4e Zondag na Pinksteren – Geloof en Vertrouwen van de honderdman

Toen Hij nu Kapernaüm [= dorp van rust] binnenging, kwam een hoofdman tot Christus met een verzoek en zei:
‘Heer, mijn knecht ligt thuis, verlamd, met hevige pijn’.
Hij zei tot hem: ‘Zal Ik komen en hem genezen?’.
Doch de hoofdman antwoordde en zei:
‘Heer, ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn knecht zal herstellen. Want ik ben zelf een ondergeschikte met soldaten onder mij, en ik zeg tot de een: ‘Ga heen, en hij gaat heen, en tot een ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het’.
Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich en zei tot hen, die Hem volgden: ‘Voorwaar, zeg Ik u, bij niemand in Israel heb Ik een zo groot Geloof gevonden! Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Isaäc en Jaäcob in het Koninkrijk der  Hemelen; maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars’.
En Jezus zei tot de hoofdman:
‘Ga heen, u geschiede naar uw Geloof’.
En de knecht genas, juist op dat uur
Matth. 8: 5-13.

      Vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid.
Ik zeg dit van menselijk standpunt om de zwakheid van uw vlees. Want gelijk gij uw leden gesteld hebt ten dienste van de onreinheid en van de wetteloosheid tot wetteloosheid, zo stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging.
        Want toen jullie slaven waren van de zonde, waren jullie vrij van de Gerechtigheid.
Wat voor vrucht hadden jullie toen?
Dingen, waarover jullie je nu schamen; immers, het einde daarvan is de dood.
        Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven.
Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de Genade, Die God schenkt,
is het eeuwige Leven in Christus Jezus, onze Heer“ Rom.6: 18-23.

Nadat Christus iemand van z’n melaatsheid genezen had kwam er een vooraanstaand leider tot Hem met het verzoek ten behoeve van -een van z’n ondergeschikten- namelijk deze van z’n verlammingen en hevige pijnen te genezen.
Christus biedt dit deze persoon ook zeer welwillend aan, Hij immers door Zijn Vader tot de mensheid gezonden om hen te Verlossen.
Opvallend echter is dat iemand met een Romeinse identiteit van ‘n hoogstaand niveau zich tot Christus wendt en stelt: “dat Hij het niet waard is dat Christus onder z’n dak komt”, met andere woorden “He is sure to be not pure”, “Hij is overtuigd van zijn zondig bestaan en hij weet tevens dat “only rhymes [is identical to] with shore when he is wrangling his sheep”.
Hij legt z’n leven in God’s hand, openbaart onze Heer en Verlosser z’n weg en vertrouwt HemPsalm 36[37]: 5 , hetgeen je menig volgeling van Christus nog maar moet zien doen, óók in ònze tijd.
Stel uw vertrouwen op de Heer, uw God en Hij zal u er doorheen dragen, immers
Wie op de Heer vertrouwen zijn als de berg Sion; in eeuwigheid zal hij/zij niet wankelen, die woont in JeruzalemPsalm 124[125]: 1.
Yeroushalaïm [ירושלים] betekent “Stad van de Vrede“.
NB. Ook voor de moslims is Jeruzalem een heilige stad, onder meer omdat volgens de islamitische godsdienst de profeet Mohammed – in een wondere nachtreis – er op Buraq, een dier gelijkend op een ezel, vanuit Mekka naartoe is gereisd en vanaf de Tempelberg naar de hemelen is opgestegen. Een voetafdruk in de Rotskoepel [gebouwd 691-692] herinnert hieraan.

Er lopen nogal wat gelovigen in de Kerk rond, die het met zichzelf getroffen hebben en zich ronduit als verheven boven het volk beschouwen – kijk maar eens bij een gemeenschappelijk feest, wie zich naar de beste plaatsen aan tafel begeven. Helaas steekt datgene wat Christus afwijst onder de Farizeeën en Sadduceeën op dezelfde wijze in onze tijd de kop op; er zijn zelf christelijke groeperingen, die zich in hun geloofsbeleving boven de andere verheven hebben.
Zij willen dit ook duidelijk laten zien en streven er naar hun stroming overduidelijk ten toon te spreiden en hebben niet door dat zij zich daarmee op weg naar de afgrond begeven, het opent de deur naar de dood.
Zij zijn niet onverschillig ten opzichte van hun medebroeders – maar trekken vooral op met degenen, die tot hun niveau behoren.
Vele uiterlijk onverschillig lijkende ongelovigen zijn ook ten opzichte van anderen christelijke groeperingen loyaal en vermoedelijk zijn zíj de enig waarachtige volgelingen van Christus, die tot zijn Hemels Koninkrijk zijn uitverkoren. Zodra je in de waan mocht komen dat je het Hemels Koninkrijk al hebt bewerkt, dienen er allerlei alarmbellen bij je af te gaan.
Overigens ontmoet je op de levensweg groeperingen opgezet door handige mensen, die een slaatje weten te slaan uit de verkondiging en met veel opzien baren en bewust de publiciteit opzoeken; ze laten zich inhuren voor speciale programmadoeleinden en maken van het Christelijk Geloof een commercieel  evenement, waarmee zij een ziekelijke omgang ten toon spreiden. Ze beseffen niet dat onze Heer hier nu juist een hekel aan heeft.
Religieuze zelfgenoegzaamheid is een van de meest gevaarlijke zaken in het  geestelijk leven. De ascetische teksten spreken maar al te vaak over deze passie. Asceten hebben zich altijd in eenzaamheid teruggetrokken uit vrees dat de verleiding zij ten lange leste op het einde van hun leven in woord of gedachten, doen of laten zouden afdwalen van de deugd van de nederigheid.
De duivel treft de mens hier op het zwakke punt. Er zijn in de geschiedenis van de Kerk velen die geloven dat Engelen en gedoodverfde Heiligen de ondergang in werden getrokken nadat zij de hoogste hoogten hadden bereikt en zo in een onacceptabele toestand terecht kwamen.
Het auteursrecht van Heiligheid ligt bij onze Heer, Hij heeft als enige geleefd zonder te zondigen en wij zondaren zullen ontberingen ondergaan en door zware inspanningen ons hoofd boven water kunnen houden; dit is het enige wat wij in onze oren dienen te knopen.
Geestelijk zelfzucht is de zwaarste verzoeking voor iedereen, de kerkvaders benadrukken ons dit voortdurend. De essentie van het geestelijk leven berust op een zeer bescheiden nederig leven; dat is de Reden waarom de Heilige Silouan de Athoniet oproept: ”   “keep thy mind in Hell and despair not,”  waarachtige zondaars sterven voortdurend vanwege hun bewustzijn van zonde.
In de traditie van de Orthodoxe Kerk wordt derhalve het gebed van het hart, het Jezus gebed gebeden: ” “Heer, Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij, zondaar“. De voortdurende aanroep van de Heilige Naam,  verwarmt ons en doet het nieuwe leven van het hart ontstaan . . . [Arch. Zacharias Zaharou].
Geestelijk waakzaamheid berust niet op prestaties, maar op het beheersen van je persoonlijke zelfgenoegzaamheid.
Christus heeft daarnaast al eerder opgemerkt: “Elke dag heeft genoeg aan zichzelfMatth.6: 34b.
      Maakt u dan niet bezorgd, zeggend: ‘Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken van de heidenen uit. Want uw Hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeftMatth.6: 31-32.
De dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben;
elke dag heeft genoeg aan zijn eigen emoties.
Wij mensen zitten soms raar in elkaar
– terwijl onze omgeving ons gelukkig prijst – vanwege onze omstandigheden
kunnen wij persoonlijk ‘in zak en as zitten’ en ons zorgen maken over ‘nare dingen‘ die jezelf of familie zouden kunnen overkomen …
Op een gegeven moment wordt het zich zorgen maken niet alleen onproductief, maar ook ongezond. Piekeren kan uit te hand lopen en stress, angst, slaapgebrek en andere gezondheidsproblemen veroorzaken.
Elke keer wanneer er zorgen bij je opkomen, dien je voor jezelf een rust in te bouwen en behoor je als Christen je Genadegaven te tellen, je zegeningen.

Wanneer we er immers vanuit gaan dat Christus, onze Verlosser, het goede met ons voor heeft, is dit dus niet een aansporing om elke dag pessimistisch te zijn en om bedrukt ons leven te slijten.
Juist Hij roept ons hier op om in het „hier en nu‟ te leven.
Want deze tekst staat niet op zichzelf maar is het slotstuk van de hele tekst
Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”.
Indien we ons niet meer druk hoeven te maken over wat gisteren was
⁌ daar kunnen we toch niks meer aan veranderen-;
⁌ we kunnen wel alle zorgen en mistoestanden van gisteren overgedragen aan Hem  Die alle Macht heeft in de Hemelen en op aarde, dan mogen we die ook loslaten.
⁌ We behoeven ons dan ook niet meer bezorgd te maken over de dag van morgen, al kan die dag best heel spannend worden.
                 Christus zegt in dit zelfde hoofdstuk ook:
Daarom zeg Ik u: Wees niet bezorgd over uw leven,
over wat u eten en wat u drinken zult; ook niet over uw lichaam …,
uw Hemelse Vader voedt ze evenwel;
gaan jullie samen de vogels niet ver te boven?
”.
Zo wordt het leven toch een stuk lichter.
Er ontstaat ruimte voor onze dagelijkse zorgen, maar ook voor onze zorg taken.
En bovenal voor de relatie met onze Hemelse Vader.
Wat een liefdevolle Blijde Boodschap is ons in deze paar woorden gegeven.
Hieruit blijkt dat Hij echt de Heiland is. “Gaan jullie de vogels niet ver te boven?”.
Zo wordt het leven voor ons een stuk lichter.

A silhouette of a person riding a bike in front of the sun.

Dus stop met je zorgen maken over slechte dingen die jou of je familie kunnen overkomen.
In andere talen:
English: ‘Stop Worrying About Bad Things That Could Happen to You or Your Family’;
Deutsch: ‘Aufhören dir Sorgen darüber zu machen dass dir oder deiner Familie etwas zustoßen könnte’;
Français: ‘arrêter de s’inquiéter pour ce qui pourrait arriver’;
Español: ‘dejar de preocuparte por las cosas malas que podrían sucederte a ti o a tu familia, Bahasa’;
Português: ‘Parar de se Preocupar com Coisas Ruins que Poderiam Acontecer com Você ou sua Família’;
Italiano: ‘Smettere di Preoccuparti delle Cose Spiacevoli che Potrebbero Accadere a Te o alla Tua Famiglia’;
Grieks: ‘Σταματήστε να ανησυχείτε για τα κακά πράγματα που μπορεί να συμβούν σε εσάς ή την οικογένειά σας‘;
Arabisch:’ 
التوقف عن القلق بشأن الأشياء السيئة التي يمكن أن تحدث لك أو لعائلتك;
Russisch: ‘Прекратите беспокоиться о плохих вещах, которые могут случиться с вами или вашей семьей’;
Indonesia: ‘Berhenti Mengkhawatirkan Hal‐Hal Buruk yang Mungkin Menimpa Anda atau Keluarga’;
Tiếng Việt: Ngừng lo lắng về điều tồi tệ có thể xảy ra, 
العربيةالتوقف عن القلق بشأن أشياء سيئة يمكن أن تحدث لك أو لأسرتك한국어나와 가족에게 일어날 있는 좋은 일들에 대해 그만 걱정하는 ;
Chinees: [
中文]:不要擔心可能發生在您或您的家人身上的壞事.

De Apostel Paulus vult dit thema nog verder aan door te verkondigen:
stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging”.
Net als de machtige honderdman weet hij dat: “He is sure to be not pure” en
zeker niet ten opzichte van Christus, de Zoon van God en dat Deze onsde Blijde Boodschap brengt op aanwijzing van Zijn Vader, teneinde ons leven te veraangenamen in plaats van te verzuren.
Wij hebben God als heelmeester, nodig Die kennis van zaken heeft en ons bij kan sturen. Een goede heelmeester staat persoonlijk garant voor onze gezondheid.
Vertrouwen op God geeft een enorme zekerheid, je zult nooit teleurgesteld worden. We kunnen dan ook met een gerust hart ons leven in de hand van de Drie-ene God leggen.
Indien we via de Heilige Geest, van de Zoon vertrouwen op God, de Vader zal Hij uitvoeren: 
Leg je leven in God’s hand en vertrouwt op Hem,
zo openbaart onze Heer en Verlosser Z’n Weg
[God’s Blijde Boodschap]” Psalm 36[37]: 5.

Wij mensen bezitten een goddelijke oorsprong – die onlosmakelijk met ons verbonden is, waar we naar terug kunnen keren. Een thuisbasis, dat geldt met name voor onze geestelijke reis.
Ons verhaal van het leven is een bijzonder verhaal over het terugkeren naar onze goddelijke oorsprong.
De aanleiding daartoe wordt gevormd door het terugvinden van het ‘boek des Levens’ in de tempel van ons hart, het basale Leven.
Wanneer wij het kloppen van Onze Heer, Zijn oproep beantwoorden:
      Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U. Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren”.
Christus roept: “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth. 11: 26-30.

Wanneer je de Goddelijke roep in het Hart van de mens beantwoordt zul je het Leven vinden.
Dit antwoord op de Goddelijke oproep heeft tot op de huidige dag èlke ziel, die ook maar enige kennis aangaande het Leven uit God gehad heeft beziggehouden; dit vormt de grondslag van het menselijk Leven.
    Indien gij u dan Jood laat noemen, steunt op de Wet, u beroemt op God, Zijn Wil kent, weet te onderscheiden waarop het aankomt, daar jullie onderricht in de Wet geniet en u overtuigd houdt, dat jullie een leidsman van blinden zijt, een licht voor hen, die in duisternis zijn, een opvoeder van onverstandigen en een leermeester van onmondigen, daar jullie in de Wet de belichaming van de kennis en van de Waarheid bezit,
hoe nu, jullie, die een ander onderwijzen, onderwijzen jullie jezelf niet? Jullie,
  die prediken, dat men niet stelen mag, stelen jullie?
  die overspel verbieden, plegen jullie overspel?
  die gruwen van de afgoden, plegen jullie tempelroof?
  die jullie op de Wet beroemen, onteren jullie God door jullie overtreden van de Wet? Want de Naam van God wordt om jullie gelasterd onder de heidenenRom.2: 18- 24.
En vervolgens stelt de Apostel dat indien wij overtreders van de Wet zijn, wij door:
    De van nature onbesnedene [de heiden], doordat hij de [Goddelijke natuur-] Wet volbrengt, u oordelen die, hoewel in het bezit van letter en besnijdenis, een overtreder van de Wet zijt. 
Want niet hij is een Jood [een Gelovige], die het uiterlijk is en niet dat is besnijdenis [de doop] wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, maar hij is een Jood [een Gelovige], die  het in het verborgen is, en de [ware] besnijdenis [de doop] is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter.Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van GodRom.2: 27-29.
Getroffen in het hart horen wij onophoudelijk de roep van Christus en
bidden: “Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm u over mij, zondaar”.

Apolytikion     tn.3.
Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.3.
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij

Theotokion     tn3.
Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

Orthodoxie & de Heilige in de Nederlanden, kerstening van onze Lage Landen

Kerkgemeenschappen hadden en hebben hun kerkgebouw, welke
wordt en werd toegewijd aan een beschermheer en/of beschermvrouw.
Heiligen waren aanwezig in de kerkbeleving door hun relieken [relikwieën],
de overblijfselen van hun aardse bestaan.
Deze relieken overbruggen de afstand tussen Hemel en aarde.
De gelovigen roepen de Heiligen aan voor de genezing van hun ziekten, de bescherming tijdens het reizen en voorbede voor zielenheil van de overledenen.
Aan relieken van de Heiligen wordt  beschermende kracht toegeschreven;
in tijden van nood worden ze zelfs rondgedragen.
Sommige relieken werden in kleine houders aan een koord rond de nek gedragen.

              De beschermheilige waakte over de kerkelijke en de burgermaatschappij.
Voor Utrecht was dit Sint-Maarten, het levend voorbeeld van de Frankische vorsten met wiens instemming in de zeventiende eeuw de Heilige Willibrord de Sint Maartenskerk al had ingewijd.
Rond 1160 schreef Hendrik van Veldeke over Maastricht: “En Maastricht bezat die waardigheid, want daar lagen de beenderen van Sint Servatius ten toon en daar zag men een Goddelijke aanwijzing, een bijzonder teken in”.
Relikwieën kunnen objecten zijn geweest die in contact waren geweest met de heilige.

             ‘Wurgdoek van H. Cunena’

             Vanaf de Middeleeuwen werd in de Saint Cunera kerk van Rhenen de omslagdoek bewaard die werd gebruikt om de Heilige Cunera te wurgen.
Deze wurgdoek uit de vierde of vijfde eeuw, welke momenteel bewaard wordt in het Catharinecovent, het aartsbisschoppelijk museum naast de kathedraal in Utrecht, speelt een rol in de legende van Cunera, waarin Willibrord eveneens een rol heeft. De naastgelegen kathedrale kerk wordt binnenkort door het bisdom in eigendom aan het museum overgedragen – financiële nood, als gevolg van veelvuldige geloofsafval – het geloof in financiële redding prevaleert  boven de Goddelijke afhankelijkheid.
Deze heilige vrouw werd begraven op de plaats waar nu de Cunera-heuvel aan de oevers van de Rijn in Rhenen ligt; bij haar graf zouden wonderen hebben plaatsgevonden. De toekomst zal leren of dit in onze tijd de geloofsbeleving in de La[e]ge Landen doet keren.
De legende gaat dat Willibrord 300 jaar na zijn kerstening, op verzoek van de lokale bevolking, de botten van Cunera ontdekte.  Cunera was een jonge vrouw, veel weten we niet van haar, maar door omstandigheden werd zij eeuwen na haar dood  in de middeleeuwen heilig verklaard.
Hoe kan dat?

Cunera zou vermoord zijn, gewurgd met een doek. Ook al zou Cunera misschien niet ècht hebben bestaan bestaan, die doek is -zo is uit historisch onderzoek gebleken- is wèl ècht en komt uit de vijfde eeuw, een periode waarover we niet veel weten, maar waar met name in de buurt van Rhenen heel veel archeologische vondsten zijn gedaan. In de loop der eeuwen is de legende over Cunera steeds mooier gemaakt. Ze zou samen met Ursula en 11.000 maagden bij Keulen zijn aangevallen door de Hunnen en later door de vrouw van Koning Radboud zijn gewurgd met haar halsdoek. Op de plaats van de Cunera-heuvel aan de oevers van de Rijn wordt de Heilige Cunera vereerd als de beschermheilige tot keel- en vee-ziekten.

Heiligen van de Lage Landen, Russ.Orth. kerkgemeenschap  Amsterdam, van de hand van N.P. Ermakova

        In 963 bracht bisschop Balderik de relieken van Sint Agnes naar de Sint-Maartens kathedraal van Utrecht en in 966 eveneens de relikwie van Pontianus. En van Saint Odiliënberg bracht hij de relikwieën van de Heilige [Sint] Wiro naar de Utrechtse kathedraal. De belangrijkste relikwieën van de kerk, toegewijd aan ‘Christus Heiland’ waren die van de bisschop Frederick [ca 820] en zijn rechterhand Odulphus. Fragmenten van zijn albe [een lang wit tuniek, welke tijdens de eredienst  door de priester gedragen werd] en zijn beker zijn tot nu toe bewaard gebleven.
De komst van zoveel relieken betekende een grote toename van de status van het kerkelijk aanzien in het bisdom Utrecht, welke tot ver in België reikte; geheel Vlaanderen viel toentertijd onder het omniphorion [de halsddoek, welke de toezichthoudende invloed uitdrukte] van de bischop van Utrecht.

Heilige Adelbert van Egmond

            Zo ligt er nabij Egmond het graf van de Heilige Adelbert, een priestermonnik, welke in Holland een grote verering teweeg bracht.
Alle hagiografische teksten van de tiende tot de vijftiende eeuw waarin heilige Adelbert wordt genoemd, spreken over zijn genezingswonderen. Tijdens de opgraving [de verheffing] van zijn botten, steeg een helende Myron-gelijkende geur op uit zijn graf en door de beweging van het water werden vele zieken genezen; in de nabijgelegen abdijkerk hebben tevens vele soorten genezingen plaatsgevonden. Adelbert verdreef vooral demonen en genas de blinden.
De genezing van de bezetenen was een wonder dat vaak plaatsvond op het feest van Adelbert, 25 juni, maar nog meer op 24 juni, omdat de gebeden tot Adelbert konden worden toegevoegd aan die van Johannes de Doper; de samenwerking van die heiligen zal derhalve een grotere uitwerking hebben veroorzaakt.
De dag van de dood van een heilige werd meestal ook zijn feestdag. De eer van de heilige, vooral op hun feestdag, brengt iemand in contact met het begrip van de gemeenschap van heiligen, een gemeenschap, die niet alleen levende gelovigen omvat, maar ook degenen die al waren overgegaan naar een volgend leven.
Dit veroorzaakte een speciale gelegenheid om een voorbede tot de heilige te doen: de gelovigen roepen daarbij de hulp en bemiddeling in van de heiligen die in de Hemelen leven.

                               In tijden van gebed klinkt regelmatig nog steeds de voorspraak van de levenden voor de doden: “Moge al de gelovigen rusten in vrede“. Het is de religieuze overtuiging dat degenen die voor de zielen van de doden zouden bidden, soms de doden zelf op een buitengewone manier activeren in hun aandacht bij de Heer, onze Verlosser.

     Voor de studie van de religieuze wereld van de ervaringen van de gelovigen in Noord-Nederland tot 1200 zijn er meer dan twintig levens van de heiligen en wonderverhalen beschikbaar, die in het bisdom Utrecht werden geschreven. De tekst behoort tot het genre van de hagiography.
Een leven van een heilige [vita] levert geen ‘historische‘ biografie op, maar een verslag dat probeert  de heiligheid van de heilige aan te tonen. De Vitae zijn ontworpen om de verering van de heilige te stimuleren en zijn bedoeld voor een publiek van leken. Ze werden vanuit het Grieks en Latijn naar de volkstaal vertaald en werden ook in de volkstaal gelezen; de deugden van de heilige werden hierbij op gróte schaal òpgehemeld en gepubliceerd.
Het woord vitae [vitus] moest ook de macht aangeven die de heiligen bezaten; en het woord vitus verwees naar die Macht: het Mysterie, het Wonder, welke hun nabijheid bij God op ons teweeg bracht. Voor de meeste gelovigen zijn wonderen slechts een bewijs van de heiligheid van de wonderdoende Heilige.

      Het leven van de heiligen werd pas geschreven eeuwen na de dood van een heilige, bijvoorbeeld het leven van Bonifatius, daterend uit de tiende of elfde eeuw. Hoewel het niet goed is, gebruikt Vitae voor onderzoek de historische beschouwing van de heilige, ze geven de heersende opvattingen over de heilige, in Holland, in Egmond en elders.
In Nederland begonnen mensen, waaronder monniken in het Benedictijner-klooster van Egmond, aan het einde van de tiende eeuw hagiografieën te produceren, die werden beïnvloed door het gebruik van de ‘gehele’ Christelijke Kerk. De teksten werden gebruikt voor de liturgische viering van de heiligen; in Egmond was dit vooral voor de Adelbertus-cultus. Het is niet verwonderlijk dat hedendaagse nuchtere Hollanders enige distantie nemen van dit voor de Christelijke Kerk bekend verschijnsel.

Het bisdom Utrecht, de Friezen en de gehele ‘Lage Landen’ hadden een gemeenschappelijke traditie van heiligen die in dàt bisdom werden vereerd.
De biografieën van de Anglo-Saksische missionarissen [Benedictijnen] en hun Heiligen uit de vroegste geschiedenis van de kerk stonden centraal.
Van belang waren in de eerste plaats de biografieën van de Angelsaksische missionarissen die onder de Friezen en Saksen hebben gewerkt, met name Willibrord en Bonifatius.
De aandacht werd ook gericht op de Friesche Liudger.
De academische studie van de vroege Friesche hagiografie en de voortbrengselen van het benedictijner-klooster in Egmond zijn een nòg stééds vrijwel onontgonnen gebied.

Mensgeworden op aarde heeft de schepper zijn schepping vernieuwd, toen Hij zich ons openbaarde‘, fresco Moldovita klooster

Je kunt tijdens je vakantie reis naar een Spaanse of Italiaanse kerk gaan en zeggen “hier leeft een deel van de Kerk uit de middeleeuwen”;
maar de taal van de vroeg-Christelijke Kerk, in het Byzantijnse, Oost-Romeinse rijk was Grieks en de religie Orthodox.

Indien je inzicht krijgt dat het rijke Roomse leven van de westerse natie,
z’n oorsprong vond bij Karel de Grote en een voorloper was van de westerse kerken, evenals de Franse en Spaanse vorsten haar ondersteunde tot hun huidige republieken en de Macht van het huidige Europa ‘in opbouw‘, dan is en was Byzantium de directe voorloper van het moderne Griekenland.
Een groot deel van het voormalige Griekenland tot het huidige overheerste Turkije – eerst dàn – zul je in de huidige tijd op een veel directere manier, de oorspronkelijk Christelijke belevingswereld herkennen in de kerkgebouwen, die aldaar nú nòg – ondanks de Moorse overheersing – de tand des tijds hebben overleefd. 

De omgeving, ook een gebouw – kan – “De juiste plaats voor een dialoog met God vormen”. 

 

Schutsmuur zijt gij der maagden, maagd en Moeder des Heren, toevlucht voor wie zijn nood bij u klaagde‘, fresco Moldovita klooster

        Een plaats welke gemarkeerd wordt door ‘òntzàglijk véél‘ gebeden van  mensen uit haar regionale lange geschiedenis – het kan een goede plek blijken te zijn voor het persoonlijk gesprek met God. Bovendien kan de juiste plaats voor een gesprek met God natuurlijk overal zijn.
Wanneer je maar bereid bent de rust op te zoeken, de eenvoud van  het openstellen van de ziel 
voor Gods Geest:

Heer, mijn hart is niet hoogmoedig; ik heb mijn ogen niet trots opwaarts geslagen.
Ik houd mij niet op met gróte dingen, noch met wàt te wònderbaar voor mij is.
Als ik niet nederig gezind was, of zó ik mijn ziel had verheven.
Als een gespeend kind op de schoot van zijn moeder, zó had Gij mijn ziel vergolden.
Doch Israël [de Kerk] zal op de Heer vertrouwen, van nu af tot in eeuwigheid”.Psalm 130.
Zelfs koning David beantwoordt het kloppen op de deur van zijn ziel,
overeenkomstig:
    Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen en Ik zal avondmaal met hem houden, en hij met MijOpenb.3: 20.

Het vermogen om de de ervaringen van onze voorvaderen te onderscheiden groeit mee met elk kerkbezoek. En tegelijkertijd de mogelijkheid om verborgen sleutels te vinden in Iconen, Fresco’s, Mozaïeken, kaarsen, bloembakken, scheuren en raamnissen, als teken van vervallen aandacht voor de oorsprong van de mens. Soms hebben klemmende deuren echter een goede duw met de schouder nodig òm de láátste belemmering te doen wegnemen. Misschien dient die toch wel vanuit den Hoge te komen.

Troparion     tn.2.
”      Apostelen, Martelaren en Profeten,
Hiërarchen, Heilige en Gerechten,
die de goede strijd voleindigd en het Geloof bewaard hebt,
gij hebt toegang tot de Verlosser.
Smeekt tot Hem, als de Goede voor osn,
opdat onze zielen mogen worden gered”.

‘Moeder Gods van Altijddurende Bijstand’ van de hand van Liesbeth Smulders.

Theotokion     tn.2.
”     Heilige Moeder van het ontoegankelijk Licht,
wij vereren U met de hymne der Engelen
om U vroom te verheffen“.

Kontakion     tn.8.
”     Als het eerstelingen-offer der natuur
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal, de God-dragende Martelaren.
Bewaar om hun gebeden Uw Kerk in diepe Vrede,
door de Moeder God, Barmhartige”.

1e Zondag na Pinksteren – Zondag van Alle Heiligen tot Heerlijkheid van God, de Vader.

Alle Heiligen, het is van enorm belang om ons aan Gods goedheid te herinneren, omdat lijden in ons leven kan veroorzaken dat we Gods goedheid vergeten; All Saints, it is of great importance to remember God’s goodness, because suffering in our lives can cause us to forget God’s goodness.

        Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de Hemelen is. 
         Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft 
boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. 
. . . . . Daarop antwoordde Petrus en zeide tot Hem: ‘Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?’.
Jezus zei tot hen: ‘Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon van Zijn Heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.
          En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eerstenMatth.10: 32-33, 37-38,19: 27-30.

      Zij, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, Gerechtigheid geoefend, de vervulling van de Belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de Opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere Opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
       Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
       Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof, Die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het Kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon van GodHebr.11: 33 – 12: 2.

Prokimen     tn.4.
Wonderbaar is God in Zijn Heiligen,
de God van Israël
[de Kerk]” [refr.].
☛ “Looft God in de Kerken, de Heer uit de bronnen van Israël”.
☛ “De Heer schenkt Zijn Woord met grote Kracht aan de Verkondigers van de Blijde Boodschap”.

    Er ontstond nu een groot geroep van het Volk met hun vrouwen tegen hun Joodse volksgenoten.
• Er waren er, die zeiden:
‘Onze zonen en onze dochters zijn talrijk en wij willen koren hebben 
om te eten en te leven’.
• Ook waren er, die zeiden: ‘Onze velden, onze wijngaarden en onze huizen hebben wij moeten verpanden om in de honger koren te hebben’.
• Dan waren er, die zeiden: ‘Wij hebben geld voor de belasting van de koning geleend op onze velden en wijngaarden. Nu dan, wij zijn van hetzelfde vlees en bloed als onze broeders, onze zonen zijn even goed als de hunne en zie, wij moeten onze zonen en onze dochters tot slaven laten worden, en sommige van onze dochters zijn reeds tot slavinnen vernederd, zonder dat wij er iets tegen vermogen; en anderen hebben onze velden en wijngaarden in bezit’.
    En ik [de Profeet] werd zeer toornig, toen ik hun geroep en deze feiten gehoord had. Nadat ik alles goed had overwogen, verweet ik de edelen en de leiders:
    Gij neemt woeker, ieder van zijn volksgenoot.
Ook belegde ik tegen hen een grote vergadering en zei tot hen:
    Wij hebben onze broeders, de Joden, die aan de heidenen verkocht waren, losgekocht, 
voor zover wij konden; maar gij gaat uw broeders verkopen en zij verkopen zich aan ons!
En zij zwegen en vonden geen antwoord. Toen zei ik:
    Wat gij doet, is niet goed. Zult gij niet wandelen in de vreze voor onze God om de
hoon van de heidenen, onze vijanden, te ontgaan?Nehemia 5: 1-9.

Wat zijn de feiten?

“Adam, waar zijt gij?” Gen.3 : 9

De Wet van God wordt overtreden!
Staat daarin niet geschreven:
  “dat er geen armoede en honger onder het volk mochten voorkomen?” Deut. 15: 7,8;
  “dat het verboden is om rente op te leggen aan een arme die geld moest lenen?” Deut. 23: 19;
  “dat geen Jood bij een andere Jood slavenarbeid mocht verrichten?” Lev.25: 39.
De Profeet heeft weet van hoe het moet, wat God voor ogen heeft, maar hij ziet dat het leven in Gods stad een aanfluiting is. Dat vervuld hem van ‘heilige woede’.
Het is een boosheid die Mozes ook heeft gehad, toen
hij zag dat het volk danste en jubelde rondom het gouden kalf.
Het is een verontwaardiging als die van Onze Heer, toen
Hij merkte dat kooplieden handel dreven in de Tempel.
Het is een woede als van Paulus die zag dat de maaltijd des Heren in Corinthe
een aanfluiting was: “rijken namen voedsel mee en schrokten alles naar binnen zodat er voor de armen niks meer over was!”.
             En dàt diende als een Heilige viering, tot éér van God, de Vader, Die als het Hemels maal gevierd behoort te worden! A-sociaal gewoon!
Dàn drink en eet je jezèlf een oordeel! Onwaardig!, schrijft hij dan.
Horen we dat goed?
Dat je jezelf ‘een oordeel kunt eten en drinken’ en nog wel bij de Goddelijke Liturgie; het heeft dus niets te maken met of je jezelf wel waardig genoeg ervaart voor God en vooraf bij deze of gene spelleider behoort te biechten.
Het gaat er niet om of je de deelname aan het Goddelijk altaar wèl waard bent!
[- tenslotte is niemand het waard en zijn we allen als zondaars slechts door de Genade van God welkom -].
En met name dàt – jezelf waardig ervaren is een innerlijke zaak – een aan God, de Vader, toekomend gegeven.
Waar het wèl om gaat is of de algehele viering tòt de Eucharistie, je voorbereiding waardig is: of er rècht wordt gedaan aan de ander, of we gastvríj zijn naar elkáár. Waar de gastvrijheid met voeten wordt getreden wordt  een apostel woedend en evenzo de profeet Nehemia.
Daar ‘kàn‘ eenvoudig niet waardig worden gevierd!
            Een Profeet vlucht dan niet weg, neen, hij blijft; een Profeet blijft op z’n post en verstaat z’n opdracht. Hij kàn en wìl zich niet bij dit soort wantoestanden neerleggen òf de toezichthouder dient het hem onmogelijk te maken.
Hij láát z’n gemeenschap hun aan God toekomend werk onderbreken en doet hen samenkomen in een massale vergadering.
Dáár roept hij de uitbuiter[s] publiekelijk ter verantwoording; hij gaat de communicatie niet uit de weg, zoals zovelen doen;
òf de communicatie -door Machtsvertoon, op grond van positie- óverrulen.
Wàt u doet is niet goed!”, zegt hij hen.
Heb toch bij àlles wat u doet ontzàg voor onze God!
En daar achteraan:
Ook ik, mijn broeders en mijn mannen hebben geld en graan uitgeleend”.
Met andere woorden neem geen voorbeeld aan mij!
Is de Profeet een opschepper, die meent dat hij het allemaal veel bèter heeft gedaan dàn al de anderen?

       Neen, het idee bevestigt, dat de Profeet laat zien:
Ik kan geen dingen van anderen vragen, als ik me er zelf niet aan houdt.
Ik heb een voorbeeld-functie en ik loop daar niet voor weg.
De Profeet zet zichzelf op één lijn met zijn volksgenoten,
maakt zichzelf transparant, doorzichtig.
Hij laat door zijn gedrag zien waar hij voor staat.
Maar daarbij neemt hij geen blad voor de mond
”.
            Hij roept de geld en goed bezittenden ter verantwoording:
Hij maakte he[m]n verwijten”, zo staat er.
            Regelrecht verwijst hij naar God Zelf:
Wat jullie doen, dat verdraagt zich niet met ontzag voor God.
Daarmee halen jullie de hoon van de vijandelijke volkeren op de hals
”.
          Met andere woorden door zo te leven maak je jezelf bespottelijk!

Door deelname aan het Lichaam en Bloed van onze Heer, Jezus Christus wordt elke gelovige in Christus geheiligd.
          Het woord ‘heiligen’ is een theologisch begrip en velen onder ons kennen de werkelijke betekenis er niet van.
          Het begrip ‘heiligen’ heeft een relatie met ‘de Heiligen’ en dat is weer verbonden met het begrip ‘Heilig’ – heel zijn in de Blijde Boodschap.
In de Goddelijke liturgie zingen wij:
Eén is Heilig, één Heer, Jezus Christus, tot Heerlijkheid van God, de Vader”.
Wij worden door Christus na te volgen geheiligd en heiligheid heeft het aspect in zich -van de wereld afgescheiden te worden- voor God.
Iemand, die heilig is gemaakt, bevindt zich in het gebied waar God toegang heeft tot die persoon, en de duivel van het kwaad/de duisternis wordt daarbij buitengesloten.
Wij bevinden ons derhalve in het gebied waar we beschikbaar zijn voor God.
Geheiligd worden is dus -‘apart gezet worden’- voor God.
Net als rechtvaardigheid, kunnen we ook ‘heiliging’ [het geheiligd worden] niet ontvangen door werken, door ons best ervoor te doen of door godsdienstige handelingen te verrichten.
Wij ontvangen het alleen door het Geloof in het Lichaam en Bloed van onze Heer en Verlosser. Je bent daarmee eigendom van God, onder Gods controle en ben je beschikbaar voor God.
Alles wat niet van God is, heeft geen recht jou te benaderen; het wordt tegengehouden door onze Heer en Zaligmaker.

– alleen gebed kan u allen redden –

    Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van Zijn Wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Heer waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te groeien in de rechte kennis van God.
Zo wordt gij met alle Kracht bekrachtigd naar de Macht van Zijn Heerlijkheid tot alle volharding en geduld en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel van de heiligen in het Licht. Hij heeft ons verlost uit de Macht van de duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde  Col.1: 9-13.

Heiligen

‘de enige keer dat je alles kunt veranderen, is hier en nú !’; ‘The only time you can change everything is here and now!’. 

Het woord heilige is afkomstig αγιος [Gr. agios. Dit betekent “aan God toegewijd, heilig, gezalfd, aan God dienstig”.
Het wordt bijna altijd in het meervoud gebruikt: άγιοι [“Gr. heiligen].
Over Paulus wordt gezegd: “ Heer, ik heb van velen over deze man gehoord, hoeveel kwaad hij uw Heiligen te Jeruzalem aangedaan heeft; en hier heeft hij volmacht van de overpriesters om allen, die Uw Naam aanroepen, gevangen te nemenHand.9: 13;
Op een grote rondreis kwam Petrus ook bij de Heiligen die in Lydda woondenHand.9: 32;
Vele Heiligen heb ik met machtiging van de hogepriesters in gevangenissen opgesloten…Hand.26: 10.
Er is maar één geval waarin het woord in enkelvoudige zin gebruikt wordt: “Groet iedere Heilige in Christus Jezus …Phil.4: 21.
In de Blijde Boodschap het meervoud άγιοι “Gr. heiligen” 67 keer gebruikt, terwijl het enkelvoud “Heilige” dus maar één keer wordt gebruikt.
En zelfs in dat geval wordt aangegeven dat er meerdere Heiligen zijn: “…iedere Heilige…” Phil. 4: 21.

Het idee achter het woord “Heilige” is dat er een groep mensen van de wereld wordt afgezonderd voor de Heer en Zijn Hemels Koninkrijk.
We vinden in de Blijde Boodschap 3 verwijzingen naar het Godvruchtige karakter van de Heiligen: “Ontvang haar in de Naam van de Heer, op een wijze die bij de Heiligen past…Rom.16: 2.
Om de Heiligen toe te rusten voor het werk in Zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwdEph.4: 12.
Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht – deze dingen horen niet bij HeiligenEph.5: 3; hieruit kun je opmaken dat hoogmoed en zedeloosheid niet alleen in onze tijdsperiode ontstaan zijn, de kop opsteken, maar van alle tijden is en een ingebakken menselijk begrip is.
Daarom zijn “Heiligen” in het perspectief van de Schrift het Lichaam van Christus, de Christenen, de Kerk. Alle Christenen worden als Heiligen beschouwd, tot het tegendeel uit hun gedrag kan worden opgemaakt, in dat geval ontmoet je zo genaamde huichelaars, die maar doen alsof, die het hoogmoedige spel spelen.
Alle Christenen zijn Heiligen… en tegelijkertijd worden alle Christenen opgeroepen om Heiligen te zijn.
Aan de Gemeenschap van God te Corinthe, aan hen die, geheiligd in Christus Jezus, tot een Heilig leven zijn bestemd…1Cor.1: 2.
De woorden “geheiligd” en “Heilig” stammen uit hetzelfde Griekse stamwoord, dat gewoonlijk met “heiligen” wordt vertaald.
Christenen zijn Heiligen vanwege hun verbinding en navolging van Christus.
Christenen worden tot een heilig leven opgeroepen; hun dagelijkse leven hoort steeds meer te gaan lijken op hun positie in Christus. Dit is de beschrijving en de roeping van de Heiligen overeenkomstig de Blijde Boodschap; zij bevinden zich rond de troon van God, zowel in de Hemelen als op aarde en vormen als zodanig de Kerk. Heiligen worden opgeroepen om alleen God te eren en te aanbidden en om alleen tot God te bidden voor het heil, de heiliging van de mensheid. Heiligen van alle tijden, plaatsen en godsdiensten van zowel vóór als ná Christus glorievol verblijf op aarde.

Heilige dappere Dodo
Zo ook een heilige uit de dertiende eeuw,
uit een niets-zeggend fries gehucht, Dodo van Haske.
Een levensbeschrijving van Dodo meldt dat hij het gewone leven ontvluchtte, zoals aartsvader Lot Sodom  de wereld de rug toekeerde en er aan trachtte te ontkomen.
Hij is dan al getrouwd maar dat weerhoudt hem er niet van om te kiezen voor een kluizenaarsbestaan.
Het is ook nog bekend waar zijn eenzame verblijf zich bevond, op de plek waar nu de kerk van Haskerdijken staat.
De protestantse Heilige Dodo verrichtte wonderbaarlijke genezingen en onderwierp het vleselijke monster in zichzelf door vasten, gebed en zelfkastijding.
Zó kennen wij ze ook wel in onze tijdsperiode, je dient alleen goed te kijken en dat blijkt niet altijd uit de uiterlijke vorm.

Apolytikion     tn.4.
Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid
met het bloed van Uw Martelaren als met byssus en purper;
en door hen roept zij tot U, Christus God:
Zend over Uw Volk Uw Barmhartigheid neer;
schenk Vrede aan Uw Wereld,
en aan onze zielen grote Genade
”.

Kondakion     tn.8.
Als eerstelingenozfer der natuur
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal
de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe Vrede
Uw Kerk, Uw woning bij de mensen,
en bescherm haar door de Moeder Gods,
Barmhartige
”.

”  Ik wil de Heer zegenen ten allen tijde, altijd dient Zijn lof in mijn mond te blijven. In de Heer verheft zich mijn ziel, dat de zachtmoedigen het horen en zich
verheugen. Verheerlijkt de Heer met mij, laat ons tezamen Zijn Naam verheffen.
Ik zocht de Heer en Hij heeft mij verhoord,  Hij heeft mij bevrijd uit al mijn beproevingen. Nadert tot Hem en wordt verlicht: uw gezicht zal niet beschaamd worden.
Deze arme heeft geroepen en de Heer heeft hem verhoord; Hij heeft hem verlost uit al zijn kwellingen.
De Engel des Heren legert zich rond die Hem vrezen, om hen te bevrijden.
Proeft en ziet dat de Heer goed is: zalig de mens, die op Hem vertrouwt.
Vreest de Heer gij al Zijn heiligen, want voor wie Hem vrezen is er geen gebrek.
Rijken werden arm en noodlijdend, maar wie de Heer zoeken zal het aan geen enkel goed ontbreken.
Komt kinderen, luistert naar mij: ik zal u de vreze des Heren leren.
Wie is de mens die het Leven wil, die smacht om goede dagen te zien?
Dat zijn tong ophoude met kwaad te spreken, zijn lippen met bedrog te plegen.
Keer u af van het kwade en doe het goede, zoek de vrede en jaag die na.
De ogen des Heren zijn op de Rechtvaardigen, Zijn oren naar hun smeking.
Maar het aanschijn des Heren is tegen hen die kwade doen, om hun gedachtenis te verdelgen van de aarde.
De rechtvaardigen roepen en de Heer verhoort hen; Hij bevrijdt hen uit al hun kwellingen.
De Heer is nabij aan een vermorzeld hart, de nederigen van geest schenkt Hij verlossing. Talrijk zijn de beproevingen der rechtvaardigen, maar de Heer bevrijd hen uit alle kwellingen.
De Heer bewaart al hun beenderen: niet een er van zal worden gebroken.
De dood der zondaars is rampzalig, want wie de gerechten haten bezondigen zich. De Heer bevrijd de zielen van Zijn dienaren: allen die op Hem vertrouwen zijn vrij van zondePsalm 33[34] vert. ROK ‘s-Gravenhage

Orthodoxie & de vaardigheid de Verkondiging tot je te nemen

Hoe zien mensen dat je christen bent, je hebt de roep van Christus beantwoord, je bent gedoopt en bekleed met Christus, vanaf dat ogenblik behoor je tot het algemeen priesterschap.
Er bestaat een ambtelijk priesterschap en met de volgelingen van Christus, de  Gelovigen, de Heiligen, delen beiden, ieder op eigen wijze, in het ene priesterschap van Christus.
Doordat de ambtelijk priester door de wijding, die hij aanvaard heeft, namens zijn gemeenschap het priesterlijk volk voorgaat, voltrekt hij ‘in de persoon van Christus’ het Eucharistisch offer en draagt dit in naam van heel het volk aan God op. De gelovigen van hun kant werken krachtens hun koninklijk priesterschap mee tot het opdragen van de Eucharistie en zij oefenen dit priesterschap uit:
1.]. In het ontvangen van de Mysteriën [Sacramenten];
2.]. In het gebed en de dankzegging tot God;
3.]. Door het getuigenis van hun heilig leven,
4.]. Door zelfverloochening en werkzame liefde.
De vraag de vaardigheid de Verkondiging tot je te nemen
dient voor sommigen onder ons niet gesteld te worden,
doch wanneer je om je heen kijkt en je oor te luisteren legt
– de wispelturigheid onder de mensen waarneemt – dan
vraag je jezelf wel eens af wordt de Blijde Boodschap nog wel gehoord?
Uiteraard dienen we ervan uit te gaan dat de gedoopte christen serieus te werk gaat en zich dag in dag uit onvermoeid inzet de werken des Heren te realiseren.
Dat is immers datgene wat van het begin der religieuze scholing door Profeten en Apostelen als uitgangspunt werd genomen. Je staat immers niet tegen een muur te verkondigen.

onafgebroken afwegen; continuously weighing; συνεχώς ζυγίζοντας; وزنها باستمرار

Niet-aflatende zelfkritiek is nodig om te blijven leren, teneinde elk detail van de Blijde Boodschap, welke op de Goddelijke Liefde is gebaseerd als richtlijnen voor het dagelijks leven tot je te laten doordringen.
Dit blijkt al uit het feit dat het in de oudheid gewoon was het herinneren van elk hoofdstuk en vers van de bron van de Joodse Wet en de bijbehorende Theologie te reciteren – dusdanig vaak te herhalen dat het zou beklijven en er over van gedachte te wisselen.
Het is eenvoudiger het woord ‘God‘ uit te spreken, dan God, òf Zijn Zoon te ervaren – laat staan te omschrijven.
Of je nu je eerste gedragsregel opschrijft of je carrière verandert, het basisprincipe is dat je jezelf aansluit bij degenen, die de handigheid bezitten, die je nodig hebt om je vaardigheden te verbeteren en op de goede weg te blijven.
De activeringscode om het digitaal uit te drukken is de Goddelijke Persoon Zelf, met dit doel werden Abraham, Isaäc en Jaäcob geroepen en werd via Mozes met het oog op de goede doelen aan de godzoekers codes en richtlijnen opgesteld.
Dit bleek zich in de geschiedenis te ontwikkelen tot een evoluerend proces, waarbij het niet anders mogelijk bleek de vaardigheden van volmaakt leven via de Zoon van God en de Heilige Geest te vervolmaken.
Dat is hetgeen Israël en de Kerk in hun jaarlijks terugkerende Hoog- en bijfeesten hebben trachten over te brengen; dat vormt de basis van onze Joods- christelijke cultuur.

       We kunnen vaststellen dat de hedendaagse mens zich temidden van interessante tijden bevindt. Sommigen genieten ervan, anderen komen tot het besef dat de overdaad schaadt en dat dàt nu juist moeilijkheden en complexiteit teweeg brengt.
Moeilijkheden omdat bestaande vanzelfsprekendheden onderuit worden gehaald – we leven in een tijd van cultureel pluralisme, ontkerkelijking en secularisatie.
De traditionele waardensystemen verweken, zodat mensen minder houvast hebben. Een herwaardering van alle waarden -eens geprofeteerd door de filosoof Nietzsche- is momenteel gemeengoed geworden.
       We ervaren een grote historische overgang en socio-culturele transformatie.
Dit is niet zo verwonderlijk – al vele malen is de mensheid geconfronteerd met omgevingsveranderingen; Christus was hier een ‘Lichtend’ voorbeeld van en wij Christenen gaan ervan uit dat de Goddelijke Geest ons in dit soort processen zal leiden.
⁌       Opnieuw in de geschiedenis zitten we in een structurele verandering, die het resultaat is van op elkaar inwerkende en versterkende ontwikkelingen op het gebied van economie, cultuur, technologie, instituties en natuur en milieu.
Het collectief  gedragspatroon, dat zich historisch heeft ontwikkeld, zoals sociaal, religieus gebruik, het onderwijs en rechtssysteem zal hiervan de gevolgen ondervinden.
We zitten in een overgang van nationale staten naar een mondiaal gebeuren.
  We zitten in een structurele verandering van een warme familie- en nationalistisch verband naar een eenzaam en naar zingeving zoekend bestaan.
Deze structurele verandering accepteren betekent ópen gaan staan voor een nieuwe, mondiale, gemeenschap en wat ons Christenen aangaat het herijken van onze grondbeginselen. De huidige culturele structurele verandering wordt immers deels veroorzaakt door de technologische ontwikkeling en tevens zijn er politieke en sociale redenen in het spel.
Wij, gelovigen stellen vast dat de traditionele cultuur, zoals onze ouders die kenden, langzamerhand aan het verdwijnen is. Er breekt een nieuw tijd aan en dat vraagt om aanpassing van ons bestaan, welke gebaseerd is op de Blijde Boodschap.

Living in the Power of the Holy Spirit; Ζώντας στη δύναμη του Αγίου Πνεύματος; الذين يعيشون في قوة الروح القدس

Wat zou het mooi zijn wanneer datgene wat door sommigen betiteld wordt als de eindtijd, het begin is van een Nieuwe Hemel en een Nieuwe aarde; dàt is hetgeen een Orthodox  Christen dient uit te stralen – “We can wear the change”- ‘wij Christenen kunnen de verandering dragen‘, wij laten ons niet ‘beïnvloeden’ door de wereld om ons heen; ons vaderland is vanaf den beginne ‘het Hemels Koninkrijk’.
Wanneer je verkondigt: -“I want to be moved by Christ”- ‘ik wil door Christus worden bewogen’, dan draagt juist dàt een grote verantwoordelijkheid.
In een periode waarin de mens opnieuw onveiligheid ervaart en alleen komt te staan, dient hij/zij zich opnieuw open te stellen voor de naakte werkelijkheid zelf, los van alle façades en constructies. Er is dan sprake van een leegte, maar een ervaren leegte is niet slechts een gebrek aan iets, voor een Christen betekent dit het opnieuw zoeken naar de geborgenheid in Christus; wij christenen geven deze woorden graag dóór wanneer er iemand in de verdrukking komt. 

Alle dingen zijn ons immers gegeven door God, de Vader en niemand kent God [de Vader], dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbare:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Van buitenaf gezien is de mens slechts een natuurlijk verschijnsel, de wereld tracht ons dat maar al te zeer in te prenten: ‘Kom toch voor jezelf op, een ander doet het niet’. De leegte, die dàn ontstaat kan wanhoop en eenzaamheid opleveren; het ware inzicht en de ontdekking ligt bij jezelf, in de diepte van je bestaan, in het menselijk hart.

Levensboom?; Tree of life?

De levenskunst bestaat in het zodanig vormgeven van je leven dat je komt tot realisatie van een persoonlijk potentieel en dàt kun je onmogelijk alleen – dat is de geschiedenis door gebleken.
De mens waant zich in een paradijs, heeft alles wat z’n hartje begeert, maar
de Kroon op z’n leven ontbreekt. Die Kroon op het leven is alleen te bereiken doordat God Zich over de mens ontfermd heeft en Zijn Zoon naar de wereld heeft gezonden om de mens te redden.
Regelmatig botst de stem van het hart met de stem van de buitenwereld, welke
stem is dan de ware?
Is de mens- zoals de humanisten ons willen laten geloven -slechts een eendagsvlieg in de eeuwigheid-, een  alledaags natuurverschijnsel als gevolg van de [‘Big-boom] “Oer-knal”?
Òf zit er een grenzeloos potentieel in ons bestaan verborgen?

Hoe dan ook het blijft een Mysterie, wat voor de mens verborgen blijft.
Maar door de Openbaring van onze Heer en Verlosser Jezus, Christus hebben wij volgelingen van Christus, ons bekleed, Christus Beeld en Gelijkenis op ons genomen en de Belofte op ons genomen en kunnen wij ons verheugen een erfdeel in de Hemelen te bezitten – een innerlijk besef van oneindigheid, welke wij in Christus omzetten in concrete daden, kunnen wij het wezen worden dat we denken te zijn. Levenskunst bestaat uit een reactie op de kloof, die bestaat tussen de Hoop enerzijds en de beperkingen van de buitenwereld anderzijds.
      Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. Want door dit [Geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven.
  Door het Geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord van God tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.
  
Door het Geloof heeft Abel aan God een beter offer gebracht dan Caïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.
  Door het Geloof is Henoch [=toegewijd] weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij aan God welgevallig was geweest;  maar zonder Geloof is het onmogelijk [Hem welgevallig te zijn].
  Want wie tot God komt, dient te geloven, dat Hij bestaat en een Beloner is voor wie Hem ernstig zoekenHebr.11: 1-6.
De woorden Geloof, Hoop en Liefde zijn niet alleen mooi, troostend of bemoedigend. Ze plaatsen ons tevens steeds voor een keuze.
We kunnen namelijk de keuze maken om wèl òf niet lief te hebben. In die zin is liefde niet alleen maar een gevoel maar veel vaker een kwestie van een keuze maken. We kunnen er voor kiezen om te geloven. Wanneer we kiezen om te geloven en  Lief te hebben, wat er zich ook voordoet, dan hebben we ook Hoop.
Toen Jezus hier op aarde rondliep nodigde Hij mensen steeds uit om Zijn weg te gaan, de weg, die Zijn Vader Hem door de Heilige Geest aangaf.
Dat is voor ons allemaal de vraag: welke weg gaan we?
Onze Heer Zelf zegt dat Hij de weg, de Waarheid en het Leven is.
Hij bedoelt daarmee dat Zijn persoon en Zijn woorden en daden
het Leven‘ zoals het door God, de Vader bedoeld is ‘in‘ zich heeft.
  In eerste instantie om opnieuw in contact met God te leven.
  In tweede instantie om te leven volgens de principes van Gods Hemels Koninkrijk.
Christus nodigt uit om met Hem op weg te gaan naar een Nieuwe toekomst.
Nu al door Geloof, Hoop en Liefde samen met Hem vorm te geven in ons leven.
En straks door voor altijd met Hem samen te leven in het Hemels Koninkrijk!

Deze gehele kwestie werpt licht op het doel van het Christelijk leren.
Met oprechtheid en gevoeligheid dienen we méér doordacht te gaan nadenken
over de manier waarop we de Blijde Boodschap overbrengen en onze doelen voor de beoefening van de traditionele kennisoverdracht weergeven en overdragen.
De Blijde Boodschap is echter een ervaring, een oefening in toewijding; de individuele leerervaring is een leerproces, hetgeen wordt opgedaan in het dagelijks leven. 
Lange tijd was men jaloers op mensen, die begiftigd waren met een wonderbaarlijk geheugen, die in staat waren om ‘alles’ letterlijk te herinneren  [zij bezaten een ‘actieve‘ herinnering] – de Blijde Boodschap memoriseerden, door het dagelijks -mondje voor mondje- van buiten leerde. Daar behoef je in onze tijd helaas niet meer mee aan te komen, we hebben immers het World Wide Web – waar je -als bij een grote encyclopedie- al informatie onmiddellijk paraat hebt.
Tegenwoordig concludeert de mens dat de ‘slimme geleerde‘, niet alleen parate kennis kan weergeven, maar tevens door de Heilige Geest ingegeven [-op basis van aangeboren talent-] onderscheidingsvermogen heeft – en dàt verdient in ònze tijd de voorkeur.
Het onthouden en parate kennis was goed, maar het door de Heilige Geest begiftigd zijn teksten te onderzoeken en nieuwe betekenis en ideeën te ontwikkelen wordt als béter ervaren.
Wanneer dit samengaat met het in eenvoudige bewoordingen overbrengen op de zoekende mens, die hiermee in zijn/haar leven vooruit kan heeft de Blijde Boodschap haar oorspronkelijke waarde hervonden.
Hoe vaak komt het niet voor dat men na afloop van een conferentie niet eens kan weergeven wat de waarde ervan voor de christen geweest is; veelal vindt men het interessant en gaat over tot de orde van de dag.
De kampioen onder de gelovigen blijft degene, die datgene wat verkondigt wordt in z’n binnenkamer praktiseert, werkelijk een verbintenis met God opbouwt. 

Uiteraard kun je eenzijdig prachtige projecten opzetten, indien deze echter niet door de gemeenschap gedragen worden – is het als water naar de zee.
De principiële basiseigenschap van spelleiders en toezichthouders is
in deze dat zij verantwoordelijk en integer ingesteld zijn;
het behoeven geen vooraanstaande geleerden op de kansel te zijn.
Dit wordt ook wel geestelijke intuïtie genoemd, een innerlijk weten.
Een soort weten vanuit je hart, dat voorbij gaat aan rationele overwegingen.
Dit weten kan zonder tussenkomst van jezelf door de Heilige Geest
tot stand komen, dàn is het er opeens zonder dat je de afkomst kunt verklaren.
De kunst is te luisteren naar die eerste impuls en daar iets mee te doen;
regelmatig wordt deze eerste impuls door rationele gedachten of
de drukte van de wereld om je heen vervormt en/of afgewezen.
Daarom is het noodzakelijk een eenvoudig, regelmatig en rustig leven te leiden.
Je aandacht wordt immers gericht door een balans in zien, horen of ervaren.
Ook je overtuigingen, normen en waarden bepalen wat je waarneemt;
je omgeving speelt derhalve een grote rol, wie je vrienden en
de gemeenschappen zijn, waarbij je jezelf bij aansluit.
Een levenshouding vraagt om eenvoud en keuzes in tijd, die
je hiervoor vrij maakt en hoe je jezelf door
de eenvoud van anderen laat inspireren.
Gedachtenuitwisseling geeft informatie van hetgeen
  bij de ander de aandacht heeft getrokken en
  bevestigt de betrokkenheid naar de gemeenschappelijke zoektocht.
De gepropageerde oostelijk beoefende meditatievormen sluiten de menselijke belevingen in de persoon òp en veroorzaken een inbreuk op de noodzakelijke onderlinge dialoog.
De gelovige Christen krijgt de innerlijk ervaring dat het Koninkrijk der Hemelen in al Zijn Kracht in z’n hart intrek genomen heeft.
Deze toestand is zeer goed beschreven in “De weg van een Pelgrim”, een Russische boer, die door de beoefening en de overgave van z’n gebed tot Christus deze staat van de door de Heilige Geest geschonken Genade verworven heeft.
En zo zwerf ik nu”, vertelt hij, “en herhaal onafgebroken het gebed van het hart [het Jezusgebed], dat mij kostbaarder en zoeter is dan alles wat de wereld mij kan bieden. Soms leg ik wel vijftig kilometer per dag af en voel zelfs niet dat ik wandel;
ik ben mij alleen bewust van het feit, dat datgene wat ik doe – door de Heer gedragen wordt;
wanneer de snerpende kou door mij heen dringt, begin ik m’n gebed nog nadrukkelijker te zeggen en spoedig doortrekt mij een heerlijke warmte;
wanneer de honger mij plaagt, roep ik nog vaker de Naam van mijn Heer en Meester aan en mijn verlegen naar voedsel wordt gestild.
wanneer ik ziek wordt en de pijn in armen, benen en gewrichten krijg, vestig ik m’n gedachten op het gebed en voel ik de pijn niet meer.
wanneer iemand mij kwaad doet, behoef ik enkel maar te denken: hoe heerlijk is mijn gebed tot mijn Meester en zowel letsel als boosheid gaan voorbij en ik vergeet alles
”.
Het Koninkrijk der Hemelen blijkt niet zo ingewikkeld te zijn, zo hoog verheven:
het Koninkrijk der Hemelen is binnen in ons”.
Zo God het dan toelaat ontvangt allen het begrip, wat ondanks wetenschappelijke vorming dom is, zoveel lichter, waarop je gemakkelijk dingen begrijpen en overdenken kunt, waar je voorheen niet bij stil hebt gestaan.

niet alleen de Doop, maar ook de Transformatie is noodzakelijk om Christus in Zijn Goddelijkheid te ontmoeten; not only Baptism, but also Transformation is necessary to meet Christ in His Divinity; όχι μόνο το βάπτισμα, αλλά και η Μεταμόρφωση είναι απαραίτητη για να συναντηθεί ο Χριστός στη Θεότητά Του; ليس فقط المعمودية ، ولكن أيضا التحول ضروري لمقابلة المسيح في لاهوته

Volgens de leer van de Orthodoxe Kerk opent dit Licht, de zinnelijke en geestelijke ogen van de volgeling van Christus – het is hetzelfde Licht dat Christus op de berg Thabor aan de discipelen geopenbaard heeft en dat later in de nacht van de Opstanding de wereld in straalde.
Zij, die dat Licht in hun hart ontvangen, bevinden zich in een verheerlijkte toestand, waarin zij de Heerlijkheid van Christus’ Opstanding aanschouwen en die een voorgevoel is van de zaligheid die de Rechtvaardigen geopenbaard zal worden op de dag van de algemene Opstanding. Het is hun eigen innerlijke opstanding uit de dood van de zonde reeds vóór de algemene Opstanding. In deze toestand wordt de menselijke ziel opgewekt uit de doden en in haar worden de woorden van onze Heiland vervuld: “ Die in Mij gelooft – heeft het eeuwig Leven”.
      En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo dient ook de Zoon van de mensen verhoogd te worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal 
hebben. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven za hebben. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zal veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zal wordenJohn.3: 14-17.
      Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal 
ze uit mijn hand roven. Wat Mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand van Mijn Vader. Ik en de Vader zijn eenJohn.10: 27-30.
    Beproef mij, God, doorgrond mijn hart; onderzoek mij en ken mijn wegen. Zie toe, of er een onterechte weg in mij is; maar leid mij op de weg tot de eeuwigheid” 
Psalm.138[139]: 23,24.  

Men kan zeggen: alles wat de Kerkelijke inspiratie ooit kon bereiken en voortbrengen, wordt tot uiting gebracht in de gestrengheid en ernst die de diensten in de tijd kenmerken.
      Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de Gestalte van God zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de 
mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood van het Kruis.
Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in de Naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: ‘Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!’Phil.2: 5-11.

2e Pinksterdag – dag van de Heilige Geest

Een Gelovige zien is het herkennen van Jezus Christus“;                                       ” Seeing a believer is recognizing Jesus Christ“;         ” Βλέποντας έναν πιστό αναγνωρίζει τον Ιησού Χριστό“;                                          “رؤية المؤمن هو التعرف على يسوع المسيح”.     

Komt alle Volkeren,
om de Goddelijke Drie-persoonlijke Godheid te aanbidden: de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de mede-eeuwige en meer-tronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verHeerlijkt met de Zoon.
Éen Macht, één Wezen, éen Godheid: wij allen aanbidden en zeggen:
Heilig bent U, God, Die door de Zoon alles geschapen heeft, tezamen met de energie van de Heilige Geest.
Heilig is de Sterke, door Wie wij de Vader mogen kennen en
door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is.
Heilige is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster, Die uitgaat van de Vader en Die rust in de Zoon.
Heilige Drie-eenheid, ere zij U

      Ziet toe, dat gij niet een dezer kleinen veracht.
Want Ik zeg u, dat hun engelen in de Hemelen voortdurend het Aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de Hemelen is. [Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te behouden].
Wat dunkt u? Indien een mens in het bezit is gekomen van honderd schapen en een ervan raakt verdwaald, zal hij dan niet de negenennegentig op de bergen laten en heengaan om het dwalende te zoeken? En gebeurt het, dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich over dat ene meer verblijdt dan over de negenennegentig, die niet verdwaald waren.
        Zo bestaat bij uw Vader, Die in de Hemelen is, de Wil niet, dat een van deze kleinen verloren gaat.
        Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen.
        Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen.
        Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring 
van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa.
        Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de Gemeente.
        Indien hij naar de Gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar.
Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de Hemel,
en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel.
Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van mijn Vader, Die in de Hemelen is.
Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun middenMatth.18: 10-20.

      Thans zijn jullie licht[-end voorbeeld] in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht,
– want de vrucht van het licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid en
– toetst wat aan de Heer wel-behaaglijk is.
En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het Licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.
Daarom heet het: Ontwaak, jullie die slapen en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten.
Ziet dus nauwlettend toe, hoe jullie wandelen, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.
En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen en zingt en bejubelt de Heer van harteEph.5.: 8b-19.

De weg die wij Gelovigen gaan heeft een goede basis, wij trekken door de woestijn van het leven, maar weten ons gedragen door een betrouwbare leidsman, de goede Herder.
De beeldspraak van kudde en herder vindt zijn oorsprong in de herinnering aan de woestijntocht, toen de Heer Zijn volk uit Egypte door de Woestijn heen heeft geleid naar het land van belofte: als een Goddelijke Herder Zijn kudde.
De Mysteriën [wonderen] die Hij gedaan heeft ten aanschouwen van onze voor-vaderen, in het land van Egypte, in de vlakte van Tanis”.
De vlakte van Tanis = de gehele vlakte van de Jordaan, die van de doop, de gehele vlakte waar de Jordaan doorheen liep van de zee van Galilea tot Zoar [= onbeduidend of onbelangrijk] toe, zodat de dode zee er onder begrepen werd. Voornamelijk denken we aan de vlakte, waar Sodom en Gomorra, Adama en Seboïm, hun ondergang tegemoet gingen.
Eer de Heer Sodom en Gomorra verdorven had was de vlakte van de Jordaan als de hof des Heren en als het land van Egypte te weten àls òf dáár gezegd wordt jullie komen van/te Zoar.

      Abram bleef wonen in het land Canaan en Lot vestigde zich in de steden van de Streek, en sloeg zijn tenten op tot bij Sodom. De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegen-over de HeerGen.13: 12,13.
Het lijkt onbeduidend, maar wij leven in de vlakte van Tanis en worden geleid naar het land van de Belofte – het staat er reeds vanaf den Beginne, je dient het alleen maar te lezen en te zien, te horen.
En de mensen van Sodom waren boos en grote zondaars tegen alles wat
God hen maar geboden had
– alle mensen zijn van nature boos en zondaars, daar is niemand van uitgezonderd, zelfs niet één, zo zegt David:
Allen zijn afgedwaald, zij zijn omkoopbaar: er is niemand, die het goede doet, zelfs niet één, Hun keel is een open graf, hun tong pleegt bedrog; addervergif zijn hun lippen. Hun mond is vol verwensing en bitterheid; hun voeten zijn vlug om bloed te vergieten. Hun wegen zijn verderf en ongeluk, maar de weg van Vrede kennen zij niet; de vreze voor God staat hun niet voor ogenPsalm 13: 4-7, vert. ROK ’s-Gravenhage.

‘Christus’ klopt aan jouw deur

Nadat wij de roep van de Herder beantwoord hebben en ons hebben laten dopen trekken wij weliswaar door de woestijn van het leven, maar weten ons gedragen door een betrouwbare leidsman, de goede Herder; wij wandelt als kinderen van het Licht
    Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de Kracht en de komst van onze Heer Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn Majesteit.
     Want Hij [Christus, onze Leidsman] heeft van God, de Vader, eer en Heerlijkheid 
ontvangen, toen zulk een stem van de Hoogwaardige Heerlijkheid [uit de Hemelen] tot Hem kwam: ‘Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Wie Ik Mijn Welbehagen heb. En deze stem hebben ook wij uit de Hemel horen komen, toen wij met Hem op de Heilige Berg [Thabor] waren.
        En wij achten het profetische woord [daarom] des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie van de Schrift [de Blijde Boodschap] een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil vaneen mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken2Petr.1: 16-21.

De Kerk roept ons via haar eerst-geroepenen op:
    Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en Godsvrucht strekt, begiftigd door de Kennis van Hem, Die ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; 
door Deze zijn wij met kostbare en zeer grote Beloften begiftigd, opdat jullie [mensen] daardoor deel zouden hebben aan de Goddelijke Natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
       Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw Geloof de deugd, door de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de Liefde [jegens allen].
Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden, laten zij u niet zonder werk of vrucht voor de kennis van onze Heer Jezus Christus
[uw aller Herder]”  2Petr.1: 3-8.

Luistert, gij zonen van Abraham, Isaäc en Jaäcob, luistert naar Israël [de Kerk];
de 12 stammen van Israël – gelijk de 12 apostelen van de Kerk:
        Ruben [= zie, een zoon] , mijn eerstgeborene zijt gij, mijn sterkte en de eersteling van mijn  Kracht, de voornaamste in Hoogheid, de voornaamste in vermogen. Gij, die opbruist als water, gij zult de voornaamste niet zijn, omdat gij het bed van uw vader beklommen hebt; toen hebt gij het ontwijd. Hij heeft mijn leger-stede beklommen.
        Simeon [= luisterend, gehoord] en Levi [= verbonden] zijn broeders; hun gereedschappen zijn werktuigen van geweld. Mijn ziel zal geen deel hebben aan hun [wereldse] beraadslaging, mijn geest zal zich niet aan-sluiten bij hun vergadering, want in hun toorn hebben zij mannen [de mensheid] gedood en in hun moedwil hebben zij runderen de pezen doorgesneden. Vervloekt zij hun toorn, want die is hevig, en hun grimmigheid, want die is hard. Ik zal hen verdelen onder Jaäcob [= hielenlichter] en verstrooien onder Israël [= God heeft de overhand, God zegeviert].
     Juda [= geprezen, hij zal geprezen worden], u zullen uw broeders loven, uw hand zal zijn op de nek van uw vijanden, voor u zullen de zonen van uw vaderen zich neerbuigen. Een leeuwenwelp is Juda; na de roof zijt gij omhoog geklommen, mijn zoon; hij kromt zich, legt zich neer als een leeuw of als een leeuwin; wie durft hem opjagen? De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heerser’s-staf tussen zijn voeten, totdat Silo [= plaats van rust bij de eigenaar] komt en hem zullen de volken gehoorzaam zijn. Hij zal zijn ezel aan de wijnstok binden en het jong 
van zijn ezelin aan de wingerd; hij zal zijn kleed in wijn wassen en in druivenbloed zijn gewaad.
Hij zal donkerder van ogen zijn dan wijn en witter van tanden dan melk.
        Zebulon [= verheven, bewoning] zal wonen aan het strand der wijde zee, ja, hij zal wonen aan het strand bij de schepen, en zijn zijde zal naar Sidon [= de jacht, het jagen naar] gekeerd zijn.
        Issakar [= er bestaat beloning] is een bonkige ezel, die tussen de stallingen ligt; Als hij ziet, dat de rust goed is, en dat het land liefelijk is, buigt hij zijn schouder om te torsen en leent zich tot slaafse herendienst.
        Dan [= rechter] zal zijn volk richten als een der stammen van Israël. Moge Dan een slang op de weg zijn, een hoornslang op het pad, die in de hielen van het paard bijt, zodat zijn berijder achterover valt. Op uw Heil wacht ik, o Heer.
        Gad [= een binnenvaller of troep of fortuin], een bende zal hem belagen, maar hij zal hun hielen belagen.
        Aser [= gezegend, gelukkig], zijn spijze zal vet zijn, en hij zal koninklijke lekkernijen leveren.
        Naftali [= worstelend, wordteling] is een losgelaten hinde; hij laat schone woorden horen.
        Jozef [= de Heer heeft toegevoegd, laat hem toevoegen] Een jonge vruchtboom is Jozef, een jonge vruchtboom aan een bron; zijn takken stijgen boven de muur uit; De boogschutters hebben hem getergd, beschoten en vijandig bejegend, maar zijn boog bleef stevig en zijn sterke handen bleven lenig, door de handen van de Machtige van Jaäcob, daar de Steenrots van Israel [de Kerk] Zijn herder is; Door de God uws vaders, die u zal helpen, en de Almachtige, die u zal zegenen met zegeningen uit de Hemelen van boven, met zegeningen van de watervloed, die beneden ligt, met zegeningen van de borsten en de moederschoot.  De zegeningen van uw vader gaan de zegeningen van mijn voorvaderen te boven, reikende tot het kostelijkste der eeuwige heuvelen; zij zullen komen op het hoofd van Jozef, op de schedel van de uitverkorene onder zijn broeders.
         Benjamin [ de jongste, zoon van de rechterhand of zoon van geluk] is een verscheurende wolf; in de morgen verslindt hij zijn prooi en tegen de avond verdeelt hij de buit.
Dit zijn al de stammen van Israël, twaalf in getal; en dit is wat hun vader over hen gesproken heeft, toen hij hen zegende; ieder zegende hij met een eigen zegen” Gen.49: 6- 28.

“Gij richt een tafel voor mij aan voor de ogen van mijn verdrukkers”;

God, onze Vader trof alle eerstgeborenen in Egypte,  de eerst-verwekten in de tenten van Cham [= verhit, heet]; maar Zijn uitverkoren Volk liet Hij als schapen uitgaan, ging hun kudde vóór, door de woestijn;  veilig leidde Hij hen – niets te vrezen! – had de zee niet hun vijand bedekt?
Wanneer onze Heer en Verlosser, Jezus Christus Zichzelf de Goede Herder noemt, dan dienen wij dit beeld voor ogen te houden, niet zozeer met op de achtergrond Zijn weldoende rondgaan door dorpen en steden, als wel Zijn Pascha, ons Geloof van Pascha, de verlossing uit de dood, uit de slavernij van het uitzichtloze door de dodende zee heen, opgestaan tot eeuwig Leven.
Aan het einde van de woestijntocht verneemt Mozes dat hij gaat sterven.
Vervolgens bidt/smeekt hij tot zijn God,
“Heer, ontferm U” dat deze voor Israël [de Kerk] Iemand zou aanstellen, ‘Die hen uitleidt en thuisbrengt’, toen sprak Mozes tot de Heer:
        De Heer, de God der geesten van alle levende schepselen, laat Hem over de vergadering een man aanstellen , Die voor hun aangezicht uitgaat en Die voor hun aangezicht ingaat, en Die hen doet uittrekken en hen weer terugbrengt, opdat de vergadering des Heren niet zij als schapen die geen herder hebbenNum.27: 15-17.
De Gemeenschap van God, het uitverkoren Volk des Heren zou ‘een kudde zonder herder’ worden. En de God van onze Vaderen stelde vervolgens Iemand aan, Die redding brengt [= Joshua]. “Jezus” is het Griekse woord voor de Hebreeuwse naam Joshua, die oorspronkelijk luidde Hoshea [= redding] :
      Mozes noemde Hosea, de zoon van Nun [= nageslacht], Jozua “ Num.13: 8,16, die Hij uitzond om het Beloofde Land te verkennen.

Wanneer onze Heer en Verlosser over Zichzelf getuigt dat Hij de Goede Herder is, voegt Hij er expliciet aan toe:
‘dit is de opdracht die Ik van mijn Vader heb ontvangen’.  Dit betekent dan voor Hem: ‘een Koningschap, een Koninkrijk op de wijze van David, met als de twee criteria van zijn leiderschap: oprechtheid enerzijds, met omzichtige hand anderzijds.
Oprechtheid, de waarheid, desnoods de harde waarheid; maar ‘niet’ de harde hand, ‘wel’ de hartelijke hand, de hand van het hart.

De profeten van de ballingschap, in het bijzonder Isaiah, zien de terugkeer uit Babylonië als een nieuwe woestijntocht naar het land van de belofte.
      Zie, hier is uw God! Zie, de Heer der Heerscharen zal komen met Kracht en Zijn arm zal Heerschappij oefenen; zie, Zijn loon is bij Hem en Zijn vergelding gaat voor Hem uit.
       Hij zal als een herder Zijn kudde weiden, in Zijn arm de lammeren vergaderen en ze in Zijn Schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden.
       Wie mat de wateren met Zijn holle hand, bepaalde de omvang der Hemelen met een span, vatte met een maat het stof der aarde, woog de bergen met een waag en de heuvelen met een weegschaal?
Wie bestuurde de Geest des Heren en onderrichtte Hem als zijn raadsman?
Wie raadpleegde Hij, dat deze Hem inzicht zou geven, het rechte pad zou leren, kennis bijbrengen en de weg van het verstand doen kennen?
Zie, volkern zijn geacht als een druppel aan een emmer en als een stofje aan een weegschaal;
zie, 
eilanden zijn als fijn stof, dat uitgestrooid wordt; de Libanon [= witheid] is niet toereikend als brandhout, en zijn wild gedierte niet ten brandoffer.
Alle volkeren zijn als niets voor Hem, zij worden 
door Hem beschouwd als nietig en ijdel. Met wie dan wilt gij God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?Isaiah 40: 10-18.
Als Christus Zich de Goede Herder noemt, dan is het ons Geloof dat in Hem de geschiedenis van de mensheid, onze geschiedenis, telkens opnieuw een kéér zal nemen: vàn ballingschap náár terugkomst thuis, vàn vallen náár opstaan, vàn zonde náár verzoenende vergeving.
Maar, zó stellen daarna dezelfde Profeten vast – hun woordvoerder is nu in de eerste plaats Ezechiël – de herders [de spelleiders] van Israël [de Kerk] ‘weiden zichzelf‘.
Hun schapen buiten ze uit en die raken verstrooid over de gehele aarde, de kudde wordt geplunderd en valt ten prooi aan de wilde dieren.
Dàn zegt de Heer onze God, via Zijn Geest bij monde van Zijn profeet:
Ik zal zelf omzien naar mijn schapen en ervoor zorgen…
Ik zal zelf mijn schapen weiden en ze een rustplaats wijzen…
Ik zal over hen één herder aanstellen die hen weiden zal: mijn dienaar David.
Die zal ze weiden, die zal hun herder zijn…
Ik, de Heer, zal hun God zijn en mijn dienaar David hun vorst…
Zo luidt de godsspraak van Jahwe de Heer:
Jullie zijn toch Mijn schapen, de schapen die Ik weid;
 Jullie zijn Mijn mensen en Ik ben jullie God.
En Jezus zegt: “Ik ben de Goede Herder,  de nieuwe, de door Jahwe beloofde,
de enige, de waarachtige“.
Dat wil zeggen: “Uw Barmhartigheid volgt mij van nabij, alle dagen van mijn levenPsalm 22: 8; oftewel dat Ik garant sta voor Leven, doorheen al uw lijden en de dood. Zijn Volk laat Hij als schapen uitgaan, Hij gaat Zijn kudde vóór door de woestijn. Hij staat èr garant voor -om hen- in Oprechtheid en Hartelijkheid voor te gaan

Transfiguratie, ‘Heer, laat ons tenten bouwen’.

    Heer, wie mag wonen in Uw tent, wie mag verblijven op Uw Heilige Berg?
Hij die wandelt zonder vlek en de werken der Gerechtigheid doet. Die waarheid spreekt in zijn hart, die geen bedrog pleegt met zijn tong.
Die geen bedrog pleegt tegen zijn naaste, noch kwaad wil horen over hen die hem na-staan. 
Wie kwaad doen, zijn in zijn ogen gering; maar wie de Heer vrezen, eert hij. Als hij zweert voor zijn naaste, houdt hij zijn woord; hij geeft zijn geld zonder rente. Hij aanvaardt geen geschenken tegen schuldelozen.
Wie zo doet staat onwankelbaar tot in  eeuwigheidPsalm 14, vert ROK ’s-Gravenhage.

De wereldse mens zal opmerken:
dat is prachtige Bijbelse poëzie; het mag dan voortreffelijke Theologie zijn;
maar wat heeft het concreet te betekenen in deze moderne tijd van
computer en hightech waarin wij leven?
Is er een concreter, completer, moderner, universeler levensprogramma denkbaar dan  dat van de oude psalmen, profeten en parabels?
Dat wij in de Geest van God, in de voetsporen van de verrezen Heer, Die ons tot Leven wekt, voor elkaar garant staan voor geluk en genade;
dat wij voor elkaar garant staan voor leven ondanks lijden en dood, sterker dan lijden en dood;
dat wij ‘in open overleg‘ er -garant voor te staan- vertrouwelijk
met elkaar om te gaan  in oprechtheid en met zachte hand,
rechtlijnig en zachtzinnig;
dat wij ervoor garant staan telkens weer te kiezen voor
verzoening en elkaar nieuwe kansen te gunnen,
voor elkaar mensen van Ontferming en Vrede te zijn;
dat wij ons daarom met Gelovige Zekerheid geborgen weten
in God’s Vaderhart en in de Liefde van de Goede Herder.

Ondanks datgene wat de wereld ons voorhoudt
blijven wij Gelovigen in de Geest van God, met
onze Heer aankloppen en zeggen met Hem:
    Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven;
neem mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en je zult rust vinden voor je ziel; want mijn juk is zacht en
mijn last is licht
” Matth.11: 28-30.

 

Christus zegent de kinderen, ‘Laat de kleinen tot mij komen, belet het hen niet, want in hen verblijft het Koninkrijk der Hemelen!’

Onze Heer en Zaligmaker, de Zoon van God is er namelijk van overtuigd dat
er mensen zijn die heel goed weten, dat het heel ànders dient te gaan in hun leven. Misschien herken jij dàt ook, een voortdurende onrust, een leegte, die door niets  in deze wereld gevuld kan worden, een verlangen naar God misschien zelfs zonder dat je dàt onder woorden kunt brengen.
Je hebt spijt van je hardheid, en je ziet je eigen arrogantie en egoïsme.
Je ervaart dat je onrein bent vanwege je eigen hooghartige gedachten en fantasieën die maar blijven opkomen en weer gaan zonder dat je er grip op krijgt. Daardoor voel je je misschien schuldig.
Hoe andere mensen jou beoordelen, òf ze jouw strijd zien of niet, en
òf je christen bent of niet, dat verandert niets aan het feit dat
je zelf heel goed beseft dat het toch niet zo goed met je gaat, als je
je omgeving doet voorkomen.
Je weet dat er krachten in je leven zijn die sterker zijn dan jezelf en
die jou in je gedachten bij God vandaan trekken naar dingen die
niet goed voor je zijn en waardoor je in een spiraal van
ellende terecht kunt komen.
Zou je dàt nòg langer negeren dàn zou je niet eerlijk meer zijn
ten opzichte van jezelf.

Komt alle Volkeren,
om de Goddelijke Drie-persoonlijke Godheid te aanbidden:
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de mede-eeuwige en meer-tronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verHeerlijkt met de Zoon.
Éen Macht, één Wezen, éen Godheid: wij allen aanbidden en zeggen:
– ‘ Heilig bent U, God, Die door de Zoon alles geschapen heeft,
tezamen met de energie van de Heilige Geest.
– ‘ Heilig is de Sterke, door Wie wij de Vader mogen kennen en
door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is.
– ‘ Heilige is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster,
Die uitgaat van de Vader en Die rust in de Zoon.
Heilige Drie-eenheid, ere zij U

Bezingen wij de Een-wezenlijke Drie-heid:
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, want
zo is het ons verkondigd door
alle Profeten, de Apostelen en de Martelaren

uit: Pentecostarion, blz.466 ROK ’s-Gravenhage.

Prijslied
[refr.] “Wij vereren U, wij vereren U Leven-schenker Christus,
en vereren Uw Al-Heilige Geest, Die
U van de Vader over Uw
God-dragende Leerlingen gezonden hebt“.

– “De Hemelen verhalen de Heerlijkheid Gods,
het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen“. [refr.]

– “Over de gehele aarde klinkt hun [Blijde] Boodschap,
tot aan de grenzen der wereld hun woorden.
Door de adem van Zijn mond
is heel hun kracht bevestigd“.  [refr.]

– “Vuur vlamde op van Zijn aanschijn,
een brandende vuurgloed ging van Hem uit:
een geweldige storm omringt Hem
Alle einden der aarde zullen zich herinneren en
tot de Heer terugkeren;
alle geslachten zullen voor Hem neerbuigen“.  [refr.]

– “Het getuigenis des Heren is waar,
en geeft wijsheid aan de kleinen:
de oordelen des Heren zijn recht zij verblijden het hart.
De aarde werd geschokt en de hemelen dropen,

voor het aangezicht van de God van de berg Sinaï“.  [refr.]

-“Zend Uw Geest uit, en alles zal geschapen worden:
U zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
Uw goede Geest geleide mij in een effen land“.  [refr.]

-” God schep in mij een zuiver hart;
vernieuw in mijn binnenste de rechte Geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht;
neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.
Geef mij de vreugde terug van Uw Heil;
sterk mij met Uw besturende Geest“.  [refr.]

-” De Heer schenkt met Macht het Woord
aan de brengers van de Blijde Boodschap.
De Heer zal Zijn volk Kracht schenken:
de Heer zal Zijn Volk zegenen met Vrede

Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen

Hypakoi     tn.8
Na Uw Opstanding uit het graf, o Christus,
en Uw Goddelijke Opvaart naar de hoogste Hemelen,
hebt U over de God-schouwenden Uw Heerlijkheid gezonden, Barmhartige,
en de rechte Geest hernieuwd in Uw Leerlingen.
Zo hebben zij, als een welluidende harp,
op Mystieke wijze door God bespeeld,
Uw Woorden en Heilsorde doen weerklinken“.
uit: Pentecostarion, blz.470,471 ROK ’s-Gravenhage.

Psalmen op basis van Waarheid samengesteld – Psalm 6 – de Heer heeft het maar moeilijk met ons mensen.

Laten we verder spreken over Christus, over het hoe, en wat en waartoe, dan
zal het Licht in ons blijven branden . . .
en krijgt de nacht ons niet te pakken . . .
’.
Emmaüsganger

Heer, berisp mij niet in Uw toorn; kastijd mij niet in Uw gramschap.
Ontferm U mijner, Heer, want ik ben zwak;
genees mij, Heer, want mijn gebeente is ontsteld.
Mijn ziel is uiterst beangst: hoe lang nog wacht Gij, o Heer ?
Wend U tot mij, Heer, bevrijd mijn ziel: red mij, omwille van Uw erbarmen.
Want in de dood is er niemand die U gedenkt: wie kan U belijden in de hades ?
Ik ben afgetobd door zuchten, elke nacht schrei ik mijn bed nat:
ik besproei mijn rustplaats met tranen.
Mijn oog is dof van verdriet; ik ben oud geworden onder al mijn vijanden.
Gaat weg van mij, gij allen die boosheid bedrijft, want
de Heer verhoort de stem van mijn droefheid.
De Heer verhoort mijn smeking, de Heer aanvaardt mijn gebed.
Dat al mijn vijanden te schande worden en in verwarring gebracht;
laat hen spoedig terugwijken en beschaamd staan”.
Psalm 6, vert. ROK ’s-Gravenhage.

Augustinus van Hippo: ‘de juiste weg is de weg naar God’

Heer, maak ook mij gezond?“, zegt Augustinus bisschop van Hippo,
ter wille van Uw standvastige Liefde”.
Augustinus weet dat het niet z’n eigen verdiensten zijn, dat hij wordt genezen: voor hem zondigt hij en overschrijdt hij een bepaald bevel, waaraan
gewoon een veroordeling verschuldigd zou zijn.
Genees mij daarom”, zegt hij, “niet om mijnentwil, maar ter wille van Uw niet onder druk van de omstandigheden bezwijkende, niet aflatende Liefde tot de mens”.

Het is voor sommige mensen moeilijk te geloven dat het niet kennen van Christus’ Liefde ernstige gevolgen zou kunnen hebben.
De moderne manier van denken leidt ertoe dat mensen niet geloven dat “iemand werkelijk wordt veroordeeld, dus hoe kan God Zijn schepping dan veroordelen?”.
Velen verwachten dat uiteindelijk ‘niemand’ door God wordt vervloekt en
iedereen een tweede kans krijgt.  Maar dan hebben we toch echt zelf een ‘eigen’ Geloofsbelijdenis gecreëerd.

Paulus, ‘Apostel der heidenen’.

De apostel Paulus zegt hierover het volgende:
      Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige en loutere toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden.
       Want indien de eerste de beste een ‘andere’ Jezus predikt, die wij niet gepredikt hebben, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander Evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel2Cor.11: 3-4; en
    En gij, broeders, wordt niet moede te doen wat goed is.
Als iemand niet luistert naar wat wij door onze brief zeggen, tekent hem en gaat niet met hem om, opdat hij beschaamd zal worden; houdt hem echter niet voor een vijand, maar
wijst hem terecht als een broeder.
En Hij, de Heer van de Vrede, geve u de Vrede, voortdurend, in elk opzicht. De Heer zij met u allen
2Thess.3: 14.
God heeft het goede voor ogen met ons mensen.
Aan de andere kant worden hen die de Heer liefhebben bijzondere dingen beloofd. Maar het is en blijft zoals het geschreven staat:
Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in
geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefheeft
1Cor.2: 9.
De Apostel waarschuwt mensen, die onderdeel uitmaken van de Kerk en
doen àlsòf ze volgelingen van Christus zijn, maar  niet van Hem houden en God niet serieus nemen. Zij zijn al vervloekt en veroordeeld.
Dit moet ons waarschuwen.
Laten we niet doen alsof we zijn gered door alleen naar de kerk te gaan.
Dan zijn we het onkruid tussen het tarwe:
de akker is de wereld; het goede zaad, dat
zijn de kinderen van het Koninkrijk
Matth.13: 38.
Dus laten we er iets aan doen voordat het te laat is.
Het is een hartenkreet van onze Heer en Verlosser.

☦️  Waarom heeft onze Heer en God het zo moeilijk met ons mensen?

Misschien heeft God ons het Mysterie van lijden, sterven en Opstanding wel bekend gemaakt, omdat Hij ons, hoogmoedige en trotse mensen, wil laten beseffen dat we zelf niet veel in te brengen hebben, zodat we onze hulp van de Heer verwachten.
God’s Wil is, dat we Hem leren vertrouwen; Hij heeft ons immers beloofd in voor- én tegenspoed Kracht te geven.

Van het begin van de Schepping is de mens zich bewust geweest dat het beter zou zijn onze Heer en God het niet moeilijk te maken door Hem in Z’n Vertrouwen tot de mensen te schaden.   

Mozes verbrijzelt de tafelen der wet – Rembrandt 1659, Berlijn [Dtslnd].

Toen greep ik [Mozes] de twee tafelen,
wierp ze met beide handen weg en verbrijzelde ze voor uw ogen.
Daarop wierp ik [Mozes] mij voor de Heer neer, zoals de eerste maal, veertig dagen en veertig nachten [brood at ik niet en water dronk ik niet], vanwege heel s’mensen zondig bedrijf: dat gij deedt wat kwaad is in de ogen des Heren en Hem krenkte.
Want ik vreesde de toorn en de grimmigheid, waarmee de Heer tegen ten opzichte van de mens toornig geworden was, zodat Hij u wilde verdelgen.
Maar ook ditmaal hoorde de Heer naar mij.
Ook op Aäron was de Heer zozeer vertoornd, dat Hij hem wilde verdelgen;
daarom bad ik
[Mozes] toen ook voor Aäron. Maar het voorwerp van s’mensen zonde, het kalf dat jullie gemaakt hadden, nam ik, verbrandde het met vuur, vergruizelde het en vermaalde het grondig, totdat het tot stof gestoten was; en het stof wierp ik in de beek, die van de berg afvloeitDeut.9: 17-21.
        Opdat zij God zouden vertrouwen en de werken Gods niet vergeten, maar Zijn geboden zouden onderhouden.
Om niet te worden als hun Vaderen, een boos en weerspannig geslacht.
Een geslacht dat zijn hart niet richtte; welks geest geen Geloof schonk aan God.
De zonen van Efraïm die de bogen bedienen, keerden zich af op de dag van de oorlog.
Zij onderhielden God’s Verbond niet; zij wilden niet wandelen volgens Zijn Wet.
Zij vergaten Zijn weldaden, Zijn wonderdaden die Hij hun had getoond.
De wonderen die Hij gedaan had ten aanschouwe van hun Vaderen, in het land van Egypte, in de vlakte van Tanis.
Hij kliefde de zee en voerde er hen doorheen; Hij deed het water rechtop staan als  een wijnzak.
Hij geleide hen door een wolk overdag, heel de nacht door een lichtend vuur.
Hij spleet de rots in de woestijn, en drenkte hen als aan grote wateren.
Hij deed water stromen uit de rots, als rivieren deed Hij water vloeien.
Maar niettemin bleven zij zondigen tegen Hem; zij verbitterden de Allerhoogste in waterloos land.
Zij stelden God op de proef in hun hart, door spijs te vragen volgens hun lust.
Zij spraken God tegen en zeiden: Kan God soms een tafel aanrichten in de woestijn?”. Psalm 77[78]: 9-22

David beschouwt al het leven in Gods handen [zijn wereldbeeld is Theologisch, niet op de wereld gericht].
Hoe zag David zijn zonde [2Sam. 11] van moord en overspel, lees maar:
  Ontferm U over mij, God, in Uw grote Goedheid; . . . tegen U alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad is in Uw ogen
Psalm 51: 1, 4.
Het zich houden aan de geboden en gedragsregels naar de Wil van God, waar  David over spreekt zijn niet in positieve zin te beschrijven:
      Ik weet, o Heer, dat het niet aan de mens staat z’n eigen weg te kiezen,
noch aan een mens  om te gaan en zijn schreden te richten.
Tuchtig mij, Heer, doch naar recht; niet in uw toorn, opdat Gij mij niet te gering maakt. Stort uw gramschap uit over de volken die U niet kennen, over de geslachten die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jaäcob verslonden,
ja, verslonden 
en verteerd, en zij hebben zijn motiverende Kracht tot een woestenij gemaaktJer.10: 23-25 en
      Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame Vrucht, Die bestaat in Gerechtigheid.
Heft [mens] dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën en maakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid zal geraken, doch veeleer zal genezen.
Jaagt naar Vrede met allen en naar de Heiliging, zonder Welke geen mens de Heer zal zien“. Hebr.12: 11-14
Om in Gerechtigheid te leven en dit uit Genadegaven te ontvangen;
gewend  te geraken aan orde en tucht, goed in staat om zich overeenkomstig de Wil van God te handhaven.
Hier bidt David dat hij niet tot de orde wordt geroepen in de woede van de Heer, dat hij geen straf zal ervaren die geen Vrucht draagt.
Het is moeilijk om getroffen te worden door iemand die boos is en alleen op
een straffende manier geslagen te worden zonder constructief resultaat
” aldus de Augustijner middeleeuwse monnik Maarten Luther.

Wat gebeurt er met degenen die discipline negeren?

Schepping, by Chagall

Zodat jullie in het laatst zouden kermen, wanneer jullie vlees en jullie lijf en leden [in het graf] verteerd zijn, En jullie zouden zeggen: ‘Hoe heb ik de tucht kunnen haten en heeft mijn hart de vermaning kunnen versmaden; waarom heb ik niet geluisterd naar de stem van mijn leermeesters, heb ik mijn oor niet geneigd naar hen die mij onderrichtten! Bijna was ik in alle kwaad geraakt; te midden van de gemeenschap en de vergadering der mensen’Spr.5: 11-14.

Wat leren we over iemand van z’n reactie op een herkansing?
      Wie een spotter terechtwijst, haalt schande over zich, wie een goddeloze tuchtigt, zijn eigen 
schandvlek.
Bestraf de spotter niet, opdat hij u niet zal haten, bestraf de wijze, dan zal hij u liefhebben.
Geef aan de wijze en hij zal nog wijzer worden; onderwijs de rechtvaardige en hij zal aan inzicht winnen.
De vreze des Heren is het begin van de wijsheid en het kennen van de Hoog-Heilige is verstand.
      Want door Mij worden uw dagen vermeerderd, worden jaren van leven u toegevoegd.
      Indien jullie wijs zijn, zijn jullie wijs tot jullie eigen welzijn, als jullie spotten, zullen jullie dat alleen dragenSpr.9: 7-12.

vers 3. Is jouw ziel is ook erg in de problemen?
Wat deed onze Heer toen zijn ziel in moeilijkheden verkeerde?
Hij zei: “     Nu is Mijn Ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure [deze moeilijke periode] !
Maar hiertoe ben Ik [in juist deze ure, periode] gekomen.
en onze Heer vervolgt:
Vader, verheerlijk Uw Naam! Toen kwam een stem uit de hemel:
‘Ik heb Hem [en de mensen met Hem] verheerlijkt, en
Ik zal Hem [en de mensen met Hem] nogmaals verheerlijken!John.12: 27.

En hoe dienen wij mensen te reageren op ons eigen lijden?
      Want dit is Genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt, leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt.
Want mag dat roem heten, als gij slagen moet verduren, omdat gij kwaad doet Maar als gij goed doet en dan lijden moet verduren, dat is Genade bij God.
Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u [mensen] een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in Zijn voetstappen zoudt treden; Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog is gevonden; Die, als Hij gescholden werd, niet terug heeft gescholden en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt; Die Zelf onze zonden in Zijn Lichaam op het Hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de Gerechtigheid zouden Leven; en door Zijn striemen zijt gij genezen.
Want gij waart dwalende als schapen, maar thans hebt gij u bekeerd tot de herder en hoeder van uw zielen1Petr.2: 21-25.

Hoe kan het dan van nut zijn als God niet onmiddellijk ingrijpt en ons lijden niet onmiddellijk verwijdert?
      Want indien ik [Paulus] wil roemen, zal ik niet onverstandig zijn, want ik zal de Waarheid zeggen; maar ik onthoud mij ervan, opdat men mij niet meer zal toekennen dan wat men van mij ziet en hoort en ook om het buitengewone van de openbaringen.
Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen.
Driemaal heb ik de Heer hierover gebeden, dat Hij van mij zou aflaten.
En Hij heeft tot mij gezegd: ‘Mijn Genade is u genoeg, want de Kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de Kracht van Christus over mij zal komen2Cor. 12: 6-9.

Abraham ontvangt bezoek, by Chagall

vers 5. Eenmaal dood zal er geen mens meer aan ons denken, wie zal ons dan gedenken in de hades?
Gedenken is volgens de Blijde Boodschap veel méér dan een puur mentale activiteit.
      Toen gedacht God Noach en al het wild gedierte en al het vee, dat met hem in de ark was, en God deed een wind over de aarde strijken, zodat de 
wateren daalden. De kolken der waterdiepte en de sluizen van de hemelen werden toegesloten en de regen uit de hemelen hield op en de wateren vloeiden gestadig van de aarde wegGen.8: 1-3.
      En God hoorde de klacht van het Volk en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, Isaäk en Jaäcob. Zo zag God de Israelieten [de Kerk] aan en God had bemoeienis met hen.
       Mozes nu was gewoon de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan, te hoeden. Eens, toen hij de kudde naar de overkant van de woestijn geleid had, kwam hij bij de berg Gods, Horeb.
Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een braamstruik. Hij keek toe, en zie, de braamstruik stond in brand, maar werd niet verteerd.

Mozes & de braamstruik, Marc Chagall

       Mozes nu dacht: Laat ik toch dat wondere verschijnsel gaan bezien, waarom de braamstruik niet verbrandt.
Toen de Heer zag, dat hij het ging bezien, riep God hem uit de braamstruik toe: ‘Mozes, Mozes!’
En hij antwoordde: ‘Hier ben ik’.
Daarop zei Hij: ‘Kom niet dichterbij: doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is heilige grond’.
Voorts zei Hij: ‘Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaäc en de God 
van Jaäcob. Toen verborg Mozes zijn gelaat, want hij vreesde God te aanschouwen.
En de Heer zei: ‘Ik heb terdege gezien de ellende van Mijn Volk, dat in Egypte is, en hun gejammer over hun drijvers gehoord, ja, Ik ken hun smarten. Daarom ben Ik neergedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te redden en uit dit land te voeren naar een goed en wijd land, een land vloeiende van melk en honig, naar de woonplaats van de Kanaänieten, Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten.
En nu, zie, het gejammer der Israëlieten is tot Mij doorgedrongen; ook heb Ik gezien, hoezeer de Egyptenaren hen verdrukken. Nu dan, ga, Ik zend u tot Farao, om Mijn Volk, de Israëlieten, uit Egypte te leiden’Ex.2: 24-3: 10.

    Zij worden gebracht met Vreugde en gejubel, zij worden geleid in de Tempel [van het hart] van de KoningPsalm 44[45]: 17.
Gedenken en eeuwige gedachtenis is
eveneens verbonden met
het handelend optreden tijdens het Laatste Avondmaal in de bovenzaal en datgene wat wij iedere Goddelijke Liturgie, Eucharistie verkondigen:
      Hetgeen de Heer Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd heeft voorgedaan, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zei: ‘Dit is Mijn Lichaam voor u, doet dit tot Mijn Gedachtenis’. Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zei: ‘Deze beker is het Nieuwe Verbond in Mijn Bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot Mijn Gedachtenis1Cor. 11: 24-25.
Welke handelingen verrichten wij in de Heer?
      Want zo dikwijls wij dit Brood eten en de Beker drinken, verkondigen wij de dood des Heren, totdat Hij [weer terug] komt1Cor.11: 26
En wat zal er vervolgens volgens onze Heer plaatsvinden?

God’s Uitverkorene, by Marc Chagall

      Want dit is het Bloed van mijn Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze Vrucht van de Wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn VaderMatth.26: 28,29.
Dit is een opmerkelijk vers, dat de heiligen meer de Godslastering van God vrezen dan de hel … David bidt om een eeuwig niet om een gedenken te vermijden, omdat daar een hel op volgt, het ontbreekt de mens dan aan lof van de Heer.
Het ontbreken van God is het ontbreken van Zijn Liefde, hetgeen zo koud is dat het ervaren wordt als vuur:
      En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel van het vuurOpenb.20: 15, het verschrikkelijkste aspect van de hel is dat het verstoken is van de lof van de Heer.

vers 6-7 afgetobd door zuchten, ouderdom? het ingrijpen van God is vereist
Deze verzen geven aan dat de Psalmist om zichzelf te helpen -zijn de capaciteit mist, zijn krachten  te boven gaat.
Welke hoop blijft er voor ons over als wij onszelf niet langer kunnen helpen?
Ik heb mijn ogen geheven naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp komt van de Heer, de Schepper van Hemel en aardePsalm120[121] :1,2.
        God echter, die Rijk is aan Erbarmen, heeft, om Zijn grote Liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door Genade zijt gij behouden – en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de Hemelse Gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende Rijkdom van Zijn Genade te tonen naar [Zij) Goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Want door Genade zijt gij behouden, door het Geloof en dat niet uit uzelf: het is een Gave van God;  niet uit werken, opdat niemand zal roemenEph.2: 4-9.

Dit verzochten eveneens de Emmaüsgangers, Die met Hem opliepen en Christus herkenden aan het breken van het Brood.
      En zij drongen sterk bij Hem aan en zeiden:
‘Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is reeds gedaald’. En Hij ging binnen om bij hen te blijven en het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte
Luc.24: 29,30.
Wanneer andere hulpverleners falen en het het gemak van een gerieflijk leventje verdwijnt, komt de Goddelijke hulp voor de hulpelozen en blijf Christus, de Zoon van God bij ons.

Hoe karakteriseert deze tekst, die tot Christelijke Hymne is omgezet dit leven?
  Hoe werkt dat in de Blijde Boodschap,
hoe stellen wij de nacht van het leven voor?
      En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: Meester, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat de mens blind geboren is?
       Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in de mens openbaar worden.
       Wij [mensen] dienen de werken te doen van Degene, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan. Zolang Ik, de Heer in de wereld ben, ben Ik het Licht van de wereldJohn.9: 2-5.
  En wat zegt de Blijde Boodschap over de duisternis?
      Laat niemand u misleiden met drogredenen, want door zulke dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid, doet dan niet met hen mee !
Want jullie waren vroeger duisternis, maar thans zijn jullie licht in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht, – want de Vrucht van het Licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid en toetst wat de Heer wel-behaaglijk isEph.6: 6-10.
  En wat wordt er gezegd over de nacht van het leven en de duisternis?
      Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou: want gij zijt allen kinderen van het Licht en kinderen van de dag.
Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, 
doch wakker en nuchter zijn.
       Want die slapen, slapen des nachts en die zich bedrinken, zijn ’s-nachts dronken, maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van Geloof en Liefde en met de helm van de Hoop op de Zaligheid; want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van Zaligheid door onze Heer, Jezus Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven1Thess.5: 4-10.

vers 7.mijn oog is dof van verdriet
Een helder oog is een indicatie van Sterkte en Goede Gezondheid;
Een helder [in-] zicht bewaren tot in lengte van jaren
      Mozes was honderd twintig jaar oud, toen hij stierf; zijn oog was niet verduisterd en zijn Kracht was niet geweken“ Deut.34: 7.

vers 8-10. Vrede behouden temidden van beroering van de wereld
In deze laatste verzen vindt een verschuiving plaats.
Hoewel zijn externe omstandigheden niet zijn veranderd, beschouwt David zijn gebed als  
goed, als beantwoord.
Ditzelfde vindt plaats in Psalm 21[22]: 21, waar de klaagzang overgaat in lof.
En zie de Profetie over Christus:
      Zie, Mijn Knecht zal voorspoedig zijn, Hij zal verhoogd, ja, ten hoogste verheven zijn.
Zoals velen zich over U ontzet hebben [zozeer misvormd, niet meer menselijk was Zijn Verschijning en niet meer als die van de mensenkinderen Zijn Gestalte]
Zo zal Hij vele volkeren doen opspringen, om Hem zullen koningen verstommen, want wat hun niet verteld was, zien zij, en wat zij niet gehoord hadden, vernemen zij.

De Gekruisigde,  by Chagall – omgeven door een aureool dat eindeloze cirkels trekt om hem heen, brengt meer dan zijn hoofd, een nieuwe orde: een groene zon en een blauwe maan – een uitdrukking van het hoogst Goddelijke bewustzijn [zon] heeft genomen over de kleur van de aarde en de hele schepping, en de primitieve scheppende kracht die zich een weg baant door de boom des levens naar de hoogten van de hemel [maan].

       Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?
Want als een loot schoot Hij op voor Zijn aangezicht en als een wortel uit dorre aarde; Hij had gestalte noch luister, dat wij Hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij Hem zouden hebben begeerd. Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als Iemand, voor Wie men het gelaat verbergt; Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.
           Nochtans, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden Hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.
       Maar om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de Vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de Heer heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen neerkomenIsaiah. 52: 13-53: 6.
ondanks het feit dat het nog niet zal plaatsvinden beschrijft deze Profeet de kruisiging, die meer dan 700 jaar later vanaf die tijd.

  Er is een constante spanning tussen het “hier en nu” en het “nog niet” in het Christelijke leven. Hoewel we dat al [hier en nu] zijn geweest – gedoopt in Christus’ overwinning op de dood en het eeuwige leven
      Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de Majesteit van de Vader,
zo ook wij in nieuwheid van het Leven zouden wandelen.
Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan Zijn dood, zullen wij het ook zijn [met hetgeen gelijk is] aan Zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens mee-gekruisigd 
is, opdat aan het lichaam van de zonde z’n kracht ontnomen zou worden en wij niet langer slaven  van de zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zondeRom.6: 3-7.
  Derhalve zijn wij als Christenen deelgenoot geworden aan een Leven dat al is begonnen en nooit zal eindigen:
      Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen.
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, Die ons heeft liefgehad. Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de Liefde van God, Welke is in Christus Jezus, onze HeerRom.8: 36-39.
  we wachten desondanks op het finale besef van de overwinning van Christus in de Opstanding: 
      En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het Woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: ‘ De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw 
prikkel?’. De prikkel van de dood is de zonde en de kracht van de zonde is de Wet.
Maar aan God zij de dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heer Jezus Christus“  1Cor.15: 54-57.

vers 7-8, 10.Hoe kunnen de goddelozen toch bijdragen aan
het volbrengen van God’s doeleinden?“.
        Te dien dage zal de Heer met een scheermes, aan de overzijde van de Rivier gehuurd, met de koning van Assur, het hoofdhaar en het haar der benen afscheren, ja, ook de baard zal Hij wegnemenIsaiah 7: 20;
        Want zo zegt de Heer: Zie, Ik maak u tot een schrik voor uzelf en voor al uw vrienden; zij zullen door het zwaard van hun vijanden vallen, dat uw ogen het zien, en geheel Juda zal Ik overgeven in de macht van de koning van Babel; hij zal hen wegvoeren naar Babel, hen slaan met het zwaard; heel het bezit van deze stad, al haar have en al haar waardevol bezit, met al de schatten der koningen van Juda, zal Ik geven in de macht van hun vijanden, die ze zullen buitmaken en meenemen en brengen naar BabelJeremia 20: 4,5.

vers 8.Gij allen die boosheid bedrijft
Hoe kijken de “werkers van het kwaad” tegen zichzelf aan?
En op welke manier slaat onze Heer acht op hen?
      Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heer der Heerscharen, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam boze geesten uitgedreven en in Uw Naam vele Krachten gedaan?
       En dan zal Ik hun openlijk zeggen: ‘Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers van de wetteloosheidMatth.7: 22-23.

vers 9.De Heer verhoort mijn smeking, de Heer aanvaardt mijn gebed
Wanneer heeft God nog meer het gejammer gehoord heeft van Zijn kind, die in ellende verkeerde en heeft Hij daarop gehandeld om hen bij te staan, hen te hulp te komen?
      Toen kwam de dochter van Farao om in de Nijl te baden, en intussen wandelden haar dienaressen langs de Nijl; zij zag het kistje in het riet en zond haar slavin om het te halen.
       Toen zij het open deed, zag zij het kind, en zie, het jongetje [Mozes] schreide, zodat zij medelijden met hem kreeg en zei: ‘Dit is een Hebreeuws kind’.
       Toen zei zijn zuster tot de dochter van Farao: ‘Zal ik voor u uit de Hebreeuwse vrouwen een voedster gaan roepen, om het kind voor u te zogen?’.
       En de dochter van Farao zeide tot haar: ‘Ja’.
Toen ging het meisje de moeder van het kind roepen. En de dochter van Farao zei tot deze: ‘Neem dit kind mee en zoog het voor mij, dan zal ik u het u toekomende loon geven’.  Daarop nam de vrouw het kind mee en zoogde het
Ex.2: 5-9.

vers 10.Dat al mijn vijanden te schande worden en in verwarring worden gebracht“.
Bovenstaand [in vers 3]  waren we al tegengekomen dat de ziel van David door zijn ongerechtigheden “uiterst beangst”  is geworden en in verwarring gebracht als gevolg van zijn vijanden – z’n eigen zonde.
Laten mijn vijanden, mijn zonden spoedig terugwijken en laat de duivel, die mij ertoe aanzet beschaamd staan; met ander woorden een totale ommekeer:
        En Maria zei:
Mijn ziel maakt groot de Heer en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn 
Heiland, omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat van Zijn dienstmaagd.
Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten, omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige. En heilig is Zijn Naam en Zijn Barmhartigheid van geslacht tot geslacht voor  degenen die Hem vrezen.
• Hij heeft een Krachtig werk gedaan door Zijn arm en
• Hij heeft hoogmoedigen in de overlegging van hun harten verstrooid;
• Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudigen verhoogd,
• Hij heeft hongerigen met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden.
• Hij heeft Zich Israël, Zijn knecht [Zijn Volk, de Kerk] aangetrokken, om te gedenken aan Barmhartigheid,
gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen
voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheidLuc.1: 46-55.

Orthodoxie & als schapen onder de wolven

Sodom & Gomorra, by Pieter Schoubroeck

      Voorwaar, Ik zeg u, het zal voor het land van Sodom en Gomorra draaglijker zijn in de dag van het oordeel dan voor die stad.
Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duiven.
Maar wacht u voor de mensen; want zij zullen u overleveren aan de gerechtshoven en zij zullen u geselen in hun synagogen; gij zult ook geleid worden voor stadhouders en koningen om Mijnentwil, tot een getuigenis voor hen en voor de volkeren.
        Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in die ure gegeven worden wat gij spreken moet; want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest van uw Vader, Die in u spreektMatth.10:15-20.

      Mocht ik nog wegblijven, dan weet je, hoe men zich behoort te gedragen in het huis van God, dat is de Gemeenschap van de levende God, een pijler en fundament van de Waarheid. En buiten elke twijfel, Groot is het Mysterie van de godsvrucht: Die Zich geopenbaard heeft in het vlees, is gerechtvaardigd door de Geest, is verschenen aan de Engelen, is verkondigd onder de heidenen, geloofd in de wereld, opgenomen in Heerlijkheid1Tim.3: 15,16.

Saint Ignatios Antiochan – Osios Loukas monastery chapel [Gr.]

Verdubbel daarom uw inspanningen om het Rijk de Hemelen te bereiken; Kijk goed naar de tijd waarin je leeft. Verwacht slechts onze Heer en Verlosser Jezus Christus die boven alle tijden leeft,  eeuwig en onzichtbaar, maar Die Zich aan ons heeft geopenbaard.
Hij, Die onaantastbaar is en Die niet kan accepteren dat ook maar iemand verloren raakt;  Hij heeft de hartstochtelijke Liefde tot de mens ervaren en heeft ingestemd met alle lijden.
Ik wijs jullie op de Genadegaven waarmee jullie zelf bekleed zijn, verdubbel je ijver en moedig alle medebroeders en zusters aan om gered te worden.
        Toon je daarmee rechtvaardig als gevolg van jullie waardigheid en wees altijd zowel in het vlees en de geest waakzaam; blijf streven naar éénheid, omdat in Christus iets anders er niet meer toe doet.
        Heb geduld met al jouw broeders en zusters, aanvaard ze zoals zij zijn, zoals onze Heer een Verlosser ook met u geduld heeft. Verdraag het, zoals je al doet, met liefde, in Christus” conf. Heilige Ignatios van Antiochië.

recht door zee = ‘natuurgetrouw’; straight through the sea = ‘true to nature’.

Waardig Recht door zee zijn, op je woord te vertrouwen:
De term “φρονίμοϊ” [Gr. phronimoi = wijs], het woord dat onze Heer ten opzichte van de slang gebruikte, is
Wijs; doordrongen van de Heilige Geest, God-gegeven inzicht.
Het betekent in positieve betekenis: inzichtelijk, verstandig, praktisch slim in de regulatie van ons menselijk leven
      Een ieder nu, die deze Mijn Woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig mens, die zijn/haar huis bouwde op de rotsMatth.7: 24;
      Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duivenMatth.10: 16;
      Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf [δούλος, doulos, soms vertaald met knecht] , die de heer over zijn dienstvolk gesteld heeft om hun op tijd hun voedsel te geven?Matth.24: 45;
      En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs,  doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen –  en de dwaze zeiden tot de wijze: ‘Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit’“ Matth.25: 2,4 + 8f;
      En de Heer zei: ‘Wie is dan de trouwe, de verstandige rentmeester, die de Heer over Zijn bedienden zal stellen om hun op tijd hun deel te geven?“ Luc.12: 42;
      En de Heer prees de onrechtvaardige rentmeester, dat hij met overleg gehandeld had, want de kinderen van deze wereld gaan ten aanzien van hun geslacht met veel meer overleg te werk dan de kinderen van het Licht“ Luc.16: 8;
      Ik spreek immers tot verstandige mensen; beoordeelt dan zelf, wat ik zeg“ 1Cor.10: 15.

Iemand wantrouwen; twijfel oproepend; gewetensbezwaar veroorzakend.
In ieder geval is er het woord “δόλος” [Gr. dolos = bedrog, fraude, sluwheid, leugenachtigheid, boosaardigheid] zoals in;
• “      zij beraamden een plan om Jezus door list in handen te krijgen en te dodenMatth 26: 4;
• “      diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstandMarc.7: 22 en
• “      Nu was het na twee dagen Pascha en het feest van de ongezuurde broden. En de overpriesters en de schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem door list in handen zouden krijgen en dodenMarc.14: 1;
• “      En Nathanaël zei tot hem: ‘Kan uit Nazareth iets goeds komen?’. Filippus zei tot hem: ‘Kom en zie’John.1: 47;
• “      Zoon van de duivel, vol van allerlei list en streken, vijand van alle gerechtigheid, zult gij niet ophouden de rechte wegen des Heren te verdraaien?Hand.13: 10;
• “      vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheidRom.1: 29;
• “      Het zij zo; tot overlast ben ik u niet geweest, ik ben nu eenmaal sluw, met list heb ik u gevangen2Cor.12: 16;
• “      Want ons vermanen komt niet voort uit dwaling, noch uit onzuivere bedoeling het gaat ook niet met list gepaard1Thess.2: 3;
• “       Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de vreemdelingen, die in de verstrooiing zijn in 
Pontus, Galatie, Kappadocie, Asia en Bitynie, die door Hem gelooft in God, die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof tevens hoop is op God1Petr.2:1,22; alsmede
• “      Want: wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, zijn tong van het kwade te weerhouden en zijn lippen van bedrog te spreken1Petr.3: 10.

Op eigen wijze ‘wijs’ zijn
Maar in negatieve zin betekent wanneer er gesproken wordt van “φρονίμοϊ” [Gr. phronimoi = wijs] echter anders: het alleen verstandig wijs, intelligent, slim, maar ‘niet’ waarachtig, ‘niet’ echt:
– “      Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over Israël [de Kerk] gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat en aldus zal geheel Israël [de Kerk] behouden wordenRom.11: 25;
– “      Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige. Weest niet eigenwijsRom.12: 16;
– “      Gij hebt immers gaarne geduld met onverstandigen, omdat gij zo verstandig zijt2Cor 11: 19.

NB. De uitspraak van Paulus, “      Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere1Cor.4: 10
behoort waarschijnlijk tot deze groep, hoewel een beslissing in die richting niet buiten gevaar kan worden gemaakt.

Lijden om Christus wil [dwaas om Christus]
‘Lijden’ is een heel groot woord.
De uitdrukking ‘lijden’ wil echter bij christenen iets zeggen over het feit dat je van alles over je heen krijgt, omdat je Christus wilt volgen. Het is namelijk helemaal niet zo gemakkelijk in navolging van Christus te leven. Je wordt uitgelachen, bespot en in uiterste gevallen vervolgd en gedood.
Nu zal het lichamelijk doden in een omgeving van vrijheid van Godsdienst niet zo gauw voorkomen, maar iemand geestelijk niet serieus nemen, respect onthouden – in een zwaar belaade hoek zetten – komt maar al te vaak voor – zelfs zo sterk dat je het discriminatie kunt noemen.

Treed je dus in de voetsporen van Christus dan zul je ongenuanceerde opmerkingen tegenkomen; of irritatie, welke een vroom gesprek bij anderen kan oproepen. In hun ogen heb je dat over jezelf afgeroepen en hebben zij het grootste gelijk van de wereld.
Maar het kàn zijn dat jij vanwege het feit dat je in God gelooft tot andere keuzes komt dan jouw omgeving; ja zelfs in de hoogste regionen van de Kerk komt dit voor en dat weerstand tegen bepaalde beslissingen niet geaccepteerd worden.
In plaats dat je met respect behandeld wordt – wordt je door de gemeenschap niet langer geaccepteerd, zwaar bekritiseerd – je kunt zelfs het gevoel krijgen er niet meer bij te horen. Zodra je ‘anders’ bent, je kritisch bent, je onafhankelijk van de massa opstelt, dien jij je te verantwoorden, want jij verstoort het zogenoemde groepsgevoel.
Jij wordt in jou overtuigde ‘navolging van Christus’ op de proef gesteld.
De vraag is dan: blijf je trouw aan je eigen mening of laat je jezelf leiden
door het schaapachtig angstig groepsgevoel.

In een brief aan Diognetus schreef Mathetus in de 2e eeuw na Christus:
Christenen vallen niet op door hun nationaliteit, taal of gewoontes. Ze wonen niet in afgescheiden steden, spreken geen dialect en volgen geen grillige groteske gewoontes. Ze volgen gewoon de gewoontes van de steden en de streek waar ze toevallig wonen.
En toch is er iets buitengewoons aan hun leven. Ze wonen in hun land alsof ze er tijdelijk zijn, als vreemdelingen. Zij vervullen hun rol als burgers, maar ze hebben als vanzelfsprekend dezelfde beperkingen als vreemdelingen.
Ieder land kan hun vaderland zijn, maar waar ze ook zijn: het is vreemd land voor hen.
Net als anderen trouwen ze en krijgen ze kinderen, maar ze leggen ze niet te vondeling – ze delen hun maaltijden, maar niet hun vrouwen. Ze laten zich niet door het lichamelijke beheersen; ze leven hun leven op aarde als burgers in de Hemel.
Ze gehoorzamen de wetten, maar op een niveau dat ieder wet overstijgt. Ze leven in armoede, maar verrijken velen. Ze zegenen wanneer ze uitgescholden worden en reageren hoffelijk op beledigingen. Als ze gestraft worden, verheugen ze zich, alsof ze nieuw leven ontvangen”.

Indien je dus waarachtig, met volle overtuiging “Christus” wilt navolgen, dan kan het best nog wel eens heel moeilijk worden – en zo niet, dan dien je toch eens af te gaan vragen of je wel vól-wáárdig aan dàt Christelijk leven deel neemt.
Lach je mee, als er iemand wordt uitgelachen?
Ben je nieuwsgierig als er geroddeld wordt?
Of durf je er iets van te zeggen omdat je weet dat het niet klopt?
Je loopt het risico voor -‘heilig boontje’- te worden versleten,
niet serieus te worden genomen, ontwijkend te worden benaderd,
te worden uitgelachen.

Dat doet pijn – schelden doet geen pijn?
Zeker wel, het kan zelfs zó èrg worden dat je eronder gaat lijden – er kotsmisselijk en ziek van wordt.
Genegeerd worden, niet serieus, respectloos behandeld te worden is dodelijk en
dat komt in de beste gemeenschappen voor – het wordt alleen doodgezwegen.
Dat is wat de Blijde Boodschap bij zoiets noemt als “lijden om de Gerechtigheid”, – ‘lijden omdat je Christen bent’. In dat ‘anders’-zijn kun je een getuige zijn, ook in de manier waarop je omgaat met reacties die in het geheel niet Christelijk genoemd kunnen worden.
Dit alles zal je misschien heel ongeloofwaardig overkomen toch gaat het bij God om bemoediging. Ondanks alle ellende, die je op je weg mee zult maken, mag je  weten dat God jou steunt -al valt de gehele wereld voor je in duigen- Hij heeft namelijk de touwtjes in handen, ook al lijkt het niet altijd zo te zijn.
      Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal 
u in die ure gegeven worden wat gij spreken moet; want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest van uw Vader, Die in u spreekt.
Een broeder zal zijn broeder overleveren ten dode en een vader zijn kind, en kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood brengen.
En gij zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam; maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.
Wanneer men u vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere; want voorwaar, Ik zeg u, gij zult niet alle steden van Israël [de Kerk] zijn rondgekomen, voordat de Zoon des mensen komt. Een discipel staat niet boven Zijn MeesterMatth.10: 19-23.

Het is goed om de hartstochtelijke liefde tot God en de mensen te ervaren; het beste voor ons is de liefde te kennen van het Beste wat er bestaat, dus van God.

Maar indien we die liefde primair kenden alsof wij minnaars waren en God de beminde, alsof wij zochten en Hij gevonden werd, alsof Zijn Eigenschappen eerder het antwoord waren op onze behoeften in plaats van andersom, dan zouden we de liefde kennen in een vorm die de ware werkelijkheid ‘geen recht’ doet.

Want wij mensen zijn ‘niet meer dan’ schepselen, onze rol blijft –ten alle aardse tijden– die van lijdend voorwerp tegenover onderwerp, van mannelijk tegenover vrouwelijk, van spiegel tegenover het Licht, echo tegenover het Woord.
Onze hoogste activiteit is het antwoord geven, niet het initiatief nemen.
Indien we Gods Liefde werkelijk ervaren en niet in een vorm van een illusie, ervaren we die als overgave aan Zijn eis, onderwerping aan Zijn Wil. Het op tegengestelde manier ervaren is als het ware een overtreding van de spelregels van het Leven.

        Ik wil natuurlijk niet ontkennen dat we in zekere zin mogen spreken van het zoeken van de mens naar God, en over God, Die de Liefde van de mens ontvangt;
maar uiteindelijk kan het zoeken van de mens naar God alleen maar een ‘verschijningsvorm’ zijn van Gods zoeken naar de mens.
Want alles komt van God, alleen al onze capaciteit om lief te hebben is Zijn Genadegave aan ons en onze vrijheid is slechts de vrijheid om beter of slechter te reageren op Gods Liefde.
Daarom is niets zo duidelijk als dat heidens godsgeloof iets heel anders is dan Christendom, als de gedachte dat God, Zelf niet bewegend, het heelal beweegt zoals de Beminde haar Minnaar.

Volgens het Christelijk Geloof geldt juist:

Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden1John.4: 10

Op het verzoendeksel van de verbondsark [het altaar] in het Heilige der heiligen waren twee beelden van cherubijnen, die met hun vleugels het verzoendeksel overschaduwden;
ze waren één geheel met het verzoendeksel, alles uit één klomp goud vervaardigd.
Hun aangezichten waren tegenover elkaar en zagen naar het verzoendeksel [het antimention]. 

    De cherubs zullen twee vleugels uitgespreid houden naar boven, met hun vleugels het verzoendeksel bedekkende en hun aangezicht naar elkander gericht; naar het verzoendeksel zullen de aangezichten van de cherubs gericht zijn. Gij zult het verzoendeksel bovenop de ark leggen en in de ark zult gij de getuigenis leggen, die Ik u geven zal.

En Ik zal daar met u samenkomen en van het verzoendeksel af, tussen de beide cherubs op de ark van de getuigenis, over alles met u spreken wat Ik u voor de Israëlieten [het KerkVolk] gebieden zalEx.25: 20-22.

De cherubijnen op het verzoendeksel zijn ‘de Cherubijnen van de Heerlijkheid’; tussen de cherubijnen op de ‘troon der Genade‘ [het verzoendeksel, [het antimention]] woont God; daarom staat aan weerszijden op een Orthodox altaar nog steeds twee Tiara met afbeeldingen van de cherubijnen, naast het Groot en Heilig Kruis.

Profeet Ezechiël

In de visioenen van Ezechiël komen Cherubijnen voor in verband met de wielen van Gods troonwagen. Ze vertegenwoordigen de Heerlijkheid en de gang van Gods Rechtvaardige Regeringswegen met Israël [de Kerk].
Ze worden “levende wezens” temidden van vuur, genoemd, met de gezichten van een mensengedaante [rede], van een leeuw [sterkte], van een os [volharding] en van een adelaar [vlugheid]: “      En ik zag en zie, een stormwind kwam uit het noorden, een zware wolk met flikkerend vuur en omgeven door een glans; daarbinnen, midden in het vuur, was wat er uitzag als blinkend metaal. En in het midden daarvan was wat geleek op vier wezens; en dit was hun voorkomen: zij hadden de gedaante van een mens, Ieder had vier aangezichten en ieder van hen vier vleugelsEzechiël 1: 4-6. De verdere beschrijving van de Cherubijnen en de vurige kolen worden door deze profeet in zijn hoofdstuk 10 genoemd.
Maar het verhaal van onze Orthodoxe eredienst gaat verder:
      Toen hief de Geest mij op en bracht mij naar de Oostpoort van het huis des Heren, die op het oosten uitziet. En zie, bij de ingang van de poort waren vijfentwintig mannen; onder hen zag ik 
Jaazanja [‘de Heer hoort’], de zoon van Azzur [‘Hij, Die te hulp komt’], en Pelatja [‘de Heer bevrijdt’], de zoon van Benaja [‘de Heer heeft gebouwd òf heeft herbouwd’], de vorsten van het Volk. Hij zei tot mij: ‘Mensenkind, dit zijn de mannen die ongerechtigheid uitdenken en slechte raad geven in deze stad; ie zeggen: het komt nooit aan de orde huizen te herbouwen, dit is de pot en wij zijn het vlees. Daarom, profeteer tegen hen, profeteer, mensenkind!’. Toen viel de Geest des Heren op mij [de Profeet Ezechiël, ‘God maakt sterk’] en Hij zei tot mij: ‘Spreek: zo zegt de Heer: aldus hebt gij gesproken, huis van Israël [de Kerk] en wat in uw geest opkomt, is Mij bekend’Ezechiël 11: 1-5.
En wanneer we verder lezen wordt bekend:

Profetie Ezechiël, mozaïek in Osios David – Thessaloniki, 5e eeuw

      Daarom spreek: zo zegt de Heer der Heerscharen: ‘Hoewel Ik hen weggedreven heb onder de volkeren en in de landen heb verstrooid, zodat Ik hun slechts weinig ten heiligdom geweest ben in de landen waar zij gekomen zijn,
       Daarom spreek: zo zegt Heer der Heerscharen: Ik zal u vergaderen uit de volkeren en u bijeenbrengen uit de landen waarin gij verstrooid zijt, en Ik zal u het land Israël [de Kerk] geven; zij zullen daar komen en daaruit verwijderen al zijn afschuwelijkheden en al zijn gruwelen;
Ik zal hun een hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste en Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven, opdat zij naar Mijn inzettingen zullen wandelen en naarstig Mijn verordeningen onderhouden; zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn.
Maar de wandel van hen die hun hart verpand hebben aan hun afschuwelijkheden en gruwelen, zal Ik op hun hoofd doen neerkomen, luidt het woord van Heer der HeerscharenEzechiël 11: 16-21.
Wie van ons durft nu nog te verkondigen dat “Hierin de liefde Gods is, dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden”.
Ik ben toch goed zoals ik ben? Mankeert er soms iets aan mij?”.
Wij kunnen op onze klompen aanvoelen dat de werkelijkheid genuanceerder is

Illuminated Letter E, Ezekiel’s First Vision

dan de wereld ons doet voorkomen. We hebben gehoord hoe Ezechiël in Naam van God het gesprek aangaat met de Volksgenoten van zijn tijd.
Zij zaten in ballingschap ver van hun geboortegrond [hun oorsprong], weg van huis [kerkgemeenschap] en haard [warmte], van tempel [kerkgebouw] en eredienst voelt de mensheid zich ontheemd en van God verlaten.
Ze stellen zich de herkenbare en menselijke vraag: “Waarom? Waarom wij?
Hoe kan het dat wij in deze ellende terecht zijn gekomen?”

Op zo’n moment wordt al gauw gezegd: “Het ligt niet aan ons, maar aan onze ouders, die deden de dingen verkeerd, die leefden niet volgens de regels van de Eeuwige, zíj hebben niet geluisterd naar de profeten en hun leven veranderd.
Zij aten onrijpe druiven…en nu zitten wij hier en dragen de gevolgen van hun wangedrag”.

Het is ook wel makkelijk jezelf te verschuilen achter je ouders, òf achter onze opvoeding, òf onze omgeving. Zo doende behoeven we zelf geen verantwoordelijkheid meer te dragen voor ons gedrag, ècht stil te staan bij ons èigen handelen.
Dan ligt ‘hèt’ aan de ander, aan die en die omstandigheden, die slechte jeugd, die verkeerde vrienden, dat hij of zij zo geworden is, dat wij zo geworden zijn.
Tegen deze houding van het afschuiven van verantwoordelijkheden, van het verschuilen achter allerlei vaak oneigenlijke argumenten, daar gaat een profeet, ook in onze tijd, tegenaan, rebelleert hij.
In Naam van God benadrukt een profeet, ook in onze tijd, dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen handelen.

Wij mensen zijn de klei in God’s handen; We humans are the clay in God’s hands.

Hij zegt: ‘mensheid, jullie zijn weliswaar in deze situatie terechtgekomen, maar ga niet zitten jammeren over mogelijke oorzaken en maak geen verwijten richting je ouders…
Kom tot je oorspronkelijke zelf, zoals God je gevormd heeft; herstel je en herneem jezelf” en “maak wat van jullie leven!“.
Bovendien wordt benadrukt dat iedereen verantwoordelijk is voor z’n eigen daden, z’n eigen handelen. De schuld mag ook niet op God geschoven worden.
Want, zó horen we, het is God Die de enige Rechtvaardige is!
Veranderen… dàt is makkelijker gezegd dàn gedaan.
Want veranderingen gaan niet van vandaag op morgen.
We zouden wel willen dat er overal Vrede zou zijn, mensen op één lijn zitten, de natuur zich herstelt… dat als we morgen wakker worden, die onenigheid bijgelegd is, we nieuwe, betere mensen zijn.
Maar, zo gaat dat niet. Veranderen kost tijd, inspanning, tegenslag, terugvallen, doorzettingsvermogen, soms weer opnieuw beginnen.
Veranderen is een leerproces. Het leven als permanent leerproces.
En in de werking van dit Goddelijk leerproces zullen wij de Heilige Geest, de Heilige Strekte en onsterfelijkheid van God herkennen.
Op Grote Verzoendag, het Joodse Jom Kipoer [
יוֹם כִּפּוּר], wordt ook nu nog herdacht dat een mens – alleen de hogepriester! – het Heilige der heiligen mag binnengaan om verzoenend bloed op de kappórèt, het ‘verzoendeksel’, te sprenkelen.
Jezelf met God verzoenen is niet meer aan tijd gebonden, dit kan elk moment van de dag dat je hiertoe door Gods Genadegaven toe geroepen wordt. Vanaf Pasen,  Pinksteren en Kerst, de geboorte van de Kerk mag dat iedere dag.

Statements of our Lord

Iedere avond begint bij het ondergaan van de zon -de vespers- de tijd van het aanbreken van een nieuw begin. De eerste twee pelgrimsfeesten, Pesach en Sjawoeot, hebben hun christelijke tegenhanger gekregen in de vorm van Pasen en Pinksteren. Het Pasen vindt zijn voltooiing, zijn voleindiging met Pinksteren, waarbij de Heilige Geest neerdaalt op het Lichaam van Christus, de Kerk; anders geformuleerd, het is de geboortedag van de Kerk en dit wordt feestelijk gevierd.
In sommige Orthodoxe gemeenschappen is het gebruik geworden te gaan picknicken ergens in een park van de stad – de inkeer, vernieuwing en verzoening is voltooid en we mogen onder de hoede van de Heilige Geest onze weg vervolgen. De gewone mensen van de Kerk weten zich geïnspireerde om oude riten te vernieuwen, te zuiveren en te transformeren in feesten, die de geschiedenis van de Kerk markeren en tegelijk geladen zijn met een indringende ethische en spirituele betekenis.
Het appelleert aan het besef hoe wij geworteld zijn in de natuur, hoe wij overgeleverd zijn aan de grillen van het lot, onderworpen aan de voorzienigheid van Heer onze God.
Het geeft een indringend bewustzijn aan hoe dicht wij toch nog staan bij de oerelementen, een bewustzijn dat in onze luxueuze woonomgeving, temidden van onze moderne voorzieningen, maar àl te ‘verduisterd‘ is; hoe wij als schapen leven temidden van de wolven. 

Orthodoxie & de -in het hart bewaarde- vrees voor God.

Een drievoudig snoer in een huwelijk wordt niet spoedig verbroken” Pred.4: 12b

      Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.
         Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging van de wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht.
         In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van Zijn Wil,  tot lof van de Heerlijkheid van Zijn Genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
En in Hem hebben wij de verlossing door Zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van Zijn Genadegaven, welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, door ons het geheimenis van Zijn Wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de Hemelen en op de aarde is onder een hoofd, dat is Christus, samen te vatten;
        in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil, opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn Heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd.
        In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het Evangelie van uw behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen jij gelovig werd, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, Die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof van Zijner HeerlijkheidEph.1: 1-14.

Doopvont in de vroeg-christelijke Kerk

De angst voor God is de geboorte van het Geloof en een vereiste voor spirituele vooruitgang. Indien de vreze Gods zich in het hart vestigt, zoals de goede herder [hoeder], regelt Hij alles.

Maar zijn we dan bang voor God?
Voor de ongelovige is de vrees voor God de angst voor het oordeel van God en de eeuwige dood, die bestaat uit een eeuwige afzondering van God;
      Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, Die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem! Worden niet vijf mussen verkocht voor twee duiten en niet een van die is vergeten voor GodLuc.12: 5;
      De Heer zal Zijn Volk oordelen. Vreselijk is het, te vallen in de handen van de levende God!  
Herinnert u de dagen van weleer, toen gij, na verlicht te zijn, zo menigmaal lijden doorworsteld hebt, hetzij zelf een schouwspel van smaad en verdrukking, hetzij deelnemende aan het lot van hen, die in zulk een toestand verkeerden. Want gij hebt met de gevangenen mede geleden en de roof van uw bezit blijmoedig aanvaard, want gij wist, dat gijzelf een beter en blijvend bezit hebtHebr.10: 30b-34.

Voor de gelovige is de vrees voor God iets heel anders !!!
De vrees van de gelovige is een ontzag voor God.
Een goede beschrijving hiervan komt eveneens van Paulus tot de Hebreeën:
Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar Hemels Koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehaaglijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuurHebr.12: 28,29.
Deze eerbied en ontzag is precies wat de vrees voor God betekent voor ons Christenen. Dit is de motiverende factor voor onze overgave aan de Schepper van het Universum.
Wanneer dat zo is, laat ons onze Heer dan dankbaar wezen, Die dit aan ons heeft doen toekomen en laat Hem als een kostbare schat bewaard worden.
Maar indien we het niet gezien hebben of hebben willen inzien, laten we dan doen wat we kunnen om het te krijgen, wetende dat ons gebrek aan zorg te wijten is aan onze onvoorzichtigheid en verwaarlozing.

Uit Gods angst is geboren berouw, verbrijzeling, rouw om de zonden.
Ieder mens mag wensen dat dit gevoel, de voorloper van redding, nooit van het hart afwijkt!

Om de angst voor God in ons te behouden, dienen we de herinnering aan de dood en het oordeel ononderbroken te bewaren, verenigd met het bewustzijn van de tegenwoordigheid van de Heer: God is altijd in onze nabijheid en in ons nog steeds, alles waarnemen, zien, horen en kennen, en onze meest verborgen geheimenissen.

Het Mysterie van de Drie-eenheid

Wanneer dit offer aan de Drie-ëne God, de herinnering aan de dood, een gevoel van Goddelijke aanwezigheid -in ons Geloof, als een stempel wordt gevestigd, dan wordt het gebed spontaan uit het hart opgeheven, dan wordt de Hoop op redding bevestigd, als een voorschot op de erfenis, die ons te wachten staat.
Onze erfenis bestaat niet uit een fraaie villa of een dikke bankrekening. Onze erfenis bestaat uit een plaats in het Hemels Koninkrijk, de nieuwe Hemel en de nieuwe aarde waar wij ons als een kind zo blij geborgen mogen weten.
Daar is alle zonde vergeven en leven we in volkomen toewijding aan onze Heer.
Dat is ons grootste verlangen wanneer we weer eens zijn vastgelopen in onze eigenzinnige onvolkomenheid. Zelfs in een onvolkomen leven kan Christus nog zoveel moois bewerken, daar kun je versteld van staan.

Kom, Heilige Geest,
vervul de harten van uw gelovigen en
ontsteek in hen het vuur van Uw Liefde.
Heer zend Uw Geest uit en
alles zal herschapen worden
”.

God Gij hebt de harten van al de Gelovigen door
de verlichting van de Heilige Geest onderwezen:
geef dat wij door die Heilige Geest
de ware Wijsheid mogen blijven bezitten en
ons door Christus, onze Heer en Meester,
altijd over Zijn Troost mogen verblijden.

Onze vrees voor God betekent dat we een dusdanig ontzag voor Hem hebben,
dat dit een enorme invloed heeft op de manier waarop we ons leven leiden.
De vrees voor God bestaat uit het respecteren van Hem,
het onderwerpen aan Zijn tuchtiging en
het vol ontzag aanbidden van Hem, als
Heer en Meester van ons leven.
De acceptatie van de God als Heer en Meester is 
geen fase in de ontwikkeling tot onafhankelijkheid; 
het bouwt voort op de in Christus verkregen vrijheid.
Het impliceert een levenslange groei en ontwikkeling, 
om vanaf de doop de mens vrij te maken van z’n beperkingen
, teneinde tot een hoger niveau van vrijheid in gebondenheid te komen. 
Met het perspectief van een tweeledige benadering van 
het verwerven van vrijheid die als gevolg van die emancipatie is verkregen, 
kunnen we de volledige betekenis van het accepteren de vrees voor God beter waarderen. Alleen een waarlijk vrij volk, niet alleen fysiek maar 
tevens spiritueel bevrijd van haar ondergeschikt zijn, 
kan een Goddelijk Verbond tegemoet treden en 
de Vreze God’s als leidraad aanvaarden.

Hemelvaart – onderzoek over religieus besef

      En terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in hun midden; en zij werden ontzet en verschrikt en meenden een geest te aanschouwen.
Doch Hij zei tot hen: Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart? Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het zelf ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb.
En bij dit woord toonde Hij hun zijn handen en voeten. En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden, zei Hij tot hen: Hebt gij hier iets te eten?
Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe. En Hij nam het en at het voor hun ogen.
Hij zei tot hen:
    Dit zijn Mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en de Profeten en de Psalmen moet vervuld worden.
Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen.
En Hij zei tot hen:
‘       Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden, en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. Gij zijt getuigen van deze dingen. En zie, Ik doe de Belofte van Mijn Vaders op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge’.
En Hij leidde hen naar buiten tot bij Bethanië en Hij hief de handen omhoog en zegende hen.
En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde.
En zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap en zij waren voortdurend in de tempel, lovende God
Luc.24: 36-53.

      Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teophilos, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft.
En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij [zei Hij] van Mij gehoord hebt.
Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze.
Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden:
‘Heer, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israel?
Hij zei tot hen: ‘Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en
Samaria en tot het uiterste der aarde.
En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze weer-komen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.
Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan
Hand.1: 1-12.

Christus icoon,
vormt in ons:
de Engel der stilte . . .!‘.

 

Er is een groep volgelingen van Christus die nu definitief buiten de boot lijkt te vallen; je ziet het verval in de Christelijk leer dag aan dag voor je ogen groter worden.
Uit een zeer recent onderzoek komt wat religie aangaat naar voren dat Geloof en eredienst, met een woord Godsdienst veel aandacht krijgt, vooral omdat het zich laat aanzien dat minder mensen zich heden ten dage identificeren als Christenen en zichzelf meer beschouwen als dat zij weliswaar iets met de een of andere religie hebben, doch dat zij de banden niet al te strak aanhalen.
Misschien is op z’n minst een deel van de reden voor deze geringe belangstelling dat mensen in het bestaande aanbod van kerkgenootschappen niet erg veel aangetroffen hebben wat het leven tot aan de dood in de Kerk, met alledaagse dingen waarmee ze vertrouwd zijn de moeite waard zou zijn geweest.
Hun ervaring weerspiegelt het falen van het overgrote deel van het huidig Christendom, waarin de Blijde Boodschap in onze cultuur belichaamd wordt met integriteit welke we deze dagen vieren met Hemelvaart.
Wij worden als mens immers uitgenodigd persoonlijk deel te nemen aan de vervulling van onze menselijkheid in de Opgestane en ten Hemel-gevaren Verlosser.
Veertig dagen na het Pascha is onze Heer en Meester ten Hemel opgevaren.
In Hem zijn menselijkheid en Goddelijkheid verenigd in één persoon; Hij is vanaf dit ogenblik in de Hemelen aanwezig als de God-Mens.
Bij Zijn Hemelvaart blijkt dat de Zoon al van vóór schepping deelt in de eenheid en Heerlijkheid die Hij had met de Vader en de Heilige Geest, dus al van vóór de schepping van de wereld.
En Hij verenigt ons, Zijn Volgelingen, in die Heerlijkheid met Hem; Hemelvaart is derhalve een briljante icoon van onze redding, want het maakt duidelijk dat onze Heer ons in al onze dimensies van ons bestaan heeft verhoogd, niet alleen uit het graf, niet alleen uit de Hades, maar in het eeuwige leven van de Heilige Drie-eenheid.
In de ten Hemel opgevaren Christus, zijn wij waarachtig uitgegroeid tot de deelnemers aan God, nemen wij door de Genadegaven deel aan de goddelijke natuur, zelfs al leven we en ademen we in een wereld die zo vaak Degene terzijde schuift, Die de mens in het bestaan gesproken heeft: “God ‘sprak’ en het ‘was’ en Hij ‘zag’ dat het goed wasGen.1:1; 2: 4a.

Hemelvaart herinnert ons eraan dat de Orthodoxe religie zich verheft tot Geloof Welke Heiligheid en Versmelting tracht te bereiken met de Heer in het leven zoals wij dit hier op aarde kennen.

Het punt is dat ons lichaam of elke dimensie van de aardse werkelijkheid niet aan de wereld kàn ontsnappen, maar om èlk aspect van ons leven aan Christus áán te bieden teneinde dat wij dankzij Die Goddelijke Zegen al het Hemelse leven op aarde mogen ervaren, zelfs in een wereld die God meer en meer als irrelevant [niet van belang voor het leven] ervaart.
Christus steeg met Zijn Verheerlijkt Lichaam op naar de Hemelen, en wij “verwachten de Opstanding van de doden en het Leven van de wereld die nog komen gaat” als de ultieme vervulling van Zijn waarachtig goede schepping.
Hemelvaart herinnert ons er tevens aan dat Jezus Christus, onze Heer niet alleen een groot leraar of voorbeeld is, òf zelfs maar als een engel of mindere god kan worden beschouwd.

‘De geschiedenis, dat zijn wij zelf’;          ‘History, that’s us’.

Toen de Kerkvaders van het eerste Oecumenische Concilie [op initiatief van keizer Constantijn I in Nicea in 325 na.Chr.] hebben verkondigd dat ‘Jezus Christus Licht van het Licht, waarachtig God uit waarachtig God, en één in wezen met de Vader, de eniggeboren Zoon van God is; de Enige Die als waarachtig Goddelijk en eeuwig is kunnen opstijgen naar de Hemelen en ons tot het Goddelijke brengt, het eeuwige Leven van de Heilige Drie-eenheid.
Dááròm heeft het Concilie van Nicaea de dwaalleer van Arius afgewezen, die het idee propageerde dat de Zoon van God niet volledig Goddelijk was afgewezen.
Dat is de reden waarom de Orthodoxe Kerk altijd heeft verklaard het niet eens te zijn met degenen die volledige Goddelijkheid van onze Heer en Zijn volledige menselijkheid trachten te ontkennen.
De Enige en Waarachtige, Die God en mens in het leven hier op aarde werkelijk kan samenbrengen tot het bovennatuurlijke Leven van God is Christus, onze  Verlosser.
Misschien dat sommige mensen vandaag de dag vinden dat het Christendom irrelevant is voor hun leven, komt omdat ze nog nooit ‘serieus’ in aanraking zijn gekomen met de Orthodoxe ervaring van Jezus Christus.
Velen in onze westerse cultuur lijken te denken dat onze Heer en Verlosser – weinig meer van doen heeft, dan een goede leraar en voorbeeld [zoals sommige grote voorbeelden van onze tijd] en verkondigen dat Christus niet veel verschilt van die van de seculiere en andere religieuze figuren.
Zij beweren dat wij heus geen uitzonderlijk bijzonder talent behoeven te hebben om erachter te komen dat het mogelijk is om een aardig persoon en een goede burger te zijn, zonder dat je christelijke of religieus betrokken bent.
Net als Arius, hebben velen door de eeuwen heen Christus met hun eigen voorstelling vergeleken als ‘een voorbeeldige mens‘ volgens welke standaard ze Hem in hun tijd en plaats zouden kunnen ervaren.
Terwijl dit soort idolen voor een aantal culturele of politieke agenda’s van nut zouden kunnen zijn, zullen dit soort interpretaties snel verdwijnen wanneer de  mensen er achter komen dat ook zij hun wereldse eind hebben dienen te bereiken en schijnen zij heel goed ‘zonder‘ een nogal religieuze kers op de taart begrijpen wat werkelijk in het eeuwig leven voor hen van belang is. In het beste geval levert deze houding een fastfoodrestaurant Geloof op dat niet lang zal duren en de meeste mensen zullen het niet serieus nemen.

In tegenstelling daarmee handhaaft het Orthodoxie het al-oude Geloof van de vroeg-Christelijk Kerk waarbij Jezus Christus, de God-mens, na z’n Kruisdood in Zijn Opstanding de dood heeft overwonnen, opgevaren is naar de Hemel, die voor ons beërft heeft en ons daarmee deelgenoot heeft gemaakt via de Goddelijke Genadegaven van de Heilige Geest aan het Leven van de Heilige Drie-eenheid.
We dienen nimmer te proberen om ons Geloof in onze Heiland te verheffen tot een werelds idool in een poging om Hem populair te maken, gemakkelijk te volgen, òf Hem volledig te laten opgaan in de harmonie van onze [westerse] cultuur.  Het zou ons dienen te verrassen dat wij ons leven door Hem mogen verheffen teneinde in onze verdorven wereld ‘door discipline‘ een leven van heiligheid op te bouwen, ‘door opofferingsgezindheid‘ en het uit de pas te lopen met de vele trends, die ons omringen.
Zou het niet vreemd zijn als wij net zo eenvoudig en uiteindelijk onbelangrijk en gewoon als aardig of goed-passend zouden aansluiten bij de sociale normen met de zegen van de gekruisigde, opgestane en opgevaren Heer?
Soms dienen we gewoon eens te kijken naar andere culturen, hetgeen ons helpt onze eigen situatie duidelijker te beoordelen.
Tot op de dag van vandaag geven veel christenen in het Midden-Oosten [zowel Orthodoxe als andere religies] hun leven als Martelaren voor hun Geloof in Jezus Christus; zij zitten als gewone burgers, zich van geen kwaad bewust, tussen de strijdende partijen en worden het slachtoffer van hun grillen. In die regio en in andere delen van de wereld, lijden onze broeders en zusters aan vervolging, misbruik en intimidatie van onderdrukkende regeringen en van vijandige extremistische groepen die hen en hun Geloof trachten te elimineren. Communisme en fascisme hebben in onze eigen geschiedenis van de 20e eeuw talloze Martelaren gemaakt. Hetzelfde tevens geldt voor de Armeense, Griekse en Assyrische genocide in de handen van de Turken die honderd jaar geleden begon.
Er zijn er maar heel weinig overgebleven, die in onze cultuur van de afgelopen eeuw niet erkennen dat vele miljoenen christenen zijn gestorven vanwege hun Geloof. Duizenden maken dit elk jaar nog steeds mee, ondanks alle herdenkingen van bevrijdingsfeesten, die her-en- der gevierd worden.
Net als de Martelaren van de vroeg-christelijke Kerk, gingen ze echt hun dood niet tegemoet uit loyaliteit aan een ‘louter menselijke‘ leraar of een voorbeeld van hoe je een morele of aangenaam persoon maar kunt tegenkomen.
Zij zijn dit voorzeker niet met open ogen tegemoet getreden omdat het-christen- zijn hen enige vorm van cultureel of wereldse voordeel zou hebben opgeleverd.
Nee, ze weigeren gewoon om een Heer af te vallen, Die zij [her-]kennen als God, Die de dood heeft overwonnen, opgevaren is naar de hemelen, en Die hen gesterkt heeft om te delen in Zijn eeuwige leven, zelfs als ze Hem letterlijk volgen door hun Kruis op zich te nemen. Ten alle tijde weigeren deze Martelaren Christus te verloochenen. 

Vergeet niet dat, in een kwestie van enkel dagen, de volgelingen in de bovenzaal vanwege hun broederschap tot Christus overgingen van de totale wanhoop en nederlaag bij Zijn kruisiging tot de verbazingwekkende Vreugde van het lege graf en de prachtige aanblik van Zijn Hemelvaart.
Dit waren grootse ervaringen, die hun leven totaal veranderd hebben, die hen de Kracht gaf alles op te geven en hun eigen leven op te offeren voor de Heer. Generaties van Martelaren hebben hun leven niet opgegeven voor zelfs ‘de beste docenten‘ en/of zij, die hen het goede voorbeeld hebben gegeven, maar de Kracht van de Opgestane en Opgevaren Zoon van God is in de Christelijke Kerk in het bijzonder in het getuigenis van de Martelaren aan deze dag verbonden gebleven, met hen die delen in een Overwinning die niet van deze wereld is.
De vroeg-christelijke leraar Tertullianus schreef dat “Het bloed van de martelaren  het zaad is van de Kerk”.
Het mag op de een of ander manier verrassend lijken, maar de volgelingen in de vroege geschiedenis van het Geloof werden getekend door het Getuigenis van degenen die hun leven gaven voor Christus.
Misschien voelden zij -meer dan heden ten dage – dat er ‘iets‘-anders was, iets bovennatuurlijks, iets nieuws, iets wàt echt de moeite van het leven en sterven waard was, want voor hen leidde dìt de Martelaren tot hun onmenselijk groot offer, dàt is wat zij blijkbaar wilden met hun eigen leven. En het mag je verwonderen, maar veel mensen doen dit vandaag de dag nog steeds. 

Hemelvaart, de Belofte van de H. Geest, SimeonArtschischez, miniatuur [1305]

Wanneer wij  het feest van Hemelvaart vieren, dienen wij te onderkennen dat wat we de wereld te bieden hebben – onze Getuigenis is, onze Doxologie [Credo] dat de gekruisigde, Opgestane en Opgevaren Heer ons het eeuwige Leven heeft geschonken, dat Hij deelt met Zijn Vader en de Heilige Geest.
Zijn Goddelijke Glorie schittert in het getuigenis van de Martelaren tot op de laatste dag en dient door ons te schijnen op een wijze, die zelfs de beste leraar, idool, of politieke activist te boven gaat en ons onmogelijk zou kunnen inspireren. We dienen met een enorme oprechtheid aan te tonen dat Christus de moeite waard is om voor te sterven in een cultuur en een wereld waar veel zaken tot god verheven worden.
We zullen dit doen door met Hem op te groeien tot een leven van briljante  Volheid, Heiligheid, zelfs wanneer wij in alle problemen met beide voeten op de grond blijven staan en ons door niets en niemand laten beïnvloeden. 

Hij roept ons op om te leven als levende iconen, gelijkend op onze Heer, op een wijze dat die anderen aangetrokken worden in de Vreugde, de Zaligheid, en de vervulling van komende Hemels Koninkrijk.
Christus stelt ons in staat om in deze wereld voort te leven als degenen die reeds geproefd hebben van Zijn Heil, er iets van te hebben meegekregen, door het zelf mee te maken.
Hij gebiedt ons om de Goddelijke Heerlijkheid waarin Hij ons tot deelnemers heeft gemaakt uit te stralen. Indien we dat doen, zullen wij getuigen van de Waarheid van de Hemelvaart, en zullen velen in onze cultuur voor de eerste keer in hun aandacht worden gevestigd op onze Heer, God en Heiland, Jezus Christus. En door Zijn genade, zullen zij zien dat Hij de Weg is, de Waarheid en het Leven.

Psalm 48[49], de rijke dwaas

    Hoort dit, alle volkeren;
luistert allen die de wereld bewoont.
Aardgeborenen en kinderen der mensen, iedereen, rijk en arm.
Mijn mond spreekt wijsheid,
de overweging van mijn hart verstand.
Ik zal mijn oor lenen aan een gelijkenis, mijn leerstuk uiteenzetten in een Psalm.
Waarom zou ik bevreesd zijn op de dag van onheil?

De ongerechtigheid die mijn hiel belaagt, omringt mij.
Zij vertrouwen op hun macht en beroemen zich op hun geweldige rijkdom.
Maar hun broeder kunnen zij niet vrijkopen: kan ooit een mens vrijgekocht worden?
Hij kan aan God immers geen genoegdoening geven; geen losprijs voor zijn ziel.
Al zou hij ook zwoegen in eeuwigheid en leven tot aan het einde.

Want zou hij het bederf niet aanschouwen, wanneer hij zelfs wijzen ziet sterven?Evenzo gaan dwaas en verstandloze ten gronde, en hun rijkdom wordt nagelaten aan vreemden.
Hun graven zijn hun tehuis voor eeuwig, daar wonen zij van geslacht tot geslacht; hun namen schrijft men op hun grafheuvels.

De mens die geëerd wordt, maar dit niet begrijpt, is te vergelijken met redeloos vee, en daaraan gelijk.
Hun eigen weg wordt hun tot struikelblok, terwijl hun mond die nog prijst.
Als schapen komen zij in de hades, de dood zal hun herder zijn.
De oprechten zullen over hen heersen in de morgenstond, hun hulp uit de tijd van heerlijkheid vergaat in de hades.
Wordt niet bevreesd wanneer een mens zich verrijkt en zijn huis in heerlijkheid toeneemt.

Want als hij sterft zal hij niets kunnen meenemen; evenmin zal zijn heerlijkheid met hem  afdalen.
Want zijn ziel wordt gezegend tijdens zijn leven en hij prijst u als gij haar goed doet.
Maar hij zal ingaan tot het geslacht van zijn  vaderen; tot in eeuwigheid zal hij het licht niet meer zien.
De mens die geëerd wordt, maar dit niet begrijpt, is te vergelijken met redeloos vee en daaraan gelijkPsalm 48[49] vert. ROK ’s-Gravenhage.

3e ant.
1.].Hoort dit alle volkeren, luistert allen die de wereld bewoont”.

Apolytikion     tn.4.  [refrein]
In Heerlijkheid zijt Gij opgestegen, o Christus onze God,
en hebt Uw Leerlingen verblijd door de Belofte van de Heilige Geest.
Want door Uw zegen leerden zij dat Gij de Zoon van God bent
en de Verlosser van de wereld
”.

2.].Mijn mond spreekt wijsheid en de overweging van mijn hart verstand”.

3.].God verlost Mijn ziel uit de macht van de hades wanneer Hij Mij opneemt”.

4.].Eer aan de Vader . . .

Kondakion     tn.8.
Nadat Gij de heilsorde had volbracht,
en het hemelse met het aardse verenigd had,
zijt Gij opgestegen in heerlijkheid, o Christus onze God,
zonder van ons heen te gaan zoadat er geen scheiding kwam.
En hun die Gij liefhebt, roept gij toe:
‘Ik ben met u en niemand tegen u
”.

Orthodoxie & zicht op religieus leiderschap

    En onze Heer Jezus Christus zei:
‘Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat wie niet zien, zien mogen en wie zien, blind worden’.
Dit hoorden sommigen uit de Farizeeën, die bij Hem waren, en
zij zeiden tot Hem: ‘Zijn wij soms ook blind?’.
       Jezus zei tot hen:
‘ Indien gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben; maar nu zegt gij: Wij zien; daarom blijft uw zonde. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie niet door de deur de schaapskooi binnenkomt, maar op een andere plaats inklimt, die is een dief en een rover; maar wie door de deur binnenkomt, is de herder der schapen. Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen naar zijn stem en hij roept zijn eigen schapen bij name en voert ze naar buiten.
Wanneer hij zijn eigen schapen alle naar buiten gebracht heeft, gaat hij voor ze uit en de schapen
volgen hem, omdat zij zijn stem kennen; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen’.
       In dit beeld sprak Jezus tot hen, maar zij begrepen niet, wat het was, dat Hij tot hen sprak.
Jezus zei dan nogmaals:
‘ Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur der schapen. Allen, die voor Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben naar hen niet gehoord. Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.
De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.  Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen     maar wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht – en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen – want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte.
Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij,  gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen’John.9: 39-10: 15.

                   In religieuze en spirituele gemeenschappen neemt leiderschap vaak een specifieke vorm aan.
Religieuze leiders zoals Patriarchen staan namelijk –  ‘verschillend ’ van seculiere leiders zoals keizers – centraal in het verbinden van gelovigen, t.o.v. het transcendente en de buitenwereld.
In het Russisch wordt de term ‘maffia‘ gebruikt voor de ‘corrupte politieke elite‘, die altijd verbonden is/was met machthebbers; in de Sovjetperiode werden met ‘maffia‘ mensen aangeduid die verantwoordelijk waren voor bepaalde goederen of diensten, of degenen die hoge posities op de maatschappelijke ladder hadden [номенклатура , воры в законе – kort omschreven, dieven onder de wet].
Het goed functioneren van religieuze en spirituele gemeenschappen is grotendeels afhankelijk van dit leiderschap.
Religieus leiderschap en religieuze gemeenschappen staan in een tijd van de-ïndividualisatie, de-secularisatie en super-diversiteit sterk onder druk.
Onderzoek laat zien dat men in dit soort tijden van onzekerheid behoefte heeft aan charismatische leiders die richting en veiligheid kunnen verschaffen. Daarnaast zorgt een onzekere of aarzelende situatie er ook voor dat leiders meer mogelijkheden hebben om charismatisch [goeroe-]gedrag te gaan vertonen.
Dit wekt nieuwsgierigheid op wat betreft de ervaringen met charismatisch leiderschap in religieuze en spirituele geloofsgemeenschappen.
Alles is nu eenmaal geschapen, voordat het tot het bestaan kwam, zelfs de mens, als sluitstuk van de Schepping; komt voort uit Gods Liefde tot verlangen naar iets wat van verre [uit het hart] voortkomt; de wens Goed te doen en overwoekerd te worden door Goddelijk Licht, is ontstaan uit de onmetelijke schoonheid van het Goddelijk Licht.

Wanneer we bovenstaande woorden van de Blijde Boodschap van de hand van Johannes horen, lijken ze in eerste instantie te doen afnemen, ze zijn bijna weerzinwekkend, ze zijn al meer dan tweeduizend jaar voer voor handelaren, voor een schijntje te koop op de marktplaatsen van de theologie:
– Onze Heer Jezus Christus is ‘de ware Herder en degenen die in Hem geloven, vormen de kudde’, – die de relatie en de klasse beschrijft van de Christelijk leider en de ‘en masse’ Christus volgende gelovigen, inclusief alle vormen van mogelijk misbruik.
Een natie van “schapen” heeft leiderschap nodig.
Iedere gedragspsycholoog kan ons uitleggen waarom: ‘In tegenstelling tot de sluwe geiten, degenen die zich in de hoge bergen voortbewegen, ten opzichte van de schapen die zich in de dalen op uitgestrekte boomloze vlakten bevinden, waar slechts gras en mos groeit, althans zo lag het er ongeveer achtduizend jaar geleden bij voordat zij aan het menselijk leven gewend was geraakt, voordat zij zich in de wereld thuis begonnen te voelen. Het menselijk leven is afhankelijk van erkenning, respect van degene die dat aanlevert, deze ervaring begeleidt en beschermt’.
Meer dan het geblaat en het exploiteren van deze dieren kan zelfs in een noodgeval niet worden vertrouwd. Wanneer een dergelijk gedrag als een model van “gelovigen” wordt voorgesteld, mag  het tevens duidelijk worden waarom de [schaaps-]kudde gelovigen aan Christus een centrale uitgangspunt toekennen en Hem als het onmiskenbare centrale Hoofd van de Kerk dienen te herkennen, de Enige [God-]mens, op Wie je werkelijk je vertrouwen kunt stellen.
Hier wordt dus klip en klaar gesteld: “ Ja, Jezus Christus, de Zoon van God is de Herder, de behoeder van de Kerkgemeenschap”.
Christus maakt dit hier duidelijk aan ieder mens, die zich als herder, als spelleider, als toezichthouder in Zijn stal aanmeldt om er te komen werken!

Deze scène is tevens opgenomen in de sterk sentimentele weergave van het erfgoed van de Nazarener: een herder die vredig in de avondschemering bij zijn kudde doorbrengt; hij trekt met hen op, met allen, alsof er geen gevaar dreigt.
Vele van dit soort fresco’s en iconen zijn te vinden in de christelijke kerken in Israël, Jordanië, Libanon en Syrië als ingevoerd product uit het koloniaal verleden van het Christendom tot in de 21e eeuw aan toe. Een enkele blik op de bergen van Galilea of ​​Judea zou je andere dingen kunnen laten zien: ‘Hoe bewerkelijk het werk van een herder is en wat de werkelijkheid inhoudt‘.
Bij de weergave van Johannes is er zelfs sprake van een naderende dood, van een leven vol avontuur, van een verbintenis tot ‘alles of niets’, hetgeen een herder als ‘beroepsrisico’ dient in te calculeren en als heel natuurlijk daarop volgend, één opmerking:
Het betreft het uitgangspunt dat het gedrag van de spelleider en toezichthouder, als herder ten opzichte van de schapen afhankelijk is van hoe we tegen de relatie tussen God en de mens aankijken. Geloof en erkenning van de uitvoering daarvan wordt niet beschouwd als taak waarvan de vervulling charismatisch gelegitimeerde eisen stelt aan de mens zelf’.

Met name nieuwe religieuze splintergroeperingen kenmerken zich door een charismatisch leiderschap als een ‘levend voorbeeld’, van een profeet, een mysticus of plaatsvervanger van God. Charismatische leiders worden door hun volgelingen en ook door zichzelf [een soort zelfhypnose] beschouwd als ‘ontzettend’ bijzondere personen met wèl ‘héél bijzondere’ eigenschappen, een soort supermens, die van alle markten thuis is, òf zij doen het slechts voorkomen en spelen het spel, zoals dat van hen verwacht wordt.
Charismatische leiderschap onderscheidt zich in een ideaaltype in contrast met de twee andere vormen van leiderschapsautoriteit, gezag of macht: ‘legaal’ leiderschap en ‘traditioneel’ leiderschap.
       Bijzondere [Genade-]gaven om anderen te inspireren en te leiden is een bepaalde eigenschap van een individuele persoonlijkheid, dankzij welke hij/zij [de geit op de berg] zich onderscheidt van de gewone mens [het schaap in de steppe] en behandeld wordt als begiftigd met bovennatuurlijke, bovenmenselijke, of op z’n minst specifiek uitzonderlijke krachten of kwaliteiten.
Deze eigenschappen zijn dusdanig dat gewone mensen er absoluut geen toegang toe hebben, maar beschouwd worden als ‘van goddelijke oorsprong’ òf wat als voorbeeld kan dienen en het individu dat deze eigenschappen bezit wordt op grond hiervan als leiderschapsfiguur behandeld.
       Na nadrukkelijke bestudering van dit onderwerp is het algemeen min of meer gebruikelijk geworden, begrippen als charisma of charismatisch leiderschap nog uitsluitend op te vatten als omschrijvingen van innerlijke kwaliteiten van een persoon onafhankelijk van de omgeving.

Persoonlijke uitstraling
De charismatische autoriteit berust op “geloven” in de desbetreffende ‘profeet‘, op de “erkenning” die de charismatische ‘held’ zichzelf verwerft en toekent of ermee door de mand valt.
Niettemin ontleent het z’n autoriteit niet aan deze erkenning door degenen, die in de wereld regeren; Macht uitoefenen. Integendeel: Geloof en erkenning worden beschouwd als taken, waarvan de vervulling ‘charismatisch gelegitimeerde eisen’ stelt aan zichzelf [Maximilian C.E. (Max) Weber 1864–1920].
De vraag die daarop volgt is of charisma overdraagbaar is, kunnen de volgelingen worden vastgehouden wanneer de voorafgaande leider er niet meer is, wat gebeurt er als het charisma z’n glans gaat verliezen, minder interessant, minder de moeite waard wordt?
Dit is het vraagstuk van de institutionalisering van het charisma of, zoals Weber het noemt, de routinematig behouden van charisma. De charismatische leider heeft ideeën en idealen, die ook na zijn verscheiden, bewaard en uitgedragen dienen te worden; om de leider heen bevindt zich een groep van mensen, die economisch en sociaal van hem afhankelijk zijn geworden en er zijn volgelingen die het geloof en het vertrouwen in hun leidsman willen behouden, eventueel ook geritualiseerd.
De socioloog Weber gaat er van uit dat charismatisch leiderschap in zijn puurste vorm een zo onzeker, instabiel en vluchtig gegeven is, dat er in de praktijk bijna altijd reeds na een korte tijd een routinematig behouden van het charisma gaat optreden. De mensen rond de charismaticus en vaak ook de leider zelf, willen immers zekerheid en continuïteit; zij tolereren geen enkele tegenstand.

Krishnamurti is een typische voorbeeld van een charismatisch leider, die zich juist ‘tégen’ het routinematig behouden van z’n charisma in een georganiseerde vorm heeft verzet, de ‘antimeester’, zoals godsdienstige leermeesters dit noemen.

De tragiek van de charismatisch leider is dat hij naarmate hij méér succes heeft, meer en meer van z’n oorspronkelijke charisma verliest. Het is een opeenvolgend proces dat vrij gemakkelijk te herkennen is.
1.]. Iemand wordt een charismatisch leider, wanneer hij volgelingen krijgt die zijn charisma herkennen en erkennen. Hij is dan de leider [‘hoofdspelleider’ kon Weber in zijn tijd nog onbelast zeggen] en zijn volgelingen zijn ‘de jongelingen’.
2.]. In de tweede fase, wanneer het leiderschap in bredere kring erkend wordt, worden de volgelingen beschermers en bewakers. Zij gaan om de leider heen staan, onttrekken hem aan het directe contact met de meerderheid van de volgelingen. Om hem zijn charismatische werking niet te doen verliezen, tillen ze hem op, verheffen ze hem tot een zichtbaar, maar onbereikbaar idool.
3.]. In de derde fase zijn de beschermers en de bewakers van de charismatische leiders tot zijn beheerders geworden: het charisma wordt gemanipuleerd ten behoeve van de organisatie die zich om de leider heeft ontwikkeld. De charismatische leider is een marionet geworden van zijn omgeving.
4.]. In de vierde fase tenslotte zijn de beheerders geëvolueerd tot bestuurders en de charismatische leider is nog slechts een herinnering, die de legitimatie is voor de handelingen van de bestuurders. De marionet is dan een mascotte geworden: een symboolfiguur.

De leermeester als algemeen ‘spelleider van de ziel’ is vandaag de dag de ‘religieus charismaticus’ bij uitstek: hij is geen plaatsvervanger zoals iemand die de Blijde Boodschap verkondigt, hij is eveneens geen profeet, die oude waarheden vernieuwt, maar hij ontpopt zich als mysticus, de ‘verlichte’, die z’n volgelingen kan helpen en bijstaan [als starets] zelf de toestand te bereiken, die  zijn bestaan uitmaakt.
De eerbiedwaardige persoon is geen geroepene, geen uitverkorene, maar een ‘verlichte’, een navolgbare [dat weinigen dat stadium van ‘verlicht’ zijn bereiken, is principieel niet van belang]. De leermeester wordt vereerd als voorbeeld en als methode; dat is heel sterk het geval bij geestelijk leidslieden uit India en het verre oosten. Bij velen van hen heeft dit aspect na het overlijden van de stichter reeds duidelijk aan betekenis ingeboet. Interessant is dat vele leermeesters hun eigen charisma ook als afgeleid of overgenomen zien worden. Hieruit blijkt meteen al hoe persoonlijke kwaliteiten ‘alleen’ al onvoldoende zijn voor de erkenning van het charismatisch leiderschap.
De intelligente, steeds wisselende en dagelijks optredende geestelijk leidsman is niet méér of minder dan een charismatisch – verwende, materialistische en intellectueel spelleider. Als eerbiedwaardig spelleider hebben beiden overigens wel ieder een eigen publiek en een eigen functie. Of iemand ‘waarachtig’ de kwaliteiten bezit, die hem door z’n eigen optreden en de reactie daarop van z’n omgeving worden toegeschreven is eigenlijk niet relevant.
Waar het om gaat is of de charismatisch spelleider ‘integer’ is: gelooft hij in z’n eigen charisma en in de opdracht die daarin besloten ligt of in ieder geval als daarin besloten liggend door hem wordt uitgedragen?
Een charismatisch leider kan immers een bedrieger zijn; daarmee is zijn charismatisch leiderschap geen bedrog, maar wèl het misbruik dat hij ervan maakt.
                         Een probleem dat hiermee samenhangt is de enscenering van het charismatisch leiderschap. Iedere charismatisch leider die succes heeft, komt in de situatie terecht dat hij zijn charismatische eigenschappen moet gaan ‘opvoeren’ , zowel in het spel wat gespeld wordt als de mate waarin het gemanifesteerd wordt.
Een steeds groter publiek met steeds grotere verwachtingen dienen in zijn charismatische eigenschappen te blijven geloven, ook buiten het persoonlijk contact om.
Dat vraagt op zijn beurt weer om enscenering van het charisma, om vertoon van bijzondere kwaliteiten en om vertoon van ‘de grote spelleider’.
Dit betekent tevens dat charisma als zodanig tot op grote hoogte tot een schijnvertoning op te voeren is. In zekere zin gaat het hier om een behendigheid, die aangeleerd wordt door het regelmatig [voor de spiegel] geoefend te hebben, het zogenaamde geroutineerd charisma.
De onzekerheid en het wantrouwen dat de enscenering oproept bij degenen die zich niet in de ban van de charismatische leider bevinden, klinken als verontwaardiging door in het commentaar op de levensstijl van de leiders van nieuwe religieuze bewegingen. De buitenwacht veronderstelt bij hen misbruik van het charisma ter verwerving van macht, vermogen en seksueel genot.
– ‘All the groups that we are talking about have living leaders who ware demonstrably wealthy’ [Clark, 1976].
– ‘Zwischen dem anspruchslosen Leben der Guru-Anhänger und dem luxuriösen Lebensstil ihres vollkommenen Meisters Maharaj Ji klafft ein tiefer Graben’ [Löffelmann, 1979],
– ‘Er worden boeken verkocht, waarvan Hubbard [oprichter van Scientology] de royalties opstrijkt: zijn inkomsten worden geschat op enkele miljoenen per jaar’ [Köllen, 1980, 180].
De dag- en weekbladjournalistiek is op dit punt nog veel onverbloemder. Voortdurend vindt men verwijzingen naar de wijze, waarop sekten en sekteleiders zich vergrijpen aan alles wat de burger zo angstig voor zich behoudt en zo gretig anderen ziet verliezen:
geld, bloed, zweet, tranen, eer’.
Geen goeroe zonder giro’, wordt in de pers regelmatig gezegd en hoewel de goeroe daarin dan juist niet van de gemiddelde Nederlander zou verschillen,
drukt deze korte en kernachtig stelling toch vooral een onverbloemd wantrouwen tegen de charismatische godsdienstige spelleider uit, met name wat betreft het inkomen van de toezichthouders.
Zeker ook wat betreft de erfopvolging; je leidt je opvolger als het ware op ten einde verzekerd te zijn van de voortzetting van het charismatisch – verwende, materialistische en intellectueel spel. De volgelingen worden als het ware ‘voor’-geprogrammeerd om ook de voortzetting op handen te dragen, te voeden en te versterken.

Christus geeft het verschil aan
Overeenkomstig deze inleiding sprak ook onze Heer, Jezus  Christus tot ons, maar wij gelovigen begrepen niet, wat het was, waarover Hij – in te tijd- tot ons sprak.
Jezus zei daarom dan nogmaals:
‘ Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur der schapen. Allen, die voor Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben naar hen niet gehoord. Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.
De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.  Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen     maar wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht – en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen – want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte’”.
De autoriteit van Christus berust enkel en alleen bij Christus en stelt hoge eisen aan degenen, die zich tot Zijn Blijde Boodschap geroepen voelen, zowel aan de geiten als aan de schapen.
Willen wij het Koninkrijk der Hemelen bereiken dan dienen wij ons alle ondergeschikt aan onze ‘Heer en Meester’ van ons leven op te stellen.
Daarom wordt in het vasten gebed gebeden: “Bewaar mij voor een geest van luiheid, moedeloosheid, heerszucht en ijdel gepraat. Maar schenk mij; Uw dienaar, een geest van ingetogenheid, nederigheid, geduld en liefde. Ja, Heer en Koning, doe mij m’n eigen fouten zien en niet mijn broeder veroordelen, want Gij zijt gezegend In de eeuwen der eeuwen. Amen”.
Een bitter voedingsmiddel was het die Adam in z’n hoogmoed uit het Paradijs verdreven heeft; hij weigerde om zich te onthouden [van z’n verheffing] volgens het gebod van z’n Heer en werd toen veroordeeld om de aarde, waaruit hij genomen was, met veel moeite te bewerken en z’n brood te eten in het zweet van z’n aanschijn. Vernedert u dan onder de Machtige hand van God, opdat Hij u zal verhogen te Zijner tijd.
Dit gaat geheel tegen de mentaliteit van de wereld van vandaag in, waarin je vooral bijgebracht  wordt om voor jezelf op te komen.
Waar spelleiders soms manipuleren en controleren, een machtspositie innemen.
Waar spelleiders zich monseigneur, vader, pastor of apostel laten noemen, profeet of doctor of welke titel dan ook. Ze lopen uiteraard graag in keurige pakken met stropdas, wonen in paleizen en berijden voertuigen, die menigeen van ons onmogelijk kan bekostigen.
                             Mensen kijken vaak naar de buitenkant, hoe mensen overkomen, hoe ze zich gedragen. Mensen zetten spelleiders en toezichthouders op een voetstuk, kijken tegen ze op.
                             Mensen zien aan wat voor ogen is, maar God ziet het hart aan!
      Gij zijt het, die voor rechtvaardig wilt doorgaan voor de mensen, maar God kent uw harten. Want wat hoog is bij mensen, is een gruwel voor GodLuc.16: 15.
      Hij sprak tot de genodigden een gelijkenis, omdat Hij bemerkte, hoe zij de eerste plaatsen uitkozen, en zei tot hen: ‘Wanneer gij door iemand op een bruiloft genodigd zijt, ga dan niet op de eerste plaats aanliggen. Misschien is er iemand, voornamer dan gij, door hem genodigd; en dan zou hij, die u en hem genodigd heeft, komen en tot u zeggen: Maak plaats voor deze, en 
dan zoudt gij tot uw schande de laatste plaats moeten gaan innemen. Maar wanneer gij genodigd zijt, ga dan, als gij erheen gaat, op de laatste plaats aanliggen. Dan zal misschien hij, die u genodigd heeft, wanneer hij binnenkomt, tot u zeggen: ‘Vriend, kom meer naar voren. Dan zal dat u tot eer zijn tegenover allen, die met u aanliggen. Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden Luc.14: 7-11.
Onze Heer en Verlosser vernederde Zichzelf en
was z’n gehele leven een vriend voor de uitgestotene en de zwakke; stond naast hem in z’n eenvoudig leven. 

Religie uit balans
Vooral het type religie op basis van eenzijdige macht is herhaaldelijk ondersteund door theologische verwijzingen naar de mens als schapen onder de leiding van een meerdere [de geiten]. Mensen – onder hen stellen sommige kerkleden vandaag nog voor als echte “schapen“, kijken op ze neer als wezens die God totaal uit het zicht hebben verloren, omdat ze alleen maar om zichzelf heen draaien en zelfs hun “zonden” als deugden voor de hemel claimen.
Met zulke koppige existenties dient God op een strikte en beslissende manier van reageren aan de dag te leggen teneinde hun goddeloosheid te doorbreken.
God, komt altijd van buitenaf, komt onder zulke omstandigheden altijd van buiten; wanneer Hij komt, bedient Hij Zich van zelfverzekerdheid van de “zondaars” te verpletteren, Hij dient de mensen aan te spreken als ware Hij de officier van Justitie met de Wet in de hand met het doel de ondeugden en de zonden van mensen aan het daglicht bloot te stellen. Hij staat onmiddellijk klaar ​​om te straffen en de mens ter verdoemenis uit te stoten.
God verschijnt daar als de tegenstander van de mens en dat wil zeggen dat er een verbinding, een brug tussen dient te worden opgebouwd, die God Zelf heeft geschapen en de God die op de mens wacht.
Net zoals de mens op z’n God wacht, wordt deze onmiddellijk overvleugeld en
wordt deze onmiddellijk ondergesneeuwd door “zelfverlossing” te prediken: ‘God wordt op een afstand geplaatst en wordt onderwezen als zou de mens dienen te leven op een manier die God overbodig maakt’.
In feite, als het niet nodig is om de mens van z’n “schuld” te redden, dan bestaat er misschien helemaal geen god, dan is dit misschien gewoon een hersenschim, een bedenksel van de mens; en leidt zo’n opvatting dan niet automatisch tot pantheïsme of atheïsme? Dan is er helemaal geen God, alleen de mens en zijn ziel!

Godzijdank heeft de Blijde Boodschap van Johannes zich anders uitgedrukt dan hedendaagse theologen welke het om dogmatische redenen in tegenstellingen onder woorden brengen.
Het vierde Evangelie kiest een tussenweg, een rotsachtige, steile maar letterlijk besparende manier om valse alternatieven te vermijden.
Het is onmogelijk dat God en de mens één en dezelfde zijn, integendeel, het benadrukt, per zin, hoe noodzakelijk de mens God nodig heeft om te bestaan; maar omgekeerd ook: wat God de mens in de persoon van Jezus te zeggen heeft – dat is overduidelijk in het Evangelie van Johannes – het is geen verkondiging van een vreemdeling, van een overweldigende, van een aanklager, maar eerder van een zeer stille, vriendelijke en vriendschappelijke samenspraak.
In de inleiding tot de ‘pastorale rede’, vormt Johannes daaruit zijn antithese: er zijn altijd mensen in de geschiedenis van religie geweest die zijn uitgegaan van het verschil tussen God en de mens:
– hoe lager ze de mens benaderden, hoe groter werd hun macht, want
– hoe verder ze uit elkaar werden gedreven, bewoog God Zich als een wolk in de nabijheid van en behorend tot het volk,
– hoe meer ze Hem op een hoger niveau stelden – verhieven zij zichzelf daarmee boven al het aardse en werden zij als Zijn boodschappers herkend.
Allen die dàt op die wijze realiseren, zo verklaart onze Heer overeenkomstig de formulering van het Evangelie van Johannes, zijn in de schaapskooi gekomen alsof ze van een vreemd land zijn, alsof ze van buiten komen en wat ze bezeten en voor ogen hadden, kan gezien, opgevat worden als de uitwerking van hun aantrekkingskracht, hun optreden.

Dit vormt een duidelijk criterium om te testen wat religie ons waard is; uiteraard kan dit voor van alles worden misbruikt.
Dan komen er dieven, dan verschijnen degenen die de mens overvallen: ook zij houden zich bezig met de schapen, maar alleen met het doel ze af te slachten en te exploiteren, – καταστρέψτε [= te vernietigen], zegt het Griekse woord op zo’n moment. Je kunt religie zo ‘tegenkomen’ dat uiteindelijk geloofsvragen niets meer of minder zijn verworden, dan goedkope hulpmiddelen om macht, geld, invloed en posities te verwerven.
Dit alles is maar al te vaak gebeurd en dit zal aldus, in de Naam van God, in alle tijden doorgaan en, zoals je kunt zien, zelfs in de Naam van Jezus Christus, onze Heer, maar het precies hetzelfde als diefstal en dit stelen heeft niets mee te maken met datgene wat onze Nazarener daarmee voorhad.

De God-mens uit Nazareth
Wanneer de mens zich inzet om inzicht te verkrijgen in Wie de God-mens uit Nazareth wel niet voorstelt en overeenkomstig het Evangelie van Johannes Hem dient weer te geven, doet dat op  deze manier, want Christus spreekt heel intiem met de mensen, zoals een herder tot zijn schapen. 
Op een heel natuurlijke wijze blijkt de gelijkenis van de Goede Herder zich in te voegen en wordt ogenschijnlijk gerechtvaardigd door de historische verschijning van onze Heer, Jezus Christus, waarin Hij op dit punt Gods evenbeeld openbaart, zoals Hij verkondigt heeft, maar zich tegelijkertijd de verloren mens, de ‘zondaars’ tegemoet trad en Zich daarvoor inspande.
        Al de tollenaars nu en de zondaars plachten tot Hem te komen om naar Hem te horen.
En de Farizeeën en de schriftgeleerden morden en spraken: ‘Deze ontvangt zondaars en eet met hen’. En Hij sprak deze gelijkenis tot hen en zei:
        Wie van u, die honderd schapen heeft en er een van verliest, laat niet de negenennegentig in de wildernis achter en gaat het verlorene zoeken, totdat hij het vindt? En als hij het vindt, tilt hij het met blijdschap op z’n schouders en thuisgekomen, roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tot hen: ‘Verblijdt u met mij, want ik heb m’n schaap gevonden, dat verloren was.
Ik zeg u, dat er alzo blijdschap zal zijn in de Hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebbenLuc.15: 1-7;
Christus vervulde daarmee tevens de messiaanse visie van een herder,
zoals God Hem heeft aangegeven:
De Herder en z’n schapen

profetie Ezechiël, mozaïek in Osios David – Thessaloniki, 5e eeuw

      Het woord des Heren kwam tot mij:
‘ Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer en zeg tot hen, tot die herders: zo zegt de Heer der Heerscharen:
‘ wee de herders van Israël, die zichzelf weiden! Moeten de herders niet de schapen weiden?
• Het vet eet gij, met de wol kleedt gij u, het gemeste slacht gij, maar de schapen weidt gij niet;
• Zwakke versterkt gij niet, zieke geneest gij niet, gewonde verbindt gij niet, afgedwaalde haalt gij niet terug, verlorene zoekt gij niet, maar gij heerst over hen met hardheid en geweldenarij.
• Zij raken verstrooid, omdat er geen herder is, en worden tot voedsel voor al het gedierte van het veld; zo raken zij verstrooid.
• Mijn schapen dwalen rond op alle bergen en op elke hoge heuvel; over de gehele aarde zijn mijn schapen verstrooid zonder dat er iemand is die naar hen vraagt of ze zoekt.
Daarom, gij herders, hoort het woord des Heren.  Zo waar Ik leef, luidt het woord van de Heer der Heerscharen,
omdat mijn schapen tot een prooi geworden zijn,
omdat mijn schapen tot voedsel geworden zijn voor al het gedierte van het veld
doordat er geen herder is [want Mijn herders vragen niet naar Mijn schapen; de herders weiden zichzelf, maar Mijn schapen weiden zij niet]
Daarom, gij herders, hoort het woord des Heren. Zo zegt de Heer der Heerscharen:
  Zie, Ik zal die herders! Ik eis Mijn schapen van hen terug, en Ik zal een eind maken aan dat schapenweiden van hen. De herders zullen niet langer zichzelf weiden, Ik zal Mijn schapen uit hun mond redden, zodat die hun niet meer tot voedsel dienen.
Want zo zegt de Heer der Heerscharen:
Zie, Ik zal Zelf naar Mijn schapen vragen en naar hen omzien;
Zoals een herder naar zijn kudde omziet, wanneer hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik naar Mijn schapen omzien en ze redden uit alle plaatsen waar zij verstrooid zijn geraakt op de dag van wolken en duisternis.
Ik zal ze midden uit de volkeren doen uittrekken, uit de landen bijeen-vergaderen en ze naar hun eigen land brengen;
Ik zal ze weiden op de bergen van Israël, bij de beekbeddingen en in alle bewoonde streken van het land.
In een goede weide zal Ik ze weiden, en op de hoge bergen van Israël zal hun weideplaats zijn. Daar zullen zij zich legeren op een goede weideplaats en zullen zij in een vette weide grazen, op de bergen van Israël.
Ik Zelf zal Mijn schapen weiden, Ik zelf zal ze doen neerliggen, luidt het woord van de Heer der  Heerscharen;
De verlorene zal Ik zoeken en de afgedwaalde terughalen;
de gewonde zal Ik verbinden en
de zieke versterken,
maar de vette en krachtige zal Ik verdelgen.
Ik zal ze weiden zoals het behoort.
En gij, Mijn schapen, zo zegt de Heer der Heerscharen, zie, Ik zal rechtspreken tussen het ene schaap en het andere, tussen de rammen en de bokken. Is het u niet genoeg, dat gij de beste weide afweidt en de rest van de weiden met uw hoeven vertreedt; dat gij het helderste water drinkt en wat overblijft met uw hoeven vertroebelt? Moeten mijn schapen dan afweiden wat uw hoeven hebben vertreden en drinken wat uw hoeven hebben vertroebeld?
Daarom, zo zegt de Heer der Heerscharen tegen hen:
Zie, Ik ga zelf rechtspreken tussen de vette en de magere schapen; omdat gij al wat zwak is, met flank en schouder wegdringt en met de horens stoot totdat gij ze naar buiten gedreven hebt, zal Ik mijn schapen verlossen, opdat zij niet langer tot een prooi zijn;
Ik zal rechtspreken tussen het ene schaap en het andere. 
Dan zal Ik een herder over hen aanstellen, die hen weiden zal: Mijn knecht David. Die zal hen weiden, die zal hun herder zijn.
Ik, de Heer, zal hun tot een God zijn, en Mijn knecht David zal vorst wezen in hun midden.
Ik, de Heer, heb het gesproken.
Ik zal met hen een Verbond van Vrede sluiten en het wild gedierte uit het land wegdoen, zodat zij veilig kunnen wonen in de steppe en slapen in de bossen.
Ik zal die, ja al wat rondom mijn heuvel ligt, tot een zegen stellen;
Ik zal de regen doen neerdalen op zijn tijd, zegen-brengende regens zullen het zijn;
Het geboomte van het veld zal zijn vrucht geven en het land zijn opbrengst.
Veilig zullen zij in hun land leven. En zij zullen weten, dat Ik de Heer ben, 
wanneer Ik de stangen van hun juk verbreek en hen bevrijd uit de macht van wie hen knechten.
Dan zullen zij de volken niet langer tot een prooi zijn; het wild gedierte der aarde zal ze niet meer verslinden, maar zij zullen veilig wonen, zonder dat iemand hen opschrikt.
Ik zal voor hen een plantengroei doen opschieten, waarvan men overal spreekt, zodat niemand in het land meer door honger zal worden weggerukt en zij de smaad der volkeren niet langer te dragen hebben.
En zij zullen weten, dat Ik de Heer, hun God, met hen ben, en dat zij, het huis van Israël, Mijn volk zijn, luidt het woord van de Heer der Heerscharen.
Gij toch zijt Mijn schapen, de schapen die Ik weid; gij zijt mensen en Ik ben uw God, luidt het woord van de Heer der HeerscharenEzech.34: 1-31.

Theologie wetenschap of persoonlijke ervaring
Maar zoals Paulus, dat in verwoord vermijdt Johannes in zijn weergave bijna al de traditionele zinnen van Jezus te citeren en op te nemen; Johannes geeft er de voorkeur aan zijn eigen interpretaties van gebeurtenissen over de persoon van de God-mens uit Nazareth en Zijn Blijde Boodschap in ‘eigen’ woorden om te zetten;
Paulus laat “zijn” Heer en Meester zeggen wat zich allemaal decennia later uit zal kristalliseren als “Theologie“.
Hoe belangrijker is het niet dat Johannes, als meest nabije apostel van de Heer, de betekenis van onze Heer bepaalt, in de speciale ‘Acte de présence’ van wat eenmaal aan de oevers van het meer van Galilea gezegd zou zijn; de doorslag-gevende factor voor hem is de wijze waarop onze Heer en Meester tot de mens spreekt, hij verwoord wat werkelijk bedoeld wordt.
Wie hem begrijpt, hoort in z’n hart een vertrouwd geluid zonder een enkele valse toon; over zaken, die sinds de prehistorie tijd reeds bekend zijn gemaakt, sommigen komen ons helemaal niet vreemd voor, omdat zij bij de Liefde van God voor de mens passen, maar als uit de eeuwigheid vernomen hun zegje doen en om die reden graag beantwoord willen worden vanuit het hart van de mens.
De taal van de ‘herder‘ als zijn ‘schaap‘, zoals belichaamd in de weergave van Johannes, is kennelijk niets meer dan een dialoog op basis van liefde.
En is ‘dìt’ de gehele religie zoals, die verstaan dient te worden, er is geen andere weergave mogelijk: de relatie tussen God en de mensen dient te worden gezien als de dialoog van Liefde, waarin het Goddelijke Woord niet als vijand, bedreigend of sinister wordt opgevat, maar als iets wat een bepaalde tendens vertoont, iets geheel gevoeligs, kwetsbaar.

Net zoals iemand liefde nodig heeft, zo heeft de mens eveneens behoefte aan deze taal van God, God is tenslotte de Liefde Zelf.
Waarachtig stilstaan en een verdieping op datgene wat Christus bedoeld heeft
dient minder beoefend te worden als een terugblik op het verleden, maar
als een bekroning van een leven dat goed geleefd is.
Begin derhalve met een nieuwe start, leeg en in tegenstelling tot een leven
waarin in het verleden verkeerde keuzes werden gemaakt en
de icoon werd gekwetst die niet kon worden hersteld.
Een goddelijke benadering van de problemen is de liefde zelf en
Christus verklaart ons als ontsnapt aan en technisch vrij van zonden.

Het getuigenis over ons werk in Christus [overeenkomstig Johannes].
      Toen kwam het Vernieuwingsfeest te Jeruzalem; het was winter.
En Jezus wandelde in de tempel, in de zuilengang van Salomo.
De Joden dan omringden Hem en zeiden tot Hem:
‘Hoelang houdt Gij onze ziel nog in spanning? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons ronduit’.
Jezus antwoordde hun:
        Ik heb het u gezegd en gij gelooft het niet;
         de werken, die Ik doe in de naam van Mijn Vader, die getuigen van Mij; maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort.
         Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand roven. Wat Mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand van Mijn Vaders. Ik en de Vader zijn een’John.10: 22-30.
                            Oorspronkelijk was de Blijde Boodschap als een kabbelende beek, die zich verbreedde tot een steeds breder wordende rivier en uiteindelijk samen-smolt tot een grote stroming.
De boodschap van Jezus werd overgebracht naar een heel andere cultuur, de wereld van het Hellenisme en dáár in dezelfde bewoordingen [vertaald] en woorden werden geïnterpreteerd op een manier die vreemd is, soms zelfs in strijd met de oorsprong.
Het heeft geholpen vorm van de wolken te geven aan het water dat ooit op aarde stroomde en het door het land te laten drijven, door de eeuwen heen en de millennia to nu toe.
Maar niemand kan op de wolken leven. Het werk van iedereen, die het Evangelie van de hand van Johannes leest, dient uitvoerend te zijn – om de wolken te laten regenen, zodat ze de aarde hydrateren.
             Het dient daarom onze vraag te zijn wat de concepten, de woorden, de gedachten die in de mond van Jezus in het Evangelie van Johannes werden weergegeven, oorspronkelijk bedoeld waren – wat zij in die tijd in deze nieuwe, zo volledig heidense, hellenistische wereld zeiden – wat ze ons vandaag kunnen vertellen in weer een andere, ja, een totaal andere cultuur.
Niet voor niets verwijst ‘herder’ Franciscus de Duitse bisschoppen terug naar hun eigen Duitse overleg, teneinde nieuwe wegen te banen op basis van het Goddelijk-Liefdes-gebod. Iedere tijdspanne en iedere omgeving vraagt z’n eigen liefdevolle oplossingen. De mens is zèlf verantwoordelijk in de keuzes, die hij maakt en zal te Zijner tijd door Christus op basis van een liefdevolle benadering beoordeeld worden – God is geen aanklager, maar handelt in de context van wetten met betrekking tot het maatschappelijk middenveld – het belang van eerlijke getuigenissen in een rechtbank en een juiste behandeling van de medemens:
        In het zevende jaar zult gij het land braak laten liggen en het met rust laten, opdat de armen van uw volk eten, en wat zij overlaten zal het gedierte van het veld eten. Evenzo zult gij doen met uw wijngaard en met uw olijfbomenEx.23: 11. Neem in deze de tijd – inzake lastige beslissingen gas terug -; op die wijze zal de Wet der Liefde Z’n Goddelijk Scheppingswerk doen. Het heeft in de huidige omstandigheden de ondergang van de kerkgemeenschap tot gevolg wanneer er op basis van Macht ingegrepen wordt in bestaande structuren/processen; het uitwisselen van informatie op basis van liefdevol contact is daarbij een basisvoorwaarde. Je kunt het merendeel van je gemeenschappen niet opheffen, omdat je zelf door [financieel] wanbeleid, tekorten hebt opgebouwd – iedere gemeenschap vraagt een eigen aanpak en onderling overleg.
Het gezamenlijk gebruik van kerkruimte door verschillende bloedgroepen dient hierbij als een overlevingsstrategie overwogen te worden – jezelf terugtrekken op ‘eigen’ eilandjes is in deze niet uit te leggen aan de breed-georiënteerde samenleving. Kerkgebouwen kunnen gezamenlijk dienst doen ter ere van Christus, de Zoon van God, de zondagsrust wordt ‘gezamenlijk’ in acht genomen.
      Zes dagen zult gij uw werk doen, maar op de zevende dag zult gij [in uw gemeenschap rust nemen] rusten, opdat uw rund en uw ezel [lichaam en geest] kan uitrusten, en de zoon van uw slavin en de vreemdeling adem kan scheppen.
Ten aanzien van alles, wat Ik u bevolen heb, zult gij op uw hoede zijn; de naam van andere goden zult gij niet noemen, hij zal uit uw mond niet gehoord wordenEx.23: 12,13.

Wie is Jezus van Nazareth?
Het begint allemaal als een historische herinnering, leidend tot de tweedeling die in het midden van alle controverse stond tussen de vroege Kerk en het jodendom in de eerste eeuw na Christus. Wie was Jezus van het Nazareth?
           Was Hij, zoals de vroegchristelijke Kerk beweerde, de Messias, of niet?
Voordat we een stuk van ten minste de omstandigheden aan de hand van het verleden op deze vraag duidelijk kunnen maken, dienen we te beginnen met de opmerking dat de historische Jezus de suggestie dat hij slechts de Messias was bruusk heeft verworpen.
      En Hij vroeg hun: ‘Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?’
Petrus antwoordde en zei: ‘Gij zijt de Christus’. En Hij verbood hun nadrukkelijk met iemand hierover te spreken [en dan gebeurt het juist toch]. En Hij begon hen te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden en gedood worden en na drie dagen opstaan.
       Hij sprak dit woord vrijuit. En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen.
Doch Hij keerde Zich om en, ziende naar zijn discipelen, bestrafte Hij Petrus en zei:
‘ Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die van de mensen’
Marc.8: 29-33.
Het verhaal in Marcus onthult dat de titel “Jezus, is de Christus” tijdens Zijn leven ondenkbaar was en niet eerder de overhand kreeg dan na Zijn dood.
Misschien is het echt zo gedragen, zoals sommige commentatoren denken dat men Jezus is bekend als “Koning” in strijd om de titel, die op Golgotha ​​aan Hem werd gegund aan het Groot en Heilig Kruis.
De Romeinse procurator stelt vervolgens als een schuldig vonnis dat de gekruisigde “de koning van de Joden” is; Dit is een Romeinse naam die een Jood nooit zou gebruiken.
Koning van Israël – dat zou Joods zijn; “Koning der Joden” – dat is de uitgesproken uitdrukking vanuit het Romeinse gezichtspunt van iemand die Macht en Royalty wil veroveren, maar die het niet kan winnen.
Hij wordt daarom zowel gestraft voor rebellie als voor machteloosheid. Het ene is de reden, de andere is het gevolg van Zijn arrogantie.   Macht komt immers alleen aan Rome toe en die strijdt woed nog steeds voort.
Dat Jezus veroordeeld werd onder deze term: “Koning der Joden” – is een van de weinige vaststaande historische feiten! – iedereen die zich in z’n leven als volgeling achter Hem heeft geschaard, veroorzaakt dit geestelijke pijn: was deze macabere titel, de beoogde politieke bekleding toch niet helemaal goed?
Jezus, als ‘Christus Koning’ [een roomse uitdrukking] – Christus heeft dit persoonlijk nimmer willen zijn; maar aan de andere kant: wie zijn hier degenen die zichzelf in het verhaal voor koningen uitgeven? Voelt de ene bloedgroep van Christenen zich niet verheven boven de andere en heeft de ander ongelijk?

  • Het is onmogelijk om dit te herkennen en het is zelfs na Golgotha nog onmogelijker dan ooit tevoren. Als iets het menselijk leven zou kunnen bepalen, zodat het de troost van de levenden zou dienen, zodat het zou kunnen bijdragen aan de humanisering ervan, dan was en is het de Blijde Boodschap van de Jezus van Nazareth. Maar dienen we niet tegen alle vervorming in nog meer te benadrukken: ‘Hij is de Koning der koningen, de enige waarachtige Koning?’.
    Dient men Hem dan niet met de liefdevolle ogen van God te zien, met hetzelfde zelfvertrouwen waarmee hij God als Zijn vader tot mens wilde brengen? Vrij spoedig al groeit, op basis van de Palestijnse gemeenschap, het Geloof dat de Jezus uit de plaats Nazareth, waar niets goed uit kon voortkomen, toen hij stierf, “verheven” werd tot God, dat wil zeggen, tot koning gemaakt, zoals in het oude Egypte aan degene, die gestorven was een plaats werd toegekend aan de rechterhand van de zon, als heerser in de Hemelen anders gezegd over de hemelen.
  • Zij geloofden vurig, er werd vanaf dat moment gehoopt en gebeden, dat Jezus van Nazareth Zijn macht, Zijn Koning der koninklijke Waardigheid, zou tonen bij de val van deze ‘wereld’.
    Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was. Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de Liefde1Cor.13: 11-13.
    Hiervan is/was een ding zeker: het einde zou heel spoedig komen, en de tijdspanne tot die tijd zou alleen tot de laatste ademhaling duren, want dan hield de tijd voor het individu op te bestaan en sta je meteen in de goddelijke eeuwigheid.
    Het is/was koortsachtig aan het anticiperen op deze tijd; maar dan werd die komst van het einde der tijden werd uitgesteld en uitgerekt tot het werkelijk zal plaatsvinden.
    Er zijn al een aantal passages in de weergave van Marcus waaruit blijkt dat – men steeds maar is doorgegaan – om van Jezus van Nazareth, de door God aan-gewezen Messias, aan te geven dat Deze Zoon van God op de laatste dag de Koning der Koningen zou zijn.
    Het was voor degenen die waarachtig in Hem geloofde ondenkbaar dat Christus slechts in de Hemel zit af te wachten, om het zo uit te drukken, als de keizer Barbarossa in Kyffhäuser, om het geluid van de laatste bazuin af te wachten.
    Degenen die in Hem geloofden, zagen Hem al aan de Macht, en zelfs hier op aarde was Hij niet, zoals de mensen Hem aanschouwden.
    Boven alles begint de Grieks, Hellenistiche cultuur, die volledig vreemd is aan de God-mens uit Nazareth hier parten te spelen en dit als vraag op te nemen.
    Degenen die door Zijn Blijde Boodschap worden bewogen – aangeraakt, zien reeds in de op aarde verblijvende Jezus, de Koning, de Messias, de Heer der Heerscharen en niet alleen in het verborgene, maar als Degene, Die Zich heeft geopenbaard en in het bijzonder in door Zijn werken.
  • Dit is de wenk, die het Evangelie van Johannes ons geeft:

    Reddende Christus, Mysterie en Goddelijke Liturgie’; ‘Saving Christ, Mystery and Divine Liturgy’

    Je kunt je over de persoon van Jezus van Nazareth tussen Joden blijven verwonderen, het blijft een Mysterie – wat overblijft is dat we nu kunnen vaststellen, zoals Griekse christenen vaststellen: een debat aan te gaan vanuit de verdeelde mens, maar er blijft een argument op de achtergrond van het Evangelie van Johannes overeind, waarover men vanuit dit perspectief in staat is te ontkennen: “Dat dit de “Mysteriën” – de wonderen zijn die Jezus als God-mens op aarde heeft verricht“.
    Reeds Marcus bereidt zich alvast een beeld in de weergave van Mattheüs voor; en men vraagt zich af: ‘Wat zijn deze daden waarin Jezus zichzelf als Koning de koningen zou moeten bewijzen, dus het zijn alle genezingen, die Hij als God-mens vooral voor de verdrukten, de zwakken en de zieken werkte’.
    De weergave van de Blijde Boodschap van Johannes kan niet genoeg krijgen om de genezing van de blinde mens aan Jeruzalem’s poort aan te halen als een “bewijs” dat Jezus waarachtig  van God kwam.
    maar Ik behoef het getuigenis van een mens niet, doch Ik zeg dit, opdat gij behouden wordt. Hij was de brandende en schijnende Lamp en gij hebt u een tijdlang in zijn Licht willen verheugen. Maar Ik heb een getuigenis, gewichtiger dan dat van Johannes [de Doper]; want de werken, die Mij de Vader gegeven heeft om te volbrengen, juist die werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat de Vader Mij gezonden heeft. En de Vader, die Mij gezonden heeft, Die heeft van Mij getuigenis gegeven. Gij hebt nooit Zijn Stem gehoord of Zijn Gedaante gezien en Zijn Woord hebt gij niet blijvend in u, want Die Hij gezonden heeft, gelooft gij niet. 
    Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen en toch wilt gij niet tot Mij komen om [eeuwig] Leven te hebben.
    Eer van mensen behoef Ik niet, maar Ik ken u: gij hebt de Liefde Gods niet in uzelf. Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader en gij neemt Mij niet aan; indien een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen.
    Hoe kunt gij tot geloof komen, gij, die eer van elkander behoeft en de Eer, Die van de enige God komt, niet zoekt? John.5: 34-44.

  • Pinksteren is in aantocht
    Over heel de aarde klinkt hun Boodschap tot aan de grenzen van de wereld hun woorden. De Hemelen verhalen de Heerlijkheid van God, het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen. De Wet [van de Liefde] is onbevlekt en bekeert de zielen; het gebod des Heren is stralend en verlicht de ogen”.
    Prijslied:
    Koningin verheug U, die de Heerlijkheid van de maagdelijkheid verenigt met het Moederschap. Want in Uw schoot droeg U het Woord, de Zoon van God, als een sterveling, Die de zwakheid van onze natuur, doordat Hij als God heeft willen lijden, genezen heeft. Nu zetelt Hij op de Troon van Zijn Vader.
    Nu zendt Hij ons de Genade[-gaven] van Zijn Heilige Geest
    ”.