1e Maandag ná Pinksteren – Juni de 24e – de Geboorte van de heilige Glorieuze Profeet, voorloper en Doper Johannes – God’s Heilige aanwezigheid ontwaren.

        Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het Woord geweest zijn, ben ook ik Lucas [= ‘lichtgevend‘] tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Theofilus [= ‘vriend van God‘], opdat gij de betrouwbaarheid zoudt erkennen van de zaken, waarvan gij onderricht zijt.
Er was in de dagen van Herodes
[= heldhaftig], de koning van Judea [Jehoed (Aramees), het gebied van de stam van Juda [=geprezen], een priester, genaamd Zacharias [= De Heer herinnert Zich], behorende tot de afdeling van Abia [= ‘mijn Vader is de Heer’], en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron [=lichtbrenger] en haar naam was Elisabeth [= ‘eed van God’].
Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk. En zij waren kinderloos, omdat Elisabeth onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen.
En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor God verrichtte in de beurt van zijn afdeling, dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel van de Heer binnen te gaan en het reukoffer te brengen. En de gehele volksmenigte was buiten in gebed op het uur van het reukoffer.
En hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar.
En Zacharias ontroerde bij dat gezicht, en vrees beving hem. Maar de engel zei tot hem: ‘Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabeth zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes [= de Heer, de genadige Gever heeft begunstigd]geven. En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor de Heer en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot van zijn moeder aan en velen van de kinderen van Israel [de Kerk] zal hij bekeren tot de Heer, hun God. En Hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de Kracht van Elia, om de harten van de Vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Heer een wel-toegerust Volk te bereiden’.
En Zacharias zei tot de engel: ‘Waaraan zal ik dit weten? Want ik ben een oud man en mijn vrouw is op hoge leeftijd gekomen’.
En de engel antwoordde en zei tot hem: ‘Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze blijde mare [=bericht] te verkondigen. En zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken, tot de dag toe, dat deze dingen geschieden, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die op hun tijd in vervulling zullen gaan’.
En het volk stond op Zacharias te wachten en zij verwonderden zich, dat hij zo lang in de tempel vertoefde. Toen hij dan naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken en zij begrepen dat hij in de Tempel een gezicht gezien had. En hij wenkte hun toe en bleef stom.
En het geschiedde, toen de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij vertrok naar zijn huis.
Na die dagen werd Elisabeth, zijn vrouw, zwanger, en zij verborg zich vijf maanden, want, zeide zij: ‘Aldus heeft de Heer aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij neerzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen.
. . . . .Toen voor Elisabet de tijd vervuld was, dat zij baren zou, bracht zij een zoon ter wereld.
En haar buren en nabestaanden hoorden, dat de Heer zijn barmhartigheid aan haar had groot-gemaakt en zij verheugden zich met haar.
En het geschiedde, toen de achtste dag was aangebroken, dat zij kwamen om het kind te besnijden, en zij wilden het naar de naam van zijn vader Zacharias noemen.
Doch zijn moeder antwoordde en zei: Neen, hij moet Johannes genoemd worden.
En zij zeiden tot haar: Er is toch niemand in uw familie, die die naam draagt.
En zij beduidden zijn vader, dat hij beslissen zou, hoe hij het kind genoemd wilde hebben.
En hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef deze woorden: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen.
En terstond werd zijn mond geopend en zijn tong [losgemaakt], en hij sprak, God lovende.
En over allen, die in hun nabijheid woonden, kwam vrees, en in het gehele bergland van Judea werden al deze dingen besproken. En allen die het hoorden, namen het ter harte en zeiden: Wat zal er van dit kind worden? Want de hand des Heren was met hem.
En zijn vader Zacharias werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde, zeggende:
‘ Geloofd zij de Heer, de God van Israël [de Kerk], want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht.
. . . . .En gij, kind, zult een profeet van de Allerhoogste heten; want gij zult uitgaan voor het aangezicht des Heren, om zijn wegen te bereiden, om aan Zijn Volk [de Kerk] te geven kennis van Heil in de vergeving van hun zonden, door de innerlijke barmhartigheid van onze God, waarmee de Opgang uit de hoogte naar ons zal omzien, om hen te beschijnen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods, om onze voeten te richten op de weg van de Vrede.
Het kind nu groeide op en werd gesterkt door de Geest. En hij vertoefde in de woestijnen tot op de dag, dat hij zich aan Israel vertoonde

Luc.1: 1-25, 57-68, 76-80.

Geef om te overleven, bekeer u‘;’Give to survive, repent‘ .

“     Want het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen van het Licht!
      Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd!
     Maar doet de Heer Jezus Christus aan[bekleed u met Christus] en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.
. . . . .  Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt?   Of hij staat of valt, gaat zijn eigen Heer aan.
Maar hij [zij] zal [zullen] staande blijven, want
de Heer is bij Machte hem[n] vast te doen staan” Rom.13:11b-14:4.

 

Abraham. Isaäc & Jaäcob – Lusinov 1797, Jaroslavl unknown maker

    Verder zei God tot Abraham [=’ vader van een menigte‘] : Wat uw vrouw Sarai [= ‘be-vrijder’betreft, gij zult haar niet Sarai noemen, maar Sara [=’Princes’]zal haar naam zijn. En Ik zal haar zegenen, en ook zal Ik u uit haar een zoon schenken, ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volkeren worden zal; koningen van volkeren zullen uit haar voortkomen. Toen wierp Abraham zich op zijn aangezicht, lachte en zei bij zichzelf:
‘ Zal dan aan een honderdjarige een kind geboren worden, en zal Sara, een negentigjarige, baren?’
> Maar God zei: ‘ Neen, maar uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en gij zult hem Isaäc noemen, en Ik zal Mijn Verbond met hem oprichten tot een eeuwig Verbond, voor zijn nageslacht.
> Abraham nu en Sara waren oud en hoogbejaard; het ging Sara niet meer naar de wijze der vrouwen. Dus lachte Sara in zichzelf, denkende: ‘ Zal ik wellust hebben, nadat ik vervallen ben, terwijl mijn heer oud is?
Toen zei de Heer tot Abraham: ‘   Waarom lacht Sara daar en zegt: Zal ik werkelijk baren, terwijl ik oud geworden ben? Zou voor de Heer iets te wonderlijk zijn? Te bestemder tijd, over een jaar, zal Ik tot u weerkeren, en Sara zal een zoon hebben.
> De Heer bezocht Sara, zoals Hij gezegd had, en de Heer deed aan Sara, zoals Hij gesproken had. En Sara werd zwanger, en zij baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom, te bestemder tijd, waarvan God tot hem gesproken had.
En Abraham noemde de zoon, die hem geboren was, die Sara hem gebaard had, Isaäc.
En Abraham besneed zijn zoon Isaäc, toen hij acht dagen oud was, zoals God hem geboden had.
Abraham nu was honderd jaar oud, toen hem zijn zoon Isaäc geboren werd.
En Sara zei: ‘    God heeft gemaakt, dat ik lach; ieder die het hoort, zal om mijnentwil lachen’.
En zij zei: ‘   Wie had aan Abraham durven toezeggen: Sara zoogt kinderen? Want ik heb een zoon gebaard in zijn ouderdom’.
En het kind groeide op en werd gespeend, en Abraham richtte een grote maaltijd aan op de dag dat Isaäc gespeend werd
Gen.17:15-17,19; 18:11-14; 21: 1-8 [lezing uit de Vespers].

    Maar God zei: ‘Neen, maar uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en gij zult hem Isaäc [Hebr.= ‘hij lacht’] noemen, en Ik zal Mijn Verbond met hem oprichten tot een eeuwig Verbond, voor zijn nageslacht’” Gen.17: 17.

Zien en verstaan

Om de stem van God nauwkeurig te horen, dient men de tegenwoordigheid van de Heer der Heerscharen te onderscheiden en Zijn hand te herkennen in de gebeurtenissen en aldus grote zegeningen te ontvangen.

Deze passage uit Genesis vat een interventie van God samen in het leven van Abraham en Sarai. Hij verandert haar naam in Sara Gen.17: 15, en kondigt aan dat het paar vele jaren na de natuurlijke tijd van de vruchtbaarheid een zoon zal krijgen Gen.17: 19; 18: 11-14.
God brengt de geboorte van Isaäc tot stand Gen. 21: 1-3 en
maakt het goddelijke paar ‘een typos’ van Zacharias en Elizabeth,
de ouders van de Heilige Voorloper en Doper, Johannes.

De reis van Abraham en Isaäc wordt in het boek Genesis tergend langzaam beschreven,  alsof Abraham, of de schrijver, tijd wil rekken,
bij God bestaat immers geen tijd.
Want wàt er allemaal staat te gebeuren, kàn eigenlijk niet,
het is te verschrikkelijk, te onmenselijk, te on-christelijk en [last but not least’ –  on-goddelijk ook.

Wonderlijk dat – net buiten de lezing van vandaag – na afloop van het drama aan de terugreis maar één regel wordt besteed, terwijl er zoveel is om over na te denken en vèrder over ná te denken en te delen met je omgeving; als dat àl mogelijk is gemaakt, o.a. door het SKIN .

Zou Isaäc ooit de beproeving door God, waarvan hij het slachtoffer is geworden, kunnen begrijpen en verwerken?

Hij die lacht’ betekent zijn naam, maar het lachen zou hem weldra vergaan.

Zou de relatie tussen Abraham en Isaäc – hij was zijn lievelingszoon,
niet meer verwacht en toch gekregen – nog dezelfde kunnen zijn?
Een vader die zijn kind offert, breekt het vertrouwen dat het kind in hem heeft:
dat hij hem zal beschermen tegen alles wat kwaad is en angstig maakt.
Als dit vertrouwen weg is tussen kind en ouder, kan het dan ooit nog hersteld worden?

Abraham ziet Sodom en Gomorra in vlammen opgaan – gebrandschilderd kerkraam, anoniem 16e eeuw

En hoe zit het met de relatie tussen God en Abraham?
Wat stelt een Verbond voor als één van de partners macaber speelt met mensenlevens?
Zou Abraham niet een betere aartsvader geweest zijn als hij krachtig had geprotesteerd:
God, je kunt me wat: vertrouwen vraagt geen teken of bewijs.
Niet mijn kind, dat is dwaas. Ik kan niet doden wie u het leven hebt gegeven.
Hij is niet alleen kind van mensen, maar ook kind van U, God!”.
Was Abraham te zwak? Zat hij vastgeroest in de gewoontes van
zijn oude godsdienst, waarin kinderoffers – hoe gruwelijk ook – gewoon waren.

En wat deed dit voorval met de relatie tussen Abraham en Sara.
Kon hij haar nog recht in de ogen kijken?
Zou zij hem niet verwenst hebben toen zij het verhaal hoorde.
Òf herinnerden ze zich samen hoe zij God niet geloofd hadden
toen de drie bezoekers aankondigden dat er een kind zou komen?
Ging het hier soms om een herkansing;
om nu wèl te aanvaarden wat en wie van God komt?

Belofte aan Abraham

Geloof kan soms gekke dingen met mensen doen.
De dwaasheid van mensenoffers dwarrelt, stormt nog steeds door onze wereld:
– waar ouders het niet meer zien zitten en zichzelf en hun kinderen om het leven brengen,
– waar volwassenen kinderen bomgordels omdoen in naam van de Allerhoogste,
– waar kindsoldaten ingezet worden als kanonnenvoer,
– meisjes ontvoerd in een zinloze machtsstrijd.
Waar is dan die God die redt, die engel die er een stokje voor steekt?

Isaäc: ‘Hij die lacht’, betekent zijn naam.
Spreekt in die naam toch hoop en vertrouwen, ondanks
alles wat er gebeurd is, en wat er nu nog gebeurt en
altijd wel zal blijven gebeuren in deze door-God-achtergelaten wereld?

Als Christus gebroken;  Broken like Christ.

Door strijd tegen de wereldse overheersing, geholpen door Genade van God, kunnen mannen en vrouwen de staat van de Kerk-vaders bereiken en van aangezicht tot aangezicht met God leven.
Hoewel . . . we zijn geschapen voor een relatie met God, is een dergelijke intimiteit ongebruikelijk geworden.
Onderscheidingsvermogen is een verloren vermogen, want onze levens zijn gecorrumpeerd door op de wereld gerichte egoïstische zonde en trots.
Onze noëtische vermogens zijn verduisterd geraakt en
een directe ontmoeting met God blijft onze ervaringen  te boven gaan.

God manifesteert zich echter aan Abraham en Sara en
openbaart dat Goddelijke doorbraken plaatsvinden als gevolg van Zijn Genade.
Denk aan wat er met Saul is gebeurd: toen onze Heer en Verlosser hem ontmoette op zijn Migranten-weg naar Damascus Hand.9: 1-18, hij werd plots-klaps getransformeerd tot de apostel Paulus – wie had dat verwacht?
Hij trok zich terug in afzondering, worstelde [als Jaäcob met de engel om zijn hart te zuiveren] en kwam tevoorschijn als iemand die in vuur en vlam in de Heer, de wereld te lijf gaat Gal.1: 17.

In werkelijkheid komt onderscheidingsvermogen van God als
we worstelen om onze eigen nous te zuiveren.
Alleen dàn vormt, volgens de heilige Confos, de biechtvader de nous om
“door de mens van onwetendheid te ontdoen en te verlichten door Goddelijk Licht”. Indien we de Heer en Verlosser tegemoet treden voor reiniging,
kan ons noëtisch vermogen[als beeld van God] hersteld worden in haar natuurlijke staat.

Laten we goed kijken naar Abraham en Sarah, want
belangrijke voorwaarden zijn aanwezig in dit oude echtpaar.
In hen zien we een vertrouwen in God, gehoorzaamheid aan Zijn wil, en een toewijding aan Hem gaat vooraf aan het onderscheid tussen God’s actieve en besturende aanwezigheid in hun leven.

Het vertrouwen van Abraham in God is onvoorwaardelijk.
Zoals de kerkvaders ons uitleggen, toen
Abraham op zijn [aan-]gezicht viel en lachteGen.17: 17,
“hij lachte niet omdat hij God niet op Zijn woord geloofde, maar
zich verheugde omdat Hij het tot stand bracht, het toch maar voor hem deed”.
Hij is gehoorzaam Gen.21: 4 en bescheiden in de vreugdevolle overtuiging dat
God hem zal helpen bij het concipiëren van een kind,
een gebeurtenis die nooit heeft plaatsgevonden
gedurende vele jaren van zijn ver-ontwikkelde verworden huwelijk’s-leven.
Hij “lachte” en zei in gedachten:
  Zal een kind worden geboren voor een man die honderd jaar oud is?“ Gen.18: 17.

Door naar God herboren te worden is als het herstellen van een gebroken ladder naar de Hemel; Being restored to God is like mending a broken ladder to Heaven

De Heilige Johannus Climacos, de ascetische schrijver van ‘de Ladder’,
merkt op dat
een gelovige niet iemand is die denkt dat God alles kan doen, maar
iemand die gelooft dat hij alle dingen zal verkrijgen” [Ladder of Divine Ascent 27.68, blz. 208].
God overwint twijfel over het menselijk vermogen om onvruchtbaarheid van elke soort te overwinnen, door tegen Abraham te zeggen:
Is er iets onmogelijks met God?
Op de afgesproken tijd zal ik naar je terugkeren, in overeenstemming met de tijd van het leven, en Sarah zal een zoon hebbenGen.18: 14.

Vanaf zijn vroegste contact met God blijft Abraham gehoorzaam.
‘ Nu zei de Heer eens tot Abram’:
  Ga weg uit uw land
. . . ‘   Ik zal je zegenen en je naam groot maken ‘
. . . ‘   Toen vertrok Abram zoals de Heer tot hem had gezegd’
Gen.12: 1-2, 4.
Eenzelfde gehoorzaamheid is duidelijk wanneer
Abraham zijn zoon Isaäc besneed toen hij acht dagen oud was,
zoals God hem beval
Gen.21: 4.

Inderdaad, Abraham en Sarah zijn voorbeelden van de tot ascese oproepende woorden van de heilige Johannes Climacos:
Heilige nederigheid verkrijgt van God de boven-menselijke Kracht om
dertig-, zestig- en honderdvoudig vrucht te dragen” [Ladder 25.49, blz. 158].
En Sara zei: ‘God heeft me aan het lachen gemaakt;
allen die horen, zullen met mij lachen’Gen.21: 6.
Het zal toch niet waar zijn, maar:

Voor het aangezicht des Heeren beefde de aarde;
voor het aangezicht van de God van [Abraham Isaäc en] Jaäcob,
Hij veranderde de rots in poelen,
de harde steen in waterbronnen.
Niet aan ons, Heer, niet aan ons, maar
aan Uw Naam geeft U Heerlijkheid
om Uw Barmhartigheid en Waarheid.
Opdat niet de heidenen [en afvalligen]
zouden zeggen:
waar is hun God?
God is zowel in de Hemel als
op de aarde; zoals Hij het wilde,
is alles gemaaktPsalm 113 [114]: 7-11.
         Dit klinkt als muziek in de oren en muziek is een van de laatste dingen die
weg-ebben uit een afstervend brein, aldus een behandelaar van Alzheimer.
Op die àndere berg wordt de basis gelegd van een nieuw Verbond.

Transfiguratie, verheerlijking op de berg Thabor

Op hóóg Niveau wordt een definitief offer voorbereid en
besproken tussen Jezus, Mozes en Elia,
omkranst door God’s stralende nabijheid:
het offer van Jezus, zijn ultieme zelfgave.
Het hout op de schouders van Isaäk wordt
het Kruis op de schouders van onze Heer en Verlosser.
God zal Zichzelf offeren en elk ander offer voortaan overbodig maken.
Beproeving en angst zullen plaats maken voor vertrouwen: vertrouwen in Opstanding,
vertrouwen dat alle pijn, verraad, teleurstelling, zorgen, dood niet het laatste woord zullen hebben.

De reikwijdte hiervan is nauwelijks te bevatten.
Soms kun je er een glimp van opvangen.
Al te vaak wordt vertrouwen echter overschaduwd.
Misschien is het daarom dat Petrus geen drie tenten mag bouwen om zich te koesteren in God’s nabijheid, in Zijn Heerlijkheid.
Er is werk aan de winkel, hier beneden, met twee voeten op de grond, totdat elk kind, waar ook ter wereld, echt een kind van God kan zijn, geen kind voor de door de wereld veroorzaakte dood, maar kind van leven in God’s aanwezigheid.

Apolytikion
tn.2.  ”   Het aandenken der Grechten wordt gevied met hymnen.
Maar gij hebt het getuigenis des Heren, o Voorloper, want gij zijt in waarheid de grootste van de Profeten. omdat gij Hem, Die gij gepredikt ha, mocht dopen in de wateren.
Nadat gij gestreden had voor de Waarheid,  hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de hades:
dat God in het vlees is verschenen, om
de zonden van de wereld weg te nemen, en
ons de grote ontferming te schenken“.

NB. Deze maandag is het begin van de Apostel-vasten;
we kunnen er dus dubbel en dwars weer tegenaan.

1e Zondag ná Pinksteren – alle Heiligen en hun heiligheid wordt aan het Licht gesteld.

” Ik belijd voor de al-Machtige God en voor u allen, dat ik gezondigd heb”; “I confess before the all-Mighty God and for all of you that I have sinned”

    Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor Mijn Vader, Die in de Hemelen is;
      maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader, Die in de Hemelen is.
> Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en
wie z’n [haar] Kruis niet opneemt en achter Mij gaat, 
is Mij niet waardig.
> Daarop antwoordde Petrus en zei tot Hem:
    Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?’.
Jezus zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon van Zijn Heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël [de Kerk] te richten.
En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven.
Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten
Matth.10: 32,33; 37,38; 19: 27-30.

Martelaar om Christus in Utrecht; Martyr for Christ in Utrecht.

    Die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling van de  belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de

Martelaar te Brussel, levend begraven, Jan Luyken, 1597; Martyr in Brussels, buried alive, Jan Luyken, 1597.

Opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere Opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling
– de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in 
spelonken en de holen der aarde.

Herdenkingswake, uit solidariteit met alle Christenen,die als Martelaar zijn gedood, 18-4-18; Memorial vigil, out of solidarity with all Christians killed as Martyrs, 18-4-18.

Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof” Hebr.11: 33-12: 2a.

We hebben afgelopen maandag het feest van de Heilige Geest gevierd, het bij God ‘thuis’ komen en dinsdag het feest van de Heilige Drie-eenheid, beide feesten in navolging van de eerste Leerlingen, die de Heilige Geest ontvingen en vervolgens het fundament legden voor de Heilige Katholieke en Apostolische Kerk.
Er werd een grondslag gelegd voor een nieuwe ‘open’ cultuur, welke in de loop der tijd ondergesneeuwd is geraakt;
wij hebben ons zo blijkt in de loop der eeuwen gevangen laten nemen door de wereld, door de macht welke van de wereld uitgaat en hebben het alledaagse van de Kerk op een zijspoor gezet.
En juist de kleine cultuur van de Apostolische Kerk bevindt zich in ons alledaagse leven, want vooral in het alledaagse leren we te leven en de liefde te bewaren.
De Kerk is door onze Heer en Meester geroepen tot eenvoud, anders gezegd: tot ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’.
Eén God, één Kerk bestaat niet uit prelaten, die op alle fronten het voortouw nemen, die Kerk bestaat uit saamhorigheid ‘van onderaf‘.

Christus op een ezel, Catharijneconvent, Utrecht; Christ on a donkey, Catharijneconvent, Utrecht

Het Heilige van de Kerk berijdt een ezeltje en laat zich niet met pracht en praal, in rijke kleding op een uit-gedost paard de poort van het Hemels Koninkrijk binnenvoeren.
Dan volgt de al-oude Profetie:
      Alle volkeren zijn samen vergaderd en de natiën hebben zich verzameld.
Wie onder hen kondigt dit aan en doet ons het verleden horen?
Laten zij hun getuigen voorbrengen, opdat
zij in het gelijk gesteld mogen worden en
men het zal horen en zal zeggen
[uitroepen] . . . Het is Waarheid’.
Gij zijt, luidt het woord des Heren, mijn getuigen en mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat gij het weet en in Mij gelooft en inziet, dat Ik dezelfde ben;
vóór Mij is er geen God geformeerd en ná Mij zal er geen zijn;
Ik, Ik ben de Heer, en buiten Mij is er geen Verlosser.
Ik heb verkondigd, verlost en doen horen, en ben geen vreemde onder u; gij toch zijt mijn getuigen, luidt het woord des Heren, en Ik ben God.
Ook voortaan ben Ik dezelfde en niemand redt uit mijn hand. Ik werk, en wie zal het keren? Zo zegt de Heer, uw Verlosser, de Heilige van IsraëIIsaiah 43: 9-14a.

Onze Heer en God verkondigt: ‘Ik de Heer, uw Heilige, de Schepper van Israël [de Kerk], uw Koning’ en Mijn Naam is heel eenvoudig ‘Gezalfde’, de Christus en ‘Ik ben gekomen om jullie met Mijn Kracht en Schoonheid te bekleden’.

De verschijning van de heiligen
      En ten tijde, als God ze [de rechtvaardigen (Matth.13: 43)] zal bezoeken,  zullen zij helder schijnen, heen-en-weer varen als vlammen over de stoppels. Zij zullen volkeren oordelen en heersen over alle natiën; en de Heer zal eeuwig over hen heersenWijsheid van Salomo (over de tyrannen) 3: 7.
      Zij worden een weinig getuchtigd, maar veel goeds zal hen getoond worden, want God testte ze [beproefde ze] en vond ze waardig van zichzelfWijsheid van Salomo (over de tyrannen) 3: 5.
De Kerk erkent slechts wat God al niet allemaal duidelijk heeft gemaakt.
Hier op aarde houden de gelovigen nooit op met voor de heiligen te bidden, net
als voor onze andere heen-gegane geliefden en in plaats daarvan worden voor hen gebeden in de kerkelijke voorbeden , opdat ze in de Hemelen geëerd en gezocht worden.
Wetende dat de heiligen waardig worden gevonden in God’s ogen, keren we ons tot hen in onze nood ten opzichte van hen die het voorrecht van rechtvaardigheid met Hem hebben.
Hun gebeden gaan hemelwaarts en schijnen, heen-en-weer, varen als vlammen over de stoppels naar naar de Heer toe en ontsteken aldáár Zijn Genadegaven voor de stoppels van ons leven, hoe hopeloos onze situatie ook mag lijken.
        Wat de uiterlijke schijn betreft leken de levens van de heiligen in de ogen van folteraars en spotters in hun tijd voorzeker verspild of lichtzinnig, maar ‘ in Waarachtigheid’ verbleef hun hart en ziel stevig ‘geborgen in de hand van God’
Wijsheid van Salomo (over de tyrannen) 3: 1.
         In het ‘door God gesteund besef’ is elke aantijging – al is dit van de hoogste prelaat van de Kerk – ‘in stilte’ te dragen; heiligen blazen niet hoog van de toren, die glimlachen en buigen diep voor elke onvolkomenheid, die zij aanschouwen.
Geen enkel kwelling raakt hen of brengt hen van hun stuk, de levens van heiligen laten zien dat onze huidige [wereld’se en verwereldlijkt kerkelijke] realiteit niets anders is dan rook en damp en dat slechts de rechtvaardigen in de kerk ‘dè’ overwinnaars van Christus zijn.

De kerk [de hoeveelheid aan grote gebouwen] verdwijnt, maar het Christelijk Geloof gaat niet verloren.
Volgens recente rapportage van het CBS [Centraal Bureau voor de Statistiek] en het CPB [Centraal Planbureau] verdwijnt de kerk in rap tempo uit het Nederlandse landschap.
De Kerk van de heiligen en de rechtvaardigen in Christus weten wèl beter, die weten dat de Kerk van Christus niet in stenen zit, niet in nationalistische teruggetrokken gemeenschappen, niet in prelaten, die een veel te grote broek aan trekken en hoog van het torentje blazen. De Kerk manifesteert zich in de eenvoud van leven in Christus.
Het Woord spreekt door het woord ‘Genadegaven’ van God, God spreekt tot de mensheid [het volk in Nederland en daarbuiten] via de eenvoudige mensen, die een belangeloze niet verschuldigde liefde tot de medemens opbrengen en aan de dag leggen.
Waar kom je dat dan tegen?
Dàt kom je absoluut ‘niet’ tegen in feodaal Brussel of vanuit een positie, die je
jezelf hebt toegeëigend in het centrum van de macht [Brussel, Den Haag].
Dàt kom je absoluut ‘niet’ tegen wanneer je tegen een van je spelleiders zegt, die migrantenkerken, die kerken onderweg naar het Hemels Koninkrijk, die naam staat mij niet aan, dáár doe ik niet aan mee, dáár distantieer ik mij van – ‘wij’, hebben onze eigen [nationalistisch] georiënteerde structuur, cultuur.
Wie Mij en [Mijn cultuur] verloochenen zal voor de mensen, die
zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader, Die in de Hemelen is
”.

