Vrijdag in de Grote en Heilige week, Goede Vrijdag – de grootsheid van het Lijden, het sterven aan het Kruis en de begrafenis – wij leggen het stoffelijk overschot van onze Heer in een ongeschonden graf

Op Goede Vrijdag beleven Christenen over de hele wereld
het hoogtepunt van dit Goddelijk Drama.
Het is dè dag van de Passie van Jezus.
De dienst opgedragen door onze Orthodoxe Kerk
in de laatste uren vóór de kruisiging, Zijn dood en begrafenis
herinnert ons aan de volgende feiten:

Blijde Boodschap in het Arabisch

Christus na de arrestatie van de Olijfberg, is berecht en veroordeeld door de Hoge Priesters.
De rechtszaak was uiteraard maar een formaliteit, omdat het vonnis van deze Onschuldige was reeds uitgesproken voordat onze Heer zelfs ook maar was gearresteerd.
De Leidinggevenden wilden Zijn dood.
Maar omdat ze de wettelijke bevoegdheid niet bezaten,
diende het vonnis -op hun aanwijzingen- onder druk
te worden geveld door de Romeinse gouverneur.
Die jarenlange commandant in Jeruzalem was Pilatus.
In het heen en weer gesleept van onze Heer en de opgeruide menigte,
op aandringen van Geloof’s-oudsten vernemen wij het geschreeuw
dat onze Heer gekruisigd dient te worden.
Er was een gewoonte onder hen, dat op de dag van de Joodse Pascha,
de Romeinen een gevangene Jood vrij zouden laten.
Pilatus, die niet verantwoordelijk voor de kruisiging van Christus wenste te zijn,
vroeg hij de menigte te kiezen tussen de Godmens Christus en Barabas,
een rebel en een moordenaar, welke degene zou worden, die vrijgelaten werd.
De menigte, door godslastering opgezweept, verkreeg als gevolg van intimidatie
daarna onmiddellijk van Pilatus het mandaat Christus naar de binnenplaats,
het Pretorium te leiden 
Onmiddellijk daarna en het mandaat langere Pilatus Christus geleid in de binnenplaats van het Pretorium [d.w.z. de Romeinse  (Διοικητηριου administratieve plaats ) Rechtsgebouw].
Daar omhangen de Romeinse soldaten een paarse mantel om
het vrijwillig slachtoffer en geven onze Heer en doornkrans.
Spottend noemden ze hem de “Koning der Joden“, ze sloegen hem en bespuugden Hem. De tijd van de kruisiging is nabij.
Jezus wordt met het Kruis belast waarop Hij zal worden gekruisigd en
wordt naar de Calvarieberg [de schedelplaats] buiten de stad Jeruzalem geleid.
Onderweg kan hij het gewicht van het Kruis, gevolgd door het vallen niet weerstaan. De Romeinen hebben Simon, de Cyrene, op dat ogenblik opgedragen,
om dat zware Kruis van de gemartelde mens over te nemen en verder te dragen.
Na een periode aan het Kruis roept de Heer uit:
Het is volbracht” en aldus brengt onze Heer
Zijn onmenselijke, maar Goddelijk gedragen taak ten einde:
het Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld“,
nadat hij degenen die verantwoordelijk zijn/waren voor Zijn dood heeft vergeven.
Bij de dood van onze Heer en Zaligmaker wordt hij door de soldaten doorstoken
in Zijn zijde en loopt er bloed en water uit Zijn borst.

De natuur geeft aan dat er hier sprake is van een bovennatuurlijk gebeuren,
doden in de omgeving van Jeruzalem staan op uit het graf en verschijnen aan hun familie. Ten slotte, bij zonsondergang, is het Joseph van Arimathea en Nicodemus, twee leden van de Joods raad, die zich heimelijk bij Hem aangesloten hadden, die samen met zijn naaste leerling en de vrouwen het stoffelijk overschot, het Lichaam van Christus mogen bergen, de hoofdman heeft daar bij Pilatus van getuigd, dat Hij reeds gestorven was – er vloeide bloed en water.
Het Heilig Lichaam van onze Heer en Leraar wordt in een witte lijkwade gelegd en begraven in een nieuw grafmonument en afgesloten met een Groot rotsblok, een immens zware steen.

De ceremonie van de Opstanding vindt in de Orthodoxe Kerken plaats
in de ochtend volgend op de grote [goede] Vrijdag.
Terwijl de nacht in deze de processie van het Epitaphion wordt gehouden.
De klokken van al de Orthodoxe kerken geven dit
de gehele dag weer door de rouwklanken te verspreiden.

Deze dag wordt een zeer streng, zware vasten aangehouden en is zelfs de olie verboden. Veel gelovigen hebben de neiging om op de Goede Vrijdag voorafgaand aan Pasen een beetje azijn [oud- en verzuurd geworden wijn] te drinken, hetgeen hen herinnert aan het ogenblik dat onze Heer water en bloed liet vloeien op de laatste momenten van Zijn aardse leven te herdenken.

De Traditie verbiedt -om het even- welk werk ook te verrichten deze dag.

derde uur:
      Dit zit de Dienstknecht des Heren: De Heer der Heerscharen heeft mij als
een leerling leren spreken om met het woord de moede te kunnen ondersteunen.
Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen.
De Heer de Heerscharen heeft mij het oor geopend en ik ben [nu eens]
niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd.
Mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen, en mijn wangen aan
wie mij de baard uittrokken; mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel.
Maar de Heer der Heerscharen helpt mij,
daarom werd ik niet te schande; daarom maakte ik mijn gelaat als een keisteen,
want ik wist, dat ik niet beschaamd zou worden.
Hij is nabij, die mij recht verschaft; wie wil met mij een rechtsgeding voeren?
Laten wij samen naar voren treden. Wie zal mijn tegenpartij in het gericht zijn?
Hij zal tot mij naderen.
Zie, de Heer der Heerscharen helpt mij, wie zal mij dan schuldig verklaren?
Zie, zij allen vergaan als een kleed, de mot zal ze verteren.
Wie onder u vreest de Heer, wie hoort naar de stem van zijn knecht?
Wanneer hij in diepe duisternis wandelt, van licht beroofd, zal
hij op de Naam des Heren vertrouwen en steunen op zijn God.
Zie, gij allen die vuur ontsteekt, u met brandpijlen uitrust,
gaat in de vlam van uw eigen vuur en onder de brandpijlen die gij aangestoken hebt.
Van mijn hand overkomt u dit, in pijn zult gij neerliggenIsaiah 50: 4-11.

    Broeders, zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te Zijner tijd voor goddelozen is gestorven.
Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven
– maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven -.
God echter bewijst Zijn Liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn Bloed gerechtvaardigd,
door Hem behouden worden van de toorn.
Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn
door de dood van Zijn Zoon, zullen wij veel meer,
nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft; 
en dat niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Heer Jezus Christus,
door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben
Rom.5: 6-11.

      En terstond, ’s-morgens vroeg, stelden de overpriesters met de oudsten en schriftgeleerden, de gehele Raad, een besluit vast, en zij boeiden Jezus en zij leidden Hem weg en leverden Hem over aan Pilatus.
En Pilatus ondervroeg Hem: Zijt Gij de Koning der Joden?
En Hij antwoordde hem en zei: Gij zegt het.
En de overpriesters brachten vele beschuldigingen tegen Hem in.
En Pilatus vroeg Hem wederom [en zei]:
Geeft Gij niets ten antwoord? Zie, hoeveel beschuldigingen zij tegen U inbrengen.
Doch Jezus gaf hem niets meer ten antwoord, zodat Pilatus zich verwonderde.
En bij elk feest liet hij hun een gevangene los, voor wie zij dit vroegen.
Nu was er iemand, genaamd Barabbas, gevangengezet met de oproermakers, die in het oproer een moord begaan hadden.
En de schare kwam naar voren en begon te eisen, dat hij hun deed, zoals hij gewoon was.
Pilatus antwoordde en zei tot hen:
Wilt gij, dat ik u de Koning der Joden loslaat?
Want hij bemerkte, dat de overpriesters Hem uit nijd overgeleverd hadden.
Doch de overpriesters zetten de schare op, dat hij hun liever Barabbas zou loslaten.
Pilatus antwoordde en zei wederom tot hen:
Wat moet ik dan doen met Hem, die gij de Koning der Joden noemt?
En zij schreeuwden wederom: Kruisig Hem!
Pilatus zei tot hen: Wat heeft Hij dan voor kwaad gedaan? Zij schreeuwden des te meer: Kruisig Hem!
Pilatus oordeelde het geraden de schare haar zin te geven en hij liet hun daarom Barabbas los en gaf Jezus, na Hem gegeseld te hebben, over om gekruisigd te worden.
De soldaten nu leidden Hem weg tot binnen het hof, dat is het gerechtsgebouw, en riepen de gehele afdeling bijeen.
En zij trokken Hem een purperen kleed aan en zetten Hem een kroon op, die zij van doornen gevlochten hadden. En zij begonnen Hem te begroeten:
Wees gegroet, Gij Koning der Joden!
En zij sloegen Hem met een riet op het hoofd en bespuwden Hem en zij vielen op de knieën en bewezen Hem hulde. En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem het purperen kleed uit en deden Hem Zijn klederen aan. En zij leidden Hem weg om Hem te kruisigen.
En zij presten een voorbijganger om Zijn Kruis te dragen, een zekere Simon van Cyrene, die van het land kwam, de vader van Alexander en Rufus.
En zij brachten Hem op de plaats Golgota, hetgeen betekent Schedelplaats.
En zij gaven Hem wijn, met mirre gemengd, doch Hij nam die niet.
En zij kruisigden Hem en verdeelden zijn klederen door het lot te werpen, wat ieder ervan krijgen zou.
Het was het derde uur, toen zij Hem kruisigden.
En het opschrift, dat de beschuldiging tegen Hem vermeldde, luidde: De Koning der Joden.En met Hem kruisigden zij twee rovers, een aan zijn rechterzijde en een aan zijn linkerzijde.
[En het schriftwoord is vervuld geworden, dat zegt: En Hij is met de misdadigers gerekend.]
En de voorbijgangers spraken lastertaal tegen Hem, schudden hun hoofd en zeiden:
Ha, Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, red Uzelf, kom af van het kruis!
Evenzo spotten de overpriesters onder elkander samen met de schriftgeleerden, en zij zeiden:
Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden. Laat de Christus, de Koning van Israel, nu afkomen van het kruis, dat wij het zien en geloven.
Ook die met Hem gekruisigd waren beschimpten Hem.
En toen het zesde uur aangebroken was kwam er duisternis over het gehele land tot het negende uur.
En op het negende uur riep Jezus met luider stem:
Eloi, Eloi, lama sabachtani, hetgeen betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?
En sommige van de omstanders, dit horende, zeiden:
Zie, Hij roept Elia.
En iemand liep toe, drenkte een spons met zure wijn, stak ze op een riet en gaf Hem te drinken, zeggende: Stil, laat ons zien, of Elia komt om Hem eraf te nemen.
En Jezus slaakte een luide kreet en gaf de geest.
En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën van boven tot beneden.
Toen de hoofdman, die tegenover Hem stond, zag, dat Hij zo de geest gegeven had, zei hij: Waarlijk, deze mens was een Zoon Gods.
Er waren ook vrouwen, die uit de verte toeschouwden, onder wie ook Maria van Magdala en Maria, de moeder van Jakobus, de jongere, en van Joses, en Salome, die, toen Hij in Galilea was, Hem volgden en Hem dienden, en vele andere vrouwen, die met Hem opgegaan waren naar JeruzalemMarc.15: 1-41.

Heden is opgehangen aan een boom [het Hout, het Kruis] Hij Die de aarde boven de wateren  hing.
Heden is opgehangen aan een boom
[het Hout, het Kruis] Hij Die de aarde boven de wateren  hing.
Heden is opgehangen aan een boom
[het Hout, het Kruis] Hij Die de aarde boven de wateren  hing.
De Koning der Engelen draagt een Kroon van doornen,
Hij, Die de Hemel met wolken bekleedt, wordt in spottend purper gehuld.
Hij, Die in de Jordaan Adam weer heeft vrijgemaakt, wordt in het gelaat geslagen.
De Bruidegom van de Kerk wordt met spijkers vastgenageld;
de Zoon van de Maagd wordt met een lans doorboord.
Wij aanbidden Uw Lijden, o Christus;
Wij aanbidden Uw Lijden, o Christus;
Wij aanbidden Uw Lijden, o Christus;
Toon ons nu ook de Heerlijkheid van Uw Verrijzenis
”.

negende uur:
      De Heer nu heeft het Mij geopenbaard [Mij doen weten] en zo
bemerkte ik het: toen hebt Gij Mij hun daden laten zien!
Ik Zelf was als een argeloos Lam, dat ter slachting geleid wordt, en ik wist niet, dat
zij zulke plannen tegen mij smeedden, zeggend:
“Laat ons
[hout, op Zijn brood leggen] de Boom [des Levens] met Zijn vrucht verderven, laat ons hem uit het land der levenden uitroeien, opdat
aan Zijn Naam niet meer gedacht zal worden!
Maar, Heer der heerscharen, rechtvaardige Rechter, Die nieren en hart toetst,
ik zal Uw Wraak aan hen zien, want op U heb ik mijn rechtszaak gewenteld!
Daarom zegt de Heer aldus van de mannen van Anatot, die
u naar het leven staan en zeggen:
Profeteer niet in de Naam des Heren, of gij sterft door onze hand.
Daarom zegt de Heer der heerscharen aldus:
Zie, Ik zal bezoeking over hen doen; de jonge mannen zullen sterven door het zwaard,  hun zonen en dochters zullen sterven door de honger, 
niemand van hen zal overblijven; want Ik zal onheil brengen over de mannen van Anatot in het jaar van hun bezoeking.
Het recht hebt Gij aan Uw zijde, Heer, als ik met U zou twisten;
toch wil ik over rechtszaken met U spreken:
Waarom is de weg der goddelozen voorspoedig, 
en zijn zonder zorg allen die zich trouweloos gedragen?
Gij hebt hen geplant, ook hebben zij wortel geschoten;  zij wassen, ook zetten zij vrucht. Nabij zijt Gij in hun mond, maar ver van hun binnenste.
Gij, o Heer, kent mij toch, Gij ziet Mij en toetst Mijn gezindheid jegens U.
Ruk hen weg als slachtschapen en wijd hen voor de dag der slachting.
Hoelang moet het land kwijnen en het gewas van het gehele veld verdorren?
Om de boosheid van hen die er wonen, is vee en gevogelte verdwenen, 
want zij zeggen:
Hij zal ons einde niet zien.
Als gij met voetgangers loopt, maken zij u moede; hoe zult gij dan een wedloop beginnen met paarden?
In een vredig land voelt gij u niet veilig;  hoe zult gij het dan maken in de pronk van de Jordaan?
Want zelfs uw broeders en het huis van Uw Vader, zelfs zij zijn trouweloos jegens u,
zelfs zij roepen u luidkeels na;  vertrouw hen niet, wanneer zij vriendelijk tot u spreken.
Ik heb mijn huis verlaten, mijn erfdeel verworpen; Ik heb mijn zielsgeliefde gegeven in de greep van haar vijanden.
Mijn erfdeel was Mij geworden als een leeuw in het woud,  het had tegen Mij gebruld; daarom ben Ik het gaan haten.
Een bont-gevederde vogel was Mij mijn erfdeel;  de roofvogels komen er van alle kanten op af.
Gaat heen, verzamelt al het gedierte van het veld,  doet het komen om te eten!
Vele herders hebben Mijn wijngaard verwoest, Mijn akker vertrapt,
Mijn kostelijke akker gemaakt tot een woeste steppe,
Zij hebben hem tot een woestenij gemaakt;  treurig, verwoest ligt hij voor Mij,
verwoest is het gehele land;  niemand echter neemt het ter harte.
Op alle kale heuvels in de woestijn zijn verwoesters gekomen, want
het zwaard des Heren verslindt van het ene einde van het land tot het andere,
niemand heeft vrede.
Zij hebben tarwe gezaaid, maar doornen gemaaid, zij hebben zich afgetobd zonder enige bate.
Ja, staat beschaamd over de opbrengst die gij hebt verkregen  ten gevolge van de brandende toorn des Heren.
Zo zegt de Heer:
Aangaande al de boze naburen, die losslaan op het erfdeel,
dat Ik aan Mijn volk,  aan Israël [de Kerk], ten erfdeel gegeven heb:
zie, Ik ruk hen weg van hun bodem, en  het huis van Juda ruk Ik weg uit hun midden.
Maar nadat Ik hen heb weggerukt,  zal Ik Mij weer over hen erbarmen en hen terugbrengen,  een ieder naar zijn erfdeel en een ieder naar zijn landJeremia 11: 18- 12: 15.

      Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, en wij een grote priester over het huis Gods hebben, laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid van het Geloof, met een hart, dat door besprenkeling gezuiverd is van besef van kwaad en  met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water.
Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want
Hij, Die beloofd heeft, is getrouw.
En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken.
Wij dienen onze eigen bijeenkomst niet te verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn,  maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen.
Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de weerspannigen zal verteren.
Indien iemand de Wet van Mozes terzijde heeft gesteld,  wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen.
Hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal hij verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het Bloed van het Verbond, waardoor hij geheiligd was,
onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft?
Want wij weten, Wie gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden!
En wederom: De Heer zal Zijn Volk oordelen
Hebr.10: 19-31.

          Zij brachten Jezus dan van Kajafas naar het gerechtsgebouw. En het was vroeg in de morgen; doch zelf gingen zij het gerechtsgebouw niet binnen, om zich niet te verontreinigen, maar het Pascha te kunnen eten.
Pilatus dan kwam tot hen naar buiten en zei: Welke aanklacht brengt gij tegen deze mens in?
Zij antwoordden en zeiden tot hem:
Indien Hij geen boosdoener was, zouden wij Hem niet aan u overleveren!
Pilatus dan zei tot hen:
Neemt gij Hem en oordeelt Hem naar uw wet.
De Joden dan zeiden tot hem:
Het is ons niet geoorloofd iemand ter dood te brengen; 
opdat het woord van Jezus vervuld werd, dat Hij gezegd had, aanduidende, welke dood Hij sterven zou.
Pilatus dan keerde terug in het gerechtsgebouw en riep Jezus en zei tot Hem:
Zijt Gij de Koning der Joden?
Jezus antwoordde:
Zegt gij dit uit uzelf of hebben anderen u over Mij gesproken?
Pilatus antwoordde: Ben ik soms een Jood?
Uw Volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan?
Jezus antwoordde:
Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd;
nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier.
Pilatus dan zei tot Hem:
Zijt Gij dus toch een koning?
Jezus antwoordde:
Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar Mijn stem.
Pilatus zei tot Hem:
Wat is waarheid? En na dit gezegd te hebben, kwam hij weer
naar buiten tot de Joden en zei tot hen:
Ik vind geen schuld in Hem. Maar bij u bestaat het gebruik, dat ik u op Pascha iemand loslaat: wilt gij dan, dat ik u de Koning der Joden loslaat?
Zij schreeuwden dan wederom en zeiden:
Hem niet, maar Barabbas! En Barabbas was een rover.
Toen nam dan Pilatus Jezus en liet Hem geselen.
En de soldaten vlochten een kroon van doornen, zetten die op zijn hoofd en deden Hem een purperen kleed om, en zij traden op Hem toe en zeiden:
Gegroet, Koning der Joden! En zij gaven Hem slagen in het gelaat.
En Pilatus kwam wederom naar buiten en zeide tot hen:
Zie, ik breng Hem voor u naar buiten, opdat gij weet, dat ik geen schuld in Hem vind.
Jezus dan kwam naar buiten met de doornenkroon en het purperenkleed.
En [Pilatus] zei tot hen:
Zie, de mens!
Toen dan de overpriesters en hun dienaars Hem zagen, schreeuwden zij en zeiden:
Kruisigen, kruisigen!
Pilatus zei tot hen:
Neemt gij Hem en kruisigt Hem: want ik vind geen schuld in Hem.
De Joden antwoordden hem: Wij hebben een wet en naar die wet moet Hij sterven, want  Hij heeft Zichzelf Gods Zoon gemaakt.
Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij nog meer bevreesd en  hij ging weer het gerechtsgebouw binnen en zei tot Jezus:
Waar zijt Gij vandaan?
Maar Jezus gaf hem geen antwoord.
Pilatus dan zei tot Hem:
Spreekt Gij niet tot mij? Weet Gij niet, dat ik macht heb U los te laten, maar ook macht om U te kruisigen?
Jezus antwoordde:
Gij zoudt geen macht tegen Mij hebben, indien het u niet van boven gegeven zou zijn:  daarom heeft hij, die Mij aan u heeft overgeleverd, groter zonde.
Van toen af trachtte Pilatus Hem los te laten, maar de Joden schreeuwden en zeiden:
Indien gij deze loslaat, zijt gij geen vriend van de keizer; een ieder, die zich koning maakt, verzet zich tegen de keizer.
Pilatus dan hoorde deze woorden en hij liet Jezus naar buiten brengen en zette zich op de rechterstoel, op de plaats, genaamd Litostrotos, in het Hebreeuws Gabbata.
En het was Voorbereiding voor het Pascha, ongeveer het zesde uur, en hij zei tot de Joden:
Zie, uw koning!
Zij dan schreeuwden: Weg met Hem! Weg met Hem! Kruisig Hem!
Pilatus zei tot hen:
Moet ik uw koning kruisigen?
De overpriesters antwoordden:
Wij hebben geen koning, alleen de keizer!
Toen gaf hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden. Zij dan namen Jezus en
Hij, Zelf Zijn Kruis dragende, ging naar de zogenaamde Schedelplaats, in het Hebreeuws genaamd Golgota, waar zij Hem kruisigden en met Hem twee anderen, aan weerszijden een, en Jezus in het midden.
En Pilatus liet ook een opschrift schrijven en op het kruis plaatsen; er was geschreven: Jezus, de Nazoreeër, de Koning der Joden. Dit opschrift dan lazen vele der Joden, want de plaats, waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad, en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks. De overpriesters der Joden dan zeiden tot Pilatus:
Schrijf niet: De Koning der Joden, maar dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning der Joden.
Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven.
Toen dan de soldaten Jezus gekruisigd hadden, namen zij Zijn klederen en maakten daarvan vier delen, voor iedere soldaat een deel, en zijn onderkleed.
Dit kleed nu was zonder naad, aan een stuk geweven.
Zij zeiden dan tot elkander:
Laten wij dit niet scheuren, maar erom loten, voor wie het zijn zal;
zodat het schriftwoord vervuld werd:
Zij hebben Mijn klederen onder elkander verdeeld en over Mijn kleding
hebben zij het lot geworpen.
Dit hebben dan de soldaten gedaan.
En bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder en de zuster zijner moeder, Maria van Klopas en Maria van Magdala.
Toen dan Jezus zijn moeder zag en de discipel, die Hij liefhad, bij haar staande,
zei Hij tot zijn moeder:
Vrouw, zie, uw zoon.
Daarna zeide Hij tot de discipel:
Zie, uw moeder.
En van dat uur af nam de discipel haar bij zich in huis.
Hierna zei Jezus, daar Hij wist, dat alles reeds volbracht was, opdat de Schrift vervuld zou worden:
Mij dorst!
Er stond een kruik vol zure wijn; zij staken dan een spons, gedrenkt met zure wijn, op een hysop-stengel en brachten die aan zijn mond.
Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij:
Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.
De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven – want de dag van die sabbat was groot – vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden.
De soldaten dan kwamen en braken de benen van de eerste en van de andere, die met Hem gekruisigd waren; maar toen zij bij Jezus gekomen waren en zagen, dat Hij reeds gestorven was braken zij Zijn benen niet, maar een van de soldaten stak met een speer in Zijn zijde en terstond kwam er bloed en water uit.
En die het gezien heeft, heeft ervan getuigd en zijn getuigenis is waarachtig en hij weet, dat hij de Waarheid spreekt, opdat ook gij gelooft.
Want dit is geschied, opdat het schriftwoord zou vervuld worden:
Geen been van Hem zal verbrijzeld worden.
En weer zegt een ander schriftwoord:
Zij zullen zien op Hem, die zij doorstoken hebben
John.18: 28- 19: 37.

Wake Up – Opstanding

 

 

Vrijdag in de Grote en Heilige week, Goede Vrijdag – de grootsheid van het Lijden, het sterven aan het Kruis, kortom de Heilige Passie van de Godmens

In de avond voorafgaand aan Goede Vrijdag, dus de donderdagavond
is er een samengesteld gedeelte uit de Blijde Boodschap;
aangezien vandaag acht wordt geslagen op diverse hoogtepunten bestaande
uit de kruisiging van de Godmens.
De 12 Evangeliën,
Die de Heilige Passie beschrijven worden gelezen:

korte weergave:
Jezus laatste vermaningen aan zijn discipelen …
Houd van God en van de mensen [de naasten] als van uzelf“.
Het laatste afscheid; het Gebed van Jezus.
Zijn verraad door Judas gevolgd door de arrestatie van de Heer.
Overbrenging naar – Van Annas naar Kajafas- en de berechting van Jezus door de overpriesters.
Petrus’ verloochening [“de haan zal niet kraaien, eer gij Mij driemaal verloochend hebt”].
Voor Pilatus, in het Pretoro, zijn poging om de Heer vrij te spreken, maar dit wordt door de vastberadenheid van de Farizeeërs onmogelijk gemaakt.
Veroordeling van Christus” Pilatus, vertegenwoordiger van de toenmalige Macht van de wereld “wast zijn Handen in onschuld“.
Judas terechtgewezen geeft de “dertig zilverlingen” aan de tempeldienaren terug, die ze in de Corvana [het Tempelfonds] hebben gestopt en er een bloedakker voor kopen.
Door het gehele Jodendom veroordeeld. De lijdensweg naar de Calvary-berg, alwaar de Kruisiging van Jezus.
Jezus geeft de geest aan het Kruis; de twee mede-veroordeelden aan het kruis. Verzoek van één van hen, de vraag aan Christus om hem te herinneren wanneer Hij in Zijn Koninkrijk der Hemelen komt.
Jozef van Aramithea vraagt Pilatus Jezus’ Lichaam om het in Zijn graf te begraven.
Begrafenis van Jezus en de verzegeling van Zijn Graf door de hoofden van het Volk en de Farizeeën.

