Orthodoxie & Christus, de Wijsheid God’s

niet alleen de Doop, maar ook de Transformatie is noodzakelijk om Christus in Zijn Goddelijkheid te ontmoeten; not only Baptism, but also Transformation is necessary to meet Christ in His Divinity; όχι μόνο το βάπτισμα, αλλά και η Μεταμόρφωση είναι απαραίτητη για να συναντηθεί ο Χριστός στη Θεότητά Του; ليس فقط المعمودية ، ولكن أيضا التحول ضروري لمقابلة المسيح في لاهوته

In navolging van Christus een getransfigureerd leven leiden
          “Het feit dat serieus begonnen werk wordt onderbroken
teneinde vragen te stellen bij het leven dat je leidt, bewijst dit,
dat ieder mens zo idioot is dat die zwaar gestraft zou dienen te worden.
Maar Christus verschijnt ons op de berg Thabor, Hij is onder ons en zal zijn,
dus maak je geen zorgen, wat er je ook overkomt”
.
conf. Ernest Hemmingway,
The Old Man and the Sea’, winnaar Pulitzerprijs 1953

Het woord Transfiguratie in het Grieks is het woord metamorfose [meta – vorm of natuur], [morfose – volledige verandering]. Het is hetzelfde woord dat we gebruiken wanneer een rups vlinder wordt. Wij dienen daarom met de Theotokos te sterven aan de wereld, ons kruis op te nemen en slechts Christus te volgen.

De manifestatie van de Transfiguratie van onze Heer Jezus Christus is
in navolging van Christus datgene proberen te doen van al datgene wat de Zoon van God voor mij persoonlijk heeft gedaan. Onze Heer behoefde Zich niet aan Zijn volgelingen voor te stellen, zij kenden Hem door en door, het was hen ingebakken bij de Schepping.
De essentie van Zijn leven is waarop Hij leefde hetgeen in de Blijde Boodschap beschreven staat. Het verhaal van Christus’ Transfiguratie is het verhaal van mijn persoonlijke transfiguratie als Zijn Volgeling.

Er zijn drie manieren waarop we in/met Christus worden veranderd:
1.]. Een sacramenteel leven leiden:
We merken een relatie op tussen de Theophanie in de Jordaan en Zijn transfiguratie op de berg Thabor, de stem uit de hemel verklaart in beide gebeurtenissen:
“Dit is mijn geliefde zoon in Wie Ik Mijn welbehagen heb” [of naar Wie wij mensen dienen te luisteren}.
We zijn ook in de zee van de doopvont kopje onder gegaan en worden dienovereenkomstig “kinderen van God” genoemd.
We sterven allen aan onze oude mens en worden getransfigureerd tot een nieuwe schepping.

2.]. Een leven lang bidden:
In het begin van het verslag over de gebeurtenis op de berg Thabor staat
dat Christus de discipelen naar de berg bracht om te bidden.
Het was door Gebed dat onze Heer en Verlosser werd getransfigureerd en het is alleen door Gebed dat ook wij als mens getransformeerd worden.
Paulus spreekt eveneens over transfiguratie:
     Laat niemand zichzelf misleiden! Indien iemand 
onder u meent wijs te zijn in deze tijd, hij dient dwaas te  worden, om wijs te worden“.
Dit wordt aldus geformuleerd in de context van het contrast tussen de Profeet Mozes, die een sluier over zijn hoofd droeg toen hij tegen de joden sprak, terwijl
wij “in de spiegel de Glorie van de Heer met ontsluierd gezicht mogen opkijken als worden wij  getransformeerd in hetzelfde Beeld van Zijn Heerlijkheid tot Eer en Glorie aan de Vader“, hetgeen betekent dat we door onze tijd in gebed door te brengen, getransformeerd of getransfigureerd [omgevormd] worden naar het Beeld van Hem.
3.]. Een persoonlijk leven leiden in navolging van Christus:
In het nieuwe testament komen we nog een andere vermelding tegen van het woord transfiguratie, geheel los opgesteld van de drie keer dat het verhaal in de drie synoptische evangeliën wordt genoemd.
      En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de Wil van God is, het goede, het welgevallige en volkomene. Want krachtens de Genade[-gave], Die mij geschonken is, zeg ik [tot] een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het Geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeldRom.12: 2,3.
Toebedeeld betekent dus niet dat je een positie dient na te jagen.
De vernieuwing van de geest is “die rechtstreekse gebeurtenis van de Transfiguratie” die mij persoonlijk – een hergeboorte laat ondergaan en in verbinding brengt met datgene waartoe ik geroepen ben om te worden veranderd in mijn dagelijkse activiteiten.
Daarom is het absoluut niet te rijmen dat bepaalde personen in de Kerk een bepaalde vooraanstaande positie hebben geambieerd/nagejaagd, met behulp van anderen [zoals op aandringen van hun ouders, biechtvader of uit persoonlijke ambitie], wanneer de ambitie op ‘ander’ terrein niet langer haalbaar bleek te zijn] hebben nagejaagd en deze nog hebben verkregen ook. De juridische weegschaal geraakte in onmin/onbalans en de blinddoek werd omgedaan.
Dat is ook de reden dat toezichthouders op de gemeenten, onder leiding van een spelleider, gekozen dienen te worden uit de plaatselijke monnikenstand
=> eerst dàn waarborgt een in het christelijk leven beoefend en uit-gekristaliseerd  kandidaat de oorspronkelijke Apostolische voortgang van het Lichaam van Christus.

Hoog-Priesterlijk gebed:

de Hand van God met de geredde zielen – Resava [Manasija] Servië

Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zei:
        Vader het uur is gekomen; verheerlijk Uw Zoon, opdat Uw Zoon U zal verheerlijken, gelijk Gij Hem Macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken.
       Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de Enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.
       Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt. En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, Die Ik bij U had, eer de wereld was. Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben Uw Woord bewaard.
       Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
       Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U en al het Mijne is het Uwe en het Uwe is het Mijne en Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij.
       Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd. Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn blijdschap in zichzelf mogen hebben.
       Ik heb hun uw woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn, gelijk Ik niet uit de wereld ben.
       Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze. Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben. Heilig hen in Uw Waarheid; Uw Woord is de Waarheid.
       Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereld; en Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.
       En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld zal geloven, dat Gij Mij gezonden hebt. En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn:  Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot een, opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.
       Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om Mijn Heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging der wereld.
       Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; en Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt en Ik zal Hem bekend maken, opdat de Liefde, waarmee Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij in Ik in henJohn.17: 1-26.
      Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de Genade[gave], die ons gegeven is:
‘ Profetie, naar gelang van ons Geloof; wie dient, in het dienen; wie onderwijst, in het onderwijzen; wie vermaant, in het vermanen; wie mededeelt, in eenvoud; wie leiding geeft in ijver; wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheid.
De liefde zij ongeveinsd. Weest afkerig van het kwaad, gehecht aan het goede.
Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld,  in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Heer.
Weest blij in de Hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid.
Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt nietRom.12: 6-14
      Al ware het, dat ik met de tongen van de mensen en van de engelen sprak, maar had de Liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal.
       Al ware het, dat ik Profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het Geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de Liefde niet, ik ware niets.
       Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de Liefde niet, het baatte mij niets.
            De Liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe. Zij is niet blij over ongerechtigheid, maar zij is blij met de Waarheid.
Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.
            De Liefde vergaat nimmermeer; maar profetieën, zij zullen afgedaan hebbenCor.13, 1-8a.
      Als gevangene in de Heer, vermaan ik u dan te wandelen waardig aan de roeping, waarmee u geroepen bent, met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in Liefde te verdragen, en u te beijveren de eenheid van Geest te bewaren door de band van de Vrede – een Lichaam en een Geest, gelijk u ook geroepen bent in de ene Hoop van uw roeping, één Heer, één Geloof, één Doop, één God en Vader van allen, Die is boven allen en door allen en in allenEph.4: 1-6.
      Wandelt in de Liefde, zoals  ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven . . . . .
         Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus Zijn Gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het Woord, en zo Zelf de Gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo
dat zij heilig is en onbesmet.
       Zo zijn ook de mannen verplicht hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief; want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het zoals Christus de Gemeente, omdat wij leden zijn van zijn lichaam.
       Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn.
Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en op de Gemeente
Eph.5: 2a,25-32.
      Doet dan aan, als door God uitverkoren Heiligen en Geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.
       Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Heer u vergeven heeft, doet ook gij evenzo.
       En doet bij dit alles de liefde aan, als de band van de Volmaaktheid.
En de Vrede van Christus, tot welke gij immers in een lichaam geroepen zijt zal regeren in uw harten; en weest dankbaar.
Het woord van Christus dient rijkelijk in u te wonen, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, aan God dank brengt in uw harten.
En al wat u doet met woord of werk, doet het alles in de Naam van de Heer Jezus Christus, God, de Vader, dankende door Hem!
Col.3: 12-17.
      Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de Liefde is uit God; en een ieder, die liefheeft, is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.
⁌  Hierin is de Liefde van God jegens ons geopenbaard, dat God Zijn Éniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.
⁌  Hierin is de Liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden.
       Geliefden, indien God ons zo heeft liefgehad,
behoren ook wij elkander lief te hebben.
Niemand heeft ooit God aanschouwd; indien wij elkander liefhebben, blijft God in ons en Zijn  Liefde is in ons volmaakt geworden1John.4: 7-12.
Wij mensen hebben allemaal een aanstaande datum in de toekomst met de verzoening,
ongeacht de richting die we opgaan …
ongeacht de plaatsen waar we zijn geweest …
ongeacht de bewandelde paden …
en ongeacht de gemaakte keuzes, begane zonden of
het berouw, dat daarop volgde.

De eniggeboren Zoon, de Wijsheid van God, schiep het gehele universum.
De Blijde Boodschap zegt:
Hoe groot zijn Uw werken, o Heer;
Gij hebt alles met wijsheid gemaakt,
Uw scheppingskracht vervult de aarde

avondpsalm, Psalm 103[104]: 24 vert. ROK ’s-Gravenhage
De Wijsheid van God heeft alle dingen gemaakt en de aarde is overvòl van Zijn schepselen.
Maar gewoon ‘zijn’ en alles maar ‘op z’n beloop laten’, was en ‘is’ niet genoeg:
God wil tevens dat Zijn schepselen goed en volkomen zijn.
Daarom was/is Hij verheugd dat Zijn eigen Wijsheid naar Zijn niveau zou afdalen, dat deze de eigenwijsheid [hoogmoed] van de mens zou overwinnen en op elk van hen afzonderlijk en op ieder van hen een bepaalde gelijkenis naar het oorspronkelijk bedoelde Model zou drukken.
Eerst dàn zal vooreerst duidelijk worden dat God’s schepselen Zijn Wijsheid delen en dat al in Hem al Zijn werken Hem waardig zijn.

Zoals de vroeg-Christelijke Kerk, het Lichaam van Christus Zich openbaarde

Want zoals het Woord dat we spreken een Beeld is van het Woord dat Gods Zoon is, zo is ook de Wijsheid, Die in ons is geïmplanteerd en wordt uitgewerkt een Beeld van de Wijsheid die God’s Zoon is.
Het geeft ons het vermogen om te weten, te begrijpen en het stelt ons aldus in staat om Hem te ontvangen Die, ‘de alom-creatieve Wijsheid’, is, door Wie we de Vader kunnen leren kennen.
Degene die de Zoon heeft, heeft ook de Vader, zegt de Blijde Boodschap en
Degene die Mij ontvangt, ontvangt Degene die Mij heeft gezonden.
En omdat dit Beeld van het Woord van God in ons en in alle schepselen is voortgebracht, neemt de waarachtige en creatieve Wijsheid terecht aan wat van toepassing is op Zijn Beeld en Gelijkenis en zegt Hij: ‘De Heer schiep mij in Zijn werken’.
  Maar omdat de Wereld niet wijs genoeg was/is om God in Zijn Wijsheid te herkennen, zoals we het hebben uitgelegd, heeft God besloten om degenen die geloven te redden door middel van de “dwaasheid” van de Boodschap die we prediken. Omdat God niet langer bekend wilde blijven, zoals in vroegere tijden, door het beeld en de schaduw van Zijn Wijsheid, die is vastgelegd [bestaat] in schepselen, heeft Hij ervoor gezorgd dat de Ware Wijsheid Zelf vlees werd, mens werd en de dood aan het Groot en Heilig Kruis leed, zodat alle wie in Hem geloofde, door Geloof zou vertrouwen en gered zou kunnen worden.
Tòch was dit dezelfde Wijsheid van God, Die in het begin Zichzelf en Zijn Vader in Zichzelf had geopenbaard door middel van Zijn Beeld in schepselen [vandaar dat wijsheid ook in de mens wordt meegegeven, geschapen].
Later, zoals Johannes de Theoloog verklaart, werd die Wijsheid, Die ook het Woord is, vlees, en na het vernietigen van de kracht van de dood en het redden van ons ras, openbaarde Hij Zichzelf en Zijn Vader door Hemzelf met grotere helderheid te openbaren. Vader, zo bad hij, opdat zij U mogen kennen, de Énige Ware God en Jezus Christus, Uw Zoon, Die U hebt gezonden en door de Genadige Wijsheid van de Heilige Geest bekend hebt gemaakt.
Derhalve is de hele aarde nu vervuld van de ‘Kennis van God’, omdat het Één en Hetzelfde is om de Vader door de Zoon te kennen en de Zoon te kennen, Die van de Vader komt. De Vader verheugt Zich in zijn Zoon, en met dezelfde vreugde verheugt de Zoon Zich in de Vader en zegt: “Ik was Zijn Vreugde; elke dag vermaakte Ik Mij in Zijn alom Heersende aanwezigheid”.
conf. H. Athanasius de Grote

Meester timmerman, Πλοίαρχος, نجار رئيسي ،

Vol Vuur en Geestdriftig, zonder over diepgaande kennis te bezitten zeiden we bij onze doop zonder aarzelen, gretig tot Hem: “Ja !”.
We wisten dat gevaren maar moeilijk te vermijden zouden zijn, de vijand, die wij verzaakt hebben ligt immers op de loer.
We begrepen dat er falen en pijn, opoffering en verdriet zouden kunnen opdoemen;  en toch zeiden we nog steeds: “Ja!, ik wil”
Er werd ons verteld over teleurstelling, over onrechtvaardigheid, kwaadaardigheid en oneerlijkheid – niettemin, we konden de vooruitzichten weliswaar vermoeden, doch niet onderscheiden en zeiden desalniettemin: “Ja!”
Het duurde wel enige tijd voordat de Heer ons Zijn vooruitzicht op onze levensweg heeft geopenbaard, een deel van Zijn plan met ons biedt ons een sterfelijk leven.
Een leven van Mysterie naast ellende; een leven van eenzaamheid naast avontuur; een leven met een rode draad van verschillende opvallende tegenstellingen. Maar méér dan dàt, bood Hij ons een onbeperkte kans – de “kans van je leven” zo zou je het kunnen omschrijven – of, misschien beter gezegd, het vooruitzicht van de eeuwigheid!
Het is de gelegenheid om een reeds betaalde reis naar een bovenmenselijk Hemels Koninkrijk te maken. Een plaats waar we nieuwe ervaringen kunnen opdoen om te leren en te groeien, te ontwikkelen en vooruitgang te boeken in/op een oneindige variëteit aan manieren die we voorheen vanuit wereldse gebondenheid niet hebben kunnen ervaren. De mogelijkheden zijn onmetelijk en het potentieel is onbeperkt.
      Wie, oh Wie, heeft over de wereld het meetsnoer gespannen? Waarop zijn haar pijlers neergelaten, of wie heeft haar hoeksteen gelegd, terwijl de morgensterren tezamen juichen en al 
de kinderen God’s jubelen?conf. Job.38: 5-7
Na Zijn oproep Hem te volgen leerde Hij ons over keuzevrijheid en hoe Krachtig een Genadige Zegening is/was en indien we deze verstandig gebruikten, zouden we een grotere, nòg verrijkende ervaring kunnen hebben tijdens onze pelgrimsreis. En dat we deze op haar meest Hemelse wijze zouden dienen te gebruiken om elkaar bij te staan op de gezamenlijke route, elkaar zouden  kunnen dienen, dienen te verheffen en elkaar te troosten en daarmee op Zijn wijze Lief te hebben.
      Wij zingen op de wegen des Heren, want groot is Zijn Heerlijkheid.
Hoogverheven is de Heer: toch ziet Hij neer op het geringe.
Maar wat zich hoog dunkt, dat kent Hij slechts van verre.
Al moet ik wandelen temidden van verdrukking:
De Heer zal mijn leven behouden
conf. Psalm137[138]: 5-8 vert. ROK ’s-Gravenhage

Ik heb je nooit een rozentuin beloofd; I never promised you a rose-garden; Δεν σου υποσχέθηκα ποτέ ένα τριαντάφυλλο; أنا لم أعدك أبداً بحديقة ورود

Natuurlijk zeiden we: “Ja !”.
Hij liet ons weten dat het niet allemaal ‘pais en vré’, leuk en aardig zou zijn,
maar wèl dat er onderweg hulp zou zijn.
En dat wàt er ook zou gebeuren, hoe erg het ook maar zou kùnnen zijn, Hij het zou allemaal in ons voordeel uitwerken.
En na verloop van tijd zou alles ,‘ ja, Alles ‘, wat wij als mens maar kunnen bedenken voor ons eigen bestwil uitgewerkt worden.
We zouden ons vertrouwen op Hem dienen te stellen, geduld dienen op te brengen, op zoek dienen te gaan naar de gouden en zilveren binnenste lagen van ons bewustzijn en in alle omstandigheden dienen te proberen er het beste van te maken. Door dit alles zouden de dingen, die we zouden leren en de relaties die we zouden tegenkomen en aangaan –  een onbetaalbaar doel dienen.
Iets wat in onze ogen ongunstige vooruitzichten biedt wordt door Zijn Woord in alle rust niet alleen aanvaardbaar, maar gewoon ‘te gek voor woorden, dat weten we onbewust maar al te goed!’.
    Heer, Gij hebt mij onderzocht , en Gij kent mij: Gij kent mijn zitten en mijn opstaan. 
Gij weet mijn gedachten van verre, Gij doorgrond mijn weg en mijn meetsnoer. Al mijn wegen ziet Gij voorruit; en dat er geen ongerechtigheid is op mijn tong. Zie, Heer, Gij weet alles: de eerste en de laatste dingen.
U te kennen is voor mij te wonderbaar; het is te sterk, en buiten mijn macht.
     Want voor U is het duister niet donker; de nacht straalt van licht, als de dag.
Het duister van de een is gelijk aan het licht van de ander.
Zo Gij ook mijn nieren in Uw bezit: Gij hebt mij opgenomen, vanaf de schoot van mijn moeder.
Ik wil U belijden, om Uw ontzagwekkende wonderen. Wonderbaar zijn Uw werken, mijn ziel erkent het ten volle. Voor U was mijn gebeente niet onzichtbaar, toen Gij mij geformeerd hebt in het verborgenePsalm 138[139[: 1-6,13-17 vert. ROK ’s-Gravenhage.

