Orthodoxie & vrees de onrechtvaardigheid niet

Christus, de Barmhartige,   12e eeuws Mosaïc, Staatliche Museen Berlin

      Wanneer men u vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere; want voorwaar, Ik zeg u, gij zult niet alle steden van Israël [de Kerk] zijn rondgekomen, voordat de Zoon des mensen komt.
Een discipel staat niet boven zijn Meester, of een slaaf boven zijn Heer.Het is voor de discipel genoeg te worden als zijn Meester, en voor de slaaf als zijn Heer. Indien men aan de heer des huizes de naam Beëlzebub heeft gegeven, hoeveel te meer aan zijn huisgenoten!
        Vreest hen dan niet, want er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden en verborgen, of het zal bekend worden.
        Wat Ik u zeg in het donker, zegt het in het licht; wat gij u in het oor hoort fluisteren, predikt het van de daken.
        En weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel.
Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit? En niet een daarvan zal ter aarde vallen zonder uw Vader. En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld        Weest dan niet bevreesd: gij gaat vele mussen te bovenMatth.10: 23-31.

      Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij, maar ook wij zelf, wij, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.
        Want in die hoop zijn wij behouden. Maar hoop, die gezien wordt, is geen hoop, want hoe zal men hopen op hetgeen men ziet?
Indien wij echter hopen op hetgeen wij niet zien, verwachten wij het met volharding.
       En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij naar behoren zullen bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.
En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleitRom.8: 22-27.

Hoe durft een mens van deze tijd nog beslissingen te nemen, waar hij in de toekomst mogelijk spijt van krijgt?

In de pubertijd wordt besloten een tattoo op het lichaam te laten aanbrengen, welke je op latere leeftijd puur lelijk en aanstotelijk vindt.
Op 25 jarige leeftijd stap je hals-over-kop, smoorverliefd in het huwelijks-bootje, maar je dromen zijn veranderd en op 35 jarige leeftijd loop je eenzaam en verlaten rond.
Zelfs mensen van 68 hebben het idee dat ze nog zijn als toen ze 58 jaar waren en dat ze de 78 wel zullen halen” zegt Daniel Gilbert, professor in de psychologie aan de Harvard University.
Een voor de hand liggende antwoord op bovenstaande vraag is dat mensen volwassen worden en dat verandering tot het einde onvermijdelijk is.
Maar na onderzoek van de antwoorden van meer dan 19.000 mensen, vonden de onderzoekers dat de meeste mensen weliswaar erkennen dat hun leven de laatste tien jaar veranderd is, maar dat ze zich er niet van bewust zijn dat deze verandering voortdurend plaats vindt.

jong & oud, illusie

In strijd met hun persoonlijke bevindingen hebben de meeste mensen het idee dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen en dat hun leven onveranderd zal voortduren en zo gedragen zij zich ook. Blijkbaar heeft de mens er geen benul van dat er op iedere leeftijd een kritiek punt kan aanbreken waarin hun persoonlijkheid dusdanig volledig gevormd zal zijn dat dit voor de rest van hun leven onveranderd zal blijven. Hoewel de persoonlijkheid en de waarden van het leven op latere leeftijd  de neiging hebben om te stabiliseren, onderschatten de meeste mensen de omvang van de toekomstige veranderingen in de persoonlijkheid. De onderzoekers benoemen dit fenomeen als “het einde van de historische illusie“.

Prieel-vogel creëert een aantrekkelijke illusie

Bovenstaande studie, welke werd gepubliceerd in het tijdschrift “Science” toont aan: “Wij begrijpen dat we in ons leven aan verandering onderhevig zijn, maar voelen ons ongemakkelijk bij het idee dat we nog verder zullen veranderen”.

Aan dit onderzoek moest ik denken na het lezen van bovenstaande geschriften uit de Blijde Boodschap en met name:
“Vreest hen dan niet, want er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden en verborgen, of het zal bekend worden.
        Wat Ik u zeg in het donker, zegt het in het licht; wat gij u in het oor hoort fluisteren, predikt het van de daken”.
“God is immers een rechtvaardige Rechter, Sterk en Grootmoedig; niet elke dag voltrekt Hij Zijn toorn” Psalm 7: 12 vert. R.O.K. ’s-Gravenhage.
Rechtvaardig recht spreken houdt onder andere in dat Hij onpartijdig is en zonder aanzien van de persoon handelt. Opdat dit voor iedereen duidelijk zal zijn, is zijn rechtsgeding tegen mensen openbaar. Aan eenieder die hierbij betrokken is, moet bekend zijn waarom God de een vrijspreekt van schuld en de ander voor schuldig houdt. God weet zonder meer wat in het diepst van de mens verborgen is, ook alles wat onzichtbaar bleef voor andere mensen, het goede en het kwade.
Daarom mogen degenen, die zich aan Hem toewijden, door met hart en ziel Zijn Wil te doen, zich veilig en zeker weten in de handen van deze Rechtvaardige Rechter. Zij zullen door Hem bevrijdt, verlost worden van de vijandige wereld. Wat de vijanden van God en zijn kinderen in het geheim beraamd hebben, zal duidelijk worden voor iedereen.
        Want de Heer, onze Rechter; de Heer, onze Wetgever; de Heer, onze Koning; Hij zal ons verlossenIsaiah 33: 22.
Ondanks dat God bepaalde vormen van rechtspraak in Exodus 18 overliet aan de oudsten, de rechters, de koningen en priesters van Israël [zie 2 Cron.19: 4-11 en Ezra 7: 25], zijn deze door hun menselijke zwakheid eveneens niet volmaakt rechtvaardig. Wie daar het dichtst bij kwamen waren Mozes en Salomo. Zij spraken recht namens en in de Geest van God.
Koning Salomo ontving in de beginjaren van zijn koningschap grote Wijsheid van God.  Die tijd was een voorafschaduwing van het Koningschap van Christus.
“        Maar Hij antwoordde hun en zei: ‘Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de Profeet. Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon van de mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten. De mannen van Nineveh zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en zie, meer dan Jona is hier. De koningin van het Zuiden zal in het oordeel optreden met dit geslacht en het veroordelen, want zij is gekomen van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen, en zie, meer dan Salomo is hier’Matth.12: 39-42.
Al tijdens Zijn leven op aarde gaf God Zijn Zoon rechterlijke bevoegdheden, bijvoorbeeld om zonden te vergeven: En hun Geloof ziende, zei Hij:Mens, uw zonden zijn u vergeven. En de schriftgeleerden en de Farizeeën … zeiden: … Wie kan zonden vergeven dan God alleen? Doch Jezus … zei tot hen: … Wat is gemakkelijker te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel? Maar opdat u mag weten, dat de Zoon de mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven – zei Hij tegen de verlamde: Tot u zeg Ik, sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis …’Luc.5: 17-26.
Christus sprak echter ook over een latere tijd, ja, over ònze tegenwoordige tijd.
In een gelijkenis herinnerde Hij er aan wat God had gesproken door de profeet Ezechiël: Hij zou rechtspreken tussen Zijn schapen en de rammen en bokken, die Zijn schapen verdrongen en uit zouden buiten: “En u, Mijn schapen, zo zegt de Heer der Heerscharen, zie Ik zal rechtspreken tussen het ene schaap en het andere, tussen de rammen en de bokken, de vette en de magere schapenEzech.34: 17, 20-22.
“        Wanneer dan de Zoon des mensen komt in Zijn Heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de Troon van Zijn Heerlijkheid. En al de volken zullen vóór Hem verzameld worden en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken, en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand. Dan zal de Koning tot hen, die aan Zijn rechterhand zijn, zeggen: ‘Komt u gezegenden van mijn Vader, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging van de wereld af … Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur …’” Matth.25: 31-46.

Wie in z’n/haar hart geen kwaad heeft beraamd en God altijd van harte heeft gediend, heeft niets te vrezen voor de Rechter. De Heer heeft gezegd dat zo iemand niet in het Oordeel komt. Hiermee bedoelt Hij dat deze mens niet voor de Rechter wordt gedaagd om het doodvonnis uit Z’n mond te vernemen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeelJohn.5: 24.
Hierin is de Liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag van het oordeel … Er is in de Liefde geen vrees, want vrees houdt verband met straf1John.4: 17.
Schreeuw het dus van de daken, wanneer je onrecht ontmoet en breng aan het licht wat heimelijk verzwegen wordt; want in die Hoop op Verlossing van ons lichaam zullen wij christenen behouden worden.

‘Ondersteboven’ by Igor Lysenko

Het Leven in het Hemels Koninkrijk
Er is Hoop en Leven in Gods Koninkrijk.
Het is dwaas te veronderstellen dat
je zonder schoonheid, talent en rijkdom waardeloos bent.
Het zal je duidelijk worden dat
je -indien liefdevoller- de moeite waard bent.
Er kan niet meer worden gesteld dat
iedereen God slechts bezit om de leegte en eenzaamheid te verbergen.
Ik wil niet toegeven dat
God afwezig is in deze wereld van de honger, oorlog en lijden.
Deskundigen doen mij voorkomen dat
er niets meer bestaat dan wat we kunnen waarnemen,
maar dit is niet het geval in de onvervalste wereld.
God maakt alle dingen nieuw
zodra ik maar geloven kan dat
anderen vergeven
belangrijker is dan
het beschermen van mezelf.
Ik dien mijn prioriteiten stellen opdat
mensen die me pijn doen mij niet kunnen vernietigen.
God is goed;
ik zou geen Geloof en geen Hoop meer bezitten wanneer
ik zou ervaren slechts alleen te zijn;
alles zou ondersteboven gekeerd worden.
cf.Génération perdue” by Jonathan Chalumeau

 

 

3e Zondag nà Pinksteren – alle heiligen van het land waarin wij wonen

visserskotter-Nederland

      Toen Hij nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, diens broeder, een net in zee werpen; want zij waren vissers.
        En Hij zeide tot hen: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken. Zij nu lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem. En vandaar verder gegaan zijnde, zag Hij nog twee broeders, Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, terwijl ze bezig waren hun netten in orde te brengen, en Hij riep hen. Zij lieten dan terstond het schip en hun vader achter en volgden Hem.
        En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het volk.
En het gerucht van Hem drong door tot in geheel Syrië; en men bracht tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, gekweld door allerlei ziekten en pijnen, bezetenen en maanzieken en verlamden, en Hij genas henMatth.4: 18-24.

vernieuwd geestelijk herstel

      De Heerlijkheid, eer en vrede over eenieder, die het goede werkt, eerst de Jood en ook de Griek. Want er is geen aanzien des persoons bij God. Want allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en allen, die onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden; want niet de hoorders van de Wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders van de Wet zullen gerechtvaardigd worden.
        Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de Wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder Wet, zichzelf tot Wet; immers, zij tonen, dat het werk van de Wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten mee getuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen, ten dage, dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn evangelie, door Christus JezusRom.2: 10-16.

‘Spitskool’ – ‘Pointed Cabbage’ or ‘Cœur de Bœuf des Vertus’

Twee rupsen zaten op een koolblad.
De ene rups dacht dat de koolstronk de hele wereld was en het koolblad zijn vaderland. De andere rups zei tegen hem; Straks ga je in een kistje [een cocon] en dan kom je er heel anders weer uit. Dan gaat er een wereld voor jou open. Wat een schitterende kleuren zul je dan zien en waar kun je dan overal heen vliegen!

Wij Christenen zijn van die rupsen.  Ons leven is als een rups, gehecht aan het werelds bestaan dient het een vlinderleven worden.
Op het koers bepalende richtsnoer van Gods Woord, de Blijde Boodschap, geleid door het vuur van de Heilige Geest zijn we op weg naar de haven van het Hemels Koninkrijk. Wij weten eigenlijk helemaal niet zoveel van het Hemels Jerusalem, de Stad van de toekomst. We hebben geen plattegrond van het Hemels Koninkrijk meegekregen en weten maar weinig van de overzijde van het graf, maar we blijven als pelgrims onderweg.
We kunnen de contouren van het Nieuw Jeruzalem nog niet zien en
het silhouet van de Lichtstad nog niet waarnemen. We zijn echter geen reizigers met een onbekende bestemming, maar pelgrims naar het Goddelijke Koninkrijk.
Want wij zijn burgers van een Rijk in de Hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Verlosser verwachtenPhil.3: 20.
Wij, christenen zijn burgers van een Rijk in de Hemelen, onze positie is Hemels en de Belofte, waarop wij ons Verbond met God hebben afgesloten, is Hemels.
Dit betekent dat de Gemeenschap van Jezus Christus in haar diepste wezen ook een Hemels Lichaam is. Christus is het Hoofd en Zijn Gemeenschap, de Kerk is Zijn lichaam. Christus was “in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekendJohn.10: 10. Zoals de wereld Christus niet heeft gekend, kent de wereld ook Zijn lichaam niet.
Paulus schrijft: “Wij zijn burgers van een Rijk in de Hemelen“.
De Romeinse veteranen die in Filippi in Griekenland een Romeinse kolonie vormden, formuleerden het zo: “Wij Romeinen zijn burgers van het Romeinse rijk”. De anderen werden als barbaren beschouwd, maar zij zeiden óns domicilie is in Rome; dáár staan wij ingeschreven, dáár is ons vaderland, dáár horen wij thuis.
Daar tegenover schrijft de Apostel; maar
òns domicilie is in de Hemel, daar is òns Vaderland. Wij leven weliswaar in de wereld, op aarde, maar staatsrechtelijk hebben wij het Burgerschap Gods; wij christenen zijn Hemelse kolonisten. Door de Hemelvaart van de Opgestane Heer hebben wij het Hemels Burgerrecht [een verblijfsvergunning] gekregen. Geen asielrecht voor enkele jaren, geen tijdelijke verblijfsvergunning zoals sommige asielzoekers in het westen krijgen.
Wij Christenen hebben het paspoort en het visum van God gekregen om voor eeuwig Burgers van het Koninkrijk der Hemelen, de Stad Gods, te mogen zijn.
Onze namen staan ingeschreven in het register van de Hemelse burgerlijke stand, wáár wij ons ook en in wèlk staatsrechtelijk land wij ons ook bevinden.

Byzantijnse vlag, de Hemelse Kerkelijke [‘Orthodoxe’] vlag

Het Byzantijnse Rijk heeft het Byzantijns Christendom ‘misbruikt’ om zich te verzekeren van een sterke staat en sommige despoten in onze huidige samenleving gedragen zich zo nog steeds, Putin, Erdogan en noem maar op in de geschiedenis van dit aardrijk.
De wereldse staat heeft zelfs van de Hemelse Kerkelijke [‘Orthodoxe’] vlag gebruik gemaakt – in plaats van datgene, waar zij voor stond, te beschermen. Daarom is de val van het Byzantijnse Rijk een bevrijding voor het Orthodox Christendom geweest, hetgeen tot gevolg had dat het christendom zich over de gehele wereld kon verspreiden. We zien hetzelfde in onze tijd, despoten trachten via macht en repressie [onderdrukking, beteugeling] het volk naar hun hand te zetten. De Kerk wordt gebruikt om eigen verlangens en belangen te realiseren en niet alleen voor geldelijk gewin.
Daar waar christenen zich door geweld, ontvoering, slavernij en totale vernieling, bedreigt weten, maken zij zich los van hun omgeving en vluchten naar andere plaatsen. Dit soort mensen hebben de titel gekregen dat zij ‘mensen met blauwe botten’ zijn – zij hebben de wreedheden van de wereld overleefd.
Dàt is lijden, dàt is echt niet zo eenvoudig, maar God geeft dit lijden niet voor niets – na lijden en sterven aan je omgeving komt er een Opstanding.
Het mes snijdt bij God altijd aan twee kanten; dat gebeurt ook, met de komst van vluchtelingen in ons land, hebben de christenen onder hen ons ‘ingeslapen christelijk volk’ iets bij te brengen.
Zij bezitten nog  het oorspronkelijk vuur van de Heilige Geest – zij zijn absoluut geen geïsoleerde eenheid – zij laten zich nog leiden door de Geest der Waarheid: “      Gaat dan heen en maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen hebMatth.28: 19.

Vandaag de dag zien wij de verstrooide Christenen weer hun voortrekkerspositie hernemen en spelen zij een belangrijke rol in het ‘redden’ ten opzichte van het ‘hun gastvrij ontvangende’ land; zij brengen de oorspronkelijke Heilige Geest mee en inspireren tot de oorspronkelijke christelijke waarden.
Onder hen zijn jongeren, die hier aan de universiteiten studeren in de hoop, hier of elders van nut te zijn. Voor hun maakt het niet uit hoe groot de wereld is, God is toch veel en veel groter. Het maakt hen ook niet uit – met hoe weinig- zij wel niet zijn; zij geven gestalte aan de bekende gelijkenis van het mosterdzaadje.
Zij hebben de wil en het vermogen om de wereld te veranderen, zij hebben nog dezelfde genen als . . . . . onze voorvaderen.
      Ik zeg u, mijn vrienden, vreest hen niet, die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, die, nadat hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem!Luc.12: 4,5.

het ‘Hemels Jeruzalem’, dat de Profeten doodt !

God roept zondaars tot bekering, maar wanneer zij blijven weigeren gaat het proces van verharding in werking.
      Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewildMatth.23: 37.
Aan het einde zijn er maar twee soorten mensen.: “zij die tot God zeggen ‘Uw wil geschiede’ en zij tot wie God uiteindelijk zal zeggen: ‘uw wil geschiede!’” cf. C.S. Lewis.
Wij zijn hier op aarde reeds burgers van het Koninkrijk der Hemelen; aandeelhouders van het Goddelijk Leven , welke eindigt door de overgang naar ‘Gods’ eeuwigheid. Wij zijn ook burgers van het Koninkrijk der Nederlanden, samen met Vlaanderen dat ‘rijk van de lage landen‘, hetgeen ontstaan is uit aanslibsels van de grote rivieren, Schelde, Maas, Waal en de Rijn. Het Koninkrijk der Hemelen komt aan de Overzijde, ‘uit God’ voort en je wordt geen burger van dat Hemels Koninkrijk door geboorte, maar door ‘opnieuw’ geboren te worden.
In het boek Openbaring wordt ons gezegd, wat er in de Hemel ‘niet’ zal zijn.
Er zal geen verdriet zijn, geen tranen en ook de dood zal er niet zijn.
Ook lezen we dat de ‘zee’ er niet meer zal zijn; de zee staat in bijbelse beeld om iets uit te drukken voor alle duistere en dreigende machten.
        En ik zag een Nieuwe Hemel en een Nieuwe Aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan en de zee was niet meerOpenb.21: 1.
Maar gij, blijf nuchter bij dit alles, aanvaard uw lijden . . . . . en wijd u [slechts] geheel aan uw dienst2Tim.4: 5.

Het aanvaarden van situaties staat niet los van wat binnen het kader van het onderwerp ‘aanvaarding’ naar voren dient te komen: ’Door God worden aangenomen‘, ‘Het accepteren van jezelf‘ en ‘Acceptatie van de naasten [van elkaar]’. Het vormt daarmee een geheel.
Wij zullen ook dit in ‘eigen‘ leven dienen uit te werken, want bij het niet-aanvaarden van een situatie zou een zekere ontevredenheid kunnen ontstaan, een gebrek aan innerlijke vrede.  En daardoor zouden we niet vrij en capabel zijn om steeds maar weer dóór te gaan.