Griekse icoon Kruisiging van Christus

Vandaag hangt aan het schandhout, 
de Rechter van ‘leven en dood’ laat Zich vrijwillig kruisigen.
De koning der engelen wordt gekroond met de engelenkroon.
Vaal paars is in de wolken rond de hemel waarneembaar.
Christus wordt verslagen door het helse zwaard, in het graf sluit men Hem,
Die de Hades berooft en de Heer geeft hiermee Adam z’n vrijheid terug, bevrijdt hem van de vloek.
U verbindt Zich als Bruidegom aan de Kerk.
De menselijke overblijfselen worden verwelkomd, als de Zoon van de Maagd.
Wij prijzen u, Pasha, de Christus; Gij zijt m’n broeder/zuster, waarachtig Zoon van God de Vader en wij kijken uit naar Uw erfdeel”.

Avondcanon
Completen, 4e Irmos – triodion van H. Andreas van Kreta
  De Profeet hoorde van Uw Komst, dat Gij uit de Maagd geboren wilde worden,
om aan de mensen te tonen en hij sprak:
‘ik heb de tijding aangaande U vernomen en ik werd bevreesd:
Ere zij Uw Kracht o Heer
”.

  De toebereide bovenzaal nam U op, o Schepper, tezamen met Uw Ingewijden.
Daar hebt Gij het Pascha voltrokken en de Mysteriën voltooid,
nadat door de twee leerlingen voor U het Pascha was bereid
”.

    De Alwetende had tevoren aan Zijn apostelen bevolen naar die bepaalde man te gaan.
Zalig is wie de Heer met Geloof opneemt in de toebereide bovenzaal van zijn hart, met als maaltijd de vreze God’s
”.

    Hoezeer heeft de [hoogmoedige] gierigheid u verleid en tot welk een wanhoop zijt gij daardoor geraakt, dwaze Judas! Slechts aan de buidel waart Gij gehecht en [zonder enig overleg] hebt gij u afgekeerd van elke menselijkheid. Gij hebt uw harde hart gesloten en Hem verraden, Die alleen Barmhartigheid is”.

    De wens der God’s-moordenaars vond gehoor bij de [hoogmoedige] gierigaard. Zij overlegden hoe zij Hem gevangen konden nemen, en reeds bood hij zich aan, terwille van de zilverlingen. Tenslotte koos hij de strik in plaats van het berouw, en zo verloor hij op ellendige wijze zijn leven”.

  Hoe verraderlijk is de kus die door zijn grote het zwaard aanvoerde. De lippen spraken woorden van eenheid terwijl het hart op uiteenscheuren zon. Vol arfklist hebt ge uw Weldoener overgeleverd aan de bloeddorstigen”.

    Hij kust terwijl hij verkoopt, hij omhelst en aarzelt niet om de Omhelsde te verraden. Wie haat terwijl hij kust? Wie verkoopt voor geld wie hij omhelst? Hier is het uiterste bereikt aan verraderlijke schaamteloosheid”.

Eer aan de Vader . . .

    Gij zijt ondeelbaar in Uw Wezen, onvervangbaar in de Personen: zó belijd ik U, drievoudige, éne Godheid, gelijk in macht op dezelfde troon.
Tot U zing ik de grootste zang, de drievoudige hymne uit den hoge
“.

Nu en altijd . . .

Onzegbaar is uw ontvangen, Moeder Gods, wonderbaar Uw baren. Want het is gebeurd door de Geest en niet vanuit het vlees; het was daarom onttrokken aan de wetten van de natuur en ging het wezen van elke geboorte te boven. Want het kind dat zij baarde, was de oneindige God”.

Metten grote en Heilige Vrijdag op donderdagavond:
Opening van deze lezingendienst voorafgegaan door de vredeslitanie:

P. Alleluia, Alleluia, Alleluia.

“Uit de nacht ontwaakt mijn geest vroeg tot U, o God, want
Uw Geboden stralen als Licht over de aarde”
conform: “ Van ganser harte verlang ik naar U in de nacht, ja, uit het diepst van mijn gemoed zoek ik U; want wanneer uw gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid.
Al wordt de goddeloze Genade bewezen, hij leert geen gerechtigheid; hij handelt slecht in een land van recht en de Majesteit des Heren ziet hij niet. Heer, uw hand is verheven, maar zij beseffen het niet; zij zullen het echter beseffen en beschaamd staan over uw ijver voor het volk. Ja, het vuur over uw tegenstanders zal hen verteren. Heer, Gij zult vrede over ons beschikken, want ook
al onze daden hebt Gij voor ons verricht. Heer, onze God, andere heren dan Gij hebben over ons geheerst; uw naam alleen huldigen wij.
Doden herleven niet, schimmen staan niet op; daarom hebt Gij hen bezocht en verdelgd en alle 
gedachtenis aan hen uitgeroeid. Gij hebt het volk vermeerderd, Heer, het Volk vermeerderd, U zelf verheerlijkt, alle grenzen van het land verwijd. Heer, in de nood heeft men U gezocht, een verzuchting geslaakt, toen uw tuchtiging trof. Zoals een zwangere die in barensnood raakt, ineenkrimpt en onder haar weeën schreeuwt, zo waren wij voor Uw aangezicht, Heer. Wij waren zwanger, wij krompen ineen; maar het was, als baarden wij wind; wij brachten het land geen verlossing aan en wereldbewoners werden niet geboren. Herleven zullen uw doden (ook mijn lijk), opstaan zullen zij. Ontwaakt en jubelt, gij, die woont in het stof! Want uw dauw is een dauw van Licht; en de aarde zal aan de schimmen het Leven hergeven. Kom, Mijn Volk, ga in uw binnenkamers, en sluit uw deuren achter u; verberg u een korte tijd, tot de gramschap over is.
Want zie, de Heer verlaat Zijn plaats om de ongerechtigheid van de bewoners van de aarde aan hen te bezoeken; dan zal de aarde het op haar vergoten bloed aan het licht brengen en haar verslagenen niet langer bedekkenIsiaiah 26: 9-21.

Alleluia,Alleluia,Alleluia.
“Leert Gerechtigheid, bewoners van de aarde”.
         Alleluia,Alleluia,Alleluia.
“ Een niet onderricht Volk, wordt door naijver bevangen; reeds nu verslindt het vuur de tegenstanders”
         Alleluia,Alleluia,Alleluia.
“Breng kwaad over hen, Heer, breng kwaad over hen bijeen: over al de hoogmoedigen der aarde”.
         Alleluia,Alleluia,Alleluia.

Troparion.     tn.8.
    Terwijl de roemrijke Leerlingen bij de voetwassing verlicht werden, werd Judas ziek van geest, verduisterd, en U, de rechtvaardigste Rechter, leverde hij over aan wetteloze rechters. Gij die door geldzucht zijt bevangen, zie op hem die zich daardoor de beulsdood heeft verworven. Ontvlucht de gierigheid die tot zulk een verraad aan de Leraar geraakte.
O Goede boven alles, heer, ere zij U
”.       [wordt driemaal gezongen]

Kleine Litanie, waarna:
“Want aan U is de Kracht, het Koninkrijk, de Macht en de Heerlijkheid: Vader Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen; Amen.

P.   “En dat wij waardig mogen zijn om te luisteren naar het Heilige Evangelie, Laat ons de Heer bidden”.
Kyrië eleïson, Kyrië eleïson, Kyrië eleïson.
      “ Wijsheid. Staat op. Laat ons luisteren naar het Heilige Evangelie.
         Vrede aan allen”.    “En met uw geest”
D.   “ Lezing uit het heilige Evangelie volgens  . . . . . . . .
V.    “ Ere zij Uw lankmoedigheid [= toegevendheid], o Heer”

1e.].    Toen hij dan heengegaan was, zei Jezus:
Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt.
Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in Zich verheerlijken, en Hem terstond verheerlijken.
Kinderkens, nog een korte tijd ben Ik bij u; gij zult Mij zoeken en, gelijk Ik de Joden gezegd heb:
Waar Ik heenga, kunt gij niet komen, zo spreek Ik thans ook tot u.Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.
Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.
Simon Petrus zei tot Hem: Heer, waar gaat Gij heen? Jezus antwoordde: Waar Ik heenga, kunt gij 
Mij nu niet volgen, maar gij zult later volgen.
     Petrus zei tot Hem: Heer, waarom kan ik U thans niet volgen? Ik zal mijn leven voor U inzetten!
Jezus antwoordde: Uw leven zult gij voor Mij inzetten? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de haan zal niet kraaien, eer gij Mij driemaal verloochend hebt. Uw hart dient niet ontroerd te worden; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.
En waar Ik heenga, daarheen weet gij de weg.
     Thomas zei tot Hem: Heer, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg?
Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Indien gij Mij kende, zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien.
     Philippos zei tot Hem: Heer, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zei tot hem: Ben Ik zolang bij u, Philippus en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden. Indien gij Mij iets vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen. Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren. En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.
Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven. Te dien dage zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u. Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.
     Judas, niet Iskariot, zei tot Hem: Heer, en hoe komt het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?
Jezus antwoordde en zei tot hem: Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn Woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.
Wie Mij niet liefheeft bewaart mijn woorden niet; en het Woord, dat gij hoort, is niet van Mij, maar 
van de Vader, die Mij gezonden heeft. Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb. Vrede laat Ik u, Mijn Vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u. Uw hart dient niet ontroerd of versaagd [= de moed verliezen] te worden.
Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb; Ik ga heen en kom tot u. Indien gij Mij liefhadt, zoudt gij u verblijd hebben, omdat Ik tot de Vader ga, want de Vader is meer dan Ik.
En nu heb Ik het u gezegd, eer het geschiedt, opdat gij geloven moogt, wanneer het geschiedt.
Niet veel zal Ik meer met u spreken, want de overste van de wereld komt en heeft aan Mij niets, maar de wereld moet weten, dat Ik de Vader liefheb en zo doe, als Mij de Vader geboden heeft. Staat op, laten wij vanhier gaan.
– Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht mag dragen.
Gij zijt nu rein om het Woord, dat Ik tot u gesproken heb; blijft in Mij, gelijk Ik in u.
Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft.
Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.
Wie in Mij niet blijft, is buiten geworpen als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand.
Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.
Hierin is Mijn Vader verHeerlijkt, dat gij veel Vrucht draagt en gij zult Mijn discipelen zijn.
Gelijk de Vader Mij heeft liefgehad, heb ook Ik u liefgehad; blijft in Mijn Liefde.
Indien gij Mijn geboden bewaart, zult gij in Mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden van Mijn Vader bewaard heb en blijf in Zijn Liefde.
Dit heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn Blijdschap in u zij en uw blijdschap vervuld zal worden.
Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad.
Niemand heeft grotere Liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.
Gij zijt Mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied.
Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, u heb bekend gemaakt.
Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in Mijn Naam.
Dit gebied Ik u, dat gij elkander liefhebt.
Indien de wereld u haat, weet dan, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft.
Indien gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben, doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat u de wereld.
Gedenkt het Woord, dat Ik tot u gesproken heb:
Een slaaf staat niet boven zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; indien zij Mijn Woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren.
Maar dit alles zullen zij u aandoen om Mijn Naam, want zij kennen Hem niet, die Mij gezonden heeft.
Indien Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, zij zouden geen zonde hebben, maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hun zonde. Wie Mij haat, haat ook Mijn Vader.
Indien ik niet de werken onder hen gedaan had, die niemand anders gedaan heeft, zouden zij geen zonde hebben; maar nu hebben zij, hoewel zij ze gezien hebben, toch Mij en Mijn Vader gehaat.
Maar het Woord moet vervuld worden, dat in hun Wet geschreven is:
‘ Zij hebben Mij zonder reden gehaat’.
Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Deze van Mij getuigen; en gij moet ook getuigen, want gij zijt van het begin aan met Mij.
  Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet ten val komt. Men zal u uit de Synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen aan God een heilige dienst te bewijzen.
En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennen.
Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer hun uur komt, gij u moogt herinneren, dat Ik ze u gezegd heb.
Doch dit heb Ik u niet van het begin aan gezegd, omdat Ik bij u was.
En nu ga Ik heen tot Hem, die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen? Maar omdat Ik dit tot u gesproken heb, heeft droefheid uw hart vervuld.
Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga.
Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van Gerechtigheid en van Oordeel;
• van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;
• van Gerechtigheid, omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet;
• van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.
Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer Hij komt, de Geest der Waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle Waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.
Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en Dit u verkondigen.
Al wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom zei Ik:
Hij neemt uit het Mijne en zal het u verkondigen. 
Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet meer, en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien.
Sommige van Zijn discipelen dan zeiden tot elkander:
Wat betekent dit, dat Hij tot ons zegt: Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien? En: Ik ga heen tot de Vader?
Zij zeiden dan: Wat is dit, dat Hij zegt: Nog een korte tijd? Wij weten niet, wat Hij bedoelt.
Jezus bemerkte, dat zij Hem iets wilden vragen en zei tot hen:
Redeneert gij hierover met elkander, dat Ik zei:
Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien?
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij zult schreien en weeklagen, maar de wereld zal zich verblijden; gij zult u bedroeven, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden.
Een vrouw, die baart, heeft droefheid, omdat haar uur gekomen is; maar wanneer zij het kind ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan haar benauwdheid, uit vreugde, dat een mens ter wereld is gekomen.
Ook gij hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u weerzien en uw hart zal zich verblijden en niemand ontneemt u uw blijdschap.
En te dien dage zult gij Mij niets vragen.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in Mijn Naam.
Tot nog toe hebt gij niet om iets gebeden in Mijn Naam;
bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij.
Dit heb Ik in beelden tot u gesproken; er komt een ure, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar u vrijuit over de Vader spreken zal.
Te dien dage zult gij in Mijn Naam bidden en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u vragen zal, want de Vader zelf heeft u lief, omdat gij Mij hebt liefgehad en geloofd hebt, dat Ik van God ben uitgegaan.
Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; Ik verlaat de wereld weder en ga tot de Vader.
Zijn discipelen zeiden: Zie, nu spreekt Gij vrijuit, zonder beeldspraak te gebruiken.
Nu weten wij, dat Gij alles weet en niet nodig hebt, dat iemand U vraagt; hierom geloven wij, dat Gij van God zijt uitgegaan.
Jezus antwoordde hun: Gelooft gij thans?
Zie, de ure komt en is gekomen, dat gij verstrooid wordt, een ieder naar het zijne en Mij alleen laat. En toch ben Ik niet alleen, want de Vader is met Mij.
Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt.
In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.
– Dit sprak Jezus en Hij hief Zijn ogen ten Hemel en zei:
Vader de ure is gekomen; verheerlijk Uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke, gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken.
Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.
Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.
En nu, verHeerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, Die Ik bij U had, eer de wereld was.
Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben Uw Woord bewaard.
Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in Waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U, en al het Mijne is het Uwe en het Uwe is het Mijne, en Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij.
Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd.
Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn Blijdschap in zichzelf mogen hebben.
Ik heb hun Uw Woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn, gelijk Ik niet uit de wereld ben.
Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze.
Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben.
Heilig hen in Uw Waarheid; Uw Woord is de Waarheid.
Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereld; en Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in Waarheid.
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun Woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld zal geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.
En de Heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn:
Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.
Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om Mijn Heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging van de wereld.
Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; en Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt en Ik zal Hem bekend maken, opdat de Liefde, Waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij in Ik in hen.
  Na dit gezegd te hebben, ging Jezus met Zijn discipelen naar de overzijde van de beek Kidron, waar een hof was, die Hij met zijn discipelen binnengingJohn.13: 31- 18: 1.

2e.].      Na dit gezegd te hebben, ging Jezus met Zijn discipelen naar de overzijde van de beek Kidron, waar een hof was, die Hij met zijn discipelen binnenging.
En ook Judas, zijn verrader, wist die plaats, omdat Jezus daar dikwijls was samengekomen met zijn discipelen.
Judas dan kwam daar, die een afdeling soldaten tot zijn beschikking had gekregen en dienaars van de overpriesters en de Farizeeën, voorzien van lantaarns, fakkels en wapenen.
Jezus dan, alles wetende, wat over Hem komen zou, kwam naar voren en zeide tot hen:  Wie zoekt gij?
Zij antwoordden Hem: Jezus de Nazoreeër. Hij zei tot hen: ‘Ik ben het’.
En ook Judas, zijn verrader, stond bij hen.
Toen Hij dan tot hen zei:
Ik ben het, deinsden zij terug en vielen ter aarde.
Wederom dan stelde Hij hun de vraag:
Wie zoekt gij?
En zij zeiden: Jezus, de Nazoreeër.
Jezus antwoordde:
‘Ik zeide u, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, laat dezen heengaan; 
opdat het Woord vervuld werd, dat Hij gesproken had:
Wie Gij Mij gegeven hebt, uit hen heb Ik niemand laten verloren gaan.
Simon Petrus dan, die een zwaard had, trok het, en hij trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het rechteroor af; de naam van nu van de slaaf was Malchus.
Jezus dan zei tot Petrus:
‘Steek het zwaard in de schede;  de beker, die de Vader Mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken?’.
De afdeling soldaten dan en de overste en de dienaars der Joden namen Jezus gevangen, boeiden Hem, en brachten Hem eerst voor Annas, want hij was de schoonvader van Kajafas, die dat jaar hogepriester was; en Kajafas was het, die de Joden de raad had gegeven:
‘Het is nuttig, dat een mens sterft ten behoeve van het Volk’.
En Simon Petrus en een andere discipel volgden Jezus. En die discipel was een bekende van de hogepriester en hij ging met Jezus het paleis van de hogepriester binnen, maar Petrus stond buiten aan de poort. De andere discipel dan, de bekende van de hogepriester, kwam naar buiten, en hij sprak met de portierster en bracht Petrus binnen.
De slavin dan, die portierster was, zei tot Petrus:
‘Gij behoort toch ook niet tot de discipelen van deze mens?’.
Hij zeide: Ik niet!
De slaven en de dienaars stonden zich te warmen bij een kolenvuur, dat zij aangelegd hadden, want het was koud, en ook Petrus stond zich bij hen te warmen.
De hogepriester dan vroeg Jezus naar zijn discipelen en naar zijn leer.
Jezus antwoordde hem:
Ik heb vrijuit tot de wereld gesproken; Ik heb voortdurend in de Synagoge geleerd en in de Tempel, waar al de Joden bijeenkomen, en in het verborgen heb Ik niets gesproken.
Waarom vraagt gij Mij? Vraag hun, die gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb.
En toen Hij dit zei, gaf een van de dienaars, die erbij stond, Jezus een slag in het gelaat en zei:
‘Antwoordt Gij zo de hogepriester?’.
Jezus antwoordde hem:
‘ Indien Ik verkeerd gesproken heb, geef aan wat verkeerd was, maar indien het goed was, waarom slaat gij Mij?’.
Annas dan zond Hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester.
En Simon Petrus stond zich te warmen. Zij zeiden dan tot hem:
‘Gij behoort toch ook niet tot zijn discipelen?’.
Hij ontkende het en zei: ‘Ik niet!’.
Een van de slaven van de hogepriester, een verwant van hem, wiens oor Petrus had afgeslagen, zei: ‘Zag ik u niet in de hof met Hem?’.
Petrus dan ontkende het wederom en terstond daarop kraaide een haan.
Zij brachten Jezus dan van Kajafas naar het gerechtsgebouw.
En het was vroeg in de morgen; doch zelf gingen zij het gerechtsgebouw niet binnen, om zich niet te verontreinigen, maar het Pascha te kunnen eten

John.18: 1-28.

3e.]. Matth.26: 57-75.
4e.]. John.18: 28-19: 16.
5e.]. Matth.27: 3-32.

13e Antifoon     tn.6
De scharen der Joden eisten van Pilatus om U te kruisigen, o Heer;
en ofschoon deze geen schuld in U gevonden had,
lieten zij de schuldige Barabas vrij,
maar u, de Rechtvaardige, veroordeelden zij ter dood, en
riepen Uw Bloed af over zichzelf en overhun kinderen.
Maar door dit Bloed hebt Gij ons allen verlost van onze ongerechtigheden,
in Uw Liefde tot de mensen“.
6e.]. Marc.15: 16-32c.

Zaligsprekingen:
” Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.
Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij de profeten vóór u vervolgd“.

7e.]. Matth.27: 33-54.
Psalm 50[51]
”  O
ntferm U mijner, O God, volgens Uw grote barmhartigheid.
En volgens de overvloed van Uw ontferming, delg mijn ongerechtigheid uit.
Was mij schoon van mijn onrecht; reinig mij van mijn zonde.
Want ik erken dat ik onrecht gedaan heb: mijn zonde is steeds voor mijn ogen.
Tegen U alleen heb ik gezondigd; ik heb kwaad gedaan voor Uw aanschijn.
Zodat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw uitspraak en zult winnen in Uw oordeel.
Want zie, in ongerechtigheid ben ik geboren; mijn moeder ontving mij in zonde.
Want zie, Gij bemint de Waarheid; Uw onzichtbare en verborgen wijsheid hebt Gij mij geopenbaard.
Besprenkel mij met hyssop, dan word ik rein; was mij, dan word ik witter dan sneeuw.
Doe mij vreugde en blijdschap horen, opdat mijn vernederd gebeente kan juichen.
Keer Uw aangezicht af van mijn zonden; delg al mijn ongerechtigheid uit.
God schep in mij een zuiver hart; vernieuw in mijn binnenste de rechte geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht; neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.
Geef mij de vreugde terug van Uw heil, sterk mij met Uw besturende Geest.
Dan zal ik de ongerechten Uw wegen leren; de goddelozen zullen zich tot U bekeren.
God, bevrijd mij van bloedschuld: Gij zijt de God van mijn heil; mijn tong zal over uw gerechtigheid juichen.
Heer, open mijn lippen, opdat mijn mond Uw lof verkondige.
Wilt Gij een offer, dan zou ik het brengen, maar in brandoffers schept Gij geen behagen.
Een offer voor God is een berouwvolle geest: God, Gij versmaadt geen vermorzeld en nederig hart.
Doe goed, Heer, in Uw welwillendheid aan Sion; laat de muren van Jeruzalem weer opgebouwd worden.
Dan hebt Gij behagen in offers van gerechtigheid, gaven en brandoffers, dan zal men kalveren op Uw altaar leggen“.

Synaxarion:
Op deze Grote en Heilige Vrijdag vieren wij het Heilig, Verlossend en ontzagwekkend Lijden dat onze Heer, God en Verlosser Jezus Christus voor ons heeft ondergaan:
      het bespuwen, de slagen, de geseling, de beledigingen, de bespottingen, de purperen mantel, de rietstok, de spons met azijn, de nagels, de lans; en Bovenal het Kruis en de dood.
      Dit alles is op deze Vrijdag gebeurd. Maar ook de verlossende belijdenis op het Kruis van de goede Rover, die met Hem gekruisigd was.
      Door dit medelijden, dat de krachten der natuur te boven gaat, en dat niemand anders voor ons had kunnen hebben be halve Gij, Christus onze God, ontferm U over ons.       Amen
”.

8e.]. Luc.23: 32-49.

9e.]. John.19: 25-37.
10e.]. Marc.15: 43-47.

11e.]. John.19: 38-42.

12e]. Matth.27: 62-66.

Woensdag in de Grote en Heilige Week – opgaand naar de Bron van Liefde

Wat waardeert God – Wat waardeert Hij?
Hij heeft ons veel geboden gegeven, maar wat is de kern daarvan?
What appreciates God – What does He value?
He has given us many commandments, but what is the essence?

      Toen Jezus te Bethanië was, in het huis van Simon de melaatse, kwam een vrouw tot Hem met een albasten kruik vol kostbare mirre en goot die uit over zijn hoofd, terwijl Hij aanlag.
Toen de discipelen dit zagen, waren zij verontwaardigd en zeiden: Waartoe die verkwisting?
Want deze Myron had duur verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden.
        Maar Jezus merkte het op en zei tot hen: Waarom valt gij deze vrouw lastig? Want zij heeft een goede daad aan Mij verricht. De armen hebt gij immers altijd bij u, maar Mij hebt gij niet altijd. Want toen zij deze Myron over Mijn lichaam uitgoot, heeft zij dat gedaan om Mijn begrafenis voor te bereiden.

De vrouw giet Myron olie over de voeten van Christus; The woman pours Myron oil over the feet of Christ.

        Voorwaar, Ik zeg u, overal waar dit evangelie verkondigd zal worden in de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft.
        Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, naar de overpriesters, en hij zei: Wat wilt gij mij geven? Dan zal ik Hem u overleveren. En zij stelden hem dertig zilverlingen ter hand. En van toen af zocht hij een goede gelegenheid om Hem over te leverenMatth.26: 6-16.

Mijn ziel zegent de Heer, ziet de Bruidegom komt!
– Christus mededogen stelt ons schadeloos –

De albasten kruik met mijn tranen
giet ik als Myron over Uw hoofd, o Heiland,
en ik roep tot U zoals de zondares die om genade vroeg.
U bied ik mijn smeekbede aan,
en ik smeek om vergeving te ontvangen“.

De overspelige, mijn ziel, hebt gij niet nagestreefd,
die de albasten kruik met Myron nam,
en onder tranen de voeten van de Heer zalfde;
en ze droogde met haar haren de voeten af van Hem
Die de schuldbrief van haar vroegere misdrijven voor haar verscheurde“.
uit: 8e ode Grote Canon  H. Andreas, Herder van Kreta

Dit is de dag, die de Heer heeft voorbeschikt om de goede daad door de zonda[a]r[e]s aan Hem verricht in het daglicht te stellen.
De zonda[a]r[e]s gaat/gaan Myron over Zijn lichaam uitgieten en zij doet/doen dit om Zijn begrafenis voor te bereiden. Christus heeft het voorzegd:
    overal waar dit evangelie verkondigd zal worden in de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft“.

Het pad van de Biecht;
The path of Confession.

