wordt vanaf Adam het “Leven van God” weerspiegeld, omdat hij met een perfecte gezondheid werd geschapen en niet zou sterven.
Het evenbeeld van God slaat op het immateriële aspect van de mens.
Het onderscheidt de mens van de dierenwereld, maakt hem geschikt voor de “heerschappij” die God in gedachten had Gen.1: 28 en stelt hem in staat om met zijn Schepper te communiceren. Het is een mentale, morele en sociale gelijkenis.

    Mentaal gezien werd de mens als een rationeel persoon, die een actieve rol speelt in het Goddelijk proces, met een vrije wil geschapen. Met andere woorden: de mens heeft een rede en kan keuzes maken. Dit is een afspiegeling van Gods intellect en vrijheid.
Steeds wanneer een mens iets nieuws uitvindt, een boek schrijft, een landschap schildert, van een symfonie geniet, een rekensom maakt of een huisdier een naam geeft, dan verkondigt hij of zij het feit dat wij naar Gods evenbeeld zijn geschapen.

    Moreel gezien werd de mens in rechtschapenheid en perfecte onschuld geschapen, een weerspiegeling van Gods heiligheid. God bekeek alles wat Hij gemaakt had [inclusief de mens] en noemde dit “zeer goedGen.1: 31. Ons geweten of onze “morele richtingaanwijzer” is een overblijfsel van die oorspronkelijke toestand. Steeds als iemand een wet opstelt, zich van iets kwaadaardigs afwendt, goed gedrag prijst of zich schuldig voelt, bevestigt hij of zij het feit dat wij naar Gods evenbeeld zijn gemaakt.

    Sociaal gezien werd de mens geschapen om in gemeenschap met anderen te leven. Dit weerspiegelt Gods drieledige aard en Zijn liefde. In de hof van Eden, het aards paradijs, was de relatie met God de primaire relatie van de mens.
Gen.3: 8 betrekt ons in de gemeenschap met God en God schiep de eerste vrouw omdat het “niet goed is dat de mens alleen isGen.2: 18. Steeds wanneer iemand zich via een huwelijk met een nader verbindt, een vriendschap sluit, een kind knuffelt, of een kerk bezoekt, toont hij het feit dat de mens naar het evenbeeld van God is geschapen.
God heeft in de loop der tijden vele zaken [Mysteriën] voltrokken die bevorderlijk zijn voor het Heil van de zielen. Hij beoogt immers slechts één ding: dat zoveel mogelijk zielen de Eeuwige Gelukzaligheid in Zijn Tegenwoordigheid zouden kunnen beërven. God, onze Schepper heeft Zich echter door één regel laten binden: ‘De Wet der Goddelijke Gerechtigheid moet worden vervuld en elke menselijk ziel dient uit vrije wil te beslissen of zij de geschenken/de Genadegaven van haar God al dan niet in zich wil opnemen’.

Tot de allergrootste wonderen behoort zonder de geringste twijfel het unieke voorrecht van een mensenziel, de Moeder van de Tweede Goddelijke Persoon [onze Heer, Jezus Christus] te worden, en de voorbereiding door dewelke de ziel in staat kon wordt gesteld om Tabernakel of Draagster van de Allerheiligste te zijn.
Met dit Mysterie verbond de Meesteres van alle zielen Haar hoedanigheid als Ark van het Nieuw Verbond. Bij de joden van het Eerste [Oude] Verbond was de Ark een soort “draagkist”, waarin datgene werd bewaard dat voor de joden gold als symbolen voor de Tegenwoordigheid en de Werking van God.
De Meesteres van alle zielen noemt Zich niet slechts “Ark van het Verbond”, doch uitdrukkelijk “Ark van het Tweede [Nieuwe] Verbond” en wijst er daardoor op, dat Zij door God niet “slechts” tot Tabernakel, Draagster en “Schatkistje” van de Allerheiligste werd gemaakt, doch tevens tot Tabernakel van de Nalatenschap van Christus.
Precies op deze basis is immers Haar roeping gegrondvest om als Meesteres van alle zielen te onderrichten en zoals Zij zo treffend wordt weergegeven, de kennis der zielen van de ‘Leer van Christus’ te verdiepen en hun vermogen om deze Leer in hun dagelijks leven zo doeltreffend mogelijk toe te passen, in de hoogst mogelijke mate te vergroten.

Theotokos, visie van Christelijke eenheid

En wat de mens er ook van gemaakt heeft, in z’n oorlogen, in z’n woestijnen, op z’n puinhopen, in z’n verzet “God troost Zijn Volk  maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof des Heren; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en klanken van gezang.  Luistert naar Mij, Mijn volk, en Mijn natie, neig uw oor tot Mij. Want een wet zal van Mij uitgaan en Mijn recht zal Ik stellen tot een Licht der volkeren. Mijn Zege is nabij, Mijn Heil treedt te voorschijn, en Mijn armen zullen de volken richten; op Mij zullen de kustlanden wachten en op mijn arm zullen zij hopenIsaiah 51: 3-5.
    En de volken zullen weten, dat het huis van Israël [de Kerk] om zijn ongerechtigheid in ballingschap is gegaan; omdat zij Mij ontrouw geworden waren, had Ik mijn aangezicht voor hen verborgen en hen overgegeven in de macht van hun tegenstanders, zodat zij allen door het zwaard vielen. Naar hun onreinheid en hun overtredingen heb Ik hen behandeld en Mijn Aangezicht voor hen verborgen. Daarom, zo zegt de Heer der Heerscharen, nu zal Ik een keer 
brengen in het lot van Jacob en Mij ontfermen over het gehele huis van Israël en ijveren voor Mijn Heilige NaamEzech.39: 23-25

Annunciatie; en zij werd de ‘God’-barende

En dan klinkt in een achterkamertje van Nazareth de stem van de Theotokos, de Moeder Gods,Ik heb vernomen, Heer, het Mysterie van Uw Heilsorde; ik heb Uw Werken begrepen, daarom verheerlijk ik Uw Godheid”.
En Zij zingt de Ύμνοι εις την Θεοτόκον’, die wij dagelijks zingen:
  Mijn ziel verheft de Heer en gejuicht heeft mijn geest in God, mijn Redder.
U, eerbiedwaardiger dan de cherubijnen en onvergelijkelijk glorierijker dan de serafijnen,
Want  Hij  heeft  neergezien  op  de  nederigheid  van  Zijn  dienstmaagd, want zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen.
Want de Machtige heeft grote dingen aan mij gedaan, en heilig is Zijn Naam,  en Zijn barmhartigheid gaat van geslacht tot geslacht over hen die Hem vrezen.
Hij  heeft  Kracht  getoond  met  Zijn  arm, verstrooid de hoogmoedigen van hart.
Machtigen heeft Hij van hun troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd,  hongerigen heeft Hij met goede gaven vervuld en rijken zond Hij met lege handen weg.  Hij  heeft  Israël,  Zijn  dienaar,  bijgestaan  zoals  Hij  gesproken  heeft  tot onze vaderen: Zijn barmhartigheid indachtig voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid”.
Magnificat uit tekst Orthros, vert. klooster ‘Geboorte van de Moeder Gods’, Asten

De kerk belijdt dat Maria werkelijk de Moeder Gods [de Theotokos] is.
In de Blijde Boodschap wordt zij genoemd als ‘de moeder van onze Heer‘ [John.2: 1;19: 25], en haar Zoon is een kind van de Heilige Geest [Matth.1: 20; Luc.1: 35].
Haar nicht Elizabeth benoemt haar als ‘moeder van mijn Heer‘ [Luc.1: 43].
Haar Zoon is als mens geboren maar is tevens Niemand anders dan de eeuwige Zoon van de Vader, de tweede persoon van de Heilige Drie-eenheid, door haar ontvangen van de heilige Geest. De Kerk gelooft dat Maria was voorbestemd om de Zoon van God te baren -en zo moeder van God te zijn-. Teneinde Zijn Zoon ook waarlijk mens te laten zijn heeft God de vrijwillige medewerking van een schepsel gewild.
‘Door de volledige overgave van de Godbarende, de Theotokos, aan de wil van de Vader, aan het verlossingswerk van zijn Zoon en aan iedere ingeving van de heilige Geest is de maagd Maria voor de kerk het voorbeeld van Geloof en Liefde’.
Maria, de Moeder Gods wordt in de Kerk vereerd als de ‘alom geheiligde‘. ‘Zij is het aller-verhevenste en zeer uitzonderlijke lid van de Kerk’, zij is zelfs de voorbeeldige verwezenlijking, ‘het beeld’ van de kerk’
Ook na haar ontslaping blijft de Theotokos Haar heilbrengende taken uitoefenen; Zij wordt vereerd als ‘voorspreekster, helpster en middelares’.
Tot haar bescherming nemen gelovigen in al hun gevaren en noden hun toevlucht.
Hoewel de verering van de Moeder Gods een heel bijzonder karakter heeft, verschilt zij wezenlijk van de eredienst van aanbidding van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.  De verering van Maria krijgt uitdrukking in liturgische feesten die de aanbidding van God bevorderen.
Al eeuwen lang vierde de Kerk van Oost en West op 15 augustus het ‘ontslapen‘ van Maria, waarbij expliciet of impliciet erbij geloofd werd dat het lichaam van de Moeder Gods ‘het bederf niet heeft gezien‘.
De ontslaping en het ongeschonden [‘het bederf’ niet gezien hebbende] van de Theotokos is dus geen bijkomstigheid die je al dan niet in je “geloofspakket” kunt opnemen. Het behoort tot de intiemste leerstellingen van de Kerk
Waarom is het feest de ontslaping  van de Moeder Gods zo belangrijk? Omdat Maria ons in alles is voorgegaan. Zij is de nieuwe Eva, het beginpunt en het sluitstuk van het grote geheim van Gods menswording. En daar draait het om in ons christelijk Geloof, immers : “Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoondJohn.1: 14

De Theotokos is onlosmakelijk verbonden aan ons Geloof, want via haar is de menswording van God mogelijk geworden. Door haar jawoord werd zij de nieuwe Eva, de maagdelijke aarde waaruit de nieuwe Adam werd gevormd. In de Moeder des Heren zien wij het werk van de Goddelijke Genadegaven volmaakt gerealiseerd.
Het is dan ook passend dat zij die eer zou ontvangen die haar als Moeder van de Heer toekomt.
Eert uw vader en uw moeder“, heeft God immers zelf als een van de Tien Woorden meegegeven. Welke grotere eer kon onze Heer en Verlosser Zijn eigen Moeder meer geven dan haar deelachtig te maken aan Zijn eigen Mysterie van Zijn Verrijzenis en Hemelvaart?
Zo is de Theotokos voor ons als een voorbeeld meegegeven van datgene wat Christus ons voorhoudt:
            Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij. Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op Zijn troonOpenb.3: 20,21.
De Theotokos heeft op voorhand dit unieke privilege, het doel dat voor alle rechtvaardigen is bestemd bij de verrijzenis der doden.
Omdat Maria de “Moeder is van de Kerk“, dat wil zeggen: van alle verlosten.
Van op het kruis gaf Jezus haar ons, toen hij tot Johannes zei: “Ziedaar uw moeder” John.19: 27. Zij is ons model in de schikking van de Genadegaven.
Wat Jezus in haar heeft bewerkt, wil Hij in ons allemaal bewerken: Zijn eigen verheerlijking, tot Glorie van en Eer aan God de Vader, want
“Eén is Jezus Christus, Eén is Heer, tot eer aan God, de Vader!” uit Goddelijke Liturgie.
  Zalig zijn zij, die het Woord Gods horen en het bewarenLuc.11: 28.
Zingt de Heer een nieuw lied; Zijn lof zal weerklinken in de Kerk der heiligen. Opdat Israël zich over zijn Maker; dat de kinderen van Sion juichen over hun Koning. Dat zij met koorzang Zijn Naam loven; Hem bezingen met bekkens en psalter. Want de Heer heeft behagen in Zijn volk; Hij verheft de zachtmoedigen tot verlossing. Dat de gewijden zich beroemen in heerlijkheid; dat zij juichen op hun rustplaatsPsalm 149: 1-5.

Apolytikion     tn.1
    Hoewel Gij gebaard hebt, zijt gij Maagd gebleven
en naar uw sterven hebt gij de wereld niet achtergelaten, Moeder Gods.
Gij zijt opgegaan tot het Leven, ‘Moeder van het Leven’
en door Uw gebedebn redt gij onze zielen van de dood
”.

Kondakion     tn.2
    De Moeder Gods, die onvermoeibaar onze voorspraak is
en onze onwankelbare hoop door haar gebeden,
werd door graf noch dood overwonnen.
Want als Moeder van het Leven
heeft Hij haar overgebracht naar het Leven
Die eens woonde in haar maagdelijke schoot
”.

De Machten der Engelen waren buiten zichzelf, toen zij in Sion hun eigen Meester zagen, Die in Zijn armen droeg de ziel van een vrouw. Want tot haar, die Hem maagdelijk geboren had, sprak Hij als een Kind: Kom, Eerbiedwaardige, heers in Heerlijkheid met Uw Zoon en God.
Het Koor der Apostelen omringde uw lichaam, die Tempel Gods, aanschouwde het met ontzag en zong met klankrijke stem: Gij die opgegaan zijt naar het bruidsvertrek van de hemel bij Uw Zoon, Moeder Gods, red altijd uw erfdeel
Uit Meneon blz 447 uitg. ROK. Johannes de Doper, ‘s-Gravenhage.

10e Zondag na Pinksteren – afscheid van het feest van Transfiguratie en de genezing van de maanzieke jongen

Christus geneest maanzieke ​​jongen, afb. William Brassey.

      Er kwam iemand tot Christus, knielde voor Hem neer en zei:            ‘ Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water. En ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen’.
      Jezus antwoordde en zei: ‘O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng hem Mij hier’. En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af.
     Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren:
‘Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?’.
     Hij zei tot hen: ‘Vanwege jullie kleingeloof. Want voorwaar, Ik zeg jullie, indien je een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u van hier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn. Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten’.
     Terwijl zij samen in Galilea verkeerden, zei Jezus tot hen: ‘De Zoon van de mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen en zij zullen Hem ter dood brengen en ten derden dage zal Hij opgewekt wordenMatth.17: 14b-23b.

Zelfreflectie – استبطان – ενδοσκόπηση

      Want het schijnt mij toe, dat God ons, apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen.  Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.  Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven; wij verrichten zware handenarbeid;
worden wij gescholden, wij zegenen;
worden wij vervolgd, wij verdragen;
worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk;
wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe.
Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Want al hadden jullie duizenden opvoeders in Christus, jullie hebben niet vele vaders. Immers, ik heb u in Christus Jezus door het evangelie verwekt. Ik vermaan u dus: ‘volgt mijn voorbeeld’1Cor.4: 9-16.

Transfiguratie

Een absoluut hoogtepunt in de Blijde Boodschap is de beklimming van de berg Thabor, waar de Transfiguratie plaatsvindt.
Daar is ‘de Hemel’ voor dat moment open gegaan en heeft Christus Zich in ‘Zijn Ware Gedaante’ getoond als ‘de Verheerlijkte’ op de berg in het bijzijn van de profeten Mozes en Elia.
Nog voordat Zijn Licht van Pascha is het ‘Licht van Pascha’ al aan de drie medeleerlingen verschenen, ja, nog voordat Christus aan Zijn lijdensweg is begonnen: een ervaring, die een Mystieke eenheid, verbondenheid heeft opgeroepen.
Maar de werkelijkheid, het echte leven daar beneden aan de voet van de berg; daar is nog niets veranderd, daar kom je weer met beide voeten op de grond.

lunatism, جنوني, ανισόρροπος

Op hoogtepunten volgen ook dieptepunten, daar behoef je geen profeet voor te zijn, het leven is immers een golfbeweging. Maanziekte of lunatisme is een vermeende geestesziekte waarbij mensen door stemmings-wisselingen zouden worden getroffen wanneer de maan in haar schijntoestand van volle maan verkeert en deze heeft up’s en down’s tot gevolg.
Ook zou het gaan om mensen die erg wispelturig zijn en continue van stemming veranderen, een bipolaire stoornis hebben, die ook wel een manisch-depressieve stoornis genoemd wordt.
De oude Grieken hadden hier een remedie tegen door het eten van knolselderij voor te stellen – selderij sélion, afgeleid van sélène, wat maan betekent.
Maanziekte is niet wetenschappelijk bewezen; het is een folkloristisch geloof dat teruggaat tot de oudheid en zelfs de prehistorie. De Engelse termen lunacy [= gekte] en lunatic of loony [“gek”] stammen af van dit geloof in maanziekte.
Ook werd slaapwandelen en epilepsie werd met de invloed van de maan in verband gebracht.

Wij zijn allemaal wel eens ontmoedigd, het is iets wat algemeen voorkomt; ook christenen kunnen ontmoedigd raken, het is iets wat steeds weer de kop op steekt. We kunnen ook elkaar aansteken, je zou kunnen zeggen dat het aanstekelijk is, doordat wij andere mensen kunnen ontmoedigen, doordat je zelf ontmoedigd bent.

opgraving – Herbouwen van muur rond Jeruzalem onder leiding van profeet Nehemia

Maar waardoor geraken mensen ontmoedigd?
1.]. Allereerst hangt het samen met vermoeidheid. De mensen uit Juda ten tijde van de profeet Nehemia, die de muur van Jeruzalem aan het bouwen waren zeiden: “    De kracht van de dragers schiet tekort en er is teveel puin en stof, zodat wij aan de muur niet zullen kunnen bouwen. 
Onze tegenstanders echter zeiden: ‘Zij zullen het niet gewaarworden, tot wij in hun midden komen, hen doden en op die manier zullen wij het werk doen ophouden’”. “En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons weerkeertNeh.4: 10-12.
Met andere woorden zij waren uitgeput.
Soms komen er mensen op ons pad, die zeggen: “     Misschien moet ik m’n leven wel weer helemaal opnieuw aan de Heer toewijden”. Hun werkelijk probleem is echter dat zij totaal opgebrand zijn. Uit allerlei problemen is op te maken dat zij rust nodig hebben. Soms is dan het meest geestelijke wat je kunt doen – gewoon naar bed gaan en jezelf ontspannen, of zo het binnen je budget past, er een een periode tussen uit gaan.
     Wanneer steken vermoeidheid en ontmoediging de kop op?
Wanneer je halverwege een project bent, zoals de Judeeërs bij het bouwen van de muur.  Bij de aanvang van een verbintenis/ een project is iedereen enthousiast, het is immers iets nieuws, maar na een tijdje is het nieuwtje eraf en wordt de inzet moeilijker, omdat het eentonig wordt. Het leven wordt een sleur, vervolgens wordt het een routine en vervolgens een ritueel, ook in huwelijken.
     Heb je wel eens een kamer behangen, eerst zwoegen om die oude lagen eraf te krijgen, oneffenheden egaliseren, voorstrijken vanwege het vliesbehang. Wanneer je halverwege bent, kijk je om je heen en zegt: ‘Ik wordt het al zat en ik ben nog maar op de helft. En dat alleen, maar wanneer ik klaar ben, moet ik ook nog assauzen in de goede kleur en al die troep opruimen’.
Vermoeidheid is de grootste oorzaak van ontmoediging en het overkomt je vaak halverwege; dat is de reden waarom veel mensen er niet toe komen een klus volledig af te maken.

opgraving muur Jeruzalem; er is teveel puin en stof

2.]. Er is een tweede oorzaak waardoor een mens ontmoedigd kan geraken. Zoals het Joodse Volk zei: “   Er is teveel puin en stof; we zijn niet in staat de muur te bouwenNeh.4: 10. Dat is omdat zij gefrustreerd raken – “ In het zweet van jouw aanschijn zul je brood eten, totdat je tot de aardbodem weerkeert, omdat je daaruit genomen bent; want stof ben jij en tot stof zul je weer-kerenGen.3: 19. Zij waren ontmoedigd en gefrustreerd – wat een puin en stof – ze waren een nieuwe muur aan het bouwen, maar er lag over wel wat, gehakt afval van de stenen, lege zakken en opgedroogd cement, een en al viezigheid en het kleeft nog aan je huid en kleren. Ze verloren het doel uit het oog; er was zoveel troep in hun leven ontstaan, dat ze niet meer wisten even-wichtig voort te gaan; laat staan dat ze wisten hoe zij verder te gaan met de dingen, die er wel toe deden. Het lijkt wel – naarmate je verder gaat – dat de rommel, die je zelf veroorzaakt zich steeds verder ophoopt, dat je geen lucht meer krijgt.
Je kunt onmogelijk voorkomen dat de rommel zich in je leven opstapelt – het zijn de alledaagse dingen, die je tijd verspillen en je energie opvreten en je dermate gaan frustreren, dat je niet langer meer de persoon bent, die je wilt zijn – die je ervan weerhouden datgene te doen wat noodzakelijk is. De rommel in je dingen zijn zaken, die je in de weg staan, de onderbrekingen, die je weerhouden om je doel te bereiken. Dit zijn zaken, die we uit ons leven dienen op te ruimen.
3.]. De derde oorzaak waardoor de mensen ontmoedigd raken wordt eveneens vermeld: “ Wij zijn niet in staat de muur te bouwen”. Weet je wat dat wil zeggen, je begint te twijfelen, je hebt geen vertrouwen meer in jezelf: je denkt “dat kan ik niet, dat is mij onmogelijk, het was dom van mij om het te proberen”. Het Joodse Volk begon te klagen, geraakten ontmoedigd en zeiden: “We kunnen het niet, dus stoppen we er maar mee”.
     De vraag is nu – hoe ga je met eigen falen om; ga je over tot zelfmedelijden. Begin je zitten te kermen en te klagen als het Joodse Volk en gooi je het bijltje erbij neer? Nou dan ga ik maar scheiden, zoek de eerste de beste therapeut om dit te bevestigen en vervolgens eenzaamheid en opnieuw zelfbeklag, tot je een volgend slachtoffer als partner vindt.
     Of je geeft ‘de ander’ de schuld – iedereen liet ‘mij’ zitten – ‘zij’ hebben steken laten vallen en ‘hun werk’ niet goed gedaan.

