10e Zondag ná Pinksteren – in Christus Jezus verwekt door de Blijde Boodschap.

Het Mysterie van de herinnering aan de Liefde van God voor de mensen; The Mystery of the memory of the Love of God for the people

    Er kwam iemand tot Hem, knielde voor Hem neer, en zei:
‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water.
En ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen’.
Jezus antwoordde en zei:
Breng hem Mij hier’.
En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af.
Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren:
‘Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?’
Hij zei tot hen: ‘Vanwege uw kleingeloof.
Want voorwaar, Ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad,
zult gij tot deze berg zeggen:
Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen
en niets zal u onmogelijk zijn.
Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten’.
Terwijl zij samen in Galilea verkeerden, zei Jezus tot hen:
‘De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen,
en zij zullen Hem ter dood brengen en ten derden dage zal Hij opgewekt worden’.
En zij werden zeer bedroefd”
Matth.17: 14b-23b.

 

de apostelen konden niet genezen; the apostles could not heal.

    Want het schijnt mij toe, dat God ons, apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen.
Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.
Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven;
wij verrichten zware handenarbeid;
worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen; worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe.
Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Want al hadden jullie duizenden opvoeders in Christus, jullie hebben niet vele vaders. Immers, ik heb u in Christus Jezus door het Evangelie verwekt.
Ik vermaan u dus: volgt mijn voorbeeld
1Cor 4: 9-16.

Blijf bij mij Heer, want d’ avond is nabij; ‘Stay with me, Lord, for the evening is near‘; ‘Μείνετε μαζί μου, Κύριε, γιατί το βράδυ είναι κοντά‘;’ ابق معي يا رب لأن المساء قريب‘.

    Bewaar mij Heer, want ik vertrouw op U en zeg: Gij zijt mijn God, mijn goederen hebt Gij niet nodig.
Voor de heiligen in Zijn land heeft de Heer al Zijn wonderen gedaan.
Zij waren van zwakheid vervuld, maar met Zijn hulp werden zij snel.
Ik wil niet deelnemen aan hun bloed-bijeenkomsten, noch hun naam met mijn lippen gedenken.
De Heer is mijn erfdeel, mijn deel aan de kelk: Gij toch hebt mij hersteld in mijn erfdeel.
Het meetsnoer viel voor mij in het vruchtbaarste land; als erfdeel kreeg ik het beste.
Ik wil de Heer zegenen die mij tot inzicht heeft gebracht: zelfs in de nacht onderricht Hij mijn hart.
ik heb de Heer gedurig voor ogen: Hij staat naast mij, opdat ik niet wankel.
Daarover verheugt zich mijn hart en juicht mijn tong; zelfs mijn vlees zal wonen in vertrouwen.
Want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan de hades; Gij zult Uw gewijde het bederf niet doen zien. 
Gij hebt mij de wegen des levens doen kennen, door Uw Aanschijn hebt Gij mij met vreugde  vervuld. De genietingen aan Uw rechterhand duren tot in eeuwigheid”. Psalm 15[16] vert. ROK. ’s-Gravenhage.
” Abide with me” [Hymn]:
https://www.youtube.com/watch?v=EfwaS05wg5Q

Streven naar het allerhoogste

-‘blijven vissen’-, in een wereld, die onstuimig is

Onze Almachtige Heer en Verlosser is de enige Die in ons leven de Kracht, de Macht en het Recht toekomt Zich het vermogen toe te eigenen Zich als een alleen-Heerser [Pantocrator] te gedragen. Hij heeft er echter nimmer voor gekozen Zich als zodanig te gedragen, omdat het Zijn doel niet was ons ook maar iets op te leggen, ons ergens toe te dwingen. Christus wilde ons veeleer tot voorbeeld zijn en Zijn Al-Machtig-heid dusdanig in te zetten om ons uit de dood, de afgrond van onze wanhoop, te doen verheffen.
We dienen ervan doordrongen te zijn dat God geen absolute Macht inzet, omdat
macht slechts wordt gedefinieerd als eenheid van een geestelijke of lichamelijke
activiteit in de eenheid van tijd.
Omdat God boven de tijd staat en kan doen wat Hij wil, is de Almacht van onze Heer en Verlosser niet juist in de zin van het woord.
Zijn absolute kracht is slechts Zijn uitdrukking tegenover ons in het dagelijks leven en deze absolute kracht wordt tegenover ons uitgedrukt als iets wat absoluut als –‘zalig’ – wordt beschouwd.
God, onze Heer en Meester, gebruikt Zijn almachtige natuur immers om ons te helpen naar Hem toe te komen, dat wil zeggen om persoonlijk te trachten een eeuwige perfectie te bereiken, maar dan zonder onze vrijheid te ondermijnen.
Hij behandelt ons met de grootst mogelijke voorzichtigheid, zoals een gigantische hijskraan die een kleine baby in de lucht probeert op te tillen zonder
hem/haar enige schade te berokkenen.
Indien onze Heer en Verlosser dus geen alleen-Heerser [Pantocrator] is, maar zegt:  “Geef Mij de gelegenheid jou te onderwijzen,
neem Mijn juk op je en leert van Mij, want
Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en
al doende zul je rust vinden voor je ziel
conf. Matth.11: 29.
Waarom proberen we dan voortdurend méér dan onze Heer te bereiken en
onszelf meer Macht en vermogens toe te eigenen om anderen en daarmee onze ziel te onderdrukken, hetgeen zich nu eenmaal vèr boven ons niveau bevindt en
ons onvermogen alleen maar bevestigt? Het is immers een weg zonder einde.
Onze Almachtige Heer bewees dat Hij helemaal geen despoot was, al
was dat alleen al door Zijn Opstanding!
Leven in navolging van Christus is een hoog ideaal, maar weinigen onder ons brengen dàt tot een goed einde.
Daarom zijn er regels nodig vanwege de tegenstrijdige praktische uitvoering.
Christus zegt wanneer Hij zieken geneest en wij niet in staat zijn ons wereldse Hoogmoedig gedrag te veranderen:
    Oh, ‘ongelovig en verkeerd geslacht’, hoelang zal Ik nog bij u zijn?
Hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng de patiënt bij Mij’.
En Jezus, onze geneesheer, bestraft de mens en de boze geest
ging van de mens uit, doch de mens was genezen van dat ogenblik af
”.
      Ben je ìn Christus, dan ben je met Hem bekleed, dan ga je in dat proces volledig op, dan doe je geen zonden meer.
     De situatie blijkt echter anders te zijn, de geest is gewillig, het vlees is zwak.
Wanneer je zondigt als je in Christus bent is dat aanstootgevend.
Je zielenheil hangt niet af van verkeerde besluiten; je wilt het wèl zo goed mogelijk doen, maar slechts door onafgebroken gebed en vasten [ascese], zijn wij enigszins in staat onszelf van het kwaad te bedwingen.
Paulus noemt dàt het fundament, en dàt is leven in Christus.
Wie daarop bouwt met hout of steen wordt bewaard, als door vuur heen.
Er is dus wel enig verschil, echter iedereen wordt ge-vrij-waard.
Wie in Christus is doet wel zonde, maar wil het niet meer.

reverse side if an icon. Ι(ησοῦ)C Χ(ριστὸ)C Ν(ι)(Κ(ᾷ) — Jesus Christ Conquers                      Φ(ῶς) Χ(ριστοῦ) Φ(αίνει) Π(ᾶσιν) — The light of Christ shines for all CT(αυρῷ) CT(αυρωθεὶς) Δ(όξα) Π(ατρός) — Crucified on the Cross You are the Glory of the Father              (Χ)ριστὸς (Χ)ριστιανοῖς (Χ)αρίζει (Χ)άριν — Christ Grants Grace to Christians

 

Waarom dan tòch:
Heer, bewaar en behoed ons tegen dit zondig geslacht?
Vermaningen zijn tijdelijk geldig, maar op de lange duur werkt het niet.
Wanneer je echter onafgebroken [door gebed en vasten, ascese] in Christus bent,  je daadwerkelijk mèt Christus hebt bekleed, heb je de wet en de regels als het ware niet meer nodig – je leidt dàn als vanzelf een ‘Geestelijk’ Leven.
Maar je mag dàn geen andere dingen meer meedelen of doen dan in de ‘Blijde Boodschap‘ worden aangegeven, anders ga je alsnog ten onder en dan blijken ook monastiek levenden slechts mensen te zijn.
Paulus zegt nergens dat zijn vermaningen tijdelijk zijn.
De regels in het Nieuwe Verbond [NT] zijn in feite herhalingen van wat al in het Eerste Verbond [OT] als bekend wordt verondersteld.
De mens dient het echter steeds maar weer herhaald op z’n bordje te krijgen, ook als je het al lang wist, opdat het Verbond met God niet verslapt, achteruitgaat en verkommert.
Voor een navolger van Christus dient groei nooit los gezien te worden van de ‘Blijde Boodschap‘.
Het is verstandig en wijs je geestelijke ervaringen hieraan te toetsen, òf iets in de Geest van God is of de geest van het verderf is.

Christus drijft de duivel uit in aanwezigheid van Joden en Apostelen.

Voorstellingen en onthullingen
Wat men in gedachten voor zich ziet en het bekend worden van de feiten gaan nooit tegen God in, groei brengt je altijd dichter bij God.
Herhalen, herhalen en nog eens herhalen hebben lichaams- en geestelijke kracht tot gevolg en geen sleur. De aparte vermeldingen zijn niet alleen bedoeld voor die tijd en die omstandigheden.                    Hoe ga je zelf om met nogal gevoelige teksten?
Bijvoorbeeld overmatig eten en drinken? Intermenselijke relaties?
Is er een standaardregel voor welke teksten nu opgevolgd dienen te worden en welke niet? Belangrijk is de relatie met de scheppingsorde.
Zo is de mens en zijn omgeving geschapen en bedoeld, alles dient in evenwicht te zijn – door zowel het individu als z’n omgeving gedragen te worden.
De schepping dient uitgangspunt te zijn [schepping’s-orde], niet de werkelijkheid alle dag van de dag, van het hier en het nu, van boven- en ondergeschikt.
Vanaf de schepping is het de verkeerde kant op gegaan, de mens besliste hooghartig ‘zelf‘, ging aan God en de medemens voorbij.
Dàn komt Christus, de tweede Adam.
Ook kun je duidelijkheid krijgen door de bestudering van de geschiedenis en
hoe andere mensen in andere werelddelen bij voorbeeld met  deze vraagstukken omgaan, lees maar:

Statenbijbel uit 1729, gedrukt door Pieter & Jacob Keur, Dordrecht

      Het woord des Heren, dat kwam tot Joël [Hebr.=‘voor wie de Heer God is’], de zoon van Petuel [Hebr.=‘verschijning van God’].
         Hoort dit, gij oudsten, en neemt ter ore, alle inwoners van het land.
Is zo iets geschied in uw dagen of in de dagen van uw vaderen?
Vertelt daarvan aan uw kinderen; laten uw kinderen het aan hun kinderen vertellen en hun kinderen weer aan het volgende geslacht.
Wat het knaagdier had overgelaten, heeft de sprinkhaan afgevreten; wat de sprinkhaan had overgelaten, heeft het beest dat verslindt afgevreten; en wat het beest dat verslindt had overgelaten, heeft de het beest dat kaalvreet afgevreten.
Wordt wakker, jullie dronkaards en huilt, en jammert allen, jullie wijndrinkers, om de jonge wijn, want deze is van uw mond weggerukt [jullie uit de hand geslagen].
Want een volk is tegen Mijn land opgetrokken, machtig en ontelbaar; zijn tanden zijn leeuwen-tanden en het heeft hoektanden van een leeuwin.
Het heeft Mijn wijnstok tot een voorwerp van ontzetting en Mijn vijgenboom tot een geknakte stam gemaakt; het heeft de schors geheel en al afgeschild en weggeworpen; zijn ranken zijn wit geworden.
Weeklaag als een maagd, met een rouwgewaad omgord, wegens de verloofde van haar jeugd.
Spijsoffer en plengoffer zijn ontrukt aan het huis des Heren; de priesters, de dienaren des Heren, treuren.
Verwoest is het veld; de aardbodem treurt, want het koren is verwoest, de most verdroogd,
de olie weggeslonken.
De landbouwers zijn verslagen, de wijngaardeniers jammeren, over de tarwe en over de gerst, want de oogst van het veld is verloren gegaan.
De wijnstok is verdord en de vijgenboom is verwelkt; granaatappelboom, ook palm en appel-boom, alle bomen van het veld zijn verdord.
Voorwaar, de blijdschap is beschaamd van de mensenkinderen weggevlucht.
Omgordt u en weeklaagt, gij priesters; jammert, gij dienaren van het altaar; komt, overnacht in rouwgewaden, gij dienaren van mijn God, want aan het huis van uw God zijn spijsoffer en plengoffer onthouden.
Heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst bijeen; vergadert, gij oudsten, alle inwoners des lands, tot het huis van de Here, uw God, en roept luid tot de Heer
Joël 1: 1-14.

Ultieme fileer-klem, welke je vis zeker en vast, veilig vasthoudt.

Wanneer je een milieu-freek/klimaat-fanaat bent en let op de ons omringende levenssfeer zul je ‘zeker en vast’ [Ndlnd’s, vast en zeker] door bovenstaande tekst worden aangesproken.
Maar wanneer je hoort dat de ‘wijnstok’ verschrompelt en de ‘vijgenbomen’ schaars in aantal zijn dan dient er een licht bij je op te gaan, want dàt is een belangrijk signaal.
☦️   Dàn gaat het om de ‘Kerk’ en het Israël [Hebr.=‘ God heeft de overhand, God zegeviert’] en dat gaat wèl een niveau dieper dan het materiële voortbestaan van de wereld.
☦️   Dàn dient de Profeet van stal gehaald te worden zoals Jonah, die naar Nineveh [Hebr.= ‘het nageslacht is blijvend’] en die zei: “Ik wil niet”.
Inderdaad onze profeten, de meeste van onze huidige toezichthouders willen niet, die zijn te druk met onderlinge conflicten en vechten elkaar de tent uit [Je wilt niet weten, wat de strijdende partijen elkaar rond het conflict ‘Rue-da-Rue’ allemaal naar het hoofd slingeren en welke zgn. vriendschap’s bezoekjes er worden afgelegd].
Zij hebben hiermee de vreugde van de mensenkinderen beschaamd gemaakt en deze haken massaal af, je ziet het om je heen.
Omgord daarom uzelf daarom met een zak, as en jammer, [“  Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder –‘niet zonder’– onze Heer”] u die gewijd zijt voor God’s aangezicht. Doe alom uw rouwkleed aan, u die op het altaar dient.
Ga in tot een ascetisch bestaan, u die God zegt te dienen . . . . .
Laat af uzelf te verlagen tot wereldse manier van doen en
onttrek u aan de slachtpartijen
” – achtervolg uw omgeving, – met uw Blijde Boodschap -, die immers van Christus afkomstig dient te zijn.
Brutale hooggeplaatsten ontketenen wrede oorlogen, terreur en bloedige revoluties, ja, ook in de Kerk worden in de ‘naam van religie’ grote tweestrijd ontketend.
Tegelijkertijd gaat de wereld ten onder aan door de mens veroorzaakte gewelddadige  omwentelingen van de natuur, welke hun eigen rampspoed veroorzaakt.
Dergelijke plagen kunnen het hart doen wankelen, immers alles lijkt ‘van God los’.  Hoe kunnen we dan nog enig begrip opbrengen bij dergelijke hoogmoedige kwaden die plaatsvinden in de schepping van de God, Die liefheeft en Wiens voorzienigheid vele zegeningen schenkt en zegeningen die nog mogen voort-komen uit de natuur, uit de kunst van mensen en vrouwen en van de bevindingen van de hedendaagse wetenschap?
Profeten leren ons ‘om acht te slaan op God’s oordeel‘ in onze tijden van ramp-spoed en tegelijkertijd: ‘blij te blijven zijn en ons te verheugen in de Heer, onze GodJoël 2: 23.
Joel richt zich in het bijzonder op de activiteit van de Heer in het weefsel van de geschiedenis, van “het bloed en vuur en damp van rook” Joël 3: 3 tot “ de zoetheid en melk . . . van de heuvelsJoël 3: 18.
In de opening, beschrijft Joël een natuurramp – zwermende sprinkhanen – die door het land Juda raast, het leven verwoest en alles ervoor consumeren Joël 3: 1. Hordes insecten verslinden het graan in de velden en strippen de wijngaarden en fruitbomen kaal. De indringers zijn woest in hun vernietigende uitwerking.
Joël spoort zijn luisteraars aan om ‘al uw kinderenhierover te vertellen, en uw kinderen aan hun kinderen naar de volgende generatieJoël 3: 3, want hij kan zich zoiets niet herinneren dat tijdens of vóór zijn leven plaatsvond Joël 3: 2.
Wij leren onze menselijke, natuurlijk ingebakken destructiviteit alleen maar te begrijpen door te leven in, door en nabij de rampen in deze wereld,
pas – ‘dàn’ – gaat de mens een ‘licht’ op, dat het anders kàn.
De profeet instrueert elke mens ‘om wakker te worden’,  door ‘het Woord van de Heer‘ te ontvangen Joël 3: 1 en gezegend te worden.
Wij zouden catastrofes moeten veroorzaken om ons te wekken, net zoals de sprinkhanenplaag Joël wakker maakt.
Leer vanuit de authentieke geschiedenis van hem en verminder tragische gebeurtenissen niet tot een louter dagelijks ‘nieuwsbericht’.
Immers een nieuwbulletin trekt voor één momentje je aandacht en vervolgens  zet je je lieve leventje weer voort alsof het allemaal een ’ver-van-m’n-bed-show’ betreft.
Zie en neem waar wat er allemaal om je heen gebeurt met méér dan vleselijke ogen
➥   laat ons daarom horen wat de Geest des Heren zegt Openbaring 2: 7 !
Hoor dit, u oudsten, [toezichthouders en spelleiders] en luister, gij allen die het land bewoontJoël 1: 2.
Laten we vanuit het hart aandacht schenken aan wat de Heer zegt en ons innerlijke oog openen voor de diepere spirituele niveaus van het bestaan, tot een visie op geschiedenis, naties en volkeren zoals deze gezien wordt door God’s ogen.
Als we [als de dood zijn] dood worden door routine en door het constante genot van de goede dingen van het leven, kunnen we merken dat we ‘alle‘ innerlijke zegen missen.
Wij worden virtuele dode zielen die rondlopen in stervende lichamen.
Zo ja, luister dan naar de woorden van Joel:
Word nuchter, jij die dronken bentJoël 1: 5 !!!.
De levensomstandigheden veranderen vaak van de ene dag op de andere en raken ons onbewust.
Sprinkhanen verwoesten een hele regio; de kerken verdwijnen en er is algemene afval; HIV, Ebola en vreselijke ziekten infecteren de helft of meer van de bevolking van een natie. Een jaarlijkse fysieke routine, die woedende kanker in het lichaam vaststelt; op een vrijdag namiddag brengt een roze slip met onze laatste salaris. Een briefje op de keukentafel vermeldt doodleuk: ‘Ik heb je verlaten en ben weggegaan. Ik zal niet terugkomen. Knuffel de kinderen voor mij’.
Oh, ja, hoe gemakkelijk kan vreugde en blijdschap [worden] en
zich verwijderen uit je mondJoël 1: 5, wanneer we dit
het minst verwachten wordt elk Verbond met de voeten getreden !!!
We zijn misschien niet klaar om vreselijke dingen te accepteren na het wonen in tijdelijke genoegens. Het is goed dan het boek Joël eens aandachtig te lezen en  acht te slaan op zijn waarschuwing.
De waarschuwingen komen niet uit de lucht vallen, maar komen als Genadegaven van God, die de profeet duidelijk maakt
opent het verstand dat dit voortkomt uit ervaring;
profeten zijn ervaringsdeskundigen, die hebben daar ècht niet voor gestudeerd.
Hij biedt een wake-up call zodat we niet zullen wanhopen over neergangen en calamiteiten.
We doen er goed aan om te rouwen Joël 1: 8, “omgord [onszelf] met een zak en een gejammerJoël 1: 13 terwijl we
de vastenperioden van de Kerk en
de [maandag-] woensdag en vrijdag  en de zaterdag voorafgaand aan de ontmoeting met de Heer door onthouding heiligen. Een gebalanceerd spiritueel dieet en het neerzinken op onze blote knieën dient van nu af vooraf te gaan aan genezende tijden van zelfonderzoek, berouw en bekentenis als onderdeel van onze disciplines omvatten teneinde spirituele groei een kans te geven.
Kom uit je comfort-zone allemaal, toezichthouders, spelleiders en de gehele christelijke gemeenschap, want de tijd is nabij !!!
”     Sta ons allen toe, o Heer Jezus Christus,
    dat wij de tijd van het leven, die ons nog overblijft, in vrede  en boetvaardigheid mogen voleindigen;
    dat het einde van ons leven christelijk, smarteloos, zonder reden tot schaamte en vredig zal mogen zijn;
    en om een goede verdediging voor de ontzagwekkende rechterstoel van Christus;
    om éénheid van Geloof en gemeenschap met de Heilige Geest smeken,
    bevelen wij onszelf, elkaar, en geheel ons leven aan.
Want Meester, alleen aan U vertrouwen wij heel ons leven toe en onze Hoop.
Wij roepen U aan , wij bidden en smeken U:
maak ons waardig om met een zuiver geweten deel te hebben aan Uw Hemelse, ontzagwekkende Mysteriën van het gewijd en geestelijk Altaar; tot vergeving van onze ongerechtigheden, en kwijtschelding van onze fouten;
tot gemeenschap met de Heilige Geest;
tot erfdeel van het Koninkrijk der Hemelen;
tot vrijmoedigheid tegenover U; Maar niet tot vonnis of veroordeling“.
”     En maak ons waardig, Meester, dat wij vrijmoedig, zonder vrees voor een oordeel, het wagen U, Hemelse God en Vader aan te roepen en te zeggen”:
    Onze Vader, Die in de Hemelen zijt,
Uw Naam wordt geheiligd
Uw Koninkrijk komt
Uw Wil geschiede zoals in de Hemel, zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij onze schuldenaren vergeven en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze
”.
En àls horen wij het de Heer Jezus Christus Zelf als opwekking zeggen:
    Want van U is het Koninkrijk,
       de Kracht en de Heerlijkheid:
       van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest,
      nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen
“.
waarop wij dan volmondig kunnen antwoorden: “AMEN”.
uit: liturgie van de H. Johannes Chrysostomos.

Apolytikion 
tn.1  “  

Engel aan het graf, atelier John Damascene

Terwijl de steen door de Joden verzegeld was en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion    
tn.1
  “  Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion    
tn.1
  “   Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak, nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak, meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.

9e Zondag ná Pinksteren – Onze Heer en Verlosser ‘dwingt’ z’n leerlingen Hem mèt het schip [de Kerk] vooruit te gaan

bestevaer

    En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat
Hij de scharen zou hebben weggezonden.
       En toen Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden.
Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen.
       Doch het schip was reeds vele stadiën van het land verwijderd, geteisterd door de golven, want de wind was tegen.
In de vierde nachtwake kwam Hij tot hen, gaande over de zee.
       Toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan,
werden zij verbijsterd en zeiden: ‘Het is een spook!’.
En zij schreeuwden van vrees.
       Terstond sprak Jezus hen aan en zei:
Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd!‘.
Petrus antwoordde Hem en zei:
‘Heer, als Gij het zijt, beveel mij dan
tot U te komen over het water’.
En Hij zei:
‘Kom!’.
En Petrus ging uit het schip en liep over het water en ging naar Jezus.
Maar toen hij zag op de wind, werd hij bevreesd en
begon te zinken en hij schreeuwde:
Heer, red mij [ons]!
Terstond stak Jezus hem de hand toe en greep hem en zei tot hem:
Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen?
En toen zij in het schip geklommen waren, ging de wind liggen.
Die in het schip waren, vielen voor hem neer en zeiden:
Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!
En toen zij overgestoken waren, kwamen zij in Gennesareth
[Hebr.=‘harp’] aan land” Mattheüs 14: 22-34.

    Want Gods mede-arbeiders zijn wij;
      Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij.
Naar de Genade van God, die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop
een ander voortbouwt.
Maar ieder zie wel toe,
hoe hij daarop bouwt.
      Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen.
      Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver,
kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, 
ieders werk zal aan het licht komen.
Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en
hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken.
Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch
hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen.
Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont?
Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden.
Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!
”.
1Cor.3: 9-17.

Wanneer je om je heen kijkt krijg je sterk de indruk dat God de goddelozen slechts beloont en vraag je jezelf af:
Waarom zijn de tijden aan de aandacht van
onze Heer en Verlosser ontsnapt?
Waarom zijn de goddelozen ver over God’s grenzen heengegaan en hebben ze met het waswater het kind weg gegooid, de kudde met de herder weggenomen?
”.

In vorige afleveringen hebben we via de studie van
de profeet Job al een skala aan kwade handelingen of ontbreken van
handelingen van de goddelozen aangehaald en aangetoond
hoe het soort personen worden geïdentificeerd welke
daarmee worden bedoeld:
degenen die geen respect hebben voor door God ingestelde grenzen en
proberen de mensen van God te manipuleren, door
over hen te heersen en te trachten de plaats in

heilige boontjes

te nemen van hun waarachtige Herder.
Daarbij hebben wij niet aflatend aangehaald dat de basis daartoe gelegd is door de [heilige?] keizer Constantijn, die immers de hiërarchie, waaronder die van de heiligen in de Kerk heeft aangebracht.
Neem van mij aan – voor God – zijn wij allen gelijkwaardige heiligen en
is een bevordering tot heilige, hoewel voor velen een voorbeeld, echt
geen hiërarchieke aanduiding.
Als eenvoudig navolger van Christus, Die immers Al-Barmhartig is
zou je moedeloos worden van je eigen valkuilen en
keren dat je plank eens flink misslaat.
Ieder mens is een zondaar, al heeft hij zich zondag’s op
z’n best gekleed en heeft hij toestemming een keizerlijke hoed te dragen.

Onze Heer en Verlosser vormt de mensen op een dusdanige  manier dat
ze in staat zijn slechte manieren kunnen herkennen.
Tijdens m’n sociaal-juridische opleiding werd mij geleerd dat
er mens-beïnvloedende patronen bestaan van veronachtzaming en
schending van de rechten van anderen die zich openbaren vanaf de pubertijd.
Nu lopen er mensen rond, die in geneeskundig opzicht een
persoonlijkheid hebben ontwikkeld, die moreel dusdanig
gevormd zijn dat zij hun geweten herhaaldelijk negeren.
Daar kunnen ze niets aan doen – je zou kunnen zeggen, dat
de mensheid God’s schepping tijdens de opvoeding in
hun jeugd heeft misvormd, het een en ander heeft
laten aanbranden – misbaksels noemen we dat in de keuken.
Job heeft het goede leven van de ‘aardige‘ mensen die
goddeloos zijn in hoofdstuk 21 heel duidelijk omschreven
[interessant boek, hè, die Blijde Boodschap?].

menselijke ongerechtigheden
Vandaag laten wij ons onderzoekende licht vallen op hoofdstukken 24,25, waarbij Job de menselijke zonden belicht en de menselijke voorkeur voor duisternis [de schaduwzijde van het leven] uit angst voor blootstelling.
Tegen zulke zondaars roept Job op tot het oordeel van God, zowel
in dit huidige leven als in het leven hierna.

vissen in een wereld, die onstuimig is

Slechte mensen nemen de goederen van anderen:
de ezel van de wezen en. . . de os van de weduweJob 24: 3.
Of het nu een misdadiger, een crimineel of een doortrapte manipulator is,
de goddelozen hebben geen respect voor het fatsoenlijke.
Ze zijn bereid om door dik en dun, met welke middelen dan ook, datgene
te grijpen wat zij wensen.
De roofzuchtige daden van de goddelozen richten zich meestal op de kwetsbaren,
zoals de vaderloze en de weduwen, m.a.w. degenen, die vanuit hun sociale positie toch hun mond niet open doen, al worden zij beroofd en is hun mond in de kiem gesmoord. Dergelijke daden onthullen een diepe lafhartigheid en een pervers gevoel van goed en kwaad.

    Waarom zijn vanwege de Almachtige geen oordeel’s-tijden voorbehouden en
zien zij die Hem kennen, Zijn dagen van Recht en Gerechtigheid niet?
Er zijn er, die de stenen aan de grens verzetten, die kudden roven en ze weiden.
De ezel van de wezen voeren zij weg, de koe van de weduwe nemen zij te pand;
De armen dringen zij van de weg,
de ellendigen van het land verbergen zich allen tezamen“.
>           Uit de stad stijgt het gekerm van stervenden op en
roept de ziel van gewonden om hulp, doch God slaat geen acht op het gebed.
Anderen behoren tot de vijanden van het licht, zij kennen zijn wegen niet en
blijven niet op zijn paden.
Tegen het daglicht maakt de moordenaar zich op en
doodt de ellendige en de arme, en
’s-nachts is hij een dief gelijk.
Het oog van de overspeler wacht op de schemering, denkende:
Geen oog mag mij zien; en hij legt een bedekking op zijn gezicht.
In het duister dringt men de huizen binnen; overdag sluiten zij zich op,
zij willen niets weten van het daglicht; want voor hen tezamen is diepe duisternis als 
morgenstond, daar zij met de verschrikkingen van de diepe duisternis vertrouwd zijn.
Snel drijven zij voort op de zee van het leven, het watervlak, vervloekt wordt hun erfdeel in het land, zij slaan de weg naar de wijnbergen niet in.
Droogte en hitte roven het sneeuwwater weg, zo het dodenrijk hen die zondigen.
De moederschoot vergeet hem, de wormen vergasten zich aan hem, aan
hem wordt niet meer gedacht, de ongerechtigheid wordt gebroken als een boom.
> Toen nam de Suchiet [Hebr.=‘hutbewoner’ (kluizenaar) Bildad [Hebr.=‘door vermenging in de war gebrachte liefde’] het woord en zei:
Heerschappij en verschrikking zijn bij Hem, die Vrede gebiedt in Zijn hoge Hemel.
Zijn zijn legerscharen te tellen? En over wie gaat Zijn Licht niet op?
Hoe zou dan een mens rechtvaardig zijn bij God, òf
hoe zou hij rein zijn, die  uit een vrouw geboren is?
Zie, zelfs de maan; zij schijnt niet helder, en de sterren zijn niet rein in zijn ogen;
hoeveel te minder de sterveling, een made, het mensenkind, een worm?”.
Job 24: 1-4, 12-20; 25: 1-6

    En terstond dwong onze Heer en Verlosser Zijn volgelingen in het schip [van de Kerk] te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezonden.
       En toen Hij de scharen weggezonden had,
ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden.
Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen
Matth.14: 22,23.

Christus Verlosser

Maar De Heer kent hun werken en bracht ze in de duisternis . . .
Want te zijner tijd zal de schaduw van de dood voor hen dezelfde zijn . . .
Zij zullen de problemen van de schaduw van de dood kennen

Job.24: 14,17.

