3e Zondag nà Pinksteren – alle heiligen van het land waarin wij wonen

visserskotter-Nederland

      Toen Hij nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, diens broeder, een net in zee werpen; want zij waren vissers.
        En Hij zeide tot hen: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken. Zij nu lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem. En vandaar verder gegaan zijnde, zag Hij nog twee broeders, Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, terwijl ze bezig waren hun netten in orde te brengen, en Hij riep hen. Zij lieten dan terstond het schip en hun vader achter en volgden Hem.
        En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het volk.
En het gerucht van Hem drong door tot in geheel Syrië; en men bracht tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, gekweld door allerlei ziekten en pijnen, bezetenen en maanzieken en verlamden, en Hij genas henMatth.4: 18-24.

vernieuwd geestelijk herstel

      De Heerlijkheid, eer en vrede over eenieder, die het goede werkt, eerst de Jood en ook de Griek. Want er is geen aanzien des persoons bij God. Want allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en allen, die onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden; want niet de hoorders van de Wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders van de Wet zullen gerechtvaardigd worden.
        Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de Wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder Wet, zichzelf tot Wet; immers, zij tonen, dat het werk van de Wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten mee getuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen, ten dage, dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn evangelie, door Christus JezusRom.2: 10-16.

‘Spitskool’ – ‘Pointed Cabbage’ or ‘Cœur de Bœuf des Vertus’

Twee rupsen zaten op een koolblad.
De ene rups dacht dat de koolstronk de hele wereld was en het koolblad zijn vaderland. De andere rups zei tegen hem; Straks ga je in een kistje [een cocon] en dan kom je er heel anders weer uit. Dan gaat er een wereld voor jou open. Wat een schitterende kleuren zul je dan zien en waar kun je dan overal heen vliegen!

Wij Christenen zijn van die rupsen.  Ons leven is als een rups, gehecht aan het werelds bestaan dient het een vlinderleven worden.
Op het koers bepalende richtsnoer van Gods Woord, de Blijde Boodschap, geleid door het vuur van de Heilige Geest zijn we op weg naar de haven van het Hemels Koninkrijk. Wij weten eigenlijk helemaal niet zoveel van het Hemels Jerusalem, de Stad van de toekomst. We hebben geen plattegrond van het Hemels Koninkrijk meegekregen en weten maar weinig van de overzijde van het graf, maar we blijven als pelgrims onderweg.
We kunnen de contouren van het Nieuw Jeruzalem nog niet zien en
het silhouet van de Lichtstad nog niet waarnemen. We zijn echter geen reizigers met een onbekende bestemming, maar pelgrims naar het Goddelijke Koninkrijk.
Want wij zijn burgers van een Rijk in de Hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Verlosser verwachtenPhil.3: 20.
Wij, christenen zijn burgers van een Rijk in de Hemelen, onze positie is Hemels en de Belofte, waarop wij ons Verbond met God hebben afgesloten, is Hemels.
Dit betekent dat de Gemeenschap van Jezus Christus in haar diepste wezen ook een Hemels Lichaam is. Christus is het Hoofd en Zijn Gemeenschap, de Kerk is Zijn lichaam. Christus was “in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekendJohn.10: 10. Zoals de wereld Christus niet heeft gekend, kent de wereld ook Zijn lichaam niet.
Paulus schrijft: “Wij zijn burgers van een Rijk in de Hemelen“.
De Romeinse veteranen die in Filippi in Griekenland een Romeinse kolonie vormden, formuleerden het zo: “Wij Romeinen zijn burgers van het Romeinse rijk”. De anderen werden als barbaren beschouwd, maar zij zeiden óns domicilie is in Rome; dáár staan wij ingeschreven, dáár is ons vaderland, dáár horen wij thuis.
Daar tegenover schrijft de Apostel; maar
òns domicilie is in de Hemel, daar is òns Vaderland. Wij leven weliswaar in de wereld, op aarde, maar staatsrechtelijk hebben wij het Burgerschap Gods; wij christenen zijn Hemelse kolonisten. Door de Hemelvaart van de Opgestane Heer hebben wij het Hemels Burgerrecht [een verblijfsvergunning] gekregen. Geen asielrecht voor enkele jaren, geen tijdelijke verblijfsvergunning zoals sommige asielzoekers in het westen krijgen.
Wij Christenen hebben het paspoort en het visum van God gekregen om voor eeuwig Burgers van het Koninkrijk der Hemelen, de Stad Gods, te mogen zijn.
Onze namen staan ingeschreven in het register van de Hemelse burgerlijke stand, wáár wij ons ook en in wèlk staatsrechtelijk land wij ons ook bevinden.

Byzantijnse vlag, de Hemelse Kerkelijke [‘Orthodoxe’] vlag

Het Byzantijnse Rijk heeft het Byzantijns Christendom ‘misbruikt’ om zich te verzekeren van een sterke staat en sommige despoten in onze huidige samenleving gedragen zich zo nog steeds, Putin, Erdogan en noem maar op in de geschiedenis van dit aardrijk.
De wereldse staat heeft zelfs van de Hemelse Kerkelijke [‘Orthodoxe’] vlag gebruik gemaakt – in plaats van datgene, waar zij voor stond, te beschermen. Daarom is de val van het Byzantijnse Rijk een bevrijding voor het Orthodox Christendom geweest, hetgeen tot gevolg had dat het christendom zich over de gehele wereld kon verspreiden. We zien hetzelfde in onze tijd, despoten trachten via macht en repressie [onderdrukking, beteugeling] het volk naar hun hand te zetten. De Kerk wordt gebruikt om eigen verlangens en belangen te realiseren en niet alleen voor geldelijk gewin.
Daar waar christenen zich door geweld, ontvoering, slavernij en totale vernieling, bedreigt weten, maken zij zich los van hun omgeving en vluchten naar andere plaatsen. Dit soort mensen hebben de titel gekregen dat zij ‘mensen met blauwe botten’ zijn – zij hebben de wreedheden van de wereld overleefd.
Dàt is lijden, dàt is echt niet zo eenvoudig, maar God geeft dit lijden niet voor niets – na lijden en sterven aan je omgeving komt er een Opstanding.
Het mes snijdt bij God altijd aan twee kanten; dat gebeurt ook, met de komst van vluchtelingen in ons land, hebben de christenen onder hen ons ‘ingeslapen christelijk volk’ iets bij te brengen.
Zij bezitten nog  het oorspronkelijk vuur van de Heilige Geest – zij zijn absoluut geen geïsoleerde eenheid – zij laten zich nog leiden door de Geest der Waarheid: “      Gaat dan heen en maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen hebMatth.28: 19.

Vandaag de dag zien wij de verstrooide Christenen weer hun voortrekkerspositie hernemen en spelen zij een belangrijke rol in het ‘redden’ ten opzichte van het ‘hun gastvrij ontvangende’ land; zij brengen de oorspronkelijke Heilige Geest mee en inspireren tot de oorspronkelijke christelijke waarden.
Onder hen zijn jongeren, die hier aan de universiteiten studeren in de hoop, hier of elders van nut te zijn. Voor hun maakt het niet uit hoe groot de wereld is, God is toch veel en veel groter. Het maakt hen ook niet uit – met hoe weinig- zij wel niet zijn; zij geven gestalte aan de bekende gelijkenis van het mosterdzaadje.
Zij hebben de wil en het vermogen om de wereld te veranderen, zij hebben nog dezelfde genen als . . . . . onze voorvaderen.
      Ik zeg u, mijn vrienden, vreest hen niet, die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, die, nadat hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem!Luc.12: 4,5.

het ‘Hemels Jeruzalem’, dat de Profeten doodt !

God roept zondaars tot bekering, maar wanneer zij blijven weigeren gaat het proces van verharding in werking.
      Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewildMatth.23: 37.
Aan het einde zijn er maar twee soorten mensen.: “zij die tot God zeggen ‘Uw wil geschiede’ en zij tot wie God uiteindelijk zal zeggen: ‘uw wil geschiede!’” cf. C.S. Lewis.
Wij zijn hier op aarde reeds burgers van het Koninkrijk der Hemelen; aandeelhouders van het Goddelijk Leven , welke eindigt door de overgang naar ‘Gods’ eeuwigheid. Wij zijn ook burgers van het Koninkrijk der Nederlanden, samen met Vlaanderen dat ‘rijk van de lage landen‘, hetgeen ontstaan is uit aanslibsels van de grote rivieren, Schelde, Maas, Waal en de Rijn. Het Koninkrijk der Hemelen komt aan de Overzijde, ‘uit God’ voort en je wordt geen burger van dat Hemels Koninkrijk door geboorte, maar door ‘opnieuw’ geboren te worden.
In het boek Openbaring wordt ons gezegd, wat er in de Hemel ‘niet’ zal zijn.
Er zal geen verdriet zijn, geen tranen en ook de dood zal er niet zijn.
Ook lezen we dat de ‘zee’ er niet meer zal zijn; de zee staat in bijbelse beeld om iets uit te drukken voor alle duistere en dreigende machten.
        En ik zag een Nieuwe Hemel en een Nieuwe Aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan en de zee was niet meerOpenb.21: 1.
Maar gij, blijf nuchter bij dit alles, aanvaard uw lijden . . . . . en wijd u [slechts] geheel aan uw dienst2Tim.4: 5.

Het aanvaarden van situaties staat niet los van wat binnen het kader van het onderwerp ‘aanvaarding’ naar voren dient te komen: ’Door God worden aangenomen‘, ‘Het accepteren van jezelf‘ en ‘Acceptatie van de naasten [van elkaar]’. Het vormt daarmee een geheel.
Wij zullen ook dit in ‘eigen‘ leven dienen uit te werken, want bij het niet-aanvaarden van een situatie zou een zekere ontevredenheid kunnen ontstaan, een gebrek aan innerlijke vrede.  En daardoor zouden we niet vrij en capabel zijn om steeds maar weer dóór te gaan.

Op een mooie Pinksterdag

Wat is nu precies de situatie?
Volgens het woordenboek ‘een geheel van heersende omstandigheden, waarin iemand zich op een bepaald moment bevindt‘.
Een situatie is niet voor iedereen gelijk en al zou dat wel zo zijn, dan nog zou er nog een verschillende beleving kunnen zijn. We dienen in de benadering van een situatie niet alleen de omstandigheden in de natuurlijke wereld te bezien, maar voorzeker ook de bijbehorende omstandigheden in de geestelijke wereld. Deze laatste zijn in feite bepalend voor het ‘geheel van omstandigheden‘. 
Voor een geestelijk volwassen mens zal dat duidelijk zijn, maar wanneer je daar ‘geen‘ zicht op hebt, zal alles je zeer vaag overkomen. Bij Jezus Christus was dat volkomen helder; Hij doorzag alle dingen in alle situaties.
Voor ons mag dit eveneens steeds duidelijker worden.
Situaties worden bepaald door mensen en door geesten die in en rondom mensen aanwezig zijn. God, Zijn Zoon, Jezus Christus, de Moeder Gods, de Heiligen en de alle engelen willen daarin altijd ten goede werkzaam zijn en het klimaat van het Koninkrijk Gods verspreiden; de tegenstrever en zijn trawanten [diens medegevallen engelen] zijn in alle situaties op het tegenovergestelde gericht.
In den beginne zag God, Die overzag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweestGen.1: 31.
De Paradijselijke situatie rondom het eerste mensenpaar kon geheel door God worden bepaald. Er was Vrede, Blijdschap en Gerechtigheid alom, in de Hemel en op aarde.
In de geestelijke wereld is er echter een rijk bijgekomen, een bron van ellende: satan en zijn rijk, de oorzaak van alle moeilijke situaties. Dit klimaat is binnengedrongen in ons bestaan, in de hemel van de mens. Dat rijk werkt nog steeds, maar het zal éénmaal teniet gedaan worden [Openb.21: 3,4].
Wij zullen dienen te accepteren dat het zover –nòg niet– is; God doet dat en onze Heer Jezus Christus doet dat ook. God heeft de ontstane situatie doorzien en aanvaard. Daarbij is Hij onophoudelijk -blijven- uitgaan van ‘Zijn Eigen Goddelijke mogelijkheden‘ Hij weet dat het uiteindelijk allemaal goed zal komen.
Door het werk van onze Heer Jezus Christus, Zijn Zoon, zal de Wederopstanding van alle dingen tot stand komen. Zo beziet God het geheel van omstandigheden en dit is voor Hem bepalend in de huidige situatie.
Deze opstelling is ook kenmerkend voor onze Heer Jezus Christus: Hij beziet de grote, algemene situatie van mens en schepping alsmede alle kleine, specifieke situaties in levens van mensen vanuit de mogelijkheden van God en werkt daarin met de Kracht van de Heilige Geest.
Wij mogen Jezus hierin volgen en dit onder alle omstandigheden in ons eigen leven van Hem overnemen. Dat betekent dat wij allereerst in iedere situatie leren uit te zien naar de werkelijkheid van de geestelijke wereld en de werkzaamheid van de verschillende wezens daarin: van mensen, engelen en machten, van God en Jezus Christus èn van de tegenstrever [de duivel].
En vervolgens op de eigen mogelijkheden als een mens in Christus.
Een volwassen geestelijke benadering is hierin gewenst. Deze mag zich in de Gemeenschap met Jezus Christus, Zijn Lichaam, de Kerk ontwikkelen.
Vraag de Heer dan ook onophoudelijk om met verlichte, geestelijke ogen te mogen zien en met geopende geestelijke oren te kunnen horen; bid om inzicht, wijsheid en kracht, want dat is nodig.  Je mag je afvragen: waar ben ‘ik’ ‘zelf’ verantwoordelijk voor [geweest], wat is ‘mijn‘ aandeel in het ontstaan van de situatie, misschien al lang geleden?
Je kunt fouten hebben gemaakt, zonden hebben gedaan. Vraag je dan af waar je verantwoordelijkheid ‘‘ ligt. Laat de vergeving functioneren want God vergeeft; vergeef en aanvaard dan ook jezelf. Mocht je anderen hebben geschaad, dan kun je ook dàt nog in orde maken, bijv. door op z’n minst de ten onrechte verkregen gelden te retourneren.
Eventuele blijvende gevolgen van daden zullen we dienen te accepteren, ook al zijn we -door de Heer- vrijgesproken van de daad. We mogen dat doen vanuit de Kracht en Genadegaven, Die Hij ons daarvoor ter beschikking zal stellen.
Mocht je goed hebben gedaan, dan ook daarin blijven staan en je niet van je stuk laten brengen. Ook dan weer die betreffende situatie blijvend aanvaarden.
      Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat jullie in Zijn voetstappen zouden treden; Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog is gevonden; Die, wanneer Hij uitgescholden werd, niet terug heeft gescholden en wanneer Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, Die rechtvaardig oordeelt; Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door Zijn striemen zijt gij genezen,
want [ook] gij waart dwalende als schapen1Petr.2: 21-24.
Daarnaast kun je nagaan wáár die ander verantwoordelijk voor is geweest.
Aanvaard daarbij de ander en wees vergevingsgezind als er fouten zijn gemaakt; ook hij/zij heeft te maken met de vijand, bidt slechts voor hem/haar.
Merk tevens de goede dingen van de ander op en wees daar dankbaar voor.
Er bestaan ook situaties waarvoor alleen de vijand verantwoordelijk is: bijvoorbeeld geestelijke of opvoedkundige ziekten. Ook deze dienen we te aanvaarden, niet in passieve berusting, maar in actieve verwachting. We mogen ons daarbij volledig toevertrouwen aan de Heer!
Wij dienen dus te leren onderscheiden, benoemen en onderkennen wat we zelf kunnen doen èn wat daarbuiten ligt. We zullen ons niet laten be[‘in’]perken, maar ook geen dingen opblazen: een reële benadering vanuit de positie in Christus. De middelen van Jezus aanpakken en hanteren, maar als de ander daarin niet mee wil, dan zeker niet pushen. Wèl zegenen; je hebt dan gedaan wat je kon, jij mag en dient de grens van je eigen mogelijkheden ook in te zien.
Dit kun je beoefenen, te beginnen bij jezelf en niet bij de ander!
Wij hebben bij dit alles te maken met vijanden die de ontwikkeling naar Gods bedoeling willen tegenhouden. Weerspannige geesten willen het aanvaarden van situaties onmogelijk maken en de actieve opstelling van de ander daarin beletten. Een transparante cultuur bereik je door zelf open en eerlijk te zijn.
Geesten van hysterie willen zaken opblazen en je ermee bezighouden.
Geesten van verwerping willen schuldgevoelens opwerpen, moeite en pijn teweegbrengen. Onderscheid je eigen persoonsvijanden en zet je in hier weerstand aan te bieden in de Naam van onze Heer, Jezus Christus.
Een heel mooi gebed is: “Heer, geef me de rust om de dingen te aanvaarden waaraan ik niets kan veranderen, de moed de dingen te veranderen waar ik dat wèl kan, en de wijsheid om het verschil te zien”.
In aanvaarding van wat voor situatie ook zullen we vaak dingen dienen los te laten en geduld beoefenen. Het gaat bij deze levenshouding eerder om de goede opstelling dan om een oplossing. Onze Heer wil ons dit allemaal leren; weten, geloven en beleven worden dan niet meer bepaald door de situatie, maar door de relatie met Hem: “Zelfs al ga ik midden in de schaduw van de dood, dan vrees ik geen kwaad, want Gij zijt bij mijPsalm 22[23]: 4.
Belijd het Woord, de Belofte, de Opstanding en de Overwinning, de Openbaring van het Heil; leef in diepe verbondenheid met Christus, nuchter en toegewijd; dàn zal alles alleen maar ten goede kunnen medewerken.
Het geestelijk uithoudingsvermogen dat behoort bij een volwassen leven gericht op God zal als vrucht van die gemeenschap te allen tijde naar voren komen.
Wij zullen immers Genade vinden bij God want:
Hem hebt gij lief, zonder Hem gezien te hebben; in Hem gelooft gij, zonder Hem thans te zien, en 
gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, daar gij het einddoel van het Geloof bereikt, dat is de Zaligheid van de zielen1Petr.1: 8,9.

Apolytikion     tn.2
Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U“.

Kondakion     tn.2
Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

2e Zondag ná Pinksteren – Synaxis van alle Athonitische Heiligen

Athonitische monniken, vissend

      Toen Hij nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, diens broeder, een net in zee werpen; want zij waren vissers.
        En Hij zei tot hen: ‘Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken’.
Zij nu lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem. En vandaar verder gegaan zijnde, zag Hij nog twee broeders, Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, terwijl ze bezig waren hun netten in orde te brengen, en Hij riep hen.
       Zij lieten dan terstond het schip en hun vader achter en volgden Hem.
En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het Evangelie van het Koninkrijk [der Hemelen] en genas alle ziekte en alle kwaal onder het Volk [de Kerk]” Matth.4: 18-23.

Athosmonnik, ‘n ‘andere kant’ van de wereld

        Heerlijkheid, Eer en Vrede over ieder, die het goede werkt, eerst de Jood en ook de Griek. Want er is geen aanzien des persoons bij God.
Want allen, die zonder Wet gezondigd hebben, zullen ook zonder Wet verloren gaan; en allen, die onder de Wet gezondigd hebben, zullen door de Wet geoordeeld worden; want niet de [toe-]hoorders van de Wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders [uitvoerders] van de Wet zullen gerechtvaardigd worden.
       Wanneer toch heidenen, die de Wet niet hebben, van nature doen wat de Wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder Wet, zichzelf tot Wet; immers, zij tonen, dat het werk van de Wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten mede getuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen, ten dage, dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn evangelie, door Christus Jezus
Rom.2: 10-16.

Athos, Agion Oros, oostelijk schiereiland Chalkidiki [Gr.]

Op de 2e Zondag ná Pinksteren vieren wij in de Orthodoxe kerken samen met de heiligen van andere landen dan hun eigen land de Synaxis van Alle Heiligen op de Berg Athos, hetgeen werd ingesteld door de Heilige Nicodemos de Haghiorite.

Beginnend met de voorafgaande avond van dit feest wordt er door iedere monnik en asceet een nachtwake gehouden. Geen klooster, skete, kellia of cel zal deze nachtvigilie overslaan, welke gehouden wordt ter ere van de Heilige Vaders, die meer dan duizend jaar al door hun aanwezigheid het Licht van Christus door middel van hun leven hebben doorgegeven. Ieder nacht is er in de kloosters ook ten minste één van de monniken, die de nacht biddend doorbrengt en bidt voor degenen, die niet waken, want het verblijf op de Athos is een ‘intensief‘ bestaan en ook monniken zijn gewone mensen en hebben hun slaap hard nodig.
De Heilige berg is de enige plaats op de wereld waar iedere 24 uur minstens 100 keer de Goddelijke Liturgie gevierd wordt tot heil van de wereld.

