30e Zondag na Pinksteren – Zondag voorafgaand aan de Geboorte van Christus, waarbij wij de Rechtvaardigen gedenken, die God aangenaam zijn geweest, van Adam tot/met Joseph, de verloofde van de Theotokos; het Voorfeest van Kerst.

    Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham.
Abraham verwekte Isaäc, Isaäc verwekte Jaäcob, Jaäcob verwekte Juda en zijn broeders, Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram,
Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon,
Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isai,
Isai verwekte David, de koning. David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria,
Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asa,
Asa verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia,
Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia,
Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amon, Amon verwekte Josia,
Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap.
     Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiel, Sealtiel verwekte Zerubbabel,
Zerubbabel verwekte Abihud, Abihud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor,
Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud,
Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob,
Jaäcob verwekte Jozeph, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt.
Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten.
De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus.
Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozeph, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, 
zwanger te zijn uit de heilige Geest.
Daar nu Joseph, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden.
     Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zei:
    Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest. Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die Zijn Volk zal redden van hun zonden.
       Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Heer door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide:
      Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, hetgeen betekent: God met ons.
   Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich. En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam JezusMatth.1: 1-25.

    Door het Geloof heeft Hij vertoefd in het land van de Belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaäc en Jaäcob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte; want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.
En wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van 
Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuël en de profeten, die door het geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij Kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weder hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij 
hebben rondgezworven in schapevachten en geitevellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig –
zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komenHebr.11: 9-10, 32-40.

Met de eerste twee Griekse woorden, biblos geneseōs [lett. ‘boek van de oorsprong’] in de weergave van de Blijde Boodschap naar Mattheüs wordt het boek Genesis in herinnering geroepen en een verband gelegd met de eerste hoofdstukken van de Bijbel.
Het kan dus zijn dat Mattheüs hier spreekt over het ‘boek van de geschiedenis’ en daarmee het hele hierna volgende Evangelieboek bedoelt. Maar aangezien alle geschreven teksten ‘boeken’ werden genoemd, kan het ook ‘geslachtslijst’ betekenen en dan heeft Mattheüs hier de lijst van zijn 1e hoofdstuk vers 2-17 op het oog.
In beide gevallen wordt echter een verband gelegd met de eerste hoofdstukken van de Blijde Boodschap.
De schepping van hemel en aarde [Gen.2: 4] en de schepping van de mens [Gen.5:  1] wordt met de ‘Geschiedenis’ van Jezus Christus in verband gebracht.
Via deze Joodse man, de Zoon van David, de Zoon van Abraham, zal de oorspronkelijke bedoeling van God met de Schepping, de mensheid en geheel Israël [incl. de Kerk] hersteld worden: 
    Gaat dan heen en maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereldMatth.28: 19-20.
Deze inleiding is te vergelijken met het prachtige begin van het Evangelie naar Johannes de Theoloog.

In het leven van onze Heer Christus Jezus nemen vrouwen een bijzondere plaats in. Maar dat begint al direct in de allereerste verzen van het eerste Evangelie in het Nieuwe Testament. Daar treffen we het geslachtsregister van Jezus Christus aan. Vrouwen in het geslachtsregister van de grote Koning. Een grotere revolutie binnen de cultuur van die tijd kon vrijwel niet.
We gaan er dus naar kijken.

Er is een heel concreet onderscheid tussen het geslachtsregister in Lucas en dat in Mattheus. Veel theologen worstelen met de verschillen die ze terugvinden in deze registers.
De belangrijkste oorzaak ligt in het feit dat ze niet opmerken dat elk Evangelie zijn eigen invalshoek heeft om het leven van Christus te belichten.
Zo tekent Lucas onze Heer als de Zoon des mensen.
    Vandaar dat het geslachtsregister van Lucas begint met de aardse naam Jezus en dan terugloopt in de geschiedenis naar de eerste mens: Adam. In deze menselijke lijn wordt – geen enkele keer – een vrouw vermeld.
      Mattheüs tekent Christus als de Koning. Het geslachtsregister welke hij optekent werkt vooruit in de geschiedenis, maar begint niet bij de eerste mens, maar bij Abraham. De eerste aan wie de beloften van het komende Koninkrijk gedaan zijn. Mattheus tekent de lijn vanaf Abraham naar Joseph, maar dan staat er in tegenstelling tot het geslachtsregister van Lucas bij dat hij de man was ‘van Maria, de Moeder God’s’.
       Het is zeer opvallend dat in de menselijke lijn geen vrouw genoemd wordt, maar juist als die lijn getekend wordt die recht geeft op de troon van David er -‘vier vrouwen’- vermeld worden.
Het was zo-wie-zo al heel apart dat er vrouwen vermeld worden in een geslachtsregister; dat deed men niet. Nu juist in die hoge lijn, waar het recht op de troon uit zal blijken, worden er maar liefst -‘vier vrouwen’- vermeld.

Letterlijk vertaald, begint Mattheüs met de woorden: ‘het boek van de ‘Genesis’ van Jezus …’. Daarna volgt een lange lijst met namen. Veel mensen hebben dan de neiging om dat saaie stukje maar over te slaan. Toch hebben zelfs de stambomen ons iets te vertellen.

De Joodse schrijver Mattheüs, bouwt zijn boek op volgens het model van de Thora [de Wet], die met Genesis begint. Genesis betekent ‘oorsprong, voortbrengsel’, maar ook ‘stamboom’.
Zo heeft Mattheüs zelfs het inleidende zinnetje uit Genesis 5:1 geleend, dat begint met: ‘Dit is het boek van de Genesis van Adam’.

Zowel in Mattheüs 1 als in Genesis 5 volgt er dan een stamboom. 
Mattheüs gebruikt in zijn geslacht’s-register het getal 14. Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God: de tien woorden van de Wet; het getal 4 duidt op de volheid in de schepping van deze wereld.
Mattheüs gebruikt 3 maal het getal 14, omdat er 3 maal 14 pleisterplaatsen waren waar Israël tijdens de uittocht verbleef [Numeri 33]. Het getal 42 [3×14] spreekt over de weg van de slavernij naar de Verlossing.
In navolging van de 42 pleisterplaatsen in Numeri 33, worden de meeste Thora-rollen zo geschreven dat er op ieder vel 42 regels onder elkaar staan, verdeeld in drie kolommen.

Iēsous is de Griekse vorm van het Hebreeuwse jēsjūa’, hetgeen ‘de Heer is redding’ betekent. Christos, (gezalfde) is Grieks voor ‘messias’, de persoon over Wie de profeten profeteerden en die Israël verwachtte. Jezus is de eigennaam en ‘Messias’ de ambtsnaam of titel.
Zoon van David’ was de meest gangbare messiaanse titel onder de Joden [vgl. Psalmen van Salomo, hfst.17]: de Messias zou voortkomen uit het geslacht van David, dat de belofte van een eeuwig koningschap had ontvangen [2Sam.7: 12-13; Isaiah.9: 6]. Deze benaming spreekt primair van Heil voor Israël [voor de Kerk].

Jezus was, evenals David, ook een nakomeling van Abraham [vs.2-16].
Abraham, zelf een heiden van geboorte, was de eerste die een messiaanse belofte ontving, die sprak over heil voor de volkeren [Gen.12: 3; 18: 18; 22: 18].
Deze belofte zal uiteindelijk in Jezus vervuld worden [vgl. Matth.8: 11-12; 28:19; Rom.4 :1-25; Gal.3: 6-29].

In de samenstelling van beide lijsten vindt men getallensymboliek.
Het duidelijkst is dit bij Mattheüs 1: 17. Hij noemt 3 x 14 generaties tussen Abraham en Jezus.
Maar ook bij Lucas komen we dit impliciet tegen. Hij plaatst Jezus in de wereld-geschiedenis die met Adam begint. ‘God’ niet meegeteld, geeft hij 77 namen, d.w.z. 11 x 7.
In de joodse literatuur komen we op verschillende plaatsen het verschijnsel tegen, dat ofwel de wereldgeschiedenis [vanaf Adam], ofwel de geschiedenis van Israël [vanaf Abraham] wordt ingedeeld in weken.
Een periode van zeven geslachten vormde in de apocalyptische tijdrekening een wereldweek. Men rekende wel met twaalf wereldweken.
Jezus staat zo gezien aan het einde van de elfde wereldweek, dat betekent dat met Hem een nieuw tijdperk begint, de twaalfde wereldweek.
De laatste wereldperiode, de tijd van het messiaanse Heil is met Hem aangebroken.
Na deze korte en krachtige typering van de persoon van Jezus volgt de geslachtslijst.
Het gaat er in de geslachtsregisters dus niet alleen om de exacte afkomst van Jezus te geven, maar veeleer om Hem te doen uitkomen als het hoogtepunt in een door God geleide historische ontwikkeling.
Het gaat er in de geslachtsregisters dus niet alleen om de exacte afkomst van Jezus te geven, maar veeleer om Hem te doen uitkomen als het hoogtepunt in een door God geleide historische ontwikkeling.

Hoe lang nog?, dat Hij wederkomt.
    Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naar dat zijn werk isOpenb.22: 12.
Wanneer is spoedig?
Als iets met spoed verstuurd moet worden of doorgegeven moet worden, dan dient het op korte termijn, zo snèl mogelijk plaats te vinden.
Maar spoedig, dat betekent dat het op korte termijn zal gebeuren.
Er wordt niet bij verteld op welk moment precies, maar het duurt niet lang meer.

            Onze Heer en Verlosser Jezus zegt tegen ons:
zie, Ik kom spoedig!” Het duurt niet lang meer, de tijd is gekomen.
Natuurlijk heeft onze Heer dat 2000 jaar geleden aan Johannes laten weten, maar
het zal niet lang meer duren.
Hoe lang nog?
Dat weten we niet, want tegen de engel schrijft in Openbaringen [3: 1-13] aan de
Geloofsgemeenschap van Sardis [Hebr.= Sered ‘vrees’ tot God]:
”    Ik kom als een dief in de nacht, u zult niet weten welk moment dat is“.
We kunnen niet zomaar zeggen op welk moment Jezus terugkomt, dat
is niet voor ons mensen weggelegd.

Tòch zijn er bepaalde zaken die aangeven dat de tijd dichterbij komt.

giro 555

         Onze Heer en Meester geeft Zelf de tekenen aan als Hij spreekt over hongersnood en ziektes, natuurrampen en oorlogen. We zien het allemaal om ons heen gebeuren en het lijkt steeds sneller na elkaar op te volgen en aan de natuurrampen blijken we zèlfs nog mee te werken ook. Daarnaast komen we ook weer terug bij het woordje spoedig, dat kan elk moment zijn. Het zijn allemaal tekenen dat Christus terug zal komen en Hij komt zeker!

We hebben twee kerstdagen en die mogen we allebei gebruiken.
We mogen deze gebruiken voor twee zaken:
1.]. Het gedenken en vieren van de komst van onze Heer en Verlosser Jezus, de Christus in het Vlees hier op aarde. Hij is naar ons toegekomen om de dood te overwinnen.
2.]. We mogen uitzien naar Zijn wederkomst.
Het moment dat alles ten einde loopt hier op aarde, dat het gewoon afgelopen is.
Die dag nadert met rasse schreden en het duurt niet lang meer, Hij komt spoedig.

Op die dag krijgen we ons loon, we krijgen ons loon naar onze werken.
– Wat hebben we voor Christus gedaan en
– hoe hebben we onze tijd hier op aarde besteed?
De kinderen van God krijgen hun loon, dat is niet zoals wij dat kennen.
Het gaat op God’s manier en hoe dat precies zal zijn, dàt weten we niet.
Onze Drie-ene God weet het en deze oproep staat er zodat we ons gereedmaken.
We moeten niet in slaap sukkelen, maar verwachten.
We dienen er helemaal klaar voor te staan.
En als ik dan om me heen kijk, dàn zie ik de tekenen van het einde.
Maar ik zie ook veel slapende mensen, ze doen maar wat en
leven bijna zònder God.
          Begrijp me goed, ik ben niets beter dan ieder ander, sterker nog ik ben de grootste zondaar en deze oproep geldt voor ons allemaal, maar we dienen waakzaam te zijn! Laten we dat daarom samen doen, elkaar hierin bevestigen!

Wat een heerlijk moment als Hij komt.
De pijn is weg en ook het verdriet, het zal goed zijn.
Niet zo ‘goed’ zoals wij het op aarde kennen, maar ontzagwekkend ‘goed’ zoals God het kent.
Dàt kennen wij nu nog niet, maar straks zullen we leren wat goed is.
Hij komt spoedig, laten we ons klaarmaken!

Hypakoi     tn.8.
Een engel maakte voor de Jongelingen het vuur koel als dauw;
zoals deze ook tot de Myrondraagsters sprak:
Waarom brengen jullie Myron? Wie gaan jullie zoeken in het graf?
Christus is opgestaan, want Hij is
het Leven en de Verlossing van het geslacht der mensen
”.

Apolytikion     tn.4.
“ Maak u gereed, Bethlehem [Hebr.= ‘huis van brood’ (voedsel)]
want nu is Eden [Hebr.= ‘ genoegen’] voor allen geopend.
Verheug u, Efrata [Hebr.= ‘ashoop: plaats van vruchtbaarheid’],
want de Boom des Levens is in de grot opgebloeid uit de Maagd.
Haar schoot was het geestelijk Paradijs, waarin
Zich de Goddelijke Spruit bevond.
En wanneer wij daarvan eten, zullen wij leven en niet zoals Adam sterven.
Want Christus wordt vlees om de gevallen icoon weer op te richten”.

Kondakion     tn.3.
    Ziet reeds  nadert de Maagd, om
het Woord dat voor de eeuwen is op
onuitsprekelijke wijze in een grot te baren.
Jubel, o wereld, nu jullie dit hoort;
roemt met de engelen en de herders voor
Hem, Die als een Kind ons verschijnen wil:
onze God, Die is voor alle eeuwigheid
”.

Hier kan zelfs Albert Einstein met al z’n wetenschappelijk optreden niet tegen op
– een deze dagen is zijn brief met bevindingen over iedere vorm van Godsdienst, welke als ‘primitief’ wordt afgedaan voor bijna 2,9 miljoen dollar verkocht.
In plaats van een loopjongen een fooi te geven gaf hij deze arme drommel de brief, die nù geveild werd. Heb je ooit een grotere aanval van de Humanisten op het Christelijk Geloof meegemaakt???
Laten wij ‘met God‘ wijzer zijn – wijzer, dan de wijzen, met hun macht en het geld van deze wereld:
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven” ontvangen hebben!
Is dàt in ons leven ook al gebeurd, in de gemeenschap van navolgers van Christus?
Hebben wij de boeteprediking ook al op die manier ontvangen, zodat we
in plaats van onszelf te verschonen, in plaats van onze zonden te bagatelliseren, te verkleinen, voor God in mochten vallen en zeggen:
Amen, het is waar. Heer, U bent rein in Uw spreken; 
‘Ik heb Uw Thora, Uw Wet geschonden. Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw ogen’“.
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven’ van oudsher ontvangen hebben!
In Sardis werd niet alleen de Wet gepredikt. Neen, ook de Blijde Boodschap van het evangelie werd daar verkondigd!
De blijde boodschap, die spreekt van ‘het Lam Gods Dat de zonden der wereld wegneemt‘, is ook daar in Sardis gebracht.
Hij is hun gepredikt, Die ons zo vriendelijk uitnodigt:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;
want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
De Vrucht van die prediking was dat er ook in Sardis mensen waren gekomen, die hun rein-making en zaligheid buiten zichzelf gingen zoeken.
Mensen voor wie onze Heer en Verlosser, Jezus Christus dierbaar is geworden;
die hebben leren verstaan wat de Bruid’s-Kerk van Hem getuigt in het Hooglied:
Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tienduizendHooglied 5: 10.
Zulk een is Mijn Liefste; ja, zulk een is Mijn VriendHooglied 5: 16.
Dat hartelijk aanroepen van de Naam des Heren:
U Heer Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met de mens, die U zo zeer hebt liefgehad?” {gebed van het hart].
Uw Zoon, uit het geslacht van Abraham, van Isaäc en Jaäcob en vervolgens Koning David, ontferm U toch over ons”;
“ U bent toch gegeven, o Heer, tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, ja tot een volkomen verlossing”.
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven’ ontvangen hebben!
Is dat ook in ons leven àl gebeurd?
Heeft bij ons die koersverandering al plaatsgevonden, om – zij het in beginsel – alle hulp en Kracht van Hem, van die Profeet, Priester en Koning te leren verwachten?
  Gedenk hoe jij ‘het Leven in Christus‘ ontvangen hebt!

