Augustus 15e – De ontslaping van de Moeder Gods en AltijdMaagd gebleven Maria

    Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp. En een vrouw, Martha geheten, ontving Hem in haar huis. En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten naar zijn woord luisterde.
      Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen. En zij ging bij Hem staan en zei: ‘ Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen’. Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
     ‘ Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts een; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen’.
       En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei: ‘Zalig de schoot, die U heeft gedragen en de borsten, die Gij hebt gezogen’.
Maar Hij zei: ‘Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren’“.
Luc.10: 38-42; 11: 27-28

Eenheid met Christus

    Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de gestalte Gods zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan de [gewone] mensen gelijk geworden is.
En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood van het Kruis.
      Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de Naam van Jezus zich alle knie [zich] zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn en alle tong zou belijden:  ‘Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!Phil.2: 5-11.

Horen, wie horen wil
 
Zalig zijn zij, die het Woord Gods horen en het bewarenLuc.11: 28.
Wat horen wij dan?, Wat zien wij?; luistert:

Wij gelovigen weten dat God de Hemelen en de aarde schiep, deze was woest en leeg en er was slechts duisternis over de getijden en de Geest van God zweefde over de wateren conf. Gen.1: 1,2. Omdat God uit niets anders bestaat dan wat goed is, God is immers Liefde, wilde God leven buiten Zichzelf scheppen, want Hij verlangde dat Zijn Liefde zou stromen en van buiten Hem naar Hem terug zou keren, in een eeuwigdurende kringloop die Hem de hoogste vreugde zou bereiden.
    Slechts datgene wat “Leven” inhoudt kan “Liefde” laten doorstromen, want het diepe wezen, de essentie, de brandstof van het Leven is de Goddelijke Liefde.  Zo schiep God de engelen en begiftigde hen met Zijn volkomen heilige Liefde, die hen in staat stelde om het ware Goddelijk Leven in zich in stand te houden. Zo werden de hemelen bevolkt met het doel heeft, een volmaakte aaneenschakeling van Licht.
Het  Licht is de Zijns-toestand van God, hetgeen we vorige week op de berg Thabor hebben ervaren, een toestand die bestaat uit Zijn volmaakte Wijsheid en het vermogen om “Leven” in de volmaakte Goddelijke Liefde in stand te houden.
Het Licht/Leven is het vermogen om alle dingen te zien zoals zij werkelijk zijn.
Voor de geschapen zielen is het dus ook het vermogen om zichzelf te zien zoals zij werkelijk zijn met betrekking tot God; “Licht” is daardoor eveneens het vermogen om de “Liefde” met alles en iedereen, die er bestaat heel “Heilig” te houden.

De Heilige Liefde van de Vader voor z’n kind; الحب المقدس هو المصدر الوحيد للحياة

De waarachtig “Heilige Liefde” is de gesteldheid waardoor de ziel in staat is om God te erkennen als “enige Bron van alle Leven” en Hem daarom boven alles, dus ook boven zichzelf, te stellen, en alle handelingen, gedachten en verlangens op Hem te richten, dit wil zeggen: ernaar te streven dat alles wat in de eigen ziel omgaat en wat van haar uitgaat, uitsluitend het doel heeft,
Gods intenties te verwezenlijken’.

Op de laatste dag van de schepping zei God: “ Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als 
onze gelijkenisGen.1: 26. Hij beëindigde Zijn Goddelijk werk met een persoonlijk en passend geschenk, een dienst aan Zichzelf.
God formeerde de mens uit de aarde en gaf hem leven door Zijn levensadem met hem te delen conf. Gen.2: 7. De mens is daarom uniek in de hele schepping en heeft daarom een materieel aspect [lichaam] en een immaterieel aspect [ziel/geest] en stijgt daarom boven de schepping van God uit.
Het “evenbeeld” of de “gelijkenis” van God betekent, in de meest eenvoudige zin, dat wij gemaakt zijn om op God te lijken. Adam leek niet op God omdat God vlees en bloed zou hebben.
Christus maakt ons via Zijn Woord tot de Samaritaanse vrouw duidelijk: “ God is geest en wie Hem aanbidden, dienen Hem te aanbidden in geest en in waarheidJohn.4: 24 en God bestaat daarom zonder lichaam. Maar in het menselijk lichaam wordt vanaf Adam het “Leven van God” weerspiegeld, omdat hij met een perfecte gezondheid werd geschapen en niet zou sterven.
Het evenbeeld van God slaat op het immateriële aspect van de mens.
Het onderscheidt de mens van de dierenwereld, maakt hem geschikt voor de “heerschappij” die God in gedachten had Gen.1: 28 en stelt hem in staat om met zijn Schepper te communiceren. Het is een mentale, morele en sociale gelijkenis.

    Mentaal gezien werd de mens als een rationeel persoon, die een actieve rol speelt in het Goddelijk proces, met een vrije wil geschapen. Met andere woorden: de mens heeft een rede en kan keuzes maken. Dit is een afspiegeling van Gods intellect en vrijheid.
Steeds wanneer een mens iets nieuws uitvindt, een boek schrijft, een landschap schildert, van een symfonie geniet, een rekensom maakt of een huisdier een naam geeft, dan verkondigt hij of zij het feit dat wij naar Gods evenbeeld zijn geschapen.

    Moreel gezien werd de mens in rechtschapenheid en perfecte onschuld geschapen, een weerspiegeling van Gods heiligheid. God bekeek alles wat Hij gemaakt had [inclusief de mens] en noemde dit “zeer goedGen.1: 31. Ons geweten of onze “morele richtingaanwijzer” is een overblijfsel van die oorspronkelijke toestand. Steeds als iemand een wet opstelt, zich van iets kwaadaardigs afwendt, goed gedrag prijst of zich schuldig voelt, bevestigt hij of zij het feit dat wij naar Gods evenbeeld zijn gemaakt.

    Sociaal gezien werd de mens geschapen om in gemeenschap met anderen te leven. Dit weerspiegelt Gods drieledige aard en Zijn liefde. In de hof van Eden, het aards paradijs, was de relatie met God de primaire relatie van de mens.
Gen.3: 8 betrekt ons in de gemeenschap met God en God schiep de eerste vrouw omdat het “niet goed is dat de mens alleen isGen.2: 18. Steeds wanneer iemand zich via een huwelijk met een nader verbindt, een vriendschap sluit, een kind knuffelt, of een kerk bezoekt, toont hij het feit dat de mens naar het evenbeeld van God is geschapen.
God heeft in de loop der tijden vele zaken [Mysteriën] voltrokken die bevorderlijk zijn voor het Heil van de zielen. Hij beoogt immers slechts één ding: dat zoveel mogelijk zielen de Eeuwige Gelukzaligheid in Zijn Tegenwoordigheid zouden kunnen beërven. God, onze Schepper heeft Zich echter door één regel laten binden: ‘De Wet der Goddelijke Gerechtigheid moet worden vervuld en elke menselijk ziel dient uit vrije wil te beslissen of zij de geschenken/de Genadegaven van haar God al dan niet in zich wil opnemen’.

Tot de allergrootste wonderen behoort zonder de geringste twijfel het unieke voorrecht van een mensenziel, de Moeder van de Tweede Goddelijke Persoon [onze Heer, Jezus Christus] te worden, en de voorbereiding door dewelke de ziel in staat kon wordt gesteld om Tabernakel of Draagster van de Allerheiligste te zijn.
Met dit Mysterie verbond de Meesteres van alle zielen Haar hoedanigheid als Ark van het Nieuw Verbond. Bij de joden van het Eerste [Oude] Verbond was de Ark een soort “draagkist”, waarin datgene werd bewaard dat voor de joden gold als symbolen voor de Tegenwoordigheid en de Werking van God.
De Meesteres van alle zielen noemt Zich niet slechts “Ark van het Verbond”, doch uitdrukkelijk “Ark van het Tweede [Nieuwe] Verbond” en wijst er daardoor op, dat Zij door God niet “slechts” tot Tabernakel, Draagster en “Schatkistje” van de Allerheiligste werd gemaakt, doch tevens tot Tabernakel van de Nalatenschap van Christus.
Precies op deze basis is immers Haar roeping gegrondvest om als Meesteres van alle zielen te onderrichten en zoals Zij zo treffend wordt weergegeven, de kennis der zielen van de ‘Leer van Christus’ te verdiepen en hun vermogen om deze Leer in hun dagelijks leven zo doeltreffend mogelijk toe te passen, in de hoogst mogelijke mate te vergroten.

Theotokos, visie van Christelijke eenheid

En wat de mens er ook van gemaakt heeft, in z’n oorlogen, in z’n woestijnen, op z’n puinhopen, in z’n verzet “God troost Zijn Volk  maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof des Heren; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en klanken van gezang.  Luistert naar Mij, Mijn volk, en Mijn natie, neig uw oor tot Mij. Want een wet zal van Mij uitgaan en Mijn recht zal Ik stellen tot een Licht der volkeren. Mijn Zege is nabij, Mijn Heil treedt te voorschijn, en Mijn armen zullen de volken richten; op Mij zullen de kustlanden wachten en op mijn arm zullen zij hopenIsaiah 51: 3-5.
    En de volken zullen weten, dat het huis van Israël [de Kerk] om zijn ongerechtigheid in ballingschap is gegaan; omdat zij Mij ontrouw geworden waren, had Ik mijn aangezicht voor hen verborgen en hen overgegeven in de macht van hun tegenstanders, zodat zij allen door het zwaard vielen. Naar hun onreinheid en hun overtredingen heb Ik hen behandeld en Mijn Aangezicht voor hen verborgen. Daarom, zo zegt de Heer der Heerscharen, nu zal Ik een keer 
brengen in het lot van Jacob en Mij ontfermen over het gehele huis van Israël en ijveren voor Mijn Heilige NaamEzech.39: 23-25

Annunciatie; en zij werd de ‘God’-barende

En dan klinkt in een achterkamertje van Nazareth de stem van de Theotokos, de Moeder Gods,Ik heb vernomen, Heer, het Mysterie van Uw Heilsorde; ik heb Uw Werken begrepen, daarom verheerlijk ik Uw Godheid”.
En Zij zingt de Ύμνοι εις την Θεοτόκον’, die wij dagelijks zingen:
  Mijn ziel verheft de Heer en gejuicht heeft mijn geest in God, mijn Redder.
U, eerbiedwaardiger dan de cherubijnen en onvergelijkelijk glorierijker dan de serafijnen,
Want  Hij  heeft  neergezien  op  de  nederigheid  van  Zijn  dienstmaagd, want zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen.
Want de Machtige heeft grote dingen aan mij gedaan, en heilig is Zijn Naam,  en Zijn barmhartigheid gaat van geslacht tot geslacht over hen die Hem vrezen.
Hij  heeft  Kracht  getoond  met  Zijn  arm, verstrooid de hoogmoedigen van hart.
Machtigen heeft Hij van hun troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd,  hongerigen heeft Hij met goede gaven vervuld en rijken zond Hij met lege handen weg.  Hij  heeft  Israël,  Zijn  dienaar,  bijgestaan  zoals  Hij  gesproken  heeft  tot onze vaderen: Zijn barmhartigheid indachtig voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid”.
Magnificat uit tekst Orthros, vert. klooster ‘Geboorte van de Moeder Gods’, Asten

De kerk belijdt dat Maria werkelijk de Moeder Gods [de Theotokos] is.
In de Blijde Boodschap wordt zij genoemd als ‘de moeder van onze Heer‘ [John.2: 1;19: 25], en haar Zoon is een kind van de Heilige Geest [Matth.1: 20; Luc.1: 35].
Haar nicht Elizabeth benoemt haar als ‘moeder van mijn Heer‘ [Luc.1: 43].
Haar Zoon is als mens geboren maar is tevens Niemand anders dan de eeuwige Zoon van de Vader, de tweede persoon van de Heilige Drie-eenheid, door haar ontvangen van de heilige Geest. De Kerk gelooft dat Maria was voorbestemd om de Zoon van God te baren -en zo moeder van God te zijn-. Teneinde Zijn Zoon ook waarlijk mens te laten zijn heeft God de vrijwillige medewerking van een schepsel gewild.
‘Door de volledige overgave van de Godbarende, de Theotokos, aan de wil van de Vader, aan het verlossingswerk van zijn Zoon en aan iedere ingeving van de heilige Geest is de maagd Maria voor de kerk het voorbeeld van Geloof en Liefde’.
Maria, de Moeder Gods wordt in de Kerk vereerd als de ‘alom geheiligde‘. ‘Zij is het aller-verhevenste en zeer uitzonderlijke lid van de Kerk’, zij is zelfs de voorbeeldige verwezenlijking, ‘het beeld’ van de kerk’
Ook na haar ontslaping blijft de Theotokos Haar heilbrengende taken uitoefenen; Zij wordt vereerd als ‘voorspreekster, helpster en middelares’.
Tot haar bescherming nemen gelovigen in al hun gevaren en noden hun toevlucht.
Hoewel de verering van de Moeder Gods een heel bijzonder karakter heeft, verschilt zij wezenlijk van de eredienst van aanbidding van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.  De verering van Maria krijgt uitdrukking in liturgische feesten die de aanbidding van God bevorderen.
Al eeuwen lang vierde de Kerk van Oost en West op 15 augustus het ‘ontslapen‘ van Maria, waarbij expliciet of impliciet erbij geloofd werd dat het lichaam van de Moeder Gods ‘het bederf niet heeft gezien‘.
De ontslaping en het ongeschonden [‘het bederf’ niet gezien hebbende] van de Theotokos is dus geen bijkomstigheid die je al dan niet in je “geloofspakket” kunt opnemen. Het behoort tot de intiemste leerstellingen van de Kerk
Waarom is het feest de ontslaping  van de Moeder Gods zo belangrijk? Omdat Maria ons in alles is voorgegaan. Zij is de nieuwe Eva, het beginpunt en het sluitstuk van het grote geheim van Gods menswording. En daar draait het om in ons christelijk Geloof, immers : “Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoondJohn.1: 14

De Theotokos is onlosmakelijk verbonden aan ons Geloof, want via haar is de menswording van God mogelijk geworden. Door haar jawoord werd zij de nieuwe Eva, de maagdelijke aarde waaruit de nieuwe Adam werd gevormd. In de Moeder des Heren zien wij het werk van de Goddelijke Genadegaven volmaakt gerealiseerd.
Het is dan ook passend dat zij die eer zou ontvangen die haar als Moeder van de Heer toekomt.
Eert uw vader en uw moeder“, heeft God immers zelf als een van de Tien Woorden meegegeven. Welke grotere eer kon onze Heer en Verlosser Zijn eigen Moeder meer geven dan haar deelachtig te maken aan Zijn eigen Mysterie van Zijn Verrijzenis en Hemelvaart?
Zo is de Theotokos voor ons als een voorbeeld meegegeven van datgene wat Christus ons voorhoudt:
            Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij. Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op Zijn troonOpenb.3: 20,21.
De Theotokos heeft op voorhand dit unieke privilege, het doel dat voor alle rechtvaardigen is bestemd bij de verrijzenis der doden.
Omdat Maria de “Moeder is van de Kerk“, dat wil zeggen: van alle verlosten.
Van op het kruis gaf Jezus haar ons, toen hij tot Johannes zei: “Ziedaar uw moeder” John.19: 27. Zij is ons model in de schikking van de Genadegaven.
Wat Jezus in haar heeft bewerkt, wil Hij in ons allemaal bewerken: Zijn eigen verheerlijking, tot Glorie van en Eer aan God de Vader, want
“Eén is Jezus Christus, Eén is Heer, tot eer aan God, de Vader!” uit Goddelijke Liturgie.
  Zalig zijn zij, die het Woord Gods horen en het bewarenLuc.11: 28.
Zingt de Heer een nieuw lied; Zijn lof zal weerklinken in de Kerk der heiligen. Opdat Israël zich over zijn Maker; dat de kinderen van Sion juichen over hun Koning. Dat zij met koorzang Zijn Naam loven; Hem bezingen met bekkens en psalter. Want de Heer heeft behagen in Zijn volk; Hij verheft de zachtmoedigen tot verlossing. Dat de gewijden zich beroemen in heerlijkheid; dat zij juichen op hun rustplaatsPsalm 149: 1-5.

Apolytikion     tn.1
    Hoewel Gij gebaard hebt, zijt gij Maagd gebleven
en naar uw sterven hebt gij de wereld niet achtergelaten, Moeder Gods.
Gij zijt opgegaan tot het Leven, ‘Moeder van het Leven’
en door Uw gebedebn redt gij onze zielen van de dood
”.

Kondakion     tn.2
    De Moeder Gods, die onvermoeibaar onze voorspraak is
en onze onwankelbare hoop door haar gebeden,
werd door graf noch dood overwonnen.
Want als Moeder van het Leven
heeft Hij haar overgebracht naar het Leven
Die eens woonde in haar maagdelijke schoot
”.

De Machten der Engelen waren buiten zichzelf, toen zij in Sion hun eigen Meester zagen, Die in Zijn armen droeg de ziel van een vrouw. Want tot haar, die Hem maagdelijk geboren had, sprak Hij als een Kind: Kom, Eerbiedwaardige, heers in Heerlijkheid met Uw Zoon en God.
Het Koor der Apostelen omringde uw lichaam, die Tempel Gods, aanschouwde het met ontzag en zong met klankrijke stem: Gij die opgegaan zijt naar het bruidsvertrek van de hemel bij Uw Zoon, Moeder Gods, red altijd uw erfdeel
Uit Meneon blz 447 uitg. ROK. Johannes de Doper, ‘s-Gravenhage.

Augustus 15e – Orthodoxie & de Ark van het Verbond en de toegang tot onze God

Voorvader Koning & Profeet David

    Toen stond koning David op en zei: Hoort mij aan, mijn broeders en mijn volk. Ik zelf had het voornemen, een huis tot rust te bouwen voor de Ark van het Verbond des Heren en als de voetbank van onze God; ik heb de bouw dan ook voorbereid”
1Cron.28: 2.

Ark van Noach heeft de mensheid de watervloed [Tsunami] doen overwinnen.

Bij de machtsoverdracht van David naar Salomon ontstaat een verlangen een Tempel voor de drager van het Allerheiligste, de Ark van het Verbond te bouwen.
Wat het eerste punt betreft, draagt David het volk op om Salomo goed te dienen; hij draagt Salomo op de Heer God te dienen met zijn hele hart: ‘ En gij, mijn zoon Salomo, ken de God van uw vader, en dien Hem met een volkomen toegewijd hart en een bereidwillig gemoed, want de Heer doorzoekt alle harten en doorgrondt al wat de gedachten beramen. Indien gij Hem zoekt, zal Hij Zich door u laten vinden; doch indien gij Hem verlaat, zal Hij u voor eeuwig verwerpen.want de Heer doorzoekt alle harten en doorgrondt al wat de gedachten beramen. Indien gij Hem zoekt, zal Hij Zich door u laten vinden; doch indien gij Hem verlaat, zal Hij u voor eeuwig verwerpen’ 1Cron.28: 9.

Gebed

David gelast Salomo met de bouw van de tempel waarvoor hij, al zoveel voorzieningen getroffen heeft, zie alle Psalmen. Het gaat als voornaamste punt niet alleen om de bouw van een godshuis in het stoffelijke, maar vooral om de Tempel van ons hart; Koning en Profeet David is immers in de eerste plaats bekend als degene, die ons via de lofprijzing van de Psalmen, eer aan God te brengen heeft geleerd.
Het volk verheugde zich over hun gewilligheid, want zij gaven [zich] met een volkomen toegewijd hart vrijwillig [over] aan de Heer; ook koning David verheugde zich met grote vreugde.  Toen prees David de Heer ten aanschouwen van 
de gehele gemeente, en David zei: ‘Geprezen zijt Gij, Heer, God van onze vader Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Van U, o Heer, is de Grootheid en de Kracht, de Heerlijkheid, de Roem, de Majesteit, ja, alles wat in de hemelen en op de aarde is; van U is de heerschappij, o Heer, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven1Cron.29: 9-11.

. . . . Vooropgesteld dient te worden dat 1 en 2 Cronieken verschillen van de boeken van Samuël en Koningen [hoewel de Cronieken in grote lijnen verslag doen van dezelfde periode uit de geschiedenis  als Samuël en Koningen] in het feit dat ze veel meer nadruk leggen op het zuidelijke koninkrijk van Juda, nadat de monarchie uiteenvalt. Zelfs op dat ogenblik echter, tijdens de periode van het verenigde koninkrijk, gaan 1 en 2 Kronieken in veel ruimere mate in op alles wat te maken heeft met de Tempel.
Er wordt niets geschreven over de poging van Davids zoon Adonia om zich meester te maken van de troon vooraleer Salomo gekroond kon worden, of over Batseba’s strategische bescherming van haar zoon Salomo. Adonia [vernoemd naar de beeldschone Griekse godin] de vierde zoon van koning David via zijn moeder Chaggit [feestelijk, genade] die in Hebron geboren was. Toen David op leeftijd gekomen was, mobiliseerde Adonia een privéleger om zelf de macht over te nemen. Echter door ingrijpen van zowel de profeet Nathan als Davids vrouw Batseba [de moeder van Salomo, met wie David overspel pleegde. naam: ’Yahweh is licht’] mislukte deze poging.
Er wordt eveneens niets vermeld over het feit dat Salomo zijn eerstgeboren broeder Adonia liet ombrengen na een verzoek welke deze via Batseba deed [ 1Kon.2]. Al de aandacht ligt hier op de machtsoverdracht en daar waar deze invloed heeft op de bouw van de Tempel Gods. 

tabernakel = plaats der aanbidding

Er is echter een nieuw element van het grootste belang. Er wordt ons verteld dat David Salomo ook het ontwerp gaf van alles wat hij zelf al had bedacht: voor de voorhoven van het huis des Heren, voor alle vertrekken in het rond, voor de schatkamers van het huis Gods en voor die van de geheiligde voorwerpen 1Cron.28: 12.  Tevens gaf David aanwijzingen voor de indeling van de priesters en Levieten, het gewicht aan goud of zilver dat voor het diverse gerei moest gebruikt worden, enzovoort 1Cron.28: 13-17.
Meer dan al het andere gaf hij hem ook het plan voor ‘de wagen, de cherubs, die met uitgespreide vleugels de ark van het verbond des Heren, in het heilige der heiligen dienden te  bedekken1Cron.28:1 8.
Alles staat’, aldus David, ‘in een geschrift, ontvangen uit de hand des Heren,  waarin Hij mij onderrichtte aangaande de gehele uitvoering van het ontwerp1Cron.28: 19.

Tempelgang van de Theotokos, 21Nov.;       de Nieuwe middelaarster voor de gelovigen bij God

Dit wordt dan ook weer door Paulus, maar dan met een nuance vermeld in:
      Dezen verrichten slechts dienst bij een afbeelding en schaduw van het Hemelse, blijkens de godsspraak, die Mozes ontving, toen hij de tabernakel 
zou gereedmaken. Zie toe, zegt Hij immers, dat gij alles maakt naar het voorbeeld, dat u getoond werd op de berg [Sinaï]Hebr.8: 5.
Het geeft overduidelijk aan dat de tabernakel maar een afbeelding was van een groter origineel. Impliciet wordt dezelfde zorg besteed aan de bouw van de tempel, met David en niet Mozes die nu fungeert als de middelaar.
Paulus dringt er bij Timotheüs op aan:
    Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen,  voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid.  Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland,  
die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis van de Waarheid komen. Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, Die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd”.

koningen & hooggeplaatsten

Voor de mensen onder ons, en met name de koningen en de hooggeplaatsten van deze wereld bidden wij vooral opdat wij een vrij, stil en rustige leven mogen leiden en daardoor in godsvrucht en waardigheid onze weg kunnen vervolgen;
voor wat hoort wat’, maar dat is niet altijd het geval.
De aanduiding ‘mens‘ wijst in andere richting. Als God wil dat alle mensen behouden worden, dan heeft Hij voor al die mensen – één Middelaar aangesteld, Die zo algemeen mogelijk is en voor ieder toegankelijk:

Ο Ιησούς Χριστός, ο ενσαρκωμένος Υιός του Θεού,
يسوع المسيح، ابن الله المتجسد

Christus Jezus, de mensgeworden Zoon van God. Wie onze Heer Jezus Christus aanneemt wint daardoor tegelijk de geneugten van het kind van God, waarbij God, de Vader van de mensheid wordt beschouwd. De Heilige Geest reageert op onze overgave en doet ons opnieuw geboren worden. Wanneer men de deur van z’n hart ontsluit, de Tempel ‘in’ onszelf, dan komt de Heer ook werkelijk binnen. Hij klopt niet voor niets aan de deur van ons hart. Hij wil liever bij ons binnenkomen dan dat wij persoonlijk bereid zijn Hem binnen te laten. Soms lijkt het opnieuw geboren worden op een zware bevalling, als de overgaven maar zó-zó [= vaag] is of als er bepaalde ongerechtigheden niet opgeruimd worden. Maar wordt men ‘radicaal‘, dan breekt het ‘Licht’ in volle kracht door.
Christus zal ons tot duizelingwekkende hoogte voeren en ons in Hem mede een plaats geven in het Koninkrijk der Hemelen. En wat dienen wij hier tegenover te stellen? Niets, helemaal niets.
      God echter, Die rijk is aan erbarmen, heeft, om Zijn grote Liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door Genade zijt gij behouden – en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende Rijkdom van Zijn Genadegaven te tonen naar [Zijn] Goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Want door Genade zijt gij behouden, door het Geloof en dat niet uit uzelf: het is een Gave van God; niet uit werken, opdat niemand zal roemen. Want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelenEph.2: 4-10.