         Wat kan er dan nog op tegen zijn om allereerst onze zonden [in de Biecht] te belijden en vervolgens eveneens met heilige olie te worden gezalfd, teneinde waardig het Groot en Heilig Pascha tegemoet te treden.
Deze twee Mysteriën [sacramenten] staan ons vandaag voor ogen en kunnen derhalve alleen door gedoopte Orthodoxen [mede-] ondergaan worden.
Onze ziel zegent de Heer, want ziet de Bruidegom komt!’ – en dankzij Zijn mededogen worden wij schadeloos gesteld.
        In de Orthodoxe Kerk hebben we het over de kruisiging van Christus in verband met Zijn Grote en Heilige Opstanding. Dit omdat het Kruis zonder Wederopstanding een wrede en oneerbiedige realiteit is en de Wederopstanding zonder het Kruis als een valse en emotionele toestand wordt beschouwd.
Wanneer we spreken over de redding van het menselijk ras, bedoelen we het niet in een bepaalde vorm, die men zelf niet kan ondergaan en een nadenkend en voorzichtig bedenksel, maar als een realiteit – iets wat werkelijk bestaat- om de mens te verlossen van de tirannie en de vreselijke gevangenis van dood, de zonde en de tegenstrever [de satan].
Mèt Christus ‘Kruis en Wederopstanding’ heeft Christus de dood overwonnen, de zonde en de veroorzaker, de tegenstrever en gaf Hij ons in Zijn mededogen aldus de gelegenheid om deze drie vijanden te overwinnen.
Bovenal dienen we er een besluit over te nemen dat we in het offer van Christus en Zijn opstanding onze sterfelijkheid en ons natuurlijk vooruitzicht [de dood] kunnen overwinnen.
. . . . . vanaf het ogenblik dat we immers als mens geboren worden, heeft de dood zich in vele vormen in ons biologische wezen gemanifesteerd, zoals ziekte, lichaamsslijtage, onzekerheid, toenemende leeftijd, passies van zelfbehoud, verdriet, etc. Dit onomkeerbaar groeiproces tot de dood vormt zich bij iedere mens op de achtergrond een bedreiging op ons menselijk leven.
Het kind op de leeftijd van 8-10 begrijpt al dat de dood onomkeerbaar is.
De tiener ziet de marteling van de dood voor ogen.
De mens van middelbare leeftijd ziet de jaren zonder doel of betekenis voorbij vliegen en
gepensioneerden gaan door een vreselijke crisis, welke uiteindelijk leidt tot de onherroepelijke dood.
De Orthodoxe Kerk maakt plaats voor de existentiële leegte van de mens en legt daarom de nadruk van de Opstanding. Wij zingen weliswaar op woensdag en vrijdag:
Heer, red Uw Volk en zegen Uw Erfdeel; en bescherm Uw Gemeente door Uw Kruis“, maar …
wij beseffen iedere week dat Zondag de Opstanding wordt gevierd en bezingen dat in 8 tonen [melodieën] opdat wij er van overtuigd zijn dat God volgens Zijn heilig raadsbesluit ons is komen verlossen door ons door Zijn Roemrijke Opstanding uit de doden op te wekken.
De Bruidegom van de Kerk, de Bruidegom van onze ziel, is één van ons; sterker nog is onafgebroken “onder ons”, “Hij is immers en blijft”.
Dag na dag naderen we Zijn Goddelijke Genade en Zijn oneindige liefde tot de mensen – Hij is ons tot voorbeeld in de naastenliefde.
Degenen die deze woensdagavond voorafgaand aan Zijn Lijden en Opstanding samenkomen, stellen onszelf een vraag: “ In welke toestand zal Christus ons aantreffen wanneer we Hem  boven aan de Lader [van Climacos] ontmoeten? Hij vertrouwde ons, Hij gaf ons alles, Hij droeg elke pijn omwille van ons. Verdienen we zo’n opoffering? Zijn wij een dergelijk groot vertrouwen waard?

De wereld om ons heen maakt haar keuzes en zal ongetwijfeld de gevolgen daarvan ondergaan; de wereld om ons heen wendde haar gezicht af van de bron des Levens, van Liefde en Gerechtigheid en heeft zich in haar bestaan koude rillingen bezorgd.
Wij Orthodoxen kijken dagelijks uit naar het moment dat wij mèt hen samen kunnen leven, ons kunnen verenigen door de mentaliteit en methoden van de wereld te verzoenen met die van de Bruidegom.
Aan zulke dagen ontbreekt het hen echter: “het is immers onmogelijk dat duisternis het Licht in de duisternis verslaat”.
      in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het Kruis. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in de Naam van Jezus [Christus] zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!Phil.2: 8-11.
Laten we naar Hem opzien en moed en geduld betrachten, want de strijd tegen de duisternis is noch pijnloos, noch ongestraft. En inderdaad, het is een strijd met kwade valstrikken die de wereld goed weten te bedriegen.
Geen duisternis kan met het Licht de strijd aangaan of ook zij wordt verlicht.
Maar de wereld om ons heen weet de duisternis dusdanig te verdonkeremanen dat de wereldse  duisternis als licht en aantrekkelijk overkomt.
De wereld weet precies hoe zij de mens met aantrekkelijke [veelal kortdurende] pleziertjes tot zich kan trekken – in slaap sust -, hoe wij mensen radicale veranderingen uit dienen te stellen, hoe zij de mens kan bedriegen met beloften, die niet zijn wat zij lijken te zijn.

Daardoor hebben wij onze ziel onhandelbaar, onbeheerd en onbeheersbaar achtergelaten, en ondergaan ongehinderd alle fouten, die de wereld ons voorhoudt. We hebben het beslissende kenmerk, de voorwaarden waar wij als mens in het beeld van God aan dienen te voldoen, het criterium van goed en kwaad, van moreel en immoreel, verloren laten gaan.

uit: metten Grote Woensdag
Kathismazangen
tn.3.
  De zonda[a]r[e]s gaat/gaan tot u en goot Myron en tranen over Uw voeten, Menslievende.
Toen werd zij, op Uw bevel, van de slechte geur van haar zonden bevrijd,
maar de ondankbare leerling [volgelingen] die in Uw Genade[gaven] ademen mocht[en],
heeft [hebben] deze Genade[gaven] verworpen en in zijn [hun] geldzucht bevlekte hij [zij] zich met het slijk van verraad. Eer aan U, o Christus in Uw Barmhartigheid
            [herhalen]

Eer . . . nu en altijd . . .

    God, blijf niet zwijgen bij mijn lofzang, want de mond van de zondaar en bedrieger is wijd  tegen mij geopend. Zij spreken tegen mij met valse tong, zij omsingelen mij met hatelijke woorden, zij strijden tegen mij zonder reden.
Inplaats van mij lief te hebben, leveren zij mij over; ik echter bid.
Zij vergelden mij kwaad voor goed, en antwoorden met haat op mijn liefde.
Stel een zondaar over hem aan, doe een aanklager staan aan zijn rechterhand.
Hij zal veroordeeld worden in het gericht; zijn gebed zal worden tot zonde. Dat zijn dagen weinig zijn; zijn bisschopsambt dient aan een ander toe te komen. Zijn kinderen worden tot wezen, zijn vrouw weduwe.
Zwervers en bedelaars worden zijn zonen: verdreven vanuit hun woning.
Dat de woekeraar zijn hand leggen op al zijn bezit dat vreemden zijn arbeid roven.
Niemand zij er om hem te helpen, of om barmhartig te zijn voor zijn wezen.
Dat zijn kinderen ten onder gaan; dat in één geslacht zijn naam zal verdwijnen.
De ongerechtigheid van zijn vaderen worden herinnerd voor de Heer; dat de zonde van zijn moeder onuitgewist zal blijven. Laat dit de Heer altijd voor ogen staan, zodat zijn gedachtenis van de aarde verdwijnt. Want hij dacht er niet aan om barmhartig te zijn. Hij vervolgde armen en bedroefden, en wier hart gebroken was, bracht hij ter dood. Hij hield van vervloeking: deze zal over hemzelf komen.
Hij wilde geen zegen: deze zal verre van hem blijven. Hij trok vervloeking aan als een kleed: als water in zijn binnenste en als olie in zijn beenderen.
Laat die hem dån zijn als een mantel die hem geheel overdekt: als een gordel die hij altijd moet dragen. Dit moge de Heer doen gebeuren aan hen die mij belasteren: aan wie kwaad spreken tegen mijn ziel.
Maar Gij, Heer doe met mij volgens Uw Naam, want goedertieren is Uw barmhartigheid. Bevrijd mij, want ik ben behoeftig en arm; mijn hart is beangst in mijn binnenste. Ik verdwijn als een lengende schaduw; ik word weggevoerd als een sprinkhanen-zwerm. Mijn knieën zijn verzwakt door het vasten; mijn vlees is vervallen, door onthouding van olie. Ik ben hun tot versmading geworden; zij zien mij hoofdschuddend aan. Help mij, Heer, mijn God: red mij volgens Uw Barmhartigheid. Doe het weten dat dit alles Uw hand was: dat Gij, Heer, dit zelf hebt gedaan. Al vloeken zij, Gij zult mij zegenen, beschaam hen die tegen mij opstaan, maar laat Uw dienaar zich verheugen. Die mij belasteren, bekleed hen met schaamte: dat hun schande hen als een mantel zal bedekken. Ik wil de Heer belijden met luide stem; ik wil Hem loven in de grote menigte. Want Hij stond de arme terzijde, om mijn ziel te redden van mijn vervolgers

Psalm 108[109] vert. ROK ’s-Gravenhage.

tn.4.
Door geldzucht gedreven, overwoog de bedrieglijke Judas,
U, Heer, de Schat des Levens, te verraden door list.
Als een roes snelt hij naar de Joodse Raad en zegt tot de wettelozen:
wat geeft u mij, wanneer ik Hem in uw handen overgeef om hem te kruisigen
” [herhalen]

Eer . . . nu en altijd . . .

All people will be blessed through us

    Gelukkig is de mens die de Heer vreest, die Zijn geboden vurig liefheeft.
Zijn zaad zal machtig zijn op aarde, het geslacht der gerechten zal gezegend zijn.
Heerlijkheid en rijkdom zijn in zijn huis; zijn gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen. In de duisternis is het licht op-gegaan voor de oprechten; de Liefderijke Barmhartige en Rechtvaardige. Goed is de mens, die zich ontfermt en te leen geeft.
Hij overweegt zijn woorden met oordeel, zodat hij niet wankelt in eeuwigheid.
In eeuwige Gedachtenis staat de rechtvaardige; hij vreest niet als hij slechte tijding hoort. Want zijn hart is bereid, en hij vertrouwt op de Heer. Zijn hart is standvastig en zonder vrees, zelfs wanneer hij zijn vijanden aanschouwt. Hij deelt uit en geeft aan de armen; zijn gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen. Zijn hoorn wordt verheven in Heerlijkheid; de zondaar ziet het tot zijn woede. Hij knarst met de tanden, maar verdwijnt, want elk zondig verlangen vergaat
”.

    Gij, Zijn dienaren, looft de Heer; looft de Naam des Heren. De Naam des Heren zij gezegend, van nu af tot in eeuwigheid. Van zonsopgang tot zonsondergang, zij de Naam des Heren gezegend. Hoogverheven boven alle Volkeren is de Heer; boven alle hemelen is Zijn Heerlijkheid. Wie is als de Heer onze God? Hij woont in de hoge, maar ziet neer op het  geringe van hemel en aarde. Hij richt de arme op van de grond, Hij heft de behoeftige op uit het slijk. Om hem te doen zitten bij vorsten, bij de vorsten van Zijn Volk. En de onvruchtbare doet Hij wonen in een huis, als blijde moeder der kinderen” Psalm 111[112] en 112[113] vert. ROK ’s-Gravenhage.

tn.1.
    Terwijl zij in vurige liefde Uw ongeschonden voeten afdroogde met de haren van haar hoofd,
riep[en] de Zonda[a]r[e]s zuchtend en wenend vanuit de grond van haar hart:
Verstoot mij niet, Medelijdende, verafschuw mij niet, mijn God;
maar aanvaard mij in mijn berouw, en red mij, U enig Menslievende”. [herhalen]

Eer . . . nu en altijd . . .

Maak je belofte aan de Redder der Levens waar, zondaar en leg het jezelf op als
dwingend gebod aan zo’n schitterend kleinkind van het Grote lied:
Mijn ziel, kruipt verlangend op naar de Opstanding uitroepend:
‘Heilig, Heilig, Heilig is onze God.
Door de gebeden van de Moeder Gods,
Heer wees ons zondaars genadig’“.
Denk daarbij opnieuw aan de waakzaamheid, die vorm van waakzaamheid welke onze beschouwende Kerkvaders, die vanaf oudsher tot de dag van vandaag, die in voortdurend gebed en vastende zelfkastijding systematisch de menselijke ziel hebben bewaakt, als vlijtige bijen hun korf van de ziel beschermend tegen elke aanvaller.
– Waakzaamheid, de controle van de ziel,
– Waakzaamheid, de beschermheilige van alle geestelijke arbeid,
– Waakzaamheid, de slapeloze bewaker van ons hart heeft onze Heer en Zaligmaker daar Zelf met onze doop geïnstalleerd.
Bij het ontbreken van deze waakzaamheid verworden wij tot een mengeling van omstandigheden en invloeden. Wij kronkelen onszelf in onze zelfzucht en
verworden tot de nietigheid welke deze wereld ons aandoet. We kunnen niet langer meer vreugde vinden, geraken gevangen in spijt, nutteloosheid en pessimisme en ontstaan er momenten waarop we ervaren dat we geen eigen wil geen zelfrespect bezitten; wij verworden tot buitenlanders in ons eigen lichaam.
– De Bruidegom nodigt ons uit om ons te doen herleven, teneinde de controle over onszelf te herwinnen.
– De Bruidegom, Die ons liefheeft onthult in Eigen Persoon onze mentale krachten.
– En bovenal werkt onze Bruidegom aan de vernieuwing van onze vrijheid.
De vrijheid van die teniet werd gedaan toen onze voorouders deze misbruikten om zich van de Schepper te verwijderen.
‘Weer Opgestaan’, noemen wij hetgeen onze ziel dan ervaart; we verlangen er opnieuw naar, vrij en levend te zijn, dicht bij Hem te zijn, Die ons met Zijn Genadegaven nooit heeft laten varen, zelfs niet toen Hij ons Zijn zoete blik afwendde.
Hij kwam, komt en blijft ons roepen en staat erop dat we herwinnen wat ons door onze zonde is afgenomen.
Hij kwam om ons Zichzelf aan te bieden, geheel en al, zonder aarzeling en trok ons verlossend weg van neerslachtigheid en losbandigheid.

De Kerk roept ons vandaag op om de Myron van onze liefde als Christus over alles en iedereen uit te storten.
” . . . . . de geur van de Myron verspreidde zich door het gehele huisJohn 12: 3, werd gezegd over het huis waar God verblijft – het betreft onze Kerk en niet alleen de Orthodoxe Kerk, maar het verspreid zich van alle kerken, die Christus navolgen. Door alle eeuwen heen hebben de Heiligen [Zij, Die Christus in hun hart meedragen], deze zoete geur van Myron om Zich heen verspreid.
Zij hebben dit op een dusdanige wijze gedaan, dat de Genadegaven van Christus, Die de Kerk -ook vandaag de dag- nog steeds verspreidt, de onvergankelijke Myron van het leven wordt genoemd, deze welriekende Myron vloeit zelfs soms als een Mysterie uit Orthodoxe iconen.

Heavenly Jeruzalem, ‘You see this city? Here God lives among men. He will make his home among them; they shall be his people….’ Apocalypse 21: 1-5. jpg

Laten wij allen vanavond onze ziel en levendige dankbaarheid verheffen, klaar om het uit te roepen:
Heilig, Heilig, Heilig bent U, o Heer, Sabaoth” [Sabaoth = Heer aller heerscharen, God van alle werelden], onze uitroep is alles wat ons verenigt.
Prijst de Heer, Die geduldig is , niet ontmoedigd is door onze menselijke tekort-komingen, maar onze Bruidegom komt als de bewaker van ons eeuwige leven.
Deze heilige God en Heer van alles, Hij is de Heilige, de enige Sterke, de enig Onsterflijke, Die in staat is om de listen van de tegen-strever [de Satan] te verslaan.
Hij, de Heilige, de enige onsterfelijke en Leven-schenker, de overwinnaar van de dood door het leven en
        Hij gaat ons bij door ons te overweldigen in Zijn Licht.
Wij reageren op Christus’ oproep, Heer, bevrijdt ons van de lusteloosheid als gevolg van de ziekelijk zonde, laat ons door de overgave aan Uw ondoorgrondelijk Grote Liefde voor de mensen het leven weer ter hand nemen – dankzij het geven dat U ons als uw dienaren aanvaard!

En wanneer we ons voorbereiden gereed maken, strekt onze Heer dezelfde uitnodiging uit aan ons zoals Hij Zich tot Jacobus en Johannes wendde.
Voor ieder van ons die Zijn Glorie willen zien, die ernaar verlangt aan Zijn zijde te verblijven bij het Groot en Heilig Pascha, zegt Christus eerst tot jou en tot mij:
” . . . . . Maar ben jij in staat en bereid om de beker te drinken waarvan ik drink? 
Ben jij in staat met mij deze Grote en Heilige Week op te trekken?
Ben jij bereid aan Mijn zijde te staan ​​en het door God, onze Vader aangeboden Kruis met Mij te dragen en daarmee werkelijk Mijn Volgeling te zijn?
Christus verlangt dat je volmondig ‘ja’ zult zeggen.
En de Kerk hoopt daarbij dat het groot en Heilig Pascha niet alleen een zondag is waarop christenen, als Zijn Volgelingen komen opdagen, want ieder Zondag van het jaar dat volgt wordt Zijn Opstanding volmondig in de hymnen, de Apolytikia
bezongen.

 

Orthodoxie & Pascha, Pasen overeenkomstig de Orthodoxe Traditie [overzicht]

Het woord “Πασχα”, Pasen in het Grieks,
komt voort uit de Joodse “Pasah”, wat “Pascha” betekent.
Het Joodse Volk en hun nakomelingen vieren tot op de dag van vandaag “Pasah” om hun bevrijding van de Egyptenaren en de doorgang van de Rode Zee te herdenken, terwijl christenen de opstanding van Christus de Verlosser vieren en de overgang van dood naar leven.
Het overeenkomstige Griekse woord voor “Pascha” is “Λαμπρη” [Lambri = stralend] omdat de dag van de Opstanding van Christus vanaf het begin van de Kerk [met Pinksteren] als een dag vol van vreugde en opwinding wordt ervaren. We zijn immers verlost van het zware juk van de onontkoombare menselijke dood; Christus heeft ons verlost en wij roepen uit “Christus is opgestaan” ; ja, ‘Hij is waarlijk opgestaan” en dit vieren we ‘elke zondag‘, maar met Pascha in het bijzonder.
Pasen is een van oudsher een vakantieperiode – in ons land onder invloed van niet-gelovigen teruggebracht tot twee dagen. In de wereld vieren ze liever lentevakantie en dat schijnt hun goed recht te zijn, zij ontkennen hun christelijke achtergrond en de opvoeding van hun voorouders.
De viering valt op de eerste zondag na de volle maan van de lente-equinox [het punt in de baan van de zon om de aarde waarop zij de evenaar raakt], wanneer je nu naar buiten kijkt zie je dat het volle maan is, derhalve is het in 2018 dus eerst op 8 April Orthodox Pascha – in tegenstelling tot de westerse kalender.
Pasen is verreweg de heiligste en grootste van de Orthodoxe feestdagen, maar het is ook het meest vreugdevolle, een viering van de lente, van onze wedergeboorte in zijn letterlijke en figuratieve zin.

vasten
De 40 dagen van de vastentijd, beginnend na vergeving’s-zondag [8weken maal 5 dagen]  wordt op de schone maandag voortgezet als de voorbereidingsperiode voor Pasen. Tijdens deze periode bereiden orthodoxe mensen zich voor op de Heilige Dag van de Opstanding van Christus, het orthodoxe ‘Pascha’.
De 40 dagen vasten zijn een oefening voor lichaam en geest. Veel tradities met betrekking tot deze periode geven een heel speciaal karakter aan het Pasen.
Wanneer orthodoxe kinderen opgroeien, stellen zij zich de vastenperiode voor als een dame met 7 voeten, zonder mond, symbool voor de vastenperiode waar geen vlees, melk, eieren of vis gegeten zal worden en soms zelfs geen olijfolie op woensdag en vrijdag.
Aan het einde van elke week snijden we een voet en de laatste voet is voorafgaand aan de Grote en Heilige week.
De enige dag dat we ronduit vis eten, is 25 maart, de dag dat Engel Gabriël de Theotokos [de Moeder Gods] de maagd Maria aankondigde dat zij Christus zou baren. Deze dag wordt jammergenoeg in een enkele dag overschaduwd als viering van een nationale bevrijdingsdag, omdat deze dag op 1821 de Grieken een oorlog begonnen voor onafhankelijkheid van Turken. Voor ons westerlingen is dit een misbruik van een feestdag met een veel diepere betekenis, waarop een veel grotere bevrijding wordt gevierd en roept de herinnering aan een oorlog alleen maar ergernis op, maar ergernis dienen we met name in de vasten af te leggen.
Onafhankelijk van de datum dat we “Pascha” vieren, valt de vastentijd voor een deel in maart en zeggen we: “maart is nooit afwezig in de vastentijd“. Deze uitdrukking wordt gebruikt voor mensen die bij elke belangrijke gebeurtenis aanwezig willen zijn en dank geen dienst in de vastentijd missen. In de vastentijd worden er indrukwekkende diensten gehouden, zoals de dienst van de vooraf-gewijde gaven en de dienst rond de hymne aan de Moeder Gods, de Akathist. Tijdens de vastentijd worden er in de orthodoxe Kerk absoluut geen bruiloften ingezegend. 

Zaterdag van Lazaros
De laatste dag voorafgaand aan de Grote en Heilige Week is de zaterdag van Lazaros. Lazaros was een zeer goede vriend van Christus en zijn opwekking uit de dood  door Christus is een teken voor Christus’ Eigen Opstanding een week later.
Op deze dag bakken vrouwen, in sommige dorpjes, kleine broden met de vorm van een menselijk lichaam, de “lazarakia” en gaan kinderen van huis tot huis, zingend over Lazaros en zijn opwekking uit de dood.
Op vrijdag voorafgaand aan de zaterdag van Lazaros worden de scholen in Orthodoxe landen voor twee weken gesloten!

De Grote en Heilige Week – Μεγάλη Εβδομάδα [Megali Evdomada]

Palmzondag [Κυριακή τον Βαΐων – Βαϊοφόρος]
Palmzondag is het begin van de Grote en Heilige Week. In de ochtend bieden alle kerken palmbladeren uit, die herinneren aan de triomfantelijke intocht van Christus in Jeruzalem vóór Zijn lijden.
We mogen, die dag vis eten; gewoon om wat kracht op te doen om het vasten nog 6 dagen voort te zetten. Weet wèl dat het vasten een vrijwillige voorbereiding is, welke ieder gelovige voor zichzelf invult [soms in overleg met de biechtvader] kinderen, zieken en ouderen mogen zelfs niet vasten, teneinde hun lichamelijke behoeften niet tekort te doen. Vasten draait niet alleen om het ‘niet’-eten, je kunt je op allerlei wijzen voorbereiden op het Pascha [bijv. door geen tv of andere elektronische apparatuur te gebruiken òf door eens wat minder te converseren [onnodig kletsen], opdat je beter geconserveerd [verduurzaamd] zult worden met het oog op Pascha.
De middag van Palmzondag en elke middag van de Heilige Week gaan mensen naar kerken om de “Ακολουθία του Νυμφίου” bij te wonen, een speciale dienst voor de bruidegom. 

Heilige maandag [Μεγάλη Δευτέρα]
We gaan uitgebreid inkopen doen teneinde de goederen in huis te halen die we de volgende dagen gaan bereiden. Het lammetje, de eieren, etc.
’s-Avonds gaan we allemaal naar de kerk [de lezingen van de diensten in deze week zijn erg belangrijk en zullen de komende dagen in het voetlicht worden gesteld].

Heilige dinsdag [Megali Triti]
De voorbereidingen beginnen en het vasten gaat door.
’s-Avonds luisteren we in de kerken naar de χυμνέ Κασσιανή [hymne van Kassiani].

Heilige woensdag [Μεγάλη Τετάρτη]
Op de grote en heilige woensdag wordt de dienst van de heilige zalving uitgevoerd [ dit is een Mysterie [=Sacrament] en derhalve alleen voor Orthodox gelovigen te ondergaan.

Genezing wordt slechts via Jezus Christus bewerkstelligd – Geloof het en neem het in ontvangst; Healing comes through Jezus Christ, believe it & receive!

Het is hetzelfde als de ziekenzalving, welke hier in het westen veelal voorafgaand aan het stervensproces wordt voltrokken
Terwijl de gelovigen knielen wordt doorgaans na een voorafgaande biecht – in een speciale dienst een heilige oliezalving door de priesters [indien aanwezig 7x]  gegeven,  om vergeving van misstappen te ontvangen.  ’s-Avonds wordt in sommige [veelal bisschoppelijke kerken of kloosters],  het middelpunt van de ceremonië en de diensten eveneens het “Wassen van de voeten van de discipelen” voltrokken. Op het eiland Patmos bijvoorbeeld, is er een platform opgericht op het plein van de hoofdstad, dat voor deze gelegenheid altijd druk bezocht wordt.
Tijdens de ceremonie, die ongeveer anderhalf uur duurt, wast de bisschop, die ‘de rol van Christus‘ op zich neemt, de voeten van twaalf monniken – de discipelen – in navolging van de handeling van Christus vóórafgaand aan Zijn kruisiging.

Heilige donderdag [Μεγάλη Πέμπτη]
De voorbereidingen voor de viering van de Opstanding beginnen op grote en heilige donderdag. Op die dag bereiden de huisvrouwen traditioneel τσουρέκια [waar onze uitdrukking zoete broodjes bakken vandaan komt], αυγοκουλουρα [koekjes met meel en eieren], ούζου [koekjes met bloem en de drank ouzo] en worden de eieren met speciale rode kleurstoffen gekleurd.
Al sinds de oudheid symboliseert het ei de vernieuwing van het leven en symboliseert de rode kleur het bloed van Christus. Vroeger plaatsten mensen het eerste rode ei op het naambordje van het huis om boze geesten uit te drijven.
In sommige dorpen markeerden ze tevens de kop en de achterzijde van kleine lammeren met dezelfde rode kleurstof die voor het verven van de eieren werd gebruikt [zij hadden immers het Pasen overleefd].
Ze gebruikten ook een van de grote ronde Μεγάλη Πέμπτη-broden [met ingebakken rood ei] in de gezins-gebedshoek, de iconenhoek om de leden van de familie te beschermen tegen kwade invloeden.