De Kerk verschijnt [onder de mensen] , licht op, waar ‘dè’ navolger van Christus ‘de eenvoud’ uitstraalt.
  Aldus heb ik tot U gesproken en heeft droefheid uw hart vervuld.
Doch Ik zeg u de Waarheid’:
Het is beter voor u, dat Ik heenga [en Mij van de wereld distantieer].
Want indien Ik ‘
niet’ heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar
indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden
John.16: 6,7.
Onderken je de Goddelijke, de vaderlijke belangen?
Zie je Zijn liefdadigheid zonder een hoop praten, praten, praten en stapels papier?
Onlangs werd Christus opgenomen in de Hemelen, zit Hij op de Koninklijke troon over de koningen, aan de rechterkant van de Vader.
Maar met Pinksteren heeft Hij ons als een geschenk
de gaven van de Heilige Geest gezonden en
heeft ons daarmee gepaard gaand oneindig veel
hemelse goederen meegegeven.
Wat zijn de gaven van de heilige Geest?;
de vrucht van de geest, de charismata, de geestesgaven?
            de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid,
vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing
Gal.5: 22.
      Van deze bron gaat van Christus, een schat aan profetie uit en gaven van genezing en alle andere mogelijke zaken, die de Kerk van God behoren te sieren
door  de komst van de Heilige Geest.
En Paulus schreeuwde het uit en zei:
            Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, Die 
een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij Wil.
Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, een lichaam vormen, zo ook Christus; want door één Geest zijn wij allen tot één Lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt”
1Cor.12:11-13.
            En onze Heer en Verlosser zei in Zijn onderwijs
[Pedagogie]:
  Wacht u voor de schriftgeleerden, die gesteld zijn op het wandelen in
lange gewaden en op begroetingen op de markten, en op erezetels in
de synagogen en eerste plaatsen bij de maaltijden, die de huizen van de
weduwen opeten en voor de schijn lange gebeden uitspreken
dezen zullen een zwaarder oordeel ontvangen.
         En Hij ging tegenover de offerkist zitten en zag met aandacht, hoe
de schare kopergeld wierp in de offerkist. En vele rijken wierpen er veel in.
En er kwam een arme weduwe, die er twee koperstukjes in wierp, dat
is een duit
[voor haar een vermogen,
voor de ander van weinig belang]” Marc.12: 38-42.
Van een toezichthouder mag je als navolger van Christus ‘de eenvoud’ in de ‘veelkleurigheid’ van de kerken in Nederland onderweg verwachten, die in de wijken van de steden ‘God en mens’ met elkaar tracht te verbinden.
Hoezeer bemoedigt het ons te weten dat wij de nabijheid en de hulp van God niet dienen te verdienen door van tevoren ‘een curriculum vitae van voortreffelijkheid’ vòl in het thuisland behaalde -niet terzake doende- verdiensten en successen te laten zien; òf op voor-spraak van een prelaat een baantje in Den Haag, ten koste van de andere kandidaat trachten te verkrijgen.
        Het cruciale is onzichtbaar: hoe kinderen en adolescenten religie begrijpen’ [Lothar Kuld].
De engel zegt tot de Moeder God’s dat zij reeds Genade gevonden heeft bij God, niet dat zij deze in de toekomst via deze of gene zal verwerven.
        En deze formulering van de woorden van de Boodschapper God’s doet ons beseffen dat Goddelijke Genade, slechts onafhankelijk en permanent is,
niet iets is van voorbijgaande of tijdelijke aard en
absoluut ‘ – zonder aanzien des persoons is – ’, doch selecteert op
gepaste geschiktheid voor de beoogde functie.
Daarom zal een dergelijke houding nooit en te nimmer [door heimelijk gedrag van een hoger geplaatst persoon] verminderd of vertrapt behoren te worden.
Ook in de toekomst zal de Genade van God er altijd zijn om ons allen
transparant, communicatief en eerlijk’ bij te staan, vooral
in de ogenblikken van beproeving en duisternis.
      als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want
naar de inwendige mens verlustig ik mij in de Wet van God, maar
in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van
mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die
in mijn leden is.  Oh, i
k, ellendige mens!
Wie zal mij
[maar ook de Kerk] verlossen uit het lichaam van deze dood?
Rom.7: 21-24.

Het hier en het nu
Waar ik in dit verslag over de heiligheid van de Rechtvaardigen gewag van maak zijn de activiteiten van het SKIN.
Neen, het SKIN effect is geen wetenschappelijk-forum, geen wereld’s spelletje op de een het een of andere strijdtoneel; het SKIN is de Stichting Kerken in Nederland, een stichting, die kerken met elkaar verbindt in een samen werken als gevolg van de roep van God, aan degenen, aan wie de Zoon het wil openbaren.
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
      Waar vindt je in onze tijd mensen, die vermoeid en belast zijn en die hunkeren naar rust?
Neen, die vindt je niet in muffe ambtelijke hoofdstedelijke onderonsjes, maar verscholen tussen de kerkgangers van alle gezindten, die lopen niet te pronken met ‘belangrijk’ zijn, die zijn stilzwijgend [‘lijdend‘] aanwezig en verlangen in de stilte, de nederigheid van het hart, dat zij in de Kerk rust vinden en, ja, dat behoren zij dáár dàn óók te vinden.
En via vrijwilligerswerk lichten zij op, laten gebukt als zij gaan onder hun Kruis, Christus Licht zien in de eenvoud:
   zij helpen als vrijwilliger in de gaarkeukens, die voor ouderen en minderbedeelden opgezet zijn.
   zij helpen in de kringloopwinkels – als in de meest luxe boutieks – met het uitzoeken, sorteren van kleding en allerhande door de rijken afgedankte goederen.
   zij steken een hart onder de riem, bemoedigen de lijdenden en eenzamen aan de basis van de samenleving, die zij op hun christelijke weg ontmoeten.
   zij zijn een lach en een vriendelijk woord, hoewel zij als gerenomeerd vluchteling, als hoog-opgeleid, door werkgevers tegen het minimum loon als goedkope arbeidskracht worden ingezet. Zij klagen niet, zij buigen deemoedig het hoofd en laten zich alles welgevallen.
   Zij kleden zich en richten idem met ‘elan’ hun woningen in met -‘second hand’-goederen en zijn er nog trots op ook, dàt is wáár God Zijn werk doet, in alle eenvoud, maar daar hebben bepaalde prelaten totaal geen weet van.
   Geen enkele andere beslissingsgebeurtenis in het christelijk leven wordt voorafgegaan door een expliciete schriftuurlijke verwijzing naar
een ‘hele nacht in gebed tot God’ dan in situaties waarbij mensen gebruik dienen te maken van voedselbank, schuldsanering en nog andere mensonterende confrontaties in onze samenleving.

Diversiteit, verbondenheid en participatie
Het SKIN is een ‘
Samen Kerk In Nederland’ de onafhankelijke landelijke vereniging van christelijke kerken en geloofsgemeenschappen in Nederland, die onderweg zijn naar het Hemels Koninkrijk en als zodanig zijn wij christenen allemaal onderweg, welke christelijke denominatie je ook tegen komt.
Dit SKIN heeft met hart en ziel gezocht, wat de bestaande Kerk
nog altijd heeft niet gevonden [Prediker 7: 28]; in het SKIN hebben internationale kerken en migrantenkerken een landelijk gezicht en een aanspreekpunt gekregen.
Het SKIN heeft een ‘
kerkzoeker’ opgezet op internet, waarbij – in iedere stad- van Nederland, gelovigen en niet-gelovigen [mede-]christenen kunnen opzoeken ongeacht hun achtergrond, afkomst, taal of wat nog meer mogelijk is.
Het is een poging om tot verbinding te komen, tot gezamenlijkheid, tot één Lichaam van Christus, waarbij wij als navolgers van Christus gezamenlijk initiatieven kunnen opzetten – de ‘Blijde Boodschap’ kunnen uitstralen.
Werkelijk gezamenlijk ‘één’ zijn, begint van onderaf, vanaf de basis, in de straat waar je woont, in je directe omgeving, dáár wordt je geroepen Christus te volgen.
En die muffe kantoren, die centraal geleide hoofdstedelijke organisatie, die weten bij lange na niet ‘wàt’ er wel niet allemaal in den lande aan de basis van de Kerk aan werk wordt verzet, die zijn ‘actief’ met eigenheid, met eigen bloedgroep’s belangen, sluiten zichzelf op in al wat daar mee samenhangt.
Velen onder ons hebben het gevoel dat ze véél méér voor anderen kunnen doen, als je maar samen werkt.
Je bent op de één of andere manier alleen met jezelf, niet ongelukkig, misschien uitgeput door werk. De ‘ego val’ staat dan wijd open, is door de tegenstrever opgezet.
We ontsnappen hier slechts aan wanneer we werkelijk leren dat we nodig zijn als medemensen aan de basis van de samenleving. Het verheugt mij dat vele Roomse- en niet-Apostolische Kerken zich -‘wèl’- geroepen voelen zich bij het SKIN, de Kerk onderweg aan te sluiten. Zij die déze activiteit omzeilen/verzaken – zouden zich diep moeten schamen.

13-6-19 aftrap site: www.migrantenkerken.nl

Hoort, zegt het voort’, nu verjongend kerkelijk Nederland.
Kunnen we als Kerk nog creatief zijn?
Er was een tijd dat wij als kinderen God’s hier allen nog van doordrongen waren. In tijden van beproeving is het belangrijk om alle talent te laten herleven. Het SKIN nodigt een ieder uit in de wereld van God’s Schoonheid en neemt je bij de hand op weg naar de ontdekking van het ‘eigenheid’ vorm te geven aan de van God gegeven Genadegave [creativiteit], welke een pad in slaat naar een steeds grotere inzet tot medemenselijkheid:
https://kerkopdekaart.nl/skin?page434=1&size434=12

Bij: ‘Heer, ik roep . . . Vespers
tn.6.    De door de Geest sprekende Apostelen
verspreidden zich als Zijn trouwe werktuigen tot aan de grenzen van de aarde,
Om vanuit orthodoxe
[Gr.= ‘ὀρθός, (recht) & δόξα (lofprijzing)] overtuiging het zaad van de Heilige Boodschap uit te strooien.
Hieruit ontsproot door het werk van de goddelijke Landbouwer de schaar van de Martelaren, die het heilige Lijden tot uitbeelding brachten 
door het verduren van folteringen, geseling en verbranding.
Vrijmoedig spreken zij voor onze zielen”.

tn.6.    Brandend door het vuur van hun liefde tot de Heer,
toonden de Martelaren geen angst voor het kwellende vuur,
maar vlammend als de hemelse kool,
verbrandden zij het dorre hout van het hoogmoedig bedrog;
zij stopten de muil van de wilde dieren door hun geïnspireerde zang;
en met afgehouwen handen, sneden zij de slagorde van de vijand af.
Door het vergieten van de machtige stroom van hun bloed
hebben zij de Kerk met vruchtbaar water gedrenkt,
om haar te doen groeien in Geloof
”.

tn.6.      Zij moesten strijden tegen wilde dieren, zij werden geslagen met
het zwaard, met haken uiteengerukt, en afgrijselijk verminkt.
Maar al werden de standvastige Martelaren verbrand in het alles verslindende vuur, en ook al werden hun ledematen ontwricht,toch
verduurden zij dit met onwankelbare moed, omdat zij opzagen naar
hun toekomstig lot, naar de stralende kroon in Christus’ Heerlijkheid.
En nu bidden zij met vrijmoedigheid tot Hem voor onze zielen
”.

tn.6.   Laat ons met heilige liederen hen prijzen, die aan alle
grenzen voor het Geloof hebben gestreden:
Apostelen, Martelaren, door God ontvlamde priesters, verlichte vrouwen:
want het aardse wet met het Hemelse verenigd, en
door hun lijden hebben zij door Christus’ Genade
de hartstocht-loosheid verkregen.
Nu schijnen zij over ons als stralende sterren, en
vrijmoedig smeken zij voor onze zielen
”.

            Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest

tn.6.    Goddelijk koor van de Martelaren, Grondslag van Zijn Kerk,
die werkelijk Christus’ woorden hebt volbracht; gij hebt de opengesperde muil van de hel gesloten, het vergieten van uw bloed heeft de afgodische plengoffers doen opdrogen; uw vermoording bracht een menigte gelovigen voort;
gij hebt zelfs de Hemelse Machten verwonderd doen staan.
Nu wordt gij gekroond voor God’s aangezicht; smeek zonder ophouden tot Hem
voor het behoud van onze zielen
”.

            Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN”.

tn.8. Ob.    De Koning van de Hemelen verscheen uit liefde tot
de mensen op aarde en wandelde onder de mensen, want uit
de reine Maagd vlees aangenomen hebbend, is Hij
uit haar voortgekomen als de Zoon, tweevoudig van natuur, maar één in Persoon.
Terwijl wij Hem verkondigen als volkomen God en volkomen mens, belijden wij Christus als onze God.
Smeek tot Hem, o Maagdelijke Moeder, om te redden onze zielen
”.

Apolytikion
tn.4.    Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid met
het bloed van Uw Martelaren als met byssos en purper; en
door hen roept tot U, Chrisus God:
‘Zend over Uw Volk Uw Barmhartigheid neer;
schenk Vrede aan Uw wereld, en aan onze zielen de grote Genade’
”.

Kondakion
tn.8. 
  Als eerstelingen-offer van de natuur offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal, de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe Vrede Uw Kerk, Uw woning onder
de mensen, en bescherm haar door de Moeder God’s Barmhartige
”.

    Het loon van de deemoed [de vreze des Heren] is
rijkdom
[ook al bezit je geen duit], eer en leven.
Dorens en strikken liggen op de weg van de verkeerde; wie
zichzelf wil bewaren, blijft daarvan ver verwijderd.
Oefent de kinderen volgens de eis van Zijn weg, ook
wanneer zij oud geworden zijn, zullen zij daarvan profiteren”.
Spreuken 22: 4,5,6

8e dinsdag van Pascha – de derde dag, van de Heilige Drieëenheid.

    En de Heer en Verlosser trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het Volk.
En het gerucht van Hem drong door tot in geheel Syrië; en men bracht tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, gekweld door allerlei ziekten en pijnen, bezetenen en maanzieken en verlamden, en Hij genas hen. En Hem volgden vele scharen uit Galilea en Dekapolis en Jeruzalem en Judea en het Over-Jordaanse.
Toen Hij nu de menigte mensen zag, ging Hij de berg op en nadat Hij Zich had neergezet, kwamen zijn discipelen tot Hem.
En Hij opende zijn mond en leerde hen, zeggende:
    Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
   Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
   Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
   Zalig die hongeren en dorsten naar de Gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
   Zalig de barmhartigen, want hun zal Barmhartigheid geschieden.
   Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
   Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
   Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
   Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de Hemelen; want alzo hebben zij de profeten voor u vervolgd.
Jullie zijt het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden“ Matth.4: 23- 5: 13.

Apostel Paulus onderwijst

    Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen Apostel, afgezonderd tot verkondiging van het Evangelie, de Blijde Boodschap van God, dat Hij tevoren door Zijn Profeten beloofd had in de heilige Schriften – aangaande Zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de Geest der Heiligheid door Zijn Opstanding uit de doden verklaard God’s Zoon te zijn in Kracht, Jezus Christus, onze Heer, door wie wij Genade en het Apostelschap ontvangen hebben om Gehoorzaamheid van het Geloof te bewerken voor Zijn Naam onder al de heidenen, tot welke ook gij behoort, geroepenen van Jezus Christus –  aan alle geliefden van God, geroepen Heiligen, die te Rome zijn: “ Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.
>      Doch ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat ik dikwijls het voornemen heb opgevat tot u te komen – waarin ik tot nu toe verhinderd ben – om ook onder u enige vrucht te hebben, evenals onder de andere heidenen.
Van Grieken en niet-Grieken, van wijzen en onwetenden ben ik een schuldenaar.
Vandaar mijn bereidheid om ook u te Rome het Evangelie, de Blijde Boodschap te brengen.
Want ik schaam mij vanwege het Evangelie, de Blijde Boodschap van God niet; want het is een Kracht van God tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. Want Gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit Geloof tot Geloof, gelijk geschreven staat: De Rechtvaardige zal uit Geloof leven“ Rom.1: 1-7,13-17.

    Dit nu is het Gebod, dit zijn de Inzettingen en Verordeningen, Die de Heer, uw God, bevolen heeft u te leren om die na te komen in het land, waarheen gij zult trekken om het in bezit te nemen, opdat gij de Heer, uw God, vreest door al Zijn Inzettingen en Geboden te onderhouden, Die ik u opleg, gij en uw zoon en uw kleinzoon, al de dagen van uw leven, en opdat gij lang zal mogen leven.
Hoor dan, Israël {Kerk], en onderhoud ze ijverig, opdat het u wel ga, en opdat gij zeer talrijk wordt, zoals de Heer, de God van uw vaderen, u heeft toegezegd, in een land, vloeiende van melk en honing.
Hoor, Israël [Kerk]: de Heer is onze God; de Heer is één! Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.
Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn,  Gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat.
Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn, en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten“ Deut.6: 1-9.

“De triomf van de Drie-eenheid” beeldt
de perfecte eenheid in de gemeenschap van de mensheid uit.

Het leven in de wereld is als een samenleving en heeft als resultaat de intimiteit van de relatieve met de ander.
Een mens kan niet overleven zonder de ander, niet als individu, maar ook niet als groep van individuen.

De doctrines van de Kerk, als Lichaam van Christus, van navolgers van Christus, haar leerstellige Pedagogie,  is geen theoretische formaliteit betreffende God, maar ze geeft aan God en alles wat met God samenhangt op een menselijke manier uitdrukking.
De Kerk, het Lichaam van Christus maakt daarbij gebruik van de menselijke rede, haar ervaringen in het leven en de historie van de Kerkelijke Gemeenschap.
De kerk is niet alleen een historisch, religieus instituut dat de religieuze ervaring van een volk bewaart, maar het dringt in het leven van de wereld door, in de schepping, in de mens en in zijn relaties, het leven en de Waarheid, kortom de Essentie van de Drie-enige God.
De Kerk is een vergadering van mensen, die dezelfde weg gaan, Die Zich actief inzetten voor de wederopbouw van de wereld en de mens vanuit het bestaan en leven van de Drie-enige God.
Het leven van de Drie-enige God werd aan ons geopenbaard, is aan ons geopenbaard, ons gegeven door het feit dat Christus, door Zijn incarnatie is Hij mens gewordein, heeft Hij Zijn Kruis ondergaan, en heeft daarop volgend Zijn Opstanding verworven zodat wij allen zijn gered en is Hij vervolgens door Zijn Hemelvaart naar de Vader teruggekeerd.

Christus wordt ons in de Kerk gegeven door de aanwezigheid, het handelend optreden en energie van de Heilige Geest, Die “het instituut van de Kerk verzamelt en bijeen houdt” tot één vrijwillig toegankelijke existentiële
[met betrekking tot het bestaan van] gemeenschap van vrijheid.
God is leven en dit uit zich in het Leven van de Drie-enige God, de relatie en de gemeenschap van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, welke de mens kan ontmoeten door het Mysterie en de daadwerkelijke deelname aan de Goddelijke Liturgie.
Hierin herkennen we God als de Vader, we aanvaarden de gave van onze aanname als kind van God door Zijn Zoon en delen in de overweldigende Genadegaven van de Heilige Geest.
We krijgen het als geschenk en tegelijkertijd vormt het de opdracht om
zowel in onszelf als in de wereld te getuigen van het leven als een samenleving en relatie, als co-existentie, als overwinning en acceptatie, welke zich uit als een
samen delen in een huwelijk ter bevestiging van het Verbond wat men met God “is” aangegaan.

In een wereld van eenzaamheid, existentiële impasses, van egocentrisme en overconsumptie, geeft Pinksteren de manifestatie weer van de Heilige Drie-eenheid en is een dynamische uitdaging en uitnodiging overschrijding van onszelf en de toegankelijkheid van het leven van de Drie-ene God, in het bijzijn van zijn medemens, als zodanig wordt respect en bescherming van de schepping geopenbaard.
Als de Kerk dit beslissend moment, dit “zout der aarde (van het leven)” verloren laat gaan zal zelfs het eenvoudig onderhouden van een instelling – zoals zij religieus is ingesteld, door slechts te voldoen aan de instinctieve menselijke neiging om zich religieus te uiten -,  haar de kans ontnemen om deel te nemen aan het leven van de drie-enige God door in liefde te leven, en als samenleving te delen.

De Icoon van de Heilige Drie-eenheid welke door de monnik Andrej Roebljov voor het eerst werd geschreven, geeft uiting van een God’s aanschouwing en geeft met vorm, kleur en stijl op de meest expressieve en dynamische manier uitdrukking over de drie Engelen welke in de gastvrijheid van Abraham werden aanvaard en geven uitdrukking van bovengenoemde Waarheid in dit Geloof, dit Leven van de Kerk.

Het bestaan van God en de mens als een overwinning van de individualiteit,
als een samengaan en leven en acceptatie van de Ander, als een leven met de ander [de naaste].

De weergave van de Personen, die van de Zoon en de Heilige Geest welke Zich tot de Vader wenden, Zich naar Hem toe bewegen, geeft de “bron van het leven” weer, welke wij “Abba“, “Vader” mogen noemen.
Ieder levend mens  ervaart dat hij/zij slechts leeft voor anderen.
Niemand kan worden gezien als gescheiden van de andere twee Personen.
Iedereen leeft het leven van anderen en geeft zich volledig over aan anderen op
een dusdanige wijze dat elk van de personen als de Drie-eenheid gelijk is aan de anderen.
De mens, die door het hun gegeven Woord in Christus gelooft, 
opdat
alle mensen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Christus en Christus in de Vader,
dat ook wij in Hen zijn; opdat de wereld zal geloven,  dat de Vader Christus gezonden heeft
conf. John. 17; 20,21.

De overweldigde Heilige Drievuldigheid, stelt slechts voor ieder mens  roem, eer en glorie in het vooruitzicht, Het Koninkrijk der Hemelen.

Het scheppingsverhaal in Genesis geeft in woorden een omschrijving van God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest [Gen.1: 1,2 etc.; in Job 26: 13; 33: 4; Psalm 104[105]: 29,30; en Psalm 33[34]: 6] wordt de actieve ondersteunende rol van de Heilige Geest in de bovennatuurlijke schepping van de aarde weergegeven.
Terwijl de Blijde Boodschap, de Schrift, de Bijbel duidelijk God de Vader en Zijne Goddelijke Zoon, Jezus Christus, als actief in de schepping van de wereld vermeldt [Jesaja 64: 8, Col.1: 16, 17], is ook de Heilige Geest aanwezig, hoewel op een subtielere manier.
De Geest verschijnt niet als de centrale speler in de weergave van de schepping.
In plaats daarvan “zweeft” Hij over de leegte, en door Zijn bewegende Gestalte is Hij aanwezig bij het  ontstaan ​​van het leven op deze aarde.
Het Hebreeuwse woord
מרההפת [Merahepeth] voor “‘óver’-gaan” of “zweven” voorbij het oppervlak van de aarde dat in Gen.1: 2 wordt gebruikt is hetzelfde woord dat wordt gebruikt in Deut.32: 11, waar God wordt vergeleken met een arend die zweeft over zijn nest jonge dieren.
De Heilige Geest is nauw betrokken bij het creëren van leven op deze aarde en zorgt voor de nieuw gecreëerde levende wezens zoals een arend zou doen voor zijn jeugd.
Allen verwachten van U, dat U hun voedsel geeft te rechter tijd.
U geeft het hun en zij zamelen in; U opent Uw genaderijke hand en
vervuld alles wat leeft met zegen.
Maar als U Uw aangezicht afwendt, dan worden de mensen verbijsterd,
U neemt hun adem weg en zij bezwijken; zij keren terug tot hun stof.
U zendt Uw Geest uit en zij worden herschapen: U maakt nieuw het aanschijn van de aarde
” Psalm 103[104]: 28-30.
Dit wekt de geestelijke voorstelling op dat de schepping alleen mogelijk is/was en zo zal blijven plaats vinden door het werk van de Heilige Geest en dat Deze tijdens dit proces een actieve rol speelde, speelt en zal blijven spelen.

Vervolgens kennen wij allemaal de grote opdracht aan de mens:
Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelfMatth.22: 37,38.
Onder vrome Joden is de bekendste regel van de Blijde Boodschap, van de Schrift;
Hoor, Israël [de Kerk], de Heer, onze God, is een Heer.
Je zult de Heer, je God, liefhebben vanuit je hele hart, vanuit
je hele ziel en [vanuit alle macht] vanuit je hele krachtDeut.6: 4-9;11: 13-21, en Num.15: 37-41, hetgeen het Sjema wordt genoemd.
Ze vormen een belangrijke liturgische tekst van de synagoge-eredienst en
kunnen in het Hebreeuws met slechts vijf woorden worden weergegeven:
Heer, onze God, Heer, echad“.
Het laatste Hebreeuwse woord, יחד, echad, heeft minstens drie betekenissen:
‘één’, ‘alleen’ en ‘uniek’.
Vanwege deze verschillende betekenissen [en omdat het Hebreeuws geen tegenwoordige-tijdvorm heeft van het werkwoord “zijn”], zijn er veel mogelijke vertalingen van de Sjema, die allemaal in het Hebreeuws worden geïmpliceerd.
Een hedendaagse rabbijnse geleerde biedt deze vertaling:
De Heer is onze God, en de Heer alleen;
de Heer is onze God, één ondeelbare Heer;
de Heer onze God is een unieke Heer;
de Heer is onze God, de Heer is uniek
Plaut, The Torah, blz. 1369.
Deze zelfde geleerde noemt de Shema
“een kostbaar juweel, in die zin dat het Licht van het Geloof
zijn woorden liet sprankelen met een rijke schittering van gevarieerde kleuren”.

Voor christenen is de tweede helft van de hierboven aangehaalde Deuteronomium-passage zelfs beter bekend, omdat deze in verschillende evangeliënpassages voorkomt [zie Matth.22: 37 en Luc.10: 27].
Het belangrijke punt, bij het vergelijken van al deze versies, is deze:
–  ‘liefde tot God’ is opgelegd aan Zijn Volk, zowel voor de Jood als de Christen en
deze liefde dient actief te worden uitgedrukt doormiddel van tastbaar gedrag.
Vandaar dat wanneer de Heilige Apostel en Evangelist Lucas Deut. 6: 5 citeert, de passage dient als de inleiding tot de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan van Luc.10:  25-37.
– een verhaal dat laat zien hoe Liefde tot God op een tastbare manier aan anderen tot uitdrukking wordt gebracht.

