September 28e – Profeet Baruch, verheffende gedachten in tijden van eenzaamheid

lezing van 24 September, feestdag van de Heilige Silouan de Athoniet,
mp4 ‘omdat God met ons is‘ [Antiocheens Orthodoxe Kerk]:

      Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste, omdat wij leden zijn van elkander. Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet: de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan; en geeft de duivel geen voet.
       Wie een dief was, stele niet meer, maar dient zich liever in te spannen om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige.
       Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed [woord] hebt, tot opbouw, waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, Genade ontvangen.
       En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing. Alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek dient uit uw midden gebannen te worden, evenals alle kwaadaardigheid.
       Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeftEph.4: 25-32.

Profeet Baruch, de gezegende, ‘Gustave Doré’ 1880

De profeet, behoort tot de kleinste der Profeten, Baruch [Hebr.= ‘gezegend’] was de secretaris van de profeet Jeremia [Hebr.= ‘door de Heer aangesteld, de Heer moge verhogen’].

      Baruch, de zoon van Neria [Hebr.=‘lamp des Heren’], de zoon van Machseja [Hebr.= ‘De Heer is een schuilplaats‘], in tegenwoordigheid van Chanamël [Hebr.=‘God is genadevol, liefderijk’], de zoon van mijn oom, de getuigen die de koopbrief ondertekend hadden, en al de Judeeërs die zich in de gevangenhof bevondenJer.32: 12;

      Toen riep Jeremia Baruch, de zoon van Neria, en Baruch schreef uit Jeremia’s mond al de woorden die de Heer tot hem gesproken had, op een boekrolJer.36: 4.
Het gaat er in de Joods-Christelijke cultuur ook niet om dat je dingen ‘groots’ kunt veroorloven, maar dat je ‘kleine dingen, zaken’, die er eigenlijk niet toe doen ‘groots’ ten uitvoer brengt. Het liefst gaat er daarbij om dat hetgeen je doet niemand opvalt, zoals het gras wat ergens op de achtergrond.
Deze profeet is het voorbeeld van de mens, die “Vreugde vindt in de Wet des Heren: die Zijn Wet overweegt bij dag en bij nacht. Hij/zij staat als een boom, aan stromend water geplant; die te zijner tijd vrucht draagt. Zijn loof valt niet af en al wat hij/zij doet zal voorspoedig gelukkenPsalm 1: 3-5.
Het blad wordt ook wel omschreven als het kaf, wat bij het wannen op hoge en droge plekken gescheiden wordt van het koren, waarbij het kaf door de wind wordt mee-genomen. Zo is het ook met de goddeloze, want boze plannen, die de mens bedenkt en uitvoert zullen verdwijnen als kaf door de wind. Gedachten verwaaien immers voort-durend, in het hoofd van de mens bestaat geluk uit zand.
Nog voordat je één vers van Baruch’s profetie hebt gelezen wordt hij als ‘een persoon naar je hart‘ voor-geschilderd, die zijn weerga niet kent.

                    Het is als bij een van de scheepsjongens van een zeeheld van weleer, die verwoestende macht in de Nederlanden ontdekt als een tonnetje, een bak waar groene zeep [een schoonmaakmiddel] in behoort te zitten, hetgeen slechts Gentse boter [om de mond smeren] blijkt te zijn. Hij ontdekt tevens dat het schip de ‘Bestevaer’ niet door de Moren belaagd wordt, maar door de Belgische [Duinkerker] kaper. De Muzelmannen blijken immers onze beste vrienden, het is de wereld om ons heen, die zaken verward en die de waarheid verkracht om eigen mistoestanden te verbloemen.
Een wereldse despoot, die als seldrementse [drommelse] kaper er niet voor terugdeinst Nederlands gelovig volk aan hun eigen schip vast te nagelen alvorens

Theotokos of the Passion

zij dit met kind en doopwater tot zinken brengen.  “Luister dan naar my, Orante, van terzijde. Ik wenste wel, dat deze al verre van mij was, of dat ik hulp van boven kreeg.  Hij kwetste menigeen en hoewel gekleed met heilige gewaden is het slechts een droom, die slechts verwarring zaait. We liepen langs de Zaanse kade, welke als A’damse kade wordt verkocht, vlakbij weliswaar, dat dient toegegeven te worden, maar toch herkende ik me niet in zulk een waarheid, daar het slechts z’n hoogmoed bekwaamde”.

Het leven in de Kerk vraagt om monastieke eenvoud, geen opgeblazen blazoen.
de Profeet Baruch toont een dergelijke eenvoud van een monastiek bestaan.
Monastiek afgeleid van het woord monachos [Gr.= alleen of eenzaam];
een monnik in de wereld leeft niet afgezonderd, . . . maar ondergedompeld in het alledaagse bestaan, met een ongedeeld hart en met onverdeelde aandacht, altijd zoekend naar groei in eigen heelheid en integriteit. Van den beginne werd een toezichthouder onttrokken uit die gelederen, zij die gepokt en gemazzeld waren in het monastiek geslacht, vanuit het machtsdenken en eigendunk is die weg door de Kerk verlaten.

 

Jezus Christus, Woord van God.

Een strijder die in navolging zijn Heer en Meester imiteert geeft de voorkeur aan Zijn Evenbeeld, d.w.z. gezondheid naar ziel en lichaam en wachtend op bekering.
Een dergelijke manier van gelovig manifesteren is een publieke verklaring van principes en intenties:

1.]. Verkies elke dag opnieuw momenten van stilte en alleen zijn, om voor eenieder ruimte te scheppen om naar een ‘andere Stem’ te luisteren en om verzet te bieden tegen een cultuur van lawaai en voortdurende prikkels.

2.]. Verkies het elke dag opnieuw om radicale daden van gastvrijheid te stellen door de vreemdeling buiten mij én de vreemdeling binnenin mij te verwelkomen. Erken dat wanneer in het hart ruimte gemaakt wordt voor niet geaccepteerde delen van jezelf, als vanzelfsprekend compassie gecultiveerd wordt en de vaardigheid om die plekken in anderen eveneens te accepteren.

3.]. Verkies het elke dag opnieuw om gemeenschap te zoeken door jezelf te verbinden met mensen [niet alleen, die kliek, die je zelf om je heen hebt gevormd om je toe te juichen] maar met alle gelovigen, die een van geest dezelfde weg zijn gegaan: zielsverwanten met wie je je diepste verlangens kunt delen en mentoren die leiding en wijsheid op je geestelijke reis kunnen aanbieden.

4.]. Verkies zelf elke dag opnieuw om het bewustzijn van je verbondenheid met de Schepping en een ‘gezonde’ ascese te cultiveren, door aandachtig te letten op het gebruik dat je maakt van energie en van dingen en door los te laten wat niet helpt om al wat de natuur biedt te laten opbloeien.

5.]. Verkies zelf elke dag opnieuw om op een volledig aanwezige manier bezig te zijn met het werk waarvoor je bent aangesteld, of dat nu betaald of onbetaald is, terwijl je in je hart een diepe dankbaarheid koestert voor het vermogen om je gaven in deze wereld op een betekenisvolle manier te gebruiken.

6.]. Verkies zelf elke dag opnieuw om je door het regelmatig in praktijk brengen van de door God gegeven rust, jezelf toe te vertrouwen aan ritmes van rust en vernieuwing en te verzetten tegen een cultuur van druk zijn waarin jouw waarde wordt afgemeten aan wat jij zou presteren.

7.]. Ik kies zelf om elke dag opnieuw voor bekering en transformatie als een levenslang leerproces, in de erkenning dat je altijd op reis zou zijn naar het Hemels Koninkrijk, dat je  zowel door de Genadegaven als door je eigen beperkingen wordt gekenmerkt.

8.]. Verkies het om elke dag opnieuw een dansende monnik te zijn die creatieve vreugde cultiveert en die jouw lichaam en hart laat overvloeien van het onuitsprekelijke genot van de liefde.

        Zoals wij weten weerstaat God de bedrieglijke hoogmoed, die zich vaak vermomd onder een sierlijk kleed, een geleende vertoning, werk van de tegenstrever; u echter volgt uw wereldse vader, u weet uw mismaaktheid te bedekken met een opvallend, rinkelend kleed, uw redeloze woelingen met duizend voorwendsels van al van wat wel niet ‘goed’ is.  U raadt anderen aan het goede, dat mijn Schepper en mijn herschepper mij gaf, gaarne te erkennen, u herinnert mij, dat alle verkleining van het goede ondankbaarheid is en duizend andere herinneringen doet u met schone schijn voornemen – blijkt mij, helaas te bederven!
        Gaan wij Nederlanders niet bloeden wanneer u ons prikt? Wanneer u het denken de geest ontkent, voert deze menselijk onhandigheid tot vergiftiging en dood.
        Worden gelovigen dan niet gedood en keren zij massaal de geïnstitutionaliseerde  Kerk de rug toe. En onder deze vermoord u uw eigen broeders en zusters en kijkt uw Vader in de Hemelen sprakeloos verbolgen toe. Uw misdragingen worden verzwegen of er wordt luchtig over heen gegleden, maar men kan tussen de regels toch ontwaren, dat het met deze despoot de laatste jaren behalve kleurrijke kleding tot geen rozengeur en maneschijn is.
De welopgevoe[r]de hofjonker blijkt niet zo onschuldig als hij geleerd heeft zich voor te doen, maar ontpopt zich als een doodgraver, die tot zichzelf zegt: “Goeden morgen, genadige vorst! hoe bevindt u zich vandaag, u  grootmachtige prins der Kerk?”. Dit getuigen geschiedenissen van alle eeuwen.
        En hoe kan er voor een vriend van God een smartelijker gewaarwording zijn, dan de ervaring van s’Vaders ongenoegen tot tuchtiging  wegens zelfbedoeling en zelfverheffing ingericht; en wat kost het allemaal een worsteling en tranen, eer God’s gunsteling van dat kwaad kenbare vergeving krijgt; God weerstaat de hoogmoed, waar hij die ontmoet! maar het allermeest in Zijn kinderen, die zich verhoogden uit het stof.
        Duldeloze hoogmoed! zo kenbaar veroordeeld in de smaad en hoon, die de borg van de zondaren droeg! O, mijn ziel! bezie Hem met de spotmantel en de doornenkroon! Pilatus roept u toe: ‘Zie de mens!’
__ o! mijn ziel! bezie God’s verguisde Zoon! denk na! wat Hem uw hoogmoed kostte! zie op Hem! wees dan hoogmoedig! . . . . . neen! . . . . . dat kunt u niet maken! dan verdwijnt u in uw gedwongen heffing;
__ bezie tevens Hem als het volmaaktste voorbeeld van aanminnigen deemoed. En Zijn Woord: ‘Leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart! mag dit u vergezellen op al uw wegen, klinkt het u bestendig in de oren;
__ o! mocht ik de beeltenis van een nederige Heiland dragen! en ware dat gevoelen, dat in Hem was, ook in mij!
        
De Martelaren en lofwaardige Heiligen mogen u tot slot tot voorbeeld leiden, zij die in nederigheid hebben uitgemunt.
__ bezie de tekening, die de meesterdichter Koning ons geeft van dàt deemoedig bestaan, hetgeen hij als Genadegave door de H; Geest gevoelen mocht.
Heer, mijn hart is niet hoogmoedig;
ik heb mijn ogen niet trots opwaarts geslagen.
Ik had mij niet op met grote dingen,
noch met wat wonderbaar voor mij is.
Als ik niet nederig gezind was,
of zo ik mijn ziel had verheven.
Als een gespeend kind op de schoot van zijn moeder,
zo had Gij dan mijn ziel vergolden.
Doch Israël [de Kerk] getrouwe op de Heer,
van nu af tot in eeuwigheid
Psalm 130[131]

Edel gesteldheid! buigende deemoed!
__ Nederige David! klein in al zijn grootheid!
Nathan bracht hem in God’s Naam een weigerend antwoord op zijn verzoek:
Nathan herinnert hem zijn geringe oorsprong en ziet! in plaats van onvergenoegd te zijn, wordt zijn taal tot God de juiste beaming, de kenbare weerklank op die vernederende herinnering.
Zo riep vanaf Hij vanaf zijn troon; “Heer! wie ben ik? en wat is mijn huis, dat U mij tot hier  gebracht hebt?” . . . . . en wat zal David nog meer gezegd hebben? “U kent uw knecht, Heer, Heer!
__ Nederige David! die bij God’s dienstknechten en dienstmaagden gerekend wilde worden en zich alle beschimping blijmoedig had getroost, indien hij maar aan het bevorderen van de eer aan Israëls God [de Kerk van God] maar dienstbaar had mogen zijn.
__  En wat moet ik nog verder aanvoeren? Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik naast David ging verhalen van Gideon, Barak, Simson, Jefta, Samuel en de profeten . . . . .  door het simpele Geloof in de éne Heer en Verlosser verstaan wij, dat de wereld door het Woord van God tot stand is gebracht en niet door menselijke onvolkomenheden.
Het ware christelijke leven is niet dat wij in de dienaar van ons egoïstisch zelfverheerlijking de voorrang krijgt, maar dat onze Heer waarachtig Meester wordt van ons leven.
Wij leveren ons met hart en ziel aan Hem over, m.a.w wij houden van Hem en daartoe worden wij overeenkomstig Zijn Goddelijke Wil getoetst door vernedering te ondergaan.
__ De moed van een hooghartige gaat zo blijkt zó vèr dat de toezichthouders van de Goddelijke Leer opnieuw een Schisma riskeren door zich ondanks diverse leermomenten in de geschiedenis arrogant te gedragen. Het gelovige Volk ziet dit en keert zich massaal van hen af, trekt zich daarop terug in hun huiskamers om God ontferming af te smeken. Zij doen dit niet alleen voor zichzelf maar voor het gehele menselijk bestaan.
__ De conclusie die daarop volgt wordt dan niet ‘God is dood’ maar het instituut van de Kerk, het Lichaam van Christus, dat zij vertegenwoordigen is op sterven na dood – dermate dood zoals het slechts in menselijke maatstaven kan zijn.
In haar zoeken zal het gelovige Volk het waarachtige Lichaam van Christus terugvinden op de wijze zoals het in de vroeg-christelijke tijd ontstaan is, in Liefde tot elkaar.
Vanuit de huiskamer zal de mens weten te hervinden, Die roept:
  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.

__ En zo is het kringetje rond; het Lichaam van Christus [de Kerk] is dood, maar Christus zal herleven in de harten van de mensen:
De Geest en de bruid, zij zeggen: Kom!
En wie het hoort, hij zal zeggen: Kom!
En wie dorst heeft, zal komen, en wie verlangt zal het water nemen om niet.
De ziener betuigt aan ieder die de woorden horen van de Profetie van dit Boek:
wanneer iemand van de woorden afneemt zo zal God aan hèm toevoegen de plagen die in dit Boek beschreven zijn.
En wanneer iemand van de woorden afneemt van het Boek van deze Profetie, zo zal God Zijn deel afnemen van het geboomte des levens en van de heilige stad die in dit Boek beschreven zijn.
Hij, die van deze dingen getuigt, zegt:
‘Ja, ik kom welhaast’.
‘Amen’. ‘Kom Heer Jezus!, Kom!’
De Genade van onze Heer Jezus Christus,
onze Heer, zij met u allen
Openb. 22: 17-22.

September 21e – het feest van de Profeet Jonah

De profeet Jonah [Hebr.= zachtaardig als een duif of vernietiger], Jonas of ook wel Jona genoemd, leefde ten tijde van  de koningen van Amazia [Hebr.= lastig of bezwarend] en Jerobeam [Hebr.= het volk zal strijden].
Hij was de zoon van Amathus [Hebr.= God`s liefde] en hij had een geboorteland van de Zhaulon-stam [Hebr.= Zavulon schaduw?].

Het was Jonah, die met van God verkregen moed, Jerobeam aanmoedigde om oorlog te gaan voeren tegen de despoot van Syrië [Hebr.= ‘verheven‘], hetgeen resulteerde in de overwinning van Israël, de Kerk, en haar grenzen weer op orde bracht, nadat deze onherstelbaar aangetast waren [‘horen, wie het horen wil!].
Jonah wordt in het eerste Verbond ondergebracht als de vijfde onder de zogenaamde ‘kleine’ profeten.
We vinden het in het aan hem gelijknamige boek, waardoor hij beroemd werd vanwege het heilige drama, wat hij heeft ondergaan.
De Heer had hem de opdracht gegeven naar Ninevé te gaan, een plaats waar het noodlot van de ondergang en afschuw heerste om aldaar haar ondergang te prediken en te profeteren.
Het heeft ontzettend veel weg met onze tijd, waarin het contact met God versleten is geraakt in een door afkalving getroffen Geloof in God.
Iedere vorm van Geloof in God en de medemens is uitgehold als een trap, die te vaak belopen is; geworden tot een leeg ritueel. Een onheilig ‘moeten’ in plaats van een ontmoeting in Christus met God en met elkaar. een toenadering die wij zoeken, omdat wij het niet laten kunnen. Het is namelijk in onze menselijke genen meegegeven. Het contact met God en met elkaar is als een loos gebaar geworden, een onbegrepen vorm van het Mysterie van het leven. Zo hebben velen dat de laatste tijd ervaren en hebben het uit hun leven gebannen.
Wij hebben ons massaal overgegeven aan de chaos van de wereld, die ons geen spiegel voorhoudt, maar ons verleidt tot enorme onvolkomenheden.

