Orthodoxie & de onverstandigen en tragen van hart

Emmaüsgangers, by Constant Nieuwenhuys

    En zie, twee van hen waren juist op die dag op weg naar een dorp, zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd, genaamd Emmaüs en zij spraken met elkander over al wat voorgevallen was. En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen meeging. Maar hun ogen waren bevangen, zodat zij Hem niet herkenden. Hij zei tot hen: Wat zijn dit voor gesprekken, die gij al wandelende met elkander voert? En zij bleven met somber gelaat staan.
       Een dan van hen, genaamd Cleophas, antwoordde en zei tot Hem: ‘Zijt Gij de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen geschied is?’.       En Hij zeide tot hen: Wat dan?
Zij zeiden tot Hem: ‘Hetgeen geschied is met Jezus de Nazarener, een man, die een profeet was, machtig in werk en woord voor God en het ganse volk  en hoe Hem onze overpriesters en oversten overgegeven hebben om Hem ter dood te veroordelen 
en Hem gekruisigd hebben. Wij echter leefden in de hoop, dat Hij het was, die Israël [onze Kerk] verlossen zou. Maar met dit al is het thans reeds de derde dag, sinds dit geschied is. Maar ook hebben enige vrouwen uit ons midden ons doen ontstellen: zij waren in de vroegte bij het graf geweest en hadden zijn lichaam niet gevonden en zijn toen komen zeggen, dat zij ook een verschijning van engelen gezien hadden, die zeiden, dat Hij leeft. En enigen van de onzen zijn naar het graf gegaan en hebben het zo bevonden, als de vrouwen ook gezegd hadden, maar Hem hebben zij niet gezien.
       En Hij zei tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan?  En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had.
       En zij naderden het dorp, waar zij heengingen, en Hij deed, alsof Hij verder zou gaan. En zij drongen sterk bij Hem aan en zeiden: Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is reeds gedaald. En Hij ging binnen om bij hen te blijven. En het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte. En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij verdween uit hun midden.
       En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende?
       En zij stonden op en keerden terzelfder tijd terug naar Jeruzalem en zij vonden de elven en die bij hen waren, vergaderd en dezen zeiden: De Heer is waarlijk opgewekt en is aan Simon verschenen. En zij verhaalden wat onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend was bij het breken van het brood” Luc.24: 13-35.

    Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weer een slavenjuk opleggen.  Gij zijt los van Christus, als gij door de Wet Gerechtigheid verwacht; buiten de Genade staat gij. Wij immers verwachten door de Geest uit het Geloof de Gerechtigheid, waarop wij hopen.  Gij liept goed. Wie is u in de weg gekomen, dat gij aan de Waarheid niet meer gehoorzaamt? Die overreding kwam niet van Hem, die u roept. Een weinig zuurdeeg maakt het gehele deeg zuur. Ik voor mij ben van u overtuigd in de Heer, dat gij geen andere mening zult hebben. Maar wie u in verwarring brengt, zal zijn straf hebben te dragen, wie hij ook zijn zalGal.5: 1, 4-5, 7-10.

In de kerkgeschiedenis heeft God in Zijn Genade veel onzuiverheid verdragen om de verspreiding van de blijde Boodschap voort te zetten. Een voorbeeld hiervan is de kerk van de middeleeuwen, waar veel afgoderij en onreinheid zich met het christelijk geloof had vermengd. In die periode zien wij aan de ene kant oordeel via enorme rampen en epidemieën. Toch heeft God de Kerk laten voortbestaan en heeft de verspreiding van de Blijde Boodschap ondersteund, ondanks de verschrikkelijke geestelijke en morele corruptie. Ook in onze tijd zien we dat de Heer veel misstanden en onvolwassenheid heeft getolereerd, om te voorkomen dat allerlei hoopvolle ontwikkelingen tot stilstand zouden komen. Omdat God ZichZelf niet verloochent en dus ook trouw is aan Zijn Heiligheid, komt er echter onherroepelijk een moment waarop Hij het schietlood gaat hanteren en ziet of Zijn huis nog in de pas loopt met Zijn Instructies.
Dan gaat hij ook de hedendaagse versies van de zonen van Levi, de gemeente en haar leiders, zuiveren door het oordeel heen. Deze reiniging is een hoofdkenmerk van het geestelijke seizoen waarin wij nu beland zijn. De maatstaven die de Heer hierbij hanteert zijn onder meer financiële integriteit, waarachtige nederigheid en seksuele reinheid.
Ook geestelijke volwassenheid is een belangrijke maatstaf. Hierbij draait het onder meer om de volgende vragen. Blijven wij als kinderen op onze eigen noden en behoeften gericht of draait ons leven op het volgen van Hem en het bouwen van Zijn Koninkrijk der Hemelen? Blijven de beminde gelovigen geestelijk afhankelijk van enkele gewijde leiders of leren zij ook ‘zelf’ in geestelijke evenwicht te gaan en te blijven staan? Het niet tijdig onderkennen van demonische misleiding is een belangrijke reden waarom christelijke gemeenschappen in de Lage Landen in ernstige crises belanden en waarom bewegingen tot vernieuwing na verloop van tijd vastlopen.
Deze crises zijn dus niet alleen maar aanvallen van de duivel, maar zijn in veel gevallen veroorzaakt door de Heer Zelf. Deze crises zijn door God gestuurde louteringen en zijn bedoeld om ons te dwingen slechts voor Hem en Zijn idealen te laten kiezen.

Les réfugiés 1991 detail, by Constant Nieuwenhuys

God is alleen maar Licht, en in Hem is geen duisternis. Dus, zo redeneren veel christenen, als God door iemand heen werkt, kan er geen ruimte zijn voor duisternis, en dus ook niet voor demonische krachten in die persoon. Het feit is echter dat wij christenen, God niet zijn. Alleen in God is Licht en geen duisternis, maar dat wil niet zeggen dat in christenen ook dus alleen maar licht huist en geen duisternis. Het werk van de Heilige Geest in ons is natuurlijk altijd zuiver. Maar er kan geestelijke onzuiverheid in ons zitten die zich tijdens ons bidden, zegenen of bedienen manifesteert samen met het werk van de Heilige Geest.  Dit is net als zuiver water dat door een vervuilde waterleiding loopt. Uiteindelijk komt dan uit de kraan met het zuivere water ook vervuiling van de leiding mee. Ook is het water uit de kraan niet helemaal zuiver wanneer water uit een zuivere bron vermengd wordt met water uit een onzuivere bron. Van geestelijke onreinheid gemengd met een zalving van God zien wij al voorbeelden in het oudtestamentische Israël, het komt dus ook in de hedendaagse Kerk voor. Geestelijke onreinheid komt gedeeltelijk voort uit demonische smetten uit ons verleden die wij nog niet hebben opgeruimd, maar wij kunnen ook opnieuw demonische smetten oplopen nadat wij zijn bevrijd. Rijpe christenen en leiders zijn hiervan niet uitgezonderd. “      Geeft de duivel geen voet [laat hem er niet in slagen een positie te verwerven] en bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossingEph.4: 27,30.
Een van de twee mannen die van Jeruzalem naar Emmaüs lopen, door het bergachtige terrein, heette Cleophas. Een van de vrouwen die onder het Kruis stonden was Maria, de vrouw van Cleophas. Als die twee dezelfde zijn, dan hebben ze misschien in de ochtend wel ruzie gehad: de trouw van Maria tegen de rouw van haar man, beide emoties zijn manieren om te geloven. Ze zijn in de Blijde Boodschap verbeeld in twee personen ofschoon ze in werkelijkheid altijd samengaan. In ieder leven veel van dit soort conflicten; daardoor lijkt het alsof we moeten kiezen.

Veelkleurige levensweg by S. Brombacher

De resultaten van het onderzoek ‘God in Lage landen‘ ten spijt: de tijd dat iedereen dacht dat God en geloof een privékwestie voor een zonderling rijtje enkelingen zouden worden, is echt voorbij. Steeds minder mensen geloven in God, meer mensen noemen zich atheïst, zo wordt ons voorgehouden. De meeste kerken zien veel van hun leden vertrekken, kerken sluiten en worden aan de hoogste bieder ‘verkocht’. De groep die het belang van religie voor de samenleving onderschrijft, slinkt snel. En de groep Nederlanders die nog wel eens in een kerkbank plaatsneemt, telt weliswaar nog meer dan drie miljoen mensen, maar wordt eveneens steeds kleiner. Maar dat alles betekent niet dat religie uit de samenleving verdwijnt. Secularisatie betekent niet het einde van religie; het betekent wèl het einde van religie zoals we haar kenden. Godsdienst manifesteert zich opnieuw krachtig in de samenleving, religie is overal. Niet alleen omdat de Lage landen eeuwenlang een christelijke samenleving hebben gehad en je zo’n erfenis niet zomaar wegpoetst. Religie is tastbaar aanwezig, in het maatschappelijk debat, in nieuwe ontwikkelingen. We zien dit in de vele nieuwe vormen van samen-kerk-zijn die de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond schieten, in polemieken over de vluchtelingenstromen en wat hun komst voor onze westerse samenleving betekent, in de debatten over het gevaar van religieus terrorisme. De diversiteit van de religiositeit in de samenleving is enorm, en neemt alleen maar toe. Mensen sprokkelen ‘zelf’ hun zingeving bij elkaar, al dan niet geïnspireerd door verschillende westerse en niet-westerse religieuze tradities. Want als we nergens meer in geloven, kunnen we ‘alles’ geloven.
Zoals geen ge . . . [gezeur], iedereen rijk, dus ieder z’n eigen religie. De bindende en verbindende kracht van religieuze gemeenschappen is niet meer vanzelfsprekend. Niet de gemeenschap, maar jijzelf wordt de drager van je eigen religiositeit. De ongebonden ‘zelf’-religiositeit gaat gepaard met een ontwikkeling die ook in de politiek waarneembaar is: de verzwakking van het midden – als het verbindende midden zijn kracht verliest, bloeit er aan de randen van alles op. Met de kleinere kerken aan de flanken – orthodox, vrijzinnig, evangelisch – blijkt het over het algemeen wél goed te gaan. Aan de randen van het weggezakte institutionele religieuze midden kan echter ook veel ellende opbloeien, de duivel heeft vrij spel.

Emmaüsgangers onderweg

De apostel Paulus heeft ons geleerd: “Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet zietHebr.11: 1. Indien je dus Geloof hebt, hoop je op dingen die niet gezien worden, maar waar een Waarheid op gebaseerd wordt. Geloof is een beginsel van iets ondernemen en ook in het resultaat geloven. Wanneer je aan een waardig doel werkt, oefent je Geloof uit; je vestigt je Hoop op iets dat je nog niet hebt kunnen waarnemen.
Maar in onze tijd lijkt het erop dat je niet behoeft te kiezen, niets behoeft te ondernemen – en dat welk resultaat het ook oplevert vrucht zou kunnen dragen – je doet goed en wanneer je na dit leven je Heer en Meester zult ontmoeten zie je dan wel weer.  Het nastreven en zoeken naar datgene wat onze voorvaders hebben gedaan wordt als ouderwets  – niet van deze tijd afgedaan.
Het lijkt mij onvoldoende een zuivere ziel te handhaven; het zoeken naar het goddelijke in jezelf lijkt voor mij passender dan de kostbaarste edelstenen, die momenteel voor miljoenen bij Christies worden geveild. Met andere woorden men dient het offer aan de Heer te dragen vol innerlijke 
zuiverheid en adeldom. De Kerk, het Lichaam van de Heer, dient, naast eredienst, een plaats van verstilling te zijn met ruimte voor onderlinge aandacht en plaats van gesprek, geen persoonlijke ambitie maar een aansporing voor de gehele wereld om haar heen.
Dit vormt het antwoord op het onderricht van de Meester.
In het Lichaam zijn alle ledematen door de Heer gelijk bevonden, als tegenwicht gegeven voor vermeende Hoogmoed van enkelingen, welke slechts tweedracht zou zaaien en afdwalen van de oorspronkelijk opdracht, de onderlinge Liefdesband. Eigenwaan brengt Gods bedoeling om zeep en brengt het christenvolk af van de rechte weg en druist in tegen Gods plannen. Het Lichaam van Christus, Zijn Kerk heeft de bedoeling het afdwalen van de mens van de weg naar God recht te zetten, te herstellen en de verlangens van iedereen te richten op slechts een doel: vooruitgang in Christus.  Het bouwen van een Godshuis heeft slechts een doel een ‘bestaande’ gemeenschap een, hetgeen door hen gewenst werd, geschikt bevonden om onderdak te bieden voor de dienst aan God.
Een gebouw en haar inrichting mag nimmer als een voorwerp vormen van speculatie of eigen gewin, het dient slechts een bekroning te zijn van het christelijk Geloof van de medebroeders. Niets wijst er op dat de Heer hierbij behoefte betoonde aan pracht en praal, wat hiervan gemaakt is, is louter van wat wij mensen ‘kunst’ noemen, een opvallen door uiterlijk vertoon, waarbij de een niet onder wil doen voor de ander, dus Hoogmoed.

De mens dient in de leer van de Blijde Boodschap van de Heer slechts gericht te zijn op onthechting, zonder gebruikmaking van allerlei kunstgrepen. Onthechting aan het aardse heeft tot gevolg dat men als vanzelfsprekendheid ook de naaste zijn primaire levensbehoeften gunt, immers de gedeelde [geld]middelen komen ten goede van minderbedeelden. Saamhorigheid komt alle stervelingen te goede en zal de aantrekkelijkheid van Gods Boodschap onder de mensen alleen maar doen toenemen, enerzijds omdat het beter is om te geven en anderzijds de vreugde van het delen/ontvangen.
Zo’n overtuigingskracht en vruchtbare uitstraling zal een zichtbare uiting zijn van de christelijke ethiek; het zal een gunstig invloed uitoefenen op de westerse cultuur als geheel. Dit christelijk gedachtengoed zal een andere dan verbale uiting vormen waarmee de wereld zich kan omgevenen.
Er dienen nieuwe lijnen getrokken te worden in de geschiedenis der mensheid, zowel in die van de productie van goederen, het verkrijgen en gebruik van energie, het geld en de handel, de macht [via het huidige wapengeweld], ongekende verslavingen van de een tegenover de armoede van anderen. De geschiedenis zal zich daadwerkelijk gaan richten op de navolging van Christus, de naastenliefde en de armoede. Iedereen, die aanspraak wil maken op daadwerkelijke betekenis voor de toekomst dient zich in deze lijnen te verdiepen.
Er dient niet langer gedaan te worden alsof het om losse verbanden gaat en er mag niet [om 
eigen gewin] verdoezeld worden dat er nog steeds geen enkel andere methode bestaat om met zekerheid de wezenlijke problemen van deze wereld op te lossen: wat is de wisselwerking tussen de ontwikkeling van de huidige westerse welvaart en die van de samenleving als geheel?
Het is mij duidelijk geworden, dat je de vraag naar de toekomst van het christendom niet kunt stellen los van de vraag naar de toekomst van de mens.
– Met welk mensbeeld zijn we bezig, waar streven wij als samenleving naar? Welk ideaalbeeld van de mens staat ons eigenlijk voor ogen als je daarbij denkt aan wat mogelijk is? Je zou daarbij het 
begrip Kerk, het Lichaam van Christus sterker dienen te accentueren, waarbij er een zachte bries van rebellie door de samenleving waait.
– De kerken mogen voor wat betreft hun plaatselijke concilies met opgeheven hoofd door het leven gaan, maar de nederigheid wordt meer met de mond beleden dan vanuit de oorspronkelijke 
belijdenis. Zou er sprake zijn van intens beleefde nederigheid dan zou genoemde rebellie reeds aanwezig zijn en zich vanuit de christelijk traditie alom manifesteren en de bevrijdingstheologie zich door Gods Geest daadwerkelijk bevrijding in de wereld veroorzaken. Wie God bemint, zoekt in alles Gods eer.

Zijn eigen vernedering maakt die mens juist blij, omdat daardoor Gods Grootheid, Zijn Heiligheid, Sterkte en Onsterfelijkheid uitkomt en de mens Gods vriendschap hierdoor kan winnen. Wie zichzelf liefheeft, kàn God niet beminnen. Maar wie zichzelf nìet liefheeft omwìlle van de alles overtreffende volheid van de Liefde, die bemint God. ” In Christus, om in de komende eeuwen de overweldigende Rijkdom van Zijn Genadegaven te tonen naar Zijn Goedertierenheid over ons in Christus JezusEph.2: 7.
Daarom zoekt de mens niet zijn eigen eer, maar Gods eer. Want wie zichzelf liefheeft zoekt zijn eigen eer, maar wie God liefheeft zoekt de eer van zijn Schepper, die in hem hernieuwde schepping mogelijk maakt [een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde]. 
Het behoort tot de aard van een opmerkzame en godminnende ziel om altijd Gods eer te zoeken in alle geboden die zij onderhoudt en zich te verheugen in haar vernedering, omdat God eer toekomt vanwege Zijn Grootheid en de mens daarom vernedering, om daardoor God vriendschap te winnen. Als wij dat doen, zijn ook wij, naar het voorbeeld van de Heilige Johannus de Doper, blij over de eer die de Heer geniet en dan gaan wij onafgebroken zeggen: “Hij moet grotere worden, wij moeten kleiner worden.  Die van boven komt, is boven allen; wie uit de aarde is, is uit de aarde en spreekt van de aarde. Die uit de hemel komt, is boven allen; wat Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij en Zijn getuigenis blijken maar weinig mensen aan te nemen. Wie Zijn getuigenis echter aanvaardt, heeft bezegeld, dat God waarachtig is” conf. John.3: 30-33.
Spreken wij met wijsheid over God, dan zullen wij nooit ijdel worden; wereldse wijsheid echter is uit op roem en eigen gewin. Uit datgene wat wij doen, kunnen wij zonder omhaal van woorden opmaken krachtens welke wijsheid wij spreken. Dit dienen wij dan te doen: alle eer en roem te ontvluchten vanwege de alles overtreffende rijkdom van de Liefde van onze Heer, Die ons zozeer bemind heeft.
Heeft iemand God lief, dan is deze door Hem gekend1Cor.8: 3.
Want naar de mate waarin de ziel waarneemt opdat zij de Liefde van God in zich ontvangt, groeit zo iemand in de liefde tot God en de mensen om hem heen.
Derhalve verlangt zo iemand vurig naar de verlichting van de kennis, tot hij bemerkt dat zelfs zijn gebeente het gewaar wordt. Hij herkent zichzelf niet meer, maar is door de liefde tot God geheel omgevormd. Hij verblijft dan in het leven en is er niet langer in, want terwijl hij in het lichaam woont, verblijft hij er buiten, omdat zijn ziel door de liefde rusteloos naar God uitgaat. Immers, onverminderd gloeit zijn hart van het, door de Goddelijke Geest verleende liefdesvuur en wordt als het ware aangezet door zijn verlangen. Hij wordt een met God, eens en voorgoed ontrukt aan de liefde voor zichzelf door de liefde tot God. “ Want hetzij wij in geestvervoering kwamen, het was in dienst van God, hetzij wij nuchter van zin zijn, het is ter wille van U. Want de liefde tot Christus dringt ons, daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat een voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, Die voor hen gestorven en opgewekt is” 2Cor.5: 13-15.

De zon komt op en geeft ons licht;
zo brengen de Hemelen een bericht.
Want na het donker van de nacht
komt altijd weer een nieuwe dag.

 

Het Hoogfeest van Pascha [2]

‘Zij kochten specerijen om Hem te komen zalven’

Waar halen wij deze specerijen vandaan?
De bodem van ons hart laat dergelijke planten, die deugden opwekken niet ontspruiten, maar brengt eerder doornen en distels voort:
    En tot de mens zei de Heer, onze God: ‘Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom hebt gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft. En doornen en distelen zal hij u voortbrengen en gij zult het gewas van het veld eten; in het zweet van uw aanschijn zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij weerkerenGen 3: 17-19.
Wij moeten dus de specerijen zien te kopen. Maar wie verkoopt ons zulke specerijen? Juist bij Diegene, Die ons gezegd heeft: “      O, alle dorstigen, komt tot de wateren en gij die 
geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk.  Waarom weegt gij geld af voor wat geen brood is en uw vermogen voor wat niet verzadigen kan?
Hoort aandachtig naar Mij, opdat gij het goede eet en uw ziel zal zich in overvloed verlustigen. Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw ziel zal leven; Ik zal met u een eeuwig Verbond [een contract (af-)]sluiten: de betrouwbare Genadebewijzen van David. Zie, Ik heb hem tot een getuige voor de natiën gesteld, tot een vorst en gebieder der natiën. Zie, een volk dat gij niet hebt gekend, zult gij roepen en een Volk dat u niet kende, zal tot u snellen ter wille van de Heer, uw God en van de Heilige van Israël [de Kerk], omdat Hij u verheerlijkt heeft. Zoekt de Heer, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij isIsaiah 55: 1-6.