Op de ochtend van de heilige donderdag bezoeken groepen kinderen alle buurten van de stad, ze dragen manden, zingen en verzamelen bloemen om de επιτάνιων [een icoon van Christus in het graf, veelal een prachtig geborduurd kunstwerk] de doodsbaar van Christus te versieren.
De epitaphion-processie vindt plaats in de vroege ochtenduren op vrijdag, na de Crucifixion-ritus, waarna het ook gebruikelijk is dat vrouwen in de kerk blijven om de traditionele klaagzangen te zingen.
’s- Avonds in kerken vindt de dienst van de Twaalf Evangeliën en de uitvoering van Christus’ kruisiging plaats.
De gelovigen brengen uit dankbaarheid aan Christus’ offer bloemen kransen, welke vóór en áán het kruis worden opgedragen.

Heilige Vrijdag [Μεγάλη Παρασκευή]
Vrijdag is de meest indrukwekkende en aandoenlijke dag van de grote en Heilige Week, de dag van het hoogtepunt van de passie van Christus waarbij Christus [letterlijk] van het  het kruis wordt verwijderd en de begrafenisdienst van Christus plaatsvindt.
Dit is dezelfde dienst als de begrafenisdienst van een priester.
In Orthodoxe landen zijn de winkels en alle soorten voorzieningen tot 12 uur gesloten, het einde van de “Αποκαθήλωση”, de rouwende processie die ’s-ochtends [in verband met d economia veelal ’s-avonds] een icoon van het lichaam van Christus op de dodenbaar [
Επιταφιων] door het dorp, de wijk of binnenstad wordt rondgedragen.
Tijdens het moment dat het lichaam van Christus van het kruis wordt verwijderd, wordt de afbeelding onafgebroken vereerd met rozenblaadjes en op uiteindelijk na de hele processie-ceremonie het Heilige Altaar [achter de iconostase] geplaatst, waar tot aan Hemelvaart de Liturgie op de de dodenbaar [
Επιταφιων] gevierd wordt.
De gehele dag luiden de kerkklokken met een diep-doordringend sonoor rouwend geluid. Omdat het een dag van rouw is, doen huisvrouwen geen klusjes meer in huis, zelfs het koken wordt vermeden en wordt er streng gevast.
Vrouwen en kinderen gaan naar de kerk om de baar [veelal een groot houtsnijwerk] van Christus te versieren met bloemen die ze verzamelen hebben of eerder aangeschaft hebben.

De Klaagliederen worden ‘s avonds tevens nog vervolgd  en afgesloten door de processie van de Epitafen die in processie met drie rondes over het plaatselijk kerkhof. De doden treuren vanuit hun plaats ergens in de eeuwigheid mee met de gelovigen van de Kerk. Soms verzamelen de verschillende Epitaphions van de parochies zich in grote dorpen of steden met meer dan één kerk op het hoofdplein en zingen alle mensen en priesters de Klaagliederen.

Heilige [stille] Zaterdag [Μεγαλο Σαββατο]
Op de heilige zaterdag wordt ochtendgebeden [metten] uitgevoerd.
Tijdens de dienst verwisselen de priesters hun kledij van zwart naar wit en  strooien basilicumbladeren en rozenblaadjes rond, terwijl de kerkklokken keihard de voorvreugde rondbazuinen en de hymnes worden gezongen ter ere van God.
In veel streken is men gewend het lawaai van een ‘aardbeving’ te evenaren. Dit is een soort weer laten plaatsvinden van de aardbeving die plaatsvond na de Wederopstanding, zoals beschreven in de Blijde Boodschap, waarbij Christus in de hades is afgedaald en de doden uit het graf verrijzen.
De menigte gelovigen slaan op ritmisch wijze [van de talendon] op de kerkbanken [oproepend tot gebed en dank aan God], terwijl buiten een chaos de overhand neemt, met [militair] geweervuur, knal- en vuurwerk.
Dit is een onderdeel van de ceremonie ‘Eerste opstanding’, waarbij heel zachtjes de hymne van het Χριστος ανεστη [‘Christus is opgestaan’] klinkt.

Laat in de [zaterdag-]avond, om ongeveer 11 uur, verzamelt iedereen zich op het kerkplein – voorafgaand wordt veelal nog in de kerk, de handelingen van de Apostelen gelezen tot het 11 uur is.  In alle Orthodoxe landen vindt de ceremonie plaats op een platform vóór de kerkdeur. Iedereen houdt een kaars die later pas wordt aangestoken door het heilig Licht [van Christus].
Vóór middernacht worden alle lichten van elke kerk uitgeschakeld en verschijnt de priester aan de koninklijke of de kerkdeur die het heilig licht aan ieders kaars aanbiedt. De priester roept uit: “δευτέ λάβετε φως” [defte lavete fos, hetgeen betekent: “komt allen en neemt het Heilige Licht].
Deze unieke vlam komt rechtstreeks van de Heilige Graf van Christus in Jeruzalem en dit Licht ontstaat daar in de grafkerk op Mysterieuze [wonderbaarlijke] wijze – zonder enige menselijke betrokkenheid. Een helicopters en vliegtuigen vetrekken vanaf Jeruzalem om het Heilige Licht op alle bereikbare plaatsen te verspreiden.
Zodra mensen het Goddelijk Licht ontvangen hebben, precies om middernacht, neemt de priester de heilige icoon van de Opstanding en stapt hij op het speciale platform buiten de kerk.
De tweede Opstanding vindt plaats zodra de priester uitroept: ‘Χρήστος Ανέστη’ of in welke taal van de wereld dan ook, hetgeen betekent dat dat “Christus is Opgestaan”, en vervolgens begint een enorm en prachtig vreugdevuur.
Iedereen schudt elkaar de hand, kruipt in elkaars armen en wenst een Heilig [=Heel] Pasen voor iedereen om hen heen en wordt de zogenaamde “vredeskus” uitgewisseld. Het wordt als een geluk beschouwd om thuis te komen terwijl je kaars nog steeds brand! Met dit “Heilige Licht” van de kaarsen maken mensen driemaal [een blakerend] het teken van het kruis op de deurpost boven de voordeur van hun huizen hetgeen voor het komend jaar geluk zal brengen.

5e Zondag van de Vasten – dit jaar het feest van de Annunciatie van Maria, de Theotokos i.p.v. Maria van Egypte.

 

Annunciatie‘ en zij werd de ‘God’-barende; “البشارة” وأنها أصبحت “الله” الحامل; «Ευαγγελισμός» και έγινε ο «Θεός» που φέρει; “Verkündigung” und sie wurde zum “Gott”; ‘Annunciation’ and she became the ‘God’ -bearing.

      Na die dagen werd Elisabeth, zijn vrouw, zwanger, en zij verborg zich vijf maanden, want, zei zij: ‘Aldus heeft de Heer aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij neerzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen’.
       In de zesde maand nu werd de engel Gabriel van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth, tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Joseph, uit het huis van David, en de naam van de maagd was Maria.
      En toen hij bij haar binnengekomen was, zei hij: “Wees gegroet, gij vol van Genade, de Heer is met u’. Zij, [de maagdelijke mens] ontroerde bij dat Woord en overlegde, welke de betekenis van die groet mocht zijn.
      En de engel zei tot haar: ‘Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt Genade gevonden bij God.
En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Heer God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als Koning over het huis van Jaäcob heersen tot in eeuwigheid, en Zijn Koningschap zal geen einde nemen’.
     En Maria zei tot de engel: ‘Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb?’.
     En de engel antwoordde en zei tot haar: ‘De Heilige Geest zal over u komen en de Kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden.

    En zie, Elisabeth, uw verwante, is eveneens zwanger van een zoon in haar ouderdom en dit is reeds de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar heette. Want geen Woord, dat van God komt, zal krachteloos wezen’.
    En Maria zei: ‘Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw Woord’.
En de engel ging van haar heen
Luc.1: 24-38.

      Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen en Hij zegt:
        ‘Uw naam zal ik aan mijn broeders verkondigen, in het midden van de gemeente zal ik U lof zingen; en wederom: Ik zal op Hem vertrouwen, en wederom: Ziehier ik en de kinderen, die God mij gegeven heeft. Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de Macht over de dood had, de duivel, zou onttronen en allen zou bevrijden, die gedurende hun gehele leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.
Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham’.
        Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen.
Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komenHebr.2: 11-18.

lezing Metten:

Αγιογραφίες, de begroeting van Elisabeth bij het bezoek van Maria

      Maria dan maakte zich op in die dagen en reisde met spoed naar het bergland naar een stad van Juda. En zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth.
       En toen Elisabeth de groet van Maria hoorde, geschiedde het, dat het kind opsprong in haar schoot, en Elisabeth werd vervuld met de Heilige Geest. En zij riep uit met luider stem en sprak: ‘Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de Vrucht van uw schoot.
       En waaraan heb ik dit te danken, dat de moeder van mijn Heer tot mij komt?
Want zie, toen het geluid van uw groet in mijn oren klonk, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. En zalig is zij, die geloofd heeft, want wat vanwege de Heer tot haar gezegd is, zal volbracht worden’.
       En Maria zei: ‘Mijn ziel maakt groot de Heer en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland, omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat van zijn dienstmaagd. Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten, omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige’Luc.1: 39-49,56.

Het is dit jaar heel bijzonder, want het feest van de Blijde Boodschap aan de Moeder Gods, de Theotokos valt in de Juliaanse [nieuwe stijl] kalender op de 5e Zondag van de vasten.
Deze zondag, die van oudsher wordt toegewijde aan Maria van Egypte.

Je behoeft je in deze wereld nergens over te verwonderen, dit kan niet anders of dit dient een hoger doel. De Orthodoxe wereld schrikt echter eveneens op naar aanleiding van het feit dat er vanuit Rome een oproep klinkt 2e Pinksterdag aan de Moeder Gods toe te wijden – een dag, die in de Orthodoxe kalender is toegewijd aan de Heilige Geest.
Al met al signalen, welke niet voor niets afgegeven worden en waarbij wij het een en ander te overwegen hebben en dat doen we dan ook.
Neem van mij aan – als voormalig Rooms Katholiek, na de perikelen van het 2e Vaticaans Concilie uit balans geraakt en m’n Christelijke voortgang via de vroeg-Christelijke Orthodoxe Kerk hervonden hebbend, neem ik een uitspraak van één van de voorlieden binnen de Kerk nog steeds serieus.
Paus Franciscus mag voor mij -onder de mensen- de eerste onder gelijken zijn en Metropoliet van het diocees Rome, ik zal me toch dienen af te vragen wat bedoelt Hij daarmee, Hij meent immers het gelijk, ‘de Waarheid’ aan zijn kant te hebben.
De Rooms Katholieke Kerk heeft naar mijn menig de neiging de Moeder Gods op een dermate hoog voetstuk te zetten, dat zij haast aan God gelijk is geworden; derhalve gaan bij mij allerlei alarmbellen af. Ontbreekt het aan aandacht voor  de Moeder Gods, op de feestdagen, welke vanaf oudsher door de Kerkvaders zijn vastgesteld?

Wij Christenen dienen zo vaak als mogelijk aan God toe te geven en Hem in de kleinste dingen te waarderen, wanneer dit door de wereld in beslag wordt genomen en bij dit verloren gaan dienen wij ons af te vragen of we ons gevoel van verwondering tot God niet verliezen. De moderne ontwikkelingen als aanzienlijke verbeteringen in transport, koeling, technologie en materieel comfort brengen ons ertoe dat ten minste sommige vormen naastenliefde i.p.v. een zegen een bedreigd verschijnsel aan het worden is.
De westerse wereld begrijpt bijvoorbeeld niet meer wat het Christelijk concept van broederschap en zusterschap inhoudt; de westerse wereld houdt ons immers voor dat je je vrienden dient te zoeken onder mensen, die nèt zó denken en ongeveer hetzèlfde inkomen hebben en zich bij dezèlfde partijen aansluiten [en bij gemeenteraadsverkiezingen gelijkwaardig stemmen] en zo’n beetje hetzèlfde ‘golflengte’-gebrek of -geneugte hebben als jij. Zulke mensen zijn lekker veilig en zij zullen niet opeens om een hulpverleningsgesprek of financiële ondersteuning vragen. Indien je een gedegen afstand tot hen houdt, zal de relatie niet besmeurd geraken met verwachtingen en verplichtingen.
         Zulke vriendschappen zijn ‘mooi’ zolang de bodem niet onder je leven [je voeten] wegvalt, wanneer je geconfronteerd wordt met een dringend probleem, langdurige werkloosheid, een intens tragisch verlies of een ernstige ziekte. Plotseling realiseer je jezelf eerst dàn pàs, dat er niemand is die zich veel van je aantrekt. Je hebt niet geïnvesteerd in het leven van iemand anders en nu je zelf iets moet opnemen, staat er dus ook geen tegoed op de vriendschapsbank.
Christelijk vriendschappen zijn anders. Je vindt een paar broeders en zusters en besluit van meet af aan dat je jezelf voor hen zult weggeven. Je investeert tijd, energie en vaak ook geld in hen, de monastieke weg is dat je ook die barrière loslaat en jezelf arren moede oplegt – alles loslaat en daarbij geheel op God vertrouwt.

Ascese en haar grootste bewustzijn
Dit is nu precies waar het, met name in de westerse wereld, faliekant verkeerd is gegaan – vanaf zo’n beetje het tweede millennium werden de voorgangers van de spelleiders [de priesters] geworven uit de elite, de welgestelden, de prinsen, graven en aanzienlijken – dit terwijl de bisschoppen van oorsprong [in de vroeg-Christelijke Kerk] uit de ervaren en doorleefde monnikenstand werden geroepen. Dit personeelsaanbod was  namelijk ‘gepokt en gemazzeld’ in de eenvoud, in de ontbering en ascese.
Dit principe is in de westerse kerken losgelaten – er werd/wordt aan carrière-planning gedaan, m.a.w. wat dien ik [voor de buitenwereld] te doen om hogerop te komen. Er wordt niet langer gekeken naar hoe iemand werkelijk is, wanneer er niemand kijkt òf niet alert genoeg is!
     In de oorspronkelijke Kerk wist je van je broeders en zusters op èlk moment dat je zó maar vijf of zes vrienden kon opbellen, die je een vervoermiddel, een plek om te wonen [kerk te houden] en alle benodigde hulp kon verkrijgen – dat is een van de grootste Genadegaven van het christelijk samenleven.
    Een dergelijk onvoorwaardelijke opofferende liefde is het fundament van ware broeder-, zuster-kaste en tevens basis voor een gezond en sterk huwelijk – en het sterkste huwelijk in de wereld is de ascetische wereld, waarbij de mens zich met hart en ziel vergaand aan God en de Goddelijke dienstbaarheid aan de mens heeft overgegeven. Ook in onze leken-woonomgeving in de wereld kan die Liefde zich tot vele mensen uitstrekken en een verrukking van ‘hèt Leven’ betekenen.
     Van huis uit is mij altijd bijgebleven: ‘Zorg dat je de mensen liefhebt, die jouw liefde het meest nodig hebben’.
Er zit echter -‘een addertje onder het gras’- want indien je jezelf opoffert en werkelijk toewijdt aan anderen, zul je al snel merken hoe buitengewoon uitputtend dat is. Wanneer je een periode lang gegeven, gediend èn opgeofferd hebt, kun je het gevoel gaan krijgen als òf je verdoofd, verslaafd bent, alsòf je niets meer te geven óver hebt, je begint opgebrand te geraken, je tank is leeg. 
      Sommige mensen met een sterk gestel en behoorlijke wat zelfdiscipline zeggen: ‘Zelfs al heb ik geen greintje liefde meer, ik blijf geven. Het gaat om de daad en niet om de gevoelens’. Hoewel ze daar volkomen gelijk in hebben komen ze uiteindelijk op het punt dat ze niet alleen leeg zijn maar ook negatieve gevoelens krijgen. Negatieve gevoelens op mensen die belangrijk zijn voor God, misschien zelfs kwaad zijn op God, Die hen maar laat aanmodderen.
      Iedereen, die zich in de frontlinie bevindt, kent dit gevoel: ‘Ik kan het niet aan, nòg meer hartzeer, nòg meer noden, nòg meer pijn, nòg meer mensen. Kon ik maar gewoon weglopen, een muur om me heen bouwen en kluizenaar worden’.
Dat is het ogenblik dat je zwaar op de proef gesteld wordt, in de verleiding komt om maar helemaal te stoppen met liefhebben. Dit door crisis komen voor op pastoraal vlak, dáár hebben de heren voorgangers van de spelleiders nauwelijks weet van – dàt is natuurlijk één manier om om te gaan met overspanning van je herders-honden.
Maar voor de slachtoffers is er een betere manier; het is mogelijk totaal door je liefde heen te geraken, door bijvoorbeeld een sabbatical  te nemen en je tank weer eens helemaal bij te vullen. Het is mogelijk mensen lief te hebben, niet alleen maar opofferend, maar ook volhardend. Dat is hetgeen waartoe God ons roept: ‘liefhebben van mensen is geen honderd meter sprint, maar een marathon‘. Daarvoor dienen we te leren hoe we weer op de been kunnen komen, bij kunnen tanken indien we door onze liefde heen beginnen te geraken.
          En David geraakte zeer in het nauw, omdat het Volk ervan sprak hem te stenigen, want het gehele volk was bitter gestemd, ieder om zijn zonen en dochters. Maar David sterkte zich in de Heer, zijn God. [m.a.w. hij nam een rustperiode] 
Toen beval David de priester Abjatar, de zoon van Achimelek: Breng mij de ephod. En Abjatar bracht David de ephod.
Daarop vroeg David aan de Heer: Moet ik deze bende achtervolgen? Zal ik ze inhalen? En de Heer antwoordde hem: Achtervolg, want stellig, gij zult hen inhalen en je volksgenoten bevrijden
1Samuel 30: 6-8.
            De ephod de heilige, hoogpriesterlijke kledij, de kleding, die wijst op het geestelijk schaduwbeeld van de levenswandel; deze heilige kleding duidt dus op de levensheiliging en werd dus door David gebruikt om de Eeuwige te raadplegen. Met andere woorden David liet de mensen met hun onophoudelijke eisen even alleen. Hij nam tijd voor zichzelf, ging er op z’n eentje op uit en had een lang gesprek met God, welke Zich aan hem openbaarde:
    Onze God is toevlucht en Kracht. Hij is een Helper in de beproevingen, die zo hevig over ons zijn gekomen. Daarom vrezen wij niet zelfs niet tijdens een aardbeving” [en wat ons ook overkomt]
Psalm 45[46]: 1,2.
Onze Heer en Verlosser deed hetzelfde na de genezing van de melaatse mens:
      Maar het gerucht over Hem ging steeds verder rond en vele menigten stroomden samen om te horen en zich te laten genezen van hun ziekten. Doch Hij trok Zich terug in de eenzame plaatsen om daar te biddenLuc.5: 15-16.
Wanneer nu zowel David als de Heer Zelf, Die ons verlost van alle ongerechtigheden van tijd tot tijd hier op aarde z’n menselijk lichaam rust diende te geven om bij te tanken, dan dienen mensen, die geestelijk actief zijn dat zeker. Wij menselijke wezens, òf we nu leken of hiërarchen zijn, dienen om te weten wat Gods Wil is, de bron voor Goddelijke Wijsheid te volgen over de weg die de mens dient te gaan en daar niet van af te wijken.
Daarom was het de normaalste zaak van de wereld, dat leidinggevenden in de Kerk, geronseld werden uit de asceten, die een ascetisch levenswandel achter de rug hadden en zich als David en de Profeten zonder comfort en genoegens van de wereld hadden bekwaamd.
De boom des levens die opstijgt uit de diepte der aarde bevestigt het Geloof in de Opstanding van Christus, Die erop genageld werd. Opgeheven in de hand van de priesters, verkondigt het Zijn Hemelvaart, waardoor het vlees waaruit wij gemaakt zijn, ontheven aan zijn aardse mislukking, reeds leeft in de hemelen
– uit: Kruisverering’s Hymne, 3e Zondag van de vasten.

Onvoorwaardelijke overgave

Theotokos, zwanger – Onvoorwaardelijke overgave; Theotokos, pregnant – Uncondational surrender;           أم الله ، حامل – الاستسلام غير المشروط.

Werkelijk liefhebben is niet gemakkelijk, het zal immer méér energie kosten dan je jezelf ooit hebt kunnen voorstellen.
De engel zei tot een ‘in stilte levend’ meisje in een gehucht Nazareth – wat kon dáár nú voor ‘goeds’ [goddelijks] uit voortkomen:
Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt Genade gevonden bij God.
En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Heer God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als Koning over het huis van Jaäcob heersen tot in eeuwigheid, en Zijn Koningschap zal geen einde nemen”.
Nadat zij tegensputterde met de woorden:
Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb?”, verzekerde de engel Gabriël haar dat hij/zij een goede bron was en “kwam de Heilige Geest over haar en werd zij overschaduwd door de Kracht van de Allerhoogste”.
Zij leefde in ascetische maagdelijke omstandigheden en vervolgde ook tijdens de actieve jaren van haar zoon, onze Heer Jezus Christus, haar leven op de achtergrond. Ook vóór en ná Pinksteren was zij het stilzwijgend middelpunt van het christelijk leven in de navolging van Christus, in het op zich nemen van Zijn Kruis, Zijn juk en in het volgen van Hem op de weg van de Blijde Boodschap, die Hij verkondigd heeft.
Eén van de deugden die het meeste past bij de leerlingen van Christus is wel ‘de nederigheid‘, welke gepraktiseerd werd in gemeenschap.
De nederigheid is geen bijkomstig aspect van het geestelijk leven van de christen:
de natuur van de mens is nederig en het is God die haar verheft tot zijn eigen heerlijkheid.
De nederigheid is geen negatieve waarde, zij is :
De wortel van de mens in de aarde geplant;
haar/zijn vruchten klimmen op voor de Heer van de grootheid
’.
Door nederig te blijven, ook in de aardse werkelijkheid waarin
de mens z’n leven indeelt, kan de christen in relatie treden met de Heer:
De nederige is nederig, maar haar/zijn hart verheft zich tot hemelse hoogten.
De ogen in haar/zijn gelaat beschouwen de aarde en
de ogen van haar/zijn geest de hemelse hoogte
’.
In de vroeg-christelijke Kerk beogen de volgelingen van Christus zich in een heldere ascetische en geestelijke dimensie:
Het Geloof is er de basis, de grondslag van;
Het maakt van de mens een tempel waar Christus Zelf woont.
Het Geloof maakt daardoor een oprechte liefde mogelijk, die
zich uitdrukt in de liefde jegens God en jegens de naaste.
Een ander belangrijk aspect van het vroege Christendom is het vasten,
welke door haar/hem in een brede zin wordt verstaan.
Het spreekt vanzelfsprekend over het vasten wat het voedsel aangaat als
van een noodzakelijke praktijk om liefdevol en maagdelijk te kunnen zijn;
over het zich onthouden van ijdele of afschuwelijke woorden,
over het zich weerhouden van de toorn,
over het zich ontzeggen van het eigendom van goederen met het oog op het dienstwerk,
over het zich ontzeggen van de slaap om zich aan het gebed te wijden.
Op deze wijze hebben de apostelen met in hun midden de Theotokos, de Moeder Gods, zich vanaf den beginne als voorbeeld gesteld voor de uit hun voortvloeiende Kerk, het Lichaam van Christus.
Het is derhalve niet vreemd dat onze jongeren -zich ‘dìt’ realiserend- zich verbazen en verontwaardigd toezien op de ontwikkelingen, die de Kerk in de loop der eeuwen heeft voortgebracht. Zij zijn niet zo zeer negatief gestemd op datgene wat de Kerk heeft – naar wat zij allemaal bezit, maar zij herkennen zich ‘niet langer’ in datgene wat de Kerk met de mond belijdt.
Nadat de Kerk alle tijd, al haar energie en al haar onroerend goed dat zij heeft kunnen missen verbruikt heeft, zal zij weer tijd dienen uit te trekken om tot zichzelf te komen, zodat zij weer kan putten uit de onnoembare Schat, Die tot haar beschikking staat.

Apostelen Petrus & Paulus, icoon I.M. Karakallou, Athos.

Deze opofferende Liefde zal een grotere beloning opleveren, dan Die waar zij ooit van gedroomd heeft. Zelfs haar Apostelen Petrus& Paulus, op wie de Kerk gebouwd is, verhalen van een moment in hun leven waarop zij zich begonnen af te vragen of alle op-offeringen, die zij zich getroost had, het wèl waard waren.
Na veel afzondering en gebed kon Petrus het antwoord herinneren: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?Matth.19: 27. Hij herinnert zich daarop dat Onze Heer en Verlosser dit antwoord gaf: “ Voorwaar, Ik zeg u, jullie, die Mij gevolgd zijn, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de Troon van Zijn Heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël [de Kerk] te richten. En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn naam, zal vele malen méér terugontvangen en het eeuwige leven erven. Maar véle éersten zullen de laatsten zijn, en véle láátsten de éerstenMatth.19: 28-30.
Het gaat hier in dit Christelijk antwoord om de gehechtheid aan de wereld, welke de spelleiders [de priesters] en hun hiërarchische structuur dienen ‘lòs’ te laten.
Want het Koninkrijk der Hemelen is gelijk aan een Heer van het Huis, die ’s-morgens vroeg arbeiders voor Zijn wijngaard ging huren. Toen Hij het met de arbeiders ééns geworden was voor slechts één schelling per dag [het minimum loon] zond hij hen in Zijn [Goddelijke] wijngaardMatth.20: 1,2.
Wanneer de mens, zowel clerus als leken zichzelf weggeven aan God en aan de anderen, zal God dit offer noteren in de Hemelse kanalen. De beloning die Hij dàn over ons zal uitstorten, zal zó overvloedig zijn, dat wij ons allen – inclusief onze jongeren – zullen verwonderen over de overvloed in ons leven. Wij zullen merken dat de gehele wereld uitbreekt in spontane uitbarstingen  van aanbidding.
In de Blijde Boodschap staat dat het Volk Israël [de Kerk] al snel na de bevrijding uit Egypte de oase Elim bereikte, in het middelpunt van de woestijn was er schaduw en vers water.