Op een mooie Pinksterdag

Wat is nu precies de situatie?
Volgens het woordenboek ‘een geheel van heersende omstandigheden, waarin iemand zich op een bepaald moment bevindt‘.
Een situatie is niet voor iedereen gelijk en al zou dat wel zo zijn, dan nog zou er nog een verschillende beleving kunnen zijn. We dienen in de benadering van een situatie niet alleen de omstandigheden in de natuurlijke wereld te bezien, maar voorzeker ook de bijbehorende omstandigheden in de geestelijke wereld. Deze laatste zijn in feite bepalend voor het ‘geheel van omstandigheden‘. 
Voor een geestelijk volwassen mens zal dat duidelijk zijn, maar wanneer je daar ‘geen‘ zicht op hebt, zal alles je zeer vaag overkomen. Bij Jezus Christus was dat volkomen helder; Hij doorzag alle dingen in alle situaties.
Voor ons mag dit eveneens steeds duidelijker worden.
Situaties worden bepaald door mensen en door geesten die in en rondom mensen aanwezig zijn. God, Zijn Zoon, Jezus Christus, de Moeder Gods, de Heiligen en de alle engelen willen daarin altijd ten goede werkzaam zijn en het klimaat van het Koninkrijk Gods verspreiden; de tegenstrever en zijn trawanten [diens medegevallen engelen] zijn in alle situaties op het tegenovergestelde gericht.
In den beginne zag God, Die overzag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweestGen.1: 31.
De Paradijselijke situatie rondom het eerste mensenpaar kon geheel door God worden bepaald. Er was Vrede, Blijdschap en Gerechtigheid alom, in de Hemel en op aarde.
In de geestelijke wereld is er echter een rijk bijgekomen, een bron van ellende: satan en zijn rijk, de oorzaak van alle moeilijke situaties. Dit klimaat is binnengedrongen in ons bestaan, in de hemel van de mens. Dat rijk werkt nog steeds, maar het zal éénmaal teniet gedaan worden [Openb.21: 3,4].
Wij zullen dienen te accepteren dat het zover –nòg niet– is; God doet dat en onze Heer Jezus Christus doet dat ook. God heeft de ontstane situatie doorzien en aanvaard. Daarbij is Hij onophoudelijk -blijven- uitgaan van ‘Zijn Eigen Goddelijke mogelijkheden‘ Hij weet dat het uiteindelijk allemaal goed zal komen.
Door het werk van onze Heer Jezus Christus, Zijn Zoon, zal de Wederopstanding van alle dingen tot stand komen. Zo beziet God het geheel van omstandigheden en dit is voor Hem bepalend in de huidige situatie.
Deze opstelling is ook kenmerkend voor onze Heer Jezus Christus: Hij beziet de grote, algemene situatie van mens en schepping alsmede alle kleine, specifieke situaties in levens van mensen vanuit de mogelijkheden van God en werkt daarin met de Kracht van de Heilige Geest.
Wij mogen Jezus hierin volgen en dit onder alle omstandigheden in ons eigen leven van Hem overnemen. Dat betekent dat wij allereerst in iedere situatie leren uit te zien naar de werkelijkheid van de geestelijke wereld en de werkzaamheid van de verschillende wezens daarin: van mensen, engelen en machten, van God en Jezus Christus èn van de tegenstrever [de duivel].
En vervolgens op de eigen mogelijkheden als een mens in Christus.
Een volwassen geestelijke benadering is hierin gewenst. Deze mag zich in de Gemeenschap met Jezus Christus, Zijn Lichaam, de Kerk ontwikkelen.
Vraag de Heer dan ook onophoudelijk om met verlichte, geestelijke ogen te mogen zien en met geopende geestelijke oren te kunnen horen; bid om inzicht, wijsheid en kracht, want dat is nodig.  Je mag je afvragen: waar ben ‘ik’ ‘zelf’ verantwoordelijk voor [geweest], wat is ‘mijn‘ aandeel in het ontstaan van de situatie, misschien al lang geleden?
Je kunt fouten hebben gemaakt, zonden hebben gedaan. Vraag je dan af waar je verantwoordelijkheid ‘‘ ligt. Laat de vergeving functioneren want God vergeeft; vergeef en aanvaard dan ook jezelf. Mocht je anderen hebben geschaad, dan kun je ook dàt nog in orde maken, bijv. door op z’n minst de ten onrechte verkregen gelden te retourneren.
Eventuele blijvende gevolgen van daden zullen we dienen te accepteren, ook al zijn we -door de Heer- vrijgesproken van de daad. We mogen dat doen vanuit de Kracht en Genadegaven, Die Hij ons daarvoor ter beschikking zal stellen.
Mocht je goed hebben gedaan, dan ook daarin blijven staan en je niet van je stuk laten brengen. Ook dan weer die betreffende situatie blijvend aanvaarden.
      Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat jullie in Zijn voetstappen zouden treden; Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog is gevonden; Die, wanneer Hij uitgescholden werd, niet terug heeft gescholden en wanneer Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, Die rechtvaardig oordeelt; Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door Zijn striemen zijt gij genezen,
want [ook] gij waart dwalende als schapen1Petr.2: 21-24.
Daarnaast kun je nagaan wáár die ander verantwoordelijk voor is geweest.
Aanvaard daarbij de ander en wees vergevingsgezind als er fouten zijn gemaakt; ook hij/zij heeft te maken met de vijand, bidt slechts voor hem/haar.
Merk tevens de goede dingen van de ander op en wees daar dankbaar voor.
Er bestaan ook situaties waarvoor alleen de vijand verantwoordelijk is: bijvoorbeeld geestelijke of opvoedkundige ziekten. Ook deze dienen we te aanvaarden, niet in passieve berusting, maar in actieve verwachting. We mogen ons daarbij volledig toevertrouwen aan de Heer!
Wij dienen dus te leren onderscheiden, benoemen en onderkennen wat we zelf kunnen doen èn wat daarbuiten ligt. We zullen ons niet laten be[‘in’]perken, maar ook geen dingen opblazen: een reële benadering vanuit de positie in Christus. De middelen van Jezus aanpakken en hanteren, maar als de ander daarin niet mee wil, dan zeker niet pushen. Wèl zegenen; je hebt dan gedaan wat je kon, jij mag en dient de grens van je eigen mogelijkheden ook in te zien.
Dit kun je beoefenen, te beginnen bij jezelf en niet bij de ander!
Wij hebben bij dit alles te maken met vijanden die de ontwikkeling naar Gods bedoeling willen tegenhouden. Weerspannige geesten willen het aanvaarden van situaties onmogelijk maken en de actieve opstelling van de ander daarin beletten. Een transparante cultuur bereik je door zelf open en eerlijk te zijn.
Geesten van hysterie willen zaken opblazen en je ermee bezighouden.
Geesten van verwerping willen schuldgevoelens opwerpen, moeite en pijn teweegbrengen. Onderscheid je eigen persoonsvijanden en zet je in hier weerstand aan te bieden in de Naam van onze Heer, Jezus Christus.
Een heel mooi gebed is: “Heer, geef me de rust om de dingen te aanvaarden waaraan ik niets kan veranderen, de moed de dingen te veranderen waar ik dat wèl kan, en de wijsheid om het verschil te zien”.
In aanvaarding van wat voor situatie ook zullen we vaak dingen dienen los te laten en geduld beoefenen. Het gaat bij deze levenshouding eerder om de goede opstelling dan om een oplossing. Onze Heer wil ons dit allemaal leren; weten, geloven en beleven worden dan niet meer bepaald door de situatie, maar door de relatie met Hem: “Zelfs al ga ik midden in de schaduw van de dood, dan vrees ik geen kwaad, want Gij zijt bij mijPsalm 22[23]: 4.
Belijd het Woord, de Belofte, de Opstanding en de Overwinning, de Openbaring van het Heil; leef in diepe verbondenheid met Christus, nuchter en toegewijd; dàn zal alles alleen maar ten goede kunnen medewerken.
Het geestelijk uithoudingsvermogen dat behoort bij een volwassen leven gericht op God zal als vrucht van die gemeenschap te allen tijde naar voren komen.
Wij zullen immers Genade vinden bij God want:
Hem hebt gij lief, zonder Hem gezien te hebben; in Hem gelooft gij, zonder Hem thans te zien, en 
gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, daar gij het einddoel van het Geloof bereikt, dat is de Zaligheid van de zielen1Petr.1: 8,9.

Apolytikion     tn.2
Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U“.

Kondakion     tn.2
Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

2e Zondag ná Pinksteren – Synaxis van alle Athonitische Heiligen

Athonitische monniken, vissend

      Toen Hij nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, diens broeder, een net in zee werpen; want zij waren vissers.
        En Hij zei tot hen: ‘Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken’.
Zij nu lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem. En vandaar verder gegaan zijnde, zag Hij nog twee broeders, Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, terwijl ze bezig waren hun netten in orde te brengen, en Hij riep hen.
       Zij lieten dan terstond het schip en hun vader achter en volgden Hem.
En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het Evangelie van het Koninkrijk [der Hemelen] en genas alle ziekte en alle kwaal onder het Volk [de Kerk]” Matth.4: 18-23.

Athosmonnik, ‘n ‘andere kant’ van de wereld

        Heerlijkheid, Eer en Vrede over ieder, die het goede werkt, eerst de Jood en ook de Griek. Want er is geen aanzien des persoons bij God.
Want allen, die zonder Wet gezondigd hebben, zullen ook zonder Wet verloren gaan; en allen, die onder de Wet gezondigd hebben, zullen door de Wet geoordeeld worden; want niet de [toe-]hoorders van de Wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders [uitvoerders] van de Wet zullen gerechtvaardigd worden.
       Wanneer toch heidenen, die de Wet niet hebben, van nature doen wat de Wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder Wet, zichzelf tot Wet; immers, zij tonen, dat het werk van de Wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten mede getuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen, ten dage, dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn evangelie, door Christus Jezus
Rom.2: 10-16.

Athos, Agion Oros, oostelijk schiereiland Chalkidiki [Gr.]

Op de 2e Zondag ná Pinksteren vieren wij in de Orthodoxe kerken samen met de heiligen van andere landen dan hun eigen land de Synaxis van Alle Heiligen op de Berg Athos, hetgeen werd ingesteld door de Heilige Nicodemos de Haghiorite.

Beginnend met de voorafgaande avond van dit feest wordt er door iedere monnik en asceet een nachtwake gehouden. Geen klooster, skete, kellia of cel zal deze nachtvigilie overslaan, welke gehouden wordt ter ere van de Heilige Vaders, die meer dan duizend jaar al door hun aanwezigheid het Licht van Christus door middel van hun leven hebben doorgegeven. Ieder nacht is er in de kloosters ook ten minste één van de monniken, die de nacht biddend doorbrengt en bidt voor degenen, die niet waken, want het verblijf op de Athos is een ‘intensief‘ bestaan en ook monniken zijn gewone mensen en hebben hun slaap hard nodig.
De Heilige berg is de enige plaats op de wereld waar iedere 24 uur minstens 100 keer de Goddelijke Liturgie gevierd wordt tot heil van de wereld.

Alheilige Moeder Gods, abdes van de berg Athos

De Heilige berg Athos wordt niet voor niets de ‘tuin van de Panaghia  genoemd en is een ‘onafgebroken brandend Licht’ van voortdurend gebed tot de Heer.
Monastiek leven is een niet aflatend gebed tot God, waarbij Onze Heer, Jezus Christus, door het gebed van het hart wordt aangeroepen: “Heer, Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over ons arme zondaars”; zelfs in hun slaap zijn er hoogstaande beoefenaars, die dit gebed ‘als behorende tot het Leven’ voortzetten.
Met dit gebed vragen zij de Almachtige God, ons mensen te doen herleven, te verzorgen, te versterken, te verlichten en Zijn dienaren in nood bij te staan, hen barmhartigheid te verlenen.
Deze heilige plaats, waar de monniken zich uit de wereld hebben teruggetrokken, is toegewijd aan “de Al-heilige Moeder Gods”, de Theotokos, de Godbarende, die alle mensen in nood ter harte neemt en hen tot redding aanbeveelt bij haar Zoon.
De monniken vragen zowel Christus als Zijn moeder aandacht voor de zieken in de ziekenhuizen, in het bijzonder zij, die op een afdeling ‘intensive care’ zijn beland, voor de eenzamen en ontheemden, ontvoerden en gevangen mensen, de dak- en werklozen, de weduwen en wezen en allen, die hen bijstaan in hun ellende. 
Het is goed dat wij, in de wereld, ons met deze Vaders op de Heilige berg, die ‘in God’ Wijsheid hebben ontvangen, verbonden weten.
In de Orthodoxie zijn het de monniken en Monialen, die ons orthodox christenvolk door hoogte en dieptepunten hebben voort geholpen; zij stonden ons met raad en daad bij.
Monniken van de Athos hebben assistentie verleend bij de eerste vertalingen van de statenvertaling, waartoe de staten Generaal der Nederlanden hen indertijd uitnodigde. Dit gemeenschappelijke feest, waarbij alles wat dit oord aan heiligen heeft voortgebracht, zowel degenen waarvan de namen bekend zijn als degenen die -in alle stilte en eenvoud- niet gekend zijn; zij zijn echter bekend bij de Éne, heilige Drie-eenheid, als broeders in de geest en zijn heengegaan naar de eeuwige rust. “Zij zijn als de [gewijde] olie [Myron], Die uitgestort is over het hoofd van Aäron en naar beneden druipt in z’n baard en als de dauw van de berg Hermoncf. Psalm 132[133].
Voor zover dit niet eerder nodig werd geacht, vond de Heilige Nicodemos de Haghiorite het noodzakelijk, dat degenen die voor ons welzijn ‘welbehaaglijk’ waren aan de Heer, gezamenlijk dienden te  worden onthaald op een feestelijke gedenkdag. Daarom nemen we vandaag in onze gedachten ook de anachoreten [kluizenaars] en die van de cenobieten [gemeenschapsmonniken] in de wereld; wij komen samen om ons – gelijk het betaamt – gelukkig te prijzen; onze kinderen, de jongeren, de ouderen, de vaders en moeders; de zondaars met de ons verblijvende heiligen en zingen hardop eendrachtig:
    Heer behoud deze plaats, die u heeft als uw woning hebt uitverkoren
en bescherm haar tegen elke vorm van het kwaad.
O veelheid van Heiligen, die op Athos hebben geleefd,
die rond de troon van God staan, door uw heilige gebeden,
bidt God voor ons, onze zielen te redden! “
 

Panagia Portaitissa, de Glykophilousa

Net als de Panagia Portaitissa, de Glykophilousa een icoon is van degenen die in de iconoclastische periode werden gered en wonder boven wonder over gebracht werd naar de berg Athos.
Deze icoon was oorspronkelijk in het bezit van Victoria, de vrome vrouw van de senator Simeon.
Victoria was degene die de heilige iconen vereerde en in het bijzonder de icoon van de Allerheiligste Moeder Gods, bij wie ze elke dag haar gebeden deed. Haar echtgenoot daarentegen was een beeldenstormer, die haar vroomheid maar aanstootgevend vond, want hij verkondigde net als Keizer Theophilos [rond 829-842], dat de verering van iconen verwerpelijk was. Simeon vertelde zijn vrouw hem haar lievelings-icoon te geven, zodat hij deze zou kunnen verbranden. Met het oog deze icoon van de ondergang te redden, gooide Victoria haar heimelijk in de zee en deze dreef recht op de golven van haar heen.
Na een paar jaar verscheen deze icoon door aan te spoelen op de oevers van de berg Athos, waar hij met grote eer en vreugde door de vadertjes [liefdelijke uitdrukking van de gelovigen voor de monniken] werd ontvangen nadat zij – door een openbaring van de Theotokos [de God-barende] op de hoogte waren

Bright Tuesday, the arrival of the Holy Icon of Panagia Portaitissa, to the Holy Monastery of Iviron

gesteld. Een stroompje water ontstond daarop op de plek waar ze het icoon aan wal kwam [bij het klooster Iviron]. Elk jaar wordt er op de dinsdag van de ‘Lichte week’ [ de week na Pasen] een processie gehouden, waarbij de monniken van de Athos massaal met ‘de icoon van de Moeder Gods’ uit wandelen gaan en er een zegening van de wateren plaats vindt. Talrijke zijn de wonderen, die bij deze icoon hebben plaatsgehad.
▪︎ Hoewel er vele wonderen van de Glykophilousa Icoon bekend zijn, zullen we er maar een paar op noemen. In 1713, beantwoordt de Moeder van Gods de gebeden van de vrome Ecclesiarch Ioannikios, die klaagden over de armoede van het klooster. Zij verzekerde hem dat ze in de materiële behoeften van het klooster zou voorzien. ▪︎ Nog een wonder vond plaats in 1801. Een pelgrim, nam zich, na het zien van de kostbare offers die via de icoon werden geschonken, vóór deze te stelen. Hij bleef in de kapel achter nadat de Ecclesiarch deze had gesloten. Vervolgens stal hij datgene wat was aangeboden- en naaste zich  naar de haven van Iviron, hetgeen een 500 meter vanaf de kapel is. Daar vond hij een boot die zou afvaren naar Ierissos [een plaats op het vaste land].
Na een tijdje wilde het schip vertrekken, maar ondanks het uitstekende weer, bleef het stil in de zee liggen. Toen de Ecclesiarch ontdekte wat er gebeurd was, zond de abt monniken in verschillende richtingen uit, op zoek naar de dader. Twee gingen naar de haven van Iveron en toen zij het schip onbeweeglijk in de haven zagen liggen, beseften zij wat er gebeurd was.
De schuldige man die deze vreselijke heiligschennis gedaan had – heeft hen om vergeving gevraagd. De monniken waren grootmoedig en wilden niet dat de dief zou worden gestraft en lieten hem heimelijk ontsnappen. ▪︎ 
Een pelgrim uit Adrianopolis bezocht een van de Athos kloosters in 1830. Hij had aandachtig geluisterd naar de geschiedenis van de heilige icoon, die een monnik verhaalde en tevens van de wonderen die ermee verbonden zijn, maar hij beschouwde het als een fictief verhaal dat slechts een kind zou kunnen geloven. De monnik was bedroefd over het ongeloof van de man en probeerde hem ervan te overtuigen dat alles wat hij had gezegd was absoluut waar. De onfortuinlijke pelgrim liet zich niet overtuigen. Diezelfde dag liep deze pelgrim op een van de hooggelegen balkons, gleed hij en begon te vallen. Hij riep uit: “AlHeilige Moeder Gods, help me!” De moeder Gods hoorde hem en kwam hem te hulp. De pelgrim landde volledig ongedeerd op de grond.
De Glykophilousa Icoon behoort tot de Eleousa iconen [de Maagd van Tederheid] een categorie van de iconen, waar de moeder de genegenheid laat blijken, hetgeen door het Christus.kind wordt aanvaard. Deze icoon krijgt in het bijzonder op 27 maart en op de dinsdag na Pascha speciale aandacht.
De icoon toont de Moeder Gods, die een buiging naar Christus maakt, Die haar op zijn beurt omhelst. De Moeder Gods lijkt Christus strakker dan in andere iconen te omhelzen, en haar expressie is meer aanhankelijk; deze icoon is op een pilaar geplaatst aan de linkerkant van de katholikon [hoofdkerk]

De 12 Apostelen, icoon I.M.Karakallou, Athos

        Het gebroeder- zuster-lijk  samenleven ziet het samenleven allereerst als geprivilegieerde weg om beter en sneller te groeien tot een biddend leven. Als weg om elkaar te helpen trouw te blijven aan het gebed en het zoeken van God.
Als weg tot zelfkennis en nederigheid, want niets maakt méér ontvangst-bekwaam voor het bidden van Christus’ Heilige Geest in ons, dan juist zelfkennis en nederigheid. Dit samenleven heeft daarom een eigen positieve gevoeligheid voor de ongemakkelijke kanten van het samenleven: juist die vormen een indringende leerschool om jezelf te verliezen, zodat Christus alles ‘in je’ kan worden – en het gemeenschappelijke [liturgisch] gebed God des te meer zal verheerlijken.
        Twaalf mensen werden uitverkoren en discuteerden onderling wie er nu elke plaats zou verkrijgen in het Koninkrijk der Hemelen. Zij waren de eerste menselijke stenen van de Tempel Gods, waarvan Christus de poort is. Met de huidige stand van zaken en de verdeeldheid in de kerken, is het geen wonder dat mensen openlijk sceptisch worden over Waarheid en Gerechtigheid. Inderdaad, het probleem met rechtvaardigheid is dat onze praktijk van rechtzinnigheid [ons gevoel met wat rechtzinnig is] niet langer meer ontvankelijk is voor een menselijk oordeel. Er komt echter een dag, wanneer de dingen anders -radicaal anders- zullen zijn en daar wijst Paulus vandaag op in bovenstaande Apostellezing, de dag dat God de mensen zal oordelen.
Er is geen noodzaak tot een dispuut [discussie]; God behoeft niet recht te praten wat krom is en behoeft niet te luisteren naar kerkrechtelijke strategieën. Geen Christelijke bloedgroep behoeft zich ‘boven‘ de andere verheven te voelen – wij zijn allen dienaren, die als vreemdelingen [vluchtelingen] zijn aangesteld in een vreemd land, want onze Stad-staat bevindt zich vèrre van hier.
In de wetenschap wáár onze Stad-staat Zich bevindt, waarom verwerven jullie je hier in het ondermaanse dan, landerijen, kostbare meubels, gebouwen en zwakke woningen? Iedereen die deze dingen voor zichzelf in dit ondermaanse zal verwerven, kan niet verwachten dat hij dé weg naar z’n eigen [innerlijke] stad [tempel] vindt. Dwaze, dubbelzinnige, miserabele mens: “Weet je niet dat al deze dingen hier niet van jou zijn, dat ze slechts door eigen machtsuitoefening in handen zijn gekomen? De heerser van de [Hemelse] Stadstaat zal hierbij zeggen: Ik laat niet toe dat je in Mijn Stad woont! Nee, je hebt je van deze Stad afgewend, want je houdt je niet aan Mijn Wetten! “. Nu hebt u eigen landerijen en velden, gebouwen en vele andere bezittingen en je wordt door de Heer der Heerscharen verdreven! Wat ga je nu doen met je landerijen, je velden, je huizen [kerken?] en alle andere dingen die je hebt verzameld? Heel terecht zal de Heerser u zeggen: “Let op Mijn wetten of verlaat Mijn land!cf. de profetieën van de Herder van Hermas [140-150 na Chr.]