De Profeet Job geeft hier een profetische verklaring af, die z’n weerga niet kent:
God ziet en overgiet alles en de goddelozen zullen hun goddelijke beloning ontvangen.
Wat slechts over blijft is:
1.]. het schip van de Kerk ‘niet’ te verlaten, wàt er ook [ja, ook dáár] gebeuren mag.
2.]. van de menigte afstand te nemen.
3.]. de berg te blijven beklimmen en
4.]. te bidden tot de avond [van het leven] valt.

Maar blijf waakzaam, want deze goddelozen lokken de zwakken, terwijl
ze zich “van de juiste weg afkerenJob 24: 4.
In de handel van soft- en harddrug’s verbouwen de armen
immers de illegale gewassen alleen om te worden uitgebuit door
de drug’s-baronnen.
Op het verkooppunt wordt de verslaafde [als ‘kat’-vanger],
verlamd door afhankelijkheid, gedwongen tot prostitutie,
kleine diefstal of dusdanig misvormd teneinde
nieuwe slachtoffers te maken, allemaal ten voordele van
de primaire mensenhandelaren.

Athos, de Berg van het zwijgen, overwegen is wat resteert.

Degenen die God minachten, zijn geneigd de zachtmoedigen in de wereld te terroriseren, zodat
de zachtaardige mensen zich hebben verborgenJob 24: 4.
Inderdaad, de oude, de broze, de arme en de nietsvermoedende zijn slechts doelen voor de goddelozen, terwijl de rijken en machtigen zichzelf [zelfs door bevriende rechters] kunnen verdedigen.

Deze wrede gebruikers profiteren van mensen zonder middelen wanneer ze met eelt op de handen “de zwakken uitwerpenJob 24: 12.
De verzen 5 tot en met 11 herinneren ons eraan hoe kwaaddoeners achteloos blijven voor de pijn die ze toebrengen:
de ziel van de kinderen zuchtte enormJob 24: 12.
Vergeet niet te bidden voor de goede inspanningen van
slachtofferhulp en zij die voor hen opkomen in
de opvang met vrijwilliger’s hulp- en zij, die als klokkenluiders
getuigenis afleggen, die gewonden en verdriet trachten te kalmeren.

de berg op, naar de grot

De profeet Job identificeert ook de dodelijke gezwellen die woekeren in de harten van de goddelozen, die uiteindelijk deze slechte en zielige zielen consumeren.
Ze vermijden de algehele controle, willen niets weten van overleg en samenwerking;
zij hanteren perfect verborgen manieren en houden hun politieke schema’s geheim
Job 24: 16.
Hun verterende angst dient als een gevangenis te worden ervaren Job 24: 15,
toch doemt de dood op als
hun onontkoombare en laatste terreur Job 24: 17.
Hun tragische leven getuigt van de godvrezende mensen die
naar Gerechtigheid verlangen en wel proberen ‘het Licht te kennenJob 24: 16.

Gebedsnoer van de ‘‘tranen van de moeder Gods”, [Δάκρυ της Παναγίας] wordt eveneens voor het Jezusgebed gebruikt

Job besluit met een gebed, op een wijze zoals een navolger van Christus
zich niet behoort te gedragen en vraagt ​​dat het deel van de goddelozen
op aarde wordt vervloektJob 24: 18.
Hij bidt dat God hun vooruitzichten en succes verwelken moge worden Job 24: 19.
Hij hoopt dat de ervaring van een nederlaag het mogelijk zal maken dat
hun zonden worden “herinnerd aan de herinneringJob 24: 20, zodat zij zich kunnen keren van de duisternis, wenen voor God en Zijn vergeving zoeken.
Laten wij eveneens bidden dat de goddelozen
de resterende tijd van dit leven in vrede en berouw mogen voleindigen en
dat zij een goede verdediging voor de rechterstoel van Christus bereiken zoals
de ‘goede moordenaar’ aan Zijn Kruis.
En laten we voor onszelf dezelfde Genadegaven vragen:
    O Heer, die elke kwaal en elke zwakheid geneest,
laat Uw oog vallen op ons Uw kinderen in
alle wegen die wij afdwalen;
geef ons de overwinning over de vijand en
maak ons ​​deelgenoot aan Uw Heilige Mysteriën
”.
conf. het gebed bij het Mysterie van de Doop

Ontbrekende grondbeginselen:

Bij het vallen van de avond verbonden in verdriet; At nightfall connected in sorrow

Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen.
       Doch het schip [de Kerk op onze levensweg] was reeds vele stadiën van het land verwijderd, geteisterd door de golven, want de wind was tegen.
In de vierde nachtwake kwam Hij tot hen, gaande over de zee.
       Toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan, werden zij verbijsterd en zeiden: ‘Het is een angstaanjagend luchtverschijnsel] een spook!’.
Job geeft ons daarom nog een toetje, een toegift, een notabene:

Al het nieuws in beeld; All the news on screen

           Hoe zal een sterveling zich rechtvaardigen voor de Heer?
Of hoe kan hij die uit een vrouw is geboren zichzelf zuiveren?
Job 25: 4.
       De kerkvaders vinden weinig fout in de reactie van een van hun vrienden ‘Bildad’. Bildad [Hebr.=‘door vermenging in de war brengende liefde’], de letterlijke betekenis van de naam is onzeker, het bestaat uit twee elementen [BL DB] maar welke dat zijn is niet bekend. Sommigen zien het eerste deel van de naam als een afleiding van Bel, de Babylonische Baal].
Zoals de Heilige Johannes Chrysostomos opmerkt is Bildad botweg in
tegenspraak met wat God’s profeet al heeft verklaard:
dat in dit leven de goddelozen blijkbaar vaak aan het oordeel ontsnappen.
Maar door te beweren dat geen sterveling ‘rechtvaardig is voor de HeerJob 25: 4,
herhaalt hij feitelijk een waarheid die eerder door Job is verklaard Job 9: 2.

Bildad de Shuhite [de kluizenaar] overdrijft voornamelijk, en zijn denken mist belangrijke elementen, z’n theologie is onevenwichtig;
hij klampt zich vast aan een simplistisch Geloof in een goddelijke oorzaak en gevolg als reactie op de moraliteit of immoraliteit van mensen.
Hij begrijpt Job’s onderscheid tussen de goddelozen en de rechtvaardigen niet.
Ten slotte is Bildad zo geobsedeerd door de corruptie van alle mensen dat
hij, in een poging waagt Job te dwingen zijn ‘geheime‘ zonden te belijden,
een fout maakt door te zeggen dat God een universum heeft geschapen dat onzuiver is.

Laten we de bewering van Bildad onderzoeken dat ‘de mens bedorven isJob 25: 6.
Hij blijft hard op Job inhakken om te erkennen dat God in dit leven
geen rust zal geven aan iemand die anderen misbruikt Job 25: 3.
De Heilige Johannes Chrysostomos beweert dat Bildad
dit verkeerde geloof benadrukt als
een manier om “ruimte te scheppen voor Job
– om de profeet uit te nodigen om zijn verborgen zonde te belijden die
hem grote ellende heeft gebracht.
Johannes Guldenmond merkt op dat Bildad eigenlijk vraagt:
Zal het mogelijk zijn dat een enkele rechtvaardige ooit zal bestaan?
conf. Manley, Wisdom, pg. 407.
Bildad wil tevergeefs dat Job wordt beoordeeld en onderzocht, want
volgens hem is ‘de mensenzoon een wormJob 25: 6.
Zijn argument ontrafelt echter in het licht van het feit dat
‘God succes in dit leven toestaat’ voor velen van de goddelozen.
De rechtvaardigen ondergaan, net als Job, onterecht leed en ellende, maar
worden gezegend voor God.

Karoúlia [Grieks, Τα Καρούλια] is een gebied in het zuidwesten van de berg Athos, waar diverse kluizenaars wonen

Vervolgens komen we bij een ander misverstand van de ‘hutbewoner’:
hij kan niet begrijpen dat Job’s herhaalde verklaringen van
zijn rechtvaardigheid tegenover God mogelijk waar zijn.
De Heilige Gregorius de Grote verduidelijkt op eenvoudige wijze
het verschil tussen het concept van gerechtigheid van Job en Bildad.
Zijn antwoord op de vraag van Bildad
– “Hoe zal een sterveling rechtvaardig zijn voor de Heer?Job 25: 4 – is eenvoudig:
Elk rechtvaardige mens is gewoon door verlichting [door Genadegaven] van God, niet door vergelijking met God”.
Er zijn mensen die, wanneer ze door de gave van de Geest
worden geholpen tegen de broosheid van hun vlees,
worden gemaakt om zich op te heffen [zich tot heilig te verklaren],
ja te glanzen in hun deugden, ja, en zichzelf ook openbaren ‘oplichten’ in de wonderen ‘met behulp van wonderbaarlijke tekenen‘.
conf. Manley, Wisdom, pg. 409.
Maar verwijt hen niets, want er bestaan waarachtig heiligen die rechtvaardig zijn door God’s Genadegaven.

Ten slotte beweert Bildad, in zijn intense verlangen Job van zonde te overtuigen en hem in zijn simplistische theologie in te passen, dat
de sterren niet zuiver in Zijn ogen zijnJob 25: 5.
Zonder twijfel wordt de gehele schepping bestuurd door de Heer van alles en allen; natuurlijk, “als Hij de maan bestelt, dan schijnt deze nietJob 25: 5.
Maar de sterren onzuiver noemen, verstoort de goedheid van Gods schepping
– het is absurd om zonde toe te kennen aan levenloze wezens!

De Apostel Paulus  neemt waar
dat de hele schepping gezamenlijk kreunt en werkt met geboorte tot nu toeRom.8: 22, want de zonde van de mens verstoorde de relatie tussen de geschapen orde en de mensheid.
Maar zoals we weten uit het scheppingsverslag, “zag God alles wat Hij had gemaakt, en inderdaad, het was zeer goedGen.1: 31.
De zonde van de mens heeft de inherente goedheid van de schepping niet vernietigd, hoewel zelfs de grond omwille van ons werd vervloekt:
Daar houden de goddelozen op met woelen,
daar rusten zij wier kracht is uitgeput
Job 3: 17.
Waarom?
Zodat we kunnen beginnen aan de lange reis terug naar
onze oorspronkelijke ongerepte schoonheid,
geholpen door de Genade en Liefde, kortom de Barmhartigheid van God.
Help ons Al-Barmhartige,
Gij die de zonde van de wereld wegneemt, en
reinig U van elke vlek van vlees en geest en
leer mij heiligheid te vervullen uit vrees voor U
”.
gebed voorafgaand aan de communie
van Sint Basilius de Grote.

Goddelijke Liturgie

De tegenstrever van de mensheid gebruikt bij voortduring een soortgelijke techniek bij alle mensen wanneer wij het op iemand gemunt hebben.
Wij dienen derhalve doordrongen te zijn hoe we ons zouden kunnen verdedigen. 
Het hangt namelijk van onszelf af om toch ‘nog iets’ te ondernemen.
Door gebed en het bestuderen van de geïnspireerde Blijde Boodschap, het onderzoeken van de pedagogie van de Heer, zullen we merken dat bovenstaande aanvallen, bij wijze van spreken, een gebruikelijke gewoonte is van de boze.
In het begin opent hij zijn aanval door de harten van degenen die 
God aanbidden te beproeven, allereerst met behulp van het zaad van het stellen van kwaadaardige vragen te zaaien, en ons aan te zetten in het aas van schamele genoegens te happen om vervolgens verschillende verfijnde methoden als stap op zijn weg in te zetten.
Bovenal valt hij ons gewelddadig aan op 
elk punt waarvan hij weet dat we al eerder zijn gevallen en hij succes heeft behaald.
Hij is uiterst gewiekst en gebruikt telkenmale onze eigen zwakheid als bondgenoot van 
zijn slechte bedoelingen en gebruikt telkens opnieuw de passie die onze ziel eerder verwondde.
Zo valt hij bijvoorbeeld een mens met gewelddadige aanvallen lastig door onze zintuigen 
met de meest verdorven prikkels voor vleselijke genoegens aan te spreken en deze in te zetten; terwijl in een andere situatie een basiswinst wordt voorgehouden teneinde een grote winst binnen te halen en op de een of andere manier onheilige rijkdom wordt voorgehouden ten einde je op de best mogelijke manier de genadeslag te geven.
Als een bekwaam generaal, die een stad belegert, haast hij zich met alle voortvarendheid bij elke gelegenheid en mogelijkheden om de verzwakte delen van de muur aan te vallen en 
beveelt hij zijn stormrammen daar actie te ondernemen, 
heel goed wetende dat in die contreien de eenvoudigste verovering valt te behalen.
  De satan slaat zijn slag, wanneer hij van plan is een menselijke ziel te belegeren, op het zwakste moment van de dag, wanneer je vermoeid bent, en hij vindt op deze manier heel eenvoudig de weg dat je jezelf aan hem onderwerpt – vooral wanneer hij ziet dat je geen hulp krijgt van die hulpmiddelen [zoals het gebed] waardoor het waarschijnlijk zou zijn dat de passie zou worden verslagen,
zo zet hij nobele emoties in, provocaties tot mannelijke moed, suggesties voor toewijding en zelfs de mystieke eucharistie.
Want juist deze aangelegenheid is vooral effectief als een tegengif voor 
het moorddadige gif van de tegenstrever, hij leidt je af door je af te leiden met vriendelijke ontmoetingen of door kinderen, die nu eenmaal kinderen blijven – ook tijdens de Liturgie. 
Niet voor niets wijst Paulus ons op het voortdurend gebed en
 is het raadzaam zo veel als mogelijk is aandachtig aan de goddelijke liturgie deel te nemen.
 Maak je geen zorgen wanneer dat nu eens niet je eigen parochiegemeenschap is,
 òf in je eigen taal, Christus is immers overal aanwezig en mocht je spelleider bezwaar maken,
 dank de Heer dan, dat Hij je de mogelijkheden aanbiedt Hem aldaar te ontmoeten.
De Goddelijke Liturgie is immers het gebed van de gehele mensheid opdat de Heer Zich over ons zal ontfermen en ook jou zal redden.

Apolytikion    
tn.8.
  Uit den Hoge zijt Gij neergedaald, o Barmhartige,
en zijt drie dagen in het graf gebleven,
om ons van het lijden te bevrijden.
Gij zijt ons Leven en onze Verrijzenis;
Heer, eer aan U
”.

Kondakion    
tn.8.
    Nadat Gij zijt opgestaan uit het graf,
hebt Gij de doden opgewekt,
en Adam weer doen opstaan.
De einden der wereld jubelen
over Uw ontwaken uit de doden,
O Albarmhartige

Theotokion    
tn.8.
    Om ons zijt Gij uit de Maagd geboren,
en hebt Gij het Kruis ondergaan, o Goede.
Door Uw dood hebt Gij de dood overwonnen
en ons als God de Opstanding getoond.
Veracht het werk van Uw handen niet;
toon ons Uw mensenliefde, o Barmhartige.
Verhoor haar die U gebaard heeft:
de Moeder Gods, die voor ons bidt
en verlos Verlosser het wanhopige Volk
”.

9e Donderdag ná Pinksteren, Augustus 15e – de ontslaping van Allerheiligste Moeder en altijd maagd gebleven, de Theotokos

Onze Heer en Verlosser, Die een weg door de zee maakte, een pad door machtige wateren.

      Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp.
En een vrouw, Martha geheten, ontving Hem in haar huis.
En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan
de voeten des Heren gezeten naar Zijn Woord luisterde.
Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen.
En zij ging bij Hem staan en zei:
      Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen?’.
      Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen’.
Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
      Martha, Martha, jij maakt je bezorgd en druk over vele dingen, . . . . . maar weinige zijn nodig of slechts een; want
      Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat
       van haar niet zal worden weggenomen’
En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat
een vrouw uit de schare haar stem verhief en
tot Hem zei:
      Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen.
Maar Hij zei:
      Zeker, zalig, die ‘het Woord God’s horen en het bewaren’

Luc.10:38-42; 11: 27,28.

      Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die,
in de gestalte God’s zijnde, -‘het aan God gelijk zijn’- niet als een roof heeft geacht,
maar Zichzelf ontledigd heeft, en heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.
En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft
Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot
de dood, ja, tot de dood aan het Kruis.
      Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en
       Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat
       in de Naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die
       in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn,
en alle tong zou belijden’:
      Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!’

Phil.2: 5-11.

  De Wijsheid heeft haar huis gebouwd, zij heeft haar zeven pilaren uitgehouwen, zij heeft haar slachtvee geslacht, haar wijn gemengd, ook heeft zij haar tafel bereid.
Zij heeft haar dienstmaagden uit-gezonden, zij roept boven op de hoogten der stad:
‘ Wie onverstandig is, dient zich hierheen te keren’;
tot de verstandeloze zegt zij:
‘ Komt, eet van mijn brood en drinkt van de wijn die ik gemengd heb;
laat varen het onverstand, dan zult gij leven, en betreedt de weg van het verstand.
Wie een spotter terechtwijst, haalt schande over zich, wie een goddeloze tuchtigt, zijn eigen schandvlek.
Bestraf de spotter niet, opdat hij u niet zal haten, bestraf de wijze, dan zal hij u liefhebben,
Geef aan de wijze, en hij zal nog wijzer worden, onderwijs de rechtvaardige, en hij zal aan inzicht winnen.
De vreze des Heren is het begin van de wijsheid en het kennen van de Hoog Heilige is verstand.
Want door mij worden uw dagen vermeerderd, worden jaren van leven u toegevoegdSpreuken 9: 1-11.

Ontslaping van de Moeder Gods

Dormition van de Moeder God’s is een groots feest in de Orthodoxe Kerken,
ook wel zomer-Pascha genoemd, die het “in slaap vallen”, het ontslapen oftewel de lichamelijke dood gedenken van Maria de Theotokos als een eeuwigdurende gedachtenis.
De “Moeder God’s” [de God-dragende] als dag van herdenking heeft de Heer haar mee-, weggenomen en als ware het tevens haar lichamelijke Opstanding bewerkt, voordat ze door Christus, haar Zoon en onze Zoon van God in de Hemel wordt opgenomen.
De Orthodoxe kerk leert dat zij samen met andere personen ‘lichamelijk’ naar
de hemel werden gebracht:
Henoch , Elia [Elias] en de Theotokos [de Maagd Maria].
       Vergelijkbaar met de westerse ‘veronderstelling’ van Maria, vieren de orthodoxen ‘De ontslaping van de Theotokos’ op 15 augustus.
       In tegenstelling tot de westerse onzekerheid over de fysieke dood van Maria,
leert de Orthodoxie, dat Maria lichamelijk een ‘natuurlijke dood’ stierf, zoals
elke andere mens, dat ze werd begraven door de apostelen [behalve Thomas, die te laat was], en drie dagen later [nadat Thomas was gearriveerd] bleek te ontbreken in haar tombe.
De Kerk leert dat de apostelen een openbaring ontvingen waarin de Theotokos aan hen verschenen is en hen openbaarde dat ze door onze Heer en Verlosser, haar Zoon Jezus was opgewekt en haar lichaam en ziel naar de Hemel had gebracht.
De Orthodoxie leert dat Maria al de volheid van Hemelse gelukzaligheid geniet, die al de andere heiligen [alle gelovigen] pas ná het laatste oordeel zullen ervaren.
Vandaag vieren we een grote en vreugdevolle plechtigheid:
‘het ontslapen’, het in slaap vallen van de Moeder van God in Jeruzalem, en haar lichamelijke overbrenging in Heerlijkheid.

Avondloos Licht

“Het hele mysterie van de economie”
Tijdens de Vespers, in de avond bij ‘het Avondloos Licht’ gelezen
– lezingen uit Genesis, Ezechiël en Spreuken – worden ons een reeks afbeeldingen aangeboden, die allemaal een verwijzing bevatten naar de Theotokos.
– Zij is de ladder die opklimt van de aarde naar de hemel, aanschouwd door de aartsvader Jaäcob in een visioen Gen. 28: 12.
– Zij is Beth-el [Hebr.=‘God’s huis’] en de poort van de hemel Gen.28: 17.
– Zij is de oostelijke poort van het tempelheiligdom, die gesloten blijft Maagdelijk:
niemand komt binnen, “want de Heer, de God van Israël [de Kerk], is er doorheen gekomen“, zoals Ezechiël heeft profeteerd Ez.44: 2.
– Zij is wijsheid, of het huis van wijsheid, waarover koning Salomo spreekt Spreuken 9: 1.

                         Deze lezingen – uit Genesis, Ezechiël en Spreuken –
vertegenwoordigen de 3 afdelingen van de Joodse Bijbel:
de Thora, de profeten en de geschriften.
Gezamenlijk vormen ze een ‘boeket’ dat alles weergeeft wat we het Oude Verbond noemen.
Het is alsof om te zeggen:

Theotokos, zij die naar haar Zoon wijst

Maria is de som waarnaar de hele geschiedenis van Israël al die tijd, als een verwijzing heeft gewezen.
Zij is de dochter van Zion, het scharnier van de heilsgeschiedenis.
In haar is het begin van het Nieuwe Verbond, Je kunt het Nieuwe Testament ook niet bevatten, zonder het Oude Testament te hebben gelezen
– het vormt de basis, zoals Christus dit aan de Emmausgangers eveneens heeft voorgehouden.

In de woorden van de Heilige Johannes van Damascus [Syrië]:
‘In de naam Theotokos zit het hele Mysterie van de economie;
’Economie’ –  oikonomia, zoals we vaak in onze hymnes horen –
verwijst naar God’s ordening van Zijn ‘huishouden’,
Zijn bestuur van de schepping en Zijn geschiedenis volgens Zijn plan
voor onze persoonlijke redding en verheerlijking van Zijn mensheid.
Er is een volgorde  in God’s plan en een eenheid van betekenis;
deze eenheid wordt geopenbaard in de persoon van de Heilige Maagd.

Theotokos, zwanger – Onvoorwaardelijke overgave; Theotokos, pregnant – Uncondational surrender;

De rol van Maria in deze economie, haar identiteit als ‘Moeder’, houdt niet op bij het baren of grootbrengen van haar kind.
We zien haar niet alleen bij de Aankondiging [25 Maart] en de Geboorte van onze Heer en Verlosser [25 December], maar ook bij zijn eerste wonder te Kana, aan de voet van het Groot en Heilig Kruis [14 September] en met de Kerk op Pinksterfeest, de Geboorte van de Kerk.
Zoals Johannes van Damascus reeds zei:
het hele Mysterie van God’s Economie”.

In de feestelijke cyclus van ons liturgisch jaar, die op 1 september begint, is het eerste grote feest ‘de geboorte van de Theotokos’ op 8 september.  Het laatste grote feest is vandaag, haar ontslapen, het in slaap vallen, zoals wij de dood noemen en Haar lichamelijke veronderstelling in de Hemel.
Onze liturgische herinnering aan het Heil’s-werk van Christus begint en eindigt met Maria, de Moeder God’s.
We beginnen met haar geboorte, we eindigen met haar verheerlijking.
In de naam Theotokos zit het hele mysterie van God’s Economie”.

Een vrouw bekleed met Christus,
het ‘Zon-overgoten Licht’ van de schepping.
Aan het einde van zijn leven, in ballingschap op het eiland Patmos, had
de apostel Johannes een visioen.
Een groot teken verscheen in de hemel:
een vrouw gekleed met de zon, met
de maan onder haar voeten en
een kroon van twaalf sterren op haar hoofd
Openb.12: 1.
De meeste verslaggevers, uitleggers van het Goddelijk Mysterie
nemen dit beeld uit het boek Apocalyps om te verwijzen naar de Kerk,
òf het overblijfsel van Israël [de Kerk].
Sommigen zien hier echter een afbeelding van de Theotokos, Maria, vooral
omdat zij de dochter van Zion is en zij de Kerk typeert.
Sommigen zien zelfs een beeld van haar lichamelijke veronderstelling.

Een groot teken verscheen in de hemel: een vrouw bekleed met de zonOpenb.12: 1; ja, ‘Zij had zich met Christus, het Licht bekleed’.
In de lichamelijke ‘overdracht’ door Christus van de Maagd herkent de Kerk een ‘groot teken‘.
Een profetisch teken dat ons spreekt over onze bestemming, de betekenis van de dood, van lichamen, van menselijke relaties.
Dit teken vertelt ons:
de dood is niet het laatste doel van de mens’.
Ten slotte zijn we, zoals de filosoof Heidegger bedacht, alleen ‘tot de dood zijn’;
eindige tijd en dood zijn niet onze ultieme horizon’.
De moeder van van onze Heer en Verlosser werd ‘tot leven vertaald‘.
Dit teken vertelt ons: een ‘hemel‘ van zuivere geesten is niet ons laatste bezit.
Christenen zijn geen ‘platonisten’!
Het lichaam is niet de gevangenis van de ziel, een cocon die
moet worden afgeschud voor het ‘ware zelf‘ als een vlinder.
Plato had het helemaal verkeerd, sloeg de plank totaal mis:
onze ware persoon, zoals God het bedoelde,
is niet alleen ziel, maar ook lichaam.
Redding van de persoon betekent redding van het lichaam
’.
                     Dit teken vertelt ons:
door de Opstanding van onze Heer en Verlosser zal ieder van ons weer opstaan
in ons lichaam, hersteld, zoals we ook ooit in de moederschoot werden verwekt:
als mannelijk of vrouwelijk.
En een groot teken verscheen in de hemel:
een vrouw bekleed met de zon Openb.12: 1.
Opgestaan tot Glorie, is Maria, de Theotokos nog steeds Vrouw .

Bepaalde oude ketters, gnostici genaamd, geloofden dat hier iets te overwinnen was: in het koninkrijk der hemelen zouden er geen mannelijke en vrouwelijke zijn, òf misschien zouden vrouwen als mannen worden [Evangelie van Thomas, logion 114].
Deze gnostici hoonden het huwelijk en vooral de voortplanting.
Ze zochten bevrijding van de banden van de natuur, zij komen het zelf wel af,
wáár heb ik dat nog meer gehoord?
                   We hebben heden-ten-dage nog steeds onze gnostici.
Onze gnostici willen dat we man en vrouw, niet langer als vader en moeder  beschouwen, maar als uitwisselbare, veranderende identiteiten:
niet het goede en duurzame ontwerp van de Schepper, maar
bevindingen van de samenleving of zoiets als van plastic zelf-geconstrueerde-afbeeldingen – al gelang naar ieders wens inwisselbaar, te veranderen.

Neen, wij mensen zijn geschapen naar God’s Beeld en Gelijkenis.
Daarom houdt de Kerk ons vandaag een andere visie voor.
                   Het is een teken voor onze tijd,
een teken van tegenspraakLuc.2: 34.
Je bent vertaald in het leven, o moeder van het leven
Dit teken zegt: Opgestaan tot Glorie, Maria, de Theotokos is nog steeds ‘moeder’.
In de lichamelijke ver-Heerlijking van Maria krijgen we een beeld,
een voorschot, van de Glorie van het Koninkrijk dat
we hopen te be-erven.
Het is volledig  belichaamde Glorie, waarin
de schoonheid van het gecreëerde verschil behouden blijft.
Een Glorie waarin natuurlijke banden van liefde niet worden opgelost.
Een Glorie waarin ieder van ons moeder of vader en zoon of dochter zal blijven voor iemand.
                  En tegen iedereen die, net als de geliefde discipel,
een hoofd op de boezem van de Heer heeft laten rusten, of
bij Zijn Kruis in gebed heeft gestaan, zal Christus zeggen:
Zoon, zie uw moederJohn.19: 27.

Er is geen mens méér verheven dan de Maagd Maria, de Panagia.
En er is geen grotere titel voor haar in onze theologische woordenlijst dan “Moeder”.
Dit zou ons iets dienen te openbaren, iets te moeten vertellen.
Dit woord, -‘moeder’- , gaat veel verder dan fysiek vruchtbaar zijn.
Het noemt een allesomvattende menselijke zorg, een spirituele band, een roeping van God.
Deze spirituele moederschap, voorbij bloedverbanden en nageslacht,
is het geschenk en de roeping van elke vrouw:
gehuwd, getrouwd of [bom-moeder] ongehuwd;
drager van velen, één of geen.
Het is een geschenk, waarvan ieder van ons
– de gehele mensheid – die de gezegende, de begunstigde is.
Dit is het goede geschenk van onze Schepper – niet onze mode.
En zoals het feest van vandaag ons herinnert, eindigt het niet in de dood.

Ontslapen’ zijn = de overgang naar het Eeuwig leven
Na de opstanding van onze Heer en Verlosser was
het onze Allerheiligste Moeder God’s, die
de steun en toeverlaat was van de apostelen en
de nieuw opgerichte kerk van Christus.
Zij was het die de nieuwe christenen onderwees,
zoals zo vaak in de geschiedenis van de kerk ook de vrouwen het voortouw nemen.
Zij leidde hen en troostte als een waarachtige moeder in hun zorgen.
In de langere versie van haar levensloop lezen we dat
ze drie dagen voor haar ontslapen werd bezocht door de aartsengel Gabriël, net
zoals ze bij de aankondiging was geweest en
hij vertelde haar over haar aanstaande,
glorieuze overgang van dood naar leven.
Daarna verzamelde de Heilige Geest op
een wonderlijke manier alle apostelen in Gethsemane,
[Hebr.= ‘oliepers’, waar het zweet wordt tot bloed]
in het huis van de Moeder van God, zodat
zij heel menselijk haar laatste zegen konden verkrijgen en
aanwezig konden zijn bij haar begrafenis.
Toen ze eenmaal de lof tot God’s Moeder hadden gezongen,
vroegen ze haar om hen een laatste lering toe te vertrouwen.
Onze-Lieve-Vrouwe vertelde hen toen een gelijkenis, waarin
deze wereld als een handelsbeurs is, en dat degenen die de beste deals maken,
ook de beste aankopen doen, want zij ‘zijn‘ degenen die als
overwinnaars’ de grootste winst behalen.
Ze legde verder uit dat hetzelfde geldt voor spirituele aangelegenheden.
Degenen die de geboden van Christus het meest nauwgezet en
met de grootste ijver naleven, zijn degenen die als ‘helden van Christus’
de grootste winst behalen en in het koninkrijk God’s bovenal verheerlijkt zullen worden.
En zij drong er bij hen op aan om door te gaan met de ‘goede strijd’.

En hoe blij is Onze Lieve Vrouw als ze ons ziet worstelen met als doel onze redding!
Wat een voldoening geeft dit haar.
En hoeveel streefde zij niet naar het goede terwijl ze hier op aarde was
– ook al was ze niet nodig, omdat ze zondeloos was –
teneinde ons een voorbeeld van perfecte bekering/ascese te geven:
      Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en
       Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat
       in de Naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die
       in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn,
en alle tong zou belijden’:
     
Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!.
In Gethsemane [Hebr.= ‘oliepers’], waar ze gehuisvest was, vonden zij
na haar ontslaping een vloer met slijtplekken doordat die
zo vaak werd gebruikt om haar ‘grote buigingen’ te doen.