De Verloren Zoon, ets van Jan Luyken [1649-1712]

    Dàt is de stem van mijn Liefste, ziet Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen! 
Mijn Liefste is gelijk een ree, of een welp der herten; ziet, Hij staat achter onzen muur, kijkende uit de vensters, blinkende uit de traliën. 
Mijn Liefste antwoordt, en zegt tot mij: ‘Sta op, Mijn vriendin, Mijn schone, en kom!’. Mijn duifje, zijnde in de kloven van de steenrotsen, in het verborgene van een steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet, en uw gedaante is liefelijk.
Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn. Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de Liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des Heren. 
Vele wateren zouden deze Liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet verdrinkenHooglied 2, 8-10.14.16a; 8,6-7a.
      Alles heeft zijn uur en ieder ding onder de hemel zijn tijd; er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om het geplante uit te rukken, een tijd om te doden en een tijd om te helen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen, een tijd om te wenen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwklagen en een tijd om te dansen, een tijd om stenen weg te werpen en een tijd om stenen bijeen te zamelen, een tijd om te omhelzen en een tijd om zich van omhelzen te onthouden, een tijd om te zoeken en een tijd om te laten verloren gaan, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te werpen, een tijd om te scheuren en een tijd om dicht te naaien, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken.
Een tijd om te beminnen en een tijd om te haten, een tijd van oorlog en een tijd van vrede.
Welk voordeel heeft de werker van datgene waarvoor hij zich aftobt?
Ik heb in ogenschouw genomen de bezigheid, die God aan de mensenkinderen gegeven heeft om zich daarmee te kwellen.
Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder 
dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekken.
Ik heb ingezien, dat het niet in hun eigen macht staat, maar als men zich verheugt en zich te goed 
doet in zijn leven, kortom als iemand eet en drinkt en het goede geniet bij al zijn zwoegen, dan is dat een [Genade-]gave van GodPrediker 3: 1-13.
God heeft ons via Zijn Zoon met Zijn Pedagogie duidelijk gemaakt dat deze reis in het ondermaanse, in tegenstelling tot de eeuwigheid slechts een klein moment zou blijken te zijn; bij Hem bestaat immers geen tijd.
Maar zonder twijfel zal/zou de waarde van dit verblijf op aarde een eeuwig welzijn opbouwen.
En dus vertrouwden we op Hem, op Zijn Liefde voor ons, welke de Tempel van ons hart vervult en met Johannes de Theoloog zeggen we ondubbelzinnig tot Hem: Ja ! ik kom welhaast.
kom Heer Jezus, kom! Openb. 22: 21,22 [vert. 1948 Prof. Dr. Obbink]
en de Genade van onze Heer Jezus Christus, de Zoon van God komt over ons allen.

God is Degene, Die uit respect voor de door Hem geschapen mens niets anders doet, dan Zijn Liefde aan ons laat toekomen

Wie en wat is een mens?
Een mens is degene, die z’n schatten weet te bewaren.
”  Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijnMatth.6: 21.
Maar wat omvat de werkelijke schat van de mens? Wat vindt hij leuk?
Natuurlijk houdt hij van het lichaam, datgene wat hem vanaf z’n geboorte is toevertrouwd – hetgeen onlosmakelijk met hem is verbonden en aan hem/haar  gebonden zal blijven totdat hij in het graf wordt begraven.
Het is door hem dat hij ziet, hoort, waarneemt en reproduceert.
Een verschrikkelijke, stormachtige oerkracht beweegt het universum, daarom is het lichaam iets waaraan we ontzettend gehecht zijn.
Op de een of andere manier is ieder van ons gehecht aan zijn lichaam.
Wanneer wij zoals nu in afwachting van de ontslaping van de Theotokos, de Moeder Gods [1-15 Augustus] vasten, dan wordt ons voorgehouden om al datgene wat ons met de wereld/aarde verbindt te elimineren. De mens is aan zijn lichaam gehecht geraakt omdat hij niet graag doodgaat.
De gelovige houdt ervan om aan de wereld te sterven om rede dat hij/zij Christus, Zijn Geliefde probeert te ontmoeten.
Daarom hongeren we onszelf [in stilte!, niet opvallend – opdat we ons er niet op kunnen beroepen] van voedsel totdat we de autoriteit over het lichaam van ons kunnen afleggen, teneinde onszelf te leren beheersen.
Daarmee wordt een begin gemaakt de Heerschappij van het leven te beheersen en wordt eveneens begonnen, de tirannie van de dood te vernietigen.
Daarmee vindt telkenmale – in Christus- een nieuwe geboorte plaats, door Zijn toedoen is door Hem een nieuw leven geworden, wordt een nieuwe orde van bestaan geopenbaard, wordt onze aard getransformeerd – vindt er een Transfiguratie plaats! Deze geboorte wordt niet tot stand gebracht door menselijke generatie, door de wil van een mens, of door de wens van het vlees, maar door God.

Indien je jezelf nu [met de hogepriester Nicodemus] blijft afvragen hoe dit kan geschieden, zal ik proberen het je in duidelijke taal uit te leggen.
Geloof is de baarmoeder, die dit nieuwe leven omvat, de doop is de weder-geboorte waarmee dit aan het Licht wordt gebracht.
De Kerk, het Lichaam van Christus, is haar verpleegster; haar leringen zijn haar melk, het brood uit de hemel is haar voedsel.
Het wordt tot volwassenheid gebracht door de beoefening van deugd; het wordt bevochtigd aan de Wijsheid [God’s Heilige Geest]; het wekt Hoop op en doet het Geloof uitgroeien/opbloeien.
Haar thuis is het Koninkrijk der Hemelen; het omvat de rijke erfenis van de vreugden van het paradijs; het einde is niet de menselijke dood, maar het gezegende en eeuwige leven wordt bereid voor degenen die het Goddelijke waard zijn.

Heilig de dag des Heren

Dìt is de dag die de Heer heeft gemaakt – een dag die heel anders is dan die welke plaatsvond toen de wereld voor het eerst werd geschapen en die in de loop van de tijd wordt uitgemeten.
Dìt is het begin van een nieuwe creatie.
Op deze dag, zoals de profeet zegt, maakt God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat is deze nieuwe hemel dan wel niet? mag je jezelf afvragen.
Het is het Mysterie, het uitspansel van ons persoonlijk Geloof in Christus.
En wat is de nieuwe aarde?
Het is het hart van een vervuld mens, een hart dat als de aarde werkt, dat het [doop-]water, de regen opslaat die erop valt en een rijke oogst in het vooruitzicht stelt. 
In deze nieuwe schepping is ‘zuiverheid van leven’ de zon, ‘de deugden’ zijn de sterren, ‘de transparante goedheid’ is de lucht, en ‘de diepten van de rijkdom aan wijsheid en kennis’, de zee.
De Blijde Boodschap, ‘de waarachtige Pedagogie van de Heer’, de Goddelijke leringen zijn het gras en de planten die Gods kudde voeden, de mensen die hij als Herder hoedt; houdt Hij ‘de Geboden’ voor, welke de vruchten vormen, die door de bomen worden gedragen.
Op deze dag, die de Heer heeft gemaakt, wordt de waarachtige mensn geschapen, de mens die geschapen wordt naar het Beeld en de Gelijkenis van God. 
Op deze dag, die de Heer heeft gemaakt, heeft God het begin van deze nieuwe wereld gemaakt. 
Op deze dag, die de Heer heeft gemaakt, zegt de Profeet dat het niet is zoals andere dagen, noch is deze nacht zoals andere nachten. 
Maar toch hebben we niet gesproken over de grootste Genadegave, het grootste geschenk dat het ons heeft gebracht. 
Op deze dag, die de Heer heeft gemaakt, heeft God de pijn van de dood vernietigd en bracht Hij, Zijn Zoon, de Eerstgeborene van de doden ter wereld.
En vervolgens constateert de Zoon van God, dat Hij opstijgt naar Zijn Vader en naar jouw Vader, naar Mijn God en naar jouw God en wij hebben de Genadegave ontvangen Hem daarin te volgen. 
Is dat geen Blijde Boodschap, is dat geen goed nieuws? 
Hij die voor ons mensen werd zoals wij zijn, vlees en bloed teneinde ons zijn broers/zusters te maken, stelt zijn waarachtige Almachtige Vader nu z’n eigen menselijkheid voor om al zijn verwanten naar zich toe te trekken“.
conf. Heilige Gregory of Nyssa

Metropoliet George Khodr van het Aartsbisdom van Byblos en Batroun

God’s Liefde overstijgt de liefde van de mens – een mens kan die Liefde onmogelijk evenaren, want zij is alles-omvattend.
Wat wij het Oude Verbond noemen – tussen God en de mens – heeft ‘niets’ te maken met datgene wat de mens ooit heeft nagestreefd, heeft gezocht.
Voordat Christus op aarde neerdaalde heeft het Verbond tussen God en de mens niets met de menselijke wil te maken; het omvat de vrije manifestatie van de Schepper om niet alleen van de mens te houden, maar ondanks het gedrag van de mens deze liefde vast te houden en daarin tot het uiterste mee door te gaan. God is uiterst liefdevol in Zijn Genadegaven; Hij heeft de mens ontzettend lief. Zijn erbarmen, Zijn ontferming, Zijn inlevingsvermogen met de zondaar omvat het onbeschrijflijke; dit is zo zichtbaar dat je het kunt omschrijven dat God alle grenzen van de menselijke mogelijkheden overstijgt en is derhalve niet met de onderlinge liefde van een echtpaar te vergelijken.

God is niet verplicht van de mens te houden – een mens kan zich ten opzichte van God uiten door Hem te lasteren, te haten en zich anderszins ten opzichte van Hem te uiten, maar de mens zal zich nimmer ten opzichte van Zijn liefdevolle Genadegaven kunnen verzetten.
Indien je het aangenaam vindt –  aanvaard je Zijn Genadegaven; je neemt het aan en ‘ook al‘ wijs je Hem af – ‘Hij’ – zal er niet negatief op reageren. God verwacht in Zijn onmetelijke Goedheid ook absoluut niets terug.
God geeft Zichzelf en gunt jou de voldoening, welk Hij je ‘om niet’ [gratis] doet toekomen en al reageer je er niet op – Hij geeft Zich geheel en al.
Al datgene wat wij in het leven tentoon spreiden is ijdelheid – “Hij is de Enige bestaansbron“, “Hij is God”, de Heer en Meester van ons Leven.

Het leven in ons is een geschenk van God.
Alleen God geeft leven en alleen God neemt het terug.
Wij mensen dienen derhalve geen zelfmoord te plegen of onszelf schade toe te brengen en iemand heeft zeker niet het recht om iemand’s leven te nemen, zelfs niet van een ontsponnen vrucht.
Iedere mens ontvangt zowel zijn/haar persoonlijk leven als het leven van z’n naaste van God.
Ieder ander heeft de vrijheid om te leven zoals hij wil, maakt de keuzes, die hij/zij wil. Zo deze ervoor open staat is het ‘onze plicht’ hem/haar te adviseren, hem gezelschap te houden, hem te dienen en hem te helpen zijn situatie te verbeteren om een beter leven te gaan leiden.
Door dit te doen, wordt onze eigen geest beter.
Maar je hebt absoluut niet het recht om iemand anders te doden, zelfs als deze persoon je daarom vraagt – het op papier vastlegt, omdat hij geen recht heeft om een einde te maken aan zijn leven dat door God aan hem/haar is toevertrouwd.
Daarom kàn abortus niet worden toegestaan omdat de moeder niet haar foetus bezit. Evenzo heeft een arts niet het recht om zijn patiënt te doden [euthanasie te plegen], ongeacht hoe slecht zijn/haar toestand ook is.
De arts, de hulpverlener of wie dan ook bezit het lichaam van zijn patiënt/ hulpbehoevende niet. Hij kan niet de beslissing nemen om een patiënt te doden, zelfs niet in geval van alzheimer/ dementie of een langdurige coma.
Je lichaam is geen object om er maar mee te doen en te laten, wat je maar wilt.
Je lichaam is een deel van jou als persoon; het is een [‘door God gegeven’] autoriteit niet toegestaan om te slaan of om zich als  rechter uit te spreken een doodstraf uit te voeren.

denk erom, ik ben de baas

In onze hoogmoed en onder invloed van humanistisch [VVD, D66] gedachtengoed trekt de mens het beschikkingsrecht over de ander tot zich – maar dit is ‘God’s-lastering, de mens verheft zich hiermee boven God. Door de ander te vernietigen vernietig je jezelf en ontken je – keer je je af van de Heerschappij van God over jullie beiden.
Iedere zonde is vervreemding, een ontkenning van een van God’s eigenschappen: een ontkenning van Gods geduld, Genade en Liefde.
Doden is een ‘absolute‘ ontkenning van God omdat het een ontkenning van Hem is als Heer en Gever van Leven.
Een mens is in staat z’n tegenstander te vernietigen, omdat hij beslist dat de ander zijn plan, zijn zaken, passies of vrijheid belemmert. De mens heeft zich daarmee ingebeeld dat hij alleen op deze manier veilig kan zijn en de garantie tot Heerschappij [Zelfbeschikkingsrecht] heeft.
Dit omvat zowel de isolatie van die mens in zijn/haar verbeelding – als de vergoddelijking van het zelf. In zijn geest en diepste gedachten vervangt de mens hiermee de overheersende God, de Pamtocrator.
Daarom bidden wij aan de hand van Psalm 50[51]:
Ik zal de overtreders Uw wegen leren en de goddelozen zullen zich tot U bekeren.
Red mij van bloedschuld, o God, God van mijn heil; laat mijn tong over Uw Gerechtigheid jubelen
”.

godsspraak van de mens over Damascus

Elke vechtpartij, die eindigt in een genadeslag – hoe klein dan ook is een aanval op God’s Naam. Elk bloedbad is ‘religieus‘, in die zin dat etniciteit of politieke ideologie een pseudo-religie kan worden.
Ja, het uur nadert, dat een ieder, die u doodt, zal menen aan God een heilige dienst te bewijzen. En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennenJohn.16: 2,3.
We kunnen spreken van een “liturgie” van de complete vernietigen van iets.
Dit soort machthebbers  beschouwen massamoord als een door ~ ‘God’ ~ aangewezen, gegeven taak!
Hoe kijken wij mensen met gelovige ogen?
Er hangt immers zó véél af van wié er kijkt, wanneer en waar – de beschaving van de één is de barbarij van de ander. Totdat je beseft dat je hetzelfde al eens in het Grote Boek der Waarheid hebt gelezen – er zijn immers mensen, die de Waarheid briljant kunnen verkondigen, maar geen waarachtige toegewijde aan God zijn.
God laat ons door Zijn Barmhartigheid weten dat Hij van de mens houdt; wij zijn echt ‘niet’ Zijn oogappel, op wie Hij het meest gesteld is, wij zijn pas echt Zijn lieveling omdat wij goed doen in Zijn ogen.
Wie zijn wij, als mens? Wat hebben wij als mens te bieden, niets toch?
Om Hem tevreden te stellen, zit God in alle vrijheid ‘niet’ op ons te wachten en wanneer Hij toestaat dat jij Hem verkettert neemt Hij de vrijheid je te laten voortmodderen – totdat jij het besef krijgt hoe het ‘wèl’ overeenkomstig Zijn Wil dient te geschieden – daarom wordt Hij vergeleken met een vader, onze Vader.
Een vader geeft het beste van zichzelf en laat z’n kind na zijn aanwijzingen begaan tot het leert van z’n fouten. Het aanbod van Zijn Liefde blijft ongewijzigd dezelfde, wàt er ook gebeuren zal.
Jij bent de armzalige; Hij heeft je echt niet nodig.
Hij maakt Zichzelf klein, arm en nietig voor jou om je maar een ‘ietsje pietsje’ te laten aanvoelen; tot je erdoor ‘vertederd’ raakt.
Door je van de andere kant – van je goede kant – te laten zien wordt Hij geraakt.
Je bent Hem ter wille [Hem aan het verleiden] en Hij wordt er geen cent beter van.  Hij mag dit toch van jou verlangen – dit komt Hem toch toe?
Je bezit niet ‘echt’ – ‘wat’ je geeft, datgene wat je Hem geeft komt Hem toe;
alles wat je Hem doet toekomen, is immers van Hem.
Zowel het Oude als het Nieuwe Verbond is geen verbintenis, die van twee kanten komt. De Tijd komt God toe – iedere periode in de geschiedenis is alleen maar een tijdperk van God – bij God bestaat geen tijd, nu is gisteren en tegelijk altijd en voor eeuwig. Hij geeft altijd en eeuwig en indien jij in alle gemoedsrust aanvaardt wat je ontmoet – je ondergeschikt opstelt – zal Hij wanneer jij datgene afwijst wat Hij je doet toekomen niet beantwoorden – Hij doet niets en laat je begaan – nèt zo lang tot je jouw fouten zelf inziet.
Dàt geeft je uiteindelijk gezondheid.
Het is niet alles, maar het is de basis van zowel het natuurlijk [fysiek] bestaan als het  geestelijk [mentaal] bestaan.
En het belangrijkste wat jouw gezondheid goed doet [heiligt] geeft je een spiritueel leven,  elk leven in/met God geeft Heiligheid en dat behoeft geen plaatsbekleder [toezichthouder] ten opzichte van het volk te bevestigen.
Het is daarom een grote Genadegave [zegen in het leven] om te geloven dat jullie ‘allemaal’ door God gegeven zijn en dat jullie dit persoonlijk in alle vrijheid dienen te handhaven.
Verspil dit daarom niet met datgene wat je gezondheid tekort [pijn] doet of wat je geest tekort [pijn] doet òf datgene wat jouw spirituele leven in je verzwakt.
Bescherm en beveilig allereerst datgene, wat jullie allemaal goed doet en van boven gegeven is; hetgeen tot uiting komt wanneer jullie God gehoorzamen.

conf. George [Khodr],
metropoliet [aartsbisschop] van Byblos en Batroun en Libanon,
Patriarchaat van Antiochië en het gehele Oosten *.

* Geschiedkundige basis:

Logo Patriarchaat Antiochië

⁌  De stichting van dit Patriarchaat gaat met de vroeg-christelijke, oorspronkelijke Kerk terug tot de 1e eeuw.
⁌ is een van de vijf oorspronkelijk christelijke zetels welke “apostolisch”; bovendien werd ” in Antiochië voor het eerst de naam ‘Christenen’ gegeven aan haar volgelingen” Hand.11: 25-26.
⁌ De stad Antiochië is de historische zetel van het Patriarchaat, terwijl Damascus  [Syrië] de huidige zetel is. De zetel werd overgebracht naar Damascus onder pontificaat van de Patriarch van Antioch Pachomius [1378-1386] onder druk van de verwoesting van het Antiochië ten tijde van de Mamlukken [Ottomanen], welke in de middeleeuwse islamitische wereld dienaren waren, die voornamelijk van Turkse origine, opgeleid werden tot militair of bestuurder.
⁌ Ondanks de overdracht van de zetel naar Damascus is de historische en kerkelijke verwijzing naar Antiochië gebleven. De Patriarchen van Antiochië dragen altijd de titel van “Patriarch van Antiochië en heel het Oosten”.
⁌ De bevoegdheid van het Patriarchaat dekt Libanon, Syrië, Irak, Iran, het Arabisch schiereiland en in het Oosten en de zuidelijke regio’s van Turkije.
⁌ Vanwege migratiestromen zijn er nieuwe bisdommen gecreëerd in Europa [waaronder Midden-Europa, waar ‘vanaf 2015’ onze parochie toegewijd aan de ‘Moeder God’s’ in Nederland onder valt], Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.
⁌ De geestelijke toevlucht van Antiochië wordt beschouwd te zijn toegewezen  aan de bescherming door de twee vooraanstaande onder de Apostelen, Petrus en Paulus.