Alheilige Moeder Gods, abdes van de berg Athos

De Heilige berg Athos wordt niet voor niets de ‘tuin van de Panaghia  genoemd en is een ‘onafgebroken brandend Licht’ van voortdurend gebed tot de Heer.
Monastiek leven is een niet aflatend gebed tot God, waarbij Onze Heer, Jezus Christus, door het gebed van het hart wordt aangeroepen: “Heer, Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over ons arme zondaars”; zelfs in hun slaap zijn er hoogstaande beoefenaars, die dit gebed ‘als behorende tot het Leven’ voortzetten.
Met dit gebed vragen zij de Almachtige God, ons mensen te doen herleven, te verzorgen, te versterken, te verlichten en Zijn dienaren in nood bij te staan, hen barmhartigheid te verlenen.
Deze heilige plaats, waar de monniken zich uit de wereld hebben teruggetrokken, is toegewijd aan “de Al-heilige Moeder Gods”, de Theotokos, de Godbarende, die alle mensen in nood ter harte neemt en hen tot redding aanbeveelt bij haar Zoon.
De monniken vragen zowel Christus als Zijn moeder aandacht voor de zieken in de ziekenhuizen, in het bijzonder zij, die op een afdeling ‘intensive care’ zijn beland, voor de eenzamen en ontheemden, ontvoerden en gevangen mensen, de dak- en werklozen, de weduwen en wezen en allen, die hen bijstaan in hun ellende. 
Het is goed dat wij, in de wereld, ons met deze Vaders op de Heilige berg, die ‘in God’ Wijsheid hebben ontvangen, verbonden weten.
In de Orthodoxie zijn het de monniken en Monialen, die ons orthodox christenvolk door hoogte en dieptepunten hebben voort geholpen; zij stonden ons met raad en daad bij.
Monniken van de Athos hebben assistentie verleend bij de eerste vertalingen van de statenvertaling, waartoe de staten Generaal der Nederlanden hen indertijd uitnodigde. Dit gemeenschappelijke feest, waarbij alles wat dit oord aan heiligen heeft voortgebracht, zowel degenen waarvan de namen bekend zijn als degenen die -in alle stilte en eenvoud- niet gekend zijn; zij zijn echter bekend bij de Éne, heilige Drie-eenheid, als broeders in de geest en zijn heengegaan naar de eeuwige rust. “Zij zijn als de [gewijde] olie [Myron], Die uitgestort is over het hoofd van Aäron en naar beneden druipt in z’n baard en als de dauw van de berg Hermoncf. Psalm 132[133].
Voor zover dit niet eerder nodig werd geacht, vond de Heilige Nicodemos de Haghiorite het noodzakelijk, dat degenen die voor ons welzijn ‘welbehaaglijk’ waren aan de Heer, gezamenlijk dienden te  worden onthaald op een feestelijke gedenkdag. Daarom nemen we vandaag in onze gedachten ook de anachoreten [kluizenaars] en die van de cenobieten [gemeenschapsmonniken] in de wereld; wij komen samen om ons – gelijk het betaamt – gelukkig te prijzen; onze kinderen, de jongeren, de ouderen, de vaders en moeders; de zondaars met de ons verblijvende heiligen en zingen hardop eendrachtig:
    Heer behoud deze plaats, die u heeft als uw woning hebt uitverkoren
en bescherm haar tegen elke vorm van het kwaad.
O veelheid van Heiligen, die op Athos hebben geleefd,
die rond de troon van God staan, door uw heilige gebeden,
bidt God voor ons, onze zielen te redden! “
 

Panagia Portaitissa, de Glykophilousa

Net als de Panagia Portaitissa, de Glykophilousa een icoon is van degenen die in de iconoclastische periode werden gered en wonder boven wonder over gebracht werd naar de berg Athos.
Deze icoon was oorspronkelijk in het bezit van Victoria, de vrome vrouw van de senator Simeon.
Victoria was degene die de heilige iconen vereerde en in het bijzonder de icoon van de Allerheiligste Moeder Gods, bij wie ze elke dag haar gebeden deed. Haar echtgenoot daarentegen was een beeldenstormer, die haar vroomheid maar aanstootgevend vond, want hij verkondigde net als Keizer Theophilos [rond 829-842], dat de verering van iconen verwerpelijk was. Simeon vertelde zijn vrouw hem haar lievelings-icoon te geven, zodat hij deze zou kunnen verbranden. Met het oog deze icoon van de ondergang te redden, gooide Victoria haar heimelijk in de zee en deze dreef recht op de golven van haar heen.
Na een paar jaar verscheen deze icoon door aan te spoelen op de oevers van de berg Athos, waar hij met grote eer en vreugde door de vadertjes [liefdelijke uitdrukking van de gelovigen voor de monniken] werd ontvangen nadat zij – door een openbaring van de Theotokos [de God-barende] op de hoogte waren

Bright Tuesday, the arrival of the Holy Icon of Panagia Portaitissa, to the Holy Monastery of Iviron

gesteld. Een stroompje water ontstond daarop op de plek waar ze het icoon aan wal kwam [bij het klooster Iviron]. Elk jaar wordt er op de dinsdag van de ‘Lichte week’ [ de week na Pasen] een processie gehouden, waarbij de monniken van de Athos massaal met ‘de icoon van de Moeder Gods’ uit wandelen gaan en er een zegening van de wateren plaats vindt. Talrijke zijn de wonderen, die bij deze icoon hebben plaatsgehad.
▪︎ Hoewel er vele wonderen van de Glykophilousa Icoon bekend zijn, zullen we er maar een paar op noemen. In 1713, beantwoordt de Moeder van Gods de gebeden van de vrome Ecclesiarch Ioannikios, die klaagden over de armoede van het klooster. Zij verzekerde hem dat ze in de materiële behoeften van het klooster zou voorzien. ▪︎ Nog een wonder vond plaats in 1801. Een pelgrim, nam zich, na het zien van de kostbare offers die via de icoon werden geschonken, vóór deze te stelen. Hij bleef in de kapel achter nadat de Ecclesiarch deze had gesloten. Vervolgens stal hij datgene wat was aangeboden- en naaste zich  naar de haven van Iviron, hetgeen een 500 meter vanaf de kapel is. Daar vond hij een boot die zou afvaren naar Ierissos [een plaats op het vaste land].
Na een tijdje wilde het schip vertrekken, maar ondanks het uitstekende weer, bleef het stil in de zee liggen. Toen de Ecclesiarch ontdekte wat er gebeurd was, zond de abt monniken in verschillende richtingen uit, op zoek naar de dader. Twee gingen naar de haven van Iveron en toen zij het schip onbeweeglijk in de haven zagen liggen, beseften zij wat er gebeurd was.
De schuldige man die deze vreselijke heiligschennis gedaan had – heeft hen om vergeving gevraagd. De monniken waren grootmoedig en wilden niet dat de dief zou worden gestraft en lieten hem heimelijk ontsnappen. ▪︎ 
Een pelgrim uit Adrianopolis bezocht een van de Athos kloosters in 1830. Hij had aandachtig geluisterd naar de geschiedenis van de heilige icoon, die een monnik verhaalde en tevens van de wonderen die ermee verbonden zijn, maar hij beschouwde het als een fictief verhaal dat slechts een kind zou kunnen geloven. De monnik was bedroefd over het ongeloof van de man en probeerde hem ervan te overtuigen dat alles wat hij had gezegd was absoluut waar. De onfortuinlijke pelgrim liet zich niet overtuigen. Diezelfde dag liep deze pelgrim op een van de hooggelegen balkons, gleed hij en begon te vallen. Hij riep uit: “AlHeilige Moeder Gods, help me!” De moeder Gods hoorde hem en kwam hem te hulp. De pelgrim landde volledig ongedeerd op de grond.
De Glykophilousa Icoon behoort tot de Eleousa iconen [de Maagd van Tederheid] een categorie van de iconen, waar de moeder de genegenheid laat blijken, hetgeen door het Christus.kind wordt aanvaard. Deze icoon krijgt in het bijzonder op 27 maart en op de dinsdag na Pascha speciale aandacht.
De icoon toont de Moeder Gods, die een buiging naar Christus maakt, Die haar op zijn beurt omhelst. De Moeder Gods lijkt Christus strakker dan in andere iconen te omhelzen, en haar expressie is meer aanhankelijk; deze icoon is op een pilaar geplaatst aan de linkerkant van de katholikon [hoofdkerk]

De 12 Apostelen, icoon I.M.Karakallou, Athos

        Het gebroeder- zuster-lijk  samenleven ziet het samenleven allereerst als geprivilegieerde weg om beter en sneller te groeien tot een biddend leven. Als weg om elkaar te helpen trouw te blijven aan het gebed en het zoeken van God.
Als weg tot zelfkennis en nederigheid, want niets maakt méér ontvangst-bekwaam voor het bidden van Christus’ Heilige Geest in ons, dan juist zelfkennis en nederigheid. Dit samenleven heeft daarom een eigen positieve gevoeligheid voor de ongemakkelijke kanten van het samenleven: juist die vormen een indringende leerschool om jezelf te verliezen, zodat Christus alles ‘in je’ kan worden – en het gemeenschappelijke [liturgisch] gebed God des te meer zal verheerlijken.
        Twaalf mensen werden uitverkoren en discuteerden onderling wie er nu elke plaats zou verkrijgen in het Koninkrijk der Hemelen. Zij waren de eerste menselijke stenen van de Tempel Gods, waarvan Christus de poort is. Met de huidige stand van zaken en de verdeeldheid in de kerken, is het geen wonder dat mensen openlijk sceptisch worden over Waarheid en Gerechtigheid. Inderdaad, het probleem met rechtvaardigheid is dat onze praktijk van rechtzinnigheid [ons gevoel met wat rechtzinnig is] niet langer meer ontvankelijk is voor een menselijk oordeel. Er komt echter een dag, wanneer de dingen anders -radicaal anders- zullen zijn en daar wijst Paulus vandaag op in bovenstaande Apostellezing, de dag dat God de mensen zal oordelen.
Er is geen noodzaak tot een dispuut [discussie]; God behoeft niet recht te praten wat krom is en behoeft niet te luisteren naar kerkrechtelijke strategieën. Geen Christelijke bloedgroep behoeft zich ‘boven‘ de andere verheven te voelen – wij zijn allen dienaren, die als vreemdelingen [vluchtelingen] zijn aangesteld in een vreemd land, want onze Stad-staat bevindt zich vèrre van hier.
In de wetenschap wáár onze Stad-staat Zich bevindt, waarom verwerven jullie je hier in het ondermaanse dan, landerijen, kostbare meubels, gebouwen en zwakke woningen? Iedereen die deze dingen voor zichzelf in dit ondermaanse zal verwerven, kan niet verwachten dat hij dé weg naar z’n eigen [innerlijke] stad [tempel] vindt. Dwaze, dubbelzinnige, miserabele mens: “Weet je niet dat al deze dingen hier niet van jou zijn, dat ze slechts door eigen machtsuitoefening in handen zijn gekomen? De heerser van de [Hemelse] Stadstaat zal hierbij zeggen: Ik laat niet toe dat je in Mijn Stad woont! Nee, je hebt je van deze Stad afgewend, want je houdt je niet aan Mijn Wetten! “. Nu hebt u eigen landerijen en velden, gebouwen en vele andere bezittingen en je wordt door de Heer der Heerscharen verdreven! Wat ga je nu doen met je landerijen, je velden, je huizen [kerken?] en alle andere dingen die je hebt verzameld? Heel terecht zal de Heerser u zeggen: “Let op Mijn wetten of verlaat Mijn land!cf. de profetieën van de Herder van Hermas [140-150 na Chr.]

Er zal geen behoefte zijn herinnerd te worden aan wat er in werkelijkheid zoal gebeurd; God is alwetend en alomtegenwoordig. Hij weet -beter dan de mens- wat er zoal plaatsvindt en hoe een heeft plaats gevonden; inderdaad Hij [God] was erbij toen de daden werden verricht en of dit onder Zijn toezicht en verantwoording heeft plaatsgevonden. Er zal geen behoefte noodzakelijk zijn om onderscheid te maken of iemand daadwerkelijk de waarheid spreekt of niet; nogmaals, God ‘weet’ alle dingen al, Hij kent ons door en door.
Kort geformuleerd er zal uiteindelijk slechts één perfecte situatie doorslag geven: één heilige Opperrechter, Die ‘niet‘ kàn liegen òf zondigen, Die ‘niet‘ kan worden omgekocht of door degenen, die -ons kent ons- te bevoordelen of door wat voor manier dan ook ‘beschadigd‘ is.
Deze Almachtige Opperrechter zal beschikken over de volledige kennis van alle verzachtende factoren en omstandigheden en Zijn laatste Oordeel zal rechtvaardig zijn en er zal geen gelegenheid zijn tot Hoger beroep.
Inderdaad het zal een radicaal andere dag inhouden, voor een Almachtige, Alwetende en Heilige Rechter, Die een definitief [finaal] standpunt zal innemen en ieder menselijke kwestie voor eens en voor altijd zal oplossen.
Op welke basis zal  God de mensen dan beoordelen?
Paulus geeft hier vandaag een antwoord op:
    ten dage, dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn Evangelie, door Christus Jezus“.

Christ Pantocrator enthroned with four Evangelists

God oordeelt de mensen overeenkomstig de Blijde Boodschap – onpartijdig, naar hun werken en in Waarheid en om hier inzicht in te krijgen dienen we vanaf het begin van deze perikoop te lezen:
      Daarom zijt gij, o mens, wie gij ook zijt, niet te verontschuldigen, wanneer gij oordeelt. Want 
waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelf; want gij, die oordeelt, bedrijft dezelfde dingen.
        Wij weten echter, dat het oordeel Gods onpartijdig gaat over hen, die zulke dingen bedrijven.
Rekent gij wellicht hierop, o mens, die oordeelt over hen, die zulke dingen bedrijven, en ze zelf doet, dat gij het oordeel Gods ontgaan zult? Of veracht gij de rijkdom van Zijn Goedertierenheid, Verdraagzaamheid en Lankmoedigheid en beseft gij niet, dat de Goedertierenheid Gods u tot 
boetvaardigheid leidt? Maar in uw weerbarstigheid en on-boetvaardigheid van hart hoopt gij u toorn op tegen de ‘Dag van Gods Toorn’ en van de Openbaring van het Rechtvaardig Oordeel van God, Die een ieder vergelden zal naar zijn werken: hun, die, in het goeddoen volhardende, heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, het eeuwige leven; maar hun, die zichzelf zoeken, ongehoorzaam aan de waarheid en gehoorzaam aan de ongerechtigheid zijn, wacht toorn en gramschap. Verdrukking en benauwdheid [zal komen] over ieder levend mens, die het kwade bewerktRom. 1: 1-9. 
Gelovigen [ja, óók christenen] die heidenen of ‘anders niet-gelovigen’ hypocriet beoordelen en daarmee dus de Genadegaven van God verachten, zullen ‘zelf’ -onpartijdig en overeenkomstig de waarheid en hun werken door [‘hun’] God worden beoordeeld. Eenieder wordt dus op dezelfde wijze beoordeeld. God zal eeuwig leven voor hen, die door volharding in goede werken ‘Goddelijke Glorie en Eer zoeken’ en daarmee onsterfelijkheid verkrijgen. Daartegenover staat wraak en woede voor degenen die in geldingsdrang [hoogmoed] zwelgen en de Waarheid [van Christus] niet gehoorzamen, maar ongerechtigheid bedrijven. God is onpartijdig; er zullen verdrukking en nood komen voor degenen die kwaad doen en Heerlijkheid, Eer, Vrede, voor iedereen die het goede doet.

de weg van Christus

De weg van Christus loopt dus verder dan ’s-mensen neus lang is – Gelovigen die heidenen hypocriet beoordelen en daarmee Gods Genadegaven verachten, zullen ‘zelf’ door God onpartijdig
worden beoordeeld. Sommige gelovigen tonen minachting voor Gods Zachtmoedigheid, etc. zich niet realiserend dat Zijn Geleidelijkheid leidt hen tot bekering; God beschikt over de tijd, Hij wacht op ieder mensenkind dat zich bekeert.
Niet-gelovigen bezitten kennis van God en zij zullen de werken Gods in gelovigen herkennen, je behoeft hen nog niet eens te spreken over de werken Gods, want dit staat in hun harten geschreven en zij zullen het herkennen. hierom en het feit dat hen “van nature” kan verwezen naar de innerlijke realiteit, lijkt mij de meest geëigende methode om hen mee te nemen in het “doe de dingen die nodig zijn overeenkomstig de Goddelijke Wet”.
Liefde overwint alles, laten wij ons eveneens overgevenconf. Vergilius, Eclogae 10.69

Orthodoxie & de navolging van het monastiek leven

verschoppeling

Ik ben ergens een geschiedenis tegengekomen over twee zwervers, twee verschoppelingen, die de nacht wilden gaan door brengen op twee bankjes langs een rivier. Op een gegeven ogenblik kijkt een van de zwervers de ander recht in het gezicht aan, staart hem even aan, schud z’n hoofd en zegt: “Jij bent helemaal geen echte zwerver! Je bent van betere komaf”.
En inderdaad de andere man was ooit ‘een hoge pief ’ [van hoge komaf] ! Zowel z’n voorname afkomst als z’n vreselijke decadentie waren van zijn gezicht af te lezen.
Inderdaad wanneer je de lijdende moderne mens nader beschouwt en zijn geschiedenis kent, wordt zowel de adel van zijn oorsprong als zijn decadentie opgemerkt en vallen je de schellen van de ogen. Het toont immers aan dat het menselijk ras voor -‘iets beters’- uit de aarde gevormd werd.
Het lijdt geen twijfel dat de mens voor een hogere bestemming en een edeler leven werd geformeerd; dat er ‘iets’ in z’n historie heeft plaatsgevonden  waardoor hij ‘zo’ omlaag is gevallen dat hij zelfs met afgunst naar de dieren kijkt als zou hij zo onbekommerd als hen z’n leven willen doorbrengen.

‘Wat is de mens, dat Gij hem gedenkt’, detail Rembrandt Harmenszn van Rijn

Wat is de mens, dat Gij hem gedenkt?
Wat is een mensenkind, dat Gij acht op hem slaat?
Toch hebt Gij hem slechts weinig beneden  de Engelen plaatst: Gij heb hem gekroond met glorie en eer. Gij hebt hem over de werken van Uw handen gesteld: alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd. Schapen en kudden van allerlei dieren; zelfs de dieren van het veld. De vogels in de lucht en de vissen in de zee, die gaan langs de paden der zee
”.
Psalm 8: 6-10, ver. ROK ’s-Gravenhage

En niet alleen schapen, runderen, vogels en vissen, maar ook het zonlicht, welke door zonnecollectoren/ wind en windmolens elektriciteit opwekken, inzicht in een gezond klimaat en zelfs de kosmos staat ​​al ter beschikking van de koning van de natuur. En tòch kan de mens z’n eten niet net zo tot zich nemen als het paard dit ‘onbekommerd’ doet. In de mens zien we de kracht van de natuur aan de ene kant en van de andere kant de decadentie van een gedegenereerd wezen, de enige gedegenereerde levensvorm binnen de natuur – òf de veroorzaker ervan!

       Als er één ding is dat het raadsel van de geschiedenis van de mens verklaart, is het de leer van het ontstaan van de zonde, het contrast tussen de hoogste macht en de tegenovergestelde degeneratie wordt in de mens aangetroffen.
Maar de verschrikkelijke en tragische toestand van de mens die zijn weg totaal kwijt is, is niet de enige realiteit. De terugkeer naar God, de tendens tot herstel, die God voor de mens heeft bereid. De ‘Verlossing door wedergeboorte’, zoals de Heilige Basilius de Grote dit zijn Heilige Liturgie formuleert, is ook een realiteit, Die zowel door Geloof als door ervaring innerlijke ervaring wordt aangetoond.

‘The Gifted Pan’ – for Prosphora [Holy Bread]

       Want de christelijke leer is niet alleen een leer van schuld, boete en afkeuring van het individu. Het is een leer van Genadegaven, van Verlossing, van dé Verlossing, Die de mens naar zijn vroegere positie terugleidt, hem herstelt.
En deze Verlossing herstelt de mens niet alleen maar biedt hem/haar tevens de mogelijkheid het vermogen om de vreugde, het welbevinden dusdanig te vermeerderen dat dit het verleden vèr te boven gaat.
       En hier vindt plaats wat de mens gewoonlijk overkomt, wanneer menselijke waarnemingen aan Goddelijke [heilige] Sterkte en Kracht worden overgelaten.
De almachtige Wijsheid maakt in Zijn Liefde voor de mensen het kwaad tot een instrument, die hem slechts ten goede komt.
       Dus de val van de mens als gevolg van de oorspronkelijke zonde is een realiteit, maar daarop volgt de verlossing en overstijgt dit z’n vroegere positie.
Deze opgang, deze beklimming wordt gerealiseerd door het contact van de menselijke ziel met Christus, Hij Die de weg ‘naar God‘ terug aanduidt. Elk moment van de dag mèt Hem vormt een ​​moment van opwaartse beweging naar de hemel. En iedere keer dat de menselijke ziel met Christus verbonden is, ervaart zij de duizelingwekkende hoogten waarmee Hij haar omhoog voert…… Via Christus wordt de ziel niet alleen opgenomen tot het niveau waar Adam voorafgaand aan de val was; ze stijgt tot de Troon van God, het Koninkrijk der Hemelen.
Het is zoals een hymne van de Orthodoxe Kerk zegt:
De oude Adam hield zichzelf voor de gek en verlangde God te zijn, maar hij is daar niet in geslaagd. Maar God werd Mens, zodat Hij Adam tot goddelijke hoogten zou trekken“.

