Zondag van de Verdrijving uit het Paradijs – onthouden van alle zuivelproducten – Vergeving’s Zondag

Verdrijving uit het Paradijs, conf. Masaccio [1401-1428]

      Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.
En wanneer gij vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; want zij maken hun aangezicht ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen, wanneer zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds.
       Maar gij, zalf uw hoofd, als gij vast, en was uw gelaat, om u niet bij uw vasten aan de mensen te vertonen, maar aan uw Vader, die in het verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
        Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de Hemelen, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen.
Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn“                   Matth.6: 14-21.

‘Herinnering aan het Paradijs’, detail Hieronymus Bosch 1400-1562

    Het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen van het Licht! Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd!
       Maar doet de Heer Jezus Christus aan en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.
       Aanvaardt de zwakke in het geloof, maar niet om overwegingen te beoordelen.
De een gelooft, dat hij alles eten mag, maar de zwakke eet plantaardig voedsel.
Wie wel eet, dien niet hem te minachten, die niet eet, en wie niet eet, dient niet hem te oordelen, die wel eet, want God heeft hem aanvaard.
      Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt? Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan. Maar hij zal staande blijven, want de Heer is bij machte hem vast te doen staanRom.13: 11b-14:4.

‘Op de terugweg’, detail Hieronymus Bosch; ‘أوب، دي، تيروغويغ’، فصل، هيرونيموس، بوش; «Στο δρόμο πίσω», λεπτομερώς Hieronymus Bosch.

Ieder mens, geen enkele ziel wordt uitgesloten, dient zich te onderwerpen aan de door God ingestelde krachten [εξουσίαι, exousiai], wat meer inhoudt dan een door de mensen ingestelde  burgerlijke overheid.
Gods geboden, waaronder de tien Woorden [10 Geboden] blijven ook in het Nieuwe Verbond van kracht, het zijn immers leefregels [lichtbakens op de weg] die een voordele geven van wat Liefde nu eigenlijk wel is. Zij dienen nooit als middel tot verplichting, maar dienen als leefregels tot heiliging [hoe de geroepen rechtvaardige door Geloof kan, zal en wil leven].

De Liefde achterna; Ακολουθήστε την Αγάπη; اتبع الحب

De tien woorden staan in negatieve vorm: “ Gij zult niet . . .”, omdat God en de zonde nimmer samen kàn gaan; God ‘is’ immers ‘Liefde’.
Goddelijke Liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen,  zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe. Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blij met de Waarheid1Cor.13: 4-6.

Wanneer Paulus vandaag zegt: “ Het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen” heeft hij het over de tijd [καιρός, kairos] en doelt hij op de eindtijd, wanneer onze Verlossing [het Heil] compleet gemaakt wordt.
De tijd is een verwijzing naar de laatste fase van de wereldgeschiedenis: “      En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeterenHand.2: 17-18.
Christenen hebben een plaats in “de voleinding der eeuwen”: “      Want Christus is niet binnengegaan in een Heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de Hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen; ook niet om Zichzelf dikwijls te offeren, gelijk de hogepriester jaarlijks met ander bloed dan het zijne in het heiligdom gaat, want dan had Hij dikwijls moeten lijden sinds de grondlegging der wereld; maar thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doenHebr. 9: 24-26.
Elke dag brengt ons dichter bij de wederkomst des Heren en onze uiteindelijke volledige Verlossing. Onze sterfdag is voor ieder van ons ‘de laatste dag’ voor deze eindtijd, want de tijd houdt voor ons op te bestaan.
Daarom is het leven in ons lichaam en de staat van onze ziel zo belangrijk; ons leven in het lichamelijke leven heeft een beslissende betekenis! “ De nacht is vèr gevorderd, de dag des Heren is nabij”.
Dit betekent dat ‘Christus spoedig komt’, hetgeen niet mag worden opgepakt als een dreigend iets: het is een op handen zijnde gebeurtenis, die van de wederkomst van Christus.
Voorafgaand dient de Blijde Boodschap van het Koninkrijk der Hemelen verkondigd te worden tot getuigenis voor alle volkeren.
Eerst dient er afval plaats te vinden; eerst dient de menselijke wetteloosheid zich te openbaren – eerst dán komt Christus om hieraan definitief een einde te brengen.
Er is in de Blijde Boodschap geen onderscheid tussen ‘de komst’ [παρουσία, parousia = aanwezigheid] en de Apocalyps [αποκαλψης = verschijning], hier worden dezelfde woorden voor voor de ene en enige wederkomst van Christus gebruikt.
Ook Petrus gebruikt dezelfde verwijzing: “      Het einde aller dingen is nabijgekomen. Komt dus 
tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden. Hebt bovenal bestendige liefde jegens elkander, want de liefde bedekt tal van zonden1Petr.4: 7,8. 
Het gaat in de Blijde Boodschap om de ‘nabijheid van het profetisch perspectief ‘ en niet om het chronologisch [en berekenend] perspectief.
Voor iedere Christen geldt dat z’n/haar fysieke dood ‘het einde van het aardse en het beging van het nieuwe leven’ is; daarom is er voor iedere mens nog maar een beperkte tijd over om de Wil van God te doen en Hem ter wille te zijn.
Pas op die komende dag‘, waar niemand omheen kan, komen alle verborgen dingen in het Licht te staan; alle mensen zullen voor de rechtersel in Christus voor God geplaatst worden:
      Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd Hij, die mij beoordeelt is de Heer. Daarom, velt geen oordeel voor de tijd, dat de Heer komt, Die ook hetgeen in de duisternis verborgen is, aan het Licht zal brengen en de raadslagen der harten openbaar maken. En dan zal aan elk zijn lof geworden van God1Cor.4: 4,5.
De tegenwoordige tijd wordt enerzijds gekenmerkt door onrechtvaardige rentmeesters, door sensatie en redetwisters, door heersers in de duisternis, door mensen, die door de god van deze tijd [eeuw] met blindheid geslagen zijn, door een boze wereld om ons heen — maar wordt anderzijds gekenmerkt door Christus en Zijn Volgelingen, die mensen trachten te plunderen uit de macht van de duisternis en overbrengen naar het Koninkrijk van Christus.
Wij leven in “het einde der eeuwen”, in “de voleinding der eeuwen”:
      maar thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen. En zoals het de mensen beschikt is, eenmaal te sterven en daarna het oordeel, zo zal ook Christus, nadat Hij Zich eenmaal geofferd heeft om veler zonden op Zich te nemen, ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden door hen, die Hem tot hun heil verwachtenHebr.9: 26-28.
Daarom wordt u allen vandaag aan het officiële begin van de vastenperiode gevraagd:
||| Bereid u allen voor op de ontmoeten met de Heer – bekleedt u met Christus, opdat u waardig mag worden geacht binnen te treden in het Hemels Koninkrijk.
      dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die tot het verderf zal gaan, als gevolg van zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar [de Wil van] God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en 
heiligheidEph.4: 22-24.

Vergeving
Vergeving is het opzettelijke en vrijwillige proces waarbij een slachtoffer een verandering in gevoelens en houding ten aanzien van en overtreding ondergaat, waarbij negatieve emoties zoals wraakzucht, met een verhoogd vermogen om de overtreder goed te wensen, wordt losgelaten.
Vergeving is iets anders dan vergiffenis [de actie niet als verkeerd beschouwen en vergeving nodig hebben].
De meeste wereldreligies bevatten leringen over de aard van vergeving, en veel van deze leringen bieden een onderliggende basis voor veel verschillende moderne tradities en gebruiken van vergeving.
Sommige religieuze doctrines  of filosofieën leggen meer nadruk op de behoefte aan mensen om een soort van goddelijke vergeving te vinden voor hun eigen tekortkomingen, anderen leggen meer nadruk op de behoefte aan mensen om elkaar te vergeven, terwijl anderen weinig of geen onderscheid maken tussen mensen en goddelijke vergeving.
Het begrip ‘vergeving‘ wordt over het algemeen als ongebruikelijk beschouwd op werelds, politiek gebied.
De Orthodoxie is echter de mening toegedaan dat het “vermogen tot vergiffenis” zijn plaats heeft in ‘openbare aangelegenheden‘; wij geloven dat vergeving middelen zowel individueel als collectief kan vrijmaken in het gezicht van het onherstelbare.
Bij God, als de meest menslievende is immers ‘alles’ mogelijk. 

Troparion     tn.4
  Een bittere spijs was het die Adam uit het Paradijs verdreven heeft:
hij weigerde te vasten volgens het gebod van zijn Heer,
en werd toe veroordeeld om de aarde, waaruit hij genomen was,
met veel moeite te bewerken en zijn brood te eten in het zweet des aanschijns.
Laat ons daarom het vasten beminnen, opdat
wij niet als Adam wenen moeten buiten het Paradijs,
maar dat wij daarin mogen binnentreden
”.

Kondakion     tn.6
  Gids van Wijsheid, Schenker van het verstand,
Opvoeder van de onverstandigen en beschermer van de armen,
beestig en onderricht mijn hart, o Meester.
Schenk mij het woord, Gij, Die het Woord van de Vader zijt,
want zie, mijn lippen houden niet op om tot U te roepen:
Barmhartige, ontferm U over mij, die gevallen ben
”.

Zaterdag van de asceten

 

de ‘Kruis’-dragende Gelovigen;          the “Cross” -bearing Believers;           τους “πιστούς” που φέρουν “Σταυρό”;      و “الصليب” المؤمنين.

      Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en aan wie de Zoon het wil openbaren.
       Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want
Ik ben Zachtmoedig en Nederig van hart en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht

Matth.11: 27-30.

      Maar de Vrucht van de Geest is
Liefde, Blijdschap, Vrede, Lankmoedigheid, Vriendelijkheid, Goedheid, 
Trouw, Zachtmoedigheid en Zelfbeheersing.       Tegen zodanige mensen is de Wet niet.
Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben  het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.         Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden.
Wij dienen niet praalziek te zijn, elkander tartend, elkander benijdend.
        Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt,
helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid,
ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.
        Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de Wet van Christus vervullen“ Gal.5: 22- 6: 2.

Voorafgaand aan vergeving’s-zondag, de Zondag waarop wij Orthodoxen stilstaan bij het feit dat wij de geneugten hebben verloren van het Paradijs, wordt onze aandacht door de Kerk opgeroepen tot het beoefenen van de ascese.

Pelgrim hoort de roep van de Kerkklokken; Pilgrim hears the call of the Church bells; يسمع الحاج دعوة أجراس الكنيسة

  Het staat de mens vrij om in de verloren toestand te blijven òf hij/zij kiest ervoor om innerlijk te worstelen teneinde zichzelf te hervormen”.
Philocalia.

Onze Heer en Verlosser Jezus Christus heeft ons duidelijk gemaakt dat: – al het uiterlijke -, al is het op zichzelf nog zo zuiver, – doodt -; alleen de geest heeft het leven en maakt alles levend waar hij in doordringt.
Jullie dienen daarom Zijn Pedagogie, Zijn Leer daarom ook kort en eenvoudig mogelijk samen te vatten, slechts voor zover de mensen deze over het algemeen nodig hebben. En wie deze Leer in praktijk brengt, zal ook in de mate ‘van uitwerking’ werkzaam zijn door de Geest van God in zichzelf levend doen worden en vervolmaken.

Ons grootste doel is het eigen zelf-behoud en dat is te bereiken door zelf-kennis.
Door niet langer naar onszelf te kijken en in die waan te blijven
wanneer we de ander maar blijven beoordelen,
leiden we in werkelijkheid onszelf af door naar anderen te kijken;
dat gebeurt er met degenen die zichzelf ‘
niet’ kritisch bekijken.
Wat ze bij de ander beoordelen is kracht, schoonheid, reputatie ,
[politieke] macht, overvloedige rijkdom, pracht, eigenbelang,
lichamelijke gestalte, een zekere gratie van vorm of het leven en
hebben daarmee het idee dat dit is wat henzelf ontbreekt.
Zulke personen maken een erg slechte behoeder van zichzelf: vanwege hun instelling de ander te beoordelen alsof het henzelf betreft laten ze zichzelf onbewaakt.
Hoe kan een persoon beschermen wat hij niet kent?
De meest veilige bescherming voor onze schat is onszelf te onderzoeken:
ieder dient zichzelf te aanschouwen en te herkennen hoe hij zelf is,
en  zichzelf onderscheiden in al datgene wat hijzelf tekort komt,
opdat hij niet onbewust iets anders beschermt dan zichzelf.
Het is ruim voldoende om jezelf te kennen; hou je bij je eigen opdracht en God zal je spoedig Vrede sturenH.Gregorius van Nyssa.

De mens verdringt de problemen; رجل يقمع المشاكل; Man represses the problems.

Vandaag de dag verdrinkt de mens echter haast in de vele problemen, die hem omringen.  Maar in plaats van een correcte analyse te maken van zijn eigen toestand – rekenschap af te leggen ten opzichte van de aanwijsbare aanwezigheid van zijn Formeerder en berouw toont en de hulp van God inroept, distantieert de mens zich van Degene, Die zijn voorouders als God verheerlijkten.
Zij zoeken daarentegen hun heil in magie of tovenarij, de vermeende vaardigheid de werkelijkheid te manipuleren met behulp van speciale kunstgrepen, door vaste rituelen en spreuken op basis van vermeende verborgen krachten; zij kennen daarmee rechten toe aan de tegenstrever [de duivel] en zijn gelijkgezindten en leven dus een ‘goddeloos’ leven, die tot een zekere ondergang leidt. Ze leven alsof er geen levensritme, geen gebed bestaat en begaan dodelijke zonden, dusdanig dat het normaal is geworden om hun problemen te laten oplopen en hun omgeving en hun familie te ruïneren.

Een ander val; another trap; μια άλλη παγίδα; فخ آخر

Een andere val voor velen is de zoektocht naar charismatisch gezag, welke gebaseerd is op de persoonlijke kwaliteiten van de spelleider [priester] en de erkenning daarvan door z’n volgelingen.
Deze vorm van misleiding is vandaag de dag volop beschikbaar voor slachtoffers, die mensen gezag en overwicht toekennen teneinde de spelleiders hun problemen te laten oplossen, maar ondervinden daarbij de moeilijkheid om zelf te veranderen, hun levensstijl dusdanig om te buigen dat deze zich zal richten op het spirituele.
Charismatische persoonlijkheden kunnen hele volksmassa’s – ten goede of ten kwade – in beweging brengen. Helaas zijn veel van degenen die deze charismatische bewegingen aanzetten veelal nep-charismatici en komen hun volgelingen doordat zij de regie over zichzelf niet opnemen, bedrogen uit, zelfs priesters nemen op deze wijze vele kleingelovigen in hun dwalingen mee.
Nep-charismatici hebben absoluut geen relatie met God, die ook maar enigszins lijkt op overgave en de nederige levenshouding van degenen, die zich in deze wereld bewust [in eenzaamheid] aan godsdienst en boetedoening wijden.
Het verschil in levensstijl en vernedering is enorm en het lijkt erop dat zij de authenticiteit van de levenshouding – de bovennatuurlijke gaven en ijver, die daar bij behoort, trachten te verbergen, terwijl de nep-charismaticus zichzelf wel als zodanig tentoon spreidt, de ander misleidt en hen als  slachtoffers financieel tracht te exploiteren. Veelal bezitten dit soort persoonlijkheden veel narcistische eigenliefde en gebruiken en misbruiken anderen om zichzelf te bevredigen en ‘vooral zelf‘ veel voordeel te behalen. Narcisten hebben vaak de eigenschap geen rekening te houden met anderen, dulden vaak geen tegenspraak en voelen zich boven elke vorm van [kerkelijke] wet verheven.
Na u duidelijk te hebben gemaakt wat ascese ‘niet’ is, opdat u niet, zoals velen ervaren hebben, in verzoeking mocht geraken dergelijke op het eerste gezicht degelijke praktijken na te gaan volgen, wordt nu getracht duidelijk te maken wat ascese wel is.

meer mens worden in Christus;  become more human in Christ; γίνε πιο ανθρώπινος στον Χριστό; تصبح أكثر إنسانية في المسيح.

Wat doet een asceet om zijn bestaan in de moderne wereld te rechtvaardigen?
Het lijkt er dan op alsof de asceet alleen maar gedefinieerd kan worden naar wat hij/zij uiterlijk gezien tot stand brengt, en niet naar wat hij/zij is of naar de aard en de kwaliteit van zijn leven.
Van hem/haar wordt verlangd dat hij/zij zich verantwoordt in een wereld van die slechts hoeveelheid [zelfs statistisch] waardeert, terwijl zijn/haar levenstaak gericht is op echte, waarachtige levenskwaliteit.
De asceet tracht de duidelijkheid en de waarheid van zijn/haar innerlijk bewustzijn te verdiepen om meer mens te worden in Christus, teneinde een mens te worden – ‘verlicht door de Genade en door de Gaven van de Heilige Geest’.
De wereld heeft behoefte aan mensen die vrij zijn van de eisen van de wereld,
mensen die niet vervreemd zijn door de slavernij van de wereld.
De ascetische roeping wordt traditioneel beschouwd als een charisma van vrijheid, waarin de asceet eenvoudig zijn/haar rug naar de wereld toewendt, maar die zich integendeel vrij voelt in de vrijheid van de kinderen Gods uit kracht van het feit: ‘Christus volgend in de woestijn en delend in Zijn verzoekingen en Zijn lijden, Hem kan volgen waar Hij ook mag gaan‘.
Het ascetische leven is in zekere zin aanstootgevend, want de asceet is iemand die eigenlijk geen specifieke taak vervult, althans voor de buitenwereld.
Hij/zij is vrij van de routine en de verplichtingen binnen de georganiseerde menselijke samenleving. Vrij waarvoor? Vrij om te zien, vrij om te loven, vrij om te begrijpen, vrij om te beminnen. Wat de asceten vooral zoeken, is hun eigen ware zelf – ‘in Christus‘.
En om dat te kunnen, moesten ze hun valse, uiterlijke zelf, gevormd onder de maatschappelijke druk in ‘de wereld’, volledig afwerpen.
Zulk een ideaal laat zich gemakkelijk beschrijven, maar is heel wat moeilijker te verwezenlijken. In werkelijkheid zijn er ook in het leven van een ascetische communauteit veel taken en bepaalde voorgeschreven gebruiken zodat de asceet binnen zijn/haar eigen kleine wereldje een sociaal leven leidt zoals iedereen.
Dit sociale leven kan zelfs gecompliceerd worden en een beetje te actief. En de asceet ondergaat daarbij dezelfde verzoekingen om te vluchten in zinledigheid, in ongeloof en rusteloze agitatie.
Toch is het de bedoeling van het ascetische leven een mens in staat te stellen de werkelijkheid onder ogen te zien in al haar naaktheid en ontstellende feitelijkheid, zonder verontschuldigingen, zonder nutteloze verklaringen en zonder uitvluchten. 

Agios Marcos by Fotis Kontoglou

Ascese [Gr.: ἄσκησις, askèsis] is het streven naar of het beoefenen van een reine levenswandel door de eigen hartstochten en begeerten te beteugelen en zelftucht toe te passen. Ascese kan gepaard gaan met meditatie teneinde de geest stil te maken maar ook met het beoefenen van lichamelijke onthouding van aardse geneugten.
Versterving was van oorsprong de training van atleten. Daarna werd het begrip uitgebreid tot de beoefening van wijsheid, deugd en vroomheid [zie o.m. de Stoa].
In religieuze zin is het het streven naar beheersing of onderdrukking van natuurlijke behoeften om tot een vorm van reinheid te komen.
Vasten en [seksuele] onthouding zijn in die zin vormen van ascese; de doelen van een ascetische levenshouding kunnen echter verschillen.
Het kan een vorm van boetedoening zijn, zichzelf dienstbaar op te stellen tot God, een middel tot zelf- discipline voor het geestelijk leven, het op aarde reeds verkrijgen van een hogere geestelijke status of het verwerven van verdienste voor het hiernamaals.

Agios Marcos Monastery, Karyes – Chios [Gr.]

Ook kan het zijn dat men het [eigen] lichaam of dit bestaan zelf slecht of waardeloos acht en de versterving zoekt. In de Blijde Boodschap is ascese geen doel op zich, aangezien de schepping als goed wordt voorgesteld en de mens daarin geen minderwaardig wezen is, wel wordt in het Nieuwe Testament matigheid gepredikt.
Het [vroege] christendom kende via het voorbeeld van de profeten echter wel [soms extreme] vormen van ascese zoals het kluizenaars- en -kloosterbestaan, gebaseerd op geloften van stilte, armoede, kuisheid en gehoorzaamheid.
Elke asceet nam op eigen wijze door de tijd -in volledige vrijheid; op verschillende plaatsen van de wereld en in bepaalde omstandigheden z’n/haar kruis op, teneinde Christus te volgen. Iedere asceet volgde een geheel persoonlijk pad, maar ze hebben allemaal een gemeenschappelijk doel: het onderhouden van de geboden van God en het zoeken naar hun vereniging met God.

Meteora monasteries –
Kalambaka in Thessalië, Greece

Ze bewonderen kwaliteiten als stilte, geduld, zelfverloochening, stabiliteit en de kracht die het gebed hun gaf en ze doorstonden alle mogelijke moeilijkheden.
Boven alles bewondert de één de eenvoud waaronder de nederigheid, de gratie en belangstelling voor bovennatuurlijke gebeurtenissen en behielden daarbij een eenvoud zonder prat te gaan op datgene op datgene wat hen in staat zou stellen dat ze over iets bijzonders beschikken. De ander begaf zich echter als ‘niet behorend tot de wereld’ juist onder de mensen en nam op die wijze door er onder gebukt te gaan zijn/haar kruis op.
Uit hun liefde voor God offeren zij zichzelf op voor Zijn beeld en bieden zichzelf aan om datgene wat zij veroverd hadden met anderen te delen. Zij bezitten niets, maar staan velen in hun geestelijke nood bij, in woord, door hun voorbeeld en het bijbehorende gebed.
Hun enige belang en hun verlangen is dat bezoekers door hun toedoen zover komen om God, Christus, de Zoon van God en Zijn Heilige Geest, zijnde de drie-ene-God geëerd zal worden en Christus gevolgd zal in deze wereld worden.

sight-seeing Orthodoxy

Orthodoxie is de volheid van het aloude, apostolische christendom, een ware orthodox christen worden geacht een christen zijn in de meest volledige zin van het woord, en dat is echt niet gemakkelijk.
Het duurt een leven vol constante onzichtbare oorlogvoering, ascetische discipline, zelf-verloochening, zelf-kruisiging en actieve, onzelfzuchtige liefde.
Om echt orthodox te zijn, zul je voor jezelf moeten sterven en “je leven hatenconf. Luc.14: 26
– Dit is het leven vanuit je eigen ego;

sight-seeing Orthodoxy

– Je dient te sterven aan eigenliefde en sensueel genot, die, zoals de Heilige Vaders leren, de voornaamste resultaten zijn van de herfst en de wortel van alle zonden;
– Je dient in jezelf op zoek te gaan en je eigen zonde onder ogen te zien, niet alleen als afzonderlijke handeling, maar als steeds terugkerende conditie.
– Vervolgens dien je alle subtielste passies uit te roeien die je van God afhouden.
– Je dient wrok te overwinnen door je medemens te vergeven, wat alleen kan gebeuren door de genade van Christus.
– Je dient alle verlangens naar populariteit, acceptatie, erkenning, goedkeuring en
‘zelf-liefde‘ af te leggen, zelfs ten opzichte van andere leden van de orthodoxe kerk.

‘ Neem je Kruis op en volg Mij !’