Dit wordt echter niet door iedereen gewaardeerd, het afgesneden zijn van God en het slechts voor de wereld [het voor ‘onbeperkt genot‘ en ‘eigenliefde‘] leven, betekent de dood en dat kan ons erg in de weg zitten. Ook Koning David onderkende dit en sprak: “     Heer, hoe talrijk zijn mijn verdrukkers; hoevelen staan tegen mij op ! Velen zeggen over mijn ziel: Er is geen verlossing voor hem bij zijn God. Maar Gij, Heer, zijt mijn beschermer: mijn Glorie, die mij het hoofd doet verheffen. Met mijn stem roep ik tot de Heer en Hij verhoort mij vanaf Zijn heilige berg. Ik had mij neergelegd om te slapen: ik kon weer opstaan, omdat de Heer mij beschermt. Ik heb geen vrees voor de duizenden uit het volk, die mij van alle kanten omringen Psalm 3: 1-6.

Drieeenheids icoon, Rublev

De Geboorte van Christus is een Trinitaire verzoening: Met God; Met Onszelf en Met de Anderen”. citaat ‘Antiocheense’ Orthodoxe Kerk in Nederland

Theotokos – orante

De Ark van het Verbond is bij uitstek de typering van “Christus Geboorte“.
De komst van de Messias had immers tot doel God Zijn zetel te laten innemen in het Hemels Jeruzalem.
De weg daar naar toe wordt echter door ongehoorzaamheid, al struikelend en door vergrijp onderbroken, daarom is het goed jezelf in samenhang met de anderen in je omgeving te verzoenen.
het Boek der Wijsheid van Salomo laat zien dat heiliging, heiligdom en de heiligen bekend zijn, manifest en vervuld worden in het Koninkrijk van God.

De boodschap herinnert ons eraan dat “de Allerhoogste voor hen zorgt” door Zijn uitstorting van Genadegaven en gunsten aan Zijn Kerk. Dit geschenk wordt aangeboden aan alle mensen, met inbegrip degenen, die zich als wij, [orthodoxe] christenen noemen.
In de Goddelijke Liturgie, neemt de priester, aan het einde van anafora, het Lam in beide handen en maakt daarmee het teken van het kruis over de diskos, zeggende: “Het Heilige voor de heiligen”, hetgeen een uitnodiging is tot zelfonderzoek: “ Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het Lichaam en Bloed des Heren.Maar ieder beproeve zichzelf en ete dan van het brood en drinke uit de beker. Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt.
Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen.
Indien wij echter onszelf beoordeelden, zouden wij niet onder het oordeel komen.
Maar onder het oordeel des Heren worden wij getuchtigd, opdat wij niet met de wereld zouden veroordeeld worden
1Cor.11: 27-32.
de mensen reageren,
” Eén is heilig, één is Heer: Jezus Christus, tot heerlijkheid van God de Vader. Amen”.

De bouw van de Tempel van Jeruzalem vormt een tegenstelling ten opzichte van het feit dat Mozes in Exodus er bij zijn tijdgenoten en ons de nadruk legt dat ‘de tabernakel’, de tent der samenkomst als plaats van aanbidding beschouwd diende te worden in precieze overeenstemming met het plan dat Mozes getoond werd op de berg. De tien geboden geven immers aan:
Ik ben de eeuwige, uw God, die u uit het land Egypte,
uit het diensthuis, geleid heb.
Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
Gij zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken.
Gedenk de dag des Heren, dat gij die heiligt etc.; aan het verzamelde volk werden de tweede stenen tafelen waarop deze gegrift waren opgedragen deze in de ark van het Verbond te bewaren.
De Joden geloofden dat de ark van het verbond niet aan bederf onderhevig was. Overeenkomstig de traditie, werd de ark door de Profeet Jeremia gered, toen de tempel van Jeruzalem werd verwoest en verborgen op de berg Nebo; vervolgens wordt aangenomen dat deze aan het einde van de tijden opnieuw tevoorschijn zal komen.

Ontslaping van de Moeder Gods

Wanneer de Ark van het verbond al niet aan bederf onderhevig was hoeveel te meer dient ‘de Theotokos’ de Moeder Gods onvergankelijk te zijn; degene die in zich de Schepper van het Leven heeft gedragen kon het bederf van het graf niet ervaren. De intocht van de ark naar Jeruzalem, de heilige stad was voor haar inwoners al een reden voor een feestje, derhalve diende het feest van de ontslaping en de daaropvolgende opname in de Koninkrijk der Hemelen een herhaald Hoogfeest worden waarbij grote vreugde geuit werd.

In het Evangelie van het hoogfeest van de Ontslaping van de Moeder Gods wordt in de beschrijving van Lucas aan de hand van verschillende verwijzingen duidelijk gemaakt dat de Theotokos de ‘ware’ Ark van het Verbond is.
    Maria dan maakte zich op in die dagen en reisde met spoed naar het bergland naar een stad van Juda. En zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth. En toen Elisabeth de groet van Maria hoorde, geschiedde het, dat het kind opsprong in haar schoot, en Elisabeth werd vervuld met de Heilige Geest.
En zij riep uit met luider stem en sprak: ‘Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de Vrucht van uw schoot. En waaraan heb ik dit te danken, dat de moeder van mijn Heer tot mij komt? Want zie, toen het geluid van uw groet in mijn oren klonk, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. En zalig is zij, die geloofd heeft, want wat vanwege de Heer tot haar gezegd is, zal volbracht worden’.
En Maria zei: ‘Mijn ziel maakt groot de Heer en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland, omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat van zijn dienstmaagd. Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten, omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige. En Heilig is Zijn Naam en Zijn Barmhartigheid van geslacht tot geslacht voor wie Hem vrezen. 
Hij heeft een krachtig werk gedaan door zijn arm en Hij heeft hoogmoedigen in de overlegging van hun harten verstrooid; Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudigen verhoogd, hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden. Hij heeft Zich Israël, Zijn knecht, aangetrokken, om te gedenken aan barmhartigheid, – gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen – voor Abraham en Zijn nageslacht in eeuwigheid’.
En Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar en keerde terug naar haar huis
Luc.1: 39-56.

Het Mysterie van de Tempel – het wonen van God hier op aarde, de ontmoeting van God met de mens – heeft Zich in Maria vervult. God woont werkelijk in de mens en is in/met ons tegenwoordig op de aarde.
De Theotokos is ons voorbeeld en wordt derhalve de ark, “Tent van God”… genoemd. De heilige Augustinus zegt: “Nog voordat zij de Heer in haar lichaam ontving, had zij Hem reeds in haar ziel ontvangen”. Zij had voor Hem reeds haar ziel geopend en werd aldus de ware Tempel, waarin God als Mens op deze aarde tegenwoordig kwam.

Op deze wijze is in de Moeder Gods, Gods woning onder de mensen, reeds zijn eeuwige woonplaats voor altijd voorbereid.
De Theotokos is “eeuwig gelukkig [in het hiernamaals]”, omdat zij – op volmaakte wijze met ziel en lichaam – de woning van de Heer is geworden…
De Moeder Gods geleidt ons, wijst ons de weg door het leven, toont ons hoe wij zalig kunnen worden en de weg naar de Hemelse Grootheid en de Kracht en de ‘Heer’-lijkheid kunnen vinden.
Dit is de enige reden waarom wij [Orthodoxe] Christenen het feest van de ontslaping van de Theotokos vieren; los van het feit dat de Griekse geestelijkheid dit feest heeft doen omslaan naar een nationaal ‘bevrijdings’-feest, vanwege de overwinning op de Moren. Niet-Grieken beschouwen dit als een oneigenlijk ‘mis’-bruik van dit Hoogfeest vanuit politieke overwegingen en ergeren zich mateloos wanneer na afloop van de Liturgie politici worden ontvangen en onder hevig vlagvertoon het Griekse Volkslied wordt gezongen.
Christus heeft ons in deze geboden: “Zeker, zalig, die het woord Gods horen [bestuderen] en het bewaren”! Luc.11: 28. Wanneer we dit realiseren, zullen ook wij delen in dezelfde glorieuze Hemelse zaken als die de Theotokos ten deel zijn geworden. Dus “  zoekt eerst Zijn [Hemels] Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken wordenMatth.6: 33. De Kerk en haar diensten zijn er om het volk te onderwijzen en laat je a.u.b. niet in de war brengen door nationale voorkeuren.
De Apostelen werden uitgezonden tot degenen, die zij als priester hadden aangesteld en hebben daarbij slechts een gedeeltelijke bevoegdheid ontvangen. Ze kregen daarbij ‘niet’ de macht om de bijzondere genadegaven eenzijdig naar zich toe te trekken, die God, door de Heilige Geest, slechts aan diep gelovigen onder hen verleent en datgene vertrekt wat hen ten dienste staat om de zending van Christus te bewerkstelligen en het opbouwen van het Rijk Gods apostolaat te sturen – en niet om dit te doorkruisen en in verwarring te brengen.
De gekoesterde nalatenschap van de apostelen, die normaliter de ‘apostolische successie’ wordt genoemd, is slechts de overdracht van de Genadegaven van het priesterschap, die de Heilige Geest op Pinksteren heeft doen neerdalen.
Het vermogen wat hen via de ‘apostolische successie’ is toebedeeld is slechts het toezicht deze staat van het werk van de apostelen en de Heiland genadig voort te zetten, d.w.z. toezicht op de heiliging en de daarbijbehorende prediking van de Kerk en daartoe voor de wereld de pastorale autoriteit te vormen.
De geestelijkheid heeft via haar [Mystieke] wijding de macht van de Waarheid van het Geloof onveranderd te houden en is te toetsen aan de Waarheid, dewelke door de menswording van Christus en Zijn Blijde Boodschap is geopenbaard.
– Het is derhalve beslist niet de bedoeling dat degenen, die als toezichthouder zijn aangesteld, zich met bestuurlijke aangelegenheden van de individuele christelijke  gemeenschap gaan bezighouden, dat is de bevoegdheid van de priester in samenspraak met het gemeenschapsbestuur.

– Dat er in de tegenwoordige tijd Patriarchaten en bisschoppen zijn, die zich al dan niet laten financieren door de staat of hier zelfs eigenmachtig financiële leningen voor afsluiten is derhalve geheel in strijd met de hun toegewezen bevoegdheden.
– De Kerk wordt via verzamelde gelovigen, de potentiële dragers van het Allerheiligste, in door hen opgezette gemeenschappen opgebouwd en vervolgens voorzien van een geestelijk bewindvoerder [priester, met een, door het volk gekozen, bestuur,] en niet van bovenaf geïnitieerd.
– De Kerk speelt een Heil’s-bemiddelende rol tussen God en de mensen, gelovigen en ongelovigen; dit is de oorspronkelijke ecclesiologie en communion, welke aansluit bij de heilige Traditie en de canonieke praktijk van de Orthodoxe Kerk !!!
      Maak er ernst mee u wel beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het Woord der Waarheid2Tim.2: 15.

Orthodoxie & de godverlaten lage landen, ‘Heer onze Verlosser, verlos het wanhopige volk !’

Bid met elkaar om te kunnen overwinnen in de geestelijke strijd

      En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezonden.
En toen Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden. Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen.
         Doch het schip was reeds vele stadiën van het land verwijderd, geteisterd door de golven, want de wind was tegen. In de vierde nachtwake kwam Hij tot hen, gaande over de zee. Toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan, werden zij verbijsterd en zeiden: Het is een spook! En zij schreeuwden van vrees.
        Terstond sprak Jezus hen aan en zeide: ‘Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd!’.
Petrus antwoordde Hem en zei: ‘Heer, als Gij het zijt, beveel mij dan tot U te komen over het water’. En Hij zei: ‘Kom!’.  En Petrus ging uit het schip en liep over het water en ging naar Jezus. Maar toen hij zag op de wind, werd hij bevreesd en begon te zinken en hij schreeuwde: ‘Heer, red mij !’.
Terstond stak Jezus hem de hand toe en greep hem en zeide tot hem: ‘Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen?’.
En toen zij in het schip geklommen waren, ging de wind liggen. Die in het schip waren, vielen voor hem neer en zeiden:

‘Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!’.
En toen zij overgestoken waren, kwamen zij in Gennesareth aan land
Matth.14: 22-34.

Onze Lieve Vrouwe“-toren , Amersfoort

Het kadastrale midden van Nederland wordt gemarkeerd door een toren, toegewijd aan de Al-heilige Moeder Gods, voor Orthodoxen ‘de Theotokos’, de God-barende. De stad Amersfoort heeft een rijke religieuze geschiedenis, evenals de kerkprovincie Utrecht, die van oudsher ‘de bakermat‘ is van het christelijk Geloof in de Lage Landen. Niet voor niets vind je er een skala aan voormalige kloosters en kerken, want haar tentakels verspreiden zich over geheel de Nederlandstalige BeNeLux.
Vanaf 1600 werd dit aanleiding de religieuze geschiedenis -een stimulans te geven- hetgeen als religieuze vrijheid werd ervaren, los komen van de verstikkende verkoop van aflaten en het kerkgezag vanuit het kerk als instituut.

Maarten Luther en Katharina von Bora –
portret door z’n vriend
Lucas Cranach, de oude 1529

Het was aanvankelijk helemaal de bedoeling niet een “eigen heilig gemenebest” via het protestantisme op te zetten; in deze richting werd de diepgelovige Luther door de conservatieve oppositie gedwongen, die hervormingen verwierp en de stroming bestempelde als zijnde ketters. De meest radicalen onder hen, beweerden dat met deze hervormingen de kerk in de handen van ‘de antichrist’ viel. De protesterende RK-gelovigen beschouwden zichzelf echter als een “stad op een heuvel”, een Lichtend voorbeeld van het religieuze leven en de praktijk voor de wereld. Luther werd als augustijner monnik door de conservatieve kerkgemeenschap verraden, middels de ‘inquisitie’ vervolgd en na zoveel eeuwen later zou je verwachten dat met name de kerkelijke macht, het instituut kerk hiervan geleerd zou hebben.

Christ, The Bridegroom, by Julia Bridget Hayes

– Voor alle duidelijkheid dienen we te beginnen met de bruidegom, Christus Zelf. Het valt op, dat nergens rechtstreeks in de Schrift vermeld wordt dat Christus de bruidegom is! De tekst die het dichtst in de buurt komt is die uit Openbaringen: “ Laten wij blij zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligenOpenb.19: 7,8.
– Uit de context van Openbaring kunnen we echter wel opmaken dat met het Lam Christus wordt bedoeld. Tegen de volgelingen van Johannes de Doper gaf Jezus wel een hint dat Hijzelf de bruidegom is. Dit kunnen we lezen in: “ Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem en vroegen: Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw discipelen niet? Jezus zei tot hen: ‘Kunnen bruiloftsgasten soms treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is, en dan zullen zij vastenMatth.9: 14,15.”

John the Baptist – from Nazareth to Theophany

– Ten slotte sprak Johannes [de doper], die, te Enon bij Salim, doopte omdat daar veel water was, ook nog over Jezus als bruidegom. Dit is vastgelegd in: “ Die de bruid heeft, is de Bruidegom; maar de vriend van de Bruidegom, die erbij staat en naar Hem luistert, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de Bruidegom. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld. Hij moet wassen, ik moet minder worden. Die van boven komt, is boven allen; wie uit de aarde is, is uit de aarde en spreekt van de aarde. Die uit de hemel komt, is boven allen; wat Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij en Zijn Getuigenis neemt niemand aan. Wie Zijn Getuigenis aanvaardt, heeft bezegeld, dat God waarachtig isJohn.3: 29-33.
Dat Jezus de Bruidegom is, mag daarmee voldoende zijn aangetoond. Let wel dat de  Heer, Jezus Christus, Die in de toekomst Zijn bruid mag ontmoeten niet dezelfde Heer is die hier op aarde heeft rondgelopen. De ‘aardse’ Heer en Verlosser is immers gestorven! De Opgestane Heer, Die ten hemel is gevaren en aan de rechterhand van God op de Koninklijke Troon zit, is ‘ een Ander’.
Bijgevolg, mijn broeders, zijt ook gij dood voor de Wet door het Lichaam van Christus om het eigendom te worden van ‘een Ander’, van Hem, Die uit de doden opgewekt is, opdat wij ten opzichte van God vrucht zouden dragen. Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet geprikkeld worden, in onze leden, om voor de dood vrucht te dragen; maar thans zijn wij van de Wet ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in de nieuwe staat van de Heilige Geest en niet in de oude staat van de letter der WetRom.7: 4-6

Doopvont in de vroeg-christelijke Kerk

Voordat je een verbintenis aangaat, lees je het contract voordat je het ondertekent lees je het eerst nauwkeurig door. Zeker bij arbeidscontracten, waarbij ergens in de kleine lettertjes ongemerkt tegenvallers kunnen opduiken. Maar toch heeft iedereen, die ik ken, op de een of andere manier binnen de Kerk wel niet-openbare, verborgen geniepigheden meegemaakt. Ondanks de maatregelen om problemen te voorkomen lijkt het voortdurend zo te zijn dat mensen, die kerkelijk actief zijn, uit onverwachte hoek worden verrast. Wanneer je verder verdiept in het liefdewerk als de Bruid van Christus, heb je de indruk dat je niet zo gauw wordt overrompeld door een zekere vorm van tegenstand – in het ergste geval van verraad.
Maar waarom worden we zo verrast?
Op hoeveel verschillende manieren heeft God, Zelf in de Blijde Boodschap niet aangetoond dat de mens wispelturig is. Hoe vele keren is God Zelf hiermee niet geconfronteerd en maakte Hij Persoonlijk deel uit van zo’n zware tegenvaller?
De menselijke schandalige toekenning van deze eigenschap blijkt al uit zijn ongehoorzaamheid in de tuin van Eden; de mens is niet te vertrouwen.
Het scheelt vervolgens niet veel of de vrijmoedige inzet van de Bruid van Christus bezwijkt aan de stemming, die niet rechtstreeks tot uiting komt, maar voor ingewijden wel goed te merken is binnen de kerken. Het komt regelmatig voor dat gelovigen hierdoor een trauma ‘voor het leven’ oplopen, die hun geloofsleven niet langer normaal doet functioneren.
Het verslag van feiten, die al dan niet waar gebeurd zijn van de volmaakte romance tussen God en Gods volk is een aantrekkelijkheid met ups en downs.
Gods volk [de Kerk] neemt maar al te vaak aan dat hun belang ‘op een ander vlak ligt’, dan die van de uit het gevaar bevrijdende God die hen uit de slavernij heeft geleid en hen in de woestijn naar de geneugten van het beloofde land deed verlangen; een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde.
In plaats daarvan willen ze rozengeur en maneschijn, borrelhapjes en wijn, een goed inkomen en om het kort uit te drukken het comfort van de wereld.

Gods Volk verwacht heil van boven

      Ontucht, wijn en most nemen het verstand weg. Mijn volk raadpleegt zijn hout, en zijn staf moet het voorlichten. Want een geest van ontucht doet hen dwalen, zodat zij zich in ontucht aan hun God onttrekken. Op de toppen der bergen slachten zij offers en op de heuvelen ontsteken zij die, onder eik, populier en terebinth, omdat de schaduw ervan aangenaam is. Daarom bedrijven uw dochters ontucht en plegen uw schoondochters overspelHosea 4: 11-13.
Verleiding en ontrouw moet voor ons -ingewijden- dus geen verrassing zijn en dàt ‘in de steek gelaten worden’, verraden te worden houdt zich ook op in de kerk-gemeenschappen.
Wanneer het mogelijk is dat Gods Volk [de Kerk] ’God Zelf’ kan verraden, waarom zouden we elkaar dan niet verraden?
Ik heb diverse voorgangers meegemaakt, die verschillende soorten van verraad hebben meegemaakt, zowel vanuit de leiding als vanuit het gelovige volk en dat zij er eelt op hun ziel mee hebben opgelopen, zal menigeen bevestigen.
Sommigen zijn in staat geweest om relaties te herstellen, sommige zijn verhuisd en hebben elders een ‘betere’ positie kunnen innemen, weer anderen hebben hun toog aan de wilgen gehangen, omdat de wonden te diep waren en hun ziel ‘niet’ te genezen was.

Geloof wordt regelmatig in de kerkgemeenschap ‘zelf‘ afgebroken

         Schandalig gedrag en verraad schendt het Geloof voor een respectvol iemand, die eerlijk is en goede bedoelingen heeft. Het breekt iets heiligs, een uitgesproken of onuitgesproken belofte de ander te beschermen, de ander te ondersteunen, lief te hebben en de ander te verheffen. Dit vertrouwen kan door zowel grote als kleine voorvallen geschonden worden; maar het laat voor altijd het bedrogen en kwetsbare gevoel achter wat daardoor lang naklinkend is blootgelegd. Vaak is de pijn zó diep doorgedrongen, omdat de relatie niet datgene geboden heeft wat er van verwacht werd en blijkt het eeuwen te duren alvorens er weer van enige toenadering sprake is.
We christenen dienen allemaal ‘
het uiterste in onszelf’ te investeren, om zowel zelf als de ander te laten ontdekken dat een relatie, waarin wij geloven ‘wederkerig’ dient te zijn, òf niet soms.

Christus staat aan de deur en klopt

Je mag jezelf als een vreemdeling beschouwen‘, zoals de een of andere kerk kan verkondigen, aan wie slechts een ‘formeel‘ lid, of zich aangesloten heeft bij de christenen van dien aard.
Maar tegen jou’, zal Christus zeggen, ‘Jij bent een Goddelijk kind, een kind van God. ‘Ik’ heb je gedoopt door Mijn Heilige Geest, ‘Ik’ heb je bevestigd. ‘Ik’ heb met jou een Verbond gesloten en je in ‘Mijn’ huwelijk gekroond, ‘Ik’ beschouw je als ‘Mijn’ eigen kind. ‘Mijn deur’ staat voor je open. Je mag komen op elk moment dat je maar wilt”.
Want het is uiteindelijk de wil van de mens die zijn terugkeer tot Christus definitief zal maken, ook wanneer je Anglicaans, oud [Katholiek] gelovig, Protestant of Vrijzinnig bent; het is “Christus”,
Die de uiteindelijke Pantocrator is en niet de menselijke instituten.

Mensen hebben vaak genoeg meegemaakt dat iemand met een leidinggevende functie in de kerkgemeenschap, met wie zij samenwerkten, tegen hen had gelogen. Zij kwamen die leugen niet alleen ‘tégen’, maar ontdekten dat anderen, hier eveneens weet van hadden en gewoonweg zwegen. Zij wisten van het bedrog en het werd de goegemeente niet verteld – om reden ‘geen slapende gelovigen wakker te maken’ òf om ‘hun eigen leventje niet te laten verstoren’; aldus werd ‘hun christelijke ziel aan de duivel verkocht’.
De pijn van dit soort slagen in je gezicht, kom je nimmer te boven; de angel van de leugens, het gedraai; het vreselijk gevoel voor de gek te zijn gehouden; het besef dat je door mensen, die jij vertrouwde, voor de mal werd gehouden.
Het is als een ervaring van de steken, die een reusachtig kwal nalaat, die z’n tentakels het gif over je heeft uitgestort.
Het gif van het verraad liet zich voortdurend  af- en toenemen en was tot in de uitersten van de ziel doorgedrongen. De leugen werd als een piep in de oren, die nimmer meer is verdwenen, zo verstrekkend zijn de gevolgen van dit soort gebeurtenissen.
Ik ken ook ‘heden-ten-dage’ nog voorgangers, die onder hun aanhangers hun scherpste beoordelaars hebben meegemaakt; dit soort leden van de kerkgemeenschap, deze medewerkers en vrijwilligers gaven hen kracht en dit zijn dezelfde mensen, die het vuur uit hun sloffen liepen om de functie van psalmist, het onderhoud en schoonhouden van de kerkruimten, de catechese, de organisatie van de feestdagen, het verzorgen van de koffie en noem maar op te vervullen.
Wanneer dit de voorgangers zelf overkomt betreft dit veelal kleine aangelegenheden, maar het komt ook voor dat dit in een gemeenschap en hele bevolkingsgroepen verlammend kan werken.
Wat we zelf doen met dit soort verraad, dit beschadigen van vertrouwen kan sterk variëren en zijn er momenten waarop je het recht hebt om je ‘eigen weg’ te gaan.
Geestelijke mishandeling kan tenslotte nimmer worden getolereerd. Misbruik door de kerk, en zeker van degenen, die met de leiding, het gezag zijn belast kan maatschappelijk niet worden aanvaard.
– Het is ‘goed’ om dit soort zaken aan de kaak te stellen en het is voor jezelf gezond om je uit dergelijke instituten terug te trekken. Maar dit soort zaken kunnen niet onder de mat worden geschoven en zullen hoe dan ook littekens achter laten.
Ik geef toe dat kerkgemeenschappen met de nodige voorzichtigheid benaderd dienen te worden en dat vertrouwen gekoesterd dient te worden. Daarom is toezicht van de omgeving in elke positie van de Kerk [van hoog tot laag] dan ook noodzakelijk – want de menselijke geest waait waarheen des wil en dat is niet altijd in de Goddelijke richting, Die de Heer en Verlosser in Zijn Blijde Boodschap bedoeld heeft.
Zet je dus schrap en bezin je voor je ergens aan begint, maar weet dat je nog steeds van Christus en van Zijn Lichaam dient te blijven houden, de Kerk, zoals Hij het bedoeld heeft. En wees ontzettend voorzichtig met instituten, opdat je niet opnieuw teleurgesteld zult raken.