Er zal geen behoefte zijn herinnerd te worden aan wat er in werkelijkheid zoal gebeurd; God is alwetend en alomtegenwoordig. Hij weet -beter dan de mens- wat er zoal plaatsvindt en hoe een heeft plaats gevonden; inderdaad Hij [God] was erbij toen de daden werden verricht en of dit onder Zijn toezicht en verantwoording heeft plaatsgevonden. Er zal geen behoefte noodzakelijk zijn om onderscheid te maken of iemand daadwerkelijk de waarheid spreekt of niet; nogmaals, God ‘weet’ alle dingen al, Hij kent ons door en door.
Kort geformuleerd er zal uiteindelijk slechts één perfecte situatie doorslag geven: één heilige Opperrechter, Die ‘niet‘ kàn liegen òf zondigen, Die ‘niet‘ kan worden omgekocht of door degenen, die -ons kent ons- te bevoordelen of door wat voor manier dan ook ‘beschadigd‘ is.
Deze Almachtige Opperrechter zal beschikken over de volledige kennis van alle verzachtende factoren en omstandigheden en Zijn laatste Oordeel zal rechtvaardig zijn en er zal geen gelegenheid zijn tot Hoger beroep.
Inderdaad het zal een radicaal andere dag inhouden, voor een Almachtige, Alwetende en Heilige Rechter, Die een definitief [finaal] standpunt zal innemen en ieder menselijke kwestie voor eens en voor altijd zal oplossen.
Op welke basis zal  God de mensen dan beoordelen?
Paulus geeft hier vandaag een antwoord op:
    ten dage, dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn Evangelie, door Christus Jezus“.

Christ Pantocrator enthroned with four Evangelists

God oordeelt de mensen overeenkomstig de Blijde Boodschap – onpartijdig, naar hun werken en in Waarheid en om hier inzicht in te krijgen dienen we vanaf het begin van deze perikoop te lezen:
      Daarom zijt gij, o mens, wie gij ook zijt, niet te verontschuldigen, wanneer gij oordeelt. Want 
waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelf; want gij, die oordeelt, bedrijft dezelfde dingen.
        Wij weten echter, dat het oordeel Gods onpartijdig gaat over hen, die zulke dingen bedrijven.
Rekent gij wellicht hierop, o mens, die oordeelt over hen, die zulke dingen bedrijven, en ze zelf doet, dat gij het oordeel Gods ontgaan zult? Of veracht gij de rijkdom van Zijn Goedertierenheid, Verdraagzaamheid en Lankmoedigheid en beseft gij niet, dat de Goedertierenheid Gods u tot 
boetvaardigheid leidt? Maar in uw weerbarstigheid en on-boetvaardigheid van hart hoopt gij u toorn op tegen de ‘Dag van Gods Toorn’ en van de Openbaring van het Rechtvaardig Oordeel van God, Die een ieder vergelden zal naar zijn werken: hun, die, in het goeddoen volhardende, heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, het eeuwige leven; maar hun, die zichzelf zoeken, ongehoorzaam aan de waarheid en gehoorzaam aan de ongerechtigheid zijn, wacht toorn en gramschap. Verdrukking en benauwdheid [zal komen] over ieder levend mens, die het kwade bewerktRom. 1: 1-9. 
Gelovigen [ja, óók christenen] die heidenen of ‘anders niet-gelovigen’ hypocriet beoordelen en daarmee dus de Genadegaven van God verachten, zullen ‘zelf’ -onpartijdig en overeenkomstig de waarheid en hun werken door [‘hun’] God worden beoordeeld. Eenieder wordt dus op dezelfde wijze beoordeeld. God zal eeuwig leven voor hen, die door volharding in goede werken ‘Goddelijke Glorie en Eer zoeken’ en daarmee onsterfelijkheid verkrijgen. Daartegenover staat wraak en woede voor degenen die in geldingsdrang [hoogmoed] zwelgen en de Waarheid [van Christus] niet gehoorzamen, maar ongerechtigheid bedrijven. God is onpartijdig; er zullen verdrukking en nood komen voor degenen die kwaad doen en Heerlijkheid, Eer, Vrede, voor iedereen die het goede doet.

de weg van Christus

De weg van Christus loopt dus verder dan ’s-mensen neus lang is – Gelovigen die heidenen hypocriet beoordelen en daarmee Gods Genadegaven verachten, zullen ‘zelf’ door God onpartijdig
worden beoordeeld. Sommige gelovigen tonen minachting voor Gods Zachtmoedigheid, etc. zich niet realiserend dat Zijn Geleidelijkheid leidt hen tot bekering; God beschikt over de tijd, Hij wacht op ieder mensenkind dat zich bekeert.
Niet-gelovigen bezitten kennis van God en zij zullen de werken Gods in gelovigen herkennen, je behoeft hen nog niet eens te spreken over de werken Gods, want dit staat in hun harten geschreven en zij zullen het herkennen. hierom en het feit dat hen “van nature” kan verwezen naar de innerlijke realiteit, lijkt mij de meest geëigende methode om hen mee te nemen in het “doe de dingen die nodig zijn overeenkomstig de Goddelijke Wet”.
Liefde overwint alles, laten wij ons eveneens overgevenconf. Vergilius, Eclogae 10.69

Orthodoxie & de navolging van het monastiek leven

verschoppeling

Ik ben ergens een geschiedenis tegengekomen over twee zwervers, twee verschoppelingen, die de nacht wilden gaan door brengen op twee bankjes langs een rivier. Op een gegeven ogenblik kijkt een van de zwervers de ander recht in het gezicht aan, staart hem even aan, schud z’n hoofd en zegt: “Jij bent helemaal geen echte zwerver! Je bent van betere komaf”.
En inderdaad de andere man was ooit ‘een hoge pief ’ [van hoge komaf] ! Zowel z’n voorname afkomst als z’n vreselijke decadentie waren van zijn gezicht af te lezen.
Inderdaad wanneer je de lijdende moderne mens nader beschouwt en zijn geschiedenis kent, wordt zowel de adel van zijn oorsprong als zijn decadentie opgemerkt en vallen je de schellen van de ogen. Het toont immers aan dat het menselijk ras voor -‘iets beters’- uit de aarde gevormd werd.
Het lijdt geen twijfel dat de mens voor een hogere bestemming en een edeler leven werd geformeerd; dat er ‘iets’ in z’n historie heeft plaatsgevonden  waardoor hij ‘zo’ omlaag is gevallen dat hij zelfs met afgunst naar de dieren kijkt als zou hij zo onbekommerd als hen z’n leven willen doorbrengen.

‘Wat is de mens, dat Gij hem gedenkt’, detail Rembrandt Harmenszn van Rijn

Wat is de mens, dat Gij hem gedenkt?
Wat is een mensenkind, dat Gij acht op hem slaat?
Toch hebt Gij hem slechts weinig beneden  de Engelen plaatst: Gij heb hem gekroond met glorie en eer. Gij hebt hem over de werken van Uw handen gesteld: alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd. Schapen en kudden van allerlei dieren; zelfs de dieren van het veld. De vogels in de lucht en de vissen in de zee, die gaan langs de paden der zee
”.
Psalm 8: 6-10, ver. ROK ’s-Gravenhage

En niet alleen schapen, runderen, vogels en vissen, maar ook het zonlicht, welke door zonnecollectoren/ wind en windmolens elektriciteit opwekken, inzicht in een gezond klimaat en zelfs de kosmos staat ​​al ter beschikking van de koning van de natuur. En tòch kan de mens z’n eten niet net zo tot zich nemen als het paard dit ‘onbekommerd’ doet. In de mens zien we de kracht van de natuur aan de ene kant en van de andere kant de decadentie van een gedegenereerd wezen, de enige gedegenereerde levensvorm binnen de natuur – òf de veroorzaker ervan!

       Als er één ding is dat het raadsel van de geschiedenis van de mens verklaart, is het de leer van het ontstaan van de zonde, het contrast tussen de hoogste macht en de tegenovergestelde degeneratie wordt in de mens aangetroffen.
Maar de verschrikkelijke en tragische toestand van de mens die zijn weg totaal kwijt is, is niet de enige realiteit. De terugkeer naar God, de tendens tot herstel, die God voor de mens heeft bereid. De ‘Verlossing door wedergeboorte’, zoals de Heilige Basilius de Grote dit zijn Heilige Liturgie formuleert, is ook een realiteit, Die zowel door Geloof als door ervaring innerlijke ervaring wordt aangetoond.

‘The Gifted Pan’ – for Prosphora [Holy Bread]

       Want de christelijke leer is niet alleen een leer van schuld, boete en afkeuring van het individu. Het is een leer van Genadegaven, van Verlossing, van dé Verlossing, Die de mens naar zijn vroegere positie terugleidt, hem herstelt.
En deze Verlossing herstelt de mens niet alleen maar biedt hem/haar tevens de mogelijkheid het vermogen om de vreugde, het welbevinden dusdanig te vermeerderen dat dit het verleden vèr te boven gaat.
       En hier vindt plaats wat de mens gewoonlijk overkomt, wanneer menselijke waarnemingen aan Goddelijke [heilige] Sterkte en Kracht worden overgelaten.
De almachtige Wijsheid maakt in Zijn Liefde voor de mensen het kwaad tot een instrument, die hem slechts ten goede komt.
       Dus de val van de mens als gevolg van de oorspronkelijke zonde is een realiteit, maar daarop volgt de verlossing en overstijgt dit z’n vroegere positie.
Deze opgang, deze beklimming wordt gerealiseerd door het contact van de menselijke ziel met Christus, Hij Die de weg ‘naar God‘ terug aanduidt. Elk moment van de dag mèt Hem vormt een ​​moment van opwaartse beweging naar de hemel. En iedere keer dat de menselijke ziel met Christus verbonden is, ervaart zij de duizelingwekkende hoogten waarmee Hij haar omhoog voert…… Via Christus wordt de ziel niet alleen opgenomen tot het niveau waar Adam voorafgaand aan de val was; ze stijgt tot de Troon van God, het Koninkrijk der Hemelen.
Het is zoals een hymne van de Orthodoxe Kerk zegt:
De oude Adam hield zichzelf voor de gek en verlangde God te zijn, maar hij is daar niet in geslaagd. Maar God werd Mens, zodat Hij Adam tot goddelijke hoogten zou trekken“.

De alheilige wereldomvattende Kerk,           ‘een Mysterie‘ – icoon

Voor de navigatie van een schip kiest men van de passagiers niet degene die ‘van een van de belangrijkste families afkomstig is’, schreef de Franse wiskundige en filosoof Blaise Pascal drie eeuwen geleden; het betreft een voor de hand liggende gedachte. Het besturen van een schip vergt een ‘speciale’ vaardigheid – van een stuurman of kapitein, geen enkel mens heeft daarvoor de vereiste kwaliteiten. Doordat God ‘Zichzelf‘ heeft vernederd en mens werd heeft Hij de mensheid Zijn Lichaam [de Kerk] gegeven en het is Christus, die de mens op de weg naar het Hemels Koninkrijk voorgaat. Ieder leidinggevende binnen dit Lichaam [de Kerk] bestuurt slechts ‘bij de gratie Gods’.
Het christendom heeft zich eeuwenlang verspreid over de wereld zonder – in zuivere zin – haar eigen identiteit kwijt te raken. Die identiteit zit niet in het feit dat de verschillende bloedgroepen ‘trots’ mogen zijn op hun eigenheid; hun trots is alleen te uiten via hun Heer en Meester, Die deze eenheid heeft gegarandeerd.
Voor zover wij ‘zelfs maar‘ in staat zijn door oprechte heelheid Zijn Hemels Koninkrijk te waarborgen kunnen wij niet anders dan slechts onze dankbaarheid uitspreken; van trots [uiting van arrogante hoogmoed] behoren wij ons als zondige wezens te distantiëren.

Zielenroerselen ‘je krijgt er geen grip op’

In de bezielde duisternis van God in onze ziel komen soms sterke bewegingen van liefde tot stand, die ons, slechts voor een ogenblik, volkomen bevrijden van onze aloude last van zelfzucht en ons maken tot kinderen voor wie het Koninkrijk der Hemelen is.
Het leven van de daarin gestorte beschouwing, de diepzinnige/godsdienstige manier van nadenken, contemplatie begint niet altijd met een beslissende Godservaring van een sterk binnenstromend Licht of het geluid van een gierende stormwind.
De ogenblikken waarin de ziel werkelijk ‘vrij‘ is en ontkomt aan de blindheid en machteloosheid van de gewone, inspannende wegen van de geest, zullen dan ook betrekkelijk zeldzaam voorkomen. En het is beslist niet moeilijk die plotseling, sterke schichten van de Genadegaven te herkennen en te laten binnendringen; deze stralen in de duisternis, die ons diep in de ziel treffen, veranderen de loop van ons leven, het Licht als die ‘bliksemstraal‘ overtuigt ons als vanzelfsprekend – zij slaan de schellen van de blindheid van onze ogen.
Zij planten zulk een diepe, nieuwe en rustige zekerheid in ons dat wij het onmogelijk kunnen misverstaan en niet meer zullen vergeten; ja het raakt ons zo diep dat niets ons meer kan tegenhouden – we het uit kunnen schreeuwen.
Maar wanneer iemand op een dergelijk fenomeen zit te wachten, zal hij/zij wellicht lang dienen te wachten, misschien wel z’n/haar hele leven lang.
De gewone weg voor de menselijke geest is jezelf oprecht ‘open’ te stellen: de diepzinnige manier van God aanschouwen [contemplatie].
Heel ongemerkt, langs zeer geleidelijke treden zal God ons nabij komen – het voorbereidend werk van lange, geduldige gedragen beproeving en een langzaam vorderen op de geestelijke weg is voor de meesten van ons de enige mogelijkheid. Met vallen en weer opstaan zal de Vader Zijn kinderen dáár heen geleiden waarheen Hij wil.

Heiligen van de Lage Landen, icoon ROK, Amsterdam

Wat missen wij dan in de Lage Landen, dat slechts een handjevol, op zichzelf staande, uitzonderlijke vaderlandse Heiligen dit hoogst haalbare bereiken?
Vergeet niet dat wij allen dezelfde personen zijn, wij ontvangen allen dezelfde Genadegaven, de ene mens ontvangt niet méér dan de andere. Het enige verschil is de mate waarop het individu op de Goddelijke roep reageert; de mate waarin men reageert maakt dat je ‘méér’ tot je oorspronkelijke zelf komt dan ooit tevoren. Het is niet nodig om u te vertellen dat grote Heiligen door hun omgeving  gehaat en gevreesd werden; zelfs werden sommigen van hen beschouwd als tegenstanders van het christendom, voormalige dieven en moordenaars, zij werden vanwege dit verleden -door hun tijdgenoten- afgewezen en veracht; maar God kijkt anders en ziet de ziel van het kind dat zich tot Hem wendt.

Degene, die op God’s oproep reageert heeft net als de ander de ervaring opnieuw geboren te zijn. Alles wat vroeger gold was een vergissing, een tastende voorbereiding op dàt ‘opnieuw geboren worden’. Vanaf dàt moment ben je in je ‘waarachtige element’ gekomen – je voldoet in hogere mate aan het feit dat je geschapen bent naar God’s beeltenis en gelijkenis – je voldoet aan het kind zijn van God – en tòch heb je het nog niet bereikt. Je bent alleen ‘vrij’ geworden om   onbegrensd de ruimte te betreden of deze weer te verlaten; hoe je dat doet is voor ieder mens verschillend en God laat je daar ook ‘vrij’ in.
Die onbegrensde ruimte, die diepte van het Leven is geen plaats, geen uitgestrektheid, maar een geweldige zacht voortkabbelende innerlijke bedrijvigheid, wij mensen zijn er bezig met ontzettend veel overwegingen en beslissingen. Die diepte van het Leven komt voort uit Goddelijke Liefde, dat overkomt je – dat is niet iets om ‘trots’ op te zijn, dat wordt je ‘om niet’ geschonken. Waar het om draait is wat je met datgene wat jij op je bordje krijgt, misschien zelfs hebt nagestreefd, gaat doen.

Heiligen zijn diegenen, die geheel òpgaan in dit streven, zij zetten àlles aan de kant, laten zich van àlles welgevallen, om datgene te bereiken wat God hen voorhoudt; stilzwijgend gaan zij hun innerlijke weg en temidden daarvan vormen zij zich een vesting, om hun aanvechtingen te beheersen. Sommigen gaan zó ver in dit streven dat zij huis en land verlaten, teneinde zich in de woestijn, op een schiereiland met een berg of een klooster te huisvesten – in de zekerheid dat zij de wereld vèr àchter zich gelaten hebben. Het vertrek uit de wereld biedt geen garantie tot succes – misschien is het op die plaatsen wel moeilijker dan in de wereld. Het afscheid nemen van huis en haard om je te vestigen in de meest geëigende plaats voor het Goddelijk perspectief is het jezelf ‘dood’ verklaren aan de wereld, je dag en nacht over te geven aan de Goddelijke Traditie. Het is een uiterste beslissing niet langer te leven ìn de wereld, je door wereldse beslommeringen te laten opslokken [christenen zijn ‘ìn’ de wereld, maar niet ‘vàn’ de wereld, hun vaderland bevindt zich elders].

icoonlampje

Ook in kloosters zijn parallelle werkelijkheden als in de wereld – het merendeel van de kloosterlingen leeft met elkaar. Ik geef je hierbij als voorbeeld, hoe moeilijk het soms niet is te leven met nog maar één levensgezel[lin] – hoe moeilijk zal het dan wel niet zijn wanneer je je leven deelt met meerdere gezellen/gezelinnen. Net als in de wereld zijn er ook dáár mensen, die zich niet uit durven te spreken over heikele thema’s, het is daar beslist niet het paradijs op aarde, ook dáár sneuvelen krijgers om Christus’ wil.
Het mag misschien een schok zijn, na al die verhalen, die u van pelgrimerende christenen hoort, die dit soort plaatsen bezoeken. Opgegroeid in de wereld nemen monniken en monialen zichzelf mee, het enige wat hen bindt is dat zij hetzelfde nastreven, ook zij zoeken hun weg naar het Hemels Koninkrijk en zij doen dit veelal in saamhorigheid.
Ook zij doen de afwas en maken bedden op; ook zij zijn doende om door arbeid op het land in hun onderhoud te voorzien; het verschil is echter dat zij zich door een tijdsregime toeleggen op gebed – niet alleen voor zichzelf, maar voor de wereld [dáár buiten de kloosters]. Zij zijn op de hoogte van datgene wat in de wereld plaats vindt en zijn meer dan wijzelf in staat distantie te nemen en zich te richten op ‘heel’kunde. Zij zijn, wanneer het goed is, méér dan ons in staat zich te beperken tot datgene waartoe de mens geschapen is: “Hier èn in het hiernamaals gelukkig te worden”.