‘In de Hemelen wordt niet gekocht!’

Jullie weten heel goed, wat de zoetheid van melk en de wrangheid van wijn betekenen. Maar wat dient er onder het ‘kopen zonder zilver of zonder betaling’ verstaan te worden? Bij de minnaars van deze wereld bestaat immers een dergelijk kopen niet, maar bij de Schepper van deze wereld kan er onmogelijk een ander kopen bestaan.  Immers de profeet David zegt tot de Heer: “       Bewaar mij, Heer, want ik vertrouw op U en zeg: Gij zijt mijn God, mijn goederen hebt Gij niet nodig, Voor de heiligen in Zijn Land heeft de Heer al Zijn wonderen gedaan. Zij waren met zwakheid vervuld, maar met Zijn hulp werden zij snel Psalm 15[16]: 1-4.
Welke prijs zal de mens dus aan God voor Zijn Genadegenaden geven, aan Degene, Die geen enkele gave nodig heeft [omdat Hij alles al heeft] en aan Wie alles toekomt? De Genadegaven worden ‘om niet’ geschonken; en ook als wij ze moeten kopen, kopen wij ze ‘om niet’, want: wat daarvoor gegeven wordt, blijft ons behouden als iets beters.
– Wanneer iemand van het volk Israël een enorme schuld had aan iemand – een schuld die zo groot was dat hij in de huidige situatie deze niet kon terugbetalen – dan kon de schuldenaar aanbieden om slaaf te worden van iemand die in zijn plaats de schuld kon betalen.
De schuldenaar werd daarmee slaaf van de persoon die in zijn plaats zijn schuld had afbetaald en vervolgens zou hij deze persoon gaan dienen, soms zelfs levenslang.

Dit is precies wat ons overkomt en met alle christenen. Op een bepaald punt in ons leven, erkennen wij dat wij een enorme en niet terug te betalen zondeschuld bezitten. Daarop hebben wij ons tot onze Heer, Jezus Christus gewend en bieden ons aan Hem aan omdat wij begrepen dat Hij de enige is Die onze schuld kan betalen; wij hebben afscheid genomen van de wereld en al haar onhebbelijkheden. Wij geloven in de Blijde Boodschap dat Jezus aan het Kruis voor alles onze schuld ingelost heeft bij de Vader en wij ons als kinderen van de Vader over Zijn Hemels Koninkrijk mogen verheugen. Christus heeft ons van de schuld van de zonde bevrijd en wij zijn blij en dankbaar om een ‘nieuwe’ Meester te hebben.

Er zijn dus drie welriekende specerijen van de geest. Zij dienen met de munt van de eigenwil [het streven naar nederigheid] betaald te worden worden. Als wij deze daarvoor geven, verliezen wij niets, maar winnen er zelfs nog heel veel bij, want wij ruilen haar in voor iets beters. Wat eigenwil was, wordt nu gemeenschappelijke wil, de christelijke wil, de wil van de Vader, zoals de Vader ons als kinderen graag ziet.
Die gemeenschappelijke Wil bestaat uit de Liefde tot God en de Liefde tot de naasten.
Zo kopen wij ‘zonder betaling’; wij ontvangen iets dat wij niet bezeten en wat wij hadden, behouden wij als iets beters. 
Want wanneer kan iemand aan zijn medebroeder medelijden betonen, die, gevangen in zijn eigenwil, enkel en alleen medelijden met zichzelf heeft?  Of wanneer kan iemand die slechts zichzelf liefheeft, de gerechtigheid liefhebben en de ongerechtigheid haten:
God, Uw Troon is in de eeuwen der eeuwen, een scepter van Gerechtigheid is de scepter van Uw Rijk. Gij bemint Gerechtigheid, maar haat onrecht; daarom heeft God, uw God, u gezalfd met olie van de Vreugde boven uw gezellen. Myron, balsem en kaneel geuren in uw klederen in de ivoren vertrekken, waaruit de koningsdochters u Vreugde verschaffen in uw heerlijkheid. De koningin staat aan uw rechterzijde met een gewaad van goudbrokaat getooidPsalm 44[45]: 7-10.

Zo’n persoon kan voor de ogen van de mensen wel doen ‘alsòf’, ja hij kan zichzelf zèlfs iets voorspiegelen, zodat hij meent dat het om ‘gevoel van medelijden’ en de inzet voor de Gerechtigheid gaat, wanneer hij zich door eigenliefde of persoonlijke haat laat leiden.
Maar het valt gemakkelijk in te zien, hoe vèr datgene wat ‘eigen’ is aan de Liefde, afstaat van de eigenwil, ja dat zij zich juist als haar tegendeel laat zien, want Liefde is goedgunstig en zij verheugt zich niet over onrecht:         Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, 
en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de Liefde niet, het baatte mij niets. De Liefde is lankmoedig, de Liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwaad niet toe. Zij is niet blij over ongerechtigheid, maar zij is blij met de Waarheid1Cor.13: 3-6.

Over de geest van het verstandig onderscheiden weten wij al, dat niets hem zo volledig uitdooft als de eigenwil die het hart van de mensen afkeert en de ogen van het verstand sluit.
Daarom dienen wij, zoals al gezegd is, met de munt van onze eigenwil drie welriekende specerijen voor onze geest kopen:
het gevoel van medelijden
de ijver voor wat recht is en
de geest van het verstandig onderscheid.
Op dezelfde wijze bestaan er ook voor de tong drie welriekende specerijen, namelijk:
gematigdheid in het berispen,
welbespraaktheid in het vermanen en
doeltreffendheid in het overtuigen.
Wil je deze specerijen bezitten?
Koop ze dan van de Heer uw God.
Koop ze, zeg ik, juist zoals de vorige ‘zonder betaling’; je wint erbij zonder iets te verliezen.
Koop van de Heer gematigdheid bij het berispen, want
dit is een heel groot goed en een zeer goede gave en slechts weinigen bezitten haar.
Want de tong”, zo zegt de heilige Jacobus, “kan niemand  bedwingen. Zij is een onberekenbaar kwaad, vol dodelijk venijn. Met haar loven wij de Heer en Vader en met haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis Gods geschapen zijn: uit dezelfde mond komt zegening en vervloeking voort. Dit moet, mijn broeders, niet zo zijnJac.3: 8-10.

Je ziet veel mensen, die, ofschoon met een oprechte bedoeling bezield en welwillend gestemd, een lichte opmerking maken waaraan echter zwaar getild wordt. Eén woord vliegt heen en wij kunnen het niet terugroepen. Het had tot genezing moeten dienen, maar omdat het wat te scherp klinkt, verbittert en kwetst het nog meer.
Wanneer zich bij de onverschilligheid ook nog onbeschaamdheid voegt, neemt het ongeduld zelfs nog toe. “Weet dat de tijd nabij is. Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij zal  nog vuiler worden; wie rechtvaardig is, hij zal nog meer uiting geven van Rechtvaardigheid; wie heilig is, hij zal nog meer geheiligd wordenOpenb.22: 11, terwijl “hij zich van slechte woorden bedient om met uitvluchten zijn zonden te verontschuldigingenPsalm 140[141]: 4.
Als een waanzinnige wijst hij -niet slechts- de hand van [de Meester] de Geneesheer af, maar poogt er ook nog in te bijten. Verder zijn er velen, die geen rijkdom aan woorden tot hun beschikking hebben, maar in hun vergeefs zoeken naar woorden “het gevoel hebben dat hun tong aan hun gehemelte blijft plakken” en dus zwijgen” Ezech.3: 26.
Ook dat werkt een groot aantal keren bijzonder ‘schadelijk’ voor degenen, die als toehoorders een antwoord verwachten.
Anderen weer beschikken over een overvloedige rijkdom aan woorden, maar wat ze te zeggen hebben, valt minder in de smaak en wordt minder goed opgenomen. En omdat wat ze zeggen, geen aantrekkingskracht bezit, heeft het weinig uitwerking.
Je ziet, hoe noodzakelijk het is uw specerijen, namelijk
bescheidenheid bij het berispen,
welbespraaktheid bij het vermanen en
doeltreffendheid bij het overreden,
van de Heer te kopen die de Gever is van alle Goed en de bron is van alle Kennis;
      Want als de Heer, uw God tot u zal spreken, dan zal Hij u de mond openen en je zult tot hen zeggen: Zo zegt de Heer der Heerscharen: ‘Wie horen wil, hore. En wie het nalaten wil, late het na’. Want zij zijn een weerspannig geslachtEzech.3: 27.

Koop daarom deze specerijen met de munt van uw schuldbelijdenis, dat wil zeggen: ‘belijd eerst uw eigen zonden, voordat je ertoe overgaat anderen van de hunne te zuiveren’.
Een groot en wonderlijk Mysterie is de opwekking van de ziel.
Zorg ervoor, dat je dit mysterie niet onrein benadert.
Indien je het niet in algehele onschuld kunt, of beter: omdat je dit niet kunt,
Was je handen met de onschuldigen: voordat je het altaar van de Heer nadert. Om het geluid van de Lofzang te horen, om Gods wondere daden te meldenPsalm 26[27]: 6,7.
Met de belijdenis van de zonden wordt alles afgewassen en deze reiniging word je in een zekere zin als onschuld aangerekend, zodat je te midden van de onschuldigen kunt staan.

Tot de heilige dienst op het altaar nadert niemand in zijn dagelijkse kleding, maar al wie wil naderen, dient zich eerst met Christus [een wit kleed] te bekleden. Wanneer jij je dus naar het altaar van de Heer spoedt, was je dan, bekleed je met Hem [trek een wit kleed aan] en bekleed je met het kleed van de Heerlijkheid, zodat er tot je gezegd wordt:
Gij bekleed U met luister en pracht, Gij omhult U met licht als een mantelPsalm 103[104]: 1;
want “Belijdenis en schoonheid zijn voor Zijn Aangezicht; heiligheid en pracht in Zijn heiligdomPsalm 95[96]: 6.
Dit alles wordt u hier voorgehouden om u allen ervan te overtuigen dat
de welriekende specerijen van de tong, namelijk
gematigdheid in het berispen,
welbespraaktheid in het vermanen en
doeltreffendheid in het overtuigen
met de munt van uw Belijdenis van zonden gekocht kunnen worden.

Wij hebben evenwel gelezen en ook in onze dagelijkse ervaring waargenomen, dat wanneer iemands levenswandel geminacht wordt, ook zijn prediking niet serieus genomen wordt. Laat dus ook de hand -haar eigen specerijen- aanschaffen, opdat de wijze niet de spot met ons drijft, om die reden wordt gezegd:“al heeft de luiaard zijn hand in de schotel gestoken, hij brengt ze niet eens aan de mond. Sla je de spotter, dan wordt de onverstandige schrander, tuchtig je de verstandige, hij zal er kennis uit puttenSpr.19: 24,25.
Anders zou degene die jij terecht wijst, kunnen zeggen:
        Indien gij u dan gelovige [christen] laat noemen, steunt op de Wet, u beroemt u op God, dat gij Zijn Wil kent, weet te onderscheiden waarop het aankomt, daar gij onderricht in de Wet geniet en u overtuigd houdt, dat gij een leidsman van blinden zijt, een licht voor hen, die in duisternis zijn, 
een opvoeder van onverstandigen en een leermeester van onmondigen, daar gij in de Wet de belichaming van de Kennis en van de Waarheid bezit, – hoe nu, gij, die een ander onderwijst, onderwijst gij uzelf niet? Gij, die predikt, dat men niet stelen mag, steelt gij?  Die overspel verbiedt, doet gij overspel? Die gruwt van de afgoden, pleegt gij tempelroof? Die u op de Wet beroemt, onteert gij God door uw overtreden van de Wet?Rom.2: 17-23

Je bindt namelijk zware en ondraaglijke lasten bijeen en legt ze op de schouders van mensen, maar zelf wil je ze met geen vinger aanraken conf. Matth.23: 4.
Ik zeg U: Een levend en werkzaam woord is het voorbeeld van een daad.
Het geeft onze christelijke bedoeling overtuigingskracht, omdat het aantoont dat
datgene waartoe wij aansporen, ook uitvoerbaar is.
Daarvoor heeft ook de hand haar specerijen nodig:
– zelfbeheersing van het lichaam,
– barmhartigheid tegenover een broeder en
– geduld in de godsvrucht.
Daarom zegt de Apostel: “      Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de Zalige Hoop en de Verschijning van de Heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, Die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid en voor Zich te reinigen een eigen Godsvolk, volijverig in goede werken. Spreek hiervan, vermaan en weerleg met alle nadruk: ‘niemand mag u verachten’Titus 2:11-15.

Deze drie,  zelfbeheersing van het lichaam, barmhartigheid tegenover een broeder en geduld in de Godsvrucht zijn voor onze levenswandel onontbeerlijk. De eerste zijn wij verschuldigd aan onszelf, de tweede aan onze naasten en de derde aan God.
Want “ degene, die ontucht bedrijft, zondigt tegen zijn ‘eigen’ lichaam1Cor.6: 18, want hij berooft het van een hoge eer, geeft het aan een angstwekkende en schandelijke ontluistering prijs en neemt een lidmaat van Christus om er een lidmaat van een ontuchtige van te maken” 1Cor.6:15.
Paulus leert echter tevens, dat men zich niet slechts deze verfoeilijke lust, maar van ieder vleselijk genieten dient te onthouden. Zoek dus vooral deze ‘volkomen zelfbeheersing’, die je aan jezelf 
schuldig bent; niemand is je immers zo nabij dan jijzelf. Voeg er vervolgens de goddelijke barmhartigheid aan toe die jij de naaste verschuldigd bent, want ‘met hem’ dien jij gered worden. Tenslotte ook nog het geduld dat je aan God verschuldigd bent, want door Hem moet je gered worden. “      Gij daarentegen hebt volle aandacht geschonken aan mijn onderricht, wijze van doen, bedoeling, Geloof, Lankmoedigheid, Liefde, Volharding, [in Christus] vervolgingen en lijden, zoals mij getroffen hebben te Antiochie, te Ikonium en te Lystra. Al die vervolgingen heb ik doorstaan en de Heer heeft mij uit alle gered. Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden. Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen; zij verleiden en worden verleid. Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wel bewust van wie gij het hebt geleerd en dat gij van kindsbeen af de [Blijde Boodschap] Heilige Schriften kent, Die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het Geloof in Christus Jezus2Tim.3: 10-15. Daarnaast vergeet niet, dat het uw opdracht is: “      De zielen van de volgelingen te versterken en hen te vermanen om te blijven bij het Geloof en dat wij [slechts] door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaanHand. 14: 22.

Zie er derhalve op toe dat je niet door gebrek aan geduld te gronde gaat, maar alles verdraagt voor Hem, Die het eerst veel ergere dingen voor jou doorstaan heeft en bij Wie jouw geduld niet zonder vrucht zal zijn, zoals ook de profeet zegt: “     Want niet ten einde toe wordt de arme vergeten: de verwachting van de ellendigen zal niet voor immer vergaanPsalm 9: 19

Deze drie welriekende specerijen voor de hand moeten wij met de munt van de volgzame onderdanigheid kopen. Want zij is het die onze schreden leidt en ons de Genadegave van een Heilige levenswandel verwerft. Wanneer wij immers in onze ledematen een tegenstrijdige Wet ten gevolge van de ongehoorzaamheid bespeuren conf. Rom.7: 23, wie weet dan niet, dat de gehoorzaamheid zelfbeheersing schenkt?
Het is ook deze deugd die de Barmhartigheid weet te ordenen en zij is het die geduld leert en schenkt. Ga met deze welriekende specerijen naar degene, in wie het geloof dood is.
Wij dienen hierbij te bedenken, wat voor een groot werk het voor ons is om zo iemand op te wekken, hoe moeilijk is het dan niet om slechts bij zijn hart te komen dat vergrendeld is door steenharde halsstarrigheid en schaamteloosheid?
Dan moeten ook wij, zo is het christelijke uitgangspunt, op dat moment zeggen:
Wie zal ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?Marc.16:13
Terwijl wij echter, zo door vrees bevangen, ervoor terugdeinzen om tot zo’n hart te naderen, wanneer wij voor een zo groot Mysterie aarzelen, gebeurt het zo nu en dan, dat Gods oor, vol Goedheid en Liefde zoals steeds, de voorbereiding van ons hart waarneemt en dat op Zijn Machtig Woord een dode tot het Leven verrijst/opstaat. En zie dan vervolgens, dat een engel des Heren met een ‘van vreugde stralend’ gelaat aan ons verschijnt bij de ingang van het graf en een zeker Lichtende Glans duidt de Opstanding aan. Men ziet duidelijk dat de trekken van zijn gelaat veranderd zijn. Hij stelt de toegang tot zijn Hart voor ons open, ja Hij roept ons tot Zich; hij wentelt zelf de steen van
zijn hardnekkigheid weg en gaat erop zitten.

schiermonnik

  Wanneer zó het Geloof weer tot Leven gewekt is, toont het ons zelfs de doeken waarin het eens gewikkeld was. Tegelijk laat het ons alles zien wat er zich vroeger in het hart afspeelde, het spreekt uit en belijdt hoe het zichzelf in het binnenste had begraven; en zijn lauwheid en nalatigheid erkennend zegt het: “Komt en ziet de plaats waar de Heer was neergelegdMatth.22: 6.
conf. lessen van broeder Romero [Hakvoort], de Schiermonnik

      Broeders, zusters ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dat doe ik. Indien ik nu datgene doe, wat ik niet wens, dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont. Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de Wet Gods, maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is. Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Aan God zij dank door Jezus Christus, onze Heer! Derhalve ben ik zelf met mijn verstand dienstbaar aan de wet Gods, maar met mijn vlees aan de wet der zondeconf. Rom.7: 18-26.

Hymne op paaszaterdag i.p.v. alleluia voorafgaand aan het Evangelie:
God staat in de goddelijke raad, in hun midden oordeelt Hij goden. Hoelang nog zult ge onrechtvaardig oordelen en zijt ge partijdig voor zondaars

Sta op, o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

Doe recht aan wezen en zwakken, wees gerecht voor seringen en armen. Verlos de behoeftige, bevrijd de arme uit de hand van de zondaar”.

Sta op, o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

  Zij weten niets en begrijpen niets, zij tasten rond in het duister. Alle grondvesten der aarde wankelen en worden geschokt”.

“ Sta op, o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

“ Ikzelf heb gezegd: gij zijt goden, allen zijt ge zonnen/dochters van de Allerhoogste. Toch zult ge sterven als mensen, als elk ander vorst zult ge vallen”.

“ Sta op, o God, oordeel de aarde, want alle volkeren behoren U toe”.

Hymne paaszaterdag i.p.v. Cherubijnenlied:
Dat alle vlees nu dient te zwijgen en staande met vrees en ontzag, niets aards in het hart meer niet te denken. Want de Koning der koningen, de Heer der heersers nadert nu, als offer ter slachting, tot spijzen van de gelovige Christenen. Amen.
. . . . .
Voor Hem schrijden de Koren der Engelen, de Vorstendommen en de Machten, de Cherubijnen en Serafijnen, terwijl zij hun aangezicht bedekken en de lofzang jubelen: Alleluia, alleluja, alleluja
“.

Christus is verrezen
Hij is waarlijk verrezen

Heer, laat Uw Gemeenschap Zich altijd verheugen nu de oorsprong van de ziel is vernieuwd, zodat het [gelovige volk] dat
nu zijn vreugde vindt in het herstel van de Glorie van de geestelijke aanneming,
met vaste Hoop op – het Hemels Geluk in U –
uitziet naar de dag van de Verrijzenis.

5e Zondag van de vasten – Heilige Maria van Egypte

Christus, het Licht der wereld – temidden van Zijn Heiligen.

