Zondag van de Verdrijving uit het Paradijs – onthouden van alle zuivelproducten – Vergeving’s Zondag

Verdrijving uit het Paradijs, conf. Masaccio [1401-1428]

      Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.
En wanneer gij vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; want zij maken hun aangezicht ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen, wanneer zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds.
       Maar gij, zalf uw hoofd, als gij vast, en was uw gelaat, om u niet bij uw vasten aan de mensen te vertonen, maar aan uw Vader, die in het verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
        Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de Hemelen, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen.
Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn“                   Matth.6: 14-21.

‘Herinnering aan het Paradijs’, detail Hieronymus Bosch 1400-1562

    Het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen van het Licht! Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd!
       Maar doet de Heer Jezus Christus aan en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.
       Aanvaardt de zwakke in het geloof, maar niet om overwegingen te beoordelen.
De een gelooft, dat hij alles eten mag, maar de zwakke eet plantaardig voedsel.
Wie wel eet, dien niet hem te minachten, die niet eet, en wie niet eet, dient niet hem te oordelen, die wel eet, want God heeft hem aanvaard.
      Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt? Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan. Maar hij zal staande blijven, want de Heer is bij machte hem vast te doen staanRom.13: 11b-14:4.

‘Op de terugweg’, detail Hieronymus Bosch; ‘أوب، دي، تيروغويغ’، فصل، هيرونيموس، بوش; «Στο δρόμο πίσω», λεπτομερώς Hieronymus Bosch.

Ieder mens, geen enkele ziel wordt uitgesloten, dient zich te onderwerpen aan de door God ingestelde krachten [εξουσίαι, exousiai], wat meer inhoudt dan een door de mensen ingestelde  burgerlijke overheid.
Gods geboden, waaronder de tien Woorden [10 Geboden] blijven ook in het Nieuwe Verbond van kracht, het zijn immers leefregels [lichtbakens op de weg] die een voordele geven van wat Liefde nu eigenlijk wel is. Zij dienen nooit als middel tot verplichting, maar dienen als leefregels tot heiliging [hoe de geroepen rechtvaardige door Geloof kan, zal en wil leven].

De Liefde achterna; Ακολουθήστε την Αγάπη; اتبع الحب

De tien woorden staan in negatieve vorm: “ Gij zult niet . . .”, omdat God en de zonde nimmer samen kàn gaan; God ‘is’ immers ‘Liefde’.
Goddelijke Liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen,  zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe. Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blij met de Waarheid1Cor.13: 4-6.

Wanneer Paulus vandaag zegt: “ Het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen” heeft hij het over de tijd [καιρός, kairos] en doelt hij op de eindtijd, wanneer onze Verlossing [het Heil] compleet gemaakt wordt.
De tijd is een verwijzing naar de laatste fase van de wereldgeschiedenis: “      En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeterenHand.2: 17-18.
Christenen hebben een plaats in “de voleinding der eeuwen”: “      Want Christus is niet binnengegaan in een Heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de Hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen; ook niet om Zichzelf dikwijls te offeren, gelijk de hogepriester jaarlijks met ander bloed dan het zijne in het heiligdom gaat, want dan had Hij dikwijls moeten lijden sinds de grondlegging der wereld; maar thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doenHebr. 9: 24-26.
Elke dag brengt ons dichter bij de wederkomst des Heren en onze uiteindelijke volledige Verlossing. Onze sterfdag is voor ieder van ons ‘de laatste dag’ voor deze eindtijd, want de tijd houdt voor ons op te bestaan.
Daarom is het leven in ons lichaam en de staat van onze ziel zo belangrijk; ons leven in het lichamelijke leven heeft een beslissende betekenis! “ De nacht is vèr gevorderd, de dag des Heren is nabij”.
Dit betekent dat ‘Christus spoedig komt’, hetgeen niet mag worden opgepakt als een dreigend iets: het is een op handen zijnde gebeurtenis, die van de wederkomst van Christus.
Voorafgaand dient de Blijde Boodschap van het Koninkrijk der Hemelen verkondigd te worden tot getuigenis voor alle volkeren.
Eerst dient er afval plaats te vinden; eerst dient de menselijke wetteloosheid zich te openbaren – eerst dán komt Christus om hieraan definitief een einde te brengen.
Er is in de Blijde Boodschap geen onderscheid tussen ‘de komst’ [παρουσία, parousia = aanwezigheid] en de Apocalyps [αποκαλψης = verschijning], hier worden dezelfde woorden voor voor de ene en enige wederkomst van Christus gebruikt.
Ook Petrus gebruikt dezelfde verwijzing: “      Het einde aller dingen is nabijgekomen. Komt dus 
tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden. Hebt bovenal bestendige liefde jegens elkander, want de liefde bedekt tal van zonden1Petr.4: 7,8. 
Het gaat in de Blijde Boodschap om de ‘nabijheid van het profetisch perspectief ‘ en niet om het chronologisch [en berekenend] perspectief.
Voor iedere Christen geldt dat z’n/haar fysieke dood ‘het einde van het aardse en het beging van het nieuwe leven’ is; daarom is er voor iedere mens nog maar een beperkte tijd over om de Wil van God te doen en Hem ter wille te zijn.
Pas op die komende dag‘, waar niemand omheen kan, komen alle verborgen dingen in het Licht te staan; alle mensen zullen voor de rechtersel in Christus voor God geplaatst worden:
      Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd Hij, die mij beoordeelt is de Heer. Daarom, velt geen oordeel voor de tijd, dat de Heer komt, Die ook hetgeen in de duisternis verborgen is, aan het Licht zal brengen en de raadslagen der harten openbaar maken. En dan zal aan elk zijn lof geworden van God1Cor.4: 4,5.
De tegenwoordige tijd wordt enerzijds gekenmerkt door onrechtvaardige rentmeesters, door sensatie en redetwisters, door heersers in de duisternis, door mensen, die door de god van deze tijd [eeuw] met blindheid geslagen zijn, door een boze wereld om ons heen — maar wordt anderzijds gekenmerkt door Christus en Zijn Volgelingen, die mensen trachten te plunderen uit de macht van de duisternis en overbrengen naar het Koninkrijk van Christus.
Wij leven in “het einde der eeuwen”, in “de voleinding der eeuwen”:
      maar thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen. En zoals het de mensen beschikt is, eenmaal te sterven en daarna het oordeel, zo zal ook Christus, nadat Hij Zich eenmaal geofferd heeft om veler zonden op Zich te nemen, ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden door hen, die Hem tot hun heil verwachtenHebr.9: 26-28.
Daarom wordt u allen vandaag aan het officiële begin van de vastenperiode gevraagd:
||| Bereid u allen voor op de ontmoeten met de Heer – bekleedt u met Christus, opdat u waardig mag worden geacht binnen te treden in het Hemels Koninkrijk.
      dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die tot het verderf zal gaan, als gevolg van zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar [de Wil van] God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en 
heiligheidEph.4: 22-24.

Vergeving
Vergeving is het opzettelijke en vrijwillige proces waarbij een slachtoffer een verandering in gevoelens en houding ten aanzien van en overtreding ondergaat, waarbij negatieve emoties zoals wraakzucht, met een verhoogd vermogen om de overtreder goed te wensen, wordt losgelaten.
Vergeving is iets anders dan vergiffenis [de actie niet als verkeerd beschouwen en vergeving nodig hebben].
De meeste wereldreligies bevatten leringen over de aard van vergeving, en veel van deze leringen bieden een onderliggende basis voor veel verschillende moderne tradities en gebruiken van vergeving.
Sommige religieuze doctrines  of filosofieën leggen meer nadruk op de behoefte aan mensen om een soort van goddelijke vergeving te vinden voor hun eigen tekortkomingen, anderen leggen meer nadruk op de behoefte aan mensen om elkaar te vergeven, terwijl anderen weinig of geen onderscheid maken tussen mensen en goddelijke vergeving.
Het begrip ‘vergeving‘ wordt over het algemeen als ongebruikelijk beschouwd op werelds, politiek gebied.
De Orthodoxie is echter de mening toegedaan dat het “vermogen tot vergiffenis” zijn plaats heeft in ‘openbare aangelegenheden‘; wij geloven dat vergeving middelen zowel individueel als collectief kan vrijmaken in het gezicht van het onherstelbare.
Bij God, als de meest menslievende is immers ‘alles’ mogelijk. 

Troparion     tn.4
  Een bittere spijs was het die Adam uit het Paradijs verdreven heeft:
hij weigerde te vasten volgens het gebod van zijn Heer,
en werd toe veroordeeld om de aarde, waaruit hij genomen was,
met veel moeite te bewerken en zijn brood te eten in het zweet des aanschijns.
Laat ons daarom het vasten beminnen, opdat
wij niet als Adam wenen moeten buiten het Paradijs,
maar dat wij daarin mogen binnentreden
”.

Kondakion     tn.6
  Gids van Wijsheid, Schenker van het verstand,
Opvoeder van de onverstandigen en beschermer van de armen,
beestig en onderricht mijn hart, o Meester.
Schenk mij het woord, Gij, Die het Woord van de Vader zijt,
want zie, mijn lippen houden niet op om tot U te roepen:
Barmhartige, ontferm U over mij, die gevallen ben
”.

Zaterdag van de asceten

 

de ‘Kruis’-dragende Gelovigen;          the “Cross” -bearing Believers;           τους “πιστούς” που φέρουν “Σταυρό”;      و “الصليب” المؤمنين.

      Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en aan wie de Zoon het wil openbaren.
       Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want
Ik ben Zachtmoedig en Nederig van hart en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht

Matth.11: 27-30.

      Maar de Vrucht van de Geest is
Liefde, Blijdschap, Vrede, Lankmoedigheid, Vriendelijkheid, Goedheid, 
Trouw, Zachtmoedigheid en Zelfbeheersing.       Tegen zodanige mensen is de Wet niet.
Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben  het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.         Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden.
Wij dienen niet praalziek te zijn, elkander tartend, elkander benijdend.
        Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt,
helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid,
ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.
        Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de Wet van Christus vervullen“ Gal.5: 22- 6: 2.

Voorafgaand aan vergeving’s-zondag, de Zondag waarop wij Orthodoxen stilstaan bij het feit dat wij de geneugten hebben verloren van het Paradijs, wordt onze aandacht door de Kerk opgeroepen tot het beoefenen van de ascese.

Pelgrim hoort de roep van de Kerkklokken; Pilgrim hears the call of the Church bells; يسمع الحاج دعوة أجراس الكنيسة

  Het staat de mens vrij om in de verloren toestand te blijven òf hij/zij kiest ervoor om innerlijk te worstelen teneinde zichzelf te hervormen”.
Philocalia.

Onze Heer en Verlosser Jezus Christus heeft ons duidelijk gemaakt dat: – al het uiterlijke -, al is het op zichzelf nog zo zuiver, – doodt -; alleen de geest heeft het leven en maakt alles levend waar hij in doordringt.
Jullie dienen daarom Zijn Pedagogie, Zijn Leer daarom ook kort en eenvoudig mogelijk samen te vatten, slechts voor zover de mensen deze over het algemeen nodig hebben. En wie deze Leer in praktijk brengt, zal ook in de mate ‘van uitwerking’ werkzaam zijn door de Geest van God in zichzelf levend doen worden en vervolmaken.

Ons grootste doel is het eigen zelf-behoud en dat is te bereiken door zelf-kennis.
Door niet langer naar onszelf te kijken en in die waan te blijven
wanneer we de ander maar blijven beoordelen,
leiden we in werkelijkheid onszelf af door naar anderen te kijken;
dat gebeurt er met degenen die zichzelf ‘
niet’ kritisch bekijken.
Wat ze bij de ander beoordelen is kracht, schoonheid, reputatie ,
[politieke] macht, overvloedige rijkdom, pracht, eigenbelang,
lichamelijke gestalte, een zekere gratie van vorm of het leven en
hebben daarmee het idee dat dit is wat henzelf ontbreekt.
Zulke personen maken een erg slechte behoeder van zichzelf: vanwege hun instelling de ander te beoordelen alsof het henzelf betreft laten ze zichzelf onbewaakt.
Hoe kan een persoon beschermen wat hij niet kent?
De meest veilige bescherming voor onze schat is onszelf te onderzoeken:
ieder dient zichzelf te aanschouwen en te herkennen hoe hij zelf is,
en  zichzelf onderscheiden in al datgene wat hijzelf tekort komt,
opdat hij niet onbewust iets anders beschermt dan zichzelf.
Het is ruim voldoende om jezelf te kennen; hou je bij je eigen opdracht en God zal je spoedig Vrede sturenH.Gregorius van Nyssa.

De mens verdringt de problemen; رجل يقمع المشاكل; Man represses the problems.

Vandaag de dag verdrinkt de mens echter haast in de vele problemen, die hem omringen.  Maar in plaats van een correcte analyse te maken van zijn eigen toestand – rekenschap af te leggen ten opzichte van de aanwijsbare aanwezigheid van zijn Formeerder en berouw toont en de hulp van God inroept, distantieert de mens zich van Degene, Die zijn voorouders als God verheerlijkten.
Zij zoeken daarentegen hun heil in magie of tovenarij, de vermeende vaardigheid de werkelijkheid te manipuleren met behulp van speciale kunstgrepen, door vaste rituelen en spreuken op basis van vermeende verborgen krachten; zij kennen daarmee rechten toe aan de tegenstrever [de duivel] en zijn gelijkgezindten en leven dus een ‘goddeloos’ leven, die tot een zekere ondergang leidt. Ze leven alsof er geen levensritme, geen gebed bestaat en begaan dodelijke zonden, dusdanig dat het normaal is geworden om hun problemen te laten oplopen en hun omgeving en hun familie te ruïneren.

Een ander val; another trap; μια άλλη παγίδα; فخ آخر

Een andere val voor velen is de zoektocht naar charismatisch gezag, welke gebaseerd is op de persoonlijke kwaliteiten van de spelleider [priester] en de erkenning daarvan door z’n volgelingen.
Deze vorm van misleiding is vandaag de dag volop beschikbaar voor slachtoffers, die mensen gezag en overwicht toekennen teneinde de spelleiders hun problemen te laten oplossen, maar ondervinden daarbij de moeilijkheid om zelf te veranderen, hun levensstijl dusdanig om te buigen dat deze zich zal richten op het spirituele.
Charismatische persoonlijkheden kunnen hele volksmassa’s – ten goede of ten kwade – in beweging brengen. Helaas zijn veel van degenen die deze charismatische bewegingen aanzetten veelal nep-charismatici en komen hun volgelingen doordat zij de regie over zichzelf niet opnemen, bedrogen uit, zelfs priesters nemen op deze wijze vele kleingelovigen in hun dwalingen mee.
Nep-charismatici hebben absoluut geen relatie met God, die ook maar enigszins lijkt op overgave en de nederige levenshouding van degenen, die zich in deze wereld bewust [in eenzaamheid] aan godsdienst en boetedoening wijden.
Het verschil in levensstijl en vernedering is enorm en het lijkt erop dat zij de authenticiteit van de levenshouding – de bovennatuurlijke gaven en ijver, die daar bij behoort, trachten te verbergen, terwijl de nep-charismaticus zichzelf wel als zodanig tentoon spreidt, de ander misleidt en hen als  slachtoffers financieel tracht te exploiteren. Veelal bezitten dit soort persoonlijkheden veel narcistische eigenliefde en gebruiken en misbruiken anderen om zichzelf te bevredigen en ‘vooral zelf‘ veel voordeel te behalen. Narcisten hebben vaak de eigenschap geen rekening te houden met anderen, dulden vaak geen tegenspraak en voelen zich boven elke vorm van [kerkelijke] wet verheven.
Na u duidelijk te hebben gemaakt wat ascese ‘niet’ is, opdat u niet, zoals velen ervaren hebben, in verzoeking mocht geraken dergelijke op het eerste gezicht degelijke praktijken na te gaan volgen, wordt nu getracht duidelijk te maken wat ascese wel is.

meer mens worden in Christus;  become more human in Christ; γίνε πιο ανθρώπινος στον Χριστό; تصبح أكثر إنسانية في المسيح.

Wat doet een asceet om zijn bestaan in de moderne wereld te rechtvaardigen?
Het lijkt er dan op alsof de asceet alleen maar gedefinieerd kan worden naar wat hij/zij uiterlijk gezien tot stand brengt, en niet naar wat hij/zij is of naar de aard en de kwaliteit van zijn leven.
Van hem/haar wordt verlangd dat hij/zij zich verantwoordt in een wereld van die slechts hoeveelheid [zelfs statistisch] waardeert, terwijl zijn/haar levenstaak gericht is op echte, waarachtige levenskwaliteit.
De asceet tracht de duidelijkheid en de waarheid van zijn/haar innerlijk bewustzijn te verdiepen om meer mens te worden in Christus, teneinde een mens te worden – ‘verlicht door de Genade en door de Gaven van de Heilige Geest’.
De wereld heeft behoefte aan mensen die vrij zijn van de eisen van de wereld,
mensen die niet vervreemd zijn door de slavernij van de wereld.
De ascetische roeping wordt traditioneel beschouwd als een charisma van vrijheid, waarin de asceet eenvoudig zijn/haar rug naar de wereld toewendt, maar die zich integendeel vrij voelt in de vrijheid van de kinderen Gods uit kracht van het feit: ‘Christus volgend in de woestijn en delend in Zijn verzoekingen en Zijn lijden, Hem kan volgen waar Hij ook mag gaan‘.
Het ascetische leven is in zekere zin aanstootgevend, want de asceet is iemand die eigenlijk geen specifieke taak vervult, althans voor de buitenwereld.
Hij/zij is vrij van de routine en de verplichtingen binnen de georganiseerde menselijke samenleving. Vrij waarvoor? Vrij om te zien, vrij om te loven, vrij om te begrijpen, vrij om te beminnen. Wat de asceten vooral zoeken, is hun eigen ware zelf – ‘in Christus‘.
En om dat te kunnen, moesten ze hun valse, uiterlijke zelf, gevormd onder de maatschappelijke druk in ‘de wereld’, volledig afwerpen.
Zulk een ideaal laat zich gemakkelijk beschrijven, maar is heel wat moeilijker te verwezenlijken. In werkelijkheid zijn er ook in het leven van een ascetische communauteit veel taken en bepaalde voorgeschreven gebruiken zodat de asceet binnen zijn/haar eigen kleine wereldje een sociaal leven leidt zoals iedereen.
Dit sociale leven kan zelfs gecompliceerd worden en een beetje te actief. En de asceet ondergaat daarbij dezelfde verzoekingen om te vluchten in zinledigheid, in ongeloof en rusteloze agitatie.
Toch is het de bedoeling van het ascetische leven een mens in staat te stellen de werkelijkheid onder ogen te zien in al haar naaktheid en ontstellende feitelijkheid, zonder verontschuldigingen, zonder nutteloze verklaringen en zonder uitvluchten. 

Agios Marcos by Fotis Kontoglou

Ascese [Gr.: ἄσκησις, askèsis] is het streven naar of het beoefenen van een reine levenswandel door de eigen hartstochten en begeerten te beteugelen en zelftucht toe te passen. Ascese kan gepaard gaan met meditatie teneinde de geest stil te maken maar ook met het beoefenen van lichamelijke onthouding van aardse geneugten.
Versterving was van oorsprong de training van atleten. Daarna werd het begrip uitgebreid tot de beoefening van wijsheid, deugd en vroomheid [zie o.m. de Stoa].
In religieuze zin is het het streven naar beheersing of onderdrukking van natuurlijke behoeften om tot een vorm van reinheid te komen.
Vasten en [seksuele] onthouding zijn in die zin vormen van ascese; de doelen van een ascetische levenshouding kunnen echter verschillen.
Het kan een vorm van boetedoening zijn, zichzelf dienstbaar op te stellen tot God, een middel tot zelf- discipline voor het geestelijk leven, het op aarde reeds verkrijgen van een hogere geestelijke status of het verwerven van verdienste voor het hiernamaals.

Agios Marcos Monastery, Karyes – Chios [Gr.]

Ook kan het zijn dat men het [eigen] lichaam of dit bestaan zelf slecht of waardeloos acht en de versterving zoekt. In de Blijde Boodschap is ascese geen doel op zich, aangezien de schepping als goed wordt voorgesteld en de mens daarin geen minderwaardig wezen is, wel wordt in het Nieuwe Testament matigheid gepredikt.
Het [vroege] christendom kende via het voorbeeld van de profeten echter wel [soms extreme] vormen van ascese zoals het kluizenaars- en -kloosterbestaan, gebaseerd op geloften van stilte, armoede, kuisheid en gehoorzaamheid.
Elke asceet nam op eigen wijze door de tijd -in volledige vrijheid; op verschillende plaatsen van de wereld en in bepaalde omstandigheden z’n/haar kruis op, teneinde Christus te volgen. Iedere asceet volgde een geheel persoonlijk pad, maar ze hebben allemaal een gemeenschappelijk doel: het onderhouden van de geboden van God en het zoeken naar hun vereniging met God.

Meteora monasteries –
Kalambaka in Thessalië, Greece

Ze bewonderen kwaliteiten als stilte, geduld, zelfverloochening, stabiliteit en de kracht die het gebed hun gaf en ze doorstonden alle mogelijke moeilijkheden.
Boven alles bewondert de één de eenvoud waaronder de nederigheid, de gratie en belangstelling voor bovennatuurlijke gebeurtenissen en behielden daarbij een eenvoud zonder prat te gaan op datgene op datgene wat hen in staat zou stellen dat ze over iets bijzonders beschikken. De ander begaf zich echter als ‘niet behorend tot de wereld’ juist onder de mensen en nam op die wijze door er onder gebukt te gaan zijn/haar kruis op.
Uit hun liefde voor God offeren zij zichzelf op voor Zijn beeld en bieden zichzelf aan om datgene wat zij veroverd hadden met anderen te delen. Zij bezitten niets, maar staan velen in hun geestelijke nood bij, in woord, door hun voorbeeld en het bijbehorende gebed.
Hun enige belang en hun verlangen is dat bezoekers door hun toedoen zover komen om God, Christus, de Zoon van God en Zijn Heilige Geest, zijnde de drie-ene-God geëerd zal worden en Christus gevolgd zal in deze wereld worden.

sight-seeing Orthodoxy

Orthodoxie is de volheid van het aloude, apostolische christendom, een ware orthodox christen worden geacht een christen zijn in de meest volledige zin van het woord, en dat is echt niet gemakkelijk.
Het duurt een leven vol constante onzichtbare oorlogvoering, ascetische discipline, zelf-verloochening, zelf-kruisiging en actieve, onzelfzuchtige liefde.
Om echt orthodox te zijn, zul je voor jezelf moeten sterven en “je leven hatenconf. Luc.14: 26
– Dit is het leven vanuit je eigen ego;

sight-seeing Orthodoxy

– Je dient te sterven aan eigenliefde en sensueel genot, die, zoals de Heilige Vaders leren, de voornaamste resultaten zijn van de herfst en de wortel van alle zonden;
– Je dient in jezelf op zoek te gaan en je eigen zonde onder ogen te zien, niet alleen als afzonderlijke handeling, maar als steeds terugkerende conditie.
– Vervolgens dien je alle subtielste passies uit te roeien die je van God afhouden.
– Je dient wrok te overwinnen door je medemens te vergeven, wat alleen kan gebeuren door de genade van Christus.
– Je dient alle verlangens naar populariteit, acceptatie, erkenning, goedkeuring en
‘zelf-liefde‘ af te leggen, zelfs ten opzichte van andere leden van de orthodoxe kerk.

‘ Neem je Kruis op en volg Mij !’