Maria van Egypte en de beker van het Heil

Israël [de Kerk] ontvangt dáár verkwikking. Ook Maria van Egypte vond dáár eveneens haar verlossing, nadat zij van de hieromonnik Zosimas de gaven uit de kelk ontvangen had.
Wij zoeken als Kerk verkwikking in de Blijde Boodschap, het Woord van onze Heer en Zaligmaker Jezus Christus.  Nu is Hij, vanuit de Vader en de Heilige Geest onze bron alwaar wij allen uit mogen putten.
De slotzegen aan de Kerk is geen ‘zegenbede’ het is niet minder dan een vrome wens; het is een Genadegave van God aan de Christelijke Gemeenschap geschonken:
Dat Christus, [Die opgestaan is uit de doden], onze waarachtige God, Zich over ons ontfermen en ons redden:
– door de Kracht van het kostbare en levendmakende Kruis;
– door de gebeden van Zijn al-onbevlekte Moeder Gods;
– door de bijstand van de roemrijke, Hemelse Krachten van de engelen;
– door de smeekbeden van de eerbiedwaardige, roemrijke Profeet, Voorloper en Doper Johannes;
– van de heilige, roemrijke, alom-geëerde Apostelen;
– van de heilige, roemrijke overwinning-dragende Martelaren;
– van de eerbiedwaardige, Christus-dragende Vaderen;
– van onze Vader onder de Heiligen, [Johannes Chrysostomos, Basilios de grote of
Gregorius de Grote (voorafgewijde gaven) en Jacobus, de broeder des Heren], wiens
Liturgie wij mogen vieren;
– van de Heilige, die wij op die dag herdenken en van alle Heiligen:
want God is goed en heeft de mensen lief
”.

Constantine, the Great, as Leper, assures the mothers asking mercy on their sons, fresco by Petrus Agricola

Elke eredienst is immers ‘in wezen’ Liturgie omdat ze wordt uitgevoerd door
het gelovige Volk dat daarvoor God als Liturg [spelleider van de eredienst] heeft.
Gezegend is het Koninkrijk van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest,
nu, altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen
”.
Toen het Volk het water doorgegaan waren als over vaste grond en ontkwamen aan de slechtheid van Egypte, riepen de Israëlieten [de gelovigen van de Kerk] in grote vreugde uit: “Laat ons zingen voor onze Bevrijder en onze God.
Onze mond willen wij openen en vervuld van de Geest zingen; vol blijdschap willen wij U verheerlijken en verheugd Uw wonderen verkondigen.
Het gewelf van de Hemelen hebt U geschapen Heer, en de Kerk heeft U gegrondvest; doe ook ons verstaan in Uw Liefde, want ons diepst menselijk verlangen is slechts op U gericht, Sterkte van de gelovigen, alleen op U de  Menslievende gericht“.

Uit Meneon tn.4   –   24 Maart:
Het verborgen Mysterie, dat zelfs door de Engelen niet gekend was,
wordt toevertrouwd aan de aartsengel Gabriël.
Nu komt hij tot u, alleen ongerepte duif, terugroeping van het mensengeslacht.
Hij zal u, alheilige, ‘het verheug u’ toeroepen;
maak u gereed om op dàt woord,
het Woord van God in uw schoot te ontvangen”.

Theotokion tn.4.   –   24 Maart:
“    De Moeder Gods hoorde een stem die zij niet kende,
toen de aartsengel tot haar de woorden van de Blijde Boodschap sprak.
In Geloof heeft zij dit Heil aanvaard en U ontvangen, Die God zijt voor alle eeuwen.
Daarom roepen ook wij vol vreugde tot U:
God, Die in haar vlees geworden zijt, zonder verandering te ondergaan,
schenk de Vrede aan de wereld en aan onze zielen grote Barmhartigheid”.

bij Heer ik roep … tn.6  –  25 Maart:
Wanneer God het wil, dan wordt de orde der natuur overwonnen,
zo sprak de Onlichamelijke,
en dàn wordt volbracht wat bóven de macht der mensen gaat.
Vertrouw op mijn ware woorden, Al-Heilige en Onberispelijke.
Toen riep deze: Mij geschiede nu volgens uw woord;
ik zal Hem baren Die niet in het vlees is,
doch uit mij vlees wil aannemen, als de enige Almachtige,
om de mensen omhoog te voeren tot hun oorspronkelijke waardigheid,
door de god-mensheid
”.

eer… nu en …

tn.6
Heden werd de Aartsengel Gabriël gezonden om aan de ontvangenis te verkondigen.
Aangekomen in Nazareth dacht hij vol verbazing na over het wonder
hoe Hij, de Onvatbare uit den hoge, uit een Maagd geboren wordt.
Hij, Die de Hemel tot troon en de aarde als voetbank heeft,
treedt binnen in de schoot van een vrouw.
Hij tot Wie de zesvleugeligen hun ogen niet durven op te heffen,
wil door een enkel woord het vlees aannemen uit haar !
Het Woord Gods Zelf is aanwezig.
Daarom sta ik hier en zeg tot de Maagd:
Verheug u, Hoog-begenadigde, de Heer is met u !
Verheug u, onschuldige Maagd.
Verheug u, nooit gehuwde bruid.
Verheug u, Moeder van het Leven,
want gezegend is de Vrucht van uw schoot”.

Apolytikion tn.4      –     25 Maart:
Heden  is de aanvang van onze Verlossing,
en van de openbaring van het Mysterie
dat sinds alle eeuwen verborgen was;
want de Zoon van God
is de Zoon van de Maagd geworden
en Gabriël verkondigt de Blijde Boodschap der Genade.
Laat ons daarom met hem tot de Moeder Gods roepen:
‘ Verheug u, Hoog-begenadigde, de Heer is met u !’“.

Kondakion tn.8.
Tot u de Aanvoerster, die voor ons strijd,
en die ons van  rampspoed hebt bevrijd,
zingen wij, dank- en zegen-hymnen, Moeder Gods.
Gij die onoverwinnelijke macht bezit,
bevrijdt ons uit alle gevaren.
En wij roepen u:
‘verheug u, ongehuwde bruid !’”.

Orthodoxie & de tijd die deze vasten periode in beslag neemt.

‘In het begin was het Woord’;                       “Στην αρχή ήταν ο Λόγος”;                           “في البداية كانت الكلمة”.

      Wij behoren God te allen tijde om jullie te bedanken, broeders [zusters],
zoals gepast is,  omdat jullie Geloof zeer toeneemt en jullie liefde jegens elkander sterker zal worden, 
zodat wij zelf over jullie roemen bij de gemeenten Gods, vanwege uw Volharding en uw Geloof onder al uw Vervolgingen en de Verdrukkingen, die jullie [hebben] doorstaan:
een bewijs van het rechtvaardige oordeel Gods, dat jullie het Koninkrijk Gods waardig geacht worden, voor hetwelk jullie ook lijden, indien het inderdaad recht is bij God, aan jullie verdrukkers verdrukking te vergelden en aan jullie, die verdrukt worden, verkwikking tezamen met ons, bij de Openbaring van de Heer Jezus van de Hemel met de engelen van Zijn Kracht, in vlammend vuur, als Hij straf oefent over hen, die  God niet kennen en het Evangelie van onze Heer Jezus Christus niet gehoorzamen2Thess.1: 3-8.

Zonder een woord, openbarend Geloof:
Een mens, die voorheen toch regelmatig naar de kerk ging, maar bleef opeens langdurig thuis.
Na een paar weken besloot de spelleider eens bij hem langs te gaan. Het was een gure avond.
De spelleider trof de mens thuis aan voor een knapperend haardvuur.
De mens, die kon wel raden waarom de spelleider langskwam, heette hem welkom, bood hem een gemakkelijke stoel bij de haard aan en wachtte.
De spelleider ging lekker zitten, maar zei niets.
Tijdens de plechtige stilte sloeg hij de vlammen gaande die
rond de brandende houtblokken speelden.
Na een paar minuten nam de spelleider de tang,
pakte voorzichtig een stukje gloeiend hout en
legde dit aan de kant van de haard waar geen vuur was.
Daarna ging hij weer zwijgend zitten. De gastheer keek geboeid toe.
Het eenzame stukje hout brandde steeds zwakker, gloeide even op en doofde toen.
Al snel was het helemaal koud.
Sinds de begroeting was er geen woord meer gesproken.
Vlak voordat de spelleider wegging, pakte deze
het koude stukje hout en legde het weer midden in het vuur.
Door het licht en de warmte van de blokken eromheen,
begon het direct weer te gloeien.
Toen de spelleider de deur wilde opendoen, zei zijn gastheer:
‘Heel erg bedankt voor uw bezoek en met name voor de vurige vermaning. Zondag a.s. ben ik weer in de kerk aanwezig’
”.
uit: verhalen om je te raken

Gedurende de veertigdaagse vastenperiode roept de Kerk ons op
alles wat langzamer te doen  en de “stilte te betrachten”.
Een periode voorafgaand aan de viering van een Hoogfeest in dit geval het allerhoogste Kerkfeest van Pascha wordt al van oudsher bestempeld als een onderzoek van ons gedrag en het bijbehorend berouw over onze misstappen;
het behoort tot de Traditie van de Kerk.
De vastentijd begint al met een aanloopje, de vóór-vasten uitlopen in de melk- en vleesonthouding waarna wij elkaar op Vergeving’s-zondag vergiffenis vragen voor de door ons begane fouten ten opzichte van onze naasten.
Het geheel wordt gemarkeerd met een symbool van boetvaardigheid, met als hoogtepunt het slot de viering van de Verrijzenis van onze Heer, Jezus Christus, onze Verlosser.
Op dit Pascha wordt onze Verlossing gevierd, de overwinning op de dood, met de alom klinkende overwinningsleus:
Christus is opgestaan” [Nl.] “Christus is verrezen” [Be].
Tussen deze overwinningskreten is geen enkel verschil, het is maar net hoe je jezelf uitdrukt, hoe het vogeltje gebekt is.

Veertig dagen
Maar heb je je ooit afgevraagd waarom er veertig dagen vasten zijn?
In de allereerste jaren van de Kerk werd een vastenperiode van bekering waargenomen, maar de exacte duur was niet altijd exact veertig dagen.
Naarmate de Traditie en praktijk werden ontwikkeld, waren de vastentijd erg divers.
De Heilige Irenaeus van Lyon schreef in het jaar 190 AD: 
Sommigen vinden dat ze één dag dienen te vasten,
anderen twee dagen en anderen zelfs meerdere,
terwijl anderen er rekening mee houden dat ze
zowel overdag als ‘s nachts veertig uur nodig hebben om te vasten
”.
De eerste officiële verwijzing naar de Vasten als een periode van veertig volle dagen van voorbereiding is te vinden in de leer van het eerste Oecumenisch Concilie van Nicea in het jaar 325 na Christus. De leringen noemen het woord τεσσαρακοστή [tessarakoste, Gr. veertigste], met betrekking tot de vasten.
Het bewijs voor deze naleving is te vinden in het vroegste in het latijn geschreven verslag van een christelijke pelgrimstocht naar het Heilige Land geschreven rond 380 AD,  [Peregrinatio [Lat. buitenland]; dus gewoon een tochtje naar het buitenland, hetgeen in die dagen een behoorlijke onderneming was.
De auteur spreekt over een vastenperiode van acht weken die hij/zij in Jeruzalem heeft  waargenomen. Het gegeven dat zaterdag en zondag van gewone weken waren vrijgesteld, geeft acht weken op vijf dagen een totaal van veertig dagen voor het vasten.
Hierdoor is de Traditie van de vastentijd van veertig dagen gebaseerd
in het vroege begin van de Christelijke Kerk. 
Wanneer bij de eerste Christenen de gelovigen de duur van hun vastentijd nogal wisselend vaststelden, hoe kwam het dan tot de vaststelling van veertig dagen en de algemene aanvaarding?
We zien in de Blijde Boodschap vele vermeldingen van het getal veertig.
Bijvoorbeeld, vanaf het allereerste begin wierp God in het boek Genesis een vloed over de aarde gedurende veertig dagen en veertig nachten.
Mozes en de Israëlieten zwierven 40 jaren ter vorming van één Godsvolk door de woestijn voordat ze het Beloofde Land binnengingen.
Hoewel historici het niet eens zijn over de exacte basis voor de periode van  veertig dagen, is het in de hele vastgelegde Boodschap duidelijk dat er een verband is tussen 40 en berouw.
Naarmate in de vroeg-Christelijke Kerk de Traditie en gebruiken ontwikkeld werden, modelleerde men de duur van berouw in navolging van de voetstappen van Christus, Die 40 dagen en 40 nachten in de woestijn verbleef en zich van alles onthield, voordat Hij aan Zijn door God de Vader gegeven Werkopdracht begon.
Tegen het einde van de vierde eeuw werd de Traditie van de vastentijd van veertig dagen in vasten en gebed vastgesteld, hetgeen haar voornaamste spirituele oefeningen vormden.
Dit werd door alle gelovigen algemeen geaccepteerd, overeenkomstig het voorbeeld van Christus ‘vasten van veertig dagen en veertig nachten in de woestijn van Judea tijdens zijn verzoeking.

Hoewel de Kerk veel leed doormaakt, dienen we ons als gelovigen, geroepen en uitverkoren als wij zijn, los te maken van de wereld.
Wij zijn een verbintenis aangegaan met God door stilte, eenzaamheid en armoede op ons te nemen, op die wijze beoefenen wij het goedaardig in tegenstelling tot het kwaadaardig gedrag.
Eerst dan, en alleen dàn, zullen wij ‘die [kleine] kudde gelovigen’ als iets geheel nieuws kunnen zien: wij zullen tot de ontdekking komen dat
het “een Bron van Hoop en Leven’ is op Zichzelf,
het antwoord waar wij ‘altijd al‘ naar op zoek zijn geweest.
De toekomst van de Kerk van Christus kan en zal uitgaan van degenen, die gefundeerd actief blijven zoeken en die leven vanuit de zuivere volheid van het Christelijk Geloof.Het komt niet van degenen die zich alleen maar aanpassen aan
het voorbijgaande moment of van degenen die alleen maar kritiek op anderen hebben en aannemen dat zij zelf ‘onfeilbare maatstaven’ zijn;
het zal ook niet uitgaan van diegenen die de gemakkelijkere [uit-]weg zoeken, die
de Passie van het Geloof omzeilen.
Die slechts alles vals, obsoleet, tiranniek en wettisch verklaren, al datgene wat eisen stelt aan mensen, dat hen een akelig gevoel geeft en hen dwingt zichzelf op te offeren.
De toekomst van de Kerk zal altijd weer opnieuw worden hervormd door Heiligen en dat zijn diegenen, die werkelijk ervaren Volgeling van Christus te zijn; door mensen, die hun geest verder onderzoeken dan het motto van de dag, die meer zien dan alle anderen zien, omdat zij hun leven omarmen een bredere realiteit.
Onzelfzuchtigheid, die mensen bevrijdt, wordt alleen bereikt door het geduld van kleine dagelijkse daden van zelfverloochening.
Door deze dagelijkse passie, die als enige aan een mens openbaart op hoeveel manieren hij verslaafd is aan zijn eigen ego, ten opzicht van deze dagelijkse passies, worden de ogen van een mens ‘stapje voor stapje‘ geopend.
Hij ziet alleen in de mate waarin hij heeft geleefd en geleden.

Indien we vandaag nauwelijks meer in staat zijn om ons van God bewust te worden, dan komt dat omdat we het zo gemakkelijk vinden om onszelf te ontwijken, door te vluchten uit de diepten van ons wezen door middel van het verdovende middel van enig genot of iets anders.
Op die manier blijven onze eigen innerlijke diepten voor ons gesloten.
Als het waar is dat een mens alleen met zijn verlangens kan zien, hoe blind zijn wij dan!

Christus, ‘de Hogepriester

In deze periode van ‘vasten en gebed’ ontmoeten we God, Die ziet van uit de hoge hemel. Hij ziet de ellende van zijn volk en God hoort, Hij hoort het roepen van Zijn kinderen.
Dat is voor ons onvoorstelbaar, dat er een luisterend oor is in de Hemel en een toeziend oog. En daar blijft het niet bij, indien God de mens gezien en gehoord heeft en ziet wat er in Egypte [onze woestijn] met Zijn kinderen gebeurt dan daalt Hij af.
Heel menselijk wordt hier over God gesproken, opdat het ‘voor ons mensen‘ voorstelbaar wordt. God hoog in de Hemel ziet en luistert en daalt af om Zijn volk te bevrijden. En voor die bevrijding heeft Hij Zijn Zoon gestuurd, Die ons zegt:
Jij dient je weg te gaan op de wijze die Onze Vader van ons verwacht,
want “Zijn Wil geschiede! ‘en “Jouw Geloof heeft je gered! ’.

uit: Kathismazang 4e maandag van de Vasten:
tn8.  Het Woord van de Vader is op aarde neergedaald toen de lichtende Engel riep tot de Moeder Gods: Verheug u, Gezegende, die alleen het bruidsvertrek ongeschonden bewaard hebt, toen u in uw schoot ontvangen mocht onze God en Heer Die is voor alle tijd, om als God het mensengeslacht te redden uit het bedrog en dwaling”.

tn.3.Nu hebben wij de helft bereikt van het ingespannen werk van de Vasten; na verering van Uw Leven-schenkend Kruis vallen wij neer en roepen: Groot bent U, Die de mensen lief heeft en Heerlijk zijn Uw Werken, want U hebt ons Uw kostbaar Kruis getoond: wij vereren het eerbiedig en roepen: Ere zij Uw uiterste Barmhartigheid”.    [herhalen]

nu en altijd . . .

tn.3.  Als aan een wijnstok zonder landbouwer hebt U de aller-schoonste druiventros doen ontspringen, Die voor ons de verlossing-brengende Wijn doet vloeien, welk ons aller ziel en lichaam verheugt. Wij prijzen u zalig, als de bewerkster van al dit goed en roepen steeds met de Engel: Verheug u, Begenadigde

tn.6.  Heden zijn geheiligd de vier hoeken van de aarde,
door de verrichtingen van het Kruis, 
dat verheven is, o Christus onze God,
Groot bent U en Heerlijk zijn Uw Werken: Ere zij U
”.

tn.6.  De stemmen van de Profeten hebben voorspeld het geheiligde Hout, waardoor Adam van de oude vervloeking van de dood is bevrijd.
Heden op de dag van de Verheffing, verheft de schepping haar stem om aan God Zijn Grote Genade te vragen, U, Die alleen zonder mate Medelijdend bent, o Meester, wees de verzoening en red onze zielen
”.

Orthodoxie & De liefde voor het Geloof

Saint Peter, Apostle, called as fisherman, born in Bethsaida, Syrië.

      Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan al degenen, die een even kostbaar Geloof als wij hebben verkregen door de Gerechtigheid van onze God en Heiland, Jezus Christus: Genade en Vrede zal aan jullie worden vermenigvuldigd door de kennis van God en van Jezus onze Heer. Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de Kennis van Hem, Die ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; door Deze zijn wij met kostbare en zeer grote Beloften begiftigd, opdat jullie daardoor deel zouden hebben aan de Goddelijke Natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
                         Maar ondersteunt en versterkt om deze reden met betoon van alle ijver door uw Geloof de Deugd, door de Deugd de Kennis, door de Kennis de Zelfbeheersing, door de Zelfbeheersing de Volharding, door de Volharding de Godsvrucht, door de Godsvrucht de [onderlinge] broederliefde en door de broederliefde de Liefde [jegens allen].
      Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden, laten zij u niet zonder werk of 
Vrucht voor de Kennis van onze Heer Jezus Christus.
      Want bij wie zij niet zijn, die is verblind in zijn bijziendheid, daar hij de reiniging van zijn vroegere zonden heeft vergeten.
Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als jullie dit doen, zullen jullie nimmer struikelen. Want zo zal jullie rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Heer en Heiland, Jezus Christus2Petr.1: 1-11.

Onze Heer Jezus Christus de God-mens; Ο Κύριος μας Ιησούς Χριστός ο Θεός-άνθρωπος;            ربنا يسوع المسيح إله الإنسان 

We dienen aan Jezus Christus te denken zoals wij dat gewoon zijn te doen ten opzichte van God, als de Rechter van de levenden en de doden. We dienen meer en meer aandacht te hebben ten opzichte van onze Redding.
Want hoeveel bewijzen van Zijn overvloedige Liefde danken we wel niet aan Hem! Hij heeft ons het Licht doen zien.
Als een zorgzame Vader heeft Hij ons zonen en dochters genoemd; als Zoon van God [God in het vlees] noemde Hij ons Broeders en Zusters; Hij heeft ons gered toen we verloren waren.
De lucht die wij inademden heeft ons verzwakt; onze ogen waren vol duisternis. En toen heeft Hij ons onderwezen hoe te kijken, opdat wij zouden zien.
We wierpen de donkere wolk van ons af die ons had omgeven.
Dat gebeurde enkel en alleen door Zijn Wil, want Hij had medelijden met ons;
Hij was bedroefd vanwege het droevig lot wat ons te wachten stond.
Hij heeft ons gered vanaf het moment dat Hij onze grote dwaling en ondergang zag ontstaan.
Hij onderkende dat we geen enkele hoop op redding hadden, tenzij deze door Hem werd aangeboden.
Hij riep ons toen we zelfs nog niet bestonden.
Hij wil dat wij tot vanuit het niets tot het zijn, het welbevinden komen, dat wij trachten Zijn evenbeeld te evenaren.

God heeft ons via Zijn Zoon, Jezus Christus de Blijde Boodschap gebracht
opdat wij als kinderen van God een optimale ontwikkeling doormaken en
betrokken raken bij Zijn Werken in deze wereld en
daar eveneens nog plezier aan gaan beleven.
1.]. Allereerst is er het vrije initiatief.
Het vrije initiatief beantwoordt aan de behoefte van de mens om de wereld om zich heen te verkennen. Christus klopt en wij zijn vrij om die oproep te beantwoorden, gaandeweg  geraken wij gemotiveerder. God dwingt niet, laat ons telkenmale de vrije keuze – en wanneer wij daar bewust voor gekozen hebben wordt onze interesse vermeerderd.
2.]. Ten tweede wordt onze omgeving verrijkt, waarmee gedoeld wordt dat wij wanneer wij blijven zoeken naar een rijke leeromgeving, deze ook wordt aangeboden. Wij worden uitgedaagd, beproefd steeds bewuster om te gaan met activiteiten en materialen, die ons uitdagen. Dit vraagt om een goede voorbereiding, welke ons via Zijn Lichaam, de Kerk, als begeleider en observator wordt aangeboden. Door de Genadegaven [Gr. χαρισματα] van de Heilige Geest ontvangt het individu bijzondere vermogens met het doel samen te werken, het lichaam van Christus op te bouwen, doel is het redden van de gehele mensheid.
3.]. Ten derde wordt de ervaringsgerichte dialoog bevordert. Hierbij is het van groot belang dat de volgelingen van Christus, zowel onderling als in het contact met God, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest een goede band trachten op  te bouwen; de ervaringsgerichte dialoog gaat uit van  wederzijdse aanvaarding, oprechtheid en empathie, het vermogen zich in anderen in te leven.

De gedaante van een duif kan in de Joods-Christelijke geestelijke wereld staan voor “Vrede”.
De gedachte erachter is afkomstig uit Gen.8, waar Noach een duif los liet.
Wanneer een duif kan rusten op een tak en zich kan nestelen, heeft ze een vredige plek gevonden.
Want wanneer het er onveilig zou zijn om een nest te bouwen, zoekt ze een andere plek op waar het wel veilig [vredig] is.
Er wordt in de westerse, moderniserende samenleving wel beweerd dat er geen toekomst zou zijn voor het [Christelijk] Geloof, maar inmiddels is duidelijk dat berichten over het einde van de religie schromelijk overdreven zijn.
Wie afgaat op de aandacht die de media aan religieuze thema’s schenken zou kunnen denken dat ‘God herleeft’. Dat neemt niet weg dat de Kerk zich op basis van cijfersen publicaties dient te laten leiden, maar zich veeleer dient te richten op de mate waarin de individuele volgeling van Christus zich thuis voelt.
Religie kalft niet af, de schreeuw om aandacht van het afzonderlijk wezen van de mens, die vermoeidheid, belast- en beladen- te zijn in deze wereld om ons heen is nog nooit zo groot geweest, en Christus blijft roepen. Het is aan ons hier handen en voeten aan te geven.
Mensen blijven echter keuzes maken uit het aanbod van religieuze tradities; het aanbod en gebruik van films, toneel- en muziek laat in elk geval zien dat er geput wordt uit het omvangrijke reservoir aan religieuze verhalen, symbolen en rituelen, kortom uit de enorme culturele erfernis die de religieuze tradities ons hebben nagelaten.
Mens willen nog steeds met ceremonieel de overgang naar een andere levensfase markeren, maken zich voorstellingen van een leven hiervan hiervoor, geloven in Mysteriën [wonderen] en bidden – ook wanneer zij behoren tot de jongere generatie.
Wanneer jongeren zich niet langer identificeren met hun leefomgeving, ze leven in apathie, vergrendelen de deuren en zoeken daarachter wellicht hun toevlucht
ontstaat een gemeenschap waarin mensen langs elkaar heen gaan leven.

