Begin van het Triodion – Zondag van de Tollenaar & Farizeeër – waarom onszelf zuiveren wanneer alleen God kan vergeven?

    Onze Heer en Verlosser sprak ook met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten, deze gelijkenis:
       Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden; de een was een Farizeeër de ander een tollenaar.
       De Farizeeër stond en bad dit bij zichzelf:
‘   O God, ik dank U, dat ik niet zo ben als de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als deze tollenaar; ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van al 
mijn inkomsten’.
       De tollenaar stond van verre en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar hij sloeg zich op de borst en zeide:
‘  O God, wees mij, zondaar, genadig! ‘
Ik [de Zoon van de levende God] zeg u:
Deze keerde, in tegenstelling met de ander, gerechtvaardigd naar huis terug.
Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden
Luc.18: 9-14.

    Jullie [navolgers van Christus] daarentegen hebt volle aandacht geschonken aan mijn onderricht, wijze van doen, bedoeling, Geloof, Lankmoedigheid,[toegevendheid, zonder boos te worden] Liefde, Volharding, Vervolgingen en Lijden, zoals mij getroffen hebben te Antiochië [= ‘tegenstrever, niet van de wereld’] , te Iconium [Hebr.= ‘verkleind beeld’] en te Lystra [Hebr.= ‘vrijkopen’].
       Al die vervolgingen heb ik doorstaan en de Heer heeft mij uit alle gered. Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden. Maar [echt] slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen; zij verleiden en worden verleid.
       Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wel bewust van wie gij het hebt geleerd, en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het Geloof in Christus Jezus2Tim.3: 10-15.

Byzantijnse kelk, een instrument van Liefde. Echter wat wij zaaien oogsten wij het liefst ook-zèlf nietwaar?

Al in een eerder stadium hebben we moeten onderkennen dat onze Heer en Verlosser ons niet zal reinigen met Zijn bloed; maar dat de nadruk van Zijn Pedagogie ligt in het onderkennen dat wij , Zijn navolgers, het zijn die gereinigd dienen te worden met Zijn bloed door Zijn geboden te gehoorzamen.
Hoe kunnen we gereinigd worden door het bloed van onze Heer en Verlosser door slechts Hem te gehoorzamen wanneer alleen God kan vergeven?
Om op dit begrip vat te krijgen, dienen wij inzicht te krijgen hoe ‘God, als mens‘ deze termen heeft verwoord.

In de gelijkenis van vandaag wordt gesproken over twee mannen die naar de tempel kwamen om vergeving van misstappen te vragen.
               Sla acht op hoe de dikdoener, degene, die het zo goed met zichzelf getroffen heeft, de Farizeeër zijn gebed formuleert:
Ook al doet hij voorkomen dat ‘hij’ niet is als de afpersers, de onrechtvaardigen, de echtbrekers, of als die tollenaar, zijn hart is onrein, want die stroomt over van trots. Hij heeft het helemaal gemaakt, hij voldoet – in de ogen van de mensen – aan alle voorwaarden en juist daarom wordt  geen van zijn zonden vergeven omdat zijn hart op religieuze gronden ‘onrein’ is.
               Wanneer u vervolgens naar de belastinginner kijkt, erkent deze niet alleen zijn zonden, maar schaamt hij zich ook voor zichzelf over zijn zonden – wat betekent dat het een beslissing is van oprecht berouw teneinde het niet nog een keer te doen. Zijn hart was niet vervuld van trots of begeerte naar hebzucht of iets anders dan eerder nederigheid om zichzelf van binnen schoon te maken. Vandaar dat àl zijn zonden hem zijn vergeven.

               Daarom, zèlfs indien we ons bekeren, kunnen we niet worden vergeven tenzij wij ons innerlijk ‘vanuit het hart’ hebben gereinigd.
We zijn deze nuance, dit kleine verschil, al eerder tegengekomen bij de andere schrijvers van de Blijde Boodschap, Christus houdt immers niet òp ons -elk moment van de dag- te onderwijzen.
Reiniging van het hart: “     Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, jullie huichelaars, want gij reinigt de buitenzijde van de beker en van de schotel, maar van binnen zijn zij vol roof en onmatigheid. Jij blinde Farizeeër, reinig eerst de inhoud van de beker; dan zal hij ook van buiten rein wordenMatth. 23: 25-26.

  • Openbaring van het Geloof:    Geliefden, nu zijn wij [door de doop] kinderen van God en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; [maar] wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. En een ieder, die deze Hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijk Hij rein is1John.3: 2-3.
    Het verschil zit hem dus in de wijze waarop je naar het Koninkrijk van God kijkt; God zoekt mensen, die naar zijn hart zijn, die verlangen en bereid zijn ‘Zijn weg’ te gaan.  Reiniging is niet als het komen voor God met een nederig hart voor berouw en dan alle ongerechtigheid heimelijk toch doen, wanneer niemand er weet van of zicht op heeft.
    Gehoorzaamheid aan God’s Geboden is onvoorwaardelijk, ook als niemand het ziet:
        Doch gij hebt enkele personen te Sardes [Hebr.= sardis (Robijnkleur) de door ijzeroxyde ontstane  bruin-achtige rode (Christus)kleur, zie icoon], die hun klederen niet hebben bezoedeld, en zij zullen met Mij in witte klederen wandelen, omdat zij het waardig zijn. Wie overwint, zal aldus bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het boek van het Leven, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelenOpenb.3: 4-5.
  • Bekleed zijn met Christus: In de Paasweek en bij doopfeesten zingen wij:
        Gij allen die in Christus zijn gedoopt, gij hebt u bekleed met Christus”.
    Dat wil zeggen dat wij in woord en daad nastreven ‘als Christus’ [‘Christusdragend’] te willen zijn.
    Dat is geen schijngestalte, maar dat is het gevolg van het luisteren naar het Woord:
        Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-29.

Voor veel Navolgers van Christus, die zijn gedoopt, maar slecht zijn onderwezen, verwijst het Bloed van het Lam / het bloed van onze Heer en Zaligmaker naar een ‘magische bloedbank’ die uit het Lichaam van Christus [de Kerk] in Het Koninkrijk der Hemelen wordt afgetapt en op commando regelmatig wordt geledigd om hen te reinigen.

verblijf houden aan de Open Zijde van Christus; abiding by the Open Side of Christ.

              Zij negeren hierbij de waarachtige Goddelijke betekenis hiervan volledig,
hetgeen volledig onze ‘eigen’ kleinmenselijke ‘verantwoordelijkheid’ is.
              Christus noemt mensen blind, die blinden leiden en wanneer een blinde een blinde leidt, zullen zij beiden in een diepe put vallen, met andere woorden er zijn vele Theologen, die niet vatten waar het hier wèrkelijk om gaat:
    dingen/zaken, die uit de mond komen, komen uit het hart en verontreinigen een mens . Want uit het hart komen voort boze gedachten, moord en overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenis, lastering”            In een gereinigde of onbesmette ‘staat’ zijn is zó belangrijk dat het falen om onze zuiverheid te behouden ons zèlfs ‘het eeuwige léven‘ kan kosten.
Wie niet met hart en ziel God bemint, dat wil zeggen niet doordrongen is van het begrip, dat je navolger van Christus bent of je ‘Leven’ ervan af hangt, zàl niet gereinigd worden.
Dit wil niet zeggen dat wij Christenen allemaal ‘heilige boontjes’ zijn.
Neen, wij steven naar het voldoen aan het beeld wat God ons heeft voorgehouden en wij vallen net als anderen, de niet gelovigen – net als die Tollenaar – keer op keer – en onderkennen dat wij in dit streven slechts mensen zijn, want niemand is goed genoeg: “ Niemand is goed dan God alleenLuc.18: 19, Marc.10: 18. En Onze Heer en Verlosser zegt dit wanneer Hij ons eraan herinnert dat wij en de dag nog het uur van ons einde kennen. In Zijn compassie met de mens blijft Christus zondaars aandacht geven zonder enige vooringenomenheid; Hij blijkt als Verlosser een onverbeterlijke middelaar te zijn tussen God en de mensen in geval van menselijk onvermogen. 

Het Koninkrijk der Hemelen is een fijn land, maar we dienen wèl te beseffen wàt we er eigenlijk doen. Menselijk gezien blijkt het een land dat in allerlei clubjes verdeeld is, waarbij iedereen zowel letterlijk als figuurlijk voor eigen parochie lijkt te prediken. Binnen die clubjes is iedereen verenigt, waant iedereen zich veilig en tegelijkertijd worden anderen -‘nèt zó’- gemakkelijk buiten gesloten.
We mogen echter van onze Heer ‘houden’ van ons -‘niet perfect zijn’ – als we maar blijven streven naar het allerhoogste. En wanneer je dàt stelt – dat je dìt alles hebt onderhouden – kijkt Hij je liefdevol aan en zegt:
Eén ding ontbreekt je: ga verkopen wat je bezit en geef het aan de armen, daarmee zult je een schat bezitten in de Hemelen en kom dan terug en volg Mij”.
Wij Orthodoxen herkennen maar al te goed wie voor deze ascetische manier van leven hebben gekozen – die niet ontsteld geraken en ontdaan heengaan omdat zij vele goederen bezitten.  Maar al zijn wij ook ondergedompeld in de tijd van nu
als vissen in het water, toch kunnen we met God’s hulp worden als forellen
die tegen de stroming in op zoek blijven gaan naar de Bron des Levens.              

‘Open voor mij de deur van bekering, o Leven-Schenker’; ‘Open the door of repentance for me, o Life-Giver’

                       Onze Heer en Verlosser verkondigt een omkering van normen en waarden: God’s Koninkrijk wordt niet opgebouwd op de voorwaarde van menselijke bekering en gehoorzaamheid, maar omgekeerd: God’s Hemels Koninkrijk ‘begint’ met de handreiking van Zijn onvoorwaardelijke Liefde en Ontferming, ‘en op grond daarvan’ mogen mensen de vrijheid en de kracht vinden zich te bekeren en een nieuw leven te beginnen.
                       Ook in dàt leven zul je telkens weer fouten maken en tekort schieten in het Licht van God’s geboden. Maar je kunt altijd weer terugvallen op het fundament van Zijn eerste onvoorwaardelijke ja-woord, dat Hij niet pas geeft wanneer jij een volmaakt en een volledig aan God toegewijd mens bent geworden. Deze logischerwijze in overeenstemming met dit principe volgende benadering vanuit God’s Liefde en Genadegaven brengt de Pedagogie van onze ‘Heer en Meester’ tot  grote vrijheid tegenover de Wet èn tot een radicale vereenvoudiging daarvan.
                       Alles begint bij God’s Liefde, hetgeen betekent dat heel de Oud-Testamentische Wet en alles wat daar láter nog van is afgeleid, dient te worden terugvertaald naar de Liefde.
Daarom noemt onze Heer en Zaligmaker het dubbelgebod van Liefde tot God en de naaste als het enige waar ‘alles‘ om draait. conf. Matth.22: 34-40.
Je kunt niet zeggen dat Christus zich principieel opstelt tègen het Oude Testament, maar Hij trekt de uitleg wèl naar één vanaf den beginne bepaalde kant.
Voor Hem kàn volledige vervulling van de Thora niet de voorwaarde zijn voor de komst van God’s Koninkrijk.
Wij mensen kunnen aan die voorwaarde niet voldoen en zullen er alleen maar op stuklopen.
Hetzelfde is het geval met de Oecumenische eenheid, welke nagestreefd wordt, deze is eerst bereikbaar en zal net als het Koninkrijk God’s pas komen als
God eerst Zèlf [weder-]komt met Zijn onvoorwaardelijke Liefde, als eerst Zijn ja-woord ons hart raakt, zodat wij bevrijd van angst en onmacht durven beginnen aan een nieuwe levensweg.
In alle oprechtheid zie ik de diversiteit van allerlei divers verdeelde clubjes, waarbij iedereen zowel letterlijk als figuurlijk voor eigen parochie blijkt te prediken, niet tot een eenheid komen. Denk alleen maar aan al die toezichthouders, die -‘voor elkaar’- niet durven en onder willen doen.
Wanneer onze Heer en Verlosser zegt dat het Koninkrijk van God ‘nabij’ is gekomen, betekent dit aan de ene kant, dat het er nog niet is in Zijn volle Gestalte.
God’s volledige Heerschappij over ons leven wordt op korte termijn verwacht, maar iedereen kan zien, dat de zonde en onrecht nu nog de boventoon voeren.
Aan de ander kant betekent het nabij zijn van het Koninkrijk ook, dat
het nu al – in ons bewustzijn – doorbreekt.
Onze Heer en Verlosser is daarvan, de voorloper, het eerste en grote teken.
Alles wat Hij zegt en doet, Zijn parabels, de verhalen, die Hij ons voorhoudt,
de veranderingen die Hij daarmee veroorzaakt in de levens van mensen,
ze zijn allemaal voortekenen van het Koninkrijk der Hemelen dat doorbreekt bij Zijn Volk.
In de verkondiging van de Blijde Boodschap blijkt duidelijk, dat onze Heer – “ de enige is, die Heilig is, de enige, die Heer is tot Heerlijkheid van God de Vader ” – en dat Hij met Zijn oprechte ná-volgelingen ‘leeft’ in de verachting dat
de definitieve doorbraak van God’s Koninkrijk op korte termijn zal plaatsvinden. conf. Marc.9: 1.

Na het ‘Grote en Heilige Pascha’ is vanaf de eerste Christenen tot – hier en nu – aan toe de Verwachting levend gebleven dat wij mensen de volledige doorbraak van God’s Koninkrijk nog zullen meemaken.
Of dit in de Geest of in het vlees zal zijn, dat maakt God wel uit, en daarom blijven wij iedere zondag opnieuw de Opstanding’s Apolytikion/Troparion zingen.
Het tijd’s-stip van Zijn Wederkomst, is zelfs niet bekend aan de Engelen of aan de Zoon, dat kent alleen de Vader. conf. Marc.13: 32 en Hand.1: 7.
Het Hemels Koninkrijk breekt echter al dóór met Kracht [dynamis], Het is al onder ons en in ons, zo houdt Christus ons voor, Die Zelf het eerste grote teken is van dàt Koninkrijk.
Gaandeweg dienen wij tot het besef te komen dat wij met onze Heer zullen ervaren, dat in dit tranendal onder de mensen, de eerste de beste tekenen van God’s Koninkrijk veel argwaan en verzet oproepen. Vijandigheid die zich steeds meer gaat richten tegen de persoon en ons tenslotte aan het Kruis zullen brengen.
Onze Heer en Verlosser bleef tot de laatste snik toe in alle nederigheid het volle Koninkrijk verwachten. Hierdoor kwam en komt nog meer nadruk te liggen op Zijn inzicht, dat God’s Koninkrijk niet zal komen langs de weg van geweld of uiterlijke verandering.
Van meet af aan heeft onze Heer geweigerd om te fungeren als een belangrijk persoon, die opvalt door puur ‘matsjo’-gedrag en goudhaantjes-gedoe, die leiding zou geven aan een totale omslag van de mensheid. Telkenmale heeft Hij Zich onttrokken aan pogingen van het enthousiaste Volk om Hem tot Koning uit te roepen.
Onze Heer en Verlosser trad op vanuit het diepe besef, dat het Hemels Koninkrijk alleen van binnenuit kan worden opgebouwd, vanuit een innerlijke relatie, vanuit het hart met God, de Vader.
Indien God de Vader het Koninkrijk met een gewelddadig optreden/oordeel zou dienen op te zetten, dan bleven er niet veel burgers over voor dàt Koninkrijk, want  wie overleeft dàn het Laatste Oordeel?
God vestigt eerst àl Zijn Hoop en Verwachting op Zijn Zoon; Hij kiest in alle Liefde voor een persoonlijke en kwetsbare relatie, zodat
mensen de best mogelijke kans krijgen tot inzicht te komen en in alle vrijheid te kiezen voor Zijn Koninkrijk.
Anders gezegd: Christus is als Zoon van God mens geworden opdat wij persoonlijker, menselijker – goddelijker zouden worden.
Het laatste Oordeel en geweld kunnen nodig zijn als laatste [red-]middel, maar
of ze nu van God komen of van mensen, ze brengen absoluut geen Verzoening teweeg. Ze kunnen nodig zijn om mensen en hun onderlinge relaties te beschermen tegen ander geweld, maar ze brengen zelf absoluut geen relaties tot stand.
Laat derhalve varen de hoogmoedige grootspraak van de Farizeeër, maar
volg de grootheid van de deemoed na van de Tollenaar.
Het zijn de kleine dingen die het doen, het is de eenvoud van het leven, die overwint.

Apolytikion
tn.5.
    Komt laat ons bezingen en aanbidden
het met de Vader en de Geest mede-eeuwige Woord,
dat om ons te verlossen uit de Mand geboren is.
Want Hij heeft het op Zich genomen
Zijn Lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren,
om door Zijn Opstanding de doden op te wekken
”.

Kondakion
tn.4.
  “  Laat ons vluchten de hoogmoedige grootspraak van de Farizeeër,
maar navolgen de grootheid van de deemoed van de Tollenaar.
En laat ons rouwmoedig roepen tot de Verlosser:
Wees Gij ons genadig, Die alleen de Verzoening wilt
”.

Kondakion2
tn.3.
    Laat os zondaars, de Heer opdragen
het zuchten van de Tollenaar en
voor Christus neervallen,
want Hij is onze Meester.
Hij wil de Verlossing van alle mensen, en
schenkt vergiffenis aan allen die boete doen.
Want terwille van ons is Hij vlees geworden, terwijl Hij God is:
zonder begin, evenals de Vader
”.

Orthodoxie & Gerechtvaardigde verdeling van beschikbare middelen

Belasting betalen aan de Keizer; Paying tax to Ceasar;

    En zij zonden tot Hem enige van de Farizeeën en van de Herodianen om Hem in een strikvraag te vangen. En zij kwamen en zeiden tot Hem:
Meester, wij weten, dat Gij waarachtig zijt en dat Gij U aan niemand stoort; want Gij ziet de mensen niet naar de ogen, maar Gij leert de weg Gods in Waarheid. Is het geoorloofd de keizer belasting te betalen of niet? Zullen wij betalen of niet betalen?
     Maar Hij, wetende, dat zij huichelden, zei tot hen:
Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een schelling, en laat Ik die zien.
En zij brachten er een. En Hij zei tot hen:
Wiens beeldenaar en opschrift is dit? Zij zeiden tot Hem: Van de keizer.
     Jezus zei tot hen:
Geeft dan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.
En zij verwonderden 
zich zeer over HemMarc.12: 13-17.

  Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat jullie in Zijn voetstappen zouden treden;
– Die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden;
– Die, als Hij gescholden werd, niet heeft terug gescholden en
– Die als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt;
– Die Zelf onze zonden in Zijn Lichaam op het hout gebracht heeft,
opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de Gerechtigheid zouden leven; en door Zijn striemen zijn jullie genezen.
Want jullie waren dwalende als schapen, maar thans hebben jullie je bekeerd tot de herder en hoeder van uw zielen.
Evenzo gij, vrouwen, weest uw mannen onderdanig, opdat, ook indien sommigen aan het woord niet gehoorzaam zijn, zij door de wandel van hun vrouwen zonder woorden gewonnen worden, doordat zij uw reine en godvrezende wandel opmerken.
Uw sieraad zij niet uitwendig: het vlechten van haar, het omhangen van goud of het dragen van gewaden, maar de verborgen mens uws harten, met de onvergankelijke [tooi] van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is in het oog van God. Want aldus tooiden zich ook weleer de heilige vrouwen, die hoopten op God, onderdanig aan haar mannen, zoals Sara Abraham gehoorzaamde en hem heer noemde; en haar dochters zijt gij, als gij goed doet en u geen schrik laat aanjagen.
Desgelijks gij, mannen, leeft verstandig met uw vrouwen, als met brozer vaatwerk, en bewijst haar eer, daar zij ook mede-erfgenamen zijn van de Genade[gaven] van het leven, opdat uw gebeden niet belemmerd worden.
            Ten slotte, weest allen eensgezind, medelijdend, hebt de broeders lief, weest barmhartig en ootmoedig, en vergeldt geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegent integendeel, wijl gij hiertoe geroepen zijt, dat gij zegen zoudt beërven”. 1Petr.2: 21b-25,3:1-9.

Ik weet niet hoe het met jullie, medechristenen gesteld is, maar
ik heb er nog al moeite mee:
– ” Hoe onrechtvaardig is het niet in de wereld verdeeld ” -.
Met mate genieten is een van de waarden, die bij onze Heer hoog in het vaandel staat; je zult Hem nergens in de blijde Boodschap van kunnen betichten dat
Hij Zich op de een of ander manier vergaloppeert, Z’n boekje te buiten gaat.
Het lijden wat hiermee gepaard gaat kwam ook gisteren al aan de orde, bij ‘het brood voor de honden en de Canaänitische Vrouw’.  Zij leed in de beslotenheid van haar bestaan en dat levert haar de buitengewone schoonheid van haar Geloof op.
Zelfs bij Zijn tegenstanders is het van onze Heer en Verlosser bekend dat
Hij Zich aan niemand stoort; want Hij ziet de mensen niet naar de ogen, maar
Hij leert de weg tot God in Waarheid.

Hij laat ons als het Ware weten, dat het geld, de middelen en de overmaat toekomt aan de wereldse machthebbers en onder ons gezegd zou je kunnen redeneren dat Hij zegt: “ Laat ze er maar in verzwelgen, ze komen zichzelf wel tegen” – Hij zegt dat uiteraard niet, want dat zou de Zoon van God onwaardig zijn. Temidden van alle verschillen tracht God met Zijn Blijde Boodschap hier een weg in te vinden, houdt Zich op de vlakte.
Christus heeft voor ons geleden en heeft ons een voorbeeld achtergelaten.
⁌ Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog is gevonden;
⁌ Die, als Hij gescholden werd, niet heeft terug gescholden en
⁌ Die als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt;
⁌ Die Zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft,
opdat – ‘wij’-, aan de zonden afgestorven, slechts voor Gerechtigheid zouden leven; en door Zijn striemen zijn genezen.
Wij waren als dwalende als schapen, maar nu wordt verwacht dat wij nu wij ons tot Hem als herder en hoeder hebben gekeerd acht slaan op de redding van onze zielen.

De weg tot God is zo blijkt dat wij God’s Wil volbrengen en ons daarbij onthouden van al wat Hem zou verontrusten.
Het gaat daarbij om dat:
⁌ men met openheid en eerlijkheid het verste komt.
⁌ men indien men ergens van beticht wordt niet meteen van zich begint af te slaan.
⁌ men in stilte verder lijdt en zich overgeeft aan degenen die ons rechtvaardig behandelen.
M.a.w. de deugd staat centraal en dat klinkt wat ‘Orthodox’ in de zin van ouderwets, maar het is heel uitdagend om ná te gaan denken over de vraag hoe je als christen leeft.
Vier klassieke deugden komen aan de orde:
‘Wijsheid’, ‘Matigheid’, ‘Moed’ en ‘Rechtvaardigheid’.
Opvallend is dat dit vier deugden zijn waarvan iedereen [ook niet christenen]
meent dat ze de moeite waard zijn ná te streven en ook zó te handelen.
Ware Liefde tot de medemens kent immers geen eigenbelang.  

Bij voortduring maken wij in ons concrete leven hierin uitstapjes,
we wijken àf van de Christelijke norm, zijn de godganselijke dag mateloos.
Waarin ben jij mateloos?
De een noemde het kopen van kleding, de ander lekker eten en weer een ander is mateloos in het verkeer [te hard rijden dus].

Genieten – hoe doe je dat dan?

  • Men is al eeuwen bezig om ‘goed’ en waarachtig te leven.
    Hoe kun je nu genieten van het leven?  Is daar een formule voor?
    De eerste gedachte is altijd om er maar – zo veel mogelijk – van te genieten.
    Je past de wereld aan jouw wensen aan, maar God heeft kennelijk gewild dat alle mensen verschillende zijn en in dàt geval loop je tegen elkaar op.
    Het vraagt van ons als gelovigen dat wij naar elkaar luisteren en elkaar niet confronteren, já, – zelfs – manipuleren met enkel onze eigen wensen.
    Genieten en je eigen zin doordrukken houdt een keer op.
    Zelfs meerdere malen met vakantie gaan; alleen maar genieten – zo veel mogelijk genieten breekt je op een gegeven moment op – ‘op een gegeven moment ga je maar naar huis, want dàn begint het je te vervelen’.
  • De tweede gedachte is om àf te zien van alles wat je maar aangeboden wordt.
    Dat kan op verschillende manieren, de grondgedachte daarbij is dat je je wensen omlaag schroeft. De wereld is nu eenmaal gebroken.Het is een kunst om het juiste midden te vinden.
  • Ook voor een Christen. Christenen zijn ook beïnvloed door de cultuur waar zij deel van uitmaken. Hoe vaak willen we in ons christelijke wereldje imiteren wat seculiere activiteiten bieden: de kick, de lol.

    Brood voor de Honden” –  Jeremia 33: 3

    Christelijk leven is leren genieten van het goede dat God geeft te midden van het rauwe bestaan. Dat lijkt een moeilijk te bereiken evenwicht, maar het is steeds maar weer op twee benen lopen.

    Wijsheid
    ;
    Kracht en wijsheid, jong en oud, het lijken elkaars tegenstellingen.
    Maar je kunt het ook zien als aanvulling op elkaar.
    Ouderen hebben de kracht van jonge mensen nodig, jongeren de levenswijsheid van ouderen, Wat jong en oud van elkaar kunnen leren is een steeds terugkeren thema in het boek Spreuken.

Matigheid;
Velen hebben zich dood gegeten, maar wie matig is, leeft des te langer” aldus een bekend gegeven uit het boek ‘Jezus Sirach’.

Moed;
    Zelfs al ga ik midden in de schaduw van de dood, dan vrees ik geen kwaad, want Gij, Heer, zijt met mij”, want Eer komt de God en Vader van onze Heer Jezus Christus toe, de Vader van alle Barmhartigheid en de God van vertroosting van eenieder, Die ons troost in al onze druk, zodat wij hen, die in allerlei druk zijn, kunnen troosten met de troost, waarmee wijzelf door God vertroost worden.

Rechtvaardigheid
:
Van God’s kant is Verzoening tot stand gebracht in die zin, Dat Hij het fundament van Zijn Genade gelegd heeft, waarop wij ons leven kunnen beginnen.
Om met de Apostel Paulus te spreken: Voor God zijn wij Gerechtvaardigd, een rechtvaardiging van Godswege op grond waarvan wij onbetwistbaar recht van bestaan hebben, hoe erg we ook gezondigd hebben. Kruis en Opstanding van onze Heer en Verlosser betekenen niet dat de verzoening al zo tot stand is gekomen, dat er van onze kant niets meer behoeft te gebeuren.
Onze Heer heeft de eerste en beslissende stap gezet, daar valt niets van af te dingen en Hij zal ons die onvoorwaardelijke handreiking telkens weer doen.

Maar vervolgens komt het er op aan of wij mensen – hoog en laag, oud en jong, rijk of arm – afscheid durven te nemen van datgene wat ons afhoudt Zijn Evenbeeld te vormen, zodat de relatie met God – ‘en andere mensen’ – hersteld kan worden.
Gods Liefde en Genade gaan voorop en scheppen slechts de ruimte en veiligheid voor bekering.
Wanneer bekering/ ommekeer tot stand komt heeft ‘God’s Verzoening’ haar doel bereikt.

Neem dus afscheid van de wereld,
d.w.z neemt afscheid van de hoogmoed, van
de aan jezelf persoonlijk toegemeten privileges.
Sta je in aanzien van het gehele volk
– laat je dàn de minste wezen en
buig voor datgene
wat God wèrkelijk van je vraagt.
Daarom Heer, zal ons gebed een loflied zijn
dat met een eindeloos refrein
in ons zingt:
Heer, Jezus Christus, Zoon van de levende God, heb medelijden met mij, zondaar.

37e zondag na Pinksteren – het brood voor de honden en de Canaänitische Vrouw

    En Jezus ging vandaar en trok Zich terug naar de omgeving van Tyrus en Sidon.

de Canaänitische, de Syro-Fenicische Vrouw, by Lentz

En zie, een Canaänitische vrouw uit dat gebied kwam en riep:
‘ Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David, mijn
[kind] dochter is deerlijk bezeten.
Hij echter antwoordde haar met geen woord, en Zijn discipelen kwamen bij Hem en vroegen Hem, zeggend:     Zend haar weg, want zij roept ons na’.
Hij [,onze Heer en Verlosser] echter antwoordde en zei: Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël [de Kerk].
Maar zij kwam en viel voor Hem neer en zei:
    Heer, help mij!’
Hij echter antwoordde en zei:
    Het is niet goed het brood der kinderen te nemen en het de honden voor te werpen’.  
Maar zij zei [daarop]:
‘ Zeker, Heer ook de honden eten immers van de kruimels, die van de tafel van hun 
meesters vallen’.
Toen antwoordde Jezus en zei tot haar:
O, vrouw, groot is uw Geloof, u geschiede gelijk gij wenst!
En haar dochter was genezen van dat ogenblik af” 
Matth.15: 21-28.

 

Het hart is verhard, waar het had moeten kloppen voor de Heer, levenloos en koud; The heart is hardened, where it should have knocked for the Lord, lifeless and cold; Η καρδιά είναι σκληρή, όπου θα έπρεπε να χτυπήσει για τον Κύριο, άψυχο και κρύο; القلب صلب ، حيث كان يجب أن يطرق للرب ، بلا حياة وبارد.

    Wij toch zijn de Tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft:
    Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn Volk zijn. Daarom gaat weg uit hun midden, en scheidt u af, [zo] spreekt de Heer, en houdt niet vast aan het onreine.
En Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot Vader zijn en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, [zo] zegt de Heer, de Almachtige.
Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling van het vlees en van de geest en zo onze heiligheid volmaken in de vreze tot God’

2Cor.6: 16b-18, 7: 1

Komt volkeren van alle tijden
Deze zondag is een bijzondere zondag, want deze sluit een periode af en
wanneer dat zo is dan worden de puntjes nog eens op de ‘i‘ gezet;
de essentie komt aan de orde, want wij gaan aanstaande zondag
een periode van bezinning in, de periode van de vóór-vasten.

Onze Heer en Verlosser trekt zich terug naar de omgeving van Tyros en Sidon:
Tyros [Hebr.= ‘benauwen’] en Sidon [Hebr.= ‘jacht, gejaagd’]; wanneer Christus zich terugtrekt betekent dat dat hij de stilte opzoekt om er te bidden, Zich te bezinnen, te spreken met God, de Vader.

Masterplan ROK Saint Nicholas, Amsterdam by Hadrian Hart

Onlangs was er een [PKN-] catechesegroep, welke een orthodoxe gemeenschap bezocht en de vraag werd gesteld, ‘hoe ‘zien’ jullie God, wat voor voorstelling hebben jullie daarbij‘.
Een dag later liep ik aan het strand in Zandvoort aan zee en zag daar de horizon – en werd overvallen door een gevoel van nietigheid ten opzichte van al de schoonheid, die ons omringt.
Wij nietige mensen kunnen ons geen voorstelling maken van ‘God’, kunnen Hem niet bevatten, niet omschrijven.
Wat we wel weten is dat God immens ‘Groot’ is, onnoemlijk ‘Groot; en ‘Sterk’; en ‘On-sterf-lijk’. Ook de profeet Mozes was zich hiervan bewust en trachtte Hem te ‘vatten’, doch mocht Hem slechts ervaren als een windvlaag, die voorbij kwam.

Christus, onze Heer en God.

Meer is ons bekend geworden doordat God Zijn Zoon zond, Die Hem openbaarde, een tipje van het ‘Mysterie’ oplichtte.
Daardoor weten wij dat dat wij ‘God’ als een ‘Vader’ mogen ervaren en als zodanig met Hem in gesprek mogen gaan; Christus heeft ons dat geleerd in het gebed: ‘Het Onze Vader’.
Via Christus weten wij dat wij een toekomstig ‘Hemels Koninkrijk’ mogen verwachten,
dat wij in godsnaam ‘God’s Naam dienen te heiligen, door datgene te doen wat Hij van ons, Zijn kinderen verwacht.
Dit betekent dat wij ‘Zijn Wil’ vervullen, zoals dat ook in Zijn Koninkrijk in de Hemelen plaats vindt. Als een ‘Barmhartige’ Vader zorgt Hij voor ons en vergeeft onze kinderlijke ongerechtigheden.
Hij is geen God, Die onrecht wil, maar dat wij onze misstappen onder ogen zien en proberen te voorkomen.

Wat ons vandaag wordt voorgehouden is dat Christus bewust is van het feit dat
⁌  ook Hij Zich bevindt in een wereld, welke de mens benauwt,
⁌  doordat de mens opgejaagd wordt door alles wat er om hem heen plaatsvindt,
⁌  zich uiteindelijk in de stilte van het hart, In de Tempel van de Levende God terugtrekt en met God, de Vader in gesprek gaat, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
Christus leert ons bidden – tot het immens ‘Grote’, tot Hetgeen wij onmogelijk kunnen bevatten, tot ‘God’, als tot een Vader, Die Zich in de Hemelen bevindt, het immens goddelijke, goede en  schone.

De periode van de zondagen ná Pinksteren wordt vandaag afgesloten en
wij mensen mogen met Christus onder de mensen wonen en met Hem, als goddelijke zoon wandelen en Hij zal ons als Zoon van God tot God zijn, want
met de Heilige Geest vormt Hij een Drie-eenheid; Vader, Zoon en Heilige Geest.
Zij zijn gedrieë-lijk onlos-makelijk [in een liefdesband] met elkaar verbonden. Wandelen wij met de Zoon, dan wandelen wij met de Vader en de Heilige Geest; wonen/verblijven wij in God, dan wonen/verblijven wij zowel in de Zoon als de Heilige Geest. 

U weet Pinksteren is de nederdaling van de Heilige Geest, dankzij en door
de Heilige Geest ervaren wij ná de Hemelvaart de ons toegezegde Heiligheid van God, Die al vanaf den beginne over de wateren zweefde.
Vandaag worden de puntjes op de ‘i‘ gezet, wordt er antwoord gegeven op de kardinale vraag, de schijnbare onoplosbare moeilijkheid, de essentie komt aan de orde.

De criteria die de mens gewoonlijk gebruikt om zich van hun medemensen te onderscheiden is in goed en kwaad, in vrome mensen en zondaars; wij zijn van nature naar buiten gericht, hetgeen betrekking heeft op datgene wat zich om ons heen wordt voorgehouden, door mensen wordt gemanifesteerd en die zich in handelingen aan ons voor-doen.
Maar in het diepste van ons hart, onze innerlijke Tempel komen we een goddelijke kern tegen, die ons in de schepping is meegegeven.
       Wij mensen kunnen iemand bij het minste of geringste als zondig veroordelen
bij God werkt dat zó niet, God heeft de tijd , Die wacht en is ontzettend geduldig.
       God wacht op de reactie van de ziel, die onophoudelijk een onmerkbare strijd voert tot
  de super-overwinning van het zelf op zichzelf en
daarmee het kwaad een plaats geeft als ongehoord, als niet acceptabel.
Het is verwonderlijk dat de mens zichzelf in onze tijd stelt als het middelpunt van het bestaan;  sterker nog het is een dwaasheid naar God’s Wil,
de grenzen van het onbetamelijke via wereldse grootsheid ná te streven en God tèrzijde te schuiven.
Wie de ijdelheid van de wereld niet ziet is op zichzelf al heel ijdel.
Wie ziet haar dan ook niet, behalve de jong volwassenen, die in de drukte van het uitgaan, in het vermaken en in hun gedachten over de toekomst leven?
Maar wanneer de nood aan de man komt gaan zij massaal de straat op voor een betere toekomst, voor ‘hun‘ klimaat.
Ontneem hen de door de wereld aangeboden versrooiing en je zult zien hoe zij van verveling zullen wegkwijnen; zij zullen zonder meer op het punt komen dat zij hun nietigheid ervaren [hun betekenis] zonder die te kennen; want men is wel héél ongelukkig als men zich dadelijk onverdraaglijk droefgeestig voelt, zodra men gedwongen wordt aan zichzelf te denken, zonder dat ook maar iets je daar van àf leidt.
In àlles dient rust en bezinning gezocht te worden.
Het beheersen van eigen ‘tijd en stilte‘ zijn de grootste luxe van vandaag.
De zelfreflectie levert in onze toestand het werkelijk ‘gelukkig’ worden,
dan zouden wij geen afleiding behoeven te zoeken voor onze gedachten,
om dat ‘geluk’ te ervaren.
De werkelijkheid van het leven is dat wij -‘up’s’ en down’s- ervaren en
dat ná regen zonneschijn komt, dat dàt normaal is in de menselijke natuur.
De wereld houdt de mens echter een schijnwereld voor en wanneer daaraan niet voldaan wordt roepen we allerlei specialisten in teneinde dàt te bewerkstelligen
– maar ‘specialisten’ zijn ‘God’ niet.

