2e Zondag van de grote en heilige vasten – Zondag van de H. Gregorius Palamas

Genezing van de Verlamde

    En toen Hij weder te Kapharnaüm gekomen was, hoorde men na enige dagen, dat Hij thuis was. En velen kwamen bijeen, zodat zelfs de ruimte bij de deur hen niet meer kon bevatten, en Hij sprak het Woord tot hen.
       En zij kwamen en brachten een verlamde tot Hem, die door vier mannen gedragen werd.
En daar zij deze niet tot Hem konden brengen vanwege de menigte [mensenmassa], namen zij de dakbedekking weg boven de plaats, waar Hij was, en
na het dak opengebroken te hebben, lieten zij de matras neer, waarop de verlamde lag.
       En daar Jezus hun Geloof zag, zei Hij tot de verlamde:
  Kind, uw zonden worden vergeven’.
Nu waren daar enige van de schriftgeleerden gezeten en zij overlegden in hun harten: Wat spreekt deze aldus? Hij lastert God. Wie kan zonden vergeven dan God alleen?
       En Jezus doorzag terstond in Zijn geest, dat zij aldus in zichzelf overlegden, en Hij zei tot hen:
‘ Waarom overlegt gij deze dingen in uw harten? Wat is gemakkelijker, tot de verlamde te zeggen:
Uw zonden worden vergeven, of te zeggen: Sta op en neem uw matras op en wandel?’.
Maar, opdat jullie mogen weten, dat de Zoon des mensen Macht heeft op aarde zonden te vergeven zei Hij tot de verlamde:
‘ Tot u zeg Ik, sta op, neem uw matras op en ga naar uw huis.
En hij [de verlamde] stond op, nam terstond zijn matras op en ging voor aller oog naar buiten, zodat zij allen ontzet waren en God verheerlijkten, zeggende:
‘Zo iets hebben wij nog nooit gezien!
’“ Marc.2: 1-12.

zegening door het groot en heilig Kruis

    En: U, Heer, hebt in den beginne de aarde gegrondvest, en de Hemelen zijn het werk van Uw handen; die zullen vergaan, maar Gij blijft; en zij zullen alle als een kleed verslijten, en als een mantel zult Gij ze oprollen, als een kleed zullen zij ook verwisseld worden; maar Gij zijt dezelfde en uw jaren zullen niet ophouden.
       En tot wie der engelen heeft Hij ooit gezegd:
Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten? Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die het heil zullen beërven?’.
Daarom dienen wij te meer aandacht te moeten schenken aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven.
       Want indien het Woord, door bemiddeling van engelen gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen, hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door de Heer, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverdHebr.1: 10-2: 3.

     Men hoorde na enige dagen [vasten], dat Christus weer thuis was gekomen en de mensen kwamen ‘en mass’ op Hem af. Hij sprak een Woord en vergaf de gelovige Verlamde vergeving van zonden.
En toen de hooggeplaatste gestudeerde mensen zich hieraan ergerden; liet Hij hen als Heerser over Hemel en aarde zien Wie het in dit onder-maanse voor het zeggen heeft.
Juist op deze Zondag wordt benadrukt dat Christus als Zoon van God geopenbaard wordt door Zijn Mysteriën
– Hij is de Messias van Wie de profeet de opdracht kreeg:
    Ga, zeg tot dit volk:
‘ Hoort aldoor, maar verstaat niet, en ziet aldoor, maar merkt niet op.
Maak het hart van dit volk vet, maak zijn oren doof en doe zijn ogen dicht kleven, opdat het met zijn ogen niet zie en met zijn oren niet hore en opdat zijn hart niet versta, zodat het zich niet zal bekeren en genezen zal worden”
En toen vroeg ik: Hoelang, Heer? En de Heer antwoordde:
    Totdat de steden verwoest zijn, zodat er geen inwoner meer is, en de huizen, zodat er geen mens meer in is, en het bouwland verwoest is tot een wildernis en de Heer heeft de mensen ver van Hem verwijderd en het verlaten gebied in het land groot is.
Is daarin [niet] nog een tiende deel, dan zal dit weer verwoest worden. Evenals van een terebint [Hebr.=  אילון, terpentijnboom,die op een eik lijkt, De grijze stengels bevatten veel hars] en een eik na het vellen een stronk overblijft, zo zal zijn stronk een heilig zaad zijnIsaiah 6: 9-13.

Transfiguratie, verheerlijking op de berg Thabor

Doorgaans onderschatten we wat we wel niet in zeer korte tijd [40 dagen] kunnen bereiken en overschatten we wat er nodig is om er nòg iets van te maken. Door eenvoudig ergens structuur in aan te brengen, overzicht te verkrijgen, verwijder je de geestelijke ruis.
Overweeg daarom in deze periode – al is het maar een uurtje per dag – jezelf met Hogere zaken bezig te houden, en bewust te werken aan je toekomstig Leven.
                    Ging het vorige week over de acceptatie van het afbeelden van de iconen, deze zondag gaat het over de directe waarneembaarheid van die werkelijkheid door menselijk ogen, reeds hier op aarde; “ Het stralend Licht van de berg Thabor ” dat nog steeds wil schijnen in onze harten.

De Heilige Drieeënheid

Het Mysterie van de Drie-eenheid

De Goddelijke natuur van onze Heer en verlosser bedekt Zijn menselijke natuur niet, Christus was geheel mens en geheel God en als God was Hij onderworpen aan iedere hongerige beproeving die zowel mannen als vrouwen op hun levensweg ontmoeten.
Hij diende net als wij Zijn eigen discipline over Zijn menselijke natuur te beoefenen teneinde vrij te blijven van zonden. Er werd  Hem geen speciale Genade toegespeeld, omdat Hij de Zoon van God was òf omdat Hij de doop met de Heilige Geest had ondergaan. Onze Heer en Verlosser trad de beproevingen met dezelfde middelen tegemoet die beschikbaar zijn voor elke gewone man of vrouw, die de Wil van de Vader, van God, tracht te volbrengen.
Wat waren die bronnen waaruit Hij putte?
In overeenstemming met het synoptische weergaven overwoog onze Meester telkens weer opnieuw de disciplines van het Gebed, de Heilige Schrift en de Gehoorzaamheid aan Zijn Vader.
Het is immers de Vader, Die Hem in Zijn Wijsheid als – ‘geheel mens en geheel God’ – geboren deed worden.

Christus, Zoon van God, het Licht der mensheid

Het bewijs hiervoor is dat Hij Zich tijdens Zijn leven voor en na iedere gebeurtenis acte gaf van de Zelfbeheersing waarover Hij beschikte, Die Hij toch tijdens Zijn menselijk bestaan hier op aarde zal hebben ontwikkeld.
Hij groeide dankbaar op in een heel bijzonder gezin en ook de aankondiging van Zijn Geboorte, welke wij morgen gaan vieren, spreekt boekdelen;
    De woning der rechtvaardigen zegent de Vader, de nederigen geeft Hij GenadeSpreuken 3: 33,34.
Wat dit aangaat was het gezin waaruit Hij voortkwam, zoals de engel Gabriël het formuleerde:
Vol van Genade” en was Zijn Moeder “de gezegendste onder alle vrouwen, die ooit hebben geleefd”.
Salomon gaat in al zijn menselijke wijsheid nog verder in de lofprijzing van het ideale gezin:
    Hoort, zonen, de tucht van een vader, en weest opmerkzaam, om inzicht te verkrijgen, want ik geef u goede leer; verlaat mijn onderwijzing niet.
       Want toen ik nog als zoon bij mijn vader was, teder en een enig kind voor het aangezicht van mijn moeder, onderwees mijn vader mij en zei tot mij:
    Laat uw hart mijn woorden vasthouden onderhoud mijn geboden, opdat gij moogt leven.
Verwerf wijsheid, verwerf inzicht, vergeet niet en wijk niet af van de woorden van mijn mond.
Verlaat haar niet, dan zal zij u bewaren, heb haar lief, dan zal zij u behoeden.
Het begin der Wijsheid is: verwerf wijsheid en verwerf inzicht bij al wat gij bezit.
Houd haar hoog, dan zal zij u verheffen, zij zal u tot eer brengen, wanneer gij haar zult omhelzen.
Zij zal een liefelijke krans om uw hoofd leggen, een sierlijke [doornen-] kroon zal zij u schenken’
Spreuken 4: 1-9.
Er wordt vaak gezegd er bestaat geen school voor het ouderschap; maar u ziet wij Gelovigen, Christenen, Joden en Mohammedanen hebben de ideale omstandigheden op een presenteerblaadje voorgeschoteld gekregen. 

Deze ervaring laat zien dat ook Christus’ hulpmiddelen van zelfbeheersing zich in de tijd van Zijn leven ontwikkelden.
– Niemand kon dagenlang vasten in de woestijn die er nog nooit eerder had gespeeld;
– geen timmerman kon de Schrift aan de duivel citeren, tenzij ze nauwkeurig en spontaan bekend waren;
– geen krachtige menselijke Geest, dan de Zijne kon Zich volledig aan God, de Vader onderwerpen.
En het Mysterie gaat voort dat deze drie, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest in één liefdesband onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn in de Heilige Drieëenheid, waar de Vader is, daar is de Zoon en daar is de Heilige Geest, wat een schoonheid, wat een Licht, wat een groot Mysterie.
En daarom zingen we in ieder Goddelijke Liturgie: één is Heilig, één is Heer, Jezus Christus, tot Heerlijkheid van God, de Vader.

De Goddelijke Glorie, de Goddelijke Genadegave, het Goddelijk Licht.
De Gedachtenis aan de Heilige Gregorius Palamas stelt ons vandaag de Goddelijke Genadegave voor ogen, de  Goddelijke Glorie en het Goddelijk Licht.
H. Gregorius Palamas die leefde van 1296-1359, was na een doorlopen scholing van een intensief leven van gebed en strenge ascese van het monnikenleven, uiteindelijk bisschop van Thessaloniki gewijd, geheel op de wijze waarop dit in de vroeg-christelijke periode gebruik was.
Deze oorspronkelijke Hiërarch was als Johannes de Theoloog en wordt in de Orthodoxe Gemeenschappen als Hiërarch vereerd met vele superlatieven:
    bazuin der Theologie; de vuur-ademende moeder der Genade; het eerbiedwaardig vat van de Geest; de onwankelbare zuil van de Kerk; de grote vreugde van geheel de wereld; de rivier van Wijsheid; de lamp van het Licht; de heldere ster, die heel de Schepping verlicht”.
Naast het feit dat hij als sieraad van de monniken van de berg Athos wordt beschouwd, was hij als leraar van de Kerk ingewijd in het Mysterie van die Heilige Drieëenheid, prediker van het Goddelijk Licht.
Hij was als goede herder en leerling van Christus – de grootste onder de toezichthouders van Zijn kudde en heeft zijn leven ingezet voor Zijn Schaap’s-stal.
Hoe deze grote voorman met z’n kudde omging mag blijken uit zijn preek over de acht Evangelie-lezingen op Paasmorgen:
          De duisternis heerste buiten, het was nog geen dag, maar in deze graftombe was het vol met het Licht van de Verrijzenis. Maria had dit licht gezien door de genade van God: haar liefde voor Christus werd verlevendigd en ze kreeg het vermogen om engelen te zien…
Ze zeiden toen tegen haar:Vrouw waarom huil je? U ziet de hemel in deze graftombe of liever een hemelse tempel in plaats van een gegraven graf welke een gevangenis is… Waarom huilt u dan?’”… 

      Buiten was de dag nog weifelachtig, en de Heer maakt Zich door ‘Zijn Goddelijke Uit-Straling’ niet kenbaar, waardoor Hij [onmiddellijk] herkend zou worden aan het lijdende hart.
Daarom herkent Maria Hem niet…
Toen Hij sprak en Zich liet kennen…,
zelfs toen, ook al zag ze Hem levend, had ze geen idee van
Zijn Goddelijke Grootheid maar richtte zich tot Hem als
tot een eenvoudig mens van God …
In het enthousiasme van haar hart, wil ze zich vervolgens op de knieën werpen, en Zijn voeten aanraken.
Maar Hij zei tegen haar: “Raak Me niet aan…, want dit lichaam dat Ik nu heb is lichter en beweeglijker dan het vuur; het kan naar de Hemelen opstijgen en zelfs tot bij de Vader komen in de hoogste Hemel. Ik ben nog niet naar Mijn Vader opgestegen, omdat Ik me nog niet heb getoond aan Mijn leerlingen. Ga naar hen; het zijn Mijn broeders en zusters, want wij zijn allen kinderen van God, door het Geloof in Christus Jezus . . . conf. Gal.3: 26

Antiocheens Orthodox in Amersfoort

      De Kerk waarin we ons bevinden is het symbool van die graftombe.
Zij is zelfs méér dàn een Symbool: zij is, om het zo te zeggen, een ànder Heilig Graf.
Dáár bevindt zich de plaats waar men het Lichaam van de Meester neerlegt…;
dáár bevindt zich het heilig altaar.
Degene die dus met geheel zijn/haar hart naar het Goddelijk graf begeeft/snelt,
het waarachtige Verblijf van God…,
zal op de wijze van de engelen, leren van de woorden uit de geïnspireerde boeken,
over de Goddelijkheid en de menselijkheid van het vleesgeworden Woord van God.
Hij/zij zal zó zònder enige vergissing ‘de Heer Zelf ‘ zien…
Want degene die met Geloof naar de Mystieke tafel en naar het levensbrood erop kijkt, zal er in werkelijkheid het Woord van God zien dat voor ons vlees geworden is en onder ons is komen wonen conf. John.1: 14.
En hij/zij zal waardig zijn om Hem te ontvangen,
niet alleen ziet hij/zij Hem, maar hij/zij neemt ook deel aan Zijn wezen;
hij/zij ontvangt Hem in zichzelf opdat Hij er verblijven zal.

Broeder, zuster, wat ik het liefste zie is dat jij God, onze Heer Jezus Christus, vindt en liefhebt en ik beloof je dat je je daarbij ‘zalig‘ zult voelen, als bij de Heer, Die zojuist thuis is gekomen en waar de mensen in mijn ogen ‘en mass‘ op af dienen te komen.
Zònder God heeft ons leven immers geen zin, de mens wordt geroepen om zichzelf te verheffen, waarbij we ons tot God wenden.
God wordt geopenbaard in de Blijde Boodschap.
Het is de Heilige Drieëenheid, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, Die samenhangend en onafscheidelijk zijn. Het doel van ons leven is om ons te verenigen met God.
Laten we ons met God vereenzelvigen, natuurlijk niet met Zijn essentie, wat onmogelijk is, maar met Zijn ongeschapen energie, zoals de heiligen van onze Kerk het formuleren. 

Maar zo lang ons hart vol is van onreine verleidingen, kunnen we ons niet verenigen met God, want het is onmogelijk voor de reine God om zich te verenigen met onreinheid.
Zie er daarom op toe mijn vriend[in], dat we een strijd aangaan tegen onze onreine en zondige passies. Dit overstijgt dan de haat en afgunst in de wereld, het gaat voorbij aan alle haat en kwaad. Het overstijgt de vleselijke passies en dit wordt beoefend door het mijden van rauw vlees en seks.
Wie Mij liefheeft” zegt onze Heer, teneinde ons te verlossen,
zal Mijn Geboden onderhouden.
En dit is Mijn bevel om elkaar lief te hebben

John.14: 23, 15: 12.
Liefhebben is iets anders dan toegeven aan wellustigheid.
Heb jij je naasten niet lief, dan houd jij je niet aan Mijn geboden, dan
negeer je Mijn Gebod en hou je niet van Mij.
Omdat God van nature goed en tevens genadeloos kan zijn, houdt Hij van Zijn schepselen, de deugdzame zal Hem verheerlijken en in z’n eigen voordeel God als de zijne beschouwen.
De liefde tot God overtuigt iedere gelovige om tijdelijk plezier te mijden en elke aanzet tot verdriet te verachten. Laat u derhalve door de heiligen overtuigen dat je slechts in Christus de waarachtige vreugde zult bezitten.

Het Goddelijk Licht
Eind november 1831 had Motovolov een ontmoeting met de Heilige Seraphim van Sarov.
Na het gesprek met deze grote Russische Heilige heeft deze Motovolov het gesprek op papier gezet, hetgeen tussen andere stukken bewaard is gebleven en geeft een schat aan informatie over het Goddelijk Licht.
Dit weergave van dit gesprek is een echte schat vanuit de orthodoxe literatuur, die voortkwam uit het verlangen van Nicholas Motovilov om het doel van het christelijke leven te begrijpen.
De H. Seraphim van Sarov wist dat Motovilov al vanaf zijn jeugd op zoek was naar een antwoord op het Goddelijke Licht
Deze Heilige Vader heeft hem gezegd dat het doel van het christelijk leven het verwerven van de Heilige Geest is:
We dienen de Heilige Geest in onze harten te laten binnenkomen. Alle goede dingen die we in Christus’ Naam doen, zijn ons door de Heilige Geest gegeven, en we kunnen ze vooral doen door gebed, dat altijd voorhanden is“.
Motovilov vroeg waar we kunnen weten of we de Heilige Geest hebben verkregen of niet: “Vader, hoe kan ik de genade van de Heilige Geest zien? Hoe kan ik zien of ze in me zit of niet? ” De heilige Seraphim sprak over hoe mensen de Heilige Geest verkrijgen en hoe we de geest van God in ons herkennen, maar Motovilov begreep het niet.
Toen haalde de vader zijn schouders op en zei: ” We zijn beiden nu in de Heilige Geest, mijn zoon. Waarom kijk je niet naar mij?
Op dat moment voelde Motovilov zijn ogen open gaan en zag hij het gezicht van de oude man schijnen als de zon. Zijn ziel was vervuld van vrede en rust, vreugde en blijdschap, werd zijn lichaamswarmte gekruist, en om hen heen ontstond een geur, zeer aangenaam.
Motovilov bang voor deze ongewone bovennatuurlijke verandering, maar vooral voor de heilige glans, zei: “Ik kan niet kijken, Vader, want je ogen knipperen als de bliksem en je gezicht schijnt als de zon
De heilige Seraphim antwoordde: “Wees niet bevreesd, vriend van God, nu bent u net zo helder als ik. Het betekent dat je in het licht van de goddelijke geest bent, anders zou je me niet kunnen zien zoals ik ben. Laten we de Heer danken voor zijn genade tegenover ons!
Toen begreep hij Motovilov met de geest en het hart wat Transfiguratie betekent door de neerdaling van de Heilige Geest op de mens. De heilige Serafijn verzekerde hem dat de Heer hem zou toestaan om de herinnering aan deze ervaring heel zijn leven te bewaren.
H. Seraphim zei daarop: “Het verwerven van de Heilige Geest is het ware doel van het christelijk leven, terwijl het gebed, vasten, aalmoezen en andere goede daden omwille van Christus slechts zijn middelen om de Heilige Geest te  verwerven“.
Menselijke inspanning doet de Genade van de Heilige Geest toenemen en in het belang van Christus beoefenen wij allerlei andere deugden. 
Bijvoorbeeld, zoals gebed en waakzaamheid jou meer Genade van God doet toekomen,
bid en let hier op; wanneer jouw vasten je veel van de geest van God geeft, vast, zoveel en zover je maar kunt opbrengen; en wanneer jouw genade wordt toegespeeld, onthoud dat dan en hou het vast in je binnenkamer. Onderken en waardeer op deze wijze elke deugd uit liefde voor Christus“.

Apolytikion
tn.4. ”   Toortsdrager van de Orthodoxie, Steun en Leraar van de Kerk,
Sieraad van de monniken, Strijder van de Theologen,
Roem van Thessaloniki, Prediker van de Genadegaven,
wonderdoende Gregorios,
bid onophoudelijk dat onze zielen worden gered“.

Kondakion
tn.8. ”   Heilig door God bezield instrument der Wijsheid,
stralende luidklinkende bazuin van de Theologie,
zo bezingen wij U, uit God sprekende Gregorios,
wiens geest zich gevestigd heeft in de eerste Geest.
Leid ook onze geest tot Hem, o Vader,
opdat wij mogen roepen:
Verheug u, Prediker der Genadegaven“.

Maandag ná de Zondag van de Orthodoxie – de dag der Waarheid, Die verkondigd wordt.

Vier engelen met de vier winden, Bamberg Apocalypse

    En de Heer, onze God, maakte voor de mens en voor zijn vrouw kleren van vellen en bekleedde hen daarmee.
       En de Heer, onze God, zei:
      Zie, de mens is geworden als een van Ons een door de kennis van goed en kwaad; 
nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven.
       Toen zond de Heer, onze God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.
       De mens nu had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn; en zij zei:
       Ik heb met de hulp des Heren een man verkregen.
Voorts baarde zij zijn broeder Abel; en Abel werd schaapherder, Kaïn landbouwer.
Na verloop van tijd nu bracht Kaïn van de vruchten der aarde aan de Heer een offer; ook Abel bracht er een van de eerstelingen van zijn schapen, van hun vet; en
de Heer sloeg acht op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht.
Toen werd Kaïn zeer toornig en zijn gelaat betrok.
En de Heer zei tot Kaïn:
Waarom zijt gij toornig en waarom is uw gelaat betrokken? Moogt gij het niet opheffen, indien gij goed handelt? Doch indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen
Gen.3: 21-4: 7.

Het al-oude verhaal van de zgn. broederschap van de mens wordt nog iedere dag herhaald; je behoeft enkel maar om je heen te kijken – het entertainment met haar maskerade is zelfs in de Kerk doorgedrongen. Uit beleefdheid kunnen de leiders niet anders dan elkaar vriendelijk bejegenen; het liefst omringt met gelijkvormige wereldse leiders. Het spel wordt gespeeld, maar de werkelijkheid is anders, zij gunnen elkaar ‘het Licht’, de goddelijke uitstraling niet in de ogen.
Zij doen voorkomen of zij de kennis en de macht in handen hebben, de werkelijkheid is geheel anders.
Ook vandaag zien we het grote spel weergegeven worden net zoals de H. Ambrosius zijn “De Nabuthae” begint, een werk dat zijn naam ontleent aan deze ongelukkige man die in staat was om de machtigen die toen op de troon waren tegen te spreken.