    Christus zei:
  Een ieder die zijn kruis niet draagt en achter mij aan komt, kan mijn discipel niet zijn. Want wie van u, van plan om een toren te bouwen, gaat niet eerst zitten, en telt de kosten, of hij voldoende heeft om het af te maken?” Luc.14: 27-28.
Veel mensen nemen het kruis van Christus niet op omdat ze zien dat
het te veel van hen zal vereisen. Anderen nemen het op, maar laten de kosten dan niet meetellen wanneer het te zwaar wordt. Weer anderen, die orthodox worden, doen het uit wereldse motieven: het verlangen om meer ‘correct‘ en historisch authentiek te zijn en zich vervolgens boven protestanten en rooms-katholieken verheven te voelen; de wens om de mooie esthetiek van orthodoxe liturgie te ervaren, etc.
Ze komen echter nooit tot de essentie van het orthodoxe christendom, omdat
ze niet echt het Kruis van Christus hebben opgenomen, proeven ze  nimmer de onaardse vreugde van Zijn Wederopstanding.
           “Hij die God wenst te dienen“, zegt H. Basilius de Grote [4de eeuw],
           dient zijn hart voor te bereiden op beproevingen”.
Het orthodox-christelijke geloof is een lijdend geloof:
  Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden” 2Tim.3: 12, omdat wij door het lijden eindelijk kunnen ontwaken tot onze ware toestand, ons bekeren, door Christus gezuiverd worden en in die zuivering een verblijfplaats van de Heilige Geest worden.
De grote vierde-eeuwse theoloog, H. Gregory Nazianzen, beschreef het ware christendom als ‘lijdend aan de orthodoxie‘.
Om het op te nemen is om het meest radicale, veeleisende,  alles-of-niets-leven mogelijk te maken. Alle valse motieven dienen weg te vallen, in het vuur verbrand te worden
♥︎ het vuur wat het lijden voor Jezus Christus met zich meebrengt;
♥︎ je dient zelf te proeven, waartoe en tot welke mate waarin
je daartoe in staat bent, het lijden, vervolging, en kruisiging die
de orthodoxe heiligen door de eeuwen heen hebben ervaren.
Om hun hemelse gezelschap binnen te gaan, dien je onlosmakelijk de prijs te betalen, die daarvoor staat.
Christus zei:
    Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die
tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; 
want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en
weinigen zijn er, die hem vinden
Matth.7: 13,14.

decoratie by Fotis Kontoglou

Die smalle weg wordt gevonden door pijn in het hart en jaren van berouw; het telkens maar weer afscheid nemen van gebaande wegen.
Volgens jouw verlangen en jouw streven, zul je het Koninkrijk der Hemelen binnengaan; je zult zelfs in dit leven de vruchten van het Paradijs proeven en
Christus zal je lijden met Zijn aanwezigheid vervullen.
Vervolgens zal je de vreugde van de Wederopstanding kennen, want
je zult een opstanding in je eigen ziel hebben ervaren.
      Het Koninkrijk Gods komt niet zo, dat het te berekenen is;
       ook zal men niet zeggen: zie, hier is het of daar!
       Want zie, het Koninkrijk Gods is bij [in] jouLuc.17: 21.

God-dragend; Θεόφορος;
God-bearing; الله الحاملة.

        Door middel van de Mysteriën [RK. Sacramenten], de H. Schrift, de spirituele discipline en de ascetische leringen van de Orthodoxe Kerk, wordt je in staat gesteld de Deur naar het Paradijs vinden. En dan, in je eigen hart, je eigen innerlijke wezen, zul je zelf het Paradijs vinden. Je zult ontdekken wàt en wáár gebed plaatsvindt en je zult God vinden die je gehele leven lang bij je heeft aangeklopt:
Christus, de Bruidegom van je ziel’.

    Op U, Heer, vertrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid. Red mij en bevrijd mij in Uw rechtvaardigheid; neig Uw oor tot mij, haast U mij te bevrijden.
Wees voor mij een beschermende God, een toevluchtsoord om mij te redden.
Want Gij zijt mijn sterkte en mijn toevlucht; om Uw Naam zult Gij mij leiden en voeden. Gij bevrijdt mij uit de strik, die zij heimelijk hadden gespannen.
Heer, Gij zijt mijn Beschermer: in Uw handen beveel ik mijn geest.
Gij hebt mij verlost, Heer God der waarheid; Gij haat allen die aan ijdelheid hechten.

Je bent [op weg tot een] priester voor eeuwig naar de ordening van Melchizedek; Είστε [προς το δρόμο] προς έναν ιερέα για πάντα στη διαταγή του Μελχισεδέκ; أنت [في الطريق إلى] كاهن إلى الأبد لأجل ميلشيزدك

Op de Heer stel ik mijn vertrouwen; ik juich en verheug mij over Uw barmhartigheid. Want Gij ziet neer op mijn vernedering, Gij verlost mijn ziel uit de verdrukking. Gij hebt mij niet opgesloten in de hand van de vijand, mijn voeten hebt Gij in de vrije ruimte gesteld.
Heer, wees mij genadig, want ik word gekweld; mijn oog is ontsteld door verdriet, mijn ziel en mijn hart zwak en ziek. Want in smart gaat mijn leven voorbij, mijn jaren vergaan in zuchten. Mijn kracht is door ellende in zwakheid veranderd, mijn beenderen zijn ontsteld. Niet slechts al mijn vijanden versmaden mij, maar mijn buren nog meer: ik ben een schrik voor mijn bekenden. Die mij zien vluchten van mij weg, als een dode ben ik weggewist uit hun hart.
Ik ben als een gebroken vat, ik hoor hoe velen kwaad tegen mij beramen. Toen zij tegen mij bijeenkwamen, besloten zij om mij het leven te ontnemen.
Maar ik vertrouw op U, o Heer, en zeg: Gij zijt mijn God, in Uw handen ligt mijn lot.
Bevrijd mij uit de hand van de vijand, van hen die mij achtervolgen.
Doe Uw aanschijn lichten over Uw dienaar, red mij in Uw barmhartigheid.
Heer, laat mij niet beschaamd staan omdat ik U heb aangeroepen, maar laat de goddeloze te schande worden en afdalen in de hades.
Doe bedrieglijke lippen verstommen, die kwaad spreken tegen de gerechte met trots en hoon.
Heer, hoe groot is de overvloed van Uw Goedheid, Die Gij verborgen hebt voor wie U vrezen. Die Gij bewijst aan hen die op U vertrouwen, voor het oog van de zonen der mensen. Gij verbergt hen in het verborgene van Uw aangezicht voor het oproer der mensen. Gij beschut hen in een tent voor de tegenspraak van hun tong.
Gezegend zij de Heer, want wonderbaar was Zijn barmhartigheid in de versterkte stad. In mijn verbijstering had ik gezegd: ik ben verworpen uit Uw ogen.
Maar daarom hebt Gij de stem van mijn smeking verhoord, toen ik tot U had geroepen. Bemint de Heer, al Zijn ingewijden, want de Heer zoekt de waarheid.
Hij zal allen die hoogmoedig handelen overvloedig vergelden.
Wees een man, sterk uw hart, gij allen die vertrouwt op de Heer
Psalm 30[31] vert. ROK ’s-Gravenhage.

♨︎  Elke verstandelijke natuur is een kennende essentie en onze God is kenbaar.
Op ondeelbare wijze verblijft God in hen in wie Hij verblijft, zoals bij het aardse handwerk [dat de sporen van zijn maker draagt], maar Hij is daaraan superieur, omdat Hij bestaat op substantiële wijze.
Eén is Hij die zonder bemiddeling is en die, als gevolg daarvan, door middelaars in alles is.
♨︎ Zoals het licht, wanneer het ons alles laat zien, geen licht nodig heeft waarmee het gezien zou kunnen worden, zo heeft God, als Hij alles laat zien, geen licht nodig waarmee Hij gekend zou kunnen worden. Want in zijn essentie is Hij licht: “    En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis. Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet; maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde1John.1: 5-7.
♨︎ God is overal en Hij is niet ergens. Hij is overal, want in al wat gemaakt is, is Hij door zijn veelvoudige wijsheid.
    Mij [Paulus], verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, en in het licht te stellen [wat] de bediening van het geheimenis [inhoudt] dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen, opdat thans door middel van de christelijke gemeente aan de 
overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige Wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Heer, heeft uitgevoerd, in Wie wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen hebben door het Geloof in HemEph.3: 8-12.
God is niet ergens, want Hij is niet één van de dingen.
Het einde van de natuurlijke kennis is de heilige Eenheid. Er is echter geen einde aan de onwetendheid, zoals gezegd is: Er is geen grens aan zijn grootsheid, want “bij U is de Bron van het leven; in Uw Licht zien wij het lichtPsalm 35: 3.
Voor echte en waarachtige kennis die houdbaar en goed is, dienen we bij de Heer, de enige God zijn.
Wij kunnen de gelijkenis ontvangen van al wat is samengesteld uit de vier elementen, of het ver verwijderd is of dichtbij. Alleen onze geest is voor ons onbegrijpelijk, evenals God, zijn maker.
Het is voor ons onmogelijk te begrijpen wat een natuur is die ontvankelijk is voor de heilige Drieëenheid, noch om de Eenheid te begrijpen. Dit is substantiële kennis. 
De naakte geest is hij die, door de contemplatie die zijn deel is, verenigd is met de kennis van de Drieëenheid.
♨︎ De ziel is de geest die, door onachtzaamheid, uit de Eenheid is gevallen en die, als gevolg van zijn gebrek aan waakzaamheid, is afgedaald tot de rang van het werkzame leven.  Beeld van God is niet hij die ontvankelijk is voor zijn wijsheid, want dan zou ook de lichamelijke natuur beeld van God zijn. Hij echter is beeld van God, die ontvankelijk is geworden voor de Eenheid.
♨︎ De erfenis van Christus is de kennis van de Eenheid. Wanneer allen mede-erfgenamen worden van Christus, zullen allen de heilige Eenheid kennen. Maar het is niet mogelijk dat zij Zijn mede-erfgenamen worden als zij niet eerst Zijn erfgenamen geworden zijn. De mede-erfgenaam met Christus is hij die de Eenheid bereikt en met Christus genoegen schept in de beschouwing.
Wanneer de geest de essentiële kennis zal ontvangen, zal ook hij God genoemd worden, omdat ook hij dan veelvormige werelden kan grondvesten.
De bovenzinnelijke tempel is de zuivere geest, die nu de veelvormige wijsheid van God  [Eph.3: 10] in zich heeft; de Tempel van God is hij die de heilige Eenheid ziet en het altaar van God is de beschouwing van de heilige Drieëenheid.
De geest die binnengaat in het praktische leven van de dienst aan de geboden van God, maakt voortgang aan de hand van het contact met de dingen van deze wereld.  Wanneer hij binnengaat in de kennis, gaat hij voort in de beschouwing.
Wanneer hij echter binnengaat in het gebed, dringt hij door in het vormeloze licht, dat de plaats van God is.
Evagrius Ponticus ook wel Evagrius de eenzame genoemd [345 – 399].

♨︎ Zoals vele lichten en brandende lampen worden aangestoken vanuit een vlam, schijnt het Goddelijk Licht vanuit één natuur, zo worden christenen aangestoken en schijnen zij vanuit één natuur, het goddelijke vuur, de Zoon van God.
Zij houden hun lampen brandend in hun hart en zij schijnen voor Hem terwijl zij leven op aarde, precies zoals Hij deed.
Want er is gezegd: “God bemint gerechtigheid, maar haat onrecht; daarom heeft God, uw [persoonlijke] God, u gezalfd met olie der Vreugde boven uw gezellenPsalm 44[45]: 7.
♨︎ Daarom werd Hij Christus genoemd, dat wil zeggen Gezalfde, opdat ook wij, gezalfd met dezelfde olie waarmee hij gezalfd was, aan Christus gelijk mogen worden, om zo te zeggen, uit dezelfde substantie en één Lichaam.
Tevens is ons verkondigt: “ Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit één; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen, en Hij zegt: Uw naam zal ik aan mijn broeders verkondigen, in het midden der gemeente zal ik U lof zingen; en opnieuw: Ik zal op Hem vertrouwen, en nogmaals: Ziehier ik en de kinderen, die God mij gegeven heeftHebr.2: 11-13.
♨︎ 
Daarom zijn christenen in zekere zin gelijk aan lampen met olie erin, dat zijn al de vruchten van rechtvaardiging. Maar wanneer de lamp niet is aangestoken uit de lamp van de Godheid in hen, zijn zij niets. Pseudo-Macarius [een Syrische monnik uit de 4e eeuw}

Vijftig preken en één brief die onder de naam van Macarius van Egypte zijn overgeleverd, zijn geschreven door een Syrische monnik in de tweede helft van de vierde eeuw.  Die tijd en streek was sterk messalianistisch, wat wil zeggen dat in de geloofsbeleving de nadruk werd gelegd op persoonlijke vroomheid, op innerlijke rust en onafgebroken gebed, met voorbijgaan aan de Mysteriën [RK. Sacramenten] en andere kerkelijke instellingen.
Bij Pseudo-Macarius zijn sporen van een gematigd messalianisme te vinden; daar staat zijn orthodoxe nadruk op de persoon en de werking van de heilige Geest tegenover.  De toeschrijving aan Macarius, een populaire en zeer gerespecteerde monnikenvader, dient om deze vermaningen in een onverdacht licht te plaatsen.
Pseudo-Macarius boog de Platoonse en verstandelijke oriëntatie van Evagrius om naar een affectieve gerichtheid op Christus.
Het voornaamste gebedsorgaan is bij hem niet de geest, maar het hart, waardoor hij het mogelijk maakte het lichaam op positieve wijze te integreren in de traditie van het hesychasme.
De Profeet zag het Mysterie van de menselijke ziel die haar Heer zou ontvangen en de troon van zijn Glorie worden, conf. Ezechiël hfst 1.
Want de ziel die waardig is gekeurd deel te hebben aan het Licht van de heilige Geest door Zijn troon en woning te worden en die bedekt is met de schoonheid van onuitsprekelijke Glorie van de Geest, wordt geheel licht, geheel gezicht, geheel oog.

Jonah, symbolism for Early Christians; Jonah, συμβολισμός για τους πρώτους Χριστιανούς; جونا، رمزية للمسيحيين الأوائل.

Er is geen deel van de ziel dat niet vol is van de geestelijke ogen van licht.
Dat wil zeggen dat er geen deel van de ziel is dat bedekt is met duisternis.
Zij is geheel bedekt met geestelijke ogen van licht, want de ziel heeft geen onvolmaakt deel.
In elk deel kijkt zij aan alle kanten vooruit en is zij bedekt met de schoonheid van de onuitsprekelijke Glorie van het Licht van Christus, Die de ziel bestijgt en haar berijdt.
Dit is gelijk aan de zon, die overal hetzelfde is, zonder een onvolmaakt deel, die geheel licht is, dat helder schijnt. In al zijn delen is hij helemaal licht.
Of het is gelijk aan vuur, dat net als het licht overal hetzelfde is, zonder in zichzelf een deel te hebben dat vóór is of achter, groter of kleiner.
Zo is de ziel geheel verlicht met de onuitsprekelijke schoonheid van de glorie van het licht van het aangezicht van Christus en is zij volkomen gemaakt tot een deelgenoot van de heilige Geest. Zij is begunstigd om de verblijfplaats en de troon van God te zijn, geheel oog, geheel licht, geheel gezicht, geheel glorie en geheel geest, zo gemaakt door Christus, die de ziel berijdt, leidt, draagt en ondersteunt en haar tooit en siert met zijn geestelijke schoonheid. (…)

♨︎ Dat de zielen van de rechtvaardigen Hemels Licht worden, heeft Christus, onze Heer Zelf gezegd tot Zijn Volgelingen [o.a. getoond op de berg Thabor]:
    Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt 
voor allen, die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijkenMatth.5: 14-16.
Want Hijzelf, Die hen eerst omgevormd heeft in Licht, heeft hen opgedragen en bevolen om licht voor de wereld te zijn.
Dat wil zeggen, verberg de Gave niet die jullie van Christus hebben ontvangen, maar geef haar aan al wie het wenst.
♨︎ 
Daarom, wanneer jullie een troon voor God zijn geworden en als de Hemelse Berijder jullie bestegen heeft en heel jullie ziel een geestelijk oog en helemaal licht is geworden, en als jullie gevoed zijn met dat Hemelse voedsel van de Geest en gedronken hebben van het water uit de Brom des levens en het gewaad van onuitsprekelijk Licht hebben aangetrokken,  wanneer tenslotte jullie innerlijke mens dit alles ervaren heeft en geworteld is in de overvloed van Geloof, zie dan zelf, is jullie leven inderdaad al deelgenoot aan het eeuwige leven, jullie ziel is rustend met de Heer. Pseudo-Macarius

Wanneer iemand God liefheeft, deelt ook God Zijn Liefde met hem.
Zodra iemand in Hem gelooft, schenkt God hem een hemels Geloof, waardoor hij tweevoudig wordt. Wanneer jij God een deel van jezelf aanbiedt, welk deel dan ook, deelt Hij met jouw ziel vergelijkbare aspecten van Zijn Eigen Wezen, zodat je al wat je doet zuiver en oprecht kunt doen en zuiver en oprecht kunt beminnen en bidden. Want zo groot is de waardigheid van de mens.
Zij die waardig gekeurd zijn kinderen van God te worden en  herboren te worden uit de heilige Geest van boven,  die Christus in zich hebben, Die hen verlicht en rust brengt, worden op vele en verscheidene wijzen geleid door de Geest.
In geestelijke rust worden zij door de Genadegaven onzichtbaar gestuurd in hun hart.
Laten we als voorbeelden evidente dingen uit de wereld nemen, van mensen, om aan te geven op welke wijze Genade in de ziel werkt.
Soms worden mensen door Genade geleid op de wijze van hen die zich verheugen bij een koninklijke maaltijd. Zij zijn vervuld van vreugde en onuitsprekelijk geluk.
Op een ander moment zijn zij als de echtgenote die geniet van de huwelijksvereniging met haar bruidegom in een goddelijk rusten.
Op weer een ander moment zijn zij als onlichamelijke engelen, zo licht en doorschijnend zijn zij, zelfs in het lichaam.
Soms zijn zij als waren zij bedwelmd door een sterke drank.
Zij verblijden zich in de Geest, dronken van de bedwelming van de goddelijke en geestelijke geheimen.
Soms zijn zij ondergedompeld in wenen en treuren over het menselijk ras en in het uitstorten van gebeden voor heel het ras van Adam.  Zij vergieten tranen en zijn door verdriet overweldigd omdat zij verteerd zijn door de liefde van de Geest voor de mensheid.
Op een ander moment zijn zij met zo’n vreugde en liefde ontvlamd door de Geest, dat zij, als het mogelijk zou zijn, alle menselijke wezens in hun hart zouden willen bijeenbrengen, zonder onderscheid te maken tussen slecht en goed.
Of zij zijn zo gevuld met nederigheid dat zij, in de nederigheid die zij van de Geest ontvangen, zichzelf als onder alle mensen zien en zichzelf beschouwen als de meest onaanzienlijke en waardeloze van alle mensen.
Soms zijn zij opgetild in een onuitsprekelijke vreugde.
Op een ander moment zijn zij als een sterke, die heel de wapenrusting van de koning heeft aangetrokken en af is gedaald om te strijden tegen zijn vijanden.
Hij strijdt dapper tegen hen en overwint.
Zo neemt de geestelijke mens de hemelse wapenen van de Geest op  en valt de vijanden aan, levert strijd met hen en onderwerpt hen.
Op een ander moment, in de diepste stilte en kalmte, rust men met  geen andere houding dan een geestelijk genoegen en onuitsprekelijke rust en welbevinden.
Op een ander moment wordt men door Genade onderricht in begrip en onuitsprekelijke wijsheid en kennis van de onkenbare Geest in dingen die niet door tong en taal kunnen worden uitgedrukt. Op een ander moment wordt men één met alle mensen.
Zo verscheiden zijn de wijzen waarop Genadegaven zulke mensen aanraakt en
de ziel leidt op zo veel verschillende paden en haar verfrist overeenkomstig de wil van God.
Op diverse wijzen handelt Genade aan de ziel om haar volmaakt, foutloos en zuiver terug te brengen naar de hemelse Vader.
De dingen betreffende de werkingen van de Heilige Geest waarover hier gesproken is, behoren tot het niveau van hen die niet ver van de volmaaktheid zijn. Dergelijke manifestaties van Genade waarover we spraken,  uiten zich op verschillende wijze.  Zij handelen aan mensen die voortgaan, de ene handeling volgend op de andere. Als een persoon uiteindelijk de volmaaktheid van de Geest bereikt, volledig gereinigd is van de hartstochten en in een onuitsprekelijke gemeenschap verenigd met en doordrongen van de Trooster Geest en waardig gevonden is om geest te worden in een wederzijds doordringen met de Geest, dan wordt zij geheel licht,  geheel oog, geheel geest, geheel blijdschap, geheel rust, geheel vreugde, geheel liefde, geheel mededogen, geheel goedheid en vriendelijkheid. Zoals een steen op de bodem van de zee overal omgeven is door water,  zo zijn dergelijke mensen geheel doordrongen van de Geest.
Doordat zij de deugden van de Kracht van de Geest met standvastigheid aantrekken, worden zij gelijk aan Christus. Innerlijk worden zij foutloos en smetteloos en zuiver. 
Pseudo-Macarius

Troparion     tn.4
  God van onze Vaderen,
die altijd met ons handelt volgens Uw Zachtmoedigheid,
neem Uw Barmhartigheid niet van ons weg,
maar bestuur ons leven in Vrede,
omwille van hun gebeden”.

NB. van een hedendaags jonge joodse dichter:
”     En ik wist het niet, 
en ik wist niet dat God in mij spreekt
en ik wist niet dat God stilzwijgend spreekt,
in de vorm van een kleine jonge vrouw,
dacht ik door haar stem, zonder te zien zonder te weten.
We spraken samen proberen op een koude avond in Jeruzalem
om in het donker te kruipen om over te gaan in het verborgene;
en ik wist niet dat Hij op zo’n stilzwijgende manier kon spreken
zelfs zij sprak luider 
zeggend dat Nachlaot [נכלאות = gevangen]
een legende is met verborgen rivieren,

dat het spirituele pad me verder in mijn eenzaamheid zal brengen.
Het legt me bloot en verlaat me uiteindelijk,
dat er een lange weg is die in werkelijkheid kort is,
en ik wist niet dat Hij weet dat Hij stil is
en om te knipogen en te glimlachen
en pijn kan doen en dat hoofden dan weg draaien
en niet meer verder zoeken“.
Elhanan Nir, Journal of Literary Translation

 

Orthodoxie & Mens durf te leven

Mensen hebben mensen nodig om mens te zijn; de ont-Goddelijking van deze wereld leidt altijd tot een ont-menselijking.
Een mens zonder liefde verwordt tot een monster, jaagt anderen angst aan, de meesten verachten dit niet.
Deze mens verwordt tot een gevoelloze nietsontziende ambtenaar, die als ware hij/zij een robot slechts de regeltjes  uitvoert.
De mens is géén naakte aap, noch is het tot een veredeld heiligdom gedoemd,
om slechts volgzaam anderen te volgen.
Ten diepste verlangt elk mens omhelsd te worden door zijn Vader als  de verloren zoon en is aanspreekbaar als de door God geroepene.
De mens die in afzondering leeft, leeft zonder meer als een zonderling, maar zal er beslist z’n eigen bedoelingen mee hebben, hij/zij zoekt de hoogste hoogten.
De Übermensch in de wereld, die zich verheft boven de anderen roept altijd maar weer opnieuw als tegenhanger de onderdrukte op.
De mens is als gevolg doorgaans geneigd tot het goede, maar heeft tevens een donkere kant wanneer hij zich losmaakt uit  z’n relatie met God en z’n naasten.
Onder de mensen zijn meer profiteurs die profiteren dan Profeten die profeteren; zij zijn tot een zwijgende, niet-reagerende meerderheid verworden, die via een afstand tot de naaste en een cultuur slechts toekijkt.
De mens is geen machine waar als vanzelfsprekend vreugde, geluk en vrolijkheid uit voortkomt – je dient je daar voor ìn-te-zetten. Mensen vragen niet meer “wat zijn je beweegredenen?”, maar “ hoe voel je je nu?”; de moderne mens zegt ” -Ik voel, dus ik ben-”. Wie zichzelf onbenullig vindt, geeft zichzelf een te laag cijfer en cijfert zich weg tot voordeel van degene, die zich over z’n rug verheft.
Een mens is geneigd tot een gulzige levenshouding, wanneer hem/haar niet geleerd is te minderen en in z’n lust naar alom heersende hang naar lust en genot, loopt hij tegen de klippen op en zichzelf voorbij.
Medemensen zijn evenmensen en treden niet op de voorgrond; de meeste van ons zijn in het intermenselijke verkeer vaak tegenliggers, die anderen trachtten te verblinden door onszelf te verheffen. Wij zijn verslaafd aan zelfmedelijden, onze ik-zucht, hebzucht, eerzucht en genotzucht en dienen ons anderszins te ontwikkelen door ons in de liefde tot onszelf en elkaar zien te komen.
Op het gebied van de naastenliefde ervaren we een hellend vlak, waar we wat onszelf betreft trachtten we te ontlopen. Wij ervaren dat wij reinigers zijn naar een onbekende bestemming, maar wanneer we een bestemming aangereikt krijgen gedragen wij onszelf alsof we misleid worden en gaan geleidelijke vooruitgang uit de weg. Wij reageren slechts verstandelijk en wanneer wij de Waarheid dienen te ervaren overvalt ons een lelijk-eendje-gevoel; een geestelijk aangetast gevoel van eigen waarde; toch heeft onze Schepper ons boven de engelen gesteld.
Mensen zijn wat dat betreft als ijspegels, die weliswaar warmte bij elkaar zoeken,  maar o wee, wanneer je te dichtbij komt; dàn hebben we veelal lange tenen en meestal ook een scherpe tong.
Wanneer het over het hart gaat, lopen we direct naar een cardioloog in plaats van rust te nemen en je tot de Schepper te wenden
– dat doen we pas wanneer er helemaal geen redden meer aan is en we op het randje van onze mogelijkheden staan, geen uitweg meer weten.
Zelfonderzoek is wat ons mensen vreemd is, we rennen liever de grote mensenmenigte na en vergeten dat wij ook op goddelijke inzichten blind kunnen varen.
Zoals je in de achterafstraatjes van een mensenleven valse geesten tegenkomt,  worden we omgeven door valse bankbiljetten, waar bloed aan kleeft en we maken er [ook als kerk] maar al te graag gebruik van; we verbergen ons heimelijk onder zwart-witte camouflagekleding van een keurig leven.
Wij hebben telkens een bemoediging nodig en om de moed niet te verliezen verbergen onszelf achter onze negatieve motivatie, die kan leiden tot uitputting.
We hebben behoefte aan een geestelijk fundament, maar wanneer we ons op dat gebied succesvol dienen te gedragen zijn we toevallig niet thuis; het komt ons nimmer gelegen.
Veel succesvolle mensen zijn geestelijk zo van zichzelf vervuld en betrokken als hun juist geleegde papier-bak, zijn niet genegen energie buiten hun vriendenkring te besteden; voor hen is het aardig om slechts ‘belangrijk’ te zijn.
In plaats van elkaar tegen te werken is het voor een mens echter véél meer van  belang om aardig te zijn, want door gemeenschap met eenieder wordt de gehele wereld overwonnen.