Balamand‘ klooster – foto van Camille Enlart (1921)

⁌ NB. In 1833 werd het eerste catechetische onderwijs in het voormalige Cisterciënzer klooster geopend, welke het startsein gaf aan de huidige grote onderwijsinstellingen ‘Balamand’.  Momenteel is rond dit klooster, het theologische instituut, de middelbare school en de universiteit gehuisvest.

Orthodoxie & Dankbaarheid voor hetgeen wij in onze schoot geworpen krijgen

… “Wij danken U, o Christus, onze God, dat Gij ons met Uw aardse goederen gezegend hebt.
Laat toch het Hemels Koninkrijk
voor ons niet verlorene gaan?
”…

Niet velen onder ons zullen dit gebed voorafgaand aan de maaltijd voor ogen hebben. Veelal wordt er een ‘Onze Vader’ gepreveld en zakt iedereen op z’n stoel neer om de maaltijd te nuttigen; reeds sinds de dagen van Karel de Grote maakten het ‘Onze Vader’ de kern uit van de volksdevotie; het werd immers door Christus ‘Zelf’ gepropageerd.
Toch staat bovenstaand gebed in het Nederlands Orthodoxe gebeden boek en
je kunt het nog zingen ook. Telkenmale wanneer we genieten van een maaltijd en dit gebed zingen/bidden, danken we onze Heer en Meester van ons leven,
dat Hij ons een land van melk en honing heeft gegeven,
dat we krijgen wat ons hartje begeert,
dat het ons ontzettend goed gaat en
 dat wij rijkelijk door Hem worden bedacht.
Toch zijn er velen, die zonder gebed ‘aanvallen’, afstand nemen en uiteindelijk
verraad plegen aan het Geloof dat hen van jong’s-af-aan werd bijgebracht.
In onze verwaandheid nemen we veel dat gebeurt in ons leven maar voor lief.

Al Bisharah Camp, 16-20 juli 2018

Het lijkt als vanzelfsprekend dat we te eten hebben, een dak boven ons hoofd, een leuke baan en een zorgzame partner of lieve vrienden hebben, maar dat is het niet. Stel je eens voor als je deze essentiële zaken niet zou hebben?
Inderdaad eerst dàn ervaar je dankbaarheid.
Een vorm van dankbaarheid is tevreden zijn over ons eigen handelen, een gevoel van voldoening – maar besef je wel dat dit niet zo maar een gegeven is; dit wordt je van hogerhand om niets via de ander geschonken.
Gezond zijn, financiële onafhankelijkheid en ‘leven in Vrede’ zijn voor ons aan de orde van de dag, maar sta jij er weleens bij stil dat dit voor velen onder ons ‘niet’ zó vanzelfsprekend is?
Je wordt ’s-morgens wakker en je kunt meer waardering ervaren wanneer je eerst eens de eerste 5 minuten stil staat bij jezelf, je leven en alles waarvoor je dankbaar mag zijn; het besef dat het allemaal ‘niet’ zo vanzelfsprekend is.

Er kan verdriet zijn, maar ook dankbaarheid – verdriet en lijden komt ‘niet’ alleen – ; tranen doen ons beseffen dat we door het water heen een rode draad dienen te gaan zoeken; datgene wat van belang is om weer in evenwicht te komen.
Wanneer je vaker dankbaarheid ervaart, zul je merken, dat je minder negatieve gevoelens, zoals stress, onzekerheid en boosheid, zult ervaren.
Oók zul je je vrienden, familie en eventuele partner meer waarderen en zul je eerder geneigd zijn om belangeloos voor anderen klaar te staan.
Kortom dankbaarheid zal jouw leven en dat van anderen een stuk aangenamer en waardevoller maken.
Veelal zult u denken dat we dankbaar zijn voor datgene wat wij in ons leven als goed en blijmoedig beschouwen, maar daar tegenover staat datgene wat ‘wenselijk’ is en dat is voor velen een Mysterie, iets wat vanwege z’n ingewikkeldheid maar wordt verzwegen.

Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijn wij; We are God’s co-workers; God’s field, God’s building is us; Είμαστε οι συνεργάτες του Θεού. Το πεδίο του Θεού, το κτίριο του Θεού είναι εμάς; نحن زملاء الله. حقل الله ، بناء الله لنا.

God gaf ons alles wat maar begerenswaardig is, – een land van melk en honing – , maar wij betalen Hem veelal met trouweloosheid terug. Sterker nog we doen alsof het een ‘eigen’ verdienste is, datgene wat ons overkomt.
Door God’s Genadegaven hebben we het verdiend om [opnieuw] door de straten van een vrij land bewandelen – “een droom van honderd- en duizenden jaren” -, een droom die vele afgedwaalden zich niet waardig achten te gedenken; het is toch vanzelfsprekend dat de zon voor ons opgaat en ’s-avonds weer vertrekt, dat leert de wereldse wetenschap ons.
En religieus besef – het besef van hoger waarden – dankbaarheid is niet meer op God gericht ‘de ervaring ervan slijt weg’; we hebben er gewoon geen woorden meer voor.
Velen onder ons herkennen de culturele verandering doordat de relatie met het hogere is wegvallen, bijvoorbeeld bij rituelen, een van de aspecten van geestelijke zorg, waarmee de zielzorg zich bezighoudt.
Bij de meeste rituelen staat de relatie met God centraal, echter in de verwereldlijkende westerse omgeving zijn mensen individualistischer en bepalen veel meer ‘zelf’ hun eigen levensverhaal; het –‘Ik’-je viert hoogtij.
En dàn blijft ons een land boordevol halfslachtige gelovigen, die de Kerk niet meer serieus nemen en die klagen dat ‘de Kerk‘ verwoest is, door velen geminacht en … verlaten is en slechts bewoond is door grijsaards.
Toch is er naast het verdriet, dankbaarheid … voor het zaad, dat gezaaid is – voor ons onzichtbaar, klaar om te ontkiemen, teneinde weer vrucht te gaan dragen.
God heeft Israël en de Kerk immers een natie beloofd, een hemels Koninkrijk, dat wil zeggen na het tijdperk van de individuele grijsaards voor wie iedereen ‘nog’ respect kan opbrengen.
De ‘westerse mens’ zoekt het in andere dingen, andere mensen, of het lot: ‘ik ben dankbaar dat het lot mij en mijn partner bij elkaar heeft gebracht’.
Het verschil in houding tussen religieuzen en humanisten wordt goed zichtbaar bij de geboorte van een kind. Gelovige mensen danken God nog steeds voor voor dit geschenk uit de Hemel, hetgeen hun leven een nieuwe glans gaat geven.

De alheilige wereldomvattende Kerk, ‘een Mysterie’ – icoon

Het sieraad, o Israël [Kerk], op uw hoogten ligt het verslagen! Hoe zijn de helden gevallen! Verkondigt het niet te Gat [Hebr. = behorend aan de wijnpers], boodschapt het niet op de straten van Askelon [Hebr. het vuur van de schande of ik zal gewogen worden], opdat de dochters van de Philistijnen [immigrant of land van tijdelijke bewoners] zich niet verheugen, opdat de dochters van de onbesnedenen niet jubelen!
Bergen van Gilboa
[Hebr.= opgezwollen hoop], noch dauw, noch regen, zij op u, gij velden van de heffingen. Want daar is weggeworpen het schild der helden, het schild van Saul [Hebr.=verlangd], niet met olie bestreken.
Zonder het bloed van de verslagenen en het vet van de helden keerde de boog van Jonatan
[Hebr.= de Heer heeft geschonken] nimmer terug en ledig kwam het zwaard van Saul niet weerom.
Saul en Jonatan, de beminden en lieflijken, waren in leven en sterven niet gescheiden. Zij waren sneller dan arenden, sterker dan leeuwen
2Sam.1: 19-23.

Het Onze Vader, de Geloofsbelijdenis en de Tien Geboden vormen het volstrekte minimum dat een kind God’s dient te kennen. De ouders, aangespoord door spelleiders zijn daarvoor verantwoordelijk. Wie ze niet kent zou de Goddelijke Liturgie niet herkennen; waar zij immers onder aanvoering van een diaken worden gezongen/gebeden – vreemd is echter dat er zoveel verschillende vertalingen de ronde doen – éénheid in gebed zou de algemene christelijke levenswijze dienen te zijn.
Het volk dient te leren bidden, want het gebed is onontbeerlijk voor de Verlossing. Het Onze Vader is van alle gebeden het meest effectief, zowel omdat het ons door Christus is geschonken als om zijn zinvolle kortheid, waarin alles is begrepen wat wij moeten wensen en vragen.
Het is kenmerkend dat christenen meer bidden dan danken; er wordt meer gebeden omdat we van problemen verlost willen zijn.
We zouden ons meer op ‘danken’ dienen te bezinnen.
Indien je niet iets kunt bedenken om voor te danken, bid dan met je ogen geopend en dank Hem voor alles wat je ziet.
Na slecht nieuws komt dankbaarheid veelal niet bij ons op.
Ten opzichte van ontwikkelingslanden zijn mensen in onze ontwikkelde landen minder dankbaar en dat terwijl hier alle primaire levensbehoeften aanwezig zijn en wij niets te klagen hebben.
Het klopt dat dankbaar zijn een houding van een christen is.
Een christen dient daarin herkenbaar te zijn.
Hoe groot het lijden ook is, een christen wordt dankbaar
door de Hoop, Die er is, het Hemels koninkrijk.
Tel je zegeningen ‘laat zien wat je wél hebt’, God wil ons immers
laten ontdekken hoe we in Christus gezegend zijn.
Wat ons ook overkomt wij blijven vertrouwen op de goede afloop en danken onze Heer en Verlosser ook in moeilijke tijden, want we krijgen dit op onze weg om ervan te leren.
  Zij zagen de werken des Heren: Zijn wonderdaden in de geweldige diepte.
Hij sprak, en een stormwind stak op: de golven werden opgezweept.
Zij vlogen omhoog naar de hemel, en vielen omlaag in de diepte:
hun ziel kromp ineen van ellende.
Zij schudden en slingerden als waren zij dronken
al hun bedrevenheid schoot tekort
Psalm.106[107]: 22-25.

Op zeker niveau leert de Blijde Boodschap dat God de wereld schiep met ‘spraak’ [En God zei, ‘laat er licht zijn’, en er was licht, etc].
In het Joodse streven naar innige vereniging van de ziel van God, welke hunkert naar Verlossing wordt uitgelegd dat de 22 heilige letters van het Hebreeuwse alef-bet de spirituele ‘bouwblokken’ zijn van alle geschapen realiteit.
De naam van een Heilig bestaan van iets vertegenwoordigt in de Heilige Taal de combinatie van geheiligde letters die hun onderscheidende kenmerken en het doel en rol reflecteert naar waar het werd geschapen.
Zo wordt een Joodse [Hebreeuwse] naam de spirituele roepnaam, die de unieke karaktertrekken en de door God gegeven schenkingen symboliseren.
Ideaal gezien dient ieder mens, die 24 uur per dag te gebruiken, niet alleen wanneer je wordt opgeroepen om de Thora, de Blijde Boodschap [voor] te lezen of wanneer gebeden door of voor jou worden uitgesproken.
Je [Joods- Christelijke] naam functioneert als een geleide, die spirituele energie kanaliseert van God in je ziel en je lichaam. Dit is waarom, zo zeggen de Chassidische meesters, een onbewust persoon vaak zal antwoorden en zal opleven wanneer zijn of haar naam wordt genoemd.
Volgens Joodse gewoonte wordt een kritiek zieke persoon soms een toegevoegde Joodse naam gegeven – zoiets als een spirituele ‘bypass-operatie’ om nieuwe frisse spiritualiteit samen te voegen rond hun bestaande naam en in hun lichamen.
Als gevolg van de instroom van spiritualiteit wordt het lichaam hernieuwde kracht gegeven zichzelf te genezen.
Gewoonlijk wordt je veelal door de ouders een naam toegewezen na je geboorte.
Joodse jongens krijgen hun naam op de achtste dag na hun geboorte tijdens de Briet Mila [besnijdenis] en Joodse meisjes bij de Thora-lezing kort na de geboorte.
Je naam wordt gekozen door je ouders die je vaak vernoemen naar een geliefde die is overleden. Of, wanneer je niemand hebt om te herinneren een [Bijbelse, Christelijke of Hebreeuwse] naam naar eigen keuze. De Joodse wijzen hebben verklaard dat de keuze van de naam ‘een kleine profetie‘ inhoudt, omdat de naam die zij kiezen conform de aard van je ziel is.

Klim wedstrijd op een door oorlog gehavende muur

Indien wij onze jeugd achter ons hebben gelaten koestert de mens z’n kinderlijke identiteit, welke een beetje sneu overkomt, alsof hij/zij zich vastklampt aan een aloude, gênante betovering, die vooral van nut geweest is om blijk te geven van grote dadendrang.
Het blijken slechts ijdelheden, het draait in het leven niet om uiterlijkheden, niet om wie, maar om wàt iemand is, de aard en het karakter …..; je persoonlijke afkomst wordt bepaald ‘door de wijze waarop jij je gedraagt‘.
Op jeugdige leeftijd zijn de ‘enig’ echt belangrijke aspecten van iemands identiteit zijn/haar seksuele prestaties, z’n professionele wapenfeiten en geld – al ras blijkt dat de meesten op deze drie punten tekort schieten.
Dankij de aversie tegen dikdoenerij beseffen velen vervolgens dat ‘het gewichtig doen’ hen tegenstaat, dat ‘duur’ doen te patserig is en je ‘met eenvoud‘ in je eigen levensonderhoud dient te voorzien. We zijn niet allemaal geboren als rijkeluiszoontje en behoeven onszelf daarmee derhalve niet kwellen. We dienen zèlf te proberen onze broek op te houden en òf dat lukt hebben we veelal [als gevolg van gezondheid’s-problemen] niet zèlf in de hand.
Ambities worden vervolgens al snel in de kiem gesmoord.
Dat je een alledaags/gewoon leven gaat leiden is niet te wijten aan het feit dat je een slecht betalend beroep hebt gekozen of aan je ouders, omdat ze je niet voldoende hebben gestimuleerd.
Eigen verantwoordelijkheid en sociale bewogenheid dragen méér bij aan de persoonlijke ontwikkeling dan menigeen denkt. Het draait er in het leven niet om met buitenissige dingen indruk te maken. Het belangrijkste wat wij onze kinderen diene bij te brengen is dat zij in het leven staande kunnen blijven en dat begint naast esthetiek, sociaal bewustzijn, passie en toewijding met:
– leren lopen, leren luisteren, leren praten, leren fietsen [zeker in Nederland behoeven we niet allemaal een auto (via een banklening) te bezitten] en in Nederland is het ontzettend belangrijk te leren zwemmen.
– hoe eenvoudiger je je bestaan kunt inrichten, hoe rustiger ook je bestaan zal worden; wij zijn immers nomaden en verwachten iets groters, omdat juist dìt ons van Godswege beloofd is.

Narcistische spelleiders blijken niet zo goed te presteren, indien hun werk objectief onderzocht wordt, inderdaad, ze zijn bedreven in politieke spelletjes . . . . . en al helemaal niet als hun leiding wordt omschreven als “hufters [arseholes] op de vloer van de gemeenschap”. Slechte spelleiders versterken de hufters en slijmballen in de manier waarop gemeenschappen in elkaar zitten.
Eerst dàn blijkt wáár wij ten opzichte van elkáár tekortkomen
, elkáár tekortdoen en tekortschieten.
Goed, je hebt mensen die menen dat de Schepper hen zegent op al hun wegen en dus volmondig roepen dat God niet teleurstelt. Maar kijken ze wel iets verder dan hun neus lang is, dan hun eigen kleine leventje?
Naar deze wereld vol leed, ziekte en verdriet?
Wij gelovigen vinden het ‘not done’ om te verkondigen dat God teleurstelt.
Wij roepen maar al te vaak in koor: ”Mensen stellen teleur maar God nooit”.
Ik vind dat eigenlijk een beetje raar, je krijgt er het gevoel bij dat het een leugen is of napraterij. Laten we dàt nu eens even van ons afschudden en eerlijk zijn.
Er zijn dingen in ons en in iemand anders leven die [mits je er open ogen en oren voor/naar hebt] uiterst teleurstellend kunnen zijn.
Wanneer de Kerk beweert dat alles wat ons overkomt uit Gods hand komt,
dan is het vrij onlogisch om als je kind ziek wordt, daaraan lijdt en dàn gaat roepen dat God nooit teleurstelt.
Dat is een masker dragen van vroomheid en daaronder zit de pijn en het onbegrip over het hoe en waarom je gebeden voor je lijdende en wellicht reeds overleden kind of geliefde brandt.
Een van de allerbelangrijkste dingen in het leven is eerlijkheid, ten opzichte van jezelf en ten opzichte van anderen.
Daar is lèf voor nodig want ons is min of meer jarenlang voorgehouden dat een kind van God positief is en nimmer teleurstellingen op de diepe overtuiging van de Schepper schuift.
Te ervaren dat naast de mensen, zelfs God teleurstelt is een teken van ‘ongeloof en zwakte’. Zo werd het u en mij immers geleerd; nu ben ik maar al te vaak teleurgesteld door God.
Dat lag nimmer aan Hem, begrijp mij goed, doch het beeld dat ik van Hem gevormd had was fout.
☦️

Sunset Sunday 15th of July 2018 – foto Vincent van Buuren.

God is niet de grijze oude man op een wolk, zoals die in menige fresco of icoon wordt afgebeeld en ons wel eens even zal geven waar we om vragen.
Hij is in veel de onbegrepene, een groot Mysterie.
Neen, in onze hoogmoed vernedert, dienen wij een toontje lager te zingen en dient niet God veranderen, doch dienen wij ons beeld van Hem te veranderen.
Wij dienen te leren dat God Zich niet laat vangen in het kleine vakje van onze kleinmenselijke logica, ons werelds denkvermogen.
Eerst dàn zullen wij nimmer meer teleurgesteld worden in Hem, omdat wij beseffen dat Zijn denken anders, ja hoger is dan het onze.
Iedere dag opnieuw doet God Zijn Aangezicht bevrijdend over ons lichten.
Hij is een God, die ons draagt en voedt, koestert en bemint.
Ieder moment van de dag is Hij aanwezig en legt Zijn hand op je hoofd, noemt
je bij de naam en geeft je het brood des levens.
Vertrouwen op God, daar komt het op aan en dat misschien moeilijk te aanvaarden, maar niet onmogelijk ….. als je maar wilt.
God zal ons ook in deze tegemoet komen.
1.]. Verheug je wanneer je de eerste fase hebt bereikt;
2.]. Versterk jezelf door gebed wanneer je in de tweede fase bent aangeland
en
3.]. Stort je vreugde bij Hem uit wanneer je je dankbaarheid over de gelukzaligheid bij onze ‘Heer en Meester’ kenbaar kunt maken.

