1e Zondag van de Vasten – Zondag van de Orthodoxie

    Hij leidde hem tot Jezus. Jezus zag hem aan en zei:
Gij zijt Simon, de zoon van Johannes, gij zult heten Kefas, wat vertaald wordt met Petrus.
     De volgende dag wilde Hij naar Galilea vertrekken en Hij vond Philippos.
En Jezus zei tot hem: Volg Mij. Philippus nu was uit Betsaïda, de stad van Andreas en Petrus.
     Philippus vond Nathanaël en zei tot hem:
‘ Wij hebben Hem gevonden, van wie Mozes in de wet geschreven heeft en de profeten, Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth.
     En Nathanaël zeide tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds komen?
Philippus zei tot hem: Kom en zie.
                       Jezus zag Nathanaël tot Zich komen en zei van hem:
Zie, waarlijk een Israëliet, in wie geen bedrog is!
Nathanaël zei tot Hem: Vanwaar kent Gij mij?
Jezus antwoordde en zei tot hem:
Eer Philippus u riep, zag Ik u onder de vijgenboom.
     Nathanaël antwoordde Hem: ‘Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israel!’.
Jezus antwoordde en zei tot hem:
Omdat Ik tot u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgenboom, gelooft gij? Gij zult grotere dingen zien dan deze’

John.1: 43-51.

      Door het geloof heeft Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Pharao’s dochter, maar hij heeft liever met het volk Gods kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding.
        En wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuel en de profeten, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, Gerechtigheid geoefend, de vervulling der Belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij Kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
      Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
      Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het Kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon van GodHebr.11: 24-26; 32-12: 2.

Koning David, bij de stromen van Babylon; Ο βασιλιάς Δαβίδ στα ρέματα της Βαβυλώνας;
الملك داود في تيارات بابل

    Belijdt de Heer en roept Zij naam in, verkondig Zijn werken onder de volkeren.
Zingt voor Hem en zegt de psalm, verhaalt al Zijn wonderbare daden.
Huldigt Zijn heilige Naam; verheugd zij het hart van wie de Heer zoeken.
Zoekt de Heer, en ge zult sterk staan; * zoekt steeds Zijn aangezicht.
Gedenk de grote werken die Hij gedaan heeft; Zijn tekenen en de oordelen van Zijn mond.
Gij, zaad van Abraham, Zijn dienaren; zonen van Jaäcob, Zijn uitverkorenen.
Hij is de Heer van onze God: over heel de wereld gaan Zijn oordelen.
In alle eeuwen was Hij Zijn Verbond indachtig: het Woord dat Hij deed uitgaan voor duizend geslachten.
Het Verbond, dat Hij gesloten heeft met Abraham; Zijn eed, die Hij zwoer aan Izaäk.
Dat Hij voor Jaäcob had opgericht tot Wet, voor Israël als een eeuwig Verbond.
Zeggend: Ik zal u het land Kanaän geven, als uitgemeten land, u ten erfdeel.
Toen zij nog gering in aantal waren, zeer weinigen en vreemdelingen in dit land.
Zodat zij van volk tot volk trokken, van het ene rijk naar een ander gebied.
Duldde Hij niet dat enig mens hun onrecht deed; Hij bestrafte zelfs koningen om hunnentwil.
“Raak niet aan Mijn gezalfden; doe geen kwaad aan Mijn profeten”.
Toen Hij een hongersnood riep over het land, en alle steun van brood ontbrak.
Zond Hij een mens voor hen uit: Jozef, die als een slaaf was verkocht.
Zij hadden zijn voeten in boeien geslagen, zijn ziel moest het ijzer dulden.
Totdat de tijd kwam die hij voorzegd had: de uitspraak des Heren die hem keurde met vuur.
Toen zond de Koning om hem z’n boeien los te maken, de Vorst der volkeren maakte hem vrij.
Hij stelde hem aan tot heer over zijn huis, tot vorst over heel zijn bezit.
Om zijn vorsten te onderrichten zoals Hij zelf was; om zijn priesters Wijsheid te leren.
Toen kwam ook Israël naar Egypte;
Jaäcob werd een vreemdeling in het land van Cham.
Hij deed Zijn Volk geweldig toenemen: Hij maakte hen talrijker dan de Egyptenaren.
Wier hart veranderde, zodat zij Zijn volk gingen haten, en listen beraamden tegen Zijn dienaars.
Toen zond Hij Mozes, Zijn dienaar, en Aäron, die hij had uitverkoren.
In hen legde Hij het woord van Zijn tekenen, van Zijn vreeswekkende daden in het land van Cham.
Hij zond duisternis en maakte het donker; bitter waren Zijn woorden.
Want Hij veranderde hun water in bloed, en doodde hun vissen.
Hun land bracht kikvorsen voort, tot in de binnenvertrekken van hun vorsten.
Hij sprak, en er kwamen horzels en muskieten, in heel hun gebied.
Hij maakte hun regen tot hagel; brandend vuur viel neer op hun land.
Hij verwoestte hun wijnstokken en vijgenbomen; Hij brak alle bomen in hun gebied.
Hij sprak, en er kwamen sprinkhanen, in ontelbare zwermen.
Zij vraten alle gewas in hun land, zij verslonden heel de oogst van hun akkers.
Tenslotte sloeg Hij al het eerstgeborene uit hun land, de eerstelingen van al hun gezwoeg.
Toen voerde Hij Zijn volk weg, beladen met zilver en goud; in al hun stammen was er geen zieke.
Egypte verheugde zich over hun uittocht, want zij waren bevangen door vrees.
Hij spande een wolk om hen te beschutten, en vuur om hen s’nachts te verlichten.
Zij vroegen en er kwamen kwartels; Hij verzadigde hen met brood uit de hemel.
Hij spleet de rots en deed daaruit water stromen: rivieren vloeiden in de woestijn.
Want Hij was Zijn heilig Woord indachtig, dat Hij had gegeven aan Abraham, Zijn dienaar.
Hij voerde zijn volk uit met gejubel, Zijn uitverkorenen met blijdschap.
Hij gaf hun landen der heidenen, de arbeid van volken als erfdeel.
Opdat zij Zijn Gerechtigheden zouden onderhouden, en zouden streven naar Zijn Wet“ Psalm 104[105] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Theotokos en de profeten;
Θεοτόκος και οι προφήτες;
ثيوتوكوس والأنبياء.

God heeft Zich oneindig vele malen getoond aan de profeten en aan het volk.
Lees de gehele Blijde Boodschap er maar op na, ga maar eens na
hoe vaak God gesproken heeft en verschenen is.
Oneindig vele keren, tekens maar weer op­nieuw.
Steeds weer om Zijn Volk, de Kerk in het juiste spoor van Hem te houden.
Soms in zegenende woorden, maar vaak ook in
het aan de kaak stellen van ongeloof en misstanden.
Steeds maar weer ging het Volk opnieuw in de fout.
Dan volgde er meteen weer een profeet:
die door de Heilige Geest Gods Woord sprak.
Vaak wilden het Volk het nog niet eens horen en
waren ze horende doof en ziende blind.
Veel onheil hebben ze zich op de hals gehaald.
Maar de boodschap was duidelijk:
bekeert u het Rijk van recht en gerechtigheid komt er aan;
God zal Zijn Waarheid nimmer geweld aandoen, maar
eeuwig Zijn Verbond met Zijn Volk gedenken
’.

In onze dagen heeft God zeer nadrukkelijk gesproken door Zijn Zoon:
over Wie eerst geprofe­teerd is en die later gekomen is.
De Messias, onze Heer Jezus Christus, Zijn Zoon is de afstraling van Gods Heer­lijkheid. Hij draagt als de Vader alle woorden in Zich door Zijn Goddelijke Kracht.
Hij heeft de zonden van de wereld verzoend op het Kruis van Golgotha.
Want waar zonde is, waar de mens zich van God heeft verwijdert,
dient verzoening te zijn tussen God en de mensen.
En alleen de Zoon van God kon dit doen.
Want alzo heeft God de wereld lief gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven zal heb­benJohn.3: 16.
En nu zit Hij aan de rechterhand van God boven alle engelen, nu heeft Hij een Naam die boven alles uitgaat.

de profeet Isaiah sprak: “Zie, ik zend Mijn bode voor u uit, die voor u de weg zal banen; een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereidt de weg van de Heer, maakt Zijn paden recht” en daarop trad Johannes op in de woestijn en doopte; hij preekte een doopsel van bekering tot vergiffenis van zonden.
Dit zijn woorden voor hen die verwachten, door en voor zoekende mensen.

Maar in zekere zin is dìt ons héle leven: hopen en geloven dat het wezenlijke nog komt; want alles wat beslissend is, kan zich slechts voordoen aan mensen die nog zoeken en die niet klaar zijn.

Waarop wachtten wij eigenlijk? Dat is de vraag, die sinds die dagen op elk moment tot ieder mens kan worden gericht. Er bestaan voor ons leven eeuwenoude voorspellingen en deze willen niets anders dan vervuld worden. Maar hoe vernemen we de verbleekte en verwaaide schrifttekens van God in ons hart?
Over het bestaan zijn er heilige profetieën ‘nog vóór‘ wij ter wereld komen, maar hoe vinden wij de aansluiting bij ons grotere en eigenlijke wezen?
De grote figuren voorafgaand aan Johannes de Doper menen dat het eerste waar het op aan komt is dat het volk weer opnieuw dorst en een nieuwe honger te leren. Dat is een thema dat in onze dagen méér dan iets anders actueel is, hoe kan men mensen terugvoerden naar de passie van een welhaast verloren verlangen.
Zelfs op de rand van de wanhoop geloven de profeten van het oude Israël dat wil God weer een kans krijgen om gehoord te worden – Hij van zijn Volk moet vragen opnieuw een woestijn op zich te nemen of — omgekeerd — dat Hij het zijn Volk niet besparen kan te laten inzien dat de hele manier van leven van de mens niet meer en niet minder is dan een complete woestenij.
We kunnen toch niet verder door gaan met een leven dat zich uitsluitend richt naar de voorschriften van robots, dat men stikt wanneer men alleen nog kan vegeteren tussen computerspelletjes en koelkasten. En dan wordt ons bezworen ‘een nieuwe wereld‘ te beginnen midden in de kostbare ontberingen van de Sahara of een oerwoud. Inderdaad er bestaat nauwelijks een groter gevaar voor onze menselijkheid dan te leven op een manier die we ons bijna tot een verplichting hebben gemaakt: voorzien van elke levensbehoefte, wel verzorgd, goed voldaan en goed gevoed door alles wat ons hartje begeert, tot het uiterste volgestopt met materiële rommel en toch zó dat een alsmaar zwaardere loden laag zich ‘grauw en verstikkend‘ over onze ziel heen legt. Met al onze alledaagse zorgen en angsten lopen we het gevaar ‘steeds méér‘ te vergeten wie we eigenlijk zijn en wat er werkelijk in ons zou kunnen leven.
        Daarom dienen wij te meer aandacht te schenken aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven. Want indien het Woord, door bemiddeling van engelen gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen, hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een Heil, dat allereerst verkondigd is door de Heer, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd,  terwijl ook God getuigenis daaraan geeft
door tekenen en wonderen en velerlei krachten en door 
de Heilige Geest toe te delen naar Zijn Wil.
        Want niet aan engelen heeft Hij de toekomende wereld, waarvan wij spreken, onderworpen. Maar, iemand heeft ergens betuigd, zeggende: ‘Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij naar hem omziet?  Gij hebt hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld, met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen’.
        Want bij dit: alle dingen hem onderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat hem niet onderworpen zou zijn. Doch thans zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn; maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de Genade van God voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer heeft gekroondHebr.2: 1-9.

Het gaat er om, om te blijven zien op de toe­komst, Gods plannen falen immers niet, want van alles en nog wat is gericht op de toekomst.
Daar staat de Blijde Boodschap vol van, zelfs als ze nog niets zien van een vervulling, blijven de ge­loofshelden toch vasthouden aan de beloften en zij vrezen niet.
Kijk maar,
Isaäk zegent Jaäcob en Ezau met het oog op de toekomst.
Jaäcob zegent zijn kinderen met het oog op de toekomst.
Jozef regelt het transport van zijn ge­beente, omdat hij vasthoudt aan
de beloften van God van Abraham. Mozes verkiest zijn volk en vreest de Farao niet. En het gaat als maar door, daar gaat het om, het gaat om onze toekomst.
Zelfs vóórdàt de Messias kwam, hebben déze geloofshelden het al gezien;
ze hebben het niet meegemaakt, maar ze bleven staan op de beloften van God.
En dàt is de grote Kracht, Die van God uitgaat, datgene wat God beloofd heeft, dat zal Hij ook doen. Dáár dienen wij onwankelbaar aan vast te houden.
Er zijn zoveel redenen om de boel de boel te laten, er zijn zoveel redenen om
toch maar een beetje meer méé te doen met de wereld.
Maar niets daarvan, het gaat bij òns om de éér van God en de beloften van God.

Mozes had aan het hof een beetje meer méé kunnen doen en daarnaast toch God vasthouden. Je dient het soms ook allemaal niet zo scherp te zien, maar dáár heb je het dus, zo redeneren we immers zo vaak. Dàn ga je al de kant van het compromis op en dat is levensgevaarlijk.
God geeft ons zulk een rijke Beloften van een Hemels Koninkrijk van Recht en Gerechtigheid.
Dan dienen wij derhalve niet maar een beetje méé te doen met de wereld en
te denken dat God het tòch zo nauw niet neemt.
Dàt is de grote vergissing, dàn ga je voor de bijl !!!
Dáár dienen wij ons van te distantiëren, van te bekeren. En dáár gaat het hier om, wij dienen te bekijken wat er werkelijk geschreven staat.
Kijk toch eens wàt God ons allemaal beloofd heeft;
 Kijk toch eens naar de grote zegen van onze Vader, Die in de Hemelen is.

Wat God beloofd heeft, dat zal Hij ook doen.
Kijk eens naar de aartsvaders, waar jullie allemaal zo tegenop kijken,
die hebben zich aan die belofte vastgehouden. Heeft het ze dan géén strijd en ontbering gekost?   Zeker wel.
Want je zult maar je huis en je haard moeten verlaten en niet weten waar je terecht komt. Je zult maar in de woestijn [Egypte] zitten en vervolgd worden, dat is  echt geen pretje. En dan tòch vasthouden aan de beloften, dat valt echt niet mee. Want we zijn allemaal mensen van vlees en bloed. Het is toch vreselijk wat de wereld je allemaal kan aandoen en hoe je verleid wordt.
  Wij geroepenen zijn bevoorrechte mensen, wij mogen de Heer aanschouwen.
  Wij mogen inzien dat wij onderdeel zijn van Gods plan.
  Wij zijn opgenomen in de loop der dingen.
  Wij heb­ben de Openbaring van God gekregen.
  Wij zijn door de Genade van Hem ge­trokken naar het Licht.
  Wij hebben mogen ontdekken dat we geboren zijn om eeuwig te leven.
  Wij hebben mogen ontdekken dat we de beloften mogen omarmen en dat we de profeten onvoorwaardelijk mogen geloven.
  Het is een feest, en het is nog wel een feest van de Orthodoxie, het vroeg-Christelijk Geloof. Het is allemaal waar, Het is God, Die ons allemaal wil omarmen. Hij wil ons afhelpen van onze eigen hoogmoed, want wij zijn in Hèm geborgen, dat is toch geweldig.
           ➥ Dat wordt ons vandaag voorgehouden, gelovige Christenen, ga het toch zien! Het is echt waar, het is geen fabeltje, wat je wordt voorgehouden, het is geen Blijde Boodschap uit een boek uit en ver verleden.
➥  Het is -hier-en-nu-, het is God Zelf.

Als de mens zich zo menselijk zou blijven opstellen zouden er niet zo veel mensen verloren gaan. 

Als God Zich niet zo liefdevol en goed voor de mens had opgesteld waren er niet zo veel mensen de mist in gegaan, misleid zijn door de wereld.

➥  Ga ontdekken, dat wij met ons klein-menselijk gedoe niet ver komen.
We zijn geboren om voor een korte tijd te leven en dan sterven we. Hoe is het mogelijk dat we als prachtig kind worden geboren, om dan even later al weer dood te gaan?
Je kunt toch zelf met je boeren-verstand zien dat we niet voor niets geboren zijn, maar dat wij een  eeuwig leven tegemoet gaan.
Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.
Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.
Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden.
Geliefden, indien God ons zo heeft liefgehad, behoren ook wij elkander lief te hebben.
Niemand heeft ooit God aanschouwd; indien wij elkander liefhebben, blijft God in ons en Zijn Liefde is in ons volmaakt geworden.
Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem blijven en Hij in ons, dat Hij ons van zijn Geest gegeven heeft. En wij hebben aanschouwd en getuigen, dat de Vader de Zoon gezonden heeft als Heiland der wereld1John.4: 8-14.

Troparion    tn.2
  Wij vallen neer voor Uw vlekkeloos Icoon, Algoede
en wij smeken tot U vergeef ons onze zonden, Christus God.
In het vlees hebt U het Kruis willen bestijgen
om Uw Schepselen te ontrukken uit de slavernij van de vijand.
Daarom roepen wij U dankbaar toe:
Onze Verlosser, U hebt het heelal met vreugde vervuld,
door de wereld te komen redden
”.

Kondakion     tn.8
Het onbegrensde Woord van de Vader werd in het vlees omgrensd, O Moeder Gods,
uit wie Hij dit vlees heeft aangenomen.
De verminkte Icoon heft hij omgevormd in het oerbeeld
en verbonden met de Goddelijke Schoonheid.
Omdat wij dit Heil in woord en daad belijden
mogen wij het ook afbeelden op de Iconen
”.

Orthodoxie & De liefde voor het Geloof

Saint Peter, Apostle, called as fisherman, born in Bethsaida, Syrië.

      Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan al degenen, die een even kostbaar Geloof als wij hebben verkregen door de Gerechtigheid van onze God en Heiland, Jezus Christus: Genade en Vrede zal aan jullie worden vermenigvuldigd door de kennis van God en van Jezus onze Heer. Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de Kennis van Hem, Die ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; door Deze zijn wij met kostbare en zeer grote Beloften begiftigd, opdat jullie daardoor deel zouden hebben aan de Goddelijke Natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
                         Maar ondersteunt en versterkt om deze reden met betoon van alle ijver door uw Geloof de Deugd, door de Deugd de Kennis, door de Kennis de Zelfbeheersing, door de Zelfbeheersing de Volharding, door de Volharding de Godsvrucht, door de Godsvrucht de [onderlinge] broederliefde en door de broederliefde de Liefde [jegens allen].
      Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden, laten zij u niet zonder werk of 
Vrucht voor de Kennis van onze Heer Jezus Christus.
      Want bij wie zij niet zijn, die is verblind in zijn bijziendheid, daar hij de reiniging van zijn vroegere zonden heeft vergeten.
Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als jullie dit doen, zullen jullie nimmer struikelen. Want zo zal jullie rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Heer en Heiland, Jezus Christus2Petr.1: 1-11.

Onze Heer Jezus Christus de God-mens; Ο Κύριος μας Ιησούς Χριστός ο Θεός-άνθρωπος;            ربنا يسوع المسيح إله الإنسان 

We dienen aan Jezus Christus te denken zoals wij dat gewoon zijn te doen ten opzichte van God, als de Rechter van de levenden en de doden. We dienen meer en meer aandacht te hebben ten opzichte van onze Redding.
Want hoeveel bewijzen van Zijn overvloedige Liefde danken we wel niet aan Hem! Hij heeft ons het Licht doen zien.
Als een zorgzame Vader heeft Hij ons zonen en dochters genoemd; als Zoon van God [God in het vlees] noemde Hij ons Broeders en Zusters; Hij heeft ons gered toen we verloren waren.
De lucht die wij inademden heeft ons verzwakt; onze ogen waren vol duisternis. En toen heeft Hij ons onderwezen hoe te kijken, opdat wij zouden zien.
We wierpen de donkere wolk van ons af die ons had omgeven.
Dat gebeurde enkel en alleen door Zijn Wil, want Hij had medelijden met ons;
Hij was bedroefd vanwege het droevig lot wat ons te wachten stond.
Hij heeft ons gered vanaf het moment dat Hij onze grote dwaling en ondergang zag ontstaan.
Hij onderkende dat we geen enkele hoop op redding hadden, tenzij deze door Hem werd aangeboden.
Hij riep ons toen we zelfs nog niet bestonden.
Hij wil dat wij tot vanuit het niets tot het zijn, het welbevinden komen, dat wij trachten Zijn evenbeeld te evenaren.

God heeft ons via Zijn Zoon, Jezus Christus de Blijde Boodschap gebracht
opdat wij als kinderen van God een optimale ontwikkeling doormaken en
betrokken raken bij Zijn Werken in deze wereld en
daar eveneens nog plezier aan gaan beleven.
1.]. Allereerst is er het vrije initiatief.
Het vrije initiatief beantwoordt aan de behoefte van de mens om de wereld om zich heen te verkennen. Christus klopt en wij zijn vrij om die oproep te beantwoorden, gaandeweg  geraken wij gemotiveerder. God dwingt niet, laat ons telkenmale de vrije keuze – en wanneer wij daar bewust voor gekozen hebben wordt onze interesse vermeerderd.
2.]. Ten tweede wordt onze omgeving verrijkt, waarmee gedoeld wordt dat wij wanneer wij blijven zoeken naar een rijke leeromgeving, deze ook wordt aangeboden. Wij worden uitgedaagd, beproefd steeds bewuster om te gaan met activiteiten en materialen, die ons uitdagen. Dit vraagt om een goede voorbereiding, welke ons via Zijn Lichaam, de Kerk, als begeleider en observator wordt aangeboden. Door de Genadegaven [Gr. χαρισματα] van de Heilige Geest ontvangt het individu bijzondere vermogens met het doel samen te werken, het lichaam van Christus op te bouwen, doel is het redden van de gehele mensheid.
3.]. Ten derde wordt de ervaringsgerichte dialoog bevordert. Hierbij is het van groot belang dat de volgelingen van Christus, zowel onderling als in het contact met God, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest een goede band trachten op  te bouwen; de ervaringsgerichte dialoog gaat uit van  wederzijdse aanvaarding, oprechtheid en empathie, het vermogen zich in anderen in te leven.

De gedaante van een duif kan in de Joods-Christelijke geestelijke wereld staan voor “Vrede”.
De gedachte erachter is afkomstig uit Gen.8, waar Noach een duif los liet.
Wanneer een duif kan rusten op een tak en zich kan nestelen, heeft ze een vredige plek gevonden.
Want wanneer het er onveilig zou zijn om een nest te bouwen, zoekt ze een andere plek op waar het wel veilig [vredig] is.
Er wordt in de westerse, moderniserende samenleving wel beweerd dat er geen toekomst zou zijn voor het [Christelijk] Geloof, maar inmiddels is duidelijk dat berichten over het einde van de religie schromelijk overdreven zijn.
Wie afgaat op de aandacht die de media aan religieuze thema’s schenken zou kunnen denken dat ‘God herleeft’. Dat neemt niet weg dat de Kerk zich op basis van cijfersen publicaties dient te laten leiden, maar zich veeleer dient te richten op de mate waarin de individuele volgeling van Christus zich thuis voelt.
Religie kalft niet af, de schreeuw om aandacht van het afzonderlijk wezen van de mens, die vermoeidheid, belast- en beladen- te zijn in deze wereld om ons heen is nog nooit zo groot geweest, en Christus blijft roepen. Het is aan ons hier handen en voeten aan te geven.
Mensen blijven echter keuzes maken uit het aanbod van religieuze tradities; het aanbod en gebruik van films, toneel- en muziek laat in elk geval zien dat er geput wordt uit het omvangrijke reservoir aan religieuze verhalen, symbolen en rituelen, kortom uit de enorme culturele erfernis die de religieuze tradities ons hebben nagelaten.
Mens willen nog steeds met ceremonieel de overgang naar een andere levensfase markeren, maken zich voorstellingen van een leven hiervan hiervoor, geloven in Mysteriën [wonderen] en bidden – ook wanneer zij behoren tot de jongere generatie.
Wanneer jongeren zich niet langer identificeren met hun leefomgeving, ze leven in apathie, vergrendelen de deuren en zoeken daarachter wellicht hun toevlucht
ontstaat een gemeenschap waarin mensen langs elkaar heen gaan leven.