Jeruzalem ten tijde van profeet Nehemia

4.]. Er is een vierde oorzaak, waardoor mensen ontmoedigd geraken.
    Onze tegenstanders echter zeiden: ‘Zij zullen het niet gewaarworden, tot wij in hun midden komen, hen doden en alzo zullen wij het werk doen ophouden’Neh.4: 11.
Zowel in het beloofde land van de Joden als in de Lage landen zijn er tegenstanders, die niet willen dat er een muur gebouwd wordt, dat een en ander succesvol verloopt. Een muur rond de stad houdt tevens in dat de stad/ het levensproject/het Verbond verdedigd wordt en ‘iedere’ stadsgenoot zich veilig weet en daarom willen de tegenstrevers niet dat de muur wordt afgemaakt. Dus wordt er door de omgeving door ‘deze of gene’ dingen uitgehaald waardoor het project op niets uitloopt en wordt de onderlinge samenwerking bedreigd waardoor de overeenkomst om het project/het Verbond tot een goed einde teniet wordt gedaan – zij doden je tenslotte wanneer jij het project toch voortzet.
De bouwers [van de muur] geraken ontmoedigd door de vierde oorzaak van de ontmoediging -“ANGST”-. Het waren de joden die bij hen woonden [Neh.4: 12], de Joden, die het dichtst bij de vijand woonden. Vervolgens ontmoedigden zij de anderen door te zeggen: “We zullen niets merken, totdat ze in ons midden zijn en ons zullen doden”. Je weet wat er gebeurt wanneer je maar lang genoeg met een tegenwerkend persoon omgaat; “waar je mee om gaat, daar wordt je mee besmet”. Dus weet wie je vrienden en vriendinnen zijn, wanneer je het moeilijk hebt. Wanneer je steeds van iemand [die misschien wel in hetzelfde schuitje zit] te horen krijgt: ‘Dat gaat je nooit lukken’, zul je hem/haar uiteindelijk gaan geloven. Dat is het gevaar van een echtscheidingsmakelaar of ‘Mediation’ zoals zij dat tegenwoordig noemen, dat is ‘geen‘ bruggen slaan – ‘geen‘ moeilijkheden overwinnen, maar valkuilen graven.
Het verschil tussen winnaars en verliezers – zij, die hun 50 jarig jubileum behalen is dat winnaars het falen slechts zien als een tijdelijke tegenslag, die overwonnen dient te worden.
Zijn er angsten, die je ervan weerhouden te groeien en jezelf te ontwikkelen?
Ben je bang voor kritiek van een werkelijke hulpverlener òf ben je bang om voor schut te staan, wat zal die andere ‘gewijd persoon’ er wel niet van denken? Bent u nu werkelijk zo naïef dat u de enige bent, die met dit soort problemen rond-loopt. Hoe kom je er achter dat angst de oorzaak is van je ontmoediging, dat het jouw probleem is?
Je hebt de neiging om hard weg te lopen – je wilt ontsnappen aan de druk van het leven; de natuurlijke reactie is dan – ‘wegwezen’, ontlopen die handel. Er zijn in het leven maar drie manieren van bewegen: ‘tegen’ iets uit boosheid, ‘weg’ uit iets ‘uit de angst‘ en ‘samen’ met iets ‘vanuit liefde‘.
Een Profeet blijkt hier de enig overgebleven leider, geleid door de Heilige Geest van God. Hij had zich werkelijk in het probleem verdiept en wist waardoor de mensen ontmoedigd waren en daardoor kwam hij met de juiste maatregelen om het probleem uit de wereld te helpen. Er zijn drie manieren om mensen bij te staan, die op het punt staan een verbintenis op te geven: “reorganisatie, herinnering en verzet”.

Wederopbouw van de muren van Jeruzalem

Re-organisatie, is het opnieuw en anders inrichten van een georganiseerde groep mensen ten einde te overleven. Met andere woorden: we gaan het hier helemaal anders doen; we voeren een nieuw systeem in.
Jullie gaan daar staan en jullie op deze plek en wij [buitenstaanders] zullen dit probleem wel eventjes voor jullie oplossen.
          Het eerste principe in het overwinnen van ontmoediging is dit:
reorganiseer je leven, de manier waarop je alles tot nog toe deed wordt –
stukje bij beetje– onderzocht en er wordt . . . . .  gezamenlijk– overlegd.
Je begint met vast te stellen wat –je doelen zijn– wanneer je ontmoedigt raakt, dien je niet je oorspronkelijke doelen op te geven; in tegendeel, bedenk –
een andere– aanpak.
Het wil niet zeggen dat je het verkeerde doet; je kunt het goede doen, maar op de verkeerde manier. Was het verkeerd dat de Joden de muur bouwden? Helemaal niet; het was goed.
Ze deden het goede echter op de verkeerde manier, waardoor ze ontmoedigd werden. 
          Heb je een probleem? Verander dan je leven, reorganiseer het.
Heb je problemen in je huwelijk? Geef niet op, probeer een ander houding aan te meten.
Heb je problemen in je kerkgemeenschap? Probeer een andere aanpak, niet zeggen bij mij thuis loopt het niet goed, dus het probleem wat ik met kerkfabrieken heb zal ik in dat andere land ‘anders’ aanpakken, ik leg het ze gewoon op, zonder enige vorm van overleg met het gelovige volk.
Heeft u problemen met uw geestelijk leven, geef niet op probeer een andere manier bij het invullen van je gebedsleven. Heb je gezondheidsproblemen, probeer een andere arts – geef niet op, ga door met doorgaan.

Bombardement 1695

          Enkelen van ons zijn ontmoedigd omdat ze onder enorme druk staan; ze hebben ongelooflijk veel werk – een overvolle agenda – door de bomen het bos niet meer zien.
Gods boodschap is dan ‘reorganiseer‘.
Reorganiseer je tijd, verander je schema; richt je op een andere manier op je doel. Verwijder alle rommel, puin en onbelangrijke dingen, de dingen waarmee je je tijd verspilt. Reorganiseer de dingen daarna dusdanig dat je naar je hoofddoel toewerkt.
In het tijdsmanagement noemen ze dit ROI-tijd – ‘Return On Investment’ [optimale opbrengst zien te behalen uit datgene wat je investeert].
We besteden namelijk 80% van onze tijd aan de 20% van onze bezigheden, die niet productief zijn; met gevolg frustratie. Wat we dat dienen te ondernemen is: 8o% van onze tijd te besteden aan de 20% van ons werk die het meeste resultaat heeft. Met andere woorden gebruik de maximale tijd voor die paar zaken, die de beste resultaten opleveren.
We hebben medechristenen nodig om elkaar te ondersteunen en op te richten. Wanneer ik het niet meer zie zitten, weet ik wie mij ondersteunt en wanneer jij het niet meer ziet zitten steun ik jou; dat noemt men supporting. Het is daarbij nodig dat dit zo dicht mogelijk op de werkvloer plaatsvindt – want daar wordt opgemerkt wat de noden zijn. Daar wordt meegeleden met de behoeftigen en de dorstenden, daar is aandacht voor hen die vallen.
Wederom aanschouwde ik een ijdelheid [hoogmoed] onder de zon: Daar is er een zonder metgezel, ook zoon of broeder heeft hij niet, en er is geen einde aan al z’n zwoegen; ook worden z’n ogen niet verzadigd van rijkdom; Voor wie tob ik mij dan af en ontzeg ik mij het goede? Ook dit is ijdelheid [hoogmoed] en een kwaad ding. Twee zijn beter dan een, omdat zij een goede 
beloning hebben bij hun zwoegen. Want, indien zij vallen, dan richt de een de ander weer op; maar wee de ene die valt zonder dat een metgezel hem opricht! Ook indien er twee neerliggen, zullen zij warm worden, maar hoe zal één alleen warm worden?  Kan iemand er een overweldigen, twee zullen tegenover hem kunnen standhouden; en een drievoudig snoer wordt niet spoedig verbrokenPred.4: 7-12.
In deze is de Liefdesband van de Heilige Drie-eenheid een al-oud christelijk begrip. “    Wanneer je geen liefde hebt voor anderen, beteken je niets1Cor.13. en wat je niet hebt, dat kun je niet geven.

Gods Woord geeft Kracht

Herinnering; bedenk wie “Wie” is.
Hoe kun je nog meer ontmoediging te boven komen?
Kijk eens hoe de profeet Nehemia het aanpakt, hij zegt:
      Ik zag toe, en stond op en zei tot de edelen, de leiders èn het overige volk: Vreest toch niet voor hen; denkt aan de Grote en Geduchte Heer en strijdt voor uw broeders, uw zonen en uw dochters, uw vrouwen en uw huizenNeh.4: 14.
Wat betekent aan de Grote, Heilige, Sterke en Onsterflijke Heer denken?
Dat betekent jezelf ‘opnieuw‘ aan Hem toewijden; dat betekent opnieuw in Zijn Geestelijke Kracht gaan staan.
Wanneer je bij jezelf nagaat en je herinnert wat God in geheel je leven voor jou geweest is; hoe Hij Zich –zonder aanzien des persoons– onder het gewone werkende volk begaf en Zich hun lot aantrok.
Wanneer je jezelf realiseert hoe dicht God Zich als Vader ‘om jou‘ gegeven heeft, dan zal je Geest van Liefde weer opgericht worden. Hij is bij je òf je het nu ervaart of niet, want Hij heeft gezegd:
    Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, wees tevreden met wat je hebt. Want Hij heeft gezegd: ‘Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Heer is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?Hebr.13: 5,6.
Denk aan Gods Kracht voor de toekomst – Hij zal u in Zijn Genadegaven Kracht geven:
      Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden zowel in overvloed als in gebrek.  Ik vermag alle dingen in Hem, Die mij Kracht geeft. Toch hebt gij er goed aan gedaan, te delen in 
mijn verdrukkingPhil.4: 12-14.
Richt je wanneer je ontmoedigd bent niet op je omstandigheden, maar op de Heer, want omstandigheden maken je somber en ontmoedigen.
      Bedenk daarbij dat je gedachten bepalend zijn voor je gevoelens. Wanneer je jezelf ontmoedigd voelt, dan komt dat omdat je ontmoedigende gedachten denkt. Wanneer je jezelf bemoedigd wilt voelen, ga dan bemoedigende gedachten denken. Zoek een aantal bemoedigende teksten op: “de Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets, op grazige [groene] weiden laat Hij mij grazen, ik vrees geen kwaadconf. Psalm 22 en “ Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft” Marc.9:23.
” Want waar uw hart is, daar zal ook uw schat zijn” Matth.6: 21
Een schat wordt hier vergeleken met het hart. Die schat of die parel is God waar je hart naar opzoek is en het weet te vinden. Die schat is kostbaarder dan alles wat je bezit en je bent bereid om alles te verkopen om die kostbare schat te bezitten. Het is een onbetaalbare schat en meer waard dan alle schatten van de aarde. Zo’n illustratie kan je ook lezen bij het verhaal van de rijke jongeling,  waarin een jongeman aan de Heer vraagt  wat hij moet doen om deel uit te maken van het Hemels Koninkrijk. Jezus verteld hem vervolgens dat hij alles moet verkopen en hem moet volgen. De jongeman loopt vervolgens teleurgesteld weg omdat hij veel bezittingen heeft. Deze jongeman had zijn hart dan ook gericht op aardse schatten en niet op hemelse schatten.

Verzet, ga het gevecht aan

Reconstructie Jeruzalem, de oude stad van David

Ja, je kunt tegen ontmoediging vechten.
    strijdt voor uw broeders, uw zonen en uw dochters, uw vrouwen en uw huizenNeh.4: 14.
Geef niet zonder slag of stoot op geef niet toe aan de ontmoediging; verzet je er tegen.
Wij christenen zijn verwikkeld in een bovennatuurlijke conflict, een geestelijke oorlog, een strijd met negatieve krachten. De tegenstrever is de aanklager van de christenen; hij houdt ervan om ons omlaag te drukken en zijn belangrijkste wapen is de ontmoediging, want hij weet maar al te goed dat een ontmoedigde christen een gewillig slachtoffer is.
Wij behoeven niet ontmoedigd te zijn in ons leven, de keuze is aan onszelf. Bijzondere mensen en dat zijn wij, wij christenen zijn afgezonderd – hebben de wereld de rug toegekeerd, weigeren eenvoudig zich te laten ontmoedigen. Zij geven nooit op, zelfs niet wanneer zij vermoeid of zich tekort gedaan voelen. Bijzondere mensen zijn gewone mensen met – door God gegeven –  ongewone hoeveelheid volharding; houden gewoon vol en geven nooit op.

Was het op de berg dat ons “een stralend Licht” werd getoond, dan is het hier beneden in hoge mate, behoorlijk donker.
De zon is weg, “het Licht” gedoofd . . . . .
De gebrokenheid van het menselijk bestaan wordt met slechts enkele woorden gekenschetst in het portret van die maanzieke jongen:
    hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water“.  Het is een beeld om iets uit te drukken:
deze maanzieke jongen staat voor de mens in zijn onzeker bestaan .
De maan heerst over deze mens. Hij zit gevangen in de schijngestalten van de maan . . . Hij vindt geen houvast, nergens. Hij valt, steeds weer opnieuw en staat weer op. Erger nog: hij vervalt, deze mens, in extremen: “dan weer in het vuur en dan weer in het water”.
De mens kan z’n evenwicht niet vinden; hij/zij is de gevallen mens . . . . .
die helemaal vast is komen te zitten en zich geen raad meer weet;
niet weet waar hij het zoeken moet.
Hij/zij is er ‘erg aan toe’, de gevallen mens . . . . . ,
die wel wil opstaan, maar telkens weer opnieuw valt hij/zij . . . . .

Wie zal hem/haar oprichten ? Wie zal hem/haar redden ?
Hij/zij ziet vreselijk af . . . [afzien =  hij/zij moet zich heel erg inspannen en lijden]
Hij/zij lijdt onder het kwaad en het lijden is te moede, maar
hij/zij staat weer op . . . . .
Geloven in de bijbelse zin van het Woord is: in het leven staan met wederzijds vertrouwen . . . . .
Geloven is in onze tijd een nogal beladen begrip: maar het verwijst naar
een diep menselijke geestkracht om het menselijk bestaan te doorstaan,
naar het je kruis opnemen en Christus te volgen, de moed om te zijn:
gelovig zijn, dat is vertrouwen in het Licht, in het Leven, In het ver-‘Heer’lijkte Licht  van de Zoon, Die in de Heilige Geest verwijst naar de Vader . . . . .
Christenen wisten vroeger veel, wat tegenwoordig bijna onbekend en zelfs door de geestelijkheid vergeten is. Een ‘al te rationele manier van‘ nadenken over het christelijk geloof heeft ons veel ontnomen. Zo ook de ervaring van de ‘extase‘, het be-‘vuurd’ zijn, het gevoel van groot geluk en buiten onszelf te zijn. Extase betekent eigenlijk: ’Ik verhef me,  ik sta rechtop, uit mezelf vandaan’. Ik treed buiten mezelf en richt me op.
In het vroege christendom is er veel gebeurd langs de weg van de extase, veel om de mens te helpen en te genezen. Niet op een wijze, dat men het had kunnen plannen of door luchtkastelen bouwen. Extase is altijd een spontaan gebeuren; het vindt plaats of het blijft uit. Maar wanneer het gebeurt, dan verandert het de mensen, bezielt ze en maakt het ze vrij en onafhankelijk; zij richten zich op.
Wij denken als we over extase praten aan drugs of aan andere suggestieve trucjes, die verslavend werken en maar van korte duur zijn.
Maar extase is zó’n ontzettend belangrijk proces in de ziel van de mens, zó verlossend en behulpzaam, dat het hoog tijd wordt het weer terug te vinden, waar het dan ook maar mogelijk is.
    
Richt je dus op en geloof weer vanuit de grond van je hart in je [Christelijk] Geloof, zoals je in de liefde gelooft, ook als je voor beiden geen bewijzen hebt. Geloof, dat je ‘jawoord’ aan je bestaan, je lot, jezelf uitdrukking aan je Geloof geeft, ook als dat je niet dagelijks mocht lukken.
    Er kwam iemand tot Christus, knielde voor Hem neer en zei:
‘ Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water. Help hem als je kunt!’”.
“‘Wie gelooft kan alles’”
antwoordt onze ‘van God gezonden‘ gezalfde Geneesheer. Dan roept de man in tranen uit: “ ‘Ik wil immers geloven, Heer’!  ‘Kom mijn ongeloof te hulp!’”. En Jezus pakt de jongen bij de hand en richt hem op.

  • Geloven dat is, je met je hele bestaan, je hele hebben en houwen,
    in al je gebrokenheid en de wonden, die je onderweg hebt opgelopen,
    maar je door niets of niemand laten afbrengen van die éne basisovertuiging:
    dat alleen al het feit dat je er bent, genoeg kan zijn om een leven lang Kracht uit te putten,
    te leven in Verwondering en dat God jou zal geven wat komen moet.
    Dat is wat onze Heer en zaligmaker van ons verwacht; dat iemand jou bij de hand durft te nemen, als jij hem uitstrekt. Het vertrouwen, dat er iemand is, die je opricht. Het is ‘een en al‘ staan, ook als je geen vast punt ziet, waarop je zou kunnen staan. Het vertrouwen, dat je iemand vastpakt als je je evenwicht verliest, waar het jou aan ontbreekt. Dat er veranderingen in je zullen plaatsvinden, waaruit je eigenlijke definitieve gestalte, als evenbeeld van God, tevoorschijn zal komen.
    Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm u, mij vernederde zondaar”.
  • David & Saul by Ernst Josephson

    Gezond kan men de mens ook noemen als hij in staat is gebleken het Zijne op Goddelijke wijze in deze wereld en onder de mensen te doen. De boeken Samuel vertellen over de opkomst en ondergang van het koningschap in Israël: “Doe, wat er op je weg komt, want God is met je” zei die profeet eens tegen een jongeman, die voorbestemd was om koning te worden.
         Het gaat er dus altijd om, wat je in de praktijk doet. Je weg naar binnen blijft nooit lang binnen, het gaat over waar je God werkelijk volgt, direct naar buiten en heeft zijn uitwerking. Als je niet, bij iedere stap misschien weer anders, naar buiten komt naar de mensen, betrokken op hun noden, hun leed, dat je ziet en aan den lijve ervaart, de problemen en de machten, dan is er iets goed fout. Je bent een vrij mens, doe dus, wat vrije mensen doen.

➥➥➥            Alleen: waar haal je de moed vandaan?
Heel nuchter: uit de toetsing van machtsverhoudingen. Moed is nodig om een macht tegemoet te treden; Macht is bedreigend en moed betekent de bedreiging te trotseren. Toets dus: wat voor een macht staat er tegenover me? Met hoeveel macht kan ik het opnemen?
Onze Heer Jezus Christus zegt het ons heel simpel: als je Degene kent, in Wiens opdracht je handelt, onder Wiens bescherming je staat, de “
God van de Hemelen en de aarde”, dan wordt elke macht gerelativeerd, die mensen of systemen of verhoudingen zouden willen uitoefenen. Overschat dus nooit de macht van mensen. Vertrouw op de Waarheid, waarvoor je staat. En laat degene, die denkt dat hij machtig is, terzijde staan, in jouw doen en laten geëlimineerd worden.
Ga je weg als vrije, onafhankelijke mens en leef in harmonie met de hogere wil.
            Verzamel dus moed en handel anders. Wat normaal gesproken door mensen wordt gedaan, wat men juist vindt, wat men prijst of beloont, laat zelden je vrijheid beperken/uitdoven, maar pas je eerder aan ten opzichte van verhoudingen, regels en meningen, zoek je eigen weg.
Christus zegt ons: “Kom en ga een andere weg- verlaat het gebruikelijke – je zekerheid, je goede naam, je huis. Doe het andere, het buitengewone”.
            Doe het zo, zegt Jezus, dat je handelingen met je doel overeenstemmen, als je datgene wilt bereiken wat je zoekt. Streef naar het Koninkrijk van God en naar het rechtvaardige, dan zul je met al het andere waarnaar je streeft, je doel bereiken. Hoe vanzelfsprekend. Wat je zoekt, dat zal je ook toevallen.

Wat is gerechtigheid?

Wat is gerechtigheid?

We kunnen zeggen: ieder krijgt evenveel. Of: ieder krijgt hetzelfde. Of: ieder krijgt wat hij nodig heeft. Of: diegene krijgt de beloning of de straf die hij verdiend heeft. Maar we dienen goed te begrijpen, dat de Blijde Boodschap met ‘gerechtigheid’ iets anders voor ogen heeft dan de gerechtigheid van de verdeling of van wraak.
            Het staat er ongeveer zo: een mens is ‘rechtvaardig’, als hij zijn opdrachten ‘recht aandoet’ of zijn rol of zijn functie op de juiste wijze vervult. Hij voldoet aan wat de maatschappij van hem verwacht. Hij doet ’recht’ aan de verhoudingen of aan de bestaande afspraken. Gerechtigheid is voor de Blijde Boodschap niet iets dat je in een weegschaal legt, zoals die bij ons door vrouwe Justitia met geblinddoekte ogen in de hand wordt gehouden, maar het is ‘maatschappelijk gerechtvaardigd’ doen en laten. Als een mens voor God ‘gerechtvaardigd’ is, dan is dat niet zozeer omdat men hem geen onrecht kan verwijten, maar vooral omdat hij in zijn eigen doen en leven zijn betrekking tot God ‘recht’ heeft gedaan.
Zoals een herder zich verdiept in z’n schapen, weet wat hen bezig houdt en ‘zorg‘ heeft voor z’n kudde. 
 Dat hij zo leeft, doet en laat als de heilige God het bedoeld heeft. Onze Heer en Zaligmaker geeft het kortweg zo weer: “Streef naar het Koninkrijk der Hemelenen en doe wat God je opgedragen heeft”.
Wat is het doel dat de mensen zich stellen? Dat er orde en gerechtigheid is, de vrijheid en de welvaart wordt gewaarborgd voor iedereen?
            Over de gehele breedte van wat wij van onze Heer weten, is een duidelijk ‘trekken naar de onderkant van de samenleving’ merkbaar. Hij wendt zich tot de bedreigden, de uitgebuiten, de armen, de grensgevallen, de belasterden. De sociaal gerichte grondslag is voor Zijn gehele Christelijke Pedagogie kenmerkend.