Onze Vader, onze Koning – אבינו מלכנו [Avinu Makeinu] – Barbara Streisand:
mp3

Waar zijn de palen en pijlen, die mij wijzen
naar de borden met de namen van de straten waar ik loop
waar is de kaart die mij vertelt hoe deze stad heet
waar is de stip, die mij vertelt waar ik nu sta
”  
Vreemde Stadby Beu
https://www.youtube.com/watch?v=duR3sdd82XI&t=33s
Μὴ ἀποστρέψεις –  Wend Uw aangezicht niet van uw kinderen, die treuren

Menselijke beweegredenen
Teneinde de beweegredenen, de Liefde van God tot de mensen, te begrijpen
– dienen we uit te gaan van de betrokkenheid van de volgelingen van Christus en
– dienen we rekening te houden met factoren die de betrokkenheid stimuleren:
• Een goede sfeer en relatie.
Gelovigen dienen zich ondanks hun leeftijd en afkomst veilig, geaccepteerd en thuis te voelen.
De spelleider [priester] houdt rekening met het karakter en de thuissituatie van de gelovige en speelt daar goed op in.
• Het juiste niveau.
Zowel kinderen, jeugd als volwassenen dienen uitgedaagd te worden
De spelleider [priester] houdt bij de [neven-]activiteiten rekening met het leervermogen en de ontwikkeling van de betrokken groep.
• Aansluiten bij de leefwereld.
Gezocht wordt naar activiteiten die dicht bij de werkelijkheid liggen, het is veel zinvoller dan opdrachten die hen niet raken.
De spelleider [priester] dient zich te verdiepen in de leefwereld van de betreffende leeftijdsgroep  en goed luisteren naar de onderwerpen die zij aandragen.
• Afwisselende activiteiten.
De verschillende leeftijdsgroepen willen niet alleen maar stilzitten en luisteren, ze willen graag dingen doen. Dat wil niet zeggen dat alles druk moet zijn, want activiteiten en rust kunnen best samengaan.
• Ruimte en gelegenheid om keuzes te maken.
Het gaat niet alleen om een eenvoudig onderkomen om nevenactiviteiten mogelijk te maken,
maar ook geestelijk dient er ruimte te zijn voor de initiatieven van de diverse leeftijdsgroepen.

Leren vanuit een Geloofsgemeenschap
Bij leren vanuit een gemeenschap bestaan er verschillende mogelijkheden:
• De kerkgemeenschap is een ontmoetingsplek waar diverse leeftijdsgroepen gedachten en ervaringen uitwisselen; er is een geheel van samengaan, oa in de diensten, maar er dient tevens een mogelijkheid geboden te worden waarbij de diverse leeftijdsgroepen elkaar te ontmoeten.
• Er zijn verschillende soorten ontmoetingen, een ervan is het bepalen van het doel en de bijbehorende evaluatierondes.
Vervolgens worden de activiteiten geëvalueerd en wordt gecheckt of de doelen behaald zijn.
Er is sprake van een gezamenlijke gedachtenuitwisseling wanneer er meerdere leeftijdsgroepen tegelijk bij elkaar komen om te overleggen of te plannen.
Doel bepalen; hierin wordt vastgelegd wat voor activiteiten de leeftijdsgroep gaat doen; dat wordt uitgevoerd in een afgesproken tijd, bijvoorbeeld binnen 3/6 maanden. Binnen de aangegeven grenzen kan de leeftijdsgroep zelf beslissen hoelang hij over een opdracht doet en welke gegeven zij het eerst uitvoert.
Planmatig werken; hierin wordt een bepaald thema of een probleem behandeld, hetgeen de leeftijdsgroep aanspreekt. Planmatig werken gebeurt altijd in een cyclus van onderzoeken en rapporteren.
• Workshops;  bij workshops ligt de nadruk op het vrij gekozen actief bezig zijn, muziek, kunst en expressieve vaardigheden [toneel]. Voor creatieve activiteiten wordt apart tijd vrijgemaakt. Verschillende leeftijdsgroepen kunnen al naar gelang hun mogelijkheden kiezen uit activiteiten met bijzondere materialen. Vaak worden de activiteiten ook op een andere plek uitgevoerd en is er speciale [artistieke] begeleiding bij nodig.

Betrokkenheid creëren is een van de kernwoorden, een betrokken gemeentelid is geconcentreerd en gemotiveerd bezig; het vergt inzet en energie, maar zorgt tevens voor voldoening.
Verschillende leeftijdsgroepen worden betrokken als een activiteit aansluit bij hun drang om te verkennen en hun niveau te verhogen. wanneer een gemeenschap betrokken is, is dat ook te merken aan hun houding, mimiek en reactiesnelheid; bij een hoge betrokkenheid kunnen de ontwikkelingsmogelijkheden worden verhoogd.

Welbevinden van de verschillende leeftijdsgroepen groeit wanneer de spelleider [priester] tegemoet komt aan de basisbehoeften: wanneer het individu zich veilig, geaccepteerd en gewaardeerd voelt. Maar welbevinden heeft ook te maken met de mens zelf, of hij/zij een positief zelfbeeld heeft en hoe hij zijn gevoelens beleeft. Signalen van welbevinden zijn: spontaniteit, genieten, ontspannen zijn en zich open opstellen. Het is belangrijk dat gelovigen zich goed voelen, want hoog welbevinden zorgt voor een goede geestelijke ontwikkeling.

Theotokos of ‘The Akathist’ – Icon

Het Mysterie van de Kerk komt overeen met het leven van de Moeder Gods.

Voor niet-ingewijden, buitenstaanders, die de openbaring van de Goddelijke Genade nog ontberen is het Mysterie aangetast door de last, die de wereld hen oplegt.
Het ware Mysterie laat zich niet doordringen wanneer men twee Heren tracht te dienen, God en de Mammon.
Daarom is het Mysterie Waarachtig, Heilig en toch zo menselijk qua eenvoud en onaangetast door de mens.
Hoe kun je het hoogste, het Allerheiligste begrijpen, wanneer je geen ervaring hebt met je tekortkomingen, het lagere? Hoe kan een mens die niet gezuiverd is van passies met gezag spreken van redding?
In de Evangeliën wordt het leven van de Theotokos het zwijgen opgelegd en slechts enkele geheimenissen worden aan ons onthuld.
Maar de vele andere geheimenissen, zoals het belang en de betekenis van de evangelische verwijzingen naar iets of iemand, leert ons de Heilige Geest in de Traditie van de Kerk, maar al te vaak onthult de Theotokos deze aan de trouwe eigen dienaren, de Kerkvaders.
Hun heilige leven, hun maagdelijke zondeloosheid, die zij met het oog op de Maagd beleden, deed hen ‘als’ de Maagd en Moeder Gods worden en stond hen in staat haar bijzondere plek in de Kerk aan te duiden, waar wij na God te hebben beleden de engelen en de heiligen bezingen.
Met de hypostatische [Christus is tegelijkertijd zowel God als mens] eenheid van de Goddelijke en menselijke natuur in het aangezicht van Christus en de schepping van het bewust in God optrekkende gezin en de samenleving, wordt de Maagd de Moeder van de nieuwe schepping.
Onze Theotokos is de ‘grens tussen de gebouwde en ongeschapen natuur‘, door de Moeder Gods is God [nederdalend] mens geworden. De Moeder Gods wijst vanaf Christus menswording, niet meer en niet minder, altijd en eeuwig naar Christus.

Het Geloof van onze kerk is gebaseerd op de aanbidding van de Heilige Drie-eenheid. Het Trisagion, de kortste Hymne van het christendom, is ontstaan door degene die de Profeet Isaiah onophoudelijk de Engelen rondom de Troon van God hoorde zingen.
Het was de grondslag voor ons Orthodoxe Hymne en wordt heden ten dage, als vierde antifoon gezongen voorafgaand aan de lezingen uit de Heilige Schrift:
Heilige God, heilig Sterke, Heilig onsterfelijke, ontferm U over ons”.
Volgens de compositie wordt deze Hymne driemaal, volgens de algemene formule verdeeld in twee delen: het eerste deel prijst Gods Grootheid en de tweede legde de basis tot de vereniging met de kerkgemeenschap.
mp3: “Heilige God”, ‘Agios o Theos”; “قدوس الله“.

Historisch gezien ontstond deze Hymne, die later werd veralgemeniseerd, als gevolg van grote aardbevingen welke Constantinopel toentertijd hebben getroffen. In opdracht van de keizer Theodosius de kleine, trokken de mensen in langgerekte processies de stad uit, onder het constant zingend herhalen van deze hymne, die de Bescherming en Barmhartigheid van God afsmeekt. Ook dient gemeld te worden dat deze Hymne nog steeds gezongen wordt wanneer tijdens een begrafenis de kist naar het graf wordt gedragen.
Vandaag de dag wordt deze christelijke hymne drie keer herhaald
na zeer korte dankzegging aan het begin van elke reeks, en eindigt met een grote Doxology, juist voorafgaand aan de lezing van de apostel.

Orthodoxie & vergeven – overgeven – vergeten

God is Almachtig, draag het aan Hem over

Het is opvallend hoe met het onderwerp ‘vergeven, overgeven en vergeten’ door Christenen en ook door Orthodoxe Christenen vaak verkeerd wordt omgesprongen.
Met name tijdens een vergeving’s-ritueel als bij de Orthodoxen Vesperdienst op Vergeving’s-zondag bemerk je dat de mens er toch enorm veel moeite mee heeft; men heeft ontwijkend gedrag.  Men durft elkaar niet aan te kijken of doet al wenend en snikkend de ronde en de vraag komt dan de vraag op is het onderwerp ‘vergeven – overgeven – vergeten’ hier wèl goed uitgewerkt?
Er zijn ook in ons leven voorbeelden aan te geven van dingen die absoluut niet mogelijk waren, èn dingen waar nu ineens wèl ruimte voor wordt gegeven.
Er zijn nu eenmaal altijd zaken in het leven, die een bepaald schuldgevoel bij je oproepen.  Soms dien je te onderkennen dat je slechts een deel van het “verhaal” kende, soms wist je méér en werd het dienen-te-vergeven ‘verzacht’ tot het leren vergeven.
Het is jammer dat daar dat de mens in dat soort situaties vaak alleen maar ‘verhard’, zich terugtrekt op het eigen eilandje en de zaak laat rusten tot via de Traditie een goddelijke richting wordt aangereikt.  Het is de vraag of de Traditie —‘zonder nadere uitleg’— voldoende ruimte biedt  en  er —‘zonder nadere uitleg’— voldoende ruimte aan het onderwerp ‘vergeven, overgeven en vergeten’ wordt gegeven.
Heel lang gaf ik nog wel toe aan de traditionele aandrang, maar iedere keer overspoelde de beladen schuld me weer.  Zeker wanneer de gewoonte zich openbaart, dat  het oude leventje gewoon weer wordt voortgezet. Heel lang had ik me aangeleerd me wat betreft het overgeven  niet meer bij voorbaat al tegenover God op te stellen. Bang voor de overweldigende Liefde waarschijnlijk, bang ook dat er tè veel pijn in één keer boven zou komen.

God doet leven

God is menslievend, heeft de mensen en de wereld lief en is vergevensgezind jegens iedereen, Over vergeven kan immers slechts gesproken worden, wanneer er sprake is van daadwerkelijk berouw en bekering.
Gods Liefde gaat namelijk nooit ten koste van Zijn Gerechtigheid.
Zo is het ook in relaties tussen mensen onderling:
wanneer er bewust onrecht wordt gepleegd ten opzichte van elkaar, dan  dient dat uitgepraat te worden en daarmee dient er een streep te worden gezet en de kwestie worden beëindigd.
Degene die onrecht heeft geleden, dient vanaf dàt moment te vergeven,  en het leed dàt er het gevolg van was, dient dan  -evt. als een lering’s proces- aanvaard te worden. Dàt is de prijs die bij de vergéving betaald dient te worden zoals Christus dat ons in Zijn Blijde Boodschap heeft geleerd.
Voor een goede omgang met elkaar en met God is het nodig  dat we leren elkaar te vergeven. God vindt dat zelfs zo belangrijk, dat Hij  dit als een voorwaarde stelt om ooit zelf vergeving te ontvangen.
Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergevenMatth.6: 12,14,15.

kogel door de Kerk

Vergeven kan erg bevrijdend werken – er wordt niet voor niets gezegd ‘de kogel is door de kerk’, er is [meestal na lang overleg] ergens een beslissing genomen; de knoop is [eindelijk] doorgehakt.  Maar soms kan de bovengenoemde uitspraak van Jezus erg bedreigend overkomen.
Dat komt omdat we de indruk hebben dat we altijd iedereen moeten kunnen vergeven. Maar dat is een misverstand.

Want hoe dienen wij dan te vergeven?
      Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeftEph.4: 32.
God geeft ons in Christus vergeving voor onze misstappen – wanneer we zondigen tegen God, dan brengt dat immers scheiding met zich mee, dat verbreekt de relatie met Hem. God kan en wil ons dat graag vergeven, maar niet zo maar; Hij kan alleen maar vergeven wanneer die zonde wordt erkend en losgelaten. 

Het doel van vergeving is het wegnemen van schuld zodat de relatie wordt hersteld en we met een schone lei verder kunnen gaan. Zo vergeeft God ons.
En zo behoren we tevens elkaar te vergeven.
Wij christenen dienen onze vijanden lief te hebben, hen te zegenen en voor ze bidden, leert Christus ons in de Bergrede.
Maar houdt niet automatisch in dat je hen ook vergeven kunt.
Dat kan God ook niet; ja, Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden, maar
vergeven kan Hij pas wanneer de bozen hun schuld belijden en zich bekeren.
Zo behoren ook wij te handelen tegenover degenen die òns onrechtvaardig behandelen: we mogen voor ze bidden en ze zegenen en liefhebben.
Maar vergeven kunnen we hen pas wanneer zij daarom vragen, vrede met ons willen sluiten en hun vijandschap afleggen.

Maar wat dient er dan te gebeuren wanneer de tegenpartij dat niet wil,
geen schuld erkent en in zijn houding volhardt?
Zich in z’n ivoren toren terugtrekt en doet alsof er niets indringends heeft plaatsgevonden, zich er-onder-uit draait?
        Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem. En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal tot u terugkomt en zegt: ‘Ik heb berouw’, zult gij het hem vergevenLuc.17: 3,4; en
    Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen. Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen. Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mee, opdat op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa. 
Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de gemeente. Indien hij naar de gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar. Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel“.
Matth.18: 15-18.

In zo’n geval spreekt Christus dus ‘niet’ meer over vergeven, zelfs al wordt de gehele samenleving opgeroepen gezamenlijk Zondag van de Orthodoxie te gaan vieren.

Wanneer vergeven niet mogelijk is omdat de tegenpartij alle schuld ontkent,
z’n kop in het zand steekt  en volhardt in het onrecht, betekent dat dan dat
wij dienen te blijven rondlopen met een verbitterd hart en wraakgevoelens?
Gelukkig niet, want in dat soort situaties dienen wij te handelen zoals Jezus dat deed.
Die, als Hij gescholden werd, niet terug heeft gescholden en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeelt1Petr.2: 23.
Het is daarbij de bedoeling dat we leren onze rechtszaken aan
God over te laten wanneer we onze vergeving bij de mens[en] niet kwijt kunnen.
Wij Christenen kunnen met het onrecht dat ons wordt aangedaan bij God terecht.
Het Koninkrijk der Hemelen is namelijk een rechtsstaat waar de rechtspraak berust bij de meest ideale Rechterlijke Macht, Die er is: God, de Alwetende en Almachtige, de volmaakt onpartijdige en Rechtvaardige Rechter, Die het allerbeste voor heeft met alle partijen.

En hoe meer we Zijn volmaaktheid als Rechter gaan beseffen, des te gemakkelijker wordt het onze rechtszaken helemaal aan God over te geven. God, de Vader weet namelijk alles, zowel van ons als van de tegenpartij. Ook alle verzachtende omstandigheden van de tegenpartij die ons wellicht onbekend zijn. Dus als we onze rechtszaken aan Hem toe vertrouwen, weten we zeker dat die naar Genade en Recht zullen worden afgehandeld; dáár behoeven we absoluut niets meer aan toe te voegen.
Naarmate we zicht krijgen op God als onze Rechtvaardige Rechter, zijn we in staat om net als onze Heer en Verlosser, Die toch veel heeft moeten incasseren, alle rancuneuze gedachten en gevoelens los te laten en volkomen aan God over te geven.
Het is enorm bevrijdend te weten, dat God onze rechtszaken volmaakt rechtvaardig behartigt.  Dat kan ons zó -‘vrij’- maken, dat we tot onze verwondering zelfs in staat zullen zijn onze vijanden te eten te geven als ze honger hebben en hen te laten drinken wanneer ze dorstig zijn.
Op die wijze overwinnen we het kwade door het goede en verbreken we harde harten:
      Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: ‘Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden’, spreekt de Heer. Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwaad door het goede te doenRom.12: 19-21

In de praktijk zijn daar wonderlijke voorbeelden van bekend – zelf in de wreedste oorlogssituaties.  Zodra wij onze rechtszaak aan God toevertrouwen, is de aandacht niet meer gefixeerd op de tegenpartij en op het onrecht.
Dan wordt je aandacht gericht op God, in die situaties sta je open voor Hem zodat Hij je de dingen kan laten zien zoals Hij ze ziet en dan schrijf je er zoals nu, lustig op los. Zeker ook ten aanzien van jezelf: je ogen gaan open
-voor datgene wat er eventueel bij jezelf fout zit-, een balk of een splinter!
Dat kun je dàn belijden ten opzichte van de tegenpartij.
Misschien is dat wel de eerste stap is in het proces van verzoening!

Maar afgezien daarvan kan God eerst dàn aan het hart van de tegenpartij gaan werken. Want omdat we zelf niet meer zelf op onze rechten staan, maar onze rechtszaak aan Hem toevertrouwd hebben, lopen we Hem om maar te zeggen niet meer voor de voeten en heeft God de gelegenheid om in te grijpen.
In die situaties is het mogelijk om te vergeven.
En wanneer dat niet mogelijk is, overgeven aan Hem die rechtvaardig oordeelt.
In beide gevallen is een grote innerlijke vrijheid tegenover onze medemensen het gevolg,  ook in de kleine dingen.

Bij veel [Orthodoxe] Christenen leeft echter de gedachte dat God  tòch nòg van ons verlangt, dat we ‘iedereen te allen tijde’ — ‘onvoorwaardelijk en eenzijdig’ dienen te vergeven.
Onvoorwaardelijke vergeving is het vergeven van onrecht dat je wordt aangedaan zonder dat er sprake is van berouw of bekering van de tegenpartij.
Ook in de sociale hulpverlening komt deze gedachte vaak voor,  waarbij de onvoorwaardelijke vergeving gezien wordt  als de enige manier om los te komen van verbittering, wrok en haatgevoelens.
Daarbij dienen we echter een aantal zaken niet te vergeten:
1.]. Bij onvoorwaardelijke vergeving ben je meer uit op je eigen belang dan op dat van de ander. Je vergeeft om zelf bevrijd te worden: bevrijd te worden van wrok, van een gekwetst rechtvaardigheidsgevoel en van een verlangen naar genoegdoening.
En vooral ook om in aanmerking te kunnen komen voor Gods vergeving.
Bewogenheid en liefde voor de tegenpartij spelen hierbij nauwelijks een rol.
Daarom is dit een oneigenlijk gebruik van vergeving.
2.]. Wanneer je moet vergeven, ongeacht de houding van de tegenpartij, zul je worden geconfronteerd met een gevoel van onvermogen.
En ook van onwil omdat het voor je besef niet eerlijk is en onrechtvaardig.
Dat brengt je in conflict met God die van je zou eisen dat je toch vergeeft.
Het gevolg is dat je je tegenpartij, naast het onrecht dat hij je aandoet,
ook nog gaat verwijten dat hij de oorzaak is van dat conflict met God.
Dat maakt het vergeven nog onmogelijker.
Het wakkert het verwijt aan en er ontstaat haat in plaats van liefde: een vicieuze cirkel.
3.]. Vergeving bevrijdt niet van haat, verwijt en wrok.
Wanneer je wrok in je hart hebt en verbitterd bent, kùn je zelfs niet vergeven!
Wrok, haat en verwijt die het gevolg zijn van geleden onrecht, verdwijnen alleen maar wanneer het gezonde, door God geschonken rechtvaardigheidsgevoel bevredigd wordt,
hetzij doordat de tegenpartij tot andere gedachten komt en vergeving vraagt,
hetzij God als Rechtvaardige Rechter de zaak in handen neemt.
Rechtvaardigheidsgevoel is namelijk niet iets verkeerds.
Integendeel, ook God heeft deze eigenschap, het behoort tot Zijn natuur.
Alleen mag het bij ons niet leiden tot het nemen van het recht in eigen hand!
Dat dient overgelaten te worden aan Degene die dat veel beter kan.
Hij is alwetend en almachtig en rechtvaardig!
Zelfs van elk ijdel woord zal Hij rekenschap vragen.
Daarom schrijft de Apostel:
Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn. Want er staat geschreven: “Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer!Rom.12: 19; en David:
U wil ik belijden, Heer, uit heel zijn hart:
al Uw wonderwerken verhalen.
In U wil ik mij verheugen en juichen;
Uw Naam bezingen Allerhoogste.
Omdat mijn vijand terugwijkt;
hij wordt zwak en vergaat voor Uw aanschijn.
Want U hebt mij recht versaft en mijn zaal verdedigd;
U zetelt op Uw troon en Uw oordeel is rechtvaardig
Psalm 9: 1-4a
Ons door God ingeschapen rechtvaardigheidsgevoel wordt volkomen bevredigd wanneer we beseffen dat God zich ons lot aantrekt en  dat het recht zijn loop zal hebben.  Dan gaan we tevens zien dat het ònze kleinmenselijke verantwoording niet meer is.
In alle andere gevallen is het verdwijnen van haat en wrok alleen maar
het gevolg van verdringing of van een capitulatie voor het onrecht met alle gevolgen van dien.
4.]. Wanneer onrecht onvoorwaardelijk dient te worden vergeven, dan leidt dat inderdaad heel makkelijk tot verdringing. Wanneer het onrecht namelijk niet wordt aangepakt of weggedaan, dan dient de vergevende partij het op één of andere manier uit de aandacht te laten verdwijnen.
Want vergeven is —‘onmogelijk’— wanneer je voortdurend wordt geconfronteerd met het onrecht.
Daar dien je dan je ogen voor proberen te sluiten. Wanneer dàt echt lukt, is het gevaar groot dat het verdrongen is. Met alle gevolgen van dien.
5.]. Door de eis van onvoorwaardelijke vergeving  komt het schuldbesef terecht op de verkeerde schouders.
Het slachtoffer  voelt zich veroordeeld omdat hij/zij het vermogen mist om van harte te vergeven. En de schuldige vindt het vanuit z’n ivoren toren vanzelfsprekend dat hèm alles zonder meer vergeven behoort te worden.
6.]. De prediking van “altijd iedereen vergeven ongeacht de houding van de tegenpartij”  maakt het de slachtoffers van onrecht onmogelijk een beroep te doen op God als Rechtvaardige Rechter en Wreker van het kwaad zoals dat staat in bovenstaand Rom.12:19.
Deze prediking maakt ze daarom rechteloos:
God staat voor hen aan de kant van de sterkste en veroordeelt hen als zwakken om te capituleren voor het onrecht en de pleger ervan te accepteren alsof er niets gebeurd is.
En dat op straffe van het verliezen van het eigen recht op vergeving bij God.
7.]. Door onvoorwaardelijke vergeving wordt  de eigenlijke oorzaak van het probleem -‘niet’- opgelost.
Vergeving op zich neemt het onrecht namelijk niet weg.
Onrecht verdwijnt alleen wanneer het door de dader wordt beleden en nagelaten.  Alleen wanneer dat gebeurt, heeft vergeven zin, zodat er met een schone lei een nieuw begin kan worden gemaakt.

Overgeven èn vergeven?
Is het dan niet mogelijk om het beiden te doen:
het onrecht aan God óver te geven en dàn voor jezelf de dader te vergeven?
Dat lijkt een ideale oplossing.
Maar we dienen daarbij niet te vergeten dat vergeven niet alleen een effect heeft op degene die vergeeft, maar óók op de tegenpartij.
1.]. Vergeven betekent dat je de ander bevrijdt van de schuld die hij heeft ten opzichte van jou.
Je zet een streep door alles wat er gebeurd is, je neemt hem/haar niets meer kwalijk, je sluit je ogen voor het onrecht waarin hij/zij nog volhardt.
Wanneer je hem/haar ècht vergeeft, accepteer je hem/haar zoals deze mens is en handelt.
Het logische gevolg is dat hij/zij alle schuldbesef verliest.
Dat is namelijk meestal het effect van vergeving èn zelfs het doel ervan:
vergeving zet een streep door de schuld.
2.]. Nadat vergeving geschonken is,  is er in feite geen enkele noodzaak meer voor berouw, schuldbelijdenis of bekering door de tegenpartij.
De dader weet zich met zijn handelwijze door de tegenpartij geaccepteerd.
Voor hem/haar betekent vergeving dàn eigenlijk:  ‘bevrijding’ van de plicht schuld te erkennen en zijn/haar verkeerde handelwijze te ‘beëindigen’ – op te lossen.
3.]. [Orthodoxe] Christenen, die een slecht geweten hebben en onrecht plegen,
zoeken in hun on-be-keer-lijk-heid vaak de sympathie en acceptatie van andere toegewijde christenen.
Dàt geeft hen een valse rust en een idee dat het nog best wel meevalt met ze.
Daarom schrijft de Apostel:
      Ik schreef u reeds in mijn brief, dat gij niet moest omgaan met ontuchtigen [‘hoereerders’] niet met de ontuchtigen uit deze wereld in het algemeen of met de geldgierigen en oplichters of afgodendienaars, want dan zou men wel uit de wereld moeten stappen [‘gaan’].
Nu evenwel schrijf ik u, dat gij niet moet omgaan met iemand, die, al heet hij een broeder, een ontuchtige [‘hoereerder’], geldgierige, afgodendienaar, lasteraar, dronkaard, of oplichter is; met zo iemand moet je zelfs niet samen eten.
Staat het soms aan mij, hen te oordelen, die buiten zijn?
Oordeelt ook gij niet (alleen) hen, die in uw kring zijn?
Hen, die buiten zijn, zal God oordelen.
Doet, wie niet deugt, uit uw midden weg

1Cor.5: 9-13.
Daarmee zegt Paulus, dat je jezelf van dit soort ‘buitenissige’ mensen dient te distantiëren, dat je zelfs niet met ze moet eten, laat staan ze vergeven wanneer ze zich niet bekeren. Vergeving en acceptatie zonder bekering stompt het geweten van de overtreder af.
Christus zal ons daarom nooit aanvaarden wanneer we volharden in ongerechtigheid. Christus kan geen zonde doen en wil absoluut geen Dienaar van de zonde zijn.
4.]. Onvoorwaardelijke vergeving kan dan ook nooit in het geestelijke belang zijn van de schuldige. Het blokkeert immers de weg naar bekering en reiniging – ook al roept de Traditie daartoe op. Dat is de reden dat deze vorm van vergeving in de Blijde Boodschap dan ook niet voor komt.
Vergeving spreekt per definitie de dader vrij van schuld.
Een zegen voor degene die schuld erkend heeft en zich bekeert,  een vrijbrief voor hem die wil volharden in het kwade.
5.]. Wanneer we de ànder vergeven, dan dient dat in het Hemels Koninkrijk te kunnen worden overgenomen.
Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de Hemel en
al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de Hemel.
Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat,  als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van Mijn Vader, Die in de Hemelen is.
Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun middenMatth.18: 18-20.
Maar dat is onmogelijk wanneer onze vergeving niet synchroon loopt met de vergeving van God. We dienen alleen te vergeven wanneer God vergeven kan.
Pas wanneer er sprake is van erkenning van schuld en loslaten van ongerechtigheid,  zijn we in staat de ander zó te vergeven dat God het met Zijn zegen bekronen kan.