We dienen haar onbaatzuchtige gehoorzaamheid tot Christus ná te volgen,
haar hartverwarmende nederigheid, haar verborgen spirituele inspanningen,
haar vurige gebed, de constante waakzaamheid die ze beoefende,
haar goddelijke, vurige liefde tot Goden de spirituele pijn die
haar als een mes doorboorde bij de kruisiging van haar zoon.
Voor degenen die zich bezighouden met de spirituele strijd,
is zij een ‘triomferende bondgenoot‘, hoewel zij mogelijk in
een eerder stadium een verloren leven hebben geleid.
Laten we daarbij ons geheugen opfrissen dat voor
Maria van Egypte’ Onze-Lieve-Vrouw de ‘zekerheid‘ werd voor
haar ascetisch berouwvolle leven.
En nadat deze heilige zich in de woestijn had teruggetrokken,
waar ze een bovenmatige strijd leverde, troostte
Onze Lieve Vrouw haar persoonlijk door aan haar te verschijnen.

Als de bewaarder van kloosters is ook zij degene die
hen goddelijke geschenken geeft, vooral aan monniken op de berg Athos [Gr.].
Zij was het die de zegen van ‘het gebed van het hart’ gaf aan de Heiligen Maximos Kavsokalyvis, Gregorius Palamas, Silouan de Athoniet en ook aan ouderling Josif de Hesychast die nu verbonden is met onze broeder’s en zuster’s in Christus Zaligheid.
En er is nog een reden waarom vandaag een speciale betekenis heeft voor ons, die zijn spirituele kleinkinderen zijn:
het is de verjaardag van zijn gezegend vertrek uit dit leven, ná afloop van de Goddelijke Liturgie, in 1959.
Hij hield zoveel van Onze-Lieve-Vrouw – hij noemde haar zijn lieve moederke en ontving door haar nabijheid veel inzichten, ja, goddelijke openbaringen en genadegaven via haar van de Heer.

alheilige Moeder God’s, bescherm ons

En inderdaad, deze liefde voor de Moeder van God is typerend voor de heilige vadertjes van de berg Athos, wie er geweest is herkent het.
Bij het horen van haar naam kunnen ze hun tranen niet bedwingen,  zij die opgeklommen zijn puur uit hun brandende genegenheid voor de Al-Reine Maagd en  Moeder door Jezus Christus, onze Heer, van ons allen.
Alleen al bij het geluid van haar naam, wordt een ziel die God liefheeft,
bewogen tot bewondering, tot dankbaarheid en oneindige Liefde tot God.
Dus alleen al de beeltenis voor ogen, de herinnering aan de Moeder van God, van
degene, die in de geest aan haar denkt, is voldoende om de betrokkenen te heiligen.
De overleden vader Athanasios, uit het klooster van Iviron, zei altijd
dat liefde voor de Moeder van God mensen redt, ook
al hebben ze geen goede werken voor of vanuit zichzelf.

Mensen van vandaag moeten naar beste weten en kunnen
gebruik maken van de bemiddeling van de Moeder van God’s, die
voor onze redding haar bestaan in de wereld gekregen heeft.
     In alle pijn, leed en moeite, die wij in dit leven te dragen hebben,
     dienen we niet vergeten dat er dè
     helpster van de noodlijdende, een verdediger bij God en troost van de wanhoop‘ is, op
     wie we een beroep kunnen doen en troost vinden, en
     een onmiddellijke [‘snel verhoor’] oplossing en antwoord biedt.
Zij verwijst onophoudelijk naar onze Heer en Verlosser, Zaligmaker Jezus, de Christus,
de Zoon van God, tot Heerlijkheid en eer aan God, de Vader.
     We bidden dat Onze Lieve Vrouwe, de Moeder van God, die
     is overgegaan tot het leven‘, ons altijd haar zegen zal geven, zodat
     we dit leven kunnen doorstaan met zo weinig mogelijk schade en gevaar als
     gevolg van de misleidingen en schema’s van de boze en
     dat zij ons het Hemelse Koninkrijk van haar Zoon waardig zal maken.
     Amen.

    Heer, gedenk David en al zijn zachtmoedigheid.
Hoe hij zwoer tot de Heer, en gelofte deed aan de God van Jaäcob.
Ik zal mijn woontent niet binnengaan, noch neerliggen op mijn rustbed.
Ik zal mijn ogen geen slaap toestaan, noch sluimering aan mijn oogleden, of rust aan mijn voorhoofd.
Totdat ik een plaats heb gevonden voor de Heer: een woning voor de God van Jaäcob.
Zie, wij hadden ervan gehoord in Efrata, wij hebben de Ark gevonden in het woudveld.
Nu kunnen wij binnentreden in Zijn Woning, en neervallen op de plaats waar Zijn voeten stonden.
Sta op, Heer, ga in tot Uw rust; Gij en de Ark van Uw Heiliging.
Dat Uw priesters Gerechtigheid aandoen; dat Uw heiligen jubelen.
Omwille van David, Uw dienaar, wend het aangezicht niet af van Uw gezalfde.
De Heer heeft naar Waarheid gezworen aan David, Hij zal het zeker gestand doen.
Vrucht van uw lichaam zal Ik plaatsen op uw troon, als uw zonen Mijn Verbond onderhouden. Als zij Mijn Getuigenissen bewaren, zoals Ik die hun zal leren.
Dan zullen ook hun zonen tot in eeuwigheid zetelen op Uw Troon.
Want de Heer heeft Sion uitverkoren; Hij heeft haar gekozen tot Woning voor Zichzelf.
Dit zal Mijn rustplaats zijn in de eeuwen der eeuwen; hier zal ik wonen, want Ik heb haar gekozen.
Haar buit zal Ik zegenen in overvloed; haar armen verzadigen met brood.
Haar priesters zal Ik bekleden met Verlossing; en haar gewijden zullen jubelen van vreugde.
Daar zal Ik een hoorn oprichten voor David; een licht gereed maken voor Mijn gezalfde.
Zijn vijanden zal Ik met schaamte bekleden, maar op hem zal Mijn heiliging bloeien
Psalm 131[132] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

voor de fijnproevers, ‘de achtste dag’:
    En de Heer zei tot mij:
  Deze poort zal gesloten blijven; zij zal niet geopend worden en
niemand mag daardoor binnengaan, want de Heer, de God van Israël [de Kerk],
is daardoor binnengegaan; daarom dient zij gesloten te blijven

Ezechiël 44: 2.
Dit is een van de verzen gelezen tijdens de Vespers aan de vooravond [het ontluiken] van dit feest en vormen slechts een splinter-dun
gedeelte van een uitgebreid visioen welke de Profeet ontving tijdens zijn ballingschap in deze wereld, in Babylon [Ezechiël hfdst. 40-46]
Het complete visioen beschrijft in detail de reiniging van een nieuwe en heilige Tempel [ons hart].
            Zoals delen van de openbaring zijn overgeleverd aan Johannes de Theoloog, biedt het visioen van Ezechiël een inkijkje in de komende geschiedenis van de tijd, hetgeen – dus zijn verwijzing naar de “achtste dagEzechiël 43: 27.
We leren het belang dat de kerkvaders aan ‘de achtste dag’ toekennen.
Volgens de brief van Barnabas zegt God:
Het zijn niet de vele malen gevierde aantal keren dat
‘Shabbat gevierd wordt’, die Mij behagen, maar
de Shabbat die Ik maak en waarop ik, nadat
ik alle dingen tot rust heb gebracht,
een achtste dag zal beginnen,
dàt is een nieuwe wereld

conf. Martimort, The Liturgy and Time, pg.19.

De Tempel [het hart] van de komende geschiedenis van de tijd wordt verder geopenbaard wanneer God verklaart:
De priesters zullen uw hele Brandoffers en uw Vrede’s-offers op
het altaar offeren, en Ik zal u aanvaarden
Ezechiël 43: 27..
Merk op dat Ezechiël God’s uitleg ontvangt op een moment dat het God’s-Volk
verpletterende nederlagen lijdt vanwege hun flagrante ongerechtigheden,
zoals in onze tijd.

Veel Profetische uitingen waarschuwen dat de Heer noch het volk, noch hun brandoffers zal accepteren vanwege hun misbruik van rechtvaardigheid en minachting voor gerechtigheid, zie Jeremia 7: 22-24. Niettemin spreekt God over een nieuwe schepping – een waarin Zijn Volk door Hem zal worden aanvaard.

Verder kijkend, zien we dat God Ezechiël toestaat de Glorie van de Heer te voorzien, Die weer in de tempel woont, zoals Zijn Glorie in de vroegere heiligdommen van Israël [de Kerk] heeft gewoond Ex,40: 34; 2Kron. 5: 14.
Over welke andere Tempel kan de profeet spreken als hij zegt:
Ik zag en zie, het huis des Heren was vol HeerlijkheidEzechiël 44: 4?
Laten we zicht krijgen op hetgeen onze Heer en Zaligmaker aan Profeet Ezechiël
Zijn glorieuze inwoning aantoont in de schoot van de Maagd!
De incarnatie van Christus initieert de nieuwe schepping, zoals de woorden van het Apolytikion van Annunciatie onthult:
Heden is de aanvang van onze Verlossing en de Openbaring van het Mysterie dat voor alle eeuwen geopend wordt, want de Zoon van God is de Zoon van de Maagd geworden”

Merk op dat in het visioen van Ezechiël deze glorieuze toekomstige Tempel
een poort op het oosten heeft – een poort die gesloten is.
“Deze zal niet worden geopend en niemand zal erdoorheen gaan, omdat
de Heer, onze God van Israël [de Kerk] erdoor zal binnengaan
Ezechiël 44: 2.
Zie hoe onze goede God aan de Profeet de maagdelijke baarmoeder van de Theotokos onthult:
Verheug u!  O ongeschonden poort . . . die levend naar uw Schepper en God is geborenfeestelijke dogmatikon.

Wij die verenigd zijn met Christus zijn het meest gezegend onder de mensen, want ons wordt openlijk die dingen getoond die slechts gedeeltelijk aan Ezechiël worden onthuld:
Wat de Vorst betreft, omdat Hij Vorst is, mag
Hij daarin gaan zitten om te eten voor het aangezicht des Heren;
door de voorhal der poort zal Hij naar binnen gaan en
langs dezelfde weg naar buiten gaan
Ezechiël 44: 3.
Niemand in de gehele wereld mag in welke tijd dan ook zich deze positie aanmeten dan onze Heer Jezus Christus, “de Prins van het Leven, Die God uit de doden heeft opgewekt” :
    De God van Abraham en Isaäc en Jaäcob, de God van onze vaderen,
heeft Zijn knecht Jezus verheerlijkt, Die jullie hebben overgeleverd en
verloochend ten overstaan van Pilatus [de wereld], ofschoon
deze oordeelde, dat men Hem moest loslaten.
Doch jullie hebben de Heilige en Rechtvaardige verloochend en begeerd, dat
jullie een mens, die een moordenaar was, geschonken zou worden; en
de Leidsman ten leven hebben jullie gedood, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden, waarvan wij getuigen zijn. En op het Geloof in Zijn naam heeft
Zijn naam deze, die jullie zien en kennen, sterk gemaakt; en
het Geloof door Hem heeft hem dit volkomen herstel gegeven in
tegenwoordigheid va jullie allemaal
Handelingen 3: 13-16.
Hij alleen ging naar binnen en woonde in de baarmoeder van de Maagd, en
zij die Hem droeg was “een maagd die baarde en nadat zij maagd was gebleven“.
In het Mysterie van onze Verlossing heeft God
de meest waarachtige mens -de ‘God-barende’- Theotokos
toestemming verleend om ‘de Heer der Heerlijkheid’ in zich te dragen.
Bovendien, door de inwoning van God,
behaalde Maria een speciale overwinning op de dood . . .
ze werd ver-Heerlijkt in haar lichaam . . .
want in de Moeder God’s, de altijd maagd gebleven Maria
bereikte de menselijke natuur haar doel

conf. Gillet, Het Genadejaar van de Heer, pg. 244.

  Terwijl de Prins van Leven vanuit
het ‘uiterste oosten van het oosten‘ tot ons kwam
via het maagdelijk heiligdom, door de ongeschonden poort,
zo wordt heden God’s doel aan ons geopenbaard in haar dood.
Zoals uw bevalling een zaadloze omvatting was;
is ook uw ontslaping [het in slaap vallen] in de dood zonder corruptie:
door de gebeden tot uw Zoon, o God-barende Theotokos,
verlos onze ziel van de dood”.
compilatie van de verzen en Troparia van dit feest.

Tot al de navolgers, door onze Heer geroepen, die
op hun levensweg de onsterfelijke mijmeringen,
de sfeer van de ongeschapen schoonheid,
de liefde van onze God blijven onderzoeken,
gefeliciteerd met dit feest.
[in dienst van de Hoogste
geeft dit voor zeker opperste soldij]

8e zondag ná Pinksteren – naviering van Transfiguratie – Metamorfose een totale omwenteling in ons gedrag

Het gehele innerlijk leven door de maaltijd-‘lens’ zien, afb. van een ‘migrantenkerk‘; See the entire inner life through the meal ‘lens’, image of a ‘migrant church‘; Δείτε ολόκληρη την εσωτερική ζωή μέσω του φακού γεύματος, της εικόνας μιας «μεταναστευτικής εκκλησίας»; شاهد الحياة الداخلية بأكملها من خلال عدسة الوجبة ، صورة “كنيسة مهاجرة”.

    En toen Hij uit het schip [van de Kerk, de wereld in] ging, zag  Hij een grote menigte, en Hij werd met ontferming over hen bewogen en  genas onder hen de zieken.
Bij het vallen van de avond kwamen de discipelen tot Hem en zeiden:
‘   De plaats
[hier] is [ontzettend] eenzaam en de tijd is [haast] reeds verstreken; zend dan de scharen weg, dan kunnen zij naar de dorpen gaan om
spijzen voor zich te kopen
[economie te bedrijven]’.
Maar Jezus zei tot hen:
‘     Zij behoeven niet
[van Mij] weg te gaan, geeft gij hun te eten’.
Zij zeiden tot Hem:
‘     Wij hebben hier niets dan vijf broden en twee vissen
[wij zijn blut, platzak]’.
Hij zei:
‘     Brengt Mij die hier
[Zijn opdracht = breng de mensen bij Mij]‘.
En Hij beval de scharen, dat zij in het gras zouden gaan zitten, nam de vijf broden en de twee vissen, en Hij zag op naar de hemel, sprak de zegen uit, brak de broden en gaf ze aan zijn Leerlingen en de Leerlingen gaven ze aan de menigte.
En zij aten allen en werden verzadigd en zij raapten het overschot der brokken op, twaalf manden vol. Zij, die gegeten hadden, waren ongeveer vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de menigte zou hebben weggezondenMatth.14: 14-22.

een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid“; “a crucified Christ, a jolt for the Jews, a foolishness for the Gentiles“.

    Doch ik vermaan u, broeders, bij de Naam van onze Heer Jezus Christus:
‘ weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn;
weest vast aaneengesloten, een van zin en een van gevoelen.

Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de ( huisgenoten) van Chloe, dat
er twisten onder u zijn.

Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft:
Ik ben van Paulus! En ik van Apollos! En ik van Kefas! En ik van Christus! 
Is Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt?

Ik ben dankbaar, dat ik niemand van u gedoopt heb dan Crispus en Gajus; zodat
niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt. 
Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb.
Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken1Cor.1:10-17.

Job en zijn echtgenote, I.M.Sinaï, 11e eeuw

    Maar Job antwoordde: Waarlijk, jullie zijn nog eens mensen: met u zal de wijsheid uitsterven.

  • Ook ik heb verstand, zo goed als gij, ik doe voor u niet onder; aan wie zijn zulke dingen niet bekend?
  • Tot een spot ben ik mijn naaste, ik, die God verhoorde, als ik tot Hem riep; tot een spot is de rechtvaardige, de vrome.
    • Voor de ongelukkige, smaad, is de mening van de voorspoedige; dat is het deel van degenen wier voet wankelt. ✥ 
    Vredig staan de tenten der geweldenaars en veilig zijn zij die God tot toorn prikkelen, ieder die God naar zijn hand wil zetten.
    ➥ Maar vraag toch het gedierte, en het zal u onderrichten; het gevogelte des hemels, en het zal u inlichten.
    ➥ Of spreek tot de aarde, en zij zal u onderrichten, en laat de vissen der zee het u vertellen.
     🌈           Wie onder deze alle weet niet, dat de hand des Heren dit doet,
    in Wiens hand de ziel is van al wat leeft en de Geest van ieder sterveling?
    Toetst het oor de woorden niet, en proeft het gehemelte niet de spijze?
    Bij grijsaards zou wijsheid zijn, en lengte van dagen zou doorzicht betekenen? Bij Hem is wijsheid en sterkte, Hij heeft raad en doorzicht.
    Breekt Hij af, er wordt niet opgebouwd; sluit Hij iemand op, er wordt niet ontsloten;
    Houdt Hij de wateren terug, zij verdrogen; laat Hij ze gaan, zij woelen de aarde om.
    Bij Hem is kracht en beleid, Zijn’s is de misleide en de misleider.
    Raadsheren zendt Hij barrevoets heen, en rechters maakt Hij tot dwazen. Boeien, door koningen aangelegd, slaakt Hij en Hij bindt een band om hun lendenen.
    Priesters zendt Hij barrevoets heen en wie vast staan, stort Hij neer.
    Hij beneemt de spraak aan hen op wie men vertrouwen stelt, en neemt het onderscheidingsvermogen van de ouderen weg.
    Hij giet smaad uit over edelen en maakt de gordel van machtigen los. Hij legt de diepten uit de donkerheid bloot en brengt de diepe duisternis aan het lichtJob 12: 1-22.

Niemand houdt van pijn, zoekt de pijn op en wil alleen maar pijn ervaren alleen om de pijn zelf;
de belangrijkste pijn wordt veroorzaakt door een niet volledig ontwikkelde elite.

Alles wat we vandaag doen heeft betekenis voor de toekomst, want tot nog toe verkeren de kinderen van God slechts in rouw.

Onze wereld in beweging naar de afgrond
Christus wil heus wel, Die ziet de menigte mensen om Zich heen, is ontroert en met ontferming bewogen, waarop Hij nog steeds de zieken onder een menigte van mensen geneest.
Vervolgens gaat Hij nog een stap verder en voedt op Mystieke wijze de menigte met 5 broden en 2 vissen, waarna van de overschotten 12 grote korven gevuld worden, hetgeen op een overvloed duidt.
Vervolgens roept Paulus op tot eenstemmingheid om scheuringen te vermijden; dat de Kerk aan-één-gesloten dient op te treden en één van zin dient te zijn in gevoelen. En wanneer je om je heen kijkt is de elite daar echt niet naar uit.

      Waar hebben wij dat nog meer gehoord, het lijkt wel òf wij het kerkelijk laatste nieuws hebben aangezet, waarin het ach en wee weerklinkt en de chaos alom is, zijn we daarom op weg naar de ontslaping van de Theotokos?
      De wereld speelt ook een rol, want je hoort in de lezing van Job verwijzen naar het feit dat wijsheid vèr te zoeken is, terwijl de geweldenaars zich vredig in hun tenten [paleizen] terugtrekken en zij zich veilig achten ten opzichte van de toon van God – terwijl zij iedereen naar hun hand zetten.

Neen, ik ben niet van Constantinopel, ik ben niet van Moskou, ik heb mij laten voorlichten door de ascetische vogelen in de Hemelen en de vissen in de zee.
    Die weten nog wàt de hand des Heren doet.
    Die weten nog in Wiens hand de ziel zich bevindt van al wat leeft en
      tevens de geest bezit van iedere sterveling, zij zingen slechts de lof tot God.
  Zij zijn nog op de hoogte dat het oor de woorden, die door mensen geuit worden, dient te toetsen en dat het gehemelte de spijzen dient te proeven, alvorens het door te slikken.
  Die weten nog dat grijsaards ‘wijsheid en ervaring’ in hun leven’s-jaren hebben opgebouwd en daardoor inzicht hebben, je met raad en daad kunnen bijstaan.
  Deze zien dat geleidelijk aan alles tot op de grond wordt afgebroken, dat er niet meer wordt opgebouwd.
  Dat God door toezichthouders, die telkenmale van richting veranderen, zich verder opsplitsen – de wateren terugdringen zodat het Geloof opdroogt en de mensen niet meer weten waar de Waarheid Zich bevindt.
  Zowel de de misleide als de misleider bevinden zich in God’s hand.
  Koningen, raadsheren, priesters bindt Hij een band om de lendenen, stuurt Hij bloot’s-voet’s  weg en die nog overeind kunnen blijven laat hij [-‘door overbelasting, opgebrand’-] instorten.
  God brengt de diepe duisternis waar wij ons in bevinden aan het licht en legt de diepste diepten van het menselijk onvermogen bloot.
  Alles wat vandaag gedaan wordt heeft betekenis voor de toekomst, want
tot nog toe verkeren de kinderen van God slechts in rouw.

  • – In de wereld is het niet anders,
    opwarming van de aarde droogte in de wereld

    de natuur lijdt onder de overbelasting, welke de mens veroorzaakt.
    – Ontbossing, uitsterven van hele dierenrassen, vissen, die worden overbevist en in plastic afval sterven;
    – De lucht welke een levensvoorwaarde voor de mens is wordt steeds verder vervuild, door technische snufjes wordt de mens een robot – weet niet meer hoe te communiceren, zit de gehele dag aan de elektronische tap [telefoon, televisie] en nu wordt ook nog G5 ingevoerd, waarmee ook verdere inbreng van de mens lamgelegd wordt.
    – Dat de mens ziek wordt van al deze ontwikkelingen wordt terzijde geschoven, als de economie maar draait en anderen daarmee naar de hand worden gezet.

    Verneder jezelf, kom tot inzicht
    Wanneer worden we wakker, wanneer zal het tij gekeerd worden
    – God laat weten dat het hoog tijd wordt, Hij geeft enkel het teken van Jonah.
    Indien wij echter onszelf beoordelen, zullen wij niet onder het oordeel komen.                               Maar onder het oordeel van de Heer worden wij getuchtigd, opdat                                       zij niet met de wereld veroordeeld zullen worden 1Cor 11: 31,32.

  • Gaan we zo ver dat onze ledematen smelten, zoals het lood reeds smeltende is, weet u dat de orgelpijpen in de kerken al door de hitte ontstemd zijn geraakt;
    het water stijgt ons straks in de Lage Landen aan de lippen.

    Keer om nu het nog niet te laat is, de temperatuur loopt stapsgewijs op
    – straks is er zelfs zonder machinale opwekking geen normaal leven meer mogelijk.
    – Kinderen verliezen hun spraakvermogen, weten niet meer of er liefde of een kwaad woord wordt geuit. Zij kijken slechts naar hun mobiele communicatie-middelen en herkennen de gelaat’s-uit-drukkingen van de steeds wisselende opvoeders niet meer, die verschillen van aard.
    – de verontreiniging wordt opgevoerd.
    – Jullie weten toch nog, dat jullie, toen jullie nog onder invloed van de wereld heidenen waren, u
     blindelings naar de stomme afgoden heen liet drijven? 1Cor.11: 2.
        Ook ik heb verstand, net zo goed als jullie, ik doe voor jullie echt niet onder; aan wie zijn zulke dingen niet bekend? Tot een spot ben ik mijn naaste, ik, die God verhoorde, als ik tot Hem riep; tot een spot is de rechtvaardige, de vromeJob 12: 3,4.
    De hoofdstukken aan het begin van het boek Job benadrukken de spirituele kloof tussen Job en zijn omgeving.
    Vanaf voorgaande zin geeft de lijdende Profeet zijn [bloed-]broeders en vrienden advies over hun fouten en benadrukt het belang van zichzelf te vernederen voor
    de Heer en de grenzeloze soevereiniteit van God te aanvaarden.
    Vervolgens zal Job een pleidooi doen om de Genade van God voor zichzelf te verkrijgen, een dusdanig geformuleerd gebed dat dit iedereen zal zegenen die zijn voorbeeld volgt.
                De ascetisch gevormde H. Hesychius van Jeruzalem ontwaart, ziet de trots en de arrogantie van Job’s omgeving, waaronder zijn medebroeders en vrienden:
    Terwijl Job op een mesthoop zit, zit jij op je door jezelf tot koninklijk verheven troon.
    Hij is bedekt met ziekte en jullie zijn in goede gezondheid.
    Hij is een voorwerp van minachting en jullie strijken voor de wereld de eer op. Zijn omgeving, medebroeders en vrienden hebben Job verlaten;
    zijn dienaren zijn vertrokken; zijn bloedverwant hebben hem verstoten.
    Maar jij . . . geniet ervan te genieten van wat niets anders is dan werelds gras, “wind waait erover en het is er niet meer”.
    Waarom ben je dan nog bij Job betrokken? Is het misschien dat jullie, door je van hem te onttrekken, op de vlucht bent voor gerechtigheid?conf. Manley, Wisdom, pg. 216.

Maar zie, Job is -zelf beter wetend- nog best aardig voor degenen, die hij adviseert. Hij biedt leven’s-gevende raad en roept hen – en ons – op tot
de verhoging die in ware nederigheid ligt.

Profeet job

Job doorzoekt eerst de harten van zijn vrienden:
Bovendien zijn jullie mannenbroeders. Zal de wijsheid voor zeker met jullie  afsterven?‘.
Vervolgens leidt hij hen naar nederigheid.
Maar ik heb ook een hart in mijn binnenste, net zo goed als jij. Een rechtvaardig en onberispelijk man is een voorwerp van spot geworden’.
En hij deelt dit inzicht met betrekking tot nederigheid:
Want het was verordend dat hij op de afgesproken tijd onder de macht van anderen zou vallen en zijn huizen door de wettelozen zouden worden geplunderdJob 12: 5.

Het punt welke hij aanstipt is kinderlijk eenvoudig
      vernederende gebeurtenissen en kwellende omstandigheden
geven niet noodzakelijkerwijs aan dat een mens slecht of zondig is.
In de door God als goed-maar-gevallen wereld kan onze huidige toestand
      òf we nu genieten van de goede dingen in het leven,
      òf dat we worden getroffen en beroofd van wereldse genoegens
      absoluut ‘niet’ direct worden toegeschreven aan zonde of onberispelijk leven.

De profeet blijft over nederigheid spreken om in deze een plechtige waarschuwing af te geven: “Laat echter niemand worden overtuigd dat hij, als hij slecht is, onschuldig zal worden gehoudenJob 12: 5.

We dienen -‘óh zó’- voorzichtig te zijn en God nooit lichtzinnig uit te proberen, te testen, want “laat degenen die de Heer uitdagen niet worden overtuigd dat er geen beoordeling’s-proces voor hen zal volgenJob 12: 6.
Zelfvertrouwen voor God op basis van iemands opgeblazen blazoen, z’n materiële status is rampzalig en misleidend.
We dienen niet voorbij te gaan aan het feit dat “de rijkdommen van [God’s] goedheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid” bedoeld zijn om iedereen tot bekering te leiden, “     beseft gij niet, dat de goedertierenheid God’s u tot boetvaardigheid leidt?Rom.2: 4.
God heeft Christus Jezus, als Vader over de mensheid voorgesteld als zoenmiddel door het Geloof, in Zijn bloed, om Zijn Rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraag-zaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden Rom. 3: 25.
    Want allen hebben gezondigd en schieten tekort in de Heerlijkheid van GodRom.3: 23. Inderdaad, we dienen in dit leven zeer bedachtzaam en met de grootste zorg onze pelgrimstocht naar  God voort te zetten!

De profeet Job herinnert ons eraan wat de geschapen wereld > als vanzelf-sprekend als normaal gedrag ontwijkt:
dat ‘het leven van elk levend wezen is in God’s hand‘,
inclusief ‘de adem van elke mensJob 12: 10.
Met prachtige beelden, waaraan menig filmregisseur niet kan tippen spoort Job ons aan nederige gehoorzaamheid te leren van de dieren, de vogels, “de vissen van de zeeJob. 12: 8 en
zelfs de stomme aarde die we elke dag moedig vertrappen, door de grond van al haar krachten te ontdoen en haar natuurlijk herstel geen tijd gunnen.

eikenprocessierups, rupsje nooit genoeg

Zo ontstaan de ons overweldigende mistoestanden in de natuur, zoals de afgelopen tijd de eikenprocessierups [als gevolg van ons gedrag als ‘rupsje-nooit-genoeg’].
Zoals de heilige Tikhon van Zadonsk ons voorhoudt:
Laten we. . . op onderzoek uitgaan en ons eigen gedrag bezien, hoe we leven, hoe we ons gedragen, hoe we denken,
hoe we spreken, hoe we handelen, met
welk hart we anderen aanspreken voor God Die
alle dingen aanschouwt, ziet en hoe we elkaar behandelen.
En. . . laten we onszelf . . . in waarheid [met open vizier] benaderen . . .
en corrigeren

conf. Journey to Heaven, pg. 57.

Wie zal de vlammen van vuur voor mij doven?
Wie zal mijn duisternis verlichten indien U
geen Genade meer voor mij kunt opbrengen,
o Heer, omdat U de Minnaar van de mensen bent?

conf. de tekst uit de Grote completen

De soevereiniteit van God
Het boek Job gaat nog verder, “ . . . bij grijsaards zou wijsheid zijn, en lengte van dagen zou doorzicht betekenen? Bij God is Wijsheid en Sterkte, Hij heeft raad en doorzichtJob 12: 12,13.
In de goddelijke leer van de eeuwig lijdende profeet Job wordt ieder menselijk schepsel aangespoord om de onvoorwaardelijke soevereiniteit van de Heer te overwegen.
Na de nederigheid als de juiste deugd voor God te hebben aanbevolen Job 12: 7-9,
gaat de profeet op natuurlijke wijze voort op weg naar de ongekwalificeerde Heerschappij van God.
    De Heer is Koning, met luister getooid:
de Heer heeft Zich bekleed met Macht en Zich omgord.
Want Hij heeft heel de wereld gegrondvest: zij staat onwankelbaar.
Vanaf het begin staat Uw troon gevestigd: Gij zijt van alle eeuwigheid.
Stromen verhieven, Heer, stromen verhieven hun stem;
stromen zweepten hun golven op met geweldig gedonder van water.
Wonderbaar zijn de hoge golven der zee; wonderbaar is de Heer in de hoge.
Uw getuigenissen zijn uiterst geloofwaardig: Uw huis, Heer, past heiliging tot in lengte van dagen” Psalm 92[93] vert. ROK ’s-Gravenhage.

       De Heerschappij van de Heer regeert alle dingen
naar Zijn Wijsheid, Macht, raad en begrip Job 12: 13.

de berg op, naar de grot

Onze Heer en Verlosser, Jezus Christus, onze God verheft ook nederigheid/ascese als een noodzakelijke voorwaarde om
de Soevereiniteit van God te aanschouwen:
      Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen . . .
>      Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven
Matth.5: 3,5;
zij die het ‘horen’ zullen zich verheugen.
       Basilius de Grote drukt hetzelfde gevoel uit in dit liturgisch gebed:
      Het is waarlijk waardig, recht en overeenkomstig de luister van Uw Heerlijkheid,
U te loven, U te bezingen, U te aanbidden, U te danken, en
U te verHeerlijken als de alleen werkelijk zijnde God” Eucharistische Canon

        Job behandelt Job de drie aspecten van Gods aard:
1.]. Soevereiniteit over de schepping Job 12: 13-15;
2.]. Het enig waarachtige bestuur van de menselijke aangelegenheden Job 12: 16-21; en
3.]. De Openbaring van waarheden die doordringen in de donkerste schaduw van de dood Job 12: 22.   