Wie naar onze Heer luistert, merkt dat Hij Zich niet alleen om het individu en zijn ellende moet bekommeren, maar ook om de ‘verhoudingen’, hoe ze zijn en hoe ze niet zouden moeten zijn. Voor ieder die tegenwoordig naar vroomheid zoekt geldt, dat men een diep gevoel dient te krijgen voor al het lijden op deze aarde, het leed van de mensen en het leed van de schepping.
Er is een gevoel voor het sociale en de manier waarop men correct bestuurd wordt; er is een principieel gevoel voor gerechtigheid. Het is geen modieuze dwaling, wanneer er tegenwoordig christenen bestaan, die ervan overtuigd zijn, dat het eerste en belangrijkste van hun Geloof dit meevoelen en medelijden is met al wat zo ver weg schijnt, en het meehuilen en meewerken, waar het wereldgebeuren en onze participatie aan de oorzaken met name bij genoemd moeten worden.
    Daarom staat in de Apostel-lezing: “     Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.  Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven; wij verrichten zware handenarbeid;
worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen;
worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe”.

Apolytikion     tn.1

  Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1
  Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
  Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.

Orthodoxie & een heilig vertrouwen

Voor een Orthodox Christen zijn er twee vaste principes [grondbeginselen]:
1.]. Allereerst zijn/haar identiteit. Hij/Zij is vast besloten om datgene, waarin hij/zij verschilt van anderen, ondanks alle moeilijkheden, oorlog, vernietiging en wat voor vernietiging je al dan niet zult ontmoeten vast te houden aan je oorspronkelijke basisregels. Hij/zij respecteert dat ook in de medemens, die hij/zij ontmoet.
2.]. De tweede is het open staan voor anderen, voor nieuwe ideeën – m.a.w. openhartigheid. Zij weigeren om door sociale overtuigingen of bloed en spirituele aansluitingen beperkt te worden. Zij hebben één wereldvisie; de wereld is hun thuis, wat men op die manier kan opvatten dat zij weliswaar ‘in‘ de wereld leven, maar niet ‘van‘ de wereld zijn. Zij hebben genoeg zelfvertrouwen om altijd open te staan voor veranderingen en om overal bij te horen. Voor hun maakt het niet uit hoe groot de wereld zich presenteert, want God is oneindig veel groter. De volgelingen waren aanvankelijk maar met z’n twaalven en toch hebben die twaalf -‘met de hulp van God‘- de gehele wereld veranderd.
Een bloem heeft zon nodig om bloem te worden en een mens heeft liefde nodig om mens te worden [en te blijven]; dit is een van de basisbehoeften, die dient te worden vervuld. Houdt daarom vast aan Wie Liefde doet en val niet af, Die je gehele leven met je op blijft lopen. Iemands gedrag wordt immers bepaald door de behoefte aan veiligheid en zekerheid, het deel uitmaken van een samenhangende sociale gemeenschap, die waardering heeft voor je prestaties.
Van wie denkt dat de mensen om hem/haar heen als vanzelfsprekend het goede doen, zal hiermee door elkaar geschud worden. Christus zegt echter voorafgaand aan Zijn Hemelvaart: ” Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan heen en maakt al de volken tot Mijn volgelingen en doopt hen in de naam van de Vaders en van de Zoon en van de  Heilige Geest en leert hen onderhouden al wat Ik jullie bevolen heb. En zie, Ik ben met jullie al de dagen tot aan de voleinding van de wereldMatth.28: 18-20.

Opmerkelijke kenmerken van jonge wilde zonnebloemen, naast het feit dat ze groeien op ongastvrije grond, is hoe de jonge knop de zon aan de hemel volgt.

Hier komen we in het veld van vrijheid, van de volle vrijheid: “Wanneer iemand Mij volgt“, zegt de Heer. Het Christendom is de religie van vrije mensen en het is gebaseerd op de “Vrijheid waarmee Christus ons vrij heeft gemaakt; houdt dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen” Gal.5: 1.
Het Evangelie van God is een Blijde Boodschap, maar niet zoals de reclame, waarmee wij -of we het nu willen of niet- dagelijks worden geconfronteerd.
Het is een boodschap die een uitnodiging bevat: ” Hier is redding, verlossing Heil, Zaligmaking. Maak het jezelf eigen “. Op het moment dat jij gaat geloven gebeuren er eigenlijk twee dingen.

De Goddelijke zegen, van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

1.]. In de eerste plaats gaat God jou zien als Zijn kind “in Christus“. Dat betekent eigenlijk dat God, als Hij naar jou kijkt, niet jou ziet met al je verkeerde dingen, maar Hij ziet jou op dezelfde manier zoals Hij Jezus ziet, zonder zonden, helemaal perfect en goed.
Dat ben je niet, zoals jij jezelf ziet, maar God kijkt op die manier naar jou, omdat Jezus alles wat fout en zonde was, heeft weggenomen van jou.
In Christus kan God Zijn ogen niet van je afhouden, is Hij als een liefhebbende vader de gehele dag voor je in touw. In dat besef mag jij dan leren leven.
Jij mag leren leven op de manier zoals God naar jou kijkt; wat iedereen ook van je vindt, het wordt eigenlijk alleen nog maar belangrijk hoe God naar jou kijkt. En door het Geloof in Zijn Zoon, ziet God jou, als Zijn -door Christus verworven kind- als helemaal volmaakt.
2.]. Met Hemelvaart zegt Christus tegen Zijn volgelingen: “Degenen die geloven zullen dezelfde dingen doen als Ik“. Je wordt dus door onze Heer de wereld ingestuurd met de boodschap van De Blijde Boodschap.

Cross – houtsnijwerk van een aankomend monnik, I.M.Karakallou, Athos

Maar die boodschap is niet alleen de boodschap van redding, maar ook de boodschap van het Hemels Koninkrijk.
Jij hebt -in Christus- de macht gekregen over de duistere machten van satan en je krijgt Gods kracht om genezing uit te bewerkstelligen, te delen. Door jouw voorbeeld zul jij de zieken en zwakken onder ons -in Christus- het voorbeeld geven dat er genezing mogelijk is, wanneer je net als Christus verandering teweeg brengt, gewoon door als -christen, als Christus- te leven, het voorbeeld te geven, dat ‘Leven’ iets inhoudt wat vol waarde is, wat onbetaalbaar is.
Door de Kracht van “de Heilige, de Heilige Sterke, de Heilige Onsterflijke God“, zullen er daardoor zieken genezen worden.  Soms door een Mysterie, iets wat wij mensen niet kunnen begrijpen, een wonder, soms door een proces en in andere gevallen door innerlijke genezing.
En anders in ieder geval voor de gelovigen op het moment dat Jezus zal wederkomen, terugkomt om een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde, Zijn Hemels Koninkrijk te vestigen. De aarde zoals we die nu kennen zal hersteld worden zoals het was bedoeld. En de gelovigen mogen dan leven op deze nieuwe aarde en in de hemel. Dat zal nog heerlijker zijn dan het Paradijs.
En tot die tijd, hebben wij de opdracht om alle mensen te vertellen van vergeving, overwinning over het kwade, de satan en over het Koninkrijk dat  ‘straks‘ volmaakt zal zijn en waar we ‘nu al‘ soms door ons te verwonderen iets van mogen zien.
Ben je dan volmaakt? Nee, dat zal een mens op aarde nooit lukken. Toch zul je merken, dat hoe méér je mèt Christus, als christen leeft, door te bidden, door het Woord [de Blijde Boodschap te lezen], je steeds meer verkeerde dingen zult  loslaten.
Dat komt ook door het tweede dat een rol speelt. Op het moment dat jij gelooft in onze Heer Jezus Christus, komt Gods Geest, de Heilige Geest, die de Heer ons heeft beloofd, in jou plaats nemen, in jouw Tempel, in jouw hart.
Gods Geest, òf de Heilige Geest, gaat op dat moment vanuit de Goddelijke Liefde, de samenwerking aan met jou eigen geest. Aan de ene kant zorgt dit dat je steeds meer op dezelfde manier gaat leven zoals onze Heer. En aan de andere kant krijg je ook de Genadegaven mee, Die Hij ons voorzegd heeft.
Geloven is -je op een risicovol pad begeven- en de kans lopen dat je jezelf voor gek voelt staan, maar als God Zijn kracht openbaart blijkt het goud waard te zijn.
De inzet, die van de kleine groep bevoorrechten gevraagd zal worden, de elite zal “hoger’ zijn dan die van de gewone man de ‘onzekere werkenden’, maar daarmee niet belangrijker. Want wat dit voor iemand vraagt die van gewone afkomst is zal fundamenteler zijn en vaak veel vindingrijker in het vinden van oplossingen.

8e Zondag na Pinksteren – het Mysterie van de Broodvermenigvuldiging

– Mysterie van de Broodvermenigvuldiging  – Μυστήριο του ψωμιού Πολλαπλασιασμός   – سر الخبز الضرب“     

En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote schare, en Hij werd met ontferming over hen bewogen en genas hun zieken. Bij het vallen van de avond kwamen de discipelen tot Hem en zeiden: ‘De plaats [hier] is eenzaam en de tijd is reeds verstreken; zend dan de scharen weg, dan kunnen zij naar de dorpen gaan om spijzen voor zich te kopen’.
Maar Jezus zei tot hen: ‘Zij behoeven niet weg te gaan, geeft gij hun te eten’. Zij zeiden tot Hem: ‘Wij hebben hier niets dan vijf broden en twee vissen’. Hij zei: ‘Brengt Mij die hier’. En Hij beval de scharen, dat zij in het gras zouden gaan zitten, nam de vijf broden en de twee vissen, en Hij zag op naar de hemel, sprak de zegen uit, brak de broden en gaf ze aan zijn discipelen en de discipelen gaven ze aan de scharen. En zij aten allen en werden verzadigd en zij raapten het overschot der brokken op, twaalf manden vol. Zij, die gegeten hadden, waren ongeveer vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezonden” Matth.14: 14-22

“     Doch ik vermaan u, broeders, bij de Naam van onze Heer Jezus Christus: weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn; weest vast aaneengesloten, een van zin en een van gevoelen.
Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de huis- [kerk-] genoten van Chloe, dat er twisten [onenigheden] onder u zijn. Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Paulus! En ik van Apollos! En ik van Kefas! En ik van Christus!
Is Christus gedeeld?
Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt? 
Ik ben dankbaar, dat ik niemand van u gedoopt heb dan Crispus en Gajus; zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt. Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het Kruis van Christus tot een holle klank te maken”  1Cor.1: 10-17.

alles wordt ‘Goed’ en ‘in orde” bevonden, de Mystieke icoon van de Heilige Kerk

     Jezus koos het schip niet omdat de andere kust ver weg was, maar omdat Hij alleen wilde reizen. Hij wilde met zijn volgelingen naar een eenzame en afgelegen  plaats. Hij wilde zijn kerkvolk toerusten.
Hij maakte zich daarom los van de scharen en voer naar het verderop gelegen woeste land van Betsaïda. Het was waarschijnlijk geen woestijn, want er was groen gras [Marc.6: 39]; die streek was de lievelingsregio van de Heiland. Daar lag ‘de berg’ [John.6: 3, Matth.14: 23 en Marc.6: 46]. Het is de omgeving van ‘de Bergrede‘ [Matth. hfdst. 5-7]. De duizenden volgden Christus te voet. Ze konden wel raden dat Hij nu naar ‘Zijn‘ bekende plaats van tijdelijke afzondering zou gaan om zich te bezinnen. Ze waren er –’lopend langs de oever‘– nog eerder dan de Heer, Die zich had ingescheept .

Er is nog een andere reden waarom Jezus zich terugtrekt. In John.6: 14 & 15 beschrijft Johannes de reactie van de mensen op het teken dat Jezus gedaan had. De duizenden zijn razend enthousiast over wat Jezus gedaan heeft bij de broodvermenigvuldiging. Hij is ongetwijfeld dè Profeet, Die komen zou.
Hun mondelinge reactie dreigt uit te monden in een daadwerkelijke actie. Zal deze door God gezonden mens net als Mozes het Volk [de Kerk] voorgaan op weg van de bevrijding?

Profeet Isaiah & de cherubijn                         – Προφήτης Ησαΐας & Χερουβείμ                 – إشعياء النبي والملاك

Het broodverhaal is in alle vier weergaven van de Blijde Boodschap zo belangrijk omdat de band tussen de Christus, de Zoon van God en de profeten uit het eerste Verbond sterk doet uitkomen: zoals Christus in sommige verhalen de indruk wekt een tweede Mozes te zijn, zo krijgt Hij hier de houding van een echte Profeet.
“         Toen Elisa naar Gilgal terugkeerde, was er honger in het land. Terwijl de profeten voor hem gezeten waren, zei hij tot zijn knecht: ‘Zet de grootste pot op en kook moes voor de profeten. Daarop ging er een naar het veld om groenten te plukken; en hij vond een wilde slingerplant en 
plukte daarvan wilde kolokwinten, zijn kleed vol. Toen hij teruggekomen was, sneed hij die in stukjes in de moespot; want zij kenden ze niet. Vervolgens schepte men voor de mannen op om te eten. Maar zodra zij van het moes hadden gegeten, schreeuwden zij het uit: ‘De dood is in de pot, man Gods!’ En zij konden het niet eten.
Doch hij zei: ‘Haal dan meel. En hij wierp het in de pot en zei: ‘Schep op voor het volk, opdat zij eten’. Toen was er niets kwaads meer in de pot.
Er was een man gekomen uit Baal-salisa; deze bracht de man Gods in zijn tas brood van de eerstelingen, twintig gerstebroden en vers koren.
En hij 
[Elisa] zei: ‘Geef het aan het volk, opdat zij eten’. 
Maar zijn dienaar zeide: Hoe kan ik dit aan honderd man voorzetten? En hij zei: ‘Geef het aan het volk, opdat zij eten. Want zo zegt de Heer: Men zal eten en overhouden’. Daarop zette hij het hun voor, en zij aten en hielden over, naar het woord des Heren” 2Kon.4: 38-44.

     Uit weinig eten of drinken een grote hoeveelheid te voorschijn halen is een veel voorkomend verhaalpatroon. Dezelfde Elisa laat uit een vaatje olie een hele reeks kruiken tappen, waarmee een arme weduwe en haar kinderen de hun schuldeisers kunnen betalen:  

Profeet Elisa, fresco XVII eeuw – Yaroslavl

“       Een van de vrouwen der profeten riep tot Elisa om hulp en zei: ‘Uw knecht, mijn man, is gestorven, en gij weet zelf, dat uw knecht de Heer vreesde. En nu is de schuldeiser gekomen om mijn beide kinderen als slaven voor zich weg te halen’. En Elisa vroeg haar: ‘Wat kan ik voor u doen? Vertel mij, wat gij in uw huis hebt’. En zij antwoordde: ‘Uw dienstmaagd heeft niets in huis behalve een kruikje olie’.
Toen zei hij: ‘Ga heen, vraag buitenshuis vaten van al uw buren, ledige vaten; laat het er niet weinige zijn. Ga dan naar binnen, sluit de deur toe achter u en uw zonen en giet in al die vaten; en wat vol is, moet ge laten wegzetten’.
Zij ging van hem weg, sloot de deur achter zich en haar zonen toe; dezen plaatsten steeds [de] vaten bij haar en zij goot steeds door. Toen de vaten vol waren, zei zij tot haar zoon: ‘Breng mij nog een vat’. Maar hij zei tot haar: ‘Er is geen vat meer’. Toen hield de olie op te stromen. Zij ging het de man Gods vertellen, en deze zei: ‘Ga heen, verkoop de olie en betaal uw schuld, en leef met uw zonen van het overige’” 2Kon.4: 1-7.
Op vraag van Mozes laat God Zelf 40 jaar, elke ochtend het Manna neerdalen in de woestijn.   Het Godsvolk leert hiermee hoe zij samen kunnen overleven, door de ‘gebruiksaanwijzing’ te leren respecteren: “brood blijkt alleen eetbaar wanneer je het deelt” oftewel wat ‘opgepot wordt, begint te stinken’. Dat geldt niet voor de situatie waarbij macht’s-wellustelingen het e.e.a. jarenlang ‘onder de pet’ houden en je laten verkommeren.  Een samenleving waarin eten genoeg is voor allen vraagt voortdurend ‘broodvermenigvuldiging’.

Heilige Arnoldus van het bier, uit: ‘over bierheiligen‘.

Heiligen’, zowel mannen als vrouwen blijken volgens de overlevering ‘via Christus‘ in staat om voedselwonderen te voltrekken. Er zijn de traditionele wijn- en bierwonderen [Mysteriën] door o.a. Arnold van Soissons [1040-1087], de patroon van de brouwers. Franciscus van Assisi [1181-1226] vermenigvuldigde brood voor hongerige passagiers op een schip onderweg naar Syrië. De Brigitta van lerland [451-523] abdis van Kildare deed hetzelfde met de melk van haar

Graanwonder‘,             H. Nicolaas van Myra

koeien; ook de Italiaanse Don Bosco [1815-1888], die zich het lot aantrok van de jongeren en wiens mand niet leeg raakte in het opvangtehuis voor kansarme kinderen. De Turkse bisschop de Heilige Nicolaas van Myra [280-352] zorgde eveneens voor een graanwonder voor arme kinderen, door een graanvoorraad [uit een boot] te herverdelen.
De kern van dit soort overleveringen is steeds dezelfde: De weergave van het Mysterie toont hoe mensen bekommerd zijn om de basisbehoeften van allen en hoe zij die problemen aanpakken en tot een oplossing komen.
Het gebaar van [eten en drinken] breken en delen met elkaar en met de zwaksten in de samenleving, is in de christelijke traditie uitgekozen als één van de meest sprekende gebaren van Jezus en zijn volgelingen, de christenen.
Het ritueel van de Goddelijke Liturgie, dat dagelijks/wekelijks de herinnering aan Jezus wil oproepen, roept ook telkens de droom en het verlangen wakker naar een solidaire wereld, waar eten en drinken is voor allen.  
Het Mysterie van de Goddelijke Liturgie’ is niet alleen de gedachtenis aan het lijden sterven en de Opstanding/Verrijzenis van Christus, het toont tevens de bereidheid tonen om zulk een solidaire samenleving mee te helpen verwezenlijken [mede te lijden] waar je kan.  
Dit veronderstelt dat christenen zich beoefenen in een houding van solidariteit, want tussen ‘schrokkers en hongerigen is samenleven onmogelijk‘ Dorothee Sölle † 2003, Dtslnd. 
Deze droom van ‘eten en drinken voor allen‘, blijft tot op de-dag-van-vandaag nog een visioen.

Dagelijks een portie lekker en gezond voedsel, dat is momenteel niet weggelegd voor 800 miljoen mensen. Volgens berekeningen van wetenschappers zijn wij in staat om alle wereldburgers te voeden, maar dan wel op voorwaarde dat de rijkste landen een versobering en een herverdeling doorvoeren.  Sommige vegetarische groeperingen zijn omwille van deze reden tegen het eten van vlees, omdat dieren zeer veel graan verorberen dat anders onder mensen kan verdeeld worden voor rechtstreekse consumptie. In de oudheid werd het als een ‘vorstelijk’ gebaar gezien als een koning ‘gratis brood‘ liet uitdelen!!
Daarom trekt Jezus zich terug op de berg in de eenzaamheid. De ware aard van zijn koningschap is totaal anders. Hij hoeft ook niet tot koning uitgeroepen te worden; Hij is reeds tot Koning gezalfd, Hij is immers Gods Gezalfde [ο Χρισμένος του Θεού].
Wanneer Christus op die plek aankomt varen, ziet het er zwart van mensen.
Ouders dragen hun verlamde zoon, vrouwen ondersteunen gehandicapte  gezinsleden, bejaarden strompelen voort op zelfgemaakte krukken.
Iedereen wil die Verlosser, de Immanuel [Hebreeuws 
עִמָּנוּאֵל “God (is) met ons“] zien.
Het zelfde tafereel zien we in Genésareth [Marc.6: 53]. Het gemoed van Jezus schiet vol, het gaat Hem door merg en  been [Marc.6: 34]. Hij wordt met ‘ontferming’ bewogen, omdat al die mensen ‘als schapen zonder herder zijn’. Ondertussen hebben de leerlingen nog steeds niet gegeten.  Zo druk was het. En een ogenblik van rust kennen ze al helemaal niet, moet je eens kijken wat een mensenmassa! En in dit verlaten oord kun je ook helemaal niets kopen.
Maar dan komt Jezus met een oplossing, die niet alleen voor de leerlingen bestemd is, maar voor die duizenden die van alle kanten zijn samengestroomd en tevens voor ons. Hij verricht het wonder van de broodvermenigvuldiging.