De alheilige wereldomvattende Kerk,           ‘een Mysterie‘ – icoon

Voor de navigatie van een schip kiest men van de passagiers niet degene die ‘van een van de belangrijkste families afkomstig is’, schreef de Franse wiskundige en filosoof Blaise Pascal drie eeuwen geleden; het betreft een voor de hand liggende gedachte. Het besturen van een schip vergt een ‘speciale’ vaardigheid – van een stuurman of kapitein, geen enkel mens heeft daarvoor de vereiste kwaliteiten. Doordat God ‘Zichzelf‘ heeft vernederd en mens werd heeft Hij de mensheid Zijn Lichaam [de Kerk] gegeven en het is Christus, die de mens op de weg naar het Hemels Koninkrijk voorgaat. Ieder leidinggevende binnen dit Lichaam [de Kerk] bestuurt slechts ‘bij de gratie Gods’.
Het christendom heeft zich eeuwenlang verspreid over de wereld zonder – in zuivere zin – haar eigen identiteit kwijt te raken. Die identiteit zit niet in het feit dat de verschillende bloedgroepen ‘trots’ mogen zijn op hun eigenheid; hun trots is alleen te uiten via hun Heer en Meester, Die deze eenheid heeft gegarandeerd.
Voor zover wij ‘zelfs maar‘ in staat zijn door oprechte heelheid Zijn Hemels Koninkrijk te waarborgen kunnen wij niet anders dan slechts onze dankbaarheid uitspreken; van trots [uiting van arrogante hoogmoed] behoren wij ons als zondige wezens te distantiëren.

Zielenroerselen ‘je krijgt er geen grip op’

In de bezielde duisternis van God in onze ziel komen soms sterke bewegingen van liefde tot stand, die ons, slechts voor een ogenblik, volkomen bevrijden van onze aloude last van zelfzucht en ons maken tot kinderen voor wie het Koninkrijk der Hemelen is.
Het leven van de daarin gestorte beschouwing, de diepzinnige/godsdienstige manier van nadenken, contemplatie begint niet altijd met een beslissende Godservaring van een sterk binnenstromend Licht of het geluid van een gierende stormwind.
De ogenblikken waarin de ziel werkelijk ‘vrij‘ is en ontkomt aan de blindheid en machteloosheid van de gewone, inspannende wegen van de geest, zullen dan ook betrekkelijk zeldzaam voorkomen. En het is beslist niet moeilijk die plotseling, sterke schichten van de Genadegaven te herkennen en te laten binnendringen; deze stralen in de duisternis, die ons diep in de ziel treffen, veranderen de loop van ons leven, het Licht als die ‘bliksemstraal‘ overtuigt ons als vanzelfsprekend – zij slaan de schellen van de blindheid van onze ogen.
Zij planten zulk een diepe, nieuwe en rustige zekerheid in ons dat wij het onmogelijk kunnen misverstaan en niet meer zullen vergeten; ja het raakt ons zo diep dat niets ons meer kan tegenhouden – we het uit kunnen schreeuwen.
Maar wanneer iemand op een dergelijk fenomeen zit te wachten, zal hij/zij wellicht lang dienen te wachten, misschien wel z’n/haar hele leven lang.
De gewone weg voor de menselijke geest is jezelf oprecht ‘open’ te stellen: de diepzinnige manier van God aanschouwen [contemplatie].
Heel ongemerkt, langs zeer geleidelijke treden zal God ons nabij komen – het voorbereidend werk van lange, geduldige gedragen beproeving en een langzaam vorderen op de geestelijke weg is voor de meesten van ons de enige mogelijkheid. Met vallen en weer opstaan zal de Vader Zijn kinderen dáár heen geleiden waarheen Hij wil.

Heiligen van de Lage Landen, icoon ROK, Amsterdam

Wat missen wij dan in de Lage Landen, dat slechts een handjevol, op zichzelf staande, uitzonderlijke vaderlandse Heiligen dit hoogst haalbare bereiken?
Vergeet niet dat wij allen dezelfde personen zijn, wij ontvangen allen dezelfde Genadegaven, de ene mens ontvangt niet méér dan de andere. Het enige verschil is de mate waarop het individu op de Goddelijke roep reageert; de mate waarin men reageert maakt dat je ‘méér’ tot je oorspronkelijke zelf komt dan ooit tevoren. Het is niet nodig om u te vertellen dat grote Heiligen door hun omgeving  gehaat en gevreesd werden; zelfs werden sommigen van hen beschouwd als tegenstanders van het christendom, voormalige dieven en moordenaars, zij werden vanwege dit verleden -door hun tijdgenoten- afgewezen en veracht; maar God kijkt anders en ziet de ziel van het kind dat zich tot Hem wendt.

Degene, die op God’s oproep reageert heeft net als de ander de ervaring opnieuw geboren te zijn. Alles wat vroeger gold was een vergissing, een tastende voorbereiding op dàt ‘opnieuw geboren worden’. Vanaf dàt moment ben je in je ‘waarachtige element’ gekomen – je voldoet in hogere mate aan het feit dat je geschapen bent naar God’s beeltenis en gelijkenis – je voldoet aan het kind zijn van God – en tòch heb je het nog niet bereikt. Je bent alleen ‘vrij’ geworden om   onbegrensd de ruimte te betreden of deze weer te verlaten; hoe je dat doet is voor ieder mens verschillend en God laat je daar ook ‘vrij’ in.
Die onbegrensde ruimte, die diepte van het Leven is geen plaats, geen uitgestrektheid, maar een geweldige zacht voortkabbelende innerlijke bedrijvigheid, wij mensen zijn er bezig met ontzettend veel overwegingen en beslissingen. Die diepte van het Leven komt voort uit Goddelijke Liefde, dat overkomt je – dat is niet iets om ‘trots’ op te zijn, dat wordt je ‘om niet’ geschonken. Waar het om draait is wat je met datgene wat jij op je bordje krijgt, misschien zelfs hebt nagestreefd, gaat doen.

Heiligen zijn diegenen, die geheel òpgaan in dit streven, zij zetten àlles aan de kant, laten zich van àlles welgevallen, om datgene te bereiken wat God hen voorhoudt; stilzwijgend gaan zij hun innerlijke weg en temidden daarvan vormen zij zich een vesting, om hun aanvechtingen te beheersen. Sommigen gaan zó ver in dit streven dat zij huis en land verlaten, teneinde zich in de woestijn, op een schiereiland met een berg of een klooster te huisvesten – in de zekerheid dat zij de wereld vèr àchter zich gelaten hebben. Het vertrek uit de wereld biedt geen garantie tot succes – misschien is het op die plaatsen wel moeilijker dan in de wereld. Het afscheid nemen van huis en haard om je te vestigen in de meest geëigende plaats voor het Goddelijk perspectief is het jezelf ‘dood’ verklaren aan de wereld, je dag en nacht over te geven aan de Goddelijke Traditie. Het is een uiterste beslissing niet langer te leven ìn de wereld, je door wereldse beslommeringen te laten opslokken [christenen zijn ‘ìn’ de wereld, maar niet ‘vàn’ de wereld, hun vaderland bevindt zich elders].

icoonlampje

Ook in kloosters zijn parallelle werkelijkheden als in de wereld – het merendeel van de kloosterlingen leeft met elkaar. Ik geef je hierbij als voorbeeld, hoe moeilijk het soms niet is te leven met nog maar één levensgezel[lin] – hoe moeilijk zal het dan wel niet zijn wanneer je je leven deelt met meerdere gezellen/gezelinnen. Net als in de wereld zijn er ook dáár mensen, die zich niet uit durven te spreken over heikele thema’s, het is daar beslist niet het paradijs op aarde, ook dáár sneuvelen krijgers om Christus’ wil.
Het mag misschien een schok zijn, na al die verhalen, die u van pelgrimerende christenen hoort, die dit soort plaatsen bezoeken. Opgegroeid in de wereld nemen monniken en monialen zichzelf mee, het enige wat hen bindt is dat zij hetzelfde nastreven, ook zij zoeken hun weg naar het Hemels Koninkrijk en zij doen dit veelal in saamhorigheid.
Ook zij doen de afwas en maken bedden op; ook zij zijn doende om door arbeid op het land in hun onderhoud te voorzien; het verschil is echter dat zij zich door een tijdsregime toeleggen op gebed – niet alleen voor zichzelf, maar voor de wereld [dáár buiten de kloosters]. Zij zijn op de hoogte van datgene wat in de wereld plaats vindt en zijn meer dan wijzelf in staat distantie te nemen en zich te richten op ‘heel’kunde. Zij zijn, wanneer het goed is, méér dan ons in staat zich te beperken tot datgene waartoe de mens geschapen is: “Hier èn in het hiernamaals gelukkig te worden”.

De wereld om hen heen verandert de laatste jaren zo snel ‘de westerse samenlevingen zijn ontredderd’ – zij zijn van het Goede [van God] los, er is geen respect meer voor de minderbedeelden; ieder is uit op eigenbelang.
De politieke leiders hebben geen antwoord meer op de uitwassen, de negatieve ontwikkelingen zijn niet meer te stoppen; het is een langzaam stervensproces van de eigen beschaving. De mens keert zich af van datgene wat God de mens heeft geboden en haalt zich het ongeluk op de hals.
De ontroostbare mens vervalt tot dusdanige genotsmiddelen dat zij er niet meer los van komen en zoeken hulp door ‘de wijzen onder hen’ [-in het land der blinden is één-oog koning-] om advies te vragen; dit soort specialisten functioneren als bemiddelaar tussen God en de mensen. En in deze wijzen zij op de Blijde Boodschap waarin vermeld staat:  Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig maar zij, die ziek zijn. Gaat heen en leert, wat het betekent: Barmhartigheid wil Ik en geen offerande; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaarsMatth.9: 12,13.
En als gevolg van die christelijke naastenliefde zullen we God ‘terwille’ dienen te zijn, Hem te dienen, slechts op die simpele manier is Gods aanwezigheid waar te nemen. Monniken en monialen geven hiertoe ook zelf het voorbeeld, leven met beperkte mogelijkheden en ontvangen hun gasten alsof ze ‘Christus Zelf’ ontvangen. Het staat ook ons vrij het goede te kiezen en in zoverre wij het kwade kiezen -zijn wij niet vrij-, want de keuze tot het kwaad doet de vrijheid weg schrompelen.

begijnhof, Amsterdam

Je behoeft het voorbeeld van de kloosters niet volgen maar wij leven tegenwoordig in een tijd dat men alleen nog maar oog heeft voor het aardse bestaan. Voor sommigen betekent dit: proeven van alles wat God verboden heeft, voor anderen betekent dit ‘goed mens zijn‘. Over datgene wat ná dit leven komt wordt in het geheel niet meer gepraat en het leven ná de dood wordt al helemaal verzwegen/ontkend. Daardoor ontstaat er een tendens waar dat mensen bij de vraag ‘naar de zin van het leven’ zònder religieuze duiding een grote leegte ervaren. Schijnbaar laat God Zich niet zo maar verdringen en laat Hij aan de mens merken dat Hij er nog steeds voor hen is. God zegt immers: “Ik ben, Die ben, Die is”, – ‘verborgen Aanwezig’- deelt Hij Zijn Vaderlijk bestaan.
Waar God is, zijn wij en is Hij altijd -‘beschikbaar’-.
Dit is het waarachtig Vaderland en al het andere in de wereld is een onrechtmatige toe-eigening van het Hemelse. Alles wat wij op onszelf zònder God doen, is als gevolg van een erfelijke aandoening -de mens is op zich goed-, maar geneigd tot het kwaad – welke de mens door op God néér te kijken [arrogante hoogmoed] zichzelf naar beneden haalt, doet vallen.
Christus, Gods zoon, heeft ons bekend gemaakt dat wij door ons kruis op te nemen, dwz. jezelf te  verloochenen, gered kunnen worden; “      Indien iemand achter Mij wil komen, die dient zichzelf te verloochenen en dient zijn kruis op te nemen en Mij te volgen. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die 
zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden. Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven? Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn engelen en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn dadenMatth.16: 24-27.
Als Christen ga je een levenslange verbintenis aan en je kunt alleen maar hopen dat God je Z’n  Kracht meegeeft [je mag daar ook om vragen, zelfs onder druk], je Geloof trouw te blijven.
De buiten-wereldse bedoeling van het monastieke leven houdt in, voor de armen te zorgen, gastvrijheid te bieden en door handenarbeid te verrichten in het levensonderhoud te voorzien – naast dit werk wordt een leven van gebed [‘het Jezusgebed’] geleid.
Monniken worden nooit als de énige wáre gelovigen beschouwd, hun levensstijl geldt als een relativering maar ook als een ondersteuning van de ‘actieve’ levensstijl van de andere leden van de Christelijke Gemeenschap.
Weinig [of geen] religies durven God als ‘Abba’, ‘Vader’ aan te spreken, zoals het Christendom dit doet – deze Gods-Naam nodigt uit tot een zéér persoonlijke relatie tot God, die Zijn kinderen rechtvaardig beoordeelt. Hij heeft met de gelovige christen, Zijn kind, een overeenkomst [een verbond] gesloten, waarin is vastgelegd wat van het kind verwacht wordt.
Dit Godsbeeld wordt ons door Christus voorgehouden ten opzichte van de geleerde gesprekspartners, de Farizeeën Marc.12.

Christus, de Goede Herder, detail mozaïek in San Lorenzo fuori le mura, Rome

Bij de Zoon van God komt heel sterk naar voren dat Hij ‘de zin van het bestaan’ zoekt in het bestaan vanuit God. Hij spreekt ook uit dat Hij zònder God niet kan bestaan. Dóór de Vader is Hij geworden wàt Hij was. De Vader heeft Hem niet alleen een opdracht gegeven voor de mensen, Hij heeft Zijn leven gedragen en zelfs toen Zijn levenseinde zinloos leek heeft God er betekenis aan gegeven: een daad van Liefde tot het uiterste toe.
De Zoon van God is Zich er – als geheel God en geheel mens zijnde – van bewust dat Zijn leven op aarde eindig is. Hij aanvaardt de dood omdat Hij met voldoening terug kijkt op Zijn leven. Alles wat Hij voor de mensen kon doen heeft Hij gedaan. Door Zijn optreden heeft Hij aan de mensen het Aangezicht van God laten zien.
Sterker nog: Hij heeft ook hún de mogelijkheid gegeven om te delen in het Leven voor altijd. Het los laten van mensen die Hem dierbaar kost óók Hem, al is Hij God, moeite. Maar tevens weet Hij als God-mens dat de mensen ‘niet’ verstoken blijven van de Goddelijke Vaderlijke zorg. Ook ná de dood van de mens blijft God hen bescherming bieden en leiden.
Doordat Christus Zich heeft terug getrokken uit de wereld en terug is gegaan naar de Vader, is aan de leerlingen de zorg voor de wereld en alles wat daarop leeft toevertrouwd.
Dit vinden wij heel nadrukkelijk terug in de opdracht om Gods schepping goed te beheren; in onze tijd betreft het andere zaken dan honderd jaar geleden. Door de vooruitgang van de techniek en de wetenschap komt de mens voor een nieuwe verleiding te staan. Beschouwt de mens zich als autonoom òf nog steeds als iemand die verantwoording dient af te leggen aan de Schepper.
Veel mensen die alleen zichzelf maar voor ogen hebben, lopen ook op zichzelf stuk. Zij hebben niemand anders die zin geeft aan hun bestaan. De enige zin van hun bestaan is het bestaan in zichzelf.
Voor de gelovige mensen betekent het leven voor God nog steeds en steeds weer opnieuw ‘de zingeving van hun bestaan‘. Daarin volgen zij als christen -‘de weg van Christus‘- Die Zijn leven beschouwde als een opgang naar het huis van de Vader. Zeker bij en na het hoogfeest van Pinksteren mogen wij ons hiervan bewust zijn.
De Heilige Geest is het geschenk van God waardoor wij de brandstof aangeleverd krijgen om als werktuig van God onze arbeid te kunnen verrichten en daarin ook levensvreugde te vinden.

Orthodoxie & de christenen [heiligen] in het bijzonder

icoon, “Hemelvaart des Heren”

Nadat onze Heer en Zaligmaker werd gedood, verkondigde de kleine groep van Zijn volgelingen te Jeruzalem dat hoewel hun Inspirator alle schaamte had afgelegd, Deze inderdaad nog steeds leefde en hun Hoop en Geloof als de brenger van het Hemels Koninkrijk nog steeds op Hem gevestigd bleef.
De tegenwoordige tijd, zo verkondigden zij was aan z’n einde gekomen; aangezien de mensheid vanaf dat moment geconfronteerd werd met het grootste keerpunt wat ooit in haar geschiedenis had plaats gevonden en dat hun Heer en Meester een tweede keer in volle Glorie en met Autoriteit zou terugkeren. Gods heerschappij zou daarmee over de hele aarde worden gewaarborgd.

Hemelvaart, de Belofte van de H. Geest, SimeonArtschischez, miniatuur [1305]

De realiteit van dit bericht zou in de primitieve kerk door de werking van de hen toekomende Genadegaven van de Heilige Geest kunnen worden herkend. Mensen werden getransformeerd. De kracht om weldra de dood te ondergaan, welke inherent verbonden is aan het offer van de Heer Jezus Christus, leidde ertoe dat Zijn volgelingen de uitnodiging van het martelaarschap heldhaftig aanvaarden en dit gaf hen de overtuiging dat zij de demonische krachten van boosheid en ziekte zouden kunnen overwinnen.

Degene Die hen door de doop in de de Heilige Geest tot leven had gewekt,  bezorgde een levenskracht die een geheel nieuwe houding in het leven deed ontstaan:
Liefde voor broeders en zusters, alsmede Liefde voor je vijand, de Goddelijk verkregen Rechtvaardigheid van het komende koninkrijk Gods.
Door deze vernieuwende geest werd het persoonlijk eigendom in de vroege kerk niet langer in stand gehouden. Materiële bezittingen werden aan de kerkelijk vertegenwoordiger overhandigd ten behoeve van de onder hen aanwezige armen. Door de aanwezigheid en Kracht van de Heilige Geest en door het Geloof in de Heer en Zaligmaker werd deze band van de volgelingen een broederschap.

Tympaan, Gevelsteen vroeg-christelijke kerk Klein-Azië

Onder ons vindt u niet-wetenschappelijk opgeleide mensen, ambachtslieden en lieve oude moedertjes die het algemeen belang van hun verheven Leer niet onder woorden zouden kunnen brengen, maar slechts ‘door hun daden‘ de waarde van hun principes aantonen. Ze herhalen niet de woorden die ze uit het hoofd hebben geleerd, maar ze tonen hen door hun goede daden: wanneer ze geslagen worden slaan ze niet terug, wanneer ze beroofd worden, gaan ze niet naar de rechtbank,   ze geven antwoord op vragen, die hen gesteld worden en zij houden van hun medemensen als van zichzelf”.
cf. Athenagoras, kerkvader [ws. Athene,133-190 na Chr. ], uit: pleidooi voor christenen

vrij van hartstochten

“We zijn zo ver verwijderd van het beoefenen van de seksuele omgang met anderen, dat we zelfs niet de ambitie tot lust hebben, ook niet door te kijken. Wat zou ons meer doen twijfelen over de zuiverheid van het leven, welke aangevoerd wordt door degenen die hun ogen niet voor enig ander doel mogen gebruiken dan daartoe waarvoor God deze geschapen heeft, namelijk om alles in het Goddelijk Licht te bezien, voor degenen voor wie zelfs een sensuele blik als overspel wordt beschouwd! Voor hen geldt het komende oordeel zelfs voor gedachten!
      Wij zijn niet degenen, die erop worden aangesproken zich te houden aan de wereldse wetten, die een goddeloos persoon met gemak kan ontwijken. Van het begin af aan heb ik mij ingezet u te overtuigen van de goddelijke oorsprong van onze leer, ons onderwijs; wij beschikken over geheel andere wetten.
We hebben ons als opdracht gesteld, wij hebben een taak op ons genomen, die ons heeft geleid te bewerkstelligen dat de  algemene strekking tot volledige uitvoering van Gerechtigheid wordt gevonden teneinde onszelf en onze naasten op het rechte pad te houden.
     Met dit in het achterhoofd kijken we naar een aantal mensen, naargelang hun leeftijd, als zonen en als dochters; sommigen behandelen we als broeders en zusters; en degenen die ouder zijn, brengen wij de eer als vaders en moeders.
Het is voor ons christenen van het allergrootste belang dat hun lichaam niet misbruikt en onbeschaamd blijft: zij behoren immers tot degenen die wij als onze broeders en zusters of een ander soortig relatie beschouwen! Het Woord Gods spreekt ons hier nogmaals op aan: “ Wanneer een relatie gevorderd is wordt er gekust, omdat men elkaar vertrouwt. Echter wanneer dit jou een tweede keer overkomt, dient men de kus en daarmee de begroeting met zorg uit te wisselen, want waneer dit door een verkeerde gedachte zou worden verontreinigd, zou dit ons van het eeuwige leven kunnen beroven”.