       Zoals we telkens wanneer wij de Goddelijke Liturgie van de Guldenmond bijwonen kunnen horen,  heeft God ons “uit niet-bestaan ​​tot bestaan ​​[uit het niets tot het zijn] gebracht en toen we wegvielen heeft Hij ons weer opgericht en Hij is niet opgehouden alle dingen te doen totdat Hij ons terug heeft gevoerd naar de hemel”.
Job neemt een algemeen aanvaarde waarheid in acht:
“In de tijd is wijsheid en in een lang leven kennis” Job 12: 12.
Hij voegt echter een belangrijke waarschuwing toe:
slechts aan God behoort de bron van de ziel van alle Wijsheid en Kracht, Die
inherent is aan menselijke kennis, want Hij is wijsheid en kennis.
Begin daarom met Hem om “raad en begrip” te vragen Job 12: 13.
Laat je niet in met menselijke tekortkomingen – ‘bidt, huil, vecht en bewonder, niet zonder de Kerk, het Lichaam van Christus’.
Met deze opmerkingen ondergraaft Job elke poging om een eerdere advies over nederigheid te ontwijken.
De soevereiniteit van God over alles wat bestaat kan omver blazen, achter houden of vernietigen zoals Hij dit verkiest Job 12: 14,15.

Laat derhalve heel de mensheid beven van ontzag.
Denk aan Gods snelle reactie tegen de arrogantie van de koning van Babylon toen deze in grote waan en arrogantie verklaarde:
Is dit niet het grote Babel, dat ‘ik’ gebouwd heb tot een koninklijke woonstede door
de sterkte van mijn macht en tot eer van mijn majesteit? Nog was dat woord over de lippen van
de koning gekomen, toen er een stem uit de hemel klonk
[neerdaalde]:
‘ U wordt aangezegd, o koning Nebukadnessar
[Hebr.= ‘ moge de Profeet de kroon beschermen’]
: het koningschap is van u geweken, men verstoot u uit de gemeenschap der mensen en uw verblijf is bij het gedierte van het veld; gras zal men u te eten geven als aan de runderen; en zeven tijden zullen over u voorbijgaan, totdat gij erkent, dat de Allerhoogste macht heeft over het 
koningschap der mensen en dat geeft aan wie Hij wilDan 4: 30-32.

Job openbaart onomwonden dat God de raadgevers wegleidt, Hij beneemt de spraak aan hen op wie men vertrouwen stelt, neemt het onderscheiding’s-vermogen weg “de lippen van de gelovigen worden andersJob 12: 20; zij ontvangen het goddelijk vuur niet meer op de lippen.
De Heilige Gregorius de Grote merkt hierbij op dat Job hier aantoont dat God “het woord van waarheid geeft aan degenen die het doen en het ontneemt aan degenen die het niet doen” Manley, Wisdom, pg. 245.
We dienen  toch al onze gewoonten opzij zetten, die
onszelf slechts eer doen toekomen voor persoonlijke prestaties en lof op te strijken voor het werk van onze handen.
Ten slotte herinnert Job ons eraan dat de Heer vanuit de ondoorgrondelijkheid en duisternis van Zijn wezen ontzettend veel van de ‘diepe dingen’ van zijn raad aan ons openbaart ten einde ons her-op-te-voeden. De belangrijkste aanwijzing is God’s verlichting van “de schaduw van de doodJob 12: 22.
Hij legt zonde bloot en staat niet toe dat – de dood – als gevolg daarvan wordt verzwegen; wordt weggestopt, om er maar niet bij stil te hoeven staan.
Zoals Sint Hesychius van Jeruzalem opmerkt, zijn
vanaf de Pedagogie van onze Verlosser de verschrikkelijke nadelen en
schadelijkheid van zonde algemeen bekend geworden
” Manley, Wisdom, pg. 246.
tot onze Bruidegom:
    Onzichtbare Rechter, hoe hebt U aanvaard in het vlees te worden gezien?
Hoe is het mogelijk, dat U komt om door wet’s-overtreders gedood te worden en door Uw Lijden onze veroordeling teniet te doen?
Daarom brengen wij, o Woord, eenstemmig lof, grootheid en roem aan Uw Macht

– Kathismazang Orthros, Palmzondagavond.

Een pleidooi voor God’s Genadegaven
    Zo legt een mens zich neer en staat niet weer op; totdat de hemelen niet meer zijn, ontwaken zij niet en worden niet wakker uit hun slaap.
Och, of Gij mij daarentegen in het dodenrijk zou willen vasthouden,
mij uit Uw Aanschijn verborgen hield, totdat uw toorn geweken was;
dat Gij mij een tijd zou stellen en pas dan weer aan mij zou denken
Job 14: 12,13.
In voorgaand hoofdstuk 12 hield de Profeet Job ons de nederigheid voor
als bevestiging van de soevereiniteit van God, een waarheid die hij uit langdurige ervaring van pijn en diep, alomvattend lijden heeft leren kennen.
Toch pleit hij in zijn nederigheid om de Genadegaven van God, niet alleen voor zichzelf en voor alle mensen,  maar tevens dat Hij in staat mag blijken zijn hoop en vertrouwen in de Heer te handhaven.

Saint John of Damacus, Syrië

Het pleidooi van de profeet is zoals dat van de Heilige Johannes Damascinos, die schrijft:
  Al ons sterfelijk streven, tot zelfs in de kleinste de dingen, die wij nastreven zijn ijdelheid en
verdwijnen met de dood als sneeuw voor de zon.
Rijkdom wordt niet langer meegenomen, noch zal er enige glorie jouw voortgang na de dood vergezellen: want wanneer de dood komt, verdwijnen al deze dingen abrupt en volkomen.
Laten we daarom de onsterfelijke koning tot Christus aanroepen, Hij Die rust geeft in de woonplaats van allen die zich op Hem verheugen, aan hen die ons reeds zijn voorgegaan’
conf.: Orthodoxe begrafenisdienst.
Inderdaad, moge ieder van ons z’n ijdelheid onderkennen
gedurende de paar dagen die ons nog in dit leven resten en
pleiten dat de Onsterfelijke Koning ons de Goddelijke rust schenkt:
1.]. We dienen het met Job eens zijn dat iedereen
die geboren is uit een vrouw maar een kortstondige levensloop heeft en bovendien met woede en toorn is omgevenJob 14: 1.
De lijdende Profeet vermijdt de moderne neiging om dode lichamen
mooier te maken dan zij zijn, en de lelijkheid en de kou van de dood te verdoezelen. Hij verbergt zich niet voor de duistere macht die over ons en over onze beschaving zweeft.
En indien wij dan geen acht slaan op de stem van Job, laten dan in ieder geval de stalinistische goelag, de nazi-vernietigingskampen, die nog steeds in andere vorm voort blijven bestaan. evenals de terroristische aanslagen, de genocide en de etnische zuivering een goddelijke nederigheid in ons dienen op te wekken met
betrekking tot dit korte, onzekere leven.
2.]. Job deelt de conclusie van de Apostel Paulus dat:
Immers allen hebben gezondigd en daardoor beroofd zin van God”s HeerlijkheidRom.3: 23.
De Profeet zegt: “Zelfs als. . . het leven is maar één dag op aarde zou zijn” Job 14: 5, de waarheid [rein òf onrein] komt altijd boven water [aan het Licht] Job 14: 4.
David herinnert ons eraan:
Want zie, in ongerechtigheid ben ik geboren;
in zonde heeft mijn moeder mij ontvangenPsalm 50[51]: 5.
Iedereen zal voor de gevreesde rechterstoel van Christus staan.
3.]. Job merkt op dat de Waarheid van God
“Indien de dagen van de mens zijn vastgesteld, het getal van zijn maanden door God bepaald zijn, Hij als God Zijn grenzen heeft gesteld, die Hij voor nog geen seconde zal overschrijden” Job 14: 5.

Saint Methodius de belijder – Apostel gelijk

De Heilige Methodios verheugt zich juist over dit feit, omdat
de mens misschien geen . . . eeuwig levend kwaad zou kunnen laten voortduren, zoals het geval zou zijn geweest indien de zonde in hem dominant zou zijn geweest, wanneer de mens zich een onsterfelijk lichaam zou hebben aangemeten . . .
[de fysieke en psychische medische vooruitgang is op zich niet slecht, maar zou zich hiervan toch wel meer bewust dienen te zijn] 
God heeft hem om deze reden sterfelijk verklaard
conf. Discours on the Resurrection 1.4, ANF vol. 6, pg. 364.
Er is immers een zegen te vinden in de dood.

De Profeet eindigt met een intens pleidooi tot God,
zeer wel passend bij ons omringende tijdperk, ons huidig bestaan
​​- laat de Heer ieder mens de rust [van bestaan] gunnen/schenken en
opdat deze tevreden zou kunnen zijn met zijn leven van een aangenomen loon-dienaar Job 14: 6.
Hoewel hij de onverbiddelijkheid en zekerheid van de dood niet uit de weg gaat, biedt Job een verzoekschrift aan voor een heilige rust Job 14: 7-14.
Job spreekt over de dood als gericht zijnd op een doel, waarbij de rust van de mens wordt vergeleken met het verwelken van hardnekkige bomen.
    Wanneer zijn wortel in de aarde veroudert en zijn tronk in de grond afsterft, dan bot hij weer uit, zodra hij water ruikt, en schiet twijgen als een jonge plant.
Maar wanneer een mens sterft, dan ligt hij/zij krachteloos neer;
geeft een mens de geest, waar is hij/zij gebleven?Job 14: 8-10.
De Heilige Hesychius van Jeruzalem merkt op dat Job door
de dood – “slaap” – te noemen Job 14: 2 Job zijn vaste Hoop op de Opstanding bevestigt conf. Manley, Wisdom, pg. 276.
De dood blijft alleen ‘rusten’ totdat ‘de hemel is opgelost‘ en eerst dàn zullen de doden ‘ontwakenJob 14: 12.
4.]. Uiteindelijk vraagt ​​Job dat zijn rust in God’s handen bewaard mogen worden, waarbij de Heer hem [onder Zijn Vleugelen] beschermt tegen de ultieme toorn.
Daarom pleit hij dat “U mij een vaste tijd zou toewijzen waarin U mij zou gedenkenJob 14: 13.
Overeenkomstig de Heilige Hesychius weegt Job “ de Glorie van de toekomende tijd en het Eeuwige Leven, evenals de grote demotie/degradatie die dit huidige, vluchtige leven stil sluipend nadert”.

    O Heer, U hebt ons allen veroordeeld om
terug te keren naar de aarde vanwaar  we zijn weggenomen en
om U een ​​goddelijke rust af te smeken:
mogen we met Uw dienaren rusten in
de woning van de rechtvaardigen.
Orthodoxe begrafenisdienst.

Jesus Christ, ‘Just Judge‘, by Marchela Dimitrova

Op deze Zondag na Transfiguratie, die voorafgaat aan het feest van de Ontslaping van de Theotokos heeft de Kerk de Waarheid van het leven met je gedeeld.
Dit is de Waarheid van de Hogepriester, van onze Heer en Verlosser, Die alle losse eindjes aan elkaar heeft geknoopt.
Hij werd met ontferming over de mensheid bewogen en genas de zieken, slechts begeleid is door Zijn Liefde en Zorg voor eenieder van ons.
Aldus heeft Hij ontelbaar veel [een menigte van] mensen gevoed met Zijn Leven-schenkend Woord.

Let derhalve alleen op jou woord:
“Heer Jezus Christus, Zoon van de levende God, wees mij, zondaar, genadig”.
Deze manier door in stilte on-op-houdelijk de handeling van
het gebed voor te zetten doet op zichzelf geen afbreuk aan je bestaan. Je toont je daarbij als vanzelfsprekend een volwaardige loon-dienaar van Christus.
Het houdt je scherp en het smaakt als maar zoeter, alsof je honing in de mond hebt. Het gebed wordt op den duur zó vanzelfsprekend, dat je jezelf er niet langer toe behoeft te dwingen om onophoudelijk voortdurend deze smeekbede met je hart te beleven. Zowel kwa plaats en tijd in de eeuwigheid zal dit altijd en overal een bron van inspiratie in je leven zijn en blijven.

8e dinsdag na Pinksteren – 6e Augustus, De Heilige Transfiguratie van onze Heer en Verlosser Jezus Christus

Studie van de Blijde Boodschap

    En zes dagen later nam Jezus Petrus en Jakobus en zijn broeder Johannes mee en Hij leidde hen een hoge berg op, in de eenzaamheid.
En Zijn gedaante veranderde voor hun ogen en Zijn gelaat straalde gelijk de zon en Zijn klederen werden wit als het licht.
       En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.
Petrus antwoordde en zei tot Jezus:

‘Heer, het is goed dat we hier zijn’

‘ Heer, het is goed, dat wij hier zijn; indien Gij het wilt, zal ik hier drie tenten opslaan, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een.
       Terwijl hij nog sprak, zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zei:
‘ Deze is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!
       Toen de discipelen dit hoorden, wierpen zij zich op hun aangezicht ter aarde en werden zeer bevreesd.
En Jezus kwam bij hen, raakte hen aan en zei: ‘Staat op en weest niet bevreesd’.
Toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand dan Jezus alleen.
En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun, zeggende: Vertelt niemand dit gezicht, voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewekt“ Matth.17: 1-9.

    Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen.
Want zo zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Heer en Heiland, Jezus Christus.
Daarom zal het steeds mijn voornemen zijn u hieraan te herinneren, hoewel gij het weet en in de waarheid, die bij u is, versterkt zijt.
Ik acht het mijn plicht, zolang ik in deze tent ben, u door herinnering wakker te houden, want ik weet, dat het afleggen van mijn tent spoedig komt, zoals ook onze Here Jezus Christus mij heeft doen weten.
       Maar ik zal mij beijveren, dat gij ook na mijn heengaan telkens weer aan deze dingen kunt denken.
       Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heer Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn Majesteit.
       Want Hij heeft van God, de Vader, eer en Heerlijkheid ontvangen, toen zulk een stem van de hoogwaardige Heerlijkheid tot Hem kwam:
            ‘ Deze is Mijn Zoon, Mijn geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb’.
En deze stem hebben ook wij uit de hemel horen komen, toen wij met Hem op de heilige berg waren.
En wij achten het profetische woord [daarom] des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als 
op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten2Petr.1: 10-19.

Op de onvermijdelijke weg naar de dood en de daarop volgende verwachtte periode probeer je als mens orde te scheppen over die naderende sterfelijkheid.
Je weet wat je te wachten staat, waarop je door de verkondigde Waarheid probeert deze te doorgronden, maar dit beheersen en uiteindelijk volledig bevatten, is voor een mens een onmogelijkheid. God laat Zich immers niet inpakken. Tijd bestaat uit niets, het is een abstractie, want bij God bestaat geen tijd. De afstand van God en mens is ook niet te overbruggen en het enige wat overblijft is dat we enige betekenis trachten te verkrijgen aan de wijze waarop wij ons in de tijd voortbewegen.
Het einde is een kwestie van tijd, die naderbij komt en hoe dichter je nadert hoe meer de relatie me de tijd ons verontrust.
Doch onze Heer zegt: ‘Staat op en weest niet bevreesd’.
Je probeert als mens orde te scheppen over die sterfelijkheid en tracht vanuit eigen joods-christelijke cultuur de ‘overwinning‘ te behalen op het naderend wangedrocht.
Zo zongen we de afgelopen zondag:
       “   De scharen der Engelen stonden aan Christus’ graf
        en de wachters lagen als dood.
        Bij het graf stond Maria Magdalena zoekend het alleruiterst Lichaam van haar Heer.
        Hij heeft de hel overwonnen, zonder erdoor te worden aangetast. Hij heeft de Maagd ontmoet, Levenschenkende,
Die uit de dood zijt opgestaan. Heer, ere aan UApolytikion tn.6.

       Na het antwoord op de roep van onze Heer en de god-mens-ontmoeting begint de mens als adolescent aan een tumultueuze romantische relatie.
Naast bevrijding worden we onderworpen aan genoemde sterflijkheid en vormt onze weg een zielige en onontkoombare onderneming van het lineaire en onveranderlijke pad van geboorte tot de dood in de wereld.
Het lezen van de Blijde Boodschap, het navolgen van de Pedagogie van de Heer en het vervolgens beschrijven van hetgeen je tegenkomt kan als pijnlijk worden ervaren
– het is immers een scheiding van de wereld, een jezelf afsluiten van de wereld,
door Christus’ Pedagogie in je leven te realiseren.
       De geïncarneerde God, welke van God in de wereld komt is gekomen om de schade te herstellen die wordt veroorzaakt door de vernietiging en de zonde van de schepping. Net zoals het oorspronkelijke gesproken Woord van God zowel de wereld als de mens schiep, met andere woorden met dezelfde authenticiteit,
⁌   wordt de mens als een nieuw schepsel door de Zoon van God herschapen;
⁌   wordt de mens ledemaat van Zijn Lichaam, de Kerk en daarmee erfgenaam van de Goddelijke Genadegave;
⁌   wordt de mens vrij van blindheid, van demonische soevereiniteit verlosst,
⁌   wordt hij verlost van de zonde welke de dood veroorzaakt.
       Een persoon die daarop Zijn Pedagogie, Zijn Blijde Boodschap volgt, gaat lezen, memoreren en schrijft, leert zichzelf van  de input van zijn op de wereld gerichte zintuigen’ af te sluiten of op z’n minst af te remmen, teneinde
de reacties van zijn lichamelijke neigingen af te remmen of totaal te beheersen.
Aldus wordt energie gestoken om -‘tot oefening welke kunst baart’- te komen,
te trainen en al doende na te blijven denken over de vastgelegde woorden.
Je verzet je als vanzelfsprekend tegen je omgeving, het milieu welke zich ‘buiten’  bevindt – om tot onderscheidingsvermogen te komen.
       Gesteund door de zekerheid die de Genadegave als ondersteuning biedt
•   vormt dit in eerste instantie een moeizame en pijnlijke inspanning voor het individu, zo laten psychologen en sociologen weten.
       Door de persoonlijke inzet en de moeite te nemen wordt men zich uiteindelijk bewust van het innerlijke zelf als een entiteit die kan worden gescheiden van het omgeving en zijn input wordt
van boven gestuurd, hetgeen leidt tot mentale actie.

Apostles with Christ

Veel mensen geloven dat slechts God ‘alleen’ onze toekomst in hemel of hel bepaalt, maar ze vergeten dat we als medewerkers van en aan God onderhorig zijn; God heeft de mens na de val laten voortbestaan om het goede, het volmaakte na te streven.
        Hoe we uiteindelijk de Hemel, de aanwezigheid van God, zullen ervaren,
wordt bepaald door hoe ons hart bereid is om Zijn Liefde te ervaren.
Met andere woorden, hoewel we ons allemaal in de hemel zullen bevinden,
als onze harten zich niet op de juiste plaats bevindt, zullen we onze eigen hel creëren.
       Maar al te vaak horen we onder wereld de uitdrukking “naam maken voor jezelf” of een variatie daarop, zoals het ‘je eigen carrière najagen’ – ik doe wel deze of gene studie en ‘ik’ ben ‘boven Jan‘.
– wanneer we spreken over hoe we omgaan met de samenleving, ook met de Kerk. We zijn omringd door mensen, die ‘naam [?]’ gemaakt hebben, en
zich als zodanig gedragen.
       Maar we zijn allen ‘dienaren van Christus’ en hebben allen dezelfde opdracht;
deze opdracht is slechts in nederigheid te aanvaarden en punctueel te volbrengen, hetgeen ons wordt opgedragen. Zodra er sprake is van Macht en onderscheid ten opzichte van de ander, klopt het hele levensverhaal van die persoon, die gemeenschap niet meer.
       Wij zijn immers op weg naar het Licht en zoals onze Heer ons heeft geleerd
is dat alleen te bereiken door ‘af-te-zien’- door ascese.

Het is reeds lange tijd -‘ook in de Kerk’-, een traditie geworden om een ​​soort erfenis achter te laten voor toekomstige generaties om ons als persoon aan de wereld [als heilig] op te werpen, te laten kennen.
Sommigen onder ons suggereren zelfs dat deze trend verband houdt met onze genetische afkomst, dat onze familiaire afkomst bepaalt dat we ons gedwongen voelen onze egoïstische bekendheid trachten te verspreiden.
        Stel je toch eens voor dat je als persoon of familie voor de wereld in de vergetelheid zou geraken? Maar wie of wat is de wereld, die is toch alleen met ‘zichzelf‘ bezig.
        Daartegenover staat dat wij ‘de Eer en Glorie van onze Heer en Zaligmaker’ nastreven; ‘het Koninkrijk van God’ is belangrijker dan welke familieband dan ook.
        Zelfs in de relatie van onze Heer en Zijn familie trad een verandering op.
Aanvankelijk reisden de Moeder God’s en Zijn broers met Hem mee John.2: 12;
maar later overheerst het ongeloof John.7: 3-5.
Onze Heer neemt afstand van hen Marc.3: 35.
Er dient onder de volgelingen in die drie jaar ‘openbaar leven‘ van de Heer een omslag in hun houding te hebben plaatsgevonden. In Handelingen 1 worden Zijn Moeder en Zijn broeders immers tot de kern van de Christelijke Gemeenschap gerekend. 
Onder de Christenen in Palestina gaf het enige ‘status’ wanneer je familie was van de Heer, maar heel belangrijk is dit zoals blijkt echter nooit geweest.en geworden en als ‘status’ een rol is gaan spelen is dat een menselijke luchtspiegeling.

Er is nooit en te nimmer sprake geweest van zoiets als een ‘Jezus’-dynastie en zowel Jaäcobus als Justus [Judas] beginnen hun brieven niet met een opmerking dat ‘zij’ een ‘broeder des heren‘ zijn, maar zij noemen zich ‘als kind van God‘ en navolger van Christus simpelweg ‘dienaar van Jezus, de Christus’ en worden uiteindelijk
helden van Christus’ [= hoofd-item van het jeugd- en kinderkamp 2019 van de AOiN].
De steeds weer terugkerende als een soort yel –  melodie, die tijdens het kamp gezongen werd: https://youtu.be/QfCdprwMQ1o ;
vert:Ik heb de hemel lief, hoe kan ik de Vader van God bereiken en mij vrij maken en gelijk Zijn zoon leven, de geboden onderhouden om zonden in alle bedoelingen te vermijden‘ [het Patriarchale koor H. Ephraïm de Syriër, Damascus].
Het afsluitend kamplied gezongen bij het slot-kampvuur:
https://www.youtube.com/watch?v=0HlHQVZbyxs&feature=youtu.be;
vert: Goede Herder, wij bevelen dit klooster aan, vanwege het feit dat in Syrië de kinderkampen altijd in de nabijheid van hun kloosters werd gehouden en in dank aan de asceten werd afgesloten.

Als dienaren zijn wij allen op weg naar God, we gaan de berg op, evenals Mozes de berg besteeg en de wolk z’n weg bedekte:
    de Heerlijkheid des Heren rustte op de berg Sinaï en de wolk bedekte hem zes dagen lang; op de zevende dag riep Hij tot Mozes midden uit de wolkEx. 24: 16.
Johannes de Theoloog verklaart: “Niemand heeft ooit God gezien
1John.4: 12
.
Maar op een andere plaats geeft deze Evangelist de woorden van Christus aan Philippus weer: “Hij die Mij [door de Genade van Genezing] heeft gezien, heeft de Vader gezienJohn.14: 9.
Op de een of andere manier zijn beide uitspraken waarachtig, ondanks het feit dat ze tegenstrijdig lijken. De twee uitdrukkingen bij elkaar brengen de Waarheid in evenwicht betreffende onze ‘kijk op’ God.
Enerzijds dient het visioen [het aanschouwen] van God in Heerlijkheid
angstaanjagend te zijn voor de gevallen, zondige mensheid – een ondraaglijke zicht.
     Zoals we bij Vespers voor de Transfiguratie formuleren, het is ‘een zien van een vriendelijk Licht’ . . . dat misschien niet wordt gezien.
Aan de ander kant dienen we de bewering van Johannes de Theoloog over Christus niet over het hoofd zien, die bestond vóór de tijd en toch werd hij geïncarneerd als een mens die ‘wij met onze eigen ogen hebben mogen aanschouwen . . . we hebben gekeken en onze handen hebben hem aangeraakt, betreffende het Woord des levens [dat] aldus werd gemanifesteerd, en wij zijn daar . . . . . getuigen van1John.1: 1-2.

Christus, onze God, werd mens om ons een volledig zicht op God te openbaren
op een manier die begrijpelijk is voor het menselijk [in-]zicht. De Heer waarnemen als de God-Mens opent voor ons de weg om Hem echt te aanschouwen.
De drie discipelen waren samen met Christus naar/op de berg Thabor,
waar Hij ‘Zich in volledig waarneembare Heerlijkheid openbaarde als stralend Licht‘,
Zijn Goddelijkheid werd daardoor eveneens waarneembaar door de apostelen, die Hem op deze tocht vergezelden.
Dientengevolge vielen zij voor Zijn overweldigende uitstraling neer.
De aanblik van de getransfigureerde God-Mens was zo overweldigend dat ze
ter aarde op hun gezicht neervielen’ . . . . . door verbazing overmand werden.

Mozes, by Rembrandt Harmenszn. van Rijn; De Thora [Wet] is door Mozes overgedragen, maar de goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomenJohn.1: 17

Vandaar dat vandaag eveneens de passage uit Exodus wordt gelezen, hetgeen aangeeft dat dit een waarachtige icoon, een venster op de eeuwigheid is, hetgeen zonder dat het direct gezegd wordt inhoudt dat we door deze icoon
de Glorie van God voor ogen kunnen stellen;
de icoon stelt ons – ‘als een doorkijkje’ in staat aan dit Mysterie deel te nemen.
Petrus, Jaäcobus en Johannes de Theoloog gingen op aandringen van de Heer “een hoge berg”, de berg Thabor  op [Thab, Hebr.=‘heuvel of terp’; Thab-era= ‘brandend’] Matth.17: 1.

Mozes overkomt hetzelfde: “Mozes stond op met zijn assistent Joshua en zij gingen op naar de berg van God” Ex.24: 13.
Mozes en Joshua gaan op weg wanneer hun wordt geboden:
– “Kom naar Mij” – Ex.24: 12, net als:
– “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt”- Matth.11: 28.
Ons is niet verhaald hoe Mozes de stem van God hoort, hoewel
de Heer niet aanwezig is in het vlees John.1: 14, maar we begrijpen wèl dat de Profeet Mozes luistert met het oor van zijn hart – ‘zijn geestelijk oor’ 1Kon.9: 15.
De discipelen van Jezus hoorden de Heer met hun fysieke oren en tòch, in hun hart hebben zij méér gehoord – want anders dan Zijn andere volgelingen
wilden zij Hem niet verlaten John.6: 66-68, toen het navolger-schap van Christus penibel, [gevaarlijk-pijnlijk-moeilijk-hachelijk] werd. Degenen die het hoorden volgden Hem trouw.

Toen Mozes “naar de berg” van God ging Ex.24: 13, liet hij de gemeenschap van Israël beneden achter. Aldus is hij gescheiden van het gezelschap van zijn mede-Israëlieten, behalve Joshua.
Evenzo, wanneer de drie discipelen op gaan met de Heer, is het ‘op zichzelf’, een afgezonderde eenheid Matth.17: 1.
De aanblik van God is niet geopenbaard aan de gewone massa, de menigte.
God beschermt Zijn ontmoeting met Mozes, want Hij “bedekte de berg met een wolkEx.24: 15, zoals:
“wie onder de schutse der Allerhoogste verblijft en onder de bescherming woont van de God des Hemels” Psalm 90[91].
Voorts gaat de profeet Mozes niet de berg op naar God, maar wacht hij zes dagen [tot de zondag?] op de helling tot de Heer hem [in de communie ontmoet] in de wolk aanspreekt die de top bedekt Ex.24: 16.

Let hier op de parallel.
Wanneer Mozes God in de wolk ontmoet;
was de aanblik van de Glorie des Heren als
een brandend vuur waarneembaar op de top van de berg
voor de kinderen van Israël
Ex 24: 17.
Evenzo, terwijl de drie discipelen zich bovenop de berg Thabor
met de Heer bevinden, “overschaduwde een heldere wolk henMatth.17: 5.
De aanblik van de getransfigureerde Heer
heeft grote invloed op de discipelen van Jezus gemaakt, want
– zij worden “zwaar van slaap” bij
het zien van de Meester in HeerlijkheidLuc.9: 32
voor zover zij het konden dragen.
– zij zijn gewoon overweldigd.

Transfiguration, door Theophan de Griek 15e eeuw

       Laten we -gesteund door de Geest- ons allen naar de berg van de Heer begeven en naar het huis van onze God gaan, om met de Zijnen te aanschouwen, de Glorie als van een enige Zoon van de Vader, ter ere van de Leven-schenkende Drie-eenheid.

In al wat je leest kun je nog dieper gaan en vergelijkingen trekken tussen het boek Exodus en de weg van de Christen als pelgrim beschreven in Matth.11:
        Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet:
blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het Evangelie. 
En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt.
Terwijl dezen heengingen, begon Jezus tot de scharen te zeggen van Johannes:
  Wat zijt gij in de woestijn gaan aanschouwen? Een riet, door de wind bewogen?
Maar wat zijt gij gaan zien? Een mens in [opgedoft in] weelderige kleding?
Zie, die weelderige kleding dragen, zijn aan de hoven der koningen
[Brussel en andere hoofdsteden].
Maar waarom zijt gij dan gegaan? Om een profeet te zien?
Ja, Ik zeg u, zelfs meer dan een profeet. Deze is het, van wie geschreven staat:
    Zie, Ik zend Mijn bode voor uw aangezicht uit, die uw weg voor U heen bereiden zal. 
Voorwaar, Ik zeg u, onder hen, die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan, groter dan Johannes de Doper, maar de kleinste in het Koninkrijk der hemelen is groter dan hijMatth.11: 4-11.
        Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Koninkrijk der Hemelen zich baan met geweld en  geweldenaars grijpen ernaar.
Want al de Profeten en de Wet [de Thora]  hebben geprofeteerd tot Johannes toe; en
indien gij het wilt aanvaarden: Hij is Elia, die komen zou. Wie oren heeft, die hore!
Doch waarmee zal Ik dit [wereld’s] geslacht vergelijken? Het is gelijk aan kinderen, die op de [financiële en economische] markten zitten en de anderen toeroepen:
Wij hebben voor u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst; wij hebben klaagliederen gezongen en gij hebt geen misbaar gemaakt.
Want Johannes is gekomen, niet etende en niet drinkende, en zij [de farizeeën] zeggen: Hij heeft een boze geest’. De Zoon des mensen is gekomen, wel etende en drinkende, en zij zeggen: ‘   Zie, een vraatzuchtig mens en een wijndrinker, een vriend van tollenaars en zondaars. En de wijsheid is gerechtvaardigd op grond van haar werkenMatth.11: 12-19.
        Toen begon onze Heer en Verlosser de steden [van onze wereld], waarin de meeste krachten door Hem verricht waren te verwijten, dat zij zich niet bekeerd hadden: Wee u, Chorazin [Hebr.= ‘rokende oven’], wee u, Betsaïda [Hebr.=‘huis van vis’]! Want indien in Tyrus
[‘Tyrisch’, Hebr.=‘purper’, kleur gewonnen uit de purperslak, kleur die gereserveerd werd voor de in de wereld ‘zichzelf’ verhevenen, de koningen en keizers’] en Sidon [Hebr.=‘havenstad aan de Syrisch-Libanese kust, welke van oudsher onder heidense invloed is gebleven, zoals ook Egypte’] die krachten waren geschied, welke in u geschied zijn, reeds lang zouden zij zich in zak en as [teken van boete] bekeerd hebben.
Doch Ik zeg u, het zal voor Tyrus en Sidon draaglijker zijn in de dag van het oordeel dan voor u. En gij, Kafarnaüm
[Hebr.=‘dorp van rust’], zult gij tot de Hemel verheven worden? Tot het dodenrijk zult gij nederdalen; want indien in Sodom [afgeleid van Hebr. ‘Anash’= ‘ziek zijn‘]
de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, het zou gebleven zijn tot de dag van heden.
Maar Ik zeg u, het zal voor het land van Sodom [‘het ‘ziek’, verworden land’] draaglijker zijn in de dag van het [laatste] oordeel dan voor uMatth.11: 20-24.
        Te dien tijde hief Jezus aan en zei: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kleine kinderen geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U. Alle dingen zijn Mij overgegeven door mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren.
Komt [dan] tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;  neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 25-30.