Bergrede‘, detail

Nu wordt ons in Marc.8: 1-10 door Marcus nog een tweede verhaal van de brood-vermenigvuldiging verteld; het gaat om dezelfde streek als die waarin het eerste verhaal zich afspeelt. Voor de tweede keer is Jezus met zijn leerlingen aangekomen “bij de berg”; de streek herinnert ons aan de feestelijke maaltijd voor 5.000 man enige tijd geleden.
Sommigen denken ‘daarom’ dat we in de twee verhalen met één broodvermenigvuldiging te maken hebben met het benadrukken van ‘het Woord’ – twee vormen, die hetzelfde betekenen; de ene gebeurtenis zou twee keer zijn verteld.  Ik heb deze indruk niet. Waarom niet? In de eerste plaats herinnert Jezus ‘later’ aan beide wonderen Marc.8: 19,20. In de tweede plaats worden deze wonderen ‘met hun verschillen’ nauwkeurig in de Evangeliën beschreven! Verder noteert Marcus dat Jezus direct na de maaltijd per schip vertrok naar Dalmanuta, waarschijnlijk een  regio aan de westelijke oever van het meer. Vandaar gaan ze nog Kafarnaüm Dat zijn allerlei verschillen bij beide broodvermenigvuldigingen.
Toch blijft het ‘die’ ene eenzame plek, waar Jezus bidt, waar Jezus spreekt, waar Jezus geneest en waar God zich openbaart.
        O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk. Waarom weegt gij geld af voor wat geen brood is en uw vermogen voor wat niet verzadigen kan?Hoort aandachtig naar Mij, opdat gij het goede eet en uw ziel zich in overvloed zal verlustigen. Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw ziel zal leven; Ik zal met u een eeuwig Verbond sluiten: de betrouwbare Genadebewijzen van David. Zie, Ik heb hem tot een getuige voor de natiën gesteld, tot een vorst en gebieder der natiën.
Zie, een volk dat gij niet hebt gekend, zult gij roepen, en een volk dat u niet kende, zal tot u snellen ter wille van de Heer, uw God, en van de Heilige van Israël [de Kerk], omdat Hij u verheerlijkt heeft.
Zoekt de Heer, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.
De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechte mens zijn gedachten en hij dient zich te bekeren tot de Heer, dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het Woord des Heren” Isaiah 55: 1-8.
In het licht van deze tekst uit het eerste Verbond, kan men er van uitgaan dat de tekst over de wonderbare broodvermenigvuldiging allereerst de weergave is van mensen die Jezus achterna gaan om zich te voeden met Zijn Woord.
Aldus wordt deze tekst het beeld van het stillen van de geestelijke honger van de mensen; de honger naar wat hun leven zinvol kan maken.
De broodvermenigvuldiging die wel 7 keer voorkomt in het Nieuwe Testament, zorgden ervoor dat  de eerste christenen er al heel vlug een beeld hebben gevormd van de betekenis van Jezus in hun leven. In de loop van de jaren hebben ze dit gebeuren verder gekneed en gevormd, zodat deze tekst in de catechese, het geloofsonderricht kon gebruikt.
De hoeveelheden brood, de hoeveelheid vis, de hoeveelheid overschot, werden aangepast aan wat men ermee wilde zeggen:
 twee vissen: zou kunnen verwijzen naar de twee delen van de bijbel [Oude en Nieuwe Testament]
 vijf broden: zou kunnen verwijzen naar de vijf boeken van Mozes [de Pentateuch], waarin het programma van God [De Wetten] te vinden zijn.
Dat Jezus het Kerkvolk overvloedig voedt met brood en vis, maar vooral met ‘Zijn bevrijdend Woord’, betekent dat de tijd van de Messias [“God (is) met (onder) ons”] is aangebroken.
Wortels in het eerste Verbond zorgen ervoor dat de broodvermenigvuldiging duidelijk maakt dat Jezus, net zoals God, Zijn Volk niet in de steek laat.
En het ‘groene gras‘ in de tekst [Marc.6: 39] heeft niets te maken met de mogelijkheid dat dit gebeuren zich afspeelde in de lente, maar is vóór alles een verwijzing naar:
            De Heer is mijn Herder, het ontbreekt mij aan niets. 
Op grazige [groeneweiden doet Hij mij verblijven; aan verkwikkende wateren heeft Hij mij geleid. Hij heeft mijn ziel bekeerd. Hij leidt mij langs het pad der gerechtigheid omwille van Zijn NaamZelfs al ga ik midden in de schaduw van de dood, dan vrees ik geen kwaad, want Gij zijt met mij. Uw staf en Uw stok, juist deze zijn mijn troost. Gij richt een tafel voor mij aan, voor de ogen van mijn verdrukkers. Met olie zalft Gij mijn hoofd: hoe heerlijk is Uw heilige Kelk! Uw barmhartigheid volgt mij van nabij, alle dagen van mijn leven. Ik mag wonen in het Huis des Heren, tot in lengte van dagen “Psalm 22[23] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

  • De weergave van Mattheüs en Lucas wijdden niet verder uit over de vissen waarover Marcus en Johannes het hebben. Hierdoor trekken ze de aandacht met name op het brood dat een grote symbolische waarde heeft. Later hebben de eerste christenen die Grieks spraken, die vissen terug opgenomen in de beeldspraak.
    Elke letter van het Griekse woord voor vis [oud Grieks IXTUS, (nieuw Grieks ‘psári)] was de beginletter van vijf woorden, die de betekenis van Jezus weergeven: Jezus, Christus, Zoon van God, Redder.  Aan dit teken herkenden zij elkaar als broeders en zusters, als kinderen van God.
     Een andere historische symbolische weergave is het mozaïek uit de 4e eeuw wat in

    Tabgha, mozaiek

    Tabgha is ontdekt; dit kunstwerk verwijst naar die brood-vermenigvuldiging. Wat opvalt is dat de Byzantijnse mozaïeklegger ‘vier‘ broden en twee vissen afbeeldt, terwijl Johannes spreekt van vijf broden en twee vissen. Zo verwijst de kunstenaar symbolisch naar het vijfde brood, het eucharistisch brood tijdens de Goddelijke Liturgie op het altaar.
     Toen Christus in de woestijn door de tegenstrever in verleiding werd gebracht, verzocht werd [‘bekoord werd’] verkondigde Hij, leerde Hij ons: “ Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat”.
    Christus citeerde hier uit:
    “ Ja, God, Mijn Vader, heeft u Zijn Macht doen kennen, Hij deed u honger lijden en gaf u het manna te eten, dat gij niet kende en dat ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des Heren uitgaat. Het kleed dat gij draagt, is niet versleten en uw voet is niet gezwollen in deze veertig jaar. Erken dan van harte, dat de Heer, uw God, u vermaant, zoals een man zijn kind vermaant en onderhoud de geboden van de Heer, uw God, door in Zijn wegen te wandelen en Hem te vrezen. Want de Heer, uw God, brengt u in een goed land, een land van beken, bronnen en wateren, die in de dalen en op de bergen ontspringen; Een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen en honig; een land, waarin gij niet in armoede uw brood zult eten, waarin gij aan niets gebrek zult hebben; een land, waarvan de stenen ijzer zijn en uit welks bergen gij koper zult houwen. Gij zult eten en verzadigd worden en de Heer, uw God, prijzen om het goede land dat Hij u gaf” Deut 8: 3-10.
    ⁌ Relationele moeilijkheden ontstaan vaak door onhandige omgang met de Waarheid. “Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de huis- [kerk-] genoten van Chloe, dat er twisten [onenigheden] onder u zijn” 1Cor.1; 11,12. Op geestelijk vlak is er de angst voor het onbekende, het ‘hopeloos‘ zoeken naar zin en het moeilijke gevecht om het schamele vlammetje van de Hoop ‘levendig‘ te houden.
    Er zijn niet alleen dingen die we nodig hebben als brood, maar ook het ‘Woord’ Hetgeen betekenis geeft aan “het leven van de mens”.
    De Hoop en het Geloof sterkt ons in tegenstelling tot het gebukt gaan
    onder angst om fouten te maken en bewogen te worden door de angst
    ons op te sluiten in:
     structuren die ons een valse bescherming bieden,
     in de normen die ons veranderen in onfatsoenlijke en onverzoenlijke rechters,
     in de gewoonten waarbij wij ons gerust voelen, terwijl er buiten een hongerige menigte is en onze Heer, Jezus Christus onophoudelijk tegen ons herhaalt:
    Geeft gij hun toch te eten” Marc.6: 37.
    Vergeet niet dat mensen wanneer zij iets ontzettend hard nodig hebben zeggen dat ze iets “broodnodig” hebben en dat wij in het gebed des Heren bidden : “geef ons heden ons dagelijks brood”, waarmee we aangeven dat wij ‘Gods’  Genadegaven en hulp ‘broodnodig’ hebben.
    ⁌ Christus geeft ons al vanaf het begin der tijden aan dat we de dingen, die
    we gebruikt hebben dienen te recycleren [het ‘her-te-gebruiken’].
    – Onze Heer vraagt Zijn leerlingen de resten van het brood te verzamelen; zij vullen twaalf manden met overschot. Hieruit kun je opmaken dat God vindt dat ‘niets verspild mag worden’, dat ‘alles en iedereen‘ in de ogen van God ‘waardevol’ is. 

  • Wij christenen zoeken naar nieuwe wegen om de inhoud van het geloof in deze tijd duidelijk te maken. Een ,,uitnodigend en creatief” aanbod van geloofs-onderricht moet inspelen op de religieuze beleving van de hedendaagse mens. Die geeft ‘zelf’ zijn overtuiging vorm en heeft minder behoefte aan een al-omvattende leer of moraal. Nieuwe vormen van catechese zijn nodig, omdat de
    Patriarch Pavle

    huidige generatie religie en spiritualiteit anders beleeft dan het voorgeslacht. ,,Mensen kiezen nu veeleer zelf hun eigen overtuigingen en de wegen die ze willen volgen op levensbeschouwelijk vlak” Tradities en instituties hebben niet langer zonder meer gezag, slechts zij die door ‘eigen gedrag’ laten zien dat hun Geloof en Overtuiging betekenis hebben voor het concrete leven en die tevens in hun ‘eigen‘ leven Geloof uitstralen, verwerven gezag. Onze tijdgenoten zijn ‘minder‘ aanspreekbaar op een alomvattende leer of een moraal, maar vragen naar ‘authentieke beleving en getuigenis‘ en dat blijkt uit de wijze waarop wij en met name onze voorgangers zich gedragen. Wanneer de behoefte aan daadwerkelijke ruimte tot gemeenschapsopbouw wordt ontnomen, zoeken de behoeftigen hun Heil ergens anders.

“     Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het brood des levens. Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven;  dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet zal sterven. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld” John.6: 47-51.

Orthodoxie is een ‘state of heart.

uitgegeven door Arch. Meletios Webber, priester van de parochie H. Nicolaas van Myra, Amsterdam

Jezus zegt tot drie keer toe dat Hij in Eigen Persoon het Brood is dat Leven geeft [John.6: 35, 48 en 51]. Brood staat daarbij voor de eerste levensbehoefte van mensen. Hij doet dat in een onderwijs-leergesprek dat volgt op de wonderbare broodvermenigvuldiging [6: 1-15]. Onze Heer, onze Pedagoog heeft oog voor de honger van de mensen die Hem volgen, en Hij vermenigvuldigt ‘Zijn ‘Leven’s-beschouwing’ totdat iedereen genoeg heeft gegeten.
Het verdeelde brood stilt de honger; maar voor Jezus is dit mirakel [Mysterie] vervolgens tevens aanleiding om nòg dieper te gaan.
Hij neemt het de mensen die alleen voor een nieuw broodmirakel komen [John.6: 25-27] 
‘kwalijk’ dat zij ‘niet vèrder‘ kijken, dan hun neus lang is.
Het voedsel dat vergaat heeft voorzeker een eigen plaats, maar er is méér: voedsel is ‘Zijn ‘Leven’s-beschouwing’ Die ‘niet‘ vergaat.
En dáár dient in geïnvesteerd te worden en ruimte aan gegeven te worden !!!
Een groot wonder, maar toch waren de mensen uiteindelijk gestorven [John.6: 49]. Jezus opent 
ons de ogen voor een volkomen nieuwe werkelijkheid: Hij is in ‘Eigen’, ‘Goddelijk’ – ‘Persoon’ het Brood dat ons het ‘Leven’ geeft, dat van de Vader neerdaalt uit de Hemel.
Wanneer je dit eet, ben ‘Ik in jou en jij in Mij’ en ontvang je het eeuwig leven.  
Wanneer onze Heer, als Pedagoog, dit broodbeeld gebruikt, klinken nog veel andere bijbelse motieven mee: toonbroden in de tabernakel, Bethlehem als broodhuis, de duivelse verzoeking aan/voor Jezus om van stenen brood te maken, de bede om ons dagelijks brood, de graankorrel [basis voor brood] die in de aarde valt en sterft.
Hoe brengen we mensen in aanraking met onze Heer, Jezus Christus, Die ons het Leven en de zaligheid geeft?
Hoe zijn wij christenen het brood dat leven geeft?
Wij christenen zijn als het brood dat bij de maaltijd van de Heer wordt genomen, gezegend, gebroken en gedeeld.
Vergelijk hierbij: “Jezus” –
1.]. “nam het brood“,
2.]. “sprak de zegenbede uit“,
3.]. “brak het” en
4.]. “gaf het aan zijn leerlingen” Luc.24:30 .
Wanneer wij christenen dàt toepassen op een werkzame grondhouding op
de komende weekdagen, waarbij het Heilige Brood en Wijn, Die Leven voortbrengen, dan mogen we het zo leren zien:
1.]. ‘We worden door God uitgekozen om Zijn leven te ontvangen: Hij heeft ons Lief in Christus‘.
2.]. ‘We worden door God gezegend om zijn leven door te geven: hij zegent ons in Christus‘.
3.]. ‘We worden door God gebroken om juist in en door onze kwetsbaarheid vrucht te leren dragen: hij gebruikt onze zwakheid om Christus’ Kracht te kunnen tonen‘.
4.]. ‘We worden door God uitgedeeld om dichtbij mensen te kunnen komen: hij verspreidt ons in deze wereld om brood te zijn dat leven geeft‘.

Apolytikion     tn.7
”     Door Uw Kruis zijt Gij de Overwinnaar van de dood
en hebt Gij het Paradijs geopend voor de rover.
De droefheid van de Myrondraagsters hebt Gij veranderd in Vreugde
en Gij hebt haar gezonden tot de Apostelen om te verkondigen,
dat Gij verrezen was, o Christus onze God,
om aan de wereld grote Genadegaven te schenken“.

Kondakion     tn.7
”     Niet langer houdt de onderwereld de gestorvenen vast,
want Christus is er afgedaald en heeft dienst kracht vernietigd.
De hades is geboeid; de Profeten jubelen en roepen:
De Verlosser is aan de gelovigen verschenen.
Verheft u in het Geloof, ter Opstanding“.

Theotokion     tn.7
”     Gij zijt de schatkamer van onze Opstanding, o Albezongene.
Voer daarom hen die op U vertrouwen, 
vanuit de poel en de afgrond van de zonden omhoog.
Want Gij hebt ons, die aan de zonden schuldig waren, verlost,
doordat gij de Verlosser gebaard hebt.
Voor deze Geboorte was U Maagd
en zijt na deze Geboorte Maagd gebleven“.

28e Juli , Heilige Irene afkomstig uit Chrysovalantou 9e eeuw

Heilige Irene, Hegoumena van het convent van Chrysovalantou

De Heilige Irene Chrysovalantou [Αγία Ιρένε Χρυσοβαλάντου] groeide op in de periode na de dood van de hebzuchtige keizer Theophilos I.
Na zijn overlijden betrad z’n echtgenote, de eerbiedwaardige en Godelievende Theodora de troon.
Keizerin Theodora steunde het Orthodoxe Geloof en herstelde de verering van de heilige iconen, evenals de Traditie binnen de Orthodoxe kerk van Byzantium.
Keizerin Theodora regeerde als voogd van haar zoon Michael, die nog niet de leeftijd had om de regering over het rijk te aanvaarden.
Toen Michael twaalf jaar oud was, probeerde Theodora voor hem een geschikte vrouw te vinden. Ze stuurde haar verkenners op een pad om een zowel schoon als nobel en deugdzaam meisje te vinden dat tevens waardig zou zijn om keizerin te worden.
In de binnenlanden van Cappadocië leefde zo’n mooie deugdzame deerne, die de dochter was van adellijke ouders en haar naam was Irene.
De verkenners onderkenden de deugdzaamheid en schoonheid van Irene en brachten haar snel onder de aandacht van de keizerin in de hoop dat ze ooit een keizerin zou worden. Irene had een zus die door de broer, ‘Vardis’ van de keizerin tot vrouw werd genomen.

H. Ioannikios, de Grote

Toen de scouts de eerlijke Irene naar Byzantium begeleidden, kwamen ze langs Olympus. Irene had gehoord van een man die op de berg Olympus een extreem ascetisch leven leidde, ene ‘Ioannikios de Grote’ en wist dat hij een heilig leven leidde die ze heel graag zou willen ontmoeten. Ze smeekte de verkenners om haar naar de heilige te begeleiden, zodat ze zijn zegen zou kunnen ontvangen. Ze kwam met haar begeleiders tot overeenstemming, maar de H. Ioannikios bleek slechts de waardigheid van het hart te bezitten.
Toen het gezelschap naderbij kwam herkende de H. Ioannikios de spirituele vooruitgang van het jonge meisje en riep uit: “Welkom Goddelijke dienares, Irene. begeef je naar de hoofdstad en verheug je voorafgaand bij het daar gelegen klooster, waar men jou te Chrysovalantou als maagd zal  opnemen”.
Irene was verbaasd te horen, dat deze heilige niet alleen haar naam, maar zelfs haar lot kende. Zij viel daarop voor hem neer en geraakte vervolgens in een diepgaand gesprek. Voordat ze op weg ging, gaf de H. Ioannikios haar geestelijk advies teneinde haar in haar voornemens te versterken.

Toen Irene uiteindelijk bij het hoofdstad aankwam, wachtte familieleden, die in de stad woonde, haar op om haar begroeten. Ze hadden allemaal hun eigen politieke achtergrond onder andere aan het hof. Zij kwamen met een aantal van hun notabele vrienden naar voren en begroetten haar met veel eer, zoals haar toekwam. De Koning der koningen echter, die alle dingen uit het niets heeft gemaakt, had bepaald dat de aardse huwelijkskandidaat een paar dagen daarvoor, reeds een ànder meisje had uitverkoren, voordat Irene zich zelfs maar had voorgesteld/vertoond. Irene was hier niet van op de hoogte, maar zij dankte God dat Deze de huwelijkskandidaat aangezet had een andere vrouw te kiezen.
Vele andere edelen en leiders, de rijkste mannen van Constantinopel, probeerden Irene, vanwege haar vanwege haar schoonheid en edelmoedigheid tot hun vrouw te krijgen. Zij wenste echter geen andere bruidegom dan de Hemelse Bruidegom. Ze verwierp -in haar door God verkregen wijsheid- alle tijdelijke en aardse zaken en zocht een rustige plaats om haar leven in alle rust, vreedzaam en aangenaam voor God door te brengen.
De woorden van de H. Ioannikios de Grote herinnerend, stuurde zij mensen naar het klooster van Chrysovalantou, zodat ze te weten kwam hoe het daar aan toe ging. Deze berichtten haar dat het klooster Chrysovalantou, een vrij mooie en rustige plek was met een verrassend goede gemeenschap monialen [nonnen].
Bij de hoorzitting waarbij de kloosterlingen de goede bekendheid opviel, was de H. Irene zo blij dat ze niet alleen al de dure kleding die haar ouders haar hadden gegeven aan de armen overdroeg, maar tevens alle kostbaarheden die de keizerin haar had toegeschreven. Ze gaf al haar bedienden en slaven de vrijheid, knipte de lange gouden lokken van haar haar af  en trad met alle jeugdige gretigheid toe in het klooster van Chrysovalantou.
Irene heeft iedere wereldse ijdelheid en elke wereldse manier van denken daadwerkelijk achter zich gelaten. Zij, de tedere, edele en mooiste, beklede zich -ondanks haar hoge afkomst- en verheugde zich bovenmatig toen ze het lichte juk van Christus, de Gezalfde en Meest Zoete Meester op zich nam. Ze heeft zich met een overweldigende nederigheid onderworpen aan alle mede-monialen en heeft zonder ooit tegen te spreken alle zorgvuldige en onvermoeibare behoeften van het klooster gediend.
Ze heeft zich nooit beroepen dat ze van een adellijke familie afkomstig was en toonde zich nimmer te goed voor zulk zwaar werk en bracht de meest vernederende diensten zonder klachten tot een einde. Haar uitstraling was helder en in haar ziel betrachtte ze boetvaardigheid naast gelukzaligheid. Ze beschouwde nooit dat ze van adellijke afkomst was en veel te goed voor zulk werk en de meest vernederende diensten voerde  zij zonder klachten uit. Haar voorkomen was stralend als licht in de morgenstond en in haar ziel bezat zij  boetvaardigheid naast gelukzaligheid. 

De Hegoumena – abdis van het klooster- was een deugdzame vrouw, stond bekend als een strijder bij de geestelijke beproevingen en zij zette haar medezusters aan tot goede werken. Irene had van God de genade ontvangen, die Zijn Mystiek geheel op haar deed afstralen. Deze zelfde genade leerde haar wat voor haar ziel zonder twijfel voordeel bracht, zoals de Heer Zelf zegt:
Ik ben de ware wijnstok en Mijn Vader is de landman. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht drage. Gij zijt nu rein om het Woord, dat Ik tot u gesproken heb; blijft in Mij, gelijk Ik in u. Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft.
Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doenJohn.15: 1-5.
Zo heeft deze onvergetelijke, als goede en vruchtbare aarde, vrucht voor Christus voortgebracht in de ogen van God en heeft zij ten opzichte van de gehele zustergemeenschap van het klooster bevredigend geleefd en waren al haar medezusters onverwacht verwonderd door haar optreden.
Zo had daar zo het vertrouwen gekregen dat Irene van hen kreeg opgedragen  dat zij als penning-meesteres èn verantwoordelijk werd voor de inkopen van het klooster werd aangesteld èn de verzorging van de zilveren stukken van het klooster te verzorgen kreeg.
Ze deed ten opzichte van iedereen, die zij ontmoette, wat van haar verlangd werd, vertoonde grote nederigheid, en maakt nooit op pijnlijke wijze haar medezusters te schande. Ze was geliefd en werd door alle nonnen gerespecteerd. Irene was niet alleen in staat om al haar lichamelijke plichten te voldoen, maar deed dit nog meer op geestelijk vlak.