Saint Athenagoras, the Athenian and Apologist

”     De wereld jaagt slechts ‘genot’ na, die alleen ‘-in de wereld van de verbeelding’- wordt ervaren.
Zo heeft ieder van ons slechts één vrouw, die hij gehuwd heeft volgens onze eigen wetten, min of  meer met de bedoeling, kinderen te verwekken. De boer verwacht na het zaad in de moedergrond op de oogst zonder nog meer zaad te gaan zaaien. Op dezelfde manier bereikt onze wens haar doel in de voortplanting van kinderen. Niettemin zullen jullie veel mede-gelovigen tegenkomen, zowel mannen als vrouwen, die oud worden zonder ooit te trouwen, in de hoop op een innerlijke   gemeenschap/samensmelting met God. Wanneer dan in de staat van maagdelijkheid wordt volhard, brengt dit beide geslachten dichter bij God en als één enkele gedachte of seksuele begeerte ons van God wegneemt, hoeveel te meer zouden wij wel niet de daden verachten, die de gedachte ons zou
verbieden?
     Ons leven bestaat niet uit het uitspreken van mooie volzinnen maar uit het verrichten van daden en werken, die ‘eenieder’ [ons allemaal] ten goede komen. Iedere mens dient dusdanig te volgroeien zoals hij geboren is of slechts één keer te trouwen, want een tweede huwelijk omvat slechts een gecamoufleerde overspel . . . . Degene die zich van zijn eerste vrouw ontdoet, zelfs al is zij vroegtijdig gestorven, is iemand, die op versluierde wijze zijn Genadegaven verspilt. Hij verheft zichzelf boven het goddelijk gebod, die in den beginne slechts één man en één vrouw heeft geschapen.
     Maar waarom zou ik zaken aanhalen, die slechts een Mysterie zijn?
Ondanks zulk een hoogste graad van schone  grondbeginselen worden er ernstigste beschuldigingen tegen ons geuit, die het gezegde inhouden dat: “De hoer de kuisheid verwerpt”. Mensen die regelmatig een vrij slaven-verkeer bewerkstelligen; die er op uit zijn de Wet slechts te ontlopen, biedt jongeren elk vorm van datgene wat zij dienen te verafschuwen; die zich zelfs niet eens van mannen kunnen onthouden, maar aangrijpende daden ten uitvoer brengen, zoals mannen met mannen doen; die in alle opzichten alleen de meest sierlijke en mooie lichamen verontreinigen; die het glorieuze handwerk van Gods schepping tot op het stof vernederen – want schoonheid bestaat niet slechts uit stof, maar doordat het vanuit Gods hand tot mens en als Genadegave is geschonken. Dit soort lieden bedrijven -zichzelf volkomen bewust- slecht bekend staande zaken voor onze ogen en schrijven ze zelfs toe aan de door henzelf ontworpen “als ideaal” [en goddelijk], zij beschouwen hun daden als zijnde in moreel opzicht “edel”, welke hun persoonlijke voorkeuren [afgoden] met respect tegemoet treden!
       Zij, die overspel plegen met schandknapen willen ons beschuldigen, die in een staat van maagdelijkheid of een strikt monogaam huwelijk leven leiden!  Zij die hun leven als vissen praktiseren, die als prooi dienen en het bed delen met eenieder die zij maar op hun weg tegenkomen, je ziet hoe de sterkere de zwakkeren opjaagt.
O, wat een teniet doen van de waarde van het menselijk vlees, wanneer de wetten, die door u en uw voorouders in rechtvaardigheid ter overweging werden aangenomen, worden geschonden, wanneer mensen onder zulk een kracht onderdrukt worden ​​dat de door u aangewezen vertegenwoordigers de rechtszaken zelfs niet kunnen opleggen, wanneer mensen als gevolg van dit gedrag veel leed wordt berokkend, wanneer ze zó vernederd worden wanneer zij er zelfs maar op zouden terugkomen.
       Om dit slechts te verdragen, is ons niet genoeg, omdat dit zou inhouden dat wij u met gelijke munt terugbetalen, maar wij ‘christenen’ hebben ons de opdracht eigen gemaakt om nog veel vèrder te gaan, door vriendelijk en geduldig te blijven.
       Hoe kan iemand met een goede inborst ons beschuldigen van moord wanneer we ons aan zulke principes optrekken, want je dient iemand eerst [geestelijk] te vermoorden wil je het menselijk vlees tot je nemen!  Net zoals ze in de eerste opmerking een bedoeling hebben, doen ze ook met de tweede. Wanneer iemand hen zou vragen of ze eigenlijk hebben ingezien wat ze beweren, zou er niet één van hen het lef hebben om “ja” te zeggen. En toch dragen wij een last met ons mee, de een wat meer, de ander wat minder. Niets kan voor hen verborgen blijven, maar niet één van hen heeft ooit dergelijke onzin of verzinsels over ons als iets nieuw bedacht of bekend gemaakt.

Vrouw wordt bekleed met Christus, ‘Priscilla-catacomben’, te Rome

Hoe het ook te rechtvaardigen zou zijn wij kunnen het niet verdragen om onszelf te recht- vaardigen een ​​man of vrouw nakend te zien !
Hoe kunnen we ons dan van moord en kannibalisme laten beschuldigen?
Hoe kunnen we eventueel iemand vermoorden als we dit niet eens kunnen aanzien, als we niet met de schuld van moord en heiligdom vervuild zijn!
Hoe zouden we in het voorkomende geval eventueel iemand kunnen doden, wij die degenen vrouwenmoordenaars noemen die medicijnen gebruiken om een ​​abortus tot stand te brengen, wij die verklaren dat zij ooit ten opzichte van God verantwoording zullen dienen af te leggen!
Wij zijn ervan overtuigd dat er bij God niets wordt onderzocht, dan na de beredeneerbare drang en de begeerten van de ziel, en dat het lichaam het aandeel in de straf zal ondervinden.
Dat is de reden om zelfs maar de geringste zonde te verwerpen“.
cf. Athenagoras, kerkvader [ws. Athene,133-190 na Chr. ], uit: pleidooi voor christenen

        Toen ik dit zo las, nam ik het ter harte, toen ik het zag,
diende ik daar eveneens een les uit te trekken en dan spreek ik nog niet eens over vroegtijdige levensbeëindiging, hetgeen momenteel ‘hot’ item is in de kabinetsformatie van Nederland.

Gregory, the wonderworker, bishop nea-ceasarea

        Maar aan een ieder wordt de Openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen. Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens diezelfde Geest; aan de een Geloof door dezelfde Geest en aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest; aan de een werking van Krachten, aan de ander Profetie; aan de een het onderscheiden van geesten en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen. Doch dit alles wordt bewerkt door één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij [God] het wil1Cor.12: 7-11 lezing feest H. Gregorios, de Wonderdoener [17 Nov.]

Pala d’Oro, Christus & Evangelisten, Venetië, San Marco

       Reeds in het begin van het ontstaan van de Kerk ontstond er binnen haar geledingen een onderscheid door rangen. Er waren apostelen, bisschoppen, presbyters en diakens.
Er waren ook andere onderscheidingen, die niet meer in gebruik zijn. Sinds die tijd worden de leden van de kerk in twee groepen ingedeeld, de geestelijkheid, de clerus en de leken, de eerstgenoemde in de hogere echelons [bisschoppen, presbyters en diakens] en de lagere geestelijken [subdeacons, psaltisten, enz.]

        We gaan het hier nu niet hebben over het werk wat iemand in deze ambten doet, hoewel het verleidelijk is de functie van de toezichthouder eens onder de loep te nemen. Wel willen we  erop wijzen dat het absurd zou zijn om de Kerk van discriminatie te beschuldigen vanwege  het verschil tussen twee klassen christenen, van preventief, tot de cultivator van het spirituele leven en de beoordeling van van de kleine groep, die over de benoeming in dit soort weinige ambten gaat, want in religieuze zaken maakt juist ‘dìt‘ het onderscheid.
      We dienen altijd in gedachten te houden dat canonieke autoriteit één ding is en geestelijke vitaliteit iets anders; dat ze zouden samenvallen is uiteraard de meest gewenste situatie. Het zou uitmuntend zijn als degenen die aan de leiding van de gemeenschap zijn toevertrouwd, ook geestelijke vitaliteit ten toon zouden spreiden, als Christus via hen een lichtend voorbeeld zou zijn. Want dat is onmogelijk, zelfs in theorie blijken degenen die geestelijke vitaliteit aan de dag leggen niet altijd toegewijd zijn aan de kerkelijke autoriteit.

Niet alle christenen die vol ijver zijn en hun christendom in toewijding en deugd beoefenen, kunnen  de kerk als behoeder dienen en voor toekomst ongeschonden bewaren. Neem alleen al het feit dat vrouwen het priesterschap niet mogen betreden, zij zijn in de dienstverlening aan de kerk namelijk van oudsher beperkt, terwijl het genieten van de goddelijke Genadegaven en de invulling van het geestelijk leven onbeperkt is.  Anderzijds is het spirituele leven binnen de Kerk, het Lichaam van Christus, nimmer afhankelijk gesteld van de spiritualiteit van de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder en zou laatstgenoemde niet de administratie en de boekhouding dienen te beheren maar zouden de gelovigen deze laatste taken dienen te beheren. Het behoud van de plaatselijke gemeenschap is van de bezoekende beminde gelovigen afhankelijk; zij beheren en dragen zorg voor het onderhoud van de gebouwen en de inboedel.

Daar tegenover staat dat de eeuwenoude praktijk van onze Heilige Katholieke [-over de wereld verspreide-] Kerk die van de gelovige is, maar dat de clerus zorg draagt voor de uitvoering van de canonieke jurisdicties, zodat toch alle gelovigen christenen actieve leden van de kerk zijn. En, om een ​​fijne illustratie van Paulus te noemen [1Cor.12: 12-30], als één lid niet het oog is, maar het oor, òf de hand òf de voet, betekent dit nog niet dat hij/zij geen deel uitmaakt van de Lichaam [van Christus]. Wij bevelen u, lezer dit in het bijzonder aan, deze illustratie van Paulus eens grondig te bestuderen vanwege de uitstekende waarde aan onderwijs dat hier gegeven wordt, evenals het belang welke deze schriftinhoud ten opzichte van dit onderwerp aan de orde stelt.
       Deugd, ijver en overdracht van geestelijk leven, onderhouden binnen een ‘onbeschadigd‘ vertrouwenskader; teneinde daar Geloof aan te kunnen ontlenen en, indien nodig erdoor te worden geheiligd, want – ‘dit’ – zijn allemaal onherstelbare consequenties van een christelijk leven dat door de gelovige [incl. de clerus] dient te worden beoefend. Nog meer onaanvaardbaar en absurd is het verwijt ten opzichte van de Orthodoxe Kerk als dat zij het directe contact van de mens met God zou vermijden en dit door de interventie van de geestelijkheid zou worden belemmerd. We denken niet dat dit argument met eerbied zal worden gelezen door lezers die afkomstig zijn uit landen rond de middellandse zee die dit in deze uit eigen ondervinding hebben ervaren. Door de eeuwen heen hebben ‘nationalisten‘ daar gehoor gevonden in die landen, die aan allerlei gevaar en vervolging werden blootgesteld en een  heldenstrijd hebben moeten voeren.
En de meesten onder ons hebben tevens geen weet van de miljoenen die in deze tijdperken leefden waarin preventief contact met God diende te worden gemeden, alleen vanwege de ‘onzorgvuldige‘ begeleiding van de geestelijkheid! Daarentegen zijn er momenteel nog steeds duizenden gelovigen, die vervolgd worden en in angst leven en in kritieke ogenblikken op momenten, die daar debet aan zijn, wanneer alles verloren lijkt te zijn, hun hart tot God wenden terwijl zij stiekem ze naar de priester [op de radio] luisterden: “verhef uw harten” [σηκώστε τις καρδιές –
رفع قلوب].

Vanuit de diepte van mijn hart             roep ik tot U!

Niet alleen in die gegeven omstandigheden, maar ook in persoonlijke moeilijkheden hebben duizenden, nee miljoenen mannen en vrouwen hun vergeten contact met God weer op weten te nemen, enkel en alleen omdat er een inspirerende priester aanwezig was, die hen ertoe leidde. Het  Mysterie van de ontmoeting, de communie met God omvat echter geen enkel obstakel, maar omvat het kernpunt, het centrale punt als basis en waarborg van aanbidding.
        Nooit en te nimmer is er in onze Kerk onderwezen, zoals sommige van de vijanden verkondigen, dat de gelovigen alleen maar zouden bidden vanwege de priester. ‘Bid zonder ophouden‘ is niet alleen een fundamentele Leer van de Blijde Boodschap, maar een voortdurende praktijk binnen de Orthodoxe Kerk.
Dit onophoudelijke gebed is echter als gevolg een voortdurende hang naar ontkenning door de clerus -als mogelijkheid tot openbare aanbidding- genegeerd, de laatste jaren komt hier in Nederland een kentering in. En daar waar het aan deze drang ontbrak had dit tot gevolg dat het onderling contact van God met de gelovigen eerder vermeerderd werd dan afnam. Want de verbinding als gevolg van de Genadegaven heeft de persoonlijke voorkeuren van de clerus uiteindelijk teniet gedaan.

1e Zondag ná Pinksteren – alle HEILIGEN

God is niet dood, Hij heeft wèl de Heilige Geest gegeven!

        Wanneer de Trooster komt, Die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Deze van Mij getuigen; en gij moet ook getuigen, want gij zijt van het af begin aan met MijJohn. 15: 26-27.

        Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.
         Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig.
        Daarop antwoordde Petrus en zei tot Hem: ‘Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?’. Jezus zei tot hen: ‘ Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de Wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon van Zijn  Heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten. En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven vanwege Mijn Naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten
Matth.10: 32-33,37-38; 19: 27-30.

Weliswaar werden de Martelaren van Sebaste uit de RK-kalender [1969] geschrapt de Orthodoxe kerk hen in ere gehouden. Icoon. Griekenlnd, Athene, Kanellopoulos museum.

        Zij, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben.
        Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij Kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog Sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
         Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
        Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling  – de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
        Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
        Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het GeloofHebr.11: 33 – 12: 2a.

Pinkstericoon, Atelier Jovan Teodor van Gramosta, klooster Slepce [ca 1535]

Zowel Petrus als Paulus, wier ‘apostel-vasten’ wij morgen beginnen zeggen hetzelfde: ‘Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?’. In bovenstaande lezingen zijn een aantal logische, opeenvolgende stappen te ontdekken.

1.]. Wij, christenen zijn omringd door een grote wolk van getuigen. Daarmee wordt verwezen naar de grote geloofsgetuigen, welke in het Oude Testament beschreven zijn, maar ook degenen die omwille van de Blijde Boodschap van Christus, onder de zwaarste omstandigheden stand hebben gehouden.
Dit waren mannen en vrouwen die ‘succes‘ hadden, personen die ‘het beste in en door God’ gevonden hadden. De schrijver zegt dus dat we een wolk van dat soort getuigen om ons heen hebben, personen die in hun leven bewezen en ervaren hebben dat het werkelijk mogelijk is het beste van God te vinden. Feestdagen in onze jaarkalender zijn volgens de Heilige Aurelius Augustinus [354-430] ingesteld om christenen aan te sporen de martelaren van Christus na te volgen; daartoe hebben zij voor ons een weg aangelegd. Als wegbereiders hebben zij die met stenen platen geplaveid, zodat wij daar veilig overheen kunnen wandelen. Deze bisschop van de romeinse regio Hippo Regius Afrika beziet heiligen ook als bruggenbouwers: door hun martelaarschap in zekere zin een voorbeeld zijn hoe wij de wateren, die ons trachten te verstikken, over kunnen steken.
2.]. Ons wordt in bovenstaande lezing voorgehouden, dat als we het beste van God willen bemachtigen, we daarmee terecht zullen komen in een race, een wedloop. En om die race te kunnen winnen, moeten we ‘alles‘ van ons afgooien wat ons maar zou kunnen hinderen. Een serieuze hardloper draagt op zijn lijf en in zijn kleding geen grammetje ‘onnodig‘ gewicht mee, op het moment dat hij een race loopt.
In ons geval is het de zonde, alles wat we zònder God doen, hetgeen ons zo gemakkelijk laat struikelen en we dienen er zeker van te zijn dat er niets is wat ons ten val zal kunnen brengen. Komen wij ten val – “ Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof”, want via Hem staan wij weer op en vervolgen de wedloop.
3.]. We dienen de wedloop te lopen met volharding – met vallen en opstaan, wij zijn immers mensen en dienen ons vertrouwen op God te stellen, we kunnen niet anders. Al eerder hebben we – in verband met de vruchtbare grond in de gelijkenis van de zaaier – de andere drie voorwaarden vernomen:
het Woord horen, het Woord vasthouden en vrucht voortbrengen door te volharden‘.
Wanneer deze drie fundamenten voor succes voor ons door de ‘roemrijke, alom-geprezen eerst-tronende Apostelen Petrus en Paulus  zijn vastgesteld kunnen wij ons richten op het ‘kritieke punt’: “ten alle tijde ons oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het Geloof”; dit is dè sleutel tot succes.
Willen wij  een prettige werksfeer behouden, zelfstandigheid ontwikkelen, onderlinge samenwerking, het kritisch denken en zelfreflectie van Gods kinderen bevorderen, dan dienen wij de ‘openhartigheid‘ van de Blijde Boodschap van Christus voor ogen te houden, want alleen Hij is de leidsman, de schepper, de ontwerper, Degene bij Wie wij ons hebben aangesloten met Wie wij ons hebben bekleed.
Christus is de Alpha en de Omega, het begin en het einde, Waar wij ons dienen te richten; Hij is de voleinder van het Geloof.

⁌ Wanneer wij ons als geloofsgemeenschappen zorgen maken over de toekomst, om ons heen de kerkgebouwen worden verkwanseld – over de relatie tussen de Hiërarchie en de structuur van de Kerk, als wendbare en bevlogen Organisatie, dienen wij ons te richten tot Christus.
⁌ Wanneer je ervaart dat de onderlinge relaties vertroebelen en [kerk-]politiek wordt bedreven is dit geen nieuw probleem, het heeft de gehele kerkgeschiedenis door z’n aandacht gevraagd – met als ijkpunt “Christus”.
⁌ Ook in onze tijd leeft bij velen het idee dat die relatie nieuwe energie en nieuwe vormen nodig heeft en dat het dringend noodzakelijk is om daar energie in te steken. De afgelopen jaren zijn er tal van pogingen ondernomen om die relatie te verbeteren, pogingen die door de christelijke gelovigen zelf zijn geëntameerd [aangeknoopt]; want christelijke gelovigen laten zich steeds ‘minder‘ gezeggen en  beminde gelovigen zijn op hun beurt graag bereid om energie te stoppen in het door Christus verkondigd Geloof.
Sommige pogingen zijn succesvol; van andere moet dat nog maar blijken. In een gemeenschap van heiligen waar de hiërarchische leiding je elke dag vertelt wat je moet doen, heb je weinig structuur en regelgeving nodig.  Andersom, wanneer je hiërarchie loslaat, wordt structuur nóg belangrijker en die is in de christelijke wereld nogal verdeeld. Het is echter een feit dat wij de eindstreep ‘zelf‘ dienen te behalen en dat de clerus bedoeld is om ons slechts in de goede richting te begeleiden. 
Een heldere structuur in een organisatie is dus een logische en inzichtelijke samenhang tussen de verschillende elementen. Het maakt je bewust van het geheel, de verschillende onderdelen, de samenhang daartussen én je eigen plek daarin. De fundamentele waarde dient hierbij als leidraad.
Hiermee wordt het voor iedereen mogelijk – ‘méé ‘ – te denken, over het eigen aandeel, maar ook de gemeenschap overstijgend. Dáár komen de echte vernieuwingen vandaan; ook beslissingen zijn eerst dàn gemakkelijker en sneller te nemen.

Het is opvallend maar verklaarbaar dus, dat veel moderne, vernieuwende organisaties weinig hiërarchie kennen en juist een heel heldere structuur [zoals in bovenstaande definitie] nodig hebben. De kunst is zo’n structuur te laten ontstaan dat bevlogenheid, wendbaarheid en waardecreatie voortdurend gestimuleerd worden. Dat lukt pas als de structuur:
1.]. Gezamenlijk –in onderling overleg– wordt gecreëerd en ‘niet van bovenaf‘ / inzichtelijk wordt gemaakt.
2.]. Inzicht biedt in de samenhang en het hoe en waarom van ieders rol en invloed op het geheel van waardecreatie voor de individuele gelovige.
3.]. Minimalistisch is en inzicht biedt in het eigen ‘waarom?‘ [het waarom van de structuur], zodat deze makkelijk aangepast kan worden als de veranderende omstandigheden of gunstige gelegenheden erom vragen.
4.]. kennis tussen mensen ‘vrij‘ laat stromen, de theologen ‘kennen’ niet alles, want zij zijn beslist ‘niet’ als kinderen.
5.]. helder maakt -wie- ‘wat’ -van wie- nodig heeft, maar veel ruimte biedt in hoe dat te realiseren.
Een Christelijke Kerk nieuwe stijl gaat niet meer over sturen en controleren [daarvoor verandert ook de christelijke wereld te snel] maar over onderling verbinden en loslaten.

