5e Zondag na Pinksteren – ‘Heer, leer mij Uw Gerechtigheden’ – de genezing van de twee bezetenen.

slechts de Kelk en de diskos’ zijn ongedeerd uit de brand in Hengelo overgebleven, alles is vernietigd, doch de Heer is bij ons gebleven

    Te dien tijde, toen onze Heer en Verlosser aan de overkant in het land der Gadarenen [Hebr.= ‘beloning aan het einde’] was gekomen, kwamen Hem twee bezetenen uit de grafsteden tegemoet, zeer gevaarlijke, zodat
niemand langs die weg voorbij kon gaan.
En zie, zij schreeuwden, zeggende:
Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?’.
Nu werd er ver van hen een grote kudde zwijnen gehoed.
De boze geesten smeekten Hem en zeiden: 
‘Indien Gij ons uit-drijft, laat ons dan in de kudde zwijnen varen’.
En Hij zei tot hen: ‘Gaat heen!’.
Zij voeren uit en gingen in de zwijnen; en zie, de gehele kudde stormde langs de helling de zee in en zij kwamen òm in het water.
En de hoeders namen de vlucht en kwamen in de stad en berichtten alles, ook van de bezetenen.
En zie, de gehele stad liep uit, Jezus tegemoet, en toen zij Hem zagen, drongen zij er bij Hem op aan hun gebied te verlaten.
En in een schip gegaan zijnde, stak Hij over en Hij kwam in zijn eigen stad
“.

Matth. 8: 28 – 9:1.

opkomende zon – gebed is een zaak van hoofd, hart en handen

    Broeders, de begeerte van mijn hart en mijn gebed over
hun [en uw] behoud gaan tot God uit.
Want ik getuig van hen, dat zij ijver voor God bezitten, maar zònder verstand.
Want onbekend
met Gods gerechtigheid en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden, hebben zij zich aan de gerechtigheid van God niet onderworpen.
Want Christus is het einde van de Wet, tot Gerechtigheid voor een ieder, die gelooft. Want Mozes schrijft: De mens, die de Gerechtigheid naar de Wet doet, zal daardoor leven.
Maar de
Gerechtigheid uit het Geloof spreekt aldus:
    Zeg niet in uw hart: Wie zal ten hemel opklimmen? namelijk om Christus te doen afdalen; of: Wie zal in de afgrond nederdalen? namelijk om Christus uit de doden te doen opkomen.
Maar wat zegt zij?
Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het Woord van het Geloof, dat wij prediken.
Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden;
want met het hart gelooft men tot Gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis
Rom.10: 1-10.

    Want dit gebod, dat ik u heden opleg, is niet te moeilijk voor u en het is niet ver weg. Het is niet in de Hemel, zodat gij zoudt moeten zeggen: Wie zal opstijgen ten Hemel, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen?
En het is niet aan de overkant der zee, zodat gij zoudt moeten zeggen:
‘Wie zal oversteken naar de overkant der zee, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen?’
Deut. 30: 11-13

Op de vijfde zondag na Pinksteren
kan het niet anders òf
er dient zich iets bijzonders te voltrekken,
immers het getal vijf duidt iets bijzonders aan:
”  Het getal 5 ziet toe op de behoeften en de verantwoordelijkheden van de mens”:
5 vingers en 5 tenen.
Het brandoffer-altaar was 5 maal 5 ellen groot, Ex. 27: 1.
Het gordijn voor de ingang van de tabernakel hing aan 5 pilaren op 5 koperen voetstukken, Ex. 26: 37.
Er waren 5 wijze en 5 dwaze maagden, Matth.25: 2.
Vijf broden, Marc.6: 38.
Vijf woorden, 1Cor.14: 19 etc, in het verlengde ligt het getal 50.

Nabij u is het Woord

De woorden van Paulus: Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het Woord van het Geloof, dat wij prediken; is niet anders dan een aanhaling van de woorden van Mozes uit Deut.30: 14, hetgeen volgt op boven vermeldde tekst.
Het is niet vèr weg’ van de mens ‘in’ de Hemel of ‘achter’ de zee.
Door ‘heel diepzinnig‘ deze kwestie te beschrijven, laat Mozes zien hoe we Gerechtigheid voor God bereiken door Geloof.
We bereiken het slechts door de vragen te stellen:
Wie zal voor ons de Hemel inklimmen en
Wie zal voor ons over de zee gaan“?.
Deze vragen zijn ons eveneens bekend toen die overste der Joden, Nicodemus in de nacht [van het aardse leven] tot onze Heer en Verlosser zei:
hoe kunnen deze dingen zijn“? John.3: 9.
Deze vragen roepen vermeende onmogelijkheden op,
gebaseerd op menselijk redeneren, maar
de dingen die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God Luc.18: 27, en
Is er iets onmogelijk’s met God? Gen.18: 14.
Hier en
nu – dus ook in onze dagen- zijn deze vragen slechts gebaseerd op menselijke overwegingen en worden opnieuw verworpen?
Mozes gaf immers al het antwoord:
Het Woord is het Woord betreffende het bereiken van een Rechtschapenheid voor God. Het is het Woord dat elke menselijke redenering buiten sluit en de veronderstelde onmogelijkheden die daardoor worden opgeworpen.
Dit Woord is zo dicht bij iemand dat het in iemand’s mond, hart en handen is.
Je behoeft niet naar de Hemel op te stijgen om het te vinden, noch de zee over te steken. Het is God’s Woord dat gezaaid is in een gelovig hart, dat beleden wordt met de mond, en uitgewerkt wordt met de handen.
Het is de Gerechtigheid door het Geloof.
Het is het Geloof van Abraham, die alle menselijke redeneringen en onmogelijk-heden wegvaagde en ‘alles’ overlaat aan de Macht en de Glorie van God.
    En zonder te verflauwen in het Geloof heeft hij [Abraham] opgemerkt, dat zijn eigen lichaam verstorven was, daar hij ongeveer honderd jaar oud was, en dat Sara’s moederschoot was gestorven; maar aan de Belofte van God heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn Geloof en gaf aan God de eer, in de volle zekerheid, dat ‘Hij’ bij machte was hetgeen ‘Hij’ beloofd had ook te volbrengen. Daarom ook werd het hem gerekend tot Gerechtigheid Rom.4: 19-22.
Op de apostel-lezing van vandaag volgt:
    Immers het Woord uit de Blijde Boodschap zegt:
‘Al wie op Hem Zijn Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.
Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek.
Immers, een en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen; want: al wie de Naam des Heren aanroept, zal behouden worden.
Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben?
Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben?
Hoe horen zonder prediker? En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn?
Gelijk geschreven staat: ‘Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen’
Rom.10: 11-15.

Het Geloof komt slechts voort uit:
⁌     hetgeen uit jullie hart ontspruit, waar het gezaaid is,
⁌     hetgeen je via de lippen verkondigt en
⁌     hetgeen je bewerkt door het handen en voeten te geven

De Evangelielezing van Mattheus eindigt met:
    En in een schip gegaan zijnde,
stak Hij over en
Hij kwam in Zijn eigen stad”
Rom.10: 10.
Welke stad of gemeente kan hier aan het eind worden bedoeld?
Zijn eigen gemeente, het Lichaam van Christus want slechts een paar verzen eerder zei Hij zelf dat:
De vossen hebben holen, en de vogels hebben nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om Zijn hoofd neer te leggen Matth.8: 20.
Dus Hij heeft het over ons, over onszelf !!!

Christus, onze Verlosser komt dus tot ‘ons’ om Zijn eigen stad te bezoeken en
wij worden daarbij herinnerd aan de proloog van het Johannesevangelie waar
zo bondig wordt bevestigd dat
Hij kwam tot het zijne, en
de zijnen hebben Hem niet aangenomen
John.1: 11.
Dus wanneer Hij niet wordt ontvangen
blijken de Gadarenen [[Hebr.= ‘beloning komt aan het einde’]
dit uiteindelijk precies wèl te doen
Hij komt toch aan in wat in zekere zin, Zijn eigen stad is,
immers Hij komt aan bij alles wat ‘door Hem’ gemaakt is en Zijn zaak is.
Maar toch heeft het hier een andere betekenis, het is 
niet Zijn eigen stad,
namelijk, deze plek, onze wereld, die God in Zijn schepping gevormd heeft,
heeft de mens in z’n val misvormd en
Christus is gekomen om deze plek [-in het ‘hier en nu’-] te hervormen.
Wanneer we dus aan het eind van de passage van vandaag lezen dat
Jezus stapte in een boot over, stak over en in Zijn eigen stad kwam wordt ons
te verstaan gegeven dat de plaats waar de ontmoeting van onze Heer met
de twee bezetenen bij gevolg niet
Zijn eigen stad was, maar
die aan deze andere kant, het land van de bezetenen, het glorieueze Europa.

in het land der Gadarenen, Jan luyken, 1712

Mattheus heeft hier het land der  Gadarenen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . >               Gadara was een stad die ongeveer 5 kilometer ten zuidoosten van het meer van Galilea lag. Gerasa, daarentegen was een grotere stad die ongeveer 30 kilometer landinwaarts lag. Dus veel verder weg.
Misschien werd Gadara gerekend tot het land der Gerasenen, omdat Gerasa een beroemde stad was. Het is onwaarschijnlijk dat de ontmoeting tussen Jezus en
de bezetene plaats vond in Gerasa.  Dat was immers nog altijd 6 uur lopen vanaf het aanleggen van de boot uit Kapernaüm op de oostelijke oever van het meer.
    De Gerasenen hadden hun wooncentrum in Gerasa.
En Gerasa was één van de tien Grieks-Romeinse steden van het oostelijk kustgebied van de zee van Galilea.
Die tien steden hadden een stedenverbond met elkaar gesloten en
daarom werden zij in de volksmond genoemd de Deka [
10] Polis [steden].
De stedenverbond was opgericht tegen Israël; het was dus hoewel vroeger behorend tot Israël [de Kerk] ‘verloren gebied’.
Ook in geestelijk opzicht wilden de bewoners van deze Over-jordaanse streek niets meer te maken hebben met de God van Israël [de Kerk].
    Ik heb het idee dat dit land van de Gerasenen een metafoor is voor onze wereld en voor de toestand in onze huidige maatschappij. Het Europa met haar niets ontziende aandacht voor Macht, handel en geld [en bijbehorend gesjoemel] is hier heel goed mee te vergelijken. We mogen onze Europese stem uitbrengen, maar de leiders doen toch precies wat zij zelf willen.

Voor kennisgeving geef ik mee dat de Evangelist over dit land slechts twee indicaties laat zien, slechts twee beelden waarmee men het kan vergelijken: “graven en varkens”.
De twee mannen die onze Heer in dit land ontmoet
komen van de grafsteden Matth.8: 28; [net zoals je in Caïro nog hele wijken tegenkomt waar graven zijn en de armen zich huisvesten].

chaos in the global marketplace- storm is coming, so read between the lines

We vragen ons af of er nog iets anders te vinden valt dan graven in dit allegorische [zinnebeeldig] land dat slechts wordt geregeerd door de dood.
Brussel was toen nog een bruisende stad” is een liedje van Liesbeth List uit 1970. Het is een nieuwe versie van het befaamde “Bruxelles
van Jacques Brel uit 1962, het geeft je dus te denken bij al datgene wat in Brussel ontwikkeld is.
   Twee andere indicaties getuigen van de bijzondere ligging van het land: dat is gelegen aan de andere kant “εἰς τὸ πέραν” Matth.8: 28, dat is, op het eind van hun kunnen en in die omstandigheden waren die twee bezeten mannen terecht gekomen, men kon er niet meer aan voorbij Matth.8: 29, dat betekent niet alleen dat het land zelf op z’n eindje is, maar zelf op ‘een dood punt’ is gekomen, een impasse waar geen ontsnapping meer mogelijk is, waar er “geen ontkomen meer aan is” [totaal in de ban van de Mammon].
Dit dienen voldoende verwijzingen te zijn naar de ware aard van het land van Gerasenen, een land wat wordt gedefinieerd door de onontkoombaarheid van iemands sterfte.

Het tweede beeld van de kudde van de varkens waar de boze geesten binnenkort naar zullen vluchten, herinnert ons aan dat verre land uit de gelijkenis van de verloren zoon.
    Daar was de verloren zoon ook het enige levende wezen dat was vergeten was tussen de varkens
– de varkens die enkel hun afval hadden, terwijl de zoon die zijn vaderlijk huis verlaten had omkwam van de honger.
De varkens, aan de andere kant, in het land van de Gerasenen hadden niet te eten of konden niet overleven, want zodra ze worden aangehaald worden ze geassocieerd [verbonden] met de dood, want
de gehele kudde stortte van de steile helling af in het meer en stierf in de water Matth.8: 32.
In dat vreemde land afgebakend door graven en varkens, ontmoet Christus de mensheid in haar laagste vorm, zoals het wordt voorgesteld door die twee bezeten mensen
⁌     want de gehele mensheid in de omstandigheid gescheiden levend van God
kan op de een of andere manier als bezeten aangemerkt worden; als
bezeten van de Mammon.
De Evangelist geeft ons de dialoog die tijdens die korte ontmoeting plaatsvond:
   Wat wil je met ons, Zoon van God?
schreeuwden de bezetenen.
Ben je hier gekomen om ons te martelen
vóór onze
 [afgesproken] tijd gekomen is? Matth.8: 29.

Het eerste verrassende element in deze uitspraak
 is de bekentenis van de aanroep van 
de goddelijkheid van Christus door de twee bezetenen:
 “Zoon van God“.  De duivel kent God maar al te goed.
Nog maar kort geleden lazen we op het feest van 
de Heiligen Petrus en Paulus in het Evangelie van Mattheus hoe 
het Petrus was die precies dezelfde aanduiding aan Christus gaf.
Hoe velen zijn er niet, die hier momenteel grote vraagtekens bij zetten !!!

Daarom een uitstapje:
Hoe we onze Heer en Verlosser leren kennen
.
  de opvolging van Elisha & Elia’s Hemelvaart

De profeet Elia legde zich neer om te gaan slapen onder een bremstruik.
Doch zie, daar raakte een engel hem aan en zei tot hem: 
“ Sta op, eet”.
Dit overkwam hem een tweede keer, waarbij de engel hem zei: 
“ Sta op en eet, want de reis zou te vèr voor je zijn”.
Door de kracht van die spijs [communie] was hij in staat 
veertig dagen en veertig nachten lang 
tot aan het woestijngebergte van God te gerakende Horeb.
Toen hij daar aankwam overnachtte hij in een spelonk en het Woord des Heren kwam tot hem en zei: Wat doe je hier, Elia, wat kom je hier doen?1Kon.19: 9.
Elia had in z’n leven de gewoonte opgebouwd zich in gebed [in de ochtend en avond] tot God te richten en wanneer hij dit deed en tot Hem sprak, hoorde hij Hem ‘luid en duidelijk‘ [je weet in ieder geval wat God bedoeld, al zul je niets horen].   Hoe was deze profeet dan nu in staat te weten dat God sprak?
Hoe komt het dat God Zichzelf openbaar maakt zodat we met zekerheid kunnen weten dat het Woord dat we in ons horen, van de Heer is?
Er zijn immers zoveel andere stemmen en geluiden die we horen!
In het huidige verslag onthult God gedeeltelijk hoe Hij Zichzelf bekendmaakt aan Zijn geliefde.
Elia is namelijk een sleutelfiguur in 
een woedende cultuuroorlog in 
het koninkrijk van Israël [de Kerk]. 
Koningin Jezebel probeert hem namelijk [Hebr.= ‘kuis, fysiek contact vermijdend’], vanuit haar door God gegeven macht, 
schaamteloos om het leven te brengen, 
hem van het leven te beroven.
En wie maakt dit niet mee, in deze wereld, 
ja zelfs door personen waar je het helemaal niet van zou verwachten.
Dus “stond hij op en rende voor zijn leven1Kon.19: 3, 
vèr weg van Israël [de Kerk] en haar toezichthouders. 
Hij trekt door het aangrenzende koninkrijk van Juda [Hebr. =‘waar de Heer geprezen zou dienen te worden’] en 
bereikt de meest zuidelijke grenzen van nederzetting, dichtbij Beersheba.
Beersheba is de bron van Abraham, “ van de eed, de Belofte, waar gezworen is, ook wel zeven ‘putten’ genoemd, daar 
waar onafgebroken het levend water [van de Samaritaanse bij de Bron] vloeit.
Uitgeput door z’n reis door de woestijn [van het leven], 
bidt hij als voorafgaand aan de dood, 
hij gaat liggen, en slaapt.  
Wanneer Elia gereed is [er aan toe is] om te luisteren, 
maakt God Zichzelf duidelijk aan hem bekend.
Eerst voorziet God de Profeet van een [bescherm-]engel die 
hem ondersteunt tijdens zijn tijd in de wildernis 1Kon.19: 4-8.
Zijn hele leven lang heeft Elia, die begeleidende engel als 
van God gegeven als zijn begeleider gekend.
De raven [uit de kraaiachtigen] voedden hem 
toen God hem verstopte in de beek Cherith [Hebr.חרסית = (vruchtbare) klei] 
 in de Over-Jordaanse wildernis 1Kon.19: 4-6. 
 In de confrontatie met de priesters van Baäl voorzag 
God Elia van het door God aangeboden vuur hetgeen verteerde 1Kon.18: 38.
Hier dient met nadruk gewezen te worden op het feit dat:
 God altijd aanwezig is, ons niet uit het oog verliest en ons voorziet, zoals 
koning David zegt:
De uitgangen van de ochtend en de avond maakt God verkwikkend. Hij verzorgt de aarde en drenkt haar, Hij vermenigvuldigt haar rijkdom. De Rivier van God brengt overvloedig water, Hij heeft ons het voedsel bereidt; want zo is Zijn Voorzienigheid
Psalm 64[65]: 9-10 vert ROK, ‘s-Gravnehage.
God voorziet in al onze behoeften en 
bevrijdt ons zelfs van de ontbering die onze zonde schept. Bemerk tevens hoe God met z’n hand zoekt en 
Zichzelf in Elia’s geest en hart manifesteert.
Tweemaal vraagt ​​de Heer: 
”Elia, wat kom je hier doen, wat doe je hier?1Kon.19: 9,13.
Onze Heer en Verlosser ondervraagt ​​eveneens zijn volgelingen. 
Hij vraagt ​​het zelfs aan Zijn discipelen, 
”Wie zeggen mensen dat ik, de Zoon des mensen, ben?Matth. 16: 13.
Vervolgens drukt Jezus hen opnieuw op het hart: 
”Maar wie zeg ‘jij’ [, persoonlijk] dat Ik ben?Matth.16: 15.
Onze Heer en Verlosser openbaart Zichzelf altijd in ons hart en geest:
Ik sta aan de deur en Ik klopOpenb.3: 20.
Bij al onze dagelijkse beslissingen vraagt ​​Christus: 
”Wat doe je hier?”, onafgebroken houdt Hij 
onze redding voor ogen aan de hand van 
de Waarheid en Zijn Geboden; 
leert Hij ons Zijn Gerechtigheden.
God’s onderzoek naar ons diepste wezen 
waarschuwt ons voor Zijn aanwezigheid en 
verlicht onze geest en ons hart. 
Indien wij waakzaam zijn, 
zullen wij Hem ons onafgebroken horen toespreken 
- en wanneer Hij onze aandacht te pakken heeft/houdt, 
zal Hij het bevel over ons leven voeren.
Hij moedigt ons aan 
daar hebben wij geen spelleider of toezichthouder bij nodig, 
Hij is God, Hij bestuurt de wereld met ‘al’ haar ongerechtigheden.
Toen zei de Tisbiet [ Hebr.= (in) ‘gevangenschap’ (verkerende. hij kon niet anders)] Elia, uit Tisbe in Gilead [Hebr.= ‘rotsachtig gebied’], tot Achab [Hebr.= ‘broeder van vader’]: 
 ‘ Zo waar de Heer de God van Israël [de Kerk], leeft, in wiens dienst ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, tenzij dan op mijn woord1Kon.17: 1.
Dàn beveelt God Elia om 
naar de beek Cherith [Hebr.חרסית = (vruchtbare) klei] te gaan 1Kon.17: 3.
Wanneer het water dáár opdroogt, beveelt God aan Elia: 
”Sta op, ga naar Sarfath [Hebr. סהרפתח =‘iemand die loutert’ ]” 1Kon.17: 9.
Na drie jaar van droogte, bericht de Heer hem 
uiteindelijk opnieuw te profeteren: 
”Ga heen, vertoon u aan Achab, want 
Ik wil regen op de aardbodem geven1Kon. 18: 1.
Onze Heer en Verlosser maakt Zich regelmatig bekend. 
”Ga en keer terug op de weg naar 
de woestijn van Damascus [Hebr.= ‘de zakkenweger zwijgt’]”
Hij spreekt, en “zalft Hazaël [Hebr.= ‘een, die God ziet’] als koning over Syrië [Hebr.-‘verheven’]”.
“Je zult Jehu [Hebr.=‘de Heer is Hij’], 
de zoon van Nimsi [Hebr.=‘gered’], eveneens 
tot koning over Israël [Hebr.=’God heeft de overhand (het lichaam van Christus, de Kerk)’] zalven; en zal Elisha [Hebr. אלישע = “Mijn God is redding”], 
de zoon van Safat [Hebr.=‘berecht of Hij heeft geoordeeld’], 
zalven. . . als Profeet in jouw plaats “1Kon.19: 15-16.
⁌     Dus God bepaalt altijd het einde van 
de spirituele “cultuuroorlog in Israël [de Kerk], ook in de Lage Landen
⁌     en 
bereidt Zich voor om Zijn Koninkrijk van afgoderij 
te bevrijden
⁌     en van de daarmee gepaard gaande kwaden bevorderd 
door Achab [Hebr.=‘broeder van de vader’] en Izebel [Hebr.= ‘kuis, fysiek contact vermijdend’].

‘Christus, de ware wijnrank’; ‘Christ, the true vine’; ‘Ο Χριστός, το αληθινό αμπέλι’; ‘المسيح ، الكرمة الحقيقية’

Heer en Verlosser, Gij hebt ons voorzien van 
Uw leven-schenkende Mysteriën
ter verlichting van onze ziel en ons lichaam en 
 ter verlichting van de ogen van ons hart: 
‘ Mogen wij door Uw Genadegaven ooit Uw Gerechtigheden leren te vervullen’
”.
– na de ontmoeting tijdens de Goddelijke Liturgie te bidden.

Maak ons waardig, Heer deze dag voor de zonde te worden bewaard.
Gezegend zijt Gij, Heer, God van onze Vaderen en geloofd en geprezen zij Uw Naam in der eeuwen, Amen.
 Moge Uw Barmhartigheden over ons komen, Heer, want in U stellen wij ons vertrouwen.
 Gezegend zijt Gij, Heer, leer mij Uw Gerechtigheid.
 Gezegend zijt Gij, o Koning, geef mij inzicht door Uw Gerechtigheid.
 Gezegend zijt Gij, o Heilige verlicht mij door Uw Gerechtigheid.
Heer, Uw Barmhartigheid is eeuwig, zie niet voorbij aan het werk van Uw handen.
 U komt de lof toe, U past de Hymne, aan U de eer:
aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN
slot van de Grote DOXOLOGIE.

⁌    ” Ik ben ook maar een sterflijk mens, als al de anderen, geboren van het geslacht van de eerstgeschapen mens;
⁌     ” en ik ben ook vlees, gevormd uit de schoot van mijn moeder, tien maanden lang, in het bleod samen geronnen, uit mnnelijk zaad, door lust, in het bijslapen;
⁌     ” en ik heb ook toen ik geboren was, adem gehaald uit de algemene lucht en ben ook gevallen op dit aardrijk, dat ons allen gelijkelijk draagt;
⁌     ” en huilen, [voor de Brusselaren, ‘wenen‘] is ook, gelijk aan de anderen, mijn eerste stem geweest;
⁌     ” en ik ben in de windselen met zorg opgevoed. Want zelfs geen koning heeft een ander begin bij zijn geboorte; maar zij hebben allen hetzelfde [brussel éénerlei] ingang in dit leven en een gelijke uitgang.
☦️       ” Daarom heb ik gebeden en werd mij begrip [op z’n Brussel’s ‘doorzicht‘] gegeven: ik riep en de Geest der Wijsheid kwam over mij, en ik hield ze dierbaarder dan koninkrijken en vorstendommen, en rijkdom hield ik voor niets tegen haar
Het boek der wijsheid van Salomo 7: 1-8.

Apolytikion     tn.4
  Nadat zij de Blijde Boodschap van de Opstanding
en van de Bevrijding van de veroordeling van de Stamhouders
uit de mond van de Engel gehoord hadden,
riepen de Myrondraagsters jubelend tot de Apostelen:
Vernietigd is de dood, Christus de Heer is opgestaan,
en heeft aan de wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.4
  Mijn Heiland en Verlosser
heeft als barmhartige God de aardgeborenen opgewekt,
uit de ketenen van het graf.
Hij heeft de poorten van de hel verbrijzeld
en is als Gebieder na drie dagen verrezen
”.

Theotokion     tn.4
  Het van eeuwigheid verborgen en aan de Engelen onbekende Mysterie,
is door U aan de aardbewoners openbaar geworden, Moeder Gods:
in onvermengde eenheid is God vlees geworden
en heeft Hij om ons het Kruis op Zich genomen.
Daardoor heeft Hij de Eerst-geschapene weer opgewekt
en onze zielen uit de dood verlost
”.

5e Maandag ná Pinksteren – een onhandig mens wordt toch genezen al wordt de dag ontheiligd

Zeer grote uitslaande brand in Hengelose kerk [vorige week maandag, 1 juli 2019]

    En Hij vertrok van die plaats en ging in hun synagoge.
En zie, daar was een mens met een verschrompelde hand.
En zij legden Hem de vraag voor, of het geoorloofd is op de Sabbath te genezen,
teneinde Hem te kunnen aanklagen.
      Maar Hij zei tot hen: ‘ Wie zou er onder u zijn, die een schaap heeft en die, als dit op een Sabbath in een put valt, het niet grijpen zal en eruit trekken?
      Hoeveel gaat niet een mens een schaap te boven?
Derhalve is het geoorloofd op de Sabbath wèl [goed] te doen’.
Toen zei Hij tot die mens:  ‘Strek uw hand uit‘.
En hij strekte haar uit en zij werd weer gezond gelijk de andere
Matth.12: 9-13.

    Want, gelijk wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden niet alle dezelfde werkzaamheden hebben, zó zijn wij,  hoewel velen, een lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander.
> Weest blij met degenen, die blij zijn, weent met de wenenden.
Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige. Weest niet eigenwijs. Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen.
Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, ‘Vrede met alle mensen’.
Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want
er staat geschreven: Mij komt de wraak toe,
Ik zal het vergelden, spreekt de Heer.
Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten;
indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want
zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen.
Laat u niet overwinnen door het kwade, maar
overwin het kwade door het goedeRom.12: 4-5,15-21.

    Wanneer gij komt in het land, dat de Heer, uw God, u ten erfdeel
geven zal en gij het in bezit neemt en daarin woont, dàn zult gij van
de eerstelingen van alle vruchten van de bodem, die gij zult inzamelen van het land, dàt
de Heer, uw God, u geven zal, nemen, en in een mand doen en naar de plaats gaan, die
de Heer, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen.
En gekomen bij de priester, die er dan wezen zal, zult gij tot hem zeggen:
       ‘ Ik verklaar heden voor de Heer, uw God, dat ik gekomen ben in het land, waarvan de Heer aan onze vaderen gezworen heeft, dat Hij het ons zou geven.
       Dàn zal de priester de mand van u aannemen en die voor het altaar van de Heer, uw God, zetten.
Daarna zult gij voor het aangezicht van de Heer, uw God, betuigen:
Een zwervende Arameeër
[Hebr.= ‘verhevene’was mijn vader; hij trok met weinige mannen naar 
Egypte en verbleef daar als vreemdeling, maar werd er tot een groot, machtig en talrijk volk.
Toen de Egyptenaren ons mishandelden en verdrukten en ons harde slavenarbeid oplegden, riepen wij tot de Heer, de God van onze vaderen, en  de Heer hoorde onze stem en zag onze ellende, moeite en verdrukking.
Toen leidde ons de Here uit Egypte met een sterke hand, een uitgestrekte arm en grote verschrikking, door tekenen en wonderen; Hij bracht ons naar deze plaats en gaf ons dit land, een land, vloeiende van melk en honing.
En nu, zie, ik breng de eerstelingen van de vrucht van het land, dat
Gij, Heer mij gegeven hebt.
Gij zult ze neerzetten voor het aangezicht van de Heer, uw God;
gij zult u voor het aangezicht van de Heer, uw God, neerbuigen, en
gij zult u verheugen over al het goede dat
de Heer, uw God,  u en uw huis gegeven heeft:
gij, de Leviet
[Hebr.= ‘met wie je je verbonden hebt’] en
de vreemdeling, die in uw midden is
Deut.26: 1-11.