Ik bezocht onlangs een orthodoxe eredienst, omringd door vluchtelingen,              – geslagen mensen uit een vreemd land -, die steun bij elkaar zoeken en ervaringen uitwisselen,  mensen die onze Heer en Verlosser oprecht lief heeft. Iedere bank in de ter beschikking gestelde RK gastkerk was gevuld met iemand voor wie onze Heer Zijn Leven gaf, iemand voor wie Hij alles -in het leven- heeft meegemaakt. We werden door de voorganger, de priester van die gemeenschap in de Arabische taal uitgenodigd en ik verstond de woorden die ik duizenden keren eerder gehoord heb:
    واضافانه بموته على الصليب، وينحدر الى الهاوية. لأنه ملأ الكون مع نفسه، وقد اطلق مخاض الموت نفسه فدية عن الموتى، التي بعنا كل خطيئة .. وارتفعت و في اليوم الثالث وبذلك تكون قد مهدت الطريق لجميع القيامة اللحوم من بين الأموات. لذلك لم يكن من الممكن لأصل الحياة تحت سلطة سيأتي من التسوس. وهكذا، فإن باكورة الراقدين أيضا كان بكر من الموتى “[باسلالقداس]“ – fonetisch: wa’adaf “anah bimawtih ealaa alsalibi, wayanhadir ‘iilaa alhawiata. li’anah mala alkawn mae nafsihi, waqad ‘atlaq makhad almawt nafsih fidyatan ean almutaa, alty baena kla khatiya .. wairtafaet w fi alyawm alththalith wabadhalk takun qad mahadat altariq lajamie alqiamat allihum min bayn al’amwati. ldhlk lm yakun min almmkn li’asl alhayat taht sultat sayati min altasaws. wahukdha, fa’iin biakwrat alraaqidin ‘aydaan kan bikr min almawtaa “[basla-alqdas] – Nederlands:
  Hij heeft Zichzelf gegeven als losprijs voor de dood, waaraan wij allen verkocht waren door de zonde. Door Zijn kruisdood is Hij afgedaald in de hades. Doordat Hij het heelal met Zichzelf vervulde, heeft Hij de smarten van de dood ontbonden. Hij is opgestaan op de derde dag en heeft zo de weg gebaand voor alle vlees tot Opstanding uit de dood. Het was immers niet mogelijk dat de Oorsprong van het Leven onder de macht zou komen van het bederf. Zo werd de Eersteling van de ontslapenen ook de Eerstgeborene uit de dodenBasilios-Liturgie.
Ik heb die woorden gelezen.
Van jongs-af-aan- heb ik die woorden gehoord. Ik heb de strekking van die woorden gedeeld met diverse christelijke gemeenschappen: Rooms Katholiek, Oud Katholiek, Protestants, Anglikaans, diverse orthodoxe geledingen – in het Latijn, Nederlands, in het Duits en het Frans, Engels, Italiaans en Spaans.
Maar voor de eerste keer, klonken  deze Arabische woorden in mijn oren als een trompetgeschal:
كان واضافانه بذل نفسه فدية عن الموتى، التي بعنا كل خطيئة.” من الليل …” – “   Hij heeft Zichzelf gegeven als losprijs voor de dood, waaraan wij allen verkocht waren door de zonde “.

Het groot en Heilig Kruis van Christus, onze Verlosser

God leed als vleesgeworden mens, in het vleesgeworden Woord, aan het verraad uit de handen van één van Zijn volgelingen – degene van wie werd verondersteld dat die Hem zou steunen, stond voor Hem, hield op z’n eigen wijze van Hem, maar verkocht Hem voor winst.
De gevolgen waren enorm en het veroorzaakte ontzettend veel leed.
Zijn eigen moeder, de Theotokos, de God-barende, keek toe hoe Hij gemarteld werd en uiteindelijk geëxecuteerd.
En de verrader zelf werd zo overmand door verdriet dat hij zich het leven benam.
En Zijn andere vrienden hielden zich afzijdig en hebben Hem evengoed verraden, ontkenden zelfs dat zij Hem kenden, tot Zijn volgelingen behoorden.
Verraad, het ontbreken, verbreken van de onderlinge saamhorigheid [trouw] laat een spoor van vernietiging na. Het is méér dan een doodssteek, welke de menselijke ziel doorboort, ’
het scheidt de mens van het Goddelijk hart, de Liefde- ’.
كان للخيانة من الليل …” – “In de nacht werd Hij verraden …
en de priester aan het altaar gaat verder:
“ “
في نفس الليلة التي هو نفسه أعطى لحياة العالم، وأخذ خبزا في يديه المقدسة ودنس، خصصت لك، لقد أعطى الله الآب شكرا، المباركة، قدس، وكسر: وتبريده لأتباعه والرسل، قائلا: خذوا كلوا هذا هو جسدي الذي كسر لك لمغفرة الخطايا “ – fonetisch: “fy nfs allaylat alty hu nafsuh ‘aetaa lihayat alealim, wa’akhadh khubzana fi yadayh almuqadasat wadansin, khusisat lika, laqad ‘aetaa allah alab shukraan, almubarakatu, qads, wakusr: watabriduh li’atbaeih walrusuli, qayila: khudhuu kuluu hadha hu jasdiun aldhy kasr lak lamaghfirat alkhataya “ – Nederlands:
  In dezelfde nacht waarin Hij Zichzelf overleverde voor het leven van de wereld, nam Hij Brood in Zijn heilige en onbevlekte handen, droeg het op aan U, God de Vader, dankte, zegende, heiligde en brak het: en gaaf het aan Zijn volgelingen en apostelen, zeggend: Neemt, eet, dit is Mijn Lichaam, dat voor U gebroken wordt, tot vergeving van de zonden”.

Christus Pantocrator icoon uit de 6e eeuw [bewaard in het Grieks-Orthodoxe Sint Catharina-klooster in de Sinaïwoestijn, Egypte] waarop Hij zegenend is afgebeeld. Dit is tevens het kruisteken zoals de oudgelovigen dat nog steeds maken. De twee vingers staan voor de dualiteit van de Christus: God en mens; de drie vingers symboliseren de Heilige Drie-eenheid.
Op de avond dat Hij werd verraden, deed onze Heer en Verlosser iets voor ons en via onze verbintenis met Hem, gaf Hij ons in ons christelijk Leven een Opdracht mee om iets voor Hem te doen. En aldus blijf Hij verbonden met Z’n bruid, Zijn Lichaam, de Kerk en het breken van het Brood met die Bruid [de Kerk] en de Liefde voor die christelijke gemeenschap.
En wanneer wij nu voor het probleem van de angel van het verraad gesteld worden, dienen wij ons te herinneren dat Onze Heer en Verlosser de pijnlijke steek oneindig veel meer voelde dan wij ooit zullen ervaren.
En vanwege hetgeen er voortvloeit uit wat Hij voor òns gedaan heeft, na de avond dat Hij werd verraden, blijven wij getrouwe christenen alleen Hem in onze eigen gekozen christelijke gemeenschap dienen uit Liefde voor Zijn bruid.

Apolytikion      tn.8
  Uit den hoge zijt Gij neergedaald, o Barmhartige,
en zijt drie dagen in het graf gebleven,
om ons van het lijden te bevrijden.
Gij zijt ons Leven en onze Verrijzenis;
Heer, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8
  Nadat Gij zijt opgestaan uit het graf,
hebt Gij de doden opgewekt,
en Adam weer doen opstaan.
De einden der wereld jubelen
over Uw ontwaken uit de doden,
o Al-barmhartige
”.

Theotokion     tn.5
  Om ons zijt Gij uit de Maagd geboren,
en hebt Gij het Kruis ondergaan, o Goede.
Door Uw dood hebt Gij de dood overwonnen
en ons als God de Opstanding getoond.
Veracht het werk van Uw handen niet;
toon ons Uw mensenliefde, o Barmhartige.
Verhoor haar die U gebaard heeft:
de Moeder Gods, die voor ons bidt,
en verlos Verlosser het wanhopige volk
”.

 

Orthodoxie & wees niemand ‘minder’ dan jezelf

Solliciteren is het                               gemakkelijkste verkoopgesprek, het zegt namelijk niets over wie je werkelijk bent

Na heel lang zoeken op de meest uiteenlopende plaatsen komen we tot de ontdekking dat we veranderd zijn. Omdat mensen zo verschillend zijn, zal beslist niet iedereen je even aardig vinden.
Wanneer iemand jou niet aardig vindt, wil dat nog niet zeggen dat er iets mis met je is. Jij wilt uiteraard het liefst mensen ontmoeten, die jou waarderen om wie je bent. De beste manier om mensen te vinden die van je houden om wie je bent, is je te gedragen zoals je werkelijk bent.
Je dient niet te proberen afwijzing te voorkomen door je te gaan gedragen zoals de ander dat van je verwacht. Dit is risicovol omdat je jezelf ‘kwijt‘ kunt raken. Met jezelf kwijt raken wordt bedoelt dat jij ‘jezelf niet meer écht ervaart’.  Met jezelf wordt ook wel eens ware zelf of ziel bedoelt.
Wanneer iemand zichzelf niet meer is, is die niet écht zichzelf kwijt. Het ware zelf of de ziel kan nooit kwijt zijn, maar wel de verbinding ermee.

apostel Paulus – vermomd zelfportret van Rembrandt van Rijn, 1661

de Apostel van de heidenen, Paulus zegt hierover:
Toen ik een kind was, sprak ik als een kind,  ervoer ik de dingen om mij heen als een kind, overlegde ik bij mezelf als een kind.  Nu ik mens geworden ben, heb ik afgelegd wat kinderlijk was1Cor.13: 11.
In het dagelijks leven dienen wij weliswaar ons best te doen om een goed mens te zijn, maar volmaakt – zoals de Martelaren en de Heiligen zullen er maar weinige onder ons worden.
Want zo gaat Paulus verder: “ Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht.  Nu ken ik onvolkomen, maar dàn zal ik ten volle kennen, 
zoals ik zelf gekend ben”.
Stop er dus mee ‘jezelf’ in een ander profiel te drukken, wees spontaan, kom voor jezelf op en doe datgene wat je intuïtie je ingeeft. Maak je minder druk om het commentaar van de ander; probeer jezelf te kennen, accepteer jezelf, vertrouw op jezelf en wees jezelf; dat is in de ogen van onze Heer en Zaligmaker ruim voldoende. 

Levensbeschouwingen [of ze nu godsdienstig zijn of niet]  zijn menselijke woordschikkingen, waarin door mensen gezag wordt toegekend aan bepaalde teksten, ervaringen en tradities. Binnen iedere levensbeschouwing [ook het christendom] zijn er intern discussies over
1.]. Welke teksten, ervaringen en tradities in aanmerking komen en
welke niet [of in welke volgorde, zoals Geloof, Hoop en Liefde].
2.]. Hoe die teksten, ervaringen en tradities precies geïnterpreteerd dienen te worden.
Niemand kan uit deze verklarende, ‘de bedoeling uitleggende‘, cirkel stappen.
Iedereen zal van mening zijn dat hij zelf de beste, de meest juiste, de zuiverste opvatting heeft, maar daarmee wil dat nog niet zeggen dat dat ‘de Waarheid’ is.

Maarten Luther en Katharina von Bora
portret door z’n vriend
Lucas Cranach, de oude 1529

De Rooms Katholieke bisschop van Rome -‘de eerste zonder gelijken‘ (‘first without equals‘) – i.p.v. de traditionele uitdrukking: ‘eerste onder gelijken‘ (‘first among equals’) – geraakte met de [RK] Augustijner pater Maarten Luther [1483 – 1546] in discussie en kwam in deze valkuil terecht betreffende de definitie van het christendom; zij verketterden elkaar over en weer en even later was het oorlog [een kerkscheiding].
Je kunt dus ook niemand het recht ontzeggen te claimen dat hij of zij deze of gene [christelijke] godsdienst aanhangt.
Je kunt er enkel naar streven om het gesprek daarover op een zinvolle manier te gaan voeren, zoals dit in de loop van enkele eeuwen binnen het christendom door schade en schande – dankzij de inbreng van de Heilige Geest is geleerd.
Voorwaarde is echter dat alle deelnemers aan dit gesprek het uitgangspunt accepteren: “God mag dan wel eeuwig zijn of absoluut”, onze interpretatie van wie Hij [of Zij of..] is, staat -ons als vrij gevormd mens- principieel ‘open’ voor een uitwisseling van meningen.
Degene die suggereert dat hij of zij als – ‘eerste zonder gelijken‘ [‘first without equals’] met beroep op ‘hèt [- de echte waarheid] te weten ‘helderheid’ kan scheppen op het terrein van de vele opvattingen, die over mens en het godvruchtig samenleven de ronde doen, houdt ‘zichzelf’ voor de gek, of hij zich nu theo-, filo-, socio- of antropoloog noemt.

Het lijkt me dan véél zinvoller om er voortaan op te letten wanneer we over individuen en godsdiensten/levensbeschouwingen spreken, dat we een verduidelijking toevoegen,  in de zin van: . . . ‘volgens mijn’ persoonlijke’ interpretatie van het christendom…, òf zoals wij dit hier te lande beleven… etc.
Dan benader je godsdiensten niet als quasi ‘
onveranderlijke’ en ‘starre’ instituten, maar als één door God geleid, menselijk fenomeen,
[die al dan niet geïnstitutionaliseerd zijn met het oog op bepaalde functies].
De aanpak van de manier waarop godsdienstige overtuigingen hun plaats
‘dàn’ kunnen krijgen in de maatschappij, kan vervolgens zorgen voor een grote verscheidenheid en de uitwisseling van argumenten erover zal aan nuance winnen. De innerlijke mens zal hierdoor groeien.

Pan Orthodox Concilie, Kreta 2016 – LOGO

Vervolgens kun je de vraag beantwoorden waar een legio jonge ouders mee rond lopen: “dien ik mijn kind -in deze tijd- nog wel een opvoeding  overeenkomstig een Christelijk Geloof mee te geven?”.
     Met andere woorden is christelijke opvoeding een opdracht van God; een godsdienstige opvoeding, gericht op bekering van het hart en de verhouding met God. Er zijn legio gelovigen, die zich vandaag-de-dag nog steeds beroepen op de [pedagogische] ideeën van weleer en die ideeën zijn blijkbaar niet onomstreden. Na het tweede Vaticaans Concilie heeft er ‘in de Lage landen‘ een beeldenstorm plaatsgevonden, die de storm van de periode van Luther vèr te boven gaat [een tsunami, veroorzaakt door een onderzeese aardbeving en een vloedgolf].
Het gehele christelijk erfgoed en niet alleen de Roomse ging op de schop en heeft het maar nauwelijks overleefd. De Orthodoxe Kerk kan in haar geledingen via de eindconclusie van het Pan-Orthodox Concilie op Kreta wel laten lijken of dit aan haar gelederen voorbij gegaan is, de tweedracht blijkt uit de grote hoeveelheid restricties van bisschoppen, die de eindconclusies wèl en nièt ondertekend hebben. Toch blijft het gebruik van vaststaande teksten [‘formulieren’] bij liturgische handelingen zoals de bediening van de Mysteriën en het vieren van christelijke feestdagen overeind staan, maar dat er ook hier spanningen zijn en er sprake is van onopgeloste conflicten kan niet langer ontkend worden.

Christus, man van het Volk

Christus was net als Mozes een voorbeeld van iemand, die geleerd had om de kwesties waar het om draait in het leven op te lossen. Als geheel God en geheel mens werd Hij het grootste voorbeeld van Degene, Die een innerlijke Vrede heeft. Omdat Hij de juiste keuze maakte en vaststelde wat er werkelijk belangrijk is in het menselijk leven, was Hij in staat door Zichzelf een Goddelijk Leven te bewerkstelligen en daarmee een -voor een mens- de allergrootste verantwoordelijkheid op Zich te nemen.
Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet 
ziet. Want door dit [Geloof in God] is aan de ouden een getuigenis gegeven. Door het Geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord van God tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembareHebr.11: 1-3.
En vervolgens somt Paulus de eregalerij op van al die vrouwen en mannen van Geloof, die ons in het oude Testament voorgingen. De christelijke Kerk handhaaft deze Traditie nog steeds door martelaren en heiligen tot de vriendenkring van Gods Hemels Koninkrijk te benoemen en daarmee weten wij hoe wij voor onszelf ‘Vrede en innerlijke rust’ kunnen bewaren in deze drukke en overspannen wereld.
We kunnen in hetzelfde hoofdstuk van Paulus aan de Hebreeën lezen met welke vier vragen wij als christen te maken krijgen:
Wie ben ik?”. Hebr.1: 24
Wat wil ik werkelijk zijn?”. Hebr.1: 25 – vervolgens wordt de vraag gesteld:
Wat is werkelijk belangrijk in het leven?”. Hebr.1: 26 en
“ Hoe ga ik dit leven invullen?”. Hebr.1: 27.
Dit zijn de fundamentele punten waar wij als mens uit zullen dienen te komen en op deze wijze nam Mozes in het Oude Verbond de juiste besluiten, zodat men hem tot op de dag van vandaag nog steeds eert en zijn levensindeling als voorbeeld stelt.

Het is de Heer, Die barmhartigheid doet, en recht verschaft aan allen die onrecht lijden. Hij heeft Zijn wegen aan Mozes doen kennen, Zijn Wilsbeschikkingen aan de kinderen van Israël [de Kerk]. Vol ontferming en barmhartig is de Heer: grootmoedig en vol erbarmenPsalm 102: 6-8 vert. ROK ‘s-Gravenhage
1.]. Mozes weigerde, toen hij opgegroeid was, gezien te worden als de zoon van Farao’s dochter. We kennen -‘wanneer onze ouders ons dit hebben meegegeven‘- het verloop van zijn leven, waarop door zijn opvoeding een conflictsituatie ontstond. Mozes was eigenlijk een jood, maar de dochter van de Farao voedde hem op als een Egyptenaar. Iedereen beschouwde hem als een Egyptenaar. Jaren later, toen hij ongeveer 40 jaar oud was, werd hij aangesteld als tweede man van het koninkrijk, waardoor hij voor de keuze werd gesteld: “Wat wil ik met mijn leven doen?“. Ik weet dat ik een Jood ben, maar iedereen ziet aan mijn voorkomen en mijn comfort dat ik een Egyptenaar ben:  Wie ben ik?Hebr.1: 24. Ben ik een Jood of een Egyptenaar – ga ik bij een stelletje [“eenvoudige hardwerkende“] Joodse slaven wonen of blijf ik hier in de luxe van mijn [‘verworven?’] paleis.
Mozes nam het ‘juiste’ besluit, hij deed zich niet mooier voor dan hij was, met gevolg dat hij de volgende jaren van zijn leven in de woestijn diende door te brengen.
2.]. Ieder van ons dient met zichzelf in het reine te komen op dit punt van zijn identiteit, dáár zal eerst blijken wat en wat voor uitwerking een opvoeding heeft.
We bezitten allemaal de diepe behoefte om innerlijk te accepteren wie wij zijn. Wanneer je probeert om iemand te zijn, die je ‘niet echt‘ bent, is dat een prima methode om snel een maagzweer of hartkwalen te krijgen, omdat je dan onder druk komt te staan. Mozes herkende deze druk en hij besloot te stoppen met te doen alsof. Hij accepteerde ‘zijn’ ware identiteit. Probeer niet iemand te zijn, die je niet bent.
God heeft je gevormd en Hij houdt van je zoals je bent, voor Hem ben jij speciaal.
        Je kunt net doen of je iemand anders bent, òf je kunt Gods plan accepteren en zijn zoals je eigenlijk bedoeld bent. Hoe zouden wij anders Mozes herinneren als hij besloten had aan het hof van de Farao te blijven? Misschien wel als een Egyptische mummie in het een of ander museum met een gouden masker op.
Hij nam echter het moeilijke besluit en in ‘het Licht’ van de eeuwigheid was dat ook het beste besluit.
Dat is wat Christus, onze Heer, eveneens voor ons doet. God geeft ons niet alleen een identiteit, maar Hij geeft ons tevens onze waardigheid. Iedereen met wie Christus in contact komt in het Nieuwe Verbond – of dat nu een overspelige vrouw, een melaatse of een verschoppeling is – wordt door Hem geaccepteerd en geliefd. Hij zei: ” Ik ken je bij je naam!!!

Het kunnen
Op die dag, dat deze mensen voor Gods Troon komen te staan, zullen velen tegen Jezus Christus zeggen: “Heer, we hebben in Uw Naam allemaal goede dingen gedaan. Voor U”. Hoe bitter zal het dan zijn als de Heer zal moeten antwoorden: “Ja, maar Ik ken u niet”.
Het is blijkbaar mogelijk om voor God te werken en geestelijke dingen voor Hem doen, zonder een relatie met Jezus Christus te hebben.

Het kennen
God wil dat wij een relatie hebben met Jezus Christus. Dat we Hem kennen.
  God is getrouw, door wie jij bent geroepen tot gemeenschap met Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer1Cor.1: 9.
Hij wil dat deze relatie wederzijds is. Daarom zegt Paulus vervolgens “  Indien iemand zich inbeeldt enige kennis verworven te hebben, dan heeft hij nog niet leren kennen, zoals het behoort; 
maar heeft iemand God lief, dan is deze door Hem gekend1Cor.8: 2,3.
Dat dit belangrijk is blijkt eveneens uit de weergave van de Blijde Boodschap volgen Mattheüs:
      Niet een ieder, die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het Koninkrijk der Hemelen binnengaan, maar wie doet de wil van Mijn Vader, Die in de Hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam boze geesten uitgedreven en in Uw Naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik [Christus Pantocrator] hun openlijk zeggen: ‘Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid’Matth.7: 21-23.
God wil geen religie maar relatie en dat is een gevoelskwestie.
Religie heeft namelijk niets te maken met het kennen van onze Heer Jezus Christus, de Zoon van God; een relatie met Hem hebben wel.
Laten we daarom opgroeien en volwassen worden in het kennen van onze Heer en -door Zijn Genadegaven de vruchten dragen die daarbij horen-.

Mozes en de brandende braambos

Wat hier nog aan toegevoegd dient te worden is de kwestie van de persoonlijke verantwoordelijkheid. Mozes koos er uiteindelijk voor om ‘met’ het Joodse Volk slecht behandeld te worden, in plaats van te genieten van de zondige geneugten van het paleis van de Farao in de woestijn. Eerst weigerde hij te zijn wie hij in werkelijkheid niet was en vervolgens maakte hij de keuze ervoor te zorgen de Goddelijke weg te gaan bewandelen.
Het werkend grondbeginsel is het volgende: Je kunt iets negatiefs altijd vervangen door iets positiefs. Je stopt niet alleen met iets, je maakt ook een begin met heel iets anders.
Het christelijk leven is niet iets van afkeurende, kritiek hebbende wetten en regels; het is een kwestie van een relatie hebben met God, met anderen en met jezelf.

Mozes ontmoet de Heer in het brandende braambos – miniature

Mozes nam het besluit om volwassen te worden: Het is een teken van volwassenheid wanneer jij persoonlijk je verantwoordelijkheid neemt [Hebr. 11; 24-26]. Na zijn geboorte, zijn opgroeien, zijn pubertijd en het bereiken van zijn 40 jarige leeftijd [leeftijd van de ‘mid-life-crises] moest hij wel een beslissing nemen, de verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven op zich nemen en voorwaarts gaan.
De Waarheid’ over persoonlijke verantwoordelijkheid is echter in onze tegenwoordige samenleving een impopulaire vanzelfsprekendheid geworden. We leven in een cultuur die ervan houdt om een ander ergens de schuld van te geven, zaken te verdraaien en geen persoonlijke verantwoordelijkheid op je te nemen. Iedereen houdt ervan de ander de schuld te geven, maar we hebben er allemaal, niemand uitgezonderd, een hekel aan om de schuld te krijgen. Het is gemakkelijker om anderen de schuld te geven van uw situatie:
Ik zou meer aan Christus zijn toegewijd als mijn gezin ook christen werd”;
“ Ik zou waarachtig Gods weg zijn gegaan wanneer mijn vriend, vriendin, vader of moeder, echtgenote of echtgenoot mee zou zijn gegaan”;
 
Ik zou nu een beter mens zijn als ik betere ouders had gehad”.

Mozes legde de schuld niet bij de ander: hij nam ‘zelf’ de verantwoordelijkheid voor ‘zijn eigen leven’ op zich en besloot wat van zijn leven te maken.

     Het is natuurlijk waar dat er veel dingen in het leven zijn waar je geen macht over hebt. Je hebt er immers niets over te zeggen wie je ouders zouden zijn; jij kon niet bepalen waar je geboren zou worden en dat je al dan niet christelijk gedoopt zou zijn. Jij had geen macht over de genen, die jij in het leven met je mee zou krijgen.
     Er is echter één ding waar jij persoonlijk de absolute macht over meegekregen hebt en dat is “de manier waarop jij op het leven reageert”.
Je kunt ervoor kiezen om op een negatieve manier, kritische manier op het leven te reageren, of je kunt -in ‘zelfbewustzijn’, in ‘Geloof’- ervoor te kiezen te reageren op een positieve manier.

beteugelen van de storm

Hoe ga je reageren, regeren over jezelf en via jou ten opzichte van de ander? De keus is aan jezelf, jij hebt de omstandigheden die zich in het leven kunnen voordoen niet voor het uitkiezen, maar je kunt wel kiezen of die dingen u een bitter [onaangenaam] of een beter mens zullen maken. Het is aan jouwzelf, jij bent de enige die je leven te gronde kan richten. De duivel kan dat niet, omdat hij daar de macht toe niet heeft gekregen; hij kan het je alleen maar lastig maken. God doet dat niet omdat Hij van je houdt, Hij kan je alleen maar met z’n Genadegaven stimuleren. Alleen jijzelf kunt je eigen leven verprutsen.