Jezus Christus, tronend door Manuel Panselinos

Christus is Degene bij Wie ons Geloof begint en Die ons aan het einde opwacht. Waarschijnlijk beseffen we allemaal ‘best‘ dat Hij aan het begin staat van ons Geloof, maar soms vergeten we dat Hij ook degene is Die het volmaakt zal afronden.
Wanneer wij willen dat ons Geloof ‘tot volheid‘ komt, perfect wordt, dan dienen we ons te blijven richten op onze Heer en Verlosser Jezus Christus .
Het is niet genoeg om bij Hem te beginnen, maar vervolgens afgeleid te worden en ergens anders te gaan te gaan zoeken en te kijken of het je dáár misschien beter af gaat.
Wanneer we dàt blijven doen, dan wordt ons persoonlijk Geloof nooit voleindigd.
    Mijn Genade[gave] is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de Kracht van Christus over mij zal komen. Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, in het openbaar beledigd worden, noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want als ik zwak ben, dan ben ik Machtig [in Hem]” 2Cor.12: 9-10.
  Van de Heer zijn de schreden van een mens, maar die mens, hoe zal hij zijn weg doorzien?” Spreuken 20: 24.
        Zo zegt de Heer: Waar toch is de scheidbrief van uw moeder, waarmee Ik haar verstoten heb? Of wie van mijn schuldeisers is het, aan wie Ik u verkocht heb?  Zie, om uw ongerechtigheden zijt gij verkocht en om uw overtredingen is uw moeder verstoten.
        Waarom was er niemand, toen Ik kwam, en antwoordde niemand, toen Ik riep? Is mijn hand dan werkelijk te kort om te verlossen, of is er in Mij geen kracht om te redden? Zie, door mijn dreigen leg Ik de zee droog en maak Ik rivieren tot een woestijn; hun vis wordt stinkend, omdat er geen water is, en sterft van dorst. Ik kleed de hemelen in het zwart en geef hun een rouwgewaad tot bedekking.
        De Heer der Heerscharen heeft mij als een leerling leren spreken om met het woord de moede te kunnen ondersteunen. Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen.
        De Heer der Heerscharen heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen, en mijn wangen aan wie mij de baard uittrokken; mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel.
        Maar de Heer der Heerscharen helpt mij, daarom werd ik niet te schande; daarom maakte ik mijn gelaat als een keisteen, want ik wist, dat ik niet beschaamd zou worden.
            Hij is nabij, Die mij recht verschaft; wie wil met mij een rechtsgeding voeren? Laten wij samen naar voren treden. Wie zal mijn tegenpartij in het gericht zijn? Hij nadere tot mij.
            Zie, de Heer der Heerscharen helpt mij, wie zal mij dan schuldig verklaren? Zie, zij allen vergaan als een kleed, de mot zal ze verteren.
            Wie onder u vreest de Heer, wie hoort naar de stem van zijn knecht? Wanneer hij in diepe duisternis wandelt, van licht beroofd, zal hij op de Naam des Heren vertrouwen en zal hij op zijn God steunen?
            Zie, gij allen die vuur ontsteekt, u met brandpijlen uitrust, gaat in de vlam van uw eigen vuur en onder de brandpijlen die gij aangestoken hebt. Van Mijn [Goddelijke] hand overkomt u dit, in pijn zult gij neerliggenIsaiah 50: 1-11.
de Zoon des mensen, Die God gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door Wie Hij ook de wereld geschapen heeft. Deze, de afstraling Van Zijn Heerlijkheid en de afdruk van Zijn Wezen, Die alle dingen draagt door het Woord van Zijn Kracht, heeft, na de reiniging van de zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in den hoge, zoveel machtiger geworden dan de engelen, als Hij een nog groter  Naam boven hen als erfdeel ontvangen heeftHebr.1: 2-4.
Wanneer God dit zegt, dan kan Hij ontwikkelingen op allerlei manieren bewerkstelligen, ook via revolutionaire processen. Maar ik bemerk dat wanneer ik er met m’n christelijke vrienden over spreek, dat zelfs ‘zij’ hier nog vaak grote moeite mee hebben en zo wordt het gewone kerkvolk misleid en ontstaat er een ongezonde situatie.
”     Heer, doe Uw Barmhartigheid over mij komen; Uw Heil volgens Uw Woord.
Dan heb ik een weerwoord voor die mij honen, omdat ik vertrouw op Uw Woorden. Neem het woord der waarheid toch nooit weg uit mijn mond, want ik vertrouw op Uw oordelen. Dan zal ik Uw Wet onderhouden, voor eeuwig en in de eeuwen der eeuwen. Ik mag wandelen in de vrije ruimte, omdat ik Uw Geboden heb gezocht. Ik sprak over Uw Getuigenissen voor het aanschijn van koningen, zonder mij erover te schamen. Ik denk steeds na over Uw Geboden, die ik zozeer liefheb.  `ik hef mijn handen op naar Uw Geboden, die ik liefheb en overweeg Uw GerechtighedenPsalm118: 41-48 vert. ROK ‘s-Gravenhage.

8e Zondag na Pascha – Zondag van het Heilige Pinksteren

icoon van Pinksteren

      En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: ‘Indien iemand dorst heeft, hij dient tot Mij te komen en te drinken! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’.
        Dit zei Hij van de Geest, welke zij, die tot Geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.
Sommigen dan uit de schare, die naar deze woorden geluisterd hadden, spraken: ‘Deze is waarlijk de profeet’. Anderen zeiden: ‘Deze is de Christus’; weer anderen zeiden: ‘De Christus komt toch niet uit Galilea?. Zegt de Schrift niet, dat de Christus komt uit het geslacht van David en van het dorp Betlehem, waar David was?
Er ontstond dan verdeeldheid bij de schare om Hem; en sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand sloeg de handen aan Hem. De dienaars dan gingen naar de overpriesters en Farizeeën en die zeiden tot hen: ‘Waarom hebt gij Hem niet medegebracht?’.
De dienaars nu antwoordden hun: ‘Nooit heeft een mens zo gesproken, als deze mens spreekt!’. De Farizeeën dan antwoordden hun: Zijt gij soms ook verleid? Heeft soms een van de oversten in Hem geloofd, of van de Farizeeën?     Maar die schare, die de Wet niet kent, vervloekt zijn zij!
        Nikodemus, die vroeger tot Hem was gekomen, een van hen, zei tot hen:
‘ Veroordeelt onze Wet dan een mens, tenzij men zich eerst van hem op de hoogte gesteld heeft en kennis genomen van wat hij doet?’.
Zij antwoordden en zeiden tot hem: ‘Zijt gij soms ook uit Galilea? Ga maar na en zie, dat uit Galilea geen profeet opstaat’.
En ’s-morgens vroeg was Hij weer aanwezig in de Tempel, en al het volk kwam tot Hem en Hij zette Zich neer en leerde hen
John.7: 37-52; 8: 2.

        En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen.
En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.
        Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel;  en toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij: ‘Zie, zijn niet al dezen, die daar spreken, Galileeërs? En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kapadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods sprekenHand.2: 1-11.

Een vurig zwaard

Een vurig zwaard sprak ons oordeel uit aan de oude poorten van het Paradijs;
een vurige tong bracht ons de redding en herstelde hiermee de Goddelijke gave van het Leven
” Heilige Cyrillos  van Jeruzalem.
Wanneer de Heer ons onwetend heeft achtergelaten en veel zaken in deze wereld ongeordend  heeft achtergelaten, betekent dat niet dat het noodzakelijk is om dat te doorgronden:  wij [mensen] kunnen de koers van de gehele schepping niet met onze geest bepalen.
Maar Degene, Die Hemel en aarde en al wat bestaat geschapen heeft, laat ons hierdoor Hemzelf in de Heilige Geest herkennen
” Heilige Silouan, de Athoniet.

sleutel van de Hemelvaart, by tomasz

Pinksteren” betekent “vijftigste” en verwijst naar het Joodse feest hetgeen vijftig dagen na de tweede dag van Pascha gevierd werd. 
– “ Driemaal in het jaar zal ieder van u, die van het mannelijk geslacht is, voor het aangezicht van de Heer der Heerscharen, de God van Israel, verschijnen, want Ik zal volkeren voor uw aangezicht verdrijven en uw gebied ruim maken; en niemand zal uw land begeren, wanneer gij opgaat, om voor het aangezicht van de Heer, uw God, te verschijnen 
driemaal in het jaarEx.34: 22.
-“  Dan zult gij het feest der weken vieren ter ere van de Heer, uw God, naar de mate van de gaven, die gij vrijwillig geven zult, naar dat de Heer, uw God, u gezegend heeft; Gij zult u verheugen voor het aangezicht van de Heer, uw God, gij met uw zoon en uw dochter, uw 
dienstknecht en uw dienstmaagd, met de Leviet, die binnen uw poorten woont, en met de vreemdeling, de wees en de weduwe, die in uw midden zijn, op de plaats die de Heer, uw God, verkiezen zal om Zijn Naam daar te doen wonenDeut.16: 10.
– Feest van de oogst:” Ook het feest van de oogst, der eerstelingen van uw vruchten, die gij op de akker zaaien zult; en het feest der inzameling aan het einde van het jaar, wanneer gij uw vruchten van de akker ingezameld hebt. Driemaal in het jaar zullen al uw mannen voor het aangezicht van de Heer der Heerscharen verschijnenEx.23: 16, 17.
Het zou een dag zijn , dat God geloofd zou worden voor Zijn genade om hen een goede oogst te geven. Er werd verwacht dat mensen naar deze feesten kwamen/aanwezig waren om een ​​vrijwillig aanbod aan de Heer te bieden!

Op een mooie Pinksterdag

Op deze mooiste “Pinksterdag”; was de Verlosser, Jezus Christus 40 dagen bij hen geweest en vervolgens teruggekeerd naar de Hemel Hand.1: 3.
Tien dagen na Zijn Hemelvaart en 50 dagen na de Opstanding werden de woorden:
– “    Te dien dage zal het geschieden, dat de bergen van jonge wijn zullen druipen en de heuvelen van melk zullen vloeien en alle beken van Juda van water zullen stromen; een bron zal ontspringen uit het huis des Heren en zal het dal van Sittim                                                                               drenkenJoël 3: 18 en
– Johannes de Doper vervuld: “   Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, Die na mij komt, is Sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem Zijn schoenen na te dragen; Die zal u dopen met de Heilige Geest en met vuurMatth.3: 11.

      Deze glorieuze dag is in de christelijke jaarcyclus gereserveerd, om de Heer te prijzen vanwege het feit dat de Heer Zijn Volk met een grote oogst heeft begenadigd, vanaf dit ogenblik begon de Heer de verloren zielen van deze wereld door Zijn Lichaam [de Kerk] te verzamelen [te oogsten].
De Kerk zou nooit meer hetzelfde zijn! De wereld en de Kerk werden hierdoor voor eeuwig veranderd; hoe is het in Godsnaam mogelijk, dat [politieke] cultuurbarbaren dit soort feesten ook maar ‘durven’ weg te cijferen.
      Geweldige dingen vonden er Die Goddelijke Dag plaats. Charismatische vriendschap en gemeenschapszin werd geopenbaard door de nederdaling van de Heilige Geest; het Mysterie van de vurige tongen. Alom werd aanvaard/geloofd dat God verwacht dat Zijn volgelingen in algemeen verstaanbare talen spreken, de taal van het hart. De vurige tongen waren niet het belangrijkste Mysterie welke zich die dag openbaarden; de tongen werden de Kerk nog nooit als teken gegeven; de vurige tongen kwamen voor de Joden [en die niet-gelovigen]:
    Derhalve zijn de tongen een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen; de profetie echter is niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven1Cor.14: 22.
Tongen worden genoemd wanneer een nieuwe mensengroep in de Kerk wordt binnengeleid:  
[Joden – Handeling 2; Samaritanen – Handelingen 8; Heidenen – Handelingen 10; en de volgelingen van Johannes de Doper- Handeling 19].
Dáár werden tongen ervaren om het toenmalige Joodse volk te laten weten dat ze zouden worden beoordeeld voor hun ongehoorzaamheid tegen God:
        Voorwaar, door mensen die een onverstaanbare taal spreken, en in een vreemde tongval zal tot dit volk spreken Hij, die tot hen gezegd heeft: ‘Dit is de rust, geeft de vermoeide rust, en dit is de verademing. Maar zij wilden niet horen’Isaiah 28: 11-12.
          De Heer zal tegen u doen aanrukken een Volk, dat van verre komt, van het einde der aarde, zoals een arend aanzweeft: een Volk, waarvan gij de taal niet verstaatDeut.28: 49.
          In de wet staat geschreven: Door lieden van een andere taal en door lippen van vreemden zal Ik tot dit volk spreken, en toch zullen zij naar Mij niet luisteren, zegt de Heer1Cor.14: 21.
➻ Tongen zijn immers in ere gehouden: “      Ik dank God, dat ik meer dan gij allen in tongen spreek; maar in de Gemeente wil ik ‘liever’ vijf woorden met mijn verstand spreken, om ook anderen te onderwijzen, dan duizenden woorden in een tong1Cor.13: 8.

Hemelvaart, de Belofte van de H. Geest, Simeon Artschischez, miniatuur [1305]

     Wij kunnen zonder Gods hulp de gebeurtenissen van Pinksteren niet naar onze hand zetten/bewerkstelligen/kopiëren; we kunnen niet in de tijd – naar het toenmalige Jeruzalem terugkeren, de bovenkamer binnengaan en wachten om vervuld te worden met de Heilige Geest.
            De Heilige Geest is immers al op ons nedergedaald, bij de doop en myronzalving, waarbij iedere persoon, die dat heeft meegemaakt, gered is:
      Want door één [Heilige] Geest zijn wij allen tot één Lichaam [de Kerk] gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt1Cor.12: 13.
We kunnen zonder God de Mysteriën [Wonderen] van die dag niet reproduceren.
Mysteriën zijn de werken Gods en we zijn zo ontzettend dwaas wanneer we onze tijd verprutsen door onze aandacht te laten afleiden ten einde te achterhalen wat de betekenis is van dit aandacht trekkend, spectaculair tafereel.

      Terwijl we de gebeurtenissen van die grootse dag niet kunnen kopiëren, kunnen we wèl de voorwaarden scheppen, die tussen die zich -door de Heilige Geest geraakte- mensen van God op die dag manifesteerden en hen trachten na te volgen. Vanaf dàt ogenblik zullen we kunnen erkennen/ervaren dat de Heer -‘in ons midden is‘- in de Kracht en de Glorie welke in die dagen gezien en ervaren werd, net zoals Hij in die dagen op hèn neerdaalde.
Ik geloof dat we nog een nieuw Pinksteren nodig hebben!; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Wanneer we op die dag -met Gods hulp- een sfeer hebben gecreëerd zoals deze in de vroeg-christelijke Kerk bestond, zien we God, de Vader en de Zoon en de Heilige geest -hier en nu- in Macht en Majesteit onder ons verschijnen.

      Een van de opvallende kenmerken van de vroegchristelijke Kerk met Pinksteren was dat ze sámen, d.w.z. “met elkaar” eensgezind waren. Het woord ‘overeenstemming‘ houdt in dat zij ‘één van geest’ waren.
Deze vroegchristelijke volgelingen,  een groep van ongeveer honderd twintig personen bijeen [Hand.1:15], waren verenigd in hun verlangen om het aangezicht van de Heer te zoeken [Hand.1: 14]!

Heilige Drieëenheid

Eénheid was een BASISPRINCIPE van de vroeg-christelijke Kerk – ondanks de verschillen in karakter en gezindheid en DIT zou eveneens voor ons als Kerk de leidraad dienen te zijn. Wanneer we de tegenwoordigheid van [Heilige] Geest en de Macht des Heren in deze dagen willen uitstralen, zullen ‘de door God geroepen mensen’ gezamenlijk ‘in éénheid‘ dezelfde weg dienen te gaan volgen. We hebben opnieuw behoefte aan een allesomvattende Pinksteren!
We hebben in deze tijd een -‘door God’- geïnspireerde beweging nodig, zoals die vroeg-christelijke  Kerk, die oorspronkelijke [Ορθό δοξα, juiste glorie/eer/schoonheid] Kerk, die in die tijd werd ervaren.
Maar wanneer ‘dat’ ons zou overkomen, dient er sprake te zijn van éénheid onder het gehele Gods Volk.
Laten we op de oorspronkelijke wijze ‘ongezien’ op iemand kunnen vertrouwen en laten zien op welke wijze de vroeg-christelijke kerk verenigd was. We dienen deze éénheid op dezelfde oorspronkelijke wijze na te streven, dan zal onze Heer de rest doen.

1.]. Verenigd met hetzelfde doel voor ogen
· De Kerk wacht als één man op de [wederkomende] Heer.
· Ditzelfde kenmerk dient de Heilige Katholieke en Apostolische Kerk te markeren:
           Dan zult u ruimschoots reden hebben om over mij te roemen in Christus Jezus, wanneer ik weer bij u kom. Alleen, gedraagt u waardig het Evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat gij vaststaat in een geest, een van ziel medestrijdende voor het Geloof aan het EvangeliePhil.1: 26, 27.

  • Ons wordt door Paulus voorgehouden die eensgezind, gezamenlijk na te streven. Dat betekent “samenwerken als atleten”; we dienen als één team ‘overleg’ te plegen en op te treden, kortom ‘sámen‘ te werken voor de Glorie van God, Die ‘Zijn Wil’ in de wereld ten uitvoer brengt.

2.]. Verenigd in gebed
· Wij dienen samen te bidden – mèt en vóór elkaar.
· Niets bouwt de eenheid van de Kerk méér op dan elkaars lasten bij de Heer in gebed op te dragen:            Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen. Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de [Liefdes-]Wet van Christus vervullen. Want indien iemand zich verbeeldt, dat hij iets is en het niet is, dan vergist hij zich zeer. Ieder moet zijn eigen werk toetsen; dan zal hij slechts voor zichzelf stof tot roem hebben en niet voor een ander.  Want ieder zal zijn eigen last dragenGal.6: 1-5.
Er ontstaat daardoor een band die zich ontwikkelt tussen mensen die ‘samen‘ werken en bidden! En bovendien: wanneer we voor anderen bidden, zijn we minder met onszelf bezig en op onze eigen problemen gericht:
      Indien er dan enig beroep [op u gedaan mag worden] in Christus, indien er enige bemoediging is vanuit de liefde, indien er enige gemeenschap is van geest, indien er enige  ontferming en barmhartigheid is; maakt [dan] mijn blijdschap volkomen door eensgezind 
te zijn, een in liefdebetoon, een van ziel, een in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in deemoedigheid dient de een de ander meer uitnemend te achten dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder [lette] ook op dat van anderenPhil.2: 1-4.
Op “die wijze” houden wij elkaar in een [door God verlangd] goddelijk evenwicht.

3.]. Verenigd in Kracht
· Zij waren ‘allemaal vervuld met de Heilige Geest‘. De éénheid van de vroeg-christelijke Kerk kwam alleen voort omdat ze met God op één lijn zaten; vervuld waren met de Goddelijke Geest.
⁌ Deze eenheid bracht geweldige resultaten teweeg: zij spraken dezelfde taal:         Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kapadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten,  Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en geheel met de zaak verlegen, en zij zeiden de een tot de ander: Wat wil dit toch zeggen?Hand. 2:9-12;
⁌ Zij geloofden dezelfde dingen:           En allen dan, die tot het Geloof gekomen waren, die zijn Woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelenHand.2: 41-44a;
⁌ Zij droegen dezelfde lasten:           Zij waren in vergadering in de gemeenschap bijeen, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan haddenHand.2: 44b-45;            Want David is niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt zelf: De Heer heeft gezegd tot mijn Heer: ‘Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten’Hand. 4: 34-35.
⁌ En zij hielden van dezelfde dingen:           En voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de Tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en in de eenvoud van hun hart en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Heer voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werdenHand.2: 46-47.

Een van de grootste problemen in de moderne kerk is dat de leden in alle verschillende stadia van de spirituele ontwikkeling zijn. Sommigen zijn weliswaar gered, maar onvolwassen; sommigen zijn zowel gered en groeien in Geloof; sommigen zijn gered en door de Heilige Geest vervuld; sommigen ‘zijn’ echter nog niet eens gered [werkelijk ondergedompeld, gedoopt]. Deze diversiteit zorgt voor problemen in de christelijke familie.
Er zou geen sprake zijn van diversiteit, indien we aan Gods Wil zouden toegeven iedere afzonderlijke heilige te vervullen met de Heilige Geest:         Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de Wil des Heren is. En bedrinkt u niet [gaat u niet te buiten] aan wijn [drugs], waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en bejubelt de Heer van harte toe, dankt te allen tijde in de naam van onze Heer, Jezus Christus en God, de Vader, voor alles en weest elkander onderdanig in de vreze van ChristusEph. 5: 17-21.

Om te worden vervuld betekent “om jezelf onder controle te hebben”, wanneer Christus mij -hier en nu- zou beoordelen, wanneer Hij mij controleert en Hij je beheert, zullen we samen in Zijn kracht voor Zijn glorie samen optrekken!