      Zij waren onderweg, opgaande naar Jeruzalem en Jezus ging voor hen uit, en zij waren verbaasd en zij, die volgden, waren bevreesd. En opnieuw nam Hij de twaalven terzijde en begon tot hen te spreken over hetgeen over Hem zou komen:’ Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen. En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen en zij zullen Hem bespotten en Hem bespuwen en Hem geselen en doden, en na drie dagen zal Hij opstaan.
En Jacobus en Johannes, de twee zonen van Zebedeus, kwamen tot Hem en zeiden tot Hem: ‘Meester, wij wilden wel dat Gij ons deedt, wat wij U zullen vragen’. Hij zei tot hen: ‘Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?’. Zij zeiden tot Hem: ‘Geef ons, dat wij de een aan uw rechterzijde en de andere aan uw linkerzijde mogen zitten in uw Heerlijkheid’. Doch Jezus zei tot hen: ‘Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de beker drinken, die Ik drink, of met de doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt word? Zij zeiden tot Hem: ‘Wij kunnen het’. Jezus zei tot hen: ‘De beker, die Ik drink, zult gij drinken en met de doop, waarmede Ik gedoopt word, zult gij gedoopt worden, maar het zitten aan mijn rechterzijde of linkerzijde, staat niet aan Mij te geven, maar het is voor hen, voor wie het bereid is. En toen de tien dit hoorden, begonnen zij het Jacobus en Johannes kwalijk te nemen.
En Jezus riep hen tot Zich en zei tot hen: ‘Gij weet, dat zij, die regeerders der volken heten, heerschappij over hen voeren, en hun rijksgroten oefenen macht over hen. Zo is het echter onder u niet. Maar wie groot wil worden onder u, zal uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, zal aller slaaf zijn. Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen’”. Marc.10: 32b-45

      Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping, en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf. Want als [reeds] het bloed van bokken en stieren en de besprenkeling met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden,  hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?”. Hebr.9: 11-14

‘God heeft nooit haast’, dansje in de kerk, Marius van Dokkum – museum Ootmarsum

Onze Heer heeft nooit ‘haast’ bij het herstellen van de gevallen/verontreinigde ziel of dat nu door hoogmoed, geldzucht of lichamelijk hunkeren wordt veroorzaakt; God heeft de eeuwigheid in handen, dus haast behoeft Hij niet te maken.
Welzeker wenst Hij dit herstel zo gauw mogelijk, maar Hij heeft geduld, want het herstel dient werkelijk te zijn en niet een ondoordacht terzijde schuiven van de verontreiniging.
Christus verwacht dat wij Hem serieus nemen, tot op het bot; daarom geeft Hij ons met Zijn Vader en de Heilige Geest de winst van geestelijke oefeningen op onze pelgrimstocht.
Het is terecht, indien u al bent vergeven [gedoopt], heeft het Goddelijk Bloed immers de zonden weggewassen, de weg tot God is geopend en behoeven wij niet langer beangstigd te zijn voor het Laatste Oordeel.
Maar het zou zeker niet van de Heilige Geest afkomstig zijn, wanneer gezegd wordt: “ Ik ben gewassen in het Goddelijk Bloed en dus rein. Waarom zou ik me nog druk maken over zonden!”. Juist de zekerheid van de oneindige Genadegaven, Die ons ten deel valt, is het sterkste motief voor schaamte en deemoedig gedrag, wanneer we steeds maar weer opnieuw tot zonde vervallen. Als gedoopten behoren we immers tot de heiligen, maar dat betekent nog niet dat wij mensen niet tot zonde kunnen vervallen. Mozes zei tot het volk Israël [de Kerk]: “    Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en 
opdat er vrees voor Hem over u zal komen, opdat gij niet zondigtEx.20: 20
Hij heeft gezegd: Wees niet bang voor Gods beproevingen, God keurt je; heb respect voor Hem en wees je bewust van Zijn aanwezigheid, zodat je niet zult zondigen. Wat voor smet komt op de Naam des Heren neer en wat voor een pijn zal dit doen vanwege het gebrek aan liefde tot Hem. Dat we dàt opnieuw gedaan hebben terwijl wij van Hem de Genadegaven ontvangen hebben, waar Hij zwaar voor heeft moeten boeten/lijden, om onzentwil.
Wanneer David zo verschrikkelijk gezondigd heeft met Bathseba en Ura, dan komt de Profeet Nathan tot hem en zegt: “ Gij zijt die mens!” waarop David zichzelf in de eerste dertien verzen van Psalm 50[51] beschuldigd en vanaf vers 14 roept Hij God aan om herstel van de gemeenschap met Hem als de Allerhoogste.
Hetzelfde zien we bij Petrus alvorens de haan kraait vertrouwde hij niet op de Heer maar op ‘zijn eigen liefde‘ tòt de Heer. Ongetwijfeld was er in die liefde een geestelijke verwantschap, maar evenzeer een groot deel natuurlijke liefde tot zijn Meester. Anders was hij niet overtuigd geweest dat zijn liefde veel groter was dan die van de anderen. Het is van de natuurlijke mens en dus van de oude mens, die voor God niet bestaan kan. Wanneer hij dan de Heer verloochend heeft, ziet Deze hem aan en herinnert hem daardoor aan Zijn Woord.

Onze gewoonten, het terugvallen op de oude mens, onze handel en wandel en de onderlinge verbindingen worden getoetst door ditzelfde levend tweesnijdend zwaard van het Woord. “Beproef mij, God, doorgrond mijn hart; onderzoek mij en ken mijn wegen. Ziet toe, of er een onterechte weg in mij is; maar leid mij op de weg van de eeuwigheidPsalm 138[139]: 23,24Dit is het gebed tot God wat uit deze -op God gerichte- gezindheid voortkomt; God kennen en Zijn liefde ervaren is immers het allermooiste wat er is.
Of je nu wèl of niet in God gelooft, we weten allemaal dat we bedoeld zijn om lief te hebben en geliefd te worden. Onze diepste behoefte en ons meest intense verlangen is uiteindelijk dat we geliefd zouden worden door iemand die ons kent zoals we zijn, met onze zwaktes en fouten, en die ons toch volkomen aanvaardt en waardeert.
Dat is de liefde die we allemaal nodig hebben. Liefde die ons niet afwijst of veroordeelt. Liefde die ons begrijpt en helpt. Liefde die ons niet zal misbruiken of kwetsen, maar liefde die ons veiligheid en bescherming biedt. Wat ik uit eigen ervaring geleerd heb en wat miljoenen mensen wereldwijd ervaren, is dat deze volmaakte Liefde niet van een ander mens kan komen.
Alleen God kan ons deze liefde geven, omdat Hijzelf Liefde is; het is onlosmakelijk verbonden aan Zijn wezen; – God IS liefde -.
Alle authentieke Liefde komt ten diepste bij Hem vandaan. Hij is de bron van de Liefde waar we allemaal naar verlangen en nodig hebben.
De reden dat God de Persoon bij uitstek is om ons geluk te kunnen geven op gebied van seks en zelfbevrediging, is omdat Hij onze Schepper is.
Hij is degene die onze seksualiteit bedacht heeft! Seks is Gods idee! Hij maakte ons als gevoelige, seksuele wezens en zag dat het ‘goed’ was.
Niemand heeft erom gevraagd een lichaam te hebben dat last heeft van hormonen, dat gevoelig is voor aanraking en dat behoefte heeft aan genegenheid. God heeft ons zo geschapen en Hij is blij met hoe Hij ons gemaakt heeft. God is dus ‘niet’ -tegen seksueel genot-. Hij is de regisseur, de bedenker ervan! Hij heeft het aan de mens gegeven.

in gesprek over sexualiteit

Omdat God sexualiteit gemaakt heeft, weet Hij ook hoe seks ons gelukkig kan maken, maar ook hoe dit ons geluk kan roven en ons verdriet en hartzeer kan opleveren. Omdat God ontzettend veel van ons houdt, wil Hij ons helpen om ‘het goede’ te ervaren en niet datgene wat ons pijn doet. Net als een echte Vader en daardoor je ‘beste’ vriend wil Hij ons beschermen en de juiste weg laten zien, waar we het geluk kunnen vinden, waar we allemaal zo naar verlangen.
De boodschap die Jezus Christus bracht, was dat God in de eerste plaats een liefhebbende Vader is. Hij is een Vader, Die Zich over ons ontfermt en Die ons wil verlossen van alles wat ons innerlijk vervuilt en beschadigt. God is een Vader, Die ons door en door kent en Die ons wil doen ‘Opstaan’ in Zijn Liefde, zonder altijd gebukt te gaan onder zaken die als een last op onze wegen vormen. Veel mensen gaan gebukt onder ondraaglijke gevoelens van schuld en schaamte vanwege hun seksuele gevoelens en hebben het idee gekregen dat God hen haat en afwijst, terwijl het tegenovergestelde waar is.
God heeft alle begrip voor onze noden en wil ons als vriend helpen om er gezond mee om te gaan. Jezus Christus sprak nooit haatdragend of veroordelend jegens mensen die worstelen met hun seksualiteit, maar zocht die mensen juist op, en liet hen zien dat ze voor God bijzonder waardevol zijn en dat God hen wil helpen; Christus toonde ons het Vaderhart van God.

Christus laat ons zien dat seksualiteit een kostbaar geschenk is, dat God dit heeft gegeven aan man en vrouw. Hij gaf het echter niet maar als iets waarmee we kunnen experimenteren, zoals we zelf willen. Hij heeft seks in de eerste plaats bedoeld als iets wat man en vrouw met elkaar beleven, in de veilige geborgenheid van een huwelijk.
Het huwelijk is bedoeld als een plaats van veiligheid en bescherming, waarbinnen je je in alle vertrouwen open en bloot kunt geven aan degene die beloofd heeft voor altijd voor je te zorgen. Buiten een huwelijk is er geen enkele bescherming voor je seksualiteit; daarmee wordt niet bedoeld dat je van genot wordt beroofd, maar dat er een mogelijkheid bestaat om jou optimaal geluk en vreugde te laten ervaren. Geen hartzeer, maar genezing, bescherming van je gevoelsleven. Omdat uitwisseling van het gevoelsleven via seksualiteit in wezen bedoeld is om te delen met je geliefde, binnen de veilige geborgenheid van een gezond huwelijk, is losgeslagen sexualiteit eigenlijk iets wat buiten de ware liefde staat.

Joseph and Potiphar’s wife, mosaic. 12,13 cnt. Cathedral of San Marco, Venice

De boekenweek staat op dit ogenblik in het beeld van de ‘Lust-literatuur’, het is een item van de wereld om ons heen. De wereld is behekst/betoverd door een vrijzinnige politieke actie als tegenstelling tot de religieuze agenda; de vrijzinnige morele meerderheid kenmerkt zich met de opvatting dat echtscheiding acceptabel is en homoseksualiteit niets bijzonders, vrouwen zeker niet tot hun bestemming komen door kinderen te baren, kinderen vooral hun autonomie en ontplooiing dienen te ontwikkelen en hun ouders daarom zeker niet in alles behoeven te respecteren en dat de moderne leefwijze sterk te verkiezen is boven de traditionele leefwijze. De cultuur van de Lage Landen is wat ons op televisie, reclame en in films wordt voorgeschoteld; liberaal, vrijzinnig, semi-verlicht, wat zelfgenoegzaam, meestal ironisch, soms met een vleugje maatschappelijke betrokkenheid. In die cultuur is van het Joods-Christelijke niet zo heel veel meer over; in ieder geval zijn de bronnen met modder dichtgeslibd. De verdraagzaamheid van de meerderheid is niet zo groot; geconfronteerd met ander opvattingen over seksualiteit, vrouwen, huwelijk en opvoeding, duwt de vrijzinnige ‘moral majority’ al gauw woorden als ‘intollerantie’, discriminatie’, ‘onderdrukking’ en ‘onaanvaardbaar’ [conf. socioloog Wim Dekker]

Sexualiteit die je zelf beleeft, zonder liefde te delen is op jezelf gericht. Je bevredigt enkel jezelf en er is geen sprake van intimiteit, geborgenheid of het delen van liefde. Het is iets wat je met jezelf doet en de ander wordt gebruikt en gevoelsmatig buitengesloten.
Dat is de reden, dat de Kerk, sexualiteit, die -zonder werkelijke liefde en op jezelf gericht is- afwijst; omdat het Gods schepping respectloos benadert – datgene wat als heilig [volmaakt] bedoeld is wordt verontreinigd. Elke geestelijk ingestelde gelovige, die zich bezig houdt met het respectloos omgaan met datgene wat ‘als goed’ bedoeld is, wordt zich bewust dat hij/zij – zijn/haar eigen oorsprong tekort doet. Indien hij/zij er daarentegen op een geestelijke wijze Genadevol mee bezig houdt, zal onderkennen dat het resultaat zal zijn, dat hij/zijzelf meer geheiligd en gereinigd wordt. Toch is er de nuchtere realiteit van ontelbare mensen die worstelen met sexualiteit, zelfs in een gezond huwelijk. Het is mijn diepe overtuiging dat God hier begrip voor heeft. Hij wil ons helpen om er op een gezonde, pure manier mee om te gaan, zodat het ons niet verziekt of beschadigt; God heeft werkelijk het beste met ons voor – altijd. 

Een fundamenteel principe is dat God ons wil leren om geen zaken te doen, die schade berokkenen aan onszelf of anderen. Zijn verlangen is om ons geluk, leven, vrede en vreugde te geven. Als een bepaalde beleving van seksualiteit onszelf of anderen beschadigt, dan is dat niet Gods wil. Voor christenen geeft de apostel Paulus dit algemene principe: Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig. Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen bouwen op. Laat niemand zijn eigen voordeel zoeken, maar ieder dat van de anderconf. 1Cor.10: 23,24.
Het gaat er dus om dat we enerzijds moeten nastreven wat goed is voor ons welzijn, en bovendien dat we ons inzetten voor het geluk van anderen. Een bekende uitspraak van Jezus Christus geeft ons eveneens een concrete richtlijn:
“      Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegdMatth.5: 28. Dit heeft te maken met het kijken naar een persoon die niet jouw huwelijkspartner is en in je gedachten bewust fantaseren over seksuele omgang met die persoon. Het gaat verder dan iemand zien en beseffen dat je die persoon aantrekkelijk vindt. Het gaat over het toestaan van gedachten van lust, die je eigenlijk beter zou dienen te weerstaan.
Wat doe je met zo’n gedachte of gevoel die ongevraagd op je af komt? Open je de deur van je hart en geef je het alle ruimte om zich te ontwikkelen?
Of verwerp je deze gedachten en bewaar je je hart zuiver voor God en je medemens?

De levensbeschrijving van de heilige Maria van Egypte wordt ons aangeboden geschreven door de Heilige Sophronios, bisschop van Jeruzalem. De Heilige Sophronios was een Syriër uit Damascus die in 634 bisschop van Jeruzalem werd. Het levensverhaal werd later uit het Grieks vertaald in de Latijnse taal door Paulus, diaken van de parochiekerk in Napels.
      Het is goed dat men Onze Heer en Meester lof toezingt en Zijn naam verheft en de redenen van Gods werken met eerbied aanduidt; daarom laat je niet weerhouden Hem te danken“.
Tobit 12: 7
Zo sprak de Engel tegen Tobias nadat de blindheid van zijn vader omgezet was in glorieuze Verlichting en nadat zijn verlossing van allerlei soorten gevaren zijn nederige toewijding aan God tot ontwikkeling bracht. 
Want het is inderdaad schadelijk en gevaarlijk om de geheimen van een Koning te openbaren, maar voor de ziel is het schadelijk om over de glorieuze Goddelijke werkzaamheden te zwijgen. De bisschop van Jeruzalem aarzelde erover of hij over de dingen van God durfde te spreken, maar  vreesde hetzelfde oordeel op te lopen zoals dat uitgesproken tegen de luie bediende die een talent van zijn Heer ontving en het in de grond verborg in plaats van het aan het werk te zetten door handel te drijven.
Dit is de reden dat de Heilige Sophronios op geen enkele manier over het ontwerp van dit heilige verhaal kon zwijgen en het hierbij in liefde aan zijn broeders/zusters in het Geloof aanbiedt.

Heilige Maria van Egypte

Het levensverhaal van de heilige Maria van Egypte:
http://www.lucascleophas.nl/?p=12956  in het engels;
film in het Arabisch, Engels ondertiteld:
YouTube
https://www.youtube.com/watch?v=2-IgHyq07KA

Apolytikion Maria van Egypte    tn.8
In U, o Moeder, werd duidelijk gered Gods evenbeeld,
want nadat gij het Kruis aanvaard hebt om Christus na te volgen
leerde gij door uw voorbeeld om het vergankelijk vlees te verachten,
maar te zorgen voor de ziel die onsterfelijk is.
Daarom o heilige Maria verheugt zicht uw geest met de Engelen
”.

Kondakion  Maria van Egypte   tn.3
Gij, die eens van ontucht vervuld was,
zijt door berouw de bruid van Christus.
Vol verlangen naar de levenswandel van de Engelen,
hebt gij de demonen overwonnen door het wapen van het Kruis.
Daarom zijt gij, heerlijke Maria,
nu verschenen als de Bruid van de Koning
”.

Orthodoxie & de ander ontlopen, confrontaties uit de weg gaan en zwijgen

Olieflesje in de vorm van een ‘stekelige’ egel, 6e eeuw voor Christus

    En zij gingen vandaar weg en reisden door Galilea. En Hij wilde niet, dat iemand het te weten kwam. Want Hij onderwees zijn discipelen en zei tot hen: De Zoon van de mensen wordt overgeleverd in de handen der mensen en zij zullen Hem ter dood brengen en drie dagen na zijn dood zal Hij opstaan. Doch zij begrepen dit Woord niet en durfden Hem er niet naar te vragen. En zij kwamen te Kapharnaüm. En toen Hij thuis gekomen was, vroeg Hij hun: Waarover waren jullie onderweg in gesprek? En zij zwegen, want zij hadden onderweg met elkander erover gesproken, wie de meeste was.
      En Hij ging zitten, riep de twaalven en zei tot hen: Indien iemand de eerste wil zijn, die zal de allerlaatste zijn en aller dienaar. En Hij nam een kind en plaatste dat in hun midden, omarmde het en zei tot hen: ‘Wie een van zodanige kinderen ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt niet Mij, maar Hem, die Mij gezonden heeft’”. Marc.9: 30-37

Climacos [de ladder]

      Als gevangene in de Heer, vermaan ik u dan te wandelen waardig aan uw roeping, waarmee gij geroepen zijt, met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in Liefde te verdragen en u te beijveren de éénheid in de Heilige Geest te bewaren door de band van de Vrede. In één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de éne Hoop van uw roeping, één Here, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die is boven allen en door allen en in allen”.  Eph. 4: 1-4

Het zal u niet ontgaan zijn, dat er in bovenstaande Blijde Boodschap een grote tegenstelling schuilt: Jezus kondigde zijn lijden en sterven aan, mèt de Verrijzenis op de derde dag – en waar waren de leerlingen in geïnteresseerd? Wie de grootste onder hen is!
Christus, Die over Zijn sterven spreekt, en de leerlingen die dat ‘niet‘ horen [niet kunnen horen? niet willen horen?], maar het over hun carrière hebben. Dat lijkt wel erg op onze wereld, waarin sommige mensen omkomen van de ellende om hen heen, terwijl anderen zich bezighouden met hun positie.

De ongeschonden Lage Landen

Wij zijn allen in deze Lage Landen neergezet waar wij ons naar beste weten en vermogen  behoren in te zetten. Wanneer je daarbij overeenkomstig je principes handelt kun je nog wel eens door de gedachte worden overvallen: “Waar val ik een ander nog mee lastig, laat ze hèt zèlf maar uitzoeken. In de Kerk verwacht je immers dat er met wijsheid en inzicht weloverwogen beslissingen genomen worden”. Zij handelen daar toch overeenkomstig Goddelijke inzettingen en verordeningen, hetgeen de Heer ons bevolen heeft. Toch blijft het noodzakelijk te waarschuwen:
“ Neem u ervoor in acht en hoed u er terdege voor, dat gij de dingen die gij met eigen ogen gezien hebt, niet vergeet en zij niet uit uw hart wijken zolang gij leeft; maak ze aan uw kinderen en kindskinderen bekendDeut 4: 9
Het is mij toch regelmatig overkomen, dat mensen van wie je het niet had verwacht het ineens instemmend met je eens zijn. Ja, zo zouden ze ‘vroeger’ ook hebben gereageerd, maar zij verkeren in de veronderstelling dat je -in de huidige tijd- niet meer tegen de gewijde klasse òp kunt, die hebben -als tot de salon behorend- nu eenmaal de Wijsheid in pacht!