Abel is killed by his brother Cain

      Er was eens een man genaamd Nabot [Hebr.= ‘vruchten’]. De Jizreeliet Nabot had een wijngaard, te Jizreel [Hebr.=‘God zaait’] gelegen naast het paleis van Achab [Hebr.= ‘broeder van de vader’], de koning van Samaria [Hebr.=‘voogdijschap’].
Achab had zich in Samaria een ‘ivoren paleis‘ gebouwd.
Daarop ontstond er een “conspiracy”, een samenzwering, zoals we heden ten dage nog steeds kennen, die Achab, de koning van Samaria, in verzoeking bracht, verleidde.
Om deze grond, die wijngaard [wie kent de wijngaard des Heren niet?] te verkrijgen,  doet de koning Nabot verschillende voorstellen, maar Nabot verwerpt ze allemaal en zegt:
Dat de Heer, onze God, het mij moge verbieden, u [zgn. koning en alleenheerser] de erfenis van mijn vaderen te geven’ en ‘hij keerde zijn gezicht om en wilde niets eten’ [hij hield dus samen met zijn belager – maaltijd en keerde zich af].
De koning is echter verwond in zijn trots en het ontgaat zijn vrouw, Izebel, niet, hoe boos haar echtgenoot wel niet is. Izebel was overigens de dochter van koning Itho-Baäl de 1e van Tyrus.

Nabot wordt gestenigd, om de wijngaard – Weltchronik Fulda, detail

            Zij belooft hem vervolgens: ‘Ik zal jou, via mij, -de wijngaard van Nabot- doen toekomen‘.  Zij beveelt vervolgens om twee valse getuigen, vijanden van Nabot, te vinden, zodat ze hem in het openbaar stelt – God te hebben beschuldigd en God, zowel als de koning te hebben vervloekt -.
Zo gezegd, zo gedaan. Nabot wordt gestenigd en Achab komt in bezit van de wijnstok 1Kon.21.
Aldus het waar gebeurde verhaal van een geschiedenis uit 869-850 voor Christus.
We zien hetzelfde gebeuren in het Sanredrin [Hebr.
סַנְהֶדְרִין = ‘samen zitting houden’], het joodse gerechtshof, dat uit 71 leden bestond, waarbij onze Heer en Verlosser van Godslastering beticht werd. De geestelijke leidslieden van Israël, waarvan de ‘crème de la crème’ van de samenleving  verenigd was hebben er ‘niet altijd‘ blijk van gegeven op een zedelijk hoog peil te staan.
Zo ziet u er is niets nieuws onder de zon, hoogwaardigheidsbekleders bevestigen elkaar in hun rol en dat is op de Zondag van de Orthodoxie echt nooit anders geweest. Om de gespeelde eenheid niet te versluieren wordt dit schouwspel aanstaande zondag voor het Nederlandse publiek in Rotterdam nog eens dunnetjes overgedaan/ alleen in Nederland zònder de koning.
Het is dan niet verwonderlijk dat óók in ons bevriende België stemmen opgaan ‘Kerk en Staat’ eveneens van elkaar te scheiden; het is immers zo dàt iedere mens slechts het woord spreekt uit de hand, die het ‘werelds’ brood geeft.

♨︎♨︎♨︎   Waarachtig Geloof heeft niets te vrezen, aanleren en jezelf verdiepen in het Goddelijke is het essentieel en het begin van een spiritueel leven.
God tracht de mensheid aan Zich te binden, dwingt of bedreigt niemand en heeft de tijd, haast zich derhalve niet. Als een waarachtige Vader wacht Hij ons op, dringt wel aan en wacht ‘met ons‘ op de terugkeer van onze broeder, welke blijkt te zijn afgeweken en vermijdt al het mogelijke om onze toekomst op het spel te zetten.
Goddelijke kerkenwerk wordt daarom -‘in openheid en waarheid’- verricht, niet in achterafzaaltjes, de stemming is onbaatzuchtig, verheft zichzelf niet.
En het rondom staande volk gaat er van uit dat onze toezichthouders en spelleiders degenen zijn die -‘onvoorwaardelijk‘- te vertrouwen zijn.
Waarachtig Geloof heeft niets om bang voor te zijn, behoeft zich dus in het geheel niet te omringen met hoogwaardigheidsbekleders, zich door een koor van militairen te omringen; het is immers de Heer, Die onze Herder is, de Énige Die ons redt in geval van nood.
Orthodoxie is ons persoonlijk eigendom, maakt hier op aarde reeds deel uit van ònze schat, òns erfdeel, welke wij als een grote Bruidsschat koesteren.
Alleen daarom verkondigen wij, door ons persoonlijk functioneren ons Geloof aan onze omgeving. Daar behoeven wij geen bevestiging vanuit de overheid, want wij weten ons omringt door talloze getuigen, die reeds vóór òns ‘de wereld‘  hebben afgewezen.
Dìt is hetgeen ons bescherming biedt en ons vertrouwen op de Heer doet groeien in de zekerheid dat wij vanuit den Hoge beschermd zullen worden.
Willen wij onze werken werkelijk tot bloei laten komen, dan dienen wij in alle nederigheid ons vertrouwen te stellen op de Heer, en niet op hoogstaande op
– zichzelf en hun kapitaal – gerichte mensen.
Deze afgeronde eenheid in de Christelijke Leer dient in alle nederigheid in te zien wat onze dagelijkse inzet inhoudt en dient absoluut niet door/met pracht en praal aan de wereld getoond te worden. Deze manier van doen dient het uitgangspunt te zijn van onze spelleiders, maar tevens van de toezichthouders, opdat wij als eenvoudige gelovigen in staat worden gesteld ons allemaal te realiseren dat wij tot ‘dezelfde Kerk‘ behoren en aan hetzelfde doel werken. Deze manier van werken is immers het stempel van onze identiteit.
Ons werk is gericht op de verworpenen der aarde, aan allen, die belast en beladen zijn, die gebukt gaan onder de overweldigende heerschappij van een wereld waarin iedereen slechts aan zichzelf denkt.
In de minre broeders ontmoeten we immers Christus, dat wil zeggen in de voedselbank, de kledingbeurs en wat voor voorzieningen wij al niet voor de minderbedeelden opzetten. Jezelf omringen met de ‘crème de la crème’ van de samenleving stoot degenen, die Christus tot Zich roept slechts af.
Orthodoxe Christenen ervaren de “Gekruisigde” in het dagelijks leven om zich heen en bevestigen hun doen en laten niet door wereldse buitensporigheden.
Wij, Orthodoxen, zijn werkelijk in gevaar indien wij ons niet opnieuw keren tot onze Heer en Zaligmaker als de Énige ‘Heer en Meester’ van ons leven.
“Onze Verlosser is – de Heer – en ‘Heer der heerscharen‘ is Zijn Naam – de heilige van Israël en ‘geheel‘ Zijn Kerk” conf. Isaiah 47: 4.

Ter bevestiging van de ware weergave van de historie rond de wijngaard van Nabot wordt momenteel in het Louvre een grote plaat van basalt bewaard, waarvan drie stukken zijn teruggevonden met de tekst:
    Wat Omri [de voorganger van Achab] betreft, koning van Israël, hij vernederde Moab vele jaren. En zijn zoon [Achab] volgde hem op en ook hij zei: ‘ik zal Moab vernederen’. Zo sprak hij in mijn tijd, maar ik overwon hem en zijn huis, terwijl Israël onderging voor immer“.
  Onze Heer en Zaligmaker heeft willen bekendmaken, hoe rijk de Heerlijkheid van Zijn Geheimenis is onder de heidenen: ‘ Christus onder u, de hoop der Heerlijkheid’.
Slechts Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens
[ongeacht rang of stand] terechtwijzen en wij onderrichten iedere mens in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn” conf. Col.1: 27,28.
    Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, Die ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; door Deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw Geloof de deugd, door de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, door de godsvrucht de liefde tot de [mede-]broeders [in Christus] en door de broederliefde de liefde jegens allen” [de gehele mensheid] 2Petr.1: 5-8.

Desiderius Erasmus Roterodamus, Hans Holbein de Jonge

En in dàt geval blijft er niets anders over en zeggen we volmondig met Desiderius Erasmus [een Rotterdam’s spelleider [1478-1536], Augustijner kanunnik, theoloog, filosoof, schrijver en humanist:
” Ik verdraag derhalve deze Kerk, totdat ik een betere zal zien, en
zij is wel genoodzaakt, mij te verdragen,
totdat ‘
ikzelf’ beter zal worden”.
Ook deze Desiderius ‘Goudæ conceptus, Roterodami natus’ [Lat: ‘in Gouda verwekt; in Rotterdam geboren’] was een oprecht en waarachtig navolger van Christus;  zijn houding en gedachtegoed weerspiegelt de door God gegeven vrijheid van mensen en hun daarop volgende vrede, de Heer is immers met de werkelijk nederige navolgers verbonden.
Erasmus schreef zijn ‘Lof der zotheid’, een uitgave die door uit te gaan van een zot als spreker in deze declamatio de spot kon drijven met de misplaatste ernst waarmee alle mensen, ongeacht beroep, stand, of positie, hun eigen belangen najagen, en de groteske kortzichtigheid waarmee zij klaar stonden met hun oordeel over elkaar.
Hij werd benoemd tot raadsheer van keizer Karel V en vestigde hij zich in de Nederlanden [1516-1521] waar hij in Antwerpen, Brugge, Leuven en Mechelen verbleef.
In 1521 woonde hij enige tijd in Anderlecht en in 1535 vetrok hij naar Bazel in Zwitserland.
Daar overleed hij op 12 juli 1536, zijn graf ligt in de Münster van Bazel.
Zijn laatste woorden waren volgens de overlevering: “Lieve God“;
Uit deze laatste zucht blijkt een enorme liefdesverklaring, maar het blijft tot op de dag van vandaag lastig om te zeggen, want er is op dit moment weinig in Zijn Lichaam, de Kerk om ècht verliefd op te worden.
Maar juist dàt verwijst ons terug naar de liefde, een Liefde, Die weet dat wàt er ook gebeurt, wij niet kunnen en mogen ophouden een onderling innig verbonden [Orthodoxe] Kerk te zijn.
    Te dien dage zal wàt de Heer doet – uitspruiten tot sieraad en Heerlijkheid zijn en de vrucht van het land tot glorie en luister voor de ontkomenen van Israël [de Kerk].
En het zal geschieden, dat wie overgebleven is in Sion, overgelaten in Jeruzalem, heilig zal heten; ieder die in Jeruzalem ten leven is opgeschreven, wanneer de Heer het vuil van de dochters van Sion zal hebben afgewassen en de bloedvlekken van Jeruzalem daaruit zal hebben weggespoeld door de Geest van gericht en van uitdelging.
[Eerst] Dàn zal de Heer over het gehele gebied van de berg Sion en over de samenkomsten die daar gehouden worden, des daags een wolk scheppen en ’s-nachts een schijnsel van vlammend vuur, want over al wat heerlijk is, zal een beschutting zijn.
En er zal een hut zijn tot een schaduw overdag tegen de hitte en tot een schuilplaats en een toevlucht tegen stortbui en regen.
. . . . . Ik wil van mijn Geliefde zingen, het lied van mijn Beminde over Zijn wijngaard. Mijn Geliefde had een wijngaard op een vruchtbare heuvel; Hij spitte hem om, zuiverde hem van stenen, beplantte hem met ‘edele wijnstokken’, bouwde daarin een toren en hieuw ook een perskuip daarin uit. En Hij verwachtte, dat de wijngaard goede druiven zou voortbrengen, maar deze bracht wilde druiven voort.
. . . . . Nu dan, inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda, spreekt toch recht tussen Mij en Mijn wijngaard. Wat was er nog aan Mijn wijngaard te doen, dat Ik er niet aan gedaan heb? Waarom verwachtte Ik, dat deze goede druiven zou voortbrengen, en bracht hij wilde druiven voort?
. . . . . Nu dan, Ik wil u doen weten, wat Ik met Mijn wijngaard ga doen: zijn doornhaag wegnemen, opdat hij verwoest zal worden; zijn muur doorbreken, opdat hij vertrapt zal worden; Ik zal hem tot een wildernis maken, hij zal gesnoeid noch behakt worden, zodat er dorens en distels opschieten; en Ik zal de wolken gebieden, dat zij op hem geen regen doen vallen.
. . . . .Welnu, de wijngaard van de Heer der heerscharen is het huis van Israël [Zijn Kerk], en de mannen van Juda zijn de planten waarin Hij vreugde heeft; Hij verwachtte goed bestuur, maar zie, het was bloedbestuur; rechtsbetrachting, maar zie, het was rechtsverkrachtingIsaiah 4: 2-5: 7.

En wat moet ik er verder nog aan toevoegen wanneer ik gebruik makend van het boek Spreuken voortga met de lezingen van de Maandag na de Zondag van de Orthodoxie:
    Wanneer Hij met spotters te doen heeft, spot Hij Zelf [God Zelf], maar de nederigen geeft Hij Genade. De wijzen beërven eer, maar de dwazen laden schande op zich.

Getuigen

. . . . . Hoort, zonen [en dochteren], de tucht van een vader, en weest opmerkzaam, om inzicht te verkrijgen, want ik geef u goede leer; verlaat Mijn onderwijzing niet.
Want toen ik nog als zoon bij Mijn Vader was, teder en een enig kind voor het aangezicht van mijn moeder, onderwees Hij mij en zei tot mij:
. . . . . ‘ Laat uw hart Mijn woorden vasthouden onderhoud Mijn geboden, opdat gij moogt leven.
Verwerf wijsheid, verwerf inzicht, vergeet niet en wijk niet af van de woorden van Mijn mond.
Verlaat haar niet, dan zal zij u bewaren, heb haar lief, dan zal zij u behoeden.
– Het begin der wijsheid is: verwerf wijsheid en verwerf inzicht bij al wat gij bezit.
– Houd haar hoog, dan zal zij u verheffen, zij zal u tot eer brengen, wanneer gij haar zult omhelzen.
– Zij zal een liefelijke krans om uw hoofd leggen, een sierlijke kroon zal zij u schenken.
. . . . . Hoor, mijn zoon [dochter], en neem Mijn woorden aan, opdat uw levensjaren talrijk worden.
– Ik onderricht u in de weg der wijsheid, Ik doe u treden op rechte paden.
– Bij uw wandelen zal uw schrede niet belemmerd worden, wanneer gij loopt, zult gij niet struikelen.
– Houd vast aan de tucht, laat haar niet los, bewaar haar, want zij is uw leven.
– Kom niet op het pad der goddelozen, betreed de weg der bozen niet. Mijd die, ga er niet over; wijk ervan af en ga voorbij.Want zij kunnen niet slapen, wanneer zij geen kwaad kunnen doen; hun slaap wordt hun ontnomen, wanneer zij niet iemand kunnen doen struikelen; want zij eten brood der goddeloosheid en drinken wijn van gewelddadigheid.
➥➥➥ Maar het pad der rechtvaardigen is als het glanzende morgenlicht, dat steeds helderder straalt tot de volle dag.
De weg der goddelozen is als duisternis; zij weten niet, waarover zij kunnen struikelen.
. . . . .Mijn zoon [dochter], sla acht op Mijn woorden, neig uw oor tot Mijn uitspraken;
Laat ze niet wijken uit uw ogen, bewaar ze diep in uw hart.
Want zij zijn leven voor wie ze vinden,
genezing voor hun ganse lichaam
Spreuken 3: 34-4: 22.

Het is al zo vaak gezegd: “Horen, wie het horen wil” en
zeg mij nu nimmer meer dat de Blijde Boodschap te moeilijk voor u is en dat u er niets meer van begrijpt.

Zoals de Profeten het hebben gezien,
zoals de Apostelen het hebben geleerd,
zoals de Kerk het heeft ontvangen,
zoals de Vaders het hebben verkondigd,
zoals de wereld eensgezind heeft aanvaard,
zoals door Genade is opgestraald,
de Waarheid, zoals Die bewezen is,
de leugen, zoals die [uiteindelijk] verdreven is,
de Wijsheid, zoals die vrijmoedig gesproken wordt,
zoals Christus het heeft verkondigd:

denken wij,
spreken [en schrijven] wij,
prediken wij Christus,
onze waarachtige God en Zijn Heiligen;
en wij eren hen
in woorden, in geschriften, in gedachten,
in offers, in kerken en in Iconen.

Het is dat wij ‘Christus‘ vereren en ‘Hem‘ eren wij
. . . . . als ‘God‘ en als ‘Meester‘;
en de heiligen eren wij als Zijn ware dienaren,
en hun betuigen wij een betrekkelijke [niet absolute] verering.

Dìt is het Geloof van de Apostelen,
dìt is het Geloof van de Vaders,
dìt is het Geloof van de [eenvoudige] Orthodoxen,
dìt is het Geloof waardoor de wereld wordt ondersteund.
Verder willen wij de Predikers der goede verering
met broederlijke en vaderlijke liefde huldigen
om de eenvoudige vroomheid waarmee zij hebben gestreden,
en daarom zeggen wij:
            koningen, heilige oppertoezichthouders, toezichthouders, spelleiders, leraren, martelaren en belijders: Eeuwige Gedachtenis !!!

1e Zondag van de Vasten – Orthodoxie, ke[r]npunt van het Christelijke Geloof

    Hij leidde hem tot Jezus. Jezus zag hem aan en zei:
Gij zijt Simon, de zoon van Johannes, gij zult heten Kefas, wat vertaald wordt met Petrus.
       De volgende dag wilde Hij naar Galilea vertrekken en Hij vond Filippus.
       En Jezus zei tot hem: Volg Mij.
Filippus nu was uit Betsaida, de stad van Andreas en Petrus.
Filippus vond Natanaël en zei tot hem:
       Wij hebben Hem gevonden, van Wie Mozes in de wet geschreven heeft en de Profeten, Jezus, de zoon van Jozeph, uit Nazareth.
En Natanaël zei tot hem:
       Kan uit Nazareth iets goeds komen?
Filippus zei tot hem:
       Kom en zie.
Jezus zag Natanaël tot Zich komen en zei van hem:
Zie, waarlijk een Israëliet, in wie geen bedrog is!
       Natanaël zei tot Hem:
       Vanwaar kent Gij mij?
Jezus antwoordde en zei tot hem:
Eer Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgenboom.
       Natanaël antwoordde Hem:
Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israel!
Jezus antwoordde en zei tot hem:
Omdat Ik tot u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgenboom, gelooft gij?
Gij zult grotere dingen zien dan deze
John.1: 43-51.

    Door het Geloof heeft Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter, maar hij heeft liever met het Volk God’s kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding.
       En wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuel en de profeten, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, 
de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling  – de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
            Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
            Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeftHebr.11: 24-26, 32- 12:2a.

      laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt”.

Er wordt vandaag de dag veel gesproken en geschreven over onze houding ten opzichte van het geestelijk leven, over het leven door God’s Geest en het verlangen daarnaar of het gebrek daaraan. Bij al ons spreken en schrijven over deze dingen, is het wel van belang om te weten waar het in in dit verlangen nu ten diepste om gaat. Misschien heeft wel niemand beter dan Paulus onder woorden gebracht wat dit verlangen inhoudt: “‘Niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij” Gal.2: 20.

Het verlangen naar het Goddelijke, het streven naar perfectie komt tot uitdrukking waar mensen door de Geest geleid en tot eer van de Vader Jezus Christus centraal stellen in hun leven en in Hem alles zoeken en vinden wat ze nodig hebben.

Wie en wat jij bent in Christus is zó bijzonder dat God daar allerlei nieuwe begrippen en omschrijvingen aan Zijn Volk, Zijn grote publiek, heeft laten zien.
Zo verschijnen begrippen als:
  Hoop, op de plaats, die jij temidden van het Volk bekleed,
  Het Erfdeel, dat ons te wachten staat,
  De Verzoening door Zijn Bloed,
  De Oproep tot verkondiging,- de opwekking het goede te doen en
  De Genadegaven.
Onze Heer en Meester heeft dit juist in dát deel van de Blijde Boodschap gedaan
wat expliciet voor de hedendaagse gelovige is bestemd.
Beginnend bij Mozes was God al 1500 jaar bezig met het op schrift laten stellen van Zijn Woord en helemaal aan het einde is daar Paulus die schrijft dat hij de taak heeft ontvangen:
om het Woord van God te vervullen, namelijk het geheimenisCol.1: 25,26.
En zó is wat op dát moment -‘nog niet’- geopenbaard was – en werd daarom dus juist daarom ‘verborgen’, niet of nauwelijks zichtbaar genoemd.
Paulus heeft ons dit door zijn verkondiging onder de heidenen bekend gemaakt en met compleet nieuwe, niet altijd gemakkelijk te aanvaarden woorden, zoals vandaag.
En dáár zit nu juist het verschil in want Christus heeft ons ‘Zelf’ persoonlijk geroepen:
  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.

Daar zit hem het verschil in en tezamen vormen ze een fantastische Blijde Boodschap voor de gelovige, die ervoor zorgt dat je geheel anders in het leven mag staan.

En dáárìn mogen we elkaar erkennen, zeker in de grote en Heilige vasten, we zijn al een week onderweg en hebben onze atletische lichamen gebogen
tijdens de dienst van de Canon van Andreas van Kreta.
Wìj, Orthodoxen zijn op weg gegaan:
door in het Geloof volwassen teworden, en
⤽ wij weigeren door te gaan voor een kind van wereld, maar wij beseffen dat wij liever met het Volk van God ‘het kwaad, het menselijk juk’ verdragen,
dan tijdelijk van de zonde te genieten; en
♨︎ wij achten de smaad van Christus groter dan de rijkdom van de wereld, want wij houden onze blik gericht op de vergelding’
♨︎ ‘Wij hebben Hem gevonden, van Wie Mozes in de wet geschreven heeft en de Profeten, Jezus, de zoon van Jozeph, uit Nazareth’.