Cruciaal voor een juiste toepassing van de Shema en het grote Gebod om lief te hebben is het vers dat volgt:
Deze woorden die ik je vandaag gebied,
zullen in je hart en in je ziel zijnDeut.6: 6.
De logica van Het Woord van God dicteert dat “de liefde van God zonder gehoorzaamheid aan God geen liefde is“.

God verwacht zeker van ons dat we handelen naar Zijn Geboden. Daarom eist onze Heer en Verlosser van ons een op het hart gericht, voortdurend besef van Zijn Geboden.
Als de liefde van God echt is gevestigd in onze harten en zielen, zal dit ons zeker leiden om God’s gebod te gehoorzamen om van je naaste te houden als jezelf [Lev.19: 18; Luc.10: 27].

Overweeg deze gedachten aan de hand een andere Joods geleerde, die in de traditie van de leer van de Heer Jezus zijn:
Natuurlijk kan liefde niet worden bevolen.
Geen enkele derde partij kan dit bevelen of afpersen.
Geen derde partij kan, maar de Goddelijke is in staat.
Het gebod om lief te hebben kan alleen voortkomen uit
de mond van de Minnaar.
Alleen de minnaar kan en zegt:      Love Me!  ‘ – en dat doet hij echt.
In Zijn mond is het gebod om lief te hebben geen vreemd,
vreemd woord of gebod; het is niemand minder dan de stem van de liefde zelf!
The Torah, blz. 1374-5.
Ja en derhalve spreekt Christus ons aan met de stem van Liefde.

Tot slot, komt de vraag op, hoe zullen wij Orthodoxe Christenen de Profetische eis dienen te vervullen om:
    de geboden van de Heer aan uw kinderen te onderwijzen, en
. . . hierover met hen hierover te spreken wanneer je in je huis zit,
. . . òf terwijl je onderweg loopt
Deut.6: 7?
Waar je mee praat is je verstand of
ook wel je ‘onechte zelf‘ genoemd.

We zijn in water en in Geest geregenereerd en proberen dit vast te houden‘; ‘ We have been regenerated in water and in Spirit and are trying to hold onto this‘.

Indien echter deze woorden vanuit ons hart worden gesproken, zullen we ze zeker met onze kinderen delen op een manier die het verschil maakt, van hart tot hart.
Dan verwijzen wij niet langer de confrontatie vermijdend naar
het zwakke onderwijssysteem, maar nemen ‘zelf’ het initiatief!
Wij gaan samen aan tafel zitten en bestuderen met ons gezin het Woord!
Alleen op deze manier kunnen God’s geboden nog worden overgebracht met een zuiver en duurzaam resultaat. Alleen woorden uit het hart kunnen een ander hart binnengaan en zich daar vestigen.
Anders zal onze bespreking van Gods geboden slechts “hoofd [verstand’s] – praat” zijn en onze kinderen niet in staat stellen de woorden van het leven te omhelzen.
Dan hebt U behagen in de woorden van mijn mond;
de gedachten van mijn hart liggen open voor Uw ogen,
Heer, U bent mijn helper, en mijn Verlosser
Psalm 18[19]: 14,15 vert. ROK. ’s-Gravenhage.

8e Maandag van Pascha – dag van de Heilige Geest, bij God ‘thuis’ komen.

Pinksteren: « de Hemel komt vandaag naar de aarde »; Pentecost: «Heaven is coming to earth today» ;Πεντηκοστή: «Ουρανός ημίν γέγονε σήμερον η γη»

    Ziet toe, dat gij niet een dezer kleinen veracht.
Want Ik zeg u, dat hun engelen in de Hemelen voortdurend het aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de hemelen is.
[Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te behouden.]
Wat dunkt u?
Indien een mens in het bezit is gekomen van honderd schapen en een ervan raakt verdwaald, zal hij dan niet de negenennegentig op de bergen laten en heengaan om het dwalende te zoeken?
En gebeurt het, dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich over dat ene meer verblijdt dan over de negenennegentig, die niet verdwaald waren.
Zo bestaat bij uw Vader, Die in de Hemelen is, de Wil niet, dat een van deze kleinen verloren gaat.
Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen.
Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen.
Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa.
Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de Gemeente. Indien hij naar de Gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar.
Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de Hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de Hemel.
Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van Mijn Vader, Die in de Hemelen is.
Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden“ Matth.18: 10-20.

    Thans zijt gij licht in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht,
– want de vrucht van het Licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid -,
– en toetst wat de Heer wel behaaglijk is;
– en neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis,
> maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen,
> wat heimelijk door hen wordt verricht;
– maar als dat alles door het Licht ontmaskerd wordt,
– komt het aan de dag;
– want al wat aan de dag komt is licht.
Dááròm heet het:
    Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.
    Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
    Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de Wil des Heren is.
    En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest,
    en spreekt onder elkander in Psalmen, Lofzangen en geestelijke Liederen,
    en zingt en jubelt de Heer van harte
Eph.5: 8b-19.

    Daarom, zeg tot het huis van Israël:
‘ Zo zegt de Heer der Heerscharen: niet om uwentwil doe Ik het,
o huis van Israël [Lichaam van Christus, de Kerk], maar om Mijn Heilige Naam, Die gij ontheiligd hebt onder de volken in wier gebied gij gekomen zijt.
Ik zal Mijn grote Naam
Die onder de volkeren ontheiligd is,
Die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en
de volkeren zullen weten, dat Ik de Heer ben,
luidt het Woord van de Heer der Heerscharen,
wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u de Heilige zal betonen.
       Ik zal u weghalen uit de volkeren en u bijeen vergaderen uit alle landen, en
       Ik zal u brengen naar uw eigen land;
       Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen;
Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven.
Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt.
Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u 
tot één God zijnEzech.36: 22-28.

Ik zal u weghalen uit de volkeren en
u bijeen vergaderen uit alle landenEzech.36: 24.
Dit grote verlangen zal menig verkondiger van de ‘Blijde Boodschap’ doen opspringen, terwijl deze een zucht van verlichting uit het diepst van het hart doet ontspringen.
      Heer, redt Uw Volk en zegen Uw Erfdeel en
bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis
”.

Het verlangen van Joodse Gemeenschap over de gehele wereld voor een permanent vaderland is deels een gevolg van het Profetische werk van Ezechiël, die zijn leven in ballingschap in Babylon beëindigde.
De moderne zionistische beweging ontstond
halverwege de negentiende eeuw en
probeerde het land te beveiligen voor
Joodse kolonisten in Palestina.
Zij werden hierbij gesteund door de westerse mogendheden, hetgeen
tot veel misbaar in het Midden Oosten heeft geleid.
In het begin deden zionisten niet veel meer dan een paar geïsoleerde Joodse landbouw nederzettingen in Palestina.
Nadat het gebied een Brits mandaat werd, werd echter meer land aangekocht en
nam de immigratie toe.
Van 1929 tot 1936 leidden protesten van Palestijnse Arabieren – zowel christenen als moslims – tot het idee van opdeling.
Na de Tweede Wereldoorlog en twee lokale oorlogen kreeg Israël de volledige status. Grootschalige immigratie volgde en etnische spanningen namen alleen maar toe.

Het ‘nieuwe‘ Israël, de Kerk

Hoe begrijpen orthodoxe christenen, die het ‘nieuwe’ Israël [de Kerk] zijn,
het ware volk van God, de profetie van Ezechiël?
Hoe interpreteren wij’ “brengen u in uw land” Ezech.36: 24;
wanneer wij een wereldwijd volk zijn dat in veel landen leeft? Hoewel de eerste en laatste verzen van deze profetie spreken over land, houdt de Profetie zich in de eerste plaats bezig met Gods belofte om de harten van Zijn volk te transformeren door de Heilige Geest.
Het werk van de Geest in onze harten is wat ons in staat stelt
om ” in [Zijn] behoeften te wandelen. . .
bewaar [Zijn] oordelen en. . .
wees [Zijn] MensenEzech.36: 27-28.

Hemelse Koning, wij zijn het zout der aarde; Heavenly King, we are the salt of the earth.

Het gebed “Hemelse koning” is het openingsgebed bij veel van onze orthodoxe diensten, en
verklaart dat de Heilige Geest
“overal aanwezig is en alle dingen vult”.
Elk land valt onder de soevereiniteit van God; niets is meer dan Zijn Heerschappij en Voorzienigheid.
Waar we ook zijn, het land van de Heer is ons verplicht om de vervulling van de Geest te zoeken en  te trachten Gods genadige bestuur te volgen en te onderhouden.
Bovenal begrijpen we dat ‘àl het land‘ binnen het Koninkrijk van God ligt, dat
niet van deze wereld” is John.18: 36.
We betreden de grenzen van dit Koninkrijk
– wanneer we ons verzamelen als kerkgemeenschap;
– wanneer we verzameld zijn als Zijn volk, staat de Geest als bekend:
kom en verblijf [woon] in ons en
reinig ons van elke smet van de zonde“, zoals
dit gebed verder onthult.
In feite, als God ons ‘niet‘ reinigt en in ons woont, zijn wij niet de Kerk,
Die Zijn Blijde Boodschap verkondigt, Zijn Wil nastreeft.
Zijn vernieuwende en zuiverende werk wordt het duidelijkst in het Mysterie [Sacrament] van de Doop, want daardoor schenkt God ons
een nieuwe geboorte door water en de Geest“.
Door Zijn activiteiten zijn we in staat afgoden en valse goden van ons af ​​te stoten die onze harten vervuilen en scheiden wij van God,
ons verlaten om blindelings te tasten in het koninkrijk van buitenaardse wezens.

Levend Water, Living Water, Ζωτικό νερό, ليفند المياه.

De Mysteriën [Sacramenten] Die in de Kerk worden ontvangen, zijn ‘hèt’ middel waardoor God ons een hart van vlees geeft en Zijn Geest in ons plaatst Ezech.36: 26-27.
Dááròm bidden we bij elke viering van de Goddelijke Liturgie de Heer om
Uw Heilige Geest neer te zenden
– niet alleen over de “gaven die hier worden verspreid“, maar óók “op ons“. . . tot de gemeenschap van de Heilige Geest,
tot de vervulling van het Koninkrijk der hemelen,
tot vrijmoedigheid jegens U, en
niet tot oordeel of tot veroordeling.
Alleen op deze manier kunnen wij uw oordelen bewaren en doenEzech.36: 27.

Terwijl de Joden nog steeds proberen hun “eigen land” hier op aarde te
vestigen door middel van menselijke kracht, zijn
‘wij’ als ná-volgers van Christus, gezegend om het Koninkrijk in onze harten te kennen, waar God regeert, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
Wij worden door de kracht van de Geest in staat gesteld:
te wonen in het land [dat God] aan onze vaderen heeft gegeven“, want
Wij zijn Zijn Volk en Hij is onze God Ezech.36: 28,
de hele Heilige Geest, die voortkomt uit de Vader en
door de Zoon op ons komt, redt en heiligt allen die
u kennen als God, Leven en Leven-schenker
”.
uit: Hymnen van Pinksteren

Uiteraard zijn er soms echter problemen, die wij niet alleen kunnen overwinnen.
Hoe hard wij ook strijden en het opnieuw proberen, wij kunnen maar niet tot
een oplossing komen.
Gelukkig, kunnen wij op zulke momenten,  gerust op God vertrouwen.
Maar wat kan het Geloof in de praktijk voor iemand doen?
Geloof nu is zekerheid èn ‘zekerheid is Kracht [uit den Hoge]!’.

Wij kunnen dit constateren door de problemen, waar
men tegen aan loopt door gebrek aan zekerheid:
* Negatieve gedachtes en gevoelens.
* Niet in staat zijn om belangrijke beslissingen te nemen.
* Niet zeker zijn van eigen zaak.
* Geen zelfvertrouwen uitstralen.
* Minderwaardigheidscomplex.
En dergelijke.

Onze Heer en Verlosser sprak over deze innerlijke Kracht:
Maar gij zult Kracht ontvangen
wanneer de Heilige Geest over u komt
“ Hand.1: 8.

Indien iemand zich dàn bij jou afvraagt:
Heb je de Heilige Geest ontvangen?’,
dàn mogen jouw ogen gaan schitteren van blijdschap,
dàn mag jouw hart gloeien van overtuiging en zekerheid.
Dàn mag je uitspreken: ‘Ja, dat mag ik, God zij dank, wèl zeggen:
Ja, ik geloof in de Heer, als mijn Koning en mijn God!”’
Dat kan alleen maar omdat de Heilige Geest in je woont en
die jou de Geloof’s-belijdenis steeds weer opnieuw in jouw oren fluistert
en jouw lippen daarmee aanraakt.
Dàn is er wel iets bijzonders aan de hand met de mensen die Paulus ontmoet in Ephese.
We lezen in Handelingen dat Paulus daar in contact komt met enkele leerlingen,
bij wie hij aanleiding vindt om de vraag te stellen:
    En hij zei tot hen: “   Hebben jullie de Heilige Geest ontvangen, toen jullie tot het Geloof kwamen? Doch zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een Heilige Geest is“ Hand.19: 2.
In het gesprek met deze mensen is voor hem duidelijk geworden dat
ze vanuit het perspectief van het christen-zijn ergens halverwege zijn blijven steken.
Ze waren al een eindje op weg, maar waren in een voorportaal gestrand. 

Dàt is toch eigenlijk wèl een beetje verwarrend.
Ze zijn ‘volgelingen van Christus’ en ‘hebben het Geloof aanvaard’,
staat er in de tekst en toch ontbreekt er iets.
Paulus ontdekt dat er lacunes in hun kennis zijn.

in alle eenvoud je kruis dragen

Zij blijken niet op de hoogte te zijn van een aantal cruciale zaken.
En met dat woord cruciaal duid ik inderdaad op de oorsprong van dat woord: “crux, kruis“.
Ze weten niet van Jezus’ Kruis en Opstanding‘ en van alle gebeurtenissen die daarna hebben plaatsgevonden zoals de uitstorting van de Heilige Geest.
Het blijken volgelingen van Christus, door Johannes de Doper en hebben de doop van Johannes ondergaan, een doop tot bekering van zonden.
Zij hebben zich destijds gecommitteerd om weer aan God toegewijd te zijn,
de weg der gerechtigheid te bewandelen en waren Johannes de Doper gevolgd tot diens gewelddadige onthoofding door Herodes.
Natuurlijk hadden ze van Johannes gehoord dat Jezus de Messias was die komen zou. En dat Christus de mensen zou dopen met vuur en in de Heilige Geest.
Dus over de Geest hadden ze wel degelijk ‘iets’ gehoord. Johannes had bovendien onze Heer en Meester aangewezen als het Lam dat de zonde der wereld wegneemt. Dus had Johannes de Doper niet nagelaten om Christus naar voren te schuiven. Johannes had gezegd:
Hij moet groter worden en ik moet kleiner worden’;
Ik ben niet waard om Zijn schoenriemen vast te maken…
Maar ná de dood van Johannes de Doper was hen mogelijk de schrik om het hart geslagen. Zij hebben misschien ook al de gevoelens van afwijzing bemerkt tegenover Christus en waren beducht zich bij Hem aan te sluiten.
Omdat ze voor hun ‘vrije en blijde leventje’ vreesden, zijn
zij op de vlucht geslagen en misschien na allerlei omzwervingen in
Ephese terechtgekomen, waar ze als een geïsoleerde groep van
ongeveer twaalf mannen een teruggetrokken bestaan hebben geleid, totdat
ze met Paulus in aanraking kwamen.
Duidelijk is in ieder geval wel dat Paulus hen nader moet onderrichten in
alles wat zich heeft voorgedaan in Gods heilsplan na de dood van Johannes de Doper.
Dàn volgt voor hen de waterdoop in de Naam van Jezus Christus, de Zoon van God, waarmee ze het ‘hele waarachtige‘ heilswerk van de Heer omarmen en bij de doop en Myronzalving  daalt de Heilige Geest op hen neer.
Wat er dàn gebeurt, doet denken aan de Pinksterdag in Jeruzalem.
Ze spreken in de taal van het hart en gaan profeteren. Wat een manifestatie van de Geest! Het Geloof in onze Heer en Verlosser, Jezus de Christus, onze Verlosser leidt onmiddellijk tot het ontvangen van de Heilige Geest.
Dit was in Ephese een soort van ‘klein’ Pinksteren!
De gave van de Heilige Geest is ten nauwste verbonden met het Geloof in onze Heer en Verlosser. Als de betekenis van Zijn Heilswerk in Kruis en Opstanding tot mensen doordringt en
zij dàt ook persoonlijk aanvaarden als betekenisvol voor henzelf,
dàn is het proces in volle werking dat zij de Heilige Geest ontvangen.
Dat is dan niet een ‘second opinion’ die pas na enige tijd, als
iemand allang tot bekering is gekomen op een Gelovige neerdaalt.
Neen, iemand ontvangt van meet af aan de ‘Genadegave van de Heilige Geest‘ en
is volledig ‘Christen’ en in staat al de Mysteriën te ontvangen.
De Heilige Geest werkt naar mijn bescheiden mening vanuit de oorspronkelijke getuigenis van de Apostelen niet in etappes.

    Meester neem dan onze smeekbeden aan en schenk de rust aan al onze vaders en moeders, broeders en zusters, onze kinderen en onze verwanten,
aan hen die met ons verbonden waren en aan alle ontslapenen in de hoop op van de Opstanding tot de het eeuwige Leven.
Schrijf hun namen in het boek des Levens.
Die welke hun zielen rusten in de schoot van Abraham, Isaäc en Jaäcob, in het Land der Levenden, in het Koninkrijk der Hemelen, in het Paradijs der geneugten.
Leid hen in Uw heilige woningen door de bediening van Uw stralende Engelen,
en doe ook hun lichamen opstaan op de vastgestelde dag,
volgens Uw Heilige en onfeilbare Beloften.
Want voor Uw dienaren, Heer, is er geen werkelijke dood wanneer
wij van ons lichaam scheiden en opgaan tot U, onze God.
Het is eerder een overgang vanuit het droevigst verdriet naar alles wat het hart kan verheugen:
Het is een opgaan in de Vrede en de Blijdschap.
En al hebben wij tegen U gezondigd, wees ons genadig,
want er is niemand zonder vlek voor Uw aangezicht, al had hij/zij nog zo kort geleefd.
Immers U alleen heeft zonder zonde op deze aarde geleefd, onze Heer Jezus Christus,
en wij hopen dat U medelijden met ons zult hebben en onze zonden zult willen vergeven.
God God, Vriend van de mensen, vergeef ons toch onze overtredingen die wij vrijwillig en onvrijwillig, bewust of onbewust, openlijk of in het verborgen, in daden en woorden of in gedachten, in ons gedrag of door onze geesteshouding hebben begaan.
Schenk kwijtschelding en vergeving aan hen die ons zijn voorafgegaan.
Zegen ons die hier tegenwoordig zijn;
verleen aan ons en aan heel Uw Volk een gelukkige  en vredige voleinding.
Toon ons Uw medelijden en mensenvriendschap op de dag van Uw verheven en angstaanjagende Wederkomst,
en maak ons dàn waardig om deel te hebben aan Uw Koninkrijk

uit: de kniel-gebeden uit de Vespers van Pinksteren.

De wereldse geest gaat overheersen
De wereldse geesten namen de hegemonie, het overwicht over van de kerkelijke machten; de Heilige Geest werd als het ware geleidelijk aan opzij geduwd.
Toezichthouders over de geloofsgemeenschappen welke als Apostolische opvolgers van de Kerk werden beschouwd, werden vanaf keizer Constantijn de Grote niet langer gekozen vanuit de ascetisch doorleefde abten van kloosters.
Steunde de vroeg-christelijke kerken op de grote Martelaren en de ascetisch levende monniken, die de basis vormden voor het toezichthoudend keurvorstendom van de Kerk, geleidelijk aan vormde de elite uit wereldse [wetenschap en machthebbers] de boventoon.
In de eerste eeuwen waren er vijf grote Patriarchaten: Alexandrië, Jeruzalem, Antiochië, Rome en Constantinopel. Gaandeweg werden er twee van hen belangrijker: Rome, omdat het de keizerlijke stad was en omdat haar ‘patriarch’  de directe apostolische afstamming van de heilige Petrus opeiste, met Constantinopel, die onder keizer Constantijn de nieuwe keizerlijke stad werd,
de zetel van regering voor het Romeinse Rijk.
Toen de keizer Rome verliet om naar Constantinopel te gaan, ging zijn gezag geleidelijk over naar de bisschop van Rome, die nu alleen stond voor orde en traditie in het westelijke deel van het rijk dat aan de barbaren uit het noorden was overgeleverd. Constantinopel, ondertussen, werd heel natuurlijk het grote centrum van het Oosten.
Deze twee grote aanzienlijken waren perfect in overeenstemming tijdens de strijd tegen de ketterijen en bij het samenstellen van de Geloofsbelijdenis van Nicea, waaraan tot op de dag van vandaag beide vasthouden.
Zij trokken echter de Apostolische hiërarchie naar zich toe en alle grote dogma’s van het Geloof.
Beider vervreemding kwam eerder voort uit politieke dan uit dogmatische verschillen, hoewel deze later [in 1045] als argument werden gebruikt tot de definitieve scheiding. De belangrijkste van de dogmatische discussies concentreerden zich rond het Filioque in de Geloofsbelijdenis:
[De westerse kerk verkondigt: “Wij geloven in de Heilige Geest die voortkomt uit de Vader en de Zoon …“;
terwijl de oosterse kerk verkondigt: “… De Heilige Geest gaat uit van de Vader en wordt aanbeden met de Vader en de Zoon”].
Het schisma kwam niet plotseling of met speciaal geweld tot stand, hoewel
er aan beide kanten veel betreurenswaardig en onchristelijk gedrag was.
Niemand kan eigenlijk een datum aan het schisma toevoegen.
Sommigen plaatsen het in 1054; anderen 400 jaar later in 1439, ná de mislukte conferentie van Florence.
Het is misschien een van de grote catastrofes van het christendom dat Oost en West uit elkaar vielen. De opmars van het grote moslimimperium was hier deels verantwoordelijk voor.
Bijna 500 jaar lang beweerde het Oost-Europa voor zichzelf, dat miljoenen zielen overspoelde en effectief scheidde van hun westerse broeders.

Dit is slechts een zeer korte schets van de historische feiten.
Maar de verklaring van de scheiding is niet alleen in de geschiedenis te vinden.
De oorzaken ervan liggen veel dieper, in de wederzijdse cultuur, de aard en mentaliteit van Oost en West, en in de verschillende interpretaties die ieder van hen dezelfde grondslagen aan van het Christelijk Geloof geeft.
De gewone gelovigen nemen echter niet langer genoegen met het beleid en het sturen van bovenaf. Men is niet tevreden met de inbreng van de ‘groten’, welke slechts praten, praten en nog eens heel formeel blijven praten – de stapels papier met wederzijdse commentaren stapelen zich op en compromissen worden ontzettend breed uitgemeten [stapels papier, boeken zijn er over volgeschreven]. Heel beleefd vinden onderling vergaderingen plaats, waarbij toch opnieuw de ‘groten’ zich als opnieuw van procesbeïnvloeding blijken te bedienen, maar zo werkt het niet bij de Heilige Geest in het Lichaam van Christus.
De Geest waait van onder af – daar blijkt zich veel méér onderlinge ‘nestwarmte’, onderlinge verbondenheid te bevinden, dan de grote heren ooit hebben kunnen vermoeden. Door op een ‘transparante’ wijze in de volkswijken samen te werken blijkt de dienst van God zich aan de wereld te openbaren.

Avondloos Licht, thuis komen

Hoor, Israël [Kerk], De Heer is onze God, de Heer is één . . .

Als Christenen lijken we vaak op wilde dieren die in gevangenschap zijn opgegroeid, uiteindelijk weer in de wildernis worden losgelaten en geen flauw idee hebben hoe wij – zelf – eten dienen te verzamelen en dus gaan wachten totdat iemand ons voedt.
Tot nog toe heeft de spelleider, de herder er uit mede-menselijke overwegingen voor gekozen om z’n christus-návolgers, z’n kudde in een blijvende afhankelijkheid relatie aan zich te koppelen.
Het enige wat hij voor ‘de toegewezen kudde‘ hiervoor behoefde te doen, was ervoor te kiezen dat zijn kudde afhankelijk zou blijven van de individueel gekozen bloedgroep.
Uit angst voor – ‘
shoppen’ – werd het aan de bloedgroep verbonden onderwijs gegeven en hun niet de middelen en toerusting gegeven om ‘zichzelf‘ te voeden.
Dat is geen moeilijke weg om te bewandelen en het streelt de ego en maakt gebruik van het gegeven dat mensen inherent ‘luie kudde-dieren‘ zijn en kiezen voor de gemakkelijkste en comfortabelste weg.
Het is vanzelfsprekend gemakkelijker en comfortabeler afhankelijk te zijn van een professional en slechts te luisteren,
dàn dat je je eigen verantwoordelijkheid op je neemt en zelf je eigen voedsel leert verzamelen.
Kort door de bocht kun je stellen dat we binnen de huidige -‘bloedgroepen-Kerk‘- vooral bezig zijn om mensen klein en afhankelijk van ons te houden. We geven ze zondag’s een woordje/een preek mee die ze halverwege de week grotendeels weer zijn vergeten, zodat ze elke zondag weer opnieuw hunkeren naar goddelijk voedsel.
Maar zó was het ‘niet’ in de vroeg-christelijke Kerk, de vroeg-Christelijke Kerk was een waarachtig navolger’s-schap van Christus van Martelaren en ascetisch ingestelde christenen. Dáár was de zondag’s-plicht niet vervuld ná de wegzending op het ambon [altaar, preekgestoelte].
In de de vroeg-Christelijke Kerk was het navolger’s-schap onafgebroken verbonden met de Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer.
Dáár werd onafgebroken onderwijs gegeven door de dagelijkse Metten, de uren, de Vespers en de Completen; van de ochtend-ontwaken tot het avond-slapen-gaan werd de mens geïnspireerd en bij ‘de les‘ gehouden.
Op die wijze werd door de Kerkvaders, opvolgers van de oud-testamentische profeten,  de doorleefde asceten aan de navolgers van Christus geleerd hoe ze het Woord van Christus, Zijn Blijde Boodschap, Zijn Pedagogie zouden kunnen omzetten in daden.
Naast het feit dat zij zich bedienden van het reciteren van het Woord en de Psalmen hadden zij in de aanbidding totaal geen behoefte aan wereldse instrumenten als ‘het orgel’ of als er ‘een goede band of koor‘ op het podium staat;
de menselijke stem is hoe slecht het soms ook klinkt het beste instrument in God’s ogen.
Zij leerden de Christenen datgene wat zij dagelijks – van uur tot uur – nodig hebben om te kunnen over-‘leven’; de voorgeschreven teksten van de diensten en hymnen gaven het benodigde onderwijs.
Natuurlijk gebeurt het afwijken van de oorspronkelijke gedragslijn heden-ten-dage niet bewust ook dàt is historisch door menselijke bemoeienis [zie boven] gegroeid.
In geen enkele christelijke gemeente is men zo vals/gemeen dat er een jaarlijkse vergadering van de leiding wordt gehouden waarin ze mèt en ònder elkaar nieuwe plannen bedenken om mensen klein en afhankelijk te houden.
We doen dit echt niet bewust, maar soms – ‘doen‘ – we dit helaas – ‘wèl‘ – en hoe is het mogelijk dat dit fenomeen onder zulke hooggeplaatste heren stand heeft kunnen houden?     