Jonah werd geroepen een profetische ‘Blijde Boodschap‘ over te dragen;
echter besloot hij het Woord/Gebod van God te omzeilen [te vermijden] en in zijn hoogmoed besloot hij om naar een andere stad in de regio van Tarsis te gaan. Slagen in Tarsis vereist dat je het beste maakt van wat je hebt, zelfs al trap je daarmee bij toeval in een slangenkuil.
Waarom hebt u mijdaarvoor uitgekozen, God?” antwoordde Jonah ontsteld op God’s verzoek: 
Waarom zou ik, een doodgewoon mens in Israël [de Kerk], over God gaan prediken tegen mensen die ik niet eens ken, die ver van mij af staan en wonen, die niet eens gelovigen zijn,  d.w. z, geen volgeling van Christus zijn en niet in U, als Heer en Meester geloven?
Onze profeet tegen wil en dank moest dus heel ver naar het oosten;  wat hij echter doet, is koers zetten naar een andere, nog veel legendarischer stad genaamd Tarsis, gelegen aan de uiterste westgrens van wat destijds voor de bewoonde wereld doorging,  ergens helemaal aan het andere eind van de Middellandse Zee. Niemand in het Oude Testament zou ooit zo’n verre reis ondernemen.
”     
Bovendien zo redeneert Jonah is God vriendelijk en barmhartig; Hij zou nimmer zo’n hele stad vernietigen”. Hij besluit dus ‘niet’ te gaan en keert zich aldus tegen God.
Zo begint hij aan zijn boot-reis, maar eenmaal in open zee wordt hij overvallen door een grote storm. Daarna wordt het lot getrokken omdat de bemanning wil achterhalen wie verantwoordelijk is voor het kwaad dat hen is overkomen heeft overvallen.
En het lot viel op Jonah, die ongehoorzaam bleek aan de opdracht van God.
Vervolgens gooien de zeelui hem overboord en de storm luwt, neemt in kracht af.
Maar Jonah wordt daarop opgeslokt door een grote walvis en verblijft [bovennatuurlijk] zonder verteerd te worden in de maag van de wallevis en na drie dagen en nachten wordt hij als een uilenbal op een veilige kust uitgekotst.
Hoewel het woord ‘walvis’ in diverse vertalingen vaak wordt gebruikt in het verhaal van Jonah, gebruikt de Hebreeuwse tekst de eigenlijk betekenis:
דג גדול, dag gadol , wat ‘gigantische vis‘ betekent.

Jonah bad in de buik van de grote walvis tot God:
          “In mijn nood roep ik God aan en hij antwoordt mij. Uit het rijk van de dood schreeuw ik om hulp – u hoort mijn stem!
Hij slingerde mij de diepte in, naar het hart van de zee. Door kolkend water ben ik omgeven, zwaar slaan zijn golven over mij heen.
Ik dacht: Verstoten ben ik, verbannen uit uw ogen.
Maar eens zal ik opnieuw uw heilige Tempel aanschouwen.
Het water stijgt tot aan mijn lippen, muren van water storten op mij neer, zeewier om mijn hoofd verstikt mij.
Ik zink tot de bodem, waar de bergen oprijzen, naar het rijk dat zijn grendels voorgoed achter mij sluit.
Maar u trekt mij levend uit de dood omhoog, mijn Heer en mijn God!
Nu mijn levensadem mij verlaat roep ik u aan, God en mijn gebed komt tot u in Uw heilige Tempel.
Zij die armzalige afgoden vereren, verlaten u, trouwe God.
Maar ik zal mijn stem in dank verheffen en u offers brengen; mijn Geloften [het Verbond, dat ik met U gesloten heb] los ik in”.

Pas toen ging Jonah op weg naar Ninevé [Hebr.= ‘het nageslacht is blijvend’ en profeteerde datgene wat God hem opgedragen had.
        De stad [tegenover] Ninevé heet nu Mosoel [Al Mawsil]; zij ligt in Noord-Irak aan de westelijke   oever van de Tigris. Aan de oostelijke oever, waar vroeger Ninevé lag, werd de grote voorstad van Mosoel gebouwd, die ook nu nog Ninevé heet.  In acht boeken van de Blijde Boodschap komt Ninevé voor [van Gen.10: 11 tot Luc.11: 32].
Jonah riep in de straten tot de heidenen: ‘bekeert u!’.

Ninivé zat daarop in zak en as en, vastte 40 dagen en nachten, waarop de stad werd gered van een ramp. De Barmhartigheid van God komt voort uit Zijn Gerechtigheid als reactie op de bekering.
Zoals de lelieblanke onschuld van de zeelieden ertoe diende om de zwarte plek genaamd Jonah des te fraaier te omlijsten, zo wordt hier met precies hetzelfde doel een complete stad witgewassen – door zichzelf weliswaar, maar toch met iets dat sterk aan de toverkracht van een modern wasmiddel doet denken.
En dit alles wekt de grote ergernis van Jonah, aan welke ergernis het vierde hoofdstukje, tevens slot, gewijd is.
We krijgen daar, tot onze grote verrassing, te horen dat de Profeet het al die tijd reeds geweten heeft, dat zijn Opdrachtgever ontzettend vergevingsgezind is.
Dat de Profeet daarom nou juist naar Tarsis wou en dat hij liever dood wilde dan zó verder te moeten leven. Het staat er niet met zoveel woorden bij, maar waar we aan moeten denken en dat is natuurlijk: ‘gezichtsverlies‘.
Bij gezichtsverlies lijdt men een publieke afgang die afbreuk doet aan de eigen sociale positie. Van gezichtsverlies kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer men beloftes niet kan nakomen of wanneer men anderszins niet aan verwachtingen van anderen kan voldoen. Gezichtsverlies is daarmee vaak ook een gemoedstoestand van de persoon in kwestie, die het gevolg is van de meningen van anderen. Iemand die gezichtsverlies heeft geleden wordt door mensen in zijn omgeving in het algemeen met verminderd respect behandeld, voor minderwaardig aangezien of zelfs verstoten.
Wat dat aangaat is deze profeet dan ook ècht wel een goeie vakman geweest:
hij heeft de bui al lang zien hangen. Maar hij is, in tegenstelling tot zijn complete omgeving, niet bereid geweest om van gedachten te veranderen.
Jonah is de Profeet van het ‘scheve gezicht‘.
Het scheve gezicht betekent, dat hij erg ontevreden is blijven kijken [omdat er iets gedaan moest worden, waar hij totaal geen zin in had], dit gezicht is hij tot het eind van zijn leven blijven behouden en zo is hij de geschiedenis in gegaan.

Ook in het laatste hoofdstukje zit er nog steeds geen enkele beweging in Jonah.
De profeet, zo verneemt de lezer, heeft Ninevé verlaten en zit niet ver daar vandaan in een door hem zelf gemaakte hut, tegen de hitte, te wachten op de dingen die – hoopt hij – misschien toch nog komen gaan.
Hij kan zich er nog steeds niet over uit en zich erbij neerleggen dat zijn missie al lang voltooid is.

Christus, Verlosser van de wereld

God laat nu een boom opschieten, om Jona te beschaduwen ‘en zijn ergernis te verdrijven‘; dat bevalt Jonah erg goed.
Maar de volgende dag laat God de boom door een worm aanvreten, waarop verdorring volgt – ook laat hij een brandend hete wind waaien.
Jonah wil nu ècht dood, het is hem allemaal teveel geworden.
God vraagt hem echter of het terecht is dat hij zo kwaad is.
Natuurlijk is dat terecht”, antwoordt de verbolgen Jonah.
Waarop de Heer en Verlosser tot Jonah zegt:
    Indien jij al verdriet hebt om die boom,
waar jij geen enkele moeite voor hebt behoeven te doen en die jij niet hebt laten groeien, een boom, die in één nacht opkwam en in één nacht verging,
zou Ik dan geen verdriet hebben om Ninevé, die grote stad, waarin
meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die
het verschil tussen links en rechts niet eens kennen en
daarbij dan nog al die dieren?
”.
Met die goedhartige, vriendelijke en zachtaardige vraag van de Heer, onze God, eindigt het zo bekende boek Jonah, een van de kleinste der profeten.

17e Zondag na Pinksteren – de ontvangenis [conceptie] van de H. Glorieuze Profeet, Doper en Voorloper Johannes.

      Er was in de dagen van Herodes, de koning van Judea, een priester, genaamd Zacharias, behorende tot de afdeling van Abia en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron en haar naam was Elisabeth.
Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk. En zij waren kinder-loos, omdat Elisabeth onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen.
En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor God verrichtte in de beurt zijner afdeling, dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel des Heren binnen te gaan en het reukoffer te brengen.
En de gehele volksmenigte was buiten in gebed op het uur van het reukoffer.
En hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar.
En Zacharias ontroerde bij dat gezicht, en vrees beving hem, maar de engel zeide tot hem:
  Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabeth zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes geven. En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor de Heer en wijn en 
sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot van zijn moeder af aan en velen van de kinderen van Israël zal hij bekeren tot de Heer, hun God. En hij zal voor Zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Eliah, om de harten der vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Heer een wel-toegerust Volk te bereiden.
En Zacharias zeide tot de engel:
‘ Waaraan zal ik dit weten? Want ik ben een oud man en mijn vrouw is op hoge leeftijd gekomen.
En de engel antwoordde en zei tot hem: ‘Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze blijmare te verkondigen. En zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken, tot de dag toe, dat deze dingen geschieden, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die op hun tijd in vervulling zullen gaan.
En het volk stond op Zacharias te wachten en zij verwonderden zich, dat hij zo lang in de tempel vertoefde.
Toen hij dan naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken en zij begrepen dat hij in de Tempel een gezicht gezien had. En hij wenkte hun toe en bleef stom.
En het geschiedde, toen de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij vertrok naar zijn huis.
Na die dagen werd Elisabet, zijn vrouw, zwanger en zij verborg zich vijf maanden, want, zei zij:
‘ Aldus heeft de Heer aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij neerzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen’Luc.1: 5-25.

      Er staat immers geschreven, dat Abraham twee zonen had, een bij de slavin en een bij de vrije. Maar die van de slavin was naar het vlees verwekt, doch die van de vrije door de belofte.
Dit is iets, waarin een diepere zin ligt.
Want dit zijn twee bedelingen: de ene van de berg Sinaï, die slaven baart, dit is Hagar.
Het [woord] Hagar betekent de berg Sinaï in Arabië.
Het staat op een lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij.
Maar het Hemelse Jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder.
Want er staat geschreven:
  Verheug u, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij die geen weeën kent; want talrijker zijn de kinderen der eenzame dan van haar, die een man heeft
Gal.4: 22-27.

Johannes de Doper, de Voorloper van Christus

Ὁ Ἅγιος Ἐνδοξος Προφήτης, Πρόδρομος καὶ Βαπτιστής Ἰωάννης;
The Prophet, Prodromos and Baptist Ἰoannis;
De Profeet, voorloper en Doper Johannes”.

Johannes de Doper [oud Gr.: Ἰωάννης ὁ βαπτιστής, Iōánnēs o Baptistḗs, de persoonsnaam afgeleid van het Hebreeuwse יוחנן, Jochanan, “JHWH heeft genade getoond”].
In de Orthodoxe kerken wordt hij Johannes Prodromos, Johannes de Voorloper genoemd.
Hij leefde van ca. 7 v.Chr. – ca. 30, maar zeker vóór 36 n.Chr.) is binnen het christendom een Profeet.

Johannes heeft omstreeks het jaar 30 in de provincie Judea gepredikt.
De oudste bronnen over zijn leven zijn de werken van Flavius Josephus en de vier evangeliën in het Nieuwe Testament. Ook in verschillende apocriefen van het Nieuwe Testament komt Johannes voor.
Het belangrijkste aspect van Johannes’ bediening komt tot uitdrukking in zijn opvallende bijnaam: βαπτιστής, baptistēs, “Doper”, afgeleid van βαπτιζω, baptizō, “onderdompelen”.
Johannes voltrok een reinigingsritueel waarbij de dopeling volledig in het stromende water van de Jordaan werd ondergedompeld. Dit ritueel bleek een identificerend kenmerk van de “Doper” te zijn geweest. Ook bij Josephus werd verwezen naar zijn doopactiviteiten [al werd het bij Josephus gereduceerd tot een vorm van lichaamsverzorging].
Ten opzichte van de in de Thora voorgeschreven zelfwassingen schijnt het doopritueel van Johannes, dat een doper bij een dopeling uitvoert, iets nieuws, vernieuwends te zijn geweest.

Onlosmakelijk verbonden met het “onderdompelen” was zijn predikings- of verkondigings-activiteit. Pas na de eraan voorafgaande inkeer en bekentenis werd de betekenis van de doophandeling geldig. Johannes voltrok een doop “om zo vergeving van zonden te verkrijgen“. Daarmee vervulde hij wat over hem in zijn vaders ‘lofzang’ al was voorspeld, namelijk dat hij voor de Heer uit zou gaan “om zijn volk bekend te maken met hun redding door de vergeving van hun zonden“.

Lofzang van Zacharias, de vader van Johannes de Doper:

Zacharias & Johannes de Doper, I.M. Holy_Cross Jerusalem, Georgian fresco

  ‘gezegend de Heer, Israëls God: Hij heeft Zijn volk bezocht en het verlossing bereid;  hij heeft een hoorn van heil  voor ons doen verrijzen in het huis van David, zijn dienaar,

– zoals hij heeft gesproken door de mond van zijn heiligen, de profeten van eeuwigheid af:  bevrijding van onze vijanden van de hand van al wie ons haten,
om de ontferming  over onze vaderen te betonen, te gedenken zijn heilig verbond,

–  de eed die hij heeft gezworen  aan Abraham, onze vader:  het ons te geven om zonder vrees,  aan de hand van vijanden ontrukt, hem dienstbaar te zijn, in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aanschijn in al onze dagen!

–  en jij, kleine jongen, zult profeet van de  Allerhoogste worden genoemd,  want je zult uitgaan voor het aanschijn van de Heer  om te bereiden wegen voor hem door kennis van heil te schenken aan Zijn volk in de vergeving van hun zonden;  het is door het innige ontfermen  van onze God  dat uit den hoge naar ons komt omzien de opgaande zon,  en gaat schijnen voor wie neerzitten in duisternis en schaduw des doods,

– om onze voeten te richten  op de weg van de vrede! vert. Naardense bijbel.

Dat is niet meer of minder dan een combinatie van
Profetische en Priesterlijke volmacht.
Zijn gericht’s-prediking en doopactiviteiten waren Johannes’ belangrijkste activiteiten.
Tenslotte trad hij nog eenmaal als criticus van de tetrarch Herodes Antipas op.
Terwijl de kuddes naar hem kwamen bij de Jordaan, nam hij in dit geval zelf het initiatief.
Marcus en Matteüs formuleren zijn kritiek in de directe rede: “U mag niet…“.
Deze confrontatie met zijn landheer werd hem uiteindelijk noodlottig.

Apolytikion     tn.4.
”   Verheug u, onvruchtbare, die nog nooit gebaard had,
want nu draagt u de Kandelaar van de Zon,
die heel de wereld verlichten zal
om dez van blindheid te genezen.
Dans dan van VreugdeZacharias en roep vol vertrouwen uit:
hij is Profeet van de Allerhoogste,
die nu geboren wordt“.

Kondakion     tn.1.
”   Nu verheugt zich de grote Zacharias
meet zijn geprezen vrouw Elisabeth,
want zij heeft ontvangen de Voorloper Johannes,
over wie door de Aartsengel het goede nieuws verkondigd was.
En wij vereren op waardige wijze
de Mysterie-drager van de Genade“.

17e Zondag na Pinksteren – wij zijn allen door het Woord geroepen tot het priesterschap

      En het geschiedde, toen de menigte op Hem aandrong en naar het woord Gods hoorde, dat Hij zelf aan de oever van het meer Gennesaret stond, en Hij zag twee schepen aan de oever liggen. De vissers waren eruit gegaan en spoelden de netten. Hij ging in een van de schepen, dat van Simon, en vroeg hem de zee in te gaan, niet ver van de oever. En Hij zette Zich neder en leerde de menigte vanuit het schip.
Toen Hij opgehouden had met spreken, zei Hij tot Simon:
‘Ga naar diep water en zet uw netten uit om te vissen’. En Simon antwoordde en zei: ‘ Meester, de gehele nacht door hebben wij hard gewerkt en niets gevangen, maar op uw woord zal ik de netten uitzetten’.
En toen zij dit gedaan hadden, haalden zij een grote menigte vissen binnen, en hun netten dreigden te scheuren. En zij wenkten hun makkers in het andere schip, dat zij hen zouden komen helpen. En dezen kwamen en zij vulden beide schepen, tot zinkens toe.
Toen Simon Petrus dit zag, viel hij neer aan de knieën van Jezus en zei:
Ga uit van mij, want ik ben een zondig mens, Here.

De alheilige wereldomvattende Kerk, ‘een Mysterie’ – icoon

Want verbazing had hem en allen, die bij hem waren, aangegrepen over de vangst der vissen, welke zij gevangen hadden; evenzo ook Jaäcobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die metgezellen van Simon waren.
En Jezus zei tot Simon:
‘ Wees niet bevreesd, van nu aan zult gij mensen vangen’.
En zij trokken de schepen op het land en lieten alles achter en volgden Hem
Luc.5: 1-11.


➥➥➥ in verband met dit onderwerp wijkt de Apostel-lezing
in dit artikel af van de officiële kalender

      Legt daarom de leugen af en spreekt Waarheid, ieder met zijn naaste, omdat wij leden zijn van elkander.
Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet: de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan;  en geeft de duivel geen voet.
Wie een dief was, dient niet meer te stelen, maar dient zich liever in te spannen liever met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan mee-delen aan de behoeftige.
Geen liederlijk woord dient uit uw mond te komen, maar als gij een goed (woord) hebt, tot opbouw, waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, genade ontvangen.
En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing. Alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek dient uit uw midden gebannen te worden, evenals alle kwaadaardigheid.
Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeftEph.4: 25-32.