Ja, zo reageren wij wanneer wij zojuist zijn gedoopt /òf in de Orthodoxie aangenomen zijn, maar ‘tonen wij ons dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; en maken wij ons aangezicht ontoon-baar, om ons aan de mensen te vertonen, wanneer wij vasten’?.
Zijn wij beter dàn àl die anderen, die Carnaval hebben gevierd of
mede-navolgers van Christus, die in het geheel niet over vasten spreken.
Ben je jezelf dan wèrkelijk bewust van het idee dat Christus
jou reeds zag onder de vijgenboom?
Ja, ‘wij’, orthodoxen hebben Hem gevonden, van
Wie Mozes in de Wet geschreven heeft en de Profeten,
Jezus, de zoon van Jozeph, uit Nazareth en
kloppen ons als de huichelaars op de borst,
wij zijn immers ook zondaars onder de mensen, of niet soms?
Wij herkennen Hem als mens onder de mensen en zeggen met Natanaël:
      Kan uit Nazareth iets goeds komen?’ èn leven ons gezellige orthodoxe leventje verder.
Maar zijn wij dàn wel zó volwassen geworden in het Christelijk Geloof?
Christelijk Geloof, wat is dat eigenlijk?
En Paulus geeft hier in zijn verkondiging aan Hebreeën ook
aan de heidenen opnieuw een profiel aan:
wij, die zo’n grote mensenmassa aan getuigen rondom ons hebben,
  Laten we afleggen alle last en zonde, die ons zo licht in de weg staat;

  Laten we met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
  Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op onze Heer Jezus Christus”.
En Hij gaat nog verder:
Onze Heer Jezus Christus is de Leidsman èn de Voleinder van het Geloof.
Dat onze Verlosser tevens onze Leidsman is, dat is wel te begrijpen,
zeker met de woorden die in de tweede zin volgen.
Onze Heer en Verlossers laat ons zien dat we slechts door lijden tot Heerlijkheid zullen komen, als mensen zullen groeien naar Volwassenheid.
Het lijden in deze wereld zal uiteindelijk niet opwegen aan de Heerlijkheid die we in de ons toekomende tijd, het Hiernamaals zullen ontvangen.
Onze Heer en Verlosser bleef Zijn ogen Zelf immers onafgebroken richten op
het einde van Zijn aardse loopbaan en dat was niet het Kruis, maar dat was Zijn Opstanding en Zijn Hemelvaart.
En alleen op die manier hield de God-mens het Leven vol. 

In die zin is Christus dus onze Leidsman.
En het is goed om dit – eens goed – aan elkaar duidelijk te maken.
Misschien is je leven op dit moment wel heel zwaar en ervaar je heel veel lijden van alle gebrokenheid en strijd, maar besef dàn tevens dat aan het einde van jouw levensweg, jouw loopbaan, er een absolute ver-Heerlijking te wachten staat indien je ondanks al het wereldse lijden volhoudt.
En onze Heer en Leidsman, onze Herder doet het je voor, terwijl Zijn lijden nog veel intenser en dieper ging.
Blijf daarom gefocust op onze Heer en Verlosser en weet dat Hij de enige mens is Die ook de voleinder is van het Geloof.

En daar kun je van alles van proberen te maken, maar het grondwoord laat zich niet veel anders vertalen dan met ‘voltooier‘ of met ‘voleinder‘.
Letterlijk staat er dus dat onze Heer en Meester het Geloof voltooit of voleindigt.
Geloofde onze Heer en Meester dat dan?
Ja, onze Heer en Verlosser geloofde in ieder geval dat Zijn lijden niet het eindpunt was.
Kun je dan zeggen dat Hij Zijn geloof voltooide op het moment dat Hij de hemel binnenging? Ja, zo zou je dat kunnen zeggen.
Maar je kunt ‘Leidsman’ wèl betrekken op onze Heer en Meester als de Leidsman,
maar het woord ‘voleinder’ kun je niet betrekken op Zijn Geloof van HemZelf omdat het bezittelijk voornaamwoord ontbreekt en het over het Geloof gaat.
Onze Heer en Verlosser voltooit dus het Geloof.
Welk Geloof is dat dan?
Gezien het feit dat de brief aan de Hebreeën geschreven is aan de Joden in de verstrooiing die vanuit het Joodse geloof christenen zijn geworden zal dit vooral te maken hebben met het Oud Testamentische Geloof.
Dat wat God zichtbaar had laten worden in de dienst van het offer aan het altaar, dat was zinloos zonder het Geloof in de Messias, Die immers zou komen.
En dat Geloof heeft onze Heer en Verlosser voltooid!
Onze Heer en Verlosser voleindigt het Geloof – door Zijn Eigen offer -, door Zich voor ons op te offeren!
Al die offers van het Oude Testament waren een profetie voor het offer dat ‘Hij’ zou brengen en zoals mensen in het Oude Testament -‘vooruit‘- geloofden voor hetgeen ‘Hij’ zou gaan doen,
zó geloven wij Orthodoxen met de andere navolgers van Christus -‘achteruit‘- naar wat ‘Hij’ heeft gedaan. 

Je zou al die offers van het Oude Testament eens moeten bestuderen om op die manier een beeld te krijgen van het offer van onze Heer en Verlosser!
En dit Geloof in de Messias, hetgeen werd uitgebeeld in die offers, dat heeft de Zoon van God beëindigd en hierom is ‘Hij’ tot ons gekomen, gezonden.
En wij leven door dit feit in de tijden van Verzoening!
Dat is bijzonder! Want God, heeft door Zijn Zoon al dat oude opgelost door
Zelf voor ons‘ te sterven en vervolgens onze menselijke zonde waar de dood op  volgt te overwinnen. Het vormt het omslagpunt in de geschiedenis en God’s Liefde stroomt nu rijkelijk!

En hoe gaan wij nu verder?
Schep in mij een rein hart, o God,
en vernieuw in mijn binnenste een rechte [standvastige] geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht en 
neem Uw Heilige Geest niet van mij weg” Psalm 50[51]: 12,13 vert. ROK ’s-Gravenhage.
Er zal dus iets dienen te gebeuren, waardoor het verleden radicaal wordt afgesloten en er geen enkele aanklacht meer overblijft.
David [en wij als deelgenoot aan het menselijk bestaan] is gebroken door zijn zonden en daardoor weet hij wat hij echt nodig heeft, maar tevens weet hij dat God juist een gebroken hart wil aanvaarden, teneinde een nieuw hart te scheppen.
Niet de offers, maar een gebroken hart, dáár kan God pas echt wat mee.
We zijn de zoveelste ‘Tijd met God‘ de veertigdagentijd weer in gegaan en
hoe kun je -hier en nu- wáárachtig anderen om je heen, bv. op het werk van onze Heer en Verlosser wijzen?
Indien je dit van binnenuit, vanuit het hart, jouw tempel en altaar ervaart en
weet dat je hart opnieuw rein is geworden en er geen schaamte meer overblijft.
Eerst dàn ontvang je ‘de Vreugde van het Heil’ opnieuw terug en kun je door je doen en laten vrijmoedig getuigen van ‘onze Heer en Meester en al Zijn werken’.
Laat het, telkens wanneer het verkeerd is gegaan in je leven, jouw persoonlijk gebed zijn dat God een rein hart schept in jou en dat slechts Hij je lippen opent om opnieuw te getuigen van Zijn Heerlijkheid en Glorie.
       Ik weet niet wat er in jouw leven als gelovige wel niet allemaal is misgegaan
en eveneens niet hoe het telkens – net als bij mij – terug blijft komen.
Dat is voor iedereen persoonlijk verschillend en dat doet er ook niet toe.
Maar indien jij met David op deze manier tot God komt, dan zal ‘Hij’ als liefdevolle Vader jouw hart nooit verachten, maar jou in Zijn armen nemen en Zijn Liefde herstellen en jou persoonlijk genezing geven. 
Vervolgens blijft misschien alleen nog de vraag over of als God jou heeft vergeven, jij ook jezelf wilt vergeven en echt opnieuw wilt beginnen.
En ja, sommigen dingen uit het verleden blijven opspelen, zullen je leven lang een rol blijven spelen, sommige verkeerde keuzes hebben immers sporen getrokken, die niet meer uit te wissen zijn, maar weet dan wèl dat het geestelijk anders is, ook als de tegenstrever, de vijand van de mens, je telkenmale probeert met die herinnering ‘klein’ te houden.
David zal ook telkens Bathseba voor ogen hebben gezien en telkenmale beseft hebben dat Uria er niet meer was.
Dat verdwijnt niet, maar hij is ná alles wèl opnieuw gaan leven uit zijn reine, nieuw geschapen hart.
Door het Geloof heeft ook Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter, maar hij heeft liever met het Volk God’s kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding.
Zo verscheen Mozes met Elias in het Licht van Christus op de berg Thabor, maar daarover volgende week meer.

Apolytikion
tn.2.
    Wij vallen neer voor Uw vlekkeloze icoon, Algoede,
en wij smeken U: vergeef ons onze zonden, Christus God.
In het vlees hebt Gij het Kruis wille bestijgen om
Uw schepselen te ontrukken aan de slavernij van de vijand.
Daarom roepen wij U dankbaar toe:
onze Verlosser, Gij hebt het heelal met Vreugde vervuld,
door de wereld te komen redden”.

Kondakion
tn.8.
    Het onbegrensde Woord van de Vader
werd in het vlees omgrensd, o Moeder God’s,
uit wie Hij dit vlees heeft aangenomen.
De verminkte icoon heeft Hij omgevormd in het oerbeeld en
verbonden meet de Goddelijke Schoonheid.
Omdat wij dit Heil in woord en daad belijden
mogen wij het ook afbeelden op de iconen”.

Orthodoxie & het vasten is al eeuwen lang een zich omkeren naar God

    Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Christus en vroegen:
Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw discipelen niet?
Onze Heer Jezus Christus zei tot hen:
Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is?
Er zullen echter dagen komen, dat
de bruidegom van hen weggenomen is en
dan zullen zij vasten
” Matth.9: 14-17.

Hallo, allemaal, “ Geeft alle eer aan de Goddelijke Genadegaven, immers als de politiek ons Gerechtigheid dient te verstrekken, dan is Christus zonder enige doel of betekenis voor ons gestorven. Oh jullie dwaze volgelingen van Christus! Wie heeft jullie zo in betovering gebracht, dat jullie andere idolen najagen, terwijl Christus is afgeschilderd als de Gekruisigde?
Alleen dit zouden wij nog via de communicatiemiddelen dienen te vernemen: hebben jullie de Heilige Geest ontvangen via de menselijke wetten of door gehoor te geven aan het Geloof in onze Heer Jezus Christus? Zijn jullie begonnen in de Geest om nu te eindigen in het vlees?
conf.Gal.2:  21-3: 3.

Christus spreekt ons allemaal moed in en Hij is de Énige, Die dit kan dit doen als de Overwinnaar op de zonde en de daaraan verbonden dood. Daarop sprak Hij tot Zijn geliefde volgelingen na Zijn Opstanding:
”     Ik zal altijd met jullie zijn tot het einde van de wereld” Matth. 28: 20.
Er zijn twee woorden, die wij ten alle tijde dienen te onthouden:
‘‘    ‘Vreest niet‘, want Mij is gegeven alle Macht niet alleen in de Hemel maar ook op de aarde” Matth. 28: 18. Wie van ons herinnert zich Iemand, Die dergelijke woorden in dit ondermaanse durfde uit te spreken.
Deze woorden zijn niet gewoon, ze zijn als steunpilaren waar het leven van de hele mensheid om draait: ‘Ik heb de wereld overwonnen, ik zal bij jullie zijn!’.
Luister naar deze woorden en laat ze iedere dag voor jezelf en je kinderen weerklinken. Overschreeuw daarmee het lawaai van de wereld welke je zult ontmoeten, laat deze woorden datgene wat in je hart omgaat in kaart brengen.
Van al je verlangens is dit het grootste verlangen, wat in deze woorden is samengevat.

Christus, Verlosser

⁌   Van Wie zul je meer houden dan van Degene, Die de dood heeft overwonnen, de satan, de zonde?
⁌   Wie anders zou niet bij je zijn op het moment dat je de grens van het leven naar de dood overgaat en Die je na de dood opvangt in het onvoorstelbare – de overwinnaar van alle verdriet, alle angsten en al jouw zwakke punten?
Het duizelt je af en toe in deze wereld, maar duizelen maakt een mens bescheiden. Wie kan zich voorstellen niet aan tijd gebonden te zijn, een oneindig verleden en een oneindige toekomst te hebben.
Maar God? Voor Hem ligt zowel mijn geschiedenis als wat nog komen gaat in het heden.
Stel je een hoge berg [Athos of de Sinaï] voor van waaràf je de bron en de monding in zee van een rivier kunt zien,
haar begin, verloop en einde in één oogopslag.
Zó ziet God ons complete leven voor Zich.
• Christen zijn betekent deze woorden van Christus in je hart bewaren, onze Verlosser voor ogen houden en vervolgens naar deze woorden handelen.
• Christen zijn betekent jezelf door Christus, in Zijn nabijheid  als mede-overwinnaar van het kwaad beschouwen.
➽ Christus, de Overwinnaar, waardoor je jezelf als Zijn volgeling ‘Christen’ mag weten, jezelf door Zijn aanwezigheid als levend & mede-zegevierend  beschouwen, iedere dag, die God je geeft.
➽ Christus, de Overwinnaar, zal met ons zijn in vreugde en lijden, zodat we niet verloren gaan en wanhopen.

>>> Waarachtig Wijze mensen zeggen:
Vanwege het goede wat [door mij, maar eigenlijk zonder mij], bewerkstelligd wordt behoef ik niet trots te zijn en datgene wat ik verkeerd doe in mijn kleinmenselijkheid behoef ik niet te wanhopen”.
Christus is de Overwinnaar, Hij is onze gastheer in elk geluk en onze behoeder voor elk verdriet.
Laat noch jouw passies, noch de mensen om je heen jouw kwetsen. Laten wij het voetvolk onder de soldaten worden van de Onverslagen Generaal, zoals Hij is in Zijn stralend Licht, in Gerechtigheid, in Zuiverheid, in Bescheidenheid en in alomvattende Liefde.
Dit is de betekenis van het christelijk leven ….
Daarom ervaren wij ten aanzien bij elke deemoedige samenkomst:
‘     weest nuchter, sla jezelf niet op de borst, buig jezelf ter aarde en
beschouw jezelf en je huisgezin [jouw omgeving]  als
behorend tot het Volk van God te zijn en
met Christus een gids te worden voor de rest van de wereld, want
Hij zal jullie de weg wijzen. Amen’”<<<.
conf. de H. Nikolai van Zica [Velimirovic – 1880-1956], die
wel de Servische Chrysostomos wordt genoemd.

In iedere geestelijke strijd is het vasten belangrijk, want doordat er
op allerlei terreinen minder wordt geconsumeerd en het lawaai van de wereld,
van het dagelijks leven wordt verminderd,
ontstaat ruimte om te leven.
Vanuit de Blijde Boodschap wordt met het vasten Kracht aangereikt en
in combinatie met het gebed vormt het een machtig wapen voor de gelovige.
Het vasten is vooral in deze tijd van ommekeer noodzakelijk.
Vaak is het bidden alleen niet voldoende, het
dient met vasten gepaard te gaan –
wil je waarachtig diep contact met de Schepper opbouwen.
Onze Heer en Verlosser was Zich er van bewust dat de kinderen God’s het vasten
nodig zouden hebben: “Er zullen echter dagen komen… en dan zullen zij vasten”.
Vasten is het onthouden van spijs [en drank] om jezelf voor God
deemoedig te gaan gedragen en om krachtig te bidden tot God.

Bij het vasten dienen wij met het volgende rekening te houden:
Vasten heeft te maken met deemoed, met verootmoediging.
Het woord vasten betekent onder andere: de ziel aanzetten tot deemoed:
      In de zevende maand op de tiende van de maand
zult gij u verootmoedigen en generlei werk doenLev.16: 29.
Dit verootmoedigen zien wij ook bij koning Achab
[Hebr. אַחְאָב = ‘ broeder van vader’ en z’n vader was Omri Hebr.= ‘ De Heer is mijn leven‘]:
“  Zodra Achab deze woorden hoorde, scheurde hij zijn klederen,
deed een rouwgewaad om zijn lichaam en vastte
1Kon.21: 27.
Deze koning scheurde zijn klederen en trok zich een rouwgewaad aan,
hij nam een deemoedige houding aan, kortom hij vaste.
En het antwoord van de Heer daarop bleef niet uit:
  Toen kwam het woord des Heren tot de Tisbiet Elia:
    Hebt gij gezien, dat Achab zich voor Mij verootmoedigd heeft? Omdat hij zich voor Mij
verootmoedigd heeft, zal ‘
Ik’ het onheil in zijn dagen niet doen komen’1Kon.21: 28-29.

Het vasten
David huilde terwijl hij aan het vasten was. Dit huilen heeft te maken met berouw en verdeemoediging. Verdeemoedigen is het zich vernederen voor het aangezicht van God.
We dienen te erkennen dat wij niets zijn zonder onze Heer; ook wij doen belijdenis van onze schuld en leggen onszelf met geheel ons hebben en houden op het altaar; ook wij buigen voor de Wil van God.
Het is goed dat kinderen Gods zich vernederen voor Gods aangezicht.
Immers iemand, die God wenst te dienen en geen overwinning kan behalen over de zonde, zou op z’n minst dienen te besluiten om te gaan vasten, zich te verdeemoedigen.
Zo iemand, die één of meerdere dagen vast, zal kracht ontvangen in de geestelijke strijd.
De Blijde Boodschap zegt immers: “Vernedert u voor de Heer, en Hij zal u verhogenJac.4: 10.
Verdeemoediging is als het ware het offeren van de persoonlijke wil, hierdoor krijgt het vasten grote waarde.

Het Onthouden
Het vasten is het zich onthouden van spijs om zich te verdeemoedigen voor God.
Eerst het volgende: In het Oude Testament betekent ‘vasten’ het bedekken van de mond.
In het Nieuwe Testament betekent het ‘niet eten’.
Vasten is het zich onthouden van voedsel voor een bepaalde periode.
Het vasten welke wij bedoelen is het zich onthouden van bepaald voedsel op een dag of over een bepaalde periode voor de zaak van de Heer, onze God.
Ons vasten heeft te maken met verdriet en werkelijk verdriet verdrijft het verlangen naar voedsel; immers iemand die de dood betreurt en daardoor veel verdriet heeft, heeft vaak geen eetlust.
Vasten is een opgeven van de geriefelijkheden van het leven, door het voedsel te laten staan; dit  heeft te maken met verdeemoediging.
David zei het aldus: “Mijn knieën zijn verzwakt door het vasten, mijn vlees is vervallen [vermagerd], door onthouding van olie” Psalm 108[109]: 24.
Hij viel ontzettend af, het tekende zijn aangezicht, omdat hij vanwege het vasten geen voedsel tot zich nam.
    Ga heen, vergader al het Volk om je heen die zich in Susan
[Hebr.= “ burgers van de lelie”, de schoonheid van de onschuld, de reinheid en de dood]
bevinden, en vast om mijnentwil: eet noch drinkt drie dagen, zo min des nachts als des daags. Ook ik en mijn dienaressen zullen op dezelfde wijze vasten en dan zal ik tot de koning gaan ondanks het verbod; kom ik om, dan kom ik om“ Esther 4:16; “ Veertig dagen werd Christus [eveneens] in de woestijn verzocht door de duivel” Luc.4: 2. Wij zien hieraan dat het vasten te maken heeft met ‘niet’-eten.

De drie manieren om te vasten
1.]. Het vasten zonder voedsel en zonder water.
Dit soort vasten dient u alleen te ondernemen indien u daartoe een duidelijke aanwijzing heeft van God. Mozes was zo iemand die 40 dagen niet at en niet dronk.
    En hij was daar bij de Heer veertig dagen en veertig nachten, brood at hij niet en water dronk hij niet, en Hij schreef op de tafelen de woorden van het Verbond, de Tien WoordenEx.34: 28;
    Toen ik de berg was opgegaan om de stenen tafelen te ontvangen, de tafelen van het Verbond, dat de Heer met u gesloten had, vertoefde ik veertig dagen en veertig nachten op de berg; brood at ik niet en water dronk ik niet; Daarop wierp ik mij voor de Heer neer, zoals de eerste maal, veertig dagen en veertig nachten [brood at ik niet en water dronk ik niet] vanwege heel jullie zondige activiteiten: die jullie deden – hetgeen kwaad is in de ogen des Heren en Hem beledigde [geestelijk pijn deed]. Want ik vreesde de toorn en de grimmigheid, waarmee de Heer tegen u toornig geworden was, zodat Hij u wilde verdelgen. Maar ook ditmaal hoorde de Heer naar mijDeut.9: 9,18,19.
Dit zeggen wij omdat het lichaam niet lang zonder voedsel en water kan. Een menselijk lichaam bestaat voor zo’n 80% uit water. Een mens kan veel langer zonder voedsel dan zonder water. Zonder water kan een mens uitdrogen.
2.]. Een tweede manier is vasten zonder voedsel maar met water.
Dit vasten is het vasten dat het meest plaats vindt onder kinderen, welke God is toegenegen. Zij  onthouden zich van voedsel, maar nemen wel af en toe water tot zich.
3.]. De derde manier is op sobere wijze vasten.
Een voorbeeld van sober vasten vinden wij bij de Profeet, die Beltesassar [ Hebr.= ‘ heer van de schat van iemand die in verlegenheid is‘] genoemd werd:
    In die dagen bracht ik, Daniël [Hebr.= ‘ God is mijn rechter‘], drie volle weken door met rouw bedrijven; Smakelijke spijze at ik niet, vlees noch wijn kwamen in mijn mond en ik zalfde mij in het geheel niet, tot er drie volle weken verlopen waren” Dan.10: 2,3.
Daniël zegt , ‘smakelijke spijze at ik niet’. Er staat dus niet dat hij helemaal niet at.
Hij vastte sober; dit soort vasten is van groot belang voor die gelovigen die lichamelijk niet in staat zijn te vasten zonder voedsel. Op deze wijze kunnen – ook zij – tijd doorbrengen in bidden en vasten. Dit soort vasten wordt aanbevolen voor de volgende gelovigen:
Gelovigen die voor langere tijd [40 dagen] willen vasten en gelovigen die als gevolg van kwalen of zwaar werk lichamelijk niet in staat zijn lang zonder voedsel te blijven.
Hoe iemand ook vast het is van zeer groot belang dat u met name veel bidt.
Sommigen die alle voedsel weigeren bij het vasten, dus die een volkomen vasten hebben, raken soms verzwakt, waardoor zij niet veel kracht hebben om krachtig te bidden.
Ze voelen zich slap en hebben de neiging om veel te slapen of te liggen, waardoor er weinig en niet krachtig gebeden wordt. Voor deze mensen is het misschien aan te bevelen om sober te vasten, waardoor zij meer kracht hebben om ernstig en vaak het aangezicht van de Heer op te gaan zoeken.
Desondanks wordt er toch met enige nadruk door de Kerk vastgehouden aan het feit dat een volkomen vasten – ‘voor hen die hiertoe in staat zijn -, altijd beter is dan sober vasten.