Transfiguratie – μεταμόρφωση

De Heilige Geest waait waarheen Hij wil; de Heilige Geest volgt in de Blijde Boodschap van de mensgeworden Zoon God’s wil; Het is God een welbehagen geweest alle dingen die de mens-geworden Zoon door de Vader is overgegeven de Vader te leren kennen en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren.
Geef ons heden ons dagelijks Brood” bidden wij en
de Zoon roept en blijft doorlopend, niet-aflatende roepen:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en jullie zullen rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 26-30.
Onze Heer Jezus Christus, de Zoon [mensgeworden] van God laat als
een gestalte vóór ons allen horen:
Jullie zullen léven! “.
Jullie hebben niet het recht blind te zijn als de ijdelheid van de Prediker, noch lijdelijk te wezen als een Boeddha; Deze bekenden onder ons hebben de sluier van het leven niet gelicht.
Het leven is geen ijdelheid – het heeft een zin, die jullie persoonlijk kunnen ontdekken.
Het leven is ‘niet‘ een lijden ‘alleen‘ – het is een taak, die je te volbrengen hebt,
een zegen, een Genadegave, die je dient te beseffen, te veroveren.
Leven is strijden – òm te overleven,òm te overwinnen.
            De Geest van Christus dult geen levensmoeheid geen levensontkenning, geen achterover leunen in een prettig opgebouwd wereld’s leventje.
Jullie zullen léven!.
       Christus ontdekt ons leven in onszelf.
De zin van het leven is niet vreugde of smart, niet geluk of ongeluk, niet ons lot en onze ondervindingen, niet de wereld en wat zij ons geeft en neemt, niet de tijd, die komt en gaat.
Het leven ligt – ‘in’ – onszelf; het leven is geest, het leven is ziel.
Ons geestelijk vermogen, onze ziel, ons hart is het koninkrijk van ons leven.
       En hebben jullie nu, aldus de cynische Prediker, ‘de Stem niet gehoord, die in jullie spreekt?
Hebben jullie de schrille schreden van de Liefde niet gehoord?`
Hebben jullie het vuur, de heilige drift, van de Geest niet ervaren?
Hebben jullie de Hemel niet – ‘ópen‘ –  gezien?
     Op die tijd, op dàt moment heeft God jullie
het léven getoond!.
Het leven – dat is het leven in onszelf, dat is toch méér dan wij,
– in ons uppie, in onze voortdobberende – ‘bloedgroep’ – ervaren?
Het leven is niet gebonden aan de tijd, die vergaat, het vindt geen einde in de dood, het is eeuwig.
Jullie zullen léven! “.
       Dit zegt Christus ook tot hen, die verlost willen zijn van het leven, omdat het lijden is.
Jullie zullen leven dóór de smart heen, bóven de wereld en haar ellende uit.
       Dìt is het overweldigende van het Christendom, het
zegt tegen het leven niet: ‘neen’, maar volmondig – -.
Het Christendom is geweldig, het ontvlucht het leed niet, noch ontkent het, het aanvaardt het en dráágt het en overwint het als Licht in de duisternis.
Het aanvaardt het als een beproeving van God’s weg ter loutering, ter verdieping, ter versterking van het leven . . .
Zo is het Christendom, -‘de‘- godsdienst van het léven!
Jullie zullen léven!.

‘ sta op wereld, aanschouw uw Heil’

Koop dan de tijd, gebruik ieder ogenblik van de dag, want dit is heilig;
dit is de poort tot het Hemels Koninkrijk, dit is een stukje van het eeuwige leven.
Jullie zullen léven! “.
Durf dan de strijd aan te gaan, tegen jezelf, tegen de wereld en haar duistere machten.
Ga in de strijd gesterkt door de Genadegaven van de Heilige Geest.
Jullie zullen léven! “.
Zit dan niet neer als een lijdend voorwerp, wachtend tot de herademing/ de beademing  van de komende zondag, maar ‘sta op’ en ga, met ingespannen geestelijke inspiratie en een eeuwige veerkracht je weg door het leven.
Jullie zullen léven! “.
Stel jezelf en al datgene wat je bezit, al datgene wat je hebt en mist, al wat je doet en laat, stel het allemaal in het Licht van de Eeuwigheid.
De Eeuwigheid – dat is God en Zijn Wil. Wie God kent en Zijn Wil doet, zal leven.
Ja, dit is het diepste geheim van het leven: wie het geeft aan God, zal het vinden,
wie zich overgeeft, is zichzelf geworden.
🌈     Wie op die manier leeft, heeft macht, alle gebondenheid ten spijt.
Hij/zij is een vrij mens geworden, Hij/zij is eeuwig jong.
Hij/zij heeft vertrouwen in het leven en dankt God voor dit leven;
Jullie zullen waarachtig léven!.
    Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht.
Want Ik zeg u, dat hun engelen in de Hemelen
voortdurend het aangezicht zien van Mijn Vader, 
Die
in de hemelen is.
[Want de Zoon des mensen is gekomen om
het verlorene te behouden]
Matth.18: 10,11.

8e Zondag van Pascha – het Heilig Pinksteren, de Nederdaling van de Heilige Geest – het Woord van God daalt op de mensheid neer

      En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende:
            Indien iemand dorst heeft, hij dient tot Mij te komen en dient te drinken!
Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt,
stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’.
        Dit zei Hij van de Geest, welke zij, die tot Geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.
Sommigen dan uit de menigte, die naar deze woorden geluisterd hadden, spraken:
      Deze is waarlijk de profeet’.
Anderen zeiden:
      Deze is de Christus; weer anderen zeiden:
      De Christus komt toch niet uit Galilea? Zegt de Schrift niet, dat de Christus komt uit het 
geslacht van David en van het dorp Betlehem, waar David was?
Er ontstond dan verdeeldheid bij de menigte om Hem; en sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand sloeg de handen aan Hem.
De dienaars dan gingen naar de overpriesters en Farizeeën en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet medegebracht?
De dienaars nu antwoordden hun: Nooit heeft een mens zo gesproken, als deze mens spreekt!
De Farizeeën dan antwoordden hun: Zijt gij soms ook verleid?  Heeft soms een van de oversten in Hem geloofd, of van de Farizeeën?
Maar die menigte, die de Wet niet kent, vervloekt zijn zij!
          Nicodemus, die vroeger tot Hem was gekomen, een van hen, zei tot hen:
        Veroordeelt onze wet dan een mens, tenzij men zich eerst van hem op de hoogte gesteld heeft en kennis genomen van wat hij doet?
Zij antwoordden en zeiden tot hem:
        Zijt gij soms ook uit Galilea? Ga maar na en zie, dat uit Galilea geen profeet opstaat
John.7: 37-52; 8: 12.

    En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen.
En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen;
en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.
       Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel; en toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
      En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij:
Zie, zijn niet al dezen, die daar spreken, Galileeers? En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Capadocië, Pontus en Asia, Frygie2 en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden God’s sprekenHand.2: 1-11.

De lege zetel tussen Petrus & Paulus is voor ‘dè Leraar’, de heer van de Kosmos treed uit de duisternis naar het Licht; The empty seat between Peter & Paul is for ‘the Teacher’, the lord of the Cosmos is coming from the darkness to the Light.

    En gij, kinderen van Sion, juicht en verheugt u in de Heer, uw God, want Hij geeft u de leraar ter gerechtigheid; ja, regenstromen laat Hij voor u neerdalen, vroege regen en late regen, zoals voorheen. De dorsvloeren zullen vol koren zijn en de perskuipen van most en olie overstromen.
Ik zal u vergoeden de jaren, toen de sprinkhaan [alles] opvrat, de verslinder en de kaalvreter en de knager, mijn groot leger dat Ik op u afzond.
Gij zult volop en tot verzadiging eten, en gij zult loven de Naam van de Heer, uw God, Die wonderbaar met u gehandeld heeft; Mijn Volk zal nimmermeer te schande worden.
Dàn zult gij weten, dat Ik in het midden van Israël [de Kerk] ben, en dat Ik, de Heer uw God ben, en niemand anders; Mijn volk zal nimmermeer te schande worden.
Daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft en uw zonen en uw 
dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten.
Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen.
De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt.
En het zal geschieden, dat ieder die de Naam des Heren aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de Heer gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de Heer zal roepen.
>  Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, zal Ik alle Volkeren verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat [Hebr.= ‘De Heer heeft geoordeeld‘], en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van Mijn Volk en van Mijn erfdeel Israël [de Kerk], dat zij onder de volkeren verstrooid hebben, terwijl zij Mijn land verdeelden, en over Mijn volk het lot wierpen, en een jongen gaven voor een hoer en een meisje verkochten voor wijn, opdat zij konden drinken.
En voorts, wat wilt gij van Mij, gij Tyros [Hebr.= ‘benauwen’] en Sidon [Hebr.= ‘jacht, gejaagd’] en alle landstreken van Filistea Hebr.=‘land van gasten of land van tijdelijke bewoners’]?
Wilt gij Mij vergelding bewijzen?
Maar indien gij het Mij vergelden wilt, snel, ijlings zal Ik de vergelding op uw eigen hoofd doen nederdalen. Want gij hebt Mijn zilver en Mijn goud weggenomen, Mijn kostbare schatten naar uw tempels gebracht
Joël 2:23-3:5. 

 

rupsjenooit genoeg‘; theVery HungryCaterpillar,’never enough

    Wee de bloedstad, louter leugen, vol van verscheuring, zonder ophouden rovend! Hoor, zweepgeklap! hoor, geratel van wielen [ronkende motoren!] en jagende paarden [-krachten] en opspringende wagens, steigerende rossen en vlammende zwaarden en bliksemende lansen, en tal van verslagenen, een menigte doden, en eindeloos veel lijken; men struikelt over hun lijken.
Vanwege de vele hoererijen der hoer, uitnemend in bevalligheid, meesteres in toverkunsten, volkeren verkopend door haar hoererijen, en geslachten door haar toverkunsten.
Zie, Ik zal u! luidt het woord van de Heer der heerscharen, Ik til uw slippen op tot aan uw aangezicht, en Ik laat aan de volkeren uw naaktheid zien, aan de koninkrijken uw schaamte.
Ik werp vuil op u, Ik maak u te schande en stel u ten toon, zodat al wie u ziet, van u wegvlucht en zegt: ‘ Verwoest is Nineve [Hebr.= ‘het nageslacht is blijvend’]! Wie zal haar beklagen? waar zal ik troosters voor u zoeken?
Nahum 3: 1-7.
    Ik zal u afscheiden van de volkeren en u bijeen verzamelen uit alle landen en Ik zal u brengen naar uw eigen land; Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onrein-heden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees gevenEzechiël 36: 24-26

    Toen het dan avond was op die eerste dag van de week en ter plaatse, waar
de discipelen zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden,
kwam Jezus en stond in hun midden en zei tot hen: ‘Vrede zij u!’.
En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde.
De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Heer zagen.
Jezus dan zei nogmaals tot hen:
Vrede zij u! Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.
En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen:
    Ontvangt de Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; 
wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend“ John.20: 19-23.

U hoort het ieder zondag opnieuw:     Vrede zij u!en bij de daadwerkelijke ontmoeting met uw Heer, uw onsterfelijke Koning:    Dit heeft uw lippen aangeraakt, uw ongerechtigheden weggenomen, en u van uw zonden gereinigd’.

Wapenschild van het Grieks-orthodoxe Patriarchaat van Antiochië en het gehele oosten.

Ja, we zijn inderdaad afgescheiden van een wereld om ons heen [‘αντι & oxi‘ = ‘tegen en neen‘, tegen al wat je oog ziet, nl. stelselmatig egoïsme]:
⁌   waar leugen en bedrog hoogtij viert.
⁌   waar tal van verslagenen, een menigte doden en eindeloos veel lijken aan ons blikveld voorbij trekken; waar men over de slachtoffers van [oorlog’s-]geweld struikelt.
⁌   waar de Moloch waaraan alles wordt opgeofferd hoog spel speelt, zich niets ontziend verrijkt.
⁌   waar het volk wordt opgejaagd naar steeds maar meer, méér productie, méér consumptie, méér [miljeu-] verontreiniging.
⁌   waar jongeren worden opgeleid tot prestatieslaven, slechts weinigen zullen hun ideaal

‘Een op de 10 jongeren krijgt te maken met jeugdzorg’; ‘One in 10 young people is confronted with youth care’.

verwezenlijken; 10% van hen heeft op jonge leeftijd psychologische hulp nodig om staande te blijven.
⁌   waar door manifestaties, protestmarsen de huidige tijdgeest wordt bestendigd, teneinde op het wereldtoneel te mogen meeblazen.
⁌   een multicultureel land, waar men na 50 jaar nog steeds niet aan het feit gewend is, dat men ‘multi‘-cultureel is en waar men door een paspoort-uitreiking op weg zou mogen gaan naar een ‘nieuwe’ [consumenten-]ponent in het leven van alle dag.
⁌   een land dat in allerlei clubjes is verdeeld, waarbij iedereen zowel letterlijk als figuurlijk voor eigen parochie lijkt te prediken, waar ‘eendrachtig‘ samengaan niet langer gewoon is.

En nogmaals horen we:
‘   Vrede zij u! Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.
Ondanks alle tegenwerking trachten we de Blijde Boodschap in ons eigen kleine wereldje ‘waar’ te maken, door gewoon als volgeling van Christus, ‘de Verlosser van de wereld’ – Zijn Pedagogie, Zijn Leer – uit te dragen.
Daarover spreken, schrijven en lezen wij en zoeken wij contact met anderen, want het Geloof in God’s Barmhartigheid met de mensheid gaat nimmer verloren; het is de enig [overgebleven] hoop die de gehele mensheid nog rest.

    Strek je moedig uit naar wàt wel niet allemaal vóór je ligt en
vergeet wàt achter je ligt en de dingen die deze wereld bezig houden,
en zie niet om naar wie uitbundiger [schijndood] verder leven, de zwakkeren,
maar let op datgene waarvoor jij gekomen bent en wat jij [door je Verbond met God] op je hebt genomen.
Want wie vooruit wil gaan dient elke dag opnieuw te beginnen en
geen enkel [moeilijk] werk uit de weg te gaan en
geen enkel moment in hoogmoed voorbij te laten gaan

uit: ‘n bemoediging voor jonge asceten

    Laat de spelleiders [priesters], de dienaren des Heren, tussen de voorhal en het altaar wenen en zeggen:
‘ [‘  Red, Heer, Uw Volk en zegen Uw Erfdeel’-  ] geef uw erfdeel niet prijs aan de smaad, zodat de heidenen met hen zouden spotten.Waarom zou men onder de volkeren zeggen: ‘Waar is hun God?’. Toen nam de Heer het op voor Zijn land en Hij kreeg medelijden met Zijn VolkJoël 2: 17,18.
    Dan zult gij weten, dat Ik in het midden van Israël [de Kerk] ben, en dat Ik, de Heer uw God ben, en niemand anders; Mijn Volk zal nimmermeer te schande worden.
            Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstortenJoël 2: 27-29.

De profeet Joël voorzegt een nederdaling van de Geest van God.
Eeuwen later verklaart de apostel Petrus zijn aankomst:
Want deze mensen zijn niet dronken, zoals gij veronderstelt,
want het is het derde uur van de dag; maar dit is het, waarvan
gesproken is door de profeet 
JoelHand.2: 15,16.
We leven in de dagen die Joel voorzag:
”    Dìt is de dag, die de Heer heeft gemaakt;
laten wij daarop juichen en ons verheugenPsalm 117 [118]: 24.
God heeft ons “geheiligd door de Kracht en
de werkzaamheid van de H. Geest
” [Dooplitanie]
begenadigd, is ons genadig geweest.
. Inderdaad, “    we hebben de Hemelse Geest ontvangen. . .
want Hij heeft ons gered

hymne na de ontmoeting met onze Verlosser in de Goddelijke Liturgie.
            Overweeg het Mysterie, [het Wonder] van deze vervulling, die
reden is tot vreugde en blijdschap als “kinderen van SionJoël 2: 23!
Door de Heer is dit geschied;
het is wonderbaar in onze ogen” Psalm 117[118]: 23.

In de loop van onze levensjaren, zijn “de sprinkhaan en de veelvreter . . .
de plaag en de rups”, d.w.z. onze zonden ” weggeëbd” naar
onze “spirituele vitaliteit” Joël 2: 25.
òf zijn we op weg zó-vèr te komen,
in ieder geval een beginnetje te maken.

Onszelf te ontdoen van het oude leven in onze harten en zielen,
die allesverslindende horde [ongedierte] komt op ons af als
een “groot leger“, het vreet onze vreugde, vrede en zuiverheid weg.
            De Heer staat toe dat deze gevolgen ons treffen als
gevolg van onze overtredingen en overtredingen.

☛            Maar laten we [over-]duidelijk zijn:
we laten deze zwerm immers het geestelijke voedsel dat God ons zou geven
toch niet van ‘ons [dagelijk’s] brood eten.
🌈            Maar op dit moment heeft de Heer Jezus Christus, die volledig onze menselijkheid heeft aangenomen, een plaats voor ons klaargemaakt aan Zijn hemelse feesttafel.
🌈            We hebben tenslotte het potentieel om van het leven te genieten als zijn eigen zonen en dochters.
🌈            Hij verlangt ernaar dat we als beroerde kinderen thuiskomen als ontwaakte verloren kinderen.

Kom, laat ons “overvloedig eten en tevreden zijn . . . 
            [en genieten van de Pinksterpicknick, die in diverse parochies in een nabijgelegen park wordt gehouden]
            . . . Prijs de Naam van de Heer [onze] God voor wat Hij ons zo wonderlijk heeft aangedaanJoël 2: 26.

Wat heeft God gedaan?
In de Goddelijke Liturgie herinnert Johannes Chrysostomos ons eraan dat
Hij “ – niet opgehouden is om alle dingen te doen – ” totdat
” Hij ons ‘naar de Hemel heeft gebracht’, en. . .
ons begiftigd heeft met [Zijn] Hemels Koninkrijk dat zal komen’”.
God Zelf nam vlees van de Maagd.
De Zoon van God
”, Die “Zelf heeft geleden en verleid is geworden . . . want doordat Hij Zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komenHebr.2: 18.
En wat meer is,
Hij is inderdaad “waarachtig voedsel” voor ons, Zijn Volk:
– ‘Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem‘ -.
      Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij. Dit is het brood, dat uit de hemel nedergedaald is; niet gelijk de vaderen gegeten hebben en gestorven zijn; wie dit brood eet, zal in eeuwigheid levenJohn.6: 55-58.
Kom dan sluit u aan bij de velen die ‘niet’-afgehaakt zijn, maar stug doorzetten en het Woord blijven volgen, ondanks datgene wat de wereld, ‘de veelvraat‘ ons voorhoudt [het rupsje: ‘nooit genoeg‘]

Door in God herboren te worden is als het herstellen van een gebroken ladder naar de Hemel; Being restored into God is like mending a broken ladder to Heaven

Overweeg de huidige toestand van ons leven in Christus.
Als leden van de Kerk van de levende God, ” wanneer we elkaar onze zonden belijden, verwijdert de Heer onze schaamte voor altijd” Joël 2: 26.
Luister naar Hem:
Weet dat ik in het midden van Israël [uw Kerk] ben; dat
Ik de Heer, uw God ben
Joël 2: 27.
Hij laat ons douchen met “de vroege en late regenJoël 2: 23 van de Heilige Geest.
Inderdaad, we bidden tot een goede God en vragen Hem tijdens de anafora om
Uw Heilige Geest over ons en deze gaven neer te zenden”.
Verbeelden wij ons dat Hij
de gebeden van Zijn geliefde niet eert?
De Heilige Geest valt inderdaad op ons om
het Koninkrijk der hemelen tot stoutmoedigheid” ten
opzichte van onze God te vervullen.
De Heer bedoelt echt om “ons [de] jaren te herstellen . . .
toen de sprinkhaan [alles] opvrat, de verslinder en
de kaalvreter en de knager alles van
ons hebben weg gegeten
Joël 2: 25.

Kinderen van Sion, laat ons
ons verblijden en ons verheugenJoël 2:23,
de schaamte van onze zonden in de vergetelheid werpen
van Zijn genade en vergeving;
laten we “dromen dromen, en . . . zie visioenen
van wat God onder ons kan uitwerken
Joël 3: 1.
Laten we nooit aarzelen om
de Naam van de Heer aan te roepen’, het Jezusgebed, dat
we gered kunnen worden, want
‘ op de berg Sion en Jeruzalem zal verlossing zijn,
zoals de Heer zelf heeft gezegd
Joël 3: 5.
Vergeet nooit dat
       Hij Die uit de doden is opgestaan,
Christus, onze ware God. . .
[is] ons Genadig en [redt] ons, want Hij is goed en
heeft al de mensen [van de mensheid] lief

slotgebed.

          Moge de zegening van de Heer en Zijn Genade
ons bereiken door Zijn genade en liefde voor de mensheid,
nu en altijd, en in alle eeuwen. Amen
”.
gebed van de gewijde.

De Geboorte van de Kerk:

‘En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren’ [Phil 4, 7]

De straten van Jeruzalem werden zo’n 2000 jaar geleden gevuld toen het vuur van de Heilige Geest viel op de in verenigd gebed zijnde Gelovigen en ongeveer 3000 oplettende Joden werden gered.
Het is een tijd waarin God Zijn volk beveelt om
een vrijwillige bijdrage te geven [voor het voortbestaan], als verjaarscadeau aan de Kerk.
Weet wèl de christelijke gemeenschappen in Nederland dienen zichzelf in stand te houden;
er is immers een strikte scheiding tussen Kerk en Staat.
De mensen moesten iets meebrengen,
geven in verhouding tot hoe God ‘hèn’ heeft gezegend.
Niemand mag voor de Heer verschijnen met lege handen:
ieder van u dient een geschenk mee te brengen in
verhouding tot de manier waarop de Heer, uw God,
u heeft gezegend
Deut.16: 16-17.
U kunt dit doen door de bank maandelijks opdracht te geven
een vast bedrag over te maken, àl is het maar € 5.00 per maand
– tien maal dit bedrag van een minimum inkomen telt ook aan.
Bedenk wèl dat wanneer u per maand een veel hoger bedrag aan
uw mobiele telefoonmaatschappij overmaakt, dat
het lijntje naar de Hemel eveneens ‘open’ dient te worden gehouden.
Menige parochie en zeker die van het Patriarchaat Antiochië
[Hebr.= ‘pertinent tegen de wereldse invloed’]
heeft uw bijdrage hard nodig.

Hoe?   Heel eenvoudig, u kunt nu nooit meer zeggen,
ik weet niet hoe:
NL82INGB0008428523
             tnv, Heilige Moeder Gods Parochie.

God bracht ons naar deze plaats en gaf ons dit land,
een land vloeiende van melk en honing; en
nu
breng ik de eerstelingen van de grond die
u, Heer, mij gegeven hebt” Deut.26: 5-10.

 

7e woensdag van Pascha – de Heer, uw God, is een verterend vuur, een naijverige* God

Christus en de twaalf Apostelen

    ‘Al wat de Vader heeft, is het Mijne’; daarom zei Ik:
‘   Hij neemt uit het Mijne en zal het u verkondigen. 
Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet meer, en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien’.
Sommige van zijn [directe volgelingen, de] discipelen dan zeiden tot elkander:
     ‘Wat betekent dit, dat Hij tot ons zegt: Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien? En: Ik ga heen tot de Vader?’.
     Zij zeiden dan: ‘ Wat is dit, dat Hij zegt: Nog een korte tijd? Wij weten niet, wat Hij bedoelt’.
Jezus bemerkte, dat zij Hem iets wilden vragen en zei tot hen:
Redeneert gij hierover met elkander, dat Ik zei:
‘       Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet 
en
nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien?
       Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij zult schreien en weeklagen, maar
de wereld zal zich verblijden; gij zult u bedroeven, maar
uw droefheid zal tot blijdschap worden.
       Een vrouw, die baart, heeft droefheid, omdat haar uur gekomen is; maar wanneer zij het kind ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan haar benauwdheid, uit vreugde, dat een mens ter wereld is gekomen.
     Ook gij hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u weerzien en uw hart zal zich verblijden en niemand ontneemt u uw blijdschap. En te dien dage zult gij Mij niets vragen.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in Mijn Naam’ ”.
John. 16: 15-23

Paulus was door de overheid opgebracht, omdat hij in de Tempel de Blijde Boodschap van het Woord verkondigde, de Pedagogie van de Heer. Zijn landgenoten beschuldigden hem van een vreemde leer en dat hij zelfs Grieken in de Tempel had toegelaten.
    En Paulus, de ogen op de Raad gericht, zei:
‘ Mannen broeders, ik voor mij heb een volkomen zuiver geweten voor God over mijn gedrag in het openbaar tot op deze dag’.
Maar de hogepriester Ananias beval hun, die naast hem stonden, hem op de mond te slaan. Toen zei Paulus tot hem: ‘ God moge u slaan, gij gepleisterde [met kalk bekleed graf] wand! En gij, zit gij over mij recht te spreken naar de wet en beveelt gij [volledig] tegen de Wet [= Thora] mij te slaan?’.
Maar de omstanders zeiden: ‘Scheldt gij de hogepriester Gods uit?’.
En Paulus zei: ‘   Ik wist niet, broeders, dat het de hogepriester was, want er staat geschreven: Van een overste uws volks zult gij geen kwaad spreken’.
En daar Paulus wist, dat het ene deel behoorde tot de Sadduceeën en het andere tot de Farizeeën, riep hij in de Raad: ‘   Mannen broeders, ik ben een Farizeeër, een zoon van Farizeeën, ik sta terecht om de hoop en de Opstanding der doden’.
En toen hij dit zei, kwam er tweedracht tussen de Farizeeën en de Sadduceeën en de menigte werd verdeeld. Want de Sadduceeën zeggen, dat er geen opstanding is, noch engel of geest, maar de Farizeeën belijden zowel het een als het ander.
En er ontstond groot geschreeuw, en sommige van de schriftgeleerden van de groep der Farizeeën stonden op en streden heftig en zeiden:
Wij vinden generlei kwaad in deze mens! En indien nu eens een geest tot hem heeft gesproken, of een engel!
En toen er grote tweedracht ontstond, vreesde de overste, dat Paulus door hen zou worden verscheurd, en hij liet de soldaten komen om hem uit hun midden weg te halen en naar de kazerne te brengen.
En de volgende nacht stond de Heer bij hem en zei:
Houd moed, want zoals gij te Jeruzalem van Mij getuigd hebt, moet gij ook te Rome getuigen’
’’ Hand. 23: 1-11.