Hoe ziet de wereld van God er uit? door Giovanni di paolo

1.]. Voorvader Adam werd de rauwe wereld ingestuurd samen met z’n metgezel Eva, nadat zij zich beiden door van de boom te eten bóven God hadden gesteld. Deze hoogmoedige daad werd hen tot zonde aangerekend en zij hebben er tot op de dag van vandaag spijt van.
2.]. De Heer heeft daarop de profeet Noach, met de onbewuste Schepping gevrijwaard van de ondergang en hen als teken de regenboog gesteld, als teken van Zijn Verbond met de mensheid, haar nageslacht en met alle levende wezens. Wanneer wij de boog in de wolken zien verschijnen, dienen wij niet te denken aan een mogelijke pot met goud, waar zij de aarde treft, maar aan het eeuwigdurende Verbond tussen God en al wat op aarde leeft:
Zie Ik richt Mijn Verbond met u op en met uw nageslacht en met alle levende wezens. Als Ik de boog in de wolken zie verschijnen, zal Ik denken aan het eeuwigdurende verbond tussen u en al wat op aarde leeftGen.9: 16. Zoals de regenboog de aarde omspant, zo omspant Gods Trouw de wereld, Die trouw heeft God vastgelegd in het Verbond met  Noach.

Belofte aan Abraham

3.]. Onze Voorvader Abraham is door het Geloof uitgegaan uit zijn land en heeft uitgezien naar de vervulling van Gods belofte. In zijn nageslacht  zou de hele wereld gezegend worden. In de geboorte van Isaäk heeft hij daarvan al de voorlopige vervulling gezien.
4.]. De profeet Joseph werd uit de put gehaald, waarin hij door z’n broeders werd verkocht en God liet hem in Egypte volgroeien tot Farao’s hoogte, waarop
5.] De ogen van profeet Jaäcob, later ook Israël genoemd [volgens de Traditie de derde aartsvader na zijn grootvader Abraham en vader Isaäk] konden weer zien, waardoor hij zijn zoon Joseph herkende. God had hem [Israël] gezegd: “Ik ben God, de God van uw vaderen. Wees niet bang om verder te reizen naar Egypte, want ik zal daar een groot volk uit je doen voortkomen. Ikzelf zal met je meereizen naar Egypte, en ik zal je daar ook weer vandaan brengen. En niemand anders dan Jozef zal jou de ogen sluiten”.
De geschiedenis van Joseph  de brug tussen de verhalen van de aartsvaders Abraham, Isaäc en Jaäcob aan de andere kant het latere verhaal over het slavenvolk Isräel in Egypte. Ze horen toch in Kanaän, dat is toch het land van belofte? Hoe zijn ze dan terechtgekomen in Egypte?
6]. De profeet Mozes heeft de Joodse Volk met God verbonden en hen van Egypte, het land van ellende naar het beloofde land geleid, waardoor ze bevrijd werden van onderdrukking en slavernij.
7.]. De Profeet Isaiah draagt in zijn naam [Yeshayahoe, de Hebreeuwse naam], niet alleen materiaal van hemzelf, maar ook van latere leerlingen. Hij was gehuwd en had twee zonen die allebei een symbolische naam droegen: ‘Maher-Salal Chas-Baz‘ [haastige roof, spoedige buit, Isaiah 8: 1-4] en ‘Sear-Jasub‘ [een rest keert weer, Isaiah 7: 3].
Deze twee namen vormen als het ware een samenvatting van wat Isaiah te zeggen had: hij voorspelde de verovering en verwoesting van Jeruzalem, maar zag ook hoop voor de tijd daarna. Een kleine rest van het Volk zal overblijven en een hernieuwd Godsvolk vormen, onder een ideale koning uit het huis van David. Daarnaast protesteerde Isaiah ook tegen allerlei godsdienstige en sociale misstanden in het beloofde land van zijn tijd.

Profeet David, zoon van Jesse, bidt . . . . .

8.]. De Profeet David liet ons naast de lofzangen, de boetepsalm na, waarin hij zijn berouw toonde over z’n begane zonden.
9.]. De Profeet Job werd beproefd en door zijn standvastig Geloof werd hij genezen van zijn ziekte.
10.]. De Profeet Jeremia maakt het volk duidelijk dat de oorzaak van de problemen niet bij God ligt – hij roept het Volk op hun manier van leven te veranderen. Hij laat ook zien dat het onvoldoende is dat de tempel en de eredienst aldaar goed draaien – er is meer nodig om Gods hulp te verkrijgen, zij dienen op een rechtvaardige manier met elkaar om te gaan. Hij heeft de godsdienstige en politieke ontwikkelingen van z’n tijd goed gevolgd; hij gaat in tegen de spelleiders [priesters en koningen van het Volk]. Zelden luisteren ze naar hem, isoleren hem en voeren hem tegen zijn wil in naar Egypte, waar hij vermoedelijk is overleden.

Jonah, de vis’ model voor de diepten, waarin de mens ten onder gaat

11.] de Profeet Jonah [Hebr. ‘duif’] overleefde drie dagen in de buik van een vis. Hij vertegenwoordigt het verhaal van de leer van het vermogen om zich te bekeren en door God te worden vergeven.
Jonah is het hoofdpersonage in het gelijknamige boek, waarin de Heer hem gebiedt naar de stad Ninevé te gaan om daar tegen te profeteren “want hun grote verdorvenheid is voor mij opgekomen”, maar Jonah probeert
in plaats daarvan te ontkomen.
In het tweede Verbond noemt Christus Zich “méér dan Jonah” en houdt de Farizeeën “het teken van Jonah” voor, dat is Zijn Opstanding. Vroeg-  christelijke gelovigen zagen Jonah als een type voor Jezus Christus, onze Verlosser. Bewonderen wij niet de volmaaktheid van onze gezegende Heer?
Met Zijn Liefde, Zijn tederheid, Zijn vermogen om te verdragen wat er ook op Zijn weg kwam, is niets te vergelijken. Toch ervoer Hij het menselijk ongeloof, dat er de oorzaak van was, dat zij niet wisten hoe ze door zich afhankelijk van God op te stellen en door zelfverloochening gebruik konden maken van de Macht, waardoor de tegenstrever uit zijn bouwwerken geworpen kan worden!
Wie echt de behoefte heeft om te vasten, die zal dat ook doen en degenen, die dat niet kunnen opbrengen zullen er niet toe worden gedwongen. Vasten is immers het jezelf open stellen tot God, de Vader, dit heeft onze Heer Jezus Christus ons zo geleerd en niemand heeft Hij daartoe gedwongen.
De Heer der Heerscharen zorgt ervoor dat een plant [Hebr.
קיקיון een kikayon, wonderolieboom een snelgroeiende plant, die na enkele jaren een hoogte tot 13 meter kan bereiken] over Jonah’s schuilplaats groeit om hem wat schaduw van de zon te geven. Later veroorzaakt de Heer dat een worm de wortel van de plant bijt en deze verdort. Jonah, nu blootgesteld aan de volle kracht van de zon, wordt zwak en smeekt Jahweh hem te doden.

Wonderolieboom

      God vroeg Jonah: ‘Ben jij terecht vertoornd over de wonderboom?’.
En hij antwoordde: ‘Terecht ben ik vertoornd, ten dode toe’.
Daarop zei de Heer: Jij wilde de wonderboom sparen, waarvoor jij jezelf geen moeite hebt gegeven en die je niet hebt doen groeien, die in een nacht is ontstaan en in een nacht is vergaan.

vrucht van de kikayon – de wonderolieboom

Zou Ik dan Ninevé niet sparen, de grote stad, waarin meer dan honderd- en-twintigduizend mensen zijn, die het onderscheid niet kennen tussen hun rechterhand en hun linkerhand, benevens veel vee?’Jonah 4: 9-11.

Het heeft velen getroffen wat de beroemde theoloog en verzetsman Dietrich Bonhoeffer over de wraakpsalmen schreef.
Het gaat niet over Bijbelse plaatsen, of het moest die cel zijn in Flossenburg van waaruit hij in het laatste uur van zijn leven werd weggeroepen door de commandant om opgehangen te worden:
Gefangene Bonhoeffer, mitkommen !”.
Hij nam één van zijn vrienden terzijde en antwoordde: ”Dit is het einde, voor mij het begin van het nieuwe Leven”.
In al de wraakpsalmen wordt het oordeel van God afgesmeekt over de vijanden en belagers van de psalmist. Wat we daar lezen over de vijanden van de psalmist klinkt niet zo vriendelijk:
In hun mond is geen waarheid: hun hart is lichtzinnig. Een open graf is hun keel, zij plegen bedrog met hun tong” Psalm 5: 10. De dichter bidt vervolgens: “Oordeel hen God, doe hen vallen in hun plannen. Verstoot hen om hun talrijke misdaden, want zij hebben U getrek, O Heer”. De psalmdichter – en meestal is dit David – roept het Godsgericht op over Gods vijanden.  Hoe kan dat nou?
Jezus heeft toch gezegd dat we onze vijanden dienen lief te hebben, maar Hij heeft in Zijn Traditie de wraakpsalmen gebeden of Hij die vijanden wilde straffen. Hebben we hier niet  te maken met een heel groot probleem, met een theologische dwaling en nog wel in de Blijde Boodschap?
Christus bidt aan het kruis voor zijn vijanden. Maar kunnen we de wraakpsalmen en het gebed van Jezus dan nog wel serieus nemen? Wordt het niet hoog tijd dat we ook de wraakpsalmen maar dienen te gaan schrappen uit ons psalterion?, die passen toch niet meer in onze tijd? Kunnen wraakpsalmen vandaag de dag nog wel verstaan worden als een gebed van onze Heer Jezus Christus en een oproep tot Gods wraak?
We mogen ons zelf toch niet wreken?
Allereerst dienen wij hier vast te stellen dat het hier niet gaat om persoonlijke wraak. De vijanden waarvan hier immers sprake is, zijn vijanden van God en van de zaak van God, het gaat om het uitbannen van de tegenstrever.
Het gaat de dichter en degene die de Traditie volgt zeker niet om persoonlijke wraakgevoelens; het is niet de wraaklust die Christus in z’n gebed drijft.
Christus toont dat de wraak ten-opzichte van de tegenstrever van de mensen aan God overgelaten dient te worden.
Het gebed om de wraak van God is het gebed om de voltrekking van Gods Gerechtigheid en Zijn uiteindelijke Gericht over de zonde. Wij zijn hierbij echter niet slechts toeschouwers; we kunnen en mogen geen standpunt innemen: Laat het Gericht van Uw heilige toorn maar als een bliksem inslaan bij al die smeerlappen en slechte mensen.
Echter Gods wraak is gekomen; Zijn gericht is voltrokken; Het vuur van Gods toorn is ingeslagen. Waar?
Op Golgotha. Meestal zeggen we: het gaat in de wraakpsalmen om wat er tenslotte, in de toekomst zal plaatsvinden – hetgeen ons in de Blijde Boodschap met zoveel woorden in duidelijke taal is voorzegd. In het eindgericht zullen al Gods vijanden ten onder gaan in het uur en in het vuur van het goddelijk gericht.
Zij wel en wij niet”, want wij [Orthodoxe Christenen] behoren immers niet tot de vijanden van God.
In het geheel niet, want de Blijde Boodschap zegt tevens dat niemand aan dat gericht kan ontkomen; we dienen allemaal voor de rechterstoel van Christus, de Zoon van God te  verschijnen.
Maar met die boodschap dien je niet aan te komen in deze tijd, waarin alles nadrukkelijk en vooral de het ’openbare werk’ de eredienst van het volk – waar voor het oog van de wereld ‘de buitenkant’ wordt vertoond en daarvoor God als Liturg [‘sponsor’]  heeft dient schoon, helder en sprankelend ‘soft’ over te komen. Dat er op de achtergrond zaken spelen, die het daglicht wel eens niet kunnen verdragen en dat er vooraleerst men begint ‘vergeving’ aan allen voor de misdaden gevraagd dient te worden, wordt veelal vergeten – het Kyrië eleïson klinkt immers zó ‘mooi’. De gelovigen zouden immers gillend wegrennen wanneer zij geconfronteerd worden met de werkelijke betekenis van de woorden, die in de Goddelijke Liturgie aan de mens worden voorgehouden – daarom is het maar goed dat we kunnen wegzwijmelen bij de Kerk-slavische, Oud-Griekse, Latijnse teksten, die toch geen hond verstaat.
Toch zijn we allemaal vijanden van God en ontkomt niemand – ook de spelleiders niet aan het Laatste Oordeel, wat ons allen te wachtten staat.
Maar als besluit de uiteindelijke tekst van de Blijde Boodschap: Gods wraak trof niet de zondaar, maar de enige Zondeloze, Die in de plaats van de zondaar is gaan staan: Jezus Christus, de Zoon van God, onze Verlosser.
Hij en Hij alleen droeg de wraak van God om de voltrekking waarvan de psalmist heeft gebeden; Hij alleen stilde Gods toorn over de zonden van de mensen.
Hij alleen bad in het uur waarin dat goddelijk gericht aan Hem werd voltrokken voor zijn vijanden: “Vader vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen”.
God vonnist Zijn vijanden door hun straf aan de enige Rechtvaardige te voltrekken, waardoor wij van vijanden, vrienden van God mogen worden.
Wij mensen zijn per slot van rekening allemaal vijanden van God. Maar zoals alle offers in het Oude Verbond plaatsvervangend waren, zo is ook het grote offer van Jezus Christus plaatsvervangend.
Hij gaat onder het Gods gericht ten onder en Hij alleen bidt voor de vijanden van God om vergeving.

Bewogen woorden

Alleen aan het kruis van Jezus Christus, onze Heer en Verlosser is de Liefde van God te vinden. “Vader vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen”, Hij richt zich daarbij tot mensen die moe zijn van het leven onder het juk van hun eigen zonde. Zij, die verdriet hebben, niet in de eerste plaats over de zonden van anderen, maar over zichzelf. Daarom zegt Christus tot de mens, die Hij tot Zich roept: “      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;  neemt Mijn Juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn Juk is zacht en Mijn Last is lichtMatth. 11: 28-30.
Het zal ons nu duidelijk zijn alle wraakpsalmen leiden naar het Kruis van onze Heer Jezus Christus en naar de vergevende liefde van de vijanden van God; aan iedereen zijn wij mensen liefde verschuldigd.
    Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want
wie de ander liefheeft, heeft de Wet vervuld.
Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan,
gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij,
worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom
is de liefde de vervulling van de Wet

Rom.13: 8-10;
Want de gehele Wet is in één woord vervuld, in dit:
gij zult uw naaste liefhebben als uzelf
” Gal..5: 14.
 doe dit evenzo en je zult leven

Mens, naastenliefde is op billijkheid gebaseerd.
    En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen,
doet gij hun evenzo
Luc.6: 31;
Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen,
doet gij hun ook aldus: want
dit is de Wet en de profeten
” Matth.7: 12.
Zij die werkelijk God’s kinderen zijn en die Hem liefhebben, die Hem in zichzelf bezitten als een onschendbare schat van al het goede, ontvangen overeenkomstig de Bergrede de gekwetsten en de vernederden met een onuitsprekelijke vreugde en geluk. Zij verdubbelen de liefde en de oprechte liefde voor hen die vermoeid en belast zijn en zij ondergaan dit alles, alsof Christus hun Weldoener mag zijn . . .
Hoe goed past hierbij de bijna juichende boetezang
de Deur der Boete’ welke ons de komende weken zal begeleiden:
De deur der boete open mij, o Levenschenkende,
want , zie, mijn geest is ontwaakt en verlangt naar Uw heilige Tempel,
daar ik de tempel van mijn lichaam geheel verontreinigd heb.
Maar Gij, Barmhartige, reinig mij door Uw Genade
””;
en het
Gebed van Jonah:
  Ik schreeuwde in mijn nood tot de Heer,
mijn God, verhoor mij.
Uit de ingewanden van de onderwereld klonk
mijn angstkreet en U hebt mijn stem gehoord.
U hebt mij gewroken in de diepte in het hart
van de zee, en de watervloed heeft mij omvangen.
Al Uw draaikolken en golven zijn [als een tsunami] over mij heen gegaan.
Toe zei ik: ‘ verstoten ben ik uit Uw ogen;
zal ik ooit weer Uw Heilige Tempel aanschouwen?
Wateren omringen mij tot in mijn ziel;
de uiterste afgrond is om mij heen.
mijn hoofd komt tot in de grondslag van de bergen,
ik ben neergezonken in de aarde, waar de grendels voor eeuwig gesloten zijn.
Maar U voert mijn leven uit het verderf tot U omhoog, Heer mijn God.
Toen mijn ziel in mij ontsteld was, dacht ik aan de Heer,
en mijn gebed kwam tot U, in Uw Heilige Tempel.
Zij die ijdelheden en leugens vereren,
geven prijs wat hun tot barmhartigheid strekt.
Maar ik zal lof zingen met mijn stem:
met belijdenis zal ik U offeren.
mijn geloften zal ik gestand doen,
want mijn Verlossing komt van de Heer’ 
Jonah 2: 2-7.
En de Heer sprak tot de vis en
deze spuwde Jonah uit op het droge en
daarop klonk de lofzang:

— Theotokos van het teken —

    Zij die nietige afgoden dienen, geven Hem prijs,
Die hun met veel medeleven Genadig is.
Maar ik, met lofzegging wil ik aan U offeren; 
wat ik beloofd heb, wil ik betalen;
de redding is aan de Heer der Heerscharen.
“Hoe heilig is Gods Naam!
Laat volk bij volk te zaâm Barmhartigheid verwachten;
nu Hij de zaligheid, voor die Hem vreest,
bereidt, door al de nageslachten.
Des Heren arm is sterk; Hij deed een krachtig werk;
die hoog zijn van gevoelen, heeft Hij verstrooid, verward, met alles,
wat het hart, dier trotsen mocht bedoelen.
Die stout zijn op hun macht, heeft Hij versmaad, veracht, gestoten van de tronen;
maar Hij verhoogt en hoedt het nederig gemoed, waarin Zijn Geest wil wonen.
Hij heeft, na lang geduld, met goederen vervuld de hongerige monden;
Hij zag geen rijken aan; maar heeft z’, in hunnen waan, gans ledig weggezonden.
Zijn goedheid klom ten top; Hij nam Zijn Gemeenschap op, naar ‘t heil, Zijn knecht beschoren; gelijk Hij, ons ten troost, aan Abram en zijn kroost, voor eeuwig had gezworen
“.
uit: lofzang van de Theotokos, berijming Statenvertaling.

Zondag van het Laatste Oordeel – in zoverre gij dit aan een van deze van mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het aan Mij gedaan.

        Wanneer dan de Zoon des mensen komt in Zijn Heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de Troon van Zijn Heerlijkheid.
En al de volkeren zullen voor Hem verzameld worden en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand.
        Dan zal de Koning tot hen, die aan Zijn rechterhand zijn, zeggen:

‘Komt, jullie gezegenden van Mijn Vader, beërft het Koninkrijk, Dat voor u bereid is van de grondlegging van de wereld af. Want Ik heb honger geleden en jullie hebben Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en jullie hebben Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en jullie hebben Mij gehuisvest, naakt en jullie hebben Mij gekleed, ziek en jullie hebben Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en jullie zijn tot Mij gekomen’.
        Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende:
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebben U gehuisvest, of naakt, en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis gezien en zijn tot U gekomen?
        En de Koning zal hun antwoorden en zeggen:
‘ Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan.
        Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: ‘Gaat weg van Mij, jullie vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is.  Want Ik heb honger geleden en jullie hebben Mij niet te eten gegeven, Ik heb dorst geleden en jullie hebben Mij niet te drinken gegeven; Ik ben een vreemdeling geweest en jullie hebt Mij niet gehuisvest, naakt en jullie hebben Mij niet gekleed, ziek en in de gevangenis en jullie hebben Mij niet bezocht’.
        Dan zullen ook zij Hem antwoorden en zeggen: Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of als vreemdeling, of naakt of ziek, of in de gevangenis, en hebben wij U niet gediend?
        Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre jullie dit aan een van deze minsten niet gedaan hebben, hebben jullie het ook aan Mij niet gedaan.
En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven
Matth.25: 31-46.

“ Nu zal wat wij eten, ons niet bij God brengen; eten wij niet, wij zijn er niet minder om; eten wij wel, wij zijn er niet meer om. Maar ziet toe, dat deze bevoegdheid van u niet tot aanstoot voor de zwakken zal worden.
       Want indien iemand u, die kennis hebt, [aan tafel] ziet aanliggen in een afgodentempel, zal hij met zijn zwak geweten dan niet aangezet worden tot het eten van offervlees? Dan gaat er immers iemand, die zwak is, ten gevolge van uw kennis verloren, een broeder, om Wiens Wil Christus gestorven is.
        Door zo tegen de broeders te zondigen, en hun geweten, indien het zwak is, te kwetsen, zondigen jullie tegen Christus.
       Daarom, indien wat ik eet, mijn broeder aanstoot geeft, wil ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, om mijn broeder geen aanstoot te geven.
       Ben ik niet vrij? Ben ik geen apostel? Heb ik niet Jezus, onze Heer, gezien? Zijt gij niet mijn werk in de Heer? Indien ik voor anderen geen apostel ben, voor u toch zeker wel; want het zegel op mijn apostelschap zijn jullie in de Heer 1Cor.8: 8-9: 2.

Laatste oordeel – “allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan”
                                    “    Wee hem die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, zijn opperzalen met onrecht; die zijn naaste voor niets laat werken,  hem zijn loon niet geeft; die zegt:
Ik zal mij een groots huis bouwen, ruime opperzalen; die  daarin zijn vensters aanbrengt en het dekt met cederhout, het bestrijkt met [rode] menie.
Zijt gij een koning, als gij wedijvert in cederhout?
Uw vader, heeft hij niet gegeten en gedronken en recht en gerechtigheid gedaan?  Toen ging het hem wel.
Hij deed de ellendige en arme recht wedervaren; toen ging het wel.
Is dat niet Mij erkennen? luidt het woord des Heren.
Maar gij hebt enkel oog en hart voor uw onrechtmatig gewin en  voor het vergieten van onschuldig bloed, voor het begaan van onderdrukking en geweldJeremia 22: 13-17.