4.]. Verenigd in datgene wat wij voortbrengen
⁌ “… allen waren gevuld … en begonnen te spreken …” – Iedereen was actief betrokken met z’n taak, datgene te doen, wat hem/haar op het lijf geschreven was!
⁌ God heeft niemand gered om op zichzelf te blijven; Hij redde alles en iedereen om te dienen:                                    
      Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God 
tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelenEph.2: 10 en;
      Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt geloof en ik heb werken. Toon mij dan uw geloof zonder de werken en ik zal u mijn Geloof tonen uit mijn werken Jac.2: 18

⁌ Een Geloof dat géén werken veroorzaakt, is niet waarachtig! :
        Kies ons mannen uit, trek uit, strijd tegen Amalek, morgen zal ik [Mozes] op de heuveltop staan met de staf Gods in mijn hand. Jozua nu deed, zoals Mozes tot hem gezegd had en streed tegen Amalek; maar Mozes, Aaron en Chur hadden de heuveltop bestegen. En wanneer Mozes zijn hand ophief, had Israël de overhand, maar wanneer hij zijn hand liet zakken, had Amalek de overhand. Toen de handen van Mozes zwaar werden, namen zij een steen, legden die onder hem neer, zodat hij daarop kon gaan zitten; en Aaron en Chur ondersteunden zijn handen, de een aan de ene en de ander aan de andere zijde, zodat zijn handen onbeweeglijk bleven tot zonsonder-gang. Zo overwon Jozua Amalek en diens volk door de scherpte van het zwaardEx.17: 9-13; en
– “      De Heer sprak tot Mozes: ‘ Zie, Ik heb bij name geroepen Besaleel, de zoon van Uri, de zoon van Chur, uit de stam Juda,  En hem vervuld met Gods Geest, met wijsheid, inzicht en kennis, en dat voor allerlei werk, om ontwerpen te bedenken, om die uit te voeren in goud, zilver en koper; om stenen te bewerken, om die in te zetten; om hout te snijden en werkzaam te zijn in allerlei arbeid’Ex. 31: 1-5; en
– “     Want één dag in Uw voorhoven is beter dan vele duizenden daarbuitenPsalm83[84]: 10

  • Zoals Gebed, Getuigenis, Werk, wat dient te gebeuren: schoonmakers, katechese-docenten voor de verschillende leeftijdsgroepen; moeders en vaders met hun kinderen, diakens, boekhouders en keuken- prinsen en princessen, prosphorenbakkers, kledingherstellers, afwassers, lezers, priesters kortom iedereen brengt in wat hij/zij te bieden heeft.
  • Doe je wat God wil dat je doet – Doe je alles wat in je vermogen ligt – wat je gezien je omstandigheden kunt opbrengen, datgene wat je kan doen.                                  “      En toen Hij te Bethanië was in het huis van Simon de melaatse, kwam, terwijl Hij aan tafel aanlag, zie, een vrouw kwam met een albasten kruik vol echte, kostbare nardusolie; en zij brak de albasten kruik en goot [de Myron] over Christus hoofd . . . . . en  overal waar het Evangelie verkondigd zal worden, over de gehele wereld, zalook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeftMarc.14: 3,9. De betekenis van de naam Bethanië is “Huis van lijden” of “Huis der behoeftigen”,  – ‘beth’ staat voor huis, – ani [Hebr.] of -ania [Aramees] staan voor: armoede, lijden …….
    ⁌ De Kerk wordt niet gebouwd door mensen, die het zo goed met zichzelf getroffen hebben, alleen door Christus. Wie ondanks -tegen beter weten in- dan toch een kerk wil bouwen is -dat staat bij voorbaat vast- bezig met verwoesting.
een dappere ziel, die zoveel heeft geleden

We zijn op weg naar het Paradijs, heb nog even geduld, want de Kerk [het Lichaam van Christus] zal ons er in Haar schip heenleiden.
  Via een éénsgezind streven worden we van ‘on’-mensen, werkelijke mensen. Mensen, die zichzelf en de ander tot dusver niet eens meer kenden, zullen bevrijd worden tot een heerlijk leven van het werkelijk ‘mede’-menselijk zijn. Willen we de ècht gevoelige mens ontdekken, de mens, die niet vastzit in systemen, in gezagsverhoudingen, maar werkelijk ‘vrij’ is, dan zullen ons de maskers worden verwijderd/afvallen.
Het gaat om de mens -‘in jezelf en de ander’- te ontdekken; het etiket dient te worden losgeweekt en het eigene wat veelal in de kinderschoenen is blijven steken, dient de kans te krijgen ‘volwassen‘ te worden. Zich toetsend aan de ander – als rotsblokken gevormd worden door van de berg in de rivier af te dalen en als een mooi rond kiezelsteentje in de zee van het leven òp te gaan- en anderen de gelegenheid geven zich aan hem/haar te toetsen, wordt de gelovige tot een mens, die voor zichzelf instaat en een steun kan zijn voor alle anderen.

  • Geloof is het, wanneer je jezelf in het -hier en nu- op Christus afstemt en dit vormt één van de poorten via welke je de eeuwigheid kunt doen ervaren: langzaam, heel langzaam verdwijnt de nevel die al duizenden jaren hangt om de de kusten van het paradijs-land, dat wereld heet;
      Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd. Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn Blijdschap in zichzelf mogen hebben. Ik heb hun Uw Woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn, gelijk Ik niet uit de wereld benJohn.17: 12-14.

Apolytikion     tn.8
  Gij zijt gezegend, o Christus onze God,
Die met Uw Wijsheid de Vissers hebt vervuld,
door hen te vervullen met Uw Heilige Geest.
Door hen hebt Gij heel de wereld buitgemaakt;
Minaar der mensen, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8
Toen de Allerhoogste nederdaalde,
verwarde Hij de talen en scheidde de volkeren.
Toen Hij echter Vuurtongen uitdeelde
riep Hij allen tot eenheid.
Laat ons daarom eenstemmig
de Heilige Geest verheerlijken
”.

Orthodoxie & de christelijke volmaaktheid

Iconostase

          De Lage landen hebben een prachtig gevarieerde natuur, niet alleen voor wat betreft het weer, maar tevens de vlakte met hun grazige weiden en de glooiingen van heuvels en duinen.
Dit kan voor zeker een invloed invloed uitoefenen op de mens, immers liefde voor de natuur heeft liefde tot de Schepper van die natuur tot gevolg.
Daarom een anekdote vanuit de schepping, van de periode voordat de mens werd geschapen.

De Schepper riep de dieren bij Zich en zei: “Ik wil iets verstoppen voor de mens, die Ik ga boetseren, totdat ze er ‘klaar’ voor zijn. Het is inzicht dat zij via hun goddelijke afkomst, als beeld en gelijkenis aan Mij, tot scheppende dingen in staat zijn”. De adelaar zei daarop: “Geef het maar aan mij, ik breng het naar de maan”.
De Schepper reageerde hierop en zei: “Neen, er komt een dag dat ze daar komen en dan zullen ze het vinden, voordat ze er aan toe zijn”; de zalm zei daarop: “Ik zal het naar de bodem van de oceaan brengen”.
De Schepper zei: “Neen, want ook daar zullen zij heengaan”; de buffel zei daarop: “Dan dienen we het net als een schat te begraven op de wijde vlaktes”.
Maar de Schepper merkte op: “Ze zullen zelfs de Aardkorst open-boren of snijden en het zelfs daar vinden”. Maar daarop reageerde de Grootmoeder van de mol, die in de schoot van de aarde geen licht had gezien, maar in plaats van fysieke, spirituele ervaringen had opgedaan en deze zei: “Plaats, die Schat in henzelf, dat is de laatste plaats waar de mens zijn Goddelijke afkomst ooit zal zoeken” en zo is het uiteindelijk gegaan.

Saint Grégoire, évêque de Nysse

          In de maand augustus van het jaar 378 trokken twee muildieren een kleine wagen langs de drassige oever van de rivier de Halys, in het tegenwoordige Turkije. Talloos waren de dorpen die deze trekdieren op hun reis aandeden en overal liepen mensen uit. In het wagentje dat zij voorttrokken, zat niemand minder dan deze beroemde bisschop Gregorius, welke ons bekend is als Gregorius van Nyssa. Van dorp tot dorp werd hij als herder [beschermheer] van de Kerk toegejuicht.
             Toen de bisschop in de buurt van het stadje Nyssa kwam, braken er twee wolkbreuken los. Het regende zo hard, dat niemand zich op straat waagde.
Maar toen de reiswagen hoog en droog onder het portiek aan het hoofdplein rolde, hield de bui op en als bij toverslag kwamen de parochianen te voorschijn. Het gedrang was zo groot, dat Gregorius niet kon uitstappen. Aangezien het al begon te schemeren, ontstaken de maagden -de monialen van de stad- in twee lange koren de toortsen. Het was, zo verhaalt Gregorius, alsof wij onder een stroom van vuur [de Heilige Geest] de basiliek binnen trokken. Na vier jaren van afwezigheid was Gregorius eindelijk weer thuis, in zijn bisdom. De vreugde onder het volk kende geen grenzen.
Gregorius werd in 372 bisschop van Nyssa. Zijn broer, de veel oudere Basilius de Grote, had hem het ambt haast opgedrongen. Dat was heel wat voor de schuchtere en zelfs ietwat onpraktische geleerde. Maar Basilius, tegen wie Gregorius zijn leven lang hoog opzag, zag zich graag omringd door ambtgenoten die van harte stonden achter de leerbeslissing van het concilie van Nicea [325], waar de kerk beleed dat Jezus Christus de waarachtige Zoon van God is, één in wezen met de Vader.

Metamorphosis, Moïse, modèle de vertu – Transfiguratie, Mozes, als model

Deze Gregorius van Nyssa, voor tijdgenoten de „tweede Mozes”, geeft eveneens blijk van een verheven kijk op de waardigheid van de mens. Het doel van de mens, zo verklaart de heilige Bisschop, is zich gelijkvormig te maken aan God en dit doel bereikt hij vooral door de liefde voor en de kennis en beoefening van de deugden, “lichtende stralen die neerdalen vanuit de goddelijke natuur”.
            De Goddelijke schoonheid betreft niet de buitenkant of een fraaie uitstraling, maar wel het onuitsprekelijk geluk van een volmaakt leven.
Zoals kunstschilders met zorg de kleuren kiezen die ze gebruiken om een persoon op het schilderdoek weer te geven, zoals ze de tinten mengen om de schoonheid van het model ten volle uit de verf te laten komen, zo dienen we ons God voorstellen, die de mensen ‘schildert’ in de verschillende deugden, waarmee zij een eigen inzicht krijgen en Zijn Beeld laten zien.
Het gaat bij deze kleuren niet om de kleuren in de letterlijke zin.
[…] Zuiverheid, spirituele vrijheid, geluk en het ontbreken van alle kwaad zorgen ervoor dat de menselijke gestalte de gelijkenis met God weerspiegelt.
Het is met deze ‘kleuren’ dat de Schepper van de Hemelen en de aarde ons heeft weergegeven. uit: G. v. Nyssa, ‘Over de Schepping van de mens’.
In een aanhoudende beweging van kiezen voor het goede [het Goddelijke], zoals de wedloper zich naar voren uitstrekt. In deze gebruikt Gregorius een treffend beeld dat al in de Brief van Paulus aan de Philippensen staat: επεκτεινόμενος [épekteinomenos = uitbreiden, in de zin dat je jezelf tot iets uitstrekt].
    Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb,  maar een ding [doe ik]: vergetende hetgeen àchter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus JezusPhil.3: 13,14.

          Dit betekent: “hunkeren” naar datgene wat groter is, naar de Waarheid en de Liefde. Deze beeldrijke uitdrukking verwijst naar een diepe werkelijkheid: de volmaaktheid die wij willen vinden is niet iets dat eens en voorgoed veroverd wordt; volmaaktheid bestaat in dit onderweg blijven, in een voortdurende bereid zijn om vooruit te gaan, want de volledige gelijkenis met God wordt nooit bereikt; we zijn er altijd naar onderweg.

Iconostase

De geschiedenis van elke ziel is die van een liefde die telkens vervuld wordt en die tegelijkertijd open staat naar nieuwe verten, want God verruimt voortdurend de mogelijkheden van de ziel, om haar in staat te maken steeds groter goed te ontvangen.
         Het is God Zelf, Die in ons de kiemen van het Goede de [scheppende] Genadegave van God, [‘en Hij zag, dat het goed was’] heeft gelegd en van Wie alle initiatief tot heiligheid uitgaat, “modelleert het blok….. door onze geest bij te vijlen en schoon te maken, vormt Hij in ons Christus
uit:, ’Over de Psalmen’.

Met zorg omschrijft kerkvader Gregorius dit precieser: “In werkelijkheid is het niet ‘ons werk’ en evenmin het resultaat van een menselijk vermogen om gelijk te worden aan de Godheid, maar het is het resultaat van de ‘vrijgevigheid van God’, Die aan onze natuur vanaf haar oorsprong de Genade heeft bewezen van de Gelijkenis met Hem
uit: G. v. Nyssa, ’Over de Maagdelijkheid’.

Het gaat er dus voor de ziel “niet om, iets van God te kennen, maar om God ‘in’ zich te hebben” Overigens, zo tekent Gregorius met scherpzinnigheid aan, “De godheid is de zuiverheid, de bevrijding van de hartstochten en de verwijdering van alle kwaad: als dit alles in je is, is God werkelijk in je
uit: G. v. Nyssa, ‘Over de Zaligsprekingen.
          Wanneer wij God ‘in’ ons hebben, wanneer de mens God liefheeft, wil hij, door die wederkerigheid die eigen is aan de Wet van de Goddelijke Liefde, hetzelfde als wat God’s Wil is  [uit: G. v. Nyssa, ‘preek bij het Hooglied’] en werkt hij dus met God mee om in zichzelf het goddelijk beeld te modelleren, zodat “onze geestelijke geboorte het resultaat is van een vrije keuze, en wij in zekere zin onze eigen ouders zijn, onszelf scheppend zoals wij zelf willen zijn, en door onze wil onszelf vormend naar het model dat wij kiezen
uit: G. v. Nyssa, ‘Over het leven van Mozes’.

Iconostase

Om óp te gaan naar God, dient de mens zich te reinigen: “De weg die de menselijke natuur terugbrengt naar de hemel, is geen andere dan zich te verwijderen van het kwaad van deze wereld . . . . . Aan God gelijk worden, betekent rechtvaardig worden, heilig en goed…  m.a.w. “Kijk waar je loopt , wanneer je een kerkgemeenschap bezoekt en wees bedacht werkelijk te luisteren in plaats van als een dwaas het offer aan te bieden, omdat dwazen het idee hebben dat ze nooit kwaad doenconf. Ecclesiastès 5: 1.
God bevindt Zich in de Hemelen‘ en als het u een genoegen is om, overeenkomstig David, de Profeet “Het is dus goed voor mij om mij vast te hechten aan God, en mijn Hoop te stellen op de Heer. Om al Uw lofprijzingen te verkondigen in de poorten van de dochter SionPsalm 72[73]: 28.
Dan volgt daar noodzakelijk uit dat u dáár dient te zijn waar God Zich bevindt, omdat u met God verenigd bent. Omdat Hij u heeft opgedragen om, wanneer u bidt, God ‘Vader’ te noemen, zegt Hij u [daarmee] om zonder meer gelijk te worden aan uw Hemelse Vader, door een leven dat God waardig is, zoals de Heer ons dat elders nog duidelijker zegt:
Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt isMatth.5: 48.
uit: G. v. Nyssa, ’Over het gebed des Heren’.

Als ‘Heer en Meester van het Leven’, geeft Christus bevelen.

Op deze weg van -geestelijke afzien [ascese]- is Christus het Voorbeeld en de Meester, Die ons het mooie beeld van God laat zien
uit: G. v. Nyssa, ‘Over de christelijke volmaaktheid’.
Ieder van ons merkt, al kijkend naar Hem, “de icoonschilder te zijn van het eigen leven“, met de wil als uitvoerder van het werk en de deugden als de kleuren waarvan hij zich kan bedienen
uit: G. v. Nyssa, ‘Over de christelijke volmaaktheid’.
Wanneer nu de [christelijke] mens beschouwd wordt als waardig om de Naam van Christus te dragen, hoe dient hij zich dan te gedragen?
Gregorius van Nyssa beantwoordt deze vraag aldus: “[Hij dient] steeds in zijn binnenste zijn eigen gedachten, woorden en werken te onderzoeken om te zien of zij op Christus gericht zijn of zich van Hem verwijderen
uit: G. v. Nyssa, ‘Over de christelijke volmaaktheid’.
En dit punt is belangrijk voor de waarde die hij aan het woord ‘christen‘ toekent. Christen is iemand die de Naam van Christus draagt en die daarom ook in z’n eigen leven zich gelijkvormig ‘dient’ te maken aan Hem. Door het Mysterie [RK Sacrament] van de Doop en de Myronzalving en deelname aan de Goddelijke Liturgie nemen wij, christenen, een grote [priester-gelijke] verantwoordelijkheid op ons.
Maar Christus -herinnert Gregorius [en ons] eraan- dat Hij is eveneens in de armen aanwezig, waardoor deze nooit beledigd mogen worden:
Veracht niet degenen die uitgestrekt terneerliggen, alsof daardoor voor hen niets meer zou gelden. Bedenk wie zij zijn en je zult hun waardigheid ontdekken: zij vertegenwoordigen voor ons de Persoon van de Zaligmaker. En zo is het ook: want de Heer gaf hun in Zijn goedheid Zijn eigen Persoon, opdat degenen die hard van hart zijn en de vijanden van de armen, daardoor met medelijden bewogen zouden worden
uit: G. v. Nyssa, ‘Over de liefde tot de armen’.
God is namelijk in iedere naaste [ook je vijanden] aanwezig Marc.12: 30,31.

De droogte van de woestijn

Gregorius, zo bemerkten we bovenstaand, spreekt over een opgang: over de opgang naar God in het gebed door middel van de zuiverheid van hart; maar ook over de opgang door middel van de liefde voor de naaste. De Liefde is de ladder die leidt naar God. Bijgevolg drukt de Kerkvader uit Nyssa elk van zijn toehoorders op het hart: “Wees edelmoedig jegens deze broeders, jegens de slachtoffers van het ongeluk. Geef de hongerige wat je aan je buik ontzegt
uit: G. v. Nyssa, ‘Over de liefde tot de armen’.

Met grote duidelijkheid herinnert Gregorius ons eraan dat wij allemaal van God afhankelijk zijn en daarom roept hij uit: “Denk niet dat ‘alles’ van ‘u’ is! Er moet ook een deel voor de armen zijn, voor de vrienden van God. Immers, de Waarheid houdt in, dat alles van God komt, de Vader van allen, en dat wij familieleden zijn en tot dezelfde afstamming behoren
uit: G. v. Nyssa, ‘Over de liefde tot de armen’.
Laat daarom, zo dringt Gregorius aan, de christen zich onderzoeken: “Waartoe dient jou het vasten en het je van vlees onthouden, als je vervolgens je tanden zet in de [‘hoogstnoodzakelijke’] behoeften van je medebroeders/zusters? Wat voor ‘winst voor God’ haal je hieruit dat je van het jouwe niet eet, als je vervolgens, door ‘als een onrechtvaardige‘ te handelen, uit de handen van de arme weggrist wat van hem is?”. uit: G. v. Nyssa, ‘Over de liefde tot de armen’.

‘Hoe groot zijn Uw werken, o Heer, Gij hebt alles met Wijsheid gemaakt’

Laten we deze catecheses van ons over één van de drie grote Cappadocische Kerkvaders besluiten door nog dat belangrijke aspect van de geestelijke leer van Gregorius van Nyssa te vernoemen dat het gebed is.
Om vooruit te gaan op de weg van de volmaaktheid en God in zich te ontvangen, de Heilige Geest in zich te dragen, de Liefde van God, dient de mens zich in vertrouwen tot Hem wenden in het gebed:
Door het gebed slagen wij er in bij God te blijven. Want wie bij God is, is vèr verwijderd van de vijand. Het gebed is ondersteuning en verdediging van de kuisheid, een rem op de toorn, een bedaren en beheersen van de trots. Het gebed is bewaking van de maagdelijkheid, bescherming van de trouw in het huwelijk, hoop voor hen die waken, overvloed aan vruchten voor wie het land bewerken, veiligheid voor wie zich aan boord bevindtuit: G. v. Nyssa, ‘Over het gebed des Heren’.
In zijn/haar gebed put de christen altijd inspiratie uit het gebed des Heren [het Onze Vader]: “Wanneer we willen bidden dat het Rijk van God over ons neerdaalt, laten we dit dan vragen met de Kracht van het Woord: dat ik weggehaald mag worden van het bederf, dat ik bevrijd mag worden van de dood, dat ik losgemaakt mag worden uit de ketenen van de dwaling; moge nooit de dood over mij heersen, dat nooit de tirannie van het kwaad macht over ons mag krijgen, de tegenstander mij niet overheerst noch mij tot zijn gevangene maakt door de zonde, maar moge Uw Rijk over mij komen, opdat de hartstochten die nu heer en meester over mij zijn, zich van mij zullen verwijderen of, beter nog, vernietigd worden”.
uit: G. v. Nyssa, ‘Over het gebed des Heren’.

