4e Zondag na Pinksteren – Geloof en Vertrouwen van de honderdman

Toen Hij nu Kapernaüm [= dorp van rust] binnenging, kwam een hoofdman tot Christus met een verzoek en zei:
‘Heer, mijn knecht ligt thuis, verlamd, met hevige pijn’.
Hij zei tot hem: ‘Zal Ik komen en hem genezen?’.
Doch de hoofdman antwoordde en zei:
‘Heer, ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn knecht zal herstellen. Want ik ben zelf een ondergeschikte met soldaten onder mij, en ik zeg tot de een: ‘Ga heen, en hij gaat heen, en tot een ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het’.
Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich en zei tot hen, die Hem volgden: ‘Voorwaar, zeg Ik u, bij niemand in Israel heb Ik een zo groot Geloof gevonden! Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Isaäc en Jaäcob in het Koninkrijk der  Hemelen; maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars’.
En Jezus zei tot de hoofdman:
‘Ga heen, u geschiede naar uw Geloof’.
En de knecht genas, juist op dat uur
Matth. 8: 5-13.

      Vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid.
Ik zeg dit van menselijk standpunt om de zwakheid van uw vlees. Want gelijk gij uw leden gesteld hebt ten dienste van de onreinheid en van de wetteloosheid tot wetteloosheid, zo stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging.
        Want toen jullie slaven waren van de zonde, waren jullie vrij van de Gerechtigheid.
Wat voor vrucht hadden jullie toen?
Dingen, waarover jullie je nu schamen; immers, het einde daarvan is de dood.
        Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven.
Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de Genade, Die God schenkt,
is het eeuwige Leven in Christus Jezus, onze Heer“ Rom.6: 18-23.

Nadat Christus iemand van z’n melaatsheid genezen had kwam er een vooraanstaand leider tot Hem met het verzoek ten behoeve van -een van z’n ondergeschikten- namelijk deze van z’n verlammingen en hevige pijnen te genezen.
Christus biedt dit deze persoon ook zeer welwillend aan, Hij immers door Zijn Vader tot de mensheid gezonden om hen te Verlossen.
Opvallend echter is dat iemand met een Romeinse identiteit van ‘n hoogstaand niveau zich tot Christus wendt en stelt: “dat Hij het niet waard is dat Christus onder z’n dak komt”, met andere woorden “He is sure to be not pure”, “Hij is overtuigd van zijn zondig bestaan en hij weet tevens dat “only rhymes [is identical to] with shore when he is wrangling his sheep”.
Hij legt z’n leven in God’s hand, openbaart onze Heer en Verlosser z’n weg en vertrouwt HemPsalm 36[37]: 5 , hetgeen je menig volgeling van Christus nog maar moet zien doen, óók in ònze tijd.
Stel uw vertrouwen op de Heer, uw God en Hij zal u er doorheen dragen, immers
Wie op de Heer vertrouwen zijn als de berg Sion; in eeuwigheid zal hij/zij niet wankelen, die woont in JeruzalemPsalm 124[125]: 1.
Yeroushalaïm [ירושלים] betekent “Stad van de Vrede“.
NB. Ook voor de moslims is Jeruzalem een heilige stad, onder meer omdat volgens de islamitische godsdienst de profeet Mohammed – in een wondere nachtreis – er op Buraq, een dier gelijkend op een ezel, vanuit Mekka naartoe is gereisd en vanaf de Tempelberg naar de hemelen is opgestegen. Een voetafdruk in de Rotskoepel [gebouwd 691-692] herinnert hieraan.

Er lopen nogal wat gelovigen in de Kerk rond, die het met zichzelf getroffen hebben en zich ronduit als verheven boven het volk beschouwen – kijk maar eens bij een gemeenschappelijk feest, wie zich naar de beste plaatsen aan tafel begeven. Helaas steekt datgene wat Christus afwijst onder de Farizeeën en Sadduceeën op dezelfde wijze in onze tijd de kop op; er zijn zelf christelijke groeperingen, die zich in hun geloofsbeleving boven de andere verheven hebben.
Zij willen dit ook duidelijk laten zien en streven er naar hun stroming overduidelijk ten toon te spreiden en hebben niet door dat zij zich daarmee op weg naar de afgrond begeven, het opent de deur naar de dood.
Zij zijn niet onverschillig ten opzichte van hun medebroeders – maar trekken vooral op met degenen, die tot hun niveau behoren.
Vele uiterlijk onverschillig lijkende ongelovigen zijn ook ten opzichte van anderen christelijke groeperingen loyaal en vermoedelijk zijn zíj de enig waarachtige volgelingen van Christus, die tot zijn Hemels Koninkrijk zijn uitverkoren. Zodra je in de waan mocht komen dat je het Hemels Koninkrijk al hebt bewerkt, dienen er allerlei alarmbellen bij je af te gaan.
Overigens ontmoet je op de levensweg groeperingen opgezet door handige mensen, die een slaatje weten te slaan uit de verkondiging en met veel opzien baren en bewust de publiciteit opzoeken; ze laten zich inhuren voor speciale programmadoeleinden en maken van het Christelijk Geloof een commercieel  evenement, waarmee zij een ziekelijke omgang ten toon spreiden. Ze beseffen niet dat onze Heer hier nu juist een hekel aan heeft.
Religieuze zelfgenoegzaamheid is een van de meest gevaarlijke zaken in het  geestelijk leven. De ascetische teksten spreken maar al te vaak over deze passie. Asceten hebben zich altijd in eenzaamheid teruggetrokken uit vrees dat de verleiding zij ten lange leste op het einde van hun leven in woord of gedachten, doen of laten zouden afdwalen van de deugd van de nederigheid.
De duivel treft de mens hier op het zwakke punt. Er zijn in de geschiedenis van de Kerk velen die geloven dat Engelen en gedoodverfde Heiligen de ondergang in werden getrokken nadat zij de hoogste hoogten hadden bereikt en zo in een onacceptabele toestand terecht kwamen.
Het auteursrecht van Heiligheid ligt bij onze Heer, Hij heeft als enige geleefd zonder te zondigen en wij zondaren zullen ontberingen ondergaan en door zware inspanningen ons hoofd boven water kunnen houden; dit is het enige wat wij in onze oren dienen te knopen.
Geestelijk zelfzucht is de zwaarste verzoeking voor iedereen, de kerkvaders benadrukken ons dit voortdurend. De essentie van het geestelijk leven berust op een zeer bescheiden nederig leven; dat is de Reden waarom de Heilige Silouan de Athoniet oproept: ”   “keep thy mind in Hell and despair not,”  waarachtige zondaars sterven voortdurend vanwege hun bewustzijn van zonde.
In de traditie van de Orthodoxe Kerk wordt derhalve het gebed van het hart, het Jezus gebed gebeden: ” “Heer, Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij, zondaar“. De voortdurende aanroep van de Heilige Naam,  verwarmt ons en doet het nieuwe leven van het hart ontstaan . . . [Arch. Zacharias Zaharou].
Geestelijk waakzaamheid berust niet op prestaties, maar op het beheersen van je persoonlijke zelfgenoegzaamheid.
Christus heeft daarnaast al eerder opgemerkt: “Elke dag heeft genoeg aan zichzelfMatth.6: 34b.
      Maakt u dan niet bezorgd, zeggend: ‘Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken van de heidenen uit. Want uw Hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeftMatth.6: 31-32.
De dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben;
elke dag heeft genoeg aan zijn eigen emoties.
Wij mensen zitten soms raar in elkaar
– terwijl onze omgeving ons gelukkig prijst – vanwege onze omstandigheden
kunnen wij persoonlijk ‘in zak en as zitten’ en ons zorgen maken over ‘nare dingen‘ die jezelf of familie zouden kunnen overkomen …
Op een gegeven moment wordt het zich zorgen maken niet alleen onproductief, maar ook ongezond. Piekeren kan uit te hand lopen en stress, angst, slaapgebrek en andere gezondheidsproblemen veroorzaken.
Elke keer wanneer er zorgen bij je opkomen, dien je voor jezelf een rust in te bouwen en behoor je als Christen je Genadegaven te tellen, je zegeningen.

Wanneer we er immers vanuit gaan dat Christus, onze Verlosser, het goede met ons voor heeft, is dit dus niet een aansporing om elke dag pessimistisch te zijn en om bedrukt ons leven te slijten.
Juist Hij roept ons hier op om in het „hier en nu‟ te leven.
Want deze tekst staat niet op zichzelf maar is het slotstuk van de hele tekst
Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”.
Indien we ons niet meer druk hoeven te maken over wat gisteren was
⁌ daar kunnen we toch niks meer aan veranderen-;
⁌ we kunnen wel alle zorgen en mistoestanden van gisteren overgedragen aan Hem  Die alle Macht heeft in de Hemelen en op aarde, dan mogen we die ook loslaten.
⁌ We behoeven ons dan ook niet meer bezorgd te maken over de dag van morgen, al kan die dag best heel spannend worden.
                 Christus zegt in dit zelfde hoofdstuk ook:
Daarom zeg Ik u: Wees niet bezorgd over uw leven,
over wat u eten en wat u drinken zult; ook niet over uw lichaam …,
uw Hemelse Vader voedt ze evenwel;
gaan jullie samen de vogels niet ver te boven?
”.
Zo wordt het leven toch een stuk lichter.
Er ontstaat ruimte voor onze dagelijkse zorgen, maar ook voor onze zorg taken.
En bovenal voor de relatie met onze Hemelse Vader.
Wat een liefdevolle Blijde Boodschap is ons in deze paar woorden gegeven.
Hieruit blijkt dat Hij echt de Heiland is. “Gaan jullie de vogels niet ver te boven?”.
Zo wordt het leven voor ons een stuk lichter.

A silhouette of a person riding a bike in front of the sun.

Dus stop met je zorgen maken over slechte dingen die jou of je familie kunnen overkomen.
In andere talen:
English: ‘Stop Worrying About Bad Things That Could Happen to You or Your Family’;
Deutsch: ‘Aufhören dir Sorgen darüber zu machen dass dir oder deiner Familie etwas zustoßen könnte’;
Français: ‘arrêter de s’inquiéter pour ce qui pourrait arriver’;
Español: ‘dejar de preocuparte por las cosas malas que podrían sucederte a ti o a tu familia, Bahasa’;
Português: ‘Parar de se Preocupar com Coisas Ruins que Poderiam Acontecer com Você ou sua Família’;
Italiano: ‘Smettere di Preoccuparti delle Cose Spiacevoli che Potrebbero Accadere a Te o alla Tua Famiglia’;
Grieks: ‘Σταματήστε να ανησυχείτε για τα κακά πράγματα που μπορεί να συμβούν σε εσάς ή την οικογένειά σας‘;
Arabisch:’ 
التوقف عن القلق بشأن الأشياء السيئة التي يمكن أن تحدث لك أو لعائلتك;
Russisch: ‘Прекратите беспокоиться о плохих вещах, которые могут случиться с вами или вашей семьей’;
Indonesia: ‘Berhenti Mengkhawatirkan Hal‐Hal Buruk yang Mungkin Menimpa Anda atau Keluarga’;
Tiếng Việt: Ngừng lo lắng về điều tồi tệ có thể xảy ra, 
العربيةالتوقف عن القلق بشأن أشياء سيئة يمكن أن تحدث لك أو لأسرتك한국어나와 가족에게 일어날 있는 좋은 일들에 대해 그만 걱정하는 ;
Chinees: [
中文]:不要擔心可能發生在您或您的家人身上的壞事.

De Apostel Paulus vult dit thema nog verder aan door te verkondigen:
stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging”.
Net als de machtige honderdman weet hij dat: “He is sure to be not pure” en
zeker niet ten opzichte van Christus, de Zoon van God en dat Deze onsde Blijde Boodschap brengt op aanwijzing van Zijn Vader, teneinde ons leven te veraangenamen in plaats van te verzuren.
Wij hebben God als heelmeester, nodig Die kennis van zaken heeft en ons bij kan sturen. Een goede heelmeester staat persoonlijk garant voor onze gezondheid.
Vertrouwen op God geeft een enorme zekerheid, je zult nooit teleurgesteld worden. We kunnen dan ook met een gerust hart ons leven in de hand van de Drie-ene God leggen.
Indien we via de Heilige Geest, van de Zoon vertrouwen op God, de Vader zal Hij uitvoeren: 
Leg je leven in God’s hand en vertrouwt op Hem,
zo openbaart onze Heer en Verlosser Z’n Weg
[God’s Blijde Boodschap]” Psalm 36[37]: 5.

Wij mensen bezitten een goddelijke oorsprong – die onlosmakelijk met ons verbonden is, waar we naar terug kunnen keren. Een thuisbasis, dat geldt met name voor onze geestelijke reis.
Ons verhaal van het leven is een bijzonder verhaal over het terugkeren naar onze goddelijke oorsprong.
De aanleiding daartoe wordt gevormd door het terugvinden van het ‘boek des Levens’ in de tempel van ons hart, het basale Leven.
Wanneer wij het kloppen van Onze Heer, Zijn oproep beantwoorden:
      Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U. Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren”.
Christus roept: “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth. 11: 26-30.

Wanneer je de Goddelijke roep in het Hart van de mens beantwoordt zul je het Leven vinden.
Dit antwoord op de Goddelijke oproep heeft tot op de huidige dag èlke ziel, die ook maar enige kennis aangaande het Leven uit God gehad heeft beziggehouden; dit vormt de grondslag van het menselijk Leven.
    Indien gij u dan Jood laat noemen, steunt op de Wet, u beroemt op God, Zijn Wil kent, weet te onderscheiden waarop het aankomt, daar jullie onderricht in de Wet geniet en u overtuigd houdt, dat jullie een leidsman van blinden zijt, een licht voor hen, die in duisternis zijn, een opvoeder van onverstandigen en een leermeester van onmondigen, daar jullie in de Wet de belichaming van de kennis en van de Waarheid bezit,
hoe nu, jullie, die een ander onderwijzen, onderwijzen jullie jezelf niet? Jullie,
  die prediken, dat men niet stelen mag, stelen jullie?
  die overspel verbieden, plegen jullie overspel?
  die gruwen van de afgoden, plegen jullie tempelroof?
  die jullie op de Wet beroemen, onteren jullie God door jullie overtreden van de Wet? Want de Naam van God wordt om jullie gelasterd onder de heidenenRom.2: 18- 24.
En vervolgens stelt de Apostel dat indien wij overtreders van de Wet zijn, wij door:
    De van nature onbesnedene [de heiden], doordat hij de [Goddelijke natuur-] Wet volbrengt, u oordelen die, hoewel in het bezit van letter en besnijdenis, een overtreder van de Wet zijt. 
Want niet hij is een Jood [een Gelovige], die het uiterlijk is en niet dat is besnijdenis [de doop] wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, maar hij is een Jood [een Gelovige], die  het in het verborgen is, en de [ware] besnijdenis [de doop] is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter.Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van GodRom.2: 27-29.
Getroffen in het hart horen wij onophoudelijk de roep van Christus en
bidden: “Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm u over mij, zondaar”.

Apolytikion     tn.3.
Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.3.
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij

Theotokion     tn3.
Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

4e Zondag na Pinksteren – juni 24e, Geboorte van de Heilige, Glorieuze Profeet en Voorloper Johannes, de Doper.

        Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het Woord geweest zijn, ben ook ik [Lucas,= lichtgevend] tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Theofilus [=vriend van God], opdat gij de betrouwbaarheid zoudt erkennen van de zaken, waarvan gij onderricht zijt.
        Er was in de dagen van Herodes [= heldhaftig], de koning van Judea [Jehoed (Aramees), het gebied van de stam van Juda [=geprezen], een priester, genaamd Zacharias [= De Heer herinnert Zich], behorende tot de afdeling van Abia [=mijn Vader is de Heer], en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron [=lichtbrenger] en haar naam was Elisabeth [= eed van God].
        Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk. En zij waren kinderloos, omdat Elisabeth onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen.
        En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor God verrichtte in de beurt van zijn afdeling, dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel van de Heer binnen te gaan en het reukoffer te brengen. En de gehele volksmenigte was buiten in gebed op het uur van het reukoffer.
        En hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar.
En Zacharias ontroerde bij dat gezicht, en vrees beving hem. Maar de engel zei tot hem: ‘Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabeth zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes [= de Heer, de genadige Gever heeft begunstigd] geven. En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor de Heer en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot van zijn moeder aan en velen van de kinderen van Israel [de Kerk] zal hij bekeren tot de Heer, hun God. En Hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de Kracht van Elia, om de harten van de Vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Heer een wel-toegerust Volk te bereiden’.
En Zacharias zei tot de engel: ‘Waaraan zal ik dit weten? Want ik ben een oud man en mijn vrouw is op hoge leeftijd gekomen’.
        En de engel antwoordde en zei tot hem: ‘Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze blijde mare [=bericht] te verkondigen. En zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken, tot de dag toe, dat deze dingen geschieden, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die op hun tijd in vervulling zullen gaan’.
En het volk stond op Zacharias te wachten en zij verwonderden zich, dat hij zo lang in de tempel vertoefde. Toen hij dan naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken en zij begrepen dat hij in de Tempel een gezicht gezien had. En hij wenkte hun toe en bleef stom.
        En het geschiedde, toen de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij vertrok naar zijn huis.
Na die dagen werd Elisabeth, zijn vrouw, zwanger, en zij verborg zich vijf maanden, want, zeide zij: ‘Aldus heeft de Heer aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij neerzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen.
. . . . .  Toen voor Elisabet de tijd vervuld was, dat zij baren zou, bracht zij een zoon ter wereld.
En haar buren en nabestaanden hoorden, dat de Heer zijn barmhartigheid aan haar had groot-gemaakt en zij verheugden zich met haar.
        En het geschiedde, toen de achtste dag was aangebroken, dat zij kwamen om het kind te besnijden, en zij wilden het naar de naam van zijn vader Zacharias noemen.
Doch zijn moeder antwoordde en zei: Neen, hij moet Johannes genoemd worden.
En zij zeiden tot haar: Er is toch niemand in uw familie, die die naam draagt.
En zij beduidden zijn vader, dat hij beslissen zou, hoe hij het kind genoemd wilde hebben.
En hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef deze woorden: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen.
        En terstond werd zijn mond geopend en zijn tong [losgemaakt], en hij sprak, God lovende.
En over allen, die in hun nabijheid woonden, kwam vrees, en in het gehele bergland van Judea werden al deze dingen besproken. En allen die het hoorden, namen het ter harte en zeiden: Wat zal er van dit kind worden? Want de hand des Heren was met hem.
En zijn vader Zacharias werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde, zeggende:
‘ Geloofd zij de Heer, de God van Israël [de Kerk], want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht.
. . . . .  En gij, kind, zult een profeet van de Allerhoogste heten; want gij zult uitgaan voor het aangezicht des Heren, om zijn wegen te bereiden, om aan Zijn Volk [de Kerk] te geven kennis van Heil in de vergeving van hun zonden, door de innerlijke barmhartigheid van onze God, waarmee de Opgang uit de hoogte naar ons zal omzien, om hen te beschijnen, die gezeten zijn in duisternis 
en schaduw des doods, om onze voeten te richten op de weg van de Vrede.
Het kind nu groeide op en werd gesterkt door de Geest. En hij vertoefde in de woestijnen tot op de dag, dat hij zich aan Israel vertoonde
Luc.1: 1-25, 57-68, 76-80.

    Want het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen van het Licht!
      Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd!
     Maar doet de Heer Jezus Christus aan [bekleed u met Christus] en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.
. . . . .  Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt?   Of hij staat of valt, gaat zijn eigen Heer aan.
Maar hij
[zij] zal [zullen] staande blijven, want
de Heer is bij Machte hem
[n] vast te doen staan” Rom.13:11b-14:4.

In navolging van het thema van de honderdman, welke zondag, de 24e juni van dit jaar, gevierd wordt blijkt ook hier onze Heer, de Genade-Schenker, Die ons Zijn volgelingen heeft begunstigd.

Johannes heeft de betekenis van ‘de Heer, de Genadige Gever’ heeft begunstigd en we komen er dus niet om heen ook volmondig te bevestigen dat de Heer ons staande doet blijven in ons Geloof en ons in staat blijft hardnekkig vast te houden aan ons Geloof.
Het Woord zegt: “u bent aan de wereld verslaafd geweest en dat doet het Woord, omdat het slechts wil, dat wij het Woord ter van onze zaligheid met een gewillig hart opnemen“.
En tegelijkertijd laat Christus, het Woord ons weten
dat daarmee uit de wereld ontslagen zijn en bevrijd zijn van de slavernij van zonde en
dat wij, die in de woestijn verblijven, temidden van die zogenoemde slavernij,
niet behoeven te denken: dat hebben we leuk gefikst, wij hebben ons van de zonde losgemaakt,
maar: “Gij zijt daarvan door Christus losgemaakt”.

➥ Wat hebben wij zelf gedaan, gepresteerd:
✓ Door de Doop in Christus hebben wij een anderen Heer aanvaard; en
deze Heer is God.
✓ Door ons over te geven, ons te laten onderdompelen in het Levend water heeft
onze Heer ons verlost, ons vrijgekocht, ons gerechtvaardigd, zodat de zonde
al haar rechten op ons verloren heeft; bij deze Heer staan wij Gelovigen, Die ons vertrouwen hebben gesteld op God in Zijn Gerechtigheid.
✓ Zoals wij ons voorheen aan de wereldse geest overgaven, hebben wij ons overgegeven aan God
en mogen wij ons verheugen op de redding in Zijn Naam.

Wij Gelovige Christenen zijn in de dienst gekomen van “de Gerechtigheid”;
dat betekent, dat  wijzelf zijn tot eigendom geworden van de Gerechtigheid;
van de Rechtvaardige, wij zijn in de dienst van God overgegaan, knechten, dienaren, slaven van God geworden.
Eindelijk gerechtigheid!” wordt wel gezegd, hetgeen een uitroep is wanneer iemand iets overkomt wat hem/haar naar redelijkheid al lang had dienen te overkomen.

H. Johannes de Doper, de stem van een roepende in de woestijn,the Voice in the desert La voix dans le désert, by James Tissot, Brooklyn Museum

De Genade van God voert de Heerschappij, door Gerechtigheid tot het eeuwige leven door Jezus Christus, onze Heer.
Christus heeft de mens niet zo Zalig gemaakt, dat de Wet daarbij toezicht zou dienen te houden; erop zou moeten toezien, hoe zij tot haar recht kwam,
òf dat de zonde daarbij de overhand zou kunnen verkrijgen.
  Toen Christus ons zalig maakte, door de dood te overwinnen,
toen was het eerste, wat Hij deed, dat Hij de Wet vervulde, vervolmaakte.
  Door vervulling van de Wet nam Hij de zonde uit ons midden weg;
daarvoor leed en stierf Hij als de tweede Mens;
daardoor bracht Hij een eeuwige Gerechtigheid teweeg en herstelde ons weer in de eeuwige Gerechtigheid in God.

Het feest van de Geboorte van de Heilige, Glorieuze Profeet en Voorloper Johannes, de Doper – houdt dus in dat er een aanvang wordt gemaakt met de Heils-geschiedenis.
Wij vrienden van God [-Theofili-] horen vandaag het begin van de verkondiging van een lichtdrager [-Lucas-], die alles wat de Apostelen hebben meegemaakt van meet af aan nauwkeurig heeft nagegaan, op volgorde heeft gezet en dit als de Blijde Boodschap voor ons opgeschreven heeft.