Mozes en de brandende braambos

      Neemt u er dan terdege voor in acht
[want gij hebt generlei gedaante gezien op de dag dat de Heer op Horeb tot u sprak uit het midden van het vuur].
       Dat gij niet verderfelijk handelt door u
– een gesneden beeld te maken in  de gedaante van enige afgod:
– een afbeelding van een mannelijk of vrouwelijk wezen;
– een afbeelding van een of ander dier op de aarde;
– een afbeelding van een of ander gevleugeld gevogelte, dat langs de hemel vliegt;
– een afbeelding van een of ander gedierte, dat op de aardbodem kruipt;
– een afbeelding van een of andere vis, die in het water onder de aarde is;
En dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het gehele heer [aanzien] aan de Hemelen, aanziet en u laat verleiden u voor dat [geschapen geheel] neer te buigen en hen te dienen, die de Heer, uw God, heeft toebedeeld aan alle volkeren onder de ganse hemel;
terwijl de Heer u genomen is en uit de ijzeroven, uit Egypte, geleid heeft om voor Hem te zijn tot een eigen volk, zoals dit heden het geval is.

de grote tragiek van Mozes’ dood

      Maar de Heer werd toornig op mij [Mozes] om uwentwil en Hij zwoer, dat ik de Jordaan niet zou over-trekken en in het goede land niet zou komen, dat de Heer, uw God, het u tot een erfdeel geven zal.
Want ik zal in dit land sterven, ik zal de Jordaan niet overtrekken; maar gij zult die overtrekken en dat goede land in bezit nemen.
Neemt u ervoor in acht, dat gij het Verbond van de Heer, uw God, dat Hij met u gesloten heeft, niet vergeet en u een beeld maakt in de gedaante van iets, dat de Heer, uw God, u verboden heeft. Want de Heer, uw God, is een verterend vuur, een naijverig GodDeut.4: 15-24.

 

Jaäcobus de oudere, apostel, door Rembrandt van Rhijn

Gebedsverhoring
”   
Uit de diepte, Heer, heb ik tot U geroepen: Heer, geef gehoor aan mijn stem.
Laat Uw oren aandacht schenken aan de stem van mijn smeking.
Zo Gij op ongerechtigheden zoudt achtslaan, Heer; Heer, wie kan dat doorstaan ?Maar bij U is vergeving; omwille van Uw Naam, Heer, heb ik U verbeid.
Mijn ziel verwacht Uw Woord; mijn ziel vertrouwt op de Heer.
Van de ochtendwake tot de nacht vertrouwe Israël [de Kerk] op de Heer.
Want bij de Heer is barmhartigheid;
bij Hem is overvloedige Verlossing.

Ja, Hijzelf zal Israël [de Kerk] verlossen, uit al zijn ongerechtigheden
Psalm 129[130] vert ROK. ‘s-Gravenhage.

Wat betekent: ‘vanuit de diepten’?
Gebed wordt niet alleen voortgebracht door de mond of door onze tong, daar menselijke woorden nu eenmaal een einde kennen. 
Wanneer onze gedachten nog steeds pervers zouden zijn, maar het gebed 
vanuit de diepten van ons hart, met veel zorg en bereidwilligheid,
vanuit deze grondslagen van ons intellect ontsnapt, dan
komt het voort uit een klagen. 

Want dat treft de uiterste roerselen van de ziel van hen die in smart leven, ze geraken het gehele hart, God roepend met veel toewijding, en natuurlijk het kan niet anders of dit gebed wordt gehoord.
Dit gebed vanuit de diepte van het hart heeft grote kracht,
ze worden niet omver geblazen zoals afgelopen weken krachtige bomen het begaven, terwijl zij zich toch met hun  wortels breed en diep in de aarde hadden verspreid en zich in de grond [de aarde] hadden vastgeklonken, bestand zouden dienen te zijn tegen elk krachtmoment van de wind, terwijl de bomen die hun wortels heeft slechts aan het oppervlak van de aarde vastgrijpt door slechts een klein briesje wordt omgeblazen en hevig door elkaar worden geschud, totdat zij het begeven. 

Heilige Ephraïm de Syriër, miniature

Hetzelfde gebeurt met het gebed, dat uit de diepten van de ziel voortkomt en vanuit de diepste diepten oprijst, zal de ontelbare gedachten die opkomen en zelfs indien de hele duivelschare de orde verstoort, dan blijft het gebed vanuit de diepte van het hart  stand houden en is onomkeerbaar, zonder zich terug te trekken.
Het gebed van het hart komt weliswaar uit de mond en over lippen en
door de diepten van het hart zou God toch niet onverschillig zijn ten opzichte van het gebed van Zijn kindconf. Ephraïm de Syriër.

Vereren van God, Die isals een verterend vuur, naijverig * want Hij gunt niemand enige macht over hetgeen slechts Hem toekomt.
          Dat Christus zo snel tot een eigennaam kon worden heeft te maken met de universele opvatting van de joodse Messias [Hebr. = Gr. Χριστός, Lat. Christus, Ndlnds. ‘Gezalfde’]. Deze universele opvatting gaat ervan uit dat de komst van de Messias niet alleen het herstel van de troon van David komt brengen en daarmee het herstel van Israël, maar dat de komst van de Messias voor iedereen [ook niet-joden!] de mogelijkheid biedt van een herstelde relatie met God. Het gaat niet langer meer alleen om een koninkrijk in Palestina maar
om het Koninkrijk der Hemelen, hetgeen van God is.
Heel belangrijk  voor deze opvatting vormt de uitleg van de begin regels van David’s Psalm:
De Heer sprak tot mijn Heer:
‘neem plaats aan mijn rechterhand, tot
ik van je vijanden een bank voor
je voeten heb gemaakt’
Psalm 110[111].
Dit citaat vinden we, al dan niet in gedeelten, door het gehele Nieuwe testament heen. Soms ook gecombineerd met:
Hij heeft alles onder Zijn voeten gelegdPsalm 8: 7b.
Onze Heer en Verlosser Zelf gebruikt deze Psalm om aan te geven dat er meer dan alleen een nazaat uit het geslacht van David wordt verwacht Marc.12: 35 e.v. Petrus sluit er zelfs zijn 1e toespraak met Pinksteren mee af Hand.2: 36. 

”      Ik wil U belijden, Heer, uit heel mijn hart; [zoals Paulus] in de raad der gerechten, op hun bijeenkomst.
Groot zijn de werken des Heren, uitgelezen naar al Zijn welbehagen.
Belijdenis en luister is Zijn werk, Zijn gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen; Hij houdt ze in gedachtenis door Zijn wonderen.
Barmhartig en medelijdend is de Heer, Hij schenkt voedsel aan wie Hem vrezen; 
Zijn Verbond zal hij eeuwig gedenken.
De Kracht van zijn werken verkondigt Hij aan Zijn volk, door hun het erfdeel der heidenen te schenken.
De werken van Zijn handen zijn Waarheid en Recht; getrouw zijn al Zijn geboden. Zij zijn opgericht tot in de eeuwen der eeuwen, om te doen naar Waarheid en Recht.
Hij heeft bevrijding gezonden aan Zijn volk, voor eeuwig Zijn Verbond gehouden: Heilig en ontzagwekkend is Zijn Naam.
Het begin van de wijsheid is de vreze des Heren: goed begrip hebben allen die er naar handelen. Zijn lof moge blijven tot in de eeuwen der eeuwen“.
Psalm 110[111] vert. ROK. ‘s-Gravenhage.

Ja, zelfs met dezelfde eerste regels van Psalm 110 om vervolgens te concluderen: “Laat het gehele volk van Israël er daarom van overtuigd te zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer [kurios in het grieks] en Messias [Christus is aangesteld”.  In één adem wordt hier de Christus gelijk gesteld aan de Heer uit deze Psalm.
Zó kan Paulus er ook over schrijven: ” 
Ja, broeder, laat mij dit voordeel van u hebben in de Heer, verkwik mijn gemoed, in ChristusPhilémon 1: 20.
Waar het dus om gaat is dat de verwachte messias veel méér is dan een zoon van David die komt om Israël van zijn onderdrukkers te bevrijden.
Hij is de Verhevene, de Verhoogde Die zit aan de Rechterhand van God en regeert over de gehele wereld, ja al je haren zijn geteld.
De identificatie van Jezus met deze Christus en Heer met behulp van Psalm 110
gaf aan mensen in Antiochië die toch al geïnteresseerd waren in het joodse geloof, de mogelijkheid om zonder zelf Jood te zijn zich toch deelgenoot te voelen van de beloften voor dit Volk en dezelfde God te aanbidden.
Geen wonder dat de volgelingen van onze Heer en Verlosser in Antiochië [een stad’sgemeente, die pertinent tégen de wereld is] de mond vol hadden van Christus en daardoor blijven opvallen.

Het aanbidden of vereren van afgoden
    Wees dus uiterst behoedzaam om je zielen te behoeden voor kwaad en schade, want je zag niet hoe hij er uit ziet toen de Heer tot je sprak op Horeb op de berg vanuit het midden van het vuur.
Handel niet wetteloos en zorg voor jezelf als een welgevormd beeld met een gelijkenis aan god niet gelijkend op welk beeld dan ook. . . “ conf. Deut.4: 15-16.

Er bestaat in de lezingen van vandaag een opvallende parallel tussen de leer van Mozes en de leer van Sint Paulus in zijn brief aan de Romeinen.
We beginnen het onderzoek naar deze parallel met de volgende samenvatting aan de landgenoten de van het door Rome gestichte rijk:
Sinds de schepping van de wereld zijn [Gods] onzichtbare eigenschappen duidelijk te zien. . . door de dingen die gemaakt zijnRom.1: 20.
Mannen . . . onderdruk de waarheid in ongerechtigheid . . .Rom.1: 18.
Hoewel zij God kenden, verheerlijkten zij Hem niet als God, noch waren zij dankbaarRom.1: 21.
“ [maar] verruilde de Waarheid van God voor de leugen en aanbad en diende het schepsel in plaats van de SchepperRom.1: 25.
                                Zowel de profeet als de apostel beginnen met de onzichtbare natuur van God en volgen vervolgens de opkomst van afgoderij tot zijn bron:
de aanvaarding van de corrupte leugen dat men schepselen kan dienen en aanbiddenDeut.4:16; Rom.1: 25.
Beide leraren sommen verschillende fysieke entiteiten op [Deut.4: 16-19; Rom.1: 23] die objecten van toewijding kunnen worden in plaats van
de Heer [Die] tot u sprak op HorebDeut.4: 15 en
u brachten” uit. . . Egypte, om Zijn volk te zijn, een erfenis, zoals u deze dag bent” Deut.4: 20, “want de HEER, uw God, is een verterend vuur, een naijverige GodDeut.4: 24.

Eerbied voor materiële dingen is op zich
een gezonde en natuurlijke beweging van hart en geest.
Hoe groot zijn uw werken, o Heer!
In wijsheid hebt Gij ze allemaal gemaakt;
de aarde is vervuld met uw schepping “ Psalm 103 [104]: 26.
Problemen beginnen wanneer we “de waarheid van God ruilen voor de leugenRom.1: 25. Mensen en met name die van onze huidige generaties beginnen te geloven dat de schepping [het Humanisme] de allerhoogste waarde heeft en dat slechts de geschapen dingen onze hoogste eerbied en toewijding verdient. Je ziet dat in de op de eigengereidheid van de mens gerichtte wetsvoorstellen.
Hier vinden we de bron van afgoderij, dat doodlopende punt waarnaar de tegenstrever/ de duivel ons voortdurend uitnodigt.
We zien precies wat er mis is met de seculiere cultuur om ons heen:
een opperste toewijding aan en aanbidding van materiële dingen met
uitsluiting van al het andere.

Tegenwoordig zijn veel secularisten er zelf bovenmatig trots op
vrij‘ van religie te zijn, ze zien echter de dood voor ogen zonder het te beseffen.
Ze werpenzich op natuurlijke wijze elke toewijding tot partijgerichte patronen
in
“de gelijkenis van elk vee op aarde [dierenpartij], of
de gelijkenis van een gevleugelde vogel [natuurfreeks] die onder de hemel vliegt ,
de gelijkenis van alles wat op de grond kruipt, of
de gelijkenis van welke vis dan ook in de wateren eronder de aarde“ Deut.4: 17-18.
Hoe zijn de mensen in hemel’s naam mensen geworden die “hen zijn gaan aanbidden en dienen” – politici worden immers tot goden verheven Deut.4: 19?
Zij hebbne heden ten dage de Macht in handen en spinnen er goed garen bij.
Merk echter op dat de kern van het probleem ligt in de dienst van
het schepsel in plaats van de SchepperRom.1: 25, hetgeen
de centrale fout van het secularisme is.

De apostel Paulus vervolgt zijn leer door de dienst van dingen aan de gevangenneming van de mens te koppelen door “gemene hartstochtenRom.1: 26.
Bijvoorbeeld: “vrouwen ruilden het natuurlijke gebruik voor wat tegen de natuur is. Evenzo brandden ook de mannen, het natuurlijke gebruik van de vrouw achterlatend, in hun lust voor elkaar Rom.1: 26-27.
Er is een voorspelbaar verband tussen het dienen van dingen en het vereren van idolen , in plaats van God, en het leven van morele decadentie.

Mozes waarschuwt zijn Volk tegen dergelijke problemen door voorbeelden te gebruiken van de losbandigheid van de cultus van de Baal Peor Deut.4: 3.
Gods profeet roept ons op om de onzichtbare, onzichtbare en altijd aanwezige Heer en God,
Die in tijd en geschiedenis voor Zijn Volk handelt te aanbidden,
Die ons neemt om de zijne te zijn en ons voortbrengt “uit de ijzeren oven [van onze hartstochten] , uit Egypte [de denkwijze van het aanbidden van dingen], om
Zijn volk te zijn, tot een erfenisDeut.4: 20.
We dienen ons ten diepste af te vragen hoe het komt dat we zijn gekomen om
de rijkdommen van Zijn goedheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid te minachtenRom. 2: 4.
om materiële doelen te dienen als onze eerste liefde,
om zelfs God aan de kant te schuiven?

Ontvang mij, een slaaf van genoegens,
o Bron des Leven’s Die
de zonde van de wereld wegneemt“.
uit het gebed van Basilios de Grote voorafgaand aan de communie.

”            Alle volkeren klapt in de handen, juicht voor God met vreugde kreten.
Want de Heer is verheven, ontzagwekkend; Hij is een Koning, groot over heel de aarde. Hij heeft volkeren aan ons onderworpen, heidenen onder onze voeten gebracht.
Hij heeft ons als Zijn erfdeel gekozen, de schoonheid van Jacob die Hij liefhad.
God is omhooggestegen onder gejuich, de Heer onder bazuingeschal.
Zingt een Psalm voor onze God, zingt Hem; zingt voor onze Koning: zingt een Psalm. Want de Koning over heel de aarde is God: zingt de Psalm met verstand.
God heerst over de volkeren, God zet zich neder op Zijn heilige troon.
De vorsten der volkeren zijn vergaderd voor de God van Abraham.
Want de sterken der aarde behoren aan God: zeer hoog zijn zij verheven”
Psalm 46[47] vert. ROK. ‘s-Gravenhage.

Apostichen vespers
tn.6.  ”   Verheug u, Adam, tezamen met Eva, want
Hij Die u zo wonderbaar geschapen heeft,
maar u in het Paradijs met bederf bekleden moest, toen
jullie de onbederflijkheid zelff wilden [be]grijpen;
Hij heeft u geheel tot Zich genomen, en
uw bederf in onbederflijkheid veranderd.
Hij heeft u met Zichzelf verheven en 
u tot het uiterste verheerlijkt
door in uw vlees te tronen bij de Vader“.

tn.6.  ”   Hij, Die in Zijn Goddelijke Kracht
de afvallige vijand in de hel had neergeworpen, 
heeft zonder verandering te ondergaan, mijn natuur op Zich genomen,
zonder vermenging en toch onscheidbaar,
wat menselijke kortzichtigheid daarover ook moge denken.
gelovigen, laat ons Hem met toewijding verheerlijken“.

tn.6.  ” Heden aanschouwen de Hemelse machten hoe de menselijke natuur
op wonderbare wijze omhoog stijgt, en
vol verbazing roepen zij tot elkander:
‘   Wie is deze die daar komt?
Maar hun eigen Meester ziend, bevalen zij de Hemelse Poorten te verheffen.
Met hen bezingen ook wij U zonder ophouden, Die in Uw vlees van daar zult weerkeren, als Rechter van het heelal, de Al-Machtige God“.

 

7e Maandag van Pascha – opdat wij waardig mogen worden

”     Uw hart worde niet ontroerd of mag niet de moed verliezen [worden versaagd].
> Indien jullie in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat jullie maar willen, en het zal u gegeven worden [geworden]”.
John.14: 27c-15:7

 

Paulus onderwijst ons als Antiochenen, die als eerste Christenen genoemd werden;
Paul teaches us as Antiochians, who were called first Christians;
بول يعلمنا كأنطيكيين ، الذين كانوا يطلقون على المسيحيين الأوائل.

”     En de volgende dag gingen wij vandaar en kwamen te Caesarea [de keizers’-stad] ; en gekomen in het huis van Philippus [Hebr.= liefhebber van paarden (-kracht, pk’s)], de Evangelist [Hebr.= brenger van de Blijde Boodschap], die behoorde tot de zeven, bleven wij bij hem. Deze had vier ongehuwde dochters, die profetessen waren.
En toen wij daar verscheidene dagen bleven, kwam uit Judea een zeker profeet, genaamd Agabus.
Toen deze bij ons gekomen was, nam hij de gordel van Paulus, en zich voeten en handen bindende, zeide hij:
‘     Dit zegt de Heilige Geest: De man, van wie deze gordel is, zullen de Joden te Jeruzalem zo binden en uitleveren in de handen der heidenen’.
Toen wij dit hoorden, verzochten zowel wij als de broeders daar ter plaatse hem, niet op te gaan naar Jeruzalem.
Toen antwoordde Paulus: ‘     Wat doet gij, dat gij weent en mijn hart week maakt Want ik voor mij ben bereid, niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven te Jeruzalem voor de Naam van de Heer Jezus’.
En toen hij niet te overreden was, hielden wij ons stil en zeiden:
De wil des Heren zal geschieden
Hand.21: 8-14

Christus tronend, de Theotokos en Johannes de Doper by Ann Chapin

”     Zie, van de Heer, uw God, is de hemel, ja, de Hemel der hemelen, de aarde en alles wat daarop is; alleen aan uw vaderen heeft de Heer Zich verbonden en alleen hen heeft Hij liefgehad, en u, hun nakroost, heeft Hij uit alle volkeren uitverkoren, zoals dit heden het geval is.
Besnijdt dan de voorhuid uws harten en weest niet meer hardnekkig.
Want de Heer, uw God, is de God der goden en de Heer der Heescharen,
de Grote, Sterke en angstwekkende God, Die geen partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt; Die wees en weduwe recht doet en de vreemdeling liefde bewijst door hem brood en kleding te geven.
Daarom zullen jullie de vreemdeling liefde bewijzen, want vreemdelingen zijt gij geweest in het land Egypte.
De Heer, uw God, zult gij vrezen, Hem zult gij dienen, Hem aanhangen en bij Zijn Naam zweren.
Hij is uw lof en Hij is uw God, Die onder u deze grote en vreselijke dingen gedaan heeft, welke uw ogen gezien hebben”
Deuteronomy 10:14-21

Voor het leven gekruisigd, een monniksleven

De vroeg-christelijke Kerk heeft een groot aantal mensen gekend, die
Paulus hebben nagvolgd en bereid waren eveneens te sterven [en daardoor] een

belangrijke rol hebben gespeeld bij voor de Naam van de Heer Jezus; Het is dus niet verwonderlijk dat het altaar van Apostolische Kerken relieken bevatten op basis waarvan wij onze diensten opdragen.
Voorafgaand aan de oud-Testamentische lezing van de Vespers wordt aangegeven:
”            En nu, Israël [Kerk], wàt verlangt de Heer, uw God, van u? 
Hij vereist alleen
⁌   dàt je de Heer, je God, vreest  en leeft op een manier die Hem behaagt, en
⁌   dàt je van Hem houdt en Hem heel je hart en ziel dient. 

⁌   dàt je altijd de Geboden en besluiten van de Heer dient te gehoorzamen,  die
Hij [als God en Vader] ons vandaag voor ons eigen bestwil heeft gegeven“.
Deuteronomy 10:12-13.
Is dat alles, zul je je afvragen maar is het tot je doorgedrongen dat je door je te laten dopen een Verbond met ” de God der goden en de Heer der Heescharen,
de Grote, Sterke en angstwekkende God, Die geen partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt” hebt afgesloten?
Door de Doop ben je gezalfd met de Myronzalving, ben je deelgenoot geworden aan het leven, lijden stervern en Opstanding van onze Heer en Verlosser.
Dat betekend dat er geen compromis meer met iets anders te sluiten is, je bent door het Bloed van Christus gekocht en betaald, lijfeigene van de Heer, king van God de Vader geworden.
Je bent kind van God geworden en met al je broeders en zusters in Christus in
Zijn Lichaam, de Kerk opgenomen; wanneer
je dat tot je door laat dringen en leest wat er dan van je vereeist wordt,
dàn praat je wel anders.
Dàn kun je niet meer zeggen, dat je in de Kerst-, Paas-, de Pinkstervreugde deelt,
wanneer je 1 òf 2 maal per jaar een Christelijke Kerk bezoekt.
Neen, een kind heeft de doop voeding nodig, begint met lammetjes melk en krijgt bij het volgroeien steeds zwaardere kost te verstouwen; dring steeds dieper in het Mysterie met God door.
Door de Kracht van de Heilige Geest, welke ons met Pinksteren voorzegd is,ontvangen wij op Mystieke wijze Goddelijke Kracht en die wordt alleen gevoed wanneer je met de regelmaat van de klok een dienst in de Kerk bezoekt, daat waar je gezegend wordt, zoals al onze voorvaderen zich gezegend wisten.
Dàn  verbindt “de Heer, uw God, Die in de hemel is, ja, de Hemel der hemelen, zich met u op aarde en alles wat daarop is; want alleen aan uw vaderen heeft de Heer Zich verbonden en alleen hen heeft Hij liefgehad, en u, hun nakroost, heeft Hij uit alle volkeren uitverkoren, zoals dit tot op heden het geval is“.
Dàn staat er bij de Apostel dat Philippus, die de Blijde Boodschap verspreidde vier dochters had, die ‘profeterend‘ optraden’.

 

Vrouwen verlangen naar volmaaktheid in Christus

De aanvullende taak van de vrouwen wàt verlangt de Heer, uw God van hen:
Dàt is hetzelfde als de zus van Mozes deed, die profeteerde eveneens en volgde daarmee Mozes, die een lied had gecomponeerd over de Rietzee, omdat deze een weg voor Israël [de Kerk] heeft vrijgemaakt, waardoor de vijand [de farao en z’n strijdkrachten] werd uitgeschakeld.
‘     De profetessen [Mirjam en de vier dochters van Philippos] pakten hun tam-boerijn en alle vrouwen volgden haar, dansend en op de tamboerijn spelend’.
De profetessen zingen het refrein en de vrouwen gaan vóór in zang en dans. En dan durven de emanciperende vrouwen zich in onze tijd nog af te vragen wàt hun taak wel niet zou zijn in de hedendaagse Kerk?
Oók de Moeder God’s werd op haar taak gewezen en zei vervolgens tegen de dienaren aan de bruiloftsmaal te Cana: “Doe maar wat de Heer u zegt en het zal goed komen” – voor al het overige zweeg ze en bewaarde al wat zij mee-maakte in haar hart.
Ook in deze tijde speelt de vrouw een stimulerende rol en houdt echtgenoot en kinderen bij de les.
Ook de Moeder God’s, de Theotokos [de God-‘barende’ (‘dragende’)] is in de bovenzaal bij de Apostelen nadrukkelijk aanwezig en neemt daarmee haar belangrijke positie in haar Mystieke inbreng als Moeder van de Kerk, die van het verwachten van de Heilige Geest nooit heeft opgehouden de moederlijke zorg op zich te nemen van een pelgrimerende Kerk, een Kerk onderweg naar het Hemels Koninkrijk.

In de beginperiode [tot 325] dreef de Kerk op haar Martelaren en werd geïnspireerd door opvolgers van de profeten en Johannes de Doper, uit wiens midden de meest gevorderden uitverkoren werden als toezichthouder/ bisschop te gaan dienen over de ontstane diocees, welke de geestelijke herders begeleiden, die de verschillende [veelal door de Apostelen gestichtte] stadsgemeenten bedienden. De geestelijk herders vormden net als de Levieten in het 1e Verbond een soort barrière om de te voorkomen dat de gelovigen te dicht bij het Heilige der Heilige kwamen, waardoor de toorn van God op het Israëlische kamp zou vallen conf. Num.1: 53.  Alle gelovigen dienden hun huisvesting op een bepaalde afstand van het Verblijf der Samenkomst zien te vinden – vèr genoeg om de heiligheid van de Tabernakel te beschermen en toch dichtbij genoeg om hen naar de samenkomsten te kunnen laten komen.
Ook daarin speelden de vrouwen een kerkelijke hoofdrol in de opvoeding en het tegen de verdrukking in standhouden van het Christelijk Geloof. In moeilijke tijden blijken met name de vrouwen de steunpilaren van de Kerk.

Alle volkeren klapt in de handen, juicht voor God met vreugde kreten.
Want de Heer is verheven, ontzagwekkend; Hij is een Koning, groot over heel de aarde.
Hij heeft volkeren aan ons onderworpen, heidenen onder onze voeten gebracht.
Hij heeft ons als Zijn erfdeel gekozen,  de schoonheid van Jaäcob die Hij liefhad.
God is omhooggestegen onder gejuich, de Heer onder bazuingeschal.
Zingt een Psalm voor onze God, zingt Hem; zingt voor onze Koning: zingt een Psalm.
Want de Koning over heel de aarde is God: zingt de psalm met verstand.
God heerst over de volkeren, God zet zich neder op Zijn heilige troon.
De vorsten der volkeren zijn vergaderd voor de God van Abraham.
Want de sterken der aarde behoren aan God: zeer hoog zijn zij verheven”.
Psalm 46[47] vert ROK. ‘s-Gravenhage.