Enkele praktische aanwijzingen
1.]. U kunt bijvoorbeeld vasten van 6.00 tot 18.00 uur.
2.]. Breng dan regelmatig tijd door in gebed.
3.]. Trek u voor gebed terug in uw binnenkamer.
4.]. Lees ook uit de daartoe aangegeven lezingen uit de Blijde Boodschap, houdt u van zingen –  zing of luister dan naar geestelijke liederen en distantieer u van de gewoonte radio en tv aan te zetten.
5.]. Het is heel verstandig om u op uw vastendag niet bezig te houden met alledaagse  beslommeringen. Dit kan voor moeders met jonge kinderen heel moeilijk zijn, maar het is niet onmogelijk.
6.]. Zorg dat uw vasten niet bij velen bekend is, doe het net als de Heer in het verborgene. Het gaat om een zaak tussen u en God. Het is wel verstandig om indien nodig uw huisgenoten op de hoogte te stellen, zodat zij u beter kunnen begrijpen, wanneer u elders [in uw stille hoek] verblijft.
7.]. Vermijd vooral niets-zeggende telefoongesprekken, voer alleen ‘chat’- ‘what’s-up’- gesprekken, die strikt noodzakelijk zijn.
8.]. Drink af te toe wat koud of warm water – thee is niet persé noodzakelijk, zeker de thee-soorten van deze tijd niet, welke met allerlei ‘liflafjes’ [chemisch] op smaak worden gebracht.
9.]. Zorg ervoor dat u ná het vasten niet direct probeert de schade in te halen door heel veel te eten. Dit kan schade brengen aan uw maag. Dit is vooral belangrijk voor degenen die meerdere dagen vasten.

Zelfverloochening
Het vasten heeft naast verootmoediging en onthouding van spijzen, eerst en vooral te maken met zelfverloochening. De Christen die ontrouw wordt aan z’n normale manier van doen en laten wordt minder belangrijk in ‘eigen’ ogen, maar… groeit in Genade en eer aan de Heer.
Zelfverloochening zou de normaals zaak van de wereld voor een Christen dienen te zijn. Het is een navolgen van het voorbeeld van de Heer en dit heeft vooral te maken met discipline:
Niet mijn ik, maar Christus Zelf leeft in mij”, aldus Paulus in Gal.2: 20.
Zelfverloochening heeft te maken met zich opofferen voor de zaak en Naam des Heren.
Iemand die de discipline van de Heer toont is bereid ‘dóór’ te zetten ondanks beledigingen van mensen. Ondanks vernederingen en zaken waardoor de mensen minder-waardig over u gaan denken. Beschouw het als een zegen, dat u beledigd wordt.
Zelfverloochening brengt ook grote zegeningen en rust in
de harten van waarachtige gelovigen en verzekert hen van grote overwinningen.
– Hoe bent u als iemand kwaad van u spreekt? Hoe reageert u daarop?
– Hoe voelt u zich als u iemand excuses moet vragen, terwijl u weet dat de ander een grotere schuld tegenover u heeft?
– Hoe voelt u zich als u de broeder of zuster die u beledigt heeft en u negeert moet liefhebben en aanvaarden zoals deze nu eenmaal is?
– Hoe bent u als iemand uw uitgestoken hand tot verzoening afwijst?
Allemaal zaken die te overwinnen zijn door ‘Zelfverloochening’.
Is zelfverloochening onbekend in uw leven, ga dan vasten en bidden hiervoor.
Het oprechte vasten werkt genezend in zulke gevallen, want vasten, bidden en zelfverloochening gaan samen.

vasten in het nieuwe testament
✥✥✥  ” En terwijl zij nu te Antiochië vastten bij de dienst des Heren, zei de Heilige Geest: ‘     Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. Toen vastten en baden zij, en legden hun de handen op en lieten hen gaan’” Handelingen 13: 2.
Voordat heel belangrijke beslissingen werden genomen, werd er gevast en gebeden. Dit deden zij om de keuze aan de Heer over te laten. Ze kenden de Heer in al hun zaken.
Konden zij niet gewoon volstaan met bidden?
De Kerk neemt aan dat het vasten nodig was omdat bij zulke belangrijke zaken er heel veel strijd is. En geestelijke strijd kunnen wij het best aangaan door bidden en vasten en dat wordt nogal eens vergeten.
Wie bidt en vast :
Roept de hulp en bijstand van de Heer in die weet dat er een zware strijd wordt gevoerd in de hemelse gewesten. Dus dat de tegenstander alles zal doen om het antwoord tegen te houden.
Weet, dat het vasten en bidden een geestelijke aanval is op het rijk des duisternis.
vasten in het oude testament
Een goed voorbeeld hiervan vinden wij in:
✥✥✥     Toen hoorde ik het geluid van zijn woorden, en toen ik het geluid van zijn woorden hoorde, viel ik bezwijmd op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde. En zie, een hand raakte mij aan en deed mij op knieën en handen sidderend oprijzen.
En hij [God’s boodschapper, een engel] zei tot mij: ‘     Daniel, gij zeer beminde man, let op de woorden die ik tot u spreek, en ga rechtop staan, want nu ben Ik tot u gezonden. Toen hij dit tot mij sprak, stond ik bevend op.
En hij zei tot mij: Vrees niet, Daniel, want van de eerste dag af, dat jij je hart erop gezet had om inzicht te verkrijgen en om u voor uw God te verootmoedigen, zijn uw woorden gehoord, en ik ben gekomen op uw woorden.
Maar de vorst van het koninkrijk der Perzen stond eenentwintig dagen tegenover mij; doch zie, Michaël, een der voornaamste vorsten, kwam mij te hulp, zodat ik daar, bij de koningen der Perzen, de overhand behield; en ik ben gekomen om u te verstaan te geven wat uw Volk in het laatst der dagen overkomen zal; want wederom is het een gezicht aangaande de toekomst.
Toen hij op deze wijze met mij sprak, boog ik mijn gelaat ter aarde en was verstomdDan.10:  9-15.
Daniël heeft op deze wijze een belangrijke boodschap over zijn Volk gekregen. Hij ging daarom tot vasten over en de ‘vorst’ van het koninkrijk der Perzen kwam in opstand. Maar door het vasten en bidden overwon “het Licht” van God.
Christus Zelf
✥✥✥       Dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten Matth.17: 21;
met deze woorden maakt onze Heer en Meester ons ‘Zelf’ duidelijk dat het in onze strijd tegen de boze nodig is om te bidden en vasten.
Het vasten geeft bijzondere kracht in de strijd tegen sterke demonen. Daarom is het vasten in de eerste plaats een zaak voor hen die bidden voor de bezetene.
Het vasten geeft bijzondere bijstand van de Heer onze God ‘Zelf’, het is het geestelijk lijntje naar boven welke de geestelijk strijders absoluut nodig hebben.
Dus strijders en dwazen om Christus wil, dienen in die gevallen te vasten en te bidden, want zij zijn geroepen om in de Naam van de Heer boze geesten uit te drijven. Vanzelfsprekend kunnen zij desgewenst ‘de gebondene’ de bezetene, indien hij/zij daartoe ‘open staat’ en daartoe ‘in staat’ is, vragen eveneens te vasten en te bidden.

verkeerd vasten
En wanneer gij vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat…‘ Matth.6: 16-18.
De Heer toont ons hier dat vasten gebruikt kan worden als een middel om te tonen hoe ‘geestelijk ‘ men wel niet is; een vorm van hoogmoed. Door te vertellen hoe vaak de Farizeeën vastten zochten zij eer bij de mensen en verkondigden in hun hoogmoed:
      Ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van al mijn inkomsten…Luc.18: 12-14.
Het is het beste om tijdens uw vasten hier zo weinig mogelijk ruchtbaarheid aan te geven. Het moet u onverschillig laten of anderen op de hoogte zijn van uw vasten. Het gaat om een zaak tussen u en uw Heer en Meester, uw Verlosser.
Breng uw eigen gezin, zoals ik eerder reeds aanhaalde, wel op de hoogte van uw vasten en doe af en toe een duit in het zakje van degenen, die het hard nodig hebben [zorg en bijstand].
Lees vervolgens datgene wat aan uzelf ‘geestelijke bijstand’ verstrekt, waaronder met name:

    Zie, tot twist en tot strijd vast gij en om te slaan met snode vuist; gij vast heden niet om uw stem in den hoge te doen horen. Zou dit het vasten zijn, dat Ik verkies, een dag, waarop de mens zichzelf verdeemoedigd: dat hij zijn hoofd laat hangen als een bieze [een oeverplant met lange stengels en een gebogen pluim] en zich rouwgewaad en as tot een leger [rustbed] spreidt?
Noemt gij dat een vasten, dat een dag die aan de Heer welgevallig is?
Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien der goddeloosheid ‘
los’ te maken, de banden van het juk te ‘ontbinden’, verdrukten ‘vrij te laten’ en elk juk te ‘verbreken’?
Is het niet, dat gij voor de hongerige uw brood breekt en arme zwervelingen in uw huis brengt, ja, als gij een naakte ziet, dat gij hem bekleedt en u niet onttrekt aan uw eigen vlees en bloed?
{Eerst] Dàn zal uw licht doorbreken als de dageraad en uw wond zich spoedig sluiten uw heil zal voor u uit gaan, de Heerlijkheid des Heren zal uw achterhoede zijn.
Als gij dan roept, zal de Heer [u] antwoorden; als gij om hulp roept, zal Hij zeggen: ‘
Hier ben Ik’. Wanneer gij uit uw midden het juk wegdoet, het wijzen met de vinger en het spreken van boosheid nalaat,
Wanneer gij de hongerige schenkt wat gij zelf begeert en de verdrukten verzadigt, dan zal in de duisternis uw licht opgaan en uw donkerheid zal zijn als de middag.
En de Heer zal u voortdurend leiden, u in dorre streken verzadigen en uw gebeente krachtig maken; dan zult gij zijn als een besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleurstelt.
En de uwen zullen de overoude puinhopen herbouwen, de grondvesten van vorige geslachten zult gij herstellen, en men zal u noemen: ‘Hersteller van bressen, Herbouwer van straten’
Isaiah 58: 4-12 en
      Zeg tot al het Volk van het land en tot de priesters [spelleiders en toezichthouders]:
      wanneer gij in de vijfde en zevende maand hebt gevast en geklaagd nu al zeventig jaren lang, hebt gij dan inderdaad voor Mij gevast?
En wanneer gij eet en drinkt, eet en drinkt gij dan niet voor uzelf?
Ging het niet zo met de woorden welke de Heer door de vroegere profeten heeft uitgeroepen, toen Jeruzalem met de steden er rondom heen nog bewoond was en rust had en het Zuiden en de Laagte nog bewoond waren'” [Ook tot Zacharia (Hebr.= ‘de Heer herinnert Zich‘ )is het Woord des Heren gekomen] Zacharia 7: 5-8.
kortom het vasten is een geweldige manier om je voor te bereiden op
verdere geestelijke groei in de Heer.
Als laatste en niet onbelangrijk dit:
Indien je met lichamelijke problemen worstelt of enige medische behandelingen ondergaat, dan is het aan te raden om allereerst met je huisarts in overleg te gaan, voordat je je lichaam en geest aan tekorten blootstelt.
Je kunt voordat je begint te vasten er natuurlijk ook over bidden en
advies vragen van een werkelijk geestelijk volwassen Christen.
Onthoud dat vasten in vele gevallen periodiek en slechts een beperkt aantal dagen lang zou moeten zijn om te voldoen aan een ondervonden gebod tot vasten.
Het is immers belangrijk op te merken dat de Blijde Boodschap gelovigen nooit en te nimmer heeft geboden om strikt te vasten, het is een richtlijn waartoe wordt opgeroepen. De Christen heeft dus de keuzevrijheid om een dergelijke vastenperiode al dan niet in acht te nemen.
Aan de andere kant laat onze Heer en Verlosser ons weten
dat vasten ons goed kan doen, dat het heilzaam en nuttig kan zijn.
Ook hier en nu echter spreekt onze Heer en Verlosser:
  Bekeert u tot Mij met uw gehele hart en met [het] vasten [voor zover u aankunt] en met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw klederen en bekeert u tot de Heer, uw God. Want genadig en barmhartig is Hij, lankmoedig en groot van goedertierenheid, berouw hebbende over het onheil.
Wie weet, of Hij Zich niet wendt en berouw heeft en een zegen achter Zich laat overblijven, tot een spijsoffer en een plengoffer voor de Heer, uw God
” Joël 2: 12-14.
Indien de Kerk de mens van deze tijd wijst op het feit dat deze zich dient te richten op Christus, doet zij dit enkel en alleen opdat dit verandering tot stand kan brengen en het leven voor eenieder op deze aardbol wezenlijke inhoud en onderbouwing kan krijgen.
Dit heeft niets te maken met een experiment of een hypothetische aannames, maar het is de eeuwenlange ervaring die hier telt, die iedereen zal onderkennen, die het heeft  meegemaakt, vermits deze een goed humeur en een open geest bezit.
Laten we daarom het gemeenschappelijk geestelijk pad gaan, welke ons persoonlijk door onze Heer Jezus  Christus wordt aangereikt en die ons zal terugbrengen naar de hemelse gewesten, naar God.

Orthodoxie & de Boetecanon

Jaäcob & Esau, by Rembrandt – wat is je verantwoordelijkheid?; Jaäcob & Esau, by Rembrandt – what is your responsibility?          – de oproep tot catechese op basis van grondbeginselen –

    Maar nu, zo zegt de Heer, uw Schepper, o Jaäcob [Hebr.= ‘hij die de hiel vastgrijpt of onderkruiper’], en [God] uw Formeerder, o Israël [Kerk]:
‘ Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn [kind].
Wanneer jullie door het water trekken, ben Ik met jullie; gaan jullie door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen; als jullie door het vuur gaan, zullen jullie niet verteren en zal de vlam jullie niet verbranden.
       Want Ik, de Heer, ben jullie God, de Heilige van Israël [de Kerk], jullie Verlosser; Ik geef Egypte, Ethiopië en Seba als losgeld in jullie plaats.
       Omdat jullie kostbaar zijn in Mijn ogen en hooggeschat en Ik jullie liefheb, geef Ik mensen voor jullie in de plaats en natiën [de wereld] in ruil voor jullie leven.
       Vrees niet, want Ik ben met jullie; Ik doe jullie nakroost van het oosten komen en vergader jullie van het westen.
Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug, breng Mijn zonen van verre en Mijn dochters van het einde van de aarde,
       Ieder die naar Mijn Naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot Mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb.
            Doet het Volk uitgaan, dat blind is, al heeft het ook ogen, en dat doof is, al heeft het ook oren.
            Alle volken zijn samen vergaderd en de natiën [wereld] hebben zich verzameld. Wie onder hen kondigt dit aan en doet ons het verleden horen?
Laten zij hun getuigen voorbrengen, opdat zij in het gelijk gesteld mogen worden en men het hore en zegge: ‘Het is waarheid’.
            Jullie zijn, luidt het Woord des Heren, Mijn getuigen, en Mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat jullie het weten en in Mij gelooft en inziet, dat
– Ik dezelfde ben; vóór Mij is er geen God geformeerd en ná Mij zal er geen zijn
– Ik, Ik ben de Heer, en buiten Mij is er geen Verlosser.
– Ik heb verkondigd, verlost en doen horen, en ben geen vreemde onder jullie; jullie toch zijn Mijn getuigen, luidt het Woord des Heren, en Ik ben God.
Ook voortaan ben Ik dezelfde en niemand redt uit Mijn hand.
Ik werk, en wie zal het keren?
“ Isaiah 43: 1-13.

H. Andreas van Kreta [fresco]
De Heilige Andreas van Kreta [660-740], werd vanuit zijn dagelijks ascetisch leven tot bisschop gekozen, vanuit die jarenlange levenservaring, die achtergrond als monnik componeerde hij vanuit de Grote Canon, welke in ieder aanvangsperiode van de vastentijd de basis vormt van het Orthodox liturgisch leven.
God sprak tot Abraham en gaf hem de opdracht zijn vertrouwde omgeving te verlaten.
Abraham was gehoorzaam en vertrok “zonder te weten waar hij komen zou”.
En in Geloof ging hij op weg . . . . .
Met de regelmaat van de klok komen wij bekende politici tegen, die in opspraak zijn omdat zij gelogen hebben over weet ik ‘nog’ wàt wèl of niet. Zulke incidenten groeien uit tot een nationale of wereldwijde rel, hetgeen tot in de hoogste [wereldse] regionen tot heftige debatten leidt.
Volgens de regels van het Recht zouden deze politici uit hun functie gezet dienen te worden. Bij minder prominente figuren zou dit geen probleem geweest zijn. Maar bij iemand die wèl èrg ‘bekend is’ en waarbij collega’s over hun lot dienen te beslissen, blijkt dit telkenmale anders te liggen. Uiteindelijk wordt de leugen weggepoetst en mag de bewuste politicus zijn/haar positie behouden; meestal wordt er dan gesproken na afloop en blijkt er geen actieve herinnering meer te zijn.

Echter bij wàt er in de Blijde Boodschap besproken wordt blijkt er weliswaar ‘welzeker‘ sprake te zijn van Memorie, van ‘eeuwige Gedachtenis’ en zal óók de leugenachtige hoge functionaris in het leven van het hiernamaals z’n weg wel vinden.
Nèt zoals het in onze tijd belangrijk voor onze beeldvorming is om te weten òf asielzoekers met een legitieme reden naar ons land komen, is dit ook voor ons van het allerhoogst belang ten aanzien van onze beweegredenen om naar Egypte te trekken en na bezinning weer tot God terug te keren. Wij zullen anders snel geneigd zijn met een [verkeerd] oordeel klaar te staan en in die twijfelachtige hoedanigheid voor God’s troon verschijnen.
De behoefte van de mens om zichzelf en God te leren kennen, maakt het noodzakelijk dat waarachtige doorleefde kennis van God nodig is om tot zelfkennis te komen. Daarom staan wij deze grote vastenperiode stil bij onze eigen persoonlijke beweegredenen om naar Egypte te trekken.

Zo blijkt maar weer dat wàt in de Blijde Boodschap beschreven staat van alle tijden is en er wat betreft het menselijk handelen niets nieuws onder de zon is!
Er is wel een verschil tussen de huidige geschiedenis en die van eeuwen geleden.
Tegenwoordig zijn het mensen die tot een – in hun ogen – rechtvaardige beslissing komen.
In de Blijde Boodschap is het ‘God’, Die – staande boven alle machthebbers en wetten – ingrijpt en recht spreekt.
Hij poetst daarbij de menselijke fout niet weg, maar toont ons ten alle tijden Genade, zo is onze God nu eenmaal.

    Ik, Ik ben het, die jullie overtredingen uitdelg om Mijnentwil en
Ik gedenk jullie zonden niet.
Maak Mij indachtig, laat ons tezamen richten, spreek op, opdat
jullie in het gelijk gesteld mogen worden.
Jullie eerste [voor-]vader heeft al gezondigd en
jullie woordvoerders
[toezichthouders en spelleiders] hebben tegen Mij overtreden;
Daarom ontwijdde Ik oversten van het heiligdom en
gaf Ik Jaäcob prijs aan de ban, Israël
[de Kerk] aan beschimpingen
Isaiah 43: 25-28.

    Ontferm U over mij, mijn God, ontferm U over mij”.

    Op het kruis, o Woord van God, hebt U voor allen Uw lichaam en uw bloed geofferd:
Uw lichaam om de mijne te herscheppen Uw bloed om mij te wassen.
Christus, U hebt mijn geest teruggebracht
Om mij naar uw Vader terug te brengen
conf. Luc.23: 46.

    In het hart van deze aarde is Zijn Schepper gekomen om ons te redden.
Hij wilde aan de boom van smarten genageld worden; en
direct werd het verloren Paradijs teruggevonden
conf. Luc.23: 43.
    Daarom wordt U door hemel en aarde aanbeden, Door de hele schepping;
Door de menigte van verlosten komende uit alle naties.
Dat het bloed en het water die voortkwamen uit uw doorstoken zijde
[John.19: 34]
voor mij een Doopbad mogen zijn, een drank van Verlossing.
      Zó gezalfd
[als met Myron] door Uw Woorden van Leven als olie;
en ze als drank te ontvangen, zal ik dubbel gezuiverd zijn, o Woord van God.
De Kerk is de beker die de straal van Uw levende Zijde ontvangt,
dubbele en enige stroom van kennis en vergeving,
beeld van beide Testamenten in één verenigd, het Oude en het Nieuwe
”.

    Ontferm U over mij, mijn God, ontferm U over mij”.

Het is niet de bedoeling hier de complete tekst van de Boetecanon van deze Heilige asceet Andreas van Kreta voor te schotelen, daar zijn velen mij al in voorgegaan, oa. de tekst van de Grote Canon van Andreas van Kreta is vertaald uit de Griekse grondtekst:
http://www.orthodoxasten.nl/teksten/triodion/2/03wo-eerste-week.pdf en
de daarop volgende weken eveneens op die site.