  • Niemand kan je eigen houding van je afpakken tenzij je die houding opgeeft. Wanneer jij de verantwoordelijkheid over je eigen houding in je leven op je neemt, kun je innerlijke vrede beginnen te ervaren.
    3.]. Stel je eigen voorkeuren vast.
    – De meeste mensen willen maar al te graag aardig gevonden worden binnen hun leefomgeving, maar er zit één groot nadeel aan populariteit; het houdt nooit stand. Je kunt een tijdje de bink uithangen binnen je omgeving; in de groep waarin jij je thuis voelt en die jij daarom hebt uitgekozen, geformeerd.
    Maar wanneer je na een periode van vermeende successen tot bezinning komt, zul je ontdekken dat niemand je werkelijk kent, je hebt een cocon om jezelf heen gebouwd. Populariteit houdt geen stand.
    – Dan is er nog het plezier dat je ergens aan beleeft. Plezier ergens in hebben is niet verkeerd, tenzij het je afgod wordt. We leven momenteel in een door plezier bezeten samenleving: “Je leeft maar één keer, dus haal je eruit wat er in zit”, iedere dag feest, luxe en trotsheid om je heen, zalig toch. En als het niet loopt zoals je het had verwacht neem je een drankje, een pilletje of een jointje; lang leve de lol.
    Plezier heeft echter ook een nadeel, het houdt niet stand.
    Mozes verwierp het kortstondig plezier omdat hij zijn eigen voorkeuren had vastgesteld; zijn blik was gericht op iets hogers. Daar had hij niet ‘de door hem gevormde‘ jeugdvrienden voor nodig, daar had hij het schamele, ‘werkende volk’ voor nodig; zijn blik was gericht op iets hogers.

     Er is niets mis met het bezitten van geld, macht, invloed, bezittingen en juwelen.
  Ziet toe, dat gij u wacht voor alle hebzucht, want ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit. En Hij sprak tot hen een gelijkenis en zei: ‘Het land van een rijk man had veel opgebrachtLuc.12: 15-16. Al deze dingen brengen uiteindelijk geen ultieme blijdschap met zich mee. Hoeveel geld hebt u nodig om gelukkig te zijn? Meestal net ietsje meer en het is een feit dat de meeste arme mensen ontzettend gelukkig kunnen worden wanneer zij in hun armoe een inventiviteit hebben ontwikkeld, een vindingrijkheid hebben gevonden om in hun armoede toch rond te komen.
Geld behoort gebruikt te worden om mensen tot ontwikkeling te brengen en si niet bedoeld om eigen voorkeuren naar eigen believen door te drukken. God wil dat je van de mensen houdt en wanneer je van de mensen houdt, dan ga je van de behoeften van die mensen uit en niet die van jezelf.  Mozes had zijn voorkeuren juist gesteld; hij wees z’n eigen behoeften af opdat hij het volk als belangrijker in zijn leven beschouwde.

In Jezus Christus proberen we alles te weerstaan – de verleidingen, de stormen en orkanen, het lijden, de zonde, de dood en de tegenstrever;

4.]. Mozes volhardde in z’n leven, hij bleef standvastig. Het is een feit dat er in dit leven niets uit het niets voorkomt, God formeerde zelfs de mens uit aarde. Geen zege, geen overwinning wordt behaald zonder inspanning, geen vooruitgang zonder tegenslagen. Het is bij dit punt belangrijk, dat je leert omgaan met moeilijkheden, met zaken, die niet zo gemakkelijk verlopen en je de grootste moeite kosten.
      Mozes maakte een succes van zijn leven omdat hij volhardde.
      Wij christenen dienen ons nooit te laten verontrusten en moeilijkheden uit de weg gaan. De sleutel tot innerlijke vrede is namelijk dat je onderkent dat elk leven moeilijkheden kent en dat je weet dat -God met ons is- en je -via Zijn Geest- weet hoe je daar op een goede manier op kunt reageren.
– Door de problemen, die jij op je weg meekrijgt, laat God de Vader jou als Zijn kind tot ontwikkeling komen, God laat dit soort situaties toe om door voor Hem bepaalde redenen, die wij onmogelijk kunnen overzien.
     Zonder volharding, zonder standvastigheid zul je het in dit leven niet ver schoppen. Innerlijke Vrede komt wanneer jij de verantwoordelijkheid voor de keuzes in je leven op je neemt, Gods prioriteiten kiest en vervolgens voor vertrouwen volhardt.

Orthodoxie & wat de wereld te wachten staat

Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen. Wie in Mij niet blijft, is buiten geworpen als de rank en is verdord en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand.

Wanneer wij vanuit de Blijde Boodschap opnieuw een wonderverhaal horen,
voelen wij mensen van het computertijdperk ons min of meer ongemakkelijk.
Dat komt omdat onze gewone manier van denken uitgaat van de materiële werkelijkheid, die voor ons de echte en enig betrouwbare werkelijkheid lijkt; daaruit trachten wij dan spirituele gedachten af te leiden.
Bij de Goddelijke Boodschap, in Christus Pedagogie ligt dit juist precies andersom: de echte werkelijkheid die allereerst op de voorgrond treedt, is niet de materiële zichtbare werkelijkheid, maar de geestelijke ‘onzichtbare’ werkelijkheid.
        Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. Want door dit [Geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven. Door het Geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare” Hebr.11: 1-3.

Wij vergeten maar al te vaak dat Gods Boodschap niet geschreven is om een materiële situatie uiteen te zetten, die vele duizenden jaren geleden heeft plaatsgevonden, maar om Jezus’ optreden aan te tonen in de geestelijke situatie van de Kerkelijke Gemeenschap waar dit ‘Woord” -hier en nu- gelezen wordt. Wanneer we dat van nu-af-aan voor ogen houden krijgt dit onderwijs een buitengewone spirituele kracht en vormt het een stimulans voor ons leven van vandaag de dag.

Psalm 50: 10

De Kerkvaders zeggen dat het lezen van het “Woord” altijd een actueel gebeuren is: het is alsof wij vandaag in het Heilig Land zouden staan luisteren naar de Zoon van God, Die die tot ons spreekt.
Daarom, gaan we ook staan wanneer het Evangelie gelezen en wordt er uitgeroepen: “Staat recht”.
Dit is vanaf de eerste christentijd [de Orthodoxe] algemeen gebruikelijk geweest: ‘Onze Heer en Verlosser spreekt er tot ons en wat heeft ons dat -hier en nu- te zeggen’. Wanneer Jezus verneemt dat Johannes de Doper tijdens het verjaardagsfeest van Herodes is vermoord, trekt Hij zich tijdelijk uit het openbaar terug en zoekt Hij de eenzaamheid op. Hij heeft hierbij het plotseling verlies van Johannes te verwerken en dan heeft iedereen rust en stilte nodig.
Het volk dat Hem genegen is komt daarmee in een situatie terecht waar Jezus niet meer in de openbaarheid gevonden kan worden.

In de loop der eeuwen zal die situatie onder het godsvolk, de Kerk, zich keer op keer herhalen, hetzij bij vervolgingen, hetzij bij algemene Geloofs-onverschilligheid. Dat is ook zo in onze tijd het geval, de situatie van vandaag-de-dag: God en de Pedagogie van Zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus verdwijnen Beiden uit het openbaar leven.
God is weliswaar ‘-niet-dood-‘, maar Geloof is een privé-zaak geworden. En daarmee dient er ook door ons op zoek gegaan te worden naar God, Die slechts in de eenzaamheid gevonden kan worden.
In de stilte en die eenzaamheid kunnen we ook het best ‘door Hem’ genezen worden van onze beschavingsziekten als eenzaamheid, hopeloosheid, stress, depressie en moedeloosheid.
Jezus heeft immers ‘diep‘ medelijden met de grote menigte die Hem met hun ziekten achterna komen tot in de eenzaamheid.
De leerlingen, hoewel weinig, slechts een 70 in aantal, voelen zich overrompeld,
ze zouden zich gemakkelijk opsluiten in hun kleine groepje: zij weten zich niet bij machte om blijvend ‘in’ te blijven staan voor de geestelijke noden van zo’n grote massa. Wat hebben ze het volk nog te zeggen, wat kunnen zij hen voor-houden?

Wat hebben zij nog te bieden?
Gezien het feit dat de godsdiensten de menselijke problemen niet hebben opgelost, hebben de meeste ontwikkelde mensen in onze tijd het Geloof in een werkelijk bestaande God opgegeven. Dat is begrijpelijk – want de mensheid heeft zich van de ‘ware‘ religie afgekeerd, zij ervaren daar ‘niets‘ meer – die zijn alleen met hun eigen eigenaardigheden bezig.
De meeste religies -ook de christelijke- van deze wereld onderwijzen en handelen op een manier die volkomen in strijd is met de waarheid die in de Bijbel wordt geopenbaard, hetgeen zij verkondigen; zij worden als ‘schijnheilig‘ aangeduid .

Wie het ‘Woord’ leest, komt terecht in een wereld en een cultuur, die totaal anders is dan de onze; maar we ontmoeten daar tevens mensen, die voor dezelfde levensvragen staan als wij.
Mensen, die gevangen zitten in ingewikkelde sociale structuren, maar
die hun leven op orde willen krijgen en hun energie willen steken in wat werkelijk waardevol en verrijkend is.
Wat ons verbindt met de wijzen uit het verre verleden zijn ‘soms‘ de antwoorden, maar nog veel vaker de ‘vragen‘ die het dagelijks leven ‘ook hun‘ stelde.
Daarop reflecteren maakt de mens ‘wijs‘.

Diegenen die tégen de stroom in toch willen begrijpen kùnnen nog weten dat er werkelijk een God bestaat. Er is een grote Schepper en Bestuurder van het universum en Hij is bezig hier op aarde een groot doel te verwezenlijken.
Jij wordt persoonlijk in staat gesteld dat doel te begrijpen – indien je dat maar  werkelijk wilt.

In het Nieuwe Verbond inspireerde God de apostel Petrus te schrijven:
    En wij achten het profetische woord [daarom] des te vaster en
gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die
schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en
de morgenster opgaat in uw harten
” 2Petr.1: 19.

Wanneer jij je bereidheid toont, de feiten van de geschiedenis onder ogen te zien, kun je voor jezelf bewijzen dat de God van deze Blijde Boodschap inderdaad in het verloop van de grote gebeurtenissen van de menselijke geschiedenis -keer op keer- heeft ingegrepen.
Hij is een werkelijk bestaande Mystieke Persoonlijkheid, Die de opkomst en het verval van naties en wereldrijken leidt.
Koning Nebukadnezar van het oude Babylon was een van die machtigste vorsten in de geschiedenis, maar God liet hem letterlijk krankzinnig worden om hem – en ons – een belangrijke les te leren.
Waarom deed God dat? Hij antwoordt:
“ Dit bevel berust op het besluit van de wachters en deze zaak op het woord der heiligen, opdat de levenden mogen weten, dat de Allerhoogste Macht heeft over het koningschap van de mensen en dat geeft aan wie Hij wil, ja, zelfs de nederigste onder de mensen daarin aanstelt” Dan.4: 17.

God, de Schepper van onze wereld

Inderdaad, God grijpt in – wanneer Hij dat verkiest – om de zaken van de mens te leiden teneinde ‘Zijn’ uiteindelijk Goddelijk doel te bereiken.
En de algemene omstandigheden die Hij wenst te leiden worden geopenbaard in de gehele Blijde Boodschap – het geïnspireerde Woord van God.
De meeste christelijke kerken -behorend tot de hoofdstroom- begrijpen dit totaal niet.
Zij spreken simpelweg over een -‘Jezú lieve Heer’-, Die klaarblijkelijk ‘los’ staat van de wereldgebeurtenissen en van
de opkomst en val van naties.
Niettemin zegt God ons in zijn geïnspireerde Woord:
Het getuigenis van Jezus is … de geest van de Profetie” Openb.19: 10.
Want God inspireerde de Heilige Schrift door Jezus Christus – en meer dan een vierde van dit Heilig Boek is profetie!

Wij dienen dus inzicht te verkrijgen door dit te bestuderen.
Naarmate de naties en de menselijke instituten om ons heen
uiteen beginnen te vallen en veel van onze Hoop en dromen
in deze samenleving op niets beginnen uit te lopen, dienen wij ons richten op het enige werkelijke antwoord:
de zeer waarachtige God, Die Zich van het begin der mensheid heeft geopenbaard.

Want ‘Hij’, God zal ingrijpen -nog in het leven van de meesten van u- die dit Heilige Geschrift lezen.
Hij zal, als alleenheerser, als Pantocrator, een schitterende nieuwe wereld tot stand brengen – de Wereld van Morgen – een geheel nieuwe Hemel en een nieuwe Aarde die berust op Zijn Goddelijke Liefde, op Zijn Vreugde en Vrede.
Wanneer jij je werkelijk in dit Heilig Boek verdiept, het van kaft tot kaft bestudeert, zul je dit feit —keer op keer— geopenbaard en verklaard zien.
Let op hoe de geïnspireerde apostel Petrus ons in een van zijn eerste preken zegt dat God:
        En nu, broeders, ik weet, dat gij uit onkunde hebt gehandeld, gelijk ook uw oversten; maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt 
had, dat zijn Christus moest lijden. Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, Die voor u tevoren bestemd was, Jezus [met Kerst], heeft gezonden;  Hem moest de Hemel [op Hemelvaartsdag] opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher” Hand.3: 17-21.

De ‘onder ons’ levende Christus zal spoedig de verheven overheden van onze door oorlog verscheurde wereld overnemen.
Aanvankelijk zullen de natiën en machthebbers van deze aarde Zijn volmaakte regering mogelijk weerstaan, maar Christus zal met alle Macht van God terugkeren om deze aarde Zijn Vrede op te leggen.
Christus zal terugkeren als hoogste Machthebber over alle regeringen en koningen van deze aarde, die Hem ondergeschikt zullen zijn:
“ Uit Zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen. En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de Naam: ‘Koning der koningen en Heer over de heren’” Openb. 19: 15,16.
Honderden jaren vóór de menselijke Geboorte van Jezus Christus,
[welke wij met Kerst vieren] inspireerde God de profeet Isaiah ertoe
een profetie op te schrijven over wat Zijn taak uiteindelijk zou zijn:
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid…” Isaiah 9: 5-6.

Wie zal er regeren onder Christus?
God leidde in elk geval Abraham op voor een toppositie met
grote verantwoordelijkheid in de komende wereld.
De Heilige Schrift noemt Abraham ”een erfgenaam van de wereld” Rom.4: 13.
God zal Abraham belonen voor zijn Geloof door hem een dienstverlenende positie over de hele wereld te geven.
In Ezechiël 37:15-28 laat God zien dat Hij Israël en Juda zal herenigen.
Over deze twee naties zegt Hij:
Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen van Israël. Zij zullen allen één Koning als koning hebben. Zij zullen niet langer als twee volken zijn, en niet langer nog in twee koninkrijken verdeeld zijn” Ezech. 37: 22.

Christus’ interactie met de Rijke Jonge Heerser                    – Η αλληλεπίδραση του Χριστού με τον Πλούσιο Νέο Χάρακα                                           – تفاعل المسيح مع ريتش الحاكم الشاب

Christus zal op een bijzonder rechtstreekse manier over de natiën van Israël [en de Kerk, Zijn Lichaam] regeren, omdat Zijn hoofdkwartier in Jeruzalem zal zijn.
Lees hoe specifiek er geschreven wordt over Zijn regering over het huis van Jacob. God riep dat huis, ook bekend als het huis Israël [de Kerk], om Zijn uitverkoren Volk te zijn en een Goddelijk Licht te vormen voor de rest van de wereld.
Zij werden uitverkoren, niet als favorieten, maar als mensen die een taak dienen te vervullen – iets waarin zij tot nog toe volkomen gefaald hebben.
Gedurende de komende duizendjarige regering van Christus zal het huis Israël worden herenigd met het huis Juda, en samen zullen zij de voornaamste natie op aarde zijn om onder Christus mee te helpen het voorbeeld te geven en Zijn regering over de hele aarde uit te voeren.

Onder Christus als Koning der koningen zal de opgestane koning David direct over het verenigd huis van Israël regeren:
En Mijn knecht David zal koning over hen zijn.
Voor hen allen zal er één herder zijn.
Zij zullen in Mijn bepalingen wandelen en
Mijn verordeningen in acht nemen en die houden
” Ezech. 37: 24.

Ook de christenen die in dit leven groeien in ‘Genade, vaardigheden en kennis‘, zullen in Christus Millennium functies onder Christus krijgen:
En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt,
hem zal Ik macht geven over de heidense volkeren.
En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf…
” Openb.2: 26-27.
En we zien dat “Christus ons voor onze God [heeft] gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde” Openb.5: 10.

Jezus gaf de Gelijkenis van de ponden om te laten zien dat Christenen in dit leven hun menselijke natuur dienen te overwinnen, hun tijd en talenten goed en in overeenstemming met Gods wetten dienen te gebruiken en zich dienen voor te bereiden op een positie van Macht en Verantwoordelijkheid in de spoedig komende regering van God op deze aarde.
Let op Zijn uitspraak tot de mens die het meest had overwonnen en tien ponden winst had gemaakt:
Goed gedaan, goede slaaf!
Wees, omdat u in het minste trouw bent geweest,
machthebber over tien steden
” Luc.19: 17.
Waarin zijn zij trouw geweest: Christus heeft hun opgedragen het toegewezen voedsel aan de mensen uit te reiken dat Jezus aan het Volk ter beschikking heeft gesteld.
Het weinige dat wij – ‘slechts onderlinge liefde’- Hem in onze armoede kunnen aanreiken, zal Jezus vermenigvuldigen met Zichzelf. Er zal iets gebeuren wat het vermogen van de apostelen [en hun opvolgers] absoluut te boven gaat.
Geheel het Volk van de kinderen van God wordt Jezus’ tafelgenoot, het Rijk der hemelen wordt ingewijd aan de dis van de Goddelijke Liturgie.
Voor ieder van de twaalf apostelen blijft er een volle korf over om mee naar de toekomst te gaan en dat brood zal niet opraken, want het is het onsterfelijk Woord. Jezus, onze Heer blijft Zich geven door de ‘ware’ bedienaren van Zijn Lichaam, de Kerk.

Met zijn slotnotitie drukt Matteüs nog eens door dat we de weergave van de broodvermenigvuldiging dienen te lezen vanuit de Goddelijke Liturgie, en niet de eucharistie vanuit de broodvermenigvuldiging. ‘Het waren ongeveer 5.000 mannen die gegeten hadden, vrouwen en kinderen niet meegerekend’, zegt hij. Hij telt hier overeenkomstig de manier van het Oude Testament, waar alleen de mannen van rechtswege lid waren van de gemeenschap.
Bij de christenen echter werden, vanaf den beginne, vrouwen en kinderen gedoopt en dus aangenomen als leden [mede-priester] van de gemeenschap. De eerste christenen hebben zich de vraag gesteld of ze niet geheel het Oude Testament overboord moesten gooien, met die wraakzuchtige God, met dat ‘oog om oog, tand om tand’, en met dat alles wat niet strookt met de Blijde Boodschap. Ze kwamen tot de conclusie dat het beter was het Oude Testament te behouden, maar het -overeenkomstig  de ontmoeting van de twee broeders op de weg naar Emmaüs- geheel te herlezen en te her-begrijpen vanuit Christus. Daarom wordt op de maandag na Pascha het Evangelie van de Emmaüs-gangers gelezen, daarom staat in de RK traditie de paaskaars naast de lezenaar: al de schriftlezingen dienen begrepen te worden in het Licht van de Opgestane/Verrezen Christus. Het verhaal van de broodvermenigvuldiging is een verhaal dat, zoals het Oude Testament, en dient begrepen te worden vanuit de Goddelijke Liturgie/ de Eucharistie, dat is de wenk die Mattheüs ons meegeeft.  Nog eens, de onzichtbare werkelijkheid, de geestelijke werkelijkheid van de de Goddelijke Liturgie/de Eucharistie, die broodvermenigvuldiging die doorheen de eeuwen blijft duren, staat zó centraal, dat de vier evangeliën er tot zesmaal toe een zichtbare afspiegeling van aangestipt hebben.
In de viering van de Goddelijke Liturgie ervaren wij onze Heer Jezus Christus als ‘de Levende’, in het ‘hier-en-nu’, God is onder ons, Hij is en zal zijn.
Wanneer wij, in navolging van Hem, brood breken en delen, ervaren wij dat Hij nog steeds Zijn Goddelijke Leven deelt, dat Hij de honger van hart en ziel stilt. Jezus blijft onder ons, Hij verzegelt Zijn Liefde met Zijn lichaam en bloed.
Hij verwezenlijkt de diepste droom van eenheid die wij koesteren met onze geliefde: ‘Hij in ons en wij in Hem‘.

”        Heer, onze Heer, hoe wonderbaar is Uw Naam over heel de aarde !
Want hoog boven de hemelen is Uw Heerlijkheid verheven.
Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij U lof bereid.
En om Uw vijanden brengt Gij vijand en wreker ten verderve.
Als ik opzie naar de hemelen, het werk van Uw vingers: naar maan en sterren die Gij hebt gemaakt.
Wat is dan een mens, dat Gij hem gedenkt ? Wat is een mensenkind dat Gij acht op hem slaat ?   Toch hebt Gij hem slechts weinig beneden de Engelen geplaatst:  Gij hebt hem gekroond met glorie en eer.
Gij hebt hem over de werken Uwer handen gesteld: alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd. Schapen en kudden van allerlei dieren; zelfs de dieren van het  veld. De vogels in de lucht en de vissen in de zee, die gaan langs de paden der zee.
Heer, onze Heer, hoe wonderbaar is Uw Naam over heel de aarde !“.
Psalm 8 vert. ROK ‘s-Gravenhage

8e Zondag na Pinksteren – het Mysterie van de Broodvermenigvuldiging

– Mysterie van de Broodvermenigvuldiging  – Μυστήριο του ψωμιού Πολλαπλασιασμός   – سر الخبز الضرب“     

En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote schare, en Hij werd met ontferming over hen bewogen en genas hun zieken. Bij het vallen van de avond kwamen de discipelen tot Hem en zeiden: ‘De plaats [hier] is eenzaam en de tijd is reeds verstreken; zend dan de scharen weg, dan kunnen zij naar de dorpen gaan om spijzen voor zich te kopen’.
Maar Jezus zei tot hen: ‘Zij behoeven niet weg te gaan, geeft gij hun te eten’. Zij zeiden tot Hem: ‘Wij hebben hier niets dan vijf broden en twee vissen’. Hij zei: ‘Brengt Mij die hier’. En Hij beval de scharen, dat zij in het gras zouden gaan zitten, nam de vijf broden en de twee vissen, en Hij zag op naar de hemel, sprak de zegen uit, brak de broden en gaf ze aan zijn discipelen en de discipelen gaven ze aan de scharen. En zij aten allen en werden verzadigd en zij raapten het overschot der brokken op, twaalf manden vol. Zij, die gegeten hadden, waren ongeveer vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezonden” Matth.14: 14-22

“     Doch ik vermaan u, broeders, bij de Naam van onze Heer Jezus Christus: weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn; weest vast aaneengesloten, een van zin en een van gevoelen.
Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de huis- [kerk-] genoten van Chloe, dat er twisten [onenigheden] onder u zijn. Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Paulus! En ik van Apollos! En ik van Kefas! En ik van Christus!
Is Christus gedeeld?
Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt? 
Ik ben dankbaar, dat ik niemand van u gedoopt heb dan Crispus en Gajus; zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt. Ook heb ik nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het Kruis van Christus tot een holle klank te maken”  1Cor.1: 10-17.

alles wordt ‘Goed’ en ‘in orde” bevonden, de Mystieke icoon van de Heilige Kerk

     Jezus koos het schip niet omdat de andere kust ver weg was, maar omdat Hij alleen wilde reizen. Hij wilde met zijn volgelingen naar een eenzame en afgelegen  plaats. Hij wilde zijn kerkvolk toerusten.
Hij maakte zich daarom los van de scharen en voer naar het verderop gelegen woeste land van Betsaïda. Het was waarschijnlijk geen woestijn, want er was groen gras [Marc.6: 39]; die streek was de lievelingsregio van de Heiland. Daar lag ‘de berg’ [John.6: 3, Matth.14: 23 en Marc.6: 46]. Het is de omgeving van ‘de Bergrede‘ [Matth. hfdst. 5-7]. De duizenden volgden Christus te voet. Ze konden wel raden dat Hij nu naar ‘Zijn‘ bekende plaats van tijdelijke afzondering zou gaan om zich te bezinnen. Ze waren er –’lopend langs de oever‘– nog eerder dan de Heer, Die zich had ingescheept .

