4e Zondag na Pinksteren – juni 24e, Geboorte van de Heilige, Glorieuze Profeet en Voorloper Johannes, de Doper.

        Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het Woord geweest zijn, ben ook ik [Lucas,= lichtgevend] tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Theofilus [=vriend van God], opdat gij de betrouwbaarheid zoudt erkennen van de zaken, waarvan gij onderricht zijt.
        Er was in de dagen van Herodes [= heldhaftig], de koning van Judea [Jehoed (Aramees), het gebied van de stam van Juda [=geprezen], een priester, genaamd Zacharias [= De Heer herinnert Zich], behorende tot de afdeling van Abia [=mijn Vader is de Heer], en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron [=lichtbrenger] en haar naam was Elisabeth [= eed van God].
        Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk. En zij waren kinderloos, omdat Elisabeth onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen.
        En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor God verrichtte in de beurt van zijn afdeling, dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel van de Heer binnen te gaan en het reukoffer te brengen. En de gehele volksmenigte was buiten in gebed op het uur van het reukoffer.
        En hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar.
En Zacharias ontroerde bij dat gezicht, en vrees beving hem. Maar de engel zei tot hem: ‘Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabeth zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes [= de Heer, de genadige Gever heeft begunstigd] geven. En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor de Heer en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot van zijn moeder aan en velen van de kinderen van Israel [de Kerk] zal hij bekeren tot de Heer, hun God. En Hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de Kracht van Elia, om de harten van de Vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Heer een wel-toegerust Volk te bereiden’.
En Zacharias zei tot de engel: ‘Waaraan zal ik dit weten? Want ik ben een oud man en mijn vrouw is op hoge leeftijd gekomen’.
        En de engel antwoordde en zei tot hem: ‘Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze blijde mare [=bericht] te verkondigen. En zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken, tot de dag toe, dat deze dingen geschieden, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die op hun tijd in vervulling zullen gaan’.
En het volk stond op Zacharias te wachten en zij verwonderden zich, dat hij zo lang in de tempel vertoefde. Toen hij dan naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken en zij begrepen dat hij in de Tempel een gezicht gezien had. En hij wenkte hun toe en bleef stom.
        En het geschiedde, toen de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij vertrok naar zijn huis.
Na die dagen werd Elisabeth, zijn vrouw, zwanger, en zij verborg zich vijf maanden, want, zeide zij: ‘Aldus heeft de Heer aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij neerzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen.
. . . . .  Toen voor Elisabet de tijd vervuld was, dat zij baren zou, bracht zij een zoon ter wereld.
En haar buren en nabestaanden hoorden, dat de Heer zijn barmhartigheid aan haar had groot-gemaakt en zij verheugden zich met haar.
        En het geschiedde, toen de achtste dag was aangebroken, dat zij kwamen om het kind te besnijden, en zij wilden het naar de naam van zijn vader Zacharias noemen.
Doch zijn moeder antwoordde en zei: Neen, hij moet Johannes genoemd worden.
En zij zeiden tot haar: Er is toch niemand in uw familie, die die naam draagt.
En zij beduidden zijn vader, dat hij beslissen zou, hoe hij het kind genoemd wilde hebben.
En hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef deze woorden: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen.
        En terstond werd zijn mond geopend en zijn tong [losgemaakt], en hij sprak, God lovende.
En over allen, die in hun nabijheid woonden, kwam vrees, en in het gehele bergland van Judea werden al deze dingen besproken. En allen die het hoorden, namen het ter harte en zeiden: Wat zal er van dit kind worden? Want de hand des Heren was met hem.
En zijn vader Zacharias werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde, zeggende:
‘ Geloofd zij de Heer, de God van Israël [de Kerk], want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht.
. . . . .  En gij, kind, zult een profeet van de Allerhoogste heten; want gij zult uitgaan voor het aangezicht des Heren, om zijn wegen te bereiden, om aan Zijn Volk [de Kerk] te geven kennis van Heil in de vergeving van hun zonden, door de innerlijke barmhartigheid van onze God, waarmee de Opgang uit de hoogte naar ons zal omzien, om hen te beschijnen, die gezeten zijn in duisternis 
en schaduw des doods, om onze voeten te richten op de weg van de Vrede.
Het kind nu groeide op en werd gesterkt door de Geest. En hij vertoefde in de woestijnen tot op de dag, dat hij zich aan Israel vertoonde
Luc.1: 1-25, 57-68, 76-80.

    Want het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen van het Licht!
      Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd!
     Maar doet de Heer Jezus Christus aan [bekleed u met Christus] en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.
. . . . .  Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt?   Of hij staat of valt, gaat zijn eigen Heer aan.
Maar hij
[zij] zal [zullen] staande blijven, want
de Heer is bij Machte hem
[n] vast te doen staan” Rom.13:11b-14:4.

In navolging van het thema van de honderdman, welke zondag, de 24e juni van dit jaar, gevierd wordt blijkt ook hier onze Heer, de Genade-Schenker, Die ons Zijn volgelingen heeft begunstigd.

Johannes heeft de betekenis van ‘de Heer, de Genadige Gever’ heeft begunstigd en we komen er dus niet om heen ook volmondig te bevestigen dat de Heer ons staande doet blijven in ons Geloof en ons in staat blijft hardnekkig vast te houden aan ons Geloof.
Het Woord zegt: “u bent aan de wereld verslaafd geweest en dat doet het Woord, omdat het slechts wil, dat wij het Woord ter van onze zaligheid met een gewillig hart opnemen“.
En tegelijkertijd laat Christus, het Woord ons weten
dat daarmee uit de wereld ontslagen zijn en bevrijd zijn van de slavernij van zonde en
dat wij, die in de woestijn verblijven, temidden van die zogenoemde slavernij,
niet behoeven te denken: dat hebben we leuk gefikst, wij hebben ons van de zonde losgemaakt,
maar: “Gij zijt daarvan door Christus losgemaakt”.

➥ Wat hebben wij zelf gedaan, gepresteerd:
✓ Door de Doop in Christus hebben wij een anderen Heer aanvaard; en
deze Heer is God.
✓ Door ons over te geven, ons te laten onderdompelen in het Levend water heeft
onze Heer ons verlost, ons vrijgekocht, ons gerechtvaardigd, zodat de zonde
al haar rechten op ons verloren heeft; bij deze Heer staan wij Gelovigen, Die ons vertrouwen hebben gesteld op God in Zijn Gerechtigheid.
✓ Zoals wij ons voorheen aan de wereldse geest overgaven, hebben wij ons overgegeven aan God
en mogen wij ons verheugen op de redding in Zijn Naam.

Wij Gelovige Christenen zijn in de dienst gekomen van “de Gerechtigheid”;
dat betekent, dat  wijzelf zijn tot eigendom geworden van de Gerechtigheid;
van de Rechtvaardige, wij zijn in de dienst van God overgegaan, knechten, dienaren, slaven van God geworden.
Eindelijk gerechtigheid!” wordt wel gezegd, hetgeen een uitroep is wanneer iemand iets overkomt wat hem/haar naar redelijkheid al lang had dienen te overkomen.

H. Johannes de Doper, de stem van een roepende in de woestijn,the Voice in the desert La voix dans le désert, by James Tissot, Brooklyn Museum

De Genade van God voert de Heerschappij, door Gerechtigheid tot het eeuwige leven door Jezus Christus, onze Heer.
Christus heeft de mens niet zo Zalig gemaakt, dat de Wet daarbij toezicht zou dienen te houden; erop zou moeten toezien, hoe zij tot haar recht kwam,
òf dat de zonde daarbij de overhand zou kunnen verkrijgen.
  Toen Christus ons zalig maakte, door de dood te overwinnen,
toen was het eerste, wat Hij deed, dat Hij de Wet vervulde, vervolmaakte.
  Door vervulling van de Wet nam Hij de zonde uit ons midden weg;
daarvoor leed en stierf Hij als de tweede Mens;
daardoor bracht Hij een eeuwige Gerechtigheid teweeg en herstelde ons weer in de eeuwige Gerechtigheid in God.

Het feest van de Geboorte van de Heilige, Glorieuze Profeet en Voorloper Johannes, de Doper – houdt dus in dat er een aanvang wordt gemaakt met de Heils-geschiedenis.
Wij vrienden van God [-Theofili-] horen vandaag het begin van de verkondiging van een lichtdrager [-Lucas-], die alles wat de Apostelen hebben meegemaakt van meet af aan nauwkeurig heeft nagegaan, op volgorde heeft gezet en dit als de Blijde Boodschap voor ons opgeschreven heeft.

Dìt is nu onze zalige toestand; in onze Heer zijn wij met Gerechtigheid en Heiligheid bekleed; wij zijn vrij en los gekomen van de slavernij van de zonde en in de Zalige dienst van God overgegaan.
Dìt is onze Gerechtigheid uit God, en onze Gerechtigheid in de Heer, Die onze Gerechtigheid is.
Nu bezitten wij nog onze leden, de leden van het lichaam, waarmee de zonde ten uitvoer gebracht wordt; – met de ogen ziet men, en de begeerte komt op; met de oren hoort men, en men gehoorzaamt aan de lust; met de voeten betreedt men de verbodene wegen, met de handen grijpt men naar de verbodene dingen.

Wij maken ons nog bezorgd, dat de leden niet met onze geest méé vóórtwillen;
daarom, denken wij, dienen wij bij de Genade de Wet er tòch óók bij te betrekken, teneinde deze leden te beteugelen, ze misschien wel uit- en af te houwen.
Maar Paulus zegt ons: “Dat is de verkeerde weg !!!“.
Op die wijze hebt u het weleer gedaan, en zo doet u het ook nog heden; maar
wat komt daaruit voort?
Dit, dat gij, ondanks alle poging en inspanning,
om  rein en met de Wet in overeenstemming te zijn,
uw leden van de onreinheid en van de ongerechtigheid ten dienste stelt,
om onder het voorwendsel van Liefde tot de Wet u van de Wet te ontslaan en
in het geheel niet meer naar de Wet te vragen; ja,
om er u door te slaan met een gestolen troost zonder waarachtige rust.

Op de weg, waarop u het tot dusver gezocht hebt, hebt u niets anders gevonden, dan wáárover u uzelf schaamt, en wáárvan het einde de dood is.
Zoals jullie in Christus Jezus voor God in Gerechtigheid zijt gesteld,
zo hebt jullie ook je leden, uw zondige en zondigende leden van de Gerechtigheid dienstbaar gesteld!
Ga je die weg, dan zul je wèl ervaren, wat “onze Heer” zal veroorzaken.
De kinderen van Israël werden gereinigd en geheiligd en gerechtvaardigd in
het bloed van de [geslachte] lammeren, en werden zo verzoend en rein verklaard; hoeveel te méér zal de Gerechtigheid, waarin u in Christus Jezus voor God gesteld zijt, deze vrucht van Zich geven, dat uw leden zich bewegen zullen overeenkomstig deze zaligen toestand van de dienst Gods, waarin
u opgenomen zijt in de gekruisigde Christus Jezus, onze Heer.
Wanneer wij dus het woord “Gerechtigheid” hier goed verstaan, en als vanzelfsprekend Heiliging verwachten, zo zal het ons al duidelijker worden, wat de Apostel bewezen heeft, dat, de vermaning van de Apostel geenszins naar een Wet terugleidt, Die wij zouden dienen te volbrengen, maar dat wij gered zijn in de Heer, waarop gezegd wordt “ Mijn Genade is jullie genoeg”.
Het Genadige Heil is ons nu méér nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar -in deze woestijn- wandelen,
–  niet in brasserijen en drinkgelagen,
–  niet in wellust en losbandigheid,
–  niet in twist en nijd!

     Maar wij die ‘ons’ door Genade bekleed hebben met Christus en geen zorg schenken aan het vlees, zodat valse begeerten worden opgewekt en gaan onbezorgd de Zalige Toekomst van het Koninkrijk der Hemelen tegemoet, wat wij ook zullen tegenkomen.
Voorwaarts en niet vergeten!

5e Irmos     tn.4. uit de Metten [Orthros]
Nu zal ik opstaan, heeft God door de Profeet gezegd;
nu wil Ik Mij verheffen; nu word Ik verHeerlijkt,
want Ik heb op Mij genomen de gevallen mens,
en deze daardoor opgeheven tot
het wonderbare Licht van Mijn Godheid
”.

Heden is de Grootste van de Predikers ter wereld gebracht:
de stem die met de tong van de Geest aan allen de Zoon der Maagd verkondigt,
Die uit de Hemel zal neerdalen in ons menselijk lichaam.
De Heer heeft u tot Christus’ ware Lamp gemaakt,
die allen verlicht door de verkondiging van het Woord, de Zoon van God
”.

Het heelal stond vol verbazing om uw van-God-geschonken Heerlijkheid:
want gij, die in het huwelijk Maagd gebleven zijt, draagt in Uw schoot God,
Die alles te boven gaat, en hebt geboren de Zoon Die is boven alle tijd.
Schenk aan de u prijzenden de heilige Vrede

De zo zwak geworden menselijke natuur is weer sterk gemaakt om
de goede Vrucht te kunnen dragen, door  Uw Geboorte uit de onvruchtbare schoot, die het Leven verkondigt aan de sterflijken, alom geroemde Voorloper.
Als een ondoofbare Lamp verkondigt Gij de Zon der Heerlijkheid, Die zal opgaan uit de Maagd, om over de gehele mensheid te schijnen als het Licht van de Genade
”.

Theotokion
De praatzieke tongen van de goddeloosheid worden gebonden, maar
onze monden worden wijd geopend om de Heerlijkheid te doen horen van de Komst van de God van het Heelal, Die de Voorloper heden zo helder doet weerklinken over de aarde.
Op profetische wijze verkondigde Elisabeth Uw Heerlijkheid, toen zij vol vreugde de grote dingen verhaalde over uw Goddelijk Kind, Al-Reine;
want Gij zijt de blijdschap en de trots van ons allen
”.


Kondakion     tn.3.
    Zij die onvruchtbaar was, baart heden de Voorloper van Christus.
Hij is de vervulling van alle profetieën:
want toen hij Hem, Die de Profeten hadden verkondigd,
in de Jordaan met de hand aanraakte,
toonde hij zich als Profeet,
verkondiger en Voorloper van het Goddelijke Woord
”.

Apolytikion     tn.2. uit Goddelijke Liturgie
    Het aandenken der Gerechten wordt gevierd met hymnen.
Maar gij hebt het getuigenis des Heren, o Voorloper,
want gij zijt in waarheid de grootste der Profeten,
omdat Gij Hem, Die gij gepredikt had, mocht dopen in de wateren.
Nadat gij gestreden had voor de Waarheid,
hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de hades:
dat God in het vlees is verschenen,
om de zonden van de wereld weg te nemen
en ons de grote ontferming te schenken
”.

Kondakion     tn.3.
  God’s Profeet en Voorloper der Genade:
Johannes, geboren uit de onvruchtbare,
is de vervulling van alle profetieën.
Want toen hij Hem, Die de Profeten hadden verkondigd,
in de Jordaan met de hand aanraakte,
toonde hij zich als Profeet,
verkondiger en Voorloper van het Goddelijke Woord
”.

Theotokion     tn.2.
Door U hebben wij deel gekregen aan de goddelijke natuur,
altijd-maagdelijke Moeder God’s:
want gij hebt God in het vlees gebaard.
daarom zijn wij allen, zoals het past u vroom verheffen
”.

Prokimen     tn.7.
  De Rechtvaardige zal zich verblijden in de Heer
en op Hem vertrouwen” [refr]

– “  God, verhoor mijn gebed wanneer ik mij tot U richt;
maak mijn ziel vrij van vrees voor de vijand”

– “  Beschut mij tegen de samenzwering der booswichten; tegen de menigte van hen, die onrecht bedrijven”.

Alleluia
– “ De Gerechte zal bloeien als een palmboom;
als een ceder van de Libanon zal hij uitgroeien”.
– “ Zij worden geplant in het huis des Heren
en zullen bloeien in de voorhoven van onze God”.

De achtergrond van het extreem geweld en het opkomend politieke Appèl tot herstel van het Ottomaanse Rijk


1.]. Het Islamitische Geloof
Bovenstaand Ottomaanse Rijk begon met een Turkse stam in Centraal-Azië en was een islamitisch rijk dat gesticht werd door de Oguz Turken onder Osman Het kan beschouwd worden als de opvolger van het Seltsjoekse sultanaat Rûm. De komst van de Turken uit  Centraal-Azië naar het Midden-Oosten voltrok zich in twee grote migratiegolven.
Tijdens de eerste golf aan het einde van de tiende eeuw stak een groot deel van de Turkse Oghuznomaden de rivier de Oxus over en trok verder tot  Khorasan [het huidige Iran] en  Azerbeidzjan. Onderweg naar het westen bekeerde een groot deel van deze Oghuzstammen zich tot de islam. Vanuit Khorasan bouwden deze Turkse nomaden in de elfde eeuw het grote  Seltsjoekenrijk op. De Seltsjoeken brachten nieuwe politieke stabiliteit in de verdeelde middeleeuwse moslimwereld en beheersten een uitgestrekt gebied van de Hindoekoesj tot in Anatolië. Deze Seltsjoeken raakten in conflict met het Byzantijnse Rijk. Met de Slag bij Manzikert begon in 1071 een reeks Byzantijns-Seltsjoekse oorlogen, die ertoe leidden dat rond 1290 het Byzantijnse Rijk als belangrijke macht in Anatolië had afgedaan. Dit opende de weg voor de Turkse volkeren om zich in Anatolië te vestigen.

          Met de neergang van het sultanaat van Rûm [± 1300] ontstond in Anatolië een groot aantal kleine onafhankelijke staten, de zogenaamde Ghazi-emiraten of beiliks. Het Byzantijnse Rijk was inmiddels ernstig verzwakt en had het grootste gedeelte van Anatolië verloren aan tien verschillende Ghaziprinsdommen. Een prinsdom in het noordwesten van Anatolië werd vanaf circa 1280 geleid door Osman I, zoon van Ertuğrul. Osman Beg was met zijn onmiddellijke voorouders naar Anatolië gekomen tijdens de tweede grote Turkse migratiegolf in de vroege dertiende eeuw, onder druk van de veroveringstochten van de Mongolen onder leiding van Dzjengis Khan. Oorspronkelijk behoorden de Osmanen ook tot de Oğuzen. Osman Beg verplaatste zijn hoofdstad van Söğüt naar Bursa.
De migratie van de Turkse nomaden naar westelijk Anatolië, op de vlucht voor de Mongoolse invallen, was een belangrijke factor in de Ottomaanse staatsvorming. Met de overwinning op een Byzantijns leger in 1302 in de Slag bij Bapheus slaagde hij erin om een onafhankelijke politieke eenheid te creëren. Hiermee kreeg Osman een grote reputatie als Gazi-krijger en groeide hij uit tot een charismatische leider die steeds meer volgelingen aantrok. Osman Gazi bracht meerdere gemeenschappen van Turkmeense nomadische krijgers en van ex-Byzantijnse gouverneurs, zoals onder andere Köse Mihal [‘baard-loze Michael’], onder zijn vaandel samen.
Naast veroveringen ging Osman allianties aan met de naburige Byzantijnse gouverneurs om zijn invloedssfeer uit te breiden. Hij verenigde de afzonderlijke rijkjes en bouwde nieuwe netwerken op via handelsbetrekkingen en strategische huwelijken. Met name in de 15e en 18e eeuw zijn verschillende Grieken in de Byzantijnse gebieden bekeerd tot de islam. Andersom werd er weinig opening geboden aangezien de extreme reactie en de verdediging van de bloedverwantschap vele Islamieten de overgang naar het christendom met de dood hebben moeten bekopen.

2.]. Ontstaan van de Islam

Islamitische expansie van aan de Middellandse Zee [7e-8e eeuw]

Sinds 610 verspreidde zich eerst de islam over de wereld, beginnende met Mohammed, die volgens de islamitische Traditie een Openbaring van God kreeg. Als gevolg van de handels-contacten met andere volkeren, zoals de joden, de Byzantijnen en Abessijnse christenen, alsmede de Perzische zoroastristen, hadden de Arabieren reeds kennis genomen van verschillende  monotheïstische godsdiensten. Zelf waren de Arabieren in Mekka henotheïstisch, dat wil zeggen dat ze meerdere goden aanbaden, waarvan er wel één als oppergod werd beschouwd.

de profeet Mohammed [± 570-632]

Hoewel het geboortejaar van Mohammed niet met zekerheid kan worden vastgesteld, gaat men ervan uit dat hij geboren is rond 571. Overeenkomstig de islamitische traditie, verklaart Mohammed op 40-jarige leeftijd in het jaar 611, openbaringen van God via de engel Gabriël te hebben ontvangen. Na eerst beangstigd te zijn, Mohammed vreesde aanvankelijk zelfs dat hij bezeten was door een boze geest, verkondigde hij daarna de boodschap van het monotheïsme. In de 23 jaar die volgde, openbaarde God volgens de islamitische opvattingen de boodschappen die hij gefaseerd [al-tandjim] zou hebben ontvangen en die later zijn opgetekend in de Koran, hetgeen is afgeleid van het werkwoord qara’a [=‘reciteren’].
Omstreeks 613 begon Mohammed in het openbaar zijn leer te verkondigen, waarbij de eerste bekeerlingen waren volgens de overlevering zijn vrouw Khadija, de vrijgelaten slaaf Zaid ibn Haritha, het kind Ali en de in aanzien staande Aboe Bakr, trouw bondgenoot en schoonvader van Mohammed.
          Al gauw ontstond er een sterke weerstand tegen Mohammeds boodschap. De ‘overgave aan de ene God‘ was niet alleen een nieuw begrip voor de zelf fier ervaren Arabieren, de inwoners van Mekka  vreesden vooral dat hij hun bron van inkomsten, de cultische verering van zo’n 360 goden in de Kaäba, zou ondermijnen. Bovendien vreesden de toenmalige plaatselijke machthebbers voor hun eigen godsdiensten, hun gezag over Mekka en voor de pelgrimsindustrie.
Er werd zoveel gedreigd, gehinderd, vervolgd en gemarteld, dat Mohammed in 615 enige van zijn  volgelingen adviseerde naar het christelijke Abessinië te vluchten.
In 619 overleed zijn eerste vrouw Khadidja en daarna zijn geliefde oom Aboe Talib. Als gevolg van het overlijden van zijn invloedrijke schoonvader werd Mohammed niet langer  beschermd en kreeg hij opdracht van God uit Mekka weg te gaan.

oude afbeelding Madīnah

          Yathrib, [= Medinah (Madīnah)] ongeveer 350 km ten noorden van Mekka, wilde hem graag ontvangen. De machtigen van het dorp vertelden hem over de ongelijkheid in Yathrib. Ze beweerden dat wanneer de Islam het gezamenlijke geloof werd, het beter zou gaan met het dorp Yathrib, welke later uitgroeide tot de stad Medina. De afvaardiging van de gezanten naar Yathrib noemt men de Hadj.
Mohammed maakte in 622 met z’n schoonvader Aboe Bakr de lange reis, die bekendstaat als het jaar van de verhuizing, de Hidjra. De stad Yathrib werd vanaf toen Medinat al-Nabi genoemd, de ‘stad van de profeet‘. Deze voor moslims belangrijke gebeurtenis markeert het begin van de islamitische jaartelling.
          Echter, in tegenstelling tot sommige oriëntalisten, veranderde Mohammeds boodschap niet: dat hij het Zegel der Profeten en de laatste profeet was, gekomen voor de gehele mensheid, de boodschap die Mohammed reeds in Mekka verkondigd had. Ayat zoals En de meeste mensen willen niet geloven zelfs al wens je het vurig. Gij vraagt er hun geen beloning voor. Het is niets dan een vermaning aan alle werelden. [soera Jozef 103-104] en En Wij hebben u (Mohammed) slechts als genade voor de werelden gezonden. [soera De Profeten 107] zijn Mekkaans. Het is dus ten onrechte dat soms gedacht werd dat Mohammed deze boodschap pas ging verkondigen na de successen in Medina. De enige aya met eenzelfde strekking die in Medina werd geopenbaard is soera De Partijscharen [40], Mohammed is niet de vader van een uwer mannen, maar de boodschapper van God en het zegel der profeten; God heeft kennis van alle dingen, waarmee het eerder in Mekka gestelde slechts bevestigd werd.
Het zogenoemde Verdrag van Medina werd in 622 door de verschillende partijen in Medina bevestigd. Het legt daarmee een blauwdruk van de eerste islamitische samenleving. Het legt formeel vast dat Mohammed een verbond aangaat met de Arabische en joodse stammen van Medina. De diverse stammen van de oase zouden hun oude vijandschap begraven en als het ware een nieuwe superstam vormen. De moslims en de joden dienden vredig naast de heidenen van Medina te wonen. God was het hoofd van de gemeenschap en alle stammen vormden de oemma. Zij die geen moslim zijn of zich niet bekeren kunnen in Medina blijven wonen, zolang zij niet samenspannen met de Qoeraisj uit Mekka.

De traditionele Arabische cultuur zoals de familie-eer, persoonlijke trots en trouw aan de clan werden binnen de jonge moslimgemeenschap veranderd; gelijkwaardigheid van afkomst, een goede behandeling van wezen en trouw aan de islam namen hun plaats over. Hoewel tot op de dag van vandaag de traditionele, Arabische cultuur nog steeds een rol in het sociale leven speelt.

3.]. gebruik van extreem geweld

Islam – Hamza and Ali voerden de Moslims aan te Badr

Arabische stammen waren van oudsher gewend om op z’n tijd karavanen van andere Arabieren en andere doortrekkende kooplieden te overvallen. Deze expedities [Arabisch: غزوة (vermoedelijk razzia)] waren algemeen geaccepteerd behalve in de ‘heilige maand’ rajab waarbij een ‘wapenstilstand’ gold.
Een jaar na zijn entree in Medina organiseerde Mohammed de eerste expeditie, naar Waddan en Abwa, op zoek naar een karavaan van zijn voormalige stadsgenoten, maar keerde onverrichter zake terug. Een tweede tocht naar Bowat bleef eveneens zonder resultaat.
Bij de derde expeditie hoopte Mohammed een rijke karavaan van Mekka naar Syrië bij Osheira te onderscheppen, maar kwam te laat. Mohammed sloot hierbij verdragen met enkele lokale stammen. Net een week terug in Medina trok Mohammed er opnieuw op uit, ditmaal om veedieven van de Fihri-stam te achtervolgen. Hij kwam tot in de vallei van Safwan maar wist daar geen overwinning te behalen. Drie expedities hierna, niet persoonlijk geleid door Mohammed, bleven ook zonder resultaat.
Vervolgens stuurde Mohammed Abdallah ibn-Jahsh met een kleine groep moslims naar Nakhla om daar een kleine onbeschermde karavaan van de Qoeraisj te overvallen. Dit gebeurde in radjab, de heilige maand voor de moslims, maar tevens voor de ongelovige Arabieren.
                                  In deze periode waren alle vijandelijkheden strikt verboden. De moslims hadden succes bij de overval en brachten de buit mee naar Medina. Het schenden van de heilige maand werd verantwoord in Soera De Koe 217, waarin uitgelegd wordt dat het schenden van een heilige maand een zonde is, maar de toegang weigeren tot de Kaäba (zoals de Mekkanen deden) een grotere zonde is.