Onze alledaagse ingesleten gewoonten dragen een verschrikkelijk groot gevaar met zich mee.

Een heilige plaats is die gelegenheid waar je jezelf opnieuw kunt vinden. We dienen ons als mens regelmatig terug te trekken uit het dagelijks leven en onszelf te bezinnen en vervolgens verfrist en bewuster tot onszelf te komen.
Het is als een rustplaats onderweg op de reis van ons leven en spiritueel bijtanken om te overleven. Indien je lange tijd niet gegeten hebt, gaat de honger pijn doen als een geheugensteun, dat je onderhoud nodig hebt. We krijgen onvermijdelijk spiritueel trek tenzij wij als mens regelmatig de ziel voeden. Veel mensen noemen dit gebed, anderen beoefenen meditatie, omdat het gedaan wordt door je zintuigen van de omgeving af te sluiten, er rustig voor gaat zitten en diep naar binnen te gaan.
Het mag klinken als een serieuze inspanning, waarbij je uit alle macht probeert steeds meer te ontwaken, je tot je innerlijke roep te richten. De innerlijke afweging heeft geen reden of doel op zich. Waarom staat er dan geschreven dat bidden een dialoog met God is, terwijl we in werkelijkheid fysiek gezien alleen spreken?

      Alles bijeengenomen, alles overziend, is het uiteindelijk een dialoog, omdat God Degene is Die luistert naar onze woorden, onze gebeden.
Wanneer we met Iemand praten, de Ander, Die luistert, instemt en goedkeurt wat we zeggen. Echter, van tijd tot tijd luistert God niet naar ons gebed. Maar ook dit is een antwoord van Zijn kant. Òf luister ernaar en het is nog steeds een dialoog, een communicatie, een gemeenschap met Hem. Soms wil ons hart graag zingen tot God, met behulp van eigen woorden. Hoe kunnen we bidden terwijl we met iemand anders zijn of in een kleine groep?
      Alles overwegend concluderen we dat een verhoogd gebed in een groep God zeer behaagt. We mogen daarbij in overweging nemen dat op het ogenblik dat de spelleider Petrus werd gearresteerd en gevangen gezet, ergens in een huis veel mensen samen kwamen om voor hem te bidden. Zijn omgeving heeft indertijd de gedachten op God gericht, op dezelfde wijze als met welke vurige pijlen, die men afvuurt – om aandacht te trekken. In zijn omgeving hadden de gelovigen allemaal hetzelfde verlangen, dezelfde hoop, hetzelfde gebed … Iedereen smeekte om dezelfde reden: dat deze steenrots in de branding zou worden bevrijd van de dood, want de volgende dag zouden ze hem in het openbaar ombrengen, voor de ogen van het volk van Jeruzalem. Die christenen vroegen dan dat deze  heilige Petrus uit de gevangenis werd bevrijd, uit de dood. En omdat ze allemaal baden met dezelfde vurigheid en dezelfde intentie in gedachten, beantwoordde God hun gebeden. Dus wanneer een groep mensen bidt, ‘s ochtends of’ s nachts – zoals we het vroeger bijvoorbeeld op school deden en één van ons om beurten uit de Blijde Boodschap voorlas, terwijl de anderen luisterden, het is iets heel moois … maar de enige voorwaarde is dat iedereen aandachtig is voor de woorden van het gebed.
      Het specifiek innerlijk gebed is beter, vanuit mijn gezichtspunt, omdat wanneer mijn geest uiteenvalt en ik de aandacht verlies van wat ik net heb gezegd, ik terug kan gaan en het kan herhalen.
Ik keer me in gedachten om, maak m’n excuses aan God voor mijn onoplettendheid en keer terug naar de oprechtheid van het gebed. Ik kan dit perfect doen als ik alleen ben. Maar als er meer mensen bij me zijn, kan ik niet iedereen vertellen om te stoppen en kunnen we teruggaan naar het punt waarop ik afgeleid werd.
Dat is de reden waarom ik verkondig dat groepsgebed erg goed is, wanneer iedereen volledig gefocust is en aandachtig is op datgene wat er gezegd wordt.
Maar zoals ik al zei, overkomt mij regelmatig, dat ik in gezamenlijk gebed afgeleid wordt en is naar mijn mening het persoonlijk gebed in je binnenkamer het beste: dat eenieder afzonderlijk bidt, en op ieders persoonlijk wijze gehoord wordt in het Mysterie van zijn leven.
       Ontwaken is als een los komen, bevrijden va datgene wat je als alledaagse last met je meedraagt. In dit opzicht is het iets anders dan al de andere dingen die we doen, behalve misschien muziek en ons op de muziek voortbewegen. We laten ons als het ware meedragen op de eeuwigheid – buiten de tijd. We zijn iet langer gericht op het bereiken van een bepaalde plek, positie of anderszins – het is als vliegen op de wind.
Gebed, een ontmoeting met het Mysterie is de ontdekking dat ‘leven’ altijd wordt bereikt in het -hier en nu- los van plaats, omstandigheden en het zelf. Het is als muziek en kunst, je laat je meevoeren naar hemelse sferen buiten jezelf, zoadat je als Petrus zegt: “Heer, laat ons hier drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia”.
Daar op de berg, die verhoging en verheffing zagen de apostelen een glimp van Christus’  Heerlijkheid terwijl Hij aan het bidden was. Zijn gebed is een gesprek met Mozes en Elia,  zij spraken over Zijn lijden en dood. Het kan niet anders dan dat het een gesprek is geweest, dat dicht op de huid zit; het gaat immers over de verdere afwikkeling van ons christelijk leven. Heeft ons stil-staan en het tot jezelf komen daar niet iets van weg?
Het aanzien, het gelaat van onze Heer en Verlosser transfigureerde, was heel ‘anders’, ook Zijn kleding schitterde. Wij weten dat wij als gelovigen in die Heerlijkheid van onze Heer zullen delen. Het is zoals de spelleider ‘Paulus’ ons duidelijk maakt:
    Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van Zijn Lichaam, dat is de [christelijke] Gemeenschap.
Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het Woord van God tot Zijn volle recht te doen komen, het Geheimenis
[Mysterie], dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan Zijn heiligen.
Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de Heerlijkheid van dit Geheimenis is onder de heidenen: ‘
Christus onder u, de Hoop der Heerlijkheid’. Hem verkondigen wij,  wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle Wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijnCol.1: 24-28.
De berg Thabor, de verheffing/verhoging van uzelf in gebed is nog steeds een heilige plaats, waar wij als goddelijk kind geboren worden. Het is een Theophanie, God toont Zichzelf.
Laat je op momenten zoals deze in herinnering blijven, dat je telkenmale werd opgenomen in intimiteit met God, en die opname mocht ervaren die gepaard gaat met intimiteit.
We staan onszelf vaak niet meer toe om te wennen aan de Goddelijke Liturgie of de Hemelse zang me de engelen, of de Glans van het Leven, of …  de beker van het leven te drinken, om er maar niet aan gewend te raken, want het kan bitter blijken te zijn.
Om ontzag te hebben wanneer de grootse actie van het leven plaatsvindt; met veel opwinding, bewustzijn en dankbaarheid naar God òm te kijken, aandacht te hebben voor het Goddelijke in ons leven.
Kunnen we altijd weer opnieuw als voor de eerste keer en misschien wel de laatste keer de Goddelijke Liturgie zo aanschouwen, als een werkelijke ontmoeting met onze Heer en Verlosser?
Welnu, in de gewoonte, in datgene wat we gewend zijn te doen, in hetgeen inslijt, daarin zit het grootste gevaar.
Bij de les blijven, op je ‘qui
vive’ blijven en in het persoonlijk gebed en
in de Goddelijke Liturgie en, en, en …
            Wanneer we als christen leven in het perspectief van ons Kruis, onze onafwendbare dood, dan maakt het niet langer uit                                                            hoe onaangenaam anderen bij ons zijn, hoeveel zij ons laten lijden, omdat we alert dienen te blijven op onze eigen ziel.
Stilte, gebed en tot jezelf komen zijn in dat soort situaties het enige goede wat ons nog overblijft.
Laten wij het kwaad overwinnen met vriendelijkheid, medelijden en liefde
Wanneer iemand Zijn Heer en Verlosser, in gebed of in de [lichamelijke] ontmoeting tijdens de Goddelijke liturgie geheel nabij probeert te ervaren – zich de Heer dicht nabij te voelen en zijn ideaal probeert te leven, is het nooit en te nimmer een gewoonte.
Maar, en dat is laten we het zo uitdrukken, niet te voorkomen,
om er een vaste regel van te maken, zoals de Kerkelijke Wet voorschrijft,
doet regeren de meeste mensen niet veel goed,
als een gebod optimale netheid, schoonheid, en onvoorwaardelijke overgave aan God in het leven in te bouwen, is ons als mens niet gegeven, dat hebben we onophoudelijk de Genadegaven van de Heilige Geest bij nodig.
Wees op die wijze de komende dagen bij ons aanwezig –
verheug u met uw komst in de overvolle kerken en
ervaar onze geest en onze manier van denken en
aandacht voor God en ervaar dat God daar bij ons is.
God heeft de mensen lief,
God is ons mensen allen genadig,
Hij zegent ons, geeft ons vrede,
zegen daarom de Heer en
heilig slechts Hem.

Orthodoxie & wanhoop niet, wat je ook overkomt

Een spelleider – een bekleder van het ambt van voorganger wordt opgeroepen de spiritualiteit van het navolgeling-schap in de gelovigen te stimuleren.
Gelovigen hebben eveneens een medeverantwoordelijkheid in de kerkgemeenschap – het bestaat niet alleen uit financiële bijdragen aan de gemeenschap, het samen in gebed zijn en onderhorigheid.
De spiritualiteit van Christus  wordt begroet door het samen op weg zijn en gezamenlijk het ‘Kruis van Christus‘ te dragen.

    Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus Jezus. Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen.
        Maar ik [Paulus, spelleider] moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is en ik van de wereld.
      Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is. En allen, die zich naar die regel zullen richten – Vrede en Barmhartigheid zal over hen komen, en ook over het Israël van GodGal.6: 12-16.

Paulus was een spelleider en wat voor een; hij ging door dik en dun wanneer dit het navolgeling-schap van Christus betrof.
Maar waarom hield hij bovenstaande tekst aan de vroege christenen voor, aan  hen, die afkomstig uit het Joodse Geloof en zich door de doop bij Christus hadden aangesloten.
Het ging om de vraag of zij werkelijk in de praktijk brachten hetgeen zij bij hun doop hadden voorgenomen:
– “   Heb jij je verzaakt aan de satan en al zijn werken en al zijn geesten en al zijn diensten en al zijn pracht en praal“
– “ Heb jij je daad-werkelijk bij Christus aangesloten?, “Geloof je met hart en ziel in Hem?
”.
        Zovelen blijken uit verlangen een ​​goede vertoning in het vlees te maken, zich uiterlijk [te laten besnijden/dopen] voor te doen, maar gaan iedere gelegenheid, waarbij het Kruis in beeld komt uit de weg.
Maar God verhoede dat je zou moeten opscheppen, dan behalve in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld gekruisigd is en wij afgesneden zijn van de wereld.
      Ook in de tijd van Paulus waren er al mensen, die zich slechts uiterlijk als christenen voordeden, tienden betaalden, gezamenlijk in gebed waren, maar wat de onderhorigheid aan het Kruis betreft – distantieerden zij zich.

De dubbelzinnigheid van de mens
We hebben heden-ten-dage veel van dit soort mensen in de Kerk.
Mensen met twee petten op, met twee gezichten, zij zijn dubbelzinnig:
      Zij richten zich enerzijds op het Geloof in Onze Heer, Jezus Christus en anderzijds op de wereld om zich heen; in bepaalde opzichten trekt het ascetische, het monastieke hen misschien wel aan, maar aan de andere kant stellen zij zich ondergeschikt op aan de leiders van de wereld [òf aan de op de wereld gerichte leiders van de kerk].
Zij gaan gebukt onder de onvermijdelijke dubbelzinnigheid, waarvan de tegenstrever maar al te graag gebruik van maakt, omdat de ‘Kracht van het Kruis‘ in hun ontkennen verstrikt is geraakt.
Zij zoeken het gemak en het comfort; en juist ‘dìt’ vormt de grootste ketterij van onze tijd: een  Christendom zònder het Kruis; een christendom zònder opoffering; een christendom 
zònder ascese; blijkt een Christendom te zijn zònder liefde voor het vak!
We praten vandaag de dag over liefde, we horen – de hele tijd – over liefde, en meestal heeft het toch niets te maken met de liefde van God, doch betreft het de liefde voor het ‘zèlf’, welke overheerst!
En daardoor blijf je gevangen zitten in zelfvoldoening:
    wij [christenen] zijn goed en we leven [volgens iedereen om ons heen] overeenkomstig de wet, het vervullen ervan; we zijn gewoon goed in de ogen van God [en] wij, ja ‘wij‘ geloven.
Wij hebben het zo ontzettende getroffen met onszelf, met onze gemeenschap, met onze identiteit, maar ten opzichte van de liefde van Christus, ‘de liefde van Zijn Kruis’ hebben wij onszelf vèr van Hem verwijderd.
Mensen, die in de schaduw van de liefde tot zichzelf blijven hangen, uit zelfgenoegzaamheid, zijn levende slachtoffers binnen de kerk en verstoren het christelijke wereldbeeld, het φρόνημα [Gr. = , de christelijke ethos].
De Orthodoxe geest, het bemachtigen van het Hemels Koninkrijk, de staat van verheerlijking is een kwestie waarop het ware Orthodoxe Geloof wordt beoefend [= de ‘Orthopraxie’].
Of ze nu op de geestelijke weg -links of rechts- afwijken het maakt niet uit, ze blijven op de wereld gericht.  Zij blijken niet in staat te zijn de grootsheid van ‘het geestelijk leiderschap van Christus’ te onderkennen en dienen slechts als uiterlijke vertoning, voor de Wet, voor ‘zoals het volgens de mensen hoort‘ en vergeten
‘Wàt’ voor hun zielenheil als eerste voorop gesteld dient te worden.

          Het draait bij God in de eerste plaats om het navolgen van Christus, Zijn Zoon, Die ons via de Blijde Goddelijke Boodschap duidelijk heeft gemaakt dat wij ons Kruis dienen op te nemen en Hem via ons persoonlijke kruis dienen te volgen.

‘En dient zijn kruis op te nemen en Mij te volgen‘, Marc.8: 34

Eerst, Christus, eerst, het Kruis, en eerst dàn al het andere, inclusief onze wereldse identiteit, en alleen in Christus, en alleen in het Kruis,
alleen ‘Dàt’ geeft rust en heeft betekenis, diepte en regeneratie [geestelijke wedergeboorte].
Wij mensen zijn geprogrammeerd in vormen van geschiedenis, persoonlijke identiteit, nationaal denken, maar in plaats dat wij gered worden, verliezen we alles, omdat we ‘Christus en Zijn Blijde Boodschap‘ zijn kwijtgeraakt!
Alleen Christus kan het Volk, de mensen redden, alleen Hij kan de Kerk redden, alleen Hij wil en kan òns redden.
En wanneer we het offer van het Kruis ontkennen, ontkennen we de Genade van het Heil, de Vrijheid, Die op de Genadegave volgt.