Het blijkt dat wanneer de wereld van ‘God’ lòs is,
dat mensen en met name kinderen verloren raken, het spoor bijster zijn.
De ‘specialisten’ hakken de mens is stukjes, de mens raakt zijn identiteit kwijt
– we worden aangesproken als ‘beste reizigers’ etc, want dames en heren kan in deze tijd niet meer.
Persoonlijk onderscheid is uit den boze, algehele globalisering, alle neuzen dezelfde kant op – produceren, teneinde te consumeren.
Het gevolg is de vraag, die alom gesteld wordt: . . . . . . . . . . . is iedereen blij? 
Soms zorgt de Heilige Geest ervoor dat wij het waarachtige Geloof tegenkomen,
daar waar we het het minst zouden verwachten.
Het is vandaag een Canaänistisch [Hebr.= ‘ijveraar’] vrouw, de Syro-Fenicische [in Marcus] die de Heer aanriep om Genade.
Uit zo’n iemand, die zich inspant dat iets tot stand komt volgt een smeekbede waar een ‘groot’ Geloof geopenbaard wordt alsof deze vrouw in Bethanië [Hebr.= ‘huis van ellende’] of Jeruzalem [Hebr.= ‘maak dubbele vrede’] had gewoond.
Tyrus en Sidon waren kuststeden, niet alleen vèr buiten de Palestijns-Joodse gemeenschap, maar ook historische centra van het Fenicische maritiem-imperium, een legendarische tegenstander van Israël [zie bijvoorbeeld Ezechiël 26-28], hoewel nu onderdeel van het door oorlog getroffen Syrië.
Deze genezingen van een vrouw en haar kind zijn dus ontzettend verrassend.
Maar wanneer we lezen dat zij in het landsdeel van Tyrus en Sidon woonde, mag haar bede ons terecht verbazen. 
Want wij zouden hiervan dienen te leren dat de mens door Genadegaven tot het Geloof wordt gebracht en niet door de plaats waar – ‘deze of gene’ – z’n woonplaats heeft gezocht.

Beproevingen
Beproevingen kunnen soms een zegen blijken te zijn voor de ziel.
De Caänanitische/ Syro-Fenicische vrouw werd ongetwijfeld zwaar beproefd.
Zij had moeten aanzien hoe haar geliefd kind ‘van de duivel bezeten‘ was,
zonder haar te kunnen helpen.
Hoe vaak komt dit in onze tijd niet voor dat ouders niet weten waar zij het moeten zoeken, wanneer een kind verslaafd is geraakt aan ik weet niet wat.
Maar toch bracht dìt verdriet haar tot onze Heer en Verlosser en leerde dit haar te bidden.
Zonder deze moeilijkheden zou ze misschien geleefd hebben en gestorven zijn
in zorgeloze onwetendheid en onze Heer en Verlosser nooit hebben gezien.

    Het is goed voor mij dat Gij mij hebt vernederd,
opdat ik Uw Gerechtigheden zou leren
Psalm. 118[119]: 71, vert. ROK ’s-Gravenhage.
     Onze onwetendheid komt nergens zó duidelijk tot uiting als in ons ongeduld wanneer wij in hoge nood verkeren. Wij vergeten dat ieder kruis een boodschap van God is en bedoeld is om ons uiteindelijk te helpen.
Beproevingen zijn bedoeld om ons aan het denken te zetten, om ons van de wereld weg te lokken,
tot de Pedagogie van de Heer te brengen en
ons te doen buigen in gebed.
Gezondheid is heel goed, maar ziekte kan beter voor ons zijn, wanneer dit ons tot God drijft.
Alles, maar dan ook alles is beter dan -‘in zorgeloosheid’- te leven en
daardoor -‘in zonde’- te sterven.
De discipelen hadden niet zoveel medelijden en barmhartigheid als
Christus in vers 23.
Deze geest heerst veel teveel onder gelovigen.
Ook wij staan veel te snel klaar om aan de echtheid van iemands beginnende Genade te twijfelen, geraken geprikkeld, omdat de ander nog zwak is:
    En te Jeruzalem aangekomen, trachtte Saulus/Paulus zich bij de discipelen te voegen, maar allen schuwden hem, daar zij niet konden geloven, dat [ook]‘hij’ een discipel wasHand.9: 26.
Laten wij net als Christus zijn:
zachtmoedig’, ‘vriendelijk’ en ‘bemoedigend in de omgang met mensen’ die
immers eveneens het Hemels Koninkrijk willen bereiken.
Christus laat de mensen soms wachten, zoals Hij deed met deze vrouw, maar
Hij stuurt ze nooit met lege handen weg.

Een bijzonder verhaal
Er gebeurt veel met deze vrouw, bij de ontmoeting met onze Heer en
er gebeurt daarop veel met de dochter.
1.]. de moeder van het kind
Het kind is betreurenswaardig ‘bezeten‘ of, zoals er
in het parallele verhaal in Marcus 7 staat: ‘ze had een onreine, boze geest‘.
Haar dochter is onder invloed van iets kwaads, wat haar leven vergalt.
Wanneer je het boek ‘In de ban van de Ring‘ leest of als je de film ziet, dan
geraak je ook makkelijk in de ban. Dan overvalt je een gevoel van angst als de zwarte ruiters opdoemen. Je voelt en je ziet het kwaad.
De dochter is in de ban van het Kwaad.
Wàt precies wordt niet gezegd. Dat doet er ook niet toe.
Ze is in ieder geval zichzelf niet, niet wie ze zijn kan: een ‘heel’ mens, in de bloei van het leven.
Nu, juist omdat dit die vrouw aan haar hart gaat dat haar dochter zó lijdt, gaat ze op zoek.
Liefde drijft haar. Ze gaat op zoek naar genezing en heling voor haar dochter.
Wie weet bij hoeveel dokters, maatschappelijk werk[st]ers en andere hulpverleners ze al langs is geweest.
Ook wij maken soms hele zoektochten door het doolhof van de hulpverlening op zoek naar heling en genezing voor een ander die ons lief is of voor onszelf.
En dàn hoort die vrouw een verhaal.
Het verhaal gaat over een groots mens die is staat is te helpen,
een genezer met wonderlijke macht en kracht,
een Zoon van God, Die kan genezen en helen.
Ze hoort zelfs in het buitenland [want daar woont ze] het verhaal over onze Heer van Nazareth,
Nazareth [Hebr.= ‘bewaakte, afgezonderde’], met de Nazireeër [Hebr.= ‘een toegewijde, ongesnoeid (wijngaard, wijnstok)].
Het  gaat in dit soort situaties natuurlijk als een lopend vuurtje. En haar hart gaat kloppen van verwachting, haar hoop vlamt op.
Zie je dit onoplosbare probleem voor je:
een vrouw met pijn en verdriet, maar tevens met hoop en verwachting op Verlossing?
Jij zou het misschien zèlf wel kunnen zijn . . . . .

1b.]. de geschiedenis, wis en waarachtig
Rond 60 na Christus geeft een arts en wetenschapper [Lucas] een betrouwbaar en uitgebreide verslag van het leven van Christus en laat Hem zien als volmaakt mens en Heiland.
Deze arts draagt zijn getuigenis op aan Theophilius wat ‘vriend van God’ betekent een Romeinse gelovige.
De verborgen schone daden, de getuigenis van de eenvoud van het Geloof zijn het meest bewonderend’s-waardige.
Lucas beschrijft het leven van onze Heer en Verlosser, geboren als hulpeloos kind tot een volwassen man; Deze maakte alle levensfasen door die wij ook doormaken, juist daarom kan Hij ons te hulp komen; Hij werd verzocht maar zondigde niet.
Het wordt ‘het getuigenis voor de natiën’ genoemd, vol van Genade en Hoop, de wereld en verzekering gevend van de Liefde van een ‘lijdende Heiland’.
Uiteindelijk is het niet de grootsheid van de buitenkant, die getuigt van het Heil dat de mensheid te wachten staat, maar de haarvaten van het Lichaam van Christus spelen de grootste rol.
Het zijn de kleine dingen, die groots worden uitgevoerd in gezinnen, die lijden, de verworpenen aan de rand van de samenleving, vrouwen leggen de basis van God’s Pedagogie van de ‘tolerantie’.
Hoevelen – ook in onze tijd – getuigen niet:
Ik ben gered door ‘de Genade en het Geloof in Christus’”
  getuigenissen na een voltooid lijden, wanneer ouderen op hun leven terugkijken naar hun oogappels, maar ook naar
  de zorgen, die een heel gezin tot voorbeeld waren, waarmee zij gehandicapte kinderen zagen opbloeien als getuigenis van God’s Barmhartigheid.
Wanneer je er enige geschiedenis in ontdekken zou,
zullen zij je bijzonder aantrekken.
Doch geheel verborgen waren zij toch niet, anders zouden wij ze niet herkennen;
en wat men ook gedaan heeft om ze te verbergende is slechts een kleinigheid,
waardoor ze aan het licht zijn gebracht
➙  het bederft eigenlijk alles, want dàt was juist het aller-schoonste,
dat zij verborgen wilden zijn.
•    Het is niet schandelijk voor de mens om onder de smart te bezwijken, maar
wel onder het genot. De reden hiervan is niet dat de smart ons van elders overkomt en dat wij het genot zoeken; want men kan ook de smart zoeken en er met opzet onder bezwijken, zònder zich te verlagen.
Hoe komt het dan, dat het voor het verstand roemvol is onder de inspanning van de smart, en schandelijk om onder de inspanning van genot te bezwijken?
•     Het is omdat de smart ons niet verleidt en aantrekt;
wij zijn het ‘zelf’ die haar vrijwillig kiezen en willen dat zij ons beheerst;
zodat wij hierin ‘Heer en Meester’ blijven; en aldus ‘bezwijkt’ de mens voor zichzelf;
⤽ doch in het genot bezwijkt de mens voor het genot.
En alleen het beheersen en bedwingen brengt hem roem;
slavernij brengt slechts schande voort.
Het blijkt een dwaasheid wereldse grootsheid na te streven”.
Voor ons, christenen, wordt alles verlicht in Christus, heeft alles in deze wereld zin en waarde, omdat het een middel tot het pad naar de eeuwigheid is.

‘ صمت الله يهمس في روحنا’, ‘  De stilte van God vormt gefluister in onze ziel’; ‘  The silence of God is whispering in our soul’; ‘  Η σιωπή του Θεού ψιθυρίζει στην ψυχή μας’; ‘ Молчание Бога шепчет в нашей душе’.

Dàt ontstaat doordat we zien wàt we niet zien en naar het onzichtbare kijken,
we laten ons leven in de tijd orderlijk verlopen op basis van het eeuwige,
het menselijke is gebaseerd op God, de Vader, die in de Hemelen is,
Wiens Naam dient te worden geheiligd.
De wereld staat nog steeds verwonderd:
En onze Heer gaat [nog steeds] alle steden en dorpen langs en leert in onze gebedshuizen en verkondigt de Blijde Boodschap van het Koninkrijk en
geneest
[nog steeds in alle stilte] alle ziekte en alle kwalenconf. Matth.9: 35.

2.]. onze Heer en Verlosser
In de Evangelielezing verblijft onze Heer en Verlosser in het buitenland, maar
niet om daar vakantie te vieren, veel meer omdat Hij is het, Die door de farizeeërs en schriftgeleerden zó onder druk wordt gezet dat het maar beter is – even uit de vuurlinie te verdwijnen.

‘ الانعكاس ، من خط النار’; ‘ reflexie, uit de vuurlinie’; ‘ reflexion, from the line of fire’; ‘ αντανακλάσεις, από τη γραμμή φωτιάς’; ‘ отражение от линии огня’

Even op adem komen, even je bezinnen hoe het verder moet gaan.
En daarbij verschijnt deze  Canaänitische vrouw, die
zich inspant om iets tot stand te brengen – een bijzondere rol te spelen.
In dit gedeelte van het getuigenis van Mattheüs gaat het om nieuwe inspiratie vanuit een onverwachte hoek.
In management-termen zou je zeggen, het gaat om out-of-the-box-denken, dat je de geijkte paden verlaat en dat je de dingen vanuit een heel andere hoek bekijkt.
Maar het gaat er ook om dat je voor ‘het Nieuwe’, ‘het Leven’ eveneens openstaat.
–   Hoe vaak gebeurt het niet dat je opeens hulp krijgt vanuit onverwachte hoek, dat mensen van wie je het nooit had verwacht je opeens ‘een zetje geven in de goede richting’,
–   òf soms lopen de dingen heel anders dan jij wilt en achteraf blijkt het juist zo goed uit te werken.
Tegen wil en dank is onze Heer en Verlosser in het buitenland en tussen de verzameling gelijkenissen en de verzameling genezingsverhalen is
ook onze lezing een soort ‘buitenland’.
Het zou wel heel raar moeten lopen als hier niet ‘iets nieuws’ stond te gebeuren:
nieuwe inspiratie vanuit onverwachte hoek’.

De Evangelist Mattheüs was een vrome jood.
En deze vrome Hebreeër wil zijn geloofsgenoten ervan overtuigen dat
met onze Heer en Verlosser ‘ècht’ een nieuw hoofdstuk begint voor het Jodendom.
Daarom haalt Mattheüs ook heel vaak de oude profeten aan om te
laten zien dat wat de profeten zagen nú bij onze Heer en Verlosser’ in vervulling gaat. Dus denkt geen haar op het hoofd van Mattheüs eraan om de boodschap van onze Heer en Verlosser buiten het Jodendom een plek te geven.
Daarom reageert Jezus ook eerst niet op de Canaänitische vrouw, de leerlingen zeggen zelfs: “stuur haar toch weg” en uiteindelijk zegt Jezus:
Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk Israël”.
En vervolgens wordt het nog scherper:
Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren”.
➙➙➙ De kinderen, dat zijn de kinderen van Israël, en de honden, dat zijn de ongelovigen, de niet-Joden, de buitenlanders, de mensen van de interculturele samenleving, die zich ergens ‘een thuis‘ zoeken.

— Maar de vrouw laat zich niet uit het veld slaan: “Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen

3.]. De genezing van het kind
Onze Heer en Verlosser is uitgeweken voor de Farizeeërs en Schriftgeleerden [de afgestudeerden], dus de ‘eigen kinderen’ lijken niet bepaald zo gretig te zijn naar het brood.
En trouwens wie heeft er zo weinig brood dat er niet wat kruimels overblijven voor de honden. Dus, hoe ‘éénkènnig’ wil je zijn?

Dit is een cruciaal moment in het denken van Mattheüs en ook in het denken van onze Heer: “Houd je het heil voor jezelf? Heeft God dan niet genoeg Genade voor iedereen? Dient de Blijde Boodschap van God een exclusieve aangelegenheid te  blijven voor de besloten Joodse gemeenschap?
Òf is het niet tijd dat het Joodse Geloof Zich ook openstelt voor niet-Joden?

Wat dat laatste betreft, jodendom en christendom zijn uiteindelijk gescheiden wegen gegaan. Maar onze Heer is in het buitenland, Hij heeft een stapje opzij gedaan om zich te bezinnen, hoe moet het nu verder en
Hij bidt tot de Vader, om Zijn Wil te kennen.
Hij ontmoet die buitenlandse vrouw, een ongelovige, waar Hij op Zich niets goeds van verwacht, maar de schellen vallen Hem van de ogen.
Deze vrouw blijkt namelijk ‘grootser’ over God te denken dan onze Heer, op menselijke wijze gesproken, Zelf.
Van de Genadegaven van de Barmhartige God zullen toch heus wel wat kruimels overblijven. Dat Koninkrijk der Hemelen waarover onze Heer -al die tijd- over spreekt zal toch heus wel groot genoeg zijn ‘voor álle mensen’.

De vrouw opent Hem -op menselijke wijze gesproken- de ogen voor nieuwe inspiratie uit onverwachte hoek.
En gelukkig staat Christus als Zoon van God er onmiddellijk voor open:
U hebt een groot Geloof.
Het wordt Hem -opnieuw menselijk gesproken- duidelijk, er is ook Geloof buiten Zijn eigen Geloofsgemeenschap.
Er is ook Geloof buiten het eigen land, er is óók Geloof buiten de Kerk, [kijk maar naar al die bijbels namen, die wij onze kinderen geven, of we nu gelovig zijn of niet] en soms komt het uit wel onverwachte hoek en
misschien ook in onverwachte gedaante, ook bij een vermeende vijand.
Die nieuwe inspiratie uit onverwachte hoek wordt hier met beide handen aangepakt, geopenbaard en zo opent Christus de weg dat Zijn Blijde Boodschap
niet een binnen-Joodse aangelegenheid blijft maar uit kan waaieren over de hele wereld.
Een cruciaal moment in de geschiedenis van de dienst aan God is dat wij hier als Christenen bij elkaar komen en wij hebben dit te danken aan een – niet uit onze kringen voortkomende – Canaänitische vrouw, die zich inspant om iets tot stand te brengen.
Het Koninkrijk der Hemelen is ‘vele malen groter’ dan wij als mensen beseffen,
Het heeft vele onderkomens en verschijnt ook in onze tijd
uit geheel onverwachte hoek. Aldus worden onze dochters en zonen genezen.

Laten we hiervoor ópen staan en wanneer wij onze kinderen leren
zó de wereld in te kijken.
Wanneer wij hen leren met respect voor ieder mens, ongeacht aard, geslacht of culturele achtergrond, met elkaar om te gaan,
ja, dàn verbeteren wij de wereld en beginnen bij onszelf.
Christus roept ons en adviseert ons, het is voor Hem onmogelijk ons iets op te leggen.
Het komen tot de overtuiging van de bekering is van onszelf afhankelijk.
Als een rechtgeaard familielid zal Hij ons niet overbluffen en Hij verwacht dat wij dat anderen ook niet aandoen.
Het motto is:
Respect, samenwerken met Passie, vernieuwend,
samenkomen uit dankbaarheid voor het Succes,
Transparant en ‘open’, kortom ‘Integriteit
”.

Eucharistie
God, Die rijk is aan erbarmen, heeft om Zijn grote Liefde, waarmee
Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen
mede levend gemaakt met Christus
[….] en
heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven
in de hemelse gewesten, in Jezus Christus
Eph.2: 4-6.
De priester roept ons op:  “Laat ons de Heer de Eucharistie opdragen”.
En het koor zingt namens het gelovige Volk:
Het is waardig en recht U te zegenen, U te loven,
U de Eucharistie op te dragen, U te aanbidden op elke plaats van Uw Heerschappij”.