De wereld om hen heen verandert de laatste jaren zo snel ‘de westerse samenlevingen zijn ontredderd’ – zij zijn van het Goede [van God] los, er is geen respect meer voor de minderbedeelden; ieder is uit op eigenbelang.
De politieke leiders hebben geen antwoord meer op de uitwassen, de negatieve ontwikkelingen zijn niet meer te stoppen; het is een langzaam stervensproces van de eigen beschaving. De mens keert zich af van datgene wat God de mens heeft geboden en haalt zich het ongeluk op de hals.
De ontroostbare mens vervalt tot dusdanige genotsmiddelen dat zij er niet meer los van komen en zoeken hulp door ‘de wijzen onder hen’ [-in het land der blinden is één-oog koning-] om advies te vragen; dit soort specialisten functioneren als bemiddelaar tussen God en de mensen. En in deze wijzen zij op de Blijde Boodschap waarin vermeld staat:  Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig maar zij, die ziek zijn. Gaat heen en leert, wat het betekent: Barmhartigheid wil Ik en geen offerande; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaarsMatth.9: 12,13.
En als gevolg van die christelijke naastenliefde zullen we God ‘terwille’ dienen te zijn, Hem te dienen, slechts op die simpele manier is Gods aanwezigheid waar te nemen. Monniken en monialen geven hiertoe ook zelf het voorbeeld, leven met beperkte mogelijkheden en ontvangen hun gasten alsof ze ‘Christus Zelf’ ontvangen. Het staat ook ons vrij het goede te kiezen en in zoverre wij het kwade kiezen -zijn wij niet vrij-, want de keuze tot het kwaad doet de vrijheid weg schrompelen.

begijnhof, Amsterdam

Je behoeft het voorbeeld van de kloosters niet volgen maar wij leven tegenwoordig in een tijd dat men alleen nog maar oog heeft voor het aardse bestaan. Voor sommigen betekent dit: proeven van alles wat God verboden heeft, voor anderen betekent dit ‘goed mens zijn‘. Over datgene wat ná dit leven komt wordt in het geheel niet meer gepraat en het leven ná de dood wordt al helemaal verzwegen/ontkend. Daardoor ontstaat er een tendens waar dat mensen bij de vraag ‘naar de zin van het leven’ zònder religieuze duiding een grote leegte ervaren. Schijnbaar laat God Zich niet zo maar verdringen en laat Hij aan de mens merken dat Hij er nog steeds voor hen is. God zegt immers: “Ik ben, Die ben, Die is”, – ‘verborgen Aanwezig’- deelt Hij Zijn Vaderlijk bestaan.
Waar God is, zijn wij en is Hij altijd -‘beschikbaar’-.
Dit is het waarachtig Vaderland en al het andere in de wereld is een onrechtmatige toe-eigening van het Hemelse. Alles wat wij op onszelf zònder God doen, is als gevolg van een erfelijke aandoening -de mens is op zich goed-, maar geneigd tot het kwaad – welke de mens door op God néér te kijken [arrogante hoogmoed] zichzelf naar beneden haalt, doet vallen.
Christus, Gods zoon, heeft ons bekend gemaakt dat wij door ons kruis op te nemen, dwz. jezelf te  verloochenen, gered kunnen worden; “      Indien iemand achter Mij wil komen, die dient zichzelf te verloochenen en dient zijn kruis op te nemen en Mij te volgen. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die 
zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden. Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven? Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn engelen en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn dadenMatth.16: 24-27.
Als Christen ga je een levenslange verbintenis aan en je kunt alleen maar hopen dat God je Z’n  Kracht meegeeft [je mag daar ook om vragen, zelfs onder druk], je Geloof trouw te blijven.
De buiten-wereldse bedoeling van het monastieke leven houdt in, voor de armen te zorgen, gastvrijheid te bieden en door handenarbeid te verrichten in het levensonderhoud te voorzien – naast dit werk wordt een leven van gebed [‘het Jezusgebed’] geleid.
Monniken worden nooit als de énige wáre gelovigen beschouwd, hun levensstijl geldt als een relativering maar ook als een ondersteuning van de ‘actieve’ levensstijl van de andere leden van de Christelijke Gemeenschap.
Weinig [of geen] religies durven God als ‘Abba’, ‘Vader’ aan te spreken, zoals het Christendom dit doet – deze Gods-Naam nodigt uit tot een zéér persoonlijke relatie tot God, die Zijn kinderen rechtvaardig beoordeelt. Hij heeft met de gelovige christen, Zijn kind, een overeenkomst [een verbond] gesloten, waarin is vastgelegd wat van het kind verwacht wordt.
Dit Godsbeeld wordt ons door Christus voorgehouden ten opzichte van de geleerde gesprekspartners, de Farizeeën Marc.12.

Christus, de Goede Herder, detail mozaïek in San Lorenzo fuori le mura, Rome

Bij de Zoon van God komt heel sterk naar voren dat Hij ‘de zin van het bestaan’ zoekt in het bestaan vanuit God. Hij spreekt ook uit dat Hij zònder God niet kan bestaan. Dóór de Vader is Hij geworden wàt Hij was. De Vader heeft Hem niet alleen een opdracht gegeven voor de mensen, Hij heeft Zijn leven gedragen en zelfs toen Zijn levenseinde zinloos leek heeft God er betekenis aan gegeven: een daad van Liefde tot het uiterste toe.
De Zoon van God is Zich er – als geheel God en geheel mens zijnde – van bewust dat Zijn leven op aarde eindig is. Hij aanvaardt de dood omdat Hij met voldoening terug kijkt op Zijn leven. Alles wat Hij voor de mensen kon doen heeft Hij gedaan. Door Zijn optreden heeft Hij aan de mensen het Aangezicht van God laten zien.
Sterker nog: Hij heeft ook hún de mogelijkheid gegeven om te delen in het Leven voor altijd. Het los laten van mensen die Hem dierbaar kost óók Hem, al is Hij God, moeite. Maar tevens weet Hij als God-mens dat de mensen ‘niet’ verstoken blijven van de Goddelijke Vaderlijke zorg. Ook ná de dood van de mens blijft God hen bescherming bieden en leiden.
Doordat Christus Zich heeft terug getrokken uit de wereld en terug is gegaan naar de Vader, is aan de leerlingen de zorg voor de wereld en alles wat daarop leeft toevertrouwd.
Dit vinden wij heel nadrukkelijk terug in de opdracht om Gods schepping goed te beheren; in onze tijd betreft het andere zaken dan honderd jaar geleden. Door de vooruitgang van de techniek en de wetenschap komt de mens voor een nieuwe verleiding te staan. Beschouwt de mens zich als autonoom òf nog steeds als iemand die verantwoording dient af te leggen aan de Schepper.
Veel mensen die alleen zichzelf maar voor ogen hebben, lopen ook op zichzelf stuk. Zij hebben niemand anders die zin geeft aan hun bestaan. De enige zin van hun bestaan is het bestaan in zichzelf.
Voor de gelovige mensen betekent het leven voor God nog steeds en steeds weer opnieuw ‘de zingeving van hun bestaan‘. Daarin volgen zij als christen -‘de weg van Christus‘- Die Zijn leven beschouwde als een opgang naar het huis van de Vader. Zeker bij en na het hoogfeest van Pinksteren mogen wij ons hiervan bewust zijn.
De Heilige Geest is het geschenk van God waardoor wij de brandstof aangeleverd krijgen om als werktuig van God onze arbeid te kunnen verrichten en daarin ook levensvreugde te vinden.

Orthodoxie & de christenen [heiligen] in het bijzonder

icoon, “Hemelvaart des Heren”

Nadat onze Heer en Zaligmaker werd gedood, verkondigde de kleine groep van Zijn volgelingen te Jeruzalem dat hoewel hun Inspirator alle schaamte had afgelegd, Deze inderdaad nog steeds leefde en hun Hoop en Geloof als de brenger van het Hemels Koninkrijk nog steeds op Hem gevestigd bleef.
De tegenwoordige tijd, zo verkondigden zij was aan z’n einde gekomen; aangezien de mensheid vanaf dat moment geconfronteerd werd met het grootste keerpunt wat ooit in haar geschiedenis had plaats gevonden en dat hun Heer en Meester een tweede keer in volle Glorie en met Autoriteit zou terugkeren. Gods heerschappij zou daarmee over de hele aarde worden gewaarborgd.

Hemelvaart, de Belofte van de H. Geest, SimeonArtschischez, miniatuur [1305]

De realiteit van dit bericht zou in de primitieve kerk door de werking van de hen toekomende Genadegaven van de Heilige Geest kunnen worden herkend. Mensen werden getransformeerd. De kracht om weldra de dood te ondergaan, welke inherent verbonden is aan het offer van de Heer Jezus Christus, leidde ertoe dat Zijn volgelingen de uitnodiging van het martelaarschap heldhaftig aanvaarden en dit gaf hen de overtuiging dat zij de demonische krachten van boosheid en ziekte zouden kunnen overwinnen.

Degene Die hen door de doop in de de Heilige Geest tot leven had gewekt,  bezorgde een levenskracht die een geheel nieuwe houding in het leven deed ontstaan:
Liefde voor broeders en zusters, alsmede Liefde voor je vijand, de Goddelijk verkregen Rechtvaardigheid van het komende koninkrijk Gods.
Door deze vernieuwende geest werd het persoonlijk eigendom in de vroege kerk niet langer in stand gehouden. Materiële bezittingen werden aan de kerkelijk vertegenwoordiger overhandigd ten behoeve van de onder hen aanwezige armen. Door de aanwezigheid en Kracht van de Heilige Geest en door het Geloof in de Heer en Zaligmaker werd deze band van de volgelingen een broederschap.

Tympaan, Gevelsteen vroeg-christelijke kerk Klein-Azië

Onder ons vindt u niet-wetenschappelijk opgeleide mensen, ambachtslieden en lieve oude moedertjes die het algemeen belang van hun verheven Leer niet onder woorden zouden kunnen brengen, maar slechts ‘door hun daden‘ de waarde van hun principes aantonen. Ze herhalen niet de woorden die ze uit het hoofd hebben geleerd, maar ze tonen hen door hun goede daden: wanneer ze geslagen worden slaan ze niet terug, wanneer ze beroofd worden, gaan ze niet naar de rechtbank,   ze geven antwoord op vragen, die hen gesteld worden en zij houden van hun medemensen als van zichzelf”.
cf. Athenagoras, kerkvader [ws. Athene,133-190 na Chr. ], uit: pleidooi voor christenen

vrij van hartstochten

“We zijn zo ver verwijderd van het beoefenen van de seksuele omgang met anderen, dat we zelfs niet de ambitie tot lust hebben, ook niet door te kijken. Wat zou ons meer doen twijfelen over de zuiverheid van het leven, welke aangevoerd wordt door degenen die hun ogen niet voor enig ander doel mogen gebruiken dan daartoe waarvoor God deze geschapen heeft, namelijk om alles in het Goddelijk Licht te bezien, voor degenen voor wie zelfs een sensuele blik als overspel wordt beschouwd! Voor hen geldt het komende oordeel zelfs voor gedachten!
      Wij zijn niet degenen, die erop worden aangesproken zich te houden aan de wereldse wetten, die een goddeloos persoon met gemak kan ontwijken. Van het begin af aan heb ik mij ingezet u te overtuigen van de goddelijke oorsprong van onze leer, ons onderwijs; wij beschikken over geheel andere wetten.
We hebben ons als opdracht gesteld, wij hebben een taak op ons genomen, die ons heeft geleid te bewerkstelligen dat de  algemene strekking tot volledige uitvoering van Gerechtigheid wordt gevonden teneinde onszelf en onze naasten op het rechte pad te houden.
     Met dit in het achterhoofd kijken we naar een aantal mensen, naargelang hun leeftijd, als zonen en als dochters; sommigen behandelen we als broeders en zusters; en degenen die ouder zijn, brengen wij de eer als vaders en moeders.
Het is voor ons christenen van het allergrootste belang dat hun lichaam niet misbruikt en onbeschaamd blijft: zij behoren immers tot degenen die wij als onze broeders en zusters of een ander soortig relatie beschouwen! Het Woord Gods spreekt ons hier nogmaals op aan: “ Wanneer een relatie gevorderd is wordt er gekust, omdat men elkaar vertrouwt. Echter wanneer dit jou een tweede keer overkomt, dient men de kus en daarmee de begroeting met zorg uit te wisselen, want waneer dit door een verkeerde gedachte zou worden verontreinigd, zou dit ons van het eeuwige leven kunnen beroven”.

Saint Athenagoras, the Athenian and Apologist

”     De wereld jaagt slechts ‘genot’ na, die alleen ‘-in de wereld van de verbeelding’- wordt ervaren.
Zo heeft ieder van ons slechts één vrouw, die hij gehuwd heeft volgens onze eigen wetten, min of  meer met de bedoeling, kinderen te verwekken. De boer verwacht na het zaad in de moedergrond op de oogst zonder nog meer zaad te gaan zaaien. Op dezelfde manier bereikt onze wens haar doel in de voortplanting van kinderen. Niettemin zullen jullie veel mede-gelovigen tegenkomen, zowel mannen als vrouwen, die oud worden zonder ooit te trouwen, in de hoop op een innerlijke   gemeenschap/samensmelting met God. Wanneer dan in de staat van maagdelijkheid wordt volhard, brengt dit beide geslachten dichter bij God en als één enkele gedachte of seksuele begeerte ons van God wegneemt, hoeveel te meer zouden wij wel niet de daden verachten, die de gedachte ons zou
verbieden?
     Ons leven bestaat niet uit het uitspreken van mooie volzinnen maar uit het verrichten van daden en werken, die ‘eenieder’ [ons allemaal] ten goede komen. Iedere mens dient dusdanig te volgroeien zoals hij geboren is of slechts één keer te trouwen, want een tweede huwelijk omvat slechts een gecamoufleerde overspel . . . . Degene die zich van zijn eerste vrouw ontdoet, zelfs al is zij vroegtijdig gestorven, is iemand, die op versluierde wijze zijn Genadegaven verspilt. Hij verheft zichzelf boven het goddelijk gebod, die in den beginne slechts één man en één vrouw heeft geschapen.
     Maar waarom zou ik zaken aanhalen, die slechts een Mysterie zijn?
Ondanks zulk een hoogste graad van schone  grondbeginselen worden er ernstigste beschuldigingen tegen ons geuit, die het gezegde inhouden dat: “De hoer de kuisheid verwerpt”. Mensen die regelmatig een vrij slaven-verkeer bewerkstelligen; die er op uit zijn de Wet slechts te ontlopen, biedt jongeren elk vorm van datgene wat zij dienen te verafschuwen; die zich zelfs niet eens van mannen kunnen onthouden, maar aangrijpende daden ten uitvoer brengen, zoals mannen met mannen doen; die in alle opzichten alleen de meest sierlijke en mooie lichamen verontreinigen; die het glorieuze handwerk van Gods schepping tot op het stof vernederen – want schoonheid bestaat niet slechts uit stof, maar doordat het vanuit Gods hand tot mens en als Genadegave is geschonken. Dit soort lieden bedrijven -zichzelf volkomen bewust- slecht bekend staande zaken voor onze ogen en schrijven ze zelfs toe aan de door henzelf ontworpen “als ideaal” [en goddelijk], zij beschouwen hun daden als zijnde in moreel opzicht “edel”, welke hun persoonlijke voorkeuren [afgoden] met respect tegemoet treden!
       Zij, die overspel plegen met schandknapen willen ons beschuldigen, die in een staat van maagdelijkheid of een strikt monogaam huwelijk leven leiden!  Zij die hun leven als vissen praktiseren, die als prooi dienen en het bed delen met eenieder die zij maar op hun weg tegenkomen, je ziet hoe de sterkere de zwakkeren opjaagt.
O, wat een teniet doen van de waarde van het menselijk vlees, wanneer de wetten, die door u en uw voorouders in rechtvaardigheid ter overweging werden aangenomen, worden geschonden, wanneer mensen onder zulk een kracht onderdrukt worden ​​dat de door u aangewezen vertegenwoordigers de rechtszaken zelfs niet kunnen opleggen, wanneer mensen als gevolg van dit gedrag veel leed wordt berokkend, wanneer ze zó vernederd worden wanneer zij er zelfs maar op zouden terugkomen.
       Om dit slechts te verdragen, is ons niet genoeg, omdat dit zou inhouden dat wij u met gelijke munt terugbetalen, maar wij ‘christenen’ hebben ons de opdracht eigen gemaakt om nog veel vèrder te gaan, door vriendelijk en geduldig te blijven.
       Hoe kan iemand met een goede inborst ons beschuldigen van moord wanneer we ons aan zulke principes optrekken, want je dient iemand eerst [geestelijk] te vermoorden wil je het menselijk vlees tot je nemen!  Net zoals ze in de eerste opmerking een bedoeling hebben, doen ze ook met de tweede. Wanneer iemand hen zou vragen of ze eigenlijk hebben ingezien wat ze beweren, zou er niet één van hen het lef hebben om “ja” te zeggen. En toch dragen wij een last met ons mee, de een wat meer, de ander wat minder. Niets kan voor hen verborgen blijven, maar niet één van hen heeft ooit dergelijke onzin of verzinsels over ons als iets nieuw bedacht of bekend gemaakt.

Vrouw wordt bekleed met Christus, ‘Priscilla-catacomben’, te Rome

Hoe het ook te rechtvaardigen zou zijn wij kunnen het niet verdragen om onszelf te recht- vaardigen een ​​man of vrouw nakend te zien !
Hoe kunnen we ons dan van moord en kannibalisme laten beschuldigen?
Hoe kunnen we eventueel iemand vermoorden als we dit niet eens kunnen aanzien, als we niet met de schuld van moord en heiligdom vervuild zijn!
Hoe zouden we in het voorkomende geval eventueel iemand kunnen doden, wij die degenen vrouwenmoordenaars noemen die medicijnen gebruiken om een ​​abortus tot stand te brengen, wij die verklaren dat zij ooit ten opzichte van God verantwoording zullen dienen af te leggen!
Wij zijn ervan overtuigd dat er bij God niets wordt onderzocht, dan na de beredeneerbare drang en de begeerten van de ziel, en dat het lichaam het aandeel in de straf zal ondervinden.
Dat is de reden om zelfs maar de geringste zonde te verwerpen“.
cf. Athenagoras, kerkvader [ws. Athene,133-190 na Chr. ], uit: pleidooi voor christenen

        Toen ik dit zo las, nam ik het ter harte, toen ik het zag,
diende ik daar eveneens een les uit te trekken en dan spreek ik nog niet eens over vroegtijdige levensbeëindiging, hetgeen momenteel ‘hot’ item is in de kabinetsformatie van Nederland.

Gregory, the wonderworker, bishop nea-ceasarea

        Maar aan een ieder wordt de Openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen. Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens diezelfde Geest; aan de een Geloof door dezelfde Geest en aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest; aan de een werking van Krachten, aan de ander Profetie; aan de een het onderscheiden van geesten en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen. Doch dit alles wordt bewerkt door één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij [God] het wil1Cor.12: 7-11 lezing feest H. Gregorios, de Wonderdoener [17 Nov.]

Pala d’Oro, Christus & Evangelisten, Venetië, San Marco

       Reeds in het begin van het ontstaan van de Kerk ontstond er binnen haar geledingen een onderscheid door rangen. Er waren apostelen, bisschoppen, presbyters en diakens.
Er waren ook andere onderscheidingen, die niet meer in gebruik zijn. Sinds die tijd worden de leden van de kerk in twee groepen ingedeeld, de geestelijkheid, de clerus en de leken, de eerstgenoemde in de hogere echelons [bisschoppen, presbyters en diakens] en de lagere geestelijken [subdeacons, psaltisten, enz.]

        We gaan het hier nu niet hebben over het werk wat iemand in deze ambten doet, hoewel het verleidelijk is de functie van de toezichthouder eens onder de loep te nemen. Wel willen we  erop wijzen dat het absurd zou zijn om de Kerk van discriminatie te beschuldigen vanwege  het verschil tussen twee klassen christenen, van preventief, tot de cultivator van het spirituele leven en de beoordeling van van de kleine groep, die over de benoeming in dit soort weinige ambten gaat, want in religieuze zaken maakt juist ‘dìt‘ het onderscheid.
      We dienen altijd in gedachten te houden dat canonieke autoriteit één ding is en geestelijke vitaliteit iets anders; dat ze zouden samenvallen is uiteraard de meest gewenste situatie. Het zou uitmuntend zijn als degenen die aan de leiding van de gemeenschap zijn toevertrouwd, ook geestelijke vitaliteit ten toon zouden spreiden, als Christus via hen een lichtend voorbeeld zou zijn. Want dat is onmogelijk, zelfs in theorie blijken degenen die geestelijke vitaliteit aan de dag leggen niet altijd toegewijd zijn aan de kerkelijke autoriteit.

Niet alle christenen die vol ijver zijn en hun christendom in toewijding en deugd beoefenen, kunnen  de kerk als behoeder dienen en voor toekomst ongeschonden bewaren. Neem alleen al het feit dat vrouwen het priesterschap niet mogen betreden, zij zijn in de dienstverlening aan de kerk namelijk van oudsher beperkt, terwijl het genieten van de goddelijke Genadegaven en de invulling van het geestelijk leven onbeperkt is.  Anderzijds is het spirituele leven binnen de Kerk, het Lichaam van Christus, nimmer afhankelijk gesteld van de spiritualiteit van de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder en zou laatstgenoemde niet de administratie en de boekhouding dienen te beheren maar zouden de gelovigen deze laatste taken dienen te beheren. Het behoud van de plaatselijke gemeenschap is van de bezoekende beminde gelovigen afhankelijk; zij beheren en dragen zorg voor het onderhoud van de gebouwen en de inboedel.

