3e Zondag na Pascha – zondag van de Myrondraagsters

Myrondraagsters

      Jozef van Arimathea, een aanzienlijk lid van de Raad, die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte; en hij waagde het naar Pilatus te gaan en het lichaam van Jezus te vragen.
En het bevreemdde Pilatus, dat Hij reeds gestorven zou zijn, en hij ontbood de hoofdman en vroeg hem, of Hij reeds lang gestorven was.
        En toen hij het van de hoofdman vernomen had, schonk hij het lichaam aan Jozef. En deze kocht linnen en legde Hem in een graf, dat in een rots uitgehouwen was, en hij wentelde een steen voor de ingang van het graf.
Maria van Magdala en Maria, de moeder van Joses, zagen, waar Hij was neergelegd.
       En toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala en Maria (de moeder) van Jaäcobus, en Salome specerijen om Hem te gaan zalven. En zeer vroeg op de eerste dag der week gingen zij naar het graf, toen de zon opging.
       En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen afwentelen van de ingang van het graf? En toen zij opzagen, aanschouwden zij, dat de steen afgewenteld was; want hij was zeer groot.
       En toen zij in het graf gegaan waren, zagen zij een jongeling zitten aan de rechterzijde, bekleed met een wit gewaad, en ontsteltenis beving haar.
       Hij zei tot haar: Weest niet ontsteld. Jezus zoekt gij, de Nazarener, de gekruisigde. Hij is opgewekt, Hij is hier niet; zie de plaats, waar zij Hem gelegd hadden. Maar gaat heen, zegt zijn discipelen en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien, gelijk Hij u gezegd heeft.
       En zij gingen naar buiten en vluchtten van het graf, want siddering en ontzetting hadden haar bevangen. En zij zeiden niemand iets, want zij waren bevreesdMarc.15: 43-16: 8.

      En toen in die dagen de discipelen talrijker werden, ontstond er gemor bij de Grieks sprekenden tegen de Hebreeën, omdat hun weduwen bij de dagelijkse verzorging verwaarloosd werden.
       En de twaalven riepen de menigte der discipelen bijeen en zeiden: ‘Het bevredigt niet, dat wij met veronachtzaming van het woord Gods de tafels bedienen. Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen; maar wij zullen ons houden aan het gebed en de bediening van het Woord.
       En dit voorstel vond bijval bij de gehele menigte, en zij kozen Stefanus, een man vol van Geloof en Heilige Geest, Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaus, een Jodengenoot uit Antiochie; hen stelden zij voor de apostelen, die, na gebeden te hebben, hun de handen oplegden.
       En het Woord Gods wies en het getal der discipelen te Jeruzalem nam zeer toe en een talrijke schare van de priesters gaf gehoor aan het GeloofHand.6: 1-7.

Het Woord van God neemt toe
En het Woord van God wies [neemt in aantal onder de mensen toe] en het getal der discipelen in Jeruzalem nam zeer toe en een talrijke schare van de priesters gaf gehoor aan het Geloof.
. . . . . Eindelijk komen er massaal spelleiders [priesters] tot Geloof !!! Zij die al zo lang vastzitten in de ceremonies en wetten worden nu bevrijd door het Lam – dat voor eens en altijd het offer heeft gebracht.
Dit is een voorbeeld van een opwekking die niet alleen door gebed ontstaat, maar ook door goed toezicht, leiderschap. Verlang je naar een opwekking in je land, in de Benelux?
Bid er voor! Maar bid niet alleen.
Kijk ook hoe vanuit jou als spelleider en toezichthouder – vanuit het ‘leiderschap’ -, díe stappen kunt zetten die nodig zijn om het welbevinden, het welzijn van de gemeenschap door deemoed en dienstbaar zijn te bevorderen en door díe houding nieuw leiderschap laten ontstaan.
Leven behoort niet door verkrachting van de mens te ontstaan, door overrulen – iemand  over-reden is een vaardigheid, die je kunt leren door overleg te plegen en de mens in z’n waarde te laten – te overleggen.

De gemeente in Jeruzalem telt nu tussen de tien- en twintig- duizend leden.
Het is geweldig wàt God allemaal in zo’n korte tijd in Handelingen doet. In een periode van ongeveer twee jaar wordt een hele stad op z’n kop gezet door de Blijde Boodschap van het Evangelie, de ‘Goddelijke Leer’. 
De Goddelijke Leer is ‘geen’ persoonlijke hoogmoed door te overrulen, hetgeen hetzelfde is als iemand kleineren; de gelijkwaardigheid is weg en er is geen sprake meer van wederzijds respect; het gevolg is dat het vertrouwen in de relatie tot de Kerk een geweldig deuk oploopt.

God ìs mèt Jeruzalem alleen niet tevreden
De opdracht die Hij zijn volgelingen heeft gegeven gaat veel vèrder dan alleen het bereiken van Jeruzalem [ontstaan uit de woorden ‘jira’ (= ontzag, vrees) en ‘sjaleem’ (= volmaakt)].

‘ Wanneer je in een kaasland woont, moet je wel van kaas houden’; ‘ When you live in a cheese country, you have to love cheese’.

De plaats die God heeft uitverkoren om Zijn Naam daar te vestigen en daar Vrede te geven, de door God geliefde stad; een stad, die uit een gevoel van verwondering tot deemoed en volmaaktheid wordt gebracht.
Goddelijk Liefde bestaat uit het gevoel van ware empathie voor de andere ziel in zijn huidige leefsituatie. Joodse wijzen zeggen dat God in het oordeel van Schepping van de troon van zware veroordeling opstaat en gaat zitten op de troon van Genade.
Jeruzalem is de geliefde stad, kijk maar:
“     En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit de hemel en verslond hen, en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwighedenOpenb.20: 9,20.
       “   Gij zult Kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt en jullie zullen Mijn getuigen zijn te Jeruzalem en geheel Judea en Samaria en tot de uiterste van de aardeHand.1:8.
En Jeruzalem kan de vreugde niet òp, hoogmoedig menselijk opgebouwd bolwerk na bolwerk wordt afgebroken – mensen komen bij bosjes tot het Geloof. Er heerst een geweldige sfeer en mensen offeren ruimhartig, maar God heeft de wereld op het oog!

‘….. Lord, teach us to pray’

God gebruikt nèt als in onze tijd de kromme stok van de vervolging, die uitbreekt na de steniging van Stephanos, om een rechte slag te maken. Vanuit het lijden en de verwarring van de vervolging gaat gebeuren wat onze God voor Ogen heeft: “Uw Wil zal op aarde geschieden zoals in de Hemel”.
Zij dan, die verstrooid werden, trokken het land door, de Blijde Boodschap, de Liefdes-Leer van Christus verkondigend.
En ook Paulus, de christen-vervolger, bekeert zich en wordt tot een van de grootste voorvechters;
hij krijgt een bijzondere opdracht mee en mag het werk van de door hem vervolgde Stephanos [= ‘krans’ of ‘kroon’ en wèl ‘overwinningskrans’] voortzetten.

Totaal veranderd worden door dit bericht, deze tijding
In de loop van het verslag van Lucas in de Handelingen der Apostelen lezen we veertien keer hoe een stad of gebied totaal veranderd wordt door de Kracht van de Blijde Boodschap:
– als voorbeeld Antiochië: “de volgende sabbath kwam bijna de gehele stad bijeen om het Woord van God te horen. Toen nu de heidenen dit Evangelie hoorden, verblijden zij zich en verheerlijkten het Woord des Heren; en allen, die bestemd waren ten eeuwige leven, kwamen tot Geloof; en het Woord des Heren verbreidde zich door het gehele land” en
het brengt zelfs in Thessaloniki  zoveel onrust dat Paulus en de zijnen beschuldigd worden: “Dezen, die de wereld in opschudding hebben gebracht, zijn ook hier gekomen !!!”.

Hoe doe je dat ??? Het veroveren van de wereld, de mensheid ???
Hoe laat je een stad kennis maken met de Liefde en de Grootheid van onze Heer Jezus Christus ???

Kijk maar eens hoe Paulus dit in de stad Philippi [Gr: Φίλιπποι] aanpakt, hij doet het heel gewoon.
     Het is een zonnige zaterdagmorgen, bij een strak blauwe `hemel fluiten de vogeltjes, er waait een zacht briesje.
Aan de oever van de rivier zit een groepje vrouwen. Ze praten zachtjes met elkaar, ze zingen een lied, ze bidden en lezen een stukje uit de Joodse wet, de Thora.
Terwijl de vrouwen daar zo rustig bezig zijn wandelen drie mannen de stad uit, in de richting van de rivier. Zij zijn duidelijk op zoek naar iets of iemand.
De drie mannen volgend de loop van de rivier en kijken zoekend rond, ze spreken weinig met lekaar. Plotseling houden zij halt en luisteren.
Ja, zij horen zachtjes zingen van een groepje vrouwen. Ze versnellen hun pas en op een kleine open plek, aan de oever van de rivier stuiten ze op het groepje vrouwen. De vrouwen kijken verschrikt op. Een moment staan de drie mannen bewegingloos, dan doet één van de drie een stap naar voren en opent zijn mond:
Wat zijn wij blij, dat wij jullie hier aantreffen, wij hebben lang gereid om jullie te kunnen ontmoeten. Zouden we er even bij mogen komen zitten?
Ik zal mijzelf eerste even voorstellen: mijn naam is Paulus en dit zijn twee goede vrienden van mij, Silas en Lucas”.
De drie nemen plaats in de kring en beginnen te vertellen – over Jezus, Christus, Die gestorven en Opgestaan is voor alle mensen – ook voor dit groepje vrouwen.
En dan staat er geschreven: “En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster uit de stad Tyatira, die God vereerde, hoorde toe, en de Heer opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd. En toen zij gedoopt was en haar huis, nodigde zij 
ons, zeggende: Indien gij van oordeel zijt, dat ik de Heer getrouw ben, neemt dan uw intrek in mijn huis. En zij drong ons ertoeHand.16: 14,15.
Er worden geen conferenties georganiseerd, geen grootse kerken gebouwd, geen televisiepropaganda gemaakt, neen, heel eenvoudig zij gaan de weg, die de Geest des Heren hen wijst en als bij toeval geraakt iemands aandacht getrokken door het Woord.

God-dragend; Θεόφορος;
God-bearing; الله الحاملة.

Volg Christus en neem je kruis op
De Heer klopt en roept: “ Neem je kruis op en volg Mij”.
Wat bedoelde onze heer en Verlosser eigenlijk toen Hij zei: “Neem je kruis op en volg Mij?” Matth.6: 24, Marc.8: 34, Luc.9: 23 – meer hebben de apostelen immers niet te bieden.

Laten we beginnen met wat Jezus niet bedoelde.
Veel mensen interpreteren “het kruis” met een last die ze moeten dragen in hun leven: Een moeizame relatie, een ondankbare baan, een ziekte, etc.; met een zelf-medelijdende trots wordt dan overgebracht “dit is ‘mijn’ kruis wat ‘ik’ moet [ver-]dragen.”
Maar dat is in het geheel niet de juiste interpretatie wat Jezus bedoelde met “neem je kruis op en volg Mij”. Toen Jezus Zijn kruis droeg op weg naar Golgotha om te worden gekruisigd, dacht niemand eraan dat het kruis een symbolische betekenis had van een last die ze moesten dragen.
Voor een persoon die leefde in de eerste eeuw betekende het kruis maar één ding: de dood, op de meest pijnlijke en vernederende manier, die iemand ooit zou kunnen bedenken!
Christenen van onze tijd hebben het kruis als een gekoesterd symbool voor verzoening, vergeving, genade en liefde. Maar in Jezus tijd betekende het kruis niets meer of minder dan een marteldood en omdat de Romeinse soldaten veroordeelde criminelen dwongen om hun eigen kruis te dragen naar de plaats van executie/kruisiging, betekende het voor de mensen toen het dragen van hun eigen executie en het vooruitzien naar hun eigen dood.

En daarom betekent: “neem je kruis op en volg Mij” een bereidwilligheid om te sterven [aan jezelf] om onze Heer Jezus Christus, onze verlosser tot op het bot te kunnen volgen.
Dit wordt bedoeld met: “sterven aan jezelf”, het is een oproep om je volledig en totaal over te geven aan Hem!
Elke keer als Jezus sprak over “je kruis dragen” zei Hij:
      Want wat baat het een mens, als hij de gehele wereld wint, maar zichzelf verliest of zelf schade lijdt? Want ieder, die zich voor Mij en voor mijn woorden zal schamen, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij komt in Zijn Heerlijkheid en Die van de Vader en de heilige engelen. Ik zeg u in Waarheid, er zijn sommigen onder degenen die hier staan, welke voorzeker de dood niet zullen smaken, voordat zij het Koninkrijk Gods gezien hebbenLuc.9: 25-27.
Jezus volgen lijkt gemakkelijk wanneer het leven je toelacht, onze toewijding aan Hem wordt pas duidelijk indien we op de proef gesteld worden of als er negatieve dingen plaatsvinden, die ons pijn doen. En onze Heer en Zaligmaker heeft ons verzekerd dat ons dit voorzeker zal overkomen:
      Ziet toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen: 
Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden. Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën.
     Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijn NaamMatth.24: 4-9.
    Voorwaar, Ik zeg u, geen profeet is aangenaam in zijn vaderstad. Doch Ik zeg u naar waarheid, er waren vele weduwen in de dagen van Elia in Israël, toen de hemel drie jaren en zes maanden lang gesloten bleef en er grote hongersnood was over het gehele land en tot geen van haar werd Elia gezonden, doch wel naar Sarepta, bij Sidon, tot een vrouw, die weduwe was. En er waren vele melaatsen in Israel ten tijde van de profeet Elisa, en geen van hen werd gereinigd, doch wel Naaman de SyriërLuc.4: 24-27.

  •   Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat de beproevingen van uw Geloof volharding uitwerkt. Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schietJac.1: 2-4.
  •       Hoeveel mensen reageren vandaag de dag op een oproep om Christus aan te nemen en naar voren te komen wanneer wij verkondigen:
      Komt allen tot mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
    Indien wij die verkondigend rondgaan de geroepenen vertellen: “Kom en volg Jezus, en je zal je kruis moeten opnemen en Hem volgen, sterven aan jezelf en je zult misschien je vrienden kwijtraken of je familie, je reputatie, je carrière en misschien zelfs wel je leven”.
    Het aantal van on-èchte bekeringen zal flink dalen! En toch is dit precies wat Jezus bedoelde toen Hij zei: “neem je kruis op en volg Mij”.
    Volgeling van Christus zijn vraagt totale toewijding aan Hem, en Jezus heeft nooit het kostenplaatje voor het volgen van Hem verborgen gehouden.
           En toen zij op weg waren, zei iemand tot Hem: ‘Ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat’. En Jezus zei tot hem: ‘De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen’.
      En Hij zei tot een ander: ‘Volg Mij’. Maar deze zei: ‘Sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven’. Maar Hij zei tot hem: ‘Laat de doden hun doden begraven; maar ga gij heen en verkondig het Koninkrijk Gods’.
      En weer een ander zeide: ‘Ik zal U volgen, Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten. Maar Jezus zei [tot hem]: ‘Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods’Matth.11: 28-30.

Van de drie mensen, die onze Heer wilden volgen hadden allen een uitvlucht en reageerden bij navraag niet geheel beschikbaar te zijn – maar half. Ze hadden de kosten van het volgen van Jezus niet berekend. Ze waren niet bereid hun kruis op te nemen en daarop hun eigen ik te kruisigen.  Daarom weerhield Jezus ze ervan om Hem te volgen, ze konden helemaal geen discipel zijn.
Wij mensen vergeten dat wij door Christus te volgen kunnen leren en de hoogste hoogten kunnen bereiken – maar daar staat ‘volledige overgave’ tegenover.

Myrondragende vrouwen

Hij diende, heerste niet; Υπηρέτησε, δεν κατάφερε; خدم ، لم يحكم;
He served, did not rule

Christus is niet streng of onvriendelijk,  Hij is nederig van hart – Hij kan jou derhalve onmogelijk een te zware last opleggen zal je niet overvragen; en als tegenprestatie zal jij rust vinden voor je ziel.

De zoon des mensen, heeft een veelvoudige betekenis, enerzijds is het een Aramees idioom met de zin van: ‘een mens als alle anderen‘, dus zo maar iemand.  Anderzijds is het een apocalyptische titel, bekend uit:
      Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des Hemels kwam Iemand gelijk een mensenzoon; Hij begaf Zich tot de Oude van dagen, en men leidde Hem voor deze; en Hem werd heerschappij gegeven en eer en Koninklijke Macht en alle volken, natiën en talen dienden Hem. Zijn Heerschappij is een eeuwige Heerschappij, Die niet zal vergaan, en Zijn Koningschap is een, dat niet aan bederf onderhevig isDaniël 7: 13,14.

Christus zal als Zoon van God, als mensenzoon geen rust vinden, Die is zoals iedere pionier dag en nacht in de weer, maar “ Zijn juk is zacht en Zijn last is licht !!!”.
            Het juk van Christus opnemen; is dat niet een nieuwe last die je op je neemt? Het roept de gedachte op van dingen die zult dienen te doen, je kan er gewoon niet omheen – je moet reageren, wanneer Hij klopt.
Wanneer je Christus volgt: dan kan het niet anders of je dient naar Zijn kerkgemeenschap te gaan. Als het enigszins kan dien je op z’n minst de Blijde Boodschap te bestuderen, regelmatig de H. Schrift te lezen en ook nog ’s-morgens en ’s-avonds je gebedsregel te houden.
Je dient je vervolgens aan allerlei regeltjes te houden en ze te blijven onderhouden. Christus heeft aangegeven dat Zijn juk zacht is en Zijn last licht.
Zacht wil zeggen dat Hij, in tegenstelling tot de wereld het goede met jou voor heeft; wat Hij aanreikt is wèrkelijk heilzaam.
Zijn juk is licht, omdat Hij jou tevens voorziet in de mogelijkheid om het te kunnen dragen.
Hij nodigt uit om Zijn juk op je te nemen en van Hem te leren.
Dit betekent dat je bij Hem mag komen, naar Hem mag luisteren en rust bij Hem kunt vinden.

Myronzalving, een ritueel ten leven; anointing with Myron, a ritual to life; مايرون مسحة ، طقوس في الحياة.

De Myron-geur, die Hij verspreid stinkt niet, is Rechtvaardig, is Barmhartig – stelt niet het onmogelijke voor, zoals de wereld doet. De wereld dwingt, zet je voor voldongen feiten, is niet te vertrouwen – Christus daarentegen wacht af, laat je jouw eigen weg vervolgen, dáár kun je van op aan.
Zacht wil zeggen dat Jezus het goede met jou voor heeft. Wat hij aanreikt is heilzaam. Zijn juk is licht, omdat hij voorziet in de mogelijkheid om het te kunnen dragen. Hij nodigt uit om Zijn juk op je te nemen en van Hem te leren. Dit betekent dat je bij Hem mag komen, naar Hem mag luisteren en rust bij Hem zult kunnen vinden.
Zachtmoedig en nederig worden, dat leren we van Christus.
Zachtmoedigheid heeft te maken met vriendelijkheid, dienstbaarheid en geduld.
Nederig worden is je eigen trots, je wensen, verlangens, ambities en allerlei andere door de wereld opgelegde zaken loslaten en jezelf overgeven aan Christus.
Het navolgen van jouw Heer en Zaligmaker brengt rust, omdat je leert te wandelen op God’s weg, God’s Wil te doen, temidden in een wereld die zich bevindt in gebrokenheid en onzekerheid.
Bij Deze Heer en Zaligmaker vind je bescherming en zekerheid, Zijn Vrede vervult jouw hart.
Dit is een groeiproces dat zich voltrekt als jij je blik gericht houdt op Hem.
      Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof, Die, om de Vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is aan de rechterzijde van de troon van God. Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt”.
En eerst dàn wordt ons klip en klaar voorgehouden waarom het niet zonder kruis gaat:
    Jullie hebben nog niet ten bloede toe weerstand geboden in jullie worsteling tegen de zonde  en jullie hebben de vermaning vergeten, die tot jullie als tot zonen [Gods] spreekt:
‘ Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Heer en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt
Hebr.12: 2-6.

If we change ourselves in order not to lose people, we lose ourselves

Je krijgt het niet allemaal cadeau – je zult er iets voor dienen te doen – je zult je kruis dragen. Je kruis dragen betekent dat we bereid moeten zijn om je van alle andere personen en zaken af te  keren, die ons verhinderen om Christus te volgen.  Volgelingen van Christus dienen bereid te zijn om alles op te geven wat een hindernis is in het volgen van de Christelijke weg.
Al zouden dat akkers en wijngaarden, broers en zusters, zelfs onze vader en moeder, ja al zou het ons eigen leven zijn, de Christelijke dringende voorwaarde is radicaal. Wie iets anders liefheeft boven Christus, is Hem niet waardig, zo iemand kan Zijn discipel niet zijn. Teneinde de Goddelijke weg te volgen dien je Christus boven alle andere personen en zaken lief  te hebben; anders houd je het gewoon niet vol.
Christus zegt het zo dikwijls:
Die Mijn discipel wil zijn, die dient zich, zijn kruis op te nemen en Mij te volgen”.
Dat is het beeld van de Blijde Boodschap voor een christen, veel van ons hebben er ècht geen idee van dat slechts het kruis opnemen de voorwaarde is. En dit beeld is ook zó verschrikkelijk anders dan het beeld dat ons zo dikwijls voorgehouden wordt. Want het beeld van de Christen dat ons door sommigen wordt getekend, is het beeld van een mens die op de roep gevolg heeft gegeven, Christus gevolgd heeft en vervolgens vanaf die dag lovende en prijzend – alleluja roepend – door het leven gaat. Het is een christendom zonder kruis, een christendom zonder strijd. Maar dàn heb je de boodschap totaal niet begrepen:
Volwassen worden – Volmaaktheid bereiken – Christus volgeling zijn – Hem te volgen, betekent je kruis opnemen, zoals Hij deed en Hem door dik en dun te volgen. We mogen er niet voor weglopen, we mogen er niet over klagen [onszelf ook niet verheffen] en ons er niet tegen verzetten. We mogen geen ander kruis begeren of denken dat een ander kruis beter bij ons past; we mogen er ook niet koud en onverschillig onder worden.
We dienen het tot heil en zegen van onszelf ‘op ons te nemen’, dat is:
vrijwillig aanvaarden en dragen, vanuit de wetenschap dit kruis van ons leven
ons is opgelegd door een wijs en liefhebbend Vader tot ons nut en onze zaligheid‘.
Onze Heer, Die het beste met ons voorheeft, oordeelt anders dan de wereld om ons heen. Onze Vader gebruikt voor Zijn kinderen het kruis als geneesmiddel.
In de bekering van mensen voegt God het kruis dikwijls bij Zijn Woord.
De mens wil van zichzelf naar het Woord niet luisteren.
Hij mag het uiterlijk als leer aanvaarden, maar laat zich niet door God en Zijn Woord gezeggen. Hij geeft niet werkelijk acht op de bedreigingen en beloften van het Woord van God.
Zo leeft menigeen niet-bekeerd verder onder de prediking van het Woord van God. Om die mens op het Woord te richten voegt onze Heer en Zaligmaker dàn bij het Woord het kruis van tegenspoed, een bepaalde vorm van ziek zijn, van dood en enorme teleurstelling.
Dat had de volgeling van Christus niet verwacht – heling vraagt om vernedering tot op het bot.