Onze Vader, onze Koning – אבינו מלכנו [Avinu Makeinu] – Barbara Streisand:
mp3

Waar zijn de palen en pijlen, die mij wijzen
naar de borden met de namen van de straten waar ik loop
waar is de kaart die mij vertelt hoe deze stad heet
waar is de stip, die mij vertelt waar ik nu sta
”  
Vreemde Stadby Beu
https://www.youtube.com/watch?v=duR3sdd82XI&t=33s
Μὴ ἀποστρέψεις –  Wend Uw aangezicht niet van uw kinderen, die treuren

Menselijke beweegredenen
Teneinde de beweegredenen, de Liefde van God tot de mensen, te begrijpen
– dienen we uit te gaan van de betrokkenheid van de volgelingen van Christus en
– dienen we rekening te houden met factoren die de betrokkenheid stimuleren:
• Een goede sfeer en relatie.
Gelovigen dienen zich ondanks hun leeftijd en afkomst veilig, geaccepteerd en thuis te voelen.
De spelleider [priester] houdt rekening met het karakter en de thuissituatie van de gelovige en speelt daar goed op in.
• Het juiste niveau.
Zowel kinderen, jeugd als volwassenen dienen uitgedaagd te worden
De spelleider [priester] houdt bij de [neven-]activiteiten rekening met het leervermogen en de ontwikkeling van de betrokken groep.
• Aansluiten bij de leefwereld.
Gezocht wordt naar activiteiten die dicht bij de werkelijkheid liggen, het is veel zinvoller dan opdrachten die hen niet raken.
De spelleider [priester] dient zich te verdiepen in de leefwereld van de betreffende leeftijdsgroep  en goed luisteren naar de onderwerpen die zij aandragen.
• Afwisselende activiteiten.
De verschillende leeftijdsgroepen willen niet alleen maar stilzitten en luisteren, ze willen graag dingen doen. Dat wil niet zeggen dat alles druk moet zijn, want activiteiten en rust kunnen best samengaan.
• Ruimte en gelegenheid om keuzes te maken.
Het gaat niet alleen om een eenvoudig onderkomen om nevenactiviteiten mogelijk te maken,
maar ook geestelijk dient er ruimte te zijn voor de initiatieven van de diverse leeftijdsgroepen.

Leren vanuit een Geloofsgemeenschap
Bij leren vanuit een gemeenschap bestaan er verschillende mogelijkheden:
• De kerkgemeenschap is een ontmoetingsplek waar diverse leeftijdsgroepen gedachten en ervaringen uitwisselen; er is een geheel van samengaan, oa in de diensten, maar er dient tevens een mogelijkheid geboden te worden waarbij de diverse leeftijdsgroepen elkaar te ontmoeten.
• Er zijn verschillende soorten ontmoetingen, een ervan is het bepalen van het doel en de bijbehorende evaluatierondes.
Vervolgens worden de activiteiten geëvalueerd en wordt gecheckt of de doelen behaald zijn.
Er is sprake van een gezamenlijke gedachtenuitwisseling wanneer er meerdere leeftijdsgroepen tegelijk bij elkaar komen om te overleggen of te plannen.
Doel bepalen; hierin wordt vastgelegd wat voor activiteiten de leeftijdsgroep gaat doen; dat wordt uitgevoerd in een afgesproken tijd, bijvoorbeeld binnen 3/6 maanden. Binnen de aangegeven grenzen kan de leeftijdsgroep zelf beslissen hoelang hij over een opdracht doet en welke gegeven zij het eerst uitvoert.
Planmatig werken; hierin wordt een bepaald thema of een probleem behandeld, hetgeen de leeftijdsgroep aanspreekt. Planmatig werken gebeurt altijd in een cyclus van onderzoeken en rapporteren.
• Workshops;  bij workshops ligt de nadruk op het vrij gekozen actief bezig zijn, muziek, kunst en expressieve vaardigheden [toneel]. Voor creatieve activiteiten wordt apart tijd vrijgemaakt. Verschillende leeftijdsgroepen kunnen al naar gelang hun mogelijkheden kiezen uit activiteiten met bijzondere materialen. Vaak worden de activiteiten ook op een andere plek uitgevoerd en is er speciale [artistieke] begeleiding bij nodig.

Betrokkenheid creëren is een van de kernwoorden, een betrokken gemeentelid is geconcentreerd en gemotiveerd bezig; het vergt inzet en energie, maar zorgt tevens voor voldoening.
Verschillende leeftijdsgroepen worden betrokken als een activiteit aansluit bij hun drang om te verkennen en hun niveau te verhogen. wanneer een gemeenschap betrokken is, is dat ook te merken aan hun houding, mimiek en reactiesnelheid; bij een hoge betrokkenheid kunnen de ontwikkelingsmogelijkheden worden verhoogd.

Welbevinden van de verschillende leeftijdsgroepen groeit wanneer de spelleider [priester] tegemoet komt aan de basisbehoeften: wanneer het individu zich veilig, geaccepteerd en gewaardeerd voelt. Maar welbevinden heeft ook te maken met de mens zelf, of hij/zij een positief zelfbeeld heeft en hoe hij zijn gevoelens beleeft. Signalen van welbevinden zijn: spontaniteit, genieten, ontspannen zijn en zich open opstellen. Het is belangrijk dat gelovigen zich goed voelen, want hoog welbevinden zorgt voor een goede geestelijke ontwikkeling.

Theotokos of ‘The Akathist’ – Icon

Het Mysterie van de Kerk komt overeen met het leven van de Moeder Gods.

Voor niet-ingewijden, buitenstaanders, die de openbaring van de Goddelijke Genade nog ontberen is het Mysterie aangetast door de last, die de wereld hen oplegt.
Het ware Mysterie laat zich niet doordringen wanneer men twee Heren tracht te dienen, God en de Mammon.
Daarom is het Mysterie Waarachtig, Heilig en toch zo menselijk qua eenvoud en onaangetast door de mens.
Hoe kun je het hoogste, het Allerheiligste begrijpen, wanneer je geen ervaring hebt met je tekortkomingen, het lagere? Hoe kan een mens die niet gezuiverd is van passies met gezag spreken van redding?
In de Evangeliën wordt het leven van de Theotokos het zwijgen opgelegd en slechts enkele geheimenissen worden aan ons onthuld.
Maar de vele andere geheimenissen, zoals het belang en de betekenis van de evangelische verwijzingen naar iets of iemand, leert ons de Heilige Geest in de Traditie van de Kerk, maar al te vaak onthult de Theotokos deze aan de trouwe eigen dienaren, de Kerkvaders.
Hun heilige leven, hun maagdelijke zondeloosheid, die zij met het oog op de Maagd beleden, deed hen ‘als’ de Maagd en Moeder Gods worden en stond hen in staat haar bijzondere plek in de Kerk aan te duiden, waar wij na God te hebben beleden de engelen en de heiligen bezingen.
Met de hypostatische [Christus is tegelijkertijd zowel God als mens] eenheid van de Goddelijke en menselijke natuur in het aangezicht van Christus en de schepping van het bewust in God optrekkende gezin en de samenleving, wordt de Maagd de Moeder van de nieuwe schepping.
Onze Theotokos is de ‘grens tussen de gebouwde en ongeschapen natuur‘, door de Moeder Gods is God [nederdalend] mens geworden. De Moeder Gods wijst vanaf Christus menswording, niet meer en niet minder, altijd en eeuwig naar Christus.

Het Geloof van onze kerk is gebaseerd op de aanbidding van de Heilige Drie-eenheid. Het Trisagion, de kortste Hymne van het christendom, is ontstaan door degene die de Profeet Isaiah onophoudelijk de Engelen rondom de Troon van God hoorde zingen.
Het was de grondslag voor ons Orthodoxe Hymne en wordt heden ten dage, als vierde antifoon gezongen voorafgaand aan de lezingen uit de Heilige Schrift:
Heilige God, heilig Sterke, Heilig onsterfelijke, ontferm U over ons”.
Volgens de compositie wordt deze Hymne driemaal, volgens de algemene formule verdeeld in twee delen: het eerste deel prijst Gods Grootheid en de tweede legde de basis tot de vereniging met de kerkgemeenschap.
mp3: “Heilige God”, ‘Agios o Theos”; “قدوس الله“.

Historisch gezien ontstond deze Hymne, die later werd veralgemeniseerd, als gevolg van grote aardbevingen welke Constantinopel toentertijd hebben getroffen. In opdracht van de keizer Theodosius de kleine, trokken de mensen in langgerekte processies de stad uit, onder het constant zingend herhalen van deze hymne, die de Bescherming en Barmhartigheid van God afsmeekt. Ook dient gemeld te worden dat deze Hymne nog steeds gezongen wordt wanneer tijdens een begrafenis de kist naar het graf wordt gedragen.
Vandaag de dag wordt deze christelijke hymne drie keer herhaald
na zeer korte dankzegging aan het begin van elke reeks, en eindigt met een grote Doxology, juist voorafgaand aan de lezing van de apostel.

Orthodoxie & Iconoclasten, scheuring-makers of werkelijke volgelingen van Christus

Oecumenisch Concilie inzake iconen; المسكوني، عن، الإيقونات
; Οικουμενικό Συμβούλιο για εικόνες

De Reformatie [=hervorming] van de Kerk
Aanstaande zondag wordt overduidelijk aangeduid als de “zondag van de orthodoxie”, ook wel gekenmerkt als “Triomf van de Orthodoxie”, een datum die mij voor mijn ontmoeting en overstappen naar de Orthodoxie niets zei, omdat deze enkel en alleen in de liturgische kalender van de Orthodoxe kerken staat vermeld.
‘Wanneer een icoon mooi wordt, is dat fijn, maar het is niet het einddoel.’
Iconen zijn niet zomaar mooie afbeeldingen. Het zijn religieuze kunstwerken die verwijzen naar een hogere schoonheid. Wij Orthodoxen mogen mijmeren over de schoonheid ervan:
Wie voor een icoon bidt, richt zich niet tot een plaatje of tot een plankje, maar tot degene die erop geschilderd staat‘. Een icoon die officieel in een viering gewijd is, stelt de afgebeelde persoon present. Een icoon biedt een venster, je kijkt er doorheen en je ziet het onzichtbare. Christus, de Moeder Gods, Engelen en  heiligen, er is sprake van een hogere werkelijkheid. Wie een icoon erft en alleen de financiële waarde ervan ziet, ziet slechts het venster zelf en kijkt daar niet doorheen. Wanneer je voor een icoon een bepaalde geestelijke activiteit beoefent, werkt dat zuiverend, louterend.
Het effect is dat van een katharsis, je wordt gereinigd, opgeschoond, er vindt een opruiming plaats; je wordt beetje bij beetje rustig, stil.
De icoon helpt je, je ervaart dat je niet alleen bent; je wordt onderdeel van een groter geheel, de schepping.   In deze context de positie die de Atiocheens Orthodoxe Kerk inneemt inzake iconen:
“ . . . We bewaren en we behoeden de Traditie van de Kerk, tot op de dag van vandaag, zonder vermenging of verandering; met name omdat mag blijken dat het Woord ‘Gods’ een realiteit is, geen fantasie of visualisatie, omdat de afbeeldingen afgezien van hun referenties en verklaringen, eerlijke en oprechte gevoelens oproepen”.

De uitdrukking ‘triomf of overwinning van de Orthodoxie‘ blijkt echter in de westerse wereld toch een beetje een bedrieglijke nasmaak te veroorzaken en daarom is een nadere uitleg hoogst noodzakelijk.
                 Vanaf de eerste zondag van de vastentijd, zes zondagen vóór Pascha (Pasen), viert de Orthodox Christelijke Gemeenschap zondag van de orthodoxie.
Om de woorden van de Griekse iconograaf Photios Kontoglou te gebruiken –
het herstel van de iconen en de overwinning van ‘de ware religie’ op de iconoclasten”. Dat klinkt nogal aanmatigend, vol inbeelding, pretentieus en dat is ook zeker het geval ná de zondag, waarop wij vriend en vijand hebben om vergeving hebben gevraagd.

Institutie, hoofdwerk van Johannes Calvijn

Maar in het westen komt dit ná de grote kerkscheuring van de 16e eeuw -‘nogal hard aan’- bij onze mede-christenen hier in de Lage Landen – vanuit die periode hebben wij in onze contreien de naam protestanten’ opgelopen: medechristenen, die het niet eens waren met al die pracht en praal – dat buitenissige.
Pas in de afgelopen jaren is de vroeg-christelijke Kerk zich gaan afvragen – of ze in die periode geen fouten hebben begaan, door een banvloek uit te roepen en vele diepgelovige mensen voor eeuwen in de kou hebben laten staan.
Daartegenover staat het geweld dat plaatsvond, de Rooms Katholieke Kerk in onze contreien werd gesplitst in een ‘wij en zij’ en pas de laatste jaren worden hierover verontschuldigingen geuit.
Deze kwesties van grote zorg, voor alles wat met God te maken had – die grotendeels over het hoofd werden gezien door de kerkelijke hiërarchie. Degenen, die beter hadden moeten weten, lieten zich leiden door hun emotionele machtswellust en deden hele geloofsgroepen in de kerkelijke ban.

Paulus heeft geplant, Apollos heeft water gegeven, maar God heeft alles doen groeien” 1Cor.3: 6.

Hier in onze streken Maarten Luther, die toch een Augustijner monastieke achtergrond had; in Frankrijk en Zwitserland protesteerden de navolgers van Calvijn een Theoloog, die zich fanatiek inzette voor de hervorming van de katholieke kerk door het publiceren van vele theologische teksten.
In feite is het een gemiste kans geweest, indien de kerkelijke hiërarchie beter naar deze gelovige denkers geluisterd had – ja een gemiste kans, want door werkelijk te luisteren naar je medebroeders kun je voor jezelf een heleboel  leren. In plaats daarvan was de kerkelijke overheid op haar teentjes getrapt en niet tot luisteren en communicatie in staat. Het liep op een bitter handgemeen uit in plaats dat de achtergronden onderzocht werden en de christelijke gemeenschap informatie begon te ontwikkelen, die nuttig had kunnen zijn bij het nemen van weloverwogen beslissingen.
Laat het ons een les zijn en wat minder hoog van de toren blazen. Door elkander als christenen, die dezelfde weg gaan de ruimte te geven, hen in liefde te omarmen [zoals we afgelopen zondag na afloop van de Vespers deden] – naar elkaar te luisteren en te communiceren tonen we elkaar werkelijke volgelingen van Christus.

Iconoclasten

Destruction of icons, Zurich 1524; Καταστροφή εικόνων, Ζυρίχη 1524;
تدمير الرموز، زيورخ 1524

Iconoclasten zijn Icoon-vernietigers, zoals wij hier in het westen de beeldenstorm hebben meegemaakt in de periode na de reformatie, waarbij als uiting van het volksprotest – alle kerkgebouwen, die geconfiskeerd [in beslag genomen] werden van elke vorm van uiterlijke beelden werden ontdaan en elke afbeelding witgekalkt werd.
Het mag u opvallen dat er een nogal grote kerkelijke superioriteit uitgaat van de machthebbers, de hiërarchie van de Kerk. Niet alleen in protesterende zin, maar ook op de wijze waarop de oude Macht in de Kerk door de eeuwen heen heeft verkondigt dat -zij alleen- de “ware religie” in pacht had. 
Dit verwijst echt niet naar “ongemengd, zuiver Christendom“, de “Grote Traditie” of “de Onveranderlijke Kerk”, Die zich onzichtbaar in het hart van de Gelovige Volgelingen van Christus bevindt. Het verwijst hier alleen maar op de zichtbare kerk:  de Christelijke Kerk, welke zich op vroeg-christelijke wijze van z’n beste kant laat zien en dat zijn toch niet die indringende zaken, die te maken hebben met de uiterlijke vorm en de indruk, die zij op de toeschouwende mens maken.
Protestanten die het Zevende Oecumenisch Concilie [2e Concilie van Nicea], die de verering van iconen bekrachtigden, afwijzen of voorwaardelijk aanvaarden, werden impliciet beschouwd als ketters en aldus vervloekt tijdens de dienst op zondag van de Orthodoxie.
Voor de Gereformeerde Christen zijn de vervloekingen huiveringwekkend:
Aan hen die de raden van de Heilige Concilievaders en hun Tradities verwerpen, Die aangenaam zijn voor Goddelijke Openbaring en vroom worden onderhouden door de Orthodoxe Katholiek Kerk, Anathema!”.
Met andere woorden aan hen die spotten en heilige beelden en relieken belachelijk maken, die slechts de Heilige Orthodoxe Kerk ontvangt als openbaringen van Gods werk. Degenen die Christus behagen en zich door de Moeder Gods en Heiligen eer brengen en zich door beeltenissen in hun vroomheid laten  inspireren en hen aan te moedigen deze voorbeelden te volgen. Het Anathema volgt op degenen die zeggen dat dit allemaal afgoderij betreft

Goddelijke Openbaring?
Is verering van de iconen dan “aangenaam vanwege de Goddelijke Openbaring?”. Voor Gereformeerden hangt dit geheel af van wat wordt bedoeld met ‘goddelijke openbaring‘.
Wanneer het de orthodoxe Theologie van de incarnatie betekent,  is het antwoord ook volmondig ‘ja’.
Wanneer het het zevende oecumenische concilie betreft, welke besluiten verheven worden tot dezelfde autoriteit als de H.Schrift, is het antwoord “Ja.”
Maar als het alleen gelijkwaardig aan de Heilige Schrift betekent, is het antwoord “Nee”. Er bestaat geen enkel “gebod van God” om iconen te vereren; bij het ontbreken van dergelijke commando’s, is het het individu vrij om de keuze te maken tot wat beschouwd wordt als “tradities van mensen” en je daarop te onthouden van die tradities zou het aanbidden van stoffelijke dingen of afgoderij vergemakkelijken, een oordeel dat alleen aan God toekomt, want alleen God is het toegestaan om zoiets te doen ontstaan.
      Maar Christus zei tot de Farizeeërs: ‘Terecht heeft Isaiah van u, huichelaars, geprofeteerd, zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn’Marc.7: 6-8.
Als mens wordt de knie niet gebogen voor iconen omdat ik het beeld van God zie in de spiegel van de H. Schrift, zoals Johannes Calvijn het formuleerde. Onthouding van het gebruik van iconen in aanbidding is anders dan “zij die spotten en de heilige beelden en relikwieën ontwijden”.
Onthouding is geen neutrale positie, maar het is ook niet vijandig.
Derhalve dienen Gereformeerde Christenen misschien ‘toch niet’ als ketters worden beschouwd, althans niet op deze manier.

moving inheritance in the low countries; κινούμενη κληρονομιά στις χαμηλές χώρες; وتحرك الميراث في البلدان المنخفضة

                  Er ontstaan in onze tijd vragen die zowel persoonlijk als indringend zijn vanwege vriendschappen, die tussen Christenen van velerlei richtingen worden gesteld.
Dient het Goddelijk huishouden van het Christelijk Geloof door datgene wat de iconen betreft te worden opgedeeld? Kunnen de verschillen tussen iconoclasten en degenen die iconen vereren en dit devotionele gebruik blijft verdedigen wèl zó indringend centraal worden gesteld en behoort dit als een struikelblok in het centrum of slechts in de zijlijn van het christelijk geloof te worden beschouwd?
Om deze vragen in een veel bredere context te verkennen, dienen we de ironie, de tragedie en mogelijkheid van het christendom in de laat-moderne wereld in ogenschouw te nemen.
Wanneer de Amerikaanse Amerikanen in de late moderniteit vergeleken worden met Joden in Babylon [conf. Jeremia 29] mogen we er bij de Kerk op aandringen om niet alleen te leven met de spanningen van ballingschap, maar om hen “opzettelijk en actief te cultiveren“.
                          Waarom? God is toch aan het werk in de plaats van ballingschap.
Wanneer Gods doelen worden gerealiseerd door de omstandigheden van de late moderniteit, dan is “het welzijn van degenen met wie we een wereld delen, verbonden met ons eigen welzijn”. Terwijl Joden “het shalom van Babylon achtervolgden“, zou God “shalom voor zijn volk verschaffen”; zo dienen ook de Christenen het shalom na te streven in het seculiere Amerika.

De Kerk gaat gebukt onder spanningen, zowel met Zichzelf als met de wereld.

Met betrekking tot de spanningen met zichzelf valt op dat één spanning “voortvloeit uit haar passie voor de Waarheid” en de manier waarop dergelijke passies neigen om interne factionalisering te rechtvaardigen.
Helaas blijkt -‘een onmogelijk schisma’- onderdeel te zijn van het christendom en van de christenheid, enkel omdat ze zijn wie ze zijn en dit zal waarschijnlijk niet snel veranderen.
Anders gezegd, het probleem van het verschil is een onontkoombaar kenmerk
van “de eigen toegemeten identiteit en de getuigenis daarvan”.
Een dergelijke indeling in plateaus is dan ook een belangrijke factor in de factionalisering van de Christelijke samenleving.
Het is noodzakelijk dat deze plateaus bijeen worden gehouden door een identiteitsbewustzijn dat sterker is dan  de identiteit die men krijgt door deelname in één van de plateaus. Als dat niet het geval is dan breekt de Christelijke samenleving in kleine groepjes uiteen.
Dit is een probleem voor de éénheid van de Kerk en ook voor de ‘doorstroming’ van mensen naar dergelijke plateaus. Wanneer mensen op een dergelijk plateau zich niet meer primair identificeren als Volgeling van Christus, wordt het voor personen, die geen deel meer zijn van deze groep heel moeilijk om er deel van te worden, omdat men zich geen voorstelling van kan maken en omdat het plateau een andere samenleving blijkt te zijn, die ver van de persoon lijkt af te staan.
Dit heeft problemen tot gevolg die een dergelijke situatie veroorzaakt bij mensen die niet tot een dergelijke groep behoren. Het wordt dan ook een groot probleem voor -‘dat-soort-mensen’- om uit de geloofsval te komen en volwaardig deel te nemen aan het Christendom, zoals door Christus Zelf aangeboden wordt.
De spelleiders, die gezag dragen, dienen dan ook te zorgen dat er überhaupt geen duurzame plateaus ontstaan waar alleen een selecte groep toegang toe heeft, maar dient deze actieve banden actief tegen te gaan.
Dit gevaar loopt momenteel de differentiatie tussen de Orthodoxen uit de diverse oorspronkelijke gebieden, de één verheft zich boven de ander en er ontstaat een Rooms Katholiek ‘hiërarchiek‘ systeem waarbij de één zich meer zeggenschap toe-eigent dan de ander.
Toegepast op het schisma hierboven, rechtvaardigt de “passie voor de Waarheid” de “interne factionalisering” tussen een Gereformeerde Christen, die sceptisch staat tegenover verering van iconen, en een orthodox christen, die resoluut en fundamentalistisch is over verering van iconen.

Het hangt in feite af van de scepsis van de Orthodoxe overtuiging dat de incarnatie intrekt tegenover het gebod van tien geboden [de Decaloog] tegen gesneden beelden, wat een onhandelbaar dilemma in de Christologie creëert:
Het is een verbazingwekkende stap van logica van het uitgangspunt
[God heeft zich voor eens en altijd in zijn Zoon geopenbaard] tot
de conclusie [we kunnen nu beelden van God maken].
Toch lijken de orthodoxen het in het geheel niet op te merken hoe ze hier überhaupt mee zijn omgesprongen. Ze proberen nauwelijks uit te leggen hoe ze van het uitgangspunt tot de conclusie kunnen komen, voor hen is de conclusie duidelijk.  En wanneer ze een verklaring proberen, struikelen ze in het Nestorianisme [de leer dat er twee afzonderlijke personen waren, één menselijk en één goddelijk, in de vleesgeworden Christus]. Dit is bijna onvermijdelijk.
Het enige alternatief is Monophysitism [de leer dat er maar één natuur was in de vleesgeworden Christus, geheel goddelijk of ondergeschikt menselijk], waarvan ze een nog grotere gruwel hebben. Toch wacht een of de andere fout de Orthodoxen op.
Om te zeggen dat de Incarnatie de iconen legitimeert, is ofwel te zeggen dat Gods natuur veranderde toen Hij een mens werd en dus nu kan worden afgebeeld.
Of het is om te zeggen dat God schilderbaar werd toen deze volledig mens werd maar onveranderd onoverwinnelijk als God bleef.