Dìt is nu onze zalige toestand; in onze Heer zijn wij met Gerechtigheid en Heiligheid bekleed; wij zijn vrij en los gekomen van de slavernij van de zonde en in de Zalige dienst van God overgegaan.
Dìt is onze Gerechtigheid uit God, en onze Gerechtigheid in de Heer, Die onze Gerechtigheid is.
Nu bezitten wij nog onze leden, de leden van het lichaam, waarmee de zonde ten uitvoer gebracht wordt; – met de ogen ziet men, en de begeerte komt op; met de oren hoort men, en men gehoorzaamt aan de lust; met de voeten betreedt men de verbodene wegen, met de handen grijpt men naar de verbodene dingen.

Wij maken ons nog bezorgd, dat de leden niet met onze geest méé vóórtwillen;
daarom, denken wij, dienen wij bij de Genade de Wet er tòch óók bij te betrekken, teneinde deze leden te beteugelen, ze misschien wel uit- en af te houwen.
Maar Paulus zegt ons: “Dat is de verkeerde weg !!!“.
Op die wijze hebt u het weleer gedaan, en zo doet u het ook nog heden; maar
wat komt daaruit voort?
Dit, dat gij, ondanks alle poging en inspanning,
om  rein en met de Wet in overeenstemming te zijn,
uw leden van de onreinheid en van de ongerechtigheid ten dienste stelt,
om onder het voorwendsel van Liefde tot de Wet u van de Wet te ontslaan en
in het geheel niet meer naar de Wet te vragen; ja,
om er u door te slaan met een gestolen troost zonder waarachtige rust.

Op de weg, waarop u het tot dusver gezocht hebt, hebt u niets anders gevonden, dan wáárover u uzelf schaamt, en wáárvan het einde de dood is.
Zoals jullie in Christus Jezus voor God in Gerechtigheid zijt gesteld,
zo hebt jullie ook je leden, uw zondige en zondigende leden van de Gerechtigheid dienstbaar gesteld!
Ga je die weg, dan zul je wèl ervaren, wat “onze Heer” zal veroorzaken.
De kinderen van Israël werden gereinigd en geheiligd en gerechtvaardigd in
het bloed van de [geslachte] lammeren, en werden zo verzoend en rein verklaard; hoeveel te méér zal de Gerechtigheid, waarin u in Christus Jezus voor God gesteld zijt, deze vrucht van Zich geven, dat uw leden zich bewegen zullen overeenkomstig deze zaligen toestand van de dienst Gods, waarin
u opgenomen zijt in de gekruisigde Christus Jezus, onze Heer.
Wanneer wij dus het woord “Gerechtigheid” hier goed verstaan, en als vanzelfsprekend Heiliging verwachten, zo zal het ons al duidelijker worden, wat de Apostel bewezen heeft, dat, de vermaning van de Apostel geenszins naar een Wet terugleidt, Die wij zouden dienen te volbrengen, maar dat wij gered zijn in de Heer, waarop gezegd wordt “ Mijn Genade is jullie genoeg”.
Het Genadige Heil is ons nu méér nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar -in deze woestijn- wandelen,
–  niet in brasserijen en drinkgelagen,
–  niet in wellust en losbandigheid,
–  niet in twist en nijd!

     Maar wij die ‘ons’ door Genade bekleed hebben met Christus en geen zorg schenken aan het vlees, zodat valse begeerten worden opgewekt en gaan onbezorgd de Zalige Toekomst van het Koninkrijk der Hemelen tegemoet, wat wij ook zullen tegenkomen.
Voorwaarts en niet vergeten!

5e Irmos     tn.4. uit de Metten [Orthros]
Nu zal ik opstaan, heeft God door de Profeet gezegd;
nu wil Ik Mij verheffen; nu word Ik verHeerlijkt,
want Ik heb op Mij genomen de gevallen mens,
en deze daardoor opgeheven tot
het wonderbare Licht van Mijn Godheid
”.

Heden is de Grootste van de Predikers ter wereld gebracht:
de stem die met de tong van de Geest aan allen de Zoon der Maagd verkondigt,
Die uit de Hemel zal neerdalen in ons menselijk lichaam.
De Heer heeft u tot Christus’ ware Lamp gemaakt,
die allen verlicht door de verkondiging van het Woord, de Zoon van God
”.

Het heelal stond vol verbazing om uw van-God-geschonken Heerlijkheid:
want gij, die in het huwelijk Maagd gebleven zijt, draagt in Uw schoot God,
Die alles te boven gaat, en hebt geboren de Zoon Die is boven alle tijd.
Schenk aan de u prijzenden de heilige Vrede

De zo zwak geworden menselijke natuur is weer sterk gemaakt om
de goede Vrucht te kunnen dragen, door  Uw Geboorte uit de onvruchtbare schoot, die het Leven verkondigt aan de sterflijken, alom geroemde Voorloper.
Als een ondoofbare Lamp verkondigt Gij de Zon der Heerlijkheid, Die zal opgaan uit de Maagd, om over de gehele mensheid te schijnen als het Licht van de Genade
”.

Theotokion
De praatzieke tongen van de goddeloosheid worden gebonden, maar
onze monden worden wijd geopend om de Heerlijkheid te doen horen van de Komst van de God van het Heelal, Die de Voorloper heden zo helder doet weerklinken over de aarde.
Op profetische wijze verkondigde Elisabeth Uw Heerlijkheid, toen zij vol vreugde de grote dingen verhaalde over uw Goddelijk Kind, Al-Reine;
want Gij zijt de blijdschap en de trots van ons allen
”.


Kondakion     tn.3.
    Zij die onvruchtbaar was, baart heden de Voorloper van Christus.
Hij is de vervulling van alle profetieën:
want toen hij Hem, Die de Profeten hadden verkondigd,
in de Jordaan met de hand aanraakte,
toonde hij zich als Profeet,
verkondiger en Voorloper van het Goddelijke Woord
”.

Apolytikion     tn.2. uit Goddelijke Liturgie
    Het aandenken der Gerechten wordt gevierd met hymnen.
Maar gij hebt het getuigenis des Heren, o Voorloper,
want gij zijt in waarheid de grootste der Profeten,
omdat Gij Hem, Die gij gepredikt had, mocht dopen in de wateren.
Nadat gij gestreden had voor de Waarheid,
hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de hades:
dat God in het vlees is verschenen,
om de zonden van de wereld weg te nemen
en ons de grote ontferming te schenken
”.

Kondakion     tn.3.
  God’s Profeet en Voorloper der Genade:
Johannes, geboren uit de onvruchtbare,
is de vervulling van alle profetieën.
Want toen hij Hem, Die de Profeten hadden verkondigd,
in de Jordaan met de hand aanraakte,
toonde hij zich als Profeet,
verkondiger en Voorloper van het Goddelijke Woord
”.

Theotokion     tn.2.
Door U hebben wij deel gekregen aan de goddelijke natuur,
altijd-maagdelijke Moeder God’s:
want gij hebt God in het vlees gebaard.
daarom zijn wij allen, zoals het past u vroom verheffen
”.

Prokimen     tn.7.
  De Rechtvaardige zal zich verblijden in de Heer
en op Hem vertrouwen” [refr]

– “  God, verhoor mijn gebed wanneer ik mij tot U richt;
maak mijn ziel vrij van vrees voor de vijand”

– “  Beschut mij tegen de samenzwering der booswichten; tegen de menigte van hen, die onrecht bedrijven”.

Alleluia
– “ De Gerechte zal bloeien als een palmboom;
als een ceder van de Libanon zal hij uitgroeien”.
– “ Zij worden geplant in het huis des Heren
en zullen bloeien in de voorhoven van onze God”.

3e Zondag na Pinksteren – de Heilige Nieuwe Martelaren onder de Ottomanen

de wereld, door de ogen van een theoloog

      De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn.
     Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!
Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen en Mammon.
        Daarom zeg Ik u:
Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of drinken, of over uw lichaam, waarmee gij het zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?
        Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven?
        Wie van u kan door bezorgd te zijn een el aan zijn lengte toevoegen?
        En wat zijt gij bezorgd over kleding? Let op de leliën van het veld, hoe zij groeien: zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze.
        Indien nu God het gras van het veld, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?
Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft.
        Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken wordenMatth.6: 22-33.

      Wij dan, gerechtvaardigd uit het Geloof, hebben Vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door Wie wij ook de toegang hebben verkregen in het Geloof tot deze Genade, waarin wij staan, en roemen in de Hoop op de Heerlijkheid in God.
        En niet alleen [hierin], maar wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding beproefd worden, en het beproefd worden Hoop; en de Hoop maakt niet beschaamd, omdat de Liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is, zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te zijner tijd voor goddelozen is gestorven.
       Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven – maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven?
       God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
       Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.
       Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeftRom.5: 1-10.

Het Ottomaanse rijk
De troepen van moslimleider Mohammed II namen op 29 mei 1453 de grote stad Constantinople in; hoewel orthodoxe christenen al meer dan 1000 jaar hadden aangenomen dat het Byzantijns Christelijk Rijk zou blijven bestaan.
Zij hadden hun stad altijd de ‘door God beschermde stad’ genoemd en inderdaad tot dan toe was de stad beschermd gebleven ondanks de aanvallen van de zijde van zowel Russische als de troepen van de stad Venetië, welke tot op de dag van vandaag pronken met de kunstwerken van Byzantijnse grootmeesters.
Maar toe hun keizer, Constantijn XI, ten val kwam, werd de heilige stad van Byzantium de hoofdstad van een nieuw rijk, het Ottomaanse Rijk, geregeerd door een heidens volk, vijanden van Christus en het christendom, de moslims. In dat deel van de wereld viel er op dat moment een duistere wolk over de orthodoxe christenen.
In hun overweldigende haat tegen het christendom, aangewakkerd door de misdaden van de Latijnse Kruisridders, operaties die door christelijk Europa in de middeleeuwen werden gehouden, begonnen de moslim-Turken aan een vervolgingsoperatie die tot doel had om de kudde van Christus effectief aan banden te leggen.
Hun strategie was niet minder wreed dan die van andere atheïstische fascisten, die in de huidige samenleving, God noch gebod kennen, om hun macht ten toon te spreiden; de parallellen met de huidige Islamitische staat zijn opvallend.
De meeste kerken en kunstwerken herinnerend aan de historie van vroegere tijden werden vernietigd, enige kerken, die wel van nut konden zijn werden omgebouwd tot moskeeën, zoals het majestueus bouwwerk de Hagia Sophia in Constantinopel. Net zoals in latere periode Petersburg werd veranderd in Leningrad werd de naam van Constantinopel verandert in Istanbul – dictators zijn weinig orgineel.
Hun verplaatsbare iconen werden vernietigd en hele muren van inspirerende en stralende mozaïeken werden bedekt met verf of gips. Kruisen werden van de koepels verwijderd en verwisseld door Moslim symbolen. De schoonheid van de Hagia Sophia werd verkracht door er minaretten bij te bouwen als speren ten teken van hun snoeimessen tegen al wat in hun nabijheid kwam.

stromende bloed rond de Turkse vlag

In 330 na Chr. wijdde keizer Constantijn de stad Constantinopel toe aan de Theotokos en hij voegde een ster toe aan de beginnende halve maan, die al het symbool van de stad was. Toen de Turken de stad veroverden, her-noemden zij deze stad tot Istanbul. Zij namen het bestaande symbool van de halve maan met daarin de ster en veranderden het zo tot een Islamitisch symbool. Het Rode Kruis gebruikt in Islamitische landen de rode halve maan op een witte achtergrond als alternatief voor het rode kruis symbool.

Strikt genomen kent de Islam geen symbolen, in tegenstelling tot veel andere culturen mogen de moslims helemaal geen beeltenis maken van Allah [Arab. God] of van zijn profeet Mohammed; zij mogen zich enkel bedienen van teksten, zoals ‘God zij geprezen’[Subhan-Allah], ‘eer aan God’[Alhamdulillah] en ‘God is groot’ [Allãhu Akbar].

De moslims garandeerden christenen een definitieve plaats in de Turkse samenleving; maar dit betekende een zwaar ondergeschikte, een plaats van gegarandeerde minderwaardigheid. Orthodoxe Christenen dienden naast hun de normaal bestaande lasten – jaarlijks een hoofdbelasting betalen, zoals het afstaan van vee. Voor de Turken zijn het ongelovigen en ze hadden absoluut geen burgerrechten – zij dienden zelfs opvallende kleding [jurken] te dragen, waardoor zij van verre herkenbaar waren. Zij konden niet met moslims trouwen, noch mochten zij zich bezighouden met verkondiging op welke manier ook, niet in woord, niet in geschriften radio of van welke aard dan ook. In feite werd het als een misdaad beschouwd, gewoonlijk bestraft met de dood, om een moslim tot het christelijk geloof te bekeren. Nog steeds is het zo dat wanneer een moslim zich tot het Christendom bekeert, hij/zij zich het leven in de waagschaal stelt – de familie-eer dient gered te worden en er is geen ander pardon, dan de dood.
Alsof deze maatregelen nog niet genoeg waren, namen de moslims actief de leiding over van de kerkgemeenschap in hun contreien. De sultan beschouwde zichzelf ironisch genoeg als de ‘beschermer’ van de Orthodoxie, zogenaamd het voortbestaan van de kerk garanderend, maar het was feitelijk een vreselijke wurggreep, waarmee het christendom in de ban werd gehouden.  In dit systeem deinde elke patriarch een stevige vergoeding aan de Sultan te betalen alvorens hij kon worden toegelaten tot de patriarchale troon.

het bloed van Martelaren

De patriarch is/was niet in staat om het geld bij zijn toch al uitgebuite gelovigen te halen, aldus wordt/werd hij genoodzaakt een vergoeding op te eisen van elke nieuwe bisschop voordat hij hem in z’n bisdom installeert en deze verhaalt deze last uiteraard weer op z’n kudde gelovigen.
Door gebruik te maken van deze lucratieve handelspartner, dwingen/dwongen de Turken tot de  aanstelling van oude patriarchen, zodat er met een buitensporige snelheid nieuwe en herverkiezingen dienden plaats te vinden. De Turkse overheid dient de kandidaat voor het Patriarchaal Constantinopel nog steeds goed te keuren.
De meeste sultans waren zieke, door demonen geteisterde mannen, wiens irrationele heerschappij en ongebreidelde macht alleen maar de demorali-serende uitwerking van de Turkse heerschappij op de Kerk versterkten.

Niet zonder reden merkte een 17e eeuws handelaar in Istanbul op: “Elke goede Christen behoort met droefheid te overwegen zich aan dit regiem over te geven [moslim te worden] teneinde de eens zo glorieuze kerk te aanschouwen, die haar ingewanden scheurt en uitdeelt en hen als voedsel aan de gieren en de kraaien geeft”.
Stilzwijgend zijn heel wat families zich onder deze druk en ter verkrijging van privileges, zoals brood op de plank via een overheidsaanstelling, onder deze druk bezweken. Zo kom je in Turkije nog veel verlaten kerkjes tegen, die slechts uit toeristisch oogpunt nog overeind staan.  Het doel van de Orthodoxie in het Ottomaanse Rijk is simpelweg nog steeds een kwestie van overleven.
Ze konden er weinig van weten, in 1453, dat het zwaard van de Islam niet voor een generatie of twee, maar voor méér dan 500 jaar, tot an de dag van vandaag, al bijna zes ontzettend lange eeuwen van duisternis en moeilijkheden zou opleveren.

icoon van de Martelaren van Batak 1876 [Bulg.], de vergeten genocide!

Armeniërs, Bulgaren, Serviërs kunnen u hier heden-ten-dage nog veel meer van vertellen, maar vergeet deze tijd niet -president Erdogan- valt -met steun van een oud KGB-strijder -uit Moskou- zonder pardon de Koerden in Syrië aan en de wereld kijkt toe.
Maar zelfs onder dergelijke verwoestende omstandigheden laat God het ‘Licht van Christus’ niet onder hen uitdoven; zo goed en kwaad als het kan weet de Kerk zich in het midden en verre  oosten nog staande te houden; hoe? – door stilzwijgend de situatie te aanvaarden en de duivelse heersers hun zin te geven.

➥ Tot op de dag van vandaag verwijzen de ‘Nieuwe Martelaren’ op de Orthodoxe kalender van heiligen naar slachtoffers, die steeds maar opnieuw lijden vanwege hun Geloof onder het Ottomaanse juk. Hun leven is veelal niet bekend en toch vormen zij een -nog steeds niet afgesloten- rij van slachtoffers welke onder dit regiem vallen.

‘Servische actie’ Arch. Habakuk & Martelaren, 1815

⁌ Tot op de dag van vandaag blijkt het politiek systeem in Turkije af te wijken van de Joods- christelijke waarden en normen, zet het oude onmenselijk regiem openlijk zijn aloude gedrag voort – “voor degenen, die dit gedrag volhouden is geen weg onbegaanbaar” – de enige weg, die christenen overblijft is accepteren òf ten onder gaan.
Voor de westerse samenleving welke toch voornamelijk gebaseerd is op Joods-Christelijke principes dienen we -ook wat de politieke houding aangaat- ons niet te laten knevelen en waakzaam te blijven en ons niet laten verleiden tot gelijksoortige tegenacties.
Er zijn in het verleden vele beloningen gegeven in de vorm van geldelijk gewin en privileges aan die christenen die zich tot de moslimgodsdienst zouden bekeren.

Balkan oorlog 1878-79

Onze westerse maatschappij laat zich nòg àl te gemakkelijk verleiden door geldelijk gewin – je kunt uit de handel mèt een ‘dergelijke grote‘ groep mensen immers veelvuldig geldelijk gewin halen, wat hun waarden en normen aangaat – kijk je gewoon de andere kant op.
Wij, westerlingen, dienen ons echter absoluut geen zand in de ogen te laten strooien; ons hiervan te distantiëren – dit soort praktijken uit de weg te gaan.
Vele Christenen leven momenteel dagelijks nog in angst en beven, gaan nog steeds de Koninklijke  strijd aan met dit kamp van de tegenstander [de duivel] en handhaven in ‘het midden- en verre oosten’ nog steeds moedig -als strijdvaandel het Kruis van Christus- doordrongen van de heilige strijd het Christendom in de oorspronkelijke landen te handhaven, doorstaan zij verschrikkelijke martelingen. De overwinning van de martelaren wordt echter alleen vanuit een buitenaards perspectief begrepen, want zij bewaren diep in hun hart de worden van de Blijde Boodschap:
“            Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden.
              Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?
               Want de Zoon des mensen zal komen in de Heerlijkheid van Zijn Vader, met zijn engelen, en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn dadenMatth.15: 25-27

Een goede stellingname blijkt heden heden ten dage nog steeds te zijn:
Mensen gaan veelal voor direct resultaat, bevrediging van verlangens en gevoelens, dat toch maar bereiken – maar blijken zichzelf toch onderweg te verliezen”.
Christus is daar diep bezorgd over:
Hij wil ons het Eeuwige Leven geven, dàt is het Enige wat ons tot in het Koninkrijk der Hemelen overblijft”.
Daartoe roept Hij ons achter Zich, zoals Hij Petrus deed: “Ga verre van Mij, jij satan”, want wij hebben een ziel te verliezen en dat wil Hij niet.

Beeld van het Leven

Zorgen voor je ziel betekent, dat je de weg gaat achter Christus aan.
Dat is de weg van de radicale overgave van je zelf [ -je ziel, je leven- ] omwille van de blijde Boodschap.
Het is de bereidheid alles, ook je eigenste wezen, in te leveren om Christus te winnen.
De mens staat eerst dàn centraal wanneer z’n ziel opnieuw de hoofdnorm wordt van het menselijk bestaan.
Ofwel: ‘Christus wordt mijn leven!‘;
In Hem heb ik een wereld te winnen‘;
een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde.

Apolytikion     tn.2
Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U“.

Kondakion     tn.2
Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion     tn.2
Onbegrijpelijk en hoog-Heerliik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.

Kondakion     tn.8. van de Martelaren
”  Als het eerstelingen-offer der natuur,
offert de wereld U,
de Heer en Schepper van het heelal,
de God-dragende Martelaren.
Bewaar om hun gebeden Uw Kerk in diepe Vrede,
door de Moeder Gods, Barmhartige“.

De achtergrond van het extreem geweld en het opkomend politieke Appèl tot herstel van het Ottomaanse Rijk


1.]. Het Islamitische Geloof
Bovenstaand Ottomaanse Rijk begon met een Turkse stam in Centraal-Azië en was een islamitisch rijk dat gesticht werd door de Oguz Turken onder Osman Het kan beschouwd worden als de opvolger van het Seltsjoekse sultanaat Rûm. De komst van de Turken uit  Centraal-Azië naar het Midden-Oosten voltrok zich in twee grote migratiegolven.
Tijdens de eerste golf aan het einde van de tiende eeuw stak een groot deel van de Turkse Oghuznomaden de rivier de Oxus over en trok verder tot  Khorasan [het huidige Iran] en  Azerbeidzjan. Onderweg naar het westen bekeerde een groot deel van deze Oghuzstammen zich tot de islam. Vanuit Khorasan bouwden deze Turkse nomaden in de elfde eeuw het grote  Seltsjoekenrijk op. De Seltsjoeken brachten nieuwe politieke stabiliteit in de verdeelde middeleeuwse moslimwereld en beheersten een uitgestrekt gebied van de Hindoekoesj tot in Anatolië. Deze Seltsjoeken raakten in conflict met het Byzantijnse Rijk. Met de Slag bij Manzikert begon in 1071 een reeks Byzantijns-Seltsjoekse oorlogen, die ertoe leidden dat rond 1290 het Byzantijnse Rijk als belangrijke macht in Anatolië had afgedaan. Dit opende de weg voor de Turkse volkeren om zich in Anatolië te vestigen.

          Met de neergang van het sultanaat van Rûm [± 1300] ontstond in Anatolië een groot aantal kleine onafhankelijke staten, de zogenaamde Ghazi-emiraten of beiliks. Het Byzantijnse Rijk was inmiddels ernstig verzwakt en had het grootste gedeelte van Anatolië verloren aan tien verschillende Ghaziprinsdommen. Een prinsdom in het noordwesten van Anatolië werd vanaf circa 1280 geleid door Osman I, zoon van Ertuğrul. Osman Beg was met zijn onmiddellijke voorouders naar Anatolië gekomen tijdens de tweede grote Turkse migratiegolf in de vroege dertiende eeuw, onder druk van de veroveringstochten van de Mongolen onder leiding van Dzjengis Khan. Oorspronkelijk behoorden de Osmanen ook tot de Oğuzen. Osman Beg verplaatste zijn hoofdstad van Söğüt naar Bursa.
De migratie van de Turkse nomaden naar westelijk Anatolië, op de vlucht voor de Mongoolse invallen, was een belangrijke factor in de Ottomaanse staatsvorming. Met de overwinning op een Byzantijns leger in 1302 in de Slag bij Bapheus slaagde hij erin om een onafhankelijke politieke eenheid te creëren. Hiermee kreeg Osman een grote reputatie als Gazi-krijger en groeide hij uit tot een charismatische leider die steeds meer volgelingen aantrok. Osman Gazi bracht meerdere gemeenschappen van Turkmeense nomadische krijgers en van ex-Byzantijnse gouverneurs, zoals onder andere Köse Mihal [‘baard-loze Michael’], onder zijn vaandel samen.
Naast veroveringen ging Osman allianties aan met de naburige Byzantijnse gouverneurs om zijn invloedssfeer uit te breiden. Hij verenigde de afzonderlijke rijkjes en bouwde nieuwe netwerken op via handelsbetrekkingen en strategische huwelijken. Met name in de 15e en 18e eeuw zijn verschillende Grieken in de Byzantijnse gebieden bekeerd tot de islam. Andersom werd er weinig opening geboden aangezien de extreme reactie en de verdediging van de bloedverwantschap vele Islamieten de overgang naar het christendom met de dood hebben moeten bekopen.