Zachte heelmeesters…
Het klinkt onbarmhartig:
alleen vergeven wanneer er sprake is van erkenning en bekering, en  anders overgeven aan Hem, Die rechtvaardig oordeelt.
Maar het tegendeel is waar.
Wanneer het in praktijk wordt gebracht,
komt de weg vrij voor bewogenheid [medelijden] en  Christelijke Liefde voor de tegenpartij.

Goed evenwicht…
Dit nu is het proces dat leidt tot de overwinning van het goede over het kwade
waarover de apostel nogmaals spreekt:
      Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet. 
Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden.
Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige.
Weest niet eigenwijs.
Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen.
Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, Vrede met alle mensen.
Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven:
Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer.
Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten;
indien hij dorst heeft, geef hem te drinken,
want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen.
Laat u niet overwinnen door het kwade, maar
overwin het kwade door het goedeRom.12: 14-21.
Enkel en alleen langs deze weg komt er in ons leven een goed evenwicht tussen liefde en gerechtigheid zoals dat ook het geval was bij Christus en Stephanos die beiden van harte om vergeving konden vragen voor hun moordenaars. Ze zeiden niet: “We vergeven jullie!” . . . . .  maar ze vroegen God hen te vergeven.
Ze vroegen dat voor degenen die niet wisten wat ze deden.
Bij de kruisiging waren dat de Romeinen.
En bij de steniging was dat o.a. Paulus, die schreef dan ook later dat hem ontferming was bewezen omdat hij het in zijn onwetendheid, uit ongeloof had gedaan.
“ . . . . . hoewel ik vroeger een godslasteraar, een vervolger en een geweldenaar was.
Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof, gedaan heb, en zeer overvloedig is de Genadegave van onze Heer geweest,
met het Geloof en de Liefde in Christus Jezus
1Tim.1:13, 14.

Misplaatste verdraagzaamheid…
Te veel verdraagzaamheid ten aanzien van onrecht zal in de praktijk betekenen
dat er steeds meer ruimte komt voor het recht van de sterkste ten koste van de zwakken.
We zien bijvoorbeeld niet zelden dat alle begrip wordt opgebracht voor de bedrijvers van ongerechtigheid, terwijl nauwelijks wordt omgekeken naar de slachtoffers van hun praktijken.
We dienen daarom uit te kijken dat die geest van onrecht en wetteloosheid
ook niet ons christelijke denken aantast.
Barmhartigheid mag nooit ten koste gaan van rechtvaardigheid.
Gebeurt dat wel, dan zullen de zwakken ‘altijd’
– het kind van de rekening zijn- en rechteloos worden.
Barmhartigheid werkt bederf in de hand wanneer  het -‘niet’- gepaard gaat met rechtvaardigheid.

Volhardend gebed om recht…
Daarom wekt Jezus ons in de gelijkenis van de weduwe op:
      Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop,
dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen. En Hij zei:
‘ Er was in een stad een rechter, die zich om God niet bekommerde en zich aan geen mens stoorde. En er was een weduwe in die stad, die telkens tot hem kwam en zei:
‘Verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij’.
En een tijdlang wilde die rechter niet, maar daarna sprak hij bij zichzelf:
‘ Al bekommer ik mij niet om God en al stoor ik mij aan geen mens,  toch zal ik, omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht verschaffen; anders komt zij mij ten slotte nog in het gezicht slaan’.
En de Heer zei: ‘Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten?
Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen.
Doch, als de Zoon des mensen [weer-]komt, zal Hij dan het Geloof vinden op aarde?“  Luc.18: 1-8.

Christus vraagt ons  ten volle gebruik te maken van Gods rechterschap en
Zijn aanbod om onze rechtszaken te behartigen en ons recht te verschaffen.
Daar dienen we niet alleen voor ònszèlf gebruik van te maken, maar óók voor anderen.
Wanneer we zien hoe het onrecht in de wereld hand over hand toeneemt, dan
zou het wel eens onze taak dienen te zijn om Gods oordelen daarover af te roepen.
Waarom zouden we bijvoorbeeld God niet kunnen vragen om zijn oordelen te laten gaan over  de producenten en verspreiders van wapens, porno, en die
al dat soort afschuwelijk zaken bedrijven en winsten te vervloeken?
Wanneer Gods gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid;
      Ook in de weg van uw gerichten hebben wij U verwacht, o Heer;
naar Uw Naam en naar Uw Gedachtenis ging ons zielsverlangen uit.
        Van ganser harte verlang ik naar U in de nacht, ja, uit het diepst van mijn gemoed  zoek ik U; want wanneer Uw Gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld Gerechtigheid.
Al wordt de goddeloze Genadegaven bewezen, hij leert geen gerechtigheid;
hij handelt slecht in een land van recht en de Majesteit des Heren ziet hij niet
Isaiah 26: 8-10.
Het kan dus absoluut geen kwaad om daar doelgericht om te vragen, integendeel.
Misschien is de snelle groei van dit kwaad wel een gevolg van ons falen in dit opzicht.
Wanneer er in onze maatschappij niemand meer gebruik zou maken van de rechterlijke macht, dan zou de ongerechtigheid oneindig veel sneller om zich heen grijpen dan nu al het geval is.
Zou dat in het Koninkrijk van God dan niet zo zijn?
Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch als de Zoon des mensen komt, zal hij dan nog het Geloof vinden op aarde?Luc.18: 7-8.
Laten we ook hierin vrijmoedig worden zodat
het antwoord op Jezus’ vraag wat ons betreft positief zal kunnen zijn!

Het gezin en de gemeenschap…
Bovenstaande principes zijn daarop overeenkomstig de Orthodoxe Traditie ook in gezins- en de gemeenschaps- verband toegepast.
Het gezin is een rechtsstaat in het klein.
Kinderen dienen te leren het recht niet in eigen hand te nemen, maar hun rechtszaken aan de ouders toe te vertrouwen.
Ouders behoren dit zo serieus te nemen dat het rechtsgevoel bij de kinderen
volkomen wordt bevredigd en ze wat dàt aangaat rust vinden in hun ouders.
In de Christelijke Geloofsgemeenschap is dit voor de kinderen van de éne Vader,
onze God hetzelfde en zal het niet moeilijk voor een ieder zijn om dat ook toe te passen in de wereld, waarin zij een voorbeeld vormen voor het leven met God en aan Hem hun vechtzaken toe te vertrouwen.
Het zal ons nu duidelijk zijn dat we nadat de ander ons na afloop van de Vergeving’s-Vespers zegt:
Vergeef mij m’n zonden en fouten en bid voor mij, ik ben een zondaar”,
dat het altwoord steevast zal luiden:
God zal ons vergeven!”.

Eenieder een goede vastenperiode toegewenst
als voorbereiding op het Groot en Heilig Pascha.

Orthodoxie & Mens durf te leven

Mensen hebben mensen nodig om mens te zijn; de ont-Goddelijking van deze wereld leidt altijd tot een ont-menselijking.
Een mens zonder liefde verwordt tot een monster, jaagt anderen angst aan, de meesten verachten dit niet.
Deze mens verwordt tot een gevoelloze nietsontziende ambtenaar, die als ware hij/zij een robot slechts de regeltjes  uitvoert.
De mens is géén naakte aap, noch is het tot een veredeld heiligdom gedoemd,
om slechts volgzaam anderen te volgen.
Ten diepste verlangt elk mens omhelsd te worden door zijn Vader als  de verloren zoon en is aanspreekbaar als de door God geroepene.
De mens die in afzondering leeft, leeft zonder meer als een zonderling, maar zal er beslist z’n eigen bedoelingen mee hebben, hij/zij zoekt de hoogste hoogten.
De Übermensch in de wereld, die zich verheft boven de anderen roept altijd maar weer opnieuw als tegenhanger de onderdrukte op.
De mens is als gevolg doorgaans geneigd tot het goede, maar heeft tevens een donkere kant wanneer hij zich losmaakt uit  z’n relatie met God en z’n naasten.
Onder de mensen zijn meer profiteurs die profiteren dan Profeten die profeteren; zij zijn tot een zwijgende, niet-reagerende meerderheid verworden, die via een afstand tot de naaste en een cultuur slechts toekijkt.
De mens is geen machine waar als vanzelfsprekend vreugde, geluk en vrolijkheid uit voortkomt – je dient je daar voor ìn-te-zetten. Mensen vragen niet meer “wat zijn je beweegredenen?”, maar “ hoe voel je je nu?”; de moderne mens zegt ” -Ik voel, dus ik ben-”. Wie zichzelf onbenullig vindt, geeft zichzelf een te laag cijfer en cijfert zich weg tot voordeel van degene, die zich over z’n rug verheft.
Een mens is geneigd tot een gulzige levenshouding, wanneer hem/haar niet geleerd is te minderen en in z’n lust naar alom heersende hang naar lust en genot, loopt hij tegen de klippen op en zichzelf voorbij.
Medemensen zijn evenmensen en treden niet op de voorgrond; de meeste van ons zijn in het intermenselijke verkeer vaak tegenliggers, die anderen trachtten te verblinden door onszelf te verheffen. Wij zijn verslaafd aan zelfmedelijden, onze ik-zucht, hebzucht, eerzucht en genotzucht en dienen ons anderszins te ontwikkelen door ons in de liefde tot onszelf en elkaar zien te komen.
Op het gebied van de naastenliefde ervaren we een hellend vlak, waar we wat onszelf betreft trachtten we te ontlopen. Wij ervaren dat wij reinigers zijn naar een onbekende bestemming, maar wanneer we een bestemming aangereikt krijgen gedragen wij onszelf alsof we misleid worden en gaan geleidelijke vooruitgang uit de weg. Wij reageren slechts verstandelijk en wanneer wij de Waarheid dienen te ervaren overvalt ons een lelijk-eendje-gevoel; een geestelijk aangetast gevoel van eigen waarde; toch heeft onze Schepper ons boven de engelen gesteld.
Mensen zijn wat dat betreft als ijspegels, die weliswaar warmte bij elkaar zoeken,  maar o wee, wanneer je te dichtbij komt; dàn hebben we veelal lange tenen en meestal ook een scherpe tong.
Wanneer het over het hart gaat, lopen we direct naar een cardioloog in plaats van rust te nemen en je tot de Schepper te wenden
– dat doen we pas wanneer er helemaal geen redden meer aan is en we op het randje van onze mogelijkheden staan, geen uitweg meer weten.
Zelfonderzoek is wat ons mensen vreemd is, we rennen liever de grote mensenmenigte na en vergeten dat wij ook op goddelijke inzichten blind kunnen varen.
Zoals je in de achterafstraatjes van een mensenleven valse geesten tegenkomt,  worden we omgeven door valse bankbiljetten, waar bloed aan kleeft en we maken er [ook als kerk] maar al te graag gebruik van; we verbergen ons heimelijk onder zwart-witte camouflagekleding van een keurig leven.
Wij hebben telkens een bemoediging nodig en om de moed niet te verliezen verbergen onszelf achter onze negatieve motivatie, die kan leiden tot uitputting.
We hebben behoefte aan een geestelijk fundament, maar wanneer we ons op dat gebied succesvol dienen te gedragen zijn we toevallig niet thuis; het komt ons nimmer gelegen.
Veel succesvolle mensen zijn geestelijk zo van zichzelf vervuld en betrokken als hun juist geleegde papier-bak, zijn niet genegen energie buiten hun vriendenkring te besteden; voor hen is het aardig om slechts ‘belangrijk’ te zijn.
In plaats van elkaar tegen te werken is het voor een mens echter véél meer van  belang om aardig te zijn, want door gemeenschap met eenieder wordt de gehele wereld overwonnen.

Hoe ziet de wereld van God er uit? door Giovanni di paolo

1.]. Voorvader Adam werd de rauwe wereld ingestuurd samen met z’n metgezel Eva, nadat zij zich beiden door van de boom te eten bóven God hadden gesteld. Deze hoogmoedige daad werd hen tot zonde aangerekend en zij hebben er tot op de dag van vandaag spijt van.
2.]. De Heer heeft daarop de profeet Noach, met de onbewuste Schepping gevrijwaard van de ondergang en hen als teken de regenboog gesteld, als teken van Zijn Verbond met de mensheid, haar nageslacht en met alle levende wezens. Wanneer wij de boog in de wolken zien verschijnen, dienen wij niet te denken aan een mogelijke pot met goud, waar zij de aarde treft, maar aan het eeuwigdurende Verbond tussen God en al wat op aarde leeft:
Zie Ik richt Mijn Verbond met u op en met uw nageslacht en met alle levende wezens. Als Ik de boog in de wolken zie verschijnen, zal Ik denken aan het eeuwigdurende verbond tussen u en al wat op aarde leeftGen.9: 16. Zoals de regenboog de aarde omspant, zo omspant Gods Trouw de wereld, Die trouw heeft God vastgelegd in het Verbond met  Noach.

Belofte aan Abraham

3.]. Onze Voorvader Abraham is door het Geloof uitgegaan uit zijn land en heeft uitgezien naar de vervulling van Gods belofte. In zijn nageslacht  zou de hele wereld gezegend worden. In de geboorte van Isaäk heeft hij daarvan al de voorlopige vervulling gezien.
4.]. De profeet Joseph werd uit de put gehaald, waarin hij door z’n broeders werd verkocht en God liet hem in Egypte volgroeien tot Farao’s hoogte, waarop
5.] De ogen van profeet Jaäcob, later ook Israël genoemd [volgens de Traditie de derde aartsvader na zijn grootvader Abraham en vader Isaäk] konden weer zien, waardoor hij zijn zoon Joseph herkende. God had hem [Israël] gezegd: “Ik ben God, de God van uw vaderen. Wees niet bang om verder te reizen naar Egypte, want ik zal daar een groot volk uit je doen voortkomen. Ikzelf zal met je meereizen naar Egypte, en ik zal je daar ook weer vandaan brengen. En niemand anders dan Jozef zal jou de ogen sluiten”.
De geschiedenis van Joseph  de brug tussen de verhalen van de aartsvaders Abraham, Isaäc en Jaäcob aan de andere kant het latere verhaal over het slavenvolk Isräel in Egypte. Ze horen toch in Kanaän, dat is toch het land van belofte? Hoe zijn ze dan terechtgekomen in Egypte?
6]. De profeet Mozes heeft de Joodse Volk met God verbonden en hen van Egypte, het land van ellende naar het beloofde land geleid, waardoor ze bevrijd werden van onderdrukking en slavernij.
7.]. De Profeet Isaiah draagt in zijn naam [Yeshayahoe, de Hebreeuwse naam], niet alleen materiaal van hemzelf, maar ook van latere leerlingen. Hij was gehuwd en had twee zonen die allebei een symbolische naam droegen: ‘Maher-Salal Chas-Baz‘ [haastige roof, spoedige buit, Isaiah 8: 1-4] en ‘Sear-Jasub‘ [een rest keert weer, Isaiah 7: 3].
Deze twee namen vormen als het ware een samenvatting van wat Isaiah te zeggen had: hij voorspelde de verovering en verwoesting van Jeruzalem, maar zag ook hoop voor de tijd daarna. Een kleine rest van het Volk zal overblijven en een hernieuwd Godsvolk vormen, onder een ideale koning uit het huis van David. Daarnaast protesteerde Isaiah ook tegen allerlei godsdienstige en sociale misstanden in het beloofde land van zijn tijd.

Profeet David, zoon van Jesse, bidt . . . . .

8.]. De Profeet David liet ons naast de lofzangen, de boetepsalm na, waarin hij zijn berouw toonde over z’n begane zonden.
9.]. De Profeet Job werd beproefd en door zijn standvastig Geloof werd hij genezen van zijn ziekte.
10.]. De Profeet Jeremia maakt het volk duidelijk dat de oorzaak van de problemen niet bij God ligt – hij roept het Volk op hun manier van leven te veranderen. Hij laat ook zien dat het onvoldoende is dat de tempel en de eredienst aldaar goed draaien – er is meer nodig om Gods hulp te verkrijgen, zij dienen op een rechtvaardige manier met elkaar om te gaan. Hij heeft de godsdienstige en politieke ontwikkelingen van z’n tijd goed gevolgd; hij gaat in tegen de spelleiders [priesters en koningen van het Volk]. Zelden luisteren ze naar hem, isoleren hem en voeren hem tegen zijn wil in naar Egypte, waar hij vermoedelijk is overleden.

Jonah, de vis’ model voor de diepten, waarin de mens ten onder gaat

11.] de Profeet Jonah [Hebr. ‘duif’] overleefde drie dagen in de buik van een vis. Hij vertegenwoordigt het verhaal van de leer van het vermogen om zich te bekeren en door God te worden vergeven.
Jonah is het hoofdpersonage in het gelijknamige boek, waarin de Heer hem gebiedt naar de stad Ninevé te gaan om daar tegen te profeteren “want hun grote verdorvenheid is voor mij opgekomen”, maar Jonah probeert
in plaats daarvan te ontkomen.
In het tweede Verbond noemt Christus Zich “méér dan Jonah” en houdt de Farizeeën “het teken van Jonah” voor, dat is Zijn Opstanding. Vroeg-  christelijke gelovigen zagen Jonah als een type voor Jezus Christus, onze Verlosser. Bewonderen wij niet de volmaaktheid van onze gezegende Heer?
Met Zijn Liefde, Zijn tederheid, Zijn vermogen om te verdragen wat er ook op Zijn weg kwam, is niets te vergelijken. Toch ervoer Hij het menselijk ongeloof, dat er de oorzaak van was, dat zij niet wisten hoe ze door zich afhankelijk van God op te stellen en door zelfverloochening gebruik konden maken van de Macht, waardoor de tegenstrever uit zijn bouwwerken geworpen kan worden!
Wie echt de behoefte heeft om te vasten, die zal dat ook doen en degenen, die dat niet kunnen opbrengen zullen er niet toe worden gedwongen. Vasten is immers het jezelf open stellen tot God, de Vader, dit heeft onze Heer Jezus Christus ons zo geleerd en niemand heeft Hij daartoe gedwongen.
De Heer der Heerscharen zorgt ervoor dat een plant [Hebr.
קיקיון een kikayon, wonderolieboom een snelgroeiende plant, die na enkele jaren een hoogte tot 13 meter kan bereiken] over Jonah’s schuilplaats groeit om hem wat schaduw van de zon te geven. Later veroorzaakt de Heer dat een worm de wortel van de plant bijt en deze verdort. Jonah, nu blootgesteld aan de volle kracht van de zon, wordt zwak en smeekt Jahweh hem te doden.

Wonderolieboom

      God vroeg Jonah: ‘Ben jij terecht vertoornd over de wonderboom?’.
En hij antwoordde: ‘Terecht ben ik vertoornd, ten dode toe’.
Daarop zei de Heer: Jij wilde de wonderboom sparen, waarvoor jij jezelf geen moeite hebt gegeven en die je niet hebt doen groeien, die in een nacht is ontstaan en in een nacht is vergaan.

vrucht van de kikayon – de wonderolieboom

Zou Ik dan Ninevé niet sparen, de grote stad, waarin meer dan honderd- en-twintigduizend mensen zijn, die het onderscheid niet kennen tussen hun rechterhand en hun linkerhand, benevens veel vee?’Jonah 4: 9-11.

Het heeft velen getroffen wat de beroemde theoloog en verzetsman Dietrich Bonhoeffer over de wraakpsalmen schreef.
Het gaat niet over Bijbelse plaatsen, of het moest die cel zijn in Flossenburg van waaruit hij in het laatste uur van zijn leven werd weggeroepen door de commandant om opgehangen te worden:
Gefangene Bonhoeffer, mitkommen !”.
Hij nam één van zijn vrienden terzijde en antwoordde: ”Dit is het einde, voor mij het begin van het nieuwe Leven”.
In al de wraakpsalmen wordt het oordeel van God afgesmeekt over de vijanden en belagers van de psalmist. Wat we daar lezen over de vijanden van de psalmist klinkt niet zo vriendelijk:
In hun mond is geen waarheid: hun hart is lichtzinnig. Een open graf is hun keel, zij plegen bedrog met hun tong” Psalm 5: 10. De dichter bidt vervolgens: “Oordeel hen God, doe hen vallen in hun plannen. Verstoot hen om hun talrijke misdaden, want zij hebben U getrek, O Heer”. De psalmdichter – en meestal is dit David – roept het Godsgericht op over Gods vijanden.  Hoe kan dat nou?
Jezus heeft toch gezegd dat we onze vijanden dienen lief te hebben, maar Hij heeft in Zijn Traditie de wraakpsalmen gebeden of Hij die vijanden wilde straffen. Hebben we hier niet  te maken met een heel groot probleem, met een theologische dwaling en nog wel in de Blijde Boodschap?
Christus bidt aan het kruis voor zijn vijanden. Maar kunnen we de wraakpsalmen en het gebed van Jezus dan nog wel serieus nemen? Wordt het niet hoog tijd dat we ook de wraakpsalmen maar dienen te gaan schrappen uit ons psalterion?, die passen toch niet meer in onze tijd? Kunnen wraakpsalmen vandaag de dag nog wel verstaan worden als een gebed van onze Heer Jezus Christus en een oproep tot Gods wraak?
We mogen ons zelf toch niet wreken?
Allereerst dienen wij hier vast te stellen dat het hier niet gaat om persoonlijke wraak. De vijanden waarvan hier immers sprake is, zijn vijanden van God en van de zaak van God, het gaat om het uitbannen van de tegenstrever.
Het gaat de dichter en degene die de Traditie volgt zeker niet om persoonlijke wraakgevoelens; het is niet de wraaklust die Christus in z’n gebed drijft.
Christus toont dat de wraak ten-opzichte van de tegenstrever van de mensen aan God overgelaten dient te worden.
Het gebed om de wraak van God is het gebed om de voltrekking van Gods Gerechtigheid en Zijn uiteindelijke Gericht over de zonde. Wij zijn hierbij echter niet slechts toeschouwers; we kunnen en mogen geen standpunt innemen: Laat het Gericht van Uw heilige toorn maar als een bliksem inslaan bij al die smeerlappen en slechte mensen.
Echter Gods wraak is gekomen; Zijn gericht is voltrokken; Het vuur van Gods toorn is ingeslagen. Waar?
Op Golgotha. Meestal zeggen we: het gaat in de wraakpsalmen om wat er tenslotte, in de toekomst zal plaatsvinden – hetgeen ons in de Blijde Boodschap met zoveel woorden in duidelijke taal is voorzegd. In het eindgericht zullen al Gods vijanden ten onder gaan in het uur en in het vuur van het goddelijk gericht.
Zij wel en wij niet”, want wij [Orthodoxe Christenen] behoren immers niet tot de vijanden van God.
In het geheel niet, want de Blijde Boodschap zegt tevens dat niemand aan dat gericht kan ontkomen; we dienen allemaal voor de rechterstoel van Christus, de Zoon van God te  verschijnen.
Maar met die boodschap dien je niet aan te komen in deze tijd, waarin alles nadrukkelijk en vooral de het ’openbare werk’ de eredienst van het volk – waar voor het oog van de wereld ‘de buitenkant’ wordt vertoond en daarvoor God als Liturg [‘sponsor’]  heeft dient schoon, helder en sprankelend ‘soft’ over te komen. Dat er op de achtergrond zaken spelen, die het daglicht wel eens niet kunnen verdragen en dat er vooraleerst men begint ‘vergeving’ aan allen voor de misdaden gevraagd dient te worden, wordt veelal vergeten – het Kyrië eleïson klinkt immers zó ‘mooi’. De gelovigen zouden immers gillend wegrennen wanneer zij geconfronteerd worden met de werkelijke betekenis van de woorden, die in de Goddelijke Liturgie aan de mens worden voorgehouden – daarom is het maar goed dat we kunnen wegzwijmelen bij de Kerk-slavische, Oud-Griekse, Latijnse teksten, die toch geen hond verstaat.
Toch zijn we allemaal vijanden van God en ontkomt niemand – ook de spelleiders niet aan het Laatste Oordeel, wat ons allen te wachtten staat.
Maar als besluit de uiteindelijke tekst van de Blijde Boodschap: Gods wraak trof niet de zondaar, maar de enige Zondeloze, Die in de plaats van de zondaar is gaan staan: Jezus Christus, de Zoon van God, onze Verlosser.
Hij en Hij alleen droeg de wraak van God om de voltrekking waarvan de psalmist heeft gebeden; Hij alleen stilde Gods toorn over de zonden van de mensen.
Hij alleen bad in het uur waarin dat goddelijk gericht aan Hem werd voltrokken voor zijn vijanden: “Vader vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen”.
God vonnist Zijn vijanden door hun straf aan de enige Rechtvaardige te voltrekken, waardoor wij van vijanden, vrienden van God mogen worden.
Wij mensen zijn per slot van rekening allemaal vijanden van God. Maar zoals alle offers in het Oude Verbond plaatsvervangend waren, zo is ook het grote offer van Jezus Christus plaatsvervangend.
Hij gaat onder het Gods gericht ten onder en Hij alleen bidt voor de vijanden van God om vergeving.