Hoe dienen wij als Christenen om te gaan met een schisma dat “een onontkoombaar kenmerk van de eigen identiteit en getuige is“?
De eerste implicatie is dat een visie van de nieuwe stadslente, geworteld in een theologie van getrouwe aanwezigheid, gelovigen ertoe zou brengen om veel van deze verschillen -‘licht’- te houden, het onderwerp niet teveel aan te scherpen.
Het is belangrijk om te onthouden dat het christendom – in zijn overtuigingen en gewoonten – vanuit het midden werd en nog steeds wordt gedefinieerd.
Dat wil niet zeggen dat de bijzonderheden in de periferie er niet toe doen zoals ze doen: ze geven het sociale leven complexiteit en persoonlijke levensrijkdom en in zoveel opzichten worden we gedefinieerd door deze bijzonderheden. In feite geeft God ons verzoekingen om van te leren.
Maar die bijzonderheden aan de periferie spelen op minstens twee fronten minder in een context van ballingschap. Ze zijn minder belangrijk voor de kwestie van formatie en ze zijn minder belangrijk voor de kwestie van publieke betrokkenheid. In de context van ballingschap en deze twee zaken zijn veel van de schisma’s die de Kerk in de loop van de tijd hebben verdeeld functioneel irrelevant geworden.
Dit zou het grote schisma van de zestiende eeuw welke omvat dat Protestanten en Rooms Katholieken verdeeld geraakten; het zou eveneens de verdeeldheid tussen de westerse kerk en de oosterse kerk omvatten.
Binnen de bekentenissen van het historisch Christelijk Geloof – en over de zaken van vorming en betrokkenheid – doen de bijzonderheden aan de randen van het geloof er echt minder toe.
Eenheid rond de kernovertuigingen en -praktijken van het Christelijk Geloof-
kunnen alleen de grotere doelen dienen van het maken van Volgelingen enerzijds en het dienen van het algemeen christelijk welzijn anderzijds.
De tweede implicatie is eenvoudig dit:
waar verschillen blijven bestaan, is er de uitdaging om Christelijke Liefde aan te tonen aan de ander. Het is duidelijk dat als christenen Genadegaven en Liefde niet kunnen uitstrekken door getrouwe aanwezigheid in de Kerk [het lichaam van gelovigen, die Christus volgen], zij zeker niet in staat zullen zijn om Genadegaven uit te breiden naar degenen, die zich van buiten staan te verbazen over de verschillen.

Wanneer de christelijke overtuigingen en praktijken ‘van het grootste belang‘ worden gedefinieerd, kwalificeert de verering van icoon zich dan als een bijzonderheid aan de periferie? Ons Orthodox antwoord hangt af van wat we in het midden bevestigen.
Wat overtuigingen betreft, dienen we het onderling eens te zijn:
De Geloofsbelijdenissen van Nicea en Apostelen bieden ons nog steeds de beste definitie van de Orthodoxie. Deze geloofsbelijdenissen zeggen natuurlijk niet alles wat we willen zeggen, maar daarin ligt hun kracht”.
Wat betreft praktijken, stel ik dat de bediening van Woord en Sacrament [Doopsel en Goddelijke Liturgie] voor buitenstaanders nog steeds de beste voorbeelden van Orthopraxie biedt, je zou daar  ook de innerlijke disciplines [bespiegeling, gebed, vasten, studie], uiterlijke disciplines [eenvoud, eenzaamheid, onderwerping, dienstbaarheid] en bedrijfsdisciplines [biecht, aanbidding, begeleiding en viering]  aan toe kunnen voegen.

Gebaseerd op de bovenstaande afbakening van overtuigingen en praktijken in het midden, is de verering van iconen “een particulariteit in de periferie”, deze classificatie met gebruikmaking van het woord “periferie” is weliswaar aanvechtbaar, maar behoeft niet onbeduidendheid te suggereren.  Bijzonderheden aan de periferie zijn immers van belang omdat “ze het sociale leven complexiteit en persoonlijke belevingsrijkdom geven, en in zoveel opzichten worden we gedefinieerd door deze bijzonderheden. Maar die bijzonderheden aan de periferie doen er minder toe in een context van ballingschap”.
De taal hier is er een van ‘maat houden’, aangeven hoe warm of koud het is en het onderscheidt wat er minder of méér toe doet.
Zelfs wanneer Orthodoxe Christenen zich erop voorstaan dat het devotionele gebruik van iconen een kernoefening is, worden ze nog steeds uitgedaagd om
Genade en Liefde” uit te stralen door getrouwe aanwezigheid in de Kerk [het lichaam van alle gelovigen].
En wat is er een beter bewijs van deze Genade en Liefde, dan af-te-zien van anathematische uitlatingen ten opzichte van christenen die iconen ‘niet’ vereren; niet in hun leer-pakket- hebben opgenomen.
N.B. Het mag hier in het westen minder bekend zijn, maar in het midden-oosten heeft zich in die periode een eveneens grote broederstrijd plaats gevonden, waarbij Antiochië uiteindelijk een lange periode onder Grieks beheer werd gesteld – op aanwijzing van de Romeinse en de curie van Constantinopel.
Meer hierover is te lezen in : Wars of Icons – geschreven door de geschiedschrijver van de Heilige Stoel: ‘Lion Rustom‘.

Victory of the Satan‘, by Tasony Sawsan

De ‘Beeldenstorm’ is niet langer een existentiële bedreiging voor de Orthodoxe Kerk en het wordt dus hoog tijd op de Zondag van de Orthodoxie een ander soort van triomf te gaan vieren: “de triomf van de Liefde op de vijand van alle mensen”; de overwinning op de tegenstrever, die stilletjes plezier heeft in zoveel versnippering.

Bovendien wordt de eenvoudige gelovige hierdoor tureluurs gemaakt en zoekt z’n heil in werkelijke verdorvenheden, waarover zelfs niet-theologen het Anathema uitspreken.

Door onze verschillen ‘niet op-te-blazen’, maar licht te benaderen dienen wij het algemeen belang van de Kerk [het lichaam van Christus].
Dat is wat de Apostel Paulus bedoelt wanneer hij zegt:
  Als gevangene in de Heer, vermaan ik u dan te wandelen waardig aan de roeping, waarmee jullie geroepen zijn, met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen, en u te beijveren de eenheid van de H. Geest te bewaren door de band van  de vrede één Lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop van uw roeping, 
één Heer, één Geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die is boven allen en door allen en in allen. Maar aan een ieder van ons afzonderlijk is de Genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenktEph.4: 1-7;
òf om de onderlinge verschillen tussen Christenen zo hoog op te laten lopen, dat het slechts “corrupte communicatie” losmaakt:
      Geen liederlijk woord dient uit uw mond te komen, maar als u een goed [woord] heeft, tot opbouw, waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, Genade ontvangen.
En u dient de Heilige Geest Gods niet te bedroeven, door wie u verzegeld zijt tegen de dag der verlossing. Alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek dient uit uw midden gebannen te worden, evenals alle kwaadaardigheid. Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeftEph.4: 29-32.

Liefde maakt schisma’s “functioneel irrelevant” zoals gesteld kan worden:
Ondanks de belangrijke verschillen tussen christelijke kerken, is er één plek om samen rond Christus om òp te staan : ”      de herschepping van de mens is alleen reëel als z’n Verlosser waarlijk God is” en alleen God heerst “over de hele wereld vóór de wereldAthanasius van Alexandrië .

De levenslange standvastigheid van bisschop Athanasios [296-373] is karakterologisch niet te verklaren. Zij berust op een bijzondere Genadegave, Die verbonden was aan een diepe gemeenschap met Christus. Vanuit die gemeenschap overzag hij de gebeurtenissen, de dwalingen, de tegenstand.                                    Veelzeggend is hoe de kerkvader reageerde toen in 362, na enkele christelijke keizers, plotseling weer een keizer aan het bewind kwam die zich als bewuste taak stelde om de christelijke kerk ten onder te brengen: Julianus de Afvallige. Hij stuurde Athanasius van zijn zetel.
Toen mensen aan Athanasius de bange vraag stelden of dit niet het einde was, antwoordde hij: „Dit is een klein wolkje dat voorbijgaat”. Met een jaar was Julianus gestorven.
Toen Athanasius stierf, liet hij een bloeiende kerk na, die omringd was door talloze monniken en nonnen. Deze ascetische figuren hadden bij de kerkvader een beminde plaats. Ze stonden voor hem niet tegenover de gewone en gehuwde christenen. Hij zag het als een opdracht voor alle christenen, van welke roeping ook, om eendrachtig in hetzelfde Geloof aan elkaar verbonden te zijn. De bisschop van Alexandrië schreef meerdere werken om het leven van monniken en nonnen te leiden en te steunen.
Het bekendst is wel zijn geschrift over Anthonius de kluizenaar, een geschrift dat alle eeuwen door en over de gehele wereld een immense invloed in de kerk heeft gehad. Het heeft ook een plaats ingenomen in de bekering van Augustinus, zoals uit diens Belijdenissen blijkt. 
Zo zien we in Athanasius een man die, te midden van dwalingen en onzekere meningen van de wereld, standvastig het geloof heeft uitgedragen – in Christus geworteld-.
In hem is te zien hoe waar het woord van Johannes is: “het is dit Geloof dat de wereld overwint“. Bij hem is ook te zien dat deze overwinning niet verloopt op de manier van werelds succes, maar op de wijze van een Goddelijk Mysterie, voor Rooms Katholieken onder ons een Goddelijk Wonder. Athanasius die er ook van overtuigd is dat het nog maar een kwestie van tijd is totdat allen, op de onverbeterlijke kwaadwilligen en domoren na, zich tot het Christelijke Geloof zullen bekeren. Dit alles schrijft hij niet toe aan het voor de christenen gunstige beleid van de machthebber Constantijn, maar aan de Macht van de opgestane Christus.

Broeders, zusters in Christus, volgelingen van de protestantse richting – reformatoren, PKN [=Protestantse Kerk Nederland], Gereformeerden – vergeef ons onze zonden en fouten en bidt voor ons, wij zijn zondaars.
Weet wel dat God ons zal vergeven en reeds lang geleden voor ons gestorven is en uit de doden is opgestaan. De wet van de Geest van het leven in Christus, onze Heer en Verlosser heeft ons vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood en dat we niet langer schuldenaars zijn aan het vlees om naar het vlees te leven.
Ook jullie een goede voorbereiding op het Hoogfeest van Christus.

Orthodoxie & wie heeft de waarheid in pacht?

ROK Parijs

De Russisch-Orthodoxe Kerk verwierf zich na de vervolgingen onder het communisme de laatste decennia een nieuwe plek in de staatsideologie. Er vond een ‘kerkelijke renaissance’ plaats, die al gauw om financiële en sociale macht bleek te draaien.
Van meet af aan heeft deze ‘kerkelijke renaissance’ iets dubbels gehad.
Enerzijds breidden de kerkelijke activiteiten zich uit: nieuwe kerken gingen open, er kwam godsdienstonderwijs en aan de basis ontstonden allerlei zelfsturende organisaties. Anderzijds had de herleving een duidelijk politiek-maatschappelijke component: oppositie tegen al wat sovjet en communistisch was.
Vooral daarom stond de Kerk zo dicht bij de jeugd, terwijl de oudere generatie over het algemeen gereserveerder was. Vaak lieten twintigers en dertigers zich al eind jaren tachtig, begin jaren negentig dopen, terwijl hun ouders hun voorbeeld pas een paar jaar later volgden.

Na de val van Constantinopel en Griekenland handhaafden de Ottomaanse Sultans de christelijke geestelijkheid op een manier om een ​​onderworpen volk te besturen; zij behandelden de Joodse en andere minderheidsgemeenschappen op vrijwel dezelfde wijze. Het Ottomaanse misbruik van de patriarch van Constantinopel was echt met geen pen te beschrijven. Patriarchen werden op grimmige wijze aan te kant gezet, alleen om op een later tijdstip opnieuw in functie te worden aanvaard – soms meer dan eens. Telkens wanneer een benoeming of herbenoeming aan het Patriarchaat werd gedaan, werd een zeer zware belasting geëist, die door de gelovigen moest worden opgebracht. In zo’n sfeer kunnen intriges, doen en laten op geestelijk gebied en het verval van geestelijke discipline alleen kunnen worden overleefd wanneer er sprake is van goddelijke voorzienigheid en bescherming. Hetzelfde zien we momenteel in meerder ottomaanse landen opnieuw gebeuren – er is onderdrukking en verachting alom.

     De grote stabiliserende kracht op dit soort momenten is en blijft het monastieke schiereiland van de berg Athos.  Zoals de Benedictijnen in het Westen de Schrift, de Theologie en haar  spiritualiteit, de achterliggende cultuur en het onderwijs in de Middeleeuwen hebben bewaard, zo doen de monniken en monialen van de Grieks-sprekende wereld het in deze en huidige donkere tijden nog steeds onder de Hellenistische mensen, die zich uitstrekt van de na val van Constantinopel in 1453, de strijd voor Griekse onafhankelijkheid, die in 1821 een aanvang nam tot op de dag van vandaag toe. Net als tijdens de donkere middeleeuwen in het Westen, wordt dwaling voorkomen door ingreep van “dynamische spirituele krachten“, bewustzijn van het belang van handhaving van de geestelijke bronnen en gemoedelijke godsvrucht gebaseerd op een levende theologische traditie”.

Theologische theorieën zijn bedoeld om aan de praktijk te worden getoetst en absoluut niet doorgedrukt te worden als basis voor de betrouwbaarheid van ontwikkelingen.
Het is niet noodzakelijk dat het Christelijk Geloof een afspiegeling is van de gemeenschap die je probeert te begrijpen. Het Christelijk Geloof van de ene orthodox gelovige is immers niet vergelijkbaar of af te zetten ten opzichte van het Christelijk Geloof van de ander – er gaat immers een heel lange tijd over heen alvorens we de tekenen van het ingrijpen van de Genadegaven van de Heilige Geest kunnen duiden.
Het Waarheidsgehalte van de een ten opzicht van de ander is nu eenmaal niet met elkaar te vergelijken, zeker niet wanneer de een zich ten opzichte van de ander als boven-geschikt begint te manifesteren, dit blijken immers vele malen in de geschiedenis van de Kerk reeds tot monsters te hebben ontwikkeld.
De kerkelijke hiërarchie heeft ernstige beperkingen al is met zekerheid vast te stellen dat zij in het geheel niet weet wat er zoal bij het gewone volk leeft.
Dit wordt nog versterkt als binnen de orthodoxe kerk, de ene Metropoliet zich als meerdere onder gelijken gaat gedragen; dat vormt nu juist het verschil tussen de Rooms Katholieke en de Orthodoxe kerken.
Om een lang verhaal kort te maken wij weten als mensen echt niet wat we denken dat we weten, daar zijn wij mensen voor.
Om een dergelijke dwaling te voorkomen dient een zo’n breed mogelijk overleg plaats te vinden op basis van gelijkheid. Pakken we het anders aan dan zal dit een ernstige vergissing blijken te zijn.
Je kunt onmogelijk -via het voorkoken van consensus in commissies en aldaar genomen besluiten- de gehele uit miljoenen bestaande orthodoxe gemeenschap opzadelen met voldongen beslissingen; dit heeft het pan-orthodox-concilie op het eiland Kreta bewezen. Ook hier doet de geschiedenis weer van zich spreken – er is een duidelijk verschil tussen Kretenzers en Venetianen. Zodra er sprake is van Oecumene -een bedenksel van de Rooms Katholieke Kerk- begint het overgrote gedeelte van de orthodoxe gemeenschap te steigeren.
Niet dat wij de ander christenen als gesprekspartner en broeders en zusters niet zouden accepteren – een intercommunale verbintenis is echter een zeven-mijl’s-laarzen-stap te ver.

Iedere vorm van onderzoek zal een degelijke verdediging ontkrachtten.    
Oecumenisch theorieën zijn bedoeld om te worden getest en dienen enkel te worden gebruikt als basis voor de betrouwbaarheid van datgene wat aan de basis wordt ervaren. Grote verschillen worden door de beminde [orthodoxe] gelovigen slechts aanvaard als een pijlpunt, die een misvorming veroorzaakt, een zelf toegebracht letsel tot zelfverminking.

Vooringenomenheid wil ons vooral duidelijk maken dat we ècht niet weten, wat we menen te weten.
Indien we waarachtig geïnteresseerd zijn in het begrijpen van de populaties die we hopen te op hun Christus’ volgende weg te begeleiden, dan dienen we een véél bredere opzet te bedenken die niet alleen minder veroordelende vragen bevatten, maar ook nauwkeurig onderzoeken, wàt ons allen in de weg staat en ons werkelijk in staat stelt om ‘waarachtig‘ met de breed georiënteerde Christelijke en orthodoxe gemeenschappen om te gaan.
Een eerste vereiste daarbij zal altijd zijn dat wij absoluut géén haast dienen te maken, een degelijk proces neemt eeuwen in beslag; de verwijdering [de dwaling] heeft immers ook eeuwen geduurd.

Dit behoeft niet in te houden dat christenen niet behoeven ‘samen-te-werken’ op sociaal en cultureel gebied – ‘ook nu-al‘ – vindt op velerlei gebied samenwerking plaats echter met dien verstande dat er sprake is van behoud van identiteit.
We dienen niet te vergeten dat een groot deel van de ‘op drift geraakte’ christenen leeft vanuit de christelijke -‘humanistische‘- waarden van de westerse cultuur en deze voelt zich niet in het geheel niet meer verbonden met een kerkinstituut of religie, terwijl het overgrote gedeelte van de orthodoxe christenen een geheel ander invalshoek hebben.
Maar daarin kan misschien mijn fout zijn, gebaseerd op m’n eigen naïviteit.
Een Oecumenisch statement [bewering] als “we dienen elkaar over en weer op alle gebied serieus te nemen”, zelfs als het niet langer als ‘representatief’ kan worden geacht of dat we dienen te gaan onderzoeken bepaalde liturgische toepassingen samen te laten gaan, ongeacht de statistische voordeel voor de een of andere gemeenschap, onderstrepen een veel dieper punt.
De Orthodoxe gemeenschap als geheel heeft op dit niveau de onderlinge christelijke verscheidenheid dusdanig geaccepteerd omdat het overgrote gedeelte van de christelijke geledingen de orthodoxie [en haar ziel] ofwel niet kennen of er toch niet om geven.

Doen of ‘het anders’ is komt op mij over als een ernstige vergissing en foutieve inschatting.

Ze lijken plausibel genoeg voor iemand, die niet geestelijk is ingesteld; goed genoeg om  bespreekbaar te maken, omdat ze in de samenwerking van alle dag de ‘problemen’ benaderen. Ze leveren slechts voer voor de verschillende gemeenschappelijke experts; de idiosyncratische gemeenschap binnen de hiërarchie.
Het merendeel van de geïnteresseerde christenen zal zich buitengesloten voelen, omdat ze op dàt verheven niveau als stemloos beminde gelovige toch geen enkel inbreng heeft.
Zo wordt -‘tussen de scheuren door’- de norm gelegd en een deur open gezet voor een door orthodoxen niet geaccepteerde methode van samengaan. 

      Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Heer zal zien. Ziet daarbij toe, dat niemand de Genadegaven van God zal verachten, dat er geen bittere wortel zal opschieten en verwarring wordt gesticht en daardoor zeer velen besmet zouden worden“ Hebr.12: 14.
Leid een leven dat in alle opzichten Heilig is, zoals Hij die U geroepen heeft Heilig is. Er staat immers geschreven: ‘Wees Heilig, want ik ben Heilig1Petr.1: 15.
      Daar wij nu deze Beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling van het vlees en van de geest en zo onze Heiligheid volmaken in de vrees tot God. Gunt ons plaats: wij hebben niemand verongelijkt, niemand te gronde gericht van niemand voordeel getrokken. Ik zeg dit niet om u te veroordelen; ik heb immers reeds gezegd, dat gij ons zo na aan het hart ligt, dat wij met u zouden willen sterven en leven2Cor.7: 1-3.
        Het woord van de Heer der heerscharen geschiedde aldus:
          Zo zegt de Heer der heerscharen: ‘Ik ben voor Sion in grote ijver ontbrand; in gloeiende ijver ben Ik ervoor ontbrand’.
         Zo zegt de Heer: ‘Ik keer weer tot Sion en Ik woon binnen Jeruzalem; Jeruzalem zal de stad van de Trouw, en de berg van de Heer der heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd worden.
         Zo zegt de Heer der heerscharen: Er zullen weer oude mannen en vrouwen op de pleinen van Jeruzalem zitten, ieder met een stok in de hand vanwege hun hoge leeftijd. Ook zullen de pleinen der stad vol zijn van jongens en meisjes, die daar spelen.
        Zo zegt de Heer der heerscharen: Al zal dit in de ogen van het overblijfsel van dit volk in die dagen te wonderlijk zijn, zou het dan ook in mijn ogen te wonderlijk zijn? luidt het woord van de Heer der heerscharen.
        Zo zegt de Heer der heerscharen: ‘Zie, Ik verlos Mijn Volk uit het land van de opgang en uit dat van de ondergang van de zon; Ik breng hen terug en zij zullen binnen Jeruzalem wonen. Zij zullen Mij tot een Volk en Ik zal hun tot een God zijn, in Trouw en in Gerechtigheid
“ Zach.8: 1-8
      Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de Waarheid is in Jezus, dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken en de nieuwe mens aandoet, die naar [de Wil van] God geschapen is in waarachtige Gerechtigheid en Heiligheid.
Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste, omdat wij leden zijn van elkander“ Eph.4: 21-25.

Willen jullie de Heerlijkheid van God zien?
Willen jullie dat je kinderen gered worden?
Willen jullie dat je als familie en gemeenschap wordt aangeraakt  door Christus, onze Heer? Hoe denken jullie dat dàt gaat gebeuren?
Denk je dat er iets veranderen zal doordat een bekende staand spreker of
een hiërarch in jouw omgeving langskomt, z’n ‘wetenschappelijk‘ woordje doet en weer vertrekt? Doordat je naar allerlei grote conferenties en samenkomsten gaat,  waar gewijde  en doorknede sprekers het woord doen? Vergeet het maar.

Wij zijn -‘ondanks dat wij zondaars zijn’-, door Christus geroepen en bekleed en daardoor Christenen,  daardoor onderkennen wij dat wij door Zijn Lichaam en Bloed zijn verlost in Zijn Opstanding.
            Neem dan de tijd om te bidden en te luisteren naar Gods stem.
Jijzelf, je gezin met jouw kinderen en de christelijke gemeenschap waarin je leeft zullen gered worden door jullie gezamenlijk optrekken met God, door jullie Heilige en veranderde levenswandel.
Waar het om geloofsopvoeding gaat, wanneer jij zelf leeft van uit het Christelijk Geloof
-♥︎- kan zelfs een kind dat aan ons herkennen en door de van ons afstralende
goddelijke heerlijkheid worden geraakt.  
Breek met verkeerde relaties; breek met alles wat tussen jou en God in staat;
breek met alles wat je vervuilt.
Aan de Heer behoort de aarde en heel haar volheid, de gehele wereld met allen die erop wonen.
Hij stelt haar vast op de zeeën, Hij legt haar grondslag op stromen.
     Wie mag opgaan tot de berg des Heren; wie mag staan op Zijn heilige plaats?
Die onschuldig is van handen en zuiver is van hart. Die op ijdelheden zijn geest niet stelt, geen meineed zweert tegen zijn naaste. Zo iemand ontvangt zegen van de Heer, Barmhartigheid van God, zijn Verlosser.
Zo is het geslacht van wie de Heer zoeken, die het aangezicht zoeken van de God van Jaäcob.
Open uw poorten, o Vorsten; ga wijd open, eeuwige poorten, opdat ingaan de Koning van de Glorie. Wie is de Koning der Heerlijkheid?
       De Heer, Die Sterk is en Machtig, een machtige Heer in de strijd.
Open uw poorten, o Vorsten; ga wijd open, eeuwige poorten, opdat inga de Koning van de Glorie.
Wie is de Koning van de Heerlijkheid?
       De Heer der heerscharen, Hij is de Koning der Glorie

Psalm 23[24], vert. ROK ’s-Gravenhage.

Het is beslist geen zware last om Heilig te leven,
het brengt ons juist diepe vreugde en vrijheid.
Want zonde brengt valse bevrediging, vals geluk.

Heilig zijn, is leven zoals Christus ons heeft voorgedaan.

Hij is de Zoon van God, Die pure liefde is , pure vreugde, puur geluk en goedheid.
Alles in God is vol vreugde en vrijheid. God wil je laten delen in zijn vreugde.
Daarom heeft Hij ons geroepen om heilig te zijn.
Het is derhalve niet vervelend om heilig te zijn,
zelfs al vergt het wel een tijdelijke inspanning,
om met bepaalde verkeerde gewoontes achter je te laten, maar
de vruchten ervan zijn wel geweldig mooi.

      de tuchtiging van onze vaders naar het vlees hebben wij ondergaan en wij zagen tegen hen op; zullen wij ons dan niet nog veel meer onderwerpen aan de Vader der geesten, en leven?
Want zij hebben ons voor luttele dagen naar hun beste weten getuchtigd, maar Hij doet het tot ons nut, opdat wij deel verkrijgen aan zijn heiligheid.
        Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in Gerechtigheid.
        Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën en maakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid zal geraken, doch veeleer zal genezen.
       Jaagt met allen naar Vrede en naar de Heiliging, zonder welke niemand de Heer zal zien.
Ziet daarbij toe, dat u niemand zal verachtenHebr. 12: 9-14.