7e Zondag na Pinksteren – genezing van de blinden en de doofstomme

‘Dat Vrede mag stromen als wind door de bomen’;
‘ That Peace may flow as wind through the trees’;
‘Ότι η Ειρήνη μπορεί να ρεύσει όπως ο άνεμος μέσα από τα δέντρα’;
‘أن السلام قد يتدفق كالرياح عبر الأشجار’.

      En terwijl Jezus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, al roepende en zeggende: Heb medelijden met ons, Zoon van David!
En toen Hij het huis was binnengegaan, kwamen de blinden tot Hem, en Jezus zei tot hen:
‘Gelooft gij, dat Ik dit doen kan?’. Zij zeiden tot Hem: ‘Ja, Heer’.
Toen raakte Hij hun ogen aan en zeide:
‘U geschiede naar uw Geloof’.
En hun ogen gingen open. En Jezus verbood hun ten strengste en zeide: Ziet toe, niemand mag dit weten!
Maar zij gingen heen en maakten Hem in die gehele streek bekend.
       Terwijl zij heengingen, zie, men bracht een doofstomme bezetene bij Hem.
En nadat de boze geest was uitgedreven, sprak de doofstomme.
En de scharen verbaasden zich en zeiden: ‘Zo iets is nog nooit in Israël voorgekomen!’.
Maar de Farizeeën zeiden: ‘Door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit’.
        En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun Synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaalMatth.9: 27-35.

Hoe wonderlijk zijn de wegen die U met ons gaat

      Wij, die sterk zijn, moeten de gevoeligheden der zwakken verdragen en niet onszelf behagen.
Ieder van ons dient zijn naaste trachten te behagen, ten goede, tot opbouwing, want ook Christus heeft Zichzelf niet behaagd, maar, gelijk geschreven staat:
       ‘ De smaadwoorden van hen, die U smaden, kwamen op Mij neer’.
Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting van de Schriften de Hoop zouden vasthouden.
       De God nu der volharding en der vertroosting geve u eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn naar [het voorbeeld van] Christus Jezus, opdat gij eendrachtig uit een mond de God en Vader van onze Heer Jezus Christus moogt verheerlijken.
Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid GodsRom.15: 1-7.

Opnieuw worden we opgeroepen eensgezind te zijn en te volharden  – niet onszelf te behagen.
Het gaat hier over oordelen in verband met Wetmatigheden, volgens een bepaald systeem, dewelke wij onderling met elkaar afgesproken hebben.
Eten of niet eten en het al dan niet houden van bepaalde dagen en dat soort aangelegenheden.
Paulus begint met: “Maar ‘wij’, die sterk zijn …”.

Zou hij dit ironisch bedoeld hebben? Wij vinden immers onszelf immers altijd sterk, ‘wij’ weten hoe het moet, wij zijn beslist niet de zwakke in de menselijke samenleving.
Hoe het ook zij – wij hebben het met onszelf getroffen; ‘wij’, die sterk zijn,
behoren de zwakheden van de niet-sterken te dragen en ‘niet’ onszelf te behagen.
In de gehele Blijde Boodschap komen wij dit principe tegen.
Niet ‘ik’ moet centraal staan, maar ‘mijn naaste’.
Christus geeft het in de verwoording van Mattheüs ten opzichte van ons [farizeeërs] als volgt weer: “   Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de gehele Wet en de ProfetenMatth.22: 37-40.
Het liefhebben van God en het liefhebben van de naaste staan dus gelijk.
Betekent dat nu dat ik mijn naaste in de watten moet leggen?
Nee, dit gaat nog veel en veel verder, dit behagen of liefhebben van onze naaste heeft een doel.
In de watten leggen doe je om uiteindelijk ‘zelf’ aardig gevonden te worden, maar dat is in ‘dit geval’ niet belangrijk: “Laat ieder van ons de naaste behagen ten goede, tot opbouwing”;

letterlijk staat hier de eis, tot in het goede.
Net zoals we gelezen hebben in:
    Maar wij weten dat hun die God liefhebben, alle dingen meewerken ten [tot in] het goede“  Rom.8: 28. Wanneer we deze tekst vervolgen dan lezen we en zien we dat dàt goede ‘Christus’ is. En ook hier in bovenstaande is dàt ‘goede’, dat Goddelijke – Christus.
Dàt is de opbouwing, die hier genoemd wordt.
Het is de bedoeling dat óók bij de zwakken Christus openbaar komt.
En natuurlijk gaat God ook dáár voor zorgen.

Christus was niet op Zichzelf gericht, Hij had alleen oog voor God.
Hij heeft zichzelf niet behaagd: “De schandelijke beledigingen van hen, die U smaden, zijn op mij gevallen”. Alle beledigingen ten opzichte van God zijn op Christus neergekomen en Hij verdedigde Zichzelf nooit!

Dat wat Paulus hier schrijft is eigenlijk niets nieuws, hetgeen blijkt uit:

Want alles wat tevoren geschreven is, is tot onze lering geschreven, opdat
‘wij’ door de volharding en door de vertroosting van de Blijde Boodschap
slechts de Hoop zouden hebben.

De gehele Blijde Boodschap en dus ook het Oude Testament is niet ‘zomaar’ een boek.
Je kunt het lezen als een geschiedenis, als een historische opsomming,
alles wat beschreven wordt is ook ‘inderdaad’ op die manier gebeurt, maar
niet alles is opgeschreven.
Johannes de Theoloog schrijft immers aan het slot van zijn verwoording van
zijn versie van het Evangelie in het allerlaatste vers:

Er zijn nog vele andere dingen die Jezus heeft gedaan, waarvan
ik denk dat als zij één voor één werden geschreven, zelfs
de gehele wereld de geschreven boeken niet zou kunnen bevatten
”.

Maar de dingen die Johannes wel beschreven heeft over Jezus hebben een doel:
Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus,
de Zoon van God en opdat gij, gelovende, het Leven hebt in Zijn Naam
John.20: 31.

En eerst dàn openbaarde Jezus Zich ‘opnieuw’ aan de discipelen bij de zee van Tiberias [Hebr. van de Tiber (als riviergod)] en Hij openbaarde Zich aldus:
  De Apostelen vertrokken met Petrus en gingen scheep, en in die nacht vingen zij niets. 
Toen het reeds morgen werd, stond Jezus aan de oever; de discipelen wisten echter niet, dat het Jezus was. Jezus zei tot hen: ‘Kinderen, hebt gij ook enige toespijs?’.
Zij antwoordden Hem: Neen. Hij nu zei tot hen:
‘Werpt uw net uit aan de rechterzijde van het schip en gij zult vinden’.
Zij wierpen het
[net] uit en konden het niet meer trekken
vanwege de menigte van de vissen
John.21: 3-6.
Paulus zegt dàt de Blijde Boodschap in Z’n geheel ‘voor òns’ geschreven is,
voor de gelovigen die in de handelingen periode en ook daarna
de brief aan de Romeinen zouden lezen.
In de Heilige Geschriften kunnen we immers Volharding en Vertroosting vinden.
En daardóór is er Hoop, de wereld eindigt niet in ellende.
Nee, het gehele Oude Testament en óók de Evangeliën spreken van de komst van de Messias. Inderdaad ‘dìt’ is in de eerste plaats een boodschap voor Israël [de Kerk], dus óók voor de heidenen.
Op vele plaatsen staat dat God de wereld en de mensen ‘Lief heeft’ en
Zijn Zoon heeft gezonden om haar te redden.
Er is hoop, er is een toekomst en genezing voor alle mensen.

De wens van Paulus is dan ook;
  De God nu der volharding en der vertroosting geve u eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn naar [het voorbeeld van] Christus Jezus, opdat gij eendrachtig uit een mond de God en Vader van onze Heer Jezus Christus moogt verheerlijkenRom.15: 5,6.
Let op, Paulus geeft geen opdracht. Hij zegt niet: “Je moet eens gezind zijn”.
Nee, hij gaat, zoals wel vaker, terug naar de Bron.
Hij vraagt God om die eensgezindheid te geven. Wat denk je zou God zo’n gebed verhoren?
Christenen hebben heel verschillende gedachten wat betreft de eenheid.
Sommigen gooien alle kerken op één hoop en gaan voor de oecumene of de wereldraad van kerken. Anderen zijn het daar helemaal niet mee eens en vormen een eenheid van kerken die het er niet mee eens zijn. Weer anderen vinden dat je alleen maar één kunt zijn als je allemaal dezelfde visie hebt.
Zij vormen een eenheid en noemen zichzelf ‘Dè Christelijke Gemeenschap”,
met uitsluiting van alle andere gelovigen.
Dat is duidelijk ‘niet’ de eenheid die hier beschreven wordt.
Neen, de eenheid, hier genoemd, komt tot uiting in de verheerlijking van
de God en Vader van onze Heer Jezus Christus.
Niet ‘de mens’ maar ‘God‘ staat centraal en daarom staat er:
Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid GodsRom.15: 7.
Wij mensen zijn toch ’niet méér’ dàn Christus, zoals Hij ons heeft aangenomen, zonder aanzien des persoons, zonder voorwaarden te stellen; eerst dàn kunnen wij ook onze naasten aanvaarden. Overigens staat ook hier weer het woordje eis.
    Christus is ter wille van de Waarachtigheid van God een dienaar van hen, die besneden zijn  geweest, om de Beloften, aan de [Voor-]vaderen gedaan, te bevestigen en dat de heidenen God ter wille van Zijn ontferming gaan verheerlijken, gelijk geschreven staat: ‘Daarom zal ik U loven onder de heidenen en Uw Naam met snarenspel prijzen’Rom.15: 8.
Want, het geeft de reden aan!
Die eenheid waar Paulus het in de voorgaande verzen over heeft, vindt zijn oorsprong ‘in’ Christus. Hij is een dienstknecht in de zin van διάκονος [=dienaar] van de besnijdenis geworden. Zelf zegt onze Heer en Verlosser daarover:
      Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël [de Kerk]” Matth.15: 24.

Christus bevestigt daarmee de Beloften aan de vaderen, hetgeen Hij de Emmaüsgangers eveneens voorhield.
Het gehele Oude Testament staat bol van de Beloften van God aan Israël en de Kerk; te beginnen bij Abraham, Isaäc en Jaäcob en daarna de Profeten.
En wàt God belooft heeft, zal ook inderdaad gebeuren!
Maar ook al is Christus gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël, toch gaat Zijn werk verder in Zijn Lichaam, de Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk.
Nu is het de taak van Israël en van ons om God te belijden onder de Volkeren.
Niet nieuws hoor, David zei dit al:
      De Heer leeft. Geprezen zij mijn Rots, en verhoogd zij de God van mijn heil,
de God, die mij wraak heeft verleend, die volkeren aan mij onderworpen heeft en mij van mijn vijanden heeft bevrijd.
U hebt mij verhoogd boven hen die tegen mij opstonden,
U hebt mij gered van de geweldenaar.
Daarom loof ik U, o Heer, onder de volken en wil ik Uw Naam psalmzingen2Sam.22: 47-50
en tevens in:
    Daarom zal ik U belijden onder de volken Heer; ik wil psalmzingen voor Uw Naam“ Psalm 17[18]: 50 vert. R.O.K. ’s-Gravenhage.
En Mozes zingt Mozes aan het einde van zijn leven:
      Jubelt, gij natiën, om Zijn Volk, want Hij wreekt het bloed van Zijn knechten, Hij oefent wraak aan Zijn tegenstanders en verzoent Zijn land, Zijn VolkDeut.32: 43.
En verder is er nog een Psalm gewijd aan de Volkeren:
      Looft de Heer, alle naties; bezingt Hem, alle Volkeren.
Want Zijn Barmhartigheid is machtig over ons
En de Waarheid des Heren blijft tot in eeuwigheidPsalm 117[118].
Alles in aanmerking genomen haalt Paulus ook nog aan:
Er zal zijn de wortel van Isaï en
Hij die opstaat om over de volken te heersen;
op Hem zullen de volken hopenRom.15: 12.

Paulus geeft overweldigend bewijs voor het feit dat het werk van Christus
niet beperkt tot het volk ven Israël, en hij had rustig nog even door kunnen gaan.
God heeft nooit bedoeld dat het Heil bij de grenzen van Israël zou stoppen.
Hij heeft Zijn zoon gezonden tot Heil van Israël en alle volkeren.
Dit was Israël vergeten, ze waren hoogmoedig geworden en
voelden zich ver boven de volkeren verheven;
de heidenen dat waren ‘goi’, gajes, daar ging je niet mee om.
Maar Paulus roept juist op tot eenheid, waarom?
Omdat God eenheid heeft gegeven.
De gelovigen uit Israël dienen de Gelovigen uit de volkeren als gelijken te zien.
  Samen één, opdat…:
u allen eendrachtig uit een mond de God en Vader van
onze Heer Jezus Christus moogt verheerlijken
Rom.15: 6.
En hierop volgt het tweede gebed van Paulus:
    De God nu van de Hoop moge u met louter vreugde en vrede in uw Geloof vervullen,
om overvloedig te zijn in de Hoop, door de Kracht van de Heilige Geest
Rom.15: 13.
Eerst lezen we over de God van de volharding [vers 5] en hier over de God van de Hoop.
Het gaat niet om ‘onze’ volharding, het is ‘Zijn’ Goddelijke Volharding en
niet ‘onze’ hoop, maar ‘Zijn’ Hoop.
Wij behoeven dan ook in het geheel niet ‘zelf’ te zorgen voor eenheid, het is de eenheid ‘van God’.
En het gaat ook niet om ‘onze’ blijdschap en vrede, maar ‘Zijn’ Blijdschap en Vrede mag ‘ons’ vervullen.

Apolytikion     tn.6.
“ De scharen der Engelen stonden aan Uw graf en de wachters lagen als dood.
Bij het graf stond Maria Magdalena zoekend het alleruiterst Lichaam van haar Heer.
Gij hebt de hel overwonnen, zonder erdoor te worden aangetast.
Gij hebt de Maagd ontmoet, Levenschenkende, Die uit de dood zijt opgestaan.
Heer, ere zij U
”.


Kondakion     tn.6.
“ Met Uw levenschenkende Hand,
wekt Gij alle doden op uit het duistere dal,
O Levenschenkende, Christus onze God,
Die aan het mensengeslacht de Opstanding gegeven hebt.
Gij zijt waarlijk onze Heiland, onze Verrijzenis,
ons Leven en de God van het heelal
”.

Theotokion      tn.6.
  Gij hebt Uw Moeder de gezegende genoemd
en zijt vrijwillig tot het lijden gekomen.
Gij zijt opgestraald aan het Kruis, 
om Adam te zoeken,
terwijl Gij tot de Engelen sprak:
Verheugt u met Mij,
want Ik heb de drachme teruggevonden die verloren was.
Gij, Die alles in Wijsheid hebt ingericht,
Heer, eer aan U
”.

Orthodoxie & de Kerk is op haar best als lokale gemeenschapskerk

‘Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijn wij’                                   – ‘ We are God’s co-workers; God’s field, God’s building is us’
-‘ نحن زملاء الله. حقل الله ، بناء الله لنا’

De waarden, normen en structuren van de traditionele monastieke samenleving zijn heel sterk  doorgedrongen in orthodoxe manier van leven.
Nu gaat het dus in de Orthodoxie niet om steeds maar weer opnieuw nieuwe monastieke gemeenschappen te gaan opstarten, maar om het gegeven dat de plaatselijke kerk nauw verbonden is met het leven in de kloosters.
De geheel Liturgische opbouw binnen de Orthodoxie is namelijk gebaseerd op de monastieke gebedsregels; niet dat deze ook door de doorsnee gelovige in het dagelijks leven wordt toegepast, maar men heeft er weet van en vertrouwt erop dat de broeders en zusters in de kloosters, de aloude gebedsregel handhaven, daartoe hebben zij zich ten slotte uit de wereld teruggetrokken.
Vanuit kerkgemeenschappen zijn regelmatig groepjes leden, die een korte of langere tijd in een van de landelijke of internationale kloosters doorbrengen.

Monnikenwerk, I.M. Karakallou, Athos [Gr.]
Monastiek hetgeen afkomstig is van het leven van een eenzaam levend mens  [Gr: μοναχός] is de vroeg-christelijke praktijk van terugtrekking uit de wereld om zichzelf volledig en intens te wijden aan het leven van de Blijde Boodschap, de pedagogie welke op zoek gaat naar eenheid met Jezus Christus. De blik en het verkrijgen van de scherpte van het monnikendom is gericht op Theosis , het proces van perfectie waarnaar elke christen streeft.
Dit ideaal komt daar tot uiting waar de zaken, die God aangaan, boven alle andere dingen worden gesteld, hetgeen bijvoorbeeld te lezen is in de Philokalia,  een boek met Monastieke geschriften. Met andere woorden, een monnik, moniaal en in hun kielzog de christen, die in het nastreven van het Goddelijke een Verbond is aangegaan – heeft op zich genomen niet alleen de geboden van de Kerk te volgen, maar ook de raadgevingen [waaronder aandacht voor de  eenvoud, armoede, kuisheid, stabiliteit en gehoorzaamheid aan God].
De woorden van Jezus die de hoeksteen zijn van dit ideaal, zijn:
“Wees zo volmaakt als jouw Hemelse Vader volmaakt is”.

Dat er best veel mensen zijn dit dit nastreven blijkt uit het feit dat het in onze overbelaste samenleving alleen maar aan te bevelen is, dàt de mens -‘bij tijd en wijle’- gewoon eens helemaal tot bezinning en tot rust komt door een klooster te bezoeken. Dat zou in ieders leven een rechtmatige keuzemogelijkheid dienen te zijn – het geeft namelijk een kleur aan het leven met levensvragen. Veel mensen begeven zich hiermee bewust op het pad van ontwikkeling en verdieping.
Deze ontwikkeling -van buiten naar binnen-, de ontdekking dat het hart het centrum is van het tot jezelf komen is voor velen van onze tijd een enorme sprong.
Je zou dit alles als een normaal menselijk ontwikkelings- proces kunnen zien, welke zo oud is als de mensheid, te beginnen met voorvader Abraham, die zich geroepen voelde zijn land te verlaten.