Veldslag bij Badr [Arabic: غزوة بدر , uitgevochten op Dinsdag, 13 Maart 624]

                                  Kort hierna deed zich opnieuw de mogelijkheid voor een karavaan te onderscheppen, namelijk die van Abu Sofyan die terugkeerde uit Syrië naar Mekka. Mohammed kon volgens biograaf Ibn Ishaq beschikken over een leger van ruim 300 man.
De moslims misten weliswaar de karavaan zelf, maar troffen wel het Mekkaanse leger dat gestuurd was om de karavaan te beschermen. Deze Slag bij Badr liep uit op een klinkende overwinning voor de moslims, die hierbij niet alleen veel kamelen, wapens en leer buitmaakten, maar ook nog losgeld voor krijgsgevangen Mekkaanse soldaten opstreken.
Na deze succesvolle expeditie zouden er tijdens het leven van Mohammed nog tientallen volgen, waaronder de Slag bij Khaybar. Enkele jaren na de hidjra vochten de inwoners van Mekka en die van Medina twee slagen uit, de Slag bij Badr en de Slag bij Uhud. Uiteindelijk namen de moslims in 630 Mekka in. Persoonlijk smeet Mohammed de afgodsbeelden in de Kaäba kapot. Als overwinnaar stelde hij zich coulant op, zodat hij toch veel inwoners van Mekka voor zich wist in te nemen. Velen bekeerden zich tot de islam.

Tijdens Mohammeds leiderschap werd het grootste deel van het Arabisch Schiereiland vrij snel onder islamitisch bestuur gebracht, voornamelijk doordat Mohammed de verschillende stammen door militaire campagnes wist te verenigen.
De krachtige persoonlijkheid van Mohammed trok de bewoners van het Arabisch Schiereiland aan. Ook door zijn beloften van redding voor hen die stierven tijdens de strijd voor de islam, kreeg hij mensen achter zich.
Door overvallen op karavanen in de vroege jaren van de islam en daarna oorlogen op volle schaal, was er een aantrekkelijk vooruitzicht op rijke buit voor hen die succesvol waren in de strijd.

4.]. Verhouding Islam t.ov. de ‘dhimmi’s’, de mensen van het Heilige Boek

Vrijheid van Godsdienst?

Op het Arabisch Schiereiland woonden toentertijd ook joden en christenen. In Medina bijvoorbeeld leefden wel drie verschillende joodse groepen of stammen.
– In de eerste fase van de verkondiging van zijn leer heeft Mohammed geprobeerd hen voor zijn nieuwe godsdienst te winnen.
– In 624 werd de stam Bani Qainuqa uit Medina verbannen, in 625 Banu Nadir. – Na de Slag van de gracht in 627 keerde het leger van Mohammed zich tegen de stam Banu Qurayzaomdat daar deze zich bij de strijd afzijdig had gehouden.
Na hun overgave werden alle volwassen mannen onthoofd, de vrouwen en kinderen werden als slaaf verkocht. Volgens sommige bronnen werd de krijgsgevangen joden de gelegenheid gegeven zelf een rechter te kiezen, waarbij de keuze op Sa’d viel.
!!!          Deze paste niet de islamitische, maar de joodse Wet toe.
De joodse Wet stelt dat als een vrede niet gevonden wordt in een stad na een vredesvoorstel, dan dat alle mannen omgebracht dienen te worden; vrouwen, kinderen, vee en alles wat in de stad is mag tot buit gemaakt wordenDeut.20: 10-17. Andere bronnen stellen dat Mohammed Sa’d als rechter koos; hierna was er in Medina geen joodse stam meer over.

Zowel Joden als Christenen werden echter door Mohammed gerespecteerd als Mensen van het Boek. Moslimgelovigen werden aangemoedigd naar hen te luisteren en hen zelfs te beschermen. Maar deze ‘dhimmi’s’ moesten wèl beseffen dat ze ‘tweederangsburgers’ waren en als ze zich onafhankelijker wilden opstellen moesten ze op hun ondergeschikte positie ‘terug’ geplaatst  worden, niet goedschiks of kwaadschiks.

Tussen 630 en 631 bezocht een groep christenen uit Najran onder leiding van bisschop Abu Harita de moslims en Mohammed in Medina.
De delegatie verbleef daar enkele dagen om in de moskee over religieuze kwesties te discussiëren. Mohammed bood de christenen een slaapplek vlak bij de moskee aan en het stond de christenen vrij de moskee te gebruiken voor hun ritus.
Het was de eerste keer dat christenen in een moskee baden. Zoals Soera Het Geslacht van Imraan 61 voorschrijft vergeleken beide groepen hun Geloof.
Volgens sommige bronnen kwamen de Christenen daarop tot de conclusie dat de moslims hetzelfde Geloof [?] hadden als Eutyches, die omwille van zijn monofysitische opvattingen werd veroordeeld tijdens het Concilie van Chalcedon.
Hoewel men geen overeenstemming kon vinden over religieuze kwesties zoals de Drie-eenheid, leidde het bezoek wel tot een politieke overeenkomst:
– er werd een verdrag gesloten dat de inwoners van Najran veiligheid en vrijheid van godsdienst bood in ruil voor het betalen van jizya – !!!

Bepaling of de convenanten authentiek zijn.
De eerste methode is om te kijken of de inhoud overeenkomt met andere bronnen. Veel van deze inhoud komt overeen met eerdere verdragen. Delen van de convenanten zien we ook terug in de hadith-literatuur, letterlijke overleveringen.
Veel van de inhoud wordt ook beschreven in sira, levensloop/geschiedenis-literatuur via de eerder genoemde auteurs. Ook zijn er overeenkomsten in ketenen van overleveraars, de isnad, en kun je onderzoek doen naar de jaartallen die in de convenanten genoemd worden, alsmede de getuigen die de pacten ondertekend hebben.

Verder wordt het papier waarop de convenanten gevonden zijn archeologisch onderzocht op jaartal en wordt in andere bronnen [ook niet-islamitische bronnen] onderzocht of bepaalde christelijke gemeenschappen en de Profeet Mohammed elkaar historisch wel echt ontmoet [kunnen] hebben. Wat ik misschien nog wel het meest sterk vind is het ‘vergelijkende onderzoek’. We zien dat latere kaliefen en heersers soms letterlijk dezelfde termen en afspraken maken en dat de gekozen bewoording precies hetzelfde is en dat duidt dus op een gezamenlijke bron.
De oudste primaire bronnen van deze convenanten dateren uit de tijd van de Profeet, met name het laatste derde deel van zijn Profeetschap. Van 4-12 Hijra/ 625-632 na Chr.
Vervolgens zie je dat latere documenten zeggen dat het een kopie is van een specifiek document, en dan met een stempel van de toenmalige heerser. Deze documenten komen uit de 9e-16e  eeuw.

5.]. De oorlog met militante extremistische moslimorganisaties
De tweede helft van de 20e eeuw wordt gekenmerkt door een toenemende tegenstelling tussen westerse, seculiere waarden enerzijds en traditionele, islamitische waarden anderzijds.
De meeste regimes werden seculier. Religieuze uitingen werden vaak afgedaan als ‘achterlijk’ of soms verboden. Met name in Egypte en Iran leidde dit tot onlusten.
          In Iran onderdrukte de westers georiënteerde dictator sjah Mohammad Reza Pahlavi de religieuze vrijheid. Zo liet hij zijn soldaten eens schieten op betogers voor een moskee in Mashhad, waar zij demonstreerden voor het recht islamitische, traditionele kleding te mogen dragen. Honderden onschuldige burgers kwamen hierbij om.
De Iraanse Revolutie van 1979 waarbij de sjah van Perzië [ ik herinner me dat er in Nederland furore heerste, vanwege het feit dat Fardiba een zoon kreeg] verdreven werd en in een later stadium vervangen werd door een islamitisch bestuur onder ayatollah Khomeini; dit dient dan ook deels als reactie op het dwingende secularisme van de sjah gezien te worden.
          Een ander voorbeeld van een heftige confrontatie is Algerije. Hier won het islamistische FIS de verkiezingen van 1992. De zittende seculiere regering verwierp met steun van westerse landen, Frankrijk voorop, de overwinning van het FIS. Uiteraard accepteerde het FIS dit niet, en enkele militante fracties grepen naar de wapenen. De burgeroorlog kostte aan tienduizenden burgers het leven.

          Na de ontbinding van de Sovjet-Unie bloeide de islam ook op in verschillende voormalige Sovjetstaten. Tijdens de Sovjetbezetting van Afghanistan had de Amerikaanse CIA het religieus-georiënteerde verzet tegen de Sovjets sterk gestimuleerd met geld en wapens. President Ronald Reagan noemde hen zelfs “freedom fighters”. Na terugtrekking van de Sovjets verviel Afghanistan in anarchie, waarbij vanaf 1997 de ultraorthodox en extremistisch islamitische Taliban de macht in handen kregen. Zij voerden een waar schrikbewind, gebaseerd op een zeer strikt gecontroleerde naleving van een zeer strenge vorm van de sharia.

De westerse wereld werd op 11 september 2001 opgeschrikt door aanslagen gepleegd door extremistische moslims van al Qaida georganiseerd door Osama bin Laden. Hierna verklaarde de Verenigde Staten, gesteund door haar NAVO-partners en andere landen, de oorlog aan de militante moslimorganisaties.
Dit resulteerde in de zogeheten strijd tegen terrorisme, waar de Oorlog in Afghanistan deel van uitmaakt. Ook de Golfoorlog van 2003 tegen het Irak van dictator Saddam Hoessein werd als onderdeel hiervan gezien, ofschoon later bleek dat er geen banden tussen Irak en de fundamentalistisch-islamitische kapers van 9/11 bestonden.

6.]. De Islam in Europa
De islam is na het Christendom de grootste godsdienst in Europa.
Inclusief Europees Rusland en Turkije leven er zo’n 50 miljoen moslims op het continent.
Diverse inheemse volkeren op de Balkan, in de Kaukasus en in de Wolga-regio belijden in meerderheid de islam. Onder hen zijn met name Turkse volkeren, maar ook enkele Slavische, zoals Bosniakken, en andere Indo-Europese, zoals Albanezen.
De islam verscheen het eerst in Europa op het Iberisch schiereiland in de 8e eeuw met de veroveringen van de Moren, en in de Kaukasus en de Pontische Steppe gedurende de 9de eeuw, toen de Khazaren zich deels ertoe bekeerden.
Vanuit Oost-Europa en Anatolië kwam het geloof ook op de Balkan terecht, en vestigden zich kleine groepen islamitische Tataren in Centraal-Europa, zoals de Lipka-Tataren in Polen en Litouwen.
In de 2e helft van de 20e eeuw [jaren 60] kwamen via het gastarbeider programma ook veel moslims naar Europa, met name uit Turkije [in de Germaans-talige landen] en de Noord Afrikaanse landen [vooral in Frankrijk].

Zowel in Nederland als in België is de islam qua aantal volgelingen de tweede godsdienst. In Nederland wonen ongeveer 500.000 Turken en zo’n 350.000 Marokkanen.
Frankrijk telt vooral veel moslims uit de voormalige kolonie Algerije. Het Verenigd Koninkrijk telt met name moslims uit Pakistan en Bangladesh. In Spanje wonen veel immigranten uit Marokko. In de Europese Unie wonen naar schatting 9 miljoen burgers van Turkse afkomst, voornamelijk in Duitsland, Nederland, België, Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland.
Sinds de aanslagen in NewYork op 11 september 2001 is er in diverse West-Europese landen een, soms gespannen, publiek debat gevoerd over de islam en de rol van deze godsdienst in de samenleving. In Nederland speelde daarbij de moord op de regisseur en criticus Theo van Gogh een belangrijke rol, maar ook Pim Fortuyn had zich uitgesproken over de islam die hij onder meer een “achterlijke cultuur” noemde.
VVD’er Frits Bolkestein had zich in voorgaande decennia al eerder met immigratieproblematiek beziggehouden, maar deze heeft daar nooit de religie aan verbonden. Enkele voornamelijk cultuurgebonden aspecten van de islam die West-Europa tot wetgeving hebben geleid zijn de boerka en minaretten. De Nederlandse overheid zag de zogenoemde  extremistische radicale islam als een potentiële bedreiging van de nationale veiligheid.

7.]. Leefwijze:
Op het moment dat een moslim iets wil gaan doen of willen zeggen ze: ‘bismillah’ [= In Naam van god]. Daarmee geven ze aan dat ze door voorbeeldig te handelen en de leer van de islam te verkondigen, verlangen te leven volgens de wil van de Schepper.
De islam geeft regels voor het leven van de mens in al zijn aspecten [economisch, politiek, sociaal en religieus], wijst de gelovigen de juiste levensweg en biedt oplossingen voor alle problemen.
Zo is de islam niet alleen een geloof, maar ook een richtlijn voor een goed leven.
Het geloof in de eenheid van Allah [= god] leidt tot de ‘rechte weg’, dat wil zeggen de manier van leven die vastgelegd is in de sjarie’a, de islamitische wetgeving.
De islam geldt voor het leven van mensen in alle tijden: overgave aan god is de beste garantie voor succes in dit leven en in het hiernamaals.
De Koran beschrijft overduidelijk de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen; eenieder heeft  dezelfde rechten en plichten, zoals het vasten, het bidden, het geven van aalmoezen en het gedenken van god. De islam roept alle mensen op onderwijs te volgen en stimuleert het beoefenen van de wetenschap.
Gelovigen dienen zichzelf in te spannen hun kennis aan anderen over te dragen.
Tevens roept de islam op om eerlijk met geld om te gaan.
Het geloof verbiedt onwettige exploitatie, zoals bedrog en corruptie in transacties.
Zorg dragen voor de armen, de weduwen en de wezen is een van de goede daden die de islam voorschrijft aan de gelovigen. Moslims betalen daarom de armenbelasting [zakaat].
De islam moedigt het vrije denken aan, maar
wel binnen de grenzen van het Geloof in god en
van de menselijke verantwoordelijkheid voor de schepping.
Een Hadith [=overlevering van Mohammed]:
Aboe Hoerairah verhaalt dat de Profeet zei:
‘Er zijn zeven [soorten mensen] die Allah van Zijn schaduw zal geven
op de Dag dat er geen schaduw zal zijn dan de schaduw van Hem:
1.]. de rechtvaardige leider;
2.]. een jongeling die terwijl hij opgroeide Allah de Verhevene heeft aanbeden;
3.]. iemand wiens hart met de moskee verbonden is;
4.]. twee personen die omwille van Allah van elkaar de naasten [Moslims, zowel als Christenen]
liefhebben – Dit soort mensen geloven:
Zij houden [terwille van die liefde voor Allah] van elkaar,
zowel bij het komen als bij het gaan en wensen elkaar Gods zegen toe;
5.]. de man die door een mooie vrouw met een hoge positie uitgenodigd [verleid] wordt
en vervolgens uitroept: ‘Voorwaar, ik vrees Allah‘;
6.]. degene die in het geheim liefdadigheid geeft, zodat
zijn linkerhand niet weet wat zijn rechter hand geeft;
7.]. Iemand die in stilte Allah gedenkt, terwijl zijn tranen vloeien’.
      Het aandeel moslims dat bereid is geweld uit naam van de islam
te accepteren is veel kleiner dan wordt voorgesteld

de intolerante cultuur
Westerse democratieën dienen zich veel weerbaarder op te gaan stellen tegen de hardere, intolerante cultuur van de islam: Je ziet dat -onbuigzamen- aan het langste eind trekken.
Radicalen stappen naar de rechter als ze hun zin niet krijgen, wij westerlingen ergeren ons alleen maar.
Van de moslims van Turkse en Marokkaanse komaf in Nederland dient 45 procent als ‘fundamentalistisch’ te worden beschouwd:
1.]. Aangezien zij maar één interpretatie van de Koran tolereren en
2.]. de Koran boven de Nederlandse wet stellen en
3.]. Je dient vast te stellen dat van het zo’n miljard moslims in de wereld
bijna de helft een intolerante vorm van de islam aanhangt.
Van die 500 miljoen mensen, blijkt uit onderzoek,
is 10 tot 20 procent bereid om geweld te accepteren –ook tegen burgers–
teneinde de islam te verdedigen.
Dat zijn minstens 50 miljoen moslims !!!.

Die 50 miljoen, 5% van de moslims wereldwijd
wonen in zeer verschillende landen, waaronder conflictgebieden.
Om de dreiging van extremisten te kunnen inschatten dienen we onderscheid te leren maken tussen radicalisme en extremisme en daarvoor hebben we méér nodig dan de drie bovenstaande kenmerken.

           Radicalisme en extremisme beperken zich niet alleen tot de islam.
Je hebt links-radicalen, rechts-radicalen en religieuze radicalen.
Radicalisme [binnen westerse landen] kenmerkt zich door de combinatie van zes kenmerken.
                      Let op!!!;
Het gaat om de combinatie van alle zes de kenmerken en
niet om een selectie uit deze kenmerken.
1.]. Allereerst vindt iedere radicaal dat de eigen groep onder vuur ligt en bedreigd wordt. De radicale moslim in Nederland vindt dat de moslims onder vuur liggen en bedreigd worden, de PVV-stemmer vindt dat autochtoon Nederland onder vuur ligt en bedreigd wordt.
2.]. Radicalen vinden dat de ‘eigen’ elite bestaat uit verraders. Radicale moslims vinden Nederlandse imams verraders en Wilders vindt dat ‘de elite’ bestaat uit verraders.
3.]. De radicaal verdedigt een orthodoxe interpretatie van het eigen gedachtengoed.
De radicale moslim stelt dat er maar één interpretatie van de Koran is en
de PVV-kiezer verdedigt met hand en tand Zwarte Piet en de ‘echte’ Nederlandse cultuur.
4.]. Het ‘eigen’ gedachtengoed is superieur.
De radicale moslim vindt de Koran superieur aan de Nederlandse wet en
de PVV-kiezer vindt onze cultuur superieur aan die van de islam.
5.]. Radicalen vinden dat verzet tegen de autoriteiten gerechtvaardigd is.
Radicale moslims verdedigen de moslimgemeenschap actief [ik heb het hier over geweldloze actie] en Wilders twittert #kominverzet.
6.]. De radicaal heeft het ‘echte’ lid van de groep een actieve rol.
Radicale moslims vinden dus dat je actief dient te zijn en Wilders vraagt dat ook van zijn achterban.

          Extremisme voegt hier drie kenmerken aan toe en heeft dus negen kenmerken.
De extremist vindt:
7.]. dat de creatie van de ideale samenleving het hoogste doel is.
Het leven van Mohammed B. en Anders Breivik stond volledig in het teken van hun idealen.
8.]. dat ‘de Ander’ het absolute kwaad, de duivel, is.
Voor Mohammed B. vertegenwoordigde Theo van Gogh een duivels gedachtengoed.
Voor Breivik waren de sociaal-democraten in Noorwegen het absolute kwaad.
9.]. dat geweld geoorloofd is om zijn of haar doel te bereiken.
Dit leidde bij Mohammed B. tot de moord op Theo van Gogh en bij Breivik tot het vermoorden van 77 mensen [waarbij hij zich expliciet beriep op het gedachtengoed van Wilders].

Radicalisme kan en mag niet binnen een democratie – het is als water en vuur;  extremisme mag en kan uiteraard ook niet.
Je mag in Nederland vinden dat er maar één interpretatie van de islam is, maar
dat díe niet boven de Nederlandse wet staat en de “islamitische wet” of “de wet van God”, de sharia [Arab.: شريعة, sjarī’a] de overhand laat nemen.
Net zoals je in Nederland Orthodox Christen mag zijn en je, zoals sommige politici, geen vertrouwen in de wereldse, rechterlijke macht mag hebben.

  • twee van de zes kenmerken van radicalisme
    [één interpretatie van de Koran en het ‘eigen’ superieure gedachtengoed] en
    één van de drie extra kenmerken van extremisme [geweld].
    Hiermee wordt een onvolledig beeld en overschatting veronderstelt van
    de omvang en de dreiging van de radicale en extremistische islam [in Nederland].
    Extremisme [geweld op basis van een overtuiging] komt voort uit radicalisme en
    veronderstelt een bredere en diepere overtuiging dan fundamentalisme.
    Binnen het Salafisme-onderzoek scoort 4,2 procent van de Nederlandse moslims
    4 of hoger op een 6-punts radicalisme-schaal.
    Voor 5 of hoger is dat 1 procent.
    Dat is dus maar een klein deel van de 45 procent, die wel door sommigen geopperd wordt.
    Als hiervan 10 tot 20 procent geweld legitimeert om zijn geloof te verdedigen, dan gaat dat om een relatie kleine groep, een niet te verwaarlozen en belangrijke groep, maar niet zo omvangrijk als gesuggereerd wordt.

Om radicalisme en extremisme ‘tegen te gaan’ dienen we deze stromingen te begrijpen en daarvoor is een volledige analyse nodig.
Hierbij kunnen we ons niet alleen beperken tot moslims; het zou immers zomaar kunnen dat een radicale politieke partij de grootste wordt bij de komende Tweede Kamerverkiezingen. En ook onder deze radicalen is een bepaald percentage extremistisch en bereid geweld te accepteren om zijn idealen te verdedigen.

Het wordt iets anders wanneer een land of een ‘onderling verbonden’ groep personen en  een aantal landen -de democratie aan de kant schuiven of een democratie voorwenden- en de religieuze voorkeur van de bevolking misbruiken om machtspolitiek te bedrijven. Je hebt talloze vormen van heerschappij hier op aarde. Presidenten, Koningshuizen, zich democraten noemende volks-vertegenwoordigers, starre bureaucraten, slimme rebellenleiders en brute dictators. Zich beroepend op de Wet of de gemanipuleerde wil van het volk of op de kracht van hun wapens [politie en leger]. En dan zijn er nog de onpersoonlijke machten van het geld of een superioriteitsgevoel, met daarachter de onzichtbare, maar heel reële machten van de duivel en z’n handlangers d[e Satan].
Er ontstaan abrupt grootse plannen [conform de herleving van het ‘oude’ Rusland en het Ottomaanse Rijk van voorheen], er is opeens veel geld voor gewelddadige plannen beschikbaar en radicale predikers krijgen de overhand.
De Joden, Christenen en Islamieten, die de ‘moderne – bevrijdende leer’ aanhangen worden monddood gemaakt, systematisch bedreigd en het leven onmogelijk gemaakt. De invloedssfeer wordt systematisch uitgebreid door financiering van kerken en moskeeën in oost en west, waardoor ook dáár radicalisering en tegenstreven, jà ook daar ‘oorlog’ gevoed wordt.
Maar de gelovigen -ook de Orthodoxe- storen zich daar niet aan: „Wij hebben het voor elkaar, onze eigen plek en moet je eens zien hoe wij dit met een ledenbestand van hooguit 30 personen, dit voor elkaar hebben gekregen, zo’n oorspronkelijke inrichting van òns gebouw”.

Zonder eigen financiële middelen een eigen kerk of moskee beginnen – daar heeft een kleine groep gelovigen toch ‘hard’ aan gewerkt???
De spelleider heeft hiertoe stad en land afgereisd, maar mèt het geld komt ook buitenlandse invloed naar ons land. De verwerving en inrichting van een pand was onmogelijk zonder beïnvloeding van elders, ondanks het alom bekende spreekwoord: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt”.
Wanneer fundamentalistisch ingestelde gelovigen de macht grijpen en er schimmige financiering wordt aangetrokken – loopt het ‘vrije’ Geloof van de mens gevaar in handen van de duivel te belanden; welke religie of je ook maar bekijkt en zijn tegenstand en maatregelen hoogst noodzakelijk.
Het vergt moed om je als vrij gelovige te verzetten tegen fundamentalistisch, radicale geloofsgenoten; veel gelovigen  zwijgen uit angst voor represailles.
Daarom moeten zij die wèl hun nek durven uitsteken,
kunnen rekenen op de bescherming en steun van buitenaf.

Laat ons echter zingen voor de Heer, want roemvol is Hij verheerlijkt:
de paarden met hun ruiters heeft Hij in zee geworpen.
Een Helper en Beschermer is Hij: Hij is mij tot heil geworden. Deze is mijn God en ik zing Hem ter eer; vanaf mijn Voorvaderen is Hij God en ik verhef Hem.
De Heer vernietigt de oorlog:
Zijn Naam is Heer; 
de wagens van de Farao en zijn macht wierp Hij in zee.
Zijn uitgelezen aanvoerders zijn in de Rode Zee bedolven; zij zijn in de diepte van de zee gezonken als een [bak-]steen.
Uw rechterhand Heer, is verheerlijkt door Kracht; Uw rechterhand, Heer, verplettert de vijand. In de Volheid van Uw Heerlijkheid hebt U de opstandelingen vernietigd. U hebt Uw toorn uitgezonden die hen verslindt als stoppels [het overgebleven deel van de halm, nadat het graan gemaaid is].
Door Uw levensadem werd het water opgestuwd, het stond als een muur;
de golven werden vast in het midden van de zee.
De vijand sprak: ‘ik zal hen achtervolgen en inhalen; verzadigen zal zich mijn ziel.
Ik zal mijn zwaard [van het Geloof] trekken en  mijn hand zal hen doden.
Maar U zond Uw adem uit en de zee overdekte hen; zij zonken als lood in de geweldige wateren.
Wie onder de goden is er aan U gelijk, Heer? Wie is als U?
U, de Heerlijke onder de heiligen; wonderbaar in heerlijkheid, Die wonderen doet
”.
Ex.15: 1-15 1e ode [1-2] lied van Mozes, vert. ROK ’s-Gravenhage.