God is Heilig en wil dat Zijn kinderen Heilig zijn, dat hoort bij je roeping als kind van God.  God is niet de bron van alles wat slecht en onrein is; Hij is de bron van alles wat zuiver en goed is.
Zo wil Hij ons ook maken – maak dus voor jezelf de keuze voor Heiligheid.
Leg de zonde af, alles wat je besmeurt naar geest, ziel en lichaam.
En leef als een echt kind van de Hemelse Vader, in wie geen spoor van duisternis is.

Orthodoxie & vergeven – overgeven – vergeten

God is Almachtig, draag het aan Hem over

Het is opvallend hoe met het onderwerp ‘vergeven, overgeven en vergeten’ door Christenen en ook door Orthodoxe Christenen vaak verkeerd wordt omgesprongen.
Met name tijdens een vergeving’s-ritueel als bij de Orthodoxen Vesperdienst op Vergeving’s-zondag bemerk je dat de mens er toch enorm veel moeite mee heeft; men heeft ontwijkend gedrag.  Men durft elkaar niet aan te kijken of doet al wenend en snikkend de ronde en de vraag komt dan de vraag op is het onderwerp ‘vergeven – overgeven – vergeten’ hier wèl goed uitgewerkt?
Er zijn ook in ons leven voorbeelden aan te geven van dingen die absoluut niet mogelijk waren, èn dingen waar nu ineens wèl ruimte voor wordt gegeven.
Er zijn nu eenmaal altijd zaken in het leven, die een bepaald schuldgevoel bij je oproepen.  Soms dien je te onderkennen dat je slechts een deel van het “verhaal” kende, soms wist je méér en werd het dienen-te-vergeven ‘verzacht’ tot het leren vergeven.
Het is jammer dat daar dat de mens in dat soort situaties vaak alleen maar ‘verhard’, zich terugtrekt op het eigen eilandje en de zaak laat rusten tot via de Traditie een goddelijke richting wordt aangereikt.  Het is de vraag of de Traditie —‘zonder nadere uitleg’— voldoende ruimte biedt  en  er —‘zonder nadere uitleg’— voldoende ruimte aan het onderwerp ‘vergeven, overgeven en vergeten’ wordt gegeven.
Heel lang gaf ik nog wel toe aan de traditionele aandrang, maar iedere keer overspoelde de beladen schuld me weer.  Zeker wanneer de gewoonte zich openbaart, dat  het oude leventje gewoon weer wordt voortgezet. Heel lang had ik me aangeleerd me wat betreft het overgeven  niet meer bij voorbaat al tegenover God op te stellen. Bang voor de overweldigende Liefde waarschijnlijk, bang ook dat er tè veel pijn in één keer boven zou komen.

God doet leven

God is menslievend, heeft de mensen en de wereld lief en is vergevensgezind jegens iedereen, Over vergeven kan immers slechts gesproken worden, wanneer er sprake is van daadwerkelijk berouw en bekering.
Gods Liefde gaat namelijk nooit ten koste van Zijn Gerechtigheid.
Zo is het ook in relaties tussen mensen onderling:
wanneer er bewust onrecht wordt gepleegd ten opzichte van elkaar, dan  dient dat uitgepraat te worden en daarmee dient er een streep te worden gezet en de kwestie worden beëindigd.
Degene die onrecht heeft geleden, dient vanaf dàt moment te vergeven,  en het leed dàt er het gevolg van was, dient dan  -evt. als een lering’s proces- aanvaard te worden. Dàt is de prijs die bij de vergéving betaald dient te worden zoals Christus dat ons in Zijn Blijde Boodschap heeft geleerd.
Voor een goede omgang met elkaar en met God is het nodig  dat we leren elkaar te vergeven. God vindt dat zelfs zo belangrijk, dat Hij  dit als een voorwaarde stelt om ooit zelf vergeving te ontvangen.
Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergevenMatth.6: 12,14,15.

kogel door de Kerk

Vergeven kan erg bevrijdend werken – er wordt niet voor niets gezegd ‘de kogel is door de kerk’, er is [meestal na lang overleg] ergens een beslissing genomen; de knoop is [eindelijk] doorgehakt.  Maar soms kan de bovengenoemde uitspraak van Jezus erg bedreigend overkomen.
Dat komt omdat we de indruk hebben dat we altijd iedereen moeten kunnen vergeven. Maar dat is een misverstand.

Want hoe dienen wij dan te vergeven?
      Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeftEph.4: 32.
God geeft ons in Christus vergeving voor onze misstappen – wanneer we zondigen tegen God, dan brengt dat immers scheiding met zich mee, dat verbreekt de relatie met Hem. God kan en wil ons dat graag vergeven, maar niet zo maar; Hij kan alleen maar vergeven wanneer die zonde wordt erkend en losgelaten. 

Het doel van vergeving is het wegnemen van schuld zodat de relatie wordt hersteld en we met een schone lei verder kunnen gaan. Zo vergeeft God ons.
En zo behoren we tevens elkaar te vergeven.
Wij christenen dienen onze vijanden lief te hebben, hen te zegenen en voor ze bidden, leert Christus ons in de Bergrede.
Maar houdt niet automatisch in dat je hen ook vergeven kunt.
Dat kan God ook niet; ja, Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden, maar
vergeven kan Hij pas wanneer de bozen hun schuld belijden en zich bekeren.
Zo behoren ook wij te handelen tegenover degenen die òns onrechtvaardig behandelen: we mogen voor ze bidden en ze zegenen en liefhebben.
Maar vergeven kunnen we hen pas wanneer zij daarom vragen, vrede met ons willen sluiten en hun vijandschap afleggen.

Maar wat dient er dan te gebeuren wanneer de tegenpartij dat niet wil,
geen schuld erkent en in zijn houding volhardt?
Zich in z’n ivoren toren terugtrekt en doet alsof er niets indringends heeft plaatsgevonden, zich er-onder-uit draait?
        Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem. En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal tot u terugkomt en zegt: ‘Ik heb berouw’, zult gij het hem vergevenLuc.17: 3,4; en
    Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen. Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen. Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mee, opdat op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa. 
Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de gemeente. Indien hij naar de gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar. Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel“.
Matth.18: 15-18.

In zo’n geval spreekt Christus dus ‘niet’ meer over vergeven, zelfs al wordt de gehele samenleving opgeroepen gezamenlijk Zondag van de Orthodoxie te gaan vieren.

Wanneer vergeven niet mogelijk is omdat de tegenpartij alle schuld ontkent,
z’n kop in het zand steekt  en volhardt in het onrecht, betekent dat dan dat
wij dienen te blijven rondlopen met een verbitterd hart en wraakgevoelens?
Gelukkig niet, want in dat soort situaties dienen wij te handelen zoals Jezus dat deed.
Die, als Hij gescholden werd, niet terug heeft gescholden en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeelt1Petr.2: 23.
Het is daarbij de bedoeling dat we leren onze rechtszaken aan
God over te laten wanneer we onze vergeving bij de mens[en] niet kwijt kunnen.
Wij Christenen kunnen met het onrecht dat ons wordt aangedaan bij God terecht.
Het Koninkrijk der Hemelen is namelijk een rechtsstaat waar de rechtspraak berust bij de meest ideale Rechterlijke Macht, Die er is: God, de Alwetende en Almachtige, de volmaakt onpartijdige en Rechtvaardige Rechter, Die het allerbeste voor heeft met alle partijen.

En hoe meer we Zijn volmaaktheid als Rechter gaan beseffen, des te gemakkelijker wordt het onze rechtszaken helemaal aan God over te geven. God, de Vader weet namelijk alles, zowel van ons als van de tegenpartij. Ook alle verzachtende omstandigheden van de tegenpartij die ons wellicht onbekend zijn. Dus als we onze rechtszaken aan Hem toe vertrouwen, weten we zeker dat die naar Genade en Recht zullen worden afgehandeld; dáár behoeven we absoluut niets meer aan toe te voegen.
Naarmate we zicht krijgen op God als onze Rechtvaardige Rechter, zijn we in staat om net als onze Heer en Verlosser, Die toch veel heeft moeten incasseren, alle rancuneuze gedachten en gevoelens los te laten en volkomen aan God over te geven.
Het is enorm bevrijdend te weten, dat God onze rechtszaken volmaakt rechtvaardig behartigt.  Dat kan ons zó -‘vrij’- maken, dat we tot onze verwondering zelfs in staat zullen zijn onze vijanden te eten te geven als ze honger hebben en hen te laten drinken wanneer ze dorstig zijn.
Op die wijze overwinnen we het kwade door het goede en verbreken we harde harten:
      Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: ‘Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden’, spreekt de Heer. Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwaad door het goede te doenRom.12: 19-21

In de praktijk zijn daar wonderlijke voorbeelden van bekend – zelf in de wreedste oorlogssituaties.  Zodra wij onze rechtszaak aan God toevertrouwen, is de aandacht niet meer gefixeerd op de tegenpartij en op het onrecht.
Dan wordt je aandacht gericht op God, in die situaties sta je open voor Hem zodat Hij je de dingen kan laten zien zoals Hij ze ziet en dan schrijf je er zoals nu, lustig op los. Zeker ook ten aanzien van jezelf: je ogen gaan open
-voor datgene wat er eventueel bij jezelf fout zit-, een balk of een splinter!
Dat kun je dàn belijden ten opzichte van de tegenpartij.
Misschien is dat wel de eerste stap is in het proces van verzoening!

Maar afgezien daarvan kan God eerst dàn aan het hart van de tegenpartij gaan werken. Want omdat we zelf niet meer zelf op onze rechten staan, maar onze rechtszaak aan Hem toevertrouwd hebben, lopen we Hem om maar te zeggen niet meer voor de voeten en heeft God de gelegenheid om in te grijpen.
In die situaties is het mogelijk om te vergeven.
En wanneer dat niet mogelijk is, overgeven aan Hem die rechtvaardig oordeelt.
In beide gevallen is een grote innerlijke vrijheid tegenover onze medemensen het gevolg,  ook in de kleine dingen.

Bij veel [Orthodoxe] Christenen leeft echter de gedachte dat God  tòch nòg van ons verlangt, dat we ‘iedereen te allen tijde’ — ‘onvoorwaardelijk en eenzijdig’ dienen te vergeven.
Onvoorwaardelijke vergeving is het vergeven van onrecht dat je wordt aangedaan zonder dat er sprake is van berouw of bekering van de tegenpartij.
Ook in de sociale hulpverlening komt deze gedachte vaak voor,  waarbij de onvoorwaardelijke vergeving gezien wordt  als de enige manier om los te komen van verbittering, wrok en haatgevoelens.
Daarbij dienen we echter een aantal zaken niet te vergeten:
1.]. Bij onvoorwaardelijke vergeving ben je meer uit op je eigen belang dan op dat van de ander. Je vergeeft om zelf bevrijd te worden: bevrijd te worden van wrok, van een gekwetst rechtvaardigheidsgevoel en van een verlangen naar genoegdoening.
En vooral ook om in aanmerking te kunnen komen voor Gods vergeving.
Bewogenheid en liefde voor de tegenpartij spelen hierbij nauwelijks een rol.
Daarom is dit een oneigenlijk gebruik van vergeving.
2.]. Wanneer je moet vergeven, ongeacht de houding van de tegenpartij, zul je worden geconfronteerd met een gevoel van onvermogen.
En ook van onwil omdat het voor je besef niet eerlijk is en onrechtvaardig.
Dat brengt je in conflict met God die van je zou eisen dat je toch vergeeft.
Het gevolg is dat je je tegenpartij, naast het onrecht dat hij je aandoet,
ook nog gaat verwijten dat hij de oorzaak is van dat conflict met God.
Dat maakt het vergeven nog onmogelijker.
Het wakkert het verwijt aan en er ontstaat haat in plaats van liefde: een vicieuze cirkel.
3.]. Vergeving bevrijdt niet van haat, verwijt en wrok.
Wanneer je wrok in je hart hebt en verbitterd bent, kùn je zelfs niet vergeven!
Wrok, haat en verwijt die het gevolg zijn van geleden onrecht, verdwijnen alleen maar wanneer het gezonde, door God geschonken rechtvaardigheidsgevoel bevredigd wordt,
hetzij doordat de tegenpartij tot andere gedachten komt en vergeving vraagt,
hetzij God als Rechtvaardige Rechter de zaak in handen neemt.
Rechtvaardigheidsgevoel is namelijk niet iets verkeerds.
Integendeel, ook God heeft deze eigenschap, het behoort tot Zijn natuur.
Alleen mag het bij ons niet leiden tot het nemen van het recht in eigen hand!
Dat dient overgelaten te worden aan Degene die dat veel beter kan.
Hij is alwetend en almachtig en rechtvaardig!
Zelfs van elk ijdel woord zal Hij rekenschap vragen.
Daarom schrijft de Apostel:
Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn. Want er staat geschreven: “Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer!Rom.12: 19; en David:
U wil ik belijden, Heer, uit heel zijn hart:
al Uw wonderwerken verhalen.
In U wil ik mij verheugen en juichen;
Uw Naam bezingen Allerhoogste.
Omdat mijn vijand terugwijkt;
hij wordt zwak en vergaat voor Uw aanschijn.
Want U hebt mij recht versaft en mijn zaal verdedigd;
U zetelt op Uw troon en Uw oordeel is rechtvaardig
Psalm 9: 1-4a
Ons door God ingeschapen rechtvaardigheidsgevoel wordt volkomen bevredigd wanneer we beseffen dat God zich ons lot aantrekt en  dat het recht zijn loop zal hebben.  Dan gaan we tevens zien dat het ònze kleinmenselijke verantwoording niet meer is.
In alle andere gevallen is het verdwijnen van haat en wrok alleen maar
het gevolg van verdringing of van een capitulatie voor het onrecht met alle gevolgen van dien.
4.]. Wanneer onrecht onvoorwaardelijk dient te worden vergeven, dan leidt dat inderdaad heel makkelijk tot verdringing. Wanneer het onrecht namelijk niet wordt aangepakt of weggedaan, dan dient de vergevende partij het op één of andere manier uit de aandacht te laten verdwijnen.
Want vergeven is —‘onmogelijk’— wanneer je voortdurend wordt geconfronteerd met het onrecht.
Daar dien je dan je ogen voor proberen te sluiten. Wanneer dàt echt lukt, is het gevaar groot dat het verdrongen is. Met alle gevolgen van dien.
5.]. Door de eis van onvoorwaardelijke vergeving  komt het schuldbesef terecht op de verkeerde schouders.
Het slachtoffer  voelt zich veroordeeld omdat hij/zij het vermogen mist om van harte te vergeven. En de schuldige vindt het vanuit z’n ivoren toren vanzelfsprekend dat hèm alles zonder meer vergeven behoort te worden.
6.]. De prediking van “altijd iedereen vergeven ongeacht de houding van de tegenpartij”  maakt het de slachtoffers van onrecht onmogelijk een beroep te doen op God als Rechtvaardige Rechter en Wreker van het kwaad zoals dat staat in bovenstaand Rom.12:19.
Deze prediking maakt ze daarom rechteloos:
God staat voor hen aan de kant van de sterkste en veroordeelt hen als zwakken om te capituleren voor het onrecht en de pleger ervan te accepteren alsof er niets gebeurd is.
En dat op straffe van het verliezen van het eigen recht op vergeving bij God.
7.]. Door onvoorwaardelijke vergeving wordt  de eigenlijke oorzaak van het probleem -‘niet’- opgelost.
Vergeving op zich neemt het onrecht namelijk niet weg.
Onrecht verdwijnt alleen wanneer het door de dader wordt beleden en nagelaten.  Alleen wanneer dat gebeurt, heeft vergeven zin, zodat er met een schone lei een nieuw begin kan worden gemaakt.

Overgeven èn vergeven?
Is het dan niet mogelijk om het beiden te doen:
het onrecht aan God óver te geven en dàn voor jezelf de dader te vergeven?
Dat lijkt een ideale oplossing.
Maar we dienen daarbij niet te vergeten dat vergeven niet alleen een effect heeft op degene die vergeeft, maar óók op de tegenpartij.
1.]. Vergeven betekent dat je de ander bevrijdt van de schuld die hij heeft ten opzichte van jou.
Je zet een streep door alles wat er gebeurd is, je neemt hem/haar niets meer kwalijk, je sluit je ogen voor het onrecht waarin hij/zij nog volhardt.
Wanneer je hem/haar ècht vergeeft, accepteer je hem/haar zoals deze mens is en handelt.
Het logische gevolg is dat hij/zij alle schuldbesef verliest.
Dat is namelijk meestal het effect van vergeving èn zelfs het doel ervan:
vergeving zet een streep door de schuld.
2.]. Nadat vergeving geschonken is,  is er in feite geen enkele noodzaak meer voor berouw, schuldbelijdenis of bekering door de tegenpartij.
De dader weet zich met zijn handelwijze door de tegenpartij geaccepteerd.
Voor hem/haar betekent vergeving dàn eigenlijk:  ‘bevrijding’ van de plicht schuld te erkennen en zijn/haar verkeerde handelwijze te ‘beëindigen’ – op te lossen.
3.]. [Orthodoxe] Christenen, die een slecht geweten hebben en onrecht plegen,
zoeken in hun on-be-keer-lijk-heid vaak de sympathie en acceptatie van andere toegewijde christenen.
Dàt geeft hen een valse rust en een idee dat het nog best wel meevalt met ze.
Daarom schrijft de Apostel:
      Ik schreef u reeds in mijn brief, dat gij niet moest omgaan met ontuchtigen [‘hoereerders’] niet met de ontuchtigen uit deze wereld in het algemeen of met de geldgierigen en oplichters of afgodendienaars, want dan zou men wel uit de wereld moeten stappen [‘gaan’].
Nu evenwel schrijf ik u, dat gij niet moet omgaan met iemand, die, al heet hij een broeder, een ontuchtige [‘hoereerder’], geldgierige, afgodendienaar, lasteraar, dronkaard, of oplichter is; met zo iemand moet je zelfs niet samen eten.
Staat het soms aan mij, hen te oordelen, die buiten zijn?
Oordeelt ook gij niet (alleen) hen, die in uw kring zijn?
Hen, die buiten zijn, zal God oordelen.
Doet, wie niet deugt, uit uw midden weg

1Cor.5: 9-13.
Daarmee zegt Paulus, dat je jezelf van dit soort ‘buitenissige’ mensen dient te distantiëren, dat je zelfs niet met ze moet eten, laat staan ze vergeven wanneer ze zich niet bekeren. Vergeving en acceptatie zonder bekering stompt het geweten van de overtreder af.
Christus zal ons daarom nooit aanvaarden wanneer we volharden in ongerechtigheid. Christus kan geen zonde doen en wil absoluut geen Dienaar van de zonde zijn.
4.]. Onvoorwaardelijke vergeving kan dan ook nooit in het geestelijke belang zijn van de schuldige. Het blokkeert immers de weg naar bekering en reiniging – ook al roept de Traditie daartoe op. Dat is de reden dat deze vorm van vergeving in de Blijde Boodschap dan ook niet voor komt.
Vergeving spreekt per definitie de dader vrij van schuld.
Een zegen voor degene die schuld erkend heeft en zich bekeert,  een vrijbrief voor hem die wil volharden in het kwade.
5.]. Wanneer we de ànder vergeven, dan dient dat in het Hemels Koninkrijk te kunnen worden overgenomen.
Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de Hemel en
al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de Hemel.
Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat,  als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van Mijn Vader, Die in de Hemelen is.
Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun middenMatth.18: 18-20.
Maar dat is onmogelijk wanneer onze vergeving niet synchroon loopt met de vergeving van God. We dienen alleen te vergeven wanneer God vergeven kan.
Pas wanneer er sprake is van erkenning van schuld en loslaten van ongerechtigheid,  zijn we in staat de ander zó te vergeven dat God het met Zijn zegen bekronen kan.

Zachte heelmeesters…
Het klinkt onbarmhartig:
alleen vergeven wanneer er sprake is van erkenning en bekering, en  anders overgeven aan Hem, Die rechtvaardig oordeelt.
Maar het tegendeel is waar.
Wanneer het in praktijk wordt gebracht,
komt de weg vrij voor bewogenheid [medelijden] en  Christelijke Liefde voor de tegenpartij.

Goed evenwicht…
Dit nu is het proces dat leidt tot de overwinning van het goede over het kwade
waarover de apostel nogmaals spreekt:
      Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet. 
Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden.
Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige.
Weest niet eigenwijs.
Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen.
Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, Vrede met alle mensen.
Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven:
Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer.
Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten;
indien hij dorst heeft, geef hem te drinken,
want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen.
Laat u niet overwinnen door het kwade, maar
overwin het kwade door het goedeRom.12: 14-21.
Enkel en alleen langs deze weg komt er in ons leven een goed evenwicht tussen liefde en gerechtigheid zoals dat ook het geval was bij Christus en Stephanos die beiden van harte om vergeving konden vragen voor hun moordenaars. Ze zeiden niet: “We vergeven jullie!” . . . . .  maar ze vroegen God hen te vergeven.
Ze vroegen dat voor degenen die niet wisten wat ze deden.
Bij de kruisiging waren dat de Romeinen.
En bij de steniging was dat o.a. Paulus, die schreef dan ook later dat hem ontferming was bewezen omdat hij het in zijn onwetendheid, uit ongeloof had gedaan.
“ . . . . . hoewel ik vroeger een godslasteraar, een vervolger en een geweldenaar was.
Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof, gedaan heb, en zeer overvloedig is de Genadegave van onze Heer geweest,
met het Geloof en de Liefde in Christus Jezus
1Tim.1:13, 14.

Misplaatste verdraagzaamheid…
Te veel verdraagzaamheid ten aanzien van onrecht zal in de praktijk betekenen
dat er steeds meer ruimte komt voor het recht van de sterkste ten koste van de zwakken.
We zien bijvoorbeeld niet zelden dat alle begrip wordt opgebracht voor de bedrijvers van ongerechtigheid, terwijl nauwelijks wordt omgekeken naar de slachtoffers van hun praktijken.
We dienen daarom uit te kijken dat die geest van onrecht en wetteloosheid
ook niet ons christelijke denken aantast.
Barmhartigheid mag nooit ten koste gaan van rechtvaardigheid.
Gebeurt dat wel, dan zullen de zwakken ‘altijd’
– het kind van de rekening zijn- en rechteloos worden.
Barmhartigheid werkt bederf in de hand wanneer  het -‘niet’- gepaard gaat met rechtvaardigheid.

Volhardend gebed om recht…
Daarom wekt Jezus ons in de gelijkenis van de weduwe op:
      Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop,
dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen. En Hij zei:
‘ Er was in een stad een rechter, die zich om God niet bekommerde en zich aan geen mens stoorde. En er was een weduwe in die stad, die telkens tot hem kwam en zei:
‘Verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij’.
En een tijdlang wilde die rechter niet, maar daarna sprak hij bij zichzelf:
‘ Al bekommer ik mij niet om God en al stoor ik mij aan geen mens,  toch zal ik, omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht verschaffen; anders komt zij mij ten slotte nog in het gezicht slaan’.
En de Heer zei: ‘Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten?
Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen.
Doch, als de Zoon des mensen [weer-]komt, zal Hij dan het Geloof vinden op aarde?“  Luc.18: 1-8.

Christus vraagt ons  ten volle gebruik te maken van Gods rechterschap en
Zijn aanbod om onze rechtszaken te behartigen en ons recht te verschaffen.
Daar dienen we niet alleen voor ònszèlf gebruik van te maken, maar óók voor anderen.
Wanneer we zien hoe het onrecht in de wereld hand over hand toeneemt, dan
zou het wel eens onze taak dienen te zijn om Gods oordelen daarover af te roepen.
Waarom zouden we bijvoorbeeld God niet kunnen vragen om zijn oordelen te laten gaan over  de producenten en verspreiders van wapens, porno, en die
al dat soort afschuwelijk zaken bedrijven en winsten te vervloeken?
Wanneer Gods gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid;
      Ook in de weg van uw gerichten hebben wij U verwacht, o Heer;
naar Uw Naam en naar Uw Gedachtenis ging ons zielsverlangen uit.
        Van ganser harte verlang ik naar U in de nacht, ja, uit het diepst van mijn gemoed  zoek ik U; want wanneer Uw Gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld Gerechtigheid.
Al wordt de goddeloze Genadegaven bewezen, hij leert geen gerechtigheid;
hij handelt slecht in een land van recht en de Majesteit des Heren ziet hij niet
Isaiah 26: 8-10.
Het kan dus absoluut geen kwaad om daar doelgericht om te vragen, integendeel.
Misschien is de snelle groei van dit kwaad wel een gevolg van ons falen in dit opzicht.
Wanneer er in onze maatschappij niemand meer gebruik zou maken van de rechterlijke macht, dan zou de ongerechtigheid oneindig veel sneller om zich heen grijpen dan nu al het geval is.
Zou dat in het Koninkrijk van God dan niet zo zijn?
Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch als de Zoon des mensen komt, zal hij dan nog het Geloof vinden op aarde?Luc.18: 7-8.
Laten we ook hierin vrijmoedig worden zodat
het antwoord op Jezus’ vraag wat ons betreft positief zal kunnen zijn!