God’s Uitverkorene, by Marc Chagall

Indien we onze God lief willen hebben; ons toch zorgen blijven maken dat
Hij ons de misstappen vergeeft in plaats van onze fouten bij te houden als
het ware ons onophoudelijk te controleren teneinde
ons in Zijn voorzienigheid te beschermen, is het raadzamer ons op onze naaste te richten en
deze inzet aan hem/haar aan te bieden.          
Je behoeft je niet onophoudelijk te verontschuldigen, doe geen moeite.
Wat je werkelijk nodig hebt is jezelf te vernederen, jezelf de minste te tonen.
Door ons ten opzichte van onze naaste te verontschuldigen, zullen we
als vanzelfsprekend vergeving van onze ontelbare zonden verkrijgen en
we hebben allemaal het recht om tot God zeggen:

Μετάνοια – Metanoia, Berouw

Heer, vergeef het hen, vergeef het degenen, die mij wat aandoen.
Uit liefde tot je medemens zul je de verontschuldiging vinden en jouw Blijde Boodschap ten opzichte van je omgeving uitstralen, volgens jouw Woord.
Ook hierbij zul je je omgeving leren liefde uit te stralen en hen jou je eigen ongerechtigheden te vergeven

spelleider vader Ephraïm van I.M. Philotheou, Athos [Gr.]

Heiligen en mensen, die begenadigd zijn, vormen de leraren van het Christendom en hebben veel verschillen ten opzichte van overeenkomstige mensen, die ‘opvallen‘.
Er zijn echter drie elementen die het voor mij interessant maken, mijn interesse opwekken om het beter uit te drukken en dat geeft mij de gelegenheid het algemeen priesterschap van de gelovige Christen te onthullen.
1.]. Er bestaat in het leven voor deze Christenen geen ‘methode’, waarmee de mens als het ware [als bij de sport] geoefend wordt in het verwerven van Christelijk eigenschappen, noch zijn voor deze Christenen een geheime leer [een soort trukendoos , waarmee zij zichzelf als toegewijd in de leer van Christus mogen beschouwen..   

Het enige wat ze doen is dat zij hun hart totaal ‘open stellen’ voor Christus, zowel voor Christus als God en daarop volgend de medemens.

H. Silouan, de Athoniet

Hun manier van leven omvat niet de praktijk van een methode [zoals yoga, sport of meditatie, danwel een of andere krijgskunst}, maar we zouden zeggen dat het een weg is die de afdaling in twee mentale ruimten omvat die de moderne heilige staretz Sophrony Sacharov in navolging van zijn geestelijk vader de H. Silouan de athoniet “een heg, een omsluiting” noemt: de “hel van het berouw” en de “hel van de Liefde” [“keep thy mind in Hell and despair not”].
De eerste “hel” is de volledige afwijzing van mijn oude persoonlijkheid, m’n daden en verlangens [gekenmerkt door empathie].
de tweede “hel” bevat de on-voorwaarde-lijke Liefde en zelf-opoffering voor elk individu, zelfs voor de persoonlijke vijand, die hem volledig hebben vergeven.
Deze liefde culmineert in [of begint met] de ‘Liefde in Christus’, met Wie je regelmatig  persoonlijke communicatie onderhoudt door gebed, maar ook met deelname aan de goddelijke diensten en in het Mysterie [RK. Sacrament] van Goddelijke Verzoening.

Het ‘Jezusgebed’ òfwel
het gebed van het hart
genoemd

Omdat er geen methode meer bestaat om een resultaat te gaan boeken, kan de piek van geestelijke ervaringen niet alleen door monniken of andere gewijde spelleiders, maar ook door de gewone mens, als huis- vader, -moeder en zelfs kinderen, die misschien niet eens weten wat het doet, worden ervaren.
Christelijke spirituele ervaringen – bijv. Mysteriën, wonderen of verschijningen van Christus, de Moeder Gods en Maagd of een van de heiligen
– ervaringen, die zelfs niet-christenen, die soms trouw zijn gebleven aan hun ‘van kindsbeen meegekregen’ Geloof, maar de moed niet hebben gehad zich over te geven aan de Orthodoxie, die het vroeg-christelijke Geloof, een voorsprong geven aan het begin van het hele proces.
Alle hebben echter één ding gemeen: de hel van de bekering, die het nederig hart verheft en de hel van liefde verwerven, hetgeen impliceert dat het hart vernedering ondervindt.

2.].

Christus Pantocrator icon,
I.M. Chilandar. berg Athos [Gr.]

Een tweede kenmerk van de orthodoxe wonderen van heiligen is dat ze niet de buitengewone gaven of de ervaring van bepaalde spirituele ervaringen nastreven.
Noch willen ze hun kennis vergroten, vanwege de “wijsheid” of  het “superieur bewustzijn” of een  vereniging met het universum” te verkrijgen, om ze te “harmoniseren” met dit of dat wat Yogi aanbieden of iets dergelijks.
Ze willen enkel en alleen Christus, als ‘Heer en Meester’ van hun leven.

Zij verlangen zich uit zichzelf direct aan een andere persoon over te geven, dat vast te houden en zich in die richting, die neiging over te geven zich als het ware te verenigen, Zijn weg na te volgen, de weg van de nederige en onbaatzuchtige Liefde voor God
[de Heilige Drie-enige God en niet een subjectief idee “van God” of een fantasie die “God” is een symbool van schoonheid of liefde of een vonk in ons en in alle wezens, etc.] en de naaste.

We behoeven derhalve niet langer weg te zinken in onszelf als yogi’s,
maar leven slechts om door Christus als God aangesproken te worden en
Zijn barmhartigheid en waardevolle hulp aan te roepen/te zoeken teneinde
de zuivering van het hart van de hartstochten te verkrijgen en
de mutatie op dit schepsel te laten neerdalen met wat Christus als God voor ons wil.
       Ook behoef je niet langer te proberen om “op eigen kracht en eigen methode tot perfectie te komen” het meeslepende, de aantrekkingskracht wordt binnen de weg door Christus en het Lichaam dat Hij oprichtte, de Kerk, onderwezen.
            Christenen werden niet en nooit opgeroepen een individuele strijd voor perfectie aan te gaan, maar om deel te nemen en te integreren in de geestelijke en morele worsteling, van de Kerk: zich te verzamelen te groeperen, met hun broeders een gemeenschap te vormen teneinde gemeenschappelijk uit dezelfde kelk, het Lichaam en bloed van Christus, te putten.
De bron des Levens, is Christus en de rest is allemaal mensenwerk!

Lid van deze gemeenschap wordt namelijk gevormd door Christus, namelijk het hoofd en binnen die gemeenschap zul je Hem kunnen ontmoeten.
Wat praten wij dan en filosoferen wij dan – of is het slechts om menselijk gevormde machtsinstituten in stand te houden, die macht over de individuele mens tracht te behouden.
Het draait niet om de wereldraad van Kerken, de Oecumene – het draait om de Wet van de onderlinge Liefde, die gestalte dient te krijgen in ons leven hier in het ondermaanse.
Zelfs een kluizenaar is altijd nog een lid van de gemeenschap,
door zijn gebed samen met de Christelijke Gemeenschap gericht op Christus
[het gebed voor alle mensen en inderdaad van alle wezens, [“voor allen in allen zal Uw Naam gezegend zijn”] en neemt deel aan de Goddelijke maaltijd, de communie wanneer het overeenkomstig de menselijke regeltjes haalbaar blijkt te zijn.

Ziet, met hoe grote letters ik u eigenhandig schrijf! Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen
om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis . . . Gal.6: 11-18
van Christus Jezus.

Omdat het alleen Christus is, de God-mens, Die ik liefheb, want met Hem ik wil mij verenigen en weet dat deze vereniging/samensmelting mogelijk is. 
[zó bekennen alle heiligen van de Orthodoxie, dat de reeds ‘levende’ (niet-doden) in dit leven dit ervaren – en het is deze vereniging die zo Mystiek, wonderbaarlijk maakt, met geschenken aangeboden door de drie-enige God, wanneer en in de vorm, die Hij wenst en Zich terug zal trekken zoals ze geen mens “ze terug zou kunnen brengen” met God’s Eigen methoden, die heel egoïstisch zouden zijn, want God erkent geen ander God].
En het kan mij persoonlijk in het geheel niet schelen dat er dan nog mogelijke ‘andere paden’ bestaan tot het verkrijgen van wijsheid, kennis of bovennatuurlijke krachten. 

Deze krachten [hoewel sommigen me doen voorkomen dat het aangekleed aan worden om ze op te wekken òf hoe je er vervolgens mee om dient te gaan] wil ik gewoon niet dat mij op de een of andere manier beïnvloeden, want het is mensenwerk en onderhevig aan duivelse invloed.
Ik wil alleen Christus!

Op mijzelf, ben ik in het verborgene, wanneer ik heel diep van binnen doordring, zoals krachten dat doen, totaal niet in staat om Christus te zien
– en mocht het zo zijn, als je iets te zien krijgt, zal het waarschijnlijk niet iedereen betreffen, maar de “ander” die Hij wil controleren. 

Heiligen, die de perfectie trachten te bereiken [heb jij er ooit eentje ontmoet?],
zijn dit inderdaad geworden vanuit hun persoonlijk nastreven, dus uit menselijk egoïsme en niet op eigen kracht of zo u wilt andere krachten, maar alleen ‘in en door Christus’.
Een favoriete voorbeeld daarvan wordt ons door Christus in Orthodoxie voorgehouden door de gelijkenis, die laat zien hoe dicht onze Heer Jezus Christus in Zijn leven, lijden en sterven ’de verloren zoon’ nadert, hij is uitgeput, viel aan de voeten van zijn vader, en smeekte Hem om Zijn knechten te sturen.
Dus voel jezelf in navolging van Christus nederig, Christen en
wees je bewust van de kloof die de verloren zoon scheidt van de absolute zuiverheid van Christus.
Hij weet dat hij niet zondeloos is, maar de Vader van de verloren zoon
[symbool voor Christus] herstelde de verloren zoon in z’n vroegere staat
en hem vervolgens met eer te omringen en hem lichte [feest-]kleding aan te bieden.

NB.
[Laten we niet over het hoofd zien te vermelden dat de meeste mensen ondanks hun Christelijke achtergrond hoewel zij de intentie hebben nauwelijks zuiver genoemd kunnen worden en wanneer zij zichzelf willen bevoordelen zelfs schade toebrengen aan anderen en zich wel op een zeer duister pad begeven wanneer zij zichzelf hebben overgeleverd aan hun egoïstische manier van doen om zichzelf maar als [hoofd-]toezichthouder of spelleider te kunnen handhaven en hun persoonlijk voordeel mee binnenhalen.
Wij dienen, óók vaak voor ons zelf, ook toe te geven, dat wij onszelf “waardig” achten de gaven van brood en wijn als het Lichaam en bloed van Christus te ontvangen
⁌  zelfs komt het voor dat onze spelleiders zelfs openlijk verklaren niet eens te erkennen dat Christus, de Zoon van God is en doen voorkomen dat het slechts één filosofische wijze van spreken is, een ‘goddelijke stof’ of een ‘universele ziel’ en zij de “Ware God” de rug toe keren, hoewel ze wel dienen te erkennen dat Deze Zich wel in talloze Heiligen heeft gemanifesteerd].

De 5 wijze en de 5 dwaze maagden

Christus zegt ons: “ Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vindenJohn.10: 9.
Onze Heer en Verlosser is de toegang tot Het Koninkrijk der Hemelen, hetgeen we – al diep van binnen, in ons hart, tijdens dit leven kunnen vinden en dat voor eeuwig zal  voortduren.
Maar hoe vinden we de toegang tot Hem tussen al die duizenden verschillende sekten en filosofieën?
Elk van hen presenteert een ander, een verschillend beeld van Christus, Hij vervolmaakt het goede met Zijn Wijsheid.
Wanneer we de geschiedenis van de door Hem gestichte Kerk, Zijn Lichaam, nader onderzoeken, vinden we één enkelvoudige on-onderbroken lijn waarin Zijn Beeld zuiver en onvervormd bewaard is gebleven. Deze lijn is de Orthodoxie van de vroeg-Christelijke Kerk, de grondgedachte, het fundament van het ware Christendom.
Kom naar die poort, die toegang! en vind via haar het oude vertrouwde, historische pad terug naar de oorsprong naar God . . . . .

Doopvont in de vroeg-christelijke Kerk

Het algemeen priesterschap van de Christelijke gelovigen is de theologische bezinning en de kerkelijke praktijk door de eeuwen heen. Al heel spoedig wordt dé verbinding gelegd met de doop. Gedoopt worden, betekent immers deel krijgen aan de nederdaling/zalving met de Heilige Geest en zo aan de drie ambten van Christus.
Christen-zijn is gezalfd zijn en in het Orthodoxe Mysterie [Sacraments-toediening] vindt de doop dan ook drievoudig plaats.
1.]. de bekende doop – door onderdompeling heen – de situatie van de voorafgaande dood en het sterven daarna wordt daadwerkelijk beleefd.
2.]. de zalving met de Myron, de bevestiging van de Opname in de Orthodoxe gemeenschap alsmede de kruinschering [uiting van het algemeen priesterschap]
3.]. het ontvangen van het Lichaam en bloed van Christus in de eerstvolgende Goddelijke Liturgie.

Géén van bovenstaande rituelen mag ontbreken, anders is er geen sprake van en Orthodoxe Doop. De H. geschied-schrijver Hiëronymus zegt het daarom kort en bondig:
Het priesterschap van de leken, dat is de doop’ en dat doet hij vanuit bovenstaand begrip. Ten aanzien van de inhoud van dit algemeen priesterschap wordt de lijn van het Nieuwe Testament, die we bovenstaand hebben geschetst, doorgetrokken.
Leden van het Volk van God brengen geestelijke offers:
lofprijzing, belijdenis, het geven van aalmoezen, toewijding van het leven aan Christus, het getuigenis jegens ongelovigen”.

Geleidelijk aan gaan ook ascetische idealen doorwerken en
wordt het offerkarakter van de christen gezien in
zelfonthouding, ascese en ook het martelaarschap.
Je ziet in de loop van de eerste eeuwen dat het accent, komt te liggen op:
          komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die aan God [de Vader, door de Heilige Geest] welgevallig zijn door [Zijn Zoon] Jezus Christus
1Petr.2 :4,5.
Mag ik u er tevens op wijzen, dat in die periode er in het geheel geen sprake was van een ‘instituut’ van de Kerk, zoals wij die kennen, die is eens ná Keizer Constantijn [zijn daden waren groot, 274-337 na Chr.] ontstaan.
Bovendien beschikte Christus en ook Zijn grote navolger Paulus niet over kerkgebouwen, maar maakten zij geheel ‘als gast’ gebruik van ‘Joodse’ gebedsplaatsen, de Synagogen.

Apolytikion     tn.8.
  Uit den Hoge zijt Gij neergedaald, o Barmhartige,
en zijt drie dagen in het graf gebleven,
om ons van het lijden te bevrijden.
Gij zijt ons Leven en onze Verrijzenis;
Heer, eer aan U”.

Kondakion     tn.8.
  Nadat Gij zijt opgestaan uit het graf,
hebt Gij de doden opgewekt,
en Adam weer doen opstaan.
De einden der wereld jubelen
over Uw ontwaken uit de doden,
O Albarmhartige”


Theotokion     tn.8.
  Om ons zijt Gij uit de Maagd geboren,
en hebt Gij het Kruis ondergaan, o Goede.
Door Uw dood hebt Gij de dood overwonnen
en ons als God de Opstanding getoond.
Veracht het werk van Uw handen niet;
toon ons Uw mensenliefde, o Barmhartige.
Verhoor haar die U gebaard heeft:
de Moeder Gods, die voor ons bidt
en verlos Verlosser het wanhopige Volk”.

Orthodoxie & de zondagsrust

  Laten wij daarom op onze hoede zijn, dat niemand van u, terwijl nog een belofte van tot zijn rust in te gaan bestaat, de indruk zou wekken achter te blijven.
Want ook ons is het Evangelie verkondigd evenals hun, maar het woord der prediking was hun niet van nut, omdat het niet met geloof gepaard ging bij hen, die het hoorden.
    Want wij gaan tot de rust in, wij, die tot geloof gekomen zijn, zoals Hij gesproken heeft: gelijk Ik gezworen heb in mijn toorn: Nooit zullen zij tot mijn rust ingaan en toch waren zijn werken van de grondlegging der wereld af gereed.
    Want Hij heeft ergens van de zevende dag aldus gesproken: En God rustte op de zevende dag van al zijn werken; en hier wederom: Nooit zullen zij tot mijn rust ingaan.
            Aangezien nog te wachten is, dat sommigen tot die rust zullen ingaan, en zij, die het evangelie eerst ontvangen hebben, niet ingegaan zijn wegens hun ongehoorzaamheid, stelt Hij wederom een dag vast, heden, als Hij door David na zo lange tijd spreekt, zoals boven gezegd werd: Heden, indien gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet. Want indien Jozua hen in de rust gebracht had, zou Hij niet (meer) over een andere, latere dag gesproken hebben.
            Er blijft dus een sabbatsrust voor het volk van God.
Want wie tot zijn rust is ingegaan, is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken, evenals God van de zijne. Laten wij er dus ernst mede maken om tot die rust in te gaan, opdat niemand ten val zal komen door dit voorbeeld van ongehoorzaamheid te volgen.
            Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zo diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen
en gedachten des harten; en geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggenHebr.4: 1-13.