En dáár – door de Genade van God – inzicht in verkregen te hebben, mogen wij vervolgens [in de Vesper] zingen:
Wij hebben het ware Licht aanschouwd,
het ware Geloof gevonden,
wij aanbidden de Heilige Drieëenheid,
Deze heeft ons gered
”.

1e Antifoon [Goddelijke Liturgie]:
1. – Groot is de heer en alle lof waardig,
inde stad van onze God, op Zijn heilige berg
”.  [refr.]
     Door de gebeden van de Moeder God’s, o Heiland, red ons’ [=refr.]
2. – “Gij grondvest de bergen in Uw Kracht; Gij hebt U omgoot met Macht”.  [refr.]
3. – “Gij bekleedt U met luister en pracht, Gij omhult U met ‘Licht’ als een mantel”.  [refr.]
4. – “Laat de bergen juichen voor het aangezicht van de Heer, want Hij komt om de aarde te oordelen”.  [refr.]
     ‘Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, AMEN”.

2e Antifoon [Goddelijke Liturgie]:
1. – “Haar grondvesten zijn op de heilige bergen, de Heer bemint Sion’s poorten”.  [refr.]
     Verlos o Zoon van God, Die op de Thabor verheerlijkt zijt, ons die tot u zingen: Alleluja’ [=refr.]
2. – “Over U zijn roemrijke dingen gezegd; gij zijt de stad van God”.  [refr.]
3. – “Elke mens zal zeggen: Moeder Sion, want de mensheid is in haar geboren”.  [refr.]
4. – “De allerhoogste heeft haar gegrondvest”.  [refr.]
     Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, AMEN”.
3e Antifoon [Goddelijke Liturgie]:
1. – “Uw Barmhartigheden Heer, wil ik zingen in eeuwigheid”.
Apolytikion [vervolgens als refr.]
tn.7.    Gij werd verheerlijkt op de berg, o Christus God, en
aan Uw Leerlingen toonde Gij Uw Heerlijkheid.
Doe ook ons, zondaars Uw eeuwig Licht stralen:
Gij, Die ons het Licht schenkt, eer aan U
”.
2. – “De Hemelen blijde Uw wonderen, o Heer, en Uw Waarachtigheid in de Kerk der Heiligen”.  [refr.]
3. – “Zalig is het Volk dat weet te juichen; Heer, zij zullen wandelen in het Licht van Uw aanschijn”.  [refr.]
     Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, AMEN”.
Kondakion
tn.7.
    Op de berg werd Gij verheerlijkt, en
vol verbazing mochten Uw Leerlingen Uw Heerlijkheid aanschouwen.
Opdat zij, wanneer zij U gekruisigd zouden zien,
Uw Lijden als vrijwillig zouden erkennen, en
aan de wereld zouden verkondigen, dat
Gij in Waarheid zijt de Af-glans van de Vader
”.

7e Zondag ná Pinksteren – Ja, Heer wij geloven dat U ons tot verheerlijking van God onder de mensen tot verandering kan brengen

‘Open mij de mond, opdat mijn hart uw Lof mag zingen’; ‘Ouvre ma bouche pour que mon cœur chante tes louanges’; ‘Ανοίξτε το στόμα μου έτσι ώστε η καρδιά μου να μπορεί να τραγουδήσει τους επαίνους σας’; ‘Открой мне рот, чтобы мое сердце могло петь твои похвалы’; ‘افتح فمي حتى يغني قلبي مديحك’.

    En terwijl Jezus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, al roepende en zeggende: Heb medelijden met ons, Zoon van David!
En toen Hij het huis was binnengegaan, kwamen de blinden tot Hem, en Jezus zei tot hen:
‘ Gelooft gij, dat Ik dit doen kan?’.
Zij zeiden tot Hem: Ja, Heer.
Toen raakte Hij hun ogen aan en zei:
‘ U geschiede naar uw Geloof’.
En hun ogen gingen open.
En Jezus verbood hun ten strengste en zei:
Ziet toe, niemand mag dit weten!’.
Maar zij gingen heen en maakten Hem in die gehele streek bekend.
Terwijl zij heengingen, zie, men bracht een doofstomme bezetene bij Hem. En nadat de boze geest was uitgedreven, sprak de doofstomme.
En de scharen verbaasden zich en zeiden:
Zo iets is nog nooit in Israel voorgekomen!
     Maar de Farizeeen zeiden:
‘ Door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit.
     En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun Synagogen en verkondigde het Evangelie van het Koninkrijk en Hij genas alle ziekte en alle kwaalMatth.9: 27-35

Hoe God’s kinderen nog over ‘eer aan God’ vertellen ?; Comment les enfants de Dieu parlent-ils encore de «l’honneur à Dieu»?; Πώς τα παιδιά του Θεού εξακολουθούν να λένε για «τιμή στον Θεό»; Как дети Бога до сих пор говорят о «чести Богу»?; كيف لا يزال أطفال الله يروون “شرف الله”؟.

    Wij, die [in Christus] sterk zijn, dienen de gevoeligheden van
de zwakken te verdragen en niet onszelf te behagen.
Ieder van ons dient te trachten zijn naaste te behagen, ten goede, tot opbouwing, want óók Christus heeft Zichzelf niet behaagd, maar, gelijk geschreven staat:
      De smaadwoorden van hen, die U smaden, kwamen op Mij neer’.
Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg van de volharding en van de vertroosting van de Schriften de Hoop zouden vasthouden.
De God nu van de volharding en van de vertroosting zal u eensgezind van hetzelfde gevoelen schenken te zijn naar [het Voorbeeld van] Christus Jezus, opdat gij eendrachtig uit een mond de God en Vader van onze Heer Jezus Christus zullen mogen verheerlijken.
Daarom, aanvaardt elkander[, zoals zij zijn,] zo ook Christus ons aanvaard heeft tot Heerlijkheid van God“ Rom.15: 1-7.

De dwaas zegt in zijn hart: er is geen God. Zij zijn verdorven en afstotelijk door ongerechtigheid; er is niemand die [het] goed doet.
God ziet uit de hemel[en] neer over de kinderen van de mensen, om te zien of er iemand verstand heeft en [waarachtig] God zoekt.
Allen zijn [immers] afgedwaald en omkoopbaar; er is niemand die goed doet, ja zelfs niet één. Zullen zij het niet weten, allen die [toch] ongerechtigheid doen, die Mijn volk verslinden als een stuk brood ?
Zij hebben God niet aangeroepen; zij beefden van vrees waar niets te vrezen was.
Want God verstrooit de beenderen van hen die aan mensen behagen; zij worden beschaamd, want God versmaadt hen.
Wie zal uit Sion Heil schenken aan Israël [de Kerk]?
Wanneer de Heer de gevangenen van Zijn volk terugvoert, zal Jaäcob [Hebr.= ‘de heilenlichter’] juichen en Israël zich verheugen
Psalm 52[53]
vert. ROK. ‘s-Gravenhage

Geweld roept slechts tegengeweld op

‘Foot washing’, by Rembrandt Harmenszoon van Rhijn

Oók Christus heeft Zichzelf niet behaagd en was Zich bewust dat nederigheid en ascese absoluut niet kan worden gegenereerd om het bewustzijn van de mens te kwetsen. Vernedering komt slechts voort uit het maken van onderscheid tussen de een en de ander, het veroorzaakt scheiding en uiteindelijk chaos. Het is derhalve onmogelijk om uzelf te onderscheiden door uit de hoogte te doen.

Oefening baart de kunst; La pratique rend parfait; Η πρακτική είναι τέλεια; Практика делает совер-шенным; الممارسة تجعل من الكمال.

In het treuren vanwege eigen onvermogen leer je jezelf te  beheersen ten tijde van heftige pijn-gevoelens en emoties.
Oefening is een levenskunst welke de asceten in hun afgezonderd bestaan beoefenen en dàt doet weer onderscheidingsvermogen ontstaan.
Het geeft aanleiding tot inspiratie en tot bevordering van de Liefde tot God en de medemens. Liefde tot God en de naaste geneest de ziel van ziekten en hartstochten.
Eerst dàn – ná dit alles nadrukkelijk doorleefd te hebben – verkrijgt de mens inzicht in het feit dat wàt hij ook doet – nog altijd ver verwijderd is van de oneindige Grootheid van God.
Ontkenning te geloven dat jouw werk en inzet aangenaam zal zijn voor God en
daardoor ook de medemens, kan je onmogelijk het bewustzijn schenken dat
de mens slechts van God’s hulp afhankelijk is.
Zolang het menselijk bewustzijn echter de manifestatie van de zonde tracht te beheersen, is vrijheid hem vreemd.
Aangezien zolang de vrijheid niet aan God wordt overgedragen, er tevens wel iemand over blijft, die de schuld aan alles heeft en zolang er sprake is van beschuldiging, is er geen vrijheid.
Laten we derhalve in tijden van problemen en moeilijkheden niet ontmoedigd raken, maar laten we ons inzetten onszelf tot op het bot te vernederen en te geloven dat God ons zal accepteren zoals wij met Zijn heiligen [ alle gelovigen en navolgers van Christus] trachten sámen te leven, die immers een geweldige
klus te klaren hebben.

Hemels koninkrijk,  Jeruzalem

    Maak u derhalve op Jeruzalem * [Hebr.: ירושלים Jeroesjalajim; Arabisch: القدس al-Qoeds], stad van de vele geloven, en treed op de hoogte en zie rondom tegen het Oosten, en zie uw kinderen, die beide van het Westen en van het Oosten vergaderd zijn door het Woord van de Heilige, en zich verheugen dat God weer aan hen gedacht heeft. Zij zijn [op hun eigen weg] te voet [niet met een sneltreinvaart] van u door de vijanden weggevoerd, maar God brengt u verhoogd met eer, als kinderen van Zijn RijkBaruch 5: 5,6.

*    Voor christenen is ‘Jeruzalem’ de stad waar de Heer Jezus is gekruisigd en uit de doen is opgestaan, ten hemel is gevaren en hen Zijn Heilige Geest heeft doen toekomen. Voor moslims is het de plek waar de [voor ons ‘valse‘] profeet Mohammed samen met de zielen van alle profeten zou hebben gebeden en hetgeen tevens zijn vertrekpunt naar de hemel zou zijn. Voor joden is Jeruzalem de plaats waar de Tweede Tempel stond, Daarvan is alleen de zogenoemde Klaagmuur nog over.

Christus ‘looft’ de Centurion

    Toen onze Heer en Verlosser de woorden van de ongelovige Centurion hoorde, verwonderde Hij Zich en zei tot degenen, die Hem volgden:
    Voorwaar, zeg Ik u, bij niemand in Israël
[de Kerk] heb Ik zo’n groot Geloof gevonden! Ik zeg u, dat er velen zullen komen van Oost en West en zullen aanliggen met Abraham en Isaäc  en Jaäcob in het Koninkrijk der hemelen; maar de kinderen van het koninkrijk [der hemelen het aardse, het ondermaanse] zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. En onze Heer en Verlosser zei tot de hoofdman: ‘   Ga heen, u geschiede naar uw Geloof. En z’n knecht genas, juist op dat uur’”. Matth.8: 10-13.

    Hef uw ogen op naar rondom en zie hen allen; zij vergaderen, zij komen tot U.
Zo waar Ik leef, luidt het woord des Heren, gij zult hen allen aandoen als een sieraad, en

De Grote Opdracht is Lofprijzen & Aanbidding; La grande mission est la louange et l’adoration; Большое задание – хвала и поклонение; Η μεγάλη ανάθεση είναι ο έπαινος και η λατρεία; المهمة الكبيرة هي الحمد والعبادة

hen ombinden, zoals een bruid.
Want uw puinhopen en uw verwoeste plaatsen en uw vernield land.
Voorwaar, nu zult gij te eng zijn voor de bewoners, en uw verdervers zullen verre zijn.
Ook zullen de kinderen, van welke gij beroofd waart, te uwen aanhoren zeggen:
‘ De plaats is mij te eng, maak mij ruimte, dat ik wonen kan’.
En gij zult bij uzelf zeggen: ‘ Wie heeft mij dezen gebaard, daar ik toch van kinderen beroofd en onvruchtbaar was, verbannen en verdreven; ‘  Wie [welke grootheid] bracht dezen dan groot?
Zie, Ik was alleen overgebleven, waar waren dan dezen?
Zo zegt de Heer der Heerscharen:
    Zie, Ik zal Mijn hand opheffen tot de volkeren en Mijn banier omhoog heffen voor de natiën; in hun armen zullen zij uw zonen brengen, en uw dochters zullen op de schouder gedragen worden.
En koningen zullen [uiteindelijk] uw voedstervader zijn en hun vorstinnen uw zoogsters; met het aangezicht ter aarde zullen zij zich voor u neerbuigen, en
het stof van uw voeten zullen zij lekken.
Dàn zult gij weten, dat Ik de Heer ben, en dat zij,
die Mij verwachten, niet beschaamd zullen worden
“.
Isaiah 49: 18-12.

Profeet job

            Ook de Profeet Job opende zijn mond en vervloekte de dag van zijn ontstaan. Zo ervaart menig een ook de dag dat Heilige [?] Constantijn de Grote de Kerk van Christus belastte [verkrachtte] met politieke macht en politiek handelen.
Vóór zijn tijd werd de Kerk nog begeleid door waarachtige asceten en was er nog sprake van een vroeg-Christelijke diepgewortelde deemoed.
Het streven naar Macht en onderdrukking riep en roept slechts vernedering op.
Vanaf dàt moment is er een duisternis ingetreden, die nog steeds broeit en voort vloeit tot in onze tijden, de tegenstrever lacht zich rot.
Steeds minder navolgers zijn het gevolg en de navolgers die er nog zijn keren de Kerk de rug toe vanwege het grootschalig kinderspel van de zgn. ‘groten’, die zich ontzettend belangrijk en héél wàt voelen –  waarmee het gewone volk door weg te blijven, aangeven zich hiervan te distantiëren, d.w.z. te kennen geven dat zij er genoeg van hebben betutteld te worden door de een of andere politieke stroming [oost of west].
Vanaf die dag nam de tegenstrever steeds meer beslag op de van ouds bekende Christelijke onderlinge broeder-liefde en vechten de verschillende genootschappen elkaar de Goddelijke tent uit.

landschap van de goudweger, Rembrandt van Rijn [1651]
We kunnen ons niet verder afsplitsen dan nu het geval is, dus keert men zichzelf met de wereld te kort doend, ook de navolging van Christus de rug toe. Die verschrikkelijke nacht; is de duisternis de Kerk steeds verder de weg van de afgrond ingeslagen en is het zo vèr gekomen dat het aantal navolgers afneemt en zich slechts nog verheugt op de wederkomst waarop zij kunnen terugkeren in de reeks der maanden, waarin zij weer vrucht kunnen dragen en er gejubel zal weerklinken.
            We weten allemaal van wat Job wel niet is overkomen, alleen de grote Patriarchaten en hun vazallen begrijpen dit nog steeds niet, zij begrijpen de gekwetst ziel van de mensheid niet meer, zij zijn met eigen zaken bezig.
En toch lijkt uit hetgeen zij in hun binnenste binnenkamer zeggen dat
ze nog iets van God’s leven hebben opgestoken:
Job zondigde niet met zijn lippen tegen GodJob 2: 15.
Zij draaien er een beetje om heen en doen in handel en wander wat henzelf goed dunkt. Nu echter vervloekt de overgrote meerderheid van de mensheid de dag van hun geboorte, zij ontwijken de herinnering aan het door God geschonken leven en velen gaan, – gedoopt of niet -, leeg de eeuwigheid tegemoet.
De heilige Johannes Chrysostomos roept de vraag op:
Wat betekent dit dan:
‘Zeggen laat de dag vergaan waarin ik in Christus ben gedoopt, ben geboren’?
Hij vervolgt:
Het is ook in zijn verdriet dat Job sprak.
Zie je niet, geliefden, dat degenen die gewond zijn geraakt grote kreten uitstorten?
          Geef je hen de schuld? Helemaal niet; maar we vergeven het hen
”, zij weten immers niet meer wat zij doen. [Manley, Wisdom: Let Us Attend, p.75-77].
Een andere interpretatie wordt geboden door de Heilige Hesychios van Jeruzalem: “ ‘de dag vergaat waarin ik ben geboren ‘ . . . niet de dag waarop hij werd gemaakt, maar die waarop hij werd geboren. . .’.
We zijn immers dóór en vóór God en
Deze heeft mij gevormd”
Gen.2: 7.
Om het goede te doen, maar die ander, die Eva
[Hebr.= ‘vleselijk 
leven, levend’], die heeft mij overrompeld,
heeft mij in moeilijkheden gebracht
” Gen.3: 16 [Manley, Wisdom, p. 78-86].
          Wat de twee vaders delen is kennis van de gevallen staat van de mensheid.
Daarom roept Johannes Guldenmond namens ons
via de zwaar gekwelde mensheid uit, inclusief Job:
Als ze zich niet op deze manier ten opzichte van de mensheid hadden uitgesproken, zou het nèt lijken alsof ze niet deelnemen aan de menselijke natuur”.
Dit wordt in onze tijd gevormd door de BOBO’s [Hebr.= voor de wereld ‘heldhaftig‘, een BoBo, = negatieve benaming voor een bestuurder; Fr.= BOurgeois BOhème] en hun toko’s [supermarkt], die vergeten zijn, dat zij een ascetisch leven behoren te leiden en slechts toezichthouders behoren te zijn.
Men onderscheidt in deze woorden de stem van Paulus de apostel:
Want allen hebben gezondigd en derven de Heerlijkheid God’s, en worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn Genade, door de verlossing in Christus Jezus.
Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het Geloof, in Zijn bloed, om
Zijn Rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden
– 
om Zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat  Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is.
Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. Door welke wet? Der werken?
Neen, maar door de [liefdes-] Wet van Geloof.
Want wij zijn van oordeel, dat de mens door Geloof [in Liefde] gerechtvaardigd wordt, zonder werken van de wetRom.3: 23-28.

Inderdaad, we kunnen Job zien als een deelnemer aan deze gevallen wereld, die tot in de Kerk gecorrumpeerd [in moreel opzicht ‘bedorven‘] is zoals wijzelf door een tragische kwaal.
Maar let op het feit dat de verbeelding van de Heilige Hesychios wordt gevangen door de onthulling van Profeet Job als een waarachtig heilig mens,
die gaat vasten teneinde: 
de begeerten van de hartstochten te vertrappen en [zichzelf in ascese] volledig met [zijn innerlijke] zijn ziel bezig te houden
Wat God maakte is goed, maar het is ‘een doortrapte en
slechte wereld geworden. . .
we hebben voor onszelf tot BOBO’s gemaakt . . . ,
een gedrag welke Job in zijn tijd de rug toe keerde, want
hij was zoals bekend is:
godvruchtig en waarachtig en onthield zich van alle kwaad“.
Job heeft ‘ten Hemel schreiend’ gelijk:
Heer, neem die nacht, die verschrikkelijke duisternis van ons weg”,
moge de leiders van Uw Kerk weer werkelijke asceten worden.

Voor de Heilige Hesychios gaat Job op grootse wijze in op
de trieste toestand van al onze zaken en
de christelijke wereld die we om ons heen hebben gevormd.
Hij volgt de woorden van Paulus: “ Ik ben niet van Constantinopel,
ik ben niet van Moscow, ik ben van door mezelf te vernederen, als Christus,
misschien wel een klein en niets zeggend Patriarchaat,
maar gestoeld op de oorspronkelijke Christelijke ascetische Boodschap.
Zelfs wanneer de Profeet Job spreekt over de ‘dag en nacht‘, bidt hij,
  Moge die dag van duisternis in Uw Licht weer verHeerlijkt worden,
Laten wij God in den hoge vragen ons en de onzen
weer met Zijn Licht te omstralen
Indien God ons heden ten dage van bovenaf zou beschouwen, zou Zijn Gerechtigheid noodzakelijkerwijs vernietiging voor de mensheid teweegbrengen.
De nacht die Job als duisternis omschrijft, is volgens Hesychios ‘onze vijand’, de tegenstrever en Christus is ‘het waarachtige Licht’.
Job spoort ons aan om de Heer met open armen tegemoet te treden en Hem [in de communie] te ontvangen om niet langer in de nacht te verblijven en in het niets te blijvne ronddwalen en in nietszeggende  verdeling naar de eigen waarheid te tasten.
Volgens Hesychios verwijst Job naar
mag het niet in de dagen van het jaar komenJob 3: 6,
naar “de evangelische tijd, waarin de prediking van het Heil wordt volbracht”, zodat in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde “de dag van overtreding niet tot de voordelen mag worden gerekend die de Heiland ons heeft doen toekomen . . . .
Laat de vloek zelfs niet ten dele de kans krijgen onze zegeningen te bederven, die
de Heiland ons heeft gegeven, welke ons tot zegen zijn toebedacht.
De weg naar het eeuwige Goddelijke Koninkrijk] is voor [ons] voorbereid.
Hoe beantwoorden we dan Job’s vraag:
Waarom wordt het Licht gegeven aan hen die bitter zijn en
wordt Leven geschonken aan zielen die pijn hebbenJob 3: 20.
De Heilige Hesychios antwoordt:
Het beeld wat wij van God hebben ontvangen is geluk, maar
het is blijven steken in dit onzuivere leven . . . . .
en dat is absoluut niet wenselijk voor de Rechtvaardigen”.

heilige boontjes

” . . .  Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij
teneinde een ieder te vergelden, naar
dat [een ieder gepresteerd heeft] zijn werk is
Openb.22: 12.
Het Nederlands spreekwoord hieromtrent luidt:
” Boontje komt om zijn loontje “.

Apolytikion 
tn.6.  
“   De scharen der Engelen stonden aan Uw graf en
de wachters lagen als dood.

Bij het graf stond Maria Magdalena
zoekend het alleruiterst Lichaam van haar Heer.

Gij hebt de hel overwonnen, zonder erdoor te worden aangetast.

Gij hebt de Maagd ontmoet, Levenschenkende, Die
uit de dood zijt opgestaan.
Heer, eer aan U
”.

Kondakion
tn.6.  
“   Met Uw levenschenkende Hand,

wekt Gij alle doden op uit het duistere dal,

O Levenschenkede, Christus onze God.

Die aan het mensengeslacht de Opstanding gegeven hebt.

Gij zijt waarlijk onze Heiland,
onze Verrijzenis,
ons Leven en de God van het heelal”.

Theotokion
tn.6.  
“   Gij hebt Uw Moeder de gezegende genoemd
 en
zijt vrijwillig tot het lijden gekomen.

Gij zijt opgestraald aan het Kruis, om Adam te zoeken,
terwijl
Gij tot de Engelen sprak:

‘   
Verheugt u met Mij’, 
want
Ik heb de drachme teruggevonden
die verloren was.
Gij,
Die alles in Wijsheid hebt ingericht,

Heer, eer aan U”.

 

5e Zondag na Pinksteren – ‘Heer, leer mij Uw Gerechtigheden’ – de genezing van de twee bezetenen.

slechts de Kelk en de diskos’ zijn ongedeerd uit de brand in Hengelo overgebleven, alles is vernietigd, doch de Heer is bij ons gebleven

    Te dien tijde, toen onze Heer en Verlosser aan de overkant in het land der Gadarenen [Hebr.= ‘beloning aan het einde’] was gekomen, kwamen Hem twee bezetenen uit de grafsteden tegemoet, zeer gevaarlijke, zodat
niemand langs die weg voorbij kon gaan.
En zie, zij schreeuwden, zeggende:
Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?’.
Nu werd er ver van hen een grote kudde zwijnen gehoed.
De boze geesten smeekten Hem en zeiden: 
‘Indien Gij ons uit-drijft, laat ons dan in de kudde zwijnen varen’.
En Hij zei tot hen: ‘Gaat heen!’.
Zij voeren uit en gingen in de zwijnen; en zie, de gehele kudde stormde langs de helling de zee in en zij kwamen òm in het water.
En de hoeders namen de vlucht en kwamen in de stad en berichtten alles, ook van de bezetenen.
En zie, de gehele stad liep uit, Jezus tegemoet, en toen zij Hem zagen, drongen zij er bij Hem op aan hun gebied te verlaten.
En in een schip gegaan zijnde, stak Hij over en Hij kwam in zijn eigen stad
“.

Matth. 8: 28 – 9:1.

opkomende zon – gebed is een zaak van hoofd, hart en handen

    Broeders, de begeerte van mijn hart en mijn gebed over
hun [en uw] behoud gaan tot God uit.
Want ik getuig van hen, dat zij ijver voor God bezitten, maar zònder verstand.
Want onbekend
met Gods gerechtigheid en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden, hebben zij zich aan de gerechtigheid van God niet onderworpen.
Want Christus is het einde van de Wet, tot Gerechtigheid voor een ieder, die gelooft. Want Mozes schrijft: De mens, die de Gerechtigheid naar de Wet doet, zal daardoor leven.
Maar de
Gerechtigheid uit het Geloof spreekt aldus:
    Zeg niet in uw hart: Wie zal ten hemel opklimmen? namelijk om Christus te doen afdalen; of: Wie zal in de afgrond nederdalen? namelijk om Christus uit de doden te doen opkomen.
Maar wat zegt zij?
Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het Woord van het Geloof, dat wij prediken.
Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden;
want met het hart gelooft men tot Gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis
Rom.10: 1-10.

    Want dit gebod, dat ik u heden opleg, is niet te moeilijk voor u en het is niet ver weg. Het is niet in de Hemel, zodat gij zoudt moeten zeggen: Wie zal opstijgen ten Hemel, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen?
En het is niet aan de overkant der zee, zodat gij zoudt moeten zeggen:
‘Wie zal oversteken naar de overkant der zee, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen?’
Deut. 30: 11-13

Op de vijfde zondag na Pinksteren
kan het niet anders òf
er dient zich iets bijzonders te voltrekken,
immers het getal vijf duidt iets bijzonders aan:
”  Het getal 5 ziet toe op de behoeften en de verantwoordelijkheden van de mens”:
5 vingers en 5 tenen.
Het brandoffer-altaar was 5 maal 5 ellen groot, Ex. 27: 1.
Het gordijn voor de ingang van de tabernakel hing aan 5 pilaren op 5 koperen voetstukken, Ex. 26: 37.
Er waren 5 wijze en 5 dwaze maagden, Matth.25: 2.
Vijf broden, Marc.6: 38.
Vijf woorden, 1Cor.14: 19 etc, in het verlengde ligt het getal 50.

Nabij u is het Woord

De woorden van Paulus: Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het Woord van het Geloof, dat wij prediken; is niet anders dan een aanhaling van de woorden van Mozes uit Deut.30: 14, hetgeen volgt op boven vermeldde tekst.
Het is niet vèr weg’ van de mens ‘in’ de Hemel of ‘achter’ de zee.
Door ‘heel diepzinnig‘ deze kwestie te beschrijven, laat Mozes zien hoe we Gerechtigheid voor God bereiken door Geloof.
We bereiken het slechts door de vragen te stellen:
Wie zal voor ons de Hemel inklimmen en
Wie zal voor ons over de zee gaan“?.
Deze vragen zijn ons eveneens bekend toen die overste der Joden, Nicodemus in de nacht [van het aardse leven] tot onze Heer en Verlosser zei:
hoe kunnen deze dingen zijn“? John.3: 9.
Deze vragen roepen vermeende onmogelijkheden op,
gebaseerd op menselijk redeneren, maar
de dingen die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God Luc.18: 27, en
Is er iets onmogelijk’s met God? Gen.18: 14.
Hier en
nu – dus ook in onze dagen- zijn deze vragen slechts gebaseerd op menselijke overwegingen en worden opnieuw verworpen?
Mozes gaf immers al het antwoord:
Het Woord is het Woord betreffende het bereiken van een Rechtschapenheid voor God. Het is het Woord dat elke menselijke redenering buiten sluit en de veronderstelde onmogelijkheden die daardoor worden opgeworpen.
Dit Woord is zo dicht bij iemand dat het in iemand’s mond, hart en handen is.
Je behoeft niet naar de Hemel op te stijgen om het te vinden, noch de zee over te steken. Het is God’s Woord dat gezaaid is in een gelovig hart, dat beleden wordt met de mond, en uitgewerkt wordt met de handen.
Het is de Gerechtigheid door het Geloof.
Het is het Geloof van Abraham, die alle menselijke redeneringen en onmogelijk-heden wegvaagde en ‘alles’ overlaat aan de Macht en de Glorie van God.
    En zonder te verflauwen in het Geloof heeft hij [Abraham] opgemerkt, dat zijn eigen lichaam verstorven was, daar hij ongeveer honderd jaar oud was, en dat Sara’s moederschoot was gestorven; maar aan de Belofte van God heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn Geloof en gaf aan God de eer, in de volle zekerheid, dat ‘Hij’ bij machte was hetgeen ‘Hij’ beloofd had ook te volbrengen. Daarom ook werd het hem gerekend tot Gerechtigheid Rom.4: 19-22.
Op de apostel-lezing van vandaag volgt:
    Immers het Woord uit de Blijde Boodschap zegt:
‘Al wie op Hem Zijn Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.
Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek.
Immers, een en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen; want: al wie de Naam des Heren aanroept, zal behouden worden.
Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben?
Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben?
Hoe horen zonder prediker? En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn?
Gelijk geschreven staat: ‘Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen’
Rom.10: 11-15.

Het Geloof komt slechts voort uit:
⁌     hetgeen uit jullie hart ontspruit, waar het gezaaid is,
⁌     hetgeen je via de lippen verkondigt en
⁌     hetgeen je bewerkt door het handen en voeten te geven

De Evangelielezing van Mattheus eindigt met:
    En in een schip gegaan zijnde,
stak Hij over en
Hij kwam in Zijn eigen stad”
Rom.10: 10.
Welke stad of gemeente kan hier aan het eind worden bedoeld?
Zijn eigen gemeente, het Lichaam van Christus want slechts een paar verzen eerder zei Hij zelf dat:
De vossen hebben holen, en de vogels hebben nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om Zijn hoofd neer te leggen Matth.8: 20.
Dus Hij heeft het over ons, over onszelf !!!