H. Arsenius de Grote [ca. 354-449], de Romein of diaken, woestijnvader

Ze ontbrak nooit in de kerkdiensten en ze las in haar cel de levensverhalen van eerbiedwaardige kloosterlingen en woestijnvaders, teneinde hun leven na te bootsen en haar mede-zusters te onderwijzen en hen te stimuleren tot soortgelijke inspanningen. Op zekere dag toen ze het leven van de H. Arsenios de Grote had gelezen en leerde dat hij tot de ochtenduren wakker bleef om te bidden, wilde ze deze manier van leven ook op zich nemen  en vroeg daarom toestemming van haar supervisor om deze geestelijke strijd te kunnen uitoefenen. De hegoumena aarzelde aanvankelijk om Irene haar zegen te geven om deze ascetische daad uit te voeren, omdat ze bang was dat zij ziek zou worden door overmatige uitputting, maar daar zij haar inzet, haar nederigheid en haar stabiliteit kende, koos zij de zijde van Irene en gaf haar de zegen om deze ascetische praktijk uit te voeren. Irene begon deze bovenmenselijke strijd, hoewel ze nog slechts een jaar in het klooster verbleef. De Goddelijke Genadegaven gaven haar de kracht en zij zou van ’s-avonds tot vroeg in de morgen als Mozes met haar handen opgeheven tot God staan te bidden. Vele andere keren zou ze hetzelfde doen van de vroege ochtend tot de volgende dag bij zonsopgang en andere keren zou ze de hele dag en nacht in gebed staan. De hegoumena kwam steeds meer onder de indruk van Irene’s vooruitgang.
Inmiddels waren er drie jaar versteken, en de H. Irene doorliep in deze tegen een grote ascetische strijd aan, tegen de aartsrivaal van al het goede, de duivel zelf, deze zag haar grote strijd en probeerde haar te overreden in overtreding te gaan;  het gelukte hem echter niet. De H. Irene ging niet op de beproevingen in en had zoveel veel zorg voor haar vlees ter wille van haar ziel dat ze alle fysieke dingen [eten, glorie, geld, kleding, macht en al dit soort aangelegenheden] heeft afgewezen en volledig verachtte. Ze had slechts één gewoonte aangenomen, het was haar gewoonte geworden haar kleding voor het eerst op Pascha te dragen en er één jaar lang in te blijven rondlopen, zonder het af te nemen of ooit te wassen. Eerst wanneer het Pascha naderde zou ze de nieuwe habijt aantrekken en haar oude aan de armen geven. Haar dieet bestond uit brood en water, eens per dag, misschien wel eens wat kruiden erbij. Ze was niet geneigd om als mens te leven en had haar notabele opvoeding totaal vergeten.
De demon, die er niet in slaagde om de H. Irene aan te zetten om zonde te bedrijven, riep in Irene’s gedachten op -door haar te herinneren aan het plezier van haar vroegere leven- en haar te te beroeren met vleeslijke verlangens. Hij, die de mens van God probeert af te houden, haatte haar tevergeefs, want ze herkende zijn aanval maar al te goed en ze weerstond zijn pogingen tegen haar, zodat ze aan de verleiding van deze demon zou ontkomen, en zij vervolgde haar strijd als voorheen. Op een avond, zoals zij normaal was, haar gebeden te doen, nam een duivel de vorm van een erg lelijke zwarte man aan die haar van verre stond te beledigen, uit zwakte wilde hij zo ver te gaan de dienaar van God de schrik aan te jagen. De duivel zei tegen haar: ‘Jij hoogmoedige en kwaad-aardige vrouw, jij vecht tegen mij zonder jezelf te realiseren wat ik wel niet ben en hoe groot mijn kracht wel niet is?’ Deze en andere beledigingen heeft deze meest achterbakse verleider haar voor de voeten geworpen, maar onze heilige heeft uit ontzag voor God het kruisteken gemaakt en de demon verdween onmiddellijk. Enige dagen later werd de H. Irene geteisterd met zware en donkere inbeeldingen. Hoewel deze haar gemoedsrust diep gestoord hadden, kwam ze moedig op tegen de passies van het vlees en gaf duidelijk blijk van de overwinning. Zij zou vaak op de grond vallen en met tranen bidden tot de Heer.
Zij riep regelmatig de alHeilige Moeder Gods, de Theotokos aan om hulp en tot de aartsengelen Michaël en Gabriël aan wie de kerk van het klooster was toegewijd.

Heilige Drieëenheid, toonbeeld van Goddelijke Liefde

Zij riep ook de hulp in van alle hemelse heiligen, om haar uit de strikken en onreine suggesties van de demonen te komen redden.
De H. Irene bad met behulp van deze woorden, “Al-heilige. Almachtige Drie-eenheid, door de gebeden van de Al-heilige Moeder Gods en de smekingen van de aartsengelen Michaël en Gabriël, en alle hemelse krachten en alle heiligen, kom mij te hulp in mijn beproevingen?”.
Wie deze heilige van God, deze Irene, aanschouwde, zag in haar het grote en heilige verlangen en haar vele van God-verkregen Genadegaven. Ze was het uitverkoren schip geworden, zoals de grote Apostel Paulus zegt en een hoeder van de Heilige Geest, welke in haar ziel, haar hart, de levende Christus, aanschouwt. Ze leefde niet meer in het vlees, maar in haar geest voor Christus, terwijl Christus in haar woonde, zoals de Heilige Apostel het beschrijft. Op deze manier werd de H. Irene totaal verlicht en leidde veel zielen naar het Licht der Waarheid. Het geschiedde dat mensen van alle klassen in rijen naar haar zouden toestromen. Zij heeft ze met plezier leren kennen en geleerd en met voorzichtigheid en zachtmoedigheid te benaderen en te adviseren.

Plotseling werd echter de hegoumena van het klooster erg ziek. Alle nonnen rouwden in hun cellen, omdat ze wisten dat ze het einde van haar aardse leven had bereikt. Aangezien de hegoumena zo deugdzaam was, waren zij bedroefd door haar dreigende vertrek. De nonnen rouwden, maar de nederige Irene treurde nog meer. De stervende zei tegen haar mede-zusters in de abdij met alle zachtmoedigheid: “Wees niet verdrietig over mij, want je hebt een goede opvolger, die bekwamer en veel wijzer is dan ik en blijf haar en jezelf allemaal gehoorzaam met hart en ziel”.
Deze woorden sprak zij over Irene, de dochter van het Licht, het lammetje van God, het schip van de Al-heilige Geest en kies voor jezelf daarom geen andere voorbeeld dan Irene. De gezegende kloosterling, die haar laatste uur bereikt had, zei tot slot tegen haar Heer en Meester: “Dankzij Uw Genade, o Heer, de eer komt U toe!”  Op deze manier gaf ze haar ziel over aan de engelachtige handen die op haar wachten en haar hemelwaarts voerden. 
De eerbiedwaardige Irene was niet aanwezig toen de hegoumena de aardse wereld verliet en ging hemelen. Evenzo vertelde geen van de nonnen Irene wat de hegoumena had gezegd, omdat zij Irene’s grote nederigheid kenden en hoe zij zich afwend van trots en ijdelheid, ze waren bang dat ze het klooster zou verlaten wanneer ze dergelijke woorden zou vernemen. Daarom begroeven zij de overledene hegoumena, omdat het passend was en zij gingen vervolgens naar de kerk om God te smeken, dat Hij hen zou komen verlichten.

H. Methodius, patriarch van Constantinopel [843 tot 847]

Op dat moment was Methodios, de patriarch van Constantinopel, geestelijk vader van het klooster. Tijdens de iconoclastische periode had deze heilige patriarch veel martelingen ondergaan en droeg op zijn lichaam de kenmerken van de prijs die hij voor de Orthodoxie betaald had. Hij  bezat de Genadegave van de Heilige Geest en kon in de toekomst schouwen. Toen de andere mede-zusters zich gereed hadden gemaakt voor een bezoek aan het patriarchaat, wilde Irene niet met hen mee gaan en had een groot skala aan redenen en obstakels om hen niet te volgen. De nonnen slaagde er echter  gezamenlijk in om Irene te dwingen.
Toen ze in de nederige stulp van de patriarch waren aangekomen en de zegen van hem hadden ontvangen, vroeg hij hen welke van alle nonnen zij zelf hadden overwogen als de nieuwe hegoumena, het is namelijk de gewoonte dat een Metropoliet of Patriarch de kloosterlingen ‘bijstaat‘ in deze benoeming.
Zij antwoordden dat zij voor ‘niemand’ de voorkeur hadden, maar eerder hun vertrouwen hadden ‘in God en in zijne heiligheid de patriarch’, daar hij in de Heilige Geest zijn leven leidde.
Daarom werd Hem gevraagd de beslissing te nemen, dat de Heilige Geest hem in deze beslissing zou zou leiden. De Goddragende antwoordde toen dat hij wist dat alle nonnen de eerbiedwaardige en zuivere Irene wilden en dat ook hun mening goed en aangenaam was voor onze Heer en God. De patriarch dankte daarop God en bedankte Hem dat Deze hem de deugdzame daden van zijn dienstmaagd Irene had geopenbaard.
De zusters waren verbaasd en eerden hem door te zeggen: “Waarlijk, God woont in uw rechtvaardige ziel en Hij heeft u geopenbaard en maakt dat verborgen dingen aan u bekend zijn”. Onmiddellijk stond het heilige patriarch van zijn ereplaats in hun midden op en zong de vereiste hymnen, zegende hen namens de Heer, en stelde Irene voor als geestelijk leider van de Grote Kerk, omdat zij door de Heilige Geest met schoonheid bekleed/begenadigd was. Hij las even later ‘de gebeden van de installatie van een hegoumena’, over haar uit. Hij gaf haar vervolgens nog instructies over hoe ze de begeleiding van haar mede-zusters zou dienen voort te zetten op de weg van hun redding en vrede. Hij dankte Irene evenals haar mede-zusters voor hun komst en stuurde ze terug naar hun klooster.
Irene huilde lang en vanuit het diepst van haar wezen; ze voelde zich onwaardig om zo’n positie te bekleden. De mede-zusters probeerden haar te troosten door te zeggen tegen haar: ‘Het geschiedde naar Gods Woord’. 
Toen ze bij het klooster aankwamen, droegen zij haar in haar functie aan God op en begeleidden Irene naar haar cel in het klooster.
Irene liet hen begaan en zij sloot de deur van haar nieuwe cel en viel op languit op de grond:
Meester, Heer Jezus Christus, Goede Herder, onze Gids en leraar, help Uw dienstmaagd en deze u toebehorende kleine schaapsstal en bevrijd ons uit de greep van de zielenwolf, want U kent onze zwakte en dat we niets goed kunnen doen zonder Uw hulp en Genade’.

Ze heeft heel lang op deze manier tot de Heer gebeden en zichzelf aangespoord door te zeggen: ‘En jij, armzalige Irene, weet je misschien wat een last die Christus op je schouders heeft gelegd voorstelt? Je neemt de verantwoordelijkheid voor zielen op je waarvoor God ons menselijk vlees heeft aangenomen, toen God mens werd en Zijn al-heilige en allerhoogste bloed heeft vergoten. Als jij ook maar één ziel verloren laat gaan, dan zal jij op de Goddelijke oordeelsdag je hierop dienen te verantwoorden. Jij ontvangt slechts de hel als beloning omdat je zelf de zorg op je hebt genomen zoveel zielen te begeleiden, wanneer jij je onverschillig gedraagt en één van deze zielen zal worden veroordeeld. De Heer Zelf zegt dat elke ziel méér waard is dan de gehele wereld. Wees daarom waakzaam, vast, bid en let op een dusdanig manier op en wees oplettend wat je doet opdat wanneer vanaf vandaag door jouw toedoen een van je mede-zusters iets overkomt waardoor deze haar ziel verloren zal gaan. Want zoals Christus Zelf gezegd heeft, een blinde begeleidt een blinde mens en veroorzaakt dat de twee in één kuil vallen. Laat dit niet in u verwezenlijkt worden’.

H. Irene Chrysovalantou

Irene worstelde harder dan ooit en bracht vele dagen in gebed en vasten.
Ze zou ook ’s-nachts neervallen en vele buigingen maken. Ze gaf haar lichaam nooit rust, opdat de Heer haar diepe strijd zou zien, zou Hij haar genadig kunnen zijn en haar wijsheid geven om haar kudde Gods op een aangename wijze leiding te geven.
Overeenkomstig haar verlangen gaf de Heer haar veel wijsheid en zij werd zij waardig bevonden om haar mede-zusters te begeleiden. Zij leerde in nederige wijsheid de grote leraren en retorici te  overtreffen.
Hierna treft u een kleine selectie aan van enkele van haar voorschriften en vermaningen:

 ‘We verlieten de charme van deze wereld en lieten ‘al het onjuiste‘ aan ons voorbij gaan, teneinde die ware en eeuwige zaken te kunnen beërven. Wanneer  wij ons derhalve in onze ellende niet aan Gods geboden houden, ellendig als wij zijn, dan zullen we deze voorbijgaande dingen verliezen, samen met de eeuwige dingen evenals de onverstandige maagden, zullen wij echt als onwaardig en dwaas beschouwd worden. Aangezien de ziel niet in twee delen kan worden verdeeld, is iemand die op zoek is naar genotzucht èn een temperament bezit van een hoogmoedig mens èn die zogenaamd nederig is en al onze werken totaal zal verafschuwen, moeite hebben om zulke wereldse verlangens uit onze ziel te verwijderen. Onze innerlijke gemoedstoestand dient gelijk te zijn aan onze uiterlijke staat en wij zijn in staat gesteld onszelf te richten op het bereiken van alle andere deugden. We houden ons aan de geboden van de Heer, ellendig als wij zijn en eerst dan zullen we deze voorbijgaande dingen achter ons laten en wanneer wij ons samen slechts met de eeuwige zaken verbinden zoals de onverstandige maagden, zullen wij pas echt onwaardig en dwaas zijn’.
⁌ ‘Onthoud dat de deugden van de ziel de voorkeur hebben aan de deugden van het lichaam. Vasten en waakzaamheid en de andere benauwenissen van het lichaam leveren ons bar weinig op wanneer de deugden van de H. Geest blijken te ontbreken. De deugden van de H.Geest zijn nederigheid, liefde, begrip, aalmoezen geven aan de armen en alle andere goede werken en God welbehagen schenkende daden. Na al deze dingen laten we ook werken aan de deugden van het vlees en laten we zo veel mogelijk aantrekkelijkheden van de wereld achter ons laten’.
Deze en anderen adviezen waren het, die de H. Irene haar kudde met moederlijke genegenheid voorhield. Haar spirituele kinderen zouden er alles aan doen om ze rond te vertellen en ze brachten veel geestelijk vruchten voort. Onze eerbiedwaardige Moeder Irene heeft, gezien het feit dat haar raad veel beloning voor de zielen van de mede-zusters opgebracht, zich hierover verheugt en trok op met de Heer van Wie zij naar lichaam en ziel heeft gehouden.
Met een onwrikbaar vertrouwen op God en een onmetelijke liefde voor haar mede-zusters durfde de H. Irene van God van een grote en bovennatuurlijke Gave te aanvaarden, het geschenk van geestelijke voorzienigheid. Zij wilde de geheime overtredingen van al haar mede-zusters weten, niet uit de menselijke nieuwsgierigheid, maar om ze te corrigeren, zodat ze uiteindelijk niet tot de hel veroordeeld zouden worden.

De Heer hoorde, gezien het feit dat haar doel goed was, onmiddellijk haar verzoek in en stuurde van haar vanuit de hemel een licht-dragende engel die haar bekleed heeft met een prachtig wit kledingstuk. Irene werd niet bang en geraakte niet gestoord bij de blik van de engel, maar was eerder verheugd. De engel begroette haar door te zeggen: “Aller trouwste en productieve dienstmaagd van God! De Heer heeft mij gestuurd om u te dienen volgens uw verzoek voor degenen die zijn bestemd om door u te worden gered. De Heer heeft mij bevolen om u altijd bij te staan en om de geheimen van ieder dagelijks  gebeuren verstandig te onthullen”. Dit gezegd hebbend, verdween de engel vooralsnog. Onze eerbiedwaardige moeder viel in vreugde op de grond, dankte de Heer en vanaf die tijd was deze engel haar altijd nabij. Deze engel leek haar aan te spreken, met haar als een vriend te spreken, elke keer wanneer het nodig was om een geheim te ontwaren. Dit geschenk werd haar niet alleen gegeven ten behoeve van al de nonnen, die aan haar geestelijke zorg waren toevertrouwd, maar ook voor de vele die tot haar kwamen om haar gouden woorden te vernemen. Wanneer Irene iemand zou zien die een verkeerde handeling had begaan, zou ze hem leren over de eeuwige verschrikking, waar alle diegenen die zich bewust distantieren van Gods Woord sterven, veroordeeld worden. De H. Irene zou op deze manier spreken of ze nu een geestelijk, gewijd iemand, een non of een leek haar niet aanstond. Ze heeft zich nooit voor wie dan ook behoeven te verontschuldigen, die zij voor eigen bestwil heeft gecorrigeerd. Zij heeft hen niet onrechtmatig vernederend, maar ze heeft de juiste manier gevonden om elke persoon tot inkeer, berouw te brengen.
De H. Irene zou van de vroege avond tot de tijd van de dienst van Orthros voor allen bidden, na de dienst zou even rusten/slapen totdat de zon opkwam. Zij zou dan naar de kerk gaan en de zusters een voor een tot bekentenis en ommekeer oproepen en wanneer een van hen niet alle ongerechtigheden openbaarde die zoal gepleegd werden, zou de H.Irene hen adviseren zoals de engel haar zou aangeven. Alle mede-zusters kwamen iedere morgen opnieuw om haar als een groot voorbeeld na te volgen en  te respecteren. De heiligheid van het klooster van Chrysovalantou werd al snel wijd en zijd bekend. Bij honderden kwamen de inwoners van de stad om deze eervolle en eerbiedwaardige persoonlijkheid te aanschouwen.
De mensen van adel, de politieke leiders, vrouwen, maagden, jong en oud, H. Irene leerde met zo’n wijsheid en innige vermurwing van het hart dat de naam van de heilige hegoumena van Chrysovalantou tot in onze tijd zo populair maakte. 
En in haar eenvoud bleef de H. Irene hardop en lang bidden. ’s-Nachts terwijl ze met haar handen, naar de hemel opgeheven, aan het bidden was kwamen de demonen in haar cel en begonnen met afschuwelijke stemmen te keer te gaan; zij spraken woorden, die niet voor mensenoren geschikt worden geacht en probeerden onze heilige moedertje van het gebed af te houden. Zij waren echter niet in staat deze heilige te overheersen. Desalniettemin bleven de demonen de H. Irene aanvallen en riepen door bewegingen van het gelaat en gebaren en door haar toe te roepen toe:
Onhandige Irene, uw verstijfde voeten houden u vast. Hoe lang zal u ons ras martelen, hoe lang brengt u ons met uw gebeden in verlegenheid en hoe lang zal u ons nog pijn doen en ons  verdrietig maken? “.

Onze eerbiedwaardige moeder bleef hier echter geen aandacht aan hen schenken. Deze duistere demon stootte vervolgens een vlam uit de ikonenlamp en deze zette de mantel en sluier van de heilige zelf in vuur en vlam. De vlammen kwamen tot op de grond en brandden niet alleen de kleding van de heilige, maar drong diep door  in de huid op haar schouders, borst en rug. Haar hele lichaam zou zeker verbrand  zijn wanneer dit niet door een van de mede-zusters werd opgemerkt en die haastte zich om het vuur uit te doven nadat ze het vanuit haar eigen cel in de gang was opgevallen. Het is niet te geloven dat de heilige door de hele gebeurtenis onaangedaan was blijven staan. Irene stond rechtop, de handen nog steeds in de lucht en bleef tot onze Heer in de hemelen bidden. ‘Mijn kind’, zo zei Irene tot haar mede-zuster om haar tegen de angst te wapenen, ‘waarom heb je zulke slechte dingen laten gebeuren en het goede terzijde geschoven? We dienen ons niet over de menselijke dingen druk te maken, maar liever bij de goddelijke dingen stil te staan. Er stond een engel voor mij, die een krans samenstelde van verschillende prachtige en geurige bloemen en toen hij zijn hand uitstrekte om deze krans op mijn hoofd te plaatsen, kwam jij, m’n mede-zuster binnen. Je dacht dat je een lofwaardige handeling pleegde, maar in plaats daarvan verrichtte je de meeste onbetamelijke  daad. De engel zag je en verliet mij. Je hebt me verdriet gebracht en er ging een geweldige mogelijkheid verloren
De mede-zuster begon te huilen toen ze de kledingrestanten van dit gebeuren van onze eerbiedwaardige moeder begon te verwijderen. Aldus werden de verwondingen en haar gedeeltelijk verbrand vlees aan de wereld openbaar en vastgelegd. Er kwam een glorieuze geur van haar af, deze geur was als goddelijke Myron, zoeter ruikend en krachtiger dan alle kostbare parfums die kunnen worden gekocht. De aroma van de Myron heeft het klooster vele dagen gevuld en de monialen verheerlijkten God omdat dit als een waarachtig Mysterie [wonder] werd beschouwd. De H. Irene had geen tweede kledingstuk en dus bracht haar celbediende haar een nieuwe. Binnen enkele dagen werden de wonden die de meeste mensen gedood zouden hebben, op wonderbaarlijk genezen door de Geneesheer van onze zielen en lichamen en deze heilige werd op deze wijze profetische Genadegaven toegekend.

Op zeker moment kwam een zekere eunuch van haar zus [de vrouw van Caesar Vardis] om de heilige te bezoeken. Irene stelde hem op de hoogte van een diep geheim en zei tegen hem: ‘Kyrillos, [dit was de naam van de eunuch], vertel mijn zus om haar hierop voor te bereiden, want binnen enkele dagen zal haar man sterven als gevolg van een samenzwering van koning Michaël. Na een tijdje zal deze koning ook zijn koninkrijk en zijn leven verliezen door een ander komplot tegen hem wegens zijn dwaze misdaden. Wees voorzichtig om tegen iemand maar iets hierover te zeggen. Niemand van onze familie zou durven opstaan tegen de nieuwe koning die hierna de troon zal bemachtigen. Ze zouden hem ook niet moeten afschrikken, zelfs niet wanneer deze de troon na een moord zal bemachtigen, want God heeft hem liefgehad omdat hij Hem vreest en God is hem nog genadig geweest’.
Nadat zij hier toch van op de hoogte werd gesteld, vertelde de zus van Irene haar man van de profetieën, die door haar liefde voor hem overwonnen werd. Haar man reageerde echter daarop in trots en dwaasheid, in plaats van met tranen naar de Heer te rennen en barmhartig af te smeken en bleef onverschillig. Hij was alleen geïnteresseerd te weten te komen wie de volgende koning zou worden en vele malen bood hij dienstbewijzen aan onze heilige moeder Irene aan om de naam van de toekomstige koning te weten te komen. Een paar dagen later werd hij in het militaire kamp vermoord. Koning Michael werd op dezelfde manier gedood en Basilios van Macedonië werd koning.