Het valt mij op dat de meeste conflicten in de Kerk met name – in de vastenperiode – hun oorsprong vinden; juist in zo’n periode zou je verwachten dat iedereen bovenmate alert dient te zijn. Het is tevens zo dat vergaderingen in deze periode de ware aard van gelovigen blootleggen en dan bedoel ik met name degenen, die zich voor het aangezicht van de Heer, onze God verheven hebben, de Goddelijke zegen hebben ontvangen. Je zou dit soort bijeenkomsten haast gaan vermijden. Het is maar net hoe je datgene wat je vernomen hebt in je doen en laten verwerkt. We vergeten echter dat wij wanneer wij ons aan onze verantwoordelijkheden onttrekken en op deze manier onze kinderen & kleinkinderen een onjuist beeld voorhouden hoe zij in de vreze Gods op de aardbodem dienen ervaren.

Kruis, de Blijde Boodschap & een rozen-krans [geloof], het anker [hoop] en een spelende kind [liefde]; Nrdkerkstr. 14, Amsterdam

Is dit waarlijk het ‘Hoogstaande, uitverkoren Volk’ [‘ερόθεος’, door God gezegend] dat op een wijze en verstandige manier datgene doet wat haar is opgedragen; je krijgt haast het idee, dat juist voor het tegenovergestelde wordt gekozen. God heeft leidinggevenden opdracht gegeven Zijn Woord en Zijn onderwijs aan de mensen door te geven; niet alleen met de mond, maar Zijn Woord ook in praktijk toe te passen, zodat er van geleerd kan worden.
Hoe wordt er naar Gods Wet en Woord geluisterd en wat is de belangrijkste boodschap in de Goddelijke omgang? Hoe zal God op ons doen en laten neerkijken, is dat beangstigend of stelt ons dat gerust?
Wanneer we keer op keer lezen dat wij onszelf in acht dienen te nemen en dan met name voor wat betreft het Liefdesgebod, hebben we dan wèl goed geluisterd naar datgene wat God ons duidelijk probeert te maken – of proberen we alleen maar onze eigen zin door te drukken – en zien we de voortgang en de geestelijke groei van een ander totaal over het hoofd?
Misschien zouden we God eens gezamenlijk kunnen vragen om ons daarvan bewust te maken – omtrent de inhoud van Zijn Woord – en ons er wat nadrukkelijker in te verdiepen.
Zalig degenen, die de Heer vrezen; die wandelen op Zijn wegen. De vrucht van uw moeiten zult gij eten; gij zijt gelukkig en het zal u welgaan. Uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok, die groeit langs de muur van uw huis. Uw kinderen als scheuten van een olijfboom, rondom uw tafel.
Zie, zo wordt een mens gezegend, die de Heer vreest. Opdat de Heer u moge zegenen uit Sion; moogt gij het welzijn van Jeruzalem zien, al uw levensdagen. Ja, opdat de kinderen van uw kinderen zien, dat er vrede heerst over Israël
[de Kerk]”.
Psalm 127[128] vert, ROK ’s-Gravenhage

        Maar aan een ieder van ons is afzonderlijk de Genadegave gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt. Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mee, gaven gaf Hij aan de mensen. Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten?
         Hij, Die nedergedaald is, Hij is het ook, Die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen. En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als  herders en leraren, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de éénheid van het Geloof en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der Volheid van Christus. Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neer, heen en weer geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de Waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, Die het Hoofd is, Christus. En aan Hem ontleent het gehele Lichaam als een aaneensluitend geheel en bijeen-gehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei van het Lichaam, om zichzelf op te bouwen in de Liefde”. Eph.4: 7-16

‘Wees voorzichtig en kijkt allen vooral nauwkeurig naar jezelf . . . . . Weest u zich allen bewust wat er in de Kerk der Lage Landen gaande is en hoe sommige onder u dit ervaren en wat God onder u bewerkstelligt? We krijgen als gemeenschap verzoekingen om er van te leren; om daardoor te groeien. Nogmaals, misschien dienen we God eens te vragen ons bewust te maken van dit alles?’.

Maar dit Gebod heb Ik hun gegeven: ‘Hoort naar Mijn stem, dan zal Ik u tot een God en zult gij Mij tot een volk zijn, en wandelt op de ganse weg die Ik u gebied, opdat het u welga. Doch zij hoorden niet, noch neigden hun oor, maar zij wandelden naar de verstokte overleggingen van hun boos hart en keerden zich achterwaarts en niet voorwaarts. Van de dag af dat uw vaderen uit het land Egypte gingen tot op deze dag. Ook zond Ik tot u al mijn knechten, de profeten, dagelijks, vroeg en laat. Doch zij hoorden naar Mij niet noch neigden hun oor, maar betoonden zich hardnekkiger dan hun vaderen. Ook nu gij tot hen al deze woorden spreekt, horen zij niet naar u, en nu gij tot hen roept, antwoorden zij u niet. Zeg dus van hen: ‘Dit is het volk dat niet hoort naar de Stem van de Heer, zijn God, en dat geen tuchtiging aanneemt; de oprechtheid is verdwenen en teloorgegaan uit hun mond. Scheer uw hoofdhaar af en werp het weg, hef op de kale heuvels een klaaglied aan: de Heer heeft verworpen en prijsgegeven het geslacht waarop Zijn verbolgenheid rust”. Jer.7: 23-29

De van oudsher jaarlijks afgekondigde vasten is een tijd waarin we nadenken over hoe wij voor God staan, hoe God op dit ogenblik naar ons kijkt en de manier waarop wij Hem ‘in de weg [hebben ge-]lopen’. Durven wij nog ons nek uit te steken, teneinde veranderingen op gang te brengen of laten we ons in onze positie datgene welgevallen wat onszelf het meeste voordeel biedt? Welke dingen vallen ons nog meer op wanneer we dit te overwegen en terugkijken op datgene wat wij afgelopen jaar hebben ondernomen om vooruitgang te boeken?

‘Boos’-knop

Wat betekent ‘zij wandelden naar de verstokte overleggingen van hun boos hart en keerden zich achterwaarts en niet voorwaarts’ en wat stelt u daarbij voor? Op welke manieren bemerk je dat je je hebt laten leiden door je eigen hardnekkigheid en wat zegt dit over jezelf? Lees bovenstaande passage van de profeet nog eens over en maak je eens een voorstelling van wat er in je omgaat, ben je wel zo meelevend geweest met die ander en wat zegt dit over jou?  God spreekt Zijn Woord tot de mensen, maar zij luisteren niet. Hoor je Gods Blijde Boodschap aan Zijn Kerk? Kun Zijn Woord horen, er bewust naar luisteren en begrijpen wat God je duidelijk probeert te maken? Op deze wijze ben je tijdens deze vasten in gebed, waarvan Christus Persoonlijk aanhaalt, dat dit geslacht niets kan ondernemen, dan door gebed. We zien daaraan dat wij bepaald niet de eersten zijn die met de Geboden van God nogal vreemd in de wereld omspringen. Wij, die steeds maar weer verzoekingen op ons af zien komen en er dusdanig mee omgaan, alsof we het gewoon zijn gaan vinden. Deze woorden zijn immers gesproken tegen het Volk Israël, dat na een verblijf in de woestijn het Beloofde Land mocht binnengaan. Een land dat beheerst werd, bekend stond, door afgoden als Baäl en Astarte te worden verleidt; het was een land dat vergeven was van de vruchtbaarheidsreligie. Dat was het Beloofde [Lage] Land waar Israël zich tussen begaf, daar moest het Godsvolk zich waarmaken. Daar werd verwacht dat het Godsvolk [de Kerk] zich waar diende te maken dat het een geheiligd volk was en ten dienste van God stond, alleen Hem in Liefde toegewijd was. Daarom kreeg dit kerkvolk een positie toegewezen, niet om over elkaar te gaan heersen, maar als een geheiligd volk een voorbeeld te zijn voor de wereld om hen heen.
        Bekeer u, Israel, tot de Heer, uw God, want door uw ongerechtigheden zijt gij gestruikeld. Komt met woorden van schuldbelijdenis, bekeert u tot de Heer, zegt tot Hem: ‘Vergeef mij geheel en al mijn ongerechtigheden en wees Genadig; wij bieden als offerstieren de belijdenis van onze lippen. Assur zal ons niet verlossen, op paarden zullen wij niet rijden. En wij zullen niet meer zeggen tot het werk van onze eigen handen: Onze God!
Want van U verkrijgt de wees Barmhartigheid. Ik zal hun afkerigheid genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben, want Mijn toorn keert zich van hen af. Ik zal zijn als de dauw voor Israel, hij zal bloeien als een lelie, en zijn wortelen uitstrekken als de Libanon. Zijn loten zullen uitlopen; zijn pracht zal zijn als die van een olijfboom en zijn geur als die van de Libanon. Zij die in zijn schaduw wonen, zullen weer koren verbouwen. Ja, zij zullen bloeien als een wijnstok, beroemd als de wijn van de Libanon. Ephraïm, wat heb Ik nog met de afgoden te doen? [Ik verhoor hem en zie hem aan]. Ik ben als een altijdgroene Cypres, aan Mij is uw vrucht te danken.  Wie wijs is, geve op deze dingen acht; wie verstandig is, erkenne ze. Want de wegen des Heren zijn recht: rechtvaardigen wandelen daarop, maar overtreders struikelen er
”. Hos.14: 1-9

➥        Wij horen hier, hoe God ons oproept terug te keren naar de plaats en de wijze waarop wij behoren te leven, Liefdevol vanuit ons hart te leven en anderen met respect te benaderen. Wij keren ons niet tot God wanneer wij iemand anders afschrijven en hem zwijgend de rug toekeren wanneer hij niet langer in ons straatje past.
Hoe zou je tot God kunnen terugkeren, hoe zou je dit anders dienen aan te pakken, wat zijn de paden des Levens, die je opnieuw zou dienste betreden en waar je als Christen behoort te zijn.
Wanneer je ook deze profetische tekst beluistert – er nadrukkelijk aandacht aan schenkt – dan weet je donders goed – wat je te doen staat om jou bij te staan op je oorspronkelijke pad.
Het oorspronkelijke pas is niet de weg, die je bewandelt om jezelf ter wille te zijn; neen, het oorspronkelijke pad betekent dat je jezelf tekort doet om de ander ten dienste te zijn; dat is je het persoonlijke kruis, dat je dient op te nemen.
En dat doet pijn maar het geeft ook bevrijding, want je doet iets waarmee je een ander de ruimte geeft om te groeien.

‘De [wijn]oogst van de Liefde’

Overeenkomstig hun verkiezing zijn degenen geliefden omdat de Vader dat zo heeft gewild. Want door Genadegaven en Goddelijke roeping dient men ervan verzekerd te zijn geen berouw over z’n handelen te doen ervaren“.
conf. Rom 11: 28,29

Liefde is geduldig en aardig. Het maakt geen afgunst, het is niet ijdel of trots;
Het onteert anderen niet en is niet zelfzuchtig;
Het raakt onmogelijk gemakkelijk geïrriteerd en het
houdt geen agenda bij of het schade zou oplopen.
Liefde verheugt zich niet in het onrecht, maar zoekt juist de waarheid.
Liefde beschermt, vertrouwt, in iedere omstandigheid hoopt ze en volhardt ze.
Liefde faalt nimmer“. conf. 1Cor.13: 1-13; overeenkomstig de grote Messiaanse profetie van Numeri 24: 17-19, De spreuk van Bileam, de zoon van Beor, en de spreuk van de mens met het geopende oog.

 

4e Zondag van de Grote en Heilige Vasten – Zondag H. vader Johannes Climacos

Climacos [de ladder]

      En iemand uit de menigte antwoordde Hem: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stomme geest heeft. En waar hij hem aangrijpt, werpt hij hem op de grond; en hij heeft het schuim op de mond, en hij knerst met zijn tanden en verstijft. En ik heb uw discipelen gezegd, dat zij hem zouden uitdrijven, en zij hebben het niet gekund.
        En Christus antwoordde hun en zei: ‘O, ongelovig geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem tot Mij. En zij brachten hem tot Hem.
En toen de geest Hem zag, deed hij hem terstond stuiptrekken en, 
op de grond gevallen, wentelde hij zich, al schuimende. En Hij vroeg zijn vader: ‘Hoelang is het al, dat dit hem overkomt?’. Deze zei: ‘Van zijn kindsheid af; en dikwijls heeft hij hem ook in het vuur en in het water gedreven om hem een ongeluk te doen krijgen. Maar als Gij iets kunt doen, help ons en heb medelijden met ons!’.
        Jezus zei tot hem: ‘Als Gij kunt! Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft’.
Terstond riep de vader van de knaap uit en zei: ‘Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!’.
        En toen Jezus zag, dat de menigte samenstroomde, bestrafte Hij de onreine geest en zei tot hem: ‘Gij, stomme en dove geest, Ik beveel u: ga van hem uit en kom niet meer in hem’. En hij ging uit onder geschreeuw en hevige stuiptrekkingen. En hij werd als een dode, zodat men algemeen zei, dat hij gestorven was. Doch Jezus vatte zijn hand, richtte hem op, en hij stond op. En toen Hij een huis was binnengegaan, vroegen zijn discipelen Hem, terwijl zij met Hem alleen waren: waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven? En Hij zei tot hen: ‘Dit geslacht kan door niets uitvaren, tenzij door gebed’.
En zij gingen vandaar weg en reisden door Galilea. 
En Hij wilde niet, dat iemand het te weten kwam. Want Hij onderwees zijn discipelen en zei tot hen: “De Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der mensen en zij zullen Hem ter dood brengen en drie dagen na zijn dood zal Hij opstaan’”. Marc.9: 17-31

Heilige Johannes Climacos, schrijver van het boek ‘de Ladder’.

      Want toen God aan Abraham zijn belofte deed, zwoer Hij, omdat Hij bij niemand hoger kon zweren, bij Zichzelf, zeggend: ‘Voorzeker zal Ik u zegenen en zekerlijk u vermeerderen’. En zo, door geduld te oefenen, heeft deze het beloofde verkregen. Want mensen zweren bij wie hoger is, en de eed dient hun tot bekrachtiging, als einde van alle tegenspraak. Daarom heeft God, toen Hij des te nadrukkelijker aan de erfgenamen der belofte het onveranderlijke van zijn raad wilde doen blijken, Zich onder ede verbonden, opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die [tot Hem de] toevlucht genomen hebben, een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt. Haar hebben wij als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en dat reikt tot binnen het voorhangsel, waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan naar de ordening van Melchisedek hogepriester geworden in eeuwigheid”. Hebr.6: 13-20

Mensen, die zich zwak en kwetsbaar weten,
zoeken hulp en ondersteuning bij elkaar en bij Christus.

Heb medelijden met mij Heer, Jezus Christus, Zoon van God hebt U alstublieft medelijden met mij, mijn ziel vertrouwt op U, mijn God”.
Christus onderwees zijn volgelingen in het gebed en maakte hen duidelijk dat je zonder gebed niets voor elkaar kunt krijgen. Het gaat er bij Christus om dat je datgene wat je presteert in Naam van de Vader doet. Onze Heer, Jezus Christus wordt met God op één lijn geplaatst.
Vader, Zoon en Heilige Geest zijn in God gelijkwaardig.  En Jezus heeft eveneens gezegd, dat de Vader is méér dan Hij, nadat Hij de verlamde genezen had en hem eveneens zijn zonden vergeven had. De Farizeeën vielen Hem hier op aan, want alleen God kan immers zonden vergeven. “    Hierom dan trachtten de Joden Hem des te meer te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat schond, maar ook God zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijksteldeJohn.5: 18. De Vader gaat voorop, De Zoon kan niets doen uit Zichzelf, Hij moet het de Vader zien doen.              Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzoJohn.5: 19. De Zoon doet dan ook het Werk van de Vader; daarin zijn ze dus gelijk. De Vader werkt doden op, dat doet de Zoon ook, De Vader doet leven, dat doet de Zoon ook. De Vader heeft het oordeel aan de Zoon gegeven en ontvangt gelijke eer. Heel duidelijk komt dit aan God -gelijk -zijn tot uiting in:      Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in ZichzelfJohn.5: 26. Wij mensen hebben geen leven in onszelf, dat bestaat alleen bij God, Die het Leven geeft en in die zin verkondigt Paulus dat de Zoon Zich aan de Vader zal onderwerpen. “    Want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen. Maar wanneer Hij zegt, dat alles onderworpen is, is blijkbaar Hij uitgezonderd, die Hem alles onderworpen heeft. Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de 
Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen1Cor.15: 27,28.
Dit houdt geen onderdanigheid in, maar het betekent dat de Zoon in alle dingen, ook in het eindoordeel, eensgezind zal zijn met God de Vader. Zoals Christus oordeelt, zo oordeelt God. Juist in het oordeel blijkt de éénheid tussen de Vader en de Zoon.  Niet alleen als gezondene doet de Zoon de Wil van de Vader, ook als Rechter. Men dient de teksten over onderworpenheid en gehoorzaamheid van Christus niet uitspelen tegen zijn Goddelijkheid. Juist  in de onderworpenheid van de Zoon aanschouwen wij de volkomen representatie van God.
        Aan het eind van de jongste dag zal openbaar worden dat de Zoon en de Vader één zijn.
Maar staat er niet: ”     Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, die Mij heeft gezonden, heeft zelf Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet. En Ik weet, dat Zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zo als de Vader Mij gezegd heeftJohn.12: 49,50. Ja zeker, maar dat is niet een gebod aan Jezus, maar aan Zijn volgelingen, namelijk het gebod om elkaar lief te hebben. Dat gebod om elkaar lief te hebben geeft Jezus door aan de discipelen: “Een nieuw gebod geef Ik u, dat ge elkaar liefhebtJohn.13: 34.
Bij Zijn Hemelvaart heeft Jezus een andere Trooster [of Voorspraak] beloofd John. 14: 16

      Na Zijn verheerlijking is Christus dan Zelf in de Hemel, maar op aarde is Zijn Geest de Trooster, of Voorspaak. Zoals de Zoon alles doorgeeft van de Vader, zo geeft de Geest alles door van Christus. Jezus spreekt niet uit Zichzelf, maar vanuit de Vader, zo spreekt de Geest niet uit Zichzelf, maar  vanuit Christus. “    doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigenJohn.16: 13
De Geest zal dus evenmin niet uit Zichzelf spreken, maar Hij zal Christus verheerlijken en Hij zal het nemen uit hetgeen Christus overeenkomstig de Vader heeft verkondigt. De relatie tussen de Geest en

De Goddelijke zegen, van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

Jezus is dus als de relatie tussen de Zoon en de Vader. De Zoon is de volledige aanwezigheid van de Vader en de Geest de volledige tegenwoordigheid van de Zoon en daarmee   evenzeer van de Vader. Gods Geest gaat uit van de Vader via de zoon! De oorspronkelijke Kerk formuleert dit zo; -het is de Heilige Geest die uitgaat van de Vader door de Zoon- Het keert zich dus het door de wetenschappers van Karel de Grote uitgedachte filioque [de Geest gaat uit van de Vader en van de Zoon]. In het filioque wordt de Geest gedacht zelfstandig uit te gaan van de Vader, buiten de Zoon om! Een door wetenschappers losgeslagen “wilde” Geest, die geen weet van het Werk van Christus?
De christologie wordt bondig weergegeven in:         Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in 
Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood van het Kruis. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in de Naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn en alle tong zou belijden: “Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!”. Phil.2: 5-11
Dit was oorspronkelijk een vroeg-christelijke hymne:
Christus was in de gestalte van God, maar Hij heeft de gestalte van een mens aangenomen”. In een tijdspanne van nauwelijks 15 jaar is de kern van het Christologisch dogma – dat Christus en God en mens is -, geformuleerd. 
De indruk die Jezus op de mensen heeft gemaakt, moet overweldigend groot zijn geweest. We zingen daarom voorafgaand aan de deelname aan de Heilige Communie:
    Een is heilig, een is Heer: Jezus Christus; tot Heerlijkheid van God de Vader.   Amen”. 
Jezus Christus is Heer! In Christus hebben wij met God te maken!