Het woord van God is levend en krachtig
In Santa Cruz, California U.S.A. wordt een nieuwe martelaar om Christus Wil vereerd. Zijn naam is vader Ioan Karastamatis, werd in 1937 geboren in het Griekse dorp Apikia op het eiland Andros [Een van een groep eilanden ten oosten van Athene, bekend als de Cycladen].
Op jonge leeftijd gaat hij naar Amerika, vestigt zich daar en sticht een gezin.
Hij wordt priester gewijd teneinde 10 jaar lang te gaan werken in Alaska, waar hij op verschillende plekken zijn heilige dienst verricht.

Vervolgens wordt hij in Santa Cruz te werk gesteld, de gemeenschap toegewijd aan de heilige profeet Eliah. Met hulp van de Heilige Geest blaast hij deze gemeenschap nieuw leven in, brengt hen wee tot een heilig en heilzaam leven, zodat het voor ieder in de regio, die interesse heeft, uitgroeit tot een centrum van de orthodoxe catechese, de mensen vonden er de weg weer naar God en de Kerk.

          Vader Johannes was heel gewoon en eenvoudig in zijn gedrag. Hij hield van zijn parochianen en de deur van zijn huis stond altijd open. Zelfs ‘s nachts, als iemand naar hem op zoek was, werd hij binnen ontvangen.
Hij predikte inspirerend, vol vuur en vlam, hield van God en wilde dat iedereen van Hem hield. Hij liep door parken en sprak met mensen die niets over God wisten, of die de weg kwijt waren of het nu heidenen waren of afvalligen.
          In het oorspronkelijk geboortedorp van Vader Johannes werd de Moeder God’s, de Theotokos in hoge mate vereerd. Deze devotie tot de Moeder God’s nam vader Johannes mee vanuit het kleine Apikia op het eiland Andros in Griekenland.
          Die verering werd op dat eiland gevierd met als hoogtepunt de verering van de ontslaping van de Moeder God’s, waarbij een wonder rond de bloeiende lelies had plaatsgevonden, de bloemen van de Maagd Maria.

Theotokos, icoon in het kerkje op het Griekse dorp Apikia op het eiland Andros

           De lelie is sinds de vroeg-christelijke tijd al verbonden met de verering tot de Moeder God’s. Wij zien daarom veelal een lelie afgebeeld op de icoon van Annunciatie, welke de engel in de ene hand houdt, terwijl z’n andere hand de Blijde boodschap bevestigt.
Wanneer lelies zijn uitgebloeid, ontwortelen ze ze en plaatsen ze in de kerk van de allerheiligste Moeder van God.  Zoals natuurlijk het geval is, verdorren de bladeren en bloemen en vallen later af, waardoor alleen de droge stengel overblijft. Ondanks de verdorde toestand worden zo achtergelaten, waar zij geplaatst zijn voor de icoon van de Moeder Gods. Op het feest van de ontslaping  van de Moeder God’s beginnen de lelies weer als vanzelfsprekend op te bloeien en dragen weelderig hun bloemen. En dit fenomeen, dit mirakel vindt ieder jaar opnieuw plaats het kerkje van het Griekse dorp Apikia.
Hoewel de lelies volledig ingedraaid zijn bloeien ze op wonderbaarlijke wijze op 15 Augustus voor een tweede keer. Je kunt de klok er op gelijk zetten –  wanneer  die eenvoudige christenen in dit achteraf dorpje het feest van de verdorvenheid van de menselijke aanwezigheid van de Moeder Gods vieren staan de verschrompelde lelies volledig in bloei te stralen en verspreiden een geur, die Hemels genoemd kan worden.

Waarom zult u zich afvragen. Waarom maakt het natuurlijke symbool van zuiverheid en schoonheid, welke eveneens vanuit de Moeder Gods de wereld in straalt zo’n indrukwekkend gebaar.
Het is de Moeder God’s, die hierdoor haar moederlijke zorg aan de wereld duidelijk maakt. Hoewel zij door haar Zoon, onze Heer, naar de Hemelse gewesten is gevoerd, laat zij haar op zeer eenvoudige wijze weten dat zij ons niet alleen laat en onafgebroken tot onze Verlosser smeekt om onze zielen te redden.
Dat is de reden dat vele Orthodoxe gemeenschappen, waaronder die van het Antiocheens Patriarchaat in Nederland, zijn toegewijd aan de Moeder God’s, die onze voorspraak is bij onze Heer en God.
En vader Johannes vervult van de schoonheid, welke hij in z’n leven met de Theotokos heeft ervaren. Vanuit zijn opvoeding behield hij ook op later leeftijd z’n mooie en gevoelige ziel en schreef vanuit zijn jeugdervaringen religieuze gedichten welke gevoeligheid weergaven.
Maar zijn godsvrucht was anderen tot ergernis en die begonnen hem lastig te vallen en hem te bedreigen ten einde hem een halt toe te roepen door middel van telefoontjes en brieven. Maar juist deze tegenstand riep bij vader Johannes een reactie op waarbij hij nog enthousiaster werd in zijn prediking:
Zolang mijn ogen nog vocht bevatten, zodat ik kan zien, zal ik Christus en de Orthodoxie blijven verkondigen”.
                            Hij adviseerde zijn gelovigen de wereld achter zich te laten en haar intriges te vermijden.
Daarop werden de bedreigingen nog heviger, maar de eenvoudige, diep-gelovige spelleider liet zich niet vermurwen [overhalen]. Na afloop van het buitenspelen mistte zijn zoontje zijn vader, die in de kerk de preek voor het feest aan het voorbereiden was en ging hem in de kerk zoeken om thuis te komen.
U raadt het misschien wel ?; dat het woedende tegenstanders waren, die nadat zij hem [in 1985] hadden omgebracht, het kerkgebouw met z’n bloed hebben beklad met duivelse tekens. De gezegende vader kreeg het martelaarschap op dezelfde plaats als waar hij gefotografeerd was met het  priesterlijke zegen-kruis in de hand, alsof hij profeteerde wie en wat hij moest volgen.
In al z’n eenvoud zou deze vader nimmer hebben kunnen aanvaarden dat hij tegelijkertijd met het feest op 15 augustus herdacht zou worden, daarom is zijn feestdag door de Orthodoxe Kerken gesteld op 19 Mei, de vooravond van de verwijdering en verplaatsing van de relieken van de H. Nicolaas, want hij had tevens een  grote devotie voor deze heilige.
Zalig allen, die de Heer vrezen; die wandelen op Zijn WegenPsalm 127: 1

Het is een geweldige kunst stand te houden en het daarmee mogelijk te maken om je ziel te heiligen. Je kunt overal geheiligd worden. In eendracht kan de mens alles heiligen indien hij/zij dat wil; in je werk en alles wat het ook mag zijn, kunnen we allen heiligen worden.
Wanneer je de deugd, het geduld en de onderlinge liefde maar behoudt.
Ieder dag heeft zijn eigen kruis, een nieuwe wending, een nieuwe stemming, en wanneer je dit enthousiast  en liefde, in gebed en stilte behoef je niet bang te zijn dat je het een of ander overkomt.
Je wordt immers door God van het goede voorzien en begeleid, indien je je werk met waakzaamheid, eenvoud, zachtmoedig en zonder tegenstribbelen met vreugde en een goed humeur tegemoet treedt.

Jesus Christus Pantocrator,
‘de Wijnstok’

Vertrouw daarom op God en al het onaangename, die in je ziel belagen en angstig maken, zal verdwijnen. Iedere gelovige, iedere navolger van Christus wordt heilig genoemd en aan de hand van aanbidding tot God beschermd. Indien je al je inspanning en inzet gericht houdt op God zul je zijn Liefde en Zijn Licht ervaren.
Het heilig kruis wat je draagt geeft dus geen smart en pijn weer, maar een overwinning als een tweesnijdend zwaard.
Een zwaard wordt net als een mes bot wanneer je het gebruikt en zeker in de wereld van vandaag wordt je van alle kanten belaagd en daarom dient er regelmatig onderhoud gepleegd te worden.
Nu dit onderhoud vindt plaats door bezinning en daarom heb je rust en aandacht nodig, hetgeen ieder zondag plaatsvindt in de bijeenkomst van de gemeenschap, de Goddelijke Liturgie.
In de Liturgie komen wij samen rond het Verbond, wat wij met God zijn aangegaan in het Mysterie van de doop. In de Goddelijke Liturgie loven wij en verheerlijken God en brengen Hem dank voor alles wat ons overkomt; naast datgene wat wij doen luisteren wij naar het Woord. Want het Woord kan gerealiseerd worden wanneer wij dat maar regelmatig tot ons nemen – niet alleen door te luisteren, maar ook te doen.
De mens opent zijn mod en roept uit: “God is één, in de Heilige drie-eenheid, in de Vader en in de Zoon en in de Heilige Geest, gezegd is hij/zij [de mens] die komt in de Naam des Heren”.
En we zingen de zaligsprekingen: “ Welzalig is de mens, die niet wandelt naar de raad van Goddelozen”.
De 1e en achtste dag [de Zondag] is een zalige dag, want wij herdenken de Opstanding van Onze Heer Jezus Christus en die herinnering is als een wachter voor onze ziel, wij ervaren een oppepper, door de oproep:
Ontwaakt, gij die slaapt, sta op uit den doden”.
Je hoort dat:
  Wij zó ons licht dienen te laten schijnen voor de mensen, opdat zij onze  goede werken zien en onze Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.

Want Christus is niet gekomen om de wet of de profeten te ontbinden; Hij is niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullenMatth.5: 16,17.
En al de regels [613 -10 – 1] de God ons gegeven heeft in Mozes en Christus  zouden samen opnieuw bestudeerd dienen te worden.
    Aldus nu zult gij het eten [Mij ontmoeten, in Mijn vlees en bloed]: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; [want elke zondag] is het feest des Heren,
het Groot en Heilig Pascha
conf. Exodus 12: 11.
    Zegen, Heer! ons vermogen en laat U het werk van onzer handen wel bevallen; versla de lenden van degenen, die tegen Hem opstaan en Hem haten, dat zij niet weer Opstaan!Deut.33: 11.
Ja, hier wordt over gesproken in onze tijd, waarbij onze tegenstanders niets  ontziend het Christelijk Geloof, het Joods- Christelijk erfgoed trachten te  ondergraven door Geloof als nietszeggend en ouderwets af te doen en doelbewust bezig zijn onze feestdagen en zondagsrust af te nemen.

    En de jongelingen, die met hem opgewassen waren, spraken tot hem, zeggende:
‘ Alzo zult gij zeggen tot dat Volk, die tot u gesproken hebben, zeggende:
Uw vader heeft ons juk zwaar gemaakt, maar maak gij het over ons lichter;
alzo zult gij tot hen spreken:
Mijn kleinste vinger zal dikker zijn dan de lenden van mijn vader’
1Koningen 12: 10

Voor Uw ogen zijn allen die mij kwellen:
mijn ziel verwacht smaad en ellende.
Ik wacht op een medelijdende, maar er is er geen;
op een trooster, maar ik heb niemand gevonden.
Voor spijs gaven zij mij gal;
in mijn dorst drenkten zij mij met azijn.
Hun tafel wordt hun tot strik,
tot vergelding en struikelblok.
Hun ogen worden verduisterd, zodat zij niet meer zien;
hun rug voor altijd gekromd.
Want U [God] giet Uw toorn over hen uit,
Uw grimmige woede zal hen grijpen.
Hun woonstede verandert in verlatenheid,
er is niemand meer om te wonen in hun tenten
Psalm 68[69] : 24-30.

in alle eenvoud je kruis dragen

Maar zó heb ik een ‘Christelijk’ georiënteerd politicus nog nooit horen spreken, dat wordt slechts voort-gepolderd in de uitwerpselen van de samenleving, het is welzeker nodig, maar het wordt als niet kies ervaren en het levert waarschijnlijk weinig of niets op. De voor vrijheid en democratie strijdenden lopen aan de hand van de Economie.
De Economie en het spel der beheerders van het geld zijn hun tot god geworden en aan cultuur, gebaseerd op de cultuur van hun voorvaderen hebben zij geen boodschap, ook al heeft hun leider geschiedenis gestudeerd.
De “dag des Heren” is een hele belangrijke uitdrukking in de Blijde Boodschap, die het fundament omvat van ons Joods-Christelijk leven, vele bladzijden zijn er aan gewijd. Het is een hele bijzondere dag; niet een dag van vierentwintig uur, maar een tijdsperiode, die wij hier op aarde doorbrengen en die zowel het ‘oordeel als de zegenrijke Heerschappij van God omvat.
God heeft ons willen informeren over de dingen die komen gaan. Niet om onze nieuwsgierigheid te bevredigen of iets dergelijks, maar om ons in te lichten, zodat we waakzaam en nuchter zijn en weten waar het naartoe gaat.
Het is tevens de dag van de Heer, waarop de Allerhoogste Zich zal openbaren;
het moment waarover Zacharia schrijft:
En de Heer zal koning worden over de gehele aarde;
te dien dage zal de Heer de enige zijn en
Zijn Naam de EnigeZacharia 14: 9.
Dan zal het schaamrood de tegenstanders van het Geloof om de kaken staan en
zij zullen zich alsnog bekeren.

16e Zondag na Pinksteren – Zondag nafeest van Kruisverheffing

       En Hij riep de menigte met zijn discipelen, tot Zich en zei tot hen:
Indien iemand achter Mij wil komen, die dient zichzelf te verloochenen, zijn kruis
op zich te nemen en Mij te volgen.
Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en omwille van het Evangelie, die zal het behouden.
Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?
Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?
Want wie zich voor Mij en voor mijn woorden schaamt in dit overspelig en zondig geslacht, de Zoon des mensen zal Zich ook voor hem schamen, wanneer Hij komt in de Heerlijkheid van Zijn Vader, met de heilige engelen.
       En Hij zei tot hen:
Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn sommigen onder degenen, die hier staan, die de dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij zien, dat het Koninkrijk van God gekomen is met Kracht
” 
Marc.8: 34- 9: 1.

      Wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der Wet, maar door het Geloof in Christus Jezus, zijn ook zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te worden uit het Geloof in Christus en niet uit werken der Wet.
Want uit werken der wet zal geen vlees gerechtvaardigd worden.
Maar indien wij, trachtende in Christus gerechtvaardigd te worden, ook zelf zijn gebleken zondaars te zijn, staat Christus dan in dienst der zonde? Volstrekt niet.
Immers, indien ik hetgeen ik afgebroken heb, weer opbouw, bewijs ik daardoor, dat ik zelf een overtreder ben. Want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven.
Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dat is], niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.
En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegevenGal.2: 16-20.

Transfiguratie μεταμόρφωση

En zes dagen later nam Jezus Petrus en Jaäcobus en Johannes mee en leidde hen een hoge berg op, hen alleenMarc.9: 2; en zagen zij dat het Koninkrijk van God gekomen is met Kracht.
Wat betekent het wel niet allemaal jezelf te verloochenen, je kruis op je te nemen en Christus te volgen, je leven te verliezen omwille van de Waarheid van de Blijde Boodschap en je niet langer voor de woorden van Christus, die jij spreekt te schamen.
Je ziet het aan de levens van de Apostelen en de Martelaren – om Zijnentwil verkozen zij de Kroon van het Rijk der Hemelen boven rijkdom, eer en glorie van de wereld.

Wat betekent het voor ieder van ons dat Christus menslievend is en iedere vezel van ons bestaan doorbloedt en ons leven kent? Met de gedachte dat Christus alziend is, zijn we getroost.
Het is lonend en heeft een positieve uitwerking om te weten dat de Heer naast ons staat teneinde  ons te sterken, om toezicht te houden in onze moeilijkheden en in te grijpen wanneer onze spirituele belangen erom vragen.
We begrijpen deze realiteit in momenten van spirituele volheid, dat Zijn genade ons hart doordringt. Maar zelfs als we een test doorstaan, dat elke menselijke hulp machteloos is, vinden we onderdak bij “de Enige, Die in staat is om ons bij te staan”.
De wereld en haar psychologie verklaart ons voor wereldvreemd, vluchtend voor de werkelijkheid, een waanwereld, die wij ons maar inbeelden.
Maar wij zijn overtuigd van het feit dat degenen, die hun leventje willen behouden, het zal verliezen; maar dat eenieder, die zijn leven durft te verliezen in God’s Naam, om Christus wil en omwille van de Blijde Boodschap, dat juist die mens het Leven zal behouden.

Voor degenen die bij de terugkomst van onze Meester, niet klaar zijn, zal de wederkomst des Heren een vernietigende verrassing betekenen. Het zal echter een tijd van blijdschap zijn voor degenen onder ons die in liefde en geduld op Zijn terugkeer wachten.
Maar zelfs voor ons, zou de mogelijkheid dat Jezus vandaag wederkomt, ons dienen bij te staan  ons blikveld te verbreden en onze speciale geestelijke gesteldheid bij te stellen.
Hoe zou ons leven ingericht diene te worden, vandaag, morgen en alle dagen die nog volgen – elke dag, die ons gegeven wordt tot wij voor zijn Hemels Koninkrijk terugkeren?
Dat is hoe Jezus van ons verwacht dat we iedere dag leven, dat we het leven zo goed mogelijk christelijk benaderen.

  Indien de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar
indien hij [aan zichzelf] sterft, draagt deze veel vrucht.
Wie z’n [lieve] leventje liefheeft, zal het verliezen, en
wie z’n [vrolijke] leventje haat in deze wereld,
zal het behouden tot het eeuwige leven
John.12: 24-25.