H. Theophanos en zijn echtgenote Pansemnas van Antiochië [Hebr.-= ‘pertinent tegen (de wereld)’].
Vroeger besloten jongeren veelal op jonge leeftijd tot een ascetisch leven.
Een mooi vorbeeld is de vita van de heilige Theophanos, van Antiochië welke vandaag de 10e juni wordt herdacht.
Als jongeman was hij op 15 jarige leeftijd gehuwd met een niet-christelijk [heidens] meisje, welke na een gelukkig huwelijk na drie jaar kwam te over-lijden. In deze tijd van uiterste droefheid hoorde hij spreken over Christus en zijn hart ging open naar een hogere liefde. Hij werd gedoopt en leefde vervolgens als kluizenaar in een kleine cel bij de stad.
Na enkele jaren drong de gedachte aan hem op dat er in Antiochië zovelen een zondig leven leidden uit onwetendheid en hij zag het als zijn christelijke plicht om ten minste één van hen te redden. Daarom verliet hij zijn cel, ging naar huis en zei tegen zijn vder dat hij opnieuw wilde trouwen. Deze was daarop zeer verheugd en gaf hem geld ter waarde van tien pond goud [wereldprijs is momenteel zo’n 50 Euro per gram].
Theophanes stak zich nieuw in de kleren en ging naar Pamsemna, een vrouw die bekend stond om haar slechte levenswandel.
Hij knoopte een gesprek met haar aan en vroeg hoe lang ze dit soort leven leidde. Zij antwoordde: “Sinds twaalf jaar”. “Zou je dan niet liever gewoon getrouwd zijn?“Niemand heeft me ooit gevraagd”, zuchtte zij. “En als ik je dan zou vragen om mijn vrouw te worden – Pamsemna, wat zou je dan zeggen?
Zij was intussen zo onderde indruk geraakt van zijn ernstige persoonlijkheid dat zij het hoofd liet hangen en zei: “Als ik maar niet zo onwaardig was”.
Toen namTheophanos haar hand en zei: “Pamsemna”, hier is geld; bereid de bruiloft voor, want als je van me houdt dan zul je van mij zijn”
– Met tranen in haar ogen antwoordde zij: “Niemand heeft ooit zo tot me gesproken. Wat kan ik anders dan van je houden?
Nu ging hij weg.
Een tijd later kwam hij bij haar terug en zei: “Het is tijd, ga met me mee”.
Zij vroeg waar ze dan heen zouden gaan en waar hun huis zou zijn. Toen wees hij naar de hemel: “Daar waar niet gehuwd wordt noch ten huwelijk gegeven, maar waar ze zullen zijn als engelen Gods”.
Zij was kwaad en wilde niet, maar ze hield van hem en luisterde toen hij begon te spreken over God Die rechtvaardig is en het onrecht haat; en over Jezus Christus, Die op aarde gekomen is om zondaars te redden.
Toen brak haar tegenstand en ze begon een diep verlangen te krijgen naar een heilig en ongeschonden leven.
Langzaam aan bracht hij haar ertoe zich geheel af te wenden van haar zondig leven en dit uit te wissen door het heilige water van de Doop.
Theophanos bouwde nu voor Pamsemna een cel in de buurt van de zijne, en leerde haar het ascetische leven van vasten en onophoudelijk gebed, het strijden tegen de opstandige hartstochten, het zich bewust zijn van God’s tegen-woordigheid en het verlangen naar het hemelse verblijf der rechtvaardigen.
Zo leefden zij elk in hun eigen cel gedurende bijna twee jaar en zij stierven toen gezamenlijk, misschien ten gevolge van een besmettelijke ziekte.
Na hun dood, in 369, werden zij in hetzelfde graf gelegd.

De weg van het leven
Het [huwelijk’s] Verbond met God wordt veelal vergeleken met het huwelijk’s Verbond wat de mens met de ander aangaat. In het begin wordt het uitbundig gevierd, maar vervolgens volgt het onbekende, steken er stormen op en wordt het moeilijker om het woord gestand te doen en elkaar vast te houden.
Werkelijke tegenstand vormt op cruciale momenten de mens en bouwt mee aan de vorming van het karakter – door levenserving wordt de mens volwassen.
Er zijn twee wegen: een van het leven en een van de dood, maar re is een groot verschil tussen die twee wegen.
De weg van het leven is de volgende. Houdt in de eerste plaats van God, die jou heeft gemaakt en ten tweede van je [meest] naaste als van jezelf. Alles wat je niet wilt dat het jou overkomt, doe dat ook een ander niet aan.
Wat je hieruit moet leren is het volgende:
Zegen wie jullie vervloeken, bid voor je vijanden en vast voor degenen, die je vervolgen. Want wat voor verdienste is het om te houden van wie jullie houden? Jullie dienente houden van wie haar voor jullie voelen,
eesrt dan zullen jullie geen vijanden ervaren en
zal de Heilige Geest op jullie kunnen neerdalen en
jullie Vrede brengen.
uit: de Didachè [Gr: Διδαχή = ‘onderricht, onderwijzing’) een vroeg-christelijk geschrift, gerekend tot de Apostolische Vaders en werd in de eerste helft van de tweede eeuw na Christus door een onbekende auteur uit Syrië in het Grieks geschreven.

Vespers bij ‘Heer ik roep . . .’
tn.4.  ”   In Uw onzegbare goedheid bent U vleesgeworden en ofschoon U als God niet kunt sterven, hebt U zó vrijwillig het Kruis en de Dood ondergaan.
Maar ten derede dage bent U uit de doden opgestaan, en op de veertigste dag bent u opgevaren naar de Hemel, vanwaar U eerst was neergedaald; om Vrde te schenken aan de aarde, en alles terug te brengen tot Uw Vader“.

 

Zondag van de vaders van het 1e Oecumenisch Concilie van Nicea in 325, Eén God, één Kerk.

Hemelvaart, de Belofte van de H. Geest, Simeon Artschischez, miniatuur [1305]

    Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zei:
    Vader het uur is gekomen; verheerlijk Uw Zoon, opdat Uw Zoon U zal verHeerlijken, gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken.
    Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de Enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.
    Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.
    En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, Die Ik bij U had, eer de wereld was.
    Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, Die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben Uw Woord bewaard. Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in Waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
    Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U, en al het Mijne is het Uwe en het Uwe is het Mijne, en Ik ben in hen verheerlijkt.
    En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij een zijn zoals Wij.
    Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd.
    Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn Blijdschap in zichzelf mogen hebben John.17: 1-13

    Want Paulus had zich voorgenomen Epheze voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen, want hij haastte zich om, zo mogelijk, op de Pinksterdag te Jeruzalem te zijn.
Maar hij zond iemand van Milete naar Epheze en ontbood de oudsten der gemeente; en toen zij bij hem gekomen waren, zei hij tot hen:
    Gij weet, hoe ik van de eerste dag aan, dat ik in Asia voet aan wal zette, al die tijd onder u verkeerd heb.
>
    Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft.
    Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken.
    Waakt dan en herinnert u, dat ik drie jaren lang nacht en dag niet heb opgehouden ieder afzonderlijk onder tranen terecht te wijzen.
    En nu, ik draag u op aan de Heer en het Woord van Zijn Genade, aan Hem, die bij machte is te bouwen en het erfdeel te geven onder alle geheiligden.
    Ik heb niemands zilver of goud of kleding begeerd; zelf weet gij, dat deze handen in mijn behoeften en in die van hen, die bij mij waren, hebben voorzien.
    Ik heb u in alles getoond, dat men door zo te arbeiden zich de zwakken moet aantrekken en zich de woorden van de Heer Jezus herinneren, die Zelf gezegd heeft:
           
Het is zaliger te geven dan te ontvangen’.
En toen hij dit gezegd had, boog hij de knieën en heeft hij met hen allen gebeden
”.
Hand.20:16 – 18: 28-36.

Hemelse Koning [in het Arabisch] MP3:

Rechtvaardige Rechtspraak

Mozes & de Wet

“ Zie, Ik heb dat land tot uw beschikking gesteld; trekt er binnen en neemt bezit van het land, waarvan de Heer aan uw vaderen, Abraham, Isaäc en Jaäcob gezworen heeft, dat Hij het hun en hun nakroost geven zou.
Toentertijd zei ik tot u:
ik alleen zal de zorg voor u niet kunnen dragen.
De Heer, uw God, heeft u vermenigvuldigd en zie, heden zijt gij zo talrijk als de sterren aan de Hemelen.
De Heer, de God van uw vaderen, voege er aan u nog duizendmaal zoveel toe als gij nu telt en zal u zegenen, zoals Hij u beloofd heeft.
>Daarop nam ik de hoofden van uw stammen, wijze en ervaren mannen, en stelde hen als hoofden over u aan, oversten over duizend, oversten over honderd, oversten over vijftig en oversten over tien, en opzieners voor uw stammen.
En ik gebood toentertijd aan uw rechters:
Hoort [de] [geschillen] tussen uw broeders en oordeelt rechtvaardig tussen
de een en de ander, of dit diens broeder is dan wel de vreemdeling die bij hem woont.
Gij zult in de rechtspraak de persoon niet aanzien;
Gij zult de onaanzienlijke evenzeer horen als de aanzienlijke;
Gij zult voor niemand vrezen, want de rechtspraak is van God.
De zaak echter, die voor u te zwaar is, zult gij tot Mij brengen, opdat Ik die zal horen”
Deut. 1: 8-11, 15-17.

“  Hoort [de] [geschillen] tussen uw broeders en oordeelt rechtvaardig
tussen de een en de ander, of dit diens broeder is dan
wel de vreemdeling die bij hem woont”
Deut. 1: 16.

de eed‘, de klassiek Christelijk-Germaanse synthese; ‘the oath’, the classical Christian-Germanic synthesis.

Wanneer we het in onze cultuur hebben over de klassiek, vroeg-Christelijk [Joodse] Traditie, benadrukken we de consistentie van Gods openbaring aan Zijn Volk doorheen de geschiedenis.
Het is dan ook niet verrassend dat Keizer Constantijn, toen deze de basis legde voor het Byzantijnse rijk en de Kerk als voetsteun [kurk voor zijn eigen machtslust] gebruikte het hierboven aangehaalde bevel van de profeet Mozes aanhaalde en daarmee een vergelijking trok met het hof, resp.
de gerechtshoven hoven van het oude Israël.
Ook keizer Constantijn bouwde een kerkelijke vriendenkring om zich heen, hetgeen blijkt uit het afgelopen week aangehaald verslag van de aanstelling van de 1e Patriarch van Constantinopel Metrophanos [325-326] en het op gezag van Keizer Constantijn geïnitieerde 1e Concilie te Nicea in Bithynië [hedendaags İznik in Turkije], waarbij
een 1e poging werd ondernomen om in de Kerk consensus te bereiken door middel van een vergadering van de toezichthouders, bisschoppen van de toenmalige bekende ambtsgebieden [van paus was nog geen sprake !!, de paus was slechts toezichthouder over zijn diocees en de patrirach idem].
In juli 306 werd Constantijn de Grote door zijn troepen uitgeroepen tot imperator en Augustus, vanaf 308 werd hij als zodanig ook door de Senaat van Rome erkend. Door allianties, militaire overwinningen en meevallers ging hij een steeds groter deel van het Romeinse Rijk regeren tot hij vanaf 324 alleenheerser werd. Hij bouwde zich een nieuw teritorium rond zijn stad ‘Constantinopel‘.
            De Heilig verklaarde keizer Constantijn was een ‘machtswellusteling’, die je heden ten dage nog wel tegenkomt, dat blijkt uit geheel zijn levensgeschiedenis. Zijn enige doel met de Kerk was een benodigde kurk, een voetenbankje waarop ‘zijn wereldse Rijk’ zou komen en Hij in staat zou zijn ‘orde en rust’ over zo’n massa inwoners van een groot gebied te verkrijgen.
            Tijdens de 1e vergadering/het concilie van Nicea trachtten de deelnemers zoals ook in onze tijd plaats vindt consensus te bereiken omtrent verschillende vraagstukken:
            Er waren 318 toezichthouders bijeen, op papier werd het voorgezeten
door de keizer ‘himself’, maar aangezien deze niet zoveel op had met theologie,
werd Ossius van Cordoba [Sp] de feitelijke voorzitter, deze was een prominent voorvechter van wat later het katholieke christendom zou worden in de Ariaanse controverse, die de 4e-eeuws vroeg-christelijke kerk verdeelde.
            Athanasius, diaken van Alexander van Alexandrië, voerde het hoogste woord, gesteund door Alexander van Constantinopel, hierbij werd de autoriteit van het oude Rome en die van Alexandrië en Antiochië door het concilie erkend, zodat er al in ‘die’ tijd al sprake was van onenigheid over wie wel niet de eerste was onder/over ongelijken zou hebben.
Het was echter de keizer, die besloot de hoofdstad van Rome naar zijn nieuwgebouwde stad Constantinopel te verplaatsen, waardoor ook de bisschop van die plaats een prominente plaats begon in te nemen.
            Er werd een Geloofsbelijdenis aangenomen waarin staat dat Christus ‘homo-ousios’, van dezelfde substantie is, als de Vader en dus ook waarlijk God is. Slechts twee bisschoppen weigerden dit te aanvaarden, en enkele anderen slechts onder voorbehoud, omdat ze bang waren dat acceptatie van het woord ‘homo-ousios’ modalisme zou behelzen.
  Sabellianisme [of modalisme] is een vroeg-christelijke leer
die evenals het adoptianisme gerekend wordt tot het monarchianisme.
Het is vernoemd naar de mogelijk uit de Pentapolis afkomstige Sabellius, die
sinds 215 leider was van de modalisten in Rome.
– Adoptianisme is de opvatting, dat Jezus in feite een door God uitverkoren profeet was. Jezus christus wordt voorgesteld als een bijzonder mens, terwijl zijn Godheid wordt ontkend. De verbinding tussen God en mens is hier een adoptieve-relatie.
– Monarchianisme is een verzamelnaam voor ketterijen, waarin de eenheid van God benadrukt wordt ten koste van de drieëenheid.
Alle drie bovenstaande -ismen werden als dwaalleer beschouwd/ bestempeld en het feit dat Christus ‘homo-ousios‘, van dezelfde substantie, is als de Vader en dus ook waarlijk God is, werd met grote meerderheid van stemmen aanvaard.

            Op zich is het al vreemd dat er op basis van het teruggrijpen op een wetmatigheid over de rechtvaardige Rechtspraak van Mozes van buitenaf [door de Keizer] in de vroeg-Christelijke Kerk tot een wereldse éénheid wordt getracht te komen.
Met ‘de Wet of de profeten’ bedoelt onze Heer en Verlosser ‘de geboden en de leer‘ van het Oude Testament, zoals blijkt uit al Zijn uitspraken:
  “ Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de Wet en de profetenMatth.7: 12.
  “ Aan deze twee geboden [God liefhebben en je naaste als jezelf] hangt
de gehele Wet en de profeten
Matth.22: 40.
Het is dus duidelijk dat Jezus niet gekomen is om de wetten, die God in het Oude Testament al gegeven heeft te ontkrachten, af te schaffen, of uiteen te doen vallen.
Hij waarschuwt:
      Wie dan één van de kleinste van deze geboden ontbindt en de mensen zó leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der HemelenMatth.5: 19.
Christus heeft namelijk bepaald dat er slechts één Waarheid is, en één hoofd van de Kerk en dat slechts ‘Hij’ dat in Liefde en verbonden met de Vader is, als de mensgeworden Zoon van God.
Christus is hier nooit en te nimmer onduidelijk over geweest.
Het Lichaam van Christus, indien je het zo wilt noemen de broeder-, zusterschap- sterker nog het Kindschap van God de Vader heeft geen geïnstitutionaliseerde organisatie nodig, het gaat om de onderlinge Liefde, zoals ook de Drieëenheid onderling met elkaar verbonden is tot één God.
            Ik beweer daarbij niet dat de concilies en hun richtlijnen niet van nut zijn gebleken in de historische ontwikkeling van het navolgen van Christus, maar de machtsblokken Oost- en West, en daartussen het aloude europese Rome, welke heden ten dage in de Kerk zijn doorgedrongen laten zien, waar een nadruk op een werelds georiënteerde manier van denken toe kan leiden.
Het is ook absoluut niet de bedoeling in deze ‘een strijdgeest‘ te voeden, het gaat in de kern bij Christus om Zijn Pedagogie, een leer, die strekt tot een levensreddende houding voor iedere mens, die Hij liefheeft. Het gaat in de Kerk,  zoals die nu bestaat helemaal niet om de ‘Waarheid in Christus‘, maar veelal om een eigen clubje, met een eigen [nationaal getint] nestgeurtje.
            Het is niet voor niets dat ondergetekende spreekt van navolgers van Christus, van spelleiders en toezichthouders, opdat niemand het in z’n [bisschoppelijke] hoofd haalt een te grote broek aan te trekken.
De vroeg-christelijke Kerk draaide ondanks de invloed van diverse ismen/ ketterijen zonder al te veel moeilijkheden op basis van de aloude monastieke beweging, die al vanaf de tijd van de profeten het Licht van de onderlinge Liefde had doen zien. Zonder instituut waren zij maar al te best in staat gebleken en zijn nog steeds in staat afstand te nemen van wereldse invloed en tot een uiteindelijk ‘statuut’ te komen.
De eenheid van de Kerk behoort tot het fundamenteel belijden van de Kerk en zolang die geen gestalte krijgt, leven wij ‘de Heer en Zijn Pedagogie loslatend’ in zonde, sterker nog: dan lasteren we Zijn ene Naam onder de Volkeren.
Het gaat dus niet om goede intenties en alleen ‘een voor het wereldtoneel’ [de publieke opinie] elkaar zoeken met het oog op en tòch niet te bereiken eenheid. Wie van hen [‘de Heren‘] wenst immers z’n positie op te geven?
Het gaat om bekering en bekering kun je niet uitstellen, anders is het niet serieus. Dàn heb je na al die tijd nog steeds niet ingezien
wàt je hebt aangericht en
wàt je ‘zelf‘ in stand houdt.

Tijdens het concilie van Nicea werd los van bovenstaande door persoonlijke inbreng ook de datum van Pasen vastgelegd, het werd de eerste zondag ná de volle maan ná de lente-equinox [wie de tijd, de agenda beheerst, heeft de macht].
Christenen die vasthielden aan de joodse berekeningswijze, gelijk dus aan het begin van Pesach, werden in liefde ‘quarto-decimanen’ genoemd.
Ook werden er een aantal disciplinaire canons/ kerkelijk recht !!! opgesteld en
de autoriteit, de zogenaamde eerste onder gelijken werd aan Rome toegewezen.
Beïnvloeding, handje-klap en werelds bestuur vormde vanaf dàt moment de  boventoon, hetgeen in de daaropvolgende geschiedenis tot vele mistoestanden heeft geleid.
Wanneer dan gesteld wordt dat ons oor geneigd dient te zijn:
“[de] [geschillen] tussen uw broeders en rechtvaardig tussen
de een en de ander te beoordelen en te bezien òf dit
diens broeder dan wel de vreemdeling is die bij hem woont“,
dàn is het helemaal niet zo verwonderlijk dat de Kerk verworden is tot een warboel, waarbij een buitenstaander/toeschouwer er geen touw meer aan vast kan knopen.

Mozes, door de kracht van onze Heer Jezus Christus verheven, leidde het Volk door de Rode Zee.

De aanklacht van Mozes bepaalt wàt God verwacht van elke bevinding die
rechtvaardig wordt genoemd en dat heeft tot gevolg gehad dat zelfs gerechtelijke procedures de concilies van orthodox-christelijke naties gingen overheersen.
Het menselijk-, financieel-, machts- belang stond voorop en de grote tegenstander, de duivel had vrij spel.
Menselijk ingrijpen en menselijke macht en majesteit kunnen van gerechtelijke procedures bespottelijke dingen maken. Ze buigen en verdraaien de oordelen van de rechtbanken om zich aan te passen aan populaire ideologieën door in macht en rijkdom van de situatie te profiteren.
God echter ziet en veroordeelt al dergelijke zondige geestelijke dwalingen.
Vanuit een joods-christelijk perspectief vallen echter helaas alle rechtbanken in
alle landen onder het Mozaïsche bevel, want de grote profeet gaf Gods Volk
slechts een menselijke waarheid die van toepassing is op alle volkeren in alle tijden en plaatsen. Mozes vergat daarbij het ingrijpen van God, Die immers altijd het laatste Woord heeft.
In het ‘onderricht van de twaalf apostelen‘ wordt de gelovige geadviseerd:
‘Zorg niet voor verdeeldheid’, maar maak ‘Vrede tussen disputanten’.
Wanneer er Recht gesproken wordt toon dan als Salomon geen
partijdigheid bij het terechtwijzen van overtredingen.
Hink niet op twee gedachten of iets wèl òf niet waarachtig zou dienen te zijn’
conf. ‘The Apostolic Fathers’, blz. 311.

Terwijl we het Feest van de Heilige Vaders van het 1e Concilie van Nicea vieren, zien we dat hun beraadslagingen eveneens in overeenstemming zijn met
de beschuldiging van de profeet.
Allereerst vergroot Mozes het bevel om  ” -‘rechtvaardig’- te oordelen” door zowel de waarheid in zowel negatieve als positieve bewoordingen te vermelden, alsook door een specifieke toepassing te geven:
“Je zult geen partijdigheid in oordeel tonen; je zult de kleine -‘èn’- de grote oordelen “ Deut. 1: 17.
Het Eerste Oecumenische Concilie volgde deze zelfde regel toen zij de zaak van Arius behandelde. Als spelleider/priester ten dienste van de grote en rijke parochie van Baucalis, in de stad Alexandrië, trok de blik van Arius aanvankelijk veel belangstelling en steun.
Toen hij en de toezichthouder/bisschop van Alexandrië openlijk van mening verschilden, werden plaatselijke conilies bijeen geroepen ter ondersteuning van beide partijen.

H.Nicolaas, toezichthouder van Myra [in het huidige Turkije] slaat Arius tijdens het Concilie van Nicea om de oren.

De kwestie werd uiteindelijk overgenomen door het Eerste Oecumenische [=algemene] Concilie van de Kerk, gesponsord door keizer Constantijn in Nicaea. Arius kreeg ‘zijn‘ dag om zich voor de rechtbank te verantwoorden, maar een meerderheid van de verzamelde ascetisch doorleefde vaders veroordeelden ronduit zijn mening.
Ze streefden ernaar onpartijdig te handelen in het oplossen van wat begon als een zaak tussen ‘n priester en z’n bisschop: ‘klein en groot‘ in de Kerk werden gelijk gehoord. Evenzo, ondanks de sterke steun voor Arius’ opvattingen van velen in de Kerk, inclusief de populaire bisschoppen van drie invloedrijke bisdommen [Nicomedia, Nicea en Chalcedon], keerden de Heilige Vaders van het 1e Concilie niet op hun woorden terug ” voor de aanwezigheid van een mens, want het oordeel is aan God “ Deut. 1: 17.
Ze streefden ernaar getrouw te zijn aan Goddelijke Openbaring zoals ze die hadden ontvangen, want de levenschenkende en reddende Waarheid van God stond op het spel.
Pas nadat er géén geschikte uitdrukking uit de Heilige Schrift gevonden kon worden, gebruikten ze hun toevlucht tot de niet-bijbelse term ‘homo-ousios’ (“van één essentie”) om de relatie tussen God de Vader en God de Zoon tot uitdrukking te brengen. Nicea zelf vormde het laatste hof van beroep, nadat er her en der talloze kleinere concilies waren gehouden in het oosten en het westen, evenals in Alexandrië. Toen de “zaak [te] te hard was”Deut. 1: 17. om een ​​regionaal concilie definitief te bevestigen, spraken zij noodzakelijkerwijs, zoals Mozes gebiedt, vanuit “monastiek doorleefde, verstandige en geïnformeerde mensen” Deut. 1: 15.
Zó werd een beroep gedaan op het hoogste gezag, dat in de Kerk de roeping van een ‘Oecumenisch’ concilie vereist en dat slaat niet alleen op de grote Patriarchaten, maar op de ‘gehele Kerk‘ en omvat niet slechts een aandringen op een compromis in consensus van enkelingen.

” Reconcile yourself first with God and with each other prepare first the way of the Lord make straight His paths”

      De Heer is Koning, met luister getooid: de Heer heeft Zich bekleed met Macht en Zich  omgord. Want ‘Hij’ heeft heel de wereld gegrondvest: zij staat onwankelbaar.
Vanaf het begin staat Uw troon gevestigd: Gij zijt van alle eeuwigheid.
Stromen verhieven, Heer, stromen verhieven hun stem; stromen zweepten hun golven op met geweldig gedonder van water.
Wonderbaar zijn de hoge golven der zee; wonderbaar is de Heer in de hoge.
Uw getuigenissen zijn uiterst geloofwaardig: Uw huis, Heer, past heiliging tot in lengte van dagen
Psalm 92[93] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Apolytikion    
tn.6.
  “  De scharen der Engelen stonden aan Uw graf en
‘de wachters’ lagen als dood.
Bij het graf stond Maria Magdalena zoekend
het alleruiterst Lichaam van haar Heer.
Gij hebt de hel overwonnen, zonder erdoor te worden aangetast.
Gij hebt de Maagd ontmoet, Levenschenkende,
Die uit de dood zijt opgestaan.
Heer, ere zij U
”.

            Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,’

tn.8.  Boven al zijt Gij verheerlijkt, o Christus onze God,
Die onze
[monastieke] Vaders op aarde als sterren bevestigd hebt.
Door hen hebt Gij ons tot het ware Geloof gebracht:
Barmhartige Heer, eer aan U
”.

            nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen,. AMEN”.

tn.4.    In Heerlijkheid zijt Gij opgestegen, o Christus onze God, en
hebt Uw Leerlingen verblijd door de Belofte van de Heilige Geest.
Want door Uw Zegen leerden zij, dat
Gij de Zoon God’s zijt, en
de verlosser van de wereld
”.

Woensdag in de 6e week van Pascha – afscheid van Pascha, voorfeest van Hemelvaart, Herstel van de Menselijke natuur.

 


Theophany, Transfiguration & Opstanding van Lazaros, Sinaï-icon
      ‘Gelooft in het Licht zolang gij het Licht hebt, opdat jullie kinderen van het Licht mogen zijn’. Dit sprak onze Heer en Verlosser en Hij ging heen en verborg Zich voor hen.
En hoewel Hij zovele tekenen voor hun ogen gedaan had,
geloofden zij niet in Hem, opdat het woord van de profeet Isaiah
vervuld werd, dat hij sprak:
         ‘Heer, wie heeft geloofd, wat hij van ons hoorde? En aan wie is de arm des Heren geopenbaard?’.
Hierom konden zij niet geloven, omdat Isaiah elders gezegd heeft:

Genezing van de Blindgeboren mens

         ‘Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, dat zij niet met hun ogen zien, met hun hart verstaan en zich bekeren, en Ik hen zal genezen’.
Dit zei de profeet Isaiah, omdat hij Zijn Heerlijkheid zag en van Hem sprak.
En toch geloofden zelfs uit de oversten velen in Hem, maar ter wille van de Farizeeën kwamen zij er niet voor uit, om niet uit de synagoge te worden gebannen; want zij waren gesteld op de eer der mensen, meer dan op de eer van God.
Jezus riep en zei:
        ‘ Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem, die Mij gezonden heeft; en wie Mij aanschouwt, aanschouwt Hem, die Mij gezonden heeft.
        ‘ Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat een ieder, die in Mij gelooft, niet in de duisternis zal blijven.
        ‘ En indien iemand naar Mijn woorden hoort, maar ze niet bewaart,
Ik oordeel hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen, doch
om de wereld te behouden
John.12: 36-47.