”     Ga uit uw land en uit uw maagschap [verwantschap, waar je aan gewend bent] en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; Ik zal u tot een groot volk maken en u zegenen en uw naam groot maken en gij zult [alles] tot een zegen zijn.
Ik zal zegenen wie u zegenen en wie u vervloekt zal Ik vervloeken en met u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.
Toen ging Abram [=Hebr. verheven vader], zoals de Heer tot hem gesproken had en Lot [z’n echtegenote, =Hebr. sluier of bedekking] ging met hem en Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran [Hebr. het bergland] trokGen.12: 1-4.
De zoektocht is het gevolg van het kloppen van Christus, welke ons oproept naar een manier van leven, waarop wij volgeling van Hem [Christen] worden en uiteindelijk Gemeenschap’s-lid worden en deelnemer aan Zijn Kerk [Zijn Lichaam] worden, Die teruggaat naar de Kern en Zich daarom ook door het monastieke leven laat inspireren.
Het daagt ons uit -‘de wereld achter ons te laten‘- en met het weinige dat overblijft ‘waarachtig‘ de noodzakelijke zoektocht naar ~het Hemels Koninkrijk~ te vervolgen.
Wat is dan inderdaad nog van waarde en wat is vanaf nu niet langer belangrijk? Waar kunnen we -‘niet genoeg’- aandacht aan besteden?
Wat dient -‘als eerste’- aangepakt te worden en wat is slechts bijzaak?
Waar beginnen we, waar laten wij ons door leiden, volgens welk patroon, iedere dag, ieder week, of  -‘zonder meer’- maar meteen het diepe in te gaan?
Tot welke basisgemeenschap kunnen we ons aansluiten en wáár ~kom ik zelf~ als persoon het meest tot m’n recht?

Toen onze Heer Jezus Christus, onze Verlosser in de wereld verscheen, geloofden bijna alle volkeren dat de boze geesten sterk waren en de goede geesten maar zwak.
De kwade machten domineerden de wereld en daarom noemde Christus hen heer en meesters van de wereld, heersers van dit aards bestaan.
Geen wonder dat zelfs de spelleiders, de geestelijk leiders van de Joden alle Goddelijke Kracht van Christus toeschreven aan de duivel en gevallen engelen.
De goede geesten, de engelen, zijn oneindig veel sterker dan boze geesten, die in werkelijkheid geen enkele autoriteit bezitten om ook maar iets te doen wanneer De Almachtige God het niet toestaat.
Wanneer de alom-dragende van het goede, de Heer Jezus Christus, voor hen verschijnt, roepen zij van angst uit “      Wat hebt U met ons te maken, Zoon van God? Bent U hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?“.
Niemand is zo bang als degene die anderen overheerst en aanvalt en martelt.
De slechte geest martelt al honderdduizenden jaren de mens en heeft in de loop der tijd voldoening gevonden in deze wrede manier van pijn doen; het enige wat hen drijft is de ondergang van de mens.
Maar wanneer zij Christus ontmoeten, slaat hen de doodsangst om het hart voor hun grootste Rechter. Ze zijn bereid zich in zwijnen of andere afschuwelijke wezens te laten verdrijven, zodat Christus hen niet uit deze wereld zou kunnen verbannen.
➥ Maar Christus was niet van plan dit te doen, deze wereld zit immers vol met verschillende soorten van op elkaar inwerkende krachten. Het is een slagveld waar de mens volledig bewust en vrij zal dienen te kiezen:
– òf ze zullen de overwinnende Christus volgen,
– òf ze zullen meegaan met de onreine en verslagen geesten.

Christus kwam -als ‘Zoon van God‘- tòt mensen uit liefde vóór de mensen, want God is Liefde, teneinde de kracht van het goede ten opzichte van het kwade te tonen, en om het Geloof van mensen in het goede, òp God te bevestigen – Hij kwam alleen maar ten goede, als God, de Zoon.
Alles wat God heeft gedaan is goed, immers “en Hij zag dat het goed was” en dit gaat àlle menselijk geestelijke Waarheid te boven.
De gehele schepping is ontstaan om de mens te dienen, om hem te helpen en niet om hem pijn te doen.
Hoewel er zaken zijn, die de natuurlijke bevrediging van de mens, in de weg staan, maakt zèlfs dit werk dat het omwille van zijn ziel dusdanig gevormd is dat het hem uiteindelijk toch tot geluk brengt en verrijkt.
    Leid mij in Uw Waarheid en onderricht mij, want U bent God, mijn Verlosser, die ik heel de dag verwacht. Heer, gedenk uw ontferming en Uw Barmhartigheid, die immers van eeuwigheid zijn“ en “     Tot U, Heer, verhef ik mijn ziel; mijn God, ik vertrouw op U: laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid. Laat mijn vijand niet over mij spotten; allen immers die U verwachten zullen niet beschaamd staanPsalm 24[25]: 5,6 en 1,2.
Alles dat van God afkomstig is, is goed; de Bron van het Leven blijkt immers alleen ‘Leven’ te bevatten; bij God bestaat geen kwaad.
Hoe kan het dan kwaad van Hem zijn, dè Enige Bron van goedheid?
Veel onwetende en roekeloze mensen noemen ziekte boosaardig; maar ziekte kan niet slecht zijn. Sommige ziekten zijn het werk van goddelozen en anderen zijn de remedie voor het kwaad. Het kwaad is de boze geest, die op een krankzinnige of paranoïde [op] de mens be-[ en in-]werkt.
God verlangt ernaar ons innerlijke ervaringen te geven; wanneer we dit hebben leren herkennen, wordt ons gelijktijdig het inzicht gegeven en opent Hij de Blijde Boodschap voor ons vanuit die Openbaring.
Door onze ingebakken intuïtie aanvaarden we de feitelijke leiding van de Heilige Geest en kunnen wij de stem van God ervaren.
Ons leven in de Geest, onze relatie met God is dan ook een innerlijke, intuïtieve, geestelijke ervaring die plaatsvindt in ons hart.
      Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoorden wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.
        Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.
– Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods
Wij nu hebben niet de geest uit de wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is.
Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken.
– Doch een on-geestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
       Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld. Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten?
Maar wij hebben de zin van Christus
“ 1Cor.2: 9-16.

Wij zijn op het hart van het Geloof te vinden – door voor Uw Kruis een diepe buiging te maken;                  We can be found in the heart of the Faith – by making a deep bow for Your Cross 

Waarheid leren we kennen met ons hart, door ervaring.
Wanneer ik een kind zeg, “het vuur is heet” is dit kennis, die ik overdraag.
Wanneer het kind zijn vingers vervolgens brandt, is de waarheid een ervaring geworden.
Wanneer een Christen God niet intuïtief kent maar slechts rationeel, geraakt zo iemand hiermee onder andere de mogelijkheden kwijt om Christelijk te functioneren; hij/zij verliest  in een van de 9 Genadegaven van de Heilige Geest.
De gaven van de Geest zijn bijzondere vermogens die door de Heilige Geest
aan Christenen zijn gegeven met het doel om het de Kerk, het lichaam van Christus op te bouwen. De gaven zijn de ‘charisma’ [Gr. χάρισμα], uitstraling:
      aan een ieder wordt de Openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen.
Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest;
aan de een Geloof door dezelfde Geest en aan de 
ander gaven van genezingen door die ene Geest; aan de een werking van krachten, aan de ander profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen. Doch dit alles werkt een en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk de Goddelijke Geest het wil“. 1Cor. 12: 7-11.
De vruchten en Gaven van de Heilige Geest zijn de vindplaats van materiaal voor studie van de H. Schrift, studie van het Geloof, catechese op school of gemeenschap, het persoonlijke Geloof, studie thuis en in de  kerkgemeenschap, maar ook het officiële [Orthodoxe] Godsdienstonderwijs [voor Nederland in Gent (B.)], elke de zingeving en persoonlijke kennis vergroten.
Eerbied en respect voor God doet ons verstaan dat ‘alles‘ Genadegave is en
dat onze ware Sterkte alleen in de navolging van Christus bestaat en in het aanvoelen dat de Vader Zijn Goedheid en Barmhartigheid over ons kan uitstorten.
Het openen van het hart met het gevolg dat de Goedheid en Barmhartigheid van God tot ons komen.
Dat bewerkt de Heilige Geest door middel van de Genadegave van ontzag voor God: Hij opent de harten zodat de vergiffenis, de Barmhartigheid, de Goedheid en de Liefkozingen van de Vader ons bereiken, want wij zijn kinderen van Hem, Die oneindig bemind worden.
Wanneer we doordrongen zijn van ontzag voor God, zijn we geneigd de Heer met nederigheid, volgzaamheid en gehoorzaamheid te volgen.
Niet als gevolg van een houding van onderwerping, passief, zelfs klagend, maar
met kinderlijke verbazing en de bijbehorende vreugde waarmee wij ons door de Vader, gedragen, geholpen en bemind weten.
Ontzag voor God maakt van ons geen angstige Christenen die het opgeven, maar
het wekt ons tot moedig en krachtig volhouden!
Het is een Genadegave die ons – tegen wat voor stroom ook in- tot overtuigde en enthousiaste Christenen maakt, niet door angst aan de Heer onderworpen, maar ontroerd en gewonnen door Zijn Goddelijke Liefde!
Door Gods Liefde overmannen zijn, door de Liefde van God, de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, de Drie-éne God  Die ons intens, met geheel Zijn hart, bemint.
De Vrede Christus wordt versterkt wanneer we niet vergeten dat  wij, alle mensen, dezelfde Vader hebben en als broeders en zusters in Christus samenleven.

Heer redt Uw Volk en zegen Uw erfdeel en
bescherm Uw
Geloofs-gemeenschap door Uw Kruis
.

Orthodoxie & volharding in het Geloof

      Welzalig de mens die wijsheid vindt, de mens die verstandigheid verkrijgt; want wat dit oplevert, is beter dan de opbrengst van zilver,  wat dit oplevert, is beter dan goud.
Dit is kostbaarder dan koralen, al wat gij kunt begeren, kan haar niet evenaren.
Lengte van dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer”
Spr. 3: 13-16.

We leven momenteel in een samenleving waar de mens z’n fundamentele houvast verloren is – de mens leeft ontdaan van aloude waarden en weet niet meer wat het is om een menswaardig bestaan te leiden. De oude waarden en rollen, die in de vroegere agrarische en patriarchale samenleving steun boden om zich aan vast te houden, lijken in onze geïndustrialiseerde samenleving nu bijna onmogelijk.
De persoonlijke binding, welke zich als van nature tussen ouders en kinderen van nare aanwezig was, is een zeldzame ervaring geworden.
Alsof dit voor de geestelijk gezinde niet moeilijk genoeg te dragen is wordt men overspoeld door vreemde en soms afwijkende opvattingen over seksualiteit en rolmodellen. We leven in een cultuur van toenemende ‘unisex’, perversie en immoraliteit – op het werk, thuis en soms zelfs in de kerkgemeenschap.
De “emancipatiebeweging” beginnend bij de vrouwen was een begrijpelijke reactie op onverantwoordelijke, hardhandige, arrogante en ongevoelige mannen; maar in plaats van het geweten en de moraliteit van mannen naar het traditionele opvoedende en morele niveau van vrouwen te brengen, had dit tot gevolg dat vrouwen naar het meer dierlijke niveau van het gedrag van mannen werden gebracht, terwijl dit tegelijkertijd de “mannelijke mythe” verbrijzelde zonder daarvoor in de plaats te stellen wat het is om een fatsoenlijk mens te zijn – of, in onze situatie, wat het is om een [orthodox] christelijke menswaardig bestaan te leiden.

Een buitengewoon relevant model voor de [orthodox] christelijke mens van vandaag is de profeet Job in het Oude Testament. Inderdaad, wordt ons hier een mens “naar Gods eigen hart” voor ogen gesteld. Zijn leven getuigt van bepaalde menselijke eigenschappen waaraan de [orthodox] christelijke mens zichzelf vandaag kan toetsen – een logische opeenvolging van punten, die spirituele groei opleveren als gevolg van een niet aflatende strijd, die met geen pen te beschrijven is.
Indien je nog ogen hebt om te zoeken naar wat het mensen om je heen ontbreekt en nog een hart bezit om te aanvaarden wat nog beter kan – ervaar je dingen waar anderen in hun haast van deze wereld aan voorbij lopen.
We horen het regelmatig om ons heen – vrienden, kennissen, die geconfronteerd worden met ongeneeslijke ziekte – die een strijd op leven en dood hebben te voeren. Wij zijn in onze tijd vergeten dat het liefdevol volharden tot het einde – de overwinning van problemen inhoudt.
Maar we zien en horen dit niet meer – weten er niet meer mee om te gaan – worden opgeslokt door nietszeggende afleiding’s-manoeuvres welke onze consumptie-maatschappij ons voorhoudt. 
We denken hierbij in de eerste plaats aan de profeet Job – in de betekenis van het gegeven, dat hij door de kwellingen van het leven een rechtszaak aanging tegen het Geloof, daarom ziet de orthodoxe Kerk hem als profeet van ‘het lijdende wezen’. We zijn in onze tijd vergeten dat hij – als ‘lijdend wezen’ volhardde tot aan het einde en de overwinning over zijn problemen behaalde.
We realiseren ons nog zelden dat hij om deze overwinning te behalen bepaalde eigenschappen van karakter en ziel nodig had – de kwaliteiten van een waarachtig,  op God ingesteld mens.
Hij begon zich niet pas tot God te wenden toen hem het water aan de lippen stond:
      O, zo ik was als in vroegere maanden, als in de dagen, toen God mij behoedde; toen Hij Zijn lamp [de zon] boven mijn hoofd deed schijnen, ik in de duisternis wandelde bij Zijn Licht; zoals ik was in de bloeitijd van mijn leven, toen God’s vertrouwelijke omgang in mijn tent toefde; toen de Almachtige nog met mij was, en mijn kinderen rondom mij waren; toen mijn schreden zich baadden in room en de rots in mijn nabijheid oliebeken uitgoot.
Wanneer ik uitging naar de stadspoort, mijn zetel deed plaatsen op het plein, dan verborgen knapen zich, als zij mij zagen, hoogbejaarden verhieven zich en bleven staan; vorsten staakten hun gesprek en legden de hand op hun mond; de stem van de edelen verstomde en hun tong kleefde aan hun gehemelte; wanneer een oor mij hoorde, prees het mij gelukkig en wanneer een oog mij zag, gaf het goede getuigenis van mij
Job 29: 2-11.
De profeet Job was een mens, die God en God’s liefdevolle zorg voor hem niet vergat, hoe vreselijk de huidige kwelling zich ook voordeed: “God was altijd met mij en de vriendschap van God beschermde mijn huis”.
De [orthodox] christelijke navolger van Christus streeft ernaar God en zijn zegeningen nooit te vergeten, hetzij in het verleden of in het heden en hij geeft ditzelfde voorbeeld aan z’n vrouw en kinderen door, met name in tijden van beproeving. Deze profeet hield van zijn kinderen en miste hen heel erg toen hij in ballingschap was; hij beschouwde hen niet als een irritante inbreuk op zijn eigen ‘levensstijl‘.
Hij stond vroeg op om te bidden en offers voor hen te brengen, om hen te zuiveren voor het geval zij hadden gezondigd.
De [orthodox] christelijke navolger van Christus bidt vurig voor zijn kinderen – zowel om wijsheid – de optimale begeleiding van hen, als om de Goddelijke zegen en Genadegaven over hen.
Dit is ook een model voor een spelleider in de christelijke gemeenschap, die nu eenmaal veel [‘spirituele’] kinderen heeft, maar ook de medechristenen bidden als lekenpriesters voor hun naasten.
De profeet Job was rechtvaardig, zowel voor z’n kinderen als voor degenen met wie hij buiten zijn familie verantwoordelijkheid opbracht.
Op dezelfde wijze is een [orthodox] christelijke navolger van Christus tot voorbeeld van rechtvaardigheid en onpartijdigheid ten opzichte van z’n eigen kinderen, waardoor Gerechtigheid met Genadegaven op een hoger plan wordt gebracht:
Want ik redde de ellendige die om hulp riep, de wees en hem die geen helper had; de zegenwens van wie dreigde onder te gaan, kwam op mij en het hart der weduwe [de gescheiden vrouw] deed ik jubelen; met gerechtigheid bekleedde ik mij, en mijn recht  bekleedde mij als mantel en hoofddoek; tot ogen was ik voor de blinde, en tot voeten voor de kreupele; een vader was ik voor de armen, en het rechtsgeding van mij onbekenden, onderzocht ik; ik verbrijzelde het gebit van de verkeerde en rukte de prooi uit zijn tandenJob.29: 12-17.
Job, de profeet erkent de behoefte van kinderen aan een veilig huiselijk gevoel en stabiliteit in hun leven te hebben. Hij was God’s-zoeker en streefde wijsheid na:
  de Heer geeft en de Heer neemt; gezegend zij de naam des Heren”.
De [orthodox] christelijke navolger van Christus streeft er ook naar om sereen te rusten in Gods voorzienigheid, zijn toewijding aan het [orthodox] Geloof levendig te houden en dit voor zijn gezin te modelleren op basis van zijn persoonlijke krachtige inbreng.
Wanneer je door de Pedagogie van de Heer geroepen bent, zijn aanwijzingen volgt zullen ook de Psalmen een rode draad [de kern] van je leven worden:
Juich voor de Heer, gehele aarde, zing een Psalm voor Zijn Naam,   breng lof aan Zijn heerlijkheid.
Zeg tot God: ‘Hoe ontzagwekkend zijn Uw werken; de volheid van Uw kracht doet Uw vijanden huichelen voor U’.
Dat heel de aarde U zal aanbidden en voor U zal zingen; dat zij de Psalmen zullen zingen voor Uw Naam, o Allerhoogste.
Komt en ziet de werken van God: hoe vreeswekkend Hij is in Zijn besluiten over de kinderen der mensen.
Hij veranderde de zee in droge grond, opdat zij te voet zouden trekken door de stroom.
Daar worden wij verblijd door Hem, Die door Zijn kracht heerst in eeuwigheid.
Zijn ogen zien neer op de volkeren, laten de opstandigen niet zichzelf verheffen.
Zegent, volken, onze God; laat horen de stem van Zijn lof.
Hij heeft mijn ziel in leven gehouden, Hij heeft mijn voeten niet prijs gegeven aan de branding.
God, Gij hebt ons op de proef gesteld, Gij hebt ons als zilver gekeurd in het vuur.
Gij hebt ons in een strik gevoerd, Gij hebt kwellingen op onze rug geladen, Gij hebt de mensen boven ons hoofd gesteld.
Wij zijn gegaan door water en vuur, maar Gij hebt ons daaruit gevoerd en verkwikt.
Ik wil opgaan naar Uw Huis met brandoffers, om U de geloften te volbrengen die mijn lippen hadden [toe]gezegd.
Die mijn mond had gesproken, toen ik in nood verkeerde.
Vette brandoffers draag ik U op, met wierook en rammen; ik offer U runderen en bokken.
Komt en hoort, gij allen die God vreest: ik zal U verhalen wat Hij aan mijn ziel heeft gedaan.
Met mijn mond heb ik tot Hem geroepen; ik heb Hem verheven met mijn tong.
Als er onrecht was te zien in mijn hart, dan zou de Heer mij niet hebben verhoord.
Juist daarom heeft God mij verhoord; Hij heeft geluisterd naar de stem van mijn smeking.
Gezegend zij God, Die mijn gebed niet afwijst en Zijn barmhartigheid niet van mij doet wijken
Psalm 65[66] vert. ROK ’s-Gravenhage

Waar haalt de profeet z’n motivatie vandaan? :
Ik dacht: Tegelijk met mijn nest zal ik de geest geven en mijn dagen vermeerderen als de feniks. Mijn wortel was voor het water toegankelijk, en de dauw overnachtte op mijn takken. Mijn eer was altijd nieuw bij mij, en mijn boog verjongde zich in mijn handJob.29: 18-20.
Vanwege al deze geestelijke kenmerken is de [orthodox] christelijke mens van vandaag in staat om verschrikkelijk lijden en ellende te verdragen, waardoor de Heer het laatste deel van het leven ons nog meer zal zegenen dan hij de eerste jaren gezegend had.
Hier wordt dus een waarachtig voorbeeld getoond voor de mens van deze tijd, die vaak geneigd zijn om zich terug te trekken in passieve zelfgerichtheid in het aangezicht van moeilijkheden en verleidingen, die te bereid blijkt te zijn [en door de maatschappij aangemoedigd wordt om dit te doen] om alles maar te laten vallen, echtgenote, en kinderen bij de minst of geringste bevlieging of moeilijkheid alleen te laten gaan.
Hier wordt ons een heelheid en vastberadenheid van een heilige voor ogen gesteld, die in de hedendaagse mens waarachtige menselijkheid kan inspireren in plaats van een nep-menselijkheid.
Een Heilige is die volmaakte mens, die blijft zoeken naar het beeld van God en tracht zijn wijsheid bij God op te doen:
  De Heer heeft gegeven, en de Heer heeft genomen; gezegend zij de naam des Heren”. De [orthodox] christelijke navolger van Christus blijft er naar streven om sereen te rusten in de Goddelijke voorzienigheid, zijn toewijding aan het orthodoxe geloof levendig te houden en dit voor zijn gezin te modelleren op basis van persoonlijk krachtdadig optreden.
      Als de rechtvaardigen juichen, is de Heerlijkheid groot, maar als de goddelozen aan de Macht komen, verbergen zich de mensen.
Wie z’n overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.
Welzalig de mens die gedurig vreest, maar wie zijn hart verhardt, valt in het onheilSpr. 28:12-14.
Gezegend hij/zij, die komt in de Naam des Heren!