Christus, onze Verlosser komt dus tot ‘ons’ om Zijn eigen stad te bezoeken en
wij worden daarbij herinnerd aan de proloog van het Johannesevangelie waar
zo bondig wordt bevestigd dat
Hij kwam tot het zijne, en
de zijnen hebben Hem niet aangenomen
John.1: 11.
Dus wanneer Hij niet wordt ontvangen
blijken de Gadarenen [[Hebr.= ‘beloning komt aan het einde’]
dit uiteindelijk precies wèl te doen
Hij komt toch aan in wat in zekere zin, Zijn eigen stad is,
immers Hij komt aan bij alles wat ‘door Hem’ gemaakt is en Zijn zaak is.
Maar toch heeft het hier een andere betekenis, het is 
niet Zijn eigen stad,
namelijk, deze plek, onze wereld, die God in Zijn schepping gevormd heeft,
heeft de mens in z’n val misvormd en
Christus is gekomen om deze plek [-in het ‘hier en nu’-] te hervormen.
Wanneer we dus aan het eind van de passage van vandaag lezen dat
Jezus stapte in een boot over, stak over en in Zijn eigen stad kwam wordt ons
te verstaan gegeven dat de plaats waar de ontmoeting van onze Heer met
de twee bezetenen bij gevolg niet
Zijn eigen stad was, maar
die aan deze andere kant, het land van de bezetenen, het glorieueze Europa.

in het land der Gadarenen, Jan luyken, 1712

Mattheus heeft hier het land der  Gadarenen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . >               Gadara was een stad die ongeveer 5 kilometer ten zuidoosten van het meer van Galilea lag. Gerasa, daarentegen was een grotere stad die ongeveer 30 kilometer landinwaarts lag. Dus veel verder weg.
Misschien werd Gadara gerekend tot het land der Gerasenen, omdat Gerasa een beroemde stad was. Het is onwaarschijnlijk dat de ontmoeting tussen Jezus en
de bezetene plaats vond in Gerasa.  Dat was immers nog altijd 6 uur lopen vanaf het aanleggen van de boot uit Kapernaüm op de oostelijke oever van het meer.
    De Gerasenen hadden hun wooncentrum in Gerasa.
En Gerasa was één van de tien Grieks-Romeinse steden van het oostelijk kustgebied van de zee van Galilea.
Die tien steden hadden een stedenverbond met elkaar gesloten en
daarom werden zij in de volksmond genoemd de Deka [
10] Polis [steden].
De stedenverbond was opgericht tegen Israël; het was dus hoewel vroeger behorend tot Israël [de Kerk] ‘verloren gebied’.
Ook in geestelijk opzicht wilden de bewoners van deze Over-jordaanse streek niets meer te maken hebben met de God van Israël [de Kerk].
    Ik heb het idee dat dit land van de Gerasenen een metafoor is voor onze wereld en voor de toestand in onze huidige maatschappij. Het Europa met haar niets ontziende aandacht voor Macht, handel en geld [en bijbehorend gesjoemel] is hier heel goed mee te vergelijken. We mogen onze Europese stem uitbrengen, maar de leiders doen toch precies wat zij zelf willen.

Voor kennisgeving geef ik mee dat de Evangelist over dit land slechts twee indicaties laat zien, slechts twee beelden waarmee men het kan vergelijken: “graven en varkens”.
De twee mannen die onze Heer in dit land ontmoet
komen van de grafsteden Matth.8: 28; [net zoals je in Caïro nog hele wijken tegenkomt waar graven zijn en de armen zich huisvesten].

chaos in the global marketplace- storm is coming, so read between the lines

We vragen ons af of er nog iets anders te vinden valt dan graven in dit allegorische [zinnebeeldig] land dat slechts wordt geregeerd door de dood.
Brussel was toen nog een bruisende stad” is een liedje van Liesbeth List uit 1970. Het is een nieuwe versie van het befaamde “Bruxelles
van Jacques Brel uit 1962, het geeft je dus te denken bij al datgene wat in Brussel ontwikkeld is.
   Twee andere indicaties getuigen van de bijzondere ligging van het land: dat is gelegen aan de andere kant “εἰς τὸ πέραν” Matth.8: 28, dat is, op het eind van hun kunnen en in die omstandigheden waren die twee bezeten mannen terecht gekomen, men kon er niet meer aan voorbij Matth.8: 29, dat betekent niet alleen dat het land zelf op z’n eindje is, maar zelf op ‘een dood punt’ is gekomen, een impasse waar geen ontsnapping meer mogelijk is, waar er “geen ontkomen meer aan is” [totaal in de ban van de Mammon].
Dit dienen voldoende verwijzingen te zijn naar de ware aard van het land van Gerasenen, een land wat wordt gedefinieerd door de onontkoombaarheid van iemands sterfte.

Het tweede beeld van de kudde van de varkens waar de boze geesten binnenkort naar zullen vluchten, herinnert ons aan dat verre land uit de gelijkenis van de verloren zoon.
    Daar was de verloren zoon ook het enige levende wezen dat was vergeten was tussen de varkens
– de varkens die enkel hun afval hadden, terwijl de zoon die zijn vaderlijk huis verlaten had omkwam van de honger.
De varkens, aan de andere kant, in het land van de Gerasenen hadden niet te eten of konden niet overleven, want zodra ze worden aangehaald worden ze geassocieerd [verbonden] met de dood, want
de gehele kudde stortte van de steile helling af in het meer en stierf in de water Matth.8: 32.
In dat vreemde land afgebakend door graven en varkens, ontmoet Christus de mensheid in haar laagste vorm, zoals het wordt voorgesteld door die twee bezeten mensen
⁌     want de gehele mensheid in de omstandigheid gescheiden levend van God
kan op de een of andere manier als bezeten aangemerkt worden; als
bezeten van de Mammon.
De Evangelist geeft ons de dialoog die tijdens die korte ontmoeting plaatsvond:
   Wat wil je met ons, Zoon van God?
schreeuwden de bezetenen.
Ben je hier gekomen om ons te martelen
vóór onze
 [afgesproken] tijd gekomen is? Matth.8: 29.

Het eerste verrassende element in deze uitspraak
 is de bekentenis van de aanroep van 
de goddelijkheid van Christus door de twee bezetenen:
 “Zoon van God“.  De duivel kent God maar al te goed.
Nog maar kort geleden lazen we op het feest van 
de Heiligen Petrus en Paulus in het Evangelie van Mattheus hoe 
het Petrus was die precies dezelfde aanduiding aan Christus gaf.
Hoe velen zijn er niet, die hier momenteel grote vraagtekens bij zetten !!!

Daarom een uitstapje:
Hoe we onze Heer en Verlosser leren kennen
.
  de opvolging van Elisha & Elia’s Hemelvaart

De profeet Elia legde zich neer om te gaan slapen onder een bremstruik.
Doch zie, daar raakte een engel hem aan en zei tot hem: 
“ Sta op, eet”.
Dit overkwam hem een tweede keer, waarbij de engel hem zei: 
“ Sta op en eet, want de reis zou te vèr voor je zijn”.
Door de kracht van die spijs [communie] was hij in staat 
veertig dagen en veertig nachten lang 
tot aan het woestijngebergte van God te gerakende Horeb.
Toen hij daar aankwam overnachtte hij in een spelonk en het Woord des Heren kwam tot hem en zei: Wat doe je hier, Elia, wat kom je hier doen?1Kon.19: 9.
Elia had in z’n leven de gewoonte opgebouwd zich in gebed [in de ochtend en avond] tot God te richten en wanneer hij dit deed en tot Hem sprak, hoorde hij Hem ‘luid en duidelijk‘ [je weet in ieder geval wat God bedoeld, al zul je niets horen].   Hoe was deze profeet dan nu in staat te weten dat God sprak?
Hoe komt het dat God Zichzelf openbaar maakt zodat we met zekerheid kunnen weten dat het Woord dat we in ons horen, van de Heer is?
Er zijn immers zoveel andere stemmen en geluiden die we horen!
In het huidige verslag onthult God gedeeltelijk hoe Hij Zichzelf bekendmaakt aan Zijn geliefde.
Elia is namelijk een sleutelfiguur in 
een woedende cultuuroorlog in 
het koninkrijk van Israël [de Kerk]. 
Koningin Jezebel probeert hem namelijk [Hebr.= ‘kuis, fysiek contact vermijdend’], vanuit haar door God gegeven macht, 
schaamteloos om het leven te brengen, 
hem van het leven te beroven.
En wie maakt dit niet mee, in deze wereld, 
ja zelfs door personen waar je het helemaal niet van zou verwachten.
Dus “stond hij op en rende voor zijn leven1Kon.19: 3, 
vèr weg van Israël [de Kerk] en haar toezichthouders. 
Hij trekt door het aangrenzende koninkrijk van Juda [Hebr. =‘waar de Heer geprezen zou dienen te worden’] en 
bereikt de meest zuidelijke grenzen van nederzetting, dichtbij Beersheba.
Beersheba is de bron van Abraham, “ van de eed, de Belofte, waar gezworen is, ook wel zeven ‘putten’ genoemd, daar 
waar onafgebroken het levend water [van de Samaritaanse bij de Bron] vloeit.
Uitgeput door z’n reis door de woestijn [van het leven], 
bidt hij als voorafgaand aan de dood, 
hij gaat liggen, en slaapt.  
Wanneer Elia gereed is [er aan toe is] om te luisteren, 
maakt God Zichzelf duidelijk aan hem bekend.
Eerst voorziet God de Profeet van een [bescherm-]engel die 
hem ondersteunt tijdens zijn tijd in de wildernis 1Kon.19: 4-8.
Zijn hele leven lang heeft Elia, die begeleidende engel als 
van God gegeven als zijn begeleider gekend.
De raven [uit de kraaiachtigen] voedden hem 
toen God hem verstopte in de beek Cherith [Hebr.חרסית = (vruchtbare) klei] 
 in de Over-Jordaanse wildernis 1Kon.19: 4-6. 
 In de confrontatie met de priesters van Baäl voorzag 
God Elia van het door God aangeboden vuur hetgeen verteerde 1Kon.18: 38.
Hier dient met nadruk gewezen te worden op het feit dat:
 God altijd aanwezig is, ons niet uit het oog verliest en ons voorziet, zoals 
koning David zegt:
De uitgangen van de ochtend en de avond maakt God verkwikkend. Hij verzorgt de aarde en drenkt haar, Hij vermenigvuldigt haar rijkdom. De Rivier van God brengt overvloedig water, Hij heeft ons het voedsel bereidt; want zo is Zijn Voorzienigheid
Psalm 64[65]: 9-10 vert ROK, ‘s-Gravnehage.
God voorziet in al onze behoeften en 
bevrijdt ons zelfs van de ontbering die onze zonde schept. Bemerk tevens hoe God met z’n hand zoekt en 
Zichzelf in Elia’s geest en hart manifesteert.
Tweemaal vraagt ​​de Heer: 
”Elia, wat kom je hier doen, wat doe je hier?1Kon.19: 9,13.
Onze Heer en Verlosser ondervraagt ​​eveneens zijn volgelingen. 
Hij vraagt ​​het zelfs aan Zijn discipelen, 
”Wie zeggen mensen dat ik, de Zoon des mensen, ben?Matth. 16: 13.
Vervolgens drukt Jezus hen opnieuw op het hart: 
”Maar wie zeg ‘jij’ [, persoonlijk] dat Ik ben?Matth.16: 15.
Onze Heer en Verlosser openbaart Zichzelf altijd in ons hart en geest:
Ik sta aan de deur en Ik klopOpenb.3: 20.
Bij al onze dagelijkse beslissingen vraagt ​​Christus: 
”Wat doe je hier?”, onafgebroken houdt Hij 
onze redding voor ogen aan de hand van 
de Waarheid en Zijn Geboden; 
leert Hij ons Zijn Gerechtigheden.
God’s onderzoek naar ons diepste wezen 
waarschuwt ons voor Zijn aanwezigheid en 
verlicht onze geest en ons hart. 
Indien wij waakzaam zijn, 
zullen wij Hem ons onafgebroken horen toespreken 
- en wanneer Hij onze aandacht te pakken heeft/houdt, 
zal Hij het bevel over ons leven voeren.
Hij moedigt ons aan 
daar hebben wij geen spelleider of toezichthouder bij nodig, 
Hij is God, Hij bestuurt de wereld met ‘al’ haar ongerechtigheden.
Toen zei de Tisbiet [ Hebr.= (in) ‘gevangenschap’ (verkerende. hij kon niet anders)] Elia, uit Tisbe in Gilead [Hebr.= ‘rotsachtig gebied’], tot Achab [Hebr.= ‘broeder van vader’]: 
 ‘ Zo waar de Heer de God van Israël [de Kerk], leeft, in wiens dienst ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, tenzij dan op mijn woord1Kon.17: 1.
Dàn beveelt God Elia om 
naar de beek Cherith [Hebr.חרסית = (vruchtbare) klei] te gaan 1Kon.17: 3.
Wanneer het water dáár opdroogt, beveelt God aan Elia: 
”Sta op, ga naar Sarfath [Hebr. סהרפתח =‘iemand die loutert’ ]” 1Kon.17: 9.
Na drie jaar van droogte, bericht de Heer hem 
uiteindelijk opnieuw te profeteren: 
”Ga heen, vertoon u aan Achab, want 
Ik wil regen op de aardbodem geven1Kon. 18: 1.
Onze Heer en Verlosser maakt Zich regelmatig bekend. 
”Ga en keer terug op de weg naar 
de woestijn van Damascus [Hebr.= ‘de zakkenweger zwijgt’]”
Hij spreekt, en “zalft Hazaël [Hebr.= ‘een, die God ziet’] als koning over Syrië [Hebr.-‘verheven’]”.
“Je zult Jehu [Hebr.=‘de Heer is Hij’], 
de zoon van Nimsi [Hebr.=‘gered’], eveneens 
tot koning over Israël [Hebr.=’God heeft de overhand (het lichaam van Christus, de Kerk)’] zalven; en zal Elisha [Hebr. אלישע = “Mijn God is redding”], 
de zoon van Safat [Hebr.=‘berecht of Hij heeft geoordeeld’], 
zalven. . . als Profeet in jouw plaats “1Kon.19: 15-16.
⁌     Dus God bepaalt altijd het einde van 
de spirituele “cultuuroorlog in Israël [de Kerk], ook in de Lage Landen
⁌     en 
bereidt Zich voor om Zijn Koninkrijk van afgoderij 
te bevrijden
⁌     en van de daarmee gepaard gaande kwaden bevorderd 
door Achab [Hebr.=‘broeder van de vader’] en Izebel [Hebr.= ‘kuis, fysiek contact vermijdend’].

‘Christus, de ware wijnrank’; ‘Christ, the true vine’; ‘Ο Χριστός, το αληθινό αμπέλι’; ‘المسيح ، الكرمة الحقيقية’

Heer en Verlosser, Gij hebt ons voorzien van 
Uw leven-schenkende Mysteriën
ter verlichting van onze ziel en ons lichaam en 
 ter verlichting van de ogen van ons hart: 
‘ Mogen wij door Uw Genadegaven ooit Uw Gerechtigheden leren te vervullen’
”.
– na de ontmoeting tijdens de Goddelijke Liturgie te bidden.

Maak ons waardig, Heer deze dag voor de zonde te worden bewaard.
Gezegend zijt Gij, Heer, God van onze Vaderen en geloofd en geprezen zij Uw Naam in der eeuwen, Amen.
 Moge Uw Barmhartigheden over ons komen, Heer, want in U stellen wij ons vertrouwen.
 Gezegend zijt Gij, Heer, leer mij Uw Gerechtigheid.
 Gezegend zijt Gij, o Koning, geef mij inzicht door Uw Gerechtigheid.
 Gezegend zijt Gij, o Heilige verlicht mij door Uw Gerechtigheid.
Heer, Uw Barmhartigheid is eeuwig, zie niet voorbij aan het werk van Uw handen.
 U komt de lof toe, U past de Hymne, aan U de eer:
aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN
slot van de Grote DOXOLOGIE.

⁌    ” Ik ben ook maar een sterflijk mens, als al de anderen, geboren van het geslacht van de eerstgeschapen mens;
⁌     ” en ik ben ook vlees, gevormd uit de schoot van mijn moeder, tien maanden lang, in het bleod samen geronnen, uit mnnelijk zaad, door lust, in het bijslapen;
⁌     ” en ik heb ook toen ik geboren was, adem gehaald uit de algemene lucht en ben ook gevallen op dit aardrijk, dat ons allen gelijkelijk draagt;
⁌     ” en huilen, [voor de Brusselaren, ‘wenen‘] is ook, gelijk aan de anderen, mijn eerste stem geweest;
⁌     ” en ik ben in de windselen met zorg opgevoed. Want zelfs geen koning heeft een ander begin bij zijn geboorte; maar zij hebben allen hetzelfde [brussel éénerlei] ingang in dit leven en een gelijke uitgang.
☦️       ” Daarom heb ik gebeden en werd mij begrip [op z’n Brussel’s ‘doorzicht‘] gegeven: ik riep en de Geest der Wijsheid kwam over mij, en ik hield ze dierbaarder dan koninkrijken en vorstendommen, en rijkdom hield ik voor niets tegen haar
Het boek der wijsheid van Salomo 7: 1-8.

Apolytikion     tn.4
  Nadat zij de Blijde Boodschap van de Opstanding
en van de Bevrijding van de veroordeling van de Stamhouders
uit de mond van de Engel gehoord hadden,
riepen de Myrondraagsters jubelend tot de Apostelen:
Vernietigd is de dood, Christus de Heer is opgestaan,
en heeft aan de wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.4
  Mijn Heiland en Verlosser
heeft als barmhartige God de aardgeborenen opgewekt,
uit de ketenen van het graf.
Hij heeft de poorten van de hel verbrijzeld
en is als Gebieder na drie dagen verrezen
”.

Theotokion     tn.4
  Het van eeuwigheid verborgen en aan de Engelen onbekende Mysterie,
is door U aan de aardbewoners openbaar geworden, Moeder Gods:
in onvermengde eenheid is God vlees geworden
en heeft Hij om ons het Kruis op Zich genomen.
Daardoor heeft Hij de Eerst-geschapene weer opgewekt
en onze zielen uit de dood verlost
”.

4e week na Pinksteren – Onbaatzuchtige – ‘menslievende’ gedragingen in de Pedagogie van onze Heer en Verlosser, Jezus Christus.

John the baptist, in prison‘, by ensley, miniature

    Johannes nu hoorde in de gevangenis de werken van de Christus en liet Hem door zijn discipelen de vraag overbrengen:
       Zijt Gij het, die komen zou, of hebben wij een ander te verwachten?

En Jezus antwoordde en zei tot hen:
‘ Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet: blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen
[de Blije Boodschap] het Evangelie.
En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt.
       Terwijl dezen heengingen, begon Jezus tot de scharen te zeggen van Johannes:
  Wat zijt gij in de woestijn gaan aanschouwen? Een riet, door de wind bewogen?
Maar wat zijt gij gaan zien? Een mens in weelderige kleding? Zie, die weelderige kleding dragen, zijn aan de hoven der koningen.
Maar waarom zijt gij dan gegaan? Om een profeet te zien?
      
Ja, Ik zeg u, zelfs meer dan een profeet.
Deze is het, van wie geschreven staat: Zie, Ik zend Mijn bode voor uw aangezicht uit, die uw weg voor U heen bereiden zal.
       Voorwaar, Ik zeg u, onder hen, die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan, groter dan Johannes de Doper, maar de kleinste in het Koninkrijk der hemelen is groter dan hij.
       Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en geweldenaars grijpen ernaar.
Want al de profeten en de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe; en indien gij het wilt aanvaarden: Hij is Elia, die komen zou.
      Wie oren heeft, die hore!Matth.11: 2-15.

John the Baptist, entering the wilderness

    Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil.
Gij zult nu tot mij zeggen: Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie wederstaat zijn wil?
       Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken?
Zal het geboetseerde soms tot zijn Boetseerder zeggen: Waarom hebt gij mij zo gemaakt?
Of heeft de pottenbakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere tot alledaags gebruik?
       En als God nu, Zijn Toorn willende tonen en Zijn Kracht bekend maken, de voorwerpen van de toorn, die ten verderf toebereid waren, met veel lankmoedigheid verdragen heeft – juist om de rijkdom zijner heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot Heerlijkheid heeft voorbereid?
       En dat zijn wij, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen,  gelijk Hij ook bij Hosea zegt: ‘   Ik zal niet-mijn-volk noemen: Mijn-volk, en de niet-geliefde: Geliefde’. En het zal geschieden ter plaatse, waar tot hen gezegd was: gij zijt mijn volk niet, daar zullen zij genoemd worden:
kinderen van de levende God’.
       En Isaiah roept over Israël uit: Al was het getal van de kinderen van Israël als het zand der zee, het overschot zal behouden worden; want
wat Hij gesproken heeft, zal de Heer doen op 
de aarde, volledig en snel.
      En gelijk Isaiah tevoren gezegd had: Indien de Heer Sabaoth ons geen zaad overgelaten had, als Sodom zouden wij geworden zijn en aan Gomorra zouden wij gelijk gemaakt zijn.
      Wat zullen wij dan zeggen?
Dit: ‘ heidenen, die geen gerechtigheid najaagden, hebben gerechtigheid verkregen, namelijk gerechtigheid, die uit Geloof is; doch Israël [de Kerk], hoewel het een Wet ter gerechtigheid 
najaagde, is aan de wet niet toegekomen.
Waarom niet? Omdat het hierbij niet uitging van Geloof, maar van vermeende werken.
Zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots, gelijk geschreven staat:
‘              Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis, en wie op Hem zijn Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen

Rom.9: 18-33.

    En God, Die de harten kent, heeft getuigd door
hun de Heilige Geest te geven evenals ook aan ons, zonder
enig onderscheid te maken tussen ons en hen, door het Geloof hun hart reinigende.
Nu dan, wat stelt gij God op de proef door een juk op de hals der discipelen te leggen, dat noch onze vaderen, noch wij hebben kunnen dragen?
Maar door de Genade van de Heer Jezus geloven wij behouden te worden op dezelfde wijze als zij.
       En de gehele vergadering werd stil en zij hoorden Barnabas en Paulus verhalen wat al tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had.
En nadat dezen uitgesproken waren, nam Jaäcobus het Woord en zei:
       Mannen broeders, hoort naar mij! Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is
één Volk voor Zijn naam uit de heidenen te vergaderen.
       En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat:            ‘ Daarna zal Ik weerkeren en de vervallen hut van David weer opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weer opbouwen, en Ik zal haar weer oprichten, opdat het overige deel der mensen de Heer zal zoeken, en alle heidenen, over welke Mijn Naam is uitgeroepen, spreekt de Heer, Die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.
       Daarom ben ik van oordeel, dat men hen, die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet verder moet lastig vallen, maar hun aanschrijven, dat zij zich hebben te onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikte en van bloed. Immers Mozes heeft van oudsher in iedere stad, die hem prediken, daar hij elke sabbat in de synagogen wordt voorgelezen.
       Toen besloten de apostelen en de oudsten met de gehele gemeente mannen uit hun midden te kiezen en met Paulus en Barnabas [Hebr.=‘zoon van rust’] naar Antiochië te zenden:
Judas
[Hebr.= uit de stam Juda = ‘geprezen’], genaamd Barsabbas [Hebr. zoon van Sabba = ‘licht’,’zuiver’], en Silas [Hebr.= ‘de weg], mannen van aanzien onder de broeders.
       En men schreef door hun bemiddeling: De apostelen en oudsten groeten als broeders de broeders uit de heidenen in Antiochië [Hebr.=‘gedreven tegen’], Syrië [Hebr.=‘verheven’ en Cilicië [het land van Celix = Hebr.’cimbaal’].
Aangezien wij gehoord hebben, dat enigen uit ons midden u met hun woorden hebben verontrust, uw zielen in verwarring brengende, hoewel wij hun niets geboden hadden, hebben wij eenstemmig besloten mannen te kiezen om die tot u te zenden met onze geliefden, Barnabas en Paulus
[Hebr.=‘klein’], mensen, die hun leven hebben overgehad voor de Naam van onze Heer, Jezus de ChristusHand.15: 8-26.

Het Evangelie, de Blijde Boodschap, de Heilige Schrift.

    Wanneer jullie naar de Stem van de Heer, uw God, luisteren door
Zijn Geboden en Inzettingen te onderhouden, D
ie in dit Wetboek geschreven staan; wanneer jullie je tot de Heer, uw God, bekeert met geheel uw hart en met geheel uw ziel.
       Want dit gebod, dat ik u heden opleg, is niet te moeilijk voor jullie en het is niet ver wegHet is niet in de hemel, zodat gij zoudt moeten zeggen:
‘ Wie zal opstijgen ten hemel, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen? En het is niet aan de overkant der zee, zodat jullie zouden moeten zeggen:
Wie zal oversteken naar de overkant der zee, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen?
       Maar dit Woord is zeer dicht bij jullie, in jullie mond en in jullie hart, om het te volbrengen.
Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwaad:
Doordat ik u heden gebied de Here, uw God, lief te hebben door in zijn wegen te wandelen en zijn geboden, inzettingen en verordeningen te onderhouden, opdat gij leeft en talrijk wordt en de Heer, uw God, u zegene in het land, dat jullie in bezit gaan nemen.
Maar indien uw hart zich afwendt en gij niet luistert doch u laat verleiden en u voor andere goden neerbuigt en hen dient, dan verkondig ik u heden, dat gij zeker te gronde zult gaan; niet lang zult gij leven in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit gaat nemen.
Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek;
kies dan het leven, opdat jullie zullen leven, jullie en jullie nageslacht,
⁌  d
oor de Heer, uw God, lief te hebben, naar Zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want
⁌  dat 
is uw leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land, waarvan de Heer uw vaderen, Abraham, Isaäc en Jaäcob, gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou“ Deut.30: 10-20.

Waaruit ontstaat de behoefte om iemand anders
– ‘hulp aan te bieden’-?
Wanneer we als mens zijnde leed waarnemen, wekt dit
een emotionele reactie bij ons op, oftewel empathie.
Het kan bij deze empathie blijven of de reactie kan
uitgroeien tot de behoefte om deze medemens te helpen,
hem/haar bij te gaan staan.
In zulke gevallen is er sprake van altruïsme, ofwel
onbaatzuchtig gedrag.
Tussen het opkomen van de gedachte en het uitspreken van
de gedachte verstrijkt nogal eens wat tijd waardoor je
je er op een gegeven moment niet langer bewust van bent
wie’ je, ‘wat’ je en ‘waarmee’ je iemand hebt willen bijstaan.

Er zijn twee verschillende vormen van altruïstisch gedrag die in de praktijk met elkaar worden verward.
Dit gebeurt bij het ten onrechte benoemen van ‘positief’ altruïsme tegenover het ‘negatieve’ egoïsme.
Wetenschappers hebben ondervonden dat het een
niet bestaat zonder het ander.
De beste uitkomst is wanneer ‘het totale welbevinden
wederzijds het hoogst is’, dit wordt ook wel het welzijn’s-model genoemd.
Het egoïsme speelt hierbij een duidelijke rol, namelijk dat de gene, die zijn belang zoekt [de egoïst] en de altruïst tevreden zijn bij een beslissing waarbij
de altruïst  betaalt en de egoïst ontvangt. Kortom: beide partijen zijn gelukkig met de beslissing.

    Ja, Vader [, Die in de hemelen zijt], want zo is het een welbehagen geweest voor U. Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren.
      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 
want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht” Matth.11: 26-30

Wat is de definitie van het -‘in God’s Naam’- verlenen van hulp?
Enige kenmerken:
✥ iemand in Christus aanmoedigen, stimuleren/aansporen op de geestelijke weg;
✥ u in Christus Naam, als God’s bescherming of ondersteuning aanbieden;
✥ u iemand in Christus Naam, als God’s hulp aanbieden;
✥ u bereid bent om daadwerkelijk in Christus Naam, in God’s Naam
naar iemand te luisteren, zodat hij/zij zich gehoord voelt.
           Met name in moeilijke tijden van de ontvanger bij ziekte of tegenslag
is een behoefte aan ondersteuning wellicht groter dan in ‘normale’ tijden.
De Gelovige mag dàn graag uw ervaringen delen met anderen;
– feed back of respons is dàn minder van betekenis, speelt dàn haast geen rol.
           Daar tegenover staat dat gebrek aan het geven van ondersteuning
gevoelens ontstaan van:
⁌  eenzaamheid, ik sta er helemaal alleen voor,
⁌  het rust allemaal op mijn eigen schouders,
⁌  ik kan het niet met anderen delen.
           Steun geeft immers verbondenheid aan en
je kunt er jezelf krachtiger of zelfverzekerder door voelen.

           Er is een verschil in het proces tot behoud van zelfstandigheid in steunen of leunen. Zoekt je hulp? Wat voor ondersteuning zoek je dan?
Wil je gewoon je verhaal even kwijt? Zoek je emotionele steun?
Òf wil je gewoon eventjes gedachten uitwisselen;
Òf is de vraag een klankbord, feedback?
⤽          Wil je soms een periode leunen op de ander?
Dan gebruik je de ander als aanleun-woning maar neem je zelf geen enkele verantwoordelijkheid meer voor het vraagstuk waar je mee bezig bent.
⤽         De valkuil hierbij is dat je ontzettend afhankelijk wordt van de steun van de ander. Zodra jouw behoefte aan steun doorslaat en jij afhankelijk wordt van steun van andere mensen gaat het ten koste van jezelf.
Min of meer dreigt hier een afhankelijkheidsrelatie te ontstaan.
Zodra de ander je maar steunt, voel je jezelf goed en blijf je jezelf goed voelen.
Jouw gevoel of gemoedstoestand wordt dan afhankelijk van wat anderen doen of nalaten.
Leerdoelen die hieruit voortkomen zijn o.a.;
⤽           dat er een feitelijke balans dient te zijn tussen zelfstandigheid enerzijds en de behoefte aan hulpverlening anderzijds.
⤽          Sommige mensen hebben ogenschijnlijk nooit behoefte aan hulp maar
wat er vaak speelt is dat ze geen hulp willen of durven vragen.
Men tracht zich op deze wijze sterk en groot houden en laten zien dat ze het zelf wel kunnen.
⤽          Het gevaar hiervan is vastlopen door -‘de lat’- te hoog te leggen,
teveel hooi op de eigen vork te nemen en hulpvragen die er wel zijn te ontlopen, te verdoezelen.
⤽          Nog een andere invalshoek:
je vraagt niet om hulp maar je wordt gevraagd om de ander te ondersteunen?
Belangrijk is goed te luisteren naar wàt de ander je wel niet vraagt.
           Wàt is zijn/haar werkelijke behoefte?
           Zoekt de ander steun of steunzolen?
Zoekt de andere emotionele ondersteuning of
wil hij/zij jou als aanleunwoning gebruiken?
⤽           In dit laatste geval wordt je geclaimd en ergens mee opgezadeld;
wellicht zit je daar helemaal niet op te wachten [zeg dat dan ook, schep duidelijkheid en laat een claim tot afhankelijkheid niet maar voortduren door evaluaties in te bouwen].

zebrapad, tweerichtingsverkeer

Wanneer je ervan uitgaat dat ‘eigenbelang’ de belangrijkste drijfveer
is van de mens is helpen dan nog wel opportuun?
Je daad wordt er namelijk niet minder goed om
indien er een motief tot wederzijds totaal welbevinden achter zit.
           Bovendien wordt de hulpverlener er mogelijk gelukkig van om te helpen,
ook wel de “verhevenheid van de helper” genoemd.
Het kan worden omschreven als een euforisch gevoel dat wordt opgevolgd door een periode met minder stress en meer energie.
           Er wordt vaak aan grote projecten gedacht wanneer men denkt aan ‘goed’ doen. 
Toch blijkt het regelmatig  te zijn dat hier vaak maar heel weinig van terecht komt.
Onderzoeken wijzen uit dat dit voor een ‘altruïstische dromer’, een luchtkastelen-bouwer weinig of geen verschil uitmaakt, die raast maar door.
Het morele gevoel wordt namelijk reeds bevredigd door alleen maar ‘te praten’ over het aanbieden van hulp en te blijven aanbieden, tot verstikkens toe.
Op het aanbieden volgt immers tevens de realisatie van het beloofde en dàt wordt veelal aan het lot of aan anderen overgelaten; [door middel van renteloze leningen (van buitenstaanders) òf het afschuiven van verantwoordelijkheden].
Hierdoor wordt het daadwerkelijk uitvoeren van de hulp als het ware minder “noodzakelijk”, die ander knapt het wel op, of je schuift de pijn van de gevolgen van de hulp naar de toekomst door [‘wie dan leeft, die dàn zorgt’].
Bovendien blijkt een altruïstisch initiatief vaak aanvankelijk gebaseerd te zijn op een impuls; het vergt namelijk ontzettend veel voorbereiding om een project daadwerkelijk ook uit te voeren, zeker wanneer je dit ‘zelf’ dient te realiseren.