Het geeft je moed wanneer Moefti’s [islamitische spelleiders] die uitspraken doen over juridische en theologische kwesties in Groot Britannië de Joodse gemeen-schap slalom toewensen. Hieruit blijkt dat het lijden de ‘vrije’ Gelovigen onder de mensen hen eveneens raakt.
Tegelijkertijd dien je jezelf af te vragen deugt alle aandacht voor de christen-vervolging nog wel; is dit geen valkuil van de tegenstrever, teneinde ons massaal de verkeerde kant op te leiden.
Je kunt inderdaad voor de christenvervolging bidden, wanneer het wáár ook ter wereld slècht met hen gaat. Maar wanneer wij voor de vervolgden bidden, dient dat niet alleen voor onze kerkgenoten te zijn.
De verdrukking gaat over het feit dat mensen bepaalde dingen niet in vrijheid kunnen beleven, Regelmatig komt daar fysiek geweld bij kijken.
De term onderdrukking is veel breder, er valt veel meer onder, van discriminatie tot het onderling ongelooflijk diep treiteren – het leven onmogelijk maken.
Specifiek opkomen voor christenen kan ook uit verkeerde motieven voortkomen.
De wijze waarop wij hier in het westen christenvervolging verstaan geeft aan dat ons begrip niet eenduidig is, wij meten met twee maten
– en bovendien gaat het in dit onderwerp om een geleidelijke opheffing van tegenmaatregelen, wij rechtvaardigen onze hoogmoedige houding; wij verheffen ons boven al het andere!
De vraag is tevens, hoe wij dàn dienen te reageren – andere gebezigde termen doen meer recht aan datgene waar het werkelijk om gaat.
Wereldwijd hebben ‘vrije’ gelovigen genoeg van alles wat met oorlog en vernietiging te maken heeft; de positie van de machtigen der aarde dient wereldwijd te veranderen.
Dàt is Geloof, dàt vormt de geloofs- emancipatie in de wereld van ‘vrije’ gelovigen.
Wij dienen alle religies te respecteren; dàt is hetgeen wat onze Heer en Zaligmaker, onze God graag zou zien – dàt geeft vorm aan een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde.
Dàt vernietigt het kopschuw reageren op mensen, die zich ànders gedragen dan wij gewoon zijn – of het nu religie of levensovertuiging betreft, indien wij elkaars grenzen maar respecteren.
Eerst dàn is het niet meer nodig dat mensen hun ogen neerslaan, wanneer je hen recht aankijkt en je hen contact-schuw/monddood in hun lange kleding aan je voorbij ziet ruisen.
God heeft ook hèn voor het eeuwig léven geschapen, dat zij tevens mogen genieten van datgene wat hèn overkomt. De kunst van het samenleven is zoals een goed huwelijk, je màg regelmatig ruzie maken, maar alleen over futiliteiten en niet over Dàtgene wat [God, Die] ons in deze wereld heeft samen gebracht. Uiteraard zijn mensen verschillend, maar verschillen kunnen in liefde en respect voor elkaar opgevangen worden.
Wat gebeurt er achter de bureaus van de Machtigen – zijn zij met het Heil [de heelmaking] van de wereld begiftigd?; dan beschouwen zij de mens niet als een pion, die al naar gelang het hen invalt -zonder enige communicatie- opzij geschoven kunnen worden.
Je verbaast je telkens weer met welk gemak dit plaatsvindt – de één doet niet ònder voor de ànder en het eigen-, religie-, staats-belang staat veelal voorop.

Vrede – gouden regels

De thema’s van de verschillende religies zijn macht en onmacht, recht en onrecht; van onmondigen, daklozen tot gedetineerden in verschillende landen. Vrouwen en kinderen, die misbruikt werden en uit schaamtegevoel jarenlang gezwegen hebben.
Wanneer je vluchtelingen uit zuid-oost Europa en het midden oosten spreekt wist iedereen voorheen, ondanks de verschillen met elkaar om te gaan; tot de machtigen der aarde met elkaar gingen stoeien en de mensen via de geloofsovertuiging achter hun karretje wisten te spannen.
Het bleek dat het paard achter de wagen werd gespannen, een ingewikkeld conflict met opdrachtgevers – waardoor onderlinge verhoudingen werden verstoord, welke eeuwen lang hebben kunnen voortwoekeren. Wij als ‘vrije’ toeschouwers kunnen zèlf oordelen, waarschijnlijk zal déze ontwikkeling de doorslag geven, wàt God met ons mensen voorheeft.
De enige opdracht van de mens is de zuivere Waarheid na te volgen en te verkondigen
Voor ons Orthodoxen, die het vroeg-christelijk Geloof onvervalst trachten te belijden, is de Waarheid te verheerlijken in de Goddelijke Drieëenheid welke ons Door Jezus Christus, de Zoon van God, door God de Vader en de Heilige Geest is en nog steeds wordt doorgegeven.
Uiteraard respecteren wij de heterodoxe en niet-christenen, maar wij gezamenlijke Christenen verkondigen dat er éénheid is in de Waarheid, één is de waarachtige God en Die komt alleen voort dankzij onze Heer Jezus Christus, de Verlosser van de wereld; Hij verheerlijkt God en is daardoor de overwinnaar op de dood. De Heerlijkheid van God is ons leven, ons geluk en onze eeuwige redding; wij maken aanspraak op de Heer en ‘in Zijn vrijheid’ te proberen Zijn Goddelijke Heerlijkheid te evenaren en verwachten daarop bij Zijn uiteindelijk [laatste] Oordeel beoordeeld te worden, want alleen
-Zijn-Hemels-Koninkrijk- kent geen einde [is eeuwig].

2e Zondag na Pinksteren – Zondag van alle Heiligen van Nederland [en de wereld]

De eerstelingen, de Apostelen, de eerstgeroepenen; The firstfruits, the Apostles, the first called.

      Toen Hij nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, diens broeder, een net in zee werpen; want zij waren vissers.
       En Hij zei tot hen: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken.
       Zij nu lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem.
En vandaar verder gegaan zijnde, zag Hij nog twee broeders, Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, terwijl ze bezig waren hun netten in orde te brengen, en Hij riep hen.
       Zij lieten dan terstond het schip en hun vader achter en volgden Hem.
En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun Synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het VolkMatth.4: 18-23.

    Allen, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend,
de vervulling van de Belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd,
de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij Kracht ontvangen,
zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig
– zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
       Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
       Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
       Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het GeloofHebr.11: 33-12:12a.

”  We hebben de Messias gevonden, Die de Christus is ”  De enige Christus, Die van nature God is, heeft zich vernederd en is mens geworden. Hij toonde Andreas en alle andere apostelen de bron van het Mysterie en de grootsheid van God’s Genadegaven. God is getrouw, door wie ook jullie zijn geroepen tot gemeenschap met Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer.
Allen, die geroepen worden -en dat zijn wij-
wij zullen dus àllen dóór het Geloof koninkrijken van de wereld dienen te onderwerpen, gerechtigheid te beoefenen en daardoor de vervulling van de Belofte te verkrijgen.
De koninkrijken van de wereld zullen dit niet accepteren; wees er dus maar op voorbereid dat je een golf van tegenwerkingen en boosheid over je heen zult krijgen.
Dàt is de dood, die ons westerlingen vandaag voor ogen wordt gehouden.
Vandaag stellen we ons de vraag:
waarin bestaat deze algemene roeping om heilig te worden?
En hoe kunnen wij haar verwerkelijken?
Allereerst dienen we goed beseffen dat Heiligheid niet iets is, dat wij voor onszelf kunnen verwerven, iets dat wij verkrijgen dankzij onze kwaliteiten en capaciteiten.
Heiligheid is een Genadegave, de Gave, Die onze Heer Jezus Christus ons schenkt, wanneer Hij ons op Zijn weg mèt Zich mééneemt, ons mèt Hem bekleedt en ons maakt zoals Hijzelf.
Christus verschaft ons het beeld naar Zijn Gelijkenis !!!
Christus heeft de Kerk liefgehad en heeft Zich voor haar overgeleverd
om haar Heilig en rein te maken
Eph.5: 25-26.
Nu dan, Heiligheid is werkelijk de mooiste icoon van de Kerk:
==> het uit zich, door het herontdekken van innige vereniging, gemeenschap met God, in de Volheid van Zijn Goddelijk leven en Zijn Liefde.
Daarop begrijpen we tevens dat Heiligheid niet een voorrecht is van slechts ènkelen, zogenaamde bevoorrechten, de gewijden:
Heiligheid is een Genadegave, Die aan àllen, niemand uitgezonderd, wordt aangeboden en waardoor het ‘afwijkend‘ karakter van elke volgeling van Christus wordt omgevormd.

Bovenstaande geeft ons inzicht dat het om Heilig te worden niet ‘per sé’ nodig is een speciale wijding te ondergaan, als toezichthouder, spelleider òf als gevolg van een bijzondere religieuze zalving, waarna de drievoudige uitroep ‘Axios’:
  we zijn ‘allemaal’ als Christen geroepen om heilig te worden, ‘niemand uitgezonderd’ !  -.
In de wereld worden we echter -door uiterlijk vertoon- verleid ons in te beelden dat Heiligheid alleen is weggelegd voor degenen die zich de mogelijkheid hebben toegeëigend om te kunnen ontsnappen, vrijgesteld te worden aan de alledaagse beslommeringen, om zich uitsluitend te wijden aan het gebed.
Dat is beslist ‘niet zo’! Heiligheid is iets veel groters.
Sommigen denken dat de Heiligheid betekent je ogen sluiten en
een vroom gezicht trekken als op een icoon-afbeelding.
Dat behoeft geen heiligheid in te houden!
Heiligheid is iets immens groters, het heeft een véél grotere en diepere inhoud,
welke God ons als Genadegave geeft.
Heiligheid staat helemaal los van ‘wat’ wij kunnen doen alsof; het spel, de buitenkant.
Heiligheid ontstaat door waarachtig te leven vanuit de Goddelijke Liefde en dit vervolgens dóór het geven, door middel van een waarachtige Christelijk getuigenis, in onze dagelijkse beslommeringen, waarmee wij onze omgeving klip en klaar tonen dat ‘wij’ persoonlijk geroepen zijn Heilig [= voor God volmaakt] te worden.

Dat wordt ons vandaag voorgehouden:
       Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
       Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof”
              En dat geldt voor iedereen in de omstandigheden en de levensstaat waarin hij zich bevindt.
  Ben je een man of een vrouw, die tegen een wijding is opgelopen en leid je inderdaad een op God gericht voorbeeldig leven?
Wees dan een voorbeeld voor je omgeving, door je Genadegaven en verricht je dienstwerk in Liefde en Vreugde. te beleven.
  Ben je gehuwd? Wees dan een voorbeeld voor je omgeving en kom je verplichtingen na – door je man of je vrouw waarachtig lief te hebben en voor haar of hem te zorgen, zoals Christus met zijn Kerk heeft gedaan.
  Ben je gedoopt en niet gehuwd? Wees dan een voorbeeld voor je omgeving en kom je verplichtingen na – door je werk eerlijk en bekwaam te verrichten en je tijd te besteden aan de dienst van je broeders, altijd en overal.
Ook als putjesschepper, ook als vroeg-gehandicapte, ook als zijnde werkloos, ook als verschoppeling kun je in deze wereld laten zien dat je leven door Christus gedragen wordt.
Dáár waar je geplaatst bent, kun je heilig worden.
God geeft je de Genadegaven om volmaakt te leven en je leven Heilig in te richten; God laat je in het gebed weten hoe, Hij deelt Zich aan jou mee.
Altijd en overal kun je Heilig worden, dat wil zeggen dat wij ontvankelijk kunnen zijn voor deze Genadegaven die ons van binnen bewerkt en ons tot de volwaardig Christen brengt.
Ben je vader geworden, als moeder belast met kinderen, òf opa, oma ?
Wees dan volmaakt door je kinderen of kleinkinderen met hartstocht over onze Heer Jezus Christus, onze Verlosser te vertellen en hen te leren Hem te volgen. Het gezin is immers de baarmoeder van de Kerk en daarvoor is ontzettend veel geduld voor nodig.
Je kunt er geen opleiding voor volgen, om een goede vader, een goede opa, een goede moeder, een goede oma te zijn, dus in dat geduld komt de volmaaktheid, de Heiligheid:
enkel en alleen door geduld te oefenen.
Iedere kerkgemeenschap zou een crisisopvang dienen te hebben, als christenen het appèl niet meer horen om zich onvoorwaardelijk in te blijven zetten in de strijd voor het christelijk leven, dan is het ook moeilijk te verwachten dat de mensen uit de wereld een helpende hand zullen  toesteken.
➻➻➻ Geef je catechese-lessen, ben je catecheet, onderwijzer of gewoon vrijwilliger?
Wees dan heilig door een levend teken te worden van de liefde van God en
van Zijn Aanwezigheid onder ons blijk te geven.
Elk gezin zou als vanzelfsprekend gericht dienen te zijn op  dienstbaarheid aan de ander.

Elke levensstaat leidt tot de roep van Christus:
      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;  want het Christelijk juk is zacht en de Christelijke last is licht“ conf. Matth.11: 28-30.
Je behoeft je niet uit te sloven met in je achterhoofd: ‘Kijk mij eens’ ‘. . . doe het gewoon, dan doe je gek genoeg’.   Thuis, op straat, op het werk, in de Kerk, op dit moment en in jouw levensstaat ligt de weg naar de Heiligheid open.
Wees niet bang om die eenvoudige weg te bewandelen.
God geeft je die Genade; als tegenprestatie is het enige dat God van ons vraagt:
dat wij in gemeenschap zijn met Hem en ten dienste staan van onze broeders”;
dat is heiligheid en niets anders, dus laat je niet belachelijk maken.

Christus staat aan de deur en klopt

Zodra de Heer ons roept, uitnodigt heilig te worden, roept Hij ons niet op tot iets moeilijks, iets treurigs . . . Integendeel!
Het is een uitnodiging om zijn vreugde mee te beleven, om elk moment van ons leven in vreugde te beleven en aan te bieden, en al doende tegelijkertijd een Liefdegave te worden voor de mensen om ons heen.
Wanneer wij dàt begrijpen, verandert àlles en krijgt àlles een nieuwe inhoud, een mooie betekenis, te beginnen met de kleine dingen van elke dag.
Het gaat er namelijk helemaal niet om iets ‘groots’ te doen het gaat er om wat ‘klein’ wordt beschouwd een grotere inhoud te geven.
Iedere stap in je leven kan bijdragen tot heiligheid, wanneer je zelf het initiatief neemt iets in liefde aan God op te dragen, zonder weerzin, met geduld en fantasierijk – dàt is al een stap in de goede richting.
Dàn aan het einde van de dag zijn we allemaal moe, maar dan is het tijd voor het gebed.
We zeggen onze gebeden, dàt is een volgende stap in de richting van de heiligheid.
Dàn komt het weekend en worden we opgeroepen voor de Heilige Diensten, onder andere de Goddelijke Liturgie en het ontvangen van de communie.
dit wordt voorafgegaan door een voorbereiding en indien nodig door
de belijdenis van onze misstappen/ongerechtigheden, hetgeen op onze weg kan begeleiden.
==> Dagelijks gebed, waaronder het gebed van het hart kan ons eveneens begeleiden op de Christelijke weg; of je nu op straat loopt of in de bus je weg vervolgt.
Het zijn maar kleine dingen, maar evenzovele kleine stappen naar de volmaaktheid.
Elke stap voorwaarts zal een beter mens van ons maken, ons bevrijden van egoïsme en van het opgesloten zijn in onszelf, en zal ons openen voor onze broeders en hun behoeften.

      Dient elkander, een ieder naar de Genadegave, Die hij/zij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei Genade van God.
       Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God; dient iemand, laat het zijn als uit kracht, door God verleend, opdat in alles God verheerlijkt zal worden door Jezus Christus, aan Wie de Heerlijkheid is en de Kracht, in alle eeuwigheid! Amen.
        Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds zal overkomen. Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus opdat gij u ook met Vreugde zult mogen verblijden bij de Openbaring van Zijn Heerlijkheid
1Petr.4: 10-13.
Als vrienden onder elkaar, die je regelmatig tegenkomt kunnen problemen veel groter worden ervaren dan elders. Dan is het contact mogelijk niet zo leuk meer omdat je elkaar [mogelijk tijdelijk] niet meer zo veel meer te vertellen hebt, doordat je teleurgesteld bent in iemand.
Maar wat maakt het uit in een gemeenschap, het is toch logisch dat daar mensen in zitten met wie je een sterkere band hebt dan met anderen? Heb in de gemeenschap gewoon iets minder contact met deze persoon maar respecteer elkaar gewoon wel voor wie je bent, met alle onvolmaaktheden.
Laten wij díe met vreugde ontvangen en elkaar ondersteunen in de goede dingen, omdat je de weg naar de volmaaktheid niet alleen loopt -iedereen voor zichzelf- , maar die weg doorloop je samen, in dat éne Lichaam dat de Kerk is, geliefd en Heilig gemaakt door de Heer Jezus Christus.
Laten we daarom met goede moed ons Kruis dragen en verder gaan op deze weg naar de Heiligheid.

6e Irmos, Canon van Pinksteren     tn. 7.
  Zoals op de golven wordt mijn geest
door de dagelijkse zorgen geslingerd.
Mijn zonden hebben mij in zee geworpen;
het zielenrokende monster dreigt mij te verslinden.
Daarom roep ik, o Christus, als Jonah tot U:
ontruk mij uit de diepte van de dood
”.

7e Irmos, Canon van Pinksteren     tn. 7.
  De drie jongelingen in de vuuroven
veranderden het vuur in dauw door hun loflied,
en zij riepen:
Gezegend zijt Gij, Heer, God van onze vaderen
”.

8e Irmos, Canon van Pinksteren     tn. 7.
  Het braambos, dat in het vuur niet verbrandde,
sprak God-verkondigend op de Sinaï,
tot Mozes, die slecht bespraakt was.
Ook de Jongelingen,
die door het vuur niet werden aangetast,
werden door hun ijver voor God tot zangers;
Alle week des Heren zegent de Heer,
en verheft Hem in alle eeuwigheid
”.

9e Irmos, Canon van Pinksteren     tn. 7.
  Gij onbevlekte, hebt gedragen in uw schoot,
het Woord dat alles geschapen heeft,
en hebt daaraan het vlees geschonken, o Moeder zonder man.
Maagd, en Moeder Gods,
omvattend Hem, Die zonder grenzen is;
woonplaats van de eindeloze Schepper,
wij verheerlijken U”

Apolytikion     tn.1.
“   Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1.
“   Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
“  Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.

1e Zondag na Pinksteren – Zondag van Vaders van het 2e Oecumenisch Concilie [Nicea, 381]

      De overpriesters en de Farizeeën dan riepen de Raad samen en zeiden: ‘Wat doen wij, want deze mens doet vele tekenen? Als wij Hem zo laten geworden, zullen allen in Hem geloven en de Romeinen zullen komen en ons zowel onze plaats als ons volk ontnemen’.
Maar een van hen, Kajafas [=als bevallig], de hogepriester van dat jaar, zei tot hen: ‘Gij weet niets en gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat een mens sterft voor het volk en niet het gehele Volk verloren gaat’.
       Doch dit zei hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij, dat Jezus zou sterven voor het volk en niet alleen voor het volk, maar om ook de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen. Sinds die dag dan beraadslaagden zij om Hem te doden.
      Jezus dan bewoog Zich niet meer vrij onder de Joden, maar vertrok vandaar naar de landstreek dicht bij de woestijn, naar een stad, Efraïm [‘Ik zal dubbel vruchtbaar zijn’] genaamd en Hij bleef daar met Zijn discipelen“ John.11: 47-54

      Dit is een getrouw Woord en ik wil, dat gij op dit punt een krachtig Getuigenis geeft, opdat zij, die hun vertrouwen op God gebouwd hebben, ervoor zorgen vooraan te staan in goede werken.
Die zijn schoon en voor de mensen nuttig; maar dwaze vragen, geslachtsregisters, twist, en strijd over de Wet moet gij ontwijken, want dat is nutteloos en doelloos.
                  Een mens, die scheuring maakt, moet gij, na hem een en andermaal terechtgewezen te hebben, afwijzen; gij weet immers, dat zo iemand het spoor geheel bijster is, en dat hij zondigt, terwijl hij zichzelf veroordeelt.
       Doe uw best, zodra ik Artemas [‘veilig’] of Tychikus [‘noodlottig’] tot u zend, tot mij te komen te Nicopolis [‘stad van de overwinning’], want ik heb besloten daar de winter door te brengen.
       Help Zenas [‘van de god Jupiter’], de wetgeleerde, en Apollos [‘gegeven door Apollo’] met alle ijver voort, opdat hun niets zal ontbreken.
       En laten ook de onzen leren voor te gaan in goede werken, ter voorziening in hetgeen noodzakelijk is, opdat zij niet onvruchtbaar zijn.
       Allen, die bij mij zijn, laten u groeten. Groet hen, die ons in het Geloof liefhebben.  De Genade zij met u allenTitus [‘verpleger’] 3: 8-15.

een verbintenis aangaan
Huwelijk’s contract tussen man en vrouw …
Het komt regelmatig voor, zeker wanneer er grote financiële belangen op het spel staan, dat het eigendom in geval van de een aan de ander wordt overgedragen doormiddel van een notariële akte: “Als de man sterft voor de vrouw zal zij het bezit verkrijgen  en is de vrouw eerder dan gebeurt dat andersom“.
          Ze waren nog niet zo aan elkaar gewend, maar hun huwelijksleven was nog niet begonnen òf er werd al over de dood nagedacht.
Vaak staat in het contract tevens beschreven wat er zal gebeuren als een zou kind sterven, hetgeen zij zullen voortbrengen: “Als het kind dat zal worden geboren sterft, zal dit òf dat gebeuren”. Zelfs over de afstammeling wordt niet heengekeken en er wordt al rekening gehouden met de beslissing na zijn dood, indien dit zal plaatsvinden!
Wat willen we daarmee duidelijk maken?
Dat, door naar de notaris te gaan voor het opstellen van een contract, iedereen weet dat de dood hem of haar soms persoonlijk zal kunnen overvallen.
Iedereen vindt dit volkomen normaal en het is niet te vermijden.

met God verbonden

‘wanneer de dood nadert, baat geen rijkdom’, by Maarten van Heemskerck [1508], Rijksmuseum; ‘when death approaches, no wealth avails’

Maar wanneer de dood nadert, dan vergeet de mens te beschrijven wat hem overkomt en tot de anderen te zeggen. “Moest ik zoiets lijden?”.
Schreeuwt de verlamde mens niet klagend uit en wordt er verzucht. “Verwachtte ik zo’n ramp tegen te komen en mijn vrouw te verliezen?”.
Wat denk je ervan, m’n mensenkind?
Toen je dacht, òf liever dacht dat je dat je het helemaal was, wèg van de dood, kende je de natuur-wetten; nu je het ongeluk hebt onder-gaan, ben je dit vergeten? God heeft je vrouw misschien tot Zich genomen
– omdat Hij je tot matigheid wil leiden;
– omdat hij je geschikt acht voor een nòg grotere strijd; met het oog op een nòg hoger spiritueel leven, en heeft Hij je daarom bevrijd van de huwelijksband. 
H. Johannes de Chrysostomos.

in liefde verbonden zijn

1. Shelter from God, 2. Surrender, 3. Trust.

Vandaag de dag heeft de mensheid behoefte aan waarachtige christelijke liefde. We houden niet van liefde, want indien we zouden liefhebben, zouden onze werken daarvan  getuige zijn.
De werken getuigen van wat ons leven is en wat onze gedachten zijn.
Hoeveel gebroken huwelijken komen wij in onze tijd niet tegen.
Dat is de reden waarom in ons verborgen leven, hetgeen voor de buiten-wereld[-wacht] niet zichtbaar is, de geheime werken -christelijk werk, -in navolging van Christus-  opofferend dient te zijn.
Niet voor niets kroont de ene partner de ander bij de huwelijksvoltrekking
– de kroon is de zegening van de een over de ander, maar is
– tevens een teken van Martelaarschap.
Het betreft de verborgen geestelijke gesteldheid -het basiselement van de onbaat-zuchtige liefde- welke staat voor openheid en eerlijkheid ten opzichte van onze broeders/zusters niet alleen om te leven, maar ook om de overledenen niet vergeten, eeuwig te gedenken.
De pijn van zieke en wanhopige mens en de pijn van de veroordeelde mens in de gevangenis van Gods veroordeling wordt onze eigen pijn.
En wanneer dit dag in dag uit onze pijn wordt, zal God ons genezen.
Ouderling Ephraïm, de Philotheoriet [=afkomstig van het klooster Philotheou, Athos]

Daadkracht van de Blijde Boodschap

‘Wat is dan de Blijde Boodschap?’

We weten heel goed wat nodig is, ondanks momenten in ons leven, waarin we twijfelen over wat we dienen te doen, maar we ervaren maar al te goed wat goed is, wat de morele verplichting aangaat en beseffen wat ons te wachten staat indien wij ‘anders’ doen.
De Heilige Sterke en onsterfelijke God heeft toch ‘het bèste met ons vóór’ en
neemt het ons kwalijk, indien wij de strijd met onszelf niet aangaan en
de verheven staat trachten te behouden, alleen maar omdat wij rekening houden  met de reacties van de mensen, om ons heen en onze eigen wisselvallige persoonlijke interesses najagen, elke druk die je op de een of andere manier ervaart.
Dìt is derhalve een overduidelijk gegeven in de Joods- Christelijke samenleving en wordt ook inderdaad door iedereen gerespecteerd en als universeel aanvaard. Het geeft uiting aan de Joods-, Christelijke uitingsvorm, het geeft aan dat hoewel  iedereen gevarieerd reageert op de daadkracht van de Blijde Boodschap onafgebroken ‘lof’ aan God wordt gebracht.
De mens geeft daarmee tevens aan dat de rijkdom en macht niet per sé ‘slecht‘ behoeft te zijn, noch gedemoniseerd in de perceptie van de christelijke moraal, want indien ten doel wordt gesteld dat de schijnbaar rijken, de zwakken te ondersteunen, komt dit de eer ‘aan God‘ ten goede.
De schijnbaar, rijke, de sterke, de kritisch levende persoon geeft om iemand die schijnbaar zwak is. Het ons geschonken ‘Lichaam van Christus’, het samen Kerk zijn, wil zeggen dat wij bereid zijn iedere liefdesuitwisseling die plaats vindt -‘stilletjes’- op God gericht te laten zijn; stilletjes omdat het stilzwijgend en in het verborgene wordt gedaan, zonder enige ophef.

Uiteindelijk zal de Heilige God dit werk en deze persoon zegenen, de mens, die in de eeuwigheid, overeenkomstig God’s Wil besloten heeft God’s diensten openbaar te maken in de beslotenheid van De Blijde Boodschap.
Waar zijn individuen anders voor geschapen dan opdat God, Die allen oneindig liefheeft, elk van hen verschillend liefheeft.

In de woestijn verblijven

Jij bent die mens in de woestijn!

In het woord ‘woestijn‘ wordt dit landschap aangeduid als een gebied dat aan zich zelf is overgelaten en niet door mensen gecultiveerd is. Het is verwant met het Latijnse ‘vastus’ dat zowel met uitgestrektheid als met verwoesting te maken heeft. En het Latijnse ‘desertum’ benoemt het gebied als een streek die door mensen verlaten is.
Degene die zich daarin begeeft, stelt zich niet alleen bloot aan droogte en verzengende hitte, maar vooral ook aan de dientengevolge ontstane eenzaamheid. De woestijn is de plaats waar mensen die zich willen concentreren, zich terugtrekken en tijdelijk de eenzaamheid zoeken.
Zo’n verblijf kan dus de voorbereiding zijn op een profetisch optreden in het openbaar. En dan lijkt het Mysterie [het mirakel, het wonder] plaats te vinden, dat de woestijn gaat bloeien en dat vàn-dáár-uit een stem gehoord wordt, Die van beslissende betekenis blijkt te zijn.
Johannes de Doper was/is
de stem van roepende in de woestijn’;
      Hij nu, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing. Toen liep Jeruzalem en heel Judea en de gehele 
Jordaan-streek tot hem uit en zij lieten zich in de rivier, de Jordaan, door hem dopen, onder belijdenis van hun zondenMatth.3: 4-6.
Deze extravagante persoonlijkheid heeft op zijn manier een interessante uitleg gegeven aan de functie van eenzaamheid en beschouwing als voorbereiding op een openbaar leven van Christus, Die Zich in bovenstaande lezing -een tijdelijke retraite- gunt, ‘opdat zij niet onvruchtbaar zijn’ te midden van een hectische samenleving. Wie spiritueel wil worden dient eerst de woestijn in te gaan, dat is een telkenmale terugkerend motief in de blijde Boodschap – de woestijn is een leerschool voor profeten.
Als dat zo is en dat blijkt onmiskenbaar het geval te zijn, waarom zou dan die stem, die profetisch roept in de woestijn, altijd maar weer opnieuw
-tot op de dag van vandaag-
worden uitgelegd als een vergeefs geluid?