De slavernij aan de wereld gaat voorbij, maar er breken nog lange jaren van zwerven door de woestijn aan, met veel ontberingen.
Tijdens al die jaren begin je net als het rondom staande God’s-Volk, gelouterd door het harde leven, langzaam maar zeker jouw identiteit te vinden.
Met veel vallen en opstaan wijdt je je met je mede-omstanders toe aan de éne God, alvorens het ‘beloofde land’ te kunnen betreden.
Nu nog ondergaan wij jaren van loutering, van terugkijken naar vroeger en van een soort terugverlangen naar wat eens was: ‘de vleespotten van Egypte’.
⁌ vroeger was immers alles veel beter
⁌ luister maar naar naar je Opa of Oma’.
Jaren van twijfel ook aan de zin van al het zwerven en zelfs van angst voor de ongewisse toekomst.
Het is begrijpelijk dat dit jaren zijn van terugval, van het zekere voor het onzekere willen nemen, van liever de zichtbare rond om ons schreeuwende god aanbidden, dan te moeten leven met de Onzichtbare, Die Zichzelf aan ons als
– ‘Ik zal er zijn’ ≈ ‘bij Mijn wederkomst’ bekend heeft gemaakt.
         Was dat laatste dan een garantie voor een zekere toekomst?
Nee, dat niet, toen niet en nu nog steeds niet.
Het sleutelwoord is en was toen: “Vertrouwen”.
Vertrouwen dat het goed zou komen, dat er een uitweg zou zijn, een begaanbaar pad, leven.
De toekomst was dus afhankelijk van de inzet, de overgave, het vertrouwen van de mensen zelf in de Onzichtbare, Ongenaakbare God.

Mp3: Приими мя пустыня [недоступный] –  Breng me naar binnen, vanuit de woestenij  [Ongenaakbare]

 


Vrije vert, wie het beter kan mag het zeggen:
  Accepteer mij zoals ik ben, in de woestijn, als een moeder, die haar kind,
een rustige en stille boezem aanbiedt.
Zweer niet, bij de wildernis, aanzet en veroorzaker van het kwaad, de ontucht van deze wereld, aantrekkelijke woestijn – vrolijke dwarsligger!
Ik hou meer van je dan van een Koninklijk vooruitzicht en een verheerlijkt vooruitzicht. En trouwens volgens Uw rode druiven, Uw verschillende kleuren,
Uw ademhaling vanuit de lucht van de nederige lieden, voortgebracht als gevolg van de boom, de lichtzinnige tak.
En ik zal zijn als een wild beest, zal samen zingen en als mens rondrennen
En ik zal vele levens zaaien, en zittend, huilend en snikkend, in Uw diepe en wilde ondermaans verblijf:
O Heer en Meester, Koning van koningen, verheug me door aardse zegeningen, 
beroof mij niet van èn de Hemel èn van uw Koninkrijk.
Neem me tot U in de woestijn als een moeder, die haar kind tot zich trekt, neem me stil op tot U stil op aan Uw serene boezem; Ik ben gevlucht voor de hooghartige ontuchtpleger van deze wereld.
Oh, die prachtige wildernis, vol vrolijk eikenhout, ik ben geneigd meer van jou te houden dan een koninklijk onderkomen met vergulde kamers, ik zal me in jouw woestijn aan de prachtige wijnstok met verschillende bloemen optrekken, ademend met wind die om je groene takken slingert.
Ik zal zijn als een wild dier en helemaal alleen rondzwerven, mensen uit de weg gaan en dit leven vol verdriet en zorgen ontwijken, al treurend en berouwvol in je diepe en ontzagwekkende boezem.
Mijn Heer, U hebt mij gezegend met aardse goede dingen, ontneem mij ook niet uw Hemelse Koninkrijk“.

door de woestijn
Het ergste is voorbij, zeiden we tegen elkaar. De vrijheid danst in ons om. De toekomst lonkt.
Hier staan we met onze nieuw verworven vrijheid, ons goed fatsoen en een plotselinge duizeling: ‘ Lang en leeg strekt zij zich voor ons uit, de woestijn een eindeloos royaal gebaar.
De tocht kan beginnen.
We lopen en lopen en tellen de dagen, de jaren.
Veertig, tachtig voor de sterken of toch steeds maar meer ? De tijd die het kost om er doorheen te gaan.
Het lijkt of de tijd verdwijnt, we raken de tel kwijt. Bij zoveel stilte, bij zoveel niets.
De woestijn zwijgt oorverdovend. We zijn er alleen nog maar zelf.
Angst schreeuwt. Heimwee trekt. Honger en dorst kwellen ons. Ik roep tot de
Ene. De steppe zou toch bloeien?
Het zou mij toch aan niets ontbreken?
Soms klinkt er zacht een lied op. In een van ons.
Een nieuw lied voor de Ene. Niet eerder gehoord.
Mijn lied voor de Ene. Zijn lied in mij.
Dan weer is het stil en is er enkel de gang van onze voeten.
Ik neig mijn oor om Zijn stem op te vangen.
Een teken van leven.
Els de Clercq

Christian Baptism, the most important Mystery of the Supreme Being !

Er wordt tegenwoordig een soort geboorte-knip gezet tussen het ‘waarachtige leven’ en spiritualiteit. Ik zie mensen om mij heen die zich helemaal uit de naad werken en maar voortdurend op hun smart-phones zitten te spelen.
Zij trekken zich vervolgens een dag in de week, òf twee weken per jaar terug en
gaan dan vervolgens van alles aan zingeving doen.
Alsof er bovenop ‘het leven’ af en toe een toefje slagroom moet komen met wat spiritualiteit. Terwijl ik denk dat je spiritualiteit en zingeving behoort te beleven opgenomen in het echte leven.
Dat spiritualiteit ook die glimlach is, die je bij een onbekende op het gezicht tovert na een kort gesprekje – misschien heb je zijn/haar dag wel ontzettend goed gemaakt.
Maar wat is er dan mis mee dat mensen behoefte hebben aan dat toefje slagroom?
‘Er bestaat tegenwoordig een soort spiritualiteit waarin je als een speer omhoog gaat, omdat je na jaren oefenen goed bent geworden vanwege een bepaalde meditatie-oefening, òf een bepaalde kennis hebt vergaard.
Slechts persoonlijke ontwikkeling vanwege de ontwikkeling, alsof het om het presteren òf om een topsport gaat.
Je denkt: ‘Nu ben ik toch al een heel eind opgestegen uit de waan van de dag. Wat ben ik eventjes goed bezig’. Dat is ontzettend ‘ik’-gericht.
Indien de schepping en haar voortbestaan jou werkelijk interesseert, heb je aandacht voor de mensen en dingen om je heen.
Niet om er zèlf iets mee te winnen, maar omdat je de wereld en haar voortbestaan om je heen zo ontzettend belangrijk vindt.
Waarom zou ook spiritualiteit iets dienen ‘op te leveren?’;
de economische term alleen al …
      In propaganda die je hierover tegenkomt zou je  mensen die
op deze manier naar zingeving zoeken ‘misdadig’ en ‘lege zielen’ kunnen noemen.
Dat is best pittig?
        We hebben steeds meer aandacht voor onze eigen kwetsbaarheid en dat is best goed. Maar parallel daaraan kun je een soort onverschilligheid-tot- op- het-bot waarnemen.
Zo van ‘elke crisis is een kans’ èn ‘op lijden, verdriet en pijn’ plakken we gewoon
een bijpassende pleister met een nieuw boek of [meditatie-]cursus.
Sommige mensen zeggen rustig tegen iedereen met tegenslag:
dan had je maar positiever moeten denken’.
Of ze zíen het lijden gewoon niet meer, veel te ingrijpend en lastig te verhapstukken.
Maar je kunt zoiets niet zeggen tegen vluchtelingen uit Syrië in een Turks of Grieks kamp die ook nog de kans lopen in de hens te vliegen [plastic tenten].
Dat is meedogenloos, maar zelfs dàt ervaart het gros van de mensen
tegenwoordig nauwelijks meer. Met hun zógenáámde kennis en spiritualiteit zien ze de wereld om zich heen niet meer.
Waar denkt u dat dit onvermogen en de honger naar de ‘ik-spiritualiteit’ vandaan komen?
We worden tegenwoordig overvoerd met nieuws en berichtgeving.
We weten alles van elke plek op de wereld.
Terwijl we tot voor kort een krant en het avondjournaal hadden en misschien daarna uit verveling maar naar een in slaap sussende talkshow keken.
Tegenwoordig komt er elk moment zoveel op ons af en we zijn oh zo bang om maar iets van ‘het nieuws’ te missen.
Wie weet wat wij tijdens het lezen van dit stuk wel niet missen, omdat we immers niet op onze telefoons kijken? In die overvloed van informatie voelen we ons heel klein èn nietig èn machteloos.
Die verlamming is in de geschiedenis misschien nog nooit zo groot geweest.
Mensen hebben nergens meer houvast aan en zoeken dat vervolgens buiten zichzelf.

En dàn? Dàn wordt het even stil en . . . . . wordt er naar woorden gezocht
‘Het . . . . . zou kunnen . . . . . dat wij in het westen misschien niet meer
aan de eindigheid van het leven durven te denken.
Er lijkt zo’n tendens te zijn van: even op je kiezen bijten, maar daarna wordt het wel beter. Terwijl ik denk dat een sterk bewustzijn dat dingen afbreekt en er iets nieuws voor in de plaats brengt, heel waardevol kan zijn. Bijvoorbeeld het besef dat er ooit een moment kan komen waarop je geliefde je levensgezel er niet meer zal zijn.
Is aandacht voor de opbouw van een spiritueel leven hetzelfde als hard werken aan innerlijke groei door het volgen van cursussen en meditatie?
Òf betekent het gewoon een aandachtig bestaan leiden?

De Antiocheens Orthodoxe Kerk denkt dat laatste en vindt het nogal zorgelijk dat niet iedereen dàt inziet, zelfs in de Kerk niet.

Hoe laat ik mij zien aan die ene persoon, die als minderbedeeld wordt omschreven? Hoe geef ik zijn of haar leven waarde, ondanks het feit dat ik mijzelf erger aan de omstandigheden [in de Kerk]?
Doordat we ons zo goed willen voelen in een ‘eeuwige hier en nu’, verdwijnen
die vragen naar de achtergrond.
Eeuwig hier en nu…?
Ja, dat maakt alles van waarde relatief.
Stilte.
Hoe kunnen we dàn uit dat ‘eeuwige hier en nu’ komen?
Door géén cursussen te volgen om nog beter in het hier en nu te leven, maar gewoon te leven. Door te zoeken naar kwaliteit van leven, in plaats van naar kwantiteit van kennis en spirituele technieken.
Veel mensen kunnen, wanneer het echt slecht gaat en ze door het oog van de naald moeten, tóch die vragen stellen.
Die vragen: ‘Hoe kan ik dàn nog mens zijn?’;
Hoe kan ik dàn nog waardig leven?’.
Het gaat niet om het zoeken naar een uitweg, maar om wat je doet als alle ballast van je afvalt.
Sommige Syrische vluchtelingen die ik in deze gemeenschap heb ontmoet, kunnen in hun warmte en zorg voor een ander ‘groots’ zijn.  Ze zijn gebroken, al jaren eerder door het regime van Assad en de bombardementen van oost en west, ze weten maar al te goed dat hun littekens ‘nooit’ zullen verdwijnen. Peptalk, die nergens op gebaseerd is, is aan hen niet besteed.
Ze hebben oog in oog gestaan met het dieptepunt van menselijkheid; er is al zoveel verloren, dus geven ze de rest ook maar weg.
Met de moed, niet die van de wanhoop, maar van de hoop op God.
Niet eens voor henzelf, maar voor toekomstige generaties, ja, hier in en aan de Lage Landen, aan jullie aanmatigend optreden. Ook al hebben ze zelf geen cent te makken, want ook als ze al gekwalificeerd werk verkrijgen geven we ze niet meer dan het minimum loon.

Wij dienen tot onze beschaming te bekennen dat wij in ons leven soms wel bezwijken voor de verleidingen van macht, van overheersing over andere bevolkingsgroepen, van het grote geld.
Durven we ons daarvan lòs te maken, en wat zou ons dat dàn wèl niet gaan kosten, zeg?
Wie kan ons daarbij helpen, of beter gezegd: op Wie durven wij dàn te vertrouwen? Op God, zal Die dàn nog luisteren?
Zo zijn er gebeurtenissen in ons leven waarover we geen zeggenschap hebben en die we niet los kunnen laten, omdat ze ons gewoonweg overkomen. Dan kun je jezelf de vraag stellen:
“ . . . . . Welke woestijnervaring heb ik in mijn leven te verwerken gekregen?
En niet alleen door verleidingen, maar ook door ervaringen van verlies,
van tekort, van geen perspectief meer hebben?
”.
Wat gebeurt er met je als je je vertrouwde omgeving zult dienen te verlaten en
naar een verzorgingshuis zult moeten gaan, omdat je niet meer voor jezelf kunt zorgen, omdat je het gewoon niet meer weet en niemand meer herkent?
Hoe is dat voor je partner, als hij of zij nog in leven is en jij op dat moment van vertrek uit dit leven veel zorgtaken zult moeten loslaten? Wat maakt dat je het leven toch volhoudt? Voor wie doe je dat?
Door het met name in deze tijd de ‘Blijde Boodschap’ te bestuderen kunnen wij
gesterkt worden in het vermoeden dat de ervaring van  ‘in de woestijn zijn’ ons leven niet eindeloos hoeft te bepalen.
Geen tunnel is zo lang of er komt wel een einde aan, door een moment van Licht, van vooruitzicht. Het leven blijkt toch verder te kunnen gaan, ànders, met breuken en barsten, maar desondanks: vèrder.
    Want Mijn Gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn Wegen luidt het woord des Heren.
Want zoals de Hemelen hoger zijn dan de aarde,
zo zijn Mijn Wegen hoger dan uw wegen en
Mijn Gedachten dan uw gedachten.
     Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar door en door  evochtigt het eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter.
     Alzo zal Mijn Woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend”. Isaiah 55: 8-11.

Orthodoxie – de Grote en Heilige Vasten en het leven in de wereld

Vasten en gebed, na het kerkbezoek

In de vastentijd is het goed om alleen kerk en huis in gedachten te houden  en je door niets anders te laten afleiden.

Je komt dus thuis. Wat ga je daar doen?
Je zult met alles wat je tot je beschikking hebt proberen de gehechtheid van geest en hart aan de Heer te bewaren.
Ga onmiddellijk na de kerk naar je kamer en val neer in je stille hoek, vraag God je bij te staan met name thuis het beste uit deze periode te halen op een wijze die heilzaam mag blijken te zijn voor je ziel.
Ga vervolgens zitten en kom even een tijdje tot rust, maar laat je gedachten dan niet vervliegen. Door al je gedachten te richten op God en herhaaldelijk de wens te uiten: “Heer Jezus Christus, wees mij zondaar  genadig! Heer Jezus Christus, doe mij Uw vreugde kennen! “.

Na dit moment van rust heb je telkenmale de keus, voortgaan in het gebed of je  arbeid weer op te pakken.

Wat voorhanden is, het maakt niet uit, je weet zelf wel wat je leuk vindt.
Het kost, zoals je ziet, helemaal geen moeite je de gehele tijd met geestelijke dingen bezig te houden en tegelijkertijd aangenaam aan het werk te zijn.
Bidden en tegelijkertijd in gebed zijn, dit is waar
jij jezelf de komende tijd zorgen over zult maken wanneer
je belast en beladen bent, je ziel moeheid ervaart en
je de kracht niet meer bezit om te lezen of te bidden.
Indien je je persoonlijke spirituele aangelegenheden op
een natuurlijke wijze verricht, is het niet nodig je bedrukt te voelen.
Werk welke naast gebed wordt gedaan vult alleen de behoefte aan tijd, die anders zou worden verspild aan inactiviteit.
En niets doen is ‘des duivels oorkussen‘, dus altijd rampzalig, met name in de vastenperiode.

bidden en vasten maakt het onmogelijke mogelijk; praying and fasting makes the impossible possible.

Hoe zou je deze periode thuis kunnen bidden?
Wel beschouwd dienen we de Grote Vasten iets te ondernemen om aan de gebruikelijke regel van het gebed iets toe te voegen. Dat zou kunnen door in plaats van te lezen je meer te richten op het gebed, in deze periode is het immers beter wanneer je de momenten van communicatie met jouw Heer en Meester opvoert.
Zowel aan het begin als aan het eind van de dag zou je meer gelegenheid kunnen vrijmaken en richt je zoals je in gebed gewoon bent in je eigen woorden
– je gedachten en de last die je draagt op aan de Heer, de Moeder Gods en je beschermengel, om hen te bedanken voor hun bescherming en voldoe je daarmee tevens aan je spirituele behoeften.
Vraag hen om je bij te staan zodat je eerst en vooral jezelf leert kennen, zelfkennis opdoet en, wanneer je dàt verkregen hebt, je ijver en kracht mag bekomen om jouw gewonde ziel te helen. Vraag het hen, telkens opnieuw, om je hart te vullen met het broodnodig berouw, een vernederd hart en het daaronder niet langer gebukt behoeft te gaan.
Nederigheid is het meest waarachtige offer dat je God en je medemens kunt aanbieden. Bid daarom, maar leg jezelf geen al te lange en zware gebed’s-regel op, een regel die verder reikt dan welke je normaliter zou kunnen opbrengen. Heiligheid zit hem met name in de kleine dingen, die wij doen – houdt je daarom niet op met zaken, die in feite te groot voor je zijn en die je alleen maar nog meer zouden belasten, dan goed voor je is.
Het is beter om overdag tussen de regels door vaker te bidden en wanneer je het gewone werk met andere [gebed’s-]werk verbindt, heb je je een grotere verstandhouding tot God.

Lees na het gebed een periode heel intensief. Die lezing/studie behoeft in het geheel niet gericht te zijn op het opdoen van verschillende soorten informatie aan kennis van dingen van de wereld, maar op het voordeel dat je behaalt door een constructieve houding – datgene waar je slechts geestelijk voordeel mee behaalt. Daarom behoef je helemaal niet veel te lezen, het kauwen op een uitspraak van een van de kerkvaders kan al genoeg zijn om je dag te verlichten.
Je vraagt me vervolgens wat je dan zoal dient te lezen? Alleen spirituele boeken, natuurlijk. Probeer deze zorgvuldig te lezen, want dergelijke literatuur inspireert de ziel meer dan wat dan ook. En mocht tijdens dit lezen het Jesus-gebed in je hart worden aangereikt leg je boek dan terzijde en bidt zonder ophouden.
Aldus wordt je door gericht te lezen en te bidden tot bekering komen, tot ommekeer. En door dit aldus te doen zul je je hart en je geest de onophoudelijke strijd en het gevecht met de tegenstrever uit de weg gaan. Het is niet te vermijden dat door intensief gebed ook moe kunt worden, maar wanneer je dit zoals ik al aangaf met je werk laat samenvallen zal het je veel lichter vallen.
Het zijn heus niet de grote dingen, die je voor ogen dient te houden, begin in het klein en geleidelijk aan zal dit proces groeien.

vasten is door doopwater, ruimte scheppen

Je denkt misschien waarom niet wordt aangegeven je dagelijkse voeding te verminderen. Tijdens de grote en heilige vasten is het veeleer de opdracht je te bekeren van allerlei mistoestanden in je leven – het teveel gericht zijn op de wereld. Het een kan het andere ondersteunen en daarbij is de regel van ‘eenvoud in gebed en werk‘ belangrijker dan dat je jezelf uitput door jezelf het noodzakelijk voedsel te onthouden. Wanneer je de geest wilt zuiveren is gebed en gericht werk belangrijker en volgt het overige als vanzelfsprekend. Het hart wordt zacht en de passies worden teniet gedaan.
Overdrijf niet, het leven is immers al zwaar genoeg, zeker indien je wat ouder wordt en hier en daar slijtage ondervindt. Je dient krachten op te doen om meer dan je gewoon bent in de kerk te zijn en daarnaast thuis je strijd te kunnen voortzetten. Kijk naar het eten – en neem  daarvan zoveel ‘als je slechts nodig hebt‘ om niet te verzwakken.
Daarnaast is het misschien nodig eens wat meer tijd vrij te maken om tot rust te komen, te slapen. Misschien is dat wel een opoffering voor je en weet wel, elke opoffering is passend met name in deze periode.
En dan àl die gesprekken over wat wel en niet dient te gebeuren – let in ieder geval op de noodzaak, anderen niet te belasten met jouw spirituele aangelegenheden – vasten vindt in het verborgene plaats.
Daarbij geeft de inzet van het memoreren van spirituele thema’s uit de heiligenlevens aanzet tot uitwisseling van constructieve gedachten en zijn deze aanleiding tot gunstige conclusies.
Het ga je goed en laat deze periode vervolgens in combinatie met veelvuldig kerkbezoek je meer vreugde dan verdriet schenken.

Maandag ná vergeving’s-zondag – Orthodoxie & persoonlijke pelgrimstocht en handelen in Christus

David & Salomon

    De Spreuken van Salomo, de zoon van David, de koning van Israël,
om Wijsheid en tucht te verkrijgen, om verstandige woorden te verstaan, om de tucht 
aan te nemen, die verstandig maakt, gerechtigheid en recht en rechtschapenheid; om de onverstandigen schranderheid, de jongeling kennis en bedachtzaamheid te geven.
       De wijze dient inzicht te horen en te vermeerderen inzicht en wie verstandig is, zal overleg  verwerven, om te verstaan spreuk en beeldspraak, woorden en raadselen van wijzen.
       De vreze des Heren is het begin van de kennis; de dwazen verachten wijsheid en tucht.
Hoor, mijn zoon *, de tucht van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet; want zij zijn een liefelijke krans voor uw hoofd, een keten voor uw hals.
Mijn zoon*, indien zondaren u willen verleiden, bewillig niet; indien zij zeggen:
Ga met ons, laat ons loeren op bloed, laat ons de onschuldige belagen, ook al geeft hij geen oorzaak; laat ons hen levend verslinden evenals het dodenrijk, met huid en haar, gelijk degenen die in de groeve neerdalen; wij zullen
[tesamen] allerlei kostbare dingen vinden, wij zullen onze huizen vullen met buit; Jij zult met ons je [mede-]aandeel krijgen, een buidel zal er zijn voor ons allen.
Mijn zoon*, ga niet met hen op weg; weerhoud uw voet van hun pad; want hun voeten snellen naar het kwaad en haasten zich om bloed te vergieten. Want tevergeefs is het net uitgespannen voor de ogen van al wat vleugels heeft; zij echter loeren op hun eigen bloed en leggen een hinderlaag voor hun eigen leven.
Zó zijn de paden van ieder die hunkert naar onrechtmatige winst, die haar bezitters het leven ontneemt.
De Wijsheid roept luid op iedere straat, op de pleinen verheft zij haar stem
Spreuken 1: 1-20 [lezing maandag ná vergeving’s-zondag].

voor zoon mag ook dochter gelezen worden, past beter in ons gender-identiële tijdperk, Salomon zal daar in al z’n Wijsheid mee ingestemd hebben.