Aan het eind van zijn aardse leven, zal de christen zo in vrede tot God kunnen wenden. Hierover sprekend, denkt de heilige Gregorius aan de dood van zuster Macrina en schrijft hij dat zij op het ogenblik van haar dood zo tot God gebeden heeft: “Gij die op aarde macht hebt om de zonden te vergeven, vergeef mij ‘opdat ik weer op adem kan komen’ [“Doch ik ben als een mens zonder gehoor, die in zijn mond geen verweer heeftPsalm 37[38]: 14], en opdat ik voor Uw ogen zonder vlek bevonden wordt, op het ogenblik waarop ik van mijn lichaam wordt ontdaan [“In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede-opgewekt door het Geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewektCol.2: 11,12] zodat mijn geest, heilig en zonder vlek [“Zo Zelf de Gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij [de Kerk] Heilig is en onbesmet” Eph.5: 27] , in Uw handen ontvangen wordt zoals ‘wierook naar U opstijgt’ conf.Psalm 140[141]: 2
uit: G. v. Nyssa, Het Leven van Macrina.

‘Christus’ als pedagoog [opvoeder]

Dit onderricht, de Pedagogie van onze Heer, welke de heilige Gregorius ons doorgeeft blijft voor altijd geldig: niet alleen spreken over God, maar God ‘in’ zich dragen. We doen dat door de inspanning van het gebed en door te leven in de Heilige Geest, de geest van de Goddelijke Liefde voor al onze familieleden en onze naasten in dit ondermaanse bestaan.

    Want er komt een tijd, dat [mensen] de gezonde Leer [de Goddelijke Pedagogie] niet [meer] zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich [tal van] leraren zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de Waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren. Blijf gij echter nuchter onder alles, aanvaard het lijden, doe het werk van een evangelist, verricht uw dienst ten volle”.
2Tim.3: 4-5

mp3: Hymne tot het Licht der wereld:
Antiochian Orth. – Hymn of Saint Ephraïm Syrian  – ترنيمة مار افرام للنور

Het refrein, “Het Licht is aangebroken, verheug u, o Hemel en aarde” herinnert ons aan het “zegevierende‘ Licht, Dat”  ‘nooit en te nimmer‘ kan worden gedoofd.

7e Zondag na Pascha, Zondag van de Heilige, door de Heilige Geest geïnspireerde Vaders van Nicea

“Zie, God is mijn heil, ik vertrouw en vrees niet,
want mijn Sterkte en mijn Psalm is de Heer der Heerscharen en Hij is mij tot Heil geworden” Isaiah 12: 2.

      Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zei:  ‘Vader het uur is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U zal verheerlijken, zoals U Hem Macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig Leven te schenken.  Dit nu is het eeuwig Leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus, Die U gezonden hebt. Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.
En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, Die Ik bij U had, eer de wereld was.
Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben Uw Woord bewaard.
Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt. Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U en al het Mijne is het Uwe en het Uwe is het Mijne en Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, Welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij. Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, Welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd.
Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle mijn blijdschap in zichzelf mogen hebbenJohn.17: 1-13.

      Want Paulus had zich voorgenomen Ephese voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen, want hij haastte zich om, zo mogelijk, op de Pinksterdag te Jeruzalem te zijn.
Maar hij zond iemand van Milete naar Ephese en ontbood de oudsten der gemeente; en toen zij bij hem gekomen waren, zei hij tot hen: ‘  Gij weet, hoe ik van de eerste dag af aan, dat ik in Asia voet aan wal zette, al die tijd onder u verkeerd heb.  Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft.
        Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken.
        Waakt dan en herinnert u, dat ik drie jaren lang nacht en dag niet heb opgehouden ieder afzonderlijk onder tranen terecht te wijzen.
        En nu, ik draag u op aan de Heer en het Woord van Zijn Genade, aan Hem, Die bij Machte is te bouwen en het erfdeel te geven onder alle geheiligden. Ik heb niemands zilver of goud of kleding begeerd;  zelf weet gij, dat deze handen in mijn behoeften en in die van hen, die bij mij waren, hebben voorzien. Ik heb u in alles getoond, dat men door zo te arbeiden zich de zwakken moet aantrekken en zich de woorden van de Heer Jezus herinneren, die Zelf gezegd heeft: Het is zaliger te geven dan te ontvangen.
        En toen hij dit gezegd had, boog hij de knieën en heeft hij met hen allen gebedenHand.20: 16-18, 28-36.

Samen met je levensgezel ouder worden is heerlijk. Maar toch er begint links en rechts wel iets te rammelen, broeder ezel begint op de meest kwetsbare punten van zich te doen spreken; het wil allemaal niet meer, zoals voorheen, toen je nog in de groei van het leven stond.
Onwillekeurig kom je met elkaar over de dood te spreken. Kom ik ergens tegen dat een ega [echtgenote], hoewel de man in kwestie zich in het huishouden heel goed kan redden, tegen hem zegt: “Ik heb het gevoel dat jij maar beter eerder kan gaan dan ik. Want ik denk dat jij zonder mij maar moeilijk verder kan”.  “   Nou, dat vind ik lief van je“ zegt de echtgenoot vervolgens, “We moeten maar rustig afwachten, want ik weet zeker dat het voor jou ook niet meer hoeft als ik er niet meer ben”. En daar is zij het dan roerend mee eens.
Dat is een heel herkenbare ervaring. Iemand van wie je veel houdt, komt te overlijden. Dat kan je vader of je moeder zijn, je man of je vrouw, je dochter, of je zoon, een vriend of vriendin. Het kan ook iemand zijn voor wie je een geweldige bewondering hebt; het lijkt dan wel alsof de bodem onder je bestaan wordt weggeslagen.
Je weet haast niet hoe je verder moet; het lijkt allemaal zo leeg en zinloos. Het lijkt wel alsof je er geen vertrouwen meer in hebt; je voelt je namelijk niet meer geborgen ondanks het feit dat veel mensen in je omgeving lief voor je zijn en je proberen op te vangen.
Dat gevoel van leegte zullen de leerlingen van onze Heer ook hebben gehad toen Jezus om het leven werd gebracht. Op onze Heer hadden de leerlingen al hun levensverwachtingen gesteld; Hij betekende voor hen een nieuwe toekomst; door Hem kreeg hun leven pas ècht zin.
Ze konden zich niet voorstellen dat ze voortaan ‘zonder Hem‘ verder zouden kunnen; hoe was dat in Gods Naam mogelijk? Zo’n Goddelijk Mens, Die het eindeloos goed voor had met elk mens die Hij ontmoette. Zo’n Iemand vermoorden?; ja, dan houdt alles op -dan weet je het echt niet meer- dan heb je het niet meer, de grond wordt je onder de voeten weggeslagen!

Keizer Constantijn en het concilie van Nicea

In het Evangelie van vandaag is Jezus Zelf aan het woord, op de drempel van aarde en hemel bidt Jezus vlak voor Zijn afscheid zijn ‘Hoog Priesterlijk gebed’; wat Jezus Zijn leven lang gedreven heeft, Zijn levensopdracht wordt in dit gebed weergegeven. Jezus is Zich bewust dat Hij Zijn taak heeft volbracht en Zijn verkondiging heeft geleefd. Voor Jezus Christus was het niet nodig om te bidden, want Hij is ‘één in wezen met Zijn Vader‘, maar als vertegenwoordiger van ons biedt Hij ons dit gebed: Hij verheerlijkt “de Heerlijkheid, Die Hij bij de Vader had, eer de wereld was” om dit voort te zetten via de Genadegaven van de Heilige Geest. De Heilige Drieëenheid houdt niet op het onderwijs van de Zoon voort te zetten tot verheffing van de gehele mensheid. Dit zegt Hij in dit gebed tot Zijn Vader, het is verwoord en geschreven in een verheven taal.
Dit ‘Hoog Priesterlijk gebed’ is méér dan een afsluitende samenvatting van de afscheidsrede.  Het is een waarachtig zegen-gebed, dat gelezen kan worden als een gebed voor Zijn Lichaam, de Kerk, de gemeenschap van Zijn geliefde volgelingen, verzameld rondom Jezus, onze grote Voorganger en Voorspreker.

– storm op de levenszee –

De woorden van dit gebed zijn geen uiting van hoe en wanneer er iets dient te gebeuren, ze zijn niet berekenend, maar vormen de waarachtige bede die voortkomt uit het besef dat het beoogde alleen van God verwacht en ontvangen kan/mag worden. Bij een persoonlijk gebed is de gezindheid van het menselijk hart heel belangrijk en dat blijkt wel uit deze woorden – hoe Christus, Zijn Vader en de mensen tijdens Zijn aanwezigheid hier beneden heeft liefgehad.
Hier wordt vanuit het diepst van het ‘God-menselijke‘ hart gebeden, dat wat er ook gebeuren gaat, ook in bittere tijden; de blijde boodschap helder en duidelijk is: “Blijf allen vertrouwen op God”.

Wees je bij het eigen gebed bewust, dat je als mens ziet wat je voor ogen hebt. Christus, ziet als God/mens ‘het hart’ en God weet al wat Hem gezegd gaat worden voordat wij überhaupt aan een gebed beginnen.

Dit ‘Hoog Priesterlijk gebed’ is tekenend door de Goddelijke menslievendheid, al verneem je het in verschillende -voor ons onbegrijpelijke talen- als het Grieks, Arabisch of het Koptisch het blijft een indringende ervaring. Het is bovendien onafscheidelijk verbonden met Zijn offer, met Zijn ‘doortocht’ [Pascha] naar de Vader, waar Christus als Gods Zoon geheel en al ‘toegewijd’ is aan de Vader.
         Dit gebed van Jezus kan in heel z’n rijkdom alleen begrepen worden wanneer wij het situeren in het kader van het Joodse feest van de uitboeting, Yom Kippur.
Op die dag, verricht de hogepriester de uitboeting eerst voor zichzelf, daarna voor de priesterlijke klasse en tenslotte voor de gemeenschap van het gehele volk. Het doel is, na de overtredingen van het voorafgaande jaar, het volk van Israël [de Kerk, Christus’ Lichaam] het besef terug te geven van z’n verzoening met God, het besef het uitverkoren volk te zijn, “één heilig volk” te midden van al de andere volken. Het gebed van Jezus, herneemt de structuur van dit feest. Jezus richt Zich die nacht op de olijfberg [Gethsemane, de olijfpers] tot Zijn Vader op het ogenblik dat Hij zichzelf ten offer aanbiedt: “ doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk U het wiltMatth.26: 39.
          Hij, Hogepriester en Slachtoffer, bidt niet voor Zichzelf, maar voor Zijn apostelen en voor iedereen die in Hem zal geloven – de Kerk van alle tijden.
Jezus bidt opdat Zijn leerlingen één zouden zijn: “   Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U en al het Mijne is het Uwe en het Uwe is het Mijne en Ik ben in hen verheerlijkt. En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaarhen in Uw Naam, Welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij. Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, Welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb overhen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werdJohn.17: 9-12.
       De Kerk wordt dan het middelpunt waar de levensopdracht van Christus Zelf zich verlengt: namelijk in de wereld -en de daar verblijvende mens, die zich van God en van zichzelf verwijderd heeft- de zonde te laten afleggen, opdat de wereld opnieuw de wereld van God wordt.
       In de Apostellezing neemt Paulus eveneens afscheid, hier van van de leiders van de gemeenschap te Ephese. Het is een afscheid voor altijd; Paulus dient mogelijk zelfs te sterven voor zijn Geloof in Christus. Het afscheid nemen gaat dan ook niet gemakkelijk, maar ook hier komt het op de manier van afscheid nemen aan. Het afscheid nemen verliest iets van zijn zwaarmoedigheid, want Paulus weet dat hij deze gemeenschap niet zonder Hulp en zonder helpers achterlaat. Hij laat haar achter ‘in de handen van God’ en in die van mensen, die Christus volgen. Deze christelijke gemeenschap blijft dus bestaan, ook ná Paulus afscheid en dat lucht Paulus op.
Paulus spreekt immers ook over de Blijde Boodschap van Gods Genadegaven, ‘de Heilige Geest’ hetgeen de gemeenschap kan opbouwen en doen opbloeien. Paulus gaat ervan uit dat waar de oudsten van Ephese zich trouw zullen blijven houden aan het Evangelie, hetgeen de individuele leden alleen maar ten goede zal komen.
Waar de Blijde Boodschap trouw wordt nagevolgd, zullen de leden in vertrouwen groeien in het christelijk Geloof; of ze nu worden bemoedigd of juist vermaand.
Waar het Evangelie in vertrouwen klinkt bij de catechese, zullen mensen de weg naar God (her)vinden. Waar het klinkt aan de ziekenbedden, zullen de zieken troost ontvangen en zo zal de gemeenschap worden uitgebouwd. Dat houdt Paulus de ambtsdragers van Ephese voor.
Dat krijgen ambtsdragers ook heden ten dage te horen, dit principe is nog steeds van kracht,  vandaar dat verder uitweiden niet nodig is.
➻       Er is echter nog een laatste muur die opgebouwd dient te worden, een muur van onderlinge bescherming, om de zwakke broeder of zuster heen.
Paulus geeft aan dat de hiërarchie èn de parochianen zich hier ‘extra‘ voor dienen in te zetten [Hand.20: 35]. Om de zwakken, de armen, met geld of goed te kunnen bij te staan, dienen de leden ‘elkaars’ lasten dragen, incl. de armoede van de ander. Paulus doelt dus op de diaconale opdracht van de gemeenschap en die geldt uiteraard nog steeds. Het Evangelie is dan pas een Blijde Boodschap wanneer ook de maag van de toehoorders van de Blijde Boodschap wordt gevuld en er dient te worden voorzien in eventuele andere noden. Belangrijk hierbij is dat ook de ambtsdragers hier –in onderling overleg– het goede voorbeeld dienen te  geven.
-/-     Paulus sluit z’n toespraak af, afscheid nemen – is als een beetje afsterven, het doet pijn. Maar het wordt als Goddelijk Licht ervaren waar hij weet dat God in deze gemeenschap zal blijven doorwerken. God is rechtvaardig in alles wat Hij aan ons heeft gedaan: al Zijn werken zijn Waarheid”:

Hoe lieflijk zijn Uw tenten, Heer der krachten: 
mijn ziel dorst en smacht naar de Voorhoven des Heren.
Mijn hart en mijn vlees juichen voor de Levende God.
Zelfs de mus vindt zich een woning, de tortel een nest om voor haar jongen te
zorgen. Bij Uw altaren, Heer der krachten, mijn Koning en mijn God.
Zalig zij die in Uw Huis wonen; in de eeuwen der eeuwen zullen zij U loven.
Zalig de mens die zijn hulp vindt bij U: hij maakt opgangen gereed in zijn hart.
Weg uit het dal der tranen, naar de plaats die Hij heeft vastgesteld.
Want de wetgever schenkt zegeningen, zodat zij gaan van kracht tot kracht, 
om de God der goden te zien in Sion.
Heer, God der krachten, verhoor mijn gebed; neig Uw oor, God van Jacob.
God, onze beschermer, zie ons aan: zie neer op het aangezicht van Uw gezalfde.
Want één dag in Uw voorhoven is beter dan vele duizenden daarbuiten.
Liever ben ik veracht in het Huis van mijn God, dan thuis te zijn in de tenten der zondaars.
Want de Heer bemint Barmhartigheid en Waarheid; God schenkt Genade en Heerlijkheid. De Heer weigert geen enkele weldaad aan hen die wandelen in onschuld. Heer, God der krachten, zalig is de mens die op U vertrouwt“.
Psalm 83[84] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

Apolytikion     tn.6
    Boven alles zijt Gij verheerlijkt, Christus onze God,
Die onze Vaders op aarde als sterren bevestigd hebt.
Door hen hebt Gij ons tot het ware Geloof gebracht.
Barmhartige Heer, ere zij U
”.

Kondakion      tn.6
    Met Uw levenschenkende hand,
wekt Gij alle doden op uit het duistere dal,
o Leven-schenker Christus onze God,
Die aan het mensengeslacht de Opstanding gegevens hebt.
Gij zijt waarlijk onze Heiland,
onze Verrijzenis, ons Leven en de God van het heelal
”.

Hemelvaart van onze Heer en Verlosser Jezus Christus

icoon,                               “Hemelvaart des Heren

    En terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in hun midden; en zij werden ontzet en verschrikt en meenden een geest te aanschouwen.
Doch Hij zei tot hen: ‘Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart? Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het zelf ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb’.
        En bij dit woord toonde Hij hun zijn handen en voeten. En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden, zei Hij tot hen:
‘Hebt gij 
hier iets te eten?’. Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe. En Hij nam het en at het voor hun ogen. Hij zei tot hen:
‘Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over 
Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden’.      Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen.
En Hij zei tot hen:
‘Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage 
opstaan uit de doden, en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving van de zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. Gij zijt getuigen van deze dingen. En zie, Ik doe de belofte van mijn Vader op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge’.
      En Hij leidde hen naar buiten tot bij Bethanië en Hij hief de handen omhoog en zegende hen. En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde. En zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap, en zij  waren voortdurend in de tempel, lovende GodLuc.24: 36-53.

    Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Theophilos, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de Heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft.
En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij [zo zei Hij] van Mij gehoord hebt.
Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze.
Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: ‘Heer, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israel?’.
Hij zei tot hen: ‘Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult Kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult Mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.

Hemelvaart                                     – ‘Wat staat gij daar?’.

En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: ‘Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen’.
Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dichtbij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaanHand.1: 1-12.

Kathismazang Metten     tn.1
  De Engelen stonden verbaasd over Uw wonderbare Hemelvaart
en de Leerlingen waren met vrees bevangen door Uw Verheffing;
want als God zijt Gij opgestegen in Heerlijkheid;
en de Poorten openden zich voor U, Verlosser.
Daarom rapen de Machten der Hemelen:
Ere zij, o Heiland, Uw Nederdaling;
ere zij Uw Koningschap;
ere zij Uw Hemelvaart, Gij enig menslievende
”.

Op de veertigste dag nadat Christus uit de doden is opgestaan/verrezen, werd Hij in de wolk opgenomen in de hemel.

De wolk die Christus zowel vandaag als bij Zijn Hemelvaart omhult, staat voor de geur van het offer dat van het altaar naar God opstijgt. Het offer wordt geaccepteerd en het slachtoffer wordt tot Gods aanwezigheid toegelaten, waar het op een eeuwige en Hemelse wijze aangeboden zal blijven worden. Het werk van onze redding is bereikt en wordt door God gezegend”; woord van diverse kerkvaders.

Deze week viert de Kerk de “Hemelvaart des Heren“; sinds Pascha vindt onze vreugde over de Opstanding/Verrijzenis haar voedingsbodem. In het Licht van deze glorieuze, vredige en vervullende periode in de jaarcyclus van onze Kerk zouden we in de aanwezigheid van onze Heer geheel ontspannen en voldaan dienen te zijn. Maar we worstelen nog steeds om te ontspannen en zijn nog steeds niet in staat de Hemelse Vrede te laten neerdalen.

Waarom? Gedeeltelijk omdat we ons leven tot een soort emotionele en spirituele valkuil hebben omgebouwd. We zijn zo druk, we nemen de rust niet om ergens ook nog maar iets diepgaander over na te denken, te luisteren, teneinde inzicht te krijgen in onze beweegredenen.
mp3: ‘Maak haast‘ – Herman van Veen, Nederlands podiumkunstenaar, schrijver, componist, regisseur, muzikant [geb. 1945].

We zijn druk bezig anderen terwille te zijn; wij laten anderen toe onze agenda te bepalen. We zijn vaak niet bewust wat voor redenen we hebben om te doen wat we doen. We zijn allemaal een beetje dolgedraaid met allerlei taken, plannen en verantwoordelijkheden. Het is belangrijk voor ons om iets onder handen te hebben, iets te doen te hebben. Maar het is voor onszelf even belangrijk om te ontspannen, tot onszelf te komen. Al is het alleen maar om inzicht te verkrijgen in datgene wat ons ergens toe aanzet, om datgene te doen wat we doen, om ervoor te zorgen dat de keuzes, die we maken en  onze activiteiten vanuit ons diepste kernpunt voortkomen.

Hoe maken we deze omslag? We beginnen vanuit het hart!
Door middel van ‘Zelfreflectie’ oftewel [verbeter de wereld, begin bij jezelf].
Het Psalterion accentueert de Pedagogie van dit onderwerp op een enkel vers: “zoek de Vrede en jaag die naPsalm 33[34: 15.
We hebben behoefte aan Vrede, maar we dienen ons actief op te stellen om dit te blijven [onder-]vinden. We dienen dit te blijven zoeken en na te streven.
Wat betekent dit? Wat is dit nastreven?

De  Heilige Isaäc de Syriër geeft ons het antwoord:
Dring door in de schatkamer, die in je binnenste [je hart] aanwezig is en zo zult je de verzameling Hemelse onderwerpen bloot leggen. De ladder die naar het Koninkrijk der Hemelen leidt is in jouzelf verborgen en dient in je ziel te worden ontdekt. Ga bij jezelf te rade en in je binnenste[ je ziel, je hart] zal je datgene ontdekken waarmee je in staat wordt gesteld jezelf te verheffen”.

mp3: ‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder’, Ramses Shaffy 1933 – 2009, was een kind van Armeense vluchtelingen , Nederlands zanger en acteur.