Tekortkomingen ervaren
Degenen, die handicapt zijn, aangeboren of door anderen of eigen onvoorzichtigheid arbeidsongeschikt zijn geworden, dienen niet stilletjes te laten merken dat zijn ontevreden zijn in hun bestaan, maar hun [geestelijk] begeleider dient hen aan te zetten God in alle nederigheid te verheerlijken en in hun leven Christus na te volgen.
Wanneer het gebed zwakker wordt, geeft het jezelf, door gedwongen aandacht, geestelijke troost en warmte. Maak gebruik van korte gebeden, vooral het gebed des Heren; bestudeer de Blijde Boodschap en lees religieuze boeken.
De beste bescherming tegen de weg kwijtraken is – het persoonlijk sterven, het bijbehorende oordeel, de Hemel naast de hel tegen de weldaden die God ons doet toekomen – tegenover elkaar te zetten en je aldus tegen de zonde te beschermen
Bedenk altijd dat God ons hart [laat] bewaken zal en de inhoud ervan controleert.
Hiermee zullen we de vreze Gods bevruchten, het gericht blijven op onze eigen vooruitgang, de afstoting van slechte gedachten en gevoelens en de waakzaamheid van morele zuiverheid.
Laten we onszelf voortdurend onderzoeken, ons bekeren t.o.v. het verleden en onze zwakheden vermijden.
Laten we de hoop op onze redding nimmer verliezen.
De vreze Gods is oprecht, roept op tot een zekere geestelijke verlegenheid, gevoeligheid. Degenen, die godsdienstig trachten te leven kunnen worden aangescherpt, dit bijslijpen, scherpzinniger maken druipt als honing op het hart, een goddelijk ingesteld mens martelt zichzelf niet met z’n leven, maar bedankt God voor de Genadegaven. Gods bewegingen zijn subtiel en voorzichtig, de mens ervaart diep van binnen de aanwezigheid van God, de engelen en de heiligen.
Hij/zij ervaart de beschermengel naast zich, die slechts toekijkt.
Hij blijft zich in gedachten houden dat zijn lichaam de Tempel van de Heilige Geest is [1Cor.3:16 en 6:19] en zet z’n/haar leven in eenvoudig, puur en heilig voort. Overal waar hij/zij gaat, gedraagt ​​hij/zij zich met zorg en verlegenheid en ervaart alle levende heiligdommen om zich heen, inclusief z’n/haar naasten. Hij/zij aanschouwt slechts stralende iconen, in plaats van hun schaduwzijde“.
H. Païsios, de Athonitische staretz

In Zijn ontferming maakt God dat ons persoonlijk levensleed ons naar Zijn Blijde Boodschap in het Woord doet luisteren. God opent daarmee ons hart voor het Woord door middel van het kruis. Het kruis is als een medicijn, als balsem, als Myron op de wonde voor hen die door Gods Genade door de doop wedergeboren zijn. Het is het medicijn tot de doding van de oude mens en tot de kruisiging van het zondige vlees. Het is onmisbaar tot vernedering van onze hoogmoed.
Er is dus een Goddelijke zegen verborgen in het kruis; God verwondt niet zonder reden. God verwondt – doodt de oude mens – om te genezen en vernedert om te verhogen. God draagt ons dan ook geen boosheid, wraakgevoelens toe wanneer Hij ons straf laat ondergaan en ons het kruis oplegt. Hij kastijdt zoals een vader zijn zoon kastijdt: ons tot voordeel diende, waar wij iets aan hebben;
kastijding is het bewijs van Zijn Vaderlijke liefde.
Zo zegt de Apostel Paulus:
    Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een 
engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen. Driemaal heb ik de Heer hierover gebeden, dat Hij dit van mij zou afnemen. En Hij heeft tot mij gezegd: ‘Mijn Genadegave is u genoeg, want de Kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de Kracht van Christus over mij zal komen. Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, onderga ik smaad, draag ik noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want als ik zwak ben, dan ben ik machtig2Cor.12: 7-10.
Waar dient dit kruis voor waar Paulus zo onder zuchtte?
De Apostel antwoordt:
                                   Opdat ik mij niet zou verheffen”.

Myron-dragende wijze

Zo en op díe Myron-dragende wijze heeft God déze duistere zaak voor Paulus opgehelderd. Dáárom verhoorde God zijn gebeden om verlossing van het kruis niet.
Dáárom moest dat kruis blijven, opdat Paulus zich niet zou verheffen. Het was bedoeld om Paulus, die zulke Hemelse openbaringen had ontvangen, deemoedig te laten blijven, hem onder de knoet te houden.
De discipline van het kruis is dan ook méér dan nodig, het is als Myron voor de ziel. Het is nodig tot doding van de oude mens en om onze hoogmoed uit te roeien. Hij zoekt ons behoud, ons kruis slaat om te kunnen helen.  Indien iemand als maar zorgeloos voortleeft, zijn heil en geluk zoekt bij
de gebroken vaten van aards plezier, van werelds genot, van geld en goederen en
onze Heer slaat die gebroken vaten stuk, dan gebeurt dat uit liefde; dàn zoekt de Heer daardoor tot bekering te leiden.
Hoe velen van Gods kinderen danken hun eerste ontwaken aan kruis en tegenspoed. Soms aan de dood van een geliefde man, vrouw of kind; onze Heer en Zaligmaker heeft hen door middel van het kruis wakker geschud.
Hij heeft hen daardoor de leegheid en vergankelijkheid van de wereld getoond.
Het heeft hen geleerd wat het zeggen wil een ziel te bezitten en  op reis naar de eeuwigheid te zijn.
Door middel van alle smart en beproeving is het heilige Myron-vloeiend besef op hen gelegd, dat ze eens voor Gods rechterstoel zullen staan en rekenschap dienen af te leggen.
Eens was ik een vreemdeling voor God en mijn eigen hart. Ik kende geen schuld en ik was nergens bang voor, verhief mijzelf boven de wereld en kon alles aan.
Maar het genezing brengend kruis bracht hen tot de vraag:
Mijn ziel, doorziet gij uw lot, hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?
Het werd het begin van een zoeken naar de dingen van Gods Koninkrijk.
Zo lijkt het kruis eerst alleen maar een donkere wolk te zijn die op ons is gevallen, maar een periode later zegen we:
      En jullie zullen in die dagen zeggen: Ik loof U, Heer, omdat U toornig op mij bent geweest; Uw toorn heeft zich afgewend en U vertroost mij. Zie, God is mijn heil, ik vertrouw en vrees niet, want mijn sterkte en mijn psalm[gezang] is de Heer der Heerscharen, en Hij is mij tot Heil geweest. Dan zullen jullie met vreugde water scheppen uit de bronnen van het Heil. En jullie zullen te dien dage zeggen: Looft de Heer, roept Zijn naam aan, maakt onder de volkeren Zijn daden bekend, vermeldt, dat Zijn Naam verheven is.

Zingt Psalmen voor de Heer, want Hij heeft grootse dingen gedaan; dit zal bekend gemaakt worden op de gehele aarde. Juicht en jubelt, inwoners van Sion, want Groot is in uw midden is de Heilige van Israël [de Kerk]” Isaiah 12: 1-6.

Apolytikion     tn.2.
  De rechtvaardige Joseph nam Uw alleruiterst Lichaam van het Kruis
Hij wikkelde het met specerijen in een zuiver linnen doek;
daarna legde hij Het in een nieuw graf.
Maar Gij, Heer, zijt opgestaan op de derde dag,
en schenkt aa de wereld de grote Genade
[gaven]”.

Eer . . . nu en altijd . . .

  De Engel bij het graf riep tot de Myrondraagsters:
Myron past voor de gestorvenen.
Christus echter bleef vrij van het bederf.
Roept daarom luid: De Heer is opgestaan en
schenkt aan de wereld grote Genade
[gaven]”.

Kondakion     tn.2.
  Toen Gij tot de Myrondraagsters het “verheugt u’ riep,
kwam er een eind aan de klacht van de voormoeder Eva,
door de Opstanding, ohChristus God.
En Gij hebt aan de Apostelen bevolen om te verkondigen:
De Verlosser is opgestaan uit het graf
”.

Orthodoxie & ‘Ga heen, uw zoon leeft!’ – openheid van Geloof

Christus, de Geneesheer; Christ, the healer.

      En er was te Capernaüm een hoveling, wiens zoon ziek was. Toen deze hoorde, dat de Heer uit Judea naar Galilea gekomen was, ging hij tot Hem en verzocht Hem te komen en zijn zoon te genezen; want deze lag op sterven.
Jezus zei dan tot hem: Indien jullie mensen geen tekenen en wonderen ziet, zult gij niet geloven.
De hoveling zei tot Hem: ‘Heer, kom af, eer mijn kind sterft.
Jezus zei tot hem:
     ‘ Ga heen, uw zoon leeft!’
De man geloofde het woord, dat Jezus tot hem sprak en ging heen. 
En reeds terwijl hij afdaalde, kwamen zijn slaven hem tegemoet en zeiden, dat zijn kind leefde. Hij vroeg hun naar het uur, waarop de beterschap was ingetreden; zij zeiden tot hem: ‘Gisteren op het zevende uur werd hij vrij van koorts’.
De vader dan bemerkte, dat het dat uur was, waarop Jezus tot hem gezegd had Uw zoon leeft en hij werd zelf gelovig en zijn gehele huis.
En dit deed Jezus weer als tweede teken, toen Hij uit Judea naar Galilea gekomen wasJohn.4: 46-54.

David & Salomon

      En Stephanos, vol van Genade en Kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het Volk. Doch er stonden sommigen op van hen, die waren van de zogenaamde synagoge der Libertijnen, van de Cyreneeërs en van de Alexandrijnen en van de Joden uit Cilicië en Asia en redetwistten met Stephanos, en zij waren niet bij machte de wijsheid en de Geest, waardoor hij sprak, te weerstaan.
Toen schoven zij mannen naar voren, die zeiden: ‘Wij hebben hem lasterlijke woorden tegen Mozes en God horen spreken’.
En zij brachten zowel het Volk als de oudsten en 
de schriftgeleerden in opschudding; en op hem aandringende, sleepten zij hem mee en leidden hem voor de Raad, en voerden valse getuigen aan, die zeiden: ‘Deze mens spreekt onophoudelijk lasterlijke woorden tegen deze heilige plaats en de wet, want wij hebben hem horen zeggen, dat deze Jezus, de Nazoreeër, deze plaats zal afbreken en de zeden veranderen, die Mozes ons heeft overgeleverd’.
En allen, die in de Raad zitting hadden, zagen, toen zij hem aanstaarden, zijn gelaat als het gelaat 
van een engel.
En de hogepriester zei: Is dat zo?
En hij zei: ‘     Gij, mannen broeders en vaders, hoort toe. De God van de Heerlijkheid is verschenen aan onze vader Abraham, toen hij nog in Mesopotamië was, voordat hij in Haran ging wonen, en Hij zei tot hem: ‘Verlaat uw land en uw bloedverwanten en kom herwaarts naar het land, dat Ik u wijzen zal.
Toen vertrok hij uit het land der Chaldeeën en vestigde zich in Haran. En nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem vandaar over naar dit land, waar gij nu woont; en Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs niet een voet, maar Hij beloofde het hem en zijn nakomelingschap tot een bezitting te geven, ofschoon hij geen kinderen had.

David & Salomon

. . . . .  Maar [eerst] Salomo bouwde Hem een huis.
De Allerhoogste echter woont niet in wat men met handen maakt, zoals de profeet zegt:           De Hemel is Mij ten troon, en de aarde een voetbank voor mijn voeten. Wat voor huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heer, of wat is de plaats van Mijn rust? Heeft niet Mijn hand dit alles gemaakt?
Hardnekkigen en niet-besnedenen van hart en oren, gij verzet u altijd tegen de Heilige Geest; gelijk uw vaderen, zo ook gij.
Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? Zelfs hebben zij hen gedood, die geprofeteerd hebben van de komst van de Rechtvaardige, van wie gij nu verraders en moordenaars geworden zijt, gij, die de Wet ontvangen hebt op beschikking van engelen, doch haar niet hebt gehouden.
         Toen zij dit hoorden, sneed het hun door het hart en zij knersten de tanden tegen hem.
Maar hij, vol van de heilige Geest, sloeg de ogen ten hemel en zag de Heerlijkheid van God en Jezus, staande ter rechterhand van God.
         En hij zei: ‘     Zie, ik zie de Hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan de  rechterhand van God.
Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopte hun oren toe en stormden als een man op hem los; en zij wierpen hem de stad uit en stenigden hem. En de getuigen legden hun mantels af aan de voeten van een jonge man, Saulus genaamd.
En zij stenigden Stefanus, die de Heer aanriep, zeggend:
‘Heer Jezus, ontvang mijn geest’. En op de knieën vallende, riep hij met luide stem:
‘Heer, reken hun deze zonde niet toe! En met deze woorden ontsliep hijHand.6: 8-7: 5, 47-60.

De mensen die Christus al van jongsaf aan kenden, onderkenden niet Wie hij in werkelijkheid was; The people who knew Christ from a very early age did not recognize Who he really was.

Onze Heer heeft in de weergave van Johannes voorafgaand aan de ontmoeting met de hoveling van Herodes, wiens zoon dodelijk ziek was
een ontmoeting gehad met de vrouw aan de bron en vervolgens staat vermeld dat Hij getuigd heeft dat een Profeet in zijn vaderland niet in ere is, tevens begint de huidige perikoop met:
Christus kwam dan opnieuw te Cana in Galilea, waar Hij het water tot wijn gemaakt had”.
In de handelingen wordt vandaag ‘een vervolging van een diakon’ beschreven,
na de woorden:
” Hardnekkigen en niet-besnedenen van hart en oren, gij verzet u altijd tegen de Heilige Geest; gelijk uw vaderen, zo ook gij.
Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? Zelfs hebben zij hen gedood, die geprofeteerd hebben van de komst van de Rechtvaardige, van wie gij nu verraders en moordenaars geworden zijt, gij, die de Wet ontvangen hebt op beschikking van engelen, doch haar niet hebt gehouden”.
Het Evangelie van Johannes beschrijft de Blijde Boodschap als een adelaar, die
over een helikopterview beschikt en een dusdanig perspectief biedt dat
onderscheid wordt gemaakt tussen hoofdlijnen en minder belangrijke zaken.
Hij zweeft als het ware heen en weer tussen de Blijde Boodschap, de oplossingen, die worden aangeboden en zaken die daarmee in tegenspraak zijn; schaduw, warmte en licht wisselen elkaar af.

eenzame Pelgrim; lonely Pilgrim.

Wat in beide lezingen opvalt is dat een Profeet op zijn thuisbasis,
zijn vaderstad en onder zijn verwanten, in zijn eigen huis niet bewonderd zal worden, laat staan dat hij daar enige lof zal ontvangen.
Hier wordt gesproken over de genezing van een zoon van een hoveling van het hof van Herodes, welke gezien z’n achtergrond al helemaal geen aansluiting bij Christus zou behoren te zoeken. God heeft erbarmen met de armen en er wordt ons hier een genezing voorgehouden van een kind, dat opgevoed is door een van de koninklijk ambtenaren aan het hof van Herodes.
De Hemel is voor God een troon en de aarde een voetbank voor Zijn voeten.
Wat voor huis zal de mens Hem bouwen, of wàt is de plaats van Zijn rust?
Heeft Zijn hand dit niet allemaal gemaakt? Niet- of zwak- gelovigen sluiten hart en oren, zij verzetten zich altijd tegen de Heilige Geest. De Joodse bevolking, die in Galilea woonde, was in de ogen van degenen die in Judea woonden, nimmer beschouwd als een gemeenschap volstrekt vrome Joden, zij leefden immers in het gebied van de voormalige noordelijke koninkrijk; Orthodox, ècht ‘goed en vroom‘ Jood zijn dàt was ‘alleen‘ mogelijk in het zuiden, in Judea.
– ‘Kan uit Nazareth iets goeds voortkomen??John.1: 47 zo heeft Nathanaël reeds aan het begin gezegd. Dus Galilea wordt beschouwd als religieus onbetrouwbaar, maar onze Heer en Zaligmaker komt uit die streken voort en is derhalve Iemand,
Die iets geweldigs doet ontstaan:
>>> Hij geeft de aanzet tot een religieus relativisme ten opzichte van de Tempel van Jeruzalem. Alleen daardoor wordt Hij al gekend als een Profeet, Die Zich met
de moed der Hoop tegen de bestaande orde verzet.
God wil namelijk helemaal ‘niet‘ dat het priesterschap zich als koningen gedraagt
zichzelf ontzettend tegoed doet en zich goed bedeeld – en de kerkelijke organisatie met veel gezag en hoogmoed handhaaft door rituele diensten en raadselachtige handelingen.
Openheid van doen en laten en nederig handelen brengt de mens nader tot God in plaats dat dit het volk angst ingeboezemd wordt door verschillende gewoonten en gebruiken tot in uiterste door te voeren – doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg – het volk kijkt al genoeg tegen God op.
Dat behoeft de Kerk met haar groots voorkomen en gebouwen niet nog eens dunnetjes over te doen.

Wat in deze lezingen wordt getoond is dat wáár Geloof openheid van zaken geeft.
Eerst dàn wordt duidelijk dat Christus als Profeet niet als een komeet op aarde neerdaalt en door hoogmoed van mensen ten onder dreigt te gaan, maar een uitnodiging omvat om de mens zich in eigen leven dusdanig te laten gedragen dat er niet langer een scheiding bestaat tussen het gewone en het ongewone?

Dan begint het probleem dat Jezus waarschijnlijk al eerder heeft ervaren met zijn eigen familieleden, met zijn eigen dorpsgenoten.
          En Hij [Christus] ging in een huis; en er verzamelde zich opnieuw de menigte, zodat zij zelfs geen brood konden eten.
En toen zijn naastbestaanden dit hoorden, gingen zij heen om Hem te halen, want zij zeiden: ‘Hij is niet bij zijn zinnen’. En de schriftgeleerden, die van Jeruzalem gekomen waren, zeiden:
‘Hij heeft Beëlzebul, en door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit’.
            En Hij riep hen tot Zich en sprak tot hen in gelijkenissen:
‘Hoe kan de satan de satan uitdrijven? En indien een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is, kan dat koninkrijk zich niet staande houden. En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zal dat huis niet kunnen bestaan’Marc.3: 20-25.

Het is moeilijk om uit het Nieuwe Testament dit tafereel te wissen, waarin Maria en de broers van Jezus, de Profeet ontmoeten voor de toegang van de autoriteiten in Jeruzalem.
De orthodoxen joden verklaren dat alleen in naam van de allerhoogste, de Duivel, Christus de wonderen van genezing kan verrichten; de doodstraf staat in het pact van de duivel; bèter dáárom, dat iemand Jezus opsluit in de privé-gevangenis van zijn eigen huis als een mentale patiënt: “Hij is gek” – hij is gek geworden;  dìt is historisch gezien de diagnose van de broers en de moeder van Jezus over de toestand van de man uit Nazareth.
En hoe reageert onze Heer en Verlosser?
Hij gaat zitten en zegt:
Wie zijn Mijn moeder en broeders?
En rondziende over degenen, die in een kring rondom Hem zaten, zei Hij:
‘ Zie, Mijn moeder en Mijn broeders. Al wie de wil Gods doet, die
is Mijn broeder en zuster en moeder
Marc.3: 31-35.
Het gaat niet langer om familiebanden, maar om innerlijke saamhorigheid,
om een ​​leven met dezelfde glans van eenvoud.
En wat is diezelfde onderlinge Christelijke glans?
Dat is de wijze waarop een monnik leeft – evenwicht tussen werk en privéleven
– het nastreven van geluk ten koste van alles maakt ons eigenlijk ongelukkig –
het is immers niet de bedoeling voortdurend, de gehele tijd gelukkig te zijn.
Innerlijke rust zien te vinden in een hectische wereld van informatie, e-mails en overuren maken, m.a.w. je eigen ego oppoetsen.

Slechts vertrouwen op God
    Heer, neig Uw oor en verhoor mij, want ik ben arm en behoeftig.
Behoed mijn ziel, want ik ben U gewijd; mijn God, red Uw dienaar die op U vertrouwt.
Ontferm U over mij, o Heer, want heel de dag roep ik tot U.
Schenk vreugde aan de ziel van Uw dienaar, want tot U verhef ik mijn geest.
Gij, Heer, zijt immers goed en zachtmoedig en rijk aan barmhartigheid
voor ieder die U aanroept.
Leen Uw oor, Heer, aan mijn gebed; geef acht op de stem van mijn smeken.
Toen ik beproefd werd heb ik tot U geroepen, omdat Gij mij altijd verhoort.
Uws gelijke is er niet onder de goden, Heer: niets evenaart Uw werken.
Alle volkeren die Gij gemaakt hebt, Heer,  zullen komen en voor U neervallen; zij zullen Uw naam verheerlijken.
Want Gij zijt groot en Gij doet wonderen: Gij alleen zijt God.
Heer, leid mij op Uw weg, opdat ik voortga in Uw Waarheid.
Moge mijn hart zich verheugen, door het vrezen van Uw naam.
Ik wil U belijden, Heer mijn God, uit heel mijn hart; ik wil Uw Naam verheerlijken in eeuwigheid.
Want Uw barmhartigheid is groot over mij: Gij hebt mijn ziel ontrukt
aan de afgrond van de hades.
God, de overtreders zijn tegen mij opgestaan, de samenscholing der machtigen
belaagt mijn ziel: want zij houden U niet voor ogen.
Maar Gij, Heer mijn God, zijt goedertieren en barmhartig:
Grootmoedig, Rijk aan Genadegaven, en Waarachtig.
Zie op mij neer, ontferm U over mij, geef kracht aan Uw dienaar; red de zoon van Uw dienstmaagd.
Doe aan mij een teken ten goede, opdat zij die mij haten,
het zien en beschaamd staan.
Omdat Gij, Heer, mijn Helper zijt, Die mij hebt getroost”.
Psalm 85[86] vert. ROK ’s-Gravenhage   

“the beloved is Mine and I am his”.