Horen, wie horen wil

wee-klagen

Die niet horen wil, dient het maar te ervaren’, die niet naar vermaningen wil luisteren, dient maar op onaangename wijze de gevolgen te dragen van zijn onwil – zo zal een liefdevolle Vader in de Hemelen eveneens reageren.
Al eeuwen lang heeft een spiritueel gelovend Volk in de polder een betere uitleg voor de Blijde Boodschap ondervonden; sinds enige decennia weet zij het te vervormen tot een van de meest dorre frustraties.
Bouwen steeds maar weer bouwen aan het eigen ego blijkt het antwoord niet te zijn; steeds meer jongeren geraken psychologisch in de war en de specialisten weten zich op dit gebied geen raad.
Wat is er aan de hand in Oude Pekela? En in Ommen? In die gemeenten start de Raad voor de Kinderbescherming relatief vaak een onderzoek, zo blijkt uit nieuwe cijfers. Het is de eerste keer dat de raad cijfers uitsplitst per gemeente en
vergelijkt met algemene risico’s op kindermishandeling.
Kinderen hebben meer kans op schade in een gemeente die meer gescheiden ouders, eenoudergezinnen en tienermoeders telt.
Ook armoede, lage huizenprijzen voor krotwoningen en criminaliteit zijn risicofactoren, net als een laag opleidingsniveau van ouders. Hoe kan een op vooruitgang beluste samenleving hier bezuinigingen accepteren?
Grote steden rond het groene hart scoren hoog op beide vlakken:
ze vertonen zowel een piek in kinderbescherming’s-onderzoek als in risico-factoren. Niet alleen heel verrassend bij grote steden, maar ook Heerlen, Arnhem, Kerkrade en Vlissingen springen eruit in negatieve zin.
De kinderbescherming komt in beeld als het zo slecht gaat met een kind of gezin dat vrijwillige hulp niet meer voldoende is.
De raad is verzoeker van kinderbescherming’s-maatregelen en adviseert de rechtbank bij scheidingen en jeugdstrafzaken. Het zijn aardige inkijkjes, dat kinderen in de knel niet gezien worden – en dat er opvoedproblemen zijn,
inclusief ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de kinderen;  rijk en arm, blank en gekleurd, ervaren en onervaren: het zit allemaal in hetzelfde schuitje.

Christus zegent de kinderen, ‘Laat de kleinen tot Mij komen, belet het hen niet, want in hen verblijft het Koninkrijk der Hemelen!’

Ouderlijk gezag en de manier waarop kinderen worden grootgebracht heeft in het algemeen betrekking op:
• de dagelijkse verzorging en [opvoeding];
• de zorg en verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn [zorg];
• zorg en verantwoordelijkheid voor de veiligheid [toezicht];
• het bevorderen van de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind [ontwikkeling];
• het geestelijk en lichamelijk vermogen van de minderjarige;
• de vertegenwoordiging van de minderjarige in juridisch opzicht.

De eigen verantwoordelijkheid van ouders en hun ‘netwerk’ laten het àfweten;
het accent ligt op produceren en consumeren en indien je het voorgeschotelde ideaal niet kunt bereiken – lever je jezelf als vanzelfsprekend over aan de financiering daarvan door lenigen aan te gaan.
De mens wordt gevangene van het systeem en weet niet meer hoe daar uit te geraken. Jeugdzorg-professionals en gedrags-wetenschappers binnen organisaties trachten aan de hand van wetmatig vastgelegde richtlijnen oplossingen te bieden.
Richtlijnen zijn vastgelegd aan de hand van uithuisplaatsing, echtscheiding, ADHD etc. Bevoegdheden, het geven van een schriftelijke aanwijzing, het uitwisselen van informatie met andere professionals, zoals betrokken psychiaters of therapeuten, verzoekschrift aan de kinderrechter, het voorleggen van geschillen betreffende de uitvoering en medische behandeling, verdeling van zorgtaken bij gescheiden ouders, gezinsvoogden en pleegouders, inclusief het vaststellen van een omgangsregeling en ondertoezichtstelling.
Onder het mom van vrijwillig, maar niet vrijblijvend,  wordt er van alles bedacht om kinderen te beschermen en zijn er formele wettelijke maatregelen vastgesteld. Het is allemaal verwant met het genoemde Latijnse vastus.

Net als alle andere soorten vormt de alomvattende interne strijd, deze innerlijke tweespalt een teken van het menselijke ego, waarbij de mensheid ‘veel zieker, haast dood’ is dan het wil bekennen, de schrikbarende duidelijkheid welke aan de dag wordt gelegd.
Het gevolg is : homo homini lupus [de ene mens is voor de andere een wolf].

Het draait om de verhouding tussen de soevereiniteit van de mens en de Christus Pantocrator, de alom heersende Macht van God. De individuele mens ‘ìs’ geen superheld en geen wijze, maar een anti-held geworden, bezeten van de wil zichzelf in stand te houden en daarbij heeft de mens behoefte aan alles-omvattende richtlijnen. Onttrekt de mens zich hieraan dan verscheuren ze elkaar, zodra hun egoïstische-haren overeind gaan staan.

De vraag wordt beantwoord in de verklarende, historische context van het Christendom, welke in korte tijd -zonder slag of stoot- de rug is toegekeerd.
Leviathan, het zeemonster is de complete ondermijning van het gedachtegoed  van de loyalisten die de Koning van de wereld trouw zijn bleven.
Deze Koning van de wereld verkondigde van oudsher de Blijde Boodschap:
    Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning.
      Hoor, uw wachters verheffen de stem, zij jubelen tezamen, want met eigen ogen zien zij, hoe de Heer naar Sion weerkeert.
      Breekt uit in gejuich, jubelt eenparig, puinhopen van Jeruzalem, want de Heer heeft Zijn Volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost. De Heer heeft zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volkeren en alle einden der aarde zullen zien het Heil van onze God.
     Vertrekt, vertrekt, gaat uit vandaar; raakt het onreine niet aan, gaat weg uit haar midden, reinigt u, gij die de vaten des Heren draagt. Want niet overhaast zult gij uittrekken en niet in vlucht heengaan: de Heer immers gaat voor u heen en uw achterhoede is de God van IsraëlIsaiah 52: 7-12.
Onze Heer en Meester van ons leven zendt Zijn dienaren uit opdat ze de Blijde Boodschap overal zullen verkondigen : “Het Koninkrijk der Hemelen is nabij, ‘Christus is onder ons !’”.

Heel het gewone volk van Galilea en Judea is veroverd, maar de farizeeën – de schijn-heiligen, ergeren zich slechts. Johannes-de-Doper leefde in de woestijn in de strengste boetedoeningen; maar de leerlingen van onze Meester leiden een gewoon leven ! En Hij is Zelf een eenvoudig mens geworden, Die zelfs op uit-nodigingen van zondaars ingaat !

Inderdaad  : Christus predikt een ‘eenvoudige’ Blijde Boodschap.
Hij vraagt niets heldhaftigs of iets buitengewoons;
Hij wil alle mensen redden op voorwaarde dat
de mens inspanning aan de dag legt om zich te bekeren en Hem als Redder te volgen, Die zó schoon en zó goed is voor hen.
En Zijn Lichaam, de geïnstitutionaliseerde Kerk zal op haar beurt eeuw na eeuw haar armen openspreiden voor de massa’s kleine zielen, die bevrijd zijn van hun zonden.
Op zekere dag kwam Christus, onze Verlosser voorbij en
Hij nam hen bij de hand zoals de schoonmoeder van Petros die
Hij genas van koorts, eenvoudig door haar bij de hand te nemen.
Hij verandert ons van zondaars in nieuwe mensen,
Zoals de z’n halve leven lang verlamde die zich in het geneeskrachtig zwembad wil gooien maar het nooit op tijd kan bereiken.
Zoals de zondares die zich aan zijn voeten gooit,  in tranen uitbarst en zich bekeert.
Zoals Zacheüs die spijt heeft en gul de helft van al zijn bezittingen aan de armen geeft.
Dàt is de Blijde Boodschap :
een Genadegave en een Mysterie [wonder] van God !
Dàt is het Goede Nieuws van onze redding.
Wij dienen het alleen maar te aanvaarden en trouw te beantwoorden aan  de Goddelijke Genadegaven en dan zullen wij  altijd hand in hand met onze Heer en Verlosser, Jezus Christus onze weg vervolgen, tot wij Hem in het Hemels Koninkrijk ontmoeten.

” Heer, mijn hart is niet hoogmoedig; ik heb mijn ogen niet trots opwaarts geslagen.
Ik houd mij niet op met grote dingen, noch met wat te wonderbaar voor mij is.
Als ik niet nederig gezind was, of zo ik mijn ziel had verheven.
Als een gespeend kind op de schoot van zijn moeder, zo had Gij mijn ziel vergolden.
Doch Israël vertrouwe op de Heer,
van nu af tot in eeuwigheid
Psalm 130[131] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

”   Bewaar mij Heer, want ik vertrouw op U en zeg: Gij zijt mijn God, mijn goederen hebt Gij niet nodig.
Voor de heiligen in Zijn land heeft de Heer al Zijn wonderen gedaan.
Zij waren van zwakheid vervuld, maar met Zijn hulp werden zij snel.
Ik wil niet deelnemen aan hun  bloedbijeenkomsten, noch hun naam met mijn lippen gedenken.
De Heer is mijn erfdeel, mijn deel aan de kelk: Gij toch hebt mij hersteld in mijn erfdeel.
Het meetsnoer viel voor mij in het vruchtbaarste land; als erfdeel kreeg ik het beste.
Ik wil de Heer zegenen die mij tot inzicht heeft gebracht: zelfs in de nacht onderricht Hij mijn hart.
Ik heb de Heer gedurig voor ogen: Hij staat naast mij, opdat ik niet wankel.
Daarover verheugt zich mijn hart en juicht mijn tong; zelfs mijn vlees zal wonen in vertrouwen.
Want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan de hades; Gij zult Uw gewijde het bederf niet doen zien.
Gij hebt mij de wegen des levens doen kennen, door Uw Aanschijn hebt Gij mij met vreugde vervuld. De genietingen aan Uw rechterhand duren tot in eeuwigheid”
Psalm 15[16] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

Apolotykion     tn.8.        officie 6, Concilievaders
”   Boven allen zijt Gij verHeerlijkt, o Christus onze God,
die onze Vader op aarde als sterren bevestigd hebt.
Door hen hebt Gij ons het ware Geloof gebracht;
Barmhartige Heer, ere zij U
“.

Kondakion     tn.8.        officie 6, Concilievaders
”    De Verkondiging van de Apostelen,
evenals de dogma’s van de Vaderen,
bewaren de Kerk in eenheid van Geloof.
Zij draagt het bruiloftskleed van de Waarheid,
geweven door de Theologie vanuit den hoge,
om het grote Geloofs-Mysterie recht te prediken
en te verheerlijken“.

1e Zondag na Pinksteren – Zondag van Alle Heiligen tot Heerlijkheid van God, de Vader.

Alle Heiligen, het is van enorm belang om ons aan Gods goedheid te herinneren, omdat lijden in ons leven kan veroorzaken dat we Gods goedheid vergeten; All Saints, it is of great importance to remember God’s goodness, because suffering in our lives can cause us to forget God’s goodness.

        Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de Hemelen is. 
         Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft 
boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. 
. . . . . Daarop antwoordde Petrus en zeide tot Hem: ‘Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?’.
Jezus zei tot hen: ‘Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon van Zijn Heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.
          En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eerstenMatth.10: 32-33, 37-38,19: 27-30.

      Zij, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, Gerechtigheid geoefend, de vervulling van de Belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de Opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere Opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
       Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
       Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof, Die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het Kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon van GodHebr.11: 33 – 12: 2.

Prokimen     tn.4.
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen,
de God van Israël
[de Kerk]” [refr.].
☛ “Looft God in de Kerken, de Heer uit de bronnen van Israël”.
☛ “De Heer schenkt Zijn Woord met grote Kracht aan de Verkondigers van de Blijde Boodschap”.

    Er ontstond nu een groot geroep van het Volk met hun vrouwen tegen hun Joodse volksgenoten.
• Er waren er, die zeiden:
‘Onze zonen en onze dochters zijn talrijk en wij willen koren hebben 
om te eten en te leven’.
• Ook waren er, die zeiden: ‘Onze velden, onze wijngaarden en onze huizen hebben wij moeten verpanden om in de honger koren te hebben’.
• Dan waren er, die zeiden: ‘Wij hebben geld voor de belasting van de koning geleend op onze velden en wijngaarden. Nu dan, wij zijn van hetzelfde vlees en bloed als onze broeders, onze zonen zijn even goed als de hunne en zie, wij moeten onze zonen en onze dochters tot slaven laten worden, en sommige van onze dochters zijn reeds tot slavinnen vernederd, zonder dat wij er iets tegen vermogen; en anderen hebben onze velden en wijngaarden in bezit’.
    En ik [de Profeet] werd zeer toornig, toen ik hun geroep en deze feiten gehoord had. Nadat ik alles goed had overwogen, verweet ik de edelen en de leiders:
    Gij neemt woeker, ieder van zijn volksgenoot.
Ook belegde ik tegen hen een grote vergadering en zei tot hen:
    Wij hebben onze broeders, de Joden, die aan de heidenen verkocht waren, losgekocht, 
voor zover wij konden; maar gij gaat uw broeders verkopen en zij verkopen zich aan ons!
En zij zwegen en vonden geen antwoord. Toen zei ik:
    Wat gij doet, is niet goed. Zult gij niet wandelen in de vreze voor onze God om de
hoon van de heidenen, onze vijanden, te ontgaan?Nehemia 5: 1-9.

Wat zijn de feiten?

“Adam, waar zijt gij?” Gen.3 : 9

De Wet van God wordt overtreden!
Staat daarin niet geschreven:
  “dat er geen armoede en honger onder het volk mochten voorkomen?” Deut. 15: 7,8;
  “dat het verboden is om rente op te leggen aan een arme die geld moest lenen?” Deut. 23: 19;
  “dat geen Jood bij een andere Jood slavenarbeid mocht verrichten?” Lev.25: 39.
De Profeet heeft weet van hoe het moet, wat God voor ogen heeft, maar hij ziet dat het leven in Gods stad een aanfluiting is. Dat vervuld hem van ‘heilige woede’.
Het is een boosheid die Mozes ook heeft gehad, toen
hij zag dat het volk danste en jubelde rondom het gouden kalf.
Het is een verontwaardiging als die van Onze Heer, toen
Hij merkte dat kooplieden handel dreven in de Tempel.
Het is een woede als van Paulus die zag dat de maaltijd des Heren in Corinthe
een aanfluiting was: “rijken namen voedsel mee en schrokten alles naar binnen zodat er voor de armen niks meer over was!”.
             En dàt diende als een Heilige viering, tot éér van God, de Vader, Die als het Hemels maal gevierd behoort te worden! A-sociaal gewoon!
Dàn drink en eet je jezèlf een oordeel! Onwaardig!, schrijft hij dan.
Horen we dat goed?
Dat je jezelf ‘een oordeel kunt eten en drinken’ en nog wel bij de Goddelijke Liturgie; het heeft dus niets te maken met of je jezelf wel waardig genoeg ervaart voor God en vooraf bij deze of gene spelleider behoort te biechten.
Het gaat er niet om of je de deelname aan het Goddelijk altaar wèl waard bent!
[- tenslotte is niemand het waard en zijn we allen als zondaars slechts door de Genade van God welkom -].
En met name dàt – jezelf waardig ervaren is een innerlijke zaak – een aan God, de Vader, toekomend gegeven.
Waar het wèl om gaat is of de algehele viering tòt de Eucharistie, je voorbereiding waardig is: of er rècht wordt gedaan aan de ander, of we gastvríj zijn naar elkáár. Waar de gastvrijheid met voeten wordt getreden wordt  een apostel woedend en evenzo de profeet Nehemia.
Daar ‘kàn‘ eenvoudig niet waardig worden gevierd!
            Een Profeet vlucht dan niet weg, neen, hij blijft; een Profeet blijft op z’n post en verstaat z’n opdracht. Hij kàn en wìl zich niet bij dit soort wantoestanden neerleggen òf de toezichthouder dient het hem onmogelijk te maken.
Hij láát z’n gemeenschap hun aan God toekomend werk onderbreken en doet hen samenkomen in een massale vergadering.
Dáár roept hij de uitbuiter[s] publiekelijk ter verantwoording; hij gaat de communicatie niet uit de weg, zoals zovelen doen;
òf de communicatie -door Machtsvertoon, op grond van positie- óverrulen.
Wàt u doet is niet goed!”, zegt hij hen.
Heb toch bij àlles wat u doet ontzàg voor onze God!
En daar achteraan:
Ook ik, mijn broeders en mijn mannen hebben geld en graan uitgeleend”.
Met andere woorden neem geen voorbeeld aan mij!
Is de Profeet een opschepper, die meent dat hij het allemaal veel bèter heeft gedaan dàn al de anderen?

       Neen, het idee bevestigt, dat de Profeet laat zien:
Ik kan geen dingen van anderen vragen, als ik me er zelf niet aan houdt.
Ik heb een voorbeeld-functie en ik loop daar niet voor weg.
De Profeet zet zichzelf op één lijn met zijn volksgenoten,
maakt zichzelf transparant, doorzichtig.
Hij laat door zijn gedrag zien waar hij voor staat.
Maar daarbij neemt hij geen blad voor de mond
”.
            Hij roept de geld en goed bezittenden ter verantwoording:
Hij maakte he[m]n verwijten”, zo staat er.
            Regelrecht verwijst hij naar God Zelf:
Wat jullie doen, dat verdraagt zich niet met ontzag voor God.
Daarmee halen jullie de hoon van de vijandelijke volkeren op de hals
”.
          Met andere woorden door zo te leven maak je jezelf bespottelijk!

Door deelname aan het Lichaam en Bloed van onze Heer, Jezus Christus wordt elke gelovige in Christus geheiligd.
          Het woord ‘heiligen’ is een theologisch begrip en velen onder ons kennen de werkelijke betekenis er niet van.
          Het begrip ‘heiligen’ heeft een relatie met ‘de Heiligen’ en dat is weer verbonden met het begrip ‘Heilig’ – heel zijn in de Blijde Boodschap.
In de Goddelijke liturgie zingen wij:
Eén is Heilig, één Heer, Jezus Christus, tot Heerlijkheid van God, de Vader”.
Wij worden door Christus na te volgen geheiligd en heiligheid heeft het aspect in zich -van de wereld afgescheiden te worden- voor God.
Iemand, die heilig is gemaakt, bevindt zich in het gebied waar God toegang heeft tot die persoon, en de duivel van het kwaad/de duisternis wordt daarbij buitengesloten.
Wij bevinden ons derhalve in het gebied waar we beschikbaar zijn voor God.
Geheiligd worden is dus -‘apart gezet worden’- voor God.
Net als rechtvaardigheid, kunnen we ook ‘heiliging’ [het geheiligd worden] niet ontvangen door werken, door ons best ervoor te doen of door godsdienstige handelingen te verrichten.
Wij ontvangen het alleen door het Geloof in het Lichaam en Bloed van onze Heer en Verlosser. Je bent daarmee eigendom van God, onder Gods controle en ben je beschikbaar voor God.
Alles wat niet van God is, heeft geen recht jou te benaderen; het wordt tegengehouden door onze Heer en Zaligmaker.

– alleen gebed kan u allen redden –

    Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van Zijn Wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Heer waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te groeien in de rechte kennis van God.
Zo wordt gij met alle Kracht bekrachtigd naar de Macht van Zijn Heerlijkheid tot alle volharding en geduld en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel van de heiligen in het Licht. Hij heeft ons verlost uit de Macht van de duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde  Col.1: 9-13.

Heiligen

‘de enige keer dat je alles kunt veranderen, is hier en nú !’; ‘The only time you can change everything is here and now!’. 

Het woord heilige is afkomstig αγιος [Gr. agios. Dit betekent “aan God toegewijd, heilig, gezalfd, aan God dienstig”.
Het wordt bijna altijd in het meervoud gebruikt: άγιοι [“Gr. heiligen].
Over Paulus wordt gezegd: “ Heer, ik heb van velen over deze man gehoord, hoeveel kwaad hij uw Heiligen te Jeruzalem aangedaan heeft; en hier heeft hij volmacht van de overpriesters om allen, die Uw Naam aanroepen, gevangen te nemenHand.9: 13;
Op een grote rondreis kwam Petrus ook bij de Heiligen die in Lydda woondenHand.9: 32;
Vele Heiligen heb ik met machtiging van de hogepriesters in gevangenissen opgesloten…Hand.26: 10.
Er is maar één geval waarin het woord in enkelvoudige zin gebruikt wordt: “Groet iedere Heilige in Christus Jezus …Phil.4: 21.
In de Blijde Boodschap het meervoud άγιοι “Gr. heiligen” 67 keer gebruikt, terwijl het enkelvoud “Heilige” dus maar één keer wordt gebruikt.
En zelfs in dat geval wordt aangegeven dat er meerdere Heiligen zijn: “…iedere Heilige…” Phil. 4: 21.

Het idee achter het woord “Heilige” is dat er een groep mensen van de wereld wordt afgezonderd voor de Heer en Zijn Hemels Koninkrijk.
We vinden in de Blijde Boodschap 3 verwijzingen naar het Godvruchtige karakter van de Heiligen: “Ontvang haar in de Naam van de Heer, op een wijze die bij de Heiligen past…Rom.16: 2.
Om de Heiligen toe te rusten voor het werk in Zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwdEph.4: 12.
Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht – deze dingen horen niet bij HeiligenEph.5: 3; hieruit kun je opmaken dat hoogmoed en zedeloosheid niet alleen in onze tijdsperiode ontstaan zijn, de kop opsteken, maar van alle tijden is en een ingebakken menselijk begrip is.
Daarom zijn “Heiligen” in het perspectief van de Schrift het Lichaam van Christus, de Christenen, de Kerk. Alle Christenen worden als Heiligen beschouwd, tot het tegendeel uit hun gedrag kan worden opgemaakt, in dat geval ontmoet je zo genaamde huichelaars, die maar doen alsof, die het hoogmoedige spel spelen.
Alle Christenen zijn Heiligen… en tegelijkertijd worden alle Christenen opgeroepen om Heiligen te zijn.
Aan de Gemeenschap van God te Corinthe, aan hen die, geheiligd in Christus Jezus, tot een Heilig leven zijn bestemd…1Cor.1: 2.
De woorden “geheiligd” en “Heilig” stammen uit hetzelfde Griekse stamwoord, dat gewoonlijk met “heiligen” wordt vertaald.
Christenen zijn Heiligen vanwege hun verbinding en navolging van Christus.
Christenen worden tot een heilig leven opgeroepen; hun dagelijkse leven hoort steeds meer te gaan lijken op hun positie in Christus. Dit is de beschrijving en de roeping van de Heiligen overeenkomstig de Blijde Boodschap; zij bevinden zich rond de troon van God, zowel in de Hemelen als op aarde en vormen als zodanig de Kerk. Heiligen worden opgeroepen om alleen God te eren en te aanbidden en om alleen tot God te bidden voor het heil, de heiliging van de mensheid. Heiligen van alle tijden, plaatsen en godsdiensten van zowel vóór als ná Christus glorievol verblijf op aarde.

Heilige dappere Dodo
Zo ook een heilige uit de dertiende eeuw,
uit een niets-zeggend fries gehucht, Dodo van Haske.
Een levensbeschrijving van Dodo meldt dat hij het gewone leven ontvluchtte, zoals aartsvader Lot Sodom  de wereld de rug toekeerde en er aan trachtte te ontkomen.
Hij is dan al getrouwd maar dat weerhoudt hem er niet van om te kiezen voor een kluizenaarsbestaan.
Het is ook nog bekend waar zijn eenzame verblijf zich bevond, op de plek waar nu de kerk van Haskerdijken staat.
De protestantse Heilige Dodo verrichtte wonderbaarlijke genezingen en onderwierp het vleselijke monster in zichzelf door vasten, gebed en zelfkastijding.
Zó kennen wij ze ook wel in onze tijdsperiode, je dient alleen goed te kijken en dat blijkt niet altijd uit de uiterlijke vorm.

Apolytikion     tn.4.
Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid
met het bloed van Uw Martelaren als met byssus en purper;
en door hen roept zij tot U, Christus God:
Zend over Uw Volk Uw Barmhartigheid neer;
schenk Vrede aan Uw Wereld,
en aan onze zielen grote Genade
”.

Kondakion     tn.8.
Als eerstelingenozfer der natuur
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal
de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe Vrede
Uw Kerk, Uw woning bij de mensen,
en bescherm haar door de Moeder Gods,
Barmhartige
”.