En omdat ze twee heren proberen te dienen – spannen zij het paard achter de wagen – plaatsen de Heer, achter de wereld.  Je hebt daarbij de leidinggevenden, die zich niet inzetten voor nauwkeurigheid van het Geloof, het onderkennen van de menselijke tekortkomingen [zonden] – en zij die dìt doen noemen wij fundamentalisten, zeloten. Ze spreken van ‘updaten’, maar wat ze bedoelen is veranderen, perverteren, vervormen, het compromis met de wereld, omdat zij  Paulus niet navolgen en met hem weigeren te verkondigen dat:
    God verbiedt me dat ik mijzelf op de eerste plaats stel, in alles – behalve in het Kruis, wat  ik mij in Christus heb beloofd te zullen dragen‘ !
Ze maken het ascetisme bespottelijk, ze bespotten de onthouding, ze hebben ijver voor de uiterlijkheden, zij hebben geen ijver voor de nauwkeurigheid van het Geloof.  Ze proberen er zo voordeling mogelijk op de voorgrond te treden en als belangrijke personen de eerste plaats in te nemen in de ogen van de buiten-wereld, van die onbekeerden en beweren dat slechts ‘zij‘ de tradities van de voorvaders hebben verlaten.
Dat wil zeggen, ze zochten compromis met de geest van de wereld en het ongeloof van de Joden, met de vijanden van het Kruis !,
teneinde een compromis te sluiten om een hervorming uit de weg te gaan, omdat ze –‘niet werkelijk’– geloofden.  Onder al dit -op de wereldse werkelijkheid- gericht zijn, komt uiteindelijk deze weerstand klip en klaar naar voren en blijkt een gebrek aan vertrouwen te zijn in het offer van onze Heer en Verlosser.
Zij wilden ‘hèt hoof-item’, ‘hun’ Kruis zo veel mogelijk ontwijken!

‘Petrus verdrinkt’, byzantine mosaïc.

De geschiedenis van de kerk zit vol met zulke mensen, tot op de dag van vandaag aan toe en het lijkt wel of we er in onze tijd mee overweldigd worden- door veel van zulke valse, verraderlijke christenen.
De Heilige Johannes Chrysostomos zegt dat ze Christus liever beledigen en zelfs verwerpen, aangenaam zijn voor mensen; liever beledigen ze God om de mensen te behagen !
Ze behagen slechts de mens en haar vijandelijk tegenstanders van het Kruis.
Het leven van de Kruis vereist opoffering; Christus eist van ons offers, omdat
opoffering ‘liefde tot God en de naasten’ inhoudt.
Indien we onszelf niet opofferen, houden we niet van God en wanneer wij ons daarvan verwijderen, kunnen wij onmogelijk verenigd worden met God, Die onvoorwaardelijk ‘Liefde‘ is.
Het Kruis is ons pad, onze opening tot het leven van liefde met de Meester, het Eeuwige leven waar we allemaal naar op zoek zijn.
Indien we het Kruis opzij zetten, wijken we af van de weg naar God; want we leggen de liefde opzij. Als we het kruis verloochenen, ontkennen we het offer, wij ontkennen de kruisiging van ons intellect.

Wanneer een mens in zonde valt, in welke zonde dan ook, dient hij echter de Liefde en Genegenheid van de Hemelse Vader voor Zijn kinderen niet vergeten.
Als we God’s Barmhartige Liefde tot de mensen vergeten, dan komen wij òm in een verscheidenheid van strafbare feiten, verwaarlozen wij het goede en wijken af van de voorgenomen geestelijke weg.
Omgekeerd wanneer we ons inzetten de tegenstand te weerstaan door òp te staan en te vechten tegen God’s vijanden, en iedere dag opnieuw proberen ons Kruis op te nemen en het beschadigde weer te herstellen en afstand nemen van degene wat de wereld ons voorhoudt, vormen wij het evenbeeld van de profeet, die zegt:
Verblijd u niet over mij, mijn vijanden: al ben ik gevallen, ik zal weer opstaan;
al zit ik in het duister, de Heer zal mij tot Licht zijn
Micha 7: 7-9.
We zijn in geen geval daarom in staat om de oorlog te stoppen en dienen daarom standvastig te blijven de gevolgen van een definitieve nederlaag te voorkomen en onze ziel in Christus, zolang Hij in ons leeft en ademt, proberen te redden.
Zelfs indien de drager van onze ziel elke dag te kort schiet en zijn geestelijke goederen verliest,
behoeven wij onze Hoop op redding niet te verliezen.
Het Geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet zietHebr.11: 1.
Wie het Woord veracht, zal te gronde gericht worden, maar wie het gebod vreest, hem zal dat vergolden wordenSpr.13: 13.
Wij worden in alles verdrukt, maar niet in het nauw gebracht; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld2Cor.4: 8.
Want in de Hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen?Rom.8: 24.
Tenslotte:
En dàn is er onze Heer en Verlosser, Die in Zijn strijd met ons mee lijdt en  Hij ziet wat voor ongelukje jou is overkomen en Hij zal in al Zijn Barmhartigheid jou de Kracht geven om geduldig te zijn en de agressieve vijandelijke pijlen tegen te werken.
Dàt is de Wijsheid, Die God de mens verleent en de mens is slechts een wijze zieke, wanneer deze zijn Hoop niet heeft verloren.
Het is beter om weerstand te bieden aan slechts een paar fouten, die we hebben gemaakt en die we niet wisten te corrigeren,  dan om onze strijd volledig te staken. 
H. Isaäc de Syriër

Orthodoxie – Heiligen hebben een -‘ander leven’- dan ‘het huidige’ voor ogen

Bereid jezelf voor op de reis van je leven. Het is niet onze bedoeling jouw leven zorgeloos te laten verlopen door al je problemen maar even op te lossen.
Wèl proberen we je een beetje op weg te helpen, je tot de weg ter vervolmaking te verleiden, die vrij is van smet of schuld.
Het is namelijk bekend dat je zonder smet of schuld te ervaren een hoop van je problemen van je af kunt laten glijden. In feite zul je door het nastreven van volmaakt mens zijn soms verbijsterd raken door, ook geïntrigeerd. Door opgewekte nieuwgierigheid zul je jezelf liefdevol vragen gaan stellen en dolblij worden, doordat je verleid bent uit de mist van verstandsverbijstering en de doofheid door platte afgezaagde beweringen. 

Heiligen denken en leven heel erg ‘Zwart-Wit’, zij zijn navolgers van onze Heer Jezus Christus, de Zoon van God.
In ons land zijn er vandaag de dag nog maar weinig mensen over, die nog enigszins op de hoogte zijn van onze Heer en Verlosser en zijn Pedagogie.
Ondanks de overvloedige Genadegaven wordt onze aandacht telkenmale afgeleid door wereldse ervaringen. 
En indien ons Heer en Meester ons met Zijn gaven niet als een goede Herder de goede kant op geleid had waren wij door de tegenstrever verslonden.
Ik vermeld hierbij de Genadegaven des Heren, en het is voor mij als een tweede natuur geworden om hierover melding te maken, omdat de menselijke ziel de Heer in de Heilige Geest herkent en op de hoogte is, hoeveel Hij wel niet van mensen houdt. De overvloed van Zijn liefde en Zijn deugd zal onze persoonlijke zonden niet in herinnering houden. Mijn geest verlangt gaandeweg nietsvermoedend of ze bidt of schrijft of praat over God, en op wereldse aangelegenheden zit mijn ziel in het geheel niet meer te wachten – vanaf den beginne [in principe] wil de mens dat helemaal niet horen of zien, in het geheel niet tegenkomen.

En het zijn er nog minder, die weten hoe betrouwbaar en relevant Zijn Woorden zijn.  Onze Heer en Verlosser heeft zo’n uniek Woord gesproken en voorzeggingen gedaan, dat Hij onherroepelijk door de mand zou vallen wanneer  ook maar een טיטל [Hebr.= tittel] niet zouden kloppen.
De tittel en de jota zijn de twee kleinste tekens uit het Hebreeuwse alfabet.
Neem alleen al Zijn uitspraak over ‘de Waarheid‘. Hij zegt niet alleen dat Hij de waarheid spreekt, maar ook dat Hij de waarheid ‘is’ !  In de weergave van Zijn Blijde Boodschap door Johannes de Theoloog staat vermeld:
    Thomas [de ongelovige, Hebr.= ‘ tweeling‘ ] zei tot Hem:
‘ Heer, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg
[die wij moeten gaan]?’.
Jezus zei [daarop] tot hem:
    Ik ben de weg en de waarheid en het leven;
niemand komt tot
[God] de Vader dan door Mij.
Indien jullie
[apostelen, navolgers] Mij kende,
zouden jullie ook Mijn Vader gekend hebben.
Vanaf nu af aan kennen jullie Hem en hebben jullie Hem gezien.
Philippus [Hebr.= ‘liefhebber’, die van ‘ik zag u onder de vijgenboom’]
zei
[daarop] tot Hem:
‘Heer, toon ons de Vader en het is ons genoeg’.
Jezus zei tot hem:
Ben Ik zolang bij je, Philippus
[‘liefhebber’], en ken je Mij niet?
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zeg je dan: ‘Toon ons de Vader?’.
Geloven jullie niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is?
De woorden, die Ik tot jullie spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar
de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken.
Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat jullie ook vragen in Mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden.
Indien jullie Mij iets vragen in Mijn naam, Ik zal het doen. Wanneer jullie Mij liefhebben, zullen jullie  Mijn Geboden bewarenJohn.14: 5-14.

Hiermee stelt onze Heer en Verlosser Zich heel kwetsbaar op.
Want indien Hij inderdaad ‘de Waarheid’ is, dan moeten al Zijn woorden,  inclusief datgene wat Hij voorzegd heeft, ook waar zijn.
Zou men Hem op ook maar één leugen of onwaarheid betrappen, dan  zouden al zijn aanspraken krachteloos worden.
Het bijzondere feit doet zich dan ook voor, dat wij onze Heer en Meester nog
nooit op een leugen of onwaarheid hebben kunnen betrappen.
Zijn uitspraken houden al zo’n tweeduizend jaar onwankelbaar stand en
Zijn voorzeggingen komen één voor één uit.
Dat Zijn Woord ook nu nog steeds van Kracht zouden zijn heeft Hij trouwens ook voorzegd:
      Zij [de uitverkorenen] zullen De Zoon des mensen zien komen op de wolken, met grote Macht en Heerlijkheid. En dan zal Hij Zijn engelen uitzenden en Zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het uiterste van de aarde tot het uiterste van de Hemelen.
Leert dan van de vijgenboom deze les: ‘Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is’.
Zo moet gij ook, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het nabij is, voor de deur. 
Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. De Hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen niet voorbijgaanMarc.13: 26-31.

Jezus belooft Zijn volgelingen de Trooster.
Vlak voordat Hij -‘als onze Heer en Meester van ons leven’-  zou worden gedood, opgewekt en opgenomen;  deed Hij nog een andere voorzegging.
Hij beloofde Zijn Volgelingen, dat Hij een andere Trooster zal sturen.
Hij doelt daarbij op de Heilige Geest.
Deze zal de lege plaats van onze Heer en Verlosser op aarde innemen.
Het grote voordeel van de Geest is, dat Hij niet alleen ‘bij’ maar ook ‘in’ de gelovige zal zijn.
God heeft ons dit via onze Heer en Verlosser kenbaar gemaakt:
    Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zendenJohn.16: 7.
    Indien je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijvenJohn.14: 15-17.

Akathist – alles draait om de Geboorte van Christus en bekijkt alles vanuit de goddelijke menswording

Het huis van God, de tempel dat zijn wij ‘zelf’.
Indien wij ‘zelf’ het huis van God zijn, worden wij -‘hier en nu’- in deze tijd gebouwd om aan het einde der tijden te worden ingewijd.
Het gebouw, of liever het bouwen zelf betekent zware inspanning, de inwijding hiertoe, door de doop, betekent slechts het begin van één groot feest – een  wedergeboorte.
Wat hier gebeurt wanneer het gebouw van het onvoorwaardelijk Geloof verrijst, vindt ook plaats, wanneer gelovigen in gemeenschap ‘in Christus’ bij elkaar komen. Want door het Geloof van christenen, de navolgers van Christus, worden zij als bouwmateriaal, hout en stenen, uit de bossen en de bergen. En eerst dàn worden zij onderwezen in het Geloof en gedoopt en ontvangen zij de Myronzalving, worden zij door de kruinschering tussenpersoon tussen God en henzelf.
Het is alsof ze door timmerlieden en metselaars worden bewerkt en rechtgemaakt en bijgeschaafd. 
Toch kunnen ze het huis van de Heer alleen maar bouwen indien  zij het ‘in Liefde tot God en elkaar’ in elkaar zetten.
⁌  Wanneer de balken en stenen zich niet hechten op de juiste wijze en in de voorgeschreven volgorde,
⁌  Wanneer ze zich niet vreedzaam verbinden en zich niet liefdevol aan elkaar hechten, dan zou niemand daar naar binnen gaan.
Inderdaad, wanneer je ziet dat in een bouwwerk, in een gemeenschap de stenen en balken zich goed hechten, ga je met een ‘veilig‘ gevoel naar binnen en ben je niet bang dat het zal instorten of vergaan.
Omdat Christus de Heer naar binnen wilde en in ons wilde wonen,  zei Hij alsof Hij aan het bouwen was:
Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief.
Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben
John.13: 34.
Ik geef jullie een nieuw gebod…
Jazeker, jullie waren oud en vervallen,
jullie waren nog geen huis voor Mij aan het bouwen,
jullie lagen in je eigen bouwval.
Dus om bevrijd te worden uit die vervallen,
vernietigde bouw, die bouwval
dienen jullie elkaar lief te hebben, als jezelf.
    Hieraan zullen allen weten, dat jullie volgelingen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.
Simon Petrus zei
[daarop] tot Hem:
Heer, waar gaat Gij heen?     Jezus antwoordde:
Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen, maar gij zult later volgen.
Petrus zei [daarop] tot Hem:
Heer, waarom kan ik U thans niet volgen? Ik zal mijn leven voor U inzetten!
Onze Heer en Verlosser antwoordde: ‘ Uw leven zult gij voor Mij inzetten?
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de haan zal niet kraaien, eer jij Mij driemaal verloochend hebt
John.13: 35-38.
Dit is de beweegreden waarmee onze Heer en Verlosser ons geneest, met de woorden:
“    Hou goed moed, hou ondanks je vallen en opstaan vol, want je Geloof heeft je gered”; ga dit maar na -ook bij de heiligen- wordt bij al hun genezingen gevraagd:
    Heer, Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm u over mij, arme zondaar”.
God, onze Vader, in de Hemelen heeft Zijn kinderen nimmer voorgehouden dat
zij ‘niet’ zullen worden overweldigd door verdrukkingen of beproevingen, maar
Hij zegt dat Hij mèt hen zal zijn en dat ze niet in verval zullen geraken, zullen verteren of verbranden.
Als Vader belooft God niet dat Hij zijn kinderen altijd om de moeilijke omstandigheden heen leidt, maar Hij heeft wel beloofd Zijn kinderen te bewaren, te bemoedigen en te beschermen.
Als Vader bemoedigt Hij ons en zegt ons als Zijn kinderen die door beproevingen en andere hete vuren moeten gaan:
Ik heb jullie verlost, Ik heb je bij je naam geroepen, jullie zijn van Mij.
Wanneer jullie door het water trekken, ben Ik met jullie;
gaan jullie door rivieren, zij zullen je niet wegspoelen;
als jullie door het vuur gaan, zullen jullie niet verteren en
zal de vlam u niet verbranden
” Isaiah 43: 1-2.
Paulus herhaalt en bevestigt dit later door te zeggen:
Het Koninkrijk van God [der Hemelen] bestaat niet in woorden, maar in Kracht.
Wat wilt gij? Moet ik met de roede tot u komen, òf met Liefde en
in een geest van zachtmoedigheid?
1Cor.4: 20,21; en vervolgens:
God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd:
hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan

1Cor.10: 13.