    Verlaat uw land en uw bloedverwanten en kom herwaarts naar het land, dat Ik u wijzen zal.
. . . . .  Maar [eerst] Salomo bouwde Hem een huis [een onderkomen].
De Allerhoogste echter woont ‘niet’ in wat men met handen maakt, zoals de profeet zegt:
          De Hemel is Mij ten troon, en de aarde een voetbank voor mijn voeten. Wat voor huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heer, of wat is de plaats van Mijn rust? Heeft niet Mijn hand dit alles gemaakt?’”.
Probeer God niet mooier te maken dan Hij al is
– God ìs niet te evenaren door datgene wat men met mensenhanden maakt –
God bevindt Zich in de Tempel van het hart, al onze gedachten dienen gericht te zijn  op Zijn onuitputtelijke Liefde tot ons mensen, dàn zijn wij Gods Tempel.
Het is goed dat wij zorgen dat er plekken van stilte, dat er plekken van het Mysterie [het geheim] zijn, zoals onze ‘eenvoudige kerkgebouwen; eenvoudig omdat overdaad schaadt.
En het is goed dat wij zorgen dat zo’n ruimte geschikt blijft om er met het Mysterie [het geheim] van God in aanraking te komen.
Om te zorgen dat dit voor een kerkgebouw nòg méér kan opgaan, dient het eenvoudig te zijn, ook voor toekomstige generaties.
Tegelijk dienen wij er goed van doordrongen te zijn dat een kerkgebouw niet de Kerk is, niet de Tempel van God. Neen, de Kerk, het Lichaam van Christus, de Tempel van God, zijn de mensen. En de mensen, die spelen een spel in Zijn tuin.
En mensen zijn dat vooral in het diepst van hun hart, dáár waar zij, vèr voorbíj aan hun eigenbelangen, geraakt worden door God.
Maar zij zijn het ook samen, als zij zich inzetten voor elkaar, als  zij samen bouwen aan die ontzagwekkende plaats waar gediend en  God eer wordt toegebracht hetgeen de Kerk, het Lichaam van Christusm zou moeten zijn:
een mensengemeenschap waar Gods wetten, die van Rust – Vrede en Gerechtigheid heerst.
En Deze Heer, Jezus Christus, Die vredestichter, de weerloze mensenzoon,
maakt van touwen een zweep en slaat daarmee al diegenen, die alle soorten geld tegen elkaar uitwisselen, de handelaars de Tempel uit en hij gooit de tafels van de projectontwikkelaars om.
Hij, Deze zachtmoedige God-mens roept het van de daken:
De Allerhoogste echter woont niet in wat men met handen maakt !!!”
Misschien als mens een beetje arrogant, maar:
Niemand behoefde Hem iets over de mens te leren,
Hij wist Zelf donders goed wat men aan een mens had
”.
Dat is de Goddelijke Wijsheid en de Christelijke Geest en
daardoor leiden [lijden] wij een Christelijk leven.

Heer, Gij hebt mij op Uw pad gezet en
mij de toegang niet ontzegd”.

“Juich voor de Heer, gehele aarde, dien de Heer met vreugde.

Komt voor Zijn aanschijn met gejubel, weet dat de Heer werkelijk onze God is.
Hij heeft ons gemaakt, niet wijzelf:  wij zijn Zijn volk, de schapen van Zijn weide.
Gaat Zijn poorten binnen met belijdenis, Zijn voorhoven met Hymnen.
Belijdt Hem;  zingt de lofzang voor Zijn Naam.
Want de Heer is goed, Zijn barmhartigheid is voor eeuwig; en van geslacht tot geslacht duurt Zijn Waarheid“. Psalm 99[100] vert. ROK ‘s-Gravenhage

Orthodoxie & ‘Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht !’.

”          En er was iemand uit de Farizeeën, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden;  deze kwam ‘s-nachts tot Christus en zei tot Hem:
‘     Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is’. 
Jezus antwoordde en zei tot hem:
‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.
Nicodemus zei tot Hem:
‘Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?’.
Jezus antwoordde:
‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest. Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Jullie mensen dienen opnieuw geboren te worden. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is’.
Nicodemus antwoordde en zeide tot Hem: ‘Hoe kan dit geschieden?’
Jezus antwoordde en zei tot hem:
‘U bent de leraar van Israël [de Kerk], en deze dingen verstaat u niet?  Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wij spreken van wat wij weten en wij getuigen van wat wij gezien hebben, en gij neemt ons getuigenis niet aan. Indien Ik jullie mensen van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft, hoe zult gij geloven, wanneer Ik u van het hemelse spreek? En niemand is opgevaren naar de Hemel, dan Die uit de Hemel neergedaald is de Zoon des mensen. En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebben”  John.3: 1-15.

In die dagen zei Petros tot het Volk [de Kerk]:
Mannen van Israël [de Kerk], hoort deze woorden:
‘Jezus, de Nazoreeër, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals jullie zelf weten, Deze, naar de bepaalde raad en voorkennis van God uitgeleverd, hebben jullie door de handen van wetteloze mensen aan het Kruis genageld en gedood. God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, naardien het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden’ . . . . .;
. . . . . Wat moeten wij doen, mannen broeders?
 Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn zovelen als de Heer, onze God, ertoe roepen zal. 
En met nog meer andere woorden getuigde hij, en hij vermaande hen, zeggende ‘Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht’Hand. 2: 22-24; 38-40.

Profeet Isaiah & de cherubijn – Προφήτης Ησαΐας & Χερουβείμ – إشعياء النبي والملاك

”          Zie, Mijn knecht, Die Ik [God] ondersteun; Mijn uitverkorene, in Wie Ik een welbehagen heb. Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd: Hij zal de volkeren het recht openbaren.
Hij zal niet schreeuwen noch Zijn stem verheffen, noch die op de straat doen horen.
Het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal Hij niet uitdoven; naar waarheid zal Hij het recht openbaren.
Hij zal niet kwijnen en niet geknakt worden, tot Hij op aarde het recht zal hebben gebracht; en op Zijn wetsonderricht zullen de kustlanden wachten.
Zo zegt God, onze Heer,
• Die de Hemel schiep en hem uitspande;
• Die de aarde uitbreidde met alles wat daaruit ontsproot;
• Die aan de mensen die daarop wonen, de adem gaf en de geest aan hen die daarop wandelen:
Ik, de Heer, heb u geroepen in gerechtigheid, uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot een Verbond voor het Volk, tot een Licht van de natiën: 
• Om blinde ogen te openen,
• Om gevangenen uit de kerker te leiden,
• Uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn.
Ik ben de Heer, dat is Mijn Naam, en Mijn eer zal Ik aan geen ander geven noch mijn lof aan de gesneden beeldenIsaiah 42: 1-7.

Neem je Kruis op en volg Mij !

In plaats van de aan de volgeling van Christus de door de wereld voorgestelde Vreugde dienen wij het Kruis te verdragen en de schande van het lijden niet te  verachten.
”       Ik wil de Heer zegenen, Die mij tot inzicht heeft gebracht: zelfs in de nacht onderricht Hij mijn hart.
Ik heb de Heer voortdurend voor ogen; Hij staat naast mij, opdat ik niet wankel.
Daarover verheugt zich mijn hart en juicht mijn tong: zelfs mijn vlees zal wonen in vertrouwen. 
Want U geeft mijn ziel niet prijs aan de hades; U zult Uw gewijde [Uw gedoopte] het bederf niet doen zien.
U hebt mij de wegen van het leven doen kennen, door Uw aanschijn hebt U mij met vreugde vervuld.
De genietingen aan Uw rechterhand duren tot in eeuwigheid“.
Psalm 15[16]: 7-12 vert. ROK ‘s-Gravenhage.

De Evangelie & Apostellezing van Paaszondag – Johannes 1: 1-17, Handelingen 1: 1-8

Het Evangelie van Paaszondag 8-4-2018; het Evangelie van het hart: het veranderingsproces dat door de Zoon van God in de mens en de gehele wereld op gang is gebracht op aarde:

>>> “ Jezus Christus leeft en regeert” <<<

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God.
Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.
In het Woord was leven en het leven was het Licht der mensen; en het Licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen.
Er trad een mens op, van God gezonden, wiens naam was Johannes; deze kwam als getuige om van het Licht te getuigen, opdat allen door Hem geloven zouden.
Hij was het Licht niet, maar was om te getuigen van het Licht. Het waarachtige Licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld.
Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend.
Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden, hun, die in Zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van een man, doch uit God geboren zijn.
Het Woord is Vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn Heerlijkheid aanschouwd, een Heerlijkheid als van de eniggeborene van de  Vader, vol van Genade en Waarheid.
Johannes heeft van Hem getuigd en heeft geroepen, zeggend:
‘Deze was het, van wie ik zei: Die ná mij komt, is vóór mij geweest, want Hij was eer dan ik.
Immers uit Zijn Volheid hebben wij allen ontvangen zelfs Genade op Genadegave; want de Wet is door Mozes gegeven, de Genade en de Waarheid zijn door Jezus Christus gekomen“.

God is voor ons onbenoembaar vanwege de onbegrensdheid van alle zijn in Hem. Al onze begrippen en namen drukken echter iets uit wat begrensd is. Op die manier kunnen we met ons verstand nooit beredeneren Wie of Wat God is. Maar wat wij vanuit de Heilige Geest, vanuit het hart zeker weten is dat Hij is opgestaan – Hij is waarlijk opgestaan en Hij heeft ons via Zijn Zoon de onvoorwaardelijke Wet van de liefde tot Hem en de liefde tot onze naasten geopenbaard, als principe, als levensvoorwaarde.
God heeft Zich via Zijn Zoon volledig bekend gemaakt en Deze is/was het, Jezus Christus, want Hij was eer dan ik. Immers uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs Genade op Genadegave; want de Wet door Mozes gegeven, was te beperkt, maar de Genade door de Heilige Geest en de Waarheid van God zijn door Jezus Christus geopenbaard.

Christus is opgestaan” – “Hij is waarlijk opgestaan!”.

Dit is de dag des Heren,
die de Heer gemaakt heeft,
laten wij juichen en ons verheugen
Belijd de Heer, want Hij is goed;
in eeuwigheid duurt Zijn Erbarmen

De Apostellezing Handelingen 1: 1-9
Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Theofilus * [Gr.: Θεόφιλος = vriend van God], over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest Zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na Zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft.
En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die jullie [zei Hij] van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar jullie zullen met de Heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze. Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Heer, herstelt U in deze tijd het koningschap voor Israel?  Hij zei tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar jullie zullen Kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over jullie komt, en jullie zullen Mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde
“.

Alleluia! Alleluia!Alleluia!
Heer, sta op om U over Sion te ontfermen;
het is tijd om Barmhartig te zijn”.
“De Heer ziet neer uit de Hemelen;
Hij aanschouwt alle kinderen der mensen“.
– ‘Zalig Pasen‘ –

* Theofilus is een naam met een diepere betekenisVan oorsprong is het een koppeling van twee Griekse woorden. Theos wat God betekent, en filos wat vriend betekent. Een Vriend van God dus. Naderhand kwamen er meerdere varianten op deze naam zoals Theo en Thea, of Theofiel en Theodorus.

 

Het Pascha, de Opstanding van onze Heer en God en Heiland, Jezus Christus

In de ‘tijd’ van onze Heer Jezus, de Christus bracht het Joodse Pascha [Hebr: פֶּסַח, Pesach] de gelovigen van Mozes samen naar Jeruzalem met het doel het paaslam te offeren en te nuttigen. Dit herdacht de Exodus die de Hebreeën bevrijdde van de Egyptische slavernij. Vandaag verenigt het Christelijke Pascha [Gr. Πάσχα, Pascha] de volgelingen van Christus, de Christenen in gemeenschap met hun Heer, het waarachtige Lam Gods. Het brengt hen in verbintenis met Zijn dood en Opstanding, Die hen bevrijd heeft van zonde en dood.

Er is een duidelijke continuïteit van het ene feest, dat volgt op het andere, maar het perspectief is veranderd in de overgang van het oude naar het Nieuwe Verbond [een hernieuwde verbintenis, de bevestiging van het doopcontract] door tussenkomst van Jezus – ‘Pascha – .

Vanaf het begin, dat het Volk samensmolt was het Pascha een familiefeest.
Het werd gevierd in de nacht, bij de volle maan van de lente-equinox, de 14e van de maand Abib of van het koren [na de ballingschap- Nisan genoemd].
Een jong lam, dat jaar geboren, werd aangeboden aan de Heer, onze God om de goddelijke zegeningen over de kudden af te smeken.
Het slachtoffer was een lam of een jong geitje, van het mannelijk geslacht, zonder smet; geen enkel botje van dit dier mocht worden gebroken.
Zijn bloed werd als verf, als een teken van behoud, gebruikt bij de ingang van iedere woning.
Het vlees van het geofferde lam werd gegeten tijdens een snelle maaltijd, snel zoals gasten zich haasten wanneer zij op het punt staan op reis te gaan.
Deze nomadische en huiselijke eigenschappen suggereren een zeer oude oorsprong rond het Pascha: het had een offer kunnen zijn dat de Israëlieten aan Farao vroegen – teneinde het in de woestijn te vieren. Het gaat dus terug tot de tijd van Mozes en het vertrek uit Egypte, dit gaf de Exodus zijn definitieve betekenis.

De grote lente van Israël [de Kerk en de wereld] vindt plaats wanneer God Zijn geestelijk Volk bevrijdt van het onderdrukkend, verslavend [Egyptisch, woestijn-] juk van de wereld door een reeks van providentiële interventies, waarvan de meest opvallende tot uiting komt in de tiende plaag: het doden van de eerstgeborenen van het kwaad [de Egyptenaren].
Bij deze gebeurtenis treedt in de Traditie later op in het offer van
de eerstgeborene van de kudde en de verlossing van de eerstgeboren Israëliet.
In Rooms Katholieke kringen was het nog gebruik dat de oudste zoon van het gezin – priester, of indien het een meisje was – moniale [non] werd.
Deze parallelle vergelijking blijft secundair.
Waar het om gaat is dat het Pascha samenvalt met de bevrijding van de Israëliet – de gelovige Christen van het kwaad, van de duvel en z’n malle moer]:
het werd het gedenkteken van de Exodus,
de grootste gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid.
Het herinnerde eraan dat God het kwaad had verslagen en zijn gelovigen had gespaard.
Van nu af aan zal dit de betekenis zijn van het Pascha en de nieuwe betekenis van zijn naam.

Pasch is het equivalent van de Griekse Pascha ,
afgeleid van de Aramese Pasha en de Hebreeuwse Pesah .
De oorsprong van deze naam wordt betwist. Sommigen geven het een vreemde etymologie, Assyrisch [pasahu , om te sussen] of Egyptisch [pa-sh , de herinnering, pe-sah , de slag];
maar geen van deze hypotheses is overtuigend.
De Heilige Schrift, de Blijde Boodschap associeert pesah met het werkwoord pasah, wat betekent ofwel te meppen, ofwel een rituele dans rond een offer te verrichten, of figuurlijk, “springen”, “doorgeven”, “sparen” .
Het Pascha is de doorgang van de Heer, Die ging over het Israëlitisch huis, de Kerk en haar gelovigen en de huizen van de wereld komt, terwijl God de huizen van de verdoemden [de Egyptenaren] trof.

Na verloop van tijd werd een ander feest samengesmolten met het Pascha.
Het joodse feest van het ongezuurde brood was oorspronkelijk nogal verschillend, maar werd uiteindelijk geassocieerd vanwege de datum in de lente.
Het Pascha werd gevierd op de 14e van de maand; het ongezuurde brood werd uiteindelijk vastgesteld van de 15e tot de 21e.
Deze ongezuurde broden vergezelden het aanbieden van de eerste vruchten van de oogst.
De verwijdering van het oude zuurdesem was een rite van zuiverheid en van jaarlijkse vernieuwing, waarvan de oorsprong wordt verondersteld om nomadisch of agrarisch te zijn.
Wat het momenteel ook is, de Israëlitische Traditie associeerde deze rite ook met het vertrek uit Egypte.
Het herinnerde de haast van het vertrek uit Egypte, zo gehaast, omdat de Israëlieten hun deeg moesten afvoeren voordat het gezuurd was.
In de liturgische kalenders worden de feesten van het Pascha en Ongezuurde Broden soms onderscheiden en soms verward, daarom is het in de Orthodoxe Kerken verplaatst naar Transfiguratie, het feest van Christus Licht op de berg met Mozes & Elias. Dit werd oorspronkelijk in de Orthodoxe Kerken gevierd op de huidige zondag van Gregorius Palamas [zie aldaar] in de grote en heilige voorbereidingstijd, de vastenperiode.

Dus het Pascha is door de eeuwen heen geëvolueerd; erg hebben sommige kwalificaties en  wijzigingen plaatsgevonden, maar het belangrijkste is de innovatie van Deuteronomium die het oude familiefeest veranderde in een hoogfeest van de tempel, de woning van de Heilige Geest, ons hart.
De Messias, onze Heer Jezus Christus is inderdaad geboren [zie het Kerstfeest en de Doop in de Jordaan, Theophanie.
Om te beginnen nam onze Heer en Verlosser, Die reeds eeuwen door de Profeten voorzegd is, deel aan het joodse paasfeest; Zijn doel was om het te perfectioneren.
Hij zou het ten slotte verdringen en vervullen.

Op het moment van het Pascha sprak Jezus woorden uit en voerde acties uit die beetje bij beetje de betekenis ervan veranderden.
Zo hebben we het Pascha van de enige  Zoon, Die dicht bij het Heilige der Heiligen blijft omdat Hij weet dat Hij daar dichtbij Zijn Vader is; het Pascha van de nieuwe tempel, waar Jezus het tijdelijke heiligdom heeft gezuiverd en het definitieve heiligdom, Zijn opgestane lichaam, heeft aangekondigd; het Pascha van de vermenigvuldigde broden,
hetgeen Zijn lichaam zal zijn dat wordt geofferd als offer; ten slotte, en vooral het Pascha van het nieuwe Lam, waarin Jezus de plaats van het paas-offer inneemt.
Hij installeert de nieuwe paasmaaltijd en bewerkstelligt Zijn eigen exodus,
de ‘doorgang’ van deze zondige wereld naar het koninkrijk van de Vader.

De beschrijvers van de Blijde Boodschap, de Evangelisten begrepen
de bedoelingen van Jezus haarfijn en wierpen met verschillende nuances het Goddelijk Licht op hen.  De synoptische beschrijving beschrijft de laatste maaltijd van Jezus [zelfs als het aan de vooravond van het Pascha was verteerd] als een paasmaaltijd: het avondmaal wordt binnen de muren van Jeruzalem genomen en het bevindt zich in een liturgie die, onder andere, de recitatie van de Hallél. 

Halleel of Hallél [Hebr: הלל, Arab.: حَلاَلْ] is een van oorsprong Joods gebed
bestaande uit de psalmen 113 tot en met 118.
Hallèl betekent letterlijk “loof” of “prijs”. Het woord Halleluja is hiervan afgeleid.

Maar het is de maaltijd van “hèt Nieuwe Pascha“: waarmee met de rituele zegeningen bestemd voor brood en wijn,  onze Heer en Pedagoog het instituut van de Goddelijke Liturgie in [de Eucharistie] instelt, Door Zijn lichaam te eten en Zijn vergoten bloed te drinken, beschrijft Hij Zijn dood als het offer van het Pascha waarvan Hij het nieuwe Lam is. Johannes de Theoloog geeft er de voorkeur aan om te benadrukken, dat dit feit door het invoegen van een aantal verwijzingen naar Jezus het Lam in Zijn weergave:
      De volgende dag zag hij [Johannes de Doper] Jezus tot zich komen en zei: ‘Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt’“ & “      En toen hij Jezus zag gaan, zei hij: ‘Zie, het lam Gods!’John 1: 29 & 36,
en in het maken van samenvallen, op de middag van de 14e Nisan, het offeren van het lam
      Zij brachten Jezus dan van Kajafas naar het Gerechtsgebouw. En het was vroeg in de morgen; doch zelf gingen zij het gerechtsgebouw niet binnen, om zich niet te verontreinigen, maar het Pascha te kunnen eten“; “      En het was Voorbereiding voor het Pascha, ongeveer 
het zesde uur, en hij zeide tot de Joden: ‘Zie, uw koning!’”; “      De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven – want de dag van die sabbat was groot – vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden“; “      daar dan legden zij Jezus neer wegens de Voorbereiding der Joden, omdat het graf dichtbij wasJohn.18: 28; 19: 14,31,42.
en de dood aan het Kruis van het waarachtige Paas- Slachtoffer.
      Want dit is geschied, opdat het schriftwoord zou vervuld worden: Geen been van Hem zal verbrijzeld wordenJohn.19: 36.

de graankorrel

Gekruisigd aan de vooravond van een sabbat
      De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de 
lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven – want de dag van die sabbat was groot – vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden wordenJohn.19: 31, stond Jezus op de dag na diezelfde sabbat op; de eerste dag van de week, “      En zeer vroeg op de eerste dag der week gingen zij naar het graf, toen de zon opging. En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen afwentelen van de ingang van het graf?Marc 16: 2,3.
Het is ook op de eerste dag dat de apostelen hun verrezen Heer vinden in de loop van een maaltijd die een nieuwe versie van het avondmaal is:
– “      En het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte“, “      Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe. En Hij nam het en at het voor hun ogen  Luc.24: 30;42,43;
      Daarna verscheen Hij aan de elven zelf, terwijl zij aanlagen, en Hij verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen niet geloofden die Hem aanschouwd hadden, nadat Hij opgewekt wasMarc.16: 14;
      Toen het dan avond was op die eerste dag der week en ter plaatse, waar de discipelen zich 
bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zei tot hen: ‘Vrede zij u!’ En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Heer zagen. Jezus dan zei nogmaals tot hen: ‘Vrede zij u!’ – ‘ Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u’.
En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen: ‘Ontvangt de Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend.
En Thomas, een der twaalven, genaamd Didymus, was niet met hen, toen Jezus daar kwam. 
De andere discipelen dan zeiden tot hem: ‘Wij hebben de Heer gezien! Maar hij zei tot hen: ‘Indien ik in zijn handen niet zie het teken der nagels en mijn vinger niet steek in de plaats der nagels en mijn hand niet steek in zijn zijde, zal ik geenszins geloven’. En na acht dagen waren Zijn discipelen weer in het huis en Thomas met hen. Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zeide: ‘Vrede zij u!’“; “      Hierna openbaarde Jezus Zich opnieuw aan de discipelen bij de zee van Tiberias en Hij openbaarde Zich aldus.
Daar waren bijeen Simon Petrus, Thomas, genaamd Didymus, Natanaël van Cana in Galilea, de zonen van Zebedeus en nog twee van zijn discipelen. Simon Petrus zeide tot hen: Ik ga vissen. Zij zeiden tot hem: ‘Wij gaan met u mede. Zij vertrokken en gingen scheep, en in die nacht vingen zij niets. Toen het reeds morgen werd, stond Jezus aan de oever; de discipelen wisten echter niet, dat het Jezus was.
Jezus zei tot hen: ‘Kinderen, hebt gij ook enige toespijs?’.
Zij antwoordden Hem: ‘Neen’.
Hij nu zei tot hen: ‘Werpt uw net uit aan de rechterzijde van het schip en gij zult vinden. Zij 
wierpen het (net) uit en konden het niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.
Die discipel dan, dien Jezus liefhad, zei tot Petrus:
‘ Het is de Heer.
Simon Petrus dan, toen hij hoorde, dat het de Heer was, sloeg zijn opperkleed om, want hij was ongekleed, en wierp zich in zee; maar de andere discipelen kwamen met het schip, want zij waren niet ver van het land, slechts ongeveer tweehonderd el, en zij sleepten het net met de vissen.
Toen zij dan aan land gekomen waren, zagen zij een kolenvuur liggen en vis daarop en brood. Jezus zei tot hen: Brengt van de vissen, die gij thans gevangen hebt.
Simon Petrus ging aan boord en sleepte het net aan land, vol grote vissen, honderd drieënvijftig; en hoewel er zovele waren, scheurde het net niet.
Jezus zei tot hen: ‘Komt en houdt de maaltijd’. Niemand van de discipelen durfde Hem de vraag stellen: ‘Wie zijt Gij? Want zij wisten, dat het de Heer was.
Jezus kwam en Hij nam het brood en gaf het hun en evenzo de vis.
Dit was reeds de derde maal, dat Jezus na Zijn opwekking uit de doden Zich aan Zijn discipelen geopenbaard heeftJohn.20: 19-26; 21: 1-14;
      En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij [zei Hij] van Mij gehoord hebt“ Hand.1: 4

Op de eerste dag van de week zullen de verzamelde christenen zich verenigen voor het breken van het brood: “      En toen wij op de eerste dag der week samengekomen waren om brood te breken hield Paulus een toespraak tot hen en, daar hij van plan was de volgende dag te vertrekken, zette hij zijn rede voort tot middernachtHand.20: 7;
      elke eerste dag der week legge ieder van u naar vermogen thuis iets weg, en hij zal dit opsparen, opdat er niet eerst na mijn komst inzamelingen gehouden dienen te worden“ 1Cor.16:  2.
Deze dag zou spoedig een nieuwe naam ontvangen: de dag des Heren, the day of the Lord, την ημέρα του Κυρίου,
يوم الرب, oftewel ‘zondag’:
      Ik kwam in vervoering van de geest op de dag des Heren en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, zeggend: ‘Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten’“ Openb.1: 10,11a.
Het herinnert al de Christenen op de gehele wereld aan de Opstanding van Christus,  waarin Hij hen verenigt en Zich verenigt met Hem in Zijn Goddelijke Liturgie [Eucharistie],
en wijst hen daarmee naar de hoop van Zijn Parousia:
      Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat 
Hij komt“ 1Cor.11: 26.