– In de jaren tachtig is er veelvuldig onderzoek gedaan naar de reden dat mensen vrijwilligerswerk deden. Hieruit is gebleken dat dit werd gedaan om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Dit kan worden gedaan om meer werkervaring op te doen en deze op het eigen uiterlijk kunnen, de CV te kunnen vermelden.

Vrijwilligerswerk – Slavernij

Recente gegevens tonen nog onvoldoende aan of het tegenwoordige vrijwilliger’s -werk om dezelfde reden wordt gedaan of dat er sprake is van egoïstische motieven, bijvoorbeeld dat de ontvanger en de gebruikmaker van het vrijwilligerswerk, stelselmatig slechts profiteert en de vrijwilliger een armzalig bestaan blijft leiden [lijden].
Zelfs in de tijd van de VOC bleken de Amsterdamse welgestelden hier wel raad mee te kunnen en werd grof aan de mensenhandel verdiend [incl. het huis van Oranje]. In onze tijdsperiode wordt namelijk wat anders als de dienstverlener van die hulp, zich ontpop

wolf & kudde by Steaffan Windstrand

t als een zelfverrijkende bank, vezekering’s-maatschappij, pharmaceutische-industrie of de een of andere soortgelijke zorg-instelling, die zich blijken massaal als cowboys blijken te ontwikkelen als wolven onder de schapen.
               Hoe breng je de spirituele essentie van het wezen van de mens boven water, die enerzijds ‘het hele lichaam doordringt‘, maar tegelijkertijd op een onbegrijpelijke wijzer verborgen is en ‘fysiek ongezien‘ blijft. Zicht hebben op en hechten aan God’s Beeld en gelijkenis is een geestelijk zien.
Deze vraag staat centraal in de theorie en praktijk van de godsdienstige beweging, en de Kerkvaders hebben een reeks technieken ontwikkeld om
mensen bij te staan dit in hun zielen te ervaren. Een dergelijke manier van bestaan spreekt iedere mens aan en treft hen tot in het hart, zo niet dan gaan mensenmassa’s daaraan ten gronde.
Naast het ‘gewone, algemeen aanvaardde‘ regime van Wet en de uitwerking van de geboden omvatten deze methoden een complementaire mengeling van contemplatie, visualisatie, ervaringen van vreugde, droefheid, innerlijk geraakt worden bij de studie van Mystieke teksten.
Zoals we in Deuteronomium lezen is deze vraag niet alleen relevant voor
de innerlijke structuur van de religieuze ervaringen van het individu, maar
tevens van belang voor de algehele verlossing van de mensheid en de geschapen wereld.
De Kerkvaders verwezen – in hun tijd – reeds naar de laatste generatie van ‘het leven in ballingschap [de woestijn en de daarop volgende verlossing] en
de eerste generatie die ‘ de Verlossing en Opstanding’ reeds hebben ontvangen en
verklaarden dat het geheel van inzettingen en verordeningen voor de dienaar God’s in de historische missie van iedere generatie niets minder is dan het inluiden van de Goddelijke realiteit, tot een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde, waarin het iedereen gegeven mag zijn te delen in de vreugde van de weelde, hetgeen een Goddelijk Inzetting/Gebod is.

Adonai is het meervoud van Adon, wat betekent: “Heer, Meester, of eigenaar” [het woord Adon is afgeleid van een Ugaritische woord “Heer” of “Vader“].

Een belangrijk onderdeel van het utopische tijdperk is de openbaring van de waarachtige goddelijke aard van de materiële wereld en alles wat daarin bestaat.
Zoals de ziel in de kunst wordt beschreven als ‘een waarachtige Genadegave, een bijdrage van God’s-wege’ vereist het proces van het creëren ‘Verlossing‘ opdat elke persoon ernaar streeft om zijn eigen ziel en de zielen van anderen te onthullen.
Wanneer kunst van deze informatie gebruik maakt,  resoneert het in/met ons
een gevoel van essentiële zelfheid, en we ervaren de esthetische waarde als geluk; als een ‘open brief’ of een getuigenis aan ‘Adonai‘ [‘mijn Heer en mijn God‘, omdat de Naam als aanduiding van God uit respect niet werd uitgesproken].

Onderscheidingsvermogen

Mid-Pentecost [russian, 18th cnt], op twaalfjarige leeftijd spreekt onze Heer al moedig met de leraren in de Tempel
Hoe méér de menselijke ziel wordt ontsloten, hoe méér God en Zijn Goddelijke Genade in de wereld geopenbaard wordt en dan bedoel ik over de gehele wereld waarin de Jood’s-Christelijke cultuur alom aanvaard wordt.
Het is ons bekend, neem als voorbeeld die Heiligen, die zonder enige vooropleiding, “wier begrip in kennis van God beperkt is” en daarom geen liefde en vrees voor God zouden hebben dienen te ontwikkelen als gevolg van een intellectuele gerichtheid, toch blijken “buitengewoon dichtbij” God en Zijn Genadegaven te kunnen naderen.
Dit is vanwege de aard van de gelovige ziel [de nous *] die “in zichzelf” een verlangen meegekregen heeft zich te verenigen met Zijn oorsprong en
de Bron welke uit God [bij de schepping] is voortgekomen.
*    [Met Nous wordt de hoogste vorm van denken, een bijna goddelijk denken bedoeld. Het is de soort intellectuele intuïtie die aan het werk is als je definities, concepten ineens begrijpt, plots ‘geestelijk ziet‘, als bij een goddelijke ingeving].
Dienovereenkomstig is de modus operandi het opgraven van het externe ego dat
uiteindelijk een wortel/grondslag in de menselijke ziel zal onthullen, die
van nature volkomen verenigd is met God.

God kan echter alleen ‘Waarachtig‘ bekend worden door de Genade van de Heilige Geest. Dit komt omdat echte kennis van God niet intellectueel maar ‘ervaring’s-gericht werkt: op Hem gaan lijken en zoveel mogelijk met Hem verenigen. Dat is waarom de mate van ware kennis voortkomt uit de mate van Liefde: hoe volmaakter de Liefde tot God en de naaste, hoe perfecter uw kennis zal zijn.

De ervaring van het Geloof toont het ‘niet als ongewoon ervaren’ voorkomen als
een bewijs aan dat deze aangeboren, ingelegde liefde inderdaad aangeboren is:
Zelfs de … god-belijders van een ver afgelegen en onderontwikkelde bevolkingsgroep offeren in de meeste gevallen hun leven voor de heiligheid van God’s Naam en ondergaan een lijden in hardvochtige martelingen in plaats van de enige God te verloochenen, hoewel ze moedig en ongeletterd zijn en nog onwetend zijn wat betreft God’s Heiligheid, Sterkte en On-sterfelijkheid.
Want welke kleine kennis de mens ook mag bezitten, zij put absoluut ‘niet’ uit kennis en wetenschap, en dus geven ze hun leven niet op vanwege enige kennis of contemplatie ten opzichte van God.
Eerder belijden zij God in [het martelaarschap] zonder enige kennis en reflectie, maar alsof het absoluut onmogelijk zou zijn om de ‘enige‘ God af te zweren; en
zonder enige reden of aarzeling van wat dan ook.
Fanatieke ontkenners van het Geloof en zondaars offeren hun leven niet op vanwege hun intellectuele begrip van God’s Grootheid en de emotionele vorming, welke is afgeleid van dergelijke basale vaardigheden, processen of waarnemingen.
Integendeel, er is iets ‘in-gebed’, het principe -‘gepaard gaand met de dood’- in de ‘toch gelovige psyche’, aangeduid als de gelovige kern, die altijd definitief met God verbonden is.
De irrationele keuze van een zichzelf verklarende atheïst is een openbaring van de diepste schuilhoeken van de gelovige ziel, om zijn leven in het belang van God belangeloos op te geven.

De openbaring van de ziel beschrijft als het ware het resultaat van een extreme mate van externe druk. Het is wanneer een niet-gelovige vijand met een zwaard naar de keel van de gelovige wijst, zodat de verborgen kern van de gelovige daarmee wordt onthuld; de oer-kreet is ‘help’ of hoe de schreeuw om hulp ook geformuleerd wordt.
Wat en van Wie komt de verwachtte hulp in de dood’s-strijd? –
♨︎ van ‘De Ene‘, Die de Heilige, de Sterkere en On-sterfelijke is’, dus van ‘God’.
Los van een dergelijke externe druk, is het voor een mens mogelijk zijn gehele leven toch als gelovige te leven met zijn innerlijke goddelijke kern, die verborgen blijft onder de lagen van zijn/haar kleine en zelfzuchtige ego.
Ons goddelijk kindschap bestaat er niet alleen in dat wij met God omgaan zoals
een zoon met zijn vader. Dat zou immers mysterieus, ontzagwekkend en onwaarschijnlijk groot dienen te zijn.
Het betekent dat de heilige Geest ons werkelijk verenigt met God, Die ons gelovigen via de Zoon is geopenbaard en dat wij door Hem, als ledematen van Zijn Lichaam, werkelijk kinderen van God de enige Vader zijn.
Nooit en te nimmer zullen we immers vèr genoeg in dìt immense Mysterie  kunnen doordringen.
En wij gelovigen zullen we God er nimmer genoeg voor kunnen bedanken dat Hij Zich, via Zijn Zoon -‘ons nietige mensen’ waardig bevonden heeft te doen delen in het goddelijk leven van de Al-Heilige  Drieëenheid, door ons te verheffen tot de conditie als kinderen van God.

H. Cyprianus, toezichthouder van Carthago [3e eeuw]

Reeds nu zijn wij kinderen van God’s kudde:
verenigd met het lichaam van Christus, de Kerk, in de eenheid van de Vader en de Zoon en de heilige Geest
” Heilige Cyprianus, ‘in aanbidding tot de Heer’ [oratione dominica].
Op die wijze dienen wij altijd naar de Kerk te kijken en intensief samen te werken aan het bevorderen en het verbeteren van de onderlinge verbondenheid met onze broeders en zusters [Raad van Kerken], die ons verenigt met alle leden van het Mystieke Lichaam van Christus.
De Oecumene is wat dat aangaat een voor iedereen aantrekkelijke attractie, die
wanneer je het opgeven van bestuurlijke functies in ogenschouw neemt, eerst bij het einde der tijden door het enige eigenlijke Hoofd van de Kerk, onze weerkerende Heer en Verlosser, gerealiseerd zal kunnen worden. We dienen alles wat op de heilige Kerk betrekking heeft te zien als iets dat ons allen, geen bloedgroep uitgezonderd, ontzettend aangaat.
Laten wij de christelijke oproep tot een vertrouwelijke omgang met God
– dat wil zeggen tot de heiligheid, tot heelheid – meer en meer serieus nemen; niet als iets ‘algemeens‘ maar concreet’,
met alles erop en eraan bij de gemeenschap waar we ons ‘thuis’-zijn ervaren:
als de Wil van God voor ieder van ons, die bij onze naam geroepen zijn.
    Want jullie weten, welke voorschriften wij jullie gegeven hebben door de Heer Jezus Christus. 
Want dit Wil God: jullie heiliging, dat jullie je zult onthouden van de ontucht [je bindt aan een ander (de wereld) dan aan God], dat ieder van jullie in heiliging en eerbaarheid zijn vat [toegevoegde waarde als mens] zal weten te verwerven, niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals ook de heidenen, die van God niet weten, en dat men zijn broeder niet slecht zal behandelen of bedriegen in deze zaak, want de Heer is een wreker van dit alles, zoals wij u ook vroeger gezegd en nadrukkelijk betuigd hebben.
Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging. Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, Die u immers ook Zijn Heilige Geest geeft“ 1Thess.4: 2-8.
De Heer stelt ons de heiligheid niet alleen voor als een doel waarnaar wij moeten streven, maar veeleer als een doel dat God Zichzelf heeft gesteld om als Vader tot bij ons te komen.
Wij dienen daarom niet ontmoedigd te geraken door onze zwakheid, want wij kunnen altijd rekenen op ‘de Sterkte van God’ wanneer wij vaak naar de bronnen van de Genade gaan: ‘de vereniging in het Mysterie van de Goddelijke Liturgie, het belijden van onze ongerechtigheden in het Mysterie van het door onze tranen herdoopt worden ‘de biecht’, en ons niet aflatend [Jezus-]gebed.
Met gebruik te maken van deze aan God ontleende “Sterkte” zijn wij in staat het werk en de rust, het gezinsleven en de onderlinge sociale betrekkingen,
onze gezondheid en ziekte, te heiligen.
Dat wil zeggen, wij kunnen onze beperkingen en ellende overwinnen en
vooruitgang vinden op de Christelijke weg, Die door de werking van de heilige Geest, leidt naar de uiteindelijke vereniging met Jezus Christus:
    Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen van God zijn.
Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in Zijn Lijden en sterven, is dat om ook te delen in zijn ver-Heer-lijking. Want ik [apostel Paulus] ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de Heerlijkheid, Die over ons geopenbaard zal worden.
Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de zonen van God.  Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om [de Wil van] Hem, Die haar daaraan onderworpen heeft, in de Hoop echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid bevrijd zal worden tot de Vrijheid van de Heer-lijkheid van de kinderen van GodRom 8: 16-21.

Het verkrijgen van onderscheidingsvermogen
Om onderscheidingsvermogen te verkrijgen dienen wij dag in, dag uit te bidden:
        Heer, schenk gehoor aan mijn woorden; geef acht op mijn geroep.
– Luister naar de stem van mijn smeken, mijn Koning en mijn God.
– Tot U, Heer, richt ik mijn bede; in de ochtend hoort Gij mijn stem.
– In de vroege morgen sta ik [reeds] voor U, en Gij ziet op mijn neer.
– Gij zijt geen God die onrecht wilt; geen boosdoener kan bij U wonen.
Wetsovertreders houden geen stand voor Uw ogen, Gij haat allen die onrecht bedrijven.
– Gij vernietigt allen die leugen spreken; de Heer verafschuwt mannen van bloed en bedrog.
Maar door de overvloed van Uw barmhartigheid, mag ik binnentreden in Uw huis.
– Ik zal neervallen voor Uw heilige Tempel, in vreze voor U.
Heer, leid mij in Uw rechtvaardigheid wegens mijn vijanden; maak mijn weg recht voor Uw aanschijn.
Want in hun mond is geen waarheid: hun hart is lichtzinnig.
Een open graf is hun keel. zij plegen bedrog met hun tong.
Oordeel hen, God, doe hen vallen in hun plannen.
Verstoot hen om hun talrijke misdaden, want zij hebben U getergd, o Heer.
Maar schenk vreugde aan allen die op U hopen: zij zullen juichen in eeuwigheid, want Gij woont onder hen.
Op U roemen allen die Uw naam liefhebben, want Gij zegent de gerechten.
Heer, met een schild van welbehagen hebt Gij ons omringd
Psalm 5. vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Ouderling Joseph the Hesychast [1898-1959, I.M. Philotheou, van de berg Athos [Gr.], raadt dit eenieder van ons mensen aan:
1.]. ’De Ene te blijven zoeken. . .
Die is in staat om de wateren van de wateren te scheiden . . . en 
Die ons mensen bijbrengt, hoe je waanideeën kunt vermijden “ uit: ‘Monastic Wisdom’, blz. 188.
2.]. Vervolgens is het noodzakelijk dat we ons verwijderen [bekeren] van alle ongerechtigheid, slechte werken en het spreken van leugens, zodat de corrupte dingen in ons, die afstammen “van een bittere wortel” in zoete voeding voor de ziel worden getransformeerd”
conf. Heilige Nikitas Stithatos, Philokalia, deel 4, blz. 81.
3.]. Door de Genade van God, laten we onophoudelijk bidden en aanbidden
totdat “de vrees voor God” volledig in ons ontwaakt is.
Ouderling Joseph vervolgt:
Een mens, die . . . vervuld is van goedgunstigheid, zal ten alle tijde voorzichtig zijn en nooit overmoedig worden of op zichzelf vetrouwen, maar brengt voortaan de rest van zijn leven onophoudelijk de vreze God’s voor ogen . . . .”.
4.]. Smeken we onze Heer en Zaligmaker om ons “op de weg van Zijn Gerechtigheid” te leiden en onze wegen “recht houden voor uw Aanschijn”.
In de H. Diadochos van de toezichthouder Photike [4e eeuw], leidt rechtvaardigheid “naar boven op naar de zon van de Gerechtigheid en ontsteekt het in ons binnenste . . . grenzeloze verlichting uit: Philokalia, deel 1, blz. 254.
5.]. Wij mensen dienen alle ijdele en bedrieglijke woorden, duivels en goddeloosheid te onthullen om ze “te verwerpen” [zoals bij de voorbereiding op het Mysterie van de doop ‘uit te spuwen‘].
Wanneer onze geest gevangen wordt gehouden door . . . de duisternis van de vijand,  . . . laat dan alles achterwege . . . stop onmiddellijk met gedachtenspinsels te ontwikkelen of een betoog te houden, want we kennen immers de Waarheid niet zolang onze geest niet gezuiverd is” uit: kleine Russische Philokalia, deel 4, p.125.
6.]. Smeek de Heer onophoudelijk: ‘Kom en verblijf in ons en reinig ons van alle smet en red onz zielen o, Al-Goede’, teneinde in ons te wonen, opdat
we ons in de Hoop op Hem mogen zijn en “ons ooit in Zijn Koninkrijk zullen verblijden”. 
De Heer trekt ons weg van kwaad, jaloezie, bedrog en “een werveling van verlangen” Wijsheid 4: 11-12, opdat we in ons door de Heilige Geest onderscheidingsvermogen, d.w.z. ‘goddelijk inzicht’ mogen verkrijgen.
Zoals de psalmist zegt:
veel vrede hebben zij die God’s geboden liefhebben, en
voor hen is er geen struikelblok
Psalm 118 [119]: 165.
7.]. Tenslotte, stel je hart open en stem toe aan heerlijkheid in de Heer.
Wees blij dat je de Liefde van Zijn Naam in je hebt, want
Hij belooft dat Hij “de rechtvaardigen zal zegenenPsalm 5: 12 en
“met Zijn welbehagen schild en kroon ‘Zijn’ mensen zal omringen” Psalm 5: 13.

Bij het toepassen van deze stappen dienen we altijd het advies van Abba Serapion de Sindonite op te volgen teneinde “te leren dat we zullen worden toegestaan de gave van echte discriminatie wanneer we vertrouwen, niet langer in de oordelen van onze eigen geest, maar in de lering en heerschappij van onze vaders. De duivel brengt immers de mens [en zeker de ascetische worstelaar] op een effectievere manier naar de rand van vernietiging door hem stelselmatig te trachten te overtuigen om de vermaningen van de vaderen te negeren en zijn eigen oordeel en verlangens na te volgen, dan door bij zichzelf een andere fout zal erkennenPhilokalia, deel 1, blz. 104.

Hier volgen dan nog vijf signalen ter waarschuwing van de Heilige Paisius Velichkovsky van Moldavië & Mount Athos [1794], die ons eveneens steun kunnen bieden bij het onderscheidingsvermogen:
dat wanneer we worden aangevallen door de boze, maar het beste haast kunnen maken ons voor bijstand naar onze biechtvader te rennen.
Onze gedachten zijn immers:
1.]. Voorzeker belemmerd of op z’n minst afgeweken van de goede weg;
2.]. zijn niet langer kalm en rustig, maar zijn door de aanval van de boze zowel in hart als geest met verstoord;
3.]. Dit veroorzaakt diep in ons hart sterven’s smart en pijn;
4.]. Dit verblindt ons, we verliezen al de ingevingen van vrees voor de Heer;
5.]. we zijn niet meer in staat vrijuit onze goddelijke werken te verrichten,
maar ondervinden alleen nog maar last van duisternis en verwarring.

Verlicht onze harten,
O Meester met het zuivere Licht van Uw Goddelijke Kennis en
open onze noetische ogen voor het begrip van uw Pedagogie van het Evangelie.
Want Gij zijt onze verlichting, o Christus onze God, en
aan U brengen wij eer aan Uw Vader en Uw Heilige Geest
”.
Gebed door de priester vóórafgaand aan het lezen van het Evangelie.

3e Zondag ná Pinksteren – De ‘Mystieke’ ervaring van het genezen.

Christus, alleen Heerser, & de Apostelen; Christ Pantokrator & the Apostles; Xristos Pantokrator & Apostoloi

    De lamp van het lichaam is het oog.
Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn.
Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!
       Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen en Mammon.
       Daarom zeg Ik u:
Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of drinken, of over uw lichaam, waarmee gij het zult kleden.
       Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?
Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven?
       Wie van u kan door bezorgd te zijn een el aan zijn lengte toevoegen?
En wat zijt gij bezorgd over kleding? Let op de leliën van het veld, hoe zij groeien:
       zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze.
            Indien nu God het gras het veld, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?
            Maakt u dan niet bezorgd, zeggende:
Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden?
Want naar al deze dingen gaat het zoeken van de heidenen uit.
Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft.
           Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en
dit alles zal u bovendien geschonken worden
Matth.6: 22-33.

    Wij dan, gerechtvaardigd uit het Geloof, hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door Wie wij ook de toegang hebben verkregen in het Geloof tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de Heerlijkheid van God.
       En niet alleen (hierin), maar wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding bedroefdheid, en de bedroefdheid hoop; en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is, zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te Zijner tijd voor goddelozen is gestorven.
       Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven – maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven.
God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
       Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.
       Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft
Rom.5: 1-10.

              Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten;
gij kunt niet God dienen en Mammon
Matth.6: 24; Luc.16: 13.

Zelfgenoegzaamheid is een dodelijke vijand van alle spirituele groei

              Ik meen dat het bij de engelen ‘complacency’ wordt genoemd, maar ik hoor het die toezichthouder nog steeds zeggen:
Het wordt toch wel tijd dat de kerkgangers van mijn gemeenschap mij een nieuw kleed cadeau zullen doen, m’n oude is weliswaar niet versleten, maar tòch – het wordt hoog tijd’. Het spijt me maar op zo’n moment hoor ik het aloude liedje van ‘Sinte Maarten’: “ m’n moeder mag het niet weten, m’n vader heeft geen geld, is dat niet vlot verteld”.
             Het mag wel gemakkelijk in de omgang zijn, maar het bevreemd mij:
hoe gemakkelijk sommige spelleiders en toezichthouders in hun manier van leven de dienst aan God voor die aan de Mammon verwisselen.
De lamp van het oog mag dan misschien verlicht zijn, er komt bij mij in zo’n situatie toch wel het idee van enige ‘overpowering’/‘overwhelming’ opborrelen.
Je kunt weliswaar bepaalde wensen hebben, maar toch je zet jezelf wèl degelijk te kijk.

  • Hoe gemakkelijk onroerend goed als kerkelijk bezit wordt overgedragen van en aan project-ontwikkelaars, terwijl menig armoedzaaier daar toch hemel- en aarde toe heeft dienen te bewegen om tot de financiering tot de bouw van dat god’s-huis te komen. De houding van het ene kerkgenootschap verschilt niet in wezen van de andere, met gevolg dat de uitroep: ‘Heer, de Waarheid wordt zeldzaam onder de mensen’ – mij eveneens telkenmale over de lippen komt.
    Door een dergelijke rechtvaardiging uit het Geloof, hebben velen hun Vrede en hun Hoop op verlossing van kerkelijke zijde reeds enige decennia geleden gedag gezegd.
  • Weet wèl dat de Kerk slechts een bestaansgrond bezit om zielen te redden en heiligen voort te brengen. Indien je ‘het heiligen‘ uit het menselijk leven bant, haar theologie en haar ‘ere’-dienst, houdt de Kerk òp Christus ná te volgen.
    Je zou het kunnen noemen wat je wilt, maar het zou ‘niet langer‘ de Kerk zijn.
    Christus Zelf heeft aangegeven dat de ‘rechtgelovige‘ Kerk, Die van ‘het ware Geloof‘ in Christus, Zijn Kerk is, waarvan ‘Hij’ het hoofd is.
    Deze Kerk bevat de schat van de Genade van de Heilige Geest, Die de Kerk naar
    de gehele Waarheid‘ leidt.
    De Kerk doet dit, in overeenstemming met Zijn onweerlegbare belofte,
    door het verlenen van Genadegaven,
    door Zijn heiligen in deze Kerk te manifesteren en te verheerlijken
    door middel van een groot aantal tekenen en Mysteriën [RK = Sacramenten].
  • Het is een gevolg van deze empirische waarheid dat eenieder
    • òf die zich als toezichthouder of spelleider, d.w.z. ‘geestelijke’ mag noemen
    • òf de gewone leek, de gewone gelovige, die door woord of daad,
    de heiligen kleineert, àchter blijft wat betreft het Geloof.
    En wanneer wij hierbij de Paulinische uitdrukking mogen gebruiken,
    veroordelen ze zichzelf voor God en Zijn heiligen.
    Aan de andere kant laat de empirische Waarheid in het leven van de Kerk zien dat zij die de heiligen liefhebben en hen op verschillende manieren eren,
    met name door de Kerk in eerbied te volgen, hetgeen zij uiten door navolging in
    de goddelijke aanbidding, zéér stèrk in het Geloof staan.
    Indien we strijden tegen onze persoonlijke hartstochten met de versterking van de voorspraak van de Heiligen, mogen we tevens daadwerkelijk hopen op onze redding.
    Hieruit valt af te leiden dat het navolgen of wel het beminnen van de heiligen
    een criterium vormt van een waarachtig Orthodox geestelijk leven.
                   Paulus zegt niet voor niets:
    dat hij niet alleen roemt in de hoop op de Heerlijkheid van God; hij roemt méér in de verdrukkingen, daar hij wèl ‘béter’ wist:
    dàt de verdrukking volharding uitwerkt, en
    dàt de volharding bedroefdheid, en
    dàt de bedroefdheid hoop; en
    dàt de hoop niet beschaamd maakt,
    omdat slechts de Liefde van God in ons hart
    wordt uitgestort door de Heilige Geest.
    Onze Heer een Verlosser vult Zijn navolger Paulus de apostel der heidenen aan:
    Onze Hemelse Vader weet immers”,
    dat wij, en ik bedoel zowel kerkgangers als buitenstaanders:
    aan alle mogelijke zaken behoefte hebben”, maar
    dit alles behoeft nog niet gerealiseerd [min of meer verwacht, opgeeist] te worden.
    We dienen ons echter nog te verheugen op het feit dat er ‘tégen de storm ìn‘ nog gelovigen zijn, die het vertrouwen in de Heer hebben behouden.
    Indien we een van de grootste der Profeten en Heiligen in zijn wijze van leven en dan wordt bedoeld, de Heilige ‘Johannes de Doper‘ navolgen: Laten we dan elke vorm van vermaak en hang naar luxe en verslaafd zijn aan de wereld achter ons laten en overgaan tot een leven van terughoudendheid.
    Want deze tijd van leven is voor zeker een tijd van bezinning en ommekeer, zowel voor niet-ingewijden als voor gedoopten:
    – voor niet-ingewijden, zodat zij na hun berouw deel kunnen hebben aan de heilige Mysteriën;
    – voor de gedoopten, opdat zij, die ná hun doop gestruikeld zijn in de beproeving zich reinigen en de tafel des Heren met een zuiver geweten/kleed kunnen naderen.
    Laten we dan deze aantrekkelijke en liederlijke manier van leven achter ons laten. Het is gewoon onmogelijk – om boetvaardig te leven en tegelijkertijd in luxe te leven.
    Laat de grote Doper jou persoonlijk dìt leren
    door zijn wijze van kleden,
    door zijn manier van eten,
    door zijn manier waarop hij zich huisvest;
    kortom zoals hij door het leven is gegaan [tot z’n kop er af ging].
    Wil je ècht dat we onszelf in toom houden?
    Dit zou je jezelf kunnen afvragen, heb ik dat allemaal wel nodig?
    Nee, je hebt het niet nodig, maar het wordt je wèl aanbevolen,
    in navolging in Christus.
    Maar mòcht het voor jou onmogelijk zijn, probeer dàn in ieder geval berouw te tonen, zelfs wanneer je niet in de woestijn, maar in de stad woont – in een groot paleis en een grote auto onder je . . . .
    Want het oordeel is ons nabij, Christus staat immers ook aan jouw deur en klopt:
    Komt allen, die vermoeid en belast zijn”.
    Maar zelfs wanneer je dáár geen antwoord op weet, dien je daar niet ontmoedigd door te worden. Want het einde van ieders leven is net als het einde van de wereld voor degene voor eenieder – ‘op het moment’ – dat je werkelijk wordt geroepen. Voor de een iets eerder dan voor de ander en dàn staat Christus ons in al Zijn Liefde op te wachten.De roeping tot God, de roep tot dienstbaar zijn
    Wij noemen onze God ‘een Levende God‘, omdat Hij een God is, Die tot ons spreekt, ons aanspreekt en ons roept.
    Al vanaf den beginne wanneer de mens heeft gezondigd en God hem tot Zich roept: ‘Adam, waar ben je?
    God riep Abraham om zijn land te verlaten en te gaan naar het land dat Hij wilde geven.
    Hij riep de Profeten in het eerste Testament en de profeten in het nieuwe Testament.
    In het eerste hebben we gelezen hoe Isaiah, geconfronteerd met Gods Heiligheid, zijn persoonlijke    tekortkomingen inzag en hoe God Zelf voorzag in de oplossing door Zijn Heilige Geest.
    Het was immers pas nadat Isaiah zijn tekortkomingen had erkend, nadat hij God’s Zorg en Genade daarvoor had ontvangen, dat hij de roep tot dienstbaarheid hoorde.
        Toen zei Isaiah: ‘   Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een mens, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is; en mijn ogen hebben de Koning, de Heer der heerscharen, gezien’.
    Maar een van de Serafijnen vloog naar mij toe met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar genomen had; Hij raakte mijn mond daarmee aan en zei:
        Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; nu is uw ongerechtigheid geweken en uw zonde verzoend. Daarop hoorde ik de stem des Heren, die zei:
        Wie zal Ik zenden en wie zal voor Ons gaan?
    En ik zei: ‘Hier ben ik, zend mij’Isaiah 6: 5-8.
    We zien hier onder welke omstandigheden Isaiah, de profeet zich geroepen voelt en reageert op de roep van de Heer.
    God maakt absoluut geen ‘gebruik van vrijwilligers;
    [ Dit is de werkelijkheid van hetgeen ik het idee heb dat heel veel christenen zich hierin niet zullen  erkennen ]
    maar wanneer ik sommige trouwe medewerkers gebukt zie gaan onder een veel te zware werkdruk, bij gebrek aan mede-dienaren, heb ik echt met hen te doen.
    Daarmee bedoel ik dat het vrijblijvende, autonome karakter van ‘vrijwillige’ dienstbaarheid naar mijn bescheiden mening helemaal ‘niet past in‘ God’s visie in onze dienst ten opzichte van Hem. De waarheid van deze uitspraak zal ons
    nú wel duidelijk worden:

Waarachtige dienstbaarheid
In ons verlangen om de Heer te dienen, dienen we eerst tot het punt te komen dat wij als ‘navolgers’ beseffen dat we ‘van onszelf uit‘ volstrekt in-effectief en hulpeloos zijn, ja als een zandkorrel aan het strand of een druppel water in de zee.
Zolang je denkt dat jij ‘zelf’ de klus wel kunt klaren en dat God Zich maar dient te verheugen dat ‘jij’ hoogstpersoonlijk voor Hem wilt werken,
is er niet veel dat jij kunt doen wat van enige blijvende waarde voor Hem is.
Maar indien je – ‘net als Isaiah’ – tot het punt gekomen bent dat je beseft dat
jij totaal ongeschikt en onwaardig bent, zelfs niet in staat bent om het werk te doen, dan zal God Zijn hand uitstrekken en je leven door Zijn Heilige Geest be-‘vuren‘.
Dàn is er geen sprake meer van ik moet dit nog of dat nog [doen òf hebben],
neen, dan kùn je niet anders dàn ‘Zijn weg gaan‘ en geef je jezelf vrijwillig over aan Zijn nukken.
Maar denk niet dat het je dàn gemakkelijker af gaat,
neen, dan begint het pas.