Wat wordt er dus gezegd:
Je mag jouw spelleider, priester en gemeenste ‘zelf’ uitkiezen,
je geeft hem de eerstelingen van de vruchten, die je plukt in het land waar
God je leidt en je zult je verheugen in al datgene wat God jou en je huis schenkt,
jij en je Leviet [met wie je je verbonden hebt] en de inwonende vreemdeling onder jullie.
De geboden welke de profeet Mozes aan het oude God’s-volk meegaf
kunnen ons alleen maar verrijken.
Wij kennen Israël [de Kerk] daarom als een God’s-volk dat
– wàt er ook gebeuren mag – altijd bleef streven naar
de overwinning van het kwaad.
En in dat geval zul je dus elke verzoeking accepteren;
al brandt de gehele kerk waar je gehuisvest bent tot de grond toe af.
Je haalt diep adem, zegt: ‘Heer, ontferm U’ en je begint weer van voor-af-aan met het pionierswerk dat God je opgedragen heeft in dat vreemde Nederland.
Dat is de letterlijke opdracht, want Christus blijkt als Verlosser
een onverbeterlijke middelaar in geval van menselijk onvermogen:
    Jij parochiaan van de AOiN zult de eerstelingen neerzetten
voor het aangezicht van de Heer, jouw God;
jij zult je voor het aangezicht van de Heer, uw God, neerbuigen, en
jij zult je verheugen over al het goede dat  de Heer, uw God, 
jou en jouw huis gegeven heeft: jij, de Leviet en
de vreemdeling, die in uw midden is”.
Het is zoals de heilige Athanasios de Grote aandringt:
de schaduwzijde van het leven heeft zijn vervulling ontvangen
[het is, zoals het is, ga niet bij de pakken neerzitten] een kwestie kan namelijk
in de ogen van God als een voorbeeld zijn gegeven en
hetgeen je van God in je schoot geworpen krijgt dien
je met vreugde te ontvangen, en gaat dus voort en zing een nieuw loflied
conf. de feestelijke oproep in zijn brief [NPNF Second Series, deel 4, blz. 516].
               De Blijde Boodschap spreekt er inderdaad meer dan eens over, dat
God Zijn kinderen kastijdt door hen te beproeven.
We vinden dat bijvoorbeeld in:
⁌  “  Erken dan van harte, dat de Heer, uw God, u vermaant, zoals een man zijn zoon vermaant, en onderhoud de geboden van de Heer, uw God, door in zijn wegen te wandelen en Hem te vrezen. Deut.8: 5,6.
⁌  “ Veracht, mijn zoon, de tuchtiging des Heren niet en keer u niet met weerzin af van zijn bestraffing. Want de Heer bestraft Wie Hij liefheeft, ja, gelijk een vader een zoon, aan wie hij welgevallen heeft” Spr. 3:11,12.
⁌  “ Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Heer, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt. Als tuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet getuchtigd wordt? Blijft gij echter vrij van de tuchtiging, welke allen ondergaan hebben, dan zijt gij bastaards, en geen zonen.
> Want zij hebben ons voor luttele dagen naar hun beste weten getuchtigd, maar
de Heer en Verlosser doet het tot ons nut, opdat
wij deel verkrijgen aan Zijn Heiligheid“ Hebr. 12: 6-8, 10 en
⁌  “ Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u. Zie, Ik sta aan uw  deur en Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met MijOp. 3:19,20.

Het kastijden heeft ‘opvoedkundige’ waarde; het is positief en corrigerend gericht. Een vader die zijn kind niet corrigeert is immers geen goede vader!
En vervolgens zegt Hij, Die ons lief heeft:
Wanneer we dan naar de Goddelijke Liturgie komen om Christus onze God te vieren,  volgen we de richtlijnen van Mozes in zekere zin, want  wij:
⁌  “ nemen een deel van de eerste van alle producten . . . die
de Heer uw God ons heeft gegevenDeut.26: 2.
⁌  “ De priester [de leviet, ‘met wie wij ons verbonden hebben’]
plaatst het neer voor het altaar van de Heer, onze GodDeut.26: 4 en
“roept de Heer aan’ Deut.26: 2 en
verklaart dat “alles wat de Heer heeft gedaan” Deut.26: 3
goed is en wie weet wat er nog op zal volgen.

⁌  “ Wij verheugen ons in al het goede wat de Heer, onze God, ons doet toekomen
aan ons en aan onze huisgezinnen Deut.26: 11.
⁌  “ 
We verheugen ons om deel uit te maken van  “de Kerk van de ‘levende’ God” 1Tim.3: 5, Die
⁌  Zich aanbiedt, hymnes zingt, zegent en God looft, Die
‘onuitsprekelijk, ondenkbaar, onzichtbaar, onbegrijpelijk, altijd  blijft bestaan en voor eeuwig ‘De en Hetzelfde‘ is.
⁌  
Wij danken voor “de datgene wat Hij voor ons deelt” dat Christus
het waarachtige Licht, de Hemelse Geest, vervulde en dat
wij ons verheugen in het ware Geloof dat we hebben gevonden
door “de onverdeelde Drie-eenheid te aanbidden: want Hij heeft ons gered
uit: Goddelijke Liturgie van de Heilige Johannes Chrysostomos.

Mozes gaf instructies om “de eerste van alle producten” van onze arbeid
te nemen en “het in een mandje stoppen“, en “naar de plaats te gaan”, welke
door God is gezegend voor aanbiddingDeut.26: 2.
Ga naar iemand die priester is” die “die de mand uit je handen zal aannemen en
deze zal plaatsen vóór het altaar van de Heer, uw GodDeut.26: 3-4).
Deze daden zijn een duidelijke voorbode van het offertorium van de goddelijke liturgie. We brengen broden die onszelf en onze arbeid vertegenwoordigen.
Van een van de broden het neemt de priester een deel dat het Lam genoemd wordt en plaatst het op de diskos “ter nagedachtenis aan onze Heer en God en Verlosser, Jezus Christus
Bij de grote intocht wordt deze offerande naar het altaar gedragen en aan God geofferd.
De liturgie dient als het voornaamste middel waarmee de Kerk op aarde Zich met de hemelse gastheren verbindt en een beroep doen op de naam van de Heer Deut.26: 2.

MP3 : “Hemelse Koning trooster Geest der Waarheid [Arab] – ايها الملك السماوي”.
Ja, de Heer heeft dit kinderlijk eeenvoudige voorrecht zelfs tot ons uitgebreid, zodat we het kunnen wagen om Hem aan te roepen, als “de Hemelse Koning”,
in woorden die het gebed van Mozes te boven gaan, het:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt, heilig is Uw Naam . . .”.
De gebeden en hymnes van de liturgie spreken van dat wat
‘de Heer onze vaderen heeft gezworen ons te zullen geven’ Deut.26: 3, hetgeen
het aardse vèr te boven gaat.
God de Vader geeft Zijn eniggeboren Zoon aan alle volkeren,
opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar
eeuwig leven heeftJohn.3: 16.
Door het Kruis, de Wederopstanding, de Hemelvaart, en de tweede en glorieuze wederkomst van Christus: de Levengevende Drie-eenheid tilt ons weer op,
brengt ons terug naar de Hemelen;
begiftigd ons . . . met het [Zijn] Koninkrijk, Wat zal komen”.

Logo AOKiN

In onze aanbidding zijn we gezegend met tal van gelegenheden om
ons als OKiN en met al de navolgers van Christus te verheugen
in alles wat goed is, de Heer, onze God ‘ons’ gaf” Deut.26: 11.
Dus, met goede reden zingen we in vervoering:
⁌  “ Wij prijzen U, wij prijzen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken U voor Uw grote eer.
O Heer, hemelse Koning, God de Vader Almachtig;
O Heer, de eniggeboren Zoon, Jezus Christus; en de Heilige Geest
Doxology.

⁌  “ Zoon van God, neem mij heden op aan Uw Mystiek Avondmaal;
want Uw vijanden zal ik voorzeker niet over dit Mysterie spreken.
Ik zal U geen kus geven zoals Judas;
maar evenals de Rover belijd ik mijn Geloof in U:
Gedenk mij o Heer, in Uw Koninkrijk.
Moge het deelnemen aan Uw heilige Mysteriën,
mij niet worden tot een oordeel of verderf,
maar tot genezing van mijn ziel en van mijn lichaam
”.
Gebed voorafgaand aan de communie

4e Zondag ná Pinksteren – wijze en doorleefde Kerkvaders bekijken het Hemels Koninkrijk  voordat de navolgers van Christus Zijn weg betreden.

Christus Verlosser

    Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de Hemelen; want alzo hebben zij de Profeten voor u vervolgd.
Jullie zijn het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmee zal het [dan] gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden.
>     Jullie [navolgers] zijn het licht van de wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn.
Laat op die manier uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de Hemelen is, verheerlijken.
Meent niet, dat Ik gekomen ben om de [oude] Wet òf de Profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.
       Want voorwaar, Ik zeg u:
  Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de Wet, eer alles zal zijn geschied.
Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten 
in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der Hemelen’Matth.5: [12]14-19.

    Dit is een getrouw Woord en ik wil, dat gij op dit punt een krachtig getuigenis geeft, opdat zij, die hun vertrouwen op God gebouwd hebben, ervoor zorgen vooraan te staan in goede werken. Die zijn schoon en voor de mensen nuttig; maar dwaze vragen, geslachtsregisters, twist, en strijd over de wet moet gij ontwijken, want dat is nutteloos en doelloos.
       Een mens, die scheuring maakt, moet gij, na hem een en andermaal terecht gewezen te hebben, afwijzen; gij weet immers, dat zo iemand het spoor geheel bijster is, en dat hij zondigt, terwijl hij zichzelf veroordeelt.
       Doe uw best, zodra ik Artemas [Hebr.=‘gave van volledig licht; bedwongen stroom’] of Tychikus [Hebr.=‘noodlottig’] tot u zend, tot mij te komen te Nikopolis [Hebr.=‘stad van de overwinning’], want ik heb besloten daar de winter door te brengen.
Help Zenas [Hebr.=‘Jupiter, een vader van hulp’], de wetgeleerde, en Apollos [Hebr.=‘gegeven door Appollo, god van muziek, dichtkunst, liefdesavonturen met nimfen’]  met alle ijver voort, opdat hun niets zal ontbreken.
En laten ook de onzen leren voor te gaan in goede werken, ter voorziening in hetgeen noodzakelijk is, opdat zij niet onvruchtbaar zijnTitus 3:8-15.

 

‘the Meeting of Abraham and Melchizedek’, Sir Peter Paul Rubens – 1626

    Toen Abram [Hebr.=‘verheven vader’] hoorde, dat zijn broeder als gevangene was weggevoerd, bracht hij zijn geoefenden, degenen die in zijn huis geboren waren, in de strijd, driehonderd achttien man, en achtervolgde hen tot Dan [Hebr.=‘rechter’]toe.
       En zij verdeelden zich des nachts tegen hen in troepen, hij en zijn slaven, en versloegen hen en achtervolgden hen tot Choba [Hebr.=‘bergplaats’] toe, dat ten noorden van Damascus [Hebr.=‘de zakkenwever zwijgt’] ligt.
       En hij bracht al de have [= bezit] terug, en ook zijn broeder Lot [Hebr.=‘sluier of bedekking’] en diens have bracht hij terug, evenals de vrouwen [is dus geen bezit, have] en het volk.
       Toen ging de koning van Sodom [Hebr.=‘branden(d)’] uit, hem tegemoet, nadat hij teruggekeerd was van het verslaan van Kedorlaomer [Hebr.=‘handvol schoven’] en de koningen die met hem waren, naar het dal Sawe [Hebr.=‘vlakte of effen vlakte’], dat is het Koningsdal.
       En Melchisedek [Hebr.=‘koning der Gerechtigheid’], de koning van Salem [Hebr.=‘Vrede’], bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de Allerhoogste.
       En hij zegende hem en zeide: ‘  Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van Hemel en aarde, en geprezen zij God, de Allerhoogste, die Uw vijanden in Uw macht heeft overgeleverd.
En hij
[Abram] gaf hem van alles de tiendenGen.14: 14-20.

Wanneer je de kwalificaties van Abram in Genesis onderverdeeld
kom je in grote lijnen uit op:
hfdst.13: ”Abram had veel te verliezen”;
hfdst.14: “Abram had veel te winnen” en
hfdst.15: “Abram had veel te winnen”.
            Wanneer je het hedendaagse nieuws bekijkt en zeker, die door de overheid wordt gedicteerd dan gaat het vooral over de feiten en cijfers, de details en beschrijvingen van de gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden [een overheid reageert immers altijd achteraf en te laat]. Verduidelijking voor de manier waarop een overheid optreedt zijn bijna altijd humanistisch en economisch van aard.
Oppervlakkig gezien zijn reacties op incidenten slechts omgord met lokale, nationale of internationale machtsstrijd om de economisch oppergezag te verzekeren door de controle over cruciale routes die bewandeld worden te blijven behouden
– wat dat aangaat verschilt de houding van de publieke en geestelijke overheid niet zo veel.
            Het wordt echter een probleem wanneer het publieke en het geestelijke elkaar gaat verdringen/wegdringen; dan ontstaan er religieus en op de lange duur werelds gezien vreemde uitwassen, welke het vertrouwen van God, waarop velen hun hoop gebouwd hebben schade oploopt.
In termen van de Blijde Boodschap noemen wij volgelingen van Christus, dit zonde en niet zo’n klein beetje ook. Het gaat zelfs zovèr dat een begrip als de Joods-Christelijke achtergrond van onze hedendaagse cultuur systematisch weggezuiverd dreigt te worden.
Dàn ontstaat er geestelijke genocide en daar komt een tweestrijd, een burgeroorlog uit voort.
Het gaat in wezen om de menselijke conditie. Ik beschrijf hier niet alleen de gang van zaken in een klein landje, dit gaat om universele problemen, de psychologie achter een wereld-conflict. Want vandaag is het midden-Oosten, de Levant aan de beurt, misschien zij wij het morgen.
God verhoedde het, maar je weet maar nooit, het duivel’s-bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Wanneer je vluchtelingen van her-en-der spreekt, hoe kan het anders in een door migratie omkleedde, met onrust bedekte tijdsperiode, wordt het je duidelijk dat er een genocide aan de gang is, die de rest van de wereld zich zou dienen aan te trekken.
Veel mensen vinden het misschien lastig te begrijpen, maar er worden in de huidige wereld andersdenkenden vanwege hun religie vermoord, op grond van hun christelijke identiteit.
Af en toe slaat bij ons de angst om het hart, wanneer het te dichtbij komt door de een of andere aanslag, maar we zijn hard op weg weer terug te keren naar de vroeg-christelijke tijd waarin navolgers van Christus nog Martelaren, lijdend en doorleefde navolgers, die zich in de holen der aarde terugtrokken, vanwege het naderend einde.

            Dit is geen doemdenken, dit is realiteit – hoeveel aandacht is er onder onze jongeren niet over de aandacht van de Apocalyps, het einde der tijden beschreven in het Boek Openbaringen.
Een van de dingen, die ik zo langzamerhand ga begrijpen is dat wij doelbewust op een escalatie – een eindpunt afstevenen.
            Christenen zijn in het defensief gedreven. Er is dringend behoefte aan actie. De problemen waarmee wij hier te lande mee te maken hebben,
beïnvloeden niet alleen Europa, maar ook de rest van de wereld, die
wij navolgers van Christus in de naam van de Drie-ene God te onderwijzen hebben.
            Waar het om gaat is een manier te vinden om een christelijke tegencultuur op te bouwen in het licht van de wortels van ons Geloof. Het is een uitdaging voor de kerken in onze directe omgeving en voor elk individu.
Het is beslist niet de bedoeling een politiek programma op te gaan zetten, dit
heeft al op diverse fronten een averechtse uitwerking laten zien, ook
gaat het niet alleen om beoefening van spiritualiteit, maar
het gaat om het gezamenlijk optreden in onze directe omgeving,
de manier waarop wij als gelijkgerichte navolgers van Christus op
een creatieve manier samenwerken en daardoor in staat zijn om
ons Geloof in God op een Joods-christelijke vreugdevolle wijze
tegen-cultureel, tegen de bestaande orde in te beleven.
De basis hiervoor is als christenen in de verscheidenheid openlijk samen te werken. Dit is de enige mogelijkheid om het juiste pad te bewandelen
in tijden dat er fundamentele beslissingen genomen dienen te worden.
Het gaat mij hier niet om de maskerade van de Oecumene, waarbij heel vroom met de mond het een en ander wordt beleden – veel wordt vergaderd – in werkelijkheid trekt ieder zich op z’n eigen eilandje terug.

    Abram had veel te verliezen, Abram had veel te winnen, Abram had veel te winnen”; je kunt momenteel een willekeurige veehouder of agrariër spreken – er gaat werkelijk een wereld voor je open.
In processie loopt de overheid [politiek, zowel in de wereld- als geestelijk] achter elkaar aan, politici zijn voor het merendeel baantjesjagers en uit op persoonlijk gewin of gewin voor de eigen bloedgroep.
Zij hebben slechts een korte termijn visie, want morgen zit er weer een ander op het pluche en wie dan ziet, die dan zorgt.

eikenprocessierups, rupsje-nooit- genoeg

Het is net als de hedendaagse invasie van de eiken-processie-rups, rupsje-nooit-genoeg, pas wanneer het getij niet meer te keren valt, gaat  men onderzoeken hoe de ‘duivel en consorten’ zó ernstig heeft kunnen toeslaan.
Wanneer je het euvel nader gaat onderzoeken komen ecologen er achter dat de mens zelf met haar groenbeleid de veroorzaker zijn van de eiken-processie-rups, rupsje-nooit-genoeg, we maaien maar en vernietigen elk evenwicht weg.
De aandacht van hetgeen men concilie noemt is gericht op ‘eigen belang’ – ‘macht op- en uitbouwen’.
In plaats dat de aandacht is gericht op de navolgers van Christus en
dat gaat heel vèr over de kerkelijke belangen en grenzen heen,
blijft men bezig met ‘landje-pik’ en geraakt men in een belangenstrijd.

John. 5: 39 ev.

Dit heeft niets meer te maken met het oorspronkelijk uitgangspunt:
    Laat uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de Hemelen is, verheerlijken’.
Wat werd er vervolgens gesteld?
‘ Zijn zij als toezichthouders het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmee zal het [dan] gezouten worden?
Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de massa, de mensen van de wereld vertreden te worden.
Ja, dàt is wàt er dàn plaatsvindt
het zegt de mensen niets meer, het doet ze niets meer,
door al dat geharrewar, die opgeroepen chaos,
worden de kerken niet langer meer serieus genomen.

 

Christus en de twaalf Apostelen

Het Koninkrijk der Hemelen, het Beloofde Land is overvloedig
Andreas, de eerstgeroepene en broer van Petrus; Jaäcobus, de zoon van Zebedeüs; 
Johannes de Theoloog, Broer van Jaäcobus; Philippos uit Bethsaida; Thomas, de tweeling; Bartholomeüs predikte samen met Philippos’ Mattheüs deTollenaar, Broer von Jaäcobus;
Jäacobus, zoon van  Alpheüs, Broer van Mattheüs; Simon de Zelote, in het Johannes-Evangelie Nathanael genoemd; Judas, niet die van Iskarioth; Matthias, later ter vervanging van Judas Iskarioth aan de Apostelen toegevoegd, Marcus, geestelijk kindvan de Apostel Petrus en  Lucas, leerling en navolger van de Apostel Paulus zijn de eerste navolgelingen van Christus.
Net als Christus, Zijn discipelen, zijn ‘na-volgers’ rond zich verzamelde
heeft dit eveneens in het eerste Verbond plaats gevonden:
Toen zond Mozes hen heen uit de woestijn Paran [Hebr.=‘plaats van spelonken’],
overeenkomstig het bevel des Heren; waren al die mannen hoofden der Israëlieten en
dit zijn hun namen
:
1.].   van de stam Ruben [Hebr.=’zie, een zoon’] Sammua [‘beroemd’], de zoon van Zacchur [‘opmerkzaam’];
2.].   van de stam Simeon [Hebr.=’luisterend’, ‘gehoord’] Safat [‘wachttoren’], de zoon van Chori [‘holbewoner’];
3.]. Van de stam Juda [Hebr.=‘geprezen’] Kaleb [‘hond’, misschien een denigrerende naam, die verwees naar zijn afkomst. Hij hoorde niet bij het volk van God. Hij was één van de ‘trouwe’, ‘onverschrokken’ mensen die aten van de kruimels die van de tafel afvielen, zoals
een heidense vrouw later van zichzelf zou zeggen tegen de Heer Matth.15: 27’],
de zoon van Jefunne [‘omgedraaid’];
4.]. Van de stam Issakar [Hebr.=‘beloning’] Jigal [‘Hij redt’], de zoon van Josef [‘de Heer heeft toegevoegd’];
5.]. Van de stam Efraïm [Hebr.’dubbel vruchtbaar’] Hosea [Hebr.=‘redding’], de zoon van Nun;
6.]. Van de stam Benjamin [Hebr.=‘zoon van Geluk, de rechterhand’] Palti [‘mijn bevrijding’], de zoon van Rafu [‘genezen’];
7.]. Van de stam Zebulon[Hebr.=‘verheven, bewoning’’] Gaddiel [‘de Heer is mijn fortuin’], de zoon van Sodi [bekende’];
8.]. Van de stam Jozef [Hebr.=’de Heer heeft toegevoegd’], van de stam Manasse [‘doen vergeten’] Gaddi [‘mijn fortuin’], de zoon van Susi [‘mijn paard’];
9.]. Van de stam Dan [Hebr.=‘rechter’] Ammiel [‘de Heer is mijn bloedverwant’], de zoon van Gemalli [‘kameeldrijver’];
10.]. Van de stam Aser [Hebr.=‘een stap’] Setur [‘verborgen’], de zoon van Michaël [‘wie is als God?’];
11.]. Van de stam Naftali [Hebr.=‘worstelend’] Nachbi [‘verborgen’], de zoon van Wofsi [‘rijk’];
12.]. Van de stam Gad [Hebr.=‘heer van fortuin, troep’] Geuel [‘majesteit van de Heer’], de zoon van Maki [‘afname’].
            Dit zijn de namen der mannen, die Mozes uitzond om het land te bespieden;  [om zich te (her-)oriënteren] en Mozes noemde  Hosea [Hebr.= ’redding’], de zoon van Nun [Hebr.= ’redding’], Jozua [de Heer brengt redding].
”           Mozes dan zond hen uit om het land Kanaän [Hebr.=‘laagland’] te bespieden en zei tot hen:
‘Trekt hier het Zuiderland in en trekt op naar het bergland en ziet,
– hóe het land is,
– en òf het volk dat erin woont, stèrk is of zwàk, klein of talrijk;
– en òf het land, waarin het woont, goed is of slècht, hoe de steden zijn, waarin
het woont, of het in legerplaatsen woont dan wel in vestingen,
– en òf het land vet is of schraal, of er bomen op staan òf niet.
Weest moedig en neemt van de vrucht van het land mee. Het was toen juist de tijd van de eerste druiven
Numeri 13: 3-20

           God gaf Mozes dus opdracht om één stamhoofd uit elk van de 12 stammen van Israël te sturen om het land Kanaän te verkennen; de diversiteit werd tot eenheid gesmeed.  Onder de bespieders was Hosea [Hebr.= ’redding’], de zoon van Nun [Hebr.= ’nageslacht’] uit  de stam van Efraïm [Hebr.’dubbel vruchtbaar’]; een periode later veranderde Mozes de naam van Hosea in Jozua
[‘de Heer brengt redding]..
Toen Mozes de verspieders uitzond, was het het seizoen van de eerste rijpe druiven.
– Ze moesten moedig ingaan en een staal van de vrucht van het land terugbrengen.
– Ze moesten ook de kenmerken van de bewoners, de vesting van de steden en
het bestaan van bomen, kortom hun directe omgeving beoordelen.

Kalebs getuigenis:
            Omdat het Volk het vertrouwen in de Heer opzegt [verdeeld is], eindigt het geduld van onze God en Vader met deze volwassen Israëlieten/kerkgangers en  bepaalt Hij dat iedereen van 20 jaar en ouder  het beloofde land nooit en te nimmer zal bereiken, maar in de woestijn zal sterven.
Om dit alles in vervulling te laten gaan, zal de woestijnreis 38 jaar ‘langer’ gaan duren.
Dat volgt als vanzelfsprekend wanneer er sprake is van verdeeldheid !!! 
Alleen Jozua en Kaleb worden van dit oordeel uitgesloten.
            Kaleb [uit Juda] en Jozua [uit Efraïm] vertegenwoordigen samen
het voortbestaan van het gehele Joodse Volk, hetgeen
wat later vaak wordt samengevat als Juda en Efraïm [bijv. Hos.5: 12-14; 6: 4].
           Er wordt ten minste één generatie ‘ tussenuit geknipt’… die gaat verloren !!!
Dit is zo’n stevige ingreep van de Heer, dat dit een blijvend thema in de Blijde Boodschap wordt [zie o.a.: Ps.94[95]; 1Cor.10; Hebr. 3].
Blijkbaar kent Gods schijnbaar eindeloos geduld met de mens ook een einde.

Lelijk eendje

Op dit moment in Israëls geschiedenis komen we voor het eerst  het vreemde eendje Kaleb tegen, een vreemde-[ vluchte-]ling.
Hij gaat de stam van Juda vertegenwoordigen en wordt een leider genoemd binnen zijn stam Num.13:  1, 6;34: 19.
Kalebs vader wordt een Keneziet genoemd Num.32: 12; Joz.14: 6,14.
Sommigen denken dat hieruit zelfs een verwantschap blijkt met Ezau.
De naam Keneziet Joz.14: 6,14 zou dan terug te voeren zijn op Kenaz,
de kleinzoon van Ezau Gen.36: 11; 1Kron.1: 36.
Anderen verwijzen naar de Kenezieten waarover in Gen.15: 19 gesproken wordt.
Aannemelijk is dat Kaleb of zijn voorouders vanwege hun erkenning van de God van Israël [de kerk] binnen het volk Israël [de kerk] waren opgenomen Joz.6: 25; Matth.1: 5.
Opvallend is in dit verband de betekenis van de naam Jefunne: ‘omgedraaid‘.
Kalebs naam [keleev] betekent ‘hond’ of ‘trouw’ en ‘onverschrokken’.
Kaleb doet in deze geschiedenis zijn naam eer aan, omdat hij blijft vertrouwen op Gods beloften met betrekking tot het beloofde land Num.14: 24; 32: 12 en Deut.1: 36. Hij was hierin ten opzichte van de Heer  zo trouw als een hond‘.

Waarom zo’n uitgebreide oud-Testamentische inleiding tot het door God verzamelde college van bestuur in Israël [de kerk].
Ik ben zo langszamerhand cynisch geworden door al dat gemier van afgelopen concilies, zowel
die van het Rooms-Katholieke Vaticaan als die van het pan-Orthodox concilie op Kreta; het leek allemaal héél wàt – handjes geven, hoogdravende gesprekken,
praten, praten, praten, een hoop papier, boekenkasten vol en  het gevolg is een steeds kleiner wordende groep Christenen, die blijft schreeuwen om waarachtig Christelijk navolgers Geloof en opnieuw teleurgesteld achterblijft.
Wat hebben ze bereikt hoogmoedig als zij waren over hetgeen zij gepresteerd hadden.
William Shakespeare heeft het ons al voorgehouden:
    Trots is eet zichzelf op: trots is zijn eigen spiegel, zijn eigen trompet,
zijn eigen kroniek; en wat zichzelf slechts in de daad prijst, verslindt zichzelf in de lof”.

Een heilige die zichzelf superieur vindt ten opzichte van de z’n broeder, verbeurt zijn heiligheid en wordt als maar slechter.
            Voor mijzelf was het een fase, want cynismen zo heb ik vaak genoeg ontmoet, het spant zich niet graag in, heeft weinig zin de handen uit de mouwen te steken, is niet productief.
Veel eerder zijn er vóórvaderen, die omdat de wereld verder moet, het tot hun taak stelden mensen een stem te geven, wèrkelijk geschiedenis te schrijven, zoekenden op te leiden, de publieke opinie te beïnvloeden, bewustwording te kweken. Die kennen het woord kerkelijke genocide niet, maar grijpen terug op aloude ervaringen, en lopen het gevaar als Profeten in de vergetelheid te geraken.
            Ik heb het over Solovjov’s religieuze metafysica en zijn filosofische onderbouwing die einde negentiende eeuw [reeds] in het [‘oosters’] christendom tegengewicht gaf aan eenzijdigheid in de stromingen van het materialisme, positivisme en de denkwijze waarbij het algemeen nut of welzijn van de mens het uitgangspunt is, kortom het utilitarisme.
Solovjov ging aan de slag met de Platoonse triade van ‘Schoonheid, Waarachtigheid en Rechtvaardigheid’.
Het weer menselijke maken van de samenleving, waarin het principe Schoonheid schuil gaat, wordt in gezuiverde vorm  „integrale creativiteit‟.
Het menselijke kennen, dat verwijst naar het principe Waarheid,
vindt zijn voltooiing in „integrale kennis‟.
• Het menselijke doen en laten, cirkelt rond het principe Rechtvaardigheid, geeft in ultieme vorm de „integrale samenleving‟.
Deze drie integriteiten verenigen elk in zich nog eens drie ondergeschikte entiteiten:
„integrale creativiteit‟ verenigt mystieke ervaring,
artistieke kunst en technische kunst;
„integrale kennis‟ verenigt theologie, filosofie en wetenschap;
„integrale samenleving‟ verenigt kerk, staat en de economie.
De triade „zijn, weten en willen‟ kan men betrekken op respectievelijk de verpersoonlijking van Dimitri, Ivan en Aljosja uit het boek van ‘De gebroeders Karamazov’ van Dostojewski.
Dimitri’ leeft vooral naar wat zijn instincten hem ingeven, en
existeert op het niveau van het brute zijn.
Ivan’ is een ontwikkeld intellectueel die op een rationele manier
tracht tot kennis te komen over onder meer het bestaan van God.
Aljosja’ verlaat op verzoek van zijn leermeester starets Zosima het klooster,
hij trekt de wijde wereld in en stelt zo een ‘wil’s-act’.
De natuurtoestand tussen mensen en de toestand van internationaal ‘recht’ waar, zoals we kunnen constateren helemaal geen recht bestaat zijn gelijksoortige situaties.
Zowel mensen als staten [en religieuze rechtstaten] dienen als vanzelfsprekend een rechtstoestand op te richten. Het is niet alleen zo dat ze beiden een rechtstoestand dienen op te richten, ze dienen dat ook op dezelfde manier te doen [niet alleen woorden, maar ook daden]. 
We dienen als navolgers van Christus, de grote Verlosser van mens en staten,
van staten [en religieuze rechtstaten] juist hetzelfde te eisen als van mensen.
De wereldstaat dient één staat van burgers te zijn die iedere mens zijn/haar basisrechten waarborgt. 
Dat betekent niet dat de staat [en de religieuze rechtstaat] geen enkele rol meer kan spelen, wèl dat mensen evenzeer en misschien zelfs méér burger van de wereldstaat [verenigde kerkstaat] zijn. Aldus wordt vorm gegeven aan de Apostolische grondbeginselen, welke in de vroeg-christelijke  periode al werden gepraktiseerd.