Onze Heer en Verlosser gebruikte dit voorbeeld van een kleine korrel tarwe.
Zolang de graankorrel op zichzelf en in de graanzak blijft,
kan ze in geen enkele vorm vrucht of leven voortbrengen.
Jezus zegt dat de graankorrel in [goede] aarde dient te vallen, dus onder het grondoppervlak dient te gaan.
Wanneer ze uit het zicht is, verborgen in de duisternis en in de vochtigheid van de aarde, vindt er een verandering plaats.
De harde, buitenste schil lost op, waardoor het vocht [de Bron des Levens] het zaad kan bereiken en
als gevolg daarvan vindt er een Mysterie [een Wonder] plaats:
uit die graankorrel, waarvan de schil verdwenen is en die dood leek te gaan,
komt opeens een heel nieuwe vorm van leven voort!
Het groene uitspruitsel van nieuw leven forceert zijn weg door alles heen
omhoog door de aarde, verschijnt in het zonlicht en
we zien het Mysterie van het leven zich manifesteren.

➥ Dit is een Beeld van wat het betekent om ons eigen leven te verliezen,
om op die manier het leven te vinden dat God voor ons heeft.
We komen aan het eind van onze eigen mogelijkheden, onze eigen kracht, onze eigen wijsheid. We laten al onze eigen menselijke inspanningen los en keren ons af van onze aanspraak op zelfvoorziening, onze hoogmoed.
Wanneer het zaad gestorven is en de buitenste, harde schil is weggeteerd,
dan zal er nieuw leven ontstaan.
Dat is de grote uitdaging die Jezus aan Zijn volgelingen met het Kruis heeft voorgehouden.

Verlies is soms heel zwaar om mee te maken …

Dit is het Mysterie, het geheime wonder van de totale overgave, zoals
de graankorrel eerst in de grond valt en moet sterven, voordat zij vrucht kan voortbrengen.
Dat is de uitdaging die Hij ons ook vandaag de dag voorhoudt.
Wij hebben ons eigen leven; het is in onze eigen handen.
Zoals iemand een kleine graankorrel kan pakken en vasthouden,
zo kunnen we ook aan ons eigen eigengereide leventje blijven vasthouden zolang als we willen. Maar zolang als we ons eigen leven vasthouden, blijft het geïsoleerd en wordt het in geestelijk opzicht dood, dat wil zeggen is niet productief.

††† De wereld is vol met eenzame mensen;
ze zijn en blijven eenzaam omdat ze vasthouden aan hun eigen leven en ondanks eenzaamheid  willen ze te toch niet loslaten.
– Onze Heer en Verlosser zegt dat als wij bereid zijn om ons leven los te laten, en onszelf over te geven aan het proces van sterven en lijden, dan zal er nieuw leven ontstaan. Ieder van ons moet het leven pakken dat hij of zij in handen houdt, het loslaten en het laten gaan. We moeten ons leven overgeven aan God. Dat klinkt misschien als een gek en onproductief idee, maar het zal compleet nieuw leven voortbrengen. Ik beloof je: het is de moeite waard!
– Onze Heer en Verlosser heeft Zijn volgelingen voorgehouden:
In dit leven zal het kruis, het lijden ons deel zijn; er bestaat zoiets als
de smaad van Christus dragen’ en ‘deelhebben aan Zijn lijden’.
– Dat kan betekenen uitgelachen worden, afgewezen worden, machteloos zijn, in het geheel niet rijk, gehaat worden, onrechtvaardig behandeld worden, vervolgd worden, hard werken voor God en naaste, je geven aan de gemeenschap, sterven aan zelfzucht, hebzucht, egoïsme en begeerte.
– Dat alles en nog veel meer kan pijn doen in dit leven en ons heel wat kosten.
Maar Mozes zei het al, hij achtte ‘de smaad van Christus groter rijkdom dan de schatten van Egypte’. Ook Mozes is een voorbeeld van geduld.
– Uiteindelijk heeft God Hem ‘als de Almachtige’ gebruikt in Zijn heilsplan en
heeft Zijn leven veel meer vrucht gedragen voor tijd en eeuwigheid dan het leven van de Farao. Jezus heeft ook gezegd: “Houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen”.    Het loont om te wachten op de Heer en Zijn Genadegaven.
Je bent geen dwaas indien je opgeeft wat je toch niet kan behouden,
om te winnen wat je nooit meer kwijt kunt raken. 

De keuze is aan ons:
– Wilt wij gretig zijn en inhalig of geduld betrachten?
– Hebben wij slechts oog voor de dingen van deze wereld of
hebben wij oog op de dingen van de toekomende wereld?
– Indien wij als christenen weten wij dat het beste nog komt;
hoe oud je ook bent, als christen mag je elke dag weten: het beste komt nog!
– Wij verwachten het Hemels Koninkrijk.
– Wij verwachten de wederkomst des Heren.
– Wij zullen in Zijn Heerlijkheid worden opgenomen bij het sterven en
met Hem verschijnen in Zijn Heerlijkheid bij Zijn wederkomst;
– Het Rijk van de nieuwe Hemel en de nieuwe aarde, het Rijk Vrede is in aantocht.
– Wij zullen voor altijd met Hem zijn, Hij maakt alle dingen nieuw.
Degenen die in Geloof geduld beoefenen kunnen het hoofd omhoog heffen
en altijd vol Geloof, Hoop en Verwachting, in dit leven staan.

Apolytikion    tn.1.
Heer, red Uw Volk en zegen Uw Erfdeel
en bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis
”. [= refr.]

3e Antiphon
De Heer regeert, de Volkeren beven;
Hij stelt op de Cherubijnen, de aarde siddert
”. refr.

Groot is de Heer in Sion,
Hij is verheven boven alle Volkeren
”. refr.

Dat zij Uw grote Naam belijden,
want Hij is ontzagwekkend en Heilige
”. refr.

Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, Amen
”.

Kondakion     tn.1.
Gij, Die U vrijwillig op het Kruis hebt verheven, Christus onze God,
schenk Uw Ervaringen aan Uw nieuwe Gemeenschap, die naar U genoemd is.
En verblijd ons met Uw Kracht in de strijd tegen de vijand.
Want Gij zijt onze Helper door het onoverwinnelijk Vredeswapen van Uw Kruis
”.

14e September – Orthodoxie & het feest van Kruisverheffing

      Toen dan de overpriesters en hun dienaren Hem zagen, schreeuwden zij en zeiden: ‘Kruisigen, kruisigen!’.
Pilatus zei tot hen: ‘Neemt gij Hem en kruisigt Hem: want ik vind geen schuld in Hem’.
De Joden antwoordden hem: ‘Wij hebben een wet en naar die wet moet Hij sterven, want Hij heeft Zichzelf God’s Zoon gemaakt’.
Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij nog meer bevreesd en hij ging weer het gerechtsgebouw binnen en zei tot Jezus: ‘Waar zijt Gij vandaan?’.
Maar Jezus gaf hem geen antwoord.
Pilatus dan zei tot Hem: ‘ Spreekt Gij niet tot mij? Weet Gij niet, dat ik macht heb U los te laten, maar ook macht om U te kruisigen?
Jezus antwoordde: ‘Gij zoudt geen macht tegen Mij hebben, indien het u niet van boven gegeven ware: daarom heeft hij, die Mij aan u heeft overgeleverd, groter zonde . . . . .
        Pilatus dan hoorde deze woorden en hij liet Jezus naar buiten brengen en zette zich op de rechterstoel, op de plaats, genaamd Litostrotos, in het Hebreeuws Gabbata
[Hebr.= ‘verhoging, podium’] . En het was Voorbereiding voor het Pascha, ongeveer het zesde uur, en hij zei tot de Joden: ‘ Zie, uw koning!’.

Zij dan schreeuwden: ‘Weg met Hem! Weg met Hem! Kruisig Hem!’.
Pilatus zei tot hen: ‘Moet ik uw koning kruisigen?’.
De overpriesters antwoordden: ‘Wij hebben geen koning, alleen de keizer!’.
Toen gaf hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden. Zij dan namen Jezus en Hij, Zelf Zijn Kruis dragende, ging naar de zogenaamde Schedelplaats, in het Hebreeuws genaamd Golgota [Hebr.=schedel], waar zij Hem kruisigden en met Hem twee anderen, aan weerszijden een, en Jezus in het midden.
En Pilatus liet ook een opschrift schrijven en op het kruis plaatsen; er was geschreven: ‘Jezus, de Nazoreeër’, de Koning der Joden . . . . .
En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder en de zuster van Zijner moeder, Maria van Cleophas en Maria van Magdala. Toen dan Jezus Zijn moeder zag en de discipel, die 
Hij liefhad, bij haar staande, zei Hij tot zijn moeder: ‘ Vrouw, zie, uw zoon’. Daarna zei Hij tot de discipel: ‘ Zie, uw moeder’. En van dat uur af nam de discipel haar bij zich in huis.
Hierna zei Jezus, daar Hij wist, dat alles reeds volbracht was: ‘Mij dorst’ . . . . .
       Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: ‘Het is volbracht!’.
En Hij boog het hoofd en gaf de geest.
De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven – want de dag van die sabbat was groot – vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden.
De soldaten dan kwamen en braken de benen van de eerste en van de andere, die met Hem gekruisigd waren; maar toen zij bij Jezus gekomen waren en zagen, dat Hij reeds gestorven was braken zij zijn benen niet, maar een van de soldaten stak met een speer in zijn zijde en terstond kwam er bloed en water uit.
En die het gezien heeft, heeft ervan getuigd en zijn getuigenis is waarachtig en hij weet, dat hij de waarheid spreekt, opdat ook gij gelooftJohn.19: 6-11, 13-20, 25-28a, 30-35.

      Want het woord van het Kruis is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een Kracht God’s.
Want er staat geschreven: ‘Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen’.
Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd?
Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt?
Want daar de wereld in de wijsheid Gods door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het aan God behaagd door de dwaasheid van de prediking te redden hen die geloven.
Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, [prediken wij] Christus, de Kracht  God’s en de Wijsheid God’s1Cor.1: 18-24.

    Om het genot des Heren te schouwen; om Zijn heilige Tempel te bezoeken.
Want Hij verbergt mij in Zijn tent op de dag dat het mij slecht gaat. Hij beschut mij in het verborgene van Zijn tent, Hij plaatst mij hoog verheven op een rots”
Psalm 26[27] : 5,7 en

    Zou mijn ziel zich niet aan God onderwerpen? Door Hem komt immers mijn heil. Ja, Hij is mijn God en mijn Heiland en mijn steun; ik zal niet langer wankelen. Hoelang nog stort gij u op een mens als op een hellende wand of een vervallen muur? Gij allen zijt moordenaarsPsalm 61[62] : 1 en 4.

Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd?
Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt?

Is het eigenlijk niet hopeloos, zo vragen vele mensen in onze tijd zich af, de Blijde Boodschap aan de hand van het opnemen van je Kruis te prediken in deze wereld ? Wanneer iemand zich verhard en absoluut geen medelijden heeft met zichzelf dan doet deze niets anders dan z’n eigen passies af te vlakken, te verzachten.
De mens, die hier op deze wijze mee omgaat, is geen waarachtig Christen.
De Apostel zegt immers overduidelijk: ”     Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigdGal.5: 24.
Onstuimig bruist de grote stroom van het moderne leven en de westerse wereld leeft voort als ware het een dynamisch stelsel, die aan de muren van al wat heilig is voorbij lijkt te gaan en schijnt alsof zij met haar overdaad de grondslagen van datgene wat God aangaat steeds verder aan het ondermijnen zijn: het is een triest een weinig verheffend  vooruitzicht.
Steeds groter wordt de veelkoppige menigte, die zich ophoopt in het ondermaanse van ons hemellichaam en temidden van die mensenzee staat daar een enkele eenzame drager van het Licht, om de duistere drukte van heen en weer bewegende mensen te bewegen een andere weg in te slaan: een haast wanhopige onderneming.
Kracht’s- en Machtsvertoon aan alle zijden, openbaring van rumoerige, brutale, schreeuwerige kracht en tussen al dat rumoer slechts de zwakke klank van enkele mensenstemmen, die getuigen van kwetsbare, geestelijke zaken, als roependen in de woestijn, hetgeen je de adem beneemt!
Is het in deze omstandigheden niet hopeloos om je überhaupt ook nog maar in te zetten het Woord aan te nemen en over je persoonlijke kruis te verkondigen?

‘een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid’

Scheen het ook voor Paulus geen wanhopige dwaasheid, om in een stad als Corinthe het te wagen met de eenvoudige boodschap van datzelfde Kruis te verkondigen, waaraan immers de vrome Joden zich ergerden en waarom beschaafde Grieken [westerlingen] slechts lach[t]en?
En tegenover deze vragen brengt nu Paulus een Naam naar voren: “Christus, de Kracht van God en de Wijsheid van God”
Het Woord prediken, dat is: Christus prediken, want waar je ook de Blijde Boodschap opent, het is altijd opnieuw de Gestalte van Christus, Die ons tegemoet komt.
Als een voorafschaduwing en Profetie in het Oude Verbond, in de geschiedenis en de gelijkenissen van het Nieuwe Verbond het is altijd opnieuw de Naam van onze Heer en Verlosser Jezus Christus, Die daar straalt, hoe verschillend ook die Naam gespeld zou mogen worden.
En daarom, zegt Paulus is het prediken van het Woord, altijd weer opnieuw herhalen: “Het verkondigen van de Blijde Boodschap uit het Leven en door de dood en de Verrijzenis van onze Heer, Jezus Christus, de Zoon van God”.

Heeft u misschien het idee, dat dit een zeer éénzijdige verkondiging betreft?
Neen, in de rijke afwisseling en die altijd weer wisselende verscheidenheid: zo heeft Paulus als Apostel het zoeklicht van het Woord doen uitstralen op elk terrein van het menselijk leven, maar al die stralen, die daar van uitgaan, komen uit één middelpunt, vloeien uit één bron en die Bron dat is Christus.
Jullie zijn misschien van mening dat dit slechts een al te gemakkelijke verkondiging is, een loutere vaststelling – een mededeling, die slechts een oppervlakkige vaststelling zou betreffen?

Neen, met een overweldigende bovenaardse geestdrift, met een diepe overtuiging vanuit z’n hart, als een mens die een noodzakelijk optreden opgelegd heeft gekregen van een Liefde tot Christus, waarmee hij te Damascus geroepen werd: zó heeft Paulus, Degene, die hem dáár riep verkondigd al huivert hij bij de opdracht, die hem te Damascus is opgelegd.
Ondanks zijn persoonlijk achtergrond zal het Woord, dat hij aan ons als christelijke gemeenschap overbrengt, eerst door zijn eigen ziel getroffen zijn.
De religieuze farizeeër Paulus, die doordrongen was van de grootse Joodse cultuur welke hem tot autoriteit maakte in welke Joodse Synagoge, die hij maar betrad, verkondigde de Wet van Mozes, welke hem van het ene op het andere moment tot grootspraak werd.
Hij werd getroffen door het Licht van Christus en ontdekte dat zijn trotse optreden op basis van deze cultuur slechts negativiteit en nihilisme  teweeg bracht.
Door zijn ontmoeting met de Heer Jezus Christus ontdekte hij de waarde van onsterfelijkheid, die reeds op aarde verkregen was doordat haar Redder aan het Kruis gestorven was voor onze zonden, inclusief, die van Paulus zelf.
Wat die tijd aangaat betitelde hij zichzelf als een hond, een slechte arbeider door te verkondigen: “Let op het ‘versnijden’!; want wij zijn de besnijdenis, die door de Geest 
Gods Hem dienen, die in Christus Jezus roemen en niet op vlees vertrouwenPhil.3: 2,3.
Dáár onderweg naar Damascus liep hij tegen een muur van [Thabor-]Licht op, welke Hem duidelijk maakte dat de Liefde van God boven elke maat van de Wet van Mozes verheven is. De zonde van de Wet is teniet gedaan door het Licht van Christus, welke afstraalt van Zijn door aan het Kruis te sterven voor de wereld en de daaropvolgende Verrijzenis.
Wordt Licht, wordt Licht, oh, Gij nieuw Jeruzalem”, de dood is het lot der mensen, maar God heeft voor ons een andere zegen achter de hand.
Vriendelijk en veilig als het Licht zoals een mantel om mij heen geslagen ben ik bekleed – zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht. Ik roep zijn naam, bestorm hem met mijn vragen, dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.
God wil mij behoeden en op handen dragen; Hij is de God bij wie mijn toekomst is – Heer, ik Geloof, waarom staat Gij mij tegen?

Het is het persoonlijke kruis welke ieder mens draagt teneinde aan Zijn roep gevolg te geven. De mens leerde door de ontmoeting met de Heer en Meester van het leven, dat de waarde die onsterfelijk blijft op aarde is dat Zijn Redder aan het Kruis gestorven is voor zijn zonden.
Paulus kreeg door de ontmoeting met Christus eveneens het inzicht:
      Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Heer, dat alles te boven gaat. Om Zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus zal mogen winnen en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de Wet, te bezitten, maar de Gerechtigheid door het Geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het GeloofPhil.3: 8,9.
Daarom is het de Enige, waaraan zijn ziel zich volkomen onderwerpt, want van Hem komt het geduld alles om ons heen te verdragen.
En toch is het niet z’n eigen overtuiging, die hij naar voren brengt, ‘t is niet zijn eigen armzalige Geloof, waarmee hij onze zielen tracht te voeden, ‘t is niet zijn eigen deugd en vroomheid, waarmee hij degenen, die in den vreemde in de verte opdoemen tracht te lokken en te trekken.
Neen, in heilige zelfverloochening, zo is deze verkondiger een stap terug gedaan, opdat Christus en Christus alleen naar voren zou treden en verheerlijkt zou worden.

Onderkennen wij mensen dan niet de koninklijke rijkdom, die in Christus is?