Het gezin en de gemeenschap…
Bovenstaande principes zijn daarop overeenkomstig de Orthodoxe Traditie ook in gezins- en de gemeenschaps- verband toegepast.
Het gezin is een rechtsstaat in het klein.
Kinderen dienen te leren het recht niet in eigen hand te nemen, maar hun rechtszaken aan de ouders toe te vertrouwen.
Ouders behoren dit zo serieus te nemen dat het rechtsgevoel bij de kinderen
volkomen wordt bevredigd en ze wat dàt aangaat rust vinden in hun ouders.
In de Christelijke Geloofsgemeenschap is dit voor de kinderen van de éne Vader,
onze God hetzelfde en zal het niet moeilijk voor een ieder zijn om dat ook toe te passen in de wereld, waarin zij een voorbeeld vormen voor het leven met God en aan Hem hun vechtzaken toe te vertrouwen.
Het zal ons nu duidelijk zijn dat we nadat de ander ons na afloop van de Vergeving’s-Vespers zegt:
Vergeef mij m’n zonden en fouten en bid voor mij, ik ben een zondaar”,
dat het altwoord steevast zal luiden:
God zal ons vergeven!”.

Eenieder een goede vastenperiode toegewenst
als voorbereiding op het Groot en Heilig Pascha.

Zondag van de Verdrijving uit het Paradijs – onthouden van alle zuivelproducten – Vergeving’s Zondag

Verdrijving uit het Paradijs, conf. Masaccio [1401-1428]

      Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.
En wanneer gij vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; want zij maken hun aangezicht ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen, wanneer zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds.
       Maar gij, zalf uw hoofd, als gij vast, en was uw gelaat, om u niet bij uw vasten aan de mensen te vertonen, maar aan uw Vader, die in het verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
        Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de Hemelen, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen.
Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn“                   Matth.6: 14-21.

‘Herinnering aan het Paradijs’, detail Hieronymus Bosch 1400-1562

    Het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen van het Licht! Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd!
       Maar doet de Heer Jezus Christus aan en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.
       Aanvaardt de zwakke in het geloof, maar niet om overwegingen te beoordelen.
De een gelooft, dat hij alles eten mag, maar de zwakke eet plantaardig voedsel.
Wie wel eet, dien niet hem te minachten, die niet eet, en wie niet eet, dient niet hem te oordelen, die wel eet, want God heeft hem aanvaard.
      Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt? Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan. Maar hij zal staande blijven, want de Heer is bij machte hem vast te doen staanRom.13: 11b-14:4.

‘Op de terugweg’, detail Hieronymus Bosch; ‘أوب، دي، تيروغويغ’، فصل، هيرونيموس، بوش; «Στο δρόμο πίσω», λεπτομερώς Hieronymus Bosch.

Ieder mens, geen enkele ziel wordt uitgesloten, dient zich te onderwerpen aan de door God ingestelde krachten [εξουσίαι, exousiai], wat meer inhoudt dan een door de mensen ingestelde  burgerlijke overheid.
Gods geboden, waaronder de tien Woorden [10 Geboden] blijven ook in het Nieuwe Verbond van kracht, het zijn immers leefregels [lichtbakens op de weg] die een voordele geven van wat Liefde nu eigenlijk wel is. Zij dienen nooit als middel tot verplichting, maar dienen als leefregels tot heiliging [hoe de geroepen rechtvaardige door Geloof kan, zal en wil leven].

De Liefde achterna; Ακολουθήστε την Αγάπη; اتبع الحب

De tien woorden staan in negatieve vorm: “ Gij zult niet . . .”, omdat God en de zonde nimmer samen kàn gaan; God ‘is’ immers ‘Liefde’.
Goddelijke Liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen,  zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe. Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blij met de Waarheid1Cor.13: 4-6.

Wanneer Paulus vandaag zegt: “ Het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen” heeft hij het over de tijd [καιρός, kairos] en doelt hij op de eindtijd, wanneer onze Verlossing [het Heil] compleet gemaakt wordt.
De tijd is een verwijzing naar de laatste fase van de wereldgeschiedenis: “      En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeterenHand.2: 17-18.
Christenen hebben een plaats in “de voleinding der eeuwen”: “      Want Christus is niet binnengegaan in een Heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de Hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen; ook niet om Zichzelf dikwijls te offeren, gelijk de hogepriester jaarlijks met ander bloed dan het zijne in het heiligdom gaat, want dan had Hij dikwijls moeten lijden sinds de grondlegging der wereld; maar thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doenHebr. 9: 24-26.
Elke dag brengt ons dichter bij de wederkomst des Heren en onze uiteindelijke volledige Verlossing. Onze sterfdag is voor ieder van ons ‘de laatste dag’ voor deze eindtijd, want de tijd houdt voor ons op te bestaan.
Daarom is het leven in ons lichaam en de staat van onze ziel zo belangrijk; ons leven in het lichamelijke leven heeft een beslissende betekenis! “ De nacht is vèr gevorderd, de dag des Heren is nabij”.
Dit betekent dat ‘Christus spoedig komt’, hetgeen niet mag worden opgepakt als een dreigend iets: het is een op handen zijnde gebeurtenis, die van de wederkomst van Christus.
Voorafgaand dient de Blijde Boodschap van het Koninkrijk der Hemelen verkondigd te worden tot getuigenis voor alle volkeren.
Eerst dient er afval plaats te vinden; eerst dient de menselijke wetteloosheid zich te openbaren – eerst dán komt Christus om hieraan definitief een einde te brengen.
Er is in de Blijde Boodschap geen onderscheid tussen ‘de komst’ [παρουσία, parousia = aanwezigheid] en de Apocalyps [αποκαλψης = verschijning], hier worden dezelfde woorden voor voor de ene en enige wederkomst van Christus gebruikt.
Ook Petrus gebruikt dezelfde verwijzing: “      Het einde aller dingen is nabijgekomen. Komt dus 
tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden. Hebt bovenal bestendige liefde jegens elkander, want de liefde bedekt tal van zonden1Petr.4: 7,8. 
Het gaat in de Blijde Boodschap om de ‘nabijheid van het profetisch perspectief ‘ en niet om het chronologisch [en berekenend] perspectief.
Voor iedere Christen geldt dat z’n/haar fysieke dood ‘het einde van het aardse en het beging van het nieuwe leven’ is; daarom is er voor iedere mens nog maar een beperkte tijd over om de Wil van God te doen en Hem ter wille te zijn.
Pas op die komende dag‘, waar niemand omheen kan, komen alle verborgen dingen in het Licht te staan; alle mensen zullen voor de rechtersel in Christus voor God geplaatst worden:
      Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd Hij, die mij beoordeelt is de Heer. Daarom, velt geen oordeel voor de tijd, dat de Heer komt, Die ook hetgeen in de duisternis verborgen is, aan het Licht zal brengen en de raadslagen der harten openbaar maken. En dan zal aan elk zijn lof geworden van God1Cor.4: 4,5.
De tegenwoordige tijd wordt enerzijds gekenmerkt door onrechtvaardige rentmeesters, door sensatie en redetwisters, door heersers in de duisternis, door mensen, die door de god van deze tijd [eeuw] met blindheid geslagen zijn, door een boze wereld om ons heen — maar wordt anderzijds gekenmerkt door Christus en Zijn Volgelingen, die mensen trachten te plunderen uit de macht van de duisternis en overbrengen naar het Koninkrijk van Christus.
Wij leven in “het einde der eeuwen”, in “de voleinding der eeuwen”:
      maar thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen. En zoals het de mensen beschikt is, eenmaal te sterven en daarna het oordeel, zo zal ook Christus, nadat Hij Zich eenmaal geofferd heeft om veler zonden op Zich te nemen, ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden door hen, die Hem tot hun heil verwachtenHebr.9: 26-28.
Daarom wordt u allen vandaag aan het officiële begin van de vastenperiode gevraagd:
||| Bereid u allen voor op de ontmoeten met de Heer – bekleedt u met Christus, opdat u waardig mag worden geacht binnen te treden in het Hemels Koninkrijk.
      dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die tot het verderf zal gaan, als gevolg van zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar [de Wil van] God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en 
heiligheidEph.4: 22-24.

Vergeving
Vergeving is het opzettelijke en vrijwillige proces waarbij een slachtoffer een verandering in gevoelens en houding ten aanzien van en overtreding ondergaat, waarbij negatieve emoties zoals wraakzucht, met een verhoogd vermogen om de overtreder goed te wensen, wordt losgelaten.
Vergeving is iets anders dan vergiffenis [de actie niet als verkeerd beschouwen en vergeving nodig hebben].
De meeste wereldreligies bevatten leringen over de aard van vergeving, en veel van deze leringen bieden een onderliggende basis voor veel verschillende moderne tradities en gebruiken van vergeving.
Sommige religieuze doctrines  of filosofieën leggen meer nadruk op de behoefte aan mensen om een soort van goddelijke vergeving te vinden voor hun eigen tekortkomingen, anderen leggen meer nadruk op de behoefte aan mensen om elkaar te vergeven, terwijl anderen weinig of geen onderscheid maken tussen mensen en goddelijke vergeving.
Het begrip ‘vergeving‘ wordt over het algemeen als ongebruikelijk beschouwd op werelds, politiek gebied.
De Orthodoxie is echter de mening toegedaan dat het “vermogen tot vergiffenis” zijn plaats heeft in ‘openbare aangelegenheden‘; wij geloven dat vergeving middelen zowel individueel als collectief kan vrijmaken in het gezicht van het onherstelbare.
Bij God, als de meest menslievende is immers ‘alles’ mogelijk. 

Troparion     tn.4
  Een bittere spijs was het die Adam uit het Paradijs verdreven heeft:
hij weigerde te vasten volgens het gebod van zijn Heer,
en werd toe veroordeeld om de aarde, waaruit hij genomen was,
met veel moeite te bewerken en zijn brood te eten in het zweet des aanschijns.
Laat ons daarom het vasten beminnen, opdat
wij niet als Adam wenen moeten buiten het Paradijs,
maar dat wij daarin mogen binnentreden
”.

Kondakion     tn.6
  Gids van Wijsheid, Schenker van het verstand,
Opvoeder van de onverstandigen en beschermer van de armen,
beestig en onderricht mijn hart, o Meester.
Schenk mij het woord, Gij, Die het Woord van de Vader zijt,
want zie, mijn lippen houden niet op om tot U te roepen:
Barmhartige, ontferm U over mij, die gevallen ben
”.

Zaterdag van de asceten

 

de ‘Kruis’-dragende Gelovigen;          the “Cross” -bearing Believers;           τους “πιστούς” που φέρουν “Σταυρό”;      و “الصليب” المؤمنين.

      Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en aan wie de Zoon het wil openbaren.
       Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want
Ik ben Zachtmoedig en Nederig van hart en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht

Matth.11: 27-30.

      Maar de Vrucht van de Geest is
Liefde, Blijdschap, Vrede, Lankmoedigheid, Vriendelijkheid, Goedheid, 
Trouw, Zachtmoedigheid en Zelfbeheersing.       Tegen zodanige mensen is de Wet niet.
Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben  het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.         Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden.
Wij dienen niet praalziek te zijn, elkander tartend, elkander benijdend.
        Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt,
helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid,
ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.
        Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de Wet van Christus vervullen“ Gal.5: 22- 6: 2.

Voorafgaand aan vergeving’s-zondag, de Zondag waarop wij Orthodoxen stilstaan bij het feit dat wij de geneugten hebben verloren van het Paradijs, wordt onze aandacht door de Kerk opgeroepen tot het beoefenen van de ascese.

Pelgrim hoort de roep van de Kerkklokken; Pilgrim hears the call of the Church bells; يسمع الحاج دعوة أجراس الكنيسة

  Het staat de mens vrij om in de verloren toestand te blijven òf hij/zij kiest ervoor om innerlijk te worstelen teneinde zichzelf te hervormen”.
Philocalia.

Onze Heer en Verlosser Jezus Christus heeft ons duidelijk gemaakt dat: – al het uiterlijke -, al is het op zichzelf nog zo zuiver, – doodt -; alleen de geest heeft het leven en maakt alles levend waar hij in doordringt.
Jullie dienen daarom Zijn Pedagogie, Zijn Leer daarom ook kort en eenvoudig mogelijk samen te vatten, slechts voor zover de mensen deze over het algemeen nodig hebben. En wie deze Leer in praktijk brengt, zal ook in de mate ‘van uitwerking’ werkzaam zijn door de Geest van God in zichzelf levend doen worden en vervolmaken.

Ons grootste doel is het eigen zelf-behoud en dat is te bereiken door zelf-kennis.
Door niet langer naar onszelf te kijken en in die waan te blijven
wanneer we de ander maar blijven beoordelen,
leiden we in werkelijkheid onszelf af door naar anderen te kijken;
dat gebeurt er met degenen die zichzelf ‘
niet’ kritisch bekijken.
Wat ze bij de ander beoordelen is kracht, schoonheid, reputatie ,
[politieke] macht, overvloedige rijkdom, pracht, eigenbelang,
lichamelijke gestalte, een zekere gratie van vorm of het leven en
hebben daarmee het idee dat dit is wat henzelf ontbreekt.
Zulke personen maken een erg slechte behoeder van zichzelf: vanwege hun instelling de ander te beoordelen alsof het henzelf betreft laten ze zichzelf onbewaakt.
Hoe kan een persoon beschermen wat hij niet kent?
De meest veilige bescherming voor onze schat is onszelf te onderzoeken:
ieder dient zichzelf te aanschouwen en te herkennen hoe hij zelf is,
en  zichzelf onderscheiden in al datgene wat hijzelf tekort komt,
opdat hij niet onbewust iets anders beschermt dan zichzelf.
Het is ruim voldoende om jezelf te kennen; hou je bij je eigen opdracht en God zal je spoedig Vrede sturenH.Gregorius van Nyssa.

De mens verdringt de problemen; رجل يقمع المشاكل; Man represses the problems.

Vandaag de dag verdrinkt de mens echter haast in de vele problemen, die hem omringen.  Maar in plaats van een correcte analyse te maken van zijn eigen toestand – rekenschap af te leggen ten opzichte van de aanwijsbare aanwezigheid van zijn Formeerder en berouw toont en de hulp van God inroept, distantieert de mens zich van Degene, Die zijn voorouders als God verheerlijkten.
Zij zoeken daarentegen hun heil in magie of tovenarij, de vermeende vaardigheid de werkelijkheid te manipuleren met behulp van speciale kunstgrepen, door vaste rituelen en spreuken op basis van vermeende verborgen krachten; zij kennen daarmee rechten toe aan de tegenstrever [de duivel] en zijn gelijkgezindten en leven dus een ‘goddeloos’ leven, die tot een zekere ondergang leidt. Ze leven alsof er geen levensritme, geen gebed bestaat en begaan dodelijke zonden, dusdanig dat het normaal is geworden om hun problemen te laten oplopen en hun omgeving en hun familie te ruïneren.

Een ander val; another trap; μια άλλη παγίδα; فخ آخر

Een andere val voor velen is de zoektocht naar charismatisch gezag, welke gebaseerd is op de persoonlijke kwaliteiten van de spelleider [priester] en de erkenning daarvan door z’n volgelingen.
Deze vorm van misleiding is vandaag de dag volop beschikbaar voor slachtoffers, die mensen gezag en overwicht toekennen teneinde de spelleiders hun problemen te laten oplossen, maar ondervinden daarbij de moeilijkheid om zelf te veranderen, hun levensstijl dusdanig om te buigen dat deze zich zal richten op het spirituele.
Charismatische persoonlijkheden kunnen hele volksmassa’s – ten goede of ten kwade – in beweging brengen. Helaas zijn veel van degenen die deze charismatische bewegingen aanzetten veelal nep-charismatici en komen hun volgelingen doordat zij de regie over zichzelf niet opnemen, bedrogen uit, zelfs priesters nemen op deze wijze vele kleingelovigen in hun dwalingen mee.
Nep-charismatici hebben absoluut geen relatie met God, die ook maar enigszins lijkt op overgave en de nederige levenshouding van degenen, die zich in deze wereld bewust [in eenzaamheid] aan godsdienst en boetedoening wijden.
Het verschil in levensstijl en vernedering is enorm en het lijkt erop dat zij de authenticiteit van de levenshouding – de bovennatuurlijke gaven en ijver, die daar bij behoort, trachten te verbergen, terwijl de nep-charismaticus zichzelf wel als zodanig tentoon spreidt, de ander misleidt en hen als  slachtoffers financieel tracht te exploiteren. Veelal bezitten dit soort persoonlijkheden veel narcistische eigenliefde en gebruiken en misbruiken anderen om zichzelf te bevredigen en ‘vooral zelf‘ veel voordeel te behalen. Narcisten hebben vaak de eigenschap geen rekening te houden met anderen, dulden vaak geen tegenspraak en voelen zich boven elke vorm van [kerkelijke] wet verheven.
Na u duidelijk te hebben gemaakt wat ascese ‘niet’ is, opdat u niet, zoals velen ervaren hebben, in verzoeking mocht geraken dergelijke op het eerste gezicht degelijke praktijken na te gaan volgen, wordt nu getracht duidelijk te maken wat ascese wel is.

meer mens worden in Christus;  become more human in Christ; γίνε πιο ανθρώπινος στον Χριστό; تصبح أكثر إنسانية في المسيح.

Wat doet een asceet om zijn bestaan in de moderne wereld te rechtvaardigen?
Het lijkt er dan op alsof de asceet alleen maar gedefinieerd kan worden naar wat hij/zij uiterlijk gezien tot stand brengt, en niet naar wat hij/zij is of naar de aard en de kwaliteit van zijn leven.
Van hem/haar wordt verlangd dat hij/zij zich verantwoordt in een wereld van die slechts hoeveelheid [zelfs statistisch] waardeert, terwijl zijn/haar levenstaak gericht is op echte, waarachtige levenskwaliteit.
De asceet tracht de duidelijkheid en de waarheid van zijn/haar innerlijk bewustzijn te verdiepen om meer mens te worden in Christus, teneinde een mens te worden – ‘verlicht door de Genade en door de Gaven van de Heilige Geest’.
De wereld heeft behoefte aan mensen die vrij zijn van de eisen van de wereld,
mensen die niet vervreemd zijn door de slavernij van de wereld.
De ascetische roeping wordt traditioneel beschouwd als een charisma van vrijheid, waarin de asceet eenvoudig zijn/haar rug naar de wereld toewendt, maar die zich integendeel vrij voelt in de vrijheid van de kinderen Gods uit kracht van het feit: ‘Christus volgend in de woestijn en delend in Zijn verzoekingen en Zijn lijden, Hem kan volgen waar Hij ook mag gaan‘.
Het ascetische leven is in zekere zin aanstootgevend, want de asceet is iemand die eigenlijk geen specifieke taak vervult, althans voor de buitenwereld.
Hij/zij is vrij van de routine en de verplichtingen binnen de georganiseerde menselijke samenleving. Vrij waarvoor? Vrij om te zien, vrij om te loven, vrij om te begrijpen, vrij om te beminnen. Wat de asceten vooral zoeken, is hun eigen ware zelf – ‘in Christus‘.
En om dat te kunnen, moesten ze hun valse, uiterlijke zelf, gevormd onder de maatschappelijke druk in ‘de wereld’, volledig afwerpen.
Zulk een ideaal laat zich gemakkelijk beschrijven, maar is heel wat moeilijker te verwezenlijken. In werkelijkheid zijn er ook in het leven van een ascetische communauteit veel taken en bepaalde voorgeschreven gebruiken zodat de asceet binnen zijn/haar eigen kleine wereldje een sociaal leven leidt zoals iedereen.
Dit sociale leven kan zelfs gecompliceerd worden en een beetje te actief. En de asceet ondergaat daarbij dezelfde verzoekingen om te vluchten in zinledigheid, in ongeloof en rusteloze agitatie.
Toch is het de bedoeling van het ascetische leven een mens in staat te stellen de werkelijkheid onder ogen te zien in al haar naaktheid en ontstellende feitelijkheid, zonder verontschuldigingen, zonder nutteloze verklaringen en zonder uitvluchten. 

Agios Marcos by Fotis Kontoglou

Ascese [Gr.: ἄσκησις, askèsis] is het streven naar of het beoefenen van een reine levenswandel door de eigen hartstochten en begeerten te beteugelen en zelftucht toe te passen. Ascese kan gepaard gaan met meditatie teneinde de geest stil te maken maar ook met het beoefenen van lichamelijke onthouding van aardse geneugten.
Versterving was van oorsprong de training van atleten. Daarna werd het begrip uitgebreid tot de beoefening van wijsheid, deugd en vroomheid [zie o.m. de Stoa].
In religieuze zin is het het streven naar beheersing of onderdrukking van natuurlijke behoeften om tot een vorm van reinheid te komen.
Vasten en [seksuele] onthouding zijn in die zin vormen van ascese; de doelen van een ascetische levenshouding kunnen echter verschillen.
Het kan een vorm van boetedoening zijn, zichzelf dienstbaar op te stellen tot God, een middel tot zelf- discipline voor het geestelijk leven, het op aarde reeds verkrijgen van een hogere geestelijke status of het verwerven van verdienste voor het hiernamaals.

Agios Marcos Monastery, Karyes – Chios [Gr.]

Ook kan het zijn dat men het [eigen] lichaam of dit bestaan zelf slecht of waardeloos acht en de versterving zoekt. In de Blijde Boodschap is ascese geen doel op zich, aangezien de schepping als goed wordt voorgesteld en de mens daarin geen minderwaardig wezen is, wel wordt in het Nieuwe Testament matigheid gepredikt.
Het [vroege] christendom kende via het voorbeeld van de profeten echter wel [soms extreme] vormen van ascese zoals het kluizenaars- en -kloosterbestaan, gebaseerd op geloften van stilte, armoede, kuisheid en gehoorzaamheid.
Elke asceet nam op eigen wijze door de tijd -in volledige vrijheid; op verschillende plaatsen van de wereld en in bepaalde omstandigheden z’n/haar kruis op, teneinde Christus te volgen. Iedere asceet volgde een geheel persoonlijk pad, maar ze hebben allemaal een gemeenschappelijk doel: het onderhouden van de geboden van God en het zoeken naar hun vereniging met God.

Meteora monasteries –
Kalambaka in Thessalië, Greece

Ze bewonderen kwaliteiten als stilte, geduld, zelfverloochening, stabiliteit en de kracht die het gebed hun gaf en ze doorstonden alle mogelijke moeilijkheden.
Boven alles bewondert de één de eenvoud waaronder de nederigheid, de gratie en belangstelling voor bovennatuurlijke gebeurtenissen en behielden daarbij een eenvoud zonder prat te gaan op datgene op datgene wat hen in staat zou stellen dat ze over iets bijzonders beschikken. De ander begaf zich echter als ‘niet behorend tot de wereld’ juist onder de mensen en nam op die wijze door er onder gebukt te gaan zijn/haar kruis op.
Uit hun liefde voor God offeren zij zichzelf op voor Zijn beeld en bieden zichzelf aan om datgene wat zij veroverd hadden met anderen te delen. Zij bezitten niets, maar staan velen in hun geestelijke nood bij, in woord, door hun voorbeeld en het bijbehorende gebed.
Hun enige belang en hun verlangen is dat bezoekers door hun toedoen zover komen om God, Christus, de Zoon van God en Zijn Heilige Geest, zijnde de drie-ene-God geëerd zal worden en Christus gevolgd zal in deze wereld worden.

sight-seeing Orthodoxy

Orthodoxie is de volheid van het aloude, apostolische christendom, een ware orthodox christen worden geacht een christen zijn in de meest volledige zin van het woord, en dat is echt niet gemakkelijk.
Het duurt een leven vol constante onzichtbare oorlogvoering, ascetische discipline, zelf-verloochening, zelf-kruisiging en actieve, onzelfzuchtige liefde.
Om echt orthodox te zijn, zul je voor jezelf moeten sterven en “je leven hatenconf. Luc.14: 26
– Dit is het leven vanuit je eigen ego;

sight-seeing Orthodoxy

– Je dient te sterven aan eigenliefde en sensueel genot, die, zoals de Heilige Vaders leren, de voornaamste resultaten zijn van de herfst en de wortel van alle zonden;
– Je dient in jezelf op zoek te gaan en je eigen zonde onder ogen te zien, niet alleen als afzonderlijke handeling, maar als steeds terugkerende conditie.
– Vervolgens dien je alle subtielste passies uit te roeien die je van God afhouden.
– Je dient wrok te overwinnen door je medemens te vergeven, wat alleen kan gebeuren door de genade van Christus.
– Je dient alle verlangens naar populariteit, acceptatie, erkenning, goedkeuring en
‘zelf-liefde‘ af te leggen, zelfs ten opzichte van andere leden van de orthodoxe kerk.