Christus onderwees ons Zijn volgelingen in het gebed en over de manier waarop wij bidden heeft Hij naast ‘het onze Vader’ geen regels gegeven, wel weten we dat Hij Zich regelmatig in eenzaamheid terugtrok en tot de Vader bad, met Zijn Vader in gesprek was. Over bidden zijn ook geen ‘regels’ te geven; de een bidt nu eenmaal anders dan de ander. Ieder gebruikt zijn eigen taal, zijn/haar eigen woorden. Sommige mensen bidden graag vroeg in de morgen en de mensen, die wij als avond-mensen aanduiden/typeren kunnen zich beter ’s avonds laat concentreren. Je geloofs-beleving en je manier van bidden worden mede bepaald door: je achtergrond; je persoonlijk karakter en de situatie waarin jij je momenteel bevindt.
Het is afhankelijk van hoe je hebt leren bidden; hoe je bent opgegroeid; welke beeld je van God hebt meegekregen. Ga je vertrouwelijk met God om, of met ontzag – dit kan van grote invloed zijn op hoe u nu bidt en hoe je momenteel je Geloof beleeft.
Wat het persoonlijk karakter aangaat wordt het gebed beïnvloed door het feit of je extravert of introvert bent; een gevoels- of een verstandsmens; nuchter, levend in het hier en nu of gericht op de mogelijkheden; ben je gestructureerd en beslist of open en flexibel.

Onderweg, allen vertrekken we van hier naar daar en dat is goed, want het kan niet anders

⁌ Wat je huidige situatie aangaat zijn er ook nogal wat verschillen; een moeder/ vader met kleine kinderen bevindt zich in een geheel andere situatie dan ouderen, die vrijgesteld zijn en meer de tijd aan zichzelf hebben. Ook kan het gebed bepaald worden door datgene wat je onlangs hebt meegemaakt: verdriet, zorgen of juist de vreugde van het moment. Ook maakt het uit waar je jezelf bevindt; in de beslotenheid van een auto op de snelweg of de drukte van een overvolle trein. Het kan best wel moeilijk zijn om in verschillende omstandigheden tot gebed te komen. Wanneer het je voor de wind gaat kun je uit vreugde vol dankbaarheid zijn in plaats van je door de zorgen van de dag te laten beheersen. Soms is het nodig jezelf met de nodige inzet tot gebed te dwingen; bv. door de auto eventjes te parkeren; een ogenblik rust te nemen – dit is niet alleen voor God, maar ook voor jezelf.
⁌ 
De relatie tussen karakter en geloofsbeleving is voor veel mensen nieuw. De ervaring leert dat openlijk bespreken van dit onderwerp ontzettend verhelderend kan zijn. Het werkt tevens ontspannend, omdat de nadruk ligt op een manier van bidden die bij jou past en het besef dat het toegestaan is het op je eigen manier te doen. Mensen mogen hierin onderling verschillen, er zijn mensen, die lezingen van monniken onderweg in hun auto beluisteren, teneinde tot verdieping van hun geloofsleven te komen. Net zo goed als je verschillen ontdekt in je relaties met anderen herken je jouw persoonlijke relatie met God. Het kan ook helpen om de ander meer te aanvaarden in zijn/ haar manier van geloven.
⁌ 
Bidden is een weg, die jij gaat en de manier waarop jij je weg gaat blijft persoonlijk en vraagt om creativiteit. Christus maakt ons in de lezing van vandaag duidelijk, dat wij niets to stand kunnen brengen wanneer we dit niet in gebed doen. Wij zijn christenen, volgelingen van Christus en kunnen door ons – in gebed- ten opzichte van God ondergeschikt op te stellen, al datgene wat wij doen in Zijn handen leggen. Inderdaad kunnen wij niets uitvaren/klaarspelen zonder Gods zegen; en er is niets op tegen als ook maar iemand te weten komt, hoe jij jouw leven als Christen invult. Christus vervolgt met Zijn volgelingen Zijn weg en verkondigt dat Hij zal worden overgeleverd en Zijn Kruis zal gaan dragen. Hij roept ook ons op Hem te volgen, door Zijn Blijde Boodschap te volgen ons Kruis op te nemen door onszelf in Liefde en medemenselijkheid aan de wereld op te offeren en ons leven in Zijn handen te leggen.
We zijn immers door onze doop in Christus’ dood met Hem begraven teneinde, zoals Hij door de Macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. conf Rom.6: 4.

bidden en vasten zijn niet populair.

Vasten gaat samen met bidden; bidden is al niet populair – het in onze tijd houden aan het vasten in geestelijke zin is al helemaal moeilijk. Het is nu eenmaal zo dat je mensen gemakkelijker warm laat lopen voor een feestje, waarbij lekker eten geserveerd wordt; dat is ook bij orthodoxen niet vreemd. Op de uitnodiging van een hooggeplaatste gaan we massaal in – of daar geestelijke lering uit getrokken wordt dien je maar af te wachten.  “Er zijn er veel die wel met Hem aan tafel willen zitten, maar er zijn er weinig die samen met Hem willen vasten. Iedereen wil wel blij zijn samen met Jezus; weinig mensen willen moeilijkheden doorstaan voor Hem” uit: “in Navolging van Christus“.
Misschien kent u ook het volgende verhaal:
Rabbi Levi Jitschak komt op een vastendag bij een rijk man die als vrek bekend staat en heel bescheiden leeft. Maar uitgerekend op de vastendag treft de rabbi hem aan achter een gebraden haan! De vrek verdedigt zich: ‘Rabbi, u weet dat ik het hele jaar door alleen maar droog brood eet, omdat ik altijd zoveel plezier beleef aan het besparen van geld. Als ik nu ook op deze vastendag niet zou eten, dan zou ik daaraan veel genoegen beleven. Maar dat gaat duidelijk in tegen de bedoeling van het gebod tot vasten. Daarom heb ik de gewoonte het er op vastendagen flink van te nemen!’ Waarop rabbi Levi met een glimlach vraagt: ‘Als dat zo is, waarom neemt u dan niet ook nog een goed glas wijn?’ De rijke man antwoordt: ‘Maar rabbi, moet ik mijzelf dan gaan martelen? Als ik ook nog een glas wijn neem, dan zit ik binnen de kortste keren aan de grond’“.

iedere trede van de trap omhoog en beetje méér heilig[=heel]

➥ Vasten houdt in dat je jezelf van iets onthoudt. Niet als doel op zich, maar met een hoger doel: je wilt tijd inruimen om de Heer te ontmoeten, om wat meer geestelijk voer te lezen, om stil te zijn, om te bidden. Door iets te laten staan zet je een streep onder je gebeden; je laat zien dat het je ernst is. Je onthoudt je van iets waardoor je leeg wordt en je van iets nieuws vervuld kunt raken.
Je onthoudt je ergens van; in het geval van de vrek: zichzelf onthouden van overmatige zuinigheid. Zal dit in ons geval anders zijn? Vasten is nooit een doel op zichzelf; het is het aanpassen van je levensstijl. Vasten doe je om een hoger doel: om intensiever dan anders op zoek te gaan naar God; om intensiever dan anders te bidden. In een periode van vasten is het tevens mogelijk dat je dusdanig met jezelf geconfronteerd wordt, dat je het roer radicaal zult moeten omgooien er wordt je immers een spiegel voorgehouden. Door onoplettendheid
in de snelheid waaraan het leven aan ons voorbij trekt, kunnen beslissingen noodzakelijk zijn om de verantwoordelijkheden, die jij op je weg krijgt, anders te gaan invullen.Je dient je oude mens af te leggen, maar je kunt iets niet afleggen waarvan je eerst niet erkend hebt dat het er is; je dient je er mee te verbinden. De manier waarop we steeds proberen de oude weg af te leggen, is door weg te maken wat er is. Ik kom m’n oude natuur tegen en ik wil niet dat die er is. Dus ga ik me een periode erg op God richten en ga er bij weg. God heeft echter geen manier van uitsluiten, maar een manier van insluiten; God slaat Zijn armen om ons heen met alles wat er is.; ook om mijn oude mens heen. God houdt van je en wil dat je de verantwoordelijkheden, die je draagt -gezond en wel- kunt voort-zetten en daartoe ga je samen met Hem op pad, wat de mensen er ook van zullen vinden. Op deze wijze kan een periode van vasten als vernieuwend en leven- scheppend worden ervaren. God is immers tolerant, pluraal en divers en laat zich niet binden aan kleinmenslijkheden.

Apolytikion     tn 8
De stroom van uw tranen heeft de onvruchtbare woestijn doen bloeien,
en door uw zuchten uit de diepte
heeft uw arbeid honderdvoudig vrucht gedragen.
Zo zijt gij, onze heilige Vader Johannes, een ster geworden,
die heel de wereld verlicht door Uw wonderen.
Bid tot Christus onze God, om onze zielen te redden“.

Kondakion     tn4
Op de bergtop van onthouding
heeft de Heer U geplaatst
als de waarachtige ster die niet tot dwaling verleidt,
en die straalt tot aan de einden der aarde,
wegwijzer, Vader Johannes“.

Orthodoxie & de confrontatie met onszelf [1]

Heer, ik ben tot U gevlucht: leer mij Uw wil te doen, want Gij zijt mijn God. Want bij U is de bron van het leven, en in Uw licht zien wij het licht; strek Uw Barmhartigheid uit over Wie U kennen”.  uit: Grote Doxologie, Horologion vert. ROK, ’s-Gravenhage blz. 176

Vrouw giet myronolie over de voeten van Christus

        Ziet gij deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen; water voor mijn voeten hebt gij Mij niet gegeven maar zij heeft met tranen mijn voeten nat gemaakt en ze met haar haren afgedroogd. Een kus hebt gij Mij niet gegeven, maar zij heeft, van dat Ik binnengekomen ben, niet opgehouden mijn voeten te kussen. Met olie hebt gij mijn hoofd niet gezalfd, maar zij heeft met mirre mijn voeten gezalfd. Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn haar vergeven, al waren zij vele, want zij betoonde veel liefde; maar wie weinig vergeven wordt, die betoont weinig liefde”. Luc.7: 44-47
De grote Onschuldige trekt niet alleen de onschuld aan, maar óók de schuld verdwijnt. De schuld verdwijnt voor de verblindende Glans, het Licht van De Goddelijke reinheid van onze Heer en Verlosser. Met dat Licht-stralend beeld vergelijkt de zondares haar door zeven duivelen aan zonde geketende ziel; ze houdt het niet meer uit. Zij ligt aan de voeten van Christus en herwint haar verloren onschuld door een Liefde, Die haar alles vergeeft.

 

Christus komt Zijn Belofte altijd na – al gaat er een geruime tijd overheen, Hij zal mensen en geestelijke schepsels gebruiken om jouw levensweg te voltooien

Paulus had het ook niet gemakkelijk en zei:      Wat doet het ertoe? In elk geval, hetzij met een nevenoogmerk, hetzij in oprechtheid, wordt Christus verkondigd; en daar verblijd ik mij in, en zal ik mij ook [blijven] verblijden. Want ik weet, dat dit mij tot behoud zal strekken door uw gebed en de Geestelijke Bijstand van Jezus Christus, naar mijn vurig verlangen en hopen, dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nu Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood. Want het leven is mij Christus en het sterven gewin”. Phil.1: 18-21
Paulus is een mens die zijn bestaan volledig laat kleuren door zijn Opgestane Heer. Heel kort en direct zegt hij: ‘Voor mij is leven: Christus!’
       Daarin klinken woorden van Jezus Zelf door. Zegt Christus niet: ‘Ik ben het Leven’. Dat is iets om diep tot je door te laten dringen. Want regelmatig zoeken we het leven ergens anders: in onze gezondheid, in ons werk, in onze relaties, in onze hobby’s; maar dan missen we ons doel. Waarachtig leven ontstaat waar Christus je leven is, je Heer en Meester is. En sterven is dan inderdaad: nog méér Liefde van Christus te ontvangen, zelfs al heb je het idee er af-en-toe aan onderdoor te gaan.
En Christus Zelf zegt hierover in alle menselijke eenvoud: “     Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren”. Matth.11: 27

Wanneer wij iets van God verwachten – vergeving, rust, kracht, liefde, zin, inzicht, wijsheid, hoop en wat je ook maar bedenken kunt – dan is dat alleen via onze Heer en Verlosser Jezus Christus te bereiken. Dat is de Waarheid die ligt opgeslagen in die eenvoudige woorden dat alles door de Vader is toevertrouwd aan zijn Zoon. Ook het kennen van de Vader loopt via de Zoon: Jezus zal de Vader openbaren aan wie Hij wil, aan wie Hij roept om Hem te kennen. Ik hoop dat dat echt tot je doordringt: alles van God vinden we in Jezus. Zoek daarom Jezus, en vind de Vader, de God die alles geeft wat je nodig hebt.
Want God heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus zijn wij geroepen om ons kruis op te nemen en de weg te gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt. “      Want door Genade zijt jullie behouden, door het Geloof, en dat niet uit uzelf: het is een [Genade]gave van God; niet uit werken, opdat niemand zal roemen. Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”. Eph.2: 8-10

Wanneer ik dan tegenkom ‘goede daden’ te doen, weet ik bij voorbaat dat dat inspanning zal kosten – anders is het een minachtende te lage beloning voor datgene wat God mij geschonken heeft. Maar heb nu niet het idee dat je op eigen kracht ‘goede daden’ kunt verrichten. Je bent immers in verbondenheid met Christus geworden tot wie je geworden bent – je bent op de wereld gezet om op Hem te gelijken en in Zijn voetsporen je weg te vervolgen. En de goede daden liggen allang voor mij klaar; Christus zegt niet voor niets “ de armen/behoeftigen zijn altijd met Mij”. En daarom liggen die goede daden voor het opscheppen! God heeft ze al gemaakt, het enige wat ik behoef te doen is attent/oplettend te zijn : in verbondenheid met Christus te blijven en vol verwachting uitkijken naar wat God nu weer gaat doen. Goede daden zijn geen opgaven, maar openen mogelijkheden, rechtstreeks vanuit de Hemel. “Hij die in oprechtheid zijn weg gaat, kan vol vertrouwen z’n weg vervolgen, maar degene, die wie zijn wegen verdraait bekend zal doorzien wordenSpr.10: 9

De apostel Paulus blijkt door de Heilige Geest [door Openbaring] in staat te zijn geweest inzicht te verkrijgen in het Mysterie van Christus [Eph.3: 3-5]. Inzicht in de Blijde Boodschap verkrijgen wij door de Persoon van Jezus Christus, onze God als Heer en Meester van ons leven te aanvaarden.
Laten we de Opgestane Heer volgen door met de Kerk [Zijn Lichaam] onze weg te vervolgen; laten wij Hem onze smeekbede horen wanneer wij Hem uit de diepte van ons hart aanroepen als onze heer en Meester, van Wie wij redding verwachten. Het leven is immers een “pelgrimstocht“, omdat het niet stil staat; wij worden als kinderen -langs God- door de tijd gedragen.
Onze Heer en Meester van ons leven houdt Zich namelijk tijdens deze tijdelijke reis onophoudelijk met ons bezig en ziet toe op de manier ‘waarop’ we zijn tijd invullen. Door Zijn Genadegave, hopen we oprecht Zijn weg te gaan; we worstelen niet ontvankelijk te zijn voor bederf, het onbehoorlijk gedrag. Dat is waar onze Heer en Zaligmaker op let.
Om niet ontvankelijk te zijn voor de valkuilen van de tegenstrever, dienen we ons te richten op Christus, welke in ons hart [in onze Tempel] verblijft en ons roept.  Hij brengt ons leven tot één geheel, thuis, op het werk, in de Kerk, en in al de ontmoetingen met onze naasten. Een waarachtig christen, is een-op-een met zichzelf vanwege zijn relatie met Christus, onze God.
Mensen, die zich met Christus verbonden weten, zijn in alles wat zij in hun leven doen en laten – ook de pijn, die zij verdragen; de vernedering, die zij incasseren, de afwijzing van mensen, alsmede het verlies en de dood – met Christus verbonden en aanvaarden dit alles steeds in dezelfde gemoedstoestand – als zijnde vanzelfsprekend van boven.

De tweede helft van vers 9 van spreuken 10 loopt parallel met het eerste deel, maar dan andersom. Letterlijk, betekent dit dat als onze weg de verkeerde kant op gaat, dit vroeg of laat wel bekend zal worden; niet alleen voor de anderen, maar ook voor onszelf. We hebben niet veel contact met iemand nodig om te onderscheiden of hij/zij een goddelijke integriteit bezit. Ons innerlijk leven, onze verhouding tot onszelf en God, manifesteert zich onvermijdelijk ten opzichte van anderen. Dit geldt zowel voor degenen die de weg van Christus bewandelen, als voor degenen die zich van Hem hebben afgekeerd. En het rare is dat terwijl iedereen in de omgeving van de gevallene dit opmerkt, zwijgt en terwijl de gevallene z’n weg voortzet wordt hem/haar  vroeg-of-laat – de ogen geopend.
We kunnen wel smeken een evenbeeld van wijsheid te worden, zoals in het boek spreuken wordt aangegeven. Maar Wijsheid wordt ons veelal door ondervinding gegeven en vindt z’n grondslag in de Heilige Geest .Onze Heer en Verlosser zegt namelijk voorafgaand aan Zijn Hemelvaart:
        Doch Ik zeg u de Waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel; van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet; van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is”.
John.16: 7-11
De Geest van Christus openbaart Christus voor ons!

Christus aan het Kruis, Albert Servaes, 1923, [houtskool op papier, Museum voor Religieuze Kunst]

Wanneer we in de lezingen door de vastenweek volgen, zien we hoe het opgaan in de van God gegeven teksten elk facet van het dagelijks leven beïnvloedt. Bijvoorbeeld, wanneer een kind volwassen wordt en samen met God oploopt, dan verheugen z’n ouders zich daarover. Hetzelfde kan niet gezegd worden van godvrezende ouders die een kind zien, die afwijkt van de waarheid [conf. Spr.8: 1]. Diepe pijn bedroeft het hart van elke ouder die vaststelt dat zijn of haar kinderen afdwalen; zo niet dat mankeert er eveneens iets aan hen. Het doet er verder ook niet toe of iemand rijkdom, status of invloed heeft weten te bereiken; aardse schatten [alleen] zullen ons echt geen voldoening schenken [conf. Spr.8: 2]Een rechtvaardige zet zich in de relatie met God centraal te stellen; beschouwt zichzelf als geestelijk dood en aanvaardt de vreugde, die God Hem in zijn leven schenkt.
In menselijke aangelegenheden kun je God als het ware beschouwen als de onzichtbare en belangrijkste acteur, Die degenen voedt, die Hem liefhebben en het beleid van degenen, die dat niet doen omver zal doen werpen [conf. Spr.8: 6-7]. Een persoon, die zich ècht en waarachtig inzet, zal uiteindelijk tot bloei komen, en neemt Gods aanwijzingen aan [conf. Spr.8: 8-9].
Hij heeft de neiging zich onophoudelijk dusdanig in te zetten, dat anderen zich kunnen verbeteren en voordeel kunnen trekken van zijn inspanningen [conf. Spr.8: 4].

Hieromonnik Seraphim ontvangt Epigonation 19 mrt. 2017

Persoonlijke relaties zijn gezegend voor degenen die ‘integer’ zijn [conf. Spr.8: 10-12]. Degenen, die zich door hun daden openbaren zijn rechtstreeks, op de man af en zonder bedrog: zij zetten zich ongebonden/ zonder aanzien des persoons in om anderen te verbeteren en hun woord en geschrift is eenvoudig [conf. Spr.8: 13-21].
Zij laten je niet vallen wanneer je je eigen weg gaat, je niet meer met hen verbonden weet en hen niet langer terwille kunt of wil zijn; een ieder gaat zijns weegs en je bidt en hoopt dat de ander er het beste van maakt.
    Hoor, Israël [Kerk]: de Heer is onze God; de Heer is één!  Jullie zullen de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. Wat ik jullie heden gebied, zal in uw hart zijn, jullie zullen het je kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer jullie thuis zitten, wanneer jullie onderweg zijn, wanneer jullie gaan slapen en wanneer jullie opstaanDeut 6: 4-7.
Bidt daarom tot God om ons onze zonden te vergeven indien wij hiervan afwijken, in oprechtheid en vertrouwen op Hem het herstel van onze Genadegave en Zijn Wil in alle omstandigheden te volbrengen.
En God vindt jou dan, zoals jij bent ‘goed’, met een agenda overvol verantwoordelijkheden gevuld. Al zal dat laatste even wennen voor de anderen, die anders van jou verwacht hebben, maar daar gaat het helemaal niet om.
God laat jou invulling geven aan de dingen, die Hij je laat ontmoeten en als je dat goed doet, zul je ook bij Hem goed ontmoeten.