2.]. Ontstaan van de Islam

Islamitische expansie van aan de Middellandse Zee [7e-8e eeuw]

Sinds 610 verspreidde zich eerst de islam over de wereld, beginnende met Mohammed, die volgens de islamitische Traditie een Openbaring van God kreeg. Als gevolg van de handels-contacten met andere volkeren, zoals de joden, de Byzantijnen en Abessijnse christenen, alsmede de Perzische zoroastristen, hadden de Arabieren reeds kennis genomen van verschillende  monotheïstische godsdiensten. Zelf waren de Arabieren in Mekka henotheïstisch, dat wil zeggen dat ze meerdere goden aanbaden, waarvan er wel één als oppergod werd beschouwd.

de profeet Mohammed [± 570-632]

Hoewel het geboortejaar van Mohammed niet met zekerheid kan worden vastgesteld, gaat men ervan uit dat hij geboren is rond 571. Overeenkomstig de islamitische traditie, verklaart Mohammed op 40-jarige leeftijd in het jaar 611, openbaringen van God via de engel Gabriël te hebben ontvangen. Na eerst beangstigd te zijn, Mohammed vreesde aanvankelijk zelfs dat hij bezeten was door een boze geest, verkondigde hij daarna de boodschap van het monotheïsme. In de 23 jaar die volgde, openbaarde God volgens de islamitische opvattingen de boodschappen die hij gefaseerd [al-tandjim] zou hebben ontvangen en die later zijn opgetekend in de Koran, hetgeen is afgeleid van het werkwoord qara’a [=‘reciteren’].
Omstreeks 613 begon Mohammed in het openbaar zijn leer te verkondigen, waarbij de eerste bekeerlingen waren volgens de overlevering zijn vrouw Khadija, de vrijgelaten slaaf Zaid ibn Haritha, het kind Ali en de in aanzien staande Aboe Bakr, trouw bondgenoot en schoonvader van Mohammed.
          Al gauw ontstond er een sterke weerstand tegen Mohammeds boodschap. De ‘overgave aan de ene God‘ was niet alleen een nieuw begrip voor de zelf fier ervaren Arabieren, de inwoners van Mekka  vreesden vooral dat hij hun bron van inkomsten, de cultische verering van zo’n 360 goden in de Kaäba, zou ondermijnen. Bovendien vreesden de toenmalige plaatselijke machthebbers voor hun eigen godsdiensten, hun gezag over Mekka en voor de pelgrimsindustrie.
Er werd zoveel gedreigd, gehinderd, vervolgd en gemarteld, dat Mohammed in 615 enige van zijn  volgelingen adviseerde naar het christelijke Abessinië te vluchten.
In 619 overleed zijn eerste vrouw Khadidja en daarna zijn geliefde oom Aboe Talib. Als gevolg van het overlijden van zijn invloedrijke schoonvader werd Mohammed niet langer  beschermd en kreeg hij opdracht van God uit Mekka weg te gaan.

oude afbeelding Madīnah

          Yathrib, [= Medinah (Madīnah)] ongeveer 350 km ten noorden van Mekka, wilde hem graag ontvangen. De machtigen van het dorp vertelden hem over de ongelijkheid in Yathrib. Ze beweerden dat wanneer de Islam het gezamenlijke geloof werd, het beter zou gaan met het dorp Yathrib, welke later uitgroeide tot de stad Medina. De afvaardiging van de gezanten naar Yathrib noemt men de Hadj.
Mohammed maakte in 622 met z’n schoonvader Aboe Bakr de lange reis, die bekendstaat als het jaar van de verhuizing, de Hidjra. De stad Yathrib werd vanaf toen Medinat al-Nabi genoemd, de ‘stad van de profeet‘. Deze voor moslims belangrijke gebeurtenis markeert het begin van de islamitische jaartelling.
          Echter, in tegenstelling tot sommige oriëntalisten, veranderde Mohammeds boodschap niet: dat hij het Zegel der Profeten en de laatste profeet was, gekomen voor de gehele mensheid, de boodschap die Mohammed reeds in Mekka verkondigd had. Ayat zoals En de meeste mensen willen niet geloven zelfs al wens je het vurig. Gij vraagt er hun geen beloning voor. Het is niets dan een vermaning aan alle werelden. [soera Jozef 103-104] en En Wij hebben u (Mohammed) slechts als genade voor de werelden gezonden. [soera De Profeten 107] zijn Mekkaans. Het is dus ten onrechte dat soms gedacht werd dat Mohammed deze boodschap pas ging verkondigen na de successen in Medina. De enige aya met eenzelfde strekking die in Medina werd geopenbaard is soera De Partijscharen [40], Mohammed is niet de vader van een uwer mannen, maar de boodschapper van God en het zegel der profeten; God heeft kennis van alle dingen, waarmee het eerder in Mekka gestelde slechts bevestigd werd.
Het zogenoemde Verdrag van Medina werd in 622 door de verschillende partijen in Medina bevestigd. Het legt daarmee een blauwdruk van de eerste islamitische samenleving. Het legt formeel vast dat Mohammed een verbond aangaat met de Arabische en joodse stammen van Medina. De diverse stammen van de oase zouden hun oude vijandschap begraven en als het ware een nieuwe superstam vormen. De moslims en de joden dienden vredig naast de heidenen van Medina te wonen. God was het hoofd van de gemeenschap en alle stammen vormden de oemma. Zij die geen moslim zijn of zich niet bekeren kunnen in Medina blijven wonen, zolang zij niet samenspannen met de Qoeraisj uit Mekka.

De traditionele Arabische cultuur zoals de familie-eer, persoonlijke trots en trouw aan de clan werden binnen de jonge moslimgemeenschap veranderd; gelijkwaardigheid van afkomst, een goede behandeling van wezen en trouw aan de islam namen hun plaats over. Hoewel tot op de dag van vandaag de traditionele, Arabische cultuur nog steeds een rol in het sociale leven speelt.

3.]. gebruik van extreem geweld

Islam – Hamza and Ali voerden de Moslims aan te Badr

Arabische stammen waren van oudsher gewend om op z’n tijd karavanen van andere Arabieren en andere doortrekkende kooplieden te overvallen. Deze expedities [Arabisch: غزوة (vermoedelijk razzia)] waren algemeen geaccepteerd behalve in de ‘heilige maand’ rajab waarbij een ‘wapenstilstand’ gold.
Een jaar na zijn entree in Medina organiseerde Mohammed de eerste expeditie, naar Waddan en Abwa, op zoek naar een karavaan van zijn voormalige stadsgenoten, maar keerde onverrichter zake terug. Een tweede tocht naar Bowat bleef eveneens zonder resultaat.
Bij de derde expeditie hoopte Mohammed een rijke karavaan van Mekka naar Syrië bij Osheira te onderscheppen, maar kwam te laat. Mohammed sloot hierbij verdragen met enkele lokale stammen. Net een week terug in Medina trok Mohammed er opnieuw op uit, ditmaal om veedieven van de Fihri-stam te achtervolgen. Hij kwam tot in de vallei van Safwan maar wist daar geen overwinning te behalen. Drie expedities hierna, niet persoonlijk geleid door Mohammed, bleven ook zonder resultaat.
Vervolgens stuurde Mohammed Abdallah ibn-Jahsh met een kleine groep moslims naar Nakhla om daar een kleine onbeschermde karavaan van de Qoeraisj te overvallen. Dit gebeurde in radjab, de heilige maand voor de moslims, maar tevens voor de ongelovige Arabieren.
                                  In deze periode waren alle vijandelijkheden strikt verboden. De moslims hadden succes bij de overval en brachten de buit mee naar Medina. Het schenden van de heilige maand werd verantwoord in Soera De Koe 217, waarin uitgelegd wordt dat het schenden van een heilige maand een zonde is, maar de toegang weigeren tot de Kaäba (zoals de Mekkanen deden) een grotere zonde is.

Veldslag bij Badr [Arabic: غزوة بدر , uitgevochten op Dinsdag, 13 Maart 624]

                                  Kort hierna deed zich opnieuw de mogelijkheid voor een karavaan te onderscheppen, namelijk die van Abu Sofyan die terugkeerde uit Syrië naar Mekka. Mohammed kon volgens biograaf Ibn Ishaq beschikken over een leger van ruim 300 man.
De moslims misten weliswaar de karavaan zelf, maar troffen wel het Mekkaanse leger dat gestuurd was om de karavaan te beschermen. Deze Slag bij Badr liep uit op een klinkende overwinning voor de moslims, die hierbij niet alleen veel kamelen, wapens en leer buitmaakten, maar ook nog losgeld voor krijgsgevangen Mekkaanse soldaten opstreken.
Na deze succesvolle expeditie zouden er tijdens het leven van Mohammed nog tientallen volgen, waaronder de Slag bij Khaybar. Enkele jaren na de hidjra vochten de inwoners van Mekka en die van Medina twee slagen uit, de Slag bij Badr en de Slag bij Uhud. Uiteindelijk namen de moslims in 630 Mekka in. Persoonlijk smeet Mohammed de afgodsbeelden in de Kaäba kapot. Als overwinnaar stelde hij zich coulant op, zodat hij toch veel inwoners van Mekka voor zich wist in te nemen. Velen bekeerden zich tot de islam.

Tijdens Mohammeds leiderschap werd het grootste deel van het Arabisch Schiereiland vrij snel onder islamitisch bestuur gebracht, voornamelijk doordat Mohammed de verschillende stammen door militaire campagnes wist te verenigen.
De krachtige persoonlijkheid van Mohammed trok de bewoners van het Arabisch Schiereiland aan. Ook door zijn beloften van redding voor hen die stierven tijdens de strijd voor de islam, kreeg hij mensen achter zich.
Door overvallen op karavanen in de vroege jaren van de islam en daarna oorlogen op volle schaal, was er een aantrekkelijk vooruitzicht op rijke buit voor hen die succesvol waren in de strijd.

4.]. Verhouding Islam t.ov. de ‘dhimmi’s’, de mensen van het Heilige Boek

Vrijheid van Godsdienst?

Op het Arabisch Schiereiland woonden toentertijd ook joden en christenen. In Medina bijvoorbeeld leefden wel drie verschillende joodse groepen of stammen.
– In de eerste fase van de verkondiging van zijn leer heeft Mohammed geprobeerd hen voor zijn nieuwe godsdienst te winnen.
– In 624 werd de stam Bani Qainuqa uit Medina verbannen, in 625 Banu Nadir. – Na de Slag van de gracht in 627 keerde het leger van Mohammed zich tegen de stam Banu Qurayzaomdat daar deze zich bij de strijd afzijdig had gehouden.
Na hun overgave werden alle volwassen mannen onthoofd, de vrouwen en kinderen werden als slaaf verkocht. Volgens sommige bronnen werd de krijgsgevangen joden de gelegenheid gegeven zelf een rechter te kiezen, waarbij de keuze op Sa’d viel.
!!!          Deze paste niet de islamitische, maar de joodse Wet toe.
De joodse Wet stelt dat als een vrede niet gevonden wordt in een stad na een vredesvoorstel, dan dat alle mannen omgebracht dienen te worden; vrouwen, kinderen, vee en alles wat in de stad is mag tot buit gemaakt wordenDeut.20: 10-17. Andere bronnen stellen dat Mohammed Sa’d als rechter koos; hierna was er in Medina geen joodse stam meer over.

Zowel Joden als Christenen werden echter door Mohammed gerespecteerd als Mensen van het Boek. Moslimgelovigen werden aangemoedigd naar hen te luisteren en hen zelfs te beschermen. Maar deze ‘dhimmi’s’ moesten wèl beseffen dat ze ‘tweederangsburgers’ waren en als ze zich onafhankelijker wilden opstellen moesten ze op hun ondergeschikte positie ‘terug’ geplaatst  worden, niet goedschiks of kwaadschiks.

Tussen 630 en 631 bezocht een groep christenen uit Najran onder leiding van bisschop Abu Harita de moslims en Mohammed in Medina.
De delegatie verbleef daar enkele dagen om in de moskee over religieuze kwesties te discussiëren. Mohammed bood de christenen een slaapplek vlak bij de moskee aan en het stond de christenen vrij de moskee te gebruiken voor hun ritus.
Het was de eerste keer dat christenen in een moskee baden. Zoals Soera Het Geslacht van Imraan 61 voorschrijft vergeleken beide groepen hun Geloof.
Volgens sommige bronnen kwamen de Christenen daarop tot de conclusie dat de moslims hetzelfde Geloof [?] hadden als Eutyches, die omwille van zijn monofysitische opvattingen werd veroordeeld tijdens het Concilie van Chalcedon.
Hoewel men geen overeenstemming kon vinden over religieuze kwesties zoals de Drie-eenheid, leidde het bezoek wel tot een politieke overeenkomst:
– er werd een verdrag gesloten dat de inwoners van Najran veiligheid en vrijheid van godsdienst bood in ruil voor het betalen van jizya – !!!

Bepaling of de convenanten authentiek zijn.
De eerste methode is om te kijken of de inhoud overeenkomt met andere bronnen. Veel van deze inhoud komt overeen met eerdere verdragen. Delen van de convenanten zien we ook terug in de hadith-literatuur, letterlijke overleveringen.
Veel van de inhoud wordt ook beschreven in sira, levensloop/geschiedenis-literatuur via de eerder genoemde auteurs. Ook zijn er overeenkomsten in ketenen van overleveraars, de isnad, en kun je onderzoek doen naar de jaartallen die in de convenanten genoemd worden, alsmede de getuigen die de pacten ondertekend hebben.

Verder wordt het papier waarop de convenanten gevonden zijn archeologisch onderzocht op jaartal en wordt in andere bronnen [ook niet-islamitische bronnen] onderzocht of bepaalde christelijke gemeenschappen en de Profeet Mohammed elkaar historisch wel echt ontmoet [kunnen] hebben. Wat ik misschien nog wel het meest sterk vind is het ‘vergelijkende onderzoek’. We zien dat latere kaliefen en heersers soms letterlijk dezelfde termen en afspraken maken en dat de gekozen bewoording precies hetzelfde is en dat duidt dus op een gezamenlijke bron.
De oudste primaire bronnen van deze convenanten dateren uit de tijd van de Profeet, met name het laatste derde deel van zijn Profeetschap. Van 4-12 Hijra/ 625-632 na Chr.
Vervolgens zie je dat latere documenten zeggen dat het een kopie is van een specifiek document, en dan met een stempel van de toenmalige heerser. Deze documenten komen uit de 9e-16e  eeuw.

5.]. De oorlog met militante extremistische moslimorganisaties
De tweede helft van de 20e eeuw wordt gekenmerkt door een toenemende tegenstelling tussen westerse, seculiere waarden enerzijds en traditionele, islamitische waarden anderzijds.
De meeste regimes werden seculier. Religieuze uitingen werden vaak afgedaan als ‘achterlijk’ of soms verboden. Met name in Egypte en Iran leidde dit tot onlusten.
          In Iran onderdrukte de westers georiënteerde dictator sjah Mohammad Reza Pahlavi de religieuze vrijheid. Zo liet hij zijn soldaten eens schieten op betogers voor een moskee in Mashhad, waar zij demonstreerden voor het recht islamitische, traditionele kleding te mogen dragen. Honderden onschuldige burgers kwamen hierbij om.
De Iraanse Revolutie van 1979 waarbij de sjah van Perzië [ ik herinner me dat er in Nederland furore heerste, vanwege het feit dat Fardiba een zoon kreeg] verdreven werd en in een later stadium vervangen werd door een islamitisch bestuur onder ayatollah Khomeini; dit dient dan ook deels als reactie op het dwingende secularisme van de sjah gezien te worden.
          Een ander voorbeeld van een heftige confrontatie is Algerije. Hier won het islamistische FIS de verkiezingen van 1992. De zittende seculiere regering verwierp met steun van westerse landen, Frankrijk voorop, de overwinning van het FIS. Uiteraard accepteerde het FIS dit niet, en enkele militante fracties grepen naar de wapenen. De burgeroorlog kostte aan tienduizenden burgers het leven.

          Na de ontbinding van de Sovjet-Unie bloeide de islam ook op in verschillende voormalige Sovjetstaten. Tijdens de Sovjetbezetting van Afghanistan had de Amerikaanse CIA het religieus-georiënteerde verzet tegen de Sovjets sterk gestimuleerd met geld en wapens. President Ronald Reagan noemde hen zelfs “freedom fighters”. Na terugtrekking van de Sovjets verviel Afghanistan in anarchie, waarbij vanaf 1997 de ultraorthodox en extremistisch islamitische Taliban de macht in handen kregen. Zij voerden een waar schrikbewind, gebaseerd op een zeer strikt gecontroleerde naleving van een zeer strenge vorm van de sharia.

De westerse wereld werd op 11 september 2001 opgeschrikt door aanslagen gepleegd door extremistische moslims van al Qaida georganiseerd door Osama bin Laden. Hierna verklaarde de Verenigde Staten, gesteund door haar NAVO-partners en andere landen, de oorlog aan de militante moslimorganisaties.
Dit resulteerde in de zogeheten strijd tegen terrorisme, waar de Oorlog in Afghanistan deel van uitmaakt. Ook de Golfoorlog van 2003 tegen het Irak van dictator Saddam Hoessein werd als onderdeel hiervan gezien, ofschoon later bleek dat er geen banden tussen Irak en de fundamentalistisch-islamitische kapers van 9/11 bestonden.

6.]. De Islam in Europa
De islam is na het Christendom de grootste godsdienst in Europa.
Inclusief Europees Rusland en Turkije leven er zo’n 50 miljoen moslims op het continent.
Diverse inheemse volkeren op de Balkan, in de Kaukasus en in de Wolga-regio belijden in meerderheid de islam. Onder hen zijn met name Turkse volkeren, maar ook enkele Slavische, zoals Bosniakken, en andere Indo-Europese, zoals Albanezen.
De islam verscheen het eerst in Europa op het Iberisch schiereiland in de 8e eeuw met de veroveringen van de Moren, en in de Kaukasus en de Pontische Steppe gedurende de 9de eeuw, toen de Khazaren zich deels ertoe bekeerden.
Vanuit Oost-Europa en Anatolië kwam het geloof ook op de Balkan terecht, en vestigden zich kleine groepen islamitische Tataren in Centraal-Europa, zoals de Lipka-Tataren in Polen en Litouwen.
In de 2e helft van de 20e eeuw [jaren 60] kwamen via het gastarbeider programma ook veel moslims naar Europa, met name uit Turkije [in de Germaans-talige landen] en de Noord Afrikaanse landen [vooral in Frankrijk].

Zowel in Nederland als in België is de islam qua aantal volgelingen de tweede godsdienst. In Nederland wonen ongeveer 500.000 Turken en zo’n 350.000 Marokkanen.
Frankrijk telt vooral veel moslims uit de voormalige kolonie Algerije. Het Verenigd Koninkrijk telt met name moslims uit Pakistan en Bangladesh. In Spanje wonen veel immigranten uit Marokko. In de Europese Unie wonen naar schatting 9 miljoen burgers van Turkse afkomst, voornamelijk in Duitsland, Nederland, België, Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland.
Sinds de aanslagen in NewYork op 11 september 2001 is er in diverse West-Europese landen een, soms gespannen, publiek debat gevoerd over de islam en de rol van deze godsdienst in de samenleving. In Nederland speelde daarbij de moord op de regisseur en criticus Theo van Gogh een belangrijke rol, maar ook Pim Fortuyn had zich uitgesproken over de islam die hij onder meer een “achterlijke cultuur” noemde.
VVD’er Frits Bolkestein had zich in voorgaande decennia al eerder met immigratieproblematiek beziggehouden, maar deze heeft daar nooit de religie aan verbonden. Enkele voornamelijk cultuurgebonden aspecten van de islam die West-Europa tot wetgeving hebben geleid zijn de boerka en minaretten. De Nederlandse overheid zag de zogenoemde  extremistische radicale islam als een potentiële bedreiging van de nationale veiligheid.

7.]. Leefwijze:
Op het moment dat een moslim iets wil gaan doen of willen zeggen ze: ‘bismillah’ [= In Naam van god]. Daarmee geven ze aan dat ze door voorbeeldig te handelen en de leer van de islam te verkondigen, verlangen te leven volgens de wil van de Schepper.
De islam geeft regels voor het leven van de mens in al zijn aspecten [economisch, politiek, sociaal en religieus], wijst de gelovigen de juiste levensweg en biedt oplossingen voor alle problemen.
Zo is de islam niet alleen een geloof, maar ook een richtlijn voor een goed leven.
Het geloof in de eenheid van Allah [= god] leidt tot de ‘rechte weg’, dat wil zeggen de manier van leven die vastgelegd is in de sjarie’a, de islamitische wetgeving.
De islam geldt voor het leven van mensen in alle tijden: overgave aan god is de beste garantie voor succes in dit leven en in het hiernamaals.
De Koran beschrijft overduidelijk de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen; eenieder heeft  dezelfde rechten en plichten, zoals het vasten, het bidden, het geven van aalmoezen en het gedenken van god. De islam roept alle mensen op onderwijs te volgen en stimuleert het beoefenen van de wetenschap.
Gelovigen dienen zichzelf in te spannen hun kennis aan anderen over te dragen.
Tevens roept de islam op om eerlijk met geld om te gaan.
Het geloof verbiedt onwettige exploitatie, zoals bedrog en corruptie in transacties.
Zorg dragen voor de armen, de weduwen en de wezen is een van de goede daden die de islam voorschrijft aan de gelovigen. Moslims betalen daarom de armenbelasting [zakaat].
De islam moedigt het vrije denken aan, maar
wel binnen de grenzen van het Geloof in god en
van de menselijke verantwoordelijkheid voor de schepping.
Een Hadith [=overlevering van Mohammed]:
Aboe Hoerairah verhaalt dat de Profeet zei:
‘Er zijn zeven [soorten mensen] die Allah van Zijn schaduw zal geven
op de Dag dat er geen schaduw zal zijn dan de schaduw van Hem:
1.]. de rechtvaardige leider;
2.]. een jongeling die terwijl hij opgroeide Allah de Verhevene heeft aanbeden;
3.]. iemand wiens hart met de moskee verbonden is;
4.]. twee personen die omwille van Allah van elkaar de naasten [Moslims, zowel als Christenen]
liefhebben – Dit soort mensen geloven:
Zij houden [terwille van die liefde voor Allah] van elkaar,
zowel bij het komen als bij het gaan en wensen elkaar Gods zegen toe;
5.]. de man die door een mooie vrouw met een hoge positie uitgenodigd [verleid] wordt
en vervolgens uitroept: ‘Voorwaar, ik vrees Allah‘;
6.]. degene die in het geheim liefdadigheid geeft, zodat
zijn linkerhand niet weet wat zijn rechter hand geeft;
7.]. Iemand die in stilte Allah gedenkt, terwijl zijn tranen vloeien’.
      Het aandeel moslims dat bereid is geweld uit naam van de islam
te accepteren is veel kleiner dan wordt voorgesteld

de intolerante cultuur
Westerse democratieën dienen zich veel weerbaarder op te gaan stellen tegen de hardere, intolerante cultuur van de islam: Je ziet dat -onbuigzamen- aan het langste eind trekken.
Radicalen stappen naar de rechter als ze hun zin niet krijgen, wij westerlingen ergeren ons alleen maar.
Van de moslims van Turkse en Marokkaanse komaf in Nederland dient 45 procent als ‘fundamentalistisch’ te worden beschouwd:
1.]. Aangezien zij maar één interpretatie van de Koran tolereren en
2.]. de Koran boven de Nederlandse wet stellen en
3.]. Je dient vast te stellen dat van het zo’n miljard moslims in de wereld
bijna de helft een intolerante vorm van de islam aanhangt.
Van die 500 miljoen mensen, blijkt uit onderzoek,
is 10 tot 20 procent bereid om geweld te accepteren –ook tegen burgers–
teneinde de islam te verdedigen.
Dat zijn minstens 50 miljoen moslims !!!.