      En hij [Paulus] kwam te Caesarea [naam als eerbetoon aan de Romeinse keizer], ging aan land en groette de gemeente en ging naar Antiochië. En toen hij daar een tijd lang geweest was, ging hij weer weg en doorreisde achtereenvolgens het land van Galatie en Frygie om al de discipelen te versterken.
        En een zekere Jood, genaamd Apollos, geboortig uit Alexandrië, een geleerd man, doorkneed in de Schriften, kwam te Epheze.
Deze was ingelicht omtrent de weg des Heren en, vurig van geest, sprak en leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking had, ofschoon hij alleen wist van de doop van Johannes.
En deze begon vrijmoedig op te treden in de synagoge.
En toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg God’s nauwkeuriger uit.
En toen hij naar Achaje wilde oversteken, moedigden de broeders hem daartoe aan en schreven aan de discipelen, dat zij hem vriendelijk moesten ontvangen.
Deze, daar aangekomen, was door (Gods) genade van veel nut voor hen, die geloofden. Want onvermoeid bestreed hij de Joden in het openbaar“ Hand.18: 22-28a.

    En het zal geschieden in het laatste der dagen:
dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als
de hoogste der bergen, en Hij zal verheven zijn boven de heuvelen.
En alle volkeren zullen daar naar toe gaan en
vele natiën zullen optrekken en zeggen:
    Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God van Jaäcob,
– opdat Hij ons zal leren aangaande Zijn wegen en
– opdat wij Zijn paden bewandelen.
➙ Want de wet des Heren zal gaan uit Sion en
het Woord des Heren zal uitgaan van Jeruzalem
”.
Isaiah 2: 2,3

Omhoog kijken

De diepste betekenis van het feest van Hemelvaart is dezelfde als die van het feest van de Opstanding/de Verrijzenis.
Christus’ Hemelvaart is namelijk absoluut géén afscheid nemen:
het is het feest van Zijn blijvende Aanwezigheid onder ons als de verheerlijkte Heer en Meester over alle dingen.
Na zijn lijden en dood heeft Christus Zijn navolgers herhaaldelijk bewezen dat Hij leefde; gedurende veertig dagen is Hij in hun midden verschenen en sprak Hij met hen over het Koninkrijk der Hemelen.
          In een eerder stadium sprak Christus met Nikodemus,
een overste der Joden; die ’s-nachts tot Hem kwam en zei:
  Gij zijt de leraar van Israël, en het opnieuw geboren worden verstaat gij niet? Voorwaar, voorwaar, Ik, de Zoon van God zeg u:
‘wij spreken van wat wij weten en wij getuigen van wat wij gezien hebben, en u neemt ons getuigenis niet aan. Indien Ik ulieden van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft, hoe zult gij geloven, wanneer Ik u van het Hemelse spreek? 
En niemand is opgevaren naar de Hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is de Zoon des mensen. En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebben’
John.3: 10-13.
Er is dus maar één menselijk Persoon Die naar de Hemelen gaat.
De God-mens, Die een tijdje daarvoor voor het eerst als mens naar de aarde afdaalde. De God-mens wiens oorsprong niet in het aardse gegrondvest is, ook niet te beredeneren is, het is een Mysterier, zoals God een Mysterie is, maar
Zelf hoogst-Persoonlijk vanuit de Hemelen is afgedaald.
Dàt is onze Heer Jezus Christus, de eeuwige Zoon van God, Die
de enige onder de mensen is, Die tot God’s Almachtige Rijk behoort.

Hij is mens geworden – omwille van ons en – om onze verlossing 
In de volheid van de tijden werd Hij,
de Zoon des mensen in de schoot van Maria geboren. Ná Zijn zondeloze, getrouwe leven en Zijn verzoenende dood, stond Jezus als mens op en ging voor ons naar de Hades om
die voor ons leeg te halen – in hetzelfde menselijk Lichaam waarin Hij door de mens werd gekruisigd!
De Verlosser keerde als God, een van de Heilige Drieëenheid, terug naar Zijn Vader, maar toch bleef Hij een van ons, terwijl Hij onze menselijkheid met Zich meenam.
                Alleen de God-mens kon voor onze Verlossing afdalen en weer ten Hemel varen. Dus ons toekomstig, belichaamd leven, samen met alle heiligen, in de aanwezigheid van God,  hangt om het zo te zeggen af van Zijn pendeldienst, door Zijn Opstanding zullen wij Hem daarin volgen.
               Om het voor ons mogelijk te maken naar de Hemel te gaan,
moest Hij een weg banen.
Hij moest de hemel opnieuw met de aarde verbinden.
En wij dienen daarom als navolgers en als medereizigers
onderweg naar het Hemels Koninkrijk met Christus te zijn.
Wij dienen door de Heilige Geest een Verbond met
de Vader in de Zoon aan te gaan opdat allen één worden.

Als deelnemers aan Zijn Lichaam, de Kerk – in lijden, sterven en Opstanding

Wij dienen als mens met onze Heer en Meester als leden van
Zijn Lichaam [de Kerk] verenigd te worden.
Ik dien in Zijn Lichaam te worden opgenomen om nèt als Hij, Die één is met de Vader en de Geest:
Heilig te worden tot Heerlijkheid van God de Vader”. We zingen dit ieder Goddelijke Liturgie en het lijkt zo gewoon, maar het is de essentie, de geestelijke kern waar het om gaat. Hij heeft door Zijn dood, de dood overwonnen en zetelt aan de rechterhand van de Vader, terwijl Hij onlosmakelijk door de Geest in het Mysterie van God één is met de Vader; dit betreft een zo’n grote liefdesband dat wij in Zijn Koninkrijk mogen functioneren als Zijn dienaren en dienaressen, sterker nog als Zijn kinderen.
In die menselijke gedaante, in dàt Lichaam, in de Kerk, dien ik opgenomen te zijn, wil ik Zijn weg gaan tot Heerlijkheid van God, de Vader.
Christus is ‘de Bron des Levens’ in Wie wij de overtocht, de doorgang van de aarde naar de Hemel kunnen maken.
En dàt betekent ‘niet’ dat wij ná onze doop, waarmee wij de Verbintenis met
God zijn aangegaan, op onze lauweren kunnen gaan rusten, want
⁌ dàn begint het pas
⁌ dàn begint de werkelijke strijd om te overleven ten
opzichte van de aanvallen van de vijand.

Een levendige relatie met onze Heer en Meester.
Wij mensen leven alleen in Hem.
Wanneer wij ons slechts op de wereld richten en daarmee God terzijde stellen dan zijn wij dood, verloren.
We leven alleen door Hem en tot Hem en in Hem.
Onze Heer en Verlosser helpt ons niet alleen de weg te vinden;
Hijzelf ‘is’ de nieuwe en levende weg naar God:
    Waar dan voor onze ongerechtigheden vergeving bestaat, is
er geen zondoffer meer [nodig]. Daar wij dan, broeders en zusters,
volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het Heiligdom
door het bloed van onze Heer Jezus Christus, langs
de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door
het voorhangsel, dat is, Zijn vlees, en wij een grote priester over
het huis van God hebben, laten wij toetreden met een waarachtig hart, in
de volle verzekerdheid van het Geloof, met een hart, dat door
besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met
een lichaam, dat gewassen is met zuiver water
Hebr.10: 18-22.
Ik kan als navolger gaan waarheen Hij gegaan is
⁌  in innige gemeenschap door de Zoon met Zijn Vader
⁌  alleen als ik ‘in’ Hem ga door het verenigende werk van de Geest.
En daarom is Zijn Hemelvaart zo belangrijk voor ons.
          Het is het fundament van de gebeurtenis in de geschiedenis van het Heil,
van “Christus is onder ons, Hij is en zal zijn”,
Hij is onder ons vanwege onze voortdurende vereniging met Hem.
          De Hemelvaart van onze Heer en Verlosser, onze Heer Jezus Christus,
de Zoon van God is voor ons persoonlijk van levensbelang.
We hebben allemaal een plaats verkregen – een eeuwige reeds betaalde plaats
in wat er gebeurde toen Jezus terugkeerde naar Zijn Vader.
Hij heeft voor ons, die plaats bereid in de Hemelse gewesten:
    God, de Vader echter, Die rijk is aan erbarmen, heeft, om
Zijn grote Liefde, waarmee Hij ons [mensen] heeft liefgehad, ons, hoewel
wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus,
– door Genade zijn wij behouden -, en heeft ons mede opgewekt en
ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om
in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom van Zijn Genade te tonen
naar [Zijn] goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Want door Genadegaven zij wij behouden, door het Geloof, en
dat niet uit uzelf: het is een Gave van God; niet uit werken, opdat
niemand [onder ons] zal roemen.
Want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om
goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat
wij daarin zouden wandelen
Eph. 2: 4-10

Herstel van de menselijke natuur

 

Profeet Isaiah & de cherubijn – Προφήτης Ησαΐας & Χερουβείμ –              إشعياء النبي والملاك

Want de wet des Heren zal gaan uit Sion en
het Woord des Heren zal uitgaan van JeruzalemIsaiah 2: 3
           Toen de Heer met Zijn Opstanding en Hemelvaart naar de hemel opsteeg, heeft Hij Zichzelf niet van zijn menselijkheid ontdaan.
Wèl hief Hij “de gelijkenis aan Adam op:
  Gij hebt op aarde gezocht naar het Verloren Schaap, en dit terug gebracht bij hen die zich ‘niet’ hadden laten verleiden door het bedrog.
En nadat Gij zijt opgegaan naar de Hemel, Woord van God, zetelt Gij in Heerlijkheid aan de rechterhand van Hem, Die U heeft voortgebracht.
Ere zij Uw grote Barmhartigheid
uit 3e ode Canon 6e woensdag.
          De opvoeding welke wij hebben opgepakt uit de Pedagogie van Christus  over de menselijke natuur aan de rechterhand van de Vader verzekert ons dat de weg ‘nu’ open is voor iedereen die ijverig op zoek is naar het herstel van de menselijkheid.
De verheffing van onze natuur geeft iedereen in elke natie op aarde de motivatie
ga de berg op van de Heer, naar het huis van de God van Jaäcob, dat
Hij ons Zijn weg bekend mag maken zodat wij erin mogen wandelenIsaiah 2: 3.
We begrijpen dat wanneer de profeet spreekt van de “berg des Heren” òf
het “huis van de God van Jaäcob“, deze verwijst naar de Kerk, ” hèt ‘Lichaam van Christus’“.
De heilige toezichthouder/bisschop Nikolai Velimirovic zegt:
De berg of de hoogten van het huis van de Heer is inderdaad gevestigd . . .
in de hoogten van de Hemelen  – want de Kerk van Christus is in de eerste plaats niet aards, maar Hemels en een deel van de leden van de Kerk is [en dat nu grotendeels] in de Hemel, terwijl de anderen hier op aarde zijn
uitProloog van Ochrid’, deel 3, blz. 163.
Verder is de Kerk van Christus “verheven boven de heuvels “,
dat wil zeggen,
boven alle aardse of menselijke dimensies verheven.
De grote filosofieën en kunst en al de wereldse culturen, zijn allemaal slechts  aardse hoogten, alleen uitlopers [het gevolg van] onder de verre bergen van de Kerk van Christus, want,  zo gaat deze Heilige Nikolai verder:
de Kerk zou er geen moeite mee hebben om deze ‘aardse hoogten’ te creëren, terwijl er niet één bestaat. . . . die in staat zou zijn om de Kerk te creëren”.
Indien we eenmaal dóór hebben/begrijpen, dat Isaiah in deze passage profetisch
over de Kerk spreekt, wordt het duidelijk dat hij ons uitnodigt
naar de berg des Heren te gaan, naar het huis van de God van JaäcobIsaiah 2: 3..
Zoals de Heilige Athanasios opmerkt is dìt nu juist de stem/het geluid/ de erfenis  van de Heiligen, de heilige vaders en moeders van de Kerk.
De heiligen hebben de waarachtigheid ontdekt van de rijkdom van God’s Waarheid, want de Heer openbaarde hen “de weg waarin [zij] dienen te wandelen”, zoals de profeet David reeds sprak:
Mijn ziel dorst naar U, als een land zonder water:
verhoor mij spoedig, Heer, mijn geest versmacht.
Wend Uw aangezicht niet van mij af, anders word ik gelijk aan wie afdalen in het graf, doe mij in de ochtend Uw Barmhartigheid horen, want op U heb ik mijn vertrouwen gesteld.
Heer, doe mij de weg kennen die ik moet gaan,
want tot U heb ik mijn ziel verheven

Psalm 142[143]: 9-11 vert. ROK. ’s-Gravenhage.
De heilige Athanasios gaat echter verder met uitleggen dat
de weg die door deze heilige mannen en vrouwen wordt onthuld, niet is
Voor de onzuivere. . . noch is het opklimmen [op de maatschappelijke ladder]
naar zondaars toe; maar het is voor de deugdzame en toegewijde mensen, en
voor degenen die liefde volgens het doel van de heiligen nastreven

uitIsaiah through the ages’, blz. 29.
Deze goddelijke taak is alleen mogelijk omdat onze mensheid door de vleesgeworden Heer Zelf naar de Hemelse plaatsen is geleid.

het Mysterie van de Doop

Alleen door de verbintenis [het Verbond van het Mysterie van de Doop] met Christus Jezus, onze Heer, Die zowel God is als de mens, kan de goddelijkheid onze menselijkheid binnendringen.
Onze Weldoener zal de schepping reinigen en herstellen tot “de oorspronkelijke ongerepte schoonheid” welke er voor Adam & Eva was.
Het zuiverende Mysterie dat bij de doop begint, is nu in ons volbracht door de Heilige Geest.

Wat bedoelt de profeet als hij verkondigt dat
de wet van de Heer zal uitgaan van Sion, en het Woord des Heren uit JeruzalemIsaiah 2: 3 ? Volgens Theodoret van Cyrrhus “roept” Isaiah “niet God” het Woord aan, maar de leer van het het Goddelijke Woord. Voor God kwam het Woord niet ‘uit’ Sion, maar het wàs ‘in’ Sion; Hij onderwees de waarheid “ uit Isaiah door de tijdperken, blz. 30.
Het punt is dat de Heer onderwees in Zion, in de Tempel van Jeruzalem, toen hij riep:
En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende Indien iemand dorst heeft, hij dient tot Mij te komen en te drinken !
– ‘Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’ -.
Dit zei Hij van de Geest, welke zij, die tot Geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt wasJohn 7: 37-39, met de nadruk op vers 38.
Verder gaat “het Woord des Heren” uit “vanuit Sion“, d.w.z. vanuit de Kerk.
Veel vernam Onze Heer, Jezus Christus in de Tempel, maar Hij ontving Zijn woorden alleen in termen van de oude Wet, die in gebreke bleef om Hem als ‘het Leven Zelf’ te zien.
Tegenwoordig biedt Hij alle mensen ‘het eeuwige Leven’ door de Kerk.

O Christus, onze God,
Hoezeer gaan Uw Genadegaven elk begrip te boven!
Hoe ontzagwekkend is dit Mysterie!
De Meester van het heelal steeg op van de aarde naar de Hemelen en
Hij zond over Zijn Volgelingen de Heilige Geest, Die hun verstand verlichtte en
hen door Zijn Genade vlammend tot volmaaktheid bracht
”.
conf. Prijslied Hemelvaart

6e Zondag na Pascha – Zondag van de Blindgeborene, die dienaar wordt die z’n weg de berg opwaarts kiest

      En voorbijgaande zag onze Heer en Verlosser een mens, die sedert zijn geboorte blind was. En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: ‘ Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?’. Jezus antwoordde: ‘ Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden.
Wij moeten werken de werken doen van Degene, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld’.
        Na dit gezegd te hebben, spuwde Hij op de grond en maakte slijk van dit speeksel en Hij legde hem het slijk op de ogen en zeide tot hem:
        ‘Ga heen, was u in het badwater Siloam’, hetgeen vertaald wordt door: uitgezonden worden.
Hij dan ging heen, waste zich en kwam ziende terug.
De buren dan en zij, die hem vroeger als bedelaar gekend hadden, zeiden: ‘Is hij dat niet, die zat te bedelen?’.

Genezing, inclusief hun gaven, mogelijkheden en beperkingen. Daarom zul je in de omgang en communicatie met hen op zoek moeten gaan naar passende vormen!

Sommigen zeiden: ‘Hij is het; anderen zeiden: Neen, maar hij gelijkt op hem’.
Hij zei [zelf]: ‘Ik ben het’.
Zij dan zeiden tot hem: ‘Hoe zijn dan uw ogen geopend?’.
Hij antwoordde: ‘De mens, die Jezus genoemd wordt, maakte slijk, streek het op mijn ogen en zei tot mij: ‘Ga heen naar Siloam
[Hebr.= uitgezonden worden] en was u. Ik ging dan heen en toen ik mij gewassen had, werd ik ziende’.
En zij zeiden tot hem: ‘Waar is Hij? Hij zeide: Ik weet het niet’.
Zij brachten hem, die vroeger blind geweest was, naar de Farizeeën.
Nu was het Sabbath op de dag, dat Jezus het slijk maakte en zijn ogen opende.
Opnieuw vroegen hem ook de Farizeeën, hoe hij ziende was geworden.
En hij zei tot hen: ‘Hij legde slijk op mijn ogen, ik waste mij, en nu kan ik zien’.
Sommige dan van de Farizeeën zeiden: Deze mens komt niet van God, want Hij houdt de Sabbath niet.
Anderen zeiden: Hoe kan een zondig mens zulke tekenen doen? En er was verdeeldheid onder hen. Zij dan zeiden nog eens tot de blinde. Wat zegt gij van Hem, daar Hij uw ogen geopend heeft? En hij zei: Hij is een profeet.
De Joden dan geloofden niet van hem, dat hij blind geweest en ziende geworden was, totdat zij de ouders geroepen hadden van hem, die ziende was geworden en zij vroegen hun en zeiden:
‘Is dit uw zoon, van wie gij zegt, dat hij blind geboren is? Hoe kan hij dan nu zien?’.
Zijn ouders antwoordden en zeiden: ‘Wij weten, dat dit onze zoon is, en dat hij blind geboren is; maar hoe hij nu zien kan, weten wij niet, en wie zijn ogen geopend heeft, wij weten het niet; vraagt het hemzelf, hij heeft zijn leeftijd, hij zal voor zichzelf spreken’.   Dit zeiden zijn ouders, omdat zij bang waren voor de Joden, want de Joden waren reeds overeengekomen, dat, indien iemand mocht belijden, dat Hij de Christus was, hij uit de synagoge zou worden gebannen.
Daarom zeiden zijn ouders: Hij heeft zijn leeftijd, vraagt het hemzelf.
Zij riepen dan ten tweeden male de man, die blind geweest was, en zeiden tot hem: Geef aan God de eer; wij weten, dat deze mens een zondaar is.
Hij dan antwoordde: Of Hij een zondaar is, weet ik niet; een ding weet ik, dat ik, die blind was, nu zien kan.
Zij dan zeiden tot hem: Wat heeft Hij aan u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?
Hij antwoordde hun: ‘Ik heb het u al gezegd, en gij hebt er niet naar gehoord; waarom wilt gij het opnieuw horen? Wilt gij soms ook discipelen van Hem worden?’.
En zij scholden hem uit en zeiden: ‘Gij zijt een discipel van Hem, maar wij zijn discipelen van Mozes; wij weten, dat God tot Mozes gesproken heeft, maar van deze weten wij niet, vanwaar Hij komt’. De man antwoordde en zei tot hen:
‘ Hierin is toch iets wonderlijks, dat gij niet weet, vanwaar Hij komt, maar mijn ogen heeft Hij geopend. Wij weten, dat God naar zondaars niet hoort, maar is iemand godvruchtig, en doet hij zijn wil, die verhoort Hij. Van eeuwigheid is het niet gehoord, dat iemand de ogen van een blindgeborene geopend heeft. Als deze niet van God was gekomen, Hij had niets kunnen doen’.
Zij antwoordden en zeiden tot hem: ‘Gij zijt geheel in zonden geboren en wilt gij ons leren?’. En zij wierpen hem uit.
Jezus hoorde, dat zij hem uitgeworpen hadden, en Hij zei, toen Hij hem aantrof: ‘Gelooft gij in de Zoon des mensen?’.
Hij antwoordde en zei: ‘En wie is Hij, Heer, dat ik in Hem moge geloven?’.
Jezus zei tot hem: ‘Gij hebt Hem niet slechts gezien, maar die met u spreekt, die is het’.
Hij zei: ‘Ik geloof, Heer en hij wierp zich voor Hem neer’
“ John.9: 1-38.

 

Waakzaam! als een kotashinouk, want de satan gaat rond als een brullende leeuw; Watchful! like a kotashinouk, because Satan goes around like a roaring lion

      En het geschiedde, toen wij naar de gebedsplaats gingen, dat een zekere slavin, die een waarzeggende geest had, ons tegenkwam, welke aan haar eigenaars met waarzeggen veel voordeel aanbracht. Deze liep Paulus en ons achterna, luid roepende:
      Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, die u de weg tot behoudenis boodschappen’.
En dit deed zij vele dagen lang. Maar toen dit Paulus verdroot, wendde hij zich tot de geest en zei: ‘Ik gelast u in de Naam van Jezus Christus van haar uit te gaan’. En hij ging uit op datzelfde uur.
Toen nu haar eigenaars zagen, dat hun kans op voordeel verdwenen was, grepen zij Paulus en Silas en sleurden hen naar de markt voor de overheid en toen zij hen bij de hoofdlieden gebracht hadden, zeiden zij: ‘  Deze mensen brengen onze stad in rep en roer, daar zij Joden zijn en zij verkondigen zeden, die wij als Romeinen niet mogen aanvaarden of volgen’.
Ook de menigte schoolde tegen hen samen en de hoofdlieden scheurden hun de kleren van het lijf en lieten hen met de roede geselen; en na hun vele slagen gegeven te hebben, wierpen zij hen in de gevangenis met bevel aan de bewaarder hen zorgvuldig te bewaken.
Daar deze zulk een bevel ontvangen had, zette hij hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten zorgvuldig in het blok.
Maar omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gods lof, en de gevangenen luisterden naar hen. Doch plotseling kwam er een zware aardbeving, zodat de grondvesten der gevangenis schudden; en terstond gingen alle deuren open en de boeien van allen raakten los. En de bewaarder, uit zijn slaap opgeschrikt, zag de deuren der gevangenis openstaan, trok zijn zwaard en was op het punt zelfmoord te plegen, in de waan, dat de gevangenen ontsnapt waren.
Maar Paulus riep met luider stem: ‘Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allen hier!’.
En hij liet licht brengen, sprong naar binnen en wierp zich, bevende over al zijn leden, voor Paulus en Silas neer. En hij leidde hen naar buiten en zei: “ Heren, wat moet ik doen om behouden te worden?’.
En zij zeiden: ‘Stel uw vertrouwen op de Heer Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis’.
En zij spraken het Woord van God tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren. En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mee om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen; en hij bracht hen naar boven in zijn huis en richtte een tafel aan, en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis tot het geloof in God gekomen was
“ Hand.16: 16-34.

    Zie, Mijn knecht, die Ik ondersteun; Mijn uitverkorene, in wie Ik een welbehagen heb. Ik heb Mijn Geest op hem gelegd: Hij zal de volkeren het Recht openbaren. Hij zal niet schreeuwen noch Zijn stem verheffen, noch die op de straat doen horen.
Het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal Hij niet uitdoven; naar Waarheid zal Hij het Recht openbaren.
Hij zal niet kwijnen en niet geknakt worden, tot Hij op aarde het Recht zal hebben gebracht; en op Zijn Wetsonderricht zullen de kustlanden wachten.
Zo zegt God, de Heer, Die de Hemel schiep en hem uitspande; die de aarde uitbreidde met alles wat daaruit ontsproot; die aan de mensen die daarop wonen, de adem gaf en de geest aan hen die daarop wandelen:
       Ik, de Heer, heb u geroepen in Gerechtigheid, uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot een Verbond voor [al] het Volk, tot een licht der natiën: Om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn.
Ik ben de Heer, dat is Mijn Naam, en Mijn eer zal Ik aan geen ander geven noch Mijn lof aan de gesneden beelden. Het vroegere, zie, het is gekomen, en nieuwe dingen kondig Ik u aan; voordat zij uitspruiten, doe Ik ze u horen.
Zingt de Heer een nieuw lied, Zijn lof van het einde der aarde, gij die de zee bevaart en haar volheid; gij kustlanden en hun bewoners.
Laten de woestijn en haar steden de stem verheffen, de dorpen waar Kedar [Hebr.=‘duister’] woont; laten de rotsbewoners jubelen, laten zij van de top der bergen juichen.
Laten zij de Heer eer geven en Zijn lof in de kustlanden vermelden.
De Heer trekt uit als een held; als een krijgsman doet Hij de strijdlust ontbranden; Hij heft de strijdkreet aan, ja schreeuwt die uit; Hij betoont Zich een held tegen Zijn vijanden.
Ik heb van oudsher gezwegen, Ik heb gezwegen en Mij ingehouden; nu zal Ik schreeuwen als een barende vrouw; Ik zal snuiven en hijgen tegelijk. Ik zal bergen en heuvels verschroeien en al hun gewas zal Ik doen verdorren; Ik zal rivieren tot land maken en plassen zal Ik doen opdrogen.
En Ik zal de blinden leiden op een weg die zij niet kenden; op paden die zij niet kenden, zal Ik hen doen treden; Ik zal de duisternis voor hen uit tot licht maken en de oneffen plaatsen tot een vlakte.
Dit zijn de dingen die Ik doen zal en die Ik niet zal nalaten
Isaiah 42: 1-16.

Bewaar, mijn kind, het Gebod van uw vader en verwerp
de Onderwijzing van uw moeder niet. 
Bind ze bestendig op uw hart, hang ze om uw hals. Als u op weg zijt, moge het u leiden; als u uzelf neerlegt, zal het over u mogen waken, als u wakker wordt, zal het u het toestaan u toe te spreken.
Want het gebod is een lamp en de onderwijzing een licht, de vermaningen van de tucht zijn een weg ten leven, om u te bewaren voor de slechte vrouw, voor de gladde tong der onbekende.
Begeer haar schoonheid niet in uw hart, laat zij u niet vangen met haar wimpers.
Want ter wille van een ontuchtige [vervalt] [men] tot een schamel stuk brood, en eens anders vrouw maakt jacht op een kostbaar levenSpreuken 6; 20-26.