Orthodoxie & Christelijke verkondiging tegen elke tegenstreven in

Geloof

Teneinde je medeburgers tot Christus te brengen roept Christus ons op om Zijnentwil ‘uit te gaan’ en de medemens te redden.
Daartoe dienen we in de eerste plaats Christus Zelf te gaan zoeken en in ons leven op te nemen.
We dienen daarbij allereerst eerlijk ten opzichte van onszelf te zijn en geheel ons leven aan God aan te bieden.
Daartoe dienen wij ons onafgebroken tot God richten en met onszelf af te spreken en ons in te zetten al datgene wat wij aan goede eigenschappen kunnen opbrengen in Gods dienst te stellen.
Voor zoiets heb je durf nodig – want onze misleidde medemens – zal zich in z’n onschuld verzetten. de tegenstrever zal al het mogelijke doen je aan de schandpaal te nagelen.
Dit zal pijn doen en dat hebben wij te verdragen, teneinde hen op het rechte pas terug te voeren. De zieken zullen om zich heen slaan en ons vervloeken en bespotten, dit dienen wij als trouw aan de aangenomen beginselen te accepteren en niet onder hun beledigingen gebukt te gaan, maar het gewoon te accepteren als noodzakelijk om hen in hun ongezond bestaan te schande te maken.

Christus geneesheer door Zijn Woord, door Christine Hales

De zieke mensheid zal het dokter’s tenue besmetten, maar de geneesheer geeft z’n behandeling niet op. In alle oprechtheid probeer je zoveel mogelijk aan te tonen dat het lichaam en de ziel verzorging nodig hebben – we zien immers dat veel zielen onder ons verloren gaan en verderf uitzaaien en anderen in hun val meeslepen. De samenleving is bedorven en tast ieder, die zich hier niet van bewust is, aan tot op het bot.
Weest vriendelijk en barmhartig jegens elkander, elkaar vergevend, zoals God in Christus jou vergeving geschonken heeftEph.4: 32.
Paulus gedroeg zich misschien niet zo, maar hij zei: “Is hij geduldig en ben ik niet mezelf? Wie is er schandalig en geeft mij niet de schuld?”.
Wij dienen elkaar dus te vergeven omdat God ons vergeeft.
Dat is een bekende gedachte. Wij hebben een belangrijke reden om elkaar te vergeven! Vervolgens dienen wij elkaar te vergeven zoals God ons vergeeft.
God heeft ons in Christus het voorbeeld gegeven van vergeven.
Dat is een iets minder bekende gedachte.
Hoe dienen wij dan te vergeven?
Ons wordt gevraagd precies zo te vergeven, zoals God dat doet.
Wij behoeven, bij wijze van spreken, niet soepeler en niet strenger te zijn dan Hij, indien  wij over vergeven tussen mensen nadenken.
Als wij het ‘omdat’ van vergeven vergeten, kunnen wij te vrijblijvend over vergeven gaan spreken. Als wij het ‘zoals’ vergeten, zouden wij wel eens te wettisch kunnen worden.

Zodat de aanvaarde vlam in je opbloeit, wanneer je een broeder verloren ziet gaan, zelfs wanneer deze je kleineert, je nadrukkelijk verklaart je aan te pakken, te bedreigen met vijandschap en niets anders beweert wanneer je alles dapper dient te doorstaan, teneinde zijn redding te verdienen.
Indien hij je vijand wordt, zal God je vriend worden en op die dag zal de Heer je belonen met grote goederen. Wij geloven immers dat God barmhartig is.
Zegen, mijn ziel, de Heer; al wat in mij is, zegen Zijn Heilige Naam. Zegen, mijn ziel, de Heer; vergeet toch al Zijn vergeldingen niet. Hij vergeeft al uw zonden; hij geneest al uw kwalenPsalm 103: 1-3.
Op een andere plaats zegt de psalmdichter dat God goed is en graag vergeeft hen die zijn Naam aanroepen: “Gij, Heer, zijt immers goed en zachtmoedig en rijk aan Barmhartigheid voor eenieder, die U aanroeptPsalm 86: 5.
Nehemia noemt God ondanks alles: “ Het Volk weigerde te horen en gedachten de wonderen niet die Gij onder hen gedaan hadt, en verhardden hun nek en stelden in hun weerspannigheid een hoofd aan, om terug te keren tot hun slavernij. – Maar Gij zijt een God van Vergeving, Genadig en Barmhartig, Lankmoedig en groot van Goedertierenheid, 
en hebt hen niet verlatenNehemia 9: 17.
Daniël zegt: “  Bij de Heer, onze God, is Barmhartigheid en Vergeving, hoewel wij tegen Hem weerspannig zijn geweest, niet geluisterd hebben naar de stem van de Heer, onze God en niet gewandeld hebben naar de wetten die Hij ons gegeven heeft door de dienst van zijn knechten, de ProfetenDaniël 9: 9.
  En in Hem hebben wij de Verlossing door Zijn Bloed, de Vergeving van de over-tredingen, naar de Rijkdom van Zijn Genade, Welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle Wijsheid en Verstand, door ons het Geheimenis van Zijn Wil te doen kennen, in  over-eenstemming met het Welbehagen, Dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de Hemelen en op de aarde is onder een 
hoofd, dat is Christus, samen te vatten, in Hem, in Wie wij ook het Erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het Voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil,  opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn Heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwdEph.1: 7-12.

Deze vergevende Liefde van God verbaast en verwondert ons.
Tòch mogen wij dit gelovig aanvaarden. Dit Geloof in God heeft consequenties.
God wil mij m’n zonden vergeven, wanneer ik de toevlucht tot Hem neem.
God wil ook de zonden vergeven van de misdadiger die mijn leven kapot gemaakt heeft, als hij berouw heeft.
Dan ben ook ‘ìk’ geroepen hem z’n zonden te vergeven.
Indien ik dat niet doe, ben ik ongehoorzaam en
heb Ik tevens absoluut niets begrepen van de Grootheid van
de Genadegave van en in Christus.

In de stad Phillipi ]sprak Paulus met Lydia [Hebr. ‘moeite’, een purperverkoopster uit Thyatira (Hebr. “geur van droefenis)]. Omdat er veel Romeinse soldaten in de stad Phillipi rondliepen deed Lydia met haar purperen mantels goede zaken.
De Romeinen zijn trots op hun Romeinse burgerrecht [politheuma]. Maar Paulus heeft het niet over een stad of een staat op aarde [geen Europese Unie] en Paulus heeft het niet over geld [of de Euro], maar over een Ouranopolis [een Hemelse Stad]. Dáár gaan mensen op een bijzondere manier met elkaar om. Mensen staan er met beide benen op de grond, maar het ene been is net even anders dan het andere been [Een been in de Hemel en het andere been op de aarde].

  Indien er dan enig beroep [op u gedaan mag worden] in Christus, indien er enige bemoediging is van de Liefde, indien er enige gemeenschap is des geestes, indien er enige ontferming en barmhartigheid is maakt [dan] mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, één in Liefdebetoon, één van ziel, één in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid dient de een de ander meer uitnemend te achten dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder dient ook op dat van anderen te letten. Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de Gestalte van God zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het KruisPhil.2: 1-8.

      Israël [de Kerk] wordt door de Heer verlost met een eeuwige Verlossing; gij zult noch beschaamd staan noch te schande worden in alle eeuwigheid.
       Want zo zegt de Heer, die de Hemelen geschapen heeft [Hij is God] Die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd [verwarde massa] heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd: Ik ben de Heer en er is geen ander.
Ik heb niet in het verborgene gesproken noch ergens in het land der duisternis;
Ik heb tot het nakroost van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs.
Ik, de Heer, spreek wat recht is, verkondig wat rechtmatig is.
        Vergadert u en komt, nadert tezamen, gij die uit de volkeren ontkomen zijt. Zij hebben geen begrip, die hun houten beeld dragen en bidden tot een god die niet verlossen kan.
        Verkondigt en voert gronden aan. Ja, laten zij tezamen beraadslagen. Wie heeft dit vanouds doen horen, het van overlang verkondigd?
Ben Ik het niet, de Heer?
En er is geen God behalve Ik, een Rechtvaardige, Verlossende God is er buiten Mij niet.
        Wendt u tot Mij en laat u verlossen, alle einden van de aarde, want Ik ben God en niemand meer.
        Want Ik heb gezworen bij Mij Zelf, Waarheid is uit Mijn mond uitgegaan, een Woord dat niet zal worden herroepen: dat voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong zal zweren.  Alleen bij de Heer, zal men van Mij zeggen, is Gerechtigheid en Sterkte,
tot Hem zal men komen; maar beschaamd zullen staan allen die tegen Hem in woede ontstoken zijn;
In de Heer wordt het gehele nakroost van Israël [de Kerk] gerechtvaardigd en zal het zich beroemenIsaiah 45: 17-23.

                                                                                     conf. H. Johannes Chrysostomos

5e Zondag na Pinksteren – de onderlinge verhouding met andersdenkenden

      Nadat Hij aan de overkant in het land der Gadarenen was gekomen, kwamen Hem twee bezetenen uit de grafsteden tegemoet, zeer gevaarlijke, zodat
‘niemand’ langs die weg kon voorbijgaan.
       En zie, zij schreeuwden, zeggende:
‘Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?’.
       Nu werd er ver van hen een grote kudde zwijnen gehoed.
De boze geesten smeekten Hem en zeiden: ‘Indien Gij ons uitdrijft, laat ons dan in de kudde zwijnen varen’.
En Hij zei tot hen: ‘Gaat heen!’
Zij voeren uit en gingen in de zwijnen; en zie, de gehele kudde stormde langs
de helling de zee in en zij kwamen om in het water.
       En de hoeders namen de vlucht en kwamen in de stad en berichtten alles, ook van de bezetenen. En zie, de gehele stad liep uit, Jezus tegemoet, en toen zij Hem zagen, drongen zij er bij Hem op aan hun gebied te verlaten.
       En in een schip gegaan zijnde, stak Hij over en Hij kwam in zijn eigen stadMatth.8: 28-9: 1.

      Broeders, de begeerte van mijn hart en mijn gebed over hun behoud gaan tot God uit. Want ik getuig van hen, dat zij ijver voor God bezitten, maar zonder verstand. Want onbekend met God’s Gerechtigheid en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden, hebben zij zich aan de gerechtigheid Gods niet onderworpen.
        Want Christus is het einde van de Wet, tot Gerechtigheid voor een ieder, die gelooft.
        Want Mozes schrijft: ‘  De mens, die de Gerechtigheid naar de Wet doet, zal daardoor leven’.
        Maar de gerechtigheid uit het Geloof spreekt aldus:
  Zeg niet in uw hart: Wie zal ten hemel opklimmen? namelijk om Christus te doen afdalen; òf: ‘Wie zal in de afgrond nederdalen? namelijk om Christus uit de doden te doen opkomen’.
Maar wat zegt zij?
Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het Woord – het Geloof, dat wij prediken. 
Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenisRom.10: 1-10.

    Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de Gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zal worden, tot alle goed werk volkomen toegerust2Tim3: 16,17.
De goddelozen worden tot leven gewekt in een afzonderlijke Opstanding – de Opstanding van veroordeling. Onze Heer en Verlosser heeft immers gezegd:
”     Ik zeg u, de ure komt en is nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van God zullen horen, en die haar horen, zullen leven. Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf.
En Hij heeft Hèm Macht gegeven om Gericht te houden, omdat Hij de Zoon des mensen is.
Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de Opstanding ten Leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de Opstanding ten oordeelJohn.5: 28,29.

“  Wij hebben de Messias gevonden, Die de Christus is”.
De enige Christus, Die van nature God is, heeft zich vernederd en is mens geworden. Hij toonde Andreas, de eerstgeroepene en alle andere Apostelen de Bron van het Mysterie en de Grootsheid van God’s Genadegaven.
En met die verzamelde Geroepenen [wij dus], bezoekt Christus het land der Gadarenen, hetgeen ten oosten van Galilea lag met de inwoners van het stadje Gerasa.
Het Griekse woord Garasenen, de bevolking  in de Brontekst is gerasènoon, van gergasènos, lett. naderende vreemdeling, zoals:
Het is een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker, ik zal hem gauw eens vragen naar zijn naam”.
Lucas verhaalt van de bevrijding van slechts één bezeten man; de bevreesde volksmassa van die streek vroeg daarop aan de enige Christus, Die van nature God is of Hij van hen ‘wilde weggaan‘.
Maar zijn we niet allemaal ‘zondaars’ en ‘bezeten‘ door de drang af te wijken van de Goddelijke weg? Een zondaar is immers iemand, die zich door zijn zonde en dat is alles wat buiten/zonder God’s-besef wordt gedaan, laat gebeuren.

Wie zich daarop als Christen terugtrekt omdat hij zich niet wil begeven in de ‘boze buitenwereld’ doet geen recht aan de Christelijke Opdracht, welke de Zoon van God ons ná de Zaligsprekingen meegaf:
  Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmee zal het gezouten worden?Matth.5: 13.
  Gij zijt het Licht van de wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de Hemelen is, verHeerlijkenMatth.5: 14-16.

Onze Christelijke strijd om vooruitgang.
Er bestaan veel obstakels voor het geestelijk leven.
Twee van de belangrijkste zijn: nieuwsgierigheid en eigenliefde.
1.]. De eerste is waarachtig tumor van de ziel.
Hij legt je op dat je alles behoort te weten, wat je ook hoort of ziet.
Het wordt slechts verwijderd door in vrede het gebed tot God te beoefenen en de studie van de blijde Boodschap op te pakken.
2.]. De eigenliefde is een zieke, buitensporige en wanordelijke liefde voor onszelf en blijft zich slechts vasthouden aan zondige genoegens, die  de Genadegaven God’s van binnenuit om zeep helpen.
Door deze belangrijkste obstakels te overwinnen, verbeteren we geleidelijk aan de kwaliteit van ons geestelijk leven, dat wil zeggen, onze relatie met Christus, onze Heer en Verlosser.

Wanneer wij als Christenen wegkwijnen -‘in zelfbeklag’- deugen wij nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt [òf overtroeft] te worden. Leven als een vreemdeling op deze wereld is iets anders dan jezelf terugtrekken in eigen kring en dat gebeurt zo dikwijls als wij ons afzetten ten opzichte van de ander.
Toen Israël in ballingschap ging riep de Heer het Volk dan ook op om “ De Vrede voor de stad te zoeken waarheen Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot de Heer, want in haar Vrede zal uw vrede gelegen zijnJer. 29: 7.
Door óók in Babylon ‘midden’ in het leven te staan  kon het Joodse Volk tot zegen zijn voor de omgeving, zonder op te gaan in de cultuur van Babylon, bleef men zich aldoor bewust van de eigen identiteit.

Bestuderen we het verleden -òf het nu om de sociale òf om de schoolstrijd gaat- dan zien we een voortdurende worsteling tussen Kerk en staat:
– in Christus tijd;
– in de periode van de Apostelen;
– in de opkomst van het instituut van de Kerk;
– ook in hoogtijdagen van het Rijke Christelijke leven is er telkenmale sprake van tweestrijd.

Het Nieuwe Testament leert ons dat deze twee zaken [Kerk en staat] los van elkaar staan. Juist omdàt we vreemdelingen op aarde zijn, is het niet ònze taak om maatschappelijke structuren te veranderen òf een christelijke staat te vestigen. God roept ons òp te verkondigen, teneinde slechts ‘het verlorene in de wereld te zoeken’ aan de hand van de Blijde Boodschap, zodat mensen worden gewezen op het Leven in Jezus Christus.
En of je je in een christelijk, mohammedaans, fascistisch, communistisch of seculier land bevindt, het maakt niet uit. Die Opdracht staat overal centraal en zal ten alle tijde om samenwerking met je medechristenen en om overleg en inzet vragen.

Wàt heeft de onderlinge verhouding met onze medeburgers
tot ons christenen te zeggen?
Wie in Christus is, is een burger van het Koninkrijk der Hemelen.
Dat betekent ‘niet’ de wereld ontvluchten, je op je eilandje [in jouw specifieke Geloof’s-gemeenschap terug te trekken], maar in diezelfde wereld doen wàt God van jou vraagt.
Hij roept ons òp om de Vrede voor de wereld te zoeken.
Wat betekent dit concreet?
Dat begint àl met mensen, die je ontmoet en hen vriendelijk gedag te zeggen.
En daarbij vraag je jezelf voortdurend af òf je wàt voor anderen zal kunnen betekenen; God brengt vanzelf behoeftige mensen op je weg.
De één geeft zijn Hemels burgerschap handen en voeten door tafels af te ruimen en af-te-wassen, leiding te nemen in een onderneming; een ander doet dat bijvoorbeeld door het voortouw te nemen bij een protest.

Vreemdelingen in een land verlangen immers
naar het komende Koninkrijk van God !
Wat houdt dit in?
Dat is een besef, de innerlijke overtuiging, dat we hier zelf op aarde geen koninkrijk kunnen vestigen, dat àlles zich in God’s hand bevindt en wij ooit door God naar Huis [– de Hemel – ] worden geroepen wanneer ons werk er hier òp zit.
Regelmatig mogen we daarbij met blijdschap denken aan ‘thuis’, waar alles volmaakt zal zijn.

Na het óverlijden van een geliefde wordt de Hemel pas voor velen nòg concreter dan voorheen gemaakt. De Hemel wordt op dat soort momenten veel persoonlijker en komt dichterbij “Onze Geliefden vieren daar feest”, maar dit verlangen kan uitmonden in vluchtgedrag.
We komen gesprekken tegen met mensen, die menen dat het leven hier op aarde ‘maar zinloos’ is geworden; zij willen in hun onmacht eveneens naar de Hemel en vermijden ieder vorm van lijden en zijn er aan toe zèlf uit te maken, wanneer de tijd er òp zit. Tijdens dit soort gesprekken wordt duidelijk dat er mensen rondlopen, die hun werk – hun levensopdracht – een stuk minder ‘goed’  vervullen.
Het overlijden van een Geliefde kan mensen frustreren en dàt blijkt geen goede motivatie om naar de Hemel te verlangen. Als burger van het Hemels Koninkrijk is er sprake van een gezonde balans: het is goed om hier te zijn èn ‘nog beter’ om ooit bij God te verblijven.
Dat betekent dat wij onze opdracht van de Zaligsprekingen serieus nemen en de handen onafgebroken uit de mouwen steken om het anderen naar de zin te maken.
Een van de meest belangrijke hoofdstukken in de Blijde Boodschap eisen nu onze aandacht op;  dit te meer omdat de Openbaring van de verborgenheden van het Koninkrijk der Hemelen, Die de Heer ons gegeven heeft, veelal verkeerd begrepen en uitgelegd worden.
1.]. De gelijkenis van de Zaaier, Matth. 13:1-23;
2.]. Het onkruid op de akker, Matth.13: 24-30;
3.]. De gelijkenis van het mosterdzaad, Matth.13:31-32;
4.]. De gelijkenis aan het zuurdeeg, Matth.13: 33-43; 
Inleiding op de schat in de akker en de ene schone parel
5.]. De schat in de akker, Matth.13:44;
6.]. De éne parel van grote waarde, Matth.13: 45-46;
7.]. De gelijkenis van het visnet, Matth.13: 47-58.

Wat ons dient òp te vallen is dat Christus ons zegt:
Omdat het u gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te verstaan, maar hun [buitenstaanders] is het niet gegevenMatth.13: 11 en
dat er geschreven staat:
Al deze dingen sprak Jezus tot de scharen in gelijkenissen en zonder gelijkenis sprak Hij niet, opdat vervuld zou worden hetgeen gesproken is door de profeet”, zeggende: “Ik zal Mijn mond opendoen in Gelijkenissen; Ik zal dingen uitspreken die van de grondlegging der wereld af verborgen zijn geweestMatth.13: 34,35.
Deze verzen opgetekend door Mattheus zeggen ons wàt de Heer ons allemaal onderwijst, bekend maakt, namelijk “de verborgenheden van het Koninkrijk der Hemelen” – “zaken uitspreken die van de grondlegging der wereld af verborgen zijn geweest”, een Mysterie zijn en op bepaalde punten ook zal blijven [vbld. geen mens kent God en datgene wàt wij van God kennen is ons slechts door Zijn Zoon  in de Heilige Geest geopenbaard].

De Pharao gaf [aartsvader] Joseph de naam ‘Zafnath Paäneah’ en gaf hem Asnath, de dochter van Potipherah, een priester uit On, tot vrouwGen.41: 45.
De naam ‘Zafnath Paäneah’, welke naam volgens Rabbijnse uitlegging betekent: “Onthuller of Ontdekker van Verborgenheden”.
Het is deze Joseph, de Hebreeuwse slaaf, door zijn medebroeders verworpen, de meest volmaakte typologie in het Oude Verbond van onze Heer Jezus Christus.
Ná zijn verwerping werd Joseph, dè Onthuller van de Verborgenheden en dat door de Geest van Wijsheid, van God Zelf.
Christus is voor ons eveneens verschenen als dè Verworpene.
Nadat het aanbod van het Koninkrijk en Hij Zelf als Koning eveneens verworpen is, wordt Hij, als dè ‘Zoon van God’, de Onthuller van de Verborgenheden en
laat Hij zien wat er plaats zal vinden na de verwerping door Israël [de Kerk].

En op die dag ging Jezus uit het huis en zette Zich bij de zeeMatth.13: 1.
Het huis verlaten betekent dat Hij Zich scheidde van de verbinding met Zijn Volk, zoals we aan ‘t einde van het twaalfde hoofdstuk van Mattheus kunnen zien.
De zee is het type van de Volkeren; plaats nemen bij de zee wijst er op, dat Zijn getuigenis de Verborgenheden, Die geopenbaard worden, voor wijder kring bestemd zijn, betrekking hebben op al de Volkeren, niet alleen toen, maar ook in het hier en nu . . . . .
En vele scharen verzamelden zich tot Hem zodat Hij in een schip ging en Zich neerzette; en de ganse schare stond op de oever”.
  Ik schep de Vrucht der lippen: Vrede, Vrede voor hem die verre, en voor hem die nabij is, zegt de Heer; en Ik zal hem genezen. Maar de goddelozen zijn als de zee, zo opgezweept, dat zij niet tot rust kan komen, en wier wateren slijk en modder op-woelen. De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen VredeIsaiah 57: 1
9-21.
Hij scheidt Zich af van de mensen, terwijl Hij Zich ten behoeve van de Verkondiging van de Blijde Boodschap midden tussen de schare beweegt.
Wat Hij zegt, spreekt Hij in Gelijkenissen en zonder Gelijkenissen sprak Hij niet.
    Welzalig zijt gij, Israël [de Kerk]; Wie is aan u gelijk? Een Volk, verlost door de Heer, Die het Schild van uw hulp en het Zwaard van Uw Hoogheid is. Daarom zullen uw vijanden veinzen u hulde te brengen, en Gij zult op hun hoogten tredenDeut 33: 29.
Onze Heer en Verlosser zegt ons telkenmale: “Het Koninkrijk der Hemelen is gelijk geworden”.
Wat bedoelt Hij met deze uitdrukking?
Dat het niet meer het Koninkrijk der Hemelen is, zoals in het Oude Verbond voorzegd, beloofd en aangeboden aan Israël, is bewezen.
Het aanbod was gedaan en verworpen.
De prediking van Hem en Zijn boodschappers die Hij uitzond, is:
☦️  Het Koninkrijk der Hemelen is nabij gekomen. Bekeert uMatth.4: 17.
☦️En zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het EvangelieMarc.1: 15.
☦️Ik zeg u lieden, dat er alzo blijdschap zal zijn in de Hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negen en negentig rechtvaardigen, die de bekering niet nodig hebbenLuc.15: 7.
☦️  Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden van de verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des HerenHand.3: 19.
☦️Die zal weten, dat degene, die een zondaar van de dwaling van zijn weg bekeert, een ziel van de dood zal behouden en een menigte van zonden zal bedekkenJac.5: 20.
☦️  Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal snel bij u komen en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeertOpenb.2: 5.

De negenvoudige Zegen uit de Zaligsprekingen, Die voorzien is onder de Genade -“de Vrucht van de Heilige Geest”. Men zal dàn zien dat àl wat geëist wordt onder de Wet van het Koninkrijk, als voorwaarde tot Zegen, onder de Genade ‘Goddelijk voorzien’ is.
Alle Zegeningen in het Koninkrijk bij elkaar zijn niet vergelijkbaar met  de overvloedige “Vrucht van de Heilige Geest”: “Liefde, Blijdschap, Vrede, lankmoedigheid [in staat om veel te verdragen, wanneer men boos wordt], Goedertierenheid, Goedheid, Geloof, Zachtmoedigheid en MatigheidGal. 5: 22-23.

”    Wij hebben de Messias gevonden, Die de Christus is”,
De enige Christus, Die van nature God is, heeft zich vernederd en is mens geworden.  Hij toonde Andreas en alle andere apostelen de bron van het Mysterie en de grootsheid van God’s Genadegaven.
Tracht na dit inzicht uw omgeving te overtuigen, dat het ‘goed’ is God te dienen, dat dit niet alleen ‘ons’ ten hoogste goed doet, maar dat het eveneens dè waarachtige bevordering van ziel en zaligheid is.
Je kunt dit zeggen en met voorbeelden onderbouwen, dat men alleen bij zulk een levenswijze vergenoegd, blij en vrolijk z’n dagen kan doorbrengen,
ja zelfs wèl tevreden en getroost kan zijn in bedroefde perioden en dingen die de mens zoal kan meemaken, laat dit vooral uit uw eigen voorbeeld blijken.
Niets schrikt een ander méér af ‘van de dienst tot God‘, dan het ongegrond vooroordeel, dat vanzelfsprekend lastig en vervelend is.
Dit vooroordeel dien je de ander trachten te ontnemen, wanneer je bemerkt dat het reeds bij hen heeft postgevat òf nagaan hoe je dit kunt voorkomen, opdat het niet aan kracht toeneemt.
Spreekt vervolgens eerst dàn opzettelijk met de ander over het belang van de dienstbaarheid in de Naam des Heren; doet dit evenwel met beleid.
Op het ene moment is dit meer geschikt dat op het andere
– soms doen er zich echter ongedwongen zeer gepaste aanleidingen voor –
laat die niet voorbijgaan – doch wanneer deze zich voordoen – doe het dan kort en doeltreffend met een gevoel en een ernst welke stof geeft tot nadenken.

Apolytikion     tn.4
  Nadat zij de Blijde Boodschap van de Opstanding
en van de Bevrijding van de veroordeling van de Stamhouders
uit de mond van de Engel gehoord hadden,
riepen de Myrondraagsters jubelend tot de Apostelen:
Vernietigd is de dood, Christus de Heer is opgestaan,
en heeft aan de wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.4
  Mijn Heiland en Verlosser
heeft als barmhartige God de aardgeborenen opgewekt,
uit de ketenen van het graf.
Hij heeft de poorten van de hel verbrijzeld
en is als Gebieder na drie dagen verrezen
”.

Theotokion     tn.4
  Het van eeuwigheid verborgen en aan de Engelen onbekende Mysterie,
is door U aan de aardbewoners openbaar geworden, Moeder Gods:
in onvermengde eenheid is God vlees geworden
en heeft Hij om ons het Kruis op Zich genomen.
Daardoor heeft Hij de Eerst-geschapene weer opgewekt
en onze zielen uit de dood verlost
”.

4e Zondag na Pinksteren – Geloof en Vertrouwen van de honderdman

Toen Hij nu Kapernaüm [= dorp van rust] binnenging, kwam een hoofdman tot Christus met een verzoek en zei:
‘Heer, mijn knecht ligt thuis, verlamd, met hevige pijn’.
Hij zei tot hem: ‘Zal Ik komen en hem genezen?’.
Doch de hoofdman antwoordde en zei:
‘Heer, ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn knecht zal herstellen. Want ik ben zelf een ondergeschikte met soldaten onder mij, en ik zeg tot de een: ‘Ga heen, en hij gaat heen, en tot een ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het’.
Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich en zei tot hen, die Hem volgden: ‘Voorwaar, zeg Ik u, bij niemand in Israel heb Ik een zo groot Geloof gevonden! Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Isaäc en Jaäcob in het Koninkrijk der  Hemelen; maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars’.
En Jezus zei tot de hoofdman:
‘Ga heen, u geschiede naar uw Geloof’.
En de knecht genas, juist op dat uur
Matth. 8: 5-13.

      Vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid.
Ik zeg dit van menselijk standpunt om de zwakheid van uw vlees. Want gelijk gij uw leden gesteld hebt ten dienste van de onreinheid en van de wetteloosheid tot wetteloosheid, zo stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging.
        Want toen jullie slaven waren van de zonde, waren jullie vrij van de Gerechtigheid.
Wat voor vrucht hadden jullie toen?
Dingen, waarover jullie je nu schamen; immers, het einde daarvan is de dood.
        Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven.
Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de Genade, Die God schenkt,
is het eeuwige Leven in Christus Jezus, onze Heer“ Rom.6: 18-23.

Nadat Christus iemand van z’n melaatsheid genezen had kwam er een vooraanstaand leider tot Hem met het verzoek ten behoeve van -een van z’n ondergeschikten- namelijk deze van z’n verlammingen en hevige pijnen te genezen.
Christus biedt dit deze persoon ook zeer welwillend aan, Hij immers door Zijn Vader tot de mensheid gezonden om hen te Verlossen.
Opvallend echter is dat iemand met een Romeinse identiteit van ‘n hoogstaand niveau zich tot Christus wendt en stelt: “dat Hij het niet waard is dat Christus onder z’n dak komt”, met andere woorden “He is sure to be not pure”, “Hij is overtuigd van zijn zondig bestaan en hij weet tevens dat “only rhymes [is identical to] with shore when he is wrangling his sheep”.
Hij legt z’n leven in God’s hand, openbaart onze Heer en Verlosser z’n weg en vertrouwt HemPsalm 36[37]: 5 , hetgeen je menig volgeling van Christus nog maar moet zien doen, óók in ònze tijd.
Stel uw vertrouwen op de Heer, uw God en Hij zal u er doorheen dragen, immers
Wie op de Heer vertrouwen zijn als de berg Sion; in eeuwigheid zal hij/zij niet wankelen, die woont in JeruzalemPsalm 124[125]: 1.
Yeroushalaïm [ירושלים] betekent “Stad van de Vrede“.
NB. Ook voor de moslims is Jeruzalem een heilige stad, onder meer omdat volgens de islamitische godsdienst de profeet Mohammed – in een wondere nachtreis – er op Buraq, een dier gelijkend op een ezel, vanuit Mekka naartoe is gereisd en vanaf de Tempelberg naar de hemelen is opgestegen. Een voetafdruk in de Rotskoepel [gebouwd 691-692] herinnert hieraan.

Er lopen nogal wat gelovigen in de Kerk rond, die het met zichzelf getroffen hebben en zich ronduit als verheven boven het volk beschouwen – kijk maar eens bij een gemeenschappelijk feest, wie zich naar de beste plaatsen aan tafel begeven. Helaas steekt datgene wat Christus afwijst onder de Farizeeën en Sadduceeën op dezelfde wijze in onze tijd de kop op; er zijn zelf christelijke groeperingen, die zich in hun geloofsbeleving boven de andere verheven hebben.
Zij willen dit ook duidelijk laten zien en streven er naar hun stroming overduidelijk ten toon te spreiden en hebben niet door dat zij zich daarmee op weg naar de afgrond begeven, het opent de deur naar de dood.
Zij zijn niet onverschillig ten opzichte van hun medebroeders – maar trekken vooral op met degenen, die tot hun niveau behoren.
Vele uiterlijk onverschillig lijkende ongelovigen zijn ook ten opzichte van anderen christelijke groeperingen loyaal en vermoedelijk zijn zíj de enig waarachtige volgelingen van Christus, die tot zijn Hemels Koninkrijk zijn uitverkoren. Zodra je in de waan mocht komen dat je het Hemels Koninkrijk al hebt bewerkt, dienen er allerlei alarmbellen bij je af te gaan.
Overigens ontmoet je op de levensweg groeperingen opgezet door handige mensen, die een slaatje weten te slaan uit de verkondiging en met veel opzien baren en bewust de publiciteit opzoeken; ze laten zich inhuren voor speciale programmadoeleinden en maken van het Christelijk Geloof een commercieel  evenement, waarmee zij een ziekelijke omgang ten toon spreiden. Ze beseffen niet dat onze Heer hier nu juist een hekel aan heeft.
Religieuze zelfgenoegzaamheid is een van de meest gevaarlijke zaken in het  geestelijk leven. De ascetische teksten spreken maar al te vaak over deze passie. Asceten hebben zich altijd in eenzaamheid teruggetrokken uit vrees dat de verleiding zij ten lange leste op het einde van hun leven in woord of gedachten, doen of laten zouden afdwalen van de deugd van de nederigheid.
De duivel treft de mens hier op het zwakke punt. Er zijn in de geschiedenis van de Kerk velen die geloven dat Engelen en gedoodverfde Heiligen de ondergang in werden getrokken nadat zij de hoogste hoogten hadden bereikt en zo in een onacceptabele toestand terecht kwamen.
Het auteursrecht van Heiligheid ligt bij onze Heer, Hij heeft als enige geleefd zonder te zondigen en wij zondaren zullen ontberingen ondergaan en door zware inspanningen ons hoofd boven water kunnen houden; dit is het enige wat wij in onze oren dienen te knopen.
Geestelijk zelfzucht is de zwaarste verzoeking voor iedereen, de kerkvaders benadrukken ons dit voortdurend. De essentie van het geestelijk leven berust op een zeer bescheiden nederig leven; dat is de Reden waarom de Heilige Silouan de Athoniet oproept: ”   “keep thy mind in Hell and despair not,”  waarachtige zondaars sterven voortdurend vanwege hun bewustzijn van zonde.
In de traditie van de Orthodoxe Kerk wordt derhalve het gebed van het hart, het Jezus gebed gebeden: ” “Heer, Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij, zondaar“. De voortdurende aanroep van de Heilige Naam,  verwarmt ons en doet het nieuwe leven van het hart ontstaan . . . [Arch. Zacharias Zaharou].
Geestelijk waakzaamheid berust niet op prestaties, maar op het beheersen van je persoonlijke zelfgenoegzaamheid.
Christus heeft daarnaast al eerder opgemerkt: “Elke dag heeft genoeg aan zichzelfMatth.6: 34b.
      Maakt u dan niet bezorgd, zeggend: ‘Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken van de heidenen uit. Want uw Hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeftMatth.6: 31-32.
De dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben;
elke dag heeft genoeg aan zijn eigen emoties.
Wij mensen zitten soms raar in elkaar
– terwijl onze omgeving ons gelukkig prijst – vanwege onze omstandigheden
kunnen wij persoonlijk ‘in zak en as zitten’ en ons zorgen maken over ‘nare dingen‘ die jezelf of familie zouden kunnen overkomen …
Op een gegeven moment wordt het zich zorgen maken niet alleen onproductief, maar ook ongezond. Piekeren kan uit te hand lopen en stress, angst, slaapgebrek en andere gezondheidsproblemen veroorzaken.
Elke keer wanneer er zorgen bij je opkomen, dien je voor jezelf een rust in te bouwen en behoor je als Christen je Genadegaven te tellen, je zegeningen.

Wanneer we er immers vanuit gaan dat Christus, onze Verlosser, het goede met ons voor heeft, is dit dus niet een aansporing om elke dag pessimistisch te zijn en om bedrukt ons leven te slijten.
Juist Hij roept ons hier op om in het „hier en nu‟ te leven.
Want deze tekst staat niet op zichzelf maar is het slotstuk van de hele tekst
Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”.
Indien we ons niet meer druk hoeven te maken over wat gisteren was
⁌ daar kunnen we toch niks meer aan veranderen-;
⁌ we kunnen wel alle zorgen en mistoestanden van gisteren overgedragen aan Hem  Die alle Macht heeft in de Hemelen en op aarde, dan mogen we die ook loslaten.
⁌ We behoeven ons dan ook niet meer bezorgd te maken over de dag van morgen, al kan die dag best heel spannend worden.
                 Christus zegt in dit zelfde hoofdstuk ook:
Daarom zeg Ik u: Wees niet bezorgd over uw leven,
over wat u eten en wat u drinken zult; ook niet over uw lichaam …,
uw Hemelse Vader voedt ze evenwel;
gaan jullie samen de vogels niet ver te boven?
”.
Zo wordt het leven toch een stuk lichter.
Er ontstaat ruimte voor onze dagelijkse zorgen, maar ook voor onze zorg taken.
En bovenal voor de relatie met onze Hemelse Vader.
Wat een liefdevolle Blijde Boodschap is ons in deze paar woorden gegeven.
Hieruit blijkt dat Hij echt de Heiland is. “Gaan jullie de vogels niet ver te boven?”.
Zo wordt het leven voor ons een stuk lichter.

A silhouette of a person riding a bike in front of the sun.

Dus stop met je zorgen maken over slechte dingen die jou of je familie kunnen overkomen.
In andere talen:
English: ‘Stop Worrying About Bad Things That Could Happen to You or Your Family’;
Deutsch: ‘Aufhören dir Sorgen darüber zu machen dass dir oder deiner Familie etwas zustoßen könnte’;
Français: ‘arrêter de s’inquiéter pour ce qui pourrait arriver’;
Español: ‘dejar de preocuparte por las cosas malas que podrían sucederte a ti o a tu familia, Bahasa’;
Português: ‘Parar de se Preocupar com Coisas Ruins que Poderiam Acontecer com Você ou sua Família’;
Italiano: ‘Smettere di Preoccuparti delle Cose Spiacevoli che Potrebbero Accadere a Te o alla Tua Famiglia’;
Grieks: ‘Σταματήστε να ανησυχείτε για τα κακά πράγματα που μπορεί να συμβούν σε εσάς ή την οικογένειά σας‘;
Arabisch:’ 
التوقف عن القلق بشأن الأشياء السيئة التي يمكن أن تحدث لك أو لعائلتك;
Russisch: ‘Прекратите беспокоиться о плохих вещах, которые могут случиться с вами или вашей семьей’;
Indonesia: ‘Berhenti Mengkhawatirkan Hal‐Hal Buruk yang Mungkin Menimpa Anda atau Keluarga’;
Tiếng Việt: Ngừng lo lắng về điều tồi tệ có thể xảy ra, 
العربيةالتوقف عن القلق بشأن أشياء سيئة يمكن أن تحدث لك أو لأسرتك한국어나와 가족에게 일어날 있는 좋은 일들에 대해 그만 걱정하는 ;
Chinees: [
中文]:不要擔心可能發生在您或您的家人身上的壞事.

De Apostel Paulus vult dit thema nog verder aan door te verkondigen:
stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging”.
Net als de machtige honderdman weet hij dat: “He is sure to be not pure” en
zeker niet ten opzichte van Christus, de Zoon van God en dat Deze onsde Blijde Boodschap brengt op aanwijzing van Zijn Vader, teneinde ons leven te veraangenamen in plaats van te verzuren.
Wij hebben God als heelmeester, nodig Die kennis van zaken heeft en ons bij kan sturen. Een goede heelmeester staat persoonlijk garant voor onze gezondheid.
Vertrouwen op God geeft een enorme zekerheid, je zult nooit teleurgesteld worden. We kunnen dan ook met een gerust hart ons leven in de hand van de Drie-ene God leggen.
Indien we via de Heilige Geest, van de Zoon vertrouwen op God, de Vader zal Hij uitvoeren: 
Leg je leven in God’s hand en vertrouwt op Hem,
zo openbaart onze Heer en Verlosser Z’n Weg
[God’s Blijde Boodschap]” Psalm 36[37]: 5.

Wij mensen bezitten een goddelijke oorsprong – die onlosmakelijk met ons verbonden is, waar we naar terug kunnen keren. Een thuisbasis, dat geldt met name voor onze geestelijke reis.
Ons verhaal van het leven is een bijzonder verhaal over het terugkeren naar onze goddelijke oorsprong.
De aanleiding daartoe wordt gevormd door het terugvinden van het ‘boek des Levens’ in de tempel van ons hart, het basale Leven.
Wanneer wij het kloppen van Onze Heer, Zijn oproep beantwoorden:
      Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U. Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren”.
Christus roept: “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth. 11: 26-30.

Wanneer je de Goddelijke roep in het Hart van de mens beantwoordt zul je het Leven vinden.
Dit antwoord op de Goddelijke oproep heeft tot op de huidige dag èlke ziel, die ook maar enige kennis aangaande het Leven uit God gehad heeft beziggehouden; dit vormt de grondslag van het menselijk Leven.
    Indien gij u dan Jood laat noemen, steunt op de Wet, u beroemt op God, Zijn Wil kent, weet te onderscheiden waarop het aankomt, daar jullie onderricht in de Wet geniet en u overtuigd houdt, dat jullie een leidsman van blinden zijt, een licht voor hen, die in duisternis zijn, een opvoeder van onverstandigen en een leermeester van onmondigen, daar jullie in de Wet de belichaming van de kennis en van de Waarheid bezit,
hoe nu, jullie, die een ander onderwijzen, onderwijzen jullie jezelf niet? Jullie,
  die prediken, dat men niet stelen mag, stelen jullie?
  die overspel verbieden, plegen jullie overspel?
  die gruwen van de afgoden, plegen jullie tempelroof?
  die jullie op de Wet beroemen, onteren jullie God door jullie overtreden van de Wet? Want de Naam van God wordt om jullie gelasterd onder de heidenenRom.2: 18- 24.
En vervolgens stelt de Apostel dat indien wij overtreders van de Wet zijn, wij door:
    De van nature onbesnedene [de heiden], doordat hij de [Goddelijke natuur-] Wet volbrengt, u oordelen die, hoewel in het bezit van letter en besnijdenis, een overtreder van de Wet zijt. 
Want niet hij is een Jood [een Gelovige], die het uiterlijk is en niet dat is besnijdenis [de doop] wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, maar hij is een Jood [een Gelovige], die  het in het verborgen is, en de [ware] besnijdenis [de doop] is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter.Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van GodRom.2: 27-29.
Getroffen in het hart horen wij onophoudelijk de roep van Christus en
bidden: “Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm u over mij, zondaar”.

Apolytikion     tn.3.
Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.3.
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij

Theotokion     tn3.
Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

Orthodoxie & de Heilige in de Nederlanden, kerstening van onze Lage Landen

Kerkgemeenschappen hadden en hebben hun kerkgebouw, welke
wordt en werd toegewijd aan een beschermheer en/of beschermvrouw.
Heiligen waren aanwezig in de kerkbeleving door hun relieken [relikwieën],
de overblijfselen van hun aardse bestaan.
Deze relieken overbruggen de afstand tussen Hemel en aarde.
De gelovigen roepen de Heiligen aan voor de genezing van hun ziekten, de bescherming tijdens het reizen en voorbede voor zielenheil van de overledenen.
Aan relieken van de Heiligen wordt  beschermende kracht toegeschreven;
in tijden van nood worden ze zelfs rondgedragen.
Sommige relieken werden in kleine houders aan een koord rond de nek gedragen.

              De beschermheilige waakte over de kerkelijke en de burgermaatschappij.
Voor Utrecht was dit Sint-Maarten, het levend voorbeeld van de Frankische vorsten met wiens instemming in de zeventiende eeuw de Heilige Willibrord de Sint Maartenskerk al had ingewijd.
Rond 1160 schreef Hendrik van Veldeke over Maastricht: “En Maastricht bezat die waardigheid, want daar lagen de beenderen van Sint Servatius ten toon en daar zag men een Goddelijke aanwijzing, een bijzonder teken in”.
Relikwieën kunnen objecten zijn geweest die in contact waren geweest met de heilige.

             ‘Wurgdoek van H. Cunena’

             Vanaf de Middeleeuwen werd in de Saint Cunera kerk van Rhenen de omslagdoek bewaard die werd gebruikt om de Heilige Cunera te wurgen.
Deze wurgdoek uit de vierde of vijfde eeuw, welke momenteel bewaard wordt in het Catharinecovent, het aartsbisschoppelijk museum naast de kathedraal in Utrecht, speelt een rol in de legende van Cunera, waarin Willibrord eveneens een rol heeft. De naastgelegen kathedrale kerk wordt binnenkort door het bisdom in eigendom aan het museum overgedragen – financiële nood, als gevolg van veelvuldige geloofsafval – het geloof in financiële redding prevaleert  boven de Goddelijke afhankelijkheid.
Deze heilige vrouw werd begraven op de plaats waar nu de Cunera-heuvel aan de oevers van de Rijn in Rhenen ligt; bij haar graf zouden wonderen hebben plaatsgevonden. De toekomst zal leren of dit in onze tijd de geloofsbeleving in de La[e]ge Landen doet keren.
De legende gaat dat Willibrord 300 jaar na zijn kerstening, op verzoek van de lokale bevolking, de botten van Cunera ontdekte.  Cunera was een jonge vrouw, veel weten we niet van haar, maar door omstandigheden werd zij eeuwen na haar dood  in de middeleeuwen heilig verklaard.
Hoe kan dat?

Cunera zou vermoord zijn, gewurgd met een doek. Ook al zou Cunera misschien niet ècht hebben bestaan bestaan, die doek is -zo is uit historisch onderzoek gebleken- is wèl ècht en komt uit de vijfde eeuw, een periode waarover we niet veel weten, maar waar met name in de buurt van Rhenen heel veel archeologische vondsten zijn gedaan. In de loop der eeuwen is de legende over Cunera steeds mooier gemaakt. Ze zou samen met Ursula en 11.000 maagden bij Keulen zijn aangevallen door de Hunnen en later door de vrouw van Koning Radboud zijn gewurgd met haar halsdoek. Op de plaats van de Cunera-heuvel aan de oevers van de Rijn wordt de Heilige Cunera vereerd als de beschermheilige tot keel- en vee-ziekten.

Heiligen van de Lage Landen, Russ.Orth. kerkgemeenschap  Amsterdam, van de hand van N.P. Ermakova

        In 963 bracht bisschop Balderik de relieken van Sint Agnes naar de Sint-Maartens kathedraal van Utrecht en in 966 eveneens de relikwie van Pontianus. En van Saint Odiliënberg bracht hij de relikwieën van de Heilige [Sint] Wiro naar de Utrechtse kathedraal. De belangrijkste relikwieën van de kerk, toegewijd aan ‘Christus Heiland’ waren die van de bisschop Frederick [ca 820] en zijn rechterhand Odulphus. Fragmenten van zijn albe [een lang wit tuniek, welke tijdens de eredienst  door de priester gedragen werd] en zijn beker zijn tot nu toe bewaard gebleven.
De komst van zoveel relieken betekende een grote toename van de status van het kerkelijk aanzien in het bisdom Utrecht, welke tot ver in België reikte; geheel Vlaanderen viel toentertijd onder het omniphorion [de halsddoek, welke de toezichthoudende invloed uitdrukte] van de bischop van Utrecht.

Heilige Adelbert van Egmond

            Zo ligt er nabij Egmond het graf van de Heilige Adelbert, een priestermonnik, welke in Holland een grote verering teweeg bracht.
Alle hagiografische teksten van de tiende tot de vijftiende eeuw waarin heilige Adelbert wordt genoemd, spreken over zijn genezingswonderen. Tijdens de opgraving [de verheffing] van zijn botten, steeg een helende Myron-gelijkende geur op uit zijn graf en door de beweging van het water werden vele zieken genezen; in de nabijgelegen abdijkerk hebben tevens vele soorten genezingen plaatsgevonden. Adelbert verdreef vooral demonen en genas de blinden.
De genezing van de bezetenen was een wonder dat vaak plaatsvond op het feest van Adelbert, 25 juni, maar nog meer op 24 juni, omdat de gebeden tot Adelbert konden worden toegevoegd aan die van Johannes de Doper; de samenwerking van die heiligen zal derhalve een grotere uitwerking hebben veroorzaakt.
De dag van de dood van een heilige werd meestal ook zijn feestdag. De eer van de heilige, vooral op hun feestdag, brengt iemand in contact met het begrip van de gemeenschap van heiligen, een gemeenschap, die niet alleen levende gelovigen omvat, maar ook degenen die al waren overgegaan naar een volgend leven.
Dit veroorzaakte een speciale gelegenheid om een voorbede tot de heilige te doen: de gelovigen roepen daarbij de hulp en bemiddeling in van de heiligen die in de Hemelen leven.

                               In tijden van gebed klinkt regelmatig nog steeds de voorspraak van de levenden voor de doden: “Moge al de gelovigen rusten in vrede“. Het is de religieuze overtuiging dat degenen die voor de zielen van de doden zouden bidden, soms de doden zelf op een buitengewone manier activeren in hun aandacht bij de Heer, onze Verlosser.

     Voor de studie van de religieuze wereld van de ervaringen van de gelovigen in Noord-Nederland tot 1200 zijn er meer dan twintig levens van de heiligen en wonderverhalen beschikbaar, die in het bisdom Utrecht werden geschreven. De tekst behoort tot het genre van de hagiography.
Een leven van een heilige [vita] levert geen ‘historische‘ biografie op, maar een verslag dat probeert  de heiligheid van de heilige aan te tonen. De Vitae zijn ontworpen om de verering van de heilige te stimuleren en zijn bedoeld voor een publiek van leken. Ze werden vanuit het Grieks en Latijn naar de volkstaal vertaald en werden ook in de volkstaal gelezen; de deugden van de heilige werden hierbij op gróte schaal òpgehemeld en gepubliceerd.
Het woord vitae [vitus] moest ook de macht aangeven die de heiligen bezaten; en het woord vitus verwees naar die Macht: het Mysterie, het Wonder, welke hun nabijheid bij God op ons teweeg bracht. Voor de meeste gelovigen zijn wonderen slechts een bewijs van de heiligheid van de wonderdoende Heilige.

      Het leven van de heiligen werd pas geschreven eeuwen na de dood van een heilige, bijvoorbeeld het leven van Bonifatius, daterend uit de tiende of elfde eeuw. Hoewel het niet goed is, gebruikt Vitae voor onderzoek de historische beschouwing van de heilige, ze geven de heersende opvattingen over de heilige, in Holland, in Egmond en elders.
In Nederland begonnen mensen, waaronder monniken in het Benedictijner-klooster van Egmond, aan het einde van de tiende eeuw hagiografieën te produceren, die werden beïnvloed door het gebruik van de ‘gehele’ Christelijke Kerk. De teksten werden gebruikt voor de liturgische viering van de heiligen; in Egmond was dit vooral voor de Adelbertus-cultus. Het is niet verwonderlijk dat hedendaagse nuchtere Hollanders enige distantie nemen van dit voor de Christelijke Kerk bekend verschijnsel.

Het bisdom Utrecht, de Friezen en de gehele ‘Lage Landen’ hadden een gemeenschappelijke traditie van heiligen die in dàt bisdom werden vereerd.
De biografieën van de Anglo-Saksische missionarissen [Benedictijnen] en hun Heiligen uit de vroegste geschiedenis van de kerk stonden centraal.
Van belang waren in de eerste plaats de biografieën van de Angelsaksische missionarissen die onder de Friezen en Saksen hebben gewerkt, met name Willibrord en Bonifatius.
De aandacht werd ook gericht op de Friesche Liudger.
De academische studie van de vroege Friesche hagiografie en de voortbrengselen van het benedictijner-klooster in Egmond zijn een nòg stééds vrijwel onontgonnen gebied.

Mensgeworden op aarde heeft de schepper zijn schepping vernieuwd, toen Hij zich ons openbaarde‘, fresco Moldovita klooster

Je kunt tijdens je vakantie reis naar een Spaanse of Italiaanse kerk gaan en zeggen “hier leeft een deel van de Kerk uit de middeleeuwen”;
maar de taal van de vroeg-Christelijke Kerk, in het Byzantijnse, Oost-Romeinse rijk was Grieks en de religie Orthodox.

Indien je inzicht krijgt dat het rijke Roomse leven van de westerse natie,
z’n oorsprong vond bij Karel de Grote en een voorloper was van de westerse kerken, evenals de Franse en Spaanse vorsten haar ondersteunde tot hun huidige republieken en de Macht van het huidige Europa ‘in opbouw‘, dan is en was Byzantium de directe voorloper van het moderne Griekenland.
Een groot deel van het voormalige Griekenland tot het huidige overheerste Turkije – eerst dàn – zul je in de huidige tijd op een veel directere manier, de oorspronkelijk Christelijke belevingswereld herkennen in de kerkgebouwen, die aldaar nú nòg – ondanks de Moorse overheersing – de tand des tijds hebben overleefd. 

De omgeving, ook een gebouw – kan – “De juiste plaats voor een dialoog met God vormen”. 

 

Schutsmuur zijt gij der maagden, maagd en Moeder des Heren, toevlucht voor wie zijn nood bij u klaagde‘, fresco Moldovita klooster

        Een plaats welke gemarkeerd wordt door ‘òntzàglijk véél‘ gebeden van  mensen uit haar regionale lange geschiedenis – het kan een goede plek blijken te zijn voor het persoonlijk gesprek met God. Bovendien kan de juiste plaats voor een gesprek met God natuurlijk overal zijn.
Wanneer je maar bereid bent de rust op te zoeken, de eenvoud van  het openstellen van de ziel 
voor Gods Geest:

Heer, mijn hart is niet hoogmoedig; ik heb mijn ogen niet trots opwaarts geslagen.
Ik houd mij niet op met gróte dingen, noch met wàt te wònderbaar voor mij is.
Als ik niet nederig gezind was, of zó ik mijn ziel had verheven.
Als een gespeend kind op de schoot van zijn moeder, zó had Gij mijn ziel vergolden.
Doch Israël [de Kerk] zal op de Heer vertrouwen, van nu af tot in eeuwigheid”.Psalm 130.
Zelfs koning David beantwoordt het kloppen op de deur van zijn ziel,
overeenkomstig:
    Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen en Ik zal avondmaal met hem houden, en hij met MijOpenb.3: 20.

Het vermogen om de de ervaringen van onze voorvaderen te onderscheiden groeit mee met elk kerkbezoek. En tegelijkertijd de mogelijkheid om verborgen sleutels te vinden in Iconen, Fresco’s, Mozaïeken, kaarsen, bloembakken, scheuren en raamnissen, als teken van vervallen aandacht voor de oorsprong van de mens. Soms hebben klemmende deuren echter een goede duw met de schouder nodig òm de láátste belemmering te doen wegnemen. Misschien dient die toch wel vanuit den Hoge te komen.

Troparion     tn.2.
”      Apostelen, Martelaren en Profeten,
Hiërarchen, Heilige en Gerechten,
die de goede strijd voleindigd en het Geloof bewaard hebt,
gij hebt toegang tot de Verlosser.
Smeekt tot Hem, als de Goede voor osn,
opdat onze zielen mogen worden gered”.

‘Moeder Gods van Altijddurende Bijstand’ van de hand van Liesbeth Smulders.

Theotokion     tn.2.
”     Heilige Moeder van het ontoegankelijk Licht,
wij vereren U met de hymne der Engelen
om U vroom te verheffen“.

Kontakion     tn.8.
”     Als het eerstelingen-offer der natuur
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal, de God-dragende Martelaren.
Bewaar om hun gebeden Uw Kerk in diepe Vrede,
door de Moeder God, Barmhartige”.