Die 50 miljoen, 5% van de moslims wereldwijd
wonen in zeer verschillende landen, waaronder conflictgebieden.
Om de dreiging van extremisten te kunnen inschatten dienen we onderscheid te leren maken tussen radicalisme en extremisme en daarvoor hebben we méér nodig dan de drie bovenstaande kenmerken.

           Radicalisme en extremisme beperken zich niet alleen tot de islam.
Je hebt links-radicalen, rechts-radicalen en religieuze radicalen.
Radicalisme [binnen westerse landen] kenmerkt zich door de combinatie van zes kenmerken.
                      Let op!!!;
Het gaat om de combinatie van alle zes de kenmerken en
niet om een selectie uit deze kenmerken.
1.]. Allereerst vindt iedere radicaal dat de eigen groep onder vuur ligt en bedreigd wordt. De radicale moslim in Nederland vindt dat de moslims onder vuur liggen en bedreigd worden, de PVV-stemmer vindt dat autochtoon Nederland onder vuur ligt en bedreigd wordt.
2.]. Radicalen vinden dat de ‘eigen’ elite bestaat uit verraders. Radicale moslims vinden Nederlandse imams verraders en Wilders vindt dat ‘de elite’ bestaat uit verraders.
3.]. De radicaal verdedigt een orthodoxe interpretatie van het eigen gedachtengoed.
De radicale moslim stelt dat er maar één interpretatie van de Koran is en
de PVV-kiezer verdedigt met hand en tand Zwarte Piet en de ‘echte’ Nederlandse cultuur.
4.]. Het ‘eigen’ gedachtengoed is superieur.
De radicale moslim vindt de Koran superieur aan de Nederlandse wet en
de PVV-kiezer vindt onze cultuur superieur aan die van de islam.
5.]. Radicalen vinden dat verzet tegen de autoriteiten gerechtvaardigd is.
Radicale moslims verdedigen de moslimgemeenschap actief [ik heb het hier over geweldloze actie] en Wilders twittert #kominverzet.
6.]. De radicaal heeft het ‘echte’ lid van de groep een actieve rol.
Radicale moslims vinden dus dat je actief dient te zijn en Wilders vraagt dat ook van zijn achterban.

          Extremisme voegt hier drie kenmerken aan toe en heeft dus negen kenmerken.
De extremist vindt:
7.]. dat de creatie van de ideale samenleving het hoogste doel is.
Het leven van Mohammed B. en Anders Breivik stond volledig in het teken van hun idealen.
8.]. dat ‘de Ander’ het absolute kwaad, de duivel, is.
Voor Mohammed B. vertegenwoordigde Theo van Gogh een duivels gedachtengoed.
Voor Breivik waren de sociaal-democraten in Noorwegen het absolute kwaad.
9.]. dat geweld geoorloofd is om zijn of haar doel te bereiken.
Dit leidde bij Mohammed B. tot de moord op Theo van Gogh en bij Breivik tot het vermoorden van 77 mensen [waarbij hij zich expliciet beriep op het gedachtengoed van Wilders].

Radicalisme kan en mag niet binnen een democratie – het is als water en vuur;  extremisme mag en kan uiteraard ook niet.
Je mag in Nederland vinden dat er maar één interpretatie van de islam is, maar
dat díe niet boven de Nederlandse wet staat en de “islamitische wet” of “de wet van God”, de sharia [Arab.: شريعة, sjarī’a] de overhand laat nemen.
Net zoals je in Nederland Orthodox Christen mag zijn en je, zoals sommige politici, geen vertrouwen in de wereldse, rechterlijke macht mag hebben.

  • twee van de zes kenmerken van radicalisme
    [één interpretatie van de Koran en het ‘eigen’ superieure gedachtengoed] en
    één van de drie extra kenmerken van extremisme [geweld].
    Hiermee wordt een onvolledig beeld en overschatting veronderstelt van
    de omvang en de dreiging van de radicale en extremistische islam [in Nederland].
    Extremisme [geweld op basis van een overtuiging] komt voort uit radicalisme en
    veronderstelt een bredere en diepere overtuiging dan fundamentalisme.
    Binnen het Salafisme-onderzoek scoort 4,2 procent van de Nederlandse moslims
    4 of hoger op een 6-punts radicalisme-schaal.
    Voor 5 of hoger is dat 1 procent.
    Dat is dus maar een klein deel van de 45 procent, die wel door sommigen geopperd wordt.
    Als hiervan 10 tot 20 procent geweld legitimeert om zijn geloof te verdedigen, dan gaat dat om een relatie kleine groep, een niet te verwaarlozen en belangrijke groep, maar niet zo omvangrijk als gesuggereerd wordt.

Om radicalisme en extremisme ‘tegen te gaan’ dienen we deze stromingen te begrijpen en daarvoor is een volledige analyse nodig.
Hierbij kunnen we ons niet alleen beperken tot moslims; het zou immers zomaar kunnen dat een radicale politieke partij de grootste wordt bij de komende Tweede Kamerverkiezingen. En ook onder deze radicalen is een bepaald percentage extremistisch en bereid geweld te accepteren om zijn idealen te verdedigen.

Het wordt iets anders wanneer een land of een ‘onderling verbonden’ groep personen en  een aantal landen -de democratie aan de kant schuiven of een democratie voorwenden- en de religieuze voorkeur van de bevolking misbruiken om machtspolitiek te bedrijven. Je hebt talloze vormen van heerschappij hier op aarde. Presidenten, Koningshuizen, zich democraten noemende volks-vertegenwoordigers, starre bureaucraten, slimme rebellenleiders en brute dictators. Zich beroepend op de Wet of de gemanipuleerde wil van het volk of op de kracht van hun wapens [politie en leger]. En dan zijn er nog de onpersoonlijke machten van het geld of een superioriteitsgevoel, met daarachter de onzichtbare, maar heel reële machten van de duivel en z’n handlangers d[e Satan].
Er ontstaan abrupt grootse plannen [conform de herleving van het ‘oude’ Rusland en het Ottomaanse Rijk van voorheen], er is opeens veel geld voor gewelddadige plannen beschikbaar en radicale predikers krijgen de overhand.
De Joden, Christenen en Islamieten, die de ‘moderne – bevrijdende leer’ aanhangen worden monddood gemaakt, systematisch bedreigd en het leven onmogelijk gemaakt. De invloedssfeer wordt systematisch uitgebreid door financiering van kerken en moskeeën in oost en west, waardoor ook dáár radicalisering en tegenstreven, jà ook daar ‘oorlog’ gevoed wordt.
Maar de gelovigen -ook de Orthodoxe- storen zich daar niet aan: „Wij hebben het voor elkaar, onze eigen plek en moet je eens zien hoe wij dit met een ledenbestand van hooguit 30 personen, dit voor elkaar hebben gekregen, zo’n oorspronkelijke inrichting van òns gebouw”.

Zonder eigen financiële middelen een eigen kerk of moskee beginnen – daar heeft een kleine groep gelovigen toch ‘hard’ aan gewerkt???
De spelleider heeft hiertoe stad en land afgereisd, maar mèt het geld komt ook buitenlandse invloed naar ons land. De verwerving en inrichting van een pand was onmogelijk zonder beïnvloeding van elders, ondanks het alom bekende spreekwoord: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt”.
Wanneer fundamentalistisch ingestelde gelovigen de macht grijpen en er schimmige financiering wordt aangetrokken – loopt het ‘vrije’ Geloof van de mens gevaar in handen van de duivel te belanden; welke religie of je ook maar bekijkt en zijn tegenstand en maatregelen hoogst noodzakelijk.
Het vergt moed om je als vrij gelovige te verzetten tegen fundamentalistisch, radicale geloofsgenoten; veel gelovigen  zwijgen uit angst voor represailles.
Daarom moeten zij die wèl hun nek durven uitsteken,
kunnen rekenen op de bescherming en steun van buitenaf.

Laat ons echter zingen voor de Heer, want roemvol is Hij verheerlijkt:
de paarden met hun ruiters heeft Hij in zee geworpen.
Een Helper en Beschermer is Hij: Hij is mij tot heil geworden. Deze is mijn God en ik zing Hem ter eer; vanaf mijn Voorvaderen is Hij God en ik verhef Hem.
De Heer vernietigt de oorlog:
Zijn Naam is Heer; 
de wagens van de Farao en zijn macht wierp Hij in zee.
Zijn uitgelezen aanvoerders zijn in de Rode Zee bedolven; zij zijn in de diepte van de zee gezonken als een [bak-]steen.
Uw rechterhand Heer, is verheerlijkt door Kracht; Uw rechterhand, Heer, verplettert de vijand. In de Volheid van Uw Heerlijkheid hebt U de opstandelingen vernietigd. U hebt Uw toorn uitgezonden die hen verslindt als stoppels [het overgebleven deel van de halm, nadat het graan gemaaid is].
Door Uw levensadem werd het water opgestuwd, het stond als een muur;
de golven werden vast in het midden van de zee.
De vijand sprak: ‘ik zal hen achtervolgen en inhalen; verzadigen zal zich mijn ziel.
Ik zal mijn zwaard [van het Geloof] trekken en  mijn hand zal hen doden.
Maar U zond Uw adem uit en de zee overdekte hen; zij zonken als lood in de geweldige wateren.
Wie onder de goden is er aan U gelijk, Heer? Wie is als U?
U, de Heerlijke onder de heiligen; wonderbaar in heerlijkheid, Die wonderen doet
”.
Ex.15: 1-15 1e ode [1-2] lied van Mozes, vert. ROK ’s-Gravenhage.

Het geeft je moed wanneer Moefti’s [islamitische spelleiders] die uitspraken doen over juridische en theologische kwesties in Groot Britannië de Joodse gemeen-schap slalom toewensen. Hieruit blijkt dat het lijden de ‘vrije’ Gelovigen onder de mensen hen eveneens raakt.
Tegelijkertijd dien je jezelf af te vragen deugt alle aandacht voor de christen-vervolging nog wel; is dit geen valkuil van de tegenstrever, teneinde ons massaal de verkeerde kant op te leiden.
Je kunt inderdaad voor de christenvervolging bidden, wanneer het wáár ook ter wereld slècht met hen gaat. Maar wanneer wij voor de vervolgden bidden, dient dat niet alleen voor onze kerkgenoten te zijn.
De verdrukking gaat over het feit dat mensen bepaalde dingen niet in vrijheid kunnen beleven, Regelmatig komt daar fysiek geweld bij kijken.
De term onderdrukking is veel breder, er valt veel meer onder, van discriminatie tot het onderling ongelooflijk diep treiteren – het leven onmogelijk maken.
Specifiek opkomen voor christenen kan ook uit verkeerde motieven voortkomen.
De wijze waarop wij hier in het westen christenvervolging verstaan geeft aan dat ons begrip niet eenduidig is, wij meten met twee maten
– en bovendien gaat het in dit onderwerp om een geleidelijke opheffing van tegenmaatregelen, wij rechtvaardigen onze hoogmoedige houding; wij verheffen ons boven al het andere!
De vraag is tevens, hoe wij dàn dienen te reageren – andere gebezigde termen doen meer recht aan datgene waar het werkelijk om gaat.
Wereldwijd hebben ‘vrije’ gelovigen genoeg van alles wat met oorlog en vernietiging te maken heeft; de positie van de machtigen der aarde dient wereldwijd te veranderen.
Dàt is Geloof, dàt vormt de geloofs- emancipatie in de wereld van ‘vrije’ gelovigen.
Wij dienen alle religies te respecteren; dàt is hetgeen wat onze Heer en Zaligmaker, onze God graag zou zien – dàt geeft vorm aan een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde.
Dàt vernietigt het kopschuw reageren op mensen, die zich ànders gedragen dan wij gewoon zijn – of het nu religie of levensovertuiging betreft, indien wij elkaars grenzen maar respecteren.
Eerst dàn is het niet meer nodig dat mensen hun ogen neerslaan, wanneer je hen recht aankijkt en je hen contact-schuw/monddood in hun lange kleding aan je voorbij ziet ruisen.
God heeft ook hèn voor het eeuwig léven geschapen, dat zij tevens mogen genieten van datgene wat hèn overkomt. De kunst van het samenleven is zoals een goed huwelijk, je màg regelmatig ruzie maken, maar alleen over futiliteiten en niet over Dàtgene wat [God, Die] ons in deze wereld heeft samen gebracht. Uiteraard zijn mensen verschillend, maar verschillen kunnen in liefde en respect voor elkaar opgevangen worden.
Wat gebeurt er achter de bureaus van de Machtigen – zijn zij met het Heil [de heelmaking] van de wereld begiftigd?; dan beschouwen zij de mens niet als een pion, die al naar gelang het hen invalt -zonder enige communicatie- opzij geschoven kunnen worden.
Je verbaast je telkens weer met welk gemak dit plaatsvindt – de één doet niet ònder voor de ànder en het eigen-, religie-, staats-belang staat veelal voorop.

Vrede – gouden regels

De thema’s van de verschillende religies zijn macht en onmacht, recht en onrecht; van onmondigen, daklozen tot gedetineerden in verschillende landen. Vrouwen en kinderen, die misbruikt werden en uit schaamtegevoel jarenlang gezwegen hebben.
Wanneer je vluchtelingen uit zuid-oost Europa en het midden oosten spreekt wist iedereen voorheen, ondanks de verschillen met elkaar om te gaan; tot de machtigen der aarde met elkaar gingen stoeien en de mensen via de geloofsovertuiging achter hun karretje wisten te spannen.
Het bleek dat het paard achter de wagen werd gespannen, een ingewikkeld conflict met opdrachtgevers – waardoor onderlinge verhoudingen werden verstoord, welke eeuwen lang hebben kunnen voortwoekeren. Wij als ‘vrije’ toeschouwers kunnen zèlf oordelen, waarschijnlijk zal déze ontwikkeling de doorslag geven, wàt God met ons mensen voorheeft.
De enige opdracht van de mens is de zuivere Waarheid na te volgen en te verkondigen
Voor ons Orthodoxen, die het vroeg-christelijk Geloof onvervalst trachten te belijden, is de Waarheid te verheerlijken in de Goddelijke Drieëenheid welke ons Door Jezus Christus, de Zoon van God, door God de Vader en de Heilige Geest is en nog steeds wordt doorgegeven.
Uiteraard respecteren wij de heterodoxe en niet-christenen, maar wij gezamenlijke Christenen verkondigen dat er éénheid is in de Waarheid, één is de waarachtige God en Die komt alleen voort dankzij onze Heer Jezus Christus, de Verlosser van de wereld; Hij verheerlijkt God en is daardoor de overwinnaar op de dood. De Heerlijkheid van God is ons leven, ons geluk en onze eeuwige redding; wij maken aanspraak op de Heer en ‘in Zijn vrijheid’ te proberen Zijn Goddelijke Heerlijkheid te evenaren en verwachten daarop bij Zijn uiteindelijk [laatste] Oordeel beoordeeld te worden, want alleen
-Zijn-Hemels-Koninkrijk- kent geen einde [is eeuwig].

2e Zondag na Pinksteren – Zondag van alle Heiligen van Nederland [en de wereld]

De eerstelingen, de Apostelen, de eerstgeroepenen; The firstfruits, the Apostles, the first called.

      Toen Hij nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, diens broeder, een net in zee werpen; want zij waren vissers.
       En Hij zei tot hen: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken.
       Zij nu lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem.
En vandaar verder gegaan zijnde, zag Hij nog twee broeders, Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, terwijl ze bezig waren hun netten in orde te brengen, en Hij riep hen.
       Zij lieten dan terstond het schip en hun vader achter en volgden Hem.
En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun Synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het VolkMatth.4: 18-23.

    Allen, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend,
de vervulling van de Belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd,
de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij Kracht ontvangen,
zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig
– zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
       Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
       Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
       Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het GeloofHebr.11: 33-12:12a.

”  We hebben de Messias gevonden, Die de Christus is ”  De enige Christus, Die van nature God is, heeft zich vernederd en is mens geworden. Hij toonde Andreas en alle andere apostelen de bron van het Mysterie en de grootsheid van God’s Genadegaven. God is getrouw, door wie ook jullie zijn geroepen tot gemeenschap met Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer.
Allen, die geroepen worden -en dat zijn wij-
wij zullen dus àllen dóór het Geloof koninkrijken van de wereld dienen te onderwerpen, gerechtigheid te beoefenen en daardoor de vervulling van de Belofte te verkrijgen.
De koninkrijken van de wereld zullen dit niet accepteren; wees er dus maar op voorbereid dat je een golf van tegenwerkingen en boosheid over je heen zult krijgen.
Dàt is de dood, die ons westerlingen vandaag voor ogen wordt gehouden.
Vandaag stellen we ons de vraag:
waarin bestaat deze algemene roeping om heilig te worden?
En hoe kunnen wij haar verwerkelijken?
Allereerst dienen we goed beseffen dat Heiligheid niet iets is, dat wij voor onszelf kunnen verwerven, iets dat wij verkrijgen dankzij onze kwaliteiten en capaciteiten.
Heiligheid is een Genadegave, de Gave, Die onze Heer Jezus Christus ons schenkt, wanneer Hij ons op Zijn weg mèt Zich mééneemt, ons mèt Hem bekleedt en ons maakt zoals Hijzelf.
Christus verschaft ons het beeld naar Zijn Gelijkenis !!!
Christus heeft de Kerk liefgehad en heeft Zich voor haar overgeleverd
om haar Heilig en rein te maken
Eph.5: 25-26.
Nu dan, Heiligheid is werkelijk de mooiste icoon van de Kerk:
==> het uit zich, door het herontdekken van innige vereniging, gemeenschap met God, in de Volheid van Zijn Goddelijk leven en Zijn Liefde.
Daarop begrijpen we tevens dat Heiligheid niet een voorrecht is van slechts ènkelen, zogenaamde bevoorrechten, de gewijden:
Heiligheid is een Genadegave, Die aan àllen, niemand uitgezonderd, wordt aangeboden en waardoor het ‘afwijkend‘ karakter van elke volgeling van Christus wordt omgevormd.

Bovenstaande geeft ons inzicht dat het om Heilig te worden niet ‘per sé’ nodig is een speciale wijding te ondergaan, als toezichthouder, spelleider òf als gevolg van een bijzondere religieuze zalving, waarna de drievoudige uitroep ‘Axios’:
  we zijn ‘allemaal’ als Christen geroepen om heilig te worden, ‘niemand uitgezonderd’ !  -.
In de wereld worden we echter -door uiterlijk vertoon- verleid ons in te beelden dat Heiligheid alleen is weggelegd voor degenen die zich de mogelijkheid hebben toegeëigend om te kunnen ontsnappen, vrijgesteld te worden aan de alledaagse beslommeringen, om zich uitsluitend te wijden aan het gebed.
Dat is beslist ‘niet zo’! Heiligheid is iets veel groters.
Sommigen denken dat de Heiligheid betekent je ogen sluiten en
een vroom gezicht trekken als op een icoon-afbeelding.
Dat behoeft geen heiligheid in te houden!
Heiligheid is iets immens groters, het heeft een véél grotere en diepere inhoud,
welke God ons als Genadegave geeft.
Heiligheid staat helemaal los van ‘wat’ wij kunnen doen alsof; het spel, de buitenkant.
Heiligheid ontstaat door waarachtig te leven vanuit de Goddelijke Liefde en dit vervolgens dóór het geven, door middel van een waarachtige Christelijk getuigenis, in onze dagelijkse beslommeringen, waarmee wij onze omgeving klip en klaar tonen dat ‘wij’ persoonlijk geroepen zijn Heilig [= voor God volmaakt] te worden.

Dat wordt ons vandaag voorgehouden:
       Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
       Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof”
              En dat geldt voor iedereen in de omstandigheden en de levensstaat waarin hij zich bevindt.
  Ben je een man of een vrouw, die tegen een wijding is opgelopen en leid je inderdaad een op God gericht voorbeeldig leven?
Wees dan een voorbeeld voor je omgeving, door je Genadegaven en verricht je dienstwerk in Liefde en Vreugde. te beleven.
  Ben je gehuwd? Wees dan een voorbeeld voor je omgeving en kom je verplichtingen na – door je man of je vrouw waarachtig lief te hebben en voor haar of hem te zorgen, zoals Christus met zijn Kerk heeft gedaan.
  Ben je gedoopt en niet gehuwd? Wees dan een voorbeeld voor je omgeving en kom je verplichtingen na – door je werk eerlijk en bekwaam te verrichten en je tijd te besteden aan de dienst van je broeders, altijd en overal.
Ook als putjesschepper, ook als vroeg-gehandicapte, ook als zijnde werkloos, ook als verschoppeling kun je in deze wereld laten zien dat je leven door Christus gedragen wordt.
Dáár waar je geplaatst bent, kun je heilig worden.
God geeft je de Genadegaven om volmaakt te leven en je leven Heilig in te richten; God laat je in het gebed weten hoe, Hij deelt Zich aan jou mee.
Altijd en overal kun je Heilig worden, dat wil zeggen dat wij ontvankelijk kunnen zijn voor deze Genadegaven die ons van binnen bewerkt en ons tot de volwaardig Christen brengt.
Ben je vader geworden, als moeder belast met kinderen, òf opa, oma ?
Wees dan volmaakt door je kinderen of kleinkinderen met hartstocht over onze Heer Jezus Christus, onze Verlosser te vertellen en hen te leren Hem te volgen. Het gezin is immers de baarmoeder van de Kerk en daarvoor is ontzettend veel geduld voor nodig.
Je kunt er geen opleiding voor volgen, om een goede vader, een goede opa, een goede moeder, een goede oma te zijn, dus in dat geduld komt de volmaaktheid, de Heiligheid:
enkel en alleen door geduld te oefenen.
Iedere kerkgemeenschap zou een crisisopvang dienen te hebben, als christenen het appèl niet meer horen om zich onvoorwaardelijk in te blijven zetten in de strijd voor het christelijk leven, dan is het ook moeilijk te verwachten dat de mensen uit de wereld een helpende hand zullen  toesteken.
➻➻➻ Geef je catechese-lessen, ben je catecheet, onderwijzer of gewoon vrijwilliger?
Wees dan heilig door een levend teken te worden van de liefde van God en
van Zijn Aanwezigheid onder ons blijk te geven.
Elk gezin zou als vanzelfsprekend gericht dienen te zijn op  dienstbaarheid aan de ander.

Elke levensstaat leidt tot de roep van Christus:
      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;  want het Christelijk juk is zacht en de Christelijke last is licht“ conf. Matth.11: 28-30.
Je behoeft je niet uit te sloven met in je achterhoofd: ‘Kijk mij eens’ ‘. . . doe het gewoon, dan doe je gek genoeg’.   Thuis, op straat, op het werk, in de Kerk, op dit moment en in jouw levensstaat ligt de weg naar de Heiligheid open.
Wees niet bang om die eenvoudige weg te bewandelen.
God geeft je die Genade; als tegenprestatie is het enige dat God van ons vraagt:
dat wij in gemeenschap zijn met Hem en ten dienste staan van onze broeders”;
dat is heiligheid en niets anders, dus laat je niet belachelijk maken.