– Christus prediken: dat is Hem voorstellen aan het christenvolk, zoals Hij met het zwaard van de Heilige Geestes de heilige strijd aanbindt tegen alle ongerechtigheid en eigen- gerechtigheid, tegen al onze liefdeloosheid en zelfverheffing.
– Het is diezelfde Christus, Die met de palmtak van de Vrede verkoeling toewuift aan allen, die door het zwaard van de Heilige Geestes dodelijk gewond zijn geraakt.
Wij zijn getuigen van Christus geworden, Die lijden en ten derden dage moest opstaan uit de doden; in Zijn Naam moest bekering gepredikt worden tot vergeving van de zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalemconf. Luc.24: 46-48.
– Wij zijn Christus gaan verkondigen als getuigen van Hem,
Wiens:
Christus prediken: dat is getuigen van Hem,
Wiens „ Wee degene die een vals getuigenis aflegt” , als mokerslagen neerkomen op al het geveinsde en on-bekeerlijke, maar wiens zaligspreking de armen van geest, zij, die gebroken zijn van hart zó onuitsprekelijk vertroost.
– Wij zijn getuigen van Christus geworden, dat is Hem op iconen schilderen in al de gestrengheid, waarmee Hij het halve Christendom terugwijst met de woorden:
  Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen en de Mammon” Matth.6: 24.
– Wij zijn Christus gaan verkondigen, nadat wij aan de volkomen overgave van het hart hebben voldaan door: “ Zijn volgeling te worden en Vader, Moeder, Vrouw en kinderen tekort te doen en ons in tederheid van Zijn geduld bezig te houden met dwaze, aardgebonden mensenkinderen.
– Wij zijn getuigen van Christus geworden, door Hem af te schilderen als de lijdende Hogepriester, die in het dienen in Zijn Liefde aan de Zijnen een voorbeeld te zijn – te laten doorwerken, opdat zij zijn voettappen zouden navolgen. Hem afschilderen als de  gekruisigde Middelaar, Die aan Zijn kruis een eeuwige verzoening teweegbrengt, als de verheerlijkte Koning, Wiens wil als wet, Wiens Woord als richtsnoer heeft te gelden, voor elk gebied van het leven.

Aldus een enkele greep van de Rijkdom van Christus, Die door het ChristenVolk gepredikt wordt.
De wereld mag dan dwaas doen voorkomen, dat het christendom haar tijd gehad heeft en ons eigen ongeloof mag geneigd zijn om de wereld gelijk te geven.
– Maar voor ons blijft het een zalige ervaring: dat waar Christus gepredikt wordt, daar worden toch nog altijd mensen getroffen, die zich niet aan de kracht van die prediking hebben kunnen onttrekken: ouden van dagen, voor wie dat Woord zó dierbaar is geworden en voor wie Christus het Licht van de avondstond is geworden, de ster van Hoop aan de duistere levenshemel.
– Maar een nog groter Mysterie blijkt het te zijn dat toch ook nog altijd jonge levens, waarin een heilige geestdrift blijkt te ontkiemen, waarmee geen [wereldse] valt te behalen, een heerlijke bezieling voor Zijn Naam, Die door de wereld wordt verguisd, maar jonge har
ten blijkt te doen opbloeien, die zich niet kunnen ontworstelen aan de heilige Goddelijke Kracht en Sterkte, Die uitgaat van Christus.
– Daar tref je die kruisdragers aan, onwillige kruisdragers van nature, van wie de ziel wordt aangegrepen door de Kracht van Christus en Hij wordt hun zó dierbaar, omdat Hij het is,  Die onder het Kruis leert buigen en die het leven op die wijze goed te leven maakt, ook in donkere en pijnlijke nachten.
– Zij, die het kwa gezondheid, lichamelijk niet zo goed getroffen hebben, als degenen die gezond zijn en sterk en zijn en die eveneens als de rest van de wereld ook hun eigen weg zouden willen wandelen en hun eigen genot najagen en hun eigen geluk bouwen.
Maar zie, hoewel zij kunnen zich niet onttrekken aan die wondere kracht van Christus, die hen maar niet loslaat en die telkens met zachte maar sterke Hand hen dwingt om hun eigen weg van lijden te verlaten en op Zijn wegen leren wandelen.

Het feest van Kruisverheffing wordt elk jaar op 14 september gevierd;
eveneens wordt eer een feestje gebouwd op de 1e Augustus, een dag, die gekoppeld is aan de glorieuze processie, die in 614 na Christus plaatsvond in het jaar des Heren 614.
Tevens wordt elk jaar in het midden van de Grote Vastenperiode op de derde Zondag het Groot en Heilig Kruis vereerd teneinde de gelovigen een riem onder het hart te steken.
Kruis verheffing, beide woorden hebben dezelfde betekenis: kruisiging leidt tot verheffing van de mens: “    Zij [de mensen uit Zijn Volk tot wie Hij predikte] hadden niet begrepen, dat Hij tot hen van de Vader sprak. Jezus dan zei: ‘Wanneer gij de Zoon des mensen verhoogd hebt, zult gij inzien, dat Ik het ben en niets uit Mijzelf doe, doch dat Ik dit spreek, gelijk de Vader Mij geleerd heeftJohn.8: 27,28.
De Heer verwijst hier naar Zijn kruisiging en ‘Hij’ betekent JHWH of wel genoemd het tetragrammaton, de Naam, Die – door God Zelf – aan Mozes in het eerste Verbond. gegeven was door, toen hij vroeg wat God’s Naam was:

De drie Patriarchen, Abraham. Isaäc & Jaäcob – Lusinov 1797, Jaroslavl unknown maker

      Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: De Heer, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Isäac en de God van Jaäcob, heeft mij tot u gezonden; dit is Mijn Naam voor eeuwig en zo wil Ik aangeroepen worden van geslacht tot geslachtEx.3: 15.
Mozes had God om Zijn Naam gevraagd, toen Deze hem in de verbrandde braambos verscheen. God zei tot Mozes: “Ik ben, Die Ik ben”. Hij zei: “Aldus zul je tot de Israëlieten zeggen: “ ‘Ik ben’ heeft mij tot jullie gezonden” met andere woorden – ‘Ik ben Degene, Die als God door de mens bestudeerd wordt”.
Ook de grieken onder de Joden zochten Christus en zeiden tot enkele Apostelen:
Heer, wij zouden Jezus wel willen zien’ En toen onze Heer dit te horen kreeg antwoordde Hij: “      Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste dezer wereld buiten-geworpen worden; en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen [de gehele mensheid] tot Mij trekken. En dit zei Hij om aan te duiden, welke dood Hij sterven zou“ en
      Nog een korte tijd is het Licht onder u. Wandelt, terwijl gij het licht hebt, opdat de duisternis u niet zal overvallen; en wie in de duisternis wandelt, weet niet, waar hij heengaat. Gelooft in het licht zolang gij het Licht hebt, opdat gij kinderen van het Licht zal mogen zijn”.
Dit sprak Jezus en Hij ging heen en verborg Zich voor hen. En hoewel Hij zovele tekenen voor hun ogen gedaan had, geloofden zij niet in Hem“ John.12: 31-33; 35-37.
En ons Heer en Verlosser zei dit en hief Zijn ogen op naar de Hemelen en zei:
      Vader het uur is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U zal verheerlijken, gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken. Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en Jezus, de Christus, Die Gij gezonden hebt. Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.
En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, Die Ik bij U had, eer de wereld was
John.17: 1-5.
In de tijd van God betekent dit: Dat het Groot en Heilig Kruis ons besef te boven gaat – wordt er niet gesproken over een algemene noodtoestand, van ziekten, pijn en problemen, dat zal een kruis voor de mensen betekenen.
Maar bij onze Heer en Verlosser werd het Kruis een teken van Kracht en Overwinning:
na Zijn kruisiging stond Hij op uit de dood en overwon de dood door Zijn dood en aan allen in de graven schonk Hij het Leven”.
• Bij ons christenen is het Groot en Heilig Kruis een teken van Verlossing geworden, alsmede een teken van uitzonderlijk Liefde voor de mensen: “Christus stierf voor ons mensen om ons van een onontkoombare dood te Verlossen”.
• Zijn Kruisiging is een teken tot onze vergeving.
• Als brug ter overbrugging naar het Hemels Koninkrijk is het een teken tot zuivering. Laten wij derhalve ons kruis op ons nemen teneinde door onze Heer Jezus Christus te volgen het eeuwige Leven te bereiken.

Het Groot en Heilig Kruis omvat een van de tekenen, die de christengelovige koestert, als voornemen heeft, wat zich uit in het dagelijks leven, zodat deze mens in vreugde en verdriet een kruisteken maakt – hetgeen als het ware een overwinningsteken inhoudt.

Het gebeuren rond de ontdekking van het Groot en Heilig Kruis verheft onze herinnering aan het feit dat Christus symbool staat voor de Glorie van Zijn verlossing en Opstanding.
De Evangeliën verhalen ons dat het Joodse Volk indertijd om de kruisiging van onze Heer en Verlosser heeft gevraagd, met gevolg dat Christus met zijn Kruis naar buiten naar de schedelplaats werd gevoerd.
Christus stierf aan het hardvochtig opgelegd Kruis en na Zijn dood verkreeg Joseph van Arimathaea [Hebr.= ‘hoogten’] van stadhouder Pontius [Hebr.= ‘van de zee‘] Pilatus [Hebr.= ‘gewapend met een speer‘] toestemming om het Lichaam van Christus af te nemen en deze zette het in een nieuw graf.

Maar wat gebeurde er met het Groot en Heilig Kruis?
– Zij begroeven het met Zijn medegekruisigden in het stof der aarde en in de drie eeuwen, die daarop volgde, durfde niemand tijdens de vervolging van de christelijk gemeenschap en de daaruit ontstane Martelaren er ook maar over te spreken, laat staan ernaar te gaan zoeken.
– Tijdens de veldslag die plaats vond tussen  Keizer Constantijn en zijn tegenstander Marcus Aurelius Valerius Maxentius in 312 [bij de slag bij de Milvische brug] riep keizer Constantijn de hulp in van de christelijke God en verscheen hem een Kruis met daarbij de tekst: “het teken van het onoverwinnelijk Kruis”. Door dit teken, welke hem verschenen was en de daarop volgende overwinning, geloofde keizer Constantijn en vaardigde in 313 het edict van Milaan uit waarbij hij het christendom haar bestaansrecht verleende. 
– Na de overwinning ging de moeder van keizer Constantijn naar Jeruzalem om daar het Groot en Heilig Kruis te zoeken. Haar werd duidelijk gemaakt dat het Kruis begraven was in de omgeving van de tempel, welke indertijd toegewijd was aan de Romeinse god, Venus. Zij zocht in de buurt van de door keizer Hadrian opgerichte tempel van Venus en vond daar drie kruizen, doch zij wist niet welke van de drie het Groot en Heilig Kruis van Christus was.
De toenmalige Patriarch Marcarios bemerkte dat twee van de drie kruisen geen enkele geneeskracht bezaten, doch day het waarachtig Groot en Heilig Kruis een wonderbaarlijke uitwerking had bij de genezing van een zieke vrouw, welke onmiddellijk na aanraking genas.
Met tranen in de ogen verhief deze Patriarch het Groot en Heilig Kruis onder de uitroep: “ God, mijn God, Gij zijt ons genadig”.
Vervolgens werd op de vindplaats – de schedelplaats van die berg gemarkeerd en werd aldaar de kerk gebouwd, die tot op heden bekend is  als de kerk van het Heilig graf.   Dit werd tevens bevestigd door de Heilige Johannes Chrysostomos in een homilie welke deze tussen 390 3n 395 heeft gehouden en de Heilige Ambrosius van Milaan voegt daar tussen 373 en 397 aan toe, dat de moeder van keizer Constantijn, Helena – het Groot en Heilig Kruis – ook daadwerkelijk heeft ontdekt.
– In het jaar 614 is de keizer van Perzië, het huidige Iran, Jeruzalem binnengevallen en heeft duizenden christenen meegevoerd naar zijn land, waaronder Patriarch Zacharias, waarbij hij als oorlogsbuit het Groot en Heilig Kruis meevoerde en het 14 jaar in z’n bezit had.
– In de periode van 602-628 werd de Romeins-Perzische oorlog uitgevochten tussen de Oost-Romeinse Rijk en het Perzische Sassaniden. In 628 bracht Heraclius op zijn terugtocht naar Constantinopel, waar zijn overwinning werd geprezen door de Senaat, de geestelijkheid en de toenmalige mensheid – het Waarachtige Kruis terug naar het Heilige Graf. Patriarch Zacharias bevestigde, na zorgvuldige analyse, dat het Goor en Heilige Kruis niet verwisseld was.
Deze keizer werd vanwege zijn triomfen gefeliciteerd door ambassadeurs van Frankrijk en India en werd zelfs vergeleken met grootheden als Mozes, Alexander de grote en Hercules.
– Na een periode van veertien jaar keerde de Patriarch en zijn mede gevangenen in Jeruzalem terug; een jaar later wilde keizer Heraclius zich vergewissen of het Kruis inderdaad z’n oorspronkelijk plaats had ingenomen.
Hij werd opgewacht -in vol van rinkelend belletjes voorzien ornaat – Patriarch Zacharias, die hem liet weten dat hij slechts in staat was z’n overwinningsweg te vervolgen doordat:
Onze Heer Jezus Christus deze weg gevolgd had toen Hij Zijn Kruis droeg, met een doornen kroon op Zijn hoofd en tot spot en vernedering gekleed was in een lijfrok” dat de Patriarch derhalve uit nederigheid een paars tenue doeg met een bijbehorende mitra. 
Keizer Heraclius reageert daarop door zich om te kleden in een vies en smerig gewaad en vervolgde zijn toch blootsvoets tot op de schedelplaats, waarbij het Eerbiedwaardig Groot en Heilig Kruis vereerd werd door knielende gelovigen, die op 14 september 628 de aanbidding van Christus Kruis vierden.
– Deze vreugde sloeg over op de toenmalige gehele Byzantijns-christelijke wereld in het Oosten, waarop des dag in de kerkelijke kalender werd opgenomen.
en mochten er nu [wereldse] historici zijn, die het avontuur van keizerin Helena aanvechten, dan dient vermeld te worden dat niet alleen geestelijke historici gewag maken van deze gebeurtenis, maar dat deze tevens vermeld zijn in de geschriften van Eusebius, Susuminus en Socrates.

Bij de zondagen rond het feest van Kruisverheffing worden de woorden van Johannes de Theoloog uit zijn weergave in herinnering gebracht: “   Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, het  uur komt en is reeds daar, dat de doden naar de stem van de Zoon van God zullen horen, en die haar horen, zullen leven. Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in ZichzelfJohn.5: 25-27.
Mozes verhief immers de banner van koper met aan ieder zijde slangen, opdat die er naar opkeken niet door het kwaad geraakt werden en ten leven werden genezen. Mozes is daarin een voorafbeelding van Christus, Die God’s Belofte ten uitvoer bracht en daarop verkondigde dat na Zijn dood aan het Kruis “de Zoon zó de Verheffing van de mens heeft bewerkstelligd, zodat wie in Hem gelooft, eeuwig leven heeft”.
– Het eeuwige Leven is de genezing van de kracht van het kwaad, de zonden en de vervulling van God aan de Gelovigen door hen vergeving te schenken.
De laatste woorden in het Johannes-Evangelie [John 19: 30-35] betekenen:
En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon van de mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebben. 
Want zo Lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven zal hebben. Want God heeft Zijn Zoon [immers] niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zou  veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de Éniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het Licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het Licht, want hun werken waren boos. Want eenieder, die kwaad bedrijft, haat het Licht en gaat niet tot het Licht, opdat z’n werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het Licht, opdat van z’n werken mag blijken dat zij in God verricht zijnJohn.3: 14-21.
Redding is de vergeving van de zonden, die begint met de geestelijke Geboorte van de gelovige met water en de geest van het even welk Doopsel en vervolgens om in de Heilige Kerk te leven van de geestelijke voeding van de heilige Mysteriën en Deze belichamen de Liefde van onze Heer Jezus Christus, waarbij Haar kinderen onder alle mensen die de gelijkenis dienen te geloven in het Kruis van Gods Liefde voor de mensen, hetgeen hen bevrijd van het gewicht van hun zonden, teneinde  hun bestaande bijdragen te verheffen [verhogen] en daardoor ieder mens tot deze diepe Liefde van God op ter  roepen [aan te trekken].

Op dit verheffend, zaligmakend Feest van het Groot & Heilig Kruis horen we de weergave van Johannes de Theoloog met de woorden van de Heer: “    Want gelijk de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven, wie Hij wil. Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft het gehele oordeel aan de Zoon gegeven, opdat allen [=de gehele mensheid] de Zoon eren gelijk zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet, die Hem gezonden heeftJohn.5: 21-23.
–  Het Groot en Heilig Kruis draagt met Zich mee het voorschrift tot de genezing, welke inherent is aan Christus, zoals door de engel Gabriël aan Maria van Magdala werd gedefinieerd: “      Weest gij niet bevreesd; want ik weet, dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft; komt, ziet de plaats, waar Hij gelegen heeftMath.28: 5,6 en door Paulus werd overgenomen met de woorden: “ doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als de wereld [de Grieken], [prediken wij] Christus, de Kracht van God en de wijsheid van God” 1Cor.1: 24,24. Wij kunnen de symboliek van het Kruis heel kort omschrijven: verticaal is onze relatie met het Hemelse, het Goddelijke, met God en horizontaal is onze relatie met de mensen, onze naasten.
–  Op deze dag wordt ons de icoon getoond van Constantijn en Helena, als Heiligen, die de belofte van op zich hebben genomen de Belofte van het Kruis te herstellen – want zij openbaren ‘opnieuw’ – stellen weer aan de orde – midden in het daglicht – dat het Groot en Heilig Kruis, de redding betekende voor de gehele mensheid.
– De vreugde van de Kerk verkondigt deze dag de vreugde van Gods Liefde voor de mensen en onze gelovige gehechtheid aan de “éen-Heilige, de ene Heer,, Jezus Christus tot Heerlijkheid van God de Vader”.
  Hef daarom allen uw ogen op naar het Kruis, welk achter het altaar in het Heilige der Heiligen – achter de iconostase, is geplaatst. Doet dit ten einde de Liefde van God tot de mensen wordt herinnerd, zodat een ieder, die dit aanschouwt in Hem zal geloven. Want Christus toonde ons in dit Kruis de Liefde, waarmee de Godmens de dood overwon en daarmee de afstand tussen God en mens verkleinde en de schaamte en de pijn van het lijden in de mens draaglijk heeft gemaaktconf. H. Johannes van Kronstadt.