Een notabele, mooie vrouw uit Cappadocia, de geboortestad van de H.Irene, was verloofd met een bepaalde man. Later echter, bedacht zij zich en besloot daarentegen van een huwelijk af te zien. In plaats daarvan werd zij moniale in het beroemde klooster van Chrysovalantou. De demon bleef echter jaloers en vulde haar ex-verloofde met enorme seksuele passie. De man wist echter wel dat hij niet in het klooster kon komen. In plaats daarvan hield hij een machtige goochelaar aan, een van de bekwaamste dienaren van de duivel aan wie de ex-verloofde veel geld gaf voor de bevrijding van de vrouw die hij als zijn echtgenote wilde. De tovenaar heeft zijn slechte kunst in Cappadocia dusdanig ten uitvoer gebracht dat de vrouw in het klooster helemaal uit haar bol ging. Ze begon rond het klooster te rennen en ze schreeuwde de naam van haar ex-verloofde en vloekte en tierde dat wanneer haar mede bewoners de deuren van het klooster niet zouden openen, zij zichzelf zou verstikken. Onze eerbiedwaardige moeder hoorde de opkomst en schreeuwde: “Wee mij ellendige, wanneer ik door onverschilligheid als herder de wolven het schaap laat weghalen. Maar jouw inzet is tevergeefs, o duivelse tegenstander, omdat Christus dit niet zal toestaan, jij bent slechts gekomen om mijn lammetje te verslinden”. Zij riep de mede-zusters gezamenlijk op en gaf hen de opdracht om zich tegen de strikken van de demonen te verweren en ze beval hun allen om de hele week te vasten en elk van hen onder tranen per dag duizend grote metanieën [buigingen] te maken voor deze mede-zuster en ondertussen tot God te bidden hen van deze beproeving, die zij als klooster ondergingen, te verlossen. “Wee mij ellendige, wanneer deze wolven door onverschilligheid van haar herder de schapen laat weghalen. Maar tevergeefs werk jij, slim heerschap van een duivel, omdat Christus jou echt niet zal toelaten om mijn lammetje te verslinden”.

Basilius de Grote, genezing van de melaatsen

✥ Onze eerbiedwaardige moeder heeft daarop dagelijks in haar cel voor deze medezuster gebeden en op de derde dag zag zij de Heilige Basilios de Grote voor zich en deze zei tot haar:
Waarom toch, kom laat u ons, Irene, wanneer de zon opkomt, deze zieke volgeling van je meenemen en haar naar Vlachernae brengen en daar zal de moeder van onze Heer en Meester Jezus Christus, Die krachtig genoeg is, haar beter maken”. Dat gezegd hebbend, verdween de Heilige Basilios en de H. Irene nam de zieke mede-zuster samen met twee andere nonnen mee en kwam in de Kerk van Vlachernae aan, daar hebben ze de hele dag met tranen in hun ogen voor de icoon van de Theotokos [Pokrov] Haar Wonderlijke Bescherming voor het komend onheil afgesmeekt.
Omstreeks middernacht viel de H. Irene in slaap en zag ze in haar slaap een massa mensen in briljante gouden kleren gekleed en deze verzorgden de weg met de meest geurige bloemen en wierook. Onze eerbiedwaardige hegoumena vroeg daarop waarom er zoveel voorbereiding plaatsvond. Zij antwoordden dat de Moeder van Gods langs zou komen en hen gewaarschuwd had zichzelf op haar komst voor te bereiden opdat zij waardig zouden worden bevonden om de Moeder Gods, de Theotokos te vereren. Daarop kwam de Moeder van het Leven daar langs,  gevolgd door een enorme menigte. Het aangezicht van de Maagd straalde zo enorm, dat het niet mogelijk was om haar met ook maar een sterfelijke blik aan te kijken.  Onze-Lieve-Vrouwe heeft aan alle zieken die in de kerk waren verzameld aandacht besteed, zij keek eveneens naar de volgeling van de H. Irene. Onze eerbiedwaardige moeder Irene viel vol angst en beven voor de voeten van de vlekkeloze Moeder Gods.

H Anastasia, steun van de martelaren en genezeres van hen, die vergiftigd worden.

De Theotokos vroeg daaraan de H. Basilios de Grote wat deze eerbiedwaardige Hegoumena van haar verlangde en deze stelde haar precies wat de H. Irene nodig had. Hiervan horende antwoordde de Theotokos: “Roep hiertoe hier, de H. Anastasia aan!”
De God-barende was vertederd en zowel de H. Anastasia als de H. Basilios haasten zich vanuit de hemelse gewesten om deze opgedragen taak ten uitvoer te brengen. Onze eerbiedwaardige moeder Irene hoorde een stem en zei: “Ga naar je klooster terug en het zal allemaal goed komen”. Toen zij ontwaakte vertelde Irene aan haar medezusters wat zij in haar dromen meegemaakt had en vol vreugde keerden zij gezamenlijk huiswaarts. Toen ze bij het klooster aankwamen was het vrijdag tegen de tijd van Vespers en werden alle monialen in de kerk verzameld.
H. Irene zette allen uiteen wat haar was voorgespiegeld en verzocht hen allen de handen en ogen naar de hemel op te heffen en vanuit hart en ziel en brandend verlangen uit te roepen:
Heer, door de gebeden van de al-Heilige Moeder en de door haar aanbevolen heiligen, wees ons genadig!” Na lange tijd, toen de gehele in verdieping hiervan vervuld was en doordrongen was de tranen van de mede-zusters, verscheen de H. Basilius de Grote en de Grootmartelaar Anastasia onder hen en hoorden de zusters zeggen: “Wanneer zij de Goddelijke Liturgie hebben bijgewoond, dient de dienstdoende priester olie uit de ikonenlamp van de Heer en Verlosser te nemen en Gods menslievendheid zal als levend-schenkende kolen neerdalen”.
Na de Goddelijke Liturgie heeft de priester de zieke moniale met olie uit de betreffende ikonenlamp  op al haar zintuigen gezalfd. Daarop daalde Gods menslievendheid en levend-schenkende Kracht op haar neer. en werden haar zintuigen hersteld. En terwijl dit plaatsvond klonk er een dierlijk geluid hetgeen op varkens leek, die geslacht werden. De monialen keerden daarop naar het klooster terug en verheerlijkten God Die hen met zulke vreemde en prachtige dingen tegemoet was gekomen en bij het klooster aangekomen vertelden ze iedereen, die het maar horen wilde, wat hen overkomen was.
De eenvoudige Irene, veroordeelde zichzelf des te meer, daar zij gezien het feit dat zij voor haar heilige daden werd vereerd en er bleven onafgebroken tranen in haar ogen. Zij zou vooral tijdens de Heilige Liturgie tranen de vrije loop geven wanneer de priester God op het heilige altaar zou Zijn offer laten opofferen. Zij overwoog daarbij hoe de onzichtbare en onsterfelijke God door de mensen aanvaard diende te worden en omwille van de Liefde tot ons gekruisigd wordt en voor ons die Goddelijke Mysteriën heeft voorbereid, opdat wij ze zouden ontvangen wanneer wij ons via Zijn heilig Lichaam en Bloed met Hem verenigd weten. Overmand door wroeging, was zij niet in staat om haar verdriet nog langer in te houden haar verdriet en ze zou haar hoofd daarop diep buigen, opdat niemand haar huilen ook maar zou kunnen waarnemen, het gevoel dat ook zij slechts een dief en boosdoener kon worden beschouwd en grote wandaden had begaan.

De H. Irene stond er op dat het feest van de H. Basilios de Grote met grote toewijding gevierd werd omdat deze ook van Capadocië afkomstig was. Een zeker jaar hoorde ze na afloop van dit feest gedurende een nacht een stem, die haar liet weten dat zij de volgende dag een zeeman diende te verwelkomen.Haar werd duidelijk gemaakt dat deze ruwe bolster haar zou verrassen met wat fruit.
De volgende dag kwam er een zeeman en die bleef in de kerk tot na de Goddelijke Liturgie. Hij sprak de H. Irene aan en vertelde haar dat hij onlangs van Patmos was gekomen. Toen hij daar wilde afvaren wilde afvaren werd hij onderweg ondanks de goede wind opgehouden en een oude man kwam hem over het water lopend tegemoet. Deze oude man gaf de zeeman drie appels, die zo zei hij door God, de Vader, namens Zijn discipel Johannes “aan Zijn geliefde kind” deed toekomen.
De H. Irene heeft daarop met dank aan God voor dit prachtige cadeau een hele week een zware vasten ingelast. Vervolgens heeft zij veertig dagen elke dag kleine stukjes van de eerste appel gegeten, zonder iets anders te eten of te drinken. Op Grote en Heilige Donderdag in de Goede Week nadat de mede-zusters de Heilige Geheimen [de Communie] hadden ontvangen gaf ze hen ieder een stukje van de tweede appel. De monialen bemerkten een buitengewone zoetheid op en voelden zich alsof hun zielen met zaligheid werd gevoed.
Een engel liet daarop aan de Heilige Irene weten dat zij op de dag volgend op het feest van Panteleimon door de Heer zou worden opgeroepen om zich bij Hem te vervoegen en aangezien de feestdag van het klooster op 26 juli viel werd de H. Irene voorbereid door een gehele week vast feest te vieren. Ze nam daarop slechts een beetje water en kleine stukjes van de derde appel die haar door de H. Johannes de Theoloog namens God was toegestuurd. Gedurende deze hele periode was het klooster doordrongen van een hemelse geur.
Op 28 juli riep de H. Irene de nonnen samen om afscheid van hen te nemen. Ze liet daarbij ook weten dat zij haar mede-zuster Maria als haar opvolgster had uitverkoren, want deze zou hen op de smalle weg houden die tot het Leven leidt. Nadat ze God had gevraagd om haar kudde te beschermen tegen de kracht van de duivel, glimlachte ze toen zij de engelen zag die waren uitgezonden om haar te ontvangen. Toen sloot ze haar ogen en gaf haar ziel over aan God.
De Heilige Irene was meer dan 101 jaar oud toen ze stierf, maar haar gezicht had nog steeds een jonge en mooie uitstraling. Een grote menigte kwam op haar begrafenis en vele wonderen vonden plaats bij haar graf.
Door de gebeden van de H. Irene van het klooster te Chrysovalantou, Heer Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met ons en red ons“.
Er zijn vrouwen, die op haar feestdag appels mee naar de kerk nemen om deze te laten zegenen in de hoop dat ze zwanger worden. Met name de kerkgemeenschappen, die aan de H. Irene zijn toegewijd houden deze traditie vanuit Griekenland in ere en geven ze aan al de mensen, vooral aan vrouwen die hulp nodig hebben. De appel is echter niet alleen voor vrouwen die zwanger willen worden, maar voor iedereen die tot de H. Irene Chrysovalantou bidt en daardoor Gods zegen voor goede werken wil verkrijgen.

MP3 [Gr.]:  Apolytikion van de H. Irene van het klooster te Chrysovalantou: 

vert. Apolytikion     tn.4
Onbewust heeft u het Hemels Koninkrijk op aarde gebracht,
maar Christus, uw mooiste Bruidegom,
heeft u daarop de hemelse kroon verleend 
en nu regeert u eeuwig als koningin bij hem.
Want u hebt zich met geheel uw ziel aan Hem toegewijd,
o Heilige Irene, ons rechtvaardig moedertje,
u prachtig geschenk uit Chrysovolantou
u machtige hulp van alle orthodoxe gelovigen“.

25 Juli – ontslaping van de Rechtvaardige Anna, moeder van de Alheilige Theotokos, grootmoeder van Christus

H. Anna, onstlaping

De Rechtvaardige Anna was de dochter van de priester Matthan, priester in de Tempel van Jeruzalem en zijn vrouw Maria. Zij was van de stam van Levi en Aäron. Volgens de traditie stierf ze in alle rust te Jeruzalem op de leeftijd van 79, voorafgaand aan de verkondiging door de Aartsengel Gabriël aan de Allerheiligste Theotokos.

Uit de traditie is ons overgeleverd dat de Rechtvaardige Anna, grootmoeder van van de Heer en Verlosser, Jezus Christus, onze God, negenenzestig jaar, en haar echtgenoot Joachim, tachtig is geworden. Uit een van de verklaringen blijkt dat Joachim twee jaar voorafgaand aan de Heilige Anna is overleden. Met gevolg dat de Theotokos reeds toen zij elf jaar oud was te Jeruzalem haar ouders heeft verloren en al weeskind werd en bij haar voogd de Heilige Zacharias werd ondergebracht.
De Heilige Anna wordt aangeroepen om de kinderen tijdens  hun bevalling bij te staan.

Tijdens het bewind van Keizer Justinianus werd er in de zesde eeuw begonnen met de bouw van een kerk te Deutera gebouwd. Keizer Justinian II voltooide deze kerk in de zevende eeuw en droeg haar op aan de Rechtvaardige Anna, nadat zijn vrouw zwanger bleek te zijn. Tegelijkertijd werden haar overblijfselen [relieken] en sluier overgebracht naar Constantinople.

H. Anna – γιαγιά [grootmoeder]

De rechtvaardige Anna wordt eveneens op 9 september, de dag na de geboorte van de Theotokos herdacht.
De oudste en meest gewaardeerde Skete op de berg Athos is gewijd aan “γιαγιά” [=grootmoeder], zoals de monniken in dez Skete van Agia Anna haar zeer zijn toegenegen.

Apolytiokion     tn.4
Rechtvaardige Anna, u heeft in uw schoot de reine Moeder Gods gedragen,
Die het leven aan ons leven gaf.
Daarom wordt u nu vreugdevol overgebracht tot uw erfdeel in de hemels gewesten,
naar de woonplaats van degenen die zich op de Glorie verheugen,
waar u vergeving van zonden verzoekt
voor hen die u verheffen, gezegende
”.

Kontaktion      tn.2

Wij vieren de herinnering aan de voorgangers van Christus,
en vanuit ons Geloof vragen wij hun om hulp,
dat de verlossing van alle verdrukking
toegekend mag worden aan degenen die roepen:
‘Wees met ons, o God, Die hen welgevallig verheerlijkt heeft’
”.

Orthodoxie & geroepen worden

Profeet Elisa – 8e eeuw v.Chr.

      Op zekere dag begaf de profeet Elisa [Gr. Ελισσαίος. Hebr. אלישע “Mijn God is redding”] zich naar Sunem. Daar woonde een welgestelde vrouw, die bij hem aandrong, dat hij zou blijven eten. En zo vaak hij op zijn doorreis daar kwam, ging hij erheen om te eten.
En zij zei tot haar man: ‘Zie toch, ik weet, dat het een heilige man Gods is, die altijd bij ons aankomt. Laat ons dan nu een kleine gemetselde bovenkamer maken, en daar voor hem een bed, een tafel, een stoel en een kandelaar plaatsen, opdat hij, wanneer hij bij ons komt, daar zijn intrek kan nemen.
        Op zekere dag kwam hij daar; hij nam zijn intrek in de bovenkamer en legde zich daar te ruste . . . . .  En Elisa zei: Maar wat kan er dan voor haar gedaan worden? Gechazi zei: Zij heeft helaas geen zoon, en haar man is oud. Daarop zei hij: Roep haar. En hij riep haar en zij kwam in de ingang staan. Toen zei hij: Op deze zelfde tijd over een jaar zult gij een zoon omhelzen2Kon. 4: 8-11, 14-16a.

      Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de hemelen is.
         Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om Vrede te brengen, maar het zwaard. Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader en tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn.
         Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft 
boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig.
        Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. Wie u ontvangt, ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem, die Mij gezonden heeft.
Wie een profeet ontvangt als profeet, zal het loon van een profeet ontvangen; en wie een rechtvaardige ontvangt als rechtvaardige, zal het loon van een rechtvaardige ontvangen.
En wie een van deze kleinen, omdat hij een discipel is, ook maar een beker koud water te drinken geeft, voorwaar, Ik zeg u, zijn loon zal hem geenszins ontgaanMatth.10: 32-42.

        Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.
          Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn [met hetgeen gelijk is] aan Zijn Opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens mede-gekruisigd is, opdat aan het lichaam van de zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem. Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God. Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus” Rom 6: 3-11.
        Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een Volk [aan God] ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar Licht1Petr.2: 9.
        Uw Barmhartigheden wil ik bezingen, Heer, en van geslacht tot geslacht Uw Waarheid verkondigen. Gij hebt immers gezegd: ‘Mijn Barmhartigheid is opgebouwd voor eeuwig’ en in de Hemel is Uw Waarheid voor eeuwig gevestigd . . . . . ‘Mijn Waarheid en Mijn barmhartigheid zullen met hem zijn; in Mijn Naam verheft hij zijn hoorn’” Psalm 88[89]: 2-3, 15-18 vert. ROK ’s-Gravenhage.

Er bestaan nog mensen die een positief beeld hebben van de groeiende diversiteit van Gods Natie, die geloven dat de christelijke droom van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde haalbaar is – maar tevens nog beseffen dat zij dat niet zo maar beërven – op grond van een uiterlijk vertoon  en ervaren dat dit meer in de “wij”-zin is in plaats van het “ik”.
Zij zijn kerk—politiek onafhankelijk, leunen tegen de bestaande toestand aan, die maar niet veranderen wil, weliswaar regelmatig als basis naar hun gemeenschapshuis trekken – overeenkomstig het rolmodel van de kerk van hun ouders maar de Blijde Boodschap weliswaar horen maar niet beoefenen en zich niet spiegelen aan de Heiligen, welke een heel ander mensbeeld hebben voorgestaan. niet sporten figuren of beroemdheden.

profeten Eliah en Elisa, kindertekening

Er zijn hier twee zaken, die in het oog springen:
1.]. Diverse geloofsgemeenschappen verkondigen slechts, dat zij de jonge generatie verwelkomen, de meest recente, die volwassen begint te worden. Het is de jeugd, die vanaf 2000 is opgegroeid en letterlijk opgegroeid is met technologie en sociale media in hun handen, zij zijn klaar om de culturele, economische en politieke landschap drastisch veranderen en staan te trappelen hun posities in te nemen. Voor het overgrote gedeelte zijn zij verwaarloosd en hebben de roep van de kerkklokken weliswaar gehoord, maar weten niet wat de christelijke boodschap werkelijk inhoudt. Geboren tussen 1996 en 2010, zijn ze zeer vergelijkbaar is met hun ouders, die kleine, pragmatische generatie die viel tussen de veel grotere, die tot de babyboom behoorde en duizenden jaren daarvoor.
2.]. De jonge generatie wil best vertrouwen op hun ouders, die nog enige kerkelijke ervaring hebben meegekregen, maar van het standpunt uitgaan dat die nieuwe generatie zelf maar dient te beslissen ‘waar’ zij voor kiezen – de onlosmakelijke kinderdoop wordt met gevolg ontweken. Hun ouders hebben hen – geheel in stijl met hun tijd ‘transparant’ opgevoed en hen geconfronteerd met de ‘ins’ en ‘out’s’ van de diversiteit van een warrig christelijk nageslacht.

Het christelijk kruis is een zwaard, welke uiteindelijk het leven geeft.
Laten we eens beginnen met het zwaard.
Onze Heer en verlosser, onze pedagoog zegt: “Denk niet dat ik gekomen ben om Vrede op aarde te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard”.
Nu klinkt dit een beetje vreemd in onze oren, zeker wanneer in deze informatiemaatschappij de ene oorlog de andere opvolgt en ons verschrikkelijke confrontaties worden voorgespiegeld.
Onze Heer en Verlosser, onze Pedagoog, is niet gekomen om vrede te brengen? Maar bij zijn geboorte, niet de engelen zingen “en Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen?”.
Ja, dat deden ze. En werd deze Messias in de profetie van het Oude Verbond niet de Vredevorst genoemd? Dat klopt toch?; wat is er dan met dit “Ik ben niet gekomen om Vrede te brengen?”; Is dat onze Heer en Verlosser?
Nou, dat hangt ervan af over wat voor soort vrede wij christenen het hier hebben. Mocht je over geheel de aarde vrede verwachten, waar alles rozengeur en maneschijn is, waar het leven een droom zou dienen te zijn, waar alles is ‘himmelhoch jauzchend’ [hemelhoog jubelend] en iedereen  van iedereen houdt – dan vertekenen we het beeld [‘slaan we de plank mis’], onze Heer en Verlosser is helemaal niet gekomen om een dergelijk soort Vrede te brengen.
Later, zal deze Zoon van God z’n volgelingen zeggen:
  Mijn Vrede laat Ik u; mijn vrede geef Ik u.
Niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u
John.15: 27.
En opnieuw:
  Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij Vrede hebt.
In de wereld lijdt gij verdrukking, maar 
houdt goede moed,
Ik heb de wereld overwonnen” John.16: 33.
Dus, vrede in Jezus houdt in dat je in de wereld, verdrukking en problemen zult ondervinden – en voorzeker in de Kerk, want er lopen wat schuinsmarcheerders rond in de Kerk [het Lichaam van Christus]; en onze Heer heeft het voorspeld; ja Hij  garandeerde het zelfs, gaf het ons op een briefje mee .
In deze wereld, in dit leven, zul je moeite ondervinden. In het ondermaanse zul je een zwaard ervaren en zeker wanneer je op weg gaat om als Volgeling van Christus, de Waarheid wilt bovenbrengen.

Wat is dat “zwaard”, waar onze heer, onze `Pedagoog` over spreekt? Wat heeft het zwaard voor  betekenis?
Het betekent conflicten met jezelf, met je omgeving, onenigheid – ruzie;
ja, in het Lichaam van Christus vechten we elkaar de tent [‘onze Tempel’] uit en
dat geeft verdeeldheid en divisie. Jammer, dat we dat met al die kerkscheidingen niet hebben opgepakt, want dat was helemaal ‘niet nodig’ geweest !!! ; als we maar horende gehoord hadden en ziend ‘niet’ blind.
Want dat we ons hart [‘onze Tempel’] aan het luchten hebben we de tegenstrever en z’n trawanten de vrije toegang gegeven; de ‘verlichtende’ toegang van de tijd van de verlichting.
Want net als Micha heeft Christus voorzegd: “        Want de zoon minacht de vader; de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; en de huisgenoten van de mensen zijn z’n vijandenMicha 7: 6.
            Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader en tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn. Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig;  en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie z’n leven verliest om Mijnentwil, zal het vindenMatth.10: 35-39.