    Christus zei:
  Een ieder die zijn kruis niet draagt en achter mij aan komt, kan mijn discipel niet zijn. Want wie van u, van plan om een toren te bouwen, gaat niet eerst zitten, en telt de kosten, of hij voldoende heeft om het af te maken?” Luc.14: 27-28.
Veel mensen nemen het kruis van Christus niet op omdat ze zien dat
het te veel van hen zal vereisen. Anderen nemen het op, maar laten de kosten dan niet meetellen wanneer het te zwaar wordt. Weer anderen, die orthodox worden, doen het uit wereldse motieven: het verlangen om meer ‘correct‘ en historisch authentiek te zijn en zich vervolgens boven protestanten en rooms-katholieken verheven te voelen; de wens om de mooie esthetiek van orthodoxe liturgie te ervaren, etc.
Ze komen echter nooit tot de essentie van het orthodoxe christendom, omdat
ze niet echt het Kruis van Christus hebben opgenomen, proeven ze  nimmer de onaardse vreugde van Zijn Wederopstanding.
           “Hij die God wenst te dienen“, zegt H. Basilius de Grote [4de eeuw],
           dient zijn hart voor te bereiden op beproevingen”.
Het orthodox-christelijke geloof is een lijdend geloof:
  Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden” 2Tim.3: 12, omdat wij door het lijden eindelijk kunnen ontwaken tot onze ware toestand, ons bekeren, door Christus gezuiverd worden en in die zuivering een verblijfplaats van de Heilige Geest worden.
De grote vierde-eeuwse theoloog, H. Gregory Nazianzen, beschreef het ware christendom als ‘lijdend aan de orthodoxie‘.
Om het op te nemen is om het meest radicale, veeleisende,  alles-of-niets-leven mogelijk te maken. Alle valse motieven dienen weg te vallen, in het vuur verbrand te worden
♥︎ het vuur wat het lijden voor Jezus Christus met zich meebrengt;
♥︎ je dient zelf te proeven, waartoe en tot welke mate waarin
je daartoe in staat bent, het lijden, vervolging, en kruisiging die
de orthodoxe heiligen door de eeuwen heen hebben ervaren.
Om hun hemelse gezelschap binnen te gaan, dien je onlosmakelijk de prijs te betalen, die daarvoor staat.
Christus zei:
    Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die
tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; 
want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en
weinigen zijn er, die hem vinden
Matth.7: 13,14.

decoratie by Fotis Kontoglou

Die smalle weg wordt gevonden door pijn in het hart en jaren van berouw; het telkens maar weer afscheid nemen van gebaande wegen.
Volgens jouw verlangen en jouw streven, zul je het Koninkrijk der Hemelen binnengaan; je zult zelfs in dit leven de vruchten van het Paradijs proeven en
Christus zal je lijden met Zijn aanwezigheid vervullen.
Vervolgens zal je de vreugde van de Wederopstanding kennen, want
je zult een opstanding in je eigen ziel hebben ervaren.
      Het Koninkrijk Gods komt niet zo, dat het te berekenen is;
       ook zal men niet zeggen: zie, hier is het of daar!
       Want zie, het Koninkrijk Gods is bij [in] jouLuc.17: 21.

God-dragend; Θεόφορος;
God-bearing; الله الحاملة.

        Door middel van de Mysteriën [RK. Sacramenten], de H. Schrift, de spirituele discipline en de ascetische leringen van de Orthodoxe Kerk, wordt je in staat gesteld de Deur naar het Paradijs vinden. En dan, in je eigen hart, je eigen innerlijke wezen, zul je zelf het Paradijs vinden. Je zult ontdekken wàt en wáár gebed plaatsvindt en je zult God vinden die je gehele leven lang bij je heeft aangeklopt:
Christus, de Bruidegom van je ziel’.

    Op U, Heer, vertrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid. Red mij en bevrijd mij in Uw rechtvaardigheid; neig Uw oor tot mij, haast U mij te bevrijden.
Wees voor mij een beschermende God, een toevluchtsoord om mij te redden.
Want Gij zijt mijn sterkte en mijn toevlucht; om Uw Naam zult Gij mij leiden en voeden. Gij bevrijdt mij uit de strik, die zij heimelijk hadden gespannen.
Heer, Gij zijt mijn Beschermer: in Uw handen beveel ik mijn geest.
Gij hebt mij verlost, Heer God der waarheid; Gij haat allen die aan ijdelheid hechten.

Je bent [op weg tot een] priester voor eeuwig naar de ordening van Melchizedek; Είστε [προς το δρόμο] προς έναν ιερέα για πάντα στη διαταγή του Μελχισεδέκ; أنت [في الطريق إلى] كاهن إلى الأبد لأجل ميلشيزدك

Op de Heer stel ik mijn vertrouwen; ik juich en verheug mij over Uw barmhartigheid. Want Gij ziet neer op mijn vernedering, Gij verlost mijn ziel uit de verdrukking. Gij hebt mij niet opgesloten in de hand van de vijand, mijn voeten hebt Gij in de vrije ruimte gesteld.
Heer, wees mij genadig, want ik word gekweld; mijn oog is ontsteld door verdriet, mijn ziel en mijn hart zwak en ziek. Want in smart gaat mijn leven voorbij, mijn jaren vergaan in zuchten. Mijn kracht is door ellende in zwakheid veranderd, mijn beenderen zijn ontsteld. Niet slechts al mijn vijanden versmaden mij, maar mijn buren nog meer: ik ben een schrik voor mijn bekenden. Die mij zien vluchten van mij weg, als een dode ben ik weggewist uit hun hart.
Ik ben als een gebroken vat, ik hoor hoe velen kwaad tegen mij beramen. Toen zij tegen mij bijeenkwamen, besloten zij om mij het leven te ontnemen.
Maar ik vertrouw op U, o Heer, en zeg: Gij zijt mijn God, in Uw handen ligt mijn lot.
Bevrijd mij uit de hand van de vijand, van hen die mij achtervolgen.
Doe Uw aanschijn lichten over Uw dienaar, red mij in Uw barmhartigheid.
Heer, laat mij niet beschaamd staan omdat ik U heb aangeroepen, maar laat de goddeloze te schande worden en afdalen in de hades.
Doe bedrieglijke lippen verstommen, die kwaad spreken tegen de gerechte met trots en hoon.
Heer, hoe groot is de overvloed van Uw Goedheid, Die Gij verborgen hebt voor wie U vrezen. Die Gij bewijst aan hen die op U vertrouwen, voor het oog van de zonen der mensen. Gij verbergt hen in het verborgene van Uw aangezicht voor het oproer der mensen. Gij beschut hen in een tent voor de tegenspraak van hun tong.
Gezegend zij de Heer, want wonderbaar was Zijn barmhartigheid in de versterkte stad. In mijn verbijstering had ik gezegd: ik ben verworpen uit Uw ogen.
Maar daarom hebt Gij de stem van mijn smeking verhoord, toen ik tot U had geroepen. Bemint de Heer, al Zijn ingewijden, want de Heer zoekt de waarheid.
Hij zal allen die hoogmoedig handelen overvloedig vergelden.
Wees een man, sterk uw hart, gij allen die vertrouwt op de Heer
Psalm 30[31] vert. ROK ’s-Gravenhage.

♨︎  Elke verstandelijke natuur is een kennende essentie en onze God is kenbaar.
Op ondeelbare wijze verblijft God in hen in wie Hij verblijft, zoals bij het aardse handwerk [dat de sporen van zijn maker draagt], maar Hij is daaraan superieur, omdat Hij bestaat op substantiële wijze.
Eén is Hij die zonder bemiddeling is en die, als gevolg daarvan, door middelaars in alles is.
♨︎ Zoals het licht, wanneer het ons alles laat zien, geen licht nodig heeft waarmee het gezien zou kunnen worden, zo heeft God, als Hij alles laat zien, geen licht nodig waarmee Hij gekend zou kunnen worden. Want in zijn essentie is Hij licht: “    En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis. Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet; maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde1John.1: 5-7.
♨︎ God is overal en Hij is niet ergens. Hij is overal, want in al wat gemaakt is, is Hij door zijn veelvoudige wijsheid.
    Mij [Paulus], verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, en in het licht te stellen [wat] de bediening van het geheimenis [inhoudt] dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen, opdat thans door middel van de christelijke gemeente aan de 
overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige Wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Heer, heeft uitgevoerd, in Wie wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen hebben door het Geloof in HemEph.3: 8-12.
God is niet ergens, want Hij is niet één van de dingen.
Het einde van de natuurlijke kennis is de heilige Eenheid. Er is echter geen einde aan de onwetendheid, zoals gezegd is: Er is geen grens aan zijn grootsheid, want “bij U is de Bron van het leven; in Uw Licht zien wij het lichtPsalm 35: 3.
Voor echte en waarachtige kennis die houdbaar en goed is, dienen we bij de Heer, de enige God zijn.
Wij kunnen de gelijkenis ontvangen van al wat is samengesteld uit de vier elementen, of het ver verwijderd is of dichtbij. Alleen onze geest is voor ons onbegrijpelijk, evenals God, zijn maker.
Het is voor ons onmogelijk te begrijpen wat een natuur is die ontvankelijk is voor de heilige Drieëenheid, noch om de Eenheid te begrijpen. Dit is substantiële kennis. 
De naakte geest is hij die, door de contemplatie die zijn deel is, verenigd is met de kennis van de Drieëenheid.
♨︎ De ziel is de geest die, door onachtzaamheid, uit de Eenheid is gevallen en die, als gevolg van zijn gebrek aan waakzaamheid, is afgedaald tot de rang van het werkzame leven.  Beeld van God is niet hij die ontvankelijk is voor zijn wijsheid, want dan zou ook de lichamelijke natuur beeld van God zijn. Hij echter is beeld van God, die ontvankelijk is geworden voor de Eenheid.
♨︎ De erfenis van Christus is de kennis van de Eenheid. Wanneer allen mede-erfgenamen worden van Christus, zullen allen de heilige Eenheid kennen. Maar het is niet mogelijk dat zij Zijn mede-erfgenamen worden als zij niet eerst Zijn erfgenamen geworden zijn. De mede-erfgenaam met Christus is hij die de Eenheid bereikt en met Christus genoegen schept in de beschouwing.
Wanneer de geest de essentiële kennis zal ontvangen, zal ook hij God genoemd worden, omdat ook hij dan veelvormige werelden kan grondvesten.
De bovenzinnelijke tempel is de zuivere geest, die nu de veelvormige wijsheid van God  [Eph.3: 10] in zich heeft; de Tempel van God is hij die de heilige Eenheid ziet en het altaar van God is de beschouwing van de heilige Drieëenheid.
De geest die binnengaat in het praktische leven van de dienst aan de geboden van God, maakt voortgang aan de hand van het contact met de dingen van deze wereld.  Wanneer hij binnengaat in de kennis, gaat hij voort in de beschouwing.
Wanneer hij echter binnengaat in het gebed, dringt hij door in het vormeloze licht, dat de plaats van God is.
Evagrius Ponticus ook wel Evagrius de eenzame genoemd [345 – 399].

♨︎ Zoals vele lichten en brandende lampen worden aangestoken vanuit een vlam, schijnt het Goddelijk Licht vanuit één natuur, zo worden christenen aangestoken en schijnen zij vanuit één natuur, het goddelijke vuur, de Zoon van God.
Zij houden hun lampen brandend in hun hart en zij schijnen voor Hem terwijl zij leven op aarde, precies zoals Hij deed.
Want er is gezegd: “God bemint gerechtigheid, maar haat onrecht; daarom heeft God, uw [persoonlijke] God, u gezalfd met olie der Vreugde boven uw gezellenPsalm 44[45]: 7.
♨︎ Daarom werd Hij Christus genoemd, dat wil zeggen Gezalfde, opdat ook wij, gezalfd met dezelfde olie waarmee hij gezalfd was, aan Christus gelijk mogen worden, om zo te zeggen, uit dezelfde substantie en één Lichaam.
Tevens is ons verkondigt: “ Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit één; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen, en Hij zegt: Uw naam zal ik aan mijn broeders verkondigen, in het midden der gemeente zal ik U lof zingen; en opnieuw: Ik zal op Hem vertrouwen, en nogmaals: Ziehier ik en de kinderen, die God mij gegeven heeftHebr.2: 11-13.
♨︎ 
Daarom zijn christenen in zekere zin gelijk aan lampen met olie erin, dat zijn al de vruchten van rechtvaardiging. Maar wanneer de lamp niet is aangestoken uit de lamp van de Godheid in hen, zijn zij niets. Pseudo-Macarius [een Syrische monnik uit de 4e eeuw}

Vijftig preken en één brief die onder de naam van Macarius van Egypte zijn overgeleverd, zijn geschreven door een Syrische monnik in de tweede helft van de vierde eeuw.  Die tijd en streek was sterk messalianistisch, wat wil zeggen dat in de geloofsbeleving de nadruk werd gelegd op persoonlijke vroomheid, op innerlijke rust en onafgebroken gebed, met voorbijgaan aan de Mysteriën [RK. Sacramenten] en andere kerkelijke instellingen.
Bij Pseudo-Macarius zijn sporen van een gematigd messalianisme te vinden; daar staat zijn orthodoxe nadruk op de persoon en de werking van de heilige Geest tegenover.  De toeschrijving aan Macarius, een populaire en zeer gerespecteerde monnikenvader, dient om deze vermaningen in een onverdacht licht te plaatsen.
Pseudo-Macarius boog de Platoonse en verstandelijke oriëntatie van Evagrius om naar een affectieve gerichtheid op Christus.
Het voornaamste gebedsorgaan is bij hem niet de geest, maar het hart, waardoor hij het mogelijk maakte het lichaam op positieve wijze te integreren in de traditie van het hesychasme.
De Profeet zag het Mysterie van de menselijke ziel die haar Heer zou ontvangen en de troon van zijn Glorie worden, conf. Ezechiël hfst 1.
Want de ziel die waardig is gekeurd deel te hebben aan het Licht van de heilige Geest door Zijn troon en woning te worden en die bedekt is met de schoonheid van onuitsprekelijke Glorie van de Geest, wordt geheel licht, geheel gezicht, geheel oog.

Jonah, symbolism for Early Christians; Jonah, συμβολισμός για τους πρώτους Χριστιανούς; جونا، رمزية للمسيحيين الأوائل.

Er is geen deel van de ziel dat niet vol is van de geestelijke ogen van licht.
Dat wil zeggen dat er geen deel van de ziel is dat bedekt is met duisternis.
Zij is geheel bedekt met geestelijke ogen van licht, want de ziel heeft geen onvolmaakt deel.
In elk deel kijkt zij aan alle kanten vooruit en is zij bedekt met de schoonheid van de onuitsprekelijke Glorie van het Licht van Christus, Die de ziel bestijgt en haar berijdt.
Dit is gelijk aan de zon, die overal hetzelfde is, zonder een onvolmaakt deel, die geheel licht is, dat helder schijnt. In al zijn delen is hij helemaal licht.
Of het is gelijk aan vuur, dat net als het licht overal hetzelfde is, zonder in zichzelf een deel te hebben dat vóór is of achter, groter of kleiner.
Zo is de ziel geheel verlicht met de onuitsprekelijke schoonheid van de glorie van het licht van het aangezicht van Christus en is zij volkomen gemaakt tot een deelgenoot van de heilige Geest. Zij is begunstigd om de verblijfplaats en de troon van God te zijn, geheel oog, geheel licht, geheel gezicht, geheel glorie en geheel geest, zo gemaakt door Christus, die de ziel berijdt, leidt, draagt en ondersteunt en haar tooit en siert met zijn geestelijke schoonheid. (…)

♨︎ Dat de zielen van de rechtvaardigen Hemels Licht worden, heeft Christus, onze Heer Zelf gezegd tot Zijn Volgelingen [o.a. getoond op de berg Thabor]:
    Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt 
voor allen, die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijkenMatth.5: 14-16.
Want Hijzelf, Die hen eerst omgevormd heeft in Licht, heeft hen opgedragen en bevolen om licht voor de wereld te zijn.
Dat wil zeggen, verberg de Gave niet die jullie van Christus hebben ontvangen, maar geef haar aan al wie het wenst.
♨︎ 
Daarom, wanneer jullie een troon voor God zijn geworden en als de Hemelse Berijder jullie bestegen heeft en heel jullie ziel een geestelijk oog en helemaal licht is geworden, en als jullie gevoed zijn met dat Hemelse voedsel van de Geest en gedronken hebben van het water uit de Brom des levens en het gewaad van onuitsprekelijk Licht hebben aangetrokken,  wanneer tenslotte jullie innerlijke mens dit alles ervaren heeft en geworteld is in de overvloed van Geloof, zie dan zelf, is jullie leven inderdaad al deelgenoot aan het eeuwige leven, jullie ziel is rustend met de Heer. Pseudo-Macarius

Wanneer iemand God liefheeft, deelt ook God Zijn Liefde met hem.
Zodra iemand in Hem gelooft, schenkt God hem een hemels Geloof, waardoor hij tweevoudig wordt. Wanneer jij God een deel van jezelf aanbiedt, welk deel dan ook, deelt Hij met jouw ziel vergelijkbare aspecten van Zijn Eigen Wezen, zodat je al wat je doet zuiver en oprecht kunt doen en zuiver en oprecht kunt beminnen en bidden. Want zo groot is de waardigheid van de mens.
Zij die waardig gekeurd zijn kinderen van God te worden en  herboren te worden uit de heilige Geest van boven,  die Christus in zich hebben, Die hen verlicht en rust brengt, worden op vele en verscheidene wijzen geleid door de Geest.
In geestelijke rust worden zij door de Genadegaven onzichtbaar gestuurd in hun hart.
Laten we als voorbeelden evidente dingen uit de wereld nemen, van mensen, om aan te geven op welke wijze Genade in de ziel werkt.
Soms worden mensen door Genade geleid op de wijze van hen die zich verheugen bij een koninklijke maaltijd. Zij zijn vervuld van vreugde en onuitsprekelijk geluk.
Op een ander moment zijn zij als de echtgenote die geniet van de huwelijksvereniging met haar bruidegom in een goddelijk rusten.
Op weer een ander moment zijn zij als onlichamelijke engelen, zo licht en doorschijnend zijn zij, zelfs in het lichaam.
Soms zijn zij als waren zij bedwelmd door een sterke drank.
Zij verblijden zich in de Geest, dronken van de bedwelming van de goddelijke en geestelijke geheimen.
Soms zijn zij ondergedompeld in wenen en treuren over het menselijk ras en in het uitstorten van gebeden voor heel het ras van Adam.  Zij vergieten tranen en zijn door verdriet overweldigd omdat zij verteerd zijn door de liefde van de Geest voor de mensheid.
Op een ander moment zijn zij met zo’n vreugde en liefde ontvlamd door de Geest, dat zij, als het mogelijk zou zijn, alle menselijke wezens in hun hart zouden willen bijeenbrengen, zonder onderscheid te maken tussen slecht en goed.
Of zij zijn zo gevuld met nederigheid dat zij, in de nederigheid die zij van de Geest ontvangen, zichzelf als onder alle mensen zien en zichzelf beschouwen als de meest onaanzienlijke en waardeloze van alle mensen.
Soms zijn zij opgetild in een onuitsprekelijke vreugde.
Op een ander moment zijn zij als een sterke, die heel de wapenrusting van de koning heeft aangetrokken en af is gedaald om te strijden tegen zijn vijanden.
Hij strijdt dapper tegen hen en overwint.
Zo neemt de geestelijke mens de hemelse wapenen van de Geest op  en valt de vijanden aan, levert strijd met hen en onderwerpt hen.
Op een ander moment, in de diepste stilte en kalmte, rust men met  geen andere houding dan een geestelijk genoegen en onuitsprekelijke rust en welbevinden.
Op een ander moment wordt men door Genade onderricht in begrip en onuitsprekelijke wijsheid en kennis van de onkenbare Geest in dingen die niet door tong en taal kunnen worden uitgedrukt. Op een ander moment wordt men één met alle mensen.
Zo verscheiden zijn de wijzen waarop Genadegaven zulke mensen aanraakt en
de ziel leidt op zo veel verschillende paden en haar verfrist overeenkomstig de wil van God.
Op diverse wijzen handelt Genade aan de ziel om haar volmaakt, foutloos en zuiver terug te brengen naar de hemelse Vader.
De dingen betreffende de werkingen van de Heilige Geest waarover hier gesproken is, behoren tot het niveau van hen die niet ver van de volmaaktheid zijn. Dergelijke manifestaties van Genade waarover we spraken,  uiten zich op verschillende wijze.  Zij handelen aan mensen die voortgaan, de ene handeling volgend op de andere. Als een persoon uiteindelijk de volmaaktheid van de Geest bereikt, volledig gereinigd is van de hartstochten en in een onuitsprekelijke gemeenschap verenigd met en doordrongen van de Trooster Geest en waardig gevonden is om geest te worden in een wederzijds doordringen met de Geest, dan wordt zij geheel licht,  geheel oog, geheel geest, geheel blijdschap, geheel rust, geheel vreugde, geheel liefde, geheel mededogen, geheel goedheid en vriendelijkheid. Zoals een steen op de bodem van de zee overal omgeven is door water,  zo zijn dergelijke mensen geheel doordrongen van de Geest.
Doordat zij de deugden van de Kracht van de Geest met standvastigheid aantrekken, worden zij gelijk aan Christus. Innerlijk worden zij foutloos en smetteloos en zuiver. 
Pseudo-Macarius

Troparion     tn.4
  God van onze Vaderen,
die altijd met ons handelt volgens Uw Zachtmoedigheid,
neem Uw Barmhartigheid niet van ons weg,
maar bestuur ons leven in Vrede,
omwille van hun gebeden”.

NB. van een hedendaags jonge joodse dichter:
”     En ik wist het niet, 
en ik wist niet dat God in mij spreekt
en ik wist niet dat God stilzwijgend spreekt,
in de vorm van een kleine jonge vrouw,
dacht ik door haar stem, zonder te zien zonder te weten.
We spraken samen proberen op een koude avond in Jeruzalem
om in het donker te kruipen om over te gaan in het verborgene;
en ik wist niet dat Hij op zo’n stilzwijgende manier kon spreken
zelfs zij sprak luider 
zeggend dat Nachlaot [נכלאות = gevangen]
een legende is met verborgen rivieren,

dat het spirituele pad me verder in mijn eenzaamheid zal brengen.
Het legt me bloot en verlaat me uiteindelijk,
dat er een lange weg is die in werkelijkheid kort is,
en ik wist niet dat Hij weet dat Hij stil is
en om te knipogen en te glimlachen
en pijn kan doen en dat hoofden dan weg draaien
en niet meer verder zoeken“.
Elhanan Nir, Journal of Literary Translation

 

Februari woensdag de 14e, 2018 – Valentijnsdag een zonnige liefdesdag?

Valentijnsdag is een feest in het westen met een Rooms Katholieke oorsprong.
Paus Gelasius I riep in 496 deze dag uit ter verering van de heilige Valentijn.
Vanuit de tijd van paus Gelasius is er echter geen enkel biografisch gegeven over deze Heilige bekend.
Sint-Valentijn werd genoemd als een van degenen,  die ‘terecht – net als alle volgelingen van Christus‘ als heiligen door mensen worden vereerd, maar wiens daden slechts aan God bekend zijn.
Met de Heilige Sint Nicolaas is deze heilige echter na het 2e Vaticaans concilie officieel als Heilige van de Romeinse Kalender geschrapt.
De Orthodoxe Kalender vereert op deze dag van oudsher de Heilige kluizenaar van Syrië, de Heilige Maron naast de Heilige Abraham, bisschop van Charres in Mesopotamië [allebei 5e eeuw] en de Heilige Auxentios van Bithynia [ca. 470] en de Heilige Cyril, de Apostelgelijke van Thessalonica, leraar van de Slavische volkeren [869].
Hoewel het dan absoluut géén officiële feestdag is wordt deze dag tòch door veel landen over de hele wereld als Valentijnsdag gevierd.

In de Romeinse mythologie is Cupido de zoon van Venus, godin van de liefde. Zijn tegenhanger in de Griekse mythologie is Eros, de god van de liefde.
Van Cupido wordt vaak gezegd dat het een ondeugende jongen is, die rondgaat met het verwonden van zowel goden als mensen met zijn pijlen, waardoor ze verliefd worden.
De katholieke gemeenschap van het eiland Lesbos organiseert uiteraard elk jaar een reeks religieuze evenementen in het bijzijn van alle Egeïsche katholieke Metropolieten [aartsbisschoppen] alsmede de nuntius van de Heilige stoel van de Paus te Rome in Griekenland.
Dit is tenslotte een eer [en financieel voordeeltje] voor de Rooms Katholieke kerk van Mytilene  de resten van de Heilige Valentijn te bezitten, de patroonheilige van verliefde paartjes over de gehele wereld.
Op de dag zelf worden wedstrijdjes georganiseerd rond het beste liefdeslied, liefdesbrieven en gedichten.  De gebeurtenissen worden afgesloten met een processie waarbij de overblijfselen van ene Valentijn [??], welke naar ik aanneem beslist een volgeling van Christus zal zijn geweest, door Mytilene de hoofdstad van Lesbos wordt rondgedragen.
De curie heeft als hoofdrolspeler aan het begin van de 20e eeuw een onderzoek laten instellen naar de achtergrond van ‘Ο Άγιος Βαλεντίνος στη Λέσβο’ en kwam als historisch en archeologisch bewijs op de proppen waarbij de openstaande vragen na 1500 jaar werden beantwoordt aan de hand van de ontdekking van de overblijfselen in een verwoeste kerk.
Jaren had de geliefde heilige zich verborgen onder het puin van de vervallen en nimmer gerestaureerde kerk, nu werd gelijkertijd een nieuw kerkgebouw opgericht. De de poëtische voetnoot is de Odysseus van de elite zelf, “… de grote krachtige beoefenaar van de verbeelding, met in het middelpunt van het hele universum de erotische strijd tussen geliefden”.
Zoals ook vandaag zijn dìt soort tekenen niet aan de mensheid besteed, het blijken slechts ‘parelen voor de zwijnen’ te zijn.

Antiochisch Orthodoxe [‘vluchtelingen!’] Gemeenschap zoekt een ‘betaalbaar’ onderkomen in Utrecht?