Welke lessen kunnen we uit bovenstaande lezingen trekken?
Wij kunnen wel vaststellen dat wij ondanks al onze menselijke bemoeienissen
zowel individueel als op wereld niveau nog steeds in een chaos leven.
1.]. Wij mensen dienen primair waarachtig gelovige mensen te zijn, niet op basis van een instituut, maar op basis van de ‘oer’-roep tot ‘hulp‘ aan God, wij kunnen het zelf namelijk niet bolwerken.
We dienen onszelf te zien als zonen en dochters van de Koning der Koningen en Heer der Heerscharen – en dat wij niet langer kleine sprinkhanen zijn, die verpletterd worden onder de voet van de wereldse macht, de machtigen der aarde, onze tegenstrever.

IC XC  NI KA [monastieke afbeelding]
We dienen een heilig Geloof te ontwikkelen dat het niet uitmaakt voor welke uitdaging we vandaag staan, maar dat we ‘maar al te goed’ in staat zijn om de wereld ‘met Gods hulp’ te overwinnen.

Dàt is het soort Geloof dat God behaagt.
Zònder dàt is het onmogelijk om Hem te behagen:
    Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. Want door dit [Geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven.
• Door het Geloof verstaan wij, dat
de wereld door het Woord van God tot stand gebracht is, zodat
het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.
• Door het Geloof heeft Abel aan God een beter offer gebracht dan Kain; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, dáár God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt Hij nog, nadat hij gestorven is.
• Door het Geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij aan God welgevallig was geweest; maar
zonder geloof is het onmogelijk [Hem] welgevallig te zijn.
Want wie tot God komt, dient te geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.
• Door het Geloof heeft Noach, nadat hij een godsspraak ontvangen had
over iets, dat nog niet gezien werd, eerbiedig de ark toebereid
tot redding van zijn huisgezin; en door dat [Geloof] heeft hij de wereld veroordeeld en is hij een erfgenaam geworden der Gerechtigheid, die
aan het Geloof beantwoordtHebr.11: 1-7.

2.]. Als gelovige mensen dienen we het vermogen om te spreken te bewaken en
met Geloof gevulde woorden te spreken.
Waarom stierf de hele gemeenschap van Israël in de wildernis?
Ze plukten de vrucht van hun trouweloze, angstige woorden.
Het volk zei vele malen: “We zullen zeker in deze woesternij sterven”, het noodlot was hen nabij en God stond hen toe op die manier over hun eigen toekomst in het bestaan te spreken.
Zeg tot hen:” terwijl ik leef” zegt de Heer,
  precies  zoals u hebt gesproken in Mijn oren, zo zal ik u doen:
de kadavers van u die tegen Mij hebben geklaagd
zullen in deze wildernis vallen,
u allen die volgens uw gehele getal zijn geteld
vanaf twintig jaar en ouder
Num.14: 28-29.

3.]. We dienen ons te bekeren van ons ongeloof en een begin te maken te vertrouwen op God, op een andere manier zal het ons onmogelijk blijken nog vooruitgang te boeken.
En soms kan ons gebrek aan Geloof [door slechts lippendienst te verrichten]
ons beletten om vooruit te gaan op een bepaald gebied, zelfs
nadat we ons hebben bekeerd.
De Israëlieten hadden plotseling berouw over hun gedrag en verzamelden de moed om het land in te gaan, maar het was al te laat.
Mozes waarschuwde hen:
” Ga niet naar boven, want de Heer is niet bij u, opdat
u niet voor uw vijanden wordt neergeslagen
“,
maar zij rebelleerden opnieuw,
zij gingen in hun overmoed zelfstandig omhoog en
werden daarom verslagen door de Amalekieten [stamvader is Amalek; Amal (Hebr.=‘kwaad’)]
en de Kanaänieten [de bewoners van het oorspronkelijk gebied wat
het zinnebeeld werd van de hogere wereld].

Ook de tien spionnen die het slechte bericht van het oorspronkelijk Land
hadden teruggebracht,  werden door de Heer neergeslagen in een plaag, maar
Joshua en Kaleb, ja, die uit den vreemde, die vluchteling,
werden levend achtergelaten.

God had zijn definitieve beslissing genomen;
ze waren nuniet in staat“, nèt zoals ze over zichzelf hadden gesproken.

4.]. We dienen een nederig volk te zijn; iets wat uitnodigt om nagevolgd te worden, door familieleden en door vreemden, bij ons is arrogantie hetzelfde als
een overvloed aan  zelfvertrouwen bezitten.
Mogen wij daarom allen zijn zoals Mozes, die om Genade smeekte namens zijn Volk.

Ons persoonlijk Geloof is belangrijk voor God!
Het Geloof van de Heilige Katholieke en Apostolische Kerk rust op de Pedagogie van de Heer, d.w.z. op de Blijde Boodschap, zoals  het dak van de Kerk bescherming biedt door op de pilaren te steunen.
Door het Geloof hebben wij het Woord van God op de lippen, en verkondigen dat leven slechts kan ontstaan door lijden en sterven heen en dat we in zekere zin deze woorden ‘als dagelijks voedsel’ beschouwen Spr.18: 21.
Wij weten dat het door onze woorden is dat we worden vrijgesproken en door onze woorden zullen we worden veroordeeld Matth.12: 37.  Mogen we daarom in de woorden die we over onszelf en anderen spreken,  behoedzaam zijn en ons Geloof weloverwogen doorgeven.
Mag onze Heer en Verlosser behagen hebben in de woorden van mijn mond , de gedachten van mijn hart liggen open voor Zijn ogen Psalm 18[19]:14.
Wij hebben de Heer en onze naasten lief, omdat De Heer ons eerst heeft liefgehad.
In liefde bestaat er geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit want
de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde 1John.4: 18,19.

  • De hand des Heren was op hem – το χέρι του Κυρίου ήταν εκεί πάνω του – كانت يد الرب عليه – The hand of the Lord was upon him.

    ‘  De hand des Heren begeleidt ons als waterbeken, Hij leidt het overal heen, waar het Hem behaagt. Onder luid geween zullen wij komen en onder smeking zal de Heer ons begeleiden;
    Hij zal ons voeren naar waterbeken op een effen weg, waarop wij niet struikelen.
    Want Hij is ons tot een Vader, en Efraïm, is Zijn eerstgeborene. Hoort daarom het Woord van de Heer, o volkeren, verkondigt het in verre kustlanden en zegt: ‘Hij, Die Israël [de Kerk] verstrooide, zal het verzamelen en het behoeden als een Herder, Zijn kuddeJeremia 31: 9,10.

Apolytikion
Tn.3.    Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken”.

Kondakion
Tn.3.    Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij


Theotokion    
Tn.3.    Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.

4e week na Pinksteren – Onbaatzuchtige – ‘menslievende’ gedragingen in de Pedagogie van onze Heer en Verlosser, Jezus Christus.

John the baptist, in prison‘, by ensley, miniature

    Johannes nu hoorde in de gevangenis de werken van de Christus en liet Hem door zijn discipelen de vraag overbrengen:
       Zijt Gij het, die komen zou, of hebben wij een ander te verwachten?

En Jezus antwoordde en zei tot hen:
‘ Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet: blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen
[de Blije Boodschap] het Evangelie.
En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt.
       Terwijl dezen heengingen, begon Jezus tot de scharen te zeggen van Johannes:
  Wat zijt gij in de woestijn gaan aanschouwen? Een riet, door de wind bewogen?
Maar wat zijt gij gaan zien? Een mens in weelderige kleding? Zie, die weelderige kleding dragen, zijn aan de hoven der koningen.
Maar waarom zijt gij dan gegaan? Om een profeet te zien?
      
Ja, Ik zeg u, zelfs meer dan een profeet.
Deze is het, van wie geschreven staat: Zie, Ik zend Mijn bode voor uw aangezicht uit, die uw weg voor U heen bereiden zal.
       Voorwaar, Ik zeg u, onder hen, die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan, groter dan Johannes de Doper, maar de kleinste in het Koninkrijk der hemelen is groter dan hij.
       Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en geweldenaars grijpen ernaar.
Want al de profeten en de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe; en indien gij het wilt aanvaarden: Hij is Elia, die komen zou.
      Wie oren heeft, die hore!Matth.11: 2-15.

John the Baptist, entering the wilderness

    Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil.
Gij zult nu tot mij zeggen: Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie wederstaat zijn wil?
       Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken?
Zal het geboetseerde soms tot zijn Boetseerder zeggen: Waarom hebt gij mij zo gemaakt?
Of heeft de pottenbakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere tot alledaags gebruik?
       En als God nu, Zijn Toorn willende tonen en Zijn Kracht bekend maken, de voorwerpen van de toorn, die ten verderf toebereid waren, met veel lankmoedigheid verdragen heeft – juist om de rijkdom zijner heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot Heerlijkheid heeft voorbereid?
       En dat zijn wij, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen,  gelijk Hij ook bij Hosea zegt: ‘   Ik zal niet-mijn-volk noemen: Mijn-volk, en de niet-geliefde: Geliefde’. En het zal geschieden ter plaatse, waar tot hen gezegd was: gij zijt mijn volk niet, daar zullen zij genoemd worden:
kinderen van de levende God’.
       En Isaiah roept over Israël uit: Al was het getal van de kinderen van Israël als het zand der zee, het overschot zal behouden worden; want
wat Hij gesproken heeft, zal de Heer doen op 
de aarde, volledig en snel.
      En gelijk Isaiah tevoren gezegd had: Indien de Heer Sabaoth ons geen zaad overgelaten had, als Sodom zouden wij geworden zijn en aan Gomorra zouden wij gelijk gemaakt zijn.
      Wat zullen wij dan zeggen?
Dit: ‘ heidenen, die geen gerechtigheid najaagden, hebben gerechtigheid verkregen, namelijk gerechtigheid, die uit Geloof is; doch Israël [de Kerk], hoewel het een Wet ter gerechtigheid 
najaagde, is aan de wet niet toegekomen.
Waarom niet? Omdat het hierbij niet uitging van Geloof, maar van vermeende werken.
Zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots, gelijk geschreven staat:
‘              Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis, en wie op Hem zijn Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen

Rom.9: 18-33.

    En God, Die de harten kent, heeft getuigd door
hun de Heilige Geest te geven evenals ook aan ons, zonder
enig onderscheid te maken tussen ons en hen, door het Geloof hun hart reinigende.
Nu dan, wat stelt gij God op de proef door een juk op de hals der discipelen te leggen, dat noch onze vaderen, noch wij hebben kunnen dragen?
Maar door de Genade van de Heer Jezus geloven wij behouden te worden op dezelfde wijze als zij.
       En de gehele vergadering werd stil en zij hoorden Barnabas en Paulus verhalen wat al tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had.
En nadat dezen uitgesproken waren, nam Jaäcobus het Woord en zei:
       Mannen broeders, hoort naar mij! Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is
één Volk voor Zijn naam uit de heidenen te vergaderen.
       En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat:            ‘ Daarna zal Ik weerkeren en de vervallen hut van David weer opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weer opbouwen, en Ik zal haar weer oprichten, opdat het overige deel der mensen de Heer zal zoeken, en alle heidenen, over welke Mijn Naam is uitgeroepen, spreekt de Heer, Die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn.
       Daarom ben ik van oordeel, dat men hen, die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet verder moet lastig vallen, maar hun aanschrijven, dat zij zich hebben te onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikte en van bloed. Immers Mozes heeft van oudsher in iedere stad, die hem prediken, daar hij elke sabbat in de synagogen wordt voorgelezen.
       Toen besloten de apostelen en de oudsten met de gehele gemeente mannen uit hun midden te kiezen en met Paulus en Barnabas [Hebr.=‘zoon van rust’] naar Antiochië te zenden:
Judas
[Hebr.= uit de stam Juda = ‘geprezen’], genaamd Barsabbas [Hebr. zoon van Sabba = ‘licht’,’zuiver’], en Silas [Hebr.= ‘de weg], mannen van aanzien onder de broeders.
       En men schreef door hun bemiddeling: De apostelen en oudsten groeten als broeders de broeders uit de heidenen in Antiochië [Hebr.=‘gedreven tegen’], Syrië [Hebr.=‘verheven’ en Cilicië [het land van Celix = Hebr.’cimbaal’].
Aangezien wij gehoord hebben, dat enigen uit ons midden u met hun woorden hebben verontrust, uw zielen in verwarring brengende, hoewel wij hun niets geboden hadden, hebben wij eenstemmig besloten mannen te kiezen om die tot u te zenden met onze geliefden, Barnabas en Paulus
[Hebr.=‘klein’], mensen, die hun leven hebben overgehad voor de Naam van onze Heer, Jezus de ChristusHand.15: 8-26.

Het Evangelie, de Blijde Boodschap, de Heilige Schrift.

    Wanneer jullie naar de Stem van de Heer, uw God, luisteren door
Zijn Geboden en Inzettingen te onderhouden, D
ie in dit Wetboek geschreven staan; wanneer jullie je tot de Heer, uw God, bekeert met geheel uw hart en met geheel uw ziel.
       Want dit gebod, dat ik u heden opleg, is niet te moeilijk voor jullie en het is niet ver wegHet is niet in de hemel, zodat gij zoudt moeten zeggen:
‘ Wie zal opstijgen ten hemel, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen? En het is niet aan de overkant der zee, zodat jullie zouden moeten zeggen:
Wie zal oversteken naar de overkant der zee, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen?
       Maar dit Woord is zeer dicht bij jullie, in jullie mond en in jullie hart, om het te volbrengen.
Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwaad:
Doordat ik u heden gebied de Here, uw God, lief te hebben door in zijn wegen te wandelen en zijn geboden, inzettingen en verordeningen te onderhouden, opdat gij leeft en talrijk wordt en de Heer, uw God, u zegene in het land, dat jullie in bezit gaan nemen.
Maar indien uw hart zich afwendt en gij niet luistert doch u laat verleiden en u voor andere goden neerbuigt en hen dient, dan verkondig ik u heden, dat gij zeker te gronde zult gaan; niet lang zult gij leven in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit gaat nemen.
Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek;
kies dan het leven, opdat jullie zullen leven, jullie en jullie nageslacht,
⁌  d
oor de Heer, uw God, lief te hebben, naar Zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want
⁌  dat 
is uw leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land, waarvan de Heer uw vaderen, Abraham, Isaäc en Jaäcob, gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou“ Deut.30: 10-20.

Waaruit ontstaat de behoefte om iemand anders
– ‘hulp aan te bieden’-?
Wanneer we als mens zijnde leed waarnemen, wekt dit
een emotionele reactie bij ons op, oftewel empathie.
Het kan bij deze empathie blijven of de reactie kan
uitgroeien tot de behoefte om deze medemens te helpen,
hem/haar bij te gaan staan.
In zulke gevallen is er sprake van altruïsme, ofwel
onbaatzuchtig gedrag.
Tussen het opkomen van de gedachte en het uitspreken van
de gedachte verstrijkt nogal eens wat tijd waardoor je
je er op een gegeven moment niet langer bewust van bent
wie’ je, ‘wat’ je en ‘waarmee’ je iemand hebt willen bijstaan.

Er zijn twee verschillende vormen van altruïstisch gedrag die in de praktijk met elkaar worden verward.
Dit gebeurt bij het ten onrechte benoemen van ‘positief’ altruïsme tegenover het ‘negatieve’ egoïsme.
Wetenschappers hebben ondervonden dat het een
niet bestaat zonder het ander.
De beste uitkomst is wanneer ‘het totale welbevinden
wederzijds het hoogst is’, dit wordt ook wel het welzijn’s-model genoemd.
Het egoïsme speelt hierbij een duidelijke rol, namelijk dat de gene, die zijn belang zoekt [de egoïst] en de altruïst tevreden zijn bij een beslissing waarbij
de altruïst  betaalt en de egoïst ontvangt. Kortom: beide partijen zijn gelukkig met de beslissing.

    Ja, Vader [, Die in de hemelen zijt], want zo is het een welbehagen geweest voor U. Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren.
      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 
want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht” Matth.11: 26-30

Wat is de definitie van het -‘in God’s Naam’- verlenen van hulp?
Enige kenmerken:
✥ iemand in Christus aanmoedigen, stimuleren/aansporen op de geestelijke weg;
✥ u in Christus Naam, als God’s bescherming of ondersteuning aanbieden;
✥ u iemand in Christus Naam, als God’s hulp aanbieden;
✥ u bereid bent om daadwerkelijk in Christus Naam, in God’s Naam
naar iemand te luisteren, zodat hij/zij zich gehoord voelt.
           Met name in moeilijke tijden van de ontvanger bij ziekte of tegenslag
is een behoefte aan ondersteuning wellicht groter dan in ‘normale’ tijden.
De Gelovige mag dàn graag uw ervaringen delen met anderen;
– feed back of respons is dàn minder van betekenis, speelt dàn haast geen rol.
           Daar tegenover staat dat gebrek aan het geven van ondersteuning
gevoelens ontstaan van:
⁌  eenzaamheid, ik sta er helemaal alleen voor,
⁌  het rust allemaal op mijn eigen schouders,
⁌  ik kan het niet met anderen delen.
           Steun geeft immers verbondenheid aan en
je kunt er jezelf krachtiger of zelfverzekerder door voelen.

           Er is een verschil in het proces tot behoud van zelfstandigheid in steunen of leunen. Zoekt je hulp? Wat voor ondersteuning zoek je dan?
Wil je gewoon je verhaal even kwijt? Zoek je emotionele steun?
Òf wil je gewoon eventjes gedachten uitwisselen;
Òf is de vraag een klankbord, feedback?
⤽          Wil je soms een periode leunen op de ander?
Dan gebruik je de ander als aanleun-woning maar neem je zelf geen enkele verantwoordelijkheid meer voor het vraagstuk waar je mee bezig bent.
⤽         De valkuil hierbij is dat je ontzettend afhankelijk wordt van de steun van de ander. Zodra jouw behoefte aan steun doorslaat en jij afhankelijk wordt van steun van andere mensen gaat het ten koste van jezelf.
Min of meer dreigt hier een afhankelijkheidsrelatie te ontstaan.
Zodra de ander je maar steunt, voel je jezelf goed en blijf je jezelf goed voelen.
Jouw gevoel of gemoedstoestand wordt dan afhankelijk van wat anderen doen of nalaten.
Leerdoelen die hieruit voortkomen zijn o.a.;
⤽           dat er een feitelijke balans dient te zijn tussen zelfstandigheid enerzijds en de behoefte aan hulpverlening anderzijds.
⤽          Sommige mensen hebben ogenschijnlijk nooit behoefte aan hulp maar
wat er vaak speelt is dat ze geen hulp willen of durven vragen.
Men tracht zich op deze wijze sterk en groot houden en laten zien dat ze het zelf wel kunnen.
⤽          Het gevaar hiervan is vastlopen door -‘de lat’- te hoog te leggen,
teveel hooi op de eigen vork te nemen en hulpvragen die er wel zijn te ontlopen, te verdoezelen.
⤽          Nog een andere invalshoek:
je vraagt niet om hulp maar je wordt gevraagd om de ander te ondersteunen?
Belangrijk is goed te luisteren naar wàt de ander je wel niet vraagt.
           Wàt is zijn/haar werkelijke behoefte?
           Zoekt de ander steun of steunzolen?
Zoekt de andere emotionele ondersteuning of
wil hij/zij jou als aanleunwoning gebruiken?
⤽           In dit laatste geval wordt je geclaimd en ergens mee opgezadeld;
wellicht zit je daar helemaal niet op te wachten [zeg dat dan ook, schep duidelijkheid en laat een claim tot afhankelijkheid niet maar voortduren door evaluaties in te bouwen].

zebrapad, tweerichtingsverkeer

Wanneer je ervan uitgaat dat ‘eigenbelang’ de belangrijkste drijfveer
is van de mens is helpen dan nog wel opportuun?
Je daad wordt er namelijk niet minder goed om
indien er een motief tot wederzijds totaal welbevinden achter zit.
           Bovendien wordt de hulpverlener er mogelijk gelukkig van om te helpen,
ook wel de “verhevenheid van de helper” genoemd.
Het kan worden omschreven als een euforisch gevoel dat wordt opgevolgd door een periode met minder stress en meer energie.
           Er wordt vaak aan grote projecten gedacht wanneer men denkt aan ‘goed’ doen. 
Toch blijkt het regelmatig  te zijn dat hier vaak maar heel weinig van terecht komt.
Onderzoeken wijzen uit dat dit voor een ‘altruïstische dromer’, een luchtkastelen-bouwer weinig of geen verschil uitmaakt, die raast maar door.
Het morele gevoel wordt namelijk reeds bevredigd door alleen maar ‘te praten’ over het aanbieden van hulp en te blijven aanbieden, tot verstikkens toe.
Op het aanbieden volgt immers tevens de realisatie van het beloofde en dàt wordt veelal aan het lot of aan anderen overgelaten; [door middel van renteloze leningen (van buitenstaanders) òf het afschuiven van verantwoordelijkheden].
Hierdoor wordt het daadwerkelijk uitvoeren van de hulp als het ware minder “noodzakelijk”, die ander knapt het wel op, of je schuift de pijn van de gevolgen van de hulp naar de toekomst door [‘wie dan leeft, die dàn zorgt’].
Bovendien blijkt een altruïstisch initiatief vaak aanvankelijk gebaseerd te zijn op een impuls; het vergt namelijk ontzettend veel voorbereiding om een project daadwerkelijk ook uit te voeren, zeker wanneer je dit ‘zelf’ dient te realiseren.

– In de jaren tachtig is er veelvuldig onderzoek gedaan naar de reden dat mensen vrijwilligerswerk deden. Hieruit is gebleken dat dit werd gedaan om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Dit kan worden gedaan om meer werkervaring op te doen en deze op het eigen uiterlijk kunnen, de CV te kunnen vermelden.

Vrijwilligerswerk – Slavernij

Recente gegevens tonen nog onvoldoende aan of het tegenwoordige vrijwilliger’s -werk om dezelfde reden wordt gedaan of dat er sprake is van egoïstische motieven, bijvoorbeeld dat de ontvanger en de gebruikmaker van het vrijwilligerswerk, stelselmatig slechts profiteert en de vrijwilliger een armzalig bestaan blijft leiden [lijden].
Zelfs in de tijd van de VOC bleken de Amsterdamse welgestelden hier wel raad mee te kunnen en werd grof aan de mensenhandel verdiend [incl. het huis van Oranje]. In onze tijdsperiode wordt namelijk wat anders als de dienstverlener van die hulp, zich ontpop

wolf & kudde by Steaffan Windstrand

t als een zelfverrijkende bank, vezekering’s-maatschappij, pharmaceutische-industrie of de een of andere soortgelijke zorg-instelling, die zich blijken massaal als cowboys blijken te ontwikkelen als wolven onder de schapen.
               Hoe breng je de spirituele essentie van het wezen van de mens boven water, die enerzijds ‘het hele lichaam doordringt‘, maar tegelijkertijd op een onbegrijpelijke wijzer verborgen is en ‘fysiek ongezien‘ blijft. Zicht hebben op en hechten aan God’s Beeld en gelijkenis is een geestelijk zien.
Deze vraag staat centraal in de theorie en praktijk van de godsdienstige beweging, en de Kerkvaders hebben een reeks technieken ontwikkeld om
mensen bij te staan dit in hun zielen te ervaren. Een dergelijke manier van bestaan spreekt iedere mens aan en treft hen tot in het hart, zo niet dan gaan mensenmassa’s daaraan ten gronde.
Naast het ‘gewone, algemeen aanvaardde‘ regime van Wet en de uitwerking van de geboden omvatten deze methoden een complementaire mengeling van contemplatie, visualisatie, ervaringen van vreugde, droefheid, innerlijk geraakt worden bij de studie van Mystieke teksten.
Zoals we in Deuteronomium lezen is deze vraag niet alleen relevant voor
de innerlijke structuur van de religieuze ervaringen van het individu, maar
tevens van belang voor de algehele verlossing van de mensheid en de geschapen wereld.
De Kerkvaders verwezen – in hun tijd – reeds naar de laatste generatie van ‘het leven in ballingschap [de woestijn en de daarop volgende verlossing] en
de eerste generatie die ‘ de Verlossing en Opstanding’ reeds hebben ontvangen en
verklaarden dat het geheel van inzettingen en verordeningen voor de dienaar God’s in de historische missie van iedere generatie niets minder is dan het inluiden van de Goddelijke realiteit, tot een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde, waarin het iedereen gegeven mag zijn te delen in de vreugde van de weelde, hetgeen een Goddelijk Inzetting/Gebod is.

Adonai is het meervoud van Adon, wat betekent: “Heer, Meester, of eigenaar” [het woord Adon is afgeleid van een Ugaritische woord “Heer” of “Vader“].

Een belangrijk onderdeel van het utopische tijdperk is de openbaring van de waarachtige goddelijke aard van de materiële wereld en alles wat daarin bestaat.
Zoals de ziel in de kunst wordt beschreven als ‘een waarachtige Genadegave, een bijdrage van God’s-wege’ vereist het proces van het creëren ‘Verlossing‘ opdat elke persoon ernaar streeft om zijn eigen ziel en de zielen van anderen te onthullen.
Wanneer kunst van deze informatie gebruik maakt,  resoneert het in/met ons
een gevoel van essentiële zelfheid, en we ervaren de esthetische waarde als geluk; als een ‘open brief’ of een getuigenis aan ‘Adonai‘ [‘mijn Heer en mijn God‘, omdat de Naam als aanduiding van God uit respect niet werd uitgesproken].

Onderscheidingsvermogen

Mid-Pentecost [russian, 18th cnt], op twaalfjarige leeftijd spreekt onze Heer al moedig met de leraren in de Tempel
Hoe méér de menselijke ziel wordt ontsloten, hoe méér God en Zijn Goddelijke Genade in de wereld geopenbaard wordt en dan bedoel ik over de gehele wereld waarin de Jood’s-Christelijke cultuur alom aanvaard wordt.
Het is ons bekend, neem als voorbeeld die Heiligen, die zonder enige vooropleiding, “wier begrip in kennis van God beperkt is” en daarom geen liefde en vrees voor God zouden hebben dienen te ontwikkelen als gevolg van een intellectuele gerichtheid, toch blijken “buitengewoon dichtbij” God en Zijn Genadegaven te kunnen naderen.
Dit is vanwege de aard van de gelovige ziel [de nous *] die “in zichzelf” een verlangen meegekregen heeft zich te verenigen met Zijn oorsprong en
de Bron welke uit God [bij de schepping] is voortgekomen.
*    [Met Nous wordt de hoogste vorm van denken, een bijna goddelijk denken bedoeld. Het is de soort intellectuele intuïtie die aan het werk is als je definities, concepten ineens begrijpt, plots ‘geestelijk ziet‘, als bij een goddelijke ingeving].
Dienovereenkomstig is de modus operandi het opgraven van het externe ego dat
uiteindelijk een wortel/grondslag in de menselijke ziel zal onthullen, die
van nature volkomen verenigd is met God.

God kan echter alleen ‘Waarachtig‘ bekend worden door de Genade van de Heilige Geest. Dit komt omdat echte kennis van God niet intellectueel maar ‘ervaring’s-gericht werkt: op Hem gaan lijken en zoveel mogelijk met Hem verenigen. Dat is waarom de mate van ware kennis voortkomt uit de mate van Liefde: hoe volmaakter de Liefde tot God en de naaste, hoe perfecter uw kennis zal zijn.