Treur niet langer, maar leer door het Geloof in te zien wat ons allemaal wel niet beloofd is.
      Christus hief Zijn ogen ten hemel en zei:
‘Vader het uur is gekomen; verheerlijk Uw Zoon, opdat Uw Zoon U zal verheerlijken, gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig Leven te schenken. Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt’
John.17: 1-3.

Apolytikion     tn.1.
    Heer red Uw Volk en zegen Uw erfdeel
en bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis
”.

Kondakion     tn.1.
    Gij, Die U vrijwillig op het Kruis hent verheven, o Christus God,
schenk Uw erbarmen aan Uw nieuwe Gemeenschap, die naar U genoemd is.
En verblijd on smet Uw Kracht in de strijd tegen de vijand.
Want u bent onze Helper,
door het onoverwinnelijke Vredeswapen van Uw Kruis
”.

Het feest van het Groot en Heilig Kruis mag voor iedereen
een Mayday [een verbastering van het Franse ‘m’aidez‘ (“help mij“)] zijn,
waarbij iedereen zich vrij mag voelen en zich door God beschermd mag weten.

Het lied van de opstanding
            “De steppe zal bloeien,
            de steppe zal lachen en juichen.
De rotsen die staan vanaf de dagen der schepping,
staan vol water, maar dicht, de rotsen gaan open.
Het water zal stromen, het water zal tintelen, stralen,
dorstigen komen en drinken.
De steppe zal drinken, de steppe zal bloeien,
de steppe zal lachen en juichen.
De ballingen keren.
Zij keren met blinkende schoven
Die gingen in rouw tot aan de einden der aarde,
één voor één en voorgoed, die keren in stoeten.
Als beken vol water, als beken vol toesnellend water,
schietend omlaag van de bergen.
Als lachen en juichen – die zaaiden in tranen,
die keren met lachen en juichen.
De dode zal leven.
De dode zal horen: nu leven.
Ten einde gegaan en onder stenen bedolven:
dode, dode, sta op, het licht van de morgen.
            Een hand zal ons wenken, een stem zal ons roepen: Ik open
Hemel en aarde en afgrond.
En wij zullen horen, en wij zullen opstaan
en lachen en juichen en leven”.
Huub Oosterhuis

Orthodoxie & het teken van het Kruis

Wij zijn christenen en het kan niet anders of wij behoren als volgeling van Christus, gelijk Hij dit deed, Zijn Groot en Heilige Kruis met ons mee te dragen.
Daartoe bekruisen wij onszelf met het teken van het kruis, het kruisteken; daarmee geven wij aan dat wij God’s Blijde Boodschap hebben aanvaard en verheerlijken wij de Heilige Drieëenheid, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest welke met de engelen en al de hemelse krachten in de Hemel verblijven.

Het is tevens een strijdteken als tegenwerping tot datgene wat een tiran in het midden-oosten als oproep tot Ottomaanse terugkeer tentoon spreidt. Hij doet dit om politieke macht naar zich toe te trekken – vier vingers, de duim naar binnen, teneinde zijn volk zand in de ogen te strooien – zodat zij zijn gruweldaden niet langer herkennen.
Als het goed is behoeft ons geen zand in de ogen gestrooid te worden, want wij streven eenvoud na, gaan alles wat machtsvertoon aangaat uit de weg en begeven ons op het pad van het Heil, van de Heilsgeschiedenis van God, een weg, die reeds velen ons zijn voorgegaan.

          Hoor derhalve, christenen, hoe ‘wij’ van oudsher het teken van het kruis maken en wat dit betekentH. Kosmas van Aetolos.
Vat de drie vingers van je rechterhand samen teneinde de tegenstrever te laten zien dat jouw aandacht gericht is op het hogere, de Hemelse gewesten, die jij vertegenwoordigt.
Hef je hand op tot aan het voorhoofd, hetgeen de kracht van de hemelen onthult en zeg ik onwaardige dienaar heb het volgende op de mond en zeg dat je dit doet:
    In de Naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest”, zoals de hemelse heerscharen de Heilige Drievuldigheid aanbidden, laat ik mijn lof en grote bewondering.
Als onwaardige dienaar heb het niet nodig mijzelf te verheffen  boven mijn medemens.
Ondanks het feit dat deze drie vingers gescheiden zijn vormen zij een eenheid, net zoals God, in de Heilige Drieëenheid, drie verschijningsvormen bezit –  zijn ze gescheiden, maar toch in elkaar verenigd als zijnde één God – er zijn drie personen en toch vormen zij samen één God.
Wij hebben ons niet hoog verheven om te aanbidden, doch door je hand naar je voorhoofd te bewegen worden, hetgeen ons de hemelen onthult en je zegt met de mond: In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Met dezelfde vorm van de hand ga je van het hoofd naar de buikstreek en  
herinnert je in stilte: ‘Ik verwacht Uw bescherming Heer en bemin U, als mijn Heer en Meester, Die mij als kind heeft aanvaard, U, Die voor onze ongerechtigheden mens geworden bent in de schoot van de Theotokos, de moeder God’s‘.
Je vervolgt de beweging van je gevormde hand naar je rechterschouder en hebt in gedachten: “ Alstublieft, mijn God, vergeef mij mijn onrechtmatigheden en neem mij opnieuw op in de vereniging met de rechtvaardigen” en je sluit de beweging af door je linkerschouder aan te raken met in gedachten vragend:
    Alstublieft, Heer, plaats me niet aan de linkerkant met de zondaars“.
–  Val je vervolgens voor Zijn Beeltenis [de Icoon] neer, door een grote of kleine buiging te maken dan heb je in gedachten: “     Ik val ter aarde neer en ik verheerlijk U, mijn God, Ik zegen en aanbid U, dat mocht ik m’n graf ingaan – ik daarmee hetzelfde zal hebben duidelijk gemaakt”.
En indien u een oprecht en waarachtig Christen bent verkondig je daar tevens de Wederopstanding van de mens mee, waarmee duidelijk wordt gemaakt:
Ik verheerlijk u, mijn Heer en Meester, ik zegen U en hou van U, zoals U uit de doden bent opgestaan om ons het eeuwige leven te schenken“.
Dit is de betekenis van het Heilig Kruisteken en laten we het zo vaak gebruiken als we maar  kunnen, door elk aspect van ons dagelijks spiritueel leven ermee te heiligen. De ziel van ieder van ons, die we op deze manier verheffen zal ons de Kracht van boven schenken om alles wat ons overkomt te weerstaan.

De vrucht van ons leven is het verkrijgen van volmaaktheid, heiligheid, hetgeen een menselijke deugd vormt. Geestelijke en spirituele vruchten van de gezamenlijk heiligen vormen de vrucht van het streven maar het Hemels Koninkrijk, het verblijf bij al de andere heiligen. Het enige wat wij voor onze zielen nastreven is de vrucht van de werken van Geloof en Liefde tot God en onze naasten. Wie zich van zijn medemens terugtrekt in verheven Theologie is voor de mens doof geworden; wordt zelfs onmenselijk. Niet rechtstreeks van God sprekende Theologie en dienovereenkomstig handelen werkt een slechte weergave van God’s Icoon in de hand en heeft religieus bederf tot gevolg van zowel de spelleider/toezichthouder als het christenvolk. Goed voorbeeld, doet goed volgen, ook in de Christelijke Gemeenschap.

De Godmens, Christus onze Heer plantte Zijn Wijnstok en cultiveert deze.
Hij is de eerste onder ons mensen: “Hij plantte Zijn wijngaard” en Hij verlangde niet meteen een grandioos resultaat van Zijn werk.
Hij staat het ons en al de medechristenen toe zoveel tijd te spenderen als wij nodig hebben om wortel te schieten en vrucht te dragen. En wanneer het Zijn tijd is zal Hij Zijn dienaren uitzenden om Zijn vruchten in ontvangst te nemen.
Hij doet ons slechts hoeders, leraren en predikers toekomen, die de goddelijke rede en de titel van Zijn en ons offer tot het Heilige duidelijke maken, opdat deze als waakzame wachters Zijn Wijngaard beschermen. God snoeit – bestuurt Zijn Volk met Goddelijke Wijsheid – ook al maakt Hij het ons soms wel lastig.

in arren moede – contumaciously – έντονα – تماما.

Daarmee doet Hij ons verdriet aanvaarden, evenals armoede, ontberingen en vervolgingen.
Hij toont ons de harde feiten van het leven hetgeen zich uit in ziekten en sterfgevallen.
† ✥ † Door en in/met Christus aanvaarden wij de pijn en kreunen wij onder het geweld in de wereld.
Onze Heer treurt en lacht tegelijkertijd, want met al dit geweld bloeit de aanvaarding in geduld op, de volharding, de hoop en het Gebed.
Aldus leert God ons om elkaar lief te hebben, controle te krijgen over onze gemakzucht en slechts God’s Wil te doen.
Dit is de harde, vlijmscherpe les, welke God Zijn kinderen doet toekomen om met de Heiligen in Geloof, Hoop en Liefde voor Zijn heilig altaar in de Tempel van onze ziel te staan.

Wij zoeken Zijn bescherming en bekeren ons dag-in-dag-uit tot Hem, worden door Hem vredelievend, worden op de weg naar volmaaktheid geleid, hetgeen de enige rijkdom en vruchtbaarheid oplevert, die er in een mensenleven maar kan bestaan.
Gij zult de os niet muilbanden, wanneer deze het koren uitgaat” Deut.21: 4;
Wanneer je op weg gaat” [Hebr. כִּיתֵצֵא] beschrijft in het 5e boek van de Thora een 613 tal geboden [miswots], uitmondend in de 10 geboden en vervolgens verduidelijkt tot de Liefde’s-Wet van Christus, de Zoon van God – aangelegenheden waarbij wij ons als waardig mens dienen te gedragen. Het gaat om aangelegenheden die het burgerlijke en huishoudelijke leven aangaan, inclusief verordeningen betreffende een goede behandeling van de eigenzinnige medemens, [krijgs-]gevangenen, de verdeling van het erfdeel onder de zonen van twee vrouwen,  hoe om te gaan het stoffelijk overschot van een geëxecuteerde, wat je doet met gevonden voorwerpen, hoe je een ander in nood behandelt, veiligheid in allerlei omstandigheden, verboden [gif-]mengsels , seksuele misdrijven, lidmaatschap van [verboden] congregaties [waaronder vrijmetselarij], hygiëne, dienaren die er-van-door gaan, ontvoering, prostitutie, inbeslagname van goederen, prompte betaling van loon- en schulden, plaatsvervangende aansprakelijkheid,  de behandeling van huisdieren, leviraat’s-huwelijk [zgn, zwager-huwelijk], gewichten en maten en het wissen van de herinnering aan de verdorven mens, die je voorheen was, etc.
Er worden allerlei instrumenten en gebruiken aangedragen tot onze persoonlijke cultivatie, de vruchtbaarheid van onze ziel, hetgeen zich uit in het nachtelijk gebed. Had je verwacht dat slechts jij de vruchten zou eten van goed en kwaad, het door God gewilde menselijk gedrag; het mag duidelijk wezen dat wie je ook bent er nogal wat te doen staat willen wij als mens waardig bevonden worden het Koninkrijk der Hemelen binnen te gaan. 
    Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij God
want alle dingen zijn slechts mogelijk bij God
Marc.10: 27.
Laten wij volharden tot de wederkomst des Heren, die ons allen te wachten staat.
Bij onze Heer Jezus Christus had de volharding haar volmaakt werk, Hij dankt als Zoon van God, Zijn Vader in de Hemelen en tegelijkertijd uit Hij als mens verwijten. De ellende, waardoor Hij in deze wereld heenging, voelde Hij diep, oneindig dieper dan wij. Hij kon wenen over Jeruzalem [Luc.19: 41],
wenen bij het graf van Lazarus toen hij de macht van de dood over de mensen zag [John.11: 33-36], en de verwerping van Zijn Liefde was voor Hem een voort-durende oorzaak van diepe smart. Hij verweet de steden, in welke de meeste van Zijn krachten geschied waren, dat zij zich niet bekeerd hadden, maar Hij is tevens volmaakt in het geduld, en zegt tegelijkertijd: “Ik prijs U, Vader, Heer van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt
verborgen en ze aan kleine kinderen hebt geopenbaardMatth. 11: 25.

Kondakion     tn.5.
Gij, Die U vrijwillig op het Kruis hebt verheven, o Christus God,
schenk Uw erbarmingen aan
Uw nieuwe Gemeente, Die naar U genoemd is.
En verblijd ons met Uw Kracht in de strijd tegen de vijand.
Want Gij zijt onze Helper door het onoverwinnelijk Vredeswapen van Uw Kruis“.

 

Orthodoxie & een dringend beroep op u allen

Als vluchtelingen-Christenen van Antiochië zijn gelovigen van de Antiocheens Orthodoxe Kerk in Nederland vanaf 2015 onderweg gegaan.

Zij werden geïnitieerd door Metropoliet Isaac van de

Antiocheens Orthodoxe Parochie Nederland

Antiocheens Orthodoxe Metropolie [Rum Orthodox] van Duitsland en Centraal-Europa [Köln], die in Duitsland in gelijksoortige armlastige omstandigheden verkeerd als Patriarch Johannes X, Damascus, Syrië.

Zoals gezegd, op aanwijzing van het Patriarchaat Antiochië zijn zij op weg gegaan, de meesten van hen zijn vluchtelingen, leven op basis van een minimum inkomen en hebben de grootste moeite vanuit het gehele land naar de centraal gehouden diensten te komen.
Om het kort uit te drukken zij leven van de lucht en de Heilige Geest, Die hen leidt – zij hebben een enthousiast pionier abuna [vader] Basilios Khamis [mob. +316 5524 6561], die hemel en aarde beweegt om het hoofd boven water te houden – méér kan hij met al zijn goede bedoelingen ook niet doen, ook hij verkeerd in miserabele omstandigheden – doet echter wat hij kan.

Deze site is een persoonlijk Nederlands initiatief, welke zichzelf kan bedruipen, doch deze signaleert de nood van deze groep Christenen om in de toekomst te kunnen voortbestaan.
Daarom roept deze BLOG u als lezers op een [periodieke] vrijwillige bijdrage over te maken teneinde dit vuur, wat ons toch zó maar vanuit het gekrenkte midden-oosten komt overwaaien, levend te houden.
Deze vluchtelingen van het Patriarchaat Constantinopel hebben eveneens een actie Kerkbijdrage opgestart, u kunt zich, gezien de omstandigheden, indenken dat dit slechts een initiatief is, welke weinig zoden aan de dijk zet, indien je weinig hebt – kun je immers weinig anders doen.

Daarom deze dringende oproep om deze groepering van 125 gezinnen – op hoogfeestdagen zit de kerk overvol met bezoekers van diverse kanten – te ondersteunen door:
uw bijdrage te leveren op rekeningnummer:
IBAN NL82INGB0008428523 te name van:
Heilige Moeder Gods Parochie.  
U kunt zich niet voorstellen hoe welkom deze bijdrage zal zijn, deze Blog zal u gaandeweg op de hoogte houden van de activiteiten totdat deze gemeenschap zèlf in staat is een eigen site op te zetten.

Bij voorbaat dank aan ondernemers en bedrijven;
uiteraard is deze Orthodoxie op basis van een “groepsbeschikking” van de Belastingdienst een “Algemeen Nut Beogende Instelling” [ANBI] en mogen Donateurs hun giften van de inkomstenbelasting aftrekken, indien nodig doen zij U een bevestiging van uw donatie toekomen.
evt. overige informatie vindt u op:
www.orthodoxekerk.net/anbi/anbi-informatie-okin/

Nogmaals ontzettend bedankt voor uw
steeds maar weer opkomende bereidwilligheid
dit soort noden te ondersteunen.
Alheilige Moeder Gods bescherm ons’.

redactie www. Lucascleophas.nl

Sept 8e – Geboorte van de Al-heilige en altijd Maagd gebleven Moeder God’s [de Theotokos].

Geboorte van de Moeder Gods – Icoon

“     Terwijl zij op reis waren, kwam Christus in een zeker dorp. En een vrouw, Martha geheten, ontving Hem in haar huis. En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten naar zijn woord luisterde.
      Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen. En zij ging bij Hem staan en zei: ‘ Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen’. Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
     ‘ Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts een; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen’.
       En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei: ‘Zalig de schoot, die U heeft gedragen en de borsten, die Gij hebt gezogen’. . . . . Maar Hij zei:
‘Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren’
“ Luc.10: 38-42; 11: 27-28.

      Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de gestalte Gods zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan de mensen gelijk geworden is.
En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het Kruis. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn en alle tong zou belijden:
‘Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!’
“ Phil.2: 5-11.