Het is echt de moeite waard om het boek Prediker eens te bestuderen.
Met name omdat juist dit boek ons laat zien dat de mens en de wereld waarin [de mens naast] Salomo leeft, op zich genomen niets voorstellen en uiteindelijk nergens op uitkomen.
Natuurlijk is dit geen plezierige mededeling, maar laten wij eerlijk zijn:
      ook al zouden wij de Blijde boodschap naast ons neerleggen,
dan zou deze er nog wel degelijk zijn
”.
Waarom dàn deze Blijde boodschap op jezelf te laten inwerken en
tegelijkertijd door bepaald worden dat er wel degelijk
een uitweg uit de zinloosheid is?
Het boek Prediker staat namelijk niet op zichzelf, maar vormt een onderdeel van het Oude Testament, die aan het Nieuwe vooraf gaat, waarin ons geleerd wordt
dat iedere mens slechts tot zijn/haar doel kan komen als hij/zij zich van God afhankelijk opstelt.
De uiteindelijke bedoeling daarvan is dat de mens niet meer in zichzelf en zijn eigen werk en wijsheid roemt, maar dat hij/zij volledig op God kan vertrouwen.

Studies tonen aan dat de grenzen tussen Kerk en religieus ervaren geen grenzen meer kent – spiritualiteit blijkt zeer vloeiend te zijn geworden en dat heeft tot het gevolg dat de zoekende mens zich op vreemd, niet-christelijke gronden gaat begeven en z’n voorvaderlijke bron totaal terzijde schuift.
Niet-Christelijke spiritualiteit beweegt zich regelmatig op esoterisch, alleen voor ingewijden bestemd vlak en neigt naar egocentrisme, terwijl God toch het middelpunt is van ons bestaan. 

We zijn door onderwijs en wetenschap gewend geraakt het denken, het ervaren en het beslissen op basis van onze democratische achtergrond.
Voor God is de mens echter altijd dezelfde, God kijkt dieper dan wij in ons menselijk bestaan gewend zijn; Hij kent ons en kijkt over al de grenzen heen.

God & wereld – Woord & Schepping; God & World – Word & Creation.

In de dagelijkse praktijk is de wandel van de gelovige met God niet zonder moeite, wij leven immers in een periode van ons bestaan dat God Zich verborgen houdt. Heel af en toe mogen we ervaren dat Hij Zich laat ervaren in Zijn Genadegaven, Zijn Mysteriën, terwijl Hij ons toch onafgebroken nabij is.
Maar God’s beslissingen ten aanzien van ons leven zijn vaak niet te doorgronden,
omdat ze vaak heel direct en confronterend zijn; het belang in een bepaalde context, haar betekenis en gewicht roepen veelal de vraag op: Waarom?
Intermenselijke onrechtvaardigheid en overeenstemming met onze menselijk maatstaven zijn dan moeilijk te aanvaarden.
Wij mensen zijn gewend persoonlijke gebreken en de schade die dat veroorzaakt te vermijden – bij God ligt dat anders.
Veelal is slechts op zeer lange termijn het doel van bepaalde gebeurtenissen te ontdekken.

Voor ons mensen blijft er op onze weg dan niets anders over dan vanuit  medemenselijkheid overleg te plegen, naar elkaar te luisteren en na lang overleg uiteindelijk tot een beslissing te komen.
Een mens houdt er op z’n geestelijke weg niet van door andere mensen met voldongen feiten te worden geconfronteerd.
Zeker wanneer voldongen feiten door een zichzelf verheffende overheid worden veroorzaakt geeft dit de nodige drukte, levendigheid [reuring]. Veelal kan dan ineens niet meer worden aangegeven hoe na bepaalde gebreken de schade kan worden vermeden.
  En toch wordt het hechte fundament Gods niet aan het wankelen gebracht, vanwege het feit dat eenieder kan waarnemen dat: De Heer de zijnen kent, en een ieder, die de naam des Heren noemt, dient te breken met de ongerechtigheidconf. 2Tim2: 19.
Wij worden allen geacht door onze manier van doen, ons leven een beeld van God ten toon te spreiden. Dit houdt in dat wij alles in het werk stellen om datgene te doen wat betrekking heeft op heiligheid.
Onze God is immers Heilige en is daar oneindig Krachtig in – is daarin onvoorwaardelijk te vertrouwen.
Heiligheid nastreven in alles wat je doet betekent
⁌  dat je onreine en beschamende relaties met anderen tracht te vermijden,
⁌  dat je persoonlijk in doen en laten het kwaad tracht te vermijden,
⁌  dat je elkaar onvoorwaardelijk open en eerlijk tegemoet treedt,
⁌  dat je dronkenschap en andere buitensporigheden mijdt,
⁌  dat je lichamelijke uitspattingen [overspel] en hoogmoed onderdrukt.
Want er wordt immers gezegd:
    de kudde God’s, die bij u is, wordt niet gedwongen, maar beweegt zich vrij,
overeenkomstig de Wil van God, niet uit schandelijke winzucht, maar uit bereidwilligheid, niet als heerschappij voerend over hetgeen u ten deel gevallen is, maar als voorbeeld tot de gehele kudde
1Petr.5: 2,3, en even verder:
    Evenzo gij, jongeren, onderwerpt u aan de oudsten. Omgordt u allen jegens elkander met nederigheid, want God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij Genade.
Vernedert u dan onder de machtige hand van God, opdat Hij u te zijner tijd zal verhogen1Petr.5: 5,6.
Ons wordt duidelijk gemaakt dat wij ons in onze menselijke zorgen – in al onze kommernis op God dienen te richten, want Hij zorgt als een Vader voor allen en eerst dàn verkrijgen wij ‘een stil en ontvankelijk hart‘.

Binnen diverse Christelijke gemeenschappen is een ingewikkeld probleem als het toezicht houden ontstaan, het geven van raad en de daarop volgende begeleiding in een religieuze omstandigheid in welke een uiteindelijke beslissing plaatsvindt.
In dergelijke omstandigheden dient ruimte in acht genomen te worden voor hoor en wederhoor, niet alleen op zgn. ’hoog’ niveau, maar tot op de laagste niveaus; en op het laagste niveau dan ook nog het meest intensief.
Eerst dán zal er sprake zijn van Liefdevol Goddelijk respect voor de medemens en wordt er een saamhorige gemeenschap rond Christus gevormd.
Zowel gezamenlijk als afzonderlijk worden omstandigheden gecreëerd, die ieder van de navolgers van Christus in zijn/haar waarde laat.
In een dergelijk proces mag er geen sprake zijn van werelds ‘politiek’ bewegen/handelen, het vertrouwen van de mensen die met elkaar samenwerken wordt daardoor totaal ondergraven.
Leiderschap en het houden van toezicht kun je leren, maar daar is altijd -tijd en gelegenheid- kortom ‘volwassen worden‘ voor nodig – veelal leert men Wijsheid niet uit een boekje, maar door het zelf door een ascetisch leven te ondervinden.
Dan zijn we weer terug bij ons uitgangspunt het Boek Prediker.
Je ziet het pas wanneer je het ziet!” en dat is meestal na een voltooid leven.
Terugkijkend op zijn leven zag Jozef dat zijn hele wonderlijke levensloop de weg was waarlangs God zijn broers – later God’s Volk uit wie onze Heer en Verlosser geboren zou worden – van de hongerdood redde [zie Gen.45].
Zonder de Wil van de God, Die Jozef naar Egypte heeft geleid, valt er nog geen haar van ons hoofd. Soms zien we in onze kleine leventjes zomaar iets van Zijn grote plan met deze wereld.
En voor wat zich dáár allemaal wèl niet allemaal afspeelt, mogen we Hem onder alle omstandigheden slechts danken, want geen schepsel kan ons van God’s Liefde scheiden.
Alleen in gesprek met elkaar en in het luisteren naar elkaar, komt uiteindelijk de beslissing van God tot een besluit, die veelal eerst na een zeer lange periode in het christelijk leven van de Kerk wordt bekrachtigd.
Bevel en gehoorzaamheid op het menselijke vlak worden op deze manier
verwijderd door het verbinden van luisteren en het gehoorzamen aan de richting welke onze Heer en Verlosser door Zijn Heilige Geest aangeeft.
Geestelijk leiderschap volgt in deze de stijl van Maria in vergelijking tot die van Martha, gezusters van de ‘Opgestane’ Lazarus:
Maria zat aan de voeten des Heren en liet zich alleen door Hem leiden;
dat is geen gebrek aan toezicht of spelleiderschap, maar
een andere vorm van doen en laten’ durven aan te nemen.
Neem van mij aan christelijk vakmanschap maakt geen beter product dan die van z’n collega’s, maar het uitgangspunt is wèl eventjes wat anders.

H. Andreas van Kreta [fresco]
Hoe zal ik een begin maken om de werken van mijn armzalig leven te bewenen?
Hoe zal ik een begin maken, Christus, met des klaagzang?
Schenk mij toch, in Uw Barmhartigheid, de vergeving van mijn zonden.

Treed nader, ongelukkige ziel, die met vlees zijt bekleed,
tot de Schepper van het Heelal en belijd uw zonden.
Maak voortaan een einde aan uw onverstand, maar breng aan God een innig berouw.

Adam, de gerstgeschapene, heb ik nagevolgd in zijn overtreding.
Daarom zie ook ik mijzelf ontbloot van God en van het eigen Koninkrijk en
van de Heerlijkheid, wegens mijn zonde.

Wee mij, ongelukkige ziel!
Hoe hebt jij jezelf gelijk gemaakt aan de eerste Eva!
Want jouw oog was begerig en je bent bitter gewond door te grijpen naar
de boom en roekeloos te proeven van de verstand-rovende vrucht.

Zoals eens de zichtbare Eva is er nu een zinnebeeldige Eva opgestaan in
de hartstochtelijke begeerte van mijn vlees, die
mij eveneens het zoete toont, doch
mij steeds slechts de drank van de bitterheid doet proeven.

Met recht werd Adam uit Eden verbannen, Verlosser, omdat
hij Uw ene Gebod niet heeft gehouden.
Hoe zal het dan mij vergaan, die
steeds opnieuw Uw Leven-brengend Woord heb verworpen?”.
uit Boetecanon van H. Andreas van Kreta maandag 1e ode.

Aristoteles, painted

Laten we derhalve een eenheid van geest aantrekken, laten we gewoon nederig zijn, gematigd, ver van elke zucht en daarop volgende vloek of slechte toespraak,
onszelf tot rechtvaardigheid omvormen door daden en niet slechts door mooie woorden . . . .
Laat onze lof van God komen, en niet van onszelf. God haat immers degenen die zichzelf prijzen. Laat de getuigenis van onze goede daden vervolgens door anderen dan de huidige [kliek] gegeven worden.
Òf teneinde om te gaan met de problemen van het menselijk leven heeft een ander ziener dit op wereldse wijze geformuleerd:
In alle dingen van de natuur is er wel iets van het wonderbaarlijke. 
De belangrijkste taak, die wij op ons kunnen nemen om de wereld te redden is 
de [om-]vorming van mensen
Aristoteles, filosoof en leraar [384-322 v. Chr.].

Koning David, door Gottlieb Welté

God leidt zachtmoedigen in het oordeel, zachtmoedigen leert Hij Zijn wegen
Psalm 24[25]: 9.
Één ziel in twee lichamen, dat is ware liefde – God, de Vader heeft ons aldus over de mensheid uitgesproken, Hij heeft de mens lief als zijn kind.
Zijn Kracht, Liefde en Genadegaven komen over ons. Hij getuigt van Zijn Geloof en Vertrouwen in de mens en van Zijn verwachting en hoop op de mens, al van voor de grondlegging van de wereld.
Van Godswege is de mens bestemd in de Heerlijkheid van God Zelf te mogen delen. 
Daarin ligt het aanvaarden; God wil er voor de mens zijn.
Wil de mens er ook voor Hem zijn en bevestigen tegen alles wat Hij voor de mens bestemd heeft? Hij stelt de mens ertoe in staat.

Tot U, Heer, verhef ik mijn ziel; mijn God, ik vertrouw op U: 
laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid.
Laat mijn vijand niet over mij spotten; allen immers die U verwachten zullen niet beschaamd staan.
Dat allen beschaamd worden, die tevergeefs ongerechtigheid doen.
Heer, doe mij Uw wegen kennen en leer mij Uw paden. Leid mij in Uw waarheid, en onderricht mij, want Gij zijt God, mijn verlosser, die ik heel de dag verbeid.
Heer, gedenk Uw ontferming en Uw barmhartigheid, *
die immers van eeuwigheid zijn. Mijn jeugdzonden en mijn onwetendheid, gedenk die niet meer.
Maar denk aan mij volgens Uw barmhartigheid, omwille van Uw goedheid, o Heer.
Heilig en gerecht is de Heer, daarom geeft Hij de Wet aan de zondaars op hun weg.
Hij leidt zachtmoedigen in het oordeel, zachtmoedigen leert Hij Zijn wegen.
Alle wegen des Heren zijn ontferming en waarheid, voor wie streven naar Zijn Verbond en Zijn Getuigenissen.
Omwille van Uw Naam, Heer, vergeef mij mijn zonde, hoe talrijk deze ook is.
Wie is de mens die de Heer vreest? Hij geeft hen de Wet op de weg die hij gaat.
Zijn ziel zal rusten temidden van het goede: zijn zaad zal de aarde erven.
De Heer is de sterkte van hen die Hem vrezen: Hij zal hun Zijn Verbond openbaren.
Mijn ogen richt ik steeds op de Heer, want Hij bevrijdt mijn voeten uit de strik.
Zie neer op mij en ontferm U mijner, want ik sta alleen en ben arm.
De beproevingen van mijn hart zijn talrijk geworden, bevrijd mij uit de benauwing.
Zie mijn vernedering en mijn moeiten; vergeef al mijn zonden.
Zie mijn vijanden, hoe talrijk zij zijn, hoe zij mij haten met onrechtvaardige haat.
Behoed mijn ziel en bevrijd mij, laat niet beschaamd staan omdat ik op U vertrouw.
Heer, onschuldigen en gerechten hangen mij aan, omdat ik U verwacht.
O God, bevrijd Israël uit al zijn beproevingen” 
Psalm 24[25] vert. ROK ’s-Gravenhage.

 

Zondag van de Zuivel-onthouding – Verdrijving uit het Paradijs – Vergeving’s-zondag

” Alleen de Heer is bij machte ons vast te doen staan”; ” Only the Lord is able to hold us fast”; ” Μόνο ο Κύριος είναι σε θέση να μας κρατήσει γρήγορα”; ” الرب وحده قادر على حملنا بسرعة”.

    Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven;
       maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.
       En wanneer gij vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; want zij maken hun aangezicht ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen, wanneer zij vasten.
       Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds
Maar gij, zalf uw hoofd, als gij vast, en was uw gelaat, om u niet bij uw vasten aan de mensen te vertonen, maar aan uw Vader, die in het verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen.
Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijnMatth.6: 14-21.

Apostel Paulus in de Romeinse gevangenis, Rembrandt, Harmenszoon van Rijn ca. 1627

      Want het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
       De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen van het Licht!
       Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd!
       Maar doet de Heer Jezus Christus aan en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.
       Aanvaardt de zwakke in het Geloof, maar niet om overwegingen te beoordelen.
De een gelooft, dat hij alles eten mag, maar de zwakke eet plantaardig voedsel.
Wie wel eet, dient hem niet te minachten, die niet eet, en wie niet eet, dient hem niet te beoordelen, die wel eet, want God heeft hem aanvaard.
Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt?
Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan.
Maar hij zal staande blijven, want
de Heer is bij machte hem vast te doen staan
Rom.13: 11b-14: 4.

  Ik [Paulus] ben voor de zwakken zwak geworden, om de zwakken te winnen;
voor allen ben ik alles
geweest, om in elk geval enigen te redden.
Alles doe ik ter wille van het Evangelie, om er ook zèlf deel aan te verkrijgen.
Weet gij niet, dat zij, die in de renbaan lopen, allen wel lopen, doch dat slechts één de [hoofd-]prijs kan ontvangen?
Loopt dan zo, dat gij
[allen, in ieder geval] die [eindstreep] behaalt!
En al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke.
Ik loop dan ook niet maar in den blinde en ik ben geen vuistvechter, die zo maar in de lucht slaat.
Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden1Cor.9. 22-25.

H. Clement van Rome – 1e eeuw, lid van de raad van oudsten van de Christelijke Gemeenschap in de stad Rome

”   Heer en Meester van mijn leven,
ik verzoek U nederig mij de komende periode bij te staan.
Redt U mij zwakkeling; heb medelijden met mij, als geringste onder de mensen.
Trekt U mij, die gevallen ben weer omhoog; sta mij bij die niet zonder U kan voortbestaan.
Geneest U mij die zich regelmatig goddeloos gedraagt, die ronddoolt als een zwerver onder Uw Volk.
Stilt U mijn honger naar verlossing en bevrijdt U mij van m’n gevangenschap;
Heer genees mijn onvolkomen zijn en
biedt mij troost in m’n eenzaamheid
conf. H.Clement van Rome

anyone can do it, but not everyone wants it; ο καθένας μπορεί να το κάνει, αλλά δεν το θέλουν όλοι; يمكن لأي شخص القيام بذلك ، ولكن لا يريد الجميع ذلك.

Ben jij wel eens heel vroeg opgestaan en heb je daarbij na kruisteken en ochtendgebed naar buiten gekeken de duisternis in.
Wat zag je bij een heldere Hemel anders dan de maan en de morgenster [Venus].
Naast de sterren aan de Hemel vormt deze planeet, uit het oogpunt van de aardse toeschouwer, de schitterendste onder alle sterren.
De morgenster kondigt de nieuwe dag aan, de opgang van de zon.
Je geest is niet zo helder, slaapt nog een beetje en je begrijpt dan maar al te goed de uitspraak:
Ontwaakt, gij, die slaapt, zo spreekt God vanuit Zijn Gewesten”.
Maar heeft het wel zin om jezelf te vermannen dat jij of zij nu dient op te staan?
Hoe worden geestelijk nog niet zo wakkere mensen wakker en komen zij tot actie?
De verleiding is immers groot om verder te slapen òf om te blijven liggen.
Er is moed en doorzettingsvermogen voor nodig – om wakker te worden, op te staan.

Maar, waar is dit nu voor nodig?

God & wereld – Woord & Schepping; God & World – Word & Creation.

Ja, waar doen we het allemaal voor van de ochtend tot de avond, waarom
proberen we meer aan anderen te geven dan wij zelf ontvangen?
Hoe worden geestelijk dode mensen levend?
We zijn de vorige zondag geconfronteerd met de woorden van Christus:
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem van de Zoon van God en die ze gehoord hebben, zullen levenJohn 5: 25.
En dáár ligt nu precies het antwoord, dáár doe je het allemaal voor.
Geestelijk dode mensen worden levend door de Kracht van het Woord.
Christus spreekt met leven-schenkende kracht.
Het is hetgeen we in de komende vastenperiode naar toe groeien,
naar Lazarus zondag en vervolgens het Pascha, de dag van de Opstanding.
De zus van de Myrondraagster Maria, Martha de minder-biddende, maar hard-werkende, zegt dan:
Heer, indien u hier geweest zou zijn, zou mijn broeder niet gestorven zijn.
Ook nu weet ik, dat God U geven zal al wat Gij hevig van God verlangt

En onze Heer en Verlosser zegt dan tot haar:
     Uw broeder zal opstaan”.
Ook wij verlangen dat Christus aansluitend tot ons roept:
jij mens, die als Lazarus zijt  waarbij Christus tot ons roept:
Lazarus, Lazarus, kom naar buiten!
Met andere woorden kom uit je geestelijk dode toestand.
En we weten maar al te goed dat wij hunkeren naar opleving, naar de “Opstanding”.
Iedere mens is immers ‘geestelijk ziek’, maar zolang de mens blijft zeggen,
dat hij gezond is en de waarachtige Geneesheer niet toelaat,
blijft de ziekte van de zonde in hem/haar.

Zolang de mens blijft zeggen dat hij/zij kan zien,
blijft de blindheid wegens de zonde in hem/haar.

De mens, die door het Mysterie van de Doop aan te nemen, heeft aangegeven Christus na te volgen,
accepteert daarmee dat hij/zij z’n/haar best dient te doen om een deugdzaam mens te worden.
Deugd is de gezondheid van de ziel en ondeugd is haar ziekte.