Mocht de Orthodoxe Gemeenschap van welke signatuur dan ook ooit de behoefte krijgen aan een glorieus uitziend onderkomen, dan dient men God alleen maar om een wondertje te verzoeken.
Het is echter jammer dat de Heer Zelf heeft voorzegd: “       Een boos en 
overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jonah, de profeet. Want gelijk Jonah drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachtenMath.12: 39,40.
Hoewel op het eiland Lesbos dus een festival «The Island of Love»  wordt gevierd, bereidt de Orthodoxe Kerk zich deze week in de ‘boterweek’ voor op de grote en heilige week, welke ons naar het Hoogfeest van Pascha leidt. Het is een teken temeer om je nòg méér van de wereld af te wenden.

‘Wat beweegt jongeren?’

Wat drijft ons Christenen, wat beweegt eenieder?
♥︎ Elke achterliggende reden, waarbij iets ervaren wordt en waarop vervolgens gehandeld wordt, dient ons als doodsbedreiging te benauwen!
Waar bevuilt de mens zich vandaag de dag mee, waar verminkt hij/zij zichzelf mee?
♥︎ Waar dient de mens werkelijk bang voor te zijn?
Is het een gebrek aan Liefde? Durf je te bekennen dat het jou aan Liefde ontbreekt? Of beschouw je liefde slechts als een oerdrang?
Is dàt onze Christelijke vraag?
 Ontbreekt het ons soms aan Geloof in de Opstanding?, de werkelijke bestemming van de mens.
Waarom is er in de Kerk zoveel afstand tussen mensen en de hiërarchie?
Waarom wordt de waarachtige Christus opgesloten in plechtige officiële gebeurtenissen, die volgens een bepaald stramien plaatsvinden en  vinden er ceremonies in de majestueuze tempels plaats?
Zijn we er werkelijk op uit onszelf op te offeren?
Is dàt hetgeen waar we allemaal aan lijden?
  Ontbreekt het ons elkaar een ‘Goede Week’ te bezorgen en een daaropvolgende Opstanding?”.
Johannes Chrysostomos.

Orthodoxie & Mens durf te leven

Mensen hebben mensen nodig om mens te zijn; de ont-Goddelijking van deze wereld leidt altijd tot een ont-menselijking.
Een mens zonder liefde verwordt tot een monster, jaagt anderen angst aan, de meesten verachten dit niet.
Deze mens verwordt tot een gevoelloze nietsontziende ambtenaar, die als ware hij/zij een robot slechts de regeltjes  uitvoert.
De mens is géén naakte aap, noch is het tot een veredeld heiligdom gedoemd,
om slechts volgzaam anderen te volgen.
Ten diepste verlangt elk mens omhelsd te worden door zijn Vader als  de verloren zoon en is aanspreekbaar als de door God geroepene.
De mens die in afzondering leeft, leeft zonder meer als een zonderling, maar zal er beslist z’n eigen bedoelingen mee hebben, hij/zij zoekt de hoogste hoogten.
De Übermensch in de wereld, die zich verheft boven de anderen roept altijd maar weer opnieuw als tegenhanger de onderdrukte op.
De mens is als gevolg doorgaans geneigd tot het goede, maar heeft tevens een donkere kant wanneer hij zich losmaakt uit  z’n relatie met God en z’n naasten.
Onder de mensen zijn meer profiteurs die profiteren dan Profeten die profeteren; zij zijn tot een zwijgende, niet-reagerende meerderheid verworden, die via een afstand tot de naaste en een cultuur slechts toekijkt.
De mens is geen machine waar als vanzelfsprekend vreugde, geluk en vrolijkheid uit voortkomt – je dient je daar voor ìn-te-zetten. Mensen vragen niet meer “wat zijn je beweegredenen?”, maar “ hoe voel je je nu?”; de moderne mens zegt ” -Ik voel, dus ik ben-”. Wie zichzelf onbenullig vindt, geeft zichzelf een te laag cijfer en cijfert zich weg tot voordeel van degene, die zich over z’n rug verheft.
Een mens is geneigd tot een gulzige levenshouding, wanneer hem/haar niet geleerd is te minderen en in z’n lust naar alom heersende hang naar lust en genot, loopt hij tegen de klippen op en zichzelf voorbij.
Medemensen zijn evenmensen en treden niet op de voorgrond; de meeste van ons zijn in het intermenselijke verkeer vaak tegenliggers, die anderen trachtten te verblinden door onszelf te verheffen. Wij zijn verslaafd aan zelfmedelijden, onze ik-zucht, hebzucht, eerzucht en genotzucht en dienen ons anderszins te ontwikkelen door ons in de liefde tot onszelf en elkaar zien te komen.
Op het gebied van de naastenliefde ervaren we een hellend vlak, waar we wat onszelf betreft trachtten we te ontlopen. Wij ervaren dat wij reinigers zijn naar een onbekende bestemming, maar wanneer we een bestemming aangereikt krijgen gedragen wij onszelf alsof we misleid worden en gaan geleidelijke vooruitgang uit de weg. Wij reageren slechts verstandelijk en wanneer wij de Waarheid dienen te ervaren overvalt ons een lelijk-eendje-gevoel; een geestelijk aangetast gevoel van eigen waarde; toch heeft onze Schepper ons boven de engelen gesteld.
Mensen zijn wat dat betreft als ijspegels, die weliswaar warmte bij elkaar zoeken,  maar o wee, wanneer je te dichtbij komt; dàn hebben we veelal lange tenen en meestal ook een scherpe tong.
Wanneer het over het hart gaat, lopen we direct naar een cardioloog in plaats van rust te nemen en je tot de Schepper te wenden
– dat doen we pas wanneer er helemaal geen redden meer aan is en we op het randje van onze mogelijkheden staan, geen uitweg meer weten.
Zelfonderzoek is wat ons mensen vreemd is, we rennen liever de grote mensenmenigte na en vergeten dat wij ook op goddelijke inzichten blind kunnen varen.
Zoals je in de achterafstraatjes van een mensenleven valse geesten tegenkomt,  worden we omgeven door valse bankbiljetten, waar bloed aan kleeft en we maken er [ook als kerk] maar al te graag gebruik van; we verbergen ons heimelijk onder zwart-witte camouflagekleding van een keurig leven.
Wij hebben telkens een bemoediging nodig en om de moed niet te verliezen verbergen onszelf achter onze negatieve motivatie, die kan leiden tot uitputting.
We hebben behoefte aan een geestelijk fundament, maar wanneer we ons op dat gebied succesvol dienen te gedragen zijn we toevallig niet thuis; het komt ons nimmer gelegen.
Veel succesvolle mensen zijn geestelijk zo van zichzelf vervuld en betrokken als hun juist geleegde papier-bak, zijn niet genegen energie buiten hun vriendenkring te besteden; voor hen is het aardig om slechts ‘belangrijk’ te zijn.
In plaats van elkaar tegen te werken is het voor een mens echter véél meer van  belang om aardig te zijn, want door gemeenschap met eenieder wordt de gehele wereld overwonnen.

Hoe ziet de wereld van God er uit? door Giovanni di paolo

1.]. Voorvader Adam werd de rauwe wereld ingestuurd samen met z’n metgezel Eva, nadat zij zich beiden door van de boom te eten bóven God hadden gesteld. Deze hoogmoedige daad werd hen tot zonde aangerekend en zij hebben er tot op de dag van vandaag spijt van.
2.]. De Heer heeft daarop de profeet Noach, met de onbewuste Schepping gevrijwaard van de ondergang en hen als teken de regenboog gesteld, als teken van Zijn Verbond met de mensheid, haar nageslacht en met alle levende wezens. Wanneer wij de boog in de wolken zien verschijnen, dienen wij niet te denken aan een mogelijke pot met goud, waar zij de aarde treft, maar aan het eeuwigdurende Verbond tussen God en al wat op aarde leeft:
Zie Ik richt Mijn Verbond met u op en met uw nageslacht en met alle levende wezens. Als Ik de boog in de wolken zie verschijnen, zal Ik denken aan het eeuwigdurende verbond tussen u en al wat op aarde leeftGen.9: 16. Zoals de regenboog de aarde omspant, zo omspant Gods Trouw de wereld, Die trouw heeft God vastgelegd in het Verbond met  Noach.

Belofte aan Abraham

3.]. Onze Voorvader Abraham is door het Geloof uitgegaan uit zijn land en heeft uitgezien naar de vervulling van Gods belofte. In zijn nageslacht  zou de hele wereld gezegend worden. In de geboorte van Isaäk heeft hij daarvan al de voorlopige vervulling gezien.
4.]. De profeet Joseph werd uit de put gehaald, waarin hij door z’n broeders werd verkocht en God liet hem in Egypte volgroeien tot Farao’s hoogte, waarop
5.] De ogen van profeet Jaäcob, later ook Israël genoemd [volgens de Traditie de derde aartsvader na zijn grootvader Abraham en vader Isaäk] konden weer zien, waardoor hij zijn zoon Joseph herkende. God had hem [Israël] gezegd: “Ik ben God, de God van uw vaderen. Wees niet bang om verder te reizen naar Egypte, want ik zal daar een groot volk uit je doen voortkomen. Ikzelf zal met je meereizen naar Egypte, en ik zal je daar ook weer vandaan brengen. En niemand anders dan Jozef zal jou de ogen sluiten”.
De geschiedenis van Joseph  de brug tussen de verhalen van de aartsvaders Abraham, Isaäc en Jaäcob aan de andere kant het latere verhaal over het slavenvolk Isräel in Egypte. Ze horen toch in Kanaän, dat is toch het land van belofte? Hoe zijn ze dan terechtgekomen in Egypte?
6]. De profeet Mozes heeft de Joodse Volk met God verbonden en hen van Egypte, het land van ellende naar het beloofde land geleid, waardoor ze bevrijd werden van onderdrukking en slavernij.
7.]. De Profeet Isaiah draagt in zijn naam [Yeshayahoe, de Hebreeuwse naam], niet alleen materiaal van hemzelf, maar ook van latere leerlingen. Hij was gehuwd en had twee zonen die allebei een symbolische naam droegen: ‘Maher-Salal Chas-Baz‘ [haastige roof, spoedige buit, Isaiah 8: 1-4] en ‘Sear-Jasub‘ [een rest keert weer, Isaiah 7: 3].
Deze twee namen vormen als het ware een samenvatting van wat Isaiah te zeggen had: hij voorspelde de verovering en verwoesting van Jeruzalem, maar zag ook hoop voor de tijd daarna. Een kleine rest van het Volk zal overblijven en een hernieuwd Godsvolk vormen, onder een ideale koning uit het huis van David. Daarnaast protesteerde Isaiah ook tegen allerlei godsdienstige en sociale misstanden in het beloofde land van zijn tijd.

Profeet David, zoon van Jesse, bidt . . . . .

8.]. De Profeet David liet ons naast de lofzangen, de boetepsalm na, waarin hij zijn berouw toonde over z’n begane zonden.
9.]. De Profeet Job werd beproefd en door zijn standvastig Geloof werd hij genezen van zijn ziekte.
10.]. De Profeet Jeremia maakt het volk duidelijk dat de oorzaak van de problemen niet bij God ligt – hij roept het Volk op hun manier van leven te veranderen. Hij laat ook zien dat het onvoldoende is dat de tempel en de eredienst aldaar goed draaien – er is meer nodig om Gods hulp te verkrijgen, zij dienen op een rechtvaardige manier met elkaar om te gaan. Hij heeft de godsdienstige en politieke ontwikkelingen van z’n tijd goed gevolgd; hij gaat in tegen de spelleiders [priesters en koningen van het Volk]. Zelden luisteren ze naar hem, isoleren hem en voeren hem tegen zijn wil in naar Egypte, waar hij vermoedelijk is overleden.

Jonah, de vis’ model voor de diepten, waarin de mens ten onder gaat

11.] de Profeet Jonah [Hebr. ‘duif’] overleefde drie dagen in de buik van een vis. Hij vertegenwoordigt het verhaal van de leer van het vermogen om zich te bekeren en door God te worden vergeven.
Jonah is het hoofdpersonage in het gelijknamige boek, waarin de Heer hem gebiedt naar de stad Ninevé te gaan om daar tegen te profeteren “want hun grote verdorvenheid is voor mij opgekomen”, maar Jonah probeert
in plaats daarvan te ontkomen.
In het tweede Verbond noemt Christus Zich “méér dan Jonah” en houdt de Farizeeën “het teken van Jonah” voor, dat is Zijn Opstanding. Vroeg-  christelijke gelovigen zagen Jonah als een type voor Jezus Christus, onze Verlosser. Bewonderen wij niet de volmaaktheid van onze gezegende Heer?
Met Zijn Liefde, Zijn tederheid, Zijn vermogen om te verdragen wat er ook op Zijn weg kwam, is niets te vergelijken. Toch ervoer Hij het menselijk ongeloof, dat er de oorzaak van was, dat zij niet wisten hoe ze door zich afhankelijk van God op te stellen en door zelfverloochening gebruik konden maken van de Macht, waardoor de tegenstrever uit zijn bouwwerken geworpen kan worden!
Wie echt de behoefte heeft om te vasten, die zal dat ook doen en degenen, die dat niet kunnen opbrengen zullen er niet toe worden gedwongen. Vasten is immers het jezelf open stellen tot God, de Vader, dit heeft onze Heer Jezus Christus ons zo geleerd en niemand heeft Hij daartoe gedwongen.
De Heer der Heerscharen zorgt ervoor dat een plant [Hebr.
קיקיון een kikayon, wonderolieboom een snelgroeiende plant, die na enkele jaren een hoogte tot 13 meter kan bereiken] over Jonah’s schuilplaats groeit om hem wat schaduw van de zon te geven. Later veroorzaakt de Heer dat een worm de wortel van de plant bijt en deze verdort. Jonah, nu blootgesteld aan de volle kracht van de zon, wordt zwak en smeekt Jahweh hem te doden.

Wonderolieboom

      God vroeg Jonah: ‘Ben jij terecht vertoornd over de wonderboom?’.
En hij antwoordde: ‘Terecht ben ik vertoornd, ten dode toe’.
Daarop zei de Heer: Jij wilde de wonderboom sparen, waarvoor jij jezelf geen moeite hebt gegeven en die je niet hebt doen groeien, die in een nacht is ontstaan en in een nacht is vergaan.

vrucht van de kikayon – de wonderolieboom

Zou Ik dan Ninevé niet sparen, de grote stad, waarin meer dan honderd- en-twintigduizend mensen zijn, die het onderscheid niet kennen tussen hun rechterhand en hun linkerhand, benevens veel vee?’Jonah 4: 9-11.

Het heeft velen getroffen wat de beroemde theoloog en verzetsman Dietrich Bonhoeffer over de wraakpsalmen schreef.
Het gaat niet over Bijbelse plaatsen, of het moest die cel zijn in Flossenburg van waaruit hij in het laatste uur van zijn leven werd weggeroepen door de commandant om opgehangen te worden:
Gefangene Bonhoeffer, mitkommen !”.
Hij nam één van zijn vrienden terzijde en antwoordde: ”Dit is het einde, voor mij het begin van het nieuwe Leven”.
In al de wraakpsalmen wordt het oordeel van God afgesmeekt over de vijanden en belagers van de psalmist. Wat we daar lezen over de vijanden van de psalmist klinkt niet zo vriendelijk:
In hun mond is geen waarheid: hun hart is lichtzinnig. Een open graf is hun keel, zij plegen bedrog met hun tong” Psalm 5: 10. De dichter bidt vervolgens: “Oordeel hen God, doe hen vallen in hun plannen. Verstoot hen om hun talrijke misdaden, want zij hebben U getrek, O Heer”. De psalmdichter – en meestal is dit David – roept het Godsgericht op over Gods vijanden.  Hoe kan dat nou?
Jezus heeft toch gezegd dat we onze vijanden dienen lief te hebben, maar Hij heeft in Zijn Traditie de wraakpsalmen gebeden of Hij die vijanden wilde straffen. Hebben we hier niet  te maken met een heel groot probleem, met een theologische dwaling en nog wel in de Blijde Boodschap?
Christus bidt aan het kruis voor zijn vijanden. Maar kunnen we de wraakpsalmen en het gebed van Jezus dan nog wel serieus nemen? Wordt het niet hoog tijd dat we ook de wraakpsalmen maar dienen te gaan schrappen uit ons psalterion?, die passen toch niet meer in onze tijd? Kunnen wraakpsalmen vandaag de dag nog wel verstaan worden als een gebed van onze Heer Jezus Christus en een oproep tot Gods wraak?
We mogen ons zelf toch niet wreken?
Allereerst dienen wij hier vast te stellen dat het hier niet gaat om persoonlijke wraak. De vijanden waarvan hier immers sprake is, zijn vijanden van God en van de zaak van God, het gaat om het uitbannen van de tegenstrever.
Het gaat de dichter en degene die de Traditie volgt zeker niet om persoonlijke wraakgevoelens; het is niet de wraaklust die Christus in z’n gebed drijft.
Christus toont dat de wraak ten-opzichte van de tegenstrever van de mensen aan God overgelaten dient te worden.
Het gebed om de wraak van God is het gebed om de voltrekking van Gods Gerechtigheid en Zijn uiteindelijke Gericht over de zonde. Wij zijn hierbij echter niet slechts toeschouwers; we kunnen en mogen geen standpunt innemen: Laat het Gericht van Uw heilige toorn maar als een bliksem inslaan bij al die smeerlappen en slechte mensen.
Echter Gods wraak is gekomen; Zijn gericht is voltrokken; Het vuur van Gods toorn is ingeslagen. Waar?
Op Golgotha. Meestal zeggen we: het gaat in de wraakpsalmen om wat er tenslotte, in de toekomst zal plaatsvinden – hetgeen ons in de Blijde Boodschap met zoveel woorden in duidelijke taal is voorzegd. In het eindgericht zullen al Gods vijanden ten onder gaan in het uur en in het vuur van het goddelijk gericht.
Zij wel en wij niet”, want wij [Orthodoxe Christenen] behoren immers niet tot de vijanden van God.
In het geheel niet, want de Blijde Boodschap zegt tevens dat niemand aan dat gericht kan ontkomen; we dienen allemaal voor de rechterstoel van Christus, de Zoon van God te  verschijnen.
Maar met die boodschap dien je niet aan te komen in deze tijd, waarin alles nadrukkelijk en vooral de het ’openbare werk’ de eredienst van het volk – waar voor het oog van de wereld ‘de buitenkant’ wordt vertoond en daarvoor God als Liturg [‘sponsor’]  heeft dient schoon, helder en sprankelend ‘soft’ over te komen. Dat er op de achtergrond zaken spelen, die het daglicht wel eens niet kunnen verdragen en dat er vooraleerst men begint ‘vergeving’ aan allen voor de misdaden gevraagd dient te worden, wordt veelal vergeten – het Kyrië eleïson klinkt immers zó ‘mooi’. De gelovigen zouden immers gillend wegrennen wanneer zij geconfronteerd worden met de werkelijke betekenis van de woorden, die in de Goddelijke Liturgie aan de mens worden voorgehouden – daarom is het maar goed dat we kunnen wegzwijmelen bij de Kerk-slavische, Oud-Griekse, Latijnse teksten, die toch geen hond verstaat.
Toch zijn we allemaal vijanden van God en ontkomt niemand – ook de spelleiders niet aan het Laatste Oordeel, wat ons allen te wachtten staat.
Maar als besluit de uiteindelijke tekst van de Blijde Boodschap: Gods wraak trof niet de zondaar, maar de enige Zondeloze, Die in de plaats van de zondaar is gaan staan: Jezus Christus, de Zoon van God, onze Verlosser.
Hij en Hij alleen droeg de wraak van God om de voltrekking waarvan de psalmist heeft gebeden; Hij alleen stilde Gods toorn over de zonden van de mensen.
Hij alleen bad in het uur waarin dat goddelijk gericht aan Hem werd voltrokken voor zijn vijanden: “Vader vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen”.
God vonnist Zijn vijanden door hun straf aan de enige Rechtvaardige te voltrekken, waardoor wij van vijanden, vrienden van God mogen worden.
Wij mensen zijn per slot van rekening allemaal vijanden van God. Maar zoals alle offers in het Oude Verbond plaatsvervangend waren, zo is ook het grote offer van Jezus Christus plaatsvervangend.
Hij gaat onder het Gods gericht ten onder en Hij alleen bidt voor de vijanden van God om vergeving.

Bewogen woorden

Alleen aan het kruis van Jezus Christus, onze Heer en Verlosser is de Liefde van God te vinden. “Vader vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen”, Hij richt zich daarbij tot mensen die moe zijn van het leven onder het juk van hun eigen zonde. Zij, die verdriet hebben, niet in de eerste plaats over de zonden van anderen, maar over zichzelf. Daarom zegt Christus tot de mens, die Hij tot Zich roept: “      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;  neemt Mijn Juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn Juk is zacht en Mijn Last is lichtMatth. 11: 28-30.
Het zal ons nu duidelijk zijn alle wraakpsalmen leiden naar het Kruis van onze Heer Jezus Christus en naar de vergevende liefde van de vijanden van God; aan iedereen zijn wij mensen liefde verschuldigd.
    Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want
wie de ander liefheeft, heeft de Wet vervuld.
Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan,
gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij,
worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom
is de liefde de vervulling van de Wet

Rom.13: 8-10;
Want de gehele Wet is in één woord vervuld, in dit:
gij zult uw naaste liefhebben als uzelf
” Gal..5: 14.
 doe dit evenzo en je zult leven

Mens, naastenliefde is op billijkheid gebaseerd.
    En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen,
doet gij hun evenzo
Luc.6: 31;
Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen,
doet gij hun ook aldus: want
dit is de Wet en de profeten
” Matth.7: 12.
Zij die werkelijk God’s kinderen zijn en die Hem liefhebben, die Hem in zichzelf bezitten als een onschendbare schat van al het goede, ontvangen overeenkomstig de Bergrede de gekwetsten en de vernederden met een onuitsprekelijke vreugde en geluk. Zij verdubbelen de liefde en de oprechte liefde voor hen die vermoeid en belast zijn en zij ondergaan dit alles, alsof Christus hun Weldoener mag zijn . . .
Hoe goed past hierbij de bijna juichende boetezang
de Deur der Boete’ welke ons de komende weken zal begeleiden:
De deur der boete open mij, o Levenschenkende,
want , zie, mijn geest is ontwaakt en verlangt naar Uw heilige Tempel,
daar ik de tempel van mijn lichaam geheel verontreinigd heb.
Maar Gij, Barmhartige, reinig mij door Uw Genade
””;
en het
Gebed van Jonah:
  Ik schreeuwde in mijn nood tot de Heer,
mijn God, verhoor mij.
Uit de ingewanden van de onderwereld klonk
mijn angstkreet en U hebt mijn stem gehoord.
U hebt mij gewroken in de diepte in het hart
van de zee, en de watervloed heeft mij omvangen.
Al Uw draaikolken en golven zijn [als een tsunami] over mij heen gegaan.
Toe zei ik: ‘ verstoten ben ik uit Uw ogen;
zal ik ooit weer Uw Heilige Tempel aanschouwen?
Wateren omringen mij tot in mijn ziel;
de uiterste afgrond is om mij heen.
mijn hoofd komt tot in de grondslag van de bergen,
ik ben neergezonken in de aarde, waar de grendels voor eeuwig gesloten zijn.
Maar U voert mijn leven uit het verderf tot U omhoog, Heer mijn God.
Toen mijn ziel in mij ontsteld was, dacht ik aan de Heer,
en mijn gebed kwam tot U, in Uw Heilige Tempel.
Zij die ijdelheden en leugens vereren,
geven prijs wat hun tot barmhartigheid strekt.
Maar ik zal lof zingen met mijn stem:
met belijdenis zal ik U offeren.
mijn geloften zal ik gestand doen,
want mijn Verlossing komt van de Heer’ 
Jonah 2: 2-7.
En de Heer sprak tot de vis en
deze spuwde Jonah uit op het droge en
daarop klonk de lofzang:

— Theotokos van het teken —

    Zij die nietige afgoden dienen, geven Hem prijs,
Die hun met veel medeleven Genadig is.
Maar ik, met lofzegging wil ik aan U offeren; 
wat ik beloofd heb, wil ik betalen;
de redding is aan de Heer der Heerscharen.
“Hoe heilig is Gods Naam!
Laat volk bij volk te zaâm Barmhartigheid verwachten;
nu Hij de zaligheid, voor die Hem vreest,
bereidt, door al de nageslachten.
Des Heren arm is sterk; Hij deed een krachtig werk;
die hoog zijn van gevoelen, heeft Hij verstrooid, verward, met alles,
wat het hart, dier trotsen mocht bedoelen.
Die stout zijn op hun macht, heeft Hij versmaad, veracht, gestoten van de tronen;
maar Hij verhoogt en hoedt het nederig gemoed, waarin Zijn Geest wil wonen.
Hij heeft, na lang geduld, met goederen vervuld de hongerige monden;
Hij zag geen rijken aan; maar heeft z’, in hunnen waan, gans ledig weggezonden.
Zijn goedheid klom ten top; Hij nam Zijn Gemeenschap op, naar ‘t heil, Zijn knecht beschoren; gelijk Hij, ons ten troost, aan Abram en zijn kroost, voor eeuwig had gezworen
“.
uit: lofzang van de Theotokos, berijming Statenvertaling.