”  Ik wil de Heer zegenen ten allen tijde, altijd dient Zijn lof in mijn mond te blijven. In de Heer verheft zich mijn ziel, dat de zachtmoedigen het horen en zich
verheugen. Verheerlijkt de Heer met mij, laat ons tezamen Zijn Naam verheffen.
Ik zocht de Heer en Hij heeft mij verhoord,  Hij heeft mij bevrijd uit al mijn beproevingen. Nadert tot Hem en wordt verlicht: uw gezicht zal niet beschaamd worden.
Deze arme heeft geroepen en de Heer heeft hem verhoord; Hij heeft hem verlost uit al zijn kwellingen.
De Engel des Heren legert zich rond die Hem vrezen, om hen te bevrijden.
Proeft en ziet dat de Heer goed is: zalig de mens, die op Hem vertrouwt.
Vreest de Heer gij al Zijn heiligen, want voor wie Hem vrezen is er geen gebrek.
Rijken werden arm en noodlijdend, maar wie de Heer zoeken zal het aan geen enkel goed ontbreken.
Komt kinderen, luistert naar mij: ik zal u de vreze des Heren leren.
Wie is de mens die het Leven wil, die smacht om goede dagen te zien?
Dat zijn tong ophoude met kwaad te spreken, zijn lippen met bedrog te plegen.
Keer u af van het kwade en doe het goede, zoek de vrede en jaag die na.
De ogen des Heren zijn op de Rechtvaardigen, Zijn oren naar hun smeking.
Maar het aanschijn des Heren is tegen hen die kwade doen, om hun gedachtenis te verdelgen van de aarde.
De rechtvaardigen roepen en de Heer verhoort hen; Hij bevrijdt hen uit al hun kwellingen.
De Heer is nabij aan een vermorzeld hart, de nederigen van geest schenkt Hij verlossing. Talrijk zijn de beproevingen der rechtvaardigen, maar de Heer bevrijd hen uit alle kwellingen.
De Heer bewaart al hun beenderen: niet een er van zal worden gebroken.
De dood der zondaars is rampzalig, want wie de gerechten haten bezondigen zich. De Heer bevrijd de zielen van Zijn dienaren: allen die op Hem vertrouwen zijn vrij van zondePsalm 33[34] vert. ROK ‘s-Gravenhage

Orthodoxie & de vaardigheid de Verkondiging tot je te nemen

Hoe zien mensen dat je christen bent, je hebt de roep van Christus beantwoord, je bent gedoopt en bekleed met Christus, vanaf dat ogenblik behoor je tot het algemeen priesterschap.
Er bestaat een ambtelijk priesterschap en met de volgelingen van Christus, de  Gelovigen, de Heiligen, delen beiden, ieder op eigen wijze, in het ene priesterschap van Christus.
Doordat de ambtelijk priester door de wijding, die hij aanvaard heeft, namens zijn gemeenschap het priesterlijk volk voorgaat, voltrekt hij ‘in de persoon van Christus’ het Eucharistisch offer en draagt dit in naam van heel het volk aan God op. De gelovigen van hun kant werken krachtens hun koninklijk priesterschap mee tot het opdragen van de Eucharistie en zij oefenen dit priesterschap uit:
1.]. In het ontvangen van de Mysteriën [Sacramenten];
2.]. In het gebed en de dankzegging tot God;
3.]. Door het getuigenis van hun heilig leven,
4.]. Door zelfverloochening en werkzame liefde.
De vraag de vaardigheid de Verkondiging tot je te nemen
dient voor sommigen onder ons niet gesteld te worden,
doch wanneer je om je heen kijkt en je oor te luisteren legt
– de wispelturigheid onder de mensen waarneemt – dan
vraag je jezelf wel eens af wordt de Blijde Boodschap nog wel gehoord?
Uiteraard dienen we ervan uit te gaan dat de gedoopte christen serieus te werk gaat en zich dag in dag uit onvermoeid inzet de werken des Heren te realiseren.
Dat is immers datgene wat van het begin der religieuze scholing door Profeten en Apostelen als uitgangspunt werd genomen. Je staat immers niet tegen een muur te verkondigen.

onafgebroken afwegen; continuously weighing; συνεχώς ζυγίζοντας; وزنها باستمرار

Niet-aflatende zelfkritiek is nodig om te blijven leren, teneinde elk detail van de Blijde Boodschap, welke op de Goddelijke Liefde is gebaseerd als richtlijnen voor het dagelijks leven tot je te laten doordringen.
Dit blijkt al uit het feit dat het in de oudheid gewoon was het herinneren van elk hoofdstuk en vers van de bron van de Joodse Wet en de bijbehorende Theologie te reciteren – dusdanig vaak te herhalen dat het zou beklijven en er over van gedachte te wisselen.
Het is eenvoudiger het woord ‘God‘ uit te spreken, dan God, òf Zijn Zoon te ervaren – laat staan te omschrijven.
Of je nu je eerste gedragsregel opschrijft of je carrière verandert, het basisprincipe is dat je jezelf aansluit bij degenen, die de handigheid bezitten, die je nodig hebt om je vaardigheden te verbeteren en op de goede weg te blijven.
De activeringscode om het digitaal uit te drukken is de Goddelijke Persoon Zelf, met dit doel werden Abraham, Isaäc en Jaäcob geroepen en werd via Mozes met het oog op de goede doelen aan de godzoekers codes en richtlijnen opgesteld.
Dit bleek zich in de geschiedenis te ontwikkelen tot een evoluerend proces, waarbij het niet anders mogelijk bleek de vaardigheden van volmaakt leven via de Zoon van God en de Heilige Geest te vervolmaken.
Dat is hetgeen Israël en de Kerk in hun jaarlijks terugkerende Hoog- en bijfeesten hebben trachten over te brengen; dat vormt de basis van onze Joods- christelijke cultuur.

       We kunnen vaststellen dat de hedendaagse mens zich temidden van interessante tijden bevindt. Sommigen genieten ervan, anderen komen tot het besef dat de overdaad schaadt en dat dàt nu juist moeilijkheden en complexiteit teweeg brengt.
Moeilijkheden omdat bestaande vanzelfsprekendheden onderuit worden gehaald – we leven in een tijd van cultureel pluralisme, ontkerkelijking en secularisatie.
De traditionele waardensystemen verweken, zodat mensen minder houvast hebben. Een herwaardering van alle waarden -eens geprofeteerd door de filosoof Nietzsche- is momenteel gemeengoed geworden.
       We ervaren een grote historische overgang en socio-culturele transformatie.
Dit is niet zo verwonderlijk – al vele malen is de mensheid geconfronteerd met omgevingsveranderingen; Christus was hier een ‘Lichtend’ voorbeeld van en wij Christenen gaan ervan uit dat de Goddelijke Geest ons in dit soort processen zal leiden.
⁌       Opnieuw in de geschiedenis zitten we in een structurele verandering, die het resultaat is van op elkaar inwerkende en versterkende ontwikkelingen op het gebied van economie, cultuur, technologie, instituties en natuur en milieu.
Het collectief  gedragspatroon, dat zich historisch heeft ontwikkeld, zoals sociaal, religieus gebruik, het onderwijs en rechtssysteem zal hiervan de gevolgen ondervinden.
We zitten in een overgang van nationale staten naar een mondiaal gebeuren.
  We zitten in een structurele verandering van een warme familie- en nationalistisch verband naar een eenzaam en naar zingeving zoekend bestaan.
Deze structurele verandering accepteren betekent ópen gaan staan voor een nieuwe, mondiale, gemeenschap en wat ons Christenen aangaat het herijken van onze grondbeginselen. De huidige culturele structurele verandering wordt immers deels veroorzaakt door de technologische ontwikkeling en tevens zijn er politieke en sociale redenen in het spel.
Wij, gelovigen stellen vast dat de traditionele cultuur, zoals onze ouders die kenden, langzamerhand aan het verdwijnen is. Er breekt een nieuw tijd aan en dat vraagt om aanpassing van ons bestaan, welke gebaseerd is op de Blijde Boodschap.

Living in the Power of the Holy Spirit; Ζώντας στη δύναμη του Αγίου Πνεύματος; الذين يعيشون في قوة الروح القدس

Wat zou het mooi zijn wanneer datgene wat door sommigen betiteld wordt als de eindtijd, het begin is van een Nieuwe Hemel en een Nieuwe aarde; dàt is hetgeen een Orthodox  Christen dient uit te stralen – “We can wear the change”- ‘wij Christenen kunnen de verandering dragen‘, wij laten ons niet ‘beïnvloeden’ door de wereld om ons heen; ons vaderland is vanaf den beginne ‘het Hemels Koninkrijk’.
Wanneer je verkondigt: -“I want to be moved by Christ”- ‘ik wil door Christus worden bewogen’, dan draagt juist dàt een grote verantwoordelijkheid.
In een periode waarin de mens opnieuw onveiligheid ervaart en alleen komt te staan, dient hij/zij zich opnieuw open te stellen voor de naakte werkelijkheid zelf, los van alle façades en constructies. Er is dan sprake van een leegte, maar een ervaren leegte is niet slechts een gebrek aan iets, voor een Christen betekent dit het opnieuw zoeken naar de geborgenheid in Christus; wij christenen geven deze woorden graag dóór wanneer er iemand in de verdrukking komt. 

Alle dingen zijn ons immers gegeven door God, de Vader en niemand kent God [de Vader], dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbare:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Van buitenaf gezien is de mens slechts een natuurlijk verschijnsel, de wereld tracht ons dat maar al te zeer in te prenten: ‘Kom toch voor jezelf op, een ander doet het niet’. De leegte, die dàn ontstaat kan wanhoop en eenzaamheid opleveren; het ware inzicht en de ontdekking ligt bij jezelf, in de diepte van je bestaan, in het menselijk hart.

Levensboom?; Tree of life?

De levenskunst bestaat in het zodanig vormgeven van je leven dat je komt tot realisatie van een persoonlijk potentieel en dàt kun je onmogelijk alleen – dat is de geschiedenis door gebleken.
De mens waant zich in een paradijs, heeft alles wat z’n hartje begeert, maar
de Kroon op z’n leven ontbreekt. Die Kroon op het leven is alleen te bereiken doordat God Zich over de mens ontfermd heeft en Zijn Zoon naar de wereld heeft gezonden om de mens te redden.
Regelmatig botst de stem van het hart met de stem van de buitenwereld, welke
stem is dan de ware?
Is de mens- zoals de humanisten ons willen laten geloven -slechts een eendagsvlieg in de eeuwigheid-, een  alledaags natuurverschijnsel als gevolg van de [‘Big-boom] “Oer-knal”?
Òf zit er een grenzeloos potentieel in ons bestaan verborgen?

Hoe dan ook het blijft een Mysterie, wat voor de mens verborgen blijft.
Maar door de Openbaring van onze Heer en Verlosser Jezus, Christus hebben wij volgelingen van Christus, ons bekleed, Christus Beeld en Gelijkenis op ons genomen en de Belofte op ons genomen en kunnen wij ons verheugen een erfdeel in de Hemelen te bezitten – een innerlijk besef van oneindigheid, welke wij in Christus omzetten in concrete daden, kunnen wij het wezen worden dat we denken te zijn. Levenskunst bestaat uit een reactie op de kloof, die bestaat tussen de Hoop enerzijds en de beperkingen van de buitenwereld anderzijds.
      Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. Want door dit [Geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven.
  Door het Geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord van God tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.
  
Door het Geloof heeft Abel aan God een beter offer gebracht dan Caïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.
  Door het Geloof is Henoch [=toegewijd] weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij aan God welgevallig was geweest;  maar zonder Geloof is het onmogelijk [Hem welgevallig te zijn].
  Want wie tot God komt, dient te geloven, dat Hij bestaat en een Beloner is voor wie Hem ernstig zoekenHebr.11: 1-6.
De woorden Geloof, Hoop en Liefde zijn niet alleen mooi, troostend of bemoedigend. Ze plaatsen ons tevens steeds voor een keuze.
We kunnen namelijk de keuze maken om wèl òf niet lief te hebben. In die zin is liefde niet alleen maar een gevoel maar veel vaker een kwestie van een keuze maken. We kunnen er voor kiezen om te geloven. Wanneer we kiezen om te geloven en  Lief te hebben, wat er zich ook voordoet, dan hebben we ook Hoop.
Toen Jezus hier op aarde rondliep nodigde Hij mensen steeds uit om Zijn weg te gaan, de weg, die Zijn Vader Hem door de Heilige Geest aangaf.
Dat is voor ons allemaal de vraag: welke weg gaan we?
Onze Heer Zelf zegt dat Hij de weg, de Waarheid en het Leven is.
Hij bedoelt daarmee dat Zijn persoon en Zijn woorden en daden
het Leven‘ zoals het door God, de Vader bedoeld is ‘in‘ zich heeft.
  In eerste instantie om opnieuw in contact met God te leven.
  In tweede instantie om te leven volgens de principes van Gods Hemels Koninkrijk.
Christus nodigt uit om met Hem op weg te gaan naar een Nieuwe toekomst.
Nu al door Geloof, Hoop en Liefde samen met Hem vorm te geven in ons leven.
En straks door voor altijd met Hem samen te leven in het Hemels Koninkrijk!

Deze gehele kwestie werpt licht op het doel van het Christelijk leren.
Met oprechtheid en gevoeligheid dienen we méér doordacht te gaan nadenken
over de manier waarop we de Blijde Boodschap overbrengen en onze doelen voor de beoefening van de traditionele kennisoverdracht weergeven en overdragen.
De Blijde Boodschap is echter een ervaring, een oefening in toewijding; de individuele leerervaring is een leerproces, hetgeen wordt opgedaan in het dagelijks leven. 
Lange tijd was men jaloers op mensen, die begiftigd waren met een wonderbaarlijk geheugen, die in staat waren om ‘alles’ letterlijk te herinneren  [zij bezaten een ‘actieve‘ herinnering] – de Blijde Boodschap memoriseerden, door het dagelijks -mondje voor mondje- van buiten leerde. Daar behoef je in onze tijd helaas niet meer mee aan te komen, we hebben immers het World Wide Web – waar je -als bij een grote encyclopedie- al informatie onmiddellijk paraat hebt.
Tegenwoordig concludeert de mens dat de ‘slimme geleerde‘, niet alleen parate kennis kan weergeven, maar tevens door de Heilige Geest ingegeven [-op basis van aangeboren talent-] onderscheidingsvermogen heeft – en dàt verdient in ònze tijd de voorkeur.
Het onthouden en parate kennis was goed, maar het door de Heilige Geest begiftigd zijn teksten te onderzoeken en nieuwe betekenis en ideeën te ontwikkelen wordt als béter ervaren.
Wanneer dit samengaat met het in eenvoudige bewoordingen overbrengen op de zoekende mens, die hiermee in zijn/haar leven vooruit kan heeft de Blijde Boodschap haar oorspronkelijke waarde hervonden.
Hoe vaak komt het niet voor dat men na afloop van een conferentie niet eens kan weergeven wat de waarde ervan voor de christen geweest is; veelal vindt men het interessant en gaat over tot de orde van de dag.
De kampioen onder de gelovigen blijft degene, die datgene wat verkondigt wordt in z’n binnenkamer praktiseert, werkelijk een verbintenis met God opbouwt. 

Uiteraard kun je eenzijdig prachtige projecten opzetten, indien deze echter niet door de gemeenschap gedragen worden – is het als water naar de zee.
De principiële basiseigenschap van spelleiders en toezichthouders is
in deze dat zij verantwoordelijk en integer ingesteld zijn;
het behoeven geen vooraanstaande geleerden op de kansel te zijn.
Dit wordt ook wel geestelijke intuïtie genoemd, een innerlijk weten.
Een soort weten vanuit je hart, dat voorbij gaat aan rationele overwegingen.
Dit weten kan zonder tussenkomst van jezelf door de Heilige Geest
tot stand komen, dàn is het er opeens zonder dat je de afkomst kunt verklaren.
De kunst is te luisteren naar die eerste impuls en daar iets mee te doen;
regelmatig wordt deze eerste impuls door rationele gedachten of
de drukte van de wereld om je heen vervormt en/of afgewezen.
Daarom is het noodzakelijk een eenvoudig, regelmatig en rustig leven te leiden.
Je aandacht wordt immers gericht door een balans in zien, horen of ervaren.
Ook je overtuigingen, normen en waarden bepalen wat je waarneemt;
je omgeving speelt derhalve een grote rol, wie je vrienden en
de gemeenschappen zijn, waarbij je jezelf bij aansluit.
Een levenshouding vraagt om eenvoud en keuzes in tijd, die
je hiervoor vrij maakt en hoe je jezelf door
de eenvoud van anderen laat inspireren.
Gedachtenuitwisseling geeft informatie van hetgeen
  bij de ander de aandacht heeft getrokken en
  bevestigt de betrokkenheid naar de gemeenschappelijke zoektocht.
De gepropageerde oostelijk beoefende meditatievormen sluiten de menselijke belevingen in de persoon òp en veroorzaken een inbreuk op de noodzakelijke onderlinge dialoog.
De gelovige Christen krijgt de innerlijk ervaring dat het Koninkrijk der Hemelen in al Zijn Kracht in z’n hart intrek genomen heeft.
Deze toestand is zeer goed beschreven in “De weg van een Pelgrim”, een Russische boer, die door de beoefening en de overgave van z’n gebed tot Christus deze staat van de door de Heilige Geest geschonken Genade verworven heeft.
En zo zwerf ik nu”, vertelt hij, “en herhaal onafgebroken het gebed van het hart [het Jezusgebed], dat mij kostbaarder en zoeter is dan alles wat de wereld mij kan bieden. Soms leg ik wel vijftig kilometer per dag af en voel zelfs niet dat ik wandel;
ik ben mij alleen bewust van het feit, dat datgene wat ik doe – door de Heer gedragen wordt;
wanneer de snerpende kou door mij heen dringt, begin ik m’n gebed nog nadrukkelijker te zeggen en spoedig doortrekt mij een heerlijke warmte;
wanneer de honger mij plaagt, roep ik nog vaker de Naam van mijn Heer en Meester aan en mijn verlegen naar voedsel wordt gestild.
wanneer ik ziek wordt en de pijn in armen, benen en gewrichten krijg, vestig ik m’n gedachten op het gebed en voel ik de pijn niet meer.
wanneer iemand mij kwaad doet, behoef ik enkel maar te denken: hoe heerlijk is mijn gebed tot mijn Meester en zowel letsel als boosheid gaan voorbij en ik vergeet alles
”.
Het Koninkrijk der Hemelen blijkt niet zo ingewikkeld te zijn, zo hoog verheven:
het Koninkrijk der Hemelen is binnen in ons”.
Zo God het dan toelaat ontvangt allen het begrip, wat ondanks wetenschappelijke vorming dom is, zoveel lichter, waarop je gemakkelijk dingen begrijpen en overdenken kunt, waar je voorheen niet bij stil hebt gestaan.

niet alleen de Doop, maar ook de Transformatie is noodzakelijk om Christus in Zijn Goddelijkheid te ontmoeten; not only Baptism, but also Transformation is necessary to meet Christ in His Divinity; όχι μόνο το βάπτισμα, αλλά και η Μεταμόρφωση είναι απαραίτητη για να συναντηθεί ο Χριστός στη Θεότητά Του; ليس فقط المعمودية ، ولكن أيضا التحول ضروري لمقابلة المسيح في لاهوته

Volgens de leer van de Orthodoxe Kerk opent dit Licht, de zinnelijke en geestelijke ogen van de volgeling van Christus – het is hetzelfde Licht dat Christus op de berg Thabor aan de discipelen geopenbaard heeft en dat later in de nacht van de Opstanding de wereld in straalde.
Zij, die dat Licht in hun hart ontvangen, bevinden zich in een verheerlijkte toestand, waarin zij de Heerlijkheid van Christus’ Opstanding aanschouwen en die een voorgevoel is van de zaligheid die de Rechtvaardigen geopenbaard zal worden op de dag van de algemene Opstanding. Het is hun eigen innerlijke opstanding uit de dood van de zonde reeds vóór de algemene Opstanding. In deze toestand wordt de menselijke ziel opgewekt uit de doden en in haar worden de woorden van onze Heiland vervuld: “ Die in Mij gelooft – heeft het eeuwig Leven”.
      En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo dient ook de Zoon van de mensen verhoogd te worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal 
hebben. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven za hebben. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zal veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zal wordenJohn.3: 14-17.
      Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal 
ze uit mijn hand roven. Wat Mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand van Mijn Vader. Ik en de Vader zijn eenJohn.10: 27-30.
    Beproef mij, God, doorgrond mijn hart; onderzoek mij en ken mijn wegen. Zie toe, of er een onterechte weg in mij is; maar leid mij op de weg tot de eeuwigheid” 
Psalm.138[139]: 23,24.  

Men kan zeggen: alles wat de Kerkelijke inspiratie ooit kon bereiken en voortbrengen, wordt tot uiting gebracht in de gestrengheid en ernst die de diensten in de tijd kenmerken.
      Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de Gestalte van God zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de 
mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood van het Kruis.
Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in de Naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: ‘Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!’Phil.2: 5-11.

2e Pinksterdag – dag van de Heilige Geest

Een Gelovige zien is het herkennen van Jezus Christus“;                                       ” Seeing a believer is recognizing Jesus Christ“;         ” Βλέποντας έναν πιστό αναγνωρίζει τον Ιησού Χριστό“;                                          “رؤية المؤمن هو التعرف على يسوع المسيح”.     

Komt alle Volkeren,
om de Goddelijke Drie-persoonlijke Godheid te aanbidden: de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de mede-eeuwige en meer-tronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verHeerlijkt met de Zoon.
Éen Macht, één Wezen, éen Godheid: wij allen aanbidden en zeggen:
Heilig bent U, God, Die door de Zoon alles geschapen heeft, tezamen met de energie van de Heilige Geest.
Heilig is de Sterke, door Wie wij de Vader mogen kennen en
door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is.
Heilige is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster, Die uitgaat van de Vader en Die rust in de Zoon.
Heilige Drie-eenheid, ere zij U

      Ziet toe, dat gij niet een dezer kleinen veracht.
Want Ik zeg u, dat hun engelen in de Hemelen voortdurend het Aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de Hemelen is. [Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te behouden].
Wat dunkt u? Indien een mens in het bezit is gekomen van honderd schapen en een ervan raakt verdwaald, zal hij dan niet de negenennegentig op de bergen laten en heengaan om het dwalende te zoeken? En gebeurt het, dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich over dat ene meer verblijdt dan over de negenennegentig, die niet verdwaald waren.
        Zo bestaat bij uw Vader, Die in de Hemelen is, de Wil niet, dat een van deze kleinen verloren gaat.
        Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen.
        Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen.
        Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring 
van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa.
        Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de Gemeente.
        Indien hij naar de Gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar.
Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de Hemel,
en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel.
Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van mijn Vader, Die in de Hemelen is.
Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun middenMatth.18: 10-20.

      Thans zijn jullie licht[-end voorbeeld] in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht,
– want de vrucht van het licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid en
– toetst wat aan de Heer wel-behaaglijk is.
En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het Licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.
Daarom heet het: Ontwaak, jullie die slapen en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten.
Ziet dus nauwlettend toe, hoe jullie wandelen, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.
En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen en zingt en bejubelt de Heer van harteEph.5.: 8b-19.

De weg die wij Gelovigen gaan heeft een goede basis, wij trekken door de woestijn van het leven, maar weten ons gedragen door een betrouwbare leidsman, de goede Herder.
De beeldspraak van kudde en herder vindt zijn oorsprong in de herinnering aan de woestijntocht, toen de Heer Zijn volk uit Egypte door de Woestijn heen heeft geleid naar het land van belofte: als een Goddelijke Herder Zijn kudde.
De Mysteriën [wonderen] die Hij gedaan heeft ten aanschouwen van onze voor-vaderen, in het land van Egypte, in de vlakte van Tanis”.
De vlakte van Tanis = de gehele vlakte van de Jordaan, die van de doop, de gehele vlakte waar de Jordaan doorheen liep van de zee van Galilea tot Zoar [= onbeduidend of onbelangrijk] toe, zodat de dode zee er onder begrepen werd. Voornamelijk denken we aan de vlakte, waar Sodom en Gomorra, Adama en Seboïm, hun ondergang tegemoet gingen.
Eer de Heer Sodom en Gomorra verdorven had was de vlakte van de Jordaan als de hof des Heren en als het land van Egypte te weten àls òf dáár gezegd wordt jullie komen van/te Zoar.

      Abram bleef wonen in het land Canaan en Lot vestigde zich in de steden van de Streek, en sloeg zijn tenten op tot bij Sodom. De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegen-over de HeerGen.13: 12,13.
Het lijkt onbeduidend, maar wij leven in de vlakte van Tanis en worden geleid naar het land van de Belofte – het staat er reeds vanaf den Beginne, je dient het alleen maar te lezen en te zien, te horen.
En de mensen van Sodom waren boos en grote zondaars tegen alles wat
God hen maar geboden had
– alle mensen zijn van nature boos en zondaars, daar is niemand van uitgezonderd, zelfs niet één, zo zegt David:
Allen zijn afgedwaald, zij zijn omkoopbaar: er is niemand, die het goede doet, zelfs niet één, Hun keel is een open graf, hun tong pleegt bedrog; addervergif zijn hun lippen. Hun mond is vol verwensing en bitterheid; hun voeten zijn vlug om bloed te vergieten. Hun wegen zijn verderf en ongeluk, maar de weg van Vrede kennen zij niet; de vreze voor God staat hun niet voor ogenPsalm 13: 4-7, vert. ROK ’s-Gravenhage.

‘Christus’ klopt aan jouw deur

Nadat wij de roep van de Herder beantwoord hebben en ons hebben laten dopen trekken wij weliswaar door de woestijn van het leven, maar weten ons gedragen door een betrouwbare leidsman, de goede Herder; wij wandelt als kinderen van het Licht
    Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de Kracht en de komst van onze Heer Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn Majesteit.
     Want Hij [Christus, onze Leidsman] heeft van God, de Vader, eer en Heerlijkheid 
ontvangen, toen zulk een stem van de Hoogwaardige Heerlijkheid [uit de Hemelen] tot Hem kwam: ‘Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Wie Ik Mijn Welbehagen heb. En deze stem hebben ook wij uit de Hemel horen komen, toen wij met Hem op de Heilige Berg [Thabor] waren.
        En wij achten het profetische woord [daarom] des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie van de Schrift [de Blijde Boodschap] een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil vaneen mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken2Petr.1: 16-21.

De Kerk roept ons via haar eerst-geroepenen op:
    Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en Godsvrucht strekt, begiftigd door de Kennis van Hem, Die ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; 
door Deze zijn wij met kostbare en zeer grote Beloften begiftigd, opdat jullie [mensen] daardoor deel zouden hebben aan de Goddelijke Natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
       Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw Geloof de deugd, door de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de Liefde [jegens allen].
Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden, laten zij u niet zonder werk of vrucht voor de kennis van onze Heer Jezus Christus
[uw aller Herder]”  2Petr.1: 3-8.