Christus staat aan de deur en klopt

Zodra de Heer ons roept, uitnodigt heilig te worden, roept Hij ons niet op tot iets moeilijks, iets treurigs . . . Integendeel!
Het is een uitnodiging om zijn vreugde mee te beleven, om elk moment van ons leven in vreugde te beleven en aan te bieden, en al doende tegelijkertijd een Liefdegave te worden voor de mensen om ons heen.
Wanneer wij dàt begrijpen, verandert àlles en krijgt àlles een nieuwe inhoud, een mooie betekenis, te beginnen met de kleine dingen van elke dag.
Het gaat er namelijk helemaal niet om iets ‘groots’ te doen het gaat er om wat ‘klein’ wordt beschouwd een grotere inhoud te geven.
Iedere stap in je leven kan bijdragen tot heiligheid, wanneer je zelf het initiatief neemt iets in liefde aan God op te dragen, zonder weerzin, met geduld en fantasierijk – dàt is al een stap in de goede richting.
Dàn aan het einde van de dag zijn we allemaal moe, maar dan is het tijd voor het gebed.
We zeggen onze gebeden, dàt is een volgende stap in de richting van de heiligheid.
Dàn komt het weekend en worden we opgeroepen voor de Heilige Diensten, onder andere de Goddelijke Liturgie en het ontvangen van de communie.
dit wordt voorafgegaan door een voorbereiding en indien nodig door
de belijdenis van onze misstappen/ongerechtigheden, hetgeen op onze weg kan begeleiden.
==> Dagelijks gebed, waaronder het gebed van het hart kan ons eveneens begeleiden op de Christelijke weg; of je nu op straat loopt of in de bus je weg vervolgt.
Het zijn maar kleine dingen, maar evenzovele kleine stappen naar de volmaaktheid.
Elke stap voorwaarts zal een beter mens van ons maken, ons bevrijden van egoïsme en van het opgesloten zijn in onszelf, en zal ons openen voor onze broeders en hun behoeften.

      Dient elkander, een ieder naar de Genadegave, Die hij/zij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei Genade van God.
       Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God; dient iemand, laat het zijn als uit kracht, door God verleend, opdat in alles God verheerlijkt zal worden door Jezus Christus, aan Wie de Heerlijkheid is en de Kracht, in alle eeuwigheid! Amen.
        Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds zal overkomen. Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus opdat gij u ook met Vreugde zult mogen verblijden bij de Openbaring van Zijn Heerlijkheid
1Petr.4: 10-13.
Als vrienden onder elkaar, die je regelmatig tegenkomt kunnen problemen veel groter worden ervaren dan elders. Dan is het contact mogelijk niet zo leuk meer omdat je elkaar [mogelijk tijdelijk] niet meer zo veel meer te vertellen hebt, doordat je teleurgesteld bent in iemand.
Maar wat maakt het uit in een gemeenschap, het is toch logisch dat daar mensen in zitten met wie je een sterkere band hebt dan met anderen? Heb in de gemeenschap gewoon iets minder contact met deze persoon maar respecteer elkaar gewoon wel voor wie je bent, met alle onvolmaaktheden.
Laten wij díe met vreugde ontvangen en elkaar ondersteunen in de goede dingen, omdat je de weg naar de volmaaktheid niet alleen loopt -iedereen voor zichzelf- , maar die weg doorloop je samen, in dat éne Lichaam dat de Kerk is, geliefd en Heilig gemaakt door de Heer Jezus Christus.
Laten we daarom met goede moed ons Kruis dragen en verder gaan op deze weg naar de Heiligheid.

6e Irmos, Canon van Pinksteren     tn. 7.
  Zoals op de golven wordt mijn geest
door de dagelijkse zorgen geslingerd.
Mijn zonden hebben mij in zee geworpen;
het zielenrokende monster dreigt mij te verslinden.
Daarom roep ik, o Christus, als Jonah tot U:
ontruk mij uit de diepte van de dood
”.

7e Irmos, Canon van Pinksteren     tn. 7.
  De drie jongelingen in de vuuroven
veranderden het vuur in dauw door hun loflied,
en zij riepen:
Gezegend zijt Gij, Heer, God van onze vaderen
”.

8e Irmos, Canon van Pinksteren     tn. 7.
  Het braambos, dat in het vuur niet verbrandde,
sprak God-verkondigend op de Sinaï,
tot Mozes, die slecht bespraakt was.
Ook de Jongelingen,
die door het vuur niet werden aangetast,
werden door hun ijver voor God tot zangers;
Alle week des Heren zegent de Heer,
en verheft Hem in alle eeuwigheid
”.

9e Irmos, Canon van Pinksteren     tn. 7.
  Gij onbevlekte, hebt gedragen in uw schoot,
het Woord dat alles geschapen heeft,
en hebt daaraan het vlees geschonken, o Moeder zonder man.
Maagd, en Moeder Gods,
omvattend Hem, Die zonder grenzen is;
woonplaats van de eindeloze Schepper,
wij verheerlijken U”

Apolytikion     tn.1.
“   Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1.
“   Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
“  Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.

Orthodoxie & de Heilige in de Nederlanden, kerstening van onze Lage Landen

Kerkgemeenschappen hadden en hebben hun kerkgebouw, welke
wordt en werd toegewijd aan een beschermheer en/of beschermvrouw.
Heiligen waren aanwezig in de kerkbeleving door hun relieken [relikwieën],
de overblijfselen van hun aardse bestaan.
Deze relieken overbruggen de afstand tussen Hemel en aarde.
De gelovigen roepen de Heiligen aan voor de genezing van hun ziekten, de bescherming tijdens het reizen en voorbede voor zielenheil van de overledenen.
Aan relieken van de Heiligen wordt  beschermende kracht toegeschreven;
in tijden van nood worden ze zelfs rondgedragen.
Sommige relieken werden in kleine houders aan een koord rond de nek gedragen.

              De beschermheilige waakte over de kerkelijke en de burgermaatschappij.
Voor Utrecht was dit Sint-Maarten, het levend voorbeeld van de Frankische vorsten met wiens instemming in de zeventiende eeuw de Heilige Willibrord de Sint Maartenskerk al had ingewijd.
Rond 1160 schreef Hendrik van Veldeke over Maastricht: “En Maastricht bezat die waardigheid, want daar lagen de beenderen van Sint Servatius ten toon en daar zag men een Goddelijke aanwijzing, een bijzonder teken in”.
Relikwieën kunnen objecten zijn geweest die in contact waren geweest met de heilige.

             ‘Wurgdoek van H. Cunena’

             Vanaf de Middeleeuwen werd in de Saint Cunera kerk van Rhenen de omslagdoek bewaard die werd gebruikt om de Heilige Cunera te wurgen.
Deze wurgdoek uit de vierde of vijfde eeuw, welke momenteel bewaard wordt in het Catharinecovent, het aartsbisschoppelijk museum naast de kathedraal in Utrecht, speelt een rol in de legende van Cunera, waarin Willibrord eveneens een rol heeft. De naastgelegen kathedrale kerk wordt binnenkort door het bisdom in eigendom aan het museum overgedragen – financiële nood, als gevolg van veelvuldige geloofsafval – het geloof in financiële redding prevaleert  boven de Goddelijke afhankelijkheid.
Deze heilige vrouw werd begraven op de plaats waar nu de Cunera-heuvel aan de oevers van de Rijn in Rhenen ligt; bij haar graf zouden wonderen hebben plaatsgevonden. De toekomst zal leren of dit in onze tijd de geloofsbeleving in de La[e]ge Landen doet keren.
De legende gaat dat Willibrord 300 jaar na zijn kerstening, op verzoek van de lokale bevolking, de botten van Cunera ontdekte.  Cunera was een jonge vrouw, veel weten we niet van haar, maar door omstandigheden werd zij eeuwen na haar dood  in de middeleeuwen heilig verklaard.
Hoe kan dat?

Cunera zou vermoord zijn, gewurgd met een doek. Ook al zou Cunera misschien niet ècht hebben bestaan bestaan, die doek is -zo is uit historisch onderzoek gebleken- is wèl ècht en komt uit de vijfde eeuw, een periode waarover we niet veel weten, maar waar met name in de buurt van Rhenen heel veel archeologische vondsten zijn gedaan. In de loop der eeuwen is de legende over Cunera steeds mooier gemaakt. Ze zou samen met Ursula en 11.000 maagden bij Keulen zijn aangevallen door de Hunnen en later door de vrouw van Koning Radboud zijn gewurgd met haar halsdoek. Op de plaats van de Cunera-heuvel aan de oevers van de Rijn wordt de Heilige Cunera vereerd als de beschermheilige tot keel- en vee-ziekten.

Heiligen van de Lage Landen, Russ.Orth. kerkgemeenschap  Amsterdam, van de hand van N.P. Ermakova

        In 963 bracht bisschop Balderik de relieken van Sint Agnes naar de Sint-Maartens kathedraal van Utrecht en in 966 eveneens de relikwie van Pontianus. En van Saint Odiliënberg bracht hij de relikwieën van de Heilige [Sint] Wiro naar de Utrechtse kathedraal. De belangrijkste relikwieën van de kerk, toegewijd aan ‘Christus Heiland’ waren die van de bisschop Frederick [ca 820] en zijn rechterhand Odulphus. Fragmenten van zijn albe [een lang wit tuniek, welke tijdens de eredienst  door de priester gedragen werd] en zijn beker zijn tot nu toe bewaard gebleven.
De komst van zoveel relieken betekende een grote toename van de status van het kerkelijk aanzien in het bisdom Utrecht, welke tot ver in België reikte; geheel Vlaanderen viel toentertijd onder het omniphorion [de halsddoek, welke de toezichthoudende invloed uitdrukte] van de bischop van Utrecht.

Heilige Adelbert van Egmond

            Zo ligt er nabij Egmond het graf van de Heilige Adelbert, een priestermonnik, welke in Holland een grote verering teweeg bracht.
Alle hagiografische teksten van de tiende tot de vijftiende eeuw waarin heilige Adelbert wordt genoemd, spreken over zijn genezingswonderen. Tijdens de opgraving [de verheffing] van zijn botten, steeg een helende Myron-gelijkende geur op uit zijn graf en door de beweging van het water werden vele zieken genezen; in de nabijgelegen abdijkerk hebben tevens vele soorten genezingen plaatsgevonden. Adelbert verdreef vooral demonen en genas de blinden.
De genezing van de bezetenen was een wonder dat vaak plaatsvond op het feest van Adelbert, 25 juni, maar nog meer op 24 juni, omdat de gebeden tot Adelbert konden worden toegevoegd aan die van Johannes de Doper; de samenwerking van die heiligen zal derhalve een grotere uitwerking hebben veroorzaakt.
De dag van de dood van een heilige werd meestal ook zijn feestdag. De eer van de heilige, vooral op hun feestdag, brengt iemand in contact met het begrip van de gemeenschap van heiligen, een gemeenschap, die niet alleen levende gelovigen omvat, maar ook degenen die al waren overgegaan naar een volgend leven.
Dit veroorzaakte een speciale gelegenheid om een voorbede tot de heilige te doen: de gelovigen roepen daarbij de hulp en bemiddeling in van de heiligen die in de Hemelen leven.

                               In tijden van gebed klinkt regelmatig nog steeds de voorspraak van de levenden voor de doden: “Moge al de gelovigen rusten in vrede“. Het is de religieuze overtuiging dat degenen die voor de zielen van de doden zouden bidden, soms de doden zelf op een buitengewone manier activeren in hun aandacht bij de Heer, onze Verlosser.

     Voor de studie van de religieuze wereld van de ervaringen van de gelovigen in Noord-Nederland tot 1200 zijn er meer dan twintig levens van de heiligen en wonderverhalen beschikbaar, die in het bisdom Utrecht werden geschreven. De tekst behoort tot het genre van de hagiography.
Een leven van een heilige [vita] levert geen ‘historische‘ biografie op, maar een verslag dat probeert  de heiligheid van de heilige aan te tonen. De Vitae zijn ontworpen om de verering van de heilige te stimuleren en zijn bedoeld voor een publiek van leken. Ze werden vanuit het Grieks en Latijn naar de volkstaal vertaald en werden ook in de volkstaal gelezen; de deugden van de heilige werden hierbij op gróte schaal òpgehemeld en gepubliceerd.
Het woord vitae [vitus] moest ook de macht aangeven die de heiligen bezaten; en het woord vitus verwees naar die Macht: het Mysterie, het Wonder, welke hun nabijheid bij God op ons teweeg bracht. Voor de meeste gelovigen zijn wonderen slechts een bewijs van de heiligheid van de wonderdoende Heilige.

      Het leven van de heiligen werd pas geschreven eeuwen na de dood van een heilige, bijvoorbeeld het leven van Bonifatius, daterend uit de tiende of elfde eeuw. Hoewel het niet goed is, gebruikt Vitae voor onderzoek de historische beschouwing van de heilige, ze geven de heersende opvattingen over de heilige, in Holland, in Egmond en elders.
In Nederland begonnen mensen, waaronder monniken in het Benedictijner-klooster van Egmond, aan het einde van de tiende eeuw hagiografieën te produceren, die werden beïnvloed door het gebruik van de ‘gehele’ Christelijke Kerk. De teksten werden gebruikt voor de liturgische viering van de heiligen; in Egmond was dit vooral voor de Adelbertus-cultus. Het is niet verwonderlijk dat hedendaagse nuchtere Hollanders enige distantie nemen van dit voor de Christelijke Kerk bekend verschijnsel.

Het bisdom Utrecht, de Friezen en de gehele ‘Lage Landen’ hadden een gemeenschappelijke traditie van heiligen die in dàt bisdom werden vereerd.
De biografieën van de Anglo-Saksische missionarissen [Benedictijnen] en hun Heiligen uit de vroegste geschiedenis van de kerk stonden centraal.
Van belang waren in de eerste plaats de biografieën van de Angelsaksische missionarissen die onder de Friezen en Saksen hebben gewerkt, met name Willibrord en Bonifatius.
De aandacht werd ook gericht op de Friesche Liudger.
De academische studie van de vroege Friesche hagiografie en de voortbrengselen van het benedictijner-klooster in Egmond zijn een nòg stééds vrijwel onontgonnen gebied.

Mensgeworden op aarde heeft de schepper zijn schepping vernieuwd, toen Hij zich ons openbaarde‘, fresco Moldovita klooster

Je kunt tijdens je vakantie reis naar een Spaanse of Italiaanse kerk gaan en zeggen “hier leeft een deel van de Kerk uit de middeleeuwen”;
maar de taal van de vroeg-Christelijke Kerk, in het Byzantijnse, Oost-Romeinse rijk was Grieks en de religie Orthodox.

Indien je inzicht krijgt dat het rijke Roomse leven van de westerse natie,
z’n oorsprong vond bij Karel de Grote en een voorloper was van de westerse kerken, evenals de Franse en Spaanse vorsten haar ondersteunde tot hun huidige republieken en de Macht van het huidige Europa ‘in opbouw‘, dan is en was Byzantium de directe voorloper van het moderne Griekenland.
Een groot deel van het voormalige Griekenland tot het huidige overheerste Turkije – eerst dàn – zul je in de huidige tijd op een veel directere manier, de oorspronkelijk Christelijke belevingswereld herkennen in de kerkgebouwen, die aldaar nú nòg – ondanks de Moorse overheersing – de tand des tijds hebben overleefd. 

De omgeving, ook een gebouw – kan – “De juiste plaats voor een dialoog met God vormen”. 

 

Schutsmuur zijt gij der maagden, maagd en Moeder des Heren, toevlucht voor wie zijn nood bij u klaagde‘, fresco Moldovita klooster

        Een plaats welke gemarkeerd wordt door ‘òntzàglijk véél‘ gebeden van  mensen uit haar regionale lange geschiedenis – het kan een goede plek blijken te zijn voor het persoonlijk gesprek met God. Bovendien kan de juiste plaats voor een gesprek met God natuurlijk overal zijn.
Wanneer je maar bereid bent de rust op te zoeken, de eenvoud van  het openstellen van de ziel 
voor Gods Geest:

Heer, mijn hart is niet hoogmoedig; ik heb mijn ogen niet trots opwaarts geslagen.
Ik houd mij niet op met gróte dingen, noch met wàt te wònderbaar voor mij is.
Als ik niet nederig gezind was, of zó ik mijn ziel had verheven.
Als een gespeend kind op de schoot van zijn moeder, zó had Gij mijn ziel vergolden.
Doch Israël [de Kerk] zal op de Heer vertrouwen, van nu af tot in eeuwigheid”.Psalm 130.
Zelfs koning David beantwoordt het kloppen op de deur van zijn ziel,
overeenkomstig:
    Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen en Ik zal avondmaal met hem houden, en hij met MijOpenb.3: 20.

Het vermogen om de de ervaringen van onze voorvaderen te onderscheiden groeit mee met elk kerkbezoek. En tegelijkertijd de mogelijkheid om verborgen sleutels te vinden in Iconen, Fresco’s, Mozaïeken, kaarsen, bloembakken, scheuren en raamnissen, als teken van vervallen aandacht voor de oorsprong van de mens. Soms hebben klemmende deuren echter een goede duw met de schouder nodig òm de láátste belemmering te doen wegnemen. Misschien dient die toch wel vanuit den Hoge te komen.

Troparion     tn.2.
”      Apostelen, Martelaren en Profeten,
Hiërarchen, Heilige en Gerechten,
die de goede strijd voleindigd en het Geloof bewaard hebt,
gij hebt toegang tot de Verlosser.
Smeekt tot Hem, als de Goede voor osn,
opdat onze zielen mogen worden gered”.

‘Moeder Gods van Altijddurende Bijstand’ van de hand van Liesbeth Smulders.

Theotokion     tn.2.
”     Heilige Moeder van het ontoegankelijk Licht,
wij vereren U met de hymne der Engelen
om U vroom te verheffen“.

Kontakion     tn.8.
”     Als het eerstelingen-offer der natuur
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal, de God-dragende Martelaren.
Bewaar om hun gebeden Uw Kerk in diepe Vrede,
door de Moeder God, Barmhartige”.

1e Zondag na Pinksteren – Zondag van Vaders van het 2e Oecumenisch Concilie [Nicea, 381]

      De overpriesters en de Farizeeën dan riepen de Raad samen en zeiden: ‘Wat doen wij, want deze mens doet vele tekenen? Als wij Hem zo laten geworden, zullen allen in Hem geloven en de Romeinen zullen komen en ons zowel onze plaats als ons volk ontnemen’.
Maar een van hen, Kajafas [=als bevallig], de hogepriester van dat jaar, zei tot hen: ‘Gij weet niets en gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat een mens sterft voor het volk en niet het gehele Volk verloren gaat’.
       Doch dit zei hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij, dat Jezus zou sterven voor het volk en niet alleen voor het volk, maar om ook de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen. Sinds die dag dan beraadslaagden zij om Hem te doden.
      Jezus dan bewoog Zich niet meer vrij onder de Joden, maar vertrok vandaar naar de landstreek dicht bij de woestijn, naar een stad, Efraïm [‘Ik zal dubbel vruchtbaar zijn’] genaamd en Hij bleef daar met Zijn discipelen“ John.11: 47-54

      Dit is een getrouw Woord en ik wil, dat gij op dit punt een krachtig Getuigenis geeft, opdat zij, die hun vertrouwen op God gebouwd hebben, ervoor zorgen vooraan te staan in goede werken.
Die zijn schoon en voor de mensen nuttig; maar dwaze vragen, geslachtsregisters, twist, en strijd over de Wet moet gij ontwijken, want dat is nutteloos en doelloos.
                  Een mens, die scheuring maakt, moet gij, na hem een en andermaal terechtgewezen te hebben, afwijzen; gij weet immers, dat zo iemand het spoor geheel bijster is, en dat hij zondigt, terwijl hij zichzelf veroordeelt.
       Doe uw best, zodra ik Artemas [‘veilig’] of Tychikus [‘noodlottig’] tot u zend, tot mij te komen te Nicopolis [‘stad van de overwinning’], want ik heb besloten daar de winter door te brengen.
       Help Zenas [‘van de god Jupiter’], de wetgeleerde, en Apollos [‘gegeven door Apollo’] met alle ijver voort, opdat hun niets zal ontbreken.
       En laten ook de onzen leren voor te gaan in goede werken, ter voorziening in hetgeen noodzakelijk is, opdat zij niet onvruchtbaar zijn.
       Allen, die bij mij zijn, laten u groeten. Groet hen, die ons in het Geloof liefhebben.  De Genade zij met u allenTitus [‘verpleger’] 3: 8-15.

een verbintenis aangaan
Huwelijk’s contract tussen man en vrouw …
Het komt regelmatig voor, zeker wanneer er grote financiële belangen op het spel staan, dat het eigendom in geval van de een aan de ander wordt overgedragen doormiddel van een notariële akte: “Als de man sterft voor de vrouw zal zij het bezit verkrijgen  en is de vrouw eerder dan gebeurt dat andersom“.
          Ze waren nog niet zo aan elkaar gewend, maar hun huwelijksleven was nog niet begonnen òf er werd al over de dood nagedacht.
Vaak staat in het contract tevens beschreven wat er zal gebeuren als een zou kind sterven, hetgeen zij zullen voortbrengen: “Als het kind dat zal worden geboren sterft, zal dit òf dat gebeuren”. Zelfs over de afstammeling wordt niet heengekeken en er wordt al rekening gehouden met de beslissing na zijn dood, indien dit zal plaatsvinden!
Wat willen we daarmee duidelijk maken?
Dat, door naar de notaris te gaan voor het opstellen van een contract, iedereen weet dat de dood hem of haar soms persoonlijk zal kunnen overvallen.
Iedereen vindt dit volkomen normaal en het is niet te vermijden.

met God verbonden

‘wanneer de dood nadert, baat geen rijkdom’, by Maarten van Heemskerck [1508], Rijksmuseum; ‘when death approaches, no wealth avails’

Maar wanneer de dood nadert, dan vergeet de mens te beschrijven wat hem overkomt en tot de anderen te zeggen. “Moest ik zoiets lijden?”.
Schreeuwt de verlamde mens niet klagend uit en wordt er verzucht. “Verwachtte ik zo’n ramp tegen te komen en mijn vrouw te verliezen?”.
Wat denk je ervan, m’n mensenkind?
Toen je dacht, òf liever dacht dat je dat je het helemaal was, wèg van de dood, kende je de natuur-wetten; nu je het ongeluk hebt onder-gaan, ben je dit vergeten? God heeft je vrouw misschien tot Zich genomen
– omdat Hij je tot matigheid wil leiden;
– omdat hij je geschikt acht voor een nòg grotere strijd; met het oog op een nòg hoger spiritueel leven, en heeft Hij je daarom bevrijd van de huwelijksband. 
H. Johannes de Chrysostomos.

in liefde verbonden zijn

1. Shelter from God, 2. Surrender, 3. Trust.

Vandaag de dag heeft de mensheid behoefte aan waarachtige christelijke liefde. We houden niet van liefde, want indien we zouden liefhebben, zouden onze werken daarvan  getuige zijn.
De werken getuigen van wat ons leven is en wat onze gedachten zijn.
Hoeveel gebroken huwelijken komen wij in onze tijd niet tegen.
Dat is de reden waarom in ons verborgen leven, hetgeen voor de buiten-wereld[-wacht] niet zichtbaar is, de geheime werken -christelijk werk, -in navolging van Christus-  opofferend dient te zijn.
Niet voor niets kroont de ene partner de ander bij de huwelijksvoltrekking
– de kroon is de zegening van de een over de ander, maar is
– tevens een teken van Martelaarschap.
Het betreft de verborgen geestelijke gesteldheid -het basiselement van de onbaat-zuchtige liefde- welke staat voor openheid en eerlijkheid ten opzichte van onze broeders/zusters niet alleen om te leven, maar ook om de overledenen niet vergeten, eeuwig te gedenken.
De pijn van zieke en wanhopige mens en de pijn van de veroordeelde mens in de gevangenis van Gods veroordeling wordt onze eigen pijn.
En wanneer dit dag in dag uit onze pijn wordt, zal God ons genezen.
Ouderling Ephraïm, de Philotheoriet [=afkomstig van het klooster Philotheou, Athos]

Daadkracht van de Blijde Boodschap

‘Wat is dan de Blijde Boodschap?’