Profeet Job [Arabisch: أيوب]
De taak van de Profeten is niet om de toekomst in verbluffende details of grimmige opluchting te verkondigen. Het is hun taak om ons te vertellen wat ze zien, wat ze begrijpen; het is niet om dingen uit te leggen.
Hoe weinigen van de toehoorders, of ze nu gewijd of seculier zijn, hebben echt de diepe onderbouwing begrepen van wat ze als Christenen met anderen dienden te delen? Maar zelfs in het aangezicht van de naakte erkenning dat er altijd een gebrek aan volledig begrip is, bezwijkt elke profeet uiteindelijk voor de dwang om anderen van hun [voet-]stuk te brengen, omdat dat noodzakelijk is; zelfs als het in de praktijk niet perfect is, overstijgt de ware en juiste boodschap de boodschapper.
En dat maakt hen tot moeilijke mensen om mee om te gaan, laat staan om hen in hun waarde te laten; ze worden immers voortdurend tegengesproken, zonder ooit echt van zich te doen spreken. Het zijn echter bloed-serieuze mensen en veelal, bieden ze ons momenten van vreugde en verkwikking.
De zeven werken van barmhartigheid zijn:
1.]. De hongerigen spijzen;
2.]. De dorstigen laven;
3.]. De naakten kleden;
4.]. De vreemdelingen herbergen;
5.]. De zieken verzorgen;
6.]. De gevangenen bezoeken.
7.]. De doden begraven.
Zes van deze werken zijn gebaseerd op de woorden van Christus in het jaar 1207 tijdens de pest in Europa werd hier een zevende werk aan toegevoegd: ‘de doden begraven’. Het is ontleend aan het Bijbelboek Tobit, waarin naast twee bekende, ook door Christus genoemde werken van barmhartigheid, speciaal de zorg voor de overledenen wordt benadrukt:
Ik gaf brood aan de hongerigen en kleren aan de naakten; als ik het lijk van een volksgenoot buiten de muren van Ninevé [‘het nageslacht is blijvend’] zag liggen, dan begroef ik hetTobit 1: 17.
Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven.
Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven,
Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest,
naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht;
Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen
Matth. 25, 35-36.

Naast de lichamelijke werken van barmhartigheid werden in de middeleeuwen zeven geestelijke werken van barmhartigheid uitgewerkt:
het zijn werken gericht op het lenigen van geestelijke nood.
De zeven geestelijke werken van barmhartigheid zijn:
1.]. De onwetenden onderrichten;
2.]. In geval van vermoeiden goede raad geven;
3.]. De bedroefden troosten;
4.]. De zondaars vermanen;
5.]. Het onrecht geduldig lijden;
6.]. Beledigingen vergeven;
7.]. Voor de levenden en overledenen bidden.
Alle ontwikkeling hangt af van een loskomen van ingesleten gewoonten,
een sprong in het duister [hetgeen je niet schijnt te herkenen en daarop volgt dan de vraag. Ik zou willen beweren dat dit de manier is waarop de mens leert;
hier vindt de [her-]opvoeding plaats en het is aan de Kerk, als Lichaam van Christus’ de educatieve taak in te vullen – zonder God mislukt immers alles.
Teneinde situaties waarin de mens wordt geplaatst positief te bevorderen
naar het creërende moment, dat hij/zij begint te vragen,
in alle toonaarden van zijn/haar stem:
‘Waarom?’, ‘moet dat nou?’.
Over het Goddelijk beginsel van de Blijde Boodschap als
weergegeven door de Zoon van God is geen discussie mogelijk.
Zijn komst naar de wereld was noodzakelijk omdat ‘de mens zèlf‘ niet in staat was zelfstandig de weg naar de oorspronkelijke bedoeling van God terug te vinden. Christus toont ons God als de onveranderlijke, betrouwbare Vader, Die waakt over z’n kinderen.

Kwaad, bederf en wereldgerichte slavernij kàn geen onvergankelijkheid beërven; wanneer Christus wederkomt vestigt Hij het Hemels Koninkrijk, de eeuwige staat, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde in de meest volledige zin.
Alle voorafgaande dingen zullen afgedaan [voorbijgegaan] zijn, wanneer
Christus op Zijn Troon zit en levenden en doden zal oordelen.
      En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de Hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.
En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: ‘Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan’.
En Hij, die op de troon gezeten is, zei [zal zeggen]: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw’.
En Hij zei [zal zeggen: ‘Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig
Openb.21: 1-5.

Ons is niet verteld wanneer en hoe het menselijk lichaam in een nieuwe toestand zal worden veranderd, en er wordt ons ook geen enkele verklaring gegeven hoe deze zal worden vertaald in de eeuwige wereld waar gerechtigheid heerst.
We kennen alleen het feit en dit is voor God voldoende geacht om ons te openbaren.
Christus heeft in Zijn Almacht alleen over Zijn rechterstoel gesproken en daar
heeft Hij eveneens geen details van vrijgegeven, dan dat: “   de gezegenden van Zijn Vader, het Koninkrijk zullen beërven, Dat voor hen bereid is van de grondlegging van de wereld afMatth.25: 34, en elders dat met de gezegenden van Zijn Vader wordt bedoeld: “     Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn Woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het levenJohn.5: 24.
Voor het overige heeft Christus niet over de details van Zijn Oordeel heeft gesproken; en in een dergelijk geval is het nederiger en waarachtiger, om wijs te zijn en niet zelf te gaan oordelen en dat zijn voorzeker degenen, die de stilte van de Heer het hardst verkiezen . . . . .

Een unieke blik op het begrip keuken
♥︎ –Een keuken zijn is meer dan alleen een plaats waar voedsel bereid wordt teneinde voedsel tot ons te kunnen nemen. Ze zijn het hart van het huis een plaats waar voedsel bereid wordt om ons tezamen naar lichaam en geest te laten genieten;
♥︎ – “ Een keuken is een plaats waar voedingsmiddelen en smaken worden ingebed in onze herinneringen; het voedsel dat we als kind hebben gegeten, de vele smaken tot volwassenheid, het verleidelijke vooruitzicht en aanwijzingen voor het maken van nieuwe inzichten en voorschriften;
♥︎ – “ Een keuken is een plaats die bezocht wordt om ontelbare variaties te ontmoeten voor de bereiding uit liefde voor de ander; er heerst warmte en gastvrijheid, je ervaart dat je welkom bent;
♥︎ – “ Een keuken doet ons een oproep ervaren tot actie, een erkenning van onze gemeenschappelijke medemenselijkheid – onze basisbehoefte om te eten en te genieten van het leven, een hoop op VredeTrevor Graham

Nu zal wat wij eten, ons niet bij God brengen;
eten wij niet,  wij zijn er niet minder om;
eten wij wel, wij zijn er niet meer om.

Maar ziet toe, dat de bevoegdheid van u om te eten
niet tot aanstoot voor de zwakken zal worden.
Elk aspect van ons leven dient gericht te zijn op vervolmaking in Christus, onze Heer.
Nu is wat wij eten afhankelijk van de keuken, waarin ons voedsel immers bereid wordt.
Daar wordt bepaald wat door ons genuttigd wordt;
Daar voor ons bereid, de grondlegging van ons bestaan in deze wereld;
Daar wordt ons eten en drinken vorm gegeven;
Daar wordt bepaald dat wij niet langer vreemdeling zijn en vinden wij huisvesting;
Daar worden wij bekleed en verzorgt wanneer wij ziek zijn;
Daar ervaren wij het vertrouwen;
Daar wordt de voelbare onderlinge band ervaren.

Waarom vraagt de Kerk ons dàn dàtgene wat zó primair is voor ons bestaan een periode te ontwijken; althans te proberen datgene wat ons hartje begeert een periode te laten staan?
Wij mensen zijn primair geïnteresseerd in eten en
juist dáárom wordt ons gevraagd om dit te beoefenen.
Je begrijpt het niet? . . . . . ben je ooit de strijd met jezelf aangegaan?
En heb je daarbij vermeden iets aan je voorafgaande leven te veranderen,
teneinde een betere toekomst voor te bereiden?
Vasten is het onthouden van voedsel, drank, slaap of seks
zodat je jezelf kunt concentreren op een periode van geestelijke groei.
Meer specifiek kunnen we stellen dat we door te vasten
iets lichamelijks achterwege laten om God te verheerlijken, teneinde
onze geest te doen groeien en om ons dieper in ons gebedsleven te begeven.
Je toont je daarmee waardig Gezegende van Je Vader genoemd te worden,
volgeling van Christus, Die datgene beërven zal dat voor jou bereid is van de grondlegging van de wereld af.
Christelijk vasten is geen “daad” of “opdracht”, die ons door Christus wordt opgedragen of door de H. Schrift wordt vereist.
Maar de Blijde boodschap raadt ons aan om vasten een plaats te geven in onze geestelijke groei. Het boek Handelingen legt vast hoe gelovigen vasten voordat zij belangrijke beslissingen nemen

      Toen vastten en baden zij [samen met de apostelen] en [deze] legden hun de handen op en lieten hen gaan. Dezen dan, door de Heilige Geest uitgezonden, trokken naar Seleucië [Gr. Σε λεύκεια = ‘tussen de gieren’, ‘koningstad, aanvoerhaven voor Antiochië] en voeren vandaar naar het oude Griekse eiland Cyprus [Gr. Κύπρος]; en in de havenplaats aan de oostkust van Cyprus Salamis [Gr. Σαλαμις] gekomen, verkondigden zij het Woord Gods in de Synagogen der Joden; en zij hadden ook Johannes tot helper . . . . .  en nadat zij voor hen in elke Gemeente oudsten hadden aangewezen, droegen zij hen onder bidden en vasten de Heer op, in Wie zij geloofd haddenHand.13: 3-5;14: 23.
Vasten en gebed gaan vaak hand in hand:
“ . . . Hanna [‘lieflijke, genadige’], de profetes, dochter van Phanuel [‘het gelaat van God’], uit de stam Aser [’gezegend, gelukkig’] was weduwe, ongeveer vier-en-tachtig jaar oud en zij diende God onafgebroken in de Tempel, met vasten en bidden, nacht en dag .
. . .   de Farizeeën en hun schriftgeleerden zeiden tot Christus: “De discipelen van Johannes vasten dikwijls en doen hun gebeden, en zo ook die der Farizeeën, maar die van U eten en drinkenLuc.2: 37;5: 33.

                       Maar al te vaak, ook in onze tijd, wordt de nadruk bij het vasten gelegd op een onthouding van voedsel.
                       Maar het doel van het vasten is om onze ogen af te wenden van de zaken van deze wereld en ons in plaats daarvan op God te concentreren.
Vasten is en blijft een gedrag om aan God en onszelf te laten zien dat we onze relatie met Hem serieus nemen.
Hoewel vasten in de Schrift bijna altijd betrekking heeft op het vasten van voedsel, zijn er ook andere manieren waarop we kunnen vasten.
Alles wat je tijdelijk kunt opgeven om je beter op God te kunnen concentreren kan als vasten worden beschouwd:
    Wat nu de punten betreft, waarover gij mij geschreven hebt, het is goed voor een mens niet 
aan een vrouw verbonden te zijn, maar met het oog op de gevallen van ontucht dient ieder zijn eigen vrouw te hebben en iedere vrouw haar eigen man. De man dient jegens de vrouw zijn [echtelijke] verplichtingen na te komen en evenzo de vrouw jegens haar man.
De vrouw heeft niet zelf over haar lichaam te beschikken, doch haar man; en eveneens [dus wederzijds] heeft de man niet zelf over zijn lichaam te beschikken, doch zijn vrouw.
Onthoudt dat elkander niet, tenzij met onderling goedvinden [en] voor een bepaalde tijd, om u te wijden aan het gebed, maar om daarna weer samen te komen, opdat niet de satan u zal trachten te verzoeken wegens uw gemis aan zelfbeheersing1Cor.7: 1-5.

Vasten dient dus tot een vooraf vastgestelde periode beperkt te worden, vooral als het om het vasten van voedsel gaat. Langere periodes waarin niet gegeten wordt zijn schadelijk voor het lichaam. Vasten is niet bedoeld om ons lichaam te straffen, maar om ons op God te kunnen concentreren.
Vasten dient ook ‘niet‘ als een “dieetmethode” te worden gezien.  We dienen niet te vasten om gewicht te verliezen, maar om een diepere gemeenschap met God te bereiken.
Jazeker: iedereen kan vasten. Sommige mensen kunnen weliswaar ‘niet’ van voedsel vasten [zieken en diabetici, bijvoorbeeld], maar iedereen kan wel het een of ander tijdelijk opgeven om zich beter op God te kunnen concentreren.
Zelfs een tijdlang geen voetbal, telefoon [what’s app] of televisie vroegtijdig uitzetten kan een effectieve manier van vasten zijn.
De enige Bijbelse reden om te vasten is om op je levensweg dichter bij God te zijn.
Door onze ogen van de zaken van deze wereld af te keren, kunnen we ons beter op Christus concentreren.
Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonenMatth.6: 16-18.
Christelijk vasten is veel méér dàn het onthouden van voedsel of andere zaken voor het lichaam; het is een opofferende leefstijl voor God.
In het oude verbond leren we bij Isaiah wat “echt vasten” is:
      Roep luidkeels, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin en maak mijn volk zijn overtreding bekend en het huis van Jaäcob zijn zonden. Wel zoeken zij Mij dag aan dag en hebben zij een welgevallen aan de kennis mijner wegen, als een volk dat gerechtigheid doet en het recht van zijn God niet veronachtzaamt.
Zij vragen Mij rechtvaardige verordeningen, zij hebben er een welgevallen aan tot God te naderen.
Waarom vasten wij, als Gij er toch niet op let: verootmoedigen wij ons, als Gij er toch geen acht op slaat?
Zie, op uw vastendag doet gij zaken en drijft gij al uw arbeiders aan. Zie, tot twist en tot strijd vast gij en om te slaan met snode vuist; gij vast heden niet om uw stem in den hoge te doen horen.
Zou dit het vasten zijn, dat Ik verkies, een dag, waarop de mens zichzelf verootmoedigt: dat hij zijn hoofd laat hangen als een oeverplant met lange stengel en zich rouwgewaad en as tot een leger spreidt? Noemt gij dat een vasten, dat een dag die de Heer welgevallig is?
Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien der goddeloosheid los te maken, de banden van het juk te ontbinden, verdrukten vrij te laten en elk juk te verbreken?
Is het niet, dat gij voor de hongerige uw brood breekt en arme zwervelingen in uw huis brengt, ja, als gij een naakte ziet, dat gij hem bekleedt en u niet onttrekt aan uw eigen vlees en bloed?
Dàn zal uw licht doorbreken als de dageraad en uw wond zich spoedig sluiten uw heil zal voor u uit gaan, de heerlijkheid des Heren zal uw achterhoede zijn.
Als gij dàn roept, zal de Heer antwoorden; als jullie om hulp roepen, zal Hij zeggen: ‘Hier ben Ik’.
Wanneer jullie uit uw midden het juk wegdoet, het wijzen met de vinger en het spreken van boosheid nalaat, wanneer gij de hongerige schenkt wat gij zelf begeert en de verdrukten verzadigt, dan zal in de duisternis uw licht opgaan en uw donkerheid zal zijn als de middag.
En de Heer zal u voortdurend leiden, u in dorre streken verzadigen en uw gebeente krachtig maken; dan zult gij zijn als een besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleurstelt.
En de uwen zullen de overoude puinhopen herbouwen, de grondvesten van vorige geslachten zult gij herstellen, en men zal u noemen: Hersteller van bressen, Herbouwer van straten.
Indien jullie niet over de sabbat heenlopen door uw zaken te doen op Mijn Heilige Dag, maar de sabbat een verlustiging noemt, de Heilige Dag des Heren van gewicht en die eert door noch uw gewone bezigheden te doen, noch uw zaken te behartigen, of ijdele taal uit te slaan,
Dan zullen jullie je verlustigen in de Heer en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw [voor]vader Jaäcob, want de mond des Heren heeft het gesprokenIsaiah 58: 1-14.
Het is niet zomaar een eenmalige handeling die uit nederigheid en zelfontkenning voor God wordt uitgevoerd, maar het is een leefstijl waarin anderen worden gediend.
Isaiah vertelt ons dat vasten bescheidenheid bevordert, de boosaardige boeien opent, de banden van het juk losmaakt, de onderdrukten hun vrijheid geeft, de hongerigen voedt, voor de armen zorgt en naakte mensen kleding geeft.
Dit concept van het vasten is dus niet iets dat maar één dag duurt: het is een leefstijl waarin je God en anderen dient.
Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen ‘allemaal‘ – Gods oordeel.
God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Christus werd begraven en Hij stond op uit de dood.
Wanneer jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en
alleen onze Heer en Verlosser als je Redder aanvaardt door te zeggen:
Eén is Heer, één is Heilig, Jezus Christus tot Heerlijkheid van God de Vader”,
dan zul je van het oordeel worden gered en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen. 

Troparion     tn.6
    Ik denk aan die vreeswekkende dag en ween over mijn slechte daden.
Hoe zal ik verantwoording afleggen voor de onsterfelijke Koning?
Hoe zal ik, ongelukkige, de Rechter durven aan schouwen?
Barmhartige Vader, een geboren Zoon en Heilige Geest,
ontferm U over mij
”.

Kondakion     tn.1
Wanneer U, o God, met Heerlijkheid op aarde weerkomt,
het heelal siddert en een rivier van vuur voor Uw rechtersel stroomt,
wanneer de boeken geopend worden:
red mij dan uit het onblusbare vuur,
en maak mij waardig om te staan aan Uw rechterhand,
U, Die de rechtvaardigste Rechter bent
”.

Orthodoxie & de Zaterdag voor de Zielen der Gestorvenen

      Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie Mijn woord hoort en Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.
        Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de ure komt en is nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van God zullen horen, en die haar horen, zullen leven.
Want zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf. En Hij heeft Hem Macht gegeven om Gericht te houden, omdat Hij de Zoon des mensen is. Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar Zijn stem zullen horen en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de Opstanding ten leven, wie het kwaad bedreven hebben, tot de Opstanding ten oordeel.
Ik kan van Mijzelf niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en Mijn oordeel is Rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, doch de Wil van Hem, Die Mij gezonden heeftJohn.5: 24-30.

de graankorrel

      Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort.
Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven.
Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem erenJohn.12: 24-26.

      Doch wij willen u niet onkundig laten, broeders, wat betreft hen, die ontslapen, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de andere [mensen], die geen Hoop hebben.
Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en Opgestaan is, zal God ook zo hen, die ontslapen zijn, door Jezus weer terug brengen met Hem.
Want dit zeggen wij u met een Woord des Heren:  wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij de klanken  van een bazuin van God, neerdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst Opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Heer tegemoet in de lucht en zo zullen wij altijd met de Heer wezen1Thess.4: 13-17.

Iedere zaterdag is toegewijd aan degenen, die
ons zijn voorgegaan tot het nieuwe leven in de Heer.
Wij bidden hun overtredingen te vergeven, hun zonden te bedekken
en hen die niet toe te rekenen.
Als zodanig wordt ook iedere zaterdag voor de gestorvenen gebeden:

Troparion     tn.2
  Geef Heer in uw Goedheid uw dienaren en dienaressen
en vergeef hun wat zij U in dit leven hebben misdaan.
Want niemand leeft zonder zonde, buiten U,
Die de Macht bezit om ook aan hen,
die zijn overgegaan rust te verlenen
”.

Kondakion     tn.8
  Met Uw Heiligen laat rusten, o Christus,
de zielen van Uw dienaren en dienaressen,
waar geen smart, droefheid noch tranen zijn,
doch waar Leven is, zonder einde
”.

Maar wij orthodoxen hebben meerdere momenten tijdens de week dat wij voor de overledenen aandacht vragen, en Christus oproepen hen als uitverkorenen op te nemen in Zijn Koninkrijk.
Dit vindt plaats tijdens de litanieën van de Goddelijke Liturgie, aan de hand van gedachtenis-briefjes [dyptieken] of speciale gedachtenisdiensten [Panaghida, Gr. Μνημοσύνη], waarbij koliva [gerecht waarvan het recept meestal is gemaakt van een mengsel van gewelde of licht-gekookte tarwe, noten, kaneel en suiker (plaatselijk verschillend), dat wordt uitgedeeld en gegeten].
Het is vreselijk, dat dit gebruik in het westen onder invloed van de scholastiek in onbruik is geraakt – het is te betreuren dat nazaten hun doden na de begrafenis hulpeloos achter laten, zonder gebeden; het is daarom vreselijk om te sterven en te leven zonder dat er door de levenden voor je gebeden wordt! De dood wordt in feite uit ons bewustzijn gebannen, als iets waar je bang voor dient te zijn en zo ver mogelijk weggestopt. Maar de dood is onlosmakelijk met het leven verbonden, sterker nog met onze dood worden wij opnieuw geboren in het Hemels Koninkrijk.

Door haar speciale zorg voor degenen die door de dood uit ons fysieke leven vertrokken zijn, heeft de heilige orthodoxe kerk ons een speciale dag van de week voor hen gegeven.
Net zoals de zondag de dag van de Opstanding des Heren is, het wekelijks bewustzijn van Pasen, is de zaterdag de dag van de doden geworden, ten einde aan hen herinnerd te worden en om in gemeenschap met hen te blijven.
In elk gebed, vooral in de gebeden op de zaterdag worden zij herdacht als relevante familieleden en dierbaren, ja, zelfs onze vijanden, die deze wereld hebben verlaten worden met positieve  wensen en gebeden van de Kerk herdacht.
In de gedachtenis-briefjes [dyptieken], worden zij als een tweeluik met de aandacht voor de zieken en hulpbehoevenden in gebed samengebracht, welke voorafgaand aan de Goddelijke Liturgie worden ingezameld, daarbij worden de namen van levenden en ontslapenen bij de dienstdoende [spelleider] priester aangemeld.

Op jaarbasis heeft de kerk twee zaterdagen ingesteld, die zij aan haar ontslapenen besteedt. Het zijn ‘de grote psychedelica‘ een vóór de zondag van het Laatste Oordeel en de andere vóórafgaand aan de zondag van Pinksteren.
Met de tweede speciale zaterdag voorafgaand aan Pinksteren wordt ons Geloof in de Katholiciteit [universaliteit, haar bestemd zijn voor alle mensen] van de Kerk, waarvan de stichting en verjaardag [op aarde] worden gevierd op het Pinksterfeest, uitgesproken.
Onder de éénheid van de Kerk wordt begrepen alle volgelingen van Christus, die zich hier op aarde inzetten voor haar voortbestaan en de triomferende gemeenschap in de hemelen.
De zaterdag van de Zielen vóór zondag van het Laatste Oordeel heeft de volgende betekenis: Deze dag is gewijd aan de Wederkomst des Heren, een in hoge mate schrikaanjagende dag, wanneer iedereen voor de Troon van de grote Rechter zal staan. Om deze reden is de Gedachtenis van de doden ingebed, met het verzoek aan de Heer vergevingsgezindheid, mededogen en verdraagzaamheid te tonen, niet alleen voor ons maar ook voor onze overleden broeders en zusters en hen allen gezamenlijk op te nemen onder de kinderen van het Hemelse Koninkrijk.
Op deze twee grote zaterdagen van de zielen vraagt de Orthodoxe Kerk in haar gebeden wereldwijd herinnering “aan de Formeerder en Maker, onze God, te voldoen aan de Hoop, Die wij op het eeuwige leven in de Opstanding“.
Hierbij wordt aandacht gevraagd voor:
* Allen die zijn overleden in eenzaamheid “dood zonder aandacht” in een vreemde omgeving, zowel te land, de lucht of ter zee.
* Degenen die stierven aan infectieziekten, oorlogen, vorst, aardbevingen en rampen.
* Die verbrand of door andere overweldigende omstandigheden verloren zijn gegaan [atoom- en chemische aanvallen, onder het puin verdwenen etc.].
* Degenen die arm en behoeftig waren en waar geen zorg voor aanwezig was om hen te eren en hen ondanks dat toch overeenkomstig hun opeenvolging en gedachtenis te herinneren.