Luistert, gij zonen van Abraham, Isaäc en Jaäcob, luistert naar Israël [de Kerk];
de 12 stammen van Israël – gelijk de 12 apostelen van de Kerk:
        Ruben [= zie, een zoon] , mijn eerstgeborene zijt gij, mijn sterkte en de eersteling van mijn  Kracht, de voornaamste in Hoogheid, de voornaamste in vermogen. Gij, die opbruist als water, gij zult de voornaamste niet zijn, omdat gij het bed van uw vader beklommen hebt; toen hebt gij het ontwijd. Hij heeft mijn leger-stede beklommen.
        Simeon [= luisterend, gehoord] en Levi [= verbonden] zijn broeders; hun gereedschappen zijn werktuigen van geweld. Mijn ziel zal geen deel hebben aan hun [wereldse] beraadslaging, mijn geest zal zich niet aan-sluiten bij hun vergadering, want in hun toorn hebben zij mannen [de mensheid] gedood en in hun moedwil hebben zij runderen de pezen doorgesneden. Vervloekt zij hun toorn, want die is hevig, en hun grimmigheid, want die is hard. Ik zal hen verdelen onder Jaäcob [= hielenlichter] en verstrooien onder Israël [= God heeft de overhand, God zegeviert].
     Juda [= geprezen, hij zal geprezen worden], u zullen uw broeders loven, uw hand zal zijn op de nek van uw vijanden, voor u zullen de zonen van uw vaderen zich neerbuigen. Een leeuwenwelp is Juda; na de roof zijt gij omhoog geklommen, mijn zoon; hij kromt zich, legt zich neer als een leeuw of als een leeuwin; wie durft hem opjagen? De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heerser’s-staf tussen zijn voeten, totdat Silo [= plaats van rust bij de eigenaar] komt en hem zullen de volken gehoorzaam zijn. Hij zal zijn ezel aan de wijnstok binden en het jong 
van zijn ezelin aan de wingerd; hij zal zijn kleed in wijn wassen en in druivenbloed zijn gewaad.
Hij zal donkerder van ogen zijn dan wijn en witter van tanden dan melk.
        Zebulon [= verheven, bewoning] zal wonen aan het strand der wijde zee, ja, hij zal wonen aan het strand bij de schepen, en zijn zijde zal naar Sidon [= de jacht, het jagen naar] gekeerd zijn.
        Issakar [= er bestaat beloning] is een bonkige ezel, die tussen de stallingen ligt; Als hij ziet, dat de rust goed is, en dat het land liefelijk is, buigt hij zijn schouder om te torsen en leent zich tot slaafse herendienst.
        Dan [= rechter] zal zijn volk richten als een der stammen van Israël. Moge Dan een slang op de weg zijn, een hoornslang op het pad, die in de hielen van het paard bijt, zodat zijn berijder achterover valt. Op uw Heil wacht ik, o Heer.
        Gad [= een binnenvaller of troep of fortuin], een bende zal hem belagen, maar hij zal hun hielen belagen.
        Aser [= gezegend, gelukkig], zijn spijze zal vet zijn, en hij zal koninklijke lekkernijen leveren.
        Naftali [= worstelend, wordteling] is een losgelaten hinde; hij laat schone woorden horen.
        Jozef [= de Heer heeft toegevoegd, laat hem toevoegen] Een jonge vruchtboom is Jozef, een jonge vruchtboom aan een bron; zijn takken stijgen boven de muur uit; De boogschutters hebben hem getergd, beschoten en vijandig bejegend, maar zijn boog bleef stevig en zijn sterke handen bleven lenig, door de handen van de Machtige van Jaäcob, daar de Steenrots van Israel [de Kerk] Zijn herder is; Door de God uws vaders, die u zal helpen, en de Almachtige, die u zal zegenen met zegeningen uit de Hemelen van boven, met zegeningen van de watervloed, die beneden ligt, met zegeningen van de borsten en de moederschoot.  De zegeningen van uw vader gaan de zegeningen van mijn voorvaderen te boven, reikende tot het kostelijkste der eeuwige heuvelen; zij zullen komen op het hoofd van Jozef, op de schedel van de uitverkorene onder zijn broeders.
         Benjamin [ de jongste, zoon van de rechterhand of zoon van geluk] is een verscheurende wolf; in de morgen verslindt hij zijn prooi en tegen de avond verdeelt hij de buit.
Dit zijn al de stammen van Israël, twaalf in getal; en dit is wat hun vader over hen gesproken heeft, toen hij hen zegende; ieder zegende hij met een eigen zegen” Gen.49: 6- 28.

“Gij richt een tafel voor mij aan voor de ogen van mijn verdrukkers”;

God, onze Vader trof alle eerstgeborenen in Egypte,  de eerst-verwekten in de tenten van Cham [= verhit, heet]; maar Zijn uitverkoren Volk liet Hij als schapen uitgaan, ging hun kudde vóór, door de woestijn;  veilig leidde Hij hen – niets te vrezen! – had de zee niet hun vijand bedekt?
Wanneer onze Heer en Verlosser, Jezus Christus Zichzelf de Goede Herder noemt, dan dienen wij dit beeld voor ogen te houden, niet zozeer met op de achtergrond Zijn weldoende rondgaan door dorpen en steden, als wel Zijn Pascha, ons Geloof van Pascha, de verlossing uit de dood, uit de slavernij van het uitzichtloze door de dodende zee heen, opgestaan tot eeuwig Leven.
Aan het einde van de woestijntocht verneemt Mozes dat hij gaat sterven.
Vervolgens bidt/smeekt hij tot zijn God,
“Heer, ontferm U” dat deze voor Israël [de Kerk] Iemand zou aanstellen, ‘Die hen uitleidt en thuisbrengt’, toen sprak Mozes tot de Heer:
        De Heer, de God der geesten van alle levende schepselen, laat Hem over de vergadering een man aanstellen , Die voor hun aangezicht uitgaat en Die voor hun aangezicht ingaat, en Die hen doet uittrekken en hen weer terugbrengt, opdat de vergadering des Heren niet zij als schapen die geen herder hebbenNum.27: 15-17.
De Gemeenschap van God, het uitverkoren Volk des Heren zou ‘een kudde zonder herder’ worden. En de God van onze Vaderen stelde vervolgens Iemand aan, Die redding brengt [= Joshua]. “Jezus” is het Griekse woord voor de Hebreeuwse naam Joshua, die oorspronkelijk luidde Hoshea [= redding] :
      Mozes noemde Hosea, de zoon van Nun [= nageslacht], Jozua “ Num.13: 8,16, die Hij uitzond om het Beloofde Land te verkennen.

Wanneer onze Heer en Verlosser over Zichzelf getuigt dat Hij de Goede Herder is, voegt Hij er expliciet aan toe:
‘dit is de opdracht die Ik van mijn Vader heb ontvangen’.  Dit betekent dan voor Hem: ‘een Koningschap, een Koninkrijk op de wijze van David, met als de twee criteria van zijn leiderschap: oprechtheid enerzijds, met omzichtige hand anderzijds.
Oprechtheid, de waarheid, desnoods de harde waarheid; maar ‘niet’ de harde hand, ‘wel’ de hartelijke hand, de hand van het hart.

De profeten van de ballingschap, in het bijzonder Isaiah, zien de terugkeer uit Babylonië als een nieuwe woestijntocht naar het land van de belofte.
      Zie, hier is uw God! Zie, de Heer der Heerscharen zal komen met Kracht en Zijn arm zal Heerschappij oefenen; zie, Zijn loon is bij Hem en Zijn vergelding gaat voor Hem uit.
       Hij zal als een herder Zijn kudde weiden, in Zijn arm de lammeren vergaderen en ze in Zijn Schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden.
       Wie mat de wateren met Zijn holle hand, bepaalde de omvang der Hemelen met een span, vatte met een maat het stof der aarde, woog de bergen met een waag en de heuvelen met een weegschaal?
Wie bestuurde de Geest des Heren en onderrichtte Hem als zijn raadsman?
Wie raadpleegde Hij, dat deze Hem inzicht zou geven, het rechte pad zou leren, kennis bijbrengen en de weg van het verstand doen kennen?
Zie, volkern zijn geacht als een druppel aan een emmer en als een stofje aan een weegschaal;
zie, 
eilanden zijn als fijn stof, dat uitgestrooid wordt; de Libanon [= witheid] is niet toereikend als brandhout, en zijn wild gedierte niet ten brandoffer.
Alle volkeren zijn als niets voor Hem, zij worden 
door Hem beschouwd als nietig en ijdel. Met wie dan wilt gij God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?Isaiah 40: 10-18.
Als Christus Zich de Goede Herder noemt, dan is het ons Geloof dat in Hem de geschiedenis van de mensheid, onze geschiedenis, telkens opnieuw een kéér zal nemen: vàn ballingschap náár terugkomst thuis, vàn vallen náár opstaan, vàn zonde náár verzoenende vergeving.
Maar, zó stellen daarna dezelfde Profeten vast – hun woordvoerder is nu in de eerste plaats Ezechiël – de herders [de spelleiders] van Israël [de Kerk] ‘weiden zichzelf‘.
Hun schapen buiten ze uit en die raken verstrooid over de gehele aarde, de kudde wordt geplunderd en valt ten prooi aan de wilde dieren.
Dàn zegt de Heer onze God, via Zijn Geest bij monde van Zijn profeet:
Ik zal zelf omzien naar mijn schapen en ervoor zorgen…
Ik zal zelf mijn schapen weiden en ze een rustplaats wijzen…
Ik zal over hen één herder aanstellen die hen weiden zal: mijn dienaar David.
Die zal ze weiden, die zal hun herder zijn…
Ik, de Heer, zal hun God zijn en mijn dienaar David hun vorst…
Zo luidt de godsspraak van Jahwe de Heer:
Jullie zijn toch Mijn schapen, de schapen die Ik weid;
 Jullie zijn Mijn mensen en Ik ben jullie God.
En Jezus zegt: “Ik ben de Goede Herder,  de nieuwe, de door Jahwe beloofde,
de enige, de waarachtige“.
Dat wil zeggen: “Uw Barmhartigheid volgt mij van nabij, alle dagen van mijn levenPsalm 22: 8; oftewel dat Ik garant sta voor Leven, doorheen al uw lijden en de dood. Zijn Volk laat Hij als schapen uitgaan, Hij gaat Zijn kudde vóór door de woestijn. Hij staat èr garant voor -om hen- in Oprechtheid en Hartelijkheid voor te gaan

Transfiguratie, ‘Heer, laat ons tenten bouwen’.

    Heer, wie mag wonen in Uw tent, wie mag verblijven op Uw Heilige Berg?
Hij die wandelt zonder vlek en de werken der Gerechtigheid doet. Die waarheid spreekt in zijn hart, die geen bedrog pleegt met zijn tong.
Die geen bedrog pleegt tegen zijn naaste, noch kwaad wil horen over hen die hem na-staan. 
Wie kwaad doen, zijn in zijn ogen gering; maar wie de Heer vrezen, eert hij. Als hij zweert voor zijn naaste, houdt hij zijn woord; hij geeft zijn geld zonder rente. Hij aanvaardt geen geschenken tegen schuldelozen.
Wie zo doet staat onwankelbaar tot in  eeuwigheidPsalm 14, vert ROK ’s-Gravenhage.

De wereldse mens zal opmerken:
dat is prachtige Bijbelse poëzie; het mag dan voortreffelijke Theologie zijn;
maar wat heeft het concreet te betekenen in deze moderne tijd van
computer en hightech waarin wij leven?
Is er een concreter, completer, moderner, universeler levensprogramma denkbaar dan  dat van de oude psalmen, profeten en parabels?
Dat wij in de Geest van God, in de voetsporen van de verrezen Heer, Die ons tot Leven wekt, voor elkaar garant staan voor geluk en genade;
dat wij voor elkaar garant staan voor leven ondanks lijden en dood, sterker dan lijden en dood;
dat wij ‘in open overleg‘ er -garant voor te staan- vertrouwelijk
met elkaar om te gaan  in oprechtheid en met zachte hand,
rechtlijnig en zachtzinnig;
dat wij ervoor garant staan telkens weer te kiezen voor
verzoening en elkaar nieuwe kansen te gunnen,
voor elkaar mensen van Ontferming en Vrede te zijn;
dat wij ons daarom met Gelovige Zekerheid geborgen weten
in God’s Vaderhart en in de Liefde van de Goede Herder.

Ondanks datgene wat de wereld ons voorhoudt
blijven wij Gelovigen in de Geest van God, met
onze Heer aankloppen en zeggen met Hem:
    Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven;
neem mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en je zult rust vinden voor je ziel; want mijn juk is zacht en
mijn last is licht
” Matth.11: 28-30.

 

Christus zegent de kinderen, ‘Laat de kleinen tot mij komen, belet het hen niet, want in hen verblijft het Koninkrijk der Hemelen!’

Onze Heer en Zaligmaker, de Zoon van God is er namelijk van overtuigd dat
er mensen zijn die heel goed weten, dat het heel ànders dient te gaan in hun leven. Misschien herken jij dàt ook, een voortdurende onrust, een leegte, die door niets  in deze wereld gevuld kan worden, een verlangen naar God misschien zelfs zonder dat je dàt onder woorden kunt brengen.
Je hebt spijt van je hardheid, en je ziet je eigen arrogantie en egoïsme.
Je ervaart dat je onrein bent vanwege je eigen hooghartige gedachten en fantasieën die maar blijven opkomen en weer gaan zonder dat je er grip op krijgt. Daardoor voel je je misschien schuldig.
Hoe andere mensen jou beoordelen, òf ze jouw strijd zien of niet, en
òf je christen bent of niet, dat verandert niets aan het feit dat
je zelf heel goed beseft dat het toch niet zo goed met je gaat, als je
je omgeving doet voorkomen.
Je weet dat er krachten in je leven zijn die sterker zijn dan jezelf en
die jou in je gedachten bij God vandaan trekken naar dingen die
niet goed voor je zijn en waardoor je in een spiraal van
ellende terecht kunt komen.
Zou je dàt nòg langer negeren dàn zou je niet eerlijk meer zijn
ten opzichte van jezelf.

Komt alle Volkeren,
om de Goddelijke Drie-persoonlijke Godheid te aanbidden:
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de mede-eeuwige en meer-tronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verHeerlijkt met de Zoon.
Éen Macht, één Wezen, éen Godheid: wij allen aanbidden en zeggen:
– ‘ Heilig bent U, God, Die door de Zoon alles geschapen heeft,
tezamen met de energie van de Heilige Geest.
– ‘ Heilig is de Sterke, door Wie wij de Vader mogen kennen en
door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is.
– ‘ Heilige is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster,
Die uitgaat van de Vader en Die rust in de Zoon.
Heilige Drie-eenheid, ere zij U

Bezingen wij de Een-wezenlijke Drie-heid:
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, want
zo is het ons verkondigd door
alle Profeten, de Apostelen en de Martelaren

uit: Pentecostarion, blz.466 ROK ’s-Gravenhage.

Prijslied
[refr.] “Wij vereren U, wij vereren U Leven-schenker Christus,
en vereren Uw Al-Heilige Geest, Die
U van de Vader over Uw
God-dragende Leerlingen gezonden hebt“.

– “De Hemelen verhalen de Heerlijkheid Gods,
het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen“. [refr.]

– “Over de gehele aarde klinkt hun [Blijde] Boodschap,
tot aan de grenzen der wereld hun woorden.
Door de adem van Zijn mond
is heel hun kracht bevestigd“.  [refr.]

– “Vuur vlamde op van Zijn aanschijn,
een brandende vuurgloed ging van Hem uit:
een geweldige storm omringt Hem
Alle einden der aarde zullen zich herinneren en
tot de Heer terugkeren;
alle geslachten zullen voor Hem neerbuigen“.  [refr.]

– “Het getuigenis des Heren is waar,
en geeft wijsheid aan de kleinen:
de oordelen des Heren zijn recht zij verblijden het hart.
De aarde werd geschokt en de hemelen dropen,

voor het aangezicht van de God van de berg Sinaï“.  [refr.]

-“Zend Uw Geest uit, en alles zal geschapen worden:
U zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
Uw goede Geest geleide mij in een effen land“.  [refr.]

-” God schep in mij een zuiver hart;
vernieuw in mijn binnenste de rechte Geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht;
neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.
Geef mij de vreugde terug van Uw Heil;
sterk mij met Uw besturende Geest“.  [refr.]

-” De Heer schenkt met Macht het Woord
aan de brengers van de Blijde Boodschap.
De Heer zal Zijn volk Kracht schenken:
de Heer zal Zijn Volk zegenen met Vrede

Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen

Hypakoi     tn.8
Na Uw Opstanding uit het graf, o Christus,
en Uw Goddelijke Opvaart naar de hoogste Hemelen,
hebt U over de God-schouwenden Uw Heerlijkheid gezonden, Barmhartige,
en de rechte Geest hernieuwd in Uw Leerlingen.
Zo hebben zij, als een welluidende harp,
op Mystieke wijze door God bespeeld,
Uw Woorden en Heilsorde doen weerklinken“.
uit: Pentecostarion, blz.470,471 ROK ’s-Gravenhage.

Zondag van Pinksteren – Πεντηκοστή, de Nederdaling van de Heilige Geest

”     Zie temidden van de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggend:
‘Indien iemand dorst heeft, hij dient tot Mij te komen en te drinken! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’.
Dit zei Hij van de Geest, welke zij, die tot Geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.
Sommigen dan uit de schare, die naar deze woorden geluisterd hadden, spraken:
‘Deze is waarlijk de profeet’. Anderen zeiden: ‘Deze is de Christus’;
weer anderen zeiden: ‘De Christus komt toch niet uit Galilea? Zegt de Schrift niet, dat de Christus komt uit het geslacht van David en van het dorp Betlehem, waar David was?’
Er ontstond dan verdeeldheid bij de schare om Hem; en sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand sloeg de handen aan Hem. De dienaars dan gingen naar de overpriesters en Farizeeën en die zeiden tot hen: ‘Waarom hebt gij Hem niet medegebracht?’.
De dienaars nu antwoordden hun: ‘Nooit heeft een mens zo gesproken, als deze mens spreekt!’.
De Farizeeen dan antwoordden hun: ‘Zijt gij soms ook verleid? Heeft soms een van de oversten in Hem geloofd, of van de Farizeeën? Maar die schare, die de wet niet kent, vervloekt zijn zij!’.
Nicodemus, die vroeger tot Hem was gekomen, een van hen, zei tot hen:  ‘Veroordeelt onze wet dan een mens, tenzij men zich eerst van hem op de hoogte gesteld heeft en kennis genomen van wat hij doet?’.  Zij antwoordden en zeiden tot hem: ‘Zijt gij soms ook uit Galilea? Ga maar na en zie, dat uit Galilea geen profeet opstaat. Opnieuw  dan sprak Jezus tot hen en zei:
‘Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het Licht van het Leven bezittenJohn.7: 37-52;8: 12.

Met Pinksteren vieren wij de geboorte van de Kerk.
Christus, de Zoon van God, die geleden heeft en aan het kruis is gestorven, is met Pasen verrezen uit de doden. Daarna verschijnt Hij nog aan de leerlingen en met Hemelvaart vieren we dat Hij definitief terug gaat naar God de Vader in de hemel en zetelt aan Zijn rechterhand.
Voordat Jezus wegging heeft Hij beloofd de gelovigen niet alleen te laten. De ons toegezegde Heilige Geest wordt ons gegeven om met God verbonden te blijven.
Maar ook om, geholpen door de ingevingen van die Heilige Geest, het Evangelie van Christus te kunnen verkondigen.

Wij, geschapen uit het slijk der aarde, zijn als mensen niet in staat op eigen kracht de volle leer van Jezus’ Blijde Boodschap [= Evangelie] te verkondigen;
de Heilige Geest helpt ons daarbij.
Op de dag van Pinksteren [ook wel Pentecoste, dat is “de vijftigste dag” na Pasen] gaan de Apostelen voor het eerst na Pasen verkondigend naar buiten en spreken in allerlei talen de mensen toe.
Pas nu zijn zij in staat overtuigend en duidelijk te spreken vàn en óver de Blijde Boodschap, de Pedagogie, het Geloof wat Christus hen heeft geleerd en voorgeleefd.
En met wàt voor een overtuiging! Velen bekeren zich, laten zich dopen en worden aldus eveneens   getuigen van Christus.

Veel mensen in Nederland weten alleen nog dat Pinksteren een extra dag vrij betekend – Het liedje ‘Op een mooie Pinksterdag’ spreekt iedereen dan ook aan.
Echter er zit een veel grotere betekenis achter Pinksteren dan alleen maar dat extra dagje vrij.
De geschiedenis van Pinksteren gaat namelijk vèr terug in de tijd.
Christenen zien Pinksteren als een neerdaling van de Heilige Geest over de apostelen, met het feest Pinksteren herdenkt de Kerk deze heilige gebeurtenis.
Het woord Pinksteren is ontstaan uit het Griekse woord Πεντηκοστή [Pentekosté], wat vijftig betekend.
Dit refereert aan de dag wanneer Pinksteren wordt gevierd, dit is namelijk de vijftigste dag.
Christenen herdenken de vijftigste dag dus als de neerdaling van de Heilige Geest op de apostelen, terwijl het Jodendom het ziet als het Wekenfeest.
Pinksteren is namelijk ontstaan uit het joodse zeven weken na Pesach-feest, hetgeen ook wel Sjavoeot genoemd wordt; met dit feest wordt gevierd dat de Tora aan het joodse volk is gegeven. De synagogen worden op deze dag geheel versierd met bloemen. Op deze manier herinneren de joden zich dat God de berg Sinaï ook helemaal had versierd met bloemen toen Hij hen de Torah, de Wet gaf.
Vroeger was Pinksteren alleen een dankfeest voor het binnenhalen van een goede oogst en pas in de tweede eeuw na Christus kreeg Pinksteren een nieuwe betekenis. Toen kreeg Pinksteren als betekenis om het Nieuwe Verbond tussen God en het Nieuwe Israël [de Kerk] te herdenken, de Nederdaling van Gods Geest.
Met Pinksteren viert de Kerk formeel haar ontstaan.
Onze Kerk bestaat dus vanaf Pinksteren in het jaar 33 en viert in 2033 haar 2000 jarig bestaan.
De Christelijke Kerk ziet Pinksteren als een neerdaling van de Heilige Geest over de apostelen, met het feest Pinksteren herdenken wij deze heilige gebeurtenis.

 

Pentecost, 14th cnt

De Heilige Geest is de Derde Persoon van de Ene God, naast de Vader en de Zoon, zo geloven wij. Het is een Gods-Mysterie, een Gods-wonder, maar het is een werkelijkheid, het is reëel, wanneer je je als volgeling van Christus voor Hem openstelt, de Heilige Schrift [hardop] leest en dit op je in laat werken.
Bijvoorbeeld het moment waarop Jezus, de Zoon, gedoopt wordt met de Heilige Geest.
De Heilige Geest wordt vaak afgebeeld als Vurige tongen, omdat de leerlingen vol vuur waren van de Boodschap, die ze gingen verkondigen en de liefdesboodschap, die ze in alle talen de mensen konden doorgeven.
Ook als duif wordt de Geest voorgesteld, omdat de duif voor reinheid en zachtmoedigheid staat, maar bovenal voor Hemelse inspiratie, vrede en de ziel.
De Heilige Geest is inderdaad de bezieling voor de Kerk om ook in onze tijden de boodschap van God onder de mensen te brengen.

Om het belang van dit Hoogfeest aan te geven kent dit feest ook een “Tweede Pinksterdag”, zoals dat ook met Kerstmis en Pasen is.
Dit noemen wij de Traditie van de Kerk, ondanks datgene wat sommige humanistische partijen hiervan vinden, maar een Hoogfeest wordt dusdanig gevierd dat wij er maar niet genoeg van kunnen krijgen om een dergelijk feest in één dag vieren. De 2e Pinksterdag wordt namelijk gevierd als de dag van de Heilige Geest en het is ontzettend jammer dat bepaalde groeperingen dit willen omzetten naar nog maar weer een ‘Maria-feest‘, zij werken daarmee zelf de afbraak van de Traditie in de hand.

De Heilige Geest moet onze zwakheid te hulp komen en daarom vragen wij steeds om de bijzondere Genadegaven: we  vragen om de heilige Geest te mogen ontvangen, zodat onze geest van zelfzucht wordt bekeerd, omgekeerd, bekeerd tot een geest van nederigheid.

In de avond van de eerste dag van de week“.
De Christelijke Zondag. Geruisloos heeft de Joodse Sabbat plaats gemaakt voor de Christelijke Zondag. Geen revolutie, maar een haast naadloze overgang.
Of beter: de ontreddering van deze revolutie heeft onze Heer Zelf opgevangen.
Want om helemaal opnieuw te kunnen beginnen was het nodig, dat het oude werd losgelaten.
Dat loslaten heeft Christus gedaan: Zijn milieu, Zijn geboortegrond, Zijn verwanten, Zijn goede Naam, de trouw van Zijn leerlingen, Zijn gezondheid, Zijn moeder, Zijn leven, kortom alles wat onze Heer, Jezus Christus, bond aan de Joodse grond, aan de Joodse wet, aan het Oude Verbond, Hij werd eruit ontworteld.
Aan al het oude afgestorven is Jezus voor ons de nieuwe innerlijke Tempel geworden en is Zijn Gloriedag onze zondag, de dag des Heren geworden, de dag van onze Heer.

Toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen…“.
Het verheerlijkte Lichaam van onze Heer is niet meer gebonden aan de begrenzingen van tijd en ruimte. Maar ook daarvoor heeft Hij de prijs betaald.
Eerst heeft Hij zich tot het uiterste toe gebonden aan de begrenzingen van het menselijke bestaan en heeft Hij elke overschrijding van die grenzen als een bekoring afgewezen. Vanaf  Zijn Geboorte in een grot tot en met de mensonwaardige executie op het Kruis is Jezus trouw gebleven aan de voorwaarden van het gewone menselijke bestaan.
Door Zich vrijwillig te binden aan de begrensdheid door tijd en plaats heeft Jezus alle plaatsen en alle tijden overstegen en is Hij de mens voor allen geworden om nu te kunnen zijn overal waar mensen zijn.
Wil ons leven een betekenis hebben die uitgaat bóven de nauwe grenzen van onze menselijke situatie, dàn behoeven wij ons niet aan de greep van onze menselijke oorsprongssituatie te onttrekken, ons te ontwortelen, maar dàn moeten wij juist ten einde toe eraan trouw blijven.

“Hij ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u“.
Dat is het aanschouwelijk beeld van de kerk: Jezus in het midden, zijn Vrede schenkend.
Niet de vrede zoals de wereld die geeftJohn.14: 27.
Niet de vrede van deze wereld, want dat is een vrede die gebonden blijft aan vredige omstandigheden.
Het is een Vrede “die alle begrip te boven gaat” [Phil. 4: 7], een Vrede in omstandigheden waarbij mensen zich afvragen hoe iemand daarbij nog de Vrede kan bewaren. Met die Vrede heeft Christus de wereld overwonnen:
Dit heb Ik u gezegd, opdat jullie de vrede zouden bezitten in Mij. Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnenJoh.16: 33.

Na dit gezegd te hebben, toonde
Hij hun Zijn handen en Zijn zijde
“.
De tekenen dus van zijn nederlaag.
De Vrede van Christus is dus de Vrede waarmee de nederlaag wordt verdragen.
Christus heeft het kwaad overwonnen door zich er niet kwaad over te maken en het actief te bestrijden, maar door het met een zacht en vredig gemoed te dragen.
Deze nederigheid schept eenheid onder de mensen: Vrede.
Hoogmoed schept verdeeldheid.
Als we tegen elkaar opbieden, onszelf voortdurend in een concurrentiepositie plaatsen tegenover anderen: nog sneller, nog rijker, nog meer Macht, nog meer luxe, nog meer comfort, anderen de ogen uitsteken, ontstaat er verdeeldheid en geweld. Anderen willen niet onderdoen, zij doen zichzelf en anderen geweld aan om hetzelfde inkomen te krijgen. Daardoor komen anderen weer te kort: kinderen, zieken, minderbedeelden, zwakker begaafden.
Er is geen tijd meer voor hen. Van louter voortvarendheid loopt men ook zichzelf voorbij en teert men in op de zwakkere, maar zoveel kostbaardere krachten in zichzelf:
inkeer, gebed, stilte, tijd nemen voor zichzelf en voor elkaar, spel, contemplatie,
allerlei niet-nuttige bezigheden, lezen, genieten van de natuur, poëzie, muziek enz.
Christus en de Kerk zijn ervoor om voor díe zachte krachten een lans te breken.

Nogmaals zei Jezus tot hen: Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u“. De apostelen en wij worden opgenomen in Jezus’ eigen Goddelijke  Vredeszending. Een innerlijke Vrede dus, een Vrede van het hart, maar niet een Vrede die inwendig blijft.
De Vrede van Christus bepaalt vanuit onze kern heel ons wezen en van daaruit al onze contacten.
Nu dien ik mijn contacten na te gaan of ik er de Vrede die Christus in mijn hart legt, dieper in kan laten doorsijpelen. Met name bij de personen met wie ik het minder goed kan vinden en over de onderwerpen die gevoelig liggen en die ik steeds maar weer uit de weg ga.