Er is nog een andere reden waarom Jezus zich terugtrekt. In John.6: 14 & 15 beschrijft Johannes de reactie van de mensen op het teken dat Jezus gedaan had. De duizenden zijn razend enthousiast over wat Jezus gedaan heeft bij de broodvermenigvuldiging. Hij is ongetwijfeld dè Profeet, Die komen zou.
Hun mondelinge reactie dreigt uit te monden in een daadwerkelijke actie. Zal deze door God gezonden mens net als Mozes het Volk [de Kerk] voorgaan op weg van de bevrijding?

Profeet Isaiah & de cherubijn                         – Προφήτης Ησαΐας & Χερουβείμ                 – إشعياء النبي والملاك

Het broodverhaal is in alle vier weergaven van de Blijde Boodschap zo belangrijk omdat de band tussen de Christus, de Zoon van God en de profeten uit het eerste Verbond sterk doet uitkomen: zoals Christus in sommige verhalen de indruk wekt een tweede Mozes te zijn, zo krijgt Hij hier de houding van een echte Profeet.
“         Toen Elisa naar Gilgal terugkeerde, was er honger in het land. Terwijl de profeten voor hem gezeten waren, zei hij tot zijn knecht: ‘Zet de grootste pot op en kook moes voor de profeten. Daarop ging er een naar het veld om groenten te plukken; en hij vond een wilde slingerplant en 
plukte daarvan wilde kolokwinten, zijn kleed vol. Toen hij teruggekomen was, sneed hij die in stukjes in de moespot; want zij kenden ze niet. Vervolgens schepte men voor de mannen op om te eten. Maar zodra zij van het moes hadden gegeten, schreeuwden zij het uit: ‘De dood is in de pot, man Gods!’ En zij konden het niet eten.
Doch hij zei: ‘Haal dan meel. En hij wierp het in de pot en zei: ‘Schep op voor het volk, opdat zij eten’. Toen was er niets kwaads meer in de pot.
Er was een man gekomen uit Baal-salisa; deze bracht de man Gods in zijn tas brood van de eerstelingen, twintig gerstebroden en vers koren.
En hij 
[Elisa] zei: ‘Geef het aan het volk, opdat zij eten’. 
Maar zijn dienaar zeide: Hoe kan ik dit aan honderd man voorzetten? En hij zei: ‘Geef het aan het volk, opdat zij eten. Want zo zegt de Heer: Men zal eten en overhouden’. Daarop zette hij het hun voor, en zij aten en hielden over, naar het woord des Heren” 2Kon.4: 38-44.

     Uit weinig eten of drinken een grote hoeveelheid te voorschijn halen is een veel voorkomend verhaalpatroon. Dezelfde Elisa laat uit een vaatje olie een hele reeks kruiken tappen, waarmee een arme weduwe en haar kinderen de hun schuldeisers kunnen betalen:  

Profeet Elisa, fresco XVII eeuw – Yaroslavl

“       Een van de vrouwen der profeten riep tot Elisa om hulp en zei: ‘Uw knecht, mijn man, is gestorven, en gij weet zelf, dat uw knecht de Heer vreesde. En nu is de schuldeiser gekomen om mijn beide kinderen als slaven voor zich weg te halen’. En Elisa vroeg haar: ‘Wat kan ik voor u doen? Vertel mij, wat gij in uw huis hebt’. En zij antwoordde: ‘Uw dienstmaagd heeft niets in huis behalve een kruikje olie’.
Toen zei hij: ‘Ga heen, vraag buitenshuis vaten van al uw buren, ledige vaten; laat het er niet weinige zijn. Ga dan naar binnen, sluit de deur toe achter u en uw zonen en giet in al die vaten; en wat vol is, moet ge laten wegzetten’.
Zij ging van hem weg, sloot de deur achter zich en haar zonen toe; dezen plaatsten steeds [de] vaten bij haar en zij goot steeds door. Toen de vaten vol waren, zei zij tot haar zoon: ‘Breng mij nog een vat’. Maar hij zei tot haar: ‘Er is geen vat meer’. Toen hield de olie op te stromen. Zij ging het de man Gods vertellen, en deze zei: ‘Ga heen, verkoop de olie en betaal uw schuld, en leef met uw zonen van het overige’” 2Kon.4: 1-7.
Op vraag van Mozes laat God Zelf 40 jaar, elke ochtend het Manna neerdalen in de woestijn.   Het Godsvolk leert hiermee hoe zij samen kunnen overleven, door de ‘gebruiksaanwijzing’ te leren respecteren: “brood blijkt alleen eetbaar wanneer je het deelt” oftewel wat ‘opgepot wordt, begint te stinken’. Dat geldt niet voor de situatie waarbij macht’s-wellustelingen het e.e.a. jarenlang ‘onder de pet’ houden en je laten verkommeren.  Een samenleving waarin eten genoeg is voor allen vraagt voortdurend ‘broodvermenigvuldiging’.

Heilige Arnoldus van het bier, uit: ‘over bierheiligen‘.

Heiligen’, zowel mannen als vrouwen blijken volgens de overlevering ‘via Christus‘ in staat om voedselwonderen te voltrekken. Er zijn de traditionele wijn- en bierwonderen [Mysteriën] door o.a. Arnold van Soissons [1040-1087], de patroon van de brouwers. Franciscus van Assisi [1181-1226] vermenigvuldigde brood voor hongerige passagiers op een schip onderweg naar Syrië. De Brigitta van lerland [451-523] abdis van Kildare deed hetzelfde met de melk van haar

Graanwonder‘,             H. Nicolaas van Myra

koeien; ook de Italiaanse Don Bosco [1815-1888], die zich het lot aantrok van de jongeren en wiens mand niet leeg raakte in het opvangtehuis voor kansarme kinderen. De Turkse bisschop de Heilige Nicolaas van Myra [280-352] zorgde eveneens voor een graanwonder voor arme kinderen, door een graanvoorraad [uit een boot] te herverdelen.
De kern van dit soort overleveringen is steeds dezelfde: De weergave van het Mysterie toont hoe mensen bekommerd zijn om de basisbehoeften van allen en hoe zij die problemen aanpakken en tot een oplossing komen.
Het gebaar van [eten en drinken] breken en delen met elkaar en met de zwaksten in de samenleving, is in de christelijke traditie uitgekozen als één van de meest sprekende gebaren van Jezus en zijn volgelingen, de christenen.
Het ritueel van de Goddelijke Liturgie, dat dagelijks/wekelijks de herinnering aan Jezus wil oproepen, roept ook telkens de droom en het verlangen wakker naar een solidaire wereld, waar eten en drinken is voor allen.  
Het Mysterie van de Goddelijke Liturgie’ is niet alleen de gedachtenis aan het lijden sterven en de Opstanding/Verrijzenis van Christus, het toont tevens de bereidheid tonen om zulk een solidaire samenleving mee te helpen verwezenlijken [mede te lijden] waar je kan.  
Dit veronderstelt dat christenen zich beoefenen in een houding van solidariteit, want tussen ‘schrokkers en hongerigen is samenleven onmogelijk‘ Dorothee Sölle † 2003, Dtslnd. 
Deze droom van ‘eten en drinken voor allen‘, blijft tot op de-dag-van-vandaag nog een visioen.

Dagelijks een portie lekker en gezond voedsel, dat is momenteel niet weggelegd voor 800 miljoen mensen. Volgens berekeningen van wetenschappers zijn wij in staat om alle wereldburgers te voeden, maar dan wel op voorwaarde dat de rijkste landen een versobering en een herverdeling doorvoeren.  Sommige vegetarische groeperingen zijn omwille van deze reden tegen het eten van vlees, omdat dieren zeer veel graan verorberen dat anders onder mensen kan verdeeld worden voor rechtstreekse consumptie. In de oudheid werd het als een ‘vorstelijk’ gebaar gezien als een koning ‘gratis brood‘ liet uitdelen!!
Daarom trekt Jezus zich terug op de berg in de eenzaamheid. De ware aard van zijn koningschap is totaal anders. Hij hoeft ook niet tot koning uitgeroepen te worden; Hij is reeds tot Koning gezalfd, Hij is immers Gods Gezalfde [ο Χρισμένος του Θεού].
Wanneer Christus op die plek aankomt varen, ziet het er zwart van mensen.
Ouders dragen hun verlamde zoon, vrouwen ondersteunen gehandicapte  gezinsleden, bejaarden strompelen voort op zelfgemaakte krukken.
Iedereen wil die Verlosser, de Immanuel [Hebreeuws 
עִמָּנוּאֵל “God (is) met ons“] zien.
Het zelfde tafereel zien we in Genésareth [Marc.6: 53]. Het gemoed van Jezus schiet vol, het gaat Hem door merg en  been [Marc.6: 34]. Hij wordt met ‘ontferming’ bewogen, omdat al die mensen ‘als schapen zonder herder zijn’. Ondertussen hebben de leerlingen nog steeds niet gegeten.  Zo druk was het. En een ogenblik van rust kennen ze al helemaal niet, moet je eens kijken wat een mensenmassa! En in dit verlaten oord kun je ook helemaal niets kopen.
Maar dan komt Jezus met een oplossing, die niet alleen voor de leerlingen bestemd is, maar voor die duizenden die van alle kanten zijn samengestroomd en tevens voor ons. Hij verricht het wonder van de broodvermenigvuldiging.

Bergrede‘, detail

Nu wordt ons in Marc.8: 1-10 door Marcus nog een tweede verhaal van de brood-vermenigvuldiging verteld; het gaat om dezelfde streek als die waarin het eerste verhaal zich afspeelt. Voor de tweede keer is Jezus met zijn leerlingen aangekomen “bij de berg”; de streek herinnert ons aan de feestelijke maaltijd voor 5.000 man enige tijd geleden.
Sommigen denken ‘daarom’ dat we in de twee verhalen met één broodvermenigvuldiging te maken hebben met het benadrukken van ‘het Woord’ – twee vormen, die hetzelfde betekenen; de ene gebeurtenis zou twee keer zijn verteld.  Ik heb deze indruk niet. Waarom niet? In de eerste plaats herinnert Jezus ‘later’ aan beide wonderen Marc.8: 19,20. In de tweede plaats worden deze wonderen ‘met hun verschillen’ nauwkeurig in de Evangeliën beschreven! Verder noteert Marcus dat Jezus direct na de maaltijd per schip vertrok naar Dalmanuta, waarschijnlijk een  regio aan de westelijke oever van het meer. Vandaar gaan ze nog Kafarnaüm Dat zijn allerlei verschillen bij beide broodvermenigvuldigingen.
Toch blijft het ‘die’ ene eenzame plek, waar Jezus bidt, waar Jezus spreekt, waar Jezus geneest en waar God zich openbaart.
        O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk. Waarom weegt gij geld af voor wat geen brood is en uw vermogen voor wat niet verzadigen kan?Hoort aandachtig naar Mij, opdat gij het goede eet en uw ziel zich in overvloed zal verlustigen. Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw ziel zal leven; Ik zal met u een eeuwig Verbond sluiten: de betrouwbare Genadebewijzen van David. Zie, Ik heb hem tot een getuige voor de natiën gesteld, tot een vorst en gebieder der natiën.
Zie, een volk dat gij niet hebt gekend, zult gij roepen, en een volk dat u niet kende, zal tot u snellen ter wille van de Heer, uw God, en van de Heilige van Israël [de Kerk], omdat Hij u verheerlijkt heeft.
Zoekt de Heer, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.
De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechte mens zijn gedachten en hij dient zich te bekeren tot de Heer, dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het Woord des Heren” Isaiah 55: 1-8.
In het licht van deze tekst uit het eerste Verbond, kan men er van uitgaan dat de tekst over de wonderbare broodvermenigvuldiging allereerst de weergave is van mensen die Jezus achterna gaan om zich te voeden met Zijn Woord.
Aldus wordt deze tekst het beeld van het stillen van de geestelijke honger van de mensen; de honger naar wat hun leven zinvol kan maken.
De broodvermenigvuldiging die wel 7 keer voorkomt in het Nieuwe Testament, zorgden ervoor dat  de eerste christenen er al heel vlug een beeld hebben gevormd van de betekenis van Jezus in hun leven. In de loop van de jaren hebben ze dit gebeuren verder gekneed en gevormd, zodat deze tekst in de catechese, het geloofsonderricht kon gebruikt.
De hoeveelheden brood, de hoeveelheid vis, de hoeveelheid overschot, werden aangepast aan wat men ermee wilde zeggen:
 twee vissen: zou kunnen verwijzen naar de twee delen van de bijbel [Oude en Nieuwe Testament]
 vijf broden: zou kunnen verwijzen naar de vijf boeken van Mozes [de Pentateuch], waarin het programma van God [De Wetten] te vinden zijn.
Dat Jezus het Kerkvolk overvloedig voedt met brood en vis, maar vooral met ‘Zijn bevrijdend Woord’, betekent dat de tijd van de Messias [“God (is) met (onder) ons”] is aangebroken.
Wortels in het eerste Verbond zorgen ervoor dat de broodvermenigvuldiging duidelijk maakt dat Jezus, net zoals God, Zijn Volk niet in de steek laat.
En het ‘groene gras‘ in de tekst [Marc.6: 39] heeft niets te maken met de mogelijkheid dat dit gebeuren zich afspeelde in de lente, maar is vóór alles een verwijzing naar:
            De Heer is mijn Herder, het ontbreekt mij aan niets. 
Op grazige [groeneweiden doet Hij mij verblijven; aan verkwikkende wateren heeft Hij mij geleid. Hij heeft mijn ziel bekeerd. Hij leidt mij langs het pad der gerechtigheid omwille van Zijn NaamZelfs al ga ik midden in de schaduw van de dood, dan vrees ik geen kwaad, want Gij zijt met mij. Uw staf en Uw stok, juist deze zijn mijn troost. Gij richt een tafel voor mij aan, voor de ogen van mijn verdrukkers. Met olie zalft Gij mijn hoofd: hoe heerlijk is Uw heilige Kelk! Uw barmhartigheid volgt mij van nabij, alle dagen van mijn leven. Ik mag wonen in het Huis des Heren, tot in lengte van dagen “Psalm 22[23] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

  • De weergave van Mattheüs en Lucas wijdden niet verder uit over de vissen waarover Marcus en Johannes het hebben. Hierdoor trekken ze de aandacht met name op het brood dat een grote symbolische waarde heeft. Later hebben de eerste christenen die Grieks spraken, die vissen terug opgenomen in de beeldspraak.
    Elke letter van het Griekse woord voor vis [oud Grieks IXTUS, (nieuw Grieks ‘psári)] was de beginletter van vijf woorden, die de betekenis van Jezus weergeven: Jezus, Christus, Zoon van God, Redder.  Aan dit teken herkenden zij elkaar als broeders en zusters, als kinderen van God.
     Een andere historische symbolische weergave is het mozaïek uit de 4e eeuw wat in

    Tabgha, mozaiek

    Tabgha is ontdekt; dit kunstwerk verwijst naar die brood-vermenigvuldiging. Wat opvalt is dat de Byzantijnse mozaïeklegger ‘vier‘ broden en twee vissen afbeeldt, terwijl Johannes spreekt van vijf broden en twee vissen. Zo verwijst de kunstenaar symbolisch naar het vijfde brood, het eucharistisch brood tijdens de Goddelijke Liturgie op het altaar.
     Toen Christus in de woestijn door de tegenstrever in verleiding werd gebracht, verzocht werd [‘bekoord werd’] verkondigde Hij, leerde Hij ons: “ Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat”.
    Christus citeerde hier uit:
    “ Ja, God, Mijn Vader, heeft u Zijn Macht doen kennen, Hij deed u honger lijden en gaf u het manna te eten, dat gij niet kende en dat ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des Heren uitgaat. Het kleed dat gij draagt, is niet versleten en uw voet is niet gezwollen in deze veertig jaar. Erken dan van harte, dat de Heer, uw God, u vermaant, zoals een man zijn kind vermaant en onderhoud de geboden van de Heer, uw God, door in Zijn wegen te wandelen en Hem te vrezen. Want de Heer, uw God, brengt u in een goed land, een land van beken, bronnen en wateren, die in de dalen en op de bergen ontspringen; Een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen en honig; een land, waarin gij niet in armoede uw brood zult eten, waarin gij aan niets gebrek zult hebben; een land, waarvan de stenen ijzer zijn en uit welks bergen gij koper zult houwen. Gij zult eten en verzadigd worden en de Heer, uw God, prijzen om het goede land dat Hij u gaf” Deut 8: 3-10.
    ⁌ Relationele moeilijkheden ontstaan vaak door onhandige omgang met de Waarheid. “Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de huis- [kerk-] genoten van Chloe, dat er twisten [onenigheden] onder u zijn” 1Cor.1; 11,12. Op geestelijk vlak is er de angst voor het onbekende, het ‘hopeloos‘ zoeken naar zin en het moeilijke gevecht om het schamele vlammetje van de Hoop ‘levendig‘ te houden.
    Er zijn niet alleen dingen die we nodig hebben als brood, maar ook het ‘Woord’ Hetgeen betekenis geeft aan “het leven van de mens”.
    De Hoop en het Geloof sterkt ons in tegenstelling tot het gebukt gaan
    onder angst om fouten te maken en bewogen te worden door de angst
    ons op te sluiten in:
     structuren die ons een valse bescherming bieden,
     in de normen die ons veranderen in onfatsoenlijke en onverzoenlijke rechters,
     in de gewoonten waarbij wij ons gerust voelen, terwijl er buiten een hongerige menigte is en onze Heer, Jezus Christus onophoudelijk tegen ons herhaalt:
    Geeft gij hun toch te eten” Marc.6: 37.
    Vergeet niet dat mensen wanneer zij iets ontzettend hard nodig hebben zeggen dat ze iets “broodnodig” hebben en dat wij in het gebed des Heren bidden : “geef ons heden ons dagelijks brood”, waarmee we aangeven dat wij ‘Gods’  Genadegaven en hulp ‘broodnodig’ hebben.
    ⁌ Christus geeft ons al vanaf het begin der tijden aan dat we de dingen, die
    we gebruikt hebben dienen te recycleren [het ‘her-te-gebruiken’].
    – Onze Heer vraagt Zijn leerlingen de resten van het brood te verzamelen; zij vullen twaalf manden met overschot. Hieruit kun je opmaken dat God vindt dat ‘niets verspild mag worden’, dat ‘alles en iedereen‘ in de ogen van God ‘waardevol’ is. 

  • Wij christenen zoeken naar nieuwe wegen om de inhoud van het geloof in deze tijd duidelijk te maken. Een ,,uitnodigend en creatief” aanbod van geloofs-onderricht moet inspelen op de religieuze beleving van de hedendaagse mens. Die geeft ‘zelf’ zijn overtuiging vorm en heeft minder behoefte aan een al-omvattende leer of moraal. Nieuwe vormen van catechese zijn nodig, omdat de
    Patriarch Pavle

    huidige generatie religie en spiritualiteit anders beleeft dan het voorgeslacht. ,,Mensen kiezen nu veeleer zelf hun eigen overtuigingen en de wegen die ze willen volgen op levensbeschouwelijk vlak” Tradities en instituties hebben niet langer zonder meer gezag, slechts zij die door ‘eigen gedrag’ laten zien dat hun Geloof en Overtuiging betekenis hebben voor het concrete leven en die tevens in hun ‘eigen‘ leven Geloof uitstralen, verwerven gezag. Onze tijdgenoten zijn ‘minder‘ aanspreekbaar op een alomvattende leer of een moraal, maar vragen naar ‘authentieke beleving en getuigenis‘ en dat blijkt uit de wijze waarop wij en met name onze voorgangers zich gedragen. Wanneer de behoefte aan daadwerkelijke ruimte tot gemeenschapsopbouw wordt ontnomen, zoeken de behoeftigen hun Heil ergens anders.

“     Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het brood des levens. Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven;  dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet zal sterven. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld” John.6: 47-51.

Orthodoxie is een ‘state of heart.

uitgegeven door Arch. Meletios Webber, priester van de parochie H. Nicolaas van Myra, Amsterdam

Jezus zegt tot drie keer toe dat Hij in Eigen Persoon het Brood is dat Leven geeft [John.6: 35, 48 en 51]. Brood staat daarbij voor de eerste levensbehoefte van mensen. Hij doet dat in een onderwijs-leergesprek dat volgt op de wonderbare broodvermenigvuldiging [6: 1-15]. Onze Heer, onze Pedagoog heeft oog voor de honger van de mensen die Hem volgen, en Hij vermenigvuldigt ‘Zijn ‘Leven’s-beschouwing’ totdat iedereen genoeg heeft gegeten.
Het verdeelde brood stilt de honger; maar voor Jezus is dit mirakel [Mysterie] vervolgens tevens aanleiding om nòg dieper te gaan.
Hij neemt het de mensen die alleen voor een nieuw broodmirakel komen [John.6: 25-27] 
‘kwalijk’ dat zij ‘niet vèrder‘ kijken, dan hun neus lang is.
Het voedsel dat vergaat heeft voorzeker een eigen plaats, maar er is méér: voedsel is ‘Zijn ‘Leven’s-beschouwing’ Die ‘niet‘ vergaat.
En dáár dient in geïnvesteerd te worden en ruimte aan gegeven te worden !!!
Een groot wonder, maar toch waren de mensen uiteindelijk gestorven [John.6: 49]. Jezus opent 
ons de ogen voor een volkomen nieuwe werkelijkheid: Hij is in ‘Eigen’, ‘Goddelijk’ – ‘Persoon’ het Brood dat ons het ‘Leven’ geeft, dat van de Vader neerdaalt uit de Hemel.
Wanneer je dit eet, ben ‘Ik in jou en jij in Mij’ en ontvang je het eeuwig leven.  
Wanneer onze Heer, als Pedagoog, dit broodbeeld gebruikt, klinken nog veel andere bijbelse motieven mee: toonbroden in de tabernakel, Bethlehem als broodhuis, de duivelse verzoeking aan/voor Jezus om van stenen brood te maken, de bede om ons dagelijks brood, de graankorrel [basis voor brood] die in de aarde valt en sterft.
Hoe brengen we mensen in aanraking met onze Heer, Jezus Christus, Die ons het Leven en de zaligheid geeft?
Hoe zijn wij christenen het brood dat leven geeft?
Wij christenen zijn als het brood dat bij de maaltijd van de Heer wordt genomen, gezegend, gebroken en gedeeld.
Vergelijk hierbij: “Jezus” –
1.]. “nam het brood“,
2.]. “sprak de zegenbede uit“,
3.]. “brak het” en
4.]. “gaf het aan zijn leerlingen” Luc.24:30 .
Wanneer wij christenen dàt toepassen op een werkzame grondhouding op
de komende weekdagen, waarbij het Heilige Brood en Wijn, Die Leven voortbrengen, dan mogen we het zo leren zien:
1.]. ‘We worden door God uitgekozen om Zijn leven te ontvangen: Hij heeft ons Lief in Christus‘.
2.]. ‘We worden door God gezegend om zijn leven door te geven: hij zegent ons in Christus‘.
3.]. ‘We worden door God gebroken om juist in en door onze kwetsbaarheid vrucht te leren dragen: hij gebruikt onze zwakheid om Christus’ Kracht te kunnen tonen‘.
4.]. ‘We worden door God uitgedeeld om dichtbij mensen te kunnen komen: hij verspreidt ons in deze wereld om brood te zijn dat leven geeft‘.

Apolytikion     tn.7
”     Door Uw Kruis zijt Gij de Overwinnaar van de dood
en hebt Gij het Paradijs geopend voor de rover.
De droefheid van de Myrondraagsters hebt Gij veranderd in Vreugde
en Gij hebt haar gezonden tot de Apostelen om te verkondigen,
dat Gij verrezen was, o Christus onze God,
om aan de wereld grote Genadegaven te schenken“.

Kondakion     tn.7
”     Niet langer houdt de onderwereld de gestorvenen vast,
want Christus is er afgedaald en heeft dienst kracht vernietigd.
De hades is geboeid; de Profeten jubelen en roepen:
De Verlosser is aan de gelovigen verschenen.
Verheft u in het Geloof, ter Opstanding“.

Theotokion     tn.7
”     Gij zijt de schatkamer van onze Opstanding, o Albezongene.
Voer daarom hen die op U vertrouwen, 
vanuit de poel en de afgrond van de zonden omhoog.
Want Gij hebt ons, die aan de zonden schuldig waren, verlost,
doordat gij de Verlosser gebaard hebt.
Voor deze Geboorte was U Maagd
en zijt na deze Geboorte Maagd gebleven“.

6e – Orthodoxie & eenzaamheid

Christus spreekt in gelijkenissen;                     Ο Χριστός μιλά με παραβολές;                     المسيح يتكلم بأمثال

      Nog een gelijkenis sprak Hij tot hen:
Het Koninkrijk der Hemelen is gelijk aan een zuurdesem, welke een vrouw nam en in drie maten meel deed, totdat het geheel en al gezuurd was.
Dit alles zei Jezus in Gelijkenissen tot het Volk en zonder gelijkenis zei Hij niets tot hen, opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen deze zei:
‘Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is.
Op dat moment liet Hij het Volk gaan en ging naar huis
Matth.13: 31-36a.