In het Eucharistisch gebed, het gebed van dankzegging, drukken wij onze erkentelijkheid uit tegenover God  ‘voor alles’:
Wij gedenken alles wat ‘Hij’ – voor ons gedaan heeft;
Gij hebt ons uit het niets tot het zijn gebracht”. Hij heeft de mensheid verlost na de val. Hij houdt niet op om ons te helpen het komende Rijk te bereiken…..  “Voor dit alles danken wij U en Uw eengeboren Zoon en Uw Heilige Geest, voor alle aan ons bewezen weldaden, die wij kennen en die wij niet kennen, de zichtbare en de onzichtbare”.
Voor al deze aan ons bewezen weldaden, elke dag opnieuw en in een oneindigheid van vormen.
Maar onze dankzegging wordt duidelijker, wordt directer en concreter : “Wij danken U ook voor deze Eucharistie, Die Gij uit onze handen wilt aanvaarden, terwijl Gij toch beschikt over duizenden Aartsengelen en tienduizenden engelen…..”. Een waardevoller aanbidding zou geofferd kunnen worden aan God door de Hemelse Krachten, maar God aanvaardt wat – ‘wij, mensen‘ – Hem in alle eenvoud met onze zondige handen aanbieden.

Door deze woorden van dankzegging, erkennen wij ook het Werk van de Schepper, wij drukken Hem onze erkentelijkheid uit.
        Wij zijn schepselen die, dankzij het Offer van Christus, geroepen en in staat zullen worden gesteld om de wereld te transfigureren en zelf gedeï-fieerd en “deelgenoten van de goddelijke natuur” te worden’, aldus de  H. Gregorius Palamas.
Wanneer deze roeping van de mens eenmaal tot uiting is gebracht, zullen wij ons ook bewuster worden van onze zondige natuur.
Nochtans zijn wij in staat om het te erkennen, wij hebben toegang tot de Vader en zijn deelgenoten van het komende Koninkrijk :
Gij hebt onophoudelijk alles gedaan om ons tot in de Hemelen te leiden en ons Uw komend Koninkrijk te schenken”.
De priester beëindigt dit gebed tijdens de Goddelijke Liturgie van Johannes Chrysostomos met vier woorden: ”   Zingend, roepend, luid jubelend en zeggend”.

Christus & 4 Evangelisten, fresco Nubia Museum, Aswan Egypte

Door deze vier termen heen heeft de Christelijke Traditie een zinspeling gezien
op de roep van de vier “levenden” in het visioen van Ezechiël 1: 6 vv en de Apocalyps 4: 67, die tegelijk de Machten der engelen symboliseren die de schittering van God’s Glorie uitdragen naar de vier windstreken, dit wil zeggen, over de gehele kosmos, en de vier Evangelisten, Die de Blijde Boodschap van het Woord uitdragen
tot de uiteinden der aarde.
Het is daarom, dat de diaken, terwijl de priester deze formule uitspreekt,
een kruisteken maakt door met de asterix, die de heilige gaven bedekt,
de boord van de disk op vier plaatsen als een cimbaal gaat aanraken.
En vervolgens zingt het koor de Cherubijnenzang :
Heilig, Heilig, Heilig is de Heer Sabaoth.
Vol zijn hemel en aarde van Uw Heerlijkheid,
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren :
Hosanna in den hoge
Op het hoogte punt van het gebed, tijdens de Goddelijke Liturgie overwinnen
de gelovigen van de Kerk hun ongerechtigheden,
[teksten: zie http://www.orthodoxasten.nl/liturgie.htm ]
zij herinneren zich de bewuste en onbewuste schadelijke passies,
de lichamelijke geestelijke en andere verslavingen, die zij in de buitenwereld ondervinden.
Zij zijn zich bewust van de aanwezigheid van ‘de Aanwezige God’, Die zij als iets heel kostbaars gaan ontmoeten, een ‘Mysterie’ waarover zij niet met vijanden zullen spreken.
Diep in z’n binnenste ervaart de mens een tekort, hij voelt dat hij iets fundamenteels mist, maar het dramatische is, hij/zij kan het niet definiëren.
De mens zoekt zijn honger te stillen met alles wat hij rondom zich ziet en kent, maar na een poosje komt hij/zij tot de vaststelling dat het gevoel van onvoldaanheid weer terugkeert en
een andere gedaante heeft aangenomen en dus niet definitief verdwenen is.
Slechts de ontmoeting met de aanwezigheid van ‘de Aanwezige God’ kan de mens verheffen tot datgene wat voor de mens onbereikbaar is.
Sommigen mensen zoeken de oplossing heel ver weg, o.a. bijv. in oosterse religies en moderne spirituele bewegingen, terwijl de waarachtige oplossing
– hier en nu – beschikbaar is en op een verrassend dichtbije plek,
hier in onze eigen Christelijke cultuur.
          Een cruciaal moment in de geschiedenis van de dagelijkse dienst aan God
is dat wij in de Christelijke Gemeenschap als Christenen bij elkaar komen en
wij hebben dit te danken aan een – niet uit onze kringen voortkomende –
Canaänitische vrouw, die zich inspant om ‘iets van dit Mysterie’,
de relatie met de ‘de onder ons Aanwezige God’ tot stand te brengen.
         Het Koninkrijk der Hemelen is ‘vele malen groter’ dan wij als mensen beseffen, Het heeft vele onderkomens en verschijnt ook in onze tijd uit geheel onverwachte hoek.
Aldus worden onze dochters en zonen genezen.
De Orthodoxie onderkent niet zoals sommige andere Christelijke gemeenschappen een praktijk van “Eucharistische gastvrijheid”. Zij verlangt tussen allen die ter communie gaan, die in de Orthodoxe kerken dit ‘Mysterie’ beleven, eenheid van Geloof.
De heilige communie kan niet het middel zijn tot eenheid, zegt zij, maar alleen de vrucht ervan.
          Dit betekent dat alleen degenen, die gedoopt en gezalfd zijn, en tevens praktiserend lid zijn van de Orthodoxe Kerk aan de communie deel kunnen nemen. Wij biden echter vurig dat ooit alle Christenen in Geloof en Liefde rond het mystiek Bruiloftsmaal verenigd zullen zijn.
Dit zal plaats vinden wanneer de Heer dit Wil, waarschijnlijk pas op het einde der tijden. Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en
het bewijs van de dingen, die men niet ziet.

Apolytikion     tn.4.
  Nadat zij de Blijde Boodschap van de Opstanding en van de Bevrijding van de veroordeling van de Stamhouders uit de mond van de Engel gehoord hadden, riepen de Myrondraagsters jubelend tot de Apostelen:
Vernietigd is de dood, Christus de Heer is opgestaan, en heeft aan de wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.4.
  Mijn Heiland en Verlosser heeft als barmhartige God de aardgeborenen opgewekt,
uit de ketenen van het graf.
Hij heeft de poorten van de hel verbrijzeld
en is als Gebieder na drie dagen verrezen
”.

Theotokion     tn.4.
  Het van eeuwigheid verborgen en aan de Engelen onbekende Mysterie,
is door U aan de aardbewoners openbaar geworden, Moeder Gods:
in onvermengde eenheid is God vlees geworden
en heeft Hij om ons het Kruis op Zich genomen.
Daardoor heeft Hij de Eerst-geschapene weer opgewekt
en onze zielen uit de dood verlost
”.

Februari 2e – Ontmoeting in de Tempel van onze Heer en Verlosser Jezus Christus

    En toen de dagen van hun reiniging naar de Wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem aan de Heer voor te stellen, gelijk geschreven staat in de Wet des Heren: ‘     Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Heer, en om een offer te brengen overeenkomstig hetgeen in de Wet des Heren gezegd is, een paar tortelduiven of twee jonge duiven.       En zie, er was een man te Jeruzalem, wiens naam was Simeon, en deze man was rechtvaardig en vroom, en hij verwachtte de vertroosting van Israël, en de Heilige Geest was op hem. En hem was door de Heilige Geest een godsspraak gegeven, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Christus des Heren gezien had.
     En hij kwam door de Geest in de tempel.
     En toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen overeenkomstig de gewoonte van de Wet, nam ook hij het in zijn armen en hij loofde God en zei:
            Nu laat Gij, Heer, Uw dienstknecht gaan in Vrede, naar uw Woord, want mijn ogen hebben Uw Heil gezien, dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volkeren: Licht tot Openbaring voor de heidenen en Heerlijkheid voor Uw Volk Israël’Luc.2: 25-32.

    Nu is het onweersprekelijk, dat het mindere door het meerdere wordt gezegend.
En hier ontvangen sterfelijke mensen tienden, doch daar iemand, van wie wordt getuigd, dat hij  leeft.
Ja, om zo te zeggen, is zelfs Levi, die tienden heft, door Abraham aan het tiendrecht [van een ander] onderworpen, want hij was nog in de lendenen van zijn vader, toen Melchizedek deze tegemoet kwam.
Indien nu het Levitische priesterschap het volmaakte gebracht had, immers, daaronder heeft het Volk de Wet ontvangen – waarom was het dan nog nodig, dat een andere priester naar de ordening van Melchizedek opstond, van wie niet gezegd werd, dat hij naar de ordening van Aaron is?
Want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van Wet.
Want Hij, van wie aldus wordt gesproken, heeft behoord tot een andere stam, waaruit niemand met het altaar te doen had: ‘ het is immers duidelijk, dat onze Heer uit Juda is gesproten, ten aanzien van welke stam Mozes met geen woord van priesters gerept heeft.
En nog veel duidelijker wordt het, als naar het evenbeeld van Melchizedek een andere priester opstaat, die dit niet geworden is krachtens een Wet met een voorschrift betreffende vleselijke [afkomst], maar krachtens een onvernietigbaar leven.
Want van Hem wordt getuigd:
‘ Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek’
Hebr.7: 7-17.

Melchizedek zou indien hij niet in de brief van Paulus
was aangehaald niet veel meer zijn  dan een interessante voetnoot in commentaren op het boek Genesis, een verbijsterend moment in het leven van Abraham wanneer deze schimmige figuur heel even in het leven verschijnt om Abraham te zegenen, slechts om vervolgens terug te keren naar het Rijk waar nog geen mens weet van heeft.
Paulus hemelt deze flagrante persoonlijkheid van het boek Genesis op door hem het evenbeeld te verlenen naast de komst van Christus, onze Heer en Verlosser.
     Onze Heer uit Juda gesproten, ten aanzien van welke stam Mozes met geen woord van priesters is gesproken brengt een verandering teweeg.
Want Hij, van Wie aldus wordt gesproken, heeft behoord tot een andere stam, waaruit niemand met het altaar van doen had; en daarom wordt er hier een omslag gemaakt in het Verbond met de Vader.
Onze Heer en Verlosser is in staat om ‘onszelf als offer’ aan te bieden als bemiddelaar van een ‘nieuw Verbond‘, omdat Hij al priester is.
Christus is een Hogepriester, omdat Hij tot de orde van Melchizedek behoort.
Als christenen delen we door de doop en de zalving van God’s Heilige Geest als navolgers in Christus en zijn door ons met Hem te bekleden ook gezalfd als profeten, priesters en koninklijken.
De identiteit en status van Melchizedek is niet relevant, behalve dat hij weet dat hij groter is dan Abraham: ‘hij ontvangt tienden‘.
Als de hogepriester in de orde van Melchizedek biedt onze Heer en Verlosser Zichzelf voor eens en voor altijd aan als een offer:
Hij is in staat om hen, die God naderen, geheel en al te verlossen, omdat Hij altijd leeft om voor ons te pleitenHebr.7: 25;
Zo’n Hogepriester mogen wij hebben, Die Heilig is, zonder schuld, en verheven boven de HemelenHebr.7: 26
en Die
geen offers hoeft te brengen, dag in dag uit … Hij offerde zich voor eens en altijd op voor hun zonden toen Hij Zichzelf aanboodHebr.7: 27.

Paulus herkent in dit kind het Goddelijke, zoals  dit eveneens aan de grijsaard Simeon is voorzegd.

Het punt waarnaar in dit gehele hoofdstuk naar wordt verwezen, is de priesterlijke rol van onze Heer en Verlosser en de rol die Hij speelt als de Hogepriester, Die offers kan brengen, maar om dáár te komen, van òns vereist dat we dóór de Opstanding heengaan. Het is zoals Christus na diverse Genezingen te berde brengt: “ Uw Geloof heeft u gered!”
Hiertoe is dit kind, dat in de Joodse Tempel aan God voorgehouden wordt, toe in staat en vormt als zodanig de Blijde Boodschap van de gehele 40-daagse Kerst-periode.

  In de Orthodoxe Traditie wordt voorafgaand aan
de ‘persoonlijke ontmoeting’ met de Heer gebeden:
    Heer, ik geloof en belijd dat Gij de Christus zijt; de Zoon van de levende God; in de wereld gekomen om zondaars, onder wie ik de eerste ben te verlossen. Ook geloof ik dat dit Uw vlekkeloos Lichaam is en dàt Uw kostbaar Bloed. Daarom bid ik U: ontferm U over mij, en vergeef mij mijn zonden, die vrijwillig en onvrijwillig, in woord en daad, bewust en onbewust heb begaan. En maak mij waardig om aan Uw vlekkeloze Mysterie2n deel te hebben, niet ten bederve, maar ter vergeving van mijn zonden en ten eeuwige leven.
Zoon van God, neem mij heden op als deelgenoot van uw Mystiek Avondmaal. Want Uw vijanden zal ik voorzeker niet over dit Mysterie spreken, Ik zal U geen kus geven zoals Judas; maar evenals de rover belijd ik mijn Geloof in U:
Gedenk mij o Heer in Uw Koninkrijk.
Heer moge het deelnemen aan Uw Heilige Mysteriën mij niet worden tot een oordeel of tot bederf, maar tot genezing van mijn ziel en van mijn lichaam
”.
– In de Roomse Tradtie :
    Heer, doe geen moeite, want ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt;  daarom heb ik ook mijzelf niet waardig geacht tot U te komen, maar spreek [slechts] een Woord en Uw dienaar zal herstellenLuc.7: 6b,7.
De ontmoeting met de Heer, het smaken en zien dat de Heer goed is, maakt de mens zalig, die bij Hem schuilt – daarop zegt de spelleider, de priester:
”      Het kostbaar en Heilig Lichaam en Bloed van onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus wordt gegeven aan de dienaar/dienares . . . . . tot vergeving van zonden en tot het eeuwig leven“.
En vervolgens mogen wij mèt Simeon, de oude grijsaard van de ontmoeting in de Tempel zeggen:
  Nu laat Gij, Heer, Uw dienstknecht gaan in Vrede, naar uw Woord, want mijn ogen hebben Uw Heil gezien, dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volkeren: Licht tot Openbaring voor de heidenen en Heerlijkheid voor Uw Volk Israël”.
Allen die God zoeken buiten onze Heer Jezus Christus en zich houden bij de natuur, zullen:   òf geen Licht zien/ datgene vinden dat hen werkelijk kan bevredigen,

  • òf zij zullen er toe komen een middel te vinden om God te kennen en Hem te dienen zonder Verlosser, en daardoor  zullen zij vervallen in het atheïsme of het deïsme, beiden evenzeer door de Christelijke Godsdienst verafschuwd.
  • Zonder Jezus Christus als één met de Heilige Drieëenheid zou de wereld niet bestaan; want dan zou zij òf verwoest moeten worden, òf zij zou ons tot een hel zijn.
  • Indien de wereld zou bestaan om de mens over God te onderrichten, zou Zijn Goddelijkheid stralen op een onmiskenbare wijze; doch daar de wereld alleen bestaat door Christus als God ,
    èn voor Jezus Christus als onze Hogepriester
    èn om de mensen te leren hoe verdorven zij zijn
    èn hoe zij verlost worden, straalt alles van de bewijzen voor die twee waarheden.
  • Wat er te zien is, is geen algehele uitsluiting, nòch een klaarblijkelijke aanwezigheid van Zijn goddelijkheid, maar de aanwezigheid van een God, Die Zich verbergt. Als wat bestaat draagt dit karakter.
  • Het is dus waar, dat alles wat de mens over zijn toestand onderricht,
    doch men dient het wèl goed te verstaan: want het is niet waar dat God alles aantoont, en het is niet waar dat alles God verbergt.
    Doch het is tegelijk waar, dat Hij Zich verbergt voor hen die Hem verzoeken, en dat Hij Zich laat ontdekken aan hen die Hem zoeken, omdat de mensen tegelijkertijd onwaardig en geschikt zijn om God te ontvangen; onwaardig door hun bederf, en geschikt door hun oorspronkelijke natuur.

Feest-Apolytikion Vespers:
tn.1.
Verheug u, Hoogbegenadigde, Moeder God’s en Maagd,
want uit u is opgegaan de Zon der Gerechtigheid, Christus onze God,
om hen te verlichten, die in duisternis gezeten zijn.
Verheug u ook, rechtvaardige Grijsaard,
want in uw armen hebt gij gedragen
de Bevrijder van onze zielen,
Die ons ook de Opstanding schenkt
”.

Lied na Psalm 50[51] in de Metten:
tn.6.
  Heden wordt de Poort van de Hemelen geopend, want het Woord van de Vader, is Zijn bestaan begonnen in de tijd, zonder gescheiden te worden van Zij Godheid.
Uit vrije Wil doet Hij Zich dragen naar de Tempel van de Wet, als een kind van 40 dagen uit Zijn Moeder. De oude Simeon neemt Hem in zijn armen.
‘Laat mij in vrede heengaan’, zo roept de dienaar tot Zijn Meester,
‘want mijn ogen hebben Uw Heil aanschouwd’
Gij, Die in de wereld gekomen zijt om het menselijk geslacht te verlossen,
Heer, eer aan U
”. 


troparia van Canon – de megalynaria 9e ode:
Trop.
tn.3.
    De Ouden hadden een paar tortels of jonge duiven,
maar in plaats daarvan dienden
de goddelijke Grijsaard en de wijze Profetes Anna.
Zij bezongen Hem, Die uit de Maagd geboren was,
als de Zoon, de Gelijke van de Vader,
Die kwam in de Tempel
van Zijn Heerlijkheid”.

Trop.
tn.3.
  Gij hebt mij de vreugde van Uw Heil weer gegeven, o Christus,
zo riep Simeon uit:
‘ik ben vermoeid van de voorafschaduwing,
maak mij tot een heraut van Uw Genade,
om U in hymnen te verheerlijken’
”.


Trop.
tn.3.
  Tolk van goddelijke Wil was Anna,
de wijze en vererenswaardige Heilige.
Met luide stem beleed zij de Heer in de Tempel,
terwijl zij alle aanwezigen opripe,
om de Moeder God’s te verheffen”.