‘ Neem je Kruis op en volg Mij !’

    Christus zei:
  Een ieder die zijn kruis niet draagt en achter mij aan komt, kan mijn discipel niet zijn. Want wie van u, van plan om een toren te bouwen, gaat niet eerst zitten, en telt de kosten, of hij voldoende heeft om het af te maken?” Luc.14: 27-28.
Veel mensen nemen het kruis van Christus niet op omdat ze zien dat
het te veel van hen zal vereisen. Anderen nemen het op, maar laten de kosten dan niet meetellen wanneer het te zwaar wordt. Weer anderen, die orthodox worden, doen het uit wereldse motieven: het verlangen om meer ‘correct‘ en historisch authentiek te zijn en zich vervolgens boven protestanten en rooms-katholieken verheven te voelen; de wens om de mooie esthetiek van orthodoxe liturgie te ervaren, etc.
Ze komen echter nooit tot de essentie van het orthodoxe christendom, omdat
ze niet echt het Kruis van Christus hebben opgenomen, proeven ze  nimmer de onaardse vreugde van Zijn Wederopstanding.
           “Hij die God wenst te dienen“, zegt H. Basilius de Grote [4de eeuw],
           dient zijn hart voor te bereiden op beproevingen”.
Het orthodox-christelijke geloof is een lijdend geloof:
  Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden” 2Tim.3: 12, omdat wij door het lijden eindelijk kunnen ontwaken tot onze ware toestand, ons bekeren, door Christus gezuiverd worden en in die zuivering een verblijfplaats van de Heilige Geest worden.
De grote vierde-eeuwse theoloog, H. Gregory Nazianzen, beschreef het ware christendom als ‘lijdend aan de orthodoxie‘.
Om het op te nemen is om het meest radicale, veeleisende,  alles-of-niets-leven mogelijk te maken. Alle valse motieven dienen weg te vallen, in het vuur verbrand te worden
♥︎ het vuur wat het lijden voor Jezus Christus met zich meebrengt;
♥︎ je dient zelf te proeven, waartoe en tot welke mate waarin
je daartoe in staat bent, het lijden, vervolging, en kruisiging die
de orthodoxe heiligen door de eeuwen heen hebben ervaren.
Om hun hemelse gezelschap binnen te gaan, dien je onlosmakelijk de prijs te betalen, die daarvoor staat.
Christus zei:
    Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die
tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; 
want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en
weinigen zijn er, die hem vinden
Matth.7: 13,14.

decoratie by Fotis Kontoglou

Die smalle weg wordt gevonden door pijn in het hart en jaren van berouw; het telkens maar weer afscheid nemen van gebaande wegen.
Volgens jouw verlangen en jouw streven, zul je het Koninkrijk der Hemelen binnengaan; je zult zelfs in dit leven de vruchten van het Paradijs proeven en
Christus zal je lijden met Zijn aanwezigheid vervullen.
Vervolgens zal je de vreugde van de Wederopstanding kennen, want
je zult een opstanding in je eigen ziel hebben ervaren.
      Het Koninkrijk Gods komt niet zo, dat het te berekenen is;
       ook zal men niet zeggen: zie, hier is het of daar!
       Want zie, het Koninkrijk Gods is bij [in] jouLuc.17: 21.

God-dragend; Θεόφορος;
God-bearing; الله الحاملة.

        Door middel van de Mysteriën [RK. Sacramenten], de H. Schrift, de spirituele discipline en de ascetische leringen van de Orthodoxe Kerk, wordt je in staat gesteld de Deur naar het Paradijs vinden. En dan, in je eigen hart, je eigen innerlijke wezen, zul je zelf het Paradijs vinden. Je zult ontdekken wàt en wáár gebed plaatsvindt en je zult God vinden die je gehele leven lang bij je heeft aangeklopt:
Christus, de Bruidegom van je ziel’.

    Op U, Heer, vertrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid. Red mij en bevrijd mij in Uw rechtvaardigheid; neig Uw oor tot mij, haast U mij te bevrijden.
Wees voor mij een beschermende God, een toevluchtsoord om mij te redden.
Want Gij zijt mijn sterkte en mijn toevlucht; om Uw Naam zult Gij mij leiden en voeden. Gij bevrijdt mij uit de strik, die zij heimelijk hadden gespannen.
Heer, Gij zijt mijn Beschermer: in Uw handen beveel ik mijn geest.
Gij hebt mij verlost, Heer God der waarheid; Gij haat allen die aan ijdelheid hechten.

Je bent [op weg tot een] priester voor eeuwig naar de ordening van Melchizedek; Είστε [προς το δρόμο] προς έναν ιερέα για πάντα στη διαταγή του Μελχισεδέκ; أنت [في الطريق إلى] كاهن إلى الأبد لأجل ميلشيزدك

Op de Heer stel ik mijn vertrouwen; ik juich en verheug mij over Uw barmhartigheid. Want Gij ziet neer op mijn vernedering, Gij verlost mijn ziel uit de verdrukking. Gij hebt mij niet opgesloten in de hand van de vijand, mijn voeten hebt Gij in de vrije ruimte gesteld.
Heer, wees mij genadig, want ik word gekweld; mijn oog is ontsteld door verdriet, mijn ziel en mijn hart zwak en ziek. Want in smart gaat mijn leven voorbij, mijn jaren vergaan in zuchten. Mijn kracht is door ellende in zwakheid veranderd, mijn beenderen zijn ontsteld. Niet slechts al mijn vijanden versmaden mij, maar mijn buren nog meer: ik ben een schrik voor mijn bekenden. Die mij zien vluchten van mij weg, als een dode ben ik weggewist uit hun hart.
Ik ben als een gebroken vat, ik hoor hoe velen kwaad tegen mij beramen. Toen zij tegen mij bijeenkwamen, besloten zij om mij het leven te ontnemen.
Maar ik vertrouw op U, o Heer, en zeg: Gij zijt mijn God, in Uw handen ligt mijn lot.
Bevrijd mij uit de hand van de vijand, van hen die mij achtervolgen.
Doe Uw aanschijn lichten over Uw dienaar, red mij in Uw barmhartigheid.
Heer, laat mij niet beschaamd staan omdat ik U heb aangeroepen, maar laat de goddeloze te schande worden en afdalen in de hades.
Doe bedrieglijke lippen verstommen, die kwaad spreken tegen de gerechte met trots en hoon.
Heer, hoe groot is de overvloed van Uw Goedheid, Die Gij verborgen hebt voor wie U vrezen. Die Gij bewijst aan hen die op U vertrouwen, voor het oog van de zonen der mensen. Gij verbergt hen in het verborgene van Uw aangezicht voor het oproer der mensen. Gij beschut hen in een tent voor de tegenspraak van hun tong.
Gezegend zij de Heer, want wonderbaar was Zijn barmhartigheid in de versterkte stad. In mijn verbijstering had ik gezegd: ik ben verworpen uit Uw ogen.
Maar daarom hebt Gij de stem van mijn smeking verhoord, toen ik tot U had geroepen. Bemint de Heer, al Zijn ingewijden, want de Heer zoekt de waarheid.
Hij zal allen die hoogmoedig handelen overvloedig vergelden.
Wees een man, sterk uw hart, gij allen die vertrouwt op de Heer
Psalm 30[31] vert. ROK ’s-Gravenhage.

♨︎  Elke verstandelijke natuur is een kennende essentie en onze God is kenbaar.
Op ondeelbare wijze verblijft God in hen in wie Hij verblijft, zoals bij het aardse handwerk [dat de sporen van zijn maker draagt], maar Hij is daaraan superieur, omdat Hij bestaat op substantiële wijze.
Eén is Hij die zonder bemiddeling is en die, als gevolg daarvan, door middelaars in alles is.
♨︎ Zoals het licht, wanneer het ons alles laat zien, geen licht nodig heeft waarmee het gezien zou kunnen worden, zo heeft God, als Hij alles laat zien, geen licht nodig waarmee Hij gekend zou kunnen worden. Want in zijn essentie is Hij licht: “    En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis. Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet; maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde1John.1: 5-7.
♨︎ God is overal en Hij is niet ergens. Hij is overal, want in al wat gemaakt is, is Hij door zijn veelvoudige wijsheid.
    Mij [Paulus], verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, en in het licht te stellen [wat] de bediening van het geheimenis [inhoudt] dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen, opdat thans door middel van de christelijke gemeente aan de 
overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige Wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Heer, heeft uitgevoerd, in Wie wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen hebben door het Geloof in HemEph.3: 8-12.
God is niet ergens, want Hij is niet één van de dingen.
Het einde van de natuurlijke kennis is de heilige Eenheid. Er is echter geen einde aan de onwetendheid, zoals gezegd is: Er is geen grens aan zijn grootsheid, want “bij U is de Bron van het leven; in Uw Licht zien wij het lichtPsalm 35: 3.
Voor echte en waarachtige kennis die houdbaar en goed is, dienen we bij de Heer, de enige God zijn.
Wij kunnen de gelijkenis ontvangen van al wat is samengesteld uit de vier elementen, of het ver verwijderd is of dichtbij. Alleen onze geest is voor ons onbegrijpelijk, evenals God, zijn maker.
Het is voor ons onmogelijk te begrijpen wat een natuur is die ontvankelijk is voor de heilige Drieëenheid, noch om de Eenheid te begrijpen. Dit is substantiële kennis. 
De naakte geest is hij die, door de contemplatie die zijn deel is, verenigd is met de kennis van de Drieëenheid.
♨︎ De ziel is de geest die, door onachtzaamheid, uit de Eenheid is gevallen en die, als gevolg van zijn gebrek aan waakzaamheid, is afgedaald tot de rang van het werkzame leven.  Beeld van God is niet hij die ontvankelijk is voor zijn wijsheid, want dan zou ook de lichamelijke natuur beeld van God zijn. Hij echter is beeld van God, die ontvankelijk is geworden voor de Eenheid.
♨︎ De erfenis van Christus is de kennis van de Eenheid. Wanneer allen mede-erfgenamen worden van Christus, zullen allen de heilige Eenheid kennen. Maar het is niet mogelijk dat zij Zijn mede-erfgenamen worden als zij niet eerst Zijn erfgenamen geworden zijn. De mede-erfgenaam met Christus is hij die de Eenheid bereikt en met Christus genoegen schept in de beschouwing.
Wanneer de geest de essentiële kennis zal ontvangen, zal ook hij God genoemd worden, omdat ook hij dan veelvormige werelden kan grondvesten.
De bovenzinnelijke tempel is de zuivere geest, die nu de veelvormige wijsheid van God  [Eph.3: 10] in zich heeft; de Tempel van God is hij die de heilige Eenheid ziet en het altaar van God is de beschouwing van de heilige Drieëenheid.
De geest die binnengaat in het praktische leven van de dienst aan de geboden van God, maakt voortgang aan de hand van het contact met de dingen van deze wereld.  Wanneer hij binnengaat in de kennis, gaat hij voort in de beschouwing.
Wanneer hij echter binnengaat in het gebed, dringt hij door in het vormeloze licht, dat de plaats van God is.
Evagrius Ponticus ook wel Evagrius de eenzame genoemd [345 – 399].

♨︎ Zoals vele lichten en brandende lampen worden aangestoken vanuit een vlam, schijnt het Goddelijk Licht vanuit één natuur, zo worden christenen aangestoken en schijnen zij vanuit één natuur, het goddelijke vuur, de Zoon van God.
Zij houden hun lampen brandend in hun hart en zij schijnen voor Hem terwijl zij leven op aarde, precies zoals Hij deed.
Want er is gezegd: “God bemint gerechtigheid, maar haat onrecht; daarom heeft God, uw [persoonlijke] God, u gezalfd met olie der Vreugde boven uw gezellenPsalm 44[45]: 7.
♨︎ Daarom werd Hij Christus genoemd, dat wil zeggen Gezalfde, opdat ook wij, gezalfd met dezelfde olie waarmee hij gezalfd was, aan Christus gelijk mogen worden, om zo te zeggen, uit dezelfde substantie en één Lichaam.
Tevens is ons verkondigt: “ Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit één; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen, en Hij zegt: Uw naam zal ik aan mijn broeders verkondigen, in het midden der gemeente zal ik U lof zingen; en opnieuw: Ik zal op Hem vertrouwen, en nogmaals: Ziehier ik en de kinderen, die God mij gegeven heeftHebr.2: 11-13.
♨︎ 
Daarom zijn christenen in zekere zin gelijk aan lampen met olie erin, dat zijn al de vruchten van rechtvaardiging. Maar wanneer de lamp niet is aangestoken uit de lamp van de Godheid in hen, zijn zij niets. Pseudo-Macarius [een Syrische monnik uit de 4e eeuw}

Vijftig preken en één brief die onder de naam van Macarius van Egypte zijn overgeleverd, zijn geschreven door een Syrische monnik in de tweede helft van de vierde eeuw.  Die tijd en streek was sterk messalianistisch, wat wil zeggen dat in de geloofsbeleving de nadruk werd gelegd op persoonlijke vroomheid, op innerlijke rust en onafgebroken gebed, met voorbijgaan aan de Mysteriën [RK. Sacramenten] en andere kerkelijke instellingen.
Bij Pseudo-Macarius zijn sporen van een gematigd messalianisme te vinden; daar staat zijn orthodoxe nadruk op de persoon en de werking van de heilige Geest tegenover.  De toeschrijving aan Macarius, een populaire en zeer gerespecteerde monnikenvader, dient om deze vermaningen in een onverdacht licht te plaatsen.
Pseudo-Macarius boog de Platoonse en verstandelijke oriëntatie van Evagrius om naar een affectieve gerichtheid op Christus.
Het voornaamste gebedsorgaan is bij hem niet de geest, maar het hart, waardoor hij het mogelijk maakte het lichaam op positieve wijze te integreren in de traditie van het hesychasme.
De Profeet zag het Mysterie van de menselijke ziel die haar Heer zou ontvangen en de troon van zijn Glorie worden, conf. Ezechiël hfst 1.
Want de ziel die waardig is gekeurd deel te hebben aan het Licht van de heilige Geest door Zijn troon en woning te worden en die bedekt is met de schoonheid van onuitsprekelijke Glorie van de Geest, wordt geheel licht, geheel gezicht, geheel oog.

Jonah, symbolism for Early Christians; Jonah, συμβολισμός για τους πρώτους Χριστιανούς; جونا، رمزية للمسيحيين الأوائل.

Er is geen deel van de ziel dat niet vol is van de geestelijke ogen van licht.
Dat wil zeggen dat er geen deel van de ziel is dat bedekt is met duisternis.
Zij is geheel bedekt met geestelijke ogen van licht, want de ziel heeft geen onvolmaakt deel.
In elk deel kijkt zij aan alle kanten vooruit en is zij bedekt met de schoonheid van de onuitsprekelijke Glorie van het Licht van Christus, Die de ziel bestijgt en haar berijdt.
Dit is gelijk aan de zon, die overal hetzelfde is, zonder een onvolmaakt deel, die geheel licht is, dat helder schijnt. In al zijn delen is hij helemaal licht.
Of het is gelijk aan vuur, dat net als het licht overal hetzelfde is, zonder in zichzelf een deel te hebben dat vóór is of achter, groter of kleiner.
Zo is de ziel geheel verlicht met de onuitsprekelijke schoonheid van de glorie van het licht van het aangezicht van Christus en is zij volkomen gemaakt tot een deelgenoot van de heilige Geest. Zij is begunstigd om de verblijfplaats en de troon van God te zijn, geheel oog, geheel licht, geheel gezicht, geheel glorie en geheel geest, zo gemaakt door Christus, die de ziel berijdt, leidt, draagt en ondersteunt en haar tooit en siert met zijn geestelijke schoonheid. (…)

♨︎ Dat de zielen van de rechtvaardigen Hemels Licht worden, heeft Christus, onze Heer Zelf gezegd tot Zijn Volgelingen [o.a. getoond op de berg Thabor]:
    Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt 
voor allen, die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijkenMatth.5: 14-16.
Want Hijzelf, Die hen eerst omgevormd heeft in Licht, heeft hen opgedragen en bevolen om licht voor de wereld te zijn.
Dat wil zeggen, verberg de Gave niet die jullie van Christus hebben ontvangen, maar geef haar aan al wie het wenst.
♨︎ 
Daarom, wanneer jullie een troon voor God zijn geworden en als de Hemelse Berijder jullie bestegen heeft en heel jullie ziel een geestelijk oog en helemaal licht is geworden, en als jullie gevoed zijn met dat Hemelse voedsel van de Geest en gedronken hebben van het water uit de Brom des levens en het gewaad van onuitsprekelijk Licht hebben aangetrokken,  wanneer tenslotte jullie innerlijke mens dit alles ervaren heeft en geworteld is in de overvloed van Geloof, zie dan zelf, is jullie leven inderdaad al deelgenoot aan het eeuwige leven, jullie ziel is rustend met de Heer. Pseudo-Macarius

Wanneer iemand God liefheeft, deelt ook God Zijn Liefde met hem.
Zodra iemand in Hem gelooft, schenkt God hem een hemels Geloof, waardoor hij tweevoudig wordt. Wanneer jij God een deel van jezelf aanbiedt, welk deel dan ook, deelt Hij met jouw ziel vergelijkbare aspecten van Zijn Eigen Wezen, zodat je al wat je doet zuiver en oprecht kunt doen en zuiver en oprecht kunt beminnen en bidden. Want zo groot is de waardigheid van de mens.
Zij die waardig gekeurd zijn kinderen van God te worden en  herboren te worden uit de heilige Geest van boven,  die Christus in zich hebben, Die hen verlicht en rust brengt, worden op vele en verscheidene wijzen geleid door de Geest.
In geestelijke rust worden zij door de Genadegaven onzichtbaar gestuurd in hun hart.
Laten we als voorbeelden evidente dingen uit de wereld nemen, van mensen, om aan te geven op welke wijze Genade in de ziel werkt.
Soms worden mensen door Genade geleid op de wijze van hen die zich verheugen bij een koninklijke maaltijd. Zij zijn vervuld van vreugde en onuitsprekelijk geluk.
Op een ander moment zijn zij als de echtgenote die geniet van de huwelijksvereniging met haar bruidegom in een goddelijk rusten.
Op weer een ander moment zijn zij als onlichamelijke engelen, zo licht en doorschijnend zijn zij, zelfs in het lichaam.
Soms zijn zij als waren zij bedwelmd door een sterke drank.
Zij verblijden zich in de Geest, dronken van de bedwelming van de goddelijke en geestelijke geheimen.
Soms zijn zij ondergedompeld in wenen en treuren over het menselijk ras en in het uitstorten van gebeden voor heel het ras van Adam.  Zij vergieten tranen en zijn door verdriet overweldigd omdat zij verteerd zijn door de liefde van de Geest voor de mensheid.
Op een ander moment zijn zij met zo’n vreugde en liefde ontvlamd door de Geest, dat zij, als het mogelijk zou zijn, alle menselijke wezens in hun hart zouden willen bijeenbrengen, zonder onderscheid te maken tussen slecht en goed.
Of zij zijn zo gevuld met nederigheid dat zij, in de nederigheid die zij van de Geest ontvangen, zichzelf als onder alle mensen zien en zichzelf beschouwen als de meest onaanzienlijke en waardeloze van alle mensen.
Soms zijn zij opgetild in een onuitsprekelijke vreugde.
Op een ander moment zijn zij als een sterke, die heel de wapenrusting van de koning heeft aangetrokken en af is gedaald om te strijden tegen zijn vijanden.
Hij strijdt dapper tegen hen en overwint.
Zo neemt de geestelijke mens de hemelse wapenen van de Geest op  en valt de vijanden aan, levert strijd met hen en onderwerpt hen.
Op een ander moment, in de diepste stilte en kalmte, rust men met  geen andere houding dan een geestelijk genoegen en onuitsprekelijke rust en welbevinden.
Op een ander moment wordt men door Genade onderricht in begrip en onuitsprekelijke wijsheid en kennis van de onkenbare Geest in dingen die niet door tong en taal kunnen worden uitgedrukt. Op een ander moment wordt men één met alle mensen.
Zo verscheiden zijn de wijzen waarop Genadegaven zulke mensen aanraakt en
de ziel leidt op zo veel verschillende paden en haar verfrist overeenkomstig de wil van God.
Op diverse wijzen handelt Genade aan de ziel om haar volmaakt, foutloos en zuiver terug te brengen naar de hemelse Vader.
De dingen betreffende de werkingen van de Heilige Geest waarover hier gesproken is, behoren tot het niveau van hen die niet ver van de volmaaktheid zijn. Dergelijke manifestaties van Genade waarover we spraken,  uiten zich op verschillende wijze.  Zij handelen aan mensen die voortgaan, de ene handeling volgend op de andere. Als een persoon uiteindelijk de volmaaktheid van de Geest bereikt, volledig gereinigd is van de hartstochten en in een onuitsprekelijke gemeenschap verenigd met en doordrongen van de Trooster Geest en waardig gevonden is om geest te worden in een wederzijds doordringen met de Geest, dan wordt zij geheel licht,  geheel oog, geheel geest, geheel blijdschap, geheel rust, geheel vreugde, geheel liefde, geheel mededogen, geheel goedheid en vriendelijkheid. Zoals een steen op de bodem van de zee overal omgeven is door water,  zo zijn dergelijke mensen geheel doordrongen van de Geest.
Doordat zij de deugden van de Kracht van de Geest met standvastigheid aantrekken, worden zij gelijk aan Christus. Innerlijk worden zij foutloos en smetteloos en zuiver. 
Pseudo-Macarius

Troparion     tn.4
  God van onze Vaderen,
die altijd met ons handelt volgens Uw Zachtmoedigheid,
neem Uw Barmhartigheid niet van ons weg,
maar bestuur ons leven in Vrede,
omwille van hun gebeden”.

NB. van een hedendaags jonge joodse dichter:
”     En ik wist het niet, 
en ik wist niet dat God in mij spreekt
en ik wist niet dat God stilzwijgend spreekt,
in de vorm van een kleine jonge vrouw,
dacht ik door haar stem, zonder te zien zonder te weten.
We spraken samen proberen op een koude avond in Jeruzalem
om in het donker te kruipen om over te gaan in het verborgene;
en ik wist niet dat Hij op zo’n stilzwijgende manier kon spreken
zelfs zij sprak luider 
zeggend dat Nachlaot [נכלאות = gevangen]
een legende is met verborgen rivieren,

dat het spirituele pad me verder in mijn eenzaamheid zal brengen.
Het legt me bloot en verlaat me uiteindelijk,
dat er een lange weg is die in werkelijkheid kort is,
en ik wist niet dat Hij weet dat Hij stil is
en om te knipogen en te glimlachen
en pijn kan doen en dat hoofden dan weg draaien
en niet meer verder zoeken“.
Elhanan Nir, Journal of Literary Translation

 

Februari woensdag de 14e, 2018 – Valentijnsdag een zonnige liefdesdag?

Valentijnsdag is een feest in het westen met een Rooms Katholieke oorsprong.
Paus Gelasius I riep in 496 deze dag uit ter verering van de heilige Valentijn.
Vanuit de tijd van paus Gelasius is er echter geen enkel biografisch gegeven over deze Heilige bekend.
Sint-Valentijn werd genoemd als een van degenen,  die ‘terecht – net als alle volgelingen van Christus‘ als heiligen door mensen worden vereerd, maar wiens daden slechts aan God bekend zijn.
Met de Heilige Sint Nicolaas is deze heilige echter na het 2e Vaticaans concilie officieel als Heilige van de Romeinse Kalender geschrapt.
De Orthodoxe Kalender vereert op deze dag van oudsher de Heilige kluizenaar van Syrië, de Heilige Maron naast de Heilige Abraham, bisschop van Charres in Mesopotamië [allebei 5e eeuw] en de Heilige Auxentios van Bithynia [ca. 470] en de Heilige Cyril, de Apostelgelijke van Thessalonica, leraar van de Slavische volkeren [869].
Hoewel het dan absoluut géén officiële feestdag is wordt deze dag tòch door veel landen over de hele wereld als Valentijnsdag gevierd.