Daar tegenover staat dat de eeuwenoude praktijk van onze Heilige Katholieke [-over de wereld verspreide-] Kerk die van de gelovige is, maar dat de clerus zorg draagt voor de uitvoering van de canonieke jurisdicties, zodat toch alle gelovigen christenen actieve leden van de kerk zijn. En, om een ​​fijne illustratie van Paulus te noemen [1Cor.12: 12-30], als één lid niet het oog is, maar het oor, òf de hand òf de voet, betekent dit nog niet dat hij/zij geen deel uitmaakt van de Lichaam [van Christus]. Wij bevelen u, lezer dit in het bijzonder aan, deze illustratie van Paulus eens grondig te bestuderen vanwege de uitstekende waarde aan onderwijs dat hier gegeven wordt, evenals het belang welke deze schriftinhoud ten opzichte van dit onderwerp aan de orde stelt.
       Deugd, ijver en overdracht van geestelijk leven, onderhouden binnen een ‘onbeschadigd‘ vertrouwenskader; teneinde daar Geloof aan te kunnen ontlenen en, indien nodig erdoor te worden geheiligd, want – ‘dit’ – zijn allemaal onherstelbare consequenties van een christelijk leven dat door de gelovige [incl. de clerus] dient te worden beoefend. Nog meer onaanvaardbaar en absurd is het verwijt ten opzichte van de Orthodoxe Kerk als dat zij het directe contact van de mens met God zou vermijden en dit door de interventie van de geestelijkheid zou worden belemmerd. We denken niet dat dit argument met eerbied zal worden gelezen door lezers die afkomstig zijn uit landen rond de middellandse zee die dit in deze uit eigen ondervinding hebben ervaren. Door de eeuwen heen hebben ‘nationalisten‘ daar gehoor gevonden in die landen, die aan allerlei gevaar en vervolging werden blootgesteld en een  heldenstrijd hebben moeten voeren.
En de meesten onder ons hebben tevens geen weet van de miljoenen die in deze tijdperken leefden waarin preventief contact met God diende te worden gemeden, alleen vanwege de ‘onzorgvuldige‘ begeleiding van de geestelijkheid! Daarentegen zijn er momenteel nog steeds duizenden gelovigen, die vervolgd worden en in angst leven en in kritieke ogenblikken op momenten, die daar debet aan zijn, wanneer alles verloren lijkt te zijn, hun hart tot God wenden terwijl zij stiekem ze naar de priester [op de radio] luisterden: “verhef uw harten” [σηκώστε τις καρδιές –
رفع قلوب].

Vanuit de diepte van mijn hart             roep ik tot U!

Niet alleen in die gegeven omstandigheden, maar ook in persoonlijke moeilijkheden hebben duizenden, nee miljoenen mannen en vrouwen hun vergeten contact met God weer op weten te nemen, enkel en alleen omdat er een inspirerende priester aanwezig was, die hen ertoe leidde. Het  Mysterie van de ontmoeting, de communie met God omvat echter geen enkel obstakel, maar omvat het kernpunt, het centrale punt als basis en waarborg van aanbidding.
        Nooit en te nimmer is er in onze Kerk onderwezen, zoals sommige van de vijanden verkondigen, dat de gelovigen alleen maar zouden bidden vanwege de priester. ‘Bid zonder ophouden‘ is niet alleen een fundamentele Leer van de Blijde Boodschap, maar een voortdurende praktijk binnen de Orthodoxe Kerk.
Dit onophoudelijke gebed is echter als gevolg een voortdurende hang naar ontkenning door de clerus -als mogelijkheid tot openbare aanbidding- genegeerd, de laatste jaren komt hier in Nederland een kentering in. En daar waar het aan deze drang ontbrak had dit tot gevolg dat het onderling contact van God met de gelovigen eerder vermeerderd werd dan afnam. Want de verbinding als gevolg van de Genadegaven heeft de persoonlijke voorkeuren van de clerus uiteindelijk teniet gedaan.

1e Zondag ná Pinksteren – alle HEILIGEN

God is niet dood, Hij heeft wèl de Heilige Geest gegeven!

        Wanneer de Trooster komt, Die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Deze van Mij getuigen; en gij moet ook getuigen, want gij zijt van het af begin aan met MijJohn. 15: 26-27.

        Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.
         Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig.
        Daarop antwoordde Petrus en zei tot Hem: ‘Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?’. Jezus zei tot hen: ‘ Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de Wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon van Zijn  Heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten. En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven vanwege Mijn Naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten
Matth.10: 32-33,37-38; 19: 27-30.

Weliswaar werden de Martelaren van Sebaste uit de RK-kalender [1969] geschrapt de Orthodoxe kerk hen in ere gehouden. Icoon. Griekenlnd, Athene, Kanellopoulos museum.

        Zij, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben.
        Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij Kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog Sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
         Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
        Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling  – de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
        Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
        Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het GeloofHebr.11: 33 – 12: 2a.

Pinkstericoon, Atelier Jovan Teodor van Gramosta, klooster Slepce [ca 1535]

Zowel Petrus als Paulus, wier ‘apostel-vasten’ wij morgen beginnen zeggen hetzelfde: ‘Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?’. In bovenstaande lezingen zijn een aantal logische, opeenvolgende stappen te ontdekken.

1.]. Wij, christenen zijn omringd door een grote wolk van getuigen. Daarmee wordt verwezen naar de grote geloofsgetuigen, welke in het Oude Testament beschreven zijn, maar ook degenen die omwille van de Blijde Boodschap van Christus, onder de zwaarste omstandigheden stand hebben gehouden.
Dit waren mannen en vrouwen die ‘succes‘ hadden, personen die ‘het beste in en door God’ gevonden hadden. De schrijver zegt dus dat we een wolk van dat soort getuigen om ons heen hebben, personen die in hun leven bewezen en ervaren hebben dat het werkelijk mogelijk is het beste van God te vinden. Feestdagen in onze jaarkalender zijn volgens de Heilige Aurelius Augustinus [354-430] ingesteld om christenen aan te sporen de martelaren van Christus na te volgen; daartoe hebben zij voor ons een weg aangelegd. Als wegbereiders hebben zij die met stenen platen geplaveid, zodat wij daar veilig overheen kunnen wandelen. Deze bisschop van de romeinse regio Hippo Regius Afrika beziet heiligen ook als bruggenbouwers: door hun martelaarschap in zekere zin een voorbeeld zijn hoe wij de wateren, die ons trachten te verstikken, over kunnen steken.
2.]. Ons wordt in bovenstaande lezing voorgehouden, dat als we het beste van God willen bemachtigen, we daarmee terecht zullen komen in een race, een wedloop. En om die race te kunnen winnen, moeten we ‘alles‘ van ons afgooien wat ons maar zou kunnen hinderen. Een serieuze hardloper draagt op zijn lijf en in zijn kleding geen grammetje ‘onnodig‘ gewicht mee, op het moment dat hij een race loopt.
In ons geval is het de zonde, alles wat we zònder God doen, hetgeen ons zo gemakkelijk laat struikelen en we dienen er zeker van te zijn dat er niets is wat ons ten val zal kunnen brengen. Komen wij ten val – “ Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof”, want via Hem staan wij weer op en vervolgen de wedloop.
3.]. We dienen de wedloop te lopen met volharding – met vallen en opstaan, wij zijn immers mensen en dienen ons vertrouwen op God te stellen, we kunnen niet anders. Al eerder hebben we – in verband met de vruchtbare grond in de gelijkenis van de zaaier – de andere drie voorwaarden vernomen:
het Woord horen, het Woord vasthouden en vrucht voortbrengen door te volharden‘.
Wanneer deze drie fundamenten voor succes voor ons door de ‘roemrijke, alom-geprezen eerst-tronende Apostelen Petrus en Paulus  zijn vastgesteld kunnen wij ons richten op het ‘kritieke punt’: “ten alle tijde ons oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het Geloof”; dit is dè sleutel tot succes.
Willen wij  een prettige werksfeer behouden, zelfstandigheid ontwikkelen, onderlinge samenwerking, het kritisch denken en zelfreflectie van Gods kinderen bevorderen, dan dienen wij de ‘openhartigheid‘ van de Blijde Boodschap van Christus voor ogen te houden, want alleen Hij is de leidsman, de schepper, de ontwerper, Degene bij Wie wij ons hebben aangesloten met Wie wij ons hebben bekleed.
Christus is de Alpha en de Omega, het begin en het einde, Waar wij ons dienen te richten; Hij is de voleinder van het Geloof.

⁌ Wanneer wij ons als geloofsgemeenschappen zorgen maken over de toekomst, om ons heen de kerkgebouwen worden verkwanseld – over de relatie tussen de Hiërarchie en de structuur van de Kerk, als wendbare en bevlogen Organisatie, dienen wij ons te richten tot Christus.
⁌ Wanneer je ervaart dat de onderlinge relaties vertroebelen en [kerk-]politiek wordt bedreven is dit geen nieuw probleem, het heeft de gehele kerkgeschiedenis door z’n aandacht gevraagd – met als ijkpunt “Christus”.
⁌ Ook in onze tijd leeft bij velen het idee dat die relatie nieuwe energie en nieuwe vormen nodig heeft en dat het dringend noodzakelijk is om daar energie in te steken. De afgelopen jaren zijn er tal van pogingen ondernomen om die relatie te verbeteren, pogingen die door de christelijke gelovigen zelf zijn geëntameerd [aangeknoopt]; want christelijke gelovigen laten zich steeds ‘minder‘ gezeggen en  beminde gelovigen zijn op hun beurt graag bereid om energie te stoppen in het door Christus verkondigd Geloof.
Sommige pogingen zijn succesvol; van andere moet dat nog maar blijken. In een gemeenschap van heiligen waar de hiërarchische leiding je elke dag vertelt wat je moet doen, heb je weinig structuur en regelgeving nodig.  Andersom, wanneer je hiërarchie loslaat, wordt structuur nóg belangrijker en die is in de christelijke wereld nogal verdeeld. Het is echter een feit dat wij de eindstreep ‘zelf‘ dienen te behalen en dat de clerus bedoeld is om ons slechts in de goede richting te begeleiden. 
Een heldere structuur in een organisatie is dus een logische en inzichtelijke samenhang tussen de verschillende elementen. Het maakt je bewust van het geheel, de verschillende onderdelen, de samenhang daartussen én je eigen plek daarin. De fundamentele waarde dient hierbij als leidraad.
Hiermee wordt het voor iedereen mogelijk – ‘méé ‘ – te denken, over het eigen aandeel, maar ook de gemeenschap overstijgend. Dáár komen de echte vernieuwingen vandaan; ook beslissingen zijn eerst dàn gemakkelijker en sneller te nemen.

Het is opvallend maar verklaarbaar dus, dat veel moderne, vernieuwende organisaties weinig hiërarchie kennen en juist een heel heldere structuur [zoals in bovenstaande definitie] nodig hebben. De kunst is zo’n structuur te laten ontstaan dat bevlogenheid, wendbaarheid en waardecreatie voortdurend gestimuleerd worden. Dat lukt pas als de structuur:
1.]. Gezamenlijk –in onderling overleg– wordt gecreëerd en ‘niet van bovenaf‘ / inzichtelijk wordt gemaakt.
2.]. Inzicht biedt in de samenhang en het hoe en waarom van ieders rol en invloed op het geheel van waardecreatie voor de individuele gelovige.
3.]. Minimalistisch is en inzicht biedt in het eigen ‘waarom?‘ [het waarom van de structuur], zodat deze makkelijk aangepast kan worden als de veranderende omstandigheden of gunstige gelegenheden erom vragen.
4.]. kennis tussen mensen ‘vrij‘ laat stromen, de theologen ‘kennen’ niet alles, want zij zijn beslist ‘niet’ als kinderen.
5.]. helder maakt -wie- ‘wat’ -van wie- nodig heeft, maar veel ruimte biedt in hoe dat te realiseren.
Een Christelijke Kerk nieuwe stijl gaat niet meer over sturen en controleren [daarvoor verandert ook de christelijke wereld te snel] maar over onderling verbinden en loslaten.

Jezus Christus, tronend door Manuel Panselinos

Christus is Degene bij Wie ons Geloof begint en Die ons aan het einde opwacht. Waarschijnlijk beseffen we allemaal ‘best‘ dat Hij aan het begin staat van ons Geloof, maar soms vergeten we dat Hij ook degene is Die het volmaakt zal afronden.
Wanneer wij willen dat ons Geloof ‘tot volheid‘ komt, perfect wordt, dan dienen we ons te blijven richten op onze Heer en Verlosser Jezus Christus .
Het is niet genoeg om bij Hem te beginnen, maar vervolgens afgeleid te worden en ergens anders te gaan te gaan zoeken en te kijken of het je dáár misschien beter af gaat.
Wanneer we dàt blijven doen, dan wordt ons persoonlijk Geloof nooit voleindigd.
    Mijn Genade[gave] is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de Kracht van Christus over mij zal komen. Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, in het openbaar beledigd worden, noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want als ik zwak ben, dan ben ik Machtig [in Hem]” 2Cor.12: 9-10.
  Van de Heer zijn de schreden van een mens, maar die mens, hoe zal hij zijn weg doorzien?” Spreuken 20: 24.
        Zo zegt de Heer: Waar toch is de scheidbrief van uw moeder, waarmee Ik haar verstoten heb? Of wie van mijn schuldeisers is het, aan wie Ik u verkocht heb?  Zie, om uw ongerechtigheden zijt gij verkocht en om uw overtredingen is uw moeder verstoten.
        Waarom was er niemand, toen Ik kwam, en antwoordde niemand, toen Ik riep? Is mijn hand dan werkelijk te kort om te verlossen, of is er in Mij geen kracht om te redden? Zie, door mijn dreigen leg Ik de zee droog en maak Ik rivieren tot een woestijn; hun vis wordt stinkend, omdat er geen water is, en sterft van dorst. Ik kleed de hemelen in het zwart en geef hun een rouwgewaad tot bedekking.
        De Heer der Heerscharen heeft mij als een leerling leren spreken om met het woord de moede te kunnen ondersteunen. Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen.
        De Heer der Heerscharen heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen, en mijn wangen aan wie mij de baard uittrokken; mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel.
        Maar de Heer der Heerscharen helpt mij, daarom werd ik niet te schande; daarom maakte ik mijn gelaat als een keisteen, want ik wist, dat ik niet beschaamd zou worden.
            Hij is nabij, Die mij recht verschaft; wie wil met mij een rechtsgeding voeren? Laten wij samen naar voren treden. Wie zal mijn tegenpartij in het gericht zijn? Hij nadere tot mij.
            Zie, de Heer der Heerscharen helpt mij, wie zal mij dan schuldig verklaren? Zie, zij allen vergaan als een kleed, de mot zal ze verteren.
            Wie onder u vreest de Heer, wie hoort naar de stem van zijn knecht? Wanneer hij in diepe duisternis wandelt, van licht beroofd, zal hij op de Naam des Heren vertrouwen en zal hij op zijn God steunen?
            Zie, gij allen die vuur ontsteekt, u met brandpijlen uitrust, gaat in de vlam van uw eigen vuur en onder de brandpijlen die gij aangestoken hebt. Van Mijn [Goddelijke] hand overkomt u dit, in pijn zult gij neerliggenIsaiah 50: 1-11.
de Zoon des mensen, Die God gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door Wie Hij ook de wereld geschapen heeft. Deze, de afstraling Van Zijn Heerlijkheid en de afdruk van Zijn Wezen, Die alle dingen draagt door het Woord van Zijn Kracht, heeft, na de reiniging van de zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in den hoge, zoveel machtiger geworden dan de engelen, als Hij een nog groter  Naam boven hen als erfdeel ontvangen heeftHebr.1: 2-4.
Wanneer God dit zegt, dan kan Hij ontwikkelingen op allerlei manieren bewerkstelligen, ook via revolutionaire processen. Maar ik bemerk dat wanneer ik er met m’n christelijke vrienden over spreek, dat zelfs ‘zij’ hier nog vaak grote moeite mee hebben en zo wordt het gewone kerkvolk misleid en ontstaat er een ongezonde situatie.
”     Heer, doe Uw Barmhartigheid over mij komen; Uw Heil volgens Uw Woord.
Dan heb ik een weerwoord voor die mij honen, omdat ik vertrouw op Uw Woorden. Neem het woord der waarheid toch nooit weg uit mijn mond, want ik vertrouw op Uw oordelen. Dan zal ik Uw Wet onderhouden, voor eeuwig en in de eeuwen der eeuwen. Ik mag wandelen in de vrije ruimte, omdat ik Uw Geboden heb gezocht. Ik sprak over Uw Getuigenissen voor het aanschijn van koningen, zonder mij erover te schamen. Ik denk steeds na over Uw Geboden, die ik zozeer liefheb.  `ik hef mijn handen op naar Uw Geboden, die ik liefheb en overweeg Uw GerechtighedenPsalm118: 41-48 vert. ROK ‘s-Gravenhage.

Orthodoxie & voortgaande Traditie

icoon van Pinksteren

Zonder Traditie zal structurele verandering, die het resultaat is van op elkaar inwerkende en elkaar versterkende ontwikkelingen verloren gaan. God en de dienst aan God is per definitie beweging.
Onze Heer Jezus Christus heeft immers tegen Nicodemus gezegd dat de Heilige Geest is te vergelijken met de wind: je kunt Hem niet zien, maar op den duur is -over een heel leven- wel het effect van Zijn aanwezigheid waar te nemen.
De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn
geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is” John. 3: 8. En Nicodemus antwoordt hierop: ” Hoe kan dit geschieden?”.
In de bovenzaal manifesteerde de Heilige Geest Zich als was het geluid van een gierende stormwind, die niet alleen in het huis, maar in de hele omtrek te horen was. 
De kracht van de windvlaag duidt op de immense kracht van Gods Geest, geen vernietigende kracht, maar een verfrissende en vernieuwende kracht, die mensen in beweging zet.
De vroeg-christelijke Kerk kàn derhalve niet rechtlijnig hetzelfde zijn gebleven, de gelovige mens wordt in beweging gehouden, opdat zijn Hoop op het eind der tijden bij de ontmoeting met de Heer werkelijkheid wordt.

Hemelvaart, de Belofte van de H. Geest, SimeonArtschischez, miniatuur [1305]
Ons Joods-christelijk Geloof is -ook na Christus geboorte, Zijn sterven, Opstanding, Verrijzenis en Hemelvaart – van generatie op generatie voor alle tijden en alomvattend gebleven, maar weet niet waar de Heilige Geest haar voert.
Generaties en tijden wisselen, zij verschillen ook van elkaar. Ik denk aan het volk Israël [de Kerk], waarvan de ene generatie in de woestijn heeft geleefd, en de andere in Kanaän.
De woestijn- generatie kende de beproeving van gevaar, armoede en schaarste – de beloofde-land-generatie kende beproeving van rijkdom en overvloed. Je belijdt het Geloof in God altijd weer in een andere tijd dan de generaties voor je – en ook na je.
Elke generatie wordt geroepen in de concrete situatie van -hier en nu- de levende God te belijden en te dienen. Het is dan ook de vraag of de jongeren altijd kunnen piepen ‘wat’ en ‘zoals’ de ouden zongen. Daar zit op z’n minst een proces van toe-eigening tussen, en toe-eigening is ‘veel méér‘ dan een klakkeloos nazeggen en herhalen van je is voorgezegd; de Heilige Geest zet ieder geslacht op eigen wijze -‘in vuur en vlam’-.
Voortgaand onderzoek naar het probleem van de ultieme oorzaak van het universum heeft veel tekenen geopenbaard die het bestaan van de Schepper aantonen. 
Hoewel ikzelf in de loop der tijd veel woorden nodig heb gehad om mijzelf uit te drukken; ben ik uiteraard, -zoals velen-, niet in staat in een korte studie als deze -dit allemaal- te onderzoeken. Maar we kunnen de bewijswaarde die de mens altijd heeft toegeschreven aan het feit dat het hele menselijk ras hun veroordeling in het bestaansvermogen van God uiten, niet overzien.
Grieken en Romeinen, Chinezen, Amerikanen en Australiërs voelden zich afhankelijk van een opperwezen. Door de eeuwen heen van de menselijke geschiedenis zijn de beeldende kunsten nooit opgehouden hun bijdrage te leveren aan deze universele uitdrukking van de menselijke ziel.
De getuigenis van Plutarch, de oude schrijver, die geen theoloog of zelfs nog maar Christen was, is zeer belangrijk: “ Je mag, in je reizen over de wereld, steden tegen komen zonder muren, zonder letters, zonder koningen, zonder huizen, zonder alles wat je maar kunt bedenken of vinden -steden die geen geld nodig hebben, die ook geen theaters of gymnasiums hebben, maar een stad zonder heiligdommen of zonder goden, een stad waarvan de mensen geen geloften of eden afleggen of offers aan goden brengen, heb je nog nooit of ooit gezien. Ik zou dienen te zeggen dat het makkelijker is om een stad zonder grond/aarde te definiëren dan een gemeenschap te bouwen en te behouden waar de goden zijn afgeschaft”. En dat is wat wij -mensen van deze tijd- als gevolg van de verlichting, het humanisme, de geestelijke richting, zònder god, maar die de mens tot het hoogste wezen verheft, hebben zien ontstaan. De mens heeft zichzelf bóven god gesteld en weet in geval van nood niet meer waar zij het zoeken moet; ontreddering alom.