Na deze woorden blies Hij over hen en zei: Ontvangt de heilige Geest“.
De heilige Geest, dat is Jezus zelf in zijn eenheid met de Vader.
Het is de Persoon, die zoals in de Geloofsbelijdenis staat, “die voortkomt van de Vader”.
Wanneer we Jezus over de Vader horen spreken en we ervaren bij zo’n woord van Jezus over de Vader een beweging van genegenheid voor de Vader, een opwelling van liefde voor Hem, dan hebben wij op zo’n moment contact met de heilige Geest, dan worden wij ons bewust hoe we zijn opgenomen in de liefdesstroom tussen de Zoon en de Vader.
Soms denken mensen: God is zo ver weg, zo hoog – hoog in de hemel.
Of Jezus, Die is zo lang geleden, al bijna twee duizend jaar.
Dan mogen we bedenken: de Heilige Geest, dat is Jezus en de Vader levend en vlak bij, de kracht en het licht van God in het eigen hart.
Precies wat er in het evangelie staat: “En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden; ook Ik zal hem beminnen en Ik zal Mij aan hem openbarenJohn.14: 21.
Luisteren naar wat de woorden van Jezus in je doen en laten, dat is “Geestelijk Leven“.
Geestelijk of pneumatisch leven, het leven in de heilige Geest.

Pinksteren: « de Hemel komt vandaag naar de aarde »; Pentecost: «Heaven is coming to earth today»; Πεντηκοστή: «Ουρανός ημίν γέγονε σήμερον η γη»

Onderaan de Pinkster-icoon ziet men een keizerlijk personage, die de tijdelijke wereld voorstelt.
Deze allegorische figuur ziet men op de icoon vanaf de XIVe eeuw.
Zij benadrukt de kosmische dimensie van Pinksteren. Byzantium, het nieuwe Rome, was uitverkoren als hoofdstad door de Romeinse keizer Constantijn, die haar herdoopte met de naam Constantinopel. Constantijn was de eerste keizer die zich bekeerde tot het christendom.
Het Romeinse Rijk dat Christelijk geworden was werd nadien vanwege de uitvoerende macht in tweeën verdeeld.  Constantinopel werd de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk – Rome van het West-Romeinse Rijk.

Deze keizer op de icoon houdt in een gebaar van dankzegging aan God een linnen doek vast met de twaalf schriftrollen van de apostolische verkondiging.
Dit soort linnen doek ziet men ook in de antieke kunst bij de afbeelding van de allegorieën van de seizoenen van de aarde; het doek bevat dan meestal vruchten en verbeeldt de overvloed van de vruchten van de aarde. Men kan dit linnen doek ook zien als een bootje. Het schip is vaak gebruikt om de Kerk voor te stellen.
De H. Clemens [3e eeuw] zegt: “Het lichaam van de Kerk is als een groot schip dat in een grote storm mensen van verschillende herkomst vervoert, die in het Koninkrijk Gods willen wonen. Beschouw God derhalve als de kapitein van dit schip, Christus als de stuurman, de bisschop als de man op de uitkijkpost, de priesters als de bemanningsleden, de gemeenschap van broeders als de passagiers, de wereld als de onpeilbare diepte van de dood...”

De apostelen waren eenvoudige vissers en werden geroepen om in zee te gaan aan boord van het schip dat de Kerk is, om vissers van mensen te worden.
Alle volkeren moeten de Blijde Boodschap horen: dat de gave [de genade] van de Heilige Geest voor iedereen is.

Troparion           tn8
Gij zijt gezegend, o Christus, onze God,
Die met Uw Wijsheid de Vissers hebt vervuld,
door hen te vervullen met Uw Heilige Geest.
Door hen hebt Gij heel de wereld buitgemaakt;
Minnaar der mensen, ere zij U
“.

Kontakion          tn8
Toen de Allerhoogste nederdaalde,
verwarde Hij de talen en scheidde de volkeren.
Toen Hij echter de Vuurtongen uitdeelde
riep Hij allen tot eenheid.
Laat ons daarom eenstemmig de Heilige Geest
verheerlijken
“.

Gij allen die in Christus zijt gedoopt,
gij hebt u bekleed met Christus

hymne tijdens de Goddelijke Liturgie [“in de plaats van Heilige God . . .”]

Psalmen op basis van Waarheid samengesteld – Psalm 6 – de Heer heeft het maar moeilijk met ons mensen.

Laten we verder spreken over Christus, over het hoe, en wat en waartoe, dan
zal het Licht in ons blijven branden . . .
en krijgt de nacht ons niet te pakken . . .
’.
Emmaüsganger

Heer, berisp mij niet in Uw toorn; kastijd mij niet in Uw gramschap.
Ontferm U mijner, Heer, want ik ben zwak;
genees mij, Heer, want mijn gebeente is ontsteld.
Mijn ziel is uiterst beangst: hoe lang nog wacht Gij, o Heer ?
Wend U tot mij, Heer, bevrijd mijn ziel: red mij, omwille van Uw erbarmen.
Want in de dood is er niemand die U gedenkt: wie kan U belijden in de hades ?
Ik ben afgetobd door zuchten, elke nacht schrei ik mijn bed nat:
ik besproei mijn rustplaats met tranen.
Mijn oog is dof van verdriet; ik ben oud geworden onder al mijn vijanden.
Gaat weg van mij, gij allen die boosheid bedrijft, want
de Heer verhoort de stem van mijn droefheid.
De Heer verhoort mijn smeking, de Heer aanvaardt mijn gebed.
Dat al mijn vijanden te schande worden en in verwarring gebracht;
laat hen spoedig terugwijken en beschaamd staan”.
Psalm 6, vert. ROK ’s-Gravenhage.

Augustinus van Hippo: ‘de juiste weg is de weg naar God’

Heer, maak ook mij gezond?“, zegt Augustinus bisschop van Hippo,
ter wille van Uw standvastige Liefde”.
Augustinus weet dat het niet z’n eigen verdiensten zijn, dat hij wordt genezen: voor hem zondigt hij en overschrijdt hij een bepaald bevel, waaraan
gewoon een veroordeling verschuldigd zou zijn.
Genees mij daarom”, zegt hij, “niet om mijnentwil, maar ter wille van Uw niet onder druk van de omstandigheden bezwijkende, niet aflatende Liefde tot de mens”.

Het is voor sommige mensen moeilijk te geloven dat het niet kennen van Christus’ Liefde ernstige gevolgen zou kunnen hebben.
De moderne manier van denken leidt ertoe dat mensen niet geloven dat “iemand werkelijk wordt veroordeeld, dus hoe kan God Zijn schepping dan veroordelen?”.
Velen verwachten dat uiteindelijk ‘niemand’ door God wordt vervloekt en
iedereen een tweede kans krijgt.  Maar dan hebben we toch echt zelf een ‘eigen’ Geloofsbelijdenis gecreëerd.

Paulus, ‘Apostel der heidenen’.

De apostel Paulus zegt hierover het volgende:
      Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige en loutere toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden.
       Want indien de eerste de beste een ‘andere’ Jezus predikt, die wij niet gepredikt hebben, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander Evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel2Cor.11: 3-4; en
    En gij, broeders, wordt niet moede te doen wat goed is.
Als iemand niet luistert naar wat wij door onze brief zeggen, tekent hem en gaat niet met hem om, opdat hij beschaamd zal worden; houdt hem echter niet voor een vijand, maar
wijst hem terecht als een broeder.
En Hij, de Heer van de Vrede, geve u de Vrede, voortdurend, in elk opzicht. De Heer zij met u allen
2Thess.3: 14.
God heeft het goede voor ogen met ons mensen.
Aan de andere kant worden hen die de Heer liefhebben bijzondere dingen beloofd. Maar het is en blijft zoals het geschreven staat:
Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in
geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefheeft
1Cor.2: 9.
De Apostel waarschuwt mensen, die onderdeel uitmaken van de Kerk en
doen àlsòf ze volgelingen van Christus zijn, maar  niet van Hem houden en God niet serieus nemen. Zij zijn al vervloekt en veroordeeld.
Dit moet ons waarschuwen.
Laten we niet doen alsof we zijn gered door alleen naar de kerk te gaan.
Dan zijn we het onkruid tussen het tarwe:
de akker is de wereld; het goede zaad, dat
zijn de kinderen van het Koninkrijk
Matth.13: 38.
Dus laten we er iets aan doen voordat het te laat is.
Het is een hartenkreet van onze Heer en Verlosser.

☦️  Waarom heeft onze Heer en God het zo moeilijk met ons mensen?

Misschien heeft God ons het Mysterie van lijden, sterven en Opstanding wel bekend gemaakt, omdat Hij ons, hoogmoedige en trotse mensen, wil laten beseffen dat we zelf niet veel in te brengen hebben, zodat we onze hulp van de Heer verwachten.
God’s Wil is, dat we Hem leren vertrouwen; Hij heeft ons immers beloofd in voor- én tegenspoed Kracht te geven.

Van het begin van de Schepping is de mens zich bewust geweest dat het beter zou zijn onze Heer en God het niet moeilijk te maken door Hem in Z’n Vertrouwen tot de mensen te schaden.   

Mozes verbrijzelt de tafelen der wet – Rembrandt 1659, Berlijn [Dtslnd].

Toen greep ik [Mozes] de twee tafelen,
wierp ze met beide handen weg en verbrijzelde ze voor uw ogen.
Daarop wierp ik [Mozes] mij voor de Heer neer, zoals de eerste maal, veertig dagen en veertig nachten [brood at ik niet en water dronk ik niet], vanwege heel s’mensen zondig bedrijf: dat gij deedt wat kwaad is in de ogen des Heren en Hem krenkte.
Want ik vreesde de toorn en de grimmigheid, waarmee de Heer tegen ten opzichte van de mens toornig geworden was, zodat Hij u wilde verdelgen.
Maar ook ditmaal hoorde de Heer naar mij.
Ook op Aäron was de Heer zozeer vertoornd, dat Hij hem wilde verdelgen;
daarom bad ik
[Mozes] toen ook voor Aäron. Maar het voorwerp van s’mensen zonde, het kalf dat jullie gemaakt hadden, nam ik, verbrandde het met vuur, vergruizelde het en vermaalde het grondig, totdat het tot stof gestoten was; en het stof wierp ik in de beek, die van de berg afvloeitDeut.9: 17-21.
        Opdat zij God zouden vertrouwen en de werken Gods niet vergeten, maar Zijn geboden zouden onderhouden.
Om niet te worden als hun Vaderen, een boos en weerspannig geslacht.
Een geslacht dat zijn hart niet richtte; welks geest geen Geloof schonk aan God.
De zonen van Efraïm die de bogen bedienen, keerden zich af op de dag van de oorlog.
Zij onderhielden God’s Verbond niet; zij wilden niet wandelen volgens Zijn Wet.
Zij vergaten Zijn weldaden, Zijn wonderdaden die Hij hun had getoond.
De wonderen die Hij gedaan had ten aanschouwe van hun Vaderen, in het land van Egypte, in de vlakte van Tanis.
Hij kliefde de zee en voerde er hen doorheen; Hij deed het water rechtop staan als  een wijnzak.
Hij geleide hen door een wolk overdag, heel de nacht door een lichtend vuur.
Hij spleet de rots in de woestijn, en drenkte hen als aan grote wateren.
Hij deed water stromen uit de rots, als rivieren deed Hij water vloeien.
Maar niettemin bleven zij zondigen tegen Hem; zij verbitterden de Allerhoogste in waterloos land.
Zij stelden God op de proef in hun hart, door spijs te vragen volgens hun lust.
Zij spraken God tegen en zeiden: Kan God soms een tafel aanrichten in de woestijn?”. Psalm 77[78]: 9-22

David beschouwt al het leven in Gods handen [zijn wereldbeeld is Theologisch, niet op de wereld gericht].
Hoe zag David zijn zonde [2Sam. 11] van moord en overspel, lees maar:
  Ontferm U over mij, God, in Uw grote Goedheid; . . . tegen U alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad is in Uw ogen
Psalm 51: 1, 4.
Het zich houden aan de geboden en gedragsregels naar de Wil van God, waar  David over spreekt zijn niet in positieve zin te beschrijven:
      Ik weet, o Heer, dat het niet aan de mens staat z’n eigen weg te kiezen,
noch aan een mens  om te gaan en zijn schreden te richten.
Tuchtig mij, Heer, doch naar recht; niet in uw toorn, opdat Gij mij niet te gering maakt. Stort uw gramschap uit over de volken die U niet kennen, over de geslachten die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jaäcob verslonden,
ja, verslonden 
en verteerd, en zij hebben zijn motiverende Kracht tot een woestenij gemaaktJer.10: 23-25 en
      Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame Vrucht, Die bestaat in Gerechtigheid.
Heft [mens] dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën en maakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid zal geraken, doch veeleer zal genezen.
Jaagt naar Vrede met allen en naar de Heiliging, zonder Welke geen mens de Heer zal zien“. Hebr.12: 11-14
Om in Gerechtigheid te leven en dit uit Genadegaven te ontvangen;
gewend  te geraken aan orde en tucht, goed in staat om zich overeenkomstig de Wil van God te handhaven.
Hier bidt David dat hij niet tot de orde wordt geroepen in de woede van de Heer, dat hij geen straf zal ervaren die geen Vrucht draagt.
Het is moeilijk om getroffen te worden door iemand die boos is en alleen op
een straffende manier geslagen te worden zonder constructief resultaat
” aldus de Augustijner middeleeuwse monnik Maarten Luther.

Wat gebeurt er met degenen die discipline negeren?

Schepping, by Chagall

Zodat jullie in het laatst zouden kermen, wanneer jullie vlees en jullie lijf en leden [in het graf] verteerd zijn, En jullie zouden zeggen: ‘Hoe heb ik de tucht kunnen haten en heeft mijn hart de vermaning kunnen versmaden; waarom heb ik niet geluisterd naar de stem van mijn leermeesters, heb ik mijn oor niet geneigd naar hen die mij onderrichtten! Bijna was ik in alle kwaad geraakt; te midden van de gemeenschap en de vergadering der mensen’Spr.5: 11-14.

Wat leren we over iemand van z’n reactie op een herkansing?
      Wie een spotter terechtwijst, haalt schande over zich, wie een goddeloze tuchtigt, zijn eigen 
schandvlek.
Bestraf de spotter niet, opdat hij u niet zal haten, bestraf de wijze, dan zal hij u liefhebben.
Geef aan de wijze en hij zal nog wijzer worden; onderwijs de rechtvaardige en hij zal aan inzicht winnen.
De vreze des Heren is het begin van de wijsheid en het kennen van de Hoog-Heilige is verstand.
      Want door Mij worden uw dagen vermeerderd, worden jaren van leven u toegevoegd.
      Indien jullie wijs zijn, zijn jullie wijs tot jullie eigen welzijn, als jullie spotten, zullen jullie dat alleen dragenSpr.9: 7-12.

vers 3. Is jouw ziel is ook erg in de problemen?
Wat deed onze Heer toen zijn ziel in moeilijkheden verkeerde?
Hij zei: “     Nu is Mijn Ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure [deze moeilijke periode] !
Maar hiertoe ben Ik [in juist deze ure, periode] gekomen.
en onze Heer vervolgt:
Vader, verheerlijk Uw Naam! Toen kwam een stem uit de hemel:
‘Ik heb Hem [en de mensen met Hem] verheerlijkt, en
Ik zal Hem [en de mensen met Hem] nogmaals verheerlijken!John.12: 27.

En hoe dienen wij mensen te reageren op ons eigen lijden?
      Want dit is Genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt, leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt.
Want mag dat roem heten, als gij slagen moet verduren, omdat gij kwaad doet Maar als gij goed doet en dan lijden moet verduren, dat is Genade bij God.
Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u [mensen] een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in Zijn voetstappen zoudt treden; Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog is gevonden; Die, als Hij gescholden werd, niet terug heeft gescholden en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt; Die Zelf onze zonden in Zijn Lichaam op het Hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de Gerechtigheid zouden Leven; en door Zijn striemen zijt gij genezen.
Want gij waart dwalende als schapen, maar thans hebt gij u bekeerd tot de herder en hoeder van uw zielen1Petr.2: 21-25.

Hoe kan het dan van nut zijn als God niet onmiddellijk ingrijpt en ons lijden niet onmiddellijk verwijdert?
      Want indien ik [Paulus] wil roemen, zal ik niet onverstandig zijn, want ik zal de Waarheid zeggen; maar ik onthoud mij ervan, opdat men mij niet meer zal toekennen dan wat men van mij ziet en hoort en ook om het buitengewone van de openbaringen.
Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen.
Driemaal heb ik de Heer hierover gebeden, dat Hij van mij zou aflaten.
En Hij heeft tot mij gezegd: ‘Mijn Genade is u genoeg, want de Kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de Kracht van Christus over mij zal komen2Cor. 12: 6-9.

Abraham ontvangt bezoek, by Chagall

vers 5. Eenmaal dood zal er geen mens meer aan ons denken, wie zal ons dan gedenken in de hades?
Gedenken is volgens de Blijde Boodschap veel méér dan een puur mentale activiteit.
      Toen gedacht God Noach en al het wild gedierte en al het vee, dat met hem in de ark was, en God deed een wind over de aarde strijken, zodat de 
wateren daalden. De kolken der waterdiepte en de sluizen van de hemelen werden toegesloten en de regen uit de hemelen hield op en de wateren vloeiden gestadig van de aarde wegGen.8: 1-3.
      En God hoorde de klacht van het Volk en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, Isaäk en Jaäcob. Zo zag God de Israelieten [de Kerk] aan en God had bemoeienis met hen.
       Mozes nu was gewoon de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan, te hoeden. Eens, toen hij de kudde naar de overkant van de woestijn geleid had, kwam hij bij de berg Gods, Horeb.
Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een braamstruik. Hij keek toe, en zie, de braamstruik stond in brand, maar werd niet verteerd.

Mozes & de braamstruik, Marc Chagall

       Mozes nu dacht: Laat ik toch dat wondere verschijnsel gaan bezien, waarom de braamstruik niet verbrandt.
Toen de Heer zag, dat hij het ging bezien, riep God hem uit de braamstruik toe: ‘Mozes, Mozes!’
En hij antwoordde: ‘Hier ben ik’.
Daarop zei Hij: ‘Kom niet dichterbij: doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is heilige grond’.
Voorts zei Hij: ‘Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaäc en de God 
van Jaäcob. Toen verborg Mozes zijn gelaat, want hij vreesde God te aanschouwen.
En de Heer zei: ‘Ik heb terdege gezien de ellende van Mijn Volk, dat in Egypte is, en hun gejammer over hun drijvers gehoord, ja, Ik ken hun smarten. Daarom ben Ik neergedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te redden en uit dit land te voeren naar een goed en wijd land, een land vloeiende van melk en honig, naar de woonplaats van de Kanaänieten, Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten.
En nu, zie, het gejammer der Israëlieten is tot Mij doorgedrongen; ook heb Ik gezien, hoezeer de Egyptenaren hen verdrukken. Nu dan, ga, Ik zend u tot Farao, om Mijn Volk, de Israëlieten, uit Egypte te leiden’Ex.2: 24-3: 10.

    Zij worden gebracht met Vreugde en gejubel, zij worden geleid in de Tempel [van het hart] van de KoningPsalm 44[45]: 17.
Gedenken en eeuwige gedachtenis is
eveneens verbonden met
het handelend optreden tijdens het Laatste Avondmaal in de bovenzaal en datgene wat wij iedere Goddelijke Liturgie, Eucharistie verkondigen:
      Hetgeen de Heer Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd heeft voorgedaan, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zei: ‘Dit is Mijn Lichaam voor u, doet dit tot Mijn Gedachtenis’. Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zei: ‘Deze beker is het Nieuwe Verbond in Mijn Bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot Mijn Gedachtenis1Cor. 11: 24-25.
Welke handelingen verrichten wij in de Heer?
      Want zo dikwijls wij dit Brood eten en de Beker drinken, verkondigen wij de dood des Heren, totdat Hij [weer terug] komt1Cor.11: 26
En wat zal er vervolgens volgens onze Heer plaatsvinden?

God’s Uitverkorene, by Marc Chagall

      Want dit is het Bloed van mijn Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze Vrucht van de Wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn VaderMatth.26: 28,29.
Dit is een opmerkelijk vers, dat de heiligen meer de Godslastering van God vrezen dan de hel … David bidt om een eeuwig niet om een gedenken te vermijden, omdat daar een hel op volgt, het ontbreekt de mens dan aan lof van de Heer.
Het ontbreken van God is het ontbreken van Zijn Liefde, hetgeen zo koud is dat het ervaren wordt als vuur:
      En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel van het vuurOpenb.20: 15, het verschrikkelijkste aspect van de hel is dat het verstoken is van de lof van de Heer.

vers 6-7 afgetobd door zuchten, ouderdom? het ingrijpen van God is vereist
Deze verzen geven aan dat de Psalmist om zichzelf te helpen -zijn de capaciteit mist, zijn krachten  te boven gaat.
Welke hoop blijft er voor ons over als wij onszelf niet langer kunnen helpen?
Ik heb mijn ogen geheven naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp komt van de Heer, de Schepper van Hemel en aardePsalm120[121] :1,2.
        God echter, die Rijk is aan Erbarmen, heeft, om Zijn grote Liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door Genade zijt gij behouden – en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de Hemelse Gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende Rijkdom van Zijn Genade te tonen naar [Zij) Goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Want door Genade zijt gij behouden, door het Geloof en dat niet uit uzelf: het is een Gave van God;  niet uit werken, opdat niemand zal roemenEph.2: 4-9.

Dit verzochten eveneens de Emmaüsgangers, Die met Hem opliepen en Christus herkenden aan het breken van het Brood.
      En zij drongen sterk bij Hem aan en zeiden:
‘Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is reeds gedaald’. En Hij ging binnen om bij hen te blijven en het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte
Luc.24: 29,30.
Wanneer andere hulpverleners falen en het het gemak van een gerieflijk leventje verdwijnt, komt de Goddelijke hulp voor de hulpelozen en blijf Christus, de Zoon van God bij ons.

Hoe karakteriseert deze tekst, die tot Christelijke Hymne is omgezet dit leven?
  Hoe werkt dat in de Blijde Boodschap,
hoe stellen wij de nacht van het leven voor?
      En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: Meester, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat de mens blind geboren is?
       Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in de mens openbaar worden.
       Wij [mensen] dienen de werken te doen van Degene, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan. Zolang Ik, de Heer in de wereld ben, ben Ik het Licht van de wereldJohn.9: 2-5.
  En wat zegt de Blijde Boodschap over de duisternis?
      Laat niemand u misleiden met drogredenen, want door zulke dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid, doet dan niet met hen mee !
Want jullie waren vroeger duisternis, maar thans zijn jullie licht in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht, – want de Vrucht van het Licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid en toetst wat de Heer wel-behaaglijk isEph.6: 6-10.
  En wat wordt er gezegd over de nacht van het leven en de duisternis?
      Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou: want gij zijt allen kinderen van het Licht en kinderen van de dag.
Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, 
doch wakker en nuchter zijn.
       Want die slapen, slapen des nachts en die zich bedrinken, zijn ’s-nachts dronken, maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van Geloof en Liefde en met de helm van de Hoop op de Zaligheid; want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van Zaligheid door onze Heer, Jezus Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven1Thess.5: 4-10.

vers 7.mijn oog is dof van verdriet
Een helder oog is een indicatie van Sterkte en Goede Gezondheid;
Een helder [in-] zicht bewaren tot in lengte van jaren
      Mozes was honderd twintig jaar oud, toen hij stierf; zijn oog was niet verduisterd en zijn Kracht was niet geweken“ Deut.34: 7.

vers 8-10. Vrede behouden temidden van beroering van de wereld
In deze laatste verzen vindt een verschuiving plaats.
Hoewel zijn externe omstandigheden niet zijn veranderd, beschouwt David zijn gebed als  
goed, als beantwoord.
Ditzelfde vindt plaats in Psalm 21[22]: 21, waar de klaagzang overgaat in lof.
En zie de Profetie over Christus:
      Zie, Mijn Knecht zal voorspoedig zijn, Hij zal verhoogd, ja, ten hoogste verheven zijn.
Zoals velen zich over U ontzet hebben [zozeer misvormd, niet meer menselijk was Zijn Verschijning en niet meer als die van de mensenkinderen Zijn Gestalte]
Zo zal Hij vele volkeren doen opspringen, om Hem zullen koningen verstommen, want wat hun niet verteld was, zien zij, en wat zij niet gehoord hadden, vernemen zij.

De Gekruisigde,  by Chagall – omgeven door een aureool dat eindeloze cirkels trekt om hem heen, brengt meer dan zijn hoofd, een nieuwe orde: een groene zon en een blauwe maan – een uitdrukking van het hoogst Goddelijke bewustzijn [zon] heeft genomen over de kleur van de aarde en de hele schepping, en de primitieve scheppende kracht die zich een weg baant door de boom des levens naar de hoogten van de hemel [maan].

       Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?
Want als een loot schoot Hij op voor Zijn aangezicht en als een wortel uit dorre aarde; Hij had gestalte noch luister, dat wij Hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij Hem zouden hebben begeerd. Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als Iemand, voor Wie men het gelaat verbergt; Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.
           Nochtans, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden Hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.
       Maar om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de Vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de Heer heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen neerkomenIsaiah. 52: 13-53: 6.
ondanks het feit dat het nog niet zal plaatsvinden beschrijft deze Profeet de kruisiging, die meer dan 700 jaar later vanaf die tijd.