Orthodoxie & oordelen, geef ‘het heilige’ nog niet op en deel het niet ‘als parels voor de zwijnen’.

Christus spreekt het Woord van Zijn Vader

      Oordeelt niet, opdat jij niet geoordeeld zult worden want met het oordeel, waarmee jij oordeelt, zul jij geoordeeld worden, en met de maat, waarmee jij meet, zal jij gemeten worden.
Wat zie jij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in je eigen oog bemerk je niet? Hoe zul jij dan tot je broeder [zuster] zeggen: Laat mij de splinter uit jouw oog wegdoen, terwijl, zie, het de balk in je eigen oog is?
        Huichelaar, doe eerst de balk uit je eigen oog weg, dan zul jij scherp kunnen zien om de splinter uit het oog van je broeder [zuster] weg te doen.
       Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen, opdat zij die niet vertrappen met hun poten en, zich omkerende, u verscheuren.
       Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden.
Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.
Of welk mens onder u zal, als zijn zoon [dochter] hem om brood vraagt, hem [haar] een steen geven?  Of als hij/zij een vis vraagt, zal hij hem/haar toch geen slang geven?
       Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden.
       Alles nu wat jullie willen, dat u de mensen doen, doen jullie hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.
Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; 14 want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.
       Wacht u voor de valse profeten, die in schapenvacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven.
       Aan hun vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen druiven van dorens of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten dragen.Iedere boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
       Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen.
Niet een ieder, die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de Wil van Mijn Vader, Die in de Hemelen is.
Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in Uw Naam boze geesten uitgedreven en in Uw Naam vele krachten gedaan?
       En dan zal Ik hun openlijk zeggen:
‘Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid’
Matth.7: 1-23.

Barmhartigheid delen, goddelijk ‘het voedsel verdelen’.

      Weest barmhartig, gelijk uw Vader barmhartig is. En oordeelt niet en gij zult niet geoordeeld worden. En veroordeelt niet en gij zult niet veroordeeld worden; laat los en gij zult losgelaten worden. Geeft en u zal gegeven worden: een goede, gedrukte, geschudde, overlopende maat zal men in uw schoot geven. Want met de maat, waarmede gij meet, zal u op uw beurt gemeten wordenLuc.6: 36-38.

    Daarom zijt gij, o mens, wie gij ook zijt, niet te verontschuldigen, wanneer gij oordeelt. Want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelf; want gij, die oordeelt, bedrijft dezelfde dingen.
       Wij weten echter, dat het oordeel Gods onpartijdig gaat over hen, die zulke dingen bedrijven.
Rekent gij wellicht hierop, o mens, die oordeelt over hen, die zulke dingen bedrijven, en ze zelf doet, dat gij het oordeel Gods ontgaan zult? Of veracht gij de rijkdom van zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, en beseft gij niet, dat de goedertierenheid Gods u tot boetvaardigheid leidt?
       Maar in uw weerbarstigheid en on-boetvaardigheid van hart hoopt gij u toorn op tegen de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God, Die een ieder vergelden zal naar zijn werkenRom.2: 1-6

Verkeerd handelen maakt iemand boos, berokkent verdriet, beschadigt verhoudingen of beschaamt verleend vertrouwen.
In een gezin, bij vriendschap, binnen de Kerk of daarbuiten.
Verhoudingen dienen goed te zijn, maar is vergeving altijd mogelijk?
Onze Heer heeft ons voorgehouden: „Houdt op met oordelen, opdat gij niet wordt geoordeeld; want met het oordeel waarmee gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met de maat waarmee gij meet, zal men u metenMatth.7: 1,2.
Een ieder nu, die deze van Mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig mens, die zijn huis bouwde op de rots. Geen kwade boom heeft de hovenier ooit goede vrucht gebracht, maar God zal een ieder vergelden naar de werken, die hij/zij verricht heeft“. Luc.6: 46-49.
Op deze wijze wordt vastgesteld wat de werking van ons Geloof zal zijn.
En oordeelt niet en gij zult niet geoordeeld worden. En veroordeelt niet en gij zult niet veroordeeld worden; laat los en gij zult losgelaten wordenLuc.6: 37.
Hier betreft het echter -‘enkel en alleen’- het oordelen richting mensen of mag er ook niet geoordeeld of veroordeeld worden in de richting van instanties of situaties? Bijvoorbeeld daden van politieke partijen of eigenschappen van stromingen.
Stel je vindt de manier waarop iets binnen een bepaalde gemeenschap passief is, mag je dat dan zeggen? Of stel, je vindt dat een bepaald persoon of  manier waarop iets wordt aangepakt wel èrg éénzijdig [zonder overleg] veel dingen doet die zich niet verdragen met het Woord van, mag je dàt dàn zeggen?
Op jezelf is genoeg aan te merken, dus wees in dat soort situaties mild tegenover de ander. Eigenlijk heeft deze uitspraak – niet te oordelen – geen uitleg nodig.
Al is het wel interessant dit alles in z’n context te lezen, omdat onze heer het niet als een -negatief geformuleerd verbod- brengt, maar de positieve kant benadrukt.
    Weest barmhartig, zoals jouw Vader barmhartig isLuc.6: 36.

Het is belangrijk om een verschil te maken tussen [ver]oordelen en beoordelen.
Volgens de Kanttekening gaat het hier bij oordelen om lichtvaardig, of verkeerd handelen,  iets wat gebeurt uit afkeer, of nijdigheid. Òf als er op een ongegronde wijze negatief over een ander wordt gedacht.
Maar mensen en instanties mogen aan de hand van het Woord van God wel degelijk beoordeeld worden; òf het in bepaalde kringen nu niet algemeen gebruikelijk is of niet.
De Kanttekening zegt dat men een oprecht oordeel over zaken, waar men de juiste kennis van heeft, mag hebben en deze ook ‘dient’ te uiten, er wordt immers onrecht gadaan. Indien het maar geschiedt met goede bedoelingen, dàn is het niet alleen geoorloofd, maar wordt het ook nadrukkelijk geboden.
Lucas legt in de eerste plaats -niet voor niets- de nadruk op barmhartigheid:
Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmede gijlieden meet, zal u lieden weder-gemeten wordenLuc.6: 38.
Velen onder ons, ook in de Orthodoxie, vatten dit op als ‘elkaar de maat nemen‘ en stellen dàn dat ‘de toon’ hen niet aan staat, maar dàt stáát èr in het geheel ‘niet‘.
Er staat dat als je anderen véél geeft je ook veel terug kan verwachten
[aan barmhartigheid, vriendelijkheid, geduld, vergevingsgezindheid etc.]; positief dus!. Een reactie omtrent ‘de toon’ kan in deze situatie verheven worden opgevat, m.a.w. als slechts een verwaande reactie.
Daarbij spreekt het (net als in Matth. 7) tegen een huichelachtig oordelen:
een ander te oordelen maar te menen dat jezelf vrijuit gaat: “      Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, 
maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? Hoe kunt gij tot uw broeder zeggen: ‘Broeder, laat mij de splinter, die in uw oog is, wegdoen, terwijl gij de balk, die in uw eigen oog is, niet ziet? Huichelaar, doe eerst de balk weg uit uw oog en dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter in het oog van uw broeder weg te doen’. ‘Immers, er is geen goede boom, die slechte vrucht voortbrengt, noch ook een slechte boom, die goede vrucht voortbrengt’Luc.6: 41,42Je ziet wel wat fout is bij de ander maar merkt niet op dat jezelf hetzelfde doet, misschien op ‘een iets‘ àndere manier of in een iets andere vorm. Maar doordat je de ander oordeelt erken in feite dat je zelf eveneens fout bent. Daarmee veroordeel je jezelf.

Bij het oordeel op de jongste dag zal dan ‘niemand’ het excuus hebben: ik wist niet dat ik verkeerd deed. Want door anderen te oordelen geeft iedereen te kennen wel degelijk het verschil te weten tussen goed en kwaad.
      Als iemand dan weet goed te doen en het ‘niet’ doet, is het hem tot zondeJac.4: 17. Daarmee heeft iemand die anderen oordeelt en zelf hetzelfde doet [-en wie doet dat niet-] zichzelf schuldig verklaart.
Derhalve waarschuwt Christus Zelf: ” Uit uw eigen mond zal Ik u oordelen, slechte dienaar. Je wist, dat ik een streng mens ben, die wegneemt wat ik niet heb uitgezet en maai wat ik niet gezaaid hebLuc.19: 22.
Waar het derhalve om draait is: “ Heb je datgene wat je hier hebt weggenomen en daar besteed hebt, inderdaad wèl zo goed uitgezaaid – of heb je degenen, die je het ontnomen hebt niet vreselijk tekort gedaan en hen in hun ontwikkeling geschaad?

Het punt waar het hier bij zowel Mattheüs als Lucas om gaat is ‘niet’ dat je niet meer dient te  oordelen [want ook als je niet oordeelt sta je ‘niet minder‘ schuldig over alles wat je verkeerd wordt gedaan, en in de Blijde Boodschap zijn vele, vele voorbeelden te vinden dat we ‘wèl degelijk‘ dienen te oordelen over wat goed is en wat verkeerd is], maar dat je niet dient te proberen je hiermee met een verwaand antwoord van vrij te spreken.
Want een van de belangrijkste reden waarom we andere oordelen en slecht spreken over anderen is om onszelf te verhogen.
Indien we kunnen aanwijzen wàt er verkeerd is bij een ander, vanuit het gegeven dat je inzicht van zaken hebt, mag je best de vrijheid nemen een oordeel kenbaar te maken, want we zijn in ieder geval niet zo slecht of beter dan die ander.
Maar Christus bedoelt hier: door de ander terecht te wijzen en aan te geven wat er verkeerd gaat en je zelf [naar Gods maatstaf] soortgelijke dingen doet veroordeel je jezelf.

Deze onderkenning leidt dan als het goed tot de barmhartigheid [vs. 38] en vergelijk dit met: “Broeders, indien een mens vervalt tot enige misdaad, gij, die geestelijk zijt, brengt deze terecht met zachtmoedigheid; ziende op uzelf, opdat ook gij niet verzocht wordtGal.6: 1.
Wat nodig is, -en het [Orthodox] Christelijk Geloof dient dit inderdaad op te brengen-, is de geest van Genadige wederzijdse vergevingsgezindheid en respect tegenover iedereen, wie het ook mag zijn.
In Mattheüs komt dit voor in de Bergrede en speciaal in het “onze Vader”, terwijl een illustratie van het omgekeerde, namelijk dat deze gezindheid ontbreekt, naar voren komt in de gelijkenis van de onbarmhartige dienaar.
Vergeef uw naaste het leed, dat hij u gedaan heeft en bid alsdan, zo worden ook uw zonden vergeven. Een mens behoudt tegen zijn naaste de woede — en wil bij de Heer Genade zoeken! Hij is onbarmhartig jegens zijnsgelijken — en wil voor zijn zonden biddenJezus Sirach 28: 2-4.
Daarbij wordt bovendien verwezen naar ‘de Geboden’ [de Goddelijke Voorschriften] die parallel vermeld zijn met ‘het Verbond met de Allerhoogste’.
Met deze laatste formulering bedoelt Sirach ook elders in zijn boek het hele Oude Testament.  Men kan dus zeggen dat Sirach zich enerzijds uitdrukkelijk in de Traditie [van het Oude Testament] plaatst, maar dat hij anderzijds ook duidelijk iets ‘nieuw’ op de voorgrond plaatst dat overigens nadien ook in Christus’ pedagogie/prediking zijn echo gevonden heeft.
Voor Sirach bezorgen niet de cultus, de offers, de rituelen of de geschenken een mens ‘automatisch’ de goddelijke vergeving, wèl het feit dat de mens ‘zelf’ in z’n eigen intermenselijke relaties ‘zo lief en beminnelijk is als God’.

We dienen de daden altijd los te koppelen van de personen, wie het ook mag zijn.
De persoon dienen wij en mogen wij liefhebben zoals Christus ons lief had en heeft. De daden mogen en dienen we te toetsten aan Gods Woord.
Dus niet aan “eigen inzichten”, beleving etc. namelijk wanneer de daden ‘niet‘ in overeenstemming zijn met Gods Woord mogen en dienen we ze ook nadrukkelijk af te wijzen, m.a.w. de persoon in kwestie er in liefde en deemoed op te wijzen.
Juist de liefde tot Christus, onze Heer en daardoor ook tot de persoon, geeft
dat je de betreffende misstap niet kan dulden in zijn/haar leven.
Maar je dient altijd met respect ‘naast’ de persoon te gaan staan, je niet ‘boven’ die persoon te verheffen.
Christus gaf Zelf het mooiste voorbeeld bij de vrouw in overspel als voorbeeld.
Hij erkent dat zij de zonde heeft begaan: wie zonder zonde is, dient de eerste steen te werpen. Het was een daad waarop steniging geboden was als straf.
Christus alleen kan slechts -als God- die steniging ook daadwerkelijk laten plaastvinden, Hij is immers zonder zonde.
Maar Christus zegt daarop: “ga heen, zondig niet meer”. Hij had de vrouw lief, Hij had haar Heil op het oog, maar veroordeelde de misstappen die ze deed.
En daarom wees Hij haar er vastbesloten op; Hij waarschuwde haar.
En ja, indien we een ander wijzen op zijn/haar fouten, dienen we zelf eveneens gecorrigeerd te willen worden en  alles eraan doen om rein en heilig te leven.
Uit Liefde tot Christus en Zijn Lichaam [de Kerk];  Christus, Die ons liefhad en  Zijn leven voor ons gaf.

Zondag van de tollenaar en de farizeeër – begin van het Triodion

de tollenaar en de farizeeër

      Christus sprak ook met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten, deze gelijkenis:
      Twee mensen gingen op naar de Tempel om te bidden; de een was een Farizeeër, de ander een tollenaar.
  De Farizeeër stond en bad dit bij zichzelf: ‘ O God, ik dank U, dat ik niet zo ben als de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als deze tollenaar; ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van al mijn inkomsten.
  De tollenaar stond van verre en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar hij sloeg zich op de borst en zei: ‘O God, wees mij, zondaar, genadig!’.
Ik zeg u: Deze keerde, in tegenstelling met de ander, gerechtvaardigd naar huis terug. Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd wordenLuc.18: 9-14.

      Gij daarentegen hebt volle aandacht geschonken aan mijn onderricht, wijze van doen, bedoeling, Geloof, lankmoedigheid [toegevendheid], Liefde, volharding, vervolgingen en lijden, zoals mij getroffen hebben te Antiochië, te Ikonium en te Lystra.
Al die vervolgingen heb ik
[in Christus] doorstaan en de Heer heeft mij uit alle gered. Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden.
      Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen; zij verleiden en worden verleid.
            Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wel bewust van wie gij het hebt geleerd en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het Geloof in Christus Jezus2Tim.3: 10-15.

Slechts Onze Heer en Verlosser,
Jezus Christus vormt voor ons het begin van redding & bevrijding, omdat wij nogal kortzichtig zijn sprak Hij eveneens  met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten.  Als Zoon van de liefdevolle Vader wil Hij bereiken dat de mens zich slechts voor Hèm openstelt,  teneinde het doel in het proces van verzoening, het doel van Zijn levensproject, te bereiken.
Moge God zowel voor jouw als voor mij, de grootste zondaar, de weg vereffenen, de weg naar “onze Vader”, Die ons het Hemels Koninkrijk binnenleidt en reeds van verre staat op te wachten.

Het Triodion, welke vandaag begint en tot Grote en Heilige Zaterdag duurt staat bekend als de weg tot het Licht. Deze voorbereidingsperiode op Pascha bestaat uit drie fasen:
1.]. de eerste periode is om je voor te bereiden op de vastenperiode.
2.]. de tweede periode de werkelijke periode van het vasten. 
3.]. de derde periode, de laatste week, die van de lijdensweek.
De Orthodoxe Kerk wijdt de eerste zondag van de voorbereidingsfase aan het thema van de tollenaar en de Farizeeër – de boodschap richt zich op de beoefening van de nederigheid.
Gebrek aan nederigheid is te herleiden tot trots, de wortel van het ontstaan van de zonde. Dat is herkenbaar, wie trots is, denkt immers in termen van wij-zij, goeden tegenover de slechten; je voelt je in elke geval beter dan die ander, je bent je in het geheel niet bewust van de blunders, die je maakt.
De ander wordt vervolgens buitengesloten; ‘Ik wil daar immers in het geheel niet meer mee te maken hebben’ – òf – ‘Ik ga alleen met je om als je nèt zo wordt als ik’, – òf – ‘Als je mijn culturele gewoonten niet overneemt, dien je er niet gek van òp te kijken, dien je niet te klagen als er vreemd tegen je wordt aangekeken en je er bij mij niet meer ‘in’ komt en je bijvoorbeeld ‘minder snel een baan krijgt’. Je sluit je op in je culturele vriendenkring en poetst je gezwollen ikheid [ego] op en sluit de rest van de wereld op jouw ‘nivo’ uit. 

De tijd van het Triodion is een periode, die deze zondag begint en eindigt op Stille Zaterdag; het is een tijdgebonden periode waarin de mens z’n/haar best doet terug te keren tot zichzelf en zich tot God wendt met het verzoek hem/haar tot een nieuw mens om te vormen.
Het woord Triodion is een Grieks woord en betekent drie Oden, van elk drie hymnen, het woord ωδή betekent lof, hetgeen uitgevoerd wordt door αείδώ [= zingen]. Het is een periode van zelfzuivering onder de aanroep: “ O, God wees mij genadig, ik ben een zondaar”.
Dit lezen we eigenlijk al aan het begin van Synaxarion op de eerste dag: “ O Schepper van al wat boven en beneden is, U aanvaardt de Hymne van het Trisagion van de Engelen: Neem ook aan het Triodion uit mijn mond, uit de mond van een mens”.

‘Open voor mij, o Leven-schenker, de poorten tot boete’?

Hoe goed past bij deze zondag de bijna juichende boetezang: “De deur der boete open mij, o Leven-schenker”, welke ons de komende weken zal begeleiden.
mp3:   فتح أبواب التوبة بالنسبة لي  = ‘open the repent doors for me’;

 

In de dagen van Christus rondgang op aarde waren farizeeërs mensen met passie voor geloofsopvoeding.
Zij zetten zich in om de rijke traditie van Mozes en de profeten te bewaren en over te leveren.
Zij willen niets liever dan voorkomen dat de mensen God zouden vergeten.
Het werkte echter in de hand dat het volk geleidelijk aan van God vandaan zou geraken, farizeeërs dàt waren immers dè schatbewaarders, zij waren immers geroepen om de enorme rijkdom aan Wijsheid en het Geloof te bewaren, daar kon het gewone volk niet bij.
En in het licht van die kostbare en rijke Traditie zijn ze niet enthousiast over nieuwigheidjes op geloofsgebied; zij onderstrepen dat het volgen van leefregels je slechts beschermt tegen afval, de buitenkant is slechts belangrijk. En zij zien een volstrekte sabbatsrust als een belangrijke – wekelijkse weg tot God; de spelleiders van het volk, de farizeeërs waren echter doorgeslagen in hun goede bedoelingen. Zij gingen zó vèr in hun ijver voor de Traditie en zij waren zó afgeknapt op de onverschilligheid van de gewone mensen, dat er iets verbetens en boosaardigs binnen was geslopen – zo werkt de tegenstrever.
Ze hadden het eigenlijk vooral nog over ‘de Wet van Mozes’ en het daarop volgend oordeel Gods; zij verloren daarbij Gods Liefde en Barmhartigheid uit het oog. Zij communiceerden niet meer met het gewone volk en concentreerden zich zo sterk op vormen en uiterlijkheden dat ze vergaten dat God het hart aanhangt en ziet wat er wèrkelijk van binnen plaatsvindt.

Wij, die onszelf, in eigen ogen, zulke brave christenen beschouwen, kunnen ons eigenlijk heel goed vinden in dat beeld van die farizeeër, wanneer we daar maar niet de tegenwoordige betekenis van “huichelaar” aan verbinden, want die betekenis hindert ons.
Maar wanneer wij ons bewust worden dat wij eigenlijk ‘net zo’ over onszelf denken als die mens uit de parabel, die over zichzelf dacht:
Wij komen netjes onze verplichtingen na, we bidden regelmatig, en we houden ons aan de wekelijkse en jaarlijkse Vastenregels; we doen eigenlijk nooit iemand kwaad; en wanneer we met iemand niet goed kunnen opschieten, dan is die ander toch gewoon ‘een volkomen onmogelijk mens’.
We zien maar al te goed hoe àndere mensen regelmatig tekort schieten en al zeggen we het niet met zulke mooie woorden, we zijn er toch innerlijk van overtuigd dat we ‘in God ogen‘ eigenlijk heel wat méér waard zijn dàn de meeste mensen, die zich immers nèrgens iets van aantrekken.
Wat hebben wij orthodoxen het toch goed met elkaar getroffen, òf niet soms? Ja, het gebeurt zelfs dat er openlijk vanaf het ambon verklaard wordt, dat je trots kunt zijn tot een bepaald Patriarchaat te behoren. 

    Doch sommigen van hen [de joden en de farizeeën] zeiden:
‘ Door Beëlzebub, de overste der boze geesten, drijft Hij de geesten uit’. Anderen begeerden, om Hem te verzoeken, van Hem een teken uit de hemel.
      Maar Christus kende hun gedachten en zei tot hen:
‘ Ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat ten onder, en het ene huis valt op het andere.
Indien ook de satan tegen zichzelf verdeeld is, hoe zal zijn koninkrijk kunnen standhouden? Want jullie zeggen, dat Ik door Beëlzebub de boze geesten uitdrijf. Indien Ik door Beëlzebub de boze geesten uitdrijf, door wie doen uw zonen het dan? Daarom zullen zij rechters over u zijn.
      Maar indien Ik door de vinger Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen.  Wanneer een sterke, goed gewapende man zijn eigen hof bewaakt, is zijn bezit in veiligheid. Maar wanneer iemand, die sterker is dan hij, hem aanvalt en hem overwint, rooft deze zijn wapenrusting, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit.
          Wie met Mij niet is, die is tegen Mij en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.
Zodra de onreine geest van de mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, en als hij die niet vindt, zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgevaren. En als hij komt, vindt hij het geveegd en op orde. Dan trekt hij heen en neemt zeven andere geesten mee, bozer dan hij zelf; en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met die mens in het einde erger dan in het begin’.
En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei:
‘ Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen’.
Maar Christus zei:
                ‘ Zeker, zalig, die het Woord Gods horen en het bewaren.
Toen de scharen te hoop liepen, begon Hij te zeggen:
                ‘ Dit geslacht is een boos geslacht. Het begeert een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona. Want gelijk Jona voor de Ninevieten ten teken geworden is, zo zal ook de Zoon des mensen het zijn voor dit geslacht. De koningin van het Zuiden zal in het oordeel optreden met de mannen van dit geslacht en hen veroordelen, want zij is gekomen van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen, en zie, meer dan Salomo is hier. De mannen van Nineveh zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen, want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en zie, méér dan Jona is hier
Luc.11: 15-32.

      Farizeeër                    en    de tollenaar

En dan is daar die andere figuur, daar achterin, achter die pilaar.
We hebben al snel een zwak voor hem, maar laten we van hem geen knuffel-tollenaar maken, hij heeft als mens net als wij terecht allerlei redenen om zich te schamen. Wanneer hij in de spiegel kijkt ziet hij niet bepaald de mens die hij altijd had willen worden. Hij is bepaald geen zegen geweest voor de gemeenschap, hij heeft niet veel licht en warmte verspreid; anderen niet erg gelukkig gemaakt, slechts gezegd waar het op stond. Hij heeft er geen levenslange vriendschappen aan overgehouden; wèl waren er erg veel conflicten, altijd spanning rond hem heen; veel donkere bladzijden in zijn leven; heel wat mensen heeft hij op hun ziel getrapt en pijnlijk bezeerd achter gelaten. Het verschil met de man daar voorin is, dat deze mens in de spiegel durft te kijken.
Hij is -‘niet’- blij is met wat hij daar in z’n rugzakje, zijn eigen hart aantreft.
Hij durft z’n blik -‘niet’- naar de hemel te richten.

farizeeër en de tollenaar, door Fabritius

Door deze passage van de Blijde Boodschap leren wij tevens het belang van het onophoudelijk gebed, het gebed van het hart en onderkennen we nog een vereiste om onze gebeden voor God  aanvaardbaar te doen zijn, dat wij kunnen bidden als waren wij de grootste dichters, die niet in staat zijn met de mooiste woorden Gods aandacht te trekken, we blijven mensen, die slechts van binnen dienen te beseffen, dat wij in ons doen en laten niets te ‘verdienen’ hebben.
Er blijft ons niets anders over en niet in staat iets anders te vragen dan Gods Genadegave: “O God, ontferm U over mij, zondaar“, alleen dàt blijft nog óver voor Gods genadige weg. Het belangrijkste in deze gelijkenis is dat Christus de menselijke bekering verbonden heeft met nederigheid. De H. Schrift laat duidelijk zien dat het de trots was die Satan deed vallen.
Nederigheid doet de mens zich in zichzelf terugtrekken om te erkennen dat hij ‘altijd maar weer‘ ongelijk heeft en dat hij op God dient te vertrouwen.
Het is het gebed van deze tollenaar welke de Kerk heeft gebracht tot  het gebed van het hart, het Jezusgebed – ‘Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar‘ en het komt dan ook in alle gebeden van de Kerk terug en wij blijven dit gebed maar onophoudelijk herhalen: ‘Heer ontferm U‘.
De laatste woorden -‘ontferm U‘- van dit gebed ten opzichte van onze Heer, toont de menselijke nederigheid en zelfopoffering en is het thema van de periode die op deze zondag begint en aan het einde van onze pelgrimstocht op aarde ‘de Opstandingsdag‘, ‘het Licht‘ van het Hemels Koninkrijk in het vooruitzicht stelt. De mens, hij/zij buigt zich voorover, slaat zich op zijn/haar borst en zegt: ‘Heer, wees mij, zondaar, genadig’.