In de Paasnacht bereiden Christenen zich net als ieder Zondag voor op hun ontmoeting met hun Heer, die is Opgestaan – Zij vieren dit in het heilige avondmaal met het Lam van God die de zonden van de wereld draagt ​​en wegneemt en vervangen de Joodse paasmaaltijd na een periode van vasten expliciet door een hernieuwing van hun doop, gedoopt en daarmee een Verbond met hun Heer en Meester aangegaan vormen zij het God’s-Volk in ballingschap, ze gaan voorwaarts met hun lenden omgord, bevrijd van kwaad, in de richting van het beloofde land van het Koninkrijk der hemelen.
Aangezien Christus, hun paasoffer, is geofferd, dienen zij het feest niet te vieren met het oude zuurdesem van een slecht gedrag, maar met het ongezuurde brood van zuiverheid en waarheid.
Met Christus hebben zij persoonlijk het Mysterie van het Pascha, het Pasen geleefd door te sterven aan de zonde en op te staan ​​naar een Nieuw [herboren] leven.

Christus is opgestaan!” / “Hij is waarlijk Opgestaan!
“Christ is risen!” / “He is risen, Indeed!”
Christus ist auferstanden! “/ ‘Er ist wahrhaftig auferstanden!’
Christus is verrezen!“/ ‘Hij is waarlijk verrezen!
Christ est ressuscité!“/ ‘Il est vraiment ressuscité!
Cristo è risorto!“/ ‘È veramente risorto!
Hristos a înviat!” / ‘Cu adevărat a înviat!
Χριστὸς ἀνέστη! “/ ‘Ἀληθῶς ἀνέστη!’
[Khristós Anésti! / Alithós Anésti!]
– “Христóсъ воскрéсе!” / ‘Воистину воскресе!
[Christos voskrese! / Voistinu voskrese!]
“al-Masī qām!” / ‘aqqan qām!’
“Masī qām!” / ‘Belāqiqāti qām!’
– المسيح قام! حقا قام! [al-Masī qām! / aqqan qām!]’;
المسيح قام!   بالحقيقة قام! [al-Masī qām! / Belāqiqāti qām!]

 

Paaszaterdag in de Grote en Heilige week, Stille Zaterdag – Christus rooft de Hades leeg en het gloren van het Paradijs.

de Goddelijke Raad

”     God staat in de Goddelijke Raad: in hun midden oordeelt Hij goden. Hoe lang nog zullen jullie onrechtvaardig oordelen en zijn jullie partijdig voor Zondaars?”.

“Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

Doe recht aan wezen en zwakken, wees gerecht voor hen die gering zijn en de armen. Verlos behoeftigen, bevrijd de arme uit de hand van de zondaar“.

“Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

Zij weten niets en begrijpen niets, zij tasten in het duister. Alle grondvesten van de aarde, wankelen en worden geschokt“.

“Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

Ikzelf heb gezegd: jullie zijn goden, allen zijn jullie zonen van de Allerhoogste. Toch zullen jullie sterven als mensen, als elk ander vorst zullen jullie vallen. Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

“Sta op o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.
Hymne conform Psalm 81[82] voorafgaand aan het Evangelie tijdens de Basilios-Liturgie, deze morgen.

NB. Voor de Orthodoxe gelovigen van de oude kalender is het dit jaar een heel bijzondere Stille Zaterdag, want bij hen wordt tevens het feest van de Boodschap aan de Moeder Gods gevierd

Het Paradijs en de hel
De Heilige Païsios, geestelijk leidsman op de berg Athos heeft een geschiedenis bekend gemaakt over God, Die het Paradijs en de Hel aan een eenvoudig mens openbaarde [misschien wel aan deze heilige zelf, want bij mijn ontmoeting met hem, heb ik waarachtige eenvoud mogen ervaren].
Dit is zijn resumé:
Wel, op een nacht terwijl dat deze eenvoudig levende mens sliep,
hoorde hij een stem zeggen:’    Kom, ik zal je de hel tonen’. 
Hij bevond zich toen in een kamer waar veel mensen rond een tafel zaten,
in het midden van die tafel stond een grote pot met voedsel. 
Toch hadden ze allemaal honger, omdat ze niet konden eten. 
Ze hadden elk een heel lange lepel waarmee ze voedsel uit de pot haalden,
maar met zo’n lange lepel waren zij niet in staat hun mond te bereiken. 
En dus klaagden sommigen, anderen schreeuwden, terwijl anderen zelfs huilden . . . . . “.
Toen hoorde deze eenvoudig levende mens dezelfde stem zeggen:
‘ Kom, ik zal je nu ook het Paradijs laten zien. 
Hij bevond zich vervolgens in een andere kamer, waar eveneens veel mensen rond een tafel zaten, net zoals de vorige. 
En, nogmaals stond er een grote pot met voedsel in het midden op tafel en de mensen hadden dezelfde lange lepels. 
Ze waren echter allemaal goed gevoed en gelukkig, omdat iedereen met z’n lepel voedsel uit de pot kon nemen
en
zo waren ingesteld dat de persoon naast hem gevoed werd. 
Begrijp je nu ook hoe jij, vanuit dit aardse leven vooruit kunt komen en
het leven van het Paradijs op aarde al kunt [be-]leven?”.

Ieder van ons heeft een soort “lepel” gekregen die we kunnen gebruiken om met anderen te delen of om het voor onszelf te proberen. waar het dus om draait is:
Hoe gebruik je de aan jou persoonlijk verleende “lepel?”
Hoe maak jij persoonlijk gebruik van de aan jou persoonlijk verleende talenten [de Genadegaven], die je van God hebt gekregen?

Vanuit de diepte van mijn hart,
roep ik tot de Heer, Die
mij steeds gedenkt

Paaszaterdag of Stille Zaterdag volgt op Goede Vrijdag;
maar wat is zo bijzonder aan deze dag?
Eenieder, die de diensten bezoekt wordt geconfronteerd met een Mystiek gegeven; het is de zaterdag vóór Pasen en de laatste dag van de vastentijd en lijdensweek die voorbereidt op het christelijke paasfeest.
Deze zaterdag wordt ook wel Stille Zaterdag genoemd, omdat op die dag de klokken niet luiden tot aan de Paaswake.
In de nacht ná Goede Vrijdag tot zaterdagmorgen herdenken christenen de tijd dat het dode lichaam van Jezus Christus in het graf ligt; je kunt dit ook aanschouwen wanneer je op deze nacht/ochtend in een Orthodoxe Kerk bent geweest – er heerst een zwijgende drukte, omdat de actieve parochianen druk doende zijn met de onafgebroken lezing van de Evangeliën – hetgeen een gebruik is bij overledenen, voorafgaand aan de begrafenisdienst.
De apostel Petrus verkondigt:
      Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als Rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis [de hades,de hel], die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden1Petr.3: 18-20.

In de Orthodoxe Kerk wordt deze dag Heilige en Grote Zaterdag of de Grote Sabbat genoemd, omdat op deze dag Christus fysiek “rustte” in het graf.
Maar men gelooft tevens dat Christus op deze dag geestelijk nederdaalde in de hel, de  Hades veroverde, om de zielen van hen die daar vastgehouden waren te redden en naar het Paradijs te voeren.

De Metten van de Heilige en Grote Zaterdag [meestal gehouden op de avond van Goede Vrijdag, zodat meer gelovigen er aan deel kunnen nemen] nemen een vorm aan van een begrafenisdienst voor Christus.
De gehele dienst vindt plaats rond de Epitaphios [Kerkslavisch Plasjenitsa], een icoon in de vorm van een geborduurde of geschilderde doek met de afbeelding van de graflegging van Christus.
Op zaterdagmorgen, wordt er een gecombineerde vesperdienst met de Goddelijke Liturgie van de Heilige Basilius de Grote gevierd.
Dit is de langste Goddelijke Liturgie van het gehele kerkelijk jaar en traditioneel ook degene die qua uur het laatst gevierd wordt.
Na de Kleine Intocht zijn er 15 oud-oudtestamentische lezingen.
1.]. Genesis 1: 1-13
2.]. Isaiah 60: 1-16
3.]. Exodus 12: 1-11
4.]. Jonah 1: 1-4: 11.
5.]. Joshua 5: 10-15
6.]. Exodus 13: 20-15: 19
7.]. Zephaniah 3: 8-15
8.]. 3[1] Koningen 17: 8-24
9.]. Isaiah 61: 10-62: 5
10.]. Genesis 22: 1-18
11.]. Isaiah 61: 1-9
12.]. 4[2] Koningen 4: 8-37
13.]. Isaiah 63: 11- 64: 5
14.]. Jeremia 31: 31-34
15.]. Danie2l 3: 1-23; waarna de Hymne van de drie Jongelingen in de vuuroven. 

Net voor de Evangelielezing [Matth.28: 1-20] worden alle
[altaar-]bekledingen en gewaden veranderd van zwart naar wit.
De diaken bewierookt de gehele kerk.
In de Griekse traditie strooit de geestelijkheid laurierbladeren en bloembladeren door de gehele kerk om de verbrijzelde poorten en verbroken ketenen van de hel en Jezus’ overwinning op de dood te symboliseren [de Koninklijke deuren wordt uit de scharnieren gelicht en opzij tegen de iconostase gezet.
Terwijl de liturgische sfeer verandert van verdriet naar blijdschap, wordt de paasgroet “Christus is Opgestaan” nog nèt niet uitgewisseld.
Deze klinkt pas héél zachtjes door in afwachting van de Paasvigilie.
De gelovigen gaan door met de vasten, nuttigen slechts wat studentenhaver.

Johannes de doper kondigt de nederdaling ter helle aan de rechtvaardigen van de hades [Slovetsky klooster [17e eeuw]

De reden hiervoor is dat, de Goddelijke Liturgie op Heilige en Grote Zaterdag de verkondiging voorstelt, van Jezus’ overwinning op de dood, aan hèn in de Hades. De Opstanding is nòg niet verkondigd aan de mensen op de aarde
[dit zal plaatsvinden tijdens de Paasvigilie]
De Grote Vasten was van oorsprong
de periode van catechese voor de catechumenen teneinde hen voor te bereiden op de doop en Myronzalving op Pascha [Pasen].
Voor het samenstellen van het hedendaagse Paasvigilie van Johannes Damascinos was deze dienst dè belangrijkste Paasviering.
Volgens de traditie vindt de doop of de inzegening/het ontvangen van de catechumenen plaats na deze dienst.

Voorafgaand aan de Paasvigilie komen de mensen in een stille, niet-verlichte kerk, alwaar de handelingen van de Apostelen worden gelezen.
Later op de avond [meestal rond 23:00 u., begint de Paasvigilie met het Middernachtsgebed, waarbij de canon van de Heilige Zaterdag wordt herhaald.
De weinige kandelaars en lampen, die in de duistere kerk nog enig oriëntatie- gevoel geven worden gedoofd.
En allen wachten in duisternis en stilte op de processie die voorafgaat aan de [Licht-]viering van de Opstanding.

Hij is niet hier, want Hij is opgewekt!
      Laat na de Sabbat, tegen het aanbreken van de eerste dag der week, ging Maria van Magdala en de andere Maria het graf bezien . . . . .
. . . . . En zie, er kwam een grote aardbeving, want een engel des Heren daalde uit de hemel neer en kwam nader, en hij wentelde de steen weg en zette zich daarop.
. . . . . Zijn uiterlijk was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw.
. . . . . .En de bewakers werden door vrees voor hem bevangen en zij werden als doden [zij schrokken zich dood en geraakten buiten zichzelf van vrees].
. . . . . Doch de engel antwoordde en zeide tot de vrouwen: ‘Weest gij niet bevreesd; want ik weet, dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft; komt, ziet de plaats, waar Hij gelegen heeft. En gaat terstond op weg en zegt zijn discipelen, dat Hij is opgewekt uit de doden. En zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd’.
En zij gingen terstond weg van het graf, met vrees en grote blijdschap, en liepen haastig voort om het Zijn discipelen te berichten.
. . . . . En zie, Jezus kwam haar tegemoet en zeide: ‘Weest 
gegroet’. Zij naderden Hem en grepen Zijn voeten en zij aanbaden Hem.
. . . . . Toen zeide Jezus tot haar: ‘Weest niet bevreesd. Gaat heen en bericht mijn broeders, dat zij naar Galilea gaan, en daar zullen zij Mij zien’.

Toen zij onderweg waren, zie, enigen van de wacht kwamen in de stad om de overpriesters al het gebeurde te berichten. En in een vergadering met de oudsten kwamen zij tot een besluit en zij gaven de soldaten veel geld, en zij zeiden: ‘Zegt, zijn discipelen zijn ’s-nachts gekomen en hebben Hem gestolen, terwijl wij sliepen. En indien dit de stadhouder ter ore komt, wij zullen het in orde brengen en maken, dat gij buiten moeite blijft. En zij [de soldaten] namen het geld aan en deden zoals hun gezegd was. En dit gerucht is onder de Joden verbreid tot de dag van heden toe.

En de elf discipelen vertrokken naar Galilea, naar de berg, waar Jezus hen bescheiden had. En toen zij Hem zagen, aanbaden zij, maar sommigen twijfelden.
En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggend:
. . . . . ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan heen en maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en leert hen onderhouden al wat Ik jullie bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereld’
Matth.28: 1-20.

Hymne bij de grote Intocht met de offergaven:
Dat alle sterflijk vlees zal zwijgen, en met vrees en ontzag staande, niets aards in het hart meer zal denken. Want de Koning van de koningen, De Heer van de heersers nadert nu als Offer ter slachting, tot Spijs van de Gelovige, Amen.
Voor Hem schrijden de Koren van de Engelen: de Vorstendommen en Machten, de Cherubijnen en Serafijnen, terwijl zij hun aangezicht bedekken
”.

Communiezang:
de Heer is ontwaakt, als iemand, die slaapt:
Hij is opgestaan om ons te redden!
”.

Laat ons nu verder zwijgen en vol ontzag in stilte de avond afwachten,
en ons verheugen op het komend voortgezet feestgebeuren.

 

Vrijdag in de Grote en Heilige week, Goede Vrijdag – de grootsheid van het Lijden, het sterven aan het Kruis en de begrafenis – wij leggen het stoffelijk overschot van onze Heer in een ongeschonden graf

Op Goede Vrijdag beleven Christenen over de hele wereld
het hoogtepunt van dit Goddelijk Drama.
Het is dè dag van de Passie van Jezus.
De dienst opgedragen door onze Orthodoxe Kerk
in de laatste uren vóór de kruisiging, Zijn dood en begrafenis
herinnert ons aan de volgende feiten:

Blijde Boodschap in het Arabisch

Christus na de arrestatie van de Olijfberg, is berecht en veroordeeld door de Hoge Priesters.
De rechtszaak was uiteraard maar een formaliteit, omdat het vonnis van deze Onschuldige was reeds uitgesproken voordat onze Heer zelfs ook maar was gearresteerd.
De Leidinggevenden wilden Zijn dood.
Maar omdat ze de wettelijke bevoegdheid niet bezaten,
diende het vonnis -op hun aanwijzingen- onder druk
te worden geveld door de Romeinse gouverneur.
Die jarenlange commandant in Jeruzalem was Pilatus.
In het heen en weer gesleept van onze Heer en de opgeruide menigte,
op aandringen van Geloof’s-oudsten vernemen wij het geschreeuw
dat onze Heer gekruisigd dient te worden.
Er was een gewoonte onder hen, dat op de dag van de Joodse Pascha,
de Romeinen een gevangene Jood vrij zouden laten.
Pilatus, die niet verantwoordelijk voor de kruisiging van Christus wenste te zijn,
vroeg hij de menigte te kiezen tussen de Godmens Christus en Barabas,
een rebel en een moordenaar, welke degene zou worden, die vrijgelaten werd.
De menigte, door godslastering opgezweept, verkreeg als gevolg van intimidatie
daarna onmiddellijk van Pilatus het mandaat Christus naar de binnenplaats,
het Pretorium te leiden 
Onmiddellijk daarna en het mandaat langere Pilatus Christus geleid in de binnenplaats van het Pretorium [d.w.z. de Romeinse  (Διοικητηριου administratieve plaats ) Rechtsgebouw].
Daar omhangen de Romeinse soldaten een paarse mantel om
het vrijwillig slachtoffer en geven onze Heer en doornkrans.
Spottend noemden ze hem de “Koning der Joden“, ze sloegen hem en bespuugden Hem. De tijd van de kruisiging is nabij.
Jezus wordt met het Kruis belast waarop Hij zal worden gekruisigd en
wordt naar de Calvarieberg [de schedelplaats] buiten de stad Jeruzalem geleid.
Onderweg kan hij het gewicht van het Kruis, gevolgd door het vallen niet weerstaan. De Romeinen hebben Simon, de Cyrene, op dat ogenblik opgedragen,
om dat zware Kruis van de gemartelde mens over te nemen en verder te dragen.
Na een periode aan het Kruis roept de Heer uit:
Het is volbracht” en aldus brengt onze Heer
Zijn onmenselijke, maar Goddelijk gedragen taak ten einde:
het Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld“,
nadat hij degenen die verantwoordelijk zijn/waren voor Zijn dood heeft vergeven.
Bij de dood van onze Heer en Zaligmaker wordt hij door de soldaten doorstoken
in Zijn zijde en loopt er bloed en water uit Zijn borst.

De natuur geeft aan dat er hier sprake is van een bovennatuurlijk gebeuren,
doden in de omgeving van Jeruzalem staan op uit het graf en verschijnen aan hun familie. Ten slotte, bij zonsondergang, is het Joseph van Arimathea en Nicodemus, twee leden van de Joods raad, die zich heimelijk bij Hem aangesloten hadden, die samen met zijn naaste leerling en de vrouwen het stoffelijk overschot, het Lichaam van Christus mogen bergen, de hoofdman heeft daar bij Pilatus van getuigd, dat Hij reeds gestorven was – er vloeide bloed en water.
Het Heilig Lichaam van onze Heer en Leraar wordt in een witte lijkwade gelegd en begraven in een nieuw grafmonument en afgesloten met een Groot rotsblok, een immens zware steen.

De ceremonie van de Opstanding vindt in de Orthodoxe Kerken plaats
in de ochtend volgend op de grote [goede] Vrijdag.
Terwijl de nacht in deze de processie van het Epitaphion wordt gehouden.
De klokken van al de Orthodoxe kerken geven dit
de gehele dag weer door de rouwklanken te verspreiden.

Deze dag wordt een zeer streng, zware vasten aangehouden en is zelfs de olie verboden. Veel gelovigen hebben de neiging om op de Goede Vrijdag voorafgaand aan Pasen een beetje azijn [oud- en verzuurd geworden wijn] te drinken, hetgeen hen herinnert aan het ogenblik dat onze Heer water en bloed liet vloeien op de laatste momenten van Zijn aardse leven te herdenken.

De Traditie verbiedt -om het even- welk werk ook te verrichten deze dag.

derde uur:
      Dit zit de Dienstknecht des Heren: De Heer der Heerscharen heeft mij als
een leerling leren spreken om met het woord de moede te kunnen ondersteunen.
Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen.
De Heer de Heerscharen heeft mij het oor geopend en ik ben [nu eens]
niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd.
Mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen, en mijn wangen aan
wie mij de baard uittrokken; mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel.
Maar de Heer der Heerscharen helpt mij,
daarom werd ik niet te schande; daarom maakte ik mijn gelaat als een keisteen,
want ik wist, dat ik niet beschaamd zou worden.
Hij is nabij, die mij recht verschaft; wie wil met mij een rechtsgeding voeren?
Laten wij samen naar voren treden. Wie zal mijn tegenpartij in het gericht zijn?
Hij zal tot mij naderen.
Zie, de Heer der Heerscharen helpt mij, wie zal mij dan schuldig verklaren?
Zie, zij allen vergaan als een kleed, de mot zal ze verteren.
Wie onder u vreest de Heer, wie hoort naar de stem van zijn knecht?
Wanneer hij in diepe duisternis wandelt, van licht beroofd, zal
hij op de Naam des Heren vertrouwen en steunen op zijn God.
Zie, gij allen die vuur ontsteekt, u met brandpijlen uitrust,
gaat in de vlam van uw eigen vuur en onder de brandpijlen die gij aangestoken hebt.
Van mijn hand overkomt u dit, in pijn zult gij neerliggenIsaiah 50: 4-11.

    Broeders, zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te Zijner tijd voor goddelozen is gestorven.
Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven
– maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven -.
God echter bewijst Zijn Liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn Bloed gerechtvaardigd,
door Hem behouden worden van de toorn.
Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn
door de dood van Zijn Zoon, zullen wij veel meer,
nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft; 
en dat niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Heer Jezus Christus,
door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben
Rom.5: 6-11.