Orthodoxie & geestelijke ontwikkeling [1]

kloostertoren Athos

De kunst van het inrichten van een religieus leven vindt z’n fundament in het leggen van de menselijke relatie met het Goddelijke, de Goddelijke Wijsheid of de Heilige Geest. Het woord religie is ontleend aan het latijnse woord religare [religere = vastklampen, versmelten]   of het Griekse [θρώσκω (throsko) = opstijgen], het geeft in ieder geval het relationele karakter weer van de religie; tussen God en de mens.  Andere karakter-eigenschappen, welke met religie verbonden zijn, betreffen de bovennatuurlijke relatie met het natuurlijke, het ware, het schone en goede; de intuïtieve relatie tussen het stoffelijke en het geestelijke; het fysiek [lichamelijke] en het psychisch [geestelijk] vermogen, het persoonlijk en sociaal maatschappelijk gedrag.

Voor de grondslag van de religie zijn twee voorwaarden vereist: het goddelijke en de [klein-]menselijke. Waar bij religie absoluut sprake van dient te zijn – blijkt uit het feit dat de mens zich vrijwillige overgeeft en zich laat beïnvloeden door een positieve omgang met het Goddelijke en uit zijn/haar godsdienstig gevoeligheid [sensibiliteit] het beste tracht te halen; waar het dus om draait is dat de mens zich in een gemeenschap thuis voelt en zich ongedwongen kan voortbewegen op zijn/haar geestelijke weg.
Onderontwikkeling op het gebied van religie is het gevolg van interne factoren zoals slecht bestuur, traditionele voorkeuren en cultuur. Ontwikkeling volgt automatisch op de ontmanteling van deze traditionele structuren en het volgt een bepaald schematisch model. Ook religie is onderhevig aan evolutie, hetgeen blijkt uit de Joods- christelijke cultuur waarin wij leven, welke door de Goddelijke Wijsheid, de Heilige Geest geleid wordt.
Hoewel Christus als de God-menselijke leermeester reeds aan Zijn eerste volgelingen, de apostelen heeft voorgehouden dat er bij God geen onderscheid des persoons bestaat en ieder voor God een gelijke positie inneemt; wordt de onderontwikkeling van een overgroot gedeelte van Zijn Lichaam [de kerk] veroorzaakt door ongelijke macht’s-verhoudingen. Onderontwikkeling is een gevolg van het verkrijgen/verlenen van bepaalde gunsten, [religieuze] onderdrukking en een gesloten basisopstelling;

Ontwikkeling vraagt namelijk om een open gesprek op basis van gelijk-waardigheid. Tevens kan de [na de 2e wereldoorlog] snelle demografische groei een rol hebben gespeeld, waarbij de nadruk meer op economische dan op sociaal-religieuze ontwikkeling kwam te liggen. De bestaande religieuze instituties werden -met name in het westen- in de loop van de laatste decennia steeds minder serieus genomen. De politieke ontwikkeling volgde dit proces door een steeds verdere afstand te scheppen tussen kerk en staat. In het onderwijs werd gepropageerd dat waar het om God gaat, er slechts wordt weg-gekeken; hetgeen tot gevolg had dat men tot de ontdekking kwam data men bij ervaren eenzaamheid en kwetsbaarheid niet meer in contact kwam met zichzelf. Het resultaat was een overwaardering van de psychische opvang door de inzet van Psychiatrie en therapeutische kunstgrepen. De hedendaagse mens vindt geen rust meer, niet voor zichzelf, niet voor z’n relaties; niet af en toe en beschouwt dit niet meer als basis van een levenshouding.

Bergrede, juiste relatie met Christus

Daar waar Onze Heer en Verlosser ons uitnodigt aan Zijn voeten te komen zitten en daar tot rust te komen; te leren van de pedagogie, waar onze voorouders op steunden; wordt radicaal afwijzend gereageerd op alles wat maar enigszins met religie te maken heeft. Waar we wel gecharmeerd door raken is datgene wat verafgelegen vreemde culturen ons zouden kunnen aanbieden; onze eigen religieuze evolutie wordt daarmee afgebroken. Indien ik bang ben en eenzaamheid ervaar bestaat er niet meer het lijntje waarmee wij van huis uit gewend waren met het Hogere verbonden te zijn; deze verbondenheid was naast God met onze naasten – hetgeen evenwicht tot gevolg had. De insluitende manier waarbij God zegt, schuil maar bij Mij, mét je angsten, mét je eenzaamheid wordt systematisch om zeep geholpen. Hier viert de vrije markt hoogtij en overheerst er een globalisering met zo min mogelijk beperkingen tot economische groei waardoor massaconsumptie natuur en leefomgeving verontreinigt en ongelijkheid hoogtij viert.

‘Wat is dan de Blijde Boodschap?’

Daar waar ik me met mijzelf mag verbinden en aan God toevertrouwen, behoef ik niet meer hard te werken om een beter [rijker] mens te worden. Wanneer ik mijzelf door God, als liefhebbende Vader laat liefhebben, stel ik me onder Zijn hoede en word ik haarzelf zachter, rustiger en opener van; dan word ik als vanzelf een schoner mens. Wanneer ik weer een tijdje -in de wereld- aan het dolen ben geweest en vervreemd ben geraakt van God, dan komt er een moment dat ik heimwee krijg. Ik mag aandacht hebben voor mijzelf, ik mag met mezelf omgaan zoals God met mij omgaat. En om  frank en vrij te worden, dien ik genadig en liefdevol met mijzelf om te gaan; ik behoef niet hemel en aarde te bewegen om hogerop te klimmen, want God komt naar mij toe. Hij zit op de rand van mijn gevoelsleven [hart] en wacht geduldig, klopt tot ik aan Hem toe ben.
Het is Zijn Genadegave, die mij in beweging brengt; die mij tot het bewustzijn brengt, die mij doet beseffen; het is tijd dat ik zelf op zoek ga naar bezinning en rust. Ja, ik dien de oude mens af te leggen, maar je kunt iets niet afleggen waarvan je niet hebt onderkent dat het er is.
Vroeg of laat confronteert God ons met onszelf – worden wij verzocht, beproefd en wat voor woorden we er niet meer over bedacht hebben; we knallen tegen onszelf op en bemerken dat er iets dient te gebeuren en dan gaan we zoeken.

De Blijde Boodschap is van oudsher en dat is het bijzondere dat ons geleerd wordt; dat God eigenlijk op zoek is naar ons. Omdat God op zoek is naar ons, heeft Hij ons allen een basisverlangen meegegeven, om op zoek te gaan naar Hem. Want als jouw Schepper, houdt Hij van je en trekt je tot Hemzelf. God is op zoek naar jou en wil intens graag dat je Hem leert kennen. Daarom spreekt Hij tot je hart, om Hem te zoeken. Het is alsof God tot je zegt: “Zoek Mij, Ik wil dat je Mij vind!”. Dat is de Pedagogie van onze Heer en Verlosser in zijn gelijkenis van de Verloren Zoon.
      Zoekt de Heer, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze dient zijn weg te verlaten en de ongerechtige mens zijn gedachten en hij dient zich tot de Heer te bekeren, dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.
Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten. Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel  neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar bevochtigt deze eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter.
Evenzo zal Mijn Woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend. Want in Vreugde zult gij uittrekken en in Vrede geleid worden; de bergen en de heuvelen zullen voor u uitbreken in gejuich en alle bomen van het veld zullen in de handen klappen. Voor een doornstruik zal een cypres opschieten, voor een distel zal een mirt opschieten, en het zal de Heer zijn tot een Naam, tot een eeuwig teken dat niet uitgeroeid zal worden”.
Isaiah 55: 6-13

       God Zelf vernedert Zich, wordt mens en wekt Zijn Volk op om Hem te zoeken.  Wat vreemd, toch? Dat ‘zoeken’ dient toch eigenlijk vanzelfsprekend zijn. Hìj is toch onze Schepper? U bent als zijnde goed bevonden uit Zijn hand voortgekomen. Jullie konden Hem dienen; je leefde uit Hem, door Hem, met Hem en tot eer van Hem. Hij heeft ons geschapen om eeuwig voor Hem te leven. Daarop heeft Hij gewoon recht.  Maar het vreselijke gevolg van de diepe hoogmoedige val in het paradijs is de oorzaak dat wij Hem niet langer zoeken. Wij mensen hebben het zelf over ons afgeroepen en zoeken onszelf in plaats van God. Wij zijn gewend geraakt de eer naar onszelf toe te trekken tegenover God en zijn slechts uit op eigen eer en roem. Heel bewust hebben wij de band met onze Schepper doorgesneden.
Wij hebben Hem de nek en rug toegekeerd om vanuit onszelf nooit meer terug te keren. 
Dit is een zeer aangrijpende gedachte!
De diepte van onze geestelijke dood en ons verloren zijn is hierin getekend. Toch heeft God als een eeuwig wonder van Zijn welbehagen, van eeuwigheid een weg van heil uitgedacht en heeft  daardoor ons, die dood waren door de zonde van dood weer tot het Leven terug geroepen.
       God is met de mens een Verbond aangegaan; Hij, Die van eeuwigheid de getrouwe en onveranderlijke Heer van het Verbond is. Die God, Die Mozes is verschenen in de brandende braambos als de “Ik zal zijn, Die Ik zijn zal”. Hij Zelf laat Zich in met diep gevallen kinderen van Adam. Uit en van zichzelf waren wij nooit in staat geweest Hem te gaan zoeken; daartegenover stelt Hij Zijn zoeken tot ons eeuwig behoud; dit gaat van Hem uit. Dit is de eeuwige, eenzijdige Goddelijke Liefde tot de zondaar. Daarom zingen wij als Gods gemeenschap: “in Uw Licht, zullen wij het licht aanschouwen”.
       God zoekt ons, terwijl wij Hem mijden; Hij zit op de rand van ons hart en klopt.
      Heer, Gij zijt mijn God, U zal ik verheffen, uw Naam loven, want Gij hebt wonderen gedaan, raadsbesluiten uit een ver verleden in waarheid en trouw volvoerd. Want Gij hebt de stad tot een steenhoop gemaakt, de versterkte veste tot een bouwval, de burcht van de vreemden tot wat geen stad meer is; in eeuwigheid zal deze niet herbouwd worden. Daarom zal een sterke natie U eren, de veste van gewelddadige volken zal U vrezen; want Gij zijt voor de geringe een Sterkte geweest, een sterkte voor de arme toen hij benauwd was, een schuilplaats tegen de stortbui, een schaduw tegen de hitte. Want het briesen van geweldenaars is als een stortbui tegen een muur, als hitte in een dorre streek. Het rumoer van vreemden onderdrukt Gij; als hitte door de schaduw van een wolk wordt het gezang van de geweldenaars gedempt.
En de Heer der heerscharen zal op deze berg voor alle volken een feestmaal van vette spijzen aanrichten, een feestmaal van belegen wijnen: rijk aan merg, vette spijzen, van gezuiverde, belegen wijnen. En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmee alle volken bedekt zijn. Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de 
Heer der Heerscharen zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de Heer heeft het gesproken. En men zal te dien dage zeggen: Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de Heer, op Wie wij hoopten; laten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft. Want de hand des Heren zal op deze berg rusten, maar Moab zal op zijn plaats neer gestampt worden, zoals stro neer gestampt wordt in het water van een mestkuil. Spreidt het zijn handen daarin uit, zoals een zwemmer ze uitspreidt om te zwemmen, dan zal Hij zijn hoogmoed vernederen ondanks zijn listige handgrepen. Ja, de ontoegankelijke versterking van uw muren zal Hij neerwerpen, vernederen, op de grond doen neerstorten tot in het stof”.
Isaiah 25: 1-12
Christus zit op de rand van ons hart en klopt en het is vreemd wanneer je Zijn aandringen niet beantwoordt, in het geheel niet naar Hem vraagt. Besef echter de ernst van Zijn Woord, het is geen mensenwoord, hetgeen je ongestoord terzijde kunt leggen. Het betreft een Goddelijk scheppend Woord, waarvan je het gewicht dient te onderkennen. Daarom blijft Christus aanhouden en opent de mogelijkheid antwoord te verkrijgen op duizend en een vragen, hetgeen je nog eens versteld zal doen staan. Zou jij Zijn aandringen dan niet beantwoorden en Zijn aanwijzingen in de wind slaan. Buig daarom voor Gods Woord en val ook jij voor Zijn voeten neer. Zoek de Heer waar Hij te vinden is, roep Hem aan en Hij zal je nabij komen; smeek Hem om Genade en de werking van Zijn Heilige Geest. Opdat je Hem leert zoeken met al de kracht, die je bezit. Want degene die Hem vindt, ontmoet het ware Leven en verkrijgt een welgevallen in de Heer. “     Hoort naar de vermaning, dan wordt gij wijs, slaat haar niet in de wind. Welzalig de mens die naar Mij luistert, dag aan dag wacht houdende aan Mijn deuren, bewakende de posten van Mijn poorten. Want wie Mij vindt, heeft het Leven gevonden, hij heeft van de Heer welgevallen verkregen. Maar wie Mij mist, doet zijn leven geweld aan; allen die Mij haten, hebben de dood lief”.
Spr.8: 34-36

Orthodoxie & Geestelijke ontwikkeling [2]

Wie van ons mensen gaat er mee op weg om eerherstel te zoeken; is er dan niemand die dit mist? Iets zoeken is nog wat anders dan iets kwijt zijn. Ik kan mijn beurs met honderd euro kwijt zijn, zonder dat ik het weet. Dan ga ik die ook niet zoeken. Maar als ik in een winkel iets wil betalen en mijn portemonnee niet vind, dan schrik ik. Dan ga ik net als de weduwe terugdenken: Waar ben ik het laatst geweest? Waar kan ik mijn bezit [penninkske] zijn verloren? Of heeft iemand die misschien uit mijn zak gehaald?
Over dat zoeken vanuit een levend, door Gods Geest opgewekt gemis, gaat het hier. Herken je dit; herken je het in je hart en nieren [(νεφρὸς), als plaats van je verlangens/gevoelens] leven? Is de Levende God werkelijkheid voor je; ben je God kwijtgeraakt door dezelfde hoogmoedige diepe val in het paradijs? Mijn zonden veroorzaken scheiding, het heeft iets stuk gemaakt; het heeft me vervreemd van de levende God. De verhouding met Hem is gebroken, door mijn eigen schuld; dat wordt nu met groot verdriet ervaren.  Dat is de droefheid die Gods Geest bewerkt in het hart; het houdt je bezig. Je staat er mee op en je gaat er mee naar bed; het maakt je onrustig. En diep in je ziel ervaar je een hunkering en een verlangen naar de Heer, om Hem opnieuw te kennen en lief te hebben.
Je gaat je weg na en zoekt in datgene wat plaats vond, het blijkt een rusteloos zoeken, net zo lang totdat je Hem weer gevonden hebt en belijdt Hem je schuld, waarop onherroepelijk weer vergeving volgt.

Weet je waarom je de weg naar Hem terug zoekt?; omdat God het is Die je zoekt; Gods Geest maakt je tot een zoekende; net zolang tot je in Hem de oorspronkelijke rust heb teruggevonden. Daarom zegt God bij monde van Isaiah: 
      Te raadplegen was Ik voor hen die naar Mij niet vroegen, te vinden voor hen die Mij niet zochten; Ik zeide tot een volk dat Mijn Naam niet aanriep: ‘Hier ben Ik, hier ben Ik‘. 
De ganse dag breidde Ik mijn armen uit naar een opstandig Volk, dat volgens eigen overleggingen wandelde op een weg, die niet goed is; een volk, dat Mij bestendig openlijk krenkt door te offeren in de hoven en offers te ontsteken op de tichelstenen; die in de graven zitten en op verborgen plaatsen overnachten; die vlees van zwijnen eten en in wier vaatwerk verfoeilijk voedsel is; Die zeggen: ‘Blijf daar, nader mij niet, want ik ben voor u ongenaakbaar. Dezen zijn een rook in mijn neus, een vuur dat de ganse dag brandt’. Zie, het staat voor Mij geschreven, Ik zal niet zwijgen, voordat Ik het vergolden heb; ja, Ik zal hun de vergelding in de schoot werpen. Voor jullie ongerechtigheden en de ongerechtigheden van jullie vaderen tezamen, zegt de Heer; omdat zij offers hebben ontstoken op de bergen, en op de heuvels Mij hebben gehoond, daarom zal Ik hun allereerst het loon in hun schoot toemeten.
Zo zegt de Heer: Zoals men, wanneer er nog sap in een druiventros gevonden wordt, zegt: Verderf hem niet, want er ligt een zegen in; zo zal Ik doen ter wille van Mijn dienaren/knechten, dat Ik niet alles zal verderven”. Isaiah 65:1-8
Dit zoeken is Vrucht van de eenzijdige Genadegaven, slechts het werk van God; het is het resultaat, ja, de Vrucht van Zijn zoeken. Door de Kracht van Zijn Liefde worden wij als de bruid uit het Hooglied tot Hem getrokken: “Ik zocht des nachts op mijn leger Hem Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet; ik zeide: Ik zal nu opstaan en in de stad omgaan, in de wijken en in de straten; ik zal Hem zoeken Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet. De wachters die in de stad omgingen, vonden mij; ik zeide: Hebt gij Dien gezien, Dien mijn ziel liefheeft? Toen ik een weinigje van hen weggegaan was, vond ik Hem Dien mijn ziel liefheeft; ik hield Hem vast en liet Hem niet gaan, totdat ik Hem in mijner moeders huis gebracht had, en in de binnenste kamer van degene die mij gebaard heeft”.  Hooglied 3:1-4

MP3 : “Ας προσευχή μου να οριστεί πριν Εσείς, ως θυμίαμα” – ” Laat mijn gebed opstijgen, als wierook voor Uw Aangezicht“, Psalm 140[141]

monnikenkoor Athos

Hier ontmoet je zulke zoekers; zijn we dan zo timide/verlegen om Gods Genadegaven, Zijn liefde en gezegende feestelijke grote intocht? Nee, dan kun je niet langer lijdelijk toezien; je wordt heilig actief; je gaat ijverig op zoek in je hart. Je gaat niet alleen zoeken, maar ook jubelt het ook uit, je stemt in overeenstemming met de dichter:        Heer, ik roep tot U: verhoor mij; verhoor de stem van mijn smeking. Wanneer ik tot U roep, verhoor mij, o Heer. Laat mijn gebed opstijgen, als wierook voor Uw Aangezicht. De opheffing mijner handen zij een avondoffer; verhoor mij, o Heer.  Stel, Heer, een wacht aan mijn mond: maak een gesloten deur van mijn lippen. Neig mijn hart niet tot slechte woorden, om met uitvluchten mijn zonden te verontschuldigen. Tezamen met mensen die goddeloosheid bedrijven; ik wil geen deel hebben aan hun lusten. Laat de rechtvaardige mij tuchtigen met erbarmen, dan zal hij mij van schuld overtuigen. Maar sta niet toe, dat mijn hoofd gezalfd wordt door olie van zondaars; mijn gebed verzet zich tegen hun lusten. Wanneer hun rechters vanaf de rots geworpen worden, zullen zij weten dat mijn woorden God aangenaam zijn. Want als aardkluiten over het land, zo zijn hun beenderen verstrooid bij het graf. Heer, op u zijn mijn ogen gericht; Heer, op U vertrouw ik: ontneem mij het leven niet. Bewaar mij voor de strik die zij tegen mij spannen, voor de struikelblokken der boosdoeners. Laat de zondaars in hun eigen net vallen; al ben ik alleen, toch ga ik Uw weg”. Psalm 140[141] vert ROK ’s-Gravenhage

Het ware zoeken gaat samen met roepen, smeken, dat doe je vanuit de nood; dat gaat gepaard met tranen. Je loopt tegen de troon van Gods Genade aan, als een waterstroom. Het is als bij een jong kind dat z’n moeder kwijt is; het schreeuwt om vader/moeder, in angst en paniek. Het kind in je is niet tot bedaren te brengen; eerst moet vader/moeder weer bij je zijn. Begrijp je het nu; hoor je jezelf – zie je het vóór je gebeuren?
Wat komt er van het zoeken terecht; waar zijn degenen, die de Heer aanroepen?