    De deemoedige gezindheid van de Tollenaar werd voor hem een ladder, die hem deed opstijgen tot de Hemelse Gewesten [Hoogten]. Maar doordat de Farizeeër zichzelf verhief in de lichtzinnigheid van zijn ijdelheid, viel hij gebroken neer tot in de kerker van de hel. Vanuit een hinderlaag berooft de bedrieger de gerechten door ijdelheid. Hij vangt zondaars in de strik van de wanhoop. Maar laat ons de Tollenaar navolgen, om zo van beide kwaden te worden bevrijd7e Irmos

Ikos     tn.3.
   
Laten wij onszelf verdeemoedigen, broeders en zusters, en met klagend zuchten ons geweten slaan, zodat wij zonder schuld mogen staan in het eeuwige Gericht, daar wij dan vergeving hebben ontvangen. Dat is in waarheid de Rust, smeek dat wij deze mogen aanschouwen, waar kwelling noch smart meer worden gevonden, en wij niet meer behoeven te zuchten uit de diepte. Want dan zijn wij in het wonderbaar Paradijs, dat geschapen is door Christus, onze God, zonder begin, evenals de Vader”.

Kondakion      tn.4.
Laat ons vluchten de hoogmoedige grootspraak van de farizeeër,
maar navolgen de grootheid van de deemoed van de Tollenaar.
En laat ons rouwmoedig roepen tot de Verlosser;
Wees U ons genadig, Die alleen Verzoening wilt
”.

Kondakion      tn.3.
Laat ons, zondaars, aan de Heer opdragen
het zuchten van de Tollenaar en voor Hem neervallen,
want Hij is onze Meester.
Hij wil de Verlossing van alle mensen
en schenkt vergiffenis aan allen, die boete doen.
Want terwille van ons is Hij vlees geworden,
terwijl Hij God is;
zonder begin, evenals de Vader
”.

Theotokion     t.3.
  Wij erkennen u als de wonderbaarlijke heilige ladder,
welke eens door Jacob in de droom was aanschouwd,
en die vanuit de diepte tot in de hoogste hemelen reikt, Al-reine.
Want gij hebt God vanuit den hoge neergetrokken in het vlees
en hebt daardoor de sterflijken omhooggevoerd
”.

Orthodoxie & Geloof en zelfheiliging

    O, onverstandige volgelingen van Christus [Galaten], wie heeft u in de huidige toestand gebracht [betoverd], aan wie Jezus Christus toch als gekruisigde voor de ogen gesteld [geschilderd] is? Dit alleen zou ik van jullie willen weten: Hebben jullie de Geest ontvangen ten gevolge van werken van de Wet [op basis van de voorschriften, of van de prediking van het geloof [op basis van het vertrouwen en liefde in God?
Zijn jullie zo onverstandig? Jullie zijn begonnen met de [Liefde en het Vertrouwen vanuit] Geest, eindigt gij nu met het vlees?
Was het dan tevergeefs, dat jullie zoveel hebt ondervonden?
Ware het [dan] slechts tevergeefs! . . . . .
. . . . . Indien er een wet gegeven was, die levend kon maken, dan zou inderdaad uit
een wet de gerechtigheid voortgekomen zijn.
Neen, de Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het Geloof [en het Vertrouwen] in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen, die geloven.
Doch voordat dit Geloof kwam, werden wij onder de wet in verzekerde bewaring gehouden met het oog op het Geloof, Dat geopenbaard zou worden.
De Wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit Geloof [en het Vertrouwen] Gerechtvaardigd zouden worden. Nu echter het Geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester.
Want gij zijt allen kinderen van God, door het Geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleedGal. 3: 1-4, 21-27.

  Wees niet bezorgd over wat je hebt, maar over wat je bent …
Heilige Gregory van Nyssa;
  Het gaat er niet om dat je grote dingen doet, maar dat je datgene wat je doet ‘groots’ doetAlphons Ariëns [1860-1928], franciscaner priester, Twente;
”   In Genadegaven groeien wij, in dienstbaarheid, die wij met betrekking tot God ontwikkelen en door Zijn Liefde tot Hem en onze naasten, wordt de innerlijke opbouw versterkt” Patriarch van Antiochië Johannes X.

De wereld houdt ons voor en misleidt ons met:
Zou het niet geweldig zijn om jezelf je gehele leven maar te ontspannen, lol te hebben, goed te eten, niets ontziend van het heerlijke leventje te genieten?
Een gelukkig, comfortabel, een op jezelf toegesneden leventje.

Zo op het eerste gezicht klinkt het goed . . . . . maar zou het werkelijk zo goed zijn?
Sinds de dag, dat Christus stierf aan het Groot en Heilig Kruis krijgt de Wet van God de ene aanval na de andere te verduren.
Waarom zo zwaar op de hand, zo onderdrukkende en hard voor jezelf, kan dat nu eigenlijk niet anders, is dat nou goddelijk?
En daarop gaan sommige kerken, sinds de dagen van de apostelen, zóvèr om de normen en waarden dàn maar áán te passen, te hèrschrijven naar de vleselijke verlangens van de mens.
Paulus waarschuwde in zijn dagen de Thessalonicenzen al dat het geheimenis der wetteloosheid in de wereld om ons heen werkzaam is.
      Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is2Thess.2: 7.
En wanneer we de geschiedenis van de Kerk gaan bekijken zien we dat de Goddelijke Wetten altijd ‘hèt’ middelpunt zijn geweest van verzet en onafgebroken aangevallen werd.

Kelk, avondsmaalbeker
barock Schreibmayr [Sw.]
Maar tòch bestaat er nog steeds zo iets als een godsdienstig juk van dienstbaarheid, hetgeen feitelijk gelijk staat met een vorm van slavernij, men noemt dat het wetticisme.
Het is beslist een misleiding van de tegenstrever, met de bedoeling om ons opnieuw te binden. Met wetticisme wordt bedoeld, een godsdienst die alleen maar bestaat uit wetten en reglementen. 
Wanneer je dus het gevoel hebt dat jouw godsdienst, òf jouw kerk òf jouw geloofsrichting; je vooral bindt en dwingt, is er toch iets grondig, naar grond smakend, mis.
Deze misleiding houdt in, dat mensen in een kerk of gemeente soms regels en wetten maken, om vervolgens te doen alsof het bepalingen zijn van God.
De Blijde Boodschap is ‘niet‘ een lijstje met geboden en verboden, waar je verplicht bent aan te gehoorzamen.
God heeft ons in Christus juist wedergeboren doen worden en Zijn geboden a.h.w. in ons hart geschreven.
Dat betekent dat iemand die Christus dankbaar is voor de verlossing en vergeving van zijn zonden, als vanzelfsprekend bereid zal zijn om Hem ook te dienen. God ‘dwingt‘ ons in ieder geval nooit, maar nodigt ons daarentegen wèl uit om Hem uit Liefde te gehoorzamen.

Paulus richt zich tot christenen die gedoopt zijn in de heilige Geest en zegt:
Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidtRom.8: 15.
Paulus waarschuwt gelovigen hier voor een vorm van godsdienstige slavernij, waarbij we eerst verlost zijn van de slavernij van satan om daarna weer in een nieuwe slavernij terecht te komen.
We praten vandaag de dag over Liefde in Christus, we horen het onophoudelijk, de gehele tijd maar door over de liefde, en meestal heeft dit dàn ook niets te maken met de liefde tot God, maar veeleer tot de liefde voor onszelf!
Wij blijven maar gevangen zitten in zelfvoldoening: wij hebben het zó met onszelf getroffen, zijn zó tevreden met onszelf, wíj zijn zó goed en wíj leven overeenkomstig de wettelijke maatstaven, volgen zoals de meesten onder ons de wet, het vervullen ervan;  we zijn gewoon goed in de ogen van God, want we geloven immers.
We zijn ontzettend tevreden met onszelf, met onze op nationalisme gebaseerde geloofs-gemeenschap, met de identiteit, die we daaraan ontlenen, maar de Liefde van Christus is:
de Liefde van Zijn Kruis en deze is vèr, ja, mijlen-vèr van ons verwijderd.
Deze mensen, die in de schaduw, die in zelfliefde blijven hangen,
in zelfgenoegzaamheid zijn ze levende gevallenen binnen de Kerk en
ze verstoren het Christelijke wereldbeeld, het Πρόνεμμα  του πνευματος [= de profetie van de Heilige Geest] en daarmee de Christelijke ethos.

Grote Versplintering

Of ze nu naar links of naar rechts neigen te vallen, het maakt weinig uit,
ze houden zich op in de schaduw, in de stilte van de wereld.
Dit is een aspect, een gebied, waar velen niets meer zien en . . . en vervolgen na een moeilijk leerproces in hun hoogmoed, het uiteindelijk resultaat mislopen.

Er zijn mensen, die zich aan de rechterkant van de samenleving bevinden en in de verleiding zijn van diezelfde rechterkant.
Mensen, die zich blindelings, maar op een onverdraagzame wijze  inzetten voor de christelijke ideeën, die het slechts voor de buitenkant doen, de verpakking, die voor de vorm met ons oplopen vanwege de Wet, het secundaire, het tertiaire of zelfs het tegenovergestelde.
Dit soort mensen bevinden zich op vele fronten,
zij, die het idee hebbend dat ze hierin gespaard of gered zullen worden en toch van de wereld zijn en slechts offeren uit [zelf-]liefde.
Ze zijn niet in staat om de dingen in z’n juiste verhouding te zien, teneinde ze in de juiste volgorde te plaatsen. Ze herkennen de Bron niet langer van al het goede en de zegeningen, die hen tegemoetkomt.
Alles in Liefde tot Christus, tot het opnemen van je kruis en dan al het andere, inclusief onze wereldse identiteit afleggen; alleen maar op basis van liefde tot Christus je Kruis op nemen en Hem volgen, geeft rust en geeft heeft betekenis, diepte en regeneratie.
Alleen in liefde tot Christus en in liefde tot Zijn Groot en Heilig Kruis!
Veel individuen kunnen momenteel hun sociale verplichtingen niet meer nakomen en blijven alleen overeind door voedselbanken en het aanvaarden van liefdadigheid.
Ten alle tijden blijven de solidariteitsverplichting gelden: de mens dient de noodlijdenden helpen.
Dit wordt momenteel concreet gerealiseerd door…het verbod om te stelen te ontwijken, door zelfverrijking ten koste van anderen.
Bij diefstal spelen verschillende motieven een rol: macht, geldingsdrang [een ziekelijke neiging], afgunst, hebzucht, genotzucht, egoïsme.
Tegenwoordig wordt diefstal vaak niet meer gezien als een vergrijp, maar veeleer als een onbelangrijk delict. Plannen bedenken die ingaan tegen de economische existentie van de medemens, legaal en onrechtmatig schenden het recht van eigendom en zijn tegenwoordig aan de orde van de dag in het economische leven.
En aldus verliezen we ‘alles’, wanneer we niet meer in staat om de dingen in z’n juiste verhouding te zien en de hiërarchie opbouw van de dingen om ons heen naast ons neer te leggen;
’t is er wel, maar het is er ook niet, want je doet alsof het niet bestaat en loopt er met een grote bocht omheen.
Wij hebben het idee gekregen dat we voor de vorm, voor de buitenkant,
de geschiedenis, de identiteit, de natie kunnen redden, maar in plaats daarvan verliezen we ‘alles’, omdat we ‘Christus’ en Zijn Blijde Boodschap zijn kwijtgeraakt!

Ins Blaue hinein

Alleen Hij kan de Christelijke Verenigde Gemeenschap, alleen Hij kan de mensen redden, alleen Hij kan de Kerk redden, alleen Hij kan òns mensen redden.
En wanneer wij het offer van het Kruis ontkennen, ontkennen we de heilsgenade van het Groot en Heilig Kruis, de vrijheid die met de Genadegave op de koop toe komt . . . . .
We spannen het paard achter de wagen, zetten de wagen voor het paard en uiteindelijk gaan we nergens heen . . . . . ‘ins blauwe hinein’.

En mensen, die zich aan de linkerkant van de samenleving bevinden vallen eveneens: omdat ze twéé heren proberen te dienen, de wereld en de Heer der Heerscharen.
Dus je hebt de wereld, de modernisten, de vernieuwers, die de kruisiging van hun geest en van hun lichaam en van hun leven [in deze wereld] ontkennen.
Het Lichaam van Christus doet derhalve niet aan politiek, Christus staat bóven
de politiek en haar macht, want Christus is de Opperstalmeester, de Opperherder van de stal.
Mensen, die het ascetisme bespottelijk maken, die de vasten en de onthouding bespotten, ze beijveren zich enkel voor de uiterlijkheden, zij hebben geen ijver voor de nauwkeurigheid van het Geloof, van het Geloof in een oprechte Biecht en zij die dat doen, worden aanhangers genoemd van een fundamentalistische richting.
Ze spreken van aanpassen aan de hedendaagse tijd, van updaten, maar wat ze bedoelen is veranderen, perverteren, vervormen, als  compromis met de wereld, omdat ze niet met Paulus kunnen zeggen dat:
      Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beërven?1Cor.6: 9 en
      Geliefde, ik bid, dat het u in alles wel ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wel gaat3John.1: 2.

H.Martinus, patroonheilige van de stad Utrecht

Kunnen zij dàt zeggen? Kunnen wij dàt echt oprecht verklaren?
Òf verheffen we onszelf, in onze prestaties, in onze vermeende aangename verplichtingen. Dit is op persoonlijke niveau: veel van ons zullen dat kunnen herkennen – de arrogantie, de ijdelheid, de trots in onszelf; niet eenieder van ons, maar sommigen onder ons òf toch velen onder ons, kunnen zich zó gedragen.
Kunnen we de andere soort herkennen?
Dat we trots zijn op een identiteit, die werelds en aards is, en we denken dat dit ons zal redden… dat we tot de giganten van de geredden behoren?
Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereldGal.6: 14 [zowel rechts als links].
En dan zegt Paulus:  Gij allen zijt immers één in Christus Jezus. Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen“; en we kunnen toevoegen zoals we verder hoorden zeggen
Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk“, noch Grieks, noch Russisch noch Nederlands Orthodox, noch Holebi; geen van allen besneden of onbesneden heeft iets anders, maar alleen een Nieuwe schepping leidt tot herkenning bij God.

Kruis, Willibrordskerk, Utrecht

Worden we gerégénereerd? Hebben we de passies overwonnen? Zijn we ‘vrij’ geworden van de passies, de wanen van deze tijd, de identiteit van de wereld?
De overweldigende identiteit van de wereld!
Velen van ons denken dat er redding in is onze wereldlijke identiteit.
Broeders en zusters, in de hemel is er geen Grieks Orthodoxe, geen Russisch-orthodoxe, geen Nederlands, Lage Landen -orthodoxe ziel-.
Er is enkel een ouderwetse [orthodox, vroeg-christelijke] christelijke ziel, die zijn leven heeft geleefd in Europa [oost- of west], of in Amerika [noord- of zuid], het [midden- of verre] Oosten, Azië, Australië, Nieuw Zeeland, Afrika, noord- of zuid. 

Er zijn geen identiteiten van deze wereld in de volgende wereld, daar is maar ‘één en hetzelfde‘ Vaderland en dat is het Koninkrijk Gods.

Laten we dit tijdelijke, snelle voorbijgaande leven en onze identiteit daarin niet verwarren, met de  wedergeboorte, met het Kruis van Christus, met opoffering en liefde!
Zij zijn twee verschillende dingen.
We kunnen slechts één ding bezitten, Christus en het Kruis en de gehele santekraam kan op de schroothoop, kan geregenereerd worden.
Dàt is de Glorie van de geschiedenis van de Kerk, het Lichaam van Christus!
Dàt is Christus, Die kwam en voor ons het Kruis op Zich nam en wij door Zijn Opstanding mede werden opgewekt en vernieuwd en gered en grootgebracht naar de hemelse gewesten en hier op aarde enkel heilige  menselijke inspanningen mogen verrichten of het nu in de kunsten, in de literatuur en muziek, of als gewoon werknemer is, wanneer je ”     datgene wat je doet maar ‘groots’ doet”.

Wij zijn op het hart van het Geloof te vinden – door voor Uw Kruis een diepe buiging te maken

In de eerste plaats Christus en Zijn Kruis en eerst dàn deze wedergeboorte en dàn deze nieuwe creatie, zoals Paul zegt.
En hij geeft ons één belangrijke geloofsregel mee; hij geeft ons deze geloofsregel wanneer hij zegt: “      wanneer de Geest der Waarheid komt, zal Hij u de weg wijzen tot de volle Waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. Hij zal Mij [God, de Vader in Christus, de Zoon van God] verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne [de Blijde Boodschap] nemen en het u verkondigen“ John.16: 13-14.
Zo velen als er zullen wandelen volgens deze regel van wedergeboorte, van kruisiging van de geest, van de kruisiging van de huidige wereldse identiteit, rust en genade zal op hen komen en op het Israël [de Kerk] van God!.

‘een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid’

De Christelijke Gemeenschap heeft de corrigerende Waarheid van de Galaten vandaag de dag evenzeer nodig als dat het nodig was in de dagen van Paulus.
Niet alleen is de rechtvaardiging van de zondaar slechts door Geloof en los van de werken van de Wet, maar zo is óók de heiliging, òf de vervolmaking, van de heilige door de prediking van het Geloof, los van de werken der Wet:
      Dit alleen zou ik van u willen weten: Hebt gij de Geest ontvangen ten gevolge van werken der wet, of van de prediking van het Geloof?
Zijt gij zo onverstandig? Gij zijt begonnen met de Geest, eindigt gij nu met het vlees?
Gal.3: 2,3.
Hij zegt [dit] aan de fyletisten [afstammelingen van een gemeenschappelijke voorouder] van zijn tijdsperiode, voor hen die gevangen zitten in de identiteit van deze wereld, de Joden, die al duizenden jaren een monopolie hadden opgebouwd rond de komst van Christus en de heidenen.
Wie zou kunnen beweren dat hun cultuur, hun identiteit, de identiteit zou dienen te zijn van iedereen op de aarde, dan behalve de Joden, waaruit onze Redder voortkwam?
Kunnen zij dit opeisen, dit claimen?
Neen, dat konden ze niet.
De tijd, die hen voorafgang, was slechts een schaduw die naar ‘Het Licht’ leidde!
Dus zegt Paulus tot Zijn mede-Joden, ‘Vrede en Genade zij met u’, wanneer u overeenkomstig 
deze regel uw weg voortzet; wanneer je [echter] in deze wereld blijft [of dit nu rechtsom of linksom plaatsvindt maakt weinig uit], wanneer je een buitenstaander een vreemdeling blijft voor het Kruis en de bijbehorende offerande, dan ben je verloren!
Je dient, zo zegt Hij, je Kruis op te nemen en het te dragen – en hiermee eindigt Hij – dat zijn de kenmerken van onze Heer Jezus Christus.

Mogen wij ook, Paulus navolgend, waardig worden gemaakt om de kenmerken van onze Heer te dragen; Jezus Christus, de kruisiging van ons intellect, de kruisiging van onze wereldse identiteit!
En in de oude Kerk toen ze vervolgd werden, wat zeiden de christenen toen?;
en wat zeggen de Antiochenen, die het eerst Christen genoemd werden nu nog steeds?
Propageren zij, hoor je ze ooit zeggen: “Ik ben een Christen uit Antiochië en niet uit Moskou of Athene? . . . . .
Neen, ze zeiden en zeggen het nu nog steeds: “Ik ben een Christen “, . . . . . “Na alles wat ik meegemaakt heb ben ik nog steeds een Christen”,
. . . . . “Ik draag de kenmerken van onze Heer Jezus Christus, ik kruisig mijzelf en geef mijn leven voor het Hemels Koninkrijk van God!”.
En dit zeggen zij ook nog steeds tegen hun vervolgers en daarom vallen er zoveel martelaren in het Midden-Oosten.
Dit is waar wij in deze laatste dagen in het westen behoefte aan hebben;
aan zulke christenen hebben wij hier in het westen ‘schreeuwend’ behoefte . . . . .
mogen we waardig zijn, mogen wij christenen hier in de Lage Landen waardig worden gemaakt . . . . . op die wijze het Hemels Koninkrijk te betreden.
Heer, Jezus Christus, ontferm u over mij, zondaar”.
Soms komen wij christenen tegen en horen hen zeggen hoe God ons eerst dàn een gemakkelijke leven zal geven zolang we er maar voor bidden.
Maar wij dienen beter te weten: dat het leven als christen je maar al te zwaar en moeilijk zal kunnen vallen en het is goed wanneer we elkaar als christenen daarin bijstaan.
Vraag het maar aan Paulus, die in de voetsporen van Christus liep!
Hij had honger, hij verduurde pijn, Hij voelde zich verloren en alleen gelaten, werd voor de gek gehouden, in de gevangenis gestopt en op nog vele andere wijzen beproefd; het leven was voor hem alles behalve gemakkelijk.

‘Kerkbankbijbel’ naar de Statenvertaling

Als christenen weten we dat God van ons houdt en dat Hij wil dat we gelukkig zijn.  Maar laten we onthouden dat God ons met Christus voor altijd het vreugdevolle, comfortabele, pijnvrije leven zal willen geven . . . . . in het Hemels Koninkrijk!

Bid elke dag tot God:
      Indien jullie in Mij blijven en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat jullie maar willen, en het zal u gewordenJohn.15: 7;
Lees iedere dag in de Schrift de Blijde Boodschap:
    Deze broeders onderscheidden zich gunstig van die te Thessaloniki,
daar zij het Woord met alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen of deze dingen zo waren
Hand.17: 11 en begin met het de woorden uit het Evangelie van Johannes:
Gehoorzaam God altijd:
      Wie Mijn Geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door Mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbarenJohn.14:  21;
Wees een getuige van Christus in woord en daad :
      Christus zeide tot hen [ons]: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken“ Matth.4: 19;
      Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat jullie veel vrucht draagt en jullie zullen Mijn discipelen zijnJohn.15: 8;
Vertrouw God elk detail van uw leven toe:
      Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u1Petr.5: 7;
Laat uw dagelijks leven leiden door de Heilige Geest, om in Zijn kracht elke dag een goede getuige van Christus te kunnen zijn:
      Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees – want deze staan tegenover elkander – zodat gij niet doet wat gij maar wenstGal.5: 16,17;
      Jullie zullen Kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over julie komt, en jullie zullen Mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde  Hand.1: 8.
Aldus belijden wij ons Geloof en weten wat ons te doen staat.

Januari 1e – Heilige Basilius de Grote, [Gr. Άγιος Βασίλειος ο Μέγας] – ]bisschop van Caesarea te Capadocië [329-379]

H. Basilius de Grote werd in 329 geboren in Caesarea in een familie welke al een

Heilige Basilius de Grote

aantal martelaren had gekend, zowel aan zijn vaders als zijn moeders kant; hij werd naar zijn vader ‘Basileus’ vernoemd, hetgeen in het Grieks ‘het koninkrijk’ betekent

Zijn grootmoeder van vaders kant, de Heilige Macrina de Oudere, welke ondanks de vervolging haar Geloof behield, trof hem aan toen zijn moeder Emilia de marteldood stierf. Basilius was de oudste zoon van een gezin dat uit 10 kinderen bestond, vijf jongens en vijf meisjes. Een broer ontviel hem  gedurende zijn jeugd [Enkeratios], terwijl de drie anderen zich naast Basilios als bisschop van Caesarea onder de Cappadociërs, eveneens als Gregorius van Nyssa en Petros bisschop van Sebastia werden geroepen, de grootste onder hen was de naar haar grootmoeder vernoemde Makrina de Jongere, die iedereen aanspoorde om een deugdzaam leven te leiden.