Wij weten allemaal dat het aan de matigheid toekomt, om de verleidelijke opwellingen van het lichaam en het gemoed te bedwingen en in toom te houden.
De geest wordt immers in de wereld meegelokt en
verkiest de zoetigheid van een schadelijk genot boven de daarmee verwante zoetheid van de Goddelijke Liefde.
Maar kijk uit voordat je in het diepe springt [Kοιτάξτε πριν να πηδήσετε], het volgende:
>>> Wij zijn mensen en in iedere stap, die wij ondernemen beseffen we dat en ook ‘in deze’, dus voordat wij ons op weg begeven, onderkent dat God, Heer en Meester is van ons leven.
Met een zéér waakzame zorg dienen wij onderscheid te gaan maken in wat wèl en wat níet bemind dient te worden, zodat de begeerlijkheid onder de dekmantel van de Liefde het onvoorzichtig hart kan worden omgehangen.
Ook dat de sterkte slechts daarom weerstand dien te bieden aan de tegenkanten van deze wereld, om te voorkomen dat – als de zaken minder naar wens gaan, of zelfs als de moeilijkheden zich ophopen – tòch het bedrukte gemoed in geen geval de wet van de Liefde niet overtreed.
Indien je de regels van de rechtvaardigheid in jezèlf dieper beschouwt, is niemand beter, niemand volmaakter in staat aan ieder te geven wat hem/haar toekomt, dan degene die liefheeft in de mate waarin het voorwerp liefde waard is.
Dat betekent: “ God méér lief te hebben dan jezelf en de naaste als jezelf”;
met ander woorden: “ God alleen om Hemzelf en de naaste uitsluitend vanwege God”.
Blijmoedig, monter, opgeruimd, opgewekt “Opstaan” is niet iedereen gegeven; volmaakt zijn evenmin en als ik me niet vergis hangt Rechtvaardigheid af van de volmaakte Liefde, zodat ook daaruit blijkt dat er slechts Één Rechtvaardig Rechter is.
Wij mensen zijn alleen in staat enige ordening na te streven en de mate waarin iemand hier ‘met de hulp van God’ vordering in maakt, zal deze mens ook rust vinden.

 

De Waarheid van de 12 apostelen overnemend behoort de Orthodoxe Kerk tot de ene Heilige en Apostolische Kerk; Taking over the Truth of the 12 apostles the Orthodox Church belongs to the one Holy and Apostolic Church.

Wat de Apostelen ons leren:
Mede-na-volgers van Christus,
kindekes, zo schrijft de oogappel des Heren,
Vermijd alle kwaad en alles wat de schijn van kwaad heeft.
Wees niet opvliegend, want kwaad worden leidt tot moord.
Wees niet jaloers, niet geneigd tot ruzie en niet vurig/hartstochtelijk, want
uit dit alles komen moord en doodslag voort.
Mijn kinderen, heb geen zinnelijke verlangens, want
zinnelijke begeerten leiden tot ontucht.
Spreek geen vuil taal, wees geen gluurder, want
uit dit alles komt overspel voort.
Mijn kind, bedrijf geen waarzeggerij, want
waarzeggerij voert tot afgodendienst.
Spreek geen toverspreuken uit.
Houd je niet bezig met sterrenwichelarij of reinigingsriten.
Weiger iets van dit alles te horen of te zien, want
uit dit alles komt afgodendienst voort.
Mijn kind, wees geen leugenaar, want
de leugen leidt tot diefstal.
Wees ook niet gierig of verlangend naar roem [eerzucht], want
uit dit alles komen oneerlijke praktijken voort.
Mijn kind, kom niet in opstand tegen uw lot, want
dat leidt tot godslastering.
wees niet aanmatigend, omdat je denkt dat je hier het recht toe hebt,
bedenk geen kwaad.
Want uit alles wat ik je hier voorgehouden heb, komt godslastering voort.
Maar wees zachtmoedig, want zachtmoedigen zullen de aarde beërven.
Wees geduldig, barmhartig, argeloos, vreedzaam en goed.
Heb steeds ontzag voor de woorden waarnaar je geluisterd hebt.
Verhef jezelf niet en laat je ziel zich niet verleiden tot overmoed.
Hecht u niet aan trotsen, maar ga om met rechtvaardigen en nederigen.
Aanvaard wat u overkomt als een weldaad in de wetenschap dat niets buiten God om gebeurt.
Mijn kind, je zult nacht en dag aan degene denken, die jou het Woord van God verkondigd heeft en je dit ook voorgeleefd heeft en blijf hem eren ‘als ware het een heer’; want ‘overal waar God’s Heerschappij wordt verkondigt dat Één is de Heer”.
Wanneer je het goede nastreeft, zul je jezelf niet al te zeer richten op het doen en laten van anderen, maar richt je je op jezelf. Wat dat betreft heb je in feite niets met de ander te maken, of die nu goed wil of kwaad. Daarbij is geen mens hetzelfde en het is onzin om u naar een ander te vormen of een nader te willen zijn. Natuurlijk kun je wel iemand waarvan u overtuigd bent dat hij of zij de deugd bezit tot voorbeeld nemen, en zelfs kunt u meerdere voorbeelden nemen, want bij niemand zullen alle deugden op gelijke wijze schitteren, dan bij onze Heer en Verlosser. Het is dankzij een kwalijk fenomeen wanneer zich binnen het Lichaam van Christus mensen bevinden, die zich een hogere positie toeschrijven dan wie dan ook.
Weet echter wel dat de één een goede werker is [Martha], de ander gebed’s-getrouw [Maria], weer een ander altijd opgewekt en vriendelijk, weer een ander altijd behulpzaam, en er zijn er die goed hun tongriem [of pen] kunnen beheersen en dusdanig innerlijk kunnen leven alsof de wereld aan hen voorbij gaat.
Maar probeer nimmer aan anderen gelijk te worden, anders gaat het ondermaanse er maar saai uit zien.
  Maar wees voor jezelf éénduidig, zonder twijfel, één. Onze Heer is immers het volmaakte voorbeeld en Hij is één.
Zoek daarom dagelijks het gezelschap van heiligen en vermijdt degenen, die zich slechts op wereldse aangelegenheden richten, leiders, die politiek, bedrijven door daar zelf voordeel uit te trekken.

waar zullen we op stemmen; what will we vote for.

                      We gaan deze maand weer naar de stembus, voor de provinciale staten, waaruit getrapt de eerste kamer gekozen wordt en het bestuur van de waterschappen, daarom als uitstapje het volgende:
Waar moeten we de komende verkiezingen als Christenen onze stem op uit brengen? Christenen zijn als het goed is met Christus bekleed, maar onder hen bevinden zich zowel ‘oprechte’ als ‘slechte’ hoogvliegers.
Een Christen laat zich niet door de wereld bespelen en is als zodanig onpartijdig;
eenieder die hij ontmoet behandelt hij zonder uitzondering vanuit de Liefde.
Wat moeten we dan met politiek?, hoe verloopt de politiek?
Over het algemeen werkt het gewoon niet, ook politici zelf doen hun werk niet.
Hun slechte prestaties hebben veelal eerder een geestelijke dan een fysieke achtergrond.
Wanneer een persoon zichzelf niet kan helpen, hoe kan hij dan anderen helpen?
Daarom zijn wij als christenen mede schuldig aan deze situatie.
Indien we waarachtige christenen waren, zouden wij hen geen politiek laten bedrijven, want indien zij het werk ècht vanuit een christelijke houding zouden doen, zouden de zaken in de wereld geheel anders verlopen.
Hierbij wordt nog buiten beschouwing gelaten dat het overgrote deel van de ons vertegenwoordigende politici hun afkeer t.o.v. de Kerk niet onder stoelen of banken steken
” conf. H. Païsios, de Athoniet.

Εὐάγριος ὁ Ποντικός, 345-399 na Chr.

Veel kerkvaders, maar ook kerkmoeders spreken regelmatig veel tot ons over de strijd tegen de ondeugden en een lijst van ondeugden zou voor het eerst samengesteld zijn door Evragius van Pontus [Gr. Εὐάγριος ὁ Ποντικός]; een woestijnvader en een van de grondleggers van de christelijke ascese in de Egyptische woestijn. Hij houdt daarin een zekere volgorde aan om de ondeugden stuk voor stuk te lijf te gaan.
Elke ondeugd heeft een tegenhanger in de deugd, er zit namelijk een bepaalde opgang in:
in ieder gave een mogelijkheid om gericht te gaan oefenen, maar dit dien je ook weer niet te letterlijk te nemen anders draai je geestelijk nogal door.
Je kun de deugden en ondeugden van jezelf tegenover elkaar zetten,
bijvoorbeeld onder leiding van een ascetisch ingesteld iemand, wees echter altijd overtuigt van het feit dat eenieder, die jij navolgt, ook maar een mens is.
Weet wèl dat er geen ‘water’dicht – ‘doop’zuiver, ‘geestelijk’-zuiver systeem bestaat dan in het Mysterie en in deze geldt de spelregel:
♨︎♨︎♨︎ . . . Doe je best, want God doet in Zijn Goddelijk Mysterie de rest”.
Het zou mooi zijn wanneer wij deze eenvoudige stelregel,
in kinderlijke taal zouden durven te accepteren.

    Broeders, zusters, vergeef mij mijn zonden en ontelbare fouten en
bid voor mij, want ook ik ben een zondaar
”.

Christelijk Geloof is die overgave van het hart waardoor
de toevlucht wordt genomen tot Christus.
een mens kan ècht zichzelf niet verlossen, maar
dient het leven te zoeken buiten zichzelf.
Buiten zichzelf ligt het in Christus, de Opgestane.
Hij, Die het gezegd heeft:
Ik leef, en daarop zullen jullie levenconf John.14: 7-19,
dus vetrouw dáár dàn maar op.
Een succesvolle vasten toegewenst.

Apolytikion
tn.4.
    Een bittere spijze was het, die Adam uit het Paradijs verdreven heeft:
hij weigerde om te vasten volgens het gebod van zijn Heer [en Schepper],
en werd toen veroordeeld om de aarde, waaruit hij genomen was,
met veel moeite te bewerken en
zijn brood te eten in het zweet van zijn aanschijn.
Laat ons daarom het vasten beminnen, opdat wij niet als Adam moeten wenen buiten het Paradijs,
maar dat wij daarin mogen binnentreden
”.

Kondakion
tn.6.
    Gids der Wijsheid, Schenker van het verstand,
Opvoeder van de onverstandigen en Beschermer van de armen,
bevestig en onderricht mijn hart, o Meester.
Schenk mij het woord, U, Die het Woord van de Vader bent,
want zie, mijn lippen houden niet op om U te roepen:
Barmhartige, ontferm U over mij, die gevallen ben
”.

Zaterdag van de asceten – terugkeer naar de oorsprong

    Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren.
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want
Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en
gij zult rust vinden voor uw zielen; want
Mijn juk is zacht en Mijn last is licht
“ 
Matth.11: 27-30.

    Maar de vrucht van de Geest is Liefde, Blijdschap, Vrede, Lankmoedigheid [in staat om veel te verdragen], Vriendelijkheid, Goedheid, Trouw, Zachtmoedigheid, Zelfbeheersing.
Tegen zodanige mensen is de wet niet.
Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.
Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden.
Wij moeten niet praalziek zijn, elkander tartend, elkander benijdend.
       Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die
geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende
op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.
Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de wet van Christus vervullen

Gal.5: 22- 6:2.

Herinnert u het nog, klinkt het nog na, datgene wat
afgelopen zondag als Apolytikion klonk?:
“ . . . . . Ik denk aan die vreeswekkende dag en ween over al mijn slechte daden”?
Wie wordt niet geconfronteerd met de dagelijks af te leggen verantwoording voor de onsterfelijke Koning der Eeuwigheid. En wanneer Hij dan met jou constateert dat God ons gezegend heeft en je tenslotte vaststelt dat je als jongeman al rijk bent, ja gaandeweg rijker, totdat
je zeer rijk geworden bent en alles hebt wat je hartje begeert, wat dan?. . . . .

Toen zei Abimelek [Hebr.= ‘broeder van de Koning’] tot Isaäc [Hebr.= Hij, die lacht’]: ‘Ga van ons heen, want jij bent veel machtiger geworden dan wij’Gen. 26: 16 en “ Hij groef [als vanzelfsprekend] de waterputten, die men gegraven had in de dagen van zijn vader Abraham, en die de Filistijnen na Abrahams dood hadden dichtgestopt, weer op, en noemde ze met dezelfde namen, waarmee zijn vader ze genoemd hadGen.26: 18.
Die waterput, die kennen we als de bron des Levens, waar Christus de Samaritaanse haar lesje geeft, maar ook herkennen we de rijke jongeling, die te horen kreeg: “ Indien je volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop wat je bezit en geef het aan de armen, en  je zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg MijMatth.19: 21.

En dàn wordt je met de essentie van deze zaterdag geconfronteerd en laat je het afweten, want ook ik heb moeten vaststellen dat ik vele goederen bezat en ik ging bedroefd heen.
Ik moest iedere keer bij m’n vertrek vanaf de Heilige berg [Athos] vaststellen, dat dìt echt niet voor mij was weggelegd. De wereld van het helse Thessaloniki en de onrust, die daarmee gepaard gaat viel boven op mij en ik ging bedroefd naar huis. Wanneer ik dit nog eens ga overdenken, dan valt me eigenlijk op dat je als mens van de wereld een behoorlijk arrogante houding bezit.
     Je gaat daar een asceten-kolonie bezoeken en dat klinkt heel vroom, zoals
Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?
Maar ben je op zo’n moment als mens van de wereld ècht zo hongerig naar
het onderwijs van onze Heer en Verlosser?
Al snel realiseer je je al dat je als mens vooral bezig bent met jezelf te bewijzen en jezelf te rechtvaardigen. “Dàt heb -‘ik’- allemaal al gedaan!”, kijk mij eens.
Wat zo fascinerend blijkt, is dat onze Heer en Verlosser ons als mens gewoon uitdaagt.

Even verder in de perikoop van de rijke jongeling wordt er een prostituee bij hem gebracht die gestenigd moet worden en dàn is onze Heer en Verlosser pas ècht ongelofelijk liefdevol en genadig.
Waarom dat verschil?
Onze Heer en Verlosser legt de lat ook wel heel erg hoog voor deze jongeling.
Ik kan niet anders bedenken dan dat Hij dit doet omdat deze mens ‘zelf’ God’s goedkeuring en acceptatie tracht te verdienen. Hij wilde het niet ‘om niet’ ontvangen, neen, hij wilde het verdienen, op dezelfde manier als hij z’n rijkdom had vergaard.
Christus zal als de Heer der Heerscharen, als de Opperste en uiteindelijke Rechter, laten weten wàt het wel niet is om ‘volledig’ goedgekeurd en gekend te worden.
      En het wonderlijke is, wanneer dàt wanneer onze houding zo vreselijk is,
dàn drijft onze Verlosser ons tot het punt van waanzin. Hij legt de lat gewoon nòg hoger: “Er is nog een ding. Ga naar huis. Verkoop al je spullen en geef het geld aan de minderbedeelden”.

En tòch komt onze Heer der Heerscharen bij ons aan tafel, want Hij wil ons ‘Zijn Blijde Boodschap’ op de een of andere manier bijbrengen, zoals bij Zacheüs [Hebr.= ‘zuiver’], de tollenaar.
Ondanks het feit dat wij met Hem dienen vast te stellen dat hetgeen wij in de wereld doen voor Hem als Rechter ‘volkomen buitensporig‘ en ‘verachtelijk‘ is, komt Hij bij ons eten.
            Gebed heeft geen bepaalde houding, geen plaats of tijd, het is een kwestie van dapper en nuchter  overwegen. “   Stilte en gebed zijn zeer grote wapenen om het Hemels Koninkrijk te bereiken, omdat het gebed verse lucht en adem geeft, de adem van de Heilige Geest, welke ons reinigt en inzicht geeftH. Paisios, de Athoniet.
Heb nu alsjeblieft niet het idee dat je wanneer je de radicale stap tot de ascetische levensvorm zet dat je onmiddellijk in de zevende Hemel terecht komt.
Veelal zal eerst na een periode van vijftien jaar van hard werken vervlogen zijn
eer de discrete ‘alles overtreffende‘ gehoorzaamheid z’n intrede zal doen.
Dit is het resultaat van door alle moeite heen ‘gehoorzaamheid aan God’ onderscheiden en
dàt leer je absoluut niet gedurende een drie, of vierjarige Theologische opleiding,
dàt wordt slechts gevormd door het juk van een langdurig ascetisch leven.

Ascese [Gr.: ἄσκησις, askèsis] is het streven naar òf het beoefenen van een reine levenswandel.
Je beoefent dit door de eigen hartstochten en en begeerten te beteugelen en zelftucht toe te passen. Ascese gaat veelal gepaard met een onafgebroken leven in stilte en gebed om de geest stil te maken, maar ook door je zowel geestelijk als lichamelijk allerlei geneugten van het leven te ontzeggen.
Je legt voor jezelf net als onze Heer en Verlosser de lat heel erg hoog.
Overeenkomstig de Blijde Boodschap is ascese geen doel op zich, aangezien de schepping als goed wordt voorgesteld en de mens daarin geen minderwaardig wezen is.
Wèl wordt zowel in het Oude [profeten] als het nieuwe Verbond [Johannes de Doper] matigheid gepredikt en daar ontbreekt het in onze tijd nogal eens aan.
Het vroege christendom kende echter wèl – soms extreme – vormen van ascese, zoals het kluizenaars- en kloosterbestaan van de woestijnvaders, gebaseerd
op geloften van bewuste armoede, kuisheid en gehoorzaamheid.
Het vroeg-christelijke geloof groeide uit tot de christelijke orthodoxie, deze gemeenschap van volgelingen van Christus is vanaf het eind van de 3e eeuw na Christus op de voorgrond getreden, haar tegenstanders in de wereld te benadrukken, dat haar opvattingen altijd al een het meerderheid’s -standpunt innamen en dat haar rivalen altijd al ‘ketters‘ waren geweest, die er moedwillig voor ‘kozen‘ om het ‘Ware Geloof’ [Gr. ὀρθός, orthos=recht; δόξα, doxa = mening, glorie] te verwerpen.
            Waarom kiest iemand het monastieke leven en niet een leven als spelleider/priester, met of zonder professionele activiteiten [iedere gelovige is immers priester]?
Monniken en monialen zijn veelal gelovige mensen uit één stuk en die proberen tot het uiterste te gaan.
Wanneer men het Geloof en het leven in navolging van Christus begint vanuit
geheel het menselijk  hart, wordt men werkelijk door God ‘Zelf’ op de monastieke weg getrokken.
Dit wil niet zeggen dat de anderen niet ernstig of minder ernstig in de leer zijn, maar algemeen wordt aangenomen dat het totaal aan God gegeven leven het monastieke leven is.
Men is Hem méér naderbij, het hart is mìnder verdeeld – wordt mìnder afgeleid.
Zowel professionele als lekenpriesters hebben in de wereld diverse bezigheden en hebben inherent daaraan dus problemen en zullen soms keuzes moeten maken tussen verschillende dingen.
Een monnik kan [maar doet dat echt ‘niet’ altijd, hij/zij blijft ook maar een mens]
de directe weg naar God kiezen. Het is geen schande wanneer een jonger iemand een oudere te schande maakt; in de eerste plaats vindt dit plaats omdat een jongeling/ veelal een puber nog in de leer is.
Ook in het monastieke leven ga je [net als in de wereld] door het rad van het avontuurlijke leven en word je door schade en schande wijs.
Daarom is een norm, die als voorschrift wordt beschouwd ook voor jonge monniken/monialen in een gemeenschap moeilijk.
De ‘coach’ is geen toezichthouder, die al zappend z’n leerlingen begeleid; het is een door de wol geverfde kracht, die tracht de norm strikt te handhaven, maar
z’n toegewezen leerlingen doen niet altijd wat de monastieke Regel zegt.
De Higoumen, de abt dient dan toe te zien wat de broeders/zusters kunnen dragen, hen zo veel als mogelijk is vragen, zonder echter boven hun krachten te laten gaan. De norm wordt als het ware enigszins aangepast aan de eigen persoonlijkheid, en wordt in het algemeen geprobeerd de generale regels van de Kerk toe te passen
– zonder de persoonlijkheid van de monnik te breken -; hetgeen wel genoemd wordt de goddelijke weg [economie] te volgen, opdat de mens door beproevingen heen tot wasdom komt.
De door de wol geverfde kracht zal met aandacht, gezag en kennis van zaken
zijn werk doen en z’n leerlingen weten te motiveren.
Dit soort processen leer je niet uit een boekje, niet aan de een of andere universiteit – dit leer je met vallen en opstaan door ervaring uit het boek des Levens, de Blijde Boodschap.

Op de rooskleurige legendes rond Constantijn de Grote als 1e Christelijke keizer en stamvader van het Byzantijnse Rijk valt echter veel af te dingen; On the rosy legends around Constantine the Great as 1st Christian emperor and ancestor of the Byzantine Empire, however, there is much to be said about; Στους ρόζους θρύλους γύρω από τον Κωνσταντίνο τον Μεγάλο ως πρώτο χριστιανικό αυτοκράτορα και πρόγονο της Βυζαντινής Αυτοκρατορίας, υπάρχουν όμως πολλά που πρέπει να πούμε για.