God wordt niet beperkt door plaats en tijd; want Hij is overal voortdurend aanwezig en kent iedereen, niet alleen degenen, die we waarnemen in het heden, maar ook het verleden en de toekomst.
Draag voor hen eveneens het lyrisch gebed op, welke wordt toegeschreven aan de H. Johannes Damaskinos:
    Welke vreugde van het leven is geheel zonder droefheid?
Welke heerlijkheid is bestendig op aarde?
Alles is vergankelijker dan een schaduw; alles bedrieglijker dan een droom.
Want in één ogenblik wordt dit alles door de dood weggenomen.
Maar U, Christus, onze Verlosser, breng diegene in het Licht van Uw aangezicht,
en breng diegene tot rust in de Vreugde van Uw Schoonheid,
Die u heeft uitverkoren als de Menslievende”;
of het gebed van H. Simeon de Nieuwe Theoloog:
    Wat is uw barmhartigheid zonder maat, Redder?
Hoe hebt U zich gewaardigd mij ledemaat van uw lichaam te maken,
ik, de onreine, de verkwister, de ontuchtige [hoereerder]?
Hoe hebt U me herkleed met de luisterrijke mantel,
bliksemend van een schittering van onsterfelijkheid,
die al mijn ledematen verandert in licht?
Want uw lichaam, onbevlekt en goddelijk,
is geheel bliksemend van het vuur van uw goddelijkheid
waarmee het op onuitsprekelijke wijze is vermengd en verenigd;
dat is de gunst die U ook aan mij gedaan hebt, mijn God.
Want dit armzalige en vergankelijke omhulsel
verenigd met uw geheel onbevlekte lichaam
en mijn bloed vermengd met uw bloed,
ben ik eveneens verenigd, ik weet het, met Uw Goddelijkheid
en ben ik uw zeer zuivere lichaam geworden,
stralend ledemaat, waarlijk heilig ledemaat,
schitterend ledemaat, transparant, lichtend”.

βιβλίο της αγάπης του Θεού

God heeft ons geschreven in Zijn boek van Liefde en daarnaast de bewegingen die Hij in de toekomst zal doen plaatsvinden, vandaar dat de gebeden waar we naar verwijzen voor personen die in het verleden leefden. Als eeuwig en alomtegenwoordig omarmt onze menslievende Heer Jezus Christus met Zijn Goddelijke Voorzienigheid het oneindige universum en de eindeloze eeuwen. Alle mensen die leefden, leefden en nog leven zullen worden opgenomen vanwege hun  liefde voor de medemens:
Want hetzij wij [volgelingen] in geestvervoering kwamen, het was in dienst van God, hetzij wij nuchter van zin zijn, het is ter wille van u [de mensheid]. Want de Liefde van Christus dringt ons,
daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat Één voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt2Cor.5: 13-15.
Met dit Geloof offeren we onszelf op aan Gods Liefde en Goedheid en
daarnaast onze naasten, onze vrienden en onze vijanden,
de levenden en de ontslapenen.

Troparion     tn.8
  In de diepte van Uw Wijsheid bestuurt U alles, Vriend van de mensen,
en U schenkt alles wat hun toekomt, enige Schepper.
Schenk aan de zielen van Uw dienaren verkwikking, o Heer.
Want op U, hun Formeerder en Maker, onze God,
hebben wij onze Hoop gesteld
”.

Kondakion     tn.1
  Wanneer U, o God, met Heerlijkheid op aarde wederkomt,
het heelal siddert en een rivier voor Uw Rechterstoel stroomt,
wanneer de boeken geopend en alle daden openbaar gemaakt worden:
red mij dan an het onblusbare voor
en maak mij waardig om te staan aan Uw Rechterhand,
U, Die de rechtvaardigste Rechter zijt
”.

Zondag van de Verloren Zoon, de genezing van het innerlijk Kind van God

de Verloren zoon

      En Christus zei:
Iemand had twee zonen.
De jongste van hen zeide tot zijn vader:
Vader, geef mij het deel van ons vermogen, dat mij toekomt.
En hij verdeelde het bezit onder hen.
En weinige dagen later maakte de jongste zoon alles te gelde en ging op reis naar een ver land, waar hij zijn vermogen verkwistte in een leven van overdaad.
Toen hij er alles doorgebracht had, kwam er een zware hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden. En hij trok er op uit en drong zich op aan een van de burgers van dat land en die zond hem naar het veld om zijn varkens te hoeden.
En hij begeerde zijn buik te vullen met de schillen, die de varkens aten, doch niemand gaf ze hem. Toen kwam hij tot zichzelf en zei:
‘Hoeveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed en ik kom hier om van de honger. 
Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten; stel mij gelijk met een van uw dagloners’.
     En hij stond op en keerde naar zijn vader terug. En toen hij nog veraf was, zag zijn vader hem en werd met ontferming bewogen.
En hij liep hem tegemoet viel hem om de hals en kuste hem.
En de zoon zei tot hem: ‘ Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten’.
Maar de vader zei tot Zijn slaven: ‘Brengt vlug het beste kleed hier en trekt het hem aan en doet hem een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten. En haalt het gemeste kalf en slacht het, en laten wij een feestmaal hebben, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden’.
En zij begonnen feest te vieren.
Zijn oudste zoon was op het land, en toen hij dicht bij huis kwam, hoorde hij muziek en dans. En hij riep een van de knechten tot zich en vroeg, wat er te doen was. Deze zei tot hem: ‘Uw broeder is gekomen en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten, omdat hij hem gezond en wel terug heeft’.
Maar hij werd boos en wilde niet naar binnen gaan. 
Toen kwam Zijn Vader naar buiten en drong bij hem aan. Maar hij antwoordde en zei tot Zijn Vader:
‘ Zie, zovele jaren ben ik al in uw dienst en nooit heb ik uw gebod overtreden, maar mij hebt gij nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Doch nu die zoon van u gekomen is, die uw bezit heeft opgemaakt met slechte vrouwen, hebt gij voor hem het gemeste kalf laten slachten’.
Doch Hij zei tot hem: ‘Kind, gij zijt altijd bij mij en al het mijne is het uwe. Wij moesten feestvieren en vrolijk zijn, want uw broeder hier was dood en is levend geworden, hij was verloren en is gevonden’Luc.15: 11-32.

Apostel Paulus onderwijst
Christus’ Blijde Boodschap

      Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig.
Alles is mij geoorloofd maar ik zal mij door niets laten knechten.
Het voedsel is voor de maag en de maag voor het voedsel, en God zal zowel het een als het ander teniet doen. Maar het lichaam is niet voor de ontucht, doch voor de Heer, en de Heer voor het lichaam. God heeft niet alleen de Heer opgewekt, maar zal ook ons opwekken door Zijn Kracht. Weten jullie niet, dat jullie lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan leden van Christus wegnemen om er leden van een ontuchtige van te maken? Volstrekt niet!
Of weten jullie niet, dat wie zich aan een ontuchtige hecht, een lichaam [met hem/haar] is? Want, zegt Hij, die twee zullen tot een vlees zijn.
Maar die zich aan de Heer hecht, is één Geest (met Hem).
Ontvlucht de ontucht. Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn eigen lichaam om. Maar door ontucht bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam.
Of weten jullie niet, dat jullie lichaam een Tempel is van de Heilige Geest, Die in jullie woont, die jullie van God ontvangen hebben, en dat jullie niet van jezelf bent?Want jullie zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met jullie lichaam1Cor.6: 12-20.

De Blijde Boodschap

Iemand die de Blijde Boodschap omarmt, liefheeft en niet kan ophouden te leren, kan een voorbeeld vormen voor anderen, zowel voor jongeren als ouderen.
De verbeeldingskracht en horizonten worden verruimd en aannames worden uitgedaagd. Zo iemand heeft een relatie opgebouwd met z’n Bron, Die waarachtig en leven-schenkend is.
Bron van Zijn, Die ontmoet in wat je ontroert; een Bron van Zijn, Die je positieve kracht geeft, jou inspireert om liefdevol in het leven te staan. De Bron, Die wordt aangeraakt wanneer jouw hart en ziel geraakt worden door het leven, door de ander.
Er kan op deze wijze openlijk over successen en uitdagingen gesproken worden, terwijl er bovendien een voortdurende nauwere relatie gesmeden wordt met de Schepper van alle dingen.

Antroposofen [van het Griekse: ἄνθρωπος, ánthrōpos “mens” en σοφία sophίa “wijsheid” [een leer van Rudolf Steiner (1861-1925)] gebruiken in deze de tafelspreuk:
Aarde droeg het in haar schoot, Zonlicht bracht het rijp en groot. Zon en aarde die ons dit schenken, dankbaar willen we u gedenken”. Doordat een mens zich echter los tracht te maken van de aloude Goddelijke [God = Licht] orde, door in haar schoot niet langer de suggestie te wekken een weerspiegeling te zijn van een orde uitstijgend boven bepaalde grenzen, verliest de hiërarchische gemeenschapsordening niet alleen haar fundament, want voor God is ieder mens gelijk. Een opvallend gedeelte in de brieven van Paulus vind je gedeelten over het [menselijk] lichaam.
Paulus schrijft dat ons lichaam een Tempel is van de Heilige Geest.
Verheerlijkt dan God met uw lichaam“, schrijft Paulus.
Maar hoe doe je dit als volgeling van Christus dan concreet?
Hoe kun je een relatie opbouwen en met geheel je lichaam God verheerlijken? 

Een Tempel overeenkomstig de
H. Schrift is een gebouw of ruimte waar
religieuze bijeenkomsten plaatsvinden.
Hier kàn een mens -‘in contact treden’- met haar of zijn God en deze vereren door de Hem dienstbaar [ondergeschikt] te zijn.
Sinds de tijd dat Christus als de beloofde Messias op aarde verschenen is
is dienstbaarheid aan God ‘in [‘door’] Hem’ in vervulling gegaan en
kunnen wij die stenen tempels in feite afbreken, want God wil vanaf den beginne, zo heeft Christus ons geleerd, in de mens wonen met Zijn Geest en niet langer in gebouwen.
Vandaar dat Paulus er nu op wijst: ‘God’s Tempel?
Dat zijn jullie zelf !

    Heer, open mijn lippen, opdat mijn mond Uw lof verkondige. Wilt Gij een offer, dan zou ik het brengen, maar in brandoffers schept Gij geen behagen.
Een offer voor God is een berouwvolle geest: God, Gij versmaadt geen vermorzeld en nederig hart

Psalm 50[51]: 17-19.

Om te weten hoe we God’s Tempel concreet dienen te zijn dienen we als voorbeeld in de geschiedenis terug te kijken naar die diensten in de Tempel van Salomo en hoe dat daar aan toeging.
Om een lang verhaal kort te maken, het ging er daar netjes en beheerst aan toe echter met een bijzondere nadruk op de Liefde.
Waar ging het om in die latere tempel daar in Jeruzalem ten tijde van Christus? Letterlijk staat er ‘het heilige’. Het heiligdom, dat is de plaats waar de Heer woont, het ‘heilige der heilige’.
Wanneer de Tempel van Salomo klaar is, bidt hij dáár tot God en eerst dàn daalt de Heer af in de Tempel:
Zodra Salomo zijn gebed geëindigd had, daalde vuur uit de hemel neer en verteerde het brandoffer en de slachtoffers; en de Heerlijkheid des Heren vervulde het huis. De priesters konden het huis des Heren niet binnengaan, want
de Heerlijkheid des Heren had het huis des Heren vervuld. Toen alle Israëlieten het Vuur [de Geest] en de Heerlijkheid des Heren op het huis zagen neerdalen, knielden zij met het aangezicht ter aarde op het plaveisel, bogen zich neer en prezen de Heer:
Want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid

2Kron.7: 1-3.
Proeven jullie het respect, het gevoel van bewondering, de eerbied.

Wanneer dit leven in God dan een ‘niet’ te belemmeren aangelegenheid is en
een nauwkeurig omschreven kwestie betreft, wat zijn dan de regels? 
Wanneer de Tempel ‘in‘ je is: de plek waar Licht uit de hemel op aarde valt
[-‘waar Christus met alle eigenschappen, die nodig zijn wordt geboren en opgroeit’-];  waar muziek heerst, blijdschap en liefde voor de armen dan heerst daar niet te vergeten een ervaring van veiligheid en Vrede.
Vele eeuwen na Salomo heeft Christus zojuist de bruiloft van Cana achter de rug
– teken van ons [huwelijks-] Verbond met God – en wat ziet Hij daar op het tempelplein. Op het Paasfeest met Pascha komt Hij op het tempelplein en wat ontmoet Hij daar. Op het tempelplein klinkt overal onrust en geschreeuw van handelaren. Mensen staan daar af te dingen, geldwisselaars schreeuwen de laatste koersen over het tempelplein. Aan de ene kant is die handel wel begrijpelijk; kerken dienen immers ook om hun voortbestaan te denken. En hoe handig lijkt dit niet en met wat voor ophef wordt dat tegenwoordig in tv-reli-shows  waargemaakt.
Maar, hoe zijn -‘mensen’- verworden: het gaat langzamerhand méér om de handel, het vergaren van geld, dan om God. Er worden woekerwinsten gemaakt:
vreemdelingen, die niets bezitten ten opzichte van projectontwikkelaars of
niet beschikken over vriendjes in het land van herkomst, die
zich aldaar verrijkt hebben ten koste van de armen en daarmee onze tempels steunen[, teneinde in de nabije toekomst invloed en macht te kunnen uitoefenen].
Dát treft onze Heer en zaligmaker allemaal aan, ook heden ten dage nog:
een marktplein vol onrust, geschreeuw en concurrentie. Meer loven en bieden, dan loven en bidden. Wat de mooiste plek op aarde zou dienen te zijn, verwordt tot een ordinaire marktplein. In de tijd van Christus stond heel deze handel bekend als: ‘de bazaar van Annas’;  Annas, de hogepriester [6 – 15 na. Chr.].

Christus verdrijft de handelaren

Christus gooit de instrumenten van de geldwisselaars omver en al hun vermogen rolt over de tegels:
Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!”, zo roept Hij, Die toch een menslievend persoon genoemd kan worden.
In een heilige woede veegt hij het tempelplein schoon; als een vuur trekt hij zonde en eredienst uit elkaar.
Je hoort de echo van de woorden:
plotseling zal tot Zijn Tempel komen de Heer, die jullie zoeken, namelijk de Engel van het Verbond, dat jullie begeren. Zie, Hij komt, zegt de Heer der heerscharen. Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van de smelter en als het loog van de blekers. Hij zal zitten, het zilver smeltend en reinigend
Maleachi 3: 1-3.
Dàt gebeurt daar op het tempelplein – als een vuur trekt Jezus zonde en eredienst uit elkaar -.
Je gaat naar een kerkgemeenschap om er te bidden, om dicht bij God te zijn. Je hebt er een lange reis voor gemaakt, je hebt er mogelijk van je minimum inkomsten voor gespaard. Zingend en vol verwachting was je naar de kerkgemeenschap onderweg; je verwacht daar rust, blijdschap, muziek, vrede en eerbied.
Maar wanneer je dáár aankomt is er van alles, alles behalve rust, blijdschap, muziek, vrede en eerbied. Wat zul je je dan onveilig voelen en je denkt: “Is dit God?
Is Hij een hebberige God, Die géén Hemelrijk vertegenwoordigt?
God, de Vader, is goed en liefdevol; een God die veel geeft en ook veel vergeeft – gratis en voor niets! Een God die jou gelukkig wil maken. Die de weduwe veiligheid wil geven; de vreemdeling een thuis.
Zó komt God’s Woord ook op ons over, want in Zijn Blijde Boodschap vertelt Hij ons, dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest.

Stel je toch eens voor: God woont in jouw hart, jouw hart is de plaats waar hemel en aarde elkaar raken! Wat een Mysterie, wat een wonder!
Maar dàn vraagt Christus:
Maar is mijn Vader wel echt welkom bij je? Hoe schoon is het in jouw tempel?
Staat je hart voor Hem open?
”.
Want het komt ook bij ons voor, dat je weliswaar in God gelooft, maar
dat je de wereld en haar zondig bestaan ook heel gemakkelijk een plek geeft in je hart. Trots of jaloezie, slechte gedachten over anderen, perverse begeerten [de ontucht].
Let òp waar je je in begeeft: God èn de zonde in hetzelfde hart!, dat kàn toch niet samengaan?
Je ziet het Mysterie, het wonder niet meer, dat de Heilige Geest in je woont.
Hoeveel kwaad laten wij wel niet toe in onze gedachten, ons lichaam?
Wat komt er allemaal onze tempel wel niet binnen door de lamp van ons oog?
Wanneer wij ons ‘vermaken’ met onze elektronische apparatuur en geestverruimende middelen?
Hoe groot is óók voor ons niet het gevaar, dat we daar ontzettend gemakkelijk in worden; en dien ik tot de slotsom te komen dat ik mij van alles veroorloofd heb en mij door de wereld heb laten knechten.

Toren van Babel – Pieter Brueghel de oude

Door die dénaturalisatie, het mijzelf buiten spel zetten, door me te hebben losgemaakt van Gods Beeld en gelijkenis, veroorzaakte transformatie, welke niet eenvoudigweg maar schuilt in de overgang van een orde die vroeger legitiem [natuurlijk] leek.
Je te begeven naar een orde die voortaan nog slechts berust op de macht van  overheersers of op de vrijwillige slavernij van de gedomineerden.
Deze verandering betreft niet alleen de organisatie van het gemeenschapsleven;
deze verandering gaat veel dieper.
Ze raakt inderdaad
⁌ aan de ervaring van de menselijkheid van de mens en
⁌ treft daardoor alle verhoudingen die de mensen met elkaar onderhouden,
⁌ de banden tussen de generaties, het stramien van de tijd dus, en
⁌ raakt zelfs de verhouding die elkeen heeft met zichzelf in zijn dagelijkse leven.
Ze genereert tevens een ‘nieuwe’ ervaring van de natuur, aangezien
ze een natuur laat zien die in de kern geen hiërarchische gemeenschapsordening meer omvat.
⁌ Tegelijkertijd biedt ze ook de mogelijkheid van een nieuwe ervaring van het transcendente, doordat ze de weg bereidt voor de ervaring van een terugtrekking van de tastbare aanwezigheid van het goddelijke uit de samenlevingsorganisatie, en
⁌ brengt ze ‘nieuwe’ verhoudingen tot de wereld met zich mee, precies doordat ze leidt tot een ‘ont-Goddelijking’ van het dagelijkse leven.
Terwijl in een pre-democratische maatschappij:
⁌ in een wereld die gegrondvest is op het principe van een natuurlijke differentiatie tussen de mensen,
⁌ de door de traditie gesteunde orde en de natuurlijke orde één en dezelfde orde,
⁌ één en dezelfde onlosmakelijk natuurlijke, bovennatuurlijke en normatieve wereld vormen,
— behoren het transcendente, het natuurlijke en de traditie in een democratische samenleving,
— in een wereld gebaseerd op het principe van de gelijkheid der condities, daarentegen
— niet langer tot één enkele en zelfde orde.
Het aantreden van de democratie is het aantreden van een wereld waarin
de mensen zich -‘door en door’- elkaars gelijken voelen, hun gemeenschappelijk ‘menszijn’ ervaren en daardoor ertoe gebracht worden een scheiding tussen de dagelijkse wereld en het transcendente te ervaren,
en, in de dagelijkse wereld zelf [een van het transcendente afgesneden,
ont-Goddelijkte dagelijkse wereld] een scheiding te ervaren tussen de Traditie en het normatieve, het natuurlijke en de Traditie, de natuur en het normatieve.
Vanaf dat ogenblik kan de Bron van de normen van het samenleven niet langer in de religie, in de natuur, of in de traditie gezocht worden.
☛Alleen de ‘verGoddelijkte’ mens verschijnt nog als Bron van normen.

De vastentijd is voor ons orthodoxen de periode om de leiding over onszelf opnieuw op te pakken; dit kost tijd en het zich veel inspanning getroosten.

Door het onthouden van bepaalde levensmiddelen, zo onze lichamelijke gesteldheid dat toelaat, de  studie van de geschriften en het geven aalmoezen, laat de Kerk ons zien, hoe we onze christelijke weg dienen te vervolgen.
Weer thuis komen betekent ons weer op onze weg naar redding begeven en
onze talenten op de juiste manier te gebruiken.
Ik denk niet dat we onze oude gewoonten kunnen veranderen zonder
de brieven van Paulus en de apostelen te bestuderen.
We dienen te werken aan onze persoonlijke relatie met God teneinde
God beter te begrijpen; dit zal ons helpen ònszèlf en èlkáár beter te begrijpen.
God heeft ons de Schriften, de Traditie en de Kerk gegeven om
ons te bij te staan onze heilige doelen te bereiken.

En God zei: ‘Laat er Licht schijnen en er was Licht’.

Elk gebed van een mens wordt door God gehoord;
laat je door niemand wijs maken dat God niet naar ons luistert omdat we zondaars zijn.
Honderdduizenden, miljoenen christenen proberen geestelijke oplossingen te vinden in hun leven. Zij bespreken dit aan de biechtstoel of schrijven brieven of mailtjes, maar vaker nog grijpen zij de telefoon, die immers onder handbereik is en vragen hun leidsman, hun spelleider, hun priester hen in z’n gebed op te nemen.
Daarbij worden grote en kleine, eenvoudige en hoogst ingewikkelde problemen aangedragen in velerlei variaties, niet alleen geestelijk maar ook voor familie, zelfs de naaste familie, psychologisch, ziekteverschijnselen, huwelijk, revalidatie en wat al niet meer . . . . .
– en het verzoek is komt altijd hierop neer – God luistert niet naar ons omdat we zondaars zijn.
God, heeft ons toen Hij zei: “Vraag en je zult verkrijgen, zoek en je zult vinden en klop en er zal worden open gedaanMatth.7: 7-8 en Luc.11: 9 geopenbaard dat Hij altijd en eeuwig voor je klaar staat, dat wil zeggen voor iedereen.

”ontferm U over mij, die gevallen ben”

Hij zei dat met name voor zondaars en Hij heeft hen niet van deze aansporing uitgesloten en mensen gevraagd om te bidden:
Waak en bid, opdat u niet in verzoeking komt;
de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak
Matth.26: 41
Veel meer dienen we natuurlijk waakzaam te zijn en te bidden, op elke plaats en in elke manier, die je maar kunt bedenken en met name wanneer we verleid worden door allerlei verzoekingen.
Zie een verzoeking als een testcase, een mogelijkheid, die God je geeft om hem eer te brengen en je liefde tot hem te tonen en wanneer je uitglijdt ga dan niet bij de pakken neerzitten.
Trouwens, de gelijkenissen van de tollenaar en de Farizeeër, toont ons de tollenaar, die het uit- schreeuwt: “Mijn God, wees mij zondaar, genadig” en slaat zich in z’n onvermogen op de borst.
Net zoals in de gelijkenis de verloren zoon, die op z’n schreden terugkeert het uitschreeuwt: “Ik heb tegen de hemel en tegen u gezondigd en ben niet langer waardig uw dienaar te zijn”; het is het bewijs dat de gebeden van de zondaars worden gehoord. Wanneer je maar volhoud, zul je je doel bereiken.

Het meest levendige voorbeeld van het Orthodox christelijk gebed is het levend gebed, het meest effectief gebed wat een zondaar, een overvaller, een moordenaar, een misdadiger aan het kruis kan maken is: het kruisteken met de woorden: “Gedenk mij, o Heer, wanneer U in Uw Koninkrijk komt”.
Hoeveel woorden zijn dat? acht negen, tien, hoeveel zijn er dat?
En toch werd hij de eerste burger van het Koninkrijk van God.
Dus wanneer christenen jou om gebed zouden verzoeken, of voor anderen buiten ons te bidden verzoeken, is de boodschap, die jij tot God richt er één van. “Gedenk hen, Heer, wanneer U in Uw Koninkrijk komt
Daarom bevelen wij naast het gebed van het hart:
Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar” vele soorten gebeden aan voor onze christenen.