Ik wens jullie veel wijsheid en sterkte in de strijd op de geestelijke weg,  waarbij je door hete vuren en diepe duisternis wordt geleid.
Met en in Christus zàl je overwinnen want “‘Hij’ is overwinnaar, de Pantocrator!”  Onthoud dat wanneer je omringt wordt door duisternis dat het nooit van God is want in Hem is geen duisternis [1John.1: 5],
jij zult persoonlijk tot de ontdekking komen, dat de Waarheid in Zijn Licht altijd overwint.
”  
Zalig de mens, die niet gaat naar de raad van goddelozen.
Die niet stil houdt op de weg van zondaars, noch plaatsneemt in de zitting van wie een ‘pest’ zijn.
Maar die vreugde vindt in de Wet des Heren: die Zijn Wet overweegt bij dag en bij nacht.
Hij/zij staat als een boom, aan stromend water geplant; die te zijner tijd vrucht draagt.
Zijn/haar loof valt niet af, en al wat hij doet zal voorspoedig gelukken
Psalm 1: 1-5, vert.ROK ‘s-Gravenhage

 

29e Zondag na Pinksteren- Zondag van onze Heilige Voorvaderen

Onze Heer en Verlosser zei tot een van de voornaamste Farizeeërs, bij wie Hij aan de maaltijd was uitgenodigd:
“ Iemand richtte een grote maaltijd aan en nodigde velen.
        En hij zond zijn dienaar/slaaf uit tegen het uur van de maaltijd om tot de genodigden te zeggen: Komt, want het is nu gereed. En zij begonnen zich allen opeens te verontschuldigen.
De eerste zei tot hem: ‘Ik heb een akker gekocht en ik moet die noodzakelijk gaan bezien; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd’.
En een ander zei: ‘Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga die keuren; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd’.
Weer een ander zei: ‘Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen’.
        En de dienaar/slaaf kwam terug en berichtte zijn heer deze dingen.
Toen werd de heer des huizes toornig en zei tot zijn dienaar/slaaf:
‘Ga aanstonds de straten en stegen van de stad in en breng de bedelaars en misvormden 
en blinden en lammen hier’.
En de dienaar/slaaf zei: ‘Heer, wat gij hebt opgedragen, is geschied en nog is er plaats’.
En de heer zei tot de dienaar/slaaf:
‘Ga de wegen en de paden op en dwing hen binnen te komen, want mijn huis moet vol worden’.
Want ik zeg u: ‘Niemand van die mannen, welke genodigd waren, zal van mijn maaltijd proeven.
        Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren’
”.
Luc.14: 16-24;Matth.22: 14.

    Wanneer Christus verschijnt, Die ons leven is, zal ook jij met Hem verschijnen in Heerlijkheid.
Doodt dan de leden, die op de aarde zijn:
ontucht, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke dingen de toorn van God komt.
Daarin hebt ook jij eertijds gewandeld, toen jij in die omstandigheden leefde.
Maar thans moet ook jij dit alles wegdoen:
toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond. 
Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van Zijn Schepper, waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf [dienaar] en vrije, maar alles en in allen is ChristusCol.3: 4-11.

De Farizeeën [Hebr.= פְּרוּשִׁים, pĕrûšîm, meervoud van פָּרוּשׁ, pārûš, “apart gezet” (van het werkwoord פָּרָשׁ, pārāš)] was een Joodse religieuze stroming, politieke partij en sociale beweging.          Hoewel sommigen ‘levieten, priesters’ farizeeër waren, bestond deze partij hoofdzakelijk uit leken. Weinig farizeeën waren sociaal of financieel ècht belangrijk, zij waren immers ‘vrijgesteld’, zoals we dat tegenwoordig noemen, behoefden naast hun studie en ‘belangrijk zijn’ geen werk voor hun levensonderhoud te verrichten. Wèl waren ze scherpzinnig in het op een bepaalde manier uitleggen, opvattingen over de Thora, de Wet van Mozes en hielden zich hier -‘wat hun buitenwereld aangaat’- behoorlijk streng aan. Ze hadden zo ook specifieke tradities, waarvan sommigen de wet strenger maakten en anderen de wet juist afzwakten – het volk had er om die reden geen zicht op en bewonderde hen, zette hen zoals wij dat tegenwoordig uitdrukken op een ‘voetstuk’. Ze geloofden in tegenstelling tot de aristocratische tegenstanders, de Sadduceeën, die de mozaïsche wet volgden, maar niet de relatief nieuwe “tradities” in ‘de Opstanding’.

IJdelheid, Vanity – by Bernardo STROZZI [1581-1644] Pushkin State Museum, Moscow
Nú één van hen en nog wel een belangrijk persoon, een vooraanstaande onder hen, zoals een opper-toezichthouder had onze ‘Heer en Meester van al wat bestaat’ uitgenodigd en lag met Hem aan tafel.  Èn zoals dat bij theologen gebruikelijk is gaat het er dan behoorlijk heftig aan toe, ‘confronterend‘ zeg maar en vervolgens komt Christus met bovenstaande gelijkenis.
Wij nemen uiteraard meteen positie in – scharen ons onmiddellijk achter onze Heer en Meester, dat zijn wij immers ‘in ons soort kringen‘ gewend.

          Maar waartoe wordt deze gelijkenis ons vandaag voorgehouden?

De Blijde Boodschap, het Evangelie is een spiegelbeeld van onszelf.
Ben jij op zoek naar iemand die jou persoonlijk en duurzaam gelukkig kan maken?
Kijk dan eens in de spiegel! Onze cultuur houdt ons vóór dat we ons geluk uitsluitend kunnen vinden in dingen en mensen die zich ‘buiten’ onszelf bevinden. Onze maatschappelijke positie met de daaraan verbonden voordelen, kortom ons werk, maar ook de kerkgemeenschap en andere organisaties waartoe wij behoren.
Indien je daarop vertrouwt, kom je bedrogen uit, want duurzaam geluk is alleen te vinden in je binnenste, in de ziel, die met jouw geest verbonden is.
De werkzame geestes-ziel is de prins op het witte paard, die jou persoonlijk duurzaam geluk kan schenken.

Waar spiegel jij je aan? Hoe en waarom laat jij je vormen? 

Durf jij jezelf te zijn òf zet je een alledaags masker op? En welke rol speelt God hierbij in je leven?
    Maar onze gedachten worden verhard. Want tot heden toe blijft dezelfde bedekking over de voorlezing van het oude zonder weggenomen te worden, omdat zij slechts in Christus verdwijnt.
Ja, tot heden toe ligt, telkens wanneer Mozes voorgelezen wordt, een bedekking over ons hart, maar telkens wanneer iemand zich tot de Heer bekeerd heeft, wordt de bedekking weggenomen.
De Heer nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid.
En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de Heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde Beeld van Heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Heer, Die Geest is  conf. 2Cor.3: 14-18.

Is dat zo?

En toch ontbreekt er iets, ‘de leemte in God’

Bouwen wij Christenen, door onafgebroken Christus te volgen, het Goddelijk Beeld in ons op?
In het Oude, Joodse Verbond heeft Mozes, als ‘een grote onder onze Heilige Voorvaderen’ God gezien. Hij mocht niet Gods aangezicht zien, maar heeft wèl ‘God‘ . . . . . ‘gezien‘.
Toen Mozes – ‘het Licht’ – God had gezien, straalde zijn gezicht, zelfs zo stralend dat hij doeken nodig had om de mensen niet de verblinden.
Mozes mocht God’s Aangezicht niet zien, maar in de Thora, de Wet kunnen we lezen dat wij met onbedekt gezicht de Heerlijkheid van de Heer -‘als in een spiegel’- mogen zien.
Ja, slechts in een spiegel, kijk maar naar de icoon van Transfiguratie. Wat is de Heerlijkheid des Heren?
Dat is Zijn Goedheid en Liefde, Zijn Genadegave voor ons als mensen. Dat is de pure Liefde van God, door Zijn Zoon Jezus Christus, aan ons bewezen als Verlosser en Zaligmaker.
God’s Heerlijkheid is niet te omschrijven en gaat ons verstand vèr te boven, maar in Zijn Zoon heeft Hij dit aan ons geopenbaard, getoond.
Hij heeft het laten zien in het verzoenende bloed en het gebroken vlees.
Omziende naar de mens die ‘tégen Hem’ is, heeft Hij persoonlijk gekozen, de keuze gemaakt de breuk weer te repareren die ontstaan is en als Almachtige is Hij afgedaald naar de aarde om ons, zondaren te redden.
Dàt is de Heerlijkheid van de Heer’, waar wij ons aan mogen spiegelen,
maar het is nog groter.
Dàt kunnen wij niet bevatten, maar dàt zullen we straks zien als Christus terugkomt!

              Christus toont ons Zichzelf en zó ziet God ons ook.
Hij ziet ons aan in Christus, wij staan niet langer meer voor eigen rekening wanneer Christus onze Zaligmaker is geworden, nee Christus heeft de rekening betaald en ons vrijgekocht.
Wij gaan –stapje voor stapje op de geestelijke ladder omhoog, wanneer wij toegeven aan Zijn onophoudelijk roepen – en gaan lijken op Hem, heel ons leven verandert, want het wordt op Hem gericht.
Wij staan ‘zelf’ niet centraal, maar ‘Christus’ staat centraal en daartoe worden zijn dienaren, de spelleiders en toezichthouders, kortom wij allemaal uitgezonden, dàt is onze taakomschrijving en daarbuiten dienen wij ons als ondergeschikte dienaren, als slaven van het God’s-volk te gedragen; niet méér en niet minder.

              ‘Christus’ is ‘Hèt’, Hij is het Hoogste van het hoogste, Die we zien in de spiegel en ‘Hij’ dient gevolgd te worden en daardóór een steeds grotere plaats in ons leven in te gaan nemen – Wij dienen ‘Hèm‘ toe te laten onafgebroken in ons leven geboren te worden.
Wij worden steeds kleiner, ‘Hij’ neemt onze plaats in, wàt er ook gebeuren zal – al is de gehele wereld tegen. Dat is tevens ook het mooiste wat een mens kan meemaken, gaan lijken op Christus – door dik en dun ‘navolger van Christus‘ te zijn. Wij zullen echter als mensen altijd ons gebroken vlees ervaren en behouden, maar toch mag dit tot wasdom komen, groeien in Heiligheid.

Orthodox gebedssnoer, Comboskini of Tjotki

De Geest werkt het allemaal uit in ons, dat behoeven we niet zelf te doen.
Door het ‘onafgebroken’ gebed worden we gesterkt en door het gebed groeien we.
      Heer, Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over mij, armzalige zondaar”.

Misschien lees je dit en – ‘durf je dàt niet’ – òf  – ‘zie je het niet zitten’ -.
De Heilige Geest wil je hierbij helpen.
Stel je daarvoor open en laat je hart vervullen door de Heilige Geest van God.
Hij is ervoor naar de aarde gezonden door Christus en Hij wil ons daarin begeleiden.
We behoeven het niet alleen te doen, de Heilige Geest is bij ons
– sterker nog, de Heilige Drieëenheid is, ‘de Heilige, de Sterke, de onsterflijke’, kortom: “God is onder ons, Hij is en zal zijn”.
‘Hij’ heeft ons – ‘hier en nu’ – in deze tijd het honderd,- duizend, onnoembaar-  voudige gegeven,
“Hij” heeft ons het eeuwige leven gegeven in de komende wereld.
En indien Hij ons -‘hier en nu’- zou vragen om te sterven,
zouden we dat dan doen,
in volledige overgave,
zonder de minste klacht?
Hij richtte een grote maaltijd aan, zond Zijn spelleiders uit en
nodigde er velen en Hij diende hierin tot het uiterste te gaan
teneinde ons te bewegen op Zijn uitnodiging in te gaan.
Het is maar dat je dat vanaf nú onderkent, dit beseft !!!

Prok. in de 8e toon:
refr. “ De Heer is nabij
aan allen, die tot Hem roepen”.
– “Genadig en Barmhartig is de heer;
grootmoedig en eindeloos Barmhartig
” refr.
– “Al Uw werken, Heer, belijden U;
al Uw gewijden zegenen U
”. refr.
– “ De Heer is nabij”,
slot: “aan allen, die tot Hem roepen”.

All. in de 8e toon:
Opent uw poorten, o Vorsten;
ga open, eeuwige poorten,
opdat inga de Koning der Glorie.
Wie is de Koning der Glorie?
De Heer der Heerscharen,
Hij is de Koning der Glorie”.

Apolytikion     tn.2.
    In het Geloof hebt U de Voorouders gerechtvaardigd, en
in hen hebt U reeds tevoren
de KERK uit de volkeren aan u verloofd, terwijl
zij zich verheugen in Heerlijkheid,
omdat uit hun zaad de vrucht is voortgekomen,
die zonder zaad gebaard heeft.
Door hun gebeden, o Christus God,
ontferm U over ons
”.

Kondakion      tn.6.
    Het met handen gemaakte beeld hebt gij niet willen vereren.
Daarom werd Gij beschut door de niet-gemaakte Wezenheid,
en in de arena van het vuur zijt gij verheerlijkt.
overwonnen temidden van de vlammengloed
heeft uw drietal de Ene God aangeroepen.
‘kom ook tot ons te hulp’,
U, Die de mensen Lief heeft, want
U kunt alles wat U wilt”
.

Ikos.     tn.6.
    Strek uit Uw Machtige hand,
waarvan U aan de Egyptenaren de Kracht hebt getoond,
zoals de door hen aangevallen Hebreeën mochten aanschouwen:
laat ons niet in de macht van de vijand,
lever ons niet over lande dood die ons verslinden wil,
en sta niet toe dat wij verzwolgen worden door de haat van de satan;
maar kom nader tot ons en red onze zielen, zoals
u eens de jongelingen in het vuur van Babylon gered hebt.
Zij hielden niet op U in hymnen te bezingen, toen zij
omwille van U geworpen werden in de brandende oven, van waaruit
zij tot U roepen:
‘Kom ons haastig te hulp,
U, Die de mensen Lief heeft, want
U kunt alles wat U wilt
”.

Synaxarion van de Voorvaders

Als gegoten in de juiste vorm

Deze voorlaatste zondag voor het Kerstfeest is de Zondag van de Heilige Voorvaders.
     Verheug u, Voorvaders uit oude tijden,
           nu u Christus, de Messias ziet naderen.
Verheug u Abraham, want u bent de Voorvader geworden van Christus God.
     Wij hebben allen gehoord over Abraham, want zijn leven wordt ons verhaald door de grote Profeet Mozes in het boek an de Schepping [Genesis], dat wordt voorgelezen in de grote en Heilige Vasten. Daardoor weten wij dat hij afkomstig was uit het heidense land van de Chaldeeën, zodat zijn vader een afgodendienaar was. Toch was deze afkomst voor hem geen hinderpaal om te komen tot de ware kennis van God, want hij werd als het ware bij de hand geleid om te geraken tot het begrip van de Waarheid.
Hij overdacht dat geen enkel schepsel ooit zelf god kon zijn, en dat de ode in de zichtbare dingen onze geest op het spoor brengt van een bestaan van hogere, onzichtbare dingen.

Christuskind, detail kind, Museum Catharijneconvent, Utrecht

Daarom aanbad en vereerde Abraham deze God, Die het heelal in stand houdt en bestuurt, en Die zulk een zichtbare harmonie teweegbrengt in de betrekkingen van al wat bestaat.
     Toen hij dan ook God’s roeping in zichzelf bespeurde, aarzelde hij niet en gehoorzaamde hij met een standvastig Geloof aan dit inzicht om zijn tehuis te verlaten.
     En in diezelfde overgave mocht hij, hoewel een oud en afgeleefd man, een zoon ontvangen uit zijn lendenen, en door hem tot vader te worden van talrijke volkeren.
     En dit gebeurt op nog veel verhevener wijze nu hij ook de voorvader blijkt te zijn van Christus, de tweede Adam, in Wie heel het geslacht der mensheid is vernieuwd.

de KERK heeft bepaald dat Abraham’s feest met al de Voorvaderen gevierd wordt kort voor de Geboorte in het vlees van onze Heer Jezus Christus, omdat onze Verlosser, in Zijn Liefde tot de mensen, hem als een van de Voorouders heeft uitverkoren.
“Door de gebeden van al Uw Heiligen, O God, heb medelijden met ons.Amen
”.
uit: Meneon I, Grote feesten, ROK, ’s-Gravenhage.