-de rijke en de arme lazaros-

Vindt dit niet plaats vanuit de grootste nood, opdat we onze diepe verlorenheid aanvaard willen worden? Of weten we nog steeds niet uit welke nood en dood we verlost dienen te worden. Daarom vindt dit aanroepen vanuit de diepten van ons ellendige hart tot God, tot onze Vader, Die alleen Heil[iging] kan en wil zenden. God roept ons vanuit de hemelen toe: Zoekt de Heer terwijl Hij [nog] te vinden is; roept Hem aan terwijl Hij nabij is, straks is het misschien te laat en kan dat niet meer. Straks blijft ons alleen de arme Lazaros over, die wij kunnen aanroepen om onze dorst te lessen en onze nazaten te waarschuwen voor de goede weg in te slaan. Dit zoeken van de Heer en het Hem aanroepen wordt eveneens gekenmerkt door ons verlaten voelen op de goddeloze weg. De goddeloze heeft Gods weg verlaten en de ongerechtige mens zijn gedachten; en hij dient zich tot de Heer te bekeren.  Wij bevinden ons allemaal op zo’n weg, want we zijn allemaal zondaars, niemand uitgezonderd. Diep ingrijpend is dat ons aller levensweg een doodlopende weg is. Nodig is dat je daaraan wordt herinnerd, opdat je het ontdekt. En wanneer dat gebeurt is, komt je er achter: “mijn weg is een weg zonder God [= zonde], zonder hoop en zonder Jezus Christus geweest. De rust wordt u ontnomen, het wordt tijd je van de wereld te distantiëren; je terug te trekken in je stille hoek – in de stilte van je hart en je gaat God zoeken, Die op de rand van je hart wacht. Hij wacht op je op de rand van de bron, zoals bij de Samaritaanse. Je roept Hem aan bij dag en bij nacht, want je verlangt ernaar met de zonde, met het leven zonder God te breken. Het zou immers je dood betekenen, daarom verlaat je jouw goddeloze, heilloze weg.

Waarom? Omdat je zonden scheiding veroorzaken tussen God en je ziel; jouw zonden beledigen God’s Almacht, Zijn grenzeloze Liefde voor jou als Zijn kind. Het is jouw verlangen om Hem lief te hebben; omdat Hij de mensen lief heeft, is Hij het ontzagwekkend waard.
Het vervult je met diepe smart dat daar niets van terechtkomt; hoewel je telkens weer opnieuw probeert om de zonden met wortel en tak uit te roeien, kom je er achter dat het van jouw kant hopeloos is; zelfs je gedachten getuigen tegen je. Ze veroordelen u tot in het diepste van je bestaan toe. Alles wat je als vanzelfsprekend beschouwt, zelfs je gedachtewereld, is één en al ongerechtigheid. Daarmee hang je er maar verloren bij, maar gá je ook verloren?
En op dat ogenblik  begrijp je de Psalmist, David, de man naar Gods hart:
Schep in mij een rein hart, o God, en vernieuw in m’n binnenste een reine geest
Psalm 50[51]: 12.  
De goddeloze verlaat zijn weg, en de ongerechtige mens zijn gedachten; en hij bekeert zich tot de Heer, Die “ in welwillendheid aan Sion; de muren van Jerusalem weer opgebouwd laat worden”. Daar ontmoet je de waarachtige bekering; dat is een inkeren tot jezelf, een afkeren van de zonden en een terugkeer tot de Heer. Van nature sta je met de rug naar God toe; je bewandelt een weg steeds verder bij God vandaan. Maar als Gods Geest uw hart vernieuwt, dan wordt u omgekeerd. Hij draait je honderdtachtig graden om en jij hervindt daarmee je oorspronkelijke staat en komt daarmee weer met je gezicht naar God toe te staan. je bent omgekeerd.
        Dan zal Ik [de Heer, onze God] de volken andere, reine lippen geven, opdat zij allen de Naam des Heren aanroepen; opdat zij Hem dienen met eenparige schouder. 
Van gene zijde van de rivieren van Ethiopië zullen Mijn aanbidders, Mijn verstrooiden, Mijn offer brengen. Te dien dage zult jullie je u niet behoeven te schamen over al de daden waarmee je tegen Mij hebt overtreden, want dan zal Ik uit uw midden uw hoogmoedig juichenden verwijderen. En voortaan zult gij niet meer overmoedig zijn op mijn heilige berg. En Ik zal in uw midden overlaten een ellendig en gering volk, en wie schuilen bij de Naam des Heren. Het overblijfsel van Israël [de Kerk] zal geen onrecht doen noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedrieglijke tong gevonden worden, want zij zullen weiden en neerliggen, zonder dat iemand hen verschrikt.
       Jubel, dochter van Sion; juich, Israël [Kerk]; verheug u en wees vrolijk van ganser harte, dochter van Jeruzalem!  De Heer heeft uw gerichten weggenomen, Hij heeft uw vijand weggevaagd. De Koning van Israel [de Kerk], de Heer, is in uw midden; gij zult geen kwaad meer vrezen. Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, Sion, laten uw handen niet slap worden. De Heer, uw God, is in uw midden, een Held, Die verlost. Hij zal Zich over jullie met vreugde verblijden; Hij zal zwijgen in Zijn Liefde; Hij zal over jullie juichen met gejubel. Wie bedroefd zijn, ver van de feestvergadering, zal Ik samenbrengen; zij behoren toch bij jullie. Als een last drukt de smaad op hen”. Sefanja 3: 9-18
Christus is in ons midden, Hij is en zal zijn!”.

Orthodoxie & onze onvolkomenheden en Christus najagen

Apostel Paulus
απόστολος Παύλος
الرسول بولس

    Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Heer, dat alles te boven gaat. Om Zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus zal mogen winnen en in Hem zal mogen blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de Gerechtigheid door het Geloof in Christus, Welke uit God is op de grond van het Geloof. [Dit alles] om Hem te kennen en de Kracht van Zijn Opstanding en de Gemeenschap aan Zijn lijden, of ik, aan Zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de Opstanding uit de doden.      Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ik ook door Christus Jezus gegrepen ben.
       Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar een ding [doe ik]: ‘ vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs van de Roeping Gods, Die van boven is, in Christus Jezus’”. Phil.3: 8-14

    God heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde, in Wie wij de verlossing hebben en de vergeving van de zonden. Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de gehele schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de Hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente [de Kerk]. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is. Want het heeft de gehele volheid behaagd in Hem woning te maken, en door Hem, Vrede gemaakt hebbende door het bloed van Zijn Kruis, alle dingen weer met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is”.
Col.1: 13-20

studie Openbaringen

    En een van de oudsten antwoordde en zei tot mij: Wie zijn dezen, die bekleed zijn met de witte gewaden, en vanwaar zijn zij gekomen? En ik sprak tot hem: Mijn heer, gij weet het. En hij zei tot mij: Dezen [144.000] zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed van het Lam. Daarom zijn zij voor de Troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in Zijn Tempel; en Hij, Die op de Troon gezeten is, zal zijn tent over hen uitspreiden”. Openb.7: 13-15

Er zijn zoveel kostbaarheden in dat bloed van Christus, dat alleen een zoon van Aäron [een priester] in woorden die passend zijn voor de heiligheid van God, die alleen de Heilige Geest leert, uitdrukking kan geven van wat in het hart leeft, maar als die offeraar niet de juiste uitdrukkingen heeft en misschien óók niet de juiste gevoelens heeft wordt er uitgeroepen: “Heer, er is geen enkele heilige meer, de Waarheid is zeldzaam geworden onder de mensen”.

Soms, zo schreef Paulus aan de vroeg-christelijke jonge gemeenschappen dat hij die eerste jaren koesterde, hij was gewoon niet in staat zichzelf te helpen en prees God, Die hem op zo’n dramatische wijze had gevonden. Hij gaf zich gewoon over aan de Liefde tot God en wist zich zó door de Vaderlijke Liefde gedragen, dat hij in “overtreffende trap” grote waarde toekende aan Christus en zo drukte hij zichzelf uit in die brief aan zijn geliefde Philipenzen. Het is overduidelijk, dat hij dat ook voor hèn verlangde, opdat ook zìj Christus zouden kennen; Paulus wilde dat zij dat verlangen eveneens bezaten. In deze vastentijd verlangen wij als het goed is hetzelfde – ook wìj zouden een overtreffende waarde dienen toe te kennen aan Christus. Misschien wil jij dit zèlf ook wel, maar ben je hier nog niet helemaal aan toegekomen. Ook dat is goed – leg dit dan in je gebed in Gods handen. Wanneer je als Christen lid bent van de Kerk, een christelijke gemeenschap die voor het eerst zou horen wat hier in deze brieven wordt voorgelezen, misschien tijdens een Goddelijke liturgie [een eucharistie- viering of een of andere bijeenkomst], zou jij -als je erbij stil staat- dan iets dergelijks hebben bedacht of wat voor gevoel zouden deze  brieven [en Paulus] niet bij jou hebben opgeroepen.

“God heeft echter nergens “last” van, zit nergens om verlegen om het even ‘wat’ je maar bedenkt. God heeft ook nergens “behoefte” aan om het even wat je ook maar voor de geest zou krijgen. God staat immers boven alle aardse en geestelijke dingen, inclusief de eventuele dingen die uit Zijn natuur of het bestaan kunnen voortvloeien. In feite is God niet “gevormd/ontstaan”, omdat Hij immers boven alles verheven is en buiten de tijd staat; Hij “bevat” het bestaan en creëerde het bestaan Zelf. Wanneer we verkondigen dat God bestaat bedoelen we dat God een boven alles verheven bestaan leidt [een bovenmenselijke begrippen begrijpelijk-bestaan], verheven boven het bestaan/ boven de tijd, zoals wij ons dat maar amper kunnen voorstellen. Ons woord “bestaan” – “scheppen” geeft niet -de een of andere manier bestaande- kennis weer van de onuitsprekelijke essentie van God, maar is slechts een positieve plaatsvervanger voor een negatief idee”. conf. H. Dionysius de Areopagiet, H. Gregory Palamas, Vader Dumitru Stăniloae

“Rouwen is, volgens God, het ziels-verdriet en de weergave van een treurende hart, dat ooit waanzinnig datgene zoekt waarnaar zij dorst; en als het in haar zoektocht mislukt, pijnlijk hiernaar blijft streven en daarop volgt als gevolg daarvan jammerlijk klagen. Anders gezegd: rouwen is een gouden aansporing in onze ziel, die is ontdaan van alle gehechtheid en van alle banden, waardoor dit heilige verdriet aanzet tot het vasten/onthouden om over het hart de wacht te houden. Dus, hou stevig grip op die gezegende vreugde/verdriet van de heilige wroeging en hou niet op je in te zetten totdat je ziel/hart/tempel hoog boven de dingen van deze wereld verheven is en presenteer jezelf alleen maar heel oprecht en puur aan Christus, onze God”.
conf. H. Johannes [Climacos] van de Ladder

“De menselijke geest, het oog van z’n ziel, wordt slechts door Gods Genadegaven verlicht. Hoewel de natuurlijke dingen, die we in deze schepping tegenkomen een licht op de geest kan werpen, is dit licht eerder een weerspiegeling van het oorspronkelijke ongeschapen Licht van de oorspronkelijke betekenis die God voor elke zaak afzonderlijk en Zijn schepping in het algemeen heeft toebedeeld. Dus, wanneer we in de waan van de ontkenning van God [God = dood] door materiële dingen van deze wereld zouden bevestigen, dan is het Licht van de Schepping, die ons als leidraad zou dienen om de persoonlijke perfectie te ontmoeten [die alleen in God gevonden kan worden] ten val gekomen en zal er daarvoor in de plaats niets dan duisternis overblijven en een totale scheiding van God ontstaan, waardoor God Zich niet meer mengt in aardse aangelegenheden. Wanneer iemand een ernstige strijd [oorlog] tegen u voert, neem voorbeeld Christus kruisiging, dan is dit vuur ONMOGELIJK te blussen; het zou je immers belachelijk maken.
In plaats daarvan… zal een beetje Christelijke verlichting door de Pedagogie/ het Licht van  Christus te laten schijnen en Zijn onderwijs na te volgen tot gevolg hebben dat de duisternis -stukje bij beetje- vanzelf zal gaan verdwijnen. Men dient over Geloof, Moed en Geduld beschikken om dit te verwezenlijken. Maar zonder de hoede van een onbaatzuchtig kruis, zal er geen Opstanding mogelijk zijn”. conf. H. Porfyrios van Kavsokalivia

“Een houding waarbij men z’n zwakheden niet laat zien [wegduikt in hoogmoed] is de belangrijkste van alle hartstochten en zonden. Zo wordt de deemoed, de nederigheid gekarakteriseerd als de koningin van de deugden en is de ingenomenheid met zichzelf [de trots] de koningin van de passies. Hoogmoed is de grootste ziekte van de ziel; het ergste is dat iemand die hier aan lijdt grote  moeite zal hebben zichzelf ten diepste van binnen te onderscheiden.
De belangrijkste therapie om hoogmoed te bestrijden is het toegevend afzien van [‘vermeende’ – van God verkregen] waardigheid ten opzichte van de ondergeschikte; te suggereren dat hij  intelligenter is dan de ander en de ander daarmee meent te kunnen over/aftroeven.

abba Isaiah, ascetis [kluizenaar]

Anders geformuleerd: onszelf voortdurend te verlagen, het onszelf in elke situatie lager plaatsen dan onze broeder. We dienen onze taken ‘voortvarend’ en met ‘onderscheidingsvermogen’ te verwezenlijken; ledigheid is immers de moeder van alle kwaad. Hoewel God helemaal geen behoefte heeft aan onze inzet, is het toch van groot belang in Zijn ogen, want het is de praktische toepassing van de naastenliefde”. conf. Abba Isaiah

“Laten we die zonden die sommige mensen dagelijkse [‘mindere’] zonden noemen, welke echter niet natuurlijk zijn, dus toch tot de dood leiden, onder ogen zien en nog steeds een bepaald gewicht van schuld toekennen. In deze vallen we soms door middel van onoplettendheid of onwetendheid, zelfs door een trage en zwakke wil en bij andere gelegenheden maken we met opzet, met volledige gebruik van kennis en wil -gebruik van dit soort ongerechtigheden.
De laatste categorie bezit uiteraard een veel grotere gewicht aan schuld en zal zwaarder worden aangerekend. Over dit soort zonde wordt vaak minder nagedacht wanneer we deze vergelijken met een dodelijke zonde, maar dient niet te lichtvaardig worden opgenomen wanneer we deze vanuit haar isolement en op zichzelf beschouwen; het kan opgevat worden als een klein modderpoeltje ten opzichte van een uitgestrekte vervuilde zee. Maar het is niet klein op zichzelf, aangezien het veel water bevat. Op dezelfde manier lijkt de dagelijkse [‘minder’] zonde klein ten opzichte van een dodelijke zonde, op zichzelf beschouwd is het nog steeds een groot kwaad. Daar  een kleine en een grote zonde allebei net zo goed overtredingen tegen de goddelijke wet betreffen, zoals de heilige Johannes de Theoloog zegt”:
Eenieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid”. 1John.3: 4
En volgens de heilige Jacobus, broeder des Heren; als iemand de Wet des Heren op het kleinste gebod niet serieus neemt, neemt hij de gehele Wet niet serieus:

H. Nicodemos Hagiorite

Want wie de gehele wet houdt, maar op een punt struikelt, is schuldig geworden aan alle [geboden]. Want Hij, die gezegd heeft: Gij zult niet echtbreken, heeft ook gezegd: Gij zult niet doodslaan. Indien gij nu geen echtbreuk pleegt, maar wel doodslag zijt gij toch een overtreder van de wet geworden. Spreekt zo en handelt zo als [mensen past], die door de wet der vrijheid zullen geoordeeld worden”.
Jacobus 2, 10-12.
conf. Heilige Nicodemus de Hagiorite

Aan de hand van de Kerkvaders kunnen we de Blijde Boodschap bestuderen en lezen over de wijze waarop onze Heer en Zaligmaker ons leert hoe te leven. Met name in de weergave van de H. Johannes de Theoloog komen we Christus tegen als het brandoffer. Bij Mattheüs als het schuldoffer en bij Marcus als het zondoffer. Bij Johannes kunnen wij in de woorden, die de Heer gesproken heeft, Zijn Heerlijkheid zien. In de daden, die Hij deed, hebben mensen, die Hem omringden Zijn Heerlijkheid gezien, zodat zelfs degene die Hem verried het moest zeggen: Hij heeft geen schuld – “Ik heb onschuldig bloed vergoten!”. Pilatus kon niet anders dan zeggen: ”Ik heb  geen schuld gevonden in Hem”. En de vrouw van Pilatus moest zeggen:”Heb niets te doen met deze Rechtvaardige!”. En degene, die bij het Kruis stond, de Romeinse honderdman, zei: “Waarlijk, deze mens was Gods Zoon!”. Dat waren enkele getuigen, ze konden niets zeggen dat verkeerd was, alles aan Hem was volmaakt.

schiereiland “berg Athos” [Gr.]

Op de berg Athos heb ik een vriend ontmoet, die ik zelden of nooit kwaad gezien heb; hij bleef altijd gelijk. Toen ik hem daarover sprak, dat ik hem zo bewonderde, zei hij: “Ik bèn wel kwaad, maar ik beheers me, ik toon het niet, maar innerlijk ben ik wel kwaad”. Daar zien we het onderscheid. Ieder van ons, maar zeker een eenvoudige boerenzoon, weet, dat een rund verborgen gebreken kan hebben. Het is zelfs een wettelijke reden om de koop ongedaan te maken, als er verborgen gebreken aan het licht komen. Daarom gebiedt God; stel jezelf deemoedig op, ‘laat je zwakte zien’: ‘trek het [brand]offer, de huid af en het in stukken verdelen’ [Lev.1: 6]. Het aftrekken van de huid van het brandoffer bracht alle inwendige delen aan het licht en stelde de offeraar in staat het dier in stukken te verdelen. Deze gedetailleerde voorschriften bepalen ons als gelovigen bij het feit dat er geestelijke oefeningen nodig zijn om de volmaaktheid van het werk van Christus te kunnen begrijpen. Zonder geestelijk inzicht is er geen waardering voor de voortreffelijkheden van Zijn Persoon en de Heerlijkheden van Zijn werk. Het is juist dat “alleen God” deze volmaaktheid naar waarde weet te schatten, maar Hij geeft ons ook het voorrecht hier een ‘ietsie pietsie’ [klein beetje] van te begrijpen. Vooral in de Psalmen vinden we wat er in ‘het Hart van onze Heer‘ leefde, toen Hij als mens hier op aarde was, wat Zijn gevoelens waren, toen Hij op het Groot en Heilig Kruis Zijn werk volbracht. Wanneer je Zijn woorden uit Mattheüs vergelijkt met Psalm 21[22], zo zijn er meerdere Psalmen, waarvan de Blijde Boodschap de woorden van onze Heer en Zaligmaker weergeven;  ze laten zien wat er aan innerlijke Gevoelens betreffende de Heer kunnen worden weergegeven, wat Hij al niet tot de mensen gezegd heeft, wat ook Zijn Apostelen niet gehoord hebben, maar wat alleen aan de Vader bekend gemaakt is – Christus was geheel onbesmet, dus wat betreft het begaan van zonden zal Hij de tekst voorzeker niet letterlijk uitgesproken hebben, maar vergelijk maar eens, hoe je een gelijkenis met ons mensen tegenkomt:
God, Mijn God, zie naar Mij;
waarom hebt Gij Mij verlaten?
Ik ben ver van mijn heil verwijderd door de woorden van mijn zonden. Mijn God, overdag roep ik tot U, maar Gij verhoort mij niet.
Ik roep in de nacht, en het is mij geen dwaasheid. Gij toch woont in het Heiligdom, Gij zijt de roem van Israël [de Kerk].
Op U vertrouwden onze vaderen, om hun vertrouwen hebt Gij hen bevrijd. Tot U riepen zij en zij werden verlost, op U vertrouwden zij en zij werden niet beschaamd. Ik ben een worm, maar geen mens: een smaad voor de mensen, verafschuwd door het volk.
Allen die Mij zien bespotten Mij; hoofdschuddend spreken hun lippen:
‘Hij vertrouwt op de Heer, laat Die hem bevrijden en redden, Hij heeft immers behagen in Hem!’
Maar Gij zijt het die mij uit de schoot hebt getrokken, Gij, mijn hoop vanaf de borst van mijn moeder. Aan U ben ik toevertrouwd vanaf mijn geboorte, vanaf de schoot van mijn moeder zijt Gij mijn God. Verlaat mij niet, want de nood is nabij; er is niemand om mij te helpen.
Een menigte dieren staan om mij heen: zware stieren omsingelen mij. Zij sperren hun muil tegen mij open als een verscheurende en brullende leeuw.
Ik ben uitgegoten als water; al mijn beenderen zijn ontwricht. Mijn hart is geworden als vloeibare was in het midden van mijn borst. Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte.
Gij hebt mij gebracht in het stof van de dood. Want een menigte honden heeft mij omringd, een bende boosdoeners houdt mij omsingeld. Zij hebben Mijn handen en voeten doorboord, al Mijn beenderen hebben zij geteld. Zij bekijken Mij en staren Mij aan, zij hebben Mijn klederen onder elkander verdeeld, en over Mijn lijfrok het lot geworpen.
Gij, Heer, hou toch Uw hulp niet ver van mij weg; zie toe om mij te beschermen. Bevrijd mijn ziel van het zwaard, mijn eengeborene uit de macht van de hond. Red mij uit de muil van de leeuw; mijn geringheid van de horens der eenhoorns.
Dan zal ik Uw Naam aan mijn broeders doen horen; in het midden van de Kerk zal ik U loven. Gij, die de Heer vreest, bezingt Hem; verheerlijkt Hem, uit het zaad van Jacob. Dat alle zaad van Israël [de Kerk] Hem zal vrezen, want Hij veracht noch versmaadt de smeking van de verdrukte. Zijn gelaat wendt Hij niet van mij af; Hij verhoort mij als ik tot Hem roep. Bij U is mijn lofzang in de grote bijeenkomst: ik vervul mijn geloften voor hen die Hem vrezen. De hongerigen eten en worden verzadigd; die de Heer zoeken zullen Hem loven. En hun hart zal leven; tot in de eeuwen der eeuwen.
Alle einden der aarde herinneren zich Zijn werken, om zich tot de Heer te bekeren. Alle geslachten der volkeren vallen neer voor Zijn aangezicht om Hem te aanbidden. Want aan de Heer is het Rijk:
Hij zal heersen over de volken. Alle machtigen van de aarde eten en aanbidden: allen die in het stof dalen, vallen voor Hem neer. Ook mijn ziel leeft voor Hem, en mijn zaad zal Hem dienen: de Heer wordt verkondigd aan het toekomend geslacht. Zij verkondigen Zijn Gerechtigheid aan een volk dat nog niet is geboren, maar dat de Heer gemaakt heeft”.
Psalm 21[22]
Onderzoekt daarom al die Psalmen, ontdek dat dit “het hart van de Heer” betreft en spreek dat samen met Hem, voor Hèm uit – bestudeer de Heerlijkheid van Gods Heerlijke gevoelens; Houdt je bezig met dat werk, zodat je meer en meer inzicht krijgt en je -nu al op aarde- steeds dichter kan brengen bij Gods Heerlijkheid, een voorbode van het Hemels Koninkrijk.