      En terstond, ’s-morgens vroeg, stelden de overpriesters met de oudsten en schriftgeleerden, de gehele Raad, een besluit vast, en zij boeiden Jezus en zij leidden Hem weg en leverden Hem over aan Pilatus.
En Pilatus ondervroeg Hem: Zijt Gij de Koning der Joden?
En Hij antwoordde hem en zei: Gij zegt het.
En de overpriesters brachten vele beschuldigingen tegen Hem in.
En Pilatus vroeg Hem wederom [en zei]:
Geeft Gij niets ten antwoord? Zie, hoeveel beschuldigingen zij tegen U inbrengen.
Doch Jezus gaf hem niets meer ten antwoord, zodat Pilatus zich verwonderde.
En bij elk feest liet hij hun een gevangene los, voor wie zij dit vroegen.
Nu was er iemand, genaamd Barabbas, gevangengezet met de oproermakers, die in het oproer een moord begaan hadden.
En de schare kwam naar voren en begon te eisen, dat hij hun deed, zoals hij gewoon was.
Pilatus antwoordde en zei tot hen:
Wilt gij, dat ik u de Koning der Joden loslaat?
Want hij bemerkte, dat de overpriesters Hem uit nijd overgeleverd hadden.
Doch de overpriesters zetten de schare op, dat hij hun liever Barabbas zou loslaten.
Pilatus antwoordde en zei wederom tot hen:
Wat moet ik dan doen met Hem, die gij de Koning der Joden noemt?
En zij schreeuwden wederom: Kruisig Hem!
Pilatus zei tot hen: Wat heeft Hij dan voor kwaad gedaan? Zij schreeuwden des te meer: Kruisig Hem!
Pilatus oordeelde het geraden de schare haar zin te geven en hij liet hun daarom Barabbas los en gaf Jezus, na Hem gegeseld te hebben, over om gekruisigd te worden.
De soldaten nu leidden Hem weg tot binnen het hof, dat is het gerechtsgebouw, en riepen de gehele afdeling bijeen.
En zij trokken Hem een purperen kleed aan en zetten Hem een kroon op, die zij van doornen gevlochten hadden. En zij begonnen Hem te begroeten:
Wees gegroet, Gij Koning der Joden!
En zij sloegen Hem met een riet op het hoofd en bespuwden Hem en zij vielen op de knieën en bewezen Hem hulde. En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem het purperen kleed uit en deden Hem Zijn klederen aan. En zij leidden Hem weg om Hem te kruisigen.
En zij presten een voorbijganger om Zijn Kruis te dragen, een zekere Simon van Cyrene, die van het land kwam, de vader van Alexander en Rufus.
En zij brachten Hem op de plaats Golgota, hetgeen betekent Schedelplaats.
En zij gaven Hem wijn, met mirre gemengd, doch Hij nam die niet.
En zij kruisigden Hem en verdeelden zijn klederen door het lot te werpen, wat ieder ervan krijgen zou.
Het was het derde uur, toen zij Hem kruisigden.
En het opschrift, dat de beschuldiging tegen Hem vermeldde, luidde: De Koning der Joden.En met Hem kruisigden zij twee rovers, een aan zijn rechterzijde en een aan zijn linkerzijde.
[En het schriftwoord is vervuld geworden, dat zegt: En Hij is met de misdadigers gerekend.]
En de voorbijgangers spraken lastertaal tegen Hem, schudden hun hoofd en zeiden:
Ha, Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, red Uzelf, kom af van het kruis!
Evenzo spotten de overpriesters onder elkander samen met de schriftgeleerden, en zij zeiden:
Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden. Laat de Christus, de Koning van Israel, nu afkomen van het kruis, dat wij het zien en geloven.
Ook die met Hem gekruisigd waren beschimpten Hem.
En toen het zesde uur aangebroken was kwam er duisternis over het gehele land tot het negende uur.
En op het negende uur riep Jezus met luider stem:
Eloi, Eloi, lama sabachtani, hetgeen betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?
En sommige van de omstanders, dit horende, zeiden:
Zie, Hij roept Elia.
En iemand liep toe, drenkte een spons met zure wijn, stak ze op een riet en gaf Hem te drinken, zeggende: Stil, laat ons zien, of Elia komt om Hem eraf te nemen.
En Jezus slaakte een luide kreet en gaf de geest.
En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën van boven tot beneden.
Toen de hoofdman, die tegenover Hem stond, zag, dat Hij zo de geest gegeven had, zei hij: Waarlijk, deze mens was een Zoon Gods.
Er waren ook vrouwen, die uit de verte toeschouwden, onder wie ook Maria van Magdala en Maria, de moeder van Jakobus, de jongere, en van Joses, en Salome, die, toen Hij in Galilea was, Hem volgden en Hem dienden, en vele andere vrouwen, die met Hem opgegaan waren naar JeruzalemMarc.15: 1-41.

Heden is opgehangen aan een boom [het Hout, het Kruis] Hij Die de aarde boven de wateren  hing.
Heden is opgehangen aan een boom
[het Hout, het Kruis] Hij Die de aarde boven de wateren  hing.
Heden is opgehangen aan een boom
[het Hout, het Kruis] Hij Die de aarde boven de wateren  hing.
De Koning der Engelen draagt een Kroon van doornen,
Hij, Die de Hemel met wolken bekleedt, wordt in spottend purper gehuld.
Hij, Die in de Jordaan Adam weer heeft vrijgemaakt, wordt in het gelaat geslagen.
De Bruidegom van de Kerk wordt met spijkers vastgenageld;
de Zoon van de Maagd wordt met een lans doorboord.
Wij aanbidden Uw Lijden, o Christus;
Wij aanbidden Uw Lijden, o Christus;
Wij aanbidden Uw Lijden, o Christus;
Toon ons nu ook de Heerlijkheid van Uw Verrijzenis
”.

negende uur:
      De Heer nu heeft het Mij geopenbaard [Mij doen weten] en zo
bemerkte ik het: toen hebt Gij Mij hun daden laten zien!
Ik Zelf was als een argeloos Lam, dat ter slachting geleid wordt, en ik wist niet, dat
zij zulke plannen tegen mij smeedden, zeggend:
“Laat ons
[hout, op Zijn brood leggen] de Boom [des Levens] met Zijn vrucht verderven, laat ons hem uit het land der levenden uitroeien, opdat
aan Zijn Naam niet meer gedacht zal worden!
Maar, Heer der heerscharen, rechtvaardige Rechter, Die nieren en hart toetst,
ik zal Uw Wraak aan hen zien, want op U heb ik mijn rechtszaak gewenteld!
Daarom zegt de Heer aldus van de mannen van Anatot, die
u naar het leven staan en zeggen:
Profeteer niet in de Naam des Heren, of gij sterft door onze hand.
Daarom zegt de Heer der heerscharen aldus:
Zie, Ik zal bezoeking over hen doen; de jonge mannen zullen sterven door het zwaard,  hun zonen en dochters zullen sterven door de honger, 
niemand van hen zal overblijven; want Ik zal onheil brengen over de mannen van Anatot in het jaar van hun bezoeking.
Het recht hebt Gij aan Uw zijde, Heer, als ik met U zou twisten;
toch wil ik over rechtszaken met U spreken:
Waarom is de weg der goddelozen voorspoedig, 
en zijn zonder zorg allen die zich trouweloos gedragen?
Gij hebt hen geplant, ook hebben zij wortel geschoten;  zij wassen, ook zetten zij vrucht. Nabij zijt Gij in hun mond, maar ver van hun binnenste.
Gij, o Heer, kent mij toch, Gij ziet Mij en toetst Mijn gezindheid jegens U.
Ruk hen weg als slachtschapen en wijd hen voor de dag der slachting.
Hoelang moet het land kwijnen en het gewas van het gehele veld verdorren?
Om de boosheid van hen die er wonen, is vee en gevogelte verdwenen, 
want zij zeggen:
Hij zal ons einde niet zien.
Als gij met voetgangers loopt, maken zij u moede; hoe zult gij dan een wedloop beginnen met paarden?
In een vredig land voelt gij u niet veilig;  hoe zult gij het dan maken in de pronk van de Jordaan?
Want zelfs uw broeders en het huis van Uw Vader, zelfs zij zijn trouweloos jegens u,
zelfs zij roepen u luidkeels na;  vertrouw hen niet, wanneer zij vriendelijk tot u spreken.
Ik heb mijn huis verlaten, mijn erfdeel verworpen; Ik heb mijn zielsgeliefde gegeven in de greep van haar vijanden.
Mijn erfdeel was Mij geworden als een leeuw in het woud,  het had tegen Mij gebruld; daarom ben Ik het gaan haten.
Een bont-gevederde vogel was Mij mijn erfdeel;  de roofvogels komen er van alle kanten op af.
Gaat heen, verzamelt al het gedierte van het veld,  doet het komen om te eten!
Vele herders hebben Mijn wijngaard verwoest, Mijn akker vertrapt,
Mijn kostelijke akker gemaakt tot een woeste steppe,
Zij hebben hem tot een woestenij gemaakt;  treurig, verwoest ligt hij voor Mij,
verwoest is het gehele land;  niemand echter neemt het ter harte.
Op alle kale heuvels in de woestijn zijn verwoesters gekomen, want
het zwaard des Heren verslindt van het ene einde van het land tot het andere,
niemand heeft vrede.
Zij hebben tarwe gezaaid, maar doornen gemaaid, zij hebben zich afgetobd zonder enige bate.
Ja, staat beschaamd over de opbrengst die gij hebt verkregen  ten gevolge van de brandende toorn des Heren.
Zo zegt de Heer:
Aangaande al de boze naburen, die losslaan op het erfdeel,
dat Ik aan Mijn volk,  aan Israël [de Kerk], ten erfdeel gegeven heb:
zie, Ik ruk hen weg van hun bodem, en  het huis van Juda ruk Ik weg uit hun midden.
Maar nadat Ik hen heb weggerukt,  zal Ik Mij weer over hen erbarmen en hen terugbrengen,  een ieder naar zijn erfdeel en een ieder naar zijn landJeremia 11: 18- 12: 15.

      Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, en wij een grote priester over het huis Gods hebben, laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid van het Geloof, met een hart, dat door besprenkeling gezuiverd is van besef van kwaad en  met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water.
Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want
Hij, Die beloofd heeft, is getrouw.
En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken.
Wij dienen onze eigen bijeenkomst niet te verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn,  maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen.
Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de weerspannigen zal verteren.
Indien iemand de Wet van Mozes terzijde heeft gesteld,  wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen.
Hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal hij verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het Bloed van het Verbond, waardoor hij geheiligd was,
onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft?
Want wij weten, Wie gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden!
En wederom: De Heer zal Zijn Volk oordelen
Hebr.10: 19-31.

          Zij brachten Jezus dan van Kajafas naar het gerechtsgebouw. En het was vroeg in de morgen; doch zelf gingen zij het gerechtsgebouw niet binnen, om zich niet te verontreinigen, maar het Pascha te kunnen eten.
Pilatus dan kwam tot hen naar buiten en zei: Welke aanklacht brengt gij tegen deze mens in?
Zij antwoordden en zeiden tot hem:
Indien Hij geen boosdoener was, zouden wij Hem niet aan u overleveren!
Pilatus dan zei tot hen:
Neemt gij Hem en oordeelt Hem naar uw wet.
De Joden dan zeiden tot hem:
Het is ons niet geoorloofd iemand ter dood te brengen; 
opdat het woord van Jezus vervuld werd, dat Hij gezegd had, aanduidende, welke dood Hij sterven zou.
Pilatus dan keerde terug in het gerechtsgebouw en riep Jezus en zei tot Hem:
Zijt Gij de Koning der Joden?
Jezus antwoordde:
Zegt gij dit uit uzelf of hebben anderen u over Mij gesproken?
Pilatus antwoordde: Ben ik soms een Jood?
Uw Volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan?
Jezus antwoordde:
Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd;
nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier.
Pilatus dan zei tot Hem:
Zijt Gij dus toch een koning?
Jezus antwoordde:
Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar Mijn stem.
Pilatus zei tot Hem:
Wat is waarheid? En na dit gezegd te hebben, kwam hij weer
naar buiten tot de Joden en zei tot hen:
Ik vind geen schuld in Hem. Maar bij u bestaat het gebruik, dat ik u op Pascha iemand loslaat: wilt gij dan, dat ik u de Koning der Joden loslaat?
Zij schreeuwden dan wederom en zeiden:
Hem niet, maar Barabbas! En Barabbas was een rover.
Toen nam dan Pilatus Jezus en liet Hem geselen.
En de soldaten vlochten een kroon van doornen, zetten die op zijn hoofd en deden Hem een purperen kleed om, en zij traden op Hem toe en zeiden:
Gegroet, Koning der Joden! En zij gaven Hem slagen in het gelaat.
En Pilatus kwam wederom naar buiten en zeide tot hen:
Zie, ik breng Hem voor u naar buiten, opdat gij weet, dat ik geen schuld in Hem vind.
Jezus dan kwam naar buiten met de doornenkroon en het purperenkleed.
En [Pilatus] zei tot hen:
Zie, de mens!
Toen dan de overpriesters en hun dienaars Hem zagen, schreeuwden zij en zeiden:
Kruisigen, kruisigen!
Pilatus zei tot hen:
Neemt gij Hem en kruisigt Hem: want ik vind geen schuld in Hem.
De Joden antwoordden hem: Wij hebben een wet en naar die wet moet Hij sterven, want  Hij heeft Zichzelf Gods Zoon gemaakt.
Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij nog meer bevreesd en  hij ging weer het gerechtsgebouw binnen en zei tot Jezus:
Waar zijt Gij vandaan?
Maar Jezus gaf hem geen antwoord.
Pilatus dan zei tot Hem:
Spreekt Gij niet tot mij? Weet Gij niet, dat ik macht heb U los te laten, maar ook macht om U te kruisigen?
Jezus antwoordde:
Gij zoudt geen macht tegen Mij hebben, indien het u niet van boven gegeven zou zijn:  daarom heeft hij, die Mij aan u heeft overgeleverd, groter zonde.
Van toen af trachtte Pilatus Hem los te laten, maar de Joden schreeuwden en zeiden:
Indien gij deze loslaat, zijt gij geen vriend van de keizer; een ieder, die zich koning maakt, verzet zich tegen de keizer.
Pilatus dan hoorde deze woorden en hij liet Jezus naar buiten brengen en zette zich op de rechterstoel, op de plaats, genaamd Litostrotos, in het Hebreeuws Gabbata.
En het was Voorbereiding voor het Pascha, ongeveer het zesde uur, en hij zei tot de Joden:
Zie, uw koning!
Zij dan schreeuwden: Weg met Hem! Weg met Hem! Kruisig Hem!
Pilatus zei tot hen:
Moet ik uw koning kruisigen?
De overpriesters antwoordden:
Wij hebben geen koning, alleen de keizer!
Toen gaf hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden. Zij dan namen Jezus en
Hij, Zelf Zijn Kruis dragende, ging naar de zogenaamde Schedelplaats, in het Hebreeuws genaamd Golgota, waar zij Hem kruisigden en met Hem twee anderen, aan weerszijden een, en Jezus in het midden.
En Pilatus liet ook een opschrift schrijven en op het kruis plaatsen; er was geschreven: Jezus, de Nazoreeër, de Koning der Joden. Dit opschrift dan lazen vele der Joden, want de plaats, waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad, en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks. De overpriesters der Joden dan zeiden tot Pilatus:
Schrijf niet: De Koning der Joden, maar dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning der Joden.
Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven.
Toen dan de soldaten Jezus gekruisigd hadden, namen zij Zijn klederen en maakten daarvan vier delen, voor iedere soldaat een deel, en zijn onderkleed.
Dit kleed nu was zonder naad, aan een stuk geweven.
Zij zeiden dan tot elkander:
Laten wij dit niet scheuren, maar erom loten, voor wie het zijn zal;
zodat het schriftwoord vervuld werd:
Zij hebben Mijn klederen onder elkander verdeeld en over Mijn kleding
hebben zij het lot geworpen.
Dit hebben dan de soldaten gedaan.
En bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder en de zuster zijner moeder, Maria van Klopas en Maria van Magdala.
Toen dan Jezus zijn moeder zag en de discipel, die Hij liefhad, bij haar staande,
zei Hij tot zijn moeder:
Vrouw, zie, uw zoon.
Daarna zeide Hij tot de discipel:
Zie, uw moeder.
En van dat uur af nam de discipel haar bij zich in huis.
Hierna zei Jezus, daar Hij wist, dat alles reeds volbracht was, opdat de Schrift vervuld zou worden:
Mij dorst!
Er stond een kruik vol zure wijn; zij staken dan een spons, gedrenkt met zure wijn, op een hysop-stengel en brachten die aan zijn mond.
Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij:
Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.
De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven – want de dag van die sabbat was groot – vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden.
De soldaten dan kwamen en braken de benen van de eerste en van de andere, die met Hem gekruisigd waren; maar toen zij bij Jezus gekomen waren en zagen, dat Hij reeds gestorven was braken zij Zijn benen niet, maar een van de soldaten stak met een speer in Zijn zijde en terstond kwam er bloed en water uit.
En die het gezien heeft, heeft ervan getuigd en zijn getuigenis is waarachtig en hij weet, dat hij de Waarheid spreekt, opdat ook gij gelooft.
Want dit is geschied, opdat het schriftwoord zou vervuld worden:
Geen been van Hem zal verbrijzeld worden.
En weer zegt een ander schriftwoord:
Zij zullen zien op Hem, die zij doorstoken hebben
John.18: 28- 19: 37.

Wake Up – Opstanding

 

 

Vrijdag in de Grote en Heilige week, Goede Vrijdag – de grootsheid van het Lijden, het sterven aan het Kruis, kortom de Heilige Passie van de Godmens

In de avond voorafgaand aan Goede Vrijdag, dus de donderdagavond
is er een samengesteld gedeelte uit de Blijde Boodschap;
aangezien vandaag acht wordt geslagen op diverse hoogtepunten bestaande
uit de kruisiging van de Godmens.
De 12 Evangeliën,
Die de Heilige Passie beschrijven worden gelezen:

korte weergave:
Jezus laatste vermaningen aan zijn discipelen …
Houd van God en van de mensen [de naasten] als van uzelf“.
Het laatste afscheid; het Gebed van Jezus.
Zijn verraad door Judas gevolgd door de arrestatie van de Heer.
Overbrenging naar – Van Annas naar Kajafas- en de berechting van Jezus door de overpriesters.
Petrus’ verloochening [“de haan zal niet kraaien, eer gij Mij driemaal verloochend hebt”].
Voor Pilatus, in het Pretoro, zijn poging om de Heer vrij te spreken, maar dit wordt door de vastberadenheid van de Farizeeërs onmogelijk gemaakt.
Veroordeling van Christus” Pilatus, vertegenwoordiger van de toenmalige Macht van de wereld “wast zijn Handen in onschuld“.
Judas terechtgewezen geeft de “dertig zilverlingen” aan de tempeldienaren terug, die ze in de Corvana [het Tempelfonds] hebben gestopt en er een bloedakker voor kopen.
Door het gehele Jodendom veroordeeld. De lijdensweg naar de Calvary-berg, alwaar de Kruisiging van Jezus.
Jezus geeft de geest aan het Kruis; de twee mede-veroordeelden aan het kruis. Verzoek van één van hen, de vraag aan Christus om hem te herinneren wanneer Hij in Zijn Koninkrijk der Hemelen komt.
Jozef van Aramithea vraagt Pilatus Jezus’ Lichaam om het in Zijn graf te begraven.
Begrafenis van Jezus en de verzegeling van Zijn Graf door de hoofden van het Volk en de Farizeeën.

Griekse icoon Kruisiging van Christus

Vandaag hangt aan het schandhout, 
de Rechter van ‘leven en dood’ laat Zich vrijwillig kruisigen.
De koning der engelen wordt gekroond met de engelenkroon.
Vaal paars is in de wolken rond de hemel waarneembaar.
Christus wordt verslagen door het helse zwaard, in het graf sluit men Hem,
Die de Hades berooft en de Heer geeft hiermee Adam z’n vrijheid terug, bevrijdt hem van de vloek.
U verbindt Zich als Bruidegom aan de Kerk.
De menselijke overblijfselen worden verwelkomd, als de Zoon van de Maagd.
Wij prijzen u, Pasha, de Christus; Gij zijt m’n broeder/zuster, waarachtig Zoon van God de Vader en wij kijken uit naar Uw erfdeel”.

Avondcanon
Completen, 4e Irmos – triodion van H. Andreas van Kreta
  De Profeet hoorde van Uw Komst, dat Gij uit de Maagd geboren wilde worden,
om aan de mensen te tonen en hij sprak:
‘ik heb de tijding aangaande U vernomen en ik werd bevreesd:
Ere zij Uw Kracht o Heer
”.

  De toebereide bovenzaal nam U op, o Schepper, tezamen met Uw Ingewijden.
Daar hebt Gij het Pascha voltrokken en de Mysteriën voltooid,
nadat door de twee leerlingen voor U het Pascha was bereid
”.

    De Alwetende had tevoren aan Zijn apostelen bevolen naar die bepaalde man te gaan.
Zalig is wie de Heer met Geloof opneemt in de toebereide bovenzaal van zijn hart, met als maaltijd de vreze God’s
”.

    Hoezeer heeft de [hoogmoedige] gierigheid u verleid en tot welk een wanhoop zijt gij daardoor geraakt, dwaze Judas! Slechts aan de buidel waart Gij gehecht en [zonder enig overleg] hebt gij u afgekeerd van elke menselijkheid. Gij hebt uw harde hart gesloten en Hem verraden, Die alleen Barmhartigheid is”.

    De wens der God’s-moordenaars vond gehoor bij de [hoogmoedige] gierigaard. Zij overlegden hoe zij Hem gevangen konden nemen, en reeds bood hij zich aan, terwille van de zilverlingen. Tenslotte koos hij de strik in plaats van het berouw, en zo verloor hij op ellendige wijze zijn leven”.

  Hoe verraderlijk is de kus die door zijn grote het zwaard aanvoerde. De lippen spraken woorden van eenheid terwijl het hart op uiteenscheuren zon. Vol arfklist hebt ge uw Weldoener overgeleverd aan de bloeddorstigen”.

    Hij kust terwijl hij verkoopt, hij omhelst en aarzelt niet om de Omhelsde te verraden. Wie haat terwijl hij kust? Wie verkoopt voor geld wie hij omhelst? Hier is het uiterste bereikt aan verraderlijke schaamteloosheid”.

Eer aan de Vader . . .

    Gij zijt ondeelbaar in Uw Wezen, onvervangbaar in de Personen: zó belijd ik U, drievoudige, éne Godheid, gelijk in macht op dezelfde troon.
Tot U zing ik de grootste zang, de drievoudige hymne uit den hoge
“.

Nu en altijd . . .

Onzegbaar is uw ontvangen, Moeder Gods, wonderbaar Uw baren. Want het is gebeurd door de Geest en niet vanuit het vlees; het was daarom onttrokken aan de wetten van de natuur en ging het wezen van elke geboorte te boven. Want het kind dat zij baarde, was de oneindige God”.