We weten heel goed wat nodig is, ondanks momenten in ons leven, waarin we twijfelen over wat we dienen te doen, maar we ervaren maar al te goed wat goed is, wat de morele verplichting aangaat en beseffen wat ons te wachten staat indien wij ‘anders’ doen.
De Heilige Sterke en onsterfelijke God heeft toch ‘het bèste met ons vóór’ en
neemt het ons kwalijk, indien wij de strijd met onszelf niet aangaan en
de verheven staat trachten te behouden, alleen maar omdat wij rekening houden  met de reacties van de mensen, om ons heen en onze eigen wisselvallige persoonlijke interesses najagen, elke druk die je op de een of andere manier ervaart.
Dìt is derhalve een overduidelijk gegeven in de Joods- Christelijke samenleving en wordt ook inderdaad door iedereen gerespecteerd en als universeel aanvaard. Het geeft uiting aan de Joods-, Christelijke uitingsvorm, het geeft aan dat hoewel  iedereen gevarieerd reageert op de daadkracht van de Blijde Boodschap onafgebroken ‘lof’ aan God wordt gebracht.
De mens geeft daarmee tevens aan dat de rijkdom en macht niet per sé ‘slecht‘ behoeft te zijn, noch gedemoniseerd in de perceptie van de christelijke moraal, want indien ten doel wordt gesteld dat de schijnbaar rijken, de zwakken te ondersteunen, komt dit de eer ‘aan God‘ ten goede.
De schijnbaar, rijke, de sterke, de kritisch levende persoon geeft om iemand die schijnbaar zwak is. Het ons geschonken ‘Lichaam van Christus’, het samen Kerk zijn, wil zeggen dat wij bereid zijn iedere liefdesuitwisseling die plaats vindt -‘stilletjes’- op God gericht te laten zijn; stilletjes omdat het stilzwijgend en in het verborgene wordt gedaan, zonder enige ophef.

Uiteindelijk zal de Heilige God dit werk en deze persoon zegenen, de mens, die in de eeuwigheid, overeenkomstig God’s Wil besloten heeft God’s diensten openbaar te maken in de beslotenheid van De Blijde Boodschap.
Waar zijn individuen anders voor geschapen dan opdat God, Die allen oneindig liefheeft, elk van hen verschillend liefheeft.

In de woestijn verblijven

Jij bent die mens in de woestijn!

In het woord ‘woestijn‘ wordt dit landschap aangeduid als een gebied dat aan zich zelf is overgelaten en niet door mensen gecultiveerd is. Het is verwant met het Latijnse ‘vastus’ dat zowel met uitgestrektheid als met verwoesting te maken heeft. En het Latijnse ‘desertum’ benoemt het gebied als een streek die door mensen verlaten is.
Degene die zich daarin begeeft, stelt zich niet alleen bloot aan droogte en verzengende hitte, maar vooral ook aan de dientengevolge ontstane eenzaamheid. De woestijn is de plaats waar mensen die zich willen concentreren, zich terugtrekken en tijdelijk de eenzaamheid zoeken.
Zo’n verblijf kan dus de voorbereiding zijn op een profetisch optreden in het openbaar. En dan lijkt het Mysterie [het mirakel, het wonder] plaats te vinden, dat de woestijn gaat bloeien en dat vàn-dáár-uit een stem gehoord wordt, Die van beslissende betekenis blijkt te zijn.
Johannes de Doper was/is
de stem van roepende in de woestijn’;
      Hij nu, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing. Toen liep Jeruzalem en heel Judea en de gehele 
Jordaan-streek tot hem uit en zij lieten zich in de rivier, de Jordaan, door hem dopen, onder belijdenis van hun zondenMatth.3: 4-6.
Deze extravagante persoonlijkheid heeft op zijn manier een interessante uitleg gegeven aan de functie van eenzaamheid en beschouwing als voorbereiding op een openbaar leven van Christus, Die Zich in bovenstaande lezing -een tijdelijke retraite- gunt, ‘opdat zij niet onvruchtbaar zijn’ te midden van een hectische samenleving. Wie spiritueel wil worden dient eerst de woestijn in te gaan, dat is een telkenmale terugkerend motief in de blijde Boodschap – de woestijn is een leerschool voor profeten.
Als dat zo is en dat blijkt onmiskenbaar het geval te zijn, waarom zou dan die stem, die profetisch roept in de woestijn, altijd maar weer opnieuw
-tot op de dag van vandaag-
worden uitgelegd als een vergeefs geluid?

Horen, wie horen wil

wee-klagen

Die niet horen wil, dient het maar te ervaren’, die niet naar vermaningen wil luisteren, dient maar op onaangename wijze de gevolgen te dragen van zijn onwil – zo zal een liefdevolle Vader in de Hemelen eveneens reageren.
Al eeuwen lang heeft een spiritueel gelovend Volk in de polder een betere uitleg voor de Blijde Boodschap ondervonden; sinds enige decennia weet zij het te vervormen tot een van de meest dorre frustraties.
Bouwen steeds maar weer bouwen aan het eigen ego blijkt het antwoord niet te zijn; steeds meer jongeren geraken psychologisch in de war en de specialisten weten zich op dit gebied geen raad.
Wat is er aan de hand in Oude Pekela? En in Ommen? In die gemeenten start de Raad voor de Kinderbescherming relatief vaak een onderzoek, zo blijkt uit nieuwe cijfers. Het is de eerste keer dat de raad cijfers uitsplitst per gemeente en
vergelijkt met algemene risico’s op kindermishandeling.
Kinderen hebben meer kans op schade in een gemeente die meer gescheiden ouders, eenoudergezinnen en tienermoeders telt.
Ook armoede, lage huizenprijzen voor krotwoningen en criminaliteit zijn risicofactoren, net als een laag opleidingsniveau van ouders. Hoe kan een op vooruitgang beluste samenleving hier bezuinigingen accepteren?
Grote steden rond het groene hart scoren hoog op beide vlakken:
ze vertonen zowel een piek in kinderbescherming’s-onderzoek als in risico-factoren. Niet alleen heel verrassend bij grote steden, maar ook Heerlen, Arnhem, Kerkrade en Vlissingen springen eruit in negatieve zin.
De kinderbescherming komt in beeld als het zo slecht gaat met een kind of gezin dat vrijwillige hulp niet meer voldoende is.
De raad is verzoeker van kinderbescherming’s-maatregelen en adviseert de rechtbank bij scheidingen en jeugdstrafzaken. Het zijn aardige inkijkjes, dat kinderen in de knel niet gezien worden – en dat er opvoedproblemen zijn,
inclusief ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de kinderen;  rijk en arm, blank en gekleurd, ervaren en onervaren: het zit allemaal in hetzelfde schuitje.

Christus zegent de kinderen, ‘Laat de kleinen tot Mij komen, belet het hen niet, want in hen verblijft het Koninkrijk der Hemelen!’

Ouderlijk gezag en de manier waarop kinderen worden grootgebracht heeft in het algemeen betrekking op:
• de dagelijkse verzorging en [opvoeding];
• de zorg en verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn [zorg];
• zorg en verantwoordelijkheid voor de veiligheid [toezicht];
• het bevorderen van de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind [ontwikkeling];
• het geestelijk en lichamelijk vermogen van de minderjarige;
• de vertegenwoordiging van de minderjarige in juridisch opzicht.

De eigen verantwoordelijkheid van ouders en hun ‘netwerk’ laten het àfweten;
het accent ligt op produceren en consumeren en indien je het voorgeschotelde ideaal niet kunt bereiken – lever je jezelf als vanzelfsprekend over aan de financiering daarvan door lenigen aan te gaan.
De mens wordt gevangene van het systeem en weet niet meer hoe daar uit te geraken. Jeugdzorg-professionals en gedrags-wetenschappers binnen organisaties trachten aan de hand van wetmatig vastgelegde richtlijnen oplossingen te bieden.
Richtlijnen zijn vastgelegd aan de hand van uithuisplaatsing, echtscheiding, ADHD etc. Bevoegdheden, het geven van een schriftelijke aanwijzing, het uitwisselen van informatie met andere professionals, zoals betrokken psychiaters of therapeuten, verzoekschrift aan de kinderrechter, het voorleggen van geschillen betreffende de uitvoering en medische behandeling, verdeling van zorgtaken bij gescheiden ouders, gezinsvoogden en pleegouders, inclusief het vaststellen van een omgangsregeling en ondertoezichtstelling.
Onder het mom van vrijwillig, maar niet vrijblijvend,  wordt er van alles bedacht om kinderen te beschermen en zijn er formele wettelijke maatregelen vastgesteld. Het is allemaal verwant met het genoemde Latijnse vastus.

Net als alle andere soorten vormt de alomvattende interne strijd, deze innerlijke tweespalt een teken van het menselijke ego, waarbij de mensheid ‘veel zieker, haast dood’ is dan het wil bekennen, de schrikbarende duidelijkheid welke aan de dag wordt gelegd.
Het gevolg is : homo homini lupus [de ene mens is voor de andere een wolf].

Het draait om de verhouding tussen de soevereiniteit van de mens en de Christus Pantocrator, de alom heersende Macht van God. De individuele mens ‘ìs’ geen superheld en geen wijze, maar een anti-held geworden, bezeten van de wil zichzelf in stand te houden en daarbij heeft de mens behoefte aan alles-omvattende richtlijnen. Onttrekt de mens zich hieraan dan verscheuren ze elkaar, zodra hun egoïstische-haren overeind gaan staan.

De vraag wordt beantwoord in de verklarende, historische context van het Christendom, welke in korte tijd -zonder slag of stoot- de rug is toegekeerd.
Leviathan, het zeemonster is de complete ondermijning van het gedachtegoed  van de loyalisten die de Koning van de wereld trouw zijn bleven.
Deze Koning van de wereld verkondigde van oudsher de Blijde Boodschap:
    Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning.
      Hoor, uw wachters verheffen de stem, zij jubelen tezamen, want met eigen ogen zien zij, hoe de Heer naar Sion weerkeert.
      Breekt uit in gejuich, jubelt eenparig, puinhopen van Jeruzalem, want de Heer heeft Zijn Volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost. De Heer heeft zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volkeren en alle einden der aarde zullen zien het Heil van onze God.
     Vertrekt, vertrekt, gaat uit vandaar; raakt het onreine niet aan, gaat weg uit haar midden, reinigt u, gij die de vaten des Heren draagt. Want niet overhaast zult gij uittrekken en niet in vlucht heengaan: de Heer immers gaat voor u heen en uw achterhoede is de God van IsraëlIsaiah 52: 7-12.
Onze Heer en Meester van ons leven zendt Zijn dienaren uit opdat ze de Blijde Boodschap overal zullen verkondigen : “Het Koninkrijk der Hemelen is nabij, ‘Christus is onder ons !’”.

Heel het gewone volk van Galilea en Judea is veroverd, maar de farizeeën – de schijn-heiligen, ergeren zich slechts. Johannes-de-Doper leefde in de woestijn in de strengste boetedoeningen; maar de leerlingen van onze Meester leiden een gewoon leven ! En Hij is Zelf een eenvoudig mens geworden, Die zelfs op uit-nodigingen van zondaars ingaat !

Inderdaad  : Christus predikt een ‘eenvoudige’ Blijde Boodschap.
Hij vraagt niets heldhaftigs of iets buitengewoons;
Hij wil alle mensen redden op voorwaarde dat
de mens inspanning aan de dag legt om zich te bekeren en Hem als Redder te volgen, Die zó schoon en zó goed is voor hen.
En Zijn Lichaam, de geïnstitutionaliseerde Kerk zal op haar beurt eeuw na eeuw haar armen openspreiden voor de massa’s kleine zielen, die bevrijd zijn van hun zonden.
Op zekere dag kwam Christus, onze Verlosser voorbij en
Hij nam hen bij de hand zoals de schoonmoeder van Petros die
Hij genas van koorts, eenvoudig door haar bij de hand te nemen.
Hij verandert ons van zondaars in nieuwe mensen,
Zoals de z’n halve leven lang verlamde die zich in het geneeskrachtig zwembad wil gooien maar het nooit op tijd kan bereiken.
Zoals de zondares die zich aan zijn voeten gooit,  in tranen uitbarst en zich bekeert.
Zoals Zacheüs die spijt heeft en gul de helft van al zijn bezittingen aan de armen geeft.
Dàt is de Blijde Boodschap :
een Genadegave en een Mysterie [wonder] van God !
Dàt is het Goede Nieuws van onze redding.
Wij dienen het alleen maar te aanvaarden en trouw te beantwoorden aan  de Goddelijke Genadegaven en dan zullen wij  altijd hand in hand met onze Heer en Verlosser, Jezus Christus onze weg vervolgen, tot wij Hem in het Hemels Koninkrijk ontmoeten.

” Heer, mijn hart is niet hoogmoedig; ik heb mijn ogen niet trots opwaarts geslagen.
Ik houd mij niet op met grote dingen, noch met wat te wonderbaar voor mij is.
Als ik niet nederig gezind was, of zo ik mijn ziel had verheven.
Als een gespeend kind op de schoot van zijn moeder, zo had Gij mijn ziel vergolden.
Doch Israël vertrouwe op de Heer,
van nu af tot in eeuwigheid
Psalm 130[131] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

”   Bewaar mij Heer, want ik vertrouw op U en zeg: Gij zijt mijn God, mijn goederen hebt Gij niet nodig.
Voor de heiligen in Zijn land heeft de Heer al Zijn wonderen gedaan.
Zij waren van zwakheid vervuld, maar met Zijn hulp werden zij snel.
Ik wil niet deelnemen aan hun  bloedbijeenkomsten, noch hun naam met mijn lippen gedenken.
De Heer is mijn erfdeel, mijn deel aan de kelk: Gij toch hebt mij hersteld in mijn erfdeel.
Het meetsnoer viel voor mij in het vruchtbaarste land; als erfdeel kreeg ik het beste.
Ik wil de Heer zegenen die mij tot inzicht heeft gebracht: zelfs in de nacht onderricht Hij mijn hart.
Ik heb de Heer gedurig voor ogen: Hij staat naast mij, opdat ik niet wankel.
Daarover verheugt zich mijn hart en juicht mijn tong; zelfs mijn vlees zal wonen in vertrouwen.
Want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan de hades; Gij zult Uw gewijde het bederf niet doen zien.
Gij hebt mij de wegen des levens doen kennen, door Uw Aanschijn hebt Gij mij met vreugde vervuld. De genietingen aan Uw rechterhand duren tot in eeuwigheid”
Psalm 15[16] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

Apolotykion     tn.8.        officie 6, Concilievaders
”   Boven allen zijt Gij verHeerlijkt, o Christus onze God,
die onze Vader op aarde als sterren bevestigd hebt.
Door hen hebt Gij ons het ware Geloof gebracht;
Barmhartige Heer, ere zij U
“.

Kondakion     tn.8.        officie 6, Concilievaders
”    De Verkondiging van de Apostelen,
evenals de dogma’s van de Vaderen,
bewaren de Kerk in eenheid van Geloof.
Zij draagt het bruiloftskleed van de Waarheid,
geweven door de Theologie vanuit den hoge,
om het grote Geloofs-Mysterie recht te prediken
en te verheerlijken“.

1e Zondag na Pinksteren – Zondag van Alle Heiligen tot Heerlijkheid van God, de Vader.

Alle Heiligen, het is van enorm belang om ons aan Gods goedheid te herinneren, omdat lijden in ons leven kan veroorzaken dat we Gods goedheid vergeten; All Saints, it is of great importance to remember God’s goodness, because suffering in our lives can cause us to forget God’s goodness.

        Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de Hemelen is. 
         Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft 
boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. 
. . . . . Daarop antwoordde Petrus en zeide tot Hem: ‘Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?’.
Jezus zei tot hen: ‘Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon van Zijn Heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.
          En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eerstenMatth.10: 32-33, 37-38,19: 27-30.

      Zij, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, Gerechtigheid geoefend, de vervulling van de Belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de Opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere Opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
       Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
       Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof, Die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het Kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon van GodHebr.11: 33 – 12: 2.

Prokimen     tn.4.
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen,
de God van Israël
[de Kerk]” [refr.].
☛ “Looft God in de Kerken, de Heer uit de bronnen van Israël”.
☛ “De Heer schenkt Zijn Woord met grote Kracht aan de Verkondigers van de Blijde Boodschap”.

    Er ontstond nu een groot geroep van het Volk met hun vrouwen tegen hun Joodse volksgenoten.
• Er waren er, die zeiden:
‘Onze zonen en onze dochters zijn talrijk en wij willen koren hebben 
om te eten en te leven’.
• Ook waren er, die zeiden: ‘Onze velden, onze wijngaarden en onze huizen hebben wij moeten verpanden om in de honger koren te hebben’.
• Dan waren er, die zeiden: ‘Wij hebben geld voor de belasting van de koning geleend op onze velden en wijngaarden. Nu dan, wij zijn van hetzelfde vlees en bloed als onze broeders, onze zonen zijn even goed als de hunne en zie, wij moeten onze zonen en onze dochters tot slaven laten worden, en sommige van onze dochters zijn reeds tot slavinnen vernederd, zonder dat wij er iets tegen vermogen; en anderen hebben onze velden en wijngaarden in bezit’.
    En ik [de Profeet] werd zeer toornig, toen ik hun geroep en deze feiten gehoord had. Nadat ik alles goed had overwogen, verweet ik de edelen en de leiders:
    Gij neemt woeker, ieder van zijn volksgenoot.
Ook belegde ik tegen hen een grote vergadering en zei tot hen:
    Wij hebben onze broeders, de Joden, die aan de heidenen verkocht waren, losgekocht, 
voor zover wij konden; maar gij gaat uw broeders verkopen en zij verkopen zich aan ons!
En zij zwegen en vonden geen antwoord. Toen zei ik:
    Wat gij doet, is niet goed. Zult gij niet wandelen in de vreze voor onze God om de
hoon van de heidenen, onze vijanden, te ontgaan?Nehemia 5: 1-9.

Wat zijn de feiten?

“Adam, waar zijt gij?” Gen.3 : 9

De Wet van God wordt overtreden!
Staat daarin niet geschreven:
  “dat er geen armoede en honger onder het volk mochten voorkomen?” Deut. 15: 7,8;
  “dat het verboden is om rente op te leggen aan een arme die geld moest lenen?” Deut. 23: 19;
  “dat geen Jood bij een andere Jood slavenarbeid mocht verrichten?” Lev.25: 39.
De Profeet heeft weet van hoe het moet, wat God voor ogen heeft, maar hij ziet dat het leven in Gods stad een aanfluiting is. Dat vervuld hem van ‘heilige woede’.
Het is een boosheid die Mozes ook heeft gehad, toen
hij zag dat het volk danste en jubelde rondom het gouden kalf.
Het is een verontwaardiging als die van Onze Heer, toen
Hij merkte dat kooplieden handel dreven in de Tempel.
Het is een woede als van Paulus die zag dat de maaltijd des Heren in Corinthe
een aanfluiting was: “rijken namen voedsel mee en schrokten alles naar binnen zodat er voor de armen niks meer over was!”.
             En dàt diende als een Heilige viering, tot éér van God, de Vader, Die als het Hemels maal gevierd behoort te worden! A-sociaal gewoon!
Dàn drink en eet je jezèlf een oordeel! Onwaardig!, schrijft hij dan.
Horen we dat goed?
Dat je jezelf ‘een oordeel kunt eten en drinken’ en nog wel bij de Goddelijke Liturgie; het heeft dus niets te maken met of je jezelf wel waardig genoeg ervaart voor God en vooraf bij deze of gene spelleider behoort te biechten.
Het gaat er niet om of je de deelname aan het Goddelijk altaar wèl waard bent!
[- tenslotte is niemand het waard en zijn we allen als zondaars slechts door de Genade van God welkom -].
En met name dàt – jezelf waardig ervaren is een innerlijke zaak – een aan God, de Vader, toekomend gegeven.
Waar het wèl om gaat is of de algehele viering tòt de Eucharistie, je voorbereiding waardig is: of er rècht wordt gedaan aan de ander, of we gastvríj zijn naar elkáár. Waar de gastvrijheid met voeten wordt getreden wordt  een apostel woedend en evenzo de profeet Nehemia.
Daar ‘kàn‘ eenvoudig niet waardig worden gevierd!
            Een Profeet vlucht dan niet weg, neen, hij blijft; een Profeet blijft op z’n post en verstaat z’n opdracht. Hij kàn en wìl zich niet bij dit soort wantoestanden neerleggen òf de toezichthouder dient het hem onmogelijk te maken.
Hij láát z’n gemeenschap hun aan God toekomend werk onderbreken en doet hen samenkomen in een massale vergadering.
Dáár roept hij de uitbuiter[s] publiekelijk ter verantwoording; hij gaat de communicatie niet uit de weg, zoals zovelen doen;
òf de communicatie -door Machtsvertoon, op grond van positie- óverrulen.
Wàt u doet is niet goed!”, zegt hij hen.
Heb toch bij àlles wat u doet ontzàg voor onze God!
En daar achteraan:
Ook ik, mijn broeders en mijn mannen hebben geld en graan uitgeleend”.
Met andere woorden neem geen voorbeeld aan mij!
Is de Profeet een opschepper, die meent dat hij het allemaal veel bèter heeft gedaan dàn al de anderen?

       Neen, het idee bevestigt, dat de Profeet laat zien:
Ik kan geen dingen van anderen vragen, als ik me er zelf niet aan houdt.
Ik heb een voorbeeld-functie en ik loop daar niet voor weg.
De Profeet zet zichzelf op één lijn met zijn volksgenoten,
maakt zichzelf transparant, doorzichtig.
Hij laat door zijn gedrag zien waar hij voor staat.
Maar daarbij neemt hij geen blad voor de mond
”.
            Hij roept de geld en goed bezittenden ter verantwoording:
Hij maakte he[m]n verwijten”, zo staat er.
            Regelrecht verwijst hij naar God Zelf:
Wat jullie doen, dat verdraagt zich niet met ontzag voor God.
Daarmee halen jullie de hoon van de vijandelijke volkeren op de hals
”.
          Met andere woorden door zo te leven maak je jezelf bespottelijk!

Door deelname aan het Lichaam en Bloed van onze Heer, Jezus Christus wordt elke gelovige in Christus geheiligd.
          Het woord ‘heiligen’ is een theologisch begrip en velen onder ons kennen de werkelijke betekenis er niet van.
          Het begrip ‘heiligen’ heeft een relatie met ‘de Heiligen’ en dat is weer verbonden met het begrip ‘Heilig’ – heel zijn in de Blijde Boodschap.
In de Goddelijke liturgie zingen wij:
Eén is Heilig, één Heer, Jezus Christus, tot Heerlijkheid van God, de Vader”.
Wij worden door Christus na te volgen geheiligd en heiligheid heeft het aspect in zich -van de wereld afgescheiden te worden- voor God.
Iemand, die heilig is gemaakt, bevindt zich in het gebied waar God toegang heeft tot die persoon, en de duivel van het kwaad/de duisternis wordt daarbij buitengesloten.
Wij bevinden ons derhalve in het gebied waar we beschikbaar zijn voor God.
Geheiligd worden is dus -‘apart gezet worden’- voor God.
Net als rechtvaardigheid, kunnen we ook ‘heiliging’ [het geheiligd worden] niet ontvangen door werken, door ons best ervoor te doen of door godsdienstige handelingen te verrichten.
Wij ontvangen het alleen door het Geloof in het Lichaam en Bloed van onze Heer en Verlosser. Je bent daarmee eigendom van God, onder Gods controle en ben je beschikbaar voor God.
Alles wat niet van God is, heeft geen recht jou te benaderen; het wordt tegengehouden door onze Heer en Zaligmaker.