De heilige Basilius groeide op onder de hoede van zijn grootmoeder Macrina in een dorp in de buurt van de nieuwe Caesarea, waar hij ter ere van zijn moeder een tempel bouwde toegewijd aan de veertig martelaren die gemarteld werden in Sebaste

Op jonge leeftijd werd hij naar een keizersstad in Capadocië gestuurd, waar hij mensen ontmoette waaronder de Heilige Gregory van Nazianz
De Heilige Basilios blonk uit door zijn deugdzaam leven  

Hij verhuisde naar Constantinopel, waar hij Theologie en Philosofie studeerde en daarna vertrok na vijf jaar [351 AD] naar Athene om daar na ongeveer vijf jaar om zijn studies af te ronden en daar heeft hij zijn vriend [H.] Gregory van Nazianze leerde kennen, waar hij met hem in het centrum van Athene in gelijke geest in een samenwoonde.

Daar ontmoetten ze ook Julianus, de latere keizer die hoogmoedig het geloof zou gaan onderdrukken

Zonder maar een ogenblik te twijfelen aan de in hem ontstoken vlam van het geloof – doorliep  Basilius de studierichtingen, Philosofie, Astronomie, Techniek en Geneeskunde en ondervond hij bij de verkondiging van het Goddelijk Woord veel nut bij zijn verdieping in de menswetenschappen. 

Terugkeer naar huis:
Hij weigerde elke aanbieding van zijn kameraden om in Athene te blijven en keerde in 356 terug naar zijn thuisbasis om zich daar gedurende twee jaar te bekwamen in het behalen van een onderwijsbevoegdheid en werd daardoor populair en ontving aantrekkelijke aanbiedingen, maar zijn voorbeeldige zuster Makrina behield hem het juiste pad; nog geen jaar later werd tot lezer gewijd.

Zijn ascetische leven:
Hij voelde zich echt op z’n gemak, vooral toen zijn grootmoeder en zus na de dood van zijn vader een kloostergemeenschap stichtten te Annesi aan de rivier Iris, waarmee ze jonge dames uit de grootste families in Capadocië aantrokken.
Basilius zette zijn studie voort en in 358 n.Chr. is hij nog jonger dan 30en hoewel hij de sheikhs van Alexandrië, Opper-Egypte, Palestina, Syrië en Mesopotamië kent, verkocht hij al zijn bezittingen en verdeelde die onder de armen en zocht zich een eenvoudige woonplaats niet ver van zijn grootmoeder en zus in de omgeving van Arnesie in Pontus.

Hij geniet van de schoonheid van de natuur en begint te schrijven
Eeuwige God, beginlood en ontoegankelijk Licht, formeerder van de gehele schepping
Bron van Barmhartigheid, zee van  goedheid en onpeilbare oceaan van liefde voor de mensen
O, Heer, het Licht van Uw aanschijn zij over ons afgetekend
Straal in onze harten, geestelijke Zon van Gerechtigheid; vervul onze zielen met Uw Vreugde
Leer ons, altijd aan u te denken en Uw oordelen te verkondigen en U zonder ophouden te belijden als onze Meester en Weldoener
Geleid de werken van onze handen volgens Uw Wil en richt onze schreden op de weg van Uw welgevallen, opdat ook door ons, onwaardigen, verheerlijkt moge worden Uw Heilige
Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest als de éne Godheid en het éne Koningschap, waarin toekomt alle Heerlijkheid, Eer en Aanbidding in alle eeuwigheid”.     Amen   

Ieder begin van de dag spant hij zich in tot het menselijke gebed en lof aan de Schepper door middel van zijn lofzangen en geestelijke liederen, en met de zonsopgang ging ook zijn werk gepaard met gebeden waar hij ook ging, al zijn doen en laten was doordrongen van lof aan God; hetgeen hem alleen maar op hoger plan brengt
Bij het aanbreken van de nacht bidt hij:
Hooggeprezen zijt Gij, Heer, Almachtige Meester, Die de dag met zonlicht doorstraalt en de nacht licht maakt door het vuur. Gij hebt ons doen trekken door heel deze dag en nu naderen wij het begin van de nacht
Verhoor onze gebeden; vergeef ons onze bewuste en onbewuste fouten; aanvaard ons avondgebed en zend de volheid van Uw genadige Barmhartigheid over Uw erfdeel
Omgeef ons met Uw heilige Engelen. Omgord ons met de schutsmuur van Uw Waarheid
Bewaak ons met Uw Macht
Red ons uit alle hinderlagen van de vijand
Geef dat deze avond en nacht gelukkig, heilig, vreedzaam, vrij van zonde en aanstoot
mogen zijn en ook alle verdere dagen van ons leven
Amen

De stilte om hem heen vormt een onderdeel op zichzelf en kan als het begin

H. Basilios de Grote

worden beschouwd van zelfreinigend gebed en inderdaad zo wordt de menselijke geest niet gestoord door andere dingen; je zintuigen worden niet afgeleid door de wereld, je valt steeds weer terug naar hetzelfde in je gebedshouding stijg je in gedachten op naar God
Basilios was voor zichzelf hard wat betreft het dagelijks geheel van zijn gewoonten, hij legde zich toe op ascese, het bestuderen van de Blijde Boodschap, het gebed en de aanbidding  en  verzamelde een gemeenschap om zich heen van ‘God’-zoekers uit Pontus en Cappadocië
Basilius wordt beschouwd als een van de grondleggers van het monastiek leven van de Orthodoxe Kerk.

Zijn werk en aanwezigheid Kerk:
Onder de bisschop van Caesarea werd Basilius in het jaar 365 priester gewijd, zette zich in voor het bewaren van het ware Geloof en weerlegde elke ketterse Ariaanse leer welke met het Geloof in strijd was.
In plaats van dat de ketter Arianus op z’n  fouten terugkwam weerlegde hij deze ketter door zich samen met de Kerk te verenigen in de Geloofsbelijdenis van Nicea, die de eenheid benadrukt van de Zoon met de Vader. De ster van Basilius begon te schijnen en zijn bisschop wendde zich tot Hem en verzocht hem bij zijn terugkeer om assistentie.
In 370 stierf Eusebius, bisschop van Caesarea, en Basil werd gekozen om hem op te volgen. Caesarea was een belangrijke bisdom en de bisschop was, ambtshalve , exarch van de grote bisdom Pontus. Hoewel enigszins opgewonden en in mindere mate hoogmoedig  was Basil ook vrijgevig en sympathiek. Zijn ijver voor orthodoxie verblindde hem niet voor wat goed was in een tegenstander; en omwille van vrede en liefdadigheid was hij tevreden om af te zien van het gebruik van orthodoxe terminologie wanneer het zonder overgave van waarheid kon worden losgelaten.
Met al zijn kracht verzette hij zich tegen keizer Valens, die ernaar streefde om het Arianisme in zijn bisdom te introduceren, en de keizer zo sterk imponeerde dat hij, hoewel hij geneigd was om de onhandelbare bisschop te verbannen, hem ongemoeid liet. Voor een keizerlijke prefect, verbaasd over de wreedheid van Saint Basil, zei hij: “Misschien bent u nog nooit eerder op een bepaalde wijze met een echte bisschop omgegaan”. Om de kerk te redden van het Arianisme, ging Basil een verbinding aan met het Westen en met de hulp van Athanasius probeerde hij zijn wantrouwende houding jegens de Homo-ousians te overwinnen.
De moeilijkheden waren te overzien toen de vraag naar de essentie van de Heilige Geest werd aangekaart. Hoewel Basilius objectief de consubstantialiteit van de Heilige Geest met de Vader en de Zoon bepleitte, behoorde hij tot degenen die, trouw aan de Oosterse traditie, het predikaat homoousios niet aan de eerste zouden toestaan; daarvoor werd hij reeds in 371 door de orthodoxe zeelieden onder monniken verweten, en Athanasius verdedigde hem.
Ook zijn relatie met Eustatius werd behouden ondanks dogmatische verschillen en veroorzaakten verdachtmakingen. Aan de andere kant werd Basilius zwaar beledigd door de extreme aanhangers van het Homoousianisme, die hem de Sabelliaanse ketterij verweten.

Basilius leefde niet lang genoeg om het einde mee te maken van de onaangename confrontaties alsmede het succes van zijn voortdurende inzet ten behoeve van de verhoudingen tussen Oost [Byzantium] en West [Rome].
Rust werd hem niet gegund, hij leed aan een leveraandoening en zijn overdreven ascese leek hem tot een vroege dood te hebben bespoedigd.
Hij ging terug naar de stad waar hij priester werd gewijd en nam ook daar de strijd op tegen de Mariaanse ketterij. Reeds toen zag meeneem als een de eigenlijke bestuurder van de Kerk in Ceasarea en na de dood van bisschop bisschop Eusebios in 370 was Basilios de aangewezen opvolger. Met een enorme energie heeft hi de resterende negen jaren van zijn leven gewerkt. Hij is een van de geweldigste, eigenwijze figuren onder de Kerkvaders door de diepte van zijn Theologisch inzicht, door zijn doorzettingsvermogen en grote geleerdheid die zich uitstrekte over tal van terreinen van de menselijke kennis, door de ernst en de vasthoudendheid waarmee hij deze inzichten ook in zijn eigen leven tot gelding bracht, door zijn organisatorisch inzicht en door zijn meeslepende welsprekendheid.

Een blijvend monument van zijn bisschoppelijke en zorg voor de

Want Ik had honger geleden en jullie hebben Mij te eten gegeven

minderbedeelden was het grote instituut voor de poorten van Caesarea, dat werd gebruikt als armenhuis, ziekenhuis en hospice, werkinrichtingen, gasthuizen, kerken en woningen in zulk een omvang, dat men sprak over de ‘Basiliusstad’. Zijn intense bestudering van de Blijde Boodschap kwam tot leven in zijn preken en commentaren, tegelijk populair en wetenschappelijk. Zijn beroemde toespaken over de Schepping, de Hexameron [‘het zesdagenwerk’], leert ons veel over de stand van de natuurwetenschappen in die tijd. Zijn brieven en raadgevingen werden overgeschat en en overal verspreid en worden ook nu nog uitgegeven of er wordt uit geciteerd. Hij was Metropoliet in de juiste zin van het woord over geheel Capadocië, met nog vijftig kleine bisdommen onder zich en ook daardoor had hij veel invloed als dienaar van de Allerhoogste.

 Het menselijk leven omvat maar een korte tijdsspanne. ‘ Alle vlees is gras en al zijn schoonheid is als een bloem op het veld. Evenals het gras verdort zo ook de bloem en valt af, wanneer de adem des Heren daar overheen waait’ Isaiah 40: 6  Laten we vasthouden aan de ons voorgehouden Goddelijke Geboden en de onwerkelijke aardse gebondenheid, die voorbijgaat, verachtenH. Basilius de Grote

Vanwege zijn sterfdag wordt de gedachtenis van de Heilige Basilios gevierd op 1 januari; hij wordt ook herinnerd op 30 januari als een van de Drie Heilige Hierarchen. Volgens de Griekse traditie bezoekt hij ieder jaar op 1 januari de kinderen om hen geschenken te geven . Dit festival wordt ook gekenmerkt door het bakken van het ‘Basilius’-brood [Gr. Vasilópita], waarin een zwezerik met een munt is verborgen.

Troparion     tn.1
Over de gehele aarde is uw roep uitgegaan
toen zij uw woord aannam,
waardoor gij het wezen der dingen hebt uitgelegd,
en de zeden der mensen schoner gemaakt.
Koninklijk priester, heilige Vader Basilios,
bid tot Christus God,
om onze zielen te redden”.

Kondakion     tn.5
“Gij hebt u de onwankelbare grondenteun van de Kerk vertoond
door aan alle sterflijken
het onontvreemdbare Rijk aan te bieden
en door het te bezegelen met uw leerstellingen
gij, die de Hemelen getoond hebt, Heilige vader Basilios

December 31e – Oudjaar: dankzegging – Akatist “Dank aan God voor alles”.

Logo AOKN,                                                    namens allen een heel gelukkig Nieuw Jaar!

Wees altijd verheugd, bid onophoudelijk,
breng dank aan God onder
alle omstandigheden, want
dat is wat Hij van u, die bekleed is met en één is met Christus Jezus, verlangt.

Christus heeft voorzegd:
      Het uur komt en is gekomen, dat gij verstrooid wordt, een ieder naar het zijne en Mij alleen laat. En toch ben Ik niet alleen, want de Vader is met Mij.
Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij Vrede hebt. In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed,
Ik heb
[Mijn Vader volgend] de wereld overwonnenJohn.16: 32-33.

Christus, onze Verlosser heeft hiermee aangegeven, dat ongeacht hoe moeilijk en droevig de gebeurtenissen van de aardse geschiedenis ook zijn, de Almachtige God wint altijd. Er woedt een dodelijke strijd onder ons en wij
weten dat Christus de vijand van het menselijk ras al heeft verslagen, maar dat ieder mens deze ook zelf nog dient te overwinnen.

      Verblijdt u in de Heer te allen tijde!
Opnieuw zal ik u zeggen: Verblijdt u!
Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Heer is ons nabij.
Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door
gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God.
       En de Vrede van God, Die alle verstand te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.
Voorts, broeders en zusters,
al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein,
al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient,
bedenkt dat; wat u geleerd en overgeleverd is, wat gij van mij [Paulus]
gehoord en gezien hebt, breng dat in toepassing
en de God van de Vrede zal altijd met u zijnPhil.4: 4-9.

Митр. Трифон Туркестанов [1861-1934]

Mijn vriend en gesprekspartner Adelbert Roessingh van de Russisch Orthodoxe Parochie te Amsterdam heeft mij de hernieuwde uitgave van de Akathist van Dankzegging “DANK AAN GOD VOOR ALLES ” in de Nederlandse taal ter hand gesteld.
De auteur is Metropoliet Trifon Turkestanow [1861-1934].
Deze Akathist verscheen na zijn dood in 1935 in Odessa binnen Orthodoxe kring in de openbaarheid, onder de titel Akathist van dankzegging aan de Heilige Drie-eenheid, na door een onbekend gebleven priester uit een Russisch concentratiekamp gesmokkeld te zijn.

Leven vanuit de ‘vol-einding’ “ gaat aan de Akathist vooraf,
als volgt:
1.]. Leven vanuit de voorafbeelding der ‘vol-einding’: vanuit de Wederkomst van Christus en het Koninkrijk van God.
Door de zondeval zijn wij uit Gods werkelijkheid weggevallen. Daardoor staat onze aardse tijd in een flagrante tegenstelling tot de tijd van Gods eeuwigheid.
– Als we van onze aardse werkelijkheid kunnen zeggen dat elk moment en elke gebeurtenis verdwijnt om een opvolging te vinden in een volgend-, dan geldt daarentegen dat in de tijd van Gods werkelijkheid, waaruit wij weggevallen zijn, nooit iets verdwijnt.
– Als wij zeggen dat in onze aardse werkelijkheid steeds weer een nieuw begin wordt gemaakt, dan geldt dat in de voortdurende actualiteit van Gods werkelijkheid nooit iets verdwijnt.
In die werkelijkheid blijft elk begin bestaan. Beter is het om dan niet over een begin te spreken en het eerste Schriftwoord “In den beginne …” te zien als een uitdrukking van de altijd aanwezige oorsprong  die zich in de schepping steeds verder ontvouwt.
Vergelijkbaar is de ruimte  waarin onze relatie met God zich afspeelt.
Voor de zondeval bestond die niet, omdat in de ruimte van het Paradijs de afstand die er tussen God en mens bestond, door Gods liefde overbrugd werd. De verhouding tussen Adam en zijn Schepper was als die tussen een kind en zijn moeder. Door de zondeval treedt er afstand  op. Terwijl Gods liefde voor de mens onveranderlijk is, stelt de mens zichzelf op afstand.  De eigenlijke ruimtelijke taal der dingen die van God getuigde, gaat verloren. Maar de mens die zich juist door deze afstand als existentiëel-zoekend wezen ontwerpt, is vanuit een ongeschapen, buiten elk zijnsverband staande vrijheid, scheppend bezig.
Maar alle door hem gecreëerde ‘zijnden’ (ideeën, ideologieën, opvattingen, normen etc.) lijden op den duur aan sklerodermie : zij verharden en daardoor worden zij óf tot afval, óf tot monumenten, óf zij worden hergebruikt in een andere scheppingsact. Dit verharden vindt zijn oorsprong in de ‘objectivering’  (exteriosatie, in het Duits; Verdinglichung), een verzakelijking van wat in de menselijke geest zijn oorsprong heeft.

Door het begripsmatige denken kunnen verbindingen worden hersteld, waardoor in de onvrijheid welke de objectivering met zich meebrengt, toch de gebeurtenissen van de geest tot uitdrukking kunnen worden gebracht.
Het herstel van de verbindingen in de geobjectiveerde vormen van ‘deze wereld’ noemt Berdjajew “communicatie”; het vormt voor hem juist het tegendeel van de echte ‘communio’, gemeenschap, ofschoon beide de verbinding beogen.
De laatste is personalistisch; zij betekent de ontmoeting van een ‘Ik’ met een ‘Gij’ in een ‘Wij’.
In de geobjectiveerde wereld is voor het herstel van de gemeenschap alleen de communicatie mogelijk. Communio en communicatie verhouden zich tot elkaar als scheppende vrijheid tot niet-scheppende noodzakelijkheid.
De hoogste vorm van communio is de liefde en Berdjajew karakteriseert de eschatologische betekenis van de liefde als teken van echt scheppen, dikwijls met de opmerking dat de liefde het eind is van deze wereld en het begin van het Rijk Gods. “De liefde betekent uit de geobjectiveerde wereld uitbreken en binnendringen in de innerlijke existentie. Het object verdwijnt en opent zich voor het ‘Gij’. Daarom breekt in elke echte liefde in zekere mate het Rijk Gods aan, een andere zijnsorde”.
Doordat het uitbreken uit de ellende der eenzaamheid en onvrijheid van de geobjectiveerde wereld eerst op het einde der tijden ten volle bereikt wordt, zou het troostvoller zijn, als de mens daar in het hier-en-nu enig zicht op had.
Dit uitzicht, ja zelfs de communio, wordt hem aangeboden, doordat de mens, die weliswaar uit de werkelijkheid van zijn naar Gods beeld en gelijkenis geschapen mens-zijn is weggevallen, iets van dit mens-zijn herkent in contact met de heilsopenbaring van God in Christus en hij door die herkenning deze heilsopenbaring ook als waar erkent.
– In deze heilsopenbaring, welke altijd een openbaring-voor-ons is, openbaart God Zich in Zijn menslievendheid als de Zijnde,  als Degene Die in het worden  op weg is naar Zichzelf, naar Degene Die Hij in alle eeuwigheid voor ons is. God laat in Zijn openbaring-voor-ons  Zijn hart zien, want Zijn openbaring is wezenlijk voor Hem.
Hierbij overstijgt Hij het Zijn, Dat Hij ook is. Als God-voor-ons gaat Zijn existentie aan Zijn Zijn vooraf. Hij is dan de Zich openbarende Persoon Die Zich in liefde naar ons toe ontwerpt. Hij gaat ons daarin voor. Ook wij moeten ons naar elkaar en naar de schepping toe in liefde ontwerpen zonder iets te willen zijn.
Als God Zich als Persoon ná de eindtijd ontwerpt in de vol-einding,  een wereld waarin geen tijd en geen voorbijgaan meer is, maar enkel Zijn Wederkomst, waarin Hij alles in allen en in alles is, dan kunnen wij Hem nu slechts omfloerst alsVoorafbeelding  zien in de beelden van de schoonheid der natuur en in de beelden die de Schrift ons heeft overgeleverd. Juist als voorafbeelding van wederkomst van de Heer hebben die beelden deel aan het goede, schone en ware van Gods wereld en van Zijn Koninkrijk.

Ik wil dit verduidelijken: Ook al spreekt onze Heer Zijn kruiswoorden in een diep tragische werkelijkheid, toch zijn die kruiswoorden schoon, goed en waar, omdat ze de voorafbeelding zijn van het volmaakt schone, goede en ware van onze Heer waarin Hij bij de Wederkomst zal stralen. Ondanks de marteling aan het Kruis tonen de kruiswoorden ons in de godverlatenheid de bovenmenselijke schoonheid van de ware Mens Die helemaal boven Zichzelf uitstijgt om te worden Wie Hij wezenlijk is.
Het gaat hier om een wederkomst die er bij alle tragiek toch altijd is. Ook het lot der martelaren is tragisch, maar zij stralen in de harten der gelovigen aan wie de wederkomst verschijnt.
De natuur, gezien als het geheel van alles wat geschapen is, mogen we dus terecht goed en schoon vinden voor zover we haar zien als voorafbeelding van die nieuwe hemel en van die nieuwe aarde der voleinding.
Wat onvolmaakt en slecht is, kan geen voorafbeelding van die wederkomst van God zijn, echter wel voor zover het ons lukt uit haar iets naar boven te halen wat aan die voltooiing herinnert.
Dit is een zeer troostrijke gedachte. Wat wij als goed, schoon en waar ervaren, mogen we zelfs in een gevallen werkelijkheid tot op zekere hoogte zien als een voorafbeelding van een in de tijd der wederkomst herwonnen werkelijkheid,  waarvan God bij het scheppen van de wereld zag dat het goed was. En dat is geen valse romantiek, want wij moeten de gehele geschapen werkelijkheid waarin wij leven, trachten te zien vanuit de Wederkomst van de Heer waarbij we alles wat als kwaad, lelijk en boosaardig verschijnt, zonder meer terzijde stellen, tenzij er nog hoop in leeft. Dit geldt ook voor ons zelf: juist als wij in alle eerlijkheid ons bewust worden van het feit dat wij zondaars zijn, kunnen wij intens verlangen naar die Wederkomst en vanuit dat verlangen leven.
– Maar de allereerste vraag is hier: welke is de geestelijke voorwaarde om de hooggestemde woorden van de hierna volgende Akathist van Dankzegging  in de mond te nemen, zonder aan het odium van een jager naar schoonheid te zijn ten prooi te vallen? Alvorens deze woorden in de mond te nemen moet men zich reinigen.
In het leven der Kerk zijn voldoende aanwijzingen waarop dit gedaan zou kunnen worden. Het eenvoudigste is hier de aanwijzingen te volgen die het Boek der Akathistoshymnen *  geeft in de Orde voor de private lezing van de Akathisten  en welke in hoofdzaak bestaat uit de gebruikelijke Inleidingsgebeden uitlopende op Psalm 50 met daarna de Geloofsbelijdenis.
In deze spiritualiteit gaan alle dingen en voorvallen terug op twee kanten: één kant heeft deel aan de gevallen werkelijkheid waarin wij leven, de andere kant verwijst naar de werkelijkheid zoals God die goed, schoon en waarachtig geschapen heeft en die dat in de niet-eindigende tijd der voleinding weer zal hebben.
Ook het Evangelie laat ons de tijd van de Wederkomst van de Heer zien, omdat wat Christus ons in Zijn omwandeling op aarde heeft getoond, een voorafbeelding is van wat eerst in die nooit eindigende tijd van ‘de dag zonder avond’ ten volle wordt vervuld. Daarom leest de Kerk in een Moleben voor een zieke b.v. de Evangelieperikoop van de bloedvloeiende vrouw (Marcus 5:24-34), opdat dit Evangelie vanuit de volheid van de Wederkomst van onze Heer, over de zieke vaardig moge worden en deze deel moge krijgen aan de door Christus bewerkstelligde verlossing van zijn of haar ziekte.

2.]. Akathist van Dankzegging aan de Heilige Drievuldigheid.
Kort samengevat: wij kunnen Gods aanwezigheid (of weemoedige afwezigheid) in natuur, in leven en vooral in de Mysteriën der Kerk slechts ervaren in zoverre wij ze willen zien als een voorafbeelding van het eeuwige heden van de tijd der Wederkomst, als God alles in allen en in alles zal zijn. Als spiritualiteit vind ik dit
nergens mooier en treffender uitgedrukt dan in de Akathist van Dankzegging aan de Heilige Drie-eenheid geschreven door Metropoliet Trifon (Turkestanow), die leefde van 29 november 1861 tot 5 juni 1934.
In de eerste Wereldoorlog is deze – toen nog bisschop – Trifon aan het Poolse front gewond geraakt en was daardoor gedwongen terug te keren naar Moskou, waar hij zich terugtrok in het Nieuw Jeruzalem Opstandingsklooster. Omdat hij in de Russische Kerk geen openbare functie bekleedde, werd hij verder met rust gelaten. Formeel in ruste, was hij nochtans een van de voornaamste leidinggevenden in de Russische Kerk.
Een nimmer aflatende stroom bezoekers die geestelijke hulp zochten, had hem in zijn teruggetrokken plaats snel ontdekt en Vladika Treifon werd voor hen een staretz zoals ook de heilige Ambrosius van Optina Poestin, waarvan hij eertijds een geestelijk kind geweest was.
Hij heeft deze Akathist van Dankzegging  onder het motto “Dank aan God voor alles” aan het einde van zijn leven geschreven, naar schatting omstreeks 1930. In de Sovjettijd van toen werd deze tekst kennelijk niet in de openbaarheid gebracht. Dat was te gevaarlijk. Maar in 1935, een jaar na zijn dood, verscheen de Akathist van Dankzegging  (met de latere toevoeging: aan de heilige Drie-eenheid)  in Odessa in de openbaarheid, nadat deze uit een Russisch concentratiekamp gesmokkeld was. Kennelijk had een van de vrienden van metropoliet Trifon deze tekst bij zich toen hij in dat concentratie-kamp werd opgesloten en speelde deze het klaar die naar buiten te smokkelen.
Ik zal deze Akathist niet geheel bespreken, omdat, in zoverre deze inderdaad zijn inspiratie haalt uit ons gelovige verlangen naar die niet voorbijgaande tijd, deze ook deel heeft aan de schoonheid daarvan. Dan is het een gedicht. Naar een gedicht dat voor zichzelf spreekt kan men hoogstens met de vinger wijzen, of kort uitleggen wat zonder meer niet begrijpelijk is.
Ik beperk mij daarom tot een tweetal plaatsen in deze Akathist, waarin degene die deze leest of bidt overtuigend naar de wereld van de Wederkomst van Christus en het Koninkrijk van God wordt opgevoerd.