De parabel van de verloren Zoon gaat in velerlei opzicht over de mens, die zich door de wereld gegrepen voelt en méér wil ervaren dan hij in werkelijkheid aankan.
Ondanks het feit dat hij/zij er niet mee om weet te gaan laat de Vader hem/haar een noodlottige toekomst, buiten zijn toezicht tegemoet treden.
Het menselijk bestaan als zodanig wordt bedreigd en gaat in de richting van iets -‘wat komen gaat’- en waar ze -‘niet langer’- grip op heeft.
Om velerlei redenen blijven wij -westerlingen- onze wereldse weg vervolgen en
sleuren de rest van de wereld naar een abrupt einde, wij kunnen de industriële en elektronische ontwikkeling onmogelijk ontlopen.
We zien het aan onze kinderen, die geheel in beslag worden genomen door apparatuur en op latere leeftijd genot’s ervaringen, die hun aandacht volledig opeisen.
De mens verkeert in een soort gevangenschap, groeit op met verspilling
al wat men draagt of gebruikt wordt niets ontziend weggegooid,
zelfs het gemis aan werkelijk inhoud, die beslag legt op de menselijke entiteit wordt niet aangesproken op het ontbreken van datgene wat mis is.
Alles wat je je leven binnenbrengt, komt naar je toe vanwege iets wat jij aan de buitenwereld geeft en daardoor ben jij verantwoordelijk voor wat je overkomt 

Je waant je op een weg, welke door een circus gaat en
kunt slechts met moeite een eigen weg vervolgen
” zei Paulo Freire [1921-1997]
de opvoeder, die  bekend is geworden door zijn boek ‘Pedagogie van de onderdrukten’.
Het draait hier om het verval van de mens, de factoren, die de ontwikkeling van de mens bepalen en de wijze waarop de mens van onze tijd zich manifesteert.
– We zien dit in aristocratische samenlevingen, dat wil zeggen in pre-democratische samenlevingen, men ziet daar zijn/haar gelijken enkel onder de leden van de ‘eigen’ streng afgescheiden en bewaakte sociale klasse.
– In democratische samenlevingen daarentegen, die gebaseerd zijn op het principe van de gelijkheid van de bestaansvoorwaarden, zien de mensen hun gelijken niet alleen bij diegenen die op een zelfde manier leven, denken, handelen en voelen.
Zij zien van meet af aan en spontaan in alle mensen hun gelijken en communiceren ook als zodanig.
Tegelijkertijd ziet elkeen in ‘wie’ hij als gelijke ervaart dadelijk en essentieel een mens.
Zodra het principe van de gelijkheid van bestaansvoorwaarden, het principe van de menselijke autonomie en van de individuele onafhankelijkheid hun intrede doen in de zeden, komen de mensen ertoe elkaar beetje bij beetje te behandelen als gelijken,
te ontdekken dat zij in wezen op elkaar gelijken, en derhalve zichzelf spontaan te zien als ‘door en door’ menselijk.
              Als gevolg van deze verandering in de ervaring van het gelijke, van de andere, van de menselijkheid van de mens, lijkt de hiërarchische gemeenschapsordening niet langer natuurlijk:
ze maakt zich los van de natuurlijke orde en ze wekt niet langer de suggestie de manifestatie te zijn van bovennatuurlijke krachten: ze koppelt zich los van de transcendentie.
De hiërarchische gemeenschapsbanden die de wereldorde structureren lijken niet langer natuurlijk, noch bovennatuurlijk, noch normatief.
Hoe zouden de mensen, zodra zij zich in wezen aan elkaar gelijk beginnen te voelen,
de hiërarchische verhoudingen die hen op natuurlijke wijze van elkaar lijken te onderscheiden en de communautaire banden die hen van nature van elkaar afhankelijk lijken te maken,
nòg langer kunnen ervaren als natuurlijk of als bovennatuurlijk of als normatief?
De in de hiërarchische gemeenschapsordening ingeschreven normen leken natuurlijk en van ‘goddelijke origine’, maar worden voortaan begrepen als normen zonder fundament, die slechts berusten op Macht, zij het die van de wapens of die van de gewoonte, òf
op de misleide wil van wie zich daaraan onderwerpt.

      God echter bewijst Zijn Liefde jegens ons [mensen], doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn Bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn. Want wanneer wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft; en dat niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Heer Jezus Christus, door wie wij nu de verzoening ontvangen hebbenRom.5: 8-11.
Alle mensen zijn, zo heeft Mozes het eeuwen geleden verwoord, net
als Adam en Eva, die een beeld zijn van de komende generaties,
ongehoorzaam geworden aan Gods goede wetten en geboden.
Jacobus, de broeder des Heren, zegt het zo:
We zijn allemaal zondaars geworden en
de dood is het wetmatige gevolg van de zonde
Jac.1: 14-15.

de Verloren Zoon

God heeft in Zijn grote Liefde een uitweg gegeven door zijn Zoon Jezus Christus.
Hij is net als wij mens geworden en heeft hier op aarde
de zonde en de dood overwonnen en
daardoor het eeuwige Leven geschonken.

Door berouw en Geloof in Jezus krijgen we vergeving, maar er is meer!
Toen wij nog zondaren waren” houdt immers in dat we ‘niet langer’ zondaren zullen zijn.
Het bewijs van Gods Liefde kan je dagelijks in je eigen leven ervaren door de Kracht die Hij jou geeft, wanneer je oprecht gelooft en besluit niet langer te zondigen. Dat maakt je echt gelukkig.
                                  Ik wil U belijden, Heer, uit heel mijn hart. Voor het aanschijn van de Engelen zing ik een Psalm voor U, want Gij hebt alle woorden van mijn mond gehoord. Ik wil neervallen voor Uw heilige Tempel en Uw naam belijden, om Uw Barmhartigheid en Uw Waarheid. Want boven alles hebt U Uw naam verheerlijkt.
Op welke dag ik U
[ook] aanriep, hebt U onmiddellijk naar mij gehoord. U hebt mij hooggeschat om mijn ziel in Uw Kracht”.
Psalm 137[138]: 1-5, vert. ROK ’s-Gravenhage.
Elk woord dat we opschrijven wordt krachtiger ingeprent, omdat we onze tijd moeten nemen om zowel te schrijven als te lezenuit ‘De laude scriptorum [‘de schriftelijke lofprijzing’]  Johannes Trithemius [1462-1516] .

Wanneer je God, de Vader [Zijn Zoon en de Heilige Geest] vanuit de hemel ons beziet ten opzichte van de mensheid in nood en wij Zijn Hart zien branden uit Liefde voor de mensen, méér dan wie dan ook zich maar voor zou kunnen stellen en je leest vervolgens de parabel van de Verloren Zoon –
wordt dàn niet duidelijk wat Christus met deze parabel voor ogen heeft.
Christus maakt ons duidelijk dat we wàt wij in onze onnozelheid ook uithalen
God, de Vader ons liefdevol staat op te wachten.

Open voor mij de poort

  Zo iemand zich voelt als de Verloren Zoon, laat hij dan, zoals velen, de moed oppakken en tot Christus gaan; want de poort van het Goddelijk Medelijden is voor allen geopend.
-“Door Uw onzegbare mensenliefde, Christus onze God, ontferm U over ons”-

Troparion     Tn.4.
Spoed U tot mij en open Uw Vaderlijke armen; mijn leven heb ik verkwist.
Doch zie slechts op de onuitputtelijke Rijkdom van Uw Barmhartigheid,
veracht niet mijn hongerend hart.
Vol berouw roep ik tot U:
ik heb gezondigd, Vader,
tegen de hemel en tegen U
”.

Kondakion     tn.3.
Vol onbezonnenheid heb ik Uw Vaderlijke Heerlijkheid weggeworpen,
en met zondaars heb ik de mij door U geschonken ‘Rijkdommen’ verkwist.
Daarom roep ik tot U het woord van de Verloren Zoon:
tegen U heb ik gezondigd, barmhartige Vader,
neem mij aan nu ik boete doe,
en maak mij tot een van Uw loondienaren
”.

Theotokion     tn.2.
Onze Verlosser, de Heer Jezus Christus, hebt u gebaard.
Schenk redding, o Bruid, aan mij
die tot zulk een die armoede vervallen ben
en die zoveel goederen heb verloren, Al-reine,
opdat ik uw grote daden mag bezingen
”.

de Opdracht van onze Heer en Verlosser Jezus Christus in de Tempel [ontmoeting des Heren], 2 Februari.

      En toen de dagen van hun reiniging naar de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem aan de Heer voor te stellen, gelijk geschreven staat in de Wet des Heren: Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Heer en om een offer te brengen overeenkomstig hetgeen in de Wet des Heren gezegd is, een paar tortelduiven of twee jonge duiven.
       En zie, er was een man te Jeruzalem, wiens naam was Simeon, en deze man was rechtvaardig en vroom, en hij verwachtte de vertroosting van Israël en de Heilige Geest was op hem. En hem was door de Heilige Geest een godsspraak gegeven, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Christus des Heren gezien had.
       En hij kwam door de Geest in de tempel. En toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen overeenkomstig de gewoonte der Wet, nam ook hij Het in zijn armen en hij loofde God en zei:
      ‘Nu laat U, Heer, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw Woord, want mijn ogen hebben Uw Heil aanschouwd, dat U bereid hebt voor het aangezicht van alle volken: Licht tot openbaring voor de heidenen en Heerlijkheid voor Uw Volk Israël.
       En Zijn vader en Zijn moeder stonden verwonderd over hetgeen van Hem gezegd werd.
En Simeon zegende hen en zei tot Maria, Zijn moeder:
      ‘Zie, deze is gesteld tot een val en Opstanding van velen in Israël en tot een teken, dat weersproken wordt – en door uw eigen ziel zal een zwaard gaan -, opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden.
      Ook was daar Hanna, een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud en zij diende God onafgebroken in de Tempel, met vasten en bidden, nacht en dag.
En zij kwam op datzelfde ogenblik daarbij staan, en zij loofde mede God en sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten.
En toen zij alles volbracht hadden, wat volgens de Wet des Heren te doen was, keerden zij terug naar Galilea, naar hun stad Nazareth.
Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met wijsheid, en de genade Gods was op HemLuc.2: 22-40.

Christus, de mens geworden Wijsheid Gods, zegent

      Nu is het onweersprekelijk, dat het mindere door het meerdere wordt gezegend. En hier ontvangen sterfelijke mensen tienden, doch daar iemand, van Wie wordt getuigd, dat Hij leeft.
Ja, om zo te zeggen, is zelfs Levi, die tienden heft, door Abraham aan het tiendrecht [van een ander] onderworpen, want hij was nog in de lendenen van zijn vader, toen Melchizedek deze tegemoet kwam.
Indien nu het Levitische priesterschap het volmaakte gebracht had, immers, daaronder heeft het Volk de Wet ontvangen – waarom was het dan nog nodig, dat een andere priester naar de ordening van Melchizedek opstond, van wie niet gezegd werd, dat hij naar de ordening van Aaron is?
Want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van Wet.
Want Hij, van wie aldus wordt gesproken, heeft behoord tot een andere stam, waaruit niemand met het altaar te doen had: het is immers duidelijk, dat onze Heer uit Juda is gesproten, ten aanzien van welke stam Mozes met geen woord van priesters gerept heeft.
En nog veel duidelijker wordt het, als naar het evenbeeld van Melchizedek een andere priester opstaat, die dit niet geworden is krachtens een Wet met een voorschrift betreffende vleselijke afkomst, maar krachtens een onvernietigbaar leven.
Want van Hem wordt getuigd: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek“ Hebr.7: 7-17.

Dit jaar het accent op de Apostel-lezing:
In de Orthodoxe Kerk heet dit feest ‘het feest van de ontmoeting’; daarmee wordt de aandacht op Jezus gericht. De Orthodoxe Kerk wordt wel ‘Christocentrisch’ genoemd. Christenen en de Orthodoxe Kerk in het bijzonder, geloven dat God ervoor gezorgd heeft dat de Blijde Boodschap, de H. Schrift door God – in de loop van de eeuwen – is geopenbaard.
Want God is niet de Onbekende, Die op afstand blijft, maar de God Die verbondenheid zoekt, Die zich laat kennen, Die spreekt van hart tot hart. Vooral dat laatste is typisch voor de God van de Blijde Boodschap: Hij is een sprekende God!  Deze God heeft Zich ten diepste uitgesproken in Zijn Zoon Jezus Christus:
God heeft eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken in de profeten, Hij heeft nu in het laatst van de dagen tot ons gesproken in Zijn Zoon, Die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door Wie Hij ook de wereld geschapen heeftHebr.1: 1-2.
Zoals we met De Geboorte van Christus in het vlees de herders het Kind in de kribbe aantreffen, zo treffen twee andere vertegenwoordigers van het volk, Simeon en Hanna, het Kind aan in de Tempel. Het feest heet tegenwoordig ‘de Opdracht van onze Heer en Verlosser Jezus Christus in de Tempel’, of ‘de ontmoeting des Heren’ en daarmee is onze aandacht gericht op Christus.
De Blijde Boodschap, de H.Schrift geeft z’n Wijsheid pas prijs door het ‘reddende Geloof’ in Christus. Paulus zegt daarom tot zijn geestelijk kind:
  Mijn kind, Blijf jij echter bij wat je geleerd en toevertrouwd is, wel bewust van wie je het hebt geleerd en dat je van kindsbeen af de heilige schriften kent, die je wijs kunnen maken tot zaligheid door het Geloof in Christus Jezus2Tim.3: 14,15.
Wie de H. Schrift, de Blijde Boodschap leest zonder Christus, leest de Bijbel niet; dat is de ene kant. Maar er is ook een andere kant: ‘Wie Christus wil leren kennen’ – zònder de Bijbel te lezen, zal Hem ‘niet’ leren kennen !!!
Het is waar dat we God ook leren kennen in de schepping. Want alles wat geschapen is vertelt over Zijn Eer:
De hemelen verhalen de Heerlijkheid van God, het uitspansel verkondigt het Werk van Zijn handenPsalm 18[19]: 2.
Maar als we alleen zouden zijn aangewezen op de schepping en Gods Glorie daarin, zouden we Christus en de volkomen Verlossing, Die alleen Hij kan geven, niet leren kennen. Want Hem ontmoeten we in de H. Schrift, de Blijde Boodschap.
Daarom vormt het omgaan met de Bijbel een onmisbare geestelijke oefening voor wie willen groeien in het kennen van de Zoon van God.
Daarbij is het uiterst waardevol om gericht te zijn op het vergroten van je kennis van en inzicht in het geheel van de Bijbel, wanneer de aandacht altijd maar geconcentreerd blijf op het zoeken en zien van de rol van Christus in het geheel der dingen.
In de schepping manifesteert God zich als een Vader, Die de oorsprong is van het leven en Die Zijn almacht toont door te scheppen.
De beelden die de Blijde Boodschap daarvoor gebruikt roepen bepaalde voorstellingen op.  Als een Goede en Machtige Vader zorgt Hij voor wat Hij geschapen heeft met een Liefde en Trouw die – onveranderlijk – niet kleiner worden; dàt is wat de psalmen herhalen;
– “ Ik wil U belijden onder de volkeren, Heer, ik wil de Psalm voor U zingen onder de heidenen
Psalm 56[57]: 11;
– “ Wees verheven boven de hemelen, God, over heel de aarde zal Uw Heerlijkheid zijn”.
Psalm 107[108] : 5;
– “Heer, in de hemel is Uw Barmhartigheid, Uw Waarheid reikt tot boven de wolken.
Uw Rechtvaardigheid is hemelhoog gebergte; Uw oordelen een bodemloze zee

Psalm 35[36] : 6,7

Zo wordt de schepping de plaats waar de Almacht en Goedheid des Heren gekend en erkend worden en wordt zij voor de gelovigen een uitnodiging tot Geloof om God als Schepper te belijden.
Geloof doet ons zien”, zegt Paulus:
      Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembareHebr.11: 3.
Geloof impliceert dus dat men het onzichtbare erkent door het spoor ervan in de zichtbare wereld te herkennen. De gelovige kan het grote boek van de natuur lezen en zijn taal begrijpen; maar het Woord van Gods openbaring dat het Geloof wekt, is noodzakelijk opdat de mens tot het volle besef zou komen van de realiteit van God als Schepper en Vader.
Door het lezen van de H. Schrift, door je te verdiepen in de Blijde Boodschap kan het menselijk verstand met het Licht van het Geloof, de sleutel vinden om de wereld te begrijpen.
    Elke dag openbaart een [Gods] Woord aan de volgende dag; van nacht tot nacht wordt kennis verkondigd. Niet met gesproken woorden, er wordt geen klank vernomen. Toch klinkt over heel de aarde hun boodschap, tot aan de grenzen van de wereld hun woorden.
God heeft een tent gemaakt voor de zon, die als een bruidegom uit zijn bruidsvertrek treedt. Hij juicht als een reus om zijn baan te doorlopen; hij gaat op aan het einde des hemels. Zijn loop gaat tot het andere einde; niemand kan zich verbergen voor zijn gloedPsalm 18[19]: 2-7.
Dit is een metafoor zoals de dichter David de Heerlijkheid God’s ziet.
Het hoogtepunt is van heel de schepping is de Schepping van man en vrouw, de mens, de enige die bekwaam is Zijn Schepper te kennen en te beminnen.
De Psalmist bevraagt zich af terwijl hij naar de hemelen kijkt:
Als ik opzie naar de hemelen, het werk van Uw vingers: naar maan en sterren die U heeft gemaakt. Wat is dan de mens, dat U hem gedenkt? Wat is een mensenkind, dat U acht op hem slaat?Psalm 8: 4-5.
De mens, door God tot Liefde voor de mens geschapen, is maar klein ten overstaan van de immensiteit van het heelal; wanneer wij gefascineerd naar de enorme afstanden in het firmament kijken, bemerken wij soms ook onze begrensde werkelijkheid.
In de mens leeft de paradox: onze kleinheid en eindigheid wonen samen met de grootsheid van wat Gods eeuwige liefde voor hem gewild heeft.
Het Geloof is alles voor zover als het een werktuig en middel is teneinde Christus aan te grijpen, die ons mensen tot goddelijke volheid, een -‘nieuw mens’- brengt; net zoals iemand door het aangrijpen van een tak [van de wijnrank] behouden wordt.
Van het ‘nieuwe schepsel’ wordt gezegd alles [de goddelijke volheid] te zijn.
Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is.

En allen, die zich naar die regel zullen richten – Vrede en Barmhartigheid zal over hen komen en ook over het Israël God’sGal. 6: 15,16; en het ‘nieuwe schepsel’ is alles [de goddelijke volheid]; voor zover als het ons tot de hemel bekwaam maakt. “Jaagt naar Vrede met allen en naar de Heiliging, zonder welke niemand de Heer zal zienHebr.12: 14.

Taal is nooit onschuldig, zij verraadt een manier van denken.

De Goddragende Simeon & de Profetes Anna

Zowel Simeon [betekenis: ‘gehoord, luisteren’], een rechtvaardig en vroom man en hij verwachtte de vertroosting van Israël [= ‘God heeft de overhand’, ‘God zegeviert’] en de Heilige Geest was op hem, dus was hij een Profeet en Anna [Gr. vorm van Hebr. Hanna הינה, hetgeen ‘lieflijke, genadige’ betekent], een profetes, een dochter van Fanuël [‘het gelaat van God’], uit de stam Aser [‘gezegend, gelukkig’] èn Paulus [Lat. ’klein’,’gering’] getuigen vandaag over het kind, wat door z’n ouders in de Tempel overeenkomstig de Joodse Wet aan God wordt opgedragen.
Er wordt van Hem wordt getuigd: “Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek [‘Mijn koning is gerechtigheid’]”; “ Anna sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten“ en loofde met de profeet Simeon dat: “Dit kind is Licht tot openbaring voor de heidenen en Heerlijkheid voor Uw Volk Israël“.
Wie is deze Melchizedek eigenlijk?

Melchizedek, door de H. Geest Profeet, icon ‘aan de Zoon van God gelijkgesteld

Rondom de persoon van Melchizedek, die slechts in drie Bijbelboeken genoemd wordt, zijn de wildste theorieën en geruchten ontstaan.
Zo zou hij een engel zijn? Of, naar de Joodse overleveringen, Sem [
שם = ‘er’, de zoon van Noach [נוח=‘comfortabel’]?
Òf Melchizedek zou Henoch zijn, waarvan we ook niets meer hebben vernomen, na zijn opname in de hemelse gewesten? Dit komt omdat Paulus van Melchizedek zegt: “koning der gerechtigheid, vervolgens ook:
koning van Salem, dat is: koning des Vredes; zonder Vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens en aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altijdHebr.7: 2,3.
Als je door Paulus op die wijze benoemd wordt, kan het niet anders of je zal ‘een hoogstaande priester’ geacht worden, zoals je maar weinig tegenkomt.
Melchizedek bracht voort: ‘brood en wijn’. je kunt zeggen: “Gelijk Christus ons heeft meegegeven” en Melchizedek zegende Abram. Iemand zegenen is doorgaans de uitbeelding van het werk van de priester; ook wanneer een vader zijn zoon zegent, blijft het de uitbeelding van het werk van de priester; Abram, een vermogend man, gaf Melchizedek van alles dat hij had, een tiende.
Opmerkelijk is dat Paulus vermeldt dat Melchizedek zelf ook deel uitmaakt van de van diverse oorlogen tegen koningen; daarbij werd Lot, Abrams broer, ook slachtoffer werd deze gevangen genomen:
      Want deze Melchizedek, koning van Salem, priester van de allerhoogste God, die Abraham bij zijn terugkeer na het verslaan van de koningen tegemoet kwam en hem zegendeHebr.7: 1.
Paulus noemt deze Melchizedek, koning van Salem [afgeleid van שלום (Hebr.  Shalom= Vrede)] ongeveer 1000 jaar nadat David 1000 jaar gewacht heeft om Melchizedek te bezingen in:
    De Heer zegt tot mijn Heer: zit neer aan mijn rechterhand. Opdat Ik uw vijanden zal maken  
tot een steun onder uw voeten. Een scepter van Kracht zal de Heer u zenden vanuit Sion: Heer, temidden van Uw vijanden. Bij U is Heerschappij op de dag van Uw Kracht, in de stralende luister van Uw heiligen. Uit de schoot heb ik U voortgebracht vóór de morgenster. De Heer heeft gezworen, onveranderlijk: Gij zijt de priester in eeuwigheid, volgens de orde van Melchizedek.
De Heer is aan uw rechterhand; Hij verbrijzelt koningen op de dag van Zijn toorn. Hij oordeelt de volkeren, maakt talrijk de gevallenen; de hoofden van velen verplettert Hij op de grond. Uit een beek onderweg zal Hij drinken en dan het hoofd verheffen
” Psalm 109[110], vert. ROK ’s-Gravenhage.

En dan komen we Melchizedek uitgebreid tegen bij Paulus in de Hebreeën. Namelijk negen keer bij naam. Eerst in Hebr.5 waar Paulus spreekt over de nieuwe Hogepriester en vervolgens in Hebr.6 dat Christus ons is voorgegaan, het voorhangsel voorbij, omdat Hij Hogepriester is in eeuwigheid;
✦         “      Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer toegekend hogepriester te worden maar Hij, die tot Hem sprak: ‘Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt; zoals Hij ook op een andere plaats spreekt: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van MelchizedekHebr.5: 5,6.
✦         “      Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden, en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden, door God aangesproken als hogepriester naar de ordening van MelchizedekHebr.5: 7-10.
✦         “      Daarom heeft God, toen Hij des te nadrukkelijker aan de erfgenamen der belofte het onveranderlijke van zijn raad wilde doen blijken, Zich onder ede verbonden, opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die [tot Hem de] toevlucht genomen hebben, een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt. Haar hebben wij als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en dat reikt tot binnen het voorhangsel, waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan naar de ordening van Melchizedek hogepriester geworden in eeuwigheidHebr.6: 17-20.
Paulus legt uit dat Christus de Priester is geworden, maar dit niet uit de stam van Levi, door erfopvolging heeft ontvangen, maar op grond van Zijn Opstanding uit de doden:
✦      “      Indien nu het Levitische priesterschap het volmaakte gebracht had, immers, daaronder heeft het volk de Wet ontvangen – waarom was het dan nog nodig, dat een andere priester naar de ordening van Melchizedek opstond, van wie niet gezegd werd, dat hij naar de ordening van Aäron is? Want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van Wet. 
Want Hij, van wie aldus wordt gesproken, heeft behoord tot een andere stam, waaruit niemand met het altaar te doen had: het is immers duidelijk, dat onze Heer uit Juda is gesproten, ten aanzien van welke stam Mozes met geen woord van priesters gerept heeft.
En nog veel duidelijker wordt het, als naar het evenbeeld van Melchizedek een andere priester opstaat, die dit niet geworden is krachtens een Wet met een voorschrift betreffende vleselijke [afkomst, maar krachtens een onvernietigbaar leven. Want van Hem wordt getuigd: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van MelchizedekHebr.7: 11-17.