Vanaf het eind van de 3e eeuw na Christus is ‘de wereld’ tot de Kerk toegetreden en daardoor is er met de kerkelijke beleving iets gebeurd wat het gezag van met name de leiding
– de toezichthouders – behoorlijk heeft aangetast.
En wàt voor de toezichthouders geldt, gaat ook òp voor het gros van de professionals:
met de opkomst van het neo-liberalisme of het neo-conservatisme is hun status nog verder gekelderd en daarmee ook het gezag van hun werk.
Er werd in het Kerkelijk leven ‘politiek‘  bedreven, niet op kleine schaal, maar over de gehele linie.
Een professional is echter iemand die voldoet aan een aantal kenmerken.
Een van de belangrijkste is dat er een vocatie is, een innerlijke drijfveer om iets te willen òf anders gezegd een overgave [als de bovengenoemde door de wol geverfde kracht] aan een hóger doel dàt je wilt dienen.
Weet dat in een bureaucratische opzet van de Kerk, degenen, die ‘de baas spelen‘ in de gemeenschap van heiligen, het minst belang hebben bij verandering van zaken. In plaats van Opgang naar den Hoge, wordt aan de eigen positie vast gehouden en daarbij wordt in het geheel niet door deemoed  het voorbeeld gegeven. Het voorbeeld geven is geen ‘veeleisend‘ bevelend optreden en ‘pracht en praal‘ uitstralen.

voedselbank

Opgang naar den Hoge is je verbinden met de minst draagkrachtigen en met hen die vermoeid en belast zijn, rust en vrede teweeg brengen; dat betekent:
Het juk op je nemen en van de toegewezen navolgers van Christus te leren, want alleen door zachtmoedigheid en nederigheid van hart zal eenieder, die Hem volgt rust vinden voor z’n ziel, want het juk van onze Heer en Verlosser
is zacht en Zijn last is licht
conf. Matth.11 : 28-30.
En vervolgens ga je pas het Heiligdom binnen en bid voor elkaar aan het altaar en brengt aldaar het offer wat je gedurende je werk in de wereld hebt volbracht.
Laten wij daarom een voorstander worden onze voorgangers te rekruteren uit degenen, die door de wol geverfd zijn en niet langer uitgaan van wereldse gewoonten en kennis, maar met gezag en kennis van zaken ‘hun beroep’ te laten uitoefenen – en dan kunnen wij als navolgers van Chritsu inderdaad volmondig uitroepen: “AXIOS”.
     De Heer zegt tot mijn Heer; zit neer aan Mijn rechterhand,
     opdat Ik uw vijanden zal maken
     tot een steun aan uw voeten.
Een scepter van Kracht zal de Heer u zenden vanuit Sion:
heers, temidden van uw vijanden.
Bij U is Heerschappij op de dag van uw kracht,
in de stralende luister van uw Heiligen.
Uit de schoot heb ik U voortgebracht vóór de morgenster.
De Heer heeft gezworen, onveranderlijk:
Gij zijt de priester in eeuwigheid, volgens de orde van Melchisedek.
De Heer is aan uw rechterhand; Hij verbrijzelt koningen op de dag van Zijn toorn.
Hij oordeelt de volkeren, maakt talrijk de gevallenen; de hoofden van velen
verplettert Hij op de grond.
Uit een beek onderweg zal Hij drinken, en dan het hoofd verheffen
Psalm109[110] ver. ROK ’s-Gravenhage

Wil de tot de wereld vervormde ‘christelijke’ gemeenschap zich bekeren dan dient zij zich van haar hang naar de weg tot de wereld te laten genezen.
Het is als een ‘Back-to-the-Future’ – een terugkeer naar de oorsprong.

Apolytikion
tn.4.
    God van onze Vaderen,
Die altijd met ons handelt volgens Uw zachtmoedigheid,
neem Uw Barmhartigheid
niet van ons weg
maar bestuur ons leven in Vrede,
omwille van hun gebeden
”.

NB.
Jaarlijks wordt er in het Brits Koninkrijk een zogeheten ‘Veracity Index’ opgesteld, dat is een barometer met betrekking tot rechtschapenheid, eerlijkheid, oprechtheid, openhartigheid, openheid en waarachtigheid.
Daaruit komt naar voren dat professionals als spelleiders/priesters, onderwijzers,
artsen, de zogenaamde ‘ervaren’ zachte hulpverleners nog uitzonderlijk veel vertrouwen genieten.
Toezichthouders, managers, bestuurders en politici staan helemaal onderaan.
Dat leidt tot de vreemde situatie dat we in onze samenleving mensen, die we ‘niet’ vertrouwen – mensen laten controleren, die we wèl vertrouwen.
Volgens mij is dat de wereld op z’n kop en beslist niet zoals onze Heer en Verlosser ons dit heeft voorgeleefd om nog maar niet bespreken over de spelleiders/ priesters, die een degelijk systeem politiek bevestigen, om
er zelf goed garen bij te spinnen.
    Wij dienen echter niet praalziek te zijn, elkander tartend, elkander benijdend.
      Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die
geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid,
ziende op uzelf; gij mocht ook [zelf] eens in verzoeking komen.
Verdraagt elkanders moeilijkheden;
zo zult gij de wet van Christus vervullen”
Gal. 5: 26 – 6: 2.

  Heer, red Uw Volk en zegen Uw Erfdeel en
bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis”.

Donderdag van de Vleesonthouding – de crisis in de Genadegave van het vasten en onthouden

De Verzoekingen van Christus als mens en Zijn Overwinningen; The Temptations of Christ as man and His Victories.

    Wee hun, want zij zijn de weg van Kaïn [Hebr.= bezit maker (letterlijk smid)] opgegaan, zij zijn voor de verleiding van een Bileam’s-loon [Hebr.= ‘loon niet van het volk’] bezweken en door het verzet van een Korach [Hebr.= ‘kaalheid’] ten onder gegaan.
Dezen zijn de schandvlekken bij uw liefdemalen, zij, die zonder schroom tezamen feesten om zichzelf te weiden; wolken, die geen water geven, daar zij door winden voorbij gejaagd worden; bomen, die in de late herfst geen vrucht geven; tweemaal gestorven zijn zij en ontworteld; wilde baren der zee, die hun eigen schande opschuimen; dwaalsterren.
Voor hen is de donkerste duisternis voor eeuwig weggelegd.
Ook over hen heeft Henoch
[Hebr.= ‘toegewijd’], de zevende van Adam [Hebr.= ‘mens uit de aarde’] af, geprofeteerd, zeggend:
Zie, de Heer is gekomen met zijn heilige tienduizenden, om over allen de vierschaar te spannen en alle goddelozen te straffen voor al hun goddeloze werken, die zij goddeloos bedreven hebben, en voor al de harde taal, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.
Dit zijn de morrenden, mokkend om hun lot, wandelende naar hun begeerten, maar hun mond spreekt hoogdravend, als zij omwille van het voordeel [de mensen] in hun gezicht vleien.
Gij echter, geliefden, herinnert u de woorden, die voor dezen gesproken zijn door de apostelen van onze Heer Jezus Christus, dat zij tot u hebben gezegd:
  Aan het einde van de tijd zullen er spotters komen, die naar hun eigen goddeloze begeerten zullen wandelen.
Zij zijn het, die scheuringen maken, natuurlijke mensen, die de Geest niet hebben.
Maar gij, geliefden, bewaart uzelf in de liefde van God, door uzelf op te bouwen in uw allerheiligst
Geloof en door te bidden in de Heilige Geest, verwachtende de ontferming van onze Heer Jezus Christus ten eeuwigen leven.
En weest ook barmhartig jegens sommigen, die twijfelen, redt hen door hen uit het vuur te rukken, maar weest jegens anderen barmhartig in vreze, uit afkeer zelfs van het kleed, dat door het vlees bevlekt is.
Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor Zijn Heerlijkheid in grote vreugde, de enige God, onze Heiland, zij door Jezus Christus, onze Heer, Heerlijkheid, Majesteit, Kracht en Macht voor alle eeuwigheid, en nu en in alle eeuwigheden! Amen”
Judas 11-25. lezing donderdag van de vleesonthouding.

Het lijden van Christus, Zijn dood en Heerlijke Opstanding, geven ons door het vasten tijdens  de grote en heilige vastentijd een speciale betekenis en waarde.
Het lijden en de Opstanding van de Heiland vestigen tevens al onze Hoop op onze Opstanding ten eeuwige leven. Maar om deze hoop te bereiken om de eeuwig levenschenkende zegen te ontvangen, kan het niet anders dan dat wij de reinheid en heiligheid van het leven van Christus trachten te imiteren, hebben we -net als de Verlosser- behoefte aan geestelijk voedsel [manna] om met Hem hetzelfde pad van het leven te doorlopen. Door afstand te nemen van jezelf, de zelfverloochening ga je in tegen de wensen van onze natuur en haar neiging om te zondigen.
De jaarlijkse grote en heilige periode van het vasten is voor ons Orthodoxen en periode van bezinning, deze vastenperiode is van oudsher van grote betekenis en omvat een principiële waarde, welke naar min mening te maken heeft met ons basisprincipe. Het lijden en de Opstanding van onze Heer en Zaligmaker staat immers voor onze persoonlijk Hoop op de Opstanding, het eeuwige leven.
Jaarlijks maken wij derhalve een periode door waarbij wij ons trachten terug te brengen tot ons oorspronkelijke uitgangspunt van het Geloof, een instelling om ons persoonlijk proces in Christus opnieuw op te starten. Om deze Hoop op nieuw eeuwig leven in te blazen, dienen wij door vasten en gebed de reinheid en heiligheid van het leven in Christus te imiteren.
De meeste mensen om mij heen verbazen zich echter over het feit dat er ná het Carnaval een periode van vasten aanbreekt. Over Carnaval hoor je immers in het nieuws, want daar gaat iedereen zich aan liederlijk gedrag te buiten – dat valt op, nietwaar?
Er volgt een beleefde reactie en men gaat weer verder, een enkeling vraagt door en toont verbazing dat dit in -het hier en nu- nog plaats vindt, zij vergelijken dit wel met in het zwart getooide mensen, die zich een Jihad voor ogen hebben gesteld. De mens blijkt dus òf volledige onverschillig òf volkomen onwetend te staan ten opzichte van het gegeven van onze christelijke vasten.
Ze weten in het geheel niet wanneer er gevast, dat dit een vast gegeven is binnen het kerkelijk bestaan, wanneer en op welke dag het vasten wordt toegepast, wanneer het begint en wanneer het voorbij is, laat staan -hoe en wat- er vandaag de dag wèl niet àf-gevast wordt.

Vasten is van oorsprong onlosmakelijk verbonden met gebed.
Zelfs onder christenen [ook orthodoxe] zijn er navolgers van Christus, die het vasten tegenwoordig als onnodig en nutteloos beschouwen, zelfs volledig uit hun dagelijks patroon hebben uitgebannen.
Toch zegt Christus heel nadrukkelijk in Zijn Pedagogie, dat gebed ondersteund dient te worden door te vasten. Hiermee is immers de combinatie gelegd in de strijd tegen de vijand van de mens.
Het vormt een strategie en is een een wezenlijk onderdeel van jouw arsenaal aan verdedigingswapens tegenover een listige vijand die op zoek is naar jouw ondergang en weet zeer nauwkeurig jouw zwakke punten, jouw kwetsbare plekken en elke aanleiding waardoor hij jou kan verslinden.
De verandering in het eetpatroon van vet en rijk voedsel ondersteunt de verandering van het hart.  Een grote groep van de Orthodoxe navolgers komen voorafgaand aan het vasten tevens in familiekring of als samenkomst bijeen en beginnen het vasten met een feestmaal [’n blini-avond].
Bij andere aangelegenheden is de tafel rijkelijk gevuld met rijk en vet voedsel, zoals al het vlees, pluimvee, enz. Bij een feestmaal zet je immers je familie het beste voor – alsof je voor één gelegenheid de verleidingen wegwuift:
    Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal; want op Hem heeft God, de Vader, Zijn zegel gedrukt”  John.6: 27
– het is immers Christus, Die het brood is, dat uit de hemel is nedergedaald.

H. Ephraïm, de Syriër houdt ons de volgende gelijkenis voor omtrent het aardse voedsel tegenover het voedsel van het Hemels Koninkrijk:
Bij een feestmaal op aarde gebruiken wij doorgaans brood en de mens werkt er hard voor om het te verkrijgen, kan er maar deels van profiteren en de rest wordt door het lichaam opgenomen.
Hier tegenover staat het feestmaal van het Koninkrijk, hetgeen de mens in het paradijs reeds was bereid en de vruchten bevat van de Heilige Geest: ‘ Liefde, Vreugde, Vrede, Zelfbeheersing, Geduld, Goedheid, Trouw, Zachtmoedigheid en Vriendelijkheid’
Gal.5: 22-23.
De H. Ephraïm, de Syriër stelt zich het Koninkrijk/ het Paradijs voor als gevuld met levende en bewegende bomen die zich in een zodanige volgorde naar de gelovige bewegen in een poging hem te laten genieten van het leven in het Paradijs; zij leunen zich voorover naar de mens toe en spreiden hun takken uit opdat de mens van haar vruchten mag plukken, hetgeen je kunt opvatten als een tegemoet komend gebaar uit liefde.
De navolger van Christus, de Gelovige wordt echter verteld dat hij/zij zijn/haar handen niet nodig heeft om de vruchten te plukken, maar de Heilige Geest dient de gelovige voor te bereiden op het nieuwe verblijf in het Koninkrijk/Paradijs.
Dan is er nog een boom die zachtjes in de richting van de gelovige beweegt om
hem/haar innerlijke vreugde en hemelse vrede te brengen; en
een andere boom brengt hem/haar een drankje uit de rivier van stromend water,
hetgeen zijn/haar dorst doet lessen en hij/zij heeft nooit meer behoefte aan het water wat deze wereld hem òf haar aanbiedt.
In het Hemels Koninkrijk/Paradijs blijven alle bomen doorlopend in bloei staan en brengen vruchten voort, hetgeen geen menselijk oog ooit heeft gezien.
Dit toekomstig Hemelse Koningsmaal heeft een driegangenmenu:
– De zoete bries van de Vrede die alle angst van beproevingen en ontberingen
omvormt tot zachte dauw, welke de ziel troost biedt en haar tot het Engelenleven doet komen.
– Het werk van de Heilige Geest in dit hemels koningsmaal, welke de vlam van liefde in het hart van de gelovige doet ontbranden.
– Deze liefde wordt allereerst versterkt naar God, vervolgens naar de mensen en
zelfs tot onze vijanden.
De H. Ephraim de Syriër ziet dat dit bij de navolger van Christus, de gelovige
zachtheid en vriendelijkheid oproept die op een voedende moeder lijkt in de wijze waarop zij haar kind voedt.
Het belangrijkste is dat de voorbereiding op het vasten een periode voor ons hart zou zijn om aan de wereld en al haar verlangens te ontsnappen alsof wij met de Theotokos, de Moeder God’s naar de tuin onderweg zijn om onze “Opgestane Christus” te ontmoeten en ons aan Hem vast te klampen en niet langer ook nog maar iets van deze wereld te verlangen.

Maar waarom bestaat er dan -vandaag de dag- zelfs nog onder orthodoxen geen animo meer zich voor het vasten in te zetten?
Ik denk dat dit voortkomt uit het feit, dat:
1.]. Ze worden beïnvloed door hun omgeving – hun verblijf in de wereld – onder de niet-gelovigen.
Onze tegenstrever heeft beslag gelegd op allerlei ketterijen en hebben een plek ingenomen in ons dagelijks bestaan.
In orthodoxe landen werken innemende zich Christus’ leer navolgende scholen actief samen met scholen en instellingen, maar zelfs die geloofsgemeenschappen blijken gecamoufleerde navolgers van de vrije Roomse leer te zijn. Onder invloed van allerlei vernieuwende stromingen hebben dit soort gelovigen niet alleen de consequente leer, maar ook het vasten de deur toegewezen.
Evenzo hebben vele zich Oecumenisch noemende scholen van andere gezindten en achtergrond het vasten volledig afgeschaft, om nog maar niet te spreken van alternatieve vrije scholen, die de christelijke leer dusdanig verbasteren dat door het opgetrokken rookgordijn de boom der kennis van goed en kwaad opnieuw tot blasfemie oproept. Op deze wijze wordt de basis tot de minachting voor het vasten systematisch verspreidt.
Het gaat daarbij zover dat ook de Orthodoxen hierdoor beïnvloed worden en de oproep tot vasten niet langer serieus nemen.
2.]. De globalisering, het eenzijdig verspreiden van gelijkvormigheid in gedrag en cultuur beïnvloedt onze jeugd. De eenzijdig gerichte pedagogie van het onderwijs, waarbij persoonlijke ontwikkeling alleen nog maar draait om economisch verdien- en consumenten- gedrag heeft een ondermijnend effect op alles wat met religieus leven te maken heeft. Derhalve wordt dit ook gezien door orthodoxe christenen, die alleen al t.a.v hun wekelijks vasten op woensdag en vrijdag daarin beïnvloed worden.
3.]. Reeds vanaf 1924 hebben duistere krachten het Oecumenisch Patriarchaat ertoe aangezet haar theologisch perspectief te laten weerspiegelen met die van roomse en protestantse richting. Het doel hiervan was de Orthodoxie een gelijkwaardige [eerste] plaats te verwerven met haar christelijke bloedgroep en haar van haar visie op de Blijde Boodschap in kennis te stellen, het zgn. MRA-project van wederzijdse erkenning. Het gevolg was dat zij zich door de mentaliteit van haar christelijke medebroeders liet overweldigen, als het ware hun mentaliteit overnam, alsmede hun leringen en hun gedrag; op diezelfde wijze werd de wijze van omgang met het begrip –‘hoe te vasten’– ondersteboven gehaald. En indien we slechts laten zien dat we alleen de Kerk in haar toezichthouders respecteren, hierbij alleen rekening houden met degenen die meer schijnen te weten, gebeurt dit vanuit een bepaald wereld-gericht belang: niet omdat we diep vanuit onze ziel geloven.
Hoe meer we worden losgemaakt van de wereldse invloed en onszelf overgeven aan de Wil van God, hoe meer we bevrijd zullen worden van onze hoofdvijand, die in ons menszijn verblijft, en hoe meer we tot waarachtige [Orthodoxe] mensen worden.

Heden ten dage zie je echter steeds meer dat ‘modernisering’ in het christelijk denken op zoek gaat naar een herziening van de ‘Heilige Canons’ betreffende het vasten en onthouden via een wetenschappelijke benadering [die van God afwijkt] zoals die tijdens de “Pan-orthodoxe synode” werden geformuleerd.
Een heilig voorschrift hieromtrent welke door de Heilige Geest in de Blijde Boodschap is geformuleerd kun je ‘onmogelijk’ aan de kant schuiven en deze vervangen door ‘eigengereide‘ invullingen, die beter bij de wereld passen.
Wanneer mensen de door God gegeven richtlijnen, niet langer in de Kerk van toepassing achten en deze over de gehele wereld gaan verkondigen – zal daarmee de wereld beslist niet gered worden.
Neen, de wereld geraakt in verwarring – terwijl er al zoveel chaos heerst – en zal een dergelijke handelswijze de wereld tot chaos leiden.
De Kerk dient het standpunt in te nemen zoals deze door Christus is vastgelegd, zodat de wereld die zich daaraan houdt gered zal worden. De Kerk mag als Lichaam van Christus in deze geen water bij de wijn doen, want dan zal de wijn niet langer de Goddelijke Kracht bezitten om de mens te redden.
Christus heeft niet voor niets gezegd:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal jullie rust geven; neemt Mijn juk op je  en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en jullie zullen rust vinden voor jullie zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.

Neen, onze wereld van het -hier en nu- overleeft het niet, indien zij op dezelfde manier voort-raast.
De Kerk dient te blijven op de plaats die Christus heeft vastgesteld en slechts wie deze redding aanhangt, zal gered worden.
De Kerk dient geen water bij God’s wijn te doen, want dan zal de wijn niet langer God’s Macht bezitten om de mens te redden.
In het streven de leer aan te passen aan de tijd wordt het begrip van vasten en onthouden dat als  verouderd wordt beschouwd dusdanig omgevormd dat het niet meer uitmaakt welke stroming je wèl niet aanhangt – en leg je de basis voor een algeheel afglijden.
Veel geestelijke spelleiders schrikken er heden ten dage niet voor terug het vasten slechts als een min of meer gewoonte te gaan beschouwen en hebben met persoonlijke uitzonderingen op de algemene Canon het vasten en onthouden feitelijk de nek al om gedraaid.
Dat zij hierbij de menselijke verlossing in de geestelijke nood van de mensen teniet doen worden ‘en passant’ maar even vergeten.
Het vasten en onthouden heeft echter Kerk-breed een regelgevende functie en vormt het maximale wapen om het Geloof te bewaren door het samen te laten gaan met het gebed, zoals onze Heer en Verlosser dit ons heeft geleerd.
De heren Oppertoezichthouders, tussen-toezichthouders en toezichthouders dienen alsmede de hun navolgende spelleiders zich terdege bewust te zijn van het feit dat onze Heer gezegd heeft:
    Maar een ieder, die een van deze kleinen, die in Mij geloven, tot zonde verleidt, het zou beter voor hem zijn, dat een molensteen om zijn hals was gehangen en hij verzwolgen was in de diepte van de zee. Wee de wereld om de verleidingen tot zonde. Want er moeten verleidingen komen, maar wee die mens, door wie de verleiding komtMatth.18: 6,7.
De heren Oppertoezichthouders, tussen-toezichthouders en toezichthouders negeren door hun wereldgerichtheid de vele grote voordelen, die het vasten en onthouden met zich meebrengt:
[“     Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, jullie huichelaars, want gij eet de huizen van de weduwen op, terwijl jullie voor de schijn lange gebeden uitspreken. Daarom zult gij zwaarder oordeel ontvangenMatth.23: 14]
Degene die zowel de lichamelijke als de geestelijke voordelen van het vasten en onthouden aan den lijve hebben ondervonden – laat zich dan ook totaal niet beïnvloeden door wie dan ook.
In de traditie van de Orthodoxie vinden we nog steeds de schoonheid en waarheid van het vroege christendom en is het God, Die ons in onze roeping, als orthodoxe christenen, tegemoet treedt en het dient ons te verheugen indien wij anderen tegenkomen, die op zijn minst nog een deel van de waarheid behouden hebben.
De Eenheid van de Kerk welke via de Oecumene wordt nagestreefd, houdt niet in dat wij de Apostolische Waarheid ondergraven en daardoor onze mede-navolgers-in Christus in hun val tegemoet komen.
    Wanneer jullie naar de stem van de Heer, jullie God, luisteren door Zijn geboden en inzettingen te onderhouden, die in het Boek beschreven staan; wanneer jullie je tot de Heer, jullie God, bekeert met geheel uw hart en met geheel uw ziel.
[Weet dan, dat] Het Woord zeer dicht bij u is, in je mond en in je hart, om het [met je doen en laten] te volbrengen. Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwaadDeut.30: 10-14,15.
Dit is slechts het wonderbaarlijke en waargebeurd verhaal van de mensheid, die God op z’n weg als voorbeeld durft te blijven stellen.

Apolytikion donderdag
tn.3.    Heilige Apostelen, bidt tot de Barmhartige God,
dat Hij de vergeving van zonden
moge schenken aan onze zielen
”.

Troparion donderdag
tn.2.    De trouwe Verkondigers van God,
Uw uitgelezen Leerlingen,
hebt Gij, o Heer, deelachtig gemaakt aan Uw goederen,
en doen binnentreden in de eeuwige rust.
Want hun zwoegen en sterven
was kostbaar voor U boven alle offers,
omdat U alleen de harten kent
”.