De noodzaak van nederigheid
Iedere mens die door God in de Blijde Boodschap voor een speciale taak wordt geroepen, dient zichzelf vanaf den beginne ‘ongeschikt’ voor die taak te achten.
Wanneer je ooit iemand tegenkomt die zegt dat hij geroepen is door God,
een studie volgt en dat deze mens zich dàn volledig in staat acht om
die taak uit te voeren,  zichzelf in doen en laten verheft, dàn kun je er bijna zeker van zijn dat deze ‘niet’ door God geroepen is,
door wie dan wel dat mag ieder voor zichzelf invullen.
Menigeen dient zich nu eens terdege achter z’n oren te krabben.

Hoe dan ook, Isaiah diende derhalve heel eenvoudig gewoon, deemoedig en nederig te zijn. Hij diende zichzelf nederig op te stellen in de aanwezigheid van de Heiligheid van God, voordat hij geschikt was om de taak waarvoor God hem riep, uit te voeren.
Hetzelfde geldt – zo mag nu duidelijk zijn – voor eenieder van ons, mijzelf incluis.

Johannes de Doper riep de mensen op om zich te bekeren:
Bekeer u, want het Koninkrijk van God is nabij gekomen”.
En Johannes verkondigde dat de Messias zou komen: ‘Jezus, de Christus’.

 Ook Christus kwam door de Vader en de Heilige Geest teneinde mensen tot God te roepen.

Hij riep de twaalf Apostelen om Hem te volgen.

Na Zijn hemelvaart riep Hij de apostel Paulus.

  Ook vandaag klinkt Zijn roepstem, door Zijn Woord en Pedagogische oproep:
Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande;
in Naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen!
Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat
wij zouden worden Gerechtigheid van God in Hem
2Cor.5: 20,21.
        Hij roept op tot nederige bekering en volkomen Geloof in Hem; om
tot Hem in het Hemels Gastmaal te komen, te voldoen aan het [huwelijk’s] Verbond met God.

Stap uit je twijfelachtige houding en volg je innerlijke roep, vervolg dapper de weg van God’s plan met jouw leven. 

        Mensen reageren heel verschillend op God’s roepstem.
De een reageert in ongeloof, de ander in halfslachtig Geloof [loopt de kantjes eraf], enkelen in waarachtig Geloof;
immers velen zijn geroepen, maar weinige uitverkoren” o.a. Matth.22: 14.
        Onze Heer vergelijkt dit verschil door de gelijkenis met een boer die zaait.
Het zaad is het Woord: het zaad dat tussen de rotsen zal vallen,
wordt verstikt door onkruid, maar het kan ook in goede aarde vallen.
        Dàn wordt de roeping van God beantwoord met intens Geloof en onvoorwaardelijke bekering.
God roept alle mensen, zonder uitzondering.
        Over geheel de aarde gaat Zijn roepstem:
    Vergadert u en komt, nadert tezamen, gij die uit de volkeren ontkomen zijt.
Zij hebben geen begrip, die hun houten beeld dragen en
bidden tot een god die niet verlossen kan.
Verkondigt en voert gronden aan. Ja, laten zij tezamen beraadslagen.
Wie heeft dit vanouds doen horen, het van overlang verkondigd?
Ben Ik het niet, de Heer?
En er is geen God behalve Ik, een rechtvaardige,
verlossende God is er buiten Mij niet.
Wendt u tot Mij en laat u verlossen, alle einden der aarde, want
Ik ben God en niemand meer.
Want Ik heb gezworen bij Mij Zelf, Waarheid is uit Mijn mond uitgegaan,
een Woord dat niet zal worden herroepen: dat
voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong zal zweren.
Alleen bij de Here, zal men van Mij zeggen, is Gerechtigheid en Sterkte, tot
Hem zal men komen; maar beschaamd zullen staan
allen die tegen Hem in woede ontstoken zijn;
in de Heer wordt het gehele nakroost van Israël [waaronder de Kerk]
gerechtvaardigd en zal het zich beroemen
Isaiah 45: 20-25.

        Het woord ‘verzoening’ laat zien hoe de Liefde van God Zich een weg gebaand heeft naar verloren zondaars, mensenkinderen zoals u en ik van nature zijn.
        Liefde, Die gestalte kreeg in onze Heer en Verlosser, Jezus Christus.
God stelde Zich -‘in Hem’- totaal anders op tegenover de mens[-heid].

Leven is méér dan het voedsel dat wij gebruiken en  ons lichaam en de inzet daarvan is méér dan de kleding, die wij dragen, de manier waarop wij ons huisvesten.
        De Blijde Boodschap zegt immers: “God is Liefde1John.4: 8.
Het heeft betrekking op een onvoorwaardelijke, zoekende liefde van ons mensen.
Het is een Liefde zoals God Die heeft geopenbaard.
Hij heeft zonder enige voorwaarde -u en mij, evenals al de andere mensen- in deze wereld, opgezocht.
Hij heeft Zijn Zoon gegeven zonder eerst te vragen:
‘Vinden jullie dat goed, zijn jullie het er allemaal mee eens?’
    God heeft ons immers in Christus uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld, opdat wij Heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht.
In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd  als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus,
– naar het welbehagen van Zijn Wil,
– tot lof van de Heerlijkheid van Zijn Genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
En in Hem hebben wij de Verlossing door Zijn Bloed,
– de vergeving van de overtredingen, naar de Rijkdom van Zijn Genade, welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, door ons het geheimenis van Zijn Wil te doen kennen,
in overeenstemming met het Welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen,
– om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder een hoofd, dat is Christus, samen te vatten, in Hem, in Wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil,
– opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn Heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze Hoop op Christus hadden gebouwdEph.1: 4-12.

        Wij kunnen de Heer onze God daarin alleen maar gelijk geven, want
stel dat Hij toch eerst toestemming aan ons gevraagd zou hebben.
Hij zou een overvloed aan meningen te horen hebben gekregen; daar
is in de verste verten niet doorheen te komen!

Nee, gelukkig zijn alle dingen
uit Hem en door Hem en tot Hem”.
Het is uit Hem voortgekomen.
Het is Zijn plan.
God nam het initiatief:
    Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft,
Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel,
want hij is overgegaan uit de dood in het leven.
      Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de ure komt en is
nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van
God zullen horen, en die haar horen, zullen leven.
Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft
Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in ZichzelfJohn.5: 23-26.
En het geschiedde, toen Jezus zijn bevelen aan Zijn twaalf discipelen 
ten einde had gebracht, dat Hij vandaar vertrok om 
te leren en te prediken in hun stedenMatth.11: 1.

Apolytikion
tn.2.
    Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U
“.

Kondakion
tn.2. 
  Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde
“.

Theotokos, zij die wijst

Theotokion    
tn.2. 
  Onbegrijpelijk en hoog-Heerlik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder God’s.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.

1e Zondag ná Pinksteren – alle Heiligen en hun heiligheid wordt aan het Licht gesteld.

” Ik belijd voor de al-Machtige God en voor u allen, dat ik gezondigd heb”; “I confess before the all-Mighty God and for all of you that I have sinned”

    Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor Mijn Vader, Die in de Hemelen is;
      maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader, Die in de Hemelen is.
> Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en
wie z’n [haar] Kruis niet opneemt en achter Mij gaat, 
is Mij niet waardig.
> Daarop antwoordde Petrus en zei tot Hem:
    Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?’.
Jezus zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon van Zijn Heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël [de Kerk] te richten.
En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven.
Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten
Matth.10: 32,33; 37,38; 19: 27-30.

Martelaar om Christus in Utrecht; Martyr for Christ in Utrecht.

    Die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling van de  belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de

Martelaar te Brussel, levend begraven, Jan Luyken, 1597; Martyr in Brussels, buried alive, Jan Luyken, 1597.

Opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere Opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling
– de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in 
spelonken en de holen der aarde.

Herdenkingswake, uit solidariteit met alle Christenen,die als Martelaar zijn gedood, 18-4-18; Memorial vigil, out of solidarity with all Christians killed as Martyrs, 18-4-18.

Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof” Hebr.11: 33-12: 2a.

We hebben afgelopen maandag het feest van de Heilige Geest gevierd, het bij God ‘thuis’ komen en dinsdag het feest van de Heilige Drie-eenheid, beide feesten in navolging van de eerste Leerlingen, die de Heilige Geest ontvingen en vervolgens het fundament legden voor de Heilige Katholieke en Apostolische Kerk.
Er werd een grondslag gelegd voor een nieuwe ‘open’ cultuur, welke in de loop der tijd ondergesneeuwd is geraakt;
wij hebben ons zo blijkt in de loop der eeuwen gevangen laten nemen door de wereld, door de macht welke van de wereld uitgaat en hebben het alledaagse van de Kerk op een zijspoor gezet.
En juist de kleine cultuur van de Apostolische Kerk bevindt zich in ons alledaagse leven, want vooral in het alledaagse leren we te leven en de liefde te bewaren.
De Kerk is door onze Heer en Meester geroepen tot eenvoud, anders gezegd: tot ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’.
Eén God, één Kerk bestaat niet uit prelaten, die op alle fronten het voortouw nemen, die Kerk bestaat uit saamhorigheid ‘van onderaf‘.

Christus op een ezel, Catharijneconvent, Utrecht; Christ on a donkey, Catharijneconvent, Utrecht

Het Heilige van de Kerk berijdt een ezeltje en laat zich niet met pracht en praal, in rijke kleding op een uit-gedost paard de poort van het Hemels Koninkrijk binnenvoeren.
Dan volgt de al-oude Profetie:
      Alle volkeren zijn samen vergaderd en de natiën hebben zich verzameld.
Wie onder hen kondigt dit aan en doet ons het verleden horen?
Laten zij hun getuigen voorbrengen, opdat
zij in het gelijk gesteld mogen worden en
men het zal horen en zal zeggen
[uitroepen] . . . Het is Waarheid’.
Gij zijt, luidt het woord des Heren, mijn getuigen en mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat gij het weet en in Mij gelooft en inziet, dat Ik dezelfde ben;
vóór Mij is er geen God geformeerd en ná Mij zal er geen zijn;
Ik, Ik ben de Heer, en buiten Mij is er geen Verlosser.
Ik heb verkondigd, verlost en doen horen, en ben geen vreemde onder u; gij toch zijt mijn getuigen, luidt het woord des Heren, en Ik ben God.
Ook voortaan ben Ik dezelfde en niemand redt uit mijn hand. Ik werk, en wie zal het keren? Zo zegt de Heer, uw Verlosser, de Heilige van IsraëIIsaiah 43: 9-14a.

Onze Heer en God verkondigt: ‘Ik de Heer, uw Heilige, de Schepper van Israël [de Kerk], uw Koning’ en Mijn Naam is heel eenvoudig ‘Gezalfde’, de Christus en ‘Ik ben gekomen om jullie met Mijn Kracht en Schoonheid te bekleden’.

De verschijning van de heiligen
      En ten tijde, als God ze [de rechtvaardigen (Matth.13: 43)] zal bezoeken,  zullen zij helder schijnen, heen-en-weer varen als vlammen over de stoppels. Zij zullen volkeren oordelen en heersen over alle natiën; en de Heer zal eeuwig over hen heersenWijsheid van Salomo (over de tyrannen) 3: 7.
      Zij worden een weinig getuchtigd, maar veel goeds zal hen getoond worden, want God testte ze [beproefde ze] en vond ze waardig van zichzelfWijsheid van Salomo (over de tyrannen) 3: 5.
De Kerk erkent slechts wat God al niet allemaal duidelijk heeft gemaakt.
Hier op aarde houden de gelovigen nooit op met voor de heiligen te bidden, net
als voor onze andere heen-gegane geliefden en in plaats daarvan worden voor hen gebeden in de kerkelijke voorbeden , opdat ze in de Hemelen geëerd en gezocht worden.
Wetende dat de heiligen waardig worden gevonden in God’s ogen, keren we ons tot hen in onze nood ten opzichte van hen die het voorrecht van rechtvaardigheid met Hem hebben.
Hun gebeden gaan hemelwaarts en schijnen, heen-en-weer, varen als vlammen over de stoppels naar naar de Heer toe en ontsteken aldáár Zijn Genadegaven voor de stoppels van ons leven, hoe hopeloos onze situatie ook mag lijken.
        Wat de uiterlijke schijn betreft leken de levens van de heiligen in de ogen van folteraars en spotters in hun tijd voorzeker verspild of lichtzinnig, maar ‘ in Waarachtigheid’ verbleef hun hart en ziel stevig ‘geborgen in de hand van God’
Wijsheid van Salomo (over de tyrannen) 3: 1.
         In het ‘door God gesteund besef’ is elke aantijging – al is dit van de hoogste prelaat van de Kerk – ‘in stilte’ te dragen; heiligen blazen niet hoog van de toren, die glimlachen en buigen diep voor elke onvolkomenheid, die zij aanschouwen.
Geen enkel kwelling raakt hen of brengt hen van hun stuk, de levens van heiligen laten zien dat onze huidige [wereld’se en verwereldlijkt kerkelijke] realiteit niets anders is dan rook en damp en dat slechts de rechtvaardigen in de kerk ‘dè’ overwinnaars van Christus zijn.

De kerk [de hoeveelheid aan grote gebouwen] verdwijnt, maar het Christelijk Geloof gaat niet verloren.
Volgens recente rapportage van het CBS [Centraal Bureau voor de Statistiek] en het CPB [Centraal Planbureau] verdwijnt de kerk in rap tempo uit het Nederlandse landschap.
De Kerk van de heiligen en de rechtvaardigen in Christus weten wèl beter, die weten dat de Kerk van Christus niet in stenen zit, niet in nationalistische teruggetrokken gemeenschappen, niet in prelaten, die een veel te grote broek aan trekken en hoog van het torentje blazen. De Kerk manifesteert zich in de eenvoud van leven in Christus.
Het Woord spreekt door het woord ‘Genadegaven’ van God, God spreekt tot de mensheid [het volk in Nederland en daarbuiten] via de eenvoudige mensen, die een belangeloze niet verschuldigde liefde tot de medemens opbrengen en aan de dag leggen.
Waar kom je dat dan tegen?
Dàt kom je absoluut ‘niet’ tegen in feodaal Brussel of vanuit een positie, die je
jezelf hebt toegeëigend in het centrum van de macht [Brussel, Den Haag].
Dàt kom je absoluut ‘niet’ tegen wanneer je tegen een van je spelleiders zegt, die migrantenkerken, die kerken onderweg naar het Hemels Koninkrijk, die naam staat mij niet aan, dáár doe ik niet aan mee, dáár distantieer ik mij van – ‘wij’, hebben onze eigen [nationalistisch] georiënteerde structuur, cultuur.
Wie Mij en [Mijn cultuur] verloochenen zal voor de mensen, die
zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader, Die in de Hemelen is
”.

De Kerk verschijnt [onder de mensen] , licht op, waar ‘dè’ navolger van Christus ‘de eenvoud’ uitstraalt.
  Aldus heb ik tot U gesproken en heeft droefheid uw hart vervuld.
Doch Ik zeg u de Waarheid’:
Het is beter voor u, dat Ik heenga [en Mij van de wereld distantieer].
Want indien Ik ‘
niet’ heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar
indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden
John.16: 6,7.
Onderken je de Goddelijke, de vaderlijke belangen?
Zie je Zijn liefdadigheid zonder een hoop praten, praten, praten en stapels papier?
Onlangs werd Christus opgenomen in de Hemelen, zit Hij op de Koninklijke troon over de koningen, aan de rechterkant van de Vader.
Maar met Pinksteren heeft Hij ons als een geschenk
de gaven van de Heilige Geest gezonden en
heeft ons daarmee gepaard gaand oneindig veel
hemelse goederen meegegeven.
Wat zijn de gaven van de heilige Geest?;
de vrucht van de geest, de charismata, de geestesgaven?
            de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid,
vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing
Gal.5: 22.
      Van deze bron gaat van Christus, een schat aan profetie uit en gaven van genezing en alle andere mogelijke zaken, die de Kerk van God behoren te sieren
door  de komst van de Heilige Geest.
En Paulus schreeuwde het uit en zei:
            Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, Die 
een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij Wil.
Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, een lichaam vormen, zo ook Christus; want door één Geest zijn wij allen tot één Lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt”
1Cor.12:11-13.
            En onze Heer en Verlosser zei in Zijn onderwijs
[Pedagogie]:
  Wacht u voor de schriftgeleerden, die gesteld zijn op het wandelen in
lange gewaden en op begroetingen op de markten, en op erezetels in
de synagogen en eerste plaatsen bij de maaltijden, die de huizen van de
weduwen opeten en voor de schijn lange gebeden uitspreken
dezen zullen een zwaarder oordeel ontvangen.
         En Hij ging tegenover de offerkist zitten en zag met aandacht, hoe
de schare kopergeld wierp in de offerkist. En vele rijken wierpen er veel in.
En er kwam een arme weduwe, die er twee koperstukjes in wierp, dat
is een duit
[voor haar een vermogen,
voor de ander van weinig belang]” Marc.12: 38-42.
Van een toezichthouder mag je als navolger van Christus ‘de eenvoud’ in de ‘veelkleurigheid’ van de kerken in Nederland onderweg verwachten, die in de wijken van de steden ‘God en mens’ met elkaar tracht te verbinden.
Hoezeer bemoedigt het ons te weten dat wij de nabijheid en de hulp van God niet dienen te verdienen door van tevoren ‘een curriculum vitae van voortreffelijkheid’ vòl in het thuisland behaalde -niet terzake doende- verdiensten en successen te laten zien; òf op voor-spraak van een prelaat een baantje in Den Haag, ten koste van de andere kandidaat trachten te verkrijgen.
        Het cruciale is onzichtbaar: hoe kinderen en adolescenten religie begrijpen’ [Lothar Kuld].
De engel zegt tot de Moeder God’s dat zij reeds Genade gevonden heeft bij God, niet dat zij deze in de toekomst via deze of gene zal verwerven.
        En deze formulering van de woorden van de Boodschapper God’s doet ons beseffen dat Goddelijke Genade, slechts onafhankelijk en permanent is,
niet iets is van voorbijgaande of tijdelijke aard en
absoluut ‘ – zonder aanzien des persoons is – ’, doch selecteert op
gepaste geschiktheid voor de beoogde functie.
Daarom zal een dergelijke houding nooit en te nimmer [door heimelijk gedrag van een hoger geplaatst persoon] verminderd of vertrapt behoren te worden.
Ook in de toekomst zal de Genade van God er altijd zijn om ons allen
transparant, communicatief en eerlijk’ bij te staan, vooral
in de ogenblikken van beproeving en duisternis.
      als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want
naar de inwendige mens verlustig ik mij in de Wet van God, maar
in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van
mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die
in mijn leden is.  Oh, i
k, ellendige mens!
Wie zal mij
[maar ook de Kerk] verlossen uit het lichaam van deze dood?
Rom.7: 21-24.

Het hier en het nu
Waar ik in dit verslag over de heiligheid van de Rechtvaardigen gewag van maak zijn de activiteiten van het SKIN.
Neen, het SKIN effect is geen wetenschappelijk-forum, geen wereld’s spelletje op de een het een of andere strijdtoneel; het SKIN is de Stichting Kerken in Nederland, een stichting, die kerken met elkaar verbindt in een samen werken als gevolg van de roep van God, aan degenen, aan wie de Zoon het wil openbaren.
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
      Waar vindt je in onze tijd mensen, die vermoeid en belast zijn en die hunkeren naar rust?
Neen, die vindt je niet in muffe ambtelijke hoofdstedelijke onderonsjes, maar verscholen tussen de kerkgangers van alle gezindten, die lopen niet te pronken met ‘belangrijk’ zijn, die zijn stilzwijgend [‘lijdend‘] aanwezig en verlangen in de stilte, de nederigheid van het hart, dat zij in de Kerk rust vinden en, ja, dat behoren zij dáár dàn óók te vinden.
En via vrijwilligerswerk lichten zij op, laten gebukt als zij gaan onder hun Kruis, Christus Licht zien in de eenvoud:
   zij helpen als vrijwilliger in de gaarkeukens, die voor ouderen en minderbedeelden opgezet zijn.
   zij helpen in de kringloopwinkels – als in de meest luxe boutieks – met het uitzoeken, sorteren van kleding en allerhande door de rijken afgedankte goederen.
   zij steken een hart onder de riem, bemoedigen de lijdenden en eenzamen aan de basis van de samenleving, die zij op hun christelijke weg ontmoeten.
   zij zijn een lach en een vriendelijk woord, hoewel zij als gerenomeerd vluchteling, als hoog-opgeleid, door werkgevers tegen het minimum loon als goedkope arbeidskracht worden ingezet. Zij klagen niet, zij buigen deemoedig het hoofd en laten zich alles welgevallen.
   Zij kleden zich en richten idem met ‘elan’ hun woningen in met -‘second hand’-goederen en zijn er nog trots op ook, dàt is wáár God Zijn werk doet, in alle eenvoud, maar daar hebben bepaalde prelaten totaal geen weet van.
   Geen enkele andere beslissingsgebeurtenis in het christelijk leven wordt voorafgegaan door een expliciete schriftuurlijke verwijzing naar
een ‘hele nacht in gebed tot God’ dan in situaties waarbij mensen gebruik dienen te maken van voedselbank, schuldsanering en nog andere mensonterende confrontaties in onze samenleving.

Diversiteit, verbondenheid en participatie
Het SKIN is een ‘
Samen Kerk In Nederland’ de onafhankelijke landelijke vereniging van christelijke kerken en geloofsgemeenschappen in Nederland, die onderweg zijn naar het Hemels Koninkrijk en als zodanig zijn wij christenen allemaal onderweg, welke christelijke denominatie je ook tegen komt.
Dit SKIN heeft met hart en ziel gezocht, wat de bestaande Kerk
nog altijd heeft niet gevonden [Prediker 7: 28]; in het SKIN hebben internationale kerken en migrantenkerken een landelijk gezicht en een aanspreekpunt gekregen.
Het SKIN heeft een ‘
kerkzoeker’ opgezet op internet, waarbij – in iedere stad- van Nederland, gelovigen en niet-gelovigen [mede-]christenen kunnen opzoeken ongeacht hun achtergrond, afkomst, taal of wat nog meer mogelijk is.
Het is een poging om tot verbinding te komen, tot gezamenlijkheid, tot één Lichaam van Christus, waarbij wij als navolgers van Christus gezamenlijk initiatieven kunnen opzetten – de ‘Blijde Boodschap’ kunnen uitstralen.
Werkelijk gezamenlijk ‘één’ zijn, begint van onderaf, vanaf de basis, in de straat waar je woont, in je directe omgeving, dáár wordt je geroepen Christus te volgen.
En die muffe kantoren, die centraal geleide hoofdstedelijke organisatie, die weten bij lange na niet ‘wàt’ er wel niet allemaal in den lande aan de basis van de Kerk aan werk wordt verzet, die zijn ‘actief’ met eigenheid, met eigen bloedgroep’s belangen, sluiten zichzelf op in al wat daar mee samenhangt.
Velen onder ons hebben het gevoel dat ze véél méér voor anderen kunnen doen, als je maar samen werkt.
Je bent op de één of andere manier alleen met jezelf, niet ongelukkig, misschien uitgeput door werk. De ‘ego val’ staat dan wijd open, is door de tegenstrever opgezet.
We ontsnappen hier slechts aan wanneer we werkelijk leren dat we nodig zijn als medemensen aan de basis van de samenleving. Het verheugt mij dat vele Roomse- en niet-Apostolische Kerken zich -‘wèl’- geroepen voelen zich bij het SKIN, de Kerk onderweg aan te sluiten. Zij die déze activiteit omzeilen/verzaken – zouden zich diep moeten schamen.

13-6-19 aftrap site: www.migrantenkerken.nl

Hoort, zegt het voort’, nu verjongend kerkelijk Nederland.
Kunnen we als Kerk nog creatief zijn?
Er was een tijd dat wij als kinderen God’s hier allen nog van doordrongen waren. In tijden van beproeving is het belangrijk om alle talent te laten herleven. Het SKIN nodigt een ieder uit in de wereld van God’s Schoonheid en neemt je bij de hand op weg naar de ontdekking van het ‘eigenheid’ vorm te geven aan de van God gegeven Genadegave [creativiteit], welke een pad in slaat naar een steeds grotere inzet tot medemenselijkheid:
https://kerkopdekaart.nl/skin?page434=1&size434=12

Bij: ‘Heer, ik roep . . . Vespers
tn.6.    De door de Geest sprekende Apostelen
verspreidden zich als Zijn trouwe werktuigen tot aan de grenzen van de aarde,
Om vanuit orthodoxe
[Gr.= ‘ὀρθός, (recht) & δόξα (lofprijzing)] overtuiging het zaad van de Heilige Boodschap uit te strooien.
Hieruit ontsproot door het werk van de goddelijke Landbouwer de schaar van de Martelaren, die het heilige Lijden tot uitbeelding brachten 
door het verduren van folteringen, geseling en verbranding.
Vrijmoedig spreken zij voor onze zielen”.

tn.6.    Brandend door het vuur van hun liefde tot de Heer,
toonden de Martelaren geen angst voor het kwellende vuur,
maar vlammend als de hemelse kool,
verbrandden zij het dorre hout van het hoogmoedig bedrog;
zij stopten de muil van de wilde dieren door hun geïnspireerde zang;
en met afgehouwen handen, sneden zij de slagorde van de vijand af.
Door het vergieten van de machtige stroom van hun bloed
hebben zij de Kerk met vruchtbaar water gedrenkt,
om haar te doen groeien in Geloof
”.

tn.6.      Zij moesten strijden tegen wilde dieren, zij werden geslagen met
het zwaard, met haken uiteengerukt, en afgrijselijk verminkt.
Maar al werden de standvastige Martelaren verbrand in het alles verslindende vuur, en ook al werden hun ledematen ontwricht,toch
verduurden zij dit met onwankelbare moed, omdat zij opzagen naar
hun toekomstig lot, naar de stralende kroon in Christus’ Heerlijkheid.
En nu bidden zij met vrijmoedigheid tot Hem voor onze zielen
”.

tn.6.   Laat ons met heilige liederen hen prijzen, die aan alle
grenzen voor het Geloof hebben gestreden:
Apostelen, Martelaren, door God ontvlamde priesters, verlichte vrouwen:
want het aardse wet met het Hemelse verenigd, en
door hun lijden hebben zij door Christus’ Genade
de hartstocht-loosheid verkregen.
Nu schijnen zij over ons als stralende sterren, en
vrijmoedig smeken zij voor onze zielen
”.

            Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest

tn.6.    Goddelijk koor van de Martelaren, Grondslag van Zijn Kerk,
die werkelijk Christus’ woorden hebt volbracht; gij hebt de opengesperde muil van de hel gesloten, het vergieten van uw bloed heeft de afgodische plengoffers doen opdrogen; uw vermoording bracht een menigte gelovigen voort;
gij hebt zelfs de Hemelse Machten verwonderd doen staan.
Nu wordt gij gekroond voor God’s aangezicht; smeek zonder ophouden tot Hem
voor het behoud van onze zielen
”.

            Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN”.

tn.8. Ob.    De Koning van de Hemelen verscheen uit liefde tot
de mensen op aarde en wandelde onder de mensen, want uit
de reine Maagd vlees aangenomen hebbend, is Hij
uit haar voortgekomen als de Zoon, tweevoudig van natuur, maar één in Persoon.
Terwijl wij Hem verkondigen als volkomen God en volkomen mens, belijden wij Christus als onze God.
Smeek tot Hem, o Maagdelijke Moeder, om te redden onze zielen
”.

Apolytikion
tn.4.    Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid met
het bloed van Uw Martelaren als met byssos en purper; en
door hen roept tot U, Chrisus God:
‘Zend over Uw Volk Uw Barmhartigheid neer;
schenk Vrede aan Uw wereld, en aan onze zielen de grote Genade’
”.

Kondakion
tn.8. 
  Als eerstelingen-offer van de natuur offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal, de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe Vrede Uw Kerk, Uw woning onder
de mensen, en bescherm haar door de Moeder God’s Barmhartige
”.

    Het loon van de deemoed [de vreze des Heren] is
rijkdom
[ook al bezit je geen duit], eer en leven.
Dorens en strikken liggen op de weg van de verkeerde; wie
zichzelf wil bewaren, blijft daarvan ver verwijderd.
Oefent de kinderen volgens de eis van Zijn weg, ook
wanneer zij oud geworden zijn, zullen zij daarvan profiteren”.
Spreuken 22: 4,5,6