Apostel Paulus, I.M. Stavronikita Monastery, Athos [16th cnt]
Op de vraag, die daarop volgt: “Hoe kon Paulus dit weten?” is zijn antwoord:
      Tracht ik thans mensen te winnen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn. Want ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, Hetwelk door mij verkondigd is, niet is naar de mens. Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door Openbaring van Jezus ChristusGal.1: 10-12.
En dat is Paulus’ meest eerlijke antwoord welke wij uit de Blijde Boodschap kunnen halen.
Paulus heeft deze kennis, ja ‘al zijn kennis’, van Christus ontvangen. Daar werd in zijn dagen al aan getwijfeld, maar in onze dagen net zo goed. Hij kan niet volledig aan ons verzoek voldoen en blijft daarom zeggen: 
      Wat ik u schrijf, zie, voor het aangezicht van God, ik lieg nietGal.1: 20. De nieuwe punten die Paulus in Hebr.7 heeft aangehaald, dienden verborgen te blijven, tot het moment dat God Zelf hem en ons het zal openbaren.
Openbaren is immers het tegenovergestelde van verbergen !!!
Deze verborgen punten zijn kennelijk van essentieel belang de periode, dat wij ons volledig overgeven aan het Geloof, die ook wordt aangeduid als de Genadegave van de verborgenheid.
Paulus verwoordt dat door te zeggen dat hij God wil behagen en niet de mensen en dat hij daarom – in tegenstelling tot z’n voorgeschiedenis- dienstknecht van Christus is geworden. De Blijde Boodschap, de H. Schrift geeft z’n Wijsheid immers pas prijs door het ‘reddende Geloof’ in Christus.
Het doel van Christus’ komst naar de wereld is, dat iedere volgeling van Hem, door de Heilige Geest in Hem zou leven, zoals Hij Zelf leeft in relatie met Zijn Vader:

Christus als pedagoog [opvoeder].
      Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven. Te dien dage zult gij weten, dat Ik in [en] Mijn Vader ben en gij in [en] Mij en Ik in [en] u. Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door Mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbarenJohn.14: 18-21.
Om ‘in’ [en alsChristus [christen] te kunnen zijn, dient iemand eerst ‘in’ [-‘tot’-] Christus te  komen. Degene, die een diepgaande studie maakt over Gods plan, teneinde van zonde verlost te worden en daarmee z’n ziel tracht  te redden, raakt er van overtuigd dat de redding alleen door het Geloof komt.
Het Geloof nu is de zekerheid van de dingen, die men Hoopt en
het bewijs der dingen, die men ‘niet’ ziet.
Want door dit [Geloof] is aan de ouden een Getuigenis gegeven.
  Door het Geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord van Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.
Door het Geloof heeft Abel aan God een beter offer gebracht dan Kaïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.
Door het Geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij aan God welgevallig was geweest;
maar zonder Geloof is het onmogelijk [Hem] welgevallig te zijn.
Want wie tot God komt, dient te geloven, dat Hij bestaat en
een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken
Hebr.11: 1-6.

Troparion     tn.1.
  Verheug u, Hoog-begenadigde Moeder Gods en Maagd;
want uit U is opgegaan de Zon der Gerechtigheid: Christus onze God,
Om hen te verlichten, die in duisternis gezeten zijn.
Verheug u ook, rechtvaardige Grijsaard,
want in uw armen hebt u gedragen de Bevrijder van onze zielen,
Die ons ook de Opstanding schenkt
”.

Kondakion     tn.1
  Door Uw Geboorte hebt U de maagdelijke schoot geheiligd,
en de armen van de gerechten Simeon gezegend.
Gij zijt gekomen, Christus God, om heden ons te redden.
Schenk vrede aan Uw stad en versterk hen.
die U bemint, o enig menslievende
”.

Theotokion     tn.1 – bij 7e Ode [H. Simeon & Anna 3-2]
Zonder de schoot van de voortbrengende Vader te verlaten,
heeft de Volmaakte God in uw schoot gewoond, Al-reine;
en Hij heeft deze daardoor gemaakt tot Zijn geheiligde Troon
”.


Theotokion     tn.1. – bij 8e Ode [H. Simeon & Anna 3-2]
Het Woord, de God, Die alles te boven gaat,
heeft u voor Zichzelf genomen als een lelie,
als een welriekende roos, met hemelse geur, al-reine Bruid van God.
Hij heeft in uw schoot gewoond en daardoor onze menselijke natuur,
die door de zonde met stank en ontbinding was overgegaan,
weer geurend van leven gemaakt, Maria, de Moeder Gods
”.

Theotokion    tn.1.- bij 9e Ode [H. Simeon & Anna 3-2]
Toen de hoogbejaarde u zag komen als de Moeder Gods,
Heeft hij profetisch gesproken:
Zie uw Zoon zal strekken tot val en Opstanding van velen, Koningin
en zal een teken van tegenspraak zijn
”.

Orthodoxie & een wereld om ons heen zonder God

Christus, de Zaaier

        En Christus trok Zich met zijn volgelingen terug naar de zee. En een talrijke menigte uit Galilea ging met Hem mee. Ook uit Judea en uit Jeruzalem en uit Idumea en het over-Jordaanse en de streken van Tyrus en Sidon kwam een talrijke menigte tot Hem, daar zij hoorden, hoeveel Hij deed . . . . .
. . . . . En Christus zei: Alzo is het Koninkrijk Gods, als een mens, die zaad werpt in de aarde en slaapt en opstaat, nacht en dag, en het zaad komt op en groeit, zonder dat hij zelf weet hoe.
       De grond brengt vanzelf vrucht voort; eerst een halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar. Wanneer dan de vrucht rijp is, laat hij er terstond de sikkel in slaan, omdat de oogsttijd aangebroken is.
         En Hij zei: Hoe zullen wij het Koninkrijk Gods afbeelden, of onder welke gelijkenis zullen wij het brengen?
       Het is als een mosterdzaadje, dat, wanneer het in de aarde gezaaid wordt, het kleinste is van alle zaden op de aarde en toch, als het gezaaid is, opkomt en groter wordt dan alle tuingewassen, en grote takken maakt, zodat in zijn schaduw de vogelen van de hemel kunnen nestelenMarc.3: 7,8; 4: 26-32.

Een kostbare, invloed bezittende beeldspraak over het Koninkrijk van God in bovenstaande perikoop: ‘het is als iemand die zaad verspreidt dat groeit en groeit; werk verborgen in de aarde dat uiteindelijk zal rijpen en een oogst tot gevolg zal hebben’. Of ons werk klein of groot lijkt, God kan het aannemen, zaaien en tot iets moois laten groeien.
Zoals Alphons Ariëns [1860-1928] franciscaner priester het ons vorige eeuw verwoordde:  “ Het gaat er niet om ‘grote’ dingen te doen, maar datgene wat je doet ‘groots’ te doen”.  

Atheïsten zijn van mening dat het ontstaan van het heelal geen werk is van een schepper of een superwezen. Atheïsten geloven niet in God en dit uiten ze vaak door gelovigen aan te vallen.
Maar waarom? Misschien wel in eerste instantie omdat gelovigen God niet kunnen bewijzen.  God is vaak nog de ‘God van de grote gaten’, oftewel God als Almachtige wordt gebruikt door gelovigen ter verklaring van onbegrijpelijke verschijnselen.  Vroeger waren zaken als onweer, ziekten en wind niet te begrijpen. Wanneer een persoon iets niet kon beschrijven of niet wist waarom iets gebeurde, dan kon hij zeggen: “God laat dit toe”.

Tegenwoordig vindt de wetenschap steeds meer antwoorden op vragen.
Verschijnselen in de natuur zijn beter te verklaren dan honderden jaren geleden, waardoor er minder gaten overblijven om te vullen. Hierdoor is de ‘God van de grote gaten’ stervende.
Waar gaat het nu in de nabije toekomst heen met de wereld? Wordt iedereen atheïst? Keren alle mensen dan God, onze Vader, Die in de Hemelen is, de rug toe, innen zij hun erfenis en vetrekken zij de wijde wereld in?
Stel dat er geen geloof naast wetenschap kan voortbestaan, dan blijft er slechts over:
1.]. de oorlog tussen wetenschap en religie breekt uit: één van de twee wint;
2.]. wetenschap en religie staan voor dezelfde zoektocht en kunnen volledig en soepel in één grootse synthese verenigd worden;
3.]. Een derde mogelijkheid is dat beide partijen elkaar niet overlappen en dat Geloof in God, de Vader van Hemel en aarde, en wetenschap naast elkaar blijven bestaan.
In tegenstelling tot wat de atheïsten en agnostici door de eeuwen heen beweerd hebben, kan de mens onmogelijk leven zonder God. De mens kan een moreel bestaan hebben zonder God te erkennen, maar kan niet zonder het feit dat God bestaat. Wanneer God, onze Schepper en het begin van het menselijk leven is, dan kàn de mens niet zonder God leven. Wanneer je zegt dat de mens zonder God kan leven, zeg je tegelijkertijd dat een horloge kan bestaan zonder horlogemaker of een verhaal zonder verteller; ontwaak dus menselijke ziel – niemand is goed genoeg om zichzelf te redden. 

Mozes heeft dit aldus verwoord:
      En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar Gods [even]Beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. En God zegende hen en God zei tot hen: ‘Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar’“ Gen.1: 27,28a; met andere woorden wij danken ons bestaan aan de God in Wiens Evenbeeld we gemaakt zijn. Ons bestaan is afhankelijk van God, of we Zijn bestaan nu erkennen of niet, anders zijn wij mensen niet in staat een fatsoenlijk leven te leiden, dan zijn alle beestachtige [duivelse] remmen los.
“ God doet bronnen ontspringen in de dalen: midden tussen de bergen stroomt het water. Om alle dieren van het veld te drenken; de woudezels wachten erop voor hun dorst. Daarboven nestelen de vogelen des hemels; temidden der rotsen doen zij hun stem weerklinken. Vanuit Zijn bovenzalen drenkt Hij de bergen; met de vrucht van uw werken wordt de aarde verzadigd.
God doet gras ontspruiten voor het vee, jong groen, ten dienste der mensen. Om brood voort te brengen uit de aarde, en wijn, die het hart des mensen verheugt. Om met olie het gelaat te doen stralen, en s’mensen hart te sterken met brood. Ook de bomen in de vlakten brengen hem voedsel. Maar in de ceders van de Libanon, die Hij geplant heeft, nestelen vogels: de reiger maakt er zijn nest. De hoge bergen zijn voor de herten en de rots is een toevlucht der hazen.
God heeft de maan geschapen voor de verschillende tijden; de zon weet wanneer hij onder moet gaan. Dan is het duister, en wordt het nacht: dan komen allerlei dieren uit de struiken tevoorschijn. 
Welpen roepen om prooi: zij vragen hun voedsel aan God.
Daarna gaat de zon op, en zij kruipen bijeen, om te rusten in hun holen.
Dan gaat de mens uit naar zijn werk, naar al wat hij doet tot de avond.
Hoe groot zijn Uw werken, o Heer; Gij hebt alles met wijsheid gemaakt.
Uw scheppingskracht vervult de aarde: daar is ook de zee, groot en uitgestrekt. Daar wemelen ontelbare wezens: kleine dieren, en grote. Daar varen schepen, maar ook zeemonsters, die Gij gemaakt hebt om er te spelen. Allen verwachten van u, dat Gij hun voedsel geeft te rechter tijd. Gij geeft het hun, en zij zamelen in; Gij opent Uw hand, en allen worden met het goede verzadigd.
Maar als Gij Uw aangezicht afwendt, dan worden zij verbijsterd,
Gij neemt hun adem weg, en zij bezwijken: zij keren terug tot hun stof.
Gij zendt Uw Geest uit, en zij worden herschapen: Gij maakt nieuw het aanschijn der aarde.
De heer zij roem in eeuwigheid; dat de Heer zich zal verheugen over Zijn werken. Hij ziet neer op aarde, en doet haar beven; Hij raakt de bergen aan, en zij gaan op in rookPsalm 103[104]: 10-32. vert. ROK ’s-Gravenhage.
Zo bezingt een van de grootste kunstenaars van alle tijden Gods werken en vele schilders, dichters en componisten zijn David daarin sinds mensenheugenis gevolgd.

Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen. Wie in Mij niet blijft, is buiten geworpen als de rank en is verdord en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand”.

God is leven:
    Christus zei tot hem [en ons]: ‘Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Indien jullie Mij zouden kennen, zouden jullie ook Mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kennen jullie Hem en hebben jullie Hem gezien’John.14: 6
De gehele schepping wordt samengehouden door de kracht van Christus:
      Christus is [als mensgeworden Zoon van God] het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de gehele schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Christus is voor alles en alle dingen hebben hun 
bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is“ Col.1: 15-18.
Zelfs degenen, die God afwijzen ontvangen de dingen zie ze nodig hebben van Hem:
Hij laat Zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigenMatth.5: 45.
Te denken dat de mens kan leven ‘zonder God’ is hetzelfde als
denken dat een zonnebloem kan blijven leven zonder licht of een roos zonder water. 

Mozes heeft het aldus omschreven:
God heeft Adam en Eva gewaarschuwd dat ze op de dag dat zij Hem zouden afwijzen, zich als mens boven God zouden verheffen zij “onherroepelijk zullen sterven”:
    Maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker stervenGen.2: 17.
Zoals we weten, waren ze inderdaad ongehoorzaam, maar ze stierven die dag nog niet lichamelijk; ze stierven eerder geestelijk. Iets in hen stierf—het geestelijk leven dat ze eerder hadden, de gemeenschap met God, de vrijheid om van Hem te genieten, de onschuld en puurheid van hun ziel—het was allemaal weg.
Adam, die geschapen was om in gemeenschap met God te leven, werd vervloekt met een volledig vleselijk bestaan. Wat God bedoeld had als een transformatie van stof naar glorie was nu voorbestemd tot een reis van stof tot stof.
Net als Adam functioneert de mens zonder God vandaag de dag in een aards bestaan.
Zo’n persoon lijkt misschien gelukkig; er zijn natuurlijk ook genot en plezier te vinden in dit leven. Maar zelfs dat genot en plezier kan niet volledig ontvangen worden ‘zonder’ relatie met God. 

Sommigen die God afwijzen leiden levens van afleiding en vreugde. De vleselijke dingen die ze nastreven lijken een zorgeloos en bevredigend leven te brengen.
De Blijde Boodschap van de H.Schrift zegt dat er een zekere hoeveelheid geluk in zonde te vinden is:
      Door het Geloof heeft Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter, maar hij heeft liever met het volk Gods kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergeldingHebr.11: 24-26.
Het probleem is dat het tijdelijk is; het leven in deze wereld is kort:
    Keer de mens niet af in vernedering, U hebt immers gezegd: “Bekeer u kinderen
  der mensen”. Want duizend jaar, Heer, zijn in Uw ogen gelijk aan de dag van gisteren, die voorbij is. Als een nachtwake, zo gering worden die jaren geschat.
‘s Morgens verwelkt hij als gras, hij bloeit ‘s morgens en verwelkt; ‘s avonds valt hij af, verdort.
Want wij bezwijken onder Uw toorn, wij zijn geheel ontsteld door Uw gramschap.
Gij hebt U onze boosheid voor ogen gesteld; onze levenswijze staat in het licht van Uw aanschijn. Daarom gaan al onze dagen te gronde; wij bezwijken onder Uw toorn. Onze jaren zijn vluchtig als spinrag: de dagen van ons leven zijn zeventig jaren. Bij de sterken duren zij tachtig jaar, maar het meeste ervan is moeite en leed. Want dan komt de zwakheid over ons; dan worden wij gekweldPsalm 89[90]: 3-12.
Vroeg of laat zal de hedonist [iemand, die het genot boven alles stelt, zoals de verkwistende zoon in de gelijkenis ‘van de Verloren Zoon’], bemerken dat werelds genot niet blijvend is.
De wereld in de tijdsperiode om ons heen is in de loop van maar enkele decennia veranderd, alles is een geheel nieuwe ervaring geworden, die ons 24 uur per dag, 7 dagen in de week opeist. Daarom is het ‘nog’ noodzakelijker geworden de Pedagogie van onze Heer van Zijn Blijde Boodschap te blijven volgen om onszelf te distantiëren van de druk, die ons omringt.
We dienen ons voortdurend bewust te zijn dat we rust vinden voor onze ziel. Geheel ontkomen aan de wereld om ons heen kunnen wij niet; God kan immers ook niet zonder ons, teneinde Zijn Hemels Koninkrijk te bevorderen. Op dezelfde manier kunnen we niet zonder God.
Je kunt Gods werk herkennen in je basishouding:
              houd je je hand open, stel je voor dat je werk daar in je handpalm zit, alsof het een klein
              mosterdzaadje is. Besteed tijd aan dit verbeelden van je dag met God.
              Bied je werk aan God op, de mensen die je zult ontmoeten en
              overdenk dit ’s-morgens en’s-avonds in je gebedstijden en
              vraag om Gods zegen over jouw dag’.
God zegt je ‘volg Mij’ ‘ – ‘de tijden zijn rijp en het Koninkrijk van God is naderbij gekomen;
bekeer je en geloof in de Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer
’.
Niet iedereen die God afwijst is op zoek naar leeg genot.
Er zijn velen die niet-gered zijn, die gedisciplineerde, nuchtere levens leiden—gelukkige en vervullende levens zelfs. De Blijde Boodschap en de Pedagogie van de Heer geeft zekere morele principes welke iedereen ten goede komen — trouw, eerlijkheid, zelfbeheersing, etc.
Maar, nogmaals, zònder God heeft de mens alleen deze wereld.
Gemakkelijk door dit leven gaan is geen garantie dat we klaar zijn voor het hiernamaals. De mens zonder God is geestelijk dood; wanneer zijn fysieke leven voorbij is, staat hem een eeuwige scheiding van God te wachten.
De mens is een unieke creatie. God heeft een gevoel van eeuwigheid in onze harten gezet:
      Alles heeft God voortreffelijk gemaakt op Zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in het hart van de mens gelegd, zonder dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekkenPred.3: 11; en dat gevoel van een tijdloze toekomst kan alleen vervulling vinden in God zelf.

De pottenbakker
Heer als ik de klei ben,
dan ben ik buiten gelaten in de zon,
gebarsten en droog, zoals de modder van de stal. Nog steeds vasthouden aan de verloren zoon,
maar ik ben op weg terug naar huis.
Ja, ik ben op weg naar Uw Huis.

In handen, in Uw handen
dat maakt wijn tot levenschenkende wijn uit het water
In de handen, in Uw handen,
de handen van de pottenbakker

Heer als ik dan de klei ben,
laat dan Uw Levende Water stromen.
Verzacht mijn grenzen, Heer,
opdat iedereen het al doende zal weten,
maar ik ben op weg terug naar huis
Ja, ik ben op weg naar Uw Huis

En Heer, wanneer U luistert naar het lied van m’n leven,
Laat het, laat het maar eenvoudig zijn, een lied zo zacht
Laat het, laat het maar eenvoudig zijn, een lied zo zoet
Laat maar gaan weerklinken . . .
Heer, wanner ik de klei ben, leg me dan neer
op Uw draaiende pottenbakker’s wiel
Vorm me in datgene dat U kunt vullen
met iets wat waarachtig is, iets voortgekomen uit onze Verbintenis.

En ik ben op weg naar huis
Ja, ik ben op weg naar Uw Huis“.
onbekende dichter

Zondag van de tollenaar en de farizeeër – begin van het Triodion

de tollenaar en de farizeeër

      Christus sprak ook met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten, deze gelijkenis:
      Twee mensen gingen op naar de Tempel om te bidden; de een was een Farizeeër, de ander een tollenaar.
  De Farizeeër stond en bad dit bij zichzelf: ‘ O God, ik dank U, dat ik niet zo ben als de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als deze tollenaar; ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van al mijn inkomsten.
  De tollenaar stond van verre en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar hij sloeg zich op de borst en zei: ‘O God, wees mij, zondaar, genadig!’.
Ik zeg u: Deze keerde, in tegenstelling met de ander, gerechtvaardigd naar huis terug. Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd wordenLuc.18: 9-14.

      Gij daarentegen hebt volle aandacht geschonken aan mijn onderricht, wijze van doen, bedoeling, Geloof, lankmoedigheid [toegevendheid], Liefde, volharding, vervolgingen en lijden, zoals mij getroffen hebben te Antiochië, te Ikonium en te Lystra.
Al die vervolgingen heb ik
[in Christus] doorstaan en de Heer heeft mij uit alle gered. Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden.
      Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen; zij verleiden en worden verleid.
            Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wel bewust van wie gij het hebt geleerd en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het Geloof in Christus Jezus2Tim.3: 10-15.

Slechts Onze Heer en Verlosser,
Jezus Christus vormt voor ons het begin van redding & bevrijding, omdat wij nogal kortzichtig zijn sprak Hij eveneens  met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten.  Als Zoon van de liefdevolle Vader wil Hij bereiken dat de mens zich slechts voor Hèm openstelt,  teneinde het doel in het proces van verzoening, het doel van Zijn levensproject, te bereiken.
Moge God zowel voor jouw als voor mij, de grootste zondaar, de weg vereffenen, de weg naar “onze Vader”, Die ons het Hemels Koninkrijk binnenleidt en reeds van verre staat op te wachten.

Het Triodion, welke vandaag begint en tot Grote en Heilige Zaterdag duurt staat bekend als de weg tot het Licht. Deze voorbereidingsperiode op Pascha bestaat uit drie fasen:
1.]. de eerste periode is om je voor te bereiden op de vastenperiode.
2.]. de tweede periode de werkelijke periode van het vasten. 
3.]. de derde periode, de laatste week, die van de lijdensweek.
De Orthodoxe Kerk wijdt de eerste zondag van de voorbereidingsfase aan het thema van de tollenaar en de Farizeeër – de boodschap richt zich op de beoefening van de nederigheid.
Gebrek aan nederigheid is te herleiden tot trots, de wortel van het ontstaan van de zonde. Dat is herkenbaar, wie trots is, denkt immers in termen van wij-zij, goeden tegenover de slechten; je voelt je in elke geval beter dan die ander, je bent je in het geheel niet bewust van de blunders, die je maakt.
De ander wordt vervolgens buitengesloten; ‘Ik wil daar immers in het geheel niet meer mee te maken hebben’ – òf – ‘Ik ga alleen met je om als je nèt zo wordt als ik’, – òf – ‘Als je mijn culturele gewoonten niet overneemt, dien je er niet gek van òp te kijken, dien je niet te klagen als er vreemd tegen je wordt aangekeken en je er bij mij niet meer ‘in’ komt en je bijvoorbeeld ‘minder snel een baan krijgt’. Je sluit je op in je culturele vriendenkring en poetst je gezwollen ikheid [ego] op en sluit de rest van de wereld op jouw ‘nivo’ uit. 

De tijd van het Triodion is een periode, die deze zondag begint en eindigt op Stille Zaterdag; het is een tijdgebonden periode waarin de mens z’n/haar best doet terug te keren tot zichzelf en zich tot God wendt met het verzoek hem/haar tot een nieuw mens om te vormen.
Het woord Triodion is een Grieks woord en betekent drie Oden, van elk drie hymnen, het woord ωδή betekent lof, hetgeen uitgevoerd wordt door αείδώ [= zingen]. Het is een periode van zelfzuivering onder de aanroep: “ O, God wees mij genadig, ik ben een zondaar”.
Dit lezen we eigenlijk al aan het begin van Synaxarion op de eerste dag: “ O Schepper van al wat boven en beneden is, U aanvaardt de Hymne van het Trisagion van de Engelen: Neem ook aan het Triodion uit mijn mond, uit de mond van een mens”.

‘Open voor mij, o Leven-schenker, de poorten tot boete’?

Hoe goed past bij deze zondag de bijna juichende boetezang: “De deur der boete open mij, o Leven-schenker”, welke ons de komende weken zal begeleiden.
mp3:   فتح أبواب التوبة بالنسبة لي  = ‘open the repent doors for me’;

 

In de dagen van Christus rondgang op aarde waren farizeeërs mensen met passie voor geloofsopvoeding.
Zij zetten zich in om de rijke traditie van Mozes en de profeten te bewaren en over te leveren.
Zij willen niets liever dan voorkomen dat de mensen God zouden vergeten.
Het werkte echter in de hand dat het volk geleidelijk aan van God vandaan zou geraken, farizeeërs dàt waren immers dè schatbewaarders, zij waren immers geroepen om de enorme rijkdom aan Wijsheid en het Geloof te bewaren, daar kon het gewone volk niet bij.
En in het licht van die kostbare en rijke Traditie zijn ze niet enthousiast over nieuwigheidjes op geloofsgebied; zij onderstrepen dat het volgen van leefregels je slechts beschermt tegen afval, de buitenkant is slechts belangrijk. En zij zien een volstrekte sabbatsrust als een belangrijke – wekelijkse weg tot God; de spelleiders van het volk, de farizeeërs waren echter doorgeslagen in hun goede bedoelingen. Zij gingen zó vèr in hun ijver voor de Traditie en zij waren zó afgeknapt op de onverschilligheid van de gewone mensen, dat er iets verbetens en boosaardigs binnen was geslopen – zo werkt de tegenstrever.
Ze hadden het eigenlijk vooral nog over ‘de Wet van Mozes’ en het daarop volgend oordeel Gods; zij verloren daarbij Gods Liefde en Barmhartigheid uit het oog. Zij communiceerden niet meer met het gewone volk en concentreerden zich zo sterk op vormen en uiterlijkheden dat ze vergaten dat God het hart aanhangt en ziet wat er wèrkelijk van binnen plaatsvindt.