Exapostilarion
tn.3a.
  Door de Geest naar de Tempel geleid
mocht de grijsaard de Meester der Wet in zijn armen ontvangen,
terwijl hij uitriep:
‘Bevrijd mij nu in vrede van de boei van mijn vlees,
zoals Gij gezegd hebt,
want met mijn eigen ogen heb ik mogen aanschouwen
de Openbaring van de Volkeren
en de verlossing van Israël
” [de Kerk].

36e zondag na Pinksteren – zondag van de Talenten – hebben wij met de van God ontvangen talenten Zijn heilsplan uitgevoerd?

    Want het is als bij een mens, die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn slaven [dienaren] riep en hun zijn bezit toevertrouwde.
✥✥✥   En de een gaf hij vijf talenten, een ander twee, een derde een, een ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde buitenslands.
Terstond ging hij, die de vijf talenten ontvangen had, op weg, en hij deed er zaken mede en verdiende er vijf bij.
Evenzo verdiende hij, die de twee talenten had, er twee bij.
Maar hij, die het ene talent ontvangen had, ging heen en groef een gat in de grond en verborg het geld van zijn heer.
            En na lange tijd kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen.
En die de vijf talenten ontvangen had, trad toe en bracht nog vijf talenten bovendien, zeggende: ‘ Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd: zie, ik heb er vijf talenten bij verdiend’. Zijn heer zei  tot hem. ‘Wel gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer.
Die met de twee talenten trad ook toe en zei:
‘ Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd; zie, ik heb er twee talenten bij verdiend. Zijn heer zeide tot hem: ‘Wel gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer.
Nu kwam ook hij, die het ene talent ontvangen had, en zei:
‘ Heer, ik wist van u, dat gij een hard mens zijt, die maait, waar gij niet gezaaid hebt, en die bijeenbrengt van plaatsen, waar gij niet hebt uitgestrooid. En ik was bevreesd en ben heengegaan en heb uw talent in de grond verborgen hier hebt gij het uwe. En zijn heer antwoordde en zei tot hem: ‘ Gij slechte en luie slaaf, wist gij, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb en bijeenbreng van plaatsen, waar ik niet heb uitgestrooid? Dan hadt gij mijn geld aan de bankiers moeten geven en ik zou bij mijn komst mijn eigendom met rente opgevraagd hebben. Neemt hem dan het talent af en geeft het aan hem, die de tien talenten heeft. Want aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden. En werpt de onnutte slaaf uit in de buitenste duisternis. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars
Matth.25: 14-30.

    Maar als medewerkers [van God] vermanen wij u ook de Genade van God niet tevergeefs te ontvangen,  want Hij zegt: ‘ ten tijde van het welbehagen heb Ik u verhoord en ten dage van het Heil ben Ik u te hulp gekomen; zie, nu is het de tijd van het welbehagen. Zie, nu is het de dag van het Heil’.
Wij geven in geen enkel opzicht enige aanstoot, opdat onze bediening niet gesmaad zal worden, maar wij doen onszelf in alles kennen als dienaren van God:
‘ in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten, in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten, in reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in rechtschapenheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, in de prediking van de waarheid, in de Kracht van God; met de wapenen van de Gerechtigheid in de rechterhand en in de linkerhand; onder eer en smaad, in kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders en toch betrouwbaar; als niet bekend en toch wel bekend; als stervend en zie, wij leven; als getuchtigd, maar niet ten dode; als bedroefd, maar altijd blijde; als arm, maar velen rijk makend; als niets hebbend en toch alles bezittend2Cor.6: 1-10.

Wat is de mens, dat Gij hem hebt grootgemaakt?
Of dat Gij Uw aandacht op hem vestigt?
Dat Gij hem bezoekt tot aan de vroege morgen en
hem oordeelt tot aan zijn rust?
LXX Job 7: 17-18.

God is Degene,
Die de harten van de mensen schept, elk op zich;
Hij begrijpt al hun werken”

Psalm 32[33]: 15.

Is het Woord van God van u afkomstig, is het bij u begonnen? Of heeft het u alleen maar bereikt?
            Indien iemand meent een Profeet of een geestelijk [geïnspireerd] mens te zijn, laat hij dan wel weten, dat hetgeen ik [Paulus] u schrijf, ‘een gebod des Heren’ is.
Maar indien iemand hier geen rekening mee houdt, dan wordt er ook met hem/haar geen rekening gehouden. Zo dan, mijn broeders, streeft ernaar te profeteren en belemmert [elkaar] het spreken [op basis van de Heilige Geest] in tongen niet. Laat alles netjes, zoals het hoort en in goede orde [verlopen] geschieden” conf. 1Cor.14: 36b-40.
In simpele bewoording weergegeven verkondigt Paulus, dat
alles binnen de Kerk fatsoenlijk [volgens de regels van het spel] gedaan zou moeten worden” en juist dit geeft exact en onomwonden aan ‘wàt‘ de limieten van de werking van de kerkelijke gemeenschap inhouden.
Daarom is iedere activiteit, operatie of actie binnen en buiten de grenzen van de kerkelijke orde, niet alleen een probleem voor het Leven van het ‘Lichaam van Christus de Kerk, maar ook een navolging of een overtreding van de Blijde Boodschap van Christus en het Apostolisch Gebod, kortom het Evangelie.
Elke afwijkende activiteit welke wij als Christen aan de dag leggen beïnvloedt het gehele leven van de kerkelijke gemeenschap voor zover het zijn historische continuïteit aangaat en vormt op deze manier, de evolutie van het verloop van de kerkelijke voortgang, de uiteindelijke uitwerking tot behoud van God’s Heilsplan.

Hoeveel mensen hebben hun talenten niet ingezet en zich verzet tegen pauselijke/patriarchale innovaties binnen de Kerk en hebben in plaats daarvan de weg van de ballingschap gekozen.
Hoeveel pauselijke/patriarchale ingrepen hebben niet een onrust teweeg gebracht en problemen opgeworpen voor de voortgang van het Leven van het ‘Lichaam van Christus de Kerk.
Gevolgd door hun vijand, de inquisitie vonden ze momenten van respijt in het onderwijzen van de mensen om vol te houden in vroomheid door de leringen van de Heilige Vaders te handhaven. Zij volgenden het Woord en de daden van de vroeg-Christelijke Kerk, waarbij geen sprake was van ‘aanzien des persoons’ [= zonder iemand voor te trekken; zonder er rekening mee te houden om wie het gaat]. In alle oprechtheid verdedigden zij het waarachtige Geloof en ondervonden zij bij voortduring de uitwerking van hun krachtige religieuze geweten en de kracht tot aanvaarding van het martelaarschap als gevolg van hun overtuigingen.
In alle orthodoxe diensten en bijeenkomsten wordt begonnen met het aanroepen van de Heilige Geest – òf er vervolgens ook aandacht aan besteed wordt valt te betwijfelen. Òf het moet zó zijn dat de Heilige Geest bewust chaotische winden doet waaien teneinde ons waarachtig Geloof te beproeven. In de strijd om de ware orthodoxie te verdedigen, wekt zowel Christus, als Paulus in ons een het besef dat er gevochten dient te worden voor de integriteit van de ‘Orthodoxie in het algemeen, en het behoud van het Leven van het ‘Lichaam van Christus de Kerk in het bijzonder.

Hoe kan het morele tekort in organisaties worden verminderd en
het morele handelen van toezichthouders en spelleiders worden bevorderd?

Er is sprake van een mogelijk gebrek aan morele leerprocessen,  gebrek aan integriteit en daarbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen persoonlijke en professionele integriteit. Centraal bij persoonlijke integriteit staat de vraag:
Wat is voor de persoon in kwestie ‘het goede’ in het leven?
Bij professionele integriteit gaat het om de vraag: ‘hoe goed’ doet de persoon in kwestie z’n werk?

Door de scheiding van deze begrippen en het loskoppelen van de centrale vragen: ‘wat is voor mij het goede leven?’ en ‘wat is bij goed [samen-]werken?’ onhoudbaar?
Het uitoefenen van een beroep is deel van een groter geheel, van een persoonlijk en maatschappelijk leven waarin een persoon niet alleen ‘zijn opgeblazen-ik-gevoel‘ volop de ruimte geeft, òf, in het andere uiterste, zich slaafs conformeert aan de waarden van zijn beroep of functie.
Professionele integriteit houdt voor navolgers van Christus ‘niet op’ bij het goed uitoefenen van een beroep, maar impliceert het inbrengen van persoonlijke idealen, waarden en commitments. Dat vergt de kunst om te balanceren op het koord dat gespannen is tussen persoonlijke integriteit en beroepsmatige integriteit en de daaraan verbonden idealen, worden deze verminderd of wordt het morele handelen van toezichthouders en spelleiders bevorderd?

Toezichthouders en spelleiders en in hun kielzog binnen de verschillende gemeenschappen de navolgers van Christus dienen zich –‘in alles’– te doen kennen als: “     ‘dienaren van God’:
in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten, in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten, in reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in rechtschapenheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, in de prediking van de waarheid, in de Kracht van God; met de wapenen van de Gerechtigheid in de rechterhand en in de linkerhand; onder eer en smaad, in kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders en toch betrouwbaar; als niet bekend en toch wel bekend; als stervend en zie, wij leven; als getuchtigd, maar niet ten dode; als bedroefd, maar altijd blijde; als arm, maar velen rijk makend; als niets hebbend en toch alles bezittend’“.

Waarden drukken een beoordeling uit en verwijzen meestal op een meer algemene wijze naar aspecten van het leven die we belangrijk vinden en waardoor we ons in ons handelen laten leiden. ’Waarden geven richting aan het denken, doen en laten’.
Het zijn middelen om te waarderen:
Zonder waarden zouden mensen niet in staat zijn tot
een persoonlijk oordeel of iets goed of kwaad is,
gewenst of ongewenst, mooi of lelijk”.

Christus kijkt toe

De voornaamste persoon is “Christus, maar daarnaast ook onze medemensen. De omstandigheden waarover de Apostel Paulus spreekt gaan alle navolgers van Christus aan en dezen dienen zich -‘in alles’- te doen kennen als: “     ‘dienaren van God’”.

Hoe kunnen wij dienaren van God zijn indien wij de door ons verkregen Genadegaven slechts gebruiken voor eigen paradepaardjes, ondergeschikten zonder overleg confronteren met vaststaande, niet meer te veranderen feiten en totaal geen overleg plegen over hoe de plaatselijke  gemeenschap haar weg gaat?
Wij worden een persoon zoals Christus wanneer wij de twee geboden der Liefde tot de enige Wet van ons bestaan maken. Dit kan alleen plaats vinden in gemeenschap met Christus en met respect en liefde tot gewone beminde gelovigen van de plaatselijke gemeenschap. Wij dienen God lief te hebben met geheel ons hart en door onze daden te bewijzen dat wij God met geheel ons hart liefhebben door onze broeders en zusters méér lief te hebben als onszelf. Eerst dan wordt ‘onze broeder ons leven’, zoals de Heilige Silouan van de berg Athos het formuleerde.
In de Kerk van Christus gaan wij om met het “overgankelijk zaad  het Woord van God in ons te ontvangen. Wij hebben dit zaad ontvangen als ‘het Mysterie van de Heilige Geest’ bij onze doop.
Bij het aangaan van het Verbond met God onze Schepper werden wij met Christus bekleed – ons hart werd ‘de akker, de aarde‘, die zich opent tot groei, tot leven‘ zoals oudvader Sophrony [Sakharov], geestelijk kind van de Heilige Silouan het noemde.

Door de jaren heen kan dit zaad, deze verkregen talenten, onvruchtbaar in de aarde liggen. En zoals we bovenstaand horen zal onze meester reageren met:
    Gij slechte en luie slaaf, wist gij, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb en bijeenbreng van plaatsen, waar ik niet heb uitgestrooid?” Hij zal dan het talent afnemen en geven aan degenen, die er wel iets meer doen.
  Want aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden“.
Door de jaren heen kan tijdens ons [werkbare] leven het zaad onvruchtbaar in de aarde liggen, totdat onze Heer iemand vindt, die als navolger mee wil lijden en werken, zodat het zaad ontspruit en werkelijk vrucht draagt.
Daarop zegt Paulus wanneer hij zich over de voorgang van de Kerkopbouw zorgen maakt:
Mijn kinderen, ter wille van wie ik opnieuw weeën doorsta, totdat
Christus in u Gestalte verkregen heeft
Gal.4:  19.
Waarden behoren tot de meest fundamentele drijfveren van mensen. Ze motiveren tot handelen en geven richting aan het handelen. We kunnen waarden omschrijven als duurzame overtuigingen over ‘wat’ in ons handelen nastrevenswaardig is, ‘wat’ een bepaalde levenswijze waardevol maakt [het tot een goed leven maakt] en ‘welke‘ ideale eigenschappen van mensen waardevol en nastrevenswaardig zijn.
Dit is het algemeen priesterschap van de navolgers van Christus.
De Blijde Boodschap zegt hierover:
  Het Koninkrijk der Hemelen is gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht.
Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht dieMatth.13: 45,46.
Daarbij gaat het beslist niet om een schatrijke [Oost- en West] kerkgemeenschap, die politiek macht gebruikt om z’n eigen zin door te drijven. Dit betekent om de menselijke hartstochten te beheersen en het hart te reinigen.
Eerst dàn zullen wij gezamenlijk als Kerk, als navolgers van Christus, worden overstelpt door Genadegaven, zodat de Parel, Die ons bij het Mysterie van de Doop geschonken is, weer volop onder ons mogen stralen. Dit is het werk van de Kerk, van alle navolgers van het Lichaam van Christus en dat kan alleen door het afschrikwekkende Kruis op te nemen en de weg naar het hemels Koninkrijk te vervolgen.

Apolytikion    
tn.3.
  Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion    
tn.3. 
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij

Theotokion    
tn3.
  Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

Januari de 30e – Heilige Orthodoxe kerkleraren en Hiërarchen: Basilios de Grote, Gregorius de Theoloog [van Nazianze] en Johannes Chrysostomos.

De Heilige drie Hierarchen

  Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn.
Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de Hemelen is, verheerlijken.
Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.
Want voorwaar, Ik zeg u:
    Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied’.
Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der HemelenMatth.5: 14-19.

  Houdt uw voorgangers in gedachtenis, die het Woord van God tot u hebben gesproken; let op het einde van hun wandel en volgt hun Geloof na.
Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.
Laat u niet medeslepen door allerlei vreemde leringen; want het is goed, dat het hart zijn vastheid vindt in Genade en niet in spijzen:
wie het hierin zochten, hebben er geen baat bij gevonden.
Wij hebben een altaar, waarvan zij, die de dienst voor de tabernakel verrichten, niet mogen eten. Want van de dieren, waarvan het bloed als zondoffer door de hogepriester in het heiligdom werd gebracht, werd het lichaam buiten de legerplaats verbrand.
     Daarom heeft ook Jezus, ten einde Zijn volk door Zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort geleden.
Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en zijn smaad dragen.
Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.
Laten wij dan door Hem aan God voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht onzer lippen, die Zijn Naam belijden.
En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet, want in zulke offers heeft God een welgevallen.
Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u [aan hen], want zij zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen.
Laten zij het met vreugde kunnen doen en niet al zuchtende, want dat zou u geen nut doenHebr.13: 7-16.

God is een Schepper en daar gebruikt Hij mensen voor.
Als navolger van Christus merk je dat onmiddellijk,
dat is je aangeboren bij je doop,

Wij mensen zijn de klei in God’s handen; We humans are the clay in God’s hands.

het wordt als het ware een tweede natuur.
God lapt mensen op, neemt ze bij de hand en maakt hen compleet nieuw – er wordt nog aan gesleuteld, maar ooit zul je opkijken van het resultaat.

Maar God schept nog een beetje meer; een heleboel cadeautjes, Genadegaven voor onderweg naar die prachtige toekomst. En in elk pakje zit een goede daad die jij als mens ‘mag‘ doen.
Jij ‘mag’ als mens voor Zijn aangezicht je naasten bijstaan met het aanduwen van z’n/haar voertuig, het voornaamste vervoermiddel dat hem/haar tot de eeuwigheid brengt.
Jij ‘mag’ de minderbedeelden bijstaan, wanneer zij het zelf niet meer kunnen redden – dienstbaar zijn, boodschappen voor hen doen.
Jij ‘mag’ sober zijn, mild en je ‘mag‘ intens naar anderen luisteren en naar hen omzien.
Dit alles geeft je een gelukzalig gevoel en zin in het leven – het smaakt naar meer. Misschien was het je niet bekend dat dit kon – je wist niet eens dat je dàt ook zou willen . . .

Dit wordt met de eerste zin van de Blijde Boodschap van vandaag bedoeld:
    Jij bent het licht van de wereld. Een stad, de mogelijkheden, die in jou verborgen zitten, die op een berg opgetast liggen, kunnen niet verborgen blijven. Je hebt het in je, als je maar wilt.
Ook wordt er geen lamp aangestoken en wordt deze onder een koepel, een schaal gezet, maar wordt deze op het erepodium – op de standaard geplaatst en schijnen jouw mogelijkheden voor allen, die in de wereld zijn”.
  Dit ‘is’ wat het hart der mensen verheugt – ieder van ons heeft wel iets in zich wat behoord tot zijn/haar specifiek mogelijkheden; en gaat het je niet zo goed af, doe dan ‘jouw kleine dingen groots‘, met een allure van een overwinnaar op de dood.

  • Jij weet als geen ander, wat je mogelijkheden en onmogelijkheden zijn, waar je grenzen liggen, wat jij persoonlijk in je mars hebt, geef dan gehoor aan de stem in je binnenste:
    Mensenkind, sta op, dit is de dag, die de Heer heeft gemaakt; dit is jouw en mijn Hemelse toekomst, laat ons vrolijk en blij zijn”.
  •   Weet mensenkind als geen ander dat God van de mensen houdt! Wat er vandaag de dag ook gebeuren mag en wat de wereld ook over het Geloof in God mag denken. Iedere mens weet diep van binnen, dat God van ons houdt en daartoe Zijn Lichaam, de Kerk zal versterken en zal zorgen wat ieder nodig heeft. De mens komt naar Zijn gemeenschap om te geloven en God’s geboden te onderhouden.