Griekse filosoof Zeno van Elea, achilles en de schildpad

De grootste paradox van de Kerk is dat zij tegelijk in wezen traditioneel is en in wezen revolutionair. Maar dat is niet zo paradoxaal als het wel lijkt, want de christelijke traditie is, in tegenstelling tot alle andere, een levende en onophoudelijke revolutie. Alle menselijke traditie heeft in zich de neiging tot stilstand, levenloosheid en verval.
De tradities trachten dingen te vereeuwigen, die niet vereeuwigd kunnen worden. Ze klampen zich vast aan objecten en waarden die de tijd zonder Genadegaven vernietigt. Zij zijn gebonden aan tijdelijke, stoffelijke orde van dingen – zoals volksgebruiken, klederdrachten, bouwwerken, verzen, landschappen en levensvormen – die onvermijdelijk veranderen om plaats te maken voor iets anders -.
De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn
geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij
heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is” John. 3: 8.
De levende traditie van het katholicisme [Gr. in de letterlijke betekenis ‘wereldomvattend’] is als de adem van een fysiek lichaam.
Zij vernieuwt het leven door alle stilstand te verhinderen.
Zij is een voortdurende, rustige, vreedzame revolutie tegen de dood!.
Zoals de lichamelijke ademhaling de geestelijke ziel verenigd houdt men het stoffelijk lichaam, waarvan de stof juist de neiging heeft om te vervallen en te vergaan, zo houdt de katholieke overlevering de Kerk in het leven onder materiële, sociale en menselijke elementen, die haar zullen aankleven zolang zij in de wereld is.
Er is geen sprake van een leiband, geen angst, alleen het autonome stelsel, de Heilige drie-eenheid ziet toe op haar ontwikkeling.
De reden waarom de wereldomvattende traditie echte overlevering is, ligt in het feit dat er slechts één levende Leer in het Christendom bestaat: er valt niets nieuws te ontdekken.
Het Leven van het Lichaam van Christus, de Kerk is de Waarheid van God Zelf, in de Kerk uitgestort door Zijn Heilige Geest en er kan géén enkele andere waarheid zijn, die deze Waarheid kan verdringen of vervangen. Het enige dat zulk een intens ‘Leven’ kan vervangen, is een minder leven, een soort dood.
De voortdurende neiging van de mensen om God en die levende traditie de rug toe te keren, kan slechts worden tegengegaan door een terugkeer en een vernieuwing van het éne onveranderlijk ‘Leven’, dat God bij het begin van de Kerk, Zijn Lichaam, heeft uitgestort. 
Maar toch dient de Traditie altijd een revolutie in te houden, want van nature ontkent zij de waarden en normen waaraan de menselijke hartstocht zo krachtig vasthoudt.
Tot al degenen die geld, genot, roem en macht liefhebben, zegt de Traditie:
Weest arm, gaat naar de verste einden van de samenleving, neemt de laatste plaats in onder de mensen, gaat wonen bij hen, die veracht zijn, hebt de andere mensen lief en dient hen, in plaats van uzelf door hen te laten [be-]dienen. Weerstaat hen niet als zij u vernederen, maar bidt voor hen die u kwaad doen. Zoekt niet naar genot, maar wendt u af van de dingen die uw zinnen bevredigen en zoekt God in honger, dorst en duisternis, door woestijnen van de geest, waarin het reizen dwaasheid lijkt. Neemt de last van het Kruis van Christus op u, dat is: de nederigheid, de armoede en de gehoorzaamheid van Christus en gij zult Vrede vinden voor uw ziel”.
➻ Dat is de volledigste revolutie, die ooit door Christus is gepredikt; het is ook de enige echte omwenteling, want alle andere eisen de dood van iemand anders, maar deze betekent de dood van de mens, voor wie gij uzelf, om allerlei praktische redenen zijt gaan houden.
Een omwenteling, bekering, een grote verandering, een wedergeboorte wordt beschouwd als een verandering die ‘alles‘ volkomen omkeert. 
Maar de ideologie van de politieke [wereldse] revolutie zal ‘nooit‘ iets anders veranderen dan de uiterlijke schijn. Er zal geweld zijn en de macht zal van de ene partij overgaan op de andere, maar als de rook optrekt en de lichamen van alle doden onder de grond liggen, dan zal de toestand in wezen dezelfde zijn als tevoren.
Er zal een minderheid van ‘zgn. sterke [?]’ persoonlijkheden aan de macht zijn, die de anderen voor hun ‘eigen‘ macht exploiteren. De hebzucht, de begeerte, de eerzucht, de gierigheid en de schijnheiligheid zullen even groot zijn als tevoren.
De Enige, Die werkelijk de onrechtvaardigheid en de boosheid van mensen omver kan werpen, is de Heilige Sterke en onsterfelijke Kracht, Die in de Christelijke Traditie ademt en Die ons met nieuwe kracht doet deelnemen aan het Leven, dat het Licht der mensen is.

De Kerkelijke betrokkenheid van onze gelovigen is er nog, maar kerkelijke regels of christelijke dogma’s worden door hen steeds gemakkelijker terzijde geschoven; de kerk als relevante gesprekspartner verliest in de wereldse samenleving rap aan betekenis.
De schandalen binnen de diverse geledingen van Kerk zijn bij het publiek, daar zorgt het journaille wel voor. Dit is volgens diverse onderzoeken voor velen een argument waarom de kerk haar geloofwaardigheid grotendeels heeft verloren. 
Ook de kerkelijke schaalvergroting, waarbij gemeenschappen ‘gedwongen’ worden samen te gaan en een tekort aan ervaren voorgangers niet wordt opgevuld, geven betrokken gelovigen een frustrerend gevoel, maar:
 ” De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn
geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij
heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren isJohn. 3: 8.
Wij dienen ons derhalve af te vragen hoe:
“Er zijn van de Goddelijke Troon bliksemstralen, stemmen en donderslagen uitgaan; en zeven vurige fakkels brandden voor die Troon; dit zijn de zeven Geesten GodsOpenb.4: 5.
De Heilige Geest is als een vuur en zet mensen in vuur en vlam om met grote toewijding hun Heer te volgen. Zoals een vuur zich kan verspreiden, zo verspreidt de Blijde Boodschap Zich als een lopend vuurtje over de gehele wereld. De zichtbare vlammen verspreidden zich van de ene persoon naar de andere. De Heilige Geest verbindt mensen met elkaar en de mensen met God.
De komst van de Heilige Geest is en was een duidelijk waarneembaar verschijnsel: waarneembaar voor de personen die de Belofte hebben ontvangen en voor hun omgeving.

Zie, Ik maak alle dingen nieuw . . .

De aartsvader David, die een profeet was, heeft in de toekomst gezien en gesproken van de Opstanding van de Christus, dat Hij niet aan het dodenrijk is overgelaten, noch zijn vlees ontbinding heeft gezien. Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn. Nu Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en de belofte des Heiligen Geestes van de Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit uitgestort, wat gij en ziet en hoortHand.2: 31-33.
En dat is nog steeds zo. Ook vandaag zijn geest-vervulde christenen het beste bewijs voor de wereld dat onze Heer Jezus Christus, de zoon van God leeft.

De ongeschonden                       Lage Landen

We kunnen daarbij teruggaan in de geschiedenis van de Lage Landen; hoe reageerden de oorspronkelijke bewoners op de enorme christelijke gebeurtenis? 
Zij zeiden ‘niet’ tegen elkaar: “Wat heerlijk om zo’n fijne geestelijke ervaring mee te maken, laat ons vrolijk en blijde zijnde van het leven een groot feest maken”. 
Ze waren niet vol van hun ervaring, maar vol van de Blijde Boodschap, de Goddelijke pedagogie van onze Heer. Vol zijn van de Heilige Geest en vol zijn van Christus hoort bij elkaar. 
Daarom konden de heiligen en geleerden van de geëmigreerde monniken uit de Britse contreien in navolging van de apostelen ook niet anders dan vertellen over wat God allemaal had gedaan. 
Zij werden -min of meer- verdreven door de invallen van de Noormannen, dat 
was de achtergrond van de reizen van degenen, die ons het christendom brachten.
Willibrord [658-739] bekeerde iedereen tot het christendom en Bonifatius [672-754] verdiepte hun Geloof door zijn prediking. Alleen de Friezen hielden vast aan hun eigen religie, en dat leidde tot de beroemde moord op Bonifatius bij Dokkum. 
Dat hun komst door de bestaande Kerk niet zo goed begrepen werd blijkt wel uit het feit dat op de synode van Soissons [744] besloten werd dat ‘zwervende’ bisschoppen en priesters voor hun ambtelijk werk de goedkeuring dienden te verkrijgen van de bisschop in wiens gebied zij hun ambt wilden uitoefenen. Op zichzelf misschien een goede regel, maar vervolgens bleek dit ‘herhaaldelijk‘ te worden toegepast op de Ierse zending met de ‘ontkenning’ van welbeschouwd het wezenlijk karakter hiervan; dat dit tegenwoordig ook nog in de orthodoxe kerk plaatsvindt zal menigeen ontgaan.
In de tiende eeuw werd ook de bestuurlijke organisatie van de kerk op lokaal niveau ter hand genomen. Daarvóór bestonden hier waarschijnlijk alleen zogenoemde ‘eigen’ kerken, die eigendom waren van de stichters, hun erfgenamen, of de kloosters waaraan ze ooit gegeven waren. Ze waren in de eerste plaats bedoeld voor het zielenheil van de stichter, diens verwanten en zij, die daaraan gelijkgesteld werden -iedereen die van hen afhankelijk was- die de priester onderhielden. Pas in tweede instantie dienden de ‘eigen’-kerken ook het heil van eventuele andere omwonenden. Aldus werd de Kerk aan de leiband gelegd en was er van ‘vrije’ geloofsbeleving geen sprake. In de elfde eeuw vormden zich nieuwe nederzettingen – steden; de bewoners hadden behoefte aan een eigen kerk of kapel voor ‘iedereen‘. Uit die tijd stammen de eerste ‘echte’ parochies, en in deze periode werd geregeld kerkbezoek belangrijk voor de gehele bevolking. De bisschop was, -zoals het hoort-, slechts toezichthouder op -‘de ware leer’- en had niet langer bevoegdheden een besluit te nemen over andermans ontwikkelingsmogelijkheden. De kerkelijke gemeenschap had het beheer over goederen, catechese en priesterbenoeming in eigen hand.

Heilige Frederik van Utrecht.  In dit borstbeeld zat ooit een deel van de schedel van de Utrechtse bisschop Frederik. Nadat Frederik in 838 was vermoord, werd hij heilig verklaard. Zijn schedel zou als een belangrijk reliek vereerd worden [Rijksmuseum].
Het zal geen toeval zijn dat in de elfde-eeuwse Vita [levensbeschrijving] van de heilige Frederik, bisschop van Utrecht [tussen 815/816 en 834/838, 18 juli, beschermheilige tegen doofheid], de trouwe kerkgang van de heilige voor het eerst nadrukkelijk aan de gelovigen ten voorbeeld wordt gesteld.
Door de waarheid te verkondigen haalde deze man Gods zich de woede en de haat van mensen op de hals; waarop men hem de marteldood liet ondergaan.
Uit de tijd van Frederik stamt ook de wèrkelijke kerstening: die van het ‘inwendige’ gedrag, het denken en voelen, het geweten en de criteria voor wat ‘goed’ en wat ‘kwaad’ was. De christelijke boodschap drong door tot het hart en de ziel van de gelovigen. De persoon van Jezus van Nazareth werd voor hen definitief van ultiem belang.
Ook in onze tijd trachten machthebbers zich in hun hang naar macht, het eigendom van de kerken, de gebedshuizen toe te eigenen, ten einde -niet aflatend- druk te kunnen uitoefenen op de vrijheid van geloofsbeleving, blijvend hun stempel te kunnen drukken op de voortgang in de verschillende gemeenschappen. Aldus optreden geeft blijk van het ‘afwijken van de rechtzinnige [orthodoxe] leer’: ‘de twijfel aan de werking van de Goddelijke Geest’ -de officiële geloofsleer- welke namelijk pas ontstaat wanneer de mens geloofswaarheden werkelijk vrij serieus kan nemen. Dit soort lieden ontlenen aan macht en heersen hun identiteit, terwijl de beminde gelovigen dit gedrag letterlijk afwijzen. Dat kan immers ‘niet‘ goed gaan, geestelijk geweld wordt verafschuwd en het resultaat is geestelijke moord [‘atheïsme‘].
Onderzoekers wijzen erop dat het voor veel westerlingen geen verlies zou zijn als de kerk niet meer zou bestaan; de kerk heeft voor hen niet langer nog enige betekenis. 
Daar is de Kerk zelf debet aan; veel respondenten ervaren een toenemende kloof tussen geestelijken en leken. Dit wordt bevestigd wanneer geestelijken het nogal goed met zichzelf hebben getroffen en hun trots uiten door aan te geven dat zij nogal trots zijn op hun positie binnen een bepaald Patriarchaat; volgens hen kijken dit soort kerkleiders te veel naar het verleden en is hun optreden nogal wereldvreemd. Men denkt dan aan hun -‘geen tegenspraak duldend’- hooghartig optreden, de ervaren discriminatie, uitsluiting van personen, het celibaat in samenhang met de seksuele moraal van de Kerk. Veel gelovigen willen zich daarop uitschrijven, maar blijven alleen nog aan de Kerk verbonden om verzekerd te zijn van kerkelijke rituelen zoals een kerkelijke bruiloft of begrafenis.

Αγία Φωτεινή η Μεγαλομάρτυς η Σαμαρείτιδα – أجيا فوتيني السامري الشهيد العظيم

Jezus sprak tot de Samaritaanse vrouw: ‘Indien gij wist van de gave Gods en Wie het is, Die tot u zegt: Geef Mij te drinken, gij zoudt het Hem gevraagd hebben en Hij zou u levend water hebben gegeven’John.4: 10.
De voorwaarden voor het ontvangen van de belofte van de Heilige Geest zijn in principe niet anders dan de voorwaarden om ‘uit de Geest geboren te worden’ – het tot wedergeboorte te komen. De levende traditie van de ‘wereldomvattend’ Kerk is als de adem van een fysiek lichaam; zij vernieuwt het leven door alle stilstand van de Kerk te verhinderen; zij is een voortdurende, rustige, vreedzame revolutie tegen de dood!.
“ Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden . . . . . in Mijn Naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken,
slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen
genezen wordenMarc.16: 16-18. 
De eerste voorwaarde bekering is duidelijk – het gaat immers vooral om de innerlijke verandering, omwenteling, bekering, een grote verandering, een wedergeboorte. Niettemin is de opdracht om je te laten dopen ‘niet’ zonder betekenis; het vormt een belangrijke stap, die persoonlijke uiting geeft aan de innerlijke geloofsovergave en die daardoor een versterking is van de geestelijke overgave Christus, de zoon van God.
Je bent niet meer van de wereld en haar uitwassen, stoort je hieraan niet langer – wàt er ook gebeurt, je bent geen wereldburger meer maar medeburger van het Hemels Koninkrijk, wáár je jezelf ook op de wereld bevindt.
 Alle waarachtige gelovigen hebben ooit de eerste geloofsstap tot bekering genomen. Veel minder gelovigen hebben een soortgelijke geloofsstap genomen om vervulling met de Heilige Geest te ontvangen. Velen van hen hebben nooit gehoord dat er zoiets bestaat. Zij menen dat ze bij de doop en Myronzalving ‘alles‘ hebben ontvangen wat God hen wilde geven. Velen van ons hebben verzuimd om deel twee van Gods belofte bij Hem ‘op‘ te halen; in dat geval ligt het nog klaar om het alsnog in ontvangst te nemen . . . . .

Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn zovelen als de Heer, onze God, ertoe roepen zalHand.2: 39.
De belofte van de Heilige Geest is dus in de eerste plaats gegeven aan de Joden en hun nageslacht. Het woord in de Griekse grondtekst dat hier met ‘kinderen’ is vertaald, heeft de betekenis van ‘nakomelingen’, dus niet van ‘kleine kinderen’. Ook is de belofte voor ‘allen die verre zijn’ [heidenen], die zich bekeren in reactie op de roepstem van God.
Als je op grond van de Bijbel hebt geconstateerd dat het Gods Wil is dat je vol [of voller] wordt met de Goddelijke Geest, mag je Hem daar eenvoudigweg om vragen.
Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?Lucas 11: 13.
 Bidt daarom allen voor uw kerkleiders.

Orthodoxie & het zich -ondanks tegenslagen- betrokken blijven voelen bij de vroeg-christelijke Kerk

Na een periode van de grote jaarfeesten keren we weer terug naar het alledaagse godsdienstonderwijs, hoewel we na deze zonnige periode deze 2e Pinksterdag zien dat de mens er eigenlijk geen genoeg van kan krijgen.

religieuze ambtenaren

De zogenaamd beschaafde wereld heeft door de jaren heen kans gezien een wonderlijke definitie van het begrip eerlijkheid te ontwikkelen. Waarom ik dit nu schrijf heeft te maken met het waarschijnlijk achterhaald inzicht in mijn hoofd dat eerlijkheid en eervolheid op de een of andere wijze met elkaar van doen hebben. Dat blijkt in de dagelijkse werkelijkheid echter heel anders te zijn.
Eerlijk lijkt in onze samenleving ongeveer alles te zijn wat niet op enigerlei wijze verboden is. Zo is het natuurlijk niet verboden om winst te maken. Ook is het niet verboden om exorbitant hoge winsten te maken, dat is niet verboden, dus is het eerlijk. Het begrip eerlijkheid, oprechtheid  is al vele jaren losgekoppeld van morele wenselijkheid.


Clemens van Alexandrië, ‘zendeling van de elite’              Κλήμης Ἀλεξανδρεύς                    
كليمنس فان الإسكندرية

Clemens van Alexandrië [Titus Flavius Clemens] Κλήμης Ἀλεξανδρεύς] werd in het midden van de 2e eeuw in Athene geboren als Titus Flavius Clemens in een ongelovige Grieks gezin. Na zijn bekering tot het christendom maakte hij vele reizen en ging op zoek naar christelijke leraren.
Een van zijn favoriete leermeesters was Pantaenus, de leider van een christelijk filosofische catechetische opleiding in Alexandrië. Clemens bleef daar bij hem en werd uiteindelijk ongeveer in het jaar 190 zijn opvolger. Toen er te Alexandrië in 202/203 zware vervolgingen uitbraken, verliet hij Alexandrië en kwam er nooit meer terug. Kort voor het jaar 216 stierf hij in Klein Azië.
Tegen het einde van de 2e eeuw ontstond er in Egypte een plaats waar verschillende nationaliteiten en culturen zich vermengden – een smeltkroes voor het Gnosticisme. Vele gnostieke leiders brachten aldaar hun theorieën aan de man.
In tegenstelling daartoe was Pantaenus één van de belangrijkste vertegenwoordigers  van het orthodoxe Christendom, welke wij in die tijd uit Egypte leren kennen. Tegenover de overweldigende invloed van de gnosis, gaven hij met zijn gezellen het eenvoudige geloof door, zonder zich met allerlei verwarrende vraagstellingen bezig te houden. De docent Pantaenus en na hem Clemens legden zich toe op een Orthodoxie die levenskrachtig en intellectueel was. Zij toonden aan, dat het mogelijk was filosofisch intellectueel onderzoek te doen, zonder in ketterijen te belanden. De werken van Clemens werden gevolgd door die van Origines, die nog veel meer succes had.

Er zorg voor dragen, dat een ploegknecht [de gewone kerkganger] meer van de Schriften komt te weten dan menig gewijd geestelijke“.