Orthodoxie en de roep des Heren

Storm op de levenszee

In deze tijd van het jaar, wanneer de winternachten het langst zijn,
is onze behoefte naar ‘het Licht’ intenser. 
Sommige mensen ervaren zelfs een bepaalde depressie veroorzaakt door een tekort aan zonlicht.
Hetzelfde overkomt ons, wanneer we door onze “lange, donkere nacht van de ziel” gaan, we snakken ook maar een kleinste sprankje van het genezende “Licht’ te mogen ervaren.
De grote profeet Isaiah schreef over een “Groot Licht” dat
op een dag zou komen om mensen uit de duistere duisternis te verheffen:  

            “Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot Licht;
over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een Licht.
Gij hebt het Volk vermenigvuldigd, Zijn Vreugde groot gemaakt;
het verheugt zich voor Uw Aangezicht als met de vreugde bij de oogst, zoals
men juicht bij het verdelen van de buit.
Want het juk dat het drukte, en de stang op zijn schouder,
de roede van zijn drijver, hebt Gij verbroken als op Midjansdag.
Want elke schoen die dreunend stampt, en elke mantel,  in bloed gewenteld, zal verbrand worden, een prooi van het vuur
Isaiah 9: 1-4.

Wie/Wat is dit “Grote Licht” waarover Isaiah heeft geprofeteerd?
Het Licht zou komen in de vorm van een kind, dat uiteindelijk over de Volkeren zou regeren in Barmhartigheid en Gerechtigheid, gezeten op de troon van Zijn Voorvader, David, voor de eeuwigheid.
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en
de Heerschappij rust op Zijn schouder en men noemt Hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.
Groot zal de Heerschappij zijn en eindeloos de Vrede op de troon van David en
over Zijn [Hemels] Koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met
Recht en Gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid.
De ijver van de Heer der heerscharen zal dit doen.
De Heer heeft een woord gezonden in Jaäcob en 
het is gevallen in Israël
Isaiah 9: 5-7.
Onze Heer roept onophoudelijk en klopt aan de deur van het hart:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; 
neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en
gij zult rust vinden voor uw zielen; 
want Mijn juk is zacht en
Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Onze Heer en Verlosser heeft gezegd:
Ik ben het Licht van de Wereld.
Wie Mij volgt, zal nooit in duisternis wandelen,
maar zal het Licht van het leven hebben” John.8: 12.
De profeet Isaiah is een bijzonder begenadigde dienstknecht des Heren.
Door in-spraken en in-gezichten openbaart de Heer hem hetgeen geschieden zal.
Diep wordt hij ingeleid in de kennis aangaande de toekomst van het God’s Volk [de Kerk]. Het is alsof de profeet is geleid op een hoge berg, vanwaar
hij de komende tijden kan overzien tot aan de verre, verre horizon.
Met het geestes-oog ziet hij een lange weg en  op die weg de volkeren van de wereld en temidden van die menigte, die schare ontward hij het kleine volk van het Verbond.
Isaiah ziet hetgeen in de toekomst openbaar zal worden onder God’s leiding,
Die het Hemel en aarde, de kosmos en al wat zich daarin en op bevindt bestuurt.
En bij het aanschouwen van die verborgenheden beeft zijn hart. Hoe kan het ook anders !

slachtoffers van oorlog en geweld – Canadese begraafplaats in Groesbeek

Het volk Israël [de Kerk] heeft zich van de dienst des Heren afgewend.
Zij hebben het Heilig Verbond ver-broken, zij doen geen moeite meer, kunnen het gewoon niet meer opbrengen.
Zij lopen wereldse goden na en doen al datgene wat God hen verboden heeft.
Zij hebben geen lust in het volbrengen van de geboden en de inzettingen des Heren. Immers het is veel aantrekkelijker jezelf te begeven in wereldse aangelegenheden; Recht en Gerechtigheid hebben zij verre van zich vervreemd.
    En het gehele Volk zal het ervaren, Ephraïm en de inwoners van Samaria, die
in hoogmoed en grootsheid van hart zeggen:
     ‘Tichelstenen zijn gevallen, maar met gehouwen stenen herbouwen wij;
wilde vijgenbomen zijn geveld, maar  ceders zetten wij daarvoor in de plaats’.
Doch de Heer verhief Resins tegenstanders tegen hen en Hij hitste hun vijanden op:
     Aram in het oosten en de Filistijnen in het westen, zodat zij Israel gulzig verslonden.
Ondanks dit alles keert zijn toorn zich niet af en blijft zijn hand uitgestrekt.
Doch het volk heeft zich niet bekeerd tot Hem die het sloeg, en
het heeft de Here der heerscharen niet gezocht
Isaiah.9: 8-12.

Je ziet het om je heen in welke stad vind je nog geen wolkenkrabbers als de torens van Babylon; we rennen met z’n allen de Moloch [- ‘iets waaraan alles wordt opgeofferd’ -] achterna. Wij hebben massaal het hart in ons verhard, zijn gevoelloos geworden en volharden in het kwaad.
Maar de profeet ziet toch óok nog stralen van Goddelijk licht vallen over de lange weg, de hij met z”n geestesoog volgen kan tot aan de gezichtseinder.
Immers er is in Israël [in de Kerk] nog een overblijfsel, dat de knieën voor Baal ‘niet‘ gebogen heeft.
Een rest, van wie gezegd kan worden, dat zij door voorkomende Genadegaven de getuigenissen des Heren genomen hebben tot een eeuwige erfenis.
            “  Heer, hoezeer bemin ik Uw Wet: deze is heel de dag in mijn gedachten.
Boven  mijn vijanden hebt Gij mij wijs gemaakt   door Uw Gebod, dat in eeuwigheid bij mij is. Ik heb meer begrip dan allen die mij moeten onderrichten, want Uw Getuigenissen zijn mijn overweging. Ik heb meer begrip dan de oudsten, want ik zoek steeds uw Geboden.
Bij elke weg tot kwaad heb ik mijn voeten weerhouden, opdat ik Uw Woorden zou vervullen.
Ik ben niet afgeweken van Uw Oordelen, want Gij hebt mij de Wet gegeven.
Uw Uitspraken zijn zoetheid voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond. Door Uw Geboden heb ik verstand gekregen; daarom heb ik een afkeer van elke wet ter  ongerechtigheid.
Uw Wet is een lamp voor mijn voeten, en een licht op mijn paden.
Ik zweer en ben vastbesloten, om de Oordelen van Uw rechtvaardigheid te onderhouden.
Ik ben ten uiterste vernederd; Heer, maak mij levend volgens Uw Woord.
Aanvaard toch, Heer, wat ik vrijwillig opdraag met mijn mond;
Leer mij Uw Oordelen.
Mijn ziel is steeds in Uw handen: Uw Wet vergeet ik nooit
uit: Psalm 118[119] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Ach, hoe weinigen zijn er die zelfs in Israël [zelfs in de Kerk] . . . . .
Doch de Heer heeft hen gegraveerd in de palmen van Zijn handen.
Dat is de Heerlijkste Getuigenis, dat van hen gegeven kan worden.
Wanneer het oordeel over Israël [de Kerk] zal komen, zal ook hun weg wel in de diepte geleid worden. Velen van hen zullen mede in ballingschap weggevoerd worden.  Harde kastijdingen zullen hen niet onthouden worden.
Maar in dit alles zal de Heer hen toch niet verlaten. Immers zij zijn voor eeuwig de Zijnen. De schapen, die Zijn hand zal weiden.
Hen wil de profeet in het bijzonder bemoedigen.
Die last legt onze Heer hem op.
Ach, hoe regelmatig komt het niet voor, dat het erfdeel des Heren moet klagen:
Uit de diepten roep ik tot U, o Heer . . . ! Heer! hoor de stem van mijn smeking ; laat Uw oren aandacht schenken aan de stem van mijn smeking” uit: Psalm 129[130].
Wat zijn er niet een noden en bekommernissen, die hen van tijd tot tijd terneer drukken.  Dan is het: “ Mijn tranen strekken mij tot brood bij dag en bij nacht . . . Als ik daaraan denk smelt mijn ziel in mij weg” uit: Psalm 41[42].
Het kan de schapen, die Zijn hand weidt – zo bang te moede worden, als zij een Kruis van ziekte of smart, ja doodsangst hebben te dragen.
Zij kunnen er zo twijfelmoedig onder worden wanneer zij zien op de welvaart en welstand van de dwazen en de vrede van de goddelozen.
Dan zeggen zij bij zichzelf:
  Er is immers geen samenzwering om hen te doden; zij vinden steun in hun kwelling. Zij delen niet in het leed der mensen, zij worden niet als andere mensen geslagen. Daarom worden zij overheerst door hoogmoed, zij zijn bekleed met hun eigen onrecht en goddeloosheid …
Zij zeggen immers: Hoe zou God het weten? Is er wel kennis bij de Allerhoogste?…
Heb ik dan vergeefs mijn hart gerechtvaardigd, en mijn handen in onschuld gewassen?”
uit: Psalm 72[73] vert. ROK ’s-Gravenhage

arrenmoede; φτώχεια; فقر; poverty.

De verdrukkingen kunnen hen zó aangrijpen, dat ze moedeloos worden en hun eerste liefde verlaten. De zonde kan hen zó aanklagen, dat ze vrezen moeten kinderen der duisternis te zijn en verstoken van alle Genade.
Kom, zegt de profeet Isaiah op God’s bevel tot hen:
    Sterkt de slappe handen en verstevigt de knikkende knieën. Zegt tot de versaagden van hart: Weest sterk, vreest niet; zie, uw God zal komen met wraak, met de vergelding God’s; Hij zal komen en Hij zal u verlossen.
Dàn zullen de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden;
Dàn zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen; want in de woestijn zullen wateren ontspringen en beken in de steppe, en het gloeiende zand zal tot een plas worden en het dorstige land tot waterbronnen; waar de jakhalzen verblijven en legeren, zal gras met riet en biezen zijn.
Dáár zal een gebaande weg zijn, die ‘de Heilige Weg’ genoemd wordt; geen onreine zal die betreden; maar hij zal alleen voor hen zijn; reizigers noch dwazen zullen erop dolen
Isaiah 35: 3-8.
Na alle lichamelijke straffen en verdrukkingen ziet de profeet Isaiah ‘nieuwe tijden van gelukzaligheid aanbreken voor de schapen, die Zijn hand weidt.
In het verre verschiet ziet hij de heerlijke lichtglans van een nieuwe dag, die de Heer zal doen aanbreken voor al Zijn navolgers.
Voor Israël [de Kerk] zal de ballingschap in Babel 70 jaar duren. In die jaren van verschrikking zullen er vele zielen tot de Heer bekeerd worden.
Een deel van het volk zal nog tot inkeer komen en alle zonde en schuld voor de Heer leren belijden. Dan gaan zij nog de knieën buigen voor de Heilige van Israël om Hem te erkennen als Oppertoezichthouder.
Zó alleen kunnen zij gebracht worden tot de begeerte, dat de Heer hen zal aannemen, alle gruwelen van hen wegdoen, zover als het Oosten verwijderd is van het Westen.
Al het oude zal doen voorbijgaan en er zal een nieuwe Hemel en een nieuwe arde gevormd worden.

In de ballingschap zal de Heer Zijn kudde toch weer vergaderen en stellen onder Zijn heilige hoede: degenen, die reeds vóór de ballingschap Hem toebehoorden en degenen, die tijdens de grote verdrukking van 70 jaar Hem zijn toegebracht in de weg van vernedering en bekering.
Die allen noemt de Heer ‘Zijn Overblijfsel’.
En Jesaja aanschouwt in het gezicht, dat de Heer hen zal bestralen met Goddelijke lichtglans.  Hij zal hen voeren uit de gevangenis en doen wederkeren naar Zion.
        Daar zal geen leeuw zijn en geen verscheurend dier zal daarop komen; zij worden daar niet gevonden. Maar de verlosten wandelen daarop; De vrij-gekochten des Heren zullen weerkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd zijn, blijdschap en vreugde zullen zij verkrijgen, maar kommer, kwel en zuchten zullen wegvluchten“.
Isaiah 35: 9-10.
Welke heerlijke onvoorstelbare beloften mag de profeet Isaiah ons doorgeven als het Volk van God, als de navolgers van Christus.
Als de dagen der beproevingen voorbij zijn, zal onze Heer en Verlosser Zich keren tegen Zijn vijanden en tegen de vijanden van Zijn volk.
Dit is het, waarvan gebeden, ja gejubeld wordt :
    Komt, laat ons jubelen voor de Heer, laat ons juichen voor God, onze Heiland.
Laat ons voor Zijn aanschijn treden met belijdenis en met Psalmen juichen voor Hem. Want God is een machtig Heer, een grote Koning over heel de aarde.
In Zijn hand zijn de einden der aarde, en de toppen der bergen behoren Hem toe. Van Hem is de zee, Hijzelf heeft die gemaakt, het droge land hebben Zijn handen geschapen.
Komt, laat ons aanbidden en voor Hem neervallen; laat ons schreien voor de Heer, onze Schepper.
Want Hij is onze God, en wij zijn het volk van Zijn weide, de kudde van Zijn hand. Heden, als gij Zijn stem verneemt, verhardt dan niet uw harten, zoals in de verbittering, ten dage der beproeving in de woestijn.
Daar stelden uw vaderen Mij op de proef: zij beproefden Mij en toch hadden zij Mijn werken aanschouwd. Veertig jaar heb Ik dit geslacht verzorgd, en moest zeggen:        altijd dwalen zij in hun hart, zonder Mijn wegen te kennen’.

Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: zij zullen niet ingaan in mijn rust“.
Psalm 94[95] vert. ROK ’s-Gravenhage

Met gejuich zullen De schapen, die Zijn hand zal weiden weerkeren naar Zion.
Dat is geschied aan het einde van de Babylonische ballingschap; dat gebeurt nog dagelijks, -hier  en nu- wanneer de Heer de Zijnen opneemt in Zijn Heerlijkheid.
Dat zal eenmaal geschieden in de Jongste Dag, wanneer Christus zal weerkomen op aarde om te oordelen de levenden en de doden.
Jezus Christus onze Heer en Verlosser is gekomen en heeft voor hen de losprijs betaald, die aan Gods genoegdoening eisende gerechtigheid voldeed.
Niet door goud of zilver of door Macht en aanzien  heeft de Heer hen gemaakt tot Zijn eigendom, maar door het Heilig Bloed van de Goddelijke Zaligmaker.
Eerst waren zij vleselijk, verkocht onder de zonde.
Thans : een verkregen volk, een Heilig Volk,  verlost uit de machten der duisternis.
Isaiah heeft in het visioen twee grondwaarheden aanschouwd: oordeel en verlossing.

Ladder van Armando, vrijheidsmonument Amersfoort

Wat is jouw deel ? . . . . . Onderzoek het bij je-zelf!
Vreselijk is het zonder Christus te zijn. Buiten Hem is er geen zaligheid.
Heerlijk is het als een vrijgekochte des Heren te mogen weerkeren naar Zion.
Onze Heer wil via Zijn Goddelijke Geest door de Vader deze Genadegaven
rijkelijk uitdelen aan al degenen, die Hem met een oprecht hart aanroepen.
Want Hij is nog een Beloner van degenen, die Hem zonder ophouden blijven zoeken.

Comboskini, gebedssnoer

Blijf Hem daarom persoonlijk onophoudelijk aanroepen, zeg zo vaak mogelijk het christelijke Jezusgebed”
Heer Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over mij, arme zondaar”,
hoe vaker je dit doet hoe meer de Genade van de Heilige Geest jou toewaait,
het geeft vrede in het hart in je ziel,
het doet het vuur van de Goddelijke Geest opbloeien en
de kracht om de strijd van het leven aan te gaan.
Onze Heer blijft roepen, Hij spoed je tegemoet.

Dit gebed is onmogelijk te zeggen indien je niet
de Genadegave van de Heilige Geest bezit, omdat
dit het Woord van God verkondigt, hetgeen zegt:
Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt:
Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Heer, dan door de Heilige Geest. 
Er is verscheidenheid in Genadegaven, maar Het is dezelfde Geest; en er is verscheidenheid in bedieningen, maar het is dezelfde Heer; en er is verscheidenheid in werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt”.
1Cor.12: 3-6.
Dat wil zeggen, dat niemand het gebed van het hart kan bidden en
onze Heer Jezus Christus kan aanspreken als “Heer, Meester en God”, tenzij
hij de Genadegave van de Heilige Geest heeft ontvangen.