We vinden in het ‘Lichaam van Christus‘, de Kerk twee niveaus van onderwijs.
Allereerst is er de openbare verkondiging van het Woord; de universele, mobiele onderwijsbediening, gericht tot het gehele Lichaam van Christus. Dit gebeurt door een krachtige werking van de Heilige Geest, Die een boven-natuurlijk getuigenis geeft van Jezus Christus als Verlosser van de wereld.
Vele van de nieuwe gelovigen zullen door deze bovennatuurlijke aanraking van God zó gegrepen zijn dat ze niet anders kunnen/willen dan binnengaan in het Koninkrijk der Hemelen, van God. Vandaag de dag zien we hetzelfde gebeuren in vele delen van de wereld waar mensen met een ontzettend grote nood leven. Zij hebben geen achtergrondinformatie van de Blijde Boodschap, geen opleiding, kunnen niet lezen of schrijven, maar God grijpt op een bovennatuurlijke manier in om hen te redden.
Het is belangrijk ons te realiseren hoe belangrijk de factor Godsdienstonderwijs  in de ontwikkelingsgebieden wel niet is, waartoe de Lage Landen na de val enige decennia geleden is komen te behoren. Het is een vitale strijd om de mensen die eenmaal voor Gods Koninkrijk zijn gewonnen, ook te brengen tot het punt een waarachtig volgeling van Christus te worden! Niet als een uiterlijke vertoning, maar als een verdieping in de stilte van het hart.

In de vroeg-Christelijke openbare verkondiging van het Woord kennen wij de geschriften en het onderwijs van enkele hoogstaand geestelijke leidslieden. Hiervan vieren wij vandaag de heilige drie Hiërarchen, de gedachtenis van de Heilige Basilios de Grote, de Heilige Gregorius de Theoloog en Johannes Chrysostomos [Gr.= ‘Guldenmond’].
Onder het gewone volk van Constantinopel hadden zich – onder invloed van wereldse inmenging vanaf het eind van de 4e eeuw partijen gevormd, die zich opwonden over de vraag, wie van deze heiligen wel de grootste zou zijn.

Dit is een echt menselijk trekje, welke totaal niet past binnen de dienst aan God – net zoals de weduwe van het penninkje, door Christus hoog geprezen werd, wordt bij God de meest minzame zondaar, die zich bekeerd heeft, de Hemel in geprezen. Bij God bestaat geen voorrang van de één boven de ander, neemt de één geen belangrijker plaats in dan de ànder – voor God is ieder mens gelijk, is eenieder als een kind wat in de luier rondloopt.
        Toezichthouder [metropoliet] Johannes, die zich – net als mensen van onze tijd – over dit soort ‘misplaatste‘ verheffing ontzettend verontruste, had indertijd een droom waarin de drie Heiligen van vandaag hem verschenen en meedeelden dat elk van hen gelijke eer bij God bezat en dat dit dus ook aan al de mensen toekwam. In 1084 stelde hij daarom de gemeenschappelijke feestdag in, aan het eind van de maand januari, waardoor de rust onder het gelovige volk in de stad werd hersteld.
Je zou verwachten dat de Kerk en met name de hoofdtoezichthouders en hun handlangers uit de geschiedenis van de Kerk hun lessen zouden hebben getrokken; ‘niets is minder waar‘, zo blijkt uit de opeenvolgende openbare meningsverschillen. Het zou eens tijd worden dat hier een eind aan kwam en er een bewustzijn loskwam van hoe ‘verdwaasd‘ deze hoogwaardigheidsbekleders zich heden-ten-dage gedragen.
Het mag duidelijk zijn dat er tevens geleerd wordt ‘uit het voorbeeld‘ wat de ene mens, – als ervaringsdeskundige – aan de ander leert.
Dit vormt immers de tweede wijze van de openbare verkondiging van het Woord; de universele, mobiele onderwijs-bediening, gericht tot het gehele Lichaam van Christus.
We dienen hierbij toe te geven dat onze samenleving en onze cultuur het niet gemakkelijk maken om nog ‘tevreden‘ te zijn. De samenleving verlangt voortdurend dat wij ons aanpassen aan het nieuwste imago, alleen om het weer te veranderen wanneer we dat imago eenmaal bereikt hebben. Het imago dat de wereld ons voorschotelt verandert voortdurend en steeds maar meer,
♨︎ ♨︎ ♨︎   maar het “imago” [de gelijkenis] aan Christus, verandert nooit.
Wij zijn geschapen om een evenbeeld van onze Schepper na te streven en dat houdt ‘eenvoud‘ in, jezelf nimmer verheffen boven de ander en een eenvoudig leven te leiden.
Paulus zegt hierover dat hij zich slechts verblijd in de Heer:
”     Niet dat ik [Paulus] dit zeg, als zou ik gebrek lijden; want ik heb geleerd met de omstandigheden, waarin ik verkeer, genoegen te nemen. Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden zowel in overvloed als in gebrek. Ik vermag ‘alle dingen in Hem‘, Die mij Kracht geeft. Toch hebt gij er goed aan gedaan, te delen in mijn verdrukkingPhil.4: 11-14.

Christelijke tevredenheid

Op weg -, ‘ik weet niet wat jij wilt leren, maar zullen wij het samen doen?‘; – On the way – , “I do not know what you want to learn, but will we do it together?“.

1.]. Op het pad naar tevredenheid is de erkenning dat tevredenheid niet iets is wat God ons geeft, maar iets dat wij moeten leren ontwikkelen en in de praktijk brengen. Kijk eens naar die uitspraak van Paulus in bovenstaande tekst: “ik heb geleerd tevreden te zijn“. Net zoals we dat tegen gekomen zijn in het eerste principe over de zonde, zo is het ook met tevredenheid: voor een gelovige is dit gewoon een keuze!
2.]. Om een Christelijke tevredenheid te ontwikkelen is het onderscheiding’s-vermogen dat ons laat zien welke dingen eeuwig van aard zijn en welke tijdelijk van aard zijn. Wij zijn onsterfelijke wezens, geschapen om in een eeuwige toekomst te leven. We dienen ons te realiseren dat God een eeuwig plan voor ons heeft dat ‘véél verder gaat dan wij kunnen zien of ons zelfs maar kunnen voorstellen. Als onze visie op de toekomst niet verder blikt dan het einde van dit lichamelijke leven, dan zullen we nooit tevreden zijn.
Nu brengt inderdaad de Godsvrucht grote winst, [indien zij gepaard gaat] met tevredenheid. Want wij hebben niets op de wereld medegebracht; wij kunnen er ook niets uit mee vandaan nemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn1Tim.6: 6-8.
3.]. De grote stap naar tevredenheid is de ontwikkeling van een dankbare houding. Het is bijna onmogelijk om tegelijk dankbaar en ontevreden te zijn. Daarom leert de Blijde Boodschap zo vaak dat we een dankbaar hart dienen te ontwikkelen en de Heer altijd moeten danken. Zelfs wanneer de zaken niet echt op rolletjes lopen, is er genoeg om dankbaar voor te zijn.
”     Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de Macht van Zijn Heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toe-bereid heeft voor het erfdeel van de Heiligen in het licht. Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde, in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zondenCol.1: 12-14.
Deze uitspraak alleen al zou ons in jubelende Vreugde dienen te doen uitbarsten en alle twijfel aan de kant moeten schuiven over God’s Trouw aan ons, want de Blijde Boodschap leert ons: “Als God vóór ons is, wie kan dan tegen ons zijn?”.
4.]. Op onze weg naar Christelijke tevredenheid dienen wij ons er onophoudelijk van te vergewissen dat wij God dienen omdat we daartoe bezield zijn.
Soms hebben we een krachtig verlangen om grote dingen voor God te doen. We werken met heel ons hart aan die taak en we stellen alles in het werk om het voor elkaar te krijgen. Het is een waardige roeping, de resultaten eren slechts God en onze pogingen zijn prijzenswaardig.
Maar om de een of andere reden stelt ons dat niet tevreden. We gaan op zoek naar een hogere roeping, betere resultaten en grotere inspanningen. Hoe meer we voor God bereiken, des te meer we willen bereiken. Het klinkt alsof zo iemand er helemaal voor gaat en zich helemaal heeft toegewijd aan de visie die God hem gegeven heeft.
Maar indien dat dan zo is, dan zal er vrede en tevredenheid zijn.
5.]. Tenslotte, indien wij over Christelijke tevredenheid willen beschikken, dan dienen wij te aanvaarden dat we niet alles kunnen doen wat er gedaan moet worden. Dit heeft te maken met een focus op wat je wél en wat je niet kunt doen. We zien soms dat er in sommige behoeften niet voorzien wordt, dat er nog veel werk te doen is en dat er veel mensen zij die – het goede nieuws van de Blijde Boodschap nog moeten gaan horen òf zich er geheel voor afgesloten hebben. Maar God heeft geen enkel mens geroepen of begaafd om het hele karwei in z’n eentje te klaren. Wij vergeten heel gemakkelijk dat God prima op de hoogte is van àl die behoeften en àl dat werk en àl die mensen die we nog willen helpen. Maar God heeft heus de controle niet verloren en is ook niet opgehouden met Zijn werk in het leven van andere gelovigen en ongelovigen.
Wij dienen ons slechts te concentreren op het werk waartoe wij geroepen zijn en erop vertrouwen dat ‘God‘ mensen en middelen zal aanleveren om die dingen te doen waar wij absoluut geen middelen, mogelijkheden, tijd of energie voor hebben. Wanneer wij erkennen dat God, als onze Vader en niet wijzelf, de touwtjes in handen heeft, eerst dàn kunnen we vrede vinden en leren tevreden te zijn.

Troparion
tn.1.
  De drie lichten van de drievoudige Zon der Godheid
hebben door de stralen van de goddelijke Leer
heel de wereld doen branden in Liefde tot God;
en als honing-vloeiende rivieren van wijsheid

drenken zij heel de schepping met stromen van de kennis van God.
Het zijn Basilios die de Grote heet, Gregorios,
die uitblonk door zijn kennis van het Wezen van God,
en de Gouden Mond van goddelijke welsprekendheid.
Komt bijeen, gij allen die hun woorden bemint
om hen gezamenlijk met hymnen te eren,
want zij bidden voortdurend voor ons
tot de Heilige Drieëenheid
”.

Kondakion
tn.2.
  De God-verkondigende Predikers,
de grootsten van Uw Leraren, o Heer,
hebt Gij opgenomen,
om van Uw goederen te genieten in eeuwige rust.
Want hun moeiten en arbeid hebt Gij verkozen boven alle brandoffers
Gij, Die alleen Uw Heiligen werkelijk kunt verheerlijken
”. 

NB. Let op de opmerkelijke manier waarover men hier spreekt:
    En een zekere Jood, genaamd Apollos, geboortig uit Alexandrie, een geleerd man, doorkneed in de Schriften, kwam te Efeze.
Deze was ingelicht omtrent de weg des Heren en, vurig van geest, sprak en leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking had, ofschoon hij alleen wist van de doop van Johannes.
En deze begon vrijmoedig op te treden in de synagoge.
En toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg van God nauwkeuriger uit.
En toen hij naar Achaje wilde oversteken, moedigden de broeders hem daartoe aan en schreven aan de discipelen, dat zij hem vriendelijk moesten ontvangen.
Deze, daar aangekomen, was door [God’s] Genade van veel nut voor hen, die geloofdenHand.18: 24-27.
                  De vroeg-christelijke Kerk ontving geen predikers die niet waren ‘aanbevolen door de plaatselijke gemeente‘ waar zij vòòr die tijd hadden gediend. Dit is enorm belangrijk.
Indien we dat vandaag zouden toepassen zou dat een direct einde maken aan de praktijk van mensen die de wereld rondreizen – ‘zonder achterban’ en zonder vrucht voort te brengen, maar die simpelweg een bron van inkomsten en aanzien verwerven door middel van God’s kinderen.
De glorie, of heerlijkheid, van God is de luister van Zijn Geest.
Het is geen esthetische schoonheid of materiële schittering, maar
de schoonheid die uitstraalt van Zijn persoonlijkheid, vanuit alles wat God is.
Ook wordt de rijke in de Blijde Boodschap opgedragen zich nederig te gedragen:
    Laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid, maar de rijke in zijn geringheid, want als een

bloem in het gras zal hij vergaan. Want de zon komt op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt; zo zal ook de rijke met zijn ondernemingen verwelkenJac.1: 9-11.
Houdt uw voorgangers in gedachtenis, maar
verneder hen niet door hen te verheffen!
De Glorie van God manifesteert Zich in de eigenschap van
Zijn Lichaam als geheel en die totaalindruk van al Zijn eigenschappen samen,
verdwijnt nooit. Deze Glorie is eeuwig.

35e na Zondag Pinksteren – Zacheüs-zondag

    En Onze Heer en Verlosser kwam Jericho [Hebr.=‘stad van lieflijke geur’] binnen en ging erdoor.
En zie, er was een man, Zacheüs [Hebr.= ‘zuiver’] geheten, die oppertollenaar was, en hij was rijk.
En hij trachtte te zien, wie Jezus was, en slaagde er niet in vanwege de schare, want hij was klein van gestalte.
En hij liep hard vooruit en klom in een wilde vijgenboom om Hem te zien, want Hij zou daarlangs komen.
En toen Jezus bij die plaats kwam, keek Hij naar boven en zei tot hem:
    Zacheüs, kom vlug naar beneden, want heden moet Ik in uw huis vertoeven.
En hij kwam vlug naar beneden en ontving Hem met blijdschap.
En toen zij het zagen, morden zij allen en zeiden:
    Hij is bij een zondig man binnengegaan om zijn intrek te nemen.
Maar Zacheüs ging staan en zei tot de Heer:
    Zie, de helft van mijn bezit, Heer, geef ik de armen, en indien ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig.
En Jezus zei tot hem:
    Heden is aan dit huis redding geschonken, omdat ook deze een zoon van Abraham
[Hebr.= ‘vader van een menigte’] is.
Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te reddenLuc.19:1-10.

    Dit is een betrouwbaar Woord en alle aanneming waard.
Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Heiland is voor alle mensen, in het bijzonder voor de gelovigen.
Beveel en leer dit.
       Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in Woord, in wandel, in Liefde, in Geloof en in reinheid.
In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren.
Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een profeten-woord geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten.
Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen zal blijken, dat gij vooruitgaat1Tim.4:9-15.

Christus zendt Paulus uit – Ο Χριστός του Παύλου μεταδόσεις – البث المسيح بول

  Alles wat God geschapen heeft, is goed en niets daarvan is verwerpelijk, als het met dankzegging aanvaard wordt: want het wordt geheiligd door het Woord van God en door gebed.
Wanneer gij dit de broeders voorhoudt, zult gij een goed dienaar van Christus Jezus zijn, wel onderlegd in de woorden van het Geloof en van de goede leer, die gij gevolgd zijt; maar wees afkerig van onheilige oude-vrouwen-praat.
Oefen u in de Godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst” 1Tim.4: 4b-8.

De Blijde Boodschap, het Woord is op vele manieren samen te vatten.
Een kernbetekenis is b.v. dat God van Zijn kant ‘gemeenschap met ons zoekt’ [‘contact zoekt’] door onder ons Zijn woning te stichten [de tempel in ons hart] en ons toegang te verschaffen door Jezus Christus:
    Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, en wij een grote priester over het huis Gods hebben, laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid van het Geloof, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water. Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouwHebr.10: 19-23.

Diezelfde gedachte van gemeenschap zoeken wordt in de bijbel ook naar voren gebracht wanneer verkondigd wordt, dat God in ons huis, ons leven wil komen.
Dat is de kern van de geschiedenis van Zacheüs: “Heden dien Ik in uw huis te vertoeven” .
Die geschiedenis wordt in de laatste zin nog eens samengevat:
De Zoon des Mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden“.
De wijze waarop de Apostel en Icoon-schrijver Lucas ons deze ‘verloren-gewaande’ omschrijft doet ons denken aan ‘de verloren penning’, ‘de verloren zoon’.  Onze Heer en Verlosser is gekomen om het verlorene, de verloren gewaande mens te zoeken
dàt is de Blijde Boodschap volgens Lucas.
Christus in de eerste plaats ‘in mij’, als zondaar Zijn overvloedige geduldige verdraagzaamheid komen bewijzen tot een voorbeeld voor hen, die later ten eeuwigen leven op Hem zouden komen  vertrouwen.
Ook Paulus, die door Lucas in zijn verkondiging werd vergezeld laat ons dit weten:
    Dit is een getrouw Woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem1Tim.1: 15.
Ja, Christus heeft ontzettend veel geduld met ons, wanneer Hij ons zo ziet voort-modderen, want het is toch zo dat wij haast omkomen in ons eigen onvermogen nog iets van het leven te maken.

Onze Heer en Verlosser is gekomen om ‘te zoeken’ en ‘te redden’, dat zijn Zijn twee belangrijkste activiteiten in deze historische, maar ook hedendaagse wereld.

Wanneer je diep in de tekst doordringt bemerk je dat Zacheüs al vanaf den beginne ècht aan het zoeken was, dat is echt niet zo eenvoudig wanneer je door een grote menigte [Kerk-]mensen ondergesneeuwd wordt. Door de imponerende wijze waarop de menigte zich manifesteert, maakt een beminde gelovige gewoon geen kans meer Hem te ontmoeten!

Je neemt immers aan dat eenieder, die zich om je heen bevindt, zich beter heeft voorbereid en zich dusdanig gedragen heeft dan ‘jij‘, ooit zult kunnen, als de toezichthouder, de spelleider, de dienaren, de koorleden. zangers, gelovigen.

Zacheüs was een tollenaar, een ‘opper’-tollenaar nog wel – hij had kennelijk z’n draai gevonden in dat aardse beroep; een man, die zich in dienst had gesteld van de vijand [de Romeinen] en z’n volksgenoten uit te persen en zich aldus verrijkte ten koste van zijn broeders en zusters. Komt in de beste kringen voor, niet waar?
Zelfs in de Kerk proberen sommigen de boventoon te voeren.
Probeer je jezelf eens voor te stellen hoe het zou zijn om omgeven te zijn door mensen die afgunstig zijn vanwege jou manier van optreden.
Jij, die over wereldse eigenschappen of bezittingen beschikt, waar men op zich ‘zelf’ afgunstig door zou worden?
Het blijkt dat op hetzelfde moment de mens fysieke pijn ervaart, een bepaalt gevoel, die in het brein wordt geregistreerd en vervolgens de ander ‘buiten‘ sluit.

Zó stond deze opper-belastinginner van de overheid hier tussen al die gelijken,
die zoekenden zijn in de woestijn van het leven.

Kijk maar, hij doet het alweer, wat een schurk.
Daarom hadden de Joden hem volkomen afgeschreven:
met hèm, die zondaar, daar behoefde je geen rekening mee te houden.
Zacheüs moest er dus een heleboel voor over hebben om onze Heer te zien en
klom in de hoogste regionen door, klom in de bomen, een olijfboom [een kyrië- eleïson-boom].
Hij dient toch wel als een behoorlijke doorzetter worden beschouwd, bij het zoeken. Maar wanneer onze Heer en Verlosser bij die boom des levens voorbij komt, dan vindt er ineens een merkwaardige verschuiving plaats.
Zacheüs was op zoek, maar ‘wórdt’ gevonden.
De rollen worden als vanzelfsprekende precies omgekeerd.
Zo gaat dat wanneer wij naar God gaan zoeken,… dan blijkt dat God ons al lang gevonden heeft.