          Dit is het dus wat het is – het kan niet duidelijker; wees God dus dankbaar en verheugd wanneer er in je huwelijksverbond – of een kerkelijke verbintenis – on-enigheid heerst – maar je toch bij elkaar blijft en toch gezamenlijk in verbondenheid [in huwelijk en in de kerk] vanuit je hart [de Tempel Gods] Christus blijft volgen.
      Mijn broeders, houdt uw Geloof in onze Heer der Heerlijkheid, Jezus Christus, vrij van  de aanzien des persoons. Want stel, er kwam in uw vergadering [gemeenschap] een man binnen met een gouden ring aan zijn vinger en in prachtige kleding, en er kwam ook een arme binnen in schamele kleding, en gij zoudt opzien tegen de man met de prachtige kleding en zeggen: ‘neem gij hier deze goede plaats, maar tot de arme zoudt gij zeggen: ga gij daar staan, of ga beneden bij mijn voetbank zitten, zoudt gij dan geen onderscheid maken onder elkander en optreden als rechters, die zich door verkeerde overwegingen laten leiden?Jac.2: 1-4.
Dit dient dus in het Godshuis niet te gebeuren hier dient er niet zo ernstig en gewelddadig te gaan en verdeling te zaaien, want dat is geen prettige gewaarwording – zeker niet voor een buitenstaander.Het is een bron van pijn die na verloop van tijd tot een doffe pijn verwordt, maar zo gaat het nog steeds; zo gaat het de gehele christelijke geschiedenis al voort; de een verheft zich boven de ander en ‘weet’/’handelt’ en ‘doet’ het zogenaamd beter.

Zoals de profeet zegt: “ De Heer immers gaat voor u heen en uw achterhoede is de God van Israël [de Kerk]. Zie, mijn knecht zal voorspoedig zijn, hij zal verhoogd worden, ja, ten hoogste verheven zijn. Zoals velen zich over u ontzet hebben [zozeer misvormd, niet meer menselijk was zijn verschijning, en niet meer als die als van de mensenkinderen zijn gestalte]. Zo zal hij vele volken doen opspringen, om Hem zullen koningen verstommen, want wat hun niet verteld was, zien zij, en wat zij niet gehoord hadden, vernemen zijIsaiah 52: 12b-15.

  En men stelde Zijn graf bij de goddelozen; bij de rijke was hij in Zijn dood, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in Zijn mond is geweest. Maar het behaagde de Heer Hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek. Wanneer Hij Zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen van de Heer zal door Zijn hand voortgang hebben. Om Zijn moeitevol lijden zal Hij het zien tot verzadiging toe; door Zijn kennis zal Mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen. Daarom zal Ik Hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat Hij Zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl Hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeftIsaiah 53: 9-12

Maar weinig mensen -ook in de Kerk- hebben de Pedagogie van Christus begrepen.

Waarom christelijke mensen niet de enige zijn, die verstandige besluiten nemen over wat er te doen staat en zich tot Christus en Zijn Kerk wenden en hier Gods Genadegaven ter zaligheid ontvangen? Waarom nemen zij het ons kwalijk en vinden niet leuk wat er in hun Kerk plaatsvindt?
Nou, omdat je een levende en ademende demonstratie tegenkomt van een groep mensen, die weten wat het is dat zij zondaars zijn en een Redder nodig hebben.
Er zijn niet veel mensen die dit willen horen; zij hebben namelijk het idee dat zij het nog ontzettend hun best doen als je dat vergelijkt met die ‘zonderlingen’ – voor hen, die God ‘dood’ verklaren.
En jij bent degene, die hen er aan herinnert – dat ze niet zijn, die zij zeggen dat ze zijn ‘vrij en onafhankelijk’ . . . . . dus nemen zij het jou kwalijk en beginnen je van allerlei zaken te beschuldigen en zwart te maken – want zo gaat dat met onrecht.
Zij houden er niet van om te horen dat zij aan hun favoriete verlangens tegemoet komen en datgene doet wat God verboden heeft, in zonde leven.
Wanneer je jezelf volgens hun dus niet conformeert en je niet identificeert met hun Christus, de boodschap, die zij met Zijn Boodschap ervaren, die volgens hun vanuit de Kerk weerklinkt dan hebben zij het op jou gemunt – en onze Heer heeft ons echt duidelijk gemaakt, dat je dan echt niet verbaasd behoeft te zijn [te staan]. Je begeeft je namelijk op hun terrein en je spreekt hen aan op hun onvolkomenheden. In eerste instantie beginnen ze te draaien en zich te verontschuldigen, maar werkelijk toegeven dat ook zij een verkeerde insteek hebben zal nooit worden toegegeven.

Dit is nu het zwaard, waar ons Heer en Verlosser ons over informeert, het is het zwaard van de  verdeeldheid, het conflictueuze en de strijd die wordt om Christus’ Wil wordt geleverd.
            In het christendom behoort de ene persoon niet boven de ander verheven te worden, we
zitten allemaal in hetzelfde schuitje als verstokte zondaars, de fervente leugenaars. Dat wordt van afgebeeld door de vroegtijdige dood van de armzalige zondaar en de prachtige geklede mens met de veer op z’n hoog hoed [kroon]. En zo aanschouwen we de wereld van de dag van vandaag; het rijke westen en de berooide ontwikkelingslanden. Op deze manier is het rijke westen uitgegroeid tot een post-christelijke samenleving en in feite is het een anti-christelijke samenleving, badend in een overvloedige welvaart en wellust.
            In feite dienen wij geen bevrijdingsdag meer te vieren, want we zijn gevangen in de netten van de tegenstrever en zijn trawanten. Het verbod om een mens het leven te ontnemen wordt als gevolg van ‘de verlichting’ via abortus- en euthanasiewetten overschreden en christelijke politieke partijen worden aangezet zich via samenwerking of amendementen te verbinden. Christelijke onderwijsinstellingen verwijderen de oorspronkelijke symbolen in hun leslokalen:
     Het christelijk hoofdthema is: – “Neemt uw kruis op!” – wie wet er nog van als onze voorgangers zich in ‘overdadige’ vervoersmiddelen verplaatsen, waarin z’n zetels verwarmd worden en de modernste geluids- en communicatieapparatuur is geïnstalleerd. Wordt dat aangegeven met: “de knecht des Heren zal lijden en sterven voor z’n medemens?”.

Patriarch Pavle van Servië [1914-2009]

            In tegenstelling daarop werd de voormalige Patriarch Pavle, die op de leeftijd van 95 ging hemelen door het gehele Servische volk met 3 dagen van officiële rouw werd geëerd. Hij toonde z’n omgeving een persoonlijk ascetisch leven en bevorderde de godsdienstlessen op de scholen.
Hij voelde als géén ànder de noodzaak ‘zelf’ het voorbeeld te geven – er zijn ontzettend veel interessante details, die van nut zouden kunnen zijn voor iedereen, die een kerkelijk ambt bekleedt; de Kerk weet wel hoe zij een christelijk invulling aan het leven dient te geven, maar gaat zich te buiten aan ongehoord, aanstootgevend gedrag.
      Naar deze zaligheid hebben de profeten gezocht en gevorst, die van de voor u bestemde Genadegaven geprofeteerd hebben, terwijl zij naspeurden, op welke of wat voor tijd zij de 
de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna. Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die dingen, welke u thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door de Heilige Geest, die van de hemel gezonden is, u het evangelie hebben gebracht, in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan1Petr.1: 10-12.
Dit is onze christelijke wereld waarin we vandaag leven, mensen.
En het kan erger worden dan dat, voordat er zich een verbetering zal aankondigen.    

            De oproep het kruis op je te nemen is om in extreme tijden de dood en het lijden recht in de ogen te zien en onze Heer en Verlosser heeft aangegeven dat dit vanzelfsprekend dient te zijn bij Zijn volgelingen en mens vergeet niet, dit is zeer moeilijk. Daarom zijn wij christen op weg naar de dood teneinde te overleven via de `Opstanding` !!!
            Herboren worden betekent dat de christen ‘zichzelf‘ de adem ontneemt en in die Geest de Goddelijke adem verkondigt – dagelijkse dienen we ‘aan onszelf’ te sterven en wanneer je ’s-avonds -voor het slapen gaan- ontdekt dat je deze in overvloedige weelde hebt doorgebracht, dan dien je voor je zelf niet in te staan bij de verwachte gerechtigheid van God.
De oude Adam ‘in ons’ zou alle zonden en slechte verlangens ‘om zeep gebracht’ dienen te hebben en daarop dagelijkse berouw en bekering te tonen waarop de volgende dag een ‘nieuwe, herboren’ mens naar voren treedt, die instaat om voortaan in gerechtigheid en zuiverheid voor God z’n leven voort te zetten.

kruis, zwaard en leven‘; kruisvaarder zou als weer een eretitel gedragen dienen te worden; echter nu in geestelijke zin.

Dat, medechristenen, is de aard van hoe de gedoopten dienen te leven; een zwaard, het kruis, en het daarop volgende leven.
Onze Heer en Verlosser spreekt om die reden: “Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het vinden”.
Wanneer alles wat je nastreeft gericht is op het beste leven wat je maar kunt bedenken, een mooi comfortabel leventje zonder problemen, dan zul je ironisch je leven verliezen. 

En wij westerlingen, die gewond zijn om alles te verkrijgen wat ons hartje begeert; zal het nieuwe eeuwige leven dat Jezus ons voorhoudt dus nimmer verkrijgen omdat we het niet kennen.
We zijn horende doof en ziende blind!

Maar wanneer je werkelijk luistert naar de Blijde Boodschap zul je je leven verliezen, je luxe leventje opgeven -daarmee je eigen vermeende gerechtigheid-  en je zult het waarachtige leven ontmoeten.

            Jouw waarachtige leven is alleen te bereiken, wanneer jij je bekleed met Christus – jezelf verbindt met Christus; want deze Christus is mens geworden om ons het Leven te schenken. Hij deed dat door het het voorbeeld te geven en daarmee niet langer te leven zoals jij en ik dat van onze omgeving krijgen opgedrongen.   
Deze Christus trekt met ons op en spreekt met ons – aan de hand van de voorvaderen en de profeten en spreekt ons over – de manier waarop wij het leven dienen in te delen. Dit is gerechtigheid en Jezus heeft het en Hij leefde het ons voor. En toch, hoewel hij slechts lof en eer verdiende, leed Hij en stierf met een gevoel van verlegenheid  en nam de schande op zich. En hij deed dit voor jou en voor mij.

Toen werd het Kruis tot een Zwaard

Hij verhief Zich op Zijn Kruis en deed wat alleen Hij kon doen. De zondeloze Zoon van God leed en stierf voor al de zondige mensheid. Hij stortte zijn heilig bloed uit om ons van de zonden te reinigen. Wij worden vergeven door het Geloof in Hem.
Wanneer wij zo leven als Hij, zal Hij ons opwekken tot het eeuwig Leven met Hem; dit leven is een leven van dienstbaarheid [opofferingsgezindheid] en vreugde in het christelijk Geloof, in de christelijke gemeenschap en bij jou thuis.
Dat is de achtergrond waarom je met de blijde boodschap door Hem geroepen wordt en
de Vrede van God – een Vrede, Die
alle verstand te boven gaat bewaren wij in ons hart [onze Tempel].

4e – Orthodoxie & diversiteit in de Lage Landen

Iconostase

        Deze twaalf Apostelen heeft Jezus uitgezonden en Hij gebood hun, zeggende:
– Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen; begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis van Israël [de Kerk].
– Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet. Voorziet u niet van goud of zilver of koper in uw gordels, van geen reiszak voor onderweg, geen twee hemden, geen sandalen, geen staf, want de arbeider is zijn voedsel waard.
– Welke stad of welk dorp gij ook binnenkomt, onderzoekt wie het daarin waard is, en blijft daar tot uw vertrek. Als gij het huis binnentreedt, geeft het de vredegroet; en indien het huis het waard is, zo zal uw Vrede daarover komen; doch indien niet, dan zal uw Vrede tot u terugkeren. En indien iemand u niet ontvangt of uw woorden niet hoort, verlaat dat huis of die stad en schudt het stof uwer voeten af. Voorwaar, Ik zeg u, het zal voor het land van Sodom en Gomorra draaglijker zijn in de dag van het oordeel dan voor die stad.
– Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duiven. Maar wacht u voor de mensen; want zij zullen u overleveren aan de gerechtshoven en zij zullen u geselen in hun synagogen; gij zult ook geleid worden voor stadhouders en koningen om Mijnentwil, tot een getuigenis voor hen en voor de volkeren. Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in die ure gegeven worden wat gij spreken moet; want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest van uw Vader, Die in u spreekt. Een broeder zal zijn broeder overleveren ten dode en een vader zijn kind, en kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood brengen. En gij zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam; maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.
– Wanneer men u vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere; want voorwaar, Ik zeg u, gij zult niet alle steden van Israel zijn rondgekomen, voordat de Zoon des mensen komt. Een discipel staat niet boven zijn meester, of een slaaf boven zijn heer. Het is genoeg voor de discipel te worden als zijn meester, en voor de slaaf als zijn heer. Indien men aan de heer des huizes de naam Beëlzebub heeft gegeven, hoeveel te meer aan zijn huisgenoten!Matth.10: 5-25.

de Lage Landen

Mattheüs zal ons er onophoudelijk aan herinneren dat ons besluit over Jezus en ‘de levensstijl‘ die hij ons oproept om te volgen, ‘eeuwige‘ gevolgen heeft.
Het hinderen, tegenwerken en òf verwerpen van Jezus’ Blijde Boodschap van het Evangelie heeft  ‘veroordeling‘ tot gevolg. Hoewel dit vandaag geen populaire boodschap is, is het nog steeds de Waarheid. Onze Heer Jezus Christus kwam om ons te verlossen en te redden en heeft ons de opdracht meegegeven dit te verspreiden onder het gehele [plaatselijke] volk en niet om Zijn boodschap te vertroebelen. Wanneer wij Christus verwerpen òf door ons doen en laten er -‘eigen voorkeuren’- op na te houden, hebben wij de basis van onze Hoop en oorspronkelijk Geloof in Hem opgegeven.

In orthodoxe geledingen –en daarnaast in breder verband– dienen wij méér te gaan samenwerken op gebied van verkondiging en huisvesting. Echter vanaf de -nog niet zo lang geleden oprichting van het bisschoppenoverleg is dit geen optie, eenieder neemt z’n eigen positie in – sluit zelfs door financiële manipulatie de toegang van anderen uit. De één acht  zich geen verantwoording schuldig aan de ander – doet wat hem als beste voorkomt. De een stelt zich als van minder belang zijnd op [distantieert zich], de ander verzamelt zich slechts gelijkgezinden teneinde z’n invloed en inbreng te vergroten. 
Er zijn drie opties:
1.]. moeizaam onhandig voortzetten van oude gebaande wegen zonder ‘serieus’ een gemeenschappelijk en transparant beleid uit te zetten.
2.]. daadwerkelijke samenwerking tot een ‘nieuwe’ norm te verheffen en 
3.]. in ‘gezamenlijk verband‘ werkelijk samen te gaan werken aan de ontwikkeling van onderlinge communicatie, gezamenlijk beheren van kerkelijk onderkomen en een volledig gesynchroniseerd kerkelijk financieel-, gezags- en onderwijs- structuur.

Leading in Learning, Faculty of Law

Verantwoording wordt via transparantie gewaarborgd; met gevolg dat de drie scenario’s allereerst dienen te worden voorgelegd aan de landelijke gelovigen. Wie durft er op grond van het ontbreken van een Management Information System [MIS] in z’n organisatie te beweren ‘slechts‘ overleg te plegen met z’n parochiepriesters. Is het binnen de Kerk dan zo dat de beminde gelovigen hun financiële bijdragen zullen dienen in te trekken alvorens zij ‘ook maar‘ iets te zeggen krijgen over de gang van zaken in hun ‘eigen‘ gemeenschap? Blijkt het zo te zijn dat de apostolische opvolging zich onherkenbaar ‘groter‘ kan opstellen dan Christus Zelf – is het niet zo dat een Metropoliet zich dienstbaar dient op te stellen en zich niet als een wolf dient te gedragen temidden van zijn schapen? De Kerk is geen geldvrije oase waarbij de Metropoliet naar eigen goeddunken kan beschikken over de gelden, die de individuele gemeenschap ‘voor moeilijke tijden‘ ter beschikking is gesteld? De voormalige priester, die zich inmiddels in z’n geboorteland bevindt, heeft ziel en zaligheid bewogen om de armzalige parochie in het midden van Nederland overeind te houden. Na een onvoorwaardelijk dienstbare opstelling zijnerzijds heeft hij ‘uit eigen middelen’ – zijn echtgenote was de kostwinster – het onderhoud van de hem beschikbaar gesteld ‘zwaar‘ verwaarloosde woning en nog meer kwesties, zo goed en kwaad als het kon onderhouden; hij leefde hier ruim 15 jaar met zijn gezin.
              Is het uit dankbaarheid voor de verkregen positie dat degene, die slechts toezicht dient te houden op de gevraagde Apostoliciteit, zich een zwaktebod kan veroorloven ‘ik spreek alleen met de priesters’ kan laten ontvallen – althans zich aldus ten opzichte van zijn beminde gelovigen zo uitlaat. Juist de apostoliciteit houdt immers de vraag naar de werking van de H. Geest in geschiedenis van de Kerk [het Lichaam van Christus] op tafel.
            Is een gewezen rechtenstudent, die na een ongeval, via het Patriarchaat een beurs heeft gekregen om in Thessaloniki een Theologische studie te gaan volgen en [via z’n vader] een bliksemcarrière achter de rug heeft, bevoegd om zowel priesters als gelovigen van een gemeenschap op deze manier te bejegenen en te misbruiken.
           De Kerk van Christus is gebouwd op -“Geloof, Hoop, Liefde”- op een toekomstig Leven in Christus en heeft als Haar fundament het werk van de apostelen tesámen mèt de gelovigen. Zonder gelovigen bestaat de Kerk niet en door ‘gedegen’ opvolging heeft de Blijde Boodschap zich al eeuwenlang over de wereld verspreid, zonder zijn ‘eigenlijke‘ eigenschappen van een open en vrije identiteit geheel kwijt te raken. Door éénzijdige vermeende bevoegdheden toe te eigenen blijken steeds meer gelovigen hier afstand van te nemen. Is het niet zo dat door ‘eenzijdige beslissingen zonder overleg’ steeds méér gelovigen afstand nemen van de hiërarchie – dit blijkt tevens uit het stagneren van de financiële bijdragen. Gaat dat geld naar de bisschop ???;  . . . dàn stop ik met m’n bijdragen aan de parochie !!!
 

          Wat beweegt een hiërarch, die een nieuwe priester de ontmoeting met de voorgaande herder onthoudt – uit angst dat er mogelijk ‘te veel‘ bekend wordt over eigen onvermogen en mistoestanden. Heeft de nieuwkomer geen recht op inzicht op z’n nieuw te leiden kudde – òf dient de nieuwkomer er op 24 jarige leeftijd met z’n nòg jongere presbytera ‘zelf‘ maar door schade en schande wijs te worden. Het onmiddellijk opeisen van financieel beheer wordt gebruikt om het eigen alleen-heersen ‘blijvend‘ te handhaven; ondergeschikten worden niet geïnformeerd en hierdoor behoudt men de overhand.
Geen ènkele notie hebbend van de bouwkundige gebreken van het pand in de binnenstad van Utrecht – worden uitspraken gedaan over aanpassingen en  verbouwingen, teneinde de nieuwkomer 
goedgunstig te stemmen. Bij de aanschaf en het achterwege blijven van de genoemde “slechts cosmetische veranderingen” van het pand in Zaandam is gebleken, dat er zowel “vrij-“ als gelijk ‘n hooghartig “metselaar” tegen bestuurlijke kwaliteiten wordt aangekeken.
De geschiedenis herhaalt zich en het is logisch dat de voormalige parochiepriester z’n volledige inzet heeft opgezegd – hij wilde ‘niet nogmaals’ als herder’s hond ‘mis’-handeld worden. De parochie wordt door het hierarchisch optreden ontgoocheld achtergelaten, want zij weet niet -hoe goed- zij het tot nog toe gehad heeft, de goede herder, die karakter toonde heeft Nederland inmiddels voorgoed verlaten.

          En hoe nu verder ?; wanneer begint de voorgesteld verbouwing van het verwaarloosde pand? In welk vaatje wordt dit gegoten? – terwijl de nieuwkomer nog steeds [onder uw hoede] in Brussel huist? Hoe wordt er in z’n gezinsinkomen voorzien?  Hoe worden de diensten voortgezet en muzikaal begeleid? Wie gaat dàt betalen? – echt ‘niet‘ de parochianen, want het vertrouwen in de voortgang onder dìt beleid is totaal zoek.

         Het gewijde priesterschap vormt het hart van een hiërarchisch kerkmodel; echter dit kan alleen plaatsvinden door samenwerking, die echter totaal zoek is geraakt. Diverse verscheiden gelovigen hebben momenteel -na enige wederzijdse weerstand- nog een betrekkelijk rustig bestaan; de inzetbaarheid is echter vèr te zoeken; dit neemt niet weg dat de verscheidenheid het Lichaam van Christus ‘pijn’ doet. Is dit dan het signaal van de Christelijke eindtijd en kunnen we constateren dat men slechts kan volharden door van stad tot stad te trekken? “Wanneer men u vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere; want voorwaar, Ik zeg u, gij zult niet alle steden van Israël [de Kerk] zijn rondgekomen, voordat de Zoon des mensen komt”. 
          Waar het aan ontbreekt is empathisch [inlevend] vermogen; op basis van luisteren en kunnen inleven [overleg] wordt ‘vertrouwen‘ opgebouwd – niet op basis om overheersen en eigendunk. De haalbaarheid om mogelijke besluiten/adviezen in te schatten heeft te maken met intensief contact met de mensen om wie het gaat. De Christelijke Kerk is als gemeenschap een levensband van gelovigen en heeft een ‘brugfunctie’, die voortgaande beweging tussen God en de mensen bevestigt. Waar de Kerk er als instituut niet in slaagt om deze gemeenschap te behouden en een brug te slaan naar de wereld om haar heen verliest de kerkgemeenschap aan relevantie en heeft dit atheïsme tot gevolg.
Wat er dan overblijft is niet langer een Christelijke gemeenschap maar een resterend overblijfsel van een cultuur, die helemaal is scheefgegroeid. Alleen de ouderen voelen zich er uit nostalgische overwegingen nog thuis.
Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet. Voorziet u niet van goud of zilver of koper in uw gordels, van geen reiszak voor onderweg, geen twee hemden, geen sandalen, geen staf, want de arbeider is zijn voedsel waard”.
         