Zoek en jaag dit na, neem het als leidraad en verhef daarmee jezelf.
Ik ben misschien een beetje lyrisch bij het opsommen van deze lijst; het omvat echter de taal van de Vrede. Jezus Christus verkondigt: “ Want zie, het Koninkrijk Gods is bij uLuc.17: 21, het zit van binnen. Wij zijn geroepen om ons hart te exploiteren, ons centrale punt, onze ziel te vinden en dat is het beginpunt; daar kan je een nieuw begin maken.

filosoof, catacomben, Rome

De klassieke Grieks filosofen hadden zelfs al vóór de geboorte van Christus het inzicht in deze fundamentele waarheid van onze mensheid. De centrale leer van Plato, van Socrates, is ‘Ken  jezelf‘. We dienen uit onze innerlijke valkuilen te ontsnappen, onze oppervlakkige slaapwandelingen, die ons leven bepalen. We worden opgeroepen om ‘wakker’ te worden, om de diepte in te gaan.
➽ Dit is niet makkelijk. Inderdaad, het is een levenswerk, het neemt een heel leven in beslag. Het kan niet anders dan dat we beginnen waar we ons momenteel bevinden en gaan met vallen en opstaan de strijd aan.
De Heilige Isaäc de Syriër zei eveneens: “Er is geen deugd die geen voortdurende strijd oplevert”. Of neem het woord van een abt ter harte, die ooit een vraag beantwoordde over wat monniken zoal de hele dag doen: “We vallen en we staan ​​op , We vallen en we staan ​​weer op . . . . . en dat 70 maal 70 keer op één dag en ook dan zijn we er nòg niet”.
➽ We worden allemaal door te veel informatie overweldigd en we laten dat nog toe ook. Er is een orthodoxe anekdote die verklaart dat de duivel [de tegenstrever] voor het overgrote deel de Kerk van de 20e eeuw al heeft overwonnen door de informatie te onderdrukken; door het voor mensen onmogelijk te maken Gods Woord nog te horen. En helaas gebeurt dit nog steeds op ik weet niet hoeveel plaatsen; ook in de Lage Landen.
Maar het gezegde gaat nog verder en luidt: heden ten dage [de 21e eeuw] heeft de duivel zijn strategie veranderd. Hij probeert ons te overspoelen met woorden en ideeën en gedachten, met een te veel aan informatie, om het voor ons, te midden van alle afleiding, onmogelijk te maken om het Woord van God überhaupt nog te ontmoeten.

Saint Païsios of Mount Athos [1924-1994]

  Maar dit hoeft ons niet te weerhouden te volharden.
Staretz Païsios [een wijze oudere, die door veel monniken en leken werd benaderd, die om raad waren verlegen], leerde dat we als bijen dienen te zijn. Een bij zal de ene bloem vinden op een mestvaalt, zo zei deze grote 20ste eeuwse leraar van de Heilige berg Athos. Het probleem is dat het merendeel van ons zich voordoen als vliegen, die de enige stapel mest in een veld vol bloemen vinden. ‘Gods Wil‘ is onze bloem, we dienen ‘Hem‘ te ontdekken en te benaderen en in onszelf te zoeken, daar ‘bij Hem‘ te rade te gaan en ‘Hem‘ te vinden.

Het levende water symboliseert de Heilige Geest, Die ons gegeven wordt, nadat Jezus, na Zijn dood aan het Kruis en Zijn Opstanding, is verheerlijkt.

➽ De lezing van het Heilig Evangelie van Johannes de Theoloog voor de zondag van de Blindgeboren Mens John.9: 1-38, op de zondag vòòr Hemelvaart, laat zien hoe gemakkelijk het is om in de hooghartige dwaze redenen verzeild te raken; hoe verloren mensen, bewust of onbewust, wel niet verloren raken door verkeerde motieven te beproeven en het najagen juiste dingen uit de weg gaan.
En de oplossing om daarentegen in vrede je leven in te richten is:
– Christus in je leven centraal te stellen –“.
    Indien je geproefd hebt, dat de Heer Genadig is en een groot inlevend vermogen heeft 
en je Hem benadert, de levende Hoeksteen, Die door de mensen weliswaar werd verworpen, maar door God uitverkoren werd en kostbaar werd bevonden. En je laat jezelf ook als levende hoeksteen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die aan God welgevallig zijn door Jezus Christus. Dan zul je  tot de toestand van de zalige opgroeienconf.1Petr.2: 2-5.
Waarom doen we eigenlijk, zoals we gewoon zijn te doen? Ken jezelf, zoek de vrede in jezelf, de onschatbare rijkdom en je zal de bron van juiste beslissingen vinden. conf. http://www.antiochian.org

Apolytikion Hemelvaart     tn.4
    In Heerlijkheid zijt Gij opgestegen, o Christus onze God
en hebt Uw Leerlingen verblijf door de belofte van de Heilige Geest.
Want door Uw Zegen leerden zij
dat Gij de Zoon Gods zijt en de Verlosser van de wereld
”.

Kondakion     tn.8
  Nadat Gij de Heilsorde had volbracht
en het hemelse met het aardse verenigd had,
zijt Gij opgestegen in Heerlijkheid, o Christus onze God,
zonder van ons heen te gaan zodat er geen scheiding kwam.
Ik ben met u en niemand tegen u
”.

Orthodoxie & het Geloof in de Waarheid

kaarsen opgestoken in de kerk

    En Jezus zei:  ‘Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat wie niet zien, zien mogen, en wie zien, blind worden’.
Dit hoorden sommigen uit de Farizeeën, die bij Hem waren, en zij zeiden tot Hem: ‘Zijn wij soms ook blind?’.
        Jezus zei tot hen: ‘Indien gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben; maar nu zegt gij: Wij zien; daarom blijft uw zonde. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie niet door de deur de schaapskooi binnenkomt, maar op een andere plaats inklimt, die is een dief en een rover; maar wie door de deur binnenkomt, is de herder der schapen. Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen naar zijn stem en hij roept zijn eigen schapen bij name en voert ze naar buiten. Wanneer hij zijn eigen schapen alle naar buiten gebracht heeft, gaat hij voor ze uit en de schapen volgen hem, omdat zij zijn stem kennen; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen’. In dit beeld sprak Jezus tot hen, maar zij begrepen niet, wat het was, dat Hij tot hen sprak.
       Jezus zei dan nogmaals: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur der schapen. Allen, die voor Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben naar hen niet gehoord. Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden’John.9: 39 – 10: 9.

Jezus sprak zich heel duidelijk uit: “Εἰς κρίμα … γένωνται –  tot schaamte . . . tot een oordeel”. Hij wilde dit aan het licht brengen en de onvermijdelijke gevolgen aantonen welke de bestaande innerlijke toestand van de mens zou hebben.

icoonlampje

        Niemand steekt een lamp aan en bedekt die met een vat of zet haar onder een bed, maar hij zet haar op een standaard, opdat wie binnentreden het licht mogen zien. Want er is niets verborgen, dat niet aan het licht zal komen, en niets geheim, dat niet zal bekend worden en aan het licht komen. Ziet dan toe, hoe gij hoort. Want wie heeft, hem zal gegeven worden, en wie niet heeft, ook wat hij meent te hebben, zal hem ontnomen wordenLuc. 8: 16-18.
Dit betekent dat degenen die zich bewust zijn van hun blindheid en dit hen verdriet doet, hierdoor verlicht kunnen worden; terwijl zij, die zich slechts tevreden stellen met dit licht – zich slapende rijk achten, m.a.w. zich niet inzetten om aan de hand van de Blije Boodschap te groeien – het licht kunnen verliezen. Met een bepaalde galgenhumor verkondigt Christus hier hoe gemakkelijk het vooruitzicht op redding kan vervliegen door hardnekkig vast te houden aan het feit dat ‘jij’ er wel genoeg van weet.
Een mens weet immers nooit genoeg – aangezien de christelijke weg welke in de Blijde Boodschap verkondigd wordt – een persoonlijke levensopdracht inhoudt om ‘onafgebroken‘ alert te zijn, dit is voor iedereen bedoeld, niet alleen voor de beminde gelovigen. Levenservaring houdt nooit op en je kunt het niet zo maar uit een boekje leren, dat leer je alleen met met vallen en opstaan.

De blindgeboren mens krijgt inzicht, omdat hij beseft dat hij blind is en maakt gebruik van de Genadegaven welke hij -keer op keer- ‘om niet’ van God krijgt aangereikt. Farizeeën blijken volslagen blind te zijn voor datgene wat de Heer hen openbaart; zij zijn van mening dat zij het allemaal wel weten en trekken zich genoegzaam in hun wereldje terug; zij zijn immers geschoold in de door God aan Mozes gegeven wetten en menen daar wel voldoende aan te hebben. Bij hen komt de hoogmoed voor de val, terwijl de blindgeborene in zijn eenvoud de Blijde Boodschap ter harte neemt en Christus blijft volgen. De Blindgeborene laat zijn aanbiddende dankbaarheid in het zicht van de omstanders openlijk blijken.
Christus verblijdt Zich immers door de Heilige Geest en heeft gezegd: Ik dank U, Vader, Heer van Hemels en aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan eenvoudigen [als kinderen] hebt geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het voor U een welbehagen 
geweestconf. Luc.10: 21.  Zij die door studie kennis hebben van -leer en haar wetten- , vinden zichzelf “‘dè’ wijzen en verstandigen” en in hun onbeschaamdheid, beschikken zij over hun [voor-]kennis, hun voordelen, over hun positie en kunnen zij zich ‘mooi‘ voordoen, maar tegelijkertijd keren zich hierbij tevens resoluut af van ……..             ” t Licht van deze wereld “, zij verliezen hun kracht en gaan ten onder in zelfgenoegzaamheid.

“Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp”  – يا رب، أنا أصدق الكفر

Maar de onbedorven behoeftigen, zelfs de tollenaars en zondaars, blijven zich bewust van de schaduw des doods en houden hun aandacht onafgebroken gericht op het onvolkomen Geloof en de behoefte aan bekering en zijn zich bewust van ‘het Genaderijke Licht’ van Christus wat hen begeleid.
En de apostelen zeiden tot de Heer:
‘Geef ons meer Geloof’.
De Heer zei daarop: ‘Indien gij het Geloof had als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze moerbeiboom zeggen: wordt ontworteld en in de zee geplant, en hij zou U gehoorzamen’
Luc.17: 5,6.
Geloof zonder zekerheid is alleen maar de helft of het Geloof, de Blijde  Boodschap geeft immers voorbeelden van situaties waar Geloof ‘alleen’ wordt vereist, ja, zelfs geboden. Er is geen tijd om bewijzen te verzamelen, om te wachten, om te slechts oog te hebben op zekerheid.
We dienen alleen ‘onvoorwaardelijk te geloven; zoals Petrus wandelde op het water – denk niet na, gewoon, doe het! [Just, do it!].
God verlangt zelfs van ons dat wij in Hem blijven geloven, wanneer, de bewijzen [tijdelijk] een slecht vooruitzicht bieden. Vertrouw op Hem!
God eist in alle omstandigheden [ook in ogenblikken van menselijke zwakheid] van ons Hem te geloven en vertrouwen; Geloof en vertrouwen op Hem maakt ons sterk, zoals Hij Sterk is!
Geloof is de toestand waarin wij zonder twijfel zijn, zonder aarzelen, totale zekerheid hebben in en op wat wij hopen.

Wij westerlingen hebben zelfs in tijden van crisis in alle opzichten een beter leven dan de meeste landen in de wereld. Slechts een kleine blik op het leven van de christenen in het Midden-Oosten en je zult je zegeningen kunnen tellen, die wij ieder moment van de dag maar weer krijgen. “Houd je hoofd in de hel en wanhoop niet” stelt de Heilige Silouan [1866-1938] van de berg Athos ons voor ogen. Wanneer je gered wilt worden dient dit toch een geweldig gevoel te geven.

21-5-2017 – herdenkingsdienst van de al           4 jaar ontvoerde bisschoppen van Aleppo

In het traditionele christendom worden, de moeilijkheden van het leven en de ontberingen beschouwd als een vanzelfsprekend onderdeel van ons gevallen bestaan [de zondeval].
Ons lichaam en onze geest lijden onder de kwellingen van alle dag, maar dit is niets anders dan een ‘tijdelijk’ proces.

De ascetische kerkvaders beschouwen de kwellingen als een test, welke neerkomen op een atletische oefeningen, welke ons tot nut -ter lering- worden aangeboden.
De beoefening [de ascese] van deze aantijgingen zijn zeer nuttig en brengen de krachten van de ziel op een hoger niveau, zoals geduld, vriendelijkheid, hoop, geloof, enzovoort. De Heer, onze God formeerde de mens van stof uit de aardbodem en blies hem de levensadem in zijn neus en aldus werd de mens tot een levend wezenGen.2: 7.
Wij houden onze geest in de hel‘ [H. Silouan, de Athoniet] wanneer wij ons onophoudelijk bewust blijven van de pijn van het leven. Wanneer wij in onze gevallen wereld niet leren van de onlosmakelijk voorbijgaande lijdensweg, die wij hebben te doorstaan op weg naar een nog grotere marteling van een eeuwigheid, die wij tegemoet treden wanneer wij deze -zonder Christus- trachten te betreden. Ons leven is immers onlosmakelijk met de dood verbonden, daar zijn wij mensen voor, maar doe dit niet zonder -‘de Bron’- van het Leven.
Er is maar één hoop in dit ondermaanse lijden, omdat onze Heer, Jezus Christus, ‘Zelf’ het eerst heeft geleden en daarmee voor ons een uitweg heeft geopend uit de wanhoop, een uitweg uit de pijn, een uitweg uit de dood.
Christus is de Bron van het Leven, het brood van de eeuwigheid, en de enige [God-]mens, Die we nodig hebben.

herdenkingsbijeenkomst Mgr. Isaäk Barakat

➽ “Vandaag de dag zien we de Christenen hun voortrekkers-positie hernemen en zij spelen een belangrijke rol in het redden van hun land in het Midden-Oosten.
Hij is vast besloten om Zo zien we hoe ze tegen het terrorisme in Syrië hebben gestreden en waarvoor ze met  vele martelaren de prijs hebben betaald. Zo zien we hen in Libanon elkaar weer een hand geven om als eenheid op te treden in het proces hun land opnieuw op te bouwen.  Voor Orthodoxe Christenen zijn er twee principes:
1.]. Zijn identiteit:  Hij is vast besloten om zijn principes ondanks alle moeilijkheden, lijden, oorlog of vernietiging te behouden.
2.]. Zijn Openheid: Zij weigeren om zich door sociale overtuigingen of door bloed- en spirituele verbintenissenen te laten beperken; zij hebben een ‘wereld’-visie, de gehele wereld is waar zij zich een ‘thuis‘ gevoelen. Zij hebben genoeg zelfvertrouwen om altijd ‘open’ te staan voor verandering om hen heen en overal ‘bij’ te horen, waar en in welke omstandigheden zij zich ook bevinden.
Voor hen maakt het niet uit hoe groot de wereld is, want God is nog groter [“nog Heiliger, nog Sterker en nog Onsterfelijker” red.].
Voor hen maakt het niet uit ‘met hoe weinig ze‘ [op dit moment ‘nog’, red.] óver zijn [en dan maken wij ons in onze westerse parochies zorgen over de ‘christelijke’ teloorgang? red.], want de discipelen waren alleen met z’n twaalven en toch hebben die ‘twaalf’ -met de hulp van God- de gehele wereld veranderd.
De Orthodoxe Christenen van vandaag hebben dezelfde genen als hun voorvaderen. Zij hebben de wil en het vermogen om deze wereld te veranderen. Dat komt door hun eenheid, intellectueel vermogen en hun georganiseerd beheer. Maar vooral door hun eenheid en nederigheid, dààr is de Bron van hun macht. Op dezelfde manier is de geliefde ontvoerde broeder [een van de Metropolieten red.] ‘Paulus’ altijd vol van Genade in liefde ‘vast‘ blijven houden aan zijn religieuze culturele identiteit.

koor Antiocheense Parochie tijdens de herdenkingsbijeenkomst

Hij heeft een groot aantal broeders en zusters begeleid om overal in de wereld als ~dienaren van God~ te werken;  daar zijn priesters, bisschoppen, monniken/monialen en gehele families, die hard werken voor hun land en voor hun kerk. Samen bidden wij -met hen- ‘onze lieve Heer’ voor de veilige terugkeer van onze geliefde broeders en ook alle andere gekidnapten. Amen.
uit: toespraak van Aartsbisschop Mgr. Isaäk Barakat, Metropoliet van de Antiocheens Orthodoxe Kerk in Duitsland en Centraal Europa tijdens de herdenkingsdienst ontvoerde bisschoppen van Aleppo

Dus als christenen houden wij “onze geest in de hel en we wanhopen niet”, maar brengen eer aan God in alle dingen, zelfs in de pijn, die wij ervaren, in de Hoop.
Het christelijk Geloof nu is de zekerheid van de dingen, die wij hopen en het bewijs van de dingen, die wij ‘niet’ zien” conf. Hebr.11: 1.
Wij leven altijd in de Hoop op onze Heiland, de Enige, Die ons vanaf de rand van de wanhoop kan wegleiden en stellen ons op voor ‘een nieuw leven’ in Hem. In Hem stellen wij onze Hoop en op Hem stellen we datgene waarnaar wij streven.
Abraham [en al onze voorvaderen] heeft tegen hoop op hoop geloofd, dat hij een vader van vele volken zou worden, volgens hetgeen gezegd was: ‘Zo zal uw nageslacht zijn’. En zonder te verflauwen in het Geloof heeft hij opgemerkt, dat zijn eigen lichaam verstorven was, daar hij ongeveer honderd jaar oud was, en dat Sara’s moederschoot was gestorven; maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn Geloof en gaf aan God de eer, in de volle zekerheid, dat Hij bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen. Daarom ook werd het hem gerekend tot gerechtigheidRom.4: 18- 22.

Apostichen Metten dinsdag vóór Hemelvaart     tn.5.
Licht-brengende glans zagen wij stralen op de Sabbat over de licht-brengende Blindgeborene;
maar zij die te zeer gehecht waren aan de Wet van Mozes, blijven blind in hun hart, omdat zij de schaduw niet bemerken, die de Wet verduistert. Daarom zagen zij niet de Licht-schenker, Die door Zijn woord de Sabbath geschapen heeft en Die in het [Doop-]bad de Blinde ziende maakt door een nieuwe schepping uit stof en speeksel. Laten wij ons daarom met Hem vereenzelvigen, zodat ook wij God mogen zien, met het schouwen dat door de Machtige geschonken wordt., waardoor de blindheid van de op zichzelf vertrouwende beschaamd wordt gemaakt
”.

Zie op mij neer en ontferm U over mij, volgens Uw Oordeel over hen die
Uw Naam liefhebben
conf Psalm 118[119]: 17.

tn. 5.
Het licht breekt aan voor de Blinde die zoveel geleden heeft, toen hij in het duister moest gaan, in de nacht van de blindheid. Nadat hij zich op goddelijk bevel gewassen had in het water van Siloam, ontving hij het licht van de ogen. Daardoor is hij zelf een drager van licht, terwijl de behoeders van de Wet door hun liefde voor de duisternis geheel verblind waren; in dit ruiter straks helder het licht dat van de genezen Blinde uitgaat, en doet weer duidelijk zien wat in de Schrift door de letteraanbidding verduisterd was, door de blijde glans die uitgaat van het Goddelijk Woord”.

Richt mijn schreden naar Uw Godsspraak, dan
zal geen boosheid mij overheersen
”.

tn.5.
Het hoogtepunt van het stralende Licht ging op voor de Blinde, nadat hij inwendig verlicht was door het licht van de kennis van God. En hoewel hij eerst blind geweest was naar lichaam en ziel, erkent hij nu de Schenker en Schepper van het licht, Die uit het graf is opgestraald op de derde dag en Die de gehele aarde vreugdig verlicht door Zijn Opstanding. Daaruit straalt een herscheppend Licht voor hen die gevangen waren in de duisternis: de stervelingen die op de aarde geboren zijn; omwille van Zijn medelijden en grote barmhartigheid”.

Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest”,

tn.8.
Geestelijke Zon der Gerechtigheid, Christus onze God, Die door Uw zuivere aanraking hem die vanaf de moederschoot van het licht was beroofd, zowel inwendig als uitwendig de ogen geopend hebt; straal ook in de ogen van onze ziel en maak ons tot zonen van de volle dag, opdat wij voor Geloof tot U mogen roepen: Vriend der mensen, hoe rijk en onzegbaar is Uw Barmhartigheid over ons

nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, Amen”.

3e paashymne
Dag der Opstanding! Laat ons lichtstralen worden door de plechtigheid en laat ons elkander omarmen. Laat ons zeggen: “Broeders”, ook tot degenen die ons haten; laten wij alles vergeven omwille van de Opstanding en zo roepen:
Christus, verrezen uit de doden, door Zijn dood vertreedt Hij de dood en schenkt het leven aan hen in het graf
” [3x].