De bijnaam van Clemens van Alexandrië werd: ”de zendeling van de intellectuele elite”; hij schreef drie hoofdwerken: Protreptikos, de Paidagogos en de Stromateis.
Ook al lijkt het niet de bedoeling van de schrijver geweest te zijn, toch is het een feit dat deze geschriften een echte Trilogie vormen, bedoeld om daadwerkelijk de geestelijke rijping van de christen te begeleiden.
1.]. De Protreptikos [Προτρεπτικός] is, zoals het woord zelf zegt, een “
aansporing“, gericht aan degene die aan het begin van de geestelijke weg staat en z’n weg van het geloof nog aftast. Anders gezegd, de Protreptikos valt samen met de éne God in drie personen en met name de Zoon van God, Jezus Christus. Christus wordt voor de mensen als ‘geheel God en geheel mens’ geboren en spoort de mensheid aan vastbesloten de weg naar de Waarheid in te slaan.
2.]. Dezelfde Jezus Christus maakt zich vervolgens tot Paidagogos [Παιδαγωγός], dat wil zeggen “opvoeder” van degenen die krachtens het Doopsel inmiddels kinderen van God zijn geworden.
3.]. Tenslotte is diezelfde Jezus Christus ook Didaskolos [Διδασκόλως], dat wil zeggen de “
Leraar” Die de diepere onderrichtingen geeft.
Deze zijn verzameld in het derde werk van deze zendeling Clemens, ‘de Stromateis’ [Στρωματεις], een Grieks woord dat letterlijk “tapisserie“, [een geweven tapijt] betekent: het gaat inderdaad om een niet systematische compositie van verschillende onderwerpen, als rechtstreekse vrucht van het gewone onderricht van Clemens.

De droogte van de woestijn

In haar geheel begeleidt de catechese van Clemens van Alexandrië -stap voor stap- de weg van de catechumeen en van de gedoopte, opdat zij met de twee “vleugels“, die van ‘het Geloof’ èn ‘de rede’ tot een innerlijke kennis geraken van de Waarheid, Die Jezus Christus Zelf is, het Woord van God.
Alleen deze kennis van de Persoon, Die de Waarheid is, is de ware “gnosis“, de Griekse uitdrukking die staat voor “kennis“, voor “inzicht“.
Het is Gods woning [Tempel], die door de rede onder de invloed van een bovennatuurlijk beginsel wordt opgebouwd. Het Geloof in Christus Zelf bouwt de ware filosofie, dat is: -de ware bekering met betrekking tot de weg die men in het leven dient te nemen-.
De authentieke “gnosis” is dus een ontwikkeling van het Geloof, door Jezus Christus ‘in de ziel’ opgewekt zodat de “kennis en het inzicht” met Hem verenigd wordt.

Vervolgens onderscheidt Clemens twee trappen van christelijk leven:
1.]. De gelovige christenen die het Geloof beleven op een algemene wijze, maar toch open staan naar de horizon van de heiligheid.
2.]. Vervolgens de “gnostici“, dat wil zeggen degenen die al een leven van geestelijke volmaaktheid leiden; in ieder geval dient de christen uit te gaan van de gemeenschappelijke basis van het Geloof; hij dient zich door Christus te laten leiden langs een weg van zoeken en zo tot de kennis geraken van de Waarheid en van de waarheden, Die de inhoud vormen van het Geloof.
Dergelijke kennis, leert ons Clemens, wordt in de ziel een levende werkelijkheid: zij is niet alleen theorie, zij is een levenskracht, een vereniging van Liefde, Die de persoon transformeert.
De kennis van Christus is niet enkel een gedachtegang, maar is Liefde, Die de ogen opent, Die de de mens omvormt en gemeenschap schept met de Logos, met het Goddelijk Woord hetgeen de  Waarheid en het Leven is.
In deze gemeenschap, die de volmaakte kennis is en die Liefde is, bereikt de volmaakte christen de contemplatie, de éénwording met God.

God, de Schepper van onze wereld

Tenslotte neemt Clemens van Alexandrië -de leer- weer op, volgens welke het uiteindelijke doel van de mens bestaat in het gelijk worden aan God.
Wij zijn geschapen naar het ‘beeld en de gelijkenis van God‘, maar dit vormt ook een uitdaging, een weg; het doel van het leven, de uiteindelijke bestemming is immers daadwerkelijk aan God gelijk worden. Dat is mogelijk dankzij de Verwantschap met Hem, die de mens heeft ontvangen op het moment van zijn schepping, waardoor hij al uit zichzelf -al uit zichzelf- beeld van God is.
Die Verwantschap met de Goddelijke oorsprong maakt het mogelijk de Goddelijke Werkelijkheden te kennen – die de mens bovenal door het Geloof aanhangt evenals door de beoefening van de deugden door middel van het beleefde Geloof – en alzo kan zij uitgroeien tot de beschouwing van God.
Wat de weg van de Volmaaktheid aangaat, kent Clemens van Alexandrië dus evenveel belang toe aan wat er in moreel opzicht voor is vereist, als aan wat er intellectueel voor vereist is.
Deze twee gaan samen want men kan niet kennen zonder te beleven en niet beleven zonder te kennen.
De gelijkwording aan God en de beschouwing van Hem kunnen niet alleen door de rationele kennis worden bereikt: tot dit doel is het noodzakelijk te leven volgens de Logos, te leven volgens de Waarheid.
Bijgevolg dienen de goede werken de ‘intellectuele kennis’ als vanzelf sprekend te vergezellen, zoals de schaduw het lichaam volgt.

vrij van hartstochten

Vooral twee deugden sieren de ziel van de “ware gnosticus“.
1.]. Het vrij zijn van de hartstochten [apátheia];
2.]. De Liefde, de ware hartstocht, Die de intieme vereniging met God zeker stelt. De Goddelijke Liefde geeft de volmaakte vrede en stelt de “ware gnosticus” in staat de grootste offers te brengen, ook het uiterste offer in de navolging van Christus en doet hem treetje voor treetje de trap beklimmen tot aan de top van de deugden. Zó wordt het ethisch ideaal van de antieke filosofie, de bevrijding namelijk van de hartstochten, door Clemens van Alexandrië opnieuw gedefinieerd en met de Liefde verbonden in het onophoudelijke proces van gelijk worden [assimilatie] aan God.

Op deze wijze vormt deze Alexandrijn de tweede grote gelegenheid tot dialoog tussen de christelijke verkondiging en de Griekse filosofie. Wij weten immers dat de heilige Paulus in Athene, waar Clemens geboren is, op de Areopaag de eerste poging heeft gedaan tot een dialoog met de Griekse filosofie -en daarin grotendeels is mislukt- ; maar dat zij hem gezegd hadden: “Daarover zullen wij u bij gelegenheid nog wel eens horen“.
Nu heeft Clemens deze dialoog in zijn tijd hernomen en deze in de hoogste mate veredelt in de Griekse filosofische traditie.
Zo blijft Clemens van Alexandrië weloverwogen de weg wijzen aan wie “rekenschap wil afleggen” van het eigen Geloof in Jezus Christus.
Hij zal dan ook als voorbeeld kunnen dienen voor al de christenen, zowel voor catecheten, beminde gelovigen, theologen, diakens, priesters en metropolieten van onze tijd.

Heer, wees Uw kinderen genadig en verleen ons in Uw Vrede te mogen blijven voortleven, opdat wij overgebracht mogen worden naar Uw [Koninkrijk der Hemelen] stad, door de golven van de zonde mogen worden geleid zonder erdoor te worden overspoeld, in rust door de Heilige Geest in Uw onuitsprekelijke Wijsheid van de ene plaats naar de ander mogen worden overgebracht:
aan ons, die dag en nacht, tot aan de laatste dag toe, een danklied zingen tot de enige Almachtige Vader, tot Zijn Zoon, de Pedagoog en Leraar, samen met de heilige Geest. Amen
”. 
uit: Paidagogos van Clemens van Alexandrië 3,12,101

Het klopt gewoon niet een luxe leventje te leiden, terwijl anderen in armoede leven. Hoe glorierijker is het om anderen ter wille te zijn, dan je aan een overdaad, die schaadt in weelde door-te-brengen!
Het is veel wijzer om datgene wat God je ter beschikking stelt ten dienste te stellen aan de minder bedeelden dan je te vergapen aan macht, mooie dingen en kostbaarheden!
“. uit: Stromateis van Clemens of Alexandria II, XIII, 20.3 en 6

De hemelen verhalen de heerlijkheid Gods, het uitspansel verkondigt het werk Zijner handen. Elke dag openbaart een woord aan de volgende dag; van nacht tot nacht wordt kennis verkondigd. Niet met gesproken woorden, er wordt geen klank vernomen. Toch klinkt over heel de aarde hun boodschap, tot aan de grenzen der wereld hun woorden.
Hij heeft een tent gemaakt voor de zon, die als een bruidegom uit zijn bruidsvertrek treedt. Hij juicht als een reus om zijn baan te doorlopen; 
hij gaat op aan het einde des hemels. Zijn loop gaat op tot het einde; 
niemand kan zich verbergen voor zijn gloed.
De Wet des Heren is onbevlekt en bekeert de zielen. Het getuigenis des Heren is waar en geeft Wijsheid aan de kleinen.
De oordelen des Heren zijn recht, zij verblijden het hart. Het gebod des Heren is stralend, het verlicht de ogen. De vreze des Heren is rein, en blijft in de eeuwen der eeuwen.
De gerechtigheden des Heren zijn waar, gerechtvaardigd in zichzelf. Begerenswaard boven goud en edelgesteente; zoeter dan honing en raat. Uw dienaar onderhoudt dan ook Uw geboden, want dat schenkt grote vergelding.
Wie kent al zijn overtredingen ? Reinig mij van
mijn verborgen kwaad en behoed Uw dienaar voor vreemde zonde. Als die mij niet overheersen, dan ben ik onbevlekt; en word ik gereinigd van grote zonde.
Dan hebt Gij behagen in het woord van mijn
mond: de gedachten van mijn hart liggen open voor Uw ogen.
Heer, Gij zijt mijn Helper en mijn Verlosser“.
Psalm 18[19] vert. ROK ‘sGravenhage.

8e Zondag na Pascha – Zondag van het Heilige Pinksteren

icoon van Pinksteren

      En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: ‘Indien iemand dorst heeft, hij dient tot Mij te komen en te drinken! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’.
        Dit zei Hij van de Geest, welke zij, die tot Geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.
Sommigen dan uit de schare, die naar deze woorden geluisterd hadden, spraken: ‘Deze is waarlijk de profeet’. Anderen zeiden: ‘Deze is de Christus’; weer anderen zeiden: ‘De Christus komt toch niet uit Galilea?. Zegt de Schrift niet, dat de Christus komt uit het geslacht van David en van het dorp Betlehem, waar David was?
Er ontstond dan verdeeldheid bij de schare om Hem; en sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand sloeg de handen aan Hem. De dienaars dan gingen naar de overpriesters en Farizeeën en die zeiden tot hen: ‘Waarom hebt gij Hem niet medegebracht?’.
De dienaars nu antwoordden hun: ‘Nooit heeft een mens zo gesproken, als deze mens spreekt!’. De Farizeeën dan antwoordden hun: Zijt gij soms ook verleid? Heeft soms een van de oversten in Hem geloofd, of van de Farizeeën?     Maar die schare, die de Wet niet kent, vervloekt zijn zij!
        Nikodemus, die vroeger tot Hem was gekomen, een van hen, zei tot hen:
‘ Veroordeelt onze Wet dan een mens, tenzij men zich eerst van hem op de hoogte gesteld heeft en kennis genomen van wat hij doet?’.
Zij antwoordden en zeiden tot hem: ‘Zijt gij soms ook uit Galilea? Ga maar na en zie, dat uit Galilea geen profeet opstaat’.
En ’s-morgens vroeg was Hij weer aanwezig in de Tempel, en al het volk kwam tot Hem en Hij zette Zich neer en leerde hen
John.7: 37-52; 8: 2.

        En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen.
En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.
        Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel;  en toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij: ‘Zie, zijn niet al dezen, die daar spreken, Galileeërs? En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kapadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods sprekenHand.2: 1-11.

Een vurig zwaard

Een vurig zwaard sprak ons oordeel uit aan de oude poorten van het Paradijs;
een vurige tong bracht ons de redding en herstelde hiermee de Goddelijke gave van het Leven
” Heilige Cyrillos  van Jeruzalem.
Wanneer de Heer ons onwetend heeft achtergelaten en veel zaken in deze wereld ongeordend  heeft achtergelaten, betekent dat niet dat het noodzakelijk is om dat te doorgronden:  wij [mensen] kunnen de koers van de gehele schepping niet met onze geest bepalen.
Maar Degene, Die Hemel en aarde en al wat bestaat geschapen heeft, laat ons hierdoor Hemzelf in de Heilige Geest herkennen
” Heilige Silouan, de Athoniet.

sleutel van de Hemelvaart, by tomasz

Pinksteren” betekent “vijftigste” en verwijst naar het Joodse feest hetgeen vijftig dagen na de tweede dag van Pascha gevierd werd. 
– “ Driemaal in het jaar zal ieder van u, die van het mannelijk geslacht is, voor het aangezicht van de Heer der Heerscharen, de God van Israel, verschijnen, want Ik zal volkeren voor uw aangezicht verdrijven en uw gebied ruim maken; en niemand zal uw land begeren, wanneer gij opgaat, om voor het aangezicht van de Heer, uw God, te verschijnen 
driemaal in het jaarEx.34: 22.
-“  Dan zult gij het feest der weken vieren ter ere van de Heer, uw God, naar de mate van de gaven, die gij vrijwillig geven zult, naar dat de Heer, uw God, u gezegend heeft; Gij zult u verheugen voor het aangezicht van de Heer, uw God, gij met uw zoon en uw dochter, uw 
dienstknecht en uw dienstmaagd, met de Leviet, die binnen uw poorten woont, en met de vreemdeling, de wees en de weduwe, die in uw midden zijn, op de plaats die de Heer, uw God, verkiezen zal om Zijn Naam daar te doen wonenDeut.16: 10.
– Feest van de oogst:” Ook het feest van de oogst, der eerstelingen van uw vruchten, die gij op de akker zaaien zult; en het feest der inzameling aan het einde van het jaar, wanneer gij uw vruchten van de akker ingezameld hebt. Driemaal in het jaar zullen al uw mannen voor het aangezicht van de Heer der Heerscharen verschijnenEx.23: 16, 17.
Het zou een dag zijn , dat God geloofd zou worden voor Zijn genade om hen een goede oogst te geven. Er werd verwacht dat mensen naar deze feesten kwamen/aanwezig waren om een ​​vrijwillig aanbod aan de Heer te bieden!

Op een mooie Pinksterdag

Op deze mooiste “Pinksterdag”; was de Verlosser, Jezus Christus 40 dagen bij hen geweest en vervolgens teruggekeerd naar de Hemel Hand.1: 3.
Tien dagen na Zijn Hemelvaart en 50 dagen na de Opstanding werden de woorden:
– “    Te dien dage zal het geschieden, dat de bergen van jonge wijn zullen druipen en de heuvelen van melk zullen vloeien en alle beken van Juda van water zullen stromen; een bron zal ontspringen uit het huis des Heren en zal het dal van Sittim                                                                               drenkenJoël 3: 18 en
– Johannes de Doper vervuld: “   Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, Die na mij komt, is Sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem Zijn schoenen na te dragen; Die zal u dopen met de Heilige Geest en met vuurMatth.3: 11.

      Deze glorieuze dag is in de christelijke jaarcyclus gereserveerd, om de Heer te prijzen vanwege het feit dat de Heer Zijn Volk met een grote oogst heeft begenadigd, vanaf dit ogenblik begon de Heer de verloren zielen van deze wereld door Zijn Lichaam [de Kerk] te verzamelen [te oogsten].
De Kerk zou nooit meer hetzelfde zijn! De wereld en de Kerk werden hierdoor voor eeuwig veranderd; hoe is het in Godsnaam mogelijk, dat [politieke] cultuurbarbaren dit soort feesten ook maar ‘durven’ weg te cijferen.
      Geweldige dingen vonden er Die Goddelijke Dag plaats. Charismatische vriendschap en gemeenschapszin werd geopenbaard door de nederdaling van de Heilige Geest; het Mysterie van de vurige tongen. Alom werd aanvaard/geloofd dat God verwacht dat Zijn volgelingen in algemeen verstaanbare talen spreken, de taal van het hart. De vurige tongen waren niet het belangrijkste Mysterie welke zich die dag openbaarden; de tongen werden de Kerk nog nooit als teken gegeven; de vurige tongen kwamen voor de Joden [en die niet-gelovigen]:
    Derhalve zijn de tongen een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen; de profetie echter is niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven1Cor.14: 22.
Tongen worden genoemd wanneer een nieuwe mensengroep in de Kerk wordt binnengeleid:  
[Joden – Handeling 2; Samaritanen – Handelingen 8; Heidenen – Handelingen 10; en de volgelingen van Johannes de Doper- Handeling 19].
Dáár werden tongen ervaren om het toenmalige Joodse volk te laten weten dat ze zouden worden beoordeeld voor hun ongehoorzaamheid tegen God:
        Voorwaar, door mensen die een onverstaanbare taal spreken, en in een vreemde tongval zal tot dit volk spreken Hij, die tot hen gezegd heeft: ‘Dit is de rust, geeft de vermoeide rust, en dit is de verademing. Maar zij wilden niet horen’Isaiah 28: 11-12.
          De Heer zal tegen u doen aanrukken een Volk, dat van verre komt, van het einde der aarde, zoals een arend aanzweeft: een Volk, waarvan gij de taal niet verstaatDeut.28: 49.
          In de wet staat geschreven: Door lieden van een andere taal en door lippen van vreemden zal Ik tot dit volk spreken, en toch zullen zij naar Mij niet luisteren, zegt de Heer1Cor.14: 21.
➻ Tongen zijn immers in ere gehouden: “      Ik dank God, dat ik meer dan gij allen in tongen spreek; maar in de Gemeente wil ik ‘liever’ vijf woorden met mijn verstand spreken, om ook anderen te onderwijzen, dan duizenden woorden in een tong1Cor.13: 8.

Hemelvaart, de Belofte van de H. Geest, Simeon Artschischez, miniatuur [1305]

     Wij kunnen zonder Gods hulp de gebeurtenissen van Pinksteren niet naar onze hand zetten/bewerkstelligen/kopiëren; we kunnen niet in de tijd – naar het toenmalige Jeruzalem terugkeren, de bovenkamer binnengaan en wachten om vervuld te worden met de Heilige Geest.
            De Heilige Geest is immers al op ons nedergedaald, bij de doop en myronzalving, waarbij iedere persoon, die dat heeft meegemaakt, gered is:
      Want door één [Heilige] Geest zijn wij allen tot één Lichaam [de Kerk] gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt1Cor.12: 13.
We kunnen zonder God de Mysteriën [Wonderen] van die dag niet reproduceren.
Mysteriën zijn de werken Gods en we zijn zo ontzettend dwaas wanneer we onze tijd verprutsen door onze aandacht te laten afleiden ten einde te achterhalen wat de betekenis is van dit aandacht trekkend, spectaculair tafereel.

      Terwijl we de gebeurtenissen van die grootse dag niet kunnen kopiëren, kunnen we wèl de voorwaarden scheppen, die tussen die zich -door de Heilige Geest geraakte- mensen van God op die dag manifesteerden en hen trachten na te volgen. Vanaf dàt ogenblik zullen we kunnen erkennen/ervaren dat de Heer -‘in ons midden is‘- in de Kracht en de Glorie welke in die dagen gezien en ervaren werd, net zoals Hij in die dagen op hèn neerdaalde.
Ik geloof dat we nog een nieuw Pinksteren nodig hebben!; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Wanneer we op die dag -met Gods hulp- een sfeer hebben gecreëerd zoals deze in de vroeg-christelijke Kerk bestond, zien we God, de Vader en de Zoon en de Heilige geest -hier en nu- in Macht en Majesteit onder ons verschijnen.

      Een van de opvallende kenmerken van de vroegchristelijke Kerk met Pinksteren was dat ze sámen, d.w.z. “met elkaar” eensgezind waren. Het woord ‘overeenstemming‘ houdt in dat zij ‘één van geest’ waren.
Deze vroegchristelijke volgelingen,  een groep van ongeveer honderd twintig personen bijeen [Hand.1:15], waren verenigd in hun verlangen om het aangezicht van de Heer te zoeken [Hand.1: 14]!

Heilige Drieëenheid

Eénheid was een BASISPRINCIPE van de vroeg-christelijke Kerk – ondanks de verschillen in karakter en gezindheid en DIT zou eveneens voor ons als Kerk de leidraad dienen te zijn. Wanneer we de tegenwoordigheid van [Heilige] Geest en de Macht des Heren in deze dagen willen uitstralen, zullen ‘de door God geroepen mensen’ gezamenlijk ‘in éénheid‘ dezelfde weg dienen te gaan volgen. We hebben opnieuw behoefte aan een allesomvattende Pinksteren!
We hebben in deze tijd een -‘door God’- geïnspireerde beweging nodig, zoals die vroeg-christelijke  Kerk, die oorspronkelijke [Ορθό δοξα, juiste glorie/eer/schoonheid] Kerk, die in die tijd werd ervaren.
Maar wanneer ‘dat’ ons zou overkomen, dient er sprake te zijn van éénheid onder het gehele Gods Volk.
Laten we op de oorspronkelijke wijze ‘ongezien’ op iemand kunnen vertrouwen en laten zien op welke wijze de vroeg-christelijke kerk verenigd was. We dienen deze éénheid op dezelfde oorspronkelijke wijze na te streven, dan zal onze Heer de rest doen.