Het wordt hoog tijd om jezelf als mens te verheffen!
Hou er nu eens mee op jezelf op allerlei mogelijke manieren
op ander terrein te begeven dan de weg, die
onze voorvaders al hebben bewandeld . . .!
Begin je vervolgens daadwerkelijk in God’s bedoelingen te verdiepen,
niet alleen als ideaal, maar door Zijn Wil daadwerkelijk te laten geschieden.

Ook de Apostel en Theoloog Johannes roept ons hiertoe op en hij zit als godgeleerde daarmee op dezelfde lijn als Lucas, de geneesheer, die verkondigt:
‘Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren’
    Geliefden, als God ons zo heeft liefgehad, dan is het onze plicht om elkander lief te hebben.
Nog nooit heeft iemand God aanschouwd, maar wanneer wij elkander liefhebben
dan blijft God in ons en dan is Zijn liefde in ons volkomen.
Wij weten immers dat wij in Hem blijven, en Hij in ons, doordat
Hij ons van Zijn Geest heeft meegedeeld.
En wij hebben gezien en wij getuigen dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft als 
Verlosser van de wereld.
Wie dus belijdt dat Jezus de Zoon is van God,
in hem blijft God en hij/zij blijft in God
1John.4: 11-16.

Nederdaling van de Heilige Geest; Descent of the Holy Spirit; نزول الروح القدس

Het zijn de Apostelen, die na Christus Hemelvaart samen met de Al-heilige en altijd Maagd gebleven Moeder God’s [de Theotokos] in de bovenzaal gebleven zijn en gezamenlijk de Nederdaling van de Heilige Geest hebben mogen ervaren, de Geboorte van de Christelijke Kerk.
De Christelijke Gemeenschap werd geboren, waarbij eenieder die gelooft dat Jezus onze Heer en Verlosser, de Christus is, die uit God is geboren; en ieder die Zijn Verwekker liefheeft, ook Degene bemint Die uit Hem geboren is.
Hieraan weten wij dat wij God’s kinderen liefhebben:
            wanneer we God liefhebben en Zijn geboden onderhouden’.
Want de liefde tot God bestaat hierin dat we Zijn geboden onderhouden en
Zijn geboden zijn niet zwaar.
Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en die
overwinning welke de zegepraal behaalt over de wereld, is ons Geloof.
Wie anders toch is in staat de wereld te overwinnen, dan wie
gelooft dat Jezus Christus onze Heer en Verlosser is, de Zoon van God?

manifest-# oog voor elkaar; manifest-# eye for each other; φανερά- μάτι ο ένας στον άλλο.

Deze week zien we een paginagrote advertentie in de dagbladen verschijnen vanwege het feit dat het Schakelteam #oogvoorelkaar  haar werkzaamheden oktober aanstaande gaat afronden.
Deze actie was opgezet om te voorkomen dat Nederland ‘een niemandsland’ wordt.

H. Willibrord, statue Utrecht

Maar in de Lage Landen is al sinds de komst van de uit Engeland afkomstig Heilige Willibrord, dezelfde levenschenkende actie gaande – welke al decennia lang de rug wordt toegekeerd als ware het misleidende reclame.
De onderliggende beweegreden van #oogvoorelkaar is:
De maatschappij is verhard. De aandacht die we ‘vroeger’ als mensen voor elkaar hadden, is vervangen door instituten en regels, die precies weten welke standaardoplossing het beste is.  Juist de mensen die ‘niet’ in een standaardhokje passen en hun eigen boontjes ‘niet’ meer kunnen doppen, hebben die menselijke aandacht nodig.
Indien we meer echte aandacht voor elkaar hebben, dan zien we sneller dat het met iemand niet goed gaat en kunnen we incidenten voorkomen
”.
Maar Christus, onze Heer en Verlosser, Die al vanaf den beginne de chaos [Tohu wa-bohu (Hebr.
תֹ֙הוּ֙ וָבֹ֔הוּ)] tracht te corrigeren en de mens terug tracht te leiden naar het Goddelijke en het heilzame wordt massaal als ‘nietszeggend’ afgedaan, sterker nog wordt ‘systematisch’ ontkent.
Christus, Dè op aarde neergedaalde persoon van de Heilige Drieëenheid riep zo’n 2000 jaar geleden al:
            Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
➥ ➥ •➥   Waar hebben we het -in ‘Gods Naam’- al die eeuwen door dan over gehad in deze op de Joods-Christelijke cultuur gebaseerde samenleving???
Ontkennen wij onze roots en laten wij een publiekstrekkend schakelteam van belangrijke theaterpersoonlijkheden een schreeuwende actie ontketenen?

Geboorte van de Moeder Gods, icoon

Aan het begin van het Kerkelijk jaar vieren wij al eeuwen lang in september het feest van de Geboorte van de Moeder God’s *, daar hoor je geen hond over spreken.
Toch is er nog en kleine groep Christenen, die hun principes vasthouden en in stilte datgene doen waar God vanaf den beginne toe heeft opgeroepen.
            Dan zal de Koning [van de wereld] tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden van mijn Vader, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging van de wereld af. Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest, naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomenMatth.25: 34-36; oftewel “ Goed gedaan jochie, meisie”.
In heel het mensenleven dient dit onafgebroken onder de aandacht van de mens te blijven, wil er sprake zijn van een wèrkelijk feest van de Maagd, die God gebaard heeft.
      Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de gestalte van God zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en aan de mensen gelijk geworden is.
En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het Kruis.
Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden:
‘Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!
’“ Phil. 2: 5-11.

  Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in.
En midden in de nacht klonk [er nog zwak] een geroep:
De Bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet!
Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde.
En de dwazen zeiden tot de wijzen: ‘Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit’. Maar de wijzen antwoordden en zeiden: ‘Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf’. Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de Bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen en de deur werd gesloten” Matth.25: 5-10.
  Wat blijkt?
De mens is nog steeds verward, verkeerd in chaos en God wordt bewust onbekend/onbegrepen gehouden, systematisch begrip wordt omzeild en nu zou er inzicht komen?.
Streef massaal je oorspronkelijke Joods-Christelijke 
grondbeginselen na!!!
Mensen met doelen slagen omdat ze weten wáár ze naartoe gaanEarl Nightingal

Gebruik de Blijde Boodschap om je hèt uiteindelijke doel voor ogen te stellen, gezamenlijk een fundamenteel plan te trekken en dìt als uw toekomstig doel af te stellen tot aan uw ‘dead’-line.
Gecombineerd met een dagelijkse herinnering aan uw richting, zult u zich als vanzelfsprekend gedwongen voelen om zelf actie te ondernemen in de richting van het uw onafwendbaar einddoel.
Wanneer je ‘deze’ van God gegeven oproep uitbant zul je de basisprincipes van het leven ontkennen. Soms duurt het [ook in onze tijd] even voor je ‘een Licht’ opgaat, maar in Jezus’ tijd hier op aarde was het bezit van olijfolie een teken van voorspoed en [geestelijke] rijkdom, want wilde je licht maken in donkere tijden, dan had je olie nodig. Olijfolie liet de lampen branden. Olie was een dagelijkse behoefte, net zoals brood en water.

We weten dat Jezus in Zijn gelijkenissen en vergelijkingen gebruik maakt van de dagelijkse, gewone dingen van de dag, om uit te leggen wat Hij bedoelt.
‘Bij en in Hèm’ krijgen de meest voor de hand liggende zaken een diepere betekenis. Brood is voedsel voor de ziel, water is de bron van eeuwig leven, honing is de smaak van het Hemels Paradijs, het Koninkrijk van God, en wijn is het teken van ons Verbond [= de bloedband] met Hem.
– De olie in de lampen is, in de woorden van onze Heer, de brandstof voor ons geestelijk leven. Brandstof om ons verlangen, onze verwachting, die wordt gesymboliseerd door de lamp, te voeden en duurzaam te maken.
– Deze brandstof is dus van een heel andere orde, het is het vuur van de geestelijke Liefde.
In tegenstelling tot olijfolie kun je deze brandstof niet delen, ook al zou je dat willen. Je kunt het wel aan een ander gunnen, maar die ander dient ‘zelf’ op zoek te gaan naar datgene wat zijn of haar verlangen brandend houdt.
⁌  Wij dienen allen zelf [weer] te gaan ontdekken wat onze lamp, onze vlam gaande houdt.
•   Zelf ontdekken waar we houvast vinden wanneer we getroffen worden door tegenslag.
•   Zelf ontdekken hoe we weer licht in de duisternis vinden en
wanneer ons lichtje [weer] schijnt zullen we als vanzelfsprekend
anderen te hulp schieten, die in nood zijn.
      Daarom dienen wij te meer aandacht te schenken aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven. Want indien het Woord, door bemiddeling van engelen gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen, hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een Heil, dat allereerst verkondigd 
is door de Heer, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd, terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en mysteriën [wonderen] en velerlei Krachten en door de Heilige Geest toe te delen naar Zijn wilHebr.2: 1-4.

*  De Geboorte van Maria is het eerste grote feest van het [op de 1e sept beginnend] liturgisch jaar en vindt haar oorsprong in niets anders dan de navolging van het inwijdingsfeest van het kerkgebouw toegewijd aan de H. Anna te Jeruzalem, welke naar verluidt werd gevierd bij de geboorteplaats, waar de Moeder van God heeft gewoond en Joachim en Anna zich een huis hadden gebouwd. 
In de zesde eeuw werd het feest overgenomen door Byzantium en aan het einde van de zevende eeuw in Rome geïntroduceerd.
De liturgische teksten en de iconografie welke in die viering werden opgenomen bevatten diverse toespelingen op prachtige gebeurtenissen bij de Geboorte van de Maagd Maria, die teruggrijpen op de tekst van het Proto-evangelie van Jacobus [een geschrift uit de vijfde eeuw]. 
[De tenaamstelling van de ouders van de Moeder Gods als ‘Joachim en Anna’ hebben eveneens een apocriefe herkomst.]  Ongeacht dergelijke historiserende aanduidingen gaat het bij de viering van de geboorte van Maria niet om een historische herinnering, maar is het een gelovige uiting en een theologische verwijzing naar de ontzettende Grootsheid van het Goddelijke Heilsplan. 
Zo wordt in de liturgische teksten van het feest aan de hand van typologieën en afbeeldingen van het Oude Testament herhaaldelijk geprobeerd duidelijk te maken dat God mensen voorbereidt op Zijn werk van Verlossing, waarin voor eens en altijd bepaald en gekozen is en waarbij de altijd-maagd-gebleven Moeder van God in het bijzonder opvalt. 
Zij is het wonderbaarlijke werktuig in de handen van God om de goddelijke redding van de mens te bewerkstelligen; aansluitend is:
9 sept. De Heiligen Joachim en Anna, het feest van alle waarachtig oprechte dienaren God’s.
De Heiligen Anna en Joachim zouden volgens de kerkelijke Traditie, de ouders van de Maagd Maria en dus ook de grootouders van Jezus Christus geweest zijn. 
Hun levensverhaal is terug te voeren op het Oude Testamentisch model van Hanna en haar zoon Samuel [1Sam.1-2]: 
 overeenkomstig brengt Anna, na twintig jaar van een kinderloos huwelijk,  haar kind Maria ter wereld. 
Aldus werden in vroeg-Christelijke tijden deze H. Anna en Joachim opgenomen in de gedachtenwereld van de gelovigen, sinds de 6e eeuw wordt Anna vereerd als de moeder van de God-dragende Maria.

Vespers, bij Heer ik roep [7 sept] . . .     tn.1.
  Het morgenrood van de Vreugde voor heel de schepping is in de wereld opgestraald, 
en verkondigt aan allen de opgang van de Zon der Heerlijkheid, in uw Geboorte, al-reine Maagd, die de moeder zult worden van Christus onze God, en ons daardoor alle ware vreugde en genade schenkt”.

tn.1.
  De heerlijkheid van uw Voorfeest, al-reine Maagd, verkondigt reeds aan alle volkeren de weldaden van uw zorgende liefde.
Want u bent de bron van onze tegenwoordige blijdschap en veroorzaakt nog veel grotere vreugde in ons toekomstig Leven, wanneer wij genieten mogen van de Volheid van de Goddelijke Drieëenheid”.

tn.1.
“   De Maagd in wie God omvat is, de al-reine God-dragende, de roem van de Profeten en de dochter van David; en haar Geboorte neemt de vloek van ons weg, welke door Adam[’s hoogmoed] over ons gekomen was”.

Metten, Kathisma voorfeest. . .      tn.1.

Theotokos & haar ouders, H Joachim & Anna – zie *

“   Op wonderbare wijze bent u [Moeder God’s] geboren uit de weeën van haar die onvruchtbaar was; en u bent Zelf de wetten der natuur te boven gegaan, door Uw ontvangen in uw schoot die maagdelijk was. U bezong de Profeet als het rijsje dat opschoot uit Jesse, waaraan voor heel de wereld het Leven ontspruit. Daarom roepen de Krachten der Hemelen tot u, o Moeder Gods:
‘ Eer aan uw Geboorte, Geheiligde;
  Eer aan uw maagdelijkheid;
  Eer aan uw baren, die alleen de Al-reine bent’
”.

na de 2e lezing van het voorfeest:     tn.5.
  Nu verheugen zich allen die in de Hemel zijn,
en samen met hen viert het geslacht de mensen feest.
De Profeten zijn vervuld van mystieke blijdschap, want haar die zij zolang tevoren gezien hadden in de voorafbeelding, als de vlammende braambos dat niet verbrandde, en als het kostelijk ‘manna’-vat en als de bloesem-dragende dorre staf van Aäron; als de lichtende wolkkolom en als de door God geheiligde berg, zien zij heden in de wereld geboren”.

Grote Vespers stichieren van het feest [8 sept.] bij ‘Heer, ik roep . . .     tn.6.  
    Heden heeft God, Die verblijft op de geestelijke troon, Zich op aarde een heilige troon bereid. Hij, Die in Zijn Wijsheid de Hemelen bevestigd heeft, heeft in Zijn Liefde tot de mensen een levend mens tot hemel gemaakt:
uit een wortel, die onvruchtbaar was, heeft Hij Zijn Moeder doen ontspruiten als rank van het Leven.
God van de Mysteriën [Wonderen], hoop van de wanhopigen: Heer, eer aan U”.

tn.6.
  Dit is de dag des Heren! Volkeren, jubelt van vreugde.
Want het bruidsvertrek van het Licht, het boek van het Woord des Levens,
komt uit een menselijke schoot in de wereld.
Nu is verschenen de poort, die uitziet op het Oosten,
en die wacht op de intrede van de grote Hogepriester:
Zij alleen zal Christus in de wereld brengen,
Die alleen het Heil van onze zielen is”.

tn.6.

H Joachim & Anna aan de gouden poort van Jeruzalem, de icoon welke vaak als huwelijksicoon aan een bruidspaar wordt gegeven.

  Door God’s Wil hebben onvruchtbare vrouwen beroemde kinderen gebaard, en onder deze straalt Maria het heerlijkst met Goddelijke glans.
Want zelf is zij op wonderbare wijze uit een onvruchtbare moeder geboren; zij draagt in haar vlees de God van het Heelal, en tegen de natuur baart zij zonder man. Zij alleen is de Poort voor de Een-geboren Zoon van God, Die daar doorheen gaat en haar gesloten laat; Zo heeft Hij alles geordend in zijn Wijsheid voor de Verlossing van het geslacht der mensen”.

tn.6.
  Heden openen zich de onvruchtbare poorten en brengen ter wereld de maagdelijke Poort van God.
Heden begint de Genade vrucht te dragen, en toont aan de wereld de Moeder van god, door wie de aarde verbonden wordt met de Hemelen, voor het Heil van onze zielen”.

tn.6.
  Deze dag is het voorspel van de algehele vreugde: Heden waait voor het eerst de wind die ons Heil aanbrengt.
Nu is een einde gemaakt aan de onvruchtbaarheid van onze natuur, want een onvruchtbare vrouw blijkt de moeder te zijn van haar die na het baren van haar Schepper Maagd gebleven is. Want door haar heeft Hij Die van nature God is aangenomen wat Hem vreemd was, en maakt Hij onze natuur tot Zijn eigen natuur; door haar voltrekt Christus de Verlossing aan hen die verloren waren in het vlees; Hij is de vriend van de mensen en bevrijder van onze zielen”.

     Apolytikion, feesthymne van het feest [8 sept.]     tn.4.
  Uw Geboorte ,o Moeder Gods,
verkondigde vreugde aan geheel de wereld,
want uit u is opgegaan de Zon der Gerechtigheid, Christus onze God.
Hij heeft de vloek opgeheven en
zegen gegeven;
Hij heeft de dood teniet gedaan,
en schonk ons het eeuwige Leven”.

Kondakion, , feesthymne van het feest [8 sept.]     tn.4.
  Joachim en Anna werden van de schande
der kinderloosheid bevrijd door uw Geboorte,
waardoor Adam en Eva zijn verlost uit het bederf van de dood.
Daarom is dit ook een feest voor uw volk dat
van de schuld der zonde is vrijgekocht,
en daarom roepen wij tot U:
‘de onvruchtbare baart de Moeder van God,
de Voedster van ons Leven
”.

NB. Vandaag is het voor ons Nederlanders opnieuw ‘een geboorte van nieuw-gewonnen Nederland’:
De Marker Wadden gaan namelijk vandaag open voor publiek.
Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog zijn dan niet meer de enige wadden van Nederland. Gloednieuw zijn de Marker Wadden in het Markermeer, die vanaf vandaag te bezoeken zijn.
Lees hier, link naar: hoe een nieuw natuurgebied ontstaat