Wij, die onszelf, in eigen ogen, zulke brave christenen beschouwen, kunnen ons eigenlijk heel goed vinden in dat beeld van die farizeeër, wanneer we daar maar niet de tegenwoordige betekenis van “huichelaar” aan verbinden, want die betekenis hindert ons.
Maar wanneer wij ons bewust worden dat wij eigenlijk ‘net zo’ over onszelf denken als die mens uit de parabel, die over zichzelf dacht:
Wij komen netjes onze verplichtingen na, we bidden regelmatig, en we houden ons aan de wekelijkse en jaarlijkse Vastenregels; we doen eigenlijk nooit iemand kwaad; en wanneer we met iemand niet goed kunnen opschieten, dan is die ander toch gewoon ‘een volkomen onmogelijk mens’.
We zien maar al te goed hoe àndere mensen regelmatig tekort schieten en al zeggen we het niet met zulke mooie woorden, we zijn er toch innerlijk van overtuigd dat we ‘in God ogen‘ eigenlijk heel wat méér waard zijn dàn de meeste mensen, die zich immers nèrgens iets van aantrekken.
Wat hebben wij orthodoxen het toch goed met elkaar getroffen, òf niet soms? Ja, het gebeurt zelfs dat er openlijk vanaf het ambon verklaard wordt, dat je trots kunt zijn tot een bepaald Patriarchaat te behoren. 

    Doch sommigen van hen [de joden en de farizeeën] zeiden:
‘ Door Beëlzebub, de overste der boze geesten, drijft Hij de geesten uit’. Anderen begeerden, om Hem te verzoeken, van Hem een teken uit de hemel.
      Maar Christus kende hun gedachten en zei tot hen:
‘ Ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat ten onder, en het ene huis valt op het andere.
Indien ook de satan tegen zichzelf verdeeld is, hoe zal zijn koninkrijk kunnen standhouden? Want jullie zeggen, dat Ik door Beëlzebub de boze geesten uitdrijf. Indien Ik door Beëlzebub de boze geesten uitdrijf, door wie doen uw zonen het dan? Daarom zullen zij rechters over u zijn.
      Maar indien Ik door de vinger Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen.  Wanneer een sterke, goed gewapende man zijn eigen hof bewaakt, is zijn bezit in veiligheid. Maar wanneer iemand, die sterker is dan hij, hem aanvalt en hem overwint, rooft deze zijn wapenrusting, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit.
          Wie met Mij niet is, die is tegen Mij en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.
Zodra de onreine geest van de mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, en als hij die niet vindt, zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgevaren. En als hij komt, vindt hij het geveegd en op orde. Dan trekt hij heen en neemt zeven andere geesten mee, bozer dan hij zelf; en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met die mens in het einde erger dan in het begin’.
En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei:
‘ Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen’.
Maar Christus zei:
                ‘ Zeker, zalig, die het Woord Gods horen en het bewaren.
Toen de scharen te hoop liepen, begon Hij te zeggen:
                ‘ Dit geslacht is een boos geslacht. Het begeert een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona. Want gelijk Jona voor de Ninevieten ten teken geworden is, zo zal ook de Zoon des mensen het zijn voor dit geslacht. De koningin van het Zuiden zal in het oordeel optreden met de mannen van dit geslacht en hen veroordelen, want zij is gekomen van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen, en zie, meer dan Salomo is hier. De mannen van Nineveh zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen, want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en zie, méér dan Jona is hier
Luc.11: 15-32.

      Farizeeër                    en    de tollenaar

En dan is daar die andere figuur, daar achterin, achter die pilaar.
We hebben al snel een zwak voor hem, maar laten we van hem geen knuffel-tollenaar maken, hij heeft als mens net als wij terecht allerlei redenen om zich te schamen. Wanneer hij in de spiegel kijkt ziet hij niet bepaald de mens die hij altijd had willen worden. Hij is bepaald geen zegen geweest voor de gemeenschap, hij heeft niet veel licht en warmte verspreid; anderen niet erg gelukkig gemaakt, slechts gezegd waar het op stond. Hij heeft er geen levenslange vriendschappen aan overgehouden; wèl waren er erg veel conflicten, altijd spanning rond hem heen; veel donkere bladzijden in zijn leven; heel wat mensen heeft hij op hun ziel getrapt en pijnlijk bezeerd achter gelaten. Het verschil met de man daar voorin is, dat deze mens in de spiegel durft te kijken.
Hij is -‘niet’- blij is met wat hij daar in z’n rugzakje, zijn eigen hart aantreft.
Hij durft z’n blik -‘niet’- naar de hemel te richten.

farizeeër en de tollenaar, door Fabritius

Door deze passage van de Blijde Boodschap leren wij tevens het belang van het onophoudelijk gebed, het gebed van het hart en onderkennen we nog een vereiste om onze gebeden voor God  aanvaardbaar te doen zijn, dat wij kunnen bidden als waren wij de grootste dichters, die niet in staat zijn met de mooiste woorden Gods aandacht te trekken, we blijven mensen, die slechts van binnen dienen te beseffen, dat wij in ons doen en laten niets te ‘verdienen’ hebben.
Er blijft ons niets anders over en niet in staat iets anders te vragen dan Gods Genadegave: “O God, ontferm U over mij, zondaar“, alleen dàt blijft nog óver voor Gods genadige weg. Het belangrijkste in deze gelijkenis is dat Christus de menselijke bekering verbonden heeft met nederigheid. De H. Schrift laat duidelijk zien dat het de trots was die Satan deed vallen.
Nederigheid doet de mens zich in zichzelf terugtrekken om te erkennen dat hij ‘altijd maar weer‘ ongelijk heeft en dat hij op God dient te vertrouwen.
Het is het gebed van deze tollenaar welke de Kerk heeft gebracht tot  het gebed van het hart, het Jezusgebed – ‘Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar‘ en het komt dan ook in alle gebeden van de Kerk terug en wij blijven dit gebed maar onophoudelijk herhalen: ‘Heer ontferm U‘.
De laatste woorden -‘ontferm U‘- van dit gebed ten opzichte van onze Heer, toont de menselijke nederigheid en zelfopoffering en is het thema van de periode die op deze zondag begint en aan het einde van onze pelgrimstocht op aarde ‘de Opstandingsdag‘, ‘het Licht‘ van het Hemels Koninkrijk in het vooruitzicht stelt. De mens, hij/zij buigt zich voorover, slaat zich op zijn/haar borst en zegt: ‘Heer, wees mij, zondaar, genadig’.

    De deemoedige gezindheid van de Tollenaar werd voor hem een ladder, die hem deed opstijgen tot de Hemelse Gewesten [Hoogten]. Maar doordat de Farizeeër zichzelf verhief in de lichtzinnigheid van zijn ijdelheid, viel hij gebroken neer tot in de kerker van de hel. Vanuit een hinderlaag berooft de bedrieger de gerechten door ijdelheid. Hij vangt zondaars in de strik van de wanhoop. Maar laat ons de Tollenaar navolgen, om zo van beide kwaden te worden bevrijd7e Irmos

Ikos     tn.3.
   
Laten wij onszelf verdeemoedigen, broeders en zusters, en met klagend zuchten ons geweten slaan, zodat wij zonder schuld mogen staan in het eeuwige Gericht, daar wij dan vergeving hebben ontvangen. Dat is in waarheid de Rust, smeek dat wij deze mogen aanschouwen, waar kwelling noch smart meer worden gevonden, en wij niet meer behoeven te zuchten uit de diepte. Want dan zijn wij in het wonderbaar Paradijs, dat geschapen is door Christus, onze God, zonder begin, evenals de Vader”.

Kondakion      tn.4.
Laat ons vluchten de hoogmoedige grootspraak van de farizeeër,
maar navolgen de grootheid van de deemoed van de Tollenaar.
En laat ons rouwmoedig roepen tot de Verlosser;
Wees U ons genadig, Die alleen Verzoening wilt
”.

Kondakion      tn.3.
Laat ons, zondaars, aan de Heer opdragen
het zuchten van de Tollenaar en voor Hem neervallen,
want Hij is onze Meester.
Hij wil de Verlossing van alle mensen
en schenkt vergiffenis aan allen, die boete doen.
Want terwille van ons is Hij vlees geworden,
terwijl Hij God is;
zonder begin, evenals de Vader
”.

Theotokion     t.3.
  Wij erkennen u als de wonderbaarlijke heilige ladder,
welke eens door Jacob in de droom was aanschouwd,
en die vanuit de diepte tot in de hoogste hemelen reikt, Al-reine.
Want gij hebt God vanuit den hoge neergetrokken in het vlees
en hebt daardoor de sterflijken omhooggevoerd
”.

33e Zondag na Pinksteren – Zacheüs’-zondag

      En Hij kwam Jericho binnen en ging erdoor. En zie, er was een man, Zacheüs geheten, die oppertollenaar was, en hij was rijk. En hij trachtte te zien, wie Jezus was, en slaagde er niet in vanwege de schare, want hij was klein van gestalte. En hij liep hard vooruit en klom in een wilde vijgenboom om Hem te zien, want Hij zou daarlangs komen.
En toen Jezus bij die plaats kwam, keek Hij naar boven en zei tot hem:
‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want heden dien Ik een tijdje in uw huis te verblijven’.
En hij kwam vlug naar beneden en ontving Hem met blijdschap.
En toen zij het zagen, morden zij allen en zeiden:
‘ Hij is bij een zondig man binnengegaan om zijn intrek te nemen.
Maar Zacheüs ging staan en zei tot de Heer:
‘ Zie, de helft van mijn bezit, Heer, geef ik de armen, en indien ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig’.
En Jezus zei tot hem:
‘Heden is aan dit huis redding geschonken, omdat ook deze een zoon van Abraham is. 
Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te reddenLuc.19: 1-10.

      Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard. Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Heiland is voor alle mensen, inzonderheid voor de gelovigen.
Beveel en leer dit.
Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid.
In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren.
Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een woord als die van de profeten geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten.
Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen mag blijken, dat gij vooruitgaat1Tim.4: 9-15.

Evangelieboek & Kruis op de plaats, waar gebiecht wordt !

Wij, christenen, zijn ons allen bewust dat wij zondaars zijn, het zondaar-schap komt in onze beste kringen voor, zelfs onder spelleiders, priesters, wij schamen ons niet onszelf zondaars te noemen, er is immers geen mens die niet leeft zonder te zondigen.
Daarom roemen wij ons door alle generaties heen op het Groot en Heilig Kruis, want ons kruis wat wij in Christus liefdevol met ons meedragen is de roem van alle Christenen.

Grote buiging

Na het oude Verbond is de nieuwe tijd aangebroken, wij hebben de besnijdenis, de oude ceremoniële Joodse Wet achter ons gelaten en hebben deze door Christus vervangen door de vrijheid van de Genade en onderwijzen een andere Boodschap, de Blijde Boodschap van de Zoon van God, welke gerealiseerd wordt in de Liefde tot God, onszelf en de ander [de naaste].
Wij, christenen, onderwijzen in navolging van Christus, onze Heer en Verlosser een ander Evangelie! Niets minder dan een ander Blijde Boodschap, omdat wij met de vervulling van het Heil voor ogen een andere [ketterse] leer weigeren te aanvaarden en wij blijven niet langer bij het type, die zich slechts in de schaduw bevinden, van het puur menselijke, hetgeen ‘
niet’ verlost, hetgeen mensen ‘niet’ nieuw maakt tot prachtige iconen in Christus, onze Heer.
De geschiedenis van de Kerk zit vol met zulke mensen, tot op de dag van vandaag en in onze tijd en misschien hebben we veel – veel van zulke ‘valse’, ‘verraderlijke’ christenen onder ons.
  De Heilige Johannes Chrysostomos zegt dat ze Christus liever beledigen en zelfs verwerpen aangenaam zijn voor mensen; liever beledigen ze daarmee God om de mensen te behagen!
Ze zijn mensen, die slechts behaagd willen worden, medewerkers met de vijanden van het Kruis.
Het leven van het Kruis vereist opoffering, jezelf kwetsbaar durven opstellen, openhartig zijn over hoe je over bepaalde dingen denkt.
Christus eist van ons offers, omdat opoffering liefde is. Wanneer wij Christenen onszelf niet opofferen, houden we niet van de mensen, wanneer we niet van onszelf en de naasten houden en daarmee onze redding bewerkstelligen, kunnen we niet verenigd worden met de God, Die slechts Liefde is, tot de naaste en onszelf.
  De Heilige Johannes van Kronstadt zegt; “dat Christus ons leven schenkt, zodat wij ons met geheel ons hart tot God zouden keren, voor onze zuivering en ter correctie; wees je hiervan bewust en corrigeer jezelf. Waarom voegt onze Heer dag in dag uit, jaar na jaar aan ons bestaan toe?  Zodat we geleidelijk zouden wegtrekken en het kwaad van onze zielen opzij zouden zetten”.
Hij zegt dit aan de hand van : “      Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit Mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen; Leert goed te doen, tracht naar recht, houdt de geweldenaar in toom, doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak van de weduwe” Isaiah 1: 16,17; “eenieder dient in eigen persoon een gezegende eenvoud aan te leren; zodat we bijvoorbeeld zouden kunnen worden als zachtmoedige lammetjes, zoals eenvoudige baby’s. Ons aardse leven zou onder alle omstandigheden een constante hoop in de Heer dienen te zijn, want alles wat wij bezitten bekomen wij van de Heer”, aldus deze grote Russische spelleider, priester te Kronstadt.

Zacheüs [Aramees, ‘rein’, ‘zuiver’], die oppertollenaar was, was rijk en was dit niet alleen lichamelijk, maar toonde zich tevens geestelijk klein, vernederde zich en klom in een vijgenboom.
De vijgenboom [ficus] wordt bij vele volkeren als heilige boom vereerd.
Deze boom is naast de olijfboom en de druivenstruik symbool van vruchtbaarheid, overvloed en ontwaken. Wij komen hem vooral tegen in de Indiase godsdienst waar een vanuit de hemel omlaag groeiende vijgenboom symbool van de wereld is. 
Wanneer op aarde Christus neerdaalt schaft Hij de inwijding van de vijgenboom af.  Op een heel bijzondere manier staat dit beschreven in de Heilige Schrift:
Twee leerlingen die zelf krachtens hun naam duidelijk de kentekenen dragen van een innerlijk-hoge geestelijke rang, converseren en zeggen, dat de Messias, waarover men zoveel duizenden jaren heeft gesproken, thans op aarde gekomen moet zijn”.
Het zijn de leerlingen Philippos en Nathanaël.
– Philippos, een Griekse naam, samengesteld uit ‘Φίλος, Philos’ en ‘Υπός, Hipos’ betekent: vriend van het paard. Het is Christus, onze Verlosser, Die in het boek Openbaring, de Apocalyps [hfdst.19] op een wit paard ten strijde trekt en …
– De andere naam is ‘Nathanaël’; ‘Nath [
נתח] is het Hebreeuwse woord voor de nacht, Nathan is een ‘zoon van de nacht’, van de Mysteriën, het verborgene. En wat doet hij in het nacht-bewustzijn? Nathanaël, hij woont in ‘El’, in Hem, de Grote, in de godheid; ‘De zoon van het Mysterie in God’.
Philippus, de vriend van de Mysterieuze Zoon van God, is in gesprek met Nathanaël en zegt: ‘Laten wij Hem gaan zien’. Wanneer zij Hem naderen, zegt de Christus: “Ziedaar een Israëliet, in wie geen smet noch vlek is”. En terecht vraagt Nathanaël: “Heer, vanwaar kent gij mij?”. Hoe kan Jezus van Nazareth, die Nathanaël ziet aankomen, weten, dat hij zonder smet of vlek is?
En daarop antwoordt de Christus: “Eer gij hier waart, ken ik u van onder de vijgenboom!”.  Met andere woorden: ‘Ik heb u met vanuit mijn hoge positie, de geestelijke kennis overgedragen,  ‘Ik was bij u’.

 

Christus, vol Genade en Waarheid

Dit is geen teken van machtsvertoon van de zijde van de Messias; maar ieder die nadenkt begrijpt, dat de Messias geen gewoon wezen is, maar de Zoon van de levende God. Wanneer wij onze gebeden doen – waarschijnlijk is het warm, de magen knorren – zijn er momenten dat ons ‘ego‘ een barstje zal vertonen, dat het alledaagse ‘wel weten wie we zijn’ even wegvalt, of wanneer wij die paar keer door de knieën gaan en ons voorhoofd het stof op de grond raakt. Misschien is er dàn even zicht op of een bewogenheid door iets oneindig groots, waartegenover wij oneindig klein zijn.
Mag hierbij dan worden verklaard waarom Zacheüs, belastinginner in de grensstad Jericho hier door Lucas afgeschilderd wordt als een nederig mens, die in een vijgenboom klimt om de Heer te zien. 
Paulus zegt elders, dat hij en de spelleiders, die als gelijkgestemden onder zijn supervisie vallen,  hebben een ‘ander‘ een ‘nieuw‘ Evangelie onderwezen! Niets minder dan een andere Blijde Boodschap, Evangelie, gebruikt om ‘het goede’, de leer van God te bestuderen, omdat ze verlost zijn, en tot ‘nieuwe’ mens g emaakt zijn, naar het beeld en de gelijkenis van God Zelf.

Vijgenboom

Maar de vijgenboom, doet tevens denken aan de vijgenbladeren waarmee Adam en Eva hun schaamte probeerden te bedekken. Er zijn immers mensen die de neiging hebben in hun boom te klimmen, zich a.h.w. verstoppen voor Christus, maar aan de andere kant toch nog wel een glimp van Hem willen opvangen.
      Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het Kruis van Christus Jezus. Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen. Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereldGal.6: 12-14.
Daarom roept Christus  -nadat de anderen het laten afweten- [‘het zo goed met zichzelf getroffen hebben’], de armoedzaaiers en zieken van de straten en  pleinen ten einde bij Hem aan te komen zitten in het Hemels Koninkrijk, want alleen zij staan nog open voor verandering:
      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Dit zegt Onze Heer, Jezus Christus, Die ons hier zo van harte uitnodigt; 
De Zoon des mensen is gekomen, wel etende en drinkende, en zij [hier] zeggen:
‘Zie, een vraatzuchtig mens en een wijndrinker, een vriend van tollenaars en zondaars. En de Wijsheid is gerechtvaardigd op grond van haar werken
Matth.11: 19; en vervolgens:
      Wee u, Chorazin [=rokende oven], wee u, Betsaida [=vergevingsgezinde]! Want indien in Tyrus [= stenen, benauwend] en Sidon [= opjagend] die krachten waren geschied, welke in u geschied zijn, reeds lang zouden zij zich in zak en as bekeerd hebben“ Matth.11: 21.

Paulus, ‘Apostel der heidenen’.

Paulus zegt ons vandaag: “Dit is een betrouwbaar Woord en alle aanneming waard . . . . . Beveel en leer dit.
Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid.
In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren. Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een woord als die van de profeten geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten.
Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen mag blijken, dat gij vooruitgaat“.
Net zoals wij eerder te horen kregen:
Maar aan ieder van ons werd Genade gegeven volgens de Gave Die Christus uitdeelt …  En Hij gaf sommigen om apostelen te zijn, sommigen om profeten te zijn, sommigen om evangelisten te zijn, en sommige voorgangers en leraren.
Ze zouden de heiligen toerusten voor het werk van dienstbetoon om het lichaam van Christus op te bouwen, totdat we allemaal de eenheid van het geloof en de kennis van de Zoon van God bereiken, tot de maat van de volwassen bevolking van de volheid van Christus
” Eph.4: 7,11-13.

Logo AOKN

In mijn thuiskerk wordt naar deze passage gekeken en realiseren Christenen van Antiochië ons dat niet alleen de apostelen en profeten buitengewoon zeldzaam zijn in het Westen, maar wanneer ze zo-af-en-toe opduiken, nog verschijnen, worden de mensen doodsbang, krijgen het [‘spaans’-] benauwd want het Christendom heeft consequenties, verwacht trouw te zijn aan de oorspronkelijke Traditie.
Vooral wanneer je jezelf apostel of profeet durft te noemen. Dit komt waarschijnlijk voort uit een [westers, protestantse] aandoening, een [ziek] verschijnsel dat [naar hun mening] de Genadegaven van de Heilige Geest zijn opgehouden – dat het einde van het apostolische tijdperk een einde zou hebben gemaakt aan Mysteriën en wonderen die met dat tijdperk verband hielden; dit is in tegenstelling aan het continuationisme, welke leert dat de Heilige Geest op ‘elk moment van de dag’ de Genadegaven kan geven aan andere personen dan de oorspronkelijke twaalf apostelen en hun opvolgers.
Sterker nog soms berust het leergezag van de Kerk juist bij de slachtoffers, als de ‘me-too’-beweging. Zij vormen een even stil als krachtig bewijs voor dat de ‘ecclesia docens’ [= de Hierarchiek onderrichtende Kerk, dus van bovenaf] juist in de soms schrijnende werkelijkheid van de Kerk niet gevormd wordt door het leerambt. Zij wordt meer en meer gevormd door slachtoffers, die alles en iedereen uitnodigen of zelfs dwingen tot compassie en steun, begrip en ‘het nieuw Verbond‘, hetgeen voornamelijk bestaat uit waarachtige liefde tot God en de naasten. Zij blijven de Kerk onafgebroken voorhouden dat zij lerend dient te blijven: ‘ecclesia discens’ [= de lerende Kerk van onderaf] dus.
Wie ook in deze of welke hoedanigheid tot de Kerk behoort, hij of zij zal altijd leerling van hen dienen te zijn en zich dienstbaar dienen op te opstellen.
De strikte rolverdeling is echter theologisch ongezond.
De gehele Kerk wordt onderwezen door de Heilige Geest; zowel de hiërarchie als de leken leren binnen de Ecclesia.
Er zijn dè twéé aspecten van de éne gemeenschap; het zijn twee adjectieven die twee gelijkwaardige praktijken van de hele gemeenschap beschrijven.

Grote Versplintering

Het zijn geen twee zelfstandige naamwoorden die de gemeenschap splitsen. . . . . er is één wederzijdse leer in de Kerk. . . . . de hiërarchie wordt gelijkwaardig lid van de ‘Ecclesia discens’ en de leken worden gelijkwaardig lid van de ‘Ecclesia docens’.
Lukt dat niet, dan zal de Kerk weliswaar blijven bestaan, maar in elke geval niet als “Licht onder de Volkeren”.
In afwachting van de wederkomst des Heren dienen wij ons derhalve toe te leggen op het voorlezen, het vermanen en het leren. 
Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een woord als die van de profeten geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten. Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen mag blijken, dat gij vooruitgaat”.

Apolytikion     tn.8.
  Uit den Hoge zijt Gij neergedaald, o Barmhartige,
en zijt drie dagen in het graf gebleven,
om ons van het lijden te bevrijden.
Gij zijt ons Leven en onze Verrijzenis;
Heer, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8.
  Nadat Gij zijt opgestaan uit het graf,
hebt Gij de doden opgewekt,
en Adam weer doen opstaan.
De einden der wereld jubelen
over Uw ontwaken uit de doden,
O Albarmhartige
”.


Theotokion     tn.8.
  Om ons zijt Gij uit de Maagd geboren,
en hebt Gij het Kruis ondergaan, o Goede.
Door Uw dood hebt Gij de dood overwonnen
en ons als God de Opstanding getoond.
Veracht het werk van Uw handen niet;
toon ons Uw mensenliefde, o Barmhartige.
Verhoor haar die U gebaard heeft:
de Moeder Gods, die voor ons bidt
en verlos Verlosser het wanhopige Volk
”.