De ervaring van het Geloof toont het ‘niet als ongewoon ervaren’ voorkomen als
een bewijs aan dat deze aangeboren, ingelegde liefde inderdaad aangeboren is:
Zelfs de … god-belijders van een ver afgelegen en onderontwikkelde bevolkingsgroep offeren in de meeste gevallen hun leven voor de heiligheid van God’s Naam en ondergaan een lijden in hardvochtige martelingen in plaats van de enige God te verloochenen, hoewel ze moedig en ongeletterd zijn en nog onwetend zijn wat betreft God’s Heiligheid, Sterkte en On-sterfelijkheid.
Want welke kleine kennis de mens ook mag bezitten, zij put absoluut ‘niet’ uit kennis en wetenschap, en dus geven ze hun leven niet op vanwege enige kennis of contemplatie ten opzichte van God.
Eerder belijden zij God in [het martelaarschap] zonder enige kennis en reflectie, maar alsof het absoluut onmogelijk zou zijn om de ‘enige‘ God af te zweren; en
zonder enige reden of aarzeling van wat dan ook.
Fanatieke ontkenners van het Geloof en zondaars offeren hun leven niet op vanwege hun intellectuele begrip van God’s Grootheid en de emotionele vorming, welke is afgeleid van dergelijke basale vaardigheden, processen of waarnemingen.
Integendeel, er is iets ‘in-gebed’, het principe -‘gepaard gaand met de dood’- in de ‘toch gelovige psyche’, aangeduid als de gelovige kern, die altijd definitief met God verbonden is.
De irrationele keuze van een zichzelf verklarende atheïst is een openbaring van de diepste schuilhoeken van de gelovige ziel, om zijn leven in het belang van God belangeloos op te geven.

De openbaring van de ziel beschrijft als het ware het resultaat van een extreme mate van externe druk. Het is wanneer een niet-gelovige vijand met een zwaard naar de keel van de gelovige wijst, zodat de verborgen kern van de gelovige daarmee wordt onthuld; de oer-kreet is ‘help’ of hoe de schreeuw om hulp ook geformuleerd wordt.
Wat en van Wie komt de verwachtte hulp in de dood’s-strijd? –
♨︎ van ‘De Ene‘, Die de Heilige, de Sterkere en On-sterfelijke is’, dus van ‘God’.
Los van een dergelijke externe druk, is het voor een mens mogelijk zijn gehele leven toch als gelovige te leven met zijn innerlijke goddelijke kern, die verborgen blijft onder de lagen van zijn/haar kleine en zelfzuchtige ego.
Ons goddelijk kindschap bestaat er niet alleen in dat wij met God omgaan zoals
een zoon met zijn vader. Dat zou immers mysterieus, ontzagwekkend en onwaarschijnlijk groot dienen te zijn.
Het betekent dat de heilige Geest ons werkelijk verenigt met God, Die ons gelovigen via de Zoon is geopenbaard en dat wij door Hem, als ledematen van Zijn Lichaam, werkelijk kinderen van God de enige Vader zijn.
Nooit en te nimmer zullen we immers vèr genoeg in dìt immense Mysterie  kunnen doordringen.
En wij gelovigen zullen we God er nimmer genoeg voor kunnen bedanken dat Hij Zich, via Zijn Zoon -‘ons nietige mensen’ waardig bevonden heeft te doen delen in het goddelijk leven van de Al-Heilige  Drieëenheid, door ons te verheffen tot de conditie als kinderen van God.

H. Cyprianus, toezichthouder van Carthago [3e eeuw]

Reeds nu zijn wij kinderen van God’s kudde:
verenigd met het lichaam van Christus, de Kerk, in de eenheid van de Vader en de Zoon en de heilige Geest
” Heilige Cyprianus, ‘in aanbidding tot de Heer’ [oratione dominica].
Op die wijze dienen wij altijd naar de Kerk te kijken en intensief samen te werken aan het bevorderen en het verbeteren van de onderlinge verbondenheid met onze broeders en zusters [Raad van Kerken], die ons verenigt met alle leden van het Mystieke Lichaam van Christus.
De Oecumene is wat dat aangaat een voor iedereen aantrekkelijke attractie, die
wanneer je het opgeven van bestuurlijke functies in ogenschouw neemt, eerst bij het einde der tijden door het enige eigenlijke Hoofd van de Kerk, onze weerkerende Heer en Verlosser, gerealiseerd zal kunnen worden. We dienen alles wat op de heilige Kerk betrekking heeft te zien als iets dat ons allen, geen bloedgroep uitgezonderd, ontzettend aangaat.
Laten wij de christelijke oproep tot een vertrouwelijke omgang met God
– dat wil zeggen tot de heiligheid, tot heelheid – meer en meer serieus nemen; niet als iets ‘algemeens‘ maar concreet’,
met alles erop en eraan bij de gemeenschap waar we ons ‘thuis’-zijn ervaren:
als de Wil van God voor ieder van ons, die bij onze naam geroepen zijn.
    Want jullie weten, welke voorschriften wij jullie gegeven hebben door de Heer Jezus Christus. 
Want dit Wil God: jullie heiliging, dat jullie je zult onthouden van de ontucht [je bindt aan een ander (de wereld) dan aan God], dat ieder van jullie in heiliging en eerbaarheid zijn vat [toegevoegde waarde als mens] zal weten te verwerven, niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals ook de heidenen, die van God niet weten, en dat men zijn broeder niet slecht zal behandelen of bedriegen in deze zaak, want de Heer is een wreker van dit alles, zoals wij u ook vroeger gezegd en nadrukkelijk betuigd hebben.
Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging. Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, Die u immers ook Zijn Heilige Geest geeft“ 1Thess.4: 2-8.
De Heer stelt ons de heiligheid niet alleen voor als een doel waarnaar wij moeten streven, maar veeleer als een doel dat God Zichzelf heeft gesteld om als Vader tot bij ons te komen.
Wij dienen daarom niet ontmoedigd te geraken door onze zwakheid, want wij kunnen altijd rekenen op ‘de Sterkte van God’ wanneer wij vaak naar de bronnen van de Genade gaan: ‘de vereniging in het Mysterie van de Goddelijke Liturgie, het belijden van onze ongerechtigheden in het Mysterie van het door onze tranen herdoopt worden ‘de biecht’, en ons niet aflatend [Jezus-]gebed.
Met gebruik te maken van deze aan God ontleende “Sterkte” zijn wij in staat het werk en de rust, het gezinsleven en de onderlinge sociale betrekkingen,
onze gezondheid en ziekte, te heiligen.
Dat wil zeggen, wij kunnen onze beperkingen en ellende overwinnen en
vooruitgang vinden op de Christelijke weg, Die door de werking van de heilige Geest, leidt naar de uiteindelijke vereniging met Jezus Christus:
    Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen van God zijn.
Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in Zijn Lijden en sterven, is dat om ook te delen in zijn ver-Heer-lijking. Want ik [apostel Paulus] ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de Heerlijkheid, Die over ons geopenbaard zal worden.
Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de zonen van God.  Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om [de Wil van] Hem, Die haar daaraan onderworpen heeft, in de Hoop echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid bevrijd zal worden tot de Vrijheid van de Heer-lijkheid van de kinderen van GodRom 8: 16-21.

Het verkrijgen van onderscheidingsvermogen
Om onderscheidingsvermogen te verkrijgen dienen wij dag in, dag uit te bidden:
        Heer, schenk gehoor aan mijn woorden; geef acht op mijn geroep.
– Luister naar de stem van mijn smeken, mijn Koning en mijn God.
– Tot U, Heer, richt ik mijn bede; in de ochtend hoort Gij mijn stem.
– In de vroege morgen sta ik [reeds] voor U, en Gij ziet op mijn neer.
– Gij zijt geen God die onrecht wilt; geen boosdoener kan bij U wonen.
Wetsovertreders houden geen stand voor Uw ogen, Gij haat allen die onrecht bedrijven.
– Gij vernietigt allen die leugen spreken; de Heer verafschuwt mannen van bloed en bedrog.
Maar door de overvloed van Uw barmhartigheid, mag ik binnentreden in Uw huis.
– Ik zal neervallen voor Uw heilige Tempel, in vreze voor U.
Heer, leid mij in Uw rechtvaardigheid wegens mijn vijanden; maak mijn weg recht voor Uw aanschijn.
Want in hun mond is geen waarheid: hun hart is lichtzinnig.
Een open graf is hun keel. zij plegen bedrog met hun tong.
Oordeel hen, God, doe hen vallen in hun plannen.
Verstoot hen om hun talrijke misdaden, want zij hebben U getergd, o Heer.
Maar schenk vreugde aan allen die op U hopen: zij zullen juichen in eeuwigheid, want Gij woont onder hen.
Op U roemen allen die Uw naam liefhebben, want Gij zegent de gerechten.
Heer, met een schild van welbehagen hebt Gij ons omringd
Psalm 5. vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Ouderling Joseph the Hesychast [1898-1959, I.M. Philotheou, van de berg Athos [Gr.], raadt dit eenieder van ons mensen aan:
1.]. ’De Ene te blijven zoeken. . .
Die is in staat om de wateren van de wateren te scheiden . . . en 
Die ons mensen bijbrengt, hoe je waanideeën kunt vermijden “ uit: ‘Monastic Wisdom’, blz. 188.
2.]. Vervolgens is het noodzakelijk dat we ons verwijderen [bekeren] van alle ongerechtigheid, slechte werken en het spreken van leugens, zodat de corrupte dingen in ons, die afstammen “van een bittere wortel” in zoete voeding voor de ziel worden getransformeerd”
conf. Heilige Nikitas Stithatos, Philokalia, deel 4, blz. 81.
3.]. Door de Genade van God, laten we onophoudelijk bidden en aanbidden
totdat “de vrees voor God” volledig in ons ontwaakt is.
Ouderling Joseph vervolgt:
Een mens, die . . . vervuld is van goedgunstigheid, zal ten alle tijde voorzichtig zijn en nooit overmoedig worden of op zichzelf vetrouwen, maar brengt voortaan de rest van zijn leven onophoudelijk de vreze God’s voor ogen . . . .”.
4.]. Smeken we onze Heer en Zaligmaker om ons “op de weg van Zijn Gerechtigheid” te leiden en onze wegen “recht houden voor uw Aanschijn”.
In de H. Diadochos van de toezichthouder Photike [4e eeuw], leidt rechtvaardigheid “naar boven op naar de zon van de Gerechtigheid en ontsteekt het in ons binnenste . . . grenzeloze verlichting uit: Philokalia, deel 1, blz. 254.
5.]. Wij mensen dienen alle ijdele en bedrieglijke woorden, duivels en goddeloosheid te onthullen om ze “te verwerpen” [zoals bij de voorbereiding op het Mysterie van de doop ‘uit te spuwen‘].
Wanneer onze geest gevangen wordt gehouden door . . . de duisternis van de vijand,  . . . laat dan alles achterwege . . . stop onmiddellijk met gedachtenspinsels te ontwikkelen of een betoog te houden, want we kennen immers de Waarheid niet zolang onze geest niet gezuiverd is” uit: kleine Russische Philokalia, deel 4, p.125.
6.]. Smeek de Heer onophoudelijk: ‘Kom en verblijf in ons en reinig ons van alle smet en red onz zielen o, Al-Goede’, teneinde in ons te wonen, opdat
we ons in de Hoop op Hem mogen zijn en “ons ooit in Zijn Koninkrijk zullen verblijden”. 
De Heer trekt ons weg van kwaad, jaloezie, bedrog en “een werveling van verlangen” Wijsheid 4: 11-12, opdat we in ons door de Heilige Geest onderscheidingsvermogen, d.w.z. ‘goddelijk inzicht’ mogen verkrijgen.
Zoals de psalmist zegt:
veel vrede hebben zij die God’s geboden liefhebben, en
voor hen is er geen struikelblok
Psalm 118 [119]: 165.
7.]. Tenslotte, stel je hart open en stem toe aan heerlijkheid in de Heer.
Wees blij dat je de Liefde van Zijn Naam in je hebt, want
Hij belooft dat Hij “de rechtvaardigen zal zegenenPsalm 5: 12 en
“met Zijn welbehagen schild en kroon ‘Zijn’ mensen zal omringen” Psalm 5: 13.

Bij het toepassen van deze stappen dienen we altijd het advies van Abba Serapion de Sindonite op te volgen teneinde “te leren dat we zullen worden toegestaan de gave van echte discriminatie wanneer we vertrouwen, niet langer in de oordelen van onze eigen geest, maar in de lering en heerschappij van onze vaders. De duivel brengt immers de mens [en zeker de ascetische worstelaar] op een effectievere manier naar de rand van vernietiging door hem stelselmatig te trachten te overtuigen om de vermaningen van de vaderen te negeren en zijn eigen oordeel en verlangens na te volgen, dan door bij zichzelf een andere fout zal erkennenPhilokalia, deel 1, blz. 104.

Hier volgen dan nog vijf signalen ter waarschuwing van de Heilige Paisius Velichkovsky van Moldavië & Mount Athos [1794], die ons eveneens steun kunnen bieden bij het onderscheidingsvermogen:
dat wanneer we worden aangevallen door de boze, maar het beste haast kunnen maken ons voor bijstand naar onze biechtvader te rennen.
Onze gedachten zijn immers:
1.]. Voorzeker belemmerd of op z’n minst afgeweken van de goede weg;
2.]. zijn niet langer kalm en rustig, maar zijn door de aanval van de boze zowel in hart als geest met verstoord;
3.]. Dit veroorzaakt diep in ons hart sterven’s smart en pijn;
4.]. Dit verblindt ons, we verliezen al de ingevingen van vrees voor de Heer;
5.]. we zijn niet meer in staat vrijuit onze goddelijke werken te verrichten,
maar ondervinden alleen nog maar last van duisternis en verwarring.

Verlicht onze harten,
O Meester met het zuivere Licht van Uw Goddelijke Kennis en
open onze noetische ogen voor het begrip van uw Pedagogie van het Evangelie.
Want Gij zijt onze verlichting, o Christus onze God, en
aan U brengen wij eer aan Uw Vader en Uw Heilige Geest
”.
Gebed door de priester vóórafgaand aan het lezen van het Evangelie.

3e Zondag ná Pinksteren – De ‘Mystieke’ ervaring van het genezen.

Christus, alleen Heerser, & de Apostelen; Christ Pantokrator & the Apostles; Xristos Pantokrator & Apostoloi

    De lamp van het lichaam is het oog.
Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn.
Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!
       Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen en Mammon.
       Daarom zeg Ik u:
Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of drinken, of over uw lichaam, waarmee gij het zult kleden.
       Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?
Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven?
       Wie van u kan door bezorgd te zijn een el aan zijn lengte toevoegen?
En wat zijt gij bezorgd over kleding? Let op de leliën van het veld, hoe zij groeien:
       zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze.
            Indien nu God het gras het veld, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?
            Maakt u dan niet bezorgd, zeggende:
Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden?
Want naar al deze dingen gaat het zoeken van de heidenen uit.
Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft.
           Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en
dit alles zal u bovendien geschonken worden
Matth.6: 22-33.

    Wij dan, gerechtvaardigd uit het Geloof, hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door Wie wij ook de toegang hebben verkregen in het Geloof tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de Heerlijkheid van God.
       En niet alleen (hierin), maar wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding bedroefdheid, en de bedroefdheid hoop; en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is, zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te Zijner tijd voor goddelozen is gestorven.
       Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven – maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven.
God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
       Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.
       Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft
Rom.5: 1-10.

              Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten;
gij kunt niet God dienen en Mammon
Matth.6: 24; Luc.16: 13.

Zelfgenoegzaamheid is een dodelijke vijand van alle spirituele groei

              Ik meen dat het bij de engelen ‘complacency’ wordt genoemd, maar ik hoor het die toezichthouder nog steeds zeggen:
Het wordt toch wel tijd dat de kerkgangers van mijn gemeenschap mij een nieuw kleed cadeau zullen doen, m’n oude is weliswaar niet versleten, maar tòch – het wordt hoog tijd’. Het spijt me maar op zo’n moment hoor ik het aloude liedje van ‘Sinte Maarten’: “ m’n moeder mag het niet weten, m’n vader heeft geen geld, is dat niet vlot verteld”.
             Het mag wel gemakkelijk in de omgang zijn, maar het bevreemd mij:
hoe gemakkelijk sommige spelleiders en toezichthouders in hun manier van leven de dienst aan God voor die aan de Mammon verwisselen.
De lamp van het oog mag dan misschien verlicht zijn, er komt bij mij in zo’n situatie toch wel het idee van enige ‘overpowering’/‘overwhelming’ opborrelen.
Je kunt weliswaar bepaalde wensen hebben, maar toch je zet jezelf wèl degelijk te kijk.

  • Hoe gemakkelijk onroerend goed als kerkelijk bezit wordt overgedragen van en aan project-ontwikkelaars, terwijl menig armoedzaaier daar toch hemel- en aarde toe heeft dienen te bewegen om tot de financiering tot de bouw van dat god’s-huis te komen. De houding van het ene kerkgenootschap verschilt niet in wezen van de andere, met gevolg dat de uitroep: ‘Heer, de Waarheid wordt zeldzaam onder de mensen’ – mij eveneens telkenmale over de lippen komt.
    Door een dergelijke rechtvaardiging uit het Geloof, hebben velen hun Vrede en hun Hoop op verlossing van kerkelijke zijde reeds enige decennia geleden gedag gezegd.
  • Weet wèl dat de Kerk slechts een bestaansgrond bezit om zielen te redden en heiligen voort te brengen. Indien je ‘het heiligen‘ uit het menselijk leven bant, haar theologie en haar ‘ere’-dienst, houdt de Kerk òp Christus ná te volgen.
    Je zou het kunnen noemen wat je wilt, maar het zou ‘niet langer‘ de Kerk zijn.
    Christus Zelf heeft aangegeven dat de ‘rechtgelovige‘ Kerk, Die van ‘het ware Geloof‘ in Christus, Zijn Kerk is, waarvan ‘Hij’ het hoofd is.
    Deze Kerk bevat de schat van de Genade van de Heilige Geest, Die de Kerk naar
    de gehele Waarheid‘ leidt.
    De Kerk doet dit, in overeenstemming met Zijn onweerlegbare belofte,
    door het verlenen van Genadegaven,
    door Zijn heiligen in deze Kerk te manifesteren en te verheerlijken
    door middel van een groot aantal tekenen en Mysteriën [RK = Sacramenten].
  • Het is een gevolg van deze empirische waarheid dat eenieder
    • òf die zich als toezichthouder of spelleider, d.w.z. ‘geestelijke’ mag noemen
    • òf de gewone leek, de gewone gelovige, die door woord of daad,
    de heiligen kleineert, àchter blijft wat betreft het Geloof.
    En wanneer wij hierbij de Paulinische uitdrukking mogen gebruiken,
    veroordelen ze zichzelf voor God en Zijn heiligen.
    Aan de andere kant laat de empirische Waarheid in het leven van de Kerk zien dat zij die de heiligen liefhebben en hen op verschillende manieren eren,
    met name door de Kerk in eerbied te volgen, hetgeen zij uiten door navolging in
    de goddelijke aanbidding, zéér stèrk in het Geloof staan.
    Indien we strijden tegen onze persoonlijke hartstochten met de versterking van de voorspraak van de Heiligen, mogen we tevens daadwerkelijk hopen op onze redding.
    Hieruit valt af te leiden dat het navolgen of wel het beminnen van de heiligen
    een criterium vormt van een waarachtig Orthodox geestelijk leven.
                   Paulus zegt niet voor niets:
    dat hij niet alleen roemt in de hoop op de Heerlijkheid van God; hij roemt méér in de verdrukkingen, daar hij wèl ‘béter’ wist:
    dàt de verdrukking volharding uitwerkt, en
    dàt de volharding bedroefdheid, en
    dàt de bedroefdheid hoop; en
    dàt de hoop niet beschaamd maakt,
    omdat slechts de Liefde van God in ons hart
    wordt uitgestort door de Heilige Geest.
    Onze Heer een Verlosser vult Zijn navolger Paulus de apostel der heidenen aan:
    Onze Hemelse Vader weet immers”,
    dat wij, en ik bedoel zowel kerkgangers als buitenstaanders:
    aan alle mogelijke zaken behoefte hebben”, maar
    dit alles behoeft nog niet gerealiseerd [min of meer verwacht, opgeeist] te worden.
    We dienen ons echter nog te verheugen op het feit dat er ‘tégen de storm ìn‘ nog gelovigen zijn, die het vertrouwen in de Heer hebben behouden.
    Indien we een van de grootste der Profeten en Heiligen in zijn wijze van leven en dan wordt bedoeld, de Heilige ‘Johannes de Doper‘ navolgen: Laten we dan elke vorm van vermaak en hang naar luxe en verslaafd zijn aan de wereld achter ons laten en overgaan tot een leven van terughoudendheid.
    Want deze tijd van leven is voor zeker een tijd van bezinning en ommekeer, zowel voor niet-ingewijden als voor gedoopten:
    – voor niet-ingewijden, zodat zij na hun berouw deel kunnen hebben aan de heilige Mysteriën;
    – voor de gedoopten, opdat zij, die ná hun doop gestruikeld zijn in de beproeving zich reinigen en de tafel des Heren met een zuiver geweten/kleed kunnen naderen.
    Laten we dan deze aantrekkelijke en liederlijke manier van leven achter ons laten. Het is gewoon onmogelijk – om boetvaardig te leven en tegelijkertijd in luxe te leven.
    Laat de grote Doper jou persoonlijk dìt leren
    door zijn wijze van kleden,
    door zijn manier van eten,
    door zijn manier waarop hij zich huisvest;
    kortom zoals hij door het leven is gegaan [tot z’n kop er af ging].
    Wil je ècht dat we onszelf in toom houden?
    Dit zou je jezelf kunnen afvragen, heb ik dat allemaal wel nodig?
    Nee, je hebt het niet nodig, maar het wordt je wèl aanbevolen,
    in navolging in Christus.
    Maar mòcht het voor jou onmogelijk zijn, probeer dàn in ieder geval berouw te tonen, zelfs wanneer je niet in de woestijn, maar in de stad woont – in een groot paleis en een grote auto onder je . . . .
    Want het oordeel is ons nabij, Christus staat immers ook aan jouw deur en klopt:
    Komt allen, die vermoeid en belast zijn”.
    Maar zelfs wanneer je dáár geen antwoord op weet, dien je daar niet ontmoedigd door te worden. Want het einde van ieders leven is net als het einde van de wereld voor degene voor eenieder – ‘op het moment’ – dat je werkelijk wordt geroepen. Voor de een iets eerder dan voor de ander en dàn staat Christus ons in al Zijn Liefde op te wachten.De roeping tot God, de roep tot dienstbaar zijn
    Wij noemen onze God ‘een Levende God‘, omdat Hij een God is, Die tot ons spreekt, ons aanspreekt en ons roept.
    Al vanaf den beginne wanneer de mens heeft gezondigd en God hem tot Zich roept: ‘Adam, waar ben je?
    God riep Abraham om zijn land te verlaten en te gaan naar het land dat Hij wilde geven.
    Hij riep de Profeten in het eerste Testament en de profeten in het nieuwe Testament.
    In het eerste hebben we gelezen hoe Isaiah, geconfronteerd met Gods Heiligheid, zijn persoonlijke    tekortkomingen inzag en hoe God Zelf voorzag in de oplossing door Zijn Heilige Geest.
    Het was immers pas nadat Isaiah zijn tekortkomingen had erkend, nadat hij God’s Zorg en Genade daarvoor had ontvangen, dat hij de roep tot dienstbaarheid hoorde.
        Toen zei Isaiah: ‘   Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een mens, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is; en mijn ogen hebben de Koning, de Heer der heerscharen, gezien’.
    Maar een van de Serafijnen vloog naar mij toe met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar genomen had; Hij raakte mijn mond daarmee aan en zei:
        Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; nu is uw ongerechtigheid geweken en uw zonde verzoend. Daarop hoorde ik de stem des Heren, die zei:
        Wie zal Ik zenden en wie zal voor Ons gaan?
    En ik zei: ‘Hier ben ik, zend mij’Isaiah 6: 5-8.
    We zien hier onder welke omstandigheden Isaiah, de profeet zich geroepen voelt en reageert op de roep van de Heer.
    God maakt absoluut geen ‘gebruik van vrijwilligers;
    [ Dit is de werkelijkheid van hetgeen ik het idee heb dat heel veel christenen zich hierin niet zullen  erkennen ]
    maar wanneer ik sommige trouwe medewerkers gebukt zie gaan onder een veel te zware werkdruk, bij gebrek aan mede-dienaren, heb ik echt met hen te doen.
    Daarmee bedoel ik dat het vrijblijvende, autonome karakter van ‘vrijwillige’ dienstbaarheid naar mijn bescheiden mening helemaal ‘niet past in‘ God’s visie in onze dienst ten opzichte van Hem. De waarheid van deze uitspraak zal ons
    nú wel duidelijk worden:

Waarachtige dienstbaarheid
In ons verlangen om de Heer te dienen, dienen we eerst tot het punt te komen dat wij als ‘navolgers’ beseffen dat we ‘van onszelf uit‘ volstrekt in-effectief en hulpeloos zijn, ja als een zandkorrel aan het strand of een druppel water in de zee.
Zolang je denkt dat jij ‘zelf’ de klus wel kunt klaren en dat God Zich maar dient te verheugen dat ‘jij’ hoogstpersoonlijk voor Hem wilt werken,
is er niet veel dat jij kunt doen wat van enige blijvende waarde voor Hem is.
Maar indien je – ‘net als Isaiah’ – tot het punt gekomen bent dat je beseft dat
jij totaal ongeschikt en onwaardig bent, zelfs niet in staat bent om het werk te doen, dan zal God Zijn hand uitstrekken en je leven door Zijn Heilige Geest be-‘vuren‘.
Dàn is er geen sprake meer van ik moet dit nog of dat nog [doen òf hebben],
neen, dan kùn je niet anders dàn ‘Zijn weg gaan‘ en geef je jezelf vrijwillig over aan Zijn nukken.
Maar denk niet dat het je dàn gemakkelijker af gaat,
neen, dan begint het pas.

De noodzaak van nederigheid
Iedere mens die door God in de Blijde Boodschap voor een speciale taak wordt geroepen, dient zichzelf vanaf den beginne ‘ongeschikt’ voor die taak te achten.
Wanneer je ooit iemand tegenkomt die zegt dat hij geroepen is door God,
een studie volgt en dat deze mens zich dàn volledig in staat acht om
die taak uit te voeren,  zichzelf in doen en laten verheft, dàn kun je er bijna zeker van zijn dat deze ‘niet’ door God geroepen is,
door wie dan wel dat mag ieder voor zichzelf invullen.
Menigeen dient zich nu eens terdege achter z’n oren te krabben.

Hoe dan ook, Isaiah diende derhalve heel eenvoudig gewoon, deemoedig en nederig te zijn. Hij diende zichzelf nederig op te stellen in de aanwezigheid van de Heiligheid van God, voordat hij geschikt was om de taak waarvoor God hem riep, uit te voeren.
Hetzelfde geldt – zo mag nu duidelijk zijn – voor eenieder van ons, mijzelf incluis.

Johannes de Doper riep de mensen op om zich te bekeren:
Bekeer u, want het Koninkrijk van God is nabij gekomen”.
En Johannes verkondigde dat de Messias zou komen: ‘Jezus, de Christus’.

 Ook Christus kwam door de Vader en de Heilige Geest teneinde mensen tot God te roepen.

Hij riep de twaalf Apostelen om Hem te volgen.

Na Zijn hemelvaart riep Hij de apostel Paulus.

  Ook vandaag klinkt Zijn roepstem, door Zijn Woord en Pedagogische oproep:
Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande;
in Naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen!
Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat
wij zouden worden Gerechtigheid van God in Hem
2Cor.5: 20,21.
        Hij roept op tot nederige bekering en volkomen Geloof in Hem; om
tot Hem in het Hemels Gastmaal te komen, te voldoen aan het [huwelijk’s] Verbond met God.

Stap uit je twijfelachtige houding en volg je innerlijke roep, vervolg dapper de weg van God’s plan met jouw leven. 

        Mensen reageren heel verschillend op God’s roepstem.
De een reageert in ongeloof, de ander in halfslachtig Geloof [loopt de kantjes eraf], enkelen in waarachtig Geloof;
immers velen zijn geroepen, maar weinige uitverkoren” o.a. Matth.22: 14.
        Onze Heer vergelijkt dit verschil door de gelijkenis met een boer die zaait.
Het zaad is het Woord: het zaad dat tussen de rotsen zal vallen,
wordt verstikt door onkruid, maar het kan ook in goede aarde vallen.
        Dàn wordt de roeping van God beantwoord met intens Geloof en onvoorwaardelijke bekering.
God roept alle mensen, zonder uitzondering.
        Over geheel de aarde gaat Zijn roepstem:
    Vergadert u en komt, nadert tezamen, gij die uit de volkeren ontkomen zijt.
Zij hebben geen begrip, die hun houten beeld dragen en
bidden tot een god die niet verlossen kan.
Verkondigt en voert gronden aan. Ja, laten zij tezamen beraadslagen.
Wie heeft dit vanouds doen horen, het van overlang verkondigd?
Ben Ik het niet, de Heer?
En er is geen God behalve Ik, een rechtvaardige,
verlossende God is er buiten Mij niet.
Wendt u tot Mij en laat u verlossen, alle einden der aarde, want
Ik ben God en niemand meer.
Want Ik heb gezworen bij Mij Zelf, Waarheid is uit Mijn mond uitgegaan,
een Woord dat niet zal worden herroepen: dat
voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong zal zweren.
Alleen bij de Here, zal men van Mij zeggen, is Gerechtigheid en Sterkte, tot
Hem zal men komen; maar beschaamd zullen staan
allen die tegen Hem in woede ontstoken zijn;
in de Heer wordt het gehele nakroost van Israël [waaronder de Kerk]
gerechtvaardigd en zal het zich beroemen
Isaiah 45: 20-25.

        Het woord ‘verzoening’ laat zien hoe de Liefde van God Zich een weg gebaand heeft naar verloren zondaars, mensenkinderen zoals u en ik van nature zijn.
        Liefde, Die gestalte kreeg in onze Heer en Verlosser, Jezus Christus.
God stelde Zich -‘in Hem’- totaal anders op tegenover de mens[-heid].

Leven is méér dan het voedsel dat wij gebruiken en  ons lichaam en de inzet daarvan is méér dan de kleding, die wij dragen, de manier waarop wij ons huisvesten.
        De Blijde Boodschap zegt immers: “God is Liefde1John.4: 8.
Het heeft betrekking op een onvoorwaardelijke, zoekende liefde van ons mensen.
Het is een Liefde zoals God Die heeft geopenbaard.
Hij heeft zonder enige voorwaarde -u en mij, evenals al de andere mensen- in deze wereld, opgezocht.
Hij heeft Zijn Zoon gegeven zonder eerst te vragen:
‘Vinden jullie dat goed, zijn jullie het er allemaal mee eens?’
    God heeft ons immers in Christus uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld, opdat wij Heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht.
In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd  als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus,
– naar het welbehagen van Zijn Wil,
– tot lof van de Heerlijkheid van Zijn Genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
En in Hem hebben wij de Verlossing door Zijn Bloed,
– de vergeving van de overtredingen, naar de Rijkdom van Zijn Genade, welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, door ons het geheimenis van Zijn Wil te doen kennen,
in overeenstemming met het Welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen,
– om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder een hoofd, dat is Christus, samen te vatten, in Hem, in Wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil,
– opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn Heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze Hoop op Christus hadden gebouwdEph.1: 4-12.

        Wij kunnen de Heer onze God daarin alleen maar gelijk geven, want
stel dat Hij toch eerst toestemming aan ons gevraagd zou hebben.
Hij zou een overvloed aan meningen te horen hebben gekregen; daar
is in de verste verten niet doorheen te komen!

Nee, gelukkig zijn alle dingen
uit Hem en door Hem en tot Hem”.
Het is uit Hem voortgekomen.
Het is Zijn plan.
God nam het initiatief:
    Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft,
Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel,
want hij is overgegaan uit de dood in het leven.
      Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de ure komt en is
nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van
God zullen horen, en die haar horen, zullen leven.
Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft
Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in ZichzelfJohn.5: 23-26.
En het geschiedde, toen Jezus zijn bevelen aan Zijn twaalf discipelen 
ten einde had gebracht, dat Hij vandaar vertrok om 
te leren en te prediken in hun stedenMatth.11: 1.

Apolytikion
tn.2.
    Toen Gij, het onster’flijke Leven nederdaalde tot de dood,
hebt Gij de kracht der onderwereld gedood door de bliksem der Godheid.
En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U
“.

Kondakion
tn.2. 
  Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde
“.

Theotokos, zij die wijst

Theotokion    
tn.2. 
  Onbegrijpelijk en hoog-Heerlik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder God’s.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.

3e week ná Pinksteren – je blijft zoeken naar de Waarheid in God, wàt je ook in de wereld mag ontmoeten


Onze Heer en Verlosser sprak tot Pilatus op zijn zetel:
:   ‘Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat
Ik voor de Waarheid [van God, de Vader] zou getuigen;
een ieder, die uit de Waarheid is, hoort naar Mijn stem’” John.18: 37.
Dit werd eveneens in het eerste Verbond al verkondigt:
“  Dit zijn de Inzettingen en de Verordeningen [Uw ‘Gerechtigheden’], Die jullie naarstig dienen te onderhouden in het land dat de Heer, de God van jullie vaderen, jullie gegeven heeft om het te bezitten, zolang jullie op de aardbodem leeft.
Jullie zullen alle [oorspronkelijke] plaatsen volkomen vernietigen, waar de volkeren, in wiens gebied jullie bezittingen hebben genomen [verkregen], hun [wereldse] goden gediend hebben, op hoge bergen en op heuvels en onder elke groene boom.
Jullie zullen hun [wereldse] altaren afbreken, hun gewijde stenen verbrijzelen, hun gewijde palen met vuur verbranden, de gesneden beelden van hun goden omhouwen en hun naam van die plaats doen verdwijnen.
Niet alzo zult gij de Heer, uw God, dienen.
Maar de plaats, die de Heer, uw God, uit het gebied van al uw stammen verkiezen zal om  aldáár Zijn Naam te vestigen, om dáár te wonen, die zullen jullie zoeken en daarheen zullen jullie  gaan [je aandacht op richten].
Daarheen zullen jullie je brandoffers en slachtoffers, jullie tienden en jullie wijgeschenken, Gelofte-offers en jullie vrijwillige offers, de eerstgeborenen van uw runderen en van uw kleinvee.
Dáár zullen jullie maaltijd houden voor het aangezicht van de Heer, uw God, en jullie verheugen, jullie en jullie huisgezinnen, over alles wat jullie ondernomen hebben, waarin de Heer, jullie God, jullie gezegend heeft
Deut.12: 1-7.

Ja, jullie zullen het geloven of niet maar onder ons Orthodoxen komt het fenomeen net als bij andere bloedgroep van Christenen nog voor, dat er mensen voorkomen die zich volledig op ‘de Goddelijke Waarheid’ richten – die geen ‘half-bakken’ werk, lippendienst afleveren, maar ‘recht toe – recht aan’, datgene doen wat God van hen verwacht.
Ons Christelijk Geloof roept ons, ‘navolgers van Christus’ de strijd om de Waarheid Zelf aan te gaan, dor deze te doorvorsen te omhelzen, zowel in grote eerbied en ontzag voor God als door de wijze waarop zij hun leven inrichten.
Ik weet best dat er zich verdovende elementen in onze samenleving voordoen, die ons regelmatig  tot nalatigheid en geesteloosheid verleiden.
Zeker, wanneer je maar één keer toegeeft aan een verleiding, ga je al nat, vraag het maar aan een anonieme alcoholist; één druppel alcohol en je gaat volledig nat. onwetendheid over de dwaling, zet een deur open naar wanhoop . . .
hetgeen aanleiding geeft tot het verlies van de vreze God’s

uit: Johannes Climacos, monastieke weg ‘de Ladder’.

Met name gelovigen dienen zich te realiseren dat er ons ontzettend ‘veel waarheden’ worden voorgehouden, onophoudelijk worden wij door de wereld verleid toe te geven aan wereldse lusten. We dienen heel oplettend te zijn dat er ons van links tot rechts, ja, ook binnen de Kerk een wirwar van tegenstrijdige ideeën en eisen worden opgelegd welke je heel gemakkelijk de weg doen kwijtraken.
Ook spelleiders en toezichthouders zijn maar mensen, met menselijke onvolkomenheden; we dienen hen niet op een voetstuk te plaatsen – want daarmee lopen zij ‘zelf’ gevaar.
            Ieder mens is voor ‘
zichzelf’ verantwoordelijk en dient alèrt te zijn ten opzichte van onverschilligheid voor de goddelijke waarheid, want onze wereldse cultuur is in feite één steeds verder her-openend heidendom:
Heer, de Waarheid wordt zeldzaam onder de mensen”, maak dus zelf je afwegingen, want jij zult
zelf voor Zijn troon verantwoording dienen  af te leggen. Dan kun je niet zeggen: ‘ja, maar mijn voorganger . . . etc’.; het is niet voor niets dat wij een wirwar van geloofsgemeenschappen in ons land hebben.
Weet wèl dat iedere geestelijke een persoonlijke achtergrond bezit, welke zijn of haar manier van kijken, het inzicht in de Goddelijke Waarheid behoorlijk beïnvloed kan zijn.

Wat dàt aangaat leven wij in de ‘woestijn’ en is het Beloofde land van onze voorvaderen door elkaar gehusseld [gemengd] met Kanaänitische culten, van de buiten kant is het een land ‘overvloeiend van melk en honing’, maar zo ‘rot’ als een mispel. Hoewel het laten rotten [rijpen] van de mispel [net als een banaan] juist positief is voor het [zoet] consumeren ervan, heeft deze uitdrukking een negatieve betekenis.
Toegeeflijkheid en liefdeloos gedrag zijn nu eenmaal in het leven geroepen om oppervlakkig aantrekkelijk te lijken.
            De sleutel tot onze Christelijk georiënteerde kritische geestelijke taak is om Gods Waarheid [door bestudering] te leren kennen en dit in het dagelijks leven toe te passen, hetgeen het licht is dat vernederde ‘priesters‘ en toegewijden van het zachte, eigentijdse neo-paganisme blootlegt.
    Wees dus alèrt!
Laten we een paar van deze seculiere idolen noemen:
1.]. gepropageerde ethiek die een specifieke situatie betreft, die God’s heilige moraal verwerpt [veelal zaken, die door humanisten worden voorgehouden, zogenaamde vrijheden, waarover de mens toch ‘zelf’ dient te beslissen (het is  ‘jouw eigen’ lichaam)];
2.]. de god van het -‘liederlijk’- vermaak en het plezier, die ons uitnodigt om zijn ‘doe, maar, want het voelt wèl zo goed’ ; ‘je gaat er helemaal van -uit je dak-’ bij de vele festivals en seminars, die georganiseerd worden, je bent er eens ‘echt’ helemaal tussen-uit en dat zou je pas ‘
nodig’ hebben;
3.]. de cultuur van nietszeggende wetenschap, die ervan uitgaat dat het wonderbaarlijke onmogelijk is omdat het niet voorspeld, beheerst of gemeten kan worden;
4.]. spiritualiteiten die ‘God’ uitsluiten en slechts op eigen innerlijke beleving is toegespitst; en bovenal,
5.]. tolerantie ten opzichte van allerlei levensstijlen welke
jou als persoon ‘gelijk-waardig’ beschouwen
    – je bent immers van ‘deze’ tijd en wilt toch niet als oubollig, lachwekkend of ouderwets beschouwd te worden .
                         De media, vele universiteiten en bepaalde vooraanstaande groepen spreken zich uit als voorstanders van diegenen die dergelijke leugens en verstoringen bevorderen.
Ze verwerpen het luid ‘
roepen’ van onze ‘waarheid zoekende’ profeten, die hun onbaatzuchtige oproepen in overeenstemming brengen met de oprechte waarheden van God’s Woord.
Hierbij dient het gebruik maken van politieke invloeden, welke vanuit onze Europese en andere hoofdsteden, in de Kerk ingang vinden, wantrouwend vermeden te worden.                          

Mozes ‘ziet‘ Het Beloofde Land van Ver; Moses See The Promised Land of Far

Wees zoals Mozes en spreek slechts de “Goddelijke Waarheid”, God doet niet aan politiek, Die is altijd en eeuwig Dezelfde, Die is de ‘Eenvoud‘ Zelve.
                     Vernietig alle mogelijkheden en plaatsen welke aanleiding geven tot seculiere aanbidding [uitspattingen] – de altaren en de “beelden van hun [af-]goden” – en “verwijder hun namen uit je bestanden” verwijder ze daarmee uit je eigen ziel Deut.12: 2,3.

De Waarheid is zeldzaam
Het moderne heidendom is misschien grenzelozer dan de Kanaänitische culturen, maar het is – niet minder- verraderlijk en schadelijk.
De Heilige Augustinus toezichthouder van Hippo werd in de laatste jaren van het heidense Rome geconfronteerd werd met een cultuur zoals de onze. Hij verzette zich tegen invloed buiten zijn diocees, met name die van Rome !!!
Ze zeggen dat we vijanden zijn van hun afgoden [hun leugens].
Zo zal het zijn; moge God ze allemaal in onze macht geven, zoals Hij ons al heeft gegeven wat we door Zijn Genade reeds hebben afgebroken.
Want ik zeg jullie dit, geliefden, dat je niet mag proberen die te overwinnen die je niet rechtmatig kunt overwinnen . . . ..
Wanneer de macht ons niet gegeven is, doe het dan niet; wanneer het wordt gegeven, verwaarloos het echter niet
” uit: de preken van de H. Augustinus.
    Want op die wijze is het de Wil van God, dat jullie door ‘goed te doen’ de mond snoert aan de onwetendheid van de onverstandige mensen, als vrijen en niet als mannen, die de vrijheid misbruiken tot dekmantel voor hun kwaadwilligheid, maar als dienaren God’s.
Eert allen, hebt de broederschap lief, vreest God, eert de keizer [al staat die in z’n blootje]. Jullie, huisslaven, weest in alle vreze aan uw meesters onderdanig, niet alleen de goede en vriendelijke, maar ook de verkeerde.
Want dit is Genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt, leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt. Want mag dat roem heten, als jullie slagen dienen te verduren, omdat jullie kwaad doen. Maar als gij goed doet en dan lijden moet verduren, dat is [pas] Genade bij God1Petr.2: 15-20.
    Indien sommigen ontrouw geworden zijn, zal dàn hun ontrouw de trouw van God teniet doen?
Volstrekt niet! Maar het zal altijd [wel] zo blijven:
‘ God is waarachtig en ieder mens leugenachtig, gelijk geschreven staat: ‘Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in uw woorden, en overwint in uw rechtsgedingen’.
Maar indien onze onrechtvaardigheid God’s Rechtvaardigheid bevestigt, wat zullen wij dan zeggen?  Is God, Die Zijn toorn doet voelen – ik spreek op menselijke wijze – soms onrechtvaardig?
Volstrekt niet! Hoe zal God anders de wereld oordelen?Rom.3: 3-6.
Aarzel echter nimmer om je mond open te doen en te handelen, maar altijd op gerechtvaardigde wijze, zoals het dienovereenkomstig in uw land gebruikelijk is. Het recht op vrijheid van meningsuiting wordt in het VN-verdrag beschreven als de vrijheid om inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven, ongeacht grenzen en ongeacht de vorm.
Laat geen rechtgeaard navolger van Christus ‘andere wapens‘ dan het Woord ter hand nemen; van dit soort extremisten hebben we er al genoeg in deze wereld, hele bevolkingsgroepen worden er door geboeid [gevangen gehouden en vermoord].
Ook Christus sprak Petrus aan, die de dienaar van de tempel het oor afhakte – eveneens dient een navolger van Christus geen aborteurs te vermoorden of anderszins televisietorens en kabels van zenders door te snijden, die pornografie verspreiden.
Onze primaire taak is om de harten, geesten en hartstochten van onszelf, onze kinderen en onze omgeving te zuiveren, om familie en vrienden slechts de ‘Waarheid‘ voor te houden en de waarachtige Heiligheid, Sterkte en onsterfelijkheid van Christus Waarheid in ons leven te bevestigen.
Wij doen dit door ons leven op deze goddelijke levenswijze te handhaven om
haar stralende schoonheid en leven-schenkende kracht te onthullen.

 

Jeremiah lamenting over Jerusalem, by Rembrandt van Rhijn

Profeten?
Waarachtige Profeten, door wie God’s stem via de Heilige Geest te horen is. verheffen met alle kracht die in hen is hun stem.
Heden ten dage is er een wijdverbreide verwerping van het idee dat de mensheid zich aan God dient te onderwerpen en is er een nog grotere weerstand ontstaan
tegen het feit dat de mensheid zou dienen te wandelen naar Zijn wegen.
De aloude oproep wordt systematisch afgewezen en elke oproep wordt terzijde geschoven:
    Wanneer onder u een profeet optreedt of iemand, die dromen heeft, en hij u een teken of een wonder aankondigt, en dit teken of het wonder komt, waarover hij u gesproken heeft met de woorden:
    laten wij andere goden achterna lopen, die gij niet gekend hebt, en laten wij hen dienen; dan zult gij naar de woorden van die profeet of van die dromer niet luisteren; want
‘     de Heer, uw God, stelt u op de proef om te weten, of gij de Heer, uw God, liefhebt met uw gehele hart en met uw ganse ziel.
‘     De Heer, uw God, zult gij volgen, Hem vrezen, Zijn Geboden onderhouden en naar Zijn stem luisteren: Hem zult gij dienen en aanhangen.
Die profeet of dromer zal ter dood gebracht worden, omdat hij afval gepredikt heeft van de Heer, uw God, die u uit het land Egypte geleid en uit het diensthuis verlost heeft; om u af te trekken van de weg, die de Heer, uw God, u geboden heeft te gaan. Zo zult gij –‘het kwaad’– uit uw midden wegdoen’Deut.13: 1-5.
Pogingen om de uitdrukking “één natie onder God” te verwijderen uit de eed van trouw en om gebed en andere religieuze uitingen in het openbaar te verbieden, zijn alledaags geworden.
We zijn ongetwijfeld in een culturele strijd gewikkeld.
Orthodoxe christenen dienen zich terdege bewust te zijn van deze groeiende weerstand tegen het aloude Geloof, want de militante tegenstanders van het verstaan van religieuze beweegrede en het praktiseren van Christelijk geïnspireerd leven zijn vastbesloten om iedere publieke uiting van het leven onder God de kop in te drukken.
Dat vindt niet openlijk plaats, maar heimelijk, het afschaffen van christelijke feestdagen – het verschuiven van vakantiedagen op de scholen, het verwijderen van elke vorm van uiting van het christelijk Geloof uit de scholen, het omvormen van lesprogramma’s etc.
Hun inspanningen zijn noch onschadelijk, noch handelingen van excentriekelingen die een slechts buitenlandse ideologie promoten.
Dit zijn valse “profeten of dromer[’s] van dromen” Deut.13: 4 met serieuze bedoelingen. Hun doel is dat we “andere goden” gaan dienen Deut.13: 3.
Zij zijn toegewijden van een andere [humanistisch, wereld gerichte] religie en
plaatsen het hoogste vertrouwen in de krachten van deze wereld.
Zij propageren een andere medische ethiek dan die welke eigen zijn aan de Joods- Christelijke cultuur en verklaren dat dit de enige weg is naar ‘het goede leven’. Zij waarderen de rationele technologie en haar mogelijkheden van vooruitgang als de enige heilige autoriteit.

     Tot U, Heer, verhef ik mijn ziel; mijn God, ik vertrouw op U:
     laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid.
     Laat mijn vijand niet over mij spotten; allen immers die
     U verwachten zullen niet beschaamd staan.
Dat allen beschaamd worden, die tevergeefs ongerechtigheid doen.
     Heer, doe mij Uw wegen kennen en leer mij Uw paden.
     Leid mij in Uw waarheid, en onderricht mij, want Gij zijt God,
     mijn Verlosser, die ik heel de dag verbeid.
Heer, gedenk Uw ontferming en Uw barmhartigheid,
die immers van eeuwigheid zijn.
     Mijn jeugdzonden en mijn onwetendheid, gedenk die niet meer.
     Maar denk aan mij volgens Uw barmhartigheid, omwille van Uw goedheid, o Heer.
Heilig en gerecht is de Heer, daarom geeft Hij de Wet aan de zondaars op hun weg. Hij leidt zachtmoedigen in het oordeel, zachtmoedigen leert Hij Zijn wegen.
Alle wegen des Heren zijn ontferming en waarheid, voor
wie streven naar Zijn Verbond en Zijn Getuigenissen.
     Omwille van Uw Naam, Heer, vergeef mij mijn zonde, hoe talrijk deze ook is.
Wie is de mens die de Heer vreest?
Hij geeft hen de Wet op de weg die hij gaat.
Zijn ziel zal rusten temidden van het goede: zijn zaad zal de aarde erven.
De Heer is de sterkte van hen die Hem vrezen: Hij zal hun Zijn Verbond openbaren.
     Mijn ogen richt ik steeds op de Heer, want Hij bevrijdt mijn voeten uit de strik.
     Zie neer op mij en ontferm U mijner, want ik sta alleen en ben arm.
     De beproevingen van mijn hart zijn talrijk geworden, bevrijd mij uit de benauwing.
     Zie mijn vernedering en mijn moeiten; vergeef al mijn zonden.
     Zie mijn vijanden, hoe talrijk zij zijn, hoe zij mij haten met onrechtvaardige haat.
     Behoed mijn ziel en bevrijd mij, laat niet beschaamd staan omdat ik op U vertrouw.
Heer, onschuldigen en gerechten hangen mij aan, omdat ik U verwacht.
     O God, bevrijd Israël uit al zijn beproevingen”.
Psalm 24[25] vert. ROK ’s-Gravenhage.

“Bedenk ten alle tijde dat jullie door de gehele wereld gehaat zullen worden, omwille van God’s Naam; maar wie volhardt tot aan het einde, die zal gered worden” Matth.10: 22.

De martelaar Hyacinthos, welke wij 3 juli vieren, afkomstig uit Cæsarea in Cappadocië [† 108]
was de koubikoularius of kamerdienaar van de Romeinse keizer Trajanus.
Toen ontdekt werd dat hij Christen was en niet wilde eten van het vlees dat aan de afgoden geofferd was, werd hij gevangen gezet, terwijl aan de gevangenbewaarder de opdracht werd gegeven hem uitsluitend offergaven [geofferd vlees aan de goden van de Romeinse cultuur] te eten te geven.
Hyacinthos afkomstig uit Cæsarea, een stad in Cappadocië, bleef weigeren deze offergaven aan te raken.
Tenslotte was hij -amper 20 jaar oud-, na dertig dagen
zo verzwakt dat hij niet meer overeind kon blijven.
Trajanus, die bekend staat om het uitgebreid bouwen van openbare gebouwen, die Rome omvormden en die nog steeds te bewonderen zijn, zoals
het Forum, de Markten en de Zuil van Trajanus was toch wel gesteld op zijn kamerdienaar.
Toen deze hoorde van Hyacinthos’ erbarmelijke toestand liet hij hem alledaags voedsel brengen.
Het was al te laat, Hyacynthos was zo verzwakt dat hij het gewone voedsel niet meer naar binnen kon krijgen en stierf van algehele uitputting in het begin van de tweede eeuw.

Apolytikion
tn.4.
    U was als een kostbare edelsteen, heilige martelaar Hyacinthos,
en u straalt als een sieraad in de heerlijke stad, het geestelijk Sion.
om ons allen te verlichten, die uw eerbiedwaardig lijden vereren.
Bid voor ons, die uw gedachtenis vieren”.

Kondakion
tn.6.
    Het Geloof in U, o Christus,
was als de Boom van het Leven geplant
in het midden van de ziel van Uw martelaar Hyacinthos.
daarom werd hij deelgenoot aan het Hemels Paradijs.
Want heldhaftig heeft hij weerstaan aan de verdrukking van de slang
door niet van de verboden spijs te eten.
Daarom is hij nu, Barmhartige God
gekroond met Uw eeuwige Heerlijkheid”.

2e Zondag ná Pinksteren – Komt Heiligen aller landen verenigt u op ascetische wijze rond Christus

Christ, ‘waiting for you’

            En onze Heer en Verlosser ging de Berg op en riep tot Zich, wie
Hij zelf wilde, en zij kwamen tot Hem.
En Hij stelde er twaalf aan, opdat zij met Hem zouden zijn en opdat Hij hen zou uitzenden om te prediken, en om macht te hebben boze geesten uit te drijven.
En Hij stelde de twaalven aan, en aan Simon
[Hebr.= ‘luisterend, woestijn’] gaf Hij de bijnaam Petrus [Hebr.= ‘rotsblok of steen’], en Jaäcobus, de zoon van Zebedeus [Hebr.=‘mijn gave’], en Johannes, de broeder van Jaäcobus [Hebr.=‘onderkruiper, hielenlichter‘], en Hij gaf hun de bijnaam Boanerges, [Hebr.= ‘zonen van de donder’], en Andreas [Hebr.= ‘mannelijk’] en Philippus [Hebr.=‘liefhebber van paarden(-kracht)’] en Bartholomeüs [Hebr.= ‘zoon van Tolmai (= ‘van de Vorentrekker’)] en Mattheüs [Hebr.= ‘gave van de Heer’] en Thomas [Hebr.=‘tweeling, twijfelaar’] en Jaäcobus, de zoon van Alpheüs [Hebr.= ‘veranderend’] en Thaddeus [Hebr.= ‘ruimhartig, moedig’] en Simon de Zeloot en Judas [Hebr.=’geprezen‘ of ‘bewonderd‘] Iskariot [Hebr.= ‘uit Kerioth’ (Kariot = steden)’], die Hem ook verraden heeftMarc.3: 13-19.

oldest painting of Paul

            Want het schijnt mij toe, dat God ons, apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen.
Wij zijn dwaas om Christus’ Wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.
Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven;
wij verrichten zware handenarbeid; worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen; worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk;
wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe.
             Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Want al hadden jullie duizenden opvoeders in Christus, jullie hebben niet vele vaders Immers, ik heb u in Christus Jezus door het Evangelie verwekt.
Ik vermaan u dus:
‘volgt mijn voorbeeld’1Cor.4: 9-16.

Geloof met hoop als basis
Volgt het voorbeeld van Paulus – we hebben het vorige week al gehoord toen alle Heiligen en hun heiligheid aan het Licht werden gesteld; hetgeen begint door aan God te belijden dat je slechts als ‘een zandkorrel’ bent , d.w.z. niet van ‘wàt-vóór’ betekenis dan ook en dat je voor de al-Machtige God en voor de gehele mensheid belijdt, dat je gezondigd hebt.
Het doel van de christen is immers om de gezegende staat van de vergoddelijking te bereiken.
De vergoddelijking is identiek met ‘gelijkenis’, dat wil zeggen, proberen als Zijn Icoon, zoals God te zijn.
Echter, om die gelijkenis te bereiken, om de visie van God te bereiken, en
om deze visie niet een verterend vuur maar een levengevend licht te laten zijn,
dient er van te voren een zuivering te hebben plaatsgevonden.
Deze zuivering en genezing is de inzet en de opdracht van de Kerk.
Wanneer je als navolger van Christus deelneemt aan de eredienst aan
welke dienst van welke denominatie dan ook ‘zònder’ een levengevende reiniging te ondergaan
– en bovendien deze daden van aanbidding ook gericht zijn op de reiniging van de mens
– dan leeft hij niet ècht, niet waarachtig in de kerk.
Het christendom zonder zuivering is een utopie.
Deze zuivering is in feite onze reiniging van haat
teneinde een beetje liefde en aandacht te verkrijgen omdat God slechts Liefde is.
Dit is het doel van de geboden om ons te leren hoe we lief dienen te hebben.

DO NOT WEEP‘ – Theotokos & John Theologian

                                Broeders, zusters, we zijn nu God’s kinderen van één Vader en wat we zullen zijn is nog niet verschenen; maar we weten dat wanneer ‘Hij’ verschijnt, we
op ‘Hem’ zullen gelijken, omdat
we ‘Hem’ zullen zien zoals Hij is.
Dit is wat de Kerk ons leert op basis van:
            Geliefden, nu zijn wij kinderen God’s en het is nog niet geopenbaard, wat
wij zijn zullen;
[maar] wij weten, dat, als Hij geopenbaard zal zijn,
wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.
En een ieder, die deze Hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijk Hij rein is.
Ieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid.
En jullie weten allemaal
[niemand uitgezonderd], dat Hij geopenbaard is, opdat Hij de zonden zou wegnemen, en in Hem is geen zonde1John.3: 2-5.

Wat zit ons dan dwàrs, wat zit ons op onze hobbelige weg [vol stoppels]
– in de weg – op onze tocht naar het Hemels Koninkrijk, de
nieuwe Hemel en de nieuwe aarde, die wij als navolgers verwachten?
☦️ Ook ‘dàt’ is vorige week al aan de orde geweest, want
– zoals het Petrus dwars zit dat hij tijdens het vissen van de nacht niets had gevangen, Luc.5: 5 dan had hij de dag daarop [door de Genade God’s] eveneens niets gevangen.
– zoals Paulus in Damascus geen lichamelijke blindheid had ervaren, zou
hij [door de Genade God’s] geen geestelijk inzicht verkregen hebben, Hand.9: 8.
– zoals Stephanos niet als lasteraar was belasterd, zou hij [door de Genade God’s] de Hemelen niet hebben zien opengaan en naar God niet hebben [om-]gekeken, Hand.6: 15;7: 56.
Zoals werk volgens God in de gehele samenleving een deugd wordt genoemd, zo wordt een onverwachte aandoening een beproeving, een test van God’s weg genoemd.
God ‘beproefde Abraham’, Gen.22: 1-14, dat wil zeggen, God heeft hem voor eigen gewin getroffen, niet om te leren wat voor soort mens Abraham was – want Hij kende hem, omdat Hij alle dingen kent ‘vóór ze tot stand komen’
– maar om hem als Aartsvader kansen te geven om het volmaakte Geloof te tonen.
Elke aandoening beproeft, onderzoekt onze wil en toont of deze -door en door – geneigd is tot goed òf het kwaad.
Dit is de reden waarom een ​​onvoorziene aandoening
een beproeving wordt genoemd, omdat
het een mens in staat stelt om
zijn verborgen verlangens te onderzoeken en
zich ten goede te keren.
☦️ De angst voor [het ontzag voor] God dwingt ons om tegen het kwaad te vechten; en wanneer we tegen het kwaad vechten,
vernietigt de Genade van God het zonder meer – conf. H. Marcus, de asceet.
De omzwervingen die de mens in de geest maakt dient voor ons een signaal te zijn een teken van . . . . . God, ter bewustwording.
Indien je merkt dat je geest voortdurend afdwaalt naar verschillende klusjes die je moet doen, dien je jezelf te realiseren dat het spiritueel niet goed met je gaat, en dit zou jou er persoonlijk op dienen te wijzen – er dient een alarmbel af te gaan, dat je afstand van God hebt genomen.
Wees daarom onophoudelijk dankbaar, want een dankbare geest is een bron van vreugde – conf. H. Païsios, de Athoniet.
☦️ Indien je rijk wilt worden, dien je eerst ‘alles‘ te verliezen, achter je te laten en bittere armoede te ervaren.
Eerst dàn zul je rijkdom ervaren in alles wat je op je weg ontmoet;
indien je arm van geest bent zal er geen bezit en eigendom meer op je weg komen, want alles behoort aan God toe, Die jou ongevraagd een voldaan gevoel, een ervaring van intens geluk en rijkdom zal schenken.
Het is niet het bezit en eigendom dat je rijk maakt, maar de geest.
Er is een kleine groep, 5 % van de wereldbevolking, die 90% van het vermogen van de beurs bezit. Wij dienen voor hen te bidden, want zij vernederen zichzelf temidden van overvloedige rijkdommen.
Wij dienen oh, zo correct en voorzichtig te handelen, want voordat je het weet
ben je zelf in de muil van de tegenstrever beland.
Want de wet van de wereldse natuur is rijk genoeg voor iedereen en
overeenkomstig die wet kun je al snel meer dan genoeg voor jezelf vinden.
Maar de lust voor de overvloed van rijkdom
is ten alle tijde nog altijd een bittere armoede geweest.
Armoede bevindt zich dus niet in de menselijke natuur, maar
is een kwestie van onze hoogstpersoonlijke ‘eigen’ gevoelens.

rupsje ‘nooit genoeg’;The ‘Very Hungry’ Caterpillar

Het is gemakkelijk voor de wereldse natuur om in zichzelf rijkdom te ervaren, te vinden, maar het heeft de grote beproeving van de lust -‘naar steeds maar meer‘- tot gevolg en
daar kun je – kijk maar om je heen – nooit genoeg van krijgen,
de mensheid gaat eraan ten onder.
Hoe meer een mens wint, hoe meer hij wil winnen, en
hij verbrandt zichzelf als gevolg van een soort verslaving,
dronkenschap aan zijn lusten – conf. H. Leo de Grote [paus van Rome].
☦️  Over de menselijke gedachten,
het onderscheidingsvermogen en de waarachtige kennis.
Er was eens iemand bij wie een gedachte opkwam en
die mens accepteerde die gedachte zonder deze verder te onderzoeken.
Een ander kreeg diezelfde gedachte en testte de waarheid ervan.
Wie van hen handelde met meer mensenkennis, eerbied?
Op basis van deze omgang met gedachten, of die nu goed of slecht uitpakken,
wordt geduldig de waarachtige kennis opgebouwd om verdriet te accepteren en
niet om anderen [heel kortzichtig maar] de schuld te geven van onze eigen tegenslagen.
Daar tegen over staat degene, die iets ‘goed’ doet en daar een beloning voor verwacht, die dient niet God, maar zijn eigen wil, terwijl een zondaar
niet aan vergelding kan ontsnappen, behalve dan door ten opzichte van God, dusdanig berouw te tonen, die past bij zijn/haar overtreding – conf. H. Marcus, de asceet.
☦️  Liefde is in wezen de verbanning van elke vorm van tegengestelde gedachte, want liefde is zich van geen kwaad bewust.
Daarom dienen we ieder ander mens lief te hebben zoals ze zich aan ons voordoen, al is het de grootste misdadiger en niet zoals wij willen dat ze zijn,
overeenkomstig onze eigen zelfzuchtige verlangens.
We kunnen voor hen bidden, we kunnen hen ons goede voorbeeld geven, we kunnen ze zelfs bijstaan met onze goede raadgevingen, luisteren ze niet, dan hou je er vroeg of laat ‘zelf’ wel mee op. [- een bedrijfsarts zei mij zelfs een keer, ‘je verandert nog geen poes‘]
Maar we dienen ten alle tijd te voorkomen dat we onze woede op hen richten; bidt daarom voor die ander – God weet wel wat goed voor hem/haar is.
God is namelijk één-èn-àl ‘Liefde’ en woede jegens andere personen, onze naasten, die eveneens in het beeld van God zijn, maakt God toornig/boos, behalve
de situatie waarin God ons laat zien dat we niets ander kunnen dan actie te ondernemen.

H. Johannes Climacos [van de Ladder]

Maar zelfs in dit geval zou onze woede niet tot na zonsondergang dienen te duren. Dus, wanneer je het idee bij je op voelt komen
– dat je in uitzonderlijke situaties boos [of teleurgesteld] op anderen mag zijn,
denk dan opnieuw:
God is Liefde, en degene op wie je jouw liefde richt,
op de naaste, die je ondanks alles blijft liefhebben,
blijft in God en God in hem/haar – – conf. H. Johannus Climacos van de Sinaï,
uit het boek ‘de Ladder’] èn conf. Johannus de Theoloog.
☦️  Het is in feite hetzelfde zoals mensen [als het goed en gezond is] geen oorlog ontketenen om van de oorlog te gaan genieten, maar om juist van de oorlog te worden gered, zo gaan wij deze aan over-consumptie en genot verslavende wereld niet in om daar maar eens gezellig van te gaan genieten, maar om van het verslaafd zijn aan deze wereld gered te worden.
Mensen trekken ten strijde omwille van iets dat groter is dan oorlog.
Dus gaan we ook dit tijdelijke leven binnen omwille van iets groters:
om het eeuwige leven te bereiken‘.
En zoals soldaten met vreugde vooruitkijken en nadenken over hun terugkeer naar huis, hebben wij navolgers van Christus ons ook onophoudelijk het einde van ons leven en de bijbehorende terugkeer naar hun hemelse vaderland voor ogen.
Het belangrijkste doel van ons leven is om in gemeenschap met God te leven.
Hiertoe is de Zoon van God mens/vlees geworden [geïncarneerd], om
ons terug te brengen naar deze gemeenschap met God, die verloren is gegaan door de zondeval, de trots/hoogmoed van de mens [zich tot God te willen verheffen].
Door Jezus Christus, de Zoon van God, komen we in gemeenschap met de Vader en bereiken op die wijze ons doel.
conform H. Nicholas Velimirovic en H. Theophanos de kluizenaar.

Zoals de afgelopen week van Hemelvaart tot en met Pinksteren duidelijk is gemaakt:
Christus’ Hemelvaart is onze verheffing”.
Als bewerker van het heelal, de Kosmos heeft Hij de heiligmaking van de zielen van de mensen met Zijn Woord, Zijn Pedagogie bewerkt.
Uit Hem is alles’; uit dit is alles ‘uit’ de Vader,
door de Zoon uit de Heilige Geest voortgekomen.
Telkenmale zegt onze Heer en Verlosser door
de liefdesband met de Vader en de Heilige geest
is alles tot stand voortgekomen.
Na Zijn Hemelvaart is voor ons het verwerven van de H.Geest – conf. Seraphim van Sarov. onlosmakelijk een noodzakelijk iets verkrijgen door
er moeite voor te doen geworden
– door dit grote Mysterie van die Liefdesband ontvangen wij door
deMysteriën [deSacramenten] en door van jongs-af-aaan deel te nemen
hebben we deel aan die liefdesband.
Het verwerven van de Heilige Geest [God’s Genade is ons genoeg] is
dus ons einddoel om het Koninkrijk God’s te kunnen binnengaan.
Zo ook voltooit en vervolmaakt Hij, Die God’s Goedheid is en
de Liefde Zelf van de Vader en de Zoon tot elkander,
door Zijn krachtige en zachte stuwing de verheven werken voor
het eeuwige Heil van alle mensen,
in Hem is alles’; in Hem is de Heilige Geest.

Het Mysterie, houdt uw lampen brandend, The Mystery, keep your lamps burning

           Hoe zullen wij sterke mensen worden?
  God zij dank, de levenskracht is reeds in ons’,
diep in ons is een goddelijk Mysterie.
Maar we dienen haar te verlossen uit haar banden met de wereld, opgraven uit ongekende schachten van ons leven, wekken, want ze slaapt.
     Nu zijn er hulpmiddelen, die we kunnen aangrijpen, om tot sterkte op te staan.
Eén grote gedachte brengt éénheid, rechte lijn, inspiratie in ons leven.
De daad, die wij verrichten, ondersteunt onszelf.
De natuur kan haar stroom van krachten in ons ontsluiten.Als je maar wil en antwoordt geeft op die intens liefdevolle roep van God.
  Ja, want zo is het een welbehagen geweest voor de Vader. Alle dingen zijn de Zoon overgegeven door onze Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren”.
Want Hij roept:
  Komt tot Mij, jullie allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal jullie rust geven; nemen jullie Mijn juk op je en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en jullie zullen rust vinden voor jullie zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 26-30.
Laat ook ons hart dan ook met Hem opstijgen.
Luisteren wij naar de Apostel die zegt:
  Indien gij dan met Christus opgewekt zijt,
zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is,
gezeten aan de rechterhand van God.
Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Want jullie zijn gestorven en je leven is verborgen met Christus in God.
Wanneer Christus verschijnt, Die ons leven is,
zullen ook jullie met Hem verschijnen in Heerlijkheid 
Hij is opgestegen, maar niet van ons heengegaan.
Zo zijn ook wij al dáár met Hem, terwijl
in ons lichaam nog niet gebeurd is wat ons beloofd wordt
Col.3: 1-4.
Hij is al boven de hemelen verheven, maar toch
ondergaat Hij op aarde al het lijden dat
wij als zijn ledematen te verduren hebben.
Hiervan getuigde Hij toen Hij vanuit de hemel in Damascus riep:
  Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?” Hand.9: 4, en
eveneens met de woorden:
  Ik had honger, en jullie hebt Mij te eten gegevenMatth.25: 35.
Waarom doen ook wij niet zó ons best op aarde, dat
wij door Geloof, Hoop en Liefde, waardoor
wij met Hem verbonden zijn,
ook reeds met Hem van de rust genieten in de hemelen?

‘Reddende Christus, Mysterie en Goddelijke Liturgie’; ‘Saving Christ, Mystery and Divine Liturgy’

     Hoewel Hij dáár is, is Hij ook mèt ons, en terwijl wij hier zijn, zijn wij ook mèt Hem.
     Hij is mèt ons door Zijn Godheid,
Zijn Macht en Zijn Liefde.
     Wij kunnen niet bij Hem aanwezig zijn door de godheid zoals Hij bij ons, maar wij kunnen dit door de Liefde,
door de liefde tot Hem.
God liefhebben is de eerste, de enige en grote kans op redding door Zijn Zoon, onze Verlosser.
Indien we God bóven alles houden, worden Zijn geboden als
wapens die ons helpen in onze ongeziene oorlogsvoering, die
onophoudelijke veldslagen in en voor de ziel van
elke navolger van Christus.
     God’s inzettingen [geboden] zijn levenslijnen van de Heer.
Onze Barmhartige God voorziet de intenties van
de demonen en de zwakte van ons vlees.
     Hij geeft Zijn gestrafte kinderen de geboden [inzettingen] om
de demonen aan het Licht te brengen en ons in staat te stellen
controle te krijgen over onze passies.
     Indien je met de hulp van de Heer door middel van
nauwgezette waakzaamheid je innerlijke roerselen bewaakt voor
dwaling en de aanvallen van de demonen en
hun streken in strikken verweven in jouw fantasie observeert,
zul je uit ervaring zien dat dit het is waar alles om draait
” – De H. Philotheos van de berg Sinaï verzekert ons daarmee van de doeltreffendheid van het houden aan God’s geboden.
    Maak ons waardig, Heer deze dag voor de zonde te worden bewaard. Gezegend zijt Gij, Heer, god van onze Vaderen en geloofd en geprezen zij Uw Naam in de eeuwen der eeuwen, AMEN.
      Moge Uw Barmhartigheid over ons komen, Heer, want in U stellen wij ons vertrouwen.
            Gezegend zijt Gij, Heer, leer mij Uw Gerechtigheid.
            Gezegend zijt Gij, o Koning, geef mij inzicht door Uw Gerechtigheid.
            Gezegend zijt Gij, o Heilige, verlicht mij door Uw Gerechtigheid.
Heer, Uw Barmhartigheid is eeuwig, zie niet voorbij aan het werk van Uw handen.
            Aan U komt de lof toe, U past een Hymne, aan U de eer.
Aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, AMEN
uit: Doxologie.

Specificatie
Het is heel belangrijk om niet alleen te luisteren naar wat er expliciet gezegd wordt. Wanneer mensen argumenten gebruiken, liggen daar allerlei
[o.a. cultureel gevoedde] gevoelens onder.
Uiteraard is het op Kerkelijk [algemeen Christelijk niveau] ontzettend kwetsbaar om gevoelens met elkaar te delen, maar daardoor ontstaat er wel onderling begrip, zeker wanneer je zoekt naar de Bron van alle dingen.
Het kan een mens helpen om andere culturen toe te voegen aan de ervaring van het ‘Noaberschop’ [Twents] of ‘naoberschap’ [Achterhoeks, Drents en Sallands] – òf gewoon Nederlands: nabuurschap;
– Er wordt bij gelegenheden van Goed Nabuurschap
veel traditioneel eten gekookt en gedeeld met buren om
een goede verstandhouding te bevorderen; maar
niet iedereen in de Lage Landen houdt van patatje – stoofvlees in donkere bier, de appelstroop, mosterd en kruiden en zeker wanneer deze nog eens gemengd wordt met Tzatziki, gyros, souvlaki moussaka – spanakopita en Dolmatiki’s.
Voor enkele keren is het vaak zeer sprankelend om een derde toe te voegen aan een conversatie/gesprek, om gedachten en ervaringen uit te wisselen hetgeen het algemeen christelijk onderwerp raakt.

Vreemde eend?

Maar een andere cultuur laat zich niet overheersen door sneukelingen [gewesteljke ‘gouden’ aren] en zeker niet wanneer deze door vreemde populariteit’s-grafieken wordt gemanipuleerd.
In de jaren negentig – waande Nederland zich nog in een oase van verdraagzaamheid, een voorbeeld voor de wereld.
            Dàt mocht de wereld weten – een gemeenschap die ogenschijnlijk veel tolereerde, maar die in feite vooral bestond uit individuen die elk hun eigen waarheden als het allerhoogste goed beschouwden.
          Dat blijkt wel uit de hymne op het lied:
    Het land wars van betutteling, geen uniform is heilig,
een zoon die noemt z’n vader Jan, Klaas of Piet, een fiets staat nergens veilig
’.
Het refrein is:
      zoveel miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde, die
schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde
’.
          Dàt is de nationale icoon, het zelfportret van christelijk Nederland, – dáár past dus absoluut géén indoctrinatie en vriendjespolitiek in; – dáár wordt recht toe recht aan verzet aangetekend tegen dit soort overheersing.
In Nederland wordt onomwonden getoond dat zelfs in het OKIN het verschil-beginsel direct wordt aangepakt en is al duidelijk gemaakt dat een overheersende aanpak niet getolereerd wordt; hoever dient men te gaan om afwijkend gedrag te corrigeren?

Tronende Christus” – alleenheerser, tussen Engelen en Heiligen

Heiligen aller landen is een ‘nieuwe realiteit’, een Hemelse Kerk van Heiligen, dáár voedt je elkaar op voorbij het gewone biologisch wereldse.
Het leven van de mens leek vroeg-christelijk het leven van de mens de ‘Zoon van God’.
Vanaf Pinksteren maakt immers de Heilige Geest de gelovigen ledematen van het Lichaam van Christus, die de Kerk vormen.
De Kerk van Christus is gelijktijdig zichtbaar en onzichtbaar, is het Mystieke  Lichaam des Heren, door Christus geleidde hiërarchische instelling en sociale gemeenschap;
ik ben bang, neen, ik ben ervan overtuigd dat samen ‘uit en thuis’, welke ons als ideaal, als Oecumene wordt voorgehouden, slechts eerst bij Christus Wederkomst gerealiseerd zal worden.
Vorm het Goddelijke en het menselijke element één enkele Theandrische ** realiteit, één Lichaam in Christus Rom.12: 15.
                          
**Theandrisme’ is gelieerd aan het woord ‘Theocratie’ en is de klassieke, traditionele naam voor die vertrouwelijke en volledige eenheid tussen het goddelijke en het menselijke, dat op zich is een voorbeeld in Christus en dat is het uiteindelijke doel waarop alles in deze wereld bestaat en wordt bestierd [= ‘bestuurd’] door Christus en de Heilige Geest.
                           Deze verbinding tussen het Hemelse en het menselijke deel leidt tot aan de Engelen en de Heiligen, Die pleitbezorgers zijn voor de levenden en de oproepen van de gebeden van degenen die leven en het volle leven [‘in Christus’] nastreven.
                           Heiligen aller landen hebben wel degelijk een belangrijke plaats in
de Orthodoxe spiritualiteit, maar dat bereik je niet met praten, praten, praten, en
stapels oud Papier, boekenkasten vol, dàt bereik je slechts door het leven ‘in en met God’ in je binnenkamer te be-oefenen en ná te streven.
               Op de zondagen ná Pinksteren wordt heel nadrukkelijk  het feest van “Allerheiligen” op de gehele wereld gevierd, zowel in Azië, in Syrië en Libië, tot aan China en Japan toe, Australië, Europa, Amerika van het noorden en zuiden.
Dit is zondag van het feest van ‘dè’ Volheid van de Kerk; de perfecte Kerk van de drie-eenheid eindigt in de perfecte Kerk van heiligen van alle dag, slechts in het hart, misschien in het huisgezin en in de onderlinge samenhang welke in de wijken van de steden plaatsvindt.
De betekenis van dit festival en het synaxarion van deze periode houdt ons de redenen voor van  haar viering op deze zondagen en geeft een gedetailleerde uitleg:
“ Onze goddelijke, ascetisch geschoolde vaders hebben bevolen dat
    ná de nederdaling van de Heilige Geest’ welke wij met Pinksteren ieder jaar hebben te vieren hebben dit opvolgende feest als ware het een hoogfeest te vieren in navolging van Christus’ en
tevens in navolging van de ‘eenvoud’ van de eerste toezichthouders ‘Petrus en Paulus’, die in Antiochië het fundament van het Christendom hebben gelegd.
             Dáár was geen sprake van naijver, als van ‘eerste onder [on-]gelijken’;
nakomelingen van de Heilige Geest hadden zoveel Mystieke ervaringen
grote wonderen  veroorzaakt dat zij van hetzelfde deeg dat wij hebben en in de Goddelijke Liturgie opheffen,
– geheiligd en wijs [= ‘niet dom gehouden’] gemaakt waren;
– dat ze werden gebruikt in plaats als te ‘verworden’ tot ‘bestierder’ in de Kerk, die slechts  aan Christus toebehoort, doorheen heel de tijden slechts door de dood van Jezus Christus werd geleid tot God;
– die door het martelaarschap en ascese, het Bloed, anderen tot deugdzaam leven op te roepen, omdat de Heilige Geest de Mystieke wonderen verricht en door Christus hun taak werd vervuld.
             Aan de ene kant vieren we met vele anderen door de wereld dit feest
– hetgeen, hoewel men deugdzaam tracht te zijn door deugdzaamheid,
– even vergeten, misschien wel geen weet hebben [= dom gehouden worden];
– maar nu wel ontzettend véél van de eer aan God mogen genieten.
            Anderzijds waren er velen aanwezig die ‘op God en het Goddelijke gericht’ waren; die goddelijk waren in India, Egypte, Arabië, Mesopotamië, de Zwarte Zee en overal in het Westen, zelfs tot aan de Britse Eilanden; kort geformuleerd, zij leefden tussen -Oost en West-, wiens herinnering volgens nationalistisch gestoelde invloed altijd al de doorslag had gegeven.
            Dáár waaide nog een wind, t’ is altijd zo geweest en ‘t zal ’t altijd wel zo blijven.
Volgens de gewoonte van de geïnstitutionaliseerde kerk van de tirannieke heersers was het niet eenvoudig om het dit feest in veel-kleurigheid te vieren
– want dàn kon je als de minderheid niet langer jouw wil aan de meerderheid opleggen,
           dàn liep het gezag van de eerste onder [on-]gelijken gevaar.
Al werd het gewone volk overal op aarde volgens gewoonte door de Kerk voorgehouden slechts degenen die godvruchtig  waren na te volgen
zij beschouwden in commissie ‘wie’ die heiligen waren en veelal werd de rebelse houding van een heilige tegen eigen overheid angstvallig uit de publiciteit gehouden.
           Tòt aan 325 toen martelaren en werkelijke asceten in de heiligen-stand werden verheven bepaalden hoogstaand heilige en ascetische vaders, ‘wie’ van de heiligen als toekomstige heiligen werden beschouwd;
           ná die periode werd dit, kreeg dit een wetenschappelijke tintje en werden allerlei nevenvoorwaarden in de benoemingsvoorwaarden opgenomen
– het is zelfs zó sterk dat belangrijke denominaties onlangs een grote schoonmaak hebben gehouden en uiteindelijk is het Sinterfeest aangepast en
werd de bekende Nicolaas ontheiligd terwijl de alombekende ketter Luther in ere zou zijn hersteld.
Belangrijk bij de beoordeling blijft niet zo zeer meespelen
wàt voor propaganda door nationale bevolkingsgroepen op dit vlak wordt ingezet, máár is de godsvrucht over de gehele aarde en de door de heilige als voorbeeld van de grote gemeenschap van gelovigen/heiligen gestelde beïnvloeding van de Heilige Geest in de ballotagecommissie van de elite het hoofd-item.
            Individuele feesten worden ook steeds meer in gezamenlijkheid met de anderen op die dag gevierd, zeker waar er sprake is van internationaal optreden, zodat van de – eerste tot de laatste – heiligen wordt aangegeven of ze nu bekend zijn of niet, dat zij, die door de Heilige Geest op Mystieke wijze [als wonder-doend] worden beschouwd en op de fundamentele grond in de Heiligen-stand worden verheven.
           Enkel ‘zij’ bevochten allen op dezelfde wijze de deugd op de tegenstrever en dienden daarbij veelal de bestaande hiërarchie van de kerk stilzwijgend te ontwijken.
           Zij waren allen dienaren van en navolgers van dezelfde God en
werden op die grond verheven en alom geeerd of gekroond, nooit op grond van
hun vooraanstaande positie in kerk of koninkrijk.
Daarom bevreemd het dat wèl de mensenvriend als Nicolaas uit de gelederen werd verwijderd, terwijl grote tirannen en dictators, waaronder Constantijn hun positie bleven behouden.
           Heiligen vormden de Kerk, zij hervormden de wereld van god- en mensonterende praktijken, hadden reeds lang afscheid genomen van de wereld en roepen ons nog steeds op tot hetzelfde gevecht, hetgeen verschilt van de wijze waarop je het probleem vanuit de huidige multi-culturaliteit benaderd.
    De Heer sprak tot Mozes: Spreek tot Aäron en zeg tot hem:
    Wanneer gij de lampen [Hebr. ‘
בְּהַעֲלֹתְךָ’ – bahaalotecha] opstelt, moeten deze zeven lampen haar licht doen vallen op de voorzijde van de kandelaar’. En Aäron deed alzo; aan de voorzijde van de kandelaar stelde hij de lampen daarvan op, zoals de Heer dit Mozes geboden hadNum.8: 1-3.
God is vuur en wordt dit door alle geïnspireerde geschriften genoemd, terwijl de ziel van ieder van ons een lamp is.

Een lamp is voordat deze haar vlam ontvangt en wordt aangestoken, volledig in het duister.

Nu is een lamp, voordat hij een vlam ontvangt en is verlicht, volledig in het duister, zelfs als hij vol met olie is gevuld of met andere brandbare stoffen.
Op dezelfde manier, is de ziel , tenzij zij goddelijk Licht ontvangt en door God begenadigd is met alle deugden – dat wil zeggen tenzij hij deel heeft aan de Goddelijke Essentie en Gods Licht – in staat onzeker als zij blijft, God’s weg te gaan. Alles dient getoetst te worden en zich in God’s Licht te manifesteren.
Op dezelfde wijze spreekt de Apostel Paulus:
    Daarom, mijn geliefden, gelijk jullie te allen tijde gehoorzaam zijn geweest,
blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, Die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.
Doet alles zonder morren of bedenkingen, opdat jullie onberispelijk en onbesmet mogen zijn, onbesproken kinderen van God te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder jullie schijnen als lichtende sterren in de wereld, ‘het Woord van het Leven’ vasthoudende, mij ten roem tegen de dag van Christus, dat
ik niet vruchteloos [mijn wedloop] gelopen, noch vruchteloos mij ingespannen heb
Phil.2: 12-16.

De stap die gezet dient te worden
Maak de stap terug tot het oorspronkelijk Christelijk Geloof om terug te keren naar het land van onze voorvaderen, Abraham, Isaäc en Jaäcob, hetgeen een overdaad is vanuit de vroeg-christelijke spirituele verheffing.
Volgens de aloude Joods- christelijke cultuur staat zeven voor perfectie of voltooiing, daarom krijgt Mozes ook de opdracht tot zeven lampen.
Het boek Openbaringen spreekt eveneens over zeven gouden kandelaren
in een visioen dat God aan Johannes gaf:
Ik kwam in vervoering van de Geestes op de dag des Heren, en
ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, zeggende:
‘ Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten: naar Epheze
[Hebr.= ‘toegestaan’], en naar Smyrna ‘ [Hebr.= ‘mirre of bitterheid’], en naar Pergamum [Hebr.= ‘hoogte’], en naar Tyatira [Gr.= ‘Θυάτειρα’ vermoedelijk van van Lydische origine], en naar Sardes [Hebr.= ‘robijn (rode kleur)’], en naar Philadelfia [Hebr.= ‘broederlijke liefde’] en naar Laodicea [Hebr.= ‘gerechtigheid van het volk’].
En ik keerde mij om, ten einde de stem te zien, die met mij sprak.
En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden kandelaren, en
te midden van de kandelaren iemand als een mensen zoon,
bekleed met een tot de voeten reikend gewaad, en
aan de borsten omgord met een gouden gordel; en
zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en
zijn ogen als een vuurvlam; en
zijn voeten waren gelijk koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt, en
zijn stem was als een geluid van vele wateren
Openbaring 1: 10-15.
Deze zeven gouden kandelaren vertegenwoordigen
de zeven gemeenten in Klein-Azië Openbaring 1: 10-11, 20.
God waarschuwde dat Hij de kandelaar van een gemeente [van een gemeenschap]
zou kunnen verwijderen als ze doorgaan met zondigen en weigeren zich te bekeren.
Zoals onze Heer en Verlosser de gemeente in Efeze [Hebr.= ‘toegestaan’] vertelde:
Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en
doe [weer] uw eerste [vroeg-christelijke] werken.
Maar zo niet, dan kom Ik tot u en
Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert.
Doch dit hebben jullie, dat
jullie de werken van de Nikolaieten [de antichrist, merkteken van het beest]
de valshaat
[=tegen de liefde], welke ook Ik haat.
Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.
Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de boom des levens, hetgeen
in het Paradijs van God is
Openbaring.2: 5-7.
             Degenen die Christus’ volgelingen zijn, groeien voortdurend in gehoorzaamheid aan de oorspronkelijk Joods-Christelijke leer, de liefde tot God en de naaste, de vreugde en de vrede en worden steeds méér als navolgers gelijk aan Christus. Die liefde, vreugde en vrede schijnt door tot in een donkere en sombere wereld als een baken van hoop. Het maakt dat anderen de Bron van die goedheid begeren.

Apolytikion van de koren der Heiligen
tn.2.    Apostelen, Martelaren en Profeten,
Hiërarchen, Heiligen en Gerechten, die
de goede strijd voleindigd en
het [oorspronkelijk Christelijk] Geloof bewaard hebt,
Gij hebt toegang tot de Verlosser.
Smeek tot Hem, als de Goede, voor ons, opdat
onze zielen mogen worden gered
”.

2e Zaterdag na Pinksteren – Juni, 30e – de Glorieuze en alom-geprezen spirituele herders van de Apostelen, Petrus en Paulus

‘raadsel’– wapen van Vaticaanstad:  “riddle” – coat of arms of Vatican City.

De sleutels
    Toen Jezus in de omgeving van Caesarea Philippi gekomen was, vroeg Hij zijn discipelen en zei:
           Wie zeggen de mensen, dat de Zoon des mensen is?
En zij zeiden:
           Sommigen: Johannes de Doper; anderen: Elia; weer anderen: Jeremia, of één van de P
rofeten.
Hij zei tot hen:                  Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?
Simon Petrus antwoordde en zei:
         Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!
Jezus antwoordde en zei:
         Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen.
Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk der Hemelen, en wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat gij op aarde ontbinden zult,
zal ontbonden zijn in de hemelen“ Matth.16: 13-19.

Mijn Genade is u genoeg; oftewel niet geleden, dan ook niet geleefd
        Nageslacht van Abraham zijn zij? Ik ook.
Dienaren van Christus zijn zij? – ik spreek tegen mijn verstand in – ik nog meer:
         in moeiten veel vaker, in gevangenschap veel vaker, in slagen maar al te zeer, in doodsgevaren menigmaal.
Van de Joden heb ik vijfmaal de veertig-min-eenslagen ontvangen, driemaal ben ik met de roede gegeseld, eens ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een etmaal heb ik doorgebracht in volle zee; telkens op reis, in gevaar door rivieren, in gevaar door rovers, in gevaar door volksgenoten, in gevaar door heidenen, in gevaar in de stad, in gevaar in de woestijn, in gevaar op zee, in gevaar onder valse broeders;
in moeite en inspanning, tal van nachten zonder slaap, in honger en dorst, tal van dagen zonder eten, in koude en naaktheid; [en dan], afgezien van de dingen, die er verder nog zijn, mijn dagelijkse beslommering, de zorg voor al de gemeenten.
Indien iemand zwak is, zou ik het dan niet zijn?
Indien iemand aanstoot neemt, zou ik dan niet in brand staan?
Moet er geroemd worden, dan zal ik van mijn zwakheid roemen.
       De God en Vader van onze Here Jezus, geprezen zij Hij in eeuwigheid, weet, dat ik niet lieg.
Te Damascus liet de stadhouder van koning Aretas de stad der Damasceners bewaken, om mij te grijpen, en door een venster in de muur werd ik in een mand neergelaten en ik ontkwam aan zijn handen.
Er moet geroemd worden; het dient wel tot niets, maar ik zal komen op gezichten en openbaringen des Heren.
Ik weet van een mens in Christus, veertien jaar is het geleden – of het in het lichaam was, weet ik niet, of dat het buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het – dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel.
En ik weet van die persoon – of het in het lichaam of buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het – dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken.
Over die persoon zal ik roemen, maar over mijzelf zal ik niet roemen, of het moest zijn in mijn zwakheden.
Want als ik wil roemen, zal ik niet onverstandig zijn, want ik zal de waarheid zeggen; maar ik onthoud mij ervan, opdat men mij niet meer zal toekennen dan wat men van mij ziet en hoort, en ook om het buitengewone van de openbaringen.
Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen.
Driemaal heb ik de Here hierover gebeden, dat hij van mij zou aflaten.
En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij zal komen2Cor.11:21b-12: 9.

Petrus ontvangt de sleutels

Peter & the keys ‘already given away‘, Vatican City

De Sleutels van het Koninkrijk’ beelden de bevoegdheid uit om de weg te openen voor de mensen teneinde dat zij ‘het koninkrijk God’s kunnen binnen tredenMatth.16: 19; Hand.14: 22.
Jezus gaf ‘de sleutels van het Koninkrijk der Hemelen’ aan Petrus.
Dat betekent dat Petrus de bevoegdheid ontving om openbaar te maken hoe door middel van God’s Heilige Geest de mensen door het Geloof, het voorrecht konden krijgen het Koninkrijk der Hemelen binnen te treden.
Petrus heeft van die bevoegdheid ook gebruik gemaakt:
hij heeft voor drie groepen mensen de weg vrijgemaakt om
het Koninkrijk de Hemelen te openen en
er ook binnen te kunnen gaan;
hij heeft de sleutels dus niet meer in zijn bezit en kan er ook geen rechten aan ontlenen;
Hij heeft ze immers weggegeven !!! :
1.]. Joden en joodse bekeerlingen. Kort na Jezus’ dood moedigde Petrus een groep Joodse gelovigen aan om Jezus te aanvaarden als degene die door God was uitgekozen om in het Koninkrijk te regeren. Petrus vertelde ze wat ze moesten doen om gered te worden. Zo opende hij voor hen de weg om het Koninkrijk binnen te gaan, en duizenden namen zijn woorden aan Hand.2: 38-41.
2.]. Samaritanen. Later werd Petrus naar de Samaritanen gestuurd.
Opnieuw gebruikte hij een sleutel van het Koninkrijk, toen hij, samen met de apostel Johannes, voor hen bad ‘dat zij de Heilige Geest mochten ontvangen’ Hand.8: 14-17.
Dàt opende voor de Samaritanen de weg om het Koninkrijk binnen te gaan.
3.]. Heidenen. Drie en een half jaar na Jezus’ dood onthulde God aan Petrus dat ook de heidenen [de niet-Joden] de mogelijkheid zouden krijgen het Koninkrijk binnen te treden.
Als reactie daarop gebruikte Petrus een van de sleutels door tot heidenen te prediken, waarmee hij voor hen de deur opende om heilige geest te ontvangen,
christenen te worden en toekomstige leden van het Koninkrijk te worden
Hand.10: 30-35,44,45.
           
Petrus beslist absoluut niet wie er in de hemel mag komen.
De Blijde Boodschap leert immers dat Christus, onze Heer en Verlosser en niet Petrus:
‘de levenden en de doden zal oordelen’ 2Tim.4: 1,8; John.5: 22.
En Petrus heeft zelf gezegd dat Jezus, de Christus:
‘Degene is Die door God als Rechter over levenden en doden is aangesteld’ Hand.10: 34,42.
Toen One Heer en verlosser het over de sleutels van het Koninkrijk had, zei hij tegen Petrus:
  Al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn” Matth.16: 19,
Sommigen mensen hebben hier theologisch de conclusie uitgetrokken dat
Petrus de beslissingen nam en dat de Hemelen zijn beslissingen zouden volgen.
Maar de werkwoorden in de oorspronkelijke Griekse taal laten zien dat
het precies andersom was:
de beslissingen werden in de Hemelen genomen  en Petrus volgde die beslissingen.
Andere gedeelten uit de Blijde Boodschap bevestigen dat Petrus aan de Hemelen  onderworpen was toen hij de sleutels van het Koninkrijk gebruikte.
Hij gebruikte bijvoorbeeld de derde sleutel als reactie op instructies, die
hij tevoren van God had gekregen Hand.10: 19,20.
Zo laat De Heilige Nicolaos Velimirovic ons betreffende het bovenstaande
het volgende weten:
”En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van
een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar
zij gezeten waren” Hand. 2: 2.
De Heilige Geest is niet zoals een [intimiderend] mens het veelal doet,
die [manipulerend] geweld gebruikt om ongevraagd een vreemd huis binnen te stappen.

Sefanja 3: 17

De Geest God’s komt alleen maar bij degenen op bezoek,
die bereidwillig zijn en met open armen
hun hart [hun deuren] open stellen.
God komt binnen bij degenen, die
iets dierbaars verwachten,
als een bezoeker waar
al tijden lang op gewacht wordt.

De doorn in het vlees van Paulus
Onafgebroken gebed welke zelf tranen en lijden kan oproepen bouwt nederigheid op. Dit onophoudelijk en beroep doen op God om hulp verhindert ons gek [dwaas] genoeg – te gaan vertrouwen op onze eigen kracht en wijsheid, en onszelf boven anderen te stellen.
Dit zijn gevaarlijke ziekten [ten dode] van de passie van de hoogmoed, van de arrogantie en trots.

H. Maximos, de Belijder [580-662]

Christus ging nooit op pad om indruk te maken en wonderen te doen aan de machtige leiders of degenen met autoriteit of ten einde achting om wereldlijke roem te verkrijgen, maar eerder vervolgde hij in stilte Z’n weg voor de zachtmoedige en nederige zielen.
Laten we hetzelfde doen ten einde mede opgewekt te worden met Christus.
conform: H Maximos de Belijder.

            Hoewel de aard van de ‘doorn van Paulus’ intrigerend is en sommige vreemde suggesties meer aandacht verdienen dan andere,
is ‘zekerheid hieromtrent onbereikbaar‘ en misschien wel opzettelijk.
Door de volledige uitleg onuitgesproken te laten, creëert Paulus immers
een universeel aspect aan zijn lijden, waaruit
wij navolgers van Christus verschillende praktische
en theologische toepassingen kunnen putten.

1.].           De eerste van deze toepassingen is dat alle gelovigen, zowel in de historie tot nu toe las de hedendaagse mensen, de een of andere vervolmaking’s aard dienen te verwachten, een ervaring terwille van Christus,
“de zegen van God komt alleen volgend op tijden van tegenspoed”
2.].           Ten tweede, de doorn van Paulus in z’n vlees, is afgezien van de werkelijke aard van de doorn, voor hem zoals hij doet blijken
een persoonlijk verlossende functie geweest om zijn trots in toom te houden,
en om de vleselijke neiging van Paulus te onderdrukken om ‘op eigen titel
zijn bediening uit te voeren, als glorie voor Paulus als mens. Paulus zegt met nadruk dat deze doorn hem met een doel werd gegeven 2Cor.12: 7, hetgeen impliceert dat het niet zozeer aangedaan was dat dit gegeven
om Paulus’ bestwil  aan hem als kruis was opgelegd.
Paulus heeft immers gebeden deze doorn van hem te verwijderen
– niet met het doel de doorn kwijt te raken -, maar
hij bad om de Genade het allemaal te kunnen dragen en
dat de Kracht van Christus derhalve doelbewust en noodzakelijk was, omdat
dit hem duidelijk maakte – wanneer hij door persoonlijke in z’n aard liggende omstandigheden tot zwakheid [de val van de arrogante trots] zou kunnen komen te vervallen.
Wanneer de pijn toeneemt worden z’n zwakheden des te meer waarneembaar.

opkomende zon in Nederland vroeg-christelijk Geloof en realisme; rising sun in the Netherlands early Christian Faith and realism

Het is immers niet altijd God’s plan om ons te genezen, maar
we kunnen het lijden dusdanig verdragen indien we ons,
net als Paulus, herinneren, dat ons huidige lijden slechts tijdelijk is en
slechts de bedoeling heeft om ons persoonlijk op het rechte pad te houden.

Er zijn zo is vast te stellen driemaal een parallel te onderscheiden tussen Paulus’ gebeden en het verzoek van Christus dat de Vader de beker [de dood door het Kruis] van hem afneemt.
In beide gevallen beantwoordde God de gebeden met iets dat nog meer noodzakelijk was. Paulus gelooft dat hij in vol vertrouwen tot God kan bidden, wetende dat God ons als Wijze en Barmhartige Vader, als goede God
datgene zal geven, noodzakelijkerwijs niet wat we vragen, maar
wat het beste voor ons is.
Er bestaat een uiteenlopende theorie als zou Paulus een van de krachtigste Goddelijke ondersteuning hebben ondervonden als gevolg van zijn lichamelijke ziekte of het feit dat hij geestelijke vervolging onderging en dat dit in wezen de metaforische overweging zou zijn geweest tot de uitdrukking van de “doorn in het vlees”, in de context van de 2e brief aan de Corinthiërs geeft zijn omschrijving van het Geloof de mogelijke verwijzing naar de menselijke tegenstanders, die Paulus ervaart.
Het is eenvoudigweg onmogelijk om met absolute zekerheid de exacte aard van Paulus ‘doorn in het vlees’ aan te wijzen – hetgeen zoals al eerder is opgemerkt, zijn opzet kan zijn geweest.

Dit gebrek aan zekerheid is echter voor hedendaagse theologen en alle christenen met hen geen belemmering, om kracht te putten uit het voorbeeld van Paulus ten aanzien van al zijn beproevingen. Hoewel we vervolging of een belemmering in de voortgang als een proces van God kunnen beschouwen kunnen we – zeker in onze tijd – de terugval van het Geloof in onze streken als bemoedigend beschouwen en met Paulus verkondigen:
          Dat wij dus zeer gaarne in zwakheden nog meer roemen, opdat
de Kracht van Christus over ons zal komen”.
Tegen de stroom van de tegenstand in
besef je namelijk des te meer
waar je het allemaal voor doet
– ons werk maakt ons sterk –
zongen we vroeger bij de christelijke scouts en
het Geloof gaat daardoor nooit verloren.

Geboden, Die ons op het hart geschreven zijn
    En Mozes bewerkte opnieuw twee stenen tafelen gelijk de eerste en
schreef op de tafelen met hetzelfde schrift als de eerste maal, de Tien Woorden,
Die de Heer op de berg tot u gesproken had uit het midden van het vuur
op de dag van de samenkomst; en de Heer gaf ze hem“.
In deze passage herinnert Mozes zich het moment en het gegeven dat de Heer hem de geboden op de berg Sinaï had overgeleverd, ons eraan herinnerend dat we gezegend zijn:
    Welk Groot Volk is er namelijk, dat inzettingen en verordeningen
heeft zo rechtvaardig, als heel deze Wet, Die God ons heden heeft voorlegd? Deut.4: 8.
Hij dringt er bij ieder van ons op aan
“aandacht aan jezelf te schenken en ijverig je ziel te bewaken, opdat je alle dingen en gebeurtenissen niet vergeet, die je ogen zagen en opdat ze niet van je hart zullen wijken” Deut.4: 9.
God zet zijn geboden voor ons op schrift, in
permanente fysieke vorm, als een zegen.
Hij “spreekt” tot ons in de geboden, en v
ervolgens spreekt Hij, met de komst van Jezus Christus, onze Verlosser
door “de Geest van de levende God,
niet op stenen tafelen maar op tafelen van vlees,
dat is, van het hart
2Cor.3: 3.
Gods geboden zijn geen vreemde,
door een vreemde hoogdravende externe autoriteit, opgelegd, Die
ons slechts tot slaaf maakt.

Saint Peter, supervisor of Damascus, in de periode dat de Levant door Islamistische overheersing werd belaagd.

Zoals de heilige Petrus van Damascus uitlegt, omvat
natuurlijke kennis die ons door God is gegeven,
òf dit nu door de Schrift gebeurt, door menselijke keuzevrijheid, òf door middel van de
[bescherm-] Engel Die ons in de Mystiek, Goddelijke doop wordt meegegeven op ons levenspad
om de ziel van elke gelovige te bewaken,
om op te treden als zijn geweten en
om hem te herinneren aan
de goddelijke geboden van Christus

conf. Philokalia, deel 3, blz. 76.
Volgens de heilige Maximos, heeft
de biechtvader, slechts als functie
de geboden van “het intellect” te ontdoen, t
e bevrijden van dissipatie [= onvermijdelijke menselijke bewegingsprocessen die zowel irreëel als wezenlijk bij de mens voorkomen en die resulteren in een verlies van “nuttige” energie/Genade]
en uitmonden in haat, en deze te begeleiden naar de liefde tot zichzelf en de naaste” conf Philokalia, Deel 2, blz. 107.

God liefhebben is niet eenvoudig dit is ‘het eerste en grootste gebodMatth.6: 5; Matth.22: 36-37.
Het is de doorslaggevende leven-schenkende reactie van het hart dat gelooft, welke op die wijze de geboden omvormen ‘van last naar Genade‘.
             Vandaar dat, zoals de heilige Makarios van Egypte zegt:
          de hoogste elementen van onze lichamelijke gesteltheid
– het intellect, het geweten is de liefhebbende kracht van de ziel –
welke aanvankelijk als een heilige offer aan God dient te worden opgedragen,
als een heilig geschenk dient te worden geofferd” Philokalia, Deel 3, p. 290.
    Indien iemand van Mij houdt, zal hij Mijn Woord houden”, zegt
ons Heer Jezus, Christus,
“en Mijn vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen en
ons huis met Hem maken” John.14: 23.

 

Dutch renaissance

            God liefhebben is de belangrijkste en de grootste mogelijkheid tot Leven, die ons voor ogen dient te staan.
            Indien wij God boven alles verheffen, worden Zijn geboden als wapens die ons helpen in onze ongeziene oorlogsvoering, die onophoudelijke veldslagen in en voor de ziel van iedere navolger van Christus.
God’s inzettingen zijn levenslijnen op het pad van de Heer.
Onze Barmhartige God voorziet de intenties van de demonen en
daartegenover de zwakte van ons vlees.
Hij geeft Zijn gestrafte kinderen de geboden om
de demonen aan het daglicht te brengen en ons in staat te stellen
controle te krijgen over onze passies.
          De Heilige Philotheos Kokkinos [1300-1379] van de berg Sinai verzekert ons van de doeltreffendheid van de geboden:
Indien je met de hulp van de Heer door middel van nauwgezette waakzaamheid je nous [νούς] ** bewaakt voor dwaling en de aanvallen van de demonen en hun strikken verweven in fantasie observeert,
zul je uit ervaring zien dat dit de oorzaak is van alle ellende
Philokalia, deel 3, blz. 18.
**  [Oud-Grieks: νούς of νόος, is de term voor geest of intellect. Met Nous wordt de hoogste vorm van denken, een bijna goddelijk denken bedoeld. Het is de soort intellectuele intuïtie die aan het werk is als je definities, concepten ineens begrijpt, plots ‘ziet‘, als bij een goddelijke ingeving.
            We dienen onophoudelijk in gedachten te houden dat er een direct verband bestaat tussen de geboden en onze passies.
Elk gebod heeft een overeenkomstige passie waartegen dat gebod zorgt voor verdediging en overwinning.

gewoon ‘Orthodox‘ zijn

De eerste vier helpen ons weerstand te bieden aan zelfrespect, eerwaardigheid en trots, zodat we ons Kruis opnemen en begraven worden met Christus.
Het gebod tegen moord weerhoudt woede Matth.5: 21-24, terwijl dat tegen overspel de lust reguleert Matth.5: 27-28.
We controleren hebzucht door het gebod tegen diefstal en begeerte te gehoorzamen, en liegen en de andere kwaadaardige impulsen van de tong te vermijden door geen valse getuigenis af te leggen.
Mogen wij dan, net als Mozes, deze heilige geboden opnemen en met de vreze God’s in de heilige ark van onze harten plaatsen!

”     Gezegend zijt Gij, o Heer; leer mij Uw inzettingen.
Gezegend zijt gij, o meester; laat me Uw inzettingen begrijpen.
Gezegend zijt Gij, O Heilige; verlicht mij door Uw inzettingen”.
– uit: Doxologie

Apolytikion
tn.4. 
”   Gij Eersttronenden van de Apostelen, en 
leraren van de wereld,
bidt tot de Meester van het Heelal,
om aande wereld ‘Vrede’ te schenken, en
aan onze zielen de grote Genade“.

Kondakion
tn.2.  ”   De trouwe Verkondigers van God,
de eersten van de Apostelen, hebt Gij, o Heer,
deelachtig gemaakt van Uw goederen, en
doen binentreden in de eeuwige rust.
Want hun zwoegen en sterven was
kostbaar voor U boven alle offers, 
omdat U alleen de harten kent“.

2e Maandag ná Pinksteren – Juni de 24e – de Geboorte van de heilige Glorieuze Profeet, voorloper en Doper Johannes – God’s Heilige aanwezigheid ontwaren.

        Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het Woord geweest zijn, ben ook ik Lucas [= ‘lichtgevend‘] tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Theofilus [= ‘vriend van God‘], opdat gij de betrouwbaarheid zoudt erkennen van de zaken, waarvan gij onderricht zijt.
Er was in de dagen van Herodes
[= heldhaftig], de koning van Judea [Jehoed (Aramees), het gebied van de stam van Juda [=geprezen], een priester, genaamd Zacharias [= De Heer herinnert Zich], behorende tot de afdeling van Abia [= ‘mijn Vader is de Heer’], en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron [=lichtbrenger] en haar naam was Elisabeth [= ‘eed van God’].
Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk. En zij waren kinderloos, omdat Elisabeth onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen.
En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor God verrichtte in de beurt van zijn afdeling, dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel van de Heer binnen te gaan en het reukoffer te brengen. En de gehele volksmenigte was buiten in gebed op het uur van het reukoffer.
En hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar.
En Zacharias ontroerde bij dat gezicht, en vrees beving hem. Maar de engel zei tot hem: ‘Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabeth zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes [= de Heer, de genadige Gever heeft begunstigd]geven. En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor de Heer en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot van zijn moeder aan en velen van de kinderen van Israel [de Kerk] zal hij bekeren tot de Heer, hun God. En Hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de Kracht van Elia, om de harten van de Vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Heer een wel-toegerust Volk te bereiden’.
En Zacharias zei tot de engel: ‘Waaraan zal ik dit weten? Want ik ben een oud man en mijn vrouw is op hoge leeftijd gekomen’.
En de engel antwoordde en zei tot hem: ‘Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze blijde mare [=bericht] te verkondigen. En zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken, tot de dag toe, dat deze dingen geschieden, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die op hun tijd in vervulling zullen gaan’.
En het volk stond op Zacharias te wachten en zij verwonderden zich, dat hij zo lang in de tempel vertoefde. Toen hij dan naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken en zij begrepen dat hij in de Tempel een gezicht gezien had. En hij wenkte hun toe en bleef stom.
En het geschiedde, toen de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij vertrok naar zijn huis.
Na die dagen werd Elisabeth, zijn vrouw, zwanger, en zij verborg zich vijf maanden, want, zeide zij: ‘Aldus heeft de Heer aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij neerzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen.
. . . . .Toen voor Elisabet de tijd vervuld was, dat zij baren zou, bracht zij een zoon ter wereld.
En haar buren en nabestaanden hoorden, dat de Heer zijn barmhartigheid aan haar had groot-gemaakt en zij verheugden zich met haar.
En het geschiedde, toen de achtste dag was aangebroken, dat zij kwamen om het kind te besnijden, en zij wilden het naar de naam van zijn vader Zacharias noemen.
Doch zijn moeder antwoordde en zei: Neen, hij moet Johannes genoemd worden.
En zij zeiden tot haar: Er is toch niemand in uw familie, die die naam draagt.
En zij beduidden zijn vader, dat hij beslissen zou, hoe hij het kind genoemd wilde hebben.
En hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef deze woorden: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen.
En terstond werd zijn mond geopend en zijn tong [losgemaakt], en hij sprak, God lovende.
En over allen, die in hun nabijheid woonden, kwam vrees, en in het gehele bergland van Judea werden al deze dingen besproken. En allen die het hoorden, namen het ter harte en zeiden: Wat zal er van dit kind worden? Want de hand des Heren was met hem.
En zijn vader Zacharias werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde, zeggende:
‘ Geloofd zij de Heer, de God van Israël [de Kerk], want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht.
. . . . .En gij, kind, zult een profeet van de Allerhoogste heten; want gij zult uitgaan voor het aangezicht des Heren, om zijn wegen te bereiden, om aan Zijn Volk [de Kerk] te geven kennis van Heil in de vergeving van hun zonden, door de innerlijke barmhartigheid van onze God, waarmee de Opgang uit de hoogte naar ons zal omzien, om hen te beschijnen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods, om onze voeten te richten op de weg van de Vrede.
Het kind nu groeide op en werd gesterkt door de Geest. En hij vertoefde in de woestijnen tot op de dag, dat hij zich aan Israel vertoonde

Luc.1: 1-25, 57-68, 76-80.

Geef om te overleven, bekeer u‘;’Give to survive, repent‘ .

“     Want het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen van het Licht!
      Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd!
     Maar doet de Heer Jezus Christus aan[bekleed u met Christus] en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.
. . . . .  Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt?   Of hij staat of valt, gaat zijn eigen Heer aan.
Maar hij [zij] zal [zullen] staande blijven, want
de Heer is bij Machte hem[n] vast te doen staan” Rom.13:11b-14:4.

 

Abraham. Isaäc & Jaäcob – Lusinov 1797, Jaroslavl unknown maker

    Verder zei God tot Abraham [=’ vader van een menigte‘] : Wat uw vrouw Sarai [= ‘be-vrijder’betreft, gij zult haar niet Sarai noemen, maar Sara [=’Princes’]zal haar naam zijn. En Ik zal haar zegenen, en ook zal Ik u uit haar een zoon schenken, ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volkeren worden zal; koningen van volkeren zullen uit haar voortkomen. Toen wierp Abraham zich op zijn aangezicht, lachte en zei bij zichzelf:
‘ Zal dan aan een honderdjarige een kind geboren worden, en zal Sara, een negentigjarige, baren?’
> Maar God zei: ‘ Neen, maar uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en gij zult hem Isaäc noemen, en Ik zal Mijn Verbond met hem oprichten tot een eeuwig Verbond, voor zijn nageslacht.
> Abraham nu en Sara waren oud en hoogbejaard; het ging Sara niet meer naar de wijze der vrouwen. Dus lachte Sara in zichzelf, denkende: ‘ Zal ik wellust hebben, nadat ik vervallen ben, terwijl mijn heer oud is?
Toen zei de Heer tot Abraham: ‘   Waarom lacht Sara daar en zegt: Zal ik werkelijk baren, terwijl ik oud geworden ben? Zou voor de Heer iets te wonderlijk zijn? Te bestemder tijd, over een jaar, zal Ik tot u weerkeren, en Sara zal een zoon hebben.
> De Heer bezocht Sara, zoals Hij gezegd had, en de Heer deed aan Sara, zoals Hij gesproken had. En Sara werd zwanger, en zij baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom, te bestemder tijd, waarvan God tot hem gesproken had.
En Abraham noemde de zoon, die hem geboren was, die Sara hem gebaard had, Isaäc.
En Abraham besneed zijn zoon Isaäc, toen hij acht dagen oud was, zoals God hem geboden had.
Abraham nu was honderd jaar oud, toen hem zijn zoon Isaäc geboren werd.
En Sara zei: ‘    God heeft gemaakt, dat ik lach; ieder die het hoort, zal om mijnentwil lachen’.
En zij zei: ‘   Wie had aan Abraham durven toezeggen: Sara zoogt kinderen? Want ik heb een zoon gebaard in zijn ouderdom’.
En het kind groeide op en werd gespeend, en Abraham richtte een grote maaltijd aan op de dag dat Isaäc gespeend werd
Gen.17:15-17,19; 18:11-14; 21: 1-8 [lezing uit de Vespers].

    Maar God zei: ‘Neen, maar uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en gij zult hem Isaäc [Hebr.= ‘hij lacht’] noemen, en Ik zal Mijn Verbond met hem oprichten tot een eeuwig Verbond, voor zijn nageslacht’” Gen.17: 17.

Zien en verstaan

Om de stem van God nauwkeurig te horen, dient men de tegenwoordigheid van de Heer der Heerscharen te onderscheiden en Zijn hand te herkennen in de gebeurtenissen en aldus grote zegeningen te ontvangen.

Deze passage uit Genesis vat een interventie van God samen in het leven van Abraham en Sarai. Hij verandert haar naam in Sara Gen.17: 15, en kondigt aan dat het paar vele jaren na de natuurlijke tijd van de vruchtbaarheid een zoon zal krijgen Gen.17: 19; 18: 11-14.
God brengt de geboorte van Isaäc tot stand Gen. 21: 1-3 en
maakt het goddelijke paar ‘een typos’ van Zacharias en Elizabeth,
de ouders van de Heilige Voorloper en Doper, Johannes.

De reis van Abraham en Isaäc wordt in het boek Genesis tergend langzaam beschreven,  alsof Abraham, of de schrijver, tijd wil rekken,
bij God bestaat immers geen tijd.
Want wàt er allemaal staat te gebeuren, kàn eigenlijk niet,
het is te verschrikkelijk, te onmenselijk, te on-christelijk en [last but not least’ –  on-goddelijk ook.

Wonderlijk dat – net buiten de lezing van vandaag – na afloop van het drama aan de terugreis maar één regel wordt besteed, terwijl er zoveel is om over na te denken en vèrder over ná te denken en te delen met je omgeving; als dat àl mogelijk is gemaakt, o.a. door het SKIN .

Zou Isaäc ooit de beproeving door God, waarvan hij het slachtoffer is geworden, kunnen begrijpen en verwerken?

Hij die lacht’ betekent zijn naam, maar het lachen zou hem weldra vergaan.

Zou de relatie tussen Abraham en Isaäc – hij was zijn lievelingszoon,
niet meer verwacht en toch gekregen – nog dezelfde kunnen zijn?
Een vader die zijn kind offert, breekt het vertrouwen dat het kind in hem heeft:
dat hij hem zal beschermen tegen alles wat kwaad is en angstig maakt.
Als dit vertrouwen weg is tussen kind en ouder, kan het dan ooit nog hersteld worden?

Abraham ziet Sodom en Gomorra in vlammen opgaan – gebrandschilderd kerkraam, anoniem 16e eeuw

En hoe zit het met de relatie tussen God en Abraham?
Wat stelt een Verbond voor als één van de partners macaber speelt met mensenlevens?
Zou Abraham niet een betere aartsvader geweest zijn als hij krachtig had geprotesteerd:
God, je kunt me wat: vertrouwen vraagt geen teken of bewijs.
Niet mijn kind, dat is dwaas. Ik kan niet doden wie u het leven hebt gegeven.
Hij is niet alleen kind van mensen, maar ook kind van U, God!”.
Was Abraham te zwak? Zat hij vastgeroest in de gewoontes van
zijn oude godsdienst, waarin kinderoffers – hoe gruwelijk ook – gewoon waren.

En wat deed dit voorval met de relatie tussen Abraham en Sara.
Kon hij haar nog recht in de ogen kijken?
Zou zij hem niet verwenst hebben toen zij het verhaal hoorde.
Òf herinnerden ze zich samen hoe zij God niet geloofd hadden
toen de drie bezoekers aankondigden dat er een kind zou komen?
Ging het hier soms om een herkansing;
om nu wèl te aanvaarden wat en wie van God komt?

Belofte aan Abraham

Geloof kan soms gekke dingen met mensen doen.
De dwaasheid van mensenoffers dwarrelt, stormt nog steeds door onze wereld:
– waar ouders het niet meer zien zitten en zichzelf en hun kinderen om het leven brengen,
– waar volwassenen kinderen bomgordels omdoen in naam van de Allerhoogste,
– waar kindsoldaten ingezet worden als kanonnenvoer,
– meisjes ontvoerd in een zinloze machtsstrijd.
Waar is dan die God die redt, die engel die er een stokje voor steekt?

Isaäc: ‘Hij die lacht’, betekent zijn naam.
Spreekt in die naam toch hoop en vertrouwen, ondanks
alles wat er gebeurd is, en wat er nu nog gebeurt en
altijd wel zal blijven gebeuren in deze door-God-achtergelaten wereld?

Als Christus gebroken;  Broken like Christ.

Door strijd tegen de wereldse overheersing, geholpen door Genade van God, kunnen mannen en vrouwen de staat van de Kerk-vaders bereiken en van aangezicht tot aangezicht met God leven.
Hoewel . . . we zijn geschapen voor een relatie met God, is een dergelijke intimiteit ongebruikelijk geworden.
Onderscheidingsvermogen is een verloren vermogen, want onze levens zijn gecorrumpeerd door op de wereld gerichte egoïstische zonde en trots.
Onze noëtische vermogens zijn verduisterd geraakt en
een directe ontmoeting met God blijft onze ervaringen  te boven gaan.

God manifesteert zich echter aan Abraham en Sara en
openbaart dat Goddelijke doorbraken plaatsvinden als gevolg van Zijn Genade.
Denk aan wat er met Saul is gebeurd: toen onze Heer en Verlosser hem ontmoette op zijn Migranten-weg naar Damascus Hand.9: 1-18, hij werd plots-klaps getransformeerd tot de apostel Paulus – wie had dat verwacht?
Hij trok zich terug in afzondering, worstelde [als Jaäcob met de engel om zijn hart te zuiveren] en kwam tevoorschijn als iemand die in vuur en vlam in de Heer, de wereld te lijf gaat Gal.1: 17.

In werkelijkheid komt onderscheidingsvermogen van God als
we worstelen om onze eigen nous te zuiveren.
Alleen dàn vormt, volgens de heilige Confos, de biechtvader de nous om
“door de mens van onwetendheid te ontdoen en te verlichten door Goddelijk Licht”. Indien we de Heer en Verlosser tegemoet treden voor reiniging,
kan ons noëtisch vermogen[als beeld van God] hersteld worden in haar natuurlijke staat.

Laten we goed kijken naar Abraham en Sarah, want
belangrijke voorwaarden zijn aanwezig in dit oude echtpaar.
In hen zien we een vertrouwen in God, gehoorzaamheid aan Zijn wil, en een toewijding aan Hem gaat vooraf aan het onderscheid tussen God’s actieve en besturende aanwezigheid in hun leven.

Het vertrouwen van Abraham in God is onvoorwaardelijk.
Zoals de kerkvaders ons uitleggen, toen
Abraham op zijn [aan-]gezicht viel en lachteGen.17: 17,
“hij lachte niet omdat hij God niet op Zijn woord geloofde, maar
zich verheugde omdat Hij het tot stand bracht, het toch maar voor hem deed”.
Hij is gehoorzaam Gen.21: 4 en bescheiden in de vreugdevolle overtuiging dat
God hem zal helpen bij het concipiëren van een kind,
een gebeurtenis die nooit heeft plaatsgevonden
gedurende vele jaren van zijn ver-ontwikkelde verworden huwelijk’s-leven.
Hij “lachte” en zei in gedachten:
  Zal een kind worden geboren voor een man die honderd jaar oud is?“ Gen.18: 17.

Door naar God herboren te worden is als het herstellen van een gebroken ladder naar de Hemel; Being restored to God is like mending a broken ladder to Heaven

De Heilige Johannus Climacos, de ascetische schrijver van ‘de Ladder’,
merkt op dat
een gelovige niet iemand is die denkt dat God alles kan doen, maar
iemand die gelooft dat hij alle dingen zal verkrijgen” [Ladder of Divine Ascent 27.68, blz. 208].
God overwint twijfel over het menselijk vermogen om onvruchtbaarheid van elke soort te overwinnen, door tegen Abraham te zeggen:
Is er iets onmogelijks met God?
Op de afgesproken tijd zal ik naar je terugkeren, in overeenstemming met de tijd van het leven, en Sarah zal een zoon hebbenGen.18: 14.

Vanaf zijn vroegste contact met God blijft Abraham gehoorzaam.
‘ Nu zei de Heer eens tot Abram’:
  Ga weg uit uw land
. . . ‘   Ik zal je zegenen en je naam groot maken ‘
. . . ‘   Toen vertrok Abram zoals de Heer tot hem had gezegd’
Gen.12: 1-2, 4.
Eenzelfde gehoorzaamheid is duidelijk wanneer
Abraham zijn zoon Isaäc besneed toen hij acht dagen oud was,
zoals God hem beval
Gen.21: 4.

Inderdaad, Abraham en Sarah zijn voorbeelden van de tot ascese oproepende woorden van de heilige Johannes Climacos:
Heilige nederigheid verkrijgt van God de boven-menselijke Kracht om
dertig-, zestig- en honderdvoudig vrucht te dragen” [Ladder 25.49, blz. 158].
En Sara zei: ‘God heeft me aan het lachen gemaakt;
allen die horen, zullen met mij lachen’Gen.21: 6.
Het zal toch niet waar zijn, maar:

Voor het aangezicht des Heeren beefde de aarde;
voor het aangezicht van de God van [Abraham Isaäc en] Jaäcob,
Hij veranderde de rots in poelen,
de harde steen in waterbronnen.
Niet aan ons, Heer, niet aan ons, maar
aan Uw Naam geeft U Heerlijkheid
om Uw Barmhartigheid en Waarheid.
Opdat niet de heidenen [en afvalligen]
zouden zeggen:
waar is hun God?
God is zowel in de Hemel als
op de aarde; zoals Hij het wilde,
is alles gemaaktPsalm 113 [114]: 7-11.
         Dit klinkt als muziek in de oren en muziek is een van de laatste dingen die
weg-ebben uit een afstervend brein, aldus een behandelaar van Alzheimer.
Op die àndere berg wordt de basis gelegd van een nieuw Verbond.

Transfiguratie, verheerlijking op de berg Thabor

Op hóóg Niveau wordt een definitief offer voorbereid en
besproken tussen Jezus, Mozes en Elia,
omkranst door God’s stralende nabijheid:
het offer van Jezus, zijn ultieme zelfgave.
Het hout op de schouders van Isaäk wordt
het Kruis op de schouders van onze Heer en Verlosser.
God zal Zichzelf offeren en elk ander offer voortaan overbodig maken.
Beproeving en angst zullen plaats maken voor vertrouwen: vertrouwen in Opstanding,
vertrouwen dat alle pijn, verraad, teleurstelling, zorgen, dood niet het laatste woord zullen hebben.

De reikwijdte hiervan is nauwelijks te bevatten.
Soms kun je er een glimp van opvangen.
Al te vaak wordt vertrouwen echter overschaduwd.
Misschien is het daarom dat Petrus geen drie tenten mag bouwen om zich te koesteren in God’s nabijheid, in Zijn Heerlijkheid.
Er is werk aan de winkel, hier beneden, met twee voeten op de grond, totdat elk kind, waar ook ter wereld, echt een kind van God kan zijn, geen kind voor de door de wereld veroorzaakte dood, maar kind van leven in God’s aanwezigheid.

Apolytikion
tn.2.  ”   Het aandenken der Grechten wordt gevied met hymnen.
Maar gij hebt het getuigenis des Heren, o Voorloper, want gij zijt in waarheid de grootste van de Profeten. omdat gij Hem, Die gij gepredikt ha, mocht dopen in de wateren.
Nadat gij gestreden had voor de Waarheid,  hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de hades:
dat God in het vlees is verschenen, om
de zonden van de wereld weg te nemen, en
ons de grote ontferming te schenken“.

NB. Deze maandag is het begin van de Apostel-vasten;
we kunnen er dus dubbel en dwars weer tegenaan.

1e Zondag ná Pinksteren – alle Heiligen en hun heiligheid wordt aan het Licht gesteld.

” Ik belijd voor de al-Machtige God en voor u allen, dat ik gezondigd heb”; “I confess before the all-Mighty God and for all of you that I have sinned”

    Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor Mijn Vader, Die in de Hemelen is;
      maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader, Die in de Hemelen is.
> Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en
wie z’n [haar] Kruis niet opneemt en achter Mij gaat, 
is Mij niet waardig.
> Daarop antwoordde Petrus en zei tot Hem:
    Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?’.
Jezus zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon van Zijn Heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël [de Kerk] te richten.
En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven.
Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten
Matth.10: 32,33; 37,38; 19: 27-30.

Martelaar om Christus in Utrecht; Martyr for Christ in Utrecht.

    Die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling van de  belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de

Martelaar te Brussel, levend begraven, Jan Luyken, 1597; Martyr in Brussels, buried alive, Jan Luyken, 1597.

Opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere Opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling
– de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in 
spelonken en de holen der aarde.

Herdenkingswake, uit solidariteit met alle Christenen,die als Martelaar zijn gedood, 18-4-18; Memorial vigil, out of solidarity with all Christians killed as Martyrs, 18-4-18.

Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof” Hebr.11: 33-12: 2a.

We hebben afgelopen maandag het feest van de Heilige Geest gevierd, het bij God ‘thuis’ komen en dinsdag het feest van de Heilige Drie-eenheid, beide feesten in navolging van de eerste Leerlingen, die de Heilige Geest ontvingen en vervolgens het fundament legden voor de Heilige Katholieke en Apostolische Kerk.
Er werd een grondslag gelegd voor een nieuwe ‘open’ cultuur, welke in de loop der tijd ondergesneeuwd is geraakt;
wij hebben ons zo blijkt in de loop der eeuwen gevangen laten nemen door de wereld, door de macht welke van de wereld uitgaat en hebben het alledaagse van de Kerk op een zijspoor gezet.
En juist de kleine cultuur van de Apostolische Kerk bevindt zich in ons alledaagse leven, want vooral in het alledaagse leren we te leven en de liefde te bewaren.
De Kerk is door onze Heer en Meester geroepen tot eenvoud, anders gezegd: tot ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’.
Eén God, één Kerk bestaat niet uit prelaten, die op alle fronten het voortouw nemen, die Kerk bestaat uit saamhorigheid ‘van onderaf‘.

Christus op een ezel, Catharijneconvent, Utrecht; Christ on a donkey, Catharijneconvent, Utrecht

Het Heilige van de Kerk berijdt een ezeltje en laat zich niet met pracht en praal, in rijke kleding op een uit-gedost paard de poort van het Hemels Koninkrijk binnenvoeren.
Dan volgt de al-oude Profetie:
      Alle volkeren zijn samen vergaderd en de natiën hebben zich verzameld.
Wie onder hen kondigt dit aan en doet ons het verleden horen?
Laten zij hun getuigen voorbrengen, opdat
zij in het gelijk gesteld mogen worden en
men het zal horen en zal zeggen
[uitroepen] . . . Het is Waarheid’.
Gij zijt, luidt het woord des Heren, mijn getuigen en mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat gij het weet en in Mij gelooft en inziet, dat Ik dezelfde ben;
vóór Mij is er geen God geformeerd en ná Mij zal er geen zijn;
Ik, Ik ben de Heer, en buiten Mij is er geen Verlosser.
Ik heb verkondigd, verlost en doen horen, en ben geen vreemde onder u; gij toch zijt mijn getuigen, luidt het woord des Heren, en Ik ben God.
Ook voortaan ben Ik dezelfde en niemand redt uit mijn hand. Ik werk, en wie zal het keren? Zo zegt de Heer, uw Verlosser, de Heilige van IsraëIIsaiah 43: 9-14a.

Onze Heer en God verkondigt: ‘Ik de Heer, uw Heilige, de Schepper van Israël [de Kerk], uw Koning’ en Mijn Naam is heel eenvoudig ‘Gezalfde’, de Christus en ‘Ik ben gekomen om jullie met Mijn Kracht en Schoonheid te bekleden’.

De verschijning van de heiligen
      En ten tijde, als God ze [de rechtvaardigen (Matth.13: 43)] zal bezoeken,  zullen zij helder schijnen, heen-en-weer varen als vlammen over de stoppels. Zij zullen volkeren oordelen en heersen over alle natiën; en de Heer zal eeuwig over hen heersenWijsheid van Salomo (over de tyrannen) 3: 7.
      Zij worden een weinig getuchtigd, maar veel goeds zal hen getoond worden, want God testte ze [beproefde ze] en vond ze waardig van zichzelfWijsheid van Salomo (over de tyrannen) 3: 5.
De Kerk erkent slechts wat God al niet allemaal duidelijk heeft gemaakt.
Hier op aarde houden de gelovigen nooit op met voor de heiligen te bidden, net
als voor onze andere heen-gegane geliefden en in plaats daarvan worden voor hen gebeden in de kerkelijke voorbeden , opdat ze in de Hemelen geëerd en gezocht worden.
Wetende dat de heiligen waardig worden gevonden in God’s ogen, keren we ons tot hen in onze nood ten opzichte van hen die het voorrecht van rechtvaardigheid met Hem hebben.
Hun gebeden gaan hemelwaarts en schijnen, heen-en-weer, varen als vlammen over de stoppels naar naar de Heer toe en ontsteken aldáár Zijn Genadegaven voor de stoppels van ons leven, hoe hopeloos onze situatie ook mag lijken.
        Wat de uiterlijke schijn betreft leken de levens van de heiligen in de ogen van folteraars en spotters in hun tijd voorzeker verspild of lichtzinnig, maar ‘ in Waarachtigheid’ verbleef hun hart en ziel stevig ‘geborgen in de hand van God’
Wijsheid van Salomo (over de tyrannen) 3: 1.
         In het ‘door God gesteund besef’ is elke aantijging – al is dit van de hoogste prelaat van de Kerk – ‘in stilte’ te dragen; heiligen blazen niet hoog van de toren, die glimlachen en buigen diep voor elke onvolkomenheid, die zij aanschouwen.
Geen enkel kwelling raakt hen of brengt hen van hun stuk, de levens van heiligen laten zien dat onze huidige [wereld’se en verwereldlijkt kerkelijke] realiteit niets anders is dan rook en damp en dat slechts de rechtvaardigen in de kerk ‘dè’ overwinnaars van Christus zijn.

De kerk [de hoeveelheid aan grote gebouwen] verdwijnt, maar het Christelijk Geloof gaat niet verloren.
Volgens recente rapportage van het CBS [Centraal Bureau voor de Statistiek] en het CPB [Centraal Planbureau] verdwijnt de kerk in rap tempo uit het Nederlandse landschap.
De Kerk van de heiligen en de rechtvaardigen in Christus weten wèl beter, die weten dat de Kerk van Christus niet in stenen zit, niet in nationalistische teruggetrokken gemeenschappen, niet in prelaten, die een veel te grote broek aan trekken en hoog van het torentje blazen. De Kerk manifesteert zich in de eenvoud van leven in Christus.
Het Woord spreekt door het woord ‘Genadegaven’ van God, God spreekt tot de mensheid [het volk in Nederland en daarbuiten] via de eenvoudige mensen, die een belangeloze niet verschuldigde liefde tot de medemens opbrengen en aan de dag leggen.
Waar kom je dat dan tegen?
Dàt kom je absoluut ‘niet’ tegen in feodaal Brussel of vanuit een positie, die je
jezelf hebt toegeëigend in het centrum van de macht [Brussel, Den Haag].
Dàt kom je absoluut ‘niet’ tegen wanneer je tegen een van je spelleiders zegt, die migrantenkerken, die kerken onderweg naar het Hemels Koninkrijk, die naam staat mij niet aan, dáár doe ik niet aan mee, dáár distantieer ik mij van – ‘wij’, hebben onze eigen [nationalistisch] georiënteerde structuur, cultuur.
Wie Mij en [Mijn cultuur] verloochenen zal voor de mensen, die
zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader, Die in de Hemelen is
”.

De Kerk verschijnt [onder de mensen] , licht op, waar ‘dè’ navolger van Christus ‘de eenvoud’ uitstraalt.
  Aldus heb ik tot U gesproken en heeft droefheid uw hart vervuld.
Doch Ik zeg u de Waarheid’:
Het is beter voor u, dat Ik heenga [en Mij van de wereld distantieer].
Want indien Ik ‘
niet’ heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar
indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden
John.16: 6,7.
Onderken je de Goddelijke, de vaderlijke belangen?
Zie je Zijn liefdadigheid zonder een hoop praten, praten, praten en stapels papier?
Onlangs werd Christus opgenomen in de Hemelen, zit Hij op de Koninklijke troon over de koningen, aan de rechterkant van de Vader.
Maar met Pinksteren heeft Hij ons als een geschenk
de gaven van de Heilige Geest gezonden en
heeft ons daarmee gepaard gaand oneindig veel
hemelse goederen meegegeven.
Wat zijn de gaven van de heilige Geest?;
de vrucht van de geest, de charismata, de geestesgaven?
            de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid,
vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing
Gal.5: 22.
      Van deze bron gaat van Christus, een schat aan profetie uit en gaven van genezing en alle andere mogelijke zaken, die de Kerk van God behoren te sieren
door  de komst van de Heilige Geest.
En Paulus schreeuwde het uit en zei:
            Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, Die 
een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij Wil.
Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, een lichaam vormen, zo ook Christus; want door één Geest zijn wij allen tot één Lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt”
1Cor.12:11-13.
            En onze Heer en Verlosser zei in Zijn onderwijs
[Pedagogie]:
  Wacht u voor de schriftgeleerden, die gesteld zijn op het wandelen in
lange gewaden en op begroetingen op de markten, en op erezetels in
de synagogen en eerste plaatsen bij de maaltijden, die de huizen van de
weduwen opeten en voor de schijn lange gebeden uitspreken
dezen zullen een zwaarder oordeel ontvangen.
         En Hij ging tegenover de offerkist zitten en zag met aandacht, hoe
de schare kopergeld wierp in de offerkist. En vele rijken wierpen er veel in.
En er kwam een arme weduwe, die er twee koperstukjes in wierp, dat
is een duit
[voor haar een vermogen,
voor de ander van weinig belang]” Marc.12: 38-42.
Van een toezichthouder mag je als navolger van Christus ‘de eenvoud’ in de ‘veelkleurigheid’ van de kerken in Nederland onderweg verwachten, die in de wijken van de steden ‘God en mens’ met elkaar tracht te verbinden.
Hoezeer bemoedigt het ons te weten dat wij de nabijheid en de hulp van God niet dienen te verdienen door van tevoren ‘een curriculum vitae van voortreffelijkheid’ vòl in het thuisland behaalde -niet terzake doende- verdiensten en successen te laten zien; òf op voor-spraak van een prelaat een baantje in Den Haag, ten koste van de andere kandidaat trachten te verkrijgen.
        Het cruciale is onzichtbaar: hoe kinderen en adolescenten religie begrijpen’ [Lothar Kuld].
De engel zegt tot de Moeder God’s dat zij reeds Genade gevonden heeft bij God, niet dat zij deze in de toekomst via deze of gene zal verwerven.
        En deze formulering van de woorden van de Boodschapper God’s doet ons beseffen dat Goddelijke Genade, slechts onafhankelijk en permanent is,
niet iets is van voorbijgaande of tijdelijke aard en
absoluut ‘ – zonder aanzien des persoons is – ’, doch selecteert op
gepaste geschiktheid voor de beoogde functie.
Daarom zal een dergelijke houding nooit en te nimmer [door heimelijk gedrag van een hoger geplaatst persoon] verminderd of vertrapt behoren te worden.
Ook in de toekomst zal de Genade van God er altijd zijn om ons allen
transparant, communicatief en eerlijk’ bij te staan, vooral
in de ogenblikken van beproeving en duisternis.
      als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want
naar de inwendige mens verlustig ik mij in de Wet van God, maar
in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van
mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die
in mijn leden is.  Oh, i
k, ellendige mens!
Wie zal mij
[maar ook de Kerk] verlossen uit het lichaam van deze dood?
Rom.7: 21-24.

Het hier en het nu
Waar ik in dit verslag over de heiligheid van de Rechtvaardigen gewag van maak zijn de activiteiten van het SKIN.
Neen, het SKIN effect is geen wetenschappelijk-forum, geen wereld’s spelletje op de een het een of andere strijdtoneel; het SKIN is de Stichting Kerken in Nederland, een stichting, die kerken met elkaar verbindt in een samen werken als gevolg van de roep van God, aan degenen, aan wie de Zoon het wil openbaren.
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
      Waar vindt je in onze tijd mensen, die vermoeid en belast zijn en die hunkeren naar rust?
Neen, die vindt je niet in muffe ambtelijke hoofdstedelijke onderonsjes, maar verscholen tussen de kerkgangers van alle gezindten, die lopen niet te pronken met ‘belangrijk’ zijn, die zijn stilzwijgend [‘lijdend‘] aanwezig en verlangen in de stilte, de nederigheid van het hart, dat zij in de Kerk rust vinden en, ja, dat behoren zij dáár dàn óók te vinden.
En via vrijwilligerswerk lichten zij op, laten gebukt als zij gaan onder hun Kruis, Christus Licht zien in de eenvoud:
   zij helpen als vrijwilliger in de gaarkeukens, die voor ouderen en minderbedeelden opgezet zijn.
   zij helpen in de kringloopwinkels – als in de meest luxe boutieks – met het uitzoeken, sorteren van kleding en allerhande door de rijken afgedankte goederen.
   zij steken een hart onder de riem, bemoedigen de lijdenden en eenzamen aan de basis van de samenleving, die zij op hun christelijke weg ontmoeten.
   zij zijn een lach en een vriendelijk woord, hoewel zij als gerenomeerd vluchteling, als hoog-opgeleid, door werkgevers tegen het minimum loon als goedkope arbeidskracht worden ingezet. Zij klagen niet, zij buigen deemoedig het hoofd en laten zich alles welgevallen.
   Zij kleden zich en richten idem met ‘elan’ hun woningen in met -‘second hand’-goederen en zijn er nog trots op ook, dàt is wáár God Zijn werk doet, in alle eenvoud, maar daar hebben bepaalde prelaten totaal geen weet van.
   Geen enkele andere beslissingsgebeurtenis in het christelijk leven wordt voorafgegaan door een expliciete schriftuurlijke verwijzing naar
een ‘hele nacht in gebed tot God’ dan in situaties waarbij mensen gebruik dienen te maken van voedselbank, schuldsanering en nog andere mensonterende confrontaties in onze samenleving.

Diversiteit, verbondenheid en participatie
Het SKIN is een ‘
Samen Kerk In Nederland’ de onafhankelijke landelijke vereniging van christelijke kerken en geloofsgemeenschappen in Nederland, die onderweg zijn naar het Hemels Koninkrijk en als zodanig zijn wij christenen allemaal onderweg, welke christelijke denominatie je ook tegen komt.
Dit SKIN heeft met hart en ziel gezocht, wat de bestaande Kerk
nog altijd heeft niet gevonden [Prediker 7: 28]; in het SKIN hebben internationale kerken en migrantenkerken een landelijk gezicht en een aanspreekpunt gekregen.
Het SKIN heeft een ‘
kerkzoeker’ opgezet op internet, waarbij – in iedere stad- van Nederland, gelovigen en niet-gelovigen [mede-]christenen kunnen opzoeken ongeacht hun achtergrond, afkomst, taal of wat nog meer mogelijk is.
Het is een poging om tot verbinding te komen, tot gezamenlijkheid, tot één Lichaam van Christus, waarbij wij als navolgers van Christus gezamenlijk initiatieven kunnen opzetten – de ‘Blijde Boodschap’ kunnen uitstralen.
Werkelijk gezamenlijk ‘één’ zijn, begint van onderaf, vanaf de basis, in de straat waar je woont, in je directe omgeving, dáár wordt je geroepen Christus te volgen.
En die muffe kantoren, die centraal geleide hoofdstedelijke organisatie, die weten bij lange na niet ‘wàt’ er wel niet allemaal in den lande aan de basis van de Kerk aan werk wordt verzet, die zijn ‘actief’ met eigenheid, met eigen bloedgroep’s belangen, sluiten zichzelf op in al wat daar mee samenhangt.
Velen onder ons hebben het gevoel dat ze véél méér voor anderen kunnen doen, als je maar samen werkt.
Je bent op de één of andere manier alleen met jezelf, niet ongelukkig, misschien uitgeput door werk. De ‘ego val’ staat dan wijd open, is door de tegenstrever opgezet.
We ontsnappen hier slechts aan wanneer we werkelijk leren dat we nodig zijn als medemensen aan de basis van de samenleving. Het verheugt mij dat vele Roomse- en niet-Apostolische Kerken zich -‘wèl’- geroepen voelen zich bij het SKIN, de Kerk onderweg aan te sluiten. Zij die déze activiteit omzeilen/verzaken – zouden zich diep moeten schamen.

13-6-19 aftrap site: www.migrantenkerken.nl

Hoort, zegt het voort’, nu verjongend kerkelijk Nederland.
Kunnen we als Kerk nog creatief zijn?
Er was een tijd dat wij als kinderen God’s hier allen nog van doordrongen waren. In tijden van beproeving is het belangrijk om alle talent te laten herleven. Het SKIN nodigt een ieder uit in de wereld van God’s Schoonheid en neemt je bij de hand op weg naar de ontdekking van het ‘eigenheid’ vorm te geven aan de van God gegeven Genadegave [creativiteit], welke een pad in slaat naar een steeds grotere inzet tot medemenselijkheid:
https://kerkopdekaart.nl/skin?page434=1&size434=12

Bij: ‘Heer, ik roep . . . Vespers
tn.6.    De door de Geest sprekende Apostelen
verspreidden zich als Zijn trouwe werktuigen tot aan de grenzen van de aarde,
Om vanuit orthodoxe
[Gr.= ‘ὀρθός, (recht) & δόξα (lofprijzing)] overtuiging het zaad van de Heilige Boodschap uit te strooien.
Hieruit ontsproot door het werk van de goddelijke Landbouwer de schaar van de Martelaren, die het heilige Lijden tot uitbeelding brachten 
door het verduren van folteringen, geseling en verbranding.
Vrijmoedig spreken zij voor onze zielen”.

tn.6.    Brandend door het vuur van hun liefde tot de Heer,
toonden de Martelaren geen angst voor het kwellende vuur,
maar vlammend als de hemelse kool,
verbrandden zij het dorre hout van het hoogmoedig bedrog;
zij stopten de muil van de wilde dieren door hun geïnspireerde zang;
en met afgehouwen handen, sneden zij de slagorde van de vijand af.
Door het vergieten van de machtige stroom van hun bloed
hebben zij de Kerk met vruchtbaar water gedrenkt,
om haar te doen groeien in Geloof
”.

tn.6.      Zij moesten strijden tegen wilde dieren, zij werden geslagen met
het zwaard, met haken uiteengerukt, en afgrijselijk verminkt.
Maar al werden de standvastige Martelaren verbrand in het alles verslindende vuur, en ook al werden hun ledematen ontwricht,toch
verduurden zij dit met onwankelbare moed, omdat zij opzagen naar
hun toekomstig lot, naar de stralende kroon in Christus’ Heerlijkheid.
En nu bidden zij met vrijmoedigheid tot Hem voor onze zielen
”.

tn.6.   Laat ons met heilige liederen hen prijzen, die aan alle
grenzen voor het Geloof hebben gestreden:
Apostelen, Martelaren, door God ontvlamde priesters, verlichte vrouwen:
want het aardse wet met het Hemelse verenigd, en
door hun lijden hebben zij door Christus’ Genade
de hartstocht-loosheid verkregen.
Nu schijnen zij over ons als stralende sterren, en
vrijmoedig smeken zij voor onze zielen
”.

            Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest

tn.6.    Goddelijk koor van de Martelaren, Grondslag van Zijn Kerk,
die werkelijk Christus’ woorden hebt volbracht; gij hebt de opengesperde muil van de hel gesloten, het vergieten van uw bloed heeft de afgodische plengoffers doen opdrogen; uw vermoording bracht een menigte gelovigen voort;
gij hebt zelfs de Hemelse Machten verwonderd doen staan.
Nu wordt gij gekroond voor God’s aangezicht; smeek zonder ophouden tot Hem
voor het behoud van onze zielen
”.

            Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN”.

tn.8. Ob.    De Koning van de Hemelen verscheen uit liefde tot
de mensen op aarde en wandelde onder de mensen, want uit
de reine Maagd vlees aangenomen hebbend, is Hij
uit haar voortgekomen als de Zoon, tweevoudig van natuur, maar één in Persoon.
Terwijl wij Hem verkondigen als volkomen God en volkomen mens, belijden wij Christus als onze God.
Smeek tot Hem, o Maagdelijke Moeder, om te redden onze zielen
”.

Apolytikion
tn.4.    Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid met
het bloed van Uw Martelaren als met byssos en purper; en
door hen roept tot U, Chrisus God:
‘Zend over Uw Volk Uw Barmhartigheid neer;
schenk Vrede aan Uw wereld, en aan onze zielen de grote Genade’
”.

Kondakion
tn.8. 
  Als eerstelingen-offer van de natuur offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal, de God-dragende Martelaren.
Door hun gebeden bewaar in diepe Vrede Uw Kerk, Uw woning onder
de mensen, en bescherm haar door de Moeder God’s Barmhartige
”.

    Het loon van de deemoed [de vreze des Heren] is
rijkdom
[ook al bezit je geen duit], eer en leven.
Dorens en strikken liggen op de weg van de verkeerde; wie
zichzelf wil bewaren, blijft daarvan ver verwijderd.
Oefent de kinderen volgens de eis van Zijn weg, ook
wanneer zij oud geworden zijn, zullen zij daarvan profiteren”.
Spreuken 22: 4,5,6