Orthodoxie & onderdanigheid

Wierookvat in de Kerk,
‘ . . . laat mijn gebed opstijgen . . .’.

      Tijdens het avondoffer echter stond ik op uit mijn verootmoediging en met gescheurd kleed en gescheurde mantel knielde ik, breidde mijn handen uit tot de Heer, mijn God, en zei:
      Mijn God, Ik schaam mij en durf mijn ogen niet tot U opslaan, o mijn God, want onze 
ongerechtigheden zijn ons boven het hoofd gestegen en onze schuld is gewassen tot de Hemelen.
     Van de dagen van onze vaderen af tot op deze dag toe zijn wij in grote schuld en om onze ongerechtigheden zijn wij overgeleverd,
wij, onze koningen, onze priesters, in de macht van de koningen van alle landen, aan het zwaard, aan gevangenschap, aan plundering, aan openlijke schande, zoals nu.
       En thans is ons sedert kort Genade bewezen van de Heer, onze God, doordat Hij ons heeft gelaten degenen die ontkomen waren, en ons een tentpin heeft gegeven in zijn heilige plaats, waardoor onze God onze ogen deed oplichten en ons een weinig verademing gaf in onze slavernij; want wij zijn wel slaven, maar in onze slavernij heeft onze God ons niet verlaten; Hij heeft ons gunst doen vinden bij de koningen van Perzië, dat zij ons verademing gaven om het huis van onze God te doen herrijzen en zijn puinhopen te herstellen, en ons een omtuining gaven in Juda en in JeruzalemEzra 9: 5-9

Gedienstig driespan, by Wim Romijn

Dominantie en onderdanigheid
Er bestaan mensen, die zich hun hele leven gedienstig [onderdanig] voordoen en er behagen in scheppen anderen te plezieren.
Dit kan variëren van een schone omgeving [huis, werk, kerk] en een heerlijke maaltijd voor ‘manlief’/‘vrouwlief‘, maar ook werkzaamheden verrichten voor iemand, die zich een hogere positie heeft toebedacht, als gevolg van dat hij/zij degene is, die beslist en al die anderen maar dienen te gehoorzamen, waarbij de ondergeschikte zich allerlei commando’s zal dienen te laten welgevallen.
Wees je er bewust van dat dit ouderwets overkomt, maar autoriteit afdwingen komt nog steeds in grote getale in onze samenleving voor, er is dus geen enkele reden om dit uit te sluiten.
Om te beginnen dien je jezelf af te vragen in hoeverre dit sexueel van aard is.  
Zijn deze gevoelens van oorsprong sexueel of komen ze ergens anders vandaan en vinden ze slechts hun beslag in de sexualiteit, en hoe valt dat te rijmen met de zeer vroege leeftijd waarop mensen met deze geaardheid hun gevoelens vaak al onderkennen, zich hiertoe ‘geroepen’ voelen.

Geaardheid
Als er één subcultuur is die onderdanigheid en dominantie tot het uiterste doortrekken is het wel die van de ‘total control spelletjes’ [een milde vorm van bdsm]. Het blijkt een voorkeur en een vorm van expressie, die met wederzijdse toestemming gebruikmaakt van opgelegde beperkingen, intense zenuwprikkels en het fantaseren over machtsverhoudingen en het spelen van een machtsrollenspel.
Het lijkt mij echter dat ‘net die’ mensen lak hebben aan maatschappelijke conventies en autoriteiten; ze zijn overgevoelig voor macht en daardoor autoritair. Misschien is de mate van ‘zelfbewustzijn’ er verantwoordelijk voor dat de mens in dit soort relaties die hij/zij aangaat een geconcentreerd macht’s-spelletje speelt en daarbuiten net zo wars zijn van macht en het misbruik daarvan. Indien het ‘zelfbewustzijn’ verantwoord is opgebouwd zal dat dit innerlijk afgewogen zijn en als goed ervaren worden; dat je goed bent voor jezelf, en goed voor je naaste vreemden dient te zijn; geen kwade bedoelingen, gewetensvol en zelfacceptatie; eerlijkheid en oprechtheid voorop.
Ik geloof dat, God zoals Hij is en zal zijn, Hij ons daarop zou beoordelen en daar Zijn “mening” op zou baseren. Indien jij of ik jezelf liefdevol onderwerpt of wanneer je God uit Liefde voor de mens accepteert als een Dominant Wezen, Die Zijn kind op basis van wederzijds vertrouwen en respect met up’s en down’s door het leven leidt,

Navolger van Christus
Als Christen wordt geloofd dat God diep in je zit, jij bent de Tempel van God, dat God je eigen geluk voor ogen staat, respect voor jezelf, je medemens en de natuur om ons heen.
En indien je dàt voor elkaar krijgt bereik je verlichting, zie je het ‘Licht’ – noem het de Hemel indien je wilt.
Is dat in dìt leven of een vòlgend? Een leven ná dit leven, het Hemels Koninkrijk?
Ik weet het niet, maar hoop wel dat God een goed en liefdevol mens respecteert; zonder te oordelen over het pad dat die persoon heeft gekozen.
En indien God dat niet zou doen…dan wordt het eigenlijk helemaal niet zo belangrijk gevonden wat God vindt…dan zou Hij namelijk niet als een liefhebbende Vader bij mij en mijn waarden en normen passen en zou Zijn aanwezigheid liever gemeden worden.
Echter de barmhartigheid van God ontstaat niet door het zien van de nameloze ellende van de gevallen mens, maar het komt voort uit God’s eeuwig welbehagen:
Toen de Profeet Mozes, nadat hij de Thora, de wet had ontvangen en
voor de tweede keer, gelijk de eerste, de twee stenen tafelen uit-beitelde,
het Verbond met het Volk door zijn daad bevestigde;  
beklom hij vroeg in de morgen de berg Sinaï, zoals de Heer hem geboden had en nam de twee stenen tafelen in zijn hand.
En de Heer daalde neer in een wolk, stelde Zich daar bij hem en riep de Naam des Heren uit. De Heer ging aan hem voorbij en riep: ‘ Heer der Heerscharen, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, Die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar [de] [schuldige] houdt Hij zeker niet onschuldig, de ongerechtigheid der vaderen bezoekende aan kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht.
Mozes knielde haastig ter aarde, boog zich neer en zei:
‘ Indien ik Genade in uw ogen gevonden heb, Heer, dan ga toch de Heer in ons midden, 
want het is een hardnekkig volk, maar vergeef onze ongerechtigheden en onze zonden; neem ons als erfdeel in bezitEx.34: 5-9.

Ooey Gooey was a Worm

Waarachtige vernedering is om jezelf meer zondig te beschouwen dan alle andere mensen en jezelf slechts druk te maken, te vermoeien, dat ‘niets’ goed is dat je niet voor God, met God voor ogen zouden doen.
Het werk van vernedering is:
de stilte te bewaren, jezelf in geen enkel opzicht op de eerste plaats te stellen, elke vorm van zelfverzekerde dapperheid uit de weg te gaan,
je staat ten alle tijde klaar dienstbaar te zijn, ons aan God over te geven,
bij het depressieve af – met de dood voor ogen, niet om een leugenachtig bestaan op te bouwen en daarmee een mogelijke confrontatie uit de weg te gaan, te vermijden.
God toont ons immers – tot ontsteltenis toe – Zijn Barmhartigheid.
Degene, die zich in dit soort omstandigheden dominant blijft opstellen en
door z’n manier van doen onderdanigheid blijft afdwingen zal gemeden worden.
De discussie heeft geen zin meer en valt stil – je reageert gewoon niet meer.
Maar ten opzichte van het allerhoogste, de niet-aflatende roep van God,
accepteren we de minachting van de ander en bidden slechts voor zo’n wereldse autoriteit. 
Ten opzicht van God, vestig je, draag je je Kruis en haast je je je persoonlijke wil te beteugelen, teneinde niemand te provoceren en niemand te behoeven te benijden. Je tong spreekt niet meer, je zwijgt en blijft daarin – hoe moeilijk het ook is – standvastig.
Ten opzichte van God heb je reden temeer nederig te zijn in je doen en laten.
In het bijzin van mensen spreek je niet meer van uw besef van goed en kwaad en
onderricht niet langer zonder jezelf als eerste te vernederen, opdat het menselijk nageslacht niet in verzoeking wordt gebracht.
Het is die van God komende goedheid omtrent de ellendige uitverkoren zondaar, waardoor Deze de mens dagelijks opnieuw door onze Heer en Verlosser in staat stelt Genade te ontvangen.
Het al-oude Goddelijk Woord ‘Barmhartigheid’ geeft het eigenlijk al aan:
brandend (barmen = branden) hart hebben voor een arme en ellendige!
Het zal nooit te begrijpen zijn, maar zo brandt Gods hart om de staat van de gevallen zondaar en toont daarmee vanaf den beginne Zijn Goedheid.

Christus, kijkt toe

Het navolgen van Christus stelt ons in staat, geeft ons de mogelijkheid bepaalde machtsverhoudingen tegen het licht te houden.  Het gaat er niet alleen om hoeveel we van onze naasten menen te houden.
Het heeft er vooral mee te maken of wij er persoonlijk rekening mee houden, hoe wij 
onze liefde voor de medemens aanwenden zodat ‘zíj‘ aan hun trekken komen.
 Deze door God aangeboden mogelijkheid geeft de gelegenheid onze eigen karaktertrekken bloot te leggen – onze naaste wèrkelijk te ontmoeten en in te zien wat deze wel niet voor ons betekenen kan.
Het is vrij gemakkelijk jezelf op een niveau te begeven waarbij je niets dan lof wordt toegezwaaid – moeilijker is je te verdiepen in degenen die -‘a priori’- tot je ondergeschikten/ tegenpartij toebehoren.
Eerst dàn leggen we ons eigen karakter bloot en krijgen we inzicht met wat voor wereldbeeld wij in het [christelijk] leven staan. Er komt bij een dergelijk onderzoek naar voren of wij onszelf kunnen beperken in plaats van een oordeel over anderen uit te spreken. Waarom distantieert een ander zich ten opzichte van ons doen en laten – waarom keert deze òns de rug toe.
Ja dàn blijkt de farizeeër ‘in ons‘ groter te zijn dan wij ooit hebben kunnen beseffen en storen wij ons niet langer aan het feit dat de ander zich niet volledig overgeeft aan het wonderlijke christelijk leven welke wij in onze denkbeelden voor ogen hebben gesteld.
Dàn stellen wij ons de vraag waarom de bewuste persoon zich niet op door de weekse dagen ter genezing aan ons aanbiedt; dat deze zijn heil op zondag elders gaat zoeken laten we gemakshalve maar even buiten beschouwing.
Christus heeft ons onze eigen hypocriete houding beschreven
– hoe wij omgaan met mensen die belast en beladen zijn, wij laten hen gewoon in de kou staan.
Heeft onze Heer en Verlosser ons niet overtuigd dat ook zij nazaten van Abraham zijn – ook al hebben zij zich buiten de gebaande wegen begeven; zijn ‘zij‘ het niet, die een groot deel van hun leven gebukt gaan onder de zorgen, die de toezichthouders hen opleggen?
Gedurende zoveel jaren in de kerkgemeenschap, heeft deze naaste de ‘chief executive’ misschien het gevoel gegeven dat zijn eigen gang van kerkzaken slechts door de Hemelen ‘begenadigd’ was omdat hij/zij geen ziekte had maar de eminente positie had, namelijk het Axios en de zegen van God, zoals deze zichzelf misschien had ingebeeld.
Meedogenloze dominante persoonlijkheden plegen zich te omringen door stem- of klap-vee waardoor hun eigen onvolkomenheden door de glans van hun uitstraling niet langer aan het daglicht wordt blootgesteld.
Dat is de reden waarom, wanneer Christus de slachtoffers aan boord geneest en de ‘chief executive’ ongenadig geïrriteerd is. 
Waarmee zal ik mijzelf voortaan vergelijken? Welk rechtscriterium zal in deze door de Schepper van Hemel en aarde gehanteerd worden?
Christus laat echter geen ruimte om Zijn beslissing af te wachten, om Zijn  genezen in twijfel te trekken; de Wil van God is gestoeld op een heel ander relatie dan welke wij in onze eigen zelfzuchtige gedachten hebben gevormd.
Het ideaalbeeld in deze samenleving is dat ons liefdesleven altijd maar ‘leuk en fijn’, himmeljauchend’ dient te zijn; 
onze Heer en Verlosser weet wel beter.
Mensen ‘gebruiken‘ anderen vaak als hun dienaren.
Ze vragen hen te doen wat ‘zij‘ voor ogen hebben en geven de ander daarbij het gevoel dat zij en de gemeenschap met hen, hierdoor van hen houden.
Gevangen in wat ze zelf zijn of denken wordt dan als liefde beschouwd, ze vinden dat de anderen maar dienen te doen wat ze zeggen en vragen, omdat zij er ‘recht’ op hebben, alleen omdat ze ‘eerst dàn’ van ze houden.
De liefde blijkt in werkelijkheid maar van één kant te komen, van de kant van de ondergeschikte.
En indien wij van deze situatie profiteren, hebben zij dan de plicht om dat te doen?  
Nogmaals, mensen gebruiken anderen als een zelfverdedigings-maatregel; het blijkt ‘dè oplossing‘ voor ons eigen zelfrespect.
Voor het gevoel dat wij verdienen, dat God ‘slechts ons’ heeft gezegend.
Wij vergeten dan dat we door God geroepen zijn om nederigheid op te brengen als maatstaf voor onze relaties met anderen. Dat wil zeggen, dusdanig te gaan geloven dat wij ‘in alles en overal’ via elkaar van elkaar kunnen profiteren.
Van hun gaven. Van hun deugden. 
Zelfs van hun negatieve uitstraling kunnen we leren; geduld en berouw, nèt als de benodigde houding van de strijder, de kruis-vaarder aan boord van het kerkelijk schip.
Ten slotte blijft er na evenwichtige overweging slechts de weg van de onderlinge liefde. Indien we tot dit inzicht komen en daadwerkelijk een vechthouding aan nemen op het pad van de nederigheid, eerst dàn wordt de ander als vanzelf sprekend een zegen voor ons en wij voor hen. 
Onze gemeenschappelijke relatie met de ander is de relatie die ons leidt tot Christus.
De Goddelijke Liefde zal uiteindelijk de hypocrisie genezen om elkaar te zien in termen van respect en eigenbelang, òf het nu financieel, materieel of in sociale verhoudingen betreft.
”     Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zal zijn in Mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de Heer der heerscharen, of Ik dàn niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.
Dàn zal Ik, u ten goede, de afvreter dreigen, opdat hij de vrucht van uw land niet zal verderven en opdat de wijnstok op het veld voor u niet zonder vrucht zal zijn, zegt de Heer der heerscharen.
En alle volkeren [de gehele wereld] zullen u gelukkig prijzen, omdat gij een land van welbehagen zijt, zegt de Heer der heerscharenMaleachi 3: 10-12.
Het leven met Christus in de Kerk geeft ons de gelegenheid om onszelf te beproeven, 
hoe wij doormiddel van de navolging van Christus – ànderen in nederigheid onder Zijn leiding te stellen – tot verandering kunnen zien komen.
Slechts door nederigheid wordt de Liefde tot God onder de mensen zichtbaar.