1.]. Verenigd met hetzelfde doel voor ogen
· De Kerk wacht als één man op de [wederkomende] Heer.
· Ditzelfde kenmerk dient de Heilige Katholieke en Apostolische Kerk te markeren:
           Dan zult u ruimschoots reden hebben om over mij te roemen in Christus Jezus, wanneer ik weer bij u kom. Alleen, gedraagt u waardig het Evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat gij vaststaat in een geest, een van ziel medestrijdende voor het Geloof aan het EvangeliePhil.1: 26, 27.

  • Ons wordt door Paulus voorgehouden die eensgezind, gezamenlijk na te streven. Dat betekent “samenwerken als atleten”; we dienen als één team ‘overleg’ te plegen en op te treden, kortom ‘sámen‘ te werken voor de Glorie van God, Die ‘Zijn Wil’ in de wereld ten uitvoer brengt.

2.]. Verenigd in gebed
· Wij dienen samen te bidden – mèt en vóór elkaar.
· Niets bouwt de eenheid van de Kerk méér op dan elkaars lasten bij de Heer in gebed op te dragen:            Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen. Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de [Liefdes-]Wet van Christus vervullen. Want indien iemand zich verbeeldt, dat hij iets is en het niet is, dan vergist hij zich zeer. Ieder moet zijn eigen werk toetsen; dan zal hij slechts voor zichzelf stof tot roem hebben en niet voor een ander.  Want ieder zal zijn eigen last dragenGal.6: 1-5.
Er ontstaat daardoor een band die zich ontwikkelt tussen mensen die ‘samen‘ werken en bidden! En bovendien: wanneer we voor anderen bidden, zijn we minder met onszelf bezig en op onze eigen problemen gericht:
      Indien er dan enig beroep [op u gedaan mag worden] in Christus, indien er enige bemoediging is vanuit de liefde, indien er enige gemeenschap is van geest, indien er enige  ontferming en barmhartigheid is; maakt [dan] mijn blijdschap volkomen door eensgezind 
te zijn, een in liefdebetoon, een van ziel, een in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in deemoedigheid dient de een de ander meer uitnemend te achten dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder [lette] ook op dat van anderenPhil.2: 1-4.
Op “die wijze” houden wij elkaar in een [door God verlangd] goddelijk evenwicht.

3.]. Verenigd in Kracht
· Zij waren ‘allemaal vervuld met de Heilige Geest‘. De éénheid van de vroeg-christelijke Kerk kwam alleen voort omdat ze met God op één lijn zaten; vervuld waren met de Goddelijke Geest.
⁌ Deze eenheid bracht geweldige resultaten teweeg: zij spraken dezelfde taal:         Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kapadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten,  Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en geheel met de zaak verlegen, en zij zeiden de een tot de ander: Wat wil dit toch zeggen?Hand. 2:9-12;
⁌ Zij geloofden dezelfde dingen:           En allen dan, die tot het Geloof gekomen waren, die zijn Woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelenHand.2: 41-44a;
⁌ Zij droegen dezelfde lasten:           Zij waren in vergadering in de gemeenschap bijeen, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan haddenHand.2: 44b-45;            Want David is niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt zelf: De Heer heeft gezegd tot mijn Heer: ‘Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten’Hand. 4: 34-35.
⁌ En zij hielden van dezelfde dingen:           En voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de Tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en in de eenvoud van hun hart en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Heer voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werdenHand.2: 46-47.

Een van de grootste problemen in de moderne kerk is dat de leden in alle verschillende stadia van de spirituele ontwikkeling zijn. Sommigen zijn weliswaar gered, maar onvolwassen; sommigen zijn zowel gered en groeien in Geloof; sommigen zijn gered en door de Heilige Geest vervuld; sommigen ‘zijn’ echter nog niet eens gered [werkelijk ondergedompeld, gedoopt]. Deze diversiteit zorgt voor problemen in de christelijke familie.
Er zou geen sprake zijn van diversiteit, indien we aan Gods Wil zouden toegeven iedere afzonderlijke heilige te vervullen met de Heilige Geest:         Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de Wil des Heren is. En bedrinkt u niet [gaat u niet te buiten] aan wijn [drugs], waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en bejubelt de Heer van harte toe, dankt te allen tijde in de naam van onze Heer, Jezus Christus en God, de Vader, voor alles en weest elkander onderdanig in de vreze van ChristusEph. 5: 17-21.

Om te worden vervuld betekent “om jezelf onder controle te hebben”, wanneer Christus mij -hier en nu- zou beoordelen, wanneer Hij mij controleert en Hij je beheert, zullen we samen in Zijn kracht voor Zijn glorie samen optrekken!

4.]. Verenigd in datgene wat wij voortbrengen
⁌ “… allen waren gevuld … en begonnen te spreken …” – Iedereen was actief betrokken met z’n taak, datgene te doen, wat hem/haar op het lijf geschreven was!
⁌ God heeft niemand gered om op zichzelf te blijven; Hij redde alles en iedereen om te dienen:                                    
      Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God 
tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelenEph.2: 10 en;
      Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt geloof en ik heb werken. Toon mij dan uw geloof zonder de werken en ik zal u mijn Geloof tonen uit mijn werken Jac.2: 18

⁌ Een Geloof dat géén werken veroorzaakt, is niet waarachtig! :
        Kies ons mannen uit, trek uit, strijd tegen Amalek, morgen zal ik [Mozes] op de heuveltop staan met de staf Gods in mijn hand. Jozua nu deed, zoals Mozes tot hem gezegd had en streed tegen Amalek; maar Mozes, Aaron en Chur hadden de heuveltop bestegen. En wanneer Mozes zijn hand ophief, had Israël de overhand, maar wanneer hij zijn hand liet zakken, had Amalek de overhand. Toen de handen van Mozes zwaar werden, namen zij een steen, legden die onder hem neer, zodat hij daarop kon gaan zitten; en Aaron en Chur ondersteunden zijn handen, de een aan de ene en de ander aan de andere zijde, zodat zijn handen onbeweeglijk bleven tot zonsonder-gang. Zo overwon Jozua Amalek en diens volk door de scherpte van het zwaardEx.17: 9-13; en
– “      De Heer sprak tot Mozes: ‘ Zie, Ik heb bij name geroepen Besaleel, de zoon van Uri, de zoon van Chur, uit de stam Juda,  En hem vervuld met Gods Geest, met wijsheid, inzicht en kennis, en dat voor allerlei werk, om ontwerpen te bedenken, om die uit te voeren in goud, zilver en koper; om stenen te bewerken, om die in te zetten; om hout te snijden en werkzaam te zijn in allerlei arbeid’Ex. 31: 1-5; en
– “     Want één dag in Uw voorhoven is beter dan vele duizenden daarbuitenPsalm83[84]: 10

  • Zoals Gebed, Getuigenis, Werk, wat dient te gebeuren: schoonmakers, katechese-docenten voor de verschillende leeftijdsgroepen; moeders en vaders met hun kinderen, diakens, boekhouders en keuken- prinsen en princessen, prosphorenbakkers, kledingherstellers, afwassers, lezers, priesters kortom iedereen brengt in wat hij/zij te bieden heeft.
  • Doe je wat God wil dat je doet – Doe je alles wat in je vermogen ligt – wat je gezien je omstandigheden kunt opbrengen, datgene wat je kan doen.                                  “      En toen Hij te Bethanië was in het huis van Simon de melaatse, kwam, terwijl Hij aan tafel aanlag, zie, een vrouw kwam met een albasten kruik vol echte, kostbare nardusolie; en zij brak de albasten kruik en goot [de Myron] over Christus hoofd . . . . . en  overal waar het Evangelie verkondigd zal worden, over de gehele wereld, zalook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeftMarc.14: 3,9. De betekenis van de naam Bethanië is “Huis van lijden” of “Huis der behoeftigen”,  – ‘beth’ staat voor huis, – ani [Hebr.] of -ania [Aramees] staan voor: armoede, lijden …….
    ⁌ De Kerk wordt niet gebouwd door mensen, die het zo goed met zichzelf getroffen hebben, alleen door Christus. Wie ondanks -tegen beter weten in- dan toch een kerk wil bouwen is -dat staat bij voorbaat vast- bezig met verwoesting.
een dappere ziel, die zoveel heeft geleden

We zijn op weg naar het Paradijs, heb nog even geduld, want de Kerk [het Lichaam van Christus] zal ons er in Haar schip heenleiden.
  Via een éénsgezind streven worden we van ‘on’-mensen, werkelijke mensen. Mensen, die zichzelf en de ander tot dusver niet eens meer kenden, zullen bevrijd worden tot een heerlijk leven van het werkelijk ‘mede’-menselijk zijn. Willen we de ècht gevoelige mens ontdekken, de mens, die niet vastzit in systemen, in gezagsverhoudingen, maar werkelijk ‘vrij’ is, dan zullen ons de maskers worden verwijderd/afvallen.
Het gaat om de mens -‘in jezelf en de ander’- te ontdekken; het etiket dient te worden losgeweekt en het eigene wat veelal in de kinderschoenen is blijven steken, dient de kans te krijgen ‘volwassen‘ te worden. Zich toetsend aan de ander – als rotsblokken gevormd worden door van de berg in de rivier af te dalen en als een mooi rond kiezelsteentje in de zee van het leven òp te gaan- en anderen de gelegenheid geven zich aan hem/haar te toetsen, wordt de gelovige tot een mens, die voor zichzelf instaat en een steun kan zijn voor alle anderen.

  • Geloof is het, wanneer je jezelf in het -hier en nu- op Christus afstemt en dit vormt één van de poorten via welke je de eeuwigheid kunt doen ervaren: langzaam, heel langzaam verdwijnt de nevel die al duizenden jaren hangt om de de kusten van het paradijs-land, dat wereld heet;
      Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd. Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn Blijdschap in zichzelf mogen hebben. Ik heb hun Uw Woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn, gelijk Ik niet uit de wereld benJohn.17: 12-14.

Apolytikion     tn.8
  Gij zijt gezegend, o Christus onze God,
Die met Uw Wijsheid de Vissers hebt vervuld,
door hen te vervullen met Uw Heilige Geest.
Door hen hebt Gij heel de wereld buitgemaakt;
Minaar der mensen, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8
Toen de Allerhoogste nederdaalde,
verwarde Hij de talen en scheidde de volkeren.
Toen Hij echter Vuurtongen uitdeelde
riep Hij allen tot eenheid.
Laat ons daarom eenstemmig
de Heilige Geest verheerlijken
”.

woensdag in de week  voorafgaand aan Pinksteren

God is de bouwmeester

    Al wat de Vader heeft, is het mijne; daarom zei Ik: Hij neemt uit het mijne en zal het u verkondigen. Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet meer, en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien.
Sommige van zijn discipelen dan zeiden tot elkander: Wat betekent dit, dat Hij tot ons zegt: Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien? En: Ik ga heen tot de Vader?
Zij zeiden dan: Wat is dit, dat Hij zegt: Nog een korte tijd? Wij weten niet, wat Hij bedoelt.
       Jezus bemerkte, dat zij Hem iets wilden vragen en zei tot hen: Redeneert gij hierover met elkander, dat Ik zei: Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij zult schreien en weeklagen, maar de wereld zal zich verblijden; gij zult u bedroeven, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden. Een vrouw, die baart, heeft droefheid, omdat haar uur gekomen is; maar wanneer zij het kind ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan haar benauwdheid, uit vreugde, dat een mens ter wereld is gekomen. Ook gij hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u weerzien en uw hart zal zich verblijden en niemand ontneemt u uw blijdschap. En te dien dage zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in Mijn NaamJohn.16: 15-23.

    En Paulus, de ogen op de Raad gericht, zeide: Mannen broeders, ik voor mij heb een volkomen zuiver geweten voor God over mijn gedrag in het openbaar tot op deze dag.
Maar de hogepriester Ananias beval hun, die naast hem stonden, hem op de mond te slaan.
Toen zei Paulus tot hem: ‘God moge u slaan, gij gewitte wand! En gij, zit gij over mij recht te spreken naar de Wet en beveelt gij tegen de wet mij te slaan?’. Maar de omstanders zeiden: ‘Scheldt gij de hogepriester Gods uit?’.
       En Paulus zei: Ik wist niet, broeders, dat het de hogepriester was, want er staat geschreven: ‘Van een overste uws volks zult gij geen kwaad spreken’.
       En daar Paulus wist, dat het ene deel behoorde tot de Sadduceeën en het andere tot de Farizeeën, riep hij in de Raad: ‘Mannen broeders, ik ben een Farizeeër, een zoon van Farizeeën, ik sta terecht om de Hoop en de Opstanding van de doden”.
En toen hij dit zeide, kwam er tweedracht tussen de Farizeeën en de Sadduceeën en de menigte werd verdeeld. Want de Sadduceeën zeggen, dat er geen opstanding is, noch engel of geest, maar de Farizeeën belijden zowel het een als het ander.
[Onenigheid:] En er ontstond groot geschreeuw, en sommige van de schriftgeleerden van de groep der Farizeeën stonden op en streden heftig en zeiden: Wij vinden generlei kwaad in deze mens! En indien nu eens een geest tot hem heeft gesproken, of een engel!
En toen er grote tweedracht ontstond, vreesde de overste, dat Paulus door hen zou worden verscheurd, en hij liet de soldaten komen om hem uit hun midden weg te halen en naar de kazerne te brengen. 
En de volgende nacht stond de Heer bij hem [Paulus in de gevangenis] en zei: ‘Houd moed, want zoals gij te Jeruzalem van Mij getuigd hebt, moet gij ook te Rome getuigen’Hand.23: 1-11.

icoon, “Hemelvaart des Heren”

Vóórdat de Heilige Geest werd uitgestort liet de Heer Zijn apostelen weten dat Hij zou heengaan om een plaats voor hen te bereiden, hetgeen plaatsvond door Zijn lijden en sterven aan het Groot en Heilig Kruis.
De apostelen werden bedroefd, omdat Hij zou heengaan, maar toen sprak de Heer en Verlosser de volgende woorden:           En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult levenJohn.14: 16-19.

Wij, volgelingen van Christus leven de uitstorting van de Heilige Geest, welke via onze doop en Myronzalving hebben ontvangen en als we onze zonden hebben beleden en Christus als Heiland en Heer hebben aangenomen is Zijn Geest in ons komen wonen, want “      In Hem zijt ook gij, nadat gij het Woord der waarheid, het Evangelie van uw behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werd, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, Die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het Volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof van Zijn HeerlijkheidEph.1: 13.
Wij zijn behoorlijk bevoorrecht, wanneer we dat vergelijken met de apostelen.
De Heer was immers gedurende ongeveer 3 jaar bij Zijn Volgelingen. Hij was echter regelmatig alleen om te bidden en Hij ging zonder de discipelen door Samaria.
Wij mogen weten dat Zijn Heilige Geest in ons is komen wonen, dus voor eeuwig -bij en in- ons blijft. Dat in tegenstelling tot het Oude Testament toen de Heilige Geest niet permanent bij de gelovigen was.
David bad in Psalm 50[51]: 11: “neem uw Heilige Geest niet van mij weg”.

Paulus, ‘Apostel der heidenen‘.

Geweldig om te mogen weten dat de Heer er voortdurend is, dat gaat ook veel verder dan Immanuel, hetgeen betekent ‘God met ons’.
Voor ons geldt: ‘Christus is onder ons, is in ons midden’:  Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u [beter: ‘in’, de tempel van het hart], de Hoop op onze heerlijkheid. Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijnCol.1: 27,28.
Daarom is de Heer zowel dag als nacht, in goede en minder goede tijden, in de Lage Landen, maar ook op vakantie elders, Hij is altijd ‘in’ ons aanwezig – wij zijn ‘Χριστοφορος’, christendragend, christenen, dragen -als het goed is- Christus in zich mee. 
De Heilige Geest die nu in de gelovigen woont wil onze Trooster zijn.
Daarover sprak de Heer, toen Hij -in bovenstaand Evangelie- tot Zijn Apostelen sprak over Zijn komende afscheid, want Hij zou de Vader vragen de Heilige Geest te zenden om hen te troosten. Maar ook -hier en nù- geldt nog steeds dat de Heilige Geest ons wil vertroosten.
We leven in een wereld vol pijn en verdriet en we mogen ons gelukkig prijzen dat er een Trooster is, Die in onze pijn wil komen en wil verzachten.
De barmhartige Samaritaan goot genezende [olijf]olie in de wond van de gewonde man om de pijn te verlichten Luc.15.
Op dezelfde wijze wil Gods Geest onze pijn eveneens verzachten en wegnemen.
Zijn Woord en Geest kunnen werken als balsem voor onze ziel en zo worden wij -door God, onze Vader- , als kinderen in staat gesteld -in en door- ons te werken in alle situaties in het leven.

mp3: Hemelse Koning [Arab] – ايها الملك السماوي

Trooster, Geest der Waarheid – is in het Grieks: Παράκλητος, το Πνεύμα της Αλήθειας, en houdt in ook dat Hij onze Voorspraak is, Iemand die ons te hulp komt.
Dat geeft rust en hier mogen we altijd op vertrouwen, dat Hij onze Voorspraak is en dat Hij het voor ons opneemt als de tegenstrever ons aanklaagt:
      En ik hoorde een luide stem in de Hemel zeggen: Nu is verschenen het Heil en de Kracht en het Koningschap van onze God en de Macht van Zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het Bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de doodOpenb.12: 10,11
Wij hebben een Trooster ‘binnenin’ onze Tempel [ons hart] èn een Trooster in de Hemel, de Heer Jezus Christus Zelf, Die we dag en nacht mogen aanroepen:
    Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar”.
Christus spreekt immers over een andere Trooster:
      Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak [Παράκλητος] bij de Vader Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld. En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren1John.2: 1-3

Er is nog een aspect van de Heilige Geest hetgeen voorafgaand aan dit Evangelie staat vermeld:            Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigenJohn.16:14.
Dit aspect is het allerbelangrijkste werk van de Heilige Geest, steeds Christus ‘groot’ maken en de ‘hoogste eer’ geven voor dat wat Hij gedaan heeft om ons te verlossen; de gehele Blijde Boodschap door gaat het telkens weer om Christus.  Alle Oude Testamentische gebeurtenissen, typeringen etc. laten net weer een ander facet zien van Christus en Zijn Verlossingswerk.
Hij is als het ware een diamant die vanuit elke hoek weer anders schittert.
In de Evangeliën wordt Hij ons op verschillende wijzen getoond, als de Koning [Matth.]; als Dienstknecht [Marc.]; als de Zoon des Mensen [Luc.] en als Zoon van God [John.]. De brieven van Paulus laten Hem o.a. zien als -verbinding met de verschillende gemeenten-, maar steeds valt het Goddelijk Licht op Hem. Christus heeft in alle opzichten God ‘groot’ gemaakt en ‘vereerd’ door Wie Hij is. Dat was de voornaamste reden van Zijn komst naar deze aarde.
Wat een rijkdom bevat de gehele Blijde Boodschap, de Heilige Schrift over Christus.
Johannes schrijft:           Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen, en toch wilt gij niet tot Mij komen om leven te 
hebben. Eer van mensen behoef Ik niet, maar Ik ken u: gij hebt de liefde van God niet in uzelf
John.5: 39-42.

De Blijde Boodschap

Wanneer de gehele Blijde Boodschap van God aldoor over Christus gesproken wordt is het ook begrijpelijk dat Paulus schrijft:           Mijn kinderen, ter wille van wie ik opnieuw weeën doorsta, totdat Christus in u gestalte verkregen heeftGal.4: 19.  Wij, christenen dienen door ons levensgedrag en invulling Christus te laten zien en ‘groot’ te maken, daardoor wordt God verheerlijkt en geëerd.
BOVENDIEN blijken de ongelovigen en afvalligen méér uit ons gedrag op te maken, dan dat zij de Blijde Boodschap vanuit het gratis [blauwe] zakboekje leren.
Pinkster-’feest’ wil zeggen dat u en ik dagelijks vervuld mogen en dienen te zijn van Zijn Heilige Geest, zodat Hij door ons wordt ‘groot’ gemaakt en ‘verheerlijkt’.
En “Houd moed, want zoals gij te Jeruzalem van Mij getuigd hebt, moet gij ook te Rome getuigen’”; gaat en onderwijst alle volkeren en laat hen dopen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.