Zondag van de Orthodoxie – Kan er uit Israël [de Kerk] iets goeds voortkomen

    Andreas, z’n broeder leidde Simon tot Jezus. Jezus zag hem aan en zei:
‘Gij zijt Simon, de zoon van Johannes, gij zult heten Kephas, wat vertaald wordt met Petrus’. 
De volgende dag wilde Hij naar Galilea vertrekken en Hij vond Philippus. En Jezus zei tot hem: ‘Volg Mij’. Philippus nu was uit Betsaida, de stad van Andreas en Petrus. Philippus vond Natanaël en zei tot hem: ‘Wij hebben Hem gevonden, van Wie Mozes in de Wet geschreven heeft en de Profeten, Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth. En Natanaël zei tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds komen? Philippus zei tot hem: ‘Kom en zie’.
Jezus zag Natanaël tot Zich komen en zei van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in wie geen bedrog is! Natanaël zei tot Hem: Vanwaar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: ‘Eer Philippus u riep, zag Ik u onder de vijgenboom. Natanaël antwoordde Hem: Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israël! Jezus antwoordde en zei tot hem: ‘Omdat Ik tot u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgenboom, gelooft gij? Gij zult grotere dingen zien dan deze”.
John.1: 43-51

SIMSON

  Door het geloof heeft Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter, maar hij heeft liever met het volk Gods kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding.
            En wat moet ik nog verder aanvoeren? Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuel en de Profeten, die door het geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden 
en hebben vijandige legers doen afdeinzen. Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere Opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.  Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde. Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen. Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.
Hebr.11: 24-26, 32-12:2

Natanaël [= ‘Gods-geschenk’]
Kom en zie:
Wanneer je de komende periode van vasten serieus wilt doorbrengen en je ziel wilt genezen, dien je vier zaken voorop te stellen. De eerste is om je vijanden te vergeven. De tweede is om jezelf grondig te onderzoeken. De derde is de ongerechtigheden, die je bij jezelf tegenkomt niet aan een ander, maar aan jezelf te verwijten. En ten vierde is je fouten zoveel mogelijk recht te zetten en je voornemen om niet meer te zondigen.
Wanneer we immers gered willen worden, dienen we altijd eerst onszelf de schuld te geven en vervolgens God te danken dat Hij jou via de verzoeking, die anderen je mogelijk hebben aangedaan de ogen geopend heeft en de verkeerde daden van anderen achter je te laten. En God, die is het Die de meest schrijnende situaties onder ogen ziet, zal jullie beiden vergeven. 
Wij, die onszelf Christenen [Christus’ volgelingen] noemen dienen ons voortdurend te matigen in datgene wat wij tot ons nemen. Vooral op woensdag en vrijdag, want op die dag werd de Heer voor een aantal zilverlingen verkocht en op vrijdag, omdat Hij op die dag gekruisigd werd. Op dezelfde wijze wordt ons opgedragen tijdens de Grote een Heilige voorbereiding op Pascha het vasten in acht te nemen, zoals de Heilige Geest, vanwege onze hartstochten om ons lichaam te tuchtigen, de heilige kerkvaders tot dit besluit heeft verlicht. Bovendien zal wanneer wij het voedsel dat we tot ons nemen matigen het leven een stuk gemakkelijker voor ons worden. Houd jezelf aan het vasten op basis van het vermogen, wat je is toebedeeld, bid ook zoveel als je maar kunt opbrengen, en geef vervolgens aalmoezen zoveel je naar je inkomen kunt dragen en houd bij dit alles de uiteindelijke dood, die ons allen te wachten staat, voortdurend [in je hart/geest] voor ogen”.
H. Porphyrios [Bairaktaris] van Kapsokalyvia
[Athos, 7-2-1906 – 2-12-1991]

Dit is de wijze waarop wij Christus [in ons hart] voor ogen dienen te houden. Hij is onze vriend, onze broeder; Hij is alles wat goed en mooi is. Ondanks alles wat er plaats vindt is hij nog steeds je vriend en Hij schreeuwt als het ware het uit: “Jullie [volgelingen] zijn Mijn vrienden. Begrijpen jullie dan niet dat wij allen broeders en zusters zijn; wij zijn broers en zussen. Wat Ik niet ben . . . is dat hel en verdoemenis wordt gezaaid; Ik bedreig jullie niet, maar Ik hou van jullie en wil dat jullie je leven samen met Mij in vreugde doorbrengen”.
     Christus is alles; Hij is vreugde, Hij is het leven, Hij is het Licht van de wereld. Hij is het ware Licht, Die de mens blij maakt, dit doet hem groeien in het geluk. Hij zorgt er voor dat je overal inzicht in krijgt, in alles en iedereen en maakt dat we -in Hem- voor iedereen open staan, samen met Hem, kun je namelijk de gehele wereld aan.
     Christus is Liefde en er is niets wat deze Liefde in de weg staat. Christus is alles overtreffend. Hij is de Bron van het leven, Hij is datgene wat eenieder boven alles zou willen bezitten, want Hij is boven alles verheven. Christus omvat alles wat mooi is. Het kan dan ook niet anders dan dat de mens van Christus, de Zoon van God, dient te houden en wanneer je Hem de eer brengt, die Hem toekomt, verlost hij je van al het kwaad, van de tegenstrever en van de dood.
     Petrus heeft in de weergave van Marcus tot Christus gezegd: “   Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd” [Marc.10: 28]. Misschien herken je wel iets van jezelf in Petrus, in deze Blijde Boodschap. Dit is niet de eerste keer dat Petrus recht uit z’n hart zegt zoals hij het ziet, hij is openhartig en gaat er misschien een beetje grof mee om; maar hij leert uit het antwoord, dat Jezus hem geeft steeds weer iets nieuws . . . . . wanneer je het iets beter bestudeert, leert hij  -beetje bij beetje- steeds meer wat het betekent om Christus volgeling te zijn! Petrus begint met de opmerking, dat hij alles wat hem nog over bleef opgegeven had om Christus  te volgen. Maar wat hij met deze ontmoeting heeft geleerd is een werkelijkheid om bepaalde dingen maar aan God over te laten, compleet zonder dat er -iemand of iets- ontbreekt, omwille van een grotere werkelijkheid, die wij mensen onmogelijk kunnen overzien.
Paulus leert tevens wat hij -wel niet allemaal- zou kunnen ontvangen en hij doet dat onder andere door mogelijke vervolgingen als de voorvaders [zie apostel-lezing] te accepteren!  Dat had jij -volgeling van Christus- niet gedacht of wèl soms, maar heb je er nooit bij stil gestaan. Als Christen wordt je uitgedaagd, je Kruis op je te nemen en een evenbeeld van God [de Zoon van God] te zijn en dat is niet altijd even gemakkelijk. Snap je nu wat er deze periode van je verwacht wordt en de manier waarop je Hem het een en het ander aandraagt? Je offert je als het ware op aan God en aan de wereld.

In de Orthodoxe kerken is de vasten afgelopen zondag na de Verspers van vergeving begonnen; bij onze Rooms-katholieke broeders begint de vasten op deze woensdag [1 maart] bij het ontvangen van het as-kruisje op hun voorhoofd. In hun dienst wordt de O.T. lezing van Joël gelezen. Meestal wordt in het westen wanneer er over vasten gesproken wordt gedacht aan het opgeven van dingen die we willen. Maar zoals de profeet Joël ons voorhoudt dat we onze vasten heiligen wanneer we laten blijken dat het ook om een heiligende zaak gaat. Het gaat om terug te keren naar onze God, omdat zoals Joel zegt: “Hij Genadig is en Barmhartig, Lankmoedig en vlooit over van Liefde voor de mens. Als liefdevolle Vader heeft Hij Zelf spijt ons te hebben bestraft“. Dat is nog eens een verrassing, laten we daarom onze zonden belijden en ons in Geloof voorbereiden op het Hoogfeest van Pasen.

Attende Domine – Latijnse hymne vastentijd ‘Liber Usualis’ [1961], pg.1872

R.Attende Domine, et miserere, quia peccavimus tibi’.
R. ‘Luister Heer, en ontferm U, want wij hebben gezondigd tegenover U’.
‘Tot U, opperste koning, Verlosser van allen, verheffen wij onze wenende ogen.
Verhoor, Christus, de gebeden van wij die tot U smeken’.
R. ‘Luister Heer, en ontferm U, want wij hebben gezondigd tegenover U.
Rechterhand van de Vader, hoeksteen, weg tot het heil, poort van de hemel, zuiver ons van de wonden onzer zonden’.
R. ‘Luister Heer, en ontferm U, want wij hebben gezondigd tegenover U’.
‘Wij beroepen ons, God, op uw majesteit. Verhoor onze verzuchtingen met uw heilig gehoor. Wil onze fouten welwillend kwijtschelden’.
R. ‘Luister Heer, en ontferm U, want wij hebben gezondigd tegenover U’.
‘Wij belijden onze fouten die we toegeven. We openbaren het verborgene met berouwvol hart. Dat uw goedheid, Verlosser, ons vergeving mag schenken’.
R. ‘Luister Heer, en ontferm U, want wij hebben gezondigd tegenover U’.
‘Onschuldig gevangen genomen, zonder tegenstand weggevoerd, onder vals getuigenis voor de ongelovigen veroordeeld, spaart, Gij Heer, hen die Gij verlost hebt’.
R. ‘Luister Heer, en ontferm U, want wij hebben gezondigd tegenover U’.

Wanneer je naar zo’n oude Hymne luistert, die op Aswoensdag in de Latijnse kerk al generaties lang gezongen wordt – sta er dan eens bij stil dat God Zelf hier aanwezig is, een God, Die vergevingsgezind is, Genadig, Lankmoedig en overvloeit van Liefde voor de mens. Leg op zo’n moment al je zorgen bij Hem neer, in Zijn liefdevolle handen. Het opgeven van allerlei zaken tijdens de vasten is slechts een gedeeltelijke invulling hiervan en zelfs nog niet eens het belangrijkste onderdeel. Wanneer we het over Vasten hebben, bestaat dat uit drie elementen – het gebed, het vasten/onthouden en het geven van aalmoezen. Wanneer we onszelf iets ontzeggen, dient het zo te zijn dat dit de ander, die minder fortuinlijk is, de naaste, ten goede zal komen.
Onze God is immers helemaal niet geïnteresseerd in het feit dat we onszelf van alles beroven en een zwaarmoedig gezicht opzetten omdat we er onder gebukt gaan. God is uit op het goede ten opzicht van onze naasten; God Zelf heeft namelijk alles al – Hij heeft zelfs voor ons geleden. Doe dus maar gewoon je ding en zoek de ander en jaag dàt na.

3e Irmos Metten vergevingszondag   tn.6
Onbezonnen heb ik mijn hand uitgestrekt en van de boom der kennis geproefd, ofschoon God mij bevolen had die niet aan te raken om niet vol bitterheid verstoten te worden uit de Goddelijke Heerlijkheid. Wee, mijn arme ziel! Hoe heb je die list niet doorschouwd en het bedrog en de nijd van de vijand niet bemerkt? Je verstand was verduisterd en je hebt het gebod van Hem, Die je geschapen heeft overtreden”.
Niemand is Heilig dan God alleen . . . . .
5e Irmos Metten vergevingszondag     tn.6
Afgunstig was de vijand op het geluk van mijn leven in het Paradijs: hij haat de mensen. In de gedaante van een slang heeft hij mij ten val gebracht en mij van de eeuwige Heerlijkheid vervreemd. Ik ween en sla mijzelf in mijn ziel en mijn ogen branden om stromen van tranen te vergieten bij het aanschouwen van mijn naaktheid, omdat ik mij daarvan bewust ben geworden door mijn tekortkomingen. Uit de aarde ben ik geformeerd door de hand van God. Nu moet ik in mijn armoede horen dat ik tot de aarde zal weerkeren. Wie zou niet wenen over mij, die door God verstoten werd, omdat ik in plaats van Eden de verdoemenis gekozen had?”.
Kondakion  Metten vergevingszondag    tn.6
Gids der Wijsheid, Schenker van het verstand, Opvoeder der onverstandigen en Beschermer der armen, bevestig en onderricht mijn hart, o Meester. Schenk mij het woord, Gij Die het Woord van de Vader zijt, want zie, mijn lippen houden niet op om tot U te roepen: Barmhartige, ontferm U over mij, die gevallen ben”.

”     Zoals een hert naar waterbronnen smacht, zo smacht mijn ziel naar U, o God. Mijn ziel dorst naar de sterke God, de Levende; wanneer mag ik verschijnen voor Gods aanschijn?Mijn tranen strekken mij tot brood bij dag en bij nacht, omdat men mij elke dag opnieuw zegt: waar is uw God? Als ik daaraan denk, dan smelt mijn ziel in mij weg.
Hoe ik opging naar de plaats van de wonderbare tent, naar het Huis van God. Met juichende stem en belijdenis, met het geluid der feest-vierenden.
Waarom zijt gij zo treurig, mijn ziel ? Hij is het heil van mijn aangezicht, Hij is mijn God. Vertrouw op God, want ik zal Hem belijden; Hij is het heil van mijn aangezicht, Hij is mijn God.
Mijn ziel is ontsteld in mijzelf, daarom wil ik denken aan U; vanuit het land der Jordaan en van Hermon, het lage gebergte. Afgrond roept tot afgrond, met het geluid van Uw watervallen; al Uw hoog opgezweepte stortvloeden komen over mij heen.
Maar overdag gebiedt de Heer Zijn barmhartigheid; in de nacht is mijn lofzang een gebed tot de God van mijn leven. Ik mag tot God zeggen: Gij zijt mijn Helper.
Waarom hebt Gij mij dan vergeten? Waarom ga ik treurig voort onder de slagen van mijn vijand,  terwijl mijn beenderen worden verbrijzeld? Wie mij slaan bespotten mij en zeggen mij elke dag opnieuw: Waar is toch uw God?
Waarom zijt gij zo treurig, mijn ziel? Waarom verontrust ge mij?
Vertrouw op God, want ik zal Hem belijden: Hij is het heil van mijn aangezicht; Hij is mijn God“.
Psalm 41[42] vert. ROK ’s-Gravenhage

Wij verlangen zo dikwijls en kijken uit waar wij God kunnen vinden. We kunnen onze verlangens uiteenrafelen, de onbeduidende alledaagse dingen opzij schuiven en plaats maken voor het grote verlangen, wat God in ons hart heeft geplaatst, op de voorgrond laten treden. Juist deze zaken kunnen ons leven fundamenteel veranderen. Vraag Gods Zoon, Jezus Christus om je dit bij te brengen, hoe die Goddelijke verlangens weer tot leven gebracht kunnen worden; vraag Hem God te kennen om deze diepste verlangens te kunnen koesteren.
Op sommige momenten kunnen ook wìj prikkelbaar en zelfs een beetje moeilijk in de omgang zijn. Hoe denk je dat deze woorden vandaag  zouden worden opgevat?
Met name op de dag van de Orthodoxie wordt verwacht dat de verering van de iconen -na de beeldenstorm/ de vernietiging van elke vorm van iconen- werd hersteld. Is het dan in de eerste plaats niet belangrijk aan het herstel van onze eigen icoon te gaan werken?
Orthodoxe christenen geloven dat de mens geschapen is naar het beeld [= icoon] en de gelijkenis van God [Gen.1: 26]. De eenheid met God is verloren gegaan door de zonde, met de dood als gevolg. Door de menswording van Christus en Diens Dood en Opstanding is de mens bevrijd uit de macht van de dood.
Het herstel van de communio [gemeenschap] met God en het delen in Gods Heerlijkheid is hierdoor mogelijk gemaakt.
Door Gods Genadegave is het oorspronkelijke doel van de mens weer bereikbaar: deelname aan de Goddelijke natuur [2Petr.1: 4], ook wel ‘Theosis’ [Vergoddelijking] genoemd. De Kerk is de plek waar we onze ware natuur hervinden: door deel te nemen aan de Mysteriën [Sacramenten] komen we dichter bij God. We worden gerechtvaardigd door het Geloof en de onlosmakelijk daaraan verbonden geloofsdaden [Jac.2: 24]. In alle nederigheid dienen we ons met geest, ziel en lichaam op God te richten, hetgeen ‘ascese’ wordt genoemd. 

De hemelen verhalen de Heerlijkheid Gods, het uitspansel verkondigt het Werk van Zijn handen. Elke dag openbaart een woord aan de volgende dag; van nacht tot nacht wordt kennis verkondigd. Niet met gesproken woorden, er wordt geen klank vernomen. Toch klinkt over heel de aarde hun boodschap, tot aan de grenzen van de wereld hun woorden”.
Psalm 18[19]: 1-4
Maar als we alleen zouden zijn aangewezen op de Schepping en Gods Glorie daarin, zouden we Christus en de volkomen redding, die alleen Hij kan geven, niet leren kennen. Daarom vormt het vasten – het bewust omgaan met gebed, onthouding en geestelijke verdieping [lezing] een onmisbare geestelijke oefening voor wie willen groeien naar de ontmoeting met God – in het kennen van de Zoon van God. Daarbij is het voor Zijn Volgelingen – uiterst waardevol- om gericht te zijn op het vergroten van je kennis en inzicht, dat je jezelf blijft richten op Christus; Hem blijft na jagen.