Uit Kondakion 2: “… Gezegend zij moeder aarde in haar kortstondige luiste, welke ons doet verlangen naar ons eeuwig tehuis, waar te midden van schoonheid, die nimmer voorbij gaat, we zonder einde horen zingen: Alleluia”.
Uit Ikos 3 (over de triomf van de lente): “… de wouden dragen hun sneeuwwit lichtend gewaad: heel de aarde smacht naar de eeuwige bruiloft, want zij mag de onvergankelijke Bruidegom worden tot bruid. Wanneer Gij zulk een schoonheid reeds schenkt aan de kruiden, welk een luister zullen wij dan in de Opstanding zien: hoe lichtend zal ons lichaam dan stralen! Met welk een schoonheid zal onze ziel worden getooid!”
Maar er is veel meer aan ontroering en gelovige herkenning in deze Akathist. Zoveel aangrijpende beelden én – door alles heen – die tintelende vreugde. Deze wonderbare Metropoliet Trifon die als oorlogsinvalide op onopvallende wijze voor tallozen een geestelijke steun is geweest in deze voor de Kerk verschrikkelijke tijd en nahef overlijden van Patriarch Tichon ook voor de Russisch Orthodoxe Kerk als geheel, hij is het die zo iets moois en ontroerends schiep als deze Akathist van Dankzegging.
Hij hoefde voor zichzelf niet te verklaren hoe hij deze voorafbeeldingen van de Parousie (glorieuze verschijning, wederkomst) ontving.
Hij leefde vanuit de spiritualiteit daarvan, dat is: vanuit de voorafbeelding van wat in de niet eindigende dag der Wederkomst als realiteit leeft.  De voorafbeelding van deze realiteit is ook de aarde waarmee Aljosja Karamazow een verbond sluit nadat hij het visioen van de Bruiloft van Kana heeft gehad.
Ook herdenk ik hier de onbekende priester, één van de nieuwe Martelaren, die de tekst van deze Akathist kennelijk bij zich had toen hij in een strafkamp werd opgenomen. Hij heeft ervoor gezorgd dat deze tekst uit het strafkamp gesmokkeld werd en zodoende in de openbaarheid kwam in Odessa in 1935, het jaar volgende op het sterfjaar van Metropoliet Trifon.

Alles wat ik hiervoor gezegd heb over het leven vanuit de voorafbeelding van de Wederkomst van onze Heer, wordt tot niets bij de ontroering die deze Akathist mij geeft. Hoe moeilijk valt het mij mijn gedachten te combineren met zoiets overweldigends!
Tot besluit geef ik onderstaand de volledige vertaling in het Nederlands van deze Akathist.
Hopelijk is het mij gegeven de oorspronkelijke tekst nog in andere vertalingen te bekomen, en te vermenigvuldigen voor de verkoop in de ‘kerkwinkeltjes’ van de Orthodoxe Parochies die wij in ons land rijk zijn.
Adelbert Roessingh.

Акафист «СЛАВА БОГУ ЗА ВСЕ»
Metropoliet Triphon [Turkestanow] 1861-1934

Beginnend met de inleidingsgebeden:
L.
Door de gebeden van onze heilige vaders,
Heer Jezus Christus, onze God, ontferm U over ons”.
Amen.

P/L. Eer aan U, onze God, eer aan U.
Hemelse Koning, Trooster, Geest der waarheid,
Die alom tegenwoordig zijt en alles vervult,
Schatkamer van het goede,
en Schenker van het leven,
kom en verblijf in ons,
reinig ons van alle smet,
en red onze zielen, o Goede”.

L: “ Heilige God, Heilige Sterke, Heilige Onsterfelijke,
ontferm U over ons. (3x)
Eer … Nu en …

Alheilige Drieëenheid, wees ons genadig,
Heer, wis onze zonden uit,
Meester, vergeef ons onze ongerechtigheden,
Heilige, bezoek ons en genees onze zwakheden,
omwille van Uw Naam.
Heer, ontferm U. (3x)

Eer … Nu en …

Allen: “Onze Vader, Die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd,
Uw Koninkrijk kome,
Uw wil geschiede,
zoals in de hemel, zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood,
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij onze schuldenaren vergeven,
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze”.

P: “Want van U is het Koninkrijk …”
L:  “Amen.
Heer, ontferm U. (12x) Eer .. Nu en …
Komt, laat ons aanbidden en neervallen voor God, onze Koning.
Komt, laat ons aanbidden en neervallen voor Christus God, onze
Koning.
Komt, laat ons aanbidden en neervallen voor Christus Zelf, onze
Koning en God”.

Kondakion 1
Onvergankelijke Heerser over de eeuwen,
in Uw hand liggen alle wegen van het menselijk lot,
door de Kracht van Uw verlossende zorgen.
Wij danken U voor alle weldaden, bekend of onbekend voor het leven op aarde en voor de vreugde in Uw Hemel.
Blijf ons overdekken met Uw Genade, ons die U zingen: Alleluja“.
refr: “Alleluia, Alleluia, Alleluia”.

Ikos 1
Als onmachtig en hulpeloos kind werd ik in deze wereld geboren, maar Uw Engel overdekte met lichtende vleugels mijn wieg.
Sindsdien heeft Uw Liefde mij geleid op al mijn wegen,
om mij te brengen tot het eeuwige Licht.
Ik bezing de rijke Gaven van Uw zorgende Liefde,
die Gij mij dag in, dag uit, hebt geschonken.
Ik dank U, en roep met allen die U erkennen, tot U:
        Eer aan U, Die mij in het leven gebracht hebt;
        Eer aan U, Die de pracht van het heelal aan mij toont;
        Eer aan U, Die mij doet zien in Uw Hemel en aarde
                het eeuwige Boek van Uw Wijsheid;
        Eer aan U, voor elk van mijn schreden;
        Eer aan U, voor elk ogenblik van vreugd’;
        Eer aan Uw eeuwigheid in deze voorbijgaande wereld;
        Eer aan U, voor elke klop van mijn hart.
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.
refr: “Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid

Kondakion 2
Heer, hoe wonderbaar is het om Uw gast te wezen:
hoe geuren Uw bloemen, hoe hoog reiken Uw bergen!
Hoe spiegelt het water het gouden licht en de stralende wolk!
Heel de natuur is vervuld van Uw Schoonheid;
Uw scheppende Liefde zegelt al het gedierte van het veld.
Gezegend zij moeder aarde, in haar kortstondige luister,
welke ons doet verlangen naar ons eeuwig tehuis,
waar temidden van schoonheid, die nimmer voorbijgaat
we zonder einde zingen: Alleluja“.
refr: “Alleluia, Alleluia, Alleluia”.

Ikos 2
Als een Paradijs is ons geschonken op aarde: een kelk van grondeloos blauw, geveld met vogelgezang, rustgevend ruisen de oneindige wouden, met muziek van het murmelend water der beek.
Als spijs de heerlijke vruchten en de geurende honing; hoe schoon is de aarde; welk een vreugd’ het te gast zijn bij U!
Eer aan U, voor het feest van het leven;
Eer aan U, voor de lieflijke geur van de                     bloemen;
Eer aan U, voor de veelsoortige smaak                     van het fruit;
Eer aan U, voor de diamanten der dauw in de ochtend;
Eer aan U, Die daarin Uw Lieflijke glimlach zendt;
Eer aan U, voor dit aardse leven, voorbode van hemelse vreugd’.
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid
”.
refr:
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.

Kondakion 3
“ De Macht van Uw Geest zien wij in de bloemen weerspiegeld:
in haar stoelende zachtheid, haar rijkdom van geuren en kleur:
de luister der Grootheid, weerkaatst in het kleinste.
Zingt voor God een hymne voor het bloemtapijt van de bergen,
voor tarwe, die velden siert als een kroon,
en korenbloemen daartussen, als scherven van de Hemel,
waardoor onze ziel met zoveel vreugd’ wordt gevuld.
Verheug u dan en jubelt voor God: Alleluia”.
refr: “Alleluia, Alleluia, Alleluia”.

Ikos 3
Hoe heerlijk zijt Gij, in triomf van de Lente, als de natuur tot het nieuwe leven ontwaakt en U met duizendvoudige vreugd’ verheerlijkt:
Gij zijt de Bron van het Leven, de Overwinnaar van de dood!
   De nachtegaal doet in het maanlicht zijn zangen weerklinken, de wouden dragen hun sneeuwwit, lichtend gewaad:
heel de aarde macht naar de eeuwige bruiloft,
want zij mag de onvergankelijke Bruidegom worden als bruid.
Wanneer Gij zulk een schoonheid reeds schenkt aan de kruiden,
welk een luister zullen wij dan in de Opstanding zien:
hoe Lichtend zal ons lichaam dan stralen!
met welk een schoonheid zal onze ziel worden getooid!
Eer aan U, Die het Licht uit het duister doet stralen
en zulk een rijkdom van smaken en kleuren bereidt;
Eer aan U, voor de gulheid en tederheid van geheel de natuur;
Eer aan U, dat U ons hebt omringd met duizenden van Uw scheppingen;
Eer aan U, voor Uw Wijsheid, Die alles omvat.
Eer aan U!  In liefde kus ik de sporen van Uw onzichtbare voeten;
Eer aan U, Die ons het Licht van het eeuwige Leven schenkt;
Eer aan U, onze Hoop op onsterflijkheid en eindeloze schoonheid.
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid
”.
refr:Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.

Kondakion 4
Welk een vreugde schenkt U aan wie U gedenken,
hoe Leven-scheppend is Uw zo Goddelijk Woord!
Met U spreken is zachter dan olie en zoeter dan honing:
bezield en gevleugeld stijgt ons gebed tot U omhoog.
Welk een enthousiasme vervult ons hart bij het opzien
naar de met zulk een diepe Wijsheid vervulde natuur,
en Uw Majesteit, Die Zich toont in alles omvattend Leven.
Waar u niet zijt, daar is slechts het niets,
dan verzinkt alles in een wanhopige leegheid.
Maar toont U Zich aan ons, dan verheugt zich de ziel
in een alles overtreffende rijkdom:
en als een fontein ontspringt uit haar de lofzang: Alleluia

refr:Alleluia, Alleluia, Alleluia”.

Ikos 4
De stilte van de zonsondergang daalt over de aarde,
de rust van het avondlicht overwint de dovende dag;
de roodgouden wolken in de diepblauwe Hemel tonen ons het verblijf in Uw stralend Paleis.
Vuur en purper, gouden, azuren schoonheid, verkondigen ons iets van de
luister van onze woning bij U en fluisteren ons toe, zonder woorden:
Laat ons opgaan tot onze Vader en God!
Eer aan U, op het stille uur van de avond;
Eer aan U, Die groter rust over de wereld heeft uitgestort;
Eer aan U, voor de laatste straal van de ondergaande zon;
Eer aan U, voor de rust van de Genadige sluimer;
Eer aan U, Die ons nasi is als in het duister de wereld verdwijnt;
Eer aan U, voor ons ontwaken in de eeuwige dag zonder avond
Eer aan U, voor het gloeiend gebed van een bewogen ziel.
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid
”.
Volk, refr:Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.

Kondakion 5
Geen storm van het leven kan ons van ontzetting vervullen,
zolang het Licht van Uw Vuur onze harten verlicht.
Al woedt om ons heen de duistere storm van het onweer,
in onze ziel heersen kalmte em licht.
Daar is het warm en rustig, want daar is Christus,
en ons hart zingt met innerlijke vreugd’: Alleluia

refr:Alleluia, Alleluia, Alleluia”.

Ikos 5
Ik zie op naar Uw van sterren stralende Hemel:
hoe groot is Uw Rijkdom, hoeveel Licht is er bij U!
Eeuwige oneindigheid straalt mij toe uit Uw Hemel;
hoe klein en nietig ik mij ook voel, toch ziet mij de Heer,
en waar ik ook ben, Hij draagt mij in Zijn liefdevolle handen.
Eer aan U, Die onophoudelijk voor mij zorgt;
Eer aan U, voor hen, die Uw Voorzienigheid mij doet ontmoeten;
Eer aan U, voor de liefde van de mijnen en de toewijding van vrienden;
Eer aan U, voor de zachtmoedigheid van de dieren die mij dienen;
Eer aan U, voor de lichte minuten van mijn leven;
Eer aan U, voor de blijdschap, door U aan mijn hart geschonken;
Eer aan U, voor het geluk dat ik leef en beweeg en mag zien.
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid
”.
refr:Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.

Kondakion 6
Hoe is Uw Majesteit ons nabij bij het indrukwekkend geweld van het onweer!
Wij zien Uw Machtige hand in de verblindende bliksemschicht.
Hoe prachtig Uw Grootheid!
De stem des Heren over de landen:
de stem des Heren in triomf van de donder met zijn regenvloed;
de stem des Heren in het angstig geweld van het vuur uit de aarde.
     Gij rolt de Hemel op als een mantel;
hoog tot de Hemel jaagt Gij de stonnende golven der zee.
De hoogmoedige mens vernedert U als een gewonde,
maar de deemoedige doet U in verrukking roepen: Alleluia
”.
refr:Alleluia, Alleluia, Alleluia”.

Ikos 6
Hoe armelijk verbleekt de stralende lamp naast Uw bliksem:
Zo hebt U eensklaps, midden in de aardse vreugd’n, gestraald in mijn ziel;
na deze Lichtflits, hoe verbleekt en onecht werden die vreugd’n,
want de werkelijke honger van de ziel gaat alleen uit naar U!
Eer aan U, Einddoel van ons verlangen;
Eer aan U, voor de onstilbare dorst naar gemeenschap met God;
Eer aan U, deze onbevredigbaarheid hebt U ons geschonken; dit eindeloos                        verlangen hebt u in ons wezen geplant.
Eer aan U, Die ons Uw onzinkbaar Licht doet aanschouwen;
Eer aan U, Die de macht van de geest van de duisternis breekt;
en Die al het boze tenslotte aan vernietiging prijsgeeft;
Eer aan U, Die ons iets van het uiteindelijk geluk bij U openbaart.
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid
”.
refr:Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.

Kondakion 7

Drinken aan de Bron

“ De klankrijkdom van de natuur openbaart ons Uw roepstem;
U opent voor ons een voorhof van het Paradijs in het vervoerend geluid van zang en muziek met hun wijdse harmonieën.
Het de stralende Kracht van elk kunstwerk, van alles dat werkelijk schoonheid bezit,
om ons op te heffen met machtige Kracht tot U, de ware Schoonheid
en Die ons ertoe brengt om in extase tot U te zingen: Alleluia”.
refr:Alleluia, Alleluia, Alleluia”.

Ikos 7
De kracht van kunstenaars, genieën en dichters
komt uit de inspiratie van de Heilige Geest.
In hun bovenbewustzijn, in profetisch schouwen,
heerst daar de van U komende, innerlijke Wet
en de afgrond van Uw Wijsheid.
Zelfs ongewild zijn zij daarom getuigen van U:
hoe groot U Zichzelf toont in s’mensen hoogste en scheppende daad!
”.
        Eer aan U, Die ons de ondoorgrondelijke Wijsheid leert kennen van de
wetten waardoor het heelal wordt bestuurd;
Eer aan U, hoe toont heel de natuur Uw aanwezigheid;
Eer aan U, voor alles wat U ons in Uw Goedheid doet zien;
Eer aan U, voor wat U in Uw Wijsheid  voor ons hebt verborgen’
Eer aan U, voor het genie van het mensenverstand;
Eer aan U, voor de leven-scheppende kracht van de arbeid;
Eer aan U, voor de vuurvlam van de inspiratie.
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid
”.
Volk, refr:Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.

Kondakion 8

U geeft ons voedsel te rechter tijd

Hoe bent U ons nabij in dagen van ziekte.
U bent het Zelf, Die lijdenden met Uw Goedheid bezoekt.
U buigt U over onze smart en ons hart mag tot U spreken:
temidden van leed en druk geeft Uw Vrede ons Licht.
U schenkt ons hulp, waaraan wij niet durfden denken:
U bent de Trooster, de Liefde, de Barmhartigheid.
Wel is het een Liefde, Die op de proef stelt,
maar die ook met ons meelijdt en ons weer redt
om ons daarom vol vreugde tot U te laten zingen: Alleluia”.
refr:Alleluia, Alleluia, Alleluia”.

Ikos 8
Toen ik als kind voor het eerst bewust tot U heb gebeden,
hebt U mij verhoord en mij met kalmte vervuld.
Toen heb ik begrepen dat U in Waarheid Goed bent,
en dat zalig is al wie zijn toevlucht mag nemen tot U,
zoals ik mij ook nu tot U richt met de woorden:
        Eer aan U, Die mijn wensen ten Goede vervult;
Eer aan U, Die over mij waakt in het licht en het duister;
Eer aan U, Die zoveel ernstig verdriet door de loop van de tijd weet te helen;
Eer aan U, in Uw nabijheid bestaat geen verlies zonder Hoop,
want U schenkt aan allen het eeuwige Leven.
Eer aan U, al wat goed is en verheven maakt U ons onsterfelijk
en U belooft het weerzien met onze beminden.
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid
”.
refr:Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.

Kondakion 9

het altaar met vader Basilios Khamis

“ Het is als glimlacht de natuur ons stil toe als wij Uw feesten vieren:
hoe komt dan die wonderbare lichtheid in ons hart, die met niets anders op aarde vergeleken kan worden?
Zelfs de lucht in het altaar lijkt doorschemerend van Licht.
Het is de stille ademtocht van Uw Genade, het ThaborLicht, dat verborgen nog steeds in de wereld straalt,
wanneer de Hemel de aarde tezamen de lofzang zingen: Alleluia”
refr:Alleluia, Alleluia, Alleluia”.

Ikos 9
Toen U het Goede in mijn hart had gelegd
om mijzelf te wijden aan de dienst tot de naaste:
toen hebt U mijn ziel door deemoed verlicht,
door een straal van Uw oneindig Licht, Die U in mij deed schijnen.
Toe werd mijn hart lichtstralend: als ijzer, verhit door het vuur;
en Uw onaanschouwbaar Gelaat mocht ik geheimenisvol aanschouwen.
        Eer aan U, Die al Uw bevelen verbindt met onzegbaar geluk;
Eer aan U, Die als lieflijke geur opstijgt uit elke daad van erbarmen;
Eer aan U, Die ons onderricht door mislukking en smart,
om ons gevoelig te maken voor het lijden der mensen;
Eer aan U, Die het goed doen beloning schenkt in zichzelf;
Eer aan U, Die medelijden hebt met de klacht van ons smeken;
Eer aan U, Die
  hoger dan al het aardse de Liefde hebt gesteld.
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.
refr:Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.

Kondakion 10
Wat grondig vernield is, kunnen wij mensen niet herstellen,
maar U brengt zelfs tot Leven hen wier geweten geheel is vergaan.

Schoonheid, waarin                                      Gods Geest aan het werk is

Aan zulke zielen schenkt U terug hun vroegere schoonheid, die zij zo wanhopig teniet hadden gedaan.
Want U bent in Wezen geheel en al Liefde:
bij U bestaat niets dat niet kan worden hersteld: U bent immers de Schepper en de Formeerder.
En wij zeggen U met onze zang: Alleluia”
refr: “Alleluia, Alleluia, Alleluia”.

Ikos 10
Mijn God, zelfs lucifer, Uw Lichtdrager, is oneindig gevallen:
red mij in Uw Genade: laat mij niet afvallig worden van U.
Laat mij niet de herinnering verliezen aan Uw Gaven en Weldaden;
laat niet toe dat de twijfel aan U doordringt in mijn hart!
Scherp mijn gehoor om in alle omstandigheden van het leven
Uw geheimvolle stem te vernemen in mijn ziel,
opdat ik mag roepen tot U, de Alomtegenwoordige:

        Eer aan U, Die mijn levensgebeuren Heerlijk hebt samengevlochten;
Eer aan U, voor de hoge vermoedens die Gij ons schenkt;
Eer aan U, voor de innerlijke stem om mij te leiden;
Eer aan U, voor inzicht mij geschonken in waken of droom;
Eer aan U, Die onze nutteloze plannen verijdelt;
Eer aan U, Die door lijden de roes van onze hartstochten breekt;
Eer aan U, Die tot onze genezing ons hoogmoedig hart vernedert.
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.
refr: “Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.

Kondakion 11
Dwars door de ijzige boeien van de voorbijgaande eeuwen
bespeur ik hoe zij toch door Uw Levende Adem worden verwarmd,
omdat Uw Goddelijk Bloed daarin werd vergoten.
Reeds bent U ons nabij: ik zie op naar Uw Kruis:
Uw Grote en Heilig Kruis: daarvoor werp ik mij neer in het stof:
het is de eindoverwinning van de verlossende Liefde.
Nooit eindigt daarom de lofzang: Alleluia

refr: “Alleluia, Alleluia, Alleluia”.

Ikos 11
Welzalig wie deelheeft aan Uw Avondmaal in Uw Koninkrijk!
Hoe vaak reeds hebt U mij daaraan deelgenoot gemaakt!
In al mijn zondigheid mocht ik Deze Heiligheid in mij opnemen,
mocht ik ervaren hoezeer U mij bemint.
Eer aan U,  voor de ondoorgrondelijke Levenschenkende Kracht van Genade
Eer aan U,  voor de stille haven in deze uitgeputte wereld: Uw Kerk;
Eer aan U, Die ons door het water van de Doop hebt herboren;
Eer aan U, Die aan de bekeerde weer lelie der reinheid schenkt;
Eer aan U, voor de Kelk des Levens en voor het Brood van de eeuwige Vreugd’
Eer aan U, Die ons tot in de Hemel verheven hebt;
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.
refr: “Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.

Kondakion 12
een glimp van Uw Schoonheid toont vaak het Gelaat van een dode:
onvergelijkelijke rust, geheimzinnige Vreugd’;
hoe schijnen die trekken bijna onstoffelijk, bevrijd van zwaarte,
als een overwinningskreet van Vrede en Geluk,
woordeloos zwijgend toch over U sprekend.
Verlicht ook mijn ziel in het scheidingsuur, opdat ook ik tot U mag roepen: Alleluia

refr: “Alleluia, Alleluia, Alleluia”.

Ikos 12
Hoe klein is mijn lof, mij is niet de zang der Cherubijnen geschonken,
die in de zielen der begenadigden klinkt
maar ik weet toch hoe heel de aarde U verheerlijkt:
ik zie haar, in maanlicht en witte gewaden gehuld
en met sneeuwdiamanten getooid, U aanbidden.
Ik mocht zien de vlammende vreugd’ van de opgaande zon:
ik mocht horen hoe het lieflijke koor der vogels Uw eer bejubelt;
hoe geheimvol de wind voor U zingt in het ruisende woud;
het gedruis van het water van de zee en het murmelend beekje.
En hoe machtig verkondigt de reidans der sterren Uw lof!
     Welk belang heeft dan nog mijn loflied?
De schepping gehoorzaamt, maar ik niet.
Doch zolang ik levend Uw Liefde mag zien, wil ik bidden en roepen:
Eer aan U, Die ons het Licht doet aanschouwen;
Eer aan U, Die ons met zulk een diepe, Goddelijke Liefde bemint;
Eer aan U, Die zoveel Engelen en Gerechten rond ons gesteld hebt;
Eer aan U, Heilige Vader, Die ons Uw Koninkrijk hebt beschikt;
Eer aan U, Zoon van God, Die ons de weg ter Verlossing hebt geopend;
Eer aan U, Heilige Geest, Levenschenkende Zon der komende eeuw;
Eer aan U, voor alles, Goddelijke Algoede Drieëenheid.
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.
refr: “Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.