– alleen gebed kan u allen redden –

    Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van Zijn Wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Heer waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te groeien in de rechte kennis van God.
Zo wordt gij met alle Kracht bekrachtigd naar de Macht van Zijn Heerlijkheid tot alle volharding en geduld en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel van de heiligen in het Licht. Hij heeft ons verlost uit de Macht van de duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde  Col.1: 9-13.

Heiligen

‘de enige keer dat je alles kunt veranderen, is hier en nú !’; ‘The only time you can change everything is here and now!’. 

Het woord heilige is afkomstig αγιος [Gr. agios. Dit betekent “aan God toegewijd, heilig, gezalfd, aan God dienstig”.
Het wordt bijna altijd in het meervoud gebruikt: άγιοι [“Gr. heiligen].
Over Paulus wordt gezegd: “ Heer, ik heb van velen over deze man gehoord, hoeveel kwaad hij uw Heiligen te Jeruzalem aangedaan heeft; en hier heeft hij volmacht van de overpriesters om allen, die Uw Naam aanroepen, gevangen te nemenHand.9: 13;
Op een grote rondreis kwam Petrus ook bij de Heiligen die in Lydda woondenHand.9: 32;
Vele Heiligen heb ik met machtiging van de hogepriesters in gevangenissen opgesloten…Hand.26: 10.
Er is maar één geval waarin het woord in enkelvoudige zin gebruikt wordt: “Groet iedere Heilige in Christus Jezus …Phil.4: 21.
In de Blijde Boodschap het meervoud άγιοι “Gr. heiligen” 67 keer gebruikt, terwijl het enkelvoud “Heilige” dus maar één keer wordt gebruikt.
En zelfs in dat geval wordt aangegeven dat er meerdere Heiligen zijn: “…iedere Heilige…” Phil. 4: 21.

Het idee achter het woord “Heilige” is dat er een groep mensen van de wereld wordt afgezonderd voor de Heer en Zijn Hemels Koninkrijk.
We vinden in de Blijde Boodschap 3 verwijzingen naar het Godvruchtige karakter van de Heiligen: “Ontvang haar in de Naam van de Heer, op een wijze die bij de Heiligen past…Rom.16: 2.
Om de Heiligen toe te rusten voor het werk in Zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwdEph.4: 12.
Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht – deze dingen horen niet bij HeiligenEph.5: 3; hieruit kun je opmaken dat hoogmoed en zedeloosheid niet alleen in onze tijdsperiode ontstaan zijn, de kop opsteken, maar van alle tijden is en een ingebakken menselijk begrip is.
Daarom zijn “Heiligen” in het perspectief van de Schrift het Lichaam van Christus, de Christenen, de Kerk. Alle Christenen worden als Heiligen beschouwd, tot het tegendeel uit hun gedrag kan worden opgemaakt, in dat geval ontmoet je zo genaamde huichelaars, die maar doen alsof, die het hoogmoedige spel spelen.
Alle Christenen zijn Heiligen… en tegelijkertijd worden alle Christenen opgeroepen om Heiligen te zijn.
Aan de Gemeenschap van God te Corinthe, aan hen die, geheiligd in Christus Jezus, tot een Heilig leven zijn bestemd…1Cor.1: 2.
De woorden “geheiligd” en “Heilig” stammen uit hetzelfde Griekse stamwoord, dat gewoonlijk met “heiligen” wordt vertaald.
Christenen zijn Heiligen vanwege hun verbinding en navolging van Christus.
Christenen worden tot een heilig leven opgeroepen; hun dagelijkse leven hoort steeds meer te gaan lijken op hun positie in Christus. Dit is de beschrijving en de roeping van de Heiligen overeenkomstig de Blijde Boodschap; zij bevinden zich rond de troon van God, zowel in de Hemelen als op aarde en vormen als zodanig de Kerk. Heiligen worden opgeroepen om alleen God te eren en te aanbidden en om alleen tot God te bidden voor het heil, de heiliging van de mensheid. Heiligen van alle tijden, plaatsen en godsdiensten van zowel vóór als ná Christus glorievol verblijf op aarde.

Heilige dappere Dodo
Zo ook een heilige uit de dertiende eeuw,
uit een niets-zeggend fries gehucht, Dodo van Haske.
Een levensbeschrijving van Dodo meldt dat hij het gewone leven ontvluchtte, zoals aartsvader Lot Sodom  de wereld de rug toekeerde en er aan trachtte te ontkomen.
Hij is dan al getrouwd maar dat weerhoudt hem er niet van om te kiezen voor een kluizenaarsbestaan.
Het is ook nog bekend waar zijn eenzame verblijf zich bevond, op de plek waar nu de kerk van Haskerdijken staat.
De protestantse Heilige Dodo verrichtte wonderbaarlijke genezingen en onderwierp het vleselijke monster in zichzelf door vasten, gebed en zelfkastijding.
Zó kennen wij ze ook wel in onze tijdsperiode, je dient alleen goed te kijken en dat blijkt niet altijd uit de uiterlijke vorm.

Apolytikion     tn.4.
Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid
met het bloed van Uw Martelaren als met byssus en purper;
en door hen roept zij tot U, Christus God:
Zend over Uw Volk Uw Barmhartigheid neer;
schenk Vrede aan Uw Wereld,
en aan onze zielen grote Genade
”.

Kondakion     tn.8.
Als eerstelingenozfer der natuur
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal
de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe Vrede
Uw Kerk, Uw woning bij de mensen,
en bescherm haar door de Moeder Gods,
Barmhartige
”.

”  Ik wil de Heer zegenen ten allen tijde, altijd dient Zijn lof in mijn mond te blijven. In de Heer verheft zich mijn ziel, dat de zachtmoedigen het horen en zich
verheugen. Verheerlijkt de Heer met mij, laat ons tezamen Zijn Naam verheffen.
Ik zocht de Heer en Hij heeft mij verhoord,  Hij heeft mij bevrijd uit al mijn beproevingen. Nadert tot Hem en wordt verlicht: uw gezicht zal niet beschaamd worden.
Deze arme heeft geroepen en de Heer heeft hem verhoord; Hij heeft hem verlost uit al zijn kwellingen.
De Engel des Heren legert zich rond die Hem vrezen, om hen te bevrijden.
Proeft en ziet dat de Heer goed is: zalig de mens, die op Hem vertrouwt.
Vreest de Heer gij al Zijn heiligen, want voor wie Hem vrezen is er geen gebrek.
Rijken werden arm en noodlijdend, maar wie de Heer zoeken zal het aan geen enkel goed ontbreken.
Komt kinderen, luistert naar mij: ik zal u de vreze des Heren leren.
Wie is de mens die het Leven wil, die smacht om goede dagen te zien?
Dat zijn tong ophoude met kwaad te spreken, zijn lippen met bedrog te plegen.
Keer u af van het kwade en doe het goede, zoek de vrede en jaag die na.
De ogen des Heren zijn op de Rechtvaardigen, Zijn oren naar hun smeking.
Maar het aanschijn des Heren is tegen hen die kwade doen, om hun gedachtenis te verdelgen van de aarde.
De rechtvaardigen roepen en de Heer verhoort hen; Hij bevrijdt hen uit al hun kwellingen.
De Heer is nabij aan een vermorzeld hart, de nederigen van geest schenkt Hij verlossing. Talrijk zijn de beproevingen der rechtvaardigen, maar de Heer bevrijd hen uit alle kwellingen.
De Heer bewaart al hun beenderen: niet een er van zal worden gebroken.
De dood der zondaars is rampzalig, want wie de gerechten haten bezondigen zich. De Heer bevrijd de zielen van Zijn dienaren: allen die op Hem vertrouwen zijn vrij van zondePsalm 33[34] vert. ROK ‘s-Gravenhage

2e Pinksterdag – dag van de Heilige Geest

Een Gelovige zien is het herkennen van Jezus Christus“;                                       ” Seeing a believer is recognizing Jesus Christ“;         ” Βλέποντας έναν πιστό αναγνωρίζει τον Ιησού Χριστό“;                                          “رؤية المؤمن هو التعرف على يسوع المسيح”.     

Komt alle Volkeren,
om de Goddelijke Drie-persoonlijke Godheid te aanbidden: de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de mede-eeuwige en meer-tronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verHeerlijkt met de Zoon.
Éen Macht, één Wezen, éen Godheid: wij allen aanbidden en zeggen:
Heilig bent U, God, Die door de Zoon alles geschapen heeft, tezamen met de energie van de Heilige Geest.
Heilig is de Sterke, door Wie wij de Vader mogen kennen en
door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is.
Heilige is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster, Die uitgaat van de Vader en Die rust in de Zoon.
Heilige Drie-eenheid, ere zij U

      Ziet toe, dat gij niet een dezer kleinen veracht.
Want Ik zeg u, dat hun engelen in de Hemelen voortdurend het Aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de Hemelen is. [Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te behouden].
Wat dunkt u? Indien een mens in het bezit is gekomen van honderd schapen en een ervan raakt verdwaald, zal hij dan niet de negenennegentig op de bergen laten en heengaan om het dwalende te zoeken? En gebeurt het, dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich over dat ene meer verblijdt dan over de negenennegentig, die niet verdwaald waren.
        Zo bestaat bij uw Vader, Die in de Hemelen is, de Wil niet, dat een van deze kleinen verloren gaat.
        Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen.
        Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen.
        Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring 
van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa.
        Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de Gemeente.
        Indien hij naar de Gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar.
Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de Hemel,
en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel.
Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van mijn Vader, Die in de Hemelen is.
Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun middenMatth.18: 10-20.

      Thans zijn jullie licht[-end voorbeeld] in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht,
– want de vrucht van het licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid en
– toetst wat aan de Heer wel-behaaglijk is.
En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het Licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.
Daarom heet het: Ontwaak, jullie die slapen en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten.
Ziet dus nauwlettend toe, hoe jullie wandelen, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.
En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen en zingt en bejubelt de Heer van harteEph.5.: 8b-19.

De weg die wij Gelovigen gaan heeft een goede basis, wij trekken door de woestijn van het leven, maar weten ons gedragen door een betrouwbare leidsman, de goede Herder.
De beeldspraak van kudde en herder vindt zijn oorsprong in de herinnering aan de woestijntocht, toen de Heer Zijn volk uit Egypte door de Woestijn heen heeft geleid naar het land van belofte: als een Goddelijke Herder Zijn kudde.
De Mysteriën [wonderen] die Hij gedaan heeft ten aanschouwen van onze voor-vaderen, in het land van Egypte, in de vlakte van Tanis”.
De vlakte van Tanis = de gehele vlakte van de Jordaan, die van de doop, de gehele vlakte waar de Jordaan doorheen liep van de zee van Galilea tot Zoar [= onbeduidend of onbelangrijk] toe, zodat de dode zee er onder begrepen werd. Voornamelijk denken we aan de vlakte, waar Sodom en Gomorra, Adama en Seboïm, hun ondergang tegemoet gingen.
Eer de Heer Sodom en Gomorra verdorven had was de vlakte van de Jordaan als de hof des Heren en als het land van Egypte te weten àls òf dáár gezegd wordt jullie komen van/te Zoar.

      Abram bleef wonen in het land Canaan en Lot vestigde zich in de steden van de Streek, en sloeg zijn tenten op tot bij Sodom. De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegen-over de HeerGen.13: 12,13.
Het lijkt onbeduidend, maar wij leven in de vlakte van Tanis en worden geleid naar het land van de Belofte – het staat er reeds vanaf den Beginne, je dient het alleen maar te lezen en te zien, te horen.
En de mensen van Sodom waren boos en grote zondaars tegen alles wat
God hen maar geboden had
– alle mensen zijn van nature boos en zondaars, daar is niemand van uitgezonderd, zelfs niet één, zo zegt David:
Allen zijn afgedwaald, zij zijn omkoopbaar: er is niemand, die het goede doet, zelfs niet één, Hun keel is een open graf, hun tong pleegt bedrog; addervergif zijn hun lippen. Hun mond is vol verwensing en bitterheid; hun voeten zijn vlug om bloed te vergieten. Hun wegen zijn verderf en ongeluk, maar de weg van Vrede kennen zij niet; de vreze voor God staat hun niet voor ogenPsalm 13: 4-7, vert. ROK ’s-Gravenhage.

‘Christus’ klopt aan jouw deur

Nadat wij de roep van de Herder beantwoord hebben en ons hebben laten dopen trekken wij weliswaar door de woestijn van het leven, maar weten ons gedragen door een betrouwbare leidsman, de goede Herder; wij wandelt als kinderen van het Licht
    Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de Kracht en de komst van onze Heer Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn Majesteit.
     Want Hij [Christus, onze Leidsman] heeft van God, de Vader, eer en Heerlijkheid 
ontvangen, toen zulk een stem van de Hoogwaardige Heerlijkheid [uit de Hemelen] tot Hem kwam: ‘Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Wie Ik Mijn Welbehagen heb. En deze stem hebben ook wij uit de Hemel horen komen, toen wij met Hem op de Heilige Berg [Thabor] waren.
        En wij achten het profetische woord [daarom] des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie van de Schrift [de Blijde Boodschap] een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil vaneen mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken2Petr.1: 16-21.

De Kerk roept ons via haar eerst-geroepenen op:
    Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en Godsvrucht strekt, begiftigd door de Kennis van Hem, Die ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; 
door Deze zijn wij met kostbare en zeer grote Beloften begiftigd, opdat jullie [mensen] daardoor deel zouden hebben aan de Goddelijke Natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
       Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw Geloof de deugd, door de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de Liefde [jegens allen].
Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden, laten zij u niet zonder werk of vrucht voor de kennis van onze Heer Jezus Christus
[uw aller Herder]”  2Petr.1: 3-8.

Luistert, gij zonen van Abraham, Isaäc en Jaäcob, luistert naar Israël [de Kerk];
de 12 stammen van Israël – gelijk de 12 apostelen van de Kerk:
        Ruben [= zie, een zoon] , mijn eerstgeborene zijt gij, mijn sterkte en de eersteling van mijn  Kracht, de voornaamste in Hoogheid, de voornaamste in vermogen. Gij, die opbruist als water, gij zult de voornaamste niet zijn, omdat gij het bed van uw vader beklommen hebt; toen hebt gij het ontwijd. Hij heeft mijn leger-stede beklommen.
        Simeon [= luisterend, gehoord] en Levi [= verbonden] zijn broeders; hun gereedschappen zijn werktuigen van geweld. Mijn ziel zal geen deel hebben aan hun [wereldse] beraadslaging, mijn geest zal zich niet aan-sluiten bij hun vergadering, want in hun toorn hebben zij mannen [de mensheid] gedood en in hun moedwil hebben zij runderen de pezen doorgesneden. Vervloekt zij hun toorn, want die is hevig, en hun grimmigheid, want die is hard. Ik zal hen verdelen onder Jaäcob [= hielenlichter] en verstrooien onder Israël [= God heeft de overhand, God zegeviert].
     Juda [= geprezen, hij zal geprezen worden], u zullen uw broeders loven, uw hand zal zijn op de nek van uw vijanden, voor u zullen de zonen van uw vaderen zich neerbuigen. Een leeuwenwelp is Juda; na de roof zijt gij omhoog geklommen, mijn zoon; hij kromt zich, legt zich neer als een leeuw of als een leeuwin; wie durft hem opjagen? De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heerser’s-staf tussen zijn voeten, totdat Silo [= plaats van rust bij de eigenaar] komt en hem zullen de volken gehoorzaam zijn. Hij zal zijn ezel aan de wijnstok binden en het jong 
van zijn ezelin aan de wingerd; hij zal zijn kleed in wijn wassen en in druivenbloed zijn gewaad.
Hij zal donkerder van ogen zijn dan wijn en witter van tanden dan melk.
        Zebulon [= verheven, bewoning] zal wonen aan het strand der wijde zee, ja, hij zal wonen aan het strand bij de schepen, en zijn zijde zal naar Sidon [= de jacht, het jagen naar] gekeerd zijn.
        Issakar [= er bestaat beloning] is een bonkige ezel, die tussen de stallingen ligt; Als hij ziet, dat de rust goed is, en dat het land liefelijk is, buigt hij zijn schouder om te torsen en leent zich tot slaafse herendienst.
        Dan [= rechter] zal zijn volk richten als een der stammen van Israël. Moge Dan een slang op de weg zijn, een hoornslang op het pad, die in de hielen van het paard bijt, zodat zijn berijder achterover valt. Op uw Heil wacht ik, o Heer.
        Gad [= een binnenvaller of troep of fortuin], een bende zal hem belagen, maar hij zal hun hielen belagen.
        Aser [= gezegend, gelukkig], zijn spijze zal vet zijn, en hij zal koninklijke lekkernijen leveren.
        Naftali [= worstelend, wordteling] is een losgelaten hinde; hij laat schone woorden horen.
        Jozef [= de Heer heeft toegevoegd, laat hem toevoegen] Een jonge vruchtboom is Jozef, een jonge vruchtboom aan een bron; zijn takken stijgen boven de muur uit; De boogschutters hebben hem getergd, beschoten en vijandig bejegend, maar zijn boog bleef stevig en zijn sterke handen bleven lenig, door de handen van de Machtige van Jaäcob, daar de Steenrots van Israel [de Kerk] Zijn herder is; Door de God uws vaders, die u zal helpen, en de Almachtige, die u zal zegenen met zegeningen uit de Hemelen van boven, met zegeningen van de watervloed, die beneden ligt, met zegeningen van de borsten en de moederschoot.  De zegeningen van uw vader gaan de zegeningen van mijn voorvaderen te boven, reikende tot het kostelijkste der eeuwige heuvelen; zij zullen komen op het hoofd van Jozef, op de schedel van de uitverkorene onder zijn broeders.
         Benjamin [ de jongste, zoon van de rechterhand of zoon van geluk] is een verscheurende wolf; in de morgen verslindt hij zijn prooi en tegen de avond verdeelt hij de buit.
Dit zijn al de stammen van Israël, twaalf in getal; en dit is wat hun vader over hen gesproken heeft, toen hij hen zegende; ieder zegende hij met een eigen zegen” Gen.49: 6- 28.

“Gij richt een tafel voor mij aan voor de ogen van mijn verdrukkers”;

God, onze Vader trof alle eerstgeborenen in Egypte,  de eerst-verwekten in de tenten van Cham [= verhit, heet]; maar Zijn uitverkoren Volk liet Hij als schapen uitgaan, ging hun kudde vóór, door de woestijn;  veilig leidde Hij hen – niets te vrezen! – had de zee niet hun vijand bedekt?
Wanneer onze Heer en Verlosser, Jezus Christus Zichzelf de Goede Herder noemt, dan dienen wij dit beeld voor ogen te houden, niet zozeer met op de achtergrond Zijn weldoende rondgaan door dorpen en steden, als wel Zijn Pascha, ons Geloof van Pascha, de verlossing uit de dood, uit de slavernij van het uitzichtloze door de dodende zee heen, opgestaan tot eeuwig Leven.
Aan het einde van de woestijntocht verneemt Mozes dat hij gaat sterven.
Vervolgens bidt/smeekt hij tot zijn God,
“Heer, ontferm U” dat deze voor Israël [de Kerk] Iemand zou aanstellen, ‘Die hen uitleidt en thuisbrengt’, toen sprak Mozes tot de Heer:
        De Heer, de God der geesten van alle levende schepselen, laat Hem over de vergadering een man aanstellen , Die voor hun aangezicht uitgaat en Die voor hun aangezicht ingaat, en Die hen doet uittrekken en hen weer terugbrengt, opdat de vergadering des Heren niet zij als schapen die geen herder hebbenNum.27: 15-17.
De Gemeenschap van God, het uitverkoren Volk des Heren zou ‘een kudde zonder herder’ worden. En de God van onze Vaderen stelde vervolgens Iemand aan, Die redding brengt [= Joshua]. “Jezus” is het Griekse woord voor de Hebreeuwse naam Joshua, die oorspronkelijk luidde Hoshea [= redding] :
      Mozes noemde Hosea, de zoon van Nun [= nageslacht], Jozua “ Num.13: 8,16, die Hij uitzond om het Beloofde Land te verkennen.

Wanneer onze Heer en Verlosser over Zichzelf getuigt dat Hij de Goede Herder is, voegt Hij er expliciet aan toe:
‘dit is de opdracht die Ik van mijn Vader heb ontvangen’.  Dit betekent dan voor Hem: ‘een Koningschap, een Koninkrijk op de wijze van David, met als de twee criteria van zijn leiderschap: oprechtheid enerzijds, met omzichtige hand anderzijds.
Oprechtheid, de waarheid, desnoods de harde waarheid; maar ‘niet’ de harde hand, ‘wel’ de hartelijke hand, de hand van het hart.

De profeten van de ballingschap, in het bijzonder Isaiah, zien de terugkeer uit Babylonië als een nieuwe woestijntocht naar het land van de belofte.
      Zie, hier is uw God! Zie, de Heer der Heerscharen zal komen met Kracht en Zijn arm zal Heerschappij oefenen; zie, Zijn loon is bij Hem en Zijn vergelding gaat voor Hem uit.
       Hij zal als een herder Zijn kudde weiden, in Zijn arm de lammeren vergaderen en ze in Zijn Schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden.
       Wie mat de wateren met Zijn holle hand, bepaalde de omvang der Hemelen met een span, vatte met een maat het stof der aarde, woog de bergen met een waag en de heuvelen met een weegschaal?
Wie bestuurde de Geest des Heren en onderrichtte Hem als zijn raadsman?
Wie raadpleegde Hij, dat deze Hem inzicht zou geven, het rechte pad zou leren, kennis bijbrengen en de weg van het verstand doen kennen?
Zie, volkern zijn geacht als een druppel aan een emmer en als een stofje aan een weegschaal;
zie, 
eilanden zijn als fijn stof, dat uitgestrooid wordt; de Libanon [= witheid] is niet toereikend als brandhout, en zijn wild gedierte niet ten brandoffer.
Alle volkeren zijn als niets voor Hem, zij worden 
door Hem beschouwd als nietig en ijdel. Met wie dan wilt gij God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?Isaiah 40: 10-18.
Als Christus Zich de Goede Herder noemt, dan is het ons Geloof dat in Hem de geschiedenis van de mensheid, onze geschiedenis, telkens opnieuw een kéér zal nemen: vàn ballingschap náár terugkomst thuis, vàn vallen náár opstaan, vàn zonde náár verzoenende vergeving.
Maar, zó stellen daarna dezelfde Profeten vast – hun woordvoerder is nu in de eerste plaats Ezechiël – de herders [de spelleiders] van Israël [de Kerk] ‘weiden zichzelf‘.
Hun schapen buiten ze uit en die raken verstrooid over de gehele aarde, de kudde wordt geplunderd en valt ten prooi aan de wilde dieren.
Dàn zegt de Heer onze God, via Zijn Geest bij monde van Zijn profeet:
Ik zal zelf omzien naar mijn schapen en ervoor zorgen…
Ik zal zelf mijn schapen weiden en ze een rustplaats wijzen…
Ik zal over hen één herder aanstellen die hen weiden zal: mijn dienaar David.
Die zal ze weiden, die zal hun herder zijn…
Ik, de Heer, zal hun God zijn en mijn dienaar David hun vorst…
Zo luidt de godsspraak van Jahwe de Heer:
Jullie zijn toch Mijn schapen, de schapen die Ik weid;
 Jullie zijn Mijn mensen en Ik ben jullie God.
En Jezus zegt: “Ik ben de Goede Herder,  de nieuwe, de door Jahwe beloofde,
de enige, de waarachtige“.
Dat wil zeggen: “Uw Barmhartigheid volgt mij van nabij, alle dagen van mijn levenPsalm 22: 8; oftewel dat Ik garant sta voor Leven, doorheen al uw lijden en de dood. Zijn Volk laat Hij als schapen uitgaan, Hij gaat Zijn kudde vóór door de woestijn. Hij staat èr garant voor -om hen- in Oprechtheid en Hartelijkheid voor te gaan

Transfiguratie, ‘Heer, laat ons tenten bouwen’.