    Elke dag opnieuw wil ik U zegenen; en Uw Naam loven voor eeuwig, en in de   eeuwen der eeuwen. Groot is de Heer, en de hoogste lof waardig; aan Zijn grootheid zijn geen grenzen.
Geslacht op geslacht zal Uw werken loven, en Uw macht verkondigen.
Zij roemen de grootse Heerlijkheid van Uw Heiligheid; zij verhalen Uw wonderbare werken.
Zij zullen de kracht van Uw vreeswekkende daden vermelden, en Uw Grootheid doen horen.
Zij zullen de herinnering aan Uw overvloedige Goedheid uitjubelen, en juichen over Uw Gerechtigheid.
Genadig en Barmhartig is de Heer; Grootmoedig en eindeloos Barmhartig.
Goed is de Heer voor al wat bestaat; Zijn erbarmen gaat over al Zijn werken.
Al Uw werken, Heer, belijden U; al Uw gewijden zegenen U.
Zij zullen de heerlijkheid van Uw Rijk doen horen en spreken over Uw Macht.
Om de mensenkinderen Uw macht te doen kennen en
de Heerlijkheid van de pracht van Uw Rijk

Psalm 144[145]: 2-12 vert. ROK ’s-Gravenhage.
  Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken?
Zal het geboetseerde soms tot Zijn boetseerder zeggen:
  Waarom hebt gij mij zo gemaakt?’.
Of heeft de pottenbakker niet de vrije beschikking over het leem om
uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol,
het andere tot alledaags gebruik?
En als God nu, Zijn toorn willende tonen en Zijn Kracht bekend maken,
de voorwerpen van de toorn, die ten verderve toebereid waren,
met veel lankmoedigheid verdragen heeft –
Juist om de Rijkdom van Zijn Heerlijkheid bekend te maken over
de voorwerpen van ontferming, die Hij tot Heerlijkheid heeft voorbereid?

Rom.9: 20-23.

Nu dan zal eenieder duidelijk zijn dat er mensen bestaan,  die zich hun hele leven gedienstig [onderdanig] voordoen en er behagen in scheppen anderen te plezieren.
    God echter, die rijk is aan Erbarmen, heeft, om Zijn grote Liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door Genade zijt gij behouden -, en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende Rijkdom van Zijn Genade te tonen naar [Zijn] Goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Want door Genade zijt gij behouden, door het Geloof en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand zal roemen. Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus“  Eph.2: 4-8.

    En er was een zeker discipel te Damascus [Hebr.= ‘de zakkenwever zwijgt’], met name Ananias [Hebr.=‘ de Heer heeft genadig gegeven‘]; en de Heer zeide tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zeide: Zie, hier ben ik, Heer!                               En de Heer zei tot hem:
‘ Sta op, en ga in de straat, genaamd de Rechte
[Hebr.= ‘oordeel’], en vraag in het huis van Judas naar een, met name Saulus [Hebr.= ‘verlangd’], van Tarsen [Hebr.= שׁוֹרֶשׁ הָרֶגֶל, ‘De voet van de voet’]; want zie, hij bidt’.
En hij heeft in een gezicht gezien, dat een man, met name Ananias, inkwam, en hem de hand oplegde, opdat hij wederom ziende werd. En Ananias antwoordde:
‘ Heer! ik heb uit velen gehoord van dezen man, hoeveel kwaad hij Uw heiligen in Jeruzalem gedaan heeft; en heeft hier macht van de overpriesters, om te binden allen, die Uw Naam aanroepen’.
Maar de Heer zei tot hem:
‘ Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen van Israël [de Kerk]. Want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam.
En Ananias ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zei hij:
‘ Saul
[Hebr.= ‘verlangd’], broeder! de Heer heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg, dien gij kwaamt, opdat gij weer ziende en met den Heiligen Geest vervuld zoudt worden’.
En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op, en werd gedoopt.
En als hij spijze genomen had, werd hij versterkt.
En Saulus was sommige dagen bij de discipelen, die te Damascus waren.
En hij predikte terstond ‘Christus’ in de synagogen, dat ‘Hij de Zoon van God is
Hand.9: 10-20.

28e Zondag na Pinksteren – ga je gebukt onder zorgen; wil je gered worden, dan kan slechts God je rust geven

genezing van de gebochelde vrouw

    Onze Heer en Verlosser was bezig te leren in een van de synagogen op een sabbat. En zie, er was een vrouw, die reeds achttien jaren een geest van zwakheid had en verkromd was en zich in het geheel niet kon oprichten.
Toen Jezus haar zag, sprak Hij haar toe en zei tot haar:
Vrouw, gij zijt verlost van uw zwakheid; en Hij legde haar de handen op, en terstond richtte zij zich op en zij verheerlijkte God.
       Maar de overste der synagoge, het kwalijk nemende, dat Jezus op de sabbat genas, antwoordde en zei tot de schare: ‘ Zes dagen zijn er, waarop gewerkt moet worden, komt dan om u te laten genezen en niet op de sabbatdag’.
       Maar de Heer antwoordde hem en zei: ‘Huichelaars, maakt ieder van u niet op de sabbat zijn os of zijn ezel van de kribbe los en leidt hem weg om hem te laten drinken? Moest deze vrouw, die een dochter van Abraham is, welke de satan, zie, achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band op de sabbatdag?
En toen Hij dit zei, schaamden zich al zijn tegenstanders, en de gehele schare verheugde zich over al de heerlijke dingen, die door Hem geschieddenLuc.13: 10-17.

Heelwording van een gebroken mens‘, by Margaretha Coornstra; ‘Incarnation of a broken man‘, by Margaretha Coornstra; ‘Ενσάρκωση ενός σπασμένου άνδρααπό τη Μαργαρέτα Κοορνστά; تجسد رجل مكسور ، من قبل مارغريتا Coornstra.

    Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de Macht van Zijn Heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het Licht.
       Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden.
       Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de on-zichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het Lichaam, de gemeente.
Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is“. Col.1: 11-18.


Het zal je maar gebeuren, achttien jaar lang gebukt gaan onder de druk van een zwaar leven. Een getal, welke in de Blijde Boodschap wordt aangehaald heeft echter op de een of andere manier een geestelijke betekenis en wint daardoor voor ons aan schoonheid en aantrekking’s-kracht. Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God, terwijl het getal 8 het begin van een nieuw tijdperk aanduidt.
Over de Sabbath heb ik het onlangs al met u gehad, waarbij ik m’n verbazing heb uitgesproken dat niet méér navolgers van Christus in de wekelijkse ontmoeting met hun Heer en Meester van het leven, daadwerkelijk deelnemen aan die ontmoeting. Het wezenlijk contact met God is immers een levensvoorwaarde in deze van God [‘en gebod’] vervreemde samenleving.
Liturgie is geen Hemelse droom, maar een reëele daad op aarde ten opzicht van onze Heer en Verlosser, Die onze geest van zwakheid, die gekromd is toch maar -keer op keer – geheel weer opricht.
In het beeld van de onzichtbare God worden wij verlost uit de macht van de duisternis en in Liefde overgebracht in het Koninkrijk van God’s Zoon.

Na afloop van de dienst van het Woord, vervolgen wij dan ook de Goddelijke Liturgie met de Cherubijnen-hymne.

Cherub Charitas, communiebank 1650, museum Catharijne-convent Utrecht

        Tien tegen één dat bij het woord ‘cherubijn’ in onze samenleving gedacht wordt aan een kogelrond peutertje met vleugels. De meesten van onze omstanders weten niet beter; zo heeft ‘de Verlichting’ het ons immers voor-gehouden. Het zoet-sappige wezentje wordt al vanaf de Renaissance afgebeeld in talloze schilderijen en religieuze prentenboeken.
Theologen schudden echter het hoofd en wijzen erop dat dit vrolijke engeltje het product is van de aanhoudende pogingen van humanistisch getinte afvalligen om het christendom met heidense symboliek en mythologie te verzoenen. Zo heeft ‘kerstmis‘ volgens hen niet zozeer te maken met de werkelijke geboortedatum van onze Heer en Verlosser, maar veeleer met het vóór-christelijke midwinterfeest. Er wordt heden-ten-dage geen gelegenheid geschuwd om heiligen-feesten met niets-zeggende discussies van hun oorspronkelijke betekenis te beroven en het oorspronkelijk Christelijk Geloof onderuit te halen.
Kerst is waarachtig geen gezelligheidsfeest, waarbij supermarkten de meest uitgelezen producten trachten te slijten – het is en blijft de Geboorte in het Vlees van onze Heer en Verlosser, Diegene Wiens Blijde Boodschap, Zijn Pedagogie, de mens doet herleven – en nog steeds een mogelijkheid aanbiedt om te overleven.

     Daarom is het beslissende ogenblik in de Goddelijke Liturgie de ‘Grote Intocht‘, de processie waarin de voorganger, spelleider [priester] brood en wijn vanuit de proscomedie- [voorbereiding’s-] tafel naar het altaar wordt gebracht; het moment dat wij onze aardse zorgen terzijde stellen om de Koning van het heelal te ontvangen, onzichtbaar begeleid door engelenscharen, hetgeen wij kortweg de cherubijn-hymne noemen:

Vervolgens wordt de eucharistische Canon ingeleid en zingen wij samen met de engelen en aartsengelen, machten en krachten de lofzang tot God’s Heerlijkheid: “Heilig, heilig, heilig is de Heer Sabaoth” [Hebr. = ‘Heer der heerscharen’, benaming van God als hoogste bestrijder van het kwaad]. “Hemel en aarde zijn vol van Uw Heerlijkheid; Hosanna in den hoge.
Gezegend is Hij, Die komt in de Naam des Heren, Hosanna in den Hoge“.
Dit is de engelenzang, het grote Gloria, dat uit de hemelse eredienst [in de Kerstnacht] op aarde is gebracht. Eigenlijk doen we niets anders dan dat wij als engel-gelijkend met de  engelen meezingen:
Vervolgens volgt de Epiclese en ervaren wij dat: “God onder ons is – Hij is en zal zijn”, en dit betekent dat de tijd, de tijd waarin wij leven, door de indeling van het eeuwige Woord is geheiligd. De tijd, onze tijd, is niet een onverschillig tijdstip, niet een noodlottige gebondenheid, maar de wel-aangename tijd, de tijd, die heden in onze oren, ogen en hart vervuld is.

<<– Gebed des Heren

Wij bidden heel persoonlijk tot de Vader:
Allen :     Onze Vader, Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede, zoals in de hemel, zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood, en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven,

‘maar verlos ons van de Boze’

en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze“.
Voorganger:  Want van U is het Koninkrijk, en de Kracht en de  Heerlijkheid; Vader, Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
Allen:   “Amen”.
God’s verkeren met de mens gaat niet buiten de tijd om, niet in een mystieke verrukking, waarin tijd is als eeuwigheid en eeuwigheid als tijd, maar het geschiedt hier en nu, midden in de tijd, die door God’s scheppende en herscheppende daad is geworden tot God’s tijd, tot de Tegenwoordigheid van Jezus Christus, de Zoon van God, in ons midden.
De eredienst, ons gezamenlijk samenzijn als gemeenschappelijke navolgers van Christus geschiedt dus niet onafhankelijk van de tijd, maar in een vast verloop, wiens grond, basis-plan het verloop van de Heil’s-geschiedenis eerbiedig volgt. We treffen deze liturgische tijd aan in de dag-, week- en jaarcyclus van de Kerk, met andere woorden in het kerkelijk jaar. Wij mogen als navolgers van Christus, voorgegaan door de door Hem gezegende voorganger, spelleider [priester] de eredienst houden in het Jaar des Heren.
Het kerkelijk jaar is een menselijke poging, om de gang van de Heilsweg in de regelmatige eredienst van dag tot dag te volgen. In de Kerk, volgt de navolger van Christus, een door de kerkvaders ingericht, kerkelijk jaar, welke een waardevol tegenwicht biedt tegen de subjectiviteit van de hedendaagse prediking, men volgt bij de prediking niet z’n inval of de tijdsomstandigheden – met al z’n invloeden, maar de gang, die God Zelf met Zijn Kerk ging.

Antiocheens Orthodox in Amersfoort

Op die wijze blijft de gemeenschap voor eenzijdige prediking bewaard en komt in de orde van het perikopen-systeem de gehele inhoudt van de Blijde Boodschap achtereenvolgens ter sprake. Hetzelfde geldt in het gebed, de hymnen, de teksten van de vaders bij de verschillende handelingen.
Een eredienst kan en dient te alle tijde gehouden kunnen worden, – en daar dien  je misschien vandaag de dag niet mee aan te komen – , maar de kerk dient tevens onafgebroken ‘open’ te zijn, opdat de vele geroepenen aan de oproep van Christus gevolg kunnen geven.
Een treffend kenmerk van het tegenwoordige leven is zijn ingewikkeldheid en het onvermogen van de enkeling om het geheel te overzien;
want hoe we het wenden of keren -‘ook’- en met name in onze tijd richt onze Heer en Verlosser Zich onvermoeibaar tot de mensen, die moe zijn van het leven onder het juk van hun eigen zonden. Die verdriet hebben, niet in de eerste plaats over de zonden van anderen, maar over zichzelf – zij horen God’s roep:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal je rust geven;
neemt Mijn juk op je en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en jij zult rust vinden voor je ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.

”      Nog vier [het getal 4 kan duiden op de vier windstreken, de vier evangelisten in de schepping van
deze wereld] maanden, dan komt de oogst?
Zie, Ik zeg u, slaat uw ogen op en beschouwt de velden, dat zij wit zullen zijn om te oogsten.
Reeds ontvangt de maaier z’n loon en verzamelt hij vrucht ten eeuwigen leven, opdat de zaaier zich tegelijk met de maaier zal verblijden
John.4: 35,36.
In de Goddelijke Liturgie ontmoeten wij elkaar om God te danken, Hem te loven en Hem te verheerlijken vanwege de overvloedige Genadegaven en de rijke talenten, die Hij ons en onze gemeenschap in overvloed heeft doen toekomen.

Apolytikion     tn.3.
Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.3.
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij


Theotokion     tn3.
Gij zijt Middelaar
ster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

Orthodoxie & de gemeenschap van Heiligen, die de wereld het Licht in de ogen gunt.

Anderen smeken om liefde, waardigheid, succes en vreugde op de geestelijke weg . . . Terwijl je zelf nog steeds blind bent . . .

Het Mysterie van de genezing welke een geheel hoofdstuk in de weergave van de Blijde Boodschap van Johannes de Theoloog in beslag neemt – geeft wel aan welk belang dit Mysterie in ons leven inneemt.
Onze Heer en Verlosser geeft ons mensen van de wereld, die door verleidingen om ons heen, de weg zijn kwijtgeraakt, inzicht.
Genezing komt van oudsher voort uit God, zoals beschreven staat in:
        Maar de Heer zei tot Mozes: ‘ Wie heeft de mens een mond gegeven, wie maakt stom of doof ziende of blind; ben Ik het niet, de Heer? Nu dan, ga heen. Ik zal met uw mond zijn en u leren, wat je spreken moetEx.4: 10-12.
        De Heer schenkt het gezicht aan de blinden; de Heer richt de geborenen opPsalm 145[146]: 8.
– Blinden het Licht geven is ook een werk van onze Heer en Verlosser, welke wij een dezer dagen als kind tegemoet treden, zoals geprofeteerd in:
        Zegt tot de versaagden van hart: Weest sterk, vreest niet; zie, uw God zal komen met wraak, met de vergelding van God; Hij zal komen en Hij zal u verlossen.
Dàn zullen de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden;
Dàn zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen; want in de woestijn zullen wateren ontspringen en beken in de steppe en het gloeiende zand zal tot een plas worden en het dorstige land tot waterbronnen; waar de jakhalzen verblijven en legeren, zal gras met riet en biezen zijn.
Dáár zal een gebaande weg zijn, die de heilige weg genaamd wordt; geen onreine zal die betreden; maar hij zal alleen voor hen zijn; reizigers noch dwazen zullen erop dolenIsaiah 35: 4-8.
Het Mysterie van de genezing van de blindgeborene door onze Heer en Verlosser Jezus, de genezing van de blindgeboren mens is dus opnieuw een getuigenis van Zijn Godheid en van het feit dat Hij de verwachtte Messias is.
Ondanks deze gróte getuigenis [missen] misten de meeste omstanders de Blijde Boodschap van dit Mysterie en ‘vervolgen‘ [vervolgden] de religieuze leiders de pas genezen mens. Bovendien veroordelen [veroordeelden] ze de Genezer, Jezus Christus, die Hem een ​​zondaar noemde. Een grotere blindheid bestaat er in hun leven niet dàn in de mens die door Jezus Christus, de Zoon van God genezen werd;
Deze mens was alleen lichamelijk blind, maar ‘hun blindheid’ [is] was spiritueel, van hart en geest.
En het trieste van dit alles is dat het na ruim 2000 jaar Christendom in onze tijd niet anders is, doch wij worden -‘allen‘- als navolgers door Christus als Mozes opgeroepen: “         Heen te gaan, want God zal met uw mond zijn en u leren, wat gij spreken moet”.