Slot-Kondakion 13 . . . . . 3 maal!
    Algoede Levenschenkende Drieëenheid,
aanvaard voor Uw Genadegaven onze dank;
maak ons genadig Uw weldaden waardig,
zodat wij woekeren met het ons toevertrouwde talent,
en mogen wij ingaan in de Vreugd’ des Heren
onder het zingen van het overwinningslied: alleluia
”.

Daarna:
Kondakion 1

Onvergankelijk Heerser over de eeuwen,
in Uw hand liggen alle wegen van het menselijk lot,
door de Kracht van Uw verlossende zorgen.
Wij danken U voor alle weldaden, bekend of inbeukend.
voor het leven op aarde en voor de vreugde in Uw Hemel.
Blijf ons overdekken met Uw Genade, ons die U zingen: Alleluia
”.
refr: “Alleluia, Alleluia, Alleluia”.

Ikos 1
Als onmachtig en hulpeloos kind werd ik in deze wereld geboren,
maar Uw Engel overdekte met lichtende vleugels mijn wieg.
Sindsdien heeft Uw Liefde mij geleid op al mijn wegen,
om mij te brengen tot het eeuwige Licht.
Ik bezing de rijke Gaven van Uw zorgende Liefde,
die Gij mij dag in, dag uit, hebt geschonken.
Ik dank U, en roep met alle, die U erkennen, tot U;
Eer aan U, Die mij in het leven gebracht hebt;
        Eer aan U, Die de pracht van het heelal aan mij toont;
        Eer aan U, Die mij doet zien in Uw Hemel en aarde
                                          het eeuwige Boek van Uw Wijsheid;
        Eer aan U, voor elk van mijn schreden;
        Eer aan U, voor elk ogenblik van vreugd’;
        Eer zij aan Uw eeuwigheid in deze voorbijgaande wereld;
        Eer aan U, voor elke klop van mijn hart.
Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.
Volk, refr: “Eer aan U, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid”.

Theotokos,                                die naar Christus verwijst

Psalm 50 met daarna de Geloofsbelijdenis

        Door de gebeden van al Uw Heiligen,
de Alheiligste Moeder God,
        Heer Jezus Christus,
        Zoon van God,
        ontferm U over ons en red ons
.
Amen.

29e – Zondag voorafgaand aan Christus Geboorte, de Voorvaderen van het 1e Verbond

De Voorvaderen van het 1e Verbond
τους προπάτορες του 1ου Συμφώνου
أجداد العهد الأول

      Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham.
Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jaäcob, Jaäcob verwekte Juda en zijn broeders,
Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram,
Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon,
Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isai,
Isai verwekte David, de koning. David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria,
Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asa,
Asa verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia,
Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia,
Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amon, Amon verwekte Josia,
Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap.
      Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiel, Sealtiel verwekte Zerubbabel,
Zerubbabel verwekte Abihud, Abihud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor,
Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud,
Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob,
Jacob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is,
Die Christus genoemd wordt.
Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten.
      De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus.
Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest.
Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden.
Toen die overweging bij hem opkwam, zie,  een engel des Heren verscheen hem in de droom en zei:
‘Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen,
want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest. 
Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven.  Want Hij is het die Zijn Volk zal redden van hun zonden.
Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Heer door de profeet gesproken heeft, toen hij zei:
       Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, hetgeen betekent: ‘God met ons’.
Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals  de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich. 
En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had.  En hij gaf Hem de naam JezusMatth.1: 1-25.

Abraham gehoorzaamt aan God.

    Door het Geloof heeft hij vertoefd in het land der Belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaäc en Jaäcob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte; want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.
      En wat moet ik nog verder aanvoeren? Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuel en de profeten, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, Gerechtigheid geoefend, de vervulling van de Belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij Kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
      Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
      Anderen weder hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.  Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden 
gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
      Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komenHebr.11:9-10;32-40.

Velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren [uitgekozen]’.
Dat zegt Christus ons in de Blijde Boodschap op de dag voorafgaand aan Zijn Geboorte in het vlees, de zondag dat wij Zijn Voorvaderen gedenken.
Wij gedenken daarbij hoe zij in barre tijden de Godskennis niet alleen verkregen maar ook bewaard en doorgegeven hebben; zij hebben daardoor een speciale betekenis gekregen.
Sommigen van hen hebben maar een zwak aftreksel van de ware Goddelijke betekenis voor de mens meegekregen, anderen hebben zich dermate verheft dat onze kinderen nog steeds naar hen vernoemd worden.

In Australië hielden de Aboriginals een vage herinnering aan hoe God de wereld perfect schiep, hetgeen zij benoemen als de ‘Droomtijd‘.
Over de gehele wereld, van het noordste puntje van Azië tot de Zuidelijkste streken van Amerika, hebben zo’n 120 verschillende volkeren en culturen de herinnering aan een grote, universele [in-]vloed bewaard, die we tot in detail in onze herinnering aan de geschiedenis aan de ark van Noach [het schip van de Kerk] herkennen.
Een ‘Trinitaire God‘, de Goddelijke drie-eenheid werd bij de Hindoes lang geleden krachtens hun  intuïtie beleden, maar hun kennis van God raakte onder hen op den duur zo verwrongen dat hun drie-eenheid een drie-eenheid van destructieve goden is geworden.
Andere volken gingen nog verder op hun zoektocht en begonnen stenen en bomen, rivieren en bergen te aanbidden en daardoor de schepping met de Schepper te verwarren.
In onze westerse streken aanbaden duizenden jaren voor Christus, de ‘slimste’ mensen,  bijvoorbeeld niet anders dan sommigen vandaag, de sterren, zoals we kunnen zien aan het grote astronomische monument dat zij bouwden en ‘Stonehenge‘ noemden. Op datzelfde moment bouwden de knapste mensen in Egypte ook ‘enorme piramides‘ om de zon te aanbidden, waardoor ze geloofden dat hun leiders, de farao’s, sterrengoden zouden worden.
Andere volken gaven alles op ooit God te kennen en verklaarden dat de weg vooruit bestond uit het volgen van de meest wijze mannen van hun culturen, Boeddha in India, of Confucius in China.
In het oude Griekenland verklaarden de meest wijze mannen dat mensen God nooit zouden kunnen kennen tenzij God Zichzelf voor het eerst aan de mens zou openbaren en in Athene werd daarom een altaar opgericht voor ‘de onbekende God‘.
Velen werden geroepen, maar weinigen werden uitverkoren [gekozen], want van al deze volken en culturen waren er slechts vertegenwoordigers van één Volk Die de ware geschiedenis van de mensheid bewaarden. Dit uitverkoren Volk werd gevormd door het Joodse Volk, de oude Hebreeën, het uitverkoren Volk, en vandaag herdenken we alle rechtvaardigen onder hen, onze voorouders en voorouders in het Geloof.

♨︎ Vanaf Adam en Eva waren er onder ons mensen rechtvaardige en heilige mannen en vrouwen. In hun leven hebben ze het leven van Christus voor ogen gehad en Christus voorzegd.
♨︎ Abel, die werd vermoord door z’n broeder Kaïn, is een voorafbeelding van Christus, die ook door mensen werd vermoord.
♨︎ Melchizedek de priester is de prefiguratie van Christus, de Hogepriester.
Henoch en Elia, die werd opgenomen in de Hemel, geven de voorkeur aan Christus Die ook met Hemelvaart in de Hemelen werd opgenomen.
♨︎ Noach, wiens familie alleen de zondvloed overleefde, is een voorbode van de doop met de zuivering die Christus ons heeft gegeven, door Zich als Zoon van God met ons als mens te bekleden.
♨︎ Job z’n lankmoedigheid staat voor de lankmoedigheid van Christus.
♨︎ Abraham, die werd gevraagd om zijn zoon Isaäc te offeren, geeft de voorkeur aan het offer dat God de Vader met zijn Zoon heeft gebracht.

Jacob’s Ladder

♨︎ Jaäcob geeft de voorkeur aan Christus, want hij zag de ladder die de aarde met de Hemel verbindt, waardoor de hemel naar de aarde en de aarde zo ver zal kunnen komen om ‘op te staan’ en de Hemel, het Hemels Koninkrijk kan bereiken.
♨︎ Joseph, die verraden werd door zijn twaalf broers, geeft de voorkeur aan Christus die verraden werd door Zijn discipelen.
♨︎ Mozes, de leider van het uitverkoren Volk, aan wie ‘de grote openbaring van de Tien Woorden’ – ‘de Wet’ werd gegeven, was onovertroffen totdat Christus ons de zaligsprekingen gaf, als voorafbeelding van Christus, want Mozes zag de brandende [braam-]struik, die niet verbrandde,  de moederschoot van de Moeder Gods, die niet door het vuur van Christus werd verteerd.
♨︎ Joshua, wiens naam hetzelfde is als die van Christus, dat is Jezus, de Verlosser, geeft de voorkeur aan Jezus de Verlosser van Zijn volk.
♨︎ David, verwant door z’n bloedlijn aan Christus, zag Christus in de Psalmen die hij opschreef.
♨︎ Salomon bracht de Wijsheid van God tot uitdrukking in zijn Boeken van Wijsheid.
♨︎ De profeet Daniël zag de heilige drie-eenheid door de drie heilige jongelingen in de oven van Babylon [de wereld].
♨︎ De profeet Isaiah zag Christus als de lijdende dienaar.
♨︎ De profeet Jonah is de voorbode van de driedaagse begrafenis van Christus door zijn driedaagse verblijf in de buik van de walvis.
Al deze heilige voorvaderen samen met onze heilige voormoeders, Sarah, Rebecca, Ruth, Deborah en nog veel, veel meer, wiens iconen allemaal op de achtermuur van vele kerkgebouwen staat afgebeeld, die toegewijd zijn aan de rechtvaardigen van het Oude Testament, dit alles herdenken we vandaag.
We eren hen allen, die met hun eigen achtergrond en om verschillende redenen, die hun leven geconcentreerd hebben, die hun leven gericht hebben op de komst van de Messias, als hun Heer en Meester:
  Sommigen van hen hebben de Heer trouw gediend.
  Sommigen van hen hebben de Heer onomwonden, eerlijk, zonder slinkse methoden [achterbaksheid, maar rechtdoorzee] gediend.
Sommigen van hen, omdat de Heer hen door de Kracht van God, bovenmenselijke kracht heeft verleend.
Sommigen van hen omdat zij De Heer door hun doen een voorafbeelding hebben afgegeven, door een Beeld van God de Vader te zijn, naar Wiens beeld zij geschapen waren.
Sommigen van hen hebben door hun liefdevolle en medemenselijk leven het Mysterie van de Drie-eenheid voorafgaand al geopenbaard en werd Christus in hun leven al onder de mensen bekend en verwacht.
Sommigen van hen hebben onze Heer Jezus Christus in het vlees ervaren en geprofeteerd.
En sommigen van hen hebben onze Heer geopenbaard doordat zij als mens boven de tijd en ruimte leefden.
En zoals de Heer onze God aan – Abraham, Isaäc en Jaäcob – een Verlosser beloofde Die uit hun eigen hart zou voortkomen, zo heeft Hij hen tevens voor gehouden de Vader te zijn van vreemdelingen, van de herders van Israël.
Want vanaf den beginne was dit het doel van God om alle mensen, Joden en heidenen, bijéén te brengen, tot getuigenis van Zijn Hemels Koninkrijk.
Dit is al door vele getuigen van welke natie dan ook op aarde getuigd, voorgeschreven en voorbereid.
In de woorden van Paulus, ‘dè Apòstel onder de heidenen‘ heeft God alle natiën hun wegen laten doorlopen, maar Hij heeft zichzelf niet verlaten zonder getuigenis achter te laten:
“ . . . de levende God, die de Hemel, de aarde, de zee en al wat erin is gemaakt heeft. Hij heeft ten tijde van de geslachten, die achter ons liggen, alle volken op hun eigen wegen laten gaan en toch heeft Hij Zich niet onbetuigd gelaten door wèl te doen, door u van de hemel regen en vruchtbare tijden te geven en aan uw harten overvloed van spijs en vrolijkheid te schenken” Hand.14: 15a-17.
De Christus, onze Verlosser kwam tot ons in een kribbe – in een grot,
Want Hij is onze Vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, heeft weggebroken, doordat Hij in Zijn vlees de Wet van de Geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, Vrede makende, de twee tot ‘één nieuwe mens’ te scheppenEph. 2: 14-15.
Om deze reden wordt vandaag een signaal afgegeven aan de ontwrichte mensheid: de oude mens af te leggen en de nieuwe mens aan te doen [je te bekleden met Christus]:
      Want hoewel ik vrij sta tegenover allen, heb ik mij allen dienstbaar gemaakt, om er zoveel mogelijk te winnen; en ik ben voor de Joden geworden als een Jood, om Joden te winnen; hun, die onder de wet staan, als onder de wet – hoewel persoonlijk niet onder de wet – om hen, die onder de wet staan, te winnen; hun, die zonder wet zijn, ben ik geworden als zonder wet – hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de Wet van Christus – om hen, die zonder wet zijn, [noch Griek noch Jood … noch barbaars noch asceet] te winnen. Ik ben voor de zwakken zwak geworden, om de zwakken te winnen; voor allen ben ik alles geweest, om in elk geval enigen te redden.  Alles doe ik ter wille van het evangelie, om er zelf 
ook deel aan te verkrijgen1Cor9: 19 -23.

kerkklok‘ in Saleby, Västergötland [Zweden] met rune-inscriptie

Deze voorvaderen en voormoeders zijn allemaal onze geestelijke familie, want zij zagen, reeds lang voordat wij ook maar geboren waren, Degene Die wij heden-ten-dage belijden, Christus, onze waarachtige God, Die is opgestaan uit de dood en ons daarmee voor ons het eeuwig Leven heeft gewonnen.

Laten we in deze laatste dag[en] voor de viering van de Geboorte van de Heiland op aarde één of tenminste een deel van hun geschriften lezen, bijvoorbeeld het boek Genesis, het boek van Exodus, het boek Spreuken, of gewoon de Psalmen, en laten we onze band met onze voorouders in het Orthodoxe Geloof vernieuwen.

‘het Goede’ blijven na te volgen en gehoorzaam te zijn aan het ‘juiste’ de voorkeur te geven!

Heilige voorvaders en voormoeders van Christus, bid God voor ons, om onze zielen te redden?!‘.

O Heer der heerscharen, wees ons genadig …
Hoe zal de Heer onder ons verkeren; onder ons verblijf houden?
Christus vertegenwoordigt Gods Kracht; Hij is het Woord des Heren.
O Heer der heerscharen wees met ons …”.
Zoals Isaiah ons voorgezegd heeft: “Indien de Heer Sabaoth ons geen zaad overgelaten had, dan zouden wij als Sodom geworden zijn en als Gomorra zouden wij met de grond gelijk gemaakt zijnconf. Rom.9: 29.
Probeer toch eens in te zien, wat er met deze woorden bedoeld wordt; het kan toch niet anders of het heeft wèl dégelijk iets voor ons te betekenen.

Welnu, zoals de Heilige Voorvaderen het ons voorzegd hebben:
Wat zullen wij dan zeggen? Dit: heidenen, die geen Gerechtigheid najaagden, hebben gerechtigheid verkregen, namelijk gerechtigheid, die uit Geloof is; doch het Volk Israël, hoewel het een Wet ter Gerechtigheid najaagde, is aan de wet niet toegekomen. Waarom niet? Omdat het hierbij niet uitging van Geloof, maar van vermeende werken. Zij hebben zich gestoten aan de Steen des aanstoots, gelijk geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een Steen des aanstoots en een Rots der ergernis, en wie op Hem z’n Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomenRom.9: 30-33.
Tot eenieder, die zichzelf heer en meester, leider of ‘opvolgend’ prins in deze wereld acht – zal in het toekomende leven geen stand houden.  Het geluid van God, Zijn Woord heeft zo’n grote Kracht dat hetgeen Hij beveelt onmiddellijk uitgevoerd wordt.
Een mens kan onmogelijk op ‘eigen‘ spirituele kracht in het leven voortgaan.
O Heer der heerscharen wees met ons …”.
Wij vragen de hemelen om ons geestelijke kracht te geven.
Christus is weliswaar gewond en aan het Kruis geslagen, doch onze heilige Voorvaderen, hebben deze dagen voorzegd en deze dagen aan ons verklaard – ondanks alles hebben zij ervoor hebben gekozen om deze dagen hem te blijven aanroepen en Hem te vragen om te komen en onder ons te zijn.
Hij, Die van deze dingen getuigt, zegt: ‘Ja, Ik kom spoedig’. Amen, kom, Heer Jezus!Apocolyps 22: 20.
Hij, Die komt, Die is het Hoofd van alle Krachten en Heer en Meester over alles en Hij komt tot ons.
Met welk doel?
Om voor ons tot een ​​Trooster te worden, Hij, Die komt.
Hij zal voor ons een Middelaar zijn, een Pedagoog [leraar] en een Geneesheer; Hij is Degene Die over alles en iedereen de overhand heeft en met ons zal optrekken; “Hij zal met ons meegaan“.
We vragen Hem ons Zijn Kracht te verlenen.
Maar deze Kracht komt niet op een hoogdravende wijze, maar eenvoudig en overtuigend. Het is geen uniform wat wij aantrekken of een of ander tuniek.
Het is geen fysiek iets dat we tot ons nemen, maar het is een spirituele Kracht.
Het is God Zelf, waarop wij onze Hoop op hebben gesteld.
Het is onze Hoop op Zijn bereidheid tot ons te komen en wij zien er hunkerend naar uit, omdat Hij verklaard heeft dat Hij bereid is ieder ogenblik dat wij daarom verzoeken bij ons te komen.
Wij zijn dankbaar en blij, om Hem bij te staan hier op aarde een schaduw van Zijn Bestaan wéér te geven en dienen dáártoe een plaats voor Hem te bereiden – opdat de wereld voor Hem ontvankelijk zal zijn.

Christus met de heilige Joseph, verloofde van de Theotokos

Wie is deze Kracht, Wie heeft al deze Macht?
Dit is Christus, Die wij navolgen en Die in de wereld kwam en Zijn Goddelijk Bloed vergoot. De Heilige der heiligen is gekomen om ons vrij te kopen en ons Kracht te geven, zodat we op “slangen en schorpioenen” kunnen treden en de kracht van de gehele tegenstrever vertrappen.
Maar dit overkomt ons niet zo maar, allereerst dienen wij datgene wat ons aangenaam is in de wereld de rug toekeren.
En daarom zingen wij met de Voorvaders en hebben wij ons voorbereid op Zijn komst, omdat die voorbereidingstijd ons klaar maakt Hem te ontvangen; eerst dan zijn wij gekleed om naar het feest te trekken.
Wanneer onze aardse gebondenheid niet verdwijnt, wanneer wij die niet hebben afgelegd, zal God niet komen.
Maar hoe kunnen we God ertoe brengen om mèt ons te zijn?
Ik heb het idee dat je dat nu wel weet.
Door ons vóór te bereiden zullen we God zover brengen om mèt ons te zijn en dat is voor de nederigste onder ons hartverscheurend. Onze harten hunkeren naar Liefde, Nederigheid, Geduld en vastberadenheid om Goed te doen, teneinde Gods verblijf mèt ons mogelijk te maken.
Maar het is niet eenvoudig, omdat het niet gemakkelijk is om onze aardse gebondenheid af te leggen en ons met Christus te bekleden.
Wij nodigen God uit in ons persoonlijke hart [grot] en in onze kerkgemeenschap en we treuren en wenen om onze gevallen zielen.
Maar op hetzelfde ogenblik doen we het tegenovergestelde; zodra we zijn heen gegaan, verliezen we alles wat we zojuist hebben gewonnen.
Hoe? Door te haten, door wanpraktijken, door kwaad te doen, anderen te veroordelen en al wat niet meer aan andere passies, die wij elke dag als mens bevechten.
En Christus heeft onder ons gesproken: ‘dat Zijn heer, Zijn troepen ons zullen begeleiden …’, maar indien zij het ook maar eventjes laten afweten, eventjes niet  doen waar zij voor dienen, doen wij Gods werken niet meer.

Heilige Anthonius de Grote met Paulus van Thebe in de woestijn van Egypte

We zijn niet bang voor God en ondanks dàt houden we niet van Hem.
De heilige Anthonius de Grote zei zelfs: “Ik ben niet bang voor God omdat ik hem met geheel mijn ziel liefheb“, maar “vanwege het feit dat Zijn Liefde m’n angst volledig verdrijft”.
Hoe laten we zien dat we niet van Hem houden?
Wanneer wij onszelf verheffen, wanneer we niet tolerant zijn en
– wanneer iemand dat doet worden we toch niet verpletterd en
– wanneer wij dingen doen, die God niet leuk vindt, ontsnappen we gewoon niet aan datgene wat de tegenstrever ons via ons werelds gedrag aanpraat.
Hebben wij het dàn verkeerd aangepakt?
Wij mensen doen onszelf tekort en pijn; wáár je ook gaat, zul je ook gaan, en daar wáár je geest ook is, daar zal deze op de vlucht dienen te zijn voor de tegenstrever.
Maar wat win je daar dan mee?
In plaats van vreugde, rust en troost veroorzaak je jezelf verdriet en angst.
Hoe zo zal God dàn mèt je zijn?
Wanneer wij ergens buiten treden, zien we dat de mens tegengesteld reageert
– er twee helften die op dezelfde stoel verblijven, soms zien we ons verheffen en ander momenten onszelf vernederen.
Waarom zal dat niet op een ander moment kunnen plaatsvinden?
En waarom is dit je niet in de voorgaande jaren overkomen, maar overvalt dit je  niet alleen iedere dag in deze voorbereidingsperiode?
Omdat we niet wisten dat het -hier en nu- niet bestond; de kans dat er -hier en nu- iets vervelends of gevaarlijks plaats vindt en dat onze ziel op ieder moment van de dag kan worden getroffen, ziet alleen onze Heer en Zaligmaker, onze God.
Wij, al zijn we als christenen onder elkaar, zien het gevaar niet dat onze ziel elk moment van de dag kan treffen.
Wij hebben niet dóór hoe gemakkelijk wij een werktuig in handen van de Satan kunnen zijn geworden.
Is onze geestelijke kracht dan verlamd?

open vogelkooitje

Wie doet hier een uitspraak als was je als een vogeltje, dat maar heen en weer fladdert?
Wie zou àl die jaren niet tegen ons gezegd hebben ‘stop‘ daar nu eindelijk eens mee?
Wees eens verstandig en ga daar nu eens niet mee door en verzet je daar eens tegen, verman jezelf?
Niemand en elk mens weet dat er slechts via de goddelijke weg een plaats van rust is te vinden.
Wij zijn nu eenmaal mensen van de rede en dienen toegewijd te zijn aan God.
Waarom vluchten we naar wereldse begrippen, daar waar slechts het gevaar beschikbaar is?
Waarom zwijg je niet?
Waarom handhaven wij onze menselijke gehoorzaamheid niet?
Waarom hebben we geen liefde, geduld en verzoening, datgene waarmee we ons van alle gevaar verwijderen en de goddelijke Kracht in ons brengen?
Wanneer je dit ontdekt hebt zul je je verbazen dat zelfs een piepklein vogeltje het gevaar kent en wij als geen ander worden beïnvloed !!!
God gaf dit vogeltje wijsheid en bewustzijn, dat er op enige moment in Zijn nabijheid gevaar is en angst het om het hart slaat om hem te schaden.
Maar voor ons broeders is de goddelijke Genadegave niet voldoende, om te zeggen dat we de tijd van het Heilig Feest door de voorbereidingsperiode hebben bereikt en er helemaal zeker van zijn dat we ons hebben voorbereid, omdat deze periode alleen maar gericht is geweest op een verandering in de kwaliteit van ons voedsel.

wijd open kerkdeuren

Laten we het anders formuleren; de Heer en Verlosser zegt ons:
Vasten is geen onderbreking van ons eten, maar een actieve opstelling tot verandering”; laten wij ons daarom verheugen om de komst van onze Heer in het vlees: “ Want Hij maakt u los uit de strik van de jagers, behoedt u voor de kwaadaardige tong.
Hij zal u met Zijn vleugels overschaduwen en
onder Zijn wieken vindt gij een toevlucht,
Zijn Trouw is uw Pantser en Schild”
conf.Psalm 90[91]: 3,4.

Troparion     tn.2.
 
In het Geloof hebt Gij de Voorouders gerechtvaardigd
en in hen hebt Gij reeds tevoren
de Kerk uit de volkeren aan U verloofd,
terwijl zij zich verheugen in heerlijkheid,
omdat uit hun zaad de Vrucht gekomen is
Die U zonder zaad gebaard heeft.
Door hun gebeden, o Christus God,
ontferm U over ons
”.

Kondakion     tn.6.
Het met handen gemaakte beeld
hebt gij niet willen vereren.
Daarom werd gij beschut door de niet-gemaakte Wezenheid,
en in de arena van het vuur zijt gij verheerlijkt.
Overwonnen temidden van de vlammengloed
heeft Uw drietal de Ene God aangeroepen.
Kom ons te hulp, Menslievende,
want Gij kunt alles wat Gij wilt
”.