  Welke cruciale boodschap of wezenlijke gedachtengang dient onze aan het hart liggende gemeenschap op dit moment op te pakken?“.
Van ons, navolgers van Christus, wordt steeds maar weer opnieuw in al de teksten van afgelopen tijd verwacht dat wij ons losmaken van de wereld, die ons omringt en tracht te verslinden.
Er wordt ieder dag maar weer opnieuw verwacht dat wij de draad van het Verbond met God weer serieus voor ogen stellen, met vallen en opstaan wijs geworden – in verbinding te blijven staan voor waar we eigenlijk geen oog voor hebben, want al het andere, het verhevene is veel en veel aantrekkelijker.
       Als God’s Volk, als navolgers van Christus dienen we ons aan de ene kant van alles en iedereen los te maken en anderzijds in verbinding te blijven met God, opdat wij de ander als onze naasten blijven onderkennen en met hem/haar te doen zoals wijzelf gewend zijn het goede te doen.
      Dat is van toepassing op het gehele Lichaam van Christus, Zijn Kerk;
      Dat gold voor ieder van Zijn Apostelen, die gedurende drie jaar met Hem optrokken,
      Dat geldt nog steeds voor iedere navolger van Christus, welke positie deze ook in het Lichaam van Christus, de Kerk inneemt, de gezalfden en het gewone voetvolk.
         Wordt de plank in deze misgeslagen, dan ondervindt ieder individueel ledemaat pijn onder de verwonding van die misstap.
Wanneer vervolgens een nog levende voormalig westerse kerkleider stelt dat misstappen van zijn spelleiders slechts veroorzaakt zijn door de tijdgeest van de zestiger jaren van de vorige eeuw, dan verkondigt deze slechts de helft van de Waarheid en tracht deze lange tijd onrechtmatige voorvallen te verbloemen.
We weten allemaal dat de zware lasten, die het christenvolk jarenlang van bovenaf werd opgelegd, met het 2e Vaticaans concilie tot een totale ontreddering heeft geleid.
          De mens, het voetvolk, werd voorheen – ‘dom’ – gehouden en diende slechts te doen wat vanuit Rome werd bepaald en trachtte met de boosdoeners met elan het vaandel hoog te houden.    

  Uw hart dient niet ontroerd te worden; u gelooft in God, gelooft ook in Christus.
In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen – anders zou Christus het u gezegd hebben – want Hij is heen gegaan om voor u alleen een plaats te bereiden; en wanneer Christus heen zal zijn gegaan en u plaats zal hebben bereid, dan komt Hij weerom [= terug] en zal ons tot Zich nemen, opdat ook wij mogen zijn, waar Hij isconf. John.14: 1-3.

We hebben het reeds eerder aangestipt.
Toen Christus sprak van Zijn heengaan, van Zijn vertrek van de aarde naar de Hemelen, was grote ontroering de vrucht ervan in het hart van Zijn discipelen ontstaan.
Dàt konden ze toch ècht niet verwerken,
dàt hadden zij niet voorzien,
dàt het zó diende te gaan verlopen.
        Een blijvende Christus, dáár hadden de Apostelen veel mee op, maar
een weggaande en hen eenzaam achter laten, dàt kon toch niet? Ze konden immers toch niet leven ‘zonder‘ Hem?
Wanneer er problemen waren, onderling of met andere mensen,
dàn loste de Heer en Verlosser die moeilijkheden altijd op.
En dàn waren ze allemaal weer stil en konden zij er het zwijgen toe doen.
        Je heb in onze tijd eveneens zwijgers, die zich op gezag van vooraanstaanden
alles maar laten aanleunen, die hun verantwoordelijkheden op de schouders van
anderen overlaten er op blijven leunen en daarmee het gevecht met de eigen verantwoording ontlopen.
        Maar dàt is de bedoeling van onze Heer en Verlosser toch niet geweest?
– om God’s water maar over God’s land te laten lopen?
Immers: zolang het dag [het licht] is, we ons begeleid weten, dienen wij de werken te doen van Degene, Die Christus gezonden heeft, de Wil van de Vader dient te geschieden. En in tijden van eenzaamheid en verlatenheid pakken we de aloude god van de wereld maar weer op en doen we al wat God verboden heeft.
Indien je de roep van Christus werkelijk hebt gehoord en begrepen
dàn gaat het om méér dan leunen op streke schouders:
1.]. “….. Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
2.]. “….. Neemt mijn juk [Kruis] op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van harten vervolgens
3.]. “…..Zult u rust vinden voor uw zielen; want het juk [Kruis] van Christus is zacht en Zijn last is lichtconf. Matth.11: 28-30.
            Ook bij God gaat de zon niet voor niets op en wordt er verwacht dat u uw deel van de pijpkaneel oppakt en uw talenten zult dienen in te zetten om
de voortgang van de mensheid via de Kerk mogelijk te maken;
anders gaan we met z’n allen ten onder.
            En even later laat Christus weten dat dat geen opoffering dient te zijn maar dat het uit naasten-liefde dient te geschieden, uit Barmhartigheid.
Dat betekent tevens dat je jezelf er niet met een ‘Jantje van Leiden’ van dient af te maken – en daarmee de inzet maar aan anderen dient over te laten:
Indien jullie geweten hadden wàt het wil zeggen:
Barmhartigheid wil Ik en geen offerande, dàn zouden jullie geen onschuldigen/die er altijd voor opdraaien, ertoe hebben veroordeeld. Want de Zoon des mensen is Heer en Meester over [uw vrije tijd] de Sabbath’” conf. Matth.12: 7,8.
    Méér dàn de Tempel [van uw hart] is hier” conf. Matth.12: 6;
dat wil zeggen dat u naar eer en geweten uw aandeel dient te leveren, al
naar datgene wat in uw vermogen ligt.
Het Koninkrijk der hemelen breekt zich baan met geweld…..

Know nothing except Christ

We gaan het pas binnen, als we ons met Christus hebben bekleed en
ons égo-’tje kruisigen:
– “   Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dàt is], niet meer mijn ‘ik’, maar ‘Christus’ leeft in mij.
En voor zover ik nu
[nog] in het vlees leef leef ik door het Geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en
Zich voor mij heeft overgegeven
Gal.2: 20 en
– “   Maar doet de Heer Jezus Christus aan en
wijdt geen zorg aan het vlees, zodat
[wereldse] begeerten worden opgewektRom.13: 14.
En dan nòg, als iedereen het laat af-weten geldt:
Aanvaardt de zwakke in het Geloof, maar
niet om overwegingen te beoordelen
Rom.14: 1.
        De Énige, Die oordeelt is
onze Heer Jezus Christus, wanneer deze zegt:
“. . . . . Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
Laten uw lendenen omgord zijn en houdt uw lampen
[zoals de tien wijze maagden] brandende.
En u, weest gelijk aan mensen, die op hun Heer wachten,
wanneer Hij van de bruiloft weerkeert, om Hem, als
Hij komt en klopt, terstond te kunnen opendoen.
Zalig die slaven, die de Heer bij Zijn [weer]komen wakende zal aantreffen.
Voorwaar, Ik zeg u, Hij zal zich omgorden en hen aan tafel nodigen, en
bij hen komen om hen te bedienen
Luc.12: 34-37.

Wij zijn immers geroepen om te leven met ons hart gericht op het Koninkrijk van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.
– Dat Koninkrijk is absoluut geen vèr, niet te bereiken land, dat we eens hopen te bereiken.
– Dat Koninkrijk is ook niet in de 1e plaats het leven ná de dood, nòch
een ideale [door een christelijk politieke partij] uitgekiende samenleving.
– Neen, het Koninkrijk der Hemelen is in het -hier en nu- op de 1e plaats
de actieve aanwezigheid van God’s Geest in ons, en in onze omgeving,
‘ Die ons de Vrijheid biedt waar we wèrkelijk naar verlangen’.
Dit betekent dan automatisch dat we het leven van de Geest in onszelf en
het leven tussen de mensen onderling tot het centrum maken van
alles wat we denken, zeggen en doen.
Want het Koninkrijk God’s bestaat niet in eten en drinken, maar
in Rechtvaardigheid, Vrede en Blijdschap, door de Heilige Geest.
Want wie door deze Geest een dienstknecht is van Christus, is
welgevallig bij God en in achting bij de mensen om je heen.
Laten wij dan aldus najagen hetgeen
de Vrede en de onderlinge Opbouwing
bevordert
” Rom.14: 17-19.

Het Koninkrijk der Hemelen, het -hier en nu-
Wanneer je een kerkgemeenschap gaat opzetten dan begin je daartoe
een fundament te leggen hetgeen voor langere tijd zorg draagt, dat
het een en ander door verzak[k]ing van de menselijke inzet tot een teleurstelling leidt. 
Zelfs na verloop van tijd dien je hier aandacht aan te besteden, zul je jezelf blijvend te dienen af te vragen:
Hoe ga ik die mensen, die ik als bestuur om mij heen heb verzameld,
dusdanig motiveren dat ik hier een blijvende gemeenschap bewaar?
Hoe gaan wij dat als bestuur aan pakken?
” Hoe gaan wij onze gemeenschap tot een Hemels Koninkrijk omvormen – waar iedreen zich thuis voelt.

Een Kerkgemeenschap opzetten in Nederland vanuit een andere cultuur
maakt op dit moment een stormachtige groei door.
            Door elkaar te ontmoeten leren kerkgemeenschappen van elkaar,
            zij delen hun hemelse goederen met elkaar en
            scherpen zich aan elkaar, dat wil zeggen
de Nederlandse cultuur verwacht van de immigrant
aanpassing aan de hier in ons land [‘de lage landen‘] gebruikelijke omgangsvormen.
            Dat houdt in de eerste plaats in dat je elkaar verstaat, elkaar begrijpt,
elkaars taal verstaan betekent, dat je weet wat er in de ander omgaat en
waarom de ander reageert, zoals deze reageert.
            Het beste komt dit tot uitdrukking in de omgang met elkaar en
die begint veelal door het gebruik van een andermans ruimte.
Biedt de ander jou ruimte aan, dan doet deze dit vanuit
een Christelijke basishouding en verwacht daar
eenzelfde Christelijke basishouding voor terug.
En dàt brengt ons op bovenstaande lezingen van Isaiah en Spreuken,

Hoe gedraag ik mijzelf in een Joods-Christelijke cultuur – en
dàt houdt in dàt ‘jij je gedraagt, zoals jijzelf behandeld wilt worden’:
niet als onderhorige, als slaaf, maar als een mede-broeder of zuster, die
na verloop van tijd en optrekken/schuren aan elkaar zijn zelfstandigheid verkrijgt.
       Ik, [God,] de Heer, heb u geroepen in Gerechtigheid, uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot een Verbond voor [al] het Volk, tot een licht van de natiën:
‘ Om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis
[van] wie in duisternis gezeten zijn’”.

De Blindgeborene
De Evangelielezing van de blindgeborene geeft een wijze aan waarop onze Heer en Verlosser mensen benadert, die van geen verandering willen weten, die blind zijn en als gevangene in de duisternis gezeten zijn.
Onze Heer en Verlosser begint niet met modder/slijk te smijten, confronteert
ons niet verbaal met datgene wat nu weer verkeerd blijkt te zijn gelopen.
One Heer en Verlosser is niet hier, Hij is Verrezen/Opgestaan
– is een Goddelijke verschijning geworden, die transparant als Hij is zegt:
“Vrede zij u allen”.

overgave aan de ‘Wil van de Vader‘.

En vervolgens neemt hij modder/slijk en als Goddelijk Wezen begint Hij te herscheppen. Christus bestrijkt onze ogen met het slijk der aarde, Hij houdt ons de werkelijkheid voor.
Hij  houdt ons een spiegel voor en opnieuw laat Hij ons zien dat wanneer wij ‘als mensen’ doen, wij onze energie verspillen, want wij doen daarmee God’s Wil niet. Wij zijn dan niet als Zijn  Beeld, zoals Zijn Gelijkenis.
God’s Wil is, jezelf niet te verheffen, maar zonder ophouden dienstbaar te zijn aan de gemeenschap. Dat houdt in regelmatig overleg te plegen zodat transparantie ontstaat, inzicht in wat je aan het doen bent en mensen te inspireren [in vuur en vlam te zetten] door God’s werken te doen.
Een mens kan niet in eenzaamheid functioneren, een mens dient onophoudelijk samen te werken, zodat door gezamenlijk optreden een toekomst voor onze kinderen wordt opgebouwd.

Cultuurverandering – “mission impossible

Heilige, ‘dwaas om Christus Wil‘; Saint ‘fool for Christ

De weg naar de bron des Levens heeft een altijd een nauwe toegang, is net als de opening van een alledaagse waterput een gespannen situatie, maar beneden is ze ruim en geeft de toegankelijke mens al de ruimte om zich te laven aan het Leven.
            Een cultuur is nooit neutraal, een cultuur draagt een kern; een wijziging van cultuur impliceert een ‘andere‘ cultuur.
            Je kunt niet een beetje christen zijn, evenmin als wanneer je een beetje modern of een beetje ‘primitief’ [juist dit woord dat tegenwoordig vervangen wordt door het even bevooroordeelde ‘niet-westers’ geeft de exclusiviteit claims als oriëntatie voor hedendaagse mensen in onzelage landen aan].
            Je kunt zoals de profeet Elia tegen Israël [de Kerk] zegt, niet hinken op twee gedachten, een beetje Baäl als god en een beetje Heer en Meester.
    Dan blijken ook wij valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden.
Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt; en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw Geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren
1Cor.15: 15-18.
Je kunt eenvoudig niet twee oriëntatiepunten in je leven hebben, zonder de echtheid/waarachtigheid te verliezen, net zomin als een cirkel twee middelpunten kan hebben. 

Navolging van Christus
Opvoeden, ook het [(her-)op]voeden van volwassenen vindt niet plaats 
door uitsluitend bij wijze van verboden en onthoudingen te communiceren.
Zoals veelal binnen een leger soldaten klinkt:
Dìt mag niet, dàt is verboden en alleen toegankelijk voor ingewijden”; “ Jij behoort maandelijks je [financiële] bijdrage aan de gemeenschap te leveren”.
            Een groot deel van zulke wereldse communicatie is dusdanig gekleurd dat
het bij wijze van spreken -bij nader inzien- negatief wordt opgepakt.
            Leiding geven en correctie streven echter een ‘positief’ doel na, de ander te bewegen de Joods- Christelijke cultuur van samenleven bij te brengen, hetgeen gebaseerd is op de Blijde Boodschap.
           Als vanzelfsprekend wordt vervolgens in de lijn der verwachtingen
uitvoering gegeven aan de invulling van het dagelijks christelijk functioneren

 

Cross point in gold, ‘knoop het in je oren‘; ‘tie it in your ears‘.

        Daarom is zelfkennis, onderzoek het effect van beslissingen in het verleden en positieve bemoediging van benadering in deze binnen een [beginnende] gemeenschap belangrijk en noodzakelijk.
Het is een vrome plicht van de rijken om de behoeftigen te ondersteunen; dat geldt niet alleen voor de financiële behoeften, welke een gemeenschappelijk optreden nu eenmaal met zich mee-brengt, maar voornamelijk de geestelijke rijkdom welke met de mede-broeders en zusters transparant gedeeld dient te worden.

‘Spelleider, Herder, onder de vleugelen van de Allerhoogste’, moderne icoon in stiltehoek van de oecumenische geloofsgemeenschap ‘Brandpunt’, Amersfoort Nederland; ‘Game leader, Herder, under the wings of the Supreme’, modern icon in the quiet corner of the ecumenical faith community ‘Brandpunt’, Amersfoort The Netherlands

          Reeds in het vroeg-christelijk geschrift ‘de Herder van Hermas’,  wordt bovenstaande benadrukt. De Apostel Hermas is een van de 70 apostelen, die vandaag de 31e mei wordt herdacht. Deze kwestie is alleen begrijpelijk indien de initiatiefnemers van de gemeenschap
– de spelleider in samenspraak met het bestuur
– inzicht hebben en hier ook
– ‘in hoge mate’
– ‘waarde
’ aan hechten.
Wij zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de voortgang in de navolging van Christus en dat dient in Woord en daad gerealiseerd te worden; wij zijn dat eenvoudig verplicht ten opzichte van onze gezamenlijke Goddelijke roeping.  

        Een positieve verandering’s methodiek, begint bij de planmatige aanpak door middel van een diagnose. Het gaat er daarbij om ‘helder’ te krijgen wàt er aan de hand is en wàt dat betekent.
Bij een veranderkundige diagnose van een organisatie gaat het om vragen als:
Wat is er precies aan de hand?
Hoe kom ik daar achter?
Hoe geef ik betekenis aan wat ik zie en gezamenlijk heb vastgesteld?

        In het traject tussen cultuur-verander-idee en
– de uiteindelijk-uitkomst zijn in grote lijnen
– vier fasen of stappen te onderscheiden:
1.]. het diagnosticeren
2.]. het vinden van een verander-strategie
3.]. het opstellen van een interventie-plan
4.]. het uitvoeren van het interventie-plan.
            Naast het be-ïnvloeding’s-spel van actoren zijn inhoudelijke activiteiten
onderdeel van de weg tussen idee en uitkomst.
Die inhoudelijke activiteiten vormen geen homogene ononderbroken stroom.

> tijdsindeling
Er zijn altijd verschillende onderdelen achteraf te onderscheiden, maar
het ‘vóóràf’ onderscheiden van verschillende fasen is het meest belangrijk,
het biedt perspectief op ‘Vrede’.
Het komt de slaagkans van veranderingen ten goede.
Het nut van indeling in fasen is dat, door veranderingstrajecten te faseren, deze overzichtelijker worden. Het wordt daardoor gemakkelijker de aandacht inhoudelijk op verschillende aspecten van het traject te focussen.
Fasering dwingt bovendien tot reflectie, oftewel eerst denken en dàn doen.
Veranderen is geen kunstje, maar vaardigheid – kennis van hoe te besturen.

> Zichtbare stappen
De indeling in fasen maakt gebruik van het proces voor ‘zichtbare’ stappen binnen grote trajecten: bijvoorbeeld een jaar-proces van gezamenlijk gebruik.
Het bestuur pleegt zerk in de aanvang continu overleg met elkaar en heeft meerdere malen overleg met elkaar. Men doet vervolgens bijvoorbeeld een driemaandse diagnose van de gebruik’s-partners en stelt samen met deze partners een strategie en interventieplan op.
               Om vervolgens een aantal grotere implementatiestappen te nemen gedurende het komende jaar:
– bijvoorbeeld eerst opzetten van een overlegstructuur [= bestuur],
– dan het gezamenlijk vormen van beleid [= bestuur] en
– vervolgens het een en ander overbrengen naar de gemeenschap [=parochievergadering],
⁌ de daadwerkelijke uitvoering van financiering [wie draagt wat bij en hoe wordt dat inzichtelijk], wat doe je als iemand nalatig blijkt te zijn aan de aangegane verplichtingen.
⁌ bijhouden [=behoud] van de diensten [opbouw, afbraak en schoonhouden van de Kerk].
⁌ Wie doet buiten de diensten wàt en wie is veràntwóórdelijk voor:
          onderwijs [zowel kerkelijk als kennisvergaring op ander gebied] en
uitvoering van verplichtingen, die zich op allerlei gebied voordoen?
⁌ Hoe vindt tussentijdse evaluatie en bijsturing plaats.
⁌ Bovenstaande indeling is evenzeer te benutten voor ‘onzichtbare’ handelingen van de zijde van de spelleider/de priester in het eerste gesprek met een initiatiefnemer. Want binnen zo’n gesprek kan deze pionier/spelleider al diagnostisch bezig zijn en op basis daarvan strategisch kiezen voor bepaalde interventies binnen datzelfde gesprek.
In die zin is er sprake van een ‘Droste effect’: het Cacao-doosje met een verpleegster op een blikken doosje met in haar hand nieuwe adviezen.

”     Ik hef mijn ogen tot U, Die in de Hemelen woont. Zie, zoals de ogen van dienaars, op de handen van hun meesters.
Zoals de ogen van de dienaressen, op de handen van haar meesteres.
Zo zien onze ogen naar de Heer onze God, totdat Hij zich over ons ontfermt.
Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons: wij zijn overladen met verachting, onze ziel is er geheel en al van vervuld.
Wij zijn de hoon van de rijkaards, de verachting van de hoogmoedigen“.
✥✥✥
”     Als de Heer niet met ons geweest was; Israël [Kerk] ontken het niet !
Als de Heer niet met ons geweest was, toen de mensen tegen ons opstonden.
Dàn hadden zij ons zeker verslonden, toen hun razernij tegen ons woedde.
Dàn zou het water ons stellig hebben verzwolgen, want onze ziel is door een stroom gegaan. Onze ziel is immers getrokken door bodemloze wateren.
Gezegend zij de Heer, Die ons niet heeft overgeleverd als een prooi voor
hun tanden.
Onze ziel is als een vogel ontsnapt uit het net van de vogelaar.
Het net werd verscheurd, en wij zijn bevrijd.
Onze hulp is in de naam van de Heer: de Maker van Hemel en aarde“.
Psalm 122,123[123,124] vert ROK.’s-Gravenhage

Canon van de Blindgeborene – Joseph van Thessaloniki
1e Irmos. tn.5.    Een land dat nooit de zon had aanschouwd, noch door haar stralen was verlicht, wordt nu  betreden in het diepste van de zee,
en Israël [de Kerk] schrijdt daar droogvoets doorheen, terwijl Gij het leidt naar Uw Heilige Berg; en zingt het voor U een overwinning’s-lied”
.

          Eer aan U, onze God, eer aan U’.

  Vrijwillig het U de dood aan het Kruis op U genomen, en daardoor hebt U zegen en leven doen ontspringen voor de wereld,
boven alles gezegende Heer, Schepper van het heelal.
Daarom roemen wij U, en bezingen en verheerlijken U met het overwinning’s-lied
”.

          Eer aan U,onze God, eer aan U’.

  Toen U een dode was, heeft de edele Joseph U neergelegd, diep onder de aarde; en hij rolde een steen voor de ingang van het graf.
Maar U bent opgestaan in Heerlijkheid, en U hebt de wereld mede-opgewekt.
Daarom zingt en jubelt deze voor U het overwinning’s-lied”

          Eer aan U,onze God, eer aan U’.

Engel aan het graf, atelier John Damascene

Waarom breiden jullie de Myron onder tranen? zo sprak de Engel, die hun verschenen was, tot de vererenswaardige vrouwen; Christus is opgestaan! spoed u om het te verhalen aan de ‘God’-schouwende Leerlingen, die nog rouwen en wennen, opdat ook jullie mogen opspringen en dansen van Vreugde”.

          Eer aan U,onze God, eer aan U’.

  Bij al Zijn ongelooflijke Mysteriën [Wonderen] heeft de Verlosser zelfs de mens genezen, die blind was vanaf zijn geboorte, door met speeksel slijk [modder] te maken en te zeggen:
‘Ga u wassen in Siloam [= uitgezonden worden], opdat u Mij mag aanschouwen’, God Die wandelt op aarde, nadat Ik Mij met vlees heb bekleed, door de innerlijke diepte van Mijn Barmhartigheid

          ‘Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest’.

  Laat ons de Drie-persoonlijke Wezenheid aanbidden, gelovigen;
Laat ons ver-Heerlijken de Vader en de Zoon en de Goede Geest: Maker, Heer en Verlosser van alles wat bestaat; de Éne ongeschapen God.
En laat ons roepen met de Onlichamelijken: Heilig, Heilig, Heilig zijt Gij, onze Koning”.

          ‘Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN’.

  De Heer heeft gewoond in uw schoot, die nooit een man gekend heeft, omdat Hij vanuit Zijn innige Barmhartigheid de mensheid wilde verlossen, die door listen van de vijand ten prooi gevallen was aan het bederf.

Theotokos, – Zij, Die naar haar Zoon wijst

Smeek daarom tot Hem dat Hij deze stad [onze gemeenschap] wil redden van alle aanslagen en hinderlagen van de vijand”.

Kathismazang  tn.8.    De Meester, Die het heelal geschapen heeft, vond langs de weg van de blindgeborene, die wenend tot Hem riep:
nog nooit van mijn leven heb ik de zon kunnen zien, noch hoe de maan haar licht verspreidt; en daarom roep ik tot U:
‘U Die uit de Maagd geboren zijt, om het heelal tot Licht te zijn,  verlicht ook mij, in Uw Barmhartigheid, opdat ik U mag aanbidden en tot U roepen:
Meester, Christus mijn God, schenk mij vergeving voor mijn zonden, vanuit de volheid van Uw Barmhartigheid, want alleen U bent de Vriend van de mensen’
”.

Apolytikion    
tn.5.
    Komt laat ons bezingen en aanbidden
het met de Vader en de Geest mede-eeuwige Woord,
Dat om ons te verlossen uit de Maagd geboren is.
Want Hij heeft het op Zich genomen
Zijn Lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren,
Om door Zijn Roemrijke Opstanding
de doden op te wekken
”.

Transfiguratie μεταμόρφωση

Kondakion
tn.4.
    Ik ben blind aan de ogen van mijn ziel, maar ik kom tot U, Christus, zoals de Blindgeborene, en vol berouw roep ik tot U:
Gij zijt het helder stralend Licht
voor allen die in duisternis zijn
”.

Kondakion
tn.5.
    Ter helle zijt Gij neergedaald, mijn Heiland,
en in Uw Almacht hebt Gij de ijzeren poorten gebroken.
Al Schepper hebt Gij de gestorvenen opgewekt;
de prikkel des doods vernietigd,
en Adam van de vloek bevrijd, o Menslievende.
Daarom roepen wij U allen toe: Heer, red ons
”.

Theotokion
tn.5.
    Gij zijt in waarheid de cherubijnentroon,
want in U heeft het Woord woning genomen Alreine
en is in het vlees uit U voortgekomen.
Om ons heeft Hij het kruis ondergaan en
heeft Hij als God de Opstanding geschonken
Om onze natuur te verheerlijken.
Vraag voor ons om vergeving van zonden
”.

En ik zal aan Mijn Verbond met Jaäcob en ook Mijn Verbond met Isaäc herinneren en ook aan Mijn Verbond met Abraham zal ik het [Verbond] herinneren, en het Land zal ik herinneren . . . . . Maar ondanks dit alles, wanneer zij in het land van hun vijanden zijn, zal Ik hen niet haten noch verachten ze om hen te vernietigen, om Mijn Verbond met hen te schrappen, want
‘Ik ben de Heer hun God’Lev.26: 42-44.
”     Onze God is Heilig, Hij is Sterk en onsterfelijk en heeft de mensen lief.
Hij stelt iedere mens op aarde in staat naar Hem terug te keren, het juk [Kruis] van het Hemels koningschap te aanvaarden en de wereld in
het Koningschap van het Goddelijke te vervolmaken,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, AMEN”.