1.]. Hoe reageert de blinde man nadat tot Hem gezegd werd:
            Ga heen, was u in het badwater Siloam, hetgeen [uit het Hebreeuws] vertaald wordt door: ‘uitgezonden, uitzending’.
Hij dan ging heen, waste zich aldaar en kwam ziende terug
John.9: 7. en tot sommigen van zijn buren zei hij op de vraag hem de ogen waren geopend: “     De mens, die Jezus genoemd wordt, maakte slijk, streek het op mijn ogen en zei tot mij: ‘Ga heen naar Siloam en was u. Ik ging dan heen en toen ik mij gewassen had, werd ik ziende“ John.9: 11.
Inderdaad God gaf hem de worden in de mond en het had niet beter verwoord kunnen worden – de Barmhartige God schiep uit het slijk der aarde.
    Bovendien omvat de opdracht een onderzoek of de mens wel gehoorzaamd, er wordt een reactie verwacht op het Woord van God. Uiteindelijk moedigde het de man aan, ondanks dat hij het mededogen niet in de ogen van Jezus kon zien. Hij wist op de een of andere manier dat Degene Wiens ‘stem’ hij hoorde hem zou helpen.
Het gebod van Christus testte het Geloof van de man bevestigde het en versterkte het bovendien. Zonder uitstel of aarzeling, gehoorzaamde hij het Goddelijke Gebod:
hij ging heen, waste zich en zag’.
Het lijkt -ook voor ons- maar een kleinigheid, misschien wel zinloos, als het uitspreken van je onvolkomenheden tijdens het Mysterie van de Biecht, maar juist de eenvoud van het genezingsproces en de wijze waarop wij aan God’s geboden gehoorzamen toont God, dat wij Hem gehoorzamen.
In zekere zin gehoorzaamt de blinde mens Christus blindelings en als resultaat ontvangen wij  onmiddellijk het van God gegeven inzicht en beginnen wij [opnieuw, na vallen en opstaan] aan het pad, de geestelijke weg, waarmee wij en de blinde uit deze perikoop uiteindelijk ook de ware geestelijke aanblik verkrijgen.

De Blijde Boodschap is geen hoogdravende Boodschap van de eerste onder gelijken; de Blijde Boodschap toont in al haar eenvoud respect voor de individuele mens.
God verwacht van ons, ‘eist’ van ieder van ons, dat we nederig reageren in Geloof en wanneer we dàt doen – wanneer we dàt tot op het bot begrijpen;
wanneer wij met hart en ziel geloven dat de Christus, de Zoon van God is, Die mens is geworden om de gehele mensheid te redden;
eerst dàn zal onze spirituele blindheid worden verwijderd.
Uw Geboorte Christus God, brengt aan de wereld he licht der kennis. Want de wijzen, die de sterren vereerden, hebben door een ster geleerd, U te aanbidden als de Zon der Gerechtigheid en U te herkennen als de Opgang uit de hoge. Heer, eer aan U”.
Apolytikion, 25e december.

2.]. Waarom geneest Jezus de blinde man op een bijzondere dag?:
    Nu was het sabbat op de dag, dat Jezus het slijk maakte en zijn ogen opende.
Opnieuw vroegen hem ook de Farizeeën, hoe hij ziende was geworden.
En de genezen blinde zei ook tot hen:
‘ Hij legde slijk op mijn ogen, ik wies mij, en nu kan ik zien’.
Sommige dan van de Farizeeën zeiden daarop: ‘ Deze mens komt niet van God, want Hij houdt de sabbat niet’. Anderen zeiden: ‘Hoe kan een zondig mens zulke tekenen doen?’“.
⁌   Maar wat is het ware doel van de sabbat?
God’s geboden over de sabbat zijn vervat in algemene beginselen, die we op de juiste manier dienen toe passen. Om dàt te doen, is het noodzakelijk het doel ervan te begrijpen.
Vanaf het begin van Zijn openbare leven, onderricht Jezus ons hoe Hij Zijn Pedagogie, Zijn manier van leven tot wasdom doet komen met behulp van deze principes.
De Sabbat is zo belangrijk dat Zijn bediening formeel op één dag begon en eindigde op een voorbereidingsdag voor een andere. In Zijn inaugurele preek:
    En Jezus kwam te Nazareth, waar Hij opgevoed was en Hij ging volgens Zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen.
      En Hem werd het boek van de profeet Isaiah ter hand gesteld en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven is:
De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om de verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren
Luc.4: 16-19.
Christus beschrijft hier Zijn levenswerk, Zijn opdracht van de Vader: ‘mensen bevrijden uit gevangenschap’.
Hij vermeldt specifiek dat Hij Zijn Waarheid aan de armen [dat wil zeggen de zwakken], ontroostbaar, gevankelijk, blind en onderdrukt, openbaart.
Isaiah heeft dit voorspeld: “     De Geest van Heer der Heerscharen [God] is op mij, omdat de Heer mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een Blijde Boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten, om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der Gerechtigheid, een planting des Heren, tot Zijn verHeerlijking.
Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht op geslacht. Vreemden zullen gereed staan om voor u de kudden te weiden, vreemdelingen zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn; maar jullie [ook de leken] zullen priesters des Heren heten, dienaars van onze God genoemd worden; gij zult het vermogen van de volkeren genieten en u op hun heerlijkheid beroemen
Isaiah 61: 1-6.

De sabbat – die, zo zegt Christus, “is gemaakt voor de mensMarc.2: 27 – is een sleutel-element in dit werk om mensen te bevrijden van onderdrukking.
God vestigde Zijn sabbatwet, inclusief de wekelijkse en jaarlijkse sabbatten, om Zijn ​Volk voor te bereiden om uit de geestelijke slavernij te komen en er uit te blijven.
Elke sabbat herinnert christenen eraan dat God hun bevrijder is, hun “de Opstanding” heeft gebracht en door zich hieraan te houden, laten ze zien dat ze vrij zijn en vrij willen blijven.
Wij navolgers van Christus dienen te erkennen dat het leven van de blinde man niet in direct gevaar was, maar de bevrijdende genezing van onze Heer en Verlosser werd gedaan aan iemand die chronisch ziek was.
Geestelijk zijn we hetzelfde, overvallen door slepende zonden.
God voorziet de sabbat om ons te bevrijden van de chronische problemen veroorzaakt door de verlangens van onze menselijke natuur, die nu eenmaal in deze wereld getest, beproefd  wordt.

3.]. Ontvangen alle christenen tegenstand en vervolging?
    De buren dan en zij, die de genezen blinde vroeger als bedelaar gekend hadden, zeiden: ‘ Is hij dat niet, die zat te bedelen?’. Sommigen zeiden: ‘ Hij is het; anderen zeiden: Neen, maar hij gelijkt op hem’.
Hijzelf zei: ‘Ik ben het’. Zij dan zeiden tot hem: ‘Hoe zijn dan uw ogen geopend?’.
Hij antwoordde: ‘  De mens, die Jezus genoemd wordt, maakte slijk, streek het op mijn ogen en zei tot mij: Ga heen naar Siloam en was u. Ik ging dan heen en toen ik mij gewassen had, werd ik ziende’. En zij zeiden tot hem: ‘
Waar is Hij?’. Hij zei: Ik weet het niet’.
Zij brachten hem, die vroeger blind geweest was, naar de Farizeeën.
Nu was het sabbat op de dag, dat Jezus het slijk maakte en zijn ogen opende. Opnieuw vroegen hem ook de Farizeeën, hoe hij ziende was geworden. En hij zei tot hen: ‘Hij legde slijk op mijn ogen, ik wies mij, en nu kan ik zien’. Sommige dan van de Farizeeën zeiden: Deze mens komt niet van God, want Hij houdt de sabbat niet. Anderen zeiden: Hoe kan een zondig mens zulke tekenen doen? En er was verdeeldheid onder hen.
Zij dan zeiden nog eens tot de blinde. Wat zegt gij van Hem, daar Hij uw ogen geopend heeft? En hij zeide: Hij is een profeet
John.9: 8-17.
Idere waarachtige gelovige e volgeling van Jezus Christus zal op zijn geestelijke weg soms een conflict hebben, en in een of andere vorm zal elke christen tegengesteld zijn omwille van God’s Waarheid.
De apostel Paulus waarschuwt ons:
    Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden“ 2Tim.3: 12 en dat:
    Want aan u is de Genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden, in dezelfde strijd, die gij eens van mij hebt gezien en nu van mij hoort“ Phil.1: 29,30.
God zal ons niet in het conflict achterlaten net zo min als hij de eens zo blinde man heeft verlaten. Op de een of andere manier komt Hij ons altijd te hulp.
Toen de genezen blinde mens uitgedaagd werd over zijn mening over Zijn Heer en Verlosser, antwoordde hij dapper: “Hij is een profeetJohn.9: 17.
God heeft Zijn voornemen om vervolging toe te staan, en onder hen zijn er minstens twee in des perikoop te onderscheiden:
1.]. tegenstand en vervolging zal onze getuigenis scherpen en
2.]. tegenstand en vervolging zal ons begrip van God’s bedoelingen en juiste manier van leven verdiepen.
Niet minder dan de blind geboren mens, we zouden wij allen, zowel gelovigen als de spelleiders en toezichthouders nederig dienen te zijn onze getuigenis.
Wanneer de blinde mens, die slechts onze Heer en Verlosser heeft ontmoet,
met respect, eerbied en alle eenvoud werd behandeld, hoewel deze maar weinig van Hem wist, waarom zouden wij christenen dat dan ook niet zijn
in onze verdediging van God’s Pedagogie en
ons in alle eenvoud gewoon als navolgers van Christus in ons leven aan de wereld tonen?;
zonder poespas, zonder ophef,
zonder eerste onder gelijken,
maar als lijdend onder de mensen.

27e Zondag na Pinksteren – wij zijn allen blindgeboren en de Heer vraagt: ‘ Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?’.

    Het geschiedde nu, toen onze Heer en Verlosser in de nabijheid van Jericho kwam, dat een blinde aan de weg zat te bedelen.
Toen deze hoorde, dat er een schare voorbijging, vroeg hij, wat dit was. En zij vertelden hem, dat Jezus de Nazireeër voorbijkwam.
En hij riep en zei:
     ‘ Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’.
En die vooraan liepen, bestraften hem, dat hij zwijgen zou. Maar hij schreeuwde des te meer:
     ‘ Zoon van David, heb medelijden met mij!’.
Jezus nu stond stil en liet hem bij Zich brengen.
Toen hij naderbij gekomen was, vroeg Hij hem:
     ‘ Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?
Hij zei:
     Heer, dat ik ziende zal worden!’.
En Jezus zei tot hem:
     ‘ Word ziende; uw Geloof heeft u behouden’.
En terstond werd hij ziende en hij volgde Hem, God lovende.
En geheel het volk zag het en bracht lof aan God
Luc.18: 35-43.

hetzelfde staat in de weergave van Johannes de Theoloog:
En voorbijgaande zag Hij een man, die sedert zijn geboorte blind was.
En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: ‘Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?’
Jezus antwoordde: 
 ‘Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken van God moesten in hem openbaar worden. Wij moeten werken de werken doen van Degenen [de drieëenheid’s vorm], Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan.
Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld’John.9: 1-5.

  Voorts, weest krachtig in de Heer en in de sterkte van Zijn Macht. Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen van de duivel; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.
Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.
Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het Evangelie van de Vrede;
neemt bij dit alles het schild van het Geloof ter hand, waarmee gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven;
en neemt de helm van het Heil aan en het zwaard van de H. Geest, dat is het Woord van God.
      En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligenEph.6: 10-18.

Ouderling [staretz] Païsios [1924-1994] [een wijze oudere, die door veel monniken en leken op de berg Athos (Gr.) werd benaderd, die om raad waren verlegen], leerde dat we als bijen dienen te zijn.
Een bij zal de éne bloem vinden op een mestvaalt, zo zei deze grote 20ste eeuwse leraar van de Heilige berg Athos.
Het probleem is dat het merendeel van ons zich voordoen als vliegen, die de enige stapel mest in een veld vol bloemen vinden.
Gods Wil‘ is onze bloem, we dienen ‘Hem‘ te ontdekken, te benaderen en in onszelf te zoeken en daar ‘bij Hem‘ te rade te gaan en ‘Hem‘ te vinden.

    Ik zou liever m’n leven voor Christus opofferen,
dan dat ik over de gehele aarde
[incl. de kerk] zou heersen”.
H. Ignatius van Antiochië

Laat niemand de eerste plaats innemen, of enige waardigheid naar zich toetrekken, of rijkdom, of zichzelf belangrijker voor te doen, dan die werkelijk is;
en laat niemand hem vervolgens de lage positie of de armoe ontnemen.
Want de belangrijkste punten zijn:
Het behoud van het Geloof in God, de Hoop op Christus,
het genot van die goede dingen, die we om ons heen zien
vanuit de Liefde tot God en onze naaste
”.
H. Ignatius van Antiochië

De deugden worden slechts gevormd door het gebed
dat het gematigd zijn bewaard mag worden,
dat de woede onderdrukt mag worden en
de aandoening van hoogmoed en afgunst voorkomen wordt.
In gebed wordt de ziel naar de Heilige Geest geleid en
verheft de mens zich naar het koninkrijk der Hemelen
”.
H. Ephrem de Syriër

Neem daarom als gewoonte aan tijdens de maaltijd heilige boeken [voor] te lezen, en je zult niets dan verrukkingen ervaren.
Laat deze de loopbaan van je leven zijn en
je zult een goede nachtrust vinden
”.
H Ephrem de Syriër

Het is beter om een ​​lovenswaardige strijd te verkiezen
dan een zogenaamde Vrede, die ons van God scheidt.
Het Geloof dat mij geleerd werd door de Heilige Vaders,
dat ik te allen tijde voor ogen heb gehad zonder dit aan te passen aan de tijdgeest,
dit Geloof zal ik nooit ophouden te verkondigen;
Ik ben er mee geboren en ik leef ermee tot in eeuwigheid
”.
H. Gregorius de theoloog.

” Ik wil U belijden, Heer, uit heel mijn hart. Voor het aanschijn der Engelen zing ik een Psalm voor U, want Gij hebt alle woorden van mijn mond gehoord.
Ik wil neervallen voor Uw heilige Tempel, en Uw naam belijden, om Uw Barmhartigheid en Uw Waarheid.
Want boven alles hebt Gij Uw naam verheerlijkt.
Op welke dag ik U aanriep, hebt Gij onmiddellijk naar mij gehoord. Gij hebt mij hooggeschat om mijn ziel in Uw kracht.
Dat alle koningen op aarde U belijden, Heer, want zij hebben alle woorden van uw mond gehoord. Dat zij zingen op de wegen des Heren, want groot is de Heerlijkheid van de Heer.
Hoogverheven is de Heer: toch ziet Hij neer op het geringe. Maar wat zich hoog dunkt, dat kent Hij slechts van verre.
Al moet ik wandelen temidden van  verdrukking: Gij zult mijn leven behouden.
Tegen de toorn van mijn vijanden hebt Gij Uw hand uitgestrekt: Uw rechterhand heeft mij gered.
De Heer zal vergelden; Heer, Uw Barmhartigheid is eeuwig; versmaad niet het werk van Uw handen
Psalm 137[138] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

Wij zitten momenteel in de periode – een geweldige tijd waarbij wij ons door vasten en gebed voorbereiden op de Geboorte in het vlees van onze Heer en Verlosser; het zingen van hymnen heeft de eeuwen door met hymnen de menselijke ziel gevoed en de gedachten van de gelovigen daarbij gericht op het feest van Kerst. Daarom bijgaand een gezongen Hymne ter verheerlijking van Christus’ komst in het vlees, door monnik Maximos van het I.M. Vatopaidi, Athos [Gr.]:
MP3:

Apolytikion     tn.2 van de 27e Zondag na Pinksteren
Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U“.

Kondakion     tn.2
Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion     tn.2
Onbegrijpelijk en hoogHeerlik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.