      Maar, gelijk geschreven staat: ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoorden wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben’. Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.
Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods.
Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is.
Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken.
Doch een niet geestelijk ingesteld mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld. Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten? Maar wij hebben de zin van Christus.
En ik [Paulus], broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen, maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in Christus. Melk heb ik u gegeven, geen vast voedsel, want dat konden jullie nog niet verdragen. Ja, dat kunt gij ook nu nog niet, want gij zijt nog vleselijk. Want als er onder u nijd en twist is, zijt gij dan niet vleselijk, en leeft gij niet als [onveranderde] mensen?Want wanneer de een zegt: Ik ben van Paulus; en de ander: Ik van Apollos; zijt gij dan niet [onveranderde] mensen?
Wat is dan Apollos? Of wat is Paulus? Dienaren, door wie gij tot Geloof gekomen zijt, en wel zoals de Heer dit aan een ieder geschonken heeft.
Ik [Paulus[ heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de wasdom.
Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft.
Wie plant en wie begiet, staan gelijk; alleen zal elk zijn eigen loon krijgen naar zijn eigen werk
1Cor.2: 9-3: 8.

”    Heer, ik roep tot U; verhoor mij; verhoor mij, o Heer. Heer, ik roep tot U: verhoor mij; verhoor de stem van mijn smeking. Wanneer ik tot U roep, verhoor mij, o Heer.
Laat mijn gebed opstijgen, evenals wierook voor Uw Aangezicht. De opheffing van mijn handen zij een avondoffer; verhoor mij, o Heer.
Stel, Heer, een wacht aan mijn mond:
maak een gesloten deur van mijn lippen.
Neig mijn hart niet tot slechte woorden, om met uitvluchten mijn zonden te  verontschuldigen. Tezamen met mensen die goddeloosheid bedrijven;  ik wil geen deel hebben aan hun lusten.
Laat de rechtvaardige mij tuchtigen met erbarmen, dan zal hij mij van schuld overtuigen.
Maar sta niet toe, dat mijn hoofd gezalfd wordt door olie van zondaars; mijn gebed verzet zich tegen hun lusten.
Wanneer hun rechters vanaf de rots geworpen worden, zullen zij weten dat mijn woorden God aangenaam zijn.
Want als aardkluiten over het land, zo zijn hun beenderen verstrooid bij het graf.
Heer, op U zijn mijn ogen gericht; Heer, op U vertrouw ik: ontneem mij het leven niet. Bewaar mij voor de strik die zij tegen mij spannen, voor de struikelblokken der boosdoeners.
Laat de zondaars in hun eigen net vallen; 
al ben ik alleen, toch ga ik Uw weg
Psalm 140 vert. ROK ‘s-Gravenhage

Waar Paulus in en met het citaat ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoorden wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben’ op doelt is de Goddelijke Heerlijkheid zoals deze door de Heilige Drieëenheid van vóór de grondlegging van de wereld bedoeld is voor de mens in de Zoon Gods, Jezus Christus.
Een Heerlijkheid, Vreugde en Blijdschap – die de lijdende Christus, als leidsman en voleinder van het Geloof heeft aangespoord Zijn Kruisweg te gaan, dat wil zeggen tot het einde toe heeft volbracht [Hebr.12: 2]. Een Heerlijkheid, die in en door ‘de Opstanding uit de doden‘ een waarachtige Bron van Hoop is gebleken. Een Heerlijkheid als resultaat van ‘het alomvattende werk van God‘, samen te vatten in de Heilsbegrippen: ‘Bevrijding‘, ‘Verwezenlijkt worden‘ en de ‘Ver-Heerlijking‘.

Weest [daarom] onderling eensgezind, niet zinnende op ‘hoge‘ dingen, maar voegt u in het ‘eenvoudige‘. Weest niet ‘eigenwijs’Rom.12: 16.

Kluizenaarshut

Eenzaamheid verschilt van mens tot mens en dat geldt ook voor de oplossingen;
dat maakt eenzaamheid tegengaan echt maatwerk,
een dienst ten behoeve van degenen,
die daar ontvankelijk voor is,
die aanvoelt waar het om draait.
De oplossing begint bij degene die zich eenzaam voelt ‘zelf’.
Je dient ‘zelf‘ te besluiten dat je ‘iets’ tegen je eenzaamheidsgevoelens wilt doen.
Eerst ‘dan’ kun je kijken of je zelf actie dient te ondernemen of je daar ondersteuning bij wilt.
Belangrijk is te kijken naar de [mogelijke] oorzaken en je persoonlijke situatie. Wat is hèt probleem en wáár komt het vandaan?
Heb je last van emotionele eenzaamheid of sociale òf misschien van beiden wel.
Eenzaamheid kan een duidelijk aanwijsbare oorzaak hebben of
een combinatie van meerdere oorzaken. Dan dien je te bekijken wat voor activiteit mogelijk kan helpen eenzaamheid te doorbreken of te verminderen.
Welzijns- en maatschappelijke organisaties ontplooien een verscheidenheid aan activiteiten tégen eenzaamheid. Deze zijn zowel gericht op ontmoeting als netwerkversterking via het beoefenen van hobby’s en ‘persoonlijke‘ hulp.

Eenzaamheidsgevoelens zijn helaas ‘niet altijd‘ op te lossen; soms is het slechts enigszins te verminderen. Ook kan het voor jou een doel zijn om te leren ‘beter‘ met eenzaamheidsgevoelens om te gaan. Belangrijk is om eenzaamheid zoveel mogelijk te voorkomen en  ervoor te zorgen dat je sociale netwerk tegen een stootje kan, door diversiteit in je netwerk en in je activiteiten aan te brengen  
niet alles van hetzelfde en slechts in hetzelfde netwerk .
Maar ook met een ‘goed‘ sociaal netwerk kun je je eenzaam voelen.
Door het gemis of verlies van een klankbord, supervisie, belangeloze kritiek, een dierbare, hetgeen je ‘sociale netwerk’- wat als ‘klapvee‘ functioneert kan vervangen. 
Het thema eenzaamheid op allerlei niveaus krijgt steeds meer aandacht; van gehandicapten tot managers worden  -‘buiten de dagelijkse kring’- contactprocessen opgezet. Managers gaan incognito de werkvloer op, teneinde feeling met de werkelijkheid te krijgen; er blijkt dat zij totaal geen notie hebben hoe het dáár toegaat. Er wordt steeds meer ‘wetenschappelijk onderzoek‘ gedaan, waardoor we meer weten over oorzaken en gevolgen. En over wat wel en wat niet werkt. In meer en meer gemeenten neemt de overheid eenzaamheid op in het gezondheidsbeleid en werken organisaties samen aan een lokale aanpak om eenzaamheid te voorkomen en verminderen.

Eenzaamheid is je niet volledig verbonden ervaren met ‘de volheid van het leven.  Je ervaart een gemis aan een hechte, emotionele band met anderen; òf je hebt minder contact met andere mensen dan je wenst. Eenzaamheid gaat gepaard met kenmerken als negatieve gevoelens van leegte, verdriet, angst en zinloosheid en met lichamelijke of psychische klachten.
Eenzaamheid is een persoonlijke ervaring. De een heeft meer betekenisvolle relaties of een gewijzigd, groter sociaal netwerk nodig dan de ander.
Anderen kunnen moeilijk van buitenaf zien of je je eenzaam voelt; zij zien lang niet altijd dat je ontevreden bent over je contact met vrienden, familie of andere mensen; zelfs als kluizenaar levende personen vinden het moeilijk, zo niet onmogelijk om relaties te verbeteren.
Na langdurige omgang met de Heer, wordt een ‘verlatenheid‘ ervaren en wordt
zelfs de moed opgegeven [zie bijlage pdf zondag van de bezetene]; d
it maakt eenzaamheid zo moeilijk in te schatten.
Het is iets wat je alleen bij jezelf kunt ervaren; i
edereen voelt zich immers wel eens eenzaam, doch in veel gevallen  verdwijnt dat eenzame gevoel pas vanzelf als je weer ‘beter‘ in je vel zit.

gebruik van een gespecialiseerde keuken

Eenzaamheid is vooral een probleem voor mensen die het sterk of langdurig ervaren. Dan kan een er een negatieve spiraal -tot aan ‘een diepe depressie’ [burn-out] toe- ontstaan.
Eenzaamheid is het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan [de ‘kwaliteit’ van] bepaalde sociale relaties. Het kan zijn dat het aantal contacten dat men heeft met andere mensen geringer is dan men wenst. Het kan ook zijn dat de kwaliteit van de gerealiseerde relaties achterblijft bij de wensenProf. De Jong Gierveld.

Eenzaamheid is niet hetzelfde als alleen zijn – het kan wel samenvallen.
Wanneer iemand geen of nauwelijks sociale contacten heeft, spreken we van sociaal isolement. 
Sociale relaties met andere mensen zoals familieleden, vrienden en kennissen zijn belangrijke ‘hulpbronnen’ in het dagelijks leven.
Ze vormen het ‘sociale fundament’ van elk mens en dragen bij aan het gevoel van een zinvol leven.
Er rust nog steeds een taboe op eenzaamheid, alsof  het een schande is dat het jou overkomt.  Dit ondanks het feit dat het ‘iedereen‘ kan overkomen, daar hoef je je niet voor te schamen. Maar eenzaamheid kan ontzettend problematisch worden, zeker wanneer je in slechts -een en hetzelfde- kringetje ronddraait, dan
is het belangrijk er iets aan te doen.
Miljoenen mensen voelen zich overtuigd eenzaam.
Eenzaamheid is van alle leeftijden en komt voor onder alle lagen van de bevolking. Al loopt de één meer risico op eenzaamheid dan de ander, iedereen
kan op enig moment in zijn leven met eenzaamheid geconfronteerd worden.

in z’n diepste nood riep Jonah tot de Heer en hij werd gered

Lichamelijke geborgenheid en knuffelen wordt veelal aangegeven als zijnde ‘nooit ‘ècht‘ meegemaakt’, of inhoudelijke gesprekken voeren, met een ‘ècht‘ lieve man/vrouw, die nu eens geen behoefte heeft aan jouw lichaam. Ja, wel eens een knuffel en met iemand 1x platonisch [met iemand die ik ken eens een keertje geslapen], maar ‘ècht‘ een relatieve klik heb je achteraf toch nooit gehad. Voor de rest van het leven wordt dit als een groot gemis aan warmte en geborgenheid ervaren; ondanks het gezin waaruit je voortkomt.
Vader en moeder knuffelden niet, waren te druk met ‘eigen‘ activiteiten [etc.].
Eenzaamheid is vooral een probleem voor mensen die dit sterk of langdurig ervaren.  Kort gezegd, wanneer eenzaamheid je ongelukkig maakt òf het je belemmert in je functioneren.
Eenzaamheid is geen schande. Iedereen kan zich in zijn leven in sterke of lichte mate voor een periode eenzaam voelen. Dit kan bijvoorbeeld komen door veranderingen in je leven zoals een veel te snelle carrière, nadat iemand met pensioen is gegaan, een niet-aangeboren-fysieke beperking, het ontbreken/verliezen van een vaderfiguur. Eenzaamheid komt veel voor: in de BeNeLux is dit ongeveer 8 procent van de volwassen bevolking.

Eenzaamheid is iets dat je ervaart; dit houdt in dat je pas eenzaam bent
wanneer je jezelf  ‘bewust‘ wordt van je eenzaamheid; jij bent namelijk je eigen graadmeter.
Maar hoe ga je om met die eenzaamheid en hoe hoog liggen je verwachtingen?
Je kunt je eenzaam voelen omdat je met weinig mensen contact hebt: sociale eenzaamheid. Maar ook omdat je met niemand je ‘diepste‘ gevoelens kan delen: emotionele eenzaamheid. Het zegt dus iets over ‘de kwaliteit van de relaties’ die je hebt. 
Mensen, ook mensen op niveau, die zich langdurig en sterk eenzaam voelen, ervaren vaak een gevoel van ongeluk. Ze voelen zich in het geheel niet verbonden met anderen en  kampen met een negatief wereld- en zelfbeeld. Ze bewegen minder [auto], eten minder gezond [overvolle agenda] en
lopen een grotere kans op verslaving en blijven maar in hetzelfde kringetje ronddraaien.
Eenzaamheid kan mensen belemmeren in hun optimaal functioneren;
zij gaan sociaal contact uit de weg, trekken zich op een eilandje terug.
Daardoor kunnen ze vriendschappen kwijtraken, werk verliezen,
zorg gaan mijden uit beeld raken bij mensen, die juist hulp kunnen verlenen en daardoor steeds verder in een isolement terechtkomen.
Eenzaamheid zet zo mogelijk een zichzelf versterkende negatieve spiraal in werking. Onderzoek wijst uit dat eenzaamheid leidt tot verminderd welbevinden en een gevoel van algemene ontevredenheid over het leven. Gevolg kan zijn dat mensen de neiging hebben nog ongezonder te gaan leven; dan bestaat het gevaar dat problemen zich opstapelen.
Denk aan kokervisie, zelfverwaarlozing, de complete aandacht nog sterker op het werk richten, slaapproblemen, gezondheidsklachten, verslaving en het roekeloos nemen van beslissingen, waaronder het aangaan van schulden. Dat heeft weer een negatieve uitwerking op de zelfwaardering en tevredenheid met het leven in het algemeen. Vroegtijdig signaleren is hier een vereiste.

Natuurlijk geldt dit niet voor iedereen die eenzaamheid ervaart. Bovendien kan eenzaamheid zich in lichte of sterke mate voordoen. Maar ook als eenzaamheid niet zo sterk gevoeld wordt, is het belangrijk preventief stappen te ondernemen.  Zie het als ‘trek’, een licht signaal dat er iets niet in orde is.
Het is dan goed iets te eten voor je echt honger hebt.
Het is -‘o zo‘ -belangrijk om ‘zelf’ met het thema eenzaamheid aan de slag te gaan; veelal wordt je hier door je omgeving op geattendeerd – slechts ‘echte vrienden’ valt een emotionele verandering in je gemoedstoestand op.
Het kan al helpen meer te weten over eenzaamheid om dit voor jezelf een plek te kunnen geven; wanneer je behoefte hebt aan iemand met wie je kunt praten, dan dient dat iemand te zijn, die vanuit een christelijke visie daar beroepsmatig in gespecialiseerd zijn; er zijn maar ‘heel weinig‘ priesters [ik ken er slechts enkele] die hier hulp bij kunnen aanbieden.

Dit is beslist geen terrein waar je jezelf ‘onbevoegd’ – ‘na het lezen van een boekje‘- als ‘geestelijk vader‘ op kunt begeven. Ik heb op dit terrein diverse slachtoffers binnen de Orthodoxie ontmoet !!! ; als priester dien je mensen in deze situaties door te verwijzen en ‘beslist niet’ zelf maar te gaan experimenteren.

Wat is de mens, dat Gij hem gedenkt‘, detail Rembrandt Harmenszn van Rijn

Laten wij daarom met eerbied, dankbaarheid en ontzag het onwankelbare Hemelse Koninkrijk aanvaarden, om God en Zijn Lichaam [de Kerk] dusdanig te dienen, dat Hij er behagen in schept. Neen, wij hebben niet als Mozes voor een brandende braambos gestaan, zijn niet vernederd door het zand gekropen uit pure angst. Wij staan voor een prachtige Stad Gods, vol leven en vreugde, waar God gewoon midden tussen Zijn mensen woont.
God is nog steeds een verterend vuur – Hij wordt nooit een lieve oude man of een gezellige vriend; in Zijn Liefde blijft Hij altijd groots en huiveringwekkend – maar daarom ook zo diep te vertrouwen.
Want wanneer onze Heilige, Sterke en onsterfelijke God zegt dat Hij de mens wil liefhebben, dan dient dat ‘als bijzonder, Mystiek Waar‘ te worden beschouwd.

5e Zondag na Pinksteren – uitdrijven van de bezetenheid in het land van de Gadarenen

Over: – ‘bezeten zwijnen’ – Σχετικά με: – «κατοχή των χοίρων” –
معلومات: – “يمتلك الخنازير”

            Nadat Hij aan de overkant in het land van de Gadarenen was gekomen, kwamen Hem twee bezetenen uit de grafsteden tegemoet, zeer gevaarlijke, zodat niemand langs die weg kon voorbijgaan.
En zie, zij schreeuwden, zeggende: Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?
       Nu werd er ver van hen een grote kudde zwijnen gehoed. De boze geesten smeekten Hem en zeiden: ‘Indien Gij ons uitdrijft, laat ons dan in de kudde zwijnen varen’. En Hij zei tot hen: ‘Gaat heen!’. Zij voeren uit en gingen in de zwijnen; en zie, de gehele kudde stormde langs de helling de zee in en zij kwamen om in het water.       En de hoeders namen de vlucht en kwamen in de stad en berichtten alles, ook van de bezetenen.
       En zie, de gehele stad liep uit, Jezus tegemoet, en toen zij Hem zagen, drongen zij er bij Hem op aan hun gebied te verlaten.
            En in een schip gegaan zijnde, stak Hij over en Hij kwam in zijn eigen stadMatth.8: 28 – 9: 1.

            Broeders, de begeerte mijns harten en mijn gebed over hun behoud gaan tot God uit. Want ik getuig van hen, dat zij ijver voor God bezitten, maar zonder verstand. Want onbekend met Gods gerechtigheid en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden, hebben zij zich aan de gerechtigheid Gods niet onderworpen.
       Want Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft.
       Want Mozes schrijft: De mens, die de gerechtigheid naar de wet doet, zal daardoor leven. Maar de gerechtigheid uit het Geloof spreekt aldus: ‘Zeg niet in uw hart: Wie zal ten hemel opklimmen? namelijk om Christus te doen afdalen’; òf: ‘Wie zal in de afgrond nederdalen? namelijk om Christus uit de doden te doen opkomen’. Maar wat zegt zij? ‘Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het woord van het Geloofs, dat wij prediken. Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid 
en met de mond belijdt men tot behoudenis’” Rom. 10: 1-10

“Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het woord van het Geloofs, dat wij prediken”.

MP3.: “Ego sum pauper nihil habeo et nihil dabo
Canon gezongen tijdens een bijeenkomst welsprekendheid
van priesterstudenten te Sherbrooke, een stad ten zuiden van Quebec, Canada; o.l.v dirigent: Marc Bernier. 

vrijevert. [red.]
Ik ben een armzalig mens, een mens die
niets in zich heeft en dus eveneens niet in staat
U [God] ook maar iets aan te bieden

Ik die niets bezit, geef U mijn hart, ook al ervaar ik niets en
wordt daarmee uitgenodigd mijn leven in te richten.
Ik stel mijn hart ter beschikking als een geopende hand
ten opzichte van een nulwaarde aan verlangen 
als een onvervuld binnenste, een gebroken vaas
als een bloem die verwelkt in de zon

Ik geef U mijn hart en stel haar ter beschikking in U te groeien
in de stilte, de onrust en de pijn
Ik stel U mijn hart ter beschikking met haar open verwondingen
en het bloed dat langzaam uit mijn aderen stroomt
Ik geef u mijn hart met haar diep kloppende hartslag
Ik geef het zowel hoopvol als uitgeknepen
Ik stel haar ter beschikking en zal dit zonodig herhalen
Ik doe dit opdat U haar met genoegen vorm kan geven
Ik stel mijn hart ter beschikking in haar diepe verlatenheid
op de momenten van voorbijgaande vreugde
Ik geef vanuit geen enkel belang, zonder enige verwachting
Het is aan U, U bent vrij om hiervan te genieten

        Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij [mensen] het recht van zonen[/dochters] zouden verkrijgen. En, dat gij zonen [/dochters] zijt – God heeft de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in onze harten, die roept: ‘Abba, Vader’.
Wij zijn dus niet meer slaaf, doch zoon[-dochter]; indien wij zoon[-dochter] zijt, dan zijn wij ook erfgenaam door GodGal.4: 4-7.

Nabij U is het Woord

In de bovenstaande woorden vindt u een korte en eenvoudige voorstelling van de wijze waarop en waardoor God een zondaar van het begin tot het einde verheft en hem van een erfgenaam van de hel
maakt tot een erfgenaam van de Hemel.
“Φωτίζου, φωτίζου . . .” – “wordt Licht, wordt Licht o Gij Jerusalem . . .” hymne Paasmetten.
Gerechtigheid komt slechts voort uit waarachtig Geloof en daarom is het niet te bevatten waarom iedereen zwijgt en God’s lof niet uitschreeuwt over de daken?
        Ik [Christus] ben het brood des levens. Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet zal stervenJohn.6: 48-50.

Doorheen de gehele ‘Westerse‘ filosofie, van Plato, Socrates tot Sartre is het wantrouwen tegenover onze menselijk zintuigen aanwezig en werd het ascetisch bestaan als ideaal verkondigd. Uit dit dualisme spreekt een verborgen haat tegen ons lichamelijk bestaan.
De wereld van het abstracte, met betrekking tot alles en iedereen van het onstoffelijke bestaan is ons aangeboden om ons te verheffen boven begeerte, genot, huid, bloed, geslacht en slijm.
Bij de filosofen zijn er maar weinigen, die
de wijsheid en betrouwbaarheid van het lichaam erkennen.

  • Ludwig Andreas Feuerbach [1804 – 1872] was een Duits filosoof, die de oorsprong van alle dwaasheden, boosaardigheid en ziekten in de verloochening van de zintuigen zichtbaar heeft gemaakt. De erkenning van de zintuigen is bij hem een voorwaarde voor fysieke [met betrekking tot het lichaam], morele [zedelijk, wat in overeenstemming is met de heersende overtuiging en gedragsregels/ wat goed en netjes is en wat niet] en geestelijke gezondheid; ‘zelfverloochening maakt mensen nors, neerslachtig, vies, geil, laf, gierig, jaloers, achterbaks en kwaadaardig’, zegt hij.
  • Friedrich Nietzsche [1844-1900] een Duits vakgenoot ging hevig te keer tegen de asceten en tegen het christendom dat volgens hem op geraffineerde wijze de mensen het aardse genot ontnam; hij neemt het op voor de lichamelijkheid dat in harmonie met de bestaande wereld dient te leven en zich mag verheugen over geuren, kleuren, erotiek, lekker eten en blij mag zijn met de leidraad van de ethiek: m.a.w. ‘volmondig’ ‘JA’ mag zeggen tegen het leven. Na openbaring hij zijn inzichten werd het lichamelijk ervaren enigszins in waarde hersteld, niet zo zeer door de filosofen maar door de ‘Verlichting’ de humanistische richting in de psychologie, die ook de geestelijke gezondheid daarvan laat afhangen.
  • Veel wetenschappers, waaronder de Zwitserse psycholoog/psychiater Carl Gustav Jung [1875 – 1961] en z’n Amerikaanse collega Milton Hyland Erickson [1901 – 1980] ontlenen aan deze filosofie de ‘wijsheid van het lichaam’ en sluiten zich daarbij aan wat al 2000 jaar in de Blijde Boodschap staat: “   Welaan dan, eet uw brood met vreugde en drink uw wijn met een vrolijk hart, want als gij dit doet, dan heeft God dit reeds lang zo gewild. Laten uw klederen te allen tijde wit zijn en olie dient niet op uw hoofd te ontbreken. Geniet het leven met de vrouw die gij liefhebt, al de dagen des ijdelen levens, die Hij u geeft onder de zon, al uw ijdele dagen, want dat is uw deel onder de levenden en bij het zwoegen, waarmee gij u aftobt onder de zon. Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doe dat, want er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk, waarheen gij gaatSpr.9: 7-10.  
  • Bij de schepping meegegeven menselijk talent:
  • ➥ Maar het duo ‘voortrekkers‘, die van de ‘wereld’ en het ‘vlees
    bleken nog onvoldoende om het menselijk leven te richten.
    Van kindsbeen af zijn we –
    indien ‘ongeschonden niet alleen op zoek
    naar waarheid en eerlijkheid, maar tevens naar een ‘laatste middel‘ waarmee men iets toetst.
    Waar komt dit laatste, dat streven naar een ‘laatste toetssteen’, ‘hèt volmaaktste’ en ‘hèt hoogste’ vandaan; komt dat voort uit onze westerse opvoeding, de min of meer brutale eis, dat slechts het ‘hoogst haalbare’ en ‘hoogste kundigheid’ voldoening kan geven?  Is het slechts een kwestie van ‘Hoogmoed’, sterker nog hoogmoedswaanzin, een karaktertrek waarbij iemand zichzelf zijn/haar kunnen overschat [opblaast], waardoor diegene zichzelf eerder ‘belachelijk’ maakt?