Wij reageren een millimeter op de roep van onze Heer en Meester en
Hij komt ons een meter tegemoet.

Bij een zondig mens,
ja, inderdaad, want onder al die mensen:
neem ik een eerste plaats in”.

Daar begrijp je helemaal niets van
– alleen wanneer je de persoon van Zacheüs maar voor ogen houdt.

Pas dàn kun je slechts een dergelijke confrontatie verklaren;
wanneer je aandacht schenkt aan de Liefde van God voor de mensen en
Zijn Barmhartigheid, die in de persoon van onze Heer en Verlosser gestalte krijgt.
De overvloedige Genade van God, Die ons zonder voorwaarden vooraf tegemoet komt.

Indien ons Heer en Zaligmaker in dát huis moest zijn, bij mij binnen treedt, dan betekent dat meteen, dat alle onrecht de deur uit, het huis uit dient te worden gezet.
Onze Heer en Verlosser, de schenker van het Leven toelaten in jouw tempel, in jouw leven, dat heeft duidelijke gevolgen.

Zacheüs begrijpt dat: wanneer het met God weer goed is gekomen, dan kan het niet anders of dat moet z’n weerslag hebben in de verhouding tussen de mensen onderling.
En Zacheüs blijkt zoveel mogelijk weer goed te hebben gemaakt met z’n medemensen; hij vergoedt meer, dan Mozes ooit heeft voorgeschreven:
    Het is een schuldoffer; hij heeft de Heer zijn schuld volkomen geboetLev.5: 19. èn
Wanneer iemands rund het rund van zijn naaste stoot, zodat het sterft, dan zal men het levende 
rund verkopen en zijn prijs verdelen en ook het dode dier zal men verdelen. Of als het bekend was, dat het rund reeds vroeger stotig was, en als zijn eigenaar het desondanks niet bewaakte, dan zal hij volledig rund voor rund vergoeden, doch het dode dier zal zijn eigendom zijnEx.21: 35,36.

En eerst dàn klinkt het God’s-Woord ‘redden‘.
Redding en behoud is er alleen, indien we daadwerkelijk consequenties trekken uit God’s Belofte van Zijn Genade-gaven.

Omdat hij een zoon van Abraham is”, en wat betekent dàt nu weer?

de Hand van God met de geredde zielen – Resava [Manasija] Servië

God trekt Zacheüs, laat hem toe in Zijn gemeenschap, omdat hij tot Abraham, tot het Verbond behoort. Zacheüs is kind van het Verbond, is besneden, is gedoopt,  een verbintenis is aangegaan.
Misschien niet bewust, het overkwam hem immers reeds als kind.
Maar dàt zijn/waren zijn omstanders allang weer vergeten òf niet soms?
Is ieder van ons zich hier nog dagelijks, in het – hier en nu – van bewust, dat hij/zij een verbintenis is aangegaan met God, ja, ook u daar binnen deze menigte van mensen?

Maar dìt is/was volgens ons/hen voor een tollenaar, een verrader, een buiten-geslotene, niet meer geldig, outcast. Wij mensen zijn gewend de ongerechtigheden van een ander eerder te onderkennen, dan de zonden van onszelf. En het is al een hele levenskunst om dat te onderkennen: “ Doe ik dàt nu al weer?”.

Maar hier wordt zichtbaar, dat God, het goddelijke in ons dìt niet vergeet.
Hier blijkt, dat God inderdáád trouw, onwrikbaar trouw is aan Zijn Verbond met de mensen.
Lucas toont ons hier in zijn schrijfkunst: je mag tollenaars, d.w.z. Kerk-verlaters, Verbond’s-verlaters niet over één kam scheren; onder hen zijn namelijk zoekers, zoals Zacheüs.

We mogen hen niet in de weg staan. We moeten juist oog voor hen hebben en hen uitzicht op onze Heer en Verlosser, op het Leven en de Opstanding blijven bieden, – wat er ook gebeuren mag.
En vergeet niet, extremen komen niet alleen binnen religies voor, óók onder andere extremen, zowel links, als rechts-georiënteerden.

We herhalen dit nog maar een keer, dan valt het misschien op, maar ook Paulus onderkent dit.
In het andere schrijven van Lucas, de handelingen van de Apostelen verhaalt deze verkondiger dat zij die tot de oude leer van Mozes behoren altijd eerst afgaat op zichzelf, z’n volksgenoten, zij die zich Joods noemen en de verweerders van de dienst aan God. Immers verbeter de wereld en begin bij jezelf.

Voor Paulus zijn mensen, die afstand hebben genomen van de Leer, zij die zich buiten de gemeente, buiten de gebaande sporen hebben begeven, geen egaal grijze massa.
Ook zij, die naar zij verkondigen, de Godsdienst achter zich hebben gelaten, weet hij te vinden.

Wij kennen allemaal wel van die mensen, die ooit het teken van God’s verbintenis hebben ontvangen, maar die hun eigen weg zijn gegaan.
Wij mogen ze niet afschrijven, ook niet, als hun leven zo duidelijk spreekt van afkeer van alles wat met religie te maken heeft; we mogen ze niet op één hoop gooien – ook zij zijn zoekend.
Er zijn er onder hen, die zoekers zijn, ook al leiden ze een leven, dat veel vraagtekens en misschien ook wel weerzin oproept.
Dat neemt niet weg dat wij alles wat met afschuwelijke overtredingen van humane en goddelijke wetten aangaat resoluut dienen af te wijzen, doch de mens daarachter niet dienen af te schrijven.

Dit is hetgeen Christus en Paulus ons vandaag tot beter gedrag willen aansporen, willen onderwijzen.

Christus is verrezen/opgestaan

Apolytikion
tn.2 
  Toen Gij, het onster’flijke Leven
nederdaalde tot de dood,

hebt Gij de kracht der onderwereld gedood
door de bliksem der Godheid.

En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U“.

Kondakion     tn.2
Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion     tn.2
Onbegrijpelijk en hoogHeerlik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.

Orthodoxie & De koren der heiligen volgen in Waarheid het Woord van God

. . . . .’ Het is gelijk aan een mosterdzaadje, dat iemand nam en in zijn tuin zaaide, en het groeide en werd een boom, en de vogelen van de Hemelen nestelden in Zijn takken’.
En nogmaals sprak Hij [Christus]: ‘Waarmee zal Ik het Koninkrijk van God vergelijken?
‘ Het is gelijk aan een zuurdesem, welke een vrouw nam en in drie maten meel deed, totdat het geheel doorzuurd was’.
En Hij trok verder langs steden en dorpen, predikende en reizende naar Jeruzalem.
En iemand zeide tot Hem:
Heer, zijn het weinigen, die behouden worden?
Hij zei tot hen:
    Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen. Van het ogenblik af, dat de heer des huizes is opgestaan en de deur gesloten heeft, zult gij beginnen buiten te staan en aan de deur te kloppen zeggend:
Heer, doe ons [toch] open, en Hij zal antwoorden en tot u zeggen:
    Ik weet niet, vanwaar gij zijt’.
Dan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben voor uw ogen gegeten en gedronken en in onze straten hebt Gij geleerd.
En Hij zal tot u spreken, zeggende:
    Ik weet niet, vanwaar gij zijt; gaat weg van Mij, alle gij werkers van de  ongerechtigheid.
Daar zal het geween zijn en het tandengeknars, wanneer gij Abraham en Isaäc en Jaäcob zult zien en al de Profeten in het Koninkrijk Gods, maar uzelf buiten-geworpen. En zij zullen komen van oost en west en van noord en zuid en zullen aanliggen in het Koninkrijk van GodLuc.13: 19-29.

    Paulus, door de Wil van God een Apostel van Christus Jezus, en Timoteüs onze broeder, aan de heilige en gelovige broeders in Christus te Colosse:
‘ Genade en Vrede zij u van God, onze Vader.
Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus Christus, te allen tijde bij ons bidden voor u, daar wij gehoord hebben van uw Geloof in Christus Jezus en van de Liefde, Die gij al de heiligen toedraagt, om de Hoop, die voor u is weggelegd in de Hemelen.
Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking van de Waarheid, het Evangelie, dat tot u gekomen is. Immers, in de gehele wereld draagt het vrucht en wast het op, zoals ook bij u, sedert de dag, dat gij het gehoord hebt en de Genade van God in Waarheid hebt leren kennenCol.1: 1-6 [lezingen van zaterdag 17 januari 2019].

Gezegend is het Koninkrijk van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest;
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, Amen.
  Naar zijn raadsbesluit heeft God ons [als een mosterdzaadje] voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen [het voorbeeld, naar God’s beeld en gelijkenis] te zijn onder zijn schepselenconf. Jac.1: 18.

In navolging van het Woord, volgenden de Apostelen
De Apostel Paulus is met Petrus uitgegroeid tot één van de kopstukken van de Kerk, beiden worden dan ook op dezelfde dag gevierd: 29 juni.
Paulus heeft zoveel gereisd in dienst van de verkondiging van de Blijde Boodschap, dat hij de eretitel van ‘De Apostel‘ heeft meegekregen.
Toch heeft hij onze Heer en Verlosser niet persoonlijk gekend, eerst na diens Hemelvaart heeft hij zich bij Zijn leerlingen gevoegd en dat was echt niet vanzelfsprekend.
Paulus kwam uit Tarsis en moet als jongeling reeds naar Jeruzalem zijn verhuisd.
Hij heeft nog als leerling aan de voeten gezeten van de beroemde leermeester Gamaliël.
Zo was hij uitgegroeid tot een vurige Rabbi, een wet’s-getrouwe jood, die niets moest hebben van de vrijzinnige sekte van Jezus van Nazareth.
We horen voor het eerst van hem, als Stephanos, de diaken, op last van de Joodse overheden wordt gestenigd. Dan leggen de beulen hun mantels neer aan de voeten van Saulus.
Het was hem er dan ook voor zijn roeping alles aan gelegen om het Christendom uit te roeien,  daartoe had hij zelfs volmachten gekregen van de Hoge Raad te Jeruzalem. Ze gaven hem het recht om huizen van verdachten binnen te dringen en te controleren of er geen volgelingen van Jezus woonden…
Op latere leeftijd betreurt Saulus zijn jonge jaren ten zeerste:
“ . . . . . Mijn geweten betuigt mij dit mede door de Heilige Geest: Ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer. Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vleesRom.9: 1b-3.
Maar niet veel hedendaagse Joodse afstammelingen en zij die Christenen uit de heidenen worden genoemd beseffen hoezeer Paulus Joods bleef nadat hij door God was geroepen om het goede nieuws naar de heidenen te brengen.  
Zelfs toen het Joodse volk probeerde hem in de val te lokken en hem te doden, bleef hij trouw aan zijn broeders en de leringen van God’s instructies [de Wet], de Profeten en zijn Joodse achtergrond. 

De levensweg van Paulus
Paulus werd geboren als Sha’ul [Hebr.=‘gevraagd of af-gebeden]. Zoals we uit zijn eigen woorden zullen zien, reisde Sha’ul  als apostel Paulus door het Romeinse Rijk, waarbij hij zowel Joden als heidenen onderwees over de redding van Messias Yeshua [Jezus] door uit de diepten van zijn hart, ziel en geest te spreken als een Joodse Rabbijn.
Maar Paulus zei: ‘ Ik ben een Jood uit Tarsus, burger van een welbekende stad in Cilicië; ik vraag u verlof tot het volk te mogen sprekenHand.21: 39.
En er is dus veel in zijn levensgeschiedenis waar wij van kunnen leren.
Door ons te verdiepen in zijn standvastige verkondiging van Christus’ Blijde Boodschap mogen wij hopen dat zowel de Joden als de heidenen, ja de gehele mensheid wordt gered.
Bedenk wel dat: “     Niet een ieder, die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het Koninkrijk der Hemelen binnengaan, maar wie doet de Wil van Mijn Vader, Die in de Hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam boze geesten uitgedreven en in Uw Naam vele Krachten gedaan?
En dan zal Ik [Christus, de uiteindelijke Opperrechter] hun openlijk zeggen: ‘ Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid’Matth.7: 21-23.

Echter iedere waarachtige Christen zal werkelijk met onze Heer en Verlosser over het water willen lopen en uitroepen: ‘Heer, redt mij’. Wat hiermee bedoeld wordt is niets meer dan dat wij navolgers van Christus dagelijks een verlangen ervaren in een relatie met onze Heer en Verlosser door het leven te gaan. Wij willen Hem trouw dienen, Hem onvoorwaardelijk vertrouwen en Hem onophoudelijk behagen. Je dient daarbij te begrijpen dat de toepassing van God’s Wil voor elke gelovige anders is en wij laten het uiteindelijk oordeel dan ook aan Hem over.

Johannes, Mattheüs, Marcus en Petrus, Lucas en de andere volgelingen waren drie jaar bij Christus, maar Sha’ul, alleen “hoorde” Hem ooit tot zich spreken – onzichtbaar, bovennatuurlijk op weg naar Damascus!
… Op weg naar Damascus werd hij als een donderslag bij heldere hemel getroffen en op de grond geworpen. Verblind door het felle licht tastte hij hulpeloos in het duister.  Een stem vroeg hem:
Sha’ul [Hebr.= ‘gevraagd of af-gebeden] waarom vervolg je mij?”
Een leerling van Jezus, Ananias [Griekse vorm Hebr. Hananiah= ‘de Heer is genadig’], overwon zijn weerzin en nam hem bij zich in huis.
Paulus was als een blad aan een boom omgedraaid [μετάνοια, omkeren, van gedachten veranderen].
Van nu af zou hij de meeste fanatieke verdediger van de Pedagogie van Onze Heer en Verlosser worden: De Blijde Boodschap is er immers voor eenieder die hulpeloos in het duister rond tast, ongeacht of men tot het uitverkoren Joodse Volk behoorde of niet.
Drie jaar lang bereidde Paulus zich in het verborgene voor op zijn zending. Toen trad hij uit de schaduw en ondernam minstens vier grote reizen.
Intussen schreef hij een onbekend aantal brieven, waarvan er veertien in het Nieuwe Testament van de Bijbel zijn opgenomen.

Paulus had tevens het geluk om geboren te worden in de hoofdstad van de Romeinse provincie Cilicia – Tarsus, hetgeen een “vrije stad” was; als zodanig gaaf dit hem het Romeins staatsburgerschap bij zijn geboorte: “ En de overste ging erheen en zei tot hem: ‘Zeg mij, zijt gij een Romein?’. En hij zei: ‘Ja’.  En de overste antwoordde: ‘Ik heb dit burgerrecht voor een grote som verkregen’. Maar Paulus zei: ‘Doch ik bezit het door geboorte’Hand.22: 27,28. Het staatsburgerschap hielp Paul om een vreselijke geseling en geseling te voorkomen, hetgeen illegaal was om een Romeinse burger zonder een eerlijk proces te treffen.
Maar Paulus rept ook na zijn bekering over zijn achtergrond:
    Ik ben een Jood, te Tarsus in Cilicië geboren, doch in deze stad opgevoed, aan de voeten van Gamaliel opgeleid met nauwgezette inachtneming van de Wet van onze vaderen, een ijveraar voor God evenals gij allen heden zijt. En ik heb deze weg ten dode toe vervolgd door mannen en vrouwen in boeien te slaan en gevangen te zetten, gelijk ook de hogepriester van mij getuigen kan en de gehele Raad der oudstenHand.22: 3-5a. en vervolgens verhaalt hij de wonderlijke gebeurtenis van zijn bekering tot het Christendom.

Zowel Paulus als Christus [zie, de verkondiging aan de Emmaüsgangers] verkondigen de Blijde Boodschap op basis van de Joodse voorgeschiedenis.
Paulus vertrok na zijn voorbereiding in het verborgene naar Jeruzalem, waar de discipelen en apostelen aanvankelijk hem niet accepteerden vanwege zijn recente verleden als een vijand van het Geloof. Hij verliet Israël en begon de Blijde Boodschap aan de volken [de heidenen] te verspreiden.

De meeste spelleiders in onze gemeenschappen zullen u zeggen dat Paulus zich bekeerde tot een ‘nieuwe‘ religie, het christendom genaamd, op de dag dat hij verblind werd door God’s Licht.
Maar waar Sha’ul [Hebr.=‘gevraagd of de af-gebedene] zich werkelijk in bekeerde was een hart en een geest vervuld met de Geest van God, tot het oude wat overvloeide, evolueerde in het nieuwe.
Hij schreef vaak over God’s Liefde die hem ingeven door de Heilige Geest vanaf die wonderlijke gebeurtenis vervulde:
➥➥➥ ”     Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld, in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Heer.
Weest blijde in de Hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid. Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet.
Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden. Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige.
Weest niet eigenwijs. Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen.
Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, Vrede met alle mensen. Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer” Rom.12: 10-19.

Paulus toonde deze liefde zelfs aan degenen die hem vervolgden. Toen God bijvoorbeeld de deuren van de gevangenis opende om te ontsnappen, maakte hij zich meer zorgen over de redding van de bewaker dan over zijn eigen vrijheid. In deze maken Petrus [verering Petrus’ banden] en Paulus hetzelfde mee, op wonderbare wijze worden zij [door een engel] bevrijd uit een gevangenschap, die hen vanwege de verkondiging van de Blijde Boodschap overkomt.
Beiden verkondigen de Blijde Boodschap, die zegt:
    Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwade door het goedeRom.12: 20,21.
Aldus verkondigen alle apostelen dezelfde Blijde Boodschap, Die zich over de gehele wereld verspreidt:
    Naar Zijn raadsbesluit heeft Hij [Onze Heer Jezus Christus, de Zoon van de levende God] ons voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselenJac. 1: 18.

Mp3 – Δόξα αίνων Ζ Ιανρίου-(Προδρόμου)-ΠΕΤΡΟΥ-[Μετόχι Ι.Μ Σινά:

Troparion de koren der Heiligen [zaterdag]
tn.2.     “ Apostelen, Martelaren en Profeten,
Hiërarchen, Heiligen en Gerechten,
Die de goede strijd voleindigd en het Geloof bewaard heb,
gij hebt toegang tot de Verlosser.
Smeekt tot Hem, als de Goede, voor ons,
opat onze zielen mogen worden gered.