  Er is een constante spanning tussen het “hier en nu” en het “nog niet” in het Christelijke leven. Hoewel we dat al [hier en nu] zijn geweest – gedoopt in Christus’ overwinning op de dood en het eeuwige leven
      Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de Majesteit van de Vader,
zo ook wij in nieuwheid van het Leven zouden wandelen.
Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan Zijn dood, zullen wij het ook zijn [met hetgeen gelijk is] aan Zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens mee-gekruisigd 
is, opdat aan het lichaam van de zonde z’n kracht ontnomen zou worden en wij niet langer slaven  van de zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zondeRom.6: 3-7.
  Derhalve zijn wij als Christenen deelgenoot geworden aan een Leven dat al is begonnen en nooit zal eindigen:
      Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen.
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, Die ons heeft liefgehad. Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de Liefde van God, Welke is in Christus Jezus, onze HeerRom.8: 36-39.
  we wachten desondanks op het finale besef van de overwinning van Christus in de Opstanding: 
      En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het Woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: ‘ De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw 
prikkel?’. De prikkel van de dood is de zonde en de kracht van de zonde is de Wet.
Maar aan God zij de dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heer Jezus Christus“  1Cor.15: 54-57.

vers 7-8, 10.Hoe kunnen de goddelozen toch bijdragen aan
het volbrengen van God’s doeleinden?“.
        Te dien dage zal de Heer met een scheermes, aan de overzijde van de Rivier gehuurd, met de koning van Assur, het hoofdhaar en het haar der benen afscheren, ja, ook de baard zal Hij wegnemenIsaiah 7: 20;
        Want zo zegt de Heer: Zie, Ik maak u tot een schrik voor uzelf en voor al uw vrienden; zij zullen door het zwaard van hun vijanden vallen, dat uw ogen het zien, en geheel Juda zal Ik overgeven in de macht van de koning van Babel; hij zal hen wegvoeren naar Babel, hen slaan met het zwaard; heel het bezit van deze stad, al haar have en al haar waardevol bezit, met al de schatten der koningen van Juda, zal Ik geven in de macht van hun vijanden, die ze zullen buitmaken en meenemen en brengen naar BabelJeremia 20: 4,5.

vers 8.Gij allen die boosheid bedrijft
Hoe kijken de “werkers van het kwaad” tegen zichzelf aan?
En op welke manier slaat onze Heer acht op hen?
      Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heer der Heerscharen, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam boze geesten uitgedreven en in Uw Naam vele Krachten gedaan?
       En dan zal Ik hun openlijk zeggen: ‘Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers van de wetteloosheidMatth.7: 22-23.

vers 9.De Heer verhoort mijn smeking, de Heer aanvaardt mijn gebed
Wanneer heeft God nog meer het gejammer gehoord heeft van Zijn kind, die in ellende verkeerde en heeft Hij daarop gehandeld om hen bij te staan, hen te hulp te komen?
      Toen kwam de dochter van Farao om in de Nijl te baden, en intussen wandelden haar dienaressen langs de Nijl; zij zag het kistje in het riet en zond haar slavin om het te halen.
       Toen zij het open deed, zag zij het kind, en zie, het jongetje [Mozes] schreide, zodat zij medelijden met hem kreeg en zei: ‘Dit is een Hebreeuws kind’.
       Toen zei zijn zuster tot de dochter van Farao: ‘Zal ik voor u uit de Hebreeuwse vrouwen een voedster gaan roepen, om het kind voor u te zogen?’.
       En de dochter van Farao zeide tot haar: ‘Ja’.
Toen ging het meisje de moeder van het kind roepen. En de dochter van Farao zei tot deze: ‘Neem dit kind mee en zoog het voor mij, dan zal ik u het u toekomende loon geven’.  Daarop nam de vrouw het kind mee en zoogde het
Ex.2: 5-9.

vers 10.Dat al mijn vijanden te schande worden en in verwarring worden gebracht“.
Bovenstaand [in vers 3]  waren we al tegengekomen dat de ziel van David door zijn ongerechtigheden “uiterst beangst”  is geworden en in verwarring gebracht als gevolg van zijn vijanden – z’n eigen zonde.
Laten mijn vijanden, mijn zonden spoedig terugwijken en laat de duivel, die mij ertoe aanzet beschaamd staan; met ander woorden een totale ommekeer:
        En Maria zei:
Mijn ziel maakt groot de Heer en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn 
Heiland, omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat van Zijn dienstmaagd.
Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten, omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige. En heilig is Zijn Naam en Zijn Barmhartigheid van geslacht tot geslacht voor  degenen die Hem vrezen.
• Hij heeft een Krachtig werk gedaan door Zijn arm en
• Hij heeft hoogmoedigen in de overlegging van hun harten verstrooid;
• Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudigen verhoogd,
• Hij heeft hongerigen met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden.
• Hij heeft Zich Israël, Zijn knecht [Zijn Volk, de Kerk] aangetrokken, om te gedenken aan Barmhartigheid,
gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen
voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheidLuc.1: 46-55.

Orthodoxie & als schapen onder de wolven

Sodom & Gomorra, by Pieter Schoubroeck

      Voorwaar, Ik zeg u, het zal voor het land van Sodom en Gomorra draaglijker zijn in de dag van het oordeel dan voor die stad.
Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duiven.
Maar wacht u voor de mensen; want zij zullen u overleveren aan de gerechtshoven en zij zullen u geselen in hun synagogen; gij zult ook geleid worden voor stadhouders en koningen om Mijnentwil, tot een getuigenis voor hen en voor de volkeren.
        Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in die ure gegeven worden wat gij spreken moet; want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest van uw Vader, Die in u spreektMatth.10:15-20.

      Mocht ik nog wegblijven, dan weet je, hoe men zich behoort te gedragen in het huis van God, dat is de Gemeenschap van de levende God, een pijler en fundament van de Waarheid. En buiten elke twijfel, Groot is het Mysterie van de godsvrucht: Die Zich geopenbaard heeft in het vlees, is gerechtvaardigd door de Geest, is verschenen aan de Engelen, is verkondigd onder de heidenen, geloofd in de wereld, opgenomen in Heerlijkheid1Tim.3: 15,16.

Saint Ignatios Antiochan – Osios Loukas monastery chapel [Gr.]

Verdubbel daarom uw inspanningen om het Rijk de Hemelen te bereiken; Kijk goed naar de tijd waarin je leeft. Verwacht slechts onze Heer en Verlosser Jezus Christus die boven alle tijden leeft,  eeuwig en onzichtbaar, maar Die Zich aan ons heeft geopenbaard.
Hij, Die onaantastbaar is en Die niet kan accepteren dat ook maar iemand verloren raakt;  Hij heeft de hartstochtelijke Liefde tot de mens ervaren en heeft ingestemd met alle lijden.
Ik wijs jullie op de Genadegaven waarmee jullie zelf bekleed zijn, verdubbel je ijver en moedig alle medebroeders en zusters aan om gered te worden.
        Toon je daarmee rechtvaardig als gevolg van jullie waardigheid en wees altijd zowel in het vlees en de geest waakzaam; blijf streven naar éénheid, omdat in Christus iets anders er niet meer toe doet.
        Heb geduld met al jouw broeders en zusters, aanvaard ze zoals zij zijn, zoals onze Heer een Verlosser ook met u geduld heeft. Verdraag het, zoals je al doet, met liefde, in Christus” conf. Heilige Ignatios van Antiochië.

recht door zee = ‘natuurgetrouw’; straight through the sea = ‘true to nature’.

Waardig Recht door zee zijn, op je woord te vertrouwen:
De term “φρονίμοϊ” [Gr. phronimoi = wijs], het woord dat onze Heer ten opzichte van de slang gebruikte, is
Wijs; doordrongen van de Heilige Geest, God-gegeven inzicht.
Het betekent in positieve betekenis: inzichtelijk, verstandig, praktisch slim in de regulatie van ons menselijk leven
      Een ieder nu, die deze Mijn Woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig mens, die zijn/haar huis bouwde op de rotsMatth.7: 24;
      Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duivenMatth.10: 16;
      Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf [δούλος, doulos, soms vertaald met knecht] , die de heer over zijn dienstvolk gesteld heeft om hun op tijd hun voedsel te geven?Matth.24: 45;
      En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs,  doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen –  en de dwaze zeiden tot de wijze: ‘Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit’“ Matth.25: 2,4 + 8f;
      En de Heer zei: ‘Wie is dan de trouwe, de verstandige rentmeester, die de Heer over Zijn bedienden zal stellen om hun op tijd hun deel te geven?“ Luc.12: 42;
      En de Heer prees de onrechtvaardige rentmeester, dat hij met overleg gehandeld had, want de kinderen van deze wereld gaan ten aanzien van hun geslacht met veel meer overleg te werk dan de kinderen van het Licht“ Luc.16: 8;
      Ik spreek immers tot verstandige mensen; beoordeelt dan zelf, wat ik zeg“ 1Cor.10: 15.

Iemand wantrouwen; twijfel oproepend; gewetensbezwaar veroorzakend.
In ieder geval is er het woord “δόλος” [Gr. dolos = bedrog, fraude, sluwheid, leugenachtigheid, boosaardigheid] zoals in;
• “      zij beraamden een plan om Jezus door list in handen te krijgen en te dodenMatth 26: 4;
• “      diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstandMarc.7: 22 en
• “      Nu was het na twee dagen Pascha en het feest van de ongezuurde broden. En de overpriesters en de schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem door list in handen zouden krijgen en dodenMarc.14: 1;
• “      En Nathanaël zei tot hem: ‘Kan uit Nazareth iets goeds komen?’. Filippus zei tot hem: ‘Kom en zie’John.1: 47;
• “      Zoon van de duivel, vol van allerlei list en streken, vijand van alle gerechtigheid, zult gij niet ophouden de rechte wegen des Heren te verdraaien?Hand.13: 10;
• “      vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheidRom.1: 29;
• “      Het zij zo; tot overlast ben ik u niet geweest, ik ben nu eenmaal sluw, met list heb ik u gevangen2Cor.12: 16;
• “      Want ons vermanen komt niet voort uit dwaling, noch uit onzuivere bedoeling het gaat ook niet met list gepaard1Thess.2: 3;
• “       Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de vreemdelingen, die in de verstrooiing zijn in 
Pontus, Galatie, Kappadocie, Asia en Bitynie, die door Hem gelooft in God, die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof tevens hoop is op God1Petr.2:1,22; alsmede
• “      Want: wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, zijn tong van het kwade te weerhouden en zijn lippen van bedrog te spreken1Petr.3: 10.

Op eigen wijze ‘wijs’ zijn
Maar in negatieve zin betekent wanneer er gesproken wordt van “φρονίμοϊ” [Gr. phronimoi = wijs] echter anders: het alleen verstandig wijs, intelligent, slim, maar ‘niet’ waarachtig, ‘niet’ echt:
– “      Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over Israël [de Kerk] gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat en aldus zal geheel Israël [de Kerk] behouden wordenRom.11: 25;
– “      Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige. Weest niet eigenwijsRom.12: 16;
– “      Gij hebt immers gaarne geduld met onverstandigen, omdat gij zo verstandig zijt2Cor 11: 19.

NB. De uitspraak van Paulus, “      Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere1Cor.4: 10
behoort waarschijnlijk tot deze groep, hoewel een beslissing in die richting niet buiten gevaar kan worden gemaakt.

Lijden om Christus wil [dwaas om Christus]
‘Lijden’ is een heel groot woord.
De uitdrukking ‘lijden’ wil echter bij christenen iets zeggen over het feit dat je van alles over je heen krijgt, omdat je Christus wilt volgen. Het is namelijk helemaal niet zo gemakkelijk in navolging van Christus te leven. Je wordt uitgelachen, bespot en in uiterste gevallen vervolgd en gedood.
Nu zal het lichamelijk doden in een omgeving van vrijheid van Godsdienst niet zo gauw voorkomen, maar iemand geestelijk niet serieus nemen, respect onthouden – in een zwaar belaade hoek zetten – komt maar al te vaak voor – zelfs zo sterk dat je het discriminatie kunt noemen.

Treed je dus in de voetsporen van Christus dan zul je ongenuanceerde opmerkingen tegenkomen; of irritatie, welke een vroom gesprek bij anderen kan oproepen. In hun ogen heb je dat over jezelf afgeroepen en hebben zij het grootste gelijk van de wereld.
Maar het kàn zijn dat jij vanwege het feit dat je in God gelooft tot andere keuzes komt dan jouw omgeving; ja zelfs in de hoogste regionen van de Kerk komt dit voor en dat weerstand tegen bepaalde beslissingen niet geaccepteerd worden.
In plaats dat je met respect behandeld wordt – wordt je door de gemeenschap niet langer geaccepteerd, zwaar bekritiseerd – je kunt zelfs het gevoel krijgen er niet meer bij te horen. Zodra je ‘anders’ bent, je kritisch bent, je onafhankelijk van de massa opstelt, dien jij je te verantwoorden, want jij verstoort het zogenoemde groepsgevoel.
Jij wordt in jou overtuigde ‘navolging van Christus’ op de proef gesteld.
De vraag is dan: blijf je trouw aan je eigen mening of laat je jezelf leiden
door het schaapachtig angstig groepsgevoel.

In een brief aan Diognetus schreef Mathetus in de 2e eeuw na Christus:
Christenen vallen niet op door hun nationaliteit, taal of gewoontes. Ze wonen niet in afgescheiden steden, spreken geen dialect en volgen geen grillige groteske gewoontes. Ze volgen gewoon de gewoontes van de steden en de streek waar ze toevallig wonen.
En toch is er iets buitengewoons aan hun leven. Ze wonen in hun land alsof ze er tijdelijk zijn, als vreemdelingen. Zij vervullen hun rol als burgers, maar ze hebben als vanzelfsprekend dezelfde beperkingen als vreemdelingen.
Ieder land kan hun vaderland zijn, maar waar ze ook zijn: het is vreemd land voor hen.
Net als anderen trouwen ze en krijgen ze kinderen, maar ze leggen ze niet te vondeling – ze delen hun maaltijden, maar niet hun vrouwen. Ze laten zich niet door het lichamelijke beheersen; ze leven hun leven op aarde als burgers in de Hemel.
Ze gehoorzamen de wetten, maar op een niveau dat ieder wet overstijgt. Ze leven in armoede, maar verrijken velen. Ze zegenen wanneer ze uitgescholden worden en reageren hoffelijk op beledigingen. Als ze gestraft worden, verheugen ze zich, alsof ze nieuw leven ontvangen”.

Indien je dus waarachtig, met volle overtuiging “Christus” wilt navolgen, dan kan het best nog wel eens heel moeilijk worden – en zo niet, dan dien je toch eens af te gaan vragen of je wel vól-wáárdig aan dàt Christelijk leven deel neemt.
Lach je mee, als er iemand wordt uitgelachen?
Ben je nieuwsgierig als er geroddeld wordt?
Of durf je er iets van te zeggen omdat je weet dat het niet klopt?
Je loopt het risico voor -‘heilig boontje’- te worden versleten,
niet serieus te worden genomen, ontwijkend te worden benaderd,
te worden uitgelachen.

Dat doet pijn – schelden doet geen pijn?
Zeker wel, het kan zelfs zó èrg worden dat je eronder gaat lijden – er kotsmisselijk en ziek van wordt.
Genegeerd worden, niet serieus, respectloos behandeld te worden is dodelijk en
dat komt in de beste gemeenschappen voor – het wordt alleen doodgezwegen.
Dat is wat de Blijde Boodschap bij zoiets noemt als “lijden om de Gerechtigheid”, – ‘lijden omdat je Christen bent’. In dat ‘anders’-zijn kun je een getuige zijn, ook in de manier waarop je omgaat met reacties die in het geheel niet Christelijk genoemd kunnen worden.
Dit alles zal je misschien heel ongeloofwaardig overkomen toch gaat het bij God om bemoediging. Ondanks alle ellende, die je op je weg mee zult maken, mag je  weten dat God jou steunt -al valt de gehele wereld voor je in duigen- Hij heeft namelijk de touwtjes in handen, ook al lijkt het niet altijd zo te zijn.
      Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal 
u in die ure gegeven worden wat gij spreken moet; want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest van uw Vader, Die in u spreekt.
Een broeder zal zijn broeder overleveren ten dode en een vader zijn kind, en kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood brengen.
En gij zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam; maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.
Wanneer men u vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere; want voorwaar, Ik zeg u, gij zult niet alle steden van Israël [de Kerk] zijn rondgekomen, voordat de Zoon des mensen komt. Een discipel staat niet boven Zijn MeesterMatth.10: 19-23.

Het is goed om de hartstochtelijke liefde tot God en de mensen te ervaren; het beste voor ons is de liefde te kennen van het Beste wat er bestaat, dus van God.

Maar indien we die liefde primair kenden alsof wij minnaars waren en God de beminde, alsof wij zochten en Hij gevonden werd, alsof Zijn Eigenschappen eerder het antwoord waren op onze behoeften in plaats van andersom, dan zouden we de liefde kennen in een vorm die de ware werkelijkheid ‘geen recht’ doet.

Want wij mensen zijn ‘niet meer dan’ schepselen, onze rol blijft –ten alle aardse tijden– die van lijdend voorwerp tegenover onderwerp, van mannelijk tegenover vrouwelijk, van spiegel tegenover het Licht, echo tegenover het Woord.
Onze hoogste activiteit is het antwoord geven, niet het initiatief nemen.
Indien we Gods Liefde werkelijk ervaren en niet in een vorm van een illusie, ervaren we die als overgave aan Zijn eis, onderwerping aan Zijn Wil. Het op tegengestelde manier ervaren is als het ware een overtreding van de spelregels van het Leven.

        Ik wil natuurlijk niet ontkennen dat we in zekere zin mogen spreken van het zoeken van de mens naar God, en over God, Die de Liefde van de mens ontvangt;
maar uiteindelijk kan het zoeken van de mens naar God alleen maar een ‘verschijningsvorm’ zijn van Gods zoeken naar de mens.
Want alles komt van God, alleen al onze capaciteit om lief te hebben is Zijn Genadegave aan ons en onze vrijheid is slechts de vrijheid om beter of slechter te reageren op Gods Liefde.
Daarom is niets zo duidelijk als dat heidens godsgeloof iets heel anders is dan Christendom, als de gedachte dat God, Zelf niet bewegend, het heelal beweegt zoals de Beminde haar Minnaar.

Volgens het Christelijk Geloof geldt juist:

Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden1John.4: 10

Op het verzoendeksel van de verbondsark [het altaar] in het Heilige der heiligen waren twee beelden van cherubijnen, die met hun vleugels het verzoendeksel overschaduwden;
ze waren één geheel met het verzoendeksel, alles uit één klomp goud vervaardigd.
Hun aangezichten waren tegenover elkaar en zagen naar het verzoendeksel [het antimention]. 

    De cherubs zullen twee vleugels uitgespreid houden naar boven, met hun vleugels het verzoendeksel bedekkende en hun aangezicht naar elkander gericht; naar het verzoendeksel zullen de aangezichten van de cherubs gericht zijn. Gij zult het verzoendeksel bovenop de ark leggen en in de ark zult gij de getuigenis leggen, die Ik u geven zal.

En Ik zal daar met u samenkomen en van het verzoendeksel af, tussen de beide cherubs op de ark van de getuigenis, over alles met u spreken wat Ik u voor de Israëlieten [het KerkVolk] gebieden zalEx.25: 20-22.

De cherubijnen op het verzoendeksel zijn ‘de Cherubijnen van de Heerlijkheid’; tussen de cherubijnen op de ‘troon der Genade‘ [het verzoendeksel, [het antimention]] woont God; daarom staat aan weerszijden op een Orthodox altaar nog steeds twee Tiara met afbeeldingen van de cherubijnen, naast het Groot en Heilig Kruis.

Profeet Ezechiël

In de visioenen van Ezechiël komen Cherubijnen voor in verband met de wielen van Gods troonwagen. Ze vertegenwoordigen de Heerlijkheid en de gang van Gods Rechtvaardige Regeringswegen met Israël [de Kerk].
Ze worden “levende wezens” temidden van vuur, genoemd, met de gezichten van een mensengedaante [rede], van een leeuw [sterkte], van een os [volharding] en van een adelaar [vlugheid]: “      En ik zag en zie, een stormwind kwam uit het noorden, een zware wolk met flikkerend vuur en omgeven door een glans; daarbinnen, midden in het vuur, was wat er uitzag als blinkend metaal. En in het midden daarvan was wat geleek op vier wezens; en dit was hun voorkomen: zij hadden de gedaante van een mens, Ieder had vier aangezichten en ieder van hen vier vleugelsEzechiël 1: 4-6. De verdere beschrijving van de Cherubijnen en de vurige kolen worden door deze profeet in zijn hoofdstuk 10 genoemd.
Maar het verhaal van onze Orthodoxe eredienst gaat verder:
      Toen hief de Geest mij op en bracht mij naar de Oostpoort van het huis des Heren, die op het oosten uitziet. En zie, bij de ingang van de poort waren vijfentwintig mannen; onder hen zag ik 
Jaazanja [‘de Heer hoort’], de zoon van Azzur [‘Hij, Die te hulp komt’], en Pelatja [‘de Heer bevrijdt’], de zoon van Benaja [‘de Heer heeft gebouwd òf heeft herbouwd’], de vorsten van het Volk. Hij zei tot mij: ‘Mensenkind, dit zijn de mannen die ongerechtigheid uitdenken en slechte raad geven in deze stad; ie zeggen: het komt nooit aan de orde huizen te herbouwen, dit is de pot en wij zijn het vlees. Daarom, profeteer tegen hen, profeteer, mensenkind!’. Toen viel de Geest des Heren op mij [de Profeet Ezechiël, ‘God maakt sterk’] en Hij zei tot mij: ‘Spreek: zo zegt de Heer: aldus hebt gij gesproken, huis van Israël [de Kerk] en wat in uw geest opkomt, is Mij bekend’Ezechiël 11: 1-5.
En wanneer we verder lezen wordt bekend:

Profetie Ezechiël, mozaïek in Osios David – Thessaloniki, 5e eeuw

      Daarom spreek: zo zegt de Heer der Heerscharen: ‘Hoewel Ik hen weggedreven heb onder de volkeren en in de landen heb verstrooid, zodat Ik hun slechts weinig ten heiligdom geweest ben in de landen waar zij gekomen zijn,
       Daarom spreek: zo zegt Heer der Heerscharen: Ik zal u vergaderen uit de volkeren en u bijeenbrengen uit de landen waarin gij verstrooid zijt, en Ik zal u het land Israël [de Kerk] geven; zij zullen daar komen en daaruit verwijderen al zijn afschuwelijkheden en al zijn gruwelen;
Ik zal hun een hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste en Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven, opdat zij naar Mijn inzettingen zullen wandelen en naarstig Mijn verordeningen onderhouden; zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn.
Maar de wandel van hen die hun hart verpand hebben aan hun afschuwelijkheden en gruwelen, zal Ik op hun hoofd doen neerkomen, luidt het woord van Heer der HeerscharenEzechiël 11: 16-21.
Wie van ons durft nu nog te verkondigen dat “Hierin de liefde Gods is, dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden”.
Ik ben toch goed zoals ik ben? Mankeert er soms iets aan mij?”.
Wij kunnen op onze klompen aanvoelen dat de werkelijkheid genuanceerder is

Illuminated Letter E, Ezekiel’s First Vision

dan de wereld ons doet voorkomen. We hebben gehoord hoe Ezechiël in Naam van God het gesprek aangaat met de Volksgenoten van zijn tijd.
Zij zaten in ballingschap ver van hun geboortegrond [hun oorsprong], weg van huis [kerkgemeenschap] en haard [warmte], van tempel [kerkgebouw] en eredienst voelt de mensheid zich ontheemd en van God verlaten.
Ze stellen zich de herkenbare en menselijke vraag: “Waarom? Waarom wij?
Hoe kan het dat wij in deze ellende terecht zijn gekomen?”

Op zo’n moment wordt al gauw gezegd: “Het ligt niet aan ons, maar aan onze ouders, die deden de dingen verkeerd, die leefden niet volgens de regels van de Eeuwige, zíj hebben niet geluisterd naar de profeten en hun leven veranderd.
Zij aten onrijpe druiven…en nu zitten wij hier en dragen de gevolgen van hun wangedrag”.

Het is ook wel makkelijk jezelf te verschuilen achter je ouders, òf achter onze opvoeding, òf onze omgeving. Zo doende behoeven we zelf geen verantwoordelijkheid meer te dragen voor ons gedrag, ècht stil te staan bij ons èigen handelen.
Dan ligt ‘hèt’ aan de ander, aan die en die omstandigheden, die slechte jeugd, die verkeerde vrienden, dat hij of zij zo geworden is, dat wij zo geworden zijn.
Tegen deze houding van het afschuiven van verantwoordelijkheden, van het verschuilen achter allerlei vaak oneigenlijke argumenten, daar gaat een profeet, ook in onze tijd, tegenaan, rebelleert hij.
In Naam van God benadrukt een profeet, ook in onze tijd, dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen handelen.

Wij mensen zijn de klei in God’s handen; We humans are the clay in God’s hands.

Hij zegt: ‘mensheid, jullie zijn weliswaar in deze situatie terechtgekomen, maar ga niet zitten jammeren over mogelijke oorzaken en maak geen verwijten richting je ouders…
Kom tot je oorspronkelijke zelf, zoals God je gevormd heeft; herstel je en herneem jezelf” en “maak wat van jullie leven!“.
Bovendien wordt benadrukt dat iedereen verantwoordelijk is voor z’n eigen daden, z’n eigen handelen. De schuld mag ook niet op God geschoven worden.
Want, zó horen we, het is God Die de enige Rechtvaardige is!
Veranderen… dàt is makkelijker gezegd dàn gedaan.
Want veranderingen gaan niet van vandaag op morgen.
We zouden wel willen dat er overal Vrede zou zijn, mensen op één lijn zitten, de natuur zich herstelt… dat als we morgen wakker worden, die onenigheid bijgelegd is, we nieuwe, betere mensen zijn.
Maar, zo gaat dat niet. Veranderen kost tijd, inspanning, tegenslag, terugvallen, doorzettingsvermogen, soms weer opnieuw beginnen.
Veranderen is een leerproces. Het leven als permanent leerproces.
En in de werking van dit Goddelijk leerproces zullen wij de Heilige Geest, de Heilige Strekte en onsterfelijkheid van God herkennen.
Op Grote Verzoendag, het Joodse Jom Kipoer [
יוֹם כִּפּוּר], wordt ook nu nog herdacht dat een mens – alleen de hogepriester! – het Heilige der heiligen mag binnengaan om verzoenend bloed op de kappórèt, het ‘verzoendeksel’, te sprenkelen.
Jezelf met God verzoenen is niet meer aan tijd gebonden, dit kan elk moment van de dag dat je hiertoe door Gods Genadegaven toe geroepen wordt. Vanaf Pasen,  Pinksteren en Kerst, de geboorte van de Kerk mag dat iedere dag.

Statements of our Lord

Iedere avond begint bij het ondergaan van de zon -de vespers- de tijd van het aanbreken van een nieuw begin. De eerste twee pelgrimsfeesten, Pesach en Sjawoeot, hebben hun christelijke tegenhanger gekregen in de vorm van Pasen en Pinksteren. Het Pasen vindt zijn voltooiing, zijn voleindiging met Pinksteren, waarbij de Heilige Geest neerdaalt op het Lichaam van Christus, de Kerk; anders geformuleerd, het is de geboortedag van de Kerk en dit wordt feestelijk gevierd.
In sommige Orthodoxe gemeenschappen is het gebruik geworden te gaan picknicken ergens in een park van de stad – de inkeer, vernieuwing en verzoening is voltooid en we mogen onder de hoede van de Heilige Geest onze weg vervolgen. De gewone mensen van de Kerk weten zich geïnspireerde om oude riten te vernieuwen, te zuiveren en te transformeren in feesten, die de geschiedenis van de Kerk markeren en tegelijk geladen zijn met een indringende ethische en spirituele betekenis.
Het appelleert aan het besef hoe wij geworteld zijn in de natuur, hoe wij overgeleverd zijn aan de grillen van het lot, onderworpen aan de voorzienigheid van Heer onze God.
Het geeft een indringend bewustzijn aan hoe dicht wij toch nog staan bij de oerelementen, een bewustzijn dat in onze luxueuze woonomgeving, temidden van onze moderne voorzieningen, maar àl te ‘verduisterd‘ is; hoe wij als schapen leven temidden van de wolven.