Hij, die als ‘wij‘ wenst te worden aangesproken kom derhalve van ‘uw hoge troon‘ en zie als ‘gelijkwaardige‘ op uw kudde neer, doe zaken niet af met een antwoord ‘uw toon staat me niet aan’ – er is namelijk al lang genoeg gewacht op een fatsoenlijk antwoord.
Verkondiging en christelijk onderwijs dient hierbij voorrang te krijgen en niet ‘van bovenaf’ in haar ontwikkelingsvrijheid beperkt te worden – door een fatsoenlijke opvang [in een ‘aparte‘ gemeenschapsruimte] onmogelijk te maken. Hierbij is behoefte aan liefde en een ‘open deur beleid’. Genoemde onderlinge liefdesverhouding maakt gebruik van de geldigheid van het Mysterie ‘om de deur van bekering open te houden’, zodat elke ziel terug kan komen naar Christus’ Kerk zonder te worden weerhouden door een verschijnsel, die een al dan niet vermeende afstand schept, die na de begeerde terugkeer is vastgesteld, òf dit nu alleen met betrekking tot de vorm is òf een toezichthouder/adviseur die geen daadwerkelijke inbreng heeft aan het beoogde gemeenschap’s leven [van de parochie].

Cross – houtsnijwerk van een aankomend monnik,           I.M. Karakallou, Athos

Red, Heer, Uw volk, en zegen Uw erfdeel; schenk aan de rechtgelovigen de overwinning over de vijanden, en
bescherm Uw gemeenschap door Uw kruis“.
Eer …
Gij, Die U vrijwillig op het kruis hebt verheven, schenk
Uw erbarmen aan de nieuwe gemeenschap die Uw Naam draagt, Christus God. Verblijd de rechtgelovigen door Uw kracht, en verleen hun overwinning over de vijanden; geef hun, als Uw hulp in de strijd, een wapen van vrede: het onoverwinnelijk zegeteken“.
Nu en …
Ontzagwekkende bescherming die niet beschaamt,
veracht niet, o goede, onze smekingen, alombezongen Moeder Gods; versterk de gemeenschap der Orthodoxen, red hen die gij opdraagt te regeren, en
verleen hun vanuit de hemel de overwinning,
want gij hebt God gebaard, eniggezegende“.

2e Zondag ná Pinksteren – Synaxis van alle Athonitische Heiligen

Athonitische monniken, vissend

      Toen Hij nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, diens broeder, een net in zee werpen; want zij waren vissers.
        En Hij zei tot hen: ‘Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken’.
Zij nu lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem. En vandaar verder gegaan zijnde, zag Hij nog twee broeders, Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, terwijl ze bezig waren hun netten in orde te brengen, en Hij riep hen.
       Zij lieten dan terstond het schip en hun vader achter en volgden Hem.
En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het Evangelie van het Koninkrijk [der Hemelen] en genas alle ziekte en alle kwaal onder het Volk [de Kerk]” Matth.4: 18-23.

Athosmonnik, ‘n ‘andere kant’ van de wereld

        Heerlijkheid, Eer en Vrede over ieder, die het goede werkt, eerst de Jood en ook de Griek. Want er is geen aanzien des persoons bij God.
Want allen, die zonder Wet gezondigd hebben, zullen ook zonder Wet verloren gaan; en allen, die onder de Wet gezondigd hebben, zullen door de Wet geoordeeld worden; want niet de [toe-]hoorders van de Wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders [uitvoerders] van de Wet zullen gerechtvaardigd worden.
       Wanneer toch heidenen, die de Wet niet hebben, van nature doen wat de Wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder Wet, zichzelf tot Wet; immers, zij tonen, dat het werk van de Wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten mede getuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen, ten dage, dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn evangelie, door Christus Jezus
Rom.2: 10-16.

Athos, Agion Oros, oostelijk schiereiland Chalkidiki [Gr.]

Op de 2e Zondag ná Pinksteren vieren wij in de Orthodoxe kerken samen met de heiligen van andere landen dan hun eigen land de Synaxis van Alle Heiligen op de Berg Athos, hetgeen werd ingesteld door de Heilige Nicodemos de Haghiorite.

Beginnend met de voorafgaande avond van dit feest wordt er door iedere monnik en asceet een nachtwake gehouden. Geen klooster, skete, kellia of cel zal deze nachtvigilie overslaan, welke gehouden wordt ter ere van de Heilige Vaders, die meer dan duizend jaar al door hun aanwezigheid het Licht van Christus door middel van hun leven hebben doorgegeven. Ieder nacht is er in de kloosters ook ten minste één van de monniken, die de nacht biddend doorbrengt en bidt voor degenen, die niet waken, want het verblijf op de Athos is een ‘intensief‘ bestaan en ook monniken zijn gewone mensen en hebben hun slaap hard nodig.
De Heilige berg is de enige plaats op de wereld waar iedere 24 uur minstens 100 keer de Goddelijke Liturgie gevierd wordt tot heil van de wereld.

Alheilige Moeder Gods, abdes van de berg Athos

De Heilige berg Athos wordt niet voor niets de ‘tuin van de Panaghia  genoemd en is een ‘onafgebroken brandend Licht’ van voortdurend gebed tot de Heer.
Monastiek leven is een niet aflatend gebed tot God, waarbij Onze Heer, Jezus Christus, door het gebed van het hart wordt aangeroepen: “Heer, Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over ons arme zondaars”; zelfs in hun slaap zijn er hoogstaande beoefenaars, die dit gebed ‘als behorende tot het Leven’ voortzetten.
Met dit gebed vragen zij de Almachtige God, ons mensen te doen herleven, te verzorgen, te versterken, te verlichten en Zijn dienaren in nood bij te staan, hen barmhartigheid te verlenen.
Deze heilige plaats, waar de monniken zich uit de wereld hebben teruggetrokken, is toegewijd aan “de Al-heilige Moeder Gods”, de Theotokos, de Godbarende, die alle mensen in nood ter harte neemt en hen tot redding aanbeveelt bij haar Zoon.
De monniken vragen zowel Christus als Zijn moeder aandacht voor de zieken in de ziekenhuizen, in het bijzonder zij, die op een afdeling ‘intensive care’ zijn beland, voor de eenzamen en ontheemden, ontvoerden en gevangen mensen, de dak- en werklozen, de weduwen en wezen en allen, die hen bijstaan in hun ellende. 
Het is goed dat wij, in de wereld, ons met deze Vaders op de Heilige berg, die ‘in God’ Wijsheid hebben ontvangen, verbonden weten.
In de Orthodoxie zijn het de monniken en Monialen, die ons orthodox christenvolk door hoogte en dieptepunten hebben voort geholpen; zij stonden ons met raad en daad bij.
Monniken van de Athos hebben assistentie verleend bij de eerste vertalingen van de statenvertaling, waartoe de staten Generaal der Nederlanden hen indertijd uitnodigde. Dit gemeenschappelijke feest, waarbij alles wat dit oord aan heiligen heeft voortgebracht, zowel degenen waarvan de namen bekend zijn als degenen die -in alle stilte en eenvoud- niet gekend zijn; zij zijn echter bekend bij de Éne, heilige Drie-eenheid, als broeders in de geest en zijn heengegaan naar de eeuwige rust. “Zij zijn als de [gewijde] olie [Myron], Die uitgestort is over het hoofd van Aäron en naar beneden druipt in z’n baard en als de dauw van de berg Hermoncf. Psalm 132[133].
Voor zover dit niet eerder nodig werd geacht, vond de Heilige Nicodemos de Haghiorite het noodzakelijk, dat degenen die voor ons welzijn ‘welbehaaglijk’ waren aan de Heer, gezamenlijk dienden te  worden onthaald op een feestelijke gedenkdag. Daarom nemen we vandaag in onze gedachten ook de anachoreten [kluizenaars] en die van de cenobieten [gemeenschapsmonniken] in de wereld; wij komen samen om ons – gelijk het betaamt – gelukkig te prijzen; onze kinderen, de jongeren, de ouderen, de vaders en moeders; de zondaars met de ons verblijvende heiligen en zingen hardop eendrachtig:
    Heer behoud deze plaats, die u heeft als uw woning hebt uitverkoren
en bescherm haar tegen elke vorm van het kwaad.
O veelheid van Heiligen, die op Athos hebben geleefd,
die rond de troon van God staan, door uw heilige gebeden,
bidt God voor ons, onze zielen te redden! “
 

Panagia Portaitissa, de Glykophilousa

Net als de Panagia Portaitissa, de Glykophilousa een icoon is van degenen die in de iconoclastische periode werden gered en wonder boven wonder over gebracht werd naar de berg Athos.
Deze icoon was oorspronkelijk in het bezit van Victoria, de vrome vrouw van de senator Simeon.
Victoria was degene die de heilige iconen vereerde en in het bijzonder de icoon van de Allerheiligste Moeder Gods, bij wie ze elke dag haar gebeden deed. Haar echtgenoot daarentegen was een beeldenstormer, die haar vroomheid maar aanstootgevend vond, want hij verkondigde net als Keizer Theophilos [rond 829-842], dat de verering van iconen verwerpelijk was. Simeon vertelde zijn vrouw hem haar lievelings-icoon te geven, zodat hij deze zou kunnen verbranden. Met het oog deze icoon van de ondergang te redden, gooide Victoria haar heimelijk in de zee en deze dreef recht op de golven van haar heen.
Na een paar jaar verscheen deze icoon door aan te spoelen op de oevers van de berg Athos, waar hij met grote eer en vreugde door de vadertjes [liefdelijke uitdrukking van de gelovigen voor de monniken] werd ontvangen nadat zij – door een openbaring van de Theotokos [de God-barende] op de hoogte waren

Bright Tuesday, the arrival of the Holy Icon of Panagia Portaitissa, to the Holy Monastery of Iviron

gesteld. Een stroompje water ontstond daarop op de plek waar ze het icoon aan wal kwam [bij het klooster Iviron]. Elk jaar wordt er op de dinsdag van de ‘Lichte week’ [ de week na Pasen] een processie gehouden, waarbij de monniken van de Athos massaal met ‘de icoon van de Moeder Gods’ uit wandelen gaan en er een zegening van de wateren plaats vindt. Talrijke zijn de wonderen, die bij deze icoon hebben plaatsgehad.
▪︎ Hoewel er vele wonderen van de Glykophilousa Icoon bekend zijn, zullen we er maar een paar op noemen. In 1713, beantwoordt de Moeder van Gods de gebeden van de vrome Ecclesiarch Ioannikios, die klaagden over de armoede van het klooster. Zij verzekerde hem dat ze in de materiële behoeften van het klooster zou voorzien. ▪︎ Nog een wonder vond plaats in 1801. Een pelgrim, nam zich, na het zien van de kostbare offers die via de icoon werden geschonken, vóór deze te stelen. Hij bleef in de kapel achter nadat de Ecclesiarch deze had gesloten. Vervolgens stal hij datgene wat was aangeboden- en naaste zich  naar de haven van Iviron, hetgeen een 500 meter vanaf de kapel is. Daar vond hij een boot die zou afvaren naar Ierissos [een plaats op het vaste land].
Na een tijdje wilde het schip vertrekken, maar ondanks het uitstekende weer, bleef het stil in de zee liggen. Toen de Ecclesiarch ontdekte wat er gebeurd was, zond de abt monniken in verschillende richtingen uit, op zoek naar de dader. Twee gingen naar de haven van Iveron en toen zij het schip onbeweeglijk in de haven zagen liggen, beseften zij wat er gebeurd was.
De schuldige man die deze vreselijke heiligschennis gedaan had – heeft hen om vergeving gevraagd. De monniken waren grootmoedig en wilden niet dat de dief zou worden gestraft en lieten hem heimelijk ontsnappen. ▪︎ 
Een pelgrim uit Adrianopolis bezocht een van de Athos kloosters in 1830. Hij had aandachtig geluisterd naar de geschiedenis van de heilige icoon, die een monnik verhaalde en tevens van de wonderen die ermee verbonden zijn, maar hij beschouwde het als een fictief verhaal dat slechts een kind zou kunnen geloven. De monnik was bedroefd over het ongeloof van de man en probeerde hem ervan te overtuigen dat alles wat hij had gezegd was absoluut waar. De onfortuinlijke pelgrim liet zich niet overtuigen. Diezelfde dag liep deze pelgrim op een van de hooggelegen balkons, gleed hij en begon te vallen. Hij riep uit: “AlHeilige Moeder Gods, help me!” De moeder Gods hoorde hem en kwam hem te hulp. De pelgrim landde volledig ongedeerd op de grond.
De Glykophilousa Icoon behoort tot de Eleousa iconen [de Maagd van Tederheid] een categorie van de iconen, waar de moeder de genegenheid laat blijken, hetgeen door het Christus.kind wordt aanvaard. Deze icoon krijgt in het bijzonder op 27 maart en op de dinsdag na Pascha speciale aandacht.
De icoon toont de Moeder Gods, die een buiging naar Christus maakt, Die haar op zijn beurt omhelst. De Moeder Gods lijkt Christus strakker dan in andere iconen te omhelzen, en haar expressie is meer aanhankelijk; deze icoon is op een pilaar geplaatst aan de linkerkant van de katholikon [hoofdkerk]

De 12 Apostelen, icoon I.M.Karakallou, Athos

        Het gebroeder- zuster-lijk  samenleven ziet het samenleven allereerst als geprivilegieerde weg om beter en sneller te groeien tot een biddend leven. Als weg om elkaar te helpen trouw te blijven aan het gebed en het zoeken van God.
Als weg tot zelfkennis en nederigheid, want niets maakt méér ontvangst-bekwaam voor het bidden van Christus’ Heilige Geest in ons, dan juist zelfkennis en nederigheid. Dit samenleven heeft daarom een eigen positieve gevoeligheid voor de ongemakkelijke kanten van het samenleven: juist die vormen een indringende leerschool om jezelf te verliezen, zodat Christus alles ‘in je’ kan worden – en het gemeenschappelijke [liturgisch] gebed God des te meer zal verheerlijken.
        Twaalf mensen werden uitverkoren en discuteerden onderling wie er nu elke plaats zou verkrijgen in het Koninkrijk der Hemelen. Zij waren de eerste menselijke stenen van de Tempel Gods, waarvan Christus de poort is. Met de huidige stand van zaken en de verdeeldheid in de kerken, is het geen wonder dat mensen openlijk sceptisch worden over Waarheid en Gerechtigheid. Inderdaad, het probleem met rechtvaardigheid is dat onze praktijk van rechtzinnigheid [ons gevoel met wat rechtzinnig is] niet langer meer ontvankelijk is voor een menselijk oordeel. Er komt echter een dag, wanneer de dingen anders -radicaal anders- zullen zijn en daar wijst Paulus vandaag op in bovenstaande Apostellezing, de dag dat God de mensen zal oordelen.
Er is geen noodzaak tot een dispuut [discussie]; God behoeft niet recht te praten wat krom is en behoeft niet te luisteren naar kerkrechtelijke strategieën. Geen Christelijke bloedgroep behoeft zich ‘boven‘ de andere verheven te voelen – wij zijn allen dienaren, die als vreemdelingen [vluchtelingen] zijn aangesteld in een vreemd land, want onze Stad-staat bevindt zich vèrre van hier.
In de wetenschap wáár onze Stad-staat Zich bevindt, waarom verwerven jullie je hier in het ondermaanse dan, landerijen, kostbare meubels, gebouwen en zwakke woningen? Iedereen die deze dingen voor zichzelf in dit ondermaanse zal verwerven, kan niet verwachten dat hij dé weg naar z’n eigen [innerlijke] stad [tempel] vindt. Dwaze, dubbelzinnige, miserabele mens: “Weet je niet dat al deze dingen hier niet van jou zijn, dat ze slechts door eigen machtsuitoefening in handen zijn gekomen? De heerser van de [Hemelse] Stadstaat zal hierbij zeggen: Ik laat niet toe dat je in Mijn Stad woont! Nee, je hebt je van deze Stad afgewend, want je houdt je niet aan Mijn Wetten! “. Nu hebt u eigen landerijen en velden, gebouwen en vele andere bezittingen en je wordt door de Heer der Heerscharen verdreven! Wat ga je nu doen met je landerijen, je velden, je huizen [kerken?] en alle andere dingen die je hebt verzameld? Heel terecht zal de Heerser u zeggen: “Let op Mijn wetten of verlaat Mijn land!cf. de profetieën van de Herder van Hermas [140-150 na Chr.]

Er zal geen behoefte zijn herinnerd te worden aan wat er in werkelijkheid zoal gebeurd; God is alwetend en alomtegenwoordig. Hij weet -beter dan de mens- wat er zoal plaatsvindt en hoe een heeft plaats gevonden; inderdaad Hij [God] was erbij toen de daden werden verricht en of dit onder Zijn toezicht en verantwoording heeft plaatsgevonden. Er zal geen behoefte noodzakelijk zijn om onderscheid te maken of iemand daadwerkelijk de waarheid spreekt of niet; nogmaals, God ‘weet’ alle dingen al, Hij kent ons door en door.
Kort geformuleerd er zal uiteindelijk slechts één perfecte situatie doorslag geven: één heilige Opperrechter, Die ‘niet‘ kàn liegen òf zondigen, Die ‘niet‘ kan worden omgekocht of door degenen, die -ons kent ons- te bevoordelen of door wat voor manier dan ook ‘beschadigd‘ is.
Deze Almachtige Opperrechter zal beschikken over de volledige kennis van alle verzachtende factoren en omstandigheden en Zijn laatste Oordeel zal rechtvaardig zijn en er zal geen gelegenheid zijn tot Hoger beroep.
Inderdaad het zal een radicaal andere dag inhouden, voor een Almachtige, Alwetende en Heilige Rechter, Die een definitief [finaal] standpunt zal innemen en ieder menselijke kwestie voor eens en voor altijd zal oplossen.
Op welke basis zal  God de mensen dan beoordelen?
Paulus geeft hier vandaag een antwoord op:
    ten dage, dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn Evangelie, door Christus Jezus“.

Christ Pantocrator enthroned with four Evangelists

God oordeelt de mensen overeenkomstig de Blijde Boodschap – onpartijdig, naar hun werken en in Waarheid en om hier inzicht in te krijgen dienen we vanaf het begin van deze perikoop te lezen:
      Daarom zijt gij, o mens, wie gij ook zijt, niet te verontschuldigen, wanneer gij oordeelt. Want 
waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelf; want gij, die oordeelt, bedrijft dezelfde dingen.
        Wij weten echter, dat het oordeel Gods onpartijdig gaat over hen, die zulke dingen bedrijven.
Rekent gij wellicht hierop, o mens, die oordeelt over hen, die zulke dingen bedrijven, en ze zelf doet, dat gij het oordeel Gods ontgaan zult? Of veracht gij de rijkdom van Zijn Goedertierenheid, Verdraagzaamheid en Lankmoedigheid en beseft gij niet, dat de Goedertierenheid Gods u tot 
boetvaardigheid leidt? Maar in uw weerbarstigheid en on-boetvaardigheid van hart hoopt gij u toorn op tegen de ‘Dag van Gods Toorn’ en van de Openbaring van het Rechtvaardig Oordeel van God, Die een ieder vergelden zal naar zijn werken: hun, die, in het goeddoen volhardende, heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, het eeuwige leven; maar hun, die zichzelf zoeken, ongehoorzaam aan de waarheid en gehoorzaam aan de ongerechtigheid zijn, wacht toorn en gramschap. Verdrukking en benauwdheid [zal komen] over ieder levend mens, die het kwade bewerktRom. 1: 1-9. 
Gelovigen [ja, óók christenen] die heidenen of ‘anders niet-gelovigen’ hypocriet beoordelen en daarmee dus de Genadegaven van God verachten, zullen ‘zelf’ -onpartijdig en overeenkomstig de waarheid en hun werken door [‘hun’] God worden beoordeeld. Eenieder wordt dus op dezelfde wijze beoordeeld. God zal eeuwig leven voor hen, die door volharding in goede werken ‘Goddelijke Glorie en Eer zoeken’ en daarmee onsterfelijkheid verkrijgen. Daartegenover staat wraak en woede voor degenen die in geldingsdrang [hoogmoed] zwelgen en de Waarheid [van Christus] niet gehoorzamen, maar ongerechtigheid bedrijven. God is onpartijdig; er zullen verdrukking en nood komen voor degenen die kwaad doen en Heerlijkheid, Eer, Vrede, voor iedereen die het goede doet.

de weg van Christus

De weg van Christus loopt dus verder dan ’s-mensen neus lang is – Gelovigen die heidenen hypocriet beoordelen en daarmee Gods Genadegaven verachten, zullen ‘zelf’ door God onpartijdig
worden beoordeeld. Sommige gelovigen tonen minachting voor Gods Zachtmoedigheid, etc. zich niet realiserend dat Zijn Geleidelijkheid leidt hen tot bekering; God beschikt over de tijd, Hij wacht op ieder mensenkind dat zich bekeert.
Niet-gelovigen bezitten kennis van God en zij zullen de werken Gods in gelovigen herkennen, je behoeft hen nog niet eens te spreken over de werken Gods, want dit staat in hun harten geschreven en zij zullen het herkennen. hierom en het feit dat hen “van nature” kan verwezen naar de innerlijke realiteit, lijkt mij de meest geëigende methode om hen mee te nemen in het “doe de dingen die nodig zijn overeenkomstig de Goddelijke Wet”.
Liefde overwint alles, laten wij ons eveneens overgevenconf. Vergilius, Eclogae 10.69