Kondakion [zaterdag]
tn.8.    Als eerstelingenoffer der natuur
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal,
de Goddragende Martelaren.
bewaar om hun gebeden Uw Kerk in diepe Vrede,
door de Moeder God’s, Barmhartige“.

Theotokion [zaterdag]
tn.2.
    Heilige Moeder van het ontoegankelijk Licht,
wij vereren U met de hymnen der engelen
om U vroom te verheffen”.

Troparion de gestorvenen [zaterdag]
tn.2.  Gedenk, Heer, in Uw Goedheid de dienaren en dienaressen,
en vergeef hun wat zij in dit leven hebben gezondigd.
Want niemand is zonder zonde, buiten U,
Die de Macht bezit om ook aan hen,
die overgegaan zijn, de rust te verlenen.

Kondakion de gestorvenen [zaterdag]
tn.8.  Met Uw Heiligen laat rusten o Christus,
de zielen van Uw dienaren en dienaressen,
waar geen smart, droefheid noch tranen zijn
doch waar Leven is, zonder einde”.

Orthodoxie & jezelf in je doen en laten werkelijk, waarachtig en vrij richten op God.

    Richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw Verlossing genaakt [komt dichterbij].
En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Let op de vijgenboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is.
      Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is.
Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat alles geschiedt.
De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaanLuc.21: 28b-33.

You only know what you want to change, when you know where your resistance is.

    Weet wel [dit], mijn geliefde broeders: ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn; want de toorn van een man brengt geen gerechtigheid voor God voort.
      Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante Woord aan, dat uw zielen kan behouden.
      En weest daders van het Woord en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden.
Want wie hoorder is van het Woord en niet dader, die gelijkt op een mens, die het gelaat, waarmee hij/zij  geboren is, in een spiegel beschouwt; want hij/zij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag.
     Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die van de Vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.
     Indien iemand meent godsdienstig te zijn en daarbij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, diens dienst aan God is waardeloos.
Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun 
druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewarenJac.1: 19-27.

Mozes aanvaardt de wet – Parijs psalter

Er zijn slechts twee beweegredenen waarom de mens doet en laat, zoals hij/zij doet:
uit angst òf uit vrij gekozen Liefde.
Telkens wanneer je iets overkomt in het leven voel je hier iets bij. Er kruipt een emotie bij je omhoog als reactie op die gebeurtenis.
Dit kan een emotie zijn die je als positief ervaart, zoals dankbaarheid, blijdschap, troost of geluk. Je kunt ook een emotie ervaren die negatief voelt, zoals jaloezie, haat, verdriet, teleurstelling of afgunst.
Hoewel we in de meeste gevallen denken geen invloed te hebben op de gevoelens die we ervaren, is juist het tegendeel waar.
We kunnen onze emoties sturen, en zelf bepalen welke gevoelens we ervaren naar aanleiding van iedere gebeurtenis.
Zoals al vaker is uiteengezet heeft een gebeurtenis geen betekenis totdat jij die eraan toekent. Jij kiest hoe je wilt reageren op iets dat je overkomt. En hoewel we meestal functioneren op de automatische piloot, heb je wel degelijk zelf een keus in de reactie die een gebeurtenis in jouw lichaam teweeg brengt.

Waarom is dit zo interessant te kiezen je eigen emotie?
Voornamelijk omdat we deze vrije keuze kunnen gebruiken om ons leven mooier te maken. Wanneer ons iets ‘vervelends’ overkomt kun je zelf bepalen hoe je hier op reageert.
Goed en slecht‘ bestaan niet en zo het bestaat, zal God daar wel over oordelen, dus niets ligt van tevoren vast. Wie zegt ons dat deze of gene gebeurtenis per definitie slecht is?
Je kunt ‘zelf‘ kiezen welk gevoel je eraan wilt koppelen, en deze vrijheid geeft je de kans om je leven mooier te maken en daarom kun je kiezen tussen angst en liefde.

Wanneer je kijkt naar de gevoelens die je ervaart, komt het spectrum van emoties voort uit slechts twee basis emoties: angst en liefde. Dit zijn de twee basisgevoelens van waaruit we allemaal handelen.
    Angst is de emotie van afkeer, afzondering, haat, vluchten, afstoten, jaloezie, afgunst en alle andere negatieve gevoelens.
    Liefde is de emotie van vasthouden, samen zijn, samenwerken, blijdschap en alle andere positieve gevoelens.
In iedere situatie in je leven reageer je in essentie vanuit één van deze twee emoties. Je reageert vanuit liefde of vanuit angst. Veel mensen reageren automatisch vanuit angst.
Ze zijn bang om iets kwijt te raken, of iets te ervaren dat ze niet willen.
Je hebt echter zelf de keus vanuit welke emotie je wilt reageren.
    Angst houdt je gevangen en maakt je leven minder fijn.
Zoals je begrijpt is leven vanuit gevoelens van angst op de lange termijn niet prettig. Wie zijn leven inricht rondom angst baseert zijn leven op negatieve emoties, en de angst om deze emoties te ervaren.
Hoe meer angst je in je leven brengt, des te meer reden je zult krijgen om angstig te zijn. Je gevoelswereld zal worden gedomineerd door negatieve gevoelens, met alle gevolgen van dien.
    Liefde maakt je vrij en je leven een stuk aantrekkelijker, mooier.
Wanneer je je leven baseert op gevoelens van Liefde zul je je leven op de lánge èn kòrte termijn mooier maken. Hoe meer Liefde je voelt, des te meer Liefde je zult kunnen ervaren. Je kunt ervoor kiezen om Liefde te voelen bij alles wat je overkomt, zelfs wanneer iemand je aanvalt.
Je kunt kiezen voor een positieve energie in je leven die doorwerkt in alle gebieden van je leven.

Zo kies je in alle openheid voor het gevoel van Liefde
Wanneer je voor een keuze staat, beoordeel je eigen emotie:
òf je reageert vanuit vrij gekozen Liefde òf vanuit de ineengekrompen gevangenschap van de angst.
      Wanneer je wilt gaan reageren vanuit een gevoel van angst [jaloezie, afwijzing, teleurstelling of bijvoorbeeld haat), sta dan even stil, en vraag jezelf af hoe je kunt reageren als je vanuit liefde zou handelen.
      Uiteraard is dit in veel gevallen makkelijker gezegd dan gedaan. Je dient dan ook niet te verwachten dat je vanaf -‘hier en nu’- de keuze kunt maken om alleen nog maar vanuit Liefde te reageren.
      Wel kun je je steeds bewuster worden van je reacties en je gedachten.
Je kunt jezelf langzamerhand trainen om steeds vaker te leven vanuit Liefde, en het leven vanuit angst achter je te laten. Dit doe je stap voor stap, niet van de een op de andere dag.
  Je bent moedig wanneer je je angsten ervaart en het tóch uit Liefde doet, gewoon om ‘zelf‘ frank en vrij over de brug te komen en je te uiten. Moed gaat niet over door uit Liefde geen angst voelen, want indien je geen angst voelt om Lief te hebben, dan heb je ook geen moed nodig.
– Vrij zijn van angsten komt vanzelf, maar pas nadat je de moed hebt opgepakt en los komt uit het verleden.
– Moedig zijn draait om het volgen van je hart, je doet wat je wilt en kunt doen zonder je te laten belemmeren door je angsten.
Maar je ervaart je Liefde voor de ander ondanks de angst wel degelijk. En je besluit er toch voor te gaan, je zegt gewoon waar het op staat.
–  Indien je dit niet doet – en dus je angsten niet overwint – dan gaan je angsten je leven dicteren en blijf je gevangen zitten in afkeer, afzondering, haat, vluchten, afstoten, jaloezie, afgunst en alle andere negatieve gevoelens en stijg je onmogelijk boven de situatie uit.

De Kracht van waarachtige Liefde schuilt niet in het vasthouden maar in het loslaten van het oude [van de Wet], van de  gevangenschap. Je wereld gaat er heel anders uitzien wanneer je in een relatie elkaar met respect behandelt, elkaar durft laten zijn, die je bent, zonder de ander te overheersen.
Dat houdt in dat je elkaar de vrijheid geeft om ‘helemaal‘ jezelf te zijn. Wanneer deze onzekerheid zich uit in een relationele wurggreep, kan dit een relatie ernstig beschadigen; er is dan geen sprake meer van vertrouwen.
Negatieve energie binnen de relatie, zoals egoïsme, jaloezie, afgunst, wantrouwen etc., staat in de weg van waarachtige Liefde.

Wanneer je een relatie met God wilt ontwikkelen kan de vraag ontstaan hoe je jouw gebed vorm kunt geven.
De discipelen hadden deze vraag ook. Zij vroegen aan Jezus: “leer ons bidden”.
Toen leerde onze Heer en Verlosser hen het Onze Vader.  Christus gaf ons hiermee aan dat de relatie met God intiem kan zijn, als met jouw Vader, een familie-relatie – een grote rijkdom aan principes en mag dus ook een soort ‘basis zijn‘ van onze gesprekken met God.
Er zijn er veel psalmen , klaagliederen en proclamaties in de Blijde Boodschap voorhanden, die je een krachtige impuls aanbieden voor je gebedsleven.
Wil je een gedienstig leven met God opbouwen, dan vraagt dat om een relatie, om intimiteit en daar zul je ook aandacht en tijd in steken.
Wij geloven in de navolging van Christus, Die heel vrijmoedig sprak over Zijn relatie met God, de Vader. We maken van daaruit [bewuste en onbewuste] keuzes, we leven vanuit een soort agenda, proberen aan de eisen van Zijn wereld te voldoen en ook af en toe nog een beetje te ontspannen.
Maar op een gegeven moment willen we ook in ons hart ervaren dat ‘God’ werkelijk aanwezig is, Hem ervaren en een relatie met Hem opbouwen.
Een relatie waarin wij Hem alles kunnen vertellen en waarin ook Hij de ruimte krijgt om te spreken en vervolgens zaken aan Hem kunnen overlaten.
Liefde kan niet van een kant komen en al helemaal niet wanneer ons een dreigende God voor ogen staat. Ideaal gesproken is dit de basis van ons hele bestaan, de Liefde tot God en onze naasten. De band met onze ouders en familieleden is er – als het goed is – een, die gebaseerd is op Liefde.
Er kan enorm veel in de weg zitten om de liefde van God te herkennen. Verkeerde denkbeelden, angst, woede en andere onverwerkte emoties kunnen als obstakels in de weg zitten.
Toch staat er in de Blijde Boodschap dat de Liefde sterker is dan de dood.
Vele wateren kunnen haar niet blussen, zij is een verterend [begeesterend] vuur, en met deze Heilige Sterkte en overweldigende Kracht houdt God van ons mensen.

Christus klopt aan jouw deur

Indien wij de deur voor Hem open zetten, zal Hij niet rusten tot we snappen ‘Wie’ Hij voor ons wil zijn.
Daar mogen we op wachten en daar mogen we steeds op hopen.
Deze liefde van God bouwt op, bemoedigt, verandert omdat het ons doet groeien.
Dit is wat onze Heer ons heeft geleerd en hetgeen ons in Zijn Geest
door zijn opvolgers is overgedragen al 20 eeuwen lang.
Mensheid richt u daarom op en heft uw hoofden omhoog,
want uw Verlossing komt dichterbij.

Troparion H. Apostelen [donderdag]
tn.3. “   Heilige Apostelen,
bidt tot de Barmhartige God,
dat Hij de vergeving van zonden
moge schenken aan onze zielen”.

Kondakion H. Apostelen [donderdag]
tn.2.
  De trouwe Verkondigers van God, Uw uitgelezen Leerlingen,
hebt gij, o Heer, deelachtig gemaakt aan Uw goederen,
en doen binnentreden in de eeuwige rust.
Want hun zwoegen en sterven
was kostbaar voor U boven offers,
omdat Gij alleen de harten kent
”.

Theotokoion [donderdag]
tn.3.
  Uit U bezitten wij het Woord van de Vader,
Christus onze God, in het vlees,
Moeder God’s en maagd,
alleen zuivere en enig gezegende.
Daarom willen wij u zonder ophouden bezingen en verheffen
”.

Kondakion H. Nicolaas [donderdag]
tn.4. “   Als richtsnoer van het Geloof,
voorbeeld van zachtmoedigheid,
en leraar der onthouding
zo heeft de waarheid van uw daden
U aan Uw kudde getoond.
Door nederigheid hebt gij het verhevene gewonnen;
door armoede de rijkdom.
Vader en aartsbisschop Nicolaas bidt tot Christus God
onze zielen te redden”.

Orthodoxie & gelukzaligheid in de wereld

    En toen sommigen van de tempel zeiden, dat hij met schone stenen en wijgeschenken versierd was, sprak Hij:
      Wat gij daar aanschouwt – er zullen dagen komen, waarin geen steen op de andere zal gelaten worden, die niet zal worden weggebroken.
      En zij vroegen Hem en zeiden: ‘ Meester, wanneer zal dit dan geschieden? En wat is het teken, dat deze dingen zullen gebeuren?
Hij zei:
      Ziet toe, dat gij u niet laat verleiden.
  Toen zei Hij tot hen:

Petrus’ banden [boeien] verbroken

Volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen grote aardbevingen, en nu hier, dan daar pestziekten en hongersnoden zijn, en ook vreselijke dingen en grote tekenen van de hemel.
  Zodra gij nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet, weet dan, dat zijn verwoesting nabij is. Laten dan die in Judea zijn, vluchten naar de bergen, en die binnen de stad zijn, de wijk nemen, en die op het land zijn, er niet binnengaan, want dit zijn de dagen van vergelding, waarin alles wat geschreven is, in vervulling gaat. Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen!
Want er zal grote nood zijn over het land en toorn over dit volk, en zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijnLuc.21: 5-8a- 10-11, 20-24.

H. Jacobus, 1e toezichthouder te Jeruzalem

    Jacobus, een dienstknecht van God en van de Heer Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooiing.
     Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat het beproefd worden van uw Geloof volharding uitwerkt.
⁌       Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet.
⁌      Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan dient hij God daarom te bidden, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt.
      Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Heer zal ontvangen, innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.
      Laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid, maar de rijke in zijn geringheid, want als een bloem in het gras zal hij vergaan. Want de zon komt op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt; zo zal ook de rijke met zijn ondernemingen verwelken.
      Welzalig is de mens, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
      Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht.
Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. 
Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.
      Dwaalt niet, mijn geliefde broeders. Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij Wie geen verandering is of zweem van ommekeer.
Naar Zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen
Jac.1: 1-18.

Naar Zijn raadsbesluit heeft God ons voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder Zijn schepselen.
Paulus verschafte de mensen een nieuwe openbaring over zaken waar Jezus niet uitdrukkelijk over gesproken heeft. Hoe uitgebreid de bediening van Jezus ook was, Hij heeft niet al het denkbare ten aanzien van het Christelijke leven uitgelicht. Daarom zond Hij Zijn volgelingen uit om Zijn bediening voort te zetten na Zijn Hemelvaart, en daarom hebben wij allen een door God geïnspireerde Blijde Boodschap gekregen, “zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust2Tim.3: 17.
Die onthullingen zijn uiteindelijk afkomstig van de Heilige Geest en worden Mysteriën genoemd. Het woord “Mysterie” is een theologisch-technische term, Die doelt op een vooraf onbekende Waarheid, Die -‘hier en nu‘- onthuld wordt, zoals dat de Kerk bestaat uit Joden en heidenen [conf. Rom.11: 25]
òf het moment waarop de bazuin het einde inluidt, wanneer de doden onvergankelijk opgewekt zullen worden en wij zullen onherroepelijk ten goede veranderd worden [conf. 1Cor.15: 51-52].
Vandaag wordt ons hetzelfde voorgeschoteld door de broeder des Heren, James/Jacobus., die eveneens een volgeling van Christus werd.

Het Evangelie van vandaag begint met de tempel en dan gaat het niet over dat gebouw – gebouwen zijn slechts ontstaan uit uiterlijke beweegredenen van mensen, meestal als project van deze of gene, die zichzelf ontzettend belangrijk heeft gevonden.  Je ziet dat overal om je heen – mensen, die zich zo nodig dienen te manifesteren als zijnde, zie mij eens.
Er wordt daarbij vergeten dat wij slechts stof zijn en tot stof zullen weerkeren.

Neen, het gaat hier vandaag om ‘die andere tempel‘, waar de Paulus over gesproken heeft.

Weet u het nog?
De tempel is de plaats van de ontmoeting met God: ‘het huis van … God‘ is Hem ontmoeten in de tempel van ons innerlijk, in ‘de tempel van ons hart’ en
waneer we dáár naar binnen kijken is het meestal zo dat we het erg met onszelf getroffen hebben – met schone stenen en wijgeschenken versierd.
Wat ons rest is dat we met de hulp van God uit ‘onze gevangenschap‘ komen – het verbreken van de ‘oh-zo-kostelijke’ kettingen waarmee wij door herodes weggehouden worden van het enige wat ons als volgelingen van Christus kan redden.
Welzalig is de mens, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef zal doorstaan, op die wijze zal de mens de kroon van het Leven ontvangen, Die onze Heer en Meester beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.
Navolging van Christus houdt niet anders in dan in zekere zin het
met onze Heer te streven om als mensen
eerstelingen te zijn onder God’s schepselen.

MP3: ‘Welzalig is de mens, die niet wandelt naar de raad der goddelozen‘ – Ormylia Monastery

Kruis – houtsnijwerk van een aankomend monnik, I.M.Karakallou, Athos

Tropaar van het Heilig Kruis [woensdag en Vrijdag]
tn.1. “   Red, Heer, Uw volk, en zegen Uw erfdeel;
schenk aan de rechtgelovigen de overwinning over de vijanden,
en bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis”.

Kondakion [woensdag en Vrijdag]
tn.1.  Gij, Die U vrijwillig op het Kruis hebt verheven,
o Christus God,
schenk Uw ervaringen aan Uw nieuwe Gemeente,
die naar U genoemd is.
En verblijd ons met Uw Kracht
in de strijd tegen de vijand.
Want gij zijt onze helper door het onoverwinnelijke Vredeswapen van Uw Kruis
”.

Theotokion [woensdag en Vrijdag]
tn.1.  Wij allen die uw bescherming ondervinden, Al-reine,
en die door uw speling van onze tegenstanders zijn bevrijd:
wij worden bewaakt door het Kruis van Uw Zoon;
daarom willen wij u vroom verheffen
”.

Kondakion [Petrus’ banden (boeien)] 16 januari
tn.2. “   Christus, de Rots, verheerlijkt
de stralende rots van het Geloof,
de Eerst-tronende van de Volgelingen,
want Hij roept allen samen
voor het feest van Petrus’ ketenen
en Hij verleent ons vergeving van onze zonden
”.