    Heer, wie mag wonen in Uw tent, wie mag verblijven op Uw Heilige Berg?
Hij die wandelt zonder vlek en de werken der Gerechtigheid doet. Die waarheid spreekt in zijn hart, die geen bedrog pleegt met zijn tong.
Die geen bedrog pleegt tegen zijn naaste, noch kwaad wil horen over hen die hem na-staan. 
Wie kwaad doen, zijn in zijn ogen gering; maar wie de Heer vrezen, eert hij. Als hij zweert voor zijn naaste, houdt hij zijn woord; hij geeft zijn geld zonder rente. Hij aanvaardt geen geschenken tegen schuldelozen.
Wie zo doet staat onwankelbaar tot in  eeuwigheidPsalm 14, vert ROK ’s-Gravenhage.

De wereldse mens zal opmerken:
dat is prachtige Bijbelse poëzie; het mag dan voortreffelijke Theologie zijn;
maar wat heeft het concreet te betekenen in deze moderne tijd van
computer en hightech waarin wij leven?
Is er een concreter, completer, moderner, universeler levensprogramma denkbaar dan  dat van de oude psalmen, profeten en parabels?
Dat wij in de Geest van God, in de voetsporen van de verrezen Heer, Die ons tot Leven wekt, voor elkaar garant staan voor geluk en genade;
dat wij voor elkaar garant staan voor leven ondanks lijden en dood, sterker dan lijden en dood;
dat wij ‘in open overleg‘ er -garant voor te staan- vertrouwelijk
met elkaar om te gaan  in oprechtheid en met zachte hand,
rechtlijnig en zachtzinnig;
dat wij ervoor garant staan telkens weer te kiezen voor
verzoening en elkaar nieuwe kansen te gunnen,
voor elkaar mensen van Ontferming en Vrede te zijn;
dat wij ons daarom met Gelovige Zekerheid geborgen weten
in God’s Vaderhart en in de Liefde van de Goede Herder.

Ondanks datgene wat de wereld ons voorhoudt
blijven wij Gelovigen in de Geest van God, met
onze Heer aankloppen en zeggen met Hem:
    Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven;
neem mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en je zult rust vinden voor je ziel; want mijn juk is zacht en
mijn last is licht
” Matth.11: 28-30.

 

Christus zegent de kinderen, ‘Laat de kleinen tot mij komen, belet het hen niet, want in hen verblijft het Koninkrijk der Hemelen!’

Onze Heer en Zaligmaker, de Zoon van God is er namelijk van overtuigd dat
er mensen zijn die heel goed weten, dat het heel ànders dient te gaan in hun leven. Misschien herken jij dàt ook, een voortdurende onrust, een leegte, die door niets  in deze wereld gevuld kan worden, een verlangen naar God misschien zelfs zonder dat je dàt onder woorden kunt brengen.
Je hebt spijt van je hardheid, en je ziet je eigen arrogantie en egoïsme.
Je ervaart dat je onrein bent vanwege je eigen hooghartige gedachten en fantasieën die maar blijven opkomen en weer gaan zonder dat je er grip op krijgt. Daardoor voel je je misschien schuldig.
Hoe andere mensen jou beoordelen, òf ze jouw strijd zien of niet, en
òf je christen bent of niet, dat verandert niets aan het feit dat
je zelf heel goed beseft dat het toch niet zo goed met je gaat, als je
je omgeving doet voorkomen.
Je weet dat er krachten in je leven zijn die sterker zijn dan jezelf en
die jou in je gedachten bij God vandaan trekken naar dingen die
niet goed voor je zijn en waardoor je in een spiraal van
ellende terecht kunt komen.
Zou je dàt nòg langer negeren dàn zou je niet eerlijk meer zijn
ten opzichte van jezelf.

Komt alle Volkeren,
om de Goddelijke Drie-persoonlijke Godheid te aanbidden:
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de mede-eeuwige en meer-tronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verHeerlijkt met de Zoon.
Éen Macht, één Wezen, éen Godheid: wij allen aanbidden en zeggen:
– ‘ Heilig bent U, God, Die door de Zoon alles geschapen heeft,
tezamen met de energie van de Heilige Geest.
– ‘ Heilig is de Sterke, door Wie wij de Vader mogen kennen en
door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is.
– ‘ Heilige is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster,
Die uitgaat van de Vader en Die rust in de Zoon.
Heilige Drie-eenheid, ere zij U

Bezingen wij de Een-wezenlijke Drie-heid:
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, want
zo is het ons verkondigd door
alle Profeten, de Apostelen en de Martelaren

uit: Pentecostarion, blz.466 ROK ’s-Gravenhage.

Prijslied
[refr.] “Wij vereren U, wij vereren U Leven-schenker Christus,
en vereren Uw Al-Heilige Geest, Die
U van de Vader over Uw
God-dragende Leerlingen gezonden hebt“.

– “De Hemelen verhalen de Heerlijkheid Gods,
het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen“. [refr.]

– “Over de gehele aarde klinkt hun [Blijde] Boodschap,
tot aan de grenzen der wereld hun woorden.
Door de adem van Zijn mond
is heel hun kracht bevestigd“.  [refr.]

– “Vuur vlamde op van Zijn aanschijn,
een brandende vuurgloed ging van Hem uit:
een geweldige storm omringt Hem
Alle einden der aarde zullen zich herinneren en
tot de Heer terugkeren;
alle geslachten zullen voor Hem neerbuigen“.  [refr.]

– “Het getuigenis des Heren is waar,
en geeft wijsheid aan de kleinen:
de oordelen des Heren zijn recht zij verblijden het hart.
De aarde werd geschokt en de hemelen dropen,

voor het aangezicht van de God van de berg Sinaï“.  [refr.]

-“Zend Uw Geest uit, en alles zal geschapen worden:
U zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
Uw goede Geest geleide mij in een effen land“.  [refr.]

-” God schep in mij een zuiver hart;
vernieuw in mijn binnenste de rechte Geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht;
neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.
Geef mij de vreugde terug van Uw Heil;
sterk mij met Uw besturende Geest“.  [refr.]

-” De Heer schenkt met Macht het Woord
aan de brengers van de Blijde Boodschap.
De Heer zal Zijn volk Kracht schenken:
de Heer zal Zijn Volk zegenen met Vrede

Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen

Hypakoi     tn.8
Na Uw Opstanding uit het graf, o Christus,
en Uw Goddelijke Opvaart naar de hoogste Hemelen,
hebt U over de God-schouwenden Uw Heerlijkheid gezonden, Barmhartige,
en de rechte Geest hernieuwd in Uw Leerlingen.
Zo hebben zij, als een welluidende harp,
op Mystieke wijze door God bespeeld,
Uw Woorden en Heilsorde doen weerklinken“.
uit: Pentecostarion, blz.470,471 ROK ’s-Gravenhage.

Zondag van Pinksteren – Πεντηκοστή, de Nederdaling van de Heilige Geest

”     Zie temidden van de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggend:
‘Indien iemand dorst heeft, hij dient tot Mij te komen en te drinken! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’.
Dit zei Hij van de Geest, welke zij, die tot Geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.
Sommigen dan uit de schare, die naar deze woorden geluisterd hadden, spraken:
‘Deze is waarlijk de profeet’. Anderen zeiden: ‘Deze is de Christus’;
weer anderen zeiden: ‘De Christus komt toch niet uit Galilea? Zegt de Schrift niet, dat de Christus komt uit het geslacht van David en van het dorp Betlehem, waar David was?’
Er ontstond dan verdeeldheid bij de schare om Hem; en sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand sloeg de handen aan Hem. De dienaars dan gingen naar de overpriesters en Farizeeën en die zeiden tot hen: ‘Waarom hebt gij Hem niet medegebracht?’.
De dienaars nu antwoordden hun: ‘Nooit heeft een mens zo gesproken, als deze mens spreekt!’.
De Farizeeen dan antwoordden hun: ‘Zijt gij soms ook verleid? Heeft soms een van de oversten in Hem geloofd, of van de Farizeeën? Maar die schare, die de wet niet kent, vervloekt zijn zij!’.
Nicodemus, die vroeger tot Hem was gekomen, een van hen, zei tot hen:  ‘Veroordeelt onze wet dan een mens, tenzij men zich eerst van hem op de hoogte gesteld heeft en kennis genomen van wat hij doet?’.  Zij antwoordden en zeiden tot hem: ‘Zijt gij soms ook uit Galilea? Ga maar na en zie, dat uit Galilea geen profeet opstaat. Opnieuw  dan sprak Jezus tot hen en zei:
‘Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het Licht van het Leven bezittenJohn.7: 37-52;8: 12.

Met Pinksteren vieren wij de geboorte van de Kerk.
Christus, de Zoon van God, die geleden heeft en aan het kruis is gestorven, is met Pasen verrezen uit de doden. Daarna verschijnt Hij nog aan de leerlingen en met Hemelvaart vieren we dat Hij definitief terug gaat naar God de Vader in de hemel en zetelt aan Zijn rechterhand.
Voordat Jezus wegging heeft Hij beloofd de gelovigen niet alleen te laten. De ons toegezegde Heilige Geest wordt ons gegeven om met God verbonden te blijven.
Maar ook om, geholpen door de ingevingen van die Heilige Geest, het Evangelie van Christus te kunnen verkondigen.

Wij, geschapen uit het slijk der aarde, zijn als mensen niet in staat op eigen kracht de volle leer van Jezus’ Blijde Boodschap [= Evangelie] te verkondigen;
de Heilige Geest helpt ons daarbij.
Op de dag van Pinksteren [ook wel Pentecoste, dat is “de vijftigste dag” na Pasen] gaan de Apostelen voor het eerst na Pasen verkondigend naar buiten en spreken in allerlei talen de mensen toe.
Pas nu zijn zij in staat overtuigend en duidelijk te spreken vàn en óver de Blijde Boodschap, de Pedagogie, het Geloof wat Christus hen heeft geleerd en voorgeleefd.
En met wàt voor een overtuiging! Velen bekeren zich, laten zich dopen en worden aldus eveneens   getuigen van Christus.

Veel mensen in Nederland weten alleen nog dat Pinksteren een extra dag vrij betekend – Het liedje ‘Op een mooie Pinksterdag’ spreekt iedereen dan ook aan.
Echter er zit een veel grotere betekenis achter Pinksteren dan alleen maar dat extra dagje vrij.
De geschiedenis van Pinksteren gaat namelijk vèr terug in de tijd.
Christenen zien Pinksteren als een neerdaling van de Heilige Geest over de apostelen, met het feest Pinksteren herdenkt de Kerk deze heilige gebeurtenis.
Het woord Pinksteren is ontstaan uit het Griekse woord Πεντηκοστή [Pentekosté], wat vijftig betekend.
Dit refereert aan de dag wanneer Pinksteren wordt gevierd, dit is namelijk de vijftigste dag.
Christenen herdenken de vijftigste dag dus als de neerdaling van de Heilige Geest op de apostelen, terwijl het Jodendom het ziet als het Wekenfeest.
Pinksteren is namelijk ontstaan uit het joodse zeven weken na Pesach-feest, hetgeen ook wel Sjavoeot genoemd wordt; met dit feest wordt gevierd dat de Tora aan het joodse volk is gegeven. De synagogen worden op deze dag geheel versierd met bloemen. Op deze manier herinneren de joden zich dat God de berg Sinaï ook helemaal had versierd met bloemen toen Hij hen de Torah, de Wet gaf.
Vroeger was Pinksteren alleen een dankfeest voor het binnenhalen van een goede oogst en pas in de tweede eeuw na Christus kreeg Pinksteren een nieuwe betekenis. Toen kreeg Pinksteren als betekenis om het Nieuwe Verbond tussen God en het Nieuwe Israël [de Kerk] te herdenken, de Nederdaling van Gods Geest.
Met Pinksteren viert de Kerk formeel haar ontstaan.
Onze Kerk bestaat dus vanaf Pinksteren in het jaar 33 en viert in 2033 haar 2000 jarig bestaan.
De Christelijke Kerk ziet Pinksteren als een neerdaling van de Heilige Geest over de apostelen, met het feest Pinksteren herdenken wij deze heilige gebeurtenis.

 

Pentecost, 14th cnt

De Heilige Geest is de Derde Persoon van de Ene God, naast de Vader en de Zoon, zo geloven wij. Het is een Gods-Mysterie, een Gods-wonder, maar het is een werkelijkheid, het is reëel, wanneer je je als volgeling van Christus voor Hem openstelt, de Heilige Schrift [hardop] leest en dit op je in laat werken.
Bijvoorbeeld het moment waarop Jezus, de Zoon, gedoopt wordt met de Heilige Geest.
De Heilige Geest wordt vaak afgebeeld als Vurige tongen, omdat de leerlingen vol vuur waren van de Boodschap, die ze gingen verkondigen en de liefdesboodschap, die ze in alle talen de mensen konden doorgeven.
Ook als duif wordt de Geest voorgesteld, omdat de duif voor reinheid en zachtmoedigheid staat, maar bovenal voor Hemelse inspiratie, vrede en de ziel.
De Heilige Geest is inderdaad de bezieling voor de Kerk om ook in onze tijden de boodschap van God onder de mensen te brengen.

Om het belang van dit Hoogfeest aan te geven kent dit feest ook een “Tweede Pinksterdag”, zoals dat ook met Kerstmis en Pasen is.
Dit noemen wij de Traditie van de Kerk, ondanks datgene wat sommige humanistische partijen hiervan vinden, maar een Hoogfeest wordt dusdanig gevierd dat wij er maar niet genoeg van kunnen krijgen om een dergelijk feest in één dag vieren. De 2e Pinksterdag wordt namelijk gevierd als de dag van de Heilige Geest en het is ontzettend jammer dat bepaalde groeperingen dit willen omzetten naar nog maar weer een ‘Maria-feest‘, zij werken daarmee zelf de afbraak van de Traditie in de hand.

De Heilige Geest moet onze zwakheid te hulp komen en daarom vragen wij steeds om de bijzondere Genadegaven: we  vragen om de heilige Geest te mogen ontvangen, zodat onze geest van zelfzucht wordt bekeerd, omgekeerd, bekeerd tot een geest van nederigheid.

In de avond van de eerste dag van de week“.
De Christelijke Zondag. Geruisloos heeft de Joodse Sabbat plaats gemaakt voor de Christelijke Zondag. Geen revolutie, maar een haast naadloze overgang.
Of beter: de ontreddering van deze revolutie heeft onze Heer Zelf opgevangen.
Want om helemaal opnieuw te kunnen beginnen was het nodig, dat het oude werd losgelaten.
Dat loslaten heeft Christus gedaan: Zijn milieu, Zijn geboortegrond, Zijn verwanten, Zijn goede Naam, de trouw van Zijn leerlingen, Zijn gezondheid, Zijn moeder, Zijn leven, kortom alles wat onze Heer, Jezus Christus, bond aan de Joodse grond, aan de Joodse wet, aan het Oude Verbond, Hij werd eruit ontworteld.
Aan al het oude afgestorven is Jezus voor ons de nieuwe innerlijke Tempel geworden en is Zijn Gloriedag onze zondag, de dag des Heren geworden, de dag van onze Heer.

Toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen…“.
Het verheerlijkte Lichaam van onze Heer is niet meer gebonden aan de begrenzingen van tijd en ruimte. Maar ook daarvoor heeft Hij de prijs betaald.
Eerst heeft Hij zich tot het uiterste toe gebonden aan de begrenzingen van het menselijke bestaan en heeft Hij elke overschrijding van die grenzen als een bekoring afgewezen. Vanaf  Zijn Geboorte in een grot tot en met de mensonwaardige executie op het Kruis is Jezus trouw gebleven aan de voorwaarden van het gewone menselijke bestaan.
Door Zich vrijwillig te binden aan de begrensdheid door tijd en plaats heeft Jezus alle plaatsen en alle tijden overstegen en is Hij de mens voor allen geworden om nu te kunnen zijn overal waar mensen zijn.
Wil ons leven een betekenis hebben die uitgaat bóven de nauwe grenzen van onze menselijke situatie, dàn behoeven wij ons niet aan de greep van onze menselijke oorsprongssituatie te onttrekken, ons te ontwortelen, maar dàn moeten wij juist ten einde toe eraan trouw blijven.

“Hij ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u“.
Dat is het aanschouwelijk beeld van de kerk: Jezus in het midden, zijn Vrede schenkend.
Niet de vrede zoals de wereld die geeftJohn.14: 27.
Niet de vrede van deze wereld, want dat is een vrede die gebonden blijft aan vredige omstandigheden.
Het is een Vrede “die alle begrip te boven gaat” [Phil. 4: 7], een Vrede in omstandigheden waarbij mensen zich afvragen hoe iemand daarbij nog de Vrede kan bewaren. Met die Vrede heeft Christus de wereld overwonnen:
Dit heb Ik u gezegd, opdat jullie de vrede zouden bezitten in Mij. Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnenJoh.16: 33.

Na dit gezegd te hebben, toonde
Hij hun Zijn handen en Zijn zijde
“.
De tekenen dus van zijn nederlaag.
De Vrede van Christus is dus de Vrede waarmee de nederlaag wordt verdragen.
Christus heeft het kwaad overwonnen door zich er niet kwaad over te maken en het actief te bestrijden, maar door het met een zacht en vredig gemoed te dragen.
Deze nederigheid schept eenheid onder de mensen: Vrede.
Hoogmoed schept verdeeldheid.
Als we tegen elkaar opbieden, onszelf voortdurend in een concurrentiepositie plaatsen tegenover anderen: nog sneller, nog rijker, nog meer Macht, nog meer luxe, nog meer comfort, anderen de ogen uitsteken, ontstaat er verdeeldheid en geweld. Anderen willen niet onderdoen, zij doen zichzelf en anderen geweld aan om hetzelfde inkomen te krijgen. Daardoor komen anderen weer te kort: kinderen, zieken, minderbedeelden, zwakker begaafden.
Er is geen tijd meer voor hen. Van louter voortvarendheid loopt men ook zichzelf voorbij en teert men in op de zwakkere, maar zoveel kostbaardere krachten in zichzelf:
inkeer, gebed, stilte, tijd nemen voor zichzelf en voor elkaar, spel, contemplatie,
allerlei niet-nuttige bezigheden, lezen, genieten van de natuur, poëzie, muziek enz.
Christus en de Kerk zijn ervoor om voor díe zachte krachten een lans te breken.

Nogmaals zei Jezus tot hen: Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u“. De apostelen en wij worden opgenomen in Jezus’ eigen Goddelijke  Vredeszending. Een innerlijke Vrede dus, een Vrede van het hart, maar niet een Vrede die inwendig blijft.
De Vrede van Christus bepaalt vanuit onze kern heel ons wezen en van daaruit al onze contacten.
Nu dien ik mijn contacten na te gaan of ik er de Vrede die Christus in mijn hart legt, dieper in kan laten doorsijpelen. Met name bij de personen met wie ik het minder goed kan vinden en over de onderwerpen die gevoelig liggen en die ik steeds maar weer uit de weg ga.

Na deze woorden blies Hij over hen en zei: Ontvangt de heilige Geest“.
De heilige Geest, dat is Jezus zelf in zijn eenheid met de Vader.
Het is de Persoon, die zoals in de Geloofsbelijdenis staat, “die voortkomt van de Vader”.
Wanneer we Jezus over de Vader horen spreken en we ervaren bij zo’n woord van Jezus over de Vader een beweging van genegenheid voor de Vader, een opwelling van liefde voor Hem, dan hebben wij op zo’n moment contact met de heilige Geest, dan worden wij ons bewust hoe we zijn opgenomen in de liefdesstroom tussen de Zoon en de Vader.
Soms denken mensen: God is zo ver weg, zo hoog – hoog in de hemel.
Of Jezus, Die is zo lang geleden, al bijna twee duizend jaar.
Dan mogen we bedenken: de Heilige Geest, dat is Jezus en de Vader levend en vlak bij, de kracht en het licht van God in het eigen hart.
Precies wat er in het evangelie staat: “En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden; ook Ik zal hem beminnen en Ik zal Mij aan hem openbarenJohn.14: 21.
Luisteren naar wat de woorden van Jezus in je doen en laten, dat is “Geestelijk Leven“.
Geestelijk of pneumatisch leven, het leven in de heilige Geest.

Pinksteren: « de Hemel komt vandaag naar de aarde »; Pentecost: «Heaven is coming to earth today»; Πεντηκοστή: «Ουρανός ημίν γέγονε σήμερον η γη»

Onderaan de Pinkster-icoon ziet men een keizerlijk personage, die de tijdelijke wereld voorstelt.
Deze allegorische figuur ziet men op de icoon vanaf de XIVe eeuw.
Zij benadrukt de kosmische dimensie van Pinksteren. Byzantium, het nieuwe Rome, was uitverkoren als hoofdstad door de Romeinse keizer Constantijn, die haar herdoopte met de naam Constantinopel. Constantijn was de eerste keizer die zich bekeerde tot het christendom.
Het Romeinse Rijk dat Christelijk geworden was werd nadien vanwege de uitvoerende macht in tweeën verdeeld.  Constantinopel werd de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk – Rome van het West-Romeinse Rijk.

Deze keizer op de icoon houdt in een gebaar van dankzegging aan God een linnen doek vast met de twaalf schriftrollen van de apostolische verkondiging.
Dit soort linnen doek ziet men ook in de antieke kunst bij de afbeelding van de allegorieën van de seizoenen van de aarde; het doek bevat dan meestal vruchten en verbeeldt de overvloed van de vruchten van de aarde. Men kan dit linnen doek ook zien als een bootje. Het schip is vaak gebruikt om de Kerk voor te stellen.
De H. Clemens [3e eeuw] zegt: “Het lichaam van de Kerk is als een groot schip dat in een grote storm mensen van verschillende herkomst vervoert, die in het Koninkrijk Gods willen wonen. Beschouw God derhalve als de kapitein van dit schip, Christus als de stuurman, de bisschop als de man op de uitkijkpost, de priesters als de bemanningsleden, de gemeenschap van broeders als de passagiers, de wereld als de onpeilbare diepte van de dood...”

De apostelen waren eenvoudige vissers en werden geroepen om in zee te gaan aan boord van het schip dat de Kerk is, om vissers van mensen te worden.
Alle volkeren moeten de Blijde Boodschap horen: dat de gave [de genade] van de Heilige Geest voor iedereen is.

Troparion           tn8
Gij zijt gezegend, o Christus, onze God,
Die met Uw Wijsheid de Vissers hebt vervuld,
door hen te vervullen met Uw Heilige Geest.
Door hen hebt Gij heel de wereld buitgemaakt;
Minnaar der mensen, ere zij U
“.

Kontakion          tn8
Toen de Allerhoogste nederdaalde,
verwarde Hij de talen en scheidde de volkeren.
Toen Hij echter de Vuurtongen uitdeelde
riep Hij allen tot eenheid.
Laat ons daarom eenstemmig de Heilige Geest
verheerlijken
“.

Gij allen die in Christus zijt gedoopt,
gij hebt u bekleed met Christus

hymne tijdens de Goddelijke Liturgie [“in de plaats van Heilige God . . .”]