In de Romeinse mythologie is Cupido de zoon van Venus, godin van de liefde. Zijn tegenhanger in de Griekse mythologie is Eros, de god van de liefde.
Van Cupido wordt vaak gezegd dat het een ondeugende jongen is, die rondgaat met het verwonden van zowel goden als mensen met zijn pijlen, waardoor ze verliefd worden.
De katholieke gemeenschap van het eiland Lesbos organiseert uiteraard elk jaar een reeks religieuze evenementen in het bijzijn van alle Egeïsche katholieke Metropolieten [aartsbisschoppen] alsmede de nuntius van de Heilige stoel van de Paus te Rome in Griekenland.
Dit is tenslotte een eer [en financieel voordeeltje] voor de Rooms Katholieke kerk van Mytilene  de resten van de Heilige Valentijn te bezitten, de patroonheilige van verliefde paartjes over de gehele wereld.
Op de dag zelf worden wedstrijdjes georganiseerd rond het beste liefdeslied, liefdesbrieven en gedichten.  De gebeurtenissen worden afgesloten met een processie waarbij de overblijfselen van ene Valentijn [??], welke naar ik aanneem beslist een volgeling van Christus zal zijn geweest, door Mytilene de hoofdstad van Lesbos wordt rondgedragen.
De curie heeft als hoofdrolspeler aan het begin van de 20e eeuw een onderzoek laten instellen naar de achtergrond van ‘Ο Άγιος Βαλεντίνος στη Λέσβο’ en kwam als historisch en archeologisch bewijs op de proppen waarbij de openstaande vragen na 1500 jaar werden beantwoordt aan de hand van de ontdekking van de overblijfselen in een verwoeste kerk.
Jaren had de geliefde heilige zich verborgen onder het puin van de vervallen en nimmer gerestaureerde kerk, nu werd gelijkertijd een nieuw kerkgebouw opgericht. De de poëtische voetnoot is de Odysseus van de elite zelf, “… de grote krachtige beoefenaar van de verbeelding, met in het middelpunt van het hele universum de erotische strijd tussen geliefden”.
Zoals ook vandaag zijn dìt soort tekenen niet aan de mensheid besteed, het blijken slechts ‘parelen voor de zwijnen’ te zijn.

Antiochisch Orthodoxe [‘vluchtelingen!’] Gemeenschap zoekt een ‘betaalbaar’ onderkomen in Utrecht?

Mocht de Orthodoxe Gemeenschap van welke signatuur dan ook ooit de behoefte krijgen aan een glorieus uitziend onderkomen, dan dient men God alleen maar om een wondertje te verzoeken.
Het is echter jammer dat de Heer Zelf heeft voorzegd: “       Een boos en 
overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jonah, de profeet. Want gelijk Jonah drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachtenMath.12: 39,40.
Hoewel op het eiland Lesbos dus een festival «The Island of Love»  wordt gevierd, bereidt de Orthodoxe Kerk zich deze week in de ‘boterweek’ voor op de grote en heilige week, welke ons naar het Hoogfeest van Pascha leidt. Het is een teken temeer om je nòg méér van de wereld af te wenden.

‘Wat beweegt jongeren?’

Wat drijft ons Christenen, wat beweegt eenieder?
♥︎ Elke achterliggende reden, waarbij iets ervaren wordt en waarop vervolgens gehandeld wordt, dient ons als doodsbedreiging te benauwen!
Waar bevuilt de mens zich vandaag de dag mee, waar verminkt hij/zij zichzelf mee?
♥︎ Waar dient de mens werkelijk bang voor te zijn?
Is het een gebrek aan Liefde? Durf je te bekennen dat het jou aan Liefde ontbreekt? Of beschouw je liefde slechts als een oerdrang?
Is dàt onze Christelijke vraag?
 Ontbreekt het ons soms aan Geloof in de Opstanding?, de werkelijke bestemming van de mens.
Waarom is er in de Kerk zoveel afstand tussen mensen en de hiërarchie?
Waarom wordt de waarachtige Christus opgesloten in plechtige officiële gebeurtenissen, die volgens een bepaald stramien plaatsvinden en  vinden er ceremonies in de majestueuze tempels plaats?
Zijn we er werkelijk op uit onszelf op te offeren?
Is dàt hetgeen waar we allemaal aan lijden?
  Ontbreekt het ons elkaar een ‘Goede Week’ te bezorgen en een daaropvolgende Opstanding?”.
Johannes Chrysostomos.

Orthodoxie & Mens durf te leven

Mensen hebben mensen nodig om mens te zijn; de ont-Goddelijking van deze wereld leidt altijd tot een ont-menselijking.
Een mens zonder liefde verwordt tot een monster, jaagt anderen angst aan, de meesten verachten dit niet.
Deze mens verwordt tot een gevoelloze nietsontziende ambtenaar, die als ware hij/zij een robot slechts de regeltjes  uitvoert.
De mens is géén naakte aap, noch is het tot een veredeld heiligdom gedoemd,
om slechts volgzaam anderen te volgen.
Ten diepste verlangt elk mens omhelsd te worden door zijn Vader als  de verloren zoon en is aanspreekbaar als de door God geroepene.
De mens die in afzondering leeft, leeft zonder meer als een zonderling, maar zal er beslist z’n eigen bedoelingen mee hebben, hij/zij zoekt de hoogste hoogten.
De Übermensch in de wereld, die zich verheft boven de anderen roept altijd maar weer opnieuw als tegenhanger de onderdrukte op.
De mens is als gevolg doorgaans geneigd tot het goede, maar heeft tevens een donkere kant wanneer hij zich losmaakt uit  z’n relatie met God en z’n naasten.
Onder de mensen zijn meer profiteurs die profiteren dan Profeten die profeteren; zij zijn tot een zwijgende, niet-reagerende meerderheid verworden, die via een afstand tot de naaste en een cultuur slechts toekijkt.
De mens is geen machine waar als vanzelfsprekend vreugde, geluk en vrolijkheid uit voortkomt – je dient je daar voor ìn-te-zetten. Mensen vragen niet meer “wat zijn je beweegredenen?”, maar “ hoe voel je je nu?”; de moderne mens zegt ” -Ik voel, dus ik ben-”. Wie zichzelf onbenullig vindt, geeft zichzelf een te laag cijfer en cijfert zich weg tot voordeel van degene, die zich over z’n rug verheft.
Een mens is geneigd tot een gulzige levenshouding, wanneer hem/haar niet geleerd is te minderen en in z’n lust naar alom heersende hang naar lust en genot, loopt hij tegen de klippen op en zichzelf voorbij.
Medemensen zijn evenmensen en treden niet op de voorgrond; de meeste van ons zijn in het intermenselijke verkeer vaak tegenliggers, die anderen trachtten te verblinden door onszelf te verheffen. Wij zijn verslaafd aan zelfmedelijden, onze ik-zucht, hebzucht, eerzucht en genotzucht en dienen ons anderszins te ontwikkelen door ons in de liefde tot onszelf en elkaar zien te komen.
Op het gebied van de naastenliefde ervaren we een hellend vlak, waar we wat onszelf betreft trachtten we te ontlopen. Wij ervaren dat wij reinigers zijn naar een onbekende bestemming, maar wanneer we een bestemming aangereikt krijgen gedragen wij onszelf alsof we misleid worden en gaan geleidelijke vooruitgang uit de weg. Wij reageren slechts verstandelijk en wanneer wij de Waarheid dienen te ervaren overvalt ons een lelijk-eendje-gevoel; een geestelijk aangetast gevoel van eigen waarde; toch heeft onze Schepper ons boven de engelen gesteld.
Mensen zijn wat dat betreft als ijspegels, die weliswaar warmte bij elkaar zoeken,  maar o wee, wanneer je te dichtbij komt; dàn hebben we veelal lange tenen en meestal ook een scherpe tong.
Wanneer het over het hart gaat, lopen we direct naar een cardioloog in plaats van rust te nemen en je tot de Schepper te wenden
– dat doen we pas wanneer er helemaal geen redden meer aan is en we op het randje van onze mogelijkheden staan, geen uitweg meer weten.
Zelfonderzoek is wat ons mensen vreemd is, we rennen liever de grote mensenmenigte na en vergeten dat wij ook op goddelijke inzichten blind kunnen varen.
Zoals je in de achterafstraatjes van een mensenleven valse geesten tegenkomt,  worden we omgeven door valse bankbiljetten, waar bloed aan kleeft en we maken er [ook als kerk] maar al te graag gebruik van; we verbergen ons heimelijk onder zwart-witte camouflagekleding van een keurig leven.
Wij hebben telkens een bemoediging nodig en om de moed niet te verliezen verbergen onszelf achter onze negatieve motivatie, die kan leiden tot uitputting.
We hebben behoefte aan een geestelijk fundament, maar wanneer we ons op dat gebied succesvol dienen te gedragen zijn we toevallig niet thuis; het komt ons nimmer gelegen.
Veel succesvolle mensen zijn geestelijk zo van zichzelf vervuld en betrokken als hun juist geleegde papier-bak, zijn niet genegen energie buiten hun vriendenkring te besteden; voor hen is het aardig om slechts ‘belangrijk’ te zijn.
In plaats van elkaar tegen te werken is het voor een mens echter véél meer van  belang om aardig te zijn, want door gemeenschap met eenieder wordt de gehele wereld overwonnen.

Hoe ziet de wereld van God er uit? door Giovanni di paolo

1.]. Voorvader Adam werd de rauwe wereld ingestuurd samen met z’n metgezel Eva, nadat zij zich beiden door van de boom te eten bóven God hadden gesteld. Deze hoogmoedige daad werd hen tot zonde aangerekend en zij hebben er tot op de dag van vandaag spijt van.
2.]. De Heer heeft daarop de profeet Noach, met de onbewuste Schepping gevrijwaard van de ondergang en hen als teken de regenboog gesteld, als teken van Zijn Verbond met de mensheid, haar nageslacht en met alle levende wezens. Wanneer wij de boog in de wolken zien verschijnen, dienen wij niet te denken aan een mogelijke pot met goud, waar zij de aarde treft, maar aan het eeuwigdurende Verbond tussen God en al wat op aarde leeft:
Zie Ik richt Mijn Verbond met u op en met uw nageslacht en met alle levende wezens. Als Ik de boog in de wolken zie verschijnen, zal Ik denken aan het eeuwigdurende verbond tussen u en al wat op aarde leeftGen.9: 16. Zoals de regenboog de aarde omspant, zo omspant Gods Trouw de wereld, Die trouw heeft God vastgelegd in het Verbond met  Noach.

Belofte aan Abraham

3.]. Onze Voorvader Abraham is door het Geloof uitgegaan uit zijn land en heeft uitgezien naar de vervulling van Gods belofte. In zijn nageslacht  zou de hele wereld gezegend worden. In de geboorte van Isaäk heeft hij daarvan al de voorlopige vervulling gezien.
4.]. De profeet Joseph werd uit de put gehaald, waarin hij door z’n broeders werd verkocht en God liet hem in Egypte volgroeien tot Farao’s hoogte, waarop
5.] De ogen van profeet Jaäcob, later ook Israël genoemd [volgens de Traditie de derde aartsvader na zijn grootvader Abraham en vader Isaäk] konden weer zien, waardoor hij zijn zoon Joseph herkende. God had hem [Israël] gezegd: “Ik ben God, de God van uw vaderen. Wees niet bang om verder te reizen naar Egypte, want ik zal daar een groot volk uit je doen voortkomen. Ikzelf zal met je meereizen naar Egypte, en ik zal je daar ook weer vandaan brengen. En niemand anders dan Jozef zal jou de ogen sluiten”.
De geschiedenis van Joseph  de brug tussen de verhalen van de aartsvaders Abraham, Isaäc en Jaäcob aan de andere kant het latere verhaal over het slavenvolk Isräel in Egypte. Ze horen toch in Kanaän, dat is toch het land van belofte? Hoe zijn ze dan terechtgekomen in Egypte?
6]. De profeet Mozes heeft de Joodse Volk met God verbonden en hen van Egypte, het land van ellende naar het beloofde land geleid, waardoor ze bevrijd werden van onderdrukking en slavernij.
7.]. De Profeet Isaiah draagt in zijn naam [Yeshayahoe, de Hebreeuwse naam], niet alleen materiaal van hemzelf, maar ook van latere leerlingen. Hij was gehuwd en had twee zonen die allebei een symbolische naam droegen: ‘Maher-Salal Chas-Baz‘ [haastige roof, spoedige buit, Isaiah 8: 1-4] en ‘Sear-Jasub‘ [een rest keert weer, Isaiah 7: 3].
Deze twee namen vormen als het ware een samenvatting van wat Isaiah te zeggen had: hij voorspelde de verovering en verwoesting van Jeruzalem, maar zag ook hoop voor de tijd daarna. Een kleine rest van het Volk zal overblijven en een hernieuwd Godsvolk vormen, onder een ideale koning uit het huis van David. Daarnaast protesteerde Isaiah ook tegen allerlei godsdienstige en sociale misstanden in het beloofde land van zijn tijd.

Profeet David, zoon van Jesse, bidt . . . . .

8.]. De Profeet David liet ons naast de lofzangen, de boetepsalm na, waarin hij zijn berouw toonde over z’n begane zonden.
9.]. De Profeet Job werd beproefd en door zijn standvastig Geloof werd hij genezen van zijn ziekte.
10.]. De Profeet Jeremia maakt het volk duidelijk dat de oorzaak van de problemen niet bij God ligt – hij roept het Volk op hun manier van leven te veranderen. Hij laat ook zien dat het onvoldoende is dat de tempel en de eredienst aldaar goed draaien – er is meer nodig om Gods hulp te verkrijgen, zij dienen op een rechtvaardige manier met elkaar om te gaan. Hij heeft de godsdienstige en politieke ontwikkelingen van z’n tijd goed gevolgd; hij gaat in tegen de spelleiders [priesters en koningen van het Volk]. Zelden luisteren ze naar hem, isoleren hem en voeren hem tegen zijn wil in naar Egypte, waar hij vermoedelijk is overleden.

Jonah, de vis’ model voor de diepten, waarin de mens ten onder gaat

11.] de Profeet Jonah [Hebr. ‘duif’] overleefde drie dagen in de buik van een vis. Hij vertegenwoordigt het verhaal van de leer van het vermogen om zich te bekeren en door God te worden vergeven.
Jonah is het hoofdpersonage in het gelijknamige boek, waarin de Heer hem gebiedt naar de stad Ninevé te gaan om daar tegen te profeteren “want hun grote verdorvenheid is voor mij opgekomen”, maar Jonah probeert
in plaats daarvan te ontkomen.
In het tweede Verbond noemt Christus Zich “méér dan Jonah” en houdt de Farizeeën “het teken van Jonah” voor, dat is Zijn Opstanding. Vroeg-  christelijke gelovigen zagen Jonah als een type voor Jezus Christus, onze Verlosser. Bewonderen wij niet de volmaaktheid van onze gezegende Heer?
Met Zijn Liefde, Zijn tederheid, Zijn vermogen om te verdragen wat er ook op Zijn weg kwam, is niets te vergelijken. Toch ervoer Hij het menselijk ongeloof, dat er de oorzaak van was, dat zij niet wisten hoe ze door zich afhankelijk van God op te stellen en door zelfverloochening gebruik konden maken van de Macht, waardoor de tegenstrever uit zijn bouwwerken geworpen kan worden!
Wie echt de behoefte heeft om te vasten, die zal dat ook doen en degenen, die dat niet kunnen opbrengen zullen er niet toe worden gedwongen. Vasten is immers het jezelf open stellen tot God, de Vader, dit heeft onze Heer Jezus Christus ons zo geleerd en niemand heeft Hij daartoe gedwongen.
De Heer der Heerscharen zorgt ervoor dat een plant [Hebr.
קיקיון een kikayon, wonderolieboom een snelgroeiende plant, die na enkele jaren een hoogte tot 13 meter kan bereiken] over Jonah’s schuilplaats groeit om hem wat schaduw van de zon te geven. Later veroorzaakt de Heer dat een worm de wortel van de plant bijt en deze verdort. Jonah, nu blootgesteld aan de volle kracht van de zon, wordt zwak en smeekt Jahweh hem te doden.

Wonderolieboom

      God vroeg Jonah: ‘Ben jij terecht vertoornd over de wonderboom?’.
En hij antwoordde: ‘Terecht ben ik vertoornd, ten dode toe’.
Daarop zei de Heer: Jij wilde de wonderboom sparen, waarvoor jij jezelf geen moeite hebt gegeven en die je niet hebt doen groeien, die in een nacht is ontstaan en in een nacht is vergaan.

vrucht van de kikayon – de wonderolieboom

Zou Ik dan Ninevé niet sparen, de grote stad, waarin meer dan honderd- en-twintigduizend mensen zijn, die het onderscheid niet kennen tussen hun rechterhand en hun linkerhand, benevens veel vee?’Jonah 4: 9-11.

Het heeft velen getroffen wat de beroemde theoloog en verzetsman Dietrich Bonhoeffer over de wraakpsalmen schreef.
Het gaat niet over Bijbelse plaatsen, of het moest die cel zijn in Flossenburg van waaruit hij in het laatste uur van zijn leven werd weggeroepen door de commandant om opgehangen te worden:
Gefangene Bonhoeffer, mitkommen !”.
Hij nam één van zijn vrienden terzijde en antwoordde: ”Dit is het einde, voor mij het begin van het nieuwe Leven”.
In al de wraakpsalmen wordt het oordeel van God afgesmeekt over de vijanden en belagers van de psalmist. Wat we daar lezen over de vijanden van de psalmist klinkt niet zo vriendelijk:
In hun mond is geen waarheid: hun hart is lichtzinnig. Een open graf is hun keel, zij plegen bedrog met hun tong” Psalm 5: 10. De dichter bidt vervolgens: “Oordeel hen God, doe hen vallen in hun plannen. Verstoot hen om hun talrijke misdaden, want zij hebben U getrek, O Heer”. De psalmdichter – en meestal is dit David – roept het Godsgericht op over Gods vijanden.  Hoe kan dat nou?
Jezus heeft toch gezegd dat we onze vijanden dienen lief te hebben, maar Hij heeft in Zijn Traditie de wraakpsalmen gebeden of Hij die vijanden wilde straffen. Hebben we hier niet  te maken met een heel groot probleem, met een theologische dwaling en nog wel in de Blijde Boodschap?
Christus bidt aan het kruis voor zijn vijanden. Maar kunnen we de wraakpsalmen en het gebed van Jezus dan nog wel serieus nemen? Wordt het niet hoog tijd dat we ook de wraakpsalmen maar dienen te gaan schrappen uit ons psalterion?, die passen toch niet meer in onze tijd? Kunnen wraakpsalmen vandaag de dag nog wel verstaan worden als een gebed van onze Heer Jezus Christus en een oproep tot Gods wraak?
We mogen ons zelf toch niet wreken?
Allereerst dienen wij hier vast te stellen dat het hier niet gaat om persoonlijke wraak. De vijanden waarvan hier immers sprake is, zijn vijanden van God en van de zaak van God, het gaat om het uitbannen van de tegenstrever.
Het gaat de dichter en degene die de Traditie volgt zeker niet om persoonlijke wraakgevoelens; het is niet de wraaklust die Christus in z’n gebed drijft.
Christus toont dat de wraak ten-opzichte van de tegenstrever van de mensen aan God overgelaten dient te worden.
Het gebed om de wraak van God is het gebed om de voltrekking van Gods Gerechtigheid en Zijn uiteindelijke Gericht over de zonde. Wij zijn hierbij echter niet slechts toeschouwers; we kunnen en mogen geen standpunt innemen: Laat het Gericht van Uw heilige toorn maar als een bliksem inslaan bij al die smeerlappen en slechte mensen.
Echter Gods wraak is gekomen; Zijn gericht is voltrokken; Het vuur van Gods toorn is ingeslagen. Waar?
Op Golgotha. Meestal zeggen we: het gaat in de wraakpsalmen om wat er tenslotte, in de toekomst zal plaatsvinden – hetgeen ons in de Blijde Boodschap met zoveel woorden in duidelijke taal is voorzegd. In het eindgericht zullen al Gods vijanden ten onder gaan in het uur en in het vuur van het goddelijk gericht.
Zij wel en wij niet”, want wij [Orthodoxe Christenen] behoren immers niet tot de vijanden van God.
In het geheel niet, want de Blijde Boodschap zegt tevens dat niemand aan dat gericht kan ontkomen; we dienen allemaal voor de rechterstoel van Christus, de Zoon van God te  verschijnen.
Maar met die boodschap dien je niet aan te komen in deze tijd, waarin alles nadrukkelijk en vooral de het ’openbare werk’ de eredienst van het volk – waar voor het oog van de wereld ‘de buitenkant’ wordt vertoond en daarvoor God als Liturg [‘sponsor’]  heeft dient schoon, helder en sprankelend ‘soft’ over te komen. Dat er op de achtergrond zaken spelen, die het daglicht wel eens niet kunnen verdragen en dat er vooraleerst men begint ‘vergeving’ aan allen voor de misdaden gevraagd dient te worden, wordt veelal vergeten – het Kyrië eleïson klinkt immers zó ‘mooi’. De gelovigen zouden immers gillend wegrennen wanneer zij geconfronteerd worden met de werkelijke betekenis van de woorden, die in de Goddelijke Liturgie aan de mens worden voorgehouden – daarom is het maar goed dat we kunnen wegzwijmelen bij de Kerk-slavische, Oud-Griekse, Latijnse teksten, die toch geen hond verstaat.
Toch zijn we allemaal vijanden van God en ontkomt niemand – ook de spelleiders niet aan het Laatste Oordeel, wat ons allen te wachtten staat.
Maar als besluit de uiteindelijke tekst van de Blijde Boodschap: Gods wraak trof niet de zondaar, maar de enige Zondeloze, Die in de plaats van de zondaar is gaan staan: Jezus Christus, de Zoon van God, onze Verlosser.
Hij en Hij alleen droeg de wraak van God om de voltrekking waarvan de psalmist heeft gebeden; Hij alleen stilde Gods toorn over de zonden van de mensen.
Hij alleen bad in het uur waarin dat goddelijk gericht aan Hem werd voltrokken voor zijn vijanden: “Vader vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen”.
God vonnist Zijn vijanden door hun straf aan de enige Rechtvaardige te voltrekken, waardoor wij van vijanden, vrienden van God mogen worden.
Wij mensen zijn per slot van rekening allemaal vijanden van God. Maar zoals alle offers in het Oude Verbond plaatsvervangend waren, zo is ook het grote offer van Jezus Christus plaatsvervangend.
Hij gaat onder het Gods gericht ten onder en Hij alleen bidt voor de vijanden van God om vergeving.