Bewogen woorden

Alleen aan het kruis van Jezus Christus, onze Heer en Verlosser is de Liefde van God te vinden. “Vader vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen”, Hij richt zich daarbij tot mensen die moe zijn van het leven onder het juk van hun eigen zonde. Zij, die verdriet hebben, niet in de eerste plaats over de zonden van anderen, maar over zichzelf. Daarom zegt Christus tot de mens, die Hij tot Zich roept: “      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;  neemt Mijn Juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn Juk is zacht en Mijn Last is lichtMatth. 11: 28-30.
Het zal ons nu duidelijk zijn alle wraakpsalmen leiden naar het Kruis van onze Heer Jezus Christus en naar de vergevende liefde van de vijanden van God; aan iedereen zijn wij mensen liefde verschuldigd.
    Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want
wie de ander liefheeft, heeft de Wet vervuld.
Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan,
gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij,
worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom
is de liefde de vervulling van de Wet

Rom.13: 8-10;
Want de gehele Wet is in één woord vervuld, in dit:
gij zult uw naaste liefhebben als uzelf
” Gal..5: 14.
 doe dit evenzo en je zult leven

Mens, naastenliefde is op billijkheid gebaseerd.
    En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen,
doet gij hun evenzo
Luc.6: 31;
Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen,
doet gij hun ook aldus: want
dit is de Wet en de profeten
” Matth.7: 12.
Zij die werkelijk God’s kinderen zijn en die Hem liefhebben, die Hem in zichzelf bezitten als een onschendbare schat van al het goede, ontvangen overeenkomstig de Bergrede de gekwetsten en de vernederden met een onuitsprekelijke vreugde en geluk. Zij verdubbelen de liefde en de oprechte liefde voor hen die vermoeid en belast zijn en zij ondergaan dit alles, alsof Christus hun Weldoener mag zijn . . .
Hoe goed past hierbij de bijna juichende boetezang
de Deur der Boete’ welke ons de komende weken zal begeleiden:
De deur der boete open mij, o Levenschenkende,
want , zie, mijn geest is ontwaakt en verlangt naar Uw heilige Tempel,
daar ik de tempel van mijn lichaam geheel verontreinigd heb.
Maar Gij, Barmhartige, reinig mij door Uw Genade
””;
en het
Gebed van Jonah:
  Ik schreeuwde in mijn nood tot de Heer,
mijn God, verhoor mij.
Uit de ingewanden van de onderwereld klonk
mijn angstkreet en U hebt mijn stem gehoord.
U hebt mij gewroken in de diepte in het hart
van de zee, en de watervloed heeft mij omvangen.
Al Uw draaikolken en golven zijn [als een tsunami] over mij heen gegaan.
Toe zei ik: ‘ verstoten ben ik uit Uw ogen;
zal ik ooit weer Uw Heilige Tempel aanschouwen?
Wateren omringen mij tot in mijn ziel;
de uiterste afgrond is om mij heen.
mijn hoofd komt tot in de grondslag van de bergen,
ik ben neergezonken in de aarde, waar de grendels voor eeuwig gesloten zijn.
Maar U voert mijn leven uit het verderf tot U omhoog, Heer mijn God.
Toen mijn ziel in mij ontsteld was, dacht ik aan de Heer,
en mijn gebed kwam tot U, in Uw Heilige Tempel.
Zij die ijdelheden en leugens vereren,
geven prijs wat hun tot barmhartigheid strekt.
Maar ik zal lof zingen met mijn stem:
met belijdenis zal ik U offeren.
mijn geloften zal ik gestand doen,
want mijn Verlossing komt van de Heer’ 
Jonah 2: 2-7.
En de Heer sprak tot de vis en
deze spuwde Jonah uit op het droge en
daarop klonk de lofzang:

— Theotokos van het teken —

    Zij die nietige afgoden dienen, geven Hem prijs,
Die hun met veel medeleven Genadig is.
Maar ik, met lofzegging wil ik aan U offeren; 
wat ik beloofd heb, wil ik betalen;
de redding is aan de Heer der Heerscharen.
“Hoe heilig is Gods Naam!
Laat volk bij volk te zaâm Barmhartigheid verwachten;
nu Hij de zaligheid, voor die Hem vreest,
bereidt, door al de nageslachten.
Des Heren arm is sterk; Hij deed een krachtig werk;
die hoog zijn van gevoelen, heeft Hij verstrooid, verward, met alles,
wat het hart, dier trotsen mocht bedoelen.
Die stout zijn op hun macht, heeft Hij versmaad, veracht, gestoten van de tronen;
maar Hij verhoogt en hoedt het nederig gemoed, waarin Zijn Geest wil wonen.
Hij heeft, na lang geduld, met goederen vervuld de hongerige monden;
Hij zag geen rijken aan; maar heeft z’, in hunnen waan, gans ledig weggezonden.
Zijn goedheid klom ten top; Hij nam Zijn Gemeenschap op, naar ‘t heil, Zijn knecht beschoren; gelijk Hij, ons ten troost, aan Abram en zijn kroost, voor eeuwig had gezworen
“.
uit: lofzang van de Theotokos, berijming Statenvertaling.

de Opdracht van onze Heer en Verlosser Jezus Christus in de Tempel [ontmoeting des Heren], 2 Februari.

      En toen de dagen van hun reiniging naar de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem aan de Heer voor te stellen, gelijk geschreven staat in de Wet des Heren: Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Heer en om een offer te brengen overeenkomstig hetgeen in de Wet des Heren gezegd is, een paar tortelduiven of twee jonge duiven.
       En zie, er was een man te Jeruzalem, wiens naam was Simeon, en deze man was rechtvaardig en vroom, en hij verwachtte de vertroosting van Israël en de Heilige Geest was op hem. En hem was door de Heilige Geest een godsspraak gegeven, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Christus des Heren gezien had.
       En hij kwam door de Geest in de tempel. En toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen overeenkomstig de gewoonte der Wet, nam ook hij Het in zijn armen en hij loofde God en zei:
      ‘Nu laat U, Heer, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw Woord, want mijn ogen hebben Uw Heil aanschouwd, dat U bereid hebt voor het aangezicht van alle volken: Licht tot openbaring voor de heidenen en Heerlijkheid voor Uw Volk Israël.
       En Zijn vader en Zijn moeder stonden verwonderd over hetgeen van Hem gezegd werd.
En Simeon zegende hen en zei tot Maria, Zijn moeder:
      ‘Zie, deze is gesteld tot een val en Opstanding van velen in Israël en tot een teken, dat weersproken wordt – en door uw eigen ziel zal een zwaard gaan -, opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden.
      Ook was daar Hanna, een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud en zij diende God onafgebroken in de Tempel, met vasten en bidden, nacht en dag.
En zij kwam op datzelfde ogenblik daarbij staan, en zij loofde mede God en sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten.
En toen zij alles volbracht hadden, wat volgens de Wet des Heren te doen was, keerden zij terug naar Galilea, naar hun stad Nazareth.
Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met wijsheid, en de genade Gods was op HemLuc.2: 22-40.

Christus, de mens geworden Wijsheid Gods, zegent

      Nu is het onweersprekelijk, dat het mindere door het meerdere wordt gezegend. En hier ontvangen sterfelijke mensen tienden, doch daar iemand, van Wie wordt getuigd, dat Hij leeft.
Ja, om zo te zeggen, is zelfs Levi, die tienden heft, door Abraham aan het tiendrecht [van een ander] onderworpen, want hij was nog in de lendenen van zijn vader, toen Melchizedek deze tegemoet kwam.
Indien nu het Levitische priesterschap het volmaakte gebracht had, immers, daaronder heeft het Volk de Wet ontvangen – waarom was het dan nog nodig, dat een andere priester naar de ordening van Melchizedek opstond, van wie niet gezegd werd, dat hij naar de ordening van Aaron is?
Want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van Wet.
Want Hij, van wie aldus wordt gesproken, heeft behoord tot een andere stam, waaruit niemand met het altaar te doen had: het is immers duidelijk, dat onze Heer uit Juda is gesproten, ten aanzien van welke stam Mozes met geen woord van priesters gerept heeft.
En nog veel duidelijker wordt het, als naar het evenbeeld van Melchizedek een andere priester opstaat, die dit niet geworden is krachtens een Wet met een voorschrift betreffende vleselijke afkomst, maar krachtens een onvernietigbaar leven.
Want van Hem wordt getuigd: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek“ Hebr.7: 7-17.

Dit jaar het accent op de Apostel-lezing:
In de Orthodoxe Kerk heet dit feest ‘het feest van de ontmoeting’; daarmee wordt de aandacht op Jezus gericht. De Orthodoxe Kerk wordt wel ‘Christocentrisch’ genoemd. Christenen en de Orthodoxe Kerk in het bijzonder, geloven dat God ervoor gezorgd heeft dat de Blijde Boodschap, de H. Schrift door God – in de loop van de eeuwen – is geopenbaard.
Want God is niet de Onbekende, Die op afstand blijft, maar de God Die verbondenheid zoekt, Die zich laat kennen, Die spreekt van hart tot hart. Vooral dat laatste is typisch voor de God van de Blijde Boodschap: Hij is een sprekende God!  Deze God heeft Zich ten diepste uitgesproken in Zijn Zoon Jezus Christus:
God heeft eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken in de profeten, Hij heeft nu in het laatst van de dagen tot ons gesproken in Zijn Zoon, Die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door Wie Hij ook de wereld geschapen heeftHebr.1: 1-2.
Zoals we met De Geboorte van Christus in het vlees de herders het Kind in de kribbe aantreffen, zo treffen twee andere vertegenwoordigers van het volk, Simeon en Hanna, het Kind aan in de Tempel. Het feest heet tegenwoordig ‘de Opdracht van onze Heer en Verlosser Jezus Christus in de Tempel’, of ‘de ontmoeting des Heren’ en daarmee is onze aandacht gericht op Christus.
De Blijde Boodschap, de H.Schrift geeft z’n Wijsheid pas prijs door het ‘reddende Geloof’ in Christus. Paulus zegt daarom tot zijn geestelijk kind:
  Mijn kind, Blijf jij echter bij wat je geleerd en toevertrouwd is, wel bewust van wie je het hebt geleerd en dat je van kindsbeen af de heilige schriften kent, die je wijs kunnen maken tot zaligheid door het Geloof in Christus Jezus2Tim.3: 14,15.
Wie de H. Schrift, de Blijde Boodschap leest zonder Christus, leest de Bijbel niet; dat is de ene kant. Maar er is ook een andere kant: ‘Wie Christus wil leren kennen’ – zònder de Bijbel te lezen, zal Hem ‘niet’ leren kennen !!!
Het is waar dat we God ook leren kennen in de schepping. Want alles wat geschapen is vertelt over Zijn Eer:
De hemelen verhalen de Heerlijkheid van God, het uitspansel verkondigt het Werk van Zijn handenPsalm 18[19]: 2.
Maar als we alleen zouden zijn aangewezen op de schepping en Gods Glorie daarin, zouden we Christus en de volkomen Verlossing, Die alleen Hij kan geven, niet leren kennen. Want Hem ontmoeten we in de H. Schrift, de Blijde Boodschap.
Daarom vormt het omgaan met de Bijbel een onmisbare geestelijke oefening voor wie willen groeien in het kennen van de Zoon van God.
Daarbij is het uiterst waardevol om gericht te zijn op het vergroten van je kennis van en inzicht in het geheel van de Bijbel, wanneer de aandacht altijd maar geconcentreerd blijf op het zoeken en zien van de rol van Christus in het geheel der dingen.
In de schepping manifesteert God zich als een Vader, Die de oorsprong is van het leven en Die Zijn almacht toont door te scheppen.
De beelden die de Blijde Boodschap daarvoor gebruikt roepen bepaalde voorstellingen op.  Als een Goede en Machtige Vader zorgt Hij voor wat Hij geschapen heeft met een Liefde en Trouw die – onveranderlijk – niet kleiner worden; dàt is wat de psalmen herhalen;
– “ Ik wil U belijden onder de volkeren, Heer, ik wil de Psalm voor U zingen onder de heidenen
Psalm 56[57]: 11;
– “ Wees verheven boven de hemelen, God, over heel de aarde zal Uw Heerlijkheid zijn”.
Psalm 107[108] : 5;
– “Heer, in de hemel is Uw Barmhartigheid, Uw Waarheid reikt tot boven de wolken.
Uw Rechtvaardigheid is hemelhoog gebergte; Uw oordelen een bodemloze zee

Psalm 35[36] : 6,7

Zo wordt de schepping de plaats waar de Almacht en Goedheid des Heren gekend en erkend worden en wordt zij voor de gelovigen een uitnodiging tot Geloof om God als Schepper te belijden.
Geloof doet ons zien”, zegt Paulus:
      Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembareHebr.11: 3.
Geloof impliceert dus dat men het onzichtbare erkent door het spoor ervan in de zichtbare wereld te herkennen. De gelovige kan het grote boek van de natuur lezen en zijn taal begrijpen; maar het Woord van Gods openbaring dat het Geloof wekt, is noodzakelijk opdat de mens tot het volle besef zou komen van de realiteit van God als Schepper en Vader.
Door het lezen van de H. Schrift, door je te verdiepen in de Blijde Boodschap kan het menselijk verstand met het Licht van het Geloof, de sleutel vinden om de wereld te begrijpen.
    Elke dag openbaart een [Gods] Woord aan de volgende dag; van nacht tot nacht wordt kennis verkondigd. Niet met gesproken woorden, er wordt geen klank vernomen. Toch klinkt over heel de aarde hun boodschap, tot aan de grenzen van de wereld hun woorden.
God heeft een tent gemaakt voor de zon, die als een bruidegom uit zijn bruidsvertrek treedt. Hij juicht als een reus om zijn baan te doorlopen; hij gaat op aan het einde des hemels. Zijn loop gaat tot het andere einde; niemand kan zich verbergen voor zijn gloedPsalm 18[19]: 2-7.
Dit is een metafoor zoals de dichter David de Heerlijkheid God’s ziet.
Het hoogtepunt is van heel de schepping is de Schepping van man en vrouw, de mens, de enige die bekwaam is Zijn Schepper te kennen en te beminnen.
De Psalmist bevraagt zich af terwijl hij naar de hemelen kijkt:
Als ik opzie naar de hemelen, het werk van Uw vingers: naar maan en sterren die U heeft gemaakt. Wat is dan de mens, dat U hem gedenkt? Wat is een mensenkind, dat U acht op hem slaat?Psalm 8: 4-5.
De mens, door God tot Liefde voor de mens geschapen, is maar klein ten overstaan van de immensiteit van het heelal; wanneer wij gefascineerd naar de enorme afstanden in het firmament kijken, bemerken wij soms ook onze begrensde werkelijkheid.
In de mens leeft de paradox: onze kleinheid en eindigheid wonen samen met de grootsheid van wat Gods eeuwige liefde voor hem gewild heeft.
Het Geloof is alles voor zover als het een werktuig en middel is teneinde Christus aan te grijpen, die ons mensen tot goddelijke volheid, een -‘nieuw mens’- brengt; net zoals iemand door het aangrijpen van een tak [van de wijnrank] behouden wordt.
Van het ‘nieuwe schepsel’ wordt gezegd alles [de goddelijke volheid] te zijn.
Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is.

En allen, die zich naar die regel zullen richten – Vrede en Barmhartigheid zal over hen komen en ook over het Israël God’sGal. 6: 15,16; en het ‘nieuwe schepsel’ is alles [de goddelijke volheid]; voor zover als het ons tot de hemel bekwaam maakt. “Jaagt naar Vrede met allen en naar de Heiliging, zonder welke niemand de Heer zal zienHebr.12: 14.

Taal is nooit onschuldig, zij verraadt een manier van denken.

De Goddragende Simeon & de Profetes Anna

Zowel Simeon [betekenis: ‘gehoord, luisteren’], een rechtvaardig en vroom man en hij verwachtte de vertroosting van Israël [= ‘God heeft de overhand’, ‘God zegeviert’] en de Heilige Geest was op hem, dus was hij een Profeet en Anna [Gr. vorm van Hebr. Hanna הינה, hetgeen ‘lieflijke, genadige’ betekent], een profetes, een dochter van Fanuël [‘het gelaat van God’], uit de stam Aser [‘gezegend, gelukkig’] èn Paulus [Lat. ’klein’,’gering’] getuigen vandaag over het kind, wat door z’n ouders in de Tempel overeenkomstig de Joodse Wet aan God wordt opgedragen.
Er wordt van Hem wordt getuigd: “Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek [‘Mijn koning is gerechtigheid’]”; “ Anna sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten“ en loofde met de profeet Simeon dat: “Dit kind is Licht tot openbaring voor de heidenen en Heerlijkheid voor Uw Volk Israël“.
Wie is deze Melchizedek eigenlijk?

Melchizedek, door de H. Geest Profeet, icon ‘aan de Zoon van God gelijkgesteld

Rondom de persoon van Melchizedek, die slechts in drie Bijbelboeken genoemd wordt, zijn de wildste theorieën en geruchten ontstaan.
Zo zou hij een engel zijn? Of, naar de Joodse overleveringen, Sem [
שם = ‘er’, de zoon van Noach [נוח=‘comfortabel’]?
Òf Melchizedek zou Henoch zijn, waarvan we ook niets meer hebben vernomen, na zijn opname in de hemelse gewesten? Dit komt omdat Paulus van Melchizedek zegt: “koning der gerechtigheid, vervolgens ook:
koning van Salem, dat is: koning des Vredes; zonder Vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens en aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altijdHebr.7: 2,3.
Als je door Paulus op die wijze benoemd wordt, kan het niet anders of je zal ‘een hoogstaande priester’ geacht worden, zoals je maar weinig tegenkomt.
Melchizedek bracht voort: ‘brood en wijn’. je kunt zeggen: “Gelijk Christus ons heeft meegegeven” en Melchizedek zegende Abram. Iemand zegenen is doorgaans de uitbeelding van het werk van de priester; ook wanneer een vader zijn zoon zegent, blijft het de uitbeelding van het werk van de priester; Abram, een vermogend man, gaf Melchizedek van alles dat hij had, een tiende.
Opmerkelijk is dat Paulus vermeldt dat Melchizedek zelf ook deel uitmaakt van de van diverse oorlogen tegen koningen; daarbij werd Lot, Abrams broer, ook slachtoffer werd deze gevangen genomen:
      Want deze Melchizedek, koning van Salem, priester van de allerhoogste God, die Abraham bij zijn terugkeer na het verslaan van de koningen tegemoet kwam en hem zegendeHebr.7: 1.
Paulus noemt deze Melchizedek, koning van Salem [afgeleid van שלום (Hebr.  Shalom= Vrede)] ongeveer 1000 jaar nadat David 1000 jaar gewacht heeft om Melchizedek te bezingen in:
    De Heer zegt tot mijn Heer: zit neer aan mijn rechterhand. Opdat Ik uw vijanden zal maken  
tot een steun onder uw voeten. Een scepter van Kracht zal de Heer u zenden vanuit Sion: Heer, temidden van Uw vijanden. Bij U is Heerschappij op de dag van Uw Kracht, in de stralende luister van Uw heiligen. Uit de schoot heb ik U voortgebracht vóór de morgenster. De Heer heeft gezworen, onveranderlijk: Gij zijt de priester in eeuwigheid, volgens de orde van Melchizedek.
De Heer is aan uw rechterhand; Hij verbrijzelt koningen op de dag van Zijn toorn. Hij oordeelt de volkeren, maakt talrijk de gevallenen; de hoofden van velen verplettert Hij op de grond. Uit een beek onderweg zal Hij drinken en dan het hoofd verheffen
” Psalm 109[110], vert. ROK ’s-Gravenhage.

En dan komen we Melchizedek uitgebreid tegen bij Paulus in de Hebreeën. Namelijk negen keer bij naam. Eerst in Hebr.5 waar Paulus spreekt over de nieuwe Hogepriester en vervolgens in Hebr.6 dat Christus ons is voorgegaan, het voorhangsel voorbij, omdat Hij Hogepriester is in eeuwigheid;
✦         “      Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer toegekend hogepriester te worden maar Hij, die tot Hem sprak: ‘Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt; zoals Hij ook op een andere plaats spreekt: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van MelchizedekHebr.5: 5,6.
✦         “      Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden, en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden, door God aangesproken als hogepriester naar de ordening van MelchizedekHebr.5: 7-10.
✦         “      Daarom heeft God, toen Hij des te nadrukkelijker aan de erfgenamen der belofte het onveranderlijke van zijn raad wilde doen blijken, Zich onder ede verbonden, opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die [tot Hem de] toevlucht genomen hebben, een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt. Haar hebben wij als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en dat reikt tot binnen het voorhangsel, waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan naar de ordening van Melchizedek hogepriester geworden in eeuwigheidHebr.6: 17-20.
Paulus legt uit dat Christus de Priester is geworden, maar dit niet uit de stam van Levi, door erfopvolging heeft ontvangen, maar op grond van Zijn Opstanding uit de doden:
✦      “      Indien nu het Levitische priesterschap het volmaakte gebracht had, immers, daaronder heeft het volk de Wet ontvangen – waarom was het dan nog nodig, dat een andere priester naar de ordening van Melchizedek opstond, van wie niet gezegd werd, dat hij naar de ordening van Aäron is? Want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van Wet. 
Want Hij, van wie aldus wordt gesproken, heeft behoord tot een andere stam, waaruit niemand met het altaar te doen had: het is immers duidelijk, dat onze Heer uit Juda is gesproten, ten aanzien van welke stam Mozes met geen woord van priesters gerept heeft.
En nog veel duidelijker wordt het, als naar het evenbeeld van Melchizedek een andere priester opstaat, die dit niet geworden is krachtens een Wet met een voorschrift betreffende vleselijke [afkomst, maar krachtens een onvernietigbaar leven. Want van Hem wordt getuigd: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van MelchizedekHebr.7: 11-17.

Apostel Paulus, I.M. Stavronikita Monastery, Athos [16th cnt]
Op de vraag, die daarop volgt: “Hoe kon Paulus dit weten?” is zijn antwoord:
      Tracht ik thans mensen te winnen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn. Want ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, Hetwelk door mij verkondigd is, niet is naar de mens. Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door Openbaring van Jezus ChristusGal.1: 10-12.
En dat is Paulus’ meest eerlijke antwoord welke wij uit de Blijde Boodschap kunnen halen.
Paulus heeft deze kennis, ja ‘al zijn kennis’, van Christus ontvangen. Daar werd in zijn dagen al aan getwijfeld, maar in onze dagen net zo goed. Hij kan niet volledig aan ons verzoek voldoen en blijft daarom zeggen: 
      Wat ik u schrijf, zie, voor het aangezicht van God, ik lieg nietGal.1: 20. De nieuwe punten die Paulus in Hebr.7 heeft aangehaald, dienden verborgen te blijven, tot het moment dat God Zelf hem en ons het zal openbaren.
Openbaren is immers het tegenovergestelde van verbergen !!!
Deze verborgen punten zijn kennelijk van essentieel belang de periode, dat wij ons volledig overgeven aan het Geloof, die ook wordt aangeduid als de Genadegave van de verborgenheid.
Paulus verwoordt dat door te zeggen dat hij God wil behagen en niet de mensen en dat hij daarom – in tegenstelling tot z’n voorgeschiedenis- dienstknecht van Christus is geworden. De Blijde Boodschap, de H. Schrift geeft z’n Wijsheid immers pas prijs door het ‘reddende Geloof’ in Christus.
Het doel van Christus’ komst naar de wereld is, dat iedere volgeling van Hem, door de Heilige Geest in Hem zou leven, zoals Hij Zelf leeft in relatie met Zijn Vader:

Christus als pedagoog [opvoeder].
      Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven. Te dien dage zult gij weten, dat Ik in [en] Mijn Vader ben en gij in [en] Mij en Ik in [en] u. Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door Mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbarenJohn.14: 18-21.
Om ‘in’ [en alsChristus [christen] te kunnen zijn, dient iemand eerst ‘in’ [-‘tot’-] Christus te  komen. Degene, die een diepgaande studie maakt over Gods plan, teneinde van zonde verlost te worden en daarmee z’n ziel tracht  te redden, raakt er van overtuigd dat de redding alleen door het Geloof komt.
Het Geloof nu is de zekerheid van de dingen, die men Hoopt en
het bewijs der dingen, die men ‘niet’ ziet.
Want door dit [Geloof] is aan de ouden een Getuigenis gegeven.
  Door het Geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord van Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.
Door het Geloof heeft Abel aan God een beter offer gebracht dan Kaïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.
Door het Geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij aan God welgevallig was geweest;
maar zonder Geloof is het onmogelijk [Hem] welgevallig te zijn.
Want wie tot God komt, dient te geloven, dat Hij bestaat en
een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken
Hebr.11: 1-6.

Troparion     tn.1.
  Verheug u, Hoog-begenadigde Moeder Gods en Maagd;
want uit U is opgegaan de Zon der Gerechtigheid: Christus onze God,
Om hen te verlichten, die in duisternis gezeten zijn.
Verheug u ook, rechtvaardige Grijsaard,
want in uw armen hebt u gedragen de Bevrijder van onze zielen,
Die ons ook de Opstanding schenkt
”.

Kondakion     tn.1
  Door Uw Geboorte hebt U de maagdelijke schoot geheiligd,
en de armen van de gerechten Simeon gezegend.
Gij zijt gekomen, Christus God, om heden ons te redden.
Schenk vrede aan Uw stad en versterk hen.
die U bemint, o enig menslievende
”.

Theotokion     tn.1 – bij 7e Ode [H. Simeon & Anna 3-2]
Zonder de schoot van de voortbrengende Vader te verlaten,
heeft de Volmaakte God in uw schoot gewoond, Al-reine;
en Hij heeft deze daardoor gemaakt tot Zijn geheiligde Troon
”.


Theotokion     tn.1. – bij 8e Ode [H. Simeon & Anna 3-2]
Het Woord, de God, Die alles te boven gaat,
heeft u voor Zichzelf genomen als een lelie,
als een welriekende roos, met hemelse geur, al-reine Bruid van God.
Hij heeft in uw schoot gewoond en daardoor onze menselijke natuur,
die door de zonde met stank en ontbinding was overgegaan,
weer geurend van leven gemaakt, Maria, de Moeder Gods
”.

Theotokion    tn.1.- bij 9e Ode [H. Simeon & Anna 3-2]
Toen de hoogbejaarde u zag komen als de Moeder Gods,
Heeft hij profetisch gesproken:
Zie uw Zoon zal strekken tot val en Opstanding van velen, Koningin
en zal een teken van tegenspraak zijn
”.