Metten grote en Heilige Vrijdag op donderdagavond:
Opening van deze lezingendienst voorafgegaan door de vredeslitanie:

P. Alleluia, Alleluia, Alleluia.

“Uit de nacht ontwaakt mijn geest vroeg tot U, o God, want
Uw Geboden stralen als Licht over de aarde”
conform: “ Van ganser harte verlang ik naar U in de nacht, ja, uit het diepst van mijn gemoed zoek ik U; want wanneer uw gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid.
Al wordt de goddeloze Genade bewezen, hij leert geen gerechtigheid; hij handelt slecht in een land van recht en de Majesteit des Heren ziet hij niet. Heer, uw hand is verheven, maar zij beseffen het niet; zij zullen het echter beseffen en beschaamd staan over uw ijver voor het volk. Ja, het vuur over uw tegenstanders zal hen verteren. Heer, Gij zult vrede over ons beschikken, want ook
al onze daden hebt Gij voor ons verricht. Heer, onze God, andere heren dan Gij hebben over ons geheerst; uw naam alleen huldigen wij.
Doden herleven niet, schimmen staan niet op; daarom hebt Gij hen bezocht en verdelgd en alle 
gedachtenis aan hen uitgeroeid. Gij hebt het volk vermeerderd, Heer, het Volk vermeerderd, U zelf verheerlijkt, alle grenzen van het land verwijd. Heer, in de nood heeft men U gezocht, een verzuchting geslaakt, toen uw tuchtiging trof. Zoals een zwangere die in barensnood raakt, ineenkrimpt en onder haar weeën schreeuwt, zo waren wij voor Uw aangezicht, Heer. Wij waren zwanger, wij krompen ineen; maar het was, als baarden wij wind; wij brachten het land geen verlossing aan en wereldbewoners werden niet geboren. Herleven zullen uw doden (ook mijn lijk), opstaan zullen zij. Ontwaakt en jubelt, gij, die woont in het stof! Want uw dauw is een dauw van Licht; en de aarde zal aan de schimmen het Leven hergeven. Kom, Mijn Volk, ga in uw binnenkamers, en sluit uw deuren achter u; verberg u een korte tijd, tot de gramschap over is.
Want zie, de Heer verlaat Zijn plaats om de ongerechtigheid van de bewoners van de aarde aan hen te bezoeken; dan zal de aarde het op haar vergoten bloed aan het licht brengen en haar verslagenen niet langer bedekkenIsiaiah 26: 9-21.

Alleluia,Alleluia,Alleluia.
“Leert Gerechtigheid, bewoners van de aarde”.
         Alleluia,Alleluia,Alleluia.
“ Een niet onderricht Volk, wordt door naijver bevangen; reeds nu verslindt het vuur de tegenstanders”
         Alleluia,Alleluia,Alleluia.
“Breng kwaad over hen, Heer, breng kwaad over hen bijeen: over al de hoogmoedigen der aarde”.
         Alleluia,Alleluia,Alleluia.

Troparion.     tn.8.
    Terwijl de roemrijke Leerlingen bij de voetwassing verlicht werden, werd Judas ziek van geest, verduisterd, en U, de rechtvaardigste Rechter, leverde hij over aan wetteloze rechters. Gij die door geldzucht zijt bevangen, zie op hem die zich daardoor de beulsdood heeft verworven. Ontvlucht de gierigheid die tot zulk een verraad aan de Leraar geraakte.
O Goede boven alles, heer, ere zij U
”.       [wordt driemaal gezongen]

Kleine Litanie, waarna:
“Want aan U is de Kracht, het Koninkrijk, de Macht en de Heerlijkheid: Vader Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen; Amen.

P.   “En dat wij waardig mogen zijn om te luisteren naar het Heilige Evangelie, Laat ons de Heer bidden”.
Kyrië eleïson, Kyrië eleïson, Kyrië eleïson.
      “ Wijsheid. Staat op. Laat ons luisteren naar het Heilige Evangelie.
         Vrede aan allen”.    “En met uw geest”
D.   “ Lezing uit het heilige Evangelie volgens  . . . . . . . .
V.    “ Ere zij Uw lankmoedigheid [= toegevendheid], o Heer”

1e.].    Toen hij dan heengegaan was, zei Jezus:
Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt.
Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in Zich verheerlijken, en Hem terstond verheerlijken.
Kinderkens, nog een korte tijd ben Ik bij u; gij zult Mij zoeken en, gelijk Ik de Joden gezegd heb:
Waar Ik heenga, kunt gij niet komen, zo spreek Ik thans ook tot u.Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.
Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.
Simon Petrus zei tot Hem: Heer, waar gaat Gij heen? Jezus antwoordde: Waar Ik heenga, kunt gij 
Mij nu niet volgen, maar gij zult later volgen.
     Petrus zei tot Hem: Heer, waarom kan ik U thans niet volgen? Ik zal mijn leven voor U inzetten!
Jezus antwoordde: Uw leven zult gij voor Mij inzetten? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de haan zal niet kraaien, eer gij Mij driemaal verloochend hebt. Uw hart dient niet ontroerd te worden; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.
En waar Ik heenga, daarheen weet gij de weg.
     Thomas zei tot Hem: Heer, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg?
Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Indien gij Mij kende, zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien.
     Philippos zei tot Hem: Heer, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zei tot hem: Ben Ik zolang bij u, Philippus en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden. Indien gij Mij iets vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen. Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren. En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.
Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven. Te dien dage zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u. Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.
     Judas, niet Iskariot, zei tot Hem: Heer, en hoe komt het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?
Jezus antwoordde en zei tot hem: Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn Woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.
Wie Mij niet liefheeft bewaart mijn woorden niet; en het Woord, dat gij hoort, is niet van Mij, maar 
van de Vader, die Mij gezonden heeft. Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb. Vrede laat Ik u, Mijn Vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u. Uw hart dient niet ontroerd of versaagd [= de moed verliezen] te worden.
Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb; Ik ga heen en kom tot u. Indien gij Mij liefhadt, zoudt gij u verblijd hebben, omdat Ik tot de Vader ga, want de Vader is meer dan Ik.
En nu heb Ik het u gezegd, eer het geschiedt, opdat gij geloven moogt, wanneer het geschiedt.
Niet veel zal Ik meer met u spreken, want de overste van de wereld komt en heeft aan Mij niets, maar de wereld moet weten, dat Ik de Vader liefheb en zo doe, als Mij de Vader geboden heeft. Staat op, laten wij vanhier gaan.
– Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht mag dragen.
Gij zijt nu rein om het Woord, dat Ik tot u gesproken heb; blijft in Mij, gelijk Ik in u.
Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft.
Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.
Wie in Mij niet blijft, is buiten geworpen als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand.
Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.
Hierin is Mijn Vader verHeerlijkt, dat gij veel Vrucht draagt en gij zult Mijn discipelen zijn.
Gelijk de Vader Mij heeft liefgehad, heb ook Ik u liefgehad; blijft in Mijn Liefde.
Indien gij Mijn geboden bewaart, zult gij in Mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden van Mijn Vader bewaard heb en blijf in Zijn Liefde.
Dit heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn Blijdschap in u zij en uw blijdschap vervuld zal worden.
Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad.
Niemand heeft grotere Liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.
Gij zijt Mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied.
Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, u heb bekend gemaakt.
Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in Mijn Naam.
Dit gebied Ik u, dat gij elkander liefhebt.
Indien de wereld u haat, weet dan, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft.
Indien gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben, doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat u de wereld.
Gedenkt het Woord, dat Ik tot u gesproken heb:
Een slaaf staat niet boven zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; indien zij Mijn Woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren.
Maar dit alles zullen zij u aandoen om Mijn Naam, want zij kennen Hem niet, die Mij gezonden heeft.
Indien Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, zij zouden geen zonde hebben, maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hun zonde. Wie Mij haat, haat ook Mijn Vader.
Indien ik niet de werken onder hen gedaan had, die niemand anders gedaan heeft, zouden zij geen zonde hebben; maar nu hebben zij, hoewel zij ze gezien hebben, toch Mij en Mijn Vader gehaat.
Maar het Woord moet vervuld worden, dat in hun Wet geschreven is:
‘ Zij hebben Mij zonder reden gehaat’.
Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Deze van Mij getuigen; en gij moet ook getuigen, want gij zijt van het begin aan met Mij.
  Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet ten val komt. Men zal u uit de Synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen aan God een heilige dienst te bewijzen.
En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennen.
Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer hun uur komt, gij u moogt herinneren, dat Ik ze u gezegd heb.
Doch dit heb Ik u niet van het begin aan gezegd, omdat Ik bij u was.
En nu ga Ik heen tot Hem, die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen? Maar omdat Ik dit tot u gesproken heb, heeft droefheid uw hart vervuld.
Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga.
Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van Gerechtigheid en van Oordeel;
• van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;
• van Gerechtigheid, omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet;
• van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.
Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer Hij komt, de Geest der Waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle Waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.
Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en Dit u verkondigen.
Al wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom zei Ik:
Hij neemt uit het Mijne en zal het u verkondigen. 
Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet meer, en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien.
Sommige van Zijn discipelen dan zeiden tot elkander:
Wat betekent dit, dat Hij tot ons zegt: Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien? En: Ik ga heen tot de Vader?
Zij zeiden dan: Wat is dit, dat Hij zegt: Nog een korte tijd? Wij weten niet, wat Hij bedoelt.
Jezus bemerkte, dat zij Hem iets wilden vragen en zei tot hen:
Redeneert gij hierover met elkander, dat Ik zei:
Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien?
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij zult schreien en weeklagen, maar de wereld zal zich verblijden; gij zult u bedroeven, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden.
Een vrouw, die baart, heeft droefheid, omdat haar uur gekomen is; maar wanneer zij het kind ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan haar benauwdheid, uit vreugde, dat een mens ter wereld is gekomen.
Ook gij hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u weerzien en uw hart zal zich verblijden en niemand ontneemt u uw blijdschap.
En te dien dage zult gij Mij niets vragen.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in Mijn Naam.
Tot nog toe hebt gij niet om iets gebeden in Mijn Naam;
bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij.
Dit heb Ik in beelden tot u gesproken; er komt een ure, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar u vrijuit over de Vader spreken zal.
Te dien dage zult gij in Mijn Naam bidden en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u vragen zal, want de Vader zelf heeft u lief, omdat gij Mij hebt liefgehad en geloofd hebt, dat Ik van God ben uitgegaan.
Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; Ik verlaat de wereld weder en ga tot de Vader.
Zijn discipelen zeiden: Zie, nu spreekt Gij vrijuit, zonder beeldspraak te gebruiken.
Nu weten wij, dat Gij alles weet en niet nodig hebt, dat iemand U vraagt; hierom geloven wij, dat Gij van God zijt uitgegaan.
Jezus antwoordde hun: Gelooft gij thans?
Zie, de ure komt en is gekomen, dat gij verstrooid wordt, een ieder naar het zijne en Mij alleen laat. En toch ben Ik niet alleen, want de Vader is met Mij.
Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt.
In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.
– Dit sprak Jezus en Hij hief Zijn ogen ten Hemel en zei:
Vader de ure is gekomen; verheerlijk Uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke, gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken.
Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.
Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.
En nu, verHeerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, Die Ik bij U had, eer de wereld was.
Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben Uw Woord bewaard.
Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in Waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U, en al het Mijne is het Uwe en het Uwe is het Mijne, en Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij.
Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd.
Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn Blijdschap in zichzelf mogen hebben.
Ik heb hun Uw Woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn, gelijk Ik niet uit de wereld ben.
Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze.
Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben.
Heilig hen in Uw Waarheid; Uw Woord is de Waarheid.
Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereld; en Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in Waarheid.
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun Woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld zal geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.
En de Heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn:
Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.
Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om Mijn Heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging van de wereld.
Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; en Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt en Ik zal Hem bekend maken, opdat de Liefde, Waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij in Ik in hen.
  Na dit gezegd te hebben, ging Jezus met Zijn discipelen naar de overzijde van de beek Kidron, waar een hof was, die Hij met zijn discipelen binnengingJohn.13: 31- 18: 1.

2e.].      Na dit gezegd te hebben, ging Jezus met Zijn discipelen naar de overzijde van de beek Kidron, waar een hof was, die Hij met zijn discipelen binnenging.
En ook Judas, zijn verrader, wist die plaats, omdat Jezus daar dikwijls was samengekomen met zijn discipelen.
Judas dan kwam daar, die een afdeling soldaten tot zijn beschikking had gekregen en dienaars van de overpriesters en de Farizeeën, voorzien van lantaarns, fakkels en wapenen.
Jezus dan, alles wetende, wat over Hem komen zou, kwam naar voren en zeide tot hen:  Wie zoekt gij?
Zij antwoordden Hem: Jezus de Nazoreeër. Hij zei tot hen: ‘Ik ben het’.
En ook Judas, zijn verrader, stond bij hen.
Toen Hij dan tot hen zei:
Ik ben het, deinsden zij terug en vielen ter aarde.
Wederom dan stelde Hij hun de vraag:
Wie zoekt gij?
En zij zeiden: Jezus, de Nazoreeër.
Jezus antwoordde:
‘Ik zeide u, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, laat dezen heengaan; 
opdat het Woord vervuld werd, dat Hij gesproken had:
Wie Gij Mij gegeven hebt, uit hen heb Ik niemand laten verloren gaan.
Simon Petrus dan, die een zwaard had, trok het, en hij trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het rechteroor af; de naam van nu van de slaaf was Malchus.
Jezus dan zei tot Petrus:
‘Steek het zwaard in de schede;  de beker, die de Vader Mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken?’.
De afdeling soldaten dan en de overste en de dienaars der Joden namen Jezus gevangen, boeiden Hem, en brachten Hem eerst voor Annas, want hij was de schoonvader van Kajafas, die dat jaar hogepriester was; en Kajafas was het, die de Joden de raad had gegeven:
‘Het is nuttig, dat een mens sterft ten behoeve van het Volk’.
En Simon Petrus en een andere discipel volgden Jezus. En die discipel was een bekende van de hogepriester en hij ging met Jezus het paleis van de hogepriester binnen, maar Petrus stond buiten aan de poort. De andere discipel dan, de bekende van de hogepriester, kwam naar buiten, en hij sprak met de portierster en bracht Petrus binnen.
De slavin dan, die portierster was, zei tot Petrus:
‘Gij behoort toch ook niet tot de discipelen van deze mens?’.
Hij zeide: Ik niet!
De slaven en de dienaars stonden zich te warmen bij een kolenvuur, dat zij aangelegd hadden, want het was koud, en ook Petrus stond zich bij hen te warmen.
De hogepriester dan vroeg Jezus naar zijn discipelen en naar zijn leer.
Jezus antwoordde hem:
Ik heb vrijuit tot de wereld gesproken; Ik heb voortdurend in de Synagoge geleerd en in de Tempel, waar al de Joden bijeenkomen, en in het verborgen heb Ik niets gesproken.
Waarom vraagt gij Mij? Vraag hun, die gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb.
En toen Hij dit zei, gaf een van de dienaars, die erbij stond, Jezus een slag in het gelaat en zei:
‘Antwoordt Gij zo de hogepriester?’.
Jezus antwoordde hem:
‘ Indien Ik verkeerd gesproken heb, geef aan wat verkeerd was, maar indien het goed was, waarom slaat gij Mij?’.
Annas dan zond Hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester.
En Simon Petrus stond zich te warmen. Zij zeiden dan tot hem:
‘Gij behoort toch ook niet tot zijn discipelen?’.
Hij ontkende het en zei: ‘Ik niet!’.
Een van de slaven van de hogepriester, een verwant van hem, wiens oor Petrus had afgeslagen, zei: ‘Zag ik u niet in de hof met Hem?’.
Petrus dan ontkende het wederom en terstond daarop kraaide een haan.
Zij brachten Jezus dan van Kajafas naar het gerechtsgebouw.
En het was vroeg in de morgen; doch zelf gingen zij het gerechtsgebouw niet binnen, om zich niet te verontreinigen, maar het Pascha te kunnen eten

John.18: 1-28.

3e.]. Matth.26: 57-75.
4e.]. John.18: 28-19: 16.
5e.]. Matth.27: 3-32.

13e Antifoon     tn.6
De scharen der Joden eisten van Pilatus om U te kruisigen, o Heer;
en ofschoon deze geen schuld in U gevonden had,
lieten zij de schuldige Barabas vrij,
maar u, de Rechtvaardige, veroordeelden zij ter dood, en
riepen Uw Bloed af over zichzelf en overhun kinderen.
Maar door dit Bloed hebt Gij ons allen verlost van onze ongerechtigheden,
in Uw Liefde tot de mensen“.
6e.]. Marc.15: 16-32c.

Zaligsprekingen:
” Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.
Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij de profeten vóór u vervolgd“.

7e.]. Matth.27: 33-54.
Psalm 50[51]
”  O
ntferm U mijner, O God, volgens Uw grote barmhartigheid.
En volgens de overvloed van Uw ontferming, delg mijn ongerechtigheid uit.
Was mij schoon van mijn onrecht; reinig mij van mijn zonde.
Want ik erken dat ik onrecht gedaan heb: mijn zonde is steeds voor mijn ogen.
Tegen U alleen heb ik gezondigd; ik heb kwaad gedaan voor Uw aanschijn.
Zodat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw uitspraak en zult winnen in Uw oordeel.
Want zie, in ongerechtigheid ben ik geboren; mijn moeder ontving mij in zonde.
Want zie, Gij bemint de Waarheid; Uw onzichtbare en verborgen wijsheid hebt Gij mij geopenbaard.
Besprenkel mij met hyssop, dan word ik rein; was mij, dan word ik witter dan sneeuw.
Doe mij vreugde en blijdschap horen, opdat mijn vernederd gebeente kan juichen.
Keer Uw aangezicht af van mijn zonden; delg al mijn ongerechtigheid uit.
God schep in mij een zuiver hart; vernieuw in mijn binnenste de rechte geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht; neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.
Geef mij de vreugde terug van Uw heil, sterk mij met Uw besturende Geest.
Dan zal ik de ongerechten Uw wegen leren; de goddelozen zullen zich tot U bekeren.
God, bevrijd mij van bloedschuld: Gij zijt de God van mijn heil; mijn tong zal over uw gerechtigheid juichen.
Heer, open mijn lippen, opdat mijn mond Uw lof verkondige.
Wilt Gij een offer, dan zou ik het brengen, maar in brandoffers schept Gij geen behagen.
Een offer voor God is een berouwvolle geest: God, Gij versmaadt geen vermorzeld en nederig hart.
Doe goed, Heer, in Uw welwillendheid aan Sion; laat de muren van Jeruzalem weer opgebouwd worden.
Dan hebt Gij behagen in offers van gerechtigheid, gaven en brandoffers, dan zal men kalveren op Uw altaar leggen“.

Synaxarion:
Op deze Grote en Heilige Vrijdag vieren wij het Heilig, Verlossend en ontzagwekkend Lijden dat onze Heer, God en Verlosser Jezus Christus voor ons heeft ondergaan:
      het bespuwen, de slagen, de geseling, de beledigingen, de bespottingen, de purperen mantel, de rietstok, de spons met azijn, de nagels, de lans; en Bovenal het Kruis en de dood.
      Dit alles is op deze Vrijdag gebeurd. Maar ook de verlossende belijdenis op het Kruis van de goede Rover, die met Hem gekruisigd was.
      Door dit medelijden, dat de krachten der natuur te boven gaat, en dat niemand anders voor ons had kunnen hebben be halve Gij, Christus onze God, ontferm U over ons.       Amen
”.

8e.]. Luc.23: 32-49.

9e.]. John.19: 25-37.
10e.]. Marc.15: 43-47.

11e.]. John.19: 38-42.

12e]. Matth.27: 62-66.

Donderdag in de Grote en Heilige week – de grootsheid van het Goddelijke Mysterie

Vandaag is er een samengesteld gedeelte uit de Blijde Boodschap; aangezien vandaag acht wordt geslagen op diverse hoogtepunten bestaande uit het wassen van de voeten van de volgelingen door Christus, het Laatste Avondmaal, het gebed in de hof van Olijven [Gethsemane] en het verraad van Judas:

➻ “      Gij weet, dat het over twee dagen Paasfeest is, en alsdan wordt de Zoon des mensen overgeleverd om gekruisigd te worden.
Toen kwamen de overpriesters en de oudsten van het Volk bijeen in het paleis van de hogepriester, genaamd Kajafas en zij beraamden een plan om Jezus door list in handen te krijgen en te doden.
Maar zij zeiden: ‘Niet op het feest, opdat er geen opschudding ontsta onder het Volk’.
Toen Jezus te Bethanië was, in het huis van Simon de melaatse, kwam een vrouw tot Hem met een albasten kruik vol kostbare Myron en goot die uit over Zijn hoofd, terwijl Hij aanlag. Toen de discipelen dit zagen, waren zij verontwaardigd en zeiden: ‘Waartoe die verkwisting?’. Want deze [Myron] had duur verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden. Maar Jezus merkte het op en zei tot hen: ’Waarom valt gij deze vrouw lastig? Want zij heeft een goede daad aan Mij verricht. De armen hebt gij immers altijd bij u, maar Mij hebt gij niet altijd.
Want toen zij deze Myron over Mijn lichaam uitgoot, heeft zij dat gedaan om Mijn begrafenis voor te bereiden.
       Voorwaar, Ik zeg u, overal waar dit evangelie verkondigd zal worden in de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft’.
Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, naar de overpriesters en hij zei: ‘Wat wilt gij mij geven? Dan zal ik Hem u overleveren’
En zij stelden hem dertig zilverlingen ter hand. En 
van toen af zocht hij een goede gelegenheid om Hem over te leveren.
       Op de eerste dag van het feest der ongezuurde broden, kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden: ‘Waar wilt Gij, dat wij toebereidselen maken voor U om het Pascha te eten?
Hij zei: Gaat naar de stad tot die-en-die en zegt tot hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij; bij u houd Ik met mijn discipelen het Pascha.
En de discipelen deden, zoals Jezus hun had opgedragen, en zij maakten het Pascha gereed.
Toen het avond geworden was, lag Hij aan met de twaalf discipelenMatth.26: 2-20;
➻ “        Christus stond, wetende, dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heenging, van de maaltijd op en Hij legde Zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmee. Daarna deed Hij water in het bekken en begon de 
voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met de doek, waarmede Hij omgord was.
Hij kwam dan bij Simon Petrus. Deze zei tot Hem: ‘Heer, wilt Gij mij de voeten wassen?’. Jezus antwoordde en zei tot hem: ‘Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het later verstaan’. Petrus zei tot Hem: ‘Gij zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: ‘Indien Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij’.
Simon Petrus zei tot Hem: ‘Heer, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd!’. Jezus zei tot hem: ‘Wie gebaad heeft, behoeft zich alleen de voeten te laten wassen, want hij is geheel rein; en gijlieden zijt rein, doch niet allen’. Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zei Hij: ‘Gij zijt niet allen rein’.
Toen Hij dan hun voeten gewassen had en zijn klederen aangedaan en weer plaats genomen had, zei Hij tot hen: ‘Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?. Gij noemt Mij Meester en Heer, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. Indien nu Ik, uw Heer en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.
       Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer, noch een gezant boven zijn zender. Indien gij dit weet, zalig zijt gij, als gij het doet. Ik spreek niet van u allen; Ik weet, wie Ik heb uitgekozen; maar het schriftwoord moet vervuld worden: Hij, die mijn brood eet, heeft zijn hiel tegen Mij opgehevenJohn.13: 3-17;
➻ “        En terwijl zij aten, zei Hij: ‘Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij verraden zal. 
En zeer bedroefd, begonnen zij, een voor een, tot Hem te zeggen: ‘Ik ben het toch niet, Heer? Hij antwoordde hun en zei: Die zijn hand met Mij in de schotel heeft gedoopt, die zal Mij verraden.
           De Zoon des mensen gaat wel heen gelijk van Hem geschreven staat, doch wee die mens, door wie de Zoon des mensen verraden wordt. Het ware voor die mens goed geweest, als hij niet geboren was.
Judas, zijn verrader, antwoordde en zei: ‘Ik ben het toch niet, Rabbi?’.  Hij zei tot hem: ‘Gij hebt het gezegd’.
       En terwijl zij aten, nam Jezus een brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn discipelen en zei: ‘Neemt, eet, dit is Mijn Lichaam’. En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zei: ‘Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van Mijn Verbond, Dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader’.
       En na de lofzang gezongen te hebben vertrokken zij naar de Olijfberg.
Toen zei Jezus tot hen:
‘Gij zult allen aan Mij aanstoot nemen in deze nacht. Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden. Doch nadat Ik zal zijn opgewekt, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
Petrus antwoordde en zei tot Hem: ‘Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik nooit!’. Jezus zei  tot hem: ‘Voorwaar, Ik zeg u, in deze nacht, eer de haan kraait, zult gij Mij driemaal verloochenen’.
Petrus zei tot Hem: ‘Zelfs al moest ik met U sterven, ik zal U voorzeker niet verloochenen’. Zo spraken ook al de discipelen.
       Toen ging Jezus met hen naar een plaats, genaamd Getsemane, en Hij zeide tot de discipelen: ‘Zet u hier neder, terwijl Ik heenga om daar te bidden’.
En Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeus mee en Hij begon bedroefd en beangst te worden.
       Toen zei Hij tot hen: ‘Mijn ziel is zeer bedroefd, tot stervens toe; blijft hier en waakt met Mij’.
En Hij ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en bad, zeggend:
‘Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wiltMatth.26: 21-39;
➻ “        En Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven. En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen.
En Hij stond op van het gebedLuc.22: 43-45a;
➻ “        En Hij kwam bij zijn discipelen en vond hen slapende, en Hij zei tot Petrus:
‘Waart gijlieden zo weinig bij machte een uur met Mij te waken? Waakt en bidt, dat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak’.
       Wederom, ten tweeden male, ging Hij heen en bad, zeggende: ‘Mijn Vader, indien deze beker niet kan voorbijgaan, tenzij dan dat Ik die zal drinken, uw wil geschiede!’.
En toen Hij terugkwam, vond Hij hen slapende, want hun ogen waren bezwaard.
       En Hij liet hen daar en ging wederom heen en bad ten derden male, opnieuw dezelfde woorden sprekende.
Toen kwam Hij bij de discipelen en zei tot hen:
‘ Slaapt nu maar en rust. Zie, de ure is nabijgekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen van zondaren. Staat op, laten wij gaan. Zie, die Mij overlevert, is nabij.
       En terwijl Hij nog sprak, zie, daar was Judas, een van de twaalven, en met hem een grote schare met zwaarden en stokken, gezonden vanwege de overpriesters en oudsten van het Volk. En die Hem overleverde had hun een teken gegeven, zeggend: ‘Die ik zal kussen, die is het; grijpt Hem’. En terstond trad hij op Jezus toe en zei: ‘Wees gegroet, Rabbi, en hij kuste Hem.
        Maar Jezus zeide tot hem: ‘Vriend, waartoe zijt gij hier?’.
Toen traden zij toe, sloegen de handen aan Jezus en grepen Hem. En zie, een van die bij Jezus waren, strekte zijn hand uit, trok zijn zwaard en hij trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het oor af. Toen zei Jezus tot hem:
‘Breng uw zwaard weer op zijn plaats, want allen, die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen. Of meent gij, dat Ik mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan twaalf legioenen engelen terzijde stellen? Hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, die zeggen, dat het aldus moet geschieden?’.
       Op dat ogenblik sprak Jezus tot de scharen:
‘Als tegen een rover zijt gij uitgetrokken met zwaarden en stokken om Mij gevangen te nemen? Dagelijks zat Ik in de tempel te leren, maar gij hebt Mij niet gegrepen. Doch dit alles is geschied, opdat de schriften van de Profeten in vervulling zouden gaan’.
Toen lieten al de discipelen Hem alleen en vluchtten.
Die nu Jezus gegrepen hadden, leidden Hem weg naar Kajafas, de hogepriester bij wie de schriftgeleerden en oudsten bijeengekomen waren.
       En Petrus volgde Hem van verre tot aan de hof van de hogepriester, en binnengekomen zijnde, ging hij tussen de dienaars zitten om de afloop te zien.
De overpriesters en de gehele Raad trachtten een vals getuigenis tegen Jezus te vinden om Hem ter dood te brengen, maar zij vonden er geen, hoewel er vele valse getuigen optraden.
Maar ten laatste traden er twee op, die verklaarden: ‘Deze heeft gezegd: Ik kan de tempel Gods afbreken en binnen drie dagen opbouwen’.
En de hogepriester stond op en zei tot Hem: ‘Geeft Gij geen antwoord; wat getuigen dezen tegen U?’.
Maar Jezus bleef zwijgen. En de hogepriester zei tot Hem:
‘ Ik bezweer U bij de levende God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God’.
       Jezus zei tot hem:
‘ Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg u, van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken van de hemel.
Toen scheurde de hogepriester zijn klederen en zei:
‘Hij heeft God gelasterd! Waartoe hebben wij nog getuigen nodig? Zie, nu hebt gij de godslastering gehoord. Wat dunkt u?’.
Zij antwoordden en zeiden: ‘Hij is des doods schuldig’.
Toen spuwden zij Hem in het aangezicht en sloegen Hem met vuisten; anderen sloegen Hem in het gelaat en zeiden:
‘ Profeteer ons, Christus, wie is het, die u geslagen heeft?’.
Petrus zat buiten in de hof en er kwam een slavin naar hem toe, die zei:
‘Ook gij waart bij Jezus, de Galileeër’.
Maar hij loochende het ten aanhoren van allen en zei: ‘Ik weet niet, wat gij zegt’.
Toen hij naar het portaal ging, zag een andere hem en zij zei tot hen, die daar waren:
‘ Die man was bij Jezus, de Nazoreeër.
En wederom loochende hij het met een eed: ‘Ik ken de mens niet’.
Even later kwamen zij, die daar stonden, naar Petrus toe en zeiden:
‘ Waarlijk, ook gij behoort tot hen, want ook uw uitspraak verraadt u’.
Toen begon hij zich te vervloeken en te zweren: ‘Ik ken de mens niet’.
En terstond kraaide een haan.
En Petrus herinnerde zich het woord, dat Jezus gesproken had:
‘Eer de haan kraait, zult gij Mij driemaal verloochenen’. En hij ging naar buiten en weende bitter.
       Toen het nu morgen geworden was, namen al de overpriesters en de oudsten van het Volk het besluit tegen Jezus om Hem te doden. En zij boeiden Hem, leidden Hem weg en zij leverden
Hem over aan Pilatus, de stadhouderMatth.26: 40-27: 2.

NB.: is er sprake van een voetwassing dan wordt John.13: 3-11 tijdens de voetwassing gelezen en John.13: 12-17 erna.

Apostellezing:
        Want zelf heb ik bij overlevering van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb, dat de Here Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zei: ‘Dit is Mijn Lichaam voor u, doet dit tot Mijn Gedachtenis.
Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zei:
‘ Deze beker is het Nieuwe Verbond in Mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot Mijn Gedachtenis. Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.
Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren.
Maar ieder dient zichzelf te beproeven en dient te eten dan van het brood en te drinken uit de beker. Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen.
Indien wij echter onszelf beoordeelden, zouden wij niet onder het oordeel komen. Maar onder het oordeel des Heren worden wij getuchtigd, opdat wij niet met de wereld zouden veroordeeld worden
1Cor.11: 23-32.

Schrijf dit op voor het volgend geslacht: Ook het Volk dat nog niet geboren is, zal de Heer loven. Want onze Heer en Meester ziet neer uit Zijn verheven Heiligdom, onze God ziet uit de Hemel neer op de aardePsalm 101[102]: 19-21.
uit: het gebed van iemand die bijna sterft van ellende; de mens vertelt hier aan de Heer hoe ongelukkig deze is: ‘Heer, verhoor ons gebed, laat ons roepen tot U komen;  wend Uw aangezicht niet van ons af, om het zuchten en steunen van uw dienaren, die gevangen zijn te horen, om vrij te laten, die de dood nabij zijn‘.

Dàt het Lichaam van Christus het medicijn tegen de zonde is en Zijn Bloed de enige manier is waarop een mens van zijn pijn afkomt en van zijn zondelast verlost wordt.
Het lichaam van Christus is uitgegroeid tot een schat van goddelijke perfectie en wast altijd rein van alle zonde en rechtvaardigheid.
Met uitzondering van iedere hooghartige verkondiger, die predikt dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest onder de mensen onbekend zal blijven tot het moment dat zij zich eerst met Hem kunnen verenigen.
Hij predikte Christus weliswaar in woord en maar vergeet de daad; dat het nuttigen van het Lichaam en Bloed méér is.
Dat het lijden en sterven aan het Groot en Heilig Kruis méér is dan een rituele slachting, die wij herdenken.
➻ Wij offeren met dit onbloedig offer van Brood en wijn onszelf temidden van het vlees en het bloed, waaruit wij zelf bestaan
– “wij bevelen aan Chrisus God onszelf, elkaar en geheel ons leven aan”, in de Heilige Geest bieden wij De moeder Gods en alle heiligen gedenkend aan God ons gehele leven aan. “Aan U, o Heer!” wordt in de vragende Litanie gebeden.
➻ Wij bieden als Christenen ons leven aan ter slachting aan het kruis, dat wij mèt Christus dragen, mèt het bijbehorend verdriet en het leed en de kwelling toen Hij het tijdstip naderde om ná gebed en vasten temidden van zweet van bloed geofferd te worden.
Judas verraadde Hem en liet Hem door de tegenstander grijpen en deze mens was door zijn doen en laten met handen en voeten gebonden aan zijn boosdoeners [de wereld] en hij getuigde daarmee eveneens voor Pilatus, zoals de apostel Paulus zegt. Vanwege zijn grote getuigenis draagt hij eveneens bij aan de dood, de dood aan het kruis.
      Jezus dan, alles wetende, wat over Hem komen zou, kwam naar voren en zeide tot hen:
‘Wie zoekt gij?’
Zij antwoordden Hem: Jezus de Nazireeër. Hij zeide tot hen: Ik ben het.
En ook Judas, zijn verrader, stond bij hen.
Toen Hij dan tot hen zeide: ‘Ik ben het, deinsden zij terug en vielen ter aarde’.
Wederom dan stelde Hij hun de vraag:
Wie zoekt gij? En zij zeiden: Jezus, de Nazireeër.
Jezus antwoordde: Ik zeide u, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, laat dezen heengaan; opdat het Woord vervuld werd, dat Hij gesproken had: ‘Wie Gij Mij gegeven hebt, uit hen heb Ik niemand laten verloren gaan’John.18: 4-9

➻ Draag als christen dit lichaam dat gegeten wordt de huid, de door nagels doorboorde handen en aanvaard het doorboord worden door de speer, het gestoken worden met een bajonet in de zijde en aanvaard de lijfelijke pijn als Zijn grote pijn en lijden dat Hij gedragen heeft – en bovenal de pijn toen hij genageld aan het kruis hing en uitriep “ God, mijn God, waarom hebt Gi mij verlaten”.
➻ 
Dit is het Heilig Lichaam en het Heilig Bloed, het Bloed van Christus dat vergoten is, tot vergeving van de zonden der mensen, welke wij mede-ervaren in ons christelijk leven in deze wereld.
Daarop verduisterde God, de Schepper van Hemel en aarde, de zon en beefde de aarde en wordt de gehele wereld en de kosmos gezuiverd uit de gruwel van de zonde.
➻ De letterlijke Wet – de Wet van het Oude Testament – bezat geen macht om degenen te dusdanig te vormen dat zij tot volmaaktheid konden komen, want het is een onvolmaakte wet, een menselijke wet.
Het was nodig om de wet van de Heilige Geest, de Liefde tot de mensen tot het uiterste te openbaren, de volledige en bekwame nieuwtestamentische wet van de Goddelijke Liefde tot de mensen en de onderlinge liefde van de mens, die de mens tot volmaaktheid brengt.
➻ 
De pijn en het leed, de kwellingen, die door christenen wordt gedragen en het bloed, zweet en tranen, die als offer aan God daaruit voorkomen verdienen het om opnieuw gezegend te worden.
Hetgeen de mens door zijn hoogmoed veroorzaakt heeft, de verwijdering van God, heeft zij verloren als gevolg van de zonden, die hen ook na de doop niet ten goede komt als iets wat mensen teniet gedaan hebben en
dit wordt als gevolg van het bloed van het Nieuwe Testament en het lichaam van Christus, die aan het kruis geofferd is opgeheven.
➻ 
Dit is het geheim van dankzegging – het grote Mysterie dat wacht op de gerechtigheid van God, degenen die hebben erkend dat Isaäc zich tot God heeft gewend met hun zonden. God heeft ons volgelingen van Christus onze zonden vergeven; deze vorm van vergeving noemen wij indirecte vergeving.
      En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Heer [na Zin Opstanding] zagen. Jezus dan zei nogmaals tot hen: “Vrede zij u!’ ‘Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u’.
En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen: ‘Ontvangt de Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend’John.20:20-23.

• Indien je ooit iemand barmhartig bent, zal genade aan je getoond worden.
• Indien je mededogen toont aan iemand die lijdt (en dit is natuurlijk geen grote daad), word je tot de martelaren gerekend.
• Indien u iemand vergeeft die u heeft beledigd, dan zullen niet alleen al uw zonden worden vergeven, maar u zult een kind van de hemelse Vader worden.
• Indien je bidt vanuit je hele hart voor redding – zelfs een beetje – zul je gered worden.
• Indien je jezelf bestraft, je beschuldigt en jezelf voor God veroordeelt voor je zonden, met een gevoelig geweten, zelfs voor deze zul je gerechtvaardigd zijn.
H. Moses van Optina 

➻ Wij blijken keer op keer Gods vertrouwen te verkrijgen, maar toch vervallen wij in onze ongerechtigheden, omdat wij als mensen fouten maken en om ons te ontdoen van onze herhaalde zondeval en vergeving te verkrijgen is het essentieel, dat we haast om onszelf te bekeren en de strijd tegen de zonde aan te gaan. Door regelmatig het Lichaam en Bloed van Christus te ontvangen, worden wij genezen hetgeen het medicijn is voor de genezing van het menselijk kwaad blijkt te zijn.
conf. Heilige Nicholas Cabasilas

”     Een rechtvaardig mens, verstoten van wijsheid, die
is als een lamp in volle zon.
Het gebed van degene, zich beledigingen herinnerend, die
is als een zaad dat op de rots is geworpen.
Een asceet, zonder barmhartigheid, die
is als een onvruchtbare boom.
Een verwijt dat voortkomt uit het begeren, dat
is als een vergiftigde pijl.
Een lofbetuiging voortkomend uit dubbelhartigheid , dat
is een verborgen valkuil.
Een onredelijke raadgever blijkt een blinde leider te zijn.
De kring van de spotters breekt het hart.
Geregeld een wijs mens bezoeken is als een verfrissende bron.
Een wijze raadgever is een veilige schutsmuur.
Een onredelijke vriend, verstoten van wijsheid, is een vat vol onheil.
Het is beter een huis in rouw te zien dan een wijze die een dwaas volgt.
Het is beter bij wilde dieren te verblijven dan met begerige lieden rond te dolen.
Het is beter in een graf te verblijven dan met verdorven mensen op te trekken.
Verkies eerder te leven met gieren dan met hebzuchtige en onverzadigbare mensen.
Verkies liever een moordenaar als gezel dan een ruziemaker.
Verkies het gezelschap van een zwijn boven dat van een gulzigaard, want
de pens van een zwijn past beter in de mond van een gulzigaard.
Verkies het gezelschap van melaatsen boven dat van trotsen
Isaäc de Syriër [van Ninivé] .

➻ Er waren joodse christenen onder de bekeerlingen, christenen, die gebonden bleven, gebonden aan de Wet en de joodse waarnemingen van de Wet, de perceptie.
Zij onderwezen de christenen in Galatië om de Wet te houden, inclusief de besnijdenis en  ze betekenden de ceremoniële Wet, die vervuld was in Christus, en die vervangen was door de vrijheid van de Genadegaven van de Heilige Geest en  hierin onderwezen zij een heel ander Evangelie, zoals de Apostel Paulus elders zegt:
      Och, verdroegt gij een weinig onverstand van mij! Maar dat doet gij ook. Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden aan een man om u als een reine maagd voor Christus te stellen. Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige en loutere toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden. 
Want indien de eerste de beste een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander Evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel2 Cor. 11: 1-4.
➻ Deze joodse christenen bleven in hun joodse traditie hangen, in de schaduw van het christendom en het menselijke, dat ‘niet verlost’, wat mensen als creaties in Christus – naar het evenbeeld van de Schepper ‘niet nieuw maakt’.
Dit zijn degenen, die Paulus aanspreekt in de brief die we via de overlevering vernemen, laten we dit fragment nog maar een keertje horen waar hij zegt:
          Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus Jezus. Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen. Maar ik zal ervoor bewaard mogen blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik van de wereld
Gal.6: 12-14.
➻ Daarop wordt gewezen wanneer wij in de Goddelijke Liturgie voorafgaand aan de Epiclese [aanroeping] horen – wanneer wij de Heilige Geest aanroepen:
Neemt en eet” en ‘drinkt uit deze Beker’.
Dàt dient onze dagelijkse spirituele maaltijd te zijn – als volgelingen van Christus volgen wij Hem geïnspireerd door de Heilige Geest dàgelijks door ons Kruis op te nemen.
➻ Zovelen om ons heen verlangen om hier een ​​goede vertoning in het vlees van te maken, uiterlijke schijn, deze zouden je dwingen weliswaar aangesneden te worden, maar niet genuttigd te worden; alleen opdat ze niet aan het [mede-] lijden deelachtig zullen worden; de vervolging vanwege het kruis van Christus.
Want zelfs niet degenen die aangesneden zijn bewaren de onvoorwaardelijke Goddelijke Liefdeswet, maar zij verlangen om u te laten besnijden, opdat zij mogen roemen in uw vlees.
➻ En luister hiernaar, dit is de sleutel:
      Maar God verhoede dat ik zou moeten opscheppen, behalve in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld heeft gekruisigd voor mij en ik voor de wereld”.
Wat de ontrouw bewijst is datgene wat Paulus aldus beschrijft:
        Maar het dient zo te blijven; God is waarachtig en ieder mens leugenachtig, gelijk geschreven staat: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in uw woorden [in Zijn Woord] en overwint in uw rechtsgedingen [Zijn Rechtsgeding].
Maar indien onze onrechtvaardigheid Gods rechtvaardigheid staaft, wat zullen wij dan zeggen? Is 
God, Die zijn toorn doet voelen – ik spreek op menselijke wijze – soms onrechtvaardig?
Volstrekt niet! Hoe zal God anders de wereld oordelen?Rom.3: 4-6.

➻ De vraag is nu waarom de Joodse christenen dit leerden? Waarom hebben ze zich gezocht [zich zo thuis gevoeld] om bij ‘de oude Wet’ van Mozes te blijven hangen . . . . .
om gevangen te blijven zitten in de mentaliteit, waar we nog altijd in verblijven – in het type, wachtend in de schaduw [d.w.z. ‘niet in het Licht van Christus] op de vervulling.
Ze proberen er in op te vallen en uit te blinken de ogen van die onbekeerde Joden,
• die beweerden dat ook de joden bekeerlingen hadden,
• die de Tradities van hun voorvaderen hadden verlaten.
Dat wil zeggen, ze zochten het compromis met de geest van de wereld en
het ongeloof van de Joden, met de vijanden van het Kruis!
•  Ten einde een ​​compromis te sluiten, om
te voorkomen een uitdrukking van schuld of afkeuring op te lopen;
verwelkomden zij Christus met het milde verwijt Hem vervolgens
met het opnemen van het Kruis ‘alleen’ te laten, omdat ze ‘niet’ werkelijk geloofden.
•  Onder al deze wereldsheid was deze weerstand uiteindelijk
een gebrek aan vertrouwen in het offer van onze Heer.
Blijkbaar hadden geen vertrouwen, maar het had een zweem van
spirituele,  geestelijke vernieuwing – wedergeboren worden was er niet bij.
Uit al hun doen en laten blijkt dat zij vervolging wilden vermijden,
zij wilden het Kruis ontlopen, vermijden!
Zij misten het charisma, de ‘Genadegaven‘ van de Heilige Geest.
Je kent misschien wel het woord ‘charisma’, uitstraling:
      Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest; aan de een Geloof door dezelfde Geest en aan de ander Gaven van genezingen door die ene Geest; aan de een werking van Krachten, aan de ander Profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen. Doch dit alles werkt een en dezelfde Geest, die 
een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij [God het] wil1Cor.12: 8-11.
•  
De geschiedenis van de Kerk zit vol van zulke mensen, tot  op de dag van vandaag en in onze tijd hebben we  misschien veel te veel van zulke valse, verraderlijke christenen.
De Heilige Johannes Chrysostomos zegt dat we Christus liever beledigen en
zelfs verwerpen we aangenaam te zijn voor de mensen;  liever beledigen we God om de mensen te behagen!
We zijn mensen, die mensen behagen, medewerkers, die samenwerken met de vijanden [de satan en z’n trawanten] van het Kruis.
Het leven van de Kruis vereist opoffering.
Christus eist offers van ons, omdat opoffering liefde tot God en medemenselijkheid en liefde tot de mens [onze naaste] inhoudt.
• Indien we ons niet opofferen, houden we hier allemaal niet van.
•  Indien we niet van onze naasten houden – kunnen we onmogelijk
verenigd worden met de God, Die slecht Liefde is.

➻  Het Kruis opnemen en Christus volgen is onze levensweg,
ons pelgrimspad, onze opening naar het leven in liefde tot/met de Meester,
het Eeuwige leven dat we allemaal nastreven en zoeken.
➻  Indien we het Kruis opzij zetten, het omzeilen,
gaan we de verkeerde kant op,
zijn we niet op weg naar het Hemels Koninkrijk,
de weg naar God, want we zetten de Liefde van God op een zijpad.
➻  Alleen degenen die het Kruis van Christus verheffen
worden in de vrijheid van God Genadegaven binnengeleid.
➻  Christus volgen is de kunst van -‘buit te maken’- door je Kruis op te nemen en
uit Liefde tot God en de naaste Christus op Zijn weg hier op aarde te volgen.
Indien we het Kruis verloochenen, ontkennen we het offer,
dan ontkennen wij de kruisiging van ons intellect.
➻  Dàn blijven we de slaven van de wereld, zoals
we door de verlokkingen van de wereld verworden zijn,
we blijven zoals we -‘voor onze Doop en Myronzalving’ waren en
nemen niet deel aan de versmelting met onze Heer Jezus Christus.
➻  Wij nuttigen het Lichaam en Bloed niet,
wij doen maar wat en blijven in de schaduw van de dood,
terwijl er vanuit de schaduw – de grootsheid van de Blijde Boodschap,
aan ons bestaan een Heilig en `Groots doel in ons bestaan wordt aangeboden;
waarmee we kunnen overleven.

Is dat niet geweldig !!!
➻  
Dit is het grote Geheim dat in ons christelijk leven dient ten worden waargemaakt, gerealiseerd:
➻ 
Het is de Genadegave van de Heilige Geest en de Kracht van redding, Die overwinning biedt.
➻ Het inzicht en de beheersing van het Christelijk Geloof, is Christus,
God, Die ons door alles heen draagt in de Heilige Geest tot in de Tempel van het hart.
      Wij weten, dat wij uit God zijn en de gehele wereld in het boze ligt.
Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachtige te kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in Zijn Zoon Jezus Christus.
Dit is de waarachtige God en het eeuwige leven”.
Daarom zegt Johannes de Theoloog:
Kinderkens, wacht u voor de afgoden1John.5: 19-21.
Waar God, via de mens in Christus aanwezig is, ontstaat er “leven”.
Het leven is je overgeven aan de dood, omdat de mens die de dood proeft
– en ik spreek over zijn smaak van de dood, niet alleen op het niveau van het lichamelijke,  maar op geestelijk niveau van de Goddelijke Waarheid, Die door God gecreëerd is, 
Die Hij schiep – in feite volledig vervreemd is van de liefde van God.
➻  
Het kan alleen maar zijn dat de vervreemding van God compleet is.
Daarom is het Woord van on ze Heer en Meester:
Ik ben de Opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven, 
en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet stervenJohn.11: 25,26.
•  Hier spreekt hij met Maria, de zuster van Lazaros over de dood van het lichaam, dat bij de tweede komst tot heerlijkheid zal worden hersteld.
      Draag mij als een zegel op je hart, als een zegel op je arm.
Sterk als de dood is de liefde, beklemmend als het dodenrijk de hartstocht.
De liefde is een vlammend vuur, een laaiende vlamHooglied 6: 8.
•  Hier wordt gesproken over de mens die vol liefdevol leven is, omdat hij vol is van liefde tot God. Een mens die van God houdt, is een mens die de dood ‘uit’-drukt als of er een slaper voorbij komt. Dit is waar de dood ‘overwonnen’ wordt genoemd. Hier spreekt hij over de dood van het lichaam, dat bij de tweede komst tot heerlijkheid zal worden hersteld.
Wie in Mij gelooft, als hij sterft, zal hij leven. 
Hij die levend is en veilig in Mij, zal de dood voor eeuwig niet zien”.
•  Hier spreekt hij over de mens die vol liefdevol leven is, omdat
deze mens vol is van liefde voor God!
Een mens die van God houdt,
is een mens die de dood ‘uit’-drukt, die
slechts als een slaper voorbijtrekt.

Woensdag in de Grote en Heilige Week – opgaand naar de Bron van Liefde

Wat waardeert God – Wat waardeert Hij?
Hij heeft ons veel geboden gegeven, maar wat is de kern daarvan?
What appreciates God – What does He value?
He has given us many commandments, but what is the essence?

      Toen Jezus te Bethanië was, in het huis van Simon de melaatse, kwam een vrouw tot Hem met een albasten kruik vol kostbare mirre en goot die uit over zijn hoofd, terwijl Hij aanlag.
Toen de discipelen dit zagen, waren zij verontwaardigd en zeiden: Waartoe die verkwisting?
Want deze Myron had duur verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden.
        Maar Jezus merkte het op en zei tot hen: Waarom valt gij deze vrouw lastig? Want zij heeft een goede daad aan Mij verricht. De armen hebt gij immers altijd bij u, maar Mij hebt gij niet altijd. Want toen zij deze Myron over Mijn lichaam uitgoot, heeft zij dat gedaan om Mijn begrafenis voor te bereiden.

De vrouw giet Myron olie over de voeten van Christus; The woman pours Myron oil over the feet of Christ.

        Voorwaar, Ik zeg u, overal waar dit evangelie verkondigd zal worden in de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft.
        Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, naar de overpriesters, en hij zei: Wat wilt gij mij geven? Dan zal ik Hem u overleveren. En zij stelden hem dertig zilverlingen ter hand. En van toen af zocht hij een goede gelegenheid om Hem over te leverenMatth.26: 6-16.

Mijn ziel zegent de Heer, ziet de Bruidegom komt!
– Christus mededogen stelt ons schadeloos –

De albasten kruik met mijn tranen
giet ik als Myron over Uw hoofd, o Heiland,
en ik roep tot U zoals de zondares die om genade vroeg.
U bied ik mijn smeekbede aan,
en ik smeek om vergeving te ontvangen“.

De overspelige, mijn ziel, hebt gij niet nagestreefd,
die de albasten kruik met Myron nam,
en onder tranen de voeten van de Heer zalfde;
en ze droogde met haar haren de voeten af van Hem
Die de schuldbrief van haar vroegere misdrijven voor haar verscheurde“.
uit: 8e ode Grote Canon  H. Andreas, Herder van Kreta

Dit is de dag, die de Heer heeft voorbeschikt om de goede daad door de zonda[a]r[e]s aan Hem verricht in het daglicht te stellen.
De zonda[a]r[e]s gaat/gaan Myron over Zijn lichaam uitgieten en zij doet/doen dit om Zijn begrafenis voor te bereiden. Christus heeft het voorzegd:
    overal waar dit evangelie verkondigd zal worden in de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft“.

Het pad van de Biecht;
The path of Confession.

         Wat kan er dan nog op tegen zijn om allereerst onze zonden [in de Biecht] te belijden en vervolgens eveneens met heilige olie te worden gezalfd, teneinde waardig het Groot en Heilig Pascha tegemoet te treden.
Deze twee Mysteriën [sacramenten] staan ons vandaag voor ogen en kunnen derhalve alleen door gedoopte Orthodoxen [mede-] ondergaan worden.
Onze ziel zegent de Heer, want ziet de Bruidegom komt!’ – en dankzij Zijn mededogen worden wij schadeloos gesteld.
        In de Orthodoxe Kerk hebben we het over de kruisiging van Christus in verband met Zijn Grote en Heilige Opstanding. Dit omdat het Kruis zonder Wederopstanding een wrede en oneerbiedige realiteit is en de Wederopstanding zonder het Kruis als een valse en emotionele toestand wordt beschouwd.
Wanneer we spreken over de redding van het menselijk ras, bedoelen we het niet in een bepaalde vorm, die men zelf niet kan ondergaan en een nadenkend en voorzichtig bedenksel, maar als een realiteit – iets wat werkelijk bestaat- om de mens te verlossen van de tirannie en de vreselijke gevangenis van dood, de zonde en de tegenstrever [de satan].
Mèt Christus ‘Kruis en Wederopstanding’ heeft Christus de dood overwonnen, de zonde en de veroorzaker, de tegenstrever en gaf Hij ons in Zijn mededogen aldus de gelegenheid om deze drie vijanden te overwinnen.
Bovenal dienen we er een besluit over te nemen dat we in het offer van Christus en Zijn opstanding onze sterfelijkheid en ons natuurlijk vooruitzicht [de dood] kunnen overwinnen.
. . . . . vanaf het ogenblik dat we immers als mens geboren worden, heeft de dood zich in vele vormen in ons biologische wezen gemanifesteerd, zoals ziekte, lichaamsslijtage, onzekerheid, toenemende leeftijd, passies van zelfbehoud, verdriet, etc. Dit onomkeerbaar groeiproces tot de dood vormt zich bij iedere mens op de achtergrond een bedreiging op ons menselijk leven.
Het kind op de leeftijd van 8-10 begrijpt al dat de dood onomkeerbaar is.
De tiener ziet de marteling van de dood voor ogen.
De mens van middelbare leeftijd ziet de jaren zonder doel of betekenis voorbij vliegen en
gepensioneerden gaan door een vreselijke crisis, welke uiteindelijk leidt tot de onherroepelijke dood.
De Orthodoxe Kerk maakt plaats voor de existentiële leegte van de mens en legt daarom de nadruk van de Opstanding. Wij zingen weliswaar op woensdag en vrijdag:
Heer, red Uw Volk en zegen Uw Erfdeel; en bescherm Uw Gemeente door Uw Kruis“, maar …
wij beseffen iedere week dat Zondag de Opstanding wordt gevierd en bezingen dat in 8 tonen [melodieën] opdat wij er van overtuigd zijn dat God volgens Zijn heilig raadsbesluit ons is komen verlossen door ons door Zijn Roemrijke Opstanding uit de doden op te wekken.
De Bruidegom van de Kerk, de Bruidegom van onze ziel, is één van ons; sterker nog is onafgebroken “onder ons”, “Hij is immers en blijft”.
Dag na dag naderen we Zijn Goddelijke Genade en Zijn oneindige liefde tot de mensen – Hij is ons tot voorbeeld in de naastenliefde.
Degenen die deze woensdagavond voorafgaand aan Zijn Lijden en Opstanding samenkomen, stellen onszelf een vraag: “ In welke toestand zal Christus ons aantreffen wanneer we Hem  boven aan de Lader [van Climacos] ontmoeten? Hij vertrouwde ons, Hij gaf ons alles, Hij droeg elke pijn omwille van ons. Verdienen we zo’n opoffering? Zijn wij een dergelijk groot vertrouwen waard?

De wereld om ons heen maakt haar keuzes en zal ongetwijfeld de gevolgen daarvan ondergaan; de wereld om ons heen wendde haar gezicht af van de bron des Levens, van Liefde en Gerechtigheid en heeft zich in haar bestaan koude rillingen bezorgd.
Wij Orthodoxen kijken dagelijks uit naar het moment dat wij mèt hen samen kunnen leven, ons kunnen verenigen door de mentaliteit en methoden van de wereld te verzoenen met die van de Bruidegom.
Aan zulke dagen ontbreekt het hen echter: “het is immers onmogelijk dat duisternis het Licht in de duisternis verslaat”.
      in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het Kruis. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in de Naam van Jezus [Christus] zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!Phil.2: 8-11.
Laten we naar Hem opzien en moed en geduld betrachten, want de strijd tegen de duisternis is noch pijnloos, noch ongestraft. En inderdaad, het is een strijd met kwade valstrikken die de wereld goed weten te bedriegen.
Geen duisternis kan met het Licht de strijd aangaan of ook zij wordt verlicht.
Maar de wereld om ons heen weet de duisternis dusdanig te verdonkeremanen dat de wereldse  duisternis als licht en aantrekkelijk overkomt.
De wereld weet precies hoe zij de mens met aantrekkelijke [veelal kortdurende] pleziertjes tot zich kan trekken – in slaap sust -, hoe wij mensen radicale veranderingen uit dienen te stellen, hoe zij de mens kan bedriegen met beloften, die niet zijn wat zij lijken te zijn.

Daardoor hebben wij onze ziel onhandelbaar, onbeheerd en onbeheersbaar achtergelaten, en ondergaan ongehinderd alle fouten, die de wereld ons voorhoudt. We hebben het beslissende kenmerk, de voorwaarden waar wij als mens in het beeld van God aan dienen te voldoen, het criterium van goed en kwaad, van moreel en immoreel, verloren laten gaan.

uit: metten Grote Woensdag
Kathismazangen
tn.3.
  De zonda[a]r[e]s gaat/gaan tot u en goot Myron en tranen over Uw voeten, Menslievende.
Toen werd zij, op Uw bevel, van de slechte geur van haar zonden bevrijd,
maar de ondankbare leerling [volgelingen] die in Uw Genade[gaven] ademen mocht[en],
heeft [hebben] deze Genade[gaven] verworpen en in zijn [hun] geldzucht bevlekte hij [zij] zich met het slijk van verraad. Eer aan U, o Christus in Uw Barmhartigheid
            [herhalen]

Eer . . . nu en altijd . . .

    God, blijf niet zwijgen bij mijn lofzang, want de mond van de zondaar en bedrieger is wijd  tegen mij geopend. Zij spreken tegen mij met valse tong, zij omsingelen mij met hatelijke woorden, zij strijden tegen mij zonder reden.
Inplaats van mij lief te hebben, leveren zij mij over; ik echter bid.
Zij vergelden mij kwaad voor goed, en antwoorden met haat op mijn liefde.
Stel een zondaar over hem aan, doe een aanklager staan aan zijn rechterhand.
Hij zal veroordeeld worden in het gericht; zijn gebed zal worden tot zonde. Dat zijn dagen weinig zijn; zijn bisschopsambt dient aan een ander toe te komen. Zijn kinderen worden tot wezen, zijn vrouw weduwe.
Zwervers en bedelaars worden zijn zonen: verdreven vanuit hun woning.
Dat de woekeraar zijn hand leggen op al zijn bezit dat vreemden zijn arbeid roven.
Niemand zij er om hem te helpen, of om barmhartig te zijn voor zijn wezen.
Dat zijn kinderen ten onder gaan; dat in één geslacht zijn naam zal verdwijnen.
De ongerechtigheid van zijn vaderen worden herinnerd voor de Heer; dat de zonde van zijn moeder onuitgewist zal blijven. Laat dit de Heer altijd voor ogen staan, zodat zijn gedachtenis van de aarde verdwijnt. Want hij dacht er niet aan om barmhartig te zijn. Hij vervolgde armen en bedroefden, en wier hart gebroken was, bracht hij ter dood. Hij hield van vervloeking: deze zal over hemzelf komen.
Hij wilde geen zegen: deze zal verre van hem blijven. Hij trok vervloeking aan als een kleed: als water in zijn binnenste en als olie in zijn beenderen.
Laat die hem dån zijn als een mantel die hem geheel overdekt: als een gordel die hij altijd moet dragen. Dit moge de Heer doen gebeuren aan hen die mij belasteren: aan wie kwaad spreken tegen mijn ziel.
Maar Gij, Heer doe met mij volgens Uw Naam, want goedertieren is Uw barmhartigheid. Bevrijd mij, want ik ben behoeftig en arm; mijn hart is beangst in mijn binnenste. Ik verdwijn als een lengende schaduw; ik word weggevoerd als een sprinkhanen-zwerm. Mijn knieën zijn verzwakt door het vasten; mijn vlees is vervallen, door onthouding van olie. Ik ben hun tot versmading geworden; zij zien mij hoofdschuddend aan. Help mij, Heer, mijn God: red mij volgens Uw Barmhartigheid. Doe het weten dat dit alles Uw hand was: dat Gij, Heer, dit zelf hebt gedaan. Al vloeken zij, Gij zult mij zegenen, beschaam hen die tegen mij opstaan, maar laat Uw dienaar zich verheugen. Die mij belasteren, bekleed hen met schaamte: dat hun schande hen als een mantel zal bedekken. Ik wil de Heer belijden met luide stem; ik wil Hem loven in de grote menigte. Want Hij stond de arme terzijde, om mijn ziel te redden van mijn vervolgers

Psalm 108[109] vert. ROK ’s-Gravenhage.

tn.4.
Door geldzucht gedreven, overwoog de bedrieglijke Judas,
U, Heer, de Schat des Levens, te verraden door list.
Als een roes snelt hij naar de Joodse Raad en zegt tot de wettelozen:
wat geeft u mij, wanneer ik Hem in uw handen overgeef om hem te kruisigen
” [herhalen]

Eer . . . nu en altijd . . .

All people will be blessed through us

    Gelukkig is de mens die de Heer vreest, die Zijn geboden vurig liefheeft.
Zijn zaad zal machtig zijn op aarde, het geslacht der gerechten zal gezegend zijn.
Heerlijkheid en rijkdom zijn in zijn huis; zijn gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen. In de duisternis is het licht op-gegaan voor de oprechten; de Liefderijke Barmhartige en Rechtvaardige. Goed is de mens, die zich ontfermt en te leen geeft.
Hij overweegt zijn woorden met oordeel, zodat hij niet wankelt in eeuwigheid.
In eeuwige Gedachtenis staat de rechtvaardige; hij vreest niet als hij slechte tijding hoort. Want zijn hart is bereid, en hij vertrouwt op de Heer. Zijn hart is standvastig en zonder vrees, zelfs wanneer hij zijn vijanden aanschouwt. Hij deelt uit en geeft aan de armen; zijn gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen. Zijn hoorn wordt verheven in Heerlijkheid; de zondaar ziet het tot zijn woede. Hij knarst met de tanden, maar verdwijnt, want elk zondig verlangen vergaat
”.

    Gij, Zijn dienaren, looft de Heer; looft de Naam des Heren. De Naam des Heren zij gezegend, van nu af tot in eeuwigheid. Van zonsopgang tot zonsondergang, zij de Naam des Heren gezegend. Hoogverheven boven alle Volkeren is de Heer; boven alle hemelen is Zijn Heerlijkheid. Wie is als de Heer onze God? Hij woont in de hoge, maar ziet neer op het  geringe van hemel en aarde. Hij richt de arme op van de grond, Hij heft de behoeftige op uit het slijk. Om hem te doen zitten bij vorsten, bij de vorsten van Zijn Volk. En de onvruchtbare doet Hij wonen in een huis, als blijde moeder der kinderen” Psalm 111[112] en 112[113] vert. ROK ’s-Gravenhage.

tn.1.
    Terwijl zij in vurige liefde Uw ongeschonden voeten afdroogde met de haren van haar hoofd,
riep[en] de Zonda[a]r[e]s zuchtend en wenend vanuit de grond van haar hart:
Verstoot mij niet, Medelijdende, verafschuw mij niet, mijn God;
maar aanvaard mij in mijn berouw, en red mij, U enig Menslievende”. [herhalen]

Eer . . . nu en altijd . . .

Maak je belofte aan de Redder der Levens waar, zondaar en leg het jezelf op als
dwingend gebod aan zo’n schitterend kleinkind van het Grote lied:
Mijn ziel, kruipt verlangend op naar de Opstanding uitroepend:
‘Heilig, Heilig, Heilig is onze God.
Door de gebeden van de Moeder Gods,
Heer wees ons zondaars genadig’“.
Denk daarbij opnieuw aan de waakzaamheid, die vorm van waakzaamheid welke onze beschouwende Kerkvaders, die vanaf oudsher tot de dag van vandaag, die in voortdurend gebed en vastende zelfkastijding systematisch de menselijke ziel hebben bewaakt, als vlijtige bijen hun korf van de ziel beschermend tegen elke aanvaller.
– Waakzaamheid, de controle van de ziel,
– Waakzaamheid, de beschermheilige van alle geestelijke arbeid,
– Waakzaamheid, de slapeloze bewaker van ons hart heeft onze Heer en Zaligmaker daar Zelf met onze doop geïnstalleerd.
Bij het ontbreken van deze waakzaamheid verworden wij tot een mengeling van omstandigheden en invloeden. Wij kronkelen onszelf in onze zelfzucht en
verworden tot de nietigheid welke deze wereld ons aandoet. We kunnen niet langer meer vreugde vinden, geraken gevangen in spijt, nutteloosheid en pessimisme en ontstaan er momenten waarop we ervaren dat we geen eigen wil geen zelfrespect bezitten; wij verworden tot buitenlanders in ons eigen lichaam.
– De Bruidegom nodigt ons uit om ons te doen herleven, teneinde de controle over onszelf te herwinnen.
– De Bruidegom, Die ons liefheeft onthult in Eigen Persoon onze mentale krachten.
– En bovenal werkt onze Bruidegom aan de vernieuwing van onze vrijheid.
De vrijheid van die teniet werd gedaan toen onze voorouders deze misbruikten om zich van de Schepper te verwijderen.
‘Weer Opgestaan’, noemen wij hetgeen onze ziel dan ervaart; we verlangen er opnieuw naar, vrij en levend te zijn, dicht bij Hem te zijn, Die ons met Zijn Genadegaven nooit heeft laten varen, zelfs niet toen Hij ons Zijn zoete blik afwendde.
Hij kwam, komt en blijft ons roepen en staat erop dat we herwinnen wat ons door onze zonde is afgenomen.
Hij kwam om ons Zichzelf aan te bieden, geheel en al, zonder aarzeling en trok ons verlossend weg van neerslachtigheid en losbandigheid.

De Kerk roept ons vandaag op om de Myron van onze liefde als Christus over alles en iedereen uit te storten.
” . . . . . de geur van de Myron verspreidde zich door het gehele huisJohn 12: 3, werd gezegd over het huis waar God verblijft – het betreft onze Kerk en niet alleen de Orthodoxe Kerk, maar het verspreid zich van alle kerken, die Christus navolgen. Door alle eeuwen heen hebben de Heiligen [Zij, Die Christus in hun hart meedragen], deze zoete geur van Myron om Zich heen verspreid.
Zij hebben dit op een dusdanige wijze gedaan, dat de Genadegaven van Christus, Die de Kerk -ook vandaag de dag- nog steeds verspreidt, de onvergankelijke Myron van het leven wordt genoemd, deze welriekende Myron vloeit zelfs soms als een Mysterie uit Orthodoxe iconen.

Heavenly Jeruzalem, ‘You see this city? Here God lives among men. He will make his home among them; they shall be his people….’ Apocalypse 21: 1-5. jpg

Laten wij allen vanavond onze ziel en levendige dankbaarheid verheffen, klaar om het uit te roepen:
Heilig, Heilig, Heilig bent U, o Heer, Sabaoth” [Sabaoth = Heer aller heerscharen, God van alle werelden], onze uitroep is alles wat ons verenigt.
Prijst de Heer, Die geduldig is , niet ontmoedigd is door onze menselijke tekort-komingen, maar onze Bruidegom komt als de bewaker van ons eeuwige leven.
Deze heilige God en Heer van alles, Hij is de Heilige, de enige Sterke, de enig Onsterflijke, Die in staat is om de listen van de tegen-strever [de Satan] te verslaan.
Hij, de Heilige, de enige onsterfelijke en Leven-schenker, de overwinnaar van de dood door het leven en
        Hij gaat ons bij door ons te overweldigen in Zijn Licht.
Wij reageren op Christus’ oproep, Heer, bevrijdt ons van de lusteloosheid als gevolg van de ziekelijk zonde, laat ons door de overgave aan Uw ondoorgrondelijk Grote Liefde voor de mensen het leven weer ter hand nemen – dankzij het geven dat U ons als uw dienaren aanvaard!

En wanneer we ons voorbereiden gereed maken, strekt onze Heer dezelfde uitnodiging uit aan ons zoals Hij Zich tot Jacobus en Johannes wendde.
Voor ieder van ons die Zijn Glorie willen zien, die ernaar verlangt aan Zijn zijde te verblijven bij het Groot en Heilig Pascha, zegt Christus eerst tot jou en tot mij:
” . . . . . Maar ben jij in staat en bereid om de beker te drinken waarvan ik drink? 
Ben jij in staat met mij deze Grote en Heilige Week op te trekken?
Ben jij bereid aan Mijn zijde te staan ​​en het door God, onze Vader aangeboden Kruis met Mij te dragen en daarmee werkelijk Mijn Volgeling te zijn?
Christus verlangt dat je volmondig ‘ja’ zult zeggen.
En de Kerk hoopt daarbij dat het groot en Heilig Pascha niet alleen een zondag is waarop christenen, als Zijn Volgelingen komen opdagen, want ieder Zondag van het jaar dat volgt wordt Zijn Opstanding volmondig in de hymnen, de Apolytikia
bezongen.