Bewogen woorden

Alleen aan het kruis van Jezus Christus, onze Heer en Verlosser is de Liefde van God te vinden. “Vader vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen”, Hij richt zich daarbij tot mensen die moe zijn van het leven onder het juk van hun eigen zonde. Zij, die verdriet hebben, niet in de eerste plaats over de zonden van anderen, maar over zichzelf. Daarom zegt Christus tot de mens, die Hij tot Zich roept: “      Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;  neemt Mijn Juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn Juk is zacht en Mijn Last is lichtMatth. 11: 28-30.
Het zal ons nu duidelijk zijn alle wraakpsalmen leiden naar het Kruis van onze Heer Jezus Christus en naar de vergevende liefde van de vijanden van God; aan iedereen zijn wij mensen liefde verschuldigd.
    Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want
wie de ander liefheeft, heeft de Wet vervuld.
Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan,
gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij,
worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom
is de liefde de vervulling van de Wet

Rom.13: 8-10;
Want de gehele Wet is in één woord vervuld, in dit:
gij zult uw naaste liefhebben als uzelf
” Gal..5: 14.
 doe dit evenzo en je zult leven

Mens, naastenliefde is op billijkheid gebaseerd.
    En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen,
doet gij hun evenzo
Luc.6: 31;
Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen,
doet gij hun ook aldus: want
dit is de Wet en de profeten
” Matth.7: 12.
Zij die werkelijk God’s kinderen zijn en die Hem liefhebben, die Hem in zichzelf bezitten als een onschendbare schat van al het goede, ontvangen overeenkomstig de Bergrede de gekwetsten en de vernederden met een onuitsprekelijke vreugde en geluk. Zij verdubbelen de liefde en de oprechte liefde voor hen die vermoeid en belast zijn en zij ondergaan dit alles, alsof Christus hun Weldoener mag zijn . . .
Hoe goed past hierbij de bijna juichende boetezang
de Deur der Boete’ welke ons de komende weken zal begeleiden:
De deur der boete open mij, o Levenschenkende,
want , zie, mijn geest is ontwaakt en verlangt naar Uw heilige Tempel,
daar ik de tempel van mijn lichaam geheel verontreinigd heb.
Maar Gij, Barmhartige, reinig mij door Uw Genade
””;
en het
Gebed van Jonah:
  Ik schreeuwde in mijn nood tot de Heer,
mijn God, verhoor mij.
Uit de ingewanden van de onderwereld klonk
mijn angstkreet en U hebt mijn stem gehoord.
U hebt mij gewroken in de diepte in het hart
van de zee, en de watervloed heeft mij omvangen.
Al Uw draaikolken en golven zijn [als een tsunami] over mij heen gegaan.
Toe zei ik: ‘ verstoten ben ik uit Uw ogen;
zal ik ooit weer Uw Heilige Tempel aanschouwen?
Wateren omringen mij tot in mijn ziel;
de uiterste afgrond is om mij heen.
mijn hoofd komt tot in de grondslag van de bergen,
ik ben neergezonken in de aarde, waar de grendels voor eeuwig gesloten zijn.
Maar U voert mijn leven uit het verderf tot U omhoog, Heer mijn God.
Toen mijn ziel in mij ontsteld was, dacht ik aan de Heer,
en mijn gebed kwam tot U, in Uw Heilige Tempel.
Zij die ijdelheden en leugens vereren,
geven prijs wat hun tot barmhartigheid strekt.
Maar ik zal lof zingen met mijn stem:
met belijdenis zal ik U offeren.
mijn geloften zal ik gestand doen,
want mijn Verlossing komt van de Heer’ 
Jonah 2: 2-7.
En de Heer sprak tot de vis en
deze spuwde Jonah uit op het droge en
daarop klonk de lofzang:

— Theotokos van het teken —

    Zij die nietige afgoden dienen, geven Hem prijs,
Die hun met veel medeleven Genadig is.
Maar ik, met lofzegging wil ik aan U offeren; 
wat ik beloofd heb, wil ik betalen;
de redding is aan de Heer der Heerscharen.
“Hoe heilig is Gods Naam!
Laat volk bij volk te zaâm Barmhartigheid verwachten;
nu Hij de zaligheid, voor die Hem vreest,
bereidt, door al de nageslachten.
Des Heren arm is sterk; Hij deed een krachtig werk;
die hoog zijn van gevoelen, heeft Hij verstrooid, verward, met alles,
wat het hart, dier trotsen mocht bedoelen.
Die stout zijn op hun macht, heeft Hij versmaad, veracht, gestoten van de tronen;
maar Hij verhoogt en hoedt het nederig gemoed, waarin Zijn Geest wil wonen.
Hij heeft, na lang geduld, met goederen vervuld de hongerige monden;
Hij zag geen rijken aan; maar heeft z’, in hunnen waan, gans ledig weggezonden.
Zijn goedheid klom ten top; Hij nam Zijn Gemeenschap op, naar ‘t heil, Zijn knecht beschoren; gelijk Hij, ons ten troost, aan Abram en zijn kroost, voor eeuwig had gezworen
“.
uit: lofzang van de Theotokos, berijming Statenvertaling.

Zondag van het Laatste Oordeel – in zoverre gij dit aan een van deze van mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het aan Mij gedaan.

        Wanneer dan de Zoon des mensen komt in Zijn Heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de Troon van Zijn Heerlijkheid.
En al de volkeren zullen voor Hem verzameld worden en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand.
        Dan zal de Koning tot hen, die aan Zijn rechterhand zijn, zeggen:

‘Komt, jullie gezegenden van Mijn Vader, beërft het Koninkrijk, Dat voor u bereid is van de grondlegging van de wereld af. Want Ik heb honger geleden en jullie hebben Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en jullie hebben Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en jullie hebben Mij gehuisvest, naakt en jullie hebben Mij gekleed, ziek en jullie hebben Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en jullie zijn tot Mij gekomen’.
        Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende:
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebben U gehuisvest, of naakt, en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis gezien en zijn tot U gekomen?
        En de Koning zal hun antwoorden en zeggen:
‘ Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan.
        Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: ‘Gaat weg van Mij, jullie vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is.  Want Ik heb honger geleden en jullie hebben Mij niet te eten gegeven, Ik heb dorst geleden en jullie hebben Mij niet te drinken gegeven; Ik ben een vreemdeling geweest en jullie hebt Mij niet gehuisvest, naakt en jullie hebben Mij niet gekleed, ziek en in de gevangenis en jullie hebben Mij niet bezocht’.
        Dan zullen ook zij Hem antwoorden en zeggen: Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of als vreemdeling, of naakt of ziek, of in de gevangenis, en hebben wij U niet gediend?
        Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre jullie dit aan een van deze minsten niet gedaan hebben, hebben jullie het ook aan Mij niet gedaan.
En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven
Matth.25: 31-46.

“ Nu zal wat wij eten, ons niet bij God brengen; eten wij niet, wij zijn er niet minder om; eten wij wel, wij zijn er niet meer om. Maar ziet toe, dat deze bevoegdheid van u niet tot aanstoot voor de zwakken zal worden.
       Want indien iemand u, die kennis hebt, [aan tafel] ziet aanliggen in een afgodentempel, zal hij met zijn zwak geweten dan niet aangezet worden tot het eten van offervlees? Dan gaat er immers iemand, die zwak is, ten gevolge van uw kennis verloren, een broeder, om Wiens Wil Christus gestorven is.
        Door zo tegen de broeders te zondigen, en hun geweten, indien het zwak is, te kwetsen, zondigen jullie tegen Christus.
       Daarom, indien wat ik eet, mijn broeder aanstoot geeft, wil ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, om mijn broeder geen aanstoot te geven.
       Ben ik niet vrij? Ben ik geen apostel? Heb ik niet Jezus, onze Heer, gezien? Zijt gij niet mijn werk in de Heer? Indien ik voor anderen geen apostel ben, voor u toch zeker wel; want het zegel op mijn apostelschap zijn jullie in de Heer 1Cor.8: 8-9: 2.

Laatste oordeel – “allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan”
                                    “    Wee hem die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, zijn opperzalen met onrecht; die zijn naaste voor niets laat werken,  hem zijn loon niet geeft; die zegt:
Ik zal mij een groots huis bouwen, ruime opperzalen; die  daarin zijn vensters aanbrengt en het dekt met cederhout, het bestrijkt met [rode] menie.
Zijt gij een koning, als gij wedijvert in cederhout?
Uw vader, heeft hij niet gegeten en gedronken en recht en gerechtigheid gedaan?  Toen ging het hem wel.
Hij deed de ellendige en arme recht wedervaren; toen ging het wel.
Is dat niet Mij erkennen? luidt het woord des Heren.
Maar gij hebt enkel oog en hart voor uw onrechtmatig gewin en  voor het vergieten van onschuldig bloed, voor het begaan van onderdrukking en geweldJeremia 22: 13-17.

Profeet Job [Arabisch: أيوب]
De taak van de Profeten is niet om de toekomst in verbluffende details of grimmige opluchting te verkondigen. Het is hun taak om ons te vertellen wat ze zien, wat ze begrijpen; het is niet om dingen uit te leggen.
Hoe weinigen van de toehoorders, of ze nu gewijd of seculier zijn, hebben echt de diepe onderbouwing begrepen van wat ze als Christenen met anderen dienden te delen? Maar zelfs in het aangezicht van de naakte erkenning dat er altijd een gebrek aan volledig begrip is, bezwijkt elke profeet uiteindelijk voor de dwang om anderen van hun [voet-]stuk te brengen, omdat dat noodzakelijk is; zelfs als het in de praktijk niet perfect is, overstijgt de ware en juiste boodschap de boodschapper.
En dat maakt hen tot moeilijke mensen om mee om te gaan, laat staan om hen in hun waarde te laten; ze worden immers voortdurend tegengesproken, zonder ooit echt van zich te doen spreken. Het zijn echter bloed-serieuze mensen en veelal, bieden ze ons momenten van vreugde en verkwikking.
De zeven werken van barmhartigheid zijn:
1.]. De hongerigen spijzen;
2.]. De dorstigen laven;
3.]. De naakten kleden;
4.]. De vreemdelingen herbergen;
5.]. De zieken verzorgen;
6.]. De gevangenen bezoeken.
7.]. De doden begraven.
Zes van deze werken zijn gebaseerd op de woorden van Christus in het jaar 1207 tijdens de pest in Europa werd hier een zevende werk aan toegevoegd: ‘de doden begraven’. Het is ontleend aan het Bijbelboek Tobit, waarin naast twee bekende, ook door Christus genoemde werken van barmhartigheid, speciaal de zorg voor de overledenen wordt benadrukt:
Ik gaf brood aan de hongerigen en kleren aan de naakten; als ik het lijk van een volksgenoot buiten de muren van Ninevé [‘het nageslacht is blijvend’] zag liggen, dan begroef ik hetTobit 1: 17.
Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven.
Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven,
Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest,
naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht;
Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen
Matth. 25, 35-36.

Naast de lichamelijke werken van barmhartigheid werden in de middeleeuwen zeven geestelijke werken van barmhartigheid uitgewerkt:
het zijn werken gericht op het lenigen van geestelijke nood.
De zeven geestelijke werken van barmhartigheid zijn:
1.]. De onwetenden onderrichten;
2.]. In geval van vermoeiden goede raad geven;
3.]. De bedroefden troosten;
4.]. De zondaars vermanen;
5.]. Het onrecht geduldig lijden;
6.]. Beledigingen vergeven;
7.]. Voor de levenden en overledenen bidden.
Alle ontwikkeling hangt af van een loskomen van ingesleten gewoonten,
een sprong in het duister [hetgeen je niet schijnt te herkenen en daarop volgt dan de vraag. Ik zou willen beweren dat dit de manier is waarop de mens leert;
hier vindt de [her-]opvoeding plaats en het is aan de Kerk, als Lichaam van Christus’ de educatieve taak in te vullen – zonder God mislukt immers alles.
Teneinde situaties waarin de mens wordt geplaatst positief te bevorderen
naar het creërende moment, dat hij/zij begint te vragen,
in alle toonaarden van zijn/haar stem:
‘Waarom?’, ‘moet dat nou?’.
Over het Goddelijk beginsel van de Blijde Boodschap als
weergegeven door de Zoon van God is geen discussie mogelijk.
Zijn komst naar de wereld was noodzakelijk omdat ‘de mens zèlf‘ niet in staat was zelfstandig de weg naar de oorspronkelijke bedoeling van God terug te vinden. Christus toont ons God als de onveranderlijke, betrouwbare Vader, Die waakt over z’n kinderen.

Kwaad, bederf en wereldgerichte slavernij kàn geen onvergankelijkheid beërven; wanneer Christus wederkomt vestigt Hij het Hemels Koninkrijk, de eeuwige staat, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde in de meest volledige zin.
Alle voorafgaande dingen zullen afgedaan [voorbijgegaan] zijn, wanneer
Christus op Zijn Troon zit en levenden en doden zal oordelen.
      En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de Hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.
En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: ‘Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan’.
En Hij, die op de troon gezeten is, zei [zal zeggen]: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw’.
En Hij zei [zal zeggen: ‘Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig
Openb.21: 1-5.

Ons is niet verteld wanneer en hoe het menselijk lichaam in een nieuwe toestand zal worden veranderd, en er wordt ons ook geen enkele verklaring gegeven hoe deze zal worden vertaald in de eeuwige wereld waar gerechtigheid heerst.
We kennen alleen het feit en dit is voor God voldoende geacht om ons te openbaren.
Christus heeft in Zijn Almacht alleen over Zijn rechterstoel gesproken en daar
heeft Hij eveneens geen details van vrijgegeven, dan dat: “   de gezegenden van Zijn Vader, het Koninkrijk zullen beërven, Dat voor hen bereid is van de grondlegging van de wereld afMatth.25: 34, en elders dat met de gezegenden van Zijn Vader wordt bedoeld: “     Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn Woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het levenJohn.5: 24.
Voor het overige heeft Christus niet over de details van Zijn Oordeel heeft gesproken; en in een dergelijk geval is het nederiger en waarachtiger, om wijs te zijn en niet zelf te gaan oordelen en dat zijn voorzeker degenen, die de stilte van de Heer het hardst verkiezen . . . . .

Een unieke blik op het begrip keuken
♥︎ –Een keuken zijn is meer dan alleen een plaats waar voedsel bereid wordt teneinde voedsel tot ons te kunnen nemen. Ze zijn het hart van het huis een plaats waar voedsel bereid wordt om ons tezamen naar lichaam en geest te laten genieten;
♥︎ – “ Een keuken is een plaats waar voedingsmiddelen en smaken worden ingebed in onze herinneringen; het voedsel dat we als kind hebben gegeten, de vele smaken tot volwassenheid, het verleidelijke vooruitzicht en aanwijzingen voor het maken van nieuwe inzichten en voorschriften;
♥︎ – “ Een keuken is een plaats die bezocht wordt om ontelbare variaties te ontmoeten voor de bereiding uit liefde voor de ander; er heerst warmte en gastvrijheid, je ervaart dat je welkom bent;
♥︎ – “ Een keuken doet ons een oproep ervaren tot actie, een erkenning van onze gemeenschappelijke medemenselijkheid – onze basisbehoefte om te eten en te genieten van het leven, een hoop op VredeTrevor Graham

Nu zal wat wij eten, ons niet bij God brengen;
eten wij niet,  wij zijn er niet minder om;
eten wij wel, wij zijn er niet meer om.

Maar ziet toe, dat de bevoegdheid van u om te eten
niet tot aanstoot voor de zwakken zal worden.
Elk aspect van ons leven dient gericht te zijn op vervolmaking in Christus, onze Heer.
Nu is wat wij eten afhankelijk van de keuken, waarin ons voedsel immers bereid wordt.
Daar wordt bepaald wat door ons genuttigd wordt;
Daar voor ons bereid, de grondlegging van ons bestaan in deze wereld;
Daar wordt ons eten en drinken vorm gegeven;
Daar wordt bepaald dat wij niet langer vreemdeling zijn en vinden wij huisvesting;
Daar worden wij bekleed en verzorgt wanneer wij ziek zijn;
Daar ervaren wij het vertrouwen;
Daar wordt de voelbare onderlinge band ervaren.

Waarom vraagt de Kerk ons dàn dàtgene wat zó primair is voor ons bestaan een periode te ontwijken; althans te proberen datgene wat ons hartje begeert een periode te laten staan?
Wij mensen zijn primair geïnteresseerd in eten en
juist dáárom wordt ons gevraagd om dit te beoefenen.
Je begrijpt het niet? . . . . . ben je ooit de strijd met jezelf aangegaan?
En heb je daarbij vermeden iets aan je voorafgaande leven te veranderen,
teneinde een betere toekomst voor te bereiden?
Vasten is het onthouden van voedsel, drank, slaap of seks
zodat je jezelf kunt concentreren op een periode van geestelijke groei.
Meer specifiek kunnen we stellen dat we door te vasten
iets lichamelijks achterwege laten om God te verheerlijken, teneinde
onze geest te doen groeien en om ons dieper in ons gebedsleven te begeven.
Je toont je daarmee waardig Gezegende van Je Vader genoemd te worden,
volgeling van Christus, Die datgene beërven zal dat voor jou bereid is van de grondlegging van de wereld af.
Christelijk vasten is geen “daad” of “opdracht”, die ons door Christus wordt opgedragen of door de H. Schrift wordt vereist.
Maar de Blijde boodschap raadt ons aan om vasten een plaats te geven in onze geestelijke groei. Het boek Handelingen legt vast hoe gelovigen vasten voordat zij belangrijke beslissingen nemen

      Toen vastten en baden zij [samen met de apostelen] en [deze] legden hun de handen op en lieten hen gaan. Dezen dan, door de Heilige Geest uitgezonden, trokken naar Seleucië [Gr. Σε λεύκεια = ‘tussen de gieren’, ‘koningstad, aanvoerhaven voor Antiochië] en voeren vandaar naar het oude Griekse eiland Cyprus [Gr. Κύπρος]; en in de havenplaats aan de oostkust van Cyprus Salamis [Gr. Σαλαμις] gekomen, verkondigden zij het Woord Gods in de Synagogen der Joden; en zij hadden ook Johannes tot helper . . . . .  en nadat zij voor hen in elke Gemeente oudsten hadden aangewezen, droegen zij hen onder bidden en vasten de Heer op, in Wie zij geloofd haddenHand.13: 3-5;14: 23.
Vasten en gebed gaan vaak hand in hand:
“ . . . Hanna [‘lieflijke, genadige’], de profetes, dochter van Phanuel [‘het gelaat van God’], uit de stam Aser [’gezegend, gelukkig’] was weduwe, ongeveer vier-en-tachtig jaar oud en zij diende God onafgebroken in de Tempel, met vasten en bidden, nacht en dag .
. . .   de Farizeeën en hun schriftgeleerden zeiden tot Christus: “De discipelen van Johannes vasten dikwijls en doen hun gebeden, en zo ook die der Farizeeën, maar die van U eten en drinkenLuc.2: 37;5: 33.

                       Maar al te vaak, ook in onze tijd, wordt de nadruk bij het vasten gelegd op een onthouding van voedsel.
                       Maar het doel van het vasten is om onze ogen af te wenden van de zaken van deze wereld en ons in plaats daarvan op God te concentreren.
Vasten is en blijft een gedrag om aan God en onszelf te laten zien dat we onze relatie met Hem serieus nemen.
Hoewel vasten in de Schrift bijna altijd betrekking heeft op het vasten van voedsel, zijn er ook andere manieren waarop we kunnen vasten.
Alles wat je tijdelijk kunt opgeven om je beter op God te kunnen concentreren kan als vasten worden beschouwd:
    Wat nu de punten betreft, waarover gij mij geschreven hebt, het is goed voor een mens niet 
aan een vrouw verbonden te zijn, maar met het oog op de gevallen van ontucht dient ieder zijn eigen vrouw te hebben en iedere vrouw haar eigen man. De man dient jegens de vrouw zijn [echtelijke] verplichtingen na te komen en evenzo de vrouw jegens haar man.
De vrouw heeft niet zelf over haar lichaam te beschikken, doch haar man; en eveneens [dus wederzijds] heeft de man niet zelf over zijn lichaam te beschikken, doch zijn vrouw.
Onthoudt dat elkander niet, tenzij met onderling goedvinden [en] voor een bepaalde tijd, om u te wijden aan het gebed, maar om daarna weer samen te komen, opdat niet de satan u zal trachten te verzoeken wegens uw gemis aan zelfbeheersing1Cor.7: 1-5.

Vasten dient dus tot een vooraf vastgestelde periode beperkt te worden, vooral als het om het vasten van voedsel gaat. Langere periodes waarin niet gegeten wordt zijn schadelijk voor het lichaam. Vasten is niet bedoeld om ons lichaam te straffen, maar om ons op God te kunnen concentreren.
Vasten dient ook ‘niet‘ als een “dieetmethode” te worden gezien.  We dienen niet te vasten om gewicht te verliezen, maar om een diepere gemeenschap met God te bereiken.
Jazeker: iedereen kan vasten. Sommige mensen kunnen weliswaar ‘niet’ van voedsel vasten [zieken en diabetici, bijvoorbeeld], maar iedereen kan wel het een of ander tijdelijk opgeven om zich beter op God te kunnen concentreren.
Zelfs een tijdlang geen voetbal, telefoon [what’s app] of televisie vroegtijdig uitzetten kan een effectieve manier van vasten zijn.
De enige Bijbelse reden om te vasten is om op je levensweg dichter bij God te zijn.
Door onze ogen van de zaken van deze wereld af te keren, kunnen we ons beter op Christus concentreren.
Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonenMatth.6: 16-18.
Christelijk vasten is veel méér dàn het onthouden van voedsel of andere zaken voor het lichaam; het is een opofferende leefstijl voor God.
In het oude verbond leren we bij Isaiah wat “echt vasten” is:
      Roep luidkeels, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin en maak mijn volk zijn overtreding bekend en het huis van Jaäcob zijn zonden. Wel zoeken zij Mij dag aan dag en hebben zij een welgevallen aan de kennis mijner wegen, als een volk dat gerechtigheid doet en het recht van zijn God niet veronachtzaamt.
Zij vragen Mij rechtvaardige verordeningen, zij hebben er een welgevallen aan tot God te naderen.
Waarom vasten wij, als Gij er toch niet op let: verootmoedigen wij ons, als Gij er toch geen acht op slaat?
Zie, op uw vastendag doet gij zaken en drijft gij al uw arbeiders aan. Zie, tot twist en tot strijd vast gij en om te slaan met snode vuist; gij vast heden niet om uw stem in den hoge te doen horen.
Zou dit het vasten zijn, dat Ik verkies, een dag, waarop de mens zichzelf verootmoedigt: dat hij zijn hoofd laat hangen als een oeverplant met lange stengel en zich rouwgewaad en as tot een leger spreidt? Noemt gij dat een vasten, dat een dag die de Heer welgevallig is?
Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien der goddeloosheid los te maken, de banden van het juk te ontbinden, verdrukten vrij te laten en elk juk te verbreken?
Is het niet, dat gij voor de hongerige uw brood breekt en arme zwervelingen in uw huis brengt, ja, als gij een naakte ziet, dat gij hem bekleedt en u niet onttrekt aan uw eigen vlees en bloed?
Dàn zal uw licht doorbreken als de dageraad en uw wond zich spoedig sluiten uw heil zal voor u uit gaan, de heerlijkheid des Heren zal uw achterhoede zijn.
Als gij dàn roept, zal de Heer antwoorden; als jullie om hulp roepen, zal Hij zeggen: ‘Hier ben Ik’.
Wanneer jullie uit uw midden het juk wegdoet, het wijzen met de vinger en het spreken van boosheid nalaat, wanneer gij de hongerige schenkt wat gij zelf begeert en de verdrukten verzadigt, dan zal in de duisternis uw licht opgaan en uw donkerheid zal zijn als de middag.
En de Heer zal u voortdurend leiden, u in dorre streken verzadigen en uw gebeente krachtig maken; dan zult gij zijn als een besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleurstelt.
En de uwen zullen de overoude puinhopen herbouwen, de grondvesten van vorige geslachten zult gij herstellen, en men zal u noemen: Hersteller van bressen, Herbouwer van straten.
Indien jullie niet over de sabbat heenlopen door uw zaken te doen op Mijn Heilige Dag, maar de sabbat een verlustiging noemt, de Heilige Dag des Heren van gewicht en die eert door noch uw gewone bezigheden te doen, noch uw zaken te behartigen, of ijdele taal uit te slaan,
Dan zullen jullie je verlustigen in de Heer en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw [voor]vader Jaäcob, want de mond des Heren heeft het gesprokenIsaiah 58: 1-14.
Het is niet zomaar een eenmalige handeling die uit nederigheid en zelfontkenning voor God wordt uitgevoerd, maar het is een leefstijl waarin anderen worden gediend.
Isaiah vertelt ons dat vasten bescheidenheid bevordert, de boosaardige boeien opent, de banden van het juk losmaakt, de onderdrukten hun vrijheid geeft, de hongerigen voedt, voor de armen zorgt en naakte mensen kleding geeft.
Dit concept van het vasten is dus niet iets dat maar één dag duurt: het is een leefstijl waarin je God en anderen dient.
Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen ‘allemaal‘ – Gods oordeel.
God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Christus werd begraven en Hij stond op uit de dood.
Wanneer jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en
alleen onze Heer en Verlosser als je Redder aanvaardt door te zeggen:
Eén is Heer, één is Heilig, Jezus Christus tot Heerlijkheid van God de Vader”,
dan zul je van het oordeel worden gered en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen. 

Troparion     tn.6
    Ik denk aan die vreeswekkende dag en ween over mijn slechte daden.
Hoe zal ik verantwoording afleggen voor de onsterfelijke Koning?
Hoe zal ik, ongelukkige, de Rechter durven aan schouwen?
Barmhartige Vader, een geboren Zoon en Heilige Geest,
ontferm U over mij
”.

Kondakion     tn.1
Wanneer U, o God, met Heerlijkheid op aarde weerkomt,
het heelal siddert en een rivier van vuur voor Uw rechtersel stroomt,
wanneer de boeken geopend worden:
red mij dan uit het onblusbare vuur,
en maak mij waardig om te staan aan Uw rechterhand,
U, Die de rechtvaardigste Rechter bent
”.