Er bestaat in ons mensen echter een oorspronkelijke Wijsheid, een gave Gods, een oer-wijsheid [het beeld naar Gods Wijsheid], die ons tegelijk oneindig ver overstijgt; de Blijde Boodschap spreekt over ‘ruach’ en ‘pneuma’: een goddelijk beginsel.
Het Joodse Volk van Israël en de daaruit voorkomende Kerk [het Lichaam van Christus] verkondigen het ‘alleenrecht’ over de ‘ware’ God, zodat
zij de goden van de ‘anderen’ naar de verdoemenis konden verwijzen.
De goddelijke krachten derhalve bij anderen werden ‘duivelse’ krachten genoemd. δαίμων [daimoon, =’godheid’] wordt in het christendom opgevat als een ‘gevallen engel’ [‘duivel’, [‘tegenstrever’, ‘boze of onreine geest’].
De eerbied en verering voor die diatonische aanwezigheid [zoals in Afrikaans /Aziatische culturen] werd tot afgoderij bestempeld en diende tot op de bodem vernietigd te worden.
Die angst was terecht, aangezien het aan ‘iedereen’ – gezag en waardigheid toekennen – de Kerk in haar westerse arrogantie in de grond had doen zinken.
Dit weten-van-binnenuit [indien op een gezonde wijze ontwikkeld] is niet alleen betrouwbaar, maar biedt tevens warmte en innerlijk evenwicht; een wijsheid die uit je organen en vezels komt en tegelijkertijd méér dan louter organisch of neuro-chemisch is. Ze is immers nooit tégen je, omdat je ‘het‘ zelf bent – het zal je altijd in het gelijk stellen.
De oude Grieken hadden er een prachtig woord voor dat de betekenis van deze tot god verheven δαίμων helder maakte: ‘dierbare vriend’.
Wanneer je nu op zoek gaat naar die ‘dierbare vriend’, die δαίμων in jezelf kom je de theologie tegen. Maar wie theologie zegt, zegt Kerk en het daaruit voortkomende instituut van de kerk pretendeert bij hoog en bij laag hèt openbaar vervoermiddel te zijn en via Gods Zoon de weg naar God te regelen en als instituut uit een exclusieve voorraad geluk en waarheid aan de mensen te leveren.
Via de kerk als instituut kom je dus helemaal niet verder
– wèl wanneer je haar Blijde Boodschap van Christus serieus neemt en
je in Gods Pedagogie met de mens gaat verdiepen – dàn kom je
bij de heiligen, mystici, dichters en  kerkvaders en kerkleraren terecht.
Dáár ontmoet je de alomvattende werkelijkheid waartoe je behoort, daar ruikt het niet naar ‘propaganda‘ – daar krijg je contact/voeling met de alomvattende werkelijkheid waartoe je behoort – menselijke ervaringsgegevens, die onmogelijk tegengesproken kunnen worden.
Dàt innerlijk contact, die voeling wordt ‘beschouwing’ of ‘vereniging’ genoemd:
een activiteit waarbij je ervaart dat je één bent met het geheel
 vanuit die Aanwezigheid, die Ontmoeting met God –  ga je anders leven, door de Heilige Geest
daar wordt je geïnspireerd door Wijsheid, Die van binnenuit door Hem zal opborrelen.
Van daaruit vindt de mens dat hij goed voor zichzelf dient te zorgen, zichzelf dient te kennen zonder zich iets wijs te maken en zonder zichzelf te be- en veroordelen.
Van daaruit leer je – ‘mèt òf zonder’ geestelijk vader [Christus Geest leidt de mens op z’n pad en laat je door ondervinding [vallen en opstaat] groeien.
Van daaruit leert de mens bepaalde begeerten in ‘toom’ te houden, die
de mens anders zouden meeslepen, naar waar hij niet wil
 De mens is namelijk ‘niet alleen’ naar Gods beeld en gelijkenis geschapen, maar
ook een ‘lief en dom‘ beest, dat niet verder kijkt dan onmiddellijke behoeften en
dat niet weet wat ‘Goddelijke Liefde’ is, Die daar bovenuit reikt.
De mens heeft dat beest en die geest nodig, hij/zij heeft deze nodig om te bestaan: zij zijn één. Daar wordt de mens ‘diamoneus’: geïnspireerd door een door de Heilige Geest ingegeven Wijsheid van binnenuit en vanuit de Goddelijke Meester is geformeerd.

De autoriteit, die heiligen, mystici, dichters en  kerkvaders en kerkleraren de mensheid theologisch hebben doen evolueren is dezelfde, die je na lang zoeken vanbinnen kunt ervaren.
Dàt maakt de mens van een wantrouwend wezentje tot een gelukkige persoonlijkheid, want waar het in ieders leven om gaat is dat wij de touwtjes ook ‘zelf‘ in handen houden en dient datgene wat wij van binnenuit ervaren ook te kloppen.
De wereld-van-de-natuur is een koers-bepalend instrument, een kompas, dat wij ‘niet ongestraft‘ over het hoofd kunnen zien. Wanneer wij ons onbeschoft en hebberig tegenover bodem, grondstoffen, lucht en zee gedragen, laat de natuur ons uiteindelijk aan den lijve ondervinden dat wij met dit egoïsme niet alleen onze omgeving vernietigen, maar ook onszelf.
             De ‘wereld-van-de-mensen’ als koers-bepalend instrument, kompas oriënteert ons vooral in praktische betrekkingen met de omgeving. Ze probeert ons goede echtgenoten, gezinsleden, rekeninghouders, kerk- en staatsburgers, werknemers [υπηρέτης, δούλος] te maken, betrouwbare deelnemers aan het sociale verkeer, het financiële verkeer en het verkeer op onze weg. Ze is tevens de broedplaats, die ons een ‘thuis‘ geeft, waar warmte, identiteit, cultuur en Goddelijke ‘levenskansen’ worden geboden.
Erkennen dat wij ‘een deel van het geheel’ zijn is een geestelijke, materiële en ecologische bezigheid, de werkelijkheid reikt verder dan ‘wij‘ mensen kunnen betasten, ruiken of meten.
Stilstaan bij deze eenheid heet ‘beschouwing’: ruimte geven aan de beleving van een Goddelijke Aanwezigheid – het overstijgt geheel onze begrippen en is menselijkerwijze onbereikbaar.

!!!  Waarschuwingen voor geestelijke misleiding.pdf

➥➥ Geschonden menselijke eigenschappen,
al dan niet aangeboren geestelijk dan wel lichamelijk

  • Waaronder zelfoverschatting kan ook een uiting zijn van naïviteit of
    het niet ‘in staat zijn te’ laten blijken dat iets daadwerkelijk ‘niet gedaan kan worden‘ [niet kunnen]; het gewoon niet aanvoelen.
    Men spreekt van grootheidswaanzin van megalomanie inzake een psychische aandoening waarbij iemand zich op een bepaalde manier [als] groot[heid] waant.
    De betekenis van deze ‘niet tot god’ verheven, maar als bezeten beschouwde
    niet-‘dierbare vriend’; het betreft een ziekte, die Dante beschrijft in zijn ‘de Hel’ als κατείχε, het in bezit genomen zijn door de tegenstrever [de duivel].
    De mens is in z’n functioneren in de samenleving beperkt, merkt
    slechts schaduwen op van de werkelijkheid, zoals de gevangene in
    de onderaardse kerker, die Dante beschrijft
  • Dit is hetgeen vandaag in de Blijde Boodschap wordt beschreven
    – “bezetenen, die Christus uit de grafsteden tegemoet treden,
    zeer gevaarlijke, zodat niemand langs die weg kon voorbijgaan
    ”.
    Zieke mensen kun je als gezond geachte mensen -niets- kwalijk nemen; zij blijken ook voor ‘hedendaagse wetenschappers’ niet hanteerbaar, zijn alleen met behulp van ‘voortdurende‘ aandacht van specialisten onder controle te houden [Είναι κατέχεται από το διάβολο].

Er bestaat een -niet behandelbare vorm van gedrag in de psychologie, die
wordt gekenmerkt door een obsessie met jezelf.
Iemand met deze narcistische gedragskenmerken, wordt ook wel narcist genoemd.
Iemand met narcisme typeert zich door de volgende eigenschappen:
• Egocentrisch [gebrek aan inlevingsvermogen];
• Egoïstisch [handelen uit eigenbelang];
• Arrogant & dominant;
• Gewetenloos & nooit tevreden;
• Dwingerig achterdochtig;
• Ambitieus;

Veel narcisten komen zéér zelfverzekerd over. Ze hebben een sterk gevoel van eigenwaarde en zijn erg op zichzelf gericht.
In werkelijkheid zijn narcisten echter –bewust of onderbewust– erg ‘on’-zeker.
Ze compenseren hun onzekerheid en gebrek aan eigenwaarde door zichzelf als beter òf belangrijker te beschouwen dan anderen.
Iemand die lijdt aan narcisme heeft doorgaans weinig aandacht voor
de mening en gevoelens van anderen, puur om zichzelf te beschermen tegen kritiek. Vandaar ook het onderontwikkelde inlevingsvermogen.
Nagenoeg iedereen heeft wel narcistische kenmerken. Pas als iemands gedrag sterk wordt gekleurd door narcistische trekjes, ontstaan er problemen.
In extreme gevallen kan een Narcistische Persoonlijkheidsstoornis [NPS] ontstaan, die zich uit doordat iemand een eigen kringetje om zichzelf opbouwt, zodat zijn/haar disfunctioneren niet opvalt.
De narcistische persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door
een overdreven gevoel van eigenwaarde, een sterke behoefte aan bewondering en een [extreem] gebrekkig inlevingsvermogen. Personen die lijden aan NPS kunnen overkomen als charmant en/of interessant, maar hun egocentrisme blijkt uiteindelijk een onoverkomelijk obstakel.
Iemand met een narcistische persoonlijkheidsstoornis is altijd op zoek naar aandacht. Narcistische personen hebben namelijk aandacht nodig om hun kwetsbare & broze zelfbeeld in stand te kunnen houden; aandacht is zodoende van levensbelang voor een narcist.
Om de nodige aandacht te krijgen, gebruikt iemand met narcisme bij voorkeur
de mensen die het dichtst bij hem/haar staan, met name de partner en kinderen.
NPS wordt doorgaans gediagnosticeerd als iemand voldoet aan ten minste 5 van onderstaande criteria:
1.]. Je hebt gevoelens van grootsheid en belangrijkheid;
. . .je overdrijft prestaties, talent, kennis, contacten & persoonlijke eigenschappen.
2.]. Je wilt als superieur worden beschouwd en/of behandeld;
      ook als je prestaties hier geen aanleiding toe geven.
3.]. Je bent geobsedeerd door succes, roem, macht, genialiteit,
      schoonheid en/of seksuele prestaties.
4.]. Je ziet jezelf als uniek en denkt dat je uitsluitend kan worden begrepen                   door andere unieke of speciale personen.
5.].  Je hebt enorme behoefte aan bewondering, aandacht en bevestiging.
6.].  Je wilt gevreesd of berucht zijn.
7.]. Je gelooft dat je meer rechten hebt dan anderen.
8.]. Je verwacht dat anderen voldoen aan
      je onredelijke verwachting van voorkeursbehandeling.
9.].  Je bent manipulatief en gebruikt anderen om je doelen te bereiken.
10.].  Je hebt een onderontwikkeld inlevingsvermogen;
      je kan of wil geen rekening houden met andermans behoeften of opvattingen.
11.]. Je bent vaak jaloers en paranoïde;
         je gaat er echter van uit dat anderen je uit jaloezie imiteren.
12.].  Je gedraagt je arrogant en voelt je superieur,
          boven de wet verheven en alom aanwezig.
13.].  Je wordt kwaad als je wordt tegengesproken door mensen
         die jij als minderwaardig beschouwt.

Pan-Orthodox ?

Het is niet voor niets dat dit Evangelie volgt op de Zondagen van de Heiligen en de honderdman; want dit soort onmacht kunnen mensen posities innemen, die weliswaar naar bóven verwijzen, maar ongrijpbaar blijken, zich uitdrukken in superlatieven en zich voorstellingen van projecten maken, die voor hun omgeving als niet-realiseerbaar worden gekenmerkt. De Kerkvaders aanvaarden in het verlengde van de Liefde van de Heilige Drie-éénheid het bestaan van een “eerste onder ongelijkenniet en dàt is de aap, die met het onlangs gehouden Pan-Orthodox concilie op Kreta uit de mouw is gekomen !!! Veelal zijn bezetenen zo dwingend in de gang dat zij hun omgeving overrulen, de overhand nemen; eerst na verloop van tijd blijkt hun uitwerking ‘vernietigend’; het is wat dat betreft “Kerremesse in d’Helle” om het op z’n Vlaams uit te drukken. Er worden namelijk óók in de Benelux geestelijke diepgaande beslissingen genomen, die een hoop schade kunnen veroorzaken – en eerst dan ontmoet de omgeving ‘de Meedogenloze Jongen’ van G. Reve, waarop zij met al de consquenties van dien verliefd waren geworden.
Heiligen, zoals de honderdman, worden in de totaliteit van hun bestaan slechts als zodanig ervaren omdat zij voldoen aan de nederigheid en het daaruit voortkomende ‘inlevingsvermogen’ ten opzichte van hun medemensen.
De apostel Paulus lijkt goed samen te vatten hoe tegendraads Gods keuze is als hij de christenen van Corinthe eraan herinnert dat zij in de ogen van de wereld niet veel bijzonder zijn: niet veel geleerden, niet veel machtigen, niet velen van hoge afkomst zijn er onder hen:
            Ziet slechts, broeders, wat gij waart, toen gij geroepen werd: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken. Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen; en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is, om aan hetgeen wel iets is, zijn kracht te ontnemen, opdat geen vlees zou roemen voor God1Cor.1. 26-29.
           Maar wat in de ogen van de wereld niets is, verkiest God uit – om wat in eigen ogen ‘heel wat voor stelt‘ te verslaan. Dat geldt eveneens voor de hoogwaardigheidbekleders onder ons; dragers van de waardigheid van gelovigen gunnen deze waardigheid vrijgevig aan anderen en laten anderen erin delen. Wonen in Gods huis betekent: niet bang zijn ‘jouw woonplaats’ te verliezen en je plaats aan anderen afstaan [samen delen in een beslissing, m.a.w. communicatie].
Door je [minre-]broeders en zusters op de kruispunten van het leven te vinden en voor hen open te staan, voorkom je dat je uiteindelijkverweesd op straat belandt.
            De boze geesten smeekten Hem en zeiden: ‘Indien Gij ons uitdrijft, laat ons dan in de kudde zwijnen varen’. En Hij zei tot hen: ‘Gaat heen!’ Zij voeren uit en gingen in de zwijnen; en zie, de gehele kudde stormde langs de helling de zee in en zij kwamen om in het water”.
Wat houdt dit in? De boze geesten kwamen òm in het water, maar zwijnen zijn juist heel intelligente dieren, die gaan weliswaar door hun gewicht ‘kopje onder‘ en ‘snakken naar adem‘. Hun wordt de adem ontnomen zoals wij kennen bij de christelijke doop en wanneer zij boven komen blijken zij ‘verlicht door de Heilige Geest’ te kunnen zwemmen. Zo worden zij ‘door ondervinding‘ genezen; zo werkt onze Heer en Verlosser Jezus Christus, de Zoon van God.
Hoe kom ik hierop?
Er zijn een aantal passages in de Blijde Boodschap waarin God lijkt te ontkennen dat zondaars omkomen doordat ‘Hij‘ dat bepaald heeft. Ze zouden zich de dood zelf op de hals halen, zelfs al verzet God zich ertegen.
            Zeg tot hen: zo waar Ik leef, luidt het woord van de Heer der Heerscharen, Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen. Want waarom zoudt gij sterven, huis van Israël [de Kerk]?Ezech.33: 11.
Christus verklaart dat de prediking van de Blijde Boodschap en de wonderen méér vrucht voortgebracht zouden hebben bij de inwoners van Ninevé en Sodom, dan bij de inwoners van Judea!
            En gij, Kafarnaüm, zult gij tot de hemel verheven worden? Tot het dodenrijk zult gij nederdalen; want indien in Sodom de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, het zou gebleven zijn tot de dag van hedenMatth.11: 23;
            De mannen van Ninevé zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en zie, meer dan Jona is hierMatth.12: 41.

Evangelieboek & Kruis op de plaats, waar gebiecht wordt !

Gods Wil heeft Zijn ‘eeuwig plan‘, waardoor Hij onderscheid gemaakt heeft tussen uitverkorenen en verworpenen. Hij wil alleen maar hoop op vergeving geven aan de degenen die zich bekeren.
En de kern is: er valt niet aan te twijfelen dat God bereid is om te vergeven, zodra een zondaar zich bekeerd heeft. Dus voorzover God wil dat een zondaar zich bekeert, wil Hij niet zijn dood; 
ook niet van degenen, die als gevolg van al dan niet aangeboren geestelijk of lichamelijke geschonden menselijke eigenschappen, als bezeten worden aangemerkt.
            Gaat dus naar de kruispunten van de wegen en de steegjes in de stad, om mensen uit te nodigen, die daar gewoonlijk verblijven: “ Ga aanstonds de straten en stegen van de stad in en breng de bedelaars en misvormden en blinden en lammen hierLuc.14: 21.              

Goedheid en Waarheid” bestaan alleen in Christus

Apolytikion     tn.4.
Nadat zij de Blijde Boodschap van de Opstanding en van de bevrijding van de veroordeling van de voorouders
uit de mond van de Engel gehoord hadden, riepen de Myrondraagsters jubelend tot de Apostelen:
vernietigd is de dood, Christus de Heer is opgestaan en heeft aan de wereld grote Genadegaven geschonken
”.

Kondakion     tn.4.
Mijn Heiland en Verlosser
heeft als barmhartige God de aardgeborene opgewekt,
uit de ketenen van het graf.
Hij heeft de poorten van de hel verbrijzeld en
is als Gebieder na drie dagen verrezen
”.

Theotokion    tn.4.
Het van eeuwigheid verborgen en aan de Engelen onbekende Mysterie,
is door U aan de aardbewoners openbaar geworden, Moeder Gods:
in onvermengde eenheid is Gods vlees geworden
en heeft Hij om ons vrijwillig het Kruis op Zich genomen.
Daarom heeft Hij de Eerst-geschapene weer opgewekt
en onze zielen uit de dood verlost“.

5e – Orthodoxie & Gerechtigheid uit het Geloof

Christus zendt Paulus uit – Ο Χριστός του Παύλου μεταδόσεις – البث المسيح بول

      Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, afgezonderd tot verkondiging van het Evangelie van God, Dat Hij tevoren door zijn profeten beloofd had in de heilige Schriften – aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de Geest der Heiligheid door Zijn Opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Heer door wie wij Genade en het Apostelschap ontvangen hebben om gehoorzaamheid van het Geloof te bewerken voor zijn naam onder al de heidenen, tot welke ook gij behoort, geroepenen van Jezus Christus – aan alle geliefden Gods, geroepen heiligen, die te Rome zijn: Genade zij u en Vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.
              Doch ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat ik dikwijls het voornemen heb opgevat tot u te komen – waarin ik tot nu toe verhinderd ben – om ook onder u enige vrucht te hebben, evenals onder de andere heidenen. Van Grieken en niet-Grieken, van wijzen en onwetenden ben ik een schuldenaar. Vandaar mijn bereidheid om ook u te Rome het Evangelie te brengen. Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een Kracht van God tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek.
            Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit Geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit Geloof levenRom.1: 1-7, 13-17.

Gezag van Paulus, 1Tim.2: 7

    Op U, Heer, vertrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid. Red mij en bevrijd mij in Uw rechtvaardigheid; neig Uw oor tot mij, haast U mij te bevrijden. Wees voor mij een beschermende God, een toevluchtsoord om mij te redden. Want Gij zijt mijn sterkte en mijn toevlucht; om Uw Naam zult Gij mij leiden en voeden.
Gij bevrijdt mij uit de strik, die zij heimelijk hadden gespannen.
Heer, Gij zijt mijn Beschermer:  in Uw handen beveel ik mijn geest.
Gij hebt mij verlost, Heer God der waarheid; Gij haat allen die aan ijdelheid hechten.
Op de Heer stel ik mijn vertrouwen; ik juich en verheug mij over Uw barmhartigheid. Want Gij ziet neer op mijn vernedering, Gij verlost mijn ziel uit de verdrukking.
Gij hebt mij niet opgesloten in de hand van de vijand, mijn voeten hebt Gij in de vrije ruimte gesteld.
      Heer, wees mij genadig, want ik word gekweld; mijn oog is ontsteld door verdriet, mijn ziel en mijn hart zwak en ziek. Want in smart gaat mijn leven voorbij, mijn jaren vergaan in zuchten. Mijn kracht is door ellende in zwakheid veranderd, mijn beenderen zijn ontsteld. Niet slechts al mijn vijanden versmaden mij, maar mijn naasten nog meer: ik ben een schrik voor mijn bekenden.
Die mij zien vluchten van mij weg, als een dode ben ik weggewist uit hun hart.
Ik ben als een gebroken vat, ik hoor hoe velen kwaad tegen mij beramen.
Toen zij tegen mij bijeenkwamen, besloten zij om mij het leven te ontnemen.
Maar ik vertrouw op U, o Heer, en zeg: Gij zijt mijn God, in Uw handen ligt mijn lot.
Bevrijd mij uit de hand van de vijand, van hen die mij achtervolgen.
Doe Uw aanschijn lichten over Uw dienaar, red mij in Uw barmhartigheid.
Heer, laat mij niet beschaamd staan omdat ik U heb aangeroepen, maar laat
de goddeloze te schande worden en afdalen in de hades.
Doe bedrieglijke lippen verstommen, die kwaad spreken tegen de gerechte met trots en hoon.
      Heer, hoe groot is de overvloed van Uw goedheid, die Gij verborgen hebt voor wie U vrezen.
Die Gij bewijst aan hen die op U vertrouwen, voor het oog van de zonen der mensen.
Gij verbergt hen in het verborgene van Uw aangezicht voor het oproer der mensen.
Gij beschut hen in een tent voor de tegenspraak van hun tong.
     Gezegend zij de Heer, want wonderbaar was Zijn barmhartigheid in de versterkte stad.
In mijn verbijstering had ik gezegd: ik ben verworpen uit Uw ogen.
Maar daarom hebt Gij de stem van mijn smeking verhoord, toen ik tot U had geroepen.
Bemint de Heer, al Zijn ingewijden, want de Heer zoekt de Waarheid.
Hij zal allen die hoogmoedig handelen overvloedig vergelden.
Wees een man, sterk uw hart, gij allen die vertrouwt op de Heer” Psalm 30[31] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Gerechtigheid en rechtvaardigheid is een onderwerp, waarop ik mij uit pure belangstelling verdiept heb; uit verwondering maar steeds begaan met de relatie God en de wereld.
Het recht van God is Zijn Genadegave, immers Zijn Genade is ons genoeg; het wordt ons toegerekend om Christus Wil. Onze ‘eigen‘ gerechtigheid verstikt ons en wordt ons uit Geloof tot geloof geopenbaard. Het gaat om ‘God’s‘ Gerechtigheid, Die Gerechtigheid is uitsluitend in Christus aan het licht getreden; Zijn Gerechtigheid is een groot geschenk.
Wij mensen kunnen God niet gunstig stemmen; wij kunnen God door onze daden niet gunstig beïnvloeden.

Een belangrijke vraag wordt dan hoe verkrijgt de mens uit zelfbeheer Genadegaven. Een mens ging er immers in het Oude Verbond vanuit dat God niet Genadig was en eerst via boetedoening gunstig gestemd kon worden.
In het Nieuwe Verbond mogen we daarentegen vrolijk leven voor Gods genadige Aangezicht, want het op eigen kracht Genade ontvangen zou Christus buiten spel zetten – de mens wordt slechts als slaaf van de zonde gerechtvaardigd in Christus. Christus verwisselt Zijn Heerlijkheid voor onze zonde, Zijn Heil is onze redding en onze dood, onze zonde is door Hem vernietigd!
Je had in de tijd van Christus twee soorten Gerechtigheid, de Romeinse en de de Rabbijnse.

Justitia

1.]. De Romeinse gerechtigheid [Justitia] betekent dat de mens ontvangt wat hem toekomt, beloning of straf. Romeinse gerechtigheid is een wrekende, vergeldende  gerechtigheid.

Torah & jad

2.]. De Rabbijnse gerechtigheid betekent dat  je rechtvaardig bent als je doet wat God van je vraagt in de Tora, de Wet van Mozes.
De rabbijnse joden zeggen; dan ben je een tsediqi [צדיקו] – Dan ben je een rechtvaardig mens, dan heb je ‘deel aan’ de tsedaka [צדקה] de gerechtigheid Gods.
De Liefdadigheid, de Liefde voor de mens afkomstig van God, Die Tsedaka is heel anders. 
Die is geopenbaard in het Evangelie en aan ons bekend geworden. De Blijde Boodschap bestaat daarin, dat Hij, Die geen zonde gekend heeft, Jezus Christus, onze Heer, Zich voor ons Mens geworden is, Zich dermate vernederd dat Hij zich tot onderwerp van de zondaars geworden, opdat wij zouden worden tot gerechtigheid van God in Hem. Gods gerechtigheid in het O.T. is een heilbrengende, een reddende  gerechtigheid.
Red mij en bevrijd mij in Uw rechtvaardigheid; neig Uw oor tot mij, haast U mij te bevrijden”, zegt de psalmdichter van psalm 30[31].
Maar er zit ook zeker in dat God -de gerechtigheid van de zonde- niet kan verdragen. Dit dubbele aspect van Gods Gerechtigheid, Zijn Liefdadigheid, de Liefde voor de mensen van God afkomstig ons bekend is geworden [openbaar is geworden / aan het Licht is getreden] in de Blijde Boodschap van het Evangelie.

God heeft in Christus onze ongerechtigheid en schuld op Zich genomen “

God heeft in Christus onze ongerechtigheid en de schuld van onze eigen-gereidheid, de eigenzinnigheid/eigenwijsheid, -voortkomende uit de hoogmoed- onze persoonlijk schuld heeft overgenomen.
Geef maar hier, zegt ons Heer en Verlosser, Jezus Christus eigenlijk, al datgene wat er aan fouten is begaan in je leven.  En Ik, de Zoon van God, geef je Mijn Liefde/ ontdoe je van de Rechterlijke gevolgen, Ik vergeef je.
Als de Goede Herder, de Barmhartige Samaritaan en Zoon van de Vader ontdoe Ik jou mijn knecht , door mijn lijden, sterven en Opstanding uit het graf van alles wat je ten opzichte van de Vader hebt misdaan.
Nu is bekend dat de tegenstrever hier tussendoor zit te fietsen en je tot onzekerheid aanzet -als kind ben je daar immers gevoelig voor- en zoals bij Job krijgt hij daar van God vrij spel in en ontstaan er beproevingen, waarmee wij onafgebroken worden belaagd.
Ben je nog wel een kind van God” – “Jij bent een groot zondaar” en “nu je dat uitgehaald hebt is er geen vergeving meer mogelijk” zijn zo van die aanvechtingen/ beproevingen.
Dat ik als kind van God toch een groot zondaar ben, dat weet ik,  maar het laatste totaal niet waar want er staat in de Schrift dat Jezus Christus in de wereld is gekomen om zondaren tot de volheid/heerlijkheid te brengen.
De Heilige Schrift geeft daar zo’n schoon en heerlijk getuigenis van:
“Want indien, door de misdaad van één, velen gestorven zijn, zo is veel meer de genade Gods, en de gave door de genade, die daar is van één mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen
Rom. 5:15.
Het Evangelie wordt derhalve de Genade van het Kruis genoemd; aan het Kruis zien wij de Overmacht van Gods Genade en de wijze waarop Hij Recht doet.
      Hij moet wassen, ik moet minder worden. Die van boven komt, is boven allen; wie uit de aarde is, is uit de aarde en spreekt van de aarde.
Die uit de hemel komt, is boven allen; wat Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij en zijn getuigenis neemt niemand aan.
        Wie zijn getuigenis aanvaardt, heeft bezegeld, dat God waarachtig is. Want Hij, die God gezonden heeft, die spreekt de woorden Gods, want Hij geeft de Geest niet met mate.
De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alles in handen gegeven. Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hemJohn.3: 30-36.

Het Kruis, de Theotokos & de Heiligen – الصليب، والدة الإله والقديسين – Σταυρός, η Θεοτόκος και οι άγιοι

Het Kruis is het symbool van het christelijk Geloof en ‘niet’ de lotusbloem, ‘niet’ de davidster, ‘niet’ de halve maan of  hamer en sikkel, maar het Kruis; de Blijde Boodschap is een Evangelie van het kruis.
De Kracht van het Evangelie ligt in de Blijde Boodschap zit hem in de Kracht van het Evangelie in de Gekruisigde en de Opgestane Heer.
In de Orthodoxe Kerken is het Kruis ‘geen’ teken van smaad en schande, maar is de gekruisigde de triomferende Verlosser. God’s triomftocht begint aan het Kruis.
Nu kun je vragen hoe Christus een plaats krijgt en heeft in mijn leven en in mij woont zodat ik meer en meer alles alleen in Hem zoek en van Hem verwacht.
Deze vraag leeft onder velen, bij ouderen en gelukkig ook nog bij jongeren.
1.]. Christus woont in het hart van een zondig mensenkind door de Heilige Geest.
2.]  Johannes noemt de H. Geest de Trooster, de Parakleet. Onze Heer Jezus Christus zei van de de Parakleet dat Hij Hem vlak voor Zijn heengaan zou laten komen.

de ‘Trooster‘, Geest der Waarheid

En wat zal het werk van de Trooster zijn?
Deze zal Mij, zo zei Hij en dat is Christus, verheerlijken; Hij zal u indachtig maken alles wat Ik u gezegd heb – Hij zal u in alle waarheid leiden.
Hij is de Geest der Waarheid; Hij zal met u, bij u en in u blijven.
We herinneren ons dat Johannes de Doper reeds van Hem sprak.
        Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem zijn schoenen na te dragen; Die zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. De wan is in zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer geheel zuiveren en Zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuurMatth.3: 11-12.
Dopen in de Vader en de Zoon, met de Heilige Geest.
Dat is het waar het om gaat in ons leven.
De Geest neemt intrek in het hart van een zondaar.
Hij is de Geest van de Vader en van de Zoon.
Hij zal in het hart [in jouw Tempel] de Heerlijkheid van Christus doen uitblinken.
De keerzijde is dat Hij iedereen om jou heen uit Gods Woord zal gaan laten zien, wie ‘jij’ bent.
De grote levensles die de Heilige Geest ons gaat leren is het beteugelen van de hoogmoed en dat is “dat ik minder word en Christus gaat uitblinken”.
En wie dàtgelooft en daadwerkelijk’ nastreeft zal eeuwig leven verwerven.
De verheven en verheerlijkte Christus is –nogmaals gezegd- niemand anders dan Jezus, de Mensenzoon, Die zich heeft gecommitteerd en gecompromitteerd, in de omgang met zondaars en tollenaars, in het zoeken van ‘wie’ en ‘wat’ verloren was. De volle last van de medemenselijkheid heeft hij op zich genomen in vermoeiende twist-gesprekken, in het zich bukkende en zuchtend oprichten van zieken en zwakken, ten laatste in het plaatsvervangend boeten en op zich nemen van alle menselijke schuld.
        Niet oordelend, maar het oordeel ‘Zelf‘ dragend.
Christus is [] mens voor de mens, ook voor de mens die Zijn menselijkheid verloren of verkwist heeft in een reddeloos en redeloos leven als dat van de jongste zoon uit de gelijkenis.
Diens verhaal en diens weg heeft Jezus tot de zijne gemaakt in een solidariteit tot het einde.
De op de Naam van onze Heer en Verlosser Jezus Christus gedoopten worden door de Vader, in de Kracht van de Heilige Geest en de Opgestane Heer betrokken in Zijn passie en worden als getuigen van en participanten aan Zijn Liefde voor de mensen de wereld ingezonden.
Dit is een getrouw woord, en aller aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben1Tim.1: 15.
‘Dit’ is de boodschap van de gekruisigde Christus, Die aan alle zondaren wordt aangeboden als het middel tot de zaligheid. Door Zijn dood en leven heeft Hij de zaligheid verworven voor alle ‘verloren’ Adams-kinderen, en alleen met deze gerechtigheid van Christus kunnen wij voor een Heilig God, een Heilige Sterke en een Heilige onsterfelijke God bestaan.

Orthodoxie & geroepen worden

Profeet Elisa – 8e eeuw v.Chr.

      Op zekere dag begaf de profeet Elisa [Gr. Ελισσαίος. Hebr. אלישע “Mijn God is redding”] zich naar Sunem. Daar woonde een welgestelde vrouw, die bij hem aandrong, dat hij zou blijven eten. En zo vaak hij op zijn doorreis daar kwam, ging hij erheen om te eten.
En zij zei tot haar man: ‘Zie toch, ik weet, dat het een heilige man Gods is, die altijd bij ons aankomt. Laat ons dan nu een kleine gemetselde bovenkamer maken, en daar voor hem een bed, een tafel, een stoel en een kandelaar plaatsen, opdat hij, wanneer hij bij ons komt, daar zijn intrek kan nemen.
        Op zekere dag kwam hij daar; hij nam zijn intrek in de bovenkamer en legde zich daar te ruste . . . . .  En Elisa zei: Maar wat kan er dan voor haar gedaan worden? Gechazi zei: Zij heeft helaas geen zoon, en haar man is oud. Daarop zei hij: Roep haar. En hij riep haar en zij kwam in de ingang staan. Toen zei hij: Op deze zelfde tijd over een jaar zult gij een zoon omhelzen2Kon. 4: 8-11, 14-16a.

      Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de hemelen is.
         Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om Vrede te brengen, maar het zwaard. Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader en tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn.
         Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft 
boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig.
        Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. Wie u ontvangt, ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem, die Mij gezonden heeft.
Wie een profeet ontvangt als profeet, zal het loon van een profeet ontvangen; en wie een rechtvaardige ontvangt als rechtvaardige, zal het loon van een rechtvaardige ontvangen.
En wie een van deze kleinen, omdat hij een discipel is, ook maar een beker koud water te drinken geeft, voorwaar, Ik zeg u, zijn loon zal hem geenszins ontgaanMatth.10: 32-42.

        Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.
          Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn [met hetgeen gelijk is] aan Zijn Opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens mede-gekruisigd is, opdat aan het lichaam van de zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem. Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God. Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus” Rom 6: 3-11.
        Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een Volk [aan God] ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar Licht1Petr.2: 9.
        Uw Barmhartigheden wil ik bezingen, Heer, en van geslacht tot geslacht Uw Waarheid verkondigen. Gij hebt immers gezegd: ‘Mijn Barmhartigheid is opgebouwd voor eeuwig’ en in de Hemel is Uw Waarheid voor eeuwig gevestigd . . . . . ‘Mijn Waarheid en Mijn barmhartigheid zullen met hem zijn; in Mijn Naam verheft hij zijn hoorn’” Psalm 88[89]: 2-3, 15-18 vert. ROK ’s-Gravenhage.

Er bestaan nog mensen die een positief beeld hebben van de groeiende diversiteit van Gods Natie, die geloven dat de christelijke droom van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde haalbaar is – maar tevens nog beseffen dat zij dat niet zo maar beërven – op grond van een uiterlijk vertoon  en ervaren dat dit meer in de “wij”-zin is in plaats van het “ik”.
Zij zijn kerk—politiek onafhankelijk, leunen tegen de bestaande toestand aan, die maar niet veranderen wil, weliswaar regelmatig als basis naar hun gemeenschapshuis trekken – overeenkomstig het rolmodel van de kerk van hun ouders maar de Blijde Boodschap weliswaar horen maar niet beoefenen en zich niet spiegelen aan de Heiligen, welke een heel ander mensbeeld hebben voorgestaan. niet sporten figuren of beroemdheden.

profeten Eliah en Elisa, kindertekening

Er zijn hier twee zaken, die in het oog springen:
1.]. Diverse geloofsgemeenschappen verkondigen slechts, dat zij de jonge generatie verwelkomen, de meest recente, die volwassen begint te worden. Het is de jeugd, die vanaf 2000 is opgegroeid en letterlijk opgegroeid is met technologie en sociale media in hun handen, zij zijn klaar om de culturele, economische en politieke landschap drastisch veranderen en staan te trappelen hun posities in te nemen. Voor het overgrote gedeelte zijn zij verwaarloosd en hebben de roep van de kerkklokken weliswaar gehoord, maar weten niet wat de christelijke boodschap werkelijk inhoudt. Geboren tussen 1996 en 2010, zijn ze zeer vergelijkbaar is met hun ouders, die kleine, pragmatische generatie die viel tussen de veel grotere, die tot de babyboom behoorde en duizenden jaren daarvoor.
2.]. De jonge generatie wil best vertrouwen op hun ouders, die nog enige kerkelijke ervaring hebben meegekregen, maar van het standpunt uitgaan dat die nieuwe generatie zelf maar dient te beslissen ‘waar’ zij voor kiezen – de onlosmakelijke kinderdoop wordt met gevolg ontweken. Hun ouders hebben hen – geheel in stijl met hun tijd ‘transparant’ opgevoed en hen geconfronteerd met de ‘ins’ en ‘out’s’ van de diversiteit van een warrig christelijk nageslacht.

Het christelijk kruis is een zwaard, welke uiteindelijk het leven geeft.
Laten we eens beginnen met het zwaard.
Onze Heer en verlosser, onze pedagoog zegt: “Denk niet dat ik gekomen ben om Vrede op aarde te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard”.
Nu klinkt dit een beetje vreemd in onze oren, zeker wanneer in deze informatiemaatschappij de ene oorlog de andere opvolgt en ons verschrikkelijke confrontaties worden voorgespiegeld.
Onze Heer en Verlosser, onze Pedagoog, is niet gekomen om vrede te brengen? Maar bij zijn geboorte, niet de engelen zingen “en Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen?”.
Ja, dat deden ze. En werd deze Messias in de profetie van het Oude Verbond niet de Vredevorst genoemd? Dat klopt toch?; wat is er dan met dit “Ik ben niet gekomen om Vrede te brengen?”; Is dat onze Heer en Verlosser?
Nou, dat hangt ervan af over wat voor soort vrede wij christenen het hier hebben. Mocht je over geheel de aarde vrede verwachten, waar alles rozengeur en maneschijn is, waar het leven een droom zou dienen te zijn, waar alles is ‘himmelhoch jauzchend’ [hemelhoog jubelend] en iedereen  van iedereen houdt – dan vertekenen we het beeld [‘slaan we de plank mis’], onze Heer en Verlosser is helemaal niet gekomen om een dergelijk soort Vrede te brengen.
Later, zal deze Zoon van God z’n volgelingen zeggen:
  Mijn Vrede laat Ik u; mijn vrede geef Ik u.
Niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u
John.15: 27.
En opnieuw:
  Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij Vrede hebt.
In de wereld lijdt gij verdrukking, maar 
houdt goede moed,
Ik heb de wereld overwonnen” John.16: 33.
Dus, vrede in Jezus houdt in dat je in de wereld, verdrukking en problemen zult ondervinden – en voorzeker in de Kerk, want er lopen wat schuinsmarcheerders rond in de Kerk [het Lichaam van Christus]; en onze Heer heeft het voorspeld; ja Hij  garandeerde het zelfs, gaf het ons op een briefje mee .
In deze wereld, in dit leven, zul je moeite ondervinden. In het ondermaanse zul je een zwaard ervaren en zeker wanneer je op weg gaat om als Volgeling van Christus, de Waarheid wilt bovenbrengen.

Wat is dat “zwaard”, waar onze heer, onze `Pedagoog` over spreekt? Wat heeft het zwaard voor  betekenis?
Het betekent conflicten met jezelf, met je omgeving, onenigheid – ruzie;
ja, in het Lichaam van Christus vechten we elkaar de tent [‘onze Tempel’] uit en
dat geeft verdeeldheid en divisie. Jammer, dat we dat met al die kerkscheidingen niet hebben opgepakt, want dat was helemaal ‘niet nodig’ geweest !!! ; als we maar horende gehoord hadden en ziend ‘niet’ blind.
Want dat we ons hart [‘onze Tempel’] aan het luchten hebben we de tegenstrever en z’n trawanten de vrije toegang gegeven; de ‘verlichtende’ toegang van de tijd van de verlichting.
Want net als Micha heeft Christus voorzegd: “        Want de zoon minacht de vader; de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; en de huisgenoten van de mensen zijn z’n vijandenMicha 7: 6.
            Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader en tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn. Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig;  en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie z’n leven verliest om Mijnentwil, zal het vindenMatth.10: 35-39.

          Dit is het dus wat het is – het kan niet duidelijker; wees God dus dankbaar en verheugd wanneer er in je huwelijksverbond – of een kerkelijke verbintenis – on-enigheid heerst – maar je toch bij elkaar blijft en toch gezamenlijk in verbondenheid [in huwelijk en in de kerk] vanuit je hart [de Tempel Gods] Christus blijft volgen.
      Mijn broeders, houdt uw Geloof in onze Heer der Heerlijkheid, Jezus Christus, vrij van  de aanzien des persoons. Want stel, er kwam in uw vergadering [gemeenschap] een man binnen met een gouden ring aan zijn vinger en in prachtige kleding, en er kwam ook een arme binnen in schamele kleding, en gij zoudt opzien tegen de man met de prachtige kleding en zeggen: ‘neem gij hier deze goede plaats, maar tot de arme zoudt gij zeggen: ga gij daar staan, of ga beneden bij mijn voetbank zitten, zoudt gij dan geen onderscheid maken onder elkander en optreden als rechters, die zich door verkeerde overwegingen laten leiden?Jac.2: 1-4.
Dit dient dus in het Godshuis niet te gebeuren hier dient er niet zo ernstig en gewelddadig te gaan en verdeling te zaaien, want dat is geen prettige gewaarwording – zeker niet voor een buitenstaander.Het is een bron van pijn die na verloop van tijd tot een doffe pijn verwordt, maar zo gaat het nog steeds; zo gaat het de gehele christelijke geschiedenis al voort; de een verheft zich boven de ander en ‘weet’/’handelt’ en ‘doet’ het zogenaamd beter.

Zoals de profeet zegt: “ De Heer immers gaat voor u heen en uw achterhoede is de God van Israël [de Kerk]. Zie, mijn knecht zal voorspoedig zijn, hij zal verhoogd worden, ja, ten hoogste verheven zijn. Zoals velen zich over u ontzet hebben [zozeer misvormd, niet meer menselijk was zijn verschijning, en niet meer als die als van de mensenkinderen zijn gestalte]. Zo zal hij vele volken doen opspringen, om Hem zullen koningen verstommen, want wat hun niet verteld was, zien zij, en wat zij niet gehoord hadden, vernemen zijIsaiah 52: 12b-15.

  En men stelde Zijn graf bij de goddelozen; bij de rijke was hij in Zijn dood, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in Zijn mond is geweest. Maar het behaagde de Heer Hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek. Wanneer Hij Zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen van de Heer zal door Zijn hand voortgang hebben. Om Zijn moeitevol lijden zal Hij het zien tot verzadiging toe; door Zijn kennis zal Mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen. Daarom zal Ik Hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat Hij Zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl Hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeftIsaiah 53: 9-12

Maar weinig mensen -ook in de Kerk- hebben de Pedagogie van Christus begrepen.

Waarom christelijke mensen niet de enige zijn, die verstandige besluiten nemen over wat er te doen staat en zich tot Christus en Zijn Kerk wenden en hier Gods Genadegaven ter zaligheid ontvangen? Waarom nemen zij het ons kwalijk en vinden niet leuk wat er in hun Kerk plaatsvindt?
Nou, omdat je een levende en ademende demonstratie tegenkomt van een groep mensen, die weten wat het is dat zij zondaars zijn en een Redder nodig hebben.
Er zijn niet veel mensen die dit willen horen; zij hebben namelijk het idee dat zij het nog ontzettend hun best doen als je dat vergelijkt met die ‘zonderlingen’ – voor hen, die God ‘dood’ verklaren.
En jij bent degene, die hen er aan herinnert – dat ze niet zijn, die zij zeggen dat ze zijn ‘vrij en onafhankelijk’ . . . . . dus nemen zij het jou kwalijk en beginnen je van allerlei zaken te beschuldigen en zwart te maken – want zo gaat dat met onrecht.
Zij houden er niet van om te horen dat zij aan hun favoriete verlangens tegemoet komen en datgene doet wat God verboden heeft, in zonde leven.
Wanneer je jezelf volgens hun dus niet conformeert en je niet identificeert met hun Christus, de boodschap, die zij met Zijn Boodschap ervaren, die volgens hun vanuit de Kerk weerklinkt dan hebben zij het op jou gemunt – en onze Heer heeft ons echt duidelijk gemaakt, dat je dan echt niet verbaasd behoeft te zijn [te staan]. Je begeeft je namelijk op hun terrein en je spreekt hen aan op hun onvolkomenheden. In eerste instantie beginnen ze te draaien en zich te verontschuldigen, maar werkelijk toegeven dat ook zij een verkeerde insteek hebben zal nooit worden toegegeven.

Dit is nu het zwaard, waar ons Heer en Verlosser ons over informeert, het is het zwaard van de  verdeeldheid, het conflictueuze en de strijd die wordt om Christus’ Wil wordt geleverd.
            In het christendom behoort de ene persoon niet boven de ander verheven te worden, we
zitten allemaal in hetzelfde schuitje als verstokte zondaars, de fervente leugenaars. Dat wordt van afgebeeld door de vroegtijdige dood van de armzalige zondaar en de prachtige geklede mens met de veer op z’n hoog hoed [kroon]. En zo aanschouwen we de wereld van de dag van vandaag; het rijke westen en de berooide ontwikkelingslanden. Op deze manier is het rijke westen uitgegroeid tot een post-christelijke samenleving en in feite is het een anti-christelijke samenleving, badend in een overvloedige welvaart en wellust.
            In feite dienen wij geen bevrijdingsdag meer te vieren, want we zijn gevangen in de netten van de tegenstrever en zijn trawanten. Het verbod om een mens het leven te ontnemen wordt als gevolg van ‘de verlichting’ via abortus- en euthanasiewetten overschreden en christelijke politieke partijen worden aangezet zich via samenwerking of amendementen te verbinden. Christelijke onderwijsinstellingen verwijderen de oorspronkelijke symbolen in hun leslokalen:
     Het christelijk hoofdthema is: – “Neemt uw kruis op!” – wie wet er nog van als onze voorgangers zich in ‘overdadige’ vervoersmiddelen verplaatsen, waarin z’n zetels verwarmd worden en de modernste geluids- en communicatieapparatuur is geïnstalleerd. Wordt dat aangegeven met: “de knecht des Heren zal lijden en sterven voor z’n medemens?”.

Patriarch Pavle van Servië [1914-2009]

            In tegenstelling daarop werd de voormalige Patriarch Pavle, die op de leeftijd van 95 ging hemelen door het gehele Servische volk met 3 dagen van officiële rouw werd geëerd. Hij toonde z’n omgeving een persoonlijk ascetisch leven en bevorderde de godsdienstlessen op de scholen.
Hij voelde als géén ànder de noodzaak ‘zelf’ het voorbeeld te geven – er zijn ontzettend veel interessante details, die van nut zouden kunnen zijn voor iedereen, die een kerkelijk ambt bekleedt; de Kerk weet wel hoe zij een christelijk invulling aan het leven dient te geven, maar gaat zich te buiten aan ongehoord, aanstootgevend gedrag.
      Naar deze zaligheid hebben de profeten gezocht en gevorst, die van de voor u bestemde Genadegaven geprofeteerd hebben, terwijl zij naspeurden, op welke of wat voor tijd zij de 
de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna. Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die dingen, welke u thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door de Heilige Geest, die van de hemel gezonden is, u het evangelie hebben gebracht, in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan1Petr.1: 10-12.
Dit is onze christelijke wereld waarin we vandaag leven, mensen.
En het kan erger worden dan dat, voordat er zich een verbetering zal aankondigen.    

            De oproep het kruis op je te nemen is om in extreme tijden de dood en het lijden recht in de ogen te zien en onze Heer en Verlosser heeft aangegeven dat dit vanzelfsprekend dient te zijn bij Zijn volgelingen en mens vergeet niet, dit is zeer moeilijk. Daarom zijn wij christen op weg naar de dood teneinde te overleven via de `Opstanding` !!!
            Herboren worden betekent dat de christen ‘zichzelf‘ de adem ontneemt en in die Geest de Goddelijke adem verkondigt – dagelijkse dienen we ‘aan onszelf’ te sterven en wanneer je ’s-avonds -voor het slapen gaan- ontdekt dat je deze in overvloedige weelde hebt doorgebracht, dan dien je voor je zelf niet in te staan bij de verwachte gerechtigheid van God.
De oude Adam ‘in ons’ zou alle zonden en slechte verlangens ‘om zeep gebracht’ dienen te hebben en daarop dagelijkse berouw en bekering te tonen waarop de volgende dag een ‘nieuwe, herboren’ mens naar voren treedt, die instaat om voortaan in gerechtigheid en zuiverheid voor God z’n leven voort te zetten.

kruis, zwaard en leven‘; kruisvaarder zou als weer een eretitel gedragen dienen te worden; echter nu in geestelijke zin.

Dat, medechristenen, is de aard van hoe de gedoopten dienen te leven; een zwaard, het kruis, en het daarop volgende leven.
Onze Heer en Verlosser spreekt om die reden: “Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het vinden”.
Wanneer alles wat je nastreeft gericht is op het beste leven wat je maar kunt bedenken, een mooi comfortabel leventje zonder problemen, dan zul je ironisch je leven verliezen. 

En wij westerlingen, die gewond zijn om alles te verkrijgen wat ons hartje begeert; zal het nieuwe eeuwige leven dat Jezus ons voorhoudt dus nimmer verkrijgen omdat we het niet kennen.
We zijn horende doof en ziende blind!

Maar wanneer je werkelijk luistert naar de Blijde Boodschap zul je je leven verliezen, je luxe leventje opgeven -daarmee je eigen vermeende gerechtigheid-  en je zult het waarachtige leven ontmoeten.

            Jouw waarachtige leven is alleen te bereiken, wanneer jij je bekleed met Christus – jezelf verbindt met Christus; want deze Christus is mens geworden om ons het Leven te schenken. Hij deed dat door het het voorbeeld te geven en daarmee niet langer te leven zoals jij en ik dat van onze omgeving krijgen opgedrongen.   
Deze Christus trekt met ons op en spreekt met ons – aan de hand van de voorvaderen en de profeten en spreekt ons over – de manier waarop wij het leven dienen in te delen. Dit is gerechtigheid en Jezus heeft het en Hij leefde het ons voor. En toch, hoewel hij slechts lof en eer verdiende, leed Hij en stierf met een gevoel van verlegenheid  en nam de schande op zich. En hij deed dit voor jou en voor mij.

Toen werd het Kruis tot een Zwaard

Hij verhief Zich op Zijn Kruis en deed wat alleen Hij kon doen. De zondeloze Zoon van God leed en stierf voor al de zondige mensheid. Hij stortte zijn heilig bloed uit om ons van de zonden te reinigen. Wij worden vergeven door het Geloof in Hem.
Wanneer wij zo leven als Hij, zal Hij ons opwekken tot het eeuwig Leven met Hem; dit leven is een leven van dienstbaarheid [opofferingsgezindheid] en vreugde in het christelijk Geloof, in de christelijke gemeenschap en bij jou thuis.
Dat is de achtergrond waarom je met de blijde boodschap door Hem geroepen wordt en
de Vrede van God – een Vrede, Die
alle verstand te boven gaat